6 mei 2012

Een tienjarenplan voor geloofwaardigheid (vpmc)

.
Wat de geloofwaardigheid van de media maar matig bevordert, is gekeuvel over de geloofwaardigheid van de media. Dat bleek deze middag weer in de Zevende Dag. Zelfs een zinnetje dat je nu gedurig hoort en leest, en dat daar aan tafel ook viel, namelijk dat journalistiek mensenwerk blijft, heeft voorlopig niet het gewenste effect.
En als er bij dat mensenwerk een foutje gebeurt, dan willen excuses achteraf ook niet goed helpen. Nu zijn excuses, journalistieke of politieke, altijd te belachelijk om dood te doen, vijgen na Pasen en mosterd na de maaltijd als het kalf verdronken is. Denken we maar aan de excuses die Verhofstadt destijds ging aanbieden in Rwanda. Of aan de excuses die wij binnen enkele jaren in Libië zullen zien aanbieden door onze voltallige Kamer.
Excuses zijn flauwekul. Misschien ligt het journalistieke probleem ook niet bij een enkel incidentje, een slechte inschatting of zelfs bij een reeks van stupiditeiten? Misschien ligt de oorzaak bij de geestesgesteldheid zelf van redacties?
Bekijken we even de sereniteit waarmee vandaag de tiende verjaardag van de dood van Pim Fortuyn wordt herdacht. In De Standaard lezen we: “Zelfs op links is het dezer dagen ver zoeken naar iemand die nog iets slechts wil zeggen over Fortuyn.
Dat geldt voor journalisten en politici, en het is niet goed voor hun geloofwaardigheid, want toen de man nog in leven was, klonken zij totaal anders. De haat en de verachting droop van de pagina’s toen, en dat was in die tijd heel respectabel. Iemand als bijvoorbeeld de hondenliefhebber Chris Dusauchoit mocht toen  over die moord nog verklaren: “…ik had er toch geen slecht gevoel bij. Ik dacht: erger kwaad is voorkomen. One down, twenty to go. Het heeft mij verwonderd dat de zaak zo lekker snel geïmplodeerd is.

Nu is het nog maar de vraag óf erger kwaad ook voorkomen werd, want we hebben nu Wilders, en die leeft nog, helaas volgens velen, en mede natuurlijk omdat hij beschermd wordt tegen bijvoorbeeld dierenliefhebbers.
Maar in dezelfde krant deze week las ik, aan Wilders’ adres, een lezersbriefje van 280 woorden van de journalist Lucas Vanclooster. Vanclooster antwoordde op een genuanceerd stuk van Geert van Istendael. Dat stuk moet hem bijzonder hebben gestoord.
Laten we even kijken wat Lucas schrijft, en wat De Standaard dus publiceerbaar acht. Ook Lucas zal binnen tien jaar vanzelfsprekend anders schrijven, als de wind gedraaid is, maar tot zolang behoort zijn stijl en zijn grote zedelijke verontwaardiging tot de gewone journalistiek, terwijl die nochtans probeert geloofwaardig te zijn. Ik geef hieronder 47 van zijn woorden, dat is een op de zes. Stilistische beoordeling laat ik aan de lezer over:

Hitler en zijn trawanten – onversneden racistisch fascisme – simplistische anti-elitaire kretologie, waarvan de echo's bij Geert Wilders nog helder doorklinken. Overigens, 'De rattenvanger van Hamelen' is een Duits verhaal. – Wilders is een volbloed populist – Zijn pseudo-proletarisch discours – typisch voor een poujadistische populist – ziekelijke aandacht voor iemand als Wilders.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

5 maart 2012

Over merkwaardige tekenen (vpmc)

.
Ooit –jaren geleden, toen de CD&V nog CVP heette– zat ik toevallig tegenover Geert van Istendael op de trein naar Gent, en er ontspon zich toen een gesprek.
Na deze aanhef bestaat het gevaar dat vele lezers zullen denken aan de Uitzendingen door Derden op de radio, want als daar de protestanten aan de beurt zijn, hebben die ook vaak een gesprek op de trein, ofwel op de tram of de bus, en hun gesprek geeft dan aanleiding tot enkele godvruchtige overwegingen. Bij Bart Stouten op Klara komt deze stijlfiguur ook geregeld voor.
Maar hier gaat het over een waargebeurd gesprek, alleen weet ik niet meer waar dat gesprek allemaal over ging. Wat ik wel nog weet, is dat ik in de loop ervan het woord “ampersand” gebruikte, want het was natuurlijk toch een highbrow-gesprek. 
Geert onderbrak mij onmiddellijk en zei: “Jij bent, behalve ikzelf, de enige mens die dat woord gebruikt.” 
Het woord kwam in die dagen inderdaad enkel in het Engels voor, en ik herinner me nu dat we het daarna nog hadden over de etymologie ervan. En al konden wij geen van beiden er een betere verzinnen: de tentatieve verklaring die de Oxford Dictionary gaf, namelijk “and per se and”, verwierpen wij met stelligheid.
Ik meen niet dat wij in die rit vervolgens nog een ander onderwerp hebben behandeld, en het was enkel omdat we in eerste klasse zaten dat wij de neiging hebben onderdrukt om elkaar een accolade te geven.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

18 april 2009

Een stuk wrakhout is per definitie op drift (vpmc)

Een paar maanden terug ging ik in het PSK in Brussel luisteren naar een debat over de Literaire Canon, debat ingericht door deBuren. De avond kende een ordelijk verloop, al waren er veel te veel panelleden, en één daarvan de negationist Geert Buelens.

Die canon bestaat niet! riep hij voortdurend, is ondenkbaar! .Geert probeerde iedereen die iets anders zei te onderbreken, om zijn boodschap te verkondigen: dat Hooft of ’t Hooft, Vondel of Verhulst, Gezelle of Geeraerts, van Ostaijen of Vandersteen allemaal één pot nat was, en wat hem betrof ook één voor één ...details in de geschiedenis.
Nog een geluk voor hem dat negationisten in ons land niet vervolgd worden.
Anderen mensen misschien met een wat klassiekere opvoeding weten dan bijvoorbeeld dat onder meer Heidegger waarschuwt:
Die große Gefahr unseres Denkens ist heute gerade die, daß das Denken –also im Sinne des philosophischen Denkens– keinen wirklich ursprünglichen Bezug mehr hat zur Überlieferung. Wie das Schicksal des Denkens aussehen wird, weiß niemand.
maar Heidegger is ook een Duitse zuurpruim. Onze Geert maakt zich geen zorgen.

Alhoewel, dat laatste is ook wat overdreven. Geert maakt zich wél zorgen. Wij moeten namelijk de échte problemen bekijken vindt hij, dus geen schijnproblemen, maar de dingen waar de mensen wakker van liggen. En deze linkse intellectueel (De Morgen spreekt hier) is dan niet te beroerd, gezien de toestand, om het kapitalisme een handje helpen.
Terwijl alle denkkracht nodig is om het ontspoorde kapitalisme bij te sturen, wordt gesuggereerd dat ons heil afhangt van het verbieden van hoofddoeken achter een overheidsloket.
Akkoord, de term “links” is erg breed geworden de laatste jarenhij reikt stilaan iets over het midden geloof ik maar toch lijkt het mij alsof Geert niet helemaal beseft wat hij hier allemaal bijeen heeft geschraapt.

Om redenen van tact zullen we de vraag weglaten, of bijvoorbeeld zijn naamgenoot Noels wel zit te wachten tot onze Geert het kapitalisme weer in de sporen wil heffen?
Dat onze Geert bijvoorbeeld direct die hoofddoeken erbij betrekt, zal, zo kan ik mij toch voorstellen, de andere Geert misschien niet als een geruststellend teken beschouwen?
L’amalgame, c’est le degré zéro de la réflexion, denkt die misschien?

Goed, nu heb ik misschien de indruk gewekt, lezer, dat onze Geert helemaal geen tegenstellingen kan onderscheiden, en dat was niet mijn bedoeling.
Het verwondert Geert juist misschien niet dat linksen het kapitalisme willen vooruithelpen, maar toch dat belgicisten als Barnard en Van Istendael optrekken met publicisten die het einde van België bepleiten. En ja, dat moet voor amalgaamdenkers als Buelens inderdaad een raadsel zijn.
Wie echter het verschil weet tussen vragen over censuur, en anderzijds vragen over de inrichting van de Staat, of vragen over multiculturaliteit, over eigenaardige godsdiensten, of nog andere vragen: die kan zich makkelijk voorstellen dat er wisselende coalities kunnen ontstaan, waar intellectuele cordons onbestaand zijn.
En dan hoeven wij, ondertekenaars van de brief, elkaar of anderen niet uit te schelden voor fascist, racist en terroristenvriend, en zelfs moeten wij geen termen gebruiken als Marsrichting …al doet onze over het paard getilde intellectuele vriend Geert Buelens dat zelf wél, in zijn poging om elk gesprek onmogelijk te maken met zijn lompe poot.


Labels: , , ,

Read more...

10 februari 2008

Wacht toch tenminste tot ze dood zijn, Herman! (victa placet mihi causa)

Beleidge lebendige Dichter nicht,
Sie haben Flammen und Waffen,
D
ie furchtbarer sind als Jovis Blitz,
Den ja der Poet erschaffen.


[ Beledig geen levende dichters,
Want pijlen en vlammen bezitten zij.
Jij schrikt al van Jupiters schichten,
Wel, die zijn van hun makelij. ]


.
Zo klonk, haast twee eeuwen geleden, de waarschuwing van Heinrich Heine aan zijn belagers.
De Gentse professor Herman De Ley gaf vorige week in De Standaard een beledigend antwoord aan Benno Barnard en Geert van Istendael. In zijn vermetelheid lijkt de professor de oude waarschuwing gemist te hebben. En het ziet er nu benard voor hem uit.
De twee dichters zelf hebben hun felste bliksems nog niet afgevuurd geloof ik, maar ook zonder dat lijkt De Ley met zijn abjecte invectieven van xenofobie en intolerantie nergens bijval te vinden. Of toch: in de veelheid van zijn geschriften zou ik het bijna vergeten, maar de bekende cabaretier Rik Torfs viel De Ley bij, met één van die oneliners waar hij het geheim van bezit: “Ik hoop dat het gerecht zijn werk doet.”

Ernstig nu: ik vond Barnard en van Istendael schitterend, en verrassend. Want het was de eerste keer dat ik iets las van hun hand, dat zo diep ging in zijn kritiek op de islamimmigratie die wij allemaal, elke dag in Europa kunnen gadeslaan.
En al deed ik het wél, een bocht in beider denken had ik het niet moeten noemen. "Bocht" klinkt moreel nogal beladen, en tenslotte heb ik ook niet alles gelezen wat die twee auteurs zoal geschreven hebben. Maar laat ik het, wat sjieker, toch eine Kehre blijven noemen, trouwens niet enkel die van hen, want ik zie om mij heen ook vele anderen al aarzelend deze wending maken.
Ik noemde het betoog van Barnard en van Istendael echter ook weinig consequent. Alles wat zij zeiden was correct, maar het stond volgens mij niet allemaal op zijn plaats, bedoelde ik. De vraag ging eerst over hoofddoeken, en over een petitie, en terecht vonden de twee schrijvers dat we er dan niet langer onderuit konden om ook over het wezen van de islam na te denken. Inderdaad, essentialistisch denken heeft zijn plaats.
Maar daarna kwamen er in hun redenering ook zijsprongen, over bijvoorbeeld de kruistochten. Meteen gevolgd natuurlijk door excuses voor het misbruik dat wij toen zouden gemaakt hebben van god en godsdienst. Maar die kruistochten hebben met de hoofddoekenzaak geen uitstaans, en hoogstens zijdelings met de essentie van de islam. Overigens waren die kruistochten – waaraan de mohammedanen geen noemenswaardige geschiedkundige herinnering hadden bewaard ...tot ze recent Europese bronnen te zien kregen die in hun kraam konden passen – een gevolg van herhaalde jihad-aanvallen, op wat toen voor het eerst Europa werd genoemd. "Europa" is als begrip pas ontstaan, in verweer tegen de immer oorlogszuchtige islam.
Verder brachten de auteurs onhandig de banden ter sprake die er onmiskenbaar zijn geweest tussen de nazi's en de heersers in enkele islamrijken. Dat laatste gaf De Ley de gelegenheid om naast zijn gedaas ook een verstandig woord te spreken: als de islam versteend is, zoals beide dichters zeggen, dan kan hij ook geen invloed van het nazisme hebben toegelaten.
Als je te veel zaken wilt aanhalen, en een soort onkwetsbare volledigheid wilt nastreven, dan zwak je je eigen betoog af.
Overigens liet de islam bij die gelegenheid inderdaad geen invloeden toe, om nu toch even op deze nevenkwestie in te gaan. Als er, van de nazi's en de moslims, één partij was die invloeden onderging, dan waren het wellicht de eerstgenoemden, nieuwkomertjes tenslotte. En als De Ley op dit moment wil tussenwerpen dat "de islam" niet bestaat, dan antwoord ik hem: waar zie jij mohammedanen die openlijk afstand kunnen nemen van geloofsgenoten, zonder zélf in lijfsgevaar te komen? Of ik verwijs De Ley naar de Turkse journalist Zafer Senocak, in een artikel van Die Zeit dat ik eerder vertaalde.

Overigens las ik, na het artikel in De Standaard, een ingekorte versie ervan in Opinio, en daar was alvast één van mijn bezwaren verdwenen!

Geen sprake meer van nazi's, wel nog van kruistochten. Er kwam echter ook één bezwaar bij. Barnard en van Istendael beschrijven met enthousiasme een ontmoeting, naar aanleiding van het oorspronkelijke artikel, met een Turkse journaliste:
Mevrouw Baturalp bleek een – uiteraard hoofddoekloze – gehuwde vrouw van een jaar of vijfendertig te zijn, weliswaar een moslima, maar ook een volgelinge van vadertje Atatürk en de in de jaren twintig na veel bloedvergieten gestichte lekenstaat Turkije, waar vrouwen twintig jaar eerder stemrecht kregen dan in België en Frankrijk.
En het is vervelend maar zo belanden wij onbedoeld toch weer, zoniet bij het nazisme, in elk geval bij het fascisme: .Atatürk was een groot bewonderaar van Mussolini, en nam bij het schrijven van de Turkse Grondwet diens ideeën over ...voor zijn uitsluitend op het leger gesteunde zogenaamde lekenstaat.
.


Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten