31 maart 2013

Een aankomende filosoof (vpmc)


De naam Thomas Decreus zegt u misschien nog niets, maar dat is een aankomende Belgische filosoof. Geen kamergeleerde, want al in januari 2011 –amper 26 was hij toen!– trad hij naar voren als een van de initiatiefnemers van de SHAME-betoging, waarin volgens de kranten 36.000 mensen meeliepen, allemaal verontwaardigd en kwaad omdat er maar geen echte federale regering wilde komen.
Goede overzichtsfoto’s van deze massa hebben de kranten helaas niet afgedrukt, en juist door het ontbreken daarvan, of door de schaarse beelden die we wél konden zien –genomen vanaf schouderhoogte– kregen velen het vermoeden dat het hooguit om enkele duizenden Franstaligen ging, weliswaar in het gezelschap van enkele tientallen Vlamingen, zoals onze filosoof Decreus.

Een jaar later waren het volgens de PVDA (Amada voor de volwassenen onder ons) al “40.000 Walen, Vlamingen en Brusselaars [die] protesteerden tegen de politieke cultuur van de elite.” Waarom deze partij het overnamebod van de kranten met nog eens 11 procent verhoogde is onduidelijk.

Maar nu hoorde ik deze middag in het programma Trio van Klara een gesprek van deze filosoof met Johan Van Overtveldt van Trends. Dat gesprek was soms een beetje gênant want Decreus inmiddels al achtentwintig jaar oud vermoed ik gebruikte soms namen van collega’s van hem, Plato, Aristoteles enzovoort, en daarbij was hij niet altijd even plankvast.
Ook beweerde hij soms dat hij iets niet had gezegd, maar dan bleek dat hij het eerder wel al had geschreven. Aan het eind van het gespreksuurtje moest gastheer Werner Trio hem min of meer tegen zichzelf in bescherming nemen, want de jonge filosoof was in de immer vloeiende stroom van het gesprek enigszins op drift geraakt.
Werner zei, na alweer een sprongetje achteruit van Thomas: “Je gaat toch niet zeggen dat je dat alleen maar theoretisch bedoelt hé, want…”
Wellicht wilde Werner, zoals het een goede gastheer betaamt, hem een tweede afstraffing besparen, na deze eerdere:



Johan Van Overtveldt: Als ik zie dat in landen als België, Nederland, Frankrijk, het overheidsaandeel in heel het economisch gebeuren tussen de vijftig en de zestig procent zit, en dus die marktsector relatief gezien eigenlijk altijd minder belangrijk wordt, dan stel ik me de vraag of we vandaag al niet een situatie hebben waar het politieke gebeuren –in tegenstelling tot wat u beweert– wel degelijk en grote impact uitoefent op die markt.
Thomas Decreus: Maar ik heb het over een bepaald discours, ik heb het over een bepaalde ideologie die de zaken zo voorstelt, niet over de feitelijke situatie.
Johan Van Overtveldt: Wel, is het misschien toch niet zinvoller om ook eens naar de feitelijke situatie te kijken, en van daaruit dan eventueel terug te keren?
Thomas Decreus: Nee!
Johan Van Overtveldt: Dan moeten we toch gaan uitleggen wat er vandaag fout loopt, als het dus klopt, wat volgens mij zo is, dat de impact van de overheid op het economisch gebeuren nooit groter geweest is dan nu.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

Een Frans geluid (vpmc)


Al vermoed ik dat François Hollande, in tegenstelling met onze Elio, nooit is verschenen op de feestjes in de Belgische ambassade in de tijd dat Zijne Excellentie Pierre-Dominique Schmidt daar nog onze vertegenwoordiger was, en er daar behalve de Parijse lucht nog veel andere dingen te snuiven waren en vele donkere krochten te exploreren, tóch lijkt de Franse president, die meer belangstelling heeft voor wezens als Valérie Trierweiler –van Julie Gayet was toen nog geen sprake– toch lijkt François goed te weten hoe het met ons vaderland is gesteld. 
Ik hoorde hem in zijn entretien met David Pujadas op France2 twee keer het woord België uitspreken. Beide malen in ongunstige zin.
Als Elio die misvatting van François wil rechtzetten, dan zou ik hem aanraden om, ter afwisseling, in onze ambassade eens een feestje te organiseren waar François kan verschijnen met Valérie – of met Julie, dat hangt van hemzelf af natuurlijk.
Want wat François daar op de televisie vertelde, horen wij niet graag: 


L’Europe est en récession. En récession. C'est-à-dire que l’Italie, l’Espagne, le Portugal, la Belgique, le Royaume-Uni, c’est pas une croissance que ces pays connaissent, c’est une récession! Nous, on ne va pas s’en vanter, on est croissance zéro, nulle.

Europa zit in een recessie. Een recessie. Nemen we Italië, Spanje, Portugal, België, het Verenigd Koninkrijk: het is geen groei wat deze landen kennen, het is een recessie. Wij, zonder te willen bluffen, zitten op een nulgroei, houden stand.




Aujourd’hui, prolonger l’austérité, c’est le risque de ne pas aboutir à réduire les déficits, et la certitude d’avoir des gouvernements impopulaires, dont les populistes ne feront qu’une bouchée, le moment venu.
Mais qui vous entendez? 
Alors! ceux qui sont concernés! l’Espagne, l’Italie, Portugal, euh, Belgique.

Vandaag doorgaan met bezuinigingen, houdt het risico in dat wij er niet toe zullen komen om de tekorten terug te dringen, en het bezorgt ons met zekerheid onpopulaire regeringen, die als het moment rijp is door de populisten moeiteloos opgeslokt zullen worden.
Wie bedoelt u dan?
Hoezo? diegenen die het aangaat! Spanje, Italië, Portugal, euh, België.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

30 maart 2013

De gele terugval en de groene luchtbel (Hoegin)

Verleden weekend publiceerde de krant Le Soir de resultaten van haar driemaandelijkse «Grand baromètre». Daarbij werd vooral ingezoomd op het verlies van de N-VA, ook al blijft de partij nog steeds twee keer groter dan haar eerste achtervolger, de CD&V. Maar misschien nog het meest verrassend was dat de resultaten van deze peiling quasi identiek waren aan die van Het Laatste Nieuws een week eerder.

Vergelijken we inderdaad de resultaten van de peiling van Le Soir even met die van Het Laatste Nieuws. Het valt dan op dat de verschillen minder dan één procent bedragen, behalve voor de CD&V. En zelfs voor de CD&V bedraagt het verschil amper 1,6%, nog steeds een pak minder dan de foutenmarge voor de respectievelijke peilingen. De manier waarop onder meer VTM de resultaten van deze peiling aankondigde als «verrassend» is dan ook… behoorlijk verrassend, tenzij de nieuwsredactie van de televisiezender geen kranten leest en dus absoluut geen weet had van die peiling van Het Laatste Nieuws. Het is in ieder geval symptomatisch voor de manier waarop de Vlaamse media omgaan met peilingen. In dat verband onderschrijven we trouwens graag de commentaar en kritiek die Frank Thevissen bij Doorbraak publiceerde. Ook de populariteitspoll, waaruit moest blijken dat Maggie de Block de nieuwe rijzende ster aan het Vlaamse politieke firmament is moet er bij hem aan geloven. Om eerlijk te zijn heb ik nooit veel aandacht besteed aan populariteitspolls omdat ze meestal zo goed als onbegrijpelijk qua vraagstelling zijn, onduidbaar qua resultaat en totaal onvergelijkbaar van de ene tot de andere peiler.

Er is echter één puntje in de kritiek van Frank Thevissen waar we toch een beetje dieper op zouden willen ingaan. De titel van zijn commentaar «Wie trapt er in “de (terug)val” van de N-VA?» schijnt te suggereren dat hij niet bepaald gelooft in een terugval voor de N-VA, zoals uitvoerig en bijzonder gretig bericht door de Vlaamse media. Vermoedelijk zet hij daarmee menig lezer op het verkeerde been, en dan misschien nog het meest van al hoopvolle aanhangers van de N-VA die de steile opgang van de partij in de peilingen wel willen geloven, zij het dan toch met een bang hartje. Uit zijn betoog in het artikel leidt ik af dat hij waarschijnlijk noch in het ene noch in het andere gelooft. Zo gaat dat nu eenmaal als je iets te veel de achterkant van de opiniepeilingen hebt gezien, en daardoor ook weet hoe ze gemaakt worden. Er zit inderdaad nogal vaak een stevige portie paardenvlees in de peilingslasagne die de media ons voorschotelen.

Dat neemt echter niet weg dat we ook in de reële wereld moeten staan, en dan blijkt dat er deze keer voor de N-VA wel degelijk een fameuze knik in de curve van het vlottende gemiddelde zit. Of dat ook betekent dat de werkelijke aanhang voor de partij in een dalende lijn zit laten we in het midden, en is trouwens niet controleerbaar. In de media zal echter het beeld dat de partij in de peilingen stagneert of zelfs over haar toppunt heen is de komende maanden domineren. Dat is niet eens fout, maar anderzijds staat de partij met meer dan een derde van de kiesintenties nog steeds op plus vergeleken met de laatste verkiezingen, en blijft ze bovendien dubbel zo groot als haar eerste achtervolger.

Als de N-VA al achteruit zou gaan, dan is het onduidelijk welke concurrent daarvan zou profiteren. Zowel CD&V als sp.a peilen al bijna twee jaar rond hun huidige niveau. Bij de Open Vld zijn de schommelingen iets groter, en die partij lijkt aan een licht herstel begonnen te zijn. Bij Vlaams Belang was men al zeer tevreden over de vooruitgang met twee procent tegenover de vorige peiling, maar belangrijkst voor hen was misschien dat ze opnieuw boven de psychologische grens van de tien procent uitkwamen.

Ook bij Groen was men zeer tevreden over het resultaat in deze peiling. Daar vond men immers van zichzelf dat men de enige partij was die erop vooruitging zowel tegenover de vorige peiling als tegenover de laatste verkiezingen. Alleen, die vooruitgang was in beide gevallen zo klein dat ze niet alleen binnen de statistische foutenmarge valt, maar ook binnen de technische. Wie een duizendtal mensen ondervraagt moet er nu eenmaal rekening mee houden dat er hier en daar al eens een antwoord verkeerd geregistreerd wordt, en dan is een foutje van 0,2% al snel gemaakt. Maar ook: vergeleken met de laatste provincieraadsverkiezingen gaat de partij er zelfs op achteruit. Ook hier weer slechts in minieme mate, maar -0,4% blijft een achteruitgang, en geen vooruitgang.

Men kan zich trouwens afvragen in wat voor groene luchtbel de partij zich tegenwoordig bevindt. In een interview met De Standaard droomt haar partijvoorzitter Wouter van Besien al van regeringsdeelname in 2014, maar wil zich tegelijkertijd niet laten vastpinnen op een verkiezingsresultaat van –hou je vast, we hebben het over een regeringspartij in spe!– tien –10– procent! Even de puntjes op de i zetten: Groen peilt al jaren ergens tussen de zeven en de acht procent, haalt al jarenlang verkiezingsresultaten van dezelfde grootteorde, en is tot nader order de zesde partij in Vlaanderen. De fameuze «boost» waarvan sprake in het interview bracht de partij trouwens van 7,1% in 2010 naar 8,1% in 2012. Ik zou dat niet meteen een reuzensprong voorwaarts durven noemen, laat staan «boost», maar misschien betekent dat woord in Groot-Bijgaarden en Borgerhout gewoon iets anders dan in de rest van het Nederlandse taalgebied. Alleen als het Vlaams Belang in 2014 een bar slecht resultaat zou halen kan Groen hopen de vijfde plaats in het Vlaamse partijpolitieke landschap te bezetten – als ROSSEM dan maar geen roet in het eten komt gooien. En dan dromen van regeringsdeelname!

Heeft Wouter van Besien het echter hoog op met zichzelf, helemaal gek is hij nu ook weer niet, want tien procent voor zijn links-ecologische partij in tijden van economische crisis en globale opwarming zal inderdaad een maatje te hoog gegrepen zijn voor Groen. Maar wat misschien nog het meest verrassend –en stuitend– is, is dat regeringsdeelname in 2014 voor dit mini-partijtje dan nog niet eens onrealistisch is. Dat zal echter, in tegenstelling tot wat Wouter van Besien probeert te laten uitschijnen en misschien zelfs zelf denkt ook, niet de verdienste van Groen of haar voorzitter zijn. Want inderdaad, als Groen in 2014 in een regering zal kunnen stappen, dan zal dat zo zijn omdat N-VA en Vlaams Belang samen zo groot zullen geworden zijn dat Groen onmisbaar wordt voor een anti-V-coalitie, maar tegelijkertijd niet groot genoeg zullen zijn om zo'n monsterverbond tegen te houden.

En daarmee zijn we meteen ook aanbeland bij de simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Opnieuw blijkt dat een V-meerderheid niet mogelijk is, maar ook een B-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen wordt zeer krap. Het valt dus nog af te wachten of Stefaan van Hecke in 2014 werkelijk minister zal kunnen worden. Maar als dat werkelijk zijn ambitie zou zijn, en die van Groen, dan zal het waarschijnlijk toch in de Vlaamse regering moeten zijn. De kans is immers groot dat Groen niet groot genoeg zal zijn om in de federale regering aanspraak te kunnen maken op een ministerpost.

Werpen we tot slot nog snel een blik over de taalgrens. Daar gaat de PS er lichtjes op vooruit, terwijl de MR lichtjes achteruitgaat. Beiden gaan daarmee eigenlijk tegen hun trend van de laatste maanden in. CdH en Ecolo blijven dan weer stabiel, met cdH als grootste van de twee. Verderop blijven FDF en PTB ver onder de kiesdrempel, net als een hele reeks andere partijtjes zowel op uiterst rechts als uiterst links. Tenzij één van die mini-partijtjes in één of andere kieskring kan stunten, is het dus best mogelijk dat een federale afspiegelingsregering betekent dat een regering–Di Rupo II geen Franstalige oppositie zou hebben. Zoiets zou wel eens interessante gevolgen kunnen hebben voor de verkiezingen van 2019. En dat zowel aan de Vlaamse als de Franstalige kant…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , ,

Read more...

23 maart 2013

De President vindt democratie hinderlijk (vpmc)


Het mooiste citaat ongetwijfeld, uit het klankfragment hieronder –uit de Zevende Dag– is: "om da woord eens te gebruiken". Uitdrukking die onze President-dichter Herman Van Rompuy zich liet ontvallen. Het ging over legitimiteit.
Maar er zijn meer mooie dingen. Zo weet de President goed wat het "algemeen belang" is. Hij weet dat zelfs daardoor zo goed, omdat hij niet verkozen is noch ooit moet worden.
Dat is een negatieve reden, bijna zelfs een bovennatuurlijke reden zegt de filosoof in mij. Wat zijn positieve bron van kennis mag zijn, verklapt Herman ons helaas niet. Het enige dat wij met zekerheid mogen weten, is dat zijn wijsheid niet uit de stembus is voortgekomen.
Ik ken een paar politieke denkers in wier gezelschap onze President Herman zich volkomen op zijn gemak zou voelen.



De Vadder: U bent een primus inter pares en u bent niet verkozen door de [ordinaire?] Europeaan, he?
De President: Nee, maar ik denk dat het ook maar best zo is. In die zin hebben de vaders van het Verdrag van Lissabon een wijze beslissing genomen. Kijkt, als ge direct verkozen zijt, dat geeft u natuurlijk een enorme democratische legitimiteit, om da woord eens te gebruiken. Dat is ook wel zo. Maar op den duur zijt ge meer bezig met úw verkiezing, en met uw herverkiezing, dan met het zoeken naar een compromis tussen de zevenentwintig regeringsleiders. Ik denk, iemand die niét verkozen is, heeft een handicap ten opzichte van zijn collega’s die allemaal verkozen zijn, weliswaar elk in hun land. Dat is een handicap, ik voel dat ook. Maar langs de andere kant: het is ook een enorme troef, want ik moet mij, ik moet mij alleen bezig houden met ervoor te zorgen dat we allemaal overeenkomen. En tot nu toe, in de moéilijke omstandigheden die we de laatste drie jaar hebben gehad, is dat telkens bijna, bijna telkens gelukt, om niet te zeggen bijna altijd gelukt. En dat is alleen maar omdat men …ja die ruimte heeft, euh, om niet alleen aan zichzelf te moeten denken, aan zijn eigen verkiezing en herverkiezing, maar vooral te kunnen denken aan wat het algemeen belang is.
De Vadder: Ja, dus geen pleidooi om die functie rechtstreeks te laten verkiezen?
De President: Nee, daarvoor moet ge het Verdrag wijzigen, en ik denk dat daar nog veel water door vele rivieren zal vloeien, vooraleer dat men aan een nieuwe verdragswijziging [...&c.].

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 maart 2013

Hugo Claus aan de kaarttafel (vpmc)


Een goede dertig, vijfendertig jaar geleden bracht Hugo Claus geregeld een avond door in de HotsyTotsy, het Gentse artistiek café –toen nog privéclub– van zijn broer Guido. Als dan toevallig de vier broers samen present waren, werd er gekaart en stonden Motte en haar barman onder hun tweeën in voor de toog. Vaak waren er ook maar drie broers, en dan sprong een andere klant in, aan de kaarttafel welteverstaan.
Trouwe klanten van Motte en Guido vierden bij hen ook de overgang van Oud naar Nieuw, en om twaalf uur werd er gekust en champagne gedronken. Dat ceremonieel kon makkelijk een kwartier duren. Vele klanten gingen daar nog veel langer me door.
Maar na afloop van dat kwartier zei Hugo tegen zijn broers –Johan ontbrak maar Odo niet, en Guido natuurlijk niet– : “Zoeme ’t eerste spelleke van ’t jaar niet doen?”
Ik diende als vierde man, en we spraken af dat we zouden Kieskingen. Manillen durfde ik namelijk niet, want tegen West-Vlamingen manillen is geen goed idee.

Dat spel “Kieskingen” hier uitleggen zou te lang duren, maar iedereen ging direct akkoord en we zouden spelen voor een tarief van 320 frank voor Harten Heer, en de andere spelletjes navenant. Dat komt erop neer dat je normaal gesproken zoiets als duizend frank per uur kunt winnen of verliezen.
Alles verliep meteen al voorspoedig voor de twee broers en voor mij, maar niet voor Hugo die gedurig slechte kaarten kreeg.

Ik meen dat het iets over tweeën moet zijn geweest, dat Hugo terloops naar de stand vroeg. Hij stond een goede vijfduizend frank in het rood en begon zich luid te beklagen over de goden die hem ongunstig gezind waren.
En toen maakte Odo, die geen dichter was, een ongelukkige opmerking: “Mor Hugo, ge kent gi niet van kaarten ook, hé.”
Hugo stond op, grabbelde zes briefjes uit zijn broekzak, gooide die op tafel en liet ons beduusd achter in de feestvreugde.
Dat heb ik altijd erg kunnen appreciëren van hem, die plotse kolere.

Labels: , ,

Read more...

17 maart 2013

Een slechte peiling met een nog slechtere berichtgeving (Hoegin)

Zaterdag publiceerde de krant Het Laatste Nieuws voor het eerst sedert lang nog eens de resultaten van een eigen peiling. Met een foutenmarge van meer dan drie procent kan je je afvragen waarom die resultaten nog met cijfers na de komma weergegeven worden, maar ook de teneur van de berichtgeving was opmerkelijk. Wie zou immers zelfs nog maar drie jaar geleden 15% voor de CD&V een goed resultaat genoemd hebben, en 33% voor de N-VA slecht?

«CD&V beperkt de schade,» aldus Het Laatste Nieuws, want met nog steeds 15% van de stemmen zou de partij relatief weinig stemmen verliezen ondanks alle perikelen rond het ACW. De krant gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat met een foutenmarge van meer dan drie procent de partij net zo goed op nog maar 12% zou kunnen staan, of anderzijds tegenover 2010 zelfs vooruit zou kunnen gaan tot ruim 18%. Of nog: is de peiling op zich weinig betrouwbaar omwille van zowel de kleinschaligheid als de eenmaligheid ervan, dan is de berichtgeving erover zo mogelijk nog bedroevender.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we toch graag een vlieg zouden geweest zijn op de muur van een bepaald huis in Leopoldsburg. Wouter Beke verkondigt immers sedert de verkiezingen van verleden jaar dat het ultieme bewijs geleverd werd dat hij niet meer in peilingen hoeft te geloven, want zijn partij deed het toch zoveel beter bij de enige peiling die echt telt, namelijk de verkiezingen. We zouden ons in zijn plaats toch een pak meer zorgen maken, of toch alleszins binnenskamers, want de tijd dat de CD&V nog eens boven de twintig procent afklokte in een peiling ligt ondertussen alweer een paar jaren achter ons.

Een partij die het naar het schijnt nogal slecht deed in deze peiling is de N-VA. Ook hier willen we de zaken toch even in perspectief plaatsen. Om maar iets te zeggen: bij de vorige peiling van Het Laatste Nieuws –op 3 juni 2009 om precies te zijn– behaalde die partij slechts een schamele 8,3%. Met een score van 33,8% minder dan vier jaar later valt dus best te leven. Maar ook vergeleken met de laatste verkiezingen staat de partij op winst, zelfs als er van de score een foutenmarge af zou moeten. Er zijn niet veel Vlaamse partijen die hetzelfde kunnen zeggen.

Wat van deze peiling toch een slechte peiling voor de N-VA maakt is het interview van De Standaard en Het Nieuwsblad met N-VA-kopstuk Geert Bourgeois, toevallig op dezelfde dag gepubliceerd, en waarin hij zelf nogal weinig strategisch het getal 40% laat vallen. We kunnen deze blunder alleen maar aan overmoed toeschrijven, want tot nu toe overschreed de N-VA slechts éénmaal de kaap van de veertig procent in een peiling. Dat gebeurde in de peiling van La Libre Belgique van 5 september 2012, toen de N-VA zeggen en schrijven… 40,1% haalde. Het laat zich raden dat vanaf nu elk peilingsresultaat voor de N-VA met dit getal vergeleken zal worden, en dat de N-VA bijna zeker in 2014 een zogenaamde «overwinningsnederlaag» tegemoet gaat.

Nu ja, Geert Bourgeois was de enige niet die dit weekend een steek liet vallen. Ook Carl Devos flaterde in zijn reactie op de uitspraken van Geert Bourgeois. De N-VA hoeft immers geen vijftig procent te halen om volledig incontournable te worden: veertig procent kan volstaan, op voorwaarde dat het Vlaams Belang die andere tien procent haalt. En dat dan alleen nog maar in zetels, wat dus ruimte laat voor nog enkele procenten minder. Soms vraag je je toch af of het diploma van politicoloog gewoon uitgedeeld wordt aan iedereen die de moeite doet zich ooit eens bij de juiste faculteit in te schrijven…

Maar over het Vlaams Belang gesproken, die partij doet het in deze peiling wat beter dan in de andere peilingen de laatste tijd. Ook de Open Vld doet het wat beter, terwijl de uitslag voor de sp.a tegenvalt. Over erg grote verschillen gaat het echter niet, en dus valt daar verder eigenlijk niet veel meer over te zeggen. Groen doet het trouwens niet beter of slechter dan in de andere peilingen, en LDD en PVDA worden voor zover we konden zien zelfs niet eens vermeld.

Voor de volledigheid hebben we ook deze keer een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement opgesteld. Opnieuw kleurt het halfrond opvallend veel geel-zwart, maar niet voldoende voor een zogenaamde V-meerderheid. Anderzijds blijft een B-meerderheid bijzonder krap, zeker als men dan ook nog eens rekening houdt met het feit dat UF naar alle waarschijnlijkheid ook in 2014 nog één zetel zal weten binnen te halen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , , ,

Read more...

5 maart 2013

Opinie&Analyse in de Kwaliteitskrant (vpmc)


Zoals elke dag drukt De Standaard een opmerkelijke “tweet” af, vanzelfsprekend van de dag daarvoor, dat zijn nu eenmaal de beperkingen van het medium. Wellicht willen zij lezers die niet over een webaansluiting beschikken, toch een venster op de digitale wereld bieden, en het twitterberichtje staat daarom ook onder de rubriek Opinie&Analyse.

Het is telkens een heel klein berichtje, 140 tekens, met een fotootje van de auteur ernaast. Toch trekt de redactie hiervoor al gauw 7% uit, van de totale oppervlakte van een Standaardpagina, want op zich is zo’n pagina ook niet groot.

Vandaag is het twitterberichtje humoristisch van aard en zelfs lichtjes gewaagd, wat stout misschien, want er wordt gesuggereerd dat Heineken geen echt bier zou zijn.

Nu is het waar dat wie de laatste 15 à 20 jaar wel eens een café heeft bezocht, die mop al lang kent, maar geef toe lezer: in deze beknopte, pregnante, spitse versie had u ze nog niet gehoord.

Goed dat er kwaliteitskranten zijn!

Labels: , , , ,

Read more...

3 maart 2013

In 2030 heeft het ACW al het geld van zijn «perpetual» al terug (Hoegin)

Minister van Financiën Steven Vanackere haalde deze middag in het debatprogramma De Zevende Dag hard uit naar de volgens hem onjuiste voorstellingen over de eeuwigdurende lening van het ACW aan de bank Belfius. «Het ACW ziet het geld van die perpetual nóóit terug,» benadrukte hij als rechtvaardiging voor de rentevoet van 7,75%. Maar klopt dit wel?

Eerst even de puntjes op de i zetten. Steven Vanackere schijnt te willen volharden in de boosheid dat het ACW op haar eeuwigdurende lening –de perpetual voor wie graag wil laten uitschijnen dat hij iets van bankzaken kent– slechts 6,25% rente opstrijkt. De resterende 1,50% is slechts een getrouwheidspremie, en telt dus niet echt mee. Dit is natuurlijk nonsens, want ook die 1,50% vertegenwoordigen geld dat bij het ACW eeuwigdurend zal blijven binnenrollen, en net zo goed bij Belfius zal blijven buitenrollen. In de berekening die we hierna gaan uitvoeren zullen we die getrouwheidspremie dus wél inrekenen, net zoals we de getrouwheidspremie op een particuliere spaarrekening ook zullen inrekenen.

Maar wat is er dus aan van de bewering van Steven Vanackere dat het ACW het geld van die eeuwigdurende rekening nooit meer zal terugzien? Hij schijnt hiermee de indruk te willen wekken dat het ACW een enorme daad van barmhartigheid ten voordele van de bank Belfius heeft gesteld, zeg maar ten belope van 72 miljoen euro. Dat is uiteraard larie en apekool, en een eenvoudige simulatie toont aan dat van zijn bewering weinig of niets klopt.

Gaan we inderdaad eens na wat een gewone spaarrekening opbrengt vergeleken met die eeuwigdurende lening van het ACW. Vandaag moet je al van goeden huize zijn om op je spaarrekening een rente van 2% te kunnen krijgen, want een gewone sterveling krijgt dat niet bij Belfius, zelfs niet met een getrouwheidspremie erbij. We leven echter in uitzonderlijke tijden, en aangezien een eeuwigdurende lening een iets langer perspectief heeft dan de huidige financiële crisis, is het correcter ze te vergelijken met een rentevoet van 4% (de te verwachten rentevoet op spaarrekeningen in een normale economie), of met ons goed karakter desnoods zelfs 5%. Dan blijkt al snel (zie figuur hierboven) dat als het ACW de uitgekeerde intresten gewoon oppot op zo'n doodgewone spaarrekening, het al in de loop van een kleine twintig jaar al zijn kapitaal teruggewonnen zal hebben. Wat daarna volgt is alleen maar winst.

Voor alle eerlijkheid moeten we hierbij opmerken dat zo'n eeuwigdurende lening niet zonder risico's is, en dat is meteen ook de verklaring voor de hogere rentevoet. Ten eerste heeft men zijn kapitaal niet meer onmiddellijk ter beschikking, maar dient men een aantal jaren te wachten –in het geval van het ACW zo'n twintig jaar dus– vóór men al zijn kapitaal terugverdiend heeft. Bovendien loopt men het risico dat in tussentijd de rentevoeten boven het niveau van de eeuwigdurende lening stijgen, waardoor men tijdelijk een verlies kan opbouwen. En tot slot, zeker niet louter hypothetisch in het geval van Belfius, loopt men natuurlijk ook het gevaar dat op een gegeven ogenblik de schuldenaar failliet gaat, en het gedaan is met de uitbetalingen.

Hoe ziet het plaatje er dan uit aan de zijde van de lener, in dit geval Belfius? Die krijgt natuurlijk nú vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor verplichtingen die tot ver in de toekomst strekken. In de praktijk valt het met die eeuwigheden echter nogal mee, en wordt zo'n lening vaak vroeg of laat omgerekend in een geactualiseerd kapitaal en toch afgelost. Verder loopt Belfius natuurlijk het risico dat de rentevoeten de komende jaren ver beneden die van de eeuwigdurende lening blijven, waardoor het basiskapitaal sneller verdwijnt dan misschien gepland.

Zo'n eeuwigdurende lening is dus geen goede zaak voor degene die de lening aangaat –marktconform of niet–, tenzij in twee gevallen: ofwel verwacht men een sterke stijging van de rente, ofwel heeft men dringend vers kapitaal nodig en zijn toekomstige verplichtingen van ondergeschikt belang. En het zou me daarbij verbazen dat de eerste reden voor Belfius de echte drijfveer voor het aangaan van deze lening was. Het is trouwens merkwaardig dat een bank zo'n lening aangaat tegenover een organisatie, en niet omgekeerd. Maar één bepaald zinnetje van Karin Temmerman tijdens diezelfde De Zevende Dag van vandaag was in dat opzicht toch wel veelzeggend: deze transactie zou absoluut nodig geweest zijn om van Belfius een gezonde Belgische bank te maken. Met andere woorden: Belfius zat inderdaad in slechte papieren, en had dringend vers kapitaal nodig. Overigens: dat Karin Temmerman dit zei en niet Luk van Biesen toont aan dat de sp.a waarschijnlijk net iets beter weet hoe de ACW-vork precies in de Belfius-steel zit dan de Open Vld. Maar iedereen die de Open Vld (en de MR) de laatste dagen «aan het werk» zag had dit ongetwijfeld al lang begrepen.

In Noorwegen, waar het in de winter al eens koud kan zijn, gebruikt men om de situatie van Belfius te omschrijven vaak de uitdrukking «in zijn broek plassen om zich warm te houden». Dat is een strategie die misschien een korte tijd helpt, maar daarna staat men er wel slechter voor dan in het begin. Zo ook dus met Belfius: vandaag krijgt de bank weliswaar vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor zware, langdurige verplichtingen. Maar ook: net zoals het ACW van Dexia een Toxia heeft gemaakt, met de helpende hand van Yves Leterme, is het ACW nu goed op weg om van Belfius een Toxius te maken, deze keer met de helpende hand van Steven Vanackere. Merk daarbij op dat het het ACW eigenlijk best nog goed uitkomt dat het na deze transactie zogezegd geen kapitaal meer in kas zal hebben. Dan kan immers geen van de vele ARCO-aandeelhouders, pardon «-spaarders», of de belastingbetaler, het in zijn hoofd halen het kapitaal bij hem weg te komen halen. Het is immers allemaal uitgeleend aan een goed doel: Belfius! We kunnen daarom alleen maar hopen dat diezelfde belastingbetaler in 2014, als kiezer, toch nog de rekening aan de schuldigen –de CD&V dus– zal weten te presenteren. Maar dan wel met een ontrouwheidspremie.

Labels: , , , , ,

Read more...

25 februari 2013

Nieuwe topnotering voor N-VA, bodemnotering voor Vlaams Belang (Hoegin)

Vrijdag publiceerde de krant La Libre Belgique, in samenwerking met de RTBf, de resultaten van haar driemaandelijkse politieke barometer. Aan Vlaamse zijde kreeg vooral de nieuwe topnotering van de N-VA veel aandacht. De aanhang van die partij zou (in procenten) even groot zijn als die van de drie Vlaamse federale regeringspartijen samen. In het kamp van de verliezers vinden we CD&V, en vooral Vlaams Belang met een nieuwe bodemnotering.

Wie herinnert zich nog de vorige peiling van La Libre Belgique? «Premier avertissement pour la N-VA» kopte de krant toen, want de partij ging markant achteruit tegenover de vorige peiling. (De oplettende lezer zal in het figuurtje hiernaast ongetwijfeld opmerken dat het wel al de tweede keer was dat de N-VA een relatieve duik nam in de peilingen van La Libre Belgique, maar soit…) De krant had echter meteen ook een verklaring voor de achteruitgang van de N-VA klaar, al hield ze natuurlijk wel nog een slag om de arm («La tendance se doit d'être confirmée […]»):
Faut-il y voir un élément de déception de certains électeurs de Bart De Wever? La tendance se doit d'être confirmée mais l'homme fort de la N-VA n'a toujours pas bouclé sa majorité communale à Anvers et sa marche “triomphante” vers l'hôtel de ville a marqué les esprits. Peut-être négativement dans le chef de certains de ses supporters…
Te vroeg victorie gekraaid? Zoals de krant zelf opmerkt, deze peiling werd afgenomen vlak voor de laatste rel in Antwerpen, dat wil zeggen, die met Liesbeth Homans in de hoofdrol omdat ze besloten had dat seropositieve «sans-papiers» voortaan niet meer zomaar automatisch elke maand 800 euro uitgekeerd krijgen om AIDS-remmers te kopen. Waarbij opgemerkt moet worden dat het in het huidige politiek-mediatieke klimaat noodzakelijk is precies te vermelden over welke N-VA-rel het gaat, want de stormlopen van verontwaardiging door de vele zelfverklaarde gewetens van Vlaanderen, niet zelden woonachtig te Gent, volgen mekaar in sneltempo op.

Hiermee hebben meteen ook al de verklaring gegeven voor waarom de N-VA opnieuw zo'n hoge toppen scheert: de partij blijft nadrukkelijk in het midden van de aandacht staan. Het migratiedebat, waar bovenstaande rel een deel van uitmaakte, speelt zich vooral af op de as N-VAsp.a. Het communautaire op de as N-VACD&V. En het socio-economische op de as N-VAPS. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat wanneer de kiezer gevraagd wordt op welke partij hij vandaag zou stemmen moesten er verkiezingen zijn, de naam van de N-VA hem als eerste te binnen schiet, zeker als hij niet bepaald een hoge pet op heeft van wat tegenwoordig nog moet doorgaan voor een «federale regering». En dat in die mate zelfs dat ook een niet onbelangrijk aandeel Walen en Franstaligen gevraagd naar hun partijvoorkeur het bestaan op automatische piloot «N-VA» te antwoorden.

Zo bekeken lijkt de peiling van La Libre Belgique dan ook te suggereren dat de N-VA voorlopig de veldslagen blijft winnen, vermoedelijk zelfs op alle drie de assen samen. Wat migratie betreft valt bijvoorbeeld op dat sp.a en Groen hun kiezers weliswaar behouden, maar dat Vlaams Belang verder leeggezogen wordt ten voordele van de N-VA. Die laatste partij werpt zich de laatste tijd op Antwerps-gemeentelijk niveau immers op als dé migratiesceptische partij. Zolang het Vlaams Belang door de media consequent uit beeld gehouden wordt zal aan die situatie weinig veranderen. En daarom ook dat we hierboven schreven dat het migratiedebat zich op de as N-VA–sp.a afspeelt, en dus niet Vlaams Belang–sp.a. Op de communautaire as kondigde partijvoorzitter Wouter Beke van de CD&V op zijn nieuwjaarsreceptie aan dat wat hem betreft er in 2014 geen nieuwe staatshervorming zal komen, terwijl de N-VA net zwaar inzet op confederalisme. Op deze as kan de partij van twee walletjes eten, en vermoedelijk zowel kiezers vanuit de CD&V als het Vlaams Belang aantrekken. Wat het socio-economische tot slot betreft houden sp.a en Groen hun kiezers vast, maar maakt de CD&V de laatste weken een slechte beurt omwille van wat we kort als «ACW-gate» zouden willen omschrijven.

Hiermee hebben we de zaken natuurlijk sterk vereenvoudigd, maar zolang peilers zelf niet onderzoeken waarom respondenten hun partijvoorkeur wijzigen – zoals bijvoorbeeld De Stemmenkampioen wél deed – blijft het gissen naar wat er werkelijk onder de oppervlakte beweegt bij het Vlaamse electoraat. En met als gevolg dat een krant als La Libre Belgique in haar analyse al eens pijnlijke flaters slaat, zoals bijvoorbeeld laatst in november.

Maar kijken we even verder naar de individuele resultaten van de andere Vlaamse partijen. Zo bijvoorbeeld de CD&V, die dus een duik naar beneden maakt. In De Zevende Dag liet partijvoorzitter Wouter Beke wel optekenen dat hij niet gelooft in peilingen, maar de vraag is toch maar of hij buiten het zicht van de camera's even zeker is van zijn stuk. Een partij die een beetje in hetzelfde schuitje zit is de Open Vld, met dit verschil dat de partij nog steeds in een neerwaartse trend zit, ondanks de wissel aan de top. Dan staat de sp.a er beter voor, want die partij lijkt aan een voorzichtig herstel begonnen.

Een partij die het absoluut niet goed doet in deze peiling is het Vlaams Belang. Met amper nog 6,8% zakt de partij dieper weg dan ooit, en komt in de gevarenzone van de kiesdrempel. Drie maanden geleden scoorde de partij bij dezelfde peiler nog boven de tien procent. Groen zet niet bepaald een spetterend resultaat neer in deze peiling, maar springt wel voorbij Vlaams Belang. Dat is bij die partij misschien al reden genoeg om tevreden te zijn, maar feit is dat het de partij maar niet schijnt te lukken kiezers van buiten haar eigen, stabiele kerngroep aan te spreken. LDD en PVDA tot slot raken ook in deze peilingen niet verder dan ergens halverwege de kiesdrempel.

Over naar een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Dit levert opnieuw het gekende beeld op van een door de N-VA sterk gedomineerd parlement, met deze keer 53 van de 124 zetels. (Merk overigens op dat de simulatie die prof. Herman Matthijs ondertussen uitvoerde in opdracht van Actua-TV ongeveer dezelfde cijfers oplevert.) Het meest interessante beeld dat deze simulatie oplevert is misschien nog wel dat van een Vlaams Parlement waar de zogenaamde V- en B-partijen mekaar in evenwicht houden (61 zetels tegenover 62 om precies te zijn), met de UF op de wip. Zonder de N-VA een meerderheidsregering op de been brengen wordt dus een onmogelijke opgave, of het zou één moeten zijn die noch stabiel noch Vlaams zal kunnen zijn.

Werpen we tot slot nog een blik op de resultaten van de Franstalige partijen. De PS blijft verder achteruitgaan, deze keer slechts op een haar verwijderd van de psychologische grens van de dertig procent. De MR zit dan weer in een duidelijk stijgende trend, en evenaart opnieuw de resultaten van de laatste federale verkiezingen. CdH en Ecolo spelen voor het eerst in meer dan een jaar nog eens haasje-over, zodat Ecolo in deze peiling net vóór cdH eindigde. Statistisch gezien zijn de partijen echter even groot. Bij de kleinere Franstalige partijen merken we op dat de PTB opnieuw net onder de kiesdrempel duikt.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , ,

Read more...

18 februari 2013

Dichters zijn goede prozaïsten (vpmc)


Wie ertegen opziet om de grote klassieke dichters te lezen –misschien omdat hij weet wat tegenwoordig allemaal dichtkunst heet– die wil misschien toch eens een stukje klassiek proza lezen.
In dat geval staat hem een truc ter beschikking die veel tijd zal besparen, en hem toelaten om ook zonder ze gelezen te hebben een aantal belangrijke poëten op te noemen.
De truc is eenvoudig: al aan een kort stukje proza herken je de goede dichter. Zo'n man schrijft concreet en verliest zich niet in algemeenheden. Filosofietjes of diepzinnigheden zal hij niet opdissen, en fijngevoelige droefgeestigheden nog minder. Die dingen laat de goede dichter over aan dilettanten en minder begaafde vakbroeders.

In het jongste deel van het Verzameld Werk van Alexandr Poesjkin, uitgegeven bij Papieren Tijger en vertaald door Hans Boland, blijkt dit alweer. Dit zevende van negen delen bevat “Literair Proza” en dus lezen we Schoppenvrouw, De Russische Afrikaan, De Kapiteinsdochter, Egyptische Nachten en nog meer. Maar Boland heeft ook veel fragmenten vertaald: aanzetten van romans of verhalen die Poesjkin al na enkele pagina’s weer vergat en nooit heeft afgewerkt. Die fragmenten zijn bijzonder charmant. Soms maar een halve bladzijde lang, soms vier of vijf bladzijden, soms met een titel en soms zonder.

De gasten arriveerden op de datsja” behoort tot de titelloze soort. Poesjkin vertelt over een zomers feest op een eilandje in de Neva. In de datsja zitten de vrouwen op sofa’s in een kring, met rond hen de mannen die converseren en naar Franse gravures kijken of whist spelen. Over die Franse gravures had u misschien wel meer willen vernemen, maar Poesjkin is ons te snel af:

Twee mannen zaten op het balkon. De ene, een reizende Spanjaard, genoot met volle teugen van de verrukkelijke noordelijke nacht. Zijn ogen verzaadden zich aan het panorama van de heldere blanke hemel, de majestueuze, geheimzinnig glanzende Neva en de silhouetten van de omringende datsja’s in het transparante donker.
‘Wat is de noordelijke nacht toch mooi,’ zei hij ten slotte. ‘Ook onder de hemel van mijn vaderland moet een mens hier wel heimwee naar krijgen.’
‘Een van onze dichters,’ antwoordde de ander, ‘heeft er de beeldspraak voor gebruikt van een witblonde schoonheid, maar ik moet zeggen dat een tedere, donkerhuidige Spaanse of Italiaanse met zwarte ogen en een zuidelijk temperament meer op mijn verbeelding werkt. Wie er aantrekkelijker is, la brune of la blonde, zal altijd wel een punt van discussie blijven. À propos, weet u wat een buitenlandse vrouw mij ooit heeft gezegd over de strenge, zuivere Petersburgse zeden? Volgens haar waren de winters te koud en onze zomers te licht voor amoureuze avontuurtjes.’

Zo gaan de beide heren nog even door, maar de dichter komt tussenbeide en neemt zijn lezer in bescherming: “Het gesprek nam een minder oorbare wending”.

Labels: , , , ,

Read more...

15 februari 2013

66 gedeeld door 7 is 9,4 (vpmc)


In Le Soir vandaag staat een belangwekkend artikel, een "vrije tribune" ondertekend door een aantal prominenten.
De goed bedoelde verhalen die wij bij ons soms lezen en horen, over de dramatische achteruitgang van de kennis van het Frans in Vlaanderen, met tegelijk de spectaculaire toename van de kennis van het Nederlands in Wallonië en Brussel worden hier fel op de proef gesteld.

Dit zijn de ondertekenaars:
Grégor Chapelle directeur général d’Actiris. Myriam Gérard secrétaire régionale de la CSC Bruxelles. Philippe Vandenabeele secrétaire régional de la CGLB Bruxelles. Philippe Van Parijs professeur d’éthique économique et sociale à l’UCL. Francine Werth présidente de la Chambre des classes moyennes en Région bruxelloise. Olivier Willocx administrateur délégué de Beci.


Ik neem aan dat een vertaling van het volledige artikel niet nodig is, en dus beperk ik mij tot de eerste zinnen, die ons al veel wijzer maken:

"De auteurs van deze tekst vragen zich af, of de Fédération Wallonie-Bruxelles het aantal werklozen in Brussel wenst terug te dringen of te vergroten. 

Volgens de cijfers van de Taalbarometer 2012 van de Europese Commissie, hebben 7% van de jonge Walen van 15 tot 24 voldoende Nederlands geleerd, en 30% voldoende Engels, om in die talen een gesprek te kunnen voeren. Voor de jonge Vlamingen zijn de overeenkomstige cijfers 66% voor het Frans en 81% voor het Engels."


Volgens de staartdeling dan, die wij nog kennen uit een vorig blog, staan er voor elke Franstalige die Nederlands kent, negen komma vier Vlamingen klaar die met hem een babbel in het Frans kunnen doen. In procenten gesproken, want in werkelijkheid zijn het er meer, omdat er meer Vlamingen zijn dan Franstaligen, maar hier ga ik naar goede Belgische gewoonte uit van de pariteit.


Labels: , , , , , ,

Read more...

Jos De Man over de twijfelachtige toekomst van de democratie


 

Wanneer een grijze wijze man het woord neemt, kunnen we beter luisteren. Jos De Man heeft het allemaal meegemaakt, een oud-linkse die het als advocaat en journalist helemaal kon waarmaken. Anders dan zovelen die vandaag rechtse standpunten innemen, heeft hij daarover geen complexen, want hij heeft ook links zijn sporen ruimschoots verdiend, en links weet dat. Daarom zwijgt het zijn nieuwste boek dood: ondanks de rijke inhoud en hoge kwaliteit is elk werk van een ex-linkse (en op sommige punten trouwens nog altijd linkse) moeilijk van antwoord te dienen.

 

EU-parlement

In zijn boek Van burger tot onderdaan. Het  failliet van de democratie (ASP, Brussel 2012, 343 pp.) stelt meester De Man dat België en Europa ver gevorderd zijn op de weg van democratie naar despotisme. Dat geldt voor verschillende geledingen van de Europese bureaucratie, bv.: “Het Straatburgse Hof heeft zich boven wetten en verdragen verheven. Het beveelt voorlopige maatregelen, terwijl het daartoe geen bevoegdheid heeft. (…) Het is pure machtsoverschrijding.” (p.155)

Terwijl de instellingen minder democratisch worden, is ook de omzeiling van bestaande democratische instellingen een manier om de democratie buiten spel te zetten: “Een ander aspect van postdemocratisch bewind is de onstuitbare groei van de bureaucratie. Ambtenaren laten een lawine van reglementen en decreten los op de nietsvermoedende burger. Zo wordt de wetgevende bevoegdheid van parlementen omzeild. De Europese Unie is in dit opzicht de wereldkampioen.” (p.56)

Het nationale parlement heeft nog weinig te zeggen, het is allesbehalve soeverein bevoegd voor de nationale wetgeving, bv.: “De voormalige bondspresident Roman Herzog vroeg zich in 2007 af of zijn land nog een parlementaire democratie was. 84% van alle Duitse wetgeving stamt uit Brussel, zo merkte hij op.” (p.86) Dat zou nog gaan als er op Europees niveau een parlement voor de wetgeving bevoegd was, maar dat is slechts zeer gedeeltelijk het geval.

De nationale parlementaire instellingen met een zekere democratische legitimiteit staan steeds meer bevoegdheden af aan het Europese pseudoparlement en aan de Commissie die de echt wetgevende bevoegdheden heeft.  De pas afgetreden Tsjechische president Vaclav Klaus trok van leer tegen “het geloof dat men de traditionele Europese waarden kan behoeden terwijl men de instellingen afschaft die deze waarden hebben mogelijk gemaakt.” (p.100)  

Net toen de EU van het Nobelcomité de vredesprijs kreeg, haalde De Man de mythe van de EU als vredestichtster onderuit: “De bewering dat de Europese Gemeenschap, later Europese Unie, de vrede onder haar lidstaten heeft bewaard, is ongegrond. (…) De slogan ‘nooit meer oorlog’ is overigens geen hinderpaal wanneer men het wapengekletter uitvoert naar Afghanistan, of wanneer de Libische bevolking op aandringen van Nicolas Sarkozy en zijn adviseur, de alomtegenwoordige dandy Bernard-Henri Lévy, moet gebombardeerd worden om de Libische bevolking te beschermen.” (p.102)

 

Tijdens het debat op de Boekenbeurs hield oud-Europarlementslid Dirk Sterckx tegen De Man vol dat het EU-parlement wél democratisch is. Tja, er zijn wel elementen van de democratie in de Europese instellingen (het zou er nog aan ontbreken), en mensen als Guy Verhofstadt halen die dan aan om te bewijzen dat de EU wel degelijk democratisch is. Maar hetzelfde gold voor de Sovjet-Unie, dat heuse verkiezingen voor een heus parlement organiseerde. Sommige Oostbloklanden hadden zelfs een formeel multipartisme, met partijen “bevriend met de Communistische Partij”. Als de DDR formeel een democratie was, dan mag de EU er ook één heten, en omgekeerd.

                De economische crisis heeft het democratisch deficit nog eens in het licht gesteld en verergerd: “In Griekenland werd het laatste restje democratie opgeruimd toen premier Papandreou in november 2011 het referendum weer afblies dat hij zelf pas had aangekondigd. Pathetisch had hij geroepen dat de wil van het volk bindend was. Onder Europese druk slikte hij zijn woorden weer in om plaats te ruimen voor de bankier Papademos.” (p.110-111) Ook in Italië zette de EU haar niet-verkozen mannetje Mario Monti op de plaats van de verkozen premier Silvio Berlusconi.

                Sedert zij de uitslag van het Franse en Nederlandse referendum over de EU-grondwet genegeerd heeft, gaat de EU steeds openlijker tegen de democratie in. De crisis heeft de laatste schaamlapjes doen wegwaaien.

 

De crisis

Wanneer het over de oorzaak van de huidige crisis gaat, dansen onze economen en mediacraten om de hete brij heen. Niet zo Jos De Man: “De primaire oorzaak [van de crisis] was de ineenstorting van de huizenmarkt. Onder invloed van pressiegroepen van minderheden, in het bijzonder het uiteindelijk als malafide ontmaskerde Afro-Amerikaanse Acorn, hebben opeenvolgende Amerikaanse presidenten, van Carter tot George W. Bush, de hypotheekmaatschappijen en banken ertoe aangezet, en onder dreiging met sancties verplicht, leningen tegen gunstvoorwaarden te verstrekken aan lieden die geen enkele waarborg konden bieden.” (p.39)

Dit was de “’billijkheid’  bij het verlenen van kredieten door het opleggen van recordboetes en schadevergoedingen. Hier was echter geen sprake  van billijkheid, wel van doorgeschoten democratisering, en meerbepaald van een absurde invulling van het grondrecht op eigendom... De banken en hypotheekmaatschappijen waren niet vrij, ze werden gedwongen leningen te verstrekken aan insolvente personen.” (39).

Zodus, de beroepsmensen van de rassenrelaties hebben de economische crisis uitgelokt. Maar het is veel gemakkelijker om tegen het “kapitalisme” te fulmineren en in de oude socialistische zekerheden te blijven geloven, zoals de Occupy/Indignados-beweging doet. Onze media reppen dus met geen woord over de echte oorzaak en richten de schijnwerper liever op (inderdaad kwalijke) nevenverschijnselen als de megabonussen voor mislukte bankiers.

 

Democratie

 Europeanen genieten weinig beslissingsmacht, maar: “Bij deze weinig opbeurende analyse mag niet uit het oog worden verloren dat de democratie altijd een wankele constructie is geweest, met congenitale feilen. Zo is ze gegrondvest op de fictie dat zij zou voortvloeien uit het vrije debat tussen geïnformeerde burgers. Vele burgers zijn niet geïnformeerd.” (p.68)

Er bestaat echter een oplossing voor dit probleem: “In dit opzicht worden de voordelen van directe democratie duidelijk. Het invoeren van het referendum zou niet alleen het democratisch tekort, maar ook het informatiedeficit enigszins compenseren.” (p.69) Daarom is De Man ondanks alles democraat in hart en nieren: “Het referendum is de toetssteen van de democratie. Het is de pure uiting van de wil van het volk. De burgers beslissen wat er moet gebeuren en de regering voert uit.” (p.69)

Meermalen haalt de auteur het voorbeeld van de Zwitserse democratie aan. Hoe komt het dat Zwitserland samenblijft? “Wel, het heeft, behalve met hun tradities en hun eeuwenoud samenhorigheidsgevoel ook met hun staatsbestel te maken. Het is geschoeid op een leest van directe democratie, met referenda en een strikte toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.” (p.69) Daarentegen: “De Europese Unie hanteert het omgekeerde model. De beslissingsmacht wordt opgezogen door het niet eens verkozen centraal gezag. Het volk heeft niets te willen en niets te mopperen.” (p.69-70)

De auteur baseert zich op Lee Harris: “Toch wil hij de idee – hij noemt ze zelf een ‘begoocheling’ – dat het volk zichzelf kan besturen, niet opgeven. Want de enige rem op de onstilbare machtshonger van de elite is hun vrees dat het volk er een keer zo grondig van baalt dat het de elite eruit gooit.” (p.67-68)

Hij gaat in tegen Hans Hermann Hoppe, die uit libertarische de democratie principieel verwerpt. Diens diagnose van de politieke problemen in een democratie is wel grotendeels juist: “Dat de leiders in een sociaaldemocratie rechten zonder plichten invoeren, heeft volgens Hoppe ook te maken met electorale berekening. Het lakse immigratiebeleid is een gevolg van deze mentaliteit.” (p.64)

Maar hij gelooft niet in Hoppe’s alternatief voor de democratie: “Hoppe is geen aanhanger van de democratie. Hij pleit voor een maatschappij van privaatrecht, waar geen privileges bestaan. In een democratie zijn die er uiteraard wel. Ze zijn niet met de persoon verbonden – iedereen is gelijk voor de wet – maar met de functie. (…) Niemand zou het recht hebben belastingen te heffen of rechtmatige eigenaars te onteigenen. Het is een idyllisch plaatje. Het libertaire bestel dat Hoppe voor ogen staat, is heel misschien denkbaar in een kleine besloten gemeenschap van gelijkgestemde individuen. Net zoals linkse utopieën die uitgaan van een ‘nieuwe mens’, geheel opgetrokken uit solidariteit, die dan gauw even ‘gemaakt’ zal worden, poneert Hoppe een niet-bestaand mensentype, dat de zeven hoofdzonden zou hebben afgeschaft. In de reële wereld moet men zich behelpen met de democratie, of wat ervan overblijft.” (p.65)

Libertariërs als Hoppe zijn de “marxisten van rechts” genoemd, in die zin dat zij van de goedheid van de menselijke natuur uitgaan. De Man gaat uit van de feilbaarheid van de mens, en hij houdt de democratie hoog als het minst slechte correctiesysteem.

 

Het postdemocratische regime

Onze democratieën waren al niet heel democratisch, ook niet toen zij hun tegenstanders “ondemocratisch” noemden, maar nu komen zij er steeds openlijker voor uit. Een typisch en trendsettend voorbeeld waren de regeringen van New Labour (1997-2010), rolmodel van onze paarse regeringen-Verhofstadt. En het gaat niet alleen om de toenmalige cultuur van de perceptie die de werkelijkheid moest doen vergeten, en die belichaamd werd in de spin doctors Alastair Campbell resp. Noël Slangen. De Man gelooft, net als de orthodoxe marxisten, niet in de New Labour-filosofie van de Derde Weg: “Bij een geldmarkt zonder grenzen horen politici zonder scrupules. Tony Blair is het prototype.” (p.54)

Die man, Blair, lijdt aan “delusions of honesty”, aldus Theodore Dalrymple. In False Dawn wijst filosoof John Gray op de contradictie in zijn missie, die in “gedereguleerde markt verzoenen met sociale cohesie” bestond. (p.55) Maar: “In de wereld van Blair, en van vele politici, bestaat de pers niet om kritisch te berichten over overheden en bedrijfsleiders, maar om door hen bespeeld te worden.” (p.56)

De Derde Weg leidde tot niets anders dan totale uitverkoop, ook in het buitenlands beleid: “En alweer ging hij verder dan Thatcher. Zij had in de Falklands haar eigen oorlog gevoerd. Blair voerde in Irak een Amerikaanse oorlog. Downing Street werd de echokamer van het Witte Huis.” (p.57)

New Labour belichaamde en verergerde een mentaliteit bij de jongeren, die tot uiting kwam toen daarna de Conservatief-Liberale regering aangetreden was, met de warenhuisrellen in de zomer van 2011. Hoppe drukt  barbarij en beschaving uit in termen van time preference, tijdsvoorkeur, en de plunderingen waren een uiting van een zeer verminderde tijdsvoorkeur. Omdat de hedendaagse consumptiemens altijd onmiddellijke bevrediging nastreeft, stelt Dalrymple deze diagnose: “De westerse mens is in feite een kind.” (p.62) De Man voegt eraan toe: “De herverdeling heeft bovendien een nadelig effect in de rangen van de productieve bevolking. Zij krijgen de indruk dat zij gestraft worden voor hun prestatie.” (62)

Hij is niet optimistisch voor de nabije toekomst: “De tendens om over te schakelen van de productie naar de onproductieve activiteiten zal versterkt worden, leidend tot een voortdurend stijgende graad van time preference en een voortschrijdend beschavingsdeficit – infantilisering en tenietgaan van het moreel besef – in de burgermaatschappij.” (p.63)   

 

 Islamofobie

Het slagveld tussen de volkswil en de utopieën van een bepaalde elite is het immigratie- en integratiekwestie. De uitspraken van Verhofstadt tegen het Franse identiteitsdebat, of de visie van Herman Van Rompuy, getuigen van angst: “Het is in politiek correcte kring een Pavlovreflex geworden om uitspraken en initiatieven die niet stroken met de eigen ideologie te duiden als een uiting van angst,van een… fobie. De verlichte ‘elite’ verkrampt telkens wanneer de kiezer zich niet naar haar voorschrift gedraagt. Zij is het brein, het volk de onderbuik. Zij is redelijk, het volk is bang.” (p.277)

Het toegepaste aantiracisme is nu de staatsideologie van de EU geworden. Het kaderbesluit 2008/913/JHA van de Europese Raad tegen “racisme en xenofobie” eist dat de lidstaten uitingen hiervan met minimum 1 jaar celstraf beteugelen: “Klacht of geen klacht, de racist – lees de tegenstander van het multiculturalisme en zijn vele kwalijke uitwassen – zal ontmaskerd worden en voor de rechter gesleept. Kaderbesluit 2008/913/JHA spant de garrot aan waarmee de meningsvrijheid langzaam zal worden gewurgd.” (p.343)

Naar aanleiding van het (met een boete beëindigde) proces tegen Elisabeth Sabaditsch-Wolf stelt de auteur: “In alle gedingen tegen islamcritici ontwaren we hetzelfde patroon: zij staan terecht wegens hun politieke opvattingen, die als haat, laster of discriminatie worden gekwalificeerd. Een mening die men niet kan noch wil weerleggen noch tolereren, wordt dan handig verpakt als ‘haat’.” (p.341)

 Over Guy Verhofstadt vertelt men de grap: “Hoe zie je dat Verhofstadt staat te liegen? – Zijn lippen bewegen.” Hij heeft een lange weg afgelegd, van islamofoob en direct-democratisch revolutionair in de tijd van zijn Burgermanifesten tot EU-toppoliticus nu:  “Later heeft hij, toen een passage uit het Tweede Manifest werd geciteerd waarin hij de islam onverenigbaar noemde met de democratie, aangevoerd dat deze tekst een jeugdzonde was. Verhofstadt was dan 39 jaar geworden, en partijleider met beleidservaring.” (p.103) Het was dus zeker geen “jeugdzonde”.

De Man ontleedt de taalmanipulaties die dit anti-democratisch beleid aanvaardbaar moeten maken, bv. het slagwoord diversiteit: “De term diversiteit is een vlag die verschillende ladingen dekt.” Naast verschil in talent en etnisch verschil in het personeelsbestand van een bedrijf is er nog deze: “Een derde, politiek correcte betekenis van diversiteit wordt gekleurd door de these van het slachtofferschap. Minderheden zijn kansarm omdat ze verdrukt worden, en wel door de machtsstructuren van de blanke, heteroseksuele man.” (p.264)

Onderzoeksresultaten bewijzen dat de immigratie, die in de tiijd van de gastarbeid voor de bedrijven nog rendabel was, sinds lang een enorm dure verliespost geworden is: “Conclusie: diversiteit is een kostenfactor die geen voordeel oplevert.” (p.265)

 

Rasverschillen

Intelligentie wordt bepaald door twee (groepen van) factoren, samen te vatten als nature en nurture, d.w.z. erfelijkheid en beïnvloeding door de omgeving. Beide hebben hun belang. Wie geestdriftig is voor de nu slecht geziene beklemtoning van de erfelijkheidsfactor, veronachtzaamt wel eens het belang van de omgevingsinvloed, bv.: “Hoe intelligentie door de omgeving beïnvloed wordt, ziet men in Groot-Brittannië waar kinderen van hindoes betere resultaten halen dan Britse leerlingen en waar de Pakistaanse jongeren, die genetisch nauwelijks van de hindoes verschillen, ver achteraan bengelen. De beslissende factor is hier de religie. De islam met zijn pretentie van alwetendheid en zijn afkeer van nieuwsgierigheid en kritisch onderzoek, is een buffer tegen wetenschappelijke ontwikkeling.” (p.256)

Dat mocht wel eens gezegd worden, maar het verketteren van de erfelijkheidsfactor komt vandaag veel meer voor. De Man wijst er echter op dat het beste wetenschappelijk onderzoek hier geen twijfel over laat bestaan. Bedenk dat CGKR-voorzitter Jozef De Witte het als een bewijs van “racisme” (bij de inheemsen, natuurlijk) zag dat vele Vlamingen blijkens peilingen in de erfelijke factor van intelligentie geloven, een wetenschappelijk vastgesteld feit. Het officiële beleid wordt geïnformeerd door neo-lysenkoïstische pseudowetenschap, zoals onder Trofim Denisovitsj Lysenko, de bioloog van Jozef Stalin.

Onderwijsminister Pascal Smet vindt dat de scholen een afspiegeling van de samenleving moeten zijn en dat autochtone sterke leerlingen moeten fungeren als gangmaker voor de zwakkeren/allochtonen. De Man noemt dit “onzin”, en met verwijzing naar de bevindingen van prof. Jaap Dronkers betoogt hij dat “een grotere etnische diversiteit in het middelbaar onderwijs de prestaties van zowel de allochtone als de autochtone leerlingen ongunstig beïnvloedt”. (p.257) Deze wetenschappelijke vaststelling wordt door het onderwijsbeleid straal genegeerd, maar: “Men begrijpt dat autochtone ouders zich zelden geroepen voelen om de kansen van hun eigen kinderen te hypothekeren ten bate van de gelijke kansen van de migrantenkinderen.” (p.259) Ook de progressieve politici Femke Halsema en Wouter Bos sturen hun eigen kinderen naar “witte” scholen.

De cijfers vertellen een duidelijk verhaal: “Finland bevindt zich aan de top van de PISA-ranglijst in gezelschap van Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore, stuk voor stuk landen die legale en administratieve borstweringen hebben opgetrokken tegen de golven van de immigratie.” (p.255) Vergelijken we het homogene Finland met het vergelijkbare maar militant multiculturele Zweden, dan zien we een succesverhaal tegen één van voortschrijdende neergang.

In Duitsland voorspelt Theo Sarrazin een achteruitgang in gemiddeld intelligentiepeil van de bevolking. Bij migrantenkinderen, nu nog altijd een minderheid, zit een ruime meerderheid van zij die de school zonder diploma verlaten. “De migranten – hoofdzakelijk moslims – zijn vruchtbaarder dan de autochtonen. Hun kinderen halen slechte resultaten op school. Dus daalt het IQ van de totale bevolking. Duitsland wordt dommer.” (p.254)

Meer en meer landen voeren immigratiebeperkingen in. Maar hier is de oude wijze man, die de grote tijd nog heeft meegemaakt, werkelijk uitgesproken pessimistisch: “Betekent dit dat de benarde situatie in Duitsland en Europa ingrijpend zal gewijzigd worden? Het antwoord in neen. Duitsland heeft eerder al, net als bijvoorbeeld Nederland en Denemarken, beperkingen uitgevaardigd op gezinsmigratie. Overal in Europa, behalve in het door marskramers bestuurde België en het van politieke correctheid dol geworden Zweden, staan herzieningen van het asielrecht op het getouw. Veel zal het niet uithalen. Om drie redenen: Ten eerste, de EU en de Europese gerechtshoven zullen de pogingen van de naties om schoon schip te maken blijven dwarsbomen. Ten tweede, de illegalen uit Afrika zijn niet te stuiten zolang er geen fort Europa wordt gebouwd. Ten derde, zelfs zonder bijkomende inwijking is de toekomst van Europa al door de demografie beslecht.” (p.254)

 

Besluit

Of het nog veel verschil zal uitmaken, is iets dat we slechts kunnen hopen, maar de invoering van een authentieke democratie is wel een minimumvoorwaarde om het tij te keren. Een eerste prioriteit is het herstel van het steeds verder beknibbelde recht op vrije meningsuiting, conditio sine qua non voor een geïnformeerd burgerschap dat soeverein de macht kan uitoefenen. Jos De Man voert de goede strijd. Want alleen democratie zal ons kunnen redden.

Labels: , , , ,

Read more...

11 februari 2013

Ballade van een straathoekwerker


 

 

De islam is een probleem, voorzeker, maar een voorlopig nog omvangrijker probleem is de weigering om dat onder ogen te zien. Onze beleidvoerders steken hun kop in het zand en grijpen elke strohalm die hen in de begoocheling bevestigt dat het allemaal onbelangrijk is en niet aan de islam ligt. Nu hebben wij een getuigenis van op het terrein, van een heuse straathoekwerker die het allemaal van dichtbij beleefd heeft: Kroniek van een aangekondigd onheil. Radicale islam in Vlaanderen (ASP, Brussel 2012) door Peter Calluy.

Het eerste voorwoord is van Johan  Braeckman, het tweede van Wim Van Rooy, en dan krijgen we nog een uitgebreide verantwoording door de auteur. Op p.33 begint hij dan eindelijk zijn verhaal, hoe hij als zoon van een paracommando die in Kongo zijn geloof verloren was, zelf vrijzinnig opgroeide. Hoe hij na tien jaar als vrachtwagenchauffeur dit werk door rugklachten niet meer kon doen, en dan maar in Boom straathoekwerker werd. Daar werd hij als socialistisch partijman zeer verwelkomd door de gemeentelijke SP.a.

Calluy moest bijvoorbeeld voor het festival Mano Mundo van het Darwinjaar 2009 een debat over de evolutieleer voorbereiden. Intussen werd daar ook over gedebatteerd in De Zevende Dag: “De imam (Nordin Taouil) verdedigde de letterlijke interpretatie van de sacrale Koran en Bijbelteksten als de enige waarheid.” (p.249) Hij eiste dat de islamitische creationist Harun Yahya op dezelfde voet onderwezen werd. Dat maakt dus duidelijk waarmee we geconfronteerd worden. In Boom ging het Darwin-debat dus niet door, want er was druk uitgeoefend en de politici hadden toegegeven. De gemeente stuurde Calluy het sms-bericht: “Darwinproject is niet weerhouden. Niet opportuun en te gevoelig.” Als atheïst had hij niet gedacht dat atheïsten een gediscrimineerde groep vormen, tot dan.

Vanuit zijn functie kreeg hij te maken met een zekere Fouad Belkacem, later ook bekend als Abu Imran. Die was stichtend voorzitter van Jongeren Voor Islam, een salafistische moslimvereniging en voorloper van Sharia4Belgium. We zien hem als de spin in het islamistisch web in een organigram (p.286). Hij wist de homo’s en andere verenigingen uit het jeugdhuis buiten te pesten. Als straathoekwerker had Calluy als job, met de betrokken jongeren te praten en de verhoudingen tussen de verschillende verenigingen te bevorderen. Maar tegen het charisma van Belkacem was hij niet opgewassen. Dus waarschuwde hij zijn politieke oversten. Die hadden het bekende gedrag: eerst het probleem negeren, dan wat pappen en nathouden, tenslotte zich kwaad maken op de boodschapper. Hij noemt namen, bv. Caroline Gennez ontpopte zich als een fanatieke islamnegationiste.

Ook academici zijn bij de moedwillig blinden voor het islamgedrijf. De meeste beroepsmensen in de departementen voor multiculturele of islamologische studies worden nu geselecteerd op hun “betrouwbare” standpunten. En als ze niet in de pas lopen, krijgen ze last. Zo heeft de denktank Vigilance Musulmane een klacht ingediend bij het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding tegen socioloog Mark Elchardus (VUB). “De groep valt erover dat de socioloog een verband heeft gelegd tussen islam en antisemitisme.”

Je zou je kunnen afvragen of de auteur, die wegens te radicaal door burgemeester Patrick Marnef (SP.a) ontslagen werd, de politieke slapheid eigenlijk wel hard genoeg beoordeelt. Meestal wel, maar soms ontgaat hem het ideologisch belang van sommige woorden of daden. Bijvoorbeeld, de Antwerpse schooldirectrice Karin Heremans getuigt over de hoofddoekbetwisting, waarin ook Abu Imran een opstokende rol speelde: “Waarop de hele speelplaats de takbir [= tot-groot-verklaring: ‘God is groter’] begon te scanderen: Allahu akbar… Als ze deze beelden straks uitzenden, staat Vlaanderen op z’n kop, dacht ik. Het pleit voor de verantwoordelijkheidszin van de pers dat ze dat niet gedaan heeft.” (p.259) Calluy verslaat die verklaring zonder veel ideologisch commentaar.

We willen iemand in haar positie niet te hard bekritiseren, maar eigenlijk bepleit ze de islamvriendelijke en waarheidvrezende houding die zoveel kwaad doet. Als lezer krijg ik dan de gedachte: Karin Heremans toont moed door de hoofddoek te verbieden, maar ideologisch is zij net zo weigerachtig om het islamprobleem onder ogen te zien als de meeste politici. Het is juist onverantwoordelijk van de media dat ze die islamitische motivering buiten beeld gehouden hebben. Het is namelijk heel belangrijk dat de Vlaamse bevolking op de hoogte gesteld wordt van de ideologie die achter het verschijnsel Abu Imran schuilgaat, en die hem toegang verschaft tot een ruime achterban, namelijk alle jongeren die “moslim” als identiteit meegekregen hebben..

Het boek bevat 15 bijlagen, meestal documenten uit politiek en lobbywerk, ook de statuten van Jongeren voor Islam en het manifest van de Moslim-Democratische Partij (“De islam is een politieke religie”, p.323), de tekst van de tussenkomst van prof. Hans Jansen tijdens het gewonnen proces-Wilders, meerdere interviews met prof. Urbain Vermeulen  en het Knack-vraaggesprek met Calluy zelf. Ik ben blij van met Vermeulen van mening te kunnen verschillen waar hij zegt: “Het gaat de moslims niet om overheersen.” (p.380) Daar gaat het niet alle moslims om, maar wel een kritische massa onder hen. Hij herstelt zich wel door dan uit te weiden over de assimilatie van allochtonen, die zonder krachtig ingrijpen slechts wensdenken is.

Een hoopvolle ontwikkeling is dat vele moslimradicalen uiteindelijk ontwaken. Van ene X wil Calluy zelfs de naam niet onthullen om hem niet te benadelen (p.29), en ook een medebestuurder van Fouad Belkacem geeft nu toe dat “wij allemaal precies zot waren geworden” (p.29). Tegelijk hoopgevend en verontrustend is het bestaan van de Vereniging van Belgische ex-Moslims: zij gebruikt graag de Vlaamse ex-bekeerling Peter Velle als woordvoerder, want de geboren moslims onder hen “willen niet publiekelijk naar voren treden. Reden: angst.” (p.255) Dat is de werkelijkheid van de islam in onze samenleving. En we moeten Peter Calluy dankbaar zijn dat hij de politici op hun verwaarloosde verantwoordelijkheid daarin gewezen heeft.

 

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>