14 april 2013

Wie richt een V-bank op? (Hoegin)

«Nieuwe bank “New B” al over helft beoogde coöperanten» schrijft De Standaard op 25 maart. Een dag later: «Nieuwe bank New B haalt 10 000 coöperanten», met bij de collega's van De Morgen een iets sensationelere «New B bereikt doelstelling van 10.000 coöperanten op 48 uur» . Op 28 maart luidt het bij De Standaard «“We gaan de teller [99.999] kraken”», terwijl men in De Morgen «Bescheidenheid is niet het enige wat New B siert» kan lezen. Op zaterdagochtend kreeg coördinator Marc Bontemps vervolgens een reclamevak van een klein uur als partner bij het Radio 1-programma Peeters & Partners. Twee dagen later blijkt dan dat er «Al 26 000 coöperanten voor New B» zijn. Conclusie: als ze over iets alvast niet te klagen hebben bij New B, dan wel de aandacht/steun van de media. Zou een V-bank ook op zoveel steun kunnen rekenen?

Wie is die Marc Bontemps eigenlijk? De professionele website LinkedIn leert ons dat de huidige «Executive» bij New B zijn diploma aan de VUB haalde, en dat hij eerder al bij Vigeo Group, Global Action Plan en Ecolife aan het werk was. Vermoedelijk kan de lezer alleen al uit de namen «Global Action Plan» en «Ecolife» afleiden wat voor vlees we met die twee organisaties in de kuip hebben. Voor Vigeo Group hebben we het eens moeten opzoeken, en het blijkt een in 2002 opgericht bedrijf te zijn dat zichzelf omschrijft als de «toonaangevende Europese expert in de beoordeling van bedrijven en organisaties met betrekking tot hun praktijken en prestaties op gebied van milieu-, sociale en governancevraagstukken». Daar hoeft dus verder ook geen tekeningetje meer bij. Voegen we er tot slot nog aan toe dat de man ooit enkele artikeltjes pleegde bij DeWereldMorgen.be, en het is duidelijk dat het met zijn achtergrond compleet snor zit om het in onze «kwaliteitsmedia» even te maken als de held van de dag, en dat zonder al te veel lastige vragen.

In hemdsmouwen aan de keukentafel

Het sfeertje dat opgehangen wordt rond deze coöperatieve bank is trouwens navenant. Het is allemaal toch zo eenvoudig, ongecompliceerd en laagdrempelig, met een stevige portie basisdemocratie. Je ziet de bedenkers van het initiatief daar al zitten: geëngageerde jongens in hun hemdsmouwen aan de keukentafel, om dan met de blote vuist een nieuwe bank uit de grond stampen. Zo een beetje zoals op de klassieke foto bij vrijwel elk interview met PVDA-goeroe Peter Mertens. (Ik heb me al afgevraagd of die keuken met een goedkoperig geruit tafelkleed echt zijn eigen keuken is, of een speciaal voor die gelegenheden ingericht lokaaltje op het partijhoofdkwartier. En zouden ze daar dan ook een hele voorraad koekjes van de witte producten hebben liggen die dan in hun plastic bakje opgediend kunnen worden om alles het juiste proletarische cachet te geven?)

Wat voor een onmens moet je trouwens niet zijn om geen 20 euro te willen afstaan voor een ethische en duurzame bank die vooral lief voor de mensen wil zijn, en zich zeker en vast niet zal bezondigen aan stoute grotemensenspeculatie? Nu ja, eigenlijk staat het staat nog niet vast of er ooit wel een bank van zal komen, want «dat moeten de coöperanten zelf maar beslissen» in een algemene vergadering. Alsof men zal toelaten dat die dan beslissen dat het allemaal maar om te lachen was, en dat iedereen zijn geld terugkrijgt.

Duurzaam bankieren

Het is echter maar de vraag of die bank wel een lang leven beschoren zal zijn. Zoals dat dan hoort heeft de nieuwe twaalf hoogdravende waarden. Eén van die twaalf is veiligheid: «de bank zal enkel investeren in financiële middelen van de reële economie; winst is geen doel op zich». Dat laatste wordt zelfs nog een keertje herhaald onder de waarde eerlijkheid: «winst is geen doel op zich, maar het gevolg van goed management». Verlieslatende projecten zijn dus geen probleem, als het allemaal maar proper en eerlijk gebeurt, en goed beheerd wordt. Gelukkig is er nog de onvermijdelijke duurzaamheid: «de bank zal enkel investeren in sociaal verantwoorde projecten». Lees: misschien zijn er wel enkele mogelijkheden in sectoren die via één-tweetjes met groenen of socialisten in de regering platgesubsidieerd worden, zoals windmolenparken.

De nieuwe bank wil trouwens ook transparant zijn, d.w.z. «eerlijk en volledig informeren», en die transparantie ook laten controleren. Alleen, bij die eerlijkheid en volledigheid kunnen nu al vragen gesteld worden. Er zit immers een serieuze adder onder het gras. Eén van de waarden van New B is inclusie («de bank zal een universele financiële dienstverlening aanbieden en toegang tot aangepast krediet voor iedereen»), een andere diversiteit («producten en diensten aanbieden die beantwoorden aan de behoeften van al haar klanten»), en nog een andere innovatie («de bank ontwikkelt samen met haar coöperanten nieuwe producten en creatieve oplossingen»). De lezer mag eventjes nadenken welke richting die creativiteit uiteindelijk zal uitgaan. En voor wie niet helemaal mee is: één van de ondersteunende NGO's is de Association belge des professionnels musulmans. Ik hoop maar dat al die 26 000 coöperanten hiervan op de hoogte zijn.

Hand- en spandiensten

Over ondersteunende NGO's gesproken, TAK, VVB, KVHV en NSV schijnen voorlopig nog te ontbreken. Zijn wel al present: onder meer 11.11.11, ABVV, ABVV-Metaal, ACV Brussel-Halle-Vilvoorde (tiens, hebben die al niet een bank?), Bond Beter Leefmilieu, Greenpeace, Oxfam, Vredeseilanden, en nog een reeks goepen en groupuscules van hetzelfde slag. 75 zijn het er in totaal, al staan ze niet allemaal opgelijst en vraag ik me af in hoeverre ABVV verschilt van FGTB, of ACV Brussel-Halle-Vilvoorde van CSC Bruxelles-Hal-Vilvorde. Ik kan me trouwens voorstellen dat de gemiddelde lezer van dit blad van minstens een dozijn onder hen lid is.

Knoop je alles bij mekaar, dan verbaast het allang niet meer dat New B zoveel aandacht, om niet te zeggen uitgesproken steun kreeg in de vele media. Het sfeertje zit juist, de initiatiefnemers hebben de juiste achtergronden, en de juiste NGO's ondersteunen de nieuwe bank. Ik ben er dan ook nogal gerust in dat we op tijd te weten zullen komen waar en wanneer die algemene vergadering plaats zal vinden, wat de agenda zal zijn, en hoe het enthousiasme er uit de zaal zal stróóómen. Iets zegt me dat als iemand het in zijn hoofd zou halen een V-bank op te richten, het er allemaal net iets anders aantoe zou gaan…

V-bank

Maar is dat een reden om het niet eens te proberen? Waar blijft de Vlaamse Beweging om de koppen eens bij mekaar te steken, en een nieuwe Vlaamse bank op te richten? Ik heb namelijk ook wel een paar waarden klaar voor een nieuwe Vlaamse bank. Transparantie bijvoorbeeld, waarbij beslissingen genomen worden in het belang van de bank en haar klanten, en niet in één of ander Brussels salon tot meerdere eer en glorie van vorst en «vaderland». Als het al niet een hoofdkwartier in Parijs is. Een bank die niet investeert in hopeloos ouderwetse industrieën of allerlei progressieve hobby's, maar lokale bedrijven in toekomstgerichte sectoren ondersteunt. Een bank ook die niet bang is van een Vlaams imago, en het Vlaamse cultuurleven wil sponsoren. Als zieltogend links, in Vlaanderen nog niet goed voor een kwart van de kiezers, in een mum van tijd 26 000 coöperanten weet te verzamelen, waarom zou hetzelfde dan niet kunnen voor een Vlaamse bank? Ik heb mijn 20 euro al klaar.

Dit artikel verscheen op 3 april 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , ,

Read more...

België, hoelang nog?


 

 

Nikolaus Augustinus De le Haye (1782-1866), de betovergrootvader  van gepensioneerd journalist en EU-parlementswoordvoerder Guido Naets, was beroepsmilitair in vier verschillende legers: het Oostenrijkse, het Franse, het Nederlandse en het Belgische. Afkomstig uit een notabele familie in het groothertogdom Luxemburg, overleefde hij de verovering van Wenen door Napoleon, de Russische veldtocht en Waterloo. Daarna begon zijn minder sensationele doch voorspoedige loopbaan in het Nederlandse leger, waarin hij de rang van majoor bereikt had toen hij zich met zijn garnizoen van 300 man in Bouillon aan de Belgische opstandelingen overgaf, daags vóór de Belgische onafhankelijkheid. Met behoud van rang tekende hij dan bij in het nieuwe Belgische leger, dat hem in enkele Vlaamse steden posteerde (en in Roermond, dat tot 1839 bij België hoorde) totdat hij in 1846 op rust ging. Als luitenant-generaal buiten dienst genoot hij van een vorstelijk pensioen tijdens de twintig jaar die hem nog restten.

Bij zijn laatste wisseling van loyauteit zou hij, die al meerdere regimes had zien komen en gaan, zich afgevraagd hebben: “België, hoelang nog?” Zijn levensgeschiedenis is wedersamengesteld door zijn betachterkleinzoon met veelal officiële documenten uit die tijd, niet met een persoonlijk dagboek (wel dagboeken van onmiddellijk betrokkenen, zoals zijn bevelhebber tijdens de Russische veldtocht). Dat heeft als gevolg dat we zijn belevenissen en statuswijzigingen wel kennen en zijn verplaatsingen kunnen volgen, maar dat we zijn subjectieve indrukken en bedoelingen grotendeels slechts kunnen vermoeden.

Het inhoudelijk zeer lezenswaardige voorwoord van Frans-Jos Verdoodt had een iets betere nalezing verdiend, maar voorts beantwoordt het boek van Guido Naets, België, voor hoelang? N.A. De La Haye (1782-1866) van vaandrig tot generaal (uitgeverij iD, 2013), ruimschoots aan zijn doel. Het schetst de lotgevallen van een interessante figuur op een interessante wijze. Zoals we van een oud-journalist mogen verwachten, zijn de schrijfstijl en de verhaallijn zeer vlot, een “bladzijomdraaier” die heel goed een tijdperk tekent en onze vage kennis van de eigen geschiedenis met allerlei treffende bijzonderheden en citaten invult. Juist omdat deze geschiedenis heel grof bekend is en onszelf allemaal aangaat, kost het geen enkele moeite om de gretigheid van de lezer naar meer details op te wekken.

Zo wordt terloops duidelijk dat de taalgrens toen beduidend zuidelijker lag, zoals de naam “Waterloo” nog aangeeft. De boeren moeten er in een Nederlands en geen Frans dialect ondervraagd worden. Allerlei petite histoire passeert de aandacht, bv. dat de latere Leopold I in 1816 de Britse prinses Charlotte afsnoepte van haar verloofde, de voor de Nederlandse eenheid noodlottige oorlogsminister en latere koning Willem II.

Bij de hereniging der Nederlanden citeerde de nieuwe vorst Willem I een manifest van Nederlandse nationalisten: “Bedenk dat van Texel tot aan de Moezel, van Groningen tot Oostende slechts één natie woont.” (p.97) Het herenigde land zou echter ten onder gaan aan enerzijds Franse en Franstalige drijverijen, anderzijds ook reële grieven van het Zuiden tegen het Noorden, zoals de achterstelling van de Zuidelijken bij benoemingen. Vooral de financiële transfers van Zuid (inbegrepen Vlaanderen, dat nooit van transfers geprofiteerd heeft) naar Noord ter delging van de enorme Nederlandse staatsschuld veroorzaakten onvrede. De zedenles van het verhaal is evengoed op België van toepassing: een staat die op transfers gegrondvest is, zal door die transfers vergaan. Een vroeg getuigenis van de Belgische transfers wordt hier trouwens aangehaald: het hekeldicht van Emile Moyson op de inhuldiging van de Congreskolom in 1859: “Adieu Colonne, uw steen en brons / Zijn Fransch tot in hun ornamenten. / Maar toch zit d’r iets in van ons: / Ze zijn betaald met onze centen.”  

Nog iets waaruit België de lessen zou moeten trekken is het Verenigd-Nederlandse economische beleid: twee verschillende economieën, in casu het handeldrijvende Noorden en het industriële Zuiden, hadden elk een eigen beleid nodig in plaats van de geboden eenheidsworst.  In beide gevallen was/is de nationale leuze tevergeefs: “Eendracht maakt macht”… 

Een belangwekkend deel van het verhaal betreft de doorslaggevende rol van het toeval in de splitsing van de Verenigde Nederlanden. De militaire lotgevallen van belachelijk kleine eenheden, de massale deserties (meer om aan het risico van krijgsgeweld te ontsnappen dan uit ideologische beweegredenen), de verkeerde tactische beslissingen van vader en zoon Willem waar de gehaaide Franse agitatoren handig op inspeelden, het tijdelijk verraad van de zoon, de koerswijzigingen van de vader, het samenvallen van de Belgische met de Poolse opstand: verander een detail in deze geschiedenis en België was er nooit gekomen. Of het had heel andere grenzen gekend, bv. met Luxemburg, zonder Bouillon, met Noord-Brabant of zonder Limburg.

De tijdsgeest wordt verduidelijkt, bv. de veel grotere rol van godsdienst blijkt uit de poging van het katholieke Oost-Limburg om deel te worden of te blijven van het eveneens  katholieke België. De overwegend orangistische Vlaamse bevolking kon zich om dezelfde reden op de duur met het Belgische feit verzoenen. België had geen eenheidstaal maar wel een eenheidsreligie, die daarom ook door de antiklerikalen geduld werd. De kerkleiding hield het in 1827 gesloten verbond met de liberalen in stand en verhinderde in 1832 zelfs de voorlezing van de encycliek Mirare Vos die de liberale grondwet van België bekritiseerde.

De protagonist vertelt allerlei nuttige weetjes over de Belgische secessie, bv. de terreur tegen de orangisten, waartoe verrassend genoeg ook de Vlaamse hoge adel behoorde. Wie terrorisme veroordeelt, moet ook de stichters van België wraken. De ware naam van het Martelaars- en het Barricadenplein is Sint-Michielsplein resp. Oranjeplein. Zelfs de felste Vlaamse beweger kan er maar van dromen, in Brussel opnieuw een Oranjeplein te mogen hebben.   

Het nut van dit boek is vooral dat het de betrekkelijkheid van het Belgische feit doet inzien. Een schertspartij als de Belgische Unie/Union des Belges en zelfs minder extreme vormen van belgicisme verabsoluteren België en zijn koningshuis, alsof het om een nieuwe afgodendienst gaat. Zij houden ons allerlei doemscenario’s voor ingeval dit efemere koninkrijk te gronde gaat. Dit boek maakt echter duidelijk dat de grenzen in dit deel van de wereld al zo vaak veranderd zijn. Er kan dus nog wel een keer bij.

Intussen is het wel mogelijk om De la Haye’s vraag te beantwoorden: ja, België heeft standgehouden. Vele waarnemers van en betrokkenen bij de stichting waren hier niet zeker van. De ervaren Franse diplomaat Charles-Maurice de Talleyrand dacht aan een spoedige splitsing, ruwweg die waar de Vlaamse Beweging aan denkt, met Wallonië (ruim bemeten) als deel van Frankrijk. België heeft het, geholpen door internationale omstandigheden, de strategie van de Saksen-Coburgs en de traagheidswet, echter gewonnen van de Franstalige rattachisten, de orangisten en de flaminganten. Zolang ik de Vlaamse beweging volg, hoor ik regelmatig hoopvolle kreten over het spoedige en “nu wel onvermijdelijke” einde van België. Helaas blijkt dit een fata morgana. Voor de zwakke knuisten en weke hersenen van de Vlamingen is België te taai. Alleen een internationale beweging kan terloops ook het koninkrijk België liquideren.

Labels: , , ,

Read more...

9 april 2013

Thuisonderwijs


 

Een lezenswaardig blaadje is de driemaandelijkse nieuwsbrief van Alexandra Colen, Peper en Zout. Zo bevat het jongste nummer een vraaggesprek met de oprichtster van Moeders voor Moeders en een kritiek op het homohuwelijk en de homo-adoptie; evenals op de N-VA-steun voor de op handen zijnde uitbreiding van het wettig recht op euthanasie (de felbejubelde goeroe van de partij, Theodore Dalrymple, is tegen). Tot dusver wellicht voorspelbaar. Het trekt de aandacht op de vakantie van Louis Tobback in het Oostblok als loon voor zijn protest tegen de Navo-kernraketten, onthuld door zijn openhartige zoon Bruno. De Fyra-heisa is aanleiding voor observaties over de ongerijmde toestand dat het treinverkeer tussen Nederland en Vlaanderen door Brussel zo moeilijk gemaakt wordt: geen treinverbinding tussen Turnhout en het nabije Tilburg, tussen de nijverheidssteden Genk en Eindhoven, of tussen de provinciehoofdplaatsen Hasselt en Maastricht. Het anti-orangisme tiert welig in het koninkrijk België.

 

Wat is er te merken van de breuk tussen Alexandra en haar vroegere partij, het Vlaams Belang? Er wordt nauwelijks over gerept, en eigenlijk is geen opvallende poging gedaan om die breuk ideologisch in te kleuren. Behalve dan in één artikel, over een zaak die in de algemene media veel minder aandacht gekregen heeft dan zij verdient: het thuisonderwijs. Daarover volgen enerzijds de partij en anderzijds het gezin van Paul Beliën en Alexandra Colen een heel verschillende koers.

 

Filip Dewinter van het VB vindt dat het thuisonderwijs een "kweekschool voor het moslimfundamentalisme" dreigt te worden. Hij zit daarmee fundamenteel op dezelfde golflengte als minister Pascal Smet, die een "scherpere controle" op het thuisonderwijs aankondigt. Zo moet volgens de onderwijsminister het godsdienstonderricht "voldoen aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens". Wel, wel, dat maakt ons benieuwd naar zijn maatregelen om de hiermee niet te verzoenen Sjari'a (het moslimrecht) te onderdrukken.

 

Maar in ernst nu: onze politici beschouwen het steeds succesvollere thuisonderwijs (op tien jaar tijd van een 200 naar een 1000 leerlingen) als "sektair". Zij vrezen dat steeds meer jongeren aan de overheidscontrole ontsnappen. In de VS zijn er inderdaad veel ouders die hun kinderen aan de links indoctrinerende staatsscholen onttrekken. In België echter leert een bevraging bij thuisonderwijzers dat ideologische motieven slechts in 4,7% van de gevallen een rol spelen. Meestal gaat het om zuiver pedagogische overwegingen zoals slechte ervaringen met de school, combinatie met intense sport- of muziekvorming, of schoolmoeheid van de leerling.

 

Bij die 4,7% zitten maar zeer weinig islamitische ouders die bv. het hoofddoekenverbod willen omzeilen. Thuisonderwijs is niet iedereen gegeven. Om de kinderen op de examens voor de Centrale Examencommissie voor te bereiden, moeten de ouders les geven in het Nederlands, wat dus al een grote barrière vormt, en verder moeten ze bekwaam zijn in wiskunde, wetenschappen enz. De zeldzame moslimouders die aan die voorwaarden voldoen, zijn waarschijnlijk geen typische fundamentalisten. Juist de vereisten van onderwijs als zodanig zorgen voor een selectie ten nadele van moslimkandidaten. Het probleem dat Filip Dewinter wil beteugelen, schijnt dus zeer marginaal te zijn. Maar intussen kan het wel het grondwettelijk gewaarborgde thuisonderwijs te bemoeilijken.

 

Thuisonderwijs heeft talloze voordelen, ondermeer de opheffing van het enorm tijdverlies dat door de school veroorzaakt wordt: eerst het transport naar en van de school (met jaarlijks talloze verkeersslachtoffers), dan het eindeloze wachten op de bel die gaat, de uitleg van al lang begrepen leerstof, de leraar die afwezig is, enz. De tijd die werkelijk aan het leerproces besteed wordt, is ruimschoots minder dan 50%. Paul Beliën is ooit bij de politie geroepen omdat hij hun kinderen verwaarloosde; in werkelijkheid hebben zijn kinderen met gemak hun middelbaar diploma gehaald en het ook op de universiteit zeer goed gedaan. Thuisonderwijs wordt door de overheid gewantrouwd niet omdat het zo slecht is maar juist omdat het zo'n successen boekt.

 

Glenn Doman, een pedagoog en pionier van het thuisonderwijs, kreeg eens van critici te horen dat wat hij deed, niets bijzonders was: "Hij brengt enkel moeder en kind dichter bijeen." Waarop hij zei: "Dat is niet waar,” want er zijn ook fysiologische ontdekkingen en didactische vernieuwingen met zijn methode gemoeid, “maar ach: als ze op mijn grafsteen zetten: 'Hij bracht moeder en kind dichter bijeen', dan zal ik werkelijk in vrede rusten."
Read more...

8 april 2013

Pleiten Tobback en De Grauwe voor oneindige staatsgarantie? (Hoegin)

Enkele dagen geleden stelde eurocommissaris Olli Rehn in een interview met de Finse openbare omroep Yle voor dat ook grote spaarders voortaan een deel van hun geld zouden verliezen wanneer een bank in de problemen raakt. Met andere woorden: het «unieke» Cyprus zal voortaan als voorbeeld dienen voor andere probleembanken en -landen. Hoewel het voorstel niet meer dan de logica zelve is en bovendien een noodzakelijke voorwaarde om tot een gezonde banksector te komen, werd het onmiddellijk afgekraakt door sp.a-voorzitter Bruno Tobback en «econoom» Paul de Grauwe.

Wat heeft eurocommissaris Olli Rehn precies voorgesteld? Wanneer een bank in de problemen raakt, zouden voortaan, zoals bij elke andere onderneming, eerst de aandeelhouders aangesproken worden, en vervolgens al degenen die onbeschermde beleggingen en spaartegoeden bij de banken hebben uitstaan. Dat betekent dus dat als een bank over kop gaat, in de eerste plaats de aandeelhouders riskeren hun geld te verliezen, en als zij het verlies niet helemaal kunnen dekken, vervolgens ook de spaarders. Hij stelt wel uitdrukkelijk dat de staatsgarantie van 100.000 euro zou blijven gelden, en inderdaad, zijn voorstel is eigenlijk niet meer dan een gevolg van die staatsgarantie. Immers, als de staatsgarantie geldt tot 100.000 euro, dan moet daar ook uit volgen dat die staatsgarantie voor bedragen boven de 100.000 euro niet geldt, of toch niet volledig.

Zowel sp.a-voorzitter Bruno Tobback als «econoom» Paul de Grauwe waren er als de kippen bij om dit voorstel af te kraken, en bestempelden het als gevaarlijk en dom. Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat ik eerder de reactie en het gedrag van Bruno Tobback en Paul de Grauwe als gevaarlijk en dom zou willen omschrijven. Want de consequentie van hun pleidooi, namelijk dat de spaarders nooit aangesproken zouden mogen worden, is niets anders dan dat de staatsgarantie tot in het oneindige door zou moeten lopen. Een staat heeft daardoor geen enkele bescherming meer tegenover spaarders, waardoor het failliet van een bank veel sneller zal leiden tot het failliet van een staat. Bovendien zorgt zulke oneindige staatsgarantie voor een moral hazard, want het moedigt spaarders ertoe aan hun geld bij roekeloze banken te plaatsen.

Een voorbeeld van dit effect zou nochtans nog redelijk vers het geheugen van Bruno Tobback en Paul de Grauwe moeten liggen. Of zouden zij werkelijk al vergeten zijn hoe IJslandse banken niet zo heel lang geleden de markten binnendrongen met lage tarieven en hoge renten, om vervolgens bij de eerste de beste tegenslag volledig over kop te gaan? Degenen die eerst tegenover hun buren en in hun familie snoefden hoe slim ze toch niet waren om hun geld bij zo'n goedkope IJslandse bank te plaatsen, waren meteen ook de eersten die hard riepen hoe vreselijk het wel niet was dat hun geld plots geblokkeerd stond. Tja. Dat er niet zoiets bestaat als een gratis lunch, en dat een hoger rendement gewoonlijk ook een hoger risico inhoudt was een les die ze toen pas geleerd hebben. Wanneer ik echter Bruno Tobback op de radio hoor verklaren dat het toch niet de taak van de spaarder kan zijn om na te gaan of zijn bank wel solide genoeg is, is mijn conclusie dat hij die les blijkbaar nog steeds niet geleerd heeft.

Het effect van zo'n oneindige staatsgarantie is immers dat spaarders bij zulke roekeloze banken eerst een lager tarief betalen, vervolgens systematisch hogere renten opstrijken, en dan wanneer het fout gaat de rekening doorschuiven naar de voorzichtige spaarder/belastingbetaler die zo idioot was zijn geld bij een «dure» bank te plaatsen. Of hoe Bruno Tobback en Paul de Grauwe de voorzichtige spaarder/belastingbetaler twee keer willen laten betalen. Wie genoeg verdient om belastingen te betalen maar niet genoeg om elke maand wat geld opzij te zetten is trouwens helemaal de klos.

Meer zelfs, als sp.a-coryfee Johan vande Lanotte zich de laatste tijd op één vlak geprofileerd heeft, dan wel dat van de shoppende verbruiker. Onder meer met een spaarsimulator, die de spaarders precies van conservatieve naar roekeloze banken drijft. Of moeten we nu echt denken dat die spaarsimulator in september 2008 de verbruiker voor de problemen bij Icesave zou gewaarschuwd hebben, dan wel hem er precies in groten getale heen zou gestuurd hebben? (A propos, geen enkele kwaliteitsjournalist die ook maar één kritische vraag plaatste bij die spaarsimulator van de leerling-tovenaar uit Oostende, maar misschien hadden die het al moeilijk genoeg met het procentrekenen dat al snel om de hoek komt kijken als we het over spaartegoeden en renten hebben…)

Er is nochtans één puntje waarop Bruno Tobback wel een klein beetje gelijk heeft, namelijk dat 100.000 euro niet bepaald een fenomenaal groot bedrag is. En je bank zal maar net failliet gaan de dag voor je een huis koopt. Het zou dan ook best kunnen dat de staatsgarantie iets hoger mag, al stellen we dan ook weer vragen bij het bedrag van 500.000 euro dat hij op de radio vermeldde – en dan nog als een bedrag dat toch ook nog zeker gedekt diende te worden door de staat. Blijkbaar verdient het niet slecht om voorzitter van de sp.a te mogen spelen. Bovendien stel ik me de vraag wie vandaag de dag nog 100.000 euro op zijn spaarrekening heeft staan, zonder enige andere vorm van belegging. Mag ik er enig darwinisme in zien als iemand op die manier bijna zijn hele fortuin verliest?

Overigens stel ik mij bij het gedrag van Bruno Tobback verder weinig vragen. De man is socialist, en wat mij betreft volstaat dat al ruimschoots als brevet van onkunde in de economie. Bovendien is een discours waarbij de staat maar garant moet staan voor al het spaargeld lekker gemakkelijk (populistisch?), ook al gaat het regelrecht in tegen de belangen van de kleine spaarder die moet gaan werken voor zijn kostje, en dus ook belastingen moet betalen. Dat segment van de bevolking dus waar men ooit de kernkiezers van de SP aantrof, vóór het vervangen werd door de combinatie loftsocialisten en allochtonen.

Wat me wel verbaast is de reactie van Paul de Grauwe, die toch beter zou moeten weten. Hij wordt nog steeds omschreven als «econoom», maar het is maar de vraag hoe lang dat nog ethisch verantwoord kan worden. De man heeft niet alleen een cursus basiseconomie gekregen, hij heeft ze zelfs zélf gehouden. (Onder meer aan ondergetekende, die overigens niet bepaald zwaar onder de indruk was van de manier waarop hij aan studenten burgerlijk ingenieurs het begrip «afgeleide» trachtte bij te brengen, en dat nota bene vlak na een uurtje differentiaalvergelijkingen.) Heeft de man last van vroegtijdige dementie, en wordt het stilaan tijd dat enkele heren in witte jassen zijn bovenkamer eens grondig komen nakijken? Of is hij gewoonweg onlangs opgekocht door de PS, zoals men ook zou kunnen vermoeden wanneer men zijn waarschuwingen tegen besparingen leest? Het begint in ieder geval erg op te vallen dat over zo ongeveer elk economisch vraagstuk zijn betoog naadloos gelijkloopt met de agenda van de sp.a en de PS. Het meest problematisch daarbij is vooral dat sp.a en PS vervolgens Paul de Grauwe gebruiken als gezagsargument, want zelfs «liberale economen» geven hen zogezegd gelijk. En op enige nuance daarover hoeft men dan uiteraard niet te rekenen in onze kwaliteitsmedia.

Labels: , , ,

Read more...

6 april 2013

Quaregnon of Knokke ? (vpmc)


De Tijd geeft elke week ruimte aan Rik Van Cauwelaert voor zijn opiniebijdrage “Paleis der Natie”. Vandaag is de titel van zijn stuk:
“De SP.a en de oude waarden”. Het staat op pagina 15 en gaat over de problemen van een partij die “haar ijkpunten kwijt is”.

Van Cauwelaert begint met een oud citaat van Mark Elchardus, die het toen had over globalisering, vrije markt, migratie en dergelijke. Allemaal zaken die bij het intussen verdwenen traditioneel-socialistische kiespubliek moeilijk lagen, maar niet bij de partijleiding. Rik Van Cauwelaert:

Voorzitter Steve Stevaert wilde het socialisme gezellig houden. En gezellig is het nog steeds voor de kosmopolitische elite die dagelijks in verbinding staat met de rest van de wereld, zoals beschreven door Elchardus’ Berkeley-collega Manuel Castells.

Maar, is dat wel zo? van die kosmopolitische elite die zich kostelijk vermaakt? zou die echt bestaan? Voor een antwoord op deze vragen moeten we even opzij kijken en pagina 14 lezen, links bovenaan.

Want, op bestelling moet je haast geloven, illustreert daar Frank Van Massenhove –baas van de Sociale Zekerheid– de reëel bestaande Stevaertse socialistische gezelligheid.

Columnist Frank heeft namelijk in Knokke een tapasbar ontdekt, en hij kan zijn kosmopolitisch enthousiasme niet op: ...een tapasrestaurant dat je eerder in Downtown San Francisco of het Londense West End zou verwachten.”

Hij roemt en looft en prijst de Knokse koks, vergelijkt hen met stervoetballers, met deejays, met alles en nog wat, want zo’n column moet een bepaalde lengte hebben en met enkel tapas lukt dat niet. Ook het grootste schrijftalent zou dan passen.

De columnist noemt de tapaskoks, en meteen ook die diskjockeys: “het prototype van de nieuwe entrepreneur. […] Ze zijn passie én fun, ze zijn van hier maar nog meer van de wereld.”

Knokke is zo te zien een betere plek dan Quaregnon om aan een nieuw charter te werken.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

3 april 2013

Wanneer is de N-VA incontournable? (Hoegin)

In zijn ondertussen al beruchte interview met De Standaard liet N-VA-kopstuk Geert Bourgeois zich verleden week ontvallen dat als de N-VA in 2014 veertig procent haalt, de partij de Franstaligen haar wil zal kunnen opleggen. Strategisch was het natuurlijk een blunder van formaat om de lat meer dan een jaar op voorhand al op zo'n hoog niveau te leggen. Maar los daarvan is het natuurlijk wel een interessante vraag hoe groot de N-VA moet zijn om incontournable te worden.

Is de N-VA met veertig procent van de stemmen incontournable? Carl Devos, naar het schijnt nochtans politicoloog, vond van niet, want volgens hem moet je daarvoor minstens vijftig procent van de stemmen halen. In zijn haast om Geert Bourgeois neer te sabelen vergat hij wellicht dat als het Vlaams Belang de andere tien procent levert, veertig procent voor de N-VA al ruimschoots volstaat om wel degelijk de Vlaamse lakens te kunnen uitdelen. Maar daar komt nog bij dat het enige wat eigenlijk echt telt om ergens je politieke wil te kunnen opleggen een meerderheid in het parlement is. En om vijftig procent van de zetels te halen heb je gewoonlijk nog geen vijftig procent van de stemmen nodig. Er kunnen dus gemakkelijk nog een paar procenten af, dankzij partijtjes zoals de PVDA en LDD die al snel enkele procenten onder de kiesdrempel weten vast te houden.

We kunnen het zelfs nog een beetje verder doordrijven. Neem nu de peiling van Het Laatste Nieuws van verleden week, waarin N-VA «slechts» 33,8% haalde, en Vlaams Belang 11,3%. Een simulatie geeft N-VA dan 45 zetels in het Vlaams Parlement, en Vlaams Belang 14 zetels. Dat maakt samen 59 zetels op de 124, weliswaar vier te kort voor een absolute meerderheid, maar CD&V, sp.a, Open Vld en Groen komen in die simulatie samen ook maar aan 64 zetels. En amper twee zetels overschot voor zo'n bonte regering is niet bepaald comfortabel. Zelfs als de traditionele partijen de Franstalige(n) van UF mee in de Vlaamse Regering zouden opnemen –Christian van Eyken als Vlaams Minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur en Vlaamse Rand, iemand?– wens ik hen veel geluk toe om de legislatuur van vijf jaar vol te maken zonder al te veel brokken. Eén personeelsprobleem dat uitdraait op een onafhankelijk parlementslid in het Vlaams Parlement volstaat dan om de poppen aan het dansen te krijgen.

Incontournable en incontournable

Overigens is deze hele discussie over het aantal procenten dat de N-VA dient te halen om haar wil aan de Franstaligen te kunnen opdringen bijzonder surrealistisch. De PS haalde immers bij de federale verkiezingen van 2010 niet meer dan 36,8% van de stemmen in het kleinere landsdeel van België, en kan vandaag toch over heel België almachtig de plak zwaaien via de federale regering. Waarom zou dan een partij die in 2014 veertig procent van de stemmen haalt in het grotere landsdeel van België dan haar wil niet kunnen opleggen aan de Franstaligen? Of dat zelfs niet mogen proberen te doen?

Recept voor een overwinningsnederlaag

Maar over peilingen gesproken: Geert Bourgeois had al meteen het ongeluk dat zijn interview gepubliceerd werd op precies dezelfde dag als een peiling in Het Laatste Nieuws. En met 33,8% bleef de N-VA natuurlijk ver onder de veertig procent steken, ook al betekent het nog steeds een forse vooruitgang van een dikke vijf procent vergeleken met de laatste federale verkiezingen van 2010. En dit weekend was het alweer prijs, deze keer met een peiling van Le Soir waarin de partij «slechts» 33,6% haalde. Je kan je trouwens afvragen waar Geert Bourgeois het cijfer van veertig procent vandaan haalde, want tot nu toe bedraagt de absolute maximumscore van zijn partij in de peilingen zeggen en schrijven… 40,1% (La Libre Belgique in septeber 2012). Zelfs voor iemand die nog in opiniepeilingen gelooft –en wie doet dat nog?– en er dan nog een dikke schep optimisme bovenop doet klinkt veertig procent nog steeds bijzonder overmoedig.

Laat ons daarom hopen dat Geert Bourgeois verleden week door Bart de Wever eens goed de levieten gelezen werd, en dan niet omwille van zijn standpunt over Vlaamse onafhankelijkheid. Een overwinning verandert immers snel in een overwinningsnederlaag als de lat op voorhand te hoog gelegd wordt. En daarbij is het natuurlijk één ding als «de peilingen», de media en je tegenstanders je lat zo hoog duwen dat je er onmogelijk nog over kan. Maar als je eigen kopstukken in interviews hun hoofd verliezen en de lat op astronomische hoogte leggen, dan moet je op de verkiezingsavond geen calimeroschelp meer op je hoofd trachten te plaatsen.

Pijlen eindelijk op de juiste vijand gericht?

Maar het is niet allemaal kommer en kwel in het V-kamp. De laatste weken lijkt het er immers op dat de N-VA met haar aanval op het ACW (en dus ook de CD&V) eindelijk de juiste vijand gevonden heeft. Het is trouwens ook al weer een tijdje geleden dat Bart de Wever in een interview nog eens erkenning opeiste voor de manier waarop hij het Vlaams Belang heeft teruggedrongen. Zou het kunnen dat men bij de N-VA eindelijk begrepen heeft dat het voor haar veel belangrijker is kiezers weg te halen bij CD&V en Open Vld dan Vlaams Belang? Dat is immers de enige manier om in Vlaanderen echt incontournable te worden, want een uitwisseling van kiezers tussen N-VA en Vlaams Belang zet wat dat betreft echt geen zoden aan de dijk.

Meer zelfs, als de N-VA het Vlaams Belang zozeer uitzuigt dat voor die laatste partij de kiesdrempel in zicht begint te komen, dan kan ze een V-meerderheid in het Vlaams Parlement meteen vergeten. Een overdonderende veertig procent zal daar dan niet veel aan helpen. Zolang de traditionele partijen, al dan niet aangevuld met de nuttige idioten van Groen, in het Vlaams Parlement aan een voldoende comfortabele meerderheid geraken kan je er immers gif op innemen dat zowel Di Rupo II als Peeters III in een mum van tijd op de rails gezet zullen worden. Het is dan maar de vraag wat er in 2019 nog over zal schieten van die N-VA.

Dit artikel verscheen op 27 maart 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

31 maart 2013

Een aankomende filosoof (vpmc)


De naam Thomas Decreus zegt u misschien nog niets, maar dat is een aankomende Belgische filosoof. Geen kamergeleerde, want al in januari 2011 –amper 26 was hij toen!– trad hij naar voren als een van de initiatiefnemers van de SHAME-betoging, waarin volgens de kranten 36.000 mensen meeliepen, allemaal verontwaardigd en kwaad omdat er maar geen echte federale regering wilde komen.
Goede overzichtsfoto’s van deze massa hebben de kranten helaas niet afgedrukt, en juist door het ontbreken daarvan, of door de schaarse beelden die we wél konden zien –genomen vanaf schouderhoogte– kregen velen het vermoeden dat het hooguit om enkele duizenden Franstaligen ging, weliswaar in het gezelschap van enkele tientallen Vlamingen, zoals onze filosoof Decreus.

Een jaar later waren het volgens de PVDA (Amada voor de volwassenen onder ons) al “40.000 Walen, Vlamingen en Brusselaars [die] protesteerden tegen de politieke cultuur van de elite.” Waarom deze partij het overnamebod van de kranten met nog eens 11 procent verhoogde is onduidelijk.

Maar nu hoorde ik deze middag in het programma Trio van Klara een gesprek van deze filosoof met Johan Van Overtveldt van Trends. Dat gesprek was soms een beetje gênant want Decreus inmiddels al achtentwintig jaar oud vermoed ik gebruikte soms namen van collega’s van hem, Plato, Aristoteles enzovoort, en daarbij was hij niet altijd even plankvast.
Ook beweerde hij soms dat hij iets niet had gezegd, maar dan bleek dat hij het eerder wel al had geschreven. Aan het eind van het gespreksuurtje moest gastheer Werner Trio hem min of meer tegen zichzelf in bescherming nemen, want de jonge filosoof was in de immer vloeiende stroom van het gesprek enigszins op drift geraakt.
Werner zei, na alweer een sprongetje achteruit van Thomas: “Je gaat toch niet zeggen dat je dat alleen maar theoretisch bedoelt hé, want…”
Wellicht wilde Werner, zoals het een goede gastheer betaamt, hem een tweede afstraffing besparen, na deze eerdere:



Johan Van Overtveldt: Als ik zie dat in landen als België, Nederland, Frankrijk, het overheidsaandeel in heel het economisch gebeuren tussen de vijftig en de zestig procent zit, en dus die marktsector relatief gezien eigenlijk altijd minder belangrijk wordt, dan stel ik me de vraag of we vandaag al niet een situatie hebben waar het politieke gebeuren –in tegenstelling tot wat u beweert– wel degelijk en grote impact uitoefent op die markt.
Thomas Decreus: Maar ik heb het over een bepaald discours, ik heb het over een bepaalde ideologie die de zaken zo voorstelt, niet over de feitelijke situatie.
Johan Van Overtveldt: Wel, is het misschien toch niet zinvoller om ook eens naar de feitelijke situatie te kijken, en van daaruit dan eventueel terug te keren?
Thomas Decreus: Nee!
Johan Van Overtveldt: Dan moeten we toch gaan uitleggen wat er vandaag fout loopt, als het dus klopt, wat volgens mij zo is, dat de impact van de overheid op het economisch gebeuren nooit groter geweest is dan nu.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

Een Frans geluid (vpmc)


Al vermoed ik dat François Hollande, in tegenstelling met onze Elio, nooit is verschenen op de feestjes in de Belgische ambassade in de tijd dat Zijne Excellentie Pierre-Dominique Schmidt daar nog onze vertegenwoordiger was, en er daar behalve de Parijse lucht nog veel andere dingen te snuiven waren en vele donkere krochten te exploreren, tóch lijkt de Franse president, die meer belangstelling heeft voor wezens als Valérie Trierweiler –van Julie Gayet was toen nog geen sprake– toch lijkt François goed te weten hoe het met ons vaderland is gesteld. 
Ik hoorde hem in zijn entretien met David Pujadas op France2 twee keer het woord België uitspreken. Beide malen in ongunstige zin.
Als Elio die misvatting van François wil rechtzetten, dan zou ik hem aanraden om, ter afwisseling, in onze ambassade eens een feestje te organiseren waar François kan verschijnen met Valérie – of met Julie, dat hangt van hemzelf af natuurlijk.
Want wat François daar op de televisie vertelde, horen wij niet graag: 


L’Europe est en récession. En récession. C'est-à-dire que l’Italie, l’Espagne, le Portugal, la Belgique, le Royaume-Uni, c’est pas une croissance que ces pays connaissent, c’est une récession! Nous, on ne va pas s’en vanter, on est croissance zéro, nulle.

Europa zit in een recessie. Een recessie. Nemen we Italië, Spanje, Portugal, België, het Verenigd Koninkrijk: het is geen groei wat deze landen kennen, het is een recessie. Wij, zonder te willen bluffen, zitten op een nulgroei, houden stand.




Aujourd’hui, prolonger l’austérité, c’est le risque de ne pas aboutir à réduire les déficits, et la certitude d’avoir des gouvernements impopulaires, dont les populistes ne feront qu’une bouchée, le moment venu.
Mais qui vous entendez? 
Alors! ceux qui sont concernés! l’Espagne, l’Italie, Portugal, euh, Belgique.

Vandaag doorgaan met bezuinigingen, houdt het risico in dat wij er niet toe zullen komen om de tekorten terug te dringen, en het bezorgt ons met zekerheid onpopulaire regeringen, die als het moment rijp is door de populisten moeiteloos opgeslokt zullen worden.
Wie bedoelt u dan?
Hoezo? diegenen die het aangaat! Spanje, Italië, Portugal, euh, België.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

30 maart 2013

De gele terugval en de groene luchtbel (Hoegin)

Verleden weekend publiceerde de krant Le Soir de resultaten van haar driemaandelijkse «Grand baromètre». Daarbij werd vooral ingezoomd op het verlies van de N-VA, ook al blijft de partij nog steeds twee keer groter dan haar eerste achtervolger, de CD&V. Maar misschien nog het meest verrassend was dat de resultaten van deze peiling quasi identiek waren aan die van Het Laatste Nieuws een week eerder.

Vergelijken we inderdaad de resultaten van de peiling van Le Soir even met die van Het Laatste Nieuws. Het valt dan op dat de verschillen minder dan één procent bedragen, behalve voor de CD&V. En zelfs voor de CD&V bedraagt het verschil amper 1,6%, nog steeds een pak minder dan de foutenmarge voor de respectievelijke peilingen. De manier waarop onder meer VTM de resultaten van deze peiling aankondigde als «verrassend» is dan ook… behoorlijk verrassend, tenzij de nieuwsredactie van de televisiezender geen kranten leest en dus absoluut geen weet had van die peiling van Het Laatste Nieuws. Het is in ieder geval symptomatisch voor de manier waarop de Vlaamse media omgaan met peilingen. In dat verband onderschrijven we trouwens graag de commentaar en kritiek die Frank Thevissen bij Doorbraak publiceerde. Ook de populariteitspoll, waaruit moest blijken dat Maggie de Block de nieuwe rijzende ster aan het Vlaamse politieke firmament is moet er bij hem aan geloven. Om eerlijk te zijn heb ik nooit veel aandacht besteed aan populariteitspolls omdat ze meestal zo goed als onbegrijpelijk qua vraagstelling zijn, onduidbaar qua resultaat en totaal onvergelijkbaar van de ene tot de andere peiler.

Er is echter één puntje in de kritiek van Frank Thevissen waar we toch een beetje dieper op zouden willen ingaan. De titel van zijn commentaar «Wie trapt er in “de (terug)val” van de N-VA?» schijnt te suggereren dat hij niet bepaald gelooft in een terugval voor de N-VA, zoals uitvoerig en bijzonder gretig bericht door de Vlaamse media. Vermoedelijk zet hij daarmee menig lezer op het verkeerde been, en dan misschien nog het meest van al hoopvolle aanhangers van de N-VA die de steile opgang van de partij in de peilingen wel willen geloven, zij het dan toch met een bang hartje. Uit zijn betoog in het artikel leidt ik af dat hij waarschijnlijk noch in het ene noch in het andere gelooft. Zo gaat dat nu eenmaal als je iets te veel de achterkant van de opiniepeilingen hebt gezien, en daardoor ook weet hoe ze gemaakt worden. Er zit inderdaad nogal vaak een stevige portie paardenvlees in de peilingslasagne die de media ons voorschotelen.

Dat neemt echter niet weg dat we ook in de reële wereld moeten staan, en dan blijkt dat er deze keer voor de N-VA wel degelijk een fameuze knik in de curve van het vlottende gemiddelde zit. Of dat ook betekent dat de werkelijke aanhang voor de partij in een dalende lijn zit laten we in het midden, en is trouwens niet controleerbaar. In de media zal echter het beeld dat de partij in de peilingen stagneert of zelfs over haar toppunt heen is de komende maanden domineren. Dat is niet eens fout, maar anderzijds staat de partij met meer dan een derde van de kiesintenties nog steeds op plus vergeleken met de laatste verkiezingen, en blijft ze bovendien dubbel zo groot als haar eerste achtervolger.

Als de N-VA al achteruit zou gaan, dan is het onduidelijk welke concurrent daarvan zou profiteren. Zowel CD&V als sp.a peilen al bijna twee jaar rond hun huidige niveau. Bij de Open Vld zijn de schommelingen iets groter, en die partij lijkt aan een licht herstel begonnen te zijn. Bij Vlaams Belang was men al zeer tevreden over de vooruitgang met twee procent tegenover de vorige peiling, maar belangrijkst voor hen was misschien dat ze opnieuw boven de psychologische grens van de tien procent uitkwamen.

Ook bij Groen was men zeer tevreden over het resultaat in deze peiling. Daar vond men immers van zichzelf dat men de enige partij was die erop vooruitging zowel tegenover de vorige peiling als tegenover de laatste verkiezingen. Alleen, die vooruitgang was in beide gevallen zo klein dat ze niet alleen binnen de statistische foutenmarge valt, maar ook binnen de technische. Wie een duizendtal mensen ondervraagt moet er nu eenmaal rekening mee houden dat er hier en daar al eens een antwoord verkeerd geregistreerd wordt, en dan is een foutje van 0,2% al snel gemaakt. Maar ook: vergeleken met de laatste provincieraadsverkiezingen gaat de partij er zelfs op achteruit. Ook hier weer slechts in minieme mate, maar -0,4% blijft een achteruitgang, en geen vooruitgang.

Men kan zich trouwens afvragen in wat voor groene luchtbel de partij zich tegenwoordig bevindt. In een interview met De Standaard droomt haar partijvoorzitter Wouter van Besien al van regeringsdeelname in 2014, maar wil zich tegelijkertijd niet laten vastpinnen op een verkiezingsresultaat van –hou je vast, we hebben het over een regeringspartij in spe!– tien –10– procent! Even de puntjes op de i zetten: Groen peilt al jaren ergens tussen de zeven en de acht procent, haalt al jarenlang verkiezingsresultaten van dezelfde grootteorde, en is tot nader order de zesde partij in Vlaanderen. De fameuze «boost» waarvan sprake in het interview bracht de partij trouwens van 7,1% in 2010 naar 8,1% in 2012. Ik zou dat niet meteen een reuzensprong voorwaarts durven noemen, laat staan «boost», maar misschien betekent dat woord in Groot-Bijgaarden en Borgerhout gewoon iets anders dan in de rest van het Nederlandse taalgebied. Alleen als het Vlaams Belang in 2014 een bar slecht resultaat zou halen kan Groen hopen de vijfde plaats in het Vlaamse partijpolitieke landschap te bezetten – als ROSSEM dan maar geen roet in het eten komt gooien. En dan dromen van regeringsdeelname!

Heeft Wouter van Besien het echter hoog op met zichzelf, helemaal gek is hij nu ook weer niet, want tien procent voor zijn links-ecologische partij in tijden van economische crisis en globale opwarming zal inderdaad een maatje te hoog gegrepen zijn voor Groen. Maar wat misschien nog het meest verrassend –en stuitend– is, is dat regeringsdeelname in 2014 voor dit mini-partijtje dan nog niet eens onrealistisch is. Dat zal echter, in tegenstelling tot wat Wouter van Besien probeert te laten uitschijnen en misschien zelfs zelf denkt ook, niet de verdienste van Groen of haar voorzitter zijn. Want inderdaad, als Groen in 2014 in een regering zal kunnen stappen, dan zal dat zo zijn omdat N-VA en Vlaams Belang samen zo groot zullen geworden zijn dat Groen onmisbaar wordt voor een anti-V-coalitie, maar tegelijkertijd niet groot genoeg zullen zijn om zo'n monsterverbond tegen te houden.

En daarmee zijn we meteen ook aanbeland bij de simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement. Opnieuw blijkt dat een V-meerderheid niet mogelijk is, maar ook een B-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen wordt zeer krap. Het valt dus nog af te wachten of Stefaan van Hecke in 2014 werkelijk minister zal kunnen worden. Maar als dat werkelijk zijn ambitie zou zijn, en die van Groen, dan zal het waarschijnlijk toch in de Vlaamse regering moeten zijn. De kans is immers groot dat Groen niet groot genoeg zal zijn om in de federale regering aanspraak te kunnen maken op een ministerpost.

Werpen we tot slot nog snel een blik over de taalgrens. Daar gaat de PS er lichtjes op vooruit, terwijl de MR lichtjes achteruitgaat. Beiden gaan daarmee eigenlijk tegen hun trend van de laatste maanden in. CdH en Ecolo blijven dan weer stabiel, met cdH als grootste van de twee. Verderop blijven FDF en PTB ver onder de kiesdrempel, net als een hele reeks andere partijtjes zowel op uiterst rechts als uiterst links. Tenzij één van die mini-partijtjes in één of andere kieskring kan stunten, is het dus best mogelijk dat een federale afspiegelingsregering betekent dat een regering–Di Rupo II geen Franstalige oppositie zou hebben. Zoiets zou wel eens interessante gevolgen kunnen hebben voor de verkiezingen van 2019. En dat zowel aan de Vlaamse als de Franstalige kant…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , ,

Read more...

23 maart 2013

De President vindt democratie hinderlijk (vpmc)


Het mooiste citaat ongetwijfeld, uit het klankfragment hieronder –uit de Zevende Dag– is: "om da woord eens te gebruiken". Uitdrukking die onze President-dichter Herman Van Rompuy zich liet ontvallen. Het ging over legitimiteit.
Maar er zijn meer mooie dingen. Zo weet de President goed wat het "algemeen belang" is. Hij weet dat zelfs daardoor zo goed, omdat hij niet verkozen is noch ooit moet worden.
Dat is een negatieve reden, bijna zelfs een bovennatuurlijke reden zegt de filosoof in mij. Wat zijn positieve bron van kennis mag zijn, verklapt Herman ons helaas niet. Het enige dat wij met zekerheid mogen weten, is dat zijn wijsheid niet uit de stembus is voortgekomen.
Ik ken een paar politieke denkers in wier gezelschap onze President Herman zich volkomen op zijn gemak zou voelen.



De Vadder: U bent een primus inter pares en u bent niet verkozen door de [ordinaire?] Europeaan, he?
De President: Nee, maar ik denk dat het ook maar best zo is. In die zin hebben de vaders van het Verdrag van Lissabon een wijze beslissing genomen. Kijkt, als ge direct verkozen zijt, dat geeft u natuurlijk een enorme democratische legitimiteit, om da woord eens te gebruiken. Dat is ook wel zo. Maar op den duur zijt ge meer bezig met úw verkiezing, en met uw herverkiezing, dan met het zoeken naar een compromis tussen de zevenentwintig regeringsleiders. Ik denk, iemand die niét verkozen is, heeft een handicap ten opzichte van zijn collega’s die allemaal verkozen zijn, weliswaar elk in hun land. Dat is een handicap, ik voel dat ook. Maar langs de andere kant: het is ook een enorme troef, want ik moet mij, ik moet mij alleen bezig houden met ervoor te zorgen dat we allemaal overeenkomen. En tot nu toe, in de moéilijke omstandigheden die we de laatste drie jaar hebben gehad, is dat telkens bijna, bijna telkens gelukt, om niet te zeggen bijna altijd gelukt. En dat is alleen maar omdat men …ja die ruimte heeft, euh, om niet alleen aan zichzelf te moeten denken, aan zijn eigen verkiezing en herverkiezing, maar vooral te kunnen denken aan wat het algemeen belang is.
De Vadder: Ja, dus geen pleidooi om die functie rechtstreeks te laten verkiezen?
De President: Nee, daarvoor moet ge het Verdrag wijzigen, en ik denk dat daar nog veel water door vele rivieren zal vloeien, vooraleer dat men aan een nieuwe verdragswijziging [...&c.].

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 maart 2013

Hugo Claus aan de kaarttafel (vpmc)


Een goede dertig, vijfendertig jaar geleden bracht Hugo Claus geregeld een avond door in de HotsyTotsy, het Gentse artistiek café –toen nog privéclub– van zijn broer Guido. Als dan toevallig de vier broers samen present waren, werd er gekaart en stonden Motte en haar barman onder hun tweeën in voor de toog. Vaak waren er ook maar drie broers, en dan sprong een andere klant in, aan de kaarttafel welteverstaan.
Trouwe klanten van Motte en Guido vierden bij hen ook de overgang van Oud naar Nieuw, en om twaalf uur werd er gekust en champagne gedronken. Dat ceremonieel kon makkelijk een kwartier duren. Vele klanten gingen daar nog veel langer me door.
Maar na afloop van dat kwartier zei Hugo tegen zijn broers –Johan ontbrak maar Odo niet, en Guido natuurlijk niet– : “Zoeme ’t eerste spelleke van ’t jaar niet doen?”
Ik diende als vierde man, en we spraken af dat we zouden Kieskingen. Manillen durfde ik namelijk niet, want tegen West-Vlamingen manillen is geen goed idee.

Dat spel “Kieskingen” hier uitleggen zou te lang duren, maar iedereen ging direct akkoord en we zouden spelen voor een tarief van 320 frank voor Harten Heer, en de andere spelletjes navenant. Dat komt erop neer dat je normaal gesproken zoiets als duizend frank per uur kunt winnen of verliezen.
Alles verliep meteen al voorspoedig voor de twee broers en voor mij, maar niet voor Hugo die gedurig slechte kaarten kreeg.

Ik meen dat het iets over tweeën moet zijn geweest, dat Hugo terloops naar de stand vroeg. Hij stond een goede vijfduizend frank in het rood en begon zich luid te beklagen over de goden die hem ongunstig gezind waren.
En toen maakte Odo, die geen dichter was, een ongelukkige opmerking: “Mor Hugo, ge kent gi niet van kaarten ook, hé.”
Hugo stond op, grabbelde zes briefjes uit zijn broekzak, gooide die op tafel en liet ons beduusd achter in de feestvreugde.
Dat heb ik altijd erg kunnen appreciëren van hem, die plotse kolere.

Labels: , ,

Read more...

17 maart 2013

Een slechte peiling met een nog slechtere berichtgeving (Hoegin)

Zaterdag publiceerde de krant Het Laatste Nieuws voor het eerst sedert lang nog eens de resultaten van een eigen peiling. Met een foutenmarge van meer dan drie procent kan je je afvragen waarom die resultaten nog met cijfers na de komma weergegeven worden, maar ook de teneur van de berichtgeving was opmerkelijk. Wie zou immers zelfs nog maar drie jaar geleden 15% voor de CD&V een goed resultaat genoemd hebben, en 33% voor de N-VA slecht?

«CD&V beperkt de schade,» aldus Het Laatste Nieuws, want met nog steeds 15% van de stemmen zou de partij relatief weinig stemmen verliezen ondanks alle perikelen rond het ACW. De krant gaat daarmee wel voorbij aan het feit dat met een foutenmarge van meer dan drie procent de partij net zo goed op nog maar 12% zou kunnen staan, of anderzijds tegenover 2010 zelfs vooruit zou kunnen gaan tot ruim 18%. Of nog: is de peiling op zich weinig betrouwbaar omwille van zowel de kleinschaligheid als de eenmaligheid ervan, dan is de berichtgeving erover zo mogelijk nog bedroevender.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat we toch graag een vlieg zouden geweest zijn op de muur van een bepaald huis in Leopoldsburg. Wouter Beke verkondigt immers sedert de verkiezingen van verleden jaar dat het ultieme bewijs geleverd werd dat hij niet meer in peilingen hoeft te geloven, want zijn partij deed het toch zoveel beter bij de enige peiling die echt telt, namelijk de verkiezingen. We zouden ons in zijn plaats toch een pak meer zorgen maken, of toch alleszins binnenskamers, want de tijd dat de CD&V nog eens boven de twintig procent afklokte in een peiling ligt ondertussen alweer een paar jaren achter ons.

Een partij die het naar het schijnt nogal slecht deed in deze peiling is de N-VA. Ook hier willen we de zaken toch even in perspectief plaatsen. Om maar iets te zeggen: bij de vorige peiling van Het Laatste Nieuws –op 3 juni 2009 om precies te zijn– behaalde die partij slechts een schamele 8,3%. Met een score van 33,8% minder dan vier jaar later valt dus best te leven. Maar ook vergeleken met de laatste verkiezingen staat de partij op winst, zelfs als er van de score een foutenmarge af zou moeten. Er zijn niet veel Vlaamse partijen die hetzelfde kunnen zeggen.

Wat van deze peiling toch een slechte peiling voor de N-VA maakt is het interview van De Standaard en Het Nieuwsblad met N-VA-kopstuk Geert Bourgeois, toevallig op dezelfde dag gepubliceerd, en waarin hij zelf nogal weinig strategisch het getal 40% laat vallen. We kunnen deze blunder alleen maar aan overmoed toeschrijven, want tot nu toe overschreed de N-VA slechts éénmaal de kaap van de veertig procent in een peiling. Dat gebeurde in de peiling van La Libre Belgique van 5 september 2012, toen de N-VA zeggen en schrijven… 40,1% haalde. Het laat zich raden dat vanaf nu elk peilingsresultaat voor de N-VA met dit getal vergeleken zal worden, en dat de N-VA bijna zeker in 2014 een zogenaamde «overwinningsnederlaag» tegemoet gaat.

Nu ja, Geert Bourgeois was de enige niet die dit weekend een steek liet vallen. Ook Carl Devos flaterde in zijn reactie op de uitspraken van Geert Bourgeois. De N-VA hoeft immers geen vijftig procent te halen om volledig incontournable te worden: veertig procent kan volstaan, op voorwaarde dat het Vlaams Belang die andere tien procent haalt. En dat dan alleen nog maar in zetels, wat dus ruimte laat voor nog enkele procenten minder. Soms vraag je je toch af of het diploma van politicoloog gewoon uitgedeeld wordt aan iedereen die de moeite doet zich ooit eens bij de juiste faculteit in te schrijven…

Maar over het Vlaams Belang gesproken, die partij doet het in deze peiling wat beter dan in de andere peilingen de laatste tijd. Ook de Open Vld doet het wat beter, terwijl de uitslag voor de sp.a tegenvalt. Over erg grote verschillen gaat het echter niet, en dus valt daar verder eigenlijk niet veel meer over te zeggen. Groen doet het trouwens niet beter of slechter dan in de andere peilingen, en LDD en PVDA worden voor zover we konden zien zelfs niet eens vermeld.

Voor de volledigheid hebben we ook deze keer een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement opgesteld. Opnieuw kleurt het halfrond opvallend veel geel-zwart, maar niet voldoende voor een zogenaamde V-meerderheid. Anderzijds blijft een B-meerderheid bijzonder krap, zeker als men dan ook nog eens rekening houdt met het feit dat UF naar alle waarschijnlijkheid ook in 2014 nog één zetel zal weten binnen te halen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , , ,

Read more...

5 maart 2013

Opinie&Analyse in de Kwaliteitskrant (vpmc)


Zoals elke dag drukt De Standaard een opmerkelijke “tweet” af, vanzelfsprekend van de dag daarvoor, dat zijn nu eenmaal de beperkingen van het medium. Wellicht willen zij lezers die niet over een webaansluiting beschikken, toch een venster op de digitale wereld bieden, en het twitterberichtje staat daarom ook onder de rubriek Opinie&Analyse.

Het is telkens een heel klein berichtje, 140 tekens, met een fotootje van de auteur ernaast. Toch trekt de redactie hiervoor al gauw 7% uit, van de totale oppervlakte van een Standaardpagina, want op zich is zo’n pagina ook niet groot.

Vandaag is het twitterberichtje humoristisch van aard en zelfs lichtjes gewaagd, wat stout misschien, want er wordt gesuggereerd dat Heineken geen echt bier zou zijn.

Nu is het waar dat wie de laatste 15 à 20 jaar wel eens een café heeft bezocht, die mop al lang kent, maar geef toe lezer: in deze beknopte, pregnante, spitse versie had u ze nog niet gehoord.

Goed dat er kwaliteitskranten zijn!

Labels: , , , ,

Read more...

3 maart 2013

In 2030 heeft het ACW al het geld van zijn «perpetual» al terug (Hoegin)

Minister van Financiën Steven Vanackere haalde deze middag in het debatprogramma De Zevende Dag hard uit naar de volgens hem onjuiste voorstellingen over de eeuwigdurende lening van het ACW aan de bank Belfius. «Het ACW ziet het geld van die perpetual nóóit terug,» benadrukte hij als rechtvaardiging voor de rentevoet van 7,75%. Maar klopt dit wel?

Eerst even de puntjes op de i zetten. Steven Vanackere schijnt te willen volharden in de boosheid dat het ACW op haar eeuwigdurende lening –de perpetual voor wie graag wil laten uitschijnen dat hij iets van bankzaken kent– slechts 6,25% rente opstrijkt. De resterende 1,50% is slechts een getrouwheidspremie, en telt dus niet echt mee. Dit is natuurlijk nonsens, want ook die 1,50% vertegenwoordigen geld dat bij het ACW eeuwigdurend zal blijven binnenrollen, en net zo goed bij Belfius zal blijven buitenrollen. In de berekening die we hierna gaan uitvoeren zullen we die getrouwheidspremie dus wél inrekenen, net zoals we de getrouwheidspremie op een particuliere spaarrekening ook zullen inrekenen.

Maar wat is er dus aan van de bewering van Steven Vanackere dat het ACW het geld van die eeuwigdurende rekening nooit meer zal terugzien? Hij schijnt hiermee de indruk te willen wekken dat het ACW een enorme daad van barmhartigheid ten voordele van de bank Belfius heeft gesteld, zeg maar ten belope van 72 miljoen euro. Dat is uiteraard larie en apekool, en een eenvoudige simulatie toont aan dat van zijn bewering weinig of niets klopt.

Gaan we inderdaad eens na wat een gewone spaarrekening opbrengt vergeleken met die eeuwigdurende lening van het ACW. Vandaag moet je al van goeden huize zijn om op je spaarrekening een rente van 2% te kunnen krijgen, want een gewone sterveling krijgt dat niet bij Belfius, zelfs niet met een getrouwheidspremie erbij. We leven echter in uitzonderlijke tijden, en aangezien een eeuwigdurende lening een iets langer perspectief heeft dan de huidige financiële crisis, is het correcter ze te vergelijken met een rentevoet van 4% (de te verwachten rentevoet op spaarrekeningen in een normale economie), of met ons goed karakter desnoods zelfs 5%. Dan blijkt al snel (zie figuur hierboven) dat als het ACW de uitgekeerde intresten gewoon oppot op zo'n doodgewone spaarrekening, het al in de loop van een kleine twintig jaar al zijn kapitaal teruggewonnen zal hebben. Wat daarna volgt is alleen maar winst.

Voor alle eerlijkheid moeten we hierbij opmerken dat zo'n eeuwigdurende lening niet zonder risico's is, en dat is meteen ook de verklaring voor de hogere rentevoet. Ten eerste heeft men zijn kapitaal niet meer onmiddellijk ter beschikking, maar dient men een aantal jaren te wachten –in het geval van het ACW zo'n twintig jaar dus– vóór men al zijn kapitaal terugverdiend heeft. Bovendien loopt men het risico dat in tussentijd de rentevoeten boven het niveau van de eeuwigdurende lening stijgen, waardoor men tijdelijk een verlies kan opbouwen. En tot slot, zeker niet louter hypothetisch in het geval van Belfius, loopt men natuurlijk ook het gevaar dat op een gegeven ogenblik de schuldenaar failliet gaat, en het gedaan is met de uitbetalingen.

Hoe ziet het plaatje er dan uit aan de zijde van de lener, in dit geval Belfius? Die krijgt natuurlijk nú vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor verplichtingen die tot ver in de toekomst strekken. In de praktijk valt het met die eeuwigheden echter nogal mee, en wordt zo'n lening vaak vroeg of laat omgerekend in een geactualiseerd kapitaal en toch afgelost. Verder loopt Belfius natuurlijk het risico dat de rentevoeten de komende jaren ver beneden die van de eeuwigdurende lening blijven, waardoor het basiskapitaal sneller verdwijnt dan misschien gepland.

Zo'n eeuwigdurende lening is dus geen goede zaak voor degene die de lening aangaat –marktconform of niet–, tenzij in twee gevallen: ofwel verwacht men een sterke stijging van de rente, ofwel heeft men dringend vers kapitaal nodig en zijn toekomstige verplichtingen van ondergeschikt belang. En het zou me daarbij verbazen dat de eerste reden voor Belfius de echte drijfveer voor het aangaan van deze lening was. Het is trouwens merkwaardig dat een bank zo'n lening aangaat tegenover een organisatie, en niet omgekeerd. Maar één bepaald zinnetje van Karin Temmerman tijdens diezelfde De Zevende Dag van vandaag was in dat opzicht toch wel veelzeggend: deze transactie zou absoluut nodig geweest zijn om van Belfius een gezonde Belgische bank te maken. Met andere woorden: Belfius zat inderdaad in slechte papieren, en had dringend vers kapitaal nodig. Overigens: dat Karin Temmerman dit zei en niet Luk van Biesen toont aan dat de sp.a waarschijnlijk net iets beter weet hoe de ACW-vork precies in de Belfius-steel zit dan de Open Vld. Maar iedereen die de Open Vld (en de MR) de laatste dagen «aan het werk» zag had dit ongetwijfeld al lang begrepen.

In Noorwegen, waar het in de winter al eens koud kan zijn, gebruikt men om de situatie van Belfius te omschrijven vaak de uitdrukking «in zijn broek plassen om zich warm te houden». Dat is een strategie die misschien een korte tijd helpt, maar daarna staat men er wel slechter voor dan in het begin. Zo ook dus met Belfius: vandaag krijgt de bank weliswaar vers kapitaal binnen, maar dat wel in ruil voor zware, langdurige verplichtingen. Maar ook: net zoals het ACW van Dexia een Toxia heeft gemaakt, met de helpende hand van Yves Leterme, is het ACW nu goed op weg om van Belfius een Toxius te maken, deze keer met de helpende hand van Steven Vanackere. Merk daarbij op dat het het ACW eigenlijk best nog goed uitkomt dat het na deze transactie zogezegd geen kapitaal meer in kas zal hebben. Dan kan immers geen van de vele ARCO-aandeelhouders, pardon «-spaarders», of de belastingbetaler, het in zijn hoofd halen het kapitaal bij hem weg te komen halen. Het is immers allemaal uitgeleend aan een goed doel: Belfius! We kunnen daarom alleen maar hopen dat diezelfde belastingbetaler in 2014, als kiezer, toch nog de rekening aan de schuldigen –de CD&V dus– zal weten te presenteren. Maar dan wel met een ontrouwheidspremie.

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>