7 december 2014

Sp.a nog steeds haar eigen ergste vijand (Hoegin)

Het gaat niet goed met de Vlaamse socialisten. De partij zit nog steeds geplaagd met een voorzitter waarover iedereen, behalve de persoon in kwestie zelf, het eens is dat hij de verkeerde man op de verkeerde plaats is. Vandaag is dat echter zowat het minste van de vele problemen van de partij. De tsunami aan socialistische mistoestanden en andere foute linkse regeringsbeslissingen uit het verleden blijft aanhouden. Zelfs de N-VA komt een half jaar na de verkiezingen nog steeds geloofwaardiger als oppositiepartij over dan de sp.a, die alleen in Brussel nog in een regering zit.

Exit Zilverfonds

Eerste akte. We schrijven dinsdag 18 november. Minister van Financiën Johan van Overtveldt kondigt in de Kamer aan dat hij laat onderzoeken of het niet beter zou zijn dat beruchte Zilverfonds gewoon op te doeken. Het Zilverfonds, dat was een uitvinding van Johan vande Lanotte om onze pensioenen eens en voor altijd veilig te stellen. De formule was kinderlijk eenvoudig, en daarom ook geniaal: gewoon op het einde van de maand de overschotjes in dat fonds oppotten, en voilà, het pensioenprobleem was opgelost. Om niet te zeggen dat we op onze oude dag nog zouden zwemmen in het geld.

Alleen, het duurde niet lang of de regering soupeerde die overschotjes gewoon op in plaats van ze op te sparen voor latere dagen. En zelfs dat duurde niet lang, want de overschotjes zelf verdwenen al snel als sneeuw voor de zon.

Maar bovendien, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Noorse Petroleumfonds dat de overschotten van Noorse olieproductie (1) actief (2) investeert in (3) buitenlandse (4) beleggingen, beperkte het Zilverfonds zich simpelweg tot het aankopen van Belgische schuldpapieren. Vier keer fout dus, en daarmee degradeerde de «redding van onze pensioenen» zich tot niets meer dan een virtuele koekjestrommel met daarin veel papiertjes dat we nog een heleboel geld aan onszelf moeten. Geen fluit waard dus.

Lege doos of zwart gat?

Sommigen hebben dat Zilverfonds van in het begin een lege doos genoemd. Was het maar waar! Want was het Zilverfonds inderdaad een lege doos geweest, dan had Johan van Overtveldt ook geen reden gehad om het te willen opdoeken. Zijn N-VA-collega's Veerle Wouters, Siegfried Bracke en Daphné Dumery hebben echter één en ander eens nagerekend, en kwamen tot de conclusie dat het Zilverfonds ons jaarlijkse 120.000 euro kost aan personeelsleden, kantoorbenodigdheden, een bedrijfsrevisor en zitpenningen voor een raad van bestuur. Met andere woorden: dat Zilverfonds heeft prima gewerkt om het pensioen van vermoedelijk enkele kameraden van Johan vande Lanotte veilig te stellen, ten koste van dat van ons. En dat was het dan.

Wij noteerden vooral dat de anders alomtegenwoordige Johan vande Lanotte nergens in de media te bespeuren was om zijn Zilverfonds te komen verdedigen. Ook tal van andere socialistische coryfeeën hielden zich opvallend gedeisd, waaronder bijvoorbeeld John Crombez, poulain van Johan vande Lanotte, en fysisch popelend van ongeduld om eindelijk de voorzittersstoel van Bruno Tobback te kunnen overnemen. In afwachting daarvan vult hij zijn dagen als docent aan de UHasselt, met als vak… publieke financiën. Kan je eigenlijk nóg beter geplaatst zijn om het Zilverfonds vol vuur voor de TV-camera's te komen verdedigen?

Dingen van socialisten

Tweede akte. Woensdag 19 november, opnieuw in de Kamer. Het is Bruno Tobback die uiteindelijk toch een klein beetje wil tegensputteren tegen de afschaffing van het Zilverfonds. Voor de camera's van het VRT-programma Villa Politica klinkt het als volgt: «De enige ambitie van deze regering –in het bijzonder N-VA– is het afschaffen van dingen van de socialisten». En daarmee heeft hij het niet alleen over dat Zilverfonds, maar bijvoorbeeld ook over de subsidies voor de zonnepanelen en het gratis openbaar vervoer voor senioren. Om over indexsprongen en pensioenleeftijden nog maar te zwijgen.

We willen niet flauw doen: in kringen van zowel de Vlaamse als de federale regering zal men zeker enige voldoening scheppen in het afschaffen van «dingen van socialisten». Maar als de tegenargumentatie van Bruno Tobback echt niet verder reikt dan dat, is ze volgens ons toch maar aan de zwakke kant. Moeten we nu echt lege-doos-met-fors-prijskaartje Zilverfonds behouden omdat het «een ding van de socialisten» is? En valt als verdediging voor het gratis openbaar vervoer voor senioren echt niets beters te verzinnen dan dat het een langgerekte verkiezingsstunt van de sp.a was? Men kan zich amper een betere verdediging van de regeringsmaatregelen voorstellen dan het optreden van sp.a-voorzitter Bruno Tobback in hoogsteigen persoon voor de camera's van de VRT.

Medewerkers voor socialisten

Derde akte. Donderdag 20 november, deze keer in het Vlaams Parlement. Op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken antwoordt Vlaams minister-president Geert Bourgeois dat de ex-ministers Ingrid Lieten en Freya van den Bossche nog tot in 2019 zullen mogen genieten van elk twee medewerkers. Allemaal geregeld in een besluit van de Vlaams Regering uit 2009, met als totale kostprijs: 2,5 miljoen euro. Over dingen van socialisten gesproken!

We geven toe, voor 2,5 miljoen euro met de vingers in de pot zitten is maar een habbekrats vergeleken met de zonnepanelenput die Freya van den Bossche eerder al achterliet, of, zoals verleden week bekend raakte, het monsterverlies van 153 miljoen euro dat verleden jaar voor Electrawinds de fatale klap betekende. Maar zuinig omspringen met overheidsmiddelen en dus belastinggeld is anders.

Conclusie: zolang er bloedrode lijken uit de socialistische kast blijven vallen, hoeven ze zich bij N-VA, CD&V en Open Vld niet veel zorgen te maken over de geloofwaardigheid van de oppositie. Want oproepen tot een mobilisatie tegen het harteloos harde beleid van de rechtse regering, maar ondertussen wel zelf blijven grabbelen in de ton, hoe geloofwaardig is dat? Niet moeilijk dat er amper nog arbeiders voor de sp.a stemmen.

Dit artikel verscheen op 26 november 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

11 oktober 2014

Wanneer geeft Bruno Hollande er de brui aan? (Hoegin)

Bruno Tobback en François Hollande, twee socialisten die zich hardnekkig vastklampen aan hun postje. Beiden zetten het ene laagterecord na het andere neer in de opiniepeilingen, en zelfs binnen hun eigen partij willen steeds minder mensen met hen geassocieerd worden. Wat bezielt hen om te blijven zitten, in plaats van liever vandaag nog dan morgen de handdoek in de ring te smijten?

Men vergeet het nogal gemakkelijk, maar eigenlijk maakte François Hollande geen kans om zelfs nog maar kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2012 te worden. Zijn ex-vrouw Ségolène Royal likte nog haar wonden na haar nederlaag tegen Nicolas Sarkozy in 2007. Dé gedoodverfde kandidaat van de PS was echter Dominique Strauss-Kahn, toen nog voorzitter van het IMF. De man was zo populair, zowel in de pers, in de partij als bij de Franse kiezers, dat zijn verkiezing eigenlijk amper nog een formaliteit was. En toen barstte het schandaal los…

Un président normal

Het zwakke punt van François Hollande was dat hij nogal saai was. Maar in de beste judotraditie gebruikte hij zijn zwakke punt als een sterkte. De Franse kiezers waren de sterallures van Nicolas Sarkozy moe, en dus zou er eindelijk «een normale president» («un président normal») komen met François Hollande. Stel je voor: geen geflirt meer met rijkelui, of gedoe met filmsterren in het holst van de nacht. Alleen nog nuchtere politiek en een degelijk socialistisch beleid. Voor de mensen, je weet wel. Bij links kon het geluk niet op, en de hoerastemming was in de «kwaliteits»-media duidelijk voelbaar.

Maar dat was toen. Vandaag wil niemand nog geassocieerd worden met François Hollande. Zelfs de voortrekkers van de TSS-campagne (Tous Sauf Sarkozy) drukken vandaag hun spijt uit dat ze toen voor François Hollande gestemd hebben. In de peilingen zit de Franse president op een absoluut dieptepunt. Met als ultieme vernedering voor een socialist: een peiling in Le Figaro, uitgevoerd door TNS Sofres, die aangaf dat hij in 2017 niet eens de tweede ronde zou halen. En haalt hij die tóch, dan verliest hij gegarandeerd van Marine Le Pen. Zelfs al zou hij tegen een hond met een hoed op verliezen, dan nog zou dat een minder affront zijn dan in de tweede ronde te sneuvelen tegenover iemand van het FN.

Prins Charles-syndroom van de sp.a

Over naar Bruno Tobback. Zijn positie als sp.a-voorzitter was al lang vóór 25 mei behoorlijk omstreden, maar na nog maar eens een nieuwe verkiezingsnederlaag werd de roep om zijn ontslag steeds luider. Bruno Tobback doet echter of zijn neus bloedt. In 2011 werd hij nog verkozen met een monsterscore van 96,6% tijdens een partijcongres in Nieuwpoort. Zou hij zich vandaag kandidaat stellen om zichzelf op te volgen, dan valt een uitslag van 96,6% tegen niet uit te sluiten.

Waarom Bruno Tobback niet aftreedt? Volgens hemzelf omdat nieuwe voorzittersverkiezingen uitschrijven geen sinecure is bij de sp.a, maar een logge procedure waarbij vele stationnetjes doorlopen dienen te worden. Bij Groen en Vlaams Belang gaat dat blijkbaar een heel pak vlotter, waardoor de sp.a met een soort prins Charles-syndroom achterblijft. Want ja, als het bij die twee partijen wel kan, waarom dan niet bij de sp.a?

2011: Sp.a-voorzitter neemt ontslag na verkiezingsnederlaag

Geen journalist ook die Bruno Tobback durft tegen te spreken. Of weten ze niet beter? Wat in 2014 blijkbaar niet kan, kon in 2011, toen Bruno Tobback zélf verkozen werd, immers wel. Inderdaad: Caroline Gennez bood op 28 juni 2011 haar ontslag aan, na, alweer een verkiezingsnederlaag voor de partij. Minder dan drie maanden later, op 18 september, was Bruno Tobback reeds verkozen als de nieuwe voorzitter van de partij. Dat er ondertussen parallel ook federale regeringsonderhandelingen gevoerd dienden te worden was toen trouwens geen beletsel. Met dit verschil: de sp.a zat toen wél mee aan de onderhandelingstafel, deze keer niet. Het blijft verbazen dat tot nog toe niemand Bruno Tobback heeft willen confronteren met de snelle manier waarop hijzelf in 2011 sp.a-voorzitter werd.

Hopen op beterschap

Waarom blijven de twee heren vasthouden aan hun postje? Het antwoord is eenvoudig: zij hopen beiden op beterschap, zodat zij hun gezicht toch nog enigszins zouden kunnen redden. Dat zij zelf voor die beterschap zouden kunnen zorgen, is waarschijnlijk een hoop die zij allang niet meer koesteren. François Hollande heeft van de Franse economie een potje gemaakt, en de weinige maatregelen die hij genomen heeft, zoals de fetisj van de rijkeluistaks, hebben de zaken alleen maar erger gemaakt. Bruno Tobback wijt de recente verkiezingsnederlaag aan de slechte «conjunctuur» die socialistische partijen in Europa overal treft, maar dat is nog geen verklaring waarom uitgerekend de sp.a het slechtst van allemaal scoort.

Bruno Tobback heeft eigenlijk maar één externe factor die hem kan redden: een federale centrum-rechtse regering. Als die er snel komt, en erin slaagt om snel één of andere maatregel te nemen waartegen de (socialistische) vakbonden massaal kunnen mobiliseren, dan zou hij zich op de valreep alsnog kunnen opwerpen als sterke oppositieleider. Ook een snelle desintegratie van die centrum-rechtse regering, of als de onderhandelingen toch nog strop zouden lopen op een regeling voor ARCO of de verdeling van de postjes, kunnen hem helpen zijn vel te redden. Maar verder zit er voor Bruno Tobback eigenlijk niet veel meer in dan zijn voorzitterschap verder uit te spartelen, en hopen dat hij niet al te smadelijk het toneel zal moeten verlaten.

Gevangen in een gouden kooi

François Hollande zit echter gevangen in een gouden kooi in het Élysée. Dat de economie snel weer zou aantrekken is onwaarschijnlijk. Er moet al een nationale ramp gebeuren of een oorlog uitbreken opdat hij zich zou kunnen opwerpen als een vader des vaderlands die Frankrijk in moeilijke tijden bijeen kan houden. Maar in tegenstelling tot Bruno Tobback is aftreden voor hem geen optie: het zou alleen maar een rechtse president aan de macht brengen. En dat dan zelfs nog maar in het beste geval. Zijn regering naar huis sturen? Dat heeft hij al eens gedaan, met als voornaamste gevolg dat de tot voor kort enigszins populaire Manuel Valls nu ook in de problemen zit. Het Franse parlement naar huis sturen? Dan zit hij straks misschien wel met een rechtse regering geplaagd, ook al geen prettig vooruitzicht.

François Hollande zal zijn presidentschap dus gewoon moeten uitzweten. Misschien kan hij zich troosten met de gedachte dat het niet veel slechter meer kan gaan—voor zover hij dat gisteren ook al niet deed. En anders kan hij Bruno Tobback altijd nog op het Élysée uitnodigen voor een therapeutisch gesprek.

Dit artikel verscheen op 17 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

5 juli 2014

Sp.a op een historisch dieptepunt (Hoegin)

Zondag 25 mei was voor de sp.a zonder meer een zwarte dag. Voor de Europese verkiezingen zakte de partij tot amper nog 13,2%, een absoluut dieptepunt. Voor de Kamer en het Vlaams Parlement deed de socialistische partij het al niet veel beter met 14,1% en 14,0%. Sindsdien rommelt het in de partij, ook al doet partijvoorzitter Bruno Tobback aan de oppervlakte zijn best om dat te verdoezelen.

Om even te schetsen hoe diep de partij eigenlijk gezakt is: tot 1987 behaalde de socialistische partij steevast een score van minstens twintig procent. Pas in 1991, op «Zwarte Zondag», zakte de partij voor het eerst onder die symbolische grens, met een score van «amper» 19,4%. Nog één keer zouden de socialisten in Vlaanderen nog eens boven de drempel van de twintig procent uitkomen, op 18 mei 2003, onder leiding van Steve Stevaert, met 24,3%. Sindsdien is het armoe troef bij de proletariërs, en durft men zelfs een ambitie om nog eens meer dan vijftien procent te halen niet eens meer uit te spreken. Groter blijven dan concurrent op links Groen, en PVDA onder de kiesdrempel houden, dat is zowat het beste waar men op dit ogenblik nog op durft te hopen.

Ideologisch vacuüm

Hét probleem van de sp.a is natuurlijk dat de partij geen ideologie meer heeft. Dat is niet nieuw: de partij kwam na de val van de Muur in Berlijn in ademnood, maar dat is ondertussen toch al vijfentwintig jaar geleden. Hoeveel decennia kan men zich politiek heroriënteren zonder dat de conclusie zich opdringt dat men eigenlijk toch niet veel meer te bieden heeft? Kan men echt een partij opbouwen enkel en alleen rond wat goedkoop anti-racisme (zie «Over de banaliteit van het anti-racisme» van Mark Grammens van verleden week), een extreem conservatisme in de Sociale Zekerheid, koste wat het kost, de algemene stelling dat al wat rechts en Vlaams is gevaarlijk is, en de boodschap dat de PS en Elio di Rupo het beste voorhebben met de Vlamingen? Wie er de verkiezingsuitslag eens bijneemt kan niet anders dan vaststellen dat de Vlamingen op 25 mei vonden van niet. Partijvoorzitter Bruno Tobback ziet dat echter anders.

Toekomstig ex-voorzitter

Wat op 21 mei in dit blad al te lezen stond in een briefje gewijd aan Bruno Tobback («Zo goed als ex-voorzitter»), heeft nog steeds niets aan waarde ingeboet. De partijvoorzitter kon weliswaar vermijden dat hij op de avond van 25 mei zelf al zijn conclusies diende te trekken dankzij zijn opgeklopte euforie over de «goede» uitslag van zijn partij. Stel je voor: de partij had zowel voor de Kamer als voor het Vlaams Parlement stand gehouden. Tot de partij een paar uur later in het Vlaams Parlement dan toch nog een zetel aan Christian van Eyken van de UF verloor natuurlijk.

Ondertussen stelden de twee mindere goden Hans Bonte en Peter Vanvelthoven de positie van Bruno Tobback al openlijk in vraag in een dubbelinterview in Knack. Johan vande Lanotte betreurde dat in het VRT-programma Villa Politica, maar voegde er wel aan toe dat er dringend nood was aan een interne analyse. Een voorbeeld van zo'n interne analyse kregen we verleden week in De Standaard geserveerd, waar de conclusies van de evaluatie van de verkiezingen in West-Vlaanderen te lezen stonden («Vande Lanotte geeft zijn partij campagnelessen»). De lezer leest het goed: die interne analyse was van de hand van diezelfde Johan vande Lanotte, en de conclusies lazen toch vooral als een positionering van Johan vande Lanotte zelf en zijn pion John Crombez om zodra de kans zich voordoet de macht te grijpen in de partij. Of is dat laatste alleen maar ons slecht karakter dat een beetje opspeelt?

West-Vlaamse winst

Zo zou Johan vande Lanotte er in zijn analyse op wijzen dat West-Vlaanderen de enige provincie is waar de sp.a erop vooruitgaat, voor alle verkiezingen, en dat zelfs kanton per kanton. Dat klopt, maar het neemt niet weg dat ook het West-Vlaamse resultaat met 17,6% voor de Kamer en 16,3% voor het Vlaams Parlement niet bepaald als een monsterscore voor de socialisten omschreven kan worden. Voor het Europees Parlement blijft de partij er zelfs steken op een schamele 15,2%. Onze conclusie: Johan vande Lanotte is een meester in het snoeven, ook daar waar er eigenlijk niet veel te snoeven valt.

Meer zelfs: Johan vande Lanotte wijst er in zijn analyse op dat de sp.a in zijn kieskring tegen de nationale trend in een zetel winst maakt voor het Vlaams Parlement, van drie naar vier. In procenten is de vooruitgang minder groot: van 14,1% naar 16,3%. Een correctere lezing van de cijfers is natuurlijk dat de sp.a in 2009 net naast een vierde zetel greep, en dit jaar die vierde zetel net wel binnenhaalde. Men moet daar natuurlijk nog altijd extra stemmen voor halen, maar de pluim die Johan vande Lanotte op zijn hoed probeert te steken is groter dan ze in werkelijkheid zou mogen zijn.

Huisbezoeken

Johan vande Lanotte heeft natuurlijk ook zijn verklaring voor die winst in West-Vlaanderen klaar. En dat is zíjn manier van campagne voeren natuurlijk, of wat dacht je? Essentieel onderdeel daarvan: de huisbezoekjes. Laten we echter eerlijk zijn: we wensen zelfs onze ergste vijanden geen huisbezoek door Johan vande Lanotte toe. Iets doet ons namelijk vermoeden dat die huisbezoeken vooral dienen om nietsvermoedende mensen danig de daver op het lijf te jagen. Dat ze hun pensioen gaan verliezen als ze voor de N-VA stemmen, bijvoorbeeld. Of dat door de afschaffing van de index hun loon op een paar jaar tijd niets meer waard zal zijn.

Johan vande Lanotte is immers niet bepaald het toonbeeld van het gezellige cafésocialisme waarmee Steve Stevaert ooit successen boekte. Successen die er, in de beste cafétraditie, vooral uit bestonden anderen de rekening te laten betalen voor de tournées generales die hij uitdeelde.

Neen, als we al een etiket zouden moeten plakken op het socialisme van Johan vande Lanotte, dan eerder een soort van rancuneus machtssocialisme. Sponsor zijn Oostendse basketbalclub, of je gaat eraan. En die volkomen lege Thalys-treinen vanuit Oostende blijven rijden, enkel en alleen omdat Johan vande Lanotte dat kan. Het is echt geen toeval dat Groen die geld- en milieuverspilling niet aan de kaak durft te stellen, want anders zouden ze het de komende tien jaar kunnen schudden overal waar Johan vande Lanotte ook maar iets te zeggen heeft.

Electrawinds

Wij zouden dan ook een alternatieve theorie voor het West-Vlaamse rode golfje willen voorstellen: Electrawinds. Zouden er in West-Vlaanderen niet genoeg kiezers wonen die puur uit economisch zelfbehoud voor de sp.a hebben gestemd? Geen Johan vande Lanotte die in Brussel zijn economische «zaakjes» kan regelen betekent al snel grote gevolgen voor het persoonlijke fortuin van een aanzienlijk aantal West-Vlamingen. Zou het trouwens datzelfde Electrawinds ook niet zijn dat in de rest van Vlaanderen linkse kiezers richting Groen en PVDA dreef?

In dat opzicht is de positionering van John Crombez interessant en belangrijk om te volgen. Niettegenstaande hij staatssecretaris voor fraudebestrijding is –en of dat geen meesterzet van Johan vande Lanotte was!–, zit hij tot over zijn oren mee in de Oostendse beerputten. De ideale man dus om ervoor te zorgen dat er nergens in West-Vlaanderen dekseltjes gelicht worden. Wees er maar zeker van dat Johan vande Lanotte hem op het juiste ogenblik op de juiste positie zal willen katapulteren.

In combinatie met het reeds hierboven vermelde ideologisch vacuüm is dat uiteraard geen goed nieuws voor de sp.a, maar dat raakt natuurlijk de koude kleren van Johan vande Lanotte niet. De onze eigenlijk ook niet. Maar we hebben wel te doen met de militanten van de partij. Neen, niet het soort hopscheutsocialisten zoals een Yves Desmet, maar wel de klein man die denkt dat het bij de sp.a nog zou gaan om zijn welvaart en welzijn. En voor zover die kleine man natuurlijk niet allang uitgeweken is naar een andere partij. Als daar in 2018 of 2019 maar geen nieuw laagterecord van komt…

Dit artikel verscheen op 25 juni 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

26 mei 2013

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde» (Hoegin)

«Peilingen hebben nooit voorspellende waarde», zo verkondigde VRT-journalist Ivan de Vadder nog eens voor alle zekerheid verleden week op Twitter. Het is waarschijnlijk daarom dat niet alleen De StandaardVRT maar ook La Libre Belgique 24 mei uitkozen om nog eens de resultaten van een peiling te publiceren, precies één jaar en één dag voor de volgende Europese verkiezingen.

Het begint stilaan een gewoonte te worden dat aan Vlaamse zijde vooral ingezoomd wordt op het resultaat van de N-VA. Dat heeft natuurlijk zijn verklaring: de partij domineert op dit ogenblik het politieke landschap. Naargelang de eigen politieke voorkeur hoopt/vreest men dan ook in 2014 een verderzetting van de gele vloedgolf van 2010 in Vlaanderen.

Wat die vloedgolf betreft lijkt het erop dat de N-VA-motor op dit ogenblik een beetje sputtert, of toch in de peilingen. De partij blijft afgetekend de grootste –ongeveer tweemaal zo groot als eerste achtervolger CD&V– maar de neergang tegenover eerdere peilingen valt niet meer te ontkennen. Partijvoorzitter Bart de Wever heeft dan ook gelijk dat de resultaten van deze peilingen de partij eindelijk terug met de voeten op de grond zet, want we herinneren ons nog de beruchte veertig procent van Geert Bourgeois. Maar we kunnen anderzijds een vergelijking met LDD moeilijk van ons afslaan. Die partij piekte ook in de peilingen tussen twee verkiezingen door, om vervolgens in mekaar te zakken en vandaag op sterven na dood verklaard te zijn. De komende maanden is het voor de partij dan ook van cruciaal belang te stabiliseren op een voldoende hoog niveau. Anders dreigt het gevaar de stempel van verliezer opgedrukt te krijgen, en dat is zelden een goed uitgangspunt om de verkiezingen tegemoet te gaan.

Doen de concurrenten het dan zoveel beter? Bij CD&V vindt men van zichzelf dat men goed bezig is dankzij Operatie Innesto. Het is echter twijfelachtig of die operatie ook echt aanslaat bij het bredere publiek. Neem nu het beruchte voorstel over de inkorting van de zomervakantie: die ging eerst gereduceerd worden van negen naar zes weken, maar anderzijds gecompenseerd door meer vakantiedagen tijdens het schooljaar, om uiteindelijk misschien alleen maar te gelden voor de lagere school. We willen niet zeggen dat men hier vliegen probeert te vangen met azijn, maar met wat flauw suikerwater dat dan nog eens homeopathisch verdund werd zal men er niet geraken. De partij blijft dan ook hangen op haar resultaat van 2010, rond de 16%. Dat is een pak onder het resultaat van de provincieraadsverkiezingen van verleden jaar, een resultaat waar ze zelf zo graag naar verwijst om haar «heropstanding» te bewijzen.

Ook bij de sp.a loopt het niet lekker. De partij blijft op een historisch laag resultaat, wat dus een verdere verzwakking ten opzichte van 2010 inhoudt. De nieuwe beginselverklaring, nochtans in de media druk besproken (en bewierookt), helpt daar ook al niet veel. Of is het misschien net dat: druk besproken in de media, maar voor de modale Vlaming eigenlijk niet eens half relevant? En het is maar de vraag of bijvoorbeeld de hardnekkige verdediging van de garantie van spaarboekjes boven de 100.000 euro door partijvoorzitter Bruno Tobback al veel relevanter is voor diezelfde modale Vlaming…

Nog een partij op de sukkel: de Open Vld, al veert de partij deze keer gemiddeld gezien een beetje op tegenover de desastreuze resultaten van pakweg een jaar geleden. Maar de partij blijft flirten met de psychologische drempel van de tien procent, en vooral: de partij eindigde ex æquo met Vlaams Belang bij La Libre Belgique en virtueel ex æquo bij De StandaardVRT. Je vraagt je af hoe partijvoorzitster Gwendolyn Rutten vervolgens zo zelfzeker kan komen verklaren dat de Vlaming duidelijk nog niet met de verkiezingen bezig is, terwijl haar resultaat aantoont dat zij eigenlijk geen flauw vermoeden heeft van wat er zich werkelijk in het hoofd van diezelfde Vlaming afspeelt. Ik voorzie hoe dan ook niet veel verbetering voor de Open Vld zolang Gwendolyn Rutten daar de dienst blijft uitmaken.

Ook Vlaams Belang blijft zwalpen rond of nu net boven de tien procent. Net zoals Open Vld is de partij bezig aan een voorzichtige remonte. De partij kan zich vooral optrekken aan de 12,9% bij La Libre Belgique, het beste resultaat in meer dan twee jaar en zelfs een lichte verbetering tegenover 2010. Maar ook bij het Vlaams Belang maakt één goede peiling de heropstanding nog niet, net zoals één zwaluw de lente niet maakt.

Bij Groen werd enthousiast gereageerd op het resultaat in de peiling van De StandaardVRT: 9,5% en dus virtueel op dezelfde hoogte als Open Vld en Vlaams Belang. Dat was echter vóór La Libre Belgique haar resultaten publiceerde en de partij met 6,5% opnieuw richting kiesdrempel duwde. Of zou men eigenlijk wel Franstalige kranten lezen bij het belgicistische Groen? Op zondag had men het op de ledendag in Kessel-Lo immers nog steeds over «schitterende peilingen». Ik vraag me trouwens af hoeveel mensen het verhaaltje van partijvoorzitter Wouter van Besien geloven dat de gure lente een gevolg zou zijn van de globale opwarming. Amper vijf jaar geleden klonk het nog dat diezelfde globale opwarming de oorzaak was van terrasjesweer in februari.

LDD zou op sterven na dood zijn. Of misschien toch niet. De ene peiling geeft de partij nog slechts een halve procent, de andere 3,3%. PVDA zou dan weer springlevend zijn, hoewel ze toch ook niet meer dan 2,5% haalt. Het is me dan ook niet helemaal duidelijk wat precies de journalistieke criteria zijn om een partij steendood of springlevend te verklaren. Vlaams Belang wordt trouwens ook al jarenlang zo goed als dood verklaard, ook al haalt de partij nog steeds een hogere score dan het «frisse» Groen. Ik zou onze kwaliteitsjournalisten er echter niet van willen verdenken dat ze hun persoonlijk partijpolitieke voorkeuren en afkeren hierbij een rol laten spelen.

Kijken we eens naar de zetelverdelingen op basis van deze twee peilingen, en dan misschien in het bijzonder naar de vraag of er in 2014 een regering zónder de N-VA gevormd zal kunnen worden. Uit beide peilingen blijkt dan dat er van een V-meerderheid voorlopig geen sprake meer is, maar een Vlaamse regering zonder de N-VA blijft toch erg krap. Het is dan ook helemaal niet zeker of de discussie of men eerst een federale dan wel een regionale regering dient te vormen eigenlijk wel zo relevant is. Relevanter is de vraag hoe ver de anti-V-partijen het willen drijven met hun collaboratie aan een Franstalige regering, en of ze daarbij desnoods zelfs bereid zijn op cruciale ogenblikken te rekenen op gedoogsteun van de UF in het Vlaamse Parlement. Eén ding is wel zeker: noch de federale noch de regionale regeringsvorming kondigt zich op dit ogenblik aan als een lachertje. Was ik koning Albert II, ik gaf er voor alle zekerheid nog liever vandaag dan morgen de brui aan, met als motto après nous, le déluge.

Aan Franstalige kant was er nogal wat te doen rond het slechte resultaat van de PS. Met «amper» 28,6% van de kiesintenties –zou de sp.a niet tekenen voor zo'n resultaat?– zakt de partij onder de psychologische drempel van de dertig procent. We moeten al terug naar 2009 voor zo'n slecht resultaat in de peilingen, en de partij zit daarmee terug aan het niveau van de verkiezingen van 2007. Grote concurrent MR doet het ondertussen met 24,0% niet zo heel goed, maar komt door de achteruitgang van de PS natuurlijk wel stilaan in de buurt.

Zoals reeds hier en daar opgemerkt kan de achteruitgang van de PS slecht nieuws betekenen voor de Vlaamse partijen in de federale regering. Terwijl de pijlen voor de PS in negatieve richting gaan, staan ze voor Ecolo, en verderop ook een aantal klein-linkse partijen, in positieve richting. PTB blijft globaal dan wel onder de kiesdrempel zitten, dat ze in één of andere kieskring toch boven die kiesdrempel zou raken en daardoor in het parlement zou geraken is geen onwaarschijnlijk scenario. Ik wens in dat geval Open Vld en CD&V veel goede moed toe in een rood-oranje-blauw-groene regering–Di Rupo II met amper een paar zetels op overschot in het Vlaams Parlement. Maar zoals Ivan de Vadder terecht opmerkte, «peilingen hebben nooit voorspellende waarde»…

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

8 april 2013

Pleiten Tobback en De Grauwe voor oneindige staatsgarantie? (Hoegin)

Enkele dagen geleden stelde eurocommissaris Olli Rehn in een interview met de Finse openbare omroep Yle voor dat ook grote spaarders voortaan een deel van hun geld zouden verliezen wanneer een bank in de problemen raakt. Met andere woorden: het «unieke» Cyprus zal voortaan als voorbeeld dienen voor andere probleembanken en -landen. Hoewel het voorstel niet meer dan de logica zelve is en bovendien een noodzakelijke voorwaarde om tot een gezonde banksector te komen, werd het onmiddellijk afgekraakt door sp.a-voorzitter Bruno Tobback en «econoom» Paul de Grauwe.

Wat heeft eurocommissaris Olli Rehn precies voorgesteld? Wanneer een bank in de problemen raakt, zouden voortaan, zoals bij elke andere onderneming, eerst de aandeelhouders aangesproken worden, en vervolgens al degenen die onbeschermde beleggingen en spaartegoeden bij de banken hebben uitstaan. Dat betekent dus dat als een bank over kop gaat, in de eerste plaats de aandeelhouders riskeren hun geld te verliezen, en als zij het verlies niet helemaal kunnen dekken, vervolgens ook de spaarders. Hij stelt wel uitdrukkelijk dat de staatsgarantie van 100.000 euro zou blijven gelden, en inderdaad, zijn voorstel is eigenlijk niet meer dan een gevolg van die staatsgarantie. Immers, als de staatsgarantie geldt tot 100.000 euro, dan moet daar ook uit volgen dat die staatsgarantie voor bedragen boven de 100.000 euro niet geldt, of toch niet volledig.

Zowel sp.a-voorzitter Bruno Tobback als «econoom» Paul de Grauwe waren er als de kippen bij om dit voorstel af te kraken, en bestempelden het als gevaarlijk en dom. Het zal de lezer waarschijnlijk niet verbazen dat ik eerder de reactie en het gedrag van Bruno Tobback en Paul de Grauwe als gevaarlijk en dom zou willen omschrijven. Want de consequentie van hun pleidooi, namelijk dat de spaarders nooit aangesproken zouden mogen worden, is niets anders dan dat de staatsgarantie tot in het oneindige door zou moeten lopen. Een staat heeft daardoor geen enkele bescherming meer tegenover spaarders, waardoor het failliet van een bank veel sneller zal leiden tot het failliet van een staat. Bovendien zorgt zulke oneindige staatsgarantie voor een moral hazard, want het moedigt spaarders ertoe aan hun geld bij roekeloze banken te plaatsen.

Een voorbeeld van dit effect zou nochtans nog redelijk vers het geheugen van Bruno Tobback en Paul de Grauwe moeten liggen. Of zouden zij werkelijk al vergeten zijn hoe IJslandse banken niet zo heel lang geleden de markten binnendrongen met lage tarieven en hoge renten, om vervolgens bij de eerste de beste tegenslag volledig over kop te gaan? Degenen die eerst tegenover hun buren en in hun familie snoefden hoe slim ze toch niet waren om hun geld bij zo'n goedkope IJslandse bank te plaatsen, waren meteen ook de eersten die hard riepen hoe vreselijk het wel niet was dat hun geld plots geblokkeerd stond. Tja. Dat er niet zoiets bestaat als een gratis lunch, en dat een hoger rendement gewoonlijk ook een hoger risico inhoudt was een les die ze toen pas geleerd hebben. Wanneer ik echter Bruno Tobback op de radio hoor verklaren dat het toch niet de taak van de spaarder kan zijn om na te gaan of zijn bank wel solide genoeg is, is mijn conclusie dat hij die les blijkbaar nog steeds niet geleerd heeft.

Het effect van zo'n oneindige staatsgarantie is immers dat spaarders bij zulke roekeloze banken eerst een lager tarief betalen, vervolgens systematisch hogere renten opstrijken, en dan wanneer het fout gaat de rekening doorschuiven naar de voorzichtige spaarder/belastingbetaler die zo idioot was zijn geld bij een «dure» bank te plaatsen. Of hoe Bruno Tobback en Paul de Grauwe de voorzichtige spaarder/belastingbetaler twee keer willen laten betalen. Wie genoeg verdient om belastingen te betalen maar niet genoeg om elke maand wat geld opzij te zetten is trouwens helemaal de klos.

Meer zelfs, als sp.a-coryfee Johan vande Lanotte zich de laatste tijd op één vlak geprofileerd heeft, dan wel dat van de shoppende verbruiker. Onder meer met een spaarsimulator, die de spaarders precies van conservatieve naar roekeloze banken drijft. Of moeten we nu echt denken dat die spaarsimulator in september 2008 de verbruiker voor de problemen bij Icesave zou gewaarschuwd hebben, dan wel hem er precies in groten getale heen zou gestuurd hebben? (A propos, geen enkele kwaliteitsjournalist die ook maar één kritische vraag plaatste bij die spaarsimulator van de leerling-tovenaar uit Oostende, maar misschien hadden die het al moeilijk genoeg met het procentrekenen dat al snel om de hoek komt kijken als we het over spaartegoeden en renten hebben…)

Er is nochtans één puntje waarop Bruno Tobback wel een klein beetje gelijk heeft, namelijk dat 100.000 euro niet bepaald een fenomenaal groot bedrag is. En je bank zal maar net failliet gaan de dag voor je een huis koopt. Het zou dan ook best kunnen dat de staatsgarantie iets hoger mag, al stellen we dan ook weer vragen bij het bedrag van 500.000 euro dat hij op de radio vermeldde – en dan nog als een bedrag dat toch ook nog zeker gedekt diende te worden door de staat. Blijkbaar verdient het niet slecht om voorzitter van de sp.a te mogen spelen. Bovendien stel ik me de vraag wie vandaag de dag nog 100.000 euro op zijn spaarrekening heeft staan, zonder enige andere vorm van belegging. Mag ik er enig darwinisme in zien als iemand op die manier bijna zijn hele fortuin verliest?

Overigens stel ik mij bij het gedrag van Bruno Tobback verder weinig vragen. De man is socialist, en wat mij betreft volstaat dat al ruimschoots als brevet van onkunde in de economie. Bovendien is een discours waarbij de staat maar garant moet staan voor al het spaargeld lekker gemakkelijk (populistisch?), ook al gaat het regelrecht in tegen de belangen van de kleine spaarder die moet gaan werken voor zijn kostje, en dus ook belastingen moet betalen. Dat segment van de bevolking dus waar men ooit de kernkiezers van de SP aantrof, vóór het vervangen werd door de combinatie loftsocialisten en allochtonen.

Wat me wel verbaast is de reactie van Paul de Grauwe, die toch beter zou moeten weten. Hij wordt nog steeds omschreven als «econoom», maar het is maar de vraag hoe lang dat nog ethisch verantwoord kan worden. De man heeft niet alleen een cursus basiseconomie gekregen, hij heeft ze zelfs zélf gehouden. (Onder meer aan ondergetekende, die overigens niet bepaald zwaar onder de indruk was van de manier waarop hij aan studenten burgerlijk ingenieurs het begrip «afgeleide» trachtte bij te brengen, en dat nota bene vlak na een uurtje differentiaalvergelijkingen.) Heeft de man last van vroegtijdige dementie, en wordt het stilaan tijd dat enkele heren in witte jassen zijn bovenkamer eens grondig komen nakijken? Of is hij gewoonweg onlangs opgekocht door de PS, zoals men ook zou kunnen vermoeden wanneer men zijn waarschuwingen tegen besparingen leest? Het begint in ieder geval erg op te vallen dat over zo ongeveer elk economisch vraagstuk zijn betoog naadloos gelijkloopt met de agenda van de sp.a en de PS. Het meest problematisch daarbij is vooral dat sp.a en PS vervolgens Paul de Grauwe gebruiken als gezagsargument, want zelfs «liberale economen» geven hen zogezegd gelijk. En op enige nuance daarover hoeft men dan uiteraard niet te rekenen in onze kwaliteitsmedia.

Labels: , , ,

Read more...

8 januari 2013

Vijf kantelpunten voor de nabije toekomst (Hoegin)

De mens heeft altijd de neiging te veronderstellen dat de nabije toekomst niet meer is dan een continue voortzetting van het heden en het nabije verleden. Een groot deel van de tijd is dit ook zo, maar af en toe treden er veranderingen op die een duidelijke «voor» en «na» definiëren. Niet allemaal zijn ze even voorspelbaar, maar bij het begin van dit jaar past het misschien enkele zulke kantelpunten tegen het licht te houden.

Laten we beginnen met een verandering die net zo goed al een tijdje geleden had gebeurd kunnen zijn: de ontbinding van LDD–Nationaal. Voor de provincieraadsverkiezingen werden er niet eens lijsten ingediend, zogezegd omdat de partij tegen het provinciale bestuursniveau is, maar dat de partij in de peilingen al een tijdje ver beneden de kiesdrempel zweeft zal ongetwijfeld ook wel een rol gespeeld hebben. Op dit ogenblik is de partij gereduceerd tot een fractie met zes parlementsleden in het Vlaams Parlement, één vertegenwoordiger in het Europees Parlement, Jean-Marie Dedecker zelf in de Kamer, en verder enkele gemeenteraadsleden hier en daar, die vaak nog niet eens onder de eigen naam LDD durfden op te komen bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. De kans is groot dat de partij volledig zal verdwijnen uit de regionale, nationale en Europese parlementen na de verkiezingen van 2014, of het zou moeten zijn dat Jean-Marie Dedecker er opnieuw in slaagt in West-Vlaanderen een zetel te bemachtigen. De vraag is dan: is het eigenlijk nog de moeite waard een nationale partijstructuur in stand te houden, wanneer die alleen nog maar voor een administratieve rompslomp zorgt, plus af en toe nog wat ruzie?

Mijn vermoeden is dat Jean-Marie Dedecker zelf er hoogstwaarschijnlijk graag al lang een punt had achtergezet, maar zijn probleem is dat hij natuurlijk een verleden met zich meesleept en dus moeilijk nog bij een andere partij kan aansluiten. Bij de Open Vld maakte hij zich onmogelijk en werd hij uiteindelijk uit de partij gezet. De meest logische keuze nu zou de N-VA zijn, maar na zijn korte passage daar in november 2006 is dit zowel voor hem als voor de N-VA vermoedelijk geen optie meer. Bij Vlaams Belang heeft hij nooit willen aansluiten, en over CD&V, sp.a of Groen hoeven we het niet eens te hebben. Conclusie: bij een andere partij aansluiten is niet meer mogelijk, dus rest alleen nog de optie de partij op te doeken en de leden en mandatarissen vrij te laten in hun keuze om bij een andere partij aan te sluiten. Vermoedelijk vooral N-VA, en in mindere graad Open Vld. Vanuit een democratisch perspectief zou dit best nog voor de verkiezingen van 2014 gebeuren, want LDD heeft zeker enkele prima mandatarissen in huis die in de verscheidene parlementen op hun plaats zijn. Maar vooral ook omdat er dan geen stemmen verloren zouden gaan naar lijsten die weinig of geen kans maken de kiesdrempel te halen. Mijn aanvoelen is dat Jean-Marie Dedecker toch nog een poging zal willen wagen in 2014, en dat de ontbinding van LDD–Nationaal dus nog een tijdje op zich zal laten wachten.

Het volgende kantelpunt werd ondertussen al enkele malen vermeld: de verkiezingen van 2014, soms ook wel –weinig fantasievol– de «moeder aller verkiezingen» genoemd. LDD zal daarin waarschijnlijk alleen maar een bijrol spelen, net zoals een eventuele intrede van de PVDA niet meer dan een verhaal in de marge zal zijn. Alle ogen zullen immers gericht zijn op de N-VA. Zal die N-VA bijvoorbeeld haar opmars verderzetten, of is ze misschien al over haar hoogtepunt heen? Hoe dominant zal die N-VA in het Vlaams Parlement worden, en zal ze er incontournable worden dankzij een zogenaamde V-meerderheid? Is die V-meerderheid er niet, zal de N-VA dan überhaupt op een ernstige manier betrokken worden bij de verscheidene coalitieonderhandelingen? Of gaan we dan rechtstreeks naar een regering–Di Rupo II met aan Vlaamse zijde een afspiegelingsregering, misschien zelfs al op de verkiezingsavond beklonken? Zal de Vlaamse coalitievorming trouwens van start kunnen gaan vóór de federale regering gevormd is?

En wat als er in het Vlaams Parlement wél een V-meerderheid uit de stembus komt? Zullen de traditionele partijen het dan aandurven nogmaals in een federale regering te stappen zonder de N-VA? En zal de N-VA dat dan toelaten, of vervolgens het Vlaamse niveau blokkeren? Wie zal trouwens die Vlaamse regering leiden als de N-VA er deel aan neemt: iemand van de N-VA (Antwerps burgemeester Bart de Wever?), of toch Kris Peeters?

Zoals de lezer het merkt: de verkiezingen van 2014 roepen een pak vragen op, maar voorlopig zijn daar nog maar weinig antwoorden op te verzinnen. Het is zelfs nog niet eens zeker wanneer die verkiezingen plaats zullen vinden: in principe vallen de volgende Europese (en dus ook regionale) verkiezingen immers op zondag 8 juni 2014, maar dat is meteen ook pinksterzondag. Daarom vroeg het Europees Parlement reeds de Europese verkiezingen naar mei te verplaatsen. De volgende federale verkiezingen zijn dan weer wettelijk vastgelegd op 20 juli 2014, maar het lijkt erg onwaarschijnlijk dat men amper enkele weken na de Europese en regionale verkiezingen, midden in de zomervakantie en bovendien vlak voor de nationale feestdag (met dus verlengd weekeinde) de bevolking nogmaals naar de stembus zal willen sturen. De verkiezingen zullen dus hoogstwaarschijnlijk in de tweede helft van mei 2014 plaatsvinden, maar een concrete datum is er voorlopig nog niet.

Eens de verkiezingen van 2014 achter de rug volgen de coalitiebesprekingen, waarbij het uitkijken worden welke rol koning Albert II deze keer zal spelen, of zal willen spelen. En daarmee zijn we aan ons volgende kantelpunt aanbeland: het einde van het regnum van Albert II. Inderdaad, de commotie rond zijn kersttoespraak en welke rol hij wel of niet mag spelen bij de federale regeringsonderhandelingen is eigenlijk niet meer dan een achterhoedegevecht. Sedert de plotse dood van koning Boudewijn weten we allemaal dat het snel kan gaan, en dat kranten van de ene dag op de andere moeten kunnen overschakelen van een gezapige komkommertijd naar ekstra-edities en nieuws de klok rond. Zelfs al wordt koning Albert II honderd jaar –wat ik hem trouwens als mens van harte toewens–, dan is het nog twijfelachtig dat hij in 2034 nog steeds op de troon zal zitten en effectief formateurs, informateurs, koninklijke verkenners en wat weet ik nog allemaal het veld zal insturen.

Op die manier zitten de Belgische royalisten, waaronder «principiële republikeinen» als een sp.a-voorzitter Bruno Tobback, toch wel een beetje gevangen. Aan de ene kant wensen ze dat koning Albert II zoveel mogelijk macht behoudt, zelfs al is het allemaal maar symbolisch, omdat op die manier een partij als CD&V mooi in de pas gehouden kan worden. En met haar ook een aanzienlijk deel van de Vlaamse bevolking, dat binnenskamers af en toe wel eens wil morren, maar zich uiteindelijk toch maar weer bij de situatie neerlegt. Maar wat zal dat worden eens prins Filip op de troon zit? Zal men hem voldoende kunnen sturen om niet al te gekke fratsen uit te halen? En zal hij bij de Vlaamse bevolking voldoende geloofwaardigheid kunnen opbouwen om haar onder de Belgische knoet te kunnen blijven houden? Koning Albert II kon het zich veroorloven met de vuisten op tafel te slaan, maar een partij die tegen haar eigen belangen in in een federale regering stapt omdat koning Filip zich wat boos maakt riskeert vooral zichzelf onsterfelijk belachelijk te maken.

Overigens, wat de regeringsonderhandelingen betreft volstaat het dat één partij weigert nog mee te spelen in het stukje slecht amateurtheater dat telkens weer opgevoerd wordt, en de rol van de koning is de facto uitgespeeld. Bart de Wever hoeft volgende keer dus niets meer te doen dan de koninklijke uitnodigingen naast zich neer te leggen, eventuele informateurs wandelen te sturen en als voorzitter van de grootste fractie in het parlement zelf gesprekken aan te knopen zoals die hem behagen, en hij heeft meteen zijn hervorming op zak. Dat vraagt natuurlijk wel een beetje meer moed, en vooral ook de wil om eens buiten de Belgische en eindelijk binnen de democratische lijntjes te kleuren dan het schrijven van een open briefje met een smeekbede aan alle andere partijvoorzitters. Dat zijn collega Gwendolyn Rutten van de Open Vld, soortelijk gewicht in de peilingen ongeveer een derde of nog minder van de N-VA, die vraag prompt hooghartig naast zich neerlegde hoefde dan ook niet te verwonderen, om niet te zeggen dat het eigenlijk het enige mogelijke antwoord was.

Over partijvoorzitters gesproken, in 2014 loopt het huidige mandaat van Bart de Wever als voorzitter van de N-VA af. En de vraag wie hem zal opvolgen als de nieuwe partijvoorzitter van de N-VA is nu al voer voor interviews en speculaties. Een voor de hand liggende kandidaat als Jan Jambon liet zelfs al verstaan dat hij geen kandidaat wil zijn.

De huidige dominante positie van de N-VA in het Vlaamse partijpolitieke landschap zorgt ervoor dat de verkiezing van een nieuwe partijvoorzitter meer is dan een partij-interne aangelegenheid. Wie de nieuwe voorzitter wordt, en hoe hij/zij die rol zal invullen zal gevolgen hebben voor de politiek in Vlaanderen. Onder meer omdat een miscast meteen ook die dominante positie van de N-VA op losse schroeven zou zetten. De afgelopen jaren kon Bart de Wever met recht en reden zeggen «le parti, c'est moi», en daardoor is ook onduidelijk of de N-VA zulke goede scores haalt omwille van haar partijprogramma dan wel haar voorzitter. In het geval van de LDD (en eerder ook ROSSEM) weten we dat het vooral het laatste was. De N-VA heeft natuurlijk wel een diepere historische en maatschappelijke verankering via de oude Volksunie en de Vlaamse Beweging, maar anderzijds behaalde de N-VA ondanks die verankering bij de verkiezingen in 2003 slechts één verkozene, namelijk Geert Bourgeois in West-Vlaanderen. Lijsttrekker voor de Kamer in de kieskring Antwerpen was toen een zekere Bart de Wever…

Sluiten we af met een dubbel kantelpunt: de referenda in Catalonië en Schotland over onafhankelijkheid, allebei geprogrammeerd voor 2014. In landen als Finland, Litouwen of Slovenië zal men waarschijnlijk weinig problemen hebben met die referenda, maar dat ligt wel even anders voor bijvoorbeeld Frankrijk of Italië, om over de betrokken landen Spanje en Groot-Brittannië nog maar te zwijgen. Maar ook de Europese Unie kan lastig doen, al zal die uiteindelijk wel bijdraaien. Schotland zou men eventueel nog kunnen missen, maar een eenvoudige blik op de kaart leert dat het geopolitiek gezien volslagen idioot zou zijn een zelfstandig Catalonië buiten de EU te willen houden als straf voor hun verfoeilijk nationalisme. (En in tegenstelling tot de onzin die Paul Magnette vandaag in De Standaard serveerde geldt dat laatste uiteraard ook voor Vlaanderen dat nota bene Brussel omsluit.)

Indien Catalonië en/of Schotland in 2014 als resultaat van hun referenda de onafhankelijkheid zouden uitroepen, zou dat natuurlijk een pak benen wegslaan vanonder de argumentatie van de Belgische partijen dat separatisme moeilijk en duur is, en zeker niet eenzijdig kan. Maar ook voor de N-VA zou Schotse of Catalaanse onafhankelijkheid enkele problemen opleveren, en de zaak van het Vlaams Belang merkelijk versterken. Want daar sta je dan met je verhaal van evolutie in plaats van revolutie. Of confederalisme –in welke betekenis dan ook– in plaats van separatisme. Om over ontbrekende draagvlakken nog maar te zwijgen. (Waar waren trouwens de draagvlakken voor de invoering van het migrantenstemrecht, de euro of de afschaffing van de doodstraf?)

Ziedaar mijn vijf kantelpunten voor de nabije toekomst: de ontbinding van LDD–Nationaal, de verkiezingen van 2014, het einde van het regnum van Albert II, een nieuwe partijvoorzitter voor de N-VA en Schotse en/of Catalaanse onafhankelijkheid. Uiteraard staat er de komende jaren veel meer te gebeuren dan dit, zoals bijvoorbeeld de opstelling van de begroting voor 2014 of een nieuwe gehypete politicus, maar zulke dingen behoren meer tot de gewone dagelijkse gang van zaken. Welke van de vijf kantelpunten de belangrijkste zal zijn valt moeilijk in te schatten, onder meer omdat ook de timing een zekere rol speelt. Mijn vermoeden is echter dat op dit ogenblik weinig of geen rekening gehouden wordt met het einde van het regnum van koning Albert II, en dat er daarom een groter verrassingseffect aan verbonden zal zijn dan aan de andere. Voor een instabiel land als België is zoiets zelden goed nieuws.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

10 november 2012

Hondstrouwe democraten (vpmc)

.
Misschien lezer, bent u ook democratisch gezind, en in dat geval hebt u wellicht een paar teksten gelezen die daar verband mee houden. Soms al wat oudere teksten misschien. Op zich is dat geen schande, maar in die oude teksten blijven de nadelen van het democratische stelsel –niet altijd maar soms– onderbelicht.
In een interessant artikel van Marjan Justaert, in De Standaard op p.5 vandaag, onder de titel "SP-A zkt. hondstrouwe afdelingen", las ik dat de kopstukken van de socialistische partij zich van deze nadelen terdege bewust zijn.
Het artikel behandelt die kwestie in Aalst, waar de socialistische partijleden massaal verkeerd hebben gestemd, een fenomeen dat zich ook bij algemene verkiezingen soms voordoet:
«Volgens verschillende kopstukken vertonen de statuten die de afdelingen erg veel vrijheid geven– een lacune: er is geen “formule” waardoor de partijtop kan ingrijpen als een afdeling zich niet gedraagt conform de waarden van de SP-A. “De democratie heeft zo haar gebreken”, luidt het.»
Wat die hoge heren en dames van de SP-A over democratie denken is heel juist, maar het werd vroeger al kernachtiger geformuleerd door Voltaire:
«Quand la populace se mêle de raisonner, tout est perdu.»
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

17 oktober 2012

Zwart-gele of zwart-geel-rode zondag? (Hoegin)

De massale overwinning van N-VA in zowel de steden –Antwerpen!– als de gemeenten zorgde ervoor dat 14 oktober 2012 in de pers al snel tot «zwart-gele zondag» gedoopt werd. Vergeleken met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 is de vooruitgang van de N-VA inderdaad indrukwekkend. Maar is er nog steeds sprake van een «gele golf» als we de uitslagen even vergelijken met de federale verkiezingen van twee jaar geleden? We wagen ons even aan de psefologie.

Zoals de lezer ongetwijfeld weet, is het een onmogelijke opgave om de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen te vergelijken met regionale, federale of Europese verkiezingen. De provincieraadsverkiezingen daarentegen, die gewoonlijk een beetje onder de radar door passeren, kunnen wel vergeleken worden met de andere, nationale verkiezingen. Meer dan de resultaten bij mekaar tellen is daarvoor in principe niet nodig, ware het niet dat sp.a en Groen deze keer besloten om in Limburg samen naar de kiezer te trekken in een kartel. Bovendien bestaat er voor Brussel geen provinciaal niveau, en kunnen we de Brusselse Vlamingen in deze oefening niet betrekken. Enerzijds kunnen we echter aannemen dat de Brusselse Vlamingen de verhoudingen tussen de partijen op Vlaams niveau niet al te zeer wijzigen, al was het maar omdat hun gewicht in de totale Vlaamse bevolking relatief klein is. Anderzijds kunnen we de stemmen voor het kartel sp.a–Groen in Limburg tussen de twee partijen verdelen volgens hun verhouding in die provincie bij de verkiezingen van 2010. In het totale resultaat zal ook dat waarschijnlijk niet zo heel veel verschil maken omdat Limburg niet meteen de grootste provincie in Vlaanderen is, en er bovendien weinig reden is om aan te nemen dat de verhouding tussen sp.a en Groen in Limburg sterk gewijzigd zou zijn.

Wat is dan het resultaat van deze oefening? Om te beginnen blijkt dat er dan van die gele golf niet zo heel veel meer overblijft. De N-VA bevestigt weliswaar haar score van 2010 en bewijst daarmee geen eendagsvlieg te zijn, maar de vooruitgang van 28,2% naar 28,5% is nu ook weer niet overdreven groot. Bovendien blijkt dat CD&V herstelt van 17,6% in 2010 naar 21,4% nu, terwijl Open Vld de derde partij wordt met een lichte winst van 14,0% naar 14,6%. Sp.a gaat achteruit van 15,0% naar 13,8%, terwijl Vlaams Belang zwaar verlies lijdt van 12,6% naar 8,9%. Groen gaat erop vooruit van 7,1% naar 8,1%. Merken we tot slot nog op dat LDD, dat in 2010 nog 3,7% van de stemmen haalde, geen lijsten had ingediend voor de provincieraadsverkiezingen, en dus uit de resultaten verdwijnt.

Een simulatie voor een zetelverdeling in het Vlaams Parlement is deze keer eenvoudig: de provincies zijn immers meteen ook de kieskringen voor de regionale verkiezingen, en dus kan er –behalve in Limburg voor sp.a en Groen– rechtstreeks per kieskring/provincie doorgerekend worden. Alleen in Brussel dient er een extrapolatie gemaakt te worden op basis van de cijfers van 2010. Het resultaat leert dat N-VA de dominante partij in het Vlaams Parlement zou worden, op afstand gevolgd door CD&V, en daarna Open Vld en sp.a. Vlaams Belang en Groen komen verderop, en zouden ongeveer even groot worden. UF behoudt haar ene zetel, terwijl LDD zou verdwijnen uit het Vlaams Parlement.

De simulatie voor de zetelverdeling geeft alvast één opvallend resultaat: in tegenstelling tot wat de meeste peilingen de laatste maanden verkondigden is er geen sprake meer van een zogenaamde V-meerderheid. Ook in de procenten valt dit duidelijk af te lezen. De voorwaarde voor de zogenaamde Maddens-hypothese is voorlopig dan ook nog niet vervuld, zoals Bart Maddens overigens zelf ook opmerkt onder de passende titel «Kroniek van een aangekondigde nederlaag». En wat hij (en stilaan ook anderen) ook opmerkt: de federale regeringspartijen CD&V, Open Vld en sp.a zouden met dit resultaat in het Vlaams Parlement zelfs opnieuw een meerderheid behalen, dat wil zeggen zonder dat ze de hulp van Groen nodig zouden hebben. In stemmen uitgedrukt haalden de drie traditionele partijen deze zondag samen zelfs 49,8%! De claim van Bart de Wever dat deze verkiezing een afstraffing voor de regering–Di Rupo inhield valt dan ook moeilijk te onderbouwen met deze cijfers. Als we al enige federale conclusies aan de resultaten van 14 oktober 2012 mogen vastknopen, dan eerder dat de Vlaamse kiezer blijkbaar helemaal niet zo ontevreden is over de regering–Di Rupo, en dat het er inderdaad nogal beroerd uitziet voor de N-VA voor 2014.

Kunnen de verkiezingsresultaten van 14 oktober vergeleken worden met die van 13 juni 2012? Traditioneel luidt het dat CVP/CD&V het bij gemeenteraadsverkiezingen beter doet dan in de nationale verkiezingen, en dat dit ook z'n invloed heeft op de provincieraadsverkiezingen. Kijken we even naar de provincieraadsverkiezingen van 2006, dan blijkt daar echter niet zo heel veel van aan te zijn. In 2004 behaalde het kartel CD&VN-VA nog 26,1% voor het Vlaams Parlement, om in 2006 uit te komen op 30,1%, inderdaad een sprong omhoog. Maar amper een half jaar later, in 2007, kwam datzelfde kartel van CD&VN-VA uit op… 30,0%, niet bepaald een sprong neerwaarts. Het grootste verschil tussen de provincieraadsverkiezingen van 2006 en de federale verkiezingen van 2007 was de opkomst van Lijst Dedecker, en die had blijkbaar zelfs geen invloed op de score van CD&V en N-VA samen.

De these dat de provincieraadsverkiezingen niet te vergelijken zouden zijn met nationale verkiezingen gaat bovendien van de veronderstelling uit dat de Vlaamse kiezer er niet helemaal met zijn hoofd bij is wanneer hij in het stemhokje staat. Kiest hij werkelijk voor de CD&V in de provincieraad omdat de lokale CD&V-burgemeester een sympathieke man of vrouw is? Kan hij werkelijk in 2010 nog voor de N-VA van Bart de Wever gekozen hebben, de laatste weken niet opgemerkt hebben dat diezelfde Bart de Wever van deze verkiezingen een nationale test wou maken, en daarom dus een beetje «per ongeluk» –uit verstrooidheid? naar oude gewoonte?– afgelopen zondag naar de CD&V-stal is teruggekeerd? Ik denk dat zulke redenering onrecht doet aan de Vlaamse kiezer, om niet te zeggen impliciet een pleidooi tegen verkiezingen en democratie tout court inhoudt.

Dit alles betekent dus dat de N-VA op het lokale niveau inderdaad veel te vieren had, maar dat de partij op nationaal niveau waarschijnlijk nú al met een ernstig probleem zit. Zeker als we Bart de Wever op zijn eigen woord mogen geloven, want dan is het zelfs mogelijk dat de nederlaag van 2014 nu al ingezet is. Immers, niet alleen bleef de N-VA deze zondag ter plaatse trappelen, bovendien verloor ze waarschijnlijk ook kiezers aan… de oude kartelpartner CD&V! Verkiezingen zijn immers (zo goed als) gesloten systemen: als we abstractie maken van nieuwe kiezers, dan moet de winst van de ene gecompenseerd worden door verlies voor de andere. En dan komen we al snel tot onderstaande figuur.

De lezer weze gewaarschuwd: dit is zelfs bij benadering geen exacte wetenschap, om de eenvoudige reden dat stemmenverschuivingen een veel complexer systeem vormen dan enkele eenvoudige en lineaire verschuivingen van links naar rechts of omgekeerd. Toch wil ik pretenderen dat ik niet helemaal met spek schiet, al staat het de lezer die het oneens is natuurlijk altijd vrij een ander verklaringsmodel op te stellen.

Wat zijn de hypotheses die de basis voor deze figuur vormen? Ten eerste, dat al het verlies van het Vlaams Belang naar N-VA gaat (zoals Bart de Wever zelf ook beweert). Ten tweede, dat de winst van de Open Vld van LDD komt. Ten derde, dat de rest –eigenlijk het gros– van LDD naar N-VA gaat, conform het stemadvies van een aantal LDD-kopstukken. Ten vierde, dat de winst van Groen van sp.a komt. Ten vijfde, dat de verdwijnende stemmen (naar «Anderen») vooral naar extreem-links gaan, zoals sp.a-voorzitter Bruno Tobback beweert. Voor de eenvoud laten we die stemmen daarom vertrekken vanuit de sp.a. En verder nemen we aan dat sp.a, CD&V en N-VA kiezers met mekaar uitwisselen van rechts naar links (of omgekeerd), zonder verdere interactie met bijvoorbeeld Open Vld, Groen of andere partijen. Even doorrekenen, en wat blijkt? N-VA verliest in dit vereenvoudigde systeem zeven procent kiezers aan de CD&V.

Er zijn natuurlijk andere modellen mogelijk, maar geen van hen houdt fundamenteel beter nieuws voor de N-VA in. Wat bijvoorbeeld als N-VA haar kiezers wist vast te houden, maar Vlaams Belang en LDD hun voormalige kiezers rechtstreeks aan LDD afstonden? Niet echt een scenario waar men bij N-VA veel vrolijker kan van worden. Misschien vertrokken wel àlle kiezers van LDD naar Open Vld, en verloor Open Vld een aantal kiezers aan CD&V? Of heeft N-VA wél de kiezers van Vlaams Belang en LDD opgeslorpt, en moet het status quo eerder verklaard worden door een beduidend aantal N-VA-kiezers dat gewoon thuis is gebleven? Of wist CD&V een pak jonge (nieuwe) kiezers aan te trekken? Hoe je het ook draait of keert, veel goed nieuws valt hier voor de N-VA niet te rapen. De meest waarschijnlijke en vermoedelijk nog minst erge verklaring voor de uitslag van afgelopen zondag blijft dan ook dat een aantal kiezers tussen 2010 en 2012 teruggekeerd zijn van N-VA naar CD&V.

Zwart-gele zondag was dan ook helemaal niet zo zwart-geel als men in eerste instantie dacht. Meer zelfs, men kan moeilijk rond de vaststelling heen dat N-VA en Vlaams Belang samen geen status quo wisten te behouden, ondanks het verdwijnen van LDD. Op twee jaar tijd daalde het aantal V-kiezers van 44,5% naar 37,4%, een afname met niet minder dan zeven procent. En zelfs als we de kiezers van LDD buiten beschouwing laten, zakt het aantal V-kiezers met ruim drie procent. En dit nota bene na een jaar met de Waalse socialist Elio di Rupo aan het hoofd van het land, een misbaksel van een staatshervorming, en begrotingen en begrotingscontroles die in Vlaanderen onmogelijk als correct of rechtvaardig ervaren kunnen worden.

Reken overigens maar dat het besef van die zwart-gele achteruitgang langzaamaan zal beginnen doordringen, zowel bij de politici van de federale regeringspartijen als in de media. Verwacht kan trouwens worden dat de volgende peilingen een neerwaartse correctie van de score van de N-VA zullen tonen, waardoor de N-VA meteen in een sfeer van achteruitgang terecht zal komen. Daar komt nog bij dat de komende maanden bij de N-VA nog aardig wat hommeles verwacht kan worden op het gemeentelijk niveau. Een partij in opmars trekt altijd gelukzoekers en tafelspringers met grote ambities aan, en die ambities zullen niet allemaal bevredigd kunnen worden, zeker niet als er her en der inderdaad sprake is van anti-N-VA-coalities. Op die manier komt men snel in een malaise terecht, die de régimemedia trouwens met veel plezier zullen willen uitvergroten.

In het beste geval vormde 14 oktober 2012 voor de N-VA, en bij uitbreiding de V-partijen, een reculer pour mieux sauter. Een scherpere nationale campagne in de aanloop naar de volgende federale verkiezingen, waarin men het openlijk kan hebben over de werkelijke omvang en draagwijdte van de «prestaties» van de regering–Di Rupo, kan in dat opzicht misschien veel goedmaken. In het andere geval is de kans reëel dat de Vlaamse Beweging in 2014 de Schots-Catalaanse onafhankelijkheidstrein hulpeloos voorbij zal zien rijden. Veel reden om nog lang door te feesten over 14 oktober 2012 zie ik dan ook niet.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , ,

Read more...

20 september 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends (Hoegin)

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De StandaardVRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De StandaardVRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De StandaardVRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De StandaardVRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De StandaardVRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De StandaardVRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De StandaardVRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De StandaardVRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten