15 februari 2013

66 gedeeld door 7 is 9,4 (vpmc)


In Le Soir vandaag staat een belangwekkend artikel, een "vrije tribune" ondertekend door een aantal prominenten.
De goed bedoelde verhalen die wij bij ons soms lezen en horen, over de dramatische achteruitgang van de kennis van het Frans in Vlaanderen, met tegelijk de spectaculaire toename van de kennis van het Nederlands in Wallonië en Brussel worden hier fel op de proef gesteld.

Dit zijn de ondertekenaars:
Grégor Chapelle directeur général d’Actiris. Myriam Gérard secrétaire régionale de la CSC Bruxelles. Philippe Vandenabeele secrétaire régional de la CGLB Bruxelles. Philippe Van Parijs professeur d’éthique économique et sociale à l’UCL. Francine Werth présidente de la Chambre des classes moyennes en Région bruxelloise. Olivier Willocx administrateur délégué de Beci.


Ik neem aan dat een vertaling van het volledige artikel niet nodig is, en dus beperk ik mij tot de eerste zinnen, die ons al veel wijzer maken:

"De auteurs van deze tekst vragen zich af, of de Fédération Wallonie-Bruxelles het aantal werklozen in Brussel wenst terug te dringen of te vergroten. 

Volgens de cijfers van de Taalbarometer 2012 van de Europese Commissie, hebben 7% van de jonge Walen van 15 tot 24 voldoende Nederlands geleerd, en 30% voldoende Engels, om in die talen een gesprek te kunnen voeren. Voor de jonge Vlamingen zijn de overeenkomstige cijfers 66% voor het Frans en 81% voor het Engels."


Volgens de staartdeling dan, die wij nog kennen uit een vorig blog, staan er voor elke Franstalige die Nederlands kent, negen komma vier Vlamingen klaar die met hem een babbel in het Frans kunnen doen. In procenten gesproken, want in werkelijkheid zijn het er meer, omdat er meer Vlamingen zijn dan Franstaligen, maar hier ga ik naar goede Belgische gewoonte uit van de pariteit.


Labels: , , , , , ,

Read more...

13 januari 2013

Duchâtelet vertelt over geschiedenis en taal (vpmc)


Werner Trio, producer bij Klara, had daarnet zoals elke zaterdag twee gasten in de studio. Dat waren vandaag Peter De Roover van de Vlaamse Volksbeweging, en Roland Duchâtelet van Melexis en voetbalclub Standard.

Nu zal niemand betwisten dat Duchâtelet een buitengewoon inventieve ingenieur is, en zoals hijzelf zegt: de elektronica van Melexis zit tegenwoordig in bijna elke auto die ergens van de band rolt.
Maar in het vuur van zijn Belgische betoog vergat Duchâtelet helaas de oude spreuk over de schoenmaker en zijn leest: ne supra crepidam sutor.

Roland beweerde namelijk dat het Nederlands nog niet oud was, want: het Woordenboek der Nederlandsche Taal was nog niet oud. Volgens hem was dat trouwens het oudste Nederlandse woordenboek. En hij wist nog "andere historische feiten", bijvoorbeeld ook over de spelling van die taal.

Het al langer bekend dat een taal niets meer is dan een dialect dat over een leger beschikt, maar Duchâtelet vindt dit onvoldoende. Een taal moet ook een woordenboek hebben, en een eenvormige spelling.

Als hij bij zijn leest was gebleven, dan had hij met meer reden kunnen zeggen dat er geen auto's bestonden vóór de tijd dat Melexis chips bakte.

 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

16 december 2012

Straatengels is overal nu (vpmc)


Vanavond kon iedereen op de televisie, ter gelegenheid van een mars tegen zinloos geweld –waar vanzelfsprekend ook witte ballonnen werden opgelaten– een pastoor de liturgische woorden horen spreken: “en al de rest is bullshit”.

Waar die wellicht enigszins simpele of slecht opgeleide man geen besef van heeft, is dat hijzelf een deel van het probleem is waartegen hij wilde protesteren. Hij maakt namelijk deel uit van een vereenvoudigde en gebrutaliseerde wereld waarin mensen zich enkel nog van korte Engelse woordjes bedienen, zoals shit en fuck en suck …en bullshit. Dat laatste woord telt twee lettergrepen, wat hun ongearticuleerdheid enigszins op de proef moet stellen.


Nu is het natuurlijk zo dat de pastoors tegenwoordig uit een kleine poel gevist moeten worden. Zij zullen wel enkele begrippen van het rudimentaire Straatengels beheersen, maar niet meer van het Latijn.

Veel brevieren doet de man allicht ook niet. Vermoedelijk leest hij liever bladen als P-Magazine, want de hoofdredacteur daar kent heel goed dat Adolescenten-engels, en die pastoor moet het ergens vandaan hebben.

Als ik een suggestie had mogen doen, dan zou dat de uitdrukking taurinum stercus zijn geweest, en misschien had onze gewijde man in stercus (stercoris) de letters s-t-r van stront wel herkend. En taurus is een stier, dus inhoudelijk zou er niets verloren zijn gegaan.

Wat nu echter uit zijn mond kwam, was onwelriekend. Maar misschien vond hijzelf dat het wél lekker rook?

Bij Montaigne lezen we in zijn Essais (Livre III, chapitre VIII):
Stercus cuique suum bene olet.

Ieder vindt zijn eigen stront welriekend.
De opmerking is van Erasmus, en Montaigne citeert hem.

Die Essais zijn onschatbaar. In mijn uitgave (Pierre Villey et V.L. Saulnier, PUF 1924, p.929) staat op deze plaats een voetnoot: “bij Erasmus, in zijn Adagia III,IV,2 lezen we: “suus cuique crepitus bene olet”. Maar crepitus is een wind, in principe dus geen stront.

Dat had Montaigne niet helemaal correct onthouden. Niemand is onfeilbaar.
.

Labels: , , ,

Read more...

19 september 2010

De mooiste Nederlandse zin van het jaar (vpmc)


.

‘Vijftien jaar had de badkamer met de caravanafmetingen probleemloos dienstgedaan, de sporadisch gekneusde knie niet te na gesproken van wie zich, zijn toilet makend of zich scherend voor het lavabootje, te bruusk omdraaide en aan den lijve moest ervaren hoe gering de speling was gebleven tussen rand en wand.’

Tja... als dàt voor de mooiste Nederlandse zin moet doorgaan, dan zullen we op den duur Marcel Reich-Ranicki nog gelijk moeten geven, met wat die ooit zei in Das Literarische Quartett op de ZDF ...over Hugo Claus nog wel: “...als dat het beste is van de Nederlandse literatuur, dan is dat voor ons Duitsers goed nieuws, want in dat geval hoeven we ons daar geen zorgen meer over te maken”. Dit belette Reich-Ranicki overigens niet om Nooteboom kort daarop miljonair te maken, met zijn lovende kritieken in het programma.


Bekijken we die winnende zin nog even. Het laatste verleden deelwoord in het rijtje, “gebleven” namelijk, had Lanoye voordelig weg kunnen laten. Dan had hij weliswaar één € minder verdiend, maar zijn zin had er bij gewonnen. Nu kun je niet uitsluiten dat Lanoye een heel sterke contextuele reden had om het woordje toch te laten staan, maar daar zou je het boek voor moeten lezen.

Helaas! zijn eerdere “sporadisch gekneusde knie” klonk al gezocht, en is grammaticaal met moeite verdedigbaar. Sporadisch hier als bijwoord? Een knie wordt niet sporadisch gekneusd, tenzij in een gewrongen stijl, al zal het sporadisch wel voorkomen dat iemand zijn knie kwetst of kneust aan rand of wand, of aan de scherpe kant van teil of tobbe, voor, tijdens of na het schrobben.
Kijk, grammaticaal had sporadische misschien net gekund, maar ook dan was de zin niet gered.

Gelukkig is er inhoudelijk weinig aan te merken op de periode van Lanoye, al zullen er ongetwijfeld hier en daar mannen zijn die onder “zijn toilet maken” weinig meer verstaan dan een snelle scheerbeurt. Zij zullen het apart vermelden ervan wellicht redundant vinden.  Ik ben het niet zeker, maar het was geloof ik bij de grote stilist Casanova dat ik een pracht van een badkamerzin las: “Le visage de l'homme se lave au rasoir”.
Die zin is maar 9 € waard, en toch vind ik hem stukken sterker dan het gekunstelde geknutsel van Lanoye.


.


Labels: , ,

Read more...

20 juli 2008

Een slag van de molen gehad (vpmc)

.
In een interview met Knack (25 juni) trachtte Rudy Demotte (PS) onlangs het “minderwaardigheidscomplex” van de Vlamingen te verklaren. Demotte zegde dat Vlaanderen “veel meer openheid aan de dag moet leggen”, maar verklaarde toch geschokt te zijn door het verkeerde beeld dat veel Franstaligen van Vlaanderen hebben: “Onlangs werd ik door Richard Miller (MR) in het parlement van de Franse Gemeenschap geïnterpelleerd met de vraag of het Frans toch niet per definitie een open taal is, die haast spontaan leidt tot een tolerante levenshouding, terwijl het Nederlands - die gesloten Germaanse taal! - per definitie een bekrompen wereldbeeld zou opleveren.”

Het interview met Demotte in Knack was mij ontgaan, en ik las dit paragraafje pas gisteren op de site van het Belang, onder de titel "Franse taal superieur?".

Het spreekt dat ik enthousiast ben over wat die Richard Miller daar vertelt, want de superioriteit van één taal over een andere mag dan geen nieuw onderwerp zijn – tenslotte keken ontwikkelde Romeinen al neer op mensen die geen Grieks spraken, en keken daarvoor de Grieken zelf al neer op wat barbaren brabbelden – het doet altijd plezier als een of andere simpele duif er weer zo fris mee uitpakt als hier Miller.

Wat ik me wel afvraag, is of die Miller niet het gevaar loopt extra in de gaten te worden gehouden door Jozef De Witte en zijn antiracismebrigade? Al kan de arme Jozef in dit geval Richard niet veel maken, want die is als parlementslid onschendbaar, en zijn onschendbaarheid heeft hij zelfs niet nodig aangezien zelfingenomenheid al volstaat om iemand van de buitenwereld af te schermen.

Maar om onder verstandige mensen verder te gaan: over de Franse taal had in zijn tijd ook de elegante Casanova een klein theorietje. Casanova is een Venitiaan zoals wij weten, maar hier spreekt hij over de Toscanen, en daarna over de Fransen met hun “open taal”.
Voor de gesloten Germanen onder ons, laat ik een vertaling van eigen maaksel volgen (al erken ik in dit geval vanzelfsprekend de superioriteit van het Frans, en de ongetwijfeld sierlijker vertaling van Theo Kars heb ik niet bij de hand).

Je crois qu'un Toscan peut plus facilement écrire en beau langage poétique qu'un Italien d'une autre province, puisqu'il possède dès sa naissance la belle langue, et celle qu'on parle à Sienne est mignarde, plus abondante, plus gracieuse et plus énergétique de la florentine malgré qu'elle prétende la préférence, et qu'elle la possède effectivement à cause de sa pureté, qu'elle doit à son académie comme elle lui doit sa richesse, d'où vient que nous traitons les matières beaucoup plus éloquemment que les Français, ayant à notre choix une quantité de synonymes; tandis que difficilement on en trouverait une douzaine dans la langue de Voltaire, qui riait de ceux entre ses compatriotes qui disaient qu'il n'était pas vrai que la langue française fût pauvre puisqu'elle avait tous les mots qui lui étaient nécessaires. Celui qui n'a que ce qui lui est nécessaire est pauvre; et l'obstination de l'Académie Française à ne point vouloir adopter des mots étrangers ne démontre autre chose, sinon que l'orgueil va avec la pauvreté. Nous poursuivons à prendre des langues étrangères tous les mots qui nous plaisent; nous aimons à devenir toujours plus riches; nous trouvons même du plaisir à voler le pauvre: c'est le caractère du riche.
Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
suivie de textes inédits
Volume 11 – Chapitre VII
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Éditions Robert Laffont, 1993, 2002, pp. 763-4


Ik geloof dat een Toscaan met meer gemak in een mooie poëtische taal kan schrijven dan een Italiaan van een andere provincie, omdat hij van bij zijn geboorte al beschikt over die sierlijke manier van spreken, en de taal die men in Siena spreekt is werkelijk schattig, en overvloediger, gracieuzer, energieker dan de Florentijnse, al eist deze de eerste plaats op en bezit zij die wel degelijk, ook vanwege haar puurheid, die ze aan haar Academie te danken heeft, net als haar rijkdom. Zo komt het, dat wij om het even welk onderwerp veel welsprekender behandelen dan de Fransen, wij hebben immers een overvloed van synoniemen ter beschikking; terwijl je er met moeite een dozijn zult aantreffen in de taal van Voltaire, die spotte met diegenen onder zijn landgenoten die zegden dat het niet waar was dat de Franse taal arm was, want bezat zij tenslotte niet alle woorden waar zij nood aan had?
Hij die enkel bezit wat hij nodig heeft is arm. En de koppigheid van de Académie Française om geen vreemde woorden te willen adopteren, bewijst niets anders dan dat armoede haar eigen trots bezit. Wij gaan door met het inpikken uit vreemde talen van alle woorden die ons bevallen; wij zien graag hoe wij voortdurend rijker worden; zelfs vinden wij er plezier in om de arme te bestelen: zo zit de rijkaard ineen.
.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

18 maart 2008

Balk en splinter (victa placet mihi causa)

.
Wie over een gemene inborst beschikt, en daardoor van tijd tot tijd de aandrang voelt om iemand de grond in te boren, zo iemand heeft gewoonlijk weinig moeite om een geschikt doelwit te vinden. Zeker als de man ook Vlaamse kwaliteitskranten leest, kan een blinde greep al volstaan want de ergernis ligt voor het rapen.
Echter, onmiddellijk stelt zich voor hem dan het probleem der middelen. Dient de man te kiezen voor gelijke wapens, de botte bijl dus, of houdt hij zich aan zijn trouwe floret?

Ik dacht vanmorgen op de trein zowel aan bijl als aan floret, maar kwam in de loop van de dag tot de conclusie dat een propje staalwol al wapen genoeg was.
Het artikel van Reynebeau Marc, getiteld “Let op uw woorden” vertoonde tenslotte enkel wat vlekken. Voorts bedacht ik, gemeen, dat schaafwonden meer branden dan steekwonden.
Onze man schreef het volgende:

“Een gestudeerde N-VA'er vroeg zich af of het wel in het belang van een randgemeente is om bij een grootstad te worden gevoegd. Dat is een ernstige en relevante vraag. Maar zie hoe hij die vraag formuleerde: wat er te denken viel over een operatie waarbij 'een aantal landelijke gemeenten in een grootstedelijk wespennest worden meegesleurd' (DS 12 maart).
Het gaat me er nu even niet om dat deze Vlaamsnationalist, die ook nog eens taalkundige en docent is, hier een loeier van een taalfout maakt (het moet 'wordt' zijn in plaats van 'worden')...”


De columnist is zelf ook een gestudeerd man neem ik aan, anders word je geen columnist, en word je niet gevraagd voor grappige shows op de televisie. Nochtans gebruikt hij hier en verderop grootstad, een term die enigszins criticabel is, al wil ik daar niet zwaar aan tillen – het is een goed Belgisch woordje – en schrijft hij ook Vlaamsnationalist zonder streepje. Daar til ik evenmin aan.

Dat hij “worden” vervangen wil zien door “wordt” is erger.
Ik ga er voor het gemak nu van uit dat Marc in zijn studiën Latijn heeft gehad, misschien nog Grieks ook – denken wij aan het onderzoek in de krant van gisteren – al zou hij in dat geval wellicht de constructio ad sensum onthouden hebben uit zijn Spraakkunst. Of de constructie kata sunesin, κατα σύνεσιν om het wat deftiger te houden.
In elk geval, ook zonder Latijn of Grieks weet een gestudeerde Nederlandstalige dat “worden” hier volkomen correct is. Een ongestudeerde weet dat vanzelfsprekend. De VRT-taaldatabank geeft als een voorbeeld: Er zullen een aantal boeken verkocht worden voor het goede doel.

Goed, het kan altijd dat iemand een regel vergeet, en iedereen maakt fouten, zeker als het over grammatica gaat. Vocabularium blijft altijd het allerbelangrijkste in de Taalbeheersing.
Spijtig dan als wij Reynebeau een helemaal onbestaand woordje zien schrijven:
“...dat de Vlaamse Wooncode mogelijks discriminerend is.”

Mogelijk en zelfs mogelijkerwijs kende ik al, maar mogelijks ?
Ja, dat kende ik ook al, want Reynebeau gebruikte het eerder, en ik reikte hem toen nog kaars en bril aan.
Deze keer moet ik onze recidivist echter ferm ontraden om andere mensen zo terloops, zo offhand op taalfouten te wijzen. Zinnetjes als: "Het gaat me er nu even niet om dat..." of. "Meneer Doomst, waarom denkt ook u niet eerst even na voor u wat zegt?" ...dát spel is hem te hoog gegrepen, zoals trouwens Mattheüs 7 5 onze columnist al een waarschuwing had moeten wezen:
Gij geveinsde! werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien, om den splinter uit uws broeders oog uit te doen.

–– Nu kom ik er niet meer toe om over de inhoud van zijn columnpje te spreken, maar dat kwam kort samengevat hier op neer: Leterme moet eens leren dat hij zijn woord moet breken, anders raken we nooit aan een mooie Belgische regering; die man moet aan de N-VA dringend uitleggen, en vervolgens aan zijn eigen kiezers uitleggen, dat al zijn woorden, tot eergisteren, geveinsd waren, en dat het plan altijd al was om gewoon voort te boeren.
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

9 augustus 2007

Coliflor con besamel. Wablief?

In DS van 7 augustus drukt Eddy Maes z’n vrees uit dat de sociaal zwakkeren uit de boot zullen vallen wanneer er door de nieuwe regering opnieuw een ‘bloemkool-in-witte-saus-criterium’ zal worden ingevoerd als voorwaarde voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit. Dat voorstel zou in de formateursnota van Leterme staan.

Maes geeft zelf enkele van de talloze voordelen aan die het spreken van de taal van de regio waar men woont in zich draagt. Toch stelt hij dat een overheid niet mag eisen dat een migrant die de Belgische nationaliteit wil bekomen een van de drie landstalen moet beheersen. Dit zou immers nefast zou zijn voor de sociaal zwakkeren, wat hij illustreert met enkele voorbeelden.

Er schort evenwel iets aan z’n redenering. Als de overheid een sociaal zwakkere ‘nieuwe Belg’ die zich in Vlaanderen wil vestigen niét verplicht om voldoende Vlaams te kennen, dalen zijn kansen om een menswaardig bestaan te leiden dan niet drastisch? Is het dan niet net moeilijker om aan werk te raken, om een sociaal netwerk uit te bouwen, om Vlaming onder de Vlamingen te zijn?

Voor een hooggeschoolde ‘nieuwe Belg’ is de kennis van de streektaal uiteraard ook belangrijk, maar dankzij z’n diploma lijkt het voor hem alvast minder moeilijk om aan werk te raken dan een sociaal zwakkere ‘nieuwe Belg’. Het laten wegvallen van de integratievereiste heeft dus een pervers effect.

Net daarom moet de nationaliteitswetgeving in België dringend herzien worden, waarbij de integratievereiste een absoluut noodzakelijke voorwaarde moet zijn om de Belgische nationaliteit te kunnen verkrijgen. Dat sommige migranten daardoor uit de boot zullen vallen, is een niet te vermijden gevolg. Dat klinkt misschien hard en onmenselijk. Maar is dat ook nog het geval als we ons de vraag stellen of het wel menselijk zou zijn de sociaal zwakkeren die niet aan de integratievoorwaarden voldoen, toch de Belgische nationaliteit te geven, wetende dat de kans op een volwaardig bestaan uiterst miniem is?

Tot slot dit nog. Aan een ‘bloemkool-in-witte-saus-criterium’, zoals Maes het smalend noemt, heeft niemand behoefte. Elke migrant moet z’n eigenheid kunnen bewaren, daarin ligt ook de rijkdom van de verschillende culturen. Maar een basisaanpassing -met de kennis van de streektaal op kop- is van cruciaal belang om niet te vervallen in een heterogene en conflictrijke maatschappij. Die eenheid in de verscheidenheid kan je maar bereiken als de mensen elkaar verstaan en begrijpen. De kennis van de taal is daarbij hét middel bij uitstek. Niet het eten van bloemkool in witte saus…

Labels: , , ,

Read more...

10 april 2007

Even Terzake: bent gij een debiel? (victa placet mihi causa)

.
Niet iedereen wellicht zal geneigd zijn om op mijn beledigende vraag in te gaan, maar de eerste burger van het Koninchrijk Balguy, de bekende herenboer De Croo, een man die in zijn tijd nog rechtswetenskappen heeft gestudeerd, en daarna even zelfs onderwezen meen ik, zal haar ongetwijfeld met een beleefd en duidelijk ja! beantwoorden.
Onze Herman staat immers tot in het verre Kongo, zelfs tot in het nog verdere Laeken bekend om zijn vranke en loyale taal. Hij moet er niet op knabbelen, il ne mâche pas ses mots! En integriteit is voor hem een tweede natuur.
Deze man, die zich terecht een expert in paardentuig mag noemen, die met evenveel gemak ook over het ijzeren paard der spoorwegen zijn woordje kan placeren, en over de stalen vogels van onze maatskappij der luchtwegen, welnu deze Herman zal ruiterlijk erkennen dat iemand die na de redelijke termijn van een heel leven niet in staat is om één korte correcte Nederlandse zin te produceren, ook in mijn posterijen rustig als een debiel mag worden bestempeld.
.
_______________________

P.S. Wat zou de zoon van de alom heiligverklaarde Hugo Schiltz denken over de anti-nationalistische klap van zijn boegbeeld De Croo? En al die andere Open-VolksunieVLD-ers, Bartje, Quickie, Fons, Krunk &cet. ?
"Sag mal, verehrtes Publikum: bist du wirklich so dumm?" (Kurt Tucholsky)
.

Labels: , , ,

Read more...

29 maart 2007

Nefaste Neiging tot Culturele Capitulatie (LVB)

OpenVLD heeft beslist om het woord "allochtoon" te vervangen door "nieuwe Vlaming". Althans in de eigen publicaties en in het eigen taalgebruik. Deze beslissing is ontsproten aan het "spiegelbureau" van de partij, een orgaan dat ervoor moet zorgen dat de partij zoveel mogelijk een "afspiegeling" wordt van de samenleving, en dat uitsluitend uit minderheden (allochtonen, vrouwen, jongeren, senioren, gehandicapten) is samengesteld. Hoewel: spiegelbureau-voorzitter Noël Slangen behoort voor zover bekend niet tot één van de hiervoor opgesomde minderheden, maar daar staat wel tegenover dat hij uit Limburg komt.

Mijn mening over deze beslissing? Erg, heel erg. Een capitulatie voor de politieke correctheid, een poging om politiek hypercorrect te zijn. Maar eerst het goede nieuws. "Nieuwe Vlaming" is uiteraard stukken minder erg dan "nieuwe Belg". Niet omdat Vlaanderen beter zou zijn dan België, maar wel omdat er een nauwkeurige definitie bestaat van "Belg". Een Belg is iemand met de Belgische nationaliteit. Hier wonen veel allochtonen die geen Belg zijn, en die kan je pas "nieuwe Belgen" noemen als ze zich hebben laten naturaliseren. De bestaande trend om alle allochtonen die in België wonen, ongeacht hun nationaliteit, "nieuwe Belgen" te noemen, is niet alleen gebaseerd op een foute definitie, maar holt bovendien het concept van de nationaliteit volkomen uit. Ja, dan biedt de term "nieuwe Vlaming" toch wat meer ruimte. Zelf heb ik altijd gevonden dat iedereen die in Vlaanderen woont "Vlaming" genoemd mag worden, ongeacht taal, cultuur, afkomst of nationaliteit. Tenminste, zolang Vlaanderen deel uitmaakt van België, en "Vlaming" bijgevolg niet slaat op een nationaliteit.

"Nieuwe Vlaming" is dus een term die goed de lading dekt, maar ik vind het wel een capitulatie. Een capitulatie voor de politieke correctheid én voor de racisten. De term "allochtoon" werd destijds ingevoerd omdat "migrant" te stigmatiserend werd geacht. Nu wordt "allochtoon" blijkbaar ook al te stigmatiserend geacht. Waarom? Is het omdat er racisten en xenofoben bestaan die het woord "allochtoon" gebruiken en misbruiken om er mensen mee te stigmatiseren, dat we die term moeten laten vallen? Ik vind van niet. Heeft het woord "allochtoon" een negatieve bijklank? Ik vind van niet, maar de politiek correcten vinden blijkbaar van wel.

Het steeds maar opnieuw uitvinden van verse woorden omdat het vorige woord, dat ooit zeer politiek correct was, nu "verbrand" of "vervuild" is, lijkt mij te wijzen op een compulsieve fixatie. Een dwangmatige neiging om onze taal voortdurend te zuiveren van woorden en termen die door één of andere minderheid als beledigend of ongewenst zouden kunnen worden aangevoeld.

Toen ik klein was werd een mens met een opvallend lichamelijk of mentaal gebrek, een "ongelukkige" genoemd. Daarmee werd bedoeld dat die mensen pech hadden gehad, niet dat ze zich ongelukkig moesten voelen. Later leerden we dat "gehandicapte" het correcte woord was. Toen ook dat woord verbrand was, werd het "mindervalide". Later werd het woorddeel "minder" als beledigend beschouwd, en werd het "andersvalide". Tegenwoordig is ook dat woord respectloos, en moet het element "mens" er worden aan toegevoegd. "Mensen met een handicap" of "personen met een handicap" is tegenwoordig en tot nader order aanvaardbaar. Blijkbaar bestaan er dus mensen die "gehandicapte" associëren met een machine of een beest, want het wordt noodzakelijk geacht om er duidelijk bij te zeggen dat het om menselijke wezens gaat.

Mensen, waarvoor zijn we in godsnaam op de vlucht? Wat moet er kost wat kost verdrongen worden? Welk fenomeen is er hier aan het werk, dat een nieuwe term na een paar jaar al opgebruikt en verbrand is, en door een vers uitvindsel moet vervangen worden? Deze politieke correctheid is zielig, en wijst op een verdringingsproces. Voortdurend op de vlucht voor de vermeende demonen in ons eigen taalgebruik.

De Leuvense hoogleraar Gust De Meyer omschreef het in 2002 als volgt in het boek "Politiek niet correct" dat hij samen met Wim Schamp schreef:
Politieke correctheid kan nu eindelijk ontmaskerd worden als een vorm van fundamentalisme, dat Taliban-achtige allures begint aan te nemen. Politieke correctheid is stilaan ontaard tot een bedreiging voor de individuele vrijheden. (...) Wat ongetwijfeld goed begonnen was enkele decennia eerder als een pleidooi voor pluralisme (of multiculturalisme) en gelijkheid, dreigt uit te draaien op nieuwe vooroordelen en zelfs vormen van censuur of minstens zelfcensuur. (...)

Politiek correcte mensen zijn er, met andere woorden, in geslaagd de taal, de media en gedragspatronen een censuur op te leggen vanuit de onbevraagde stelling dat taalgebruik en ook mediabeelden noodzakelijk tot navolging leiden. Taal en media zouden mensen indoctrineren met ideologie, met verfoeilijke denk- en gedragspatronen. Daarom dienen de zwakke ontvangers van (media)boodschappen tegen zichzelf beschermd te worden, betutteld te worden, opgevoed te worden tot een mentale hygiëne aan de hand van gekuist taalgebruik. (...) Belediging wordt nu alleen bepaald door de geaffronteerde persoon, niet meer door de waarheid. Taalzuivering, taalhygiëne op de weg naar het heil van de van ketens bevrijde mens. (...) Een hygiënische, gekuiste, propere schutskring, een cordon sanitaire, inderdaad, rond de besmette taal van die kapitalistische en minderheden verdrukkende maatschappij. (...)

Wat politiek correcte denkers in feite nodig hebben is een psychoanalyse, die hen opnieuw moet leren omgaan met wat ze in bewoordingen en gedachten hebben verdrongen. Opnieuw durven zeggen waar het om gaat. Zoals progressief-links vroeger de taboes van rechts heeft mogen blootleggen, nu de door progressief-links nieuw opgelegde taboes doorbreken. De met de taalpurificatie naar het onderbewustzijn verdrongen gedachten bovenhalen en verwerken. Om opnieuw vrij te kunnen denken, spreken én handelen. Bevrijd, ditmaal niet van kwalijke vader- en moederbindingen, maar van de dwang die de correcte taalcode heeft opgelegd.

En Willy Smedts, hoogleraar Nederlandse taalkunde aan de K.U.Leuven, stelde het gisteren in Gazet van Antwerpen zo:
De tendens voor eufemismen en verhullend taalgebruik verandert niets aan het probleem, want de referent blijft dezelfde. Bij onze noorderburen is de term nieuwe Nederlanders ook al een tijdje in zwang. Ik geloof daar niet in, maar iedereen is vrij om te doen wat hij wil.
Dat OpenVLD volop de kaart van de politiek correcte taalzuivering trekt, kan de partij wellicht her en der wat bijkomende stemmen opleveren. Het kan de partij ook her en der wat stemmen doen verliezen. Politieke correctheid is immers een symbooldossier geworden, een fenomeen dat als hét symptoom bij uitstek wordt gezien van een nefaste neiging tot culturele capitulatie.

Labels: , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten