17 oktober 2012

Zwart-gele of zwart-geel-rode zondag? (Hoegin)

De massale overwinning van N-VA in zowel de steden –Antwerpen!– als de gemeenten zorgde ervoor dat 14 oktober 2012 in de pers al snel tot «zwart-gele zondag» gedoopt werd. Vergeleken met de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 is de vooruitgang van de N-VA inderdaad indrukwekkend. Maar is er nog steeds sprake van een «gele golf» als we de uitslagen even vergelijken met de federale verkiezingen van twee jaar geleden? We wagen ons even aan de psefologie.

Zoals de lezer ongetwijfeld weet, is het een onmogelijke opgave om de resultaten van de gemeenteraadsverkiezingen te vergelijken met regionale, federale of Europese verkiezingen. De provincieraadsverkiezingen daarentegen, die gewoonlijk een beetje onder de radar door passeren, kunnen wel vergeleken worden met de andere, nationale verkiezingen. Meer dan de resultaten bij mekaar tellen is daarvoor in principe niet nodig, ware het niet dat sp.a en Groen deze keer besloten om in Limburg samen naar de kiezer te trekken in een kartel. Bovendien bestaat er voor Brussel geen provinciaal niveau, en kunnen we de Brusselse Vlamingen in deze oefening niet betrekken. Enerzijds kunnen we echter aannemen dat de Brusselse Vlamingen de verhoudingen tussen de partijen op Vlaams niveau niet al te zeer wijzigen, al was het maar omdat hun gewicht in de totale Vlaamse bevolking relatief klein is. Anderzijds kunnen we de stemmen voor het kartel sp.a–Groen in Limburg tussen de twee partijen verdelen volgens hun verhouding in die provincie bij de verkiezingen van 2010. In het totale resultaat zal ook dat waarschijnlijk niet zo heel veel verschil maken omdat Limburg niet meteen de grootste provincie in Vlaanderen is, en er bovendien weinig reden is om aan te nemen dat de verhouding tussen sp.a en Groen in Limburg sterk gewijzigd zou zijn.

Wat is dan het resultaat van deze oefening? Om te beginnen blijkt dat er dan van die gele golf niet zo heel veel meer overblijft. De N-VA bevestigt weliswaar haar score van 2010 en bewijst daarmee geen eendagsvlieg te zijn, maar de vooruitgang van 28,2% naar 28,5% is nu ook weer niet overdreven groot. Bovendien blijkt dat CD&V herstelt van 17,6% in 2010 naar 21,4% nu, terwijl Open Vld de derde partij wordt met een lichte winst van 14,0% naar 14,6%. Sp.a gaat achteruit van 15,0% naar 13,8%, terwijl Vlaams Belang zwaar verlies lijdt van 12,6% naar 8,9%. Groen gaat erop vooruit van 7,1% naar 8,1%. Merken we tot slot nog op dat LDD, dat in 2010 nog 3,7% van de stemmen haalde, geen lijsten had ingediend voor de provincieraadsverkiezingen, en dus uit de resultaten verdwijnt.

Een simulatie voor een zetelverdeling in het Vlaams Parlement is deze keer eenvoudig: de provincies zijn immers meteen ook de kieskringen voor de regionale verkiezingen, en dus kan er –behalve in Limburg voor sp.a en Groen– rechtstreeks per kieskring/provincie doorgerekend worden. Alleen in Brussel dient er een extrapolatie gemaakt te worden op basis van de cijfers van 2010. Het resultaat leert dat N-VA de dominante partij in het Vlaams Parlement zou worden, op afstand gevolgd door CD&V, en daarna Open Vld en sp.a. Vlaams Belang en Groen komen verderop, en zouden ongeveer even groot worden. UF behoudt haar ene zetel, terwijl LDD zou verdwijnen uit het Vlaams Parlement.

De simulatie voor de zetelverdeling geeft alvast één opvallend resultaat: in tegenstelling tot wat de meeste peilingen de laatste maanden verkondigden is er geen sprake meer van een zogenaamde V-meerderheid. Ook in de procenten valt dit duidelijk af te lezen. De voorwaarde voor de zogenaamde Maddens-hypothese is voorlopig dan ook nog niet vervuld, zoals Bart Maddens overigens zelf ook opmerkt onder de passende titel «Kroniek van een aangekondigde nederlaag». En wat hij (en stilaan ook anderen) ook opmerkt: de federale regeringspartijen CD&V, Open Vld en sp.a zouden met dit resultaat in het Vlaams Parlement zelfs opnieuw een meerderheid behalen, dat wil zeggen zonder dat ze de hulp van Groen nodig zouden hebben. In stemmen uitgedrukt haalden de drie traditionele partijen deze zondag samen zelfs 49,8%! De claim van Bart de Wever dat deze verkiezing een afstraffing voor de regering–Di Rupo inhield valt dan ook moeilijk te onderbouwen met deze cijfers. Als we al enige federale conclusies aan de resultaten van 14 oktober 2012 mogen vastknopen, dan eerder dat de Vlaamse kiezer blijkbaar helemaal niet zo ontevreden is over de regering–Di Rupo, en dat het er inderdaad nogal beroerd uitziet voor de N-VA voor 2014.

Kunnen de verkiezingsresultaten van 14 oktober vergeleken worden met die van 13 juni 2012? Traditioneel luidt het dat CVP/CD&V het bij gemeenteraadsverkiezingen beter doet dan in de nationale verkiezingen, en dat dit ook z'n invloed heeft op de provincieraadsverkiezingen. Kijken we even naar de provincieraadsverkiezingen van 2006, dan blijkt daar echter niet zo heel veel van aan te zijn. In 2004 behaalde het kartel CD&V–N-VA nog 26,1% voor het Vlaams Parlement, om in 2006 uit te komen op 30,1%, inderdaad een sprong omhoog. Maar amper een half jaar later, in 2007, kwam datzelfde kartel van CD&V–N-VA uit op… 30,0%, niet bepaald een sprong neerwaarts. Het grootste verschil tussen de provincieraadsverkiezingen van 2006 en de federale verkiezingen van 2007 was de opkomst van Lijst Dedecker, en die had blijkbaar zelfs geen invloed op de score van CD&V en N-VA samen.

De these dat de provincieraadsverkiezingen niet te vergelijken zouden zijn met nationale verkiezingen gaat bovendien van de veronderstelling uit dat de Vlaamse kiezer er niet helemaal met zijn hoofd bij is wanneer hij in het stemhokje staat. Kiest hij werkelijk voor de CD&V in de provincieraad omdat de lokale CD&V-burgemeester een sympathieke man of vrouw is? Kan hij werkelijk in 2010 nog voor de N-VA van Bart de Wever gekozen hebben, de laatste weken niet opgemerkt hebben dat diezelfde Bart de Wever van deze verkiezingen een nationale test wou maken, en daarom dus een beetje «per ongeluk» –uit verstrooidheid? naar oude gewoonte?– afgelopen zondag naar de CD&V-stal is teruggekeerd? Ik denk dat zulke redenering onrecht doet aan de Vlaamse kiezer, om niet te zeggen impliciet een pleidooi tegen verkiezingen en democratie tout court inhoudt.

Dit alles betekent dus dat de N-VA op het lokale niveau inderdaad veel te vieren had, maar dat de partij op nationaal niveau waarschijnlijk nú al met een ernstig probleem zit. Zeker als we Bart de Wever op zijn eigen woord mogen geloven, want dan is het zelfs mogelijk dat de nederlaag van 2014 nu al ingezet is. Immers, niet alleen bleef de N-VA deze zondag ter plaatse trappelen, bovendien verloor ze waarschijnlijk ook kiezers aan… de oude kartelpartner CD&V! Verkiezingen zijn immers (zo goed als) gesloten systemen: als we abstractie maken van nieuwe kiezers, dan moet de winst van de ene gecompenseerd worden door verlies voor de andere. En dan komen we al snel tot onderstaande figuur.

De lezer weze gewaarschuwd: dit is zelfs bij benadering geen exacte wetenschap, om de eenvoudige reden dat stemmenverschuivingen een veel complexer systeem vormen dan enkele eenvoudige en lineaire verschuivingen van links naar rechts of omgekeerd. Toch wil ik pretenderen dat ik niet helemaal met spek schiet, al staat het de lezer die het oneens is natuurlijk altijd vrij een ander verklaringsmodel op te stellen.

Wat zijn de hypotheses die de basis voor deze figuur vormen? Ten eerste, dat al het verlies van het Vlaams Belang naar N-VA gaat (zoals Bart de Wever zelf ook beweert). Ten tweede, dat de winst van de Open Vld van LDD komt. Ten derde, dat de rest –eigenlijk het gros– van LDD naar N-VA gaat, conform het stemadvies van een aantal LDD-kopstukken. Ten vierde, dat de winst van Groen van sp.a komt. Ten vijfde, dat de verdwijnende stemmen (naar «Anderen») vooral naar extreem-links gaan, zoals sp.a-voorzitter Bruno Tobback beweert. Voor de eenvoud laten we die stemmen daarom vertrekken vanuit de sp.a. En verder nemen we aan dat sp.a, CD&V en N-VA kiezers met mekaar uitwisselen van rechts naar links (of omgekeerd), zonder verdere interactie met bijvoorbeeld Open Vld, Groen of andere partijen. Even doorrekenen, en wat blijkt? N-VA verliest in dit vereenvoudigde systeem zeven procent kiezers aan de CD&V.

Er zijn natuurlijk andere modellen mogelijk, maar geen van hen houdt fundamenteel beter nieuws voor de N-VA in. Wat bijvoorbeeld als N-VA haar kiezers wist vast te houden, maar Vlaams Belang en LDD hun voormalige kiezers rechtstreeks aan LDD afstonden? Niet echt een scenario waar men bij N-VA veel vrolijker kan van worden. Misschien vertrokken wel àlle kiezers van LDD naar Open Vld, en verloor Open Vld een aantal kiezers aan CD&V? Of heeft N-VA wél de kiezers van Vlaams Belang en LDD opgeslorpt, en moet het status quo eerder verklaard worden door een beduidend aantal N-VA-kiezers dat gewoon thuis is gebleven? Of wist CD&V een pak jonge (nieuwe) kiezers aan te trekken? Hoe je het ook draait of keert, veel goed nieuws valt hier voor de N-VA niet te rapen. De meest waarschijnlijke en vermoedelijk nog minst erge verklaring voor de uitslag van afgelopen zondag blijft dan ook dat een aantal kiezers tussen 2010 en 2012 teruggekeerd zijn van N-VA naar CD&V.

Zwart-gele zondag was dan ook helemaal niet zo zwart-geel als men in eerste instantie dacht. Meer zelfs, men kan moeilijk rond de vaststelling heen dat N-VA en Vlaams Belang samen geen status quo wisten te behouden, ondanks het verdwijnen van LDD. Op twee jaar tijd daalde het aantal V-kiezers van 44,5% naar 37,4%, een afname met niet minder dan zeven procent. En zelfs als we de kiezers van LDD buiten beschouwing laten, zakt het aantal V-kiezers met ruim drie procent. En dit nota bene na een jaar met de Waalse socialist Elio di Rupo aan het hoofd van het land, een misbaksel van een staatshervorming, en begrotingen en begrotingscontroles die in Vlaanderen onmogelijk als correct of rechtvaardig ervaren kunnen worden.

Reken overigens maar dat het besef van die zwart-gele achteruitgang langzaamaan zal beginnen doordringen, zowel bij de politici van de federale regeringspartijen als in de media. Verwacht kan trouwens worden dat de volgende peilingen een neerwaartse correctie van de score van de N-VA zullen tonen, waardoor de N-VA meteen in een sfeer van achteruitgang terecht zal komen. Daar komt nog bij dat de komende maanden bij de N-VA nog aardig wat hommeles verwacht kan worden op het gemeentelijk niveau. Een partij in opmars trekt altijd gelukzoekers en tafelspringers met grote ambities aan, en die ambities zullen niet allemaal bevredigd kunnen worden, zeker niet als er her en der inderdaad sprake is van anti-N-VA-coalities. Op die manier komt men snel in een malaise terecht, die de régimemedia trouwens met veel plezier zullen willen uitvergroten.

In het beste geval vormde 14 oktober 2012 voor de N-VA, en bij uitbreiding de V-partijen, een reculer pour mieux sauter. Een scherpere nationale campagne in de aanloop naar de volgende federale verkiezingen, waarin men het openlijk kan hebben over de werkelijke omvang en draagwijdte van de «prestaties» van de regering–Di Rupo, kan in dat opzicht misschien veel goedmaken. In het andere geval is de kans reëel dat de Vlaamse Beweging in 2014 de Schots-Catalaanse onafhankelijkheidstrein hulpeloos voorbij zal zien rijden. Veel reden om nog lang door te feesten over 14 oktober 2012 zie ik dan ook niet.

Bijlage: Overzicht van alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , ,

Read more...

30 juli 2012

De Maddens-hypothese (Hoegin)

Met een meerderheid voor de V-partijen in het Vlaams Parlement na de verkiezingen van 2014 zal er volgens Bart Maddens veel mogelijk zijn. De vraag is echter of die twee V-partijen wel zullen willen samenwerken. Over een revolutionaire daad als een eenzijdige verklaring van onafhankelijkheid (EVO) hebben we het dan nog niet eens gehad.

Enkele jaren geleden lanceerde Bart Maddens de idee dat het beter zou zijn als de Vlamingen voortaan niet meer zouden deelnemen aan communautaire onderhandelingen. In de plaats zouden ze beter de bevoegdheden van het Vlaamse Gewest en de Vlaamse Gemeenschap maximaal uitspelen, inclusief het inroepen van belangenconflicten en het luiden van alarmbellen wanneer nodig. Achtergrond was de vaststelling dat de Vlaamse onderhandelaars er tijdens communautaire onderhandelingen gewoonlijk niets van bakken, en bovendien vaak al vanuit een zwakke positie vertrekken wanneer zij wel eisen hebben, en de Franstaligen niet.

Deze idee ging al snel een eigen leven lijden onder de noemer «de Maddens-doctrine», en de N-VA kondigde aan die Maddens-doctrine in de Vlaamse Regering ook te willen toepassen. Sindsdien verwijten tegenstanders van die partij dat ze die doctrine inderdaad probeert toe te passen, of net níet wil toepassen, al naargelang de eigen achtergrond. De plechtige ondertekening van het eerste luik van de zesde staatshervorming toont echter onomstotelijk aan dat er inderdaad nog veel werk aan de winkel is voor de toepassing van de Maddens-doctrine. Zelf schijnt Bart Maddens ingezien te hebben dat het met zijn doctrine nooit wat zal worden zolang de traditionele partijen CD&V, sp.a en Open Vld mee de lakens blijven uitdelen in de Vlaamse Regering. Geen nood echter, want aan de einder valt toch enige hoop te bespeuren, dankzij wat ik de Maddens-hypothese zou willen noemen. Immers, als de V-partijen in 2014 in het Vlaams Parlement een meerderheid zouden halen, «dan is er veel mogelijk», aldus Bart Maddens. Uiteraard is er dan veel mogelijk. Maar wat?

Het probleem met Bart Maddens is dat hij een beetje een anti-Cassandra is binnen de Vlaamse politiek. Wanneer hij een voorstel of een hypothese formuleert wordt hij meteen op zijn woord geloofd, en dan in het bijzonder door belgicistische tegenstanders die zijn voorspelling al als een vaststaand feit en bewijs van de doortraptheid en het pertinent ondemocratische karakter van de Vlaamse Beweging aangrijpen. (Over de seriebelangenconflicten van de Franstaligen hebben zij echter nooit erg streng geoordeeld, of er zelfs nog maar kanttekeningen bij geplaatst.) Maar ook door het feit dat hij op zijn woord geloofd wordt, en zijn tegenstanders regelmatig elke aanzet tot Vlaamse reflex in de Vlaamse Regering doodknuppelen met een verwijzing naar de verguisde Maddens-doctrine, komt er van zijn voorstel natuurlijk niet bepaald veel in huis. De N-VA als politieke partij durft op dit punt trouwens niet erg doordrukken, omdat ze er natuurlijk een punt van wil maken dat zij, in tegenstelling tot haar concurrent Vlaams Belang, wél salonfähig is, aan de macht deelneemt, en daarmee ook een nuttige Vlaams-nationale keuze in het stemhokje is. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat de belangenconflicten die Vlaams Belang onlangs indiende tegen de bereikte communautaire akkoorden geen schijn van kans maakten om goedgekeurd te worden in het Vlaams Parlement. Dit overigens tot zowel grote voldoening als frustratie van het Vlaams Belang, doch dit terzijde.

De vraag stelt zich dan: wat betekent dit eigenlijk voor de Maddens-hypothese, namelijk dat er met een V-meerderheid in het Vlaams Parlement in 2014 veel mogelijk zou zijn? Het excuus van de N-VA dat zij als Vlaamse regeringspartij geen belangenconflict in het Vlaams Parlement kan steunen is natuurlijk prietpraat–de Franstalige partijen maakten daar met hun seriebelangenconflicten nooit een probleem van. Maar denkt er iemand dat als de N-VA ook in het Vlaams Parlement in de oppositie had gezeten, zij wel een belangenconflict ingediend door het Vlaams Belang zou hebben willen steunen? De viscerale afkeer van Bart de Wever tegenover alles wat van het Vlaams Belang komt –behalve enkele overlopers– werd de afgelopen week naar aanleiding van de zaak–Ceder door zowel vriend als vijand nog eens dik onderstreept. Tegen 2014 zal Bart de Wever weliswaar voorzitter af zijn van de N-VA, maar zijn invloed binnen de partijtop en bij eventuele regeringsonderhandelingen zal natuurlijk wel blijven gelden. In dat opzicht heb ik sterk mijn vragen bij de Maddens-hypothese over wat er in 2014 echt mogelijk zal zijn.

Het is bovendien de eerste keer niet dat de Vlaamse Beweging zich optrekt aan een virtuele V-meerderheid in één van de vele Belgische parlementen. Zo was er in de jaren negentig lange tijd hoop dat het Vlaams Blok, door haar aantrekkingskracht op de Brusselse extreem-rechtse stem wars van elke taalverhouding, in het Brussels Parlement een meerderheid in de Nederlandse taalgroep zou kunnen halen. Op die manier zou de partij zand in het Belgische raderwerk kunnen strooien, waarna het tricolore kaartenhuisje met een smak tegen de vlakte had moeten gaan. We weten sindsdien wat er uiteindelijk van dit plan gekomen is: terwijl men zich bij de traditionele partijen klaar maakte om een «democratische» oplossing voor het Brusselse probleem te vinden, vielen de verkiezingen voor het Vlaams Belang in Brussel dik tegen. Exit VB-meerderheid in Brussel dus, zoals het net zo goed ook wel eens exit V-meerderheid in Vlaanderen in 2014 zou kunnen zijn wanneer de Vlaamse kiezer een beetje uitgekeken raakt op de N-VA en Bart de Wever.

Ik geloof dus niet in de Maddens-hypothese. Ik heb er namelijk sterk mijn twijfels over dat de zesde staatshervorming de Vlaming finaal wakker geschud heeft, zodat de V-partijen de komende twee jaar alleen maar hun aanhang zullen zien aangroeien. Jazeker, Vlaams-Brabant, en in het bijzonder Halle-Vilvoorde wordt verder en aan sneltempo verfranst, maar je hoeft echt niet verder dan tot Aalst, Mechelen of Leuven te reizen om een Vlaamse bevolking aan te treffen die zich van die verfransing geen moer aantrekt om de eenvoudige reden dat zíj nu nog niet aan de beurt zijn. (En Leuven ligt dan nota bene nog wel zelf in Vlaams-Brabant.) En voor zover de Vlaming in steden zoals Antwerpen, Gent of Hasselt al ooit gehoord heeft van het begrip apartheid-aan-de-Zenne, kan het hem allemaal geen barst schelen want heeft hij met Brussel toch geen uitstaans. Ik moet die V-meerderheid dus eerst nog uit de stembus zien komen, ook al meten de laatste peilingen onveranderlijk wel een V-meerderheid.

Maar ik geloof ook het deeltje van de Maddens-hypothese niet dat zegt dat er veel mogelijk zal zijn met een V-meerderheid. Een partij als de N-VA heeft zich opgebouwd en opgetrokken aan de these dat er met het Vlaams Belang toch niets aan te vangen valt. Dit in tegenstelling tot de CD&V, waarmee de N-VA zelfs een tijdlang een kartel wilde vormen, sp.a waarmee ze vandaag toch ook in de Vlaamse Regering zit, en Open Vld die ze zelf in de regering–Di Rupo I loodste en met wie ze in Antwerpen een nieuw stadsbestuur wil vormen. Zelfs met Groen wil de N-VA hier en daar voor de gemeenteraadsverkiezingen wel in kartel treden, maar in Antwerpen wil ze zelfs nog niet weten van gedoogsteun vanuit de oppositie door het Vlaams Belang. Als de N-VA in 2014 dan toch gesprekken met het Vlaams Belang zou willen aanknopen om een Vlaamse regering te vormen of zelfs nog maar occasioneel samen te werken, dan zou dit niets minder dan een revolutie van formaat betekenen, zo ongeveer van dezelfde grootteorde als wanneer de CD&V plots haar Vlaamse verkiezingsbeloften zou nakomen. En iedereen weet hoe de N-VA gruwt van revoluties.

Voorlopig beschouw ik de Maddens-hypothese dus vooral als een mooi sprookje. Zeg maar, iets wat je 's avonds aan je kinderen kan vertellen voor het slapengaan, met prinsen en prinsessen, ridders op hun paard, dieren die kunnen spreken, Franstaligen die Nederlands leren, en socialisten die fraude en corruptie bestrijden. En Vlaams-nationalisten dus die in 2014 de handen in mekaar zullen slaan…

Labels: ,

Read more...

5 april 2010

Peiling De Standaard/VRT geeft radicaal ander beeld (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen sedert 2004De inkt voor de artikelen over de laatste peiling van La Libre Belgique was nog niet goed droog, of daar verschenen al de resultaten van een nieuwe peiling van De Standaard/VRT met radicaal andere resultaten. Wie begin deze week nog afgeschreven werd met historisch verlies, mocht zich dit week-end reeds verheugen over een «remonte». Wat moeten we daar allemaal van denken?

CD&V is één van de weinige Vlaamse partijen die in de twee peilingen een gelijkaardig resultaat neerzetten. Historisch gezien blijft de partij het slecht doen, al is het een ietsje minder slecht bij De Standaard/VRT dan bij La Libre Belgique. De partij heeft echter het geluk dat de rest van het partijpolitieke landschap in Vlaanderen zo verdeeld is dat ze met amper iets meer dan twintig procent van de stemmen het marktleiderschap kan blijven opeisen.

Open Vld scoort dan weer opvallend goed bij De Standaard/VRT, in tegenstelling tot de ronduit miserabele score die de partij toebedeeld kreeg bij La Libre Belgique. Nu ja, wat heet «goed», want met 17,6% van de stemmen komt de partij precies in het midden uit tussen haar verkiezingsuitslag van 2007 en die van 2009. Niet bepaald een score dus om alvast de champagnekurken te laten knallen.

Zoals Open Vld veel beter bij De Standaard/VRT scoort dan bij La Libre Belgique, zo scoort N-VA er veel slechter. Maar ook hier relativeert een vergelijking met de verkiezingsuitslagen van 2007 en 2009 die «slechte» score: in 2007 zat die partij nog in een kartel met CD&V en zou niemand er zijn hand voor in het vuur gestoken hebben dat de partij op eigen houtje de kiesdrempel van vijf procent zou kunnen halen. Verleden jaar kwam ze echter verrassend op 13,1% voor het Vlaams Parlement (en 9,9% voor het Europees Parlement) uit. Maar de eerste peiling die de partij op een verlies zet tegenover 7 juni 2009 moet nog verschijnen, en de enige andere partij die dat ook kan zeggen is… Groen!

Het hoogte- en relatieve dieptepunt dat N-VA deze week heeft moeten ondergaan is echter wel een mooie illustratie van hoe zeer een goede peiling een vergiftigd geschenk kan zijn. Op die manier kan deze peiling op haar beurt een zegen voor N-VA zijn, doordat de verwachting nu iets getemperd zijn, en N-VA de komende weken misschien toch niet de hond zal zijn die aangevallen en geslagen moet worden. Het kan een voordeel zijn wanneer Jean-Luc Dehaene eindelijk zijn voorstel tot oplossing (?) van het vraagstuk-Brussel-Halle-Vilvoorde op tafel zal leggen.

Die andere Vlaams-nationalistische partij, Vlaams Belang, doet het bij De Standaard/VRT ook opvallend slechter dan bij La Libre Belgique. Hier moet echter de nuance aan toegevoegd worden dat de partij het deze keer dan toch beter doet dan de historisch lage score die ze in oktober verleden jaar bij dezelfde peiler toebedeeld kreeg. Als de waarheid ergens in het midden tussen de ene en de andere peiler ligt, betekent dit dat de partij op dit ogenblik haar score van de laatste verkiezing min of meer vasthoudt. Dit is nog geen score om verheugd over naar huis te schrijven, maar toch beter dan wat de partij kon vrezen na de negatieve persaandacht die de partij de laatste weken en maanden heeft moeten ondergaan.

Een partij waarover beide peilers het wel opvallend eens over zijn, is de sp.a. De partij staat eigenlijk status quo, met een lichte neiging tot winst, al is die statistisch niet significant. Of de sp.a daar zo tevreden over kan zijn is natuurlijk een andere vraag, want vergeleken met een paar jaar geleden staat de partij duidelijk op een verlies. De resultaten van de laatste peilingen lijken echter wel te suggereren dat de achteruitgang voorlopig gestopt is, en dat er misschien zelfs een begin van een herstel is gemaakt.

Die andere linkse partij, Groen!, doet het traditioneel beter bij De Standaard/VRT dan bij de andere peilers, maar komt deze keer op exact hetzelfde resultaat uit als bij La Libre Belgique. (Dat de partij het in de peilingen vaak beter zou doen dan bij de verkiezingen, zoals Bart Sturtewagen zaterdag in De Standaard beweert, is klinkklare onzin, en het volstaat te verwijzen naar 2004 en 2006 om dat aan te tonen).

Tot slot dan nog Lijst Dedecker, dat het in deze peiling iets beter doet dan in die van La Libre Belgique. De kiesdrempel lijkt daarom alweer een beetje verder weg, maar men zal zich bij die partij toch zorgen moeten blijven maken over die kiesdrempel. In België is het immers voor een partij niet voldoende dat ze regionaal iets boven de kiesdrempel zweeft om in alle kieskringen zetels binnen te halen, en het verschil tussen een 5,5% eerder vorige week en 7,4% dit week-end laat zich voelen in de prognose voor de zetelverdeling voor het Vlaams Parlement.

Die prognose, die alweer erg gelijklopend is met een simulatie die Bart Maddens uitvoerde voor de federale Kamer, toont aan dat met de resultaten van de laatste peiling, de verhoudingen tussen de Vlaamse partijen in het Vlaams Parlement niet zo erg veel zouden verschillen van vandaag. CD&V blijft afgetekend de grootste partij, gevolgd door vier min of meer even grote partijen Open Vld, sp.a, N-VA en Vlaams Belang. Een ander verschil is, zoals reeds vermeld, dat Lijst Dedecker een heel pak zetels extra zou halen dankzij een comfortabelere afstand tegenover de kiesdrempel. Qua mogelijke coalities verandert er eigenlijk niet zo heel veel: met deze zetelverdeling zijn alleen CD&V–Open Vld–sp.a, CD&V–Open Vld–N-VA en CD&V–sp.a–N-VA mogelijk als we ons willen beperken tot slechts drie partij en aannemen dat het cordon sanitaire intact zou blijven. Een paars-gele coalitie van Open Vld, sp.a en N-VA zou deze keer drie zetels tekort hebben voor een meerderheid in het Vlaams Parlement. CD&V hoeft zich voorlopig dus nog geen zorgen te maken dat ze eventueel uit de Vlaamse regeringsboot zou vallen.

De bijna gelijktijdige verschijning van deze peiling en die van La Libre Belgique, met bovendien enkele opvallende verschillen tussen de twee, heeft ervoor gezorgd dat alvast De Standaard en de VRT zelf niet rond de vraag heen konden wat de oorzaak zou kunnen zijn van die verschillen. Beide media doen daarbij uiteraard hun best om vooral hun eigen peiling naar voren te schuiven als de meest betrouwbare – en wie kan hen dat eigenlijk verwijten? Het grote verschil tussen de twee peilingen is de wijze waarop ze uitgevoerd werden: TNS-Media/Dimarso doet dat via een toevallige steekproef op basis van telefoonnummers (inclusief mensen die alleen maar een GSM-nummer hebben), terwijl IPSOS voor La Libre Belgique een (zelfselecterend) internetpanel gebruikt.

Nu hoeft dat laatste niet te betekenen dat de resultaten van IPSOS slechter zouden zijn dan die van TNS-Media/Dimarso, op voorwaarde natuurlijk dat IPSOS over een voldoende groot panel zou beschikken en zorgt voor een correcte weging van de resultaten. Wat de grootte van het panel betreft, vrees ik echter dat IPSOS schromelijk tekort schiet, zeker als je de bedenking maakt dat het veel goedkoper is een internetpanel uit te breiden dan een telefonische enquête. In ieder geval konden de peilingen van La Libre Belgique bij de laatste verkiezingen de vergelijking met die van De Standaard/VRT niet zo goed doorstaan, en het is eigenlijk merkwaardig dat IPSOS zelf nog geen maatregelen in dat verband heeft ondernomen. Ik ben dan ook geneigd meer geloof te hechten aan de resultaten van De Standaard/VRT, ook al hoop ik persoonlijk dat La Libre Belgique dichter bij de waarheid zit, in ieder geval wat betreft de uitslagen van de Vlaamsgezinde partijen.

Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

30 maart 2010

Peiling La Libre Belgique: N-VA tweede partij (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen sedert 2004De revelatie in de peiling van La Libre Belgique, waarvan de resultaten zondagavond gepubliceerd werden, is ongetwijfeld dat N-VA vandaag de tweede grootste partij in Vlaanderen zou zijn – foutenmarges niet te na gesproken. Maar er valt over de resultaten van deze peiling best wel wat meer te vertellen, want voor meer dan één partij bevat ze historische resultaten.

Beginnen we bijvoorbeeld bij wat nog steeds de grootste partij in Vlaanderen zou zijn: CD&V. De partij gaat erop achteruit vergeleken met de verkiezingen van verleden jaar, maar wel op de grens van wat statistisch significant genoemd kan worden. Tegelijkertijd valt op dat de partij met een aanhang van slechts 20,0% van de stemmen historisch laag scoort bij La Libre Belgique. Alleen Het Laatste Nieuws plaatste de partij ooit lager, iets meer dan een jaar geleden, toen die krant de partij nog slechts 19,9% gaf.

Scoort CD&V historisch laag, dan scoort N-VA weer historisch hoog. La Libre Belgique maakt van de partij zelfs de tweede grootste partij in Vlaanderen, vlak voor het Vlaams Belang. (De nuance dat het verschil tussen N-VA en Vlaams Belang veel minder dan een foutenmarge bedraagt ging in de verdere berichtgeving uiteraard verloren.) De vraag moet echter gesteld worden of de groei die La Libre Belgique N-VA toedicht wel duurzaam is. Tegenover de regionale verkiezingen van verleden jaar maakt de partij een fameuze sprong, maar tegenover de Europese verkiezingen verdubbelt ze zelfs bijna haar score. Het gevaar bestaat dan ook dat wanneer in 2011 de partij de verwachtingen uit de peilingen niet kan inlossen, N-VA op de verkiezingsavond met een kater achterblijft, ondanks stevige winst.

Een ander probleem waar de N-VA mee af te rekenen kan krijgen, is dat haar partners in de Vlaamse regering haar voorlopig niets meer zullen gunnen. In het dossier over de Oosterweelverbinding kon de partij alvast geen finale beslissing doorduwen, en wordt opnieuw een studie ingelast. CD&V kan ook proberen de partij de komende weken een lesje te leren via een federaal omweggetje, en de partij in de Vlaamse regering voor het blok plaatsen door enkele Vlaamse toegevingen rond Brussel-Halle-Vilvoorde. Een monsterscore in een peiling kan daarom al snel een vergiftigd geschenk worden als je vervolgens tweemaal bakzeil moet halen, en misschien zelfs het risico loopt uit de Vlaamse regering gekegeld te worden.

Een andere score die vraagtekens oproept is die van het Vlaams Belang. La Libre Belgique plaatst de partij vandaag op 17,3%, tegenover 17,1% drie maanden geleden. In januari plaatste Le Soir de partij nog onder de 15%, eind verleden jaar kwam ze bij De Standaard/VRT zelfs op een miserabele 12,8% uit. Bovendien kwam de partij de laatste maanden vooral op een negatieve manier in de media, enerzijds omwille van de interne strubbelingen die breed in de pers uitgesmeerd werden, en anderzijds dankzij een systematische uitsluiting van de partij uit het debat over de veiligheid in Brussel (een beetje alsof de media Groen! niet aan het woord zouden laten naar aanleiding van een milieukatastrofe, doch dit terzijde). Het is in ieder geval duidelijk dat La Libre Belgique meent dat de partij langzaamaan uit een dal aan het kruipen is, en stilaan terug zicht begint te krijgen op haar scores uit de verkiezingen van 2007.

Twee partijen die overduidelijk nog steeds in een sukkelstraatje zitten volgens La Libre Belgique zijn sp.a en Open Vld. De eerste partij blijft oscilleren rond de vijftien procent, terwijl de andere voor het eerst bij La Libre Belgique onder de veertien procent zakt. Dat laatste is overigens ook historisch laag, en alleen bij De Stemmenkampioen in 2005 en 2006 deed de partij het ooit slechter. Waar is de tijd dat beide partijen ver boven de twintig procent scoorden, niet in de peilingen maar bij de verkiezingen?

Nog een partij die het niet zo goed doet is Lijst Dedecker, waarbij dan nog moet opgemerkt worden dat de desastreuze voorzittersverkiezingen plaatsvonden nà het afnemen van deze peiling. Dan lijkt het met Groen! toch iets beter te gaan, en voor het eerst in meer dan zes jaar scoort de partij meer dan acht procent bij La Libre Belgique. Is het een gevolg van de opslorping van SLP? Spectaculair kan de vooruitgang niet genoemd worden, maar de partij heeft zich in tegenstelling tot Lijst Dedecker de laatste maanden wel weten te verwijderen van de gevreesde kiesdrempel van vijf procent.

La Libre Belgique voerde geen simulatie uit voor een zetelverdeling, maar extrapolatie van de resultaten naar de verschillende kieskringen levert een interessant prognose op voor zetelverdeling in het Vlaams Parlement. (De prognose die Bart Maddens uitvoerde in opdracht van Het Nieuwsblad voor de federale Kamer leverde overigens erg gelijklopende resultaten op.) De machtsverhoudingen binnen de huidige Vlaamse coalitie zouden met deze resultaten in ieder geval radicaal anders zijn, met drie partijen die in wezen niet zo heel veel van mekaar in grootte verschillen. En eigenlijk zijn alle vijf de grootste partijen in zetelaantal aan mekaar gewaagd. Volgens de prognose zijn coalities zoals CD&V–N-VA–Open Vld en CD&V–Open Vld–sp.a nog steeds mogelijk, naast de huidige coalitie van CD&V, sp.a en N-VA. Een coalitie met N-VA, Open Vld en sp.a haalt dan weer precies de helft van de zetels, en dus één te weinig voor een meerderheid. CD&V en Open Vld alleen, zoals in de federale regering, maken op dit ogenblik echter geen schijn van kans om in het Vlaams Parlement een meerderheid te vergaren – ze halen maar net iets meer dan een derde!

Alle Waalse peilingen sedert 2006Aan Franstalige zijde blijft de PS hoog scoren, terwijl de aanhang van MR verder afbrokkelt. De oorzaak voor die afbrokkeling hoeft waarschijnlijk niet verder gezocht worden dan bij de groeiende aanhang van de PP. Ecolo doet het opnieuw wat beter, en klimt weer boven de twintig procent. De partij zit daarmee MR op de hielen, om niet te zeggen dat de twee partijen statistisch gezien als even groot beschouwd dienen te worden. CdH lijkt zich te stabiliseren, maar blijft ver achter op Ecolo. Het Front National blijft onder de kiesdrempel, net zoals de PP. Voor die laatste partij gaat het echter wel duidelijk de goede kant op, iets wat niet gezegd kan worden voor het Front National.

Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 en Wallonië sedert 2006 (PDF).

Labels: , ,

Read more...

26 mei 2008

B-H-V en de geo-strategie van Elio di Rupo (Hoegin)

Brussel-Halle-VilvoordeAls om te illustreren dat Bart Maddens het zaterdag in De Standaard wel degelijk bij het rechte eind had, zette Elio di Rupo vandaag in een interview met Le Soir nog eens goed de puntjes op de i wat betreft de (niet-)splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde: Door de splitsing tegen te houden willen de Franstaligen hun aanspraken op delen van Vlaams-Brabant bij een eventuele toekomstige splitsing van België gaaf houden.

Elio di Rupo legt aan het einde van het interview haarfijn uit welke drie «bruggen» hij ziet waarmee hij de Franstaligen in Vlaams-Brabant verbindt met Francofonië. En van die bruggen wil hij in de toekomst gebruik kunnen maken om op minstens die delen van Vlaams-Brabant die nodig zijn om Brussel geografisch met Wallonië te verbinden aanspraken te kunnen maken, en de staatsgrens ten Noorden van de huidige gewestgrenzen te leggen. Ik citeer letterlijk uit het interview:
En tout cas, pour l'institutionnel, c'est mal parti au fédéral. BHV…

On peut répondre à la Cour constitutionnelle par d'autres mécanismes que le splitsing. Et si les partis flamands maintiennent leur exigence, de toute façon, la scission ne pourra pas être pure et simple. Les francophones ont des raisons de géostratégie.

«Géostratégie», carrément…

Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas.
Het is overigens niet de eerste keer dat Elio di Rupo zich in deze zin uitlaat: de dag na de beruchte niet-stemming van de splitsing van het arrondissement in de Kamer deed hij al precies hetzelfde, met overslaande stem, tijdens een discussie in het ochtendprogramma van La Première. Het is alleen jammer dat dit discours van hem vrijwel nooit doorsijpelt tot in de Vlaamse pers.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten