23 mei 2012

De fundamenten van de Duitse Flamenpolitik


De verwoede belgicist Bruno Yammine heeft in 2010 een doctoraat in de Geschiedenis gehaald. Van de KUL naar het Davidsfonds is een kleine en veel gemaakte stap, dus nu is zijn onderzoek in boekvorm verkrijgbaar. Zij schetst een stuk geschiedenis vrij adequaat, maar bereikt niet het doel dat men aan zijn werk toeschrijft: de criminalisering van de Vlaamse beweging.

Het standpunt van Yammine is geen geheim, en is bij Belgische doctoraatsjury’s ook allerminst taboe. Zo omschrijft hij Henri Pirenne als “belgicistisch” met aanhalingstekens (p.13), alsof Pirennes belgicisme slechts een flamingatische mythe was. Hij heeft evenzo zijn twijfels bij de “hereniging” van Vlaanderen en Nederland (p.91), alsof de eenheid van die twee tijdens de laat-Boergondische, vroeg-Spaanse en Nederlandse periode niet gewoon een feit was. Charles Rogier heet hier een “Fransman” (p.176), terwijl de Vlaamse beweging zich gewoon op een feit beriep toen ze België’s vierde en veelvoudigste premier (en meer algemeen de aanstokers van het separatisme van 1830) een Fransman noemde. “Zogezegd” vonden er vanaf 1830 onafgebroken transfers van Vlaanderen naar Wallonië plaats, zoals niet alleen recent wetenschappelijk bewezen is maar ook al betoogd werd door Julius Vuylsteke in 1868 (p.61).

Maar eens de mening van de auteur gekend, kunnen we wel wat van dit boek opsteken. De auteur rekent zich tot de school van KUL-prof. Lode Wils (Flamenpolitik en aktivisme, Leuven 1974, hier p.16), die beweerde dat de anti-Belgische stroming de vrucht is van de Flamenpolitik van de Duitse bezetter in WO 1. Maar uit de feiten die uitgerekend door deze rabiate belgicist gepresenteerd worden, leren we dat dit niet het geval is. Zo schreef August Vermeylen in 1895 dat “de flaminganten in se volstrekt niet Belgischgezind” zijn. (p.18) Vuylsteke stelde in 1861 dat “de meerderheid van de Vlamingen ‘1830’ betreurde”. (p.61) Maar vooral: reeds in 1830 was er een omvangrijke beweging van zogenaamde orangisten die de hereniging met Nederland nastreefde. Men vergeet soms dat België de vrucht is van een separatisme, en dat niet iedereen dit separatisme aanvaardde. Het beginnende België kreeg de orangisten slechts met bedreigingen en geweld klein. Er worden in België natuurlijk geen doctoraten aan gewijd, maar het belgicisme heeft zich schuldig gemaakt aan terreur.

Het is dus gewoon niet waar dat “de eerste ideeën over splitsing van België (…) door Duitsers hetzij door Vlamingen die in nauw contact stonden met Duitse nationalisten, geopperd werden”. (p.62) Er waren bijvoorbeeld onderhandelingen tussen de grootmachten over de splitsing van België toen dat pas gesticht was, naast de omvangrijke orangistische stroming die het hele land terug bij Nederland wilde.

De auteur verwerpt terecht het onderscheid tussen en liberale Duitsers, die tot 1848 de boventoon voerden en die bij Vlaamse liberale “germanofielen” inbegrepen de leiders van de Antwerpse Meetingpartij bewondering wekten (p.55), en Duitse autoritairgezinden die na 1871 de macht steeds meer naar zich trokken. In brede Duitse kring bestond immers de opvatting dat de Nederlanden bij Duitsland behoorden (of dat een “Vlaams koninkrijk” lid van de Groot-Duitse Bond moest worden, p.91) en dat het Nederlands op gelijke voet met het Nederduits een Duits dialect was. Ene Hippoliet Bauduin wordt geciteerd, die in 1859 in een Brussels liberaal-flamingantisch ‘Jaarboekje’ schreef dat de Germaanse volkeren door God uitverkoren waren (een echo van de Duitse nationalist Paul de Lagarde, die “in Duitsland de opvolger van Israël gezien” had, p.71) wegens hun “’schranderheid, moed en vrijheidsliefde’” terwijl de Latijnse invloed “‘bezoedeling van de geesten’ door despotisme” bevorderde. (p.53) Er bestond dus een pro-germanisme dat vrijheidslievend en anti-autoritair was, evengoed als het autoritaire en anti-democratische Geschwärm van de pro-Duitse stroming in de Vlaamse beweging van de jaren 1930 en ’40.

De Duitse Flamenpolitik had weliswaar zeer diepe wortels, lang vóór 1914: “Kortom, de Flamenpolitik was geen ideologische improvisatie en werd (daarom) mede gedragen door figuren die zich in de periode 1890-1914 beziggehouden hadden met de Nederlanden in het raamwerk van een vergroot Duitsland.” (p.324) Maar de enigen die de auteur weet op te sommen, zijn natuurlijk Duitse figuren. Zij deden er trouwens hun beklag over dat bij het enige initiatief waarbij zij daadwerkelijk enkele Vlamingen betrokken, het tijdschrift Germania (1898-1905), de Vlaamse redacteuren louter over cultuur schreven en niet in het politieke verhaal van annexatie van de Nederlanden door Duitsland meegingen. Tijdens de jaren 1840 waren er al Duits-Vlaamse zangfeesten waar de Duitsers eveneens teleurgesteld waren door de geringe Vlaamse politieke invulling. (p.46)

Het zal zeker wel zo zijn dat er al een Duits imperialisme bestond vóór 1871, toen het Tweede Rijk gesticht werd. Sommige Duitse imperialisten hadden dus een beleid gericht op de Noordzeehavens voor hun uitdijende vloot, met als deel daarvan de aanhechting van Vlaanderen: “Wij kunnen nu stellen dat de Duitse Flamenpolitik – of beter gezegd Niederlandepolitik – een continuïteit betekende in de vooroorlogse Duitse politiek in de brede zin des woords.” (p.350) Weliswaar waren de Duitse nationalisten, zelfs na 1871, radicaler dan een door verdragen ingesnoerde Duitse regering, en ”probeerde de regering zich te distantiëren van de Alduitsers die op buitenlands vlak een meer compromisloze politiek wilden voeren”. (p.350) Vandaar bv. dat het Alduitse tijdschrift Germania wegens geldgebrek ten gronde kon gaan, terwijl de Duitse staat toch geld genoeg had voor zijn propaganda.

Maar geleidelijk wonnen de imperialisten aan invloed binnen de regering in Berlijn. Daarom waren ideeën als Lebensraum in de Duitse bestuursklasse volledig ingeburgerd tegen 1914, en de inschakeling van Vlaanderen in een Groot-Duitsland of minstens een Duitse invloedssfeer ook: “Was de Duitse regering in de zomer van 1914 niet voorbereid op een Flamenpolitik, dan waren de Alduitsers dat beslist wel. (…) Er was geen enkel idee dat in de Flamenpolitik zou uitgewerkt worden dat niet al twee decennia eerder bestond of bekend was bij de Duitse nationalisten.” (p.351)

Bij de Duitse, ja, maar niet bij de Vlaamse nationalisten. Er was een germanofiele opiniestroming in de Vlaamse beweging, maar zelfs met een vergrootglas vindt men geen Vlaamse collaboratie vóór 1914. Zoals de auteur zelf aangeeft, wijdde de historicus José Gotovitch een onderzoek aan de bemoeienissen van de Duitse ambassade met de Vlaamse beweging vóór 1914 en vond hij niets. (p.15) Duitse nationalisten droomden en de geleidelijk door hen ingepalmde Duitse regering observeerde de Vlaamse beweging, maar zelf namen de Vlamingen geen pro-Duitse initiatieven. Het Activisme van na 1914 was dan ook de vrucht van een wisselwerking tussen goed voorbereide Duitsers die wisten wat ze wilden, en politiek naïeve Vlamingen die weliswaar wisten wat zij wilden, namelijk zelfbestuur, maar die de wereld niet kenden.

Wat er onder de abnormale omstandigheden van de eerste Duitse bezetting gebeurde, zegt dus weinig over de Vlaamse beweging, die toen al een lange geschiedenis had. Nog minder zegt dat stuk geschiedenis over de juistheid van haar argumenten. De transfers bijvoorbeeld, hoewel toen nog zéér marginaal als thema, waren al lang bezig. En wat de belgicisten vanaf 1970 met de instellingen zouden doen, kon niemand in 1918 voorzien.

Wat Wils de rehabilitatie van het Koninkrijk der Nederlanden noemt stemt overeen met de Duits-nationalistische geschiedschrijving. (p.95) Goed, maar dan had die geschiedschrijving op dit ene punt in ieder geval gelijk. Vlaanderen zou beter af geweest zijn met het voortduren van het orangistisch bewind (inbegrepen de zeitgemässe liberale hervorming daarin van 1848, kwestie van het belgicistisch argument van de liberale Belgische grondwet te beantwoorden). En dan was vóór 1914 alles nog mogelijk; de geschiedenis van die periode heeft helaas niets te maken met het België van na 1932, met zijn taalgrens, en het totaal onwerkbare België van nu, met zijn grendels en grondwetsherzieningen.

Het boek gaat zijdelings over de Vlaamse beweging, en dat rechtvaardigt zijn publicatie door het Davidsfonds enigermate. Hoewel, is het Davidsfonds vergeten waarvoor het ooit opgericht was? Het zou nu goed passen in de reeks waarmee Joost Ballegeer zijn boek Vlamingen, volk zonder bovenlaag (2005) begon: flamingantische idealisten en hun belgicistische kleinzonen. Bijvoorbeeld, ten tijde van de tweehonderdste verjaardag van de Boerenkrijg sprak ik met één van de tenoren van het Davidsfonds, die mij zei: “Die honderdste verjaardag was bij uitstek een hoogtepunt voor het Davidsfonds, maar eigenlijk, wat was de Boerenkrijg tenslotte? Vlaamse jongens die geen soldaat wilden worden!” Wel, niet in een ver land willen gaan sneuvelen in een oorlog die de onze niet is, lijkt mij een meer dan voldoende reden om in opstand te komen. Misschien dat uitgevers en auteurs van het Davidsfonds wel op de barre Russische vlakten willen gaan sterven, maar ik vind het best eerbaar als Vlaamse boerenjongens dat niet wilden. Het Davidsfonds is uit opportunisme niet alleen anti-Vlaams geworden, maar ook asociaal: het wil niet begrijpen wat volksmensen drijft. Nu het een belgicistisch paradepaardje uitgegeven heeft, valt nog te bezien of het zich nog aan een gelijkaardig flamingantisch boek zou wagen.



Bruno Yammine: Drang nach Westen. De fundamenten van de Duitse Flamenpolitik (1870-1914), Davidsfonds, Leuven 2011. 424 pp., ISBN: 978-90-5826-804-4.



Labels: , , ,

Read more...

18 mei 2012

Imamschandaal in Zweden (Hoegin)

Een under-coverreportage van de Zweedse openbare omroep SVT resulteerde woensdag in een schandaal van dimensies in het Scandinavische land. Uit de reportage bleek namelijk dat de imams aan enkele van de grootste moskeeën van het land zich weinig aantrekken van de Zweedse wetten wanneer ze hun gelovigen raad geven, en vrouwen aanmaanden tot volledige onderwerping aan hun man. Bovendien verschilde in sommige gevallen de raad die ze gaven als dag en nacht van mekaar naargelang ze wel of niet wisten of er een camera draaide.

Het TV-programma Uppdrag Granskning van de Zweedse openbare omroep SVT zond twee vrouwen in nikab naar de tien grootste moskeeën van het land voor een persoonlijk gesprek met de imams. Eén van hen vertelde in het onderhoud dat haar man haar sloeg, getrouwd was met een tweede vrouw, en dat ze niet meer met hem naar bed wou gaan. In zes van de moskeeën werd haar aangeraden toch met haar man naar bed te gaan, wanneer hij maar wilde. Slechts in twee moskeeën raadde men haar aan de zaak bij de politie te gaan aangeven, terwijl dat haar in zes moskeeën ten stelligste afgeraden werd. Slechts twee imams vertelden dat polygamie in strijd is met de Zweedse wetgeving.

In een moskee in Malmö werd het geweld van de man afgewimpeld als een bagatel, en toonde de imam zelf op welke manier het geoorloofd was een vrouw te slaan. «Denk er niet aan –nooit, nooit, nooit– om naar de politie te stappen,» aldus de imam.

Overigens waren de twee vrouwen zelf gelovige moslims. Zij dekten zich toe met een nikab, en verborgen de camera onder hun sluier. «Ik deed dit voor de islam,» zei één van hen in een interview met het Zweedse dagblad Aftonbladet achteraf. «Mijn religie staat geen geweld tegenover vrouwen toe, ook al zei de imam in de reportage dat als een vrouw door haar man geslagen wordt, zij hem om vergiffenis moet vragen. Dat is onrechtvaardig, en het stemt me droevig. Niemand kan mijn geloof in God veranderen, en religie is een privé-zaak. Maar iedereen moet van de vrijheid en zijn mensenrechten kunnen genieten, ongeacht zijn religie.» Tegelijkertijd gaf de vrouw toe dat ze doodsbang was tijdens de opnamen, en uit angst zelfs spontaan een bloedneus kreeg.

Nog voor de reportage op TV getoond werden zonden Islamiska Förbundet, de vereniging voor moslims in Zweden, en Sveriges Imamråd, de Zweedse imamenraad, een persmededeling uit waarin ze afstand namen van de betrokken imams en hun raadgevingen. Volgens Omar Mustafa, woordvoerder van Islamiska Förbundet, kan men geweld tegen vrouwen nooit legitimeren. «Er zijn geen verzachtende omstandigheden, en het gaat hier niet alleen om een inbreuk op de Zweedse wetgeving, maar ook de basiswaarden van de islam.»

Het is nu wachten op een diepgravende reportage van onze openbare omroep om te onderzoeken of de toestand in Vlaanderen zoveel beter is, maar ik heb daar eerder mijn twijfels over. Van een reactie van mensenrechtenspecialist Eva Brems heb ik voorlopig nog geen weet, maar misschien heeft ze het op dit ogenblik te druk met het universele en fundamentele vrouwenrecht van het dragen van een boerka?

Labels: , , , , ,

Read more...

17 mei 2012

Een peiling waar niemand tevreden mee kan zijn (Hoegin)

Vrijdagavond werden de resultaten bekendgemaakt van een nieuwe peiling van La Libre Belgique. Met de resultaten ervan kan vrijwel niemand tevreden zijn. In Vlaanderen verliezen alle partijen, behalve de N-VA. Die partij zweeft dan weer op zo'n grote hoogte dat ze in oktober vrijwel zeker op een psychologische nederlaag afstevent. Ook in Wallonië verliezen alle partijen, met uitzondering van extreem-links en extreem-rechts. Front National is waarschijnlijk de enige partij die deze keer echt tevreden kan zijn, tenzij ze het daar nog steeds te druk hebben met zich van mekaar af te scheuren.

Vergeleken met de verkiezingen van 2010 staan in Vlaanderen alle partijen op verlies, behalve de N-VA. Die partij blijft torenhoog boven de andere partijen zweven, met een score die groter is dan die van de drie traditionele partijen samen. De score van 38,6% is overigens de op één na beste ooit: alleen in de peiling van La Libre Belgique van december verleden jaar scoorde de partij ooit beter. De vraag is echter of men bij N-VA wel zo tevreden kan zijn met zulke scores. «Ieder nadeel heb zijn voordeel» zei ooit Johan Cruijff, maar het omgekeerde gaat natuurlijk ook op. De partij blijft in de peilingen op zo'n hoog niveau scoren dat het straks in de media al als een zware nederlaag uitgelegd zal worden als de partij niet tot in de kleinste gemeente van Vlaanderen een volstrekte meerderheid achter zich krijgt.

Natuurlijk, vergeleken met de andere partijen zit de N-VA alleen maar met een luxeprobleem. Neem bijvoorbeeld de CD&V, dat het met een score van 13,6% slecht blijft doen bij deze peiler. De partij zakt daarmee meteen ook naar de derde plaats, na de sp.a. Voor die laatste is het meteen de kleine strohalm waaraan de partij zich deze keer kan vastklampen, maar verder is het resultaat van de socialisten in Vlaanderen ook niet bepaald denderend te noemen. Significant kunnen we het verschil trouwens niet noemen, en CD&V en sp.a spelen al langer haasje-over met mekaar. Erger voor de CD&V is misschien dat in deze peiling ook Vlaams Belang komt opzetten, en dat dus stilaan zelfs de vierde plaats begint te lonken.

Een partij waarvoor in deze peiling zelfs de vierde plaats niet meer weggelegd was, is de Open Vld. En het is natuurlijk maar de vraag of de zogenaamde visiedag van zaterdag veel aan deze situatie zal veranderen. De partij klokt af op 10,0%, een evenaring van het absolute diepterecord van precies twee maanden geleden bij Le Soir. De verdediging van Alexander de Croo dat hij geen partij wil leiden die van peiling tot peiling leeft en daarop haar politiek afstemt klinkt nogal krampachtig. Ook zijn stelling dat deze regering nog maar vijf maanden bezig is, en het daarom nog wachten is op resultaten klinkt hol, omdat de Open Vld per slot van rekening al sedert 1999 onafgebroken in de federale regering zit. Ik vrees dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang de partij de indruk blijft geven niet te weten van welk hout pijlen te maken.

Vlaams Belang staat tegenover de verkiezingen nog steeds op verlies, maar kan zich misschien optrekken aan het feit dat het stilaan terug uit het dal lijkt te klimmen. Een half jaar geleden zat de partij nog een stuk onder de tien procent, maar deze keer steekt ze zelfs de Open Vld voorbij. Gecombineerd met de hoge score van de N-VA geeft dit trouwens uitzicht op een stevige V-meerderheid in 2014, nog een punt waarover men zich kon verheugen. Blijft echter dat de partij nog niet helemaal uit de rode zone wegraakt, en dat het afwachten wordt wat de andere peilers volgende maand zullen rapporten. Over de gemeenteraadsverkiezingen van oktober hebben we het dan nog niet gehad.

Groen blijft stabiel op koers tegenover de laatste verkiezingen, maar vermoedelijk lagen de verwachtingen ondertussen toch al wat hoger dankzij de betere scores in de andere peilingen. Het blijft merkwaardig dat deze partij, net zoals de sp.a overigens, niet beter weet te profiteren van de financiële crisis.

Over LDD kunnen we eigenlijk kort zijn: als we deze peiling mogen geloven, is dit geen aflopend verhaal meer, maar een afgelopen verhaal. Zelfs de PVDA haalt nu een score die een veelvoud is van de 0,8% die LDD nog achter zich kan krijgen. Het wordt dan ook uiterst twijfelachtig of de partij in 2014 zelfs in West-Vlaanderen nog een zetel in de wacht zal weten te slepen, als de partij tegen die tijd nog bestaan.

Deze peiling is de eerste waarin N-VA en Vlaams Belang samen meer dan vijftig procent van de kiezers achter zich krijgen. De trouwe lezer zal het dan wel niet verbazen dat een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement deze keer een ruime V-meerderheid oplevert. Maar die simulatie toont vooral ook aan hoe dominant de N-VA is geworden in het Vlaamse partijlandschap. Enkele getallen ter vergelijking: de regering–Peeters II beschikt vandaag in het Vlaams Parlement over 66 zetels, maar zou uitgroeien naar 90 zetels. N-VA en Vlaams Belang samen zouden 70 zetels halen. Een afspiegeling van de federale regering–Di Rupo I raakt niet verder dan 46 zetels, en zelfs met Groen erbij raakt men niet verder dan 53 zetels, nog steeds twee zetels minder dan N-VA alleen.

Ook aan Franstalige zijde was er naar aanleiding van deze peiling weinig reden om de champagnekurken te laten knallen. De PS gaat achteruit, en zit daarmee al vijf procent onder haar resultaat van de laatste verkiezingen. Grootste concurrent MR herstelt lichtjes, maar zit ook nog altijd onder haar laatste verkiezingsresultaat. CdH gaat lichtjes achteruit tegenover de vorige peiling, maar blijft stabiel tegenover de verkiezingen. Ook Ecolo blijft stabiel tegenover de verkiezingen, zij het misschien met een lichtjes negatieve trend.

Welke partij of partijen gaan dan met de winst lopen? In Wallonië blijken volgens deze peiling zowel extreem-links als extreem-rechts te profiteren van de achteruitgang van de traditionele partijen. In het bijzonder Front National kan tevreden zijn met opnieuw een resultaat dat boven de kiesdrempel uitstijgt. Als de partij er niet in slaagt enkele mandaten binnen te rijven bij de komende verkiezingen, dan zal dat in de eerste plaats aan interne twisten liggen, en niet aan een onbestaand kiespubliek in Franstalig België.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , ,

Read more...

Beledigen moet kunnen (vpmc)

.
Dat ze in het Verenigd Koninkrijk een achterlijke wet hebben die publieke beledigingen verbiedt, mag niemand verbazen. Journalisten doen daar nu wel lacherig over, maar dat is hypocriet want ongeveer elk Europees land heeft zulke wetten. Vaak zelfs hebben landen een speciale ambtenarij ingericht, die naar eigen inzicht en appreciatie, en zelfs met een soort initiatiefrecht, mag toezien op de naleving ervan. 

Praktisch gesproken levert dat een parallel tribunaal op, van morele en sentimentele aard, naast de gewone, civiele, democratische rechtspraak. 
Je zou, wat de schadelijkheid betreft, misschien kunnen denken aan het effect van een tv-programma, dat bij wijze van spreken de vriendin van een vriendin iets kwalijks zou laten vertellen over een derde, aan wie helemaal niets gevraagd wordt. Voor de civiele rechter kan zoiets gelukkig niet, maar we hebben hier met een soort veralgemeend Sondertribunal te maken, en daar is weinig tegen te beginnen.

Wat anderzijds wél mag verbazen, en ook toegejuicht mag worden, is dat de Engelsen (Britten om precies te zijn) van die wet af willen. Dat is een goede zaak, al was het maar omdat in vele werken van P.G. Wodehouse de publieke belediging, van bijvoorbeeld een politieagent, een grote rol speelt. Bij het voortbestaan van die speciale wet, zouden zijn plots voor de jonge generaties langzamerhand onbegrijpelijk worden. Die beledigingen werden toen ook wel vervolgd, maar zonder speciale wet. 


Goed, eens die wet van de baan zou je in Engeland dan weer onbekommerd kunnen uitroepen dat een bepaalde politieman een mogelijk homoseksueel paard berijdt, of dat Mohammed volgens de canonieke teksten een roverhoofdman en moordenaar was.


Maar de afschaffing van die wet is niet voor morgen, hoor ik op de radio. Het Lagerhuis heeft dringender zaken te doen. Dat is erg voor de Engelsen, maar misschien kunnen wij intussen wel werk maken van iets dergelijks? Dat moet dan wel een beetje beargumenteerd worden, want bij onze medemens, en zeker bij journalisten is de morele verontwaardiging sneller gereed en meestal ook beter ontwikkeld dan het wat abstractere rechtsgevoel. 
Ik wil graag een handje helpen, en stel volgende werktekst voor:


Dat mensen goden en profeten willen aanbidden, al dan niet met gebruik van afgodsbeelden, is hun zaak. Maar anderen moeten de volle vrijheid hebben om daar smalende en lasterlijke opmerkingen over te maken. Natuurlijk is het onaardig om voortdurend gelovigen te pesten, en het is redelijk om iemands lichtgeraaktheid te ontzien, of het nu zijn gedichten, zijn moeder, zijn god, zijn inkomen of zijn oorlogsverleden betreft – maar je mening moet je kunnen zeggen, ook op smalende toon, lichtgeraaktheid of niet.

Karel van het Reve
De Ondergang van het Morgenland
G.A. van Oorschot, Amsterdam 1990, p.198
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

15 mei 2012

Beschaving, en de zichtbaarheid van de vrouw (vpmc)

.
Voor vertalen was er even geen tijd, maar een transcriptie maakt onderstaande Franse tekst alvast citeerbaar. Dat is nuttig, want het intellectuele debat, zoals dat bij Finkielkraut elke zaterdagmorgen plaatsheeft, ontbreekt bij ons, tenzij onder mensen die het met elkaar eens zijn. In andere landen is dat niet noodzakelijk zo. Op de site van France Culture is de volledige uitzending beschikbaar (Les livres pour patrie), want er kwamen behalve de uittrekseltjes hieronder nog wel meer interessante thema's aan bod.
Grappig was dat Finkielkraut, die gewoonlijk geen woorden te kort komt, plots twijfelde hoe je de naam van Mme de Staël uitspreekt. Herkenbaar probleem, en echte radio. Eerst dat grapje en dan serieus:



Jan Leyers definieerde Europa ooit heel goed, namelijk als die beschaafde plek op de wereld waar ook vrouwen op café kunnen gaan. Hun zichtbaarheid is er geen halsmisdaad. Finkielkrauts genodigde zaterdag, de filosofe Mona Ozouf, plaatste die definitie in een historisch perspectief, en zij zag de oorsprong van deze loffelijke beschavingsvorm in Frankrijk. Daar heb ik nog een kleine kanttekening bij.



Alain Finkielkraut: ...ces écrivains venus d’ailleurs, de Hume à Henry James, en passant par Henri Heine, pour lesquels la France est femme, une terre que le long commerce entre les sexes a façonnée, et polie. France donc, patrie littéraire et patrie féminine.
Mona Ozouf: Oui, mais ce que je veux dire c’est qu’il est vrai que lorsqu’on lit les récits des voyageurs étrangers en France, à partir du dix-septième siècle, dix-huitième, dix-neuvième, chaque fois, ce qui frappe les voyageurs étrangers en France c’est la visibilité féminine. Les femmes sont partout, elles sont partout, elles sont dans les occupations, elles attèlent les carrioles, elles vendent des violettes dans la rue, enfin que sais-je. Visibles partout et d’autre part, c’est la mixité des activités qui frappe tous les étrangers. Donc je pense qu’on peut dire en effet que la France est un pays féminin.



Mona Ozouf: Mais, mais cela étant dit, je pense que depuis fort longtemps, s’était établi en France un commerce entre les sexes plus plus aimable, plus heureux, plus civilisé que dans beaucoup d’autres pays. Et ce n’est pas un thème que j’invente, c’est le thème de Mme de Staël, tout au long de son œuvre. Mais effectivement pourquoi est-ce que c’est un mauvais cas? Parce que ça semble, comment dire, protester contre l’idée que l’indifférenciation entre les sexes est un bien. Or c’est à cette extrémité-là que mon féminisme n’est pas du tout prêt d’aller, car je ne crois nullement l’indifférenciation souhaitable. Je crois, pour tout vous dire, que ce qui fait le prix de l’existence des femmes en France, c’est de pouvoir jouer sur deux tableaux, très différents. Le tableau de leur féminité, c'est-à-dire qu’une femme peut parfaitement être attentive à son apparence, et désirer plaire, sans pour autant se penser comme une femme-objet, comme une serine, et par ailleurs parce que c’est un calcul très rationnel. Condorcet l’a très bien dit. Condorcet a dit que quand le destin des femmes dépend de leur apparence, il est tout à fait rationnel pour les femmes de s’en préoccuper.*
Bien. Donc les femmes peuvent cultiver en France cette féminité-là. Mais par ailleurs, dans la France républicaine, l’individu est un individu qui a ses droits parce qu’il est dénué de ses qualités personnelles. Par conséquent la femme peut aussi se penser comme un sujet neutre du droit. Et c’est la possibilité me semble-t-il pour les femmes de, selon les contextes et selon les situations, de jouer sur la différence précieuse, sur la différence féminine précieuse, qui, si elle n’existait pas, tout le romanesque de l’existence se volatilise d’un coup, et en même temps se penser comme un, comme le sujet du droit, dénué de qualités.
____________________

* Marie Jean Antoine Nicolas de Caritat, marquis de Condorcet (1743-1794) zal deze uitspraak gedaan hebben nadat hij, zoals elke Europese intellectueel toen, Ferdinando Galiani's Della Moneta had gelezen. Daarin staat net hetzelfde, en toen dat boek verscheen was Condorcet amper zeven jaar oud. Pas onlangs werd Della Moneta in het Frans vertaald, zoals hieronder te zien, en hier heb ik die passage weer naar het Nederlands omgezet:

Passion des femmes pour la beauté
et combien celle-ci est raisonnable
Toutefois, si chez l'homme le désir de paraître crée de l'attirance pour les productions les plus belles et les plus rares de la nature, chez les femmes et chez les enfants, la très ardente passion de paraître beaux fait apprécier ces objets au plus haut point. Les femmes, qui constituent la moitié de l'espèce humaine, et qui sont destinées, ou entièrement ou en très grande partie, à la propagation de l'espèce ainsi qu'à notre éducation, n'ont d'autre prix et mérite que l'amour qu'elles éveillent chez l'homme. Et comme celui-ci dépend presque entièrement de leur beauté, leur plus grand souci est d'apparaître belles aux yeux des hommes. Combien les ornements y contribuent est un fait reconnu unanimement; donc, si la valeur chez les femmes tire son origine de leur charme et celui-ci de leur beauté, cette valeur s'accroît avec les ornements, et alors il est par trop évident que nécessairement la valeur de ces objets est très grande dans l'idée qu'elles s'en font.
Ferdinando Galiani
De la Monnaie/Della Moneta
Édité et traduit sous la direction de André Tiran
Traduction coordonnée par Anne Machet
Éd. Economica, Paris, 2005, p.75
.

Labels: , , , ,

Read more...

11 mei 2012

Die Bibel hat recht! (vpmc)

.
Kathleen Cools (@CoolsKat) stelde op Twitter een moeilijke vraag: “Quo vadis OpenVld?”
Ze wees op de barslechte peiling in de Libre Belgique, waar de liberalen nog een tiende van de stemmen halen, en we weten allemaal hoe onrechtvaardig de Tienden zijn.
Maar CoolsKat wees tegelijk ook op een lichtende horizont, want zij eindigde met : “…en morgen visiedag”.
Dit toont aan dat zij Johannes 13:36 aandachtig heeft gelezen, en in heur hart bewaard: “Simon Petrus zeide tot Hem: Heere, waar gaat Gij heen? Jezus antwoordde hem: Waar Ik heenga, kunt gij Mij nu niet volgen; maar gij zult Mij namaals volgen.
Dus ook voor Alexander is alle hoop nog niet verzwonden. Ook voor hem komt ooit de Visiedag!
Maar Jezus was hier nog niet uitgebabbeld: 16:7 "Doch Ik zeg u de waarheid: Het is u nut, dat Ik wegga; want indien Ik niet wegga, zo zal de Trooster tot u niet komen; maar indien Ik heenga, zo zal Ik Hem tot u zenden."
Wie zou Hij met die Trooster toch bedoeld kunnen hebben? Dat is natuurlijk de vederlichte Duif, de Parakleet, en die verstaat beter Latijn, dus laten wij de goddelijke vertaler Hiëronymus nu zeggen, 13:36: dicit ei Simon Petrus Domine quo vadis respondit Iesus quo ego vado non potes me modo sequi sequeris autem postea 16:7 sed ego veritatem dico vobis expedit vobis ut ego vadam si enim non abiero paracletus non veniet ad vos si autem abiero mittam eum ad vos
.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

10 mei 2012

Een les politieke filosofie (niet te verwarren met 'politicologie') vpmc

.
Anne Van Lancker, voormalig Europarlementslid voor SP-a, en Thierry Baudet van de universiteit van Leiden, hadden op Radio1 een gesprekje naar aanleiding van de EU-feestdag gisteren. Schuman day zoals men wel zegt. Dat gesprekje verliep wat ongelijk. De twee partners kwamen uit sterk verschillende gewichtsklassen.
Baudet hanteerde meteen moeilijke begrippen als democratie, unie, natie enzovoort, en hij had ook hoorbaar nogal wat politieke filosofie achter de kiezen. Anne Van Lancker gebruikte diezelfde termen ook, maar uit haar mond komend leken ze niet naar een specifieke theoretische achtergrond te verwijzen. Bij haar hadden ze een, om zo te zeggen meer volkse inslag.
Misschien daardoor eindigde het gesprekje wat onbeholpen en lacherig:



Baudet: We moeten toe, naar wat ik noem een Commonwealth model, waarin we vrijhandel hebben, waarin dus ook een land als Turkije d’er gewoon bij kan, vrij handelt, geen vrij verkeer van personen, en geen gedeelde munt, en dus ook geen politiek unie. Het woord samenwerking impliceert onafhankelijkheid, het impliceert de mogelijkheid om zelf te kunnen beslissen: ik wil wel of niet meedoen. De Europese Unie realiseert geen samenwerking, maar maakt samenwerking juist onmogelijk omdat het landen de zeggenschap ontneemt over hun eigen beleid. Dus de Europese Unie legt aan landen beleid op, en laat ze juist niet creatief samenwerken.
Radio1: Maar dan wordt het toch zéér ontransparant want dan krijg bijvoorbeeld voor landbouw elf landen die gaan samenwerken, voor een militaire eenmaking ga je negen landen hebben die samenwerken. Dat wordt toch een kluwen waar niemand wijst uit geraakt?
Baudet: Juist wel. Want op deze manier blijft de centrale beslissingsmacht bij de nationale parlementen liggen, waar dus ook de beslissingen uiteindelijk genomen worden. Betekent dat hun electoraat zeggenschap heeft over het beleid. Kijk, als die nationale parlementen niet meer kunnen beslissen over de thema’s die de nationale publieke debatten bepalen, zoals immigratie, zoals hoe gaan we om met CO2-problematiek, hoe gaan we om met onze buitenlandse politiek, dan ontneem je mensen niet alleen maar hun economische bloei, want dat zien we nu, maar je ontneemt hun ook hun recht om hun identiteit vorm te geven.
Radio1: Mevrouw Van Lancker, u mag daar nog kort op reageren.
Van Lancker: Ja, de voorbeelden die mijn tegenhanger hier naar voren brengt, CO2-problematiek, migratie, buitenlands beleid… ik zie de Nederlanders dat allemaal in hun eigen sopje al gaarkoken. Mijnheer doet het uitschijnen alsof Europa zo’n soort van anoniem monster is, dat boven onze hoofden hangt, en allerlei dingen beslist. Ik wil alleen maar herinneren dat Europa geleid wordt door de Europese Commissie, door de Raad van Ministers, alle landen hebben daar hun vertegenwoordigers in, en door 754 leden van het Europees Parlement, die allemaal democratisch verkozen zijn, in hun eigen land.
Baudet: Het is natuurlijk heel grappig wat mevrouw nu zegt. Kijk, democratisch, en dan 754 leden in het Europees Parlement die door onafhankelijke, die in andere landen gekozen zijn! Het kan dus per definitie niet democratisch zijn.
Radio1: Waarom niet?
Baudet: Je kan geen multinationale democratie hebben, want democratie veronderstelt, impliceert dat er een collectief geheel is, dat als geheel ook kan worden vertegenwoordigd. Je kan geen democratie hebben zonder een demos, zonder een volk. Europees volk bestaat niet (AvL lacht), dus Europese democratie bestaat niet.
Radio1: Maar dat is wat iedereen toch hoopt en anders ziet natuurlijk.
Van Lancker: Dat is toch belachelijk allez, dan heeft België ook geen democratie!
Baudet: Daar is ook heel wat voor te zeggen. (AvL lacht)
Radio1: Ik denk dat jullie agree to disagree. Eh, 9 mei, feest van Europa, voor de één toch, voor de ander verre ván. Ik wil jullie graag allebei bedanken, mevrouw Van Lancker, mijnheer Baudet.
Baudet: Graag gedaan, dank u wel.
Van Lancker: Daag.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

6 mei 2012

Een tienjarenplan voor geloofwaardigheid (vpmc)

.
Wat de geloofwaardigheid van de media maar matig bevordert, is gekeuvel over de geloofwaardigheid van de media. Dat bleek deze middag weer in de Zevende Dag. Zelfs een zinnetje dat je nu gedurig hoort en leest, en dat daar aan tafel ook viel, namelijk dat journalistiek mensenwerk blijft, heeft voorlopig niet het gewenste effect.
En als er bij dat mensenwerk een foutje gebeurt, dan willen excuses achteraf ook niet goed helpen. Nu zijn excuses, journalistieke of politieke, altijd te belachelijk om dood te doen, vijgen na Pasen en mosterd na de maaltijd als het kalf verdronken is. Denken we maar aan de excuses die Verhofstadt destijds ging aanbieden in Rwanda. Of aan de excuses die wij binnen enkele jaren in Libië zullen zien aanbieden door onze voltallige Kamer.
Excuses zijn flauwekul. Misschien ligt het journalistieke probleem ook niet bij een enkel incidentje, een slechte inschatting of zelfs bij een reeks van stupiditeiten? Misschien ligt de oorzaak bij de geestesgesteldheid zelf van redacties?
Bekijken we even de sereniteit waarmee vandaag de tiende verjaardag van de dood van Pim Fortuyn wordt herdacht. In De Standaard lezen we: “Zelfs op links is het dezer dagen ver zoeken naar iemand die nog iets slechts wil zeggen over Fortuyn.
Dat geldt voor journalisten en politici, en het is niet goed voor hun geloofwaardigheid, want toen de man nog in leven was, klonken zij totaal anders. De haat en de verachting droop van de pagina’s toen, en dat was in die tijd heel respectabel. Iemand als bijvoorbeeld de hondenliefhebber Chris Dusauchoit mocht toen  over die moord nog verklaren: “…ik had er toch geen slecht gevoel bij. Ik dacht: erger kwaad is voorkomen. One down, twenty to go. Het heeft mij verwonderd dat de zaak zo lekker snel geïmplodeerd is.

Nu is het nog maar de vraag óf erger kwaad ook voorkomen werd, want we hebben nu Wilders, en die leeft nog, helaas volgens velen, en mede natuurlijk omdat hij beschermd wordt tegen bijvoorbeeld dierenliefhebbers.
Maar in dezelfde krant deze week las ik, aan Wilders’ adres, een lezersbriefje van 280 woorden van de journalist Lucas Vanclooster. Vanclooster antwoordde op een genuanceerd stuk van Geert van Istendael. Dat stuk moet hem bijzonder hebben gestoord.
Laten we even kijken wat Lucas schrijft, en wat De Standaard dus publiceerbaar acht. Ook Lucas zal binnen tien jaar vanzelfsprekend anders schrijven, als de wind gedraaid is, maar tot zolang behoort zijn stijl en zijn grote zedelijke verontwaardiging tot de gewone journalistiek, terwijl die nochtans probeert geloofwaardig te zijn. Ik geef hieronder 47 van zijn woorden, dat is een op de zes. Stilistische beoordeling laat ik aan de lezer over:

Hitler en zijn trawanten – onversneden racistisch fascisme – simplistische anti-elitaire kretologie, waarvan de echo's bij Geert Wilders nog helder doorklinken. Overigens, 'De rattenvanger van Hamelen' is een Duits verhaal. – Wilders is een volbloed populist – Zijn pseudo-proletarisch discours – typisch voor een poujadistische populist – ziekelijke aandacht voor iemand als Wilders.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

28 april 2012

Historia docet

Tien jaar geleden beschreef de Leuvense hoogleraar Jo Tollebeek in een bijzonder boeiende uiteenzetting over “De conjunctuur van het historisch besef” hoe het bewustzijn van de geschiedenis verandert de doorheen de eeuwen en hoe ook historici in hun wetenschapsbeoefening op vele manieren aan geschiedschrijving doen (1). Elke historiografie, of ze nu verhalend is of niet, berust natuurlijk op een selectie en interpretatie van feiten, en die worden grotendeels bepaald vanuit het heden. Interpreteren wil zeggen dat men op zoek gaat naar de betekenis van dingen. Wat is de betekenis van de moord op Julius Caesar, van de kruisdood van Christus, van de Guldensporenslag of de slag bij Waterloo? En onmiddellijk aansluitend, aangezien de methode van de geschiedwetenschap nu eenmaal op de eerste plaats berust op de studie van teksten: wat is de betekenis van de kronieken daarover, de teksten van de Romeinse auteurs, de Evangelies, de middeleeuwse kronieken of negentiende-eeuwse monografieën?

Juristen en theologen weten en historici zouden moeten weten dat er verschillende wijzen zijn om een tekst te interpreteren die ook een verschillende functie kunnen hebben. Men kan nagaan wat de bedoeling waren van de auteur van een tekst, of van een handeling. Man kan nagaan welke gevolgen die tekst of handeling gehad heeft in de loop der geschiedenis. Het merkwaardige is dat hoe langer iets geleden is, hoe beter men de betekenis ervan in die zin kan inschatten – als men te dicht op de feiten zit beseft men de mogelijke gevolgen en betekenis ervan ervan minder. Bij die Wirkungsgeschichte kan men ook bestuderen welke rol de herinnering aan een feit of plaats in een latere periode heeft gespeeld. Zoals ik eerder al mocht schrijven (2), bestaat de betekenis van de Guldensporenslag vandaag meer uit de kracht die de herinnering eraan gegeven heeft aan de Vlaamse Beweging in de negentiend en twintigste eeuw dan uit de kracht die de slag toen heeft gehad (ook al moeten we die daarom niet minimaliseren). Teksten en feiten kunnen ook een praktische betekenis hebben voor vandaag, en dat is wat voor juristen natuurlijk het belangrijkste is. Men kan er een symbolische betekenis in zien in plaats van ze letterlijk te interpreteren, zoals wij vandaag meestal wensen bij sacrale teksten waarvan de letter te moordend kan zijn. Bovenal ook worden historische teksten net zoals literaire teksten educatief en ethisch gebruikt. Zij kunnen positieve rolmodellen van menselijke deugden tonen net als negatieve beelden van menselijke zwakheden. En wat zou er mis zijn met het aanbieden van rolmodellen ? Sommige historici vandaag specialiseren zich liever in de pathografie van de geschiedenis, de zwartschildering of Kriminalgeschichte en kunnen blijkbaar niet goed verdragen dat er uit de eigen geschiedenis ook nog iets anders kan geleerd worden. Uit reactie tegen de eenzijdigheden van sommige voorgangers schrijven ze een geschiedenis die meer politiek correct is dan “historiquement correct” (met de titel van een boek van Jean Sevillia)(3). Tu quoque ?

(1) in De horizonten van weten en kunnen, red. Bart Raymaekers, Gerd Van Riel, p. 167 v.

(2) "Gebruik en misbruik van geschiedenis", Opsomerlezing 2002, Vivat Academia, nr. 115, 2002, p. 61 v = http://storme.be/opsomer2002-storme.pdf

(3) Jean SEVILLIA, Historiquement correct, uitg. Perrin 2003
Read more...

15 april 2012

Deense regering houdt ex-Stasi-agent hand boven het hoofd (Hoegin)

Verleden week ontdekte de Deense onderzoeker Thomas Wegener Friis bij toeval dat een vooraanstaande Deen jarenlang agent is geweest voor de Stasi. Het laatste stukje bewijs om zijn identiteit onomstotelijk vast te stellen ontbreekt echter, en moet via de Deense regering aangevraagd worden bij de VS. Je zou dan denken dat die regering maar een half woord nodig zou hebben om het nodige te doen, de eerste minister op kop. Niet zo echter met de linkse regering–Thorning-Schmidt, die het Stasi-potje liever gedekt houdt. Wat zou daar achter zitten?

Stel je voor dat plots zou blijken dat een vooraanstaande Hongaar zeventig jaar geleden Gestapo-agent was, maar dat zijn identiteit niet helemaal vastgesteld kan worden zonder het laatste bewijsstukje dat opgeborgen zit in een Amerikaans archief. Stel je dan bovendien nog eens voor dat de Hongaarse eerste minister Viktor Orbán liever niet een aanvraag zou willen indienen om dat bewijsstukje op te vragen, zodat de voormalige Gestapo-agent onbekend dreigt te blijven. Het spreekt voor zich dat de journalisten over het hele Europese continent over mekaars voeten zouden struikelen om hierover te berichten, en dat opiniemaker en commentatoren hun afschuw zouden uitschreeuwen over zoveel misdadig fascisme in het hart van de Hongaarse regering. Guy Verhofstadt zou zonder twijfel nog eens hard van leer gaan in het Europees Parlement, afsluitend met de retorische vraag of de gasovens soms al warm staan te draaien in Hongarije. Zijn adepten zouden de zaak daarna opvolgen met enkele opiniestukken, doorspekt met zwaarwichtige citaten van een hoop filosofen waar geen mens eigenlijk ooit van gehoord heeft, de auteurs inbegrepen. Een paar expliciete verwijten richting N-VA, voor de gentionalisten toch de incarnatie van het Kwaad in Vlaanderen, zouden daarbij uiteraard niet ontbreken.

Niets van dat alles echter nu de Deense sociaal-democratische eerste minister Helle Thorning-Schmidt een ex-Stasi-agent de hand boven het hoofd houdt. Op een persconferentie liet ze eerder deze week horen dat wat haar betreft deze zaak er één is voor de Deense inlichtingendienst PET, en dat ze er verder dus niets mee te maken wil hebben. Maar om uitsluitsel te krijgen over de identiteit van de ex-agent is het formeel de Deense regering die een aanvraag bij de VS zal moeten indienen om een kijkje te kunnen nemen in de zogenaamde Rosenholz-bestanden van de CIA. Ook minister van Justitie en partijgenoot van de eerste minister Morten Bødskov wast zijn handen in onschuld, en voelt zich niet betrokken. Hun excuus is dat Denemarken genoeg informatie heeft gekregen uit de Rosenholz-bestanden, en daar zullen de onderzoekers naar de periode van de Koude Oorlog het dus mee moeten doen. Bovendien zou een vraag naar meer informatie «de betrekkingen met de Verenigde Staten in het gedrang kunnen brengen», al is niet helemaal duidelijk hoe en waarom dat het geval zou kunnen zijn. Gevolg: volgende week riskeert de regering–Thorning-Schmidt een pijnlijke afgang in het parlement wanneer een wisselmeerderheid haar zal dwingen toch een verzoek bij de Amerikanen in te dienen.

Waarom zouden de Deense Socialdemokraterne zo weigerachtig staan tegenover de ontmaskering van een ex-Stasi-agent? De reden dient niet ver gezocht te worden. Als er inderdaad zo'n ex-Stasi-agent rondloopt die nogal wat invloed heeft gehad en daarmee een bijzonder schadelijke rol heeft kunnen spelen, dan zal die bijna zeker in de rangen van of kringen rond de sociaal-democratische partij gezocht dienen te worden. Verderop naar links werd van iedereen immers verwacht dat ze op z'n minst meelopers waren van de communistische régimes in het Oostblok, en was hun invloed dan ook navenant minder. Verder in het centrum of op rechts is het onwaarschijnlijk dat de Stasi ooit veel agenten heeft kunnen rekruteren, of het zou om een mol moeten gaan. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat men in de regering dit potje liever gedekt houdt, en dan maar naar enkele goedkope en weinig geloofwaardige excuses grijpt om de Rosenholz-bestanden voor onderzoeker Thomas Wegener Friis zo lang mogelijk gesloten te houden.

Onthou overigens de naam Helle Thorning-Schmidt, want van haar hebben we hoogstwaarschijnlijk nog een hype te goed. Op dit ogenblik kan het Europees socialisme immers maar met twee eerste ministers uitpakken: Helle Thorning-Schmidt en… Elio di Rupo. Die Belgische eerste minister Elio di Rupo heeft natuurlijk zijn achtergrond en zijn geaardheid mee om de lieveling van links (en dus zeker ook de pers) te worden, maar zijn geaardheid ligt er net als zijn make-up af en toe toch net iets te dik op om echt sympathiek over te komen bij de bredere bevolking. Qua ijdelheid lijkt hij trouwens Europees «president» Herman van Rompuy naar de kroon te willen steken, ook al een minpunt. Bovendien vertegenwoordigt hij een paleosocialisme dat buiten Wallonië waarschijnlijk alleen nog in Belarus nog iet of wat te betekenen heeft. En ten slotte weet je nooit of hij morgen niet in één of ander schandaal verwikkeld raakt – in het beste geval slechts een gewoon Waals corruptieschandaal.

Helle Thorning-Schmidt daarentegen is een veel frissere verschijning, en de hoofdfiguur in het Deense politieke televisiedrama Borgen (naar Christiansborg, het Deense equivalent van de Belgische Wetstraat) was overduidelijk op haar maat gesneden. Ze behoort echter wel tot het soort Europees elitesocialisme waar het Vlaamse loftsocialisme een zijtak van is. Zo gaat ze bijvoorbeeld volledig vrij van de smet ooit in de privé-sector gewerkt te hebben, maar kent ongetwijfeld wel haar weg in de lounges van de Europese luchthavens. En het is zeker niet omdat ze het volk «dient», dat ze er in schamele kleren zou willen bijlopen. In het Europees Parlement liep ze bijvoorbeeld een tijdje rond met een Gucci-handtas, vandaar ook haar bijnaam «Gucci-Helle» in de Deense roddelpers. Het is daarmee duidelijk dat ze perfect in het rijtje vlotte jongens en meisjes past zoals een Caroline Gennez, Freya van den Bossche of een Patrick Janssens. Als sociaal-democraten pretenderen ze wel de gewone werkmens te vertegenwoordigen, maar in feite komen ze er nog minder mee in aanraking en hebben ze er nog minder gemeen mee dan bijvoorbeeld Bekaert-baas Bert de Graeve. Die laatste komt immers tenminste nog af en toe een arbeider tegen als hij één van zijn fabriekshallen bezoekt.

Een socialist zou echter geen socialist zijn als aan haar niet één of ander corruptie- of belastingsschandaal kleeft. Zo ook voor Helle Thorning-Schmidt. Zij is immers getrouwd met Stephen Kinnock (zoon van), die in 2007, 2008 en 2009 officieel in Zwitserland woonde en daar ook belastingen betaalde. Rara wat voordeliger is, want socialisten heffen wel graag belastingen, maar ontspringen nog liever zelf de dans als het even kan. De Deense arbeider die het zich niet kan veroorloven te doen of hij in Zwitserland woont zal van de hele zaak wel het zijne gedacht hebben. Tot bleek dat Helle Thorning-Schmidt van 2000 tot 2008 wel de belastingsaftrek van haar man voor zichzelf in rekening bracht «omdat hij al zijn weekends van vrijdag tot maandag, soms inclusief donderdag, in Denemarken doorbracht». De man bezit dus overduidelijk net als enkele heiligen de gave van de bilocatie, zodat hij per jaar zowel meer dan de helft in Denemarken als in Zwitserland kan vertoeven. En nog los van zijn creativiteit wat betreft de belastingen, is het toch opmerkelijk dat de man blijkbaar al genoeg heeft aan amper drie werkdagen per week, en soms zelfs maar twee, om er verder toch nog redelijk warmpjes in te zitten zodat zijn vrouwtje met een Gucci-handtas in het Europees Parlement kon ronddartelen. Het doet willekeurig denken aan een zekere Yves Leterme, die tegenwoordig bij de OESO ook niet bepaald gebukt lijkt te gaan onder een al te lange werkweek.

Zullen we ooit weten wie de ex-Stasi-agent is? Vermoedelijk wel. In principe kunnen de Verenigde Staten weigeren de Rosenholz-bestanden te openen, net zoals ze reeds drie maal het verzoek van de onderzoeker Thomas Wegener Friis hebben geweigerd om het laatste stukje bewijs naar de oppervlakte te brengen. Maar na deze politieke rel is dit misschien toch net een tikkeltje minder waarschijnlijk geworden. Men kan zich immers al de krantentitels voorstellen als de Amerikanen opnieuw zouden weigeren als een wisselmeerderheid de Deense regering toch dwingt een verzoek in te dienen. Maar zelfs als de VS inzage in de Rosenholz-bestanden weigeren, zit Thomas Wegener Friis wel degelijk met een concrete naam. Voorlopig heeft hij geweigerd die prijs te geven, precies omdat hij absoluut zeker wil zijn, maar het laat zich raden dat de druk op hem snel een pak groter zou kunnen worden als de Rosenholz-bestanden gesloten blijven. Het is dus vermoedelijk nog slechts een kwestie van enkele dagen of weken eer iemand in Denemarken zijn of haar Günter Grass-moment tegemoet gaat. Ondertussen is het masker van Helle Thorning-Schmidt in ieder geval al afgevallen.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

10 april 2012

Zonder democratie verder?

“De democratie voorbij”, daarover gaat dit hele manifest. Vanuit libertarisch oogpunt wordt de democratie in haar grondslagen bevraagd en schuldig bevonden aan de toegenomen regelneverij en inefficiëntie. De meeste moderne politiek wordt uit naam van de democratie gevoerd en heeft aantoonbaar tot veel meer bureaucratie en overheidsbeslag geleid.




Dat de democratie zelf aangevallen wordt, is een teken des tijds. De democratie gold in de jaren ’90 als een bolwerk tegen “extreemrechts”, dat toen nog met een projectie uit de jaren ’30 werd afgeschilderd als “antidemocratie”. De opkomst van de “populistische” partijen (al is er geen enkele die zich zo noemt) en de herstijling van iet of wat nazi-nostalgische partijen als populistisch, met typisch een keuze vóór het referendum (Vlaams Belang, Front National, British National Party), heeft de hoofdstroom genoopt om de populisten als vijand te kiezen. En “populisme” betekent niets anders dan democratie. Daar waar hoofdstroomkrokodillen zich in de jaren ’90 nog vóór de democratie uitspraken, hebben zij nu minder moeite om zich tegen de volkssoevereiniteit uit te spreken. Zelfs partijen die in de jaren ’90 uitgesproken vóór directe democratie waren, zoals het Nederlandse D’66 en het Vlaamse VLD, zetten het onderwerp nu op de achterbrander.

Maar daar waar opportunisme de hoofdverklaring vormt voor het huidige antidemocratiediscours van de kleurpartijen, die zich nooit om beginselkwesties van democratie bekreund hebben, neemt libertarisch rechts de kwestie van de volkssoevereiniteit ernstig. De libertariërs van de school van Louis von Mises en Murray Rothbard, en vandaag Hans Hermann Hoppe en zijn Hollandse akolieten, hebben altijd al kritiek gehad op de democratie als systeem. Met name ontzeggen zij evenzeer aan de volksmassa als aan een monarch of dictator het recht om te bepalen hoe zij hun leven moeten leiden.

“Democratie = collectivisme” vertaalt zich als volgt: “De parlementaire democratie is onrechtvaardag, werkt bureaucratie en stagnatie in de hand, ondermijnt vrijheid, zelfredzaamheid en dynamiek, en leidt onvermijdelijk tot zelfzucht, behoudzucht,regelzucht, gemakzucht en potverteren.” (p.10-11) Dat is in het kort het antwoord van auteurs Frank Karsten en Karel Beckman op de hoera-sfeer rond volksmacht die nagenoeg alle partijen zeggen te delen.

Na de “dertien mythen van de democratie”, over het vrijheids- en gemeenschapsbevorderende nut van volkssoevereiniteit (p.15-59), komt helaas “de kater na het democratische feest” (p.60-66): de onbetaalbaarheid van het systeem drukt ons met de neus op de feiten, maar wie naar de grondslagen gekeken had, zag de bui reeds hangen. Natuurlijk moedigt de democratie subtiel of minder subtiel het potverteren aan, zodat nagenoeg alle zogenaamd democratische staten vandaag een veelvoud aan schulden en belastingen kennen in verhouding met een eeuw geleden. Eén van de auteurs verhaalt hoe hij een vereniging van skeptici wou oprichten en als allereerste agendapunt de kwestie van de subsidies aanhaalde. Het was niet bij hem opgekomen hoe dit neerkwam op anderen doen betalen voor waar eigenlijk niet zij willen aan meebetalen.

In “naar een nieuw politiek ideaal” (p.67-80) proberen de auteurs een alternatief te formuleren. Er is weinig aan te merken op hun decentraal model met zo min mogelijk staat, al zal het de klant van de ziektewet wel zuur opbreken dat wat nu een recht is, dan een te verdienen gunst zal zijn. Fundamentele kritiek is echter wel gevraagd op hun stilzwijgen over de staat als motor van het rechtsleven. Geestesleven en economisch leven kan men aan het privé-initiatief overlaten, maar het recht is uit de aard der zaak gemeenschappelijk. Daar botst het “individualisme” op zijn noodzakelijke grenzen.

Het voorbeeld van Zwitserland, waaraan de auteurs toch lippendienst bewijzen, toont juist aan dat zekere grenzen aan het machtsbereik der democratie automatisch komen, en dat het schrikbeeld van de socialistische mens die zichzelf voordelen uit de pot der rijkeren toekent, tot het rijk der fabelen behoort. Benjamin Franklin, die (zoals de auteurs ons graag herinneren) tegen dit scenario waarschuwde, heeft het op termijn toch gekregen toen hij de Verenigde Staten met een representatief en als antidemocratisch bedoeld kiesstelsel opzadelde.

Spijts deze kritiek is dit boek een absolute aanrader. In het bijzonder voor degenen die een subsidie uitdenken, dus belastingen heffen, en menen dat ze de samenleving weer eens een dienst bewezen hebben.


Frank Karsten & Karel Beckman: De democratie voorbij, Aspekt, Soesterberg 2012, 87 pp, ISBN-13: 978 90 5911 4524.


Labels: ,

Read more...

4 april 2012

Eresenaat 2012

Antwerpen (Elzenveld) zondag 5 februari 2012 - 50 jaar Europese Eresenaat

Opening door prof. Matthias Storme, voorzitter Eresenaat



Dames en heren excellenties, ministers van Staat, ministers en ambassadeurs, volksvertegenwoordigers en andere parlementsleden, eresenatoren, voorzitters, bestuursleden en journalisten, vrienden van de Europese Beweging,

Het is met enige nostalgie dat we hier samenkomen na het overlijden van de heer Walter Kunnen,n kanselier van deze eresenaat, en dit 50 jaar na de start van de Eresenaat en ongewis over de toekomst van onze Beweging. De heer Guido Naets zal zo dadelijk de laudatio uitspreken voor de heer Kunnen waarmee we hem postuum in "zijn" Eresenaat willen opnemen.

Het is echter ook mijn droeve plicht U de eresenatoren in herinnering te brengen die de voorbije anderhalf jaar overleden zijn. Het is een lange lijst van grote persoonlijkheden, veelal uit de generatie van Europese pioniers na de tweede wereldoorlog, en ook nu nog weet ik niet of ze wel volledig is.





Eerwaarde Pater Karel van Isacker, geboren in 1913 jezuïet en historicus, van wie ik nog college heb moegen volgen aan de UFSIA, scherpzinnig beschrijver van de Vlaamse sociale geschiedenis, criticus van de ontwijding van onze samenleving, overleden te Niel bij As op 25 augustus 2010;

Dr. Egon Klepsch, geboren in 1930, mit seine Familie aus dem Sudetenland vertrieben, Historiker, in 1964 Präsident der Internationalen Union Junger Christlicher Demokraten Europas, später Mitglied des Europäïischen Parlements und Vorsitzender der EVP-Fraktion, derjenige der “dem anfangs zum Chaos neigenden Parlament eine Struktur“ gegeben hat, später Parlamentspräsident sowie Vorsitzender der Panueropa-Union Deutschland, verstorben am 17 september 2010;

Rector Max Kohnstamm, geboren te Amstaerdam in 1914, historicus, vanaf 1952 Secretaris van de Hoge Autoriteit van de EGKS; vicevoorzitter van het door Jean Monnet opgerichte Comité d'Action pour les Etats Unis d'Europe., van 1976 tot 1981 de eerste rector van het Istituto Universitario Europeo te Firenze, gestorven te Amsterdam op 20 oktober 2010;

Dr. Iuris Paul van den Bussche, geboren in 1921, historicus en jurist, journalist bij de radionieuwsdienst NIR, later programmadirecteur van de Vlaamse televisie en tenslotte administrateur-generaal van de publieke omroep, de BRT, overleden op 26 mei 2011;

Botschafter Josef von Ferenczy, geboren in Ungarn in 1919, Widerstandskämpfer, Filmproduzent, Verleger und erster Medienmanager, später auch außerordentlicher Botschafter der Republik Ungarn, verstorben in Grünwald am 29 Mai 2011;

Dr. Yelena Bonner, born in 1923, pediatrician, human rights activist and author, since 1971 married to her fellow activist Andrei Sakharov, deceased in Boston on June 18, 2011;

Seine kaiserliche und königliche Hoheit Erzherzog dr. Otto von Habsburg-Lothringen, geboren 1912, Mitglied des Europäische Parlaments, Vorsitzender der Internationale Paneuropa Union, Großmeister des Ordens vom Goldenen Vlies, verstorben in Pöcking am 4. Juli 2011;

Rudolf Dumont du Voitel, geboren in Nürnberg 1916, Musikologe und Journalist, Leiter im Presse- und Informationsdienst der Europäischen Kommission, Präsidiumsmitglied der Europa-Union, geschäftsführender Vorsitzender der ’Europäischen Akademie Bayern’ und von 1980 bis 1986 Schatzmeister der Europäischen Föderalisten; verstorben in Erlanden am 2. August 2011;

Minister van Staat Willy de Clercq, geboren te Gent in 1927, jurist, herhaaldelijk Belgisch minister, Europees commissaris van 1985 tot 1989 en meermaals lid van het Europees Parlement, meermaals een gewaardeerd spreker op zittingen van deze Eresenaat, gestorven te Gent op 28 oktober 2011;

President Vaclav Havel, geboren in Prag 1936, Schriftsteller und Dissident, Initiator der Charta 77, Wegbereiter der deutsch-tschechischen Aussöhnung, Tschechoslovakischer und nachher Tschechischer Staatspräsident 1989 bis 2003, und verstorben in Prag am 18. Dezember 2011;

Eerwaarde Pater Phil Bosmans, geboren in Gruitrode 1922, pater Montfortaan, bezieler van de Bond zonder Naam, gestorven te Mortsel op 17 januari 2012;

Monsieur Jean Lecerf, né en 1918, journaliste et chercheur économique, chroniqueur et historien de l’unification européenne, en 2010 encore auteur de L'Europe racontée à nos arrières petits enfants, décédé à Boulogne Billancourt le 20 janvier 2012;

Monsieur Pierre Sudreau, né en 1919, le “petit prince” de Saint-Exupéry, licencié en droit et en lettres, résistant, grand commis de l’état, ministre de la construction et plus tard de l’éducation nationale, député et maire de Blois, père du TGV, et décédé à Paris le 22 janvier 2012.

Laudatio ad Memoriam Walter Kunnen (1921-2011)

door de heer Guido Naets, oud-voorzitter Europese Eresenaat.



Walter Kunnen overleed na een rijk gevuld leven van negentig jaar. Geboren Antwerpenaar, Limburger in hart en nieren, Vlaming en voor alles Europeër, steeds gedreven en geëngageerd. Hij had volgens het doodprentje “de goede strijd gestreden, zijn weg ten eind gegaan en zijn geloof bewaard”.
De ondernemer en strijder voor vele nobele zaken zal echter vooral herinnerd worden als voorvechter van de Europese zaak: stichter en bezieler van de BVSE, de Beweging voor de Verenigde Staten van Europa, de wat eigenzinnige Vlaamse afdeling van de UEF, de Unie van Europese Federalisten en bedenker van deze “Europese Eresenaat”. Aanvankelijk kwamen vele honderden getrouwen naar deze jaarlijkse hoogmis van de Beweging, onder het voorzitterschap van graaf Legrelle, dan Hendrik Brugmans, vandaag Matthias Storme. Elk jaar opnieuw wist hij top-Europeërs te strikken, alles samen 300 Europrominenten van alle politieke gezindten en horizonten: Edward Heath en Emilio Colombo, August De Schrijver en Otto von Habsburg, Jean-Luc Dehaene en Karel Van Miert, Alain Poher en Jean Monnet, Vaclav Havel en Gyula Horn, telkens voorgesteld door zittende Eresenatoren. Er waren ook steevast de jaarlijkse Persprijzen: Manu Ruys, Achiel Samoy, Louis Meerts, en Mark Grammens om enkele Vlaamse reuzen te noemen. En op Europese schaal Emmanuele Gazzo, Jean Lecerf, Charles Rebuffat, Jan Werts en vele anderen.
Walter zag de belangstelling voor Europa en voor “de Beweging”’ geleidelijk afkalven. In Europa Eén van eind 1999 zei hij: “De Beweging, destijds op gang gebracht door Hendrik Brugmans, Denis de Rougemont, Ernst Friedländer, Altiero Spinelli enz. , gedragen door Robert Schuman, Adenauer, Spaak en de Gasperi, voortgezet door nobele en eerlijke vechters als Leo Tindemans, Willy De Clercq, Fernand Herman.. zieltoogt bij gebrek aan belangstelling vanwege de burgers en vooral van de jeugd. Onze media hebben, duidelijk niet de rol gespeeld die men van gedreven journalisten kon verwachten… maar ook wij hebben gefaald”. Hebben wij gedaan wat moest gedaan worden? En hij besloot: “Er gaapt tussen de politici en het volk een afgrond van afkeer en onverschilligheid”.Dat was, 12 jaar geleden. Vandaag is het nog erger want de Magnette’s zingen luid het lied van de anti-Europese populisten mee. Walter zag de dwaasheid met lede ogen en waarschuwde steeds opnieuw met de verzen uit Het Programma van Armand ROBIN:
“Men zal het geloof afschaffen uit naam van het licht, vervolgens zal men het licht afschaffen.
“Men zal de charitas afschaffen in naam van de rechtvaardigheid, vervolgens zal met de rechtvaardigheid afschaffen., en men hoorde hem er bij denken:
“Men zal de staten en volkeren afschaffen in naam van Europa en vervolgens zal men Europa afschaffen.
Maar Kunnen bleef strijden tegen het kleinburgerlijk nihilisme, bleef geloven in een Europees Europa, bleef hameren op steeds dezelfde simpele geloofspunten:
- we moeten niet kiezen tussen Europese en nationale identiteit maar opkomen voor elke identiteit, op haar domein, zonder uitsluiting, niet of/of maar en/en;
- we moeten federeren en pacificeren (toen hij Paul Henri Spaak tot het federalisme bekeerde zag hij zich terecht als foederator en pacificator);
- en: geen Europese politiek zonder politiek Europa. Daarom ook verwachtte hij zoveel van de Europese verkiezingen. Zeven verkiezingen hebben we nu gehad en de opkomst zakte stapsgewijs tot beneden de 50 %. Dat knaagt aan de legitimiteit van het Europees Parlement en noopt tot een gewetensonderzoek bij de gekozenen: hebben wij gedaan wat de kiezer van ons verwacht? Walter betreurde la trahison des clercvs.
Net nu een grote sprong voorwaarts nodig is om het bereikte in stand te houden, schijnt zowel de burger als de politieke klasse af te haken, denkend dat we kunnen overleven met MINDER Europa. Europa moet niet opnieuw worden uitgevonden, we moeten enkel het Europees geloof opnieuw prediken. Maar dat hij, “alter müder Kâmpfer” leek te prediken in de woestijn verontrustte Walter Kunnen in zijn 90ste levensjaar diep.
Om wat deze man de voorbije halve eeuw voor Europa heeft betekend, om zijn geloof en zijn trouw, Voorzitter, heeft het bestuur het zinvol gevonden, zijn overleden kanselier “Pro pace et unitate” POSTUUM op te nemen in de Europese Eresenaat. Ik zou voorzitter Prof Storme dan ook willen verzoeken de versierselen van te willen overhandigen aan Walter Kunnen Jr., de oudste zoon van Walter en zijn geliefde Diane Debray.

***

Vervolgens werd de Europese persprijs over 2011 uitgereikt aan Udo van Kampen, journalist en correspondent van ZDF-TV, met een laudatio door Horst Keller.

Tenslotte werden opgenomen in de Europese Eresenaat "Pro Pace et Unitate, e meritu et honoris causa”:
* Ulrich Brandenburg, Europees ondernemer, met laudatio door Prof. Ir. Marcel Van de Voorde
* Antonio Vetyra Diaz Diaz, Voorzitter van de Fundacion Academia Europea de Yuste, laudatio door Beatrijs Van Craenenbroeck
* Herman Van Rompuy, President van de Europese Raad, llaudatio door Minister van Staat Leo Tindemans.







Dames en heren,

Sta me toe bij wijze van lichte provocatie als antwoord op de hetze jegens ons broedervolk in Hiongarije te besluiten met een passend gedicht van onze betreurde eresenator Josef von Ferenczy:

Unser Europa
Über ein halbes Jahrhundert schon ,
lebe ich in Emigration,
Ungarn und Europas Einheit,
Hauptbeweggrund meiner Arbeit,
Auf meiner Fahne stets geschrieben:
Er ist leidenschaftlicher Ungar geblieben,
treuer Deutscher, begeisterter Europäer.
Leidenschaftlich Ungar sein,
wer Ungar ist, kann nur das sein.
Treuer Deutscher, weil ich mein Leben,
wie ich lebe, den Deutschen kann verdanken.
Begeisterter Europäer, weil das Europäische Haus
für alle Nationen ein gutes Zuhause.
Kein Chauvinismus mehr, Mörder der Völker
aber das Wunder der Heimatliebe, edle Flagge,
unseres gemeinsamen Europäischen Hauses.
Read more...

1 april 2012

Weegt Vrouwe Justitia lichter dan Justice? (Hoegin)

Twee berichtjes uit de gerechtelijke wereld illustreerden deze week nog maar eens wat voor watjes de Vlaamse politici zijn. Enerzijds waren er de resultaten van een studie, uitgevoerd door de rechtbank van Hasselt, dat aantoonde dat de Waalse rechtbanken er allemaal een beetje warmer in zitten dan hun Vlaamse tegenhangers. Niet bepaald een verrassing, maar toch nog steeds gecatalogeerd als «nieuws» door onze kwaliteitsmedia. Anderzijds was er het zegebericht van de Vlaamse partijen dat de verdelingssleutel voor de splitsing van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde herzien was. Een bericht dat amper 24 uur standhield.

Om met het laatste te beginnen: de manier waarop de Vlaamse onderhandelaars zich lieten rollen bij de schijnsplitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde tart elke verbeelding. Niet alleen is die «splitsing» zo ongeveer het tegengestelde van waar de Vlaamse bevolking al meer dan vijftig jaar om vraagt, bovendien is ze dan nog eens zo onderhandeld dat ze voor de Vlamingen extra nadelig is. De 20/80-verdeelsleutel die opgenomen werd in het akkoord is immers nog slechter dan de voor de Vlamingen meest nadelige cijfers die men in Brussel-Halle-Vilvoorde op dit ogenblik kan opsnorren over het aantal rechters per taalkader. Voeg daar dan nog eens aan toe dat niets doet vermoeden dat de Franstalige rechters in dit arrondissement meer op hun Vlaamse collega's zouden lijken dan hun taalgenoten ten zuiden van de taalgrens, en het laat zich dan ook raden dat de 20/80-verdeelsleutel evenveel gemeen heeft met de effectieve werklast per taalgroep als de constante van Avogadro met de vierkantswortel van twee. Niets dus, behalve dan dat de ene een heel pak groter is dan de andere.

Ik moet toegeven dat ik geprobeerd heb me een duale situatie voor te stellen, waarbij de Franstaligen dus niet alleen structureel gerold zouden worden, maar zich bovendien ook nog eens in de praktische kant van de zaak lelijk laten pakken door de Vlamingen. Mijn fantasie schiet daarvoor echter tekort. Probeer het je zelf maar eens voor te stellen, dat men in Wallonië zou toelaten dat Vlaamse inwijkelingen er het voorrecht zouden krijgen berecht te worden door eigen rechters voor eigen rechtbanken, mooi gefinancierd door de Franstaligen, en dat dan bovendien ook nog eens meer dan ruim bemeten op basis van een volledig uit de lucht gegrepen fictief getal. Ga het maar eens aan Toon van Overstraeten vragen: ze dulden er nog niet eens een democratisch verkozen parlementslid, enkel en alleen omdat het gevaar bestond dat hij eens in hun bijzijn dat vervelende en aartslelijke West-Germaanse dialect zou durven blaffen!

In dat opzicht was het dan ook een merkwaardig bericht eerder deze week dat er dan toch onderhandeld zou geweest zijn over die 20/80-verdeelsleutel. Net zoals een moslim nooit een stuk land zal opgeven dat ooit tot de dar al-islam heeft behoord, zo komt ook een Franstalige nooit terug op een overwinning die hij geboekt heeft. Franstalige rechten en verworvenheden blijven immers eeuwig geldig, Vlaamse toegevingen kunnen altijd nog toenemen. Dat de drie quisling-partijtjes CD&V, sp.a en Open Vld er samen met de regeringsgezinde oppositiepartij Groen zouden in geslaagd zijn de verdeelsleutel van 20/80 naar 27/73 om te buigen was dan ook een complete verrassing. Ook al zou die verdeelsleutel voor een zichzelf respecterend volk nog steeds totaal onaanvaardbaar zijn, wegens de slechtst mogelijke van alle scheeftrekkingen in het voordeel van de Franstaligen. Ik kan me echter voorstellen dat men in kringen van de CD&V al behoorlijk trots zal geweest zijn op deze heldendaad. Het valt per slot van rekening niet alle dagen voor dat de muis een zandkorreltje baart. Dat het akkoord daarmee nog steeds fundamenteel oneerbaar was is iets waarover alleen een kniesoor nog wat blijft doorbomen – zo ongeveer de helft van de Vlaamse bevolking dus als we de laatste peilingen mogen geloven.

Dit zegebericht hield echter niet lang stand. Na de Blijde Intrede van Zijne Nederlandsonkundigheid Elio di Rupo in de stad Gand/Gent, waar hij trouwens enthousiast ontvangen werd door anti-nationalist maar wel belgicist en gentionalist Mathias de Clercq en verder nog enkele Nederlandse toeristen, behaagde het de Gestrikte Vingerfrutselaar een persbericht te verspreiden waarin de Franstalige machtspuntjes nog eens op de onderdanige Vlaamse i werden gezet. De verdeelsleutel is nog altijd 20/80, zal zo ook moeten blijven, en daar zullen de Vlamingen maar moeten mee leren leven. Met er nog net niet aan toegevoegd dat ze al blij mogen zijn dat er überhaupt nog Nederlandstalige rechters in Halle-Vilvoorde toegelaten zullen worden.

Over naar dat andere gerechtelijke berichtje. Misschien nog het meest opmerkelijke aan de berichtgeving rond de scheeftrekkingen bij justitie is dat geen enkel Noord-Belgisch kwaliteitsmedium een link wist te leggen van die Waalse rechtbanken naar de Waalse ziekenhuizen. De resultaten van de studie van de rechtbank in Hasselt zijn nochtans opvallend gelijklopend. In Wallonië laat men het graag opvallend breed hangen, zowel in de ziekenhuizen als bij de rechtbanken dus, en dat zelfs op meerdere niveaus. Zo breed zelfs dat geen enkele Franstalige rechtbank het Belgische gemiddelde haalt. Aan Vlaamse zijde springt men een pak zuiniger om met het aantal rechters, en zakt men nergens onder het gemiddelde.

Ook de reacties verliepen volgens het gekende stramien. Bleek dat het verschil in aantal rechters aan een «cultuurverschil tussen Vlaamse en Waalse rechtspraak» zou liggen. Hoezo «cultuurverschil», in een domein dat tot nader order nog steeds een federale bevoegdheid is? Met tussen de lijnen door trouwens nog een sneer richting Vlaamse advocaten. Hun Waalse collega's hebben immers meer tijd nodig omdat ze «uitgebreider en uitvoeriger» te werk gaan. Lees: in Vlaanderen kan het allemaal veel efficiënter omdat ze er al eens met hun klak durven naar te smijten.

Al even voorspelbaar was die andere reactie. Pierre Lefranc, voorzitter van Magistratuur & Maatschappij, liet optekenen dat ook hij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft waarom er in Wallonië meer rechters nodig zijn dan in Vlaanderen, maar als dat zo is, dan zal daar wel een objectieve reden voor zijn. En dus moet er maar eens grondig onderzocht worden of er daarvoor niet ergens een parameter gevonden –verzonnen?– kan worden. Ja, waar hebben we dat nog gehoord? Een tip voor Pierre Lefranc: misschien ligt het wel aan de zware industrie die Wallonië gekend heeft? Misschien is dat er wel de oorzaak van dat Walen wat vaker naar de rechtbank moeten dan Vlamingen, net zoals ze ook een beetje vaker naar het ziekenhuis moeten, en daar ook een beetje langer moeten blijven?

Het enige wat er nu nog ontbreekt is de suggestie dat de scheeftrekking van vandaag niet meer is dan een historische compensatie voor de tijd dat er in Vlaanderen recht werd gesproken door eentalig Franstalige rechters. Is men er nog niet zelf opgekomen, of zou dat er zelfs voor belgicisten te ver over zijn?

Wat ondertussen met de Vlaamse politici? Wel, zij stonden erbij, en keken ernaar. Voor de drie quisling-partijtjes in de federale regering is er blijkbaar geen vuiltje aan de lucht, want zelfs een goedkoop nummertje zoals Nahima Lanjri deze week opvoerde in verband met de zaak–Saïdi kon er niet af. Wel wordt er in beide dossiers geschermd met «werklastmetingen», maar daarmee is het al precies zo gesteld zoals met de troonsafstand van koning Albert II: er wordt wel regelmatig over bericht in de media, maar jammer genoeg komt het er om één of andere reden nooit echt van. Wat wel al als een paal boven water staat: mocht toch ooit iets gemeten worden, en zou dan blijken dat de Franstaligen het eigenlijk ook met ietsje minder zouden kunnen doen dan wat ze nu krijgen, reken er dan maar op dat er onmiddellijk compensaties geëist zullen worden. Voor de Franstaligen uiteraard, niet voor de Vlamingen die jarenlang in het zak werden gezet. Onze quisling-partijtjes zullen dat uiteraard niet meer dan redelijk vinden. Als ze tegen dan nog de kiesdrempel halen natuurlijk…

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>