3 juni 2020

Vlaanderen, een kolonie van België?



(Doorbraak, 27 mei 2020)

Mark Grammens zaliger vergeleek regelmatig de Vlaamse strijd met de dekoloniseringsstrijd. Hij behoorde tot de repressieslachtoffers die in de jaren 1950 de strijd tegen België hernamen, maar dan van de linkerkant. Vandaar zijn voorliefde voor progressief jargon en verwijzingen. In Vlaanderen minder gebruikelijk, maar in éénklank met het progressisme van de nationalisten in bijvoorbeeld Catalonië.

Die antikoloniale beeldspraak heeft in de Vlaamse Beweging nooit veel navolging gevonden, wellicht omdat de meeste Vlaamse Bewegers in die tijd weinig op het wereldgebeuren ver van de eigen klokkentoren gericht waren, of omdat zij zich in een dekoloniseringsoorlog moeilijk met de exotische opstandelingen tegen het Europese koloniale gezag konden vereenzelvigen. De jongste jaren hoort men de vergelijking regelmatig bij de Schotse nationalisten, die zich als een vroege kolonie van Engeland voorstellen. Destijds werd de onafhankelijkheid van Ierland in India alvast als een klinkende dekolonisering gezien, een model om inspiratie uit te putten, en een bewijs dat het Britse rijk wél overwinnelijk was.

De Vlamingen als inboorlingen verknecht door en in opstand tegen een koloniale macht, dat klonk alvast beter dan “les boches du nord” (de moffen van het noorden), flaminganten als agenten van het Duitse imperialisme, of “bloed en bodem”. Het paste in de progressieve tijdsgeest. Ik heb het niet bewust meegemaakt, maar ik vermoed dat de opgang van de Volksunie in de jaren 1960 toch ook de “wind van verandering” die door het dekoloniserende Afrika woei, in haar zeilen wist in te vangen.


Peppraat

Verkocht Grammens meer dan peppraat? De belgicisten zullen het zeker een holle overdrijving noemen, of gewoon onzin. Engelsen, inbegrepen degenen die uit Jamaica of Pakistan stammen, noemen het Schotse vertoog zo, en wijzen erop dat Schotten en Ieren volop meededen met de Engelsen in de kolonisering van derde landen. En dat geldt evengoed voor de Vlamingen, die in de koloniale oorlog van koning Léopold II sneuvelden (luitenant Lippens, sergeant Debruyne) of de overwinning behaalden (commandant Francis Dhanis), die de meeste missionarissen leverden, en die, zoals ondergetekende nog gedaan heeft, hun eerste zakcentjes in een dankbaar knikkend negertje stopten. De Vlamingen waren niet gekoloniseerd door de Belgen, zij waren zelf Belgen.

Maar daartegenover staat dat bevolkingen waarvan niemand betwist dat zij gekoloniseerd waren, wel degelijk zelf mee aan de kolonisering deelnamen. De Britten organiseerden volksplantingen van Tamils in Sri Lanka en Myanmar, Gujarati’s in Zuid- en Oost-Afrika, Bhojpuri’s in Guyana. Sikhs vochten voor het Britse rijk in de Concessie van Shanghai en tegen de “Boksersopstand” in Beijing, om nog te zwijgen van Flanders’ Fields. Wie aan de top van de piramide stond, daarover bestond geen twijfel, maar daaronder was er volop plaats voor maatschappelijke opklimming voor koloniale onderdanen.

Eens de onderdanen voldoende évolué waren, werd het zelfs aangewezen om gehoorzame exemplaren een heel zichtbare plaats in de bestuursstructuur te geven. Gehoorzaamheid loont, was de boodschap naar de intelligentsten onder de inheemsen toe. We hoeven in het Belgische geval niet eens naar historische figuren als Gaston Eyskens of Wilfried Martens te verwijzen: pas afgelopen week hebben we Paul Magnette horen suggereren dat de volgende premier, die de Vlamingen een forse Belgische belastingverhoging zal moeten aanpraten, een Vlaming “mag” zijn. Dat speelt ook in op de sentimentele psychologie van primitieve inboorlingen: zij zijn veel gehechter aan personen dan aan ideeën, dus plak een Vlaams gezicht op een anti-Vlaams beleid, en de sukkels zullen het in de armen sluiten.

Een nuttig element in elk koloniaal bestuur was het “verdeel en heers”-beginsel. Vaak was dat al nuttig in het op gang brengen van het koloniseringsproces, zoals toen Hernan Cortes andere Mexicanen tegen de Azteken wist te mobiliseren. De koloniale onderdanen kwamen zelfs niet op het idee om de heersersklasse tegen elkaar op te zetten, maar de heersers deden het routinematig en heel bewust bij de inboorlingen. De “Zweedse” regeringscoalitie speelde wel in op een scherpe inter-Waalse tegenstelling tussen de liberale visie van de MR op de economie en de socialistische van alle anderen, maar dat betrof niet de machtsverhoudingen tussen Vlamingen en Franstaligen. Zodra die in het spel zijn, vormen de belgicisten een ongenaakbaar gesloten front. De Vlaamse beweging heeft niet genoeg verstand in huis om daar een bres in te slaan of zelfs maar aan die optie te denken. Omgekeerd is het zaaien en handhaven van verdeeldheid bij de gekoloniseerden een ingeburgerde praktijk, en onderdeurtjes kunnen zeer fanatiek zijn in hun pekelruzies en aan hun onderlinge haatverhoudingen heel wat heiliger-dan-gij status ontlenen, zodat zij geen gevaar vormen voor het bewind.  


Algerije van het noorden

Nog een bezwaar is: kolonisering betekende dat één land een ander land ging inpalmen; een ver, tropisch land. Nochtans, strikt genomen moet dat geen ver land zijn: de Russische inpalming van stukjes land in het oosten, beetje bij beetje, tot de tsarenscepter tot in Alaska reikte, kan gerust een proces van kolonisering genoemd worden. Dat de Sovjetheerschappij over het reusachtige Siberië aan de dekoloniseringsgolf ontsnapt is, heeft met de succesvol verkochte bolsjevistische aanspraak op morele superioriteit en niet-onderdrukking te maken; de tsaren zouden er niet mee weggeraakt zijn.
De Jakoeten en Kirgiezen hadden hetzelfde Sovjet-staatsburgerschap als de Russen, de Vlamingen zijn evenzeer Belg als de Franstaligen. Toen Frankrijk over Algerije heerste, waren de Algerijnse provincies “départements à part entière” met zitting in het Parijse parlement. Hoezo, kolonie in de verte? De Middellandse Zee stroomt doorheen Frankrijk zoals de Seine doorheen Parijs; en niemand zegt toch dat de ene Seine-oever de andere “koloniseert”? Toch is l’Algérie Française uiteindelijk het voorwerp van een dekoloniseringsoorlog geworden.

Toen België ontstond, was dat door het initiatief van Franse samenzweerders die als eerste doel hadden, de zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk te voegen, een soort herstel van de Napoleontische toestand, toen de Oostenrijkse Nederlanden tot een soort Algerije van het noorden gemaakt waren. Een aparte staat België was slechts een B-plan dat gezien de Britse bemoeienis al snel de best haalbare optie werd. Maar er was nooit een opzet van gelijkheid met de Vlamingen, alleen een handig gebruik van de onnozelheid van voldoende Vlamingen die dat niet door hadden.  

Kortom, de koloniale uitleg voor de Belgische machtsverhoudingen is mogelijk een beetje bij het haar getrokken, maar echt niet ongerijmd. Een beetje tekstschrijver is zeker in staat om van de “politieke spelletjes” van de Vlaamsgezinde partijen een antikoloniale bevrijdingsstrijd te maken. Maar de belgicisten kunnen gerust zijn: zo ver denken Vlamingen niet. Zelfs bij de zoveelste verjaardag van de Kongelese onafhankelijkheid denkt geen enkele Vlaamse voorman aan hun geslaagd “los van België”.

Labels: , , , ,

Read more...

4 december 2018

Marrakesj en de toekomst van België

(Doorbraak, 4 dec. 2012)



Het Marrakesj-debat brengt twee grondvraagstukken op de voorgrond, van de politieke besluitvorming in het algemeen en van de Belgisch politiek in het bijzonder.



Volgens Wouter De Vriendt van Groen, tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Marrakesj, is het "goede democratische nieuws" dat er in het parlement een ruim draagvlak pro Marrakesj bestaat. Hij stelt een wisselmeerderheid voor, tegen de akkoorden tussen de regeringspartijen in, maar trouw aan de parlementaire machtsverhoudingen. Peter De Roover van de N-VA stelt daarentegen de eensgezindheid van de regeringspartijen voorop, dus het vetorecht van zijn partij tegen Marrakesj.



Beiden beroepen zich op particratische mechanismen waarin het beslissende democratische element ontbreekt: de wil van het volk. Parlementaire meerderheid al wat je wil, maar bij de bevolking is hiervoor zeker geen draagvlak. Hoewel zij iets anders pretenderen, “vertegenwoordigen” de gekozenen hun kiezers niet. Hier zie je in volle glorie de tegenstelling tussen de elitaire vertegenwoordigende "democratie" en de rechtstreekse democratie via volksraadpleging.


Je kan natuurlijk zeggen dat de bevolking er niets van begrijpt en onbekwaam is tot politieke besluitvorming. Dat argument hoor je ’t allen kant in het hedendaagse debat over rechtstreekse democratie, vooral over het Brexit-referendum. Men schijnt daarbij uit het oog te verliezen dat precies hetzelfde argument al sedert Plato gebruikt wordt tegen de democratie als zodanig. Wie tegen de volksraadpleging pleit, schrijft zich in in een duizendjarige antidemocratische traditie. Een doorgaans fatsoenlijke traditie, en ik wil hier zelfs niet uitsluiten dat ze haar deel van het gelijk heeft, maar noem ze dan eerlijk bij de naam: antidemocratisch. 



In het Belgische kader geldt als bijkomend argument dat het referendum de eenheid van het land bedreigt door de Vlaams-Waalse tegenstellingen op de spits te drijven. Dat is inderdaad gebeurd bij het enige Belgische referendum ooit, over de terugkeer van Leopold III op de troon: Vlaanderen stemde voor, Wallonië (althans Luik en Henegouwen) stemde tegen en aanvaardde de “Vlaamse” keuze pro de koning niet. Die tegenstelling was er toen, maar geldt niet noodzakelijk bij elke Belgische volksraadpleging überhaupt. Na referenda in Frankrijk en Nederland over de EU-grondwet was er even sprake van een Belgisch referendum. Dat was onder Guy Verhofstadt, de enige premier die, ere wie ere toekomt, zich ooit vóór rechtstreekse democratie uitgesproken heeft. Daarin zouden volgens alle aanwijzingen de Vlamingen zoals de Nederlanders en de Walen zoals de Fransen gestemd hebben, namelijk allebei tegen.



(Bij de parlementariërs waren beide kampen, voor en tegen zo’n referendum, ongeveer even sterk. Het was Spirit, de linkse afsplitsing van de Volksunie, die de beslissende tegenstem leverde. Dan wilde men op Vlaams niveau een gelijkaardig referendum, en in dezelfde krachtsverhoudingen was het de N-VA die de kantelstem tegen het referendum leverde. Dat de Vlaamse Beweging via twee van haar geledingen bij zulke gouden gelegenheid de volkssoevereiniteit geblokkeerd heeft, is mijns inziens niets om fier op te zijn.)



In een gebeurlijk Marrakesj-referendum daarentegen is het opnieuw mogelijk dat het de Vlaams-Waalse tegenstelling zal uitvergroten. We stelden zojuist dat er bij de bevolking volstrekt geen draagvlak bestaat, maar dat geldt in Vlaanderen. Ik heb mijn vinger niet op de pols van de Waalse openbare mening. Enerzijds is de migratiekritische stroming er sterker dan uit de parlementaire zetelverdeling blijk, gezien bv. de gemeten populariteit van Theo Francken. Anderzijds zal die stroming toch minder zijn dan in Vlaanderen, en bovendien keren vele Walen zich, ongeacht de grond van de zaak, tegen al wat met de gehate N-VA te maken heeft. Zo blijkt uit peilingen dat de afgetekende daling in de keuze van Waalse leerlingen voor Nederlands als tweede taal te wijten is aan de hernieuwde vereenzelviging van Nederlands met Vlaams-nationalisme, met name door de machtsdeelname van de NVA.



Een referendum zou dus kunnen aantonen dat Vlaanderen en Wallonië inderdaad twee democratieën zijn, twee maatschappijen die qua cultuur weinig raakvlakken hebben, qua politieke cultuur ook uiteengroeien (zie de toenemende Vlaamse “regelneverij” naar het model van de Hollandse keurigheid), en vooral qua politieke oriëntatie een heel verschillende kant op willen: het zelfbeschermende Vlaanderen tegen het opengrenzengezinde Wallonië, “terre d’acceuil”. Vlaanderen en Wallonië die hun eigenheid demonstreren en verder uiteendrijven: dat kan voor een Vlaamse onafhankelijkheidspartij toch geen probleem zijn?

  

Maar zelfs zonder referendum is dat uiteengroeien evident. Behalve mogelijk een minderheid binnen de MR (en die parlementariërs zijn gezien de particratie veel gedisciplineerder en minder onafhankelijk dan bv. in het Verenigd Koninkrijk) is heel politiek Wallonië verenigd pro Marrakesj. De tegenstand onder de mandatarissen zit uitsluitend aan Vlaamse kant. De Waalse fans van Theo Francken vinden geen Waalse tegenhanger. Een alerte Vlaamse Beweging zou haar kans grijpen.



Nogmaals: de wegdeemsterende en weinig strategisch denkende Vlaamse Beweging zal de Vlaamse onafhankelijkheid niet bewerken; maar een ingevangen rugwind vanwege een internationale ontwikkeling zou er wel toe kunnen leiden. Hier heb je zo’n internationale kwestie die de samenstellende delen van dit koninkrijk uit elkaar kan drijven. Maar is er onder de Vlaamse slaapwandelaars een alerte geest die deze open doelkans grijpt? 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

9 september 2018

Vlaanderen de vliegenzwam!




('t Pallieterke, 23 aug. 2018)


Zelfbestuur: als het aan de Vlaamse Beweging ligt, zal er niets van komen. Aan Nooit Meer Oorlog heeft ze nooit kunnen bijdragen wegens geen bevoegdheden in het buitenlandbeleid, en van de Godsvrede heeft ze (of toch haar linkervleugel) een tragi-komische mislukking gemaakt. Maar Zelfbestuur ocharme, was dat nu zó moeilijk?



Wegdeemstering

Wellicht hoeven we de vraag niet eens meer te stellen, want de Vlaamse beweging verdwijnt. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, belijdt zij een navenant verdund flamingantisme. Zij blijkt tot veel minder bereid voor de Vlaamse zaak dan al die kleine ijveraars die in veel moeilijker omstandigheden en met veel minder perspectief het beste van zichzelf gegeven hebben.

Eén reden daarvoor is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn. Wij worden ondergedompeld in onnozele verstrooiing, aangemoedigd door een Bestel dat ons wil weghouden van echte problemen en probleempjes zoals de islamisering resp. het Belgische onrecht tegenover Vlaanderen. Elke nationale of andere revendicatiebeweging roept op tot “bewustwording”, namelijk van het belang van de door haar geactiveerde dimensie voor de concrete levensomstandigheden van elk individu. Zij schept een draagvlak voor haar eigen programma. In Vlaanderen hoor je dergelijke stem amper. Vroeger was er in heel Vlaanderen tenminste de dagelijkse werkelijkheid van de communautaire vernederingen, nu is die bewustwording abstracter. Zij vergt een mentale inspanning, en dat gaat in tegen de traagheidswet, een belangrijke bondgenoot van België.

Een andere reden is dat de opeenvolgende naoorlogse generaties van langsom individualistischer en verwender geworden zijn. Mensen zijn bijvoorbeeld nog graag verbruiker van de dienstverlening van de vakbond, maar zij willen er niet meer voor militeren. Zij gaan dus ook in de hangmat van de flamingantische verworvenheden liggen zonder er zelf aan bij te dragen, of ze verkwanselen die, bv. het onderwijs in eigen taal.



België overbodig

Nochtans, ook wanneer men niet aan Kleinstaaterei doet, of juist dan, blijken er nog steeds goede redenen te bestaan om de landkaart van dit gebied te hertekenen. Vlaamse grieven als de minachtende sabotage van de taalwetgeving in Brussel of de blijvende geldelijke overdrachten vanuit Vlaanderen zijn hier echter bijzaak. (En zo voelen de meeste Vlamingen ze desgevraagd ook aan.)  Ja, er is winst te behalen bij onafhankelijkheid, zowel financieel als in zelfrespect; maar dat is niet waar het hier om gaat, niet de eigentijdse redenen om Vlaanderen tot zelfbesturende lidstaat van de Europese Unie te maken.

Hoofdzaak is hier wel: de rationele en democratische politieke ordening van de Europese ruimte. Het conservatieve argument, namelijk dat België zijn voortbestaan verdient omdat het er nu eenmaal is, gaat hier niet op. Om te beginnen stoten we hier op de zwakheid van elk conservatisme, namelijk dat het iets wil behouden dat vaak (en zeker in dit geval) zelf het resultaat van een revolutie is. Verder weegt de waarde van de vertrouwdheid van het Belgische feit niet op tegen de weloverwogen meerwaarde van een Vlaamse deelstaat binnen Europa. Stel bv. dat er aan de EU-tafel in 1990 een vertegenwoordiger van Vlaanderen had gezeten om een georganiseerde referendumdemocratische hertekening van de Joegoslavische binnengrenzen te bepleiten, dan waren enkele bloedige oorlogen voorkomen.   

Vlaanderen is een werkelijk bestaande natie, een culturele en deels een bestuurlijke ruimte die duidelijk van Wallonië onderscheiden is. Tussen het Vlaamse en het EU-niveau is geen Belgisch niveau nodig. Denemarken doet het toch ook zonder zulk tussenniveau? Zoals The Economist in een lucide moment onbevangen schreef: “Als België niet bestond, zou niemand het uitvinden.”

Nochtans, aan dat vanzelfsprekend overbodige België zitten we al decennia te morrelen, met oeverloze compromissen en weinig vooruitgang. Soms is het resultaat zelfs negatief, zoals de oprichting van het aparte gewest Brussel of de toegevingen op de taalwet door het taalhoffelijkheidsakkoord. Door ons op de Kleinstaat België te fixeren, zijn we al enkele generaties tot gepruts in de kantlijn veroordeeld.



Als een vliegenzwam zo groot 

Wanneer onze heidense voorouders ten strijde trokken, dan namen zij vliegenzwam in. Daardoor voelden zij zich reuzengroot worden, iets wat later ook Alice in Wonderland overkwam. Een belangrijke hindernis op het slagveld is inderdaad dat men door het machtsvertoon en tromgeroffel van de vijand geïntimideerd wordt, maar daar is dus letterlijk een kruid tegen gewassen. Denk groot.

Men hoeft daarbij de hallucinatie dat de vijand maar een tinnen soldaatje is, niet ál te ernstig te nemen, maar wel ophouden met diens kunde te groot in te schatten en de eigen vermogens te klein. Men moet zich niet aan hem vergapen maar hem binnen het grotere geheel zien, zodat ook zijn zwakke plekken zichtbaar worden.

Een groter verband waarbinnen de communautaire strijd uiteindelijk beslecht zal worden, is de EU. Velen zijn de jongste jaren fel anti-EU geworden, zeer tegen de gevestigde Vlaamse denkgewoonten in, onder invloed van de tendens in landen met een sterkere identiteit, zoals Nederland. Het oude standpunt was nochtans het juiste: de EU moet, louter door zijn bestaan, een bondgenoot zijn van Vlaams zelfbestuur. Zoals het zeemonster Leviathan de kleine vissen beschermt tegen de grotere.

Een Spanjaard kon zich ten tijde van de Burgeroorlog afzetten tegen het Baskische en Catalaanse onafhankelijkheidsstreven, want zijn wereld, toen het vaderland, dreigde daardoor verscheurd te worden. Vandaag gaat het alleen nog om een hertekening van deelstaatgrenzen binnen een veel grotere wereld, de EU, niet dramatischer dan een hertekening van gemeenten. Ook België mag men vandaag gerust een morzel gronds ontwringen, of het helemaal doen verdwijnen, als daardoor een rationelere en democratischere verdeling in bestuursgebieden binnen de EU ontstaat.

Meer dan ooit geldt dus: vanuit Vlaams kikkerperspectief komt Vlaams zelfbestuur er nooit, vanuit EU-vogelperspectief wordt het een logische stap. Geen die romantiek vol vlaggen en betogingen vergt, en al helemaal geen kaakslagen, maar gewoon een praktische beleidsdaad.



Vriendelijke Dwerg

Jamaar, zeggen Vlamingen die graag zichzelf met onoverkomelijke bezwaren verlammen, de EU is een despotische mastodont, verkocht aan de staatsbelangen van onder meer Spanje en België; daar kan het kleine Vlaanderen niet tegen op, zoals Catalonië het vandaag ook niet blijkt te kunnen. In werkelijkheid is die verknochtheid van de EU aan de belangen van zijn lidstaten niet zo absoluut, en zeker wel veranderbaar voor wie zich daar strategisch op instelt. “Strategie” en “flamingant” gaan slecht samen, maar probeer het eens en die EU blijkt heus niet zo intimiderend. Het is als met de dreiging van de islam: onze excellenties bejegenen hem heel onderdanig, alsof hij een formidabele potentaat is die gevleid moet worden; maar een onbevangen benadering vanuit zelfrespect, bewust van eigen kracht en van zijn zwakheden, zou die situatie al flink gededramatiseerd hebben.

Neem nu een niveau lager, het Belgische. De Vlaamse beweging houdt al decennia eerbiedig halt tegenover de schijnbaar incontournabele grendels die de Franstaligen in 1970 in de grondwet verankerd hebben. Welnu, grondwetspecialist Hendrik Vuye heeft de rechtskundige weg gewezen hoe voorbij dergelijke anti-Vlaamse blokkades te navigeren. Wat zo formidabel lijkt, is best te verschalken.

Het zal wel niet het volledige antwoord zijn, maar een belangrijk deel van het probleem voor de Vlaamse beweging is een verkeerd denken. De weinige nog trouw gebleven flaminganten zien de Vlaamse zaak als groot en belangrijk, zelfs piëteit afdwingend; en Vlaanderen als een Gulliver die beter verdient maar nu nog met talloze kleine draadjes door de Lilliputters aan de grond vastgebonden is. Hij is braaf gefixeerd op al de beperkende voorschriftjes die het door zijn vijanden opgelegd krijgt. Maar de jeugd heeft gelijk, de Vlaamse zaak als iets onbelangrijks te behandelen. Zo zal ze namelijk vlugger opgelost geraken. Net als een vijand moet men een uitdaging als een Kleine Vriendelijke Dwerg tegemoet treden.

Labels: ,

Read more...

Ontkerkelijking versus ontvlaamsing: een gelijkaardige afgodendeemstering?


 (Doorbraak, 22 aug. 2018)



Uitsterven

Er zijn minder en minder Vlaamse bewegers. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, zoals de Vlaamse Toeristenbond, het Davidsfonds en het Verbond voor Vlaamse Katholieke Scouts en Meisjesgidsen, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, wijst zij elke Vlaamsgezinde politiek af: daar waar het communautaire moratorium op Belgisch niveau nog als een onvermijdelijk compromis kan gerechtvaardigd worden, is een gelijklopend niet-beleid op andere niveau’s alleen haar eigen keuze. Lauwheid alom.

Nu, sedert mijn cardioloog me gezegd heeft dat ik extremen van temperatuur moet vermijden, heb ik het wel voor lauwheid. De Vlaamse zaak heeft uiteindelijk weinig gewonnen bij een eeuw geestdriftig Vlaams bewegen.

Eén reden voor die lauwheid is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn van de communautaire dimensie van talloze nationale vraagstukken. Ze doen dat enerzijds door belgicistisch onnozel vertier genre het wereldkampioenschap voetbal te promoten, anderzijds door bij voorkeur andere onderwerpen te verkiezen: niet de duizenden van het Zangfeest komen op tv, wel het handvol woelmakers in de zoveelste opgeklopte racismerel. We moeten daar wel aan toevoegen: en het Vlaamse gebrek aan weerwerk daartegen. De Vlaamse zemelaars zijn sterk in klagen bij de toog, minder in het eigentijds bekend maken van hun boodschap, laat staan van haar hoogdringendheid.

Anderzijds is die ontwikkeling een logisch gevolg van het groter worden van onze wereld. Daardoor ziet men verder dan de grenzen van het eigen land, tot recent nog afgezoomd door grenskantoren, nu slechts stippellijnen op een wereldkaart. Lang voor het flamingantisme het voorwerp van een boycot werd wegens associatie met extreemrechts (vóór de jaren 1990 beperkt tot socialistische kringen), had het al veel van zijn aanhang verloren wegens niet meer als relevant aangevoeld.

Zelf ben in de stad van Leuven Vlaams opgegroeid, waar de leider van een zomerkamp ons, als 7-jarigen in 1966, in plaats van “platte rust” te geven, De Vlaamse Leeuw leerde zingen, “zodat wij later ook kunnen betogen”. Maar zodra ik politiek bewust werd, kon ik geen enkele belangstelling voor de Vlaamse zaak opbrengen. Mocht ik er toen ooit een gedachte aan gewijd hebben, dan zeker dat ze ouderwets was, niet meer van deze tijd. Wat nog het mindere kwaad was, want het Belgische nationalisme, dát was pas komisch, iets voor sabelslepers en Brusselse bontjasmadammen met schoothondje.

Nog een reden is de veel grotere trouw aan het gegeven woord in die tijd. De oorlog geeft wel de sterkste voorbeelden. Zo verklaarden een aantal Oostfrontstrijders achteraf dat ze zich al gauw na hun inlijving in de Waffen-SS teleurgesteld voelden en het sinistere ervan inzagen, maar dat ze nu eenmaal bij hun rekrutering een eed van trouw gezworen hadden. Volgens de belgicistische historici die het nu voor het zeggen hebben, was dat slechts een smoes, maar hun uitleg is een onhistorische projectie achteraf van de huidige achteloosheid tegen zoiets verouderds als een eed. De historische vaststelling is dat men vroeger gemiddeld veel gehechter was aan een eenmaal gemaakte keuze. Vergelijk het met een huwelijksgelofte: als je partner niet degene (meer) is met wie je dacht getrouwd te zijn, zal je tegenwoordig de scheiding inzetten, maar destijds was je veroordeeld tot leven binnen de door je gelofte aanvaarde krijtlijnen.

En men hád doorgaans ook weinig keuze. Men was bv. vooral katholiek omdat dat levensbeschouwelijk de enige ernstige optie was, alomtegenwoordig in het eigen kleine wereldje. Velen kénden niets anders en de gedachte kwam niet bij hen op om een alternatieve optie uit te oefenen.



Ontkerkelijking

Voor sommigen van mijn generatie, en van daarna, ging het verlies van het geloof samen met het verlies van Vlaams engagement. De oorsprong van het flamingantisme was veeleer liberaal, met een Jan-Frans Willems naar wie het Willemsfonds genoemd is. Maar spoedig gingen kleine dorpspastoors als een Guido Gezelle het een hoofdzakelijk katholiek aanschijn geven.

Historisch is de toegenomen skepsis tegenover het flamingantisme dan ook evenwijdig gelopen aan de skepsis tegenover het geloof. De gelijkenis tussen de leegloop van de Kerk en die van de Vlaamse beweging was voor vele ’68- en post-’68 jongeren, genre Piet Piryns (zoon van de katholieke flamingant Remi Piryns, dichter van het Gebed voor het Vaderland), heel concreet. Tijdens Mao’s Culturele Revolutie rebelleerde de Chinese jeugd, weliswaar op commando, tegen de “Vier Ouden” (cultuur, conventies, gebruiken en ideeën). Welnu, in Vlaanderen waren dit twee van die gehate Ouden: Oude Levensbeschouwing en Oude Identiteit.

Met wat vertraging is die evolutie bij de voorhoede gevolgd door een geleidelijker versie van hetzelfde in het brede verenigingsleven. Bij een aantal verenigingen sneuvelden tegelijk het katholieke en het Vlaamse engagement: het woord “katholiek” werd uit de naam van de Vlaamse scoutsvereniging geschrapt, terwijl de term “Vlaams” alleen behouden werd “als plaatsaanduiding”. In “Chiro” werd de verwijzing naar de beginletters van Ch-r-istos (chi en rho) wel behouden, maar alleen omdat nauwelijks iemand zich nog bewust is van die oorsprong van de naam. Naar de mis of naar de Yzerbedevaart gaan, daar zijn de eertijds Vlaams-katholieke jeugdbewegingen al lang mee gestopt.

Met of zonder explicitering in een veranderde naamgeving is hetzelfde proces doorgemaakt door het Davidsfonds, het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (nu: de Beweging), het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond (nu: Zenito), deels ook de CVP/CD&V. “Christendemocratisch” is niet hetzelfde als “christelijk”: een politieke ideologie tegenover een religie. Daar werd tijdens een confederale opflakkering wel het woord “Vlaams” in de nieuwe naam onverwacht nog beklemtoond, maar dat hield in de politieke praktijk de ontvlaamsing niet tegen.

Een goede verpersoonlijking van deze trend is de metamorfose van de conservatieve flamingant (daarom in Humo gesmaad als “CVP-puber”) Eric Van Rompuy tot een verzuurde linksliberale belgicist. Analoog, maar veel radicaler, is De Standaard haar AVV-VVK-wortels “ontgroeid” om spreekbuis van het anti-Vlaamse linksliberalisme en tenslotte van het als extreemlinks geldende identitaire neoracisme te worden.

Volgens Jean-Luc Dehaene had zelfs in “christendemocratisch” het C-woord mogen verdwijnen, kwestie van gelijke tred te houden met de tijdsgeest. Ooit stond de Kerk als een onveranderlijke rots in de branding van de tijdsgeest: Stat crux dum volvitur terra (“Het kruis staat rechtop terwijl de wereld ronddraait”). Maar door in de jaren 1960 met aggiornamento (“bij de dag komen”, “actualisering”) te gaan dwepen, deed zij ongevraagd een knieval voor de tijdsgeest, en het was maar logisch dat haar hoogst onvolmaakte volgelingen nog gretiger met de snel veranderende tijdsgeest gingen meelopen.

In het geval van de Kerk was haar wegdeemstering in wezen heilzaam en onvermijdelijk. De algemene toename in scholingsgraad maakte de mensen skeptisch tegenover de wijsheden van mijnheer pastoor. Ook de vervanging van het mysterieuze Latijn door de volkstaal droeg bij aan de onttovering: o, is het dát maar? Later kwam daar de toenemende bekendheid van exotische religies bij, als zinnige alternatieven voor het blijkbaar toch niet alleenzaligmakende christendom. Dat opgroeien een verlies aan geloof in Sinterklaas meebrengt, werd nu doorgetrokken tot het geloof in Jezus.

Toegegeven, zowel in de kunsten als in het geestesleven heeft het christendom talloze prachtige dingen voortgebracht. Maar haar kernleerstellingen (unieke betrekking van de mens Jezus tot het Opperwezen, zijn verrijzenis, de verlossing uit de erfzonde) zijn nu eenmaal onwaar. De vaststelling dat menige postchristelijke mens om zingeving of om een moreel kompas verlegen zit, is geen reden om sprookjes op de troon te herstellen. Het is een fase waar men doorheen moet, een soort puberteit die men niet oplost door opnieuw kind te worden.



Aggiornamento van de Vlaamse beweging

Maar is (de ondergang van) het christendom bij het Vlaamse volk te vergelijken met (het wegdeemsteren van) de Vlaamse beweging? Zijn van het flamingantisme de “kernleerstellingen nu eenmaal onwaar”? Is het een kinderlijk bijgeloof dat men moet ontgroeien?

De Vlaamse zaak heeft alvast minder cultuur geïnspireerd of “prachtige dingen voortgebracht” dan bijvoorbeeld de contrareformatie via de barok (de twee komen samen in Peter Benoits Rubenscantate). De ambities van de Vlaamse beweging zijn dan ook veel beperkter dan die van de Kerk met haar eeuwige zaligheid. Haar definiërende leerstellingen zijn minder veelomvattend dan “verlossing van de erfzonde door de verrijzenis”. Eigenlijk spreekt zij zich alleen uit over een kleinigheid in het grote geheel: dat dit deel van de wereld in dit tijdsgewricht staatkundig beter wordt door zelfbestuur voor de Vlaamse natie. Daaraan valt weinig te actualiseren, wel aan de redenen die je daarvoor kunt geven.

Destijds maakten sommige ijveraars van hun Vlaamse zaak een soort ersatz-religie. Hun wereld was klein, en hun menselijke behoefte aan zingeving kan bevredigd worden met wat flamingantisme. Om in China of zelfs maar in Engeland flamingant te zijn, dat zou snel wat lachwekkend blijken, maar ooit hadden de meeste Vlamingen zelfs de Noordzee niet gezien. Zij die iets verder keken, tot bij pakweg de Witte Paters in Kongo, hadden Onze Moeder de Heilige Kerk voor die universele (= “katholieke”) dimensie.

Een religie moet iets zijn dat je kleine wereldje overstijgt, en om aan de kleine Vlaamse zaak de zin van je leven te ontlenen, moet je wel echt onder de klokkentoren wonen, op een manier die nu gewoon niet meer bestaat. Naarmate onze horizon breder wordt, zal een zaak die onze toewijding verdient, navenant groter moeten zijn. Men heeft meer opties dan vroeger, zowel levensbeschouwelijk als politiek, dus men hoeft zelfs geen standpunt meer in te nemen tegenover de Kerk noch tegenover Vlaanderen. Ze hoeven zelfs niet meer op je radar te verschijnen: de jeugd van nu weet er niets meer over. In dat opzicht is de verdwijning van het flamingantisme even normaal als dat van de Kerk.

Maar ook vanuit een breder, moderner perspectief blijft de centrale flamingantische eis verdedigbaar en logisch, daar waar de christelijke dogma’s onhoudbaar geworden zijn. Het programma van de Vlaamse beweging blijkt, hoewel veel kleiner, wel veel beter tegen een kritische evaluatie bestand dan het geloof. Ooit vertrouwde uitingsvormen zoals massamobilisatie op een IJzerbedevaart spreken wellicht minder aan, maar de tot haar essentie teruggebrachte diagnose dat voor dit deel van de wereld een etnisch gebaseerde hertekening van de grenzen logischer, democratischer en efficiënter is dan de Belgische constructie, blijft juist.

Binnen het Belgische perspectief ga je met een verstokt belgicisme te maken krijgen: uit eigenbelang van Franstalige kant, uit oikofobie vanwege de culturo’s, uit inerte trouw aan wat nu eenmaal bestaat bij de politiek onbewuste dagjesmensen. Daar heeft de Vlaamse beweging nooit een antwoord op gevonden. In Europees perspectief wordt het echter gemakkelijk, althans theoretisch: wat ooit een halskwestie was, bijvoorbeeld tussen Spanje en Catalonië, zou nu een louter administratieve zaak moeten zijn: een rationele, democratisch gedragen, aan etnische werkelijkheden beantwoordende hertekening van provinciegrenzen.



Besluit

Het laatste carré van Vlamingen met nationaal zelfrespect heeft nu de taak om aan de te lange geschiedenis van de Vlaamse beweging een slothoofdstuk met een onverwachte plotwending te breien. Maak de stap over de tot nu onoverkomelijke Belgische blokkering naar de vorming van een EU-deelstaat gemakkelijk. Vang de wind van internationale ontwikkelingen in je zeilen. Laat ons eens zien welke truken de slechteriken van het verhaal nog uit hun hoed toveren, in hun ongegrond gevoel van zekerheid dat de brave Vlamingen weer eens zullen falen. ’t En zal – toch als er een planbureau opstaat dat weet waar het naartoe wil.

De Kerk was ooit zo’n strategisch centrum. Het stimuleerde de Europese overlevingsstrijd tegen de Moorse en Ottomaanse agressie, met successen in (om maar de bekendste te noemen) Poitiers en Lepanto. De loop van de geschiedenis leek onvermijdelijk, namelijk de voortschrijdende islamisering van Europa, en zonder zulk strategisch centrum zou die er zeker gekomen zijn. Maar iemand besloot om in de weg te gaan staan en “stop!” te roepen.

Je hoeft geen Kerk te hebben noch haar godsdienst te herstellen om van die ervaring het strategische beginsel te onthouden: een politiek doel waard om van te spreken wordt maar bereikt via een leidersgroep die enerzijds het hart van de massa weet te bereiken en anderzijds het einddoel klaar voor ogen houdt en de voortschrijdende omstandigheden telkens in functie van dat doel weet te duiden. Zoals voorzitter Mao zei: geen revolutie zonder voorhoedepartij.     

Maar misschien is dat te veel gevraagd, het zou zo maar eens kunnen. Als alternatief is er het verder inslapen, zachtjes de nacht is. Kerken worden gesloopt of herbestemd, en ook de flamingantische kroegen (in mijn scholierentijd nog twee op de Leuvense Oude Markt en één in de belendende Muntstraat) zijn bijna uitgestorven. Het minder interessante eind van de verhaallijn is dat de Vlaamse beweging maar een droom was, één die bij het ontwaken vergeten wordt. Ze zal dan zelfs geen voetnoot in de geschiedenisboeken waard zijn, aangezien ze geen begunstigde nazaten heeft die willen weten wie of wat hen naar een onbestaande Vlaamse staat gebracht heeft. Ze zal zelfs geen tot musea herbestemde kathedralen in ons straatbeeld nalaten.  

Labels: , , , , ,

Read more...

29 juni 2014

Brussels ED


 

 

Toen Remi Vermeire, hoofd van de voormalige Warandegroep, in mei voor de Debatclub zijn nieuwe pleidooi voor Vlamse zelfstandigheid voorstelde, ging hij in wisselwerking met moderator Frans Crols op twee belangrijke punten in: de democratie-eisen die aan een Vlaamse onafhankelijkheidsverklaring moeten gesteld worden, en het toekomstige statuut van Brussel. Van de directe democratie wilde Vermeire geen fetisj maken: ze is wel wenselijk en een zelfstandig Vlaanderen kan op termijn dat stelsel invoeren, maar een diepgaande beslissing als de Belgische boedelscheiding moet niet het proefkonijn zijn voor een procedure waar de kiezer nog geen ervaring mee heeft. Er zijn nu wel Vlaamse politieke instellingen, en voor de nabije toekomst moeten we dus op het Vlaamse parlement rekenen om de onafhankelijkheid uit te roepen

Aangaande Brussel was hij het ruwweg eens met de stelling die Crols twintig jaar geleden al verdedigde in zijn boek Brussels DC:: onderhandel met de EU over de overdracht van Brussel als confederaal hoofdstedelijk district bestuurd door de Brusselaars zelf onder voogdij van de EU. Een Europees District Brussel, Brussels ED. Bekijken we de voor- en nadelen van deze optie.

Vooreerst beseffen wij dat het hier om een plan B gaat. De eerste optie zou zijn, de historisch Vlaamse stad Brussel terug te vervlaamsen, d.w.z. bij een onafhankelijke republiek Vlaanderen te voegen. Gerolf Annemans en Steven Utsi hebben zich in die zin uitgesproken in hun boek De Ordelijke Opdeling. Het is goed dat er voor de aanhechting van Brussel een draaiboek klaarligt, maar zelfs als de partij van deze auteurs 50% van de stemmen in Vlaanderen haalt, zal de niet-Vlaamse meerderheid in Brussel ze verwerpen. Ze heeft ook de instellingen om  op een internationaal erkende wijze haar wil kenbaar te maken. Het zou anders geweest zijn mochten de Vlaamse politici de waarschuwing van Frans Vander Elst tegen Brussel als derde gewest ter harte hebben genomen, maar dat hebben zij nu eenmaal niet. Integendeel, tijdens opeenvolgende staatshervormingen hebben deze pantoffelvlamingen de aparte status van Brussel steeds verder gebetonneerd. Dus behoudens een volstrekt revolutionaire toestand, is Brussel staatkundig voor Vlaanderen verloren. Laten wij dus het onvermijdelijke omarmen en het beste maken van een echtscheiding tussen Brussel en Vlaanderen.

De huidige verwevenheid van Brussel met Vlaanderen vormt de belangrijkste hinderpaal voor een boedelscheiding tussen Vlaanderen en Wallonië. Een eerste belangrijk winstpunt van een Vlaanderen zonder Brussel is dat het eindelijk een zelfstandig Vlaanderen op voet van gelijkheid met Wallonië kan opleveren. De taalgrens kan eindelijk een staatsgrens worden, waarbinnen de Nederlandstaligheid zonder uitzonderingen geldt en we de talrijke niet-Vlamingen in de Rand echt kunnen integreren.  

De Brusselaars willen niet liever dan verlost te zijn van hun Vlaamse schoonmoeder. Dat geldt intussen ook voor de meeste Brusselse Vlamingen, en niet alleen de Dansaert-culturo’s. Zelfs de doorwinterde flamingant Julien Borremans beviel in Brussel Deze Week zopas van een opiniestuk dat de wens tot vervlaamsing van Brussel achterhaald verklaarde. Men kan dat betreuren, maar een goede politicus weet dat feit in het voordeel van Vlaanderen aan te wenden. Vlaanderen kan afstand doen van Brussel in ruil voor politieke winst.

Tegelijk kan het nochtans de wezenlijke Vlaamse belangen in Brussel veilig stellen. Ziehier het verschil tussen staats- en volksnationalisme: het staatsnationalisme klampt zich vast aan de staatkundige eenheid van Vlaanderen en Brussel, hetzij via België hetzij utopisch binnen een onafhankelijk Vlaanderen; het volksnationalisme daarentegen behartigt de belangen van het reëel bestaande Vlaamse volk in een van Vlaanderen gescheiden Brussel. Vervul de wens van de Brusselaars om zelfstandig te zijn, met een door de EU-overheid gewaarborgde grondwet die de plaats van het Nederlands in Brussel veilig stelt.

Aldus kan ook de anomalie van een Vlaams gewest met bestuurlijke instellingen buiten dit gewest zonder gedoe bestendigd worden. De Franstaligen hebben al laten verstaan dat de Vlaamse instellingen bij een boedelscheiding uit Brussel moeten ophoepelen, maar de EU zal dat anders zien.Met eurocraten is het iets beter onderhandelen dan met Belgische tegenspelers, zeker wanneer de dobbelstenen door de Belgische grendels vervalst zijn. De EU is een zeer eigensoortige constructie en kan met deze van België geërfde anomalie best leven.

Veel hangt natuurlijk af van de onderhandelingen met de EU, en daar kunnen de Vlaamse politici nu eens bewijzen wat ze waard zijn. Gezien hun gebruikelijke mobilisatie tegen elkaar in plaats van tegen de gemeenschappelijke tegenstander, zijn we niet optimistisch. Men moet met name opletten voor de Vlaamse neiging om niet in teksten vastgelegde goede wil bij de tegenstander te veronderstellen.Anderzijds kan de nieuwe post-Belgische situatie waarin met een ernstige partner écht aan politiek gedaan wordt, een spoorslag betekenen voor een nieuwe generatie beleidsmensen.

Dit is een realistisch plan, of kan het worden. Ooit trok de Vlaamse Volksbeweging naar Straatsburg om die stad het statuut van EU-hoofdstad aan te bieden. De eurocraten weg uit Brussel en de Rand zou het voor Vlaanderen gemakkelijker maken. Maar dat is niet gebeurd en geen Vlaming denkt er zelfs nog aan. Goed, Brussel als hoofdstad bezorgt de Vlamingen dan weer andere mogelijkheden om er hun institutioneel voordeel mee te doen, maar het zet een druk op de heel ruim gedefinieerde Rand die alleen een onafhankelijke republiek Vlaanderen kan hopen te beheersen. Bij elke beleidsbepaling moet men vooral rekening houden met het in Vlaanderen zeer groot percentage goedmensen, die zich moreel beter voelen wanneer ze de taalwetten laten schenden en het land van hun kinderen verkwanselen. Daarom zijn, vrees ik, plannen om Brussel bij een zelfstandig Vlaanderen aan te hechten, onrealistische wensdromen geworden. Maar de weg via de EU biedt een tweede beste optie.

Labels: , , ,

Read more...

30 oktober 2013

Waarom België niet hoeft


 

Toen het toonaangevende weekblad The Economist tijdens de zeer langdurige regeringsvorming eens rechtuit zijn mening gaf, schreef het dat België een overbodige staat was: als het niet bestaan had, zou niemand het uitvinden. Later werd het blad door de Belgische diplomatie of door belgicistische lezers ingelicht over de politieke toedracht van de Belgische twist, namelijk hier de goede Belgen en daar de afgrondelijk foute Vlaamse separatisten, dus liet het zich op commando laatdunkend uit jegens de alternatieven voor dit aftandse koninkrijk. Maar het eerste gedacht is het beste, zei mijn moeder al. Dus inderdaad, België beantwoordt aan geen enkele behoefte.

Dat geldt wel voor de meeste staten. Toch zijn zij er doorgaans in geslaagd, de loyauteit van hun burgers door hun meerwaarde te verdienen. Ook multi-etnische staten als Zwitserland hebben hun ingezetenen aan zich kunnen binden:  een staat hoeft niet de bestuurlijke veruitwendiging van een bestaand volk te zijn. Dus België had kunnen slagen, maar heeft andere prioriteiten. In zijn eerste eeuw was het internationaal belang van België wel nog buiten alle verhoudingen tot zijn bescheiden afmetingen;  sindsdien is het echter gestadig achteruitgeboerd. Als belgicistische Vlamingen zeggen  dat ze het in België goed leven vinden, bedoelen ze blijkens hun voorbeelden veelal: in Vlaanderen.

Het gaat hier niet eens over het negatieve palmares van België. Niet dus de afgehakte handen onder Leopold II, niet de beslissende rol van Brave Little Belgium in de escalatie tot de Eerste Wereldoorlog en alle ellende die daaruit voortkwam, noch zijn collaboratie met nazi-Duitsland of zijn schuld aan de repressie, en zelfs niet zijn in het buitenland nauwelijks bekende  langjarige minorisering van de Vlamingen. Alleen de nuchtere vaststelling dat dit stuk grondgebied beter bestuurd zou worden, en zijn bewoners gelukkiger zijn, als zijn taalgebieden met aparte politieke structuren overeenkwamen. Er waren misschien ooit leenroerige redenen om de Waalse met de Vlaamse gewesten te verbinden, maar die gelden in het democratische tijdperk niet meer. Er hebben misschien ooit godsdienstige redenen bestaan om Zuid- van Noord-Nederland te scheiden, maar die gelden in dit seculiere tijdvak niet langer.

Wanneer belgicisten zich uitgedaagd voelen om de meerwaarde van België te bewijzen, veranderen zij liefst van onderwerp. Zij proberen het ondermeer met “schuld door associatie”, vooral door op de samenwerking van een prominente Vlaamse partij met de Duitse bezetter van 1940-44 te wijzen, alsof die de voorafgaande eeuw van stelselmatig Belgisch onrecht tegen de Vlamingen kon verantwoorden. Het is integendeel die voorafgaande eeuw van onrecht die medeschuldig was aan de Vlaamse collaboratie. Of zij herhalen de vondst van een belgicistisch geschiedkundige dat de taaldiscriminatie aan het IJzerfront in 1914-18 (inbegrepen het “pour les Flamands la même chose”) voor het eerst door een krant in bezet België aangekaart werd, alsof die Duitse goedkeuring ze minder waar maakte. De taaldiscriminatie in het leger is onmiddellijk na het ontstaan van België ingesteld en de wet om die te verminderen (niet af te schaffen) was kort voor de oorlog eindelijk ingevoerd maar kende nog geen begin van uitvoering, en de oorlogsomstandigheden zelf waren een voortreffelijke uitvlucht om er geen werk van te maken. Het was een krant in bezet België die dit feit moest uitbrengen omdat de Belgische regering erover zweeg. Belgicisten leiden de aandacht af naar eender wat, zolang  het maar niet de waarheidsvraag is

Een andere, momenteel zeer populaire tactiek is de antipolitiek. Alle media zweren samen om de neus van de domme Vlamingen in de richting van het ongevaarlijk amusement te zetten. De prestaties van de Rode Duivels zouden die vervelende politiek moeten doen vergeten. Het zegt veel over de kwaliteit van België dat het door zulk vermaak gered moet worden.

En verder zijn er de zuivere leugens. Zo zegt topbelgicist Paul Goossens in zijn open brief aan Leuvens rector Rik Torfs (Campuskrant, 23-10-2013): “Als student stonden we reeds op de barricaden voor een sociaal bewogen en kritische universiteit, één die op de lange tenen van het beleid en het Vlaamse ego durfde trappen.” Vlaanderen heeft vandaag een klein beetje zelfbestuur, maar zit nog steeds in de Belgische grendelhoudgreep gevangen, het is nog steeds de oppositie tegen de Belgische machthebber. Een “kritische” studentenleider zou ook vandaag nog eerder aan de kant van Vlaanderen staan, tegen de Belgische machtsstructuren. Destijds waren de verhoudingen echter klaar als pompwater: Vlaanderen had geen enkele macht, en de kritische studentenbeweging keerde zich tegen de zetelende macht, dus tegen België. “Leuven Vlaams” nu uitleggen als een anti-Vlaamse leuze, is diametraal het tegendeel van de waarheid. Naar België zal ik oprecht nostalgie voelen eens het niet meer bestaat, maar het door en door valse belgicisme noopt mij om de pro-Vlaamse zijde te kiezen. 

Maar ergens kan ik wel meevoelen met de mensen die liever met iets anders bezig zijn dan met betwistingen tussen de gemeenschappen. Zij nemen een voorschot op de toestand die wij allen nastreven, namelijk een land dat niet meer door tijdrovende communautaire kwesties verlamd wordt. Helaas, zolang dit België blijft bestaan, zullen ook die betwistingen en die onvrede voortduren. Daarvoor je kop in het zand steken, door hem met voetbal of ander vertier te vullen, bestendigt slechts de ellende. Laat ons dus de communautaire vrede bewerkstelligen door een formule die doorheen de eeuwen bewezen heeft, te werken: “Goede omheiningen maken goede vrienden.” Doordat Vlaanderen geen duidelijke grenzen had, verkeerde een naburige gemeenschap voortdurend in de verleiding om in Vlaanderen in te breken en het van stukken grondgebied te beroven. Een internationaal erkende staatsgrens zal veel meer taalvrede over Vlaanderen laten nederdalen dan de onzekere taalgrens ooit heeft gekund. Zelfs de oud-linkse veteraan Régis Debray heeft zich tot een Eloge des frontières (Gallimard 2010) bekend.

Uiteraard moeten we altijd de mogelijkheid van een bekering van onze Franstalige vrienden onder ogen zien. Misschien willen zij na een moment van inkeer wel de transfers stoppen (of zelfs de ontelbare miljarden “solidariteit” sedert 1830 terugbetalen) en de grendels afschaffen, wie weet? In dat geval zou een unitair België wel een vaderland voor de Vlamingen kunnen zijn. Te vrezen valt echter dat het juist daarom voor de Franstaligen onaanvaardbaar is. Ook zij verkiezen een politieke eenheid die aan een culturele eenheid beantwoordt. Ook zij willen baas in eigen huis zijn. En wij zijn vrijgevig van aard, wij gunnen hun  gaarne dat zelfbestuur.

Belgicisten houden van communautaire betwistingen, want zij ijveren voor een systeem dat ruimschoots bewezen heeft, deze te doen voortduren en op de spits te drijven. Flaminganten (en wallinganten) daarentegen willen tot de niet-verdrukte volkeren behoren die zich met serieuzere zaken dan nationale eisen kunnen bezighouden. Zoals de meeste belgicisten vind ik het communautair gekrakeel maar tijdverlies; het verschil is dat zij de daad niet bij het woord voegen. Hun keuze bestendigt juist de onmin tussen de gemeenschappen.

Hoe dat zelfbestuur echter te bereiken? Wanneer ik de zeer weinigen uit mijn jeugd terugzie die aan het gauchisme trouw zijn gebleven, dan voel ik alleen maar medelijden om zoveel misleide inzet voor een heilloze en verloren zaak. Wanneer ik Peter De Roover bezig zie, die de Vlaamse Volksbeweging in 1991 voor Vlaamse onafhankelijkheid deed kiezen, en die nog steeds op dezelfde nagel klopt, heb ik een wat positiever indruk. Ten eerste is zijn zaak minder verloren en veel minder heilloos; ten tweede kent zijn leven toch wel wat gezonde verscheidenheid, zie bv. zijn inzet als leraar en onderwijsactivist. Het Vlaamse bewegen is geen voltijdse bezigheid, en dat is maar goed ook.

Vlaanderen vecht minder spectaculair voor zijn onafhankelijkheid dan Ulster of Baskenland, of anders gezegd: de Vlamingen beoefenen de kunst van het mogelijke. Soms doen zich gunstige gelegenheden voor, en hopelijk zijn er dan Vlamingen klaar om de geboden kans te grijpen. In ieder geval, zo hebben Vlaamse bewegers ruimschoots tijd over voor andere, vaak dringender zaken. Vlaanderen, dag en nacht denk ik aan allerlei dingen, soms ook aan u.

 

Labels: , , , , ,

Read more...

Vlaamse bewustmaking


(Doorbraak, 5 oktober 2013)

Ooit hoorde ik een oude man op de Vlaams-Nationale Debatclub met zichtbare pijn in het hart afgeven op de onverschilligheid en het arrivisme van de hedendaagse jeugd; hij had het blijkbaar anders meegemaakt. Het stemt oude flaminganten bitter dat de jongere generaties steeds minder blijk geven van Vlaams militantisme.  Dat is een kwestie van bewustzijn: men gaat in de hangmat van de Vlaamse verworvenheden liggen (bv. onderwijs in de eigen taal) en minacht de moeite die vorige generaties gedaan hebben om deze toegevingen van België los te peuteren, omdat men zelf die moeite nooit gekend heeft. Vlaamsgezinde organisaties willen de jeugd dus opnieuw de grotere verbanden doen zien, al het Belgische onrecht dat minder in het oog springend is. Zoals de socialisten ooit de arbeiders “politiek bewust” wilden maken en hen grotere verbanden en de uiteindelijke oorzaken van hun armoede wilden doen beseffen, zo willen de flaminganten hun volk het belang van het Vlaming-zijn bijbrengen.

Hoe dikwijls bloklettert een Franstalige krant of weekblad niet dat “les Flamands” dit willen of dat weigeren, terwijl het onderstaande artikel alleen het VB of de N-VA betreft. Vele Franstaligen haten ons als Vlamingen, ongeacht onze gebeurlijke mening pro België. Nogal wat Franstaligen zijn er zelfs niet van op de hoogte dat de meeste Vlaamse media en kunstenaars anti-Vlaams en belgicistisch geworden zijn.

De achteloze en geblaseerde hangmathouding tegenover de Vlaamse strijd bij de jongere generatie wordt door de media arglistig bevorderd door die problematiek enerzijds te negeren en anderzijds degenen die hem ernstig nemen, zwart te maken. Het is bijvoorbeeld aandoenlijk om zien hoe antipolitiek zij campagne voor de Rode Duivels voeren om de volkse sympathie toch maar van de Vlaamse naar de Belgische identiteit te verleggen. De zanger of acteur die in een vraaggesprek stoer hooghoudt dat hij “Belg” is omdat zijn identiteitskaart dat zegt, doet aan bestudeerde oppervlakkigheid. Die eenzelvigheidskaart is niet zelf een grondslag waarop je een identiteit kan baseren, maar is de resultante van politieke machtsverhoudingen. Vlaamse bewegers zullen de aandacht op die machtsverhoudingen leggen, terwijl belgicisten doen alsof deze niet bestaan en de identiteitskaart als een goddelijke wilsbeschikking uit de hemel gevallen is.

Terwijl belgicisme niet meer is dan antipolitiek en oppervlakkigheid, heeft het wel succes, en niet alleen bij de subsidie-afhankelijke cultuursector. In mijn jonge tijd werd het Belgische nationalisme wat lachwekkend gevonden, maar nu is het heel modieus; net zoals de identiteit “Brusselaar” (vrouwelijk: Brusseles) toen iets was voor Franssprekende madammekes in bontmantel met schoothondje, terwijl Noord-Belgische hoofdstedelingen het nu gretig als etiket opspelden. De meeste mensen vormen hun mening niet op basis van een zoektocht naar wat waar is, maar door een overweging in welk gezelschap je erdoor terecht komt. In het geval van de Vlaamse beweging begrijpt de oppervlakkige Vlaamse mediaverbruiker dat elke Vlaamse verzuchting hem in het kamp van de slechten doet terechtkomen, daar hebben de media zelf voor gezorgd. Conformisten herken je dus hieraan, dat zij nadrukkelijk Belg zijn.

 

Idealisme

Deze houding wordt nog versterkt doordat de huidige jongeren ook op andere gebieden zeer verwend zijn. De vroegere ethiek van werk en opoffering, dé sterkhouder van de Vlaamse beweging, is nagenoeg verdwenen. Het idealisme is hun vreemd, of wordt zelfs vereenzelvigd met de offerbereidheid die katholieke Vlaamse jongens naar het Oostfront dreef. Oorlog is voor idealisten inderdaad een gevaarlijke tijd. Maar voor een dagelijkse politieke strijd is idealisme de juiste houding. Wat er dan toch als Vlaamse overwinning te vieren valt, is op die belangeloze inzet gebouwd. Jammer genoeg is die inzet van het voetvolk veelal door haar leiders met hun gauw gevulde kinderhand aan de onderhandelingstafel verkwanseld. Dit is, naar het woord van Joost Ballegeer, een “volk zonder bovenlaag”.

Daar staat dan de retoriek over de “transfers” tegenover. Dat is nu eens een heel materialistisch argument pro splitsing. Het is pas zeer recent een ernstig discussiewapen geworden, vooral sinds prof. Juul Hannes aangetoond heeft dat de transfers geen kwestie van conjunctuur zijn (met vandaag een verarmd Wallonië waarvan je zou kunnen begrijpen dat het Vlaamse giften opsoupeert), maar een constante in de Belgische staat sinds de afscheuring van 1830. Maar weer is het niet goed: dit keer verwijt men de flaminganten “materialistisch” en “egoïstisch” te zijn. Het blijkt ook niet echt een wervend thema te zijn: Vlamingen willen zich juist beter voelen door de gevende partij te zijn. De recente dood van prof. Hannes zou voor Vlaamsgezinde media een aanleiding gevormd hebben om zijn bevindingen nog eens onder de aandacht te brengen, maar het bleef muisstil.

 

Structureel

Behalve de anti-Vlaamse conjunctuur is er een structurele reden waarom de Vlaamse strijd zulke miezerige zaak is, niets om fier op te zijn. Vanaf 1830 bieden de Vlamingen een zeer verdeelde en ongefocuste aanblik. Te druk met overleven of met hun eeuwige zaligheid, en zelfs degenen die aan politiek doen, geraken gemakkelijk van de pro-Vlaamse koers af.  Jan De Laet, vooraanstaand volksvertegenwoordiger van de flamingantische Meetingpartij haalde indrukwekkende persoonlijke en Vlaamse successen, maar liet zich vervolgens door België omkopen. Vandaag werkt de Koning Boudewijn-Stichting heel stelselmatig aan het dankbaar stemmen van Vlamingen wegens bewezen Belgische gunsten.

De handige strategie van België om Vlamingen te coöpteren is echter niet de voornaamste reden voor het Vlaamse gebrek aan engagement. Dat is zeer zeker het alom heersende gevoel dat er belangrijker zaken zijn dan het Vlaamse zelfbestuur. De Vlamingen zelf geloven maar heel gedeeltelijk in het belang van de Vlaamse strijd. Dat komt onder meer doordat het, ook na aftrek van de transfers, de taalgrensgemeenten, de hoofdstad en een deel politieke macht, gewoon niet slecht genoeg gaat om de Vlaming uit zijn dagelijkse bezigheden te krijgen.

 

Augias

                En dat is goed zo. Terwijl de Vlamingen vol toewijding en zelfopoffering voor de Vlaamse zaak streden, toen zij honderdduizenen op de been kregen voor Yzerbedevaarten en Marsen op Brussel, werd hun Brussel demografisch afhandig gemaakt, werden de faciliteiten gebetonneerd, werd de grendelgrondwet ingevoerd. De Fanstaligen moesten de straat niet op, zij hoefden hun stem niet te verheffen tijdens pathetische toespraken. Stemverheffing staat gelijk met machteloosheid.

In die zin hoeft de toegenomen nuchterheid geen probleem te zijn. Was Augias vol idealisme aan het werk gegaan, dan waren de naar hem genoemde stallen nog steeds niet gereinigd. In de plaats daarvan was hij lui en leep en liet hij de veel krachtiger stroom het werk doen. De Vlaamse beweging moet niet ouderwets ijveren, zij moet slim zijn en internationale ontwikkelingen aftappen.

Zij heeft dat trouwens al twee keer gedaan: tijdens de Duitse bezettingen. Daaraan was twijfelachtig dat zij met een militaire bezetter meeheulden, de tweede keer ook de na verloop van tijd gebleken aard van die bezetter, maar niet dat zij “verraad” pleegden door een buitenlandse mogendheid boven België te verkiezen. Boerenpummels die zich door vlaggengezwaai laten oppeppen, zullen vol pathos zeggen dat de Vlaamse collaborateurs “landverraders” waren, alsof die zeer veranderlijke grenslijnen op de kaart enige loyauteit afdwingen. Uit nationalisme -- dat volgens de Vlaamse denker Guy Verhofstadt recht naar Auschwitz moet leiden -- verabsoluteren zij de grenzen van België, terwijl de separatisten de historisch juiste betrekkelijkheid van de grenzen en van de daarachter schuilgaande politieke verhoudingen poneren: “Geen tronen blijven staan.”

Zonder collaboratie met buitenlandse mogelijken bestonden vele bekende staten vandaag niet. Geen Verenigde Staten zonder de cruciale ingrepen van Frankrijk tijdens de onafhankelijkheidsoorlog. Geen Ierse republiek zonder de Paasopstand van 1916 met Duitse steun. Geen Cuba Libre zonder de Spaans-Amerikaanse oorlog. Vaak is de bezetting van het moederland door een vreemde mogendheid de gelegenheid waar een vrijheidslievend volk op wacht, zie de IJslandse onafhankelijkheid van Denemarken in 1944, of die van een aantal Zuid-Amerikaanse landen toen de Fransen Spanje waren binnegevallen. En om de Vlamingen met hun sympathie voor underdogs helemaal gerust te stellen: ook vrijheidsbewegingen die het pleit verloren hebben, deden beroep op buitenlandse steun, bv. de Boerenrepublieken die wat Duitse steun kregen, of het Polisario-front dat Algerije als uitvalbasis mag gebruiken.

Vandaag zijn er echter andere internationale krachten dan de strijd onder de grootmachten waarmee handige kleine volkjes hun voordeel kunnen doen. Er is een vacature voor een Vlaamse voorman die die krachten tot nut van Zuid-Nederland kan aanwenden.

Labels:

Read more...

22 september 2013

De nieuwe tsjeven



 

                Nogal wat mensen die de vorige jaren op de N-VA gestemd hebben, zijn teleurgesteld. De N-VA drukt geen kenmerkend stempel op de Vlaamse regering waar zij deel van uitmaakt.  De N-VA in de gemeenten heeft wat burgemeesters en schepenen, maar veel specifieke “verandering” (een banale en nietszeggende belofte) krijgen we daar ook niet te zien. De partij komt vooral negatief in het nieuws, zowel vanuit Vlaamsgezind als vanuit belgicistisch standpunt.

Kortrijk bv. toonde een staaltje van een lepe truuk die de gedoodverfde burgemeester Stefaan De Clerck een voetje lichtte. Alleen kwam dat pootje niet van de N-VA, die slechts haar medewerking verkoos te geven aan de stadsgreep van Vincent Van Quickenborne. Wie zou het beste zijn voor de Vlaamse zaak: de belgicist Q of de confederalist De Clerck? Een Vlaamsgezinde partij zou zich door die overweging hebben laten leiden om met De Clerck een meerderheid te vormen. De N-VA heeft zich er laten gebruiken voor de politieke belangen van ervarener spelers.

Anderzijds zijn er de media die in hun campagne tegen de N-VA elke betwistbare gebeurtenis aangrijpen om de partij in een kwaad daglicht te stellen. Vlaamsgezinde maatregelen, bv. in Aalst of in Menen, kunnen natuurlijk alleen op spot en hoon rekenen. Ook gevallen steken, zoals het “VNV”-verleden van Lubbeeks burgemeester Theo Francken, worden tot in het ongerijmde gedramatiseerd. En elke banale dorpsruzie wordt uitvergroot. De N-VA weet dat ze tot de loopgraven veroordeeld is, maar toch gedraagt ze zich als een gewone partij. Ze meent zich bijvoorbeeld de knoop te kunnen veroorloven waar de partij zich in gewerkt heeft in Turnhout. Als buitenstaander had ik de indruk dat pakweg de huisvuilophaling in de Kempenstad niet tot de uitzetting of het ontslag van een aantal partijleden hoefde te leiden, maar de N-VA heeft zulke splitsing toch voor elkaar gekregen. Beseffen zij dan niet dat de talrijke vijanden van de partij op vinkenslag liggen om elke misstap of zwakheid uit te buiten?

Antwerpen, natuurlijk, is hét N-VA-bolwerk waar de tegenstanders het daadwerkelijke beleid van Bart De Wever en Liesbeth Homans kunnen afschieten. Zij schromen zich er niet voor, besluiten van het vorige socialistische bewind als illustratie van het vreselijke N-VA-beleid af te schilderen. Echte N-VA-beleidslijnen worden steevast “neoliberaal” genoemd, bijvoorbeeld de vervanging van een park door nieuwbouw (iets wat zelfs door Antwerps districtsburgemeester Zuhal Demir niet gesmaakt wordt). De Vlaming heeft voor de N-VA gestemd omdat hij van de socialistische sinterklaaspolitiek en de noodlottige afgunstmentaliteit af wou en een realistisch economisch beleid verkoos; maar in de poltiek maakt het verschil hoe een beleid uit de verf komt, en dit hier oogt gewoon niet sympathiek, terwijl de winstpunten ervan blijven onderbelicht blijven.


Tsjeven
 
Deelnemen aan het bestuur laat wel toe om tegen het VB zeggen ze dat zij het tenminste doen terwijl de anderen aan de kant staan roepen. Dat is precies wat de CVP vijftig jaar geleden tegen de VU ook al zei. Het is de toegepaste antipolitiek: niet wát men doet is belangrijk (welke slechte compromissen men sluit, bv.), maar dát men iets doet, eender wat. Dit ietsisme is de echte tsjevenpraat.  

                Wat echter grondig verschilt van de CD&V-werkstijl zijn de openbaar uitgestalde meningsverschillen tussen de partijtenoren over de beginselen zelf van de partij. In de Franstalige media wordt de N-VA afgeschilderd als rabiaat nationalistisch en separatistisch. Het is een bewust in stand gehouden misverstand dat er iets aan de Vlaming “rabiaat” zou kunnen zijn, maar het schouwspel dat we hier te zien krijgen, vervalt in het andere uiterste. Partijleiders verklaren doodleuk dat ze van de officiële doelstelling, de Vlaamse onafhankelijkheid, “geen stijve krijgen”, of dat die “geen draagvlak heeft” (en zij er zich niet mee willen bezighouden, dat te scheppen door de mensen te overtuigen). Anderen verklaren dan weer dat ze voor onverkort zelfbestuur gaan, maar gedragen zich toch alsof de Belgische staat eeuwig zal duren. Ook kiezers die op zich weinig om het communautaire geven, krijgen een slechte indruk van deze verwarring en verdeeldheid.
 
 
Zoals vele Vlamingen, en zeker in de Vlaamse beweging, geven N-VA-ers blijk van weinig politiek inzicht. Toen Yves Leterme dankzij het kartel met de N–VA een grote verkiezingsoverwinning gehaald had, stonden zij rond hem als kleine kinderen met leeuwenvlaggetjes te zwaaien. Het politiek feit van de dag was dat hij er meteen blijk van gaf dat hij zijn programma zou verraden. Terwijl andere politieke leiders na een stembuszege hun ideologisch profiel en hun verkiezingsbeloften nog eens stoer in de verf zetten, vertelde Leterme de interviwers dat hij geen zin had in politieke verklaringen en dat hij een pint ging drinken. We zagen daar heel letterlijk de toepassing van het Vlaamse spreekwoord dat al zo vaak van toepassing geweest is: hij dronk een glas, deed en plas, en liet alles zoals het was. Maar de N-VA-ers kraaiden van pret.

                Een deel van het kiespubliek dat van het VB overgekomen is, dreigt naar die partij terug te keren. Zij hebben voor de N-VA gestemd omdat dit de “fatsoenlijk rechtse” partij leek te zijn waar destijds pater Johan Leman van droomde. Deze partij nam de centrumrechtse identiteit aan die CD&V en de OVLD hebben versmaad. De sterke punten in het VB-programma zijn immers niet van nature extremistisch en kunnen evengoed door de hoofdstroompartijen verdedigd worden. Dat Geert Bourgeois destijds als VU-voorzitter een verbod op het VB had geëist (en een partijverbod is een antidemocratische maatregel bij uitstek), nog vóór de traditionele partijen, werd het N-VA zelfs vergeven. Ook op Vlaams vlak leek de partij gematigd doch doelbewust. De door steeds nieuwe incidenten gevoede onduidelijkheid over de doelstellingen doet die goede wil bij de kiezer afkalven.
 
Een ander verschil met de oude CVP is dat de N-VA, net als de OVLD is hun beste dagen, een postmoderne partij is die op de zeer momentane mening van de kiezers beroep doet, eerder dan de uitdrukking te zijn van een diepere overtuiging en identiteit die bij het volk leeft. De levenslange CVP-stamboekkiezer was de belichaming van een maatschappelijke werkelijkheid, namelijk dat de dorpsnotabele en de werkman elkaar in de zondagsmis ontmoetten en daar hun godsbeleving als hoeksteen van hun leven deelden. Ze mochten al eens kritiek hebben op hun partij, maar als het er bij de verkiezingen op aan kwam, stemden ze toch tegen die verdomde goddeloze socialisten. Daarom was de CVP een stabiele volkspartij. De N-VA daarentegen moet het van de wispelturige kiezer van vandaag hebben, en diens voorkeur kan snel omslaan.
 
Strategie

Een ontslagen personeelslid gaf toe dat NVA-leiding, die hij bekritiseerd had, achteraf bezien gelijk had gekregen. Als je verkiezingsoverwinningen van zulk formaat kan afleveren, dan moet je wel iets goeds doen. En de N-VA deed ook iets goeds: zij gaf stem aan het gezond verstand van de gemiddelde Vlaming. Maar de tijd vordert en de partij kan niet op dat eerste succes blijven teren. Achter de huidige verwarring en stagnatie zou een strategie kunnen schuilgaan, maar dan is ze toch wel héél goed verborgen. 

De N-VA had na haar verkiezingsoverwinning haar zwakste punt, namelijk haar gebrek aan ideologische ruggengraat, kunnen remediëren. Door zelfgenoegzaamheid is die zelfcorrectie er echter niet gekomen. Ze kan nog plaatsvinden, maar het is wel hoog tijd. Het alternatief is een spoedige nederlaaag, en terug naar af voor het wenkende Vlaamse alternatief.

Gelukkig voor de partij zorgt het bestel regelmatig voor rellen die het publiek eraan herinneren waarom het ooit voor de N-VA gestemd beeft. Het zeer socialistische en noodlottige onderwijsbeleid van Pascal Smet, met hervormingen die niet nodig en niet gewild zijn, zeker niet door de onderwijsmensen zelf maar ook niet door de ouders, laat de N-V toe om zich weer als de stem van het gezond verstand te profileren. In tegenstelling met pakweg de subsidies voor de cultuursector gaat die kwestie de meerderheid vn de Vlamingen aan. De goegemeente reageert dus opgelucht: er is tenminste één partij die de dwaasheden van de anderen blokkeert. Ook de racismerel over de heel zinnige uitspraken van Liesbeth Homans, opgeblazen door de media, sprak tot het hart van de kiezer: die wil een gematigd en gededramatiweerd vertoog over het racisme, en de valse mediaverontwaardiging over een in feite veelgehoorde opmerking draagt slechts bij tot de populariteit van de politica en haar partij. Door haar campagne duwt de pers de N-VA in de rol van de underdog, en dat levert in Vlaanderen stemmen op.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten