13 mei 2023

Wat nu met de islamwereld?

Wat nu met de islamwereld? (Doorbraak, 11 mei 2023) De Nederlandstalige uitgave van het boek Islam. Bloeiperiode en Hedendaagse Crisis in de Moslimwereld van Ahmet Kuru, professor Politologie in San Diego State University, was voor uitgever Ertsberg aanleiding tot een debat in een lokaal van de Universiteit Antwerpen. Aanwezig waren de meeste Antwerpse docenten en studenten in de godsdienstwetenschappen, en onvermijdelijk ook rector Herman Van Goethem. Debaters waren politiek veteranen Dyab Abou Jahjah (Euro-Arabische Liga, Resist, Moslim-Democratische Partij) en Meryem Almaci (Groen), gemodereerd door David Geens. Moraalfilosoof prof. Patrick Loobuyck, die een inleiding had moeten geven namens het vrijzinnige Centrum Pieter Gillis, mede-organisator, werd vervangen door jurist prof. Koen De Feyter. In zijn inleidend woord schetste deze de probleemstelling dat de vooruitgang in moslimlanden geblokkeerd wordt door een verbond tussen militaire regimes en de conservatieve clerus, en bevorderd door het zakenmilieu en individuele vrijdenkers. Kuru is best een jofele kerel. Hij heeft al zeker de verdienste dat hij in Pakistan niet welkom was wegens zijn kritiek op de draconische godslasteringswetten aldaar. Hij schroomt zich niet om wantoestanden aan te kaarten, maar houdt onopvallend de islam zelf buiten de vuurlijn. In zijn rede stelt Kuru vast dat in alle parameters voor ontwikkeling (economische output, geletterdheid, scholingsgraad, levensduur), de 49 staten van de islamwereld het samen beduidend slechter doen dan het wereldgemiddelde. Hij erkent dat er verschillende verklaringen bestaan. Dat hij de “essentialistische” verklaring, namelijk dat het door de islam komt, terloops in één zin wegwuift, leverde hem bij dit publiek goedkeurend gemompel op. Van een deskundige in hedendaagse politiek moeten we wellicht niet verwachten dat hij ook nog islamdeskundig is, maar dat kunnen we dan wel beter beseffen: geen enkele van de sprekers op deze avond had het over het islamitisch leerstelsel, allemaal hadden ze het over de moslims. Moslims zijn de resultante van een combinatie tussen de vrij eenduidige islamleer en de uiterst veelvormige mensensoort, moeilijk vast te pinnen. Dat gezegd zijnde, laat ons gewoon kijken welke boodschappen de wereld hier ingestuurd werden. De door De Feyter al aan de orde gestelde verstrengeling van de rechtgelovige islamgeleerden met de militaire regimes is geen wezenskenmerk van de islamwereld: vóór 1050 hielden de meeste denkers en geleerden zich verre van verstrengeling met het regime. Er was ook veel minder discriminatie tegen niet-moslims: een hospitaal dat in 9de-eeuws Bagdad openging telde joden en christenen onder zijn dokters en patiënten, een hospitaal in 14de-eeuws Caïro sloot ze volledig uit. Hoewel, onder de voorbeelden die Kuru gaf merkte ik Al-Biruni op, de eerste indoloog, die rond 1010 tot de hofhouding van militair agressor Mahmud Ghaznavi behoorde. Kuru steekt de schuld voor de verschuiving naar een verbond tussen de islamgeleerden en militaire regimes op buitenlandse invallers: de Mongolen, de Kruisvaarders en Timur. In feite kwamen zij allen later, de Mongolen zelfs twee eeuwen laten; en Šujauddin Timur, hoewel vijand van de Ottomanen, was zelf moslim. De verschuiving naar een theocratisch systeem wordt vaak vereenzelvigd met Ahmad Ibn Taimijja, die rond 1300 optrad, nadat de Mongolen het Abbasidisch kalifaat verwoest hadden. Maar als blokkering van het vrij onderzoek, als onderwerping van het denken aan het geloof, dateert het al van Mohammed al-Ghazali, begin 12de eeuw, wiens strijdschrift De Onsamenhangendheid van de Wijsbegeerte de anti-intellectuele richting vertegenwoordigde die voortaan de islamcultuur zou kenmerken. Soit, voer voor historici. Veel algemener bekend is het effect van de galopperende vooruitgang van Europa sinds de Renaissance. Men vergelijke maar het verschillend verloop van de boekdrukkunst, een uit China afkomstige technologie die ook in de moslimwereld bekend was maar daar nooit de buitengewoon stimulerende rol kon spelen die Europa in enkele eeuwen tot wereldmacht zou katapulteren. Het is sindsdien de grote frustratie van moslims dat de hun door Allah beloofde wereldheerschappij bij anderen terecht gekomen is. Ook na de dekolonisering blijven dat de verhoudingen: creativiteit en innovatie is een westers en nu ook van langsom meer een Aziatisch domein, maar de moslimwereld blijft louter verbruiker. Zelfs de welvarende en niet door burgeroorlogen geteisterde landen daarbinnen produceren geen Nobelprijswinnende inzichten of uitvindingen. Kuru besluit dat “de islam niet de schuldige is”; en dat het kolonialisme ook niet de schuld is. Dat laatste punt is natuurlijk wel opmerkelijk en verdienstelijk: zelf verantwoordelijkheid nemen voor een probleem kan het begin zijn van een remedie. Hij stelt zich duidelijk buiten de islamistische tendens die alles op de ongelovigen steekt, maar ook buiten de linkse tendens die langdurige effecten of vermomde nieuwe vormen van het kolonialisme schuldig verklaart. Dezelfde nuchtere en vrijmoedige kijk op de problemen van de islamwereld vonden we tot onze tevredenheid ook bij de Vlaamse moslims. Debat Meryem Almaci was het er alvast mee eens: uitvluchten zoals “Europees kolonialisme” en “Amerikaans imperialisme” werken niet meer, de moslims moeten hun eigen demonen bezweren. Nostalgie heeft zijn plaats, TV-soaps over Ottomaanse geschiedenis zijn heel populair, meer de echte wereld is anders. Voor haar was “de Arabische lente een ogenblik van hoop, maar die is helaas mislukt”. Om deze vaststelling af te maken, moeten we ons natuurlijk afvragen waarom hij mislukt is. Bij alle goede bedoelingen en begrijpelijke verzuchtingen was er geen voorhoede met een duidelijk alternatief voor ogen, en nog minder een stappenplan om het te bereiken. Deels maakt het repressieve karakter van die samenlevingen het moeilijk om een oppositie te organiseren, maar vooral: de ideologische voedingsbodem ontbrak. Zij stelde, samen met de andere sprekers, dat “de islamwereld eigenlijk niet bestaat”. Tja, er zijn verschillen, maar er is ook iets dat hem als eenheid definieert: de islam. Ik neem het moslims in een liberaal milieu niet kwalijk dat ze weinig oog hebben voor de gemeenschappelijke ervaring van de minderheden in alle moslimlanden, maar alleszins vertellen die een ander verhaal: al die landen hebben gemeen dat niet-moslims er, weliswaar in heel verschillende mate, wettelijk of feitelijk gediscrimineerd worden. Maar het is natuurlijk wel nuttig dat geboren moslims de indruk ontkrachten dat de islamwereld één groot zwart gat is. Er beweegt daar juist veel. Zo wees Kuru erop dat volgens een peiling de meerderheid van de Iraniërs niet meer in de islam gelooft. Zijn grappige anekdote over een gerechtelijk vonnis in Indonesië dat de hoofddoek goedkeurt met het argument dat hij meisjes tegen de muggen beschermt, is ook tekenend voor een tendens onder (zelfs traditionalistische) moslims om puur Koranische door seculier-klinkende overwegingen te vervangen. Abou Jahjah is naar eigen zeggen zelf een voorbeeld van een “cultureel moslim”, dus qua overtuiging een ex-moslim agnosticus, en hij zegt dat ook openlijk aan zijn moslimstudenten. Zowel in het hartland als in de diaspora is de islam aan een erosie onderhevig, met mogelijk een zelfde toekomst als het christendom dat deze fase eerder al doorgemaakt heeft. Toch wijst hij erop dat hij hier een terugkeer van de radicaliseringstendens onder jongeren ontwaart, en dat zij niets moeten hebben van bemoeizieke deradicaliseringsambtenaren. Meryem Almaci noemt zich wel nog moslim, zelfs “méér moslim geworden na 9/11”. Ze doet moeite om de islam uit de wind te zetten, bijvoorbeeld door te beklemtonen dat het Ba’ath-regime in Syrië niet islamitisch is. Kuru’s geschiedkundige beschouwingen waren ook voor haar interessant, want de meeste nieuwkomers kennen de geschiedenis nauwelijks, hoewel ze de actualiteit zeer alert volgen. Of er nu één islam bestaat, er bestaan alleszins veel duidingen over wat het betekent om moslim te zijn: “Ik kom van nabij Konya, de stad van de Draaiende Derwisjen”, en dat is natuurlijk een sympathiekere islam dan die van de ayatollahs. Ze gelooft dan ook in de verdraagzame duiding van het Koranvers: “Er is geen dwang in religie.” Vele moslims hebben bijvoorbeeld moeite met de bedevaart naar Mekka, want met het Saoedische bewind. Het ligt moeilijk, ook binnen families. Abou Jahjah bevestigt dat de islam weliswaar een rol speelt, maar dat het toch ook ingewikkelder ligt. Het zijn seculier-nationalisten die autoritaire staten gesticht hebben en juist zij gooiden opponenten in het gevang, vaak precies de islamisten. Maar van de weeromstuit pleiten voor islamitische regimes doet hij dus niet: “secularisering, democratisering” zijn de weg vooruit. Besef echter wel dat diezelfde weg vooruit in Europa enkele eeuwen strijd gekost heeft. Tegenwoordig gaan de dingen sneller, dus wie weet? Alleszins is er niets intrinsiek anti-democratisch aan de betrokken bevolkingen, die na de Ottomaanse periode aanvankelijk voor grondwettige monarchieën kozen (de formule die in Jordanië stand gehouden heeft). Of zoals Meryem Almaci het optimistisch formuleert: Verlichting is er altijd geweest, maar ze werd onderdrukt. Best leuk om mensen uit de moslimwereld zo vrijmoedig over die moslimwereld te horen kozen. Grote hindernis in het islamdebat in Europa zijn de westerlingen die islamkritische opmerkingen taboe verklaren en actief uitsluiten. Die zaten hier ook bij maar mochten deze keer hun mond houden.

Labels: , , , ,

Read more...

1 maart 2022

De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

  


De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

(Doorbraak, 23 februari 2022)

 

In zijn jonge leven (34) is de Gentse imam Khalid Benhaddou al vaak een gegeerde partner gebleken voor uitgevers, Antwerpse burgemeesters en interviewers. Zopas mocht hij in een vraaggesprek voor De Morgen (21/2) zijn diepste onbehagen onthullen: "De islam komt altijd in het nieuws als er problemen zijn. Ik denk dat veel moslims daar genoeg van hebben." Hij zegt het warempel nog beschaafder dan destijds ons Mieke Vogels, die verklaarde dat ze "het beu" was.

 

Dat moslims de eeuwige associatie met harde en zachtere, dichtbije en verderafgelegen vormen van terreur, vrouwenmishandeling en ongelovigenvervolging zouden willen afschudden, zal wel. Maar kan dat eigenlijk?

 

De hier vaak opduikende smoes dat "er in elke gemeenschap wel rotte appelen zitten" zonder iets over die gemeenschap zelf te impliceren, snijdt geen hout. De islamgemeenschap heeft een hechtere band met haar problematische gezichten dan andere gemeenschappen met hun rotte appelen. Als rabauwen roofovervallen plegen hoewel ze gedoopt zijn, fronst hun gemeenschap de wenkbrauwen, want dat is niet heel katholiek. Maar moslims kunnen zich op de hoofdbron van de islamwet beroepen: het voorbeeldgedrag van Mo zelf, die 26 overvallen op karavanen persoonlijk leidde. 

 

Het christendom komt al dichter bij de islam waar het de slavernij betreft, die 18 eeuwen in de christelijke wereld gebloeid heeft. Maar toen Verlichte vrijzinnigen in de 18de eeuw haar afschaffing gingen eisen (doorgevoerd door Franse Revolutionairen, 1794), sprongen talloze christenen mee op die kar. Zij gingen in tegen Paulus' oproep aan de slaven om hun meesters te gehoorzamen, maar de Bijbel bevat allerlei contradicties, en Jezus, die de slavernij stilzwijgend aanvaard had, beoefende tenminste zelf nooit de slavernij. Je kon verdedigbaar je geloof zo duiden dat het met een wereld zonder slavernij verzoenbaar was. Wereldhistorisch was de invloedrijkste figuur in de afschaffing van de slavernij de Britse politicus William Wilberforce (van wie bekendere *emancipators of the slaves* als Abraham Lincoln en Leopold II slechts epigonen waren), en hij was tevens een groot pleitbezorger van de christelijke missie. De islamwereld heeft daarentegen nooit een abolitionisme gekend en is door het Britse Rijk en later door de Verenigde Naties tot afschaffing moeten gedwongen geworden. Zeer tegen de zin, zoals bleek bij de prompte herleving ervan toen de Islamitische Staat in 2014 de Jezidi heidenen onderwierp. Waarom? Omdat het slechts de naleving was van slaafnemer Mohammeds voorbeeldgedrag.

 

De associatie van ook de gewone brave moslims met "hun" terroristen is dus niet helemaal ongefundeerd. Dezen zijn geen "rotte appelen", uitgespuwd door hun eigen gemeenschap, zij voegen slechts de daad bij een woord dat door alle moslims beleden wordt. Dat de meeste moslims geen terroristen zijn, betekent niet dat er "ook een andere, niet-militante islam bestaat", en nog minder dat "de islam niets met terrorisme te maken heeft", wel dat de meeste nominale moslims slechts oppervlakkig zijn in hun geloofsbeleving. Maar zolang zij verbaal bij de islam blijven zweren, zijn zij wel degelijk met een navelstreng aan de scherpe kantjes van die godsdienst verbonden.

 

Die hele argumentatielijn heb ik in eerdere publicaties ontwikkeld (bijvoorbeeld in mijn boek *Moordwapens en Dooddoeners*), ik hoef ze hier niet te hernemen. Op basis daarvan kan ik imam Benhaddou echter wel een oplossing voorstellen: bevrijd de moslims uit de geestelijke gevangenis die Mohammed rond hen gebouwd heeft. 

 

Absurd? Onmogelijk? De praktijk bewijst het tegendeel. Nadat West-Europa en stilaan ook delen van de VS een verregaande ontkerkelijking kennen, stellen we de jongste decennia vast dat steeds meer moslims de islam verlaten, naargelang hun situatie openlijk of in stilte. In veel gevallen is kennismaking met de kwalijke elementen in de islamleer de aanleiding.

 

Er is de jongste decennia, vooral sedert het doodvonnis over Salman Rushdie in 1989, veel geschreven over de ontluisterende ontstaansgeschiedenis van de islam als verklaringsgrond voor de islamwet van vandaag. De profeet Mohammed heet bijvoorbeeld een pedofiel (die het met Aisja deed op haar negende), beul van zijn critici, en slavenhandelaar. Dat zulke dingen ook in tal van andere antieke culturen bestonden, is niet terzake: niemand kan aanvoeren dat hij het recht op pedofilie of slaafneming heeft *omdat* de Romeinen dat ook kenden, terwijl Mohammeds zogenaamd modelgedrag via de islam wél tot vandaag gevolgen heeft, bijvoorbeeld dat de wettelijke leeftijdsgrens voor meisjes om te huwen in Iran negen jaar is. Ajatollah Chomeini kon op zijn 29 een tienjarig meisje huwen *omdat* Mohammed daartoe het voorbeeld gegeven had.

 

Het betreft hier de polemische bekendmaking van de versie die islamieten zelf onderling aanleren, of die alvast in de grondteksten van de islam vastligt. Meer dan het hedendaagse christendom neemt de islam zijn grondteksten ernstig door er zijn wetgeving ofte sjari'a op te baseren, dus de daarin verhaalde 7de-eeuwse geschiedenis is geen antiquiteit zonder belang. Veruit de beste Nederlandse inleiding, ook volgens wijlen Etienne Vermeersch, tot de werken & dagen van de profeet is het boek *De Gekaapte Religie* van Eddy Daniels. 

 

Maar er is nog een andere ontstaansgeschiedenis van de islam. geschiedenis, één die geen beschuldigingen bevat doch bij verdere bekendwording nog drastischer aan de boom van de islamitische zelfzekerheid zal schudden. Want hoe subjectief belangrijk de islamitische zelfgeschiedenis ook is, aan haar objectieve geldigheid wordt de jongste decennia getwijfeld, althans onder vaklui. Daarover volgende week meer.

 

 

 

 

De islamgenese en de moslims

 (Doorbraak, 2 maart 2022)


Er zijn talloze bijzonderheden over de woorden en daden van de profeet Mohammed bekend, van de sleuteldata van zijn loopbaan tot zijn dagelijkse lichaamsverzorging, met zijn alom nagebootste “baard van de Profeet”. Dat omvat ook enkele gênante toegevingen tegen het eigenbelang in. We bedoelen niet de slavernij of andere zaken die vandaag onverkoopbaar zijn en door apologeten weggemoffeld worden, maar destijds aanvaard werden; wel daden die ook toen al vreemd of laakbaar moeten gevonden zijn, van Mohammeds zelfmoordpoging nadat hij zijn eerste “openbaring” gekregen heeft en denkt dat hij door een duivel bezeten wordt, tot zijn poging om een verwachte moordpoging op hemzelf laffelijk af te wenden naar zijn neef Ali. Die verlegenheid is een belangrijk criterium voor historiciteit, want een hagiograaf zou zoiets niet verzinnen, hij geeft het alleen toe omdat het nu eenmaal al te bekend is. Dat alles schijnt de indruk van Ernest Renan te bevestigen dat de islam "in het volle licht van de geschiedenis" ontstaan is.

 

Maar bestaan er ook niet-islamitische bronnen die dat ontstaansverhaal bevestigen? Zulke uitwendige getuigenissen zijn bijvoorbeeld wél aanwezig voor het verhaal van Jezus: dat Hij de verrezen Zoon Gods is, wordt wel nergens geschreven, maar figuren als Herodes, Pontius Pilatus en Kajafas blijken volgens Romeinse en Joodse bronnen wel degelijk op de juiste plaats en tijd bestaan te hebben. Ook Jezus zelf duikt in de teksten al na enkele decennia op. Nog enkele millennia eerder wordt een andere godsdienststichter, Zarathoestra, onrechtstreeks (en zijn werkgever koning Vistaspa zelfs uitdrukkelijk) genoemd in een andere, vijandige bron, namelijk de Rig-Veda. Maar Mohammed?

 

De eerste Arabische bron die het woord muḫammad bevat, is de inscriptie op de Rotskoepel-moskee uit 691, dus 59 jaar na Mohammeds traditionele sterfdatum. Als men de betrokken zin eruitlicht, is het gewoon de tweede helft van de islamitische geloofsbelijdenis: “(Er is geen god behalve Dé God [= Allah], en) muḫammad is de gezondene van God.” Daarin zien moslims de bevestiging van hun geloof. Wie echter de volgende zin erbij leest, ziet de man die als Gods gezondene beschreven wordt, Jezus is. Als gezondene Gods heet Jezus dus muḫammad, “geprezen”, de basisbetekenis van het woord vóór het ook een eigennaam werd. Ook de munten die in die periode in de Levant geslagen worden en de eerste Byzantijnse vermeldingen van de nieuwe Arabische heersers aldaar wijzen niet op een nieuwe godsdienst ter vervanging van het christendom; hoogstens op een christelijke “ketterij” ter vervanging van het Byzantijnse, dan nog katholieke christendom. Met name was deze Aramees-sprekende gemeenschap in Syrië (en als minderheid ook in het Perzische rijk) anti-trinitair: zij verwierpen dat er naast God de Schepper nog een andere goddelijke persoon bestond. “Zoon Gods” kon als eretitel geduld worden, maar Jezus was niet goddelijk, en ook zijn verrijzenis was niet nodig, al was hij wel een na te volgen modelmens.

 

De 7de eeuw weet ook niet van een stad Mekka, zelfs niet op landkaarten. De stad wordt pas in 741 vermeld, hoewel ze in de islam als oeroud geldt, waar Adam en Eva terechtkwamen en ook Abraham woonde. De oudste moskeeën hebben als gebedsrichting niet Mekka maar de stad Petra in Jordanië, een duizend kilometer noordelijker. De islamitische traditie dateert de definitieve redactie van de Koran rond 650 maar erkent zelf dat de levensbeschrijving van de Profeet, basis van de islamwet tot vandaag, pas uit de 9de eeuw stamt. Er gaapt dus een grote inhoudelijke leegte in de beginperiode van de islam.

 

Wat dan wel gebeurd is, is de jongste dertig jaar in kaart gebracht door een groep Britse, Franse en vooral Duitse geleerden. We gaan het in de nabije toekomst vaker en in grotere bijzonderheid over hun werk moeten hebben, en ook een keertje over de voorspelbare tegenstand die zij vanwege het steeds pro-islamitischere academische bestel hebben moeten ondervinden. Maar dat laatste is sub specie aeternitatis een onbeduidende kanttekening bij een echte revolutie in ons begrip van de islamgeschiedenis. Hier slechts een samenvatting.

 

Arabieren dienden als huurlingen of hulptroepen voor zowel het Byzantijnse als het Perzische rijk in hun oorlog begin 7de eeuw. Na een lange reeks overwinningen werden de Perzen in 622 verassend verslagen en in 628 van de kaart geveegd. In 622 kwam de Levant in handen van de Arabische troepen omdat de Byzantijnen nog niet sterk genoeg waren om hun overwinning te verzilveren; samen met een groot deel van het verslagen Perzische rijk. Spoedig duiken vermeldingen op van een Arabische kalender beginnend in hun annus mirabilis 622; later omgeduid tot de islamkalender.

 

Plots in bezit van een rijk, herinneren de Arabieren zich dat het Byzantijnse en Perzische rijk een ideologische ruggengraat hadden, een staatsgodsdienst gebaseerd op een boek waarin een profeet centraal stond (de niet-Zoon Jezus respectievelijk Zarathoestra). Op basis van het anti-trinitaire christendom, dat dominant blijft onder het Oemmajadenkalifaat van Damascus, smeden zij zich een eigen religieuze identiteit die tot wasdom komt onder de Abbasidenclan, die vanaf 750 in Bagdad het kalifaat waarneemt.

 

Nog onvoldoende in kaart gebracht is de onmiskenbare invloed van de (dan al verdwenen geachte) Ebionieten: joden die in Jezus als niet-goddelijke messias geloven maar wel de joodse wet blijven volgen, waarvan we belangrijke trekken in de islamwet vinden, vooral de spijstaboes. Dat hielp alvast een identiteit te smeden die van het christendom verschilde. Een ander onchristelijk element zijn de seksuele zeden, te beginnen met de veelwijverij, die de Arabieren dierbaar was en een tegenstelling vormde met het Romeinse rijk, waar het christendom onder invloed van de bestaande heidense wet de monogamie gekozen had.

 

Een heilige steen wordt in 687 uit Petra naar het woestijndorpje Mekka overgebracht, en gaat vanaf het kalifaat van Bagdad de gebedsrichting bepalen. Het woord muḫammad wordt omgeduid tot een eigennaam, en na 750 duikt een geschiedenis van leven en werken van die Mohammed op, zelf de basis voor een wetstelsel. In de 9de eeuw vindt de islam zijn definitieve vorm.

 

Geschiedkundigen krijgen er een probleempje bij: als er geen profeet Mohammed bestaan heeft, wat is er dan waar van de verrassend realistische verhaallijn in zijn orthodoxe levensbeschrijving? Is dat overdracht van iemand (of meerderen) die wel bestaan heeft, of echt gewoon uitgevonden? Maar dat de nieuwe school van historici een veelbelovend spoor aangeboord heeft, is niet meer te negeren. Uiteraard blijven er bijzonderheden aan te vullen, maar dat de ontstaansgeschiedenis van de islam grondig verschilt van de officiële versie, is steeds zekerder.

 

Gevolgen voor de moslims? Argumenteren dat “Mo een schurk was”, kan de ogen van gelovigen en goedgelovige ongelovigen openen, maar wekt vooral weerstand op. Zeggen dat “Mo nooit bestaan heeft”, dus dat moslims vooral voor de gek gehouden zijn, zou hen de weg naar de uitgang kunnen wijzen.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

2 juni 2021

Neoracisme versus islam in Antwerpen

 Neoracisme versus islam in Antwerpen

 

(Doorbraak, 31 mei 2021)

 

Via haar webstek verspreidt de stad Antwerpen, in feite de heersende coalitie, een aantal cultuurmarxistische geloofspunten. Om het probleem niet te overdrijven, erkennen we dat het in de mond van de schrijfsters een softe variant van het woke-vertoog geworden is. Het had erger gekund: ‘Wij gebruiken in onze vormingen de benaming “wit privilege” niet. Wij spreken liever van privileges, zonder het woord “wit” eraan te verbinden. We moeten zorgen dat we door het uitspreken van de woorden “wit privilege” geen wig gaat drijven tussen mensen. We moeten proberen om woorden zoals “slachtoffers” en “schuldigen” te vermijden. We moeten er over praten, maar op een constructieve manier.’

Je kan het natuurlijk ook anders zien, in een bredere woke-strategie. Een softe voorhoede is nuttig om de weerstand te ontwapenen en in verwarring te brengen, zodat in een volgende fase de agressie des te effectiever kan toeslaan. Zij kan des te beter enkele basis-wokismen ingang doen vinden, zoals de woordkeuze ‘wit’. Maar de inschakeling van deze dames in een overkoepelende strategie laten we, tot bewijs, liever aan de samenzweringsdenkers over. Het effect blijft echter hetzelfde: velen die aan een robuustere versie aanstoot zouden nemen, laten de softere versie door.

Kijk eens naar deze bewering: ‘Een wit persoon die een aanslag pleegt wordt vaak omschreven als “psychisch ziek”, iemand met een andere huidskleur wordt dan eerder omschreven als “terrorist”.’

Dat is gewoon niet waar. De schoolmoorden die in vooral de VS soms het nieuws halen (vooral als de dader blank is; mediaconsumenten weten niet dat kleurlingen hier ook een ruim aandeel in hebben) wijzen natuurlijk op een psychisch probleem, zowel bij blank als zwart. Wanneer er geen ideologische beweegreden aanwijsbaar is, gebruikt men noch bij blank noch bij zwart de term ‘terrorisme’. Wel zou men het vroeger bij Afro-Amerikanen een kwestie van een ‘cultuur van geweld’ genoemd hebben, wat overeenkomt met de veel hogere geweldgraad tussen zwarten onderling. (Nu houdt men het gewoon op doodzwijgen: geen enkele mediaconsument heeft er bijvoorbeeld al van gehoord dat de BLM-opflakkering voor een gevoelige stijging van het stedelijk geweld en het moordcijfer gezorgd heeft.)  

De term ‘terrorist’ wordt niet voor mensen ‘met een andere huidskleur’ gereserveerd: onmiskenbare terreurdaden zijn in de VS al gepleegd door blanke Tsjetsjenen, Levantijnen en inheemse bekeerlingen tot de islam. Maar ook niet-islamitische gemotiveerde ‘blanke’ terreurdaden in Oslo en Christchurch (extreemrechts) of door de UNA bomber (eco-extremisme) zijn bij de juiste naam ‘terrorisme’ genoemd. Zwarten die aan ideologisch gemotiveerd geweld doen, bv. de moord op Malcolm X door de Nation of Islam, zien hun daden al eens als ‘terreur’ omschreven, maar meestal ontsnappen zij aan die categorisering. Het geweld van Black Lives Matter wordt juist niét zo genoemd, enerzijds omdat de media er in geen geval een negatief etiket op willen kleven, anderzijds omdat het te wild en ongecoördineerd is om aan een bewust opzet toe te schrijven.

Wie op wereldschaal kijkt, ziet dat islamitisch terrorisme zich weinig van huidskleur aantrekt. Dit jaar is het Westen redelijk gespaard, maar zijn er wel pas nog een vijftigtal Afghaanse schoolmeisjes door de Taliban omgebracht. Het zwaartepunt van de islamterreur ligt momenteel in zwart Afrika, waar het in vooral Nigeria en Mozambique sinds januari al duizenden vermoord heeft. Wanneer zelfs de media gedwongen zijn om tegen hun zin toch over islamterrorisme te berichten, bv. over de Paasaanslagen in Sri Lanka 2019 waar bruine moslims 267 bruine christenen vermoordden, maken zij normaal geen onderscheid naar huidskleur. Alleen onder de Europese klokkentoren poneren zij een ongerijmde tegenstelling tussen ‘wit en moslim’.

De factor islam laat zich niet in een huidskleurenvertoog wegmoffelen. Moslims zijn door de eeuwen heen in de praktijk vervaarlijke racisten geweest, onder meer in de miljoenvoudige blanke en zwarte slavernij. En nu nog zijn ze veel openlijker racistisch, ginds omdat ze onze conditionering om racistische uitingen achterwege te laten, nooit gekregen hebben; en hier omdat ze goed weten dat dat antiracismevertoog voor de Vlamingen bedoeld is terwijl zijzelf van de slachtofferbonus mogen genieten. Maar de islam als leerstelsel is nauwelijks racistisch.

Onze woke vrienden zouden aanstoot kunnen nemen aan de Koran-voorspelling dat de verdoemden bij het oordeel een zwart gelaat zullen krijgen en de hemelgangers een blank (3:102/106), maar strikt genomen zegt die passus niets over wie vandaag zwart of blank is, ‘alleen’ dat blank gunstig is en zwart het tegendeel. De echte tegenstelling is die tussen ongelovigen en gelovigen, en in de laatste categorie probeert men iedere ongelovige in te lijven, ongeacht huidskleur. De islam als leerstelsel past niet in de kinderlijk-eendimensionale denkschema’s van de neoracisten.

 

Nog zo’n flutbewering waarmee het Antwerps stadsbestuur u opvoedt: ‘Het feit dat je vrouw bent, een religieus teken draagt en ook nog eens gekleurd bent, maakt dat je op de allerlaatste trede van de privilege-ladder staat.’ 

Nee, een Tibetaanse vrouw in volkseigen en geafficheerd boeddhistische klederdracht zal daar onder Vlamingen geen nadeel van ondervinden. Integendeel, men vindt dat kleurrijk en exotisch, een bron van nieuwsgierigheid. Geldt dat ook voor vrouwen met hoofddoek? In sommige contexten wel: toen ik in 1988 voor het eerst met Gulf Air naar de Emiraten vloog, zag ik de nieuwigheid van tientallen vrouwen in Niqaab, een sluier die alleen de ogen vrij laat. Dat vond ik wel exotisch en interessant -- in Arabië; en ik maakte me de bedenking dat die ogen zo veel verleidelijker worden. Maar in het Vlaamse straatbeeld krijgt de hoofddoek een heel andere betekenis: hij benadrukt doelbewust de kloof tussen moslims en de rest. Hij legt aan ongelovige mannen de islamnorm op dat moslims voor hen onaanraakbaar zijn: afblijven! Hij doet, om het in woke-jargon te zeggen, aan ‘othering’.

Als de hoofddoek wantrouwen opwekt, is dat niet omdat de Vlamingen zulke bekrompen angst voor het exotische koesteren, zoals arglistige diversiteitsprofeten en hun domme meelopers het voorstellen, maar wél omdat men er terecht een teken van vijandigheid in ziet. En nog minder heeft het met huidskleur te maken: ook de Vlaamsgeboren gesluierde weduwe van een Syrië-terrorist wekt dat wantrouwen op. Pogingen om het islamprobleem binnen het bereik van het huidskleurvertoog te trekken, zijn een blijk van ofwel dom zijn ofwel het publiek als dom bejegenen.

Persoonlijk verkies ik de confrontatie met moslims boven die met neoracisten. Die met moslims prikkelt tot debat en het bovenhalen van gegevens en inzichten die voor de islamleer problematisch zijn, en tot discussie op hetzelfde niveau, met mensen die ideologie, ook al hebben ze er een tegengestelde mening over, alleszins evenzeer belangrijk vinden, en die hun tegenspeler proberen te overtuigen. Met neoracisten daarentegen is geen echt gesprek mogelijk: ze hebben geen niveau, en vooral, voor hen ben je al door je geboorte veroordeeld.

Kortom: niemand heeft voor de N-VA gestemd omdat hij nood had aan zulk beledigend betuttelracisme. Wanneer gaat zij het zelfrespect hervinden?

 

(Genoemde personen: UNA bomber [=Theodore Kaczynski], Malcolm X.)

Labels: , , ,

Read more...

2 maart 2021

Wederzijdse voordelen van het islamo-gauchisme

 


Wederzijdse voordelen van het islamo-gauchisme

 

  

Op vraag van lezers gaan we nader in op het paradoxale verschijnsel islamo-gauchisme.

 

 

Tegennatuurlijk

 

Het verbond tussen hedendaags links en de islam is tegennatuurlijk, soms op het lachwekkende af. Dat blijkt het scherpst op het vlak van de seksuele moraal, over onderwerpen als voorhuwelijkse maagdelijkheid, om maar met het braafste te beginnen, en de voor westerlingen ooit vanzelfsprekend geachte verontwaardiging over de vrouwenbesnijdenis. Inmiddels is daar seksegelijkheid bijgekomen, homoseksualiteit, transseksualiteit, en de steeds buitenissiger herdefinities van de basiscategorisering in man en vrouw. Terwijl de islamlobbyisten gretig de politieke steun van de linkerzijde aannemen, zijn ze onder elkaar zeer vergramd over de totale zedenverwildering waaraan links de moslimjeugd via onderwijs en media blootstelt -- of lachen ze zich een aap omwille van deze démarches, die ook voor Europeanen binnen mensenheugenis nog ondenkbaar waren.

 

Soms komt de islamitische afwijzing van deze "westerse" zeden dramatisch tot uiting, bv. in (om in te haken op de op 28 februari door de VRT uitgezonden reportage hierover) de bijzonder wrede bejegening van homo's in Tsjetsjenië, of in Omar Mateens bomaanslag op een homobar in Orlando, die op 12 juni 2016 maar liefst 49 aanwezigen doodde. Bij die laatste gelegenheid bleek hoe innig de omhelzing is waarmee de linkerzijde zich zelfs via haar homo-geleding aan de islam vastgehecht heeft. In plaats van de ideologie te vervloeken die de dader naar zijn eigen zeggen geïnspireerd had, namelijk de islam, stak het de schuld op de Republikeinse conservatieven om toch maar de islam uit de wind te zetten. Ja, het hogere doel van geafficheerde islamliefde was belangrijker dan de behartiging van de eigen groepsbelangen; het was zelfs het offer van 49 mensenlevens waard. En terwijl ervaringsdeskundigen als Ayaan Hirsi Ali en Assita Kanko campagne voeren tegen vrouwenbesnijdenis, heb je westerse feministen als Germaine Greer en Kristien Hemmerechts die deze verminking minimaliseren.

 

Voordelen voor de islam

In het vorige week besproken DS-artikel vermeldden we al de sneer van een tweeduizend academici die in een open brief het begrip ‘islamo-gauchisme’ gelijkstellen aan het nazi-begrip ‘joods-bolsjevisme’. Dat is om te beginnen onjuist: ondanks het analoge uitzicht hebben de twee termen een verschillende spraakkundige structuur waarachter een verschillend betekenisverband schuilgaat, het soort ‘valse vrienden’ waar grootsprekers aan de toog voor zouden vallen maar die academici niet zouden mogen bedriegen. De eerste term is een samenstelling en beduidt een combinatie van twee radicaal verschillende ideologieën die momenteel een gelegenheidsverbond sluiten, de tweede een afleiding, waarvan het tweede lid gekenmerkt wordt als voorkomend uit het eerste.

De vroege nazi-ideoloog Dietrich Eckart schreef het boek Der Bolschewismus von Moses bis Lenin, met de boodschap dat het bolsjevisme in de kiem al in het jodendom aanwezig was, terwijl niemand zal beweren dat het gauchisme al sedert Mohammed in de islam school. (Als je hier per se twee entiteiten moet gelijkstellen, dan nazisme en islam: niet Geert Wilders maar wel de onverdachte anti-nazi en eerstehands islamkenner Winston Churchill noemde Mein Kampf ‘de nieuwe Koran’.) Maar zij kunnen die gelijkstelling aan het publiek en wellicht ook aan zichzelf maar wijsmaken omdat bij westerlingen zowel de historische verwijzing naar het nazisme als tegenwoordig die naar de islam het verstand uitschakelt.

Maar er is een tweede aspect aan deze uitspraak dat naar het hart gaat van onze probleemstelling: hoe werken links en de islam in elkaars voordeel? Verwijzingen naar het nazisme en het jodendom liggen moeilijk in een moslimmond: onder elkaar zullen moslims wel zeggen: “Hitler heeft er nog niet genoeg vermoord!”, maar bij een westers publiek kun je dat niet maken, dat hebben ze stilaan wel begrepen. Hier echter krijg je gezaghebbende (te onderscheiden van: deskundige) westerse intellectuelen die de zaak weten om te draaien en juist het vertoog over het joodse lijden voor de kar van de islam spannen. Het stilaan toenemende heir van moslimintellectuelen die in dit linkse vertoog gesocialiseerd zijn, hoeven maar even hun neus toe te knijpen om vervolgens in alle ernst te beweren: 'Wij zijn de nieuwe joden.'

Een gelijkaardige retorische truc betreft de Verlichtingswaarde van de gelijkheid. Moslims die hun zaak kennen, weten dat hun Heilige Schrift meermalen het egalitarisme veroordeelt, en vooral dat zowel de Schrift als de islamgeschiedenis bol staan van slaafnemingen en de demotie van niet-moslims tot derderangsburgers, om nog te zwijgen van de (niet exclusief islamitische, maar wel degelijke islamitische, en als zodanig niet voor hervorming vatbare) onderschikking van de vrouw. Die verwerping van de gelijkheid is niet alleen onbetwistbaar, zij is voor moslims vooral onbelangrijk; geen moslim zou er zelf over beginnen. Maar daar komen de westerse intellectuelen (genre Karen Armstrong) beweren dat islam voor gelijkheid staat, en dat heeft effect op de grote meerderheid van naïeve schaapjes, die zich in hun spontane kritiek op wat zij van de islam weten, de mond gesnoerd voelen. De linkse bondgenoten doen de islam een cadeau waar die zelf niet om gevraagd hadden.

En tenslotte hebben je, recht uit de Kritische Theorie, de modieuze progressieve overwaardering van de minderheden. Zolang moslims in de minderheid zijn, zullen ze daar hun voordeel mee doen; en eens de meerderheid geworden, kunnen ze feestelijk de ladder weggooien die hen tot op die hoogte gebracht heeft.

 

 

Voordelen voor links

Het nut voor links van de groeiende islamfactor wordt meestal aangeduid als een vervangproletariaat. Zo is het in de jaren 1960 bij ons begonnen. De gastarbeiders hadden hier niets van netwerk en werden trouwe aangehorigen van de vakbonden. Maar toen was de islam nauwelijks een factor: het was laagtij voor religie, zowel hier als bij de gastarbeiders, die zodra ze de grens overstaken, beseften ze op niet-islamitisch grondgebied kwamen. Zonder het goed te beseffen is links van patronage voor de gastarbeiders meegeëvolueerd naar steun aan de islam. Intussen raakte de arbeidersklasse verder vervreemd van de arbeidersactivisme en dus boorde links nieuwe underdoggroepen aan, inderdaad.

Maar daarnaast is er de factor haat. Links haat rechts, en is bereid om zijn eigen programmapunten, zoals laïcisme en feminisme, te verraden als dat maar de vijand van zijn vijand kan steunen.

 

(volgende week vervolg en slot over de specifieke rol van de universiteiten in het islamo-gauchisme)

Labels: , , , ,

Read more...

19 februari 2021

Eigengerechtigheid, moeder van het islamprobleem

 

Eigengerechtigheid, moeder van het islamprobleem

 

 

(Doorbraak, 17 feb. 2021)

 

Het heir der islamvrienden heeft aan islamcritici het land, maar heeft zich nooit in staat getoond om hun inhoudelijk van antwoord te dienen. Het beperkt zich tot enkele stopwoorden, zoals de nu alomtegenwoordige onzinterm "islamofobie", en beweringen die volkomen onjuist blijken. Één ervan is de stelling dat zij het zo voorstellen alsof ‘de islam van alles de schuld is’. 

 

Dit soort karikaturen is gemeengoed bij slechte verliezers in een debat (te onderscheiden van de machtsstrijd, waarin die inhoudelijke verliezers toch de bovenhand kunnen hebben). Aldus werpen de belgicisten op dat voor de flaminganten ‘alles de schuld van de Walen is’. 

 

 

De islam en andere problemen

 

In onderhavig geval is de bewering alvast gemakkelijk te weerleggen: van ongeveer alle islamcritici zijn eerdere of gelijktijdige problematiseringen van andere boemannen bekend, gaande van bijvoorbeeld het zedenverval volgens sommige christelijke denkers tot de Woke-aanvalsgolf tegen de vrije meningsuiting volgens libertariërs. Een bekende beschuldigde, Geert Wilders, heeft onder meer een door zijn partij gedoogde regering doen vallen over kwesties van sociaal beleid, en heeft in het parlement het probleem van anti-blank racisme in de plaasmoorde aangekaart. Hij heeft de verdienste, het islamprobleem scherp en helder op de politieke agenda geplaatst te hebben, maar zijn horizon is aantoonbaar breder dan dat.

 

Er is mij maar één voorbeeld bekend van iemand die eens de islam, of althans de Koran, retorisch van alles de schuld gegeven heeft, namelijk Filip Dewinter. Maar ook hij heeft bij andere gelegenheden volop tegen daarvan onderscheiden problemen gefulmineerd, zoals het communisme of de misdaad. Dat hij ‘zelfs een neger’ als mogelijk burgemeester van Antwerpen een ultiem schrikbeeld vindt, is weliswaar verwerpelijk (de meeste Vlamingen hebben niets tegen pakweg Assita Kanko als burgemeester), maar het is onverenigbaar met aan de islam van alles de schuld geven.

 

Islamcritici die hun zaak kennen, weten dat Mohammed, zodra zijn ster begon te rijzen, gemakkelijk rekruten vond onder de tot dan niet-islamitische Arabieren. Hij bood hun in ruil voor bekering en deelname aan de djihaad de buit van plunderingen, gijzelingen, verkrachtingen en slaafnemingen, en daarvoor kwamen volop kandidaten naar voren. De islam bleek een formule om hebzucht en ander menselijk kwaad doeltreffender te bundelen, maar die ondeugden bestonden natuurlijk al eerder. Ook wie niets van de islam kent, kan uit de Oudheid voorbeelden opsommen van begaan kwaad én van besef van het kwaad als probleem. Religies als het christendom en het manicheïsme plaatsen de strijd tegen het kwaad zelfs centraal. 

 

Een vaak aangewezen bron van kwaad is de hoogmoed. In religieuzer tijden werd die hoofdzonde opgevat als de wens om aan de goden gelijk te zijn. Men vindt dat terug in de Griekse mythologie, als hybris, maar evengoed in het Bijbelse scheppingsverhaal, waar de slang aan de onschuldige Eva en Adam maar één keer het vooruitzicht op gelijkheid met God moet voorspiegelen, of ze happen al toe. Heidenen en christenen die het eens zijn: dan zaten ze wellicht op het juiste spoor.

 

 

Islam en middenweg

 

Hybris kan ook seculier opgevat worden als het tegendeel van de Aristotelische hoofddeugd: de zin voor maat. Deze opvatting van deugd als matigheid en ondeugd als onmatigheid was ook de 7de-eeuwse Arabieren bekend, en zelfs de Koran verwijst ernaar. De christelijke veroordeling van de gulzigheid als één van de hoofdzonden vinden we haar tegenhanger in Koran 20:81: ‘Eet de goede dingen die Ik voor u voorzien heb, maar bega daarin geen overdrijving, opdat Mijn gramschap niet terecht op u nederdale: want zij op wie Mijn gramschap neerdaalt, gaan werkelijk tenonder.’ En vers 25:67 prijst hen die ‘bij hun uitgaven niet kwistig noch gierig zijn maar het juiste evenwicht behouden’. Wie kan daar nu tegen zijn?

 

Jaja, ‘elk ding is bij Hem naar maat’. (13:8) Als je bij moslims eens de juiste medemenselijke toon wil treffen, kan je altijd op zulke waarheden als koeien terugvallen. Het wordt echter interessant wanneer het over religie gaat: ‘O volk van het Boek! Overschrijd niet in uw religie de limieten, buiten de waarheid tredend.’ (5:77) Wat dat zou kunnen betekenen? Het lijkt veelbelovend, maar een blik op de omliggende verzen leert dat het slechts de overbekende waarschuwing is tegen de heidenen van nu en vroeger. Dus ook tegen Aristoteles, Vedavyasa, Confucius, de Boeddha en allen die gezegd hebben dat het goede in het midden ligt.

 

Nog eentje. Vers 4:171 zegt: ‘O volk van het Boek! Bega geen excessen in uw religie, noch zeg over Allah iets anders dan de waarheid.’ Benieuwd naar wat die waarheid dan wel is, lezen we verder: ‘Maria’s zoon Jezus Christus was slechts een boodschapper van Allah en Zijn Woord (…) Geloof dus in Allah en Zijn boodschappers. Zeg niet “Drievuldigheid”, laat af.’ Kortom, wat begon als een gezond pleidooi voor de middenweg blijkt uiteindelijk slechts een apologetische aanval op het definiërende christelijke dogma, namelijk dat Jezus de zoon en nederdaling Gods is. De islam definieert zichzelf als de middenweg en elke andere opvatting als een afwijking daarvan.

 

 

Eigenrecht

 

In het intermenselijk verkeer laat de hoogmoed zich louter ethisch vertalen als de eigengerechtigheid. Dat is het zich niet onderworpen voelen aan algemeengeldige normen. Op alledaags niveau kan eigenlijk elke wetsovertreding als een vorm van eigenrecht beschouwd worden. Elke misdaad tegen de menselijkheid in de geschiedenis is voortgekomen uit het zichzelf boven het menselijk normbesef plaatsen, boven de door ervaring gegroeide Gulden Regel van: ‘Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat een ander niet.’ Daar was geen islam voor nodig.

 

De rol van de islam hier is dat hij een verregaande vorm van eigengerechtigheid aanleert. Niet als eerste of enige leerstelsel, wel als actueelste. Wie in Mohammeds vermeende Woord Gods gelooft, waant zich verheven boven de voor anderen geldende mensenwet, die ocharme door gezamenlijke beraadslaging onder mensen voortgekomen is, voorlopig en altijd amendeerbaar. De wet die hij volgt is eeuwiggeldend en absoluut, gegeven door Allah Zelf, die niets of niemand nodig heeft en niemands goede raad hoeft in te winnen. Dat geeft een vrijgeleide om mensenwetten en a fortiori menselijke zeden en gevoeligheden met voeten te treden.

 

Labels: ,

Read more...

5 november 2020

De N-VA is het noorden kwijt over de islamterreur

N-VA noorden kwijt over islamterreur

Op de sociale media betuigen een aantal politici van het Bestel, onder meer premier Alexander De Croo, minister Bart Somers, en partijvoorzitters Egbert Lachaert en Meyrem Almacı, hun spijt over het ‘terrorisme’ dat Frankrijk en Oostenrijk getroffen heeft. Ook internationaal hebben de meeste rouwbetuigingen het over ‘terrorisme’ zonder de specifiëren wat de achtergronden zijn. ‘Islamistisch’ hoort men hier en daar nog net, alsof er daarnaast ook een gematigde en ‘Europese’ islam zou bestaan (wat deskundige Recep Tayyip Erdoğan ontkent: er is alleen ‘de’ islam), maar het woord ‘islam’ is in het hele politieke vertoog over het terrorisme taboe, behalve dan om de moslims tot slachtoffers van een nieuwe golf ‘islamofobie’ uit te roepen.

 

Partijstandpunten

 Nochtans waren de daders van de terreur in Parijs, Nice en Wenen heel duidelijk over wat hun beweegreden was: de islam en het voorbeeldgedrag van de profeet, die zijn hekelaars liet sluipmoorden of formeel terechtstellen, en die oorlog voerde tegen de joden. Zoals zelfs de braafste moslim riepen zij: ‘Allahu akbar!’

‘Er zijn nu eenmaal ook andere vormen van terreur, en daar zijn we evenzeer tegen’, zegt men dan desgevraagd. En dan verlegt men liefst de aandacht naar extreemrechtse activisme,  Dat islamterreur niet de enige vorm van terreur is (de succesvolste terreurcampagne was wellicht die van de anarchisten eind 19de eeuw, die staatsleiders van grootmachten wisten te vermoorden, onder meer een tsaar, een Amerikaans president en een Habsburgse keizerin), heeft ook niemand ontkend; zoals de Corona-kruisvaarders die de hele samenleving tegen Covid-19 mobiliseren, evenmin ontkennen dat er daarnaast ook andere dodelijke ziekten bestaan. Maar nú is vooral Covid aan de orde, zoals nú ook de islamterreur de agenda beheerst.

Het probleem stelt zich niet voor Ecolo, dat zonder aarzelen zijn kamp gekozen heeft: het bekritiseerde niet de islamitische moordenaars, wel Emmanuel Macron, die voor een beleidvoerder ongewoon moedig en rechtuit was in het benoemen van de schuldige ideologie, en dus als ‘islamofoob’ gebrandmerkt werd. Ook de andere partijen kunnen het mits wat platitudes weer laten overwaaien, terwijl het VB voorspelbaar stelling kan nemen tegen de islam en tegen het feitelijke opengrenzenbeleid (al durven weinig verantwoordelijken het nog zo noemen) dat de daders tot in Europa gebracht heeft. Het probleem stelt zich vooral voor de N-VA.

 

N-VA

Openheid van zaken: ik heb in 2011-13 voor een N-VA-senator gewerkt, mijn toenmalige vriendin kandideerde op een N-VA-lijst in de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, en ik was één van de honderdduizenden Vlamingen die vonden dat het de beurt was aan een fatsoenlijk-flamingantische partij om eindelijk iets voor Vlaanderen te verwezenlijken: voornamelijk vereenvoudiging en verzelfstandiging in de betrekkingen tussen de gemeenschappen, en een normalisering van het uit de hand gelopen migratie- en integratiebeleid. Ik ben nog steeds lid van de N-VA, maar samen met zovele leden en ex-leden (veel meer dan de partijleiding blijkbaar beseft) ben ik erg teleurgesteld in wat de partij ervan terecht gebracht heeft.

Zoals Marie-Rose Morel ook nadat ze in het VB in ongenade gevallen was, toch nog lang lid bleef van de partij uit solidariteit met ‘onze militanten’, zo wil ik de N-VA niet meteen opgeven omwille van een groot aantal partijleden die het hart wel op de rechte plaats hebben, en eigenlijk de kern zouden moeten vormen van een partij die wél de juiste koers aanhoudt. Ik denk met name aan een aantal mandatarissen van allochtone herkomst die voorbeelden zijn van goed geïntegreerde nieuwe Vlamingen met Vlaams zelfrespect, met name minister Zuhal Demir, europarlementslid Assita Kanko en kamerlid Darya Safai. Voor hen was de N-VA een voor de hand liggende keuze.

Bij officiële gelegenheden evenals via de sociale media nemen zij regelmatig standpunten in tegen gebruiken als besnijdenis van vrouwen en de (feitelijk door mannen rondom hen opgelegde) sluierdracht. Men zou denken dat de partij dit standpunt van ervaringsdeskundigen, dat bij uitstek bij de moderne Europese waarden aansluit, zou steunen. Dat de partij een beleid zou ontwikkelen dat weliswaar de godsdienstvrijheid hooghoudt, maar dat de macht van de herkomstlanden en clerici over hun kudde inperkt en dat bij de jeugd het wetenschappelijk temperament en de daadwerkelijke integratie in de Vlaamse samenleving aanmoedigt. Helaas, regelmatig laten N-VA-fracties in bestuursraden zich laatdunkend uit over met name VB-kritiek op die achterlijke gebruiken. Als naïeve inboorlingen tijdens de koloniale oorlogen laten zij zich door kleine stammenruzies van het verzet tegen de hoofdvijand afleiden, een trefzekere formule voor de nederlaag.

 

Tsjevenpolitiek

Toen het de N-VA nog voor de wind ging, ben ik uitgenodigd op onder meer het kabinet van minister Liesbeth Homans en bij europarlementslid Sander Loones om mijn licht over het thema ‘islam’ te laten schijnen. Bij enkele van mijn openbare lezingen over de islam waren toenmalige minister Jan Jambon en staaatssecretaris Theo Francken aanwezig. Voorzover ik het uit hun latere standpunten en beleidsdaden kan afleiden, heeft dat alleen voor Francken wat verschil gemaakt. Hij is het ook die, net als de genoemde dames, vandaag op sociale media (zijn enige forum nu hij minister af is) duidelijke taal spreekt: “Stop de moslimterreur.” Ook Kanko en kamerlid Anneleen Van Bossuyt treffen op de N-VA-webstek de juiste toon.

Goed gezegd, maar ik zou het liever uit de mond van tenoren als Jambon, Homans, Bart De Wever (die het ooit op ‘de Berbers’ stak om toch maar de werkelijke probleemfactor niet te moeten noemen) en Geert Bourgeois horen. Zij vonden, na de aanslagen in Zaventem en Brussel, dat de oplossing in ‘meer islam’ zou liggen, zij het dan een ‘Europese islam’. Die bestendigt het probleem alleen maar, want het is dezelfde islam die ook onze recentste terroristen ingelepeld is; er is er geen andere.

Dat soort tsjevenstandpunten zorgen voor stinkende wonden, en hoe langer hoe stinkender. Maar wellicht kijken politici niet verder dan de volgende verkiezingen? Goed dan, om hun electoraal taaltje te spreken: tsjevenstandpunten leiden niet alleen de volgende generaties naar de afgrond, zij leiden kortelings ook naar de electorale dieperik, zoals de evolutie van de tsjevenpartij illustreert. De uitdagingen zijn nu te ernstig voor halfslachtigheid, en die zal door de kiezer afgestraft worden. 

Labels: , , , ,

Read more...

7 december 2018

Halfweg naar de uitgang

(Doorbraak, 3 dec. 2018)

Toen uitgever Karl Drabbe mij vroeg om vanaf nu aan Doorbraak wekelijks een artikel te leveren, voegde hij er een beperking aan toe: “Maar natuurlijk niet alleen over de islam.” En ik dan antwoorden: “Wees gerust, er zijn genoeg vrolijker onderwerpen.” Het wil echter zo lukken dat Doorbraak zelf mij een islamgerelateerd onderwerp aanreikt, een islamartikel dat om een respons vraagt. Denkelijk is het goed voor één keer.

Rob Lemeire vertelt in zijn artikel “De zwakheden van het mohammedanisme” (ik schrijf dat laatste woord met kleine letter, niet om een ideologische maar om een spraakkundige reden: vergelijk met “marxisme”) over een debat tussen islamdoorlichter Eddy Daniëls en islampredikant Khalid Benhaddou. Het was naar verluidt een hoffelijk debat, zowel tussen de debaters als vanwege het publiek, dat vooral uit linksen en moslims bestond. Zelfs Daniëls’ bekende kritiek op Mohammed, de “integrale mens” en rolmodel voor elke praktiserende moslim, werd geruisloos aanhoord, zo leren we, en zelfs bijgetreden door Benhaddou.

Wat beduidt dat in theorie en in praktijk? De theoretische ontleding zal de aandacht vestigen op de tegenstrijdigheid in Benhaddou’s stellingname, reeds in zijn bekende pleidooi voor een “rationele islam”, en hier in zijn keuze om een 7de-eeuwse handelsreiziger uit het verre Arabië te eren terwijl hij erkent dat die een onverdraagzame geweldenaar, slavenhandelaar en verkrachter was. Zelfs als de profeet daarnaast soms ook een toffe gast was, zoals in de deels ware en deels verzonnen anekdotes die Benhaddou aan zijn leerlingen vertelt, is er nog altijd geen reden om meer aandacht aan die man te besteden dan aan eender welke andere medemens.

Kritiek op Mohammed, hetzij op de totstandkoming van zijn nieuw wereldbeeld hetzij op de gevolgen daarvan in zijn gedrag, blijft niet zonder gevolgen. Hij was een feilbare mens in zijn inzichten en in zijn gedrag. Volgens critici was hij zelfs fouter dan de meesten in beide opzichten, maar laat dat standpunt voorbijgaan: hij was in ieder geval feilbaar, niet alleen in zijn beschreven gedrag (Hadieth) maar ook in de woordelijke uitingen die hij als openbaring verkocht (Koran). Waarom zou je zo iemand volgen? Het antwoord van gelovigen zal zijn dat, bij al Mohammeds al-te-menselijkheid, de Koranwoorden toch maar van God zelf komen,-- een volstrekt onbewezen stelling.  

De profeet was, volgens wijlen Herman Somers en steeds meer andere zielkundige onderzoekers, een geval van paranoia, met een uitverkiezingswaan (namelijk als Gods unieke en ultieme zegsman) gevoed door sensoriële hallucinaties (stemmen horen, visioen van de aartsengel Gabriël), vaak gepaard met een schuimbekkend toeval. De Koran, de verzameling van zijn “openbaringen”, was slechts een bandopnemer van de mijmeringen en verlangens in zijn eigen geest. Soms manipuleerde hij die, zoals toen hij Gods bijzondere toelating kreeg om, tegen de heersende gebruiken is, met Zainab te trouwen (zijn andere vrouwen beseften best dat dat doorgestoken kaart was), of toen hij als toegeving aan de heidenen de verering van de drie Mekkaanse godinnen toestond en daarna onder druk van puristische volgelingen weer verbood; maar doorgaans geloofde hij zelf dat een bovennatuurlijk wezen via hem sprak. Niet zo heel oneerlijk, alleen fout.

Aan die begoocheling was hij zeer gehecht. Het was zijn grootste bekommernis, en de verklaring van allerlei eigenaardigheden in de islamwet ligt dan ook hier, dat uiteindelijk elke mens op aarde zijn waan zou delen. Ziedaar de moslimgemeenschap: de miljoenen die aan een kunstmatige “folie à deux” lijden, een meespelen (tot en met verinwendigen) met de waan van de getroffene.    

Ook zijn gedrag was niet zo lovenswaardig, zelfs niet in zijn land en zijn tijd. Dacht je dat men toen roof en verkrachting normaal vond, laat staan navolgenswaardig deugdzaam? Na zijn eerste roofovervallen op Mekkaanse karavanen mobiliseerde Mekka een leger om daartegen op te treden (slag bij Oehoed); blijkbaar hadden ze er toch problemen mee. Onze kennis over de oude Arabische beschaving is beperkt, maar als we er het normenstelsel van naburige wetgevers als Hammoerabi, Manoe of Mozes bijhalen, lijkt zelfs het ontmaagden van een 9-jarige bruid niet zo vanzelfsprekend.

Wat in de wetgeving van Mozes, op wie hij zich aanvankelijk richtte (tot hij begreep dat de Joden hemzelf niet als profeet aanvaardden), alleszins wel voorkomt, is de slavernij. Die was allerminst een nieuwlichterij van Mohammed, maar die aanvaardde ze wel, en hij beoefende de slaafneming en slavenhandel op grote schaal. Het was met grote tegenzin dat het Mogol- en het Ottomaanse rijk zich door de westerse mogendheden lieten dwingen om ze af te schaffen, en de taaiste volhouders waren Saoedi-Arabië, Soedan en Mauretanië. De Barbarijse zeerovers in Algerije en de Zanzibari slavenhalers in Kongo hadden zelfs een Franse resp. Belgische militaire tussenkomst nodig om tot betere gedachten te komen.

Het gaat hier dus om een praktijk die gemeenschappelijk was aan de volgelingen (van wie goedmensen altijd zeggen dat ze “de ware boodschap van de grondlegger verkeerd begrepen hadden”) en de grondlegger: door en door islamitisch, onweerlegbaar islamitisch. Vindt Benhaddou dat deze praktijk moet hernomen en voortgezet worden? Zoals islamtheologen zeggen: de islam is geen kwestie van ‘aql (“rede”) maar van naql (“overdracht”, “nabootsing”). Het gaat niet om de rechtvaardiging die jij bij gelegenheid weet te verzinnen, maar om het nadoen van wat modelmens Mohammed heeft voorgedaan. Bij de tsjeven kan je foefelen, en andere delen van de Bijbel aanspreken wanneer je die door Mozes en Paulus gerechtvaardigde slavernij wil buiten beeld houden of afschaffen; maar bij de islam wordt zoiets echt moeilijk. Ben je tegen de slavernij, dan ben je tegen de islam; geen hervorming mogelijk.

Benhaddou lijdt zichtbaar onder die spreidstand. Als hij bijvoorbeeld, ongetwijfeld oprecht, voor goede betrekkingen met de omgevende samenleving van niet-moslims pleit, dan pleit hij eigenlijk tégen het Koranverbod op vriendschap met joden en christenen. Als hij zich hier voor integratie van de islam inzet, in plaats van voor een islamiserende machtsgreep zoals Mohammed die pleegde in zijn asielstad Medina en vervolgens in heel Arabië, dan keert hij zich paradoxaal genoeg tégen de islam. Als hij een multiculturele, pluralistische samenleving nastreeft, in schrille tegenstelling met Mohammeds levenswerk, namelijk de afschaffing van de bestaande multiculturele samenleving in heidens Arabië, dan zegt hij eigenlijk: “Mohammed was fout.” Ik wil wel geloven dat Benhaddou die avond verrassend ver is de moderne zienswijze meeging, maar durft hij dat in een volle moskee herhalen: “Mohammed was fout”?

Op het antwoord zal ik voorlopig niet wachten. Ik heb best begrip voor Benhaddous dilemma: het van kleinsaf meegekregen geloof trouw blijven, of onverkort voor de rede kiezen? Let wel, afvalligheid uit de islam hoeft hier niet eens een breuk met de religie te betekenen. Verlichting hoeft geen atheïsme te zijn, of zo althans hebben generaties christelijke hervormers hun godsdienst met de moderniteit trachten te verzoenen. Maar stemmenhoorderij, sluipmoorden op hekeldichters of een vrouw je harem in dwingen nadat je haar mannelijke gezinsleden hebt terechtgesteld, dat kan werkelijk niet aanvaard worden, laat staan tot voorbeeld gesteld (een voorbeeld dat we pas nog verwerkelijkt gezien hebben in Islamitische Staat). Mohammed was zonder enige twijfel fout; maar wat te doen als je dat begint onder ogen te zien en hem toch trouw wil blijven?

Ik heb sympathie voor de verscheurde Benhaddou omdat ikzelf, net als miljoenen anderen, door dezelfde fase gegaan ben. Ik heb nog aan den lijve ondervonden wat het is, gelovig te zijn; en ik heb de beginnende twijfel meegemaakt, de onhandige pogingen om water en vuur te verzoenen, de worsteling naar de uitgang, het besef van een voltrokken geloofsafval, en later nog de opruiming van reflexen die je aan het geloof hebt overgehouden. Ik herken die halfweg-mechanismen, van “de Bijbel op mijn manier lezen”, van “ja aan Jezus maar nee aan de Kerk”. Een verschil tussen christendom en islam is juist dat het christendom, gericht naar de geest en weg van de letter, zich veel meer tot zoiets leent dan de islam; maar zelfs het christendom is er uiteindelijk niet in geslaagd, zovele miljoenen twijfelaars definitief aan zich te binden.

Je zal in een wegdeemsterende islam dus verschillende formules vinden om het onvermijdelijke inzicht dat Mohammed fout was, te omzeilen of op afstand te houden. Het eindresultaat is wiskundig zeker, namelijk het oplossen van de islam, maar de manier waarop zal een regenboog zijn. Met name zullen velen, en wel die strekking die demografisch het felst groeit, nog een tijd de zuivere islam volhouden (en dat maakt een specifiek beleid tegenover het islamprobleem nog steeds nodig). Aan de andere pool hebben we een Hafid Bouazza of een Taslima Nasreen, die hun besluit al lang genomen hebben: “De moslimwereld heeft niet zozeer ‘gematigde moslims’ nodig, maar ‘ex-moslims’.” En daartussenin krijg je een waaier van halfslachtige oplossingen, hier vertegenwoordigd door Benhaddou.  Het is een overgangsfase op weg naar de uitgang.

Althans als het proces in vrijheid zijn natuurlijke verloop kan kennen. Want de zuiverder islamstrekking zal nog steeds veel doen om stappen naar geloofsafval te beletten. En Europese kerstekinderen die het tot minister gebracht hebben, zullen nog een tijdje doorgaan met de islamisering van “moslimkinderen” (zijnde kinderen van moslims, aan wie echter niets van nature moslim is) via gesubsidieerde islamscholen. In de plaats daarvan moeten we in de voetsporen van de natuur stappen en het normale moderniseringsproces laten spelen, wat voor onze politici ook betekent: het ontgroeien van de islam faciliteren.


Labels: , , , ,

Read more...

9 juli 2017

Op naar de veelwijverij


(Doorbraak, 5 juli 2017)



Elke groep mag en moet strijden tegen het onrecht dat hem treft. Ik sympathiseer daar vanop afstand mee. Zelden ga ik er mij echter mee moeien. Om bijvoorbeeld een "feministische man" te worden, dat is onzin. Het is juist eigen aan de belangenbehartiging van een groep dat hij de nagestreefde statusverhoging niet cadeau krijgt, maar zelf de kastanjes uit het vuur haalt.



Toch één uitzondering: iedereen die zich een beetje voor het welzijn van zijn medemensen verantwoordelijk voelt, moet zich gemobiliseerd weten voor de nu broodnodige strijd tegen de vrouwenbesnijdenis. Toen Miet Smet die praktijk wettelijk liet verbieden (een verbod dat in sommige buurlanden niet eens bestaat), kon het lijken alsof dat probleem opgelost was. Nu blijkt echter dat een steeds grotere groep meisjes die in België opgroeit, erdoor bedreigd wordt, bv. tijdens een vakantie in hun thuisland.





Islam, feminisme en vrouwenbesnijdenis



Ten eerste betreft het voor de betrokkenen een zeer dringende kwestie, waarbij elk geval er één te veel is, en elke toegeeflijkheid misplaatst. Voor wat mezelf betreft: op het kleine beetje invloed dat ik hier als oriëntalist en kenner van de ervoor verantwoordelijke leer kan uitoefenen, mag niet bespaard worden. Er moet op gehamerd worden dat de islam voor de praktijk verantwoordelijk is, en dat elke collaboratie met die ideologie uiteindelijk een aanmoediging vormt de vrouwelijke genitale verminking. Dat als levensbeschouwelijke ruggensteun aan een strijd die medisch en paramedisch personeel op het terrein zal moeten voeren.



Ten tweede heeft die problematiek een bredere maatschappelijke dimensie: het opdringen van deze praktijk is een toetssteen van de opmars van de islam en de steeds fermere weigering van elke integratie. Om ons niet tot de eigen gewesten te beperken: in Indonesië ziet men goed hoe de recente verschuiving van een oppervlakkige en zeer onorthodoxe islam naar de echte leer van Mohammed gepaard is gegaan met een spectaculair snelle verspreiding van de vrouwenbesnijdenis. In Afrika zou men zich nog achter de uitleg kunnen verschuilen dat het om een voorislamitischetraditie gaat (maar dat zijn de Ramadan-vasten of de bedevaart naar Mekka ook, en ze zijn er niet minder islamitisch om), maar in Indonesië en inderdaad in Europa is volstrekt elke besneden vrouw een slachtoffer van de islam. Bovendien: andere inwijkelingen uit Afrika passen zich aan (“Wanneer in Rome, doe zoals de Romeinen”) en laten die barbaarse praktijk varen, terwijl moslims aan hun tradities verknocht blijven.



Ten derde laten de natuurlijke voorvechtsters van vrouwenrechten het hier schromelijk afweten. Deze bange blanke vrouwen hebben liever dat meisjes bij duizenden verminkt worden dan dat zij zelf door hun progressieve vrienden voor "islamofoob" uitgekreten zouden worden. Zelfs opperfeministe Germaine Greer heeft het bestaan om de vrouwenbesnijdenis goed te praten.





Strategisch



Terwijl dat islamgebod ook bij ons onbeschaamd ingang begint te vinden (ondanks het verzet ertegen van de Koerdisch-Vlaamse politica Zuhal Demir), daagt er een nieuwe frontlijn aan de horizon. In Duitsland heeft zopas een meerderheid in het parlement het homohuwelijk goedgekeurd. De zes moslimparlementsleden, onder wie een CDU-lid, hebben allen ten gunste van de homorechten gestemd. Kijk eens hoe progressief ze wel zijn, zeggen de multikulti’s nu, en zo geïntegreerd, zo wars van alle stereotiepen over islamitisch obscurantisme. Zoals steeds projecteren die provinciaaltjes vanuit hun eigen waardenschaal en slagen ze er niet In, zich in het moslimstandpunt te verplaatsen, dat strategisch een meesterzet mag heten.


Propagandistisch is het allereerst zeer goed bekeken, de progressieven nog eens heel nadrukkelijk naar de mond te praten. Die bondgenoten hebben het toch al moeilijk genoeg om bijvoorbeeld de afwijzing van Charles Darwins evolutieleer of de ontkening van de Holocaust door hun moslimvrienden goed te praten. Dus stel maar eens een gebaar dat door je bondgenoten als progressief uitgelegd kan worden.



Plus, die homo’s mogen ook wel eens een attentie krijgen. In afwachting dat zij echt onder de sjari’a terechtkomen en van de daken zullen gegooid worden, moet je toch maar erkennen dat zij voor de islam al doen wat zij kunnen. Net als de feministen zouden zij hun vege lijf kunnen redden door zich tegen de islamisering te verzetten, maar het tegendeel is het geval. Na de djihaadaanslag op een homo-nachtclub in Orlando schermden zij de islam af tegen kritiek, staken zij de schuld op de Republikeinen die er het klimaat voor zouden geschapen hebben, en Imagine’den zij wat over een moslim-homo-bondgenootschap. Dat soort zelfopoffering is wel een druk op de parlementaire ja-knop waard.



Drie, moslims geven niet echt iets door deze toegeving, ze snijden geenszins in hun eigen vlees. Zij zien westerlingen toch al als mietjes, en aan die nuttige idioten het speeltje van een homohuwelijk gunnen doet helemaal geen afbreuk aan het recht van moslims om binnen hun eigen gemeenschap hun eigen normen te handhaven. Het kan maar in de verf zetten dat homorelaatsies iets heidens zijn waar moslims zich niet op laten betrappen. ’s Lands wijs, ’s lands eer: voor de Victoriaanse Europeanen met hun waarden en zelfrespect konden moslims nog eerbied opbrengen, maar voor het libertijnse Europa van vandaag hebben zij niets dan misprijzen.



Maar vooral: het opengooien van het huwelijk maakt op termijn de weg vrij voor de wettelijke erkenning van het polygame huwelijk. De monogamie, ooit overgenomen door de christenen van de heidense Romeinen, behoort nu tot het christelijke erfgoed dat onze progressieven al lang aan het slopen zijn. Op dat punt staat de islam van nature al heel wat dichter bij de libertijnse normen van onze progressieven. Zo geldt in de Kerk het huwelijk als “gesloten in de hemel”, terwijl het voor de islam, net als voor onze progressieven, gewoon een menselijk contract is dat mensen ook weer kunnen verbreken. Dus: weg met het monogame huwelijk, daarover kunnen progressieven en moslims het eens zijn.





Grote gezinnen



Ziedaar dan het volgende oogmerk van de islam in zijn stap-voor-stap invoering van de sjari'a. Wel zullen moslims er in een overgangsfase mee moeten leven dat, omwille van de gelijkheid, ook vrouwen met meerdere mannen zullen kunnen trouwen. Dat geeft echter niet, want naarmate de moslimgemeenschap groeit, neemt de maatschappelijke controle op medemoslims toe, en dan zullen zij er zelf wel op toezien dat die verderfelijke polyandrie onder hen niet gaat voorkomen. Tegelijk is zij een nuttige troostprijs voor de overblijvende heidense mannen: aangezien meer en meer vrouwen ervoor zullen kiezen, bijvrouw van iemand uit de nieuwe heersersklasse te worden, ontstaat voor heidense mannen een vrouwentekort. Voor hen kan de polyandrie wat soelaas bieden, zodat zij niet gaan revolteren, in afwachting van hun uitsterven.


Nu het feminisme al zoveel aan de islam toegegeven heeft, is het gewoon niet meer in een positie om zich tegen deze volgende "verruiming" van het huwelijk te verzetten. Wie zal het nog wel doen? Je kan er moeilijk langs alle kanalen de ideologie van de “diversiteit” inpeperen en dan een diversifiëring van de huwelijksvormen tegengaan.



De moslims zelf hebben er een zeer goed geweten over. Kijk maar, zeggen zij, naar de directeur die zijn vrouw bedriegt met zijn secretaresse. In de heidense cultuur zal hij op zeker ogenblik moeten kiezen, en aldus één of twee of drie mensen en hun omgeving ongelukkig maken. In de islam daarentegen zal hij er gewoon een vrouw bijnemen, dus geen gedumpte echtgenote, geen echtscheidingsvertwijfeling bij de getroffen kinderen, eigenlijk iedereen tevreden.



Ja, welbeschouwd zullen de feministen de superioriteit van het islamitische alternatief wel moeten erkennen. Vrouwen zijn sterk in het zich aanpassen, deze stap zal er ook wel bijkunnen. De heidense mannen zullen er minder goed mee kunnen leven, maar die zijn toch tot verdwijning gedoemd. Of tot bekering en omarming van het ware geloof, wat altijd al de bedoeling was.

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten