20 april 2010

De Drievuldigheid is nog andere koek dan BHV

Het gezeik van Vlaamse journalisten en columnisten, die met de kak in hun broek –een eind onder hun gematigde rationele  koppen dus–altijd maar spreken over de noodzakelijke toegevingen die wij moeten doen voor de splitsing van BHV, is mij te machtig geworden.

Lezer, ik stel voor dat wij hun ontalige gestuntel en gestamel even niet meer lezen of bespreken, en dat we een chartervlucht nemen naar:  Constantinopel, 1745.

De twintigjarige Casanova arriveert daar voor een verblijf van een aantal weken, en is er te gast bij een oude rijkaard, de 60-jarige koopman Jossouf, die onmiddellijk een grote sympathie voor hem opvat. In die mate zelfs dat de man hem zijn dochter ten huwelijk wil geven. Die dochter is heel mooi vernemen we, hetgeen  voor Giacomo geen probleem vormt. 

Probleem is wel dat Casanova geen moslim is, maar christen, en dat hij bijgevolg in de Drievuldigheid gelooft. Tenminste, zijn gastheer neemt dat geredelijk aan, en beiden voeren zij de meest prachtige twistgesprekken over dit verheven onderwerp. We lezen die gesprekken in Casanova zijn Histoire de ma VieItaliaans was toen de meest gesproken vreemde taal in de Levant, en Constantinopel en Venetië hadden ook sterke commerciële banden; zulke gesprekken waren dus goed mogelijk, vertellen ons de geleerden.

Van het huwelijk is nochtans niets in huis gekomen, al bekent Casanova ons dat hij het in de gesprekken over de Drievuldigheid moest afleggen:

Allant chez moi je réfléchissais qu’il était bien possible que tout ce que Josouff m’avait dit sur l’essence de DIEU fût vrai, car certaine-ment l’être des êtres ne pouvait être en essence que le plus simple de tous les êtres; mais qu’il était impossible qu’en conséquence d’une erreur de la religion chrétienne je pusse me laisser persuader à embrasser la turque, qui pouvait bien avoir de Dieu une idée très juste, mais qui me faisait rire, en ce qu’elle ne devait sa doctrine qu’au plus extravagant de tous les imposteurs.
Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 2 – Chapitre IV
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, p.291

[In het naar huis gaan overdacht ik dat het goed mogelijk was dat alles wat Josouff me had gezegd over het wezen van GOD wel eens waar kon zijn, want voorzeker, de zijnde der zijnden kon in wezen enkel het simpelste van alle wezens zijn; maar dat onmogelijk ik mij, als gevolg van een misvatting in de christelijke religie, kon laten overhalen om dan de Turkse maar te omhelzen, die over God wel een zeer juiste opvatting mocht hebben, maar die mij in een lach liet schieten, want haar leer had ze enkel te danken aan de meest extravagante onder alle bedriegers.]

Mijn gedachten kwamen weer bij Casanova terecht, beste lezer, omdat ik zaterdag laatst een gesprekje had over deze man, en over de Don Giovanni van Mozart en Da Ponte, met Sylvia Broeckaert, in het programma Scala op Klara.

Labels: , , , , , ,

Read more...

10 april 2010

Leve A, weg met M!

Als titel had ik eigenlijk willen plaatsen: “Leve Allah, weg met Mohammed!” Een Perzisch spreekwoord zegt echter: “Je mag grappen maken over God, maar wees voorzichtig met Mohammed!” Ik wil in vrede leven, dus schuw ik provocaties. Hout vasthoudend, meen ik stilaan te weten hoever ik kan gaan met uitspraken waardoor moslims zich beledigd voelen. In mijn ervaring kan je over de islam zonder gevaar eender wat schrijven en publiceren mits je het niet te opvallend doet. Mohammed een pedofiel of ene terrorist noemen, daar kan je veilig mee weg geraken mits je het wat discreet doet, in een aangepast medium. Weinig mensen lezen een tekst of geven een bal om zijn inhoud; maar beelden en titels trekken meer aandacht.



Zo ook de titel van Benno Barnards lezing: “Leve God, weg met Allah!” Die deed in bepaalde zenuwcentra van de islam het alarm afgaan, en de gevolgen kennen we inmiddels. Een klinkend vertoon van islamitische onverdraagzaamheid dat de media wegens de bekendheid van de auteur niet konden negeren. (Extreemlinks doet regelmatig zulke tussenkomsten tegen rechtse sprekers, maar daarover wordt nauwelijks gerapporteerd.)

Toen de studentenopstand op Tiananmen door de tanks gesmoord werd, blokletterde het maoïstische weekblad Solidair: “Euforie in de kapitalistische media”. En daar was iets van. Bij alle opzichtige verontwaardiging over het bloedbad waren de “kapitalistische” (waarmee bedoeld was: anticommunistische) opiniemakers eigenlijk maar wat blij dat het communisme nog eens zo duidelijk zijn ware gelaat getoond had. In stilte dachten sommigen: wat goed dat ze in Beijing zo stom zijn om tanks te gebruiken in plaats van waterkanonnen.

Iets dergelijks monkelden ook Vlaamse islamcritici na de poging van moslims opgetrommeld door de groep Sharia4Belgium om Benno Barnard de mond te snoeren en af te tuigen. Nu doet een hele meningsindustrie zó haar best om het “vooroordeel” van islamitische onverdraagzaamheid de kop in te drukken, en dan komen uitgerekend de begunstigden van dat beleid, de moslims, dat mooie opzet verbrodden. Lachen, gieren, brullen.

De reacties van moslimzijde waren bijzonder leerrijk, en maken met één slag honderd campagnes tegen “vooroordelen” ongedaan. We konden bij Phara ondermeer kennismaken met Sharia4Belgium-woordvoerder Abu Imran.

Noteer eerst even dat deze naam geen schuilnaam is, zoals aan de gastvrouw verteld was. Het element Abu wordt weliswaar vaak gebruikt in bijnamen, Abu X in de zin van “de X-kerel”, bv. toen de jonge Lucas Catherine met de camera in de ene en het machinegeweer in de andere hand deelnam aan aanvallen op Israëlische stellingen, noemden zijn Palestijnse kornuiten hem “Abu Kamera”. Maar in beginsel, en ook in dit geval, is het een konja, de typisch Arabische zoonsnaam: “vader van Imran”. Die naamgeving wordt door de Belgische wet niet erkend maar is in de Arabische cultuur legitiem. De profeet bijvoorbeeld heette zowel Mohammed ibn Abdullah, “zoon van Abdullah”, als Mohammed abu Qâsim, “vader van Qâsim”, zijn vroeg gestorven zoon. De tweede vorm is beleefder, want erkent dat een man een zoon heeft en dus bewezen heeft een echte man te zijn.

In ieder geval, Abu Imran verdedigde de actie tegen Barnard zonder reserve. Hij legde uit hoe Europa volgens plan op geweldloze wijze de democratie door de islamwet (sjari’a) zal vervangen. De niet-terroristische meerderheid van moslims is dus niet ipso facto gematigd, zij omvat een grote groep radicalen die ingezien hebben dat bij de huidige machtsverhoudingen geen gewapende strijd nodig is (en veeleer contraproductief zou zijn) voor de islamisering van Europa.

In Terzake ontmoetten we de welbespraakte sociologe Samira Azabar, leidster van de campagne pro hoofddoek. Ik beschouw mijn levenswerk als onvoltooid zolang verstandige moslims als Samira niet hebben leren lachen om hun jeugddwaasheid, in de begoochelingen van de Profeet geloofd te hebben. Inmiddels vermeed zij om de actie te veroordelen. Ze vond dat vrijdenkende intellectuelen zoals Barnard en Etienne Vermeersch zélf extremisten zijn. Welja, het is haar al zo vaak voorgezegd: islamkritiek is geen mening, het is een misdaad. Belangrijker was echter haar terechte opmerking dat we niet moeten leuteren over een incidentje, maar naar de grond van de zaak moeten gaan. Doen we.

De grond van de zaak is dat alle moslims zonder uitzondering regelmatig het Arabische equivalent (en origineel) van Barnards titel scanderen: Lâ ilâha illâ ‘llâhu, “er is geen god behalve dé God [= Allah]”, uit Koran 47:19/21. Deze leuze betekent dat behalve Allah alle wezens die aanbeden worden, vals zijn of alleszins niet vererenswaardig, en dat hun cultus een kwaad is. Zij betekent: “Leve Allah, weg met Hubal (de oorspronkelijke godheid van de Kaäba), weg met Sjiva, Ahura Mazda, Christus, Boeddha en de rest.”

Barnard heeft niets gezegd dat moslims niet dagelijks zelf zeggen. Als hij moslims beledigd heeft, dan beledigen zij dagelijks alle mogelijke niet-moslims tegelijk. Zie, daarover zou ik eens met Samira willen debatteren. Het mag voor een aula vol moslims zijn.

Labels: , , , ,

Read more...

8 april 2010

Wat als Abu Imran een onthaalvader was geweest? (Hoegin)

Fouad BelkacemDe voltallige media vielen dit week-end volkomen uit de lucht toen bleek dat de achtergrond van Fouad Belkacem, alias Abu Imran, misschien toch niet helemaal zuiver op de graad was. Het is niet de eerste keer dat zoiets voorvalt, maar men kan dan ook niet verwachten dat journalisten zelfstandig zulke geavanceerde werktuigen als bijvoorbeeld Google zouden gebruiken bij het uitoefenen van hun job. Ze hebben het trouwens zo al druk genoeg met het controleren van kinderdagverblijven in Hoboken…

Wat Fouad Belkacem met een kinderdagverblijf in Hoboken te maken heeft? De overeenkomst tussen de twee is dat beiden het land dagenlang op stelten konden zeggen – of toch minstens de vele «kwaliteitskranten» die ons landje rijk is – maar de manier waarop dat gebeurde was wel radicaal anders. In het geval van het kinderdagverblijf in Hoboken kwam er immers onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank bij te pas. Het is inderdaad geen sinecure om iemand in zijn eigen woonkamer als volbloed nazi te ontmaskeren wanneer er aan de voordeur alleen maar een VL-sticker te bespeuren valt en in het kinderdagverblijf zelf een portret van Hitler. Voor zulk kwaliteitsvol en gedurfd onderzoeksjournalistiek hoefde Fouad Belkacem echter niet te vrezen. Iemand die de sharia in België wil invoeren kan niets anders dan een rechtgeaard moslim zien, en dus hoeft het heden noch het verleden van die man niet nageplozen te worden, zo moet de vaderlandse pers gedacht hebben. En zo zou ook nooit geschied zijn, hadden de kraaien Jurgen Verstrepen en Margriet Hermans in hun zondags programma niet één en ander aan het licht gebracht.

Het weze echter duidelijk: een navraag bij het politiekorps van Boom en het parket van Antwerpen leerde onze hardnekkige persmuskieten dat de genaamde Fouad Belkacem voor hen een nobele onbekende is. En daarmee was de kous voor de persmuskieten zo goed als af. Dachten ze. Lichtjes opgelucht zelfs, meende ik hier en daar tussen de lijnen te kunnen lezen, maar het kan natuurlijk ook aan mij gelegen hebben. Want toen bleek plots dat de genaamde Fouad Belkacem bij het Antwerpse parket dan toch geen nobele onbekende was, tenminste toen het Antwerpse parket er eindelijk in geslaagd was zijn naam correct te spellen. Ja, een achternaam met drie lettergrepen, ik kan ervan meespreken dat dat bij administratieve diensten wel eens fout durft te lopen. Hoe dan ook, had men de sharia een paar jaar geleden al in België ingevoerd, zou niet uit te sluiten geweest zijn dat diezelfde Fouad Belkacem die vandaag die sharia wil invoeren met één hand minder door het leven had moeten stappen. Of misschien zelfs twee. Het aantal open doekjes dat de man in de media toegeworpen kreeg is sindsdien in ieder geval sterk afgenomen. Je zou bijna gaan denken dat de media nu met de hele zaak een beetje verveeld zitten, maar ook dat kan natuurlijk alleen maar een indruk zijn waar ik mee zit.

Vergelijken we echter de hele affaire eens met wat Herta van den Brempt overkwam. Want het is niet zo dat maart gewoon een wat zwakke maand was voor de raspaarden waarover onze dagbladen beschikken. Op vrijdag 19 maart herinnerde De Standaard ons immers nog eens aan het vreselijke verhaal van die nazi-onthaalmoeder in Hoboken, door erop te wijzen dat zij nog steeds kindjes onder haar hoede heeft. Ja, stel je voor, Kind & Gezin trok weliswaar haar attest wel in, maar illegaal is het niet om dan toch nog kinderen te blijven opvangen. De krant schreeuwt het onrecht dan ook uit, en port de bevoegde minister van Welzijn Jo Vandeurzen niet weinig subtiel aan wat meer spoed te zetten achter een nieuw kaderdecreet, kwestie van de onnoemelijke toestanden in Hoboken zo snel mogelijk buiten de wet te kunnen stellen.

Eén zinnetje is echter cruciaal in het hele artikel: «De foto van Hitler is ondertussen weg.» Je hebt er snel overgelezen, en de functie van het zinnetje is natuurlijk in de eerste plaats aan te tonen hoe achterbaks die nazi-onthaalmoeder vandaag wel geworden is: van een openlijke nazi-onthaalmoeder naar een verdoken nazi-onthaalmoeder! De vraag is dan alleen: wat is nu eigenlijk nog het probleem? Eerst was het al vreselijk dat de kindertjes er zomaar braaf konden speelden onder de nazirelikwieën, maar dat de nazirelikwieën nu verwijderd zijn lijkt wel een nog groter vergrijp. Of maakt het allemaal niets uit, als die vrouw met haar akelige meningen maar zo snel mogelijk haar job kwijt is? Het ruikt allemaal sterk naar een Berufsverbot, en het feit dat De Standaard het de moeite waard vindt het verhaal zes maanden later nog eens op te rakelen, toont aan dat het wel degelijk de bedoeling was en nog steeds is dat ze haar job zo snel mogelijk kwijt raakt.

(Tussen haakjes: toen zes maanden geleden bleek dat de combinatie van Berufsverbot en Sippenhaft als eerste slachtoffer… de vrouw van Nordine Taouil opeiste, werd al onmiddellijk duidelijk dat het uitdrukkelijk nooit de bedoeling was geweest dat de politiek-correcte hakbijl in meer dan één richting zou vallen. De Schadenfreude die zich vervolgens in bepaalde kringen verspreidde werd echter nog minder gepast gevonden dan een portret van Hitler in een kinderdagverblijf. Ware het niet geweest dat het centrum van de meest tolerante en vredelievende godsdienst van de wereld strikt verboden terrein is voor christenhonden, waren vermoedelijk heelder kwaliteitsredacties onmiddellijk op bedevaart naar Mekka getrokken als boetedoening voor al het leed dat een moslima op die manier berokkend werd. Docht dit ter zijde.)

Het voorval toont in ieder geval afdoende aan waarom niemand de afgelopen maand de tijd had om even na te gaan wie die rare kwast van een Abu Imran nu feitelijk is. Ook onze kranten zijn nu eenmaal onderworpen aan de wet van de begrensde middelen. Net zoals onze veiligheidsdiensten overigens. Want het is allemaal goed en wel dat minister van Binnenlandse Zaken Annemie Turtelboom al onmiddellijk liet verstaan dat haar diensten Sharia4Belgium – desnoods zelfs met extra h – in de gaten zou houden, maar mijn vraag is dan ten koste waarvan dat eigenlijk zal gaan. Betekent dit bijvoorbeeld dat de veiligheidsdiensten vanaf nu de bestuursvergaderingen van de afdeling van het Davidsfonds in Zwevegem niet meer zullen kunnen afluisteren? Of dat de infiltratiepogingen in de VVB-afdeling van Ardooie opgegeven zullen moeten worden? We moeten ons de vraag stellen waar de échte staatsgevaarlijke lui zitten, en of de minister haar diensten wel de juiste prioriteiten oplegt. En vooral: hoe zou die Fouad Belkacem aan de kost komen, en zou dat wel een geoorloofd beroep zijn voor zo'n sjariatist? Ik ben er zeker van dat De Standaard de zaak over zes maanden voor alle zekerheid nog eens zal opvolgen.

Labels: , , , , ,

Read more...

5 april 2010

Immoral acts should not always be illegal
(Vincent De Roeck)

“The more laws you make, the more criminals you will have.” This famous quote from the ancient Chinese philosopher Lao-Tzu captures the essence of what libertarians ought to stand up for. In brief, we are strongly committed to the idea that it is not up to the State to decide what actions are legally acceptable and morally justifiable, and what actions are not. The debate about morality and legality might indeed be a very old one; it nevertheless remains a crucial debate for libertarians to engage in on a regular basis. The indulged people of the West tend to forget that the State has no birthright in itself and that it is not infallible at all. At the core of the human tradition we do not detect collectivism and repression, but individual morality and a natural law order. Libertarians are the only ones today still living up to the most basic values of humanity.

We believe that every individual is born a free man and that every person possesses a series of innate and inalienable God-given rights and freedoms, notably the rights to life, liberty and property. The only limitation to someone’s freedom in such a natural law environment is the way it extends to the equal freedom of other human beings, and true justice is enforced through a civil law tort system whereby all damages are repared and where the victim, not the State, acts as prosecutor. The State has no authority to foist a moral code upon us, other than protecting other human beings against the actual violation of their rights. Legality and morality are intertwined in the current system at the detriment of both ideals. Individuals are no longer ought to abide by their own moral convictions but by those of the collective. That is why morality must at all times remain an individual thing, and legality an objective natural law standard.

Charity, for instance, is no longer a private matter, but the State rationale behind the bluntest thievery ever initiated against free people: taxation through violence and social engineering through redistribution. Killing someone is no longer immoral because the murderer trespasses on someone else’s most basic freedom but because it is prohibited by law. If we go down that path, killing blacks under the Apartheid regime in South Africa or torturing Jews in Czarist Russia suddenly has to be considered “moral” as well, because it was strictly “legal”. Not paying taxes, on the other hand, is an illegal act, but does that make it necessarily immoral? I don’t think so. It seems obvious to me that both principles have different ranges of application and must never be centralized in one single State-induced “justice” system.

What is immoral for one person might not be immoral for someone else, and what should be outlawed in the eyes of one citizen might just as well be pushed forward for legalization by another. Instead of “solving” these discrepancies through State intervention, empowered by the Mob rule we call “democracy”, we should opt for a strictly limited legal framework, private or not, which guarantees every person, libertarians and collectivists alike, the maximum freedom possible. Libertarianism does not constitute a socio-cultural dogma; it is nothing more than the embodiment of a morally neutral framework for human interaction and spontaneous social orders. This framework will allow us to live together in liberty, individualism and mutual understanding. Or as the first U.S. President George Washington said: “It will set the standard to which the wise and honest can repair, the rest lies in the hands of God.”

We are not free because that is what the government tells us. We are not free because that is what is written down in a historic document. We are free not by default, but because that is our destiny as human beings. Liberty in their lifetime is the highest value the Almighty bestowed on its creation. We have to get rid of the laws that enslave us and restore the Law that will set us free. If we don’t stand up now, and if we continue to accept that it is up to a tiny elite in a far-away capital to decide for us what is moral and legal, and what is not, we are doomed to discover, as Jacob Hornberger from the Future of Freedom Foundation puts it, what others who have lost their liberty at the hands of their own government have discovered over the ages. “Once the surrender of rights has begun, the march towards tyranny becomes inexorable.”


Vincent De Roeck

(This short essay was initially written for the Institute for Humane Studies at George Mason University in Fairfax, Virginia.)

Click here for another short essay.

Read more...

Peiling De Standaard/VRT geeft radicaal ander beeld (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen sedert 2004De inkt voor de artikelen over de laatste peiling van La Libre Belgique was nog niet goed droog, of daar verschenen al de resultaten van een nieuwe peiling van De Standaard/VRT met radicaal andere resultaten. Wie begin deze week nog afgeschreven werd met historisch verlies, mocht zich dit week-end reeds verheugen over een «remonte». Wat moeten we daar allemaal van denken?

CD&V is één van de weinige Vlaamse partijen die in de twee peilingen een gelijkaardig resultaat neerzetten. Historisch gezien blijft de partij het slecht doen, al is het een ietsje minder slecht bij De Standaard/VRT dan bij La Libre Belgique. De partij heeft echter het geluk dat de rest van het partijpolitieke landschap in Vlaanderen zo verdeeld is dat ze met amper iets meer dan twintig procent van de stemmen het marktleiderschap kan blijven opeisen.

Open Vld scoort dan weer opvallend goed bij De Standaard/VRT, in tegenstelling tot de ronduit miserabele score die de partij toebedeeld kreeg bij La Libre Belgique. Nu ja, wat heet «goed», want met 17,6% van de stemmen komt de partij precies in het midden uit tussen haar verkiezingsuitslag van 2007 en die van 2009. Niet bepaald een score dus om alvast de champagnekurken te laten knallen.

Zoals Open Vld veel beter bij De Standaard/VRT scoort dan bij La Libre Belgique, zo scoort N-VA er veel slechter. Maar ook hier relativeert een vergelijking met de verkiezingsuitslagen van 2007 en 2009 die «slechte» score: in 2007 zat die partij nog in een kartel met CD&V en zou niemand er zijn hand voor in het vuur gestoken hebben dat de partij op eigen houtje de kiesdrempel van vijf procent zou kunnen halen. Verleden jaar kwam ze echter verrassend op 13,1% voor het Vlaams Parlement (en 9,9% voor het Europees Parlement) uit. Maar de eerste peiling die de partij op een verlies zet tegenover 7 juni 2009 moet nog verschijnen, en de enige andere partij die dat ook kan zeggen is… Groen!

Het hoogte- en relatieve dieptepunt dat N-VA deze week heeft moeten ondergaan is echter wel een mooie illustratie van hoe zeer een goede peiling een vergiftigd geschenk kan zijn. Op die manier kan deze peiling op haar beurt een zegen voor N-VA zijn, doordat de verwachting nu iets getemperd zijn, en N-VA de komende weken misschien toch niet de hond zal zijn die aangevallen en geslagen moet worden. Het kan een voordeel zijn wanneer Jean-Luc Dehaene eindelijk zijn voorstel tot oplossing (?) van het vraagstuk-Brussel-Halle-Vilvoorde op tafel zal leggen.

Die andere Vlaams-nationalistische partij, Vlaams Belang, doet het bij De Standaard/VRT ook opvallend slechter dan bij La Libre Belgique. Hier moet echter de nuance aan toegevoegd worden dat de partij het deze keer dan toch beter doet dan de historisch lage score die ze in oktober verleden jaar bij dezelfde peiler toebedeeld kreeg. Als de waarheid ergens in het midden tussen de ene en de andere peiler ligt, betekent dit dat de partij op dit ogenblik haar score van de laatste verkiezing min of meer vasthoudt. Dit is nog geen score om verheugd over naar huis te schrijven, maar toch beter dan wat de partij kon vrezen na de negatieve persaandacht die de partij de laatste weken en maanden heeft moeten ondergaan.

Een partij waarover beide peilers het wel opvallend eens over zijn, is de sp.a. De partij staat eigenlijk status quo, met een lichte neiging tot winst, al is die statistisch niet significant. Of de sp.a daar zo tevreden over kan zijn is natuurlijk een andere vraag, want vergeleken met een paar jaar geleden staat de partij duidelijk op een verlies. De resultaten van de laatste peilingen lijken echter wel te suggereren dat de achteruitgang voorlopig gestopt is, en dat er misschien zelfs een begin van een herstel is gemaakt.

Die andere linkse partij, Groen!, doet het traditioneel beter bij De Standaard/VRT dan bij de andere peilers, maar komt deze keer op exact hetzelfde resultaat uit als bij La Libre Belgique. (Dat de partij het in de peilingen vaak beter zou doen dan bij de verkiezingen, zoals Bart Sturtewagen zaterdag in De Standaard beweert, is klinkklare onzin, en het volstaat te verwijzen naar 2004 en 2006 om dat aan te tonen).

Tot slot dan nog Lijst Dedecker, dat het in deze peiling iets beter doet dan in die van La Libre Belgique. De kiesdrempel lijkt daarom alweer een beetje verder weg, maar men zal zich bij die partij toch zorgen moeten blijven maken over die kiesdrempel. In België is het immers voor een partij niet voldoende dat ze regionaal iets boven de kiesdrempel zweeft om in alle kieskringen zetels binnen te halen, en het verschil tussen een 5,5% eerder vorige week en 7,4% dit week-end laat zich voelen in de prognose voor de zetelverdeling voor het Vlaams Parlement.

Die prognose, die alweer erg gelijklopend is met een simulatie die Bart Maddens uitvoerde voor de federale Kamer, toont aan dat met de resultaten van de laatste peiling, de verhoudingen tussen de Vlaamse partijen in het Vlaams Parlement niet zo erg veel zouden verschillen van vandaag. CD&V blijft afgetekend de grootste partij, gevolgd door vier min of meer even grote partijen Open Vld, sp.a, N-VA en Vlaams Belang. Een ander verschil is, zoals reeds vermeld, dat Lijst Dedecker een heel pak zetels extra zou halen dankzij een comfortabelere afstand tegenover de kiesdrempel. Qua mogelijke coalities verandert er eigenlijk niet zo heel veel: met deze zetelverdeling zijn alleen CD&V–Open Vld–sp.a, CD&V–Open Vld–N-VA en CD&V–sp.a–N-VA mogelijk als we ons willen beperken tot slechts drie partij en aannemen dat het cordon sanitaire intact zou blijven. Een paars-gele coalitie van Open Vld, sp.a en N-VA zou deze keer drie zetels tekort hebben voor een meerderheid in het Vlaams Parlement. CD&V hoeft zich voorlopig dus nog geen zorgen te maken dat ze eventueel uit de Vlaamse regeringsboot zou vallen.

De bijna gelijktijdige verschijning van deze peiling en die van La Libre Belgique, met bovendien enkele opvallende verschillen tussen de twee, heeft ervoor gezorgd dat alvast De Standaard en de VRT zelf niet rond de vraag heen konden wat de oorzaak zou kunnen zijn van die verschillen. Beide media doen daarbij uiteraard hun best om vooral hun eigen peiling naar voren te schuiven als de meest betrouwbare – en wie kan hen dat eigenlijk verwijten? Het grote verschil tussen de twee peilingen is de wijze waarop ze uitgevoerd werden: TNS-Media/Dimarso doet dat via een toevallige steekproef op basis van telefoonnummers (inclusief mensen die alleen maar een GSM-nummer hebben), terwijl IPSOS voor La Libre Belgique een (zelfselecterend) internetpanel gebruikt.

Nu hoeft dat laatste niet te betekenen dat de resultaten van IPSOS slechter zouden zijn dan die van TNS-Media/Dimarso, op voorwaarde natuurlijk dat IPSOS over een voldoende groot panel zou beschikken en zorgt voor een correcte weging van de resultaten. Wat de grootte van het panel betreft, vrees ik echter dat IPSOS schromelijk tekort schiet, zeker als je de bedenking maakt dat het veel goedkoper is een internetpanel uit te breiden dan een telefonische enquête. In ieder geval konden de peilingen van La Libre Belgique bij de laatste verkiezingen de vergelijking met die van De Standaard/VRT niet zo goed doorstaan, en het is eigenlijk merkwaardig dat IPSOS zelf nog geen maatregelen in dat verband heeft ondernomen. Ik ben dan ook geneigd meer geloof te hechten aan de resultaten van De Standaard/VRT, ook al hoop ik persoonlijk dat La Libre Belgique dichter bij de waarheid zit, in ieder geval wat betreft de uitslagen van de Vlaamsgezinde partijen.

Bijlage: Overzicht alle peilingen in Vlaanderen sedert 2004 (PDF).

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

4 april 2010

In memoriam Eugène Terreblanche, 1941-2010 (Vincent De Roeck)

Eugène Terreblanche is niet meer. De alom gevierde Boerenleider uit Zuid-Afrika werd afgelopen nacht op zijn farm in Ventersdorp doodgemarteld door twee losgeslagen zwarte jongeren die op zijn geld uit waren. Vanochtend, op Paaszondag dus, werd zijn levenloze lichaam teruggevonden. Het tweetal overmeesterde hem in zijn slaap en keelde hem als een hond met knuppels en kapmessen. President Jacob Zuma nam al afstand van de moordenaars, die ondertussen gearresteerd werden, en ook oppositieleidster Helen Zille waarschuwde voor de mogelijke interne strubbelingen die door deze wandaad opnieuw de kop zouden kunnen opsteken in de Regenboognatie. De politieke beweging van Terreblanche gaf te kennen het politieonderzoek af te wachten en riep haar volgelingen alvast op om niet voor 1 mei te reageren. Analisten vrezen al enkele maanden dat Zuid-Afrika aan de vooravond van een nieuwe burgeroorlog staat. De spanningen tussen de verschillende bevolkingsgroepen lijken immers weer hoog op te lopen en deze aanslag zou wel eens de lont in het kruitvat kunnen steken.

Eugène Terreblanche is zeker geen onbesproken blad. Hij maakte carrière binnen de Zuid-Afrikaanse Veiligheidspolitie tijdens de hoogdagen van het Apartheidsregime en stond in het begin van de jaren 1970 aan de wieg van de Afrikaner Weerstandsbeweging (AWB), een culturele organisatie die zich scherp afzette tegen de gematigde beleidsvoorstellen van premier John Vorster. Wat aanvankelijk een zéér radicale opstelling was, werd naarmate de progressieve krachten meer en meer aan terrein wonnen, in de tweede helft van de jaren 1980 mainstream. De AWB groeide over de jaren heen uit tot een organisatie van 70,000 leden die de politieke agenda in Zuid-Afrika mee wist te zetten. Eugène Terreblanche was een bevlogen redenaar, schrijver en dichter, en wist in de jaren tachtig ook internationale faam te vergaren. Niet iedereen hield van hem, maar iedereen kende hem wel. Zijn sterk gemediatiseerde rallies en toespraken toonden de wereld het gezicht van het oude Zuid-Afrika: bebaarde mannen op paarden met de Bijbel in de ene hand en een geweer in het andere.

Terreblanche werd de spreekbuis van het verzet tegen de wilde democratisering en Sovjetisering van Zuid-Afrika. Recent nog werd hij door de Zuid-Afrikaanse staatstelevisie uitgeroepen tot de 25ste grootste Zuid-Afrikaan ooit. Ondanks zijn imago, was hij helemaal geen zwartenhater en al evenmin een voorstander van de “kleine Apartheid” die blanken in het openbaar beter behandelde dan zwarten. Hij stond de “grote Apartheid” voor: de opdeling van Zuid-Afrika in drie thuislanden, waarvan één voor de zwarten, één voor de blanken en één voor de kleurlozen. Hij steunde aanvankelijk Willem Botha toen die een Zuid-Afrikaans staatsbestel met drie parlementen (een zwart, een blank en een kleurloos) met gelijke bevoegdheden voorstelde, maar later zou hij ook dat verwerpen en resoluut gaan voor een eigen onafhankelijke Afrikanerrepubliek. Toen de politie van hogerhand de opdracht kreeg om softer om te gaan met zwarten, en dus de zware criminaliteit in de hand werkte, richtte Eugène Terreblanche binnen de AWB de “IJzeren Garde” op, een zwaarbewapende privémilitie die op het platteland de orde herstelde en de facto de basisfuncties van de falende politie overnam.

Tegen 1990 werd definitief duidelijk dat het pad naar de zwarte heerschappij ingeslagen was en dat er van een apart thuisland voor de “laatste blanke stam van Afrika” geen sprake kon zijn. De AWB reageerde furieus en begon als reactie op terreur tegen de overheid in te zetten. Tussen 1990 en 1994 werden vijftig bomaanslagen tegen diverse overheidsdoelwitten aan de AWB toegeschreven. In 1991 viel Eugène Terreblanche met zijn militie Ventersdorp binnen tijdens een speech van de progressieve president Frederik-Willem De Klerk. In 1993 reed hij met gepantserde legervoertuigen door het politiecordon het WTC in Johannesburg binnen waar Nelson Mandela en president De Klerk met de Verenigde Naties onderhandelden over de toekomst van Zuid-Afrika. In 1994 viel hij het autonome Bophutatswana binnen om er een AWB-bewind te vestigen. Al deze pogingen mochten wel mislukken, toch bevestigden de beelden ervan de idee dat Zuid-Afrika op een heuse burgeroorlog afstevende. Gelukkig is het nooit zo ver gekomen, maar jarenlang zorgde die dreiging wel voor een duidelijke matiging in het ANC-beleid tegenover de blanke minderheid.

Na de verkiezingen van 1994 herprofileerde de AWB zich als paramilitaire structuur en ging ze vooral inzetten op de veiligheid van de blanke minderheid binnen het nieuwe Zuid-Afrika. Zo begon ze bijvoorbeeld training in zelfverdediging te geven aan vrouwen en kinderen. Met succes trouwens. Tussen 1994 en 1996 kwamen meer dan 1,000 blanke Zuid-Afrikanen om in het geweld dat op de verkiezingsoverwinning van het communistische ANC volgde, maar zonder de AWB was dit ongetwijfeld een veelvoud van dat aantal geweest. Mede hierdoor kregen Eugène Terreblanche en de AWB in 1998 ook volledige amnestie van de Waarheidscommissie. In de tweede helft van de jaren negentig vergleed de AWB echter opnieuw in haar raciaal radicalisme van de oprichtingsjaren en vervelde de beweging tot een marginaal allegaartje van extreemrechtse nostalgici en racistische supremacisten. De veroordeling tot zes jaar eenzame opsluiting van Terreblanche in 2001 voor geweld tegen één van zijn personeelsleden betekende meteen de doodsteek voor de AWB.

In de Rooigrondgevangenis zwoer Eugène Terreblanche zijn racistisch verleden af en werd hij een “born-again Christian”. In 2004 kwam hij vervroegd vrij en maakte hij schoon schip binnen de nog bestaande structuren van de AWB. Hij vormde de organisatie om tot een culturele en politieke drukkingsgroep, en maakte van de IJzeren Garde opnieuw een gedisciplineerde ordedienst. In 2006 werd hij betrokken bij het Orania-project, een 100%-blanke survivalistische nederzetting in de westelijke woestijnen van Zuid-Afrika die naar internationale erkenning als ministaat streeft. In 2008 zorgde hij er samen met het Vrijheidsfront van Jan Mulder voor dat de VN het Boerenvolk officieel erkende als “volk zonder thuisland”. In 2009 trok hij naar Den Haag om via het Internationaal Strafhof een eigen Afrikanerland te kunnen verwerven. Die zaak moet nog steeds ten gronde behandeld worden. In 2010 kondigde Terreblanche aan dat de 23 bestaande Afrikanerorganisaties, waaronder zijn eigen AWB, onder zijn vleugels zouden fuseren. Het lot besliste daar echter anders over en maakte dat hij die fusie zelf niet meer zal meemaken.

Zijn dood zal de fusie paradoxalerwijze misschien vergemakkelijken en meer jonge Afrikaners aantrekken voor een politieke beweging zonder banden met het verleden van het Apartheidsregime. De blanke Zuid-Afrikanen zijn het immers beu om steeds neergehamerd te worden met verwijzingen naar het verleden, terwijl hun vrouwen en dochters ongestoord verkracht worden, hun eigendommen in beslag genomen worden, hun banen door positieve discriminatie naar incompetente anderskleurigen gaan, en de blanke ouderen overvallen en gewelddadig gedood worden. Ze zijn het ook moe dat het ANC internationaal weg blijft komen met door-en-door communistisch beleid en met onverbloemde anti-blanke retoriek. Het oude Zoeloe-strijdlied “Shoot the Boer” is tegenwoordig zelfs opnieuw een hit in Zuid-Afrika. Het werd door Julius Malema, de huidige voorzitter van de ANC-jongeren, heruitgegeven! Eugène Terreblanche kwam aan zijn einde zoals meer dan 3,000 andere Boeren tussen 2000 en 2010: in koele bloede thuis overvallen, verminkt en vermoord. Hij is 69 geworden. Het lied heeft gelijk. Wit is geen kleur van de Regenboog.

Read more...

Guy Verhofstadt MEP versus Derk Jan Eppink MEP on the French identity debate (Vincent De Roeck)

Guy Verhofstadt stelde in de centrumlinkse Franse krant "Le Monde" dat Europa postnationaal moet zijn en dat het Franse identiteitsdebat tot de gaskamers van Auschwitz en de slachting van Srebrenica kan leiden. Derk Jan Eppink reageerde daarop in de centrumlinkse Belgische krant "De Standaard" in zijn gekende stijl. Ik vertaalde beide stukken in het Engels en zal deze hieronder integraal hernemen. Iedereen kan op basis hiervan zijn/haar eigen mening opmaken.

Europe must be post-national or it will perish!
(Guy Verhofstadt, Le Monde)
My op-ed on the debate over national identity in France (Le Monde, 12 February 2010) caused different reactions. There were many hundreds assenting comments from the readers of Le Monde. And there were strong negative reactions coming from the French officials, headed by Foreign Minister Bernard Kouchner himself.

Their arguments were predictable. The op-ed was considered "a derogatory shouting game addressed at the French Republic". On the contrary, my op-ed exuded a warm affection, but a disillusioned love, for a France that is unfaithful to his own old model. The only thing I questioned in my op-ed is the nonsensical initiative of the French government to launch a public debate about the 'national identity', in what was clearly an attempt to win votes back from the National Front in the upcoming regional elections.

The fact that I was "a foreigner" was their second argument. I shouldn't have been allowed to express my opinion about something that ultimately only the French concern. Isn't there a better argument to persuade people of the nonsensical nature of the initiative than to exclude 'foreigners', 'aliens', in brief 'non-French, from the debate? I think not. It illustrates perfectly where a discussion of "national identity" always leads to: nationalism, the exclusion of "the others", the denunciation of everything or everyone that is foreign.

Narrow-minded nationalism

In almost every European country today, a debate about our social, cultural or political identity is held. But only because this is the newest kind of rug adorned the oldest form of nationalism. This is a new way to alienate itself from its multinational and multicultural traditions, starting with the old French republican values which no other country embodies to the same extent as France. Values form the basis of the European Union and they are under attack now.

This kind of "identity thinking" is the latest disguise of a narrow-minded nationalist ideology and that is best illustrated by the responses to the reactions in my own country, Belgium. Especially some Flemish nationalist extremists were offended with the message. And that was the moment when the representatives of the French Republic should have realized the nationalist extremist content of its proposal. How is it possible that the heirs of the French Revolution and the Age of Enlightenment share the same views on European legislation as the most ardent fans of the most narrow-minded forms of ethno-cultural nationalism? Which of them are wrong? And who decides what's wrong here?

The answer to this question is easy to trace. It suffices to look back to the past, to the late 18th century, to the eve of the French Revolution. When a debate erupted on the scene of political thinking, that for the entire 19th and much of the 20th century would govern the struggle between Herder and Kant, between Volksgeist and Enlightenment, between the soul of the nation, the glorification of its own national identity and the supreme power of Tradition and Custom, and the belief in general, immortal, universal human values. As Alain Finkielkraut in the demise of thought shows, Herder can be considered the founder of "identity thinking" - manifested by the glorification of its own national character, the elimination of words with foreign origin, the rediscovery of the folk songs, the return to the past and so-called "authenticity".

All this is necessary, his followers tell us, for the Enlightenment has destroyed the roots of the human kind and made it part of a greater "vacuum". The nation is not a social contract, an alliance of independent people, but a superior organization that predates mankind. It's not the man who creates society. He or she is born into an existing community to which he or she must adapt. In Herder's view, it is even a mistake to speak of 'people'. There are no people. There are only French or Germans or Belgians. The collective unconsciousness of every society is different and remains the main driving force of that society. Prejudice, tradition, obscurantism, conformism are positive forces that keep the nation strong, healthy and flourishing. Democracy and rational thinking, however, undermine society. The discovery of the 'national identity' is therefore necessary to achieve a collective unconsciousness, allowing us to bind all members of a Nation and to bring them together.

Perhaps this controversy would have remained a purely philosophical debate if the French Revolution of 1789 would not have broken out. The ideas of the Age of Enlightenment triumphed. The Republican values of liberty, equality and fraternity were at the core of revolutionary France. And they were also propagated throughout the whole of Europe. It was a revolution without borders, a revolution to establish a republic including all citizens. Napoleon was finally beaten by a coalition of European states. But the ideas of the French Revolution and the Age of Enlightenment could not be restrained by force of arms. For more than two decades, two kinds of society couldn't be reconciled and kept standing opposite to each other. An enlightened, republican, revolutionary Europe, against a conservative, traditional, (even monarchical) Europe. A stand-off between an essentially French, rational and universal vision of harmony and an emotional and German identity approach. At the time, you were a German, while you could become a Frenchman. This difference brought forward the Franco-Prussian War of 1870, and there were two more wars to follow. Many French and Germans witnessed three wars in their lifetime. And it was the German poet Heinrich Heine, who spent many years in exile in France, who warned early for "a German answer" to the French Revolution. An answer that precisely came in the year 1933 when Nazi Propaganda Minister Goebbels declared "the end of the French Revolution".

The German answer

But perhaps it is the conquest of Alsace-Lorraine by the Germans in 1870 that demonstrates the incompatibility of the French republican values and the concept of 'national identity'. For the Germans, the annexation was merely a matter of individuality. In their view, the conquest was legitimate. Alsace-Lorraine was, in race, language and historical tradition a part of Germany. No, argued the French, led by philosopher Renan. While it is true that the people of Alsace-Lorraine belonged to the German race, it was not their will to join Germany. They'd rather remain part of the French State, and that will was more important for Renan than their origins. The nation is a covenant, or, as Renan put it, "a daily renewed plebiscite". Man is not the prisoner of his identity or his nation, but its justification. Rereading Renan's "Qu'est qu'une nation?" would have sufficed for today's French officials to realize that they dwelled on this issue. It would have been clear enough to make them realize that this is no matter of language, race, religion, interests, or geography, or even a matter of military necessity or common history. It is not a fixed given, no historical accident, no vague feeling of togetherness. It would have been enough to make them understand that a nation is a matter of conscious solidarity, a real voluntary decision to live under the same laws and principles.

A cog in a machine

Does this mean that "identity" does not matter? That it is meaningless and has no meaning? No, not at all, but the word is abused once again. What was named the Age of Enlightenment in the 18th century is now the modern, globalized world. "Identity" would play the role of beacon or anchor on this wobbly planet in these uncertain times. This would even be correct if "identity" would be a collective term that applied to every person in the society and would have the same impact or effect. But that is not the case here.

First of all, there are as many identities as there are individuals out there. Each person is unique. And to put him in a category or label him, implies an injustice. It would cause harm and it would reduce the individual to an (un)willing cog in a greater machine that we call "society". Economist Amartya Sen has demonstrated very clearly the vital difference between the unique identity in the political rhetoric and the multiple identities that exist in the real world. The unique identity is an illusion, and a dangerous one resulting from our desire to classify the world in terms of religion, culture, nation or civilization. Our fate is then irrevocably fixed, tied to the unique identity for each in the same group. It implies, as Sen continues, a reductionist view of reality, a vision with no consideration for the wide range of other identities and properties that undoubtedly exist in each individual. The unique and reductionist view of political identity hurts the freedom of the individual in the real world. Not that that choice is equally for everyone. Far from it. And even that is infinite. But the difference with the reductionist view of human identity, is that man does not only inherit its individuality and personality, but also builds and creates it itself - in freedom and with consciousness.

Bunkers

The one-dimensional quest for a common 'identity' is of a very different kind. It leads to the deployment in society of certain ethnic, national, cultural or religious "containers" or "bunkers" of whom man cannot escape. Inevitably, this will end in violence, in riots in neighbourhoods, in hatred, in war in the world. The "murderous identity", as writer Amin Maalouf puts it. The murderous twentieth century was the tragic illustration of this. The 20th century has taught us that the ultimate consequence of identity thinking are the gas chambers of Auschwitz. And the reason why this is so, is not difficult to trace. "Identity" means that a group of people ascribing specific characteristics, which are often radically different from someone with a different identity. 'Different' means 'different'. And by using the concept of "difference", this is only a short step towards 'hostility'. By reducing humanity to its own group, noble principles such as law, tolerance and non-violence are only valid within its own group. It was 'identity' that kept Serbia from extraditing its war criminals. It was "identity" that deterred the global Muslim community to excommunicate Osama Bin Laden.

In brief, on the concept of 'identity' we can never build a peaceful and prosperous society. More generally, 'identity' is a symptom of our inability to accept the world as it is. The future of Europe is far from a quest for national identity. And certainly the future lies in a juxtaposition of national identities. Europe today, the Europe of Nations, is a relic of the past. It is a Europe that is incapable of solving problems. And it is hardly a Europe that will play a significant role in the multi-polar world of the twenty-first century. In brief, the future of Europe and the European Union must a be post-national one or there won't be any future for it at all.

Guy Verhofstadt persists in his errors!
Within the EU, nation states are the rule.
(Derk Jan Eppink, De Standaard)
When Guy Verhofstadt compares the French debate about national identity with the spirit of the Vichy regime in Le Monde, he was labelled "a little crazy" by French Foreign Minister Bernard Kouchner. Verhofstadt's reasoning is even getting crazier. In De Standard, he wrote: "the ultimate consequences of identity thinking are the gas chambers of Auschwitz."

Verhofstadt lives in a world that does not exist. He acts like he is out of this world. In the current European Union, nation states are the rule, not the exception. French, Italians, Poles, Swedes, Danes, Britons, Dutch, Germans... They all define their identity primarily through their adherence to a nation state. They feel part of a community that is connected by language, history, public opinion, tradition and values.

Belgium is the exception to that rule. It is not a nation state, because everyone in Belgium has its own identification: Flemish, Walloon, French, Brussels, Belgian or European. In the absence of a nation state, many residents of Belgium - including Guy Verhofstadt - see some kind of Ersatznation in the European construct.

I am from a nation state myself and I immediately recognize its characteristics. In the Netherlands, the national identity is galvanized through an "orange feeling", rendering the use of the word nationalism pointless. The Dutch are nonetheless a nationalistic people, even though they deny it. The French are not ashamed of their nation state, as Verhofstadt has noticed after his article in Le Monde. The Germans have to talk carefully about their "national identity" because of their history, and so do the Austrians. The British have a strong national identity because they are the only Western European country that managed to win the Second World War. The Polish national identity is rooted in its resistance to major neighbouring countries. A post-national Europe is a fiction. New EU member states joined the EU to strengthen their nation state in a bigger concept.

What is European identity? This European identity does not exist, except perhaps in the European Parliament. There is a common European culture, rooted in the Judeo-Christian tradition, where the European states have derived their value system from. This culture has provided us with the building blocks upon which our societies are organized with democracy and the rule of law. But a Finn and an Italian do not have the same "European identity", because they are not the same people. There is no such thing as a European people or even a European public opinion. The current Europe therefore remains a "Europe of nation states" voluntarily pooling parts of their sovereignty in Brussels to achieve some degree of added value, such as a single market or a single currency. I am therefore in favour of a "United Europe of States."

Even in a globalizing world where far-away continents are continuously getting closer, the need for identity is growing. Who are we and where does our society stand for? This process takes place in many European countries. These questions are further triggered by the massive immigration of people from different cultural and political backgrounds. In his first Citizen's Manifesto, Guy Verhofstadt wrote about "the tension between Western values and Islam" in areas such as freedom of speech, freedom of religion and equality between men and women. Now he says the exact opposite. Today, he labels anyone who dares to talk about that tension a "nationalist". Verhofstadt now denies these tensions and diminishes Western values. The ultimate consequences of his thinking are cultural surrender and nihilism.

His reference to Auschwitz is absurd. The 20th century was marked with totalitarian philosophies and their claims of universality. Auschwitz was the result of National Socialism and the labour camps of Stalin and Mao were rooted in communism. Both ideologies strived for world domination in the name of atheistic theories, such as devastating perverted racial science and the dictatorship of the proletariat. Both ideologies denied the national identity of nation states.

Verhofstadt is on the wrong track. He is in favour of a federal state at European level, just like many other Belgian politicians. They are looking at Europe to become their Ersatznation because they cannot solve the problems in their own country. The Belgian model has become way too expensive. The Belgian system is now beyond reform and Brussels beyond any control. European federal idealism is an attempt to escape from the Belgian reality. Verhofstadt calls for a European tax and a Europe that should issue bonds and accumulate debt. He repeats all the mistakes of his previous Belgian governments.

In the ALDE group in the European Parliament, Verhofstadt presides over Irish people, Finns, Dutch and French members, Italians, Spaniards, etc. Do they dare - like their leader - to state at home that their "national identity" is a criminal concept that would ultimately lead to the gas chambers? I would suggest that Guy Verhofstadt gathers his liberal group and makes his argument again. I'll be happy to watch it.

Read more...

3 april 2010

Wetenschappelijk bewijs tegen Wilders over de vredelievendheid van de Koran

Na het opstarten van het proces tegen Geert Wilders begin februari stuurden "Zes wetenschappers op het gebied van de Koran en Islam" (1) een brief naar de rechtbank met bewijsmateriaal "tegen een zogenaamde ‘Waarheid van Wilders’: de in de dagvaarding opgenomen, door hem als feit gepresenteerd mening dat de Islam een gewelddadige religie zou zijn". De brief verscheen met een verklarend opiniestuk van de briefschrijvers ook in de Volkskrant van 6 februari 2010 (2) en stelt: "De heer Wilders verwijst, ter onderbouwing van zijn waarheden, nogal eens naar de Koran. Graag brengen wij onze professionele kennis van de Koran in, ter toetsing van zijn uitspraken en wijze van citeren. Wij baseren ons daarbij op de gezaghebbende weergave van Professor F. Leemhuis, (Unieboek 2007, www.bijbelenkoran.nl)". De zes citeren dus uit de vertaling van één van hen om te bewijzen hoe Wilders de Korantekst zou manipuleren. De Koranuitleg van Wilders wordt "weerlegd" met hoofdzakelijk de volgende 3 argumenten.

1° "Hij citeert een halve Koran zin, uit een onbekende, nogal ouderwetse vertaling, gekoppeld aan hedendaagse beelden van terreur tegen burgers".

Wilders zou soera 47:4 uit zijn context halen en maar half citeren. Wilders citeerde namelijk “Wanneer gij een ontmoeting hebt met hen die ongelovig zijn houwt dan in op de nekken en wanneer gij onder hen een bloedbad hebt aangericht bindt hen dan in boeien……….”. Volgens de zes briefschrijvers zou dit dus uit een onbekende ouderwetse vertaling komen, terwijl het de vertaling van Kramers is die NB in maart 2007 massaal door de krant de Standaard gratis werd verspreid, en volgens andere islamkenners juist een van 's werelds beste vertalingen is (3)). In de eigen "gerenommeerde" vertaling van één van de zes luidt dat dan:  “En wanneer jullie hen die ongelovig zijn [in de strijd] ontmoeten, slaat hen dan dood, maar wanneer jullie dan de overhand over hen verkregen hebben boeit hen dan stevig vast, hetzij om hen later als gunst vrij te laten hetzij om hen los te laten kopen, wanneer de lasten van de oorlog zijn afgelegd.”

Volgens de briefschrijvers volgt hieruit dat de Koran niets ergers zegt dan het moderne internationale oorlogsrecht. Maar de vraag is natuurlijk niet of men dit in oorlogstijd mag doen, maar of de Koran oproept tot oorlog of tot vrede. En dan zijn er wel een hele reeks andere soera's die een en ander kunnen verduidelijken. Naast de twee door de zes ten gunste van de vredelievendheid ingeroepen verzen die ik onder 2° en 3° bespreek zien we bijvoorbeeld in hetzelfde hoofdstuk 47 enkele verzen verder, in de "gerenommeerde" vertaling van Leemhuis zelf:

(47:35) "Versaagt dus niet en roept niet op tot vrede wanneer jullie toch de overhand hebben".

Bij Kramers luidt het: "Zo versaagt niet en roept niet op tot vrede daar gij toch de overhand hebt"

A contrario: roep slechts op tot vrede wanneer jullie aan het verliezen zijn.

Hoofdstuk 47 lijkt dus niet echt geschikt om Wilders te weerleggen.

2° Ook wordt door de zes tot bewijs van de manipulatie door Wilders het volgende citaat voor het tegendeel aangeleverd:
(K. 2:224): "Maakt God niet tot een beletsel... om... vrede te stichten tussen de mensen.”

Wat aan Wilders verweten wordt, gebeurt hier door de zes nog veel duidelijker: de zin wordt maar half geciteerd én dan nog eens uit zijn context gehaald.

Bij Leemhuis zelf luidt de volledige zin "Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend" (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2).

Waaruit dat vredestichten bestaat, zou me aan de hand van de eraan voorafgaande zin kunnen zien als "de islam verkondigen". Die luidt immers: "Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen" (Opnieuw de vertaling van Leemhuis zelf). Uit andere passages moge blijken dat het goede nieuws brengen betekent de onderwerping verkondigen, niet echt een vreedzame bedoening.

Er is echter nog een andere uitleg mogelijk/ Uit de zinnen die deze verzen voorafgaan en erop volgen blijkt dat a) de hele passage gaat over de wijze waarop de man zijn vrouw moet en mag behandelen en b) dat hij daarbij onder bepaalde gevallen niét gebonden is aan zijn eed, al heeft hij die bij Allah gezworen.

Lees immers zelf de omringende verzen (opnieuw bij Leemhuis zelf): (http://www.bijbelenkoran.nl/ayah.php?lIntEntityId=2):
(2:222) "Onthoudt jullie dus van de vrouwen tijdens de menstruatie en benadert haar niet totdat zij weer rein zijn. Wanneer zij zich gereinigd hebben, komt dan tot haar zoals God jullie bevolen heeft. God bemint de berouwvollen en Hij bemint hen die zich reinigen. 223 Jullie vrouwen zijn een akker voor jullie. Komt dan tot jullie akker hoe jullie willen. En laat er iets aan voorafgaan voor jullie zelf. Vreest God en weet dat jullie Hem zult ontmoeten. En verkondig het goede nieuws aan de gelovigen. 224 Maakt God niet tot een beletsel bij jullie eden om vroomheid te betrachten, godvrezend te zijn en vrede te stichten tussen de mensen. God is horend en wetend. 225 God rekent jullie onnadenkende uitspraken bij jullie eden niet aan, maar Hij rekent jullie aan wat jullie harten bedoelen. God is vergevend en zachtmoedig. 226 Voor hen die zweren zich van hun vrouwen te onthouden is er een wachttijd van vier maanden, maar als zij erop terugkomen, dan is God vergevend en barmhartig. 227 En als zij vastbesloten zijn de scheiding te geven, dan is God horend en wetend. 228 De gescheiden vrouwen moeten voor zichzelf een wachttijd van drie menstruatieperioden aanhouden. Het is haar niet toegestaan te verbergen wat God in hun schoot geschapen heeft, als zij geloven in God en de laatste dag. Haar echtgenoten zijn gerechtigd haar in deze tijd terug te nemen als zij het graag weer goed willen maken. Zij hebben recht op hetzelfde als waartoe zij in redelijkheid verplicht zijn, maar de mannen hebben een positie boven haar. God is machtig en wijs. 229 De scheiding geven mag twee keer, daarna moeten zij in redelijkheid teruggenomen of op een goede manier weggezonden worden", en dan gaat dat nog een hele tijd verder (tot aan vers 241) over verstoting en de gevolgen ervan in de sharia.

Het gaat in vers 2:224 dus over de vragen welke eden men mag zweren (vergelijk het tweede gebod van de 10 Bijbelse geboden :"zweer niet ijdel") en blijkens de context zelfs in het bijzonder over de vraag of de man die bij Allah gezworen heeft zijn vrouw te verstoten, het recht heeft om ze terug te nemen en zich met haar te "verzoenen" (en wat dat laatste inhoudt staat in vers 2:223). Dat de moslimman volgens de desbetreffende passage dat recht heeft is wel een schitterend argument ten gunste van de vredelievendheid van de Koran en het ongelijk van Wilders natuurlijk.

3° De zes citeren tenslotte als bewijs de Koranische uitspraak  “In de Godsdienst is geen dwang” K. 2:256. Ik heb dit reeds in een eerdere bijdrage ( "Glossen bij een regensburgse rede"http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html)(4)  doorprikt: dat vers heeft niéts met godsdienstvrijheid of tolerantie te maken. Ik vat mijn bevindingen hier samen.

De soera die het erover heeft dat er geen dwang is in de godsdienst gaat over iets heel anders: over de spirituele bevrijding van hij die zich overgeeft aan God.

Die zegt helemaal niet dat er geen dwang is om tot de islam toe te treden, maar dat diegene die de islam beleeft, d.i. die zich onderwerpt, pas dan de echte vrijheid (in spirituele zin ...) verwerft. Eerst door de onderwerping aan Allah wordt men bevrijd. Lees de overtuigende analyse van Joseph BOSSHARD, in A.M. Delcambre & J. Bosshard, Enquêtes sur l'islam, Desclée de Brouwer 2004, p. (152) 167-169, die het vers leest in context met de verzen ervoor en erna en het als volgt parafraseert: "une fois entré en islam, il suffit de se laisser porter par la mouvance de la toute-puissance divine, et on ne ressent plus la moindre contrainte (...). Le croyant se sent libéré ....".

In Nederlandse vertaling luidt de hele passage van 2, 255-257 namelijk als volgt: "Allah, er is geen god dan Hij, de Levende, de Zelfstandige, sluimer noch slaap kan Hem treffen, aan Hem behoort toe wat er in de hemelen en wat er op de aarde is. Wie is degene die van voorspraak is bij Hem zonder Zijn verlof? Hij kent wat er voor hen is en wat er achter hen is. En zij kunnen niets van Zijn Kennis omvatten, behalve wat Hij wil. En Zijn Zetel strekt zich uit over de Hemelen en de Aarde en het waken over beide vermoeit Hem niet. En Hij is de Verhevene, de Almachtige. Er is geen dwang in de godsdienst. Waarlijk, de rechte leiding is duidelijk onderscheiden van de dwaling, en hij die de Thaghôet verwerpt en in Allah gelooft: hij heeft zeker het stevigste houvast gegrepen, dat niet breken kan. En Allah is Alhorend, Alwetend. Allah is de Helper van degenen die geloven. Hij voert hen van de duisternis naar het licht. En degenen die ongelovig zijn: hun helpers zijn de Thaghôet, zij voeren hen van het licht naar de duisternis. Diegenen zijn de gezellen van de Hel, zij zullen daar eeuwig levenden zijn." De tekst gaat verder en verder met de lofzang op Allah's almacht en goedheid en eindigt in vers 2:286 met de imperatief "Zeg: (...) U bent onze Meester en help ons tegen het ongelovige volk".

Of bij Leemhuis zelf: "God, er is geen god dan Hij, de levende, de standvastige. Sluimer noch slaap overmant Hem. Hem behoort wat in de hemelen en wat op de aarde is. Wie is het die zonder Zijn toestemming bij Hem zou kunnen bemiddelen? Hij weet wat vóór hen is en wat achter hen is en zij bevatten niets van Zijn kennis, behalve dan wat Hij wil. Zijn troon strekt zich uit over de hemelen en de aarde en het valt Hem niet zwaar beide in stand te houden. Hij is de verhevene, de geweldige. 256 In de godsdienst is geen dwang. Redelijk inzicht is duidelijk onderscheiden van verdorvenheid. Wie dan geen geloof hecht aan de Taghoet maar gelooft in God, die houdt de stevigste handgreep vast, die niet afbreekt. En God is horend en wetend. 257 God is de beschermer van hen die geloven: Hij brengt hen uit de duisternis naar het licht. Maar zij die ongelovig zijn, hun bondgenoten zijn de Taghoet: zij brengen hen uit het licht naar de duisternis. Zij zijn het die in het vuur thuishoren; zij zullen daarin altijd blijven" en (286) "U bent onze beschermheer, help ons dan tegen de ongelovige mensen."

Het is duidelijk dat deze passage niet gaat over godsdienstvrijheid in de zin van de vrijheid om zich niet tot de islam te bekeren of zich als moslim tot een andere religie te bekeren, maar gaat over de spirituele vrijheid en veiligheid - bevrijd van angst - waarin de gelovige moslim zich zou bevinden die zich helemaal door God laat leiden.

4. Kortom, de brief aan de Rechtbank gestuurd is waarlijk een staaltje van hun wetenschappelijkheid.

Of hoe men een rechtbank als "expert" om de tuin leidt.
                                 
Bewijs ik hiermee dat de islam een oorlogszuchtige religie is ? Neen, helemaal niet. Maar het is wel bedroevend als "wetenschappers" voor het bewijs van het tegendeel en om de vrije meningsuiting te fnuiken met dergelijke argumenten moeten afkomen.

-------

(1) De zes stellen zich als volgt voor:
- Professor dr. Fred Leemhuis, arabist, emeritus hoogleraar Universiteit Groningen,
vertaler De Koran, Unieboek 2007
-Professor dr. mr. Jan Michiel Otto, Recht en bestuur 3e wereld, Sharia, Directeur van Vollenhove Instituut, Faculteit der Rechtsgeleerdheid, Universiteit Leiden
-Professor dr. Gerard Wiegers, hoogleraar Religiestudies aan de Faculteit der
Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam (UvA)
- Prof. Dr. Pieter Sjoerd van Koningsveld, emeritus hoogleraar islamologie Univ.Leiden
-Professor dr. mr. Ruud Peters, Arabische Taal en Cultuur, Sharia expert, UVA
-Dr. Marlies ter Borg, auteur Koran en Bijbel in Verhalen, Unieboek 2007, redacteur
(2) http://extra.volkskrant.nl/opinie/artikel/show/id/5102/_Wilders_manipuleert_Koranteksten
(3) K. Elst, "Gratis: de Koran", http://www.brusselsjournal.com/node/1985.
(4) "Glossen bij een regensburgse rede" http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2006/09/glossen-bij-een-regensburgse-rede.html.
Read more...

Pleidooi voor een duurzame pensioenhervorming (Paul Vreymans)

De politieke partijen hebben hun voorstellen geformuleerd over de aanstaande pensioenhervorming. Die gaan van vermogensbelasting (SP.a) over duurdere dienstencheques, langer werken (CD&V), tot een 45 jarige loopbaan voor iedereen (LDD). Die plannen wekken de illusie dat de pensioencrisis nog met nieuwe belastingen of wat meet vlijt kan worden opgelost. Geen van de voorstellen bevat ook maar een aanzet tot sanering van de pensioenschuld die nochtans de welvaart van toekomende generaties blijvend hypothekeert. Ook Daerden’s Groenboek houdt andermaal de absolute omvang van die pensioenschuld angstvallig verborgen achter gecijfer met de toename van de schuld over volgende generaties.

Nochtans benadrukt de ECB in haar Bulletin van January 2010 dat verhoging van de productiviteit niet kan volstaan om de financieringstekorten en het onrecht tussen generaties te herstellen. De ECB benadrukt dat ook fiscale consolidatie én structurele hervormingen onontbeerlijk zijn en dringt aan op uitvoering van de drieledige strategie overeengekomen op de Europese Raad van Stockholm in 2001. Eerder al had de ECB in haar “Workshop on Pensions” en de EU in haar “2009 Ageing Report” gewaarschuwd dat de verdisconteerde waarden van toekomstige primaire saldi enorme duurzaamheidtekorten vertoont in zowat alle EU landen en dat toekomstige ontvangsten veel te klein zijn om de lopende schuld te honoreren.

Volgens de ECB vertegenwoordigen de pensioenverplichtingen in Euroland ongeveer 330% van het BBP of 490% van het beschikbaar inkomen. Volgens die laatste en relevante maatstaf voor de duurzame financierbaarheid scoort België met een gecombineerde staatsschuld en pensioenverplichtingen van 778% van ons beschikbaar inkomen beduidend slechter dan Portugal, Ierland, Spanje en zelfs Griekenland (590%), dat nu al in acute financieringsproblemen is verzeild.

Financierbaarheid

Dit jaar al dreigen ook in België acute financieringsproblemen. Om haar lopende uitgaven te dekken en de kortlopende leningen te herfinancieren moet de Belgische schatkist in 2010 een record bedrag van 89 miljard euro lenen. Dat is een kwart van ons BBP of de helft van het beschikbaar inkomen. Ook dit jaar zullen buitenlandse financiers die nu al 56 procent van onze staatsobligaties in handen hebben weer ruim moeten bijspringen. Het gevaar is reëel dat financiële markten een hogere risicopremie eisen of niet langer genoegen nemen met de huidige historisch lage rente en de rentesneeuwbal weer aan het rollen gaat.

Knutselen aan modaliteiten

Ons sociaal stelsel is grotendeels gebaseerd op krediet en heeft nu duidelijk de limieten van de financierbaarheid bereikt. Dit sociaal stelsel dateert nog uit tijden van hoogconjunctuur toen onze economie nauwelijks buitenlandse concurrentie hoefde te vrezen. Beleidsmakers hebben toen onder de foute premissen van eeuwig groeiende bevolking en altijd stijgende welvaart, structuren en pensioenaanspraken in het leven geroepen zonder de nodige reserves aan te leggen. De huidige generatie politici heeft die historische dwaling niet alleen bestendigd, maar uitgebreid tot buitensporige privileges die sociale rechtvaardiging missen. Daarbij heeft het onderonsje tussen sociale partners de lasten stelselmatig afgewenteld op partijen wiens belangen in het overleg niet waren vertegenwoordigd en daarbij zijn legitimiteit in generatieoverschrijdende vraagstukken ver overschreden.

Het is een illusie te denken dat we dit “Rijnlandmodel” in zijn huidige vorm kunnen handhaven. Voorstellen zonder voorafgaande sanering van de oplopende schuld kunnen de pensioencrisis onmogelijk oplossen. Het ideologisch geïnspireerde SP.a voorstel voor een vermogensbelasting is zelfs naïef en populistisch omdat het erop neerkomt lopende uitgaven te financieren met vermogen. Zo’n formule is nog best te vergelijken met het opstoken van de meubels om het huis nog enkele dagen warm te houden. In de wetenschap dat zelfs de totale confiscatie van al ons onroerend vermogen niet zou volstaan om de staatsschulden te delgen is een vermogensbelasting de kortste weg naar het bankroet.

Gelukkig beseffen andere partijen wel dat België het punt op de Laffercurve waar belastingsverhoging leidt tot lagere ontvangsten al lang heeft overschreden en dat onze buitensporige belastingsdruk geen enkele marge laat aan de inkomstenzijde. Hun voorstellen tot langer werken of een 45 jarige loopbaan kunnen weliswaar helpen, maar schuiven het financieringsprobleem van de bestaande pensioensschuld hoogstens een paar jaar voor zich uit. Langer te werken om bestaande privileges en parasitaire structuren in stand te houden stuit bovendien op toenemende maatschappelijk weerstand.

De oplossing moet worden gezocht in structurele hervormingen die de zware onevenwichten van ons sociaal stelsel wegwerken: de buitensporige bureaucratische kost, sommige asociale verschillen en te gulle statuten, de consolidatie van de bestaande schuld en vooral de geleidelijke afbouw het financiëel onhoudbare omslagstelsel.

Repartitie versus kapitalisatie

In het omslagstelsel van de eerste pensioenpeiler worden lopende pensioenen betaald uit heffingen op de lopende loonmassa en in toenemende mate met algemene fiscale ontvangsten. Die middelen worden hoofdzakelijk opgebracht door de actieven. Repartitiestelsels houden daarmee een onbillijke en oneconomische transfer in tussen generaties. In een kapitalisatiesysteem daarentegen spaart elke generatie haar voor haar eigen pensioen.

De keuze voor kapitalisatie is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid tussen generaties. Het wezenlijke verschil ligt in de creatie en meerwaarde nodig om het systeem te financieren. In een kapitalisatiestelsel genereert het gespaarde vermogen zelf de meerwaarde nodig om pensioenen te bekostigen omdat de spaarmiddelen via de financiële markten worden geïnvesteerd in meerwaarde- en arbeid genererende bedrijven.

Een omslagstelsel kent geen kapitaalvorming en genereert noch tewerkstelling noch meerwaarde. Net als een piramidespel is het aangewezen op lopende inkomsten om lopende uitgaven te betalen. En net als een piramidespel slechts houdbaar is zolang naïevelingen toetreden is een repartitiestelsel slechts houdbaar zo lang de bevolking snel toeneemt en zolang de nieuwkomers het allemaal nog kunnen ophoesten (of daartoe bereid zijn). De inkomsten uit de lopende fiscaliteit zijn bovendien gevoelig voor demografische veranderingen, werkeloosheid, conjunctuur, dalende welvaart, stijgende rente of eenmalige tegenvallers en maken het staatsbudget wisselvallig. In de praktijk moeten we tekorten steeds weer met rentedragende leningen financieren. Dat is op termijn onhoudbaar.

Beschaving en rechtvaardigheid

"Progressieve" kringen rechtvaardigen het repartitiestelsel als "solidariteit tussen generaties". In realiteit komt dit omslagstelsel neer op een door de overheid opgelegd systeem van uitbuiting van kinderen door hun ouders. Met vrijwilligheid, edelmoedigheid, wederkerigheid, samenhorigheid of intergenerationele rechtvaardigheid heeft dit systeem niets te maken. Zulke uitbuiting is kenmerkend voor primitieve beschavingen, maar is een moderne samenleving onwaardig. In onze vergrijzende samenleving nemen de transfers van het slinkend aantal actieven naar de groeiende generatie gepensioneerden dergelijke proporties aan, dat het maatschappelijk draagvlak wegkwijnt en de verstandhouding tussen generaties in het gedrang komt.

Maar ook de enorme pensioenverschillen en buitensporige privileges zoals het recht op volledig pensioen op 60 jaar na een vijfjarige ambtenarenloopbaan zijn niet langer verdedigbaar. Het gemiddeld pensioen van een vrouwelijk zelfstandige bedraagt nog nauwelijks 9% van dat van een mannelijk ambtenaar. Ambtenarenpensioenen zijn nu al dubbel zo hoog als die van werknemers in de privésector en de individuele pensioenen verschillen nog meer. Die historische scheefgroei is niet langer financierbaar noch sociaal of moreel verdedigbaar. Pensioenen die het modaal loon van de betalende actieven overtreffen horen niet thuis in een armlastig pensioenstelsel dat de naam solidair of sociaal wil voeren.

Bureaucratische kost

Onze (para)fiscale druk behoort nu al decennia tot de hoogste ter wereld. Toch zijn onze pensioenen naar internationale normen bedroevend laag: gemiddeld slecht 40% van het loon tijdens de actieve loopbaan. België scoort daarmee nauwelijks beter dan ontwikkelingslanden. In Nederland, Spanje, en Luxemburg bedragen de vervangingsratio’s meer dan het dubbele.

Oorzaak van die povere verhouding tussen bijdragen en uitkeringen is de buitensporige kost van onze verpolitiseerde sociale instellingen en administratieve structuren. 7,5% van ons staatsbudget gaat naar ambtenarenpensioenen. Dat is 3 maal zoveel als Nederland, Spanje en Denemarken. Behalve de gulheid van ons ambtenarenstatuut is vooral de erbarmelijke inefficiëntie van het Belgisch staatsapparaat daaraan schuld. Vijf bestuursniveaus voor een land ter grootte van een middelmatige wereldstad zijn er minstens twee te veel. Te veel bestuursniveaus betekent te veel beambten, een te zware belasting voor ons sociaal stelsel en bovendien te veel betutteling over zaken die burgers beter voor zichzelf kunnen regelen. De bureaucratische kost van onze sociale instellingen moet omlaag: de overbodige bestuursniveaus (vooral provincies en intercommunales) en verpolitiseerde sociale instellingen moeten zwaar gesaneerd of afgeschaft.

Consolidatie pensioenschuld

De schuldenberg van ca. 574% BI opgebouwd in de eerste pensioenpeiler rust als een blijvende hypotheek op de economie en de welvaart van komende generaties. Verschillende politieke partijen hebben ervoor gepleit deze eerste peiler nog verder uit te bouwen. De verdere schuldopbouw die daarmee gepaard gaat zou onvermijdelijk de duurzame financiering van toekomstige budgetten ondermijnen en essentiële sociale programma’s en zelfs de goede werking van de staat in het gedrang brengen.

Een Duurzaam financieel beleid gebiedt deze eerste peiler geleidelijk af te bouwen. Minstens een gedeeltelijke consolidatie van de huidige pensioenschuld dringt zich op. Het lijkt billijk dat de generatie die de pensioenverplichtingen heeft laten ontsporen een belangrijk deel van de last van zo’n consolidatie op zich neemt, en jongere generaties worden ontzien. Verschillende formules zijn denkbaar. De verkoop van niet essentiële staatsgoederen en privatiseringen kan evenwel slechts een deel van de middelen leveren. Daarnaast kan men denken aan de uitbetaling van het gedeelte van de pensioenen dat het levensminimum overtreft onder de vorm van (verhandelbare) renteloze obligaties op 30 jaar. Zo’n formule zou in overeenstemming met het eigendomsrecht een belangrijke stap zetten naar het budgettair herstel als ook de essentiële sociale rechten vrijwaren. Op termijn kan het verplichte repartitiestelsel van de eerste peiler zo geleidelijk worden afgebouwd tot de solidaire dimensie van het levensminimum en scheefgegroeide “verworven rechten” en buitensporige privileges geleidelijk worden afgebouwd. Zo’n consolidatie houdt in dat niemand ontbering hoeft te vrezen en dat de incentives tot productieve bijdrage worden hersteld. Daarbij kan het piramidespel van de eerste peiler geleidelijk worden vervangen door het kapitalisatiestelsel in de tweede en vooral door vrijwillige kapitalisatie in de derde peiler. Meteen neemt de burger weer een ruimere bevoegdheid voor zijn eigen bestaan over van de in gebreke gebleven overheid.

Acute Griekse financiële problemen staan in België dichterbij dan velen denken. Willen we de essentie van ons sociaal stelsel vrijwaren dan moeten we ons pensioenstelsel moderniseren aan de omstandigheden van onze geglobaliseerde wereld. Hoe langer die onafwendbare hervormingen worden uitgesteld des te pijnlijker zal de overgang verlopen. De ongefinancierde pensioenverplichtingen blijven immers elke dag oplopen. Als politici blijven weigeren de roofbouw op volgende generaties te stoppen dan zullen financiële markten hen daar sneller dan gedacht toe verplichten.


Noot: Paul Vreymans van WorkForAll.net schreef dit essay naar aanleiding van de recente jongerenactie "Sociale Onzekerheid".

Read more...

Indépendance cha cha

Het Vlaamse streven naar onafhankelijkheid heeft in 2010 weer eens goede kaarten toebedeeld gekregen. Elke dag brengt het nieuws een nieuwe reden om de Belgische federatie te ontbinden. Toch zijn blijkbaar niet veel Vlamingen echt met het thema bezig, want anders zouden er al meer mensen de gouden gelegenheid onderkend hebben die het Halfeeuwfeest van Kongo biedt.



Regelmatig zendt de staatsomroep herdenkingsprogramma’s uit rond diverse aspecten van de Kongolese onafhankelijkheidsverklaring op 30 juni 1960. Meestal opent zo’n uitzending met het aanstekelijke rumba-liedje Indépendance cha cha van Joseph Kabasele (Grand Kalé). Dat is een vreugdezang over de Rondetafelconferenties van 1959-60, waar een erg diverse groep Kongolese leiders van België de belofte van een spoedige onafhankelijkheid loskreeg. Tegelijk is het een oproep tot diezelfde leiders (bij naam opgesomd: Kalondji, Kasavubu, Lumumba, Tshombe…) om ter wille van het nationale belang de eenheid te bewaren.

Die Kongolese leidersgeneratie had minder managersgaven dan de gemiddelde Vlaamse deelregering. Politiek en economisch maakten ze geen succesverhaal van hun grondstoffenrijke jonge staat. Zij en hun opvolgers kunnen moeilijk zeggen: “Wat we zelf doen, doen we beter.” Maar in één opzicht laten ze de Vlamingen vér achter zich: hun problemen zijn helemaal hun eigen bevoegdheid. Als zij bijvoorbeeld met China zaken willen doen, dan kan hun beleid niet door een Belgische voogd gekortwiekt worden. Zij hebben twee generaties geleden al voor mekaar gekregen waar de Vlamingen jaar na jaar naastgrijpen: los van België.

Af en toe kondigt een buitenlandse krant het nakende einde van België aan. Wie het Belgische “rien ne va plus” van dag tot dag moet aanzien, als onderdaan van Albert II of zelfs als residerend perscorrespondent, krijgt de indruk dat het spoedige uiteenvallen van deze staat onvermijdelijk is. Maar een politieke klasse die niet eens BHV gesplitst krijgt, die ziet men niet gauw België ontbinden, hoezeer die ontbinding ook in de lucht hangt. Het vak van de staatsman is wel eens gekarakteriseerd als “het onvermijdelijke mogelijk maken”. Maar de Vlaamse kanshebbers voor die rol missen telkens weer hun afspraak met de geschiedenis.

Kongo heeft wel geprofiteerd van de internationale conjunctuur. De VS zette de koloniale mogendheden onder druk om de dekolonisering te bespoedigen. Vijftien Franse kolonies in Afrika werden in datzelfde jaar onafhankelijk. Nederland won militair de strijd tegen Indonesië om West-Nieuw-Guinea, maar liet het gebied onder Amerikaanse druk toch los. Idem voor de Britten in Kenia: de politieke wil om een militair best houdbare kolonisatie te bestendigen, ontbrak. In dat klimaat legde België dus zijn vijftigjarenplan voor een stapsgewijze voorbereiding op Kongolees zelfbestuur terzijde. De regering van Gaston Eyskens haastte zich om de postbeambte Patrice Lumumba tot premier van een onafhankelijke republiek te maken.

Heeft het Vlaamse streven naar zelfbestuur een gelijkaardige internationale wind in de zeilen? Niet in diezelfde mate, maar toch meer dan belgicisten als een Paul Goossens of een Guy Verhofstadt willen doen geloven. Wie de oogkleppen van de Noord-Belgische kranten aflegt en de buitenlandse kwaliteitsmedia een beetje volgt, weet dat België er een zeer slecht imago heeft, en dat niemand een traan zal laten om de ontbinding van deze staat.

Is er een Vlaamse Lumumba in zicht? Hopelijk niet, want de nationalistische leider was ook een beetje een schurk. Hij stelde zijn volgelingen een Belgische vrouw als buit in het vooruitzicht, wat stevig bijdroeg tot de golf van verkrachtingen die op de machtsoverdracht volgde. Maar iemand met Lumumba’s redenaarstalent, die komt wel van pas bij een onafhankelijkheidsverklaring. In zijn verrassingsrede, gericht tot de Afrikaanse bevolking over het hoofd van koning Boudewijn en premier Eyskens, duwde Lumumba België flink het hele dossier van koloniaal onrecht onder de neus. Hij besloot: “Wij die in ons lijf en in ons hart onder de koloniale verdrukking geleden hebben, wij zeggen het u: dat alles is vanaf nu beëindigd. De Republiek Kongo is uitgeroepen en ons dierbaar land is nu in handen van zijn eigen kinderen.”

Iets dergelijks zal onze nationale woordvoerder ook zeggen wanneer de Belgische koning en regeringsleider naar de hoofdstad van de Vlaamse republiek komen, bijvoorbeeld recht na hun terugkeer van het Halfeeuwfeest in Kinshasa, om er formeel onze onafhankelijkheid te erkennen.





NB: Bij de spellinghervorming van rond 1995 werd de algemeen ingeburgerde spelling “Kongo” vervangen door de Franse spelling “Congo”. Hiervoor bestond geen enkele taalkundige rechtvaardiging, het was (net als het schrappen van de AVV-VVK-spelling “Kristus”) alleen bedoeld als belgicistische stamp in het gezicht van de Vlaamsgezinden. Het Noord-Nederlandse spellingconservatisme had er niets mee te maken, want juist inzake de term “Kongo” lieten de Hollanders graag het laatste woord aan hun nauwer betrokken zuiderburen. De UNESCO-richtlijn over de transcriptie van vreemde talen beveelt het behoud van de inheemse spelling aan, en die is in de Kongolese talen wel degelijk en uitsluitend “Kongo”, als in “Bakongo”, “Kikongo”. In de legitieme spelling “Kongo” maken Kongolezen en Zuid-Nederlanders gemene zaak tegen Franstalig kolonialisme en belgicisme. Vive l’authenticité!

Labels: , , , ,

Read more...

2 april 2010

Lang leve het volk!

Er verschijnen politieke affiches in ons straatbeeld met vreemde schrifttekens: naast het Arabische “Limâdhâ?” de Chinese tekst “Wei shenme?”, allebei “Waarom?” De partij die zich daarmee afficheert, suggereert over een groter wereldgewaarzijn te beschikken dan haar bekrompen mededingers. Tegen die achtergrond is het passend om vandaag als uitgangspunt een Chinese leuze te nemen: “Renmin wan sui!”, “Het volk 10.000 jaar!”, of gewoner: “Lang leve het volk!”



Mao Zedong, voorzitter van de Chinese KP, opende met die leuze de Grote Proletarische Culturele Revolutie in 1966. De man was een schurk maar zijn retorische hoogstandjes waren fascinerend, soms door hun eenvoud. Het volk centraal stellen, daar gáát de moderne politiek toch over? Het belangrijkste beleidsvraagstuk van vandaag is: hoe voeren we de democratie in?

De toehoorders van Mao echoden zijn leuze echter niet. Zij scandeerden integendeel: “Lang leve voorzitter Mao!” En zo wou de grote roerganger het horen. Want voor hem en voor de hele linkerzijde was “democratie” slechts een leuze waarachter een despotische machtsopvatting schuilging. Het volk moet voor zijn eigen bestwil geleid worden door een welwetende voorhoedepartij, in de praktijk door een kleine groep of zelfs door één man. Een andere leuze van Mao luidde immers: “De overtocht is moeilijk, de gids bekwaam.” Leg je hoofd in de schoot van de leider, en hij lost al je problemen op.

Die despotische zienswijze wordt gedeeld door de Belgische politieke klasse, ondermeer door haar zeer kenmerkende vertegenwoordiger Jean-Luc Dehaene. Hij trok ooit ter stembus met de maoïstische leuze: “De overtocht is moeilijk, de gids ervaren.” Barack Obama had tenminste de beleefdheid om het volk te vleien met de democratisch klinkende leuze: “Yes, we can!” Niets daarvan bij Dehaene, die het volk sommeerde, niet op zichzelf maar louter op hem te vertrouwen. Het moest zich van politieke tussenkomsten onthouden om zijn eigen vernuftige bestuurswerk niet te hinderen.

Deze arrangeur van akkoordjes die het daglicht schuwen, zei ten tijde van het beloofde maar nooit gehouden referendum over het ontwerp van Europese grondwet dat rechtstreekse besluitvorming door het volk niet zijn “opvatting van democratie” is. Zoveel was al duidelijk, maar daarmee impliceerde hij vooral dat de huidige Belgische bestuursvorm óók een vorm van democratie is. In De Tijd (13-03-2010) bevestigt hij zijn afschuw voor de machtsuitoefening door het volk:

“Het tere punt van onze democratie is dat ze zichzelf democratisch kan vernietigen. Dat is een heel groot risico. En dat is zich volop aan het realiseren. Democratie heeft leiders nodig. Sterke leiders. Dat wordt steeds vaker vergeten. Tegenwoordig stelt men het zo voor dat iets pas democratisch is als elke individuele burger bij elke beslissing betrokken wordt. Het referendum wordt dan het summum van democratie. Maar zo organiseer je alleen besluiteloosheid. Daar moeten we ons dringend over bezinnen. Er zijn weinig dingen die zo dicht bij elkaar liggen als rechtstreekse democratie en haar tegendeel. En als er iets is wat we de wereld niet mogen aandoen, is het dat wel.”

Het gebruikelijkste argument is dat van de minderwaardigheid van het volk, dat onbekwaam en boosaardig is. Laat het volk beslissen en het zal dwaze en mensonterende wetten afkondigen. Vertrouw de besluitvorming dus toe aan een elite die van nature vooruitziend is en louter begaan met het algemeen belang.

Hier brengt Dehaene echter een andere klassieker in stelling, het argument van het bestuurscomfort. Een sterke leider kan snel en doeltreffend beslissen, de democratie met haar gekrakeel kan dat niet. Het is natuurlijk waar dat in zijn eigen België de welvaart door immobilisme geschaad wordt, maar dat komt bepaald niet door een overmaat aan democratie, wel ondermeer door de institutionele structuren die hijzelf geïnstalleerd heeft.

De echte gifangel in zijn betoog is echter de stelling dat “het tere punt van onze democratie is dat ze zichzelf democratisch kan vernietigen”. Wat Dehaene “onze democratie” noemt, dus het parlementair systeem, heeft inderdaad meermalen zichzelf in een dictatuur omgevormd, te beginnen met de Franse assemblée tijdens de Revolutie, welker interne machtsstrijd tot de Terreur leidde. Maar vijanden van de democratie doelen vooral op het feit dat Adolf Hitler “democratisch” aan de macht gekomen is. In werkelijkheid heeft Hitler, zonder meerderheid van de stemmen, gebruik kunnen maken van de mechanismen van juist het parlementair systeem om aan de macht te komen. Vervolgens zorgde een achterkamertjesakkoord met de politieke partijen voor de volmachtwet die Hitler tot dictator maakte.

Wie dan toch Hitler erbij wil halen, vergelijke het reële scenario van een machtsovername langs parlementaire weg met het hypothetische scenario van een directe democratie. Zou de Duitse kiezer, die zich de ellende van WO1 herinnerde, in een referendum vóór het opstarten van WO2 gestemd hebben? Men moet het volk niet idealiseren, het zijn ook maar mensen. Maar ik geloof niet dat het volk tot die dwaasheid in staat geweest was. De politieke klasse was dat wel. Dus als het erop aankomt, zou ik mijn leven net iets liever toevertrouwen aan het volk dan aan Dehaeenes “sterke leiders”.

Labels: , ,

Read more...

1 april 2010

Flämen Räus! (Hoegin)

Olivier MaingainWie regelmatig de Vlaamse pers leest, zou kunnen beginnen vermoeden dat niet de Vlamingen maar wel de Franstaligen de agressors zouden zijn in de Franstalige Rand rond Bruxelles, met hun weigering om Nederlands te spreken of zelfs nog maar te leren, en hun pogingen om de streek te verfransen. Het is daarom goed dat verzetsheld Olivier Maingain eerder deze week de puntjes nog eens op de i zette.

Het is een mythe die in de Vläämse pers wel eens aangehaald wordt: Bruxelles en de gemeenten errond zouden van oudsher Nederlandstalig gebied geweest zijn, en het is pas sinds de jaren vijftig dat het Frans er opgang is beginnen maken. Niets is natuurlijk minder waar. In gemeenten als Wemmel en Rhode-Saint-Genèse werd reeds in de Oudheid Frans gesproken, en het is pas met de inval van de Germaanse barbaren rond het begin van onze tijdrekening dat er in deze gebieden voor het eerst af en toe in het openbaar Germaanse keelgeluiden uitgebraakt werden. Het beste bewijs: de wieg van Jules César stond, zoals iedereen weet, in Crainhem. En wie er De Bello Gallico nauwkeurig op naleest, zal opmerken dat hij in dat werk zijn relaas doet over het heldhaftige Franstalige verzet tegen onder meer de achterbakse Ambiorix, toenmalig partijvoorzitter van de O-EA, de Oud-Eburoonse Alliantie. Jules César was overigens zelf Franstalig, kind van eenvoudige dorpers die verplicht werden hun belastingen in het Eburoons te betalen. Als kind mocht hij zelfs zijn eigen taal niet spreken op de speelplaats, en de enige reden waarom hij De Bello Gallico in klassiek Latijn schreef, is dat de noodzakelijke accenten om Frans te kunnen schrijven op dat ogenblik nog niet uitgevonden waren.

Na het heldhaftige verzet van Jules César brak een donkere periode aan, waarin Menapiërs en Eburonen en hun nazaten eeuwenlang de plak konden zwaaiden over Bruxelles en omstreken. Een eerste lichtpunt brak aan met de Franse Revolutie van 1789, toen er hoop ontstond op een spoedige bevrijding. Die bevrijding en de aansluiting bij het Franse moederland kwam er een paar jaar later ook, in 1794, toen de streken deel mochten uitmaken van eerst de Franse Republiek, vervolgens het Franse Keizerrijk en tot slot het Franse Koninkrijk – tot het rampjaar van 1815 aanbrak. Opnieuw brak een donkere periode aan, eerst onder Bataafs gezag, en sinds 1830 onder de Vläämse bezetting.

Kwatongen beweren dat in de revolutiedagen van 1830 Franse troepen aanwezig waren op Belgisch grondgebied. Was het maar waar geweest! De waarheid is immers dat toen de Bataafse tirannen inzagen dat de brutale culturele onderdrukking van het Franstalige Zuiden niet meer houdbaar was, een Bataafse satellietstaat opgericht werd met als schuilnaam België. Enig doel van die nieuwe staat: zoveel mogelijk gebied alsnog germaniseren. De Bataafse bastaarddochter van Vrouwe Germania moest en zou een Vläämse bastaardkleindochter baren. Vandaag moet vastgesteld worden dat het plan grotendeels gelukt is, en dat 60% van België als eeuwig verloren voor Beschaving beschouwd moet worden.

Wie kan het dan een verzetsheld als Olivier Maingain euvel duiden dat hij probeert te redden wat nog gered kan worden? Als morgen het recht van de Franstaligen in de Rand rond Bruxelles valt om nooit geconfronteerd te hoeven worden met een andere taal dan het Frans, wat zal dan het volgende zijn? Tweetaligheid in Brüssel/Bruxelles? Faciliteiten voor Vlämingen in Waterloo en Lahulpe? (Of moeten we schrijven: Wäterlöö en Terhülpen?) Gaan we dan ook naar Bataafs als verplichte tweede taal in alle scholen op minder dan twee kilometer van de taalgrens? Ça jamais! Deze culturele genocide moet hier en nu een halt toegeroepen worden. En welke veldslag is dan beter gekozen dan de strijd om de benoeming van drie democratisch verkozen burgemeesters, die eindelijk eens neen durven te zeggen tegen de vervlaamsing van de Franstalige Rand rond Bruxelles?

Labels:

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>