7 december 2018

Halfweg naar de uitgang

(Doorbraak, 3 dec. 2018)

Toen uitgever Karl Drabbe mij vroeg om vanaf nu aan Doorbraak wekelijks een artikel te leveren, voegde hij er een beperking aan toe: “Maar natuurlijk niet alleen over de islam.” En ik dan antwoorden: “Wees gerust, er zijn genoeg vrolijker onderwerpen.” Het wil echter zo lukken dat Doorbraak zelf mij een islamgerelateerd onderwerp aanreikt, een islamartikel dat om een respons vraagt. Denkelijk is het goed voor één keer.

Rob Lemeire vertelt in zijn artikel “De zwakheden van het mohammedanisme” (ik schrijf dat laatste woord met kleine letter, niet om een ideologische maar om een spraakkundige reden: vergelijk met “marxisme”) over een debat tussen islamdoorlichter Eddy Daniëls en islampredikant Khalid Benhaddou. Het was naar verluidt een hoffelijk debat, zowel tussen de debaters als vanwege het publiek, dat vooral uit linksen en moslims bestond. Zelfs Daniëls’ bekende kritiek op Mohammed, de “integrale mens” en rolmodel voor elke praktiserende moslim, werd geruisloos aanhoord, zo leren we, en zelfs bijgetreden door Benhaddou.

Wat beduidt dat in theorie en in praktijk? De theoretische ontleding zal de aandacht vestigen op de tegenstrijdigheid in Benhaddou’s stellingname, reeds in zijn bekende pleidooi voor een “rationele islam”, en hier in zijn keuze om een 7de-eeuwse handelsreiziger uit het verre Arabië te eren terwijl hij erkent dat die een onverdraagzame geweldenaar, slavenhandelaar en verkrachter was. Zelfs als de profeet daarnaast soms ook een toffe gast was, zoals in de deels ware en deels verzonnen anekdotes die Benhaddou aan zijn leerlingen vertelt, is er nog altijd geen reden om meer aandacht aan die man te besteden dan aan eender welke andere medemens.

Kritiek op Mohammed, hetzij op de totstandkoming van zijn nieuw wereldbeeld hetzij op de gevolgen daarvan in zijn gedrag, blijft niet zonder gevolgen. Hij was een feilbare mens in zijn inzichten en in zijn gedrag. Volgens critici was hij zelfs fouter dan de meesten in beide opzichten, maar laat dat standpunt voorbijgaan: hij was in ieder geval feilbaar, niet alleen in zijn beschreven gedrag (Hadieth) maar ook in de woordelijke uitingen die hij als openbaring verkocht (Koran). Waarom zou je zo iemand volgen? Het antwoord van gelovigen zal zijn dat, bij al Mohammeds al-te-menselijkheid, de Koranwoorden toch maar van God zelf komen,-- een volstrekt onbewezen stelling.  

De profeet was, volgens wijlen Herman Somers en steeds meer andere zielkundige onderzoekers, een geval van paranoia, met een uitverkiezingswaan (namelijk als Gods unieke en ultieme zegsman) gevoed door sensoriële hallucinaties (stemmen horen, visioen van de aartsengel Gabriël), vaak gepaard met een schuimbekkend toeval. De Koran, de verzameling van zijn “openbaringen”, was slechts een bandopnemer van de mijmeringen en verlangens in zijn eigen geest. Soms manipuleerde hij die, zoals toen hij Gods bijzondere toelating kreeg om, tegen de heersende gebruiken is, met Zainab te trouwen (zijn andere vrouwen beseften best dat dat doorgestoken kaart was), of toen hij als toegeving aan de heidenen de verering van de drie Mekkaanse godinnen toestond en daarna onder druk van puristische volgelingen weer verbood; maar doorgaans geloofde hij zelf dat een bovennatuurlijk wezen via hem sprak. Niet zo heel oneerlijk, alleen fout.

Aan die begoocheling was hij zeer gehecht. Het was zijn grootste bekommernis, en de verklaring van allerlei eigenaardigheden in de islamwet ligt dan ook hier, dat uiteindelijk elke mens op aarde zijn waan zou delen. Ziedaar de moslimgemeenschap: de miljoenen die aan een kunstmatige “folie à deux” lijden, een meespelen (tot en met verinwendigen) met de waan van de getroffene.    

Ook zijn gedrag was niet zo lovenswaardig, zelfs niet in zijn land en zijn tijd. Dacht je dat men toen roof en verkrachting normaal vond, laat staan navolgenswaardig deugdzaam? Na zijn eerste roofovervallen op Mekkaanse karavanen mobiliseerde Mekka een leger om daartegen op te treden (slag bij Oehoed); blijkbaar hadden ze er toch problemen mee. Onze kennis over de oude Arabische beschaving is beperkt, maar als we er het normenstelsel van naburige wetgevers als Hammoerabi, Manoe of Mozes bijhalen, lijkt zelfs het ontmaagden van een 9-jarige bruid niet zo vanzelfsprekend.

Wat in de wetgeving van Mozes, op wie hij zich aanvankelijk richtte (tot hij begreep dat de Joden hemzelf niet als profeet aanvaardden), alleszins wel voorkomt, is de slavernij. Die was allerminst een nieuwlichterij van Mohammed, maar die aanvaardde ze wel, en hij beoefende de slaafneming en slavenhandel op grote schaal. Het was met grote tegenzin dat het Mogol- en het Ottomaanse rijk zich door de westerse mogendheden lieten dwingen om ze af te schaffen, en de taaiste volhouders waren Saoedi-Arabië, Soedan en Mauretanië. De Barbarijse zeerovers in Algerije en de Zanzibari slavenhalers in Kongo hadden zelfs een Franse resp. Belgische militaire tussenkomst nodig om tot betere gedachten te komen.

Het gaat hier dus om een praktijk die gemeenschappelijk was aan de volgelingen (van wie goedmensen altijd zeggen dat ze “de ware boodschap van de grondlegger verkeerd begrepen hadden”) en de grondlegger: door en door islamitisch, onweerlegbaar islamitisch. Vindt Benhaddou dat deze praktijk moet hernomen en voortgezet worden? Zoals islamtheologen zeggen: de islam is geen kwestie van ‘aql (“rede”) maar van naql (“overdracht”, “nabootsing”). Het gaat niet om de rechtvaardiging die jij bij gelegenheid weet te verzinnen, maar om het nadoen van wat modelmens Mohammed heeft voorgedaan. Bij de tsjeven kan je foefelen, en andere delen van de Bijbel aanspreken wanneer je die door Mozes en Paulus gerechtvaardigde slavernij wil buiten beeld houden of afschaffen; maar bij de islam wordt zoiets echt moeilijk. Ben je tegen de slavernij, dan ben je tegen de islam; geen hervorming mogelijk.

Benhaddou lijdt zichtbaar onder die spreidstand. Als hij bijvoorbeeld, ongetwijfeld oprecht, voor goede betrekkingen met de omgevende samenleving van niet-moslims pleit, dan pleit hij eigenlijk tégen het Koranverbod op vriendschap met joden en christenen. Als hij zich hier voor integratie van de islam inzet, in plaats van voor een islamiserende machtsgreep zoals Mohammed die pleegde in zijn asielstad Medina en vervolgens in heel Arabië, dan keert hij zich paradoxaal genoeg tégen de islam. Als hij een multiculturele, pluralistische samenleving nastreeft, in schrille tegenstelling met Mohammeds levenswerk, namelijk de afschaffing van de bestaande multiculturele samenleving in heidens Arabië, dan zegt hij eigenlijk: “Mohammed was fout.” Ik wil wel geloven dat Benhaddou die avond verrassend ver is de moderne zienswijze meeging, maar durft hij dat in een volle moskee herhalen: “Mohammed was fout”?

Op het antwoord zal ik voorlopig niet wachten. Ik heb best begrip voor Benhaddous dilemma: het van kleinsaf meegekregen geloof trouw blijven, of onverkort voor de rede kiezen? Let wel, afvalligheid uit de islam hoeft hier niet eens een breuk met de religie te betekenen. Verlichting hoeft geen atheïsme te zijn, of zo althans hebben generaties christelijke hervormers hun godsdienst met de moderniteit trachten te verzoenen. Maar stemmenhoorderij, sluipmoorden op hekeldichters of een vrouw je harem in dwingen nadat je haar mannelijke gezinsleden hebt terechtgesteld, dat kan werkelijk niet aanvaard worden, laat staan tot voorbeeld gesteld (een voorbeeld dat we pas nog verwerkelijkt gezien hebben in Islamitische Staat). Mohammed was zonder enige twijfel fout; maar wat te doen als je dat begint onder ogen te zien en hem toch trouw wil blijven?

Ik heb sympathie voor de verscheurde Benhaddou omdat ikzelf, net als miljoenen anderen, door dezelfde fase gegaan ben. Ik heb nog aan den lijve ondervonden wat het is, gelovig te zijn; en ik heb de beginnende twijfel meegemaakt, de onhandige pogingen om water en vuur te verzoenen, de worsteling naar de uitgang, het besef van een voltrokken geloofsafval, en later nog de opruiming van reflexen die je aan het geloof hebt overgehouden. Ik herken die halfweg-mechanismen, van “de Bijbel op mijn manier lezen”, van “ja aan Jezus maar nee aan de Kerk”. Een verschil tussen christendom en islam is juist dat het christendom, gericht naar de geest en weg van de letter, zich veel meer tot zoiets leent dan de islam; maar zelfs het christendom is er uiteindelijk niet in geslaagd, zovele miljoenen twijfelaars definitief aan zich te binden.

Je zal in een wegdeemsterende islam dus verschillende formules vinden om het onvermijdelijke inzicht dat Mohammed fout was, te omzeilen of op afstand te houden. Het eindresultaat is wiskundig zeker, namelijk het oplossen van de islam, maar de manier waarop zal een regenboog zijn. Met name zullen velen, en wel die strekking die demografisch het felst groeit, nog een tijd de zuivere islam volhouden (en dat maakt een specifiek beleid tegenover het islamprobleem nog steeds nodig). Aan de andere pool hebben we een Hafid Bouazza of een Taslima Nasreen, die hun besluit al lang genomen hebben: “De moslimwereld heeft niet zozeer ‘gematigde moslims’ nodig, maar ‘ex-moslims’.” En daartussenin krijg je een waaier van halfslachtige oplossingen, hier vertegenwoordigd door Benhaddou.  Het is een overgangsfase op weg naar de uitgang.

Althans als het proces in vrijheid zijn natuurlijke verloop kan kennen. Want de zuiverder islamstrekking zal nog steeds veel doen om stappen naar geloofsafval te beletten. En Europese kerstekinderen die het tot minister gebracht hebben, zullen nog een tijdje doorgaan met de islamisering van “moslimkinderen” (zijnde kinderen van moslims, aan wie echter niets van nature moslim is) via gesubsidieerde islamscholen. In de plaats daarvan moeten we in de voetsporen van de natuur stappen en het normale moderniseringsproces laten spelen, wat voor onze politici ook betekent: het ontgroeien van de islam faciliteren.


Labels: , , , ,

Read more...

6 december 2018

Sint en Piet, de blanke meester en zijn zwarte slaaf?



(Doorbraak, 6 december 2018)



Vandaag over Sint en Piet spreken brengt onvermijdelijk het hele politieke vertoog over slavernij en kolonisatie op gang. Laten we de feitelijke basis van die herrie eens rechttrekken: zowel de oorsprong van die feesttraditie als de waarheid over de koloniale slavernij.



Zwarte slaven?

Wie zijn blik tot het onderwerp “zwarte slaven” laat vernauwen, moet eerst een onderscheid maken tussen de Hollands-Zeeuwse en de Vlaamse situatie. Nederland speelde een vooraanstaande rol in de Transatlantische slavenhandel; de Vlamingen niet. Het enige wat zij met de slavernij te maken hebben, is dat ze ze in Kongo bestreden en na een gewonnen oorlog “tegen den Araabschen slavendryver” afgeschaft hebben (Manyiema 1894, vereeuwigd in het Vinçotte-gedenkteken in het Brusselse Jubelpark). De Belgische koning Leopold II, overigens geen Vlaming, verving de slavernij wel door de brutaalste kapitalistische uitbuiting, vaak met de vroegere slavendrijvers als opzichters (vandaar de afgehakte handen bij het niet opleveren van de productiequota, zijnde de islamstraf voor diefstal). Toen in 1909 de Belgische staat Leopolds privébezit, de Kongo Vrijstaat, officieel tot kolonie maakte, heerste er een neerbuigend paternalisme, dat bij al zijn voorgegeven goedaardigheid nog altijd steil racistisch was.

Tot daar zijn de historische grieven van zwarten wel gerechtvaardigd: slavenhandel of tenminste kolonialisme, wij Nederlandstaligen hebben in dat opzicht ondanks detailverschillen allemaal boter op het hoofd. Of althans onze voorzaten. Want de grieven zijn alleen plaatsvervangend: zelf hebben de klagers daarvan niets meegemaakt. Integendeel, door hier terechtgekomen te zijn, zijn ze zeer bevoorrecht tegenover hun in Afrika achtergebleven kozijns.

De geschiedenis leert dat raciale slavernij de uitzondering was: meestal trof de slavernij rasgenoten van de slavenhalers, bv. bij de oude Romeinen. Het waren de Arabieren, de voorouders van Dyab Abou Jahjah, die in de 7de eeuw de zwarten als natuurlijke slaven brandmerkten, en dat werd uitdrukkelijk zo gescheven door Ibn Chaldoen, de Arabische “vader van de sociologie”. Niet dat Abou Jahjah voor zijn stamboom verantwoordelijk is, maar het is zijn soort andersracisten die Europeanen voor de echte en vermeende daden van hun voorouders verantwoordelijk houden. Ook in Arabië was er weliswaar al eens een zwarte vrijgelatene, net als in de prille VS op het hoogtepunt van de slavenhandel. En vooral werden er daar naast zwarten ook miljoenen donkerblanke rasgenoten en Europese blanken tot slaaf gemaakt, bv. de Poolse Roxelena die de favoriete van Ottomaans kalief Suleiman de Prachtlievende werd, of in de literatuur de Vlaamse Blancefloer.



Zwarte slavenhandel

Omgekeerd werden de zwarte slaven eerst diep in Afrika door hun rasgenoten aan bezoekende Arabische handelspartners en, na ruim 8 eeuwen, ook aan nieuwgekomen Europese slavenhandelaren doorverkocht. Een handvol Arabische of Europese slavendrijvers was in verre Afrikaanse streken niet in een positie om slaven te vangen en in rendabele aantallen veilig naar de havens te brengen, althans niet indien de inheemsen daar vijandig tegenover zouden gestaan hebben. Er waren dus inheemse elites die goed verdienden aan het verkopen van rasgenoten, vaak lastpakken en politieke tegenstanders uit de eigen stam, maar vooral gevangen leden van rivaliserende stammen. Voor ons zijn alle zwarten zwart, maar een Ashanti zag meteen het verschil met een Yoruba, dus in die zin kan je de inter-zwarte slaafneming ook “racistisch” noemen. Alleszins, de stammen aan het winstnemende eind stuurden na de Britse afschaffing van de slavernij delegaties naar Londen (en te onderzoeken: ook naar Amsterdam?) om die winstgevende handel in ere te herstellen.

Het waren blanken die de slavernij afschaften (en er soms hun leven voor overhadden, zoals in de VS-Burgeroorlog) en zwarten die ze verdedigden. De schuldvraag is dus heel wat complexer dan de andersracistische zeurpieten en hun “witte” meelopers willen doen geloven.

Omdat machtsverhoudingen wel eens wisselen, waren de slachtoffers van de slavenhandel met de Nederlanders in West-Afrika vaak zelf weer afstammelingen van slavenhalers die zichzelf op de rug van minder fortuinlijke rasgenoten verrijkt hadden. De zwarte andersracisten die nu via positieve discriminatie van het lijden van hun tot slaaf gemaakte voorouders trachten te profiteren, zijn, als je enkele generaties verder graaft, vaak ook weer slavenhalersgebroed. President Barack Obama deelde niet in de collectieve ervaring van zijn kiezers als afstammelingen van zwarte slaven; hij behoorde langs vaderskant tot de Luo-stam, handlangers van de Arabieren (alleen in de Ierse tak van de stamboom van zijn blanke moeder komen slaven voor). Hij kreeg de stemmen van de zwarten niet vanuit een gemeenschappelijke achtergrond inzake de slavernij, maar alleen omwille van de raciale overeenkomst.

Degenen die Zwarte Piet tot symbool van het slavernijverleden willen herleiden, kennen de geschiedenis van de slavernij niet, of willen ze niet kennen. Heel narcistisch focussen zij in die duizendjarige universele geschiedenis alleen op het deeltje dat hen van pas komt. Wanneer bv. de Kongolese Batetela massa’s even Kongolese Baluba gevangen namen om hen dan aan de Arabieren te verkopen, dan kan je daarop moeilijk eisen jegens de Belgische samenleving baseren. Uiteraard bestond Sinterklaas al lang voor de Belgen Kongo koloniseerden, en zelfs lang voor de Nederlanders aan slavenhandel begonnen te verdienen.





Sint-Nicolaas

De historische Sint-Nicolaas, de bisschop van Mira in Anatolië, was burger van het Byzantijnse rijk, eeuwen eerder dan de koloniale slavernij. De Byzantijnen kenden die instelling ook wel, hoewel niet raciaal opgevat. Zij spanden zich in om de slaafneming tot niet-christenen te beperken, dus gingen zij op slavenjacht bij hun heidense buren, met name bij de  Slaven. Deze volksnaam betekent eigenlijk “roemrijk”, maar werd daar en dan door associatie het gewone woord voor “slaaf”. Daarover gaat de legende van Sint-Nicolaas echter niet. Dat is nog zo’n probleem met onze zeurpieten: heel ééndimensionaal herleiden zij het hele verleden tot hun geliefde slavernij, terwijl zelfs de premoderne niet-egalitaire mens ook nog wel andere dingen aan zijn hoofd had, zoals in het geval van de Sint en zijn volgelingen: vroomheid en menslievendheid.

Die Sint-Nicolaas werd geïntegreerd in een familie van heidense mythen en de bijhorende gebruiken en feesten. Critici van het christendom wijzen vooral op de gevallen van geweld in de kerstening en ontheidensing, van het lynchen van de Neoplatoonse filosofe en wiskundige Hypatia; via het “kop af of kop onder [voor het doopsel]” van Clovis tot zijn soldaten; tot de afslachting van de heidense Saksische adel door Karel de Grote. Maar doorgaans hadden de kerstenaars dergelijke militaire middelen niet, te beginnen bij hun ontstaan als marginale sekte binnen het machtige Romeinse rijk. In de plaats daarvan deden zij het met slechts een klein beetje geweld of de dreiging ermee (de IJslanders bv. bekeerden zich onder dreiging van verovering door de gekerstende koning van Noorwegen), maar vooral met een geslepen strategie van inculturatie.

Zo werden heilige plaatsen niet vernield maar overgenomen, zodat de heidenen naar dezelfde plaats konden blijven komen voor hun devoties, al werden die nu tot Jezus gericht. Oude mythen en legenden werden gekerstend. “Toen de dieren nog spraken” werd “toen Onze Lieve Heer nog op aarde liep”; de Drakendoder (de Griekse Zeus, de Perzische Verethragna, de Germaanse Siegfried of Beowulf) werd Sint-Michiel of Sint-Georges; en Sint-Nicolaas werd in onze streken gepopulariseerd als een variant op Wodan. Het is overmatig simplistisch om te zeggen: “Sinterklaas is eigenlijk Wodan”, zoals je wel eens hoort, maar het is een onhandige samenvatting van een ingewikkelder werkelijkheid.



Roedra en de Maroets

We laten de weetjes over deze heidens-christelijke overgangsperiode verder terzijde om ons te richten op de echte oorsprong van Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten, voorzover in dat nog verdere verleden iets ooit echt als “oorsprong” kan gelden.

In de Indiase Veda’s vinden we de figuur van de stormgod Roedra (“de bruller”) en zijn leger van Maroets. Zij werden vaak afgebeeld als stralende viriele jongemannen, met gouden versierselen. Hollandse Zwarte Pieten werden vaak met gouden oorringen afgebeeld, wat vreemd genoeg als een recent slavernij-attribuut gebrandmerkt wordt en gebeurlijk door de slavernij-omstandigheden zou kunnen beïnvloed zijn, maar die glitter hoort al duizenden jaren bij het personage. Zij rijden op een gespikkeld paard door hun natuurlijke habitat, de atmosfeer.

Uit het hooggebergte brengen zij geneeskrachtige planten mee, om je uit uitzichtloze probleemsituaties op te tillen. Tegelijk inspireren zij vrees, want zij behoren tot de andere wereld. Zij doen je verschieten als je hen te zien krijgt, maar vaak omdat je op het goede zelfs niet meer had durven hopen.






Leven en Dood

Roedra is een god van Leven en Dood, iets wat je terugvindt in een populaire Nicolaaslegende, waar de goedheiligman drie gedode kinderen weer tot leven wekt. Omdat verrijzenis ook een christelijk thema bij uitstek is, werd het motief vlot in de christelijke cultuur geïntegreerd, maar het is ouder. Roedra geldt als wit, zeker onder zijn bekendere benaming Sjiva (“de goedgunstige”, een vleinaampje voor een gevreesde heerser), zoals de maan. Onder de Germaanse goden komt hij het meest overeen met Wodan, “de woeder”. Net als Sjiva heeft Wodan een bijzonder oog, het “derde oog”, alleen is dat beeld bij hem verruwd tot een enig oog. Hij wordt met het runenschrift geassocieerd van zodra dat uitgevonden werd. Ook Sinterklaas ziet alles, om het dan op te schrijven in zijn grote boek.

Ook Roedra’s wilde heir van Maroets wordt soms als rood afgebeeld, wegens hun vurigheid; als donker, als donderwolken; maar in India soms evengoed als wit, want evengoed als zwart is dat een symbool van de dood (en dus van de doden die naar de wereld van de levenden terugkeren). Bij een donkere kleur ligt dat voor de hand; bij wit kan je denken aan “lijkbleek”, de kleur van het geraamte, de teint van ziekelijke mensen, de haarkleur van bejaarden die de dood naderen. In India dragen weduwen wit, in Japan is het de begrafeniskleur. Maar we hoeven achter die kleuren geen te diepe theologische betekenis te zoeken, het geheel is vooral een feest om te dóen.

De Veda’s zijn daarover de oudste bron, daarom citeer ik ze hier, maar we vinden de traditie in de hele Indo-Europese wereld. In Iran bijvoorbeeld hebben ze een roodgeklede zwarte figuur, die sinds de Middeleeuwen Hadji Firooz genoemd wordt. Om hem te verbeelden verft men zijn gezicht zwart (blackface), net zoals om bij ons Zwarte Piet te worden, echter zonder enig racismegeschreeuw. Net als Nederland heeft Iran een periode van negerslavernij doorgemaakt (maar anders dan de Europeanen in de Nieuwe Wereld heeft het zijn zwarte bevolking wel doen uitsterven), dus de uitbeelding van de figuur kan daardoor beïnvloed zijn; maar de figuur zelf is veel ouder. Hadji Firooz behoort tot het UNESCO-werelderfgoed.

Elders in Europa is het naast het guitige vooral het opschrikkende en vreeswekkende van dit wilde heir rond Roedra/Wodan dat tot ontwikkeling komt: de Perchten of Krampussen, die dierlijke attributen hebben, zoals hoorns en dierenvellen, of met dieren als gezelschap. Zij kunnen qua uitzicht echt niet met de gemiddelde zwarte verward worden, daarom zoeken sommigen in dat soort boemannen de uitweg voor de Nederlandse commotie rond Zwarte Piet.  






Besluit

Wie van de onschuldige tradities rond Sint en Piet een projectiescherm voor zijn eigen obsessies met ras en het slavernijverleden maakt, bewijst alleen zijn onwetendheid. Deze figuren zijn veel ouder dan de koloniale slavernij en hebben niets met ras te maken. “Jamaar”, zeggen gekleurde woelgeesten en hun witte heir, “ik voél me gekwetst door dit vieren van negerslavernij!” Tja, dat gevoel is dan een gevolg van een begoocheling die een afgrond aan onwetendheid is komen opvullen. Het duizendjarige Sinterklaasfeest (en alle varianten) gáát nu eenmaal niet over de koloniale slavernij, en zoiets blijven herhalen zal het nog niet tot waarheid maken. Wie onwetend is, moet geen toegevingen aangeboden krijgen, maar moet naar de schoolbanken teruggewezen worden. Hij heeft blijkbaar iets gemist in zijn onderwijs, en kan dat goedmaken door te leren: “Saint-Nicolas, patron des écoliers...”

Labels: , , , , , ,

Read more...

4 december 2018

Marrakesj en de toekomst van België

(Doorbraak, 4 dec. 2012)



Het Marrakesj-debat brengt twee grondvraagstukken op de voorgrond, van de politieke besluitvorming in het algemeen en van de Belgisch politiek in het bijzonder.



Volgens Wouter De Vriendt van Groen, tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Marrakesj, is het "goede democratische nieuws" dat er in het parlement een ruim draagvlak pro Marrakesj bestaat. Hij stelt een wisselmeerderheid voor, tegen de akkoorden tussen de regeringspartijen in, maar trouw aan de parlementaire machtsverhoudingen. Peter De Roover van de N-VA stelt daarentegen de eensgezindheid van de regeringspartijen voorop, dus het vetorecht van zijn partij tegen Marrakesj.



Beiden beroepen zich op particratische mechanismen waarin het beslissende democratische element ontbreekt: de wil van het volk. Parlementaire meerderheid al wat je wil, maar bij de bevolking is hiervoor zeker geen draagvlak. Hoewel zij iets anders pretenderen, “vertegenwoordigen” de gekozenen hun kiezers niet. Hier zie je in volle glorie de tegenstelling tussen de elitaire vertegenwoordigende "democratie" en de rechtstreekse democratie via volksraadpleging.


Je kan natuurlijk zeggen dat de bevolking er niets van begrijpt en onbekwaam is tot politieke besluitvorming. Dat argument hoor je ’t allen kant in het hedendaagse debat over rechtstreekse democratie, vooral over het Brexit-referendum. Men schijnt daarbij uit het oog te verliezen dat precies hetzelfde argument al sedert Plato gebruikt wordt tegen de democratie als zodanig. Wie tegen de volksraadpleging pleit, schrijft zich in in een duizendjarige antidemocratische traditie. Een doorgaans fatsoenlijke traditie, en ik wil hier zelfs niet uitsluiten dat ze haar deel van het gelijk heeft, maar noem ze dan eerlijk bij de naam: antidemocratisch. 



In het Belgische kader geldt als bijkomend argument dat het referendum de eenheid van het land bedreigt door de Vlaams-Waalse tegenstellingen op de spits te drijven. Dat is inderdaad gebeurd bij het enige Belgische referendum ooit, over de terugkeer van Leopold III op de troon: Vlaanderen stemde voor, Wallonië (althans Luik en Henegouwen) stemde tegen en aanvaardde de “Vlaamse” keuze pro de koning niet. Die tegenstelling was er toen, maar geldt niet noodzakelijk bij elke Belgische volksraadpleging überhaupt. Na referenda in Frankrijk en Nederland over de EU-grondwet was er even sprake van een Belgisch referendum. Dat was onder Guy Verhofstadt, de enige premier die, ere wie ere toekomt, zich ooit vóór rechtstreekse democratie uitgesproken heeft. Daarin zouden volgens alle aanwijzingen de Vlamingen zoals de Nederlanders en de Walen zoals de Fransen gestemd hebben, namelijk allebei tegen.



(Bij de parlementariërs waren beide kampen, voor en tegen zo’n referendum, ongeveer even sterk. Het was Spirit, de linkse afsplitsing van de Volksunie, die de beslissende tegenstem leverde. Dan wilde men op Vlaams niveau een gelijkaardig referendum, en in dezelfde krachtsverhoudingen was het de N-VA die de kantelstem tegen het referendum leverde. Dat de Vlaamse Beweging via twee van haar geledingen bij zulke gouden gelegenheid de volkssoevereiniteit geblokkeerd heeft, is mijns inziens niets om fier op te zijn.)



In een gebeurlijk Marrakesj-referendum daarentegen is het opnieuw mogelijk dat het de Vlaams-Waalse tegenstelling zal uitvergroten. We stelden zojuist dat er bij de bevolking volstrekt geen draagvlak bestaat, maar dat geldt in Vlaanderen. Ik heb mijn vinger niet op de pols van de Waalse openbare mening. Enerzijds is de migratiekritische stroming er sterker dan uit de parlementaire zetelverdeling blijk, gezien bv. de gemeten populariteit van Theo Francken. Anderzijds zal die stroming toch minder zijn dan in Vlaanderen, en bovendien keren vele Walen zich, ongeacht de grond van de zaak, tegen al wat met de gehate N-VA te maken heeft. Zo blijkt uit peilingen dat de afgetekende daling in de keuze van Waalse leerlingen voor Nederlands als tweede taal te wijten is aan de hernieuwde vereenzelviging van Nederlands met Vlaams-nationalisme, met name door de machtsdeelname van de NVA.



Een referendum zou dus kunnen aantonen dat Vlaanderen en Wallonië inderdaad twee democratieën zijn, twee maatschappijen die qua cultuur weinig raakvlakken hebben, qua politieke cultuur ook uiteengroeien (zie de toenemende Vlaamse “regelneverij” naar het model van de Hollandse keurigheid), en vooral qua politieke oriëntatie een heel verschillende kant op willen: het zelfbeschermende Vlaanderen tegen het opengrenzengezinde Wallonië, “terre d’acceuil”. Vlaanderen en Wallonië die hun eigenheid demonstreren en verder uiteendrijven: dat kan voor een Vlaamse onafhankelijkheidspartij toch geen probleem zijn?

  

Maar zelfs zonder referendum is dat uiteengroeien evident. Behalve mogelijk een minderheid binnen de MR (en die parlementariërs zijn gezien de particratie veel gedisciplineerder en minder onafhankelijk dan bv. in het Verenigd Koninkrijk) is heel politiek Wallonië verenigd pro Marrakesj. De tegenstand onder de mandatarissen zit uitsluitend aan Vlaamse kant. De Waalse fans van Theo Francken vinden geen Waalse tegenhanger. Een alerte Vlaamse Beweging zou haar kans grijpen.



Nogmaals: de wegdeemsterende en weinig strategisch denkende Vlaamse Beweging zal de Vlaamse onafhankelijkheid niet bewerken; maar een ingevangen rugwind vanwege een internationale ontwikkeling zou er wel toe kunnen leiden. Hier heb je zo’n internationale kwestie die de samenstellende delen van dit koninkrijk uit elkaar kan drijven. Maar is er onder de Vlaamse slaapwandelaars een alerte geest die deze open doelkans grijpt? 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>