17 februari 2014

N-VA op «tram 3», de anderen op het perron? (Hoegin)

Donderdag, op honderd dagen van de verkiezingen, publiceerden Le Soir, RTL, De Morgen en VTM de resultaten van de eerste peiling van 2014. De peiling plaatste de N-VA weer stevig op «tram 3», zoals partijvoorzitter Bart de Wever het onlangs nog verwoordde. Voor de andere Vlaamse partijen waren de resultaten minder opbeurend. Waarschijnlijk zullen ze op 25 mei al tevreden mogen zijn als ze de resultaten van de vorige federale verkiezingen zullen kunnen evenaren.

Beginnen we met de grootste partij van Vlaanderen. Met 32,3% staat de partij weer stevig boven de dertig procent (de «tram 3»). Als we naar de betrouwbaarheidsintervallen kijken, is het volgens deze peiling inderdaad vrijwel zeker dat de partij boven die psychologische drempel zal blijven. Bovendien tempert deze nieuwe uitslag de val in het vlottende gemiddelde, maar het blijft duidelijk dat de partij in de peilingen over een piek heen is. In combinatie met een geslaagd congres plaatst deze peiling de partij echter opnieuw in een winning mood, dat wil zeggen: minstens tot een eventuele andere peiling een tegenvallend resultaat zou tonen.

Zou men bij de CD&V tevreden zijn met deze peiling? Enerzijds bevestigt deze peiling de stijgende trend waarin de partij het laatste jaar zit. Het ziet er dan ook naar uit dat de partij het resultaat van 2010 wel degelijk zal kunnen evenaren. Anderzijds heeft de partij bij monde van partijvoorzitter Wouter Beke voor zichzelf de lat op twintig procent gelegd, en dat lijkt voorlopig toch nog een trapje te hoog. Helemaal onmogelijk zou zo'n score niet zijn volgens deze peiling, maar wel onwaarschijnlijk. Het blijft een raadsel waarom de partijvoorzitter de lat op een onrealistisch hoog niveau heeft gelegd, want zo creëert men natuurlijk zelf zijn eigen verkiezingsnederlaag.

Bij achtervolger Open Vld zal men ongetwijfeld tevreden geweest zijn over de populariteit van Maggie de Block, die bovenaan de pop-poll die bij deze peiling hoort prijkt. Maar kijken we naar de uitslag van de partij zelf, dan is het resultaat toch eerder een afknapper na de stijgende trend van het laatste jaar. Net zoals de CD&V zit de partij vast op het niveau van de federale verkiezingen van 2010. Populaire figuren in eigen rangen hebben is blijkbaar geen voldoende voorwaarde om het ook goed te doen in de peilingen–en straks misschien ook in de verkiezingen?

Die andere federale regeringspartij, de sp.a, zal volgens deze peiling al heel tevreden mogen zijn als ze nog maar in de buurt van het resultaat van 2010 kan uitkomen. De partij blijft het in de peilingen slecht doen, deze keer trouwens exact ex æquo met de Open Vld. Het resultaat kan nochtans niet verklaard worden door goede resultaten voor extreem-links, want PVDA doet het in deze peiling ook niet bijster goed met slechts 2,7%. Mogen we trouwens even kwijt dat commentaren als zou de partij het beste programma in jaren hebben, veel meer zegt over de politieke sympathieën van de commentator in kwestie dan de échte kwaliteit van dat partijprogramma? We hebben immers zo'n vermoeden dat N-VA-sympathisanten het N-VA-programma het beste in jaren vinden, CD&V-sympathisanten dat van de CD&V, enz…

Voor het Vlaams Belang kan deze peiling niets anders dan barslecht genoemd worden. Blijkbaar had de partij in de peilingen dan toch nog geen bodemkoers bereikt, hoewel ze de laatste tijd haar zelfvertrouwen weer wat hervonden had. Met een score van 7,6% kan de partij absoluut niet tevreden zijn, niet alleen omdat ze daarmee diep onder de psychologisch grens van de tien procent zit, maar ook omdat ze daarmee achter Groen belandt. Zakt de partij nog verder komt zelfs de kiesdrempel stilaan in zicht.

Groen blijft zwalpen tussen de 6 à 9%, maar kan zich deze keer dus verheugen over het feit dat het groter wordt dan Vlaams Belang. Of misschien correcter: dat Vlaams Belang kleiner dan Groen wordt. Zoals reeds vermeld doet de PVDA het deze keer niet zo goed, en ook voor LDD is deze peiling met een resultaat van slechts 1,7% geen reden om de champagnekurken te laten knallen.

Een projectie van de resultaten van deze peiling op de Vlaamse kieskringen levert voor het Vlaams Parlement een zetelverdeling op die een comfortabele meerderheid voor een N-VACD&V-regering toont. Ook N-VA–Open Vld en N-VA–sp.a zijn in principe mogelijk, maar met slechts één zetel op overschot toch wel heel krap. Een V-meerderheid is nog slechts een verre droom. Merken we trouwens op dat de PVDA in deze simulatie geen zetel haalt: in de Antwerpse kieskring zou ze in principe genoeg stemmen halen voor één zetel, was er niet de kiesdrempel van vijf procent.

CD&V, Open Vld en sp.a komen samen niet aan een meerderheid, en dat is toch wel een belangrijke nuance bij het artikel in Knack waarin gesteld wordt dat «[k]iezers CD&V, Open Vld en sp.a […] coalitie met N-VA niet [zien] zitten». Alvast in het Vlaams Parlement zal men immers hoe dan ook een meerderheid aan Vlaamse zijde moeten vinden om een Vlaamse regering te kunnen vormen. Dat betekent dat er dan met de N-VA gesproken zal moeten worden, tenzij men zijn toevlucht wil nemen tot een monstercoalitie van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen.

Voor het Europees Parlement kan de N-VA volgens deze peiling op vier zetels rekenen. CD&V, Open Vld en spa. halen ieder twee zetels, terwijl Vlaams Belang en Groen tevreden moeten zijn met slechts één zetel. Merk op dat Steven Vanackere, derde op de CD&V-lijst, daarmee niet verkozen raakt. Meer zelfs, volgens deze peiling haalt de N-VA eerst nog een vijfde zetel binnen vóór de CD&V een derde Europees zitje krijgt. De CD&V zal het dus beduidend beter moeten doen, en de N-VA beduidend slechter, wil Steven Vanackere verkozen raken. Een echte strijdplaats kan men de derde plaats op de CD&V-lijst dan ook niet bepaald noemen. Over de persoonlijke score van Steven Vanackere hebben we het dan nog niet gehad.

Aan de andere zijde van de taalgrens is het duidelijk dat de PS tegenwoordig in slechte doen is in de peilingen. De partij behaalt haar slechtste resultaat in jaren, en zakt verder onder de grens van de dertig procent. Wie naar de betrouwbaarheidsintervallen voor deze peiling kijkt merkt trouwens op dat de MR stilaan in het vaarwater van de PS begint te komen, ook al gaat de MR zelf er niet bepaald op vooruit. Achtervolgers cdH en Ecolo doen het goed noch slecht, en blijven rond hun resultaten van de laatste drie jaren schommelen.

Bij de kleinere partijtjes vielen er twee opvallende resultaten te noteren. Het extreem-linkse PTB noteerde met een stevige score van 6,7% opnieuw boven de kiesdrempel. De partij is daarmee quasi zeker van een zetel of misschien zelfs meer in de Kamer. Maar ook de PP kwam met 5,6% voor het eerst sedert we de peilingsresultaten van die partij bijhouden boven de kiesdrempel uit. Ligt het aan het Europees lijsttrekkerschap van Luc Trullemans? Het is duidelijk dat er zich niet alleen aan de uiterst linkse kant van het Waalse politieke spectrum interessante bewegingen voordoen…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

3 maart 2013

In 2030 heeft het ACW al het geld van zijn «perpetual» al terug (Hoegin)

Minister van Financiën Steven Vanackere haalde deze middag in het debatprogramma De Zevende Dag hard uit naar de volgens hem onjuiste voorstellingen over de eeuwigdurende lening van het ACW aan de bank Belfius. «Het ACW ziet het geld van die perpetual nóóit terug,» benadrukte hij als rechtvaardiging voor de rentevoet van 7,75%. Maar klopt dit wel?

Eerst even de puntjes op de i zetten. Steven Vanackere schijnt te willen volharden in de boosheid dat het ACW op haar eeuwigdurende lening –de perpetual voor wie graag wil laten uitschijnen dat hij iets van bankzaken kent– slechts 6,25% rente opstrijkt. De resterende 1,50% is slechts een getrouwheidspremie, en telt dus niet echt mee. Dit is natuurlijk nonsens, want ook die 1,50% vertegenwoordigen geld dat bij het ACW eeuwigdurend zal blijven binnenrollen, en net zo goed bij Belfius zal blijven buitenrollen. In de berekening die we hierna gaan uitvoeren zullen we die getrouwheidspremie dus wél inrekenen, net zoals we de getrouwheidspremie op een particuliere spaarrekening ook zullen inrekenen.

Maar wat is er dus aan van de bewering van Steven Vanackere dat het ACW het geld van die eeuwigdurende rekening nooit meer zal terugzien? Hij schijnt hiermee de indruk te willen wekken dat het ACW een enorme daad van barmhartigheid ten voordele van de bank Belfius heeft gesteld, zeg maar ten belope van 72 miljoen euro. Dat is uiteraard larie en apekool, en een eenvoudige simulatie toont aan dat van zijn bewering weinig of niets klopt.

Gaan we inderdaad eens na wat een gewone spaarrekening opbrengt vergeleken met die eeuwigdurende lening van het ACW. Vandaag moet je al van goeden huize zijn om op je spaarrekening een rente van 2% te kunnen krijgen, want een gewone sterveling krijgt dat niet bij Belfius, zelfs niet met een getrouwheidspremie erbij. We leven echter in uitzonderlijke tijden, en aangezien een eeuwigdurende lening een iets langer perspectief heeft dan de huidige financiële crisis, is het correcter ze te vergelijken met een rentevoet van 4% (de te verwachten rentevoet op spaarrekeningen in een normale economie), of met ons goed karakter desnoods zelfs 5%. Dan blijkt al snel (zie figuur hierboven) dat als het ACW de uitgekeerde intresten gewoon oppot op zo'n doodgewone spaarrekening, het al in de loop van een kleine twintig jaar al zijn kapitaal teruggewonnen zal hebben. Wat daarna volgt is alleen maar winst.

Voor alle eerlijkheid moeten we hierbij opmerken dat zo'n eeuwigdurende lening niet zonder risico's is, en dat is meteen ook de verklaring voor de hogere rentevoet. Ten eerste heeft men zijn kapitaal niet meer onmiddellijk ter beschikking, maar dient men een aantal jaren te wachten –in het geval van het ACW zo'n twintig jaar dus– vóór men al zijn kapitaal terugverdiend heeft. Bovendien loopt men het risico dat in tussentijd de rentevoeten boven het niveau van de eeuwigdurende lening stijgen, waardoor men tijdelijk een verlies kan opbouwen. En tot slot, zeker niet louter hypothetisch in het geval van Belfius, loopt men natuurlijk ook het gevaar dat op een gegeven ogenblik de schuldenaar failliet gaat, en het gedaan is met de uitbetalingen.

Hoe ziet het plaatje er dan uit aan de zijde van de lener, in dit geval Belfius? Die krijgt natuurlijk nú vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor verplichtingen die tot ver in de toekomst strekken. In de praktijk valt het met die eeuwigheden echter nogal mee, en wordt zo'n lening vaak vroeg of laat omgerekend in een geactualiseerd kapitaal en toch afgelost. Verder loopt Belfius natuurlijk het risico dat de rentevoeten de komende jaren ver beneden die van de eeuwigdurende lening blijven, waardoor het basiskapitaal sneller verdwijnt dan misschien gepland.

Zo'n eeuwigdurende lening is dus geen goede zaak voor degene die de lening aangaat –marktconform of niet–, tenzij in twee gevallen: ofwel verwacht men een sterke stijging van de rente, ofwel heeft men dringend vers kapitaal nodig en zijn toekomstige verplichtingen van ondergeschikt belang. En het zou me daarbij verbazen dat de eerste reden voor Belfius de echte drijfveer voor het aangaan van deze lening was. Het is trouwens merkwaardig dat een bank zo'n lening aangaat tegenover een organisatie, en niet omgekeerd. Maar één bepaald zinnetje van Karin Temmerman tijdens diezelfde De Zevende Dag van vandaag was in dat opzicht toch wel veelzeggend: deze transactie zou absoluut nodig geweest zijn om van Belfius een gezonde Belgische bank te maken. Met andere woorden: Belfius zat inderdaad in slechte papieren, en had dringend vers kapitaal nodig. Overigens: dat Karin Temmerman dit zei en niet Luk van Biesen toont aan dat de sp.a waarschijnlijk net iets beter weet hoe de ACW-vork precies in de Belfius-steel zit dan de Open Vld. Maar iedereen die de Open Vld (en de MR) de laatste dagen «aan het werk» zag had dit ongetwijfeld al lang begrepen.

In Noorwegen, waar het in de winter al eens koud kan zijn, gebruikt men om de situatie van Belfius te omschrijven vaak de uitdrukking «in zijn broek plassen om zich warm te houden». Dat is een strategie die misschien een korte tijd helpt, maar daarna staat men er wel slechter voor dan in het begin. Zo ook dus met Belfius: vandaag krijgt de bank weliswaar vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor zware, langdurige verplichtingen. Maar ook: net zoals het ACW van Dexia een Toxia heeft gemaakt, met de helpende hand van Yves Leterme, is het ACW nu goed op weg om van Belfius een Toxius te maken, deze keer met de helpende hand van Steven Vanackere. Merk daarbij op dat het het ACW eigenlijk best nog goed uitkomt dat het na deze transactie zogezegd geen kapitaal meer in kas zal hebben. Dan kan immers geen van de vele ARCO-aandeelhouders, pardon «-spaarders», of de belastingbetaler, het in zijn hoofd halen het kapitaal bij hem weg te komen halen. Het is immers allemaal uitgeleend aan een goed doel: Belfius! We kunnen daarom alleen maar hopen dat diezelfde belastingbetaler in 2014, als kiezer, toch nog de rekening aan de schuldigen –de CD&V dus– zal weten te presenteren. Maar dan wel met een ontrouwheidspremie.

Labels: , , , , ,

Read more...

8 mei 2011

Waarom de leeuw geen vuist kan maken (Hoegin)

De onderhandelingen slepen al bijna elf maanden aan. Dat het al zo lang duurt, en dat het nog een tijdje kan blijven voortduren, is het gevolg van twee factoren: de Franstaligen hebben er geen belang bij dat er snel een nieuwe federale regering wordt gevormd, en de Vlamingen slagen er niet in een vuist te maken om toch snel een nieuwe federale regering af te dwingen. De onmacht van Bart de Wever om zijn allernieuwst eis – de snelle benoeming van een formateur – af te dwingen, illustreert dit perfect.

Voor de lezer hoeft er waarschijnlijk geen tekeningetje bij: zolang de CD&V de N-VA niet durft los te laten, en zolang de N-VA niet in een federale regering durft te stappen zonder een fikse staatshervorming of met alleen maar een loze belofte daarover, hebben de Franstaligen er absoluut geen belang bij dat de federale regeringsonderhandelingen vooruitgang boeken. Waarom zouden de Franstaligen immers vrijwillig meewerken aan een inperking van de immense geldstromen van Noord naar Zuid, of dwarsbomen leggen voor hun territoriale eisen in Vlaams-Brabant, als daar toch geen ergere dreiging tegenover staat? Per slot van rekening is er ook geen enkele kalkoen in geïnteresseerd Kerstmis van 25 december naar 25 november te verplaatsen, tenzij anders de onmiddellijke hakbijl dreigt. En die onmiddellijke hakbijl, het is precies daar dat het probleem aan Vlaamse kant ligt.

Wanneer de Franstalige partijen nog eens gezamenlijk overleg plegen – gewoonlijk vooraf luid aangekondigd in de pers en vervolgens uiteraard van veel theater voorzien – komen zij versterkt uit die oefening terug. Hun geheim? Wanneer zij overleg plegen, tellen zij hun eisen bij mekaar op: zowel een uitbreiding van Brussel als een versterking van het gewest met gemeenschapsbevoegdheden en uiteraard ook extra financiële middelen, als een versterking van het federale niveau en ondertussen zeker geen afname van de geldstromen naar Wallonië, plus nog eens een afbouw van de Vlaamse bevoegdheden in Vlaams-Brabant. Soms zijn hun eisen zelfs onderling in tegenspraak, maar dat maakt natuurlijk niets uit zolang het eigenlijk doel alleen maar een volgehouden stilstand is. Men zou zelfs cynisch kunnen opmerken dat onderling tegenstrijdige eisen dan alleen maar een voordeel zijn, want zo kan er altijd wel iets gevonden worden dat imbuvable is voor de Franstaligen.

Hoe ziet dezelfde oefening er aan Vlaamse kant uit? Om te beginnen: die oefening wordt vrijwel nooit gemaakt. En als er dan toch eens een zeldzame keer wat overleg plaats vindt, proberen de Vlaamse partijen onderling uit te blinken door mekaars eisen van mekaar af te trekken, in plaats van ze net zoals de Franstaligen bij mekaar op te tellen. Daar komt dan nog bij dat de meest radicale Vlaamse partij, het Vlaams Belang, op voorhand al uitgesloten wordt van het overleg, omdat die partij ondemocratisch zou zijn. De meest radicale Belgische partij, Groen!, weigert dan weer zelf mee te doen. Dankzij niet weinig mediahulp slaagt die partij er dan bovendien nog eens in het akkoord te ondermijnen door de sp.a een zekere afstand van het akkoord te doen nemen, want de leiding van de sp.a wordt niet graag overklast in belgicisme door haar ergste concurrent.

Dit alles betekent dat Bart de Wever en de N-VA gelijk hebben wanneer zij geen gezamenlijk Vlaams overleg wensen. De geschiedenis leert immers dat zij daar, in tegenstelling tot de Franstaligen, alleen maar verzwakt van kunnen terugkomen. Veel geloofwaardige dreigementen kan Bart de Wever daarom niet maken tegenover de Franstaligen, en die gedragen er zich dan natuurlijk ook naar. Maar met hoeveel dreigementen kan Bart de Wever eigenlijk uitpakken? Het zijn er bitter weinig, en met sommige ervan wíl hij zelfs nog niet eens uitpakken.

Ten eerste kan Bart de Wever er natuurlijk mee dreigen dat hij de federale onderhandelingstafel zou verlaten. Voor de Franstaligen klinkt dit echter eerder als een beloning of zelfs een belofte dan een dreigement, omdat zij vermoeden dat de CD&V de N-VA uiteindelijk niet zal volgen. En dat daarmee de weg vrij zal liggen voor een federale regering zonder staatshervorming, of een die zeer voordelig voor de Franstaligen zou zijn. Zeker, de CD&V zegt al lang dat zij geen federale regering zonder N-VA wil, maar dat geldt alleen voor zover de N-VA niet zelf uit de aan de gang zijnde regeringsonderhandelingen stapt.

Ten tweede zou Bart de Wever er mee kunnen dreigen de instellingen van dit land zoveel mogelijk lam te leggen zolang er geen volwaardige federale regering gevormd is. Probleem is echter dat hij die kaart zelf niet ten volle durft te trekken – Vlamingen zijn daar veel te beleefd (of is het laf?) voor – en bovendien af te rekenen heeft met allerlei vormen van sabotage. Eén van de mooiste bewijzen daarvan werd gisteren nog geleverd, toen eerste minister Yves Leterme via Twitter zijn tevredenheid liet blijken over het bericht dat Standard & Poor's dan toch haar kredietrating van België niet zou verlagen. Deze vleesgeworden rancune uit Ieper heeft immers de laatste maanden zowat het vuur uit zijn sloffen gelopen om één van de weinige geloofwaardige drukkingsmiddelen waarover de Vlamingen beschikten zo snel en zo efficiënt mogelijk te neutraliseren. Gisteren kwam dan een maand vroeger dan verwacht het verlossende bericht dat een verlaging van die kredietrating, die België handenvol geld zou gekost hebben, er toch niet komt, en Yves Leterme was er dan ook – vanuit de Verenigde Staten! – als de kippen bij om zichzelf eens een duchtige beurt met het wierookvat te geven.

Wat zou het Franstalige equivalent van Yves Letermes gedrag eigenlijk zijn? Misschien een Laurette Onkelinx, die uit persoonlijke rancune tegenover Didier Reynders van sociale zaken zo'n acute puinhoop zou maken dat er toch snel een nieuwe federale regering zou gevormd moeten worden, ondanks het getalm van haar voorzitter Elio di Rupo. De manier waarop Yves Leterme zijn eigen, en alleen zijn eigen gang gaat, ten koste van zijn partij en tegen de belangen van Vlaanderen in, kan niet anders dan een nieuw moreel dieptepunt in de recente geschiedenis van het land genoemd worden. N-VA-voorzitter Bart de Wever staat er echter machteloos tegenover. Bovendien valt te vrezen dat Wouter Beke, na het neerleggen van zijn koninklijke bemiddelingsopdracht, feitelijk geneutraliseerd zal zijn aan de top van de CD&V, en Yves Leterme er samen met zijn ACW-kameraad Steven Vanackere Kris Peeters in de minderheid zal kunnen stellen.

Ten derde en ten slotte zou Bart de Wever er natuurlijk ook mee kunnen dreigen de Belgische constructie niet alleen lam te leggen, maar zelfs volledig op te blazen. Een eerste probleem is daarbij dat hij partijen als de CD&V en de Open Vld niet eens meekrijgt om federaal België lam te leggen, laat staan dat ze hem zouden willen volgen om die constructie op te blazen. Erger is echter dat hij ook zelf niet helemaal bereid lijkt te zijn om deze kaart te trekken, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Vlaams Belang, of… de PS. Het verklaart meteen ook waarom koning Albert II het aandurft de N-VA regelmatig voor het lapje te houden, waar hij er zich wel voor zou hoeden hetzelfde met de PS te doen. De klacht van Liesbeth Homans dat «de N-VA te weinig kansen heeft gekregen» houdt dan ook geen steek: een politieke partij die zichzelf een beetje respecteert hoeft geen kansen te krijgen, maar neemt die zélf, koning of geen koning.

Conclusie van dit alles? Renaat Landuyt had deze voormiddag in De Zevende Dag op een manier gelijk toen hij het merkwaardig vond dat een republikeinse partij als de N-VA op kansen van de koning zit te wachten. Het heeft natuurlijk geen zin om op een republikeinse manier aan regeringsvorming te willen doen als de rest van de gesprekspartners toch enkel rekening wenst te houden met koninklijke opdrachten, maar de N-VA zou in Laken rustig wat harder op de tafel mogen slaan. En sire bijvoorbeeld al eens meedelen dat hij met republikeins vuur speelt als hij met de N-VA blijft sollen in plaats die partij eindelijk eens met het nodige respect te behandelen. Wedden dat het de huidige federale regeringsonderhandeling snel een versnelling hoger zou doen schieten?

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

9 maart 2011

Gbagbo, Ben Ali, Moebarak, Qadhafi en de Castro's

Wat hebben Laurent Gbagbo, Zine El Abidine Ben Ali, Hosni Moebarak, Moammar al-Qadhafi en de broers Fidel en Raúl Castro met mekaar gemeen? Alle zes zijn ze dictators, alle zes zijn ze aanhangers van het socialisme, en alle zes konden ze tot voor kort in het Westen op een milde behandeling rekenen.

Laurent Gbagbo vertegenwoordigt een nogal klassieke categorie van Afrikaanse dictators. Begonnen als opposant tegen president Félix Houphouët-Boigny, moest hij zelf enkele maanden in de gevangenis doorbrengen. Een garantie op enige democratische ingesteldheid blijkt zoiets echter niet te zijn, want eens zelf de macht verworven deed hij er alles aan om die te kunnen vasthouden. Verkiezingsfraude, uitstel van nieuwe presidentsverkiezingen tot in het oneindige, intimidatie van politieke tegenstanders, alles was goed. Eind verleden jaar liep het echter behoorlijk fout, nadat er uiteindelijk dan toch presidentsverkiezingen gehouden waren. Alleen de aanhangers van Laurent Gbagbo – en waarschijnlijk zelfs zij allemaal nog niet – zullen nog willen beweren dat hij die verkiezingen gewonnen heeft, maar het geloven doet niemand meer. Resultaat van dit alles: demonstraties, chaos, en een (nog meer) verscheurd land.

Wat echter opvalt, is dat Laurent Gbagbo in het buitenland steeds op een milde behandeling kon rekenen, ook al was het al lang duidelijk dat hij het in zijn eigen land niet altijd even nauw nam met de democratische spelregels. Men deed wel wat lastig omdat hij de presidentsverkiezingen telkens weer uitstelde, maar dat was het dan. Ja, zelfs nadat het duidelijk werd dat hij de verkiezingen van verleden jaar wel degelijk verloren had, kon hij nog steeds op stilzwijgende steun rekenen. In het bijzonder binnen de Franse PS hadden sommigen het er erg lastig mee om afscheid te nemen van Laurent Gbagbo als president. Ik vermoed dat mijn lezers dan ook geen tekening nodig zullen hebben om te begrijpen waarom de problemen in Ivoorkust in de pers niet echt op de spits gedreven werden of worden. En waarom dat wel eens helemaal anders had kunnen zijn, als Laurent Gbagbo in het Westen andere geallieerden had gekozen.

Over naar Tunesië, waar Zine El Abidine Ben Ali enkele weken geleden het veld moest ruimen na de zogenaamde Jasmijnrevolutie. Blijkt immers nu dat Ben Ali dan toch niet het soort verlicht dictator was, zoals hij jarenlang werd voorgesteld. Blijkt ook dat hij lang een factor van stabiliteit in Noord-Afrika vormde, maar ondertussen in zijn val minstens één andere dictator heeft meegesleurd. En er kunnen er nog volgen. En opnieuw ook die vraag: hoe komt het toch dat wij in de pers nooit te weten kwamen wat er écht in Tunesië gebeurde? Alles was er immers zo rustig en stabiel, en de zon scheen er toch zo nadrukkelijk in de vakantiehotels…

Het antwoord op de vraag kon al in de inleiding gelezen worden: ook Ben Ali en zijn partij waren lid van de Socialistische Internationale, de koepelorganisatie waartoe ook de Belgische sp.a en de Waalse PS behoren. Pas toen duidelijk werd dat de positie van Ben Ali als Tunesisch president onhoudbaar was, werden hij en zijn partij uit die Socialistische Internationale gezet. Rijkelijk laat, en toch is er niemand in de «serieuze» pers die de vraag stelt hoe het komt dat hij al die tijd lid mocht zijn van een clubje dat anders zo graag moraalridder speelt. Dat ook de Franse conservatieve politica Michèle Alliot-Marie zich serieus wist te verbranden aan Ben Ali en zich uiteindelijk gedwongen zag ontslag te nemen als minister, pleit de Socialistische Internationale niet vrij.

Ook de volgende dictator in het rijtje was jarenlang een voornaam lid van de Socialistische Internationale: Hosni Moebarak. Het moet echter gezegd: de socialisten waren lang de enigen niet om de beste maatjes met Moebarak te willen zijn, en dat heeft zo zijn redenen. Egypte is nu eenmaal een land dat men, uit geo-politieke overwegingen, liefst te vriend houdt. Het is één van de grootste en invloedrijkste landen in het Midden-Oosten, en beschikt bovendien over een troeven zoals het Suez-kanaal en de adembenemende toeristische attracties. En dan zijn er nog de Koptische christenen en de Moslimbroederschap, die ertoe bijdragen dat een militaire dictator die het op binnenlands vlak niet al te bont maakt, de Koptische christenen het leven niet te lastig maakt en tegelijkertijd de Moslimbroederschap onder controle, op heel wat krediet mag rekenen.

Daar stond en staat echter tegenover dat het leven van de Koptische christenen ook onder Hosni Moebarak niet bepaald een dans op rozen was, en dat hij de Moslimbroederschap mee groot hielp maken door elke andere oppositie in de kiem te smoren. Als er binnenkort verkiezingen gehouden zullen worden, is de kans groot dat de Moslimbroederschap een verpletterende overwinning zullen halen gewoon al door het feit dat zij de enige partij zullen zijn die beschikt over een organisatie die naam waardig. Het is dan ook nog iets te vroeg om Samuel Huntington voor een tweede maal dood te verklaren, zoals Paul Goossens dit week-end in De Standaard deed. Terloops: de meeste mensen schrijven zinnigere dingen over internationale politiek op hun dagelijkse boodschappenlijstje dan Paul Goossens over een heel jaar in zijn tweewekelijkse column. Het volstaat al de krant van vandaag te lezen – «Rellen tussen christenen en moslims in Caïro» (met dertien doden tot gevolg) – om te snappen dat deze «Europa-journalist» er absoluut niets van bakt, en je vraagt je dan ook af waarom die zelfverklaarde kwaliteitskrant die man blijft engageren.

Iemand die veel zinnigere dingen wist te vertellen, was John Major verleden week in een interview op BBC Radio 4. Hij liet optekenen dat als je eerste minister of minister van Buitenlandse Zaken bent, je af en toe al eens de hand moet schudden van mensen die je diep veracht, in het belang van het land. (Maar daar weegt dan weer tegen op dat men ook af en toe de hand mag schudden van personen die men enorm bewondert.) Maar er is nog een verschil tussen handjes schudden in functie, en handjes blijven schudden, ook als men niet in functie is. Of nog: Hosni Moebarak is het soort kennis dat je misschien wel uitnodigt voor je trouwfeest, maar liever niet ziet opduiken in je lokale biljartclub. Laat staan dat je hem zelf meeneemt naar je biljartclub. En het is op dat punt dat de Socialistische Internationale lelijk in de fout is gegaan, en chronisch in de fout blijft gaan.

Nu moet gezegd worden dat Michèle Alliot-Marie lang de enige niet was om te bewijzen dat de Socialistische Internationale, ondanks de absolute meerderheidspositie, lang geen monopolie had op relaties met een geurtje aan in Noord-Afrika. Jörg Haider bijvoorbeeld bestond het zoetje broodjes te gaan bakken met de socialistische moslim Moammar al-Qadhafi in Tripoli. Was Jörg Haider in 2008 niet omgekomen in een auto-ongeluk, zou hij vandaag in een bijzonder lastig parket gezeten hebben. Een stuk lastiger zelfs dan waar minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere plots terecht in kwam omdat hij namens België vóór het lidmaatschap van Libië in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties had gestemd. Berouw na de zonde? Zelfs dat niet, want de zonde moest eerst zwart op wit in alle kranten staan voor er enig berouw getoond werd, en Steven Vanackere wist als minister van Buitenlandse Zaken bijzonder goed wat voor vlees hij in de kuip had met Libië.

Laat er vooral geen misverstand over bestaan: ter linkerzijde werd er nogal wat afgegniffeld over dat lidmaatschap. Het lag er vingerdik op dat de ergernis die het in de Verenigde Staten opwekte eerder als een bonus gezien werd, en zeker niet als een malus. Het Libië van Moammar al-Qadhafi was al lang aan een remonte bezig, en niet alleen omwille van het vele geld dat er te verdienen valt met olie en gas. Zijn hartelijke relaties met Hugo Chávez bijvoorbeeld konden op ruime instemming rekenen. Over de aanwezigheid van ettelijke duizenden Chinezen in Libië doet men in de pers opvallend sereen. En het verhaaltje dat schuilgaat achter de huurlingen die zo lelijk huishielden valt ook al nergens te vernemen (behalve bij STRATFOR e.d. natuurlijk). Het gaat hier nochtans over meer dan alleen maar huurlingen uit omliggende landen of Zuidelijk Afrika, maar ook over… Cubanen. En geen Cubaanse vluchtelingen of dissidenten dus.

En daarmee zijn we aanbeland bij de laatste twee dictators in het socialistische rijtje. De manier waarop links Europa flirt met twee bloedige dictators als een Fidel en Raúl Castro, is eigenlijk te gek voor woorden. In het bijzonder de sp.a, met Steve Stevaert als voortrekker, lijkt er al enkele jaren een punt van te willen maken het Cubaanse regime te ondersteunen op alle mogelijke manieren. Dat de persoonlijke levenswijze van Steve Stevaert, die graag in allerlei raden van bestuur zetelt en daar ongetwijfeld één en ander aan vergoedingen opstrijkt, in sterk contrast staat met de rampzalige theorie die hij de gewone Cubaan mee helpt op te leggen, is voor hem absoluut geen hinder. Misschien moet het ene wel als aflaat voor het andere dienen?

Iemand die de linkse waanzin graag nog een beetje verder doordrijft, is sp.a-politicus Kurt de Loor, die zich geroepen voelt met de regelmaat van de klok actie te voeren voor de zogenaamde Cuban Five. Deze vijf Cubaanse spionnen – en niemand ontkent dat zij alle vijf lid waren van de Cubaanse inlichtingendienst en infiltreerden in het Cubaanse vluchtelingenmilieu in Florida – ondergaan in hun Amerikaanse gevangenissen immers een bijna ondraaglijke behandeling, vermoedelijk omdat ze niet elke dag champagne en kaviaar krijgen voorgeschoteld, of regelmatig een dikke Cubaanse sigaar. Maar van de Zwarte Lente van 2003 heeft Kurt de Loor man natuurlijk nog nooit gehoord. En het relaas van bijvoorbeeld Normando Hernández González zal hij ook wel niet gelezen hebben. Wie het verhaal kent, kan de actie op de laatste Gentse Feesten dan ook alleen maar grotesk noemen.

Europees links staat altijd graag op de eerste rij klaar om met het vingertje in de lucht conservatieve politici de levieten te lezen als iets niet helemaal zuiver op de graat is. Ondertussen houden ze zelf graag en veel contact met bloedige dictators over de hele wereld, als ze zich maar tot het socialisme bekennen. Persoonlijke verrijking, ten koste van de eigen bevolking, is daarbij absoluut geen bezwaar, want zo doet Europees links het graag zelf ook. Maar aan elk bloedig regime komt een eind, en dan vallen de lijken natuurlijk uit de kast. Letterlijk zelfs. Dat de Socialistische Internationale mee bloed aan de handen heeft, wil men dan niet geweten hebben. En houden de bevriende journalisten ook angstvallig uit de pers. Zouden zij echt denken dat hun lezers niet al lang door hebben dat er enkele breed uitgesmeerde achtergrondverhalen ontbreken?

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

21 februari 2011

Blauw mistgordijn

De kans dat informateur Didier Reynders in zijn opdracht slaagt, is vrijwel nihil. Dat betekent echter niet dat zijn opdracht maar schijn zou zijn, om te bewijzen dat de liberalen het ook niet zouden kunnen. Zijn opdracht lijkt immers in de eerste plaats een mistgordijn te zijn, dat het échte spel moet verbergen. En dat échte spel, dat speelt zich af in de Wetstraat 16.

Naar verluidt zou zelfs Didier Reynders ondertussen al ingezien hebben dat hij eigenlijk geen kans maakt om zijn informatieopdracht tot een goed einde te brengen. Inderdaad, PS-voorzitter Elio di Rupo bestrijdt waarschijnlijk nog liever zelf de twee pijlers waarop zijn partij in Wallonië rust – de corruptie en de werkloosheid – dan Didier Reynders de eer te gunnen te mogen slagen waar hij zelf zo pijnlijk mislukte. Dat betekent echter niet dat er voor Didier Reynders niets uit de brand te slepen valt. Misschien slaagt hij er wel in de N-VA eraf te rijden, zonder dat ook de CD&V afvalt? In dat geval zou het kunnen dat Elio di Rupo hem een derde ambtstermijn als minister van Financiën zou willen gunnen, als ook MR-voorzitter Charles Michel mee wil. Was ik Didier Reynders, dan zou ik eerder daar mijn energie insteken, in plaats van de sp.a of de groenen op de zenuwen te werken.

Als de informatieopdracht van Didier Reynders slechts een mistgordijn is, waar speelt zich dan het échte spel af, dat dat mistgordijn moet proberen te verbergen? Het antwoord is de Wetstraat 16 natuurlijk, waar een ontslagnemende eerste minister zit die de tijd van zijn leven beleeft. Kreeg Yves Leterme niet, nog voor Didier Reynders zijn informatieopdracht kreeg, ook een opdracht toegespeeld van koning Albert II? Hem werd inderdaad gevraagd een begroting voor 2011 op te stellen, en bovendien maatregelen te nemen om te beantwoorden aan alle eisen van de Europese Unie wat betreft het begrotingsbeleid en de structurele hervormingen. Een waar kolfje naar zijn hand dus. Enkele dagen later kwam daar nog eens het Interprofessioneel Akkoord (IPA) bovenop, om over zijn «ruzie» met Angela Merkel over het indexeringsmechanisme nog maar te zwijgen.

Had Yves Leterme zijn eigen droomjob mogen schetsen, hij had het waarschijnlijk nooit beter kunnen doen dan de job die hij nu heeft. Stel je voor zeg, al die cijfertjes bij mekaar optellen, en daarna op TV of internationaal de grote jan mogen uithangen, terwijl hij in het Parlement lastige vragen altijd kan pareren met een zwijgen «in het belang van het land en de bevolking». Ondertussen dient hij zijn ware heren, niet zijn kiezers of zijn eigen partij, maar wel de PS, in de hoop dat hij er straks nog enkele jaartjes bij zou mogen doen. Of zou het echt toeval geweest zijn dat hij in verband met het IPA tegen zijn eigen partij en een meerderheid in de Kamer in aan het onderhandelen sloeg met de PS, zogezegd omdat er binnen de federale regering toch eensgezindheid moest zijn? In een ontslagnemende regering is dat nergens voor nodig, tenzij er andere belangen op het spel staan natuurlijk.

Aan de geruchten over een samenwerking tussen Yves Leterme en Elio di Rupo hecht ik ondertussen weinig geloof. Zo'n samenwerking achter de schermen valt natuurlijk niet uit te sluiten, maar lijkt me toch onwaarschijnlijk. En bovendien, van de kant van Elio di Rupo bekeken totaal onnodig. Yves Leterme heeft hij immers al lang in zijn zak – waarom zou hij dan met hem moeten samenwerking? Bovendien valt zo'n samenwerking niet helemaal consistent te noemen met de uitvallen van Elio di Rupo naar de CD&V, al kan de samenwerking natuurlijk van recentere datum zijn. Maar dan nog blijft het merkwaardig dat bijvoorbeeld ook Laurette Onkelinx zich onlangs nog liet opmerken met een bitsige aanval op de CD&V. Of zou de samenwerking zo geheim zijn dat ze achter haar rug om zou gebeuren?

Wat er ook van zij, de informatie-opdracht van Didier Reynders heeft voor de PS vooral één functie: de tijd verder laten werken, tot de CD&V bereid is de N-VA te laten vallen. Tegelijkertijd kreeg Yves Leterme van de PS een extra injectie van zijn favoriete drug toegediend: macht. Of misschien correcter, en nog gevaarlijker: schijn van macht. De signalen die de PS ondertussen teruggestuurd krijgt van de CD&V geven in ieder geval aan dat deze tactiek op termijn misschien dan toch zijn vruchten zou kunnen afwerpen. Was daar niet Yves Leterme, die al eens liet verstaan verkiezingen «tegen elke prijs» te willen vermijden? Ik hoef daar voor de lezer waarschijnlijk verder geen cynische opmerking bij te maken. Maar belangrijker was het nieuwe signaal van CD&V-voorzitter Wouter Beke, dat ondertussen al gretig opgepikt werd door Rik Torfs: de CD&V stapt niet zonder de N-VA in een nieuwe federale regering, tenzij de N-VA zelf niet meer zou willen. En daarmee werd de onvoorwaardelijke onverzettelijkheid van de CD&V meteen omgebogen in een voorwaardelijke onverzettelijkheid. Als N-VA-voorzitter Bart de Wever morgen het verlossende woord laat vallen, zal de CD&V de handen vrij hebben om toch in een federale regering te stappen zonder de N-VA. En desnoods – liefst? – ook zonder staatshervorming. De CD&V-bocht is dus ingezet.

En er zal nog bochtenwerk aan te pas komen. Misschien hoopt men nu binnen de CD&V wel in stilte dat de N-VA er eerder vroeg dan laat er toch zelf zou uittrekken, maar ik acht die kans eerder klein. De N-VA definieert zich immers als partij in functie van haar grootste concurrent, het Vlaams Belang, met als groot verschil dat de N-VA in tegenstelling tot het Vlaams Belang wél bereid is compromissen te sluiten en deel te nemen aan de macht. Het is niet meer of niet minder dan de bestaansreden van de N-VA. Sommige waarnemers verbazen er zich al maanden over dat de N-VA de onderhandelingstafel niet wil verlaten, en verklaren dat als een angst om de zwart piet toegespeeld te krijgen, maar het probleem van de N-VA is dus groter dan dat. Als de partij de federale regeringsonderhandelingen verlaat, toont zij immers impliciet aan dat niet zij, maar wel het Vlaams Belang al de hele tijd gelijk heeft gehad over de Belgische constructie. Federaal in de oppositie belanden is voor de N-VA op zich geen probleem, als zij aan haar kiezers maar kan vertellen dat zij in die oppositie geduwd werd, en er niet zelf voor gekozen heeft. Het verlossende woord van Bart de Wever voor de CD&V (en sp.a, Groen! en Open Vld) zal daarom ongetwijfeld nog enige tijd op zich laten wachten.

Zijn de Franstaligen gefrustreerd over de houding van de CD&V, die de N-VA maar niet wil laten vallen, dan is men bij de CD&V weer gefrustreerd over de houding van de N-VA, die de onderhandelingstafel maar niet uit eigen beweging wil verlaten. De scherpe uitval van Rik Torfs aan het adres van Bart de Wever moet wellicht ook in dat licht gezien worden, en niet alleen in dat van de recente peiling die de CD&V naar een historisch dieptepunt zond.

Welke mogelijkheden heeft de CD&V dan nog om alsnog een regering-Leterme III op de benen te brengen? Áls Bart de Wever bereid is de onderhandelingstafel zelf te verlaten, heeft de CD&V meteen de handen vrij, en kan ze bovendien de staatshervorming zonder veel problemen in één of andere werkgroep stoppen. Als Bart de Wever niet zo vriendelijk wil zijn voor de CD&V, vermoed ik dat de CD&V op een gegeven ogenblik zal willen vaststellen dat de N-VA de facto niet meer in een federale regering wil stappen, ook al zegt die partij iets anders. Dat de CD&V, naar het schijnt met de C van christelijk, niet te beroerd is om platte leugens te gebruiken, weten we reeds langer. De regering-Leterme II had volgens haar wel degelijk een meerderheid aan Vlaamse zijde, omdat haar regeerakkoord ooit mee goedgekeurd werd door de N-VA. En als die regering misschien dan toch geen meerderheid aan Vlaamse zijde had, en de N-VA daar problemen rond maakte, dan lag de schuld daarvoor natuurlijk volledig bij de N-VA zelf, die de regering-Leterme II dan maar moest steunen. Met nu bovendien ook Rik Torfs in huis, kan het voor de CD&V dan toch geen probleem zijn op een bepaald ogenblik vaststellingen te doen, die weliswaar kant noch wal raken, maar die haar wel toelaten om eindelijk weer de benoemingsmachines in gang te zetten. Zou bijvoorbeeld Steven Vanackere die klus niet kunnen klaren in een informatieopdracht, zodat Yves Leterme eindelijk aan zijn formatieopdracht zou kunnen beginnen? Laat de boel ondertussen rustig nog een paar weekjes sudderen, misschien is er dan wel iets mogelijk…

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

12 februari 2011

Peiling Vers l'Avenir: Zwaar verlies voor CD&V (Hoegin)

Gisterenavond publiceerde de krant Vers l'Avenir de resultaten van een nieuwe internetpeiling. Het meest opvallende resultaat aan Vlaamse zijde is ongetwijfeld de sterke achteruitgang voor CD&V, terwijl N-VA stabiel boven de dertig procent blijft scoren. Aan Franstalige kant blijft de PS afgetekend de marktleider, maar ze lijkt wel een beetje over een hoogtepunt heen..

Oppervlakkig bekeken komen de resultaten van deze peiling bijzonder goed overeen met de resultaten van een ander onderzoek dat eerder deze week gepubliceerd werd. Een telefonisch onderzoek, uitgevoerd door het marktonderzoeksbureau Profacts, had uitgewezen dat een derde van de CD&V-kiezers vandaag ontevreden was over zijn keuze van acht maanden geleden. De kiezers van de N-VA daarentegen waren wel nog tevreden, en het hoeft dan ook niet te verbazen dat die partij haar aanhang van 13 juni 2010 weet te behouden, ja zelfs een beetje kan uitbreiden. Want inderdaad, vergeleken met de verkiezingen gaat de N-VA erop vooruit (al moet die uitspraak enigszins gematigd worden wanneer we vergelijken met de verkiezingsuitslag voor de Senaat), terwijl CD&V zo ongeveer een kwart van haar aanhang verliest.

De achteruitgang van de CD&V kan men overigens ronduit dramatisch noemen. Het was verleden jaar al een sensatie dat de partij onder de psychologische drempel van de twintig procent uitkwam, maar vandaag zou de partij dus zelfs onder de vijftien procent zakken. Vergelijken we met de verkiezingen van daarvoor, die voor het Vlaams Parlement van 2009, dan spreken we stilaan al van een halvering op minder dan twee jaar tijd. Of de kiezers die CD&V verliest overlopen naar N-VA, is echter een open vraag waar de peiling van Vers l'Avenir jammer genoeg geen antwoord op geeft. Het is immers best mogelijk dat de ex-CD&V-kiezers eerder hun toevlucht bij partijen als sp.a en Groen! zoeken. Daarom is het ook de vraag of deze zwakke uitslag voor de CD&V eerder het kamp van Kris Peeters en Wouter Beke verzwakt, dan wel dat van Yves Leterme van Steven Vanackere.

Bij de drie andere middelgrote partijen valt eigenlijk weinig beweging te noteren. Bij sp.a blijft alles stabiel rond de laatste verkiezingsuitslag hangen, net zoals bij het Vlaams Belang, ook al lijkt de tendens daar eerder negatief dan neutraal of positief. Ook bij Open Vld is de trend eerder negatief, al kan het verschil met de laatste verkiezingen voorlopig nog niet significant genoemd worden. In verband met de Open Vld is het misschien wel het vermelden waard dat de partij dus wel nog altijd boven de tien procent blijft scoren, dit in tegenstelling tot de geruchten over een geheim peiling enkele weken geleden, waarin het tegendeel het geval zou geweest zijn.

Bij Groen! is de trend voorlopig eerder positief, maar ook voor deze partij is het verschil met de laatste verkiezingen voorlopig nog niet significant te noemen. Voor die partij is het echter wel belangrijk dat het lopende gemiddelde van de peilingsresultaten stilaan de acht procent nadert, een absoluut hoogtepunt voor de laatste zeven jaren. Het betekent immers dat de lichtjes positieve trend in alle peilingen aanwezig is. Acht procent plaatst de partij bovendien op een niveau dat comfortabel hoog boven de kiesdrempel ligt. De simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement geeft de partij in alle kieskringen zonder veel problemen minstens een zetel.

Een partij waar het niet zo goed mee gaat, is LDD. Noteer dat de internetpeiling uitgevoerd werd na de naamswijziging (en de bekendmaking van de «nieuwe» voorzitter). Het lijkt erop dat die naamswijziging voorlopig nog niet veel effect heeft gehad op het Vlaamse kiespubliek, want de partij blijft ver onder de kiesdrempel zweven. Vermoedelijk zou de partij alleen in West-Vlaanderen nog steeds een zetel kunnen wegkapen.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat N-VA en CD&V er niet langer zouden kunnen beschikken over een absolute meerderheid. De enige coalitie met twee partij die nog mogelijk zou zijn, is er één van N-VA en… sp.a. Ik laat het aan de lezer over om te oordelen of dit ook politiek realistisch zou zijn.

Over coalities gesproken: daar waar de regering–Peeters II nog steeds over een ruime meerderheid zou beschikken, zit de steun voor de regering–Leterme II aan Vlaamse zijde op een historisch dieptepunt. Samen vertegenwoordigen CD&V en Open Vld immers geen kwart van de Vlaamse kiezers meer.

Aan Franstalige zijde valt de blijvende dominantie van de PS op, al moet daar ook aan toegevoegd worden dat die partij over een hoogtepunt heen lijkt te zijn. Het was de peiling van Vers l'Avenir van 17 september 2010 die de partij voor het eerst weer boven de veertig procent tilde, maar nu staat de partij weer op het niveau van de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010.

De andere Franstalige partijen blijven min of meer ter plaatse trappelen. De MR stabiliseert zich een fractie onder het laatste verkiezingsresultaat, net zoals de cdH. Ecolo blijft dan weer zweven rond haar laatste verkiezingsresultaat. Voor de PP en het Front National is het armoe troef, want beide partijen zitten nog steeds ver onder de kiesdrempel, en lijken daarom geen kans te maken om bij de volgende verkiezingen een zetel te kunnen binnenhalen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en alle peilingen in Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , , ,

Read more...

18 november 2010

Nieuwe verkiezingen volledig van de baan (Hoegin)

Nogal wat wetstratologen lijken ervan overtuigd dat als de Johan vande Lanotte in zijn bemiddelingsopdracht mislukt, we regelrecht naar nieuwe verkiezingen zullen gaan. Ik denk echter dat «België» het niet zo ver zal laten komen, en Steven Vanackere zette als spreekbuis van het ACW deze morgen die stelling op de radio kracht bij.

We hebben reeds uitvoerig betoogd dat de échte opdracht van Johan vande Lanotte – tijd winnen – eigenlijk niet kon mislukken. Morgen zal de bemiddelaar zijn oorspronkelijk doel al met een week overschreden hebben, en wanneer we het tijdsschema dat hij dinsdag uit de doeken deed overlopen, blijkt duidelijk dat hij zichzelf zonder veel problemen nog tot minstens begin december aan de slag zal kunnen houden. De opdracht ís dus reeds geslaagd, en de vraag die rest is enkel nog hoezeer hij zijn oorspronkelijk doel zal weten te overtreffen.

De kansen om er het absoluut maximale uit te halen zijn overigens de laatste dagen fel gestegen. Niemand schijnt het opgemerkt te hebben, of zwijgt er zedig over, maar de N-VA doet er alvast openlijk niet moeilijk meer over dat Johan vande Lanotte zich van week tot week telkens weer wat extra tijd toemeet. Het was ooit anders, al resulteerde het toen in een enorm gezichtsverlies in de Kamer toen de partij haar eigen splitsingsvoorstel over Brussel-Halle-Vilvoorde moest laten vallen. Alleen Siegfried Bracke flaterde verleden week een beetje, maar werd daarvoor door zijn ex-collega's opvallend mild behandeld in het zondagse praatprogramma De Zevende Dag. Ondertussen zal hij het misschien dan toch afgeleerd hebben op voorhand straffe uitspraken te doen over cruciale data in de toekomst.

Belangrijker is echter de afschaffing van de beruchte Stratego-groep. Partijvoorzitter Bart de Wever riep die in een vorige leven in het leven om op tijd en stond te kunnen «terugkoppelen» van de onderhandelingen, zoals dat dan heet. Hier zit een opvallende parallel met de reflectiegroep van de CD&V, die in november 2007 opgeheven werd. Het tijdsaspect is één parallel, de geruchten over interne tegenstellingen een andere, en de officiële reden voor de afschaffing, de lekken naar de pers, nog een andere. Het échte probleem van zo'n Stratego- of reflectiegroep is natuurlijk dat zij precies dat doet waarvoor ze in het leven geroepen werd: voorstellen aftoetsen aan het partij- en verkiezingsprogramma. Voor een partijvoorzitter die zich in de onderhandelingen mee gegeven heeft voor een compromis is dat natuurlijk telkens weer een koude dweil in de nek. En met hangende pootjes terugkeren naar de onderhandelingen, weer vertrekken vanaf nul, het uitgangspunt: het verkiezingsprogramma dus.

Het gevaar dat de N-VA nu loopt, is dat van de sluipende besluitvorming. Het is die sluipende besluitvorming die de CD&V aan het einde van 2007 door de knieën deed gaan om toch maar in een regering–Verhofstadt III te stappen, en uiteindelijk ook Leterme I, ook al stonden de regeerakkoorden mijlenver af van wat de partij aan de kiezer beloofd had. Het is die sluipende besluitvorming die over enkele weken wel eens Bart de Wever en de N-VA de das zou kunnen omdoen om in een regering–Di Rupo I te stappen met een regeringsakkoord dat mijlenver verwijderd staat van het partij- (separatisme!) of verkiezingsprogramma (confederalisme) van de N-VA. Wanneer de N-VA dan sust dat partijvoorzitter nog wel zal terugkoppelen, maar dan meer ad hoc, is het duidelijk dat het gevaar op zo'n proces van sluipende besluitvorming zeer reëel is.

Zo'n ad hoc-terugkoppeling verwordt immers snel tot een overtuigingsoefening om medestanders te verwerven in de partijraad en later op een eventueel partijcongres. Bovendien wordt het aantal betrokkenen al snel beperkt tot een kleinere kring rond de partijvoorzitter, meteen ook de ministeriabelen in de partij. Wie van hen zal willen klaarstaan om herhaaldelijk én moederziel alleen telkens weer een koude dweil in de nek van de partijvoorzitter te leggen? Zeker als er enige ambitie is om uiteindelijk ook minister te mogen worden. En hoe vaak gaat die partijvoorzitter voorstellen waar hij zelf nog zo hard aan gezwoegd heeft in de onderhandelingen terugkoppelen met iemand die ze toch maar zal afwijzen? Het antwoord laat zich dan ook gemakkelijk raden. Een bewust proces om een regeringsdeelname mogelijk te maken wil ik de afschaffing van de Stratego-groep niet noemen, maar als geschiedkundige zou Bart de Wever toch iets meer historisch besef aan de dag mogen leggen.

Bovendien is er nog de vraag waarom die Stratego-groep zo vaak lekte. Was het omdat die groep volzat met figuren die zichzelf interessant en populair wilden maken bij enkele journalisten? Of was het omdat enkelen in die groep de gang van zaken gewoonweg niet meer konden aanzien? De afschaffing van de Stratego-groep was dan toch wel een heel gemakkelijke oplossing voor een lastig probleem. Het zegt trouwens ook iets over de geestesgesteldheid van de partijvoorzitter wanneer hij blijkbaar meer tijd veil heeft voor de federale regeringsonderhandelingen dan het behoud van de interne gezondheid binnen zijn eigen partij.

Mijn conclusie is daarom dat de kans sterk gestegen is dat de N-VA uiteindelijk toch zal toehappen wanneer Johan vande Lanotte zijn «meccano-voorstel» zal presenteren. Er kan echter weinig twijfel over bestaan dat dat voorstel een stuk onder de nota van Bart de Wever zal duiken om aanvaardbaar te kunnen zijn voor PS, cdH en Ecolo. Sp.a en Groen!, die zich meer en meer gedragen als Vlaamse bijhuizen voor hun Franstalige meesters, zullen het voorstel ook aanvaarden, om de eenvoudige reden dat ze eender wat zouden aanvaarden als ze maar mee in de federale regering mogen. Vraag is dus of de N-VA-onderhandelaars tegen de tijd dat Johan vande Lanotte zijn voorstel zal doen nog tot een afwijzing in staat zullen zijn. Hoe langer Johan vande Lanotte zijn voorstel kan uitstellen, hoe groter zijn kansen dat de N-VA zal aanvaarden. En indien de N-VA toch haar akkoord zou weigeren, is de volgende vraag natuurlijk wat de houding van de CD&V zal zijn.

Zoals reeds geschreven heeft Steven Vanackere wat dat betreft deze ochtend reeds een tipje van de sluier opgelicht: het ACW stapt hoe dan ook in de volgende federale regering. Aan Wouter Beke, die tegen de tijd dat de ultieme beslissing genomen zal moeten worden misschien al volwaardig partijvoorzitter zal zijn, zal dan de keuze gelaten worden of ook de CD&V volgt, dan wel of ACW alleen in die regering zal stappen. Merk daarbij op dat de niet-ACW'ers in de Kamer- en Senaatsfractie van de CD&V met een vergrootglas gezocht moeten worden. Merk verder ook op dat Yves Leterme eigenlijk geen rekening houdt met een scenario waarbij hij binnenkort niet opnieuw minister zou worden. Het monkellachje dat het antwoord op de ietwat domme vraag van Ivan de Vadder in De Zevende Dag over het gouverneurschap van West-Vlaanderen begeleidde sprak wat dat betreft boekdelen. Men kan natuurlijk niet uitsluiten dat Inge Vervotte zich hevig zou verzetten tegen een regeringsdeelname en liever in de oppositie zou stappen. Ik schat echter de kans dat Michel Daerden deze avond nog geheelonthouder zou worden een pak hoger in.

Kan men zich trouwens een betere partijvoorzitter dan Wouter Beke – mét Vlaams profiel! – voorstellen om een Belgische regering van Nationale Eenheid door te drukken op een CD&V-partijcongres? Als ik een euro zou krijgen voor elk binnenpretje dat dat zou opleveren bij Yves Leterme, dan zou ik de rest van dit en volgend jaar het huis niet meer uit hoeven om de kost te gaan verdienen, en kon ik voltijds artikelen schrijven zoals deze. Binnenpretjes ook over het afvoeren van de staatshervorming en de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, en vooral, die regeringsminderheid aan Vlaamse zijde. Op dat punt ben ik het alvast helemaal niet eens met professor Herman Matthijs: de regeringen–Van Rompuy I en Leterme II zijn immers het perfecte smeermiddel geweest om opnieuw te regeren tegen een Vlaamse meerderheid in. Waarom een regering van Nationale Eenheid een tweederde meerderheid nodig zou hebben ontgaat me trouwens volledig, want als er iets is dat hét bindmiddel van zo'n regering zou zijn, dan wel het verzet tegen een staatshervorming. Of moeten we nu echt denken dat ACW, PS en het koningshuis vragende partij zouden zijn voor meer fiscale autonomie?

Neen, nieuwe federale verkiezingen, daar geloof ik dus niet in. In vervroegde verkiezingen, vóór 2014, door de val van een nieuwe federale regering trouwens ook niet. Aan Vlaamse zijde zou die immers alleen maar bestaan uit partijen die alleen maar kunnen verliezen, en aan Franstalige zijde uit partijen die in die regering precies hun zin zouden kunnen doen. Het zou al raar moeten lopen als één van de zes partijen er dan vroegtijdig zou willen uittrekken. Bijproduct zou wel eens een volstrekte V-meerderheid in het Vlaams Parlement kunnen zijn, maar dat is natuurlijk een «zorg» voor later.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

2 augustus 2010

Zouden de Vlaamse partijen het dan wél al begrepen hebben? (Hoegin)

Het relaas van de onderhandelingen van de afgelopen week, zoals zaterdagochtend geschetst in De Standaard, was natuurlijk leuke en lichte ontbijtlectuur om het week-end te starten. Maar achteraf blijven toch wel enkele elementen en passages uit dat relaas hangen, om te kristalliseren tot de volgende vraag: de Vlaamse partijen klagen dat de Franstalige partijen nog altijd niet begrepen hebben wat er op 13 juni in Vlaanderen gebeurd is, maar zouden ze het eigenlijk zélf wel begrepen hebben?

We schrijven ondertussen al vijftig – 50 – dagen na de federale verkiezingen, en voor zover we weten staan de federale regeringsonderhandelingen inhoudelijk nog nergens. En er zijn goede redenen om aan te nemen dat ze inhoudelijk wel degelijk nog nergens staan. Ten eerste bevat het relaas nergens ook maar de minste details over voorstellen waarover gediscussieerd werd. Het gaat immers vrijwel uitsluitend over de atmosfeer, persoonlijke relaties, donderpreken en uitbranders. Alleen De Morgen berichtte over een gerucht dat er een voorstel zou zijn over de splitsing van de kinderbijslagen, maar of die splitsing naar de gewesten of de gemeenschappen zou worden doorgevoerd, daar was nog discussie over. Over de financiering van Brussel of de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde vernamen we tot nu toe nog helemaal niets. Behalve dan dat de Franstaligen misschien wel «veel verder dan in 2007» zouden staan, wat dat ook moge betekenen.

Bovendien zijn er de N-VA-leden en -mandatarissen, die, ongevraagd maar desalniettemin met veel ijver, bevestigen dat de onderhandelaars nog mijlenver van een akkoord staan. Of dat nu werkelijk iets is om trots over te zijn, vijftig dagen na de verkiezingen, is nog de vraag, zeker als een partij die het eens allemaal anders ging doen daarvoor mede verantwoordelijk is. Welke N-VA-kiezer zat hier immers op te wachten? Bovendien vraag ik me af of het werkelijk zo zou zijn dat Bart de Wever regelmatig in het partijblaadje van de N-VA verslag uitbrengt over welke puntjes al een akkoord zou bereikt zou zijn, en welke niet. Of nog: wat weten die N-VA-leden en -mandatarissen over wat er werkelijk tijdens die vergadering gebeurt of niet gebeurt?

Meer zelfs: wat weten zij, dat al die Wetstraatjournalisten niet weten, waardoor zij gedwongen zijn verhaaltjes neer te pennen die beter zouden staan in de boekskes dan in een «kwaliteitskrant»? Misschien is het wel een journalistieke samenzwering, over alle concurrerende media heen, om de indruk te wekken dat er wel vooruitgang geboekt zou worden? Morgen kunnen ze dan Bart de Wever en heel zijn N-VA afslachten als koppigaards die een kant-en-klaar communautair akkoord, met niet alleen veel vette vissen maar ook heelder varkens gebraden aan het spit, om over alle overdadige dessertjes en toetjes nog maar te zwijgen, afschoten, omdat ze, als Vlaams-nationalisten, nu eenmaal niet in staat zijn tot het sluiten van compromissen? Ik heb er zo mijn bedenkingen bij…

Maar er zijn tekens die meer zorgen baren. Zo was er bijvoorbeeld de reactie van de Franstaligen op de donderpreek van Bart de Wever – voor zover we de pers dus op haar woord mogen geloven. We citeren uit De Standaard: «‘Je speelt met vuur, dreigt het land te vernietigen. Besef je wel wat je doet?’, repliceren de Franstaligen.» Dat is al bij al een hoogst merkwaardige reactie. Blijkbaar hebben de Vlaamse partijen, en dan de N-VA als Vlaams-nationalistische partij in het bijzonder, na vijftig dagen onderhandelen de Franstaligen nog steeds niet aan het verstand kunnen brengen dat dreigen met het einde van België geen indruk meer maakt in Vlaanderen. Of zou mogen maken. En dat zij ook helemaal niet in een positie zitten om die dreiging te kunnen maken.

Bovendien volgde even daarna een uitval van Joëlle Milquet naar Wouter Beke, de interim-voorzitter van de CD&V. Heeft iemand ergens gelezen dat zij achteraf haar excuses heeft aangeboden? Of heeft moeten aanbieden? Waarom heeft Bart de Wever trouwens niet al lang Elio di Rupo laten verstaan dat Joëlle Milquet best een toontje lager zou schreeuwen als ze er bij wil blijven, want dat er anders wel alternatieven te vinden zijn? Het heet dat men bij de N-VA geïrriteerd is over het gedrag van Joëlle Milquet, maar ondertussen laat men wel maar betijen.

Meer zelfs, het lijkt erop dat Joëlle Milquet meer te zeggen heeft over het tempo van de onderhandelingen dan Bart de Wever en Elio di Rupo samen. Kwamen de geruchten over haar vakantie in Turkije niet enkele dagen vóór er een «semaine familiale» ingelast werd door de preformateur? Ik mag daar toch opnieuw een déjà vu-gevoel naar 2007 bij hebben? En wat met haar gezaag over groene regeringsdeelname, net zoals haar gezaag over de PS-deelname in 2007? In de regering-Leterme II – in werkelijkheid de regering-Milquet III, net zoals deze preformatie meer over een regering-Milquet IV dan een regering-Di Rupo I lijkt te gaan – slaagt er zij zelfs in eigenhandig de nummerplaten wit-rood, pardon, wit-robijn te houden. Tegen alle veiligheidsoverwegingen in dus, en ondanks het feit dat dat niet eens haar bevoegdheid is. Meer zelfs, zij verantwoordt haar beslissing met een eng-nationalistisch discours (of niet soms, kwaliteitsjournalisten?), en mijmert over het knipperen met de lichten in het buitenland, bij mijn weten nog steeds een ernstige verkeersovertreding (opnieuw: of niet soms, kwaliteitsjournalisten?). A propos, had ze het wat slimmer gespeeld, dan had ze de nummerplaten gewoon laten splitsen, en de Vlamingen hun zwart-geel gegeven. Dan riskeert ze immers aan de ene kant niet meer in het buitenland met haar lichten naar flamins te knipperen, terwijl aan de andere kant de verhoogde leesbaarheid van de Vlaamse nummerplaten de flitsgeldstroom naar het Zuiden alleen maar ten goede kon komen. Ze kan het misschien als Franstalige eis op de onderhandelingstafel leggen?

Maar terug naar de Vlaamse partijen. Na vijftig dagen onderhandelingen zit ik dus absoluut niet met de indruk dat de N-VA zélf wel begrepen heeft wat voor signaal de Vlaamse kiezer op 13 juni uitgezonden heeft. Wie wel de indruk geeft dat begrepen te hebben, is Kris Peeters. Voorlopig lijkt hij de overhand te hebben binnen de CD&V, zoals we dat kunnen afleiden uit het feit dat híj Wouter Beke bijstaat in de regeringsonderhandelingen, en niet bijvoorbeeld een Steven Vanackere of een Yves Leterme. Ik heb zo'n vermoeden dat het Kris Peeters is die ervoor zorgt dat de CD&V zich voorlopig niet laat betrappen op toegevingen aan de Franstaligen die niet eerst volledig gedekt zijn door de N-VA. De Belgische ACW-kiezers zal hij in 2014 hoe dan ook in zijn zak hebben, maar de N-VA speelt op dit ogenblik met geleend kapitaal van zowel CD&V als Vlaams Belang. De enige juiste strategie voor hem om ook na 2014 nog iets te betekenen, is daarom te proberen het CD&V-gedeelte van het N-VA-kapitaal terug te winnen. Bart de Wever zal aan hem nog een lastige klant hebben de komende weken.

Tot slot zou ik me even willen richten tot de N-VA-leden en -sympathisanten die op het Internet actief zijn, en elke uiting uit Vlaamse hoek die geen huldebetuiging aan het genie van Bart de Wever bevat aan een kritische lezing onderwerpen en eventueel van commentaar voorzien. Ten eerste, en voor alle duidelijkheid: ook ik beschouw me als een N-VA-sympathisant, om de eenvoudige reden dat ik het niet kan helpen dat ik veel sympathie heb voor Vlaams-nationalistische partijen die het goed menen met Vlaanderen. Ten tweede ben ik nogal pessimistisch aangelegd als het op Belgische communautaire onderhandelingen aankomt, maar hoop ik toch dat ik me nu al vijftig dagen lang op schandelijke wijze grondig vergis. Ik zie het echter als mijn taak te waarschuwen voor een mogelijke historische vergissing, te meer daar men voor zulke waarschuwingen niet bepaald op de Vlaamse pers hoeft te rekenen – integendeel zelfs. Maar belangrijker: ik hoop ten zeerste dat wanneer er een federaal regeerakkoord zal voorliggen, zij dat aan een even kritische lezing zullen onderwerpen, en ook dán hun stem zullen laten horen wanneer zij iets opmerken dat hen niet helemaal aanstaat. Misschien kan dan meteen ook verhinderd worden dat sommigen onder hen strootjes zullen moeten trekken, met dichtgeknepen neus zullen moeten stemmen, of met de dood in het hart.

Labels: , , , , , ,

Read more...

1 mei 2010

Waarom Leterme geen CD&V-kopman kon zijn (Hoegin)

De Vlaamse journalisten werden (overigens net als ik) de afgelopen week verrast door de beslissing van de CD&V-top om voorzitster Marianne Thyssen naar voor te schuiven als kopman voor de komende verkiezingen. Wie alles eens nuchter op een rijtje zet, komt echter al snel tot de conclusie dat daar eigenlijk niets verrassends aan was. Of toch niet helemaal, want de positie van Yves Leterme binnen de CD&V is blijkbaar dan toch niet zo sterk dat hij als federaal eerste minister zijn ijdelheid zou kunnen laten primeren op het belang van de partij.

Eigenlijk werd er in de media nogal snel over de achtergrond van de beslissing van de CD&V-top heen gestapt, om snel te focusseren op de mogelijkheid dat België voor het eerst een vrouwelijk eerste minister zou kennen. Hier en daar werden wel wat brokstukken van die achtergrond aan de lezer aangereikt, maar de lezer die graag eens een volledig verhaal las, bleef op zijn honger zitten. Schonken de journalisten zelf die achtergrond niet voldoende aandacht, en vonden ze de zaak daarom het vermelden niet waard? Of komt het verhaaltje nogal ongelegen op een ogenblik dat de Belgische staat een régimecrisis ondergaat? Het is al lang genoegzaam bekend dat de vierde macht in Vlaanderen absoluut geen zin heeft om aan de poten van het Belgische establishment te zagen, vooral ook omdat ze daar zelf deel van uitmaakt. Daarom hieronder een poging om al de brokstukken eens te verzamelen, aangevuld met enkele persoonlijke vermoedens.

Laat we beginnen met een eenvoudige vaststelling: de manier waarop de verkiezingen voor de Senaat zijn ingericht vragen eigenlijk om een kandidatuur van de eerste minister – of correcter: werd precies daarvoor ook zo ingericht. CD&V koos er echter voor voorzitster Marianne Thyssen als kopman op de Senaatslijst te plaatsen, en zond Yves Leterme terug naar West-Vlaanderen. Dat laatste is gemakkelijk te verklaren: de uit Brussel verworpen West-Vlaming Yves Leterme zal ongetwijfeld een stevige score kunnen neerzetten in zijn eigen kieskring, en daarom nog niet meteen volledig vaarwel moeten zeggen aan de politiek. En om die reden zou de partij trouwens wel gek zijn als ze Yves Leterme niet zou uitspelen in West-Vlaanderen.

Waarom kon Yves Leterme echter geen dienst doen als kopman voor de CD&V? Een eerste reden zijn de kiescampagnes van zowel 2004 en 2007, met twee one-liners die Yves Leterme zélf lanceerde. Die twee one-liners – de «vijf minuten politieke moed» uit 2004 en de «wie gelooft die mens nog?» uit 2007 – zijn vandaag dodelijk voor hem, en je kan er gif op innemen dat zowel Vlaams Belang, N-VA als Lijst Dedecker ze bij elke denkbare gelegenheid gretig zouden gebruiken. In de praktijk zou het daarmee zo goed als onmogelijk geweest zijn voor Yves Leterme om nog deel te nemen aan een politiek TV-debat, zonder op één of ander tijdstip met één van die one-liners doodgeknuppeld te worden.

De tweede reden waarom Yves Leterme onmogelijk was als CD&V-kopman hangt nauw samen met die eerste reden. Yves Leterme stond immers voor zowel goed bestuur als het communautaire programma waarmee de CD&V zowel in 2004 als in 2007 naar de kiezer trok, maar staat vandaag ook voor het daaropvolgende verraad ervan. Van goed bestuur is zo goed als niets in huis gekomen – integendeel zelfs: asielbeleid is één grote puinhoop, net zoals begroting en justitie, en met creaturen als een Didier Reynders op Financiën of een Michel Daerden op Pensioenen hoeft daar verder zelfs geen tekeningetje meer bijgemaakt te worden. Brussel-Halle-Vilvoorde werd niet gesplitst, en zowel Yves Leterme als Herman van Rompuy smeekten ieder op een bepaald ogenblik de Franstaligen op hun blote knieën om toch maar een nieuw belangenconflict in te dienen teneinde de splitsing een beetje langer te kunnen uitstellen. Over een staatshervorming zullen we het dan nog niet hebben. Het schijnt dat daarvoor ooit wat borrelnootjes klaar hebben gelegen, maar verder dan de bezwering dat die borrelnootjes wel degelijk in een rek in een verre winkel klaar lagen kwam Yves Leterme niet. Als de Vlamingen borrelnootjes willen, zullen ze ze zelf moeten kweken in de plantentuin van Meise, wanneer die ooit gedefederaliseerd zal raken. Hoe dan ook, als je de verzinnebeelding bent van zo'n palmares, kan je moeilijk naar de kiezer trekken om te vragen het vertrouwen te vernieuwen.

Derde reden waarom Yves Leterme als lijsttrekker voor de Senaat voor de CD&V moeilijk ligt, is zijn score uit 2007 – de beruchte 800.000 stemmen. Omwille van de eerste twee redenen laat het zich raden dat Yves Leterme die score zelfs niet bij benadering zal kunnen evenaren. Zelfs als hij al 700.000 voorkeurstemmen zou halen, wat in de huidige omstandigheden al een enorme prestatie én verrassing zou zijn, zal hij na de verkiezingen niet aan de onderhandelingstafel verschijnen als de man met 700.000 stemmen achter zich, maar de man die er 100.000 verloor. Eis op die manier maar eens de portefeuille van eerste minister op, zeker als de PS in de Kamer de grootste fractie zou worden en ze met voorzitter Elio di Rupo in Wallonië wél een goed resultaat zou neerzetten. Zelfs al zou Marianne Thyssen amper 400.000 voorkeurstemmen halen, dan nog zal niemand het aandurven die al te nadrukkelijk te vergelijken met de 800.000 van Yves Leterme, omdat die vergelijking nu eenmaal niet zo goed opgaat.

Ziedaar mijn drie redenen waarom Yves Leterme onmogelijk was als kopman voor de CD&V voor de komende verkiezingen: zijn one-liners uit de twee vorige campagnes, zijn kiezersbedrog uit de twee vorige campagnes, en het stemmenresultaat van zijn laatste campagne. Zou het echter kloppen dat Yves Leterme dit ook zélf inzag – in een zelden moment van zinsverheldering en contact met de werkelijkheid? De partij wil het zo laten voorkomen, en het bespaart Marianne Thyssen in elke politiek debat te moeten verklaren waarom zij Yves Leterme aan de kant heeft gezet, maar veel geloof kan ik daar echt niet aan hechten. Yves Leterme is een politicus, en daar dus veel te ijdel voor, en bovendien als CD&V-politicus te gehecht aan de macht. Het lijkt me daarom een pak waarschijnlijker dat de CD&V-top Yves Leterme deed inzien dat hij de partij alleen maar schade kon berokkenen als lijsttrekker voor de Senaat, en het daarom ook in zijn eigen belang was om zich terug te trekken in West-Vlaanderen als hij graag nog federaal minister zou zijn na de verkiezingen. Een voortgezet premierschap zat er voor hem hoe dan ook niet meer in, en het risico dat hij opnieuw zou moeten vegeteren als senator uiterst reëel. Dat vooruitzicht zal voor hem ongetwijfeld afschrikwekkend genoeg geweest zijn om zich dan maar neer te leggen bij de beslissing van de CD&V-top.

Wat waren vervolgens voor de CD&V de alternatieven voor Yves Leterme? Als de federale eerste minister geen kopman kan zijn voor de federale verkiezingen, komt automatisch de Vlaamse minister-president in beeld. Kris Peeters is echter nog maar net aan zijn tweede Vlaamse regering begonnen, en lijkt zich ondanks de nodige problemen en strubbelingen in de Vlaamse Regering – hoe zit het nog met de Lange Wapper? – redelijk goed te voelen in zijn rol. Bovendien zal misschien het lot van Yves Leterme uit 2007 indachtig geweest zijn, en daarom maar liever gepast hebben voor een vervolg daarop. Federaal minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere zou een ander alternatief geweest zijn, en de geruchten willen dat hij klaargestoomd werd om ooit de fakkel van Yves Leterme over te nemen. Vermoedelijk komen voor hem de verkiezingen wat te vroeg, want zoveel naambekendheid geniet hij nog niet, ondanks enkele verwoede pogingen van Karel de Gucht nog niet zo lang geleden om dat probleem op te lossen. Bovendien zou Steven Vanackere als CD&V-kopman een te zware en vooral ook te openlijke defenestratie van Yves Leterme inhouden. Men kan echter wel verwachten dat hij een grotere rol toebedeeld zal krijgen bij de volgende federale verkiezingen in 2014 (of eerder).

Maakt Marianne Thyssen veel kans om effectief de eerste vrouwelijke eerste minister van België te worden? Dat zal in de eerste plaats afhangen van de score van zowel haar partij als die van de PS. Mijn vermoeden is dat CD&V op een verlies van minstens twee tot drie procent afstevent, en dus gehavend uit de strijd zal komen tegenover een versterkte PS. Bovendien denk ik niet dat Marianne Thyssen persoonlijk een score zal kunnen neerzetten waardoor zij, zoals Yves Leterme in 2007, persoonlijk incontournable zou worden. Er zullen ongetwijfeld enkelen zijn die haar alleen al omwille van het feit dat ze een vrouw is een voorkeurstem zullen geven, en het is duidelijk dat sommige journalisten de afgelopen dagen behoorlijk de trappers verloren alleen al bij de gedachte dat een niet-man eindelijk eens eerste minister van België zou kunnen worden. Ik vermoed dat dat snel zal overgaan wanneer zij zullen ontdekken dat Elio di Rupo zowel Franstalig, socialist, homoseksueel als tweede-generatie immigrant is, en daarom in de politiek-correct rangorde minstens vier trapjes hoger staat dan Marianne Thyssen.

De vergelijking die Bart Brinckman maakte tussen Marianne Thyssen en Hillary Clinton gaat echter m.i. verder op dan hij misschien wel zelf vermoedt. Indien je de Amerikaanse presidentsverkiezingen zuiver op competentie, politieke ideologie en campagneteam zou kunnen winnen, was zij vandaag ongetwijfeld de eerste vrouwelijk president van de Verenigde Staten geweest. Haar probleem was echter dat zij haar imago tegen zich had. Vrouwen zagen haar niet als de ultieme vrouwelijke kandidaat waar zij zo lang op gewacht hadden, en gaven haar te weinig steun om haar kandidatuur te kunnen doordrukken. Erger was haar negatief imago bij mannen. Zoals een commentator het uitdrukte: zij herinnerde mannen te veel aan hun lastige schoonmoeder, en sommige democraten vreesden er dan ook voor zelfs tegen hun eigen wil in met een stem voor de republikeinse kandidaat uit het stemhokje te komen als Hillary Clinton de democratische presidentskandidaat zou geweest zijn.

Ik vrees dat Marianne Thyssen wel eens met een gelijkaardig probleem te kampen zou kunnen krijgen. Niet dat ze mij aan mijn schoonmoeder zou herinneren – die verschijnt daarvoor veel te weinig op TV en heeft bovendien niet bepaald de gewoonte te staan liegen of het gedrukt staat. Het beeld dat Marianne Thyssen echter bij mij oproept is dat van een schooldirectrice, die in de klas even komt uitleggen waarom die domme en stoute leerlingen wat braver en rustiger zouden moeten zijn, en vooral wat meer zouden moeten leren hun mond te houden en te doen wat hen verteld wordt. Vooral dan door haar. Zij weet het immers allemaal beter. En in ieder geval veel beter dan snotneuzen zoals Alexander de Croo of Bart de Wever met hun grote bek. Of je daarmee in Vlaanderen veel stemmen kan halen, zullen we in juni pas weten. Ik hoop alvast van niet, want Vlaanderen kan het zich niet veroorloven nog eens vier jaar federaal bij de bok gezet te worden door een CD&V-premier. Of première.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten