26 juni 2011

Waarom niemand De Croos Coalition of the Willing wil (Hoegin)

Alexander de Croo stelde verleden week voor dat de «hervormingsgezinde» partijen N-VA, CD&V, Open Vld en MR overleg zouden plegen, als een soort Belgische variante van de Coalition of the Willing. Zijn doel was enige vooruitgang te brengen in de federale regeringsonderhandelingen, maar het is maar de vraag of zijn voorstel veel indruk maakte. Ligt overleg tussen deze vier partijen al moeilijk, dan lijkt een federale regering bestaande uit deze vier partijen al helemaal uitgesloten.

Aan de analyse van Open Vld-voorzitter Alexander de Croo dat de federale regeringsonderhandelingen ondertussen al meer dan een jaar aanslepen omdat er een Franstalig-links front bestaat dat elke hervorming in de weg staat kan eigenlijk weinig toegevoegd worden. Dat front blokkeert niet alleen elke mogelijke institutionele hervorming, maar ook de broodnoodzakelijke hervormingen zowel op het vlak van het sociaal-economische, het juridische of de migratie. En het kan niet ontkend worden dat alleen bij de partijen die hij opsomt, aangevuld met Vlaams Belang en LDD en met een (institutionele) nuance voor de MR, bereidheid bestaat om de verschillende pijnpunten daadwerkelijk aan te pakken.

Tegelijkertijd is het voor iedereen zonneklaar dat zo'n coalitie van N-VA, CD&V, Open Vld en MR er nooit zal komen, ook al heeft ze een flinterdunne meerderheid in de Kamer. Daar bestaan verscheidene redenen voor, en het is interessant die redenen even te overlopen. Ze zijn immers vaak veelzeggend, en helpen de huidige politieke impasse mee te verklaren. Bovendien verklaren ze ook waarom de hoop op een federale regering zonder N-VA aan Franstalige en Belgische zijde wel blijft bestaan, terwijl niemand een voorstel tot een regering zonder de PS – nochtans de échte prop in het systeem – serieus wil overwegen.

Laten we misschien beginnen bij Alexander de Croos eigen partij, de Open Vld. Want stel dat er morgen, op magische wijze, een regeringsakkoord op tafel zou verschijnen dat de partijprogramma's van de N-VA, CD&V, Open Vld en MR op voldoende wijze zou verzoenen, zou de Open Vld dan werkelijk als één man bereid zijn om in zo'n federale regering te stappen? Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat een partijcongres haar fiat zou geven voor zo'n deelname, maar zonder slag of stoot zal dat waarschijnlijk niet mogelijk zijn. Het is immers duidelijk dat een aantal kopstukken in de partij – Guy Verhofstadt, Karel de Gucht en Patrick Dewael om ze niet te noemen – zich veel liever als voetveeg van de PS laten gebruiken dan in een regering met de N-VA te stappen die grote delen van haar partijprogramma zou kunnen uitvoeren.

Voor wie het zich niet meer herinnert: het was dit trio dat in 1999 paars-groen op de rails zette om «eindelijk» de toenmalige CVP van de macht te kunnen verdrijven. Het was dit trio dat vervolgens wel graag een deal met de toenmalige PSC afsloot om nog wat extra Vlaams geld naar het Franstalig onderwijs te sluizen, zodat de Franstaligen enkele jaren laten hun rol van demandeurs de rien konden opnemen. En het was ook dit trio dat de kiesdrempel invoerde, in de hoop de N-VA vroegtijdig dood te kunnen knijpen. Wie vandaag met de vinger wijst naar Yves Leterme als vader van het beruchte Vlaams Kartel dat Bart de Wever en de N-VA de noodzakelijke legitimiteit verschafte om uit te kunnen groeien tot de grootste partij van Vlaanderen, kent zijn geschiedenis niet. Zonder het verraad van de PSC, zonder de kiesdrempel, en zonder de financiering van het Franstalige onderwijs waardoor de Franstaligen demandeurs de rien konden worden zou de N-VA vandaag nooit een derde van de Vlaamse kiezers achter zich hebben kunnen scharen.

Ook bij de CD&V zou zo'n coalitie behoorlijk moeilijk liggen. Dat wat ooit doorging voor de Franstalige zusterpartij van de Vlaamse christen-democraten, de cdH, afwezig zou zijn in zo'n coalitie is daarbij slechts van ondergeschikt belang. Sedert Joëlle Milquet de partij omvormde tot een «humaan-democratische» partij die zich vooral gedraagt als een onderafdeling van de PS is er van nauwe banden tussen de twee nauwelijks nog sprake. Erger is misschien dat zo'n coalitie aan Franstalige zijde geen meerderheid zou hebben, en voor zo'n avontuur lijkt de CD&V mij nog niet klaar. Het is immers één zaak zelf in de federale regering te blijven zitten zonder een meerderheid aan Vlaamse zijde, maar een federale regering zonder meerderheid aan Franstalige zijde, dat is natuurlijk nog een ander pak mouwen. Wanneer de Vlaamse onderdanen op zulke grove wijze bij de bok gezet worden, levert dat natuurlijk wel enig mondeling protest op, maar uiteindelijk toch ook niet veel meer dan dat. Met de Franstalige burgers daarentegen haal je best zo geen toeren uit, tenzij je bereid bent het spel hard te spelen. Lees: de splitsing van België te riskeren. En men kan de Vlaamse christen-democraten veel verwijten, maar niet dat zij het spel ooit hard hebben durven spelen – of zullen spelen – tegenover de Franstaligen.

Dat laatste is overigens geen verwijt dat de CD&V alleen treft. Het was tenslotte toch de N-VA die zich in 2008 terugtrok uit de federale regering, en daarmee ook de Vlaamse regering, maar in 2009 wel bereid was om opnieuw tot de Vlaamse regering toe te treden. Netto resultaat voor de CD&V? Dat zij over de hele regeerperiode misschien een minister extra mocht benoemen in de federale regering, en dat was het dan. Als de partij vandaag niet van plan is zonder de N-VA in een nieuwe federale regering te stappen, of misschien correcter gezegd, dat standpunt blijft volhouden tot het in het «belang van het land en de bevolking» een ander standpunt inneemt, dan is dat niet omdat die partij de rechtstreekse reactie van de N-VA vreest. Het enige wat de partij doet aarzelen om opnieuw elke vorm van democratische welvoeglijkheid te overtreden is de mogelijke reactie van de kiezer bij de volgende verkiezingen. En dat dan nog in de eerste plaats omdat een verlies aan kiezers ook een verlies aan mandaten en inkomsten inhoudt. De mogelijkheid om aan de macht te blijven deelnemen, zeg maar de postjes, zal immers op zich ongeschonden blijven zolang men maar bereid blijft zich te onderwerpen aan de Franstaligen. Eens men bereid is een meerderheid aan Vlaamse zijde te laten varen, is uiteindelijk alles mogelijk.

De partij die misschien nog de beste redenen heeft om weigerachtig te staan tegenover een Coalition of the Willing, is de MR. Op het sociaal-economische vlak zijn er misschien wel veel raakpunten met de Vlaamse partijen, maar men kan zich anderzijds niet opwerpen als de kampioenen van de Franstaligheid en vervolgens als enige Franstalige partij in een federale regering stappen met nog niet een kwart van de Franstalige stemmen. De kans is trouwens reëel dat de «beweging» MR zelf niet eens ongeschonden uit zo'n regeringsdeelname zou terugkomen. FDF-voorzitter Olivier Maingain heeft immers een bloedhekel, op het ziekelijke af, aan de N-VA en Bart de Wever, en liet dat de afgelopen week ook goed merken. Met de recente uitbouw van FDF-afdelingen in Wallonië is een splitsing trouwens snel doorgevoerd, eventueel zelfs al vóór een regeringsdeelname van de MR.

Belangrijker nog is misschien dat de Franstalige media geen spaander heel zouden laten van de MR als ze het inderdaad zou aandurven toe te treden tot zo'n federale regering. (Kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En men kan speculeren wat het effect daarvan zou zijn op de Franstalige kiezer, maar uiteindelijk zou het wel eens kunnen dat dat niet eens relevant zou zijn. Het lijdt immers geen twijfel dat noch PS, noch cdH, noch Ecolo zoiets zomaar zouden laten gebeuren, en binnen de kortste keren voor voldongen feiten zouden zorgen via hun Fédération Wallonie-Bruxelles. (En opnieuw: kan men het zich aan Vlaamse zijde voorstellen?) En je zal dan maar de Franstalige partij zijn die toch nog geprobeerd heeft te collaboreren met de Vlamingen op het ogenblik dat de anderen de Belgische constructie finaal onderuit halen.

Dat laatste is ook de reden waarom er voor zo'n coalitie nooit een formateur aangesteld zal worden, laat staan dat ze de eed zou mogen afleggen bij de koning. Koning Albert II heeft het laatste jaar overtuigend bewezen dat hij weet met wie hij wel en met wie hij niet rekening hoeft te houden – en houdt. De PS behoort tot de eerste categorie, de N-VA tot de tweede. En men kan het de koning ook niet kwalijk nemen dat hij niet zomaar bereid is zijn eigen job op het spel te zetten. Waarom zou hij dat immers moeten doen? In de naam van de democratie? Alsof de Belgische monarchie, en trouwens België zelf ook, niet precies de negatie van de democratie zouden zijn.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

9 januari 2011

Sp.a grootste bedreiging voor Vlaamse belangen (Hoegin)

Niet de PS van Elio di Rupo, noch de cdH van Joëlle Milquet of de MR van Didier Reynders en Olivier Maingain vormen het grootste gevaar voor de Vlaamse belangen. Zij wenden immers niet voor het beste voor te hebben met Vlaanderen en haar bevolking, en niemand die het hoe dan ook zou willen geloven. Anders is het met sp.a en de splinterpartij Groen!, die dat wel proberen voor te wenden, en daarvoor in de overwegend rood-groene media geen tegenwind krijgen. Integendeel zelfs. Of de schade die zij aanrichten uitsluitend te wijden is aan incompetentie, dan wel oneerlijke bedoelingen, is een open vraag.

Telkens ik sp.a-voorzitster Caroline Gennez haar uitleg zie doen over de aan de gang zijnde – of op sterven na dood zijnde – federale regeringsonderhandelingen, slaat de schrik me om het hart. Heeft zij werkelijk geen verstand van zelfs maar de meest essentiële communautaire problemen, of stuurt zij doelbewust aan op een catastrofe voor Vlaanderen? Dat echter zij, samen met Groen!-voorzitter Wouter van Besien, mee aan de onderhandelingstafel zit, en dat de twee daar samen maar liefst de helft van de Vlaamse delegatie uitmaken – in aantal, niet in grootte van de achterban – is absoluut geen goed nieuws voor ieder die het goed voorheeft met Vlaanderen.

Misschien nog het meest storende element daarbij is dat dit duo zijn onzin in de media kan spuien zonder ook maar de minste tegenwind, kritische vraag of opmerking. Meer zelfs, hún mening wordt voorgesteld als de redelijke mainstream, ook al vertegenwoordigen zij samen nog niet eens twintig procent van de Vlaamse kiezers. Durft iemand echter een kritische opmerking te maken over de inhoud van de nota–Vande Lanotte, dan wordt hij of zij prompt door de journalist van dienst in het CD&V- en N-VA-verdomhoekje geplaatst. En hoewel N-VA alleen al bij de laatste verkiezingen meer stemmen wist te verzamelen dan sp.a en Groen! samen, wordt die partij nog steeds voorgesteld als die van de extremistische hard-liners en caractériels. Nochtans mag men gerust aannemen dat de kiezers van Open Vld, Vlaams Belang en LDD een pak dichter bij het standpunt van CD&V en N-VA staan dan dat van sp.a en Groen!, en dat Bart de Wever er dus niet ver naast zit wanneer hij zegt dat hij zo'n tachtig procent van het Vlaamse electoraat vertegenwoordigt.

De paradox in Vlaanderen is echter, dat ook binnen de media een 80/20-verhouding bestaat, maar dan wel één die precies het spiegelbeeld is van de politieke mening van de bevolking. Uit onderzoek blijkt immers keer op keer dan zo'n tachtig procent van de journalisten het bolletje van sp.a of Groen! inkleurt bij de verkiezingen. Ligt daar misschien de verklaring waarom de mening van slechts twintig procent van de bevolking stelselmatig voorgesteld wordt als die van de overgrote meerderheid? En dat men zelfs met graagte de leugens van rood en groen overneemt en dagenlang laat echoën, ook al heeft de rest van de bevolking al lang door dat er geen snars van klopt?

Kijk bijvoorbeeld naar het stukje mediatheater dat de afgelopen week opgevoerd werd naar aanleiding van de nota–Vande Lanotte. Wie een beetje intellectueel eerlijk wil blijven, moet toegeven dat slechts drie partijen, namelijk sp.a – het zou er eigenlijk nog aan ontbroken hebben –, Groen! en Ecolo Ja antwoordden op die nota. Aan Vlaamse kant stonden CD&V en N-VA weigerachtig tegenover die nota, net zoals cdH en PS er feitelijk niet veel pap van lustten. Sp.a-voorzitster Caroline Gennez was er echter, met in haar kielzog Groen!-voorzitter Wouter van Besien, als de kippen bij om in de VRT-studio's rond te toeteren dat maar liefst vijf van de zeven partijen de nota aanvaard hadden. En die boodschap bleef maar weergalmen, zowel op TV als op radio, zonder enige kritische opmerking. Men bestond het zelfs een (waarschijnlijk goed gekozen) «stem uit het volk» aan het woord te laten die het toch wel straf vond dat die twee partijen – CD&V en N-VA dus – nu een akkoord blokkeerden, want, zo vertelde het wicht vanop één of andere markt, «vijf van de zeven is toch een meerderheid». Of hoe tegenwoordig een meerderheid binnen een meerderheid al genoeg is om een Belgisch compromis door te drukken. Een kwart plus één stem is dus al genoeg, tenminste als het maar het juiste kwart is.

Straffer dat, in tegenstelling tot de harde aanpak die enkele CD&V'ers moesten gaan, Caroline Gennez niet aangesproken werd op de inconsistenties in haar verhaal. Of schrijven we misschien liever: leugens. Want enkele dagen later, toen het over de mogelijkheid ging de liberalen bij de onderhandelingen te betrekken, poneerde zij dat zoiets absoluut geen soelaas zou brengen, want de MR was nog wel de eerste Franstalige partij geweest die de nota–Vande Lanotte had verworpen. Pardon, eerste? Moest dat niet «de enige» zijn? En men zou nog kunnen denken dat het een verspreking was, ware het niet dat Caroline Gennez naliet dat punt eens goed in de verf te zetten om het liberale ballonnetje eens goed en definitief te kunnen doorprikken. De journalist van dienst wou er in ieder geval ook niet dieper op ingaan.

Dat de sp.a wel degelijk van een dikke en warme mantel der liefde kan genieten in de media, staat ondertussen als een paal boven water. De adoratie voor Johan vande Lanotte bijvoorbeeld (vergeleken met hem zou koning Salomo maar een achterlijke pummel geweest zijn), in combinatie met de recente hype rond Eva Brems (en reken maar dat we haar vanaf nu gaan tegenkomen in elke mogelijke en onmogelijke shows, spelletjes en praatprogramma's), is gewoonweg om misselijk van te worden. De nota die hij produceerde wordt in de media voorgesteld als een werkstuk van ongekende kwaliteit. De opmerking dat ze onvoldragen zou zijn, zoals de CD&V het formuleerde, zette dan ook bijzonder veel kwaad bloed bij enkele journalisten en politicologen. Ik kan me nochtans niet van de indruk ontdoen dat alvast sommige delen ervan met haken en ogen aan mekaar hangen, en een professor grondwettelijk recht onwaardig zijn. Het is een analyse waar ik overigens geen 48 uur voor nodig had zoals de PS van Elio di Rupo, maar eentje die op vijf minuten gemaakt kon worden. A propos de PS – merkwaardig toch dat zij voor de nota–Vande Lanotte bijna 48 uur nodig had, terwijl dat toen voor de nota–De Wever een pak sneller kon. Waren de specialisten die de nota–De Wever in recordtempo konden analyseren deze keer verhinderd? Ik zou daar wel eens wat meer over willen lezen in onze kwaliteitsmedia.

Hoe dan ook, één van de zaken in de nota–Vande Lanotte die volgens mij meer getuigen van amateurisme dan staatsmanschap, is het hoofdstuk over de samenvallende verkiezingen. Johan vande Lanotte stelt voor dat de federale verkiezingen aan de regionale gekoppeld zouden worden, en dus nog slechts om de vijf jaar gehouden zouden worden (zoals in Cuba). Er zouden in België te veel verkiezingen zijn, heet het, wat de regeringsvorming bemoeilijkt. Het is een stelling waar men in 2007 eventueel nog had in kunnen geloven, maar in 2010, met de volgende nationale, regionale en Europese verkiezingen vier jaar verwijderd in de toekomst, kan die vlieger toch niet meer opgaan als men nog een klein beetje eerlijk wil blijven.

Maar, zo stelt Johan vande Lanotte, als er toch een bijzondere meerderheid in de Kamer gevonden kan worden, zouden er tóch vervroegd federale verkiezingen georganiseerd kunnen worden. En dan komt de vraag: leidt dit dan ook tot vervroegde regionale verkiezingen, die dan losgekoppeld worden van de Europese verkiezingen? Of hebben die tussentijdse verkiezingen geen effect op de datum van de volgende federale verkiezingen, zodat het nieuwgekozen parlement automatisch een kortere termijn krijgt? Of had Johan vande Lanotte gedacht in één moeite niet alleen de regionale parlementen, maar ook het Europees Parlement te ontbinden? Onvoldragen is eigenlijk nog een redelijk milde beoordeling; ondoordacht zou al iets beter passen. Trouwens, de dag dat er wel een meerderheid gevonden wordt om het parlement te ontbinden, maar geen bijzondere, wordt het lachen geblazen, zeker als dat een Vlaamse meerderheid tegen een Franstalige minderheid zou zijn.

Een ander punt waarop Johan vande Lanotte overduidelijk kon profiteren van de sympathie van de bevriende media – en welke media in Vlaanderen zijn eigenlijk niet bevriend met de sp.a? – was het verhaal van zijn zieke moeder. Nu wil ik de ziekte van moeder Vande Lanotte absoluut niet bagatelliseren, en het is nooit een pretje wanneer één van je ouders ziek is, maar toch is er iets merkwaardigs aan de hand met het hele verhaal. Schampere opmerkingen dat de plotselinge ziekte een vertragingsmanœuvre was – na maandenlang doelbewust surplacen toch wel voorspelbaar, zou ik zo denken – werden snel van de hand gewezen als onwelvoeglijk. Maar is het werkelijk zo dat die ziekte nooit gebruikt werd om de eigen agenda vooruit te helpen? Het is toch merkwaardig hoe die ziekte plots acuut werd in de week van de zogenaamde Frankyleaks, waardoor de onderhandelingen even stilgelegd moesten worden, maar dat Johan vande Lanotte wel nog de tijd vond om een wedstrijdje basketbal mee te pikken. Anderzijds lijkt het er sterk op dat de publicatie van het interview van Bart de Wever in Der Spiegel een merkbaar gunstig effect had op de gezondheidstoestand van moeder Vande Lanotte, zij het van eerder korte termijn. Strafst van al vind ik dat koning Albert II het donderdag nodig vond het ontslag van Johan vande Lanotte enkele dagen in beraad te houden, in plaats van het onmiddellijk omwille van humanitaire redenen te aanvaarden. Ik laat het aan de lezer over te oordelen wie de grootste cynicus in het spel is.

Over cynisme gesproken: wat zou eigenlijk het doel van die beruchte Brusselse Metropolitane Zone (BMZ) zijn, die plots in de nota opduikt (en waarover de Vlaamse media liever zwijgen)? Deze zone, eigenlijk de oude Franstalige droom van Le Très Grand Bruxelles herverparkt in de iets meer blitse want Engelse naam Brussels Metropolitan Region, strekt zich aan Vlaamse zijde uit over heel Halle-Vilvoorde, maar wordt aan Franstalige zijde netjes uitgebalanceerd door Waals-Brabant. Op die manier zal de constructie vrijwel zeker nooit door Nederlandstalige meerderheden geplaagd worden, maar kan de Francité wel haar tentakels tot diep in het Vlaamse binnenland uitspreiden. Het is immers de bedoeling dat die Brusselse Metropolitane Zone allerlei bevoegdheden zou krijgen – in het belang van de bevolking, of wat dacht u? –, waardoor de bevoegdheid van de Vlaamse Regering in haar eigen hartland onderuit gehaald wordt. Voeg dit bij de de facto aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel, en je vraagt je af waar Johan vande Lanotte zoveel schaamteloosheid vandaan haalt om zijn werk voor te stellen als een evenwichtige nota. De bewering van Caroline Gennez dat Vande Lanottes nota overduidelijk voordelig voor de Vlamingen is, aangezien de Franstaligen er zoveel bezwaren tegen hebben – tiens, werd die nota dan toch niet onvoorwaardelijk aanvaard door PS en cdH? – beschouw ik als de rode sp.a-kers op deze giftige taart van landverraad.

Zou ik echter spoken zien, als ik stel dat het voorstel voor zo'n Brusselse Metropolitane Zone een bewust opgezet spel van de sp.a en Groen! is? Vandaag reeds luidt het dat een splitsing van België niet alleen onwenselijk maar ook onmogelijk is omwille van Brussel, maar wat wordt dat niet met zo'n Brusselse Metropolitane Zone die de Franstaligen dikke vingers in de pap bezorgt tot aan de poorten van Aalst, Dendermonde en Mechelen? En dus ook territoriale claims indien het ooit dan toch tot een scheiding mocht komen? Ik zie hierin een slinkse poging om de prijs voor Vlaamse onafhankelijkheid gevoelig op te drijven, in de hoop dat ze er nooit zou komen. Waarom niet? Om de eenvoudige reden dat men zowel bij sp.a als Groen! goed beseft dat men in een onafhankelijk Vlaanderen niet meer zou zijn dan twee marginale partijen die nog slechts sporadisch aan de macht zouden kunnen komen. Democratisch zijn ze wel, maar alleen als er in België een linkse meerderheid gevormd kan worden om de rechtse meerderheid in Vlaanderen onder de knoet te houden. Is het echt allemaal te ver gezocht, en gaat het alleen maar om totale incompetentie? Het is maar de vraag wat het ergste kwaad van de twee is.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

1 april 2010

Flämen Räus! (Hoegin)

Olivier MaingainWie regelmatig de Vlaamse pers leest, zou kunnen beginnen vermoeden dat niet de Vlamingen maar wel de Franstaligen de agressors zouden zijn in de Franstalige Rand rond Bruxelles, met hun weigering om Nederlands te spreken of zelfs nog maar te leren, en hun pogingen om de streek te verfransen. Het is daarom goed dat verzetsheld Olivier Maingain eerder deze week de puntjes nog eens op de i zette.

Het is een mythe die in de Vläämse pers wel eens aangehaald wordt: Bruxelles en de gemeenten errond zouden van oudsher Nederlandstalig gebied geweest zijn, en het is pas sinds de jaren vijftig dat het Frans er opgang is beginnen maken. Niets is natuurlijk minder waar. In gemeenten als Wemmel en Rhode-Saint-Genèse werd reeds in de Oudheid Frans gesproken, en het is pas met de inval van de Germaanse barbaren rond het begin van onze tijdrekening dat er in deze gebieden voor het eerst af en toe in het openbaar Germaanse keelgeluiden uitgebraakt werden. Het beste bewijs: de wieg van Jules César stond, zoals iedereen weet, in Crainhem. En wie er De Bello Gallico nauwkeurig op naleest, zal opmerken dat hij in dat werk zijn relaas doet over het heldhaftige Franstalige verzet tegen onder meer de achterbakse Ambiorix, toenmalig partijvoorzitter van de O-EA, de Oud-Eburoonse Alliantie. Jules César was overigens zelf Franstalig, kind van eenvoudige dorpers die verplicht werden hun belastingen in het Eburoons te betalen. Als kind mocht hij zelfs zijn eigen taal niet spreken op de speelplaats, en de enige reden waarom hij De Bello Gallico in klassiek Latijn schreef, is dat de noodzakelijke accenten om Frans te kunnen schrijven op dat ogenblik nog niet uitgevonden waren.

Na het heldhaftige verzet van Jules César brak een donkere periode aan, waarin Menapiërs en Eburonen en hun nazaten eeuwenlang de plak konden zwaaiden over Bruxelles en omstreken. Een eerste lichtpunt brak aan met de Franse Revolutie van 1789, toen er hoop ontstond op een spoedige bevrijding. Die bevrijding en de aansluiting bij het Franse moederland kwam er een paar jaar later ook, in 1794, toen de streken deel mochten uitmaken van eerst de Franse Republiek, vervolgens het Franse Keizerrijk en tot slot het Franse Koninkrijk – tot het rampjaar van 1815 aanbrak. Opnieuw brak een donkere periode aan, eerst onder Bataafs gezag, en sinds 1830 onder de Vläämse bezetting.

Kwatongen beweren dat in de revolutiedagen van 1830 Franse troepen aanwezig waren op Belgisch grondgebied. Was het maar waar geweest! De waarheid is immers dat toen de Bataafse tirannen inzagen dat de brutale culturele onderdrukking van het Franstalige Zuiden niet meer houdbaar was, een Bataafse satellietstaat opgericht werd met als schuilnaam België. Enig doel van die nieuwe staat: zoveel mogelijk gebied alsnog germaniseren. De Bataafse bastaarddochter van Vrouwe Germania moest en zou een Vläämse bastaardkleindochter baren. Vandaag moet vastgesteld worden dat het plan grotendeels gelukt is, en dat 60% van België als eeuwig verloren voor Beschaving beschouwd moet worden.

Wie kan het dan een verzetsheld als Olivier Maingain euvel duiden dat hij probeert te redden wat nog gered kan worden? Als morgen het recht van de Franstaligen in de Rand rond Bruxelles valt om nooit geconfronteerd te hoeven worden met een andere taal dan het Frans, wat zal dan het volgende zijn? Tweetaligheid in Brüssel/Bruxelles? Faciliteiten voor Vlämingen in Waterloo en Lahulpe? (Of moeten we schrijven: Wäterlöö en Terhülpen?) Gaan we dan ook naar Bataafs als verplichte tweede taal in alle scholen op minder dan twee kilometer van de taalgrens? Ça jamais! Deze culturele genocide moet hier en nu een halt toegeroepen worden. En welke veldslag is dan beter gekozen dan de strijd om de benoeming van drie democratisch verkozen burgemeesters, die eindelijk eens neen durven te zeggen tegen de vervlaamsing van de Franstalige Rand rond Bruxelles?

Labels:

Read more...

28 februari 2009

Alleen Vlamingen kunnen racist zijn (Hoegin)

De laatste dagen is er nogal wat te doen geweest rond de «kwetsende» spreekkoren op de voetbaltribunes. De spreekwoordelijke bal ging aan het rollen na de wedstrijd Genk–Tubeke, toen «Les Wallons, c'est du caca» geroepen werd. Racistisch, roepen de Franstalige politici in spreekkoor. Op steun van het CGKR hoeven ze echter niet te rekenen, want dat stelde naar aanleiding van de rel tussen Pierre Bouillon en Bart de Wever verleden jaar onomstotelijk vast niet bevoegd te zijn voor eventueel racisme tussen Vlamingen en Franstaligen.

Het valt niet vaak voor dat ik het eens ben met Tom Naegels, maar zijn commentaar over de hele heisa rond de spreekkoren vandaag kan ik alleen maar bijtreden. (En zijn terloopse opmerking dat de Vlaamse spreekkoren polyglot zijn is eigenlijk zeer pijnlijk: ik zie het nog niet onmiddellijk gebeuren dat de aanhangers van een Waalse voetbalploeg Nederlands zouden uitbraken.) Ik kan me trouwens niet voorstellen dat politici of de media evenveel aandacht aan de zaak zouden geschonken hebben als één of andere groep Waalse voetbalaanhangers sales flamins had gescandeerd, laat staan dat er pleidooien zouden gevallen zijn om desnoods de wet te wijzigen moest blijken dat dit nog niet strafbaar was. De kers op de taart van de doortrappers werd echter afgeleverd door Groen!-kamerlid Wouter de Vriendt, die de Belgische voetbalbond «wereldvreemdheid» verweet. De mandatarissen en leden van Groen! staan er inderdaad alom voor bekend met beide voeten steeds op de grond te staan en zich tussen de mensen te bevinden, en zich nooit te bezondigen aan wereldvreemdheid, naïviteit of het in stand houden van illusies. Toch niet als het over Vlaams racisme gaat. En zo kennen we ze trouwens ook: als het erom gaat Vlaanderen nog eens te schande te maken staan sp.a en Groen! altijd gewillig op de eerste rij om de Franstaligen een helpende hand toe te steken. Niet dat Open Vld of CD&V te beroerd zouden zijn om zich ook aan zoiets schuldig te maken, maar daar is men tenminste nog zo slim in ruil minstens een bord linzensoep te vragen.

Laten we immers wel wezen: scanderen dat Walen caca of pédo zijn is natuurlijk niet bepaald netjes, maar er bestaan ergere zaken. De supporters hadden hen bijvoorbeeld luiheid of corruptie kunnen aanwrijven. Wat er echter beledigend of racistisch is aan de slogan «Walen buiten!» ontgaat mij volledig. Wil iemand Vietnamezen racisme aanwrijven als ze «Yankee, go home!» zouden roepen, of denk men in Franstalig België nog steeds dat de splitsing van de universiteit van Leuven een zwaar onrecht was dat hen door de Vlamingen werd aangedaan? Maar ten gronde: in de gemiddelde lezerscommentaar onder de on-line artikelen van Le Soir staan vaak veel ergere dingen te lezen, om over de pamfletten van het FDF nog maar te zwijgen. En vooral, laten we niet vergeten dat verleden jaar, toen Pierre Bouillon voorstelde om alle N-VA-leden, kiezers en sympathisanten op een boot te zetten en die in het midden van de oceaan tot zinken te brengen, de Franstalige media… de rangen sloten. Van enig racisme was toen geen sprake, en het CGKR haastte zich dan ook om zichzelf in de zaak totaal onbevoegd te verklaren.

Toppunt van hypocrisie is dat de heisa piekte in dezelfde week dat Rudy Aernoudt door Olivier Maingain van het FDF nog sneller uit de MR geknikkerd werd dan Jean-Marie Dedecker destijds door het ACW uit de N-VA. Wat dat met de zaak te maken heeft? Guido Fonteyn lijkt alvast de mening toegedaan dat het feit dat Rudy Aernoudt een Vlaming is één van de redenen was waarom Olivier Maingain hem niet op de Europese lijst van de MR wou zien staan. Wallonien flamenfrei dus? Geldt trouwens in zulke zaken niet de omgekeerde bewijslast, d.w.z. dat de werkgever, in casu de MR en Didier Reynders, moet aantonen dat racisme geen rol speelde bij het ontslag van werknemer Rudy Aernoudt? Of hoeft dat niet, omdat in België nu eenmaal alleen Vlamingen racist kunnen zijn, maar Franstaligen (en immigranten) niet?

Feit is in ieder geval dat het gekrakeel bij het FDF verleden week zo groot was dat er meer dan ruimte genoeg was om te vermoeden dat er meer aan de hand was dan het partijlidmaatschap van Rudy Aernoudt of zijn «beledigende» uitspraken tegenover Waalse werklozen alleen. De suggestie alleen al dat het FDF zich ook maar één moer zou aantrekken van beledigingen aan het adres van Waalse werklozen is zo grotesk dat er amper woorden voor zijn. Neen, het echte probleem dat het FDF met Rudy Aernoudt had was dat hij niet alleen de mythe dat 90% van de Brusselaars Franstalig zou zijn doorprikte, maar bovendien, en eigenlijk nog veel erger, zijn minderwaardige Vlaamse achtergrond niet verloochende om zich aan te sluiten bij de Francofone Verlichting. Dát is immers de kern van de FDF-ideologie, het francofonisme, met zijn Franstalige uitbreidingsdrang, dáár ligt ook het racisme van het FDF, en dát is meteen ook de reden waarom het FDF niet op één lijst kon staan met Rudy Aernoudt. De kans is echter groter dat de spionkop van een Vlaamse voetbalploeg bij een volgende bezoek van een Waalse ploeg «Walen zijn tof» zingen, dan dat de Franstaligen in België ooit zullen willen toegeven dat zij met een kanjer van een racistische balk in hun oog zitten.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

12 september 2008

Sven Gatz wil in een leeg zwembad duiken (Hoegin)

Sven GatzOp zijn blog beklaagt Sven Gatz er zich over dat de N-VA geen gat in de lucht sprong van vreugde na de reactie van de Franstaligen op de nota-Peeters. «Men moet in het water springen om te leren zwemmen en niet pruilend aan de kant blijven staan met het excuus dat men zijn zwembroek is vergeten,» leest hij Geert Bourgeois en Bart de Wever de les, maar stapt hij wel een beetje licht over dat kleine detailletje dat het probleem niet echt is dat de N-VA haar zwembroek vergeten is, maar dat de Franstaligen het zwembad hebben laten leeglopen.

Beginnen we toch maar even bij het begin met de zwembad-metafoor van Sven Gatz. In juli stelde Yves Leterme vast dat er met de Franstaligen echt geen zwempartijtje in zat, en dus huurde het Paleis drie redders in die eigenlijk als voornaamste opdracht hadden ervoor te zorgen dat vooral Koning Albert II droge voeten kon blijven houden – of dat nu betekende dat de Franstaligen alsnog mee in het onderhandelingsbad kropen, of de Vlamingen aan de kant zouden blijven staan zonder dat de Kroon in het water zou belanden. Zoals te verwachten viel, hebben de drie redders deze zomer vooral in de graskant in de zon gelegen.

Eind augustus kon Vlaams Minister-President Kris Peeters de toestand niet langer aanzien, en liet hij op eigen initiatief het zwembad met fris water vollopen om daarna de Franstaligen, en dan in het bijzonder zijn Franstalige tegenhanger Rudy Demotte, uit te nodigen voor een frisse duik. Aanvankelijk reageerde de Franstaligen verdeeld en raakten zelfs met mekaar slaags aan de rand van het zwembad. Uiteindelijk vonden ze echter hun eensgezindheid weer terug, en lieten op een professionele wijze het zwembad in een mum van tijd weer leeglopen. Meer zelfs, één van hen, Olivier Maingain, plaste nog eens nadrukkelijk in de droge put door de uitbreiding van Brussel en de benoeming van de drie Franstalige burgemeesters in de Vlaamse Rand te eisen. Hoeft het te verwonderen dat de N-VA niet bepaald happig is om haar nek te breken door een flukse duik vanaf de zeven-meter-springplank?

Ergerlijker is echter dat zowel Open Vld als sp.a ondertussen aan de kant de grootste komedie staan op te voeren door te doen alsof het zwembad nog steeds tot aan de rand met fris water gevuld is, en veinzen dat ze staan te popelen om een duik te maken. Alleen… N-VA en Kris Peeters moeten van hen wel met hen meespringen, ja, ze moeten zelfs éérst springen en liefst ook nog hun ogen sluiten en de neus dichtknijpen ook. En ze verwijten die twee bovendien onredelijkheid als ze dat niet meteen én met veel enthousiasme willen doen. De vraag is alleen: wat houdt hen eigenlijk tegen om samen met Groen! in de federale Kamer een alternatieve meerderheid samen te stellen –was het niet de sp.a die Groen! de toegang tot het zwembad ontzegde?– om alsnog samen met de Franstaligen een frisse duik in dat toch zo uitnodigende zwembad te nemen? De Vlaamse kiezer zal in dat geval ongetwijfeld de heldhaftigheid en de moed van de Open Vld en de sp.a op prijs weten te stellen, en de twee partijen met een enorme verkiezingsoverwinning belonen op 7 juni 2009, ook al gaat het op die dag om regionale verkiezingen die in principe niets, maar dan ook niets met de federale staatshervorming te maken hebben. Onbegrijpelijk dat die twee partijen zo'n kans zomaar laten liggen.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

1 juli 2008

Alle Franstalige hens aan dek! (2) (Hoegin)

Didier Reynders bevestigde gisteren impliciet de stelling die ik een maand geleden reeds poneerde: de Franstaligen hebben alle hens aan dek geroepen omdat volgens hen het eindspel van België in gang gezet is. Dat verklaart meteen ook waarom de Franstalige onderhandelaars elkaar «enorm veel» zien en inhoudelijk op één lijn blijven. Reken maar dat er bij de Franstaligen achter de schermen inderdaad veel overleg gepleegd wordt.

Kan er tegen 15 juli nog een communautair akkoord gevonden? De tegenstellingen tussen Vlamingen en Franstaligen zijn fundamenteel, en na meer dan een jaar onderhandelingen lijkt het alsof er nog steeds geen vooruitgang geboekt is. Of toch: een bericht zegt deze avond dat Yves Leterme, de man van de vijf minuten politiek moed, de benoeming van de drie Fransdolle burgemeesters in de Vlaamse aangeboden zou hebben. Is het een kwakkel? De Vlaamse bron die geciteerd wordt ontkent het niet, maar stelt dat het slechts één van de vele elementen is die op tafel liggen. Zou dat willen zeggen dat er nog meer Vlaamse toegevingen zouden kunnen volgen als Olivier Maingain nogmaals de Franstalige olifant in de porseleinwinkel wil spelen?

De vraag is echter of de Franstaligen zullen willen bijten. Het is duidelijk dat er voor hen veel op het spel staat bij de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde: hoe die splitsing er ook zal uitzien, zullen zij er willen voor zorgen dat hun aanspraken op delen van Vlaams-Brabant behouden zullen kunnen blijven. Vandaar ook één van hun eisen om de bevoegdheid over de faciliteitengemeenten over te dragen van het Vlaamse Gewest naar de federale regering of één of ander gemengd college van wat dan ook. Een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde waarbij het Vlaamse Gewest de exclusieve voogdij over de faciliteitengemeenten kan behouden is daarom wat hen betreft totaal onaanvaardbaar. Elke oplossing die erop neerkomt dat zij hun aanspraken op de faciliteitengemeenten verzwakken of zelfs helemaal verliezen is slechter dan een onmiddellijke splitsing van België.

Wat dat laatste betreft, wat dan met het vele Vlaamse geld dat onder het mom van de «solidariteit» elk jaar naar het Zuiden betreft? In dat verband is de studie van het FDF die onlangs gepubliceerd werd een interessant gegeven. De stelling lijkt wel te zijn dat wat de financiën van de Franstalige Gemeenschap en het Brusselse Gewest betreft, een splitsing van België zichzelf misschien wel niet helemaal terugbetaalt, maar dat er anderzijds toch hoop is. Bovendien is het niet zeker dat de geldstromen eeuwig zullen blijven bestaan: wie zegt dat ook over twintig of vijftig jaar Vlaanderen nog steeds de kracht zal hebben een substantieel deel van zijn BNP af te staan aan Brussel en Wallonië? Dat laatste dan nog onder de voorwaarde dat Vlaanderen in tussentijd niet alsnog de onafhankelijkheid uitroept, ook al staat men nu langs Franstalige zijde een volledige splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde toe. Opgave van de faciliteitengemeenten daarentegen is definitief en zal nooit meer gerecupereerd kunnen worden. En de benoeming van drie Franstalige burgemeesters in de Rand weegt daar niet tegen op.

Labels: , ,

Read more...

12 mei 2008

Ook dikke vissen worden rot (Hoegin)

Bart de WeverIn een interview met de krant De Morgen verplaatst nu ook N-VA-voorzitter Bart de Wever de deadline voor het tweede pakket van de staatshervorming van 15 juli naar (minstens) 30 augustus. Eerder had Yves Leterme in zijn verklaring in de Kamer het belang van 15 juli al gereduceerd van een akkoord over dat tweede pakket tot slechts een nieuwe verklaring.

Waar zijn we eigenlijk mee bezig als Bart de Wever en de N-VA al een semantische discussie willen voeren over wat «15 juli» nu precies is. In mijn kalender valt 15 juli precies tussen 14 en 16 juli, maar in die van Bart de Wever is het blijkbaar mogelijk dat 30 augustus vlak nog ergens tussenin valt, of misschien zelfs op dezelfde dag valt. Trouwens, 30 augustus, wat betekent dat dan precies? Als 15 juli 30 augustus kan zijn, kan 30 augustus dan ook 15 oktober worden? En 15 oktober daarna Sint-Juttemis?

Eerder had Yves Leterme het belang van 15 juli al sterk gereduceerd in zijn verklaring voor de Kamer verleden donderdag. Van een tweede pakket in de staatshervorming was geen sprake meer, alleen nog maar een verklaring erover. Fier als een gieter benadrukte Joëlle Milquet vrijdagmorgen op La Première dat die wending er gekomen was op uitdrukkelijke vraag van de Franstalige partijen. Daarmee bewees Joëlle Milquet twee dingen tegelijkertijd: ten eerste dat er van dat tweede pakket in de staatshervorming niet te vroeg iets verwacht/gevreesd dient te worden, en ten tweede dat zij blijkbaar meer macht heeft over de verklaringen die Yves Leterme aflegt dan omgekeerd. En vergeten we niet dat Yves Leterme eerder al aan zijn eigen achterban had laten weten dat die grote staatshervorming veel kleiner zou zijn dan hij zelf tijdens de verkiezingen nog geëist had. Om het met een beeld te zeggen: volgens Yves Leterme zullen de tien vogels in de lucht in het beste geval maar twee uitgemergelde mussen aan een respirator blijken te zijn, en volgens Joëlle Milquet zullen die op 15 juli nog altijd ergens ver weg in de lucht zweven. Voor Bart de Wever is er trouwens geen probleem als die daar tot 30 augustus blijven zweven.

Echt interessant wordt het wanneer Bart de Wever verklapt welke tactiek er schuilgaat achter het verschuiven van de deadline: «anders laten je tegenstanders je daar toch over struikelen». Volgens hem is het dus een meesterlijke zet om de deadline meer dan twee maanden op voorhand al zo ruim mogelijk te interpreteren, zodat de Franstaligen de N-VA daarover niet zullen kunnen doen struikelen. Zo'n redenering slaat natuurlijk nergens op –want wat is een deadline dan nog?– maar bij een krant als De Morgen gaat het er blijkbaar in als zoete koek. Een beetje journalist zou Bart de Wever voor de voeten gegooid hebben dat als deadlines dan toch nooit gehaald worden, het geen zin heeft ze uit te stellen, omdat de nieuwe deadline evenzeer niet gehaald zou worden, maar blijkbaar wou de krant de N-VA-voorzitter niet overtroeven in Vlaamse rechtlijnigheid.

Want hoe moet deze zet van Bart de Wever in de oren van de Franstaligen klinken? Dat er alvast tot 30 augustus niets aan de hand is. Of beter: tot aan het «zomerreces» dus. Waarop iemand met een slecht karakter –of een Franstalige– zich misschien wel eens zou kunnen beginnen afvragen wat er zou gebeuren als Kamer en Senaat dit jaar nu eens geen zomerreces zouden houden. Dat de Franstaligen het niet in hun hoofd zouden halen om zo'n streek uit te halen? Olivier Maingain kwam wel even na middernacht vertellen dat de agenda van 8 mei op 9 mei niet meer van toepassing was, en, stel je voor, daar werd nog serieus over vergaderd en nagedacht ook! En met een Kamervoorzitter als een Herman van Rompuy weet je al helemaal nooit.

Maar Bart de Wever had nog een tweede boodschap in zijn interview met De Morgen: een onderhandelde oplossing voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zou tot nog toe onmogelijk geweest zijn omdat Yves Leterme, hoewel Belgisch Eerste Minister, nog steeds standvastig op zijn Vlaams verkiezingseisen zou staan. Alle geruchten als zou Yves Leterme met voorstellen afgekomen zijn die vervolgens door het Vlaams Kartel afgeschoten werden, zouden dus onzin zijn. Alleen… in hetzelfde interview bevestigt Bart de Wever wel dat hij de laatste weken ermee gedreigd heeft een einde te maken aan het Vlaams Kartel omdat de CD&V tot toegevingen bereid was die voor hem niet door de beugel konden. Waarom dat nodig was als Yves Leterme dan toch zelf nog steeds achter zijn Vlaamse eisen van vóór de verkiezingen staat, is niet helemaal duidelijk. Zou het kunnen dat Bart de Wever hier een leugentje probeert te verkopen aan de eigen achterban? Niet om bestwil, maar om een zoenoffer te brengen aan de CD&V na, inderdaad, die dreiging om het Kartel op te blazen? En ik ben toch niet de enige die gedroomd heeft dat ook die «Vlaamsgezinde» Eerste Minister Yves Leterme al gepleit heeft voor samenvallende verkiezingen, een beschuldiging die hij pakweg een jaar geleden nog zonder twijfel als achterbaks en laag-bij-de-gronds afgewimpeld zou hebben?

Wat moeten we al bij al denken van dit interview? Het is duidelijk dat de N-VA met een enorm probleem zit. Enerzijds is het nu al duidelijk dat er op 15 juli geen akkoord zal zijn over een tweede pakket van de staatshervorming. Men zal al heel tevreden mogen zijn als tegen dan het eerste pakket nog bestaat, en er over het tweede pakket al eens informeel gepraat is. Bovendien wordt het met de dag duidelijker dat Yves Leterme verloren is voor de Vlaamse zaak –la fonction crée l'homme– en iedereen die wil zien, ziet dat ook. Bart de Wever gedraagt zich daarom als een kardinaal die niet gezegd wil hebben dat de paus ziek zou zijn, ook al weet iedereen dat hij op het sterfbed ligt en het nog maar een kwestie van uren of dagen is. De strategie van Bart de Wever is daarom de volgende: op strategische ogenblikken dreigen het kartel op te blazen, waarbij het voor hem absoluut geen nadeel oplevert als dat vrijwel onmiddellijk uitlekt, en verder vooral pappen en nat houden, en hopen dat de achterban niet te ongeduldig wordt. Want dikke vissen die niet snel genoeg in de pan terechtkomen, wordt uiteindelijk ook rot. En hoe dikker die vis, hoe harder de stank natuurlijk. Hopelijk heeft de N-VA al een exitstrategie klaar voor wanneer de stank echt niet meer te dragen zal zijn.

Labels: , , , , ,

Read more...

15 oktober 2007

Franstaligen krijgen elke dag ieder al 4000 lepels suiker (Hoegin)

SuikerBart de Wever is dus bereid een lepel suiker aan de Franstaligen van het FDF en de MR te geven om de bittere pil van de toepassing van de Grondwet te slikken (ja toch, want iets anders is de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde toch niet?), maar vergeet dat de Franstaligen elke dag al 47 miljoen kilo suiker toegespeeld krijgen. Dat is voor elke Franstalige, zuigelingen en grijsaards inbegrepen, een kleine 4000 lepels per kop per dag,

Ga het maar eens na: op 6 januari 2005 beweerde Bart de Wever nog dat er jaarlijks 11,3 miljard euro vanuit Vlaanderen naar Wallonië vloeien toen hij met zijn beruchte vrachtwagens geld naar de scheepslift van Strépy-Thieu trok. Dat bedrag zal vandaag wel niet kleiner geworden zijn, maar we willen vriendelijk blijven voor de partijvoorzitter van de N-VA. Een kilo suiker kost ongeveer 66 eurocent, als ik goed ingelicht ben, en dat betekent dat voor dat bedrag jaarlijks zo'n 17,1 miljoen ton suiker ingekocht kan worden. Per Franstalige kop en per dag maakt dat 11,7 kilo, of omgerekend in soeplepels van zo'n 3 gram een kleine 4000 lepels suiker. Bart de Wever, en in zijn kielzog ook de CD&V, is echter van mening dat dat nog niet genoeg is, en wil er nog een lepeltje bovenop doen. Dat worden er dus op de dag van de stemming van de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde 4001. Of waar we ons dus druk over maken – als het maar geen hele pollepel suiker extra wordt, zoals de CD&V flink laat weten.

Die stroom van 4000 lepels suiker per Franstalige per dag wordt echter de komende vier jaar in stand gehouden door diezelfde flinke CD&V en ook N-VA, want aan de Sociale Zekerheid zal niet geraakt worden. Waarom FDF en MR dan zo nodig een extra lepel suiker nodig hebben is mij dan ook volkomen een raadsel. Te meer daar die bittere pil niets anders is dan de eenvoudige toepassing van de Grondwet. Ga aan de Brusselse Vlamingen eens vragen hoeveel eentalig Franstalige bittere pillen er daar elke dag uitgedeeld worden in de OCMW-ziekenhuizen. Zonder lepels suiker, wel te verstaan, en helemaal in strijd met de taalwetten. Geen haan echter die er naar kraait, behalve een kaakslagflamingant dan misschien, die met zijn slecht karakter niet kan verdragen dat er straks een federaal-ministerieel zonnetje zou schijnen in de N-VA-vijver.

Misschien zouden Bart de Wever en zijn kartelpartner beter eens beginnen leren van de Franstaligen, want die kennen betere methodes om Vlaamse politici bittere pillen te doen doorslikken: borden linzensoep. De mandaatjes die de N-VA en CD&V in de wacht zullen slepen zijn ten laatste over vier jaar gedaan, maar de lepels suiker voor de Franstaligen hebben in België nogal eens de neiging op termijn gebetonneerd te raken. Dat ze Olivier Maingain maar Minister laten spelen, en Didier Reynders Eerste Minister in ruil voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zónder lepels suiker en een stevige staatshervorming. Geen Vlaming, en zeker geen flamingant, die hen dat kwalijk zal nemen. Integendeel zelfs: ik beloof Bart de Wever en Yves Leterme in 2009 bij de regionale verkiezingen een klinkende overwinning als ze dat zouden klaarspelen. En als ze absoluut ook een vis in de pan willen zien wil ik ze wel bij mij thuis uitnodigen voor een lekkere Noorse zalm, met vliegtuigbiljet door mij persoonlijk betaald. Maar laat de lepel in de suikerpot echter mooi staan waar ie staat, want er wordt zo al veel te veel met suiker gemorst.

Labels: , , , ,

Read more...

30 september 2007

Woorden en daden: één maand Herman van Rompuy

Herman van RompuyExact één maand was Herman van Rompuy verkenner in dienst van de koning, en wat is het resultaat? Allerlei geruchten over mogelijke akkoorden en semi-akkoorden doen de ronde, maar het enige echt tastbare resultaat is dat de CD&V in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken op de rem stond.

Het is toch wel de moeite waard om even te overlopen wat nu precies het resultaat is van de verkenningsopdracht van Herman van Rompuy die precies één maand duurde. Het overzicht plaatst immers de relatief stoere verklaringen die de laatste dagen aan Vlaamse zijde afgelegd werden in een merkwaardig perspectief:

1. Wat Herman van Rompuy precies bereikt heeft tijdens de gesprekken die hij gehad heeft is duidelijk een groot staatsgeheim, want behoudens hijzelf en de koning lijkt alleen Yves Leterme op de hoogte te zijn van de resultaten ervan. En zelfs dat laatste is niet helemaal zeker, want Yves Leterme heeft Herman van Rompuy nodig als «helper». Zou het kunnen dat zelfs Yves Leterme nog niet mag weten wat voor plannetjes en afspraakjes Herman van Rompuy gemaakt heeft met de Franstalige partijen, en daarom vooral wat het communautaire betreft zijn rol eigenlijk nog niet helemaal uitgespeeld heeft? Hier zit een luchtje aan!

2. Bart de Wever beweert dat de Franstaligen, zeg maar Joëlle Milquet en Olivier Maingain, in de media heel andere dingen zeggen dan aan de onderhandelingstafel. Alleen, hoe weet Bart de Wever dat? Letterlijk «van horen zeggen», want in tegenstelling tot Joëlle Milquet zat Bart de Wever de laatste dagen niet aan de onderhandelingstafel. En of ook de Vlaamse onderhandelaars met twee tongen spreken, één aan de onderhandelingstafel en een andere in de media, daar hebben we maar het raden naar.

3. Woorden zijn trouwens maar woorden, daden zijn echter nog iets anders. En wat dat betreft valt is het duidelijk dat Herman van Rompuy alvast één feit op zijn conto kan schrijven: namelijk dat hij de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde met minstens één week heeft weten te vertragen, terwijl de Franstaligen op dat vlak nog niet één steek hebben laten vallen in verhouding tot wat ze tot nu toe gezegd hebben. En Bart de Wever zal het wel met mij eens zijn dat politici uiteindelijk toch vooral op hun daden, en niet op hun woorden aan onderhandelingstafels of in de media afgerekend moeten worden.

4. Trouwens, over woorden gesproken: nu ook de Jong CD&V, net zoals ongeveer al de anderen van die partij, pleit voor samenvallende verkiezingen, verklaart Bart de Wever dat het dossier wat hem betreft «geen punt van geloof» is en dat ook nooit zal worden. Daarmee staat dan wel de hele Vlaamse Beweging mooi te kijk. En aangezien de Franstaligen demandeurs de rien zijn, zie ik CD&V en Open Vld er nog toe in staat een prijs te willen betalen voor deze terugschroeving van de Vlaamse (en Waalse!) autonomie. Wie trouwens de persmededeling van Jong CD&V leest krijgt sterk de indruk dat hun grootste klacht wel lijkt te zijn dat hun eigen partij niet meer ongestraft kiezersbedrog kan plegen en daarom naast de hoofdprijs dreigt te grijpen, en daar dus dringend wat aan gedaan worden.

5. Wat hoe dan ook waar blijkt te zijn is dat van een uitgebreide staatshervorming vóór de regeringsvorming geen sprake meer is. Handig toch dat Herman van Rompuy de laatste weken Bart de Wever van de onderhandelingstafel weg heeft gehouden: daarover is duidelijk al een akkoord bereikt met de Franstaligen, en het zal aan Bart de Wever zijn om dat akkoord nu of de komende dagen af te schieten, om vervolgens de zwarte piet toegeschoven te krijgen. De oprichting van een Bijzonder Commissie, zoals de Costa versie 2007 vandaag genoemd wordt,voorspelt in ieder geval weinig goeds en zou toch een déjà vu moeten zijn voor de hele N-VA. In combinatie met een gefaseerde staatshervorming zou je warempel gaan denken dat het erom te doen is de N-VA zo diep mogelijk in het stof te doen kruipen voor hun ministerportefeuille, zodat ze het niet in hun hoofd zullen halen om voortijdig de stekker uit Leterme I te trekken als één van de fases, liefst nog de derde als het even kan, te lang op zich zou laten wachten.

We zullen zien wat de komende weken zullen brengen, en of de N-VA zelf geconfronteerd zal worden met beloftes aan de onderhandelingstafel waar ze later in de media een eigen uitleg aan zal moeten geven, dan wel of ze recht in de schoenen zal kunnen blijven staan. De eerste afspraak komt deze woensdag al, wanneer we zullen zien hoe de CD&V zich zal gedragen in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken, en het Vlaamse front opnieuw zal beschamen zoals verleden week, of voor één keer dan toch een beetje politieke moed aan de dag zou leggen. Met een «helper» als Herman van Rompuy nog steeds actief (in wiens échte dienst?) vrees ik echter het ergste.

Labels: , , , ,

Read more...

1 september 2007

Vlaamse en Franstalige «redelijkheid» (Hoegin)

Brussel-Halle-VilvoordeMCC-voorzitter Gérard Deprez wil zich voordoen als de redelijkheid zelve, en zet zich af tegen het discours van FDF-tegenhanger Olivier Mangain. En inderdaad, wat kan een zinnig mens nu hebben tegen een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde op een manier zodat de Vlamingen zo weinig mogelijk zetels zouden halen, zoals hij voorstelt? Nog een collega van hem, Joëlle Milquet van de cdH, vindt dan weer dat de staatshervorming slechts een bijkomstigheid is, en blokkeert daarom de vorming van een oranje-blauwe coalitie zodat België op zijn grondvesten davert. Jan Segers van zijn kant laat dan weer in Het Laatste Nieuws zien wat Vlaams-intellectuele redelijkheid is: hij is bereid zevenhonderd Vlamingen te slachtofferen in ruil voor de toepassing van de Grondwet. In welk ander land kan een journalist zoiets schrijven zonder zijn job te verliezen?

In een interview met La Libre Belgique zet Gérard Deprez zich in krasse bewoordingen af tegenover Olivier Maingain over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, maar wat stelt hij eigenlijk precies voor? Een nauwkeurige lezing toont aan dat Gérard Deprez zich in het interview in het beste geval voordoet als een wolf in schaapsvacht, maar nog steeds een wolf dus:
Des conditions minimales doivent être rencontrées : que tous les francophones de l'actuel arrondissement de Hal-Vilvorde puissent continuer à voter pour des francophones et que toutes les voix francophones soient comptabilisées pour permettre d'avoir un maximum d'élus francophones. Pour Olivier Maingain, il faut en plus une extension de Bruxelles.
In tegenstelling tot Olivier Maingain eist hij dus geen uitbreiding van het Brusselse Gewest, maar zijn «minimale voorwaarden» om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen zijn toch ook niet van de poes. Ten eerste eist hij dat alle Franstaligen zouden kunnen blijven stemmen voor Franstalige partijen. Dat is op zich geen probleem: voor het Vlaamse Parlement en de provincie Vlaams-Brabant kunnen de Franstaligen zonder probleem op het UF stemmen, maar vermoedelijk is het dat niet wat hij bedoelt, maar wel een soort inschrijvingsrecht dus. De tweede eis is echter ronduit grotesk: de stemmen voor de Franstalige partijen moeten op zo'n manier geteld worden dat er een maximaal aantal Franstalige zetels uit de bus komen. Combineer dit met het feit dat verkiezingen een zero sum game zijn –het totale aantal zetels ligt immers op voorhand vast– en de keerzijde van zijn eis wordt onmiddellijk duidelijk: hij wil dat de stemmen zo geteld worden dat er zo weinig mogelijk Vlaamse zetels gevormd worden. Eerste bedenking: kan zo'n voorstel werkelijk binnen het democratische kader gerekend worden? Tweede bedenking: wat gaat het Arbitragehof hier van vinden? Derde bedenking: het zou er nog aan ontbreken dat Gérard Deprez daar bovenop nog een uitbreiding van het Brusselse Gewest zou eisen. Ik weet eerlijk gezegd niet of de eis van Olivier Maingain dan werkelijk zoveel onredelijker is dan de voorwaarden van Gérard Deprez.

Nog iemand die er iets van afweet om schijnbaar één ding te zeggen maar in feite precies het omgekeerde vertelt is Joëlle Milquet. Op een partijdag van de cdH wist zij te vertellen dat het institutionele slechts bijkomstig is, en dat het dringend tijd wordt om over de essentiële dingen te spreken. Merkwaardige stelling is dat uit de mond van precies die onderhandelaar die de formatiepoging van Yves Leterme kelderde met haar weigering toe te geven op… ja, een bijkomstigheid dus. Als Joëlle Milquet werkelijk meent dat het institutionele slechts een bijkomstigheid is, zou zij zo snel mogelijk één of andere cursus onderhandelingstechnieken moeten volgen: bijkomstigheden zijn immers geen breekpunten in een onderhandeling, maar die punten waarop je toegeeft om andere, voor jou essentiële punten uit de brand te slepen. Als Joëlle Milquet het werkelijk meent, zou zij dus moeten toegeven op àl het institutionele om zoveel mogelijk sociaal-economische punten in het regeringsakkoord te kunnen krijgen waarmee zij in 2009 zou kunnen uitpakken en glansrijk de regionale verkiezingen kan winnen. Of zou het kunnen dat zij met haar uitspraak nogmaals bevestigt dat het institutionele wel degelijk essentieel is voor haar en haar partij? Ik zou trouwens graag zien dat één van de Vlaamse onderhandelaars haar eens op haar woord neemt over wat nu werkelijk essentieel en bijkomstig is.

Tot slot Jan Segers in Het Laatste Nieuws dan. Wat bezielt die man eigenlijk te schrijven wat hij schrijft?
Het pad van de verkenner is dus smal, zijn onderhandelingsmarge miniem. Elke zwaar symbolische toegift is onbespreekbaar voor de Vlamingen, hoe miniem de impact daarvan op het dagelijkse leven ook mag zijn. Stel de flaminganten mogen nu even huiveren dat je in ruil voor de splitsing van de kieskring onder meer een kleine faciliteitengemeente als Linkebeek toch toevoegt aan het tweetalige Brussel en dus raakt aan het heilige Vlaamse grondgebied, wat betekent dat dan? Dat zowat 700 Vlamingen want alle andere inwoners van Linkebeek spreken Frans voortaan officieel in een tweetalige gemeente wonen. Is dat de ultieme definitie van onleefbaarheid?
Het is precies dit soort volksverraad –want kan men het eigenlijk iets anders noemen?– waar de Franstaligen op gokken met hun onverzettelijke houding: dat de Vlaamse «elite» uiteindelijk tot dit soort van «redelijkheid» zou komen waarbij men ocharme amper zevenhonderd Vlamingen overlevert aan de Brusselse tweetaligheid voor de lieve vrede. Waar legt Jan Segers trouwens de grens? Van zevenhonderd Vlamingen maakt hij geen probleem, maar wat met duizend Vlamingen? Of zevenduizend? Als er één faciliteitengemeente vanaf kan, waarom dan ook geen tweede? Of een derde? De ultieme definitie van de onleefbaarheid is dat inderdaad niet, en vergeleken met misdaden tegen de menselijkheid zoals het vragen aan Franstaligen om toch maar een mondje Nederlands te leren en de territoriale integriteit van het Vlaamse Gewest te erkennen valt dat inderdaad in het niets. Ik weet echter één ding: de meest extremistische Franstalige expansionist heeft oneindig keer meer respect voor Bart de Wever van de N-VA en de aanhangers van Vlaams Belang en Lijst Dedecker dan het soort intellectuele pantoffeldiertjes als een Jan Segers die vrijwillig faciliteitengemeenten in het uitstalraam legt omdat hij niet het minste greintje zelfrespect bezit en daardoor niet beseft wat voor onzin hij op papier zet. Dat grondgebied overal en per definitie heilig is schijnt hij niet te beseffen; de Franstaligen beseffen het des te beter. Misschien zal hij het beseffen wanneer de Franstaligen de gemeente waar hij woont «tweetalig» willen maken, maar ik hoop voor hem dat het nooit zover zal moeten komen.

Labels: , , , , ,

Read more...

19 augustus 2007

De kleine Johan, eenzaam en verlaten in Oostende (Hoegin)

Johan vande Lanotte vindt het onaanvaardbaar dat koning Albert II een pauze in de onderhandelingen inlast en de rooms-blauwe partijvoorzitters eens zelf aan de tand wil voelen. Hij zegt dat niet alleen als politicus, maar ook als professor grondwettelijk recht. Laat het echter duidelijk zijn: hij zegt dat vooral als voorzitter van een noch roomse noch blauwe partij die graag ook eens op Belvédère op de koffie was geweest.

Wat zegt Johan vande Lanotte daar allemaal? «De koning wordt nu degene die voor een stuk de onderhandelingen moet gaan voeren. Ik denk niet dat het staatshoofd dat kan en mag doen. Het is net belangrijk in een land als België dat het koningschap voor iedereen een neutraal gegeven is.» Ik loof de Nobelprijs voor de naïviteit uit aan degene die wil geloven dat als Johan vande Lanotte ook een telefoontje had gekregen uit Laken, hij precies hetzelfde zou gezegd hebben, niet alleen aan de pers maar vooral ook aan de koninklijke bode die hem de uitnodiging moest overbrengen. En dan nog als professor grondwettelijk recht. Wat meer is: als hij tussen de tijd dat ik dit schrijf en jij, lezer, dit leest alsnog een koninklijk telefoontje zou krijgen, durf ik te wedden dat hij over zijn eigen voeten zou struikelen om zo snel mogelijk in de wagen te raken richting Brussel.

Want dat is natuurlijk de reden waarom Johan vande Lanotte vandaag zo slechtgehumeurd is, vooral dan als professor grondwettelijk recht, namelijk dat hij zich in het verre Oostende vergeten voelt. Zelfs Bart de Wever kreeg een telefoontje om even te horen hoe het ermee zat, en of hij misschien ook op bezoek zou willen komen als ook Olivier Maingain dan zou mogen –Bart de Wever was gelukkig zo slim voor die eer te bedanken–, maar Johan vande Lanotte werd zelfs dat (nog) niet gegund. Hij voelt zich in dezelfde zak gezet als Vera Dua van Groen!, Frank Vanhecke van het Vlaams Belang en, horresco referens, stadsgenoot Jean-Marie Dedecker van Lijst Dedecker. Je zou al voor minder met een professoraal slecht humeur rondlopen.

En dan te bedenken dat hij in paarse en voor hem dus veel betere tijden nog zo zijn best heeft gedaan als biechtvader, samen met Didier Reynders, om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen, of samen te houden, of wat het ook was, enfin, vooral om de federale regering bijeen te houden en de koning te dienen. Stank voor dank, zegt men dan: de ene biechtvader mocht in juni een lààààng nummertje opvoeren als informateur en mag straks misschien weer minister spelen, de andere rest niets anders dan in Oostende als burgemeester wat te zitten mokken en zich verder te concentreren op zijn carrière als professor. De koning heeft duidelijk een kapitale fout gemaakt door zo een trouwe en gewillige lakei als Johan vande Lanotte over het hoofd te zien.

En weet je wat ik denk? Dat het Paleis achter de schermen wel degelijk ook contact met Elio di Rupo van de PS heeft, of gehad heeft, en dat Johan vande Lanotte dat weet. Het Paleis zou gek zijn als het dat niet zou doen, maar Johan vande Lanotte werd daarmee wel met zijn neus heel hard op de feiten gedrukt: dat hij in het federale België, als puntje bij paaltje komt zoals vandaag, een quantité négligeable is, en dat doet pijn. Hier is een wonde geslagen, en om die wonde te helen zal er een gebaar moeten komen. Een uitnodiging om even op de koffie te komen, en desnoods maar over basketbal te praten bijvoorbeeld. Zolang hij maar in zijn auto mag kruipen om uitgebreid gefotografeerd te kunnen worden op de oprit van Belvédère, eerst om binnen te rijden –nieuwsflash op de radio!–, en een uurtje later weer buiten te rijden. En dan vooral heel gewichtig niets te zeggen, want: de Kroon mag niet ontbloot worden. Paris vaut bien une messe, Johan vande Lanotte dan toch ook une petite kermesse zeker?

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

16 juni 2007

De N-VA en de schaduw van Nemesis (Hoegin)

NemesisZou Bart de Wever na 10 juni al een offer hebben gebracht aan Nemesis? In het Oude Rome deden triomferende generaals dat immers ook uit dankbaarheid voor de behaalde overwinning.

Bij de Grieken was Nemesis de godin van de gerechtigde wraak: wanneer iemand zich schuldig maakte aan hybris, werd hij door haar meedogenloos gestraft. In Rome werd zij echter geïdentificeerd met de godin Fortuna, waaraan succesvolle generaals offers brachten en wiens bescherming gladiators zochten voor zij de arena ingingen. De komende weken, maanden en jaren zullen uitwijzen met welke versie van Nemesis Bart de Wever geconfronteerd zal worden: de Griekse of de Romeinse versie.


Zo lees ik bijvoorbeeld dat Bart de Wever Jean-Marie Dedecker vertelt dat hij zich de komende weken kalm moet houden. Bij mij roept dat het beeld van het rijkeluiszoontje dat aan het arme buurjongetje vertelt dat als hij braaf is, er morgen misschien wel iets lekkers te rapen valt. Wat het zoontje ondertussen niet weet is dat papa Yves in het geheim stevig flirt met zijn maîtresse Joëlle, en haar allerlei lieflijke woordjes influistert, enfin, toch als we kranten als La Libre Belgique moeten geloven. Als zoontje Bart niet oppast staat hij dus morgen misschien wel zelf op de straatstenen met als enig bezit de kleren om zijn lijf, want in het huis van papa Yves zal er plaats gemaakt moeten worden voor de stiefkindjes, inclusief de vele neven en nichtjes die Joëlle zal meebrengen. Zoals de kleine Olivier bijvoorbeeld, die net als Guy het voortuintje liefst niet gesplitst ziet. En misschien zal het dan wel Bartje zijn die braaf zal moeten zijn om bij buurjongetje Jean-Marie nog onderdak te mogen krijgen.

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten