7 december 2014

Sp.a nog steeds haar eigen ergste vijand (Hoegin)

Het gaat niet goed met de Vlaamse socialisten. De partij zit nog steeds geplaagd met een voorzitter waarover iedereen, behalve de persoon in kwestie zelf, het eens is dat hij de verkeerde man op de verkeerde plaats is. Vandaag is dat echter zowat het minste van de vele problemen van de partij. De tsunami aan socialistische mistoestanden en andere foute linkse regeringsbeslissingen uit het verleden blijft aanhouden. Zelfs de N-VA komt een half jaar na de verkiezingen nog steeds geloofwaardiger als oppositiepartij over dan de sp.a, die alleen in Brussel nog in een regering zit.

Exit Zilverfonds

Eerste akte. We schrijven dinsdag 18 november. Minister van Financiën Johan van Overtveldt kondigt in de Kamer aan dat hij laat onderzoeken of het niet beter zou zijn dat beruchte Zilverfonds gewoon op te doeken. Het Zilverfonds, dat was een uitvinding van Johan vande Lanotte om onze pensioenen eens en voor altijd veilig te stellen. De formule was kinderlijk eenvoudig, en daarom ook geniaal: gewoon op het einde van de maand de overschotjes in dat fonds oppotten, en voilà, het pensioenprobleem was opgelost. Om niet te zeggen dat we op onze oude dag nog zouden zwemmen in het geld.

Alleen, het duurde niet lang of de regering soupeerde die overschotjes gewoon op in plaats van ze op te sparen voor latere dagen. En zelfs dat duurde niet lang, want de overschotjes zelf verdwenen al snel als sneeuw voor de zon.

Maar bovendien, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Noorse Petroleumfonds dat de overschotten van Noorse olieproductie (1) actief (2) investeert in (3) buitenlandse (4) beleggingen, beperkte het Zilverfonds zich simpelweg tot het aankopen van Belgische schuldpapieren. Vier keer fout dus, en daarmee degradeerde de «redding van onze pensioenen» zich tot niets meer dan een virtuele koekjestrommel met daarin veel papiertjes dat we nog een heleboel geld aan onszelf moeten. Geen fluit waard dus.

Lege doos of zwart gat?

Sommigen hebben dat Zilverfonds van in het begin een lege doos genoemd. Was het maar waar! Want was het Zilverfonds inderdaad een lege doos geweest, dan had Johan van Overtveldt ook geen reden gehad om het te willen opdoeken. Zijn N-VA-collega's Veerle Wouters, Siegfried Bracke en Daphné Dumery hebben echter één en ander eens nagerekend, en kwamen tot de conclusie dat het Zilverfonds ons jaarlijkse 120.000 euro kost aan personeelsleden, kantoorbenodigdheden, een bedrijfsrevisor en zitpenningen voor een raad van bestuur. Met andere woorden: dat Zilverfonds heeft prima gewerkt om het pensioen van vermoedelijk enkele kameraden van Johan vande Lanotte veilig te stellen, ten koste van dat van ons. En dat was het dan.

Wij noteerden vooral dat de anders alomtegenwoordige Johan vande Lanotte nergens in de media te bespeuren was om zijn Zilverfonds te komen verdedigen. Ook tal van andere socialistische coryfeeën hielden zich opvallend gedeisd, waaronder bijvoorbeeld John Crombez, poulain van Johan vande Lanotte, en fysisch popelend van ongeduld om eindelijk de voorzittersstoel van Bruno Tobback te kunnen overnemen. In afwachting daarvan vult hij zijn dagen als docent aan de UHasselt, met als vak… publieke financiën. Kan je eigenlijk nóg beter geplaatst zijn om het Zilverfonds vol vuur voor de TV-camera's te komen verdedigen?

Dingen van socialisten

Tweede akte. Woensdag 19 november, opnieuw in de Kamer. Het is Bruno Tobback die uiteindelijk toch een klein beetje wil tegensputteren tegen de afschaffing van het Zilverfonds. Voor de camera's van het VRT-programma Villa Politica klinkt het als volgt: «De enige ambitie van deze regering –in het bijzonder N-VA– is het afschaffen van dingen van de socialisten». En daarmee heeft hij het niet alleen over dat Zilverfonds, maar bijvoorbeeld ook over de subsidies voor de zonnepanelen en het gratis openbaar vervoer voor senioren. Om over indexsprongen en pensioenleeftijden nog maar te zwijgen.

We willen niet flauw doen: in kringen van zowel de Vlaamse als de federale regering zal men zeker enige voldoening scheppen in het afschaffen van «dingen van socialisten». Maar als de tegenargumentatie van Bruno Tobback echt niet verder reikt dan dat, is ze volgens ons toch maar aan de zwakke kant. Moeten we nu echt lege-doos-met-fors-prijskaartje Zilverfonds behouden omdat het «een ding van de socialisten» is? En valt als verdediging voor het gratis openbaar vervoer voor senioren echt niets beters te verzinnen dan dat het een langgerekte verkiezingsstunt van de sp.a was? Men kan zich amper een betere verdediging van de regeringsmaatregelen voorstellen dan het optreden van sp.a-voorzitter Bruno Tobback in hoogsteigen persoon voor de camera's van de VRT.

Medewerkers voor socialisten

Derde akte. Donderdag 20 november, deze keer in het Vlaams Parlement. Op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken antwoordt Vlaams minister-president Geert Bourgeois dat de ex-ministers Ingrid Lieten en Freya van den Bossche nog tot in 2019 zullen mogen genieten van elk twee medewerkers. Allemaal geregeld in een besluit van de Vlaams Regering uit 2009, met als totale kostprijs: 2,5 miljoen euro. Over dingen van socialisten gesproken!

We geven toe, voor 2,5 miljoen euro met de vingers in de pot zitten is maar een habbekrats vergeleken met de zonnepanelenput die Freya van den Bossche eerder al achterliet, of, zoals verleden week bekend raakte, het monsterverlies van 153 miljoen euro dat verleden jaar voor Electrawinds de fatale klap betekende. Maar zuinig omspringen met overheidsmiddelen en dus belastinggeld is anders.

Conclusie: zolang er bloedrode lijken uit de socialistische kast blijven vallen, hoeven ze zich bij N-VA, CD&V en Open Vld niet veel zorgen te maken over de geloofwaardigheid van de oppositie. Want oproepen tot een mobilisatie tegen het harteloos harde beleid van de rechtse regering, maar ondertussen wel zelf blijven grabbelen in de ton, hoe geloofwaardig is dat? Niet moeilijk dat er amper nog arbeiders voor de sp.a stemmen.

Dit artikel verscheen op 26 november 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

26 mei 2013

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde» (Hoegin)

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde», zo verkondigde VRT-journalist Ivan de Vadder nog eens voor alle zekerheid verleden week op Twitter. Het is waarschijnlijk daarom dat niet alleen De StandaardVRT maar ook La Libre Belgique 24 mei uitkozen om nog eens de resultaten van een peiling te publiceren, precies één jaar en één dag voor de volgende Europese verkiezingen.

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat aan Vlaamse zijde vooral ingezoomd wordt op het resultaat van de N-VA. Dat heeft natuurlijk zijn verklaring: de partij domineert op dit ogenblik het politieke landschap. Naargelang de eigen politieke voorkeur hoopt/vreest men dan ook in 2014 een verderzetting van de gele vloedgolf van 2010 in Vlaanderen.

Wat die vloedgolf betreft lijkt het erop dat de N-VA-motor op dit ogenblik een beetje sputtert, of toch in de peilingen. De partij blijft afgetekend de grootste –ongeveer tweemaal zo groot als eerste achtervolger CD&V– maar de neergang tegenover eerdere peilingen valt niet meer te ontkennen. Partijvoorzitter Bart de Wever heeft dan ook gelijk dat de resultaten van deze peilingen de partij eindelijk terug met de voeten op de grond zet, want we herinneren ons nog de beruchte veertig procent van Geert Bourgeois. Maar we kunnen anderzijds een vergelijking met LDD moeilijk van ons afslaan. Die partij piekte ook in de peilingen tussen twee verkiezingen door, om vervolgens in mekaar te zakken en vandaag op sterven na dood verklaard te zijn. De komende maanden is het voor de partij dan ook van cruciaal belang te stabiliseren op een voldoende hoog niveau. Anders dreigt het gevaar de stempel van verliezer opgedrukt te krijgen, en dat is zelden een goed uitgangspunt om de verkiezingen tegemoet te gaan.

Doen de concurrenten het dan zoveel beter? Bij CD&V vindt men van zichzelf dat men goed bezig is dankzij Operatie Innesto. Het is echter twijfelachtig of die operatie ook echt aanslaat bij het bredere publiek. Neem nu het beruchte voorstel over de inkorting van de zomervakantie: die ging eerst gereduceerd worden van negen naar zes weken, maar anderzijds gecompenseerd door meer vakantiedagen tijdens het schooljaar, om uiteindelijk misschien alleen maar te gelden voor de lagere school. We willen niet zeggen dat men hier vliegen probeert te vangen met azijn, maar met wat flauw suikerwater dat dan nog eens homeopathisch verdund werd zal men er niet geraken. De partij blijft dan ook hangen op haar resultaat van 2010, rond de 16%. Dat is een pak onder het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar, een resultaat waar ze zelf zo graag naar verwijst om haar «heropstanding» te bewijzen.

Ook bij de sp.a loopt het niet lekker. De partij blijft op een historisch laag resultaat, wat dus een verdere verzwakking ten opzichte van 2010 inhoudt. De nieuwe beginselverklaring, nochtans in de media druk besproken (en bewierookt), helpt daar ook al niet veel. Of is het misschien net dat: druk besproken in de media, maar voor de modale Vlaming eigenlijk niet eens half relevant? En het is maar de vraag of bijvoorbeeld de hardnekkige verdediging van de garantie van spaarboekjes boven de 100.000 euro door partijvoorzitter Bruno Tobback al veel relevanter is voor diezelfde modale Vlaming…

Nog een partij op de sukkel: de Open Vld, al veert de partij deze keer gemiddeld gezien een beetje op tegenover de desastreuze resultaten van pakweg een jaar geleden. Maar de partij blijft flirten met de psychologische drempel van de tien procent, en vooral: de partij eindigde ex æquo met Vlaams Belang bij La Libre Belgique en virtueel ex æquo bij De StandaardVRT. Je vraagt je af hoe partijvoorzitster Gwendolyn Rutten vervolgens zo zelfzeker kan komen verklaren dat de Vlaming duidelijk nog niet met de verkiezingen bezig is, terwijl haar resultaat aantoont dat zij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft van wat er zich werkelijk in het hoofd van diezelfde Vlaming afspeelt. Ik voorzie hoe dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang Gwendolyn Rutten daar de dienst blijft uitmaken.

Ook Vlaams Belang blijft zwalpen rond of nu net boven de tien procent. Net zoals Open Vld is de partij bezig aan een voorzichtige remonte. De partij kan zich vooral optrekken aan de 12,9% bij La Libre Belgique, het beste resultaat in meer dan twee jaar en zelfs een lichte verbetering tegenover 2010. Maar ook bij het Vlaams Belang maakt één goede peiling de heropstanding nog niet, net zoals één zwaluw de lente niet maakt.

Bij Groen werd enthousiast gereageerd op het resultaat in de peiling van De StandaardVRT: 9,5% en dus virtueel op dezelfde hoogte als Open Vld en Vlaams Belang. Dat was echter vóór La Libre Belgique haar resultaten publiceerde en de partij met 6,5% opnieuw richting kiesdrempel duwde. Of zou men eigenlijk wel Franstalige kranten lezen bij het belgicistische Groen? Op zondag had men het op de ledendag in Kessel-Lo immers nog steeds over «schitterende peilingen». Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen het verhaaltje van partijvoorzitter Wouter van Besien geloven dat de gure lente een gevolg zou zijn van de globale opwarming. Amper vijf jaar geleden klonk het nog dat diezelfde globale opwarming de oorzaak was van terrasjesweer in februari.

LDD zou op sterven na dood zijn. Of misschien toch niet. De ene peiling geeft de partij nog slechts een halve procent, de andere 3,3%. PVDA zou dan weer springlevend zijn, hoewel ze toch ook niet meer dan 2,5% haalt. Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat precies de journalistieke criteria zijn om een partij steendood of springlevend te verklaren. Vlaams Belang wordt trouwens ook al jarenlang zo goed als dood verklaard, ook al haalt de partij nog steeds een hogere score dan het «frisse» Groen. Ik zou onze kwaliteitsjournalisten er echter niet van willen verdenken dat ze hun persoonlijk partijpolitieke voorkeuren en afkeren hierbij een rol laten spelen.

Kijken we eens naar de zetelverdelingen op basis van deze twee peilingen, en dan misschien in het bijzonder naar de vraag of er in 2014 een regering zónder de N-VA gevormd zal kunnen worden. Uit beide peilingen blijkt dan dat er van een V-meerderheid voorlopig geen sprake meer is, maar een Vlaamse regering zonder de N-VA blijft toch erg krap. Het is dan ook helemaal niet zeker of de discussie of men eerst een federale dan wel een regionale regering dient te vormen eigenlijk wel zo relevant is. Relevanter is de vraag hoe ver de anti-V-partijen het willen drijven met hun collaboratie aan een Franstalige regering, en of ze daarbij desnoods zelfs bereid zijn op cruciale ogenblikken te rekenen op gedoogsteun van de UF in het Vlaamse Parlement. Eén ding is wel zeker: noch de federale noch de regionale regeringsvorming kondigt zich op dit ogenblik aan als een lachertje. Was ik koning Albert II, ik gaf er voor alle zekerheid nog liever vandaag dan morgen de brui aan, met als motto après nous, le déluge.

Aan Franstalige kant was er nogal wat te doen rond het slechte resultaat van de PS. Met «amper» 28,6% van de kiesintenties –zou de sp.a niet tekenen voor zo'n resultaat?– zakt de partij onder de psychologische drempel van de dertig procent. We moeten al terug naar 2009 voor zo'n slecht resultaat in de peilingen, en de partij zit daarmee terug aan het niveau van de verkiezingen van 2007. Grote concurrent MR doet het ondertussen met 24,0% niet zo heel goed, maar komt door de achteruitgang van de PS natuurlijk wel stilaan in de buurt.

Zoals reeds hier en daar opgemerkt kan de achteruitgang van de PS slecht nieuws betekenen voor de Vlaamse partijen in de federale regering. Terwijl de pijlen voor de PS in negatieve richting gaan, staan ze voor Ecolo, en verderop ook een aantal klein-linkse partijen, in positieve richting. PTB blijft globaal dan wel onder de kiesdrempel zitten, dat ze in één of andere kieskring toch boven die kiesdrempel zou raken en daardoor in het parlement zou geraken is geen onwaarschijnlijk scenario. Ik wens in dat geval Open Vld en CD&V veel goede moed toe in een rood-oranje-blauw-groene regering–Di Rupo II met amper een paar zetels op overschot in het Vlaams Parlement. Maar zoals Ivan de Vadder terecht opmerkte, «peilingen hebben nooit voorspellende waarde»…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

3 april 2013

Wanneer is de N-VA incontournable? (Hoegin)

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

17 maart 2013

Een slechte peiling met een nog slechtere berichtgeving (Hoegin)

Zaterdag publiceerde de krant Het Laatste Nieuws voor het eerst sedert lang nog eens de resultaten van een eigen peiling. Met een foutenmarge van meer dan drie procent kan je je afvragen waarom die resultaten nog met cijfers na de komma weergegeven worden, maar ook de teneur van de berichtgeving was opmerkelijk. Wie zou immers zelfs nog maar drie jaar geleden 15% voor de CD&V een goed resultaat genoemd hebben, en 33% voor de N-VA slecht?

«CD&V beperkt de schade,» aldus Het Laatste Nieuws, want met nog steeds 15% van de stemmen zou de partij relatief weinig stemmen verliezen ondanks alle perikelen rond het ACW. De krant gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat met een foutenmarge van meer dan drie procent de partij net zo goed op nog maar 12% zou kunnen staan, of anderzijds tegenover 2010 zelfs vooruit zou kunnen gaan tot ruim 18%. Of nog: is de peiling op zich weinig betrouwbaar omwille van zowel de kleinschaligheid als de eenmaligheid ervan, dan is de berichtgeving erover zo mogelijk nog bedroevender.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we toch graag een vlieg zouden geweest zijn op de muur van een bepaald huis in Leopoldsburg. Wouter Beke verkondigt immers sedert de verkiezingen van verleden jaar dat het ultieme bewijs geleverd werd dat hij niet meer in peilingen hoeft te geloven, want zijn partij deed het toch zoveel beter bij de enige peiling die echt telt, namelijk de verkiezingen. We zouden ons in zijn plaats toch een pak meer zorgen maken, of toch alleszins binnenskamers, want de tijd dat de CD&V nog eens boven de twintig procent afklokte in een peiling ligt ondertussen alweer een paar jaren achter ons.

Een partij die het naar het schijnt nogal slecht deed in deze peiling is de N-VA. Ook hier willen we de zaken toch even in perspectief plaatsen. Om maar iets te zeggen: bij de vorige peiling van Het Laatste Nieuws –op 3 juni 2009 om precies te zijn– behaalde die partij slechts een schamele 8,3%. Met een score van 33,8% minder dan vier jaar later valt dus best te leven. Maar ook vergeleken met de laatste verkiezingen staat de partij op winst, zelfs als er van de score een foutenmarge af zou moeten. Er zijn niet veel Vlaamse partijen die hetzelfde kunnen zeggen.

Wat van deze peiling toch een slechte peiling voor de N-VA maakt is het interview van De Standaard en Het Nieuwsblad met N-VA-kopstuk Geert Bourgeois, toevallig op dezelfde dag gepubliceerd, en waarin hij zelf nogal weinig strategisch het getal 40% laat vallen. We kunnen deze blunder alleen maar aan overmoed toeschrijven, want tot nu toe overschreed de N-VA slechts éénmaal de kaap van de veertig procent in een peiling. Dat gebeurde in de peiling van La Libre Belgique van 5 september 2012, toen de N-VA zeggen en schrijven… 40,1% haalde. Het laat zich raden dat vanaf nu elk peilingsresultaat voor de N-VA met dit getal vergeleken zal worden, en dat de N-VA bijna zeker in 2014 een zogenaamde «overwinningsnederlaag» tegemoet gaat.

Nu ja, Geert Bourgeois was de enige niet die dit weekend een steek liet vallen. Ook Carl Devos flaterde in zijn reactie op de uitspraken van Geert Bourgeois. De N-VA hoeft immers geen vijftig procent te halen om volledig incontournable te worden: veertig procent kan volstaan, op voorwaarde dat het Vlaams Belang die andere tien procent haalt. En dat dan alleen nog maar in zetels, wat dus ruimte laat voor nog enkele procenten minder. Soms vraag je je toch af of het diploma van politicoloog gewoon uitgedeeld wordt aan iedereen die de moeite doet zich ooit eens bij de juiste faculteit in te schrijven…

Maar over het Vlaams Belang gesproken, die partij doet het in deze peiling wat beter dan in de andere peilingen de laatste tijd. Ook de Open Vld doet het wat beter, terwijl de uitslag voor de sp.a tegenvalt. Over erg grote verschillen gaat het echter niet, en dus valt daar verder eigenlijk niet veel meer over te zeggen. Groen doet het trouwens niet beter of slechter dan in de andere peilingen, en LDD en PVDA worden voor zover we konden zien zelfs niet eens vermeld.

Voor de volledigheid hebben we ook deze keer een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement opgesteld. Opnieuw kleurt het halfrond opvallend veel geel-zwart, maar niet voldoende voor een zogenaamde V-meerderheid. Anderzijds blijft een B-meerderheid bijzonder krap, zeker als men dan ook nog eens rekening houdt met het feit dat UF naar alle waarschijnlijkheid ook in 2014 nog één zetel zal weten binnen te halen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , , ,

Read more...

8 januari 2013

Vijf kantelpunten voor de nabije toekomst (Hoegin)

De mens heeft altijd de neiging te veronderstellen dat de nabije toekomst niet meer is dan een continue voortzetting van het heden en het nabije verleden. Een groot deel van de tijd is dit ook zo, maar af en toe treden er veranderingen op die een duidelijke «voor» en «na» definiëren. Niet allemaal zijn ze even voorspelbaar, maar bij het begin van dit jaar past het misschien enkele zulke kantelpunten tegen het licht te houden.

Laten we beginnen met een verandering die net zo goed al een tijdje geleden had gebeurd kunnen zijn: de ontbinding van LDD–Nationaal. Voor de provincieraadsverkiezingen werden er niet eens lijsten ingediend, zogezegd omdat de partij tegen het provinciale bestuursniveau is, maar dat de partij in de peilingen al een tijdje ver beneden de kiesdrempel zweeft zal ongetwijfeld ook wel een rol gespeeld hebben. Op dit ogenblik is de partij gereduceerd tot een fractie met zes parlementsleden in het Vlaams Parlement, één vertegenwoordiger in het Europees Parlement, Jean-Marie Dedecker zelf in de Kamer, en verder enkele gemeenteraadsleden hier en daar, die vaak nog niet eens onder de eigen naam LDD durfden op te komen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. De kans is groot dat de partij volledig zal verdwijnen uit de regionale, nationale en Europese parlementen na de verkiezingen van 2014, of het zou moeten zijn dat Jean-Marie Dedecker er opnieuw in slaagt in West-Vlaanderen een zetel te bemachtigen. De vraag is dan: is het eigenlijk nog de moeite waard een nationale partijstructuur in stand te houden, wanneer die alleen nog maar voor een administratieve rompslomp zorgt, plus af en toe nog wat ruzie?

Mijn vermoeden is dat Jean-Marie Dedecker zelf er hoogstwaarschijnlijk graag al lang een punt had achtergezet, maar zijn probleem is dat hij natuurlijk een verleden met zich meesleept en dus moeilijk nog bij een andere partij kan aansluiten. Bij de Open Vld maakte hij zich onmogelijk en werd hij uiteindelijk uit de partij gezet. De meest logische keuze nu zou de N-VA zijn, maar na zijn korte passage daar in november 2006 is dit zowel voor hem als voor de N-VA vermoedelijk geen optie meer. Bij Vlaams Belang heeft hij nooit willen aansluiten, en over CD&V, sp.a of Groen hoeven we het niet eens te hebben. Conclusie: bij een andere partij aansluiten is niet meer mogelijk, dus rest alleen nog de optie de partij op te doeken en de leden en mandatarissen vrij te laten in hun keuze om bij een andere partij aan te sluiten. Vermoedelijk vooral N-VA, en in mindere graad Open Vld. Vanuit een democratisch perspectief zou dit best nog voor de verkiezingen van 2014 gebeuren, want LDD heeft zeker enkele prima mandatarissen in huis die in de verscheidene parlementen op hun plaats zijn. Maar vooral ook omdat er dan geen stemmen verloren zouden gaan naar lijsten die weinig of geen kans maken de kiesdrempel te halen. Mijn aanvoelen is dat Jean-Marie Dedecker toch nog een poging zal willen wagen in 2014, en dat de ontbinding van LDD–Nationaal dus nog een tijdje op zich zal laten wachten.

Het volgende kantelpunt werd ondertussen al enkele malen vermeld: de verkiezingen van 2014, soms ook wel –weinig fantasievol– de «moeder aller verkiezingen» genoemd. LDD zal daarin waarschijnlijk alleen maar een bijrol spelen, net zoals een eventuele intrede van de PVDA niet meer dan een verhaal in de marge zal zijn. Alle ogen zullen immers gericht zijn op de N-VA. Zal die N-VA bijvoorbeeld haar opmars verderzetten, of is ze misschien al over haar hoogtepunt heen? Hoe dominant zal die N-VA in het Vlaams Parlement worden, en zal ze er incontournable worden dankzij een zogenaamde V-meerderheid? Is die V-meerderheid er niet, zal de N-VA dan überhaupt op een ernstige manier betrokken worden bij de verscheidene coalitieonderhandelingen? Of gaan we dan rechtstreeks naar een regering–Di Rupo II met aan Vlaamse zijde een afspiegelingsregering, misschien zelfs al op de verkiezingsavond beklonken? Zal de Vlaamse coalitievorming trouwens van start kunnen gaan vóór de federale regering gevormd is?

En wat als er in het Vlaams Parlement wél een V-meerderheid uit de stembus komt? Zullen de traditionele partijen het dan aandurven nogmaals in een federale regering te stappen zonder de N-VA? En zal de N-VA dat dan toelaten, of vervolgens het Vlaamse niveau blokkeren? Wie zal trouwens die Vlaamse regering leiden als de N-VA er deel aan neemt: iemand van de N-VA (Antwerps burgemeester Bart de Wever?), of toch Kris Peeters?

Zoals de lezer het merkt: de verkiezingen van 2014 roepen een pak vragen op, maar voorlopig zijn daar nog maar weinig antwoorden op te verzinnen. Het is zelfs nog niet eens zeker wanneer die verkiezingen plaats zullen vinden: in principe vallen de volgende Europese (en dus ook regionale) verkiezingen immers op zondag 8 juni 2014, maar dat is meteen ook pinksterzondag. Daarom vroeg het Europees Parlement reeds de Europese verkiezingen naar mei te verplaatsen. De volgende federale verkiezingen zijn dan weer wettelijk vastgelegd op 20 juli 2014, maar het lijkt erg onwaarschijnlijk dat men amper enkele weken na de Europese en regionale verkiezingen, midden in de zomervakantie en bovendien vlak voor de nationale feestdag (met dus verlengd weekeinde) de bevolking nogmaals naar de stembus zal willen sturen. De verkiezingen zullen dus hoogstwaarschijnlijk in de tweede helft van mei 2014 plaatsvinden, maar een concrete datum is er voorlopig nog niet.

Eens de verkiezingen van 2014 achter de rug volgen de coalitiebesprekingen, waarbij het uitkijken worden welke rol koning Albert II deze keer zal spelen, of zal willen spelen. En daarmee zijn we aan ons volgende kantelpunt aanbeland: het einde van het regnum van Albert II. Inderdaad, de commotie rond zijn kersttoespraak en welke rol hij wel of niet mag spelen bij de federale regeringsonderhandelingen is eigenlijk niet meer dan een achterhoedegevecht. Sedert de plotse dood van koning Boudewijn weten we allemaal dat het snel kan gaan, en dat kranten van de ene dag op de andere moeten kunnen overschakelen van een gezapige komkommertijd naar ekstra-edities en nieuws de klok rond. Zelfs al wordt koning Albert II honderd jaar –wat ik hem trouwens als mens van harte toewens–, dan is het nog twijfelachtig dat hij in 2034 nog steeds op de troon zal zitten en effectief formateurs, informateurs, koninklijke verkenners en wat weet ik nog allemaal het veld zal insturen.

Op die manier zitten de Belgische royalisten, waaronder «principiële republikeinen» als een sp.a-voorzitter Bruno Tobback, toch wel een beetje gevangen. Aan de ene kant wensen ze dat koning Albert II zoveel mogelijk macht behoudt, zelfs al is het allemaal maar symbolisch, omdat op die manier een partij als CD&V mooi in de pas gehouden kan worden. En met haar ook een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking, dat binnenskamers af en toe wel eens wil morren, maar zich uiteindelijk toch maar weer bij de situatie neerlegt. Maar wat zal dat worden eens prins Filip op de troon zit? Zal men hem voldoende kunnen sturen om niet al te gekke fratsen uit te halen? En zal hij bij de Vlaamse bevolking voldoende geloofwaardigheid kunnen opbouwen om haar onder de Belgische knoet te kunnen blijven houden? Koning Albert II kon het zich veroorloven met de vuisten op tafel te slaan, maar een partij die tegen haar eigen belangen in in een federale regering stapt omdat koning Filip zich wat boos maakt riskeert vooral zichzelf onsterfelijk belachelijk te maken.

Overigens, wat de regeringsonderhandelingen betreft volstaat het dat één partij weigert nog mee te spelen in het stukje slecht amateurtheater dat telkens weer opgevoerd wordt, en de rol van de koning is de facto uitgespeeld. Bart de Wever hoeft volgende keer dus niets meer te doen dan de koninklijke uitnodigingen naast zich neer te leggen, eventuele informateurs wandelen te sturen en als voorzitter van de grootste fractie in het parlement zelf gesprekken aan te knopen zoals die hem behagen, en hij heeft meteen zijn hervorming op zak. Dat vraagt natuurlijk wel een beetje meer moed, en vooral ook de wil om eens buiten de Belgische en eindelijk binnen de democratische lijntjes te kleuren dan het schrijven van een open briefje met een smeekbede aan alle andere partijvoorzitters. Dat zijn collega Gwendolyn Rutten van de Open Vld, soortelijk gewicht in de peilingen ongeveer een derde of nog minder van de N-VA, die vraag prompt hooghartig naast zich neerlegde hoefde dan ook niet te verwonderen, om niet te zeggen dat het eigenlijk het enige mogelijke antwoord was.

Over partijvoorzitters gesproken, in 2014 loopt het huidige mandaat van Bart de Wever als voorzitter van de N-VA af. En de vraag wie hem zal opvolgen als de nieuwe partijvoorzitter van de N-VA is nu al voer voor interviews en speculaties. Een voor de hand liggende kandidaat als Jan Jambon liet zelfs al verstaan dat hij geen kandidaat wil zijn.

De huidige dominante positie van de N-VA in het Vlaamse partijpolitieke landschap zorgt ervoor dat de verkiezing van een nieuwe partijvoorzitter meer is dan een partij-interne aangelegenheid. Wie de nieuwe voorzitter wordt, en hoe hij/zij die rol zal invullen zal gevolgen hebben voor de politiek in Vlaanderen. Onder meer omdat een miscast meteen ook die dominante positie van de N-VA op losse schroeven zou zetten. De afgelopen jaren kon Bart de Wever met recht en reden zeggen «le parti, c'est moi», en daardoor is ook onduidelijk of de N-VA zulke goede scores haalt omwille van haar partijprogramma dan wel haar voorzitter. In het geval van de LDD (en eerder ook ROSSEM) weten we dat het vooral het laatste was. De N-VA heeft natuurlijk wel een diepere historische en maatschappelijke verankering via de oude Volksunie en de Vlaamse Beweging, maar anderzijds behaalde de N-VA ondanks die verankering bij de verkiezingen in 2003 slechts één verkozene, namelijk Geert Bourgeois in West-Vlaanderen. Lijsttrekker voor de Kamer in de kieskring Antwerpen was toen een zekere Bart de Wever…

Sluiten we af met een dubbel kantelpunt: de referenda in Catalonië en Schotland over onafhankelijkheid, allebei geprogrammeerd voor 2014. In landen als Finland, Litouwen of Slovenië zal men waarschijnlijk weinig problemen hebben met die referenda, maar dat ligt wel even anders voor bijvoorbeeld Frankrijk of Italië, om over de betrokken landen Spanje en Groot-Brittannië nog maar te zwijgen. Maar ook de Europese Unie kan lastig doen, al zal die uiteindelijk wel bijdraaien. Schotland zou men eventueel nog kunnen missen, maar een eenvoudige blik op de kaart leert dat het geopolitiek gezien volslagen idioot zou zijn een zelfstandig Catalonië buiten de EU te willen houden als straf voor hun verfoeilijk nationalisme. (En in tegenstelling tot de onzin die Paul Magnette vandaag in De Standaard serveerde geldt dat laatste uiteraard ook voor Vlaanderen dat nota bene Brussel omsluit.)

Indien Catalonië en/of Schotland in 2014 als resultaat van hun referenda de onafhankelijkheid zouden uitroepen, zou dat natuurlijk een pak benen wegslaan vanonder de argumentatie van de Belgische partijen dat separatisme moeilijk en duur is, en zeker niet eenzijdig kan. Maar ook voor de N-VA zou Schotse of Catalaanse onafhankelijkheid enkele problemen opleveren, en de zaak van het Vlaams Belang merkelijk versterken. Want daar sta je dan met je verhaal van evolutie in plaats van revolutie. Of confederalisme –in welke betekenis dan ook– in plaats van separatisme. Om over ontbrekende draagvlakken nog maar te zwijgen. (Waar waren trouwens de draagvlakken voor de invoering van het migrantenstemrecht, de euro of de afschaffing van de doodstraf?)

Ziedaar mijn vijf kantelpunten voor de nabije toekomst: de ontbinding van LDD–Nationaal, de verkiezingen van 2014, het einde van het regnum van Albert II, een nieuwe partijvoorzitter voor de N-VA en Schotse en/of Catalaanse onafhankelijkheid. Uiteraard staat er de komende jaren veel meer te gebeuren dan dit, zoals bijvoorbeeld de opstelling van de begroting voor 2014 of een nieuwe gehypete politicus, maar zulke dingen behoren meer tot de gewone dagelijkse gang van zaken. Welke van de vijf kantelpunten de belangrijkste zal zijn valt moeilijk in te schatten, onder meer omdat ook de timing een zekere rol speelt. Mijn vermoeden is echter dat op dit ogenblik weinig of geen rekening gehouden wordt met het einde van het regnum van koning Albert II, en dat er daarom een groter verrassingseffect aan verbonden zal zijn dan aan de andere. Voor een instabiel land als België is zoiets zelden goed nieuws.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

28 augustus 2012

De halvemijlsaftocht (Hoegin)

Het gemeentebestuur van Sint-Genesius-Rode besloot verleden week dat er dit jaar in haar gemeente geen start- en aankomstplaats georganiseerd zal kunnen worden voor wat voorlopig de laatste Gordel zal zijn. Een paar dagen later volgde het gemeentebestuur van Linkebeek door een wandelroute over haar grondgebied te verbieden, zogezegd omdat de veiligheid niet verzekerd kon worden. Deze twee Franstalige pesterijen stuurden niet alleen de organisatie van De Gordel in de war, maar brachten ook twee Vlaamse partijen in een lastig parket: de N-VA, omdat die partij zelfs als lid van de Vlaamse regering haar belofte niet kan waarmaken het verschil te kunnen maken, en de CD&V die de pseudo-splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde nog steeds krampachtig tracht te verkopen als een grote Vlaamse overwinning.

Laat ons eerst eens kijken naar de reacties bij de andere Vlaamse partijen. Of zoals in het geval van Open Vld, sp.a en Groen: de afwezigheid daarvan. Bij Groen ligt het ongetwijfeld aan de complete desinteresse gekoppeld aan een stuitende onkunde wanneer het over communautaire kwesties gaat. Respect voor de taal en politieke autonomie zijn misschien goed voor Tsjetsjenen, Palestijnen, Oeigoeren en misschien enkele stammen diep in het Amazonewoud, maar in Noord-België wil Groen vooral niet moeilijk doen.

Ook bij de sp.a, waar partijvoorzitter Bruno Tobback anders van zijn hart niet bepaald een moordkuil maakt, was het oorverdovend stil. Dat betekent echter niet dat we het socialistische standpunt ter zake niet zouden kennen. Als het aan Bloso-voorzitter Carla Galle had gelegen zou zelfs de vorige editie van De Gordel niet plaatsgevonden hebben, was er maar op tijd een «globaal communautair akkoord» gekomen. Ook voor de sp.a is al dat Vlaams gedoe immers maar een vervelende zaak die al te vaak de macht en vooral de postjes in de weg staat. Hoe sneller men zich daar zou kunnen omvormen tot een reguliere regionale afdeling van de PS, hoe liever.

En ook het standpunt van de Open Vld is genoegzaam bekend. Partijvoorzitter Alexander de Croo wou de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde nog wel aangrijpen als een gelegenheid om de stekker uit de regering–Leterme II te trekken. Maar verder valt men daar nog liever dood dan betrapt te worden op het zwaaien met een Vlaamse vlag, of zelfs nog maar verdacht te kunnen worden van het innemen van of een beetje sympathie voor een Vlaams standpunt. Ook wat hen betreft mocht die vervelende Gordel al enkele jaren geleden afgeschaft worden.

Dan zit Vlaams Belang in een veel gemakkelijkere positie. Het valt immers moeilijk te ontkennen dat de partij vandaag over de volle lijn gelijk krijgt: de Franstaligen houden in de Vlaamse Rand meer dan ooit huis alsof ze al een volwaardig deel van het Brussels Gewest zijn geworden, en de participationistische N-VA slaagt er vanuit de Vlaamse Regering niet in die trend ook maar een halve graad in een Vlaamsere richting om te buigen. Het probleem van het Vlaams Belang is dat zij slechts kan toekijken vanaf de zijlijn, zonder dat de partij voor haar correcte analyse ook maar één ons krediet krijgt van de media.

Over de media gesproken, het valt op dat zij zich de laatste dagen uitdrukkelijk beperkt hebben tot het registreren en weergeven van de feiten, maar zeker geen standpunt innamen. Sereniteit, en vooral niets op de spits drijven lijkt wel het devies in deze tijden van lokale verkiezingscampagnes. Is men soms bang dat al te veel kiezers hun conclusies zouden trekken, en in oktober wel eens op de «verkeerde» partijen zouden durven stemmen? Dat een Elio di Rupo het zelfs bestond om Vlaanderen nog eens goed te schofferen door zijn «spijt» over het incident uit te drukken, maar verder alles rustig blauwblauw liet en bovendien waarschijnlijk nog eens goed in zijn vuistje lachte, dat was voor hen alvast geen reden om eens een Vlaams puntje op de Belgische i te zetten. Als de media in hun berichtgeving al eens iets laten doorschemeren dat van ver op een standpunt of een mening zou kunnen lijken, dan in de eerste plaats nog leedvermaak om de moeilijke positie van de N-VA. Vindt men geen stok om de hond te slaan, dan volstaat vaak al het plezier een twijgje in de hand te hebben.

En zo kon er in de media dus ook geen kritisch geluid opgevangen worden over de ongelooflijk hypocriete houding die de CD&V in deze zaak aanneemt. In Vlaams-Brabant zou alles nu peis en vree zijn sedert de onnoemlijk grote Vlaamse overwinning die geboekt werd met de «vrij zuivere» splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. Twee Franstalige gemeentebesturen toonden echter op afdoende wijze aan dat de nederlaag compleet is, want de Vlaamse regering heeft in de Rand duidelijk niets meer te zeggen. Zelfs een eenvoudige familiale sportmanifestatie kan er niet meer georganiseerd worden zonder dat er eerst een fiat afgekocht dient te worden van de Franstaligen.

Meer zelfs, in CD&V-kringen wil men de spot met de Vlaamse kiezer zelfs zover drijven dat partijvoorzitter Wouter Beke en politieke has been Eric van Rompuy al aankondigden komende zondag burgerlijk ongehoorzaam te zullen zijn in Sint-Genesius-Rode. Ze gaan er –hou je vast– stoppen om «Europees president» Herman van Rompuy op te pikken. Mooie zaak is dat: wel een «Europees president» leveren met ondertussen al de pretentie van de vadsigste keizer-god die de wereld ooit gekend heeft, en een loon groter dan dat van de Amerikaanse president, maar een start- en aankomstplaats voor een Vlaamse sportmanifestatie op Vlaams grondgebied afdwingen zit er wel niet in bij deze staatsmannen die de hele wereld ons zou benijden. Het is dan ook onduidelijk of de burgerlijke ongehoorzaamheid van het trio een volle vijf minuten van politieke moed uitgehouden zal worden, of dat het beperkt zal blijven tot slechts een twee seconden voetje aan de grond vooraleer men schichtig weg zal fietsen richting Alsemberg…

Laten we het maar zeggen zoals het is: als men bij de CD&V ook maar een greintje schaamte zou bezitten, dan bleef men dit jaar weg van die Gordel. Of nam men deel in een boetekleed–een T-shirtje van ARCO bijvoorbeeld, met als opschrift «De Zes voor een handvol euro's verkocht».

Maar wat moeten we ondertussen denken van de N-VA? Veel kracht of verandering valt er daar blijkbaar niet te bespeuren wanneer de Franstaligen nog eens de oorlogstrom roeren op tot nader order nog Vlaams grondgebied. En ik schrijf «tot nader order», want minister van Sport Philippe Muyters blies opvallend snel de aftocht. Ach ja, van Sint-Genesius-Rode naar Alsemberg is het maar 850 meter, een dikke halve mijl, maar qua symboliek kan deze aftocht wel tellen. Men wil bij de N-VA nog wel Vlaams zijn, maar het mag ook niet te veel kosten. De obsessie om toch maar binnen de lijntjes te kleuren is zo groot dat men voor alle zekerheid zelfs vijf centimeter van de rand afblijft. Of 850 meter als het moet. In ieder geval ging het zelden zo snel van de kracht van verandering naar de zwakte van de aftocht.

Van enige toepassing van de Maddens-doctrine was in ieder geval geen sprake. De smeekbede om een federale regeringscommissaris, nota bene bij minister van Binnenlandse Zaken Joëlle Milquet, partijgenote van de Rodense burgemeester Myriam Delacroix-Rolin, maakte alvast niet veel indruk. We kunnen het toevoegen aan het rijtje van verbrackingssymptomen van de N-VA, zoals bijvoorbeeld ook de weigering om te filibusteren tegen de stemming van het eerste luik van de staatshervorming omdat anders de zomervakantie van meerderheid en oppositie in het gedrang kwam, en de –op enkele symbolische stemmen na– afkeuring van een Vlaamse belangenconflict tegen dat eerste luik in het Vlaams Parlement.

Over verbracking gesproken: verleden week liet Jan Jambon in een interview met Le Vif/L'Express optekenen het niet meer luidop over Vlaamse onafhankelijkheid te willen hebben. In Vlaanderen zou er volgens hem toch maar dertig procent separatisten te vinden zijn, en de partij wil «democratisch» blijven. Dit is opmerkelijk, en wel om twee redenen. Waar haalt Jan Jambon het cijfer dertig procent vandaan? Uit zowat alle rechtstreekse peilingen –en dus niet de als wetenschappelijke studies verpakte rookgordijnen die soms opgevoerd worden in de media– blijkt immers ongeveer de helft van de Vlamingen liever vandaag nog dan morgen in een Vlaamse republiek te willen wonen. Maar bovendien, sinds wanneer is het ondemocratisch dat een partij opkomt voor haar eigen eerste programmapunt, wars van wat de publieke opinie daar over zou denken? Het is alsof Groen zich zou neerleggen bij nucleaire energie omdat slechts dertig procent van de Vlamingen het zou zien zitten deze winter de papieren krant bij kaarslicht te lezen. Als er dus iets ondemocratisch is, dan wel dat een partij haar standpunt verwatert onder druk van een gepercipieerde meerderheid tegen. Dan kan men immers net zo goed overschakelen naar een éénpartijsysteem, en hoeven we straks zelfs geen lastige verkiezingen meer te houden. De schrik om in 2014 opnieuw uit de Belgische salons geweerd te worden zit er blijkbaar dieper in dan de schrik voor de Vlaamse kiezer. En, ach ja, waar is de tijd dat Jan Jambon een vooraanstaand lid was van de VVB?

De enige die zich dankzij zijn lange staat van dienst binnen de N-VA toch nog een beetje een Vlaamse reflex en wat voeling met de Vlaamse Beweging kan veroorloven was blijkbaar minister van Binnenlandse Zaken Geert Bourgeois. Vrijdag liet hij dan ook de beslissing van het Rodense gemeentebestuur nietig verklaren, en maandag die van Linkebeek. Zal het echter veel uitmaken? Dat de start- en aankomstplaats naar Alsemberg verhuist lijkt intussen al definitief. Zondag weten we in hoeverre de wandeling door Linkebeek zal kunnen doorgaan.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

8 augustus 2010

Nog meer federale poppetjes: CD&V en N-VA (Hoegin)

Deze week verschenen er in de media berichten over de CD&V-poppetjes: menig CD&V-mandataris zou Yves Leterme liever niet zien weerkeren naar de federale regering, ook niet als zogenaamd vakminister. Meteen werd er ook bericht over de andere ministeriabelen van de CD&V, waaruit blijkt dat de meesten verwachten dat alvast Inge Vervotte wél federaal minister zal blijven. Maar wat met de N-VA-poppetjes?

Deze week deed het gerucht de ronde dat de top van de CD&V op zoek zou zijn naar een oplossing voor het «probleem-Leterme». Eén van de geschetste oplossingen was het gouverneurschap van West-Vlaanderen; een andere geciteerde oplossing bestond eruit hem op één of andere manier naar «Europa» te versassen. Hoe dan ook was het duidelijk dat als Yves Leterme wil terugkeren naar de federale regering, hij daar nog stevig zal moeten voor vechten. De vraag is echter misschien eerder of dat niet een op voorhand verloren strijd is – we merkten enkele dagen geleden al op dat het erop lijkt dat Vlaams minister-president Kris Peeters op dit ogenblik de controle over de CD&V heeft – maar anderzijds kan Yves Leterme natuurlijk wel proberen zijn huid zo duur mogelijk te verkopen.

Het fundamentele probleem van de CD&V is dat zij veel te veel kandidaten heeft voor veel te weinig postjes. En dat is nu eenmaal het lot van partijen die een verkiezingen verliezen, ja zelfs zwaar verliezen. Wanneer (en als?) er een federale regering gevormd zal kunnen worden, zal de CD&V waarschijnlijk recht hebben op maar twee ministerportefeuilles, daar waar zij er vandaag over maar liefst vijf beschikt. Dat betekent dat minstens drie van de huidige CD&V-ministers niet zullen kunnen terugkeren als federaal minister, en dat dan nog in de veronderstelling dat er geen nieuw gezicht opduikt. We overlopen even het rijtje met mogelijke kandidaten.

De duidelijk zwakste kandidaat is Stefaan de Clerck. Als hij zou terugkeren, zou dat te danken moeten zijn aan één of ander regionaal evenwicht dat gerespecteerd moest worden, of moeten gebeuren als compromisfiguur nadat de sterkere kandidaten mekaar geëlimineerd hebben. Ook Pieter de Crem geef ik weinig kansen om terug te komen, al staat hij vermoedelijk iets sterker dan Stefaan de Clerck. Inge Vervotte maakt niet bepaald een goede indruk als federaal minister – ook als Vlaams minister deed zij het eigenlijk helemaal niet zo best – maar als enige vrouw in het gezelschap lijkt het me onwaarschijnlijk dat zij niet zou terugkeren. Het ontslag van Marianne Thyssen als voorzitter van de CD&V verhoogde ongetwijfeld sterk de kansen van Inge Vervotte op een nieuwe federale ministerportefeuille. Blijven nog over: de reeds hierboven vermelde Yves Leterme, en huidig vice-premier Steven Vanackere. Dat Steven Vanackere een ACW-stempel heeft net zoals Inge Vervotte speelt ongetwijfeld tegen hem, net zoals zijn belgicistische achtergrond in het geval Kris Peeters werkelijk op dit ogenblik de lakens uitdeelt binnen de CD&V. Maar hem niet opnieuw opnemen in de federale ploeg wanneer ook Yves Leterme al moet verdwijnen, lijkt me eerder onwaarschijnlijk. Bovendien is een combinatie van Inge Vervotte en Wouter Beke voor de CD&V veel te licht in een regering waarin ook Elio di Rupo, Laurette Onkelinx en Joëlle Milquet zullen zitten.

Waar men het in de media nog niet over gehad heeft, zijn de poppetjes die de N-VA zal afvaardigen. Of toch: Bart de Wever zou er de voorkeur aan geven partijvoorzitter te blijven, al was het maar omdat het op die manier voor hem gemakkelijker zou zijn om de N-VA voortijdig uit de federale regering terug te trekken, als dat nodig moest blijken. Het valt echter af te wachten of die positie houdbaar zal blijven, zeker als vrijwel elke andere partij haar voorzitter wél naar de federale regering stuurt. Eigenlijk heeft alleen de CD&V op dit ogenblik een goed excuus om dat niet te doen: ze heeft immers geen voorzitter, alleen maar een interim-voorzitter.

Wie zijn de andere mogelijke kandidaten voor de vier ministerportefeuilles die de N-VA zullen toekomen? Danny Pieters is al benoemd tot voorzitter van de Senaat, en het zou me sterk verbazen als hij daar niet zou blijven zitten. Enig aanvaardbaar excuus om hem toch naar de federale regering te verhuizen zou moeten zijn dat de N-VA één of andere portefeuille toegespeeld zou krijgen die werkelijk het neusje van de zalm zou zijn voor Danny Pieters, maar anders slaat de partij wel een behoorlijk mal figuur. Wie ik wel vrijwel zeker als federaal N-VA-minister zie opduiken, is Frieda Brepoels. Zij werd verleden jaar reeds genoemd als mogelijk Vlaams minister, en haar nogmaals overslaan zou Bart de Wever een personeelsprobleem opleveren. Bovendien is zij één van de weinige vrouwen aan de top van de N-VA, en ook qua competentie zou het een flater zijn haar niet in de federale regering op te nemen.

Een figuur die zeker niet onvermeld kan blijven, is de lijsttrekker uit Oost-Vlaanderen, Siegfried Bracke. Een half jaar geleden dacht hij waarschijnlijk zelf nog dat hij eigenlijk bij de sp.a thuishoorde, maar sindsdien heeft hij zich dus zoals bekend een N-VA-lidkaart aangeschaft. Probleem is daarom echter dat zijn carrière binnen de N-VA misschien wel net iets te snel in stijgende lijn gaat, en dat kan voor problemen zorgen binnen de rest van de partij. Anderzijds kan je een figuur als Siegfried Bracke moeilijk op de bank laten zitten. Vermoedelijk wordt hij toch federaal minister, maar zal hij niet de zwaarste post toegespeeld krijgen.

Welke andere figuren ministeriabel zijn binnen de N-VA is echter een beetje koffiedik kijken. Over zoveel topfiguren beschikt de partij, die nog niet zoveel jaren geleden nog worstelde met de kiesdrempel, per slot van rekening toch ook niet. Ik wil echter toch zeker Ben Weyts vermelden, bij het grote publiek misschien niet zo bekend, maar toch al jarenlang een trouwe kracht binnen de partij. Bij de verkiezingen was hij lijsttrekker in Brussel-Halle-Vilvoorde, en ondertussen nam hij ook al deel aan de regeringsonderhandelingen. Verder ook Jan Jambon, die de Antwerpse lijst trok en misschien gebruikt kan worden als compensatie voor Vlaamse toegevingen in het regeringsprogramma. Jan Jambon beschikt immers over wat ik een bibliotheek Vlaamse geloofsbrieven zou durven noemen, die de radicalere achterban van de N-VA misschien wel zou kunnen verzoenen met – ik zeg maar wat – het uitstel van de splitsing van delen van de Sociale Zekerheid. Het risico bestaat echter dat hij onaanvaardbaar is voor sommige Franstaligen, en daarom misschien wel beter zou passen in de Vlaamse regering.

Vlaamse regering? Inderdaad, een mogelijkheid die ik niet onvermeld wil laten, is een overplaatsing van Geert Bourgeois naar het federale niveau. Ideaal zou het niet zijn na de eedafleggingscarrousel van een paar weken geleden, maar hij is wel nu eenmaal de man met de meeste ministerervaring van de N-VA. Zo iemand wil je dan ook zetten op de plaats waar het risico op storm de komende maanden en jaren het grootst is, en niet op een relatief rustige post in de Vlaamse regering.

Ziedaar de mogelijkheden waarover Bart de Wever beschikt. Veel meer ernstige kandidaten dan er posten zijn heeft hij uiteindelijk niet, tenzij hij opnieuw een wit konijn uit zijn hoed zou willen toveren, zoals hij met Philippe Muyters deed. En zelfs als Bart de Wever zelf mee zou stappen in een nieuwe federale regering, moet er nog altijd iemand het partijvoorzitterschap van de partij overnemen. Het is echter duidelijk dat zijn probleem een grootteorde minder moeilijk is dan het probleem van de CD&V. Daar wordt het uitkijken óf Yves Leterme zal kunnen terugkeren naar de federale regering, en indien niet, wie in zijn plaats zal komen, en welke troostprijs hij zelf uit de brand zal weten te slepen.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

31 maart 2010

En waarom geen veerpont over de Schelde? (Hoegin)

Vóór 1 april moest de kogel door de kerk, aldus Kris Peeters een aantal weken geleden. De Vlaamse regering zou landen in verband met de Oosterweelverbinding, waardoor de discussie eindelijk – eindelijk! – afgesloten zou kunnen worden. Wie echter dacht dat Kris Peeters in tegenstelling tot die andere CD&V-regeringsleider wél zijn woord zou houden, kwam ferm bedrogen uit.

Vlaams minister-president Kris Peeters liet gisterenochtend verstaan dat er in dit dossier alleen maar winnaars waren. Sta me toe daar een andere mening op na te houden. Duidelijke winnaar is in de eerste plaats het studiebureau dat nog maar eens een studie zal mogen leveren over een tunnel onder de Schelde – naar het schijnt de derde al – om na te gaan of zo'n tunnel technisch haalbaar is, en bovendien zowel sneller als goedkoper dan een brug zou kunnen. Het lijkt me nogal wiedes dat de Vlaamse regering in dat geval voor een tunnel zou kiezen, maar de vraag zou zich dan wel stellen waar die twee voorgaande studies dan wel voor gediend hebben, en door welke prutsers ze feitelijk uitgevoerd werden. In afwachting van de resultaten van die derde studie kan de Vlaamse belastingbetaler zich dan afvragen welke spectaculaire technologische doorbraken er zich de afgelopen maanden zouden voorgedaan hebben op het gebied van de tunnelbouw, dat de Vlaamse regering verwacht dat er binnen drie maanden wel eens een radicaal andere aanbeveling uit de bus zou kunnen komen dan, inderdaad, dat een viaduct de beste oplossing zou zijn.

Hiermee hebben we al meteen één van de duidelijke verliezers van de «beslissing» van gisterennacht – kwatongen beweren dat het een beslissing was om nog niet te beslissen – vermeld: de Vlaamse belastingbetaler. Maar de Vlaamse belastingbetaler is de enige verliezer niet. Ook N-VA en sp.a behoren tot het kamp der verliezers: de ene omdat de viaduct er voorlopig nog niet komt, de andere omdat de viaduct nog steeds niet definitief afgevoerd is. Geen van de twee vechtende partijen kan nog geloofwaardig overkomen na deze niet-beslissing. En zoals zo vaak: wanneer twee honden vechten om een been, loopt een derde er mee heen. Vermoedelijk vindt Kris Peeters van zichzelf dat hij die derde hond is, maar de vraag is toch maar hoe geloofwaardig híj uit deze veldslag gekomen is.

Want inderdaad, als Kris Peeters vandaag ondanks zijn CD&V-partijkaart door het Vlaamse publiek nog niet op één hoopje met de rest van het tsjevendom werd gevaagd, dan is dat in grote mate te danken aan de relatief positieve perceptie die er rond de Vlaamse regering heerst. En die perceptie wou tot nu toe dat die regeringsploeg af en toe toch nog eens een beslissing zou nemen, in tegenstelling tot de federale regering waar werkelijk niets, maar dan ook niets nog beweegt. (Tenzij de Franstaligen beweging eisen natuurlijk, want dan kan plots alles, zoals het asieldossier elke dag duidelijk bewijst.) Nu blijkt dat ook bij de Vlaamse regering stilaan zowat alles dreigt vast te lopen.

Ook de vaudeville rond de drie Franstalige burgemeesters uit de Vlaamse Rand rond Brussel toont aan dat het in de Vlaamse regering niet helemaal snor zit. Twee weken geleden werd de beslissing rond de niet-benoeming nog doorgepraat met minister-president Kris Peeters, maar wanneer minister van Binnenlands Bestuur en de Vlaamse Rand Geert Bourgeois de beslissing bekend maakte in het Vlaams Parlement, reageert de CD&V kregelig. Wat had hij moeten doen – ook een studie bestellen? Viceminister-president voor de sp.a Ingrid Lieten bestond het bovendien de beslissing vrijwel onmiddellijk al volledig te ondergraven door de faciliteitengemeenten op een zilveren schoteltje aan de Franstaligen aan te bieden. Ja, waarom niet meteen heel Vlaams-Brabant aanbieden? Dan is de sp.a immers in één moeite door ook van Frank Vandenbroucke af! Let op, het gaat hier wel degelijk over zo ongeveer de enige beslissing die naam waard die de afgelopen maanden door de Vlaams regering genomen werd.

Bovendien vergist N-VA-voorzitter Bart de Wever zich zwaar als hij denkt dat er nu een definitieve beslissing rond de Oosterweelverbinding zou genomen zijn. Zoals andere commentatoren reeds opmerkten: drie maanden geeft de tegenstanders van het viaduct ruim de tijd om opnieuw te mobiliseren tegen de Lange Wapper. Zijn uitleg «dat het op die drie maanden toch niet aan zal komen» hebben we trouwens al eens eerder gehoord, namelijk in 2007 en 2008. Toen was er ook geen haast bij de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, maar vandaag weten we dat elke dag, ja zelfs elk uur zal tellen om de kieskring nog gesplitst te krijgen voor de volgende federale verkiezingen. Ik vrees dan ook dat Bart de Wever een veel groter risico loopt in juli bruusk uit zijn zoete droom gewekt te worden dan de Patrick Janssens.

Het volstaat trouwens het opiniestuk van Manu Claeys en Peter Verhaeghe te lezen om het uiteindelijke doel van bijvoorbeeld de stRaten-generaal te begrijpen. En een veerpont, liefst maar eentje en dan nog op mankracht opdat het allemaal vooral niet te snel zou gaan, is dan niet eens zo ver gezocht. Een tunnel of een brug zijn voor hen immers niet het eigenlijke probleem, wel al die auto's die allemaal zo dringend Antwerpen willen binnenrijden. Ja, stel je voor zeg. Een terugkeer naar paard en kar, zoals het past voor plattelandsbewoners die de Grote Stad met een bezoek zouden willen vereren, zou inderdaad al veel passender zijn. Het is me al een raadsel waarom nog niet voorgesteld werd om naar Chinees en Sovjet-voorbeeld – ach, de goede oude USSR, waar ís de tijd? – meteen maar pasjes in te voeren om het aantal bezoekers nóg meer te kunnen begrenzen, voor zover ze al gedoogd zouden moeten worden.

Rest me daarom nog de heren Kris Peeters, Bart de Wever en Patrick Janssens de komende maanden van harte een interessante tijd toe te wensen. Voor de miljoenen Vlamingen die niet kunnen snappen waarom het land telkens weer op stelten moet gezet worden voor amper een paar kilometer brug of tunnel is het een magere troost dat dit dossier de heren politici vermoedelijk al veel langer veel meer de strot uitkomt dan henzelf.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

3 september 2009

Donkerrood

Hugo Camps' diepgewortelde afkeer voor Geert Bourgeois moet stilaan beschouwd worden als zijn pacemaker: zonder kan hij niet. Op zich mag dat niet bevreemden, ongeveer iedereen kent wel iemand die hem/haar enige vorm van braakneigingen bezorgt. Dat politici oververtegenwoordigd zijn in die groep van misselijkmakende personen, hoeft evenmin te verbazen. De column van Camps over de ontstane Clouseau-hetze is in dat opzicht dan ook allerminst bijzonder.

Alhoewel. Iemand verbaal neersabelen kan op twee manieren. Door argumenten tot op het bot af te kraken, of door de botten zelf te kraken. Oftewel het verschil tussen op de man en op de bal spelen. Ik kan me uiteraard vergissen, maar een oproep om de jacht te openen op een bloed- en bodemneuzelend gedroogd skelet dan wel een tot meel gedoemde spelonk, lijkt nog weinig te maken te hebben met de bal. Onder het mom van de vrijheid van meningsuiting moet een column zoals deze van Camps evenwel kunnen. Alleen stelt Camps zich beter eens de vraag wat hij precies bereikt met een dergelijk wild in het rond trappend opiniestuk. Mocht Camps voetbalschoenen aangehad hebben, stond hij nu al lang in de douche. Snikkend in de tribune, dát zou dan weer iets te veel gevraagd zijn.

Labels: ,

Read more...

20 juli 2009

Regering-Peeters II voor N-VA geen dans op rozen

Tekenles belge: binnen de lijntjes kleurenDe nieuwe Vlaamse regering-Peeters II, bestaande uit CD&V, N-VA en sp.a, legde verleden week de eed af. Het verschil in profielen die de drie partijen naar de regering stuurden valt echter op: terwijl de N-VA vooral voor kwaliteit koos, gaf CD&V meer de voorkeur aan trouwe partijsoldaten. Bij sp.a is het echter vooral de ondraaglijke lichtheid van hun ministers die in het oogt springt. Dat betekent echter nog niet dat deze regering voor de N-VA een dans op rozen zal worden.

In tegenstelling tot het Vlaams Belang is de N-VA wel een voorstander van het zogenaamde participationisme: deelnemen aan de macht, zowel op Vlaams als federaal niveau als dat mogelijk is, om de belangen van Vlaanderen te verdedigen. Op zich is daar natuurlijk niets oneerbaars aan, zolang de te betalen prijs maar niet te hoog is. Het Vlaams Belang is echter fundamenteel sceptisch tegenover machtsdeelname binnen de bestaande Belgische structuren, voor een groot deel verklaarbaar door de ontstaansgeschiedenis van de partij. De N-VA heeft daar allemaal veel minder problemen mee, en was zelfs bereid om in kartel met CD&V te gaan in de hoop stappen vooruit te kunnen zetten in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. De deelname van de N-VA aan de regering-Peeters II is daarom niet onlogisch, en met posten als Binnenlands Bestuur, Vlaamse Rand, Begroting en Werk mag de partij heel tevreden zijn. Bovendien kon ze het voorzitterschap van het Vlaams Parlement in de wacht slepen, een belangrijk symbool voor een Vlaams-nationalistische partij.

Dat neemt niet weg dat de regering-Peeters II voor de N-VA onder een bijzonder slecht gesternte start. Eén zaak is natuurlijk dat het communautaire in het regeringsakkoord met een vergrootglas gezocht moet worden, een andere is de kwaliteit, of beter gezegd: het absolute gebrek aan kwaliteit onder het personeel dat sp.a naar deze regering gestuurd heeft. Men kan natuurlijk zijn bedenkingen hebben bij Joke Schauvliege, al zal de kritiek van enkele chronisch verzuurde «kunstenaars» bij Jan met de pet weinig of geen indruk gemaakt hebben, misschien zelfs integendeel. Maar de CD&V heeft tenslotte toch ook nog Kris Peeters zelf en Jo Vandeurzen als ministers in deze regering zitten, en die kunnen bezwaarlijk ondermaats genoemd worden. Dat ligt echter anders voor de drie absolute nullen van de sp.a. Over Freya van den Bossche hebben we het eerder al eens gehad, over Ingrid Lieten trouwens ook, en Pascal Smet als Vlaams minister lijkt meer op een provocatie aan het adres van de N-VA dan iets anders. Over Ingrid Lieten gesproken: merk op dat zij met haar Stasi-ervaring om het onderste uit de kan te halen om toch maar te verhinderen dat objectieve criminaliteitscijfers in de pers zouden verschijnen, uitgerekend Media toegekend kreeg als één van haar bevoegdheden. Of speelden vooral de recente (en vooral: toekomstige) financiële problemen van De Morgen hier een rol?

Dat neemt niet weg dat de pers, met op kop de staatszender VRT, er alles zal aan doen om de sp.a-ministers op alle mogelijke en onmogelijke manieren op te hemelen bij de kijkers, luisteraars en lezers. Bart de Wever was nog leuk als bijna-Slimste Mens, maar als er over koetjes en kalfjes gesproken moet worden, laat het zich raden dat onze neutrale openbare omroep veel liever een blik Freya of doos Pascal zal willen opentrekken om de kijker een uurtje hersendodend te onderhouden dan hem te vervelen met die oersaaie Geert of Philippe. Die laatste trouwens met een anti-proletarische achtergrond. Maar wat had u anders gedacht? Als die twee het bovendien ook nog eens in hun hoofd zouden halen te denken dat zij vanuit hun kabinetten zomaar een Vlaams beleid, laat staan een «assertief» Vlaams beleid zouden mogen voeren, laat het zich al raden uit welke hoek de mediawind de komende vijf jaar wel en niet zal waaien, en met welke kracht…

Stevig waaien zal het voor de N-VA in deze regering trouwens hoe dan ook doen, want de communautaire stormen liggen nu al op een rijtje klaar. De federale begroting bijvoorbeeld, zopas door Belgisch Eerste Minister Herman van Rompuy uitgesteld naar september, vermoedelijk met als reden dat het na Fortis, de regionale verkiezingen en de regionale regeringsvormingen deze keer te juli was. Die begroting zal vrijwel zeker opnieuw uitgaven bevatten die buiten de bevoegdheden van de federale regering vallen, maar zal de Vlaamse Regering, zoals de N-VA eerder aankondigde, het inderdaad aandurven hiertegen een belangenconflict in te roepen? We moeten het eerst zien vóór we het willen geloven.

Een ander probleem is de (niet-)benoeming van die drie Franstalige burgemeesters in de Vlaams Rand. Zal Geert Bourgeois, als Minister van Binnenlands Bestuur, korte metten maken met deze carrousel, zelfs als de regeringspartner CD&V daarmee federaal in een heel slecht parket terecht kan komen? Als de N-VA in 2011 (of eerder al) haar verkiezingsuitslag van dit jaar wil evenaren, is dit een uitgelezen dossier om aan te tonen wat haar toegevoegde waarde is in een Vlaamse regering.

En dan was er nog de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. In een staatshervorming vóór 2011 geloven we trouwens al lang niet meer, of het zou moeten zijn om een federale kieskring in te voeren. In het voorjaar van volgend jaar loopt echter, als alles goed gaat, het laatste belangenconflict over Brussel-Halle-Vilvoorde af. Hét excuus om het dossier dan opnieuw voor minstens een jaar in de koelkast te stoppen, zal het Belgische voorzitterschap van de EU in het najaar van 2010 zijn. En zulke hogere belangen kunnen in België natuurlijk alleen maar één ding betekenen, namelijk dat de Vlamingen maar moeten inbinden, niet de Franstaligen. Nu reeds staat het dus al zo goed als vast dat een stemming over de splitsing van de kieskring in de Kamer verhinderd zal worden, mét de actieve medewerking van de CD&V. (En let erop: in het voorjaar van 2011 zal die partij het onkies vinden om vlak voor de verkiezingen nog grote veranderingen aan de kieskringen door te voeren, en daarom alles toch maar willen behouden of eventueel willen terugkeren naar de oude arrondissementele kieskringen.)

Het wordt daarom interessant om zien of en hoe lang de N-VA zich zal weten te handhaven in de Vlaamse Regering. Aan de ene kant zit ze opgescheept met een coalitiepartner die drie absolute nullen tot minister heeft laten benoemen, die in de media opgehemeld worden als waren het superhelden terwijl de eigen ministers als saaie kneusjes of oorlogszuchtige nationalisten zullen afgeschilderd. Aan de andere kant zit ze met een partner die hoogstwaarschijnlijk van plan is haar op federaal vlak grandioos te rollen, en dan nog wel op precies dezelfde wijze als ze zelf nog niet zo lang geleden gerold werd door haar toenmalige paarse partners. Bij de achterban van de CD&V wil het smoesje van de verantwoordelijkheid en de moed, en volgende keer beter, er dan misschien nog wel ingaan, maar bij de achterban van de N-VA ligt dat al iets moeilijker. Al was het maar omdat die achterban ondertussen met zowel Lijst Dedecker als Vlaams Belang al over twee uitwijkmogelijkheden beschikt.

Dat alles neemt echter niet weg dat ik de N-VA in deze regering het voordeel van de twijfel wil geven. Zeker, in het regeerakkoord is het communautaire luik maar een mager beestje — heel mager zelfs. Maar wat is het alternatief? Vandaag hebben we een coalitie van CD&V, sp.a en N-VA, met misschien op papier weinig communautair «eten of drinken», maar toch nog tenminste de hoop dat er bijvoorbeeld in de Vlaamse Rand iets mogelijk zou zijn. De N-VA had natuurlijk ook het Vlaamse been stijf kunnen houden en bijvoorbeeld spijkerharde garanties kunnen eisen voor Brussel-Halle-Vilvoorde of onmiddellijk reeds een belangenconflict tegen een federale begroting, frontaal tegen één van de onderhandelingspartners in. Wat zou die houding uiteindelijk hebben kunnen opleveren? Een coalitie van CD&V, sp.a en… Open Vld? Slechter dan dat kan de regering-Peeters II immers nooit zijn, en bovendien gun ik Geert Bourgeois en Jan Peumans hun nieuwe mandaten oneindig veel meer dan bovenop een Freya en een Pascal ook nog eens een, ik zeg maar wat, Jean-Jacques of Mathias in de Vlaamse Regering te moeten zien.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten