23 maart 2013

De President vindt democratie hinderlijk (vpmc)


Het mooiste citaat ongetwijfeld, uit het klankfragment hieronder –uit de Zevende Dag– is: "om da woord eens te gebruiken". Uitdrukking die onze President-dichter Herman Van Rompuy zich liet ontvallen. Het ging over legitimiteit.
Maar er zijn meer mooie dingen. Zo weet de President goed wat het "algemeen belang" is. Hij weet dat zelfs daardoor zo goed, omdat hij niet verkozen is noch ooit moet worden.
Dat is een negatieve reden, bijna zelfs een bovennatuurlijke reden zegt de filosoof in mij. Wat zijn positieve bron van kennis mag zijn, verklapt Herman ons helaas niet. Het enige dat wij met zekerheid mogen weten, is dat zijn wijsheid niet uit de stembus is voortgekomen.
Ik ken een paar politieke denkers in wier gezelschap onze President Herman zich volkomen op zijn gemak zou voelen.



De Vadder: U bent een primus inter pares en u bent niet verkozen door de [ordinaire?] Europeaan, he?
De President: Nee, maar ik denk dat het ook maar best zo is. In die zin hebben de vaders van het Verdrag van Lissabon een wijze beslissing genomen. Kijkt, als ge direct verkozen zijt, dat geeft u natuurlijk een enorme democratische legitimiteit, om da woord eens te gebruiken. Dat is ook wel zo. Maar op den duur zijt ge meer bezig met úw verkiezing, en met uw herverkiezing, dan met het zoeken naar een compromis tussen de zevenentwintig regeringsleiders. Ik denk, iemand die niét verkozen is, heeft een handicap ten opzichte van zijn collega’s die allemaal verkozen zijn, weliswaar elk in hun land. Dat is een handicap, ik voel dat ook. Maar langs de andere kant: het is ook een enorme troef, want ik moet mij, ik moet mij alleen bezig houden met ervoor te zorgen dat we allemaal overeenkomen. En tot nu toe, in de moéilijke omstandigheden die we de laatste drie jaar hebben gehad, is dat telkens bijna, bijna telkens gelukt, om niet te zeggen bijna altijd gelukt. En dat is alleen maar omdat men …ja die ruimte heeft, euh, om niet alleen aan zichzelf te moeten denken, aan zijn eigen verkiezing en herverkiezing, maar vooral te kunnen denken aan wat het algemeen belang is.
De Vadder: Ja, dus geen pleidooi om die functie rechtstreeks te laten verkiezen?
De President: Nee, daarvoor moet ge het Verdrag wijzigen, en ik denk dat daar nog veel water door vele rivieren zal vloeien, vooraleer dat men aan een nieuwe verdragswijziging [...&c.].

Labels: , , , , , ,

Read more...

15 februari 2013

Jos De Man over de twijfelachtige toekomst van de democratie


 

Wanneer een grijze wijze man het woord neemt, kunnen we beter luisteren. Jos De Man heeft het allemaal meegemaakt, een oud-linkse die het als advocaat en journalist helemaal kon waarmaken. Anders dan zovelen die vandaag rechtse standpunten innemen, heeft hij daarover geen complexen, want hij heeft ook links zijn sporen ruimschoots verdiend, en links weet dat. Daarom zwijgt het zijn nieuwste boek dood: ondanks de rijke inhoud en hoge kwaliteit is elk werk van een ex-linkse (en op sommige punten trouwens nog altijd linkse) moeilijk van antwoord te dienen.

 

EU-parlement

In zijn boek Van burger tot onderdaan. Het  failliet van de democratie (ASP, Brussel 2012, 343 pp.) stelt meester De Man dat België en Europa ver gevorderd zijn op de weg van democratie naar despotisme. Dat geldt voor verschillende geledingen van de Europese bureaucratie, bv.: “Het Straatburgse Hof heeft zich boven wetten en verdragen verheven. Het beveelt voorlopige maatregelen, terwijl het daartoe geen bevoegdheid heeft. (…) Het is pure machtsoverschrijding.” (p.155)

Terwijl de instellingen minder democratisch worden, is ook de omzeiling van bestaande democratische instellingen een manier om de democratie buiten spel te zetten: “Een ander aspect van postdemocratisch bewind is de onstuitbare groei van de bureaucratie. Ambtenaren laten een lawine van reglementen en decreten los op de nietsvermoedende burger. Zo wordt de wetgevende bevoegdheid van parlementen omzeild. De Europese Unie is in dit opzicht de wereldkampioen.” (p.56)

Het nationale parlement heeft nog weinig te zeggen, het is allesbehalve soeverein bevoegd voor de nationale wetgeving, bv.: “De voormalige bondspresident Roman Herzog vroeg zich in 2007 af of zijn land nog een parlementaire democratie was. 84% van alle Duitse wetgeving stamt uit Brussel, zo merkte hij op.” (p.86) Dat zou nog gaan als er op Europees niveau een parlement voor de wetgeving bevoegd was, maar dat is slechts zeer gedeeltelijk het geval.

De nationale parlementaire instellingen met een zekere democratische legitimiteit staan steeds meer bevoegdheden af aan het Europese pseudoparlement en aan de Commissie die de echt wetgevende bevoegdheden heeft.  De pas afgetreden Tsjechische president Vaclav Klaus trok van leer tegen “het geloof dat men de traditionele Europese waarden kan behoeden terwijl men de instellingen afschaft die deze waarden hebben mogelijk gemaakt.” (p.100)  

Net toen de EU van het Nobelcomité de vredesprijs kreeg, haalde De Man de mythe van de EU als vredestichtster onderuit: “De bewering dat de Europese Gemeenschap, later Europese Unie, de vrede onder haar lidstaten heeft bewaard, is ongegrond. (…) De slogan ‘nooit meer oorlog’ is overigens geen hinderpaal wanneer men het wapengekletter uitvoert naar Afghanistan, of wanneer de Libische bevolking op aandringen van Nicolas Sarkozy en zijn adviseur, de alomtegenwoordige dandy Bernard-Henri Lévy, moet gebombardeerd worden om de Libische bevolking te beschermen.” (p.102)

 

Tijdens het debat op de Boekenbeurs hield oud-Europarlementslid Dirk Sterckx tegen De Man vol dat het EU-parlement wél democratisch is. Tja, er zijn wel elementen van de democratie in de Europese instellingen (het zou er nog aan ontbreken), en mensen als Guy Verhofstadt halen die dan aan om te bewijzen dat de EU wel degelijk democratisch is. Maar hetzelfde gold voor de Sovjet-Unie, dat heuse verkiezingen voor een heus parlement organiseerde. Sommige Oostbloklanden hadden zelfs een formeel multipartisme, met partijen “bevriend met de Communistische Partij”. Als de DDR formeel een democratie was, dan mag de EU er ook één heten, en omgekeerd.

                De economische crisis heeft het democratisch deficit nog eens in het licht gesteld en verergerd: “In Griekenland werd het laatste restje democratie opgeruimd toen premier Papandreou in november 2011 het referendum weer afblies dat hij zelf pas had aangekondigd. Pathetisch had hij geroepen dat de wil van het volk bindend was. Onder Europese druk slikte hij zijn woorden weer in om plaats te ruimen voor de bankier Papademos.” (p.110-111) Ook in Italië zette de EU haar niet-verkozen mannetje Mario Monti op de plaats van de verkozen premier Silvio Berlusconi.

                Sedert zij de uitslag van het Franse en Nederlandse referendum over de EU-grondwet genegeerd heeft, gaat de EU steeds openlijker tegen de democratie in. De crisis heeft de laatste schaamlapjes doen wegwaaien.

 

De crisis

Wanneer het over de oorzaak van de huidige crisis gaat, dansen onze economen en mediacraten om de hete brij heen. Niet zo Jos De Man: “De primaire oorzaak [van de crisis] was de ineenstorting van de huizenmarkt. Onder invloed van pressiegroepen van minderheden, in het bijzonder het uiteindelijk als malafide ontmaskerde Afro-Amerikaanse Acorn, hebben opeenvolgende Amerikaanse presidenten, van Carter tot George W. Bush, de hypotheekmaatschappijen en banken ertoe aangezet, en onder dreiging met sancties verplicht, leningen tegen gunstvoorwaarden te verstrekken aan lieden die geen enkele waarborg konden bieden.” (p.39)

Dit was de “’billijkheid’  bij het verlenen van kredieten door het opleggen van recordboetes en schadevergoedingen. Hier was echter geen sprake  van billijkheid, wel van doorgeschoten democratisering, en meerbepaald van een absurde invulling van het grondrecht op eigendom... De banken en hypotheekmaatschappijen waren niet vrij, ze werden gedwongen leningen te verstrekken aan insolvente personen.” (39).

Zodus, de beroepsmensen van de rassenrelaties hebben de economische crisis uitgelokt. Maar het is veel gemakkelijker om tegen het “kapitalisme” te fulmineren en in de oude socialistische zekerheden te blijven geloven, zoals de Occupy/Indignados-beweging doet. Onze media reppen dus met geen woord over de echte oorzaak en richten de schijnwerper liever op (inderdaad kwalijke) nevenverschijnselen als de megabonussen voor mislukte bankiers.

 

Democratie

 Europeanen genieten weinig beslissingsmacht, maar: “Bij deze weinig opbeurende analyse mag niet uit het oog worden verloren dat de democratie altijd een wankele constructie is geweest, met congenitale feilen. Zo is ze gegrondvest op de fictie dat zij zou voortvloeien uit het vrije debat tussen geïnformeerde burgers. Vele burgers zijn niet geïnformeerd.” (p.68)

Er bestaat echter een oplossing voor dit probleem: “In dit opzicht worden de voordelen van directe democratie duidelijk. Het invoeren van het referendum zou niet alleen het democratisch tekort, maar ook het informatiedeficit enigszins compenseren.” (p.69) Daarom is De Man ondanks alles democraat in hart en nieren: “Het referendum is de toetssteen van de democratie. Het is de pure uiting van de wil van het volk. De burgers beslissen wat er moet gebeuren en de regering voert uit.” (p.69)

Meermalen haalt de auteur het voorbeeld van de Zwitserse democratie aan. Hoe komt het dat Zwitserland samenblijft? “Wel, het heeft, behalve met hun tradities en hun eeuwenoud samenhorigheidsgevoel ook met hun staatsbestel te maken. Het is geschoeid op een leest van directe democratie, met referenda en een strikte toepassing van het subsidiariteitsbeginsel.” (p.69) Daarentegen: “De Europese Unie hanteert het omgekeerde model. De beslissingsmacht wordt opgezogen door het niet eens verkozen centraal gezag. Het volk heeft niets te willen en niets te mopperen.” (p.69-70)

De auteur baseert zich op Lee Harris: “Toch wil hij de idee – hij noemt ze zelf een ‘begoocheling’ – dat het volk zichzelf kan besturen, niet opgeven. Want de enige rem op de onstilbare machtshonger van de elite is hun vrees dat het volk er een keer zo grondig van baalt dat het de elite eruit gooit.” (p.67-68)

Hij gaat in tegen Hans Hermann Hoppe, die uit libertarische de democratie principieel verwerpt. Diens diagnose van de politieke problemen in een democratie is wel grotendeels juist: “Dat de leiders in een sociaaldemocratie rechten zonder plichten invoeren, heeft volgens Hoppe ook te maken met electorale berekening. Het lakse immigratiebeleid is een gevolg van deze mentaliteit.” (p.64)

Maar hij gelooft niet in Hoppe’s alternatief voor de democratie: “Hoppe is geen aanhanger van de democratie. Hij pleit voor een maatschappij van privaatrecht, waar geen privileges bestaan. In een democratie zijn die er uiteraard wel. Ze zijn niet met de persoon verbonden – iedereen is gelijk voor de wet – maar met de functie. (…) Niemand zou het recht hebben belastingen te heffen of rechtmatige eigenaars te onteigenen. Het is een idyllisch plaatje. Het libertaire bestel dat Hoppe voor ogen staat, is heel misschien denkbaar in een kleine besloten gemeenschap van gelijkgestemde individuen. Net zoals linkse utopieën die uitgaan van een ‘nieuwe mens’, geheel opgetrokken uit solidariteit, die dan gauw even ‘gemaakt’ zal worden, poneert Hoppe een niet-bestaand mensentype, dat de zeven hoofdzonden zou hebben afgeschaft. In de reële wereld moet men zich behelpen met de democratie, of wat ervan overblijft.” (p.65)

Libertariërs als Hoppe zijn de “marxisten van rechts” genoemd, in die zin dat zij van de goedheid van de menselijke natuur uitgaan. De Man gaat uit van de feilbaarheid van de mens, en hij houdt de democratie hoog als het minst slechte correctiesysteem.

 

Het postdemocratische regime

Onze democratieën waren al niet heel democratisch, ook niet toen zij hun tegenstanders “ondemocratisch” noemden, maar nu komen zij er steeds openlijker voor uit. Een typisch en trendsettend voorbeeld waren de regeringen van New Labour (1997-2010), rolmodel van onze paarse regeringen-Verhofstadt. En het gaat niet alleen om de toenmalige cultuur van de perceptie die de werkelijkheid moest doen vergeten, en die belichaamd werd in de spin doctors Alastair Campbell resp. Noël Slangen. De Man gelooft, net als de orthodoxe marxisten, niet in de New Labour-filosofie van de Derde Weg: “Bij een geldmarkt zonder grenzen horen politici zonder scrupules. Tony Blair is het prototype.” (p.54)

Die man, Blair, lijdt aan “delusions of honesty”, aldus Theodore Dalrymple. In False Dawn wijst filosoof John Gray op de contradictie in zijn missie, die in “gedereguleerde markt verzoenen met sociale cohesie” bestond. (p.55) Maar: “In de wereld van Blair, en van vele politici, bestaat de pers niet om kritisch te berichten over overheden en bedrijfsleiders, maar om door hen bespeeld te worden.” (p.56)

De Derde Weg leidde tot niets anders dan totale uitverkoop, ook in het buitenlands beleid: “En alweer ging hij verder dan Thatcher. Zij had in de Falklands haar eigen oorlog gevoerd. Blair voerde in Irak een Amerikaanse oorlog. Downing Street werd de echokamer van het Witte Huis.” (p.57)

New Labour belichaamde en verergerde een mentaliteit bij de jongeren, die tot uiting kwam toen daarna de Conservatief-Liberale regering aangetreden was, met de warenhuisrellen in de zomer van 2011. Hoppe drukt  barbarij en beschaving uit in termen van time preference, tijdsvoorkeur, en de plunderingen waren een uiting van een zeer verminderde tijdsvoorkeur. Omdat de hedendaagse consumptiemens altijd onmiddellijke bevrediging nastreeft, stelt Dalrymple deze diagnose: “De westerse mens is in feite een kind.” (p.62) De Man voegt eraan toe: “De herverdeling heeft bovendien een nadelig effect in de rangen van de productieve bevolking. Zij krijgen de indruk dat zij gestraft worden voor hun prestatie.” (62)

Hij is niet optimistisch voor de nabije toekomst: “De tendens om over te schakelen van de productie naar de onproductieve activiteiten zal versterkt worden, leidend tot een voortdurend stijgende graad van time preference en een voortschrijdend beschavingsdeficit – infantilisering en tenietgaan van het moreel besef – in de burgermaatschappij.” (p.63)   

 

 Islamofobie

Het slagveld tussen de volkswil en de utopieën van een bepaalde elite is het immigratie- en integratiekwestie. De uitspraken van Verhofstadt tegen het Franse identiteitsdebat, of de visie van Herman Van Rompuy, getuigen van angst: “Het is in politiek correcte kring een Pavlovreflex geworden om uitspraken en initiatieven die niet stroken met de eigen ideologie te duiden als een uiting van angst,van een… fobie. De verlichte ‘elite’ verkrampt telkens wanneer de kiezer zich niet naar haar voorschrift gedraagt. Zij is het brein, het volk de onderbuik. Zij is redelijk, het volk is bang.” (p.277)

Het toegepaste aantiracisme is nu de staatsideologie van de EU geworden. Het kaderbesluit 2008/913/JHA van de Europese Raad tegen “racisme en xenofobie” eist dat de lidstaten uitingen hiervan met minimum 1 jaar celstraf beteugelen: “Klacht of geen klacht, de racist – lees de tegenstander van het multiculturalisme en zijn vele kwalijke uitwassen – zal ontmaskerd worden en voor de rechter gesleept. Kaderbesluit 2008/913/JHA spant de garrot aan waarmee de meningsvrijheid langzaam zal worden gewurgd.” (p.343)

Naar aanleiding van het (met een boete beëindigde) proces tegen Elisabeth Sabaditsch-Wolf stelt de auteur: “In alle gedingen tegen islamcritici ontwaren we hetzelfde patroon: zij staan terecht wegens hun politieke opvattingen, die als haat, laster of discriminatie worden gekwalificeerd. Een mening die men niet kan noch wil weerleggen noch tolereren, wordt dan handig verpakt als ‘haat’.” (p.341)

 Over Guy Verhofstadt vertelt men de grap: “Hoe zie je dat Verhofstadt staat te liegen? – Zijn lippen bewegen.” Hij heeft een lange weg afgelegd, van islamofoob en direct-democratisch revolutionair in de tijd van zijn Burgermanifesten tot EU-toppoliticus nu:  “Later heeft hij, toen een passage uit het Tweede Manifest werd geciteerd waarin hij de islam onverenigbaar noemde met de democratie, aangevoerd dat deze tekst een jeugdzonde was. Verhofstadt was dan 39 jaar geworden, en partijleider met beleidservaring.” (p.103) Het was dus zeker geen “jeugdzonde”.

De Man ontleedt de taalmanipulaties die dit anti-democratisch beleid aanvaardbaar moeten maken, bv. het slagwoord diversiteit: “De term diversiteit is een vlag die verschillende ladingen dekt.” Naast verschil in talent en etnisch verschil in het personeelsbestand van een bedrijf is er nog deze: “Een derde, politiek correcte betekenis van diversiteit wordt gekleurd door de these van het slachtofferschap. Minderheden zijn kansarm omdat ze verdrukt worden, en wel door de machtsstructuren van de blanke, heteroseksuele man.” (p.264)

Onderzoeksresultaten bewijzen dat de immigratie, die in de tiijd van de gastarbeid voor de bedrijven nog rendabel was, sinds lang een enorm dure verliespost geworden is: “Conclusie: diversiteit is een kostenfactor die geen voordeel oplevert.” (p.265)

 

Rasverschillen

Intelligentie wordt bepaald door twee (groepen van) factoren, samen te vatten als nature en nurture, d.w.z. erfelijkheid en beïnvloeding door de omgeving. Beide hebben hun belang. Wie geestdriftig is voor de nu slecht geziene beklemtoning van de erfelijkheidsfactor, veronachtzaamt wel eens het belang van de omgevingsinvloed, bv.: “Hoe intelligentie door de omgeving beïnvloed wordt, ziet men in Groot-Brittannië waar kinderen van hindoes betere resultaten halen dan Britse leerlingen en waar de Pakistaanse jongeren, die genetisch nauwelijks van de hindoes verschillen, ver achteraan bengelen. De beslissende factor is hier de religie. De islam met zijn pretentie van alwetendheid en zijn afkeer van nieuwsgierigheid en kritisch onderzoek, is een buffer tegen wetenschappelijke ontwikkeling.” (p.256)

Dat mocht wel eens gezegd worden, maar het verketteren van de erfelijkheidsfactor komt vandaag veel meer voor. De Man wijst er echter op dat het beste wetenschappelijk onderzoek hier geen twijfel over laat bestaan. Bedenk dat CGKR-voorzitter Jozef De Witte het als een bewijs van “racisme” (bij de inheemsen, natuurlijk) zag dat vele Vlamingen blijkens peilingen in de erfelijke factor van intelligentie geloven, een wetenschappelijk vastgesteld feit. Het officiële beleid wordt geïnformeerd door neo-lysenkoïstische pseudowetenschap, zoals onder Trofim Denisovitsj Lysenko, de bioloog van Jozef Stalin.

Onderwijsminister Pascal Smet vindt dat de scholen een afspiegeling van de samenleving moeten zijn en dat autochtone sterke leerlingen moeten fungeren als gangmaker voor de zwakkeren/allochtonen. De Man noemt dit “onzin”, en met verwijzing naar de bevindingen van prof. Jaap Dronkers betoogt hij dat “een grotere etnische diversiteit in het middelbaar onderwijs de prestaties van zowel de allochtone als de autochtone leerlingen ongunstig beïnvloedt”. (p.257) Deze wetenschappelijke vaststelling wordt door het onderwijsbeleid straal genegeerd, maar: “Men begrijpt dat autochtone ouders zich zelden geroepen voelen om de kansen van hun eigen kinderen te hypothekeren ten bate van de gelijke kansen van de migrantenkinderen.” (p.259) Ook de progressieve politici Femke Halsema en Wouter Bos sturen hun eigen kinderen naar “witte” scholen.

De cijfers vertellen een duidelijk verhaal: “Finland bevindt zich aan de top van de PISA-ranglijst in gezelschap van Japan, Zuid-Korea, Taiwan en Singapore, stuk voor stuk landen die legale en administratieve borstweringen hebben opgetrokken tegen de golven van de immigratie.” (p.255) Vergelijken we het homogene Finland met het vergelijkbare maar militant multiculturele Zweden, dan zien we een succesverhaal tegen één van voortschrijdende neergang.

In Duitsland voorspelt Theo Sarrazin een achteruitgang in gemiddeld intelligentiepeil van de bevolking. Bij migrantenkinderen, nu nog altijd een minderheid, zit een ruime meerderheid van zij die de school zonder diploma verlaten. “De migranten – hoofdzakelijk moslims – zijn vruchtbaarder dan de autochtonen. Hun kinderen halen slechte resultaten op school. Dus daalt het IQ van de totale bevolking. Duitsland wordt dommer.” (p.254)

Meer en meer landen voeren immigratiebeperkingen in. Maar hier is de oude wijze man, die de grote tijd nog heeft meegemaakt, werkelijk uitgesproken pessimistisch: “Betekent dit dat de benarde situatie in Duitsland en Europa ingrijpend zal gewijzigd worden? Het antwoord in neen. Duitsland heeft eerder al, net als bijvoorbeeld Nederland en Denemarken, beperkingen uitgevaardigd op gezinsmigratie. Overal in Europa, behalve in het door marskramers bestuurde België en het van politieke correctheid dol geworden Zweden, staan herzieningen van het asielrecht op het getouw. Veel zal het niet uithalen. Om drie redenen: Ten eerste, de EU en de Europese gerechtshoven zullen de pogingen van de naties om schoon schip te maken blijven dwarsbomen. Ten tweede, de illegalen uit Afrika zijn niet te stuiten zolang er geen fort Europa wordt gebouwd. Ten derde, zelfs zonder bijkomende inwijking is de toekomst van Europa al door de demografie beslecht.” (p.254)

 

Besluit

Of het nog veel verschil zal uitmaken, is iets dat we slechts kunnen hopen, maar de invoering van een authentieke democratie is wel een minimumvoorwaarde om het tij te keren. Een eerste prioriteit is het herstel van het steeds verder beknibbelde recht op vrije meningsuiting, conditio sine qua non voor een geïnformeerd burgerschap dat soeverein de macht kan uitoefenen. Jos De Man voert de goede strijd. Want alleen democratie zal ons kunnen redden.

Labels: , , , ,

Read more...

26 december 2012

Solidariteit in Europa


We sluiten een jaar af waarin de financiële eurocrisis geleid heeft tot heel wat kritiek op de EU zelf. Zowel het behoren tot de eurozone van enerzijds de zuiderse lidstaten (waaronder Griekenland) en anderzijds de eigen lidstaat van haar noordelijke critici, als zelfs het lidmaatschap van de EU van vooral het Verenigd Koninkrijk, werden in vraag gesteld. Het probleem met Europa is gelijkaardig aan het probleem waarmee wij binnen België zoveel ervaring hebben: de tranfers van rijke naar arme gewesten, plots acuut geworden door de enorme omvang van de zuiderse reddingsoperaties.

Onder redactie van Prof. Hans Verboven hebben VVA en Pro Flandria een boek over deze problematiek uitgebracht: Vlaanderen en Europa. Noodzaak en grenzen van solidariteit, Pelckmans, Kapellen 2012. Het opent met een lange bijdrage van Hans-Werner Sinn waarin de financiële problemen die zich voor de EU stellen, uiteengezet worden. Voor niet-economen als ondergetekende is dit wel nodig als inleiding; voor economen signaleert het waar precies de auteurs van dit boek voor staan. Onthouden wij vooral dat de euro niet is ontstaan uit enige economische noodzaak, zoals ook Trends-redacteur Alain Mouton in zijn artikel aantoont; wel uit de wil van Frankrijk (president: François Mitterrand) om het herenigde Duitsland en zijn sterke munt aan banden te leggen. Verder past de gemeenschappelijke munt in de aloude eurostrategie van economische voldongen feiten die dan een verdere politieke integratie noodzakelijk maken.

 

De euro

De strekking van dit boek is niet resoluut anti-euro, de munt kan gered en economisch zinnig gemaakt worden. Maar de bijdragers willende euro niet tot elke prijs behouden. Voor Griekenland en de andere zuiderse landen zou het herstel van hun soevereiniteit over een eigen munt economisch veel nuttiger zijn, tenzij zij bereid zijn en in staat blijken om het beleid van Duitsland te kopiëren.  

Redacteur Hans Verboven  zet de juridische aspecten uiteen, met begrippen als due diligence en free riders, zoals bv. verzekeraars die opvatten. Geert Janssens vraagt zich af of de eurozone iets anders dan een solidariteitsmechanisme kan zijn, om te besluiten dat de euro maar kan bestaan dankzij de solidariteit, maar tegelijk veel meer is; erzonder zet Europa volgens hem een reuzenstap achteruit. Luc Rochtus houdt echter rekening met een uitstap van sommigen of zelfs met een algehele implosie, eerder door de uitstap van rijke dan van armlastige landen, als reactie op de “weeffouten” in de euroconstructie; hij bepleit een secessieclausule als drukkingsmiddel om de zwakkere landen ertoe te brengen, zichzelf en de euro te redden. Oud-politicus Frits Bolkestein belicht het probleem vanuit de praktijk als eurocommissaris. Hij spreekt zich duidelijk uit voor de terugkeer van Griekenland tot een eigen munt en eigen financieel zelfbestuur, dat het dan kan gebruiken om zijn economie weer op de sporen te krijgen. Andere economen werpen hun licht op weer andere aspecten van de crisis.

Solidariteit kan maar in de economie en de politieke samenwerking spelen als er een morele grondslag voor is. Democratie en solidariteit zijn eigenlijk tegenstrijdig, merkt Gerard Bodifée op, en solidariteit is eigenlijk een “onpolitieke” waarde. Zij vergt een gevoel van verbondenheid, dat men met sommigen wel maar met anderen niet heeft. Voelen de Europeanen zich verbonden met en medeverantwoordelijk voor iedere andere uniegenoot?

In België is de opgedrongen “solidariteit” een slechte zaak omdat één volk een ander volk haat en dus maximaal uitbuit en economisch benadeelt. Zo is de sluiting van Ford Genk, die in Le Soir op leedvermaak onthaald werd, een rechtstreeks gevolg van een ongezond beleid (met zware loonlasten en andere belastingen) die de Parti Socialiste aan een steeds onwilliger Vlaanderen oplegt. Zelfs het hof kwam tussen om de opening naar Nederland van de Generale en van de Sabena tegen te houden, want de Franstaligen wilden geen Nederlands overwicht, zelfs als dit tot een faling moest leiden. De Franstaligen bewijzen daarmee dat ze de Vlamingen als een ander volk beschouwen. In de EU is de zogenaamde solidariteit (d.i. de transfermechanismen) iets minder, maar voor velen toch al onverteerbaar omdat bv. de Finnen zich eerder Fin dan Europeeër voelen.

 

Culturele eenheid

                Enkele jaren geleden hield Pro Flandria een congres over Europa, dat een “nieuw elan” moest krijgen. Blijkbaar nam men de demografische, economische en psychologische problemen niet ernstig genoeg. Schrijver dezes heeft voldoende christelijke opvoeding gekregen om het belang te beseffen van hoop: men moet de toekomst niet al te zwart inzien. Maar intussen zijn alle parameters negatief, en geforceerd optimistische verklaringen zoals die van het Nobelcomité (dat de EU de vredesprijs overhandigde) en van EU-voorzitter Herman Van Rompuy klinken hol. De situatie is toch wel ernstig.

Gerard Bodifee maakt een diagnose van existentialistische Europese denkers als  Martin Heidegger en Jean-Paul Sartre, en besluit dat zij ons werelddeel tot een soort nihilisme verleid hebben. Het in “ziek aan zijn zelfbeeld”. Hem zullen velen aanhalen die betreuren dat de EU  zich niet uitdrukkelijk tot het christendom wil bekennen en die een terugkeer tot het “christelijk Europa” bepleiten, hoewel hij hier op deze kwestie niet ingaat. Wel pleit hij voor een geloof in brede zin, een vertrouwen in “de mens als beeld van God”. De enige grond voor optimisme vindt hij in de onuitroeibaarheid van het geloof, ook al ziet men in het Europa van vandaag vooral de omgekeerde tendens.

Paul Cliteur schaart zich aan de kant van degenen die geweigerd hebben om het christendom als verbindende gedachte in de EU-grondwet in te schrijven. Er was weliswaar weinig nobels in die weigering, maar uiteindelijk was zij toch terecht, zo betoogt Cliteur. Europa bestond al vóór het christendom, net zoals het na de ontkerstening nog altijd bestaat. Zeker vandaag, nu we alleen maar meer aanhangers van meer religies gaan huisvesten, kunnen we het als Europa alleen nog eens worden over een “moreel Esperanto”, een gemeenschappelijk ethiek ondanks de uiteenlopende metafysische overtuigingen. 

Een onverwachte genodigde voor dit boek is Erwin Truyens, jurist (ondermeer bekend als vreemdelingenadvocaat) en Groot-Nederlander, destijds stichter van de NSV, nu uitgever van het katholieke Vlaams-nationale Kort Manifest. Hij is resoluut tegenstander van deze Gemeenschap/Unie, die vanaf het begin opgebouwd wordt zonder plan of doel, men zal wel zien waar men uitkomt. Zo heeft men de euro ingevoerd om op termijn een verdere bestuurlijke integratie noodzakelijk te maken, maar zonder dat men daarvoor een blauwdruk had. Truyens is nochtans wel voor een Europa der volkeren met hertekende grenzen, en met echte subsidiariteit. Geval per geval zal men dan moeten uitmaken wat men samen doet en wat men op lagere bestuursniveau’s afhandelt. Europa is heruit te vinden.

                 De hetze tegen de EU is begrijpelijk: ondemocratische structuren, kwalijke verdedigers (de pedofiel Daniel Cohn-Bendit, de wilde links-extremist Guy Verhofstadt, een buitenmatig betaald eurocratenheir), en een financiële crisis waar niemand aan kan ontsnappen. Toch moet men de dingen in perspectief houden: nee tegen déze EU, maar ja aan de EU. De EU moet democratisch worden, wat nu wel een revolutie betekent, en het monetair beleid moet beter op de economische werkelijkheid en de verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa afgestemd worden. Er is veel te doen, maar dat kan binnen het bestaande kader van de EU.

                Vanuit Vlaams oogpunt geldt hiervoor nog een bijzondere reden: het bestaan van een gemeenschappelijke munt is een absolute voorwaarde voor de Vlaamse onafhankelijkheid. Als de Belgische frank nog bestond, zouden belgicisten de onzekere monetaire toekomst als dreigement gebruiken tegen de eigen staat Vlaanderen. Nu daarentegen is de verwachting dat de opvolgerstaten van België gewoon zullen doorgaan als deel van de Eurozone. Het is zorgwekkend dat de Vlaamse beweging dit volkomen vergeten schijnt te zijn, gezien het welkom dat de Vlaamse Volksbeweging en het Vlaams Belang de Nederlandse euroscepticus Thierry Baudet bereid hebben. Baudet spreekt vanuit een natiestaat, die zich een eigen munt kan veroorloven. België daarentegen is een wankele en kaduke kunstmatige staat, waar de munt kan ingezet worden als politiek wapen. Dezelfde redenen die sceptici aanhalen tegen de euro, gelden in België als argument tegen de Belgische frank, en dus concreet vóór de euro.

                Misschien heeft de euro zijn beste tijd gehad, en zal men zich later het voorbije decennium herinneren als één waarin Vlaanderen een open doelkans kreeg, een venster op onafhankelijkheid, maar die niet gegrepen heeft.

Labels: , , , , ,

Read more...

19 augustus 2012

Wankelt Europa?



Op de EU-feestdag, 9 mei, stelden Wim Van Rooy, Remi Hauman en Sam Van Rooy in een commissiezaal van het Europees Parlement het door hen geredigeerde boek voor: Europa Wankelt. De ontvoering van Europa door de EU. Frits Bolkestein luisterde er vanuit het publiek een gezelschap op dat hoofdzakelijk uit VB’ers, LDD’ers en Nederlandse PVV’ers bestond.

Over de auteurs nog het volgende. De meesten zijn in hun vakgebied zeer bekend: historici John Laughland, Christophe Buffin de Chosal, Bat Ye’or en Robert Conquest, dissidenten Pavel Stroilov en Vladimir Bukovsky, schrijvers Benno Barnard en Luc Devoldere, juristen Matthias Storme en Thierry Baudet, enzovoort. Onder de redacteuren is Remi Hautman een verdienstelijk islamoloog en Arabisch vertaler, wat ondermeer te zien is aan de zurige reacties van multiculturalisten. Wim Van Rooy, gevorderd vrijmetselaar, was ondermeer radiomaker, kabinetslid van Luc Vandenbossche en schooldirecteur. Zijn zoon, oud-wielrenner en oud-romancier Sam Van Rooy, is ingenieur maar geraakt door zijn politieke kleur in dat knelpuntberoep niet aan de bak. Hij raakte bekend door zijn redactie (met zijn vader) van het lijvige boek De Islam. Essays over een politieke religie. Dit belangrijke boek, en zijn belangrijke rol daarin, trok meteen de aandacht van de Nederlandse partijleider Geert Wilders, en hij ging aan de slag op diens studiedienst. Helaas plaatste hij, met zijn temperamentvol jong bloed, een filmpje van boerqa-dragende vrouwen op het internet, met daarbij zijn benoeming van die vrouwen tot “tuig”. Dat was voor Wilders niet de boodschap die zijn partij wilde uitsturen, en hij werd geschorst en uiteindelijk ontslagen. Van armoede zocht en vond hij dan onderdak bij het VB, waar hij op flamboyante wijze een gezicht geeft aan de anti-islamcampagne van die partij.

Het voorwoord is door een UKIP-lid van het EP, Nigel Farrage, de man die beroemd werd toen hij aan natte dweil Herman Van Rompuy vroeg: “Who are you?” Inderdaad, terwijl de EU aan de Arabische landen en China de les leest over de democratie, kiest ze als eerste president in een achterkamertje een grijze muis die niemand kent, zeker de Europese kiezer niet. Farrage wees er in zijn welkomstrede op dat de euroskeptici niet anti-Europees zijn maar wel kritische vragen hebben bij de EU-instellingen, wat allerminst hetzelfde is.



Europa is niet de EU

Inderdaad, Europa is niet de EU. Je kan gerust pro-Europees zijn en toch je twijfels hebben bij de huidige constructie. Het Avondland bestond al lang vóór deze confederatie en zal nog lang nadien bestaan. Zoals de Griekse beschaving al lang bestaan heeft en nog een kans heeft om voort te bestaan, pace Karel De Gucht, als Griekenland de eurozone zou verlaten.

Dat brengt ons bij het financiële luik, naar de actualiteit gekatapulteerd door de eurocrisis. Het is interessant om zien hoe het Brussels bestel het Griekse lidmaatschap blijft verdedigen terwijl de Grieken zelf voor een beleid kiezen dat de wederinvoering van de drachme (annex de mogelijkheid om soeverein hun munt te devalueren) vereist. Steeds meer autoriteiten menen dat het voor de Grieken het beste zou zijn als ze hun eigen financieel beleid kunnen bepalen, los van de eurozone. Zeker de deelnemers aan dit boekproject hebben hun twijfels bij een gemeenschappelijke munt die niet door een gemeenschappelijk economisch en budgettair beleid gedragen wordt. Even het geheugen opfrissen: toen Helmut Kohl beide Duitslanden wist te herenigen, eiste de Franse president Mitterrand van hem dat hij de sterke D-mark zou laten opgaan in een gemeenschappelijke munt, zodat Frankrijk controle kon uitoefenen over het Duitse monetaire beleid. In dat politieke revanchisme ligt de oorsprong van de euro. Duitsland, daarin gevolgd door enkele noordelijke lidstaten, speelde het spel eerlijk en paste zijn economisch beleid drastisch aan; de zuidelijke landen deden dat niet, en de gevolgen zijn tien jaar later heel duidelijk.

Daarnaast is er de politiek-juridische rol van de EU in de ondermijning van de volkswil. Europese rechtbanken gaan altijd verder in het usurperen van bevoegdheden die de nationale wetgevers en rechtbanken toekomt.  Als voorvechters van multiculturalisme en open grenzen bepalen zij steeds meer het migratiebeleid. In de Brusselse rand ondervinden wij regelmatig hun anti-nationalistisch en anti-Vlaams beleid.

Dit boek is een pleidooi voor democratie. Het stelt zich teweer tegen de moloch van de dictatoriale EU-instellingen, tegen het Europa van wildemannen als Guy Verhofstadt en Daniël Cohn-Bendit die de eenmaking willen opleggen. Sommigen in de EU-top beginnen het gebrek aan democratie te beseffen, getuige bv. het voorstel van Jean-Claude Trichet, oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank, om een soort overheidsdienst voor de eurozone te vestigen, als aanspreekpunt voor het EP een bron van grotere democratische legitimiteit. Maar dat is allemaal te weinig en te laat, er is een grondiger democratisering van de EU nodig wil zij voor de Europeanen echt een vaderland zijn.





Transfers

Thans blijkt hoezeer Paul Beliën gelijk had toen hij in zijn boek A Throne in Belgium voorspelde dat België als model zou dienen voor de EU. De euro-crisis is niets anders dan de verbelgisching van de EU, een opgedrongen “solidariteit” van de mieren met de krekels. Zoals men België kan splitsen in Vlaanderen tegen Wallonië, zo spreekt men over een gespletenheid van de EU in een noordelijke neurozone en een zuidelijke Club Méditerranée.

Nu EU-lid Finland openlijk de eurozone in vraag stelt (na andere bevriende instellingen zoals de Zwitserse Nationale Bank), moet Vlaanderen zich dringend bezinnen over de vraag of wij bij de “neuro” willen horen. Met België zal dat alleszins niet kunnen. Hoewel De Morgen al zegebulletins de wereld had ingestuurd over welk degelijk economisch werk de regering van Elio di Rupo levert, blijkt nu dat de Belgische economie ernstig krimpt en EU-locomotief Duitsland moet lossen. Opdat Vlaanderen en Wallonië elk het beleid kunnen voeren dat op hun noden afgestemd is, moet de Belgische staat dringend gesplitst worden.





Wim Van Rooy, Sam Van Rooy, Remi Hauman: Europa wankelt. De ontvoering van Europa door de EU, Van Halewyck, Leuven 2012, 415 pp., ISBN 978 94 6131 083 5.


Labels: , , , , , ,

Read more...

1 juli 2012

Verbelging van de Europese Unie zet zich door (Hoegin)

Met het Europese akkoord over de rechtstreekse herkapitalisatie van noodlijdende banken door het ESM zoals dat in de nacht van donderdag op vrijdag gesloten werd, zet de verbelging van de Europese Unie onder leiding van Herman van Rompuy zich alweer een beetje verder door. Stukje bij beetje worden van Noord naar Zuid geldpijplijnen opgebouwd, terwijl je er gif op mag innemen dat morgen al de verplichtingen van de begunstigden heronderhandeld zullen dienen te worden. Dat de constructie duidelijk tegen de wil van het betalende gedeelte van de unie opgezet wordt lijkt bovendien bij de EU-elite vooral extra genoegen op te wekken.

Het bereikte akkoord werd in de pers vooral omschreven als een Duitse toegeving, ja zelfs knieval, onder druk van de Zuid-Europese landen, en natuurlijk de financiële markten. In tegenstelling tot wat de Duitse bondskanselier Angela Merkel enkele dagen geleden nog verkondigde, zal vanaf nu wel rechtstreeks hulp verleend kunnen worden aan de Zuid-Europese noodlijdende banken. In principe is het beeld echter genuanceerder, omdat dit pas zal kunnen nadat een centrale Europese waakhond opgericht is die toezicht zal houden op de banken die van de steun kunnen genieten. Is het echter zonneklaar dat diverse Spaanse en andere Zuid-Europese banken zich binnenkort aan een ferme injectie euro's mogen verwachten, dan is het al een pak minder duidelijk onder welke voorwaarden dat precies zal gebeuren. Of nog: de Noord-Europese verplichtingen zijn nu reeds tot in de puntjes gekend, maar over de Zuid-Europese verplichtingen zal later nog eens onderhandeld en vooral veel gepalaverd dienen te worden. Komt het de lezer allemaal een beetje bekend voor?

Bovendien: als er al strenge voorwaarden komen waaraan de banken zullen moeten voldoen, hoe lang zal het dan duren eer men terug zal willen komen op de bevoegdheden van de waakhond? En ook, zullen eventuele sancties niet door de politieke leiders weggewuifd zullen worden omdat je in tijden van acute crisis nu eenmaal niet te veel discipline mag eisen van de geholpenen? Een Kathleen van Brempt zal trouwens ook dan weer met veel emotie in de stem komen beweren dat het allemaal de schuld van die arme Zuid-Europeanen niet is, en dat enig toezicht vanuit Noord-Europa op wat er met de toegeschoven middelen precies uitgespookt wordt dus ten zeerste ongepast is. Om niet te zeggen dat het eigenlijk feitelijk allemaal vooral de schuld van Noord-Europa is, en dan in het bijzonder het rechtse Duitsland.

Met andere woorden, de verbelging van de Europese Unie heeft zich met dit akkoord weer een stapje verder doorgezet. De Noord-Europese verplichtingen zijn vanaf nu immers niet alleen gekend, maar zullen als een verworven recht worden beschouwd, en op de verplichtingen voor Zuid-Europa zullen we het later nog wel eens hebben, wanneer een nieuw Mediterraan mes op de Germaanse keel gezet kan worden. We zouden zeggen: dit is België in het groot, maar met dit verschil dat Duitsland en de rest van Noord-Europa voorlopig nog mogen weten hoeveel geld ze precies in de bodemloze Middellandse put moeten storten. Misschien is ook dat een punt waar een volgende EU-top nog iets kan aan verhelpen? Ondertussen horen we Herman van Rompuy graag zeggen tijdens een interview met het Journaal van de VRT dat solidariteit gekoppeld dient te zijn aan verantwoordelijkheid. (Hoeft het te verbazen dat Paul Magnette en Elio di Rupo niet bepaald van blijdschap stonden te springen over dit akkoord?) Maar toen diezelfde Herman van Rompuy nog eerste minister was van ons aller geliefde landje België, toen was het zelfs nog teveel gevraagd om in ruil voor de brede Vlaamse solidariteit een klein beetje respect op te brengen voor de territoriale integriteit. Toen ging hij zelfs zélf als een dief in de nacht bij Franstalige en aanverwante parlementen belangenconflicten afsmeken tegen een wetsvoorstel dat hij zelf mee had ingediend!

Over nachten gesproken, konden ook deze keer de onderhandelingen het daglicht niet verdragen, zodat alles bedisseld diende de worden in het holst van de nacht, ja zelfs tegen de dageraad aan? Of met andere woorden: het moment waarop vampieren terug in hun kist kruipen? Heeft het er misschien iets mee te maken dat het volledig indruist tegen de wil van het betalende deel van de bevolking? Voor de politieke «leiders» is dat laatste natuurlijk geen bezwaar, om niet te zeggen een extra dikke kers op de romige taart. Onze «opiniemakers» in onze «kwaliteitsmedia» –voor zover zij natuurlijk werkelijk veel invloed zouden hebben op de Vlaamse bevolking– liggen er alvast ook niet wakker van, en verheugen zich zoals Bart Sturtewagen in de De Standaard zelfs over het bereikte akkoord. Als er al een minpuntje aan het akkoord zit, dan wel dat het er al veel eerder had moeten komen – lees: dat Duitsland al een paar maanden geleden had moeten plooien. Ook dat klinkt allemaal bekend. Maar hoe dicht kan je redactielokaal eigenlijk bij de Wetstraat 16 (en de Brussels-Belgische salons) gelegen zijn om een passage als de volgende uit je toetsenbord te toveren, zonder daar meteen ook de sleutelwoorden «PS» en «index» bij te tikken?
Blijkbaar kan dit Europa nog steeds geen beslissingen nemen op het moment dat zonneklaar is geworden dat ze nodig zijn. Dat kan alleen met het mes op de keel.
Ik laat het dan ook aan de lezer over te antwoorden op Bart Sturtewagens vraag of we nu blij of boos moeten zijn…

Labels: , , , , , ,

Read more...

10 mei 2012

Een les politieke filosofie (niet te verwarren met 'politicologie') vpmc

.
Anne Van Lancker, voormalig Europarlementslid voor SP-a, en Thierry Baudet van de universiteit van Leiden, hadden op Radio1 een gesprekje naar aanleiding van de EU-feestdag gisteren. Schuman day zoals men wel zegt. Dat gesprekje verliep wat ongelijk. De twee partners kwamen uit sterk verschillende gewichtsklassen.
Baudet hanteerde meteen moeilijke begrippen als democratie, unie, natie enzovoort, en hij had ook hoorbaar nogal wat politieke filosofie achter de kiezen. Anne Van Lancker gebruikte diezelfde termen ook, maar uit haar mond komend leken ze niet naar een specifieke theoretische achtergrond te verwijzen. Bij haar hadden ze een, om zo te zeggen meer volkse inslag.
Misschien daardoor eindigde het gesprekje wat onbeholpen en lacherig:



Baudet: We moeten toe, naar wat ik noem een Commonwealth model, waarin we vrijhandel hebben, waarin dus ook een land als Turkije d’er gewoon bij kan, vrij handelt, geen vrij verkeer van personen, en geen gedeelde munt, en dus ook geen politiek unie. Het woord samenwerking impliceert onafhankelijkheid, het impliceert de mogelijkheid om zelf te kunnen beslissen: ik wil wel of niet meedoen. De Europese Unie realiseert geen samenwerking, maar maakt samenwerking juist onmogelijk omdat het landen de zeggenschap ontneemt over hun eigen beleid. Dus de Europese Unie legt aan landen beleid op, en laat ze juist niet creatief samenwerken.
Radio1: Maar dan wordt het toch zéér ontransparant want dan krijg bijvoorbeeld voor landbouw elf landen die gaan samenwerken, voor een militaire eenmaking ga je negen landen hebben die samenwerken. Dat wordt toch een kluwen waar niemand wijst uit geraakt?
Baudet: Juist wel. Want op deze manier blijft de centrale beslissingsmacht bij de nationale parlementen liggen, waar dus ook de beslissingen uiteindelijk genomen worden. Betekent dat hun electoraat zeggenschap heeft over het beleid. Kijk, als die nationale parlementen niet meer kunnen beslissen over de thema’s die de nationale publieke debatten bepalen, zoals immigratie, zoals hoe gaan we om met CO2-problematiek, hoe gaan we om met onze buitenlandse politiek, dan ontneem je mensen niet alleen maar hun economische bloei, want dat zien we nu, maar je ontneemt hun ook hun recht om hun identiteit vorm te geven.
Radio1: Mevrouw Van Lancker, u mag daar nog kort op reageren.
Van Lancker: Ja, de voorbeelden die mijn tegenhanger hier naar voren brengt, CO2-problematiek, migratie, buitenlands beleid… ik zie de Nederlanders dat allemaal in hun eigen sopje al gaarkoken. Mijnheer doet het uitschijnen alsof Europa zo’n soort van anoniem monster is, dat boven onze hoofden hangt, en allerlei dingen beslist. Ik wil alleen maar herinneren dat Europa geleid wordt door de Europese Commissie, door de Raad van Ministers, alle landen hebben daar hun vertegenwoordigers in, en door 754 leden van het Europees Parlement, die allemaal democratisch verkozen zijn, in hun eigen land.
Baudet: Het is natuurlijk heel grappig wat mevrouw nu zegt. Kijk, democratisch, en dan 754 leden in het Europees Parlement die door onafhankelijke, die in andere landen gekozen zijn! Het kan dus per definitie niet democratisch zijn.
Radio1: Waarom niet?
Baudet: Je kan geen multinationale democratie hebben, want democratie veronderstelt, impliceert dat er een collectief geheel is, dat als geheel ook kan worden vertegenwoordigd. Je kan geen democratie hebben zonder een demos, zonder een volk. Europees volk bestaat niet (AvL lacht), dus Europese democratie bestaat niet.
Radio1: Maar dat is wat iedereen toch hoopt en anders ziet natuurlijk.
Van Lancker: Dat is toch belachelijk allez, dan heeft België ook geen democratie!
Baudet: Daar is ook heel wat voor te zeggen. (AvL lacht)
Radio1: Ik denk dat jullie agree to disagree. Eh, 9 mei, feest van Europa, voor de één toch, voor de ander verre ván. Ik wil jullie graag allebei bedanken, mevrouw Van Lancker, mijnheer Baudet.
Baudet: Graag gedaan, dank u wel.
Van Lancker: Daag.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

25 november 2010

Merkwaardige opvattingen bij een toekomstig EU-lid (vpmc)


Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul is ongewenst op een internationale literaire bijeenkomst in de lekenstaat Turkije, lezen we in de krant De Telegraaf, en wie zich afvraagt wat er zo verschrikkelijk mis is met die Naipaul kan hieronder, bij wijze van voorbeeld, een tekstje van hem lezen dat ik gauw heb vertaald, maar dat hier een aantal jaren geleden in het Engels ook al te lezen was.
In dit fragment uit zijn boek heeft Naipaul het wel over Pakistan, niet over Turkije, laat staan over Europa, maar dat mag niet deren. Vormen wij immers niet allemaal één grote Unie?



Gevoelsmatig wordt het Westen, of de wereldwijde beschaving waar het de leiding van heeft, verworpen. Het is ondermijnend; het is bedreigend. Maar tegelijkertijd is het onmisbaar, voor zijn machines, goederen, medicijnen, gevechtsvliegtuigen, overschrijvingen van de emigranten, ziekenhuizen die misschien een remedie hebben tegen calciumtekort, universiteiten die gegradueerden kunnen afleveren aan de massamedia. In heel die verwerping van het Westen zit de veronderstelling besloten dat ergens daarbuiten altijd een levendige, creatieve beschaving zal blijven bestaan, wonderlijk neutraal, en open voor elkeen die er een beroep op wenst te doen. De verwerping is bijgevolg geen absolute verwerping.  Voor de gemeenschap als geheel is het ook een manier om intellectuele inspanningen te staken. Het is een parasitisme; parasitisme is een der erkende vruchten van fundamentalisme. En de emigranten stromen het land des geloofs uit: enkel naar Berlijn 30.000 Pakistani verscheept door de experten van de export van mankracht, om er het politiek asiel op te eisen dat bedoeld was voor de mensen uit Oost-Duitsland.
De patroonheilige van de islamitische fundamentalisten in Pakistan was Maulana Maudoodi. Hij was gekant tegen de idee van een aparte Indische moslimstaat, omdat de moslims naar zijn gevoel niet zuiver genoeg waren voor zulke staat.  Hij vond dat God de wetgever moest zijn; en met zijn aanbod van soortgelijke extatische denkbeelden in plaats van een praktisch programma kwam hij in het brandpunt van chiliastische ijver. Hij voerde campagne voor de invoering van islamitische wetten zonder duidelijk te maken wat die wetten dan moesten zijn.
Hij stierf toen ik in Pakistan was. Maar het was niet in Pakistan dat hij stierf: het bericht van zijn dood kwam uit Boston. Aan het eind van zijn lange en woelige leven was de Maulana tegen al zijn principes ingegaan. Hij was naar een ziekenhuis in Boston gegaan, op zoek naar genezing; hij had zich helemaal aan het eind toevertrouwd aan de kunde en de wetenschap van de beschaving waar hij zijn volgelingen voor had willen afschermen. Hij had geprobeerd, zo zei iemand mij (niet alle Pakistani zijn fundamentalisten), om te oogsten waar hij zijn volk liever niet zag zaaien. Van de Maulana zou je kunnen zeggen dat hij naar zijn welverdiende plekje in de hemel is gegaan met een ommetje via Boston; en dat hij die weg minstens gedeeltelijk heeft afgelegd per Boeing.

Vidiadhar Surajprasad Naipaul
Among the Believers
An Islamic Journey
André Deutsch, London 1981, pp.158-9

.


Labels: , , ,

Read more...

2 november 2010

Goossens, Hooghe en grof taalgebruik (vpmc)

.
Om te beginnen zal ik iets moois vertellen, want daarna word ik noodgedwongen vervelend. In het leven is er nooit een vrije dag, zei Gerard Kornelis van het Reve, en hij had gelijk. Ik weet niet of Harry Mulisch ook zulke diepe gedachten heeft neergeschreven.

De naam Angela de Franceschi, bijgenaamd la Mariuccia (1734-1805), zal niet iedereen bekend voorkomen neem ik aan, maar zij was een van de geliefden van Casanova, en hij gaf een wondermooie beschrijving van haar:
“Ses yeux noirs, très fendus et à fleur de tête, et toujours remuants avaient sur leur superficie une rosée qui paraissait un vernis du plus fin émail. Cette rosée imperceptible que l’air dissipait très facilement reparaissait toujours plus fraîche au rapide clignotement de ses cils.”*
Haar zwarte ogen, heel langwerpig en prominent, en voortdurend in beweging, hadden op hun oppervlak een laagje dauw, dat een vernisje van het fijnste émail leek. Deze onmerkbare dauw, die aan de lucht heel makkelijk vervluchtigde, kwam telkens weer helemaal fris tevoorschijn bij het snelle knipperen van haar oogleden.

Geef toe lezer, zelfs in mijn gebrekkige vertaling kunnen deze twee zinnen neerbuigend kijken naar de gedrochten die bij ons voor “de mooiste zin van het jaar” elke keer moeten doorgaan.

Een andere Angela is Angela Merkel, en Paul Goossens bedacht haar met een artikeltje, getiteld:  “Een vluggertje, voor Angela”.
Niet het register dat Casanova hanteert, zult u zeggen. Inderdaad, en wat hierbij niet als excuus mag gelden, is dat Paul als oud-seminarist zich misschien geen houding weet te geven als er vrouwen ter sprake komen, want Casanova was ook bijna pastoor. Neen, hier speelt de eeuwige drang die columnisten voelen om vooral levendig te schrijven, gedurfd, stout. Dat brengt hen helaas tot vulgariteiten.

“Wat een grof volkje” zou Marc Hooghe zeggen, die andere Standaardman, want die maakt zulk verwijt zelfs als het totaal ongepast is, bv. enkel als Luc Huyse onheus wordt aangevallen volgens hem, en hij bij deze emeritus –om redenen waar wij het raden naar hebben– een wit voetje wil halen. Natuurlijk laten ze bij de Kwaliteitstabloid niet toe dat hun jonge medewerker op zijn plaats wordt gezet in een gedegen antwoord, ook al schreef Peter de Roover dat meteen.

Maar wat Paul Goossens, “Europajournalist” ons wilde vertellen, kwam simpelweg hierop neer dat de EU (zoals bekend zijn gagne-pain) vooral moest blijven wat zij is, namelijk een democratisch niet gelegitimeerde instelling.
"Na de mislukte ratificatie van de Europese grondwet en de traumatische goedkeuring van het verdrag van Lissabon, was het idee van een nieuwe wijziging, met alles wat dat aan referenda, chagrijn, koehandeltjes en verlammende navelstaarderij meebrengt, een perverse, zelfs destructieve gedachte."
Op een discussie met deze anti-democraat zal geen ernstige mens ingaan. Daarvoor is deze jongen ook te wollig en te zweverig, zij het dat hij ongewild soms een geestigheid heeft. Maar Paul beseft duidelijk niet wat hij allemaal verkondigt met zijn wild gezwaai. Zo zegt hij dat zijn geliefde EU steunt op een Verdrag waarvan de artikelen –die nochtans niet mogen veranderen!– getuigen van “een extreme saaiheid en trivialiteit, want gestolde macht”. In zijn ijver gebruikt Paul ook woorden waarvan hij de draagwijdte niet snapt. Zo noemt hij de artikelen van het Verdrag van Lissabon zelfs obsceen: “Met een obscene zin voor het detail bepaalt artikel 48 hoe een verdragswijziging moet worden uitgevoerd.”

Nu heeft volgens de Oxford Latin Dictionary het woord obscenus vele betekenissen, maar geen lijkt te verwijzen naar verdragsteksten die wij niettemin als onveranderlijk dienen te beschouwen:
OBSCENUS: [samengevat] sinister, walging opwekkend, op slechte voortekens duidend, smerig, vuil, onzedelijk, betrekking hebbend op perversieën of excrementen, of op de organen of handelingen die daarmee in verband kunnen staan.
___________________


* Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 7 – Chapitre IX
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, p.613
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

5 maart 2010

Schoonvegen kan ook zonder natte dweil (vpmc)

De opvoeding van de jonge Nigel Farage, als we vandaag het resultaat bekijken, lijkt geen onverdeeld succes te zijn geweest.

Het befaamde XVIIde E.'se Dulwich College, waar Nigel zijn opvoeding heeft genoten, kan natuurlijk niet instaan voor alles wat de pupillen later vertellen. Zich berouw-vol op de borst slaan hoeven ze dus niet te doen, maar misschien kan een door-lichting geen kwaad. Tenslotte is dat even modieus als excuses. Wel iets duurder maar zeker zo effectief.
En goed bekeken was wat hun discipel Farage in het zogeheten EU-parlement vertelde ook geen volslagen onzin. De vorm was niet in orde. Dat weten we. Zo had Nigel die natte dweil achter zijn kiezen moeten houden, en die bankbedienden ook.
Ten gronde nu: al mogen waarheden zeker herhaald worden, om ons een gedegen oordeel over de EU te vormen, zaten we niet op Farage te wachten want dat oordeel gaf in de vorige eeuw de hoofdredacteur van de Groene Amsterdammer, Martin van Amerongen ons al:
Echt, de enige enthousiastelingen voor Europa zijn de politici, met name diegenen onder hen die inmiddels op hun vaderlandse werkvertrek zijn uitgekeken. […] Heeft u trouwens ooit iemand (buiten het politieke cir-cuit) ontmoet die zich bij het horen van het woord Europa vergenoegd in de handen wreef? Nee, zo iemand bestaat niet. Europa is een tijd-verdrijf van beroepseuropeanen. De particulier die de tweehonderd-vijftig pagina’s Maastrichts Euro-papiaments heeft gelezen is gek óf een Belg, om de woorden van de anti-europeaan Hugo Brandt Corstius te parafraseren.
in: Een Helleveeg en andere kritische notities
Uitgeverij Jan Mets, 1993, pp.124-5
.

Labels: , , ,

Read more...

14 januari 2010

Een lichtzinnige professor (caput II) (vpmc)

Ik geloof vast dat de politicoloog, professor Hendrik Vos, een internetabonnement bezit. Of hij ook een degelijke scholing heeft gehad, die hem in staat zou stellen om dit abonnement met vrucht te gebruiken is minder zeker.
Over die scholing zou ik niet uit mijzelf begonnen zijn, maar Vos bracht dat thema vandaag ter sprake in zijn artikel in De Standaard “We kunnen wat leren van Europa”. Zo betwijfelde hij bijvoorbeeld niet dat Pascal Smet naar school was geweest. Of Smet ook voldoende competenties in huis had om meteen het Departement Onderwijs te beheren, liet Vos in het midden. De geleerde man had ook enige reserves bij Schauvliege en Lieten. Vooral de eerste leek zijn hart niet te hebben gestolen.

In zijn hart was een andere geliefde haar vóór geweest, te weten de beminnelijke EU. In zijn zoetste dromen noemt Vos zijn adorata ook wel Europa.
Nu is een verliefd hart altijd wat in verwarring, en koosnaampjes zijn vaak bijna willekeurig. Maar hoe vergeeflijk ook bij iemand die zijn maîtresse toefluistert –het mag zelfs een geadoreerde werkgeefster betreffen: dit grenst aan realiteitsverlies, want die EU van Vos, en anderzijds onze Europa mogen dan verre nichten van elkaar zijn: de maagd Europa is in Brussel of in Straatsburg al sinds een paar eeuwen niet meer opgemerkt.

Maar als we hem dit koosnaampje nog vergeven: Vos dicht aan zijn geliefde ook allerlei adjectieven toe, waar zij geheel niet voor in aanmerking komt. Soms lijkt hij zijn eigen woorden niet goed te begrijpen. Zo noemt Hendrik haar graag democratisch. Nu weet iedereen dat nicht EU er warmpjes inzit, en bijgevolg wel meer aanbidders heeft, maar dat zij democratisch zou zijn hoor je nooit. Op dat punt is zij zelfs deficitair wordt gezegd.
Vos lijkt van dit geheim niet op de hoogte, en dat is begrijpelijk. Minnaars zijn vaker de laatsten om iets te vernemen. Maar mijn EU is heel democratisch! roept hij, want zij neemt examens af van haar dienaren. En in zijn onschuld gaat hij door:

In de nationale politiek loopt dat wel anders. Wie bij ons als minister wordt voorgedragen, moet op geen enkel moment blijk geven van enige expertise in zijn domein.
Als Vos iets afwist –niet van politicologie: daar is hij zelfs professor in– maar van klassieke politieke filosofie, dan zou hij weten dat bekwaamheid, laat staan opgelegde bekwaamheidstests nooit eerder werden vereist in het stelsel van de democratie. In de meritocratie natuurlijk wel, en misschien kan Vos dat woordje eens gratis opzoeken met zijn internetabonnement.

Ik zal hem nog iets verklappen: de Atheners vonden zelfs dat verkiezingen ondemocratisch waren! omdat de besten dan altijd verkozen raken. Aristocratie noemden zij dat. En dan verkozen zij maar de lottrekking. Maar laten we niet afdwalen, Hendrik zal al werk genoeg hebben met zijn meritocratie.

Pijnlijk wordt het als hij in zijn verliefde dwaasheid veronderstelt dat ook alle anderen hun verstand kwijt zijn. Hij begint dan honderduit te fabuleren. Over Rocco Buttiglione bijvoorbeeld, de man die vorige keer na het examen werd afgewezen, een rechtsprof, maar volgens Vos “een conservatieve Italiaan voor wie homoseksualiteit een onsmakelijke ziekte was.
Lezers van dit blog, geen arme politicologiestudentjes of -profjes dus, weten wel beter, want in een speech van Buttiglione die hier te lezen stond al in 2005, legt die man zijn standpunt uit, en dat van die onsmakelijke ziekte lazen we niet.

Lastert Vos dan? of is hij te kwader trouw, denk je? In het geheel niet: dit is, zoals gezegd, gewoon de blufpraat van iemand die met een gerust gemoed aanneemt dat iedereen even onwetend is als hijzelf:

Dit keer zal het vermoedelijk niet zo'n vaart lopen. Dat komt vooral omdat de lidstaten na de ervaring van de vorige keer beseffen dat ze stevige kandidaten moeten voordragen. In het huidige team zit op het eerste zicht geen charlatans. En Barroso lijkt de portefeuilles verstandig te hebben verdeeld, door de zware bevoegdheden te geven aan politici met een sterke reputatie.
En iets verder denkt Hendrikje ook nog dat ...twitteren iets met democratie te maken heeft:

De hoorzittingen zijn deze week allemaal rechtstreeks te volgen op internet, in meer dan twintig talen, live gestreamd. Op facebook kan iedereen zijn gedacht kwijt over de prestaties van de kandidaat-commissarissen. Flickr publiceert foto's van de ondervragingen en belangrijk nieuws wordt onmiddellijk verspreid via twitter. Wie het democratisch gehalte van de Europese Unie op de korrel neemt, moet misschien beginnen met de aanschaf van een internetabonnement.
Nee Vos, ik wil je best het voordeel van je naïviteit gunnen, maar zo gaat het echt niet. Voor dit examen ben je gebuisd. Je moet dringend eens terug naar de humaniora. Beetje Griekse en Latijnse stammen leren in plaats van te twitteren of te flickeren. Altijd een goede basis.

.


Labels: , , , , , , ,

Read more...

7 november 2009

Herman van Rompuy, de perfecte Europese President (Hoegin)

Herman van RompuyVolgens de bookmakers en de kranten is Eerste Minister Herman van Rompuy op dit ogenblik de grootste kanshebber om Europees President –eigenlijk «Voorzitter van de Europese Raad»– te worden. En inderdaad, wie zou er eigenlijk beter passen als voorzitter van een orgaan dat desnoods landen dwingt een tweede maal een referendum te organiseren als de bevolking de eerste keer verkeerd stemt, dan onze eigen Eerste Minister die ooit als Kamervoorzitter nog 's nachts de sloten van de plenaire zittingszaal liet vervangen om een zitting tegen te houden? Dat Herman van Rompuy uit zeldzaam hout gesneden is, is wel het minste dat gezegd kan worden.

Dat de Europese Unie niet bepaald uitblinkt door haar democratisch gehalte hoeven we de lezer niet uit te leggen. Recent was er het tweede referendum in Ierland over het Verdrag van Lissabon, omdat de Ierse bevolking de eerste keer zo vermetel was geweest Neen te stemmen. Ook aan de weinig democratische manier waarop het Europese establishment Turkije in de Europese Unie tracht te loodsen hoeven we de lezer niet te herinneren: eerst ging het alleen maar onderhandelingen over een mogelijke toetreding, en was het dus te vroeg om bezwaren te maken, daarna kwamen bezwaren te laat omdat er al zo lang met Turkije onderhandeld werd. Het spreekt dan ook voor zich dat als de Europese Unie een president wil aanstellen, die president niet rechtstreeks door de Europese bevolking verkozen zal worden of via een open proces, maar in achterkamertjes bedisseld moet worden zodat ook achterbakse figuren kans maken benoemd te worden. En achterbakse figuren misschien zelfs een streepje voor hebben.

De voormalige Britse Eerste Minister Tony Blair was lang de gedoodverfde kandidaat, maar kampte met twee grote nadelen. Het eerste nadeel was natuurlijk dat Groot-Brittannië in de EU nog steeds een buitenbeentje is, en bijvoorbeeld bedankt voor de Euro. Het tweede nadeel was de oorlog in Irak, dat vooral bij het oud-Europese gedeelte van de EU moeilijk lag. Stel je voor, een Eerste Minister die zijn troepen leende om in een ver land samen met de VS actief een bloedig dictator ten val te brengen. Dat is inderdaad onaanvaardbaar! Een andere affaire, namelijk dat hij bij de laatste verkiezingen de Britse bevolking expliciet een referendum over het Verdrag van Lissabon had beloofd, maar naliet die belofte ook in te lossen, speelde duidelijk níet in zijn nadeel. Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat zulk gedrag hem absoluut niet euvel geduid werd in Brussel.

De Brit Tony Blair zal echter geen andere keus hebben dan in de Belg Herman van Rompuy zijn meerdere te erkennen. Enkele van de recentste exploten van onze Eerste Minister tonen duidelijk aan dat hij veel beter zou passen in de functie van Voorzitter van de Europese Raad. Zo slaagde hij er als Kamervoorzitter in 's nachts de sloten van de plenaire zittingszaal te vervangen, om zo een vergadering over Brussel-Halle-Vilvoorde te kunnen saboteren. Een andere keer weigerde hij gewoonweg een week lang op zijn kantoor te verschijnen, om te vermijden er een brief te moeten openen. Algemeen wordt trouwens aangenomen dat hij er eigenhandig voor gezorgd heeft dat zijn partij, de CD&V, haar eis over de staatshervorming en de splitsing van de Brussel-Halle-Vilvoorde als een conditio sine qua non voor regeringsdeelname inslikte op het moment dat de Franstaligen ermee dreigden overstag te gaan. Men kan zich moeilijk voorstellen hoe het verkiezingsprogramma van de CD&V uit 2007 nóg flagranter aangefloten kon worden, of het zou moeten gaan over een volledige aanhechting van Halle-Vilvoorde bij het Waals Gewest.

Zorgde hij ervoor dat de CD&V toch maar in een federale regering stapte, volledig in strijd met haar eigen verkiezingsprogramma, is het duidelijk dat hij er sinds de opvolging van Yves Leterme eigenlijk de grootste hinder is om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen en de Franstaligen tot een staatshervorming te dwingen. Inderdaad, het splitsingsvoorstel, ingediend en gestemd door zijn eigen partij, zit volledig geblokkeerd door opeenvolgende belangenconflicten die hij zelf bij de respectievelijke regionale parlementen gaat afsmeken. De staatshervorming stopte hij niet in de koelkast, maar in de diepvriezer, met het slot vervangen en de sleutel al lang weggesmeten. In alle andere dossiers, de zogenaamde «werven» asiel en migratie, energie en de overheidsfinanciën, gaf hij de Franstaligen volledig hun zin. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat zij dezer dagen met een bang hartje een beslissing over dat Europees presidentschap afwachten. Hoofdredactrice Béatrice Delvaux van de krant Le Soir meende zelfs al voor alle zekerheid op voorhand al een veto te moeten stellen tegen Yves Leterme als opvolger.

Misschien nog het meest hallucinante feit is dat hij vandaag een regering leidt die aan Vlaamse zijde niet eens over een meerderheid beschikt, terwijl aan Franstalige zijde alleen Ecolo ontbreekt. Vóór de verkiezingen liet hij in een interview met De Morgen nog noteren dat zo'n constructie «staatsgevaarlijk» zou zijn: Vandaag lijkt het echter de enige garantie om België niet finaal in mekaar te doen stuiken. En dat laatste is natuurlijk het enige waar het in zijn federale regering werkelijk over gaat: België nog zo lang mogelijk draaiende te houden, desnoods tegen zijn eigen partij, bevolking en kiezers in. Het hogere belang, weet u wel. Het is daarmee duidelijk dat als de EU iemand nodig heeft die zonder scrupules desnoods ook zijn land bij de bok zal willen zetten voor een hoger, Europees belang, Herman van Rompuy daar de geknipte figuur voor zal zijn.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten