11 februari 2013

Ballade van een straathoekwerker


 

 

De islam is een probleem, voorzeker, maar een voorlopig nog omvangrijker probleem is de weigering om dat onder ogen te zien. Onze beleidvoerders steken hun kop in het zand en grijpen elke strohalm die hen in de begoocheling bevestigt dat het allemaal onbelangrijk is en niet aan de islam ligt. Nu hebben wij een getuigenis van op het terrein, van een heuse straathoekwerker die het allemaal van dichtbij beleefd heeft: Kroniek van een aangekondigd onheil. Radicale islam in Vlaanderen (ASP, Brussel 2012) door Peter Calluy.

Het eerste voorwoord is van Johan  Braeckman, het tweede van Wim Van Rooy, en dan krijgen we nog een uitgebreide verantwoording door de auteur. Op p.33 begint hij dan eindelijk zijn verhaal, hoe hij als zoon van een paracommando die in Kongo zijn geloof verloren was, zelf vrijzinnig opgroeide. Hoe hij na tien jaar als vrachtwagenchauffeur dit werk door rugklachten niet meer kon doen, en dan maar in Boom straathoekwerker werd. Daar werd hij als socialistisch partijman zeer verwelkomd door de gemeentelijke SP.a.

Calluy moest bijvoorbeeld voor het festival Mano Mundo van het Darwinjaar 2009 een debat over de evolutieleer voorbereiden. Intussen werd daar ook over gedebatteerd in De Zevende Dag: “De imam (Nordin Taouil) verdedigde de letterlijke interpretatie van de sacrale Koran en Bijbelteksten als de enige waarheid.” (p.249) Hij eiste dat de islamitische creationist Harun Yahya op dezelfde voet onderwezen werd. Dat maakt dus duidelijk waarmee we geconfronteerd worden. In Boom ging het Darwin-debat dus niet door, want er was druk uitgeoefend en de politici hadden toegegeven. De gemeente stuurde Calluy het sms-bericht: “Darwinproject is niet weerhouden. Niet opportuun en te gevoelig.” Als atheïst had hij niet gedacht dat atheïsten een gediscrimineerde groep vormen, tot dan.

Vanuit zijn functie kreeg hij te maken met een zekere Fouad Belkacem, later ook bekend als Abu Imran. Die was stichtend voorzitter van Jongeren Voor Islam, een salafistische moslimvereniging en voorloper van Sharia4Belgium. We zien hem als de spin in het islamistisch web in een organigram (p.286). Hij wist de homo’s en andere verenigingen uit het jeugdhuis buiten te pesten. Als straathoekwerker had Calluy als job, met de betrokken jongeren te praten en de verhoudingen tussen de verschillende verenigingen te bevorderen. Maar tegen het charisma van Belkacem was hij niet opgewassen. Dus waarschuwde hij zijn politieke oversten. Die hadden het bekende gedrag: eerst het probleem negeren, dan wat pappen en nathouden, tenslotte zich kwaad maken op de boodschapper. Hij noemt namen, bv. Caroline Gennez ontpopte zich als een fanatieke islamnegationiste.

Ook academici zijn bij de moedwillig blinden voor het islamgedrijf. De meeste beroepsmensen in de departementen voor multiculturele of islamologische studies worden nu geselecteerd op hun “betrouwbare” standpunten. En als ze niet in de pas lopen, krijgen ze last. Zo heeft de denktank Vigilance Musulmane een klacht ingediend bij het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding tegen socioloog Mark Elchardus (VUB). “De groep valt erover dat de socioloog een verband heeft gelegd tussen islam en antisemitisme.”

Je zou je kunnen afvragen of de auteur, die wegens te radicaal door burgemeester Patrick Marnef (SP.a) ontslagen werd, de politieke slapheid eigenlijk wel hard genoeg beoordeelt. Meestal wel, maar soms ontgaat hem het ideologisch belang van sommige woorden of daden. Bijvoorbeeld, de Antwerpse schooldirectrice Karin Heremans getuigt over de hoofddoekbetwisting, waarin ook Abu Imran een opstokende rol speelde: “Waarop de hele speelplaats de takbir [= tot-groot-verklaring: ‘God is groter’] begon te scanderen: Allahu akbar… Als ze deze beelden straks uitzenden, staat Vlaanderen op z’n kop, dacht ik. Het pleit voor de verantwoordelijkheidszin van de pers dat ze dat niet gedaan heeft.” (p.259) Calluy verslaat die verklaring zonder veel ideologisch commentaar.

We willen iemand in haar positie niet te hard bekritiseren, maar eigenlijk bepleit ze de islamvriendelijke en waarheidvrezende houding die zoveel kwaad doet. Als lezer krijg ik dan de gedachte: Karin Heremans toont moed door de hoofddoek te verbieden, maar ideologisch is zij net zo weigerachtig om het islamprobleem onder ogen te zien als de meeste politici. Het is juist onverantwoordelijk van de media dat ze die islamitische motivering buiten beeld gehouden hebben. Het is namelijk heel belangrijk dat de Vlaamse bevolking op de hoogte gesteld wordt van de ideologie die achter het verschijnsel Abu Imran schuilgaat, en die hem toegang verschaft tot een ruime achterban, namelijk alle jongeren die “moslim” als identiteit meegekregen hebben..

Het boek bevat 15 bijlagen, meestal documenten uit politiek en lobbywerk, ook de statuten van Jongeren voor Islam en het manifest van de Moslim-Democratische Partij (“De islam is een politieke religie”, p.323), de tekst van de tussenkomst van prof. Hans Jansen tijdens het gewonnen proces-Wilders, meerdere interviews met prof. Urbain Vermeulen  en het Knack-vraaggesprek met Calluy zelf. Ik ben blij van met Vermeulen van mening te kunnen verschillen waar hij zegt: “Het gaat de moslims niet om overheersen.” (p.380) Daar gaat het niet alle moslims om, maar wel een kritische massa onder hen. Hij herstelt zich wel door dan uit te weiden over de assimilatie van allochtonen, die zonder krachtig ingrijpen slechts wensdenken is.

Een hoopvolle ontwikkeling is dat vele moslimradicalen uiteindelijk ontwaken. Van ene X wil Calluy zelfs de naam niet onthullen om hem niet te benadelen (p.29), en ook een medebestuurder van Fouad Belkacem geeft nu toe dat “wij allemaal precies zot waren geworden” (p.29). Tegelijk hoopgevend en verontrustend is het bestaan van de Vereniging van Belgische ex-Moslims: zij gebruikt graag de Vlaamse ex-bekeerling Peter Velle als woordvoerder, want de geboren moslims onder hen “willen niet publiekelijk naar voren treden. Reden: angst.” (p.255) Dat is de werkelijkheid van de islam in onze samenleving. En we moeten Peter Calluy dankbaar zijn dat hij de politici op hun verwaarloosde verantwoordelijkheid daarin gewezen heeft.

 

Labels: , , , , ,

Read more...

29 juni 2009

Drie dhimmi's over de hoofddoeken (Hoegin)

HoofddoekDe twee opiniestukken die vandaag in De Standaard stonden tonen weer eens mooi aan hoe het debat over de hoofddoeken in de Antwerpse scholen vakkundig in één richting gestuurd worden. De ene stond bol van de kromme redeneringen, voor zover ze al de naam redenering waard waren, terwijl de andere van zo'n anekdotisch/naïvistisch niveau was dat je je afvraagt of de redactie van de krant soms denkt dat haar lezers allemaal complete idioten zijn.

Beginnen we met het stuk van Hugo van Assche, elders reeds vakkundig aangepakt door collega Marc Vanfraechem. Volgens hem hebben de hoofddoeken ook voordelen, want ze maken relaties en gezinnen stabieler. Wie het stuk niet al te oplettend doorleest zou zelfs beginnen vermoeden dat de opgedrongen hoofddoek al ettelijke meisjes uit de prostitutie heeft gered. Wie het stuk vervolgens wat aandachtiger doorneemt, kan die indruk trouwens niet van zich afschudden. (En sinds wanneer is prostitutie trouwens een oneerbaar beroep geworden in het progressieve wereldje? Ik dacht immers dat prostituees mondige vrouwen waren, die zich door niemand de les lieten spellen – een kenmerk dat ze blijkbaar gemeen hebben met die mondige moslimmeisjes met de hoofddoek.)

Ik vrees dat de man een beetje last heeft van het beruchte Stockholmsyndroom. In zijn stuk bewijst hij dat hij ervaring genoeg heeft om te weten dat de groepsdruk waar niemand het over wil hebben wel degelijk bestaat. En dat die groepsdruk zelfs zo sterk is, dat ze ook buiten de eigen religieus-etnische groep voelbaar is, zoals hij met een voorbeeld aantoont. Maar vervolgens schrijft hij dan weer klinkklare onzin, zoals bijvoorbeeld dat onze wetten zouden garanderen dat die meisjes later sowieso hun eigen keuzes zouden kunnen maken. Die Nederlands-Congolese vrouw uit zijn restaurant kan er van meespreken! Een kwart van de Marokkaanse vrouwen in België is daarover trouwens ook een heel andere mening toegedaan, klonk het, nota bene, helemaal vanuit Rabat. Over die Algerijnse in Marseille gaan we het dan niet hebben, want die valt natuurlijk onder de Franse wetgeving, en dat maakt de zaak voor haar natuurlijk helemaal anders.

Maar wat mij, alweer, het meest verbaast, is dat die brief door de redactie van de «kwaliteits»-krant De Standaard aanvaard en ongecensureerd gepubliceerd werd. Van dat voorrecht konden bijvoorbeeld Johan Sanctorum e.a. nochtans niet genieten toen het over de affaire-Gounod/Dillen ging, om over de systematische behandeling van de opiniestukken van de hand van Vlaams Belang-mandatarissen nog maar te zwijgen. Merkwaardig toch: aantoonbare, ja zelfs stuitende ongerijmdheden gaan zonder problemen de krant in, maar een open brief ondertekend door een stuk of dertig intellectuelen, daar gaat men met de rode pen doorheen, zonder voorafgaande afspraken of verwittigingen zelfs!

Over naar het andere opiniestuk over de hoofddoekenkwestie, geschreven door de twee helden Filip Buntinx en Kris Gysels. Ik schrijf helden, want de twee bestuursleden van de Open Vld Groot-Antwerpen schreven het politiek correcte stuk, stel je voor, in eigen naam. Als koning Albert II nog niet weet wie hij volgende maand moet belonen met een baronnen- of graventitel voor getoonde heldenmoed, ziehier twee uitstekende kandidaten. Maar of ze ook iets zinnigs te vertellen hebben, dat is natuurlijk een andere zaak.

Het naïvisme van de twee druipt er in ieder geval langs de vier kanten van het stukje van af. Alleen hun bewondering voor de moslimmeisjes die de laatste dagen voor de camera's opgevoerd werden overtreft dat naïvisme nog. Zij kunnen het allemaal «haarfijn» uitleggen en zouden in hun «discours» zelfs «staalharde» argumenten hanteren, alstublieft. Dat er op het thuisfront voor sommigen van die moslimmeisjes af en toe wel eens even «staalharde» vuistslagen te rapen vallen als ze hun hoofddoek niet opzetten, en dat ze riskeren op straat «haarfijn» verkracht te worden als ze niet goed opletten, zijn natuurlijk twee bijkomstigheden waar deze twee helden geen weet van hebben, of willen hebben. Alsof het ook de slachtoffers van nachtelijke laagvliegers zijn die telkens weer het hardst op straat staan te roepen dat die flitspalen compleet overbodig zijn, en het verkeersreglement alleen maar gemaakt is voor de voorzichtige weggebruikers die zelf al blij zijn als ze weer eens zonder kleerscheuren thuisgeraakt zijn. Het hoofddoekenverbod is er niet voor de sterke, mondige meisjes, maar net voor hen die in een zwakke positie staan. En trouwens met een bang hartje de zomervakantie afwachten, want ze weten nooit of ze wel ongehuwd terug uit vakantie zullen komen, maar ook dat is waarschijnlijk een fenomeen waar dit koppel nog nooit van gehoord heeft…

Tot slot dan nog het argument dat het precies het hoofddoekenverbod is dat de moslimmeisjes er zou toe aanzetten met zoveel hardnekkigheid vast te willen houden aan dat stukje stof. Een puberale revolte noemen ze het. Ziedaar misschien de oplossing voor de verfransing van de Vlaamse Rand rond Brussel: verplicht alle Franstalige leerlingen in de lokale basisscholen op de speelplaats Frans te spreken. Misschien kunnen de faciliteiten dan in de loop van één generatie afgeschaft worden via zo'n puberale revolte, en Brussel-Halle-Vilvoorde alsnog zonder compensaties gesplitst worden? N-VA en Vlaams Belang kunnen er een puntje aan zuigen!

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit een politiek debat, aangericht door het bestuur van de Open Vld Groot-Antwerpen, heb mogen meemaken, maar veel heb ik daar vermoedelijk niet aan gemist. De twee heerschappen erkennen immers dat ze zelden zo'n hoogstaand publiekelijk debat hebben mogen meemaken als wat zich de jongste dagen heeft afgespeeld in de Vlaamse media. Ja, een dolgedraaide imam die de moslimmeisjes oproept thuis te blijven als ze op school hun hoofddoek niet mogen aanhouden, dat valt inderdaad niet alle dagen voor. Maar hoogstaand? Of zelfs nog maar «debat» tout court? Die twee hebben een wel heel subtiele vorm van humor die mij volledig ontgaat, of geen flauw benul van hoe een politiek debat in een normaal, democratisch land gevoerd wordt. Om maar iets te zeggen: tegenstanders, ja zelfs uitgesproken tegenstanders worden daar gewoonlijk ook al eens aan het woord gelaten, in plaats van die ene enkele eenzame zwaluw van een Bart de Wever. En die laatste wordt dan nog alleen maar –gewillig– opgevoerd om toch maar een beetje de wind uit de zeilen van het Vlaams Belang te houden, en laten we daar maar niet onnozel over doen.

Alvast twee zaken hebben deze twee opiniestukken met mekaar gemeen. Vooreerst is er de dhimmitude, die beide stukken zwaar uitademen. Het is duidelijk dat alle drie de auteurs afbuigen voor het recht van de sterkste, en de sterkste in Antwerpen, dat is op dit ogenblik de islam. Maar bovendien is het duidelijk dat het debat op dit ogenblik gestuurd wordt door de krantenredacties. Wie zich uitspreekt tegen het hoofddoekenverbod, krijgt alle plaats toegemeten, zelfs al kraamt men alleen maar onzin uit, terwijl tegenstanders slechts met mondjesmaat tot het debat toegelaten worden. Een diepere analyse dan hoe mondig en moedig die moslimmeisjes toch wel zijn wordt absoluut niet toegelaten, vermoedelijk uit vrees hierdoor op een hellend vlak terecht te komen waarbij het vroeg of laat over de multi-culturele maatschappij zelf dreigt te gaan. Over de rol van de moslimjongens wordt daarom zedig –en misdadig– gezwegen.

Bovendien wordt op deze manier de druk op de Karin Heremans, de directrice van het Koninklijk Atheneum Antwerpen, opgevoerd om haar beslissing terug te draaien. Het is duidelijk dat het hoofddoekenverbod in bijzonder slechte aarde is gevallen bij links Vlaanderen, en dat alle zeilen, ook de zotste, nu bijgezet worden. Dit eenrichtingsdebat is dus nog lang niet over. Hopelijk is zij zelf niet zo naïef te denken dat ze ooit nog promotie zal kunnen maken, tenzij om op een zijspoor gezet te worden. Hoewel… er is natuurlijk hoop. Nu Patrick Janssens in het geheim getrouwd is –let trouwens op de platte leugen in het artikel, namelijk dat de vonk pas nà haar promotie overgesprongen zou zijn– heeft hij misschien wel tijd voor een nieuwe maîtresse?

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

27 juni 2009

De sluier rond het hoofddoekendebat (Hoegin)

HoofddoekMag ook de laatste school in Antwerpen hoofddoeken verbieden? Het debat over hoofddoeken op school laaide de afgelopen week stevig op, maar verder dan wat platte algemeenheden over de vrijheid van godsdienst contra de machocultuur bij moslimjongens raakte de discussie jammer genoeg niet.

Meyrem Almaci deed donderdag in De Standaard een halfbakken poging om het debat over het hoofddoekenverbod wat open te trekken. Ze klaagde daarbij vooral de groepsdruk aan, maar vergat wel een oplossing voor het probleem te suggereren. En o ja, voor het geval daar twijfel moest over bestaan, zelf droeg zij ook een hoofddoek op school, maar helemaal volledig uit vrije wil natuurlijk. Of wat dacht u? De reeks interviewen in de Vlaamse pers met moslima's die al dan niet een hoofddoek dragen uit vrije wil valt ondertussen niet meer bij te houden, maar geen enkele schijnt ooit iets gemerkt te hebben van die groepsdruk. Dat de nazi's daar nooit aan gedacht hebben, om in de pers een paar joden ten tonele te voeren die geheel uit vrije wil een gele davidsster droegen. «Groepsdruk? Ze zouden eens moeten durven!» – je ziet het al zo geschreven staan in Het Algemeen Nieuws, die verre voorloper van De Standaard. Je moet blijkbaar al een onderzoeker uit Rabat zijn om die groepsdruk te kunnen opsporen. Een bijzonder merkwaardige zaak dus.

Hoe zit dat dan echt met die groepsdruk? De onvermijdelijke Jozef de Witte van het CGKR diende zich natuurlijk ook in het debat te mengen, maar niet om het uiterst discriminerende karakter van die groepsdruk aan te klagen, wel om voor een landelijk hoofddoekenverbodverbod te pleiten. Telkens die man zich over iets uitlaat, blijf ik met de indruk zitten dat hij zich gedraagt als een nuttige idioot –of zou het toch doelbewust zijn?– in dienst van het islamexpansionisme in Europa. Zou hij er, als voorzitter van het CGKR, waarvan de R in de naam tot nader order nog steeds verwijst naar «racismebestrijding», niet beter aan gedaan hebben enige reflecties over die groepsdruk te laten noteren? Zo bijvoorbeeld dat het toch merkwaardig is dat alleen meisjes getroffen worden door de kuisheidseisen van de islam. En dat alleen Turkse en Marokkaanse meisjes getroffen worden door de groepsdruk rond de hoofddoeken. (Nu ja, voorlopig toch.) Want hoe weet een moslimjongen dat een toevallig meisje dat over straat loopt wel of niet een hoofddoek zou moeten dragen? Toch niet aan de huidskleur zeker? Als Jozef de Witte daar eens over had kunnen uitweiden, dan had hij eens voor één keertje misschien een positieve bijdrage kunnen leveren.

Laten we dan zelf maar even doorborduren op dat racisme, aangezien Jozef de Witte dat probleem liever versluierd. Zo liet Karin Heremans, directrice van het Koninklijk Atheneum Antwerpen, vandaag in De Standaard optekenen dat enkele jongens haar al waren komen vragen of zij niet apart van de meisjes les zouden mogen krijgen als hoofddoeken werkelijk verboden zouden worden. Merkwaardig toch, dat die vraag nu pas komt. Blijkbaar hadden die jongens weinig of geen last van ongesluierde meisjeshoofden zolang het alleen maar om blanke meisjeshoofden ging. Wat Karin Heremans trouwens tegenhoudt om die jongens meteen maar bij het CGKR aan te melden is me ook al een raadsel, en ik durf er overigens mijn hoofd op te verwedden dat het precies deze «vrome» jongens zijn die voor de reeds eerder vermelde mysterieuze ongrijpbare maar voor de slachtoffers goed voelbare groepsdruk zorgen.

En wat heet vroom? Het is toch straf dat precies dezelfde groep jongens die vandaag in de krant afgeschilderd worden als uiterst gematigd omdat zij later hun vrouw zélf zullen laten beslissen een sluier om te doen –naar ik vermoed zo een beetje op dezelfde manier als die Algerijn in Marseille een jaar geleden zijn vrouw ook zelf liet beslissen in het vervolg toch maar liever de sluier te behouden– elke zomer weer voor overlast zorgt in de openluchtzwembaden. Ongesluierde moslima's op school vormen voor hen een probleem, maar blanke meisjes in bikini's lastigvallen blijft met stip tijdverdrijf nummer één tijdens de vakantie. In die mate zelfs dat het provinciebestuur in Vlaams-Brabant twee jaar geleden zich zelfs genoodzaakt zag een verbod op zwemmen met lange shorts af te kondigen, en de MIVB liever geen natte broeken meer op de bus zag. Het provinciebestuur hield er bijna een racismeproces aan over.

Als het trouwens gewoon maar bij wat lastigvallen bleef. Statistieken zal je hierover in de Vlaamse pers niet lezen, omdat ze primo uitdrukkelijk niet bestaan, en secundo als ze bestaan zouden hebben, daar angstvallig uit weggehouden zouden worden. Maar waar ze wel bestaan en al eens in de pers belanden, blijkt echter duidelijk dat allochtone jongeren sterk oververtegenwoordigd zijn in de criminaliteit, in het bijzonder wat verkrachtingen betreft. Eveline de Wree constateerde in 2004 trouwens dat de daders van groepsverkrachtingen in Brussel uitsluitend allochtonen waren. In België hoeft men echter nog niet meer te doen dan te vragen eindelijk toch maar eens te beginnen de nationaliteit van criminelen te registreren om al beschuldigd te worden van racisme.

Ik heb echter zo'n vermoeden dat het pleidooi van Rik Pinxten en Björn Siffer in De Morgen –hetzelfde koppel trouwens dat een jaar geleden zoveel onzin verkocht over censuur– voor een «open debat –feiten op tafel– over de machocultuur bij moslimjongens, over familiaal geweld, over godsdienstige indoctrinatie, over gelijkheid van man en vrouw, over schijnhuwelijken en huwelijksmigratie, over scheiding van kerk en staat, over vrijheid van meningsuiting» in feite vooral een oproep is om de fel stinkende potjes stevig dicht te houden. De truuk om het meteen maar over alles te willen hebben is zo oud en doorzichtig als een ingesloten luchtbel uit de laatste ijstijd. Hetzelfde trouwens met de vraag van Jozef de Witte naar een «sereen en breed maatschappelijk» debat. Want een sereen en breed maatschappelijk debat, dat weet iedereen, is alleen maar mogelijk onder de progressieve gelijkzinde speerpunt van de maatschappij. Iedereen die al eens een kritisch geluid durft te laten horen over de voordelen en de geneugten van de multi-culturele maatschappij wordt daarbij nadrukkelijk verzocht zijn mond te houden, om die sereniteit niet te verstoren. Ook feitenmateriaal en statistieken die stigmatiserend zouden kunnen werken voor bepaalde bevolkingsgroepen kunnen het debat alleen maar verzuren. En als er dan nog iemand overblijft die zou durven opwerpen dat een hoofddoekenverbod in bepaalde omstandigheden misschien toch wel zijn nut zou kunnen hebben, zal er vooral daarover nog eens goed nagedacht moeten worden. Het kan immers alleen maar betekenen dat het racisme bij sommigen echt wel heel diep zit, hoe welwillend ze ook mogen zijn.

Moeten de hoofddoeken dan maar verboden worden? De zaak is natuurlijk dat dat het probleem niet is. Als moslimmeisjes absoluut een sluier willen –of een niqab, desnoods zelfs een boerka– om zich buiten de Westerse maatschappij te stellen, dan moeten ze dat vooral maar doen. Maar dan wel achteraf niet komen klagen dat ze gediscrimineerd worden en niet genoeg kansen krijgen. Trouwens liever een Mahinur Özdemir die met een hoofddoek in het Brussels Parlement duidelijk zegt waar ze voor staat, dan een of andere islamitische vijfde colonne die precies hetzelfde nastreeft. Het probleem stelt zich echter elders, namelijk bij de moslimjongens. Enerzijds eisen zij absolute kuisheid van hun zusters en nichten, maar op hun eigen driften mag geen enkele rem gezet worden. Enerzijds zorgen zij voor een absolute controle van de wandel en het gedrag van hun zusters en nichten, maar o wee als een politieagent eens naar hun papieren vraagt. Zij vernietigen op uiterst effectieve wijze alle kansen voor hun zussen en nichten om zichzelf te kunnen ontplooien en op de arbeidsmarkt aan hun trekken te komen, maar eisen zelf wel de beste baantjes op zonder daarvoor ook maar een klop te hoeven gedaan hebben – noch op school, noch op het werk zelf trouwens. Het zijn trouwens de moslimmeisjes niet die problemen ondervinden om in cafés en disco's binnen te raken, wat trouwens meteen ook de theorie ontkracht dat het aan het aangeboren racisme van eigenaars of de buitenwippers zou liggen.

Wordt het daarom niet tijd dat de moslimjongens eens ferm aangepakt worden? Dat zíj maar eens met een sluier, niqab of boerka rondlopen om hun kuisheid aan te tonen. Desnoods maar uit solidariteit, en met de imam met de grote mond Nordine Taouil op kop. Dat zíj maar eens van school thuisblijven als het er op de speelplaats en in het klaslokaal naar hun mening te onzedig aan toe gaat. Ze hoeven hun werkloosheidsvergoeding trouwens niet te gaan opstrijken als zij er niet tegen kunnen dat er achter de loketten ongesluierde vrouwmensen zitten die hen eventueel zouden kunnen verleiden – alsof die al zo zot zouden kunnen zijn. Dat ze ophouden met hun crimineel gedrag, zodat geen enkele agent het nog in zijn hoofd zou halen zijn tijd te verknoeien met het controleren van de identiteit van zulke voorbeeldige jongeren. Die agenten doen dat per slot van rekening ook niet voor hun plezier. Het is nu alleen maar de vraag of de Jozef de Wittes, Meyrem Alamaci's, Rik Pinxtens en Björn Siffers van deze wereld klaar zijn voor zo'n open debat, dan wel dat de gebeurtenissen van de afgelopen week alleen maar een aanleiding waren om nog maar eens de racistische bokken van de multi-culturele schapen te kunnen scheiden.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten