24 oktober 2012

Banennationalisme in Genk (Hoegin)

De sluiting van Ford Genk is uiteraard een zware slag voor alle werknemers en hun familie, zowel voor hen die rechtstreeks tewerkgesteld zijn in de fabrieken van Ford Genk, als alle anderen bij de vele toeleveranciers die nu een onzekere toekomst tegemoet gaan. En men kan daarbij discussiëren over de manier waarop de directie van Ford het slechte nieuws bracht, maar met voorsprong de meest misselijkmakende vertoning van vandaag was ongetwijfeld de totentrekkerij die het hele zootje politici om de beurt ten beste gaf.

Het is natuurlijk niet niks wanneer een fabriek die rechtstreeks en onrechtstreeks voor tienduizend banen zorgt zijn deuren sluit. Je zal in de provincie Limburg dan ook lang moeten zoeken om iemand te vinden die niet zelf, in zijn gezin, zijn familie of vriendenkring getroffen wordt door de sluiting van Ford Genk. Maar de manier waarop enkele politici, die er anders als de kippen bij zijn om de auto met de vinger te wijzen als oorzaak van heel veel kwaad, vandaag hun verontwaardiging hebben geuit, die tart werkelijk elke verbeelding.

Neem nu Groen. Filip Watteeuw schreeuwt in een persmededeling dan wel zijn verontwaardiging uit, maar is het niet precies Groen dat in andere tijden de auto het liefst zoveel mogelijk verbiedt en belast? Neem bijvoorbeeld Antwerpen, waar Groen via allerlei groupuscules probeert te bekomen dat men met de auto amper nog de provincie, laat staan de stad binnen zou raken. En als het dan toch echt moet, liefst nog overkapt of diep onder de grond in een tunnelkoker, zelfs al moet men daar leningen met een Spaans afbetalingsplan voor aangaan. Ford heeft trouwens echt niet het monopolie op «subtiele en sluwe communicatie», zoals Filip Watteeuw het formuleert. Over CO2-taksen en wat weet ik nog allemaal hebben we het dan trouwens nog niet gehad. Persoonlijk had ik eerder uitbundige jubelkreten uit de hoek van Groen verwacht bij de sluiting van al bij al toch een productiecentrum van milieuvervuilende consumpiegoederen in handen van Amerikaans-imperialistische kapitalistische zwijnen. Of niet soms?

O ja, Groen zou natuurlijk Groen niet zijn als het niet de kans zag om bij zoveel menselijke miserie niet op te roepen om nog wat meer belastinggeld te spenderen aan groene hobby's, zoals «de ecologische reconversie van de industrie». Maar zou het kunnen dat precies het versmossen van belastinggeld aan allerlei groene hobby's, vaak gretig overgenomen door sp.a om in één moeite door enkele kameraden aan een vetbetaalde gesubsidieerde baan te helpen, mee voor de waanzinnig hoge belastingdruk heeft gezorgd waar Ford nu hartelijk voor bedankt? Een korte referentie naar het i-Cleantech Vlaanderen van Ingrid Lieten, «toevallig» niet zo heel ver weg van het Limburgse Genk gelegen, zal voor de lezer waarschijnlijk al ruimschoots volstaan.

Overigens, het was diezelfde Filip Watteeuw die twee jaar geleden ook al eens zijn verontwaardiging uitschreeuwde in een persmededeling, maar dan wel één van een heel andere aard. Stel je immers voor: de Vlaamse Regering had het toen in haar hoofd gehaald om in tijden van besparing de regels rond het zogenaamde Dina-abonnement aan te passen om wat geld uit te sparen. Voor wie niet weet wat een Dina-abonnement is: wie een Belgische nummerplaat schrapt of buiten zijn gezin overdraagt kan bij De Lijn een gratis jaarabonnement aanvragen. Niet echt iets dat de verkoop van auto's stimuleert, zou ik zo zeggen. Of zoals Filip Watteeuw het zelf schreef: in 2009 «9000 wagens minder op de weg, een toch niet te verwaarlozen resultaat». Ik kan me voorstellen dat de werknemers van Ford Genk er vandaag ook zo over denken. De alarmkreet dat het aantal Dina-abonnement in vrije val verkeert is trouwens nog maar een paar dagen oud.

Uiteraard is Groen vandaag de enige partij niet die behoorlijk hypocriet uit de hoek kwam. Wat bijvoorbeeld te denken van Kathleen van Brempt van de sp.a, die er anders geen probleem mee heeft om de schuld voor alle economische problemen in het zuiden van Europa af te schuiven op Duitsland? Waarom is zij als socialiste en Trans-Europeeër niet juist tevreden dat een bedrijf als Ford liever een fabriek in Genk sluit dan in het Valenciaanse Almussafes? Laten we immers eerlijk zijn: in Valencia zal men die banen veel meer nodig hebben dan in Limburg. En ja hoor, ze mogen daar in Almussafes nu best meeleven met Genk, maar de vraag is maar hoe lang die sympathie zal blijven duren als de Vlaamse regering een konijn uit haar hoed zou toveren waardoor de autoproductie alsnog in Genk zou kunnen blijven.

Als puntje bij paaltje komt blijkt dus ook voor Kathleen van Brempt het Vlaamse hemd nader dan de Valenciaanse rok. Of de Griekse, als het moet. En al zeker haar hemd alleen niet. Het is bijvoorbeeld maar de vraag of we eerstdaags een zekere Guy Verhofstadt aan de poorten van Ford Genk zullen mogen opmerken met gratis exemplaren van zijn schrijfsel «Voor Europa!», kwestie van de mensen iets interessants aan te bieden nu ze toch wat meer tijd zullen hebben om wat te lezen. Ik zou het hem in ieder geval eerder afraden. Maar als morgen Volvo Cars Gent sluit, sluit ik niet uit dat zelfs hij mee op de banennationalistische barricades zou kruipen. Auschwitz, dat zijn de anderen.

Labels: , , , , ,

Read more...

23 oktober 2012

Waarover men beter niet spreken kan (vpmc)

.
Volgens zijn eigen dictum zou ik over de filosoof Wittgenstein moeten zwijgen, want ik heb van de man niets gelezen. Ja, “wovon man nicht sprechen kann, darüber muß man schweigen” kan ik uit mijn hoofd zeggen, zoals elke lapzwans over gebakjes zal beginnen als hij je een wijsheid uit zijn ongelezen Proust wil meegeven. 
Proust heb ik ook niet gelezen, en hij komt hier verder niet ter sprake, maar ik kan hem niet hebben, en Wittgenstein al evenmin, en dat komt door de slechte vrienden van die twee, die altijd zo hoog van hen opgeven.

Op mijn achttiende of negentiende, herinner ik mij, heb ik nog even overwogen om de Tractatus van Wittgenstein te stelen. Het was een klein geel boekje van Reclam en ik had het al in mijn hand, in een lang verdwenen boekhandel aan de Ajuinlei in Gent waar veel gestolen werd, een beetje zoals bij Maspero in Parijs maar vanzelfsprekend op kleinere schaal.
Ik bleef op het rechte pad die dag, niet uit morele overwegingen maar omdat die ene zin van Wittgenstein –de slotzin die ik net citeerde, en waar onvermijdelijk mijn oog op was gevallen– mij grondig tegenstond. Uitgerekend deze Ludwig dacht ik, kon blijkbaar wél nog iets zeggen over “wovon man nicht sprechen kann”
Ik plaatste zijn boekje met een zeker dedain terug en daar hield het voor mij op, al neem ik grif aan dat anderen dit probleempje lang voor mij al hadden opgemerkt, en dat zij het intussen verklaard hebben en weggewerkt onder weer nieuwe diepzinnigheden. Wellicht had ik het allemaal niet goed begrepen, ik wil dit gerust aannemen, echter: mij verder erin verdiepen doe ik niet.
Maar mijn juveniele filosofische bezwaren gelaten voor wat ze zijn, wat ik net las in The New York Review of Books bracht mij toch aan het schrikken.
.
Aan het woord is Freeman Dyson, Nobelprijs natuurkunde, die een boek bespreekt – bij de NYRev strekt het tot aanbeveling als een recensent eerst een Nobelprijs kan voorleggen, en het mag zelfs de prijs voor de Vrede zijn, men is daar niet kinderachtig in. 
Wat Dyson ons meedeelt, is dat hij als student in Cambridge ooit aan Wittgenstein, die een verdieping boven hem woonde, een vraag stelde en daar geen antwoord op kreeg. Dat mogen we misschien nog als een logisch gevolg van zijn dictum beschouwen, maar wat Dyson daarna vertelt is van een andere orde. 
Ik zou aan mijn vrouwelijke lezers willen vragen dat zij haar blikken nu even afwenden, en misschien dat boek over de vele tinten grijs weer ter hand nemen, want wat volgt is onaangenaam:

Finally, toward the end of my time in Cambridge, I ventured to speak to him. I told him I had enjoyed reading the Tractatus, and I asked him whether he still held the same views that he had expressed twenty-eight years earlier. He remained silent for a long time and then said, “Which newspaper do you represent?” I told him I was a student and not a journalist, but he never answered my question. Wittgenstein’s response to me was humiliating, and his response to female students who tried to attend his lectures was even worse. If a woman appeared in the audience, he would remain standing silent until she left the room. 




Uiteindelijk, tegen het eind van mijn verblijf in Cambridge aan, waagde ik het om hem aan te spreken. Ik zei hem dat ik van de lectuur van zijn Tractatus had genoten, en vroeg of hij nog altijd achter de opvattingen stond die hij achtentwintig jaar eerder had neergeschreven. Hij bleef een lange poos stil en zei dan: “Van welke krant bent u?” Ik zei hem dat ik student was en geen journalist, maar het antwoord op mijn vraag bleef hij schuldig. Wittgensteins reactie was een vernedering voor mij, en zijn houding tegenover vrouwelijke studenten die zijn lezingen wilden bijwonen was zelfs nog erger. Als er in zijn gehoor een vrouw verscheen, dan bleef hij stilzwijgend rechtstaan tot zij het lokaal verlaten had.
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

17 oktober 2012

Zwart-gele of zwart-geel-rode zondag? (Hoegin)

De massale overwinning van N-VA in zowel de steden –Antwerpen!– als de gemeenten zorgde ervoor dat 14 oktober 2012 in de pers al snel tot «zwart-gele zondag» gedoopt werd. Vergeleken met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 is de vooruitgang van de N-VA inderdaad indrukwekkend. Maar is er nog steeds sprake van een «gele golf» als we de uitslagen even vergelijken met de federale verkiezingen van twee jaar geleden? We wagen ons even aan de psefologie.

Zoals de lezer ongetwijfeld weet, is het een onmogelijke opgave om de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen te vergelijken met regionale, federale of Europese verkiezingen. De provincieraadsverkiezingen daarentegen, die gewoonlijk een beetje onder de radar door passeren, kunnen wel vergeleken worden met de andere, nationale verkiezingen. Meer dan de resultaten bij mekaar tellen is daarvoor in principe niet nodig, ware het niet dat sp.a en Groen deze keer besloten om in Limburg samen naar de kiezer te trekken in een kartel. Bovendien bestaat er voor Brussel geen provinciaal niveau, en kunnen we de Brusselse Vlamingen in deze oefening niet betrekken. Enerzijds kunnen we echter aannemen dat de Brusselse Vlamingen de verhoudingen tussen de partijen op Vlaams niveau niet al te zeer wijzigen, al was het maar omdat hun gewicht in de totale Vlaamse bevolking relatief klein is. Anderzijds kunnen we de stemmen voor het kartel sp.a–Groen in Limburg tussen de twee partijen verdelen volgens hun verhouding in die provincie bij de verkiezingen van 2010. In het totale resultaat zal ook dat waarschijnlijk niet zo heel veel verschil maken omdat Limburg niet meteen de grootste provincie in Vlaanderen is, en er bovendien weinig reden is om aan te nemen dat de verhouding tussen sp.a en Groen in Limburg sterk gewijzigd zou zijn.

Wat is dan het resultaat van deze oefening? Om te beginnen blijkt dat er dan van die gele golf niet zo heel veel meer overblijft. De N-VA bevestigt weliswaar haar score van 2010 en bewijst daarmee geen eendagsvlieg te zijn, maar de vooruitgang van 28,2% naar 28,5% is nu ook weer niet overdreven groot. Bovendien blijkt dat CD&V herstelt van 17,6% in 2010 naar 21,4% nu, terwijl Open Vld de derde partij wordt met een lichte winst van 14,0% naar 14,6%. Sp.a gaat achteruit van 15,0% naar 13,8%, terwijl Vlaams Belang zwaar verlies lijdt van 12,6% naar 8,9%. Groen gaat erop vooruit van 7,1% naar 8,1%. Merken we tot slot nog op dat LDD, dat in 2010 nog 3,7% van de stemmen haalde, geen lijsten had ingediend voor de provincieraadsverkiezingen, en dus uit de resultaten verdwijnt.

Een simulatie voor een zetelverdeling in het Vlaams Parlement is deze keer eenvoudig: de provincies zijn immers meteen ook de kieskringen voor de regionale verkiezingen, en dus kan er –behalve in Limburg voor sp.a en Groen– rechtstreeks per kieskring/provincie doorgerekend worden. Alleen in Brussel dient er een extrapolatie gemaakt te worden op basis van de cijfers van 2010. Het resultaat leert dat N-VA de dominante partij in het Vlaams Parlement zou worden, op afstand gevolgd door CD&V, en daarna Open Vld en sp.a. Vlaams Belang en Groen komen verderop, en zouden ongeveer even groot worden. UF behoudt haar ene zetel, terwijl LDD zou verdwijnen uit het Vlaams Parlement.

De simulatie voor de zetelverdeling geeft alvast één opvallend resultaat: in tegenstelling tot wat de meeste peilingen de laatste maanden verkondigden is er geen sprake meer van een zogenaamde V-meerderheid. Ook in de procenten valt dit duidelijk af te lezen. De voorwaarde voor de zogenaamde Maddens-hypothese is voorlopig dan ook nog niet vervuld, zoals Bart Maddens overigens zelf ook opmerkt onder de passende titel «Kroniek van een aangekondigde nederlaag». En wat hij (en stilaan ook anderen) ook opmerkt: de federale regeringspartijen CD&V, Open Vld en sp.a zouden met dit resultaat in het Vlaams Parlement zelfs opnieuw een meerderheid behalen, dat wil zeggen zonder dat ze de hulp van Groen nodig zouden hebben. In stemmen uitgedrukt haalden de drie traditionele partijen deze zondag samen zelfs 49,8%! De claim van Bart de Wever dat deze verkiezing een afstraffing voor de regering–Di Rupo inhield valt dan ook moeilijk te onderbouwen met deze cijfers. Als we al enige federale conclusies aan de resultaten van 14 oktober 2012 mogen vastknopen, dan eerder dat de Vlaamse kiezer blijkbaar helemaal niet zo ontevreden is over de regering–Di Rupo, en dat het er inderdaad nogal beroerd uitziet voor de N-VA voor 2014.

Kunnen de verkiezingsresultaten van 14 oktober vergeleken worden met die van 13 juni 2012? Traditioneel luidt het dat CVP/CD&V het bij gemeenteraadsverkiezingen beter doet dan in de nationale verkiezingen, en dat dit ook z'n invloed heeft op de provincieraadsverkiezingen. Kijken we even naar de provincieraadsverkiezingen van 2006, dan blijkt daar echter niet zo heel veel van aan te zijn. In 2004 behaalde het kartel CD&VN-VA nog 26,1% voor het Vlaams Parlement, om in 2006 uit te komen op 30,1%, inderdaad een sprong omhoog. Maar amper een half jaar later, in 2007, kwam datzelfde kartel van CD&VN-VA uit op… 30,0%, niet bepaald een sprong neerwaarts. Het grootste verschil tussen de provincieraadsverkiezingen van 2006 en de federale verkiezingen van 2007 was de opkomst van Lijst Dedecker, en die had blijkbaar zelfs geen invloed op de score van CD&V en N-VA samen.

De these dat de provincieraadsverkiezingen niet te vergelijken zouden zijn met nationale verkiezingen gaat bovendien van de veronderstelling uit dat de Vlaamse kiezer er niet helemaal met zijn hoofd bij is wanneer hij in het stemhokje staat. Kiest hij werkelijk voor de CD&V in de provincieraad omdat de lokale CD&V-burgemeester een sympathieke man of vrouw is? Kan hij werkelijk in 2010 nog voor de N-VA van Bart de Wever gekozen hebben, de laatste weken niet opgemerkt hebben dat diezelfde Bart de Wever van deze verkiezingen een nationale test wou maken, en daarom dus een beetje «per ongeluk» –uit verstrooidheid? naar oude gewoonte?– afgelopen zondag naar de CD&V-stal is teruggekeerd? Ik denk dat zulke redenering onrecht doet aan de Vlaamse kiezer, om niet te zeggen impliciet een pleidooi tegen verkiezingen en democratie tout court inhoudt.

Dit alles betekent dus dat de N-VA op het lokale niveau inderdaad veel te vieren had, maar dat de partij op nationaal niveau waarschijnlijk nú al met een ernstig probleem zit. Zeker als we Bart de Wever op zijn eigen woord mogen geloven, want dan is het zelfs mogelijk dat de nederlaag van 2014 nu al ingezet is. Immers, niet alleen bleef de N-VA deze zondag ter plaatse trappelen, bovendien verloor ze waarschijnlijk ook kiezers aan… de oude kartelpartner CD&V! Verkiezingen zijn immers (zo goed als) gesloten systemen: als we abstractie maken van nieuwe kiezers, dan moet de winst van de ene gecompenseerd worden door verlies voor de andere. En dan komen we al snel tot onderstaande figuur.

De lezer weze gewaarschuwd: dit is zelfs bij benadering geen exacte wetenschap, om de eenvoudige reden dat stemmenverschuivingen een veel complexer systeem vormen dan enkele eenvoudige en lineaire verschuivingen van links naar rechts of omgekeerd. Toch wil ik pretenderen dat ik niet helemaal met spek schiet, al staat het de lezer die het oneens is natuurlijk altijd vrij een ander verklaringsmodel op te stellen.

Wat zijn de hypotheses die de basis voor deze figuur vormen? Ten eerste, dat al het verlies van het Vlaams Belang naar N-VA gaat (zoals Bart de Wever zelf ook beweert). Ten tweede, dat de winst van de Open Vld van LDD komt. Ten derde, dat de rest –eigenlijk het gros– van LDD naar N-VA gaat, conform het stemadvies van een aantal LDD-kopstukken. Ten vierde, dat de winst van Groen van sp.a komt. Ten vijfde, dat de verdwijnende stemmen (naar «Anderen») vooral naar extreem-links gaan, zoals sp.a-voorzitter Bruno Tobback beweert. Voor de eenvoud laten we die stemmen daarom vertrekken vanuit de sp.a. En verder nemen we aan dat sp.a, CD&V en N-VA kiezers met mekaar uitwisselen van rechts naar links (of omgekeerd), zonder verdere interactie met bijvoorbeeld Open Vld, Groen of andere partijen. Even doorrekenen, en wat blijkt? N-VA verliest in dit vereenvoudigde systeem zeven procent kiezers aan de CD&V.

Er zijn natuurlijk andere modellen mogelijk, maar geen van hen houdt fundamenteel beter nieuws voor de N-VA in. Wat bijvoorbeeld als N-VA haar kiezers wist vast te houden, maar Vlaams Belang en LDD hun voormalige kiezers rechtstreeks aan LDD afstonden? Niet echt een scenario waar men bij N-VA veel vrolijker kan van worden. Misschien vertrokken wel àlle kiezers van LDD naar Open Vld, en verloor Open Vld een aantal kiezers aan CD&V? Of heeft N-VA wél de kiezers van Vlaams Belang en LDD opgeslorpt, en moet het status quo eerder verklaard worden door een beduidend aantal N-VA-kiezers dat gewoon thuis is gebleven? Of wist CD&V een pak jonge (nieuwe) kiezers aan te trekken? Hoe je het ook draait of keert, veel goed nieuws valt hier voor de N-VA niet te rapen. De meest waarschijnlijke en vermoedelijk nog minst erge verklaring voor de uitslag van afgelopen zondag blijft dan ook dat een aantal kiezers tussen 2010 en 2012 teruggekeerd zijn van N-VA naar CD&V.

Zwart-gele zondag was dan ook helemaal niet zo zwart-geel als men in eerste instantie dacht. Meer zelfs, men kan moeilijk rond de vaststelling heen dat N-VA en Vlaams Belang samen geen status quo wisten te behouden, ondanks het verdwijnen van LDD. Op twee jaar tijd daalde het aantal V-kiezers van 44,5% naar 37,4%, een afname met niet minder dan zeven procent. En zelfs als we de kiezers van LDD buiten beschouwing laten, zakt het aantal V-kiezers met ruim drie procent. En dit nota bene na een jaar met de Waalse socialist Elio di Rupo aan het hoofd van het land, een misbaksel van een staatshervorming, en begrotingen en begrotingscontroles die in Vlaanderen onmogelijk als correct of rechtvaardig ervaren kunnen worden.

Reken overigens maar dat het besef van die zwart-gele achteruitgang langzaamaan zal beginnen doordringen, zowel bij de politici van de federale regeringspartijen als in de media. Verwacht kan trouwens worden dat de volgende peilingen een neerwaartse correctie van de score van de N-VA zullen tonen, waardoor de N-VA meteen in een sfeer van achteruitgang terecht zal komen. Daar komt nog bij dat de komende maanden bij de N-VA nog aardig wat hommeles verwacht kan worden op het gemeentelijk niveau. Een partij in opmars trekt altijd gelukzoekers en tafelspringers met grote ambities aan, en die ambities zullen niet allemaal bevredigd kunnen worden, zeker niet als er her en der inderdaad sprake is van anti-N-VA-coalities. Op die manier komt men snel in een malaise terecht, die de régimemedia trouwens met veel plezier zullen willen uitvergroten.

In het beste geval vormde 14 oktober 2012 voor de N-VA, en bij uitbreiding de V-partijen, een reculer pour mieux sauter. Een scherpere nationale campagne in de aanloop naar de volgende federale verkiezingen, waarin men het openlijk kan hebben over de werkelijke omvang en draagwijdte van de «prestaties» van de regering–Di Rupo, kan in dat opzicht misschien veel goedmaken. In het andere geval is de kans reëel dat de Vlaamse Beweging in 2014 de Schots-Catalaanse onafhankelijkheidstrein hulpeloos voorbij zal zien rijden. Veel reden om nog lang door te feesten over 14 oktober 2012 zie ik dan ook niet.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , ,

Read more...

13 oktober 2012

De wetenschap moet nu aan het woord komen (vpmc)

.
Na de reeks analyses van peilingsresultaten die we de jongste weken hebben mogen horen en lezen, en die allemaal samen onder de sterrenwichelarij thuishoren, kunnen wij vanaf maandag –misschien zondagavond al– eindelijk weer afgaan op de degelijke bevindingen van de wetenschap. Op de bevindingen namelijk van de psefologie.

Pas van dan af inderdaad, zullen wij de resultaten kennen van het afgelopen psefisme (ψήφισμα), nochtans de enige échte peiling, zoals alle journalisten en alle politici ons herhaald verzekerd hebben, en na welke mededeling zij telkens weer een bezadigde en wijze blik op ons richtten.

De Dikke van Dale helaas verklaart het begrip psefisme niet, noch de wetenschap der psefologie. De nog dikkere Oxford English Dictionary doet dat gelukkig wel: 

PSEPHOLOGY pronunciation: /sɛˈfɒlədʒi, sɪ-/ noun [mass noun]: the statistical study of elections and trends in voting. 
PSEPHISM: (1656) vote, problably with pebbles (ψήφος), esp. of the Athenians. 

Het Engels kent nog wel meer termen, en onze journalisten zouden er meen ik goed aan doen om enkele ervan van buiten te leren. Het kan hun analyses nooit kwaad doen. 

PSEPHOLOGIST: a political scientist who specializes in the study of elections. 
PSEPHOGRAPH: a machine used for the automatic recording of votes. It was invented in the early 20th century by a young Italian, Signor Boggiano, to thwart ballot box stuffing. 

De OED vertelt ons verder dat Dr. David Butler, zelf Oxonian, de term psephology in 1952 bij wijze van grap heeft bedacht, op aanstoken van zekere R.B. McCallum.
Ik denk dat we nog veel grappige psefologische analyses mogen verwachten.

.

Labels: , , , , , ,

Read more...

3 oktober 2012

Mijn Amerika

Tal van bekende Vlamingen en Nederlanders die in de Verenigde Staten van Amerika gewerkt of gestudeerd hebben, doen onder redactie van Jo Detavernier hun verhaal over hun tweede vaderland. Rik Torfs en Ludo Abicht zijn het hier eens: in de Verenigde Staten is veel mogelijk. Het is een voorbeeldland voor rechts, omdat je hier zoveel zelf moet en kan doen, in plaats van op de overheid te wachten. Maar ook links heeft van Amerika zijn gidsland gemaakt, de bron van multiculturalisme, feminisme en positieve discriminatie.
Mark Eyskens, een slecht politicus maar een goed verteller, haalt nostalgisch herinneringen op aan zijn studies aan de Columbia University, die hij nog per schip bereikte. Omwille van de lagere prijs ging hij eten en drinken in de tavernes voor zwarten in het toen (en nu opnieuw) redelijk veilige Harlem. Hij vestigt de aandacht op de private liefdadigheid en de generositeit die men dagelijks ondervindt. Walter Prevenier, die aan een aantal Amerikaanse universiteiten gedoceerd heeft, noemt de toelating voor Mahmoud Ahmadinedjad om een lezing te geven aan Columbia University, evenals de Irankritische inleiding door de joodse rector, als voorbeeld van de Amerikaanse open geest. Matthias Storme, die aan de Yale University studeerde, prijst de absolute vrijheid van meningsuiting: we care not what you think, only that you think. Om deze geestdrift, die vele bijdragers delen, wat af te koelen, herinner ik eraan dat een Amerikaans commentator uitgerekend de universiteiten om hun cultus van het eenheidsdenken “eilanden van controle in een zee van vrijheid” genoemd heeft.
Zelfs Tom Ronse die we als correspondent in New York voor De Morgen kennen, is duidelijk pro-Amerikaans. Anders zou hij er niet blijven wonen. Zijn stad, die bij zijn eerste bezoek (1973) in verval was, groeit en bloeit. Maar hij is zich ervan bewust dat andere steden, zoals Detroit, nog verder doorgegaan zijn met vervallen. Niet overal is de overgang naar het post-industriële tijdperk even goed geslaagd. De misdaad in New York is teruggedrongen, maar zeker sinds 11 september 2001 is de politie alomtegenwoordig. Ziedaar het beetje kritiek dat uit deze hoek onvermijdelijk is, maar niets afdoet aan zijn keuze voor de Grote Appel.
Het meest heb ik genoten van het getuigenis van de Iraans-Belgische fotojournaliste Mashid Mohadjerin, ook al woonachtig in New York. Zij vindt er ongeveer alles en iedereen interessant, en schetst de psychologie van de rat race, die vereist dat je je positief en monter opstelt. Verder de neiging tot procesvoering in de medische sector, de problemen met verzekering, de Bible Belt, de betrekkelijk beperkte rol van de overheid. Ze is natuurlijk progressief maar per slot van rekening toch pro-Amerikaans en heel erg thuis in haar nieuwe vaderland.
De andere verhalen verorber je zelf maar, ze lonen de moeite. Na lezing van dit boek zou ook jij bijna zeggen: Amerika, een land om in te gaan wonen!

Jo Detavernier: Mijn Amerika. Vlamingen en Nederlanders over hun Verenigde Staten, Pelckmans, Kapellen 2012, 208 blzn.

Labels: ,

Read more...

Democratie of rechtvaardigheid

 

Op 28 september 2012 vond in Leuven de Dag van de Politieke Filosofie van de Lage Landen plaats. Het was best gezellig, en ter voorbereiding lazen we de zienswijze van Philippe van Parijs over rechtvaardigheid en democratie, die we daar zouden bespreken.
Philippe van Parijs, filosofieprof aan de UCL, en nog wat andere dingen aan andere universiteiten, is een best aardige man, die ons eraan herinnert dat niet alle Franstaligen Vlamingenhaters zijn. Hij noemt Willem van Oranje de grootste Brusselaar ooit (hij kwam op 11-jarige leeftijd in Brussel wonen en werd volgens sommigen de Zwijger genoemd omdat zijn Nederlands zo slecht was) en erkent dat Waals-Brabant nooit de rijkste provincie van het land geworden was zonder de “gedwongen” verhuis van de UCL.
Hij is ook belgicist, in verlegenheid gebracht door buitenlanders die België bewonderen terwijl hij weet dat het hier niet goed gaat. Hij is voor democratie, ook op taalgebied: hij is ervoor dat elke taalgroep een politieke entiteit de zijne kan noemen. Maar hij is nog meer voor rechtvaardigheid, en daar wil hij de democratie wel eens aan opofferen. Belgicisten die zich tegen de democratie uitspreken, het is niets ongewoons, maar de reden is in dit geval wel origineel, zoals het een wijsgeer betaamt.
Een instrumentele visie op democratie hoeft niet slecht te zijn, vgl.Alexis de Tocqueville’s opmerking dat men de vrijheid hartstochtelijk moet liefhebben, de democratie slechts met mate, aangezien zij maar een werktuig is om de vrijheid te verwezenlijken. Juist ijveraars voor de democratie relativeren haar, terwijl haar tegenstanders (zoals de extreemlinkse wildeman Guy Verhofstadt) verabsoluterend met de democratieslagzin zwaaien. Dat Philippe van Parijs de sociale rechtvaardigheid tot doel neemt en de democratie als middel daartoe, is dus niet noodzakelijk slecht. Helaas komt zijn zorg om België zijn zorg om de democratie verbrodden.

België
Een Hollandse deelnemer stelde na een hele voormiddag vast dat hij nog geen enkel argument voor het behoud van België gehoord had, hoewel het de spreker daar juist om te doen was. Antwoord: Philippe gelooft niet dat Vlamingen en Walen uiteen zullen gaan, en wel omdat zij verstandig zijn. Zij, en zeker de Vlamingen, zullen Brussel nooit loslaten. Vertrekken met Brussel, en de Vlamingen worden de fascisten van Europa genoemd; vertrekken zonder Brussel, en zij zijn de onnozelaars van Europa.
Hij citeert dan Ed Glazer van Harvard: herverdeling is nodig, maar vertrouw ze vooral niet toe aan de steden, want dan komen de armen naar die stad terwijl de rijken van die stad zich om belastingredenen buiten de stad vestigen. Hetzelfde geldt voor Brussel: dat kan enkel voor zijn talrijke armen zorgen als de solidariteit nationaal georganiseerd wordt.
Het ontgaat de professor dat dit een uitstekend argument is, met name voor de belgicistische linkerzijde, tegen het zogenaamde “federalisme met drie”: Brussel had nooit een eigen gewest mogen worden. Hij erkent impliciet ook dat Brussel meer heeft aan het welvarende Vlaanderen dan aan het hulpbehoevende Wallonië.

Territorialiteit
De professor zegt van zichzelf dat hij vóór territorialiteit is, en dat dit onder Walen uitzonderlijk is. Onder Franstaligen heerst momenteel (wegens het conflict rond de Brusselse rand) de opvatting dat territorialiteit, het nazi-klinkende ius soli, typisch de flamingantische positie is. Terwijl territorialiteit juist een Franstalige eis was: de door de professor zelf genoemde splitsing van België’s politieke partijen, enkele jaren geleden nog de splitsing van de metaalarbeidersvakbond, de taalgrens, de door Jules Destrée honderd jaar geleden gedane oproep voor politieke autonomie vanuit de vaststelling dat Vlamingen en Walen aparte volkeren zijn: het waren allemaal Franstalige initiatieven. Philippe van Parijs blijft gewoon trouw aan de historisch Franstalige positie, daar waar de meeste Franstaligen in functie van hun wijzigende belangen (er zijn nauwelijks nog Vlamingen die door hun loutere aanwezigheid de Franstaligheid van Charleroi bedreigen) hun kazak gekeerd hebben en nu het personaliteitsbeginsel aanhangen en de territorialiteit veroordelen.
Over Brussel zei hij dat de uitdrukking (naar ik hoorde, eigenlijk Louis Tobback’s uitdrukking) “19 baronieën” onzin is: er zijn in Brussel minder burgemeesters per inwoner dan eender waar in Vlaanderen. Brussel kan leren van voorbeelden als Antwerpen en Parijs, gefusioneerd maar verdeeld in deels autonome districten, en van Wenen en Berlijn, die zelfstandige deelstaten vormen omringd door een andere deelstaat. De concrete oplossing voor de Brusselse jongeren, of ze nu in Brussel blijven of in de rand gaan wonen, is dat ze meertalig worden (Nederlands-Frans-Engels) en daarmee de belangrijkste hindernis opruimen om werk te vinden. Dat staat ook zo in het Marnix-plan: alle Brusselaars drietalig+. Het is genoemd naar Marnix van Sint-Aldegonde, de ingeweken Savoyard die voor zijn vriend Willem de Zwijger het Wilhelmus schreef.
Intussen is op Europees niveau een lingua franca aan het groeien uit de praktijk. Ook in landen als Frankrijk en Italië spreken steeds meer mensen Engels. Ddat is nu de “maximin”-taal, de taal die door het meeste mensen begrepen wordt, ook door de mensen die het slechtst talen kennen. Het verspreidt zich spontaan, maar tot de wetten van de EU behoort ook dat het dit feit nooit officieel zal durven vaststellen. Maar ze zal wel overeenkomstig dat feit functioneren.

Directe democratie
Een Hollandse deelnemer informeerde naar de mening van Philippe Van Parijs over het referendum. Hij gaf daarbij mee dat men meestal tegen is uit angst voor “populisme”. De professor was niet voor referendaire of participatieve democratie, hij dacht dat de samenleving beter gediend wordt door vertegenwoordigende democratie, die afstand houdt tegenover de dèmos. Dat is het klassieke elitaire argument tegen directe democratie: men is tegen “regering door het volk” omdat men tegen het volk is. De vraagsteller wierp op dat het referendum in Nederland over de EU-grondwet het debat juist dichter bij het volk gebracht heeft, en dat iedereen de volledige tekst van de voorgestelde grondwet in zijn brievenbus had gekregen. Maar de spreker was niet overtuigd: volgens hem wisten de mensen er te weinig van en dwong de formule van het referendum de kiezers tot een wit/zwart-antwoord op een ingewikkelde kwestie.
Uiteraard verschafte België ook een argument tegen de directe democratie. Volgens Philippe van Parijs moeten we ons een onderhandelingssituatie tussen partijleiders voorstellen. Hoe meer mensen in één gemeenschap dan per referendum tegen het bereikte compromis hebben gestemd, hoe sterker de onderhandelingspositie van partijen die hun standpunt verdedigen. De volkswil, normaal motor van de democratische politiek, wordt door de Belgische situatie vertekend. Een belgicist zal daarom de democratie weigeren, terwijl een democraat België zichzelf al of niet laat redden maar toch de democratie invoert.
De flamingantische stem was nagenoeg afwezig, het ging vooral tussen Hollanders met een separatistische (of Groot-Nederlandse) kijk op België en anderzijds Vlaamse belgicisten plus de spreker. Maar historisch gesproken zijn deze Hollanders inzake België natuurlijk antiseparatisten, en zijn juist de belgicisten aanhangers van het door Fransgezinden gestuurde separatisme van 1830.

Labels: , , , ,

Read more...

29 september 2012

Op zoek naar graziger weiden (vpmc)



De page van Patrick
Wordt menner bij de Knack
Dat houdt de teugels strak
Maar lezers zijn geen paarden
Zij gaan naar uiterwaarden
Op vakantie met Rik

.
.

Labels: , , ,

Read more...

23 september 2012

Rik Pinxten en de moeilijke woorden (vpmc)


Ik las, lezer, vandaag in De Standaard op pagina drieënveertig een heel moeilijke zin. Hij stond tussen nog meer moeilijke zinnen, in een interview waarin glashelder bewezen werd dat wij, westerlingen, ten prooi zijn aan het verfoeilijke wij-zij-denken. 
Hier is hij: “Om die interculturele ‘wij’ te organiseren, moet je vertrekken van pragmatiek, praktijken, afspraken.” 
Nu moet je niet ook al die andere zinnen lezen die op pagina drieënveertig staan –en op pagina tweeënveertig trouwens– om te vermoeden dat hier een Vlaamse intellectueel aan het woord is. Het is niet dat "interculturele" echt een moeilijk woord dat dit vermoeden voedt, maar wel de twee complexloze woordjes “die...wij”. Daarna weet je genoeg, want “wij” is hier vanzelfsprekend een neutrum, en je zegt ook niet “die paard”. 

En de foto bovenaan –zoals gebruikelijk een halve bladzijde groot– bewijst inderdaad ons vermoeden. Aan het woord is namelijk de antropoloog Rik Pinxten. Nu vraagt u zich misschien af, lezer, wat ook alweer een antropoloog is. Dat is geen schande want de definitie is vaag, maar eigenlijk is het simpel: het is iemand die ooit als jongeman enkele weken in een hotel heeft doorgebracht dat niet al te ver verwijderd lag van een indianen-reservaat.
Hiermee wil ik niet suggereren dat de antropoloog Pinxten geen echte antropoloog zou zijn, en nog minder dat hij de basisbegrippen en -teksten van de filosofie niet zou kennen. Dat laatste deed Vermeersch immers al, eens en voorgoed, en ook in De Standaard, met de woorden: "Rik Pinxten geeft blijk van een totale onwetendheid betreffende zijn eigen vakgebied. Zelfs de 'ringparabel' uit Nathan der Weise, een kerntekst van de verlichting, en van onze cultuur überhaupt, die zijn thesis ontkracht, lijkt hem onbekend, pijnlijk!"  Helaas bleef deze appreciatie van een collega zonder enig weerwerk van professor Pinxten. 

Maar wat ik wél wil beweren, is misschien nog erger: dat Rik ...tot het filosofische vocabularium toe maar half beheerst. Een woord als “pragmatiek” bijvoorbeeld, komt bij zijn breedvoerige en geleerde beschouwingen op pagina drieënveertig gewoon niet te pas. Rik bedoelde wellicht “Praxis”, maar schrok misschien terug voor de historische connotaties van die term, die hem mogelijk bekend zijn.
Laat me, te zijner stichting, niet een moeilijk filosofisch werk erbij halen, maar de gewone, zij het Dikke van Dale
Pragmatiek (zn) : deelgebied van de taalfilosofie en taalkunde dat zich bezighoudt met de invloed van de context op betekenis.
Nee, zo had Rik het nu ook weer niet bedoeld.
  .

Labels: , , , , , ,

Read more...

22 september 2012

Patrick heeft zich erbij neergelegd (vpmc)

.
In de wetenschap is het bekend dat ontdekkingen en uitvindingen vaak uit een onoplettendheid geboren worden, of soms zelfs door puur toeval het licht zien. Ook bij de productie van kunst en schoonheid komt iets dergelijks wel voor. Een kleine onachtzaamheid kan dan juweeltjes opleveren.
Hoe het juist in zijn werk gaat met die toevalligheden, legde de reclameman Patrick Janssens net uit aan de luisteraars van Radio1. De journalist van dienst had Patrick gevraagd waarom hij op de cover van zijn Patrickmagazine ook zijn zoontje ten tonele had gevoerd. Die vraag kwam niet geheel uit de lucht gevallen, want inderdaad zijn in moreel opzicht zulke zaken, zoals men zegt voor discussie vatbaar. Een beetje op 't randje, besefte Patrick zelf. Terecht, want al kan dit procedé soms schoonheid opleveren, vanuit een politiek oogpunt beschouwd is het onbetekenend.
Maar nu kwam al snel aan het licht dat Patrick zelf niet veel te maken had gehad met die misschien wat bedenkelijke keuze. Patrick noemde na elkaar twee personen die meer van de zaak afwisten. Bleek dat ten huize van Patrick en elders, in de privésfeer een aantal foto's waren gemaakt, dat was Herman zijn werk geweest, en dat één van die foto's in de handen van de eindredacteur Jörgen was gevallen. Het onheil was geschied, en Patrick heeft zich bij de loop der dingen dan neergelegd:


"Daar is eigenlijk niet zo erg over nagedacht. Herman Selleslags, die de foto gemaakt heeft, heeft mij twee dagen gevolgd. Die heeft ook een aantal privé-foto’s gemaakt en ...en die ene foto zat daar tussen, en ja, Jörgen Oosterwaal de hoofdredacteur heeft die foto gezien en zegt: ja, die wil ik eigenlijk op de cover. Ik heb er heel lang over nagedacht, of ik dat wel zou toestaan, maar ik vind dat het net kan en dus euh… euh, ik heb er mij bij neergelegd, laat ons het zo zeggen."
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 september 2012

Nieuwe peilingen bevestigen gekende trends (Hoegin)

Vorige week werden we –naar Belgische normen– overspoeld door een reeks peilingen. Na de peiling van La Libre Belgique van drie weken geleden volgde die van Le Soir een week later, en die van De StandaardVRT verleden vrijdag. Vielen op: het slechte resultaat van de Open Vld, en de hoge scores van de N-VA. In beide gevallen gaat het echter over niets meer dan een bevestiging van de reeks gekende trends.

Carl Devos bekloeg zich verleden zaterdag in zijn wekelijkse opiniebijdrage bij DeRedactie.be onder de titel «“Overpeilingen”» over de peilingen die «gretig over ons heen spoelen», en prijst zich tegelijkertijd gelukkig dat we in Vlaanderen gespaard blijven van een «peilinginflatie» zoals in Nederland. De politicoloog is blijkbaar niet veel gewoon, want zeggen en schrijven drie peilingen in de loop van twee weken is niet bepaald veel om over naar huis te schrijven. In ieder normaal land wordt dat tempo al tijdens de komkommertijd gehaald, wanneer alles op een lager pitje draait. Misschien moet de professor maar eens een stage in het buitenland overwegen, of af en toe op internet eens buiten het .be-domein surfen?

Ander opmerkelijk fenomeen: zelfs na dit kleine golfje aan peilingen blijven de media doen alsof hun eigen peiling de enige echte is. Zo bestaan bijvoorbeeld De StandaardVRT het de score van de Open Vld in hún peiling af te doen als een absoluut dieptepunt voor die partij, ook al plaatste de peiling van Le Soir een week eerder de partij nog een procentje lager. O ja, wie goed oplet zal zeker het obligate «in onze peiling» telkens terugvinden. Handwerkers hebben ook de gewoonte om je telkens weer op het verkeerde been te zetten met hun nettoprijzen, ook al zal het «plus BTW» natuurlijk nooit ontbreken.

Nu goed, laten we eens naar de resultaten van de peilingen kijken, en de drie peilingen met mekaar vergelijken. N-VA blijft duidelijk verder groeien, ook af te lezen uit de stijgende trend van het vlottend gemiddelde over alle peilingen. Voorlopige topnotering is 40,1% bij Le Soir. Het moet dan ook al heel gek lopen wil de N-VA niet opnieuw veruit als grootste partij van Vlaanderen uit de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober komen, maar anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat er een gat van ongeveer vier procent tussen de hoogste en de laagste peiler.

Bij De Standaard klinkt het deze keer in ieder geval dat «N-VA blijft stijgen», ja zelfs «fors». Of neen, zelfs «opnieuw fors». O ja? Spoelen we even zes maanden terug –inderdaad, beste Carl Devos, we schrijven zes maanden sedert de vorige peiling!–, en citeren we voor één keer onszelf, toen we weliswaar gretig citeerden uit de vorige analyses en commentaren bij zowel De Standaard als de VRT:
Citeren we even Peter de Lobel in De Standaard:
Voor het eerst sinds lange tijd zakt de N-VA in een politieke peiling. Van de 35 procent die de partij in oktober scoorde bij de peiling van De Standaard en de VRT, schiet nu nog 33,5 procent over. Een daling van anderhalf procent.
Of Bart Brinckman in dezelfde krant:
Daarbij consolideert de N-VA haar positie op een hoog niveau, de regeringspartijen handhaven zich op een laag peil. Toch lijkt bij de N-VA de rek uit de (overigens spectaculaire) groei.
Over naar de commentator van de VRT:
De N-VA torent met 33,5 procent boven de andere partijen uit. De partij boekt daarmee een winst van 5,3 procent tegenover de verkiezingsuitslag van 2010. Tegenover de vorige peiling, in september 2011, is er wel een verlies van 1,5 procent. De grote opmars van de partij lijkt dus wel op een grens te zijn gestoten.
Het weze voor de lezer duidelijk: bij de N-VA zit de klad er dus fameus in. Of zou het?
Tja. Met de billen bloot zullen we maar zeggen? «Verwacht het onverwachte» is de nieuwe slagzin, pardon, baseline, van «kwaliteitskrant» De Standaard, maar dat de analyses van hun eigen peilingen voor geen millimeter kloppen is niet bepaald onverwacht. Op één punt hebben ze alvast groot gelijk: míj hebben ze nooit om zo'n nieuwe beeslaain gevraagd. Ik zou het waarschijnlijk dan ook eerder in de richting van «huilen met de pet op» gezocht hebben…

Mogen we overigens vermelden dat de reactie van partijvoorzitter Bart de Wever op de peiling van De StandaardVRT waarschijnlijk één van de meest zinnige is die we de laatste jaren gehoord hebben? Voorzichtig sceptisch, uiteraard, maar de positieve tendens kan je inderdaad niet blijven ontkennen.

De onenigheid tussen de drie peilers kan echter nog groter dan de vier procent voor de N-VA, want voor CD&V bedraagt ze ruim vijf procent. Inderdaad, Le Soir plaatst de partij op 13,4%, een duidelijk verlies tegenover de laatste verkiezingen, terwijl De StandaardVRT menen dat de partij op winst zit met 18,5%. Dat laatste is echter nog steeds geen goede uitslag voor een partij die ooit absolute meerderheden in Vlaanderen haalde. Maar partijvoorzitter Wouter Beke liet onlangs optekenen dat, in tegenstelling tot zijn collega's Alexander de Croo en Bruno Tobback, hij zich niet van de wijs wil laten brengen door slechte opiniepeilingen. Historisch weten we echter dat zijn partij zich zelfs van slechte verkiezingen weinig of niets aantrekt, en toch vrolijk aan de macht blijft. Vraag is hoeveel jaren dit nog vol te houden valt.

Over de sp.a bestaat veel meer eensgezindheid tussen de drie peilers. De partij blijft al maandenlang onder het resultaat van de laatste verkiezingen, maar het verlies blijft wel beperkt tot minder dan een foutenmarge. Vergeleken met wat andere partijen moeten ondergaan valt dit misschien nog mee, maar anderzijds is het toch merkwaardig dat een socialistische partij in volle financiële crisis niet beter weet te scoren dan een magere dertien–veertien procent. Voeg daar dan bovendien nog eens aan toe dat bijvoorbeeld Johan vande Lanotte de laatste maanden vaak genoeg in de media mocht verschijnen als een soort Redder des Vaderlands die in zijn dooie eentje de gas- en elektriciteitsprijzen tot een lachertje weet te reduceren. Of zou het kunnen dat de modale Vlaming snapt dat hij uiteindelijk niet meer is dan een charlatan en praatjesmaker die op termijn de belastingbetaler nog veel geld zal kosten?

Ook over de Open Vld zijn de drie peilers het redelijk eens. De partij staat op een historisch dieptepunt, en zakt bij Le Soir zelfs onder de psychologische grens van de tien procent. We moeten al terug naar 1946 voor een verkiezingsresultaat dat de liberale partij in Vlaanderen op een nog lager niveau plaatst. De ironie van het lot wil echter dat de verantwoordelijken voor deze puinhoop –het triumviraat Verhofstadt-Dewael-De Gucht– hiervoor vrijuit zal kunnen (blijven) gaan. Karel de Gucht drijft het zelfs zover voor deze slechte resultaten de skalp van partijvoorzitter Alexander de Croo te willen opeisen in bovenstebeste «houdt de dief!»-stijl.

Dat neemt natuurlijk niet weg dat de analyse van Alexander de Croo er ook mijlenver naast zit. Het probleem van de Open Vld is niet dat ze de wind tegen heeft, en harder trappen zal dus ook geen oplossing brengen. De Open Vld is immers vrijwillig in de gracht gaan rijden toen ze al haar principes opgaf om in een regering met de PS te stappen, en dat zelfs bij herhaling. Karel de Gucht weet als ex-voorzitter van de Open Vld trouwens heel precies wat dat allemaal kan betekenen. Wil de Open Vld terug vooruit komen, dan zal ze ook beter moeten doen dan zich afzetten tegenover de N-VA, zoals diezelfde Karel de Gucht nu voorstelt. Dat de N-VA op dit ogenblik bij de modale kiezer als liberaler dan de Open Vld geboekstaafd staat zou toch al een belletje moeten doen rinkelen. En dan zijn er die menen dat Karel de Gucht de intelligentste politicus is van het noordelijke halfrond!

Ook Vlaams Belang blijft slecht scoren, al zijn de huidige resultaten beter dan die van een jaar geleden. De partij wedijvert ondertussen met de Open Vld om de vierde plaats in het Vlaamse politieke landschap, een magere troost aangezien dat vooral aan de slechte resultaten van de Open Vld ligt. De partij blijft in ieder geval consequent onder het niveau van de verkiezingen van 2010 scoren.

Opvallend in de peiling van De StandaardVRT is de terugval van Groen. Bij die peiler scoort de partij al een tijdje boven de negen procent, maar deze keer zakt de partij terug naar haar niveau van 2010. Op een ogenblik dat de media bol staan van de scheurtjes in de reactorvaten van enkele nucleaire centrales zou je van een ecologistische partij een betere score verwachten.

Over LDD kunnen we kort zijn met de gevatte opmerking die bij De Standaard te lezen viel: «Lijst Dedecker […] wordt stilaan te klein om nog met het blote oog waar te nemen». Pijnlijk.

Een simulatie voor de zetelverdeling levert zowel voor de peiling van Le Soir als De StandaardVRT een Vlaams Parlement op waarbij de N-VA als dé dominante partij naar voren komt. Opmerkelijk is wel dat de peiling van De StandaardVRT, in tegenstelling tot die van Le Soir, géén zogenaamde V-meerderheid oplevert. Zo'n meerderheid is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak. Maar zelfs bij De StandaardVRT lijkt een anti-V-meerderheid van CD&V, sp.a, Open Vld en Groen niet erg werkbaar, zelfs niet met de steun van UF.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens, dan lijkt het erop dat de MR opnieuw uit een dal lijkt te klimmen. De afsplitsing van het FDF, dat in Wallonië voorlopig nog niet van de grond lijkt te komen, valt dus blijkbaar nog redelijk mee. Combineer dit met een PS die nog steeds op verlies staat, en het is meteen duidelijk waarom de verkiezingsstrijd ten zuiden van de taalgrens iets scherper en ideologischer gevoerd wordt dan in Vlaanderen.

Deze peilingen waren (hoogstwaarschijnlijk) de laatste regionale peilingen vóór de provincieraadsverkiezingen van 14 oktober. De volgende afspraak is dus voor 15 oktober, met een vergelijking van de resultaten voor die provincieraadsverkiezingen met de laatste peilingen, en simulaties voor de zetelverdelingen voor de regionale parlementen.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Read more...

De Vlaamse volkspartij over inwijking



NV-A-parlementsleden Sarah Smeyers en Theo Francken hebben een boek uit: België, land zonder grens. Het gaat over een thema dat een concurrerende partij groot gemaakt heeft: inwijking, of zoals de verplichte term luidt, migratie. Zij onderscheiden vijf migratiekanalen, waarvan twee actieve, namelijk voor werk en voor studie, en drie passieve: gezinshereniging, asiel en regularisatie. (p.18) Zij geven de cijfers, die voor België zeer hoog blijken te zijn. Daarentegen verlaten maar weinigen van de grote meerderheid van uitgeproceerde (d.i. door de maand gevallen) asielzoekers, een 16%, het grondgebied: “Laat u vooral niets wijsmaken, het terugkeerbeleid blijft de Achillespees.” (p.103)

De eerste twee kanalen kunnen op de sympathie van de auteurs rekenen, maar tegen de drie laatste hebben zij parlementaire initiatieven genomen. Zij beschrijven hoe zij binnen een partijpolitieke combine de eer voor een forse beperking van de gezinhereniging aan Nahima Lanjri hebben gelaten, en hoe zij de Snel-Belg-wet van de onzalige Guy Verhofstadt hebben teruggedraaid. Onder deze Snel-Belgwet was België met 3,03 naturalisaties per 1000 inwoners de absolute wereldtop (p.115): toch één discipline waarin ons land een gouden medaille kon behalen.


Vijanden

Dit boek is erg partijpolitiek. De auteurs laten niet merken dat het Vlaams Blok/Belang al twintig jaar eerder aan dezelfde kar trok. Wanneer zij de partij dan toch vermelden, is het om hen als eeuwige kritikasters weg te zetten. Het is natuurlijk waar dat de N-VA toch iets verwezenlijkt heeft (en wel op de geëigende plaats, nl. in het parlement, zonder regeringsdeelname), terwijl het VB méér eiste maar alleen maar aan de kant heeft staan roepen. De auteurs zijn zelfs van mening dat de situatie in België zo veel dramatischer is juist omdat niemand wou gezien worden als uitvoerder van het VB-programma, en dat de komst van de N-VA nodig was om te verwezenlijken wat in de buurlanden vanzelfsprekend is: migratiebeperkingen doorgevoerd door de centrumpartijen.

Naast critici heeft de N-VA in haar migratiekritisch beleid ook echte vijanden, zoals de No Border-beweging, die haar geweld pleegt onder het motto: “Geen grenzen! Geen naties! Stop deportaties!” (p.93) De auteurs maken bv. melding van “een twintigtal gemaskerde anarchisten”, extreemlinkse geweldenaars die gesloten opvangscentra komen verstoren en in het algemeen voor “open grenzen”ijveren. Op politiek vlak wordt een gelijkaardig beleid nagestreefd, en lang ook in praktijk gebracht, door de Franstalige linkse partijen en aan Vlaamse kant door Groen en de PvdA. Dat dit het einde van de sociale zekerheid en dus armoede voor de klasse der steuntrekkers zou betekenen, zeggen ze er niet bij.

Inwijking is welkom voor de partij, zolang ze economisch dienstig kan zijn. Dat is het beleid van echte immigratielanden zoals Australië en Canada: “Terwijl de EU-landen massaal buitenlandse brains and hands binnenhalen, importeert België grotendeels sociale-zekerheidsmigranten.” (p.78) Links noemt dit een neoliberale visie op inwijking, anderen zouden het gewoon gezond verstand noemen.


Mohammed

De N-VA viseert uitdrukkelijk niet de islam, en zij relativeert zijn belang: “Noch zijn de meeste nieuwkomers moslims, zelfs al komen ze uit een moslimland. Zo zijn heel wat Egyptenaren die naar België trekken koptische christenen die om redenen van discriminatie hun thuisland verlaten.” (p.20) Hier wordt in het voorbijgaan wel een reden genoemd om iets tegen de islam te hebben, maar voor de partij kan het volstaan als die discriminatie niet naar hier geïmporteerd wordt. Zoals bekend gelooft de partij in een “Europese islam”.

Nochtans wordt hier het boek Brussel: Eurabia van Arthur van Amerongen vermeld (p.97, uit 2008), dat de oprukkende islam in Brussel documenteert. Deze auteurs spreken zich er niet over uit, maar partijvoorzitter Bart De Wever is erover in debat gegaan met VB-boegbeeld Filip Dewinter (Terzake, 9-9-2012). Partijpolitieke praatjes daaruit, zoals dat het VB de islam eigenlijk het land zou uitwillen, interesseren ons maar matig. De reden waarom de islam een probleem vormt, des te meer. En omdat de N-VA deze niet voldoende schijnt te beseffen, zullen wij ze even uitleggen.

Wie de islam wil begrijpen, moet doen wat moslims doen, namelijk de profeet Mohammed centraal stellen. Let wel, alle moslims zijn het daarover eens, niet alleen de o zo populaire “salafisten”of”radicalen”. Ook de moslims die verdraagzaamheid en integratie verdedigen, beroepen zich op Mohammed, evenzeer als de zgn. extremisten. Alleen, zij beroepen zich op de fictieve verdraagzame Mohammed, die waarvan ze het bestaan kennen uit leugenachtige praatjes voor de westerlingen, maar die nooit bestaan heeft; terwijl de extremisten de echte Mohammed volgen. Maar alle moslims zonder uitzondering beweren dat zij Mohammed volgen of alleszins zouden moeten volgen. Ik daag al wie daaraan twijfelt, uit om mij één moslim zegsman te vinden die verklaart dat Mohammed achterhaald is of fout zat.

Welnu, wat was Mohammeds echte gedrag, relevant voor dit dossier? Hij en de mensen die hem volgden uit zijn geboortestad Mekka naar het naburige Medina, en wier vertrek het begin van de islamitische kalender markeert, werden de muhajirūn genoemd, de “migranten”. En wat deden die migranten? Binnen enkele jaren grepen zij de macht, haalden de heidenen tot bekering over (goedschiks of kwaadschiks), verbanden sommige leden van de joodse minderheid en moordden andere uit, tot hun groeiende staat getransformeerd was van een multiculturele samenleving tot een monolithisch islamitische. Dat is een historisch feit, bekend uit de basisteksten van de islam en in het algemeen ook verifieerbaar door de toestand in het latere en hedendaagse Arabië. En het is precies wat voorhoedegroepen zoals Sharia4Belgium hier opnieuw willen doen.

De islam maakt het verschil met andere migraties in deze zin dat hij actief weerstand biedt tegen integratie. Bijvoorbeeld, moslimmigranten uit de Nijlvallei of de Sahel in het Westen houden veel meer vast aan hun gewoonte van meisjesbesnijdenis dan kopten of animisten. Laat het dan geen kwestie van eensgezindheid zijn onder moslimgeleerden of meisjesbesnijdenis door de islam opgelegd wordt (Turken en Marokkanen kennen het niet, Egyptenaren doen het praktisch allemaal), diegenen die erin geloven, hebben de typisch islamitische gehechtheid aan wat zij als een islamitische plicht aanvoelen, ook tegen de wet van het land in. Afrikaanse christenen daarentegen hebben veel meer de houding van “In Rome, doe zoals de Romeinen” .Als zij zien dat de Belgische (en Oost-Europese, en zelfs Marokkaanse) ouders van de klasgenotes van hun dochter hun eigen meisjes niét besnijden, zullen zij geneigd zijn het ook niet te doen. Na twee generaties zijn deze inwijkelingen gewoon Vlaming geworden, terwijl de moslims zich nog steeds onderscheiden. Wij zien inderdaad dat moslims van de derde generatie slechter geïntegreerd zijn dan hun grootouders, en voor meer problemen zorgen.


De Vlaming betaalt

Geeft de N-VA te veel toe aan het heersende denken, zoals zijn politieke mededingers beweren? Het zou kunnen. Zo lezen we hier dat de slachtoffers van het asielbedrog de echte vluchtelingen zijn. Nee, deze asielzoekers worden alleen door de Vlaming een beetje scheef bekeken omdat die Vlaming wat veralgemeent: als vijf asielzoekers op zes bedriegers en profiteurs zijn, dan is het gemakkelijk om het oordeel over asielbedrog tot dat laatste zesde te veralgemenen. (p.33) Maar verder: ik heb nog niet gehoord van iemand die echt asiel nodig had en die door de Belgische overheden uit veralgemening geweigerd werd. De bevoegde instanties maken juist een scherp onderscheid tussen echte en valse vluchtelingen, het zijn alleen de politici die hen niet volgen en die met hun regularisaties de boodschap uitsturen dat de illegale aanhouder in België wint. De gewone Vlaming legt de echte vluchteling echter niets in de weg, net zo min als de veel talrijkere asielbedriegers. Maar hij is zelf het eerste slachtoffer van de toevloed aan valse vluchtelingen, veel meer dan de echte vluchtelingen, want hij wordt gedwongen, voor hen te betalen en desgevallend zijn woonwijk te zien verloederen. De heroriëntering van het migratiebeleid moet beginnen met de zorgen van de Vlaming centraal te stellen.

Een andere vraag aan de auteurs die dit boek oproept, is: bewijzen jullie niet dat België zeer ziek is, en dat de splitsing voor alle inwoners, en dus ook voor de Vlamingen, heilzaam zou zijn? Het migratiedossier is hier scheefgetrokken op een manier die men zich in de buurlanden nauwelijks kan voorstellen. De Franstalige partijen moedigen de inwijking op alle mogelijke manieren aan omdat zij hopen dat, zoals Anne-Marie Lizin gezegd heeft, de migranten op termijn de Vlaamse meerderheid kunnen ongedaan maken; en omdat het de Vlamingen zijn die voor hen betalen. Een rationeel migratiebeleid zou in ieder geval vergemakkelijkt worden door de totale splitsing, dat blijkt wel uit dit boek. Alleen trekken de schrijvers dat besluit niet. Wellicht omdat dat niet de gekozen onderwerpstof was.


Theo Francken en Sarah Smeyers: België, land zonder grens. Hoe moet het verder met ons asiel- en migratiebelied?, Davidsfonds, Leuven 2012.

Labels: , , , ,

Read more...

19 september 2012

Il n'y a pas de belges (vpmc)


Deze voormiddag was er in het Vlaams Parlement de voorstelling van het boek “Ils nous ont pris la Flandre” van Rik Van Cauwelaert, en uitgegeven bij Pelckmans. Het boekje (136 blz.) bevat naast zijn essay ook een vertaling van de volledige brief uit 1912, van de Waalse socialist Jules Destrée aan Albert I, en in die brief van tienduizend woorden staat heel wat meer dan het bekende: “Il n'y a pas de Belges”. Rik Van Cauwelaert had me gevraagd om die vertaling te maken, wat ik natuurlijk heel graag deed, want Destrée schrijft precies zoals ik het graag lees: precies genoeg pathos, en precies genoeg precisie.

Kamervoorzitter Peumans gaf een korte inleiding, waarna de historicus Philippe Destatte, directeur van het Institut Jules Destrée, een bijzonder interessante uiteenzetting hield.
Veel politici aanwezig, maar weinig journalisten.
.

Labels: , , ,

Read more...

8 september 2012

Dallas (vpmc)

.
Vanaf 1979 hield Karel van het Reve op de Nederlandse Wereldomroep zijn landgenoten in de Overzeese Rijksdelen op de hoogte van wat er in het vaderland omging. Hij deed dat 12 jaar lang en zijn radiopraatjes duurden telkens drie of vier minuten. Hij sprak over alles: Haagse politiek, Amsterdamse politiek, journalistiek, de Elfstedentocht, krakers, het Nederlands volkskarakter, de universiteit, naaktstranden, soms ook over televisieprogramma’s.
.
Omdat ik nu –via Linda De Win en Joël De Ceulaer– op twitter lees dat de serie Dallas weer op de buis is (dat heette toen zo), en ik hun beider enthousiasme zie, geef ik een klacht die Karel van het Reve toentertijd had over deze serie:

De meeste van zijn radiopraatjes staan in de bundel Luisteraars! (van Oorschot, 1995), maar eigenaardig genoeg ontbreekt dit stukje. Elke journalist en elke schrijver zou er meen ik goed aan doen, als hij deze tekst zelf maar eens transcribeerde.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

6 september 2012

Naar een N-VA-éénpartijstaat? (Hoegin)

Gisteren werden de resultaten van een nieuwe peiling van La Libre Belgique en RTBf gepubliceerd. Opmerkelijkste resultaat was ongetwijfeld dat de N-VA deze keer voor het eerst meer dan veertig procent haalt. Voor een goed begrip: de laatste keer dat een politieke partij in Vlaanderen nog een score van boven de veertig procent haalde ligt ondertussen al meer dan dertig jaar achter ons.

Willen we toch maar beginnen met een kleine relativering. Voor deze peiling werden 2.707 kiezers ondervraagd, en de peiler geeft daarom een foutenmarge van 3,3% op. Concreet betekent dit dat Groen met een score van 7,5% zowel onder de kiesdrempel als boven de tien procent zou kunnen zitten. Het is goed dit in het achterhoofd te houden, ook bij de monsterscore van 40,1% die de N-VA deze keer haalt. Zo bekeken levert deze peiling niet zo heel veel nieuws op, maar bevestigt de reeds gekende trends.

Concreet: de N-VA scoort al een hele tijd goed, en blijft dus goed scoren. In mei scoorde de partij al 38,6%, en verleden jaar in december klokte de partij bij deze peiler al eens af op 39,8%. Statistisch gezien is dat zo goed als hetzelfde resultaat als nu, maar psychologisch is het verschil tussen 39,8% en 40,1% natuurlijk wel veel groter dan drie luttele tienden van een procent. Vraag is of de partij niet té goed scoort om op de avond van 14 oktober niet met een psychologische kater te blijven zitten, ook al wordt er winst geboekt ten opzichte van de federale verkiezingen van 2010.

Op die manier zitten de drie traditionele partijen CD&V, sp.a en Open Vld met deze peiling iets veiliger, al is het natuurlijk geen pretje om grofweg genomen slechts een derde van de score van de grootste concurrent te halen. Zelfs wanneer alle drie de federale regeringspartijen hun stemmen bij mekaar leggen komen ze nog een lengte te kort om de N-VA te evenaren. En ook al weigeren ze nú mee te gaan in de strategie van de N-VA om van de lokale verkiezingen een nationale test te maken, dan zal slechts een kleine achteruitgang tegenover 2010 volgende maand toch snel uitgelegd worden als een grote overwinning voor de partijen «die niet aan de kant zijn blijven staan». De verbetenheid om door te gaan tot 2014 (en daarna) zal er zeker niet door verminderen.

De enige troost waaraan de drie federale regeringspartijen zich misschien wat kunnen optrekken is dat ook de oppositiepartijen Vlaams Belang en Groen niet bepaald in goede doen zijn. Vlaams Belang blijft rond de tien procent slabakken, en Groen halverwege diezelfde tien procent en de kiesdrempel. Veel beterschap lijkt er ook voor hen voorlopig niet in te zitten.

Het is misschien opmerkelijk dat er nog steeds geen rem staat op de groei van de N-VA in de peilingen. Nu partijvoorzitter Bart de Wever samen met de kilo's ook een deel van zijn charmes verloren zou zijn, is het toch merkwaardig dat geen van de andere partijen van dit «charmevacuum» kan profiteren om zich wat te herstellen of zelfs winst te maken tegenover 2010. Het is misschien een noot waar de andere partijvoorzitters zich eens over zouden kunnen buigen wanneer ze 's avonds laat in de wagen terugkeren van één of andere landelijke verkiezingsmeeting.

Een simulatie voor de zetelverdeling in het Vlaams Parlement leert dat de N-VA alom dominant zou worden, en maar liefst 56 van de 124 zetels zou behalen. Dit zijn er slechts 7 te weinig om op eigen houtje een regering te kunnen vormen! Samen met het Vlaams Belang levert dit trouwens een stevige zogenaamde V-meerderheid op. Volgens deze peiling zijn de voorwaarden voor de «Maddens-hypothese» waar ik het enige tijd over had virtueel vervuld, en zou het enkel nog een kwestie van politieke wil zijn om in 2014 een republikeinse Vlaamse regering te vormen. Afwachten toch maar of het ooit zover zal komen, en dan denken we niet alleen aan de foutenmarge van deze peiling.

Kijken we tot slot nog eens over de taalgrens. Daar is het duidelijk dat de PS op verlies staat terwijl grootste concurrent MR een beetje uit een dal lijkt te klimmen. CdH en Ecolo staan status quo tegenover de laatste federale verkiezingen, maar beide partijen hebben betere tijden gekend. Een partij die het opvallend goed doet in deze peiling is Démocratie Nationale (het vroegere Front National) met een score van 6,7%. Het is echter niet de eerste keer dat extreem-rechts in Wallonië een opflakkering kent om vervolgens weer van de radar te verdwijnen, onder meer omdat extreem-rechts er nog steeds haar ergste vijand is.

Het is nu uitkijken naar de volgende peilingen –De StandaardVRT en Le Soir–, en verder uiteraard de verkiezingen van 14 oktober. Wat dat betreft zijn het mijns inziens niet de gemeenteraadsverkiezingen die een graadmeter zullen zijn voor de federale regering, maar wel de provincieraadsverkiezingen die veel minder onderhevig zijn aan de effecten van lokale populaire burgemeesters en allerhande lijsten en ad hoc-kartels. In dat opzicht is de N-VA-strategie om van de lokale verkiezingen een nationale test te maken een blunder. Ik zou ze immers de kost niet willen geven, de voorzitters van gemeentelijke N-VA-afdelingen die zelf een CD&V-burgemeester in hun gemeente best wel zien zitten, of, zoals in Ieper, zelfs samen met CD&V naar de kiezer trekken.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>