20 september 2014

De nuttige idioot in een marginaal partijtje (Hoegin)

Drie verkiezingsoverwinningen op rij, de nu ex-Groen-voorzitter in spe Wouter van Besien is geen klein beetje fier op de puike resultaten die hij in de voorbije vijf jaar behaalde. Alleen, zijn die scores van 8,5% (Kamer) en 8,7% (Vlaams Parlement) in tijden van globale opwarming, scheurtjes in kerncentrales en financiële crisissen dan werkelijk zo'n fenomenale resultaten voor een links-ecologische partij als Groen? En heeft Groen vandaag eigenlijk nog wel iets te betekenen in de Vlaamse of Belgische politiek?

Wouter van Besien werd voorzitter van Groen op 25 oktober 2009. Een half jaar eerder, op 7 juni 2009, haalde de partij 6,8% van de stemmen voor het Vlaams Parlement, en 7,9% voor het Europees Parlement. Een half jaar later, op 13 juni 2010, zit de partij aan 7,1% van de stemmen voor de federale Kamer. Katsjing, eerste verkiezingsoverwinning binnen, rekent Wouter van Besien. Want ja, vergeleken met de verkiezingen van 2007 gaat de partij bijna een hele procent vooruit: van 6,3% naar 7,1%.

Verkiezingsoverwinningen van een halve procent

Diezelfde dag haalde Groen 6,3% voor de Senaat. Niet echt denderend vergeleken met de 6,8% van een jaar eerder, maar opnieuw: in de rekenkunde van Wouter van Besien is ook dit een verkiezingsoverwinning. Inderdaad, op 10 juni 2007 zat de partij voor de Senaat slechts aan 5,9% van de stemmen, en is ze dus bijna een halve procent vooruitgegaan. Of hoe hoogspringen voor Wouter van Besien vooral de kunst is om de vorige lat zo laag mogelijk gelegd te krijgen.

De tweede verkiezingsoverwinning volgt in 2012, bij de provincieraadsverkiezingen. Groen haalt 8,1% van de stemmen, één procentje vooruit vergeleken met 2010 dus. Of als we alleen verkiezingen op dezelfde niveaus mogen vergelijken, slechts een half procentje vooruit, want op 8 oktober 2006 zat Groen al aan 7,6% van de stemmen.

Tien procent

Derde verkiezingsoverwinning: 25 mei 2014. Groen haalt 8,5% van de stemmen voor de Kamer, bijna anderhalve procent vooruit vergeleken met 2010. Voor het Vlaams Parlement haalt de partij 8,7%, bijna twee procent vooruit. Voor het Europees Parlement stijgt de partij zelfs boven de magische grens van de tien procent uit: 10,6%, zelfs bijna drie procent vooruit vergeleken met 2009. Maar niet genoeg voor een tweede Europese zetel, en dus maakt die drie procent al bij al niet veel uit, behalve voor het zelfvertrouwen.

Strikt genomen klopt het dus dat Groen onder Wouter van Besien drie verkiezingsoverwinningen op rij heeft geboekt. Maar zoomen we even uit, dan valt de vooruitgang toch maar magertjes uit: van 7 juni 2009 naar 25 mei 2014 ging de partij uiteindelijk niet meer dan anderhalve procent vooruit. Let wel: dit is een gouden anderhalve procent, want daarmee raakt de partij veilig uit de buurt van de kiesdrempel, en met een verdubbeling van het aantal mandatarissen als resultaat.

Ongerealiseerd potentieel

Maar is een resultaat van acht tot negen procent zo'n schitterend resultaat voor een links-ecologische partij? Met de globale opwarming die zich meer en meer laat voelen (nou ja, als het eens niet regent), Fukushima en scheurtjes in Doel en Tihange, en daar bovenop de gevolgen van een globale financiële crisis, zou je toch denken dat er voor een partij als Groen veel meer zou kunnen inzitten. De enige verkiezingsoverwinning die naam waardig –die van 25 mei 2014 dus– viel trouwens samen met een historisch lage score voor directe concurrent sp.a. Sta ons toe dat zelfs van die ene verkiezingsoverwinning onze mond niet helemaal tot op de grond openvalt.

Uit Brusselse Regering verdreven

Blijft nog dat Wouter van Besien dankzij de vooruitgang het aantal mandatarissen sterk wist uit te breiden. Alleen, wat koop je daarmee? Regeringsmacht? Sommige commentatoren wijzen erop dat Groen in een behoorlijk aantal gemeenten mee in het bestuur zit. Maar op regionaal en federaal vlak staat daar toch een zeer negatieve balans tegenover.

In Brussel zat Groen in de vorige bestuursperiode nog in de Hoofdstedelijk Regering. Niet onmiddellijk met de zwaarste portefeuille, want Bruno de Lille was niet eens minister, maar slechts staatssecretaris. Deze keer werd voor zover we weten zelfs nog niet ernstig overwogen Groen bij de regeringsvorming te betrekken.

Marginaliteit

Ook op Vlaams of federaal niveau kwam Groen er deze keer niet bij te pas, behalve dan voor enkele obligate beleefdheidsgesprekjes. Vóór de verkiezingen droomde Wouter van Besien nog luidop van een regenboogcoalitie van CD&V, sp.a en Groen. Vandaag heeft niemand het daar nog over, zelfs niet als niet alleen een centrum-rechts maar ook een tripartite niet mogelijk zou blijken.

Het heet dat Wouter van Besien Groen omgevormd heeft van een wereldvreemde betweterige geitenwollensokkenfietsbakpartij naar een professionele partij waarmee te regeren valt, maar veel uiterlijke tekenen zien wij daar toch niet van. De kans dat Groen morgen toch in een Vlaamse of federale regering terecht komt is kleiner dan dat Elio di Rupo spontaan de Vlaamse Leeuw zou beginnen zingen in vlekkeloos Nederlands.

Het zal voor Groen trouwens boksen worden om de komende vijf jaar nog in beeld te komen naast de sp.a. Groen heeft altijd op veel sympathie kunnen rekenen in de bevriende pers (buiten 't Pallieterke heeft ze geen andere), maar met een sp.a in zware nood zou het wel eens kunnen dat die sympathie even op een lager pitje gezet zal worden.

En dat Groen geen partij van milieudogma's en linkse fetisjen meer zou zijn? Spreek gewoon nog maar het woordje «kernenergie» uit in de buurt van een Kristof Calvo, en elke vorm van rationele discussie wordt ogenblikkelijk volkomen onmogelijk.

Nuttige idioot

Heeft Wouter van Besien dan niets verwezenlijkt? Toch wel. Als nuttige idioot in dienst van la Belgique zorgde hij ervoor dat er aan Vlaamse zijde toch een meerderheid gevonden kon worden om de zesde staatshervorming goed te keuren. Daarmee redde hij het hachje van Elio di Rupo, want zo konden de CD&V-snoeshanen Eric van Rompuy, Servais Verherstraeten en Wouter Beke snoeven dat ze hun verkiezingsbeloften gehouden hadden en Brussel-Halle-Vilvoorde «eindelijk» «gesplitst» hadden. In ruil bekwam Groen echter… niets. Zelfs geen ecotaksje. Behalve dan dat Wouter van Besien straks –uiterst terecht– wellicht tot Belgisch Minister van Staat zal benoemd worden. We gunnen het hem van harte.

Dit artikel verscheen op 3 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

7 juni 2014

De impact van de PS–cdH-bom (Hoegin)

Nadat de PS samen met de cdH voor de Waalse en de Brusselse regeringen het zekere voor het onzekere nam, gaat het plots heel snel in de verscheidene regeringsonderhandelingen. Door deze zet van de PS moest de CD&V haar eis om samenvallende regeringsonderhandelingen noodgedwongen laten vallen, maar anderzijds kan de partij hierdoor haar onderhandelingspositie tegenover de N-VA versterken. Een overzicht.

Nogal wat commentatoren lijken er op dit ogenblik vanuit te gaan dat de kansen op een centrum-rechtse federale regering de jongste dagen sterk gestegen zijn. Zij denken dat de PS een Pyrrusoverwinning heeft geboekt door zowel in Wallonië als Brussel onderhandelingen met de cdH (en het FDF) op te starten. Zeker, dat heeft veel kwaad bloed gezet bij de MR, die zich opnieuw uitgesloten ziet van regeringsdeelname op regionaal vlak. Bovendien beweren zowel PS als cdH dat de cdH nog steeds de handen vrij heeft om zonder de PS in een federale regering te stappen. Tot slot wordt erop gewezen dat de PS de hete adem van de PTB in de nek voelt, en dus wel eens liever niet in een federale regering zou willen stappen die moeilijke en pijnlijke besparingsmaatregelen zal moeten opleggen. Uitlatingen in PS-kringen dat het voor hen niet echt hoeft zouden dat bevestigen. Los nog van het feit dat het hier toch nog altijd over een brutale machtspartij gaat die er niet voor terugdeinst desnoods de land aan de afgrond te brengen als haar belangen in het gedrang komen, wil ik daar toch nog enkele andere kanttekeningen bij plaatsen.

Wil MR electorale harakiri plegen?

Zo kan het best zijn dat men op dit ogenblik bij de MR buiten zijn zinnen is omwille van het «verraad» van de PS en de cdH, en daarom desnoods zelfs bereid zou zijn om als enige Franstalige partij in een federale regering te stappen. Alleen, de onderhandelingen voor zo'n regering zijn niet op één-twee-drie afgerond. Dat betekent dat wanneer de woede binnen enkele dagen weer wat gekoeld is, niet uitgesloten is dat bij de MR het besef zal intreden dat zoiets electoraal toch wel een enorm grote gok is. Er moet voor de MR immers ook na 2019 nog leven zijn, en toetreden tot un gouvernement belgo-flamand die aan Franstalige zijde zelfs niet bij benadering een meerderheid kan voorleggen lijkt meer op harakiri dan iets anders.

Hete herfst

Zal de cdH in een federale regering willen stappen zonder de PS? Dankzij de regering–Di Rupo I is een meerderheid in elke taalgroep geen strikte voorwaarde meer, en MR en cdH hebben samen voldoende zetels in de federale Kamer om de ergste kritiek op dit gebied te kunnen smoren. Maar een groter probleem is natuurlijk de aanwezigheid van de N-VA in zo'n regering. Wat waarschijnlijk volkomen onverteerbaar voor de cdH zou zijn, is een N-VA-premier. Gelukkig bestaat daar een eenvoudige oplossing voor: een CD&V-premier (wat overigens als voordeel heeft dat hier een gemakkelijke uitweg voor Kris Peeters geschapen kan worden).

Maar het grootste obstakel is en blijft dat er voor de cdH in een centrum-rechtse regering weinig eer te rapen zal vallen. Als er op federaal vlak nog cadeaus en snoepjes uit te delen vielen voor Brussel en Wallonië zouden de zaken er helemaal anders voorgestaan hebben. Voor het –tot het tegendeel bewezen is– centrum-linkse cdH is het echter weinig aanlokkelijk enkele minder belangrijke ministerposten te leveren in een centrum-rechtse regering waartegen de PS misschien deze herfst al al haar syndicale duivels zal willen ontbinden om het PTB-gevaar enigszins te kunnen bezweren. Dan kan men net zo goed nu al de CSC, de Waalse vleugel van het ACV, opdoeken, en hoeft de cdH in 2018 en 2019 buiten Luxemburg zelfs geen kieslijsten meer in te dienen.

Praatjes

Bovendien, zou om diezelfde reden het Paleis eigenlijk wel zin hebben in een federale regering zonder de PS? Koning Filip zal het spel ongetwijfeld wat subtieler willen spelen dan zijn vader in 2010, al was het maar om dat contrast na de recente strubbelingen binnen het koningshuis in de verf te kunnen zetten. Het is bekend dat het Paleis traditioneel goede relaties met de cdH heeft, al waren die in de tijd toen die partij nog PSC heette stukken intenser. Het is dus best mogelijk dat informateur Bart de Wever komende dinsdag een formatieopdracht krijgt, maar die hoeft daarom nog niet te lukken.

Het is trouwens merkwaardig dat er vandaag in de kranten allerlei verhaaltjes opduiken waaruit zou moeten blijken dat reeds begin deze week een regering met N-VA, CD&V, Open Vld, MR en cdH zo goed als in de steigers stond, en dat de PS daarom op donderdag een forcing doorvoerde. Nochtans beweerden die kranten woensdag nog met evenveel stelligheid dat informateur Bart de Wever geen schijn van kans maakte om een centrum-rechtse regering te vormen, en dat het komende dinsdag dus finaal over and out zou zijn voor zijn informatieopdracht. Of moeten we soms geloven dat die Wetstraatjournalisten een centrum-rechtse regering zozeer genegen zijn, dat zij drie dagen lang collectief de kiezen stevig op elkaar hielden om Bart de Wever toch maar alle kansen te geven?

Naar een N-VAACW-regering?

Wat betekent dit voor de Vlaamse partijen? In eerste instantie leek de N-VA de grote verliezer te zijn van het brute manœuvre van de PS van donderdag, maar in tweede instantie zat er voor de N-VA toch ook winst in. De Vlaamse regeringsonderhandelingen konden nu immers toch van start gaan, zonder nog verder te hoeven wachten op de federale regeringsonderhandelingen. Het probleem van de N-VA is echter dat een federale centrum-rechtse regering zeer onwaarschijnlijk blijft, terwijl een tripartite op Vlaams niveau nog altijd als alternatief blijft bestaan. Het volstaat te tellen hoeveel ACW'ers er aanwezig zijn in de CD&V-delegatie die gaat onderhandelen met de N-VA om te weten hoe laat het is. Een garantie op succes is er dus zeker nog niet. En zelfs als het tot een Vlaamse N-VAACW-, pardon, N-VACD&V-regering komt, bestaat nog altijd het gevaar op een constructieve motie van wantrouwen in het Vlaams Parlement als de federale regeringsonderhandelingen eindelijk in hun plooi zijn gevallen. Je weet maar nooit of de CD&V nog maar eens van mening verandert over de noodzaak van afspiegelingsregeringen tussen de verschillende niveaus.

CD&V in het midden van het bed

De CD&V blijft comfortabel in het midden van het bed liggen, ook al was er dat kortstondige gezichtsverlies van donderdag. De partij heeft echter snel gekozen voor de enig mogelijk optie die nog overbleef: alsnog de Vlaamse regeringsonderhandelingen in gang zetten, zonder te wachten op de federale. Op die manier kan ze niet meer verweten worden de Vlaamse regeringsvorming te blokkeren in afwachting van de federale. Anderzijds staat de partij in een zeer sterke onderhandelingspositie tegenover de N-VA. Zoals reeds gezegd blijft de tripartite bestaan als alternatief, en daardoor kan de CD&V hoge eisen stellen. De post van minister-president voor Kris Peeters bijvoorbeeld, als die federaal niet aan de bak zou kunnen komen met een nog betere portefeuille.

Het is trouwens op het Vlaamse vlak dat de N-VA volstrekt ongevaarlijk is. Dat heeft die partij tijdens de vorige regeerperiode ook afdoende bewezen: federaal liep ze dan wel storm tegen de zesde staatshervorming, op Vlaams niveau voerde ze die loyaal uit. Bovendien, en zoals de Waalse werkgevers deze ochtend ook terecht opmerkten, worden de echt belangrijke beslissingen in België nog steeds op het federale niveau genomen. Het is dan ook daar dat de CD&V de pottenkijkers van de N-VA liever niet mee aan tafel ziet zitten (sleutelwoord: ARCO). Eerder deze week nog was partijvoorzitter Wouter Beke er trouwens niet te beroerd voor om nog gelijkheidstekens te plaatsen tussen de aanslag op het Joods museum in Brussel en de N-VA-plannen om de werkloosheid aan te pakken.

Rutten praat haar mond voorbij

Voor de Open Vld was dit een slechte week. De partij verliest (voorlopig) een Vlaamse regeringsdeelname, maar federaal zal ze ongetwijfeld nog wel bijdraaien. Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten heeft immers de geloofwaardigheid van een vos in een hoenderhok die uitroept dat hij ofwel àlle kippen, ofwel helemaal geen wil. Meer dan een wanhopige poging om die andere helft kippen opnieuw in het hoenderhok te jagen is dat uiteindelijk niet. De Open Vld zal immers de postjes pakken die ze kan krijgen. De partij kan het bovendien niet maken federaal een centrum-linkse regering in het zadel te helpen enkel en alleen omdat ze regionaal niet mee aan de bak kon komen.

A propos, zou die alles-of-niets-tactiek van Gwendolyn Rutten wel op voorhand doorgepraat geweest zijn met Europees Commissaris Karel de Gucht?

Overigens, wat Gwendolyn Rutten beweert is een hoogst interessante stelling, namelijk dat het niet meer mogelijk is om een goed economisch beleid uit te zetten zonder zowel in de Vlaamse als de federale regering aanwezig te zijn. En vooral dan dat dat een gevolg zou zijn van de zesde staatshervorming. Kan dat eigenlijk iets anders betekenen dan dat de critici van die zesde staatshervorming over de volle lijn gelijk hadden, namelijk dat ze een miskleun van formaat is, en dat ze Vlaanderen helemaal geen grotere economische autonomie schonk? Jammer dat tot nog toe geen enkele journalist daar eens over doorgevraagd heeft.

Een linkser Vlaanderen is daarom nog niet links

Links is voorlopig niet aan zet in Vlaanderen. Conform de verkiezingsuitslagen overigens. Partijvoorzitter Wouter van Besien van Groen heeft gelijk wanneer hij stelt dat Vlaanderen op 25 mei linkser gestemd heeft, want er is inderdaad een verschuiving van ongeveer twee–drie procent naar links tegenover 13 juni 2010. Maar dat betekent nog lang niet dat Vlaanderen vandaag links zou stemmen.

De ontkoppeling van de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen betekent concreet dat de sp.a voorlopig weinig kans meer maakt om in de Vlaamse regering te raken. De lezer mag drie keer raden wat dat betekent voor Oosterweel of de onderwijshervorming van Pascal Smet. De signalen uit het kamp van de sp.a tonen trouwens duidelijk aan dat zure druiven daar nog steeds het hoofdbestanddeel van het dagelijkse menu uitmaken. Federaal blijven de kansen van sp.a echter fundamenteel ongewijzigd zolang een tripartite de meeste kans maakt.

Groen heeft nooit veel kans gemaakt om in de Vlaamse of federale regering binnen te breken. Aan Franstalige zijde heeft Ecolo een veel te grote pandoering gekregen om nog veel zin te hebben in welke regeringsdeelname dan ook, en in Vlaanderen staat Groen veel te zwak om zichzelf op eigen kracht in een Vlaamse regering te hijsen. Daar raakt ze immers alleen maar in als aanhangwagen van ofwel de sp.a ofwel via een federaal ommetje Ecolo.

Rampscenario voor Vlaams Belang

Voor het Vlaams Belang lijkt zich het slechts mogelijke scenario te zullen voltrekken. Als de N-VA in de Vlaamse regering raakt maar tegelijkertijd federaal in de oppositie blijft, zit het Vlaams Belang opnieuw met hetzelfde probleem als tijdens de afgelopen regeerperiode. Op het niveau dat er werkelijk toe doet zal de N-VA het oppositielaken naar zich toe kunnen trekken, en daardoor opnieuw het Vlaams Belang in de schaduw stellen. Ondertussen kan de N-VA via de Vlaamse regering wel haar stempel drukken op het beleid en zich verder consolideren. Het Vlaams Belang zal dan de komende vijf jaar veel creatiever uit de hoek moeten komen om het verschil te kunnen maken tegenover de oppositie/regeringspartij N-VA wil het er weer opnieuw staan na de verkiezingen van 2019.

Labels: , , , , , ,

Read more...

17 februari 2014

N-VA op «tram 3», de anderen op het perron? (Hoegin)

Donderdag, op honderd dagen van de verkiezingen, publiceerden Le Soir, RTL, De Morgen en VTM de resultaten van de eerste peiling van 2014. De peiling plaatste de N-VA weer stevig op «tram 3», zoals partijvoorzitter Bart de Wever het onlangs nog verwoordde. Voor de andere Vlaamse partijen waren de resultaten minder opbeurend. Waarschijnlijk zullen ze op 25 mei al tevreden mogen zijn als ze de resultaten van de vorige federale verkiezingen zullen kunnen evenaren.

Beginnen we met de grootste partij van Vlaanderen. Met 32,3% staat de partij weer stevig boven de dertig procent (de «tram 3»). Als we naar de betrouwbaarheidsintervallen kijken, is het volgens deze peiling inderdaad vrijwel zeker dat de partij boven die psychologische drempel zal blijven. Bovendien tempert deze nieuwe uitslag de val in het vlottende gemiddelde, maar het blijft duidelijk dat de partij in de peilingen over een piek heen is. In combinatie met een geslaagd congres plaatst deze peiling de partij echter opnieuw in een winning mood, dat wil zeggen: minstens tot een eventuele andere peiling een tegenvallend resultaat zou tonen.

Zou men bij de CD&V tevreden zijn met deze peiling? Enerzijds bevestigt deze peiling de stijgende trend waarin de partij het laatste jaar zit. Het ziet er dan ook naar uit dat de partij het resultaat van 2010 wel degelijk zal kunnen evenaren. Anderzijds heeft de partij bij monde van partijvoorzitter Wouter Beke voor zichzelf de lat op twintig procent gelegd, en dat lijkt voorlopig toch nog een trapje te hoog. Helemaal onmogelijk zou zo'n score niet zijn volgens deze peiling, maar wel onwaarschijnlijk. Het blijft een raadsel waarom de partijvoorzitter de lat op een onrealistisch hoog niveau heeft gelegd, want zo creëert men natuurlijk zelf zijn eigen verkiezingsnederlaag.

Bij achtervolger Open Vld zal men ongetwijfeld tevreden geweest zijn over de populariteit van Maggie de Block, die bovenaan de pop-poll die bij deze peiling hoort prijkt. Maar kijken we naar de uitslag van de partij zelf, dan is het resultaat toch eerder een afknapper na de stijgende trend van het laatste jaar. Net zoals de CD&V zit de partij vast op het niveau van de federale verkiezingen van 2010. Populaire figuren in eigen rangen hebben is blijkbaar geen voldoende voorwaarde om het ook goed te doen in de peilingen–en straks misschien ook in de verkiezingen?

Die andere federale regeringspartij, de sp.a, zal volgens deze peiling al heel tevreden mogen zijn als ze nog maar in de buurt van het resultaat van 2010 kan uitkomen. De partij blijft het in de peilingen slecht doen, deze keer trouwens exact ex æquo met de Open Vld. Het resultaat kan nochtans niet verklaard worden door goede resultaten voor extreem-links, want PVDA doet het in deze peiling ook niet bijster goed met slechts 2,7%. Mogen we trouwens even kwijt dat commentaren als zou de partij het beste programma in jaren hebben, veel meer zegt over de politieke sympathieën van de commentator in kwestie dan de échte kwaliteit van dat partijprogramma? We hebben immers zo'n vermoeden dat N-VA-sympathisanten het N-VA-programma het beste in jaren vinden, CD&V-sympathisanten dat van de CD&V, enz…

Voor het Vlaams Belang kan deze peiling niets anders dan barslecht genoemd worden. Blijkbaar had de partij in de peilingen dan toch nog geen bodemkoers bereikt, hoewel ze de laatste tijd haar zelfvertrouwen weer wat hervonden had. Met een score van 7,6% kan de partij absoluut niet tevreden zijn, niet alleen omdat ze daarmee diep onder de psychologisch grens van de tien procent zit, maar ook omdat ze daarmee achter Groen belandt. Zakt de partij nog verder komt zelfs de kiesdrempel stilaan in zicht.

Groen blijft zwalpen tussen de 6 à 9%, maar kan zich deze keer dus verheugen over het feit dat het groter wordt dan Vlaams Belang. Of misschien correcter: dat Vlaams Belang kleiner dan Groen wordt. Zoals reeds vermeld doet de PVDA het deze keer niet zo goed, en ook voor LDD is deze peiling met een resultaat van slechts 1,7% geen reden om de champagnekurken te laten knallen.

Een projectie van de resultaten van deze peiling op de Vlaamse kieskringen levert voor het Vlaams Parlement een zetelverdeling op die een comfortabele meerderheid voor een N-VACD&V-regering toont. Ook N-VA–Open Vld en N-VA–sp.a zijn in principe mogelijk, maar met slechts één zetel op overschot toch wel heel krap. Een V-meerderheid is nog slechts een verre droom. Merken we trouwens op dat de PVDA in deze simulatie geen zetel haalt: in de Antwerpse kieskring zou ze in principe genoeg stemmen halen voor één zetel, was er niet de kiesdrempel van vijf procent.

CD&V, Open Vld en sp.a komen samen niet aan een meerderheid, en dat is toch wel een belangrijke nuance bij het artikel in Knack waarin gesteld wordt dat «[k]iezers CD&V, Open Vld en sp.a […] coalitie met N-VA niet [zien] zitten». Alvast in het Vlaams Parlement zal men immers hoe dan ook een meerderheid aan Vlaamse zijde moeten vinden om een Vlaamse regering te kunnen vormen. Dat betekent dat er dan met de N-VA gesproken zal moeten worden, tenzij men zijn toevlucht wil nemen tot een monstercoalitie van CD&V, Open Vld, sp.a en Groen.

Voor het Europees Parlement kan de N-VA volgens deze peiling op vier zetels rekenen. CD&V, Open Vld en spa. halen ieder twee zetels, terwijl Vlaams Belang en Groen tevreden moeten zijn met slechts één zetel. Merk op dat Steven Vanackere, derde op de CD&V-lijst, daarmee niet verkozen raakt. Meer zelfs, volgens deze peiling haalt de N-VA eerst nog een vijfde zetel binnen vóór de CD&V een derde Europees zitje krijgt. De CD&V zal het dus beduidend beter moeten doen, en de N-VA beduidend slechter, wil Steven Vanackere verkozen raken. Een echte strijdplaats kan men de derde plaats op de CD&V-lijst dan ook niet bepaald noemen. Over de persoonlijke score van Steven Vanackere hebben we het dan nog niet gehad.

Aan de andere zijde van de taalgrens is het duidelijk dat de PS tegenwoordig in slechte doen is in de peilingen. De partij behaalt haar slechtste resultaat in jaren, en zakt verder onder de grens van de dertig procent. Wie naar de betrouwbaarheidsintervallen voor deze peiling kijkt merkt trouwens op dat de MR stilaan in het vaarwater van de PS begint te komen, ook al gaat de MR zelf er niet bepaald op vooruit. Achtervolgers cdH en Ecolo doen het goed noch slecht, en blijven rond hun resultaten van de laatste drie jaren schommelen.

Bij de kleinere partijtjes vielen er twee opvallende resultaten te noteren. Het extreem-linkse PTB noteerde met een stevige score van 6,7% opnieuw boven de kiesdrempel. De partij is daarmee quasi zeker van een zetel of misschien zelfs meer in de Kamer. Maar ook de PP kwam met 5,6% voor het eerst sedert we de peilingsresultaten van die partij bijhouden boven de kiesdrempel uit. Ligt het aan het Europees lijsttrekkerschap van Luc Trullemans? Het is duidelijk dat er zich niet alleen aan de uiterst linkse kant van het Waalse politieke spectrum interessante bewegingen voordoen…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

12 oktober 2013

Te vroeg gepiekt? (Hoegin)

Vrijdagavond publiceerden De Standaard en de VRT de resultaten van een nieuwe opiniepeiling. In de bijhorende analyses werd vooral ingezoomd op het resultaat van de N-VA, dat voor het eerst sedert de federale verkiezingen van 2010 netto op verlies staat. Dat verlies is weliswaar uiterst miniem, maar tegelijkertijd wel de ultieme bevestiging dat de piek voor de Vlaams-nationalistische partij met scores tot veertig procent voorbij is.

Voor de N-VA voltrekt zich stilaan een waar horrorscenario. Amper enkele maanden geleden was het niet geheel onrealistisch om nog te dromen van scores tegen de veertig procent aan. De partij was virtueel incontournable op Vlaams niveau, en daarmee leek een heruitgave van de regering–Di Rupo na 25 mei 2014 een moeilijke klus te worden.

Vandaag staan de zaken er anders voor. Voor het eerst sedert de federale verkiezingen van 2010 haalt de partij in een peiling een score lager dan haar uitslag van toen voor de Kamer. Toch zou het verkeerd zijn de partij nu al bij de verliezers te plaatsen. Een maand geleden haalde de partij in een peiling van La Libre Belgique nog 35,5%, terwijl Le Soir de partij 30,7% gaf. Dat is een belangrijke nuance bij de vele kranten- en andere commentaren die dit week-end het minieme verlies van de N-VA dik in de verf wilden zetten. Meer zelfs, als we alleen maar naar de wiskunde van de drie laatste peilingen kijken, is de N-VA vandaag de enige partij in Vlaanderen die statistisch gezien 99,9% zeker is van winst tegenover de laatste verkiezingen. Maar psychologisch ziet het plaatje er natuurlijk helemaal anders uit.

Ook over de oorzaken van de «achteruitgang» van de N-VA –voor zover die er dus zou zijn– werd dit week-end wat afgeanalyseerd. Dat een partij tussen twee verkiezingen door fenomenaal piekt is zeker geen unicum in de Vlaamse geschiedenis. Vraag het maar aan Jean-Marie Dedecker, die het vijf jaar geleden aan den lijve mocht ondervinden. Maar voor wat het waard is: persoonlijk denk ik dat het probleem in de eerste plaats aan de overvolle agenda van Bart de Wever ligt. De partijvoorzitter/burgemeester van Antwerpen geeft de laatste maanden een nogal afgematte indruk. Zijn afstandelijke houding bij de Blijde Intrede van koning Filip in Antwerpen leek wel deels geïnspireerd door slaapgebrek, en dus niet alleen republikeinse gevoelens. Maar ook: als hij nog eens met een woordje Latijn uitpakt, dan voelt het flets, krampachtig en vooral ook erg vergane–glorie aan. Misschien zou een beetje meer vrije tijd voor de partijvoorzitter om wat te herbronnen al meteen een positief effect kunnen hebben op de uitslag van de N-VA in de volgende peilingen, om over de verkiezingen nog maar te zwijgen?

Een partij die het alvast in de analyses van de opiniepeilingen goed doet, is de CD&V. In de peilingen zelf blijft de partij immers kwakkelen rond haar verkiezingsuitslag van 2010, en is ze op dit ogenblik helemaal niet zeker van enige winst. Meer zelfs, partijvoorzitter Wouter Beke legde verleden week de lat voor de partij op 20 procent, en daar blijft de partij voorlopig nog een eindje onder.

Eenzelfde fenomeen doet zich voor bij de Open Vld. De partij klimt in de peilingen inderdaad uit een diep dal, maar staat tegenover de laatste verkiezingen nog steeds op licht verlies. De populariteit van Maggie de Block kan daar voorlopig nog maar weinig aan verhelpen. De populariteit van die laatste contrasteert overigens fel met de mediasteun die Navid Sharifi kreeg. Sommige commentatoren gebruiken in dat verband dan ook het woordje «ondanks», maar het zou best wel eens kunnen dat Maggie de Blocks populariteit er net gekomen is dánkzij haar consequente houding bij de uitwijzing van deze charlatan. Vraag is alleen maar hoe lang zij dat beleid verder zal mogen zetten.

Want inderdaad, waar er psychologische winnaars zijn, zijn er ook psychologische verliezers. Meer zelfs: op dit ogenblik is de sp.a de enige Vlaamse partij die volgens de peilingen zelfs nog geen schijn van kans maakt om haar laatste verkiezingsresultaat te benaderen. Combineer dat met de slechte peilingsresultaten van de PS in het zuiden van het land, en het laat zich raden dat de komende maanden best nog wel eens «interessant» zouden kunnen worden in de federale regering. Het valt in ieder geval wel op dat het populisme van Johan vande Lanotte –in sommige media aan de lopende band net niet uitgeroepen tot Redder des Vaderlands, of toch zeker de Behoeder van de Portemonnee van «de Mensen»– niet aanslaat. Men kan dan wel analyseren dat het «recept B» van Elio di Rupo begint te werken, het «recept S» van Johan vande Lanotte doet dat voorlopig toch nog niet.

Vlaams Belang blijft worstelen met de psychologische drempel van de 10 procent. De laatste peilingen plaatsen die partij net boven die grens, en vrijwel zeker boven haar abominabel resultaat van de provincieraadsverkiezingen van een jaar geleden. Een evenaring van de verkiezingsresultaten van 2010 zit er echter voorlopig toch nog niet in.

Opmerkelijk is het resultaat van Groen: die partij haalt in deze peiling immers haar beste resultaat van de laatste tien jaar. Daar hoort echter de nuance bij dat de partij in de peiling van Le Soir verleden maand zo slecht scoorde dat zelfs de kiesdrempel weer in zicht kwam. Statistisch gezien staat de partij vrijwel zeker op winst tegenover de laatste federale verkiezingen, maar anderzijds niet bepaald veel hoger dan wat ze verleden jaar reeds voor de provincieraden behaalde.

Bij LDD blijft de ellende aanhouden: de partij blijft ver onder de kiesdrempel. Vermoedelijk zal alleen een eventueel persoonlijk sterk resultaat van Jean-Marie Dedecker in West-Vlaanderen de partij in de verscheidene parlementen kunnen houden.

Dan staat de PVDA er veel beter voor. De partij haalt in deze peiling haar beste resultaat van de laatste twee jaar, maar de kiesdrempel is alvast op Vlaams niveau nog steeds veraf. Lokaal ziet de situatie er echter heel anders uit. Volgens een simulatie op basis van de peiling van dit week-end haalt de partij in de kieskring Antwerpen niet één, maar zelfs twee zetels in het Vlaams Parlement. En wat meer is: zonder kiesdrempel zou daar zelfs nog een derde zetel bijkomen uit de kieskring Oost-Vlaanderen.

Wat die zetelverdeling betreft kan opgemerkt worden dat de twee grootste partijen, N-VA en CD&V, deze keer samen net niet meer aan een meerderheid geraken. Dat betekent dat er na 25 mei 2014 vermoedelijk opnieuw minstens drie partijen in de Vlaamse regering zullen moeten zitten. Eén voorbeeld van zo'n drie-partijencoalitie is de huidige, die nog steeds over een ruime meerderheid zou beschikken. Maar ook de «Antwerpse coalitie» van N-VA, CD&V en Open Vld kan rekenen op een stevige meerderheid. De federale regeringspartijen CD&V, Open Vld en sp.a komen samen nog steeds niet aan een meerderheid in het Vlaams Parlement, maar de afstand tot het benodigde aantal zitjes is vandaag opmerkelijk kleiner dan enkele maanden geleden. Van een V-meerderheid is ondertussen geen sprake meer.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

6 oktober 2013

Wouter Beke legt de lat op 20 procent (Hoegin)

Naar aanleiding van zijn herverkiezing als partijvoorzitter was Wouter Beke zo boud om de lat voor de CD&V in 2014 op 20 procent te leggen. Als je kijkt naar de historische trend van de laatste zestig jaar, de peilingen van de laatste jaren, of de uitslag van de laatste federale verkiezingen, dan is het duidelijk dat dit een bijzonder ambitieus doel is voor de CD&V. Wouter Beke zelf trekt zich echter op aan het resultaat van de provincieraadsverkiezingen in 2012. Of legt hij gewoon de lat zo hoog dat het ongevaarlijk wordt eronderdoor te gaan?

Beginnen we met de historische trend. In 1946 startte de partij met een score van 56,2% in Vlaanderen, en steeg in 1960 met 60,4% zelfs even boven de kaap van de zestig procent uit. Sindsdien gaat het gestaag bergaf met de christen-democratie in Vlaanderen, met als voorlopig dieptepunt de verkiezingen van 2010. De partij haalde toen voor de Kamer 17,6% van de stemmen, en zakte voor de Senaat zelfs verder door tot 16,1%. Al naargelang je op de verkiezingsresultaten van de CVP/CD&V een lineaire of een logaritmische regressie toepast kom je uit op een achteruitgang van gemiddeld 0,63% per jaar of een halvering eens om de veertig jaar.

Wat betekent dit, in mensentaal, voor de verkiezingen van 2014? Dat, tenzij er zich een trendbreuk zou voordoen, de CD&V op 25 mei 2014 ergens tussen de 10 en de 22 procent zal scoren, met als meest waarschijnlijke uitslag 15–16 procent. Een score van 20 procent of meer is dus zeker niet uitgesloten, maar niet erg waarschijnlijk. En een trend die al meer dan zestig jaar stand houdt ombuigen is geen sinecure, zeker niet als men ze in positieve zin wil ombuigen. De laatste jaren hebben slechts twee politici een historische trend weten om te buigen: Guy Verhofstadt in negatieve zin voor het liberalisme, en Bart de Wever in positieve zin voor het Vlaams-nationalisme.

Over naar de peilingen. Daar moeten we al terug naar de peiling van De Standaard en VRT van 2 april 2010 voor een score van 20 procent of meer. Sindsdien kwam de partij zelfs niet meer boven de 19 procent uit, behalve dan in die ene peiling van 7 oktober 2011 bij diezelfde peiler. De laatste maanden zien we echter een lichtjes positieve trend voor de CD&V in de peilingen. In de twee peilingen van verleden maand scoorde de CD&V bij Le Soir 17,2%, en bij La Libre Belgique 17,3%. Zonder rekening te houden met eventuele systematische scheeftrekkingen of andere methodologische problemen levert dat een kans op van ongeveer 0,2% om boven de 20 procent uit te komen. Of nog, op basis van deze twee peilingen is het een veiligere gok om op 25 mei 2014 met drie dobbelstenen in één keer drie zessen te smijten dan erop te wedden dat de CD&V boven de lat van Wouter Beke springt.

Wat dan met die provincieraadsverkiezingen? De CD&V haalde op 14 oktober 2012 inderdaad 21,4% van de stemmen voor de provincieraden. Sommigen menen dat dit in verband staat met de gemeenteraadsverkiezingen: lokaal populaire CD&V-burgemeesters zouden voor CD&V-stemmen in de provincieraden zorgen. Ik betwijfel echter of kiezers die in 2010 nog voor de N-VA stemden in 2012 «per ongeluk» opnieuw voor de CD&V zouden stemmen. Mijn vermoeden is dat enkele N-VA-kiezers uit 2010 teruggevloeid zijn naar de CD&V, omdat zij niet helemaal tevreden waren met de gang van zaken rond de regeringsvorming. Maar meer nog, dat voor een aantal kiezers de provincieraden zo onbekend en zo onbelangrijk zijn, dat zij vinden dat daar geen «kracht van verandering» nodig was. Het is dan maar de vraag of Wouter Beke volgend jaar opnieuw op die groep kiezers zal kunnen rekenen, wanneer het over de federale en de regionale verkiezingen gaat – met bijhorende verkiezingscampagne.

Op dit punt moeten we toch zeggen dat 20 procent al bij al een beetje een merkwaardig doel is. Als Wouter Beke echt de provincieraadsverkiezingen als referentiepunt wil gebruiken, waarom legt hij de lat dan niet op die uitslag – 21,4%? Zo zeker is hij blijkbaar dan toch niet van zijn stuk, want hij stelt zich in 2014 al tevreden als de achteruitgang voor zijn partij niet meer dan 1,4% bedraagt. Ter vergelijking: zoals het er nu naar uitziet zal de N-VA de verkiezingen van 2014 in de media verliezen als ze er niet minstens een procent of drie–vier bij doet.

Zoals altijd, en dan zeker bij de CD&V, geldt ook hier dat er een «voor» en een «na» de verkiezingen is. De 20 procent zijn immers niet meer dan een pose vóór de verkiezingen, die moeten dienen om de partij te onderscheiden van de sp.a en de Open Vld. Van zodra echter op 25 mei 2014 de eerste resultaten zullen binnenkomen, zullen de provincieraadsverkiezingen van 2012 geruisloos uit de CD&V-communicatie verdwijnen. Haalt de partij bijvoorbeeld 19,8% van de stemmen, dan zal er alle nadruk op gelegd worden dat de partij erop vooruitgaat tegenover 2010, niet dat ze erop achteruitgaat tegenover 2012. Of hoe «christen»-democraat Wouter Beke vandaag al de leugen van 25 mei 2014 voorbereidt…

Labels: , , ,

Read more...

3 oktober 2013

Aan wie de 16? (Hoegin)

Rik van Cauwelaert noemde het in De Tijd «politieke gezelschapsspelletjes»: met nog meer dan negen maanden te gaan tot de verkiezingen schrijven de journalisten zich krom over wie kandidaat is om Elio di Rupo op te volgen. Waarna hij zelf het gerucht lanceert dat zowel Elio di Rupo als Paul Magnette zouden azen op… een Europees commissariaat!

Regering–De Wever-Reynders

Het scenario duikt af en toe op, en het klinkt goed, zo'n herstelregering–De Wever-Reynders als tegenbeeld van een regering–Di Rupo II. Maar welke partijen zouden aan zo'n regering kunnen deelnemen? N-VA en MR om te beginnen natuurlijk, en in het zog van de MR ook de Open Vld. Maar wie regeert er dan nog mee? De CD&V en cdH? Dat wordt aan Vlaamse zijde dan een zogenaamde Antwerpse coalitie, maar aan Franstalige zijde vooral een minderheidscoalitie. Benieuwd of de Franstaligen volgend jaar al even principeloos zullen willen zijn als de Vlamingen in 2011. Met een centrum-rechtse overwegend Vlaamse federale regering, en als reactie daarop misschien wel een links-linkse Waalse regering van PS en Ecolo staan we dan misschien wel voor zeer interessante tijden in het zuiden van het land.

Persoonlijk houden we het dus op een voortzetting van de huidige regering. Grootste argument voor zo'n scenario is dat alle ervaring leert dat Vlaamse politici veel gemakkelijker buigen dan Franstalige. Enige mogelijke spelbreker voor dit scenario: de Vlaamse kiezer, als die de N-VA en het Vlaams Belang in het Vlaams Parlement zo groot maakt dat een Vlaamse afspiegelingsregering zonder N-VA niet meer mogelijk is.

V-meerderheid

Maar wat dan nog? Ons vermoeden: dan verandert er op federaal vlak niets, en krijgen we op Vlaams niveau een Antwerpse coalitie. Als je ziet hoe de federale begroting vandaag mismeesterd wordt, zou je gaan vermoeden dat men zelfs doelbewust aanstuurt op een economisch rampenscenario, waarbij er na 26 mei 2014 in alle haast een federale regering gevormd zal móeten worden omwille van de «financiële markten». Met andere woorden, een voortzetting van de huidige regering–Di Rupo, omdat er geen tijd zal zijn om te neuten over confederalisme. En al zeker niet als de Rode Duivels op hetzelfde ogenblik wereldkampioen spelen in Brazilië.

Wouter Beke zal de N-VA dan met plezier voor de keuze plaatsen: Vlaanderen maandenlang in een bestuurlijke chaos storten terwijl de CD&V in de federale regering haar «verantwoordelijkheid opneemt», of braafjes met hen (eventueel aangevuld met de Open Vld) een Vlaamse regering vormen en de kracht van verandering uitstellen tot 2019. Zolang de N-VA bij voorbaat revolutionaire toestanden afzweert heeft Wouter Beke geen reden om met de N-VA veel rekening te houden bij de vorming van een federale regering.

IJdeltuit Di Rupo

In ons lijstje staat Elio di Rupo dan ook nog steeds met stip op nummer één om zichzelf op te volgen na 25 mei 2014. En zoals de zaken er op dit ogenblik voorstaan –rebus sic stantibus, zou Bart de Wever zeggen– zal dat zelfs nadrukkelijk zonder de N-VA moeten zijn. Sedert 13 mei 2010 is er, buiten de provincieraadsverkiezingen, nog geen enkele peiling verschenen die de N-VA onder de dertig procent plaatst. Zelfs die dertig procent zou nog een winst van 1,8% zijn tegenover de laatste federale verkiezingen, en dus mogen we er gerust van uitgaan dat de N-VA na de volgende verkiezingen in de federale Kamer nog groter zal zijn dan ze nu al is. Bij de PS is het dan weer van eind 2011 geleden dat de partij nog gepeild werd op een niveau dat vergelijkbaar is met de laatste federale verkiezingsuitslag, want sindsdien staat de partij op verlies. Conclusie: in de volgende federale Kamer zal de N-VA niet alleen groter dan de PS zijn, ze zal afgetekend groter dan de PS zijn.

Je ziet dan ook van hier dat Elio di Rupo premier zal willen spelen in een regering waarin de N-VA een kop groter is dan zijn eigen PS. Wie denkt dat dit betekent dat de N-VA dan de premier zal moeten leveren is echter van een goed jaar. Koning Philippe die de eed afneemt van eerste minister Bart de Wever? Neen, de enige mogelijke oplossing is dat de N-VA opnieuw uit de federale regering gehouden wordt. Onze kakelverse koning-met-een-missie zal over zo'n hyperdemocratisch manœuvre zeker geen problemen maken.

Drama queen zkt camara's

Dat Elio di Rupo zou azen op een Europees commissariaat lijkt ons dan ook een lachertje. Hoe vaak komt zo'n Europees Commissaris in de pers? Alleen als hij blundert, of als hij als zwarte piet kan dienen in één of ander nationaal debat. Zelfs de «hoge vertegenwoordiger» voor buitenlandse zaken en veiligheid Catherine Ashton –wie kent haar?– komt amper in het nieuws. Karel de Gucht zou zich trouwens met geen Menense pictogrammen bezighouden als hij daar in de Europese Commissie niet totaal zat te verwelken (of de vloer aangeveegd werd door Chinezen).

Nog eentje: als de uitslag van de PS tegenvalt, en Waals klein-links enkele zetels haalt, zou Elio di Rupo liever naar de oppositie trekken om zijn partij te laten herbronnen. Alsof dat enige garantie zou geven dat hij er in 2019 dan wel bij zal zijn. Detail: in 2019 wordt hij trouwens 68 jaar.

Neen, ze gaan een heel straf postje moeten uitvinden om Elio di Rupo vrijwillig uit «de 16» weg te krijgen. En na de passage van Herman van Rompuy als Europees «president» is het eerder twijfelachtig of er in 2014 veel vette postjes voor Belgen beschikbaar zullen zijn.

Bart de Wever

Hij mag zeggen wat hij wil, maar Bart de Wever is op dit ogenblik de enige natuurlijke kandidaat-premier van de N-VA. Elke andere N-VA-kopman of -vrouw is slechts tweede keus. En we zijn het niet persoonlijk gaan rondvragen onder de N-VA-leden, maar we hebben een sterk vermoeden dat ze er zo ongeveer allemaal hetzelfde over denken, op twee na. De ene zit in Antwerpen, en zegt dat hij niet beschikbaar is. De andere zit in Gent, en dacht dat hij eind augustus zijn federaal regeringsakkoord al uit de doeken mocht doen in een interview met De Standaard. Dat laatste was, zoals ondertussen bekend, «voor zijn beurt gesproken».

Bart de Wever zit natuurlijk wel met hetzelfde probleem waar Jannie Haek mee geplaagd zat: zoals die laatste zijn opzegpremie thuis niet uitgelegd kreeg, zo krijgt Bart de Wever een federaal premierschap thuis niet uitgelegd. Net zoals het ook niet snor zit met het confederalisme van de N-VA. Ironisch, dat op dit ogenblik net het communautaire het zwakke punt is van wat ooit als een communautaire one-issue-partij vertrokken is…

Didier Reynders

Didier Reynders zou natuurlijk maar wat graag eerste minister van België worden. Maar iets zegt ons dat de man intelligent genoeg is om te weten dat dat weinig waarschijnlijk is, tenzij zich één of andere bijzonder opportuniteit zou voordoen. Enerzijds maakt hij geen kans mét de PS in de federale regering, en anderzijds maakt een federale regering zonder PS geen of weinig kans. Maar je weet natuurlijk nooit. In 2010 zag het er immers lang naar uit dat de MR en de Open Vld zelfs de regeringsbanken niet zouden halen.

Kris Peeters of Wouter Beke

Kris Peeters die liever niet premier zou willen worden, het klinkt een beetje als een Yves Leterme die de huwelijkstrouw predikt. Weinig geloofwaardig dus. Al was het maar omwille van de dure eden die ook die laatste zwoer toen híj Vlaamse minister-president was. Het scenario, waarbij Kris Peeters Wouter Beke federaal zou laten voorgaan, is zo mogelijk nog gekker. Welke paddenstoelen moet je al gegeten hebben om in alle ernst te kunnen beweren dat een CD&V'er geen Belgisch postje zou ambiëren, of woord zal houden?

Er zijn echter twee dingen die ervoor zorgen dat CD&V vandaag geen openlijke kandidaat naar voren schuift. Ten eerste: het is een gemakkelijke manier om het zwakke punt van de N-VA in de schijnwerpers te plaatsen. En ten tweede: het pijnlijke besef dat Kris Peeters niet alleen geen kandidaat van rang 1 is, maar ook niet van rang 2 (Didier Reynders of Bart de Wever), doch slechts rang 3. Zeg maar de categorie waar ook Johan vande Lanotte en Alexander de Croo spelen dus. Pijnlijk, voor een partij die ooit volstrekte meerderheden haalde in Vlaanderen.

Dit artikel verscheen op 18 september 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

27 augustus 2013

BHV: De Vlaming betaalt (Hoegin)

Verleden week bracht de krant De Tijd de resultaten van de werklastmeting in het gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde. Niet echt een primeur, want de resultaten waren eind juni ook al eens uitgelekt. Uit het KPMG-rapport blijkt echter wat iedereen eigenlijk al lang wist, namelijk dat de gehanteerde 80F/20N-verdeling voor de benoeming van de rechters langs geen kanten klopt. Iedereen, behalve de institutionele partijen natuurlijk. Die gaven deze keer eerst niet thuis, om vervolgens doodleuk te verklaren dat er eigenlijk geen probleem is. Wel een beetje merkwaardig dat diezelfde institutionele partijen de Franstaligen echter niet met de cijfers van het bewuste rapport willen confronteren, om hen niet te «bruuskeren». Als er echter één ding zeker is, dan wel dat de Vlaming alweer zal mogen betalen. Bij het kabinet van staatssecretaris Servais Verherstraeten was men er in ieder geval als de kippen bij om onmiddellijk al tegemoetkomingen… voor de Franstaligen klaar te stomen.

Bij de «splitsing» (eigenlijk een ontdubbeling zoals de Franstaligen eisten, en geen splitsing zoals de Vlamingen vroegen) van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde werd overeengekomen dat de rechters in Brussel voortaan in een verhouding 80F/20N benoemd zouden worden. Het zou de voormalige minister van Justitie Stefaan de Clerck geweest zijn die verantwoordelijk is voor de foute verdeelsleutel, maar het feit alleen al dat aan Vlaamse zijde niemand openlijk verantwoordelijk wil tekenen voor die verdeelsleutel zegt genoeg. Veel verder dan «dit is nu eenmaal het resultaat» en «meer zat er niet in» geraakt men daar niet, en dus berust men maar in de feiten. Voldongen feiten kan men zelfs stilaan zeggen, want de Nederlandstalige uitloop bij de Brusselse rechtbanken kwam onmiddellijk na het akkoord al meteen op gang.

In het akkoord werd wel een klein veiligheidsventieltje ingebouwd: de cijfers zouden later aangepast worden aan de resultaten van een werklastmeting, en dus was er voor de Vlaamse partijen geen vuiltje aan de lucht. De Franstalige partijen noteerden vooral dat de verdeelsleutel 80F/20N binnen was, en dat het daar dan ook wel zou bij blijven.

Methode van de schuif

Het zal de lezer wel niet verwondering dat de bestelling van de werklastmeting nogal wat voeten in de aarde had. Maar wonder boven wonder, ze kwam er uiteindelijk toch, en wat misschien wel een unicum in de Belgische geschiedenis moet zijn: de Vlamingen hoefden er niet eens extra voor te betalen. Meer zelfs, eens de studie bij KPMG besteld, werd ze nog uitgevoerd ook, en de resultaten samengevat in een rapport. Om vervolgens in de schuif van staatssecretaris Servais Verherstraeten te belanden, en daar ook te blijven liggen.

Waarom bleef dat beruchte KPMG-rapport zo lang in de schuif van Servais Verherstraeten liggen? Volgens de geruchten omdat men de Franstalige partijen dus niet wou «bruuskeren» met de resultaten. En dat is op z'n minst toch een merkwaardige gang van zaken. Als er immers één zijde is die zich door de cijfers in dat rapport gebruuskeerd zou moeten voelen, dan toch wel de Vlaamse. Het is nu immers voor iedereen duidelijk dat de oorspronkelijke 80F/20N-verdeelsleutel niets anders dan een geval van platte oplichterij was. In een normale wereld zouden het dan de Vlamingen moeten zijn die verontwaardigd reageren, en de Franstaligen vervolgens met tegemoetkomingen op de proppen moeten komen. Morele schadevergoeding heet zoiets in juridisch jargon.

Belgische meerwaarde

Niet zo in België anno 2013, dat volgens de institutionele partijen nog steeds een meerwaarde betekent voor Vlaanderen. Daar zijn het immers de Franstaligen die verontwaardigd reageren op de resultaten van het rapport, en de Vlamingen die al onmiddellijk de portefeuille bovenhalen om nog eens te mogen betalen. Vooral straf is dat de Franstaligen niet alleen de resultaten van het rapport van de hand wijzen, maar ook de gebruikte methode, en bovendien uitschreeuwen dat de vertaling van het rapport een belediging voor de Franse taal zou zijn. Nog goed dat de Belgische staat nooit een rapport, wettekst of mededeling heeft afgeleverd die als een belediging aan het adres van de Nederlandse taal opgevat kon worden!

Ik vraag mij trouwens af wat dat precies wil zeggen: een te Vlaamse methode om de werklast te meten. Is het soms zo dat Vlaamse dossiers in Franstalige ogen fundamenteel minder wegen? Of hebben Franstalige rechters voor hetzelfde werk een beetje meer denkwerk nodig, kwestie van hun nobele Franstalige hersenen niet te zeer te pijnigen? Dat geen enkele Vlaamse krant bij die Franstalige politici wilde informeren hoe dat precies in mekaar zat!

«Trotse» Wouter Beke niet thuis

De reactie van de Vlaamse institutionele partijen was bijzonder treffend: men gaf gewoonweg niet thuis. Ik kan de lezer overigens aanraden eens in het archief van DeRedactie.be te duiken en er de zoekterm «BHV» in te tikken. De lijst met hoera-interviews, en dan in het bijzonder van de «trotse» Wouter Beke, zijn om van te smullen. En ook de titel van de 11 juli-boodschap van Wouter Beke in 2012, vlak voor de goedkeuring van het akkoord, kon tellen: «Voortaan moeten de speeches niet meer gaan over BHV».

Mij viel vooral op hoe de media op hun beurt reageerden op de afwezigheid van enige reactie bij de institutionele partijen: niet. Het illustreerde nog maar eens het probleem met de «Vlaamse» media: op cruciale momenten, wanneer blijkt dat een communautair akkoord op een ronduit criminele manier nadelig is voor de Vlamingen en de institutionele partijen met de broek op hun enkels gesnapt worden, pleegt wat de vierde macht zou moeten zijn weer eens schuldig verzuim. Geen enkel medium met een beetje plichtsbesef tegenover de eigen gemeenschap zou toelaten dat één van die vier institutionele partijen de ene dag niet thuis zou kunnen geven, om vervolgens een dag later al doodleuk over een ander thema geïnterviewd te worden zonder ook maar één lastige vraag. Zo láát men die vier institutionele partijen met hun crimineel bedrog wegkomen, en die institutionele partijen weten dat maar al te goed.

Franstalig geheugenverlies

Ook het opmerkelijke feit dat men de eerste dag niet wou te reageren, om zich vervolgens de tweede dag dan toch plots te herinneren dat er helemaal niet opnieuw onderhandeld dient te worden, werd nergens in de media wat meer belicht. Zou de stelling dat de resultaten van de werklastmeting automatisch de 80F/20N-verdeelsleutel teniet doen werkelijk kloppen? Merkwaardig dat de Franstaligen zich zoiets uitdrukkelijk niet kunnen herinneren. De lezer zal wel weten wat dat betekent: de Vlamingen zal betalen. Het is immers best mogelijk dat zowel de letter als de geest van de wet de Vlaamse partijen gelijk geeft, het zal uiteindelijk toch de Franstalige interpretatie zijn die uitgevoerd wordt. Vraag het maar eens na in de faciliteitengemeenten…

Maar ook minister van Justitie Annemie Turtelboom schijnt zich geen automatisch mechanisme in het akkoord te kunnen herinneren. Zoals we ['t Pallieterke] op 10 juli al schreven, stelde Vlaams Belanger Bart Laeremans haar immers op 4 juli al een kritische vraag over de eerste lekken van het KPMG-rapport. Haar antwoord, en let op de voorwaardelijke wijs wat de beslissing betreft, luidde als volgt: «Het monitoringcomité, dat is samengesteld uit de premier, de twee staatssecretarissen bevoegd voor institutionele hervormingen en de acht partijvoorzitters, zal op basis van die definitieve en gevalideerde resultaten beslissen of de kaders moeten worden aangepast.» Eén Franstalige partijvoorzitter die dwars ligt, en de kaders worden dus helemaal niet aangepast.

Zijn Vlamingen mensen?

Maar ten gronde: wat voor onzinnig akkoord was dat eigenlijk? Hoe is het mogelijk dat het aantal benoemingen van rechters afhankelijk is van één of andere onderhandelde verdeelsleutel, en niet van de reële werklast zonder meer? Dat daarvoor een werklastmeting in het akkoord ingeschreven diende te worden is op zich al een straf verhaal, maar het strafst van al is toch wel dat de Franstaligen dit blijkbaar als een punt zagen waarop zij zoveel mogelijk buit moesten binnenhalen. Dat zegt veel over hun fundamenteel gebrek aan respect voor de Vlamingen, die zij nog steeds niet voor volle mensen aanzien.

Want het is toch van twee dingen één: ofwel ziet men België als een soort betalingswerktuig waarmee men Franstaligen aan een goedbetaalde baan als rechter kan helpen, behoefte of geen behoefte. Het enige wat dan telt is dat men in Brussel vier keer meer Franstalige dan Nederlandstalige rechters heeft, desnoods om tijdens de uren maar een potje te kaarten als alle dossiers afgehandeld zijn. Ofwel vindt men gewoon niet dat de Vlamingen in Brussel recht hebben op voldoende rechtsbedeling, en is het enige wat telt dat men in Brussel vier keer minder Nederlandstalige dan Franstalige rechters heeft. De Vlamingen moeten, zo een beetje als koeien en ander huisvee, voldoende opbrengen, en voor de rest niet te veel last verkopen. Een paar rechtertjes kunnen er dus wel af, maar niet zoveel dat ze zouden beginnen denken gelijkwaardig aan de Franstaligen te zijn. En laten we eerlijk zijn: met 20% Nederlandstalige rechters waren de Franstaligen dan al zeer breeddenkend, of moeten we soms ook koeienrechters gaan benoemen, quoi?

Franstalige eisen – Vlaamse beden

Zou er trouwens ook maar ergens één enkele Vlaamse politicus gevonden kunnen worden die in Brussel iets anders zou durven eisen dan dat de rechters er benoemd zouden worden in verhouding tot de reële werklast? Was daar verleden week bijvoorbeeld Karel de Gucht niet die bij de N-VA allerlei vreselijk bloedlijnen wist te ontwaren, die nog net niet rechtstreeks naar Auschwitz leidden? Het moet voor hem toch een koud kunstje zijn om met zijn arendsblik ergens een N-VA'er (of, horresco referens, een Vlaams Belanger!) op te dissen die in Brussel een verdeelsleutel zou willen eisen om er zelfs nog maar een half procentje teveel Vlaamse rechters te benoemen? Ter vergelijking: zelfs de meest welwillende Belgischgezinde Franstalige politicus zou het nog niet invallen de Vlamingen in Brussel toe te staan wat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn: een eerlijke verdeling. Misschien moet mensenrechtenspecialiste Eva Brems zich daar maar eens op toeleggen, in plaats van zich te gedragen als een moslima- en holebirechtenactiviste.

Dit artikel verscheen op 14 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

15 augustus 2013

Een Texaans cowboyverhaal (Hoegin)

In een openhartig interview met Knack deed topeconoom Ivan van de Cloot van de denktank Itinera er verleden week zijn beklag over dat hij bedreigd zou worden. Hij diste daarbij een nogal plastisch verhaal op van hoe een «topminister» tijdens de recentelijke exportmissie naar Houston zou gezegd hebben dat iedereen die kritiek op het ACW had gegeven aangepakt zou worden. In bepaalde kringen werd onmiddellijk moord en brand geschreeuwd, maar is het in de Belgisch/Vlaamse modelstaat wel zo uitzonderlijk dat iemand bedreigd of zelfs gebroodroofd wordt omwille van zijn mening?

Voor de lezers die het interview niet gelezen hebben citeren we even de passage in het Knack-interview waarin Ivan van de Cloot beschrijft wat er zich in Houston zou hebben afgespeeld:
Onlangs reisde er een belangrijke Vlaamse handelsmissie naar de Verenigde Staten. Ik was er niet bij, maar achteraf kreeg ik volgend bericht van wat er gezegd is. (neemt een papier en schraapt de keel): “Op de exportmissie in Houston vertelde een topminister aan de journalisten dat iedereen die kritiek had gegeven op het ACW, één voor één zouden worden aangepakt. En terwijl hij dat vertelde, maakte hij van zijn hand een revolver en schoot hij.”
De George Clooney uit Puurs

Zoals Knack zelf opmerkt namen Vlaams minister-president Kris Peeters en minister Hilde Crevits deel aan die handelsmissie. Wij zouden verder willen opmerken dat Ivan van de Cloot toch het mannelijk persoonlijk voornaamwoord «hij» gebruikt, en niet het vrouwelijke «zij», al kan «hij» in deze context natuurlijk ook geslachtsneutraal gebruikt zijn. Maar zelfs los daarvan hoeven we in tegenstelling tot Doorbraak.be geen vijf journalisten off the record op te bellen om ons net iets levendigers een Kris Peeters voor te stellen die met zijn wijsvinger pief-poef-paf doet dan een Hilde Crevits. Dat Kris Peeters net iets beter op George Clooney lijkt dan Hilde Crevits speelt daarbij natuurlijk niet in zijn voordeel. Anderzijds weet je natuurlijk nooit waartoe Hilde Crevits in staat is na het nuttigen van een sherry of twee–drie in een lokale saloon…

Eén voor één aanpakken

Maar laten we eerlijk zijn: een politicus die dissidente stemmen het zwijgen wil opleggen, sinds wanneer is dat nieuws in België? Laat staan een «politieke bom»? Was het soms niet precies met dat doel voor ogen dat eind vorige eeuw een bepaald centrum werd opgericht, en zelfs de wetgeving werd aangepast? «Eén voor één aangepakt», het had zelfs in de oprichtingsakte kunnen staan.

Waar was trouwens de verontwaardiging van Ivan van de Cloot toen enkele weken geleden de vakbonden nog eens de kieslijsten van het Vlaams Belang tegen hun ledenbestanden hielden, kwestie van ze te kunnen zuiveren van onreinen?

We kunnen Ivan van de Cloot trouwens aanraden nog eens na te lezen hoe het Roger van Houtte bij Gazet van Antwerpen verging toen de socialisten daar eindelijk de macht volledig in handen hadden. Of eens af te spreken voor een goed gesprek met Frank Thevissen. Die is immers ervaringsdeskundige over hoe «vrij» die Vrije Universiteit van Brussel wel was toen de Open Vld niet langer voldoende hoog scoorde in De Stemmenkampioen.

En sommige lezers zullen zich misschien nog Herman de Bode herinneren, al iets dichter bij het werkveld van Ivan van de Cloot. In 2005 werd Herman de Bode bij McKinsey Benelux zachtjes naar de uitgang begeleid wegens zijn ondertekening van het zogenaamde Warandemanifest Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa. Ja, McKinsey Benelux had ook Franstalige klanten, en dus lag enig Vlaams cijferwerk nogal gevoelig. O ja, Herman de Bode zit vandaag in de Raad van Advies van Itinera. Dat kan dus niet moeilijk zijn om één en ander eens intern door te praten…

Belastinginspecties

Overigens kan een eventuele Kaltstellung op meer dan één manier uitgevoerd worden. Iemand als een Barack Obama, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2009 en als een ware Mandela 2.0 reeds lang vóór zijn nominatie uitgeroepen tot een levendige heilige, weet het subtieler aan te pakken. Een paar gerichte belastinginspecties bijvoorbeeld, zoals een aantal denktanks en andere organisaties gelieerd aan de Republikeinse partij mochten ondervinden, kan ook al wonderen doen. Maar we willen minister van Fraudebestrijding John Crombez niet op gedachten brengen…

«Potentiële politieke bom»

Het Texaanse cowboyverhaal dat Ivan van de Cloot in Knack liet optekenen is dus niet zo heel bijzonder, maar het spreekt natuurlijk wel enigszins tot de verbeelding. Interessanter zijn echter de reacties erop.

Zo verwonderen we ons toch wel een beetje over de verbazing die bij de redactie van Doorbraak.be heerste. Zij vonden het immers merkwaardig dat «deze potentiële politieke bom» om half negen 's ochtends nog steeds niet opgepikt was door de nieuwssites van de VRT, De Standaard of De Morgen. De volgende dag was men er nog eens verbaasd, omdat het verhaal in de «grote media» uiteindelijk niet meer aandacht gekregen had dan hier en daar een klein stukje, en een bijzonder smalend cursiefje in De Standaard. Tja.

Ivan van de Cloot fungeert in het Dexia-dossier zo een beetje als een luis in de pels van het establishment. In het bijzonder het ACW wil dit potje zoveel mogelijk gedekt houden, en is dus niet gediend met een topeconoom die steeds weer de puntjes op de i komt zetten. Daar probeert men hem dan ook weg te zetten als een moderne Cassandra, maar net zoals bij Cassandra hebben de onheilsvoorspellingen van Ivan van de Cloot nogal eens de neiging uiteindelijk toch uit te komen.

Di Rupo II

Zoomen we nu even uit. Met zijn onheilsvoorspellingen doorprikt Ivan van de Cloot de geruststellende praatjes van onder meer minister van Financiën Koen Geens over Dexia. Daarmee ondergraaft hij de geloofwaardigheid van de CD&V, en we hoeven er geen tekening bij te maken welke partij daarvan het meest zal kunnen profiteren: de N-VA. De huidige federale regering zal Ivan van de Cloot wel nooit echt in gevaar kunnen brengen, maar een gedestabiliseerde CD&V is geen goed nieuws voor wie na de verkiezingen van 2014 liefst van al Elio di Rupo en zijn «institutionele» coalitie een bisnummer wil zien opvoeren.

We hebben zo een vermoeden dat het gros van de journalisten bij De Morgen, De Standaard en de VRT vooral in dat laatste kamp te vinden is, en Ivan van de Cloot ook maar een beetje vervelend vindt. En dat dus niet alleen omdat hij telkens weer met allerlei moeilijk begrippen en rode cijfertje komt zwaaien. Niet dat men bij De Morgen, De Standaard of de VRT ooit veel sympathie heeft gekoesterd voor de CD&V, maar toch maar liever die partij om Elio di Rupo ook na 25 mei 2014 in het zadel te houden dan, stel je voor, de N-VA.

B/V-breuklijn

En dus hoeft het ook niet verwonderen dat geen enkele journalist zich de episode uit Houston kan herinneren. De opwinding over de hele zaak–Van de Cloot volgt gewoon netjes de V/B-breuklijn, zowel in de traditionele media (kranten, TV, radio) als op sociale media zoals Twitter en Facebook.

Bij de traditionele B-journalisten is de kwestie vermoedelijk niet eens dat men zich de Texaanse episode niet dúrft te herinneren, uit vrees voor de toorn van Kris Peeters, Hilde Crevits of de rest van de CD&V of ACW. Daar lacht men gewoon in zijn vuistje, ongeacht of het verhaal nu waar is of niet. Dat bleek ook duidelijk uit het venijnige stukje in De Standaard, waar men het maar net goed vindt dat Ivan van de Cloot niet alleen de boodschap heeft ontvangen, maar zich ook op een belachelijk gemakkelijke manier te kijk heeft gezet als een hopeloos paranoïde man. En dus ook erg geloofwaardig als hij nog eens de ondergang van heel België voorspelt omwille van Dexia.

Dit artikel verscheen op 7 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Aanvulling: Terzake nodigde deze maandag dan toch Ivan van de Cloot uit voor een gesprek, met als tegenpartij Yves Leterme. Zoals Doorbraak.be terecht opmerkt zorgde die laatste er voor de perfecte bliksemafleider, door er zich te laten ontvallen dat hij «geen goesting» had om mee te doen aan de verkiezingen van 2014. Over de inhoud van het debat werd sindsdien maar bitter weinig meer vernomen in de traditionele media. Wat de «goesting» van Yves Leterme betreft laten we het aan de lezer over om te oordelen of dat iets is waar hij zelf is opgekomen, dan wel dat Wouter Beke of iemand anders uit de CD&V-top hem dat eindelijk dan toch in zijn hoofd heeft kunnen prenten. We merken wel op dat, voor iemand die alleen nog maar internationale «verantwoordelijkheden» nastreeft en liever niets meer te maken heeft met lokale, Belgische politiek, hij amper enkele weken geleden nog toch wel bijzonder snel vanuit Parijs naar diezelfde Terzake-studio's wist te sporen de dag dat koning Albert II zijn abdicatie afkondigde. Maar misschien had Yves Leterme die dag toevallig vrij en was hij daarom eens voor een enkele keer in de buurt van Brussel?

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Read more...

5 juli 2013

Vlaamse onmacht in België


 
De Vives-economen hebben weer eens een monografie klaar met communautaire relevantie: Het genoom van de geldstroom. Vijf KUL- en Vives-economen behandelen de intra-Belgische en intra-Europese geldstromen tussen de gewesten, ook minder voor de hand liggende, zoals veroorzaakt door de nieuwe Financieringswet en door de fiscaliteit. De linkse pers heeft hierop als antwoord alleen de beproefde methode van de persoonlijke verdachtmakingen en noemt Vives een “N-VA-denktank” of erger; maar de harde cijfers blijven ongemoeid overeind.

Behalve het verder documenteren van de onrechtvaardige transfers van Vlaanderen naar Franstalig België, die nog veel groter blijken dan gedacht, toont dit boek het Vlaams-nationaal engagement van uitgever Pelckmans. Dat is nu veruit het belangrijkste publicatiekanaal van flamingantische boodschappen. Ook een andere nieuwe uitgave getuigt daarvan.

Jean-Pierre Rondas is sedert zijn pensionering bij de VRT uitgegroeid tot één van de scherpste pleitbezorgers van het Vlaamse zelfstandigheidsstreven. Dat betekent vooral: doorprikker van de belgicistische leugens waarmee de meeste media en de politici van de traditionele partijen vele Vlamingen en alleszins zichzelf in slaap wiegen. Hij is stichtend lid van de Gravensteengroep, die vanuit progressief standpunt argumenten aandraagt voor de Vlaamse zaak. Zijn nieuwste boek, De hulpelozen aan de macht, bestaat uit een aantal essays, gebaseerd op gelegenheidstoespraken en columns van de jongste twee jaar, over de collaboratie van de gevestigde partijen met het belgicistische plan.

 

CD&V

De foto op de kaft zegt het al: drie onervaren Vlaamse partijvoorzitters die bedremmeld op de achtergrond staan terwijl hun Franstalige collega’s triomfantelijk de onderhandelingen over de vorming van de regering van Elio di Rupo afsluiten. De “Vlaamse B-partijen” hebben door gebrek aan historische dossierkennis en zwak engagement voor hun gemeenschap de Vlaamse belangen uitverkocht. Aangezien de liberalen, socialisten en ook groenen sowieso voor de Vlaamse zaak verloren zijn, richt Rondas zijn pijlen vooral op CD&V. Dat was tot voor héél kort de Vlaamse volkspartij, niet al te recht in de flamingantische leer maar toch Vlaamsvoelend, geen rots in de branding maar wel een machtsfactor waar de Franstaligen rekening moesten mee houden.

In het verleden gaf CD&V al van weinig ruggengraat blijk, vandaag is ze “weggezakt in de Belgische staatsraison” (p.9). Terwijl Franstalige onderhandelaars aan hun eigen belangen denken, en überhaupt élke onderhandelaar met zekere doelstellingen naar de tafel gaat, hebben de christendemocratische en andere Vlaamse onderhandelaars eerst al weggegeven wat de tegenpartij hun vroeg bij wijze van voorafgaand “vertrouwenwekkend gebaar”. Vervolgens hebben zij in eigen kring bij wijze van “compromisbereidheid” het midden genomen van de vermoede desiderata van de overzijde en wat het doel van de onderhandelingen zou moeten zijn. Deze ruggengraatloosheid werd door de Noord-Belgische media aangemoedigd: sinds 2007 was “het aantal raadgevingen aangaande compromissen niet te tellen” (p.135), zij het dat “dit compromis zich alleen aan Vlaamse kant hoort af te spelen en, in de Vlaamse commentaren dan toch, zelden aan Franstalige kant” (p.137). Tenslotte namen onze akkoordenmakers aan de onderhandelingstafel nog eens het midden tussen dat intern compromis en het onverkorte standpunt van de tegenpartij. Met deze Vlaamse rekenkunde haal je zelfs in het beste geval maar ½³ ofte 1/8 van je wensen binnen, en met een Wouter Beke als onderhandelaar is zelfs dat nog geflatteerd. “Beke wil niet weten wat voor lot Dante hem in het Inferno van zijn Divina Commedia heeft toebedeeld.” (p.42)

In het onderhandelingsjaar 2007 stelde Jo Vandeurzen (CD&V) een agentschap voor dat de gelijke toepassing van de wetten in het hele land zou controleren en waarborgen. Dat is er natuurlijk nooit gekomen, zoals ook Hendrik Bogaerts voorstel om werk te maken van het confederalistisch grondwetsartikel 35 (dat de restbevoegdheden bij de deelregeringen legt) niets opgeleverd heeft. Maar zelfs de journalist in het geciteerde interview stelde hierover geen vragen aan Vandeurzen, en bleek zich niet bewust van het probleem dat de allermeeste belastingen en boetes in dit land door Vlamingen betaald worden. De Vlaamse politici en journalisten zijn zo onnozel dat ze bij hoog en bij laag ontkennen van bestolen te worden. De felheid die volledig afwezig is aan de onderhandelingstafel, is wel dubbel en dik voorhanden wanneer het erop aankomt, de Vlaamse critici te beliegen.

CD&V is de eerste van de “sloren”, de Vlaamse klassieke partijen die door hun Franstalige zusterpartijen in de steek gelaten zijn maar toch hun partner trouw blijven. Het wordt in Vlaanderen onvoldoende beseft (uit eergevoel moet men het verlaten-zijn wel verdringen), maar het separatisme is in België een Franstalig verschijnsel: de taalgrens, de splitsing van de partijen en van sommige vakbonden, de splitsing van de Belgische bevolking in taalrollen, de grendels en alarmbellen, en natuurlijk de separatistische erfzonde van 1830, zijn allemaal Franstalige initiatieven geweest.

Overigens heeft CD&V ook haar ziel verkocht in het financieel schandaal van ACW-Arco, zuilbelangen die zij heeft afgeschermd door een parlementair onderzoek te blokkeren. Rondas beveelt aan om je lidmaatschap van het ACV of de CM meteen op te zeggen en de christelijke zuil maar helemaal op te doeken.

 

Helpen

Na uniek lange regeringsonderhandelingen hadden de Vlaamse B-partijen zich door hun “redelijke” opstelling dermate verbrand, dermate hun eer verloren, dat Elio di Rupo tijdens zijn eerste ministerraad opriep om hen te “helpen” (p.16). Maar de schorpioen was dermate gewoon om gifbeten te geven, dat hij het niet kon laten, de kikker die hem over de stroom bracht, te doden. De Franstaligen waren dermate gewend om Vlamingen te minachten, dat zij voortgingen met de Vlaamse politici in hun hemd te zetten. De maatregelen tegen de Gordel 2012 in Sint-Genesius-Rode en Linkebeek waren volmaakt overbodig, Franstalige burgemeesters die hun Vlaamse vrienden wilden helpen, hadden ze zeker achterwege gelaten; maar nee, zij geneerden zich er niet voor, eens te meer te bewijzen dat de akkoorden in de rand geen pacificatie teweeg gebracht hadden. Daar stonden ze dan, Wouter Beke en Eric Van Rompuy die de Vlamingen in de rand verzekerd hadden dat, nu BHV “gesplitst” was, dit de Franstaligen tot aanvaarding van de Vlaamse gewestgrenzen gebracht had.  

Rondas somt een hele reeks gebeurtenissen op waarmee Franstaligen hun spot en hoon te kennen gaven voor de Vlamingen, Vlaamse onderhandelaars inbegrepen. Francis Delpérée (CDH) bazuinde de waarheid rond, namelijk dat BHV niét gesplitst maar Brussel wel uitgebreid was, dus dat er in plaats van een compromis een Vlaamse nederlaag ter tafel lag. Kamervoorzitter André Flahaut belasterde de Vlamingen als geheel in een Frans onderzoek en kloeg er over hun “oververtegenwoordiging” in het Belgische staatsapparaat. Béatrice Delvaux van Le Soir kloeg dat de Vlamingen van de o zo redelijke Franstaligen de splitsing van BHV cadeau kregen maar dat er hunnerzijds zelfs geen “mer… mer… merci” afkon. (p.57) Enzovoort: niet bepaald schouderklopjes voor de “redelijke” Vlamingen.

De auteur neemt de verdediging op van Magda Michielsens, wier analyse van Mise au Point aantoonde dat dit programma aanzet tot haat. De Noord-Belgische pers wuifde haar besluiten weg als “onwetenschappelijk”, maar wat zij daar vond, is gewoon een feit. Neem bv. de botte leugen “dat de N-VA geen akkoord wil (over de verregaande compromisnota van De Wever wordt zedig gezwegen)” (p.109), of neem “de niet aflatende onderbrekingen; de uitlachtelevisie en de onderbuikverwijzingen; de verdachtmakingen en de vooringenomenheid (…) het venijn en tenslotte misschien wel de haat” (p.107). Hij besluit: “Het meest vooringenomen programma op de VRT is koorknapenwerk in vergelijking met wat Mise au Point klaarspeelt. Commentator Dave Sinardet mag zo vaak als hij wil het afgezaagde argument herhalen dat zulke zaken aan beide kanten van de taalgrens voorkomen; het is gewoon niet waar.” (p.107 )  Wat hem opviel was trouwens dat “de meest haatdragende Franstaligen juist de humoristen waren”. (p.111) Aan de toog zijn de Franstaligen nog veel vijandiger dan in het parlement.

 

Belgicisme

Politici van SP.a en CD&V worden geciteerd als zeggend dat de vier kleurpartijen het over de meeste zaken eens zijn. Zij verschillen nauwelijks nog van elkaar. Figuren van de antipolitiek, zoals muzikanten Koen en Kris Wouters van Clouseau, cabaretier Bert Kruismans of kunstenaar Jan Fabre, maar ook de genoemde eenheidspartijen, vinden in het belgicisme hun “ersatz-ideologie”, hun “troostideologie voor de geknakte idealen”, maar dan “vermomd als morele houding” (p.10).

                De huidige strategie van het belgicisme is er vooral op gericht, de gemeenschappen te fnuiken en hun grondwettelijke bevoegdheden te laten usurperen door de gewesten. Pro-Vlaams zijn de gemeenschappen, de indeling in volkeren, pro-Belgisch de gewesten, de indeling in grondgebieden: “Daarom zijn mensen als Guy Vanhengel en Bart Eeckhaut er ook zo verheugd over dat de Vlamingen in Brussel niet meer over een directe vertegenwoordiging beschikken. ‘Vlaming’ zijn betekent immers tot een ‘gemeenschap’ behoren, en net deze filosofie wordt verworpen door de grote ideologische gelijkmaker, het belgicisme.” (p.55)

                De belgicisten hebben echter niet aan de implicaties gedacht: “Schakel de gemeenschapsidee uit (omdat ze zogezegd België verscheurt en subnationaliteit kweekt etcetera) en stel daarvoor inderdaad de Gewesten in de plaats, dan zal men ontzettend veel grendels moeten verzinnen om deze entiteiten nog bijeen te houden, of om een secessie van een Gewest (dat dan geen belang in of bij België meer zal hebben) te verhinderen.” (p.56) Verban de Vlaamse Gemeenschap uit Brussel en zij heeft geen Brusselse reden meer om België in stand te houden.

                Als de Vlaamse onafhankelijkheid van de Vlamingen moet komen, zal zij nooit verwezenlijkt worden. De paranoia van de Franstaligen die van de Vlaamse beweging alleen hun eigen schrikbeeld kennen, samen met hun inhaligheid, brengt de splitsing echter dichterbij. Ook internationale ontwikkelingen, vooral die in Catalonië, Baskenland en Schotland, scheppen een momentum voor separatisme. Toch bevat dit boek geen bespiegeling over, laat staan een pleidooi voor Vlaamse onafhankelijkheid. De auteur beperkt er zich toe, met zeldzame luciditeit de werkelijke verhouding in het koninkrijk te schetsen en de welig tierende belgicistische leugens te weerleggen. Wat de Vlaamse natie daarmee aanvangt, moet zij zelf weten.

 

 

Jean-Pierre Rondas: De hulpelozen van de macht. Het federale graf van de Vlaamse regeringspartijen, Pelckmans, Kapellen 2012, 151 blz.

Vives-monografie: Het genoom van de geldstroom. Een wetenschappelijke ontrafeling van interregionale transfers en hun economische impact. Pelckmans, Kapellen 2012, 111 blz.

Labels: , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten