11 februari 2013

Ballade van een straathoekwerker


 

 

De islam is een probleem, voorzeker, maar een voorlopig nog omvangrijker probleem is de weigering om dat onder ogen te zien. Onze beleidvoerders steken hun kop in het zand en grijpen elke strohalm die hen in de begoocheling bevestigt dat het allemaal onbelangrijk is en niet aan de islam ligt. Nu hebben wij een getuigenis van op het terrein, van een heuse straathoekwerker die het allemaal van dichtbij beleefd heeft: Kroniek van een aangekondigd onheil. Radicale islam in Vlaanderen (ASP, Brussel 2012) door Peter Calluy.

Het eerste voorwoord is van Johan  Braeckman, het tweede van Wim Van Rooy, en dan krijgen we nog een uitgebreide verantwoording door de auteur. Op p.33 begint hij dan eindelijk zijn verhaal, hoe hij als zoon van een paracommando die in Kongo zijn geloof verloren was, zelf vrijzinnig opgroeide. Hoe hij na tien jaar als vrachtwagenchauffeur dit werk door rugklachten niet meer kon doen, en dan maar in Boom straathoekwerker werd. Daar werd hij als socialistisch partijman zeer verwelkomd door de gemeentelijke SP.a.

Calluy moest bijvoorbeeld voor het festival Mano Mundo van het Darwinjaar 2009 een debat over de evolutieleer voorbereiden. Intussen werd daar ook over gedebatteerd in De Zevende Dag: “De imam (Nordin Taouil) verdedigde de letterlijke interpretatie van de sacrale Koran en Bijbelteksten als de enige waarheid.” (p.249) Hij eiste dat de islamitische creationist Harun Yahya op dezelfde voet onderwezen werd. Dat maakt dus duidelijk waarmee we geconfronteerd worden. In Boom ging het Darwin-debat dus niet door, want er was druk uitgeoefend en de politici hadden toegegeven. De gemeente stuurde Calluy het sms-bericht: “Darwinproject is niet weerhouden. Niet opportuun en te gevoelig.” Als atheïst had hij niet gedacht dat atheïsten een gediscrimineerde groep vormen, tot dan.

Vanuit zijn functie kreeg hij te maken met een zekere Fouad Belkacem, later ook bekend als Abu Imran. Die was stichtend voorzitter van Jongeren Voor Islam, een salafistische moslimvereniging en voorloper van Sharia4Belgium. We zien hem als de spin in het islamistisch web in een organigram (p.286). Hij wist de homo’s en andere verenigingen uit het jeugdhuis buiten te pesten. Als straathoekwerker had Calluy als job, met de betrokken jongeren te praten en de verhoudingen tussen de verschillende verenigingen te bevorderen. Maar tegen het charisma van Belkacem was hij niet opgewassen. Dus waarschuwde hij zijn politieke oversten. Die hadden het bekende gedrag: eerst het probleem negeren, dan wat pappen en nathouden, tenslotte zich kwaad maken op de boodschapper. Hij noemt namen, bv. Caroline Gennez ontpopte zich als een fanatieke islamnegationiste.

Ook academici zijn bij de moedwillig blinden voor het islamgedrijf. De meeste beroepsmensen in de departementen voor multiculturele of islamologische studies worden nu geselecteerd op hun “betrouwbare” standpunten. En als ze niet in de pas lopen, krijgen ze last. Zo heeft de denktank Vigilance Musulmane een klacht ingediend bij het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding tegen socioloog Mark Elchardus (VUB). “De groep valt erover dat de socioloog een verband heeft gelegd tussen islam en antisemitisme.”

Je zou je kunnen afvragen of de auteur, die wegens te radicaal door burgemeester Patrick Marnef (SP.a) ontslagen werd, de politieke slapheid eigenlijk wel hard genoeg beoordeelt. Meestal wel, maar soms ontgaat hem het ideologisch belang van sommige woorden of daden. Bijvoorbeeld, de Antwerpse schooldirectrice Karin Heremans getuigt over de hoofddoekbetwisting, waarin ook Abu Imran een opstokende rol speelde: “Waarop de hele speelplaats de takbir [= tot-groot-verklaring: ‘God is groter’] begon te scanderen: Allahu akbar… Als ze deze beelden straks uitzenden, staat Vlaanderen op z’n kop, dacht ik. Het pleit voor de verantwoordelijkheidszin van de pers dat ze dat niet gedaan heeft.” (p.259) Calluy verslaat die verklaring zonder veel ideologisch commentaar.

We willen iemand in haar positie niet te hard bekritiseren, maar eigenlijk bepleit ze de islamvriendelijke en waarheidvrezende houding die zoveel kwaad doet. Als lezer krijg ik dan de gedachte: Karin Heremans toont moed door de hoofddoek te verbieden, maar ideologisch is zij net zo weigerachtig om het islamprobleem onder ogen te zien als de meeste politici. Het is juist onverantwoordelijk van de media dat ze die islamitische motivering buiten beeld gehouden hebben. Het is namelijk heel belangrijk dat de Vlaamse bevolking op de hoogte gesteld wordt van de ideologie die achter het verschijnsel Abu Imran schuilgaat, en die hem toegang verschaft tot een ruime achterban, namelijk alle jongeren die “moslim” als identiteit meegekregen hebben..

Het boek bevat 15 bijlagen, meestal documenten uit politiek en lobbywerk, ook de statuten van Jongeren voor Islam en het manifest van de Moslim-Democratische Partij (“De islam is een politieke religie”, p.323), de tekst van de tussenkomst van prof. Hans Jansen tijdens het gewonnen proces-Wilders, meerdere interviews met prof. Urbain Vermeulen  en het Knack-vraaggesprek met Calluy zelf. Ik ben blij van met Vermeulen van mening te kunnen verschillen waar hij zegt: “Het gaat de moslims niet om overheersen.” (p.380) Daar gaat het niet alle moslims om, maar wel een kritische massa onder hen. Hij herstelt zich wel door dan uit te weiden over de assimilatie van allochtonen, die zonder krachtig ingrijpen slechts wensdenken is.

Een hoopvolle ontwikkeling is dat vele moslimradicalen uiteindelijk ontwaken. Van ene X wil Calluy zelfs de naam niet onthullen om hem niet te benadelen (p.29), en ook een medebestuurder van Fouad Belkacem geeft nu toe dat “wij allemaal precies zot waren geworden” (p.29). Tegelijk hoopgevend en verontrustend is het bestaan van de Vereniging van Belgische ex-Moslims: zij gebruikt graag de Vlaamse ex-bekeerling Peter Velle als woordvoerder, want de geboren moslims onder hen “willen niet publiekelijk naar voren treden. Reden: angst.” (p.255) Dat is de werkelijkheid van de islam in onze samenleving. En we moeten Peter Calluy dankbaar zijn dat hij de politici op hun verwaarloosde verantwoordelijkheid daarin gewezen heeft.

 

Labels: , , , , ,

Read more...

8 april 2010

Wat als Abu Imran een onthaalvader was geweest? (Hoegin)

Fouad BelkacemDe voltallige media vielen dit week-end volkomen uit de lucht toen bleek dat de achtergrond van Fouad Belkacem, alias Abu Imran, misschien toch niet helemaal zuiver op de graad was. Het is niet de eerste keer dat zoiets voorvalt, maar men kan dan ook niet verwachten dat journalisten zelfstandig zulke geavanceerde werktuigen als bijvoorbeeld Google zouden gebruiken bij het uitoefenen van hun job. Ze hebben het trouwens zo al druk genoeg met het controleren van kinderdagverblijven in Hoboken…

Wat Fouad Belkacem met een kinderdagverblijf in Hoboken te maken heeft? De overeenkomst tussen de twee is dat beiden het land dagenlang op stelten konden zeggen – of toch minstens de vele «kwaliteitskranten» die ons landje rijk is – maar de manier waarop dat gebeurde was wel radicaal anders. In het geval van het kinderdagverblijf in Hoboken kwam er immers onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank bij te pas. Het is inderdaad geen sinecure om iemand in zijn eigen woonkamer als volbloed nazi te ontmaskeren wanneer er aan de voordeur alleen maar een VL-sticker te bespeuren valt en in het kinderdagverblijf zelf een portret van Hitler. Voor zulk kwaliteitsvol en gedurfd onderzoeksjournalistiek hoefde Fouad Belkacem echter niet te vrezen. Iemand die de sharia in België wil invoeren kan niets anders dan een rechtgeaard moslim zien, en dus hoeft het heden noch het verleden van die man niet nageplozen te worden, zo moet de vaderlandse pers gedacht hebben. En zo zou ook nooit geschied zijn, hadden de kraaien Jurgen Verstrepen en Margriet Hermans in hun zondags programma niet één en ander aan het licht gebracht.

Het weze echter duidelijk: een navraag bij het politiekorps van Boom en het parket van Antwerpen leerde onze hardnekkige persmuskieten dat de genaamde Fouad Belkacem voor hen een nobele onbekende is. En daarmee was de kous voor de persmuskieten zo goed als af. Dachten ze. Lichtjes opgelucht zelfs, meende ik hier en daar tussen de lijnen te kunnen lezen, maar het kan natuurlijk ook aan mij gelegen hebben. Want toen bleek plots dat de genaamde Fouad Belkacem bij het Antwerpse parket dan toch geen nobele onbekende was, tenminste toen het Antwerpse parket er eindelijk in geslaagd was zijn naam correct te spellen. Ja, een achternaam met drie lettergrepen, ik kan ervan meespreken dat dat bij administratieve diensten wel eens fout durft te lopen. Hoe dan ook, had men de sharia een paar jaar geleden al in België ingevoerd, zou niet uit te sluiten geweest zijn dat diezelfde Fouad Belkacem die vandaag die sharia wil invoeren met één hand minder door het leven had moeten stappen. Of misschien zelfs twee. Het aantal open doekjes dat de man in de media toegeworpen kreeg is sindsdien in ieder geval sterk afgenomen. Je zou bijna gaan denken dat de media nu met de hele zaak een beetje verveeld zitten, maar ook dat kan natuurlijk alleen maar een indruk zijn waar ik mee zit.

Vergelijken we echter de hele affaire eens met wat Herta van den Brempt overkwam. Want het is niet zo dat maart gewoon een wat zwakke maand was voor de raspaarden waarover onze dagbladen beschikken. Op vrijdag 19 maart herinnerde De Standaard ons immers nog eens aan het vreselijke verhaal van die nazi-onthaalmoeder in Hoboken, door erop te wijzen dat zij nog steeds kindjes onder haar hoede heeft. Ja, stel je voor, Kind & Gezin trok weliswaar haar attest wel in, maar illegaal is het niet om dan toch nog kinderen te blijven opvangen. De krant schreeuwt het onrecht dan ook uit, en port de bevoegde minister van Welzijn Jo Vandeurzen niet weinig subtiel aan wat meer spoed te zetten achter een nieuw kaderdecreet, kwestie van de onnoemelijke toestanden in Hoboken zo snel mogelijk buiten de wet te kunnen stellen.

Eén zinnetje is echter cruciaal in het hele artikel: «De foto van Hitler is ondertussen weg.» Je hebt er snel overgelezen, en de functie van het zinnetje is natuurlijk in de eerste plaats aan te tonen hoe achterbaks die nazi-onthaalmoeder vandaag wel geworden is: van een openlijke nazi-onthaalmoeder naar een verdoken nazi-onthaalmoeder! De vraag is dan alleen: wat is nu eigenlijk nog het probleem? Eerst was het al vreselijk dat de kindertjes er zomaar braaf konden speelden onder de nazirelikwieën, maar dat de nazirelikwieën nu verwijderd zijn lijkt wel een nog groter vergrijp. Of maakt het allemaal niets uit, als die vrouw met haar akelige meningen maar zo snel mogelijk haar job kwijt is? Het ruikt allemaal sterk naar een Berufsverbot, en het feit dat De Standaard het de moeite waard vindt het verhaal zes maanden later nog eens op te rakelen, toont aan dat het wel degelijk de bedoeling was en nog steeds is dat ze haar job zo snel mogelijk kwijt raakt.

(Tussen haakjes: toen zes maanden geleden bleek dat de combinatie van Berufsverbot en Sippenhaft als eerste slachtoffer… de vrouw van Nordine Taouil opeiste, werd al onmiddellijk duidelijk dat het uitdrukkelijk nooit de bedoeling was geweest dat de politiek-correcte hakbijl in meer dan één richting zou vallen. De Schadenfreude die zich vervolgens in bepaalde kringen verspreidde werd echter nog minder gepast gevonden dan een portret van Hitler in een kinderdagverblijf. Ware het niet geweest dat het centrum van de meest tolerante en vredelievende godsdienst van de wereld strikt verboden terrein is voor christenhonden, waren vermoedelijk heelder kwaliteitsredacties onmiddellijk op bedevaart naar Mekka getrokken als boetedoening voor al het leed dat een moslima op die manier berokkend werd. Docht dit ter zijde.)

Het voorval toont in ieder geval afdoende aan waarom niemand de afgelopen maand de tijd had om even na te gaan wie die rare kwast van een Abu Imran nu feitelijk is. Ook onze kranten zijn nu eenmaal onderworpen aan de wet van de begrensde middelen. Net zoals onze veiligheidsdiensten overigens. Want het is allemaal goed en wel dat minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom al onmiddellijk liet verstaan dat haar diensten Sharia4Belgium – desnoods zelfs met extra h – in de gaten zou houden, maar mijn vraag is dan ten koste waarvan dat eigenlijk zal gaan. Betekent dit bijvoorbeeld dat de veiligheidsdiensten vanaf nu de bestuursvergaderingen van de afdeling van het Davidsfonds in Zwevegem niet meer zullen kunnen afluisteren? Of dat de infiltratiepogingen in de VVB-afdeling van Ardooie opgegeven zullen moeten worden? We moeten ons de vraag stellen waar de échte staatsgevaarlijke lui zitten, en of de minister haar diensten wel de juiste prioriteiten oplegt. En vooral: hoe zou die Fouad Belkacem aan de kost komen, en zou dat wel een geoorloofd beroep zijn voor zo'n sjariatist? Ik ben er zeker van dat De Standaard de zaak over zes maanden voor alle zekerheid nog eens zal opvolgen.

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten