19 september 2013

Diplomatiek brokkenparcours van Obama (Hoegin)

«Now let me be clear: I suffer no illusions about Saddam Hussein. He is a brutal man. A ruthless man. A man who butchers his own people to secure his own power… The world, and the Iraqi people, would be better off without him.» Deze woorden werden in oktober 2002 uitgesproken in een hevige anti-oorlogstoespraak op het Federal Plaza in Chicago. Redenaar van dienst: een jonge, beloftevolle Democratische senator uit Illinois, die luisterde naar de naam… Barack Obama. Vandaag, elf jaar later, zou hij dezelfde woorden kunnen gebruiken om deze keer wél ten oorlog te trekken, tegen Bashar al-Assad.

Laat er geen twijfel over bestaan: we gaan geen traan laten voor Bashar al-Assad moest hij morgen omkomen door een goedgemikte raket op één van zijn paleizen. Maar we hebben toch ook enkele vragen over wat het post-Assad-tijdperk voor Syrië en het Midden-Oosten zal brengen. In tegenstelling tot de psychiatrische patiënt Guy V. en konsoorten geloven we namelijk niet dat de Syrische oppositie vrijwel uitsluitend uit goedmenende democraten bestaat, en daarom onze onvoorwaardelijke steun verdient.

Twee van de redenen waarom Barack Obama in 2002 de interventie in Irak verwierp, was precies dat er geen strategie voor het post-Hoessein-tijdperk voorhanden was, en dat er geen sterke internationale steun voor de interventie bestond. Op die twee punten doet Barack Obama het vandaag zeker niet beter dan George W. Bush toen. Rusland en China zijn tegen een interventie in Syrië, en zelfs het Britse Lagerhuis houdt de boot liever af. Vandaag zijn het de Fransen die nog het meest zin in een oorlog in Syrië lijken te hebben. De tijd van de zogenaamde Freedom Fries ligt dan ook al een paar jaar achter ons.

Coalition of the Willing

Maar met Rusland en China zo duidelijk gekant tegen een interventie in Syrië, en Groot-Brittannië aan de kant, zal het nog afwachten worden of Obama's Coalition of the Willing zoveel groter zal zijn dan die van George W. Bush. In april 2003 stond voor die laatste de teller op 48 landen, weliswaar met enkele militaire «grootmachten» als de Marshalleilanden, Micronesië, Palau en de Solomoneilanden, maar toch. Ondanks de steun van die 48 landen lieten de westerse media niet na herhaaldelijk te benadrukken hoe geïsoleerd George W. Bush wel niet stond. Benieuwd of ze dat met Barack Obama ook zullen doen.

En het is zelfs niet zeker of Barack Obama wel over voldoende nationale steun beschikt om tussen te komen in Syrië. Aan Republikeinse zijde is men er bepaald niet happig op om na Libië nu al voor de tweede keer op korte tijd door de Fransen in een oorlog betrokken te worden. Als stank voor dank voor de hulp om Moammar al-Qadhafi omver te werpen werd trouwens een paar maanden later de Amerikaanse ambassadeur J. Christoffer Stevens in Benghazi vermoord. Het voorstel van Sarah Palin om heel het zaakje aan Allah over te laten komt dan ook niet bepaald uit de lucht gevallen. Trouwens, iemand vrijwilliger om over enkele maanden Amerikaans ambassadeur in Aleppo te worden?

Binnenlands politiek spelletje

Het is dus lang niet zeker dat Barack Obama in het Huis van Afgevaardigden, waar de Republikeinen over een meerderheid beschikken, wel voldoende steun zal krijgen voor een interventie in Syrië. Daarom ook dat Barack Obama een achterpoortje openliet in zijn toespraak van afgelopen zaterdag. Hij vroeg immers niet de toestemming van het Congres, maar vond alleen maar dat met de steun van het Congres de Verenigde Staten sterker zouden staan.

In het geval van een herhaling van het Britse scenario in Washington D.C. meent Barack Obama toch over de bevoegdheid te beschikken om op eigen houtje een interventie te bevelen. Bij de top van de administratie klinkt het dan ook dat er wel degelijk een aanval in Syrië zal komen, ongeacht de uitslag van de stemming in het Congres. Barack Obama's vraag om steun van het Congres is dan ook niet meer dan een politiek spelletje om de Republikeinse oppositie mee in het bad te trekken.

Aangekondigde verrassingsaanval?

Nogal wat waarnemers stellen dan ook vragen bij het tactische inzicht van president Barack Obama wat betreft militaire vraagstukken. Een jaar geleden trok hij immers al een rode lijn, waardoor hij nu gevangen zit in zijn eigen logica om tussen te komen na de aanval met gifgas in Ghouta. Een blunder van formaat, want als er toch geen tussenkomst in Syrië volgt, ligt zijn geloofwaardigheid volledig aan diggelen.

Vervolgens gaf Barack Obama enkele oorlogsschepen het bevel op te rukken naar het oostelijk gedeelte van de Middellandse Zee. Daardoor ontstond de indruk dat een raketaanval elk ogenblik kon beginnen. Veel meer dan een voorbereiding bleek dat ondertussen niet te zijn, want in zijn toespraak stelde hij een tussenkomst immers uit tot minstens na 9 september, de datum voor het debat in het Congres. Daardoor geeft hij Bashar al-Assad en zijn kliek uitgebreid de kans om zich goed voor te bereiden op een nakende aanval. Inclusief het in veiligheid brengen van familie, geld en alles van waarde dat versleept kan worden naar buurland Libanon. Van een verrassingsaanval is dus al lang geen sprake meer. Vooral de arme drommels die niet over de juiste connecties en de middelen beschikken om op tijd naar het buitenland te vluchten riskeren dus onder Amerikaanse raketten terecht te komen.

Wie heeft het gedaan?

Blijft nog de vraag wie achter de aanval met gifgas zat, want die is nog steeds niet afdoende beantwoord. Volgens de Amerikanen bestaat er vrijwel –vrijwel– geen twijfel over dat het de troepen van Bashar al-Assad waren. De Russen beweren ondertussen stellig het tegendeel, terwijl de Chinezen lijken voor te doen van niets te weten en de resultaten van een onafhankelijk onderzoek willen afwachten.

Nu willen we intuïtief wel meer geloof hechten aan wat een Amerikaanse inlichtingendienst ons komt te vertellen dan een Russische, en al zeker een Chinese, maar het blijft woord tegen woord. En een inlichtingendienst dient toch in de eerste plaats de belangen van haar land, en dus niet noodzakelijk de waarheid. Onze stelling van vorige week dat vooral de Syrische oppositie belang had bij een aanval met gifgas blijft overeind, maar Bashar al-Assad zou de eerste dictator niet zijn die zijn ondergang bezegelde met net die ene arrogante provocatie te veel.

Dit artikel verscheen op 4 september 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

13 september 2013

Gifgas in Damascus: in wiens belang? (Hoegin)

Op 21 augustus werden er ten oosten van Damascus enkele aanvallen met gifgas uitgevoerd. Er zouden honderden tot misschien wel tweeduizend doden gevallen zijn, en wel negenduizend gewonden. De aanval zorgde voor een golf van verontwaardiging over de hele wereld. Wie de aanval precies uitvoerde is op het ogenblik dat dit stukje geschreven wordt verre van duidelijk, maar hoofdverdachte is Bashar al-Assad en het officiële Syrische leger. Maar welk belang had hij bij zo'n aanval, op een steenworp van het hotel van enkele net neergestreken VN-inspecteurs?

De aanvallen met gifgas zouden rond drie uur in de ochtend plaatsgevonden hebben in Ghouta, een agrarische streek ten oosten van Damascus. Een achttal plaatsen werden getroffen, plus een voorstad van Damascus zelf, allemaal onder controle van de Syrische rebellen en traditioneel soennitisch van strekking. De schattingen van het aantal doden gaan van 322 volgens lokale ziekenhuizen, oplopend tot 1.729 volgens het Vrije Syrische Leger (FSA). Op het internet en elders in de media zijn er genoeg foto's en video's van de slachtoffers te vinden, maar hun authenticiteit valt zoals gewoonlijk moeilijk te controleren.

Uit het beeldmateriaal valt trouwens moeilijk op te maken wat er precies gebeurd is. Zo zijn er wel beelden van tijdens de aanvallen zelf, maar daaruit valt niet af te leiden welk gas er precies gebruikt werd. Sommige analisten menen zelfs dat er misschien geen sprake was van een aanval met gifgas, maar dat conventionele wapens een voorraad gifgas –van de regering of de rebellen– geraakt zou hebben. De meeste analisten houden het echter op een aanval met sarin, zich baserend op de symptomen van de slachtoffers op het beeldmateriaal. De samenstelling van de slachtoffers klopt alvast met een typische aanval met zenuwgas: een doorsnede van hoe de bevolking er in de getroffen gebieden uitziet, en dus niet alleen mannen maar ook vrouwen en kinderen in alle leeftijden.

Hoofdverdachte #1: Bashar al-Assad

Na de aanval werd meteen met de vinger richting Bashar al-Assad gewezen. Daar zijn ook goede redenen voor. Ten eerste bestaat er weinig twijfel over dat het Syrische leger beschikt over chemische wapens. Ten tweede twijfelt niemand eraan dat Bashar al-Assad er niet voor zou terugschrikken zijn chemische wapens ook daadwerkelijk te gebruiken, ook tegen zijn eigen bevolking. Maar verder dan dat hij het zou kunnen doen, dat hij het zou durven doen en dat rebellen de slachtoffers waren reikt de bewijsvoering op dit ogenblik niet. In een gemiddelde detectiveroman zou hij als hoofdverdachte nummer 1 door de lokale politie opgesloten worden, waarna de detectiveheld stapje voor stapje de échte boef begint te ontmaskeren.

Argumenten à décharge

Want inderdaad, er pleiten ook argumenten tegen hem als dader van deze gifgasaanval. Het Syrische leger was de laatste tijd eerder aan de winnende hand, onder meer dankzij de steun van de Hezbollah uit Libanon. Er waren geruchten over een nakende aanval van de rebellen op Damascus, maar het lijkt er niet op dat Bashar al-Assad op dit ogenblik behoefte aan gifgas had om vooruitgang te boeken op het terrein. Gifgas is iets wat je gebruikt als je in het nauw zit, niet wanneer je aan de winnende hand bent.

Maar ook de tijd en de plaats kloppen niet. President Bashar al-Assad zou wel gek zijn als hij uitgerekend een paar dagen nadat enkele VN-inspecteurs in Damascus neerstreken een grootschalige gifgasaanval in gang zou zetten, bovendien op amper een paar kilometer van hun hotel. De nacht van de aanval stond er trouwens redelijk veel wind in de streek rond Damascus. Het risico was daarom reëel dat het gifgas niet alleen de hoofdstad in zou vliegen, maar zelfs de VN-inspecteurs had kunnen treffen.

VN-inspecteurs

Anderzijds is het dan weer merkwaardig dat Bashar al-Assad de VN-inspecteurs niet onmiddellijk toeliet tot het getroffen gebied. Is hij niet helemaal zeker van de controle over zijn eigen leger, en vreest hij dat één van zijn generaals op eigen houtje gifgas gebruikt heeft? Of, vertrouwt hij de VN-inspecteurs niet, en verdenkt hij hen er zelfs van enkel maar bewijsmateriaal tégen hem te zullen verzamelen, zelfs al werd de aanval door rebellen uitgevoerd en zouden daarvoor op het terrein voldoende bewijsstukken te vinden zijn?

Hoofdverdachte #2: de rebellen

En daarmee zijn we beland bij de tweede hoofdverdachte: de rebellen. Zij hebben groot belang bij een gifgasaanval die in de schoenen van Bashar al-Assad geschoven kan worden. Ondanks enkele lokale succesjes in de buurt van Damascus delven zij op dit ogenblik het onderspit. In de westerse media kunnen zij op veel sympathie rekenen, maar ondanks de pleidooien van bijvoorbeeld een Guy Verhofstadt schrikt men er in het Westen voorlopig nog van terug om hen rechtstreeks van wapens te voorzien.

We weten ook dat zij er niet bepaald voor terugschrikken de eigen bevolking en eigen soldaten op te offeren, zoals al bleek bij eerdere gifgasincidenten. Bepaalde delen van het Syrische verzet lijken er zelfs een beetje tuk op om ook aan de eigen zijde een paar martelaren extra bij te maken, kinderen en vrouwen inbegrepen.

Toevallige toevalligheden

Bovendien zijn er een pak toevalligheden die wel heel gunstig uitspelen voor de rebellen. De aanval gebeurde enkele dagen nadat enkele VN-inspecteurs in Damascus aangekomen waren, en dan nog wel recht onder hun neus. Bovendien valt de aanval bijna dag op dag een jaar na de befaamde «red line»-toespraak van Barack Obama. In die toespraak zei hij dat het gebruik van gifgas voor hem een rode lijn is. Begrijp: een daad die een Amerikaans militair ingrijpen om de Syrische burgerbevolking te beschermen zou rechtvaardigen. Of die rode lijn ook voor de rebellen geldt, en wat een eventueel overschrijden voor hen zou betekenen, blijft onduidelijk. Ook Guy Verhofstadt is nogal vaag op dat vlak.

Speak loudly and carry no stick

Die toespraak van Barack Obama was trouwens een tactische blunder van formaat. Sindsdien zitten bepaalde westerse media immers op vinkenslag voor elk berichtje over een mogelijk gebruik van gifgas in Syrië. Barack Obama blinkt voorlopig echter vooral uit in immobilisme, en zijn buitenlands beleid kan op dit ogenblik nog het best samengevat worden als «speak loudly and carry no stick».

Overigens al opgevallen dat dezelfde media die tien jaar geleden nog alle registers opentrokken tegen George W. Bush en de ingreep in Irak, nu bijna dagelijks aan de mouw van Barack Obama trekken om in Syrië toch maar in gang te schieten? Het kan verkeren…

Wie heeft het gedaan?

Hebben de rebellen het gedaan? Ook daarvoor zijn er op dit ogenblik weinig directe bewijzen. Net zoals de VS beweren dat ze bewijzen van activiteit rond de depots met chemische wapens van het Syrische leger hebben vlak voor de aanval, beweert Rusland beelden te hebben van twee raketten afgeschoten vanuit gebied onder controle van de rebellen.

Volgens sommigen is de schaal van de aanval te groot om uitgevoerd te kunnen zijn door de rebellen. Anderen werpen op dat de aanval lang op voorhand gepland kan geweest zijn, en dat ze gewoon hun kruit opgespaard hebben tot het «juiste» ogenblik. Nog anderen verdenken de rebellen dan weer van opgezet spel, en The Voice of Russia meent zelfs dat sommige foto's van de slachtoffers al een dag op voorhand klaar waren en verspreid werden.

Een filmpje op YouTube van een stervend kind draagt de datum 20 augustus 2013, maar de verkeerde datum kan ook verklaard worden door het tijdsverschil tussen Syrië en de servers van YouTube in de VS. Sommigen vinden de overvloed aan beeldmateriaal op zich al verdacht, en ook de professionaliteit ervan. Anderzijds blijven de beelden te wazig om vast te kunnen stellen wat er nu precies gebeurd is. En zo heeft iedereen wel zijn waarheid over deze gasaanval.

Oplossing voor Syrië

Waar niemand het ondertussen over heeft: wat zou nu eigenlijk de beste oplossing voor Syrië zijn? Persoonlijk vertrouwen we noch Bashar al-Assad, noch de rebellen, en al zeker de islamisten van Al-Nusra niet.

Je zal het niet lezen in de kwaliteitspers, maar de waarheid is dat Syrië geen land is, en nooit geweest is. Syrië is een staat, met grenzen die nooit meer waren dan lijnen op een kaart. Dat laatste overigens met dank aan de ex-koloniale machten Frankrijk en Groot-Brittannië, die een verpletterende verantwoordelijkheid dragen.

Wat we vandaag meemaken is de desintegratie van de kunstmatige staat Syrië. De frontlijnen waar de vechtende partijen zich vastgereden hebben vallen niet zomaar toevallig min of meer samen met de grenzen van de historische componenten van Syrië. In het noorden zijn dat, naast enkele Koerdische gebieden, de historische Ottomaanse provincies Zor en Aleppo, met een overwegend soennitische bevolking. In het zuiden is dat de provincie van Damascus, die trouwens meer samenhangt met de oude provincies Berg Libanon en Beiroet.

Er zit dus meer dan alleen maar religie achter dat precies de Hezbollah uit Libanon het Syrische leger ter hulp snelde, net zoals het geen toeval is dat Aleppo tegenwoordig zo een beetje als hoofdstad voor de rebellen fungeert. Een vergelijking met de probleemstaat Libië (Tripoli/Benghazi zoals Damascus/Aleppo) valt trouwens moeilijk te onderdrukken.

De situatie zou al een pak gemakkelijker worden als Bashar al-Assad zich tevreden zou kunnen stellen met een staat Damascus, de rebellen met een staat Aleppo-Zor, en de internationale gemeenschap met een tweedeling van Syrië. Dat laatste zal echter een taboe te ver zijn, zeker voor Frankrijk dat zich nochtans graag op de borst klopt dat het zich zorgen maakt over de Syrische burgerbevolking. We laten het aan de fantasie van de lezer over wat Guy Verhofstadt of Elio di Rupo van zo'n oplossing zouden denken.

Dit artikel verscheen op 28 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , ,

Read more...

12 september 2013

Een gure Koptische herfst (Hoegin)

De afgelopen week gingen er in Egypte enkele tientallen Koptische kerken in vlammen op. Niet veel over gelezen in onze kwaliteitsmedia? Dat klopt, want die hadden het te druk om het politiegeweld tegen de demonstranten van de Moslimbroeders in beeld te brengen, en scherp te veroordelen. Maar wat ooit omschreven werd als een Arabische lente lijkt meer en meer uit te draaien op een hete islamistische zomer. Voor de Koptische christenen, en bij uitbreiding eigenlijk alle christenen in het Midden-Oosten, wordt het vooral een gure herfst..

In 2005 bestond de Deense krant Jyllands-Posten het twaalf Mohammed-cartoons te publiceren. Binnen de kortste keren stond heel het Midden-Oosten in rep en roer, door moslims die zich tot in het diepst van hun ziel gekrenkt voelden door die cartoons. Hoogstwaarschijnlijk zou het merendeel van hen nog niet bij benadering Denemarken op de wereldbol hebben kunnen situeren, zelfs al hing hun leven ervan af. Het aandeel Jyllands-Posten-lezers onder de betogers hoeft dus niet al te hoog ingeschat te worden. In Damascus werd niet alleen de Deense ambassade (en de Zweedse en de Chileense in hetzelfde gebouw) in de as gelegd, maar voor alle zekerheid ook de Noorse in een ander deel van de stad. Of met andere woorden, wanneer moslims boos worden steekt het zo nauw niet met de vergeldingsacties: proportionaliteit is geen voorwaarde, en al evenmin of het doelwit betrokken partij is of niet.

Spoelen we even door naar 2013. Bij de afzetting van de Egyptische president Mohamed Morsi was de Koptische paus Theodorus II zo vermetel geweest zich aan de kant van generaal Abdul Fatah al-Sisi te scharen. Gevolg: niet alleen belagen de aanhangers van de Moslimbroeders het Egyptische leger en de politie, maar laten ze zich ook voluit gaan tegenover al wat van ver of dichtbij naar Kopten of christenen ruikt in Egypte. Op 5 juli al, amper twee dagen na de machtswissel, hielden de Moslimbroeders al lelijk huis in het christelijke dorpje Nagaa Hassan. Tientallen huizen werd platgebrand, winkels geplunderd, en minstens vier mensen werden afgemaakt. Sindsdien is het alleen maar van kwaad naar erger gegaan, en gingen niet alleen kerken maar ook christelijke scholen en weeshuizen in vlammen op. In sommige steden krijgen winkels van christenen zelfs af te rekenen met speciale graffiti, zodat bij de eerstvolgende betoging vooral de «juiste» winkels geplunderd kunnen worden.

Wat een verschil in reactie op de twee gebeurtenissen. Twaalf spotprenten in een lokale krant van een klein Europees landje volstaan blijkbaar al om heel het Midden-Oosten in rep en roer te zetten, en enkele ambassades af te branden. Europese politici én journalisten konden zich niet snel genoeg distantiëren van de cartoons, en bij de weinigen die toch de verdediging van Jyllands-Posten op zich namen lag het er vingerdik op dat het toch niet helemaal van harte was. Want ja, was dat nu echt zo nodig geweest om die brave aanhangers van de godsdienst van de vrede zo doelbewust en kwaadaardig op hun gevoelige tenen te trappen?

Wanneer echter kerken met tientallen tegelijk in brand gestoken worden, winkels van christenen systematisch gemarkeerd en er niet bepaald op een christelijk lijk meer of minder gekeken wordt, dan liggen de zaken natuurlijk helemaal anders. Dan verneem je er in de Westerse media amper iets over, of je moet al uitwijken naar «subversieve» media zoals dit blaadje, of bijvoorbeeld de Nederlandse internetsites Geen Stijl of Dagelijkse Standaard. De vierde macht als vijfde colonne van de islam, echt nieuws zal het voor de lezer natuurlijk niet zijn.

Maar ook de Europese politici gaven nadrukkelijk niet thuis. De christen-democraten, waaronder «onze» Europese «president» Herman van Rompuy al zeker niet. Ja, in januari zat hij nog in Caïro naast opper-Moslimbroeder president Mohamed Morsi mooi te blinken om er een vette cheque van vijf miljard euro te gaan afleveren. Dat van het miljard euro dat Egypte tussen 2007 en 2013 aan Europees belastinggeld mocht ontvangen eigenlijk weinig of geen spoor meer terug te vinden is, daar doet alleen een kniesoor moeilijk over. Misschien is het wel van dat geld dat dezer dagen de jerrycans volgetankt worden om Koptische kerken in brand te steken?

Over paljassen als een Koert Debeuf willen we het dan nog niet eens gehad hebben. Die praatjesmaker zou nog geen moslimgeweld tegen christenen herkennen al brandde hij zelf mee op in een Koptische kerk.

Waar die Europese politici dan wel wakker van liggen? Dat de politie teveel geweld zou gebruiken tegen protesterende Moslimbroeders. Ook premier Elio di Rupo, die op 15 augustus op Twitter «Egypte: ik veroordeel met klem de repressie en het geweld. Mijn oprechte deelneming aan de families van alle slachtoffers» afscheidde. Een Belgische premier die de repressie veroordeelt, dat we dat nog mochten meemaken! Maar je moet wel al heel welwillend zijn om in zijn tweet ook een veroordeling van het geweld tegenover de Kopten te willen zien.

Zo ook Herman van Rompuy, wanneer hij dan toch een persmededeling schrijft: «Het geweld van de voorbije dagen kan niet gerechtvaardigd of genegeerd worden. De mensenrechten moeten worden gerespecteerd, en politieke gevangen moeten worden vrijgelaten.» Dat de Moslimbroeders ook mogen ophouden Kopten over de kling te jagen kreeg hij echter niet uit zijn toetsenbord gewrongen. Of spaart hij die vermaning misschien voor zijn volgende haiku?

De Amerikaanse president Barack Obama is trouwens in hetzelfde bedje ziek, en ziet in Egypte alleen maar geweld tegen moslims. Hoe verklaart hij de tientallen dode politieagenten? Slachtoffers van de hitte? Acute opstoot van West-Nijlziekte? De schotwonden vertellen een ander verhaal, de YouTube-video die toont hoe een gepantserde politiebus van een brug gesmeten wordt ook.

Bij het liberaal-democratische segment van de Egyptische bevolking heeft Barack Obama het trouwens meer dan waarschijnlijk voorgoed verkorven. Een mens zou nochtans denken dat een land als de Verenigde Staten vooral de belangen van dat gedeelte van de bevolking zou willen ondersteunen. Maar neen hoor, niet met deze Amerikaanse president. Barck Obama steunde maar al te graag president Mohamed Morsi, en bleef hem ook steunen toen al lang duidelijk was wat voor een ramp die man voor Egypte was.

Helemaal inconsistent was dat natuurlijk niet van Barack Obama. Tijdens zijn verkiezingscampagne had hij immers beloofd dat hij in de loop van de eerste maanden van zijn presidentschap de moslims vanuit een grote moslimhoofdstad zou toespreken. Op 4 juni 2009 stond hij dan ook in, inderdaad, Caïro, om er met zijn toespraak «A New Beginning» zoete broodjes te bakken voor de moslims. Het praatje dat het Westen toch zoveel te danken heeft aan de islam, inclusief de algebra natuurlijk, ontbrak uiteraard niet. Over democratie zei hij dat «de VS niet aannemen te weten wat het beste is voor iedereen». Anderzijds erkende hij wel dat mensen verlangen naar de vrijheid van meningsuiting, eerlijke rechtspraak en een transparante overheid. Over de onderdrukking van minderheden, laat staan christelijke minderheden, had hij het zeer «diplomatisch» niet. Maar je vraagt je natuurlijk wel af hoe het toch komt dat hardnekkige geruchten als zou hij heimelijk een moslim zijn de ronde blijven doen.

Tot slot nog een waarschuwing voor de lezer. Hebt u dit artikel instemmend zitten gelezen, dan zit u in de gevarenzone. Als het van Senator Bert Anciaux –«al-Bert» voor de vrienden– afhangt wordt het binnenkort immers strafbaar om erop te wijzen of het ermee eens te zijn dat er aan de islam ook enkele donkere kantjes zitten. Dan lijdt u immers aan islamofobie, en zoals gekend is die ziekte het allergrootste probleem waar de wereld op dit ogenblik mee te maken heeft. De lezer weet dan meteen ook waarom Bert Anciaux nog geen tijd heeft gehad zich het lot van de christenen in het Midden-Oosten aan te trekken, en voor hen een traan te plengen. Hij heeft het immers veel te druk met de uitwerking van zijn wetsvoorstel, en is bovendien ook naarstig aan het schrijven aan zijn doctoraat. In het leven moet men nu eenmaal prioriteiten kunnen stellen…

Dit artikel verscheen op 21 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

4 september 2013

Laten de echte Vlamingen eens opstaan



 

 

Hector Van Oevelen is naar eigen zeggen geen flamingant van huis uit, maar werd het wel toen hij als kind getuige was van het Belgisch repressiegeweld. ‘Wit’ tijdens de oorlog, ‘zwart’ erna, want solidair met de door de repressie mishandelde mensen. Die nauwe band tussen blijvende verontwaardiging over de naoorlogse repressie en engagement voor de Vlaamse zaak is hem blijven kenmerken tijdens zijn loopbaan als hofdichter van ’t Pallieterke en ook in zijn nieuwe boek: Sire, er zijn geen Vlamingen (Egmont, Brussel 2013, 201 blz.).

De schrijver heeft hier ook een ouderwets soort boek van gemaakt, met veel geciteerde gedichten, persoonlijke anekdotes en lofzangen. De algemene boodschap is echter niet zo positief: België wordt sedert 1830 gekenmerkt door allerlei onrecht tegen Vlaanderen, maar de Vlamingen verzetten zich slechts halfslachtig daartegen en zijn gemakkelijk omkoopbaar in de naam van verschillende ‘hogere waarden’. Toespelend op de 100 jaar oude brief aan de koning door Jules Destrée, met de veelgeciteerde uitspraak ‘Sire, il n’y a pas de  Belges’, stelt hij vast dat er meer Noord-Belgen dan Vlamingen zijn.

 

De repressie herbezocht

            De auteur besteedt ettelijke bladzijden aan het herkauwen van klinkende episoden van repressie-onrecht, waarvan er een aantal in de (gerechtelijk wel of niet bekrachtigde) dood van de betrokken flamingant eindigen. Die stonden lang geleden ook in ’t Pallieterke, destijds het lijfblad van de repressieslachtoffers waar het amateurisme van afdroop. Nu het ongemerkt een degelijk weekblad geworden is,schrijft het nauwelijks nog over de repressie. Want zelfs in de Vlaamse beweging is de amnestie-eis voor repressieslachtoffers verstomd.

Van Oevelens vraaggesprek met de weduwe van Reimond Tollenaere (één van de zelfverklaarde nazi’s, al sinds 1932, onder de VNV-leiders) in ’t Pallieterke, 20 augustus 2008, niet lang voor haar dood, kwam als een donderslag bij heldere hemel: nu een nieuwe generatie Vlaamsgezinden de gekoesterde herinnering aan de repressie van zich afgeschud had, was ze daar terug in volle glorie. Kritische lezers zullen in het vraaggesprek de afwezigheid van enige verwijzing naar de nationaal-socialistische misdaden opgemerkt hebben. Misschien moet men een hoogbejaarde weduwe (en een bejaarde interviewer) dienaangaande ontzien, maar deze houding is kenmerkend voor de hele omgang van de Vlaamse beweging met het oorlogsverleden. 

Laat het waar zijn dat de Vlamingen weinig of niets van het lot van de joden tijdens de oorlog wisten, ook onder de Duitsers zelf was er verzet tegen het nazisme: alleen al de afschaffing van de democratie was iets om nee tegen te zeggen, reeds in 1933. Laat het waar zijn dat zij de vijandige staat België bezetten, zij hebben evengoed Vlaanderen bezet. Niemand minder dan Joris Van Severen had de Duitse inval in België veroordeeld; het belette sommige van zijn volgelingen niet van te collaboreren (anderen gingen in het verzet). De Duitsers hebben, in tegenstelling met hun  voorzaten tijdens de eerste bezetting, niets voor een zelfbesturend Vlaanderen gedaan. Tijdens de eerste bezetting eigenlijk ook niet, maar de perceptie in Vlaanderen was toch dat een Duitse eindzege tot een onafhankelijk Vlaanderen zou geleid hebben. Alleen hadden zij in 1940-44 de verdienste, de Belgische taalwetten te doen naleven, wat de wetsontduikende Franstaligen al een schandaal vonden, en mede het anti-Vlaamse karakter van de repressie verklaart.

De lezer die het niet meegemaakt heeft, en zelfs menigeen die het wel meegemaakt heeft, zal vinden dat het repressieleed bij Van Oevelen buitensporig veel aandacht krijgt. Dat dient blijkbaar om de stelling te onderbouwen dat België geen ‘vaderland om lief te hebben’ is. De fixatie op de repressie met negeren van de hele bredere context, zoals het lijden van allerlei opposanten onder het Duitse bewind, is een onaangename trek van veel Vlaamse bewegers. Zij leven als het ware onder een stolp.

Datzelfde geldt trouwens voor de belgicisten, die natuurlijk uit hetzelfde hout gesneden zijn. Het gekrijs over de rampen die een splitsing van België zouden betekenen weet blijkbaar niets van de fluwelen scheiding van Tsjechoslovakije. De gedachte van links dat nationalisme iets rechts is, heeft dus nooit gehoord van de linkse nationalisten in Ierland, Baskenland of Catalonië. De Franstalige bewering dat de zeer slappe Vlaamse maatregelen ten gunste van de eigen bevolking in de Rand de mensenrechten schenden, is niet op de hoogte van de draconische taalwetten in Québec. Maar niets daarvan is een geldige verontschuldiging voor het falen van de flaminganten in het bewustzijn van een bredere context.

 

Weg met de Vlaamse beweging!

De centrale boodschap van Van Oevelens boek kunnen we ophangen aan een citaat van IJzerbedevaartvoorzitter Paul Daels uit 1968, die toen een droom had: ‘De Vlaamse mens zal zich ooit in eigen land ten volle kunnen uitleven en zijn kinderen zullen van de Vlaamse Beweging verlost zijn, omdat het land door en voor de eigen mensen wordt bestuurd, bezorgd om de eigen mensen’ (p. 90).

Mij is die uitspraak werkelijk uit het hart gegrepen: een einde maken aan de Vlaamse beweging door de communautaire betwistingen te beëindigen. Volkeren die met de strijd om zelfbestuur bezig zijn, missen de serieuzere debatten die onder volwassen volkeren woeden; zoals een gezonde mens met van alles bezig is maar een zieke alleen met pogingen tot genezen van zijn ziekte. Aangezien nationalisme zeer uit de gratie is, zou men massaal tegen België moeten zijn, want het is België als vierkant draaiende staat dat het Vlaams-nationalisme steeds weer nieuw voedsel geeft. Hier komt geen eind aan tenzij we België splitsen. Dan zullen de Vlamingen zich met ernstiger zaken kunnen gaan bezighouden dan met zelfbestuur, omdat  zelfbestuur dan een vanzelfsprekendheid zal zijn.

Maar daarop volgt Hector Van Oevelens commentaar, ontmoedigd dat er zo weinig verwezenlijkt is van wat 45 jaar geleden al zo duidelijk beseft werd, en wel als gevolg van de Vlaamse verdeeldheid en wankelmoedigheid: ‘De Vlaamse droom begint hoe langer hoe meer op een nachtmerrie te gelijken. Sire, er zijn geen Vlamingen.’ (p. 90)

Het zijn inderdaad de staatshervormingen, bedoeld als waarmakingen van die Vlaamse droom, die steeds opnieuw op Vlaamse nederlagen uitgedraaid zijn. Vaak ook was de Volksunie betrokken partij bij de uitvoering.  In die zin is de Vlaamse nachtmerrie inderdaad recht voortgekomen uit de Vlaamse droom. Het was een droom die niet gedragen werd door een vastbesloten kritische massa met karakter. Vooral was het een droom die geen strategie achter zich had.

Als we de instellingen gelaten hadden zoals in 1968 en ons geconcentreerd op concrete Vlaamse vooruitgang, spectaculair zoals Leuven Vlaams of langzaam maar zeker zoals de economische ontplooiing van Vlaanderen, dan hadden we nu veel verder gestaan. Dan was bijvoorbeeld Brussel niet volledig aan de Vlaamse controle ontsnapt door een derde gewest te worden.

 

Besluit

De falende flaminganten zijn heel typisch voor het lauwe en wankelmoedige natiebesef van de Vlamingen. Vroeger streefden die naar de hemelse zaligheid (‘God zal het u lonen’, zeiden onderpastoors als ze je gratis voor de parochie wilden doen werken), nu naar de schouderklopjes van de media,-- niet begrijpend dat status in en zelfs toegang tot de media van de gewenste politieke standpunten afhangen, waaronder tegenwoordig meer dan ooit het anti-flamingantisme. Ook die mediafiguren, ook de anti-Vlaamse politici in Vlaanderen, zijn Vlamingen. Zij zagen vrolijk de tak af waar zij op zitten. Hector Van Oevelen suggereert dan ook 28 december, feest van de onnozele kinderen, als nieuwe nationale feestdag voor Vlaanderen (p.161).

Maar de Vlaamse beweging acht zich althans in dit opzicht verheven boven het vulgus: zij is tenminste politiek bewust. Tja, ook op dat politiek bewustzijn bij de verklaarde flaminganten valt wat af te dingen. Zo blijkt Vlaams parlementsvoorzitter Jan Peumans tot verbazing van de auteur meer wakker te liggen van de onafhankelijkheid van Tibet dan die van Vlaanderen (p.160). Nu is dat toch wel te begrijpen: niet alleen is Peumans een soort boeddhist, hij ziet ook terecht dat er voor de Tibetanen veel meer op het spel staat, namelijk het naakte overleven, dan voor de Vlamingen. Overigens heeft Peumans de verdienste zich in een vraaggesprek toch uitgesproken te hebben voor de onafhankelijkheidseis van zijn partij, daar waar andere partijtenoren veel halfslachtiger uit de hoek gekomen zijn (bijvoorbeeld door de vaststelling dat er nu eenmaal geen ‘draagvlak’ voor de Vlaamse onafhankelijkheid is). 

Maar goed, het beantwoordt wel weer aan het algemeen patroon dat Vlamingen altijd een andere zaak dringender vinden dan de Vlaamse onafhankelijkheid. En daarom, Sire, zijn er geen Vlamingen. Of althans, zijn er onder de Vlamingen zo weinig Klauwaards.



(De Bron, 2 sep. 2013)

Labels: , , , ,

Read more...

28 augustus 2013

Pervers categorisch denken en spreken


Dat taal een belangrijk wapen is in politieke en ideologische strijd weten we natuurlijk al sinds de oudheid. Toch wil ik hier kort wat licht laten schijnen over een specifiek mechanisme van misleiding dat vandaag schering en inslag is, en dat we categorisch taalgebruik kunnen noemen: meningen of handelingen die in vele opzichten zeer uiteenlopend zijn maar vanuit een zeer specifiek perspectief een gemeenschappelijk kenmerk hebben, worden steevast in één categorie ondergebracht en wel onder de noemer van het meest verwerpelijke uit die categorie. Vele termen voor verwerpelijke gedachten of of gedragingen worden bewust overgedragen op andere gedachten en gedragingen om die als even erg te kunnen bestempelen en te eisen dat de strijd ertegen even hard wordt gevoerd.

Bij sommige voorbeelden is er nog een redelijk verband, zoals de uitbreiding van het begrip “geweld” naar psychisch geweld”, hoewel dat laatste dan zo ruim wordt gebruikt dat elke proportie wel zoek geraakt. Een evident voorbeeld is de term discriminatie, die het mogelijk maakt elk niet correct gemotiveerd onderscheid maken in dezelfde categorie van verwerpelijkheid te steken. Wanneer men een moord, foltering, geweldpleging, diefstal, enzovoort niet meer op de eerste plaats zo noemt, maar op de eerste plaats bestempelt als racisme, seksisme, homofobie, enzovoort, dan zegt me daarmee eigenlijk dat enerzijds een identieke daad als moord, foltering enz. met een ander oogmerk minder erg is, en anderzijds dat elke racistische, seksistische, enz. gedraging tot dezelfde categorie behoort en dus in wezen even erg is als die moord. 

Meer nog: het etiket wordt gebruikt opdat de toehoorder niet meer zou durven vragen wat er eigenlijk precies gebeurd is: de beschuldigde is veroordeeld nog voor men de feiten kent. Als iemand eenmaal “dader” is (bv. pedofiel) en een andere “slachtoffer’, dan is daarmee blijkbaar alles gezegd en wordt het obsceen geacht om nog nuances te maken en niet alles op een hoop te gooien. Want jawel, er zijn gradaties van geweld, gradaties van pedofilie, gradaties van homofobie, en het is pervers ze telkens onder één noemer te brengen, zoals het pervers is om de zogenaamde besnijdenis van meisjes met dezelfde term te benoemen als die van jongens.  Die gradaties verwerpen als ‘relativering’ is niet minder categoriek dan  de uitroep ‘fraude is fraude’ - of ‘misdrijf is misdrijf” - en de stelling dat elk misdrijf even hard moet vervolgd worden. Zero-tolerantie alom ! Waarom niet ineens de doodstraf in plaats van een GAS-boete ?

Vergelijkbaar misbruik is er ook te vinden met termen als nationalisme of (anti)-verlichting: al wie op minstens één punt een nationalistisch credo deelt wordt op één lijn gesteld met de slechtste vertegenwoordiger van die categorie, en al wie ook maar op één punt afwijkt van een bepaalde definitie van verlichting is  dus ontmaskerd als de anti-verlichting in vlees en bloed.

En tot slot, eerlijk is eerlijk: het is ook misleidend om over ‘de’ monarchie en ‘de’ republiek te spreken, alsof het democratiegehalte van een staatsvorm op de eerste plaats daarvan afhangt.  Laat ons dat categorisch denken bestrijden, zij het toch ook met nuance.
Read more...

27 augustus 2013

BHV: De Vlaming betaalt (Hoegin)

Verleden week bracht de krant De Tijd de resultaten van de werklastmeting in het gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde. Niet echt een primeur, want de resultaten waren eind juni ook al eens uitgelekt. Uit het KPMG-rapport blijkt echter wat iedereen eigenlijk al lang wist, namelijk dat de gehanteerde 80F/20N-verdeling voor de benoeming van de rechters langs geen kanten klopt. Iedereen, behalve de institutionele partijen natuurlijk. Die gaven deze keer eerst niet thuis, om vervolgens doodleuk te verklaren dat er eigenlijk geen probleem is. Wel een beetje merkwaardig dat diezelfde institutionele partijen de Franstaligen echter niet met de cijfers van het bewuste rapport willen confronteren, om hen niet te «bruuskeren». Als er echter één ding zeker is, dan wel dat de Vlaming alweer zal mogen betalen. Bij het kabinet van staatssecretaris Servais Verherstraeten was men er in ieder geval als de kippen bij om onmiddellijk al tegemoetkomingen… voor de Franstaligen klaar te stomen.

Bij de «splitsing» (eigenlijk een ontdubbeling zoals de Franstaligen eisten, en geen splitsing zoals de Vlamingen vroegen) van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde werd overeengekomen dat de rechters in Brussel voortaan in een verhouding 80F/20N benoemd zouden worden. Het zou de voormalige minister van Justitie Stefaan de Clerck geweest zijn die verantwoordelijk is voor de foute verdeelsleutel, maar het feit alleen al dat aan Vlaamse zijde niemand openlijk verantwoordelijk wil tekenen voor die verdeelsleutel zegt genoeg. Veel verder dan «dit is nu eenmaal het resultaat» en «meer zat er niet in» geraakt men daar niet, en dus berust men maar in de feiten. Voldongen feiten kan men zelfs stilaan zeggen, want de Nederlandstalige uitloop bij de Brusselse rechtbanken kwam onmiddellijk na het akkoord al meteen op gang.

In het akkoord werd wel een klein veiligheidsventieltje ingebouwd: de cijfers zouden later aangepast worden aan de resultaten van een werklastmeting, en dus was er voor de Vlaamse partijen geen vuiltje aan de lucht. De Franstalige partijen noteerden vooral dat de verdeelsleutel 80F/20N binnen was, en dat het daar dan ook wel zou bij blijven.

Methode van de schuif

Het zal de lezer wel niet verwondering dat de bestelling van de werklastmeting nogal wat voeten in de aarde had. Maar wonder boven wonder, ze kwam er uiteindelijk toch, en wat misschien wel een unicum in de Belgische geschiedenis moet zijn: de Vlamingen hoefden er niet eens extra voor te betalen. Meer zelfs, eens de studie bij KPMG besteld, werd ze nog uitgevoerd ook, en de resultaten samengevat in een rapport. Om vervolgens in de schuif van staatssecretaris Servais Verherstraeten te belanden, en daar ook te blijven liggen.

Waarom bleef dat beruchte KPMG-rapport zo lang in de schuif van Servais Verherstraeten liggen? Volgens de geruchten omdat men de Franstalige partijen dus niet wou «bruuskeren» met de resultaten. En dat is op z'n minst toch een merkwaardige gang van zaken. Als er immers één zijde is die zich door de cijfers in dat rapport gebruuskeerd zou moeten voelen, dan toch wel de Vlaamse. Het is nu immers voor iedereen duidelijk dat de oorspronkelijke 80F/20N-verdeelsleutel niets anders dan een geval van platte oplichterij was. In een normale wereld zouden het dan de Vlamingen moeten zijn die verontwaardigd reageren, en de Franstaligen vervolgens met tegemoetkomingen op de proppen moeten komen. Morele schadevergoeding heet zoiets in juridisch jargon.

Belgische meerwaarde

Niet zo in België anno 2013, dat volgens de institutionele partijen nog steeds een meerwaarde betekent voor Vlaanderen. Daar zijn het immers de Franstaligen die verontwaardigd reageren op de resultaten van het rapport, en de Vlamingen die al onmiddellijk de portefeuille bovenhalen om nog eens te mogen betalen. Vooral straf is dat de Franstaligen niet alleen de resultaten van het rapport van de hand wijzen, maar ook de gebruikte methode, en bovendien uitschreeuwen dat de vertaling van het rapport een belediging voor de Franse taal zou zijn. Nog goed dat de Belgische staat nooit een rapport, wettekst of mededeling heeft afgeleverd die als een belediging aan het adres van de Nederlandse taal opgevat kon worden!

Ik vraag mij trouwens af wat dat precies wil zeggen: een te Vlaamse methode om de werklast te meten. Is het soms zo dat Vlaamse dossiers in Franstalige ogen fundamenteel minder wegen? Of hebben Franstalige rechters voor hetzelfde werk een beetje meer denkwerk nodig, kwestie van hun nobele Franstalige hersenen niet te zeer te pijnigen? Dat geen enkele Vlaamse krant bij die Franstalige politici wilde informeren hoe dat precies in mekaar zat!

«Trotse» Wouter Beke niet thuis

De reactie van de Vlaamse institutionele partijen was bijzonder treffend: men gaf gewoonweg niet thuis. Ik kan de lezer overigens aanraden eens in het archief van DeRedactie.be te duiken en er de zoekterm «BHV» in te tikken. De lijst met hoera-interviews, en dan in het bijzonder van de «trotse» Wouter Beke, zijn om van te smullen. En ook de titel van de 11 juli-boodschap van Wouter Beke in 2012, vlak voor de goedkeuring van het akkoord, kon tellen: «Voortaan moeten de speeches niet meer gaan over BHV».

Mij viel vooral op hoe de media op hun beurt reageerden op de afwezigheid van enige reactie bij de institutionele partijen: niet. Het illustreerde nog maar eens het probleem met de «Vlaamse» media: op cruciale momenten, wanneer blijkt dat een communautair akkoord op een ronduit criminele manier nadelig is voor de Vlamingen en de institutionele partijen met de broek op hun enkels gesnapt worden, pleegt wat de vierde macht zou moeten zijn weer eens schuldig verzuim. Geen enkel medium met een beetje plichtsbesef tegenover de eigen gemeenschap zou toelaten dat één van die vier institutionele partijen de ene dag niet thuis zou kunnen geven, om vervolgens een dag later al doodleuk over een ander thema geïnterviewd te worden zonder ook maar één lastige vraag. Zo láát men die vier institutionele partijen met hun crimineel bedrog wegkomen, en die institutionele partijen weten dat maar al te goed.

Franstalig geheugenverlies

Ook het opmerkelijke feit dat men de eerste dag niet wou te reageren, om zich vervolgens de tweede dag dan toch plots te herinneren dat er helemaal niet opnieuw onderhandeld dient te worden, werd nergens in de media wat meer belicht. Zou de stelling dat de resultaten van de werklastmeting automatisch de 80F/20N-verdeelsleutel teniet doen werkelijk kloppen? Merkwaardig dat de Franstaligen zich zoiets uitdrukkelijk niet kunnen herinneren. De lezer zal wel weten wat dat betekent: de Vlamingen zal betalen. Het is immers best mogelijk dat zowel de letter als de geest van de wet de Vlaamse partijen gelijk geeft, het zal uiteindelijk toch de Franstalige interpretatie zijn die uitgevoerd wordt. Vraag het maar eens na in de faciliteitengemeenten…

Maar ook minister van Justitie Annemie Turtelboom schijnt zich geen automatisch mechanisme in het akkoord te kunnen herinneren. Zoals we ['t Pallieterke] op 10 juli al schreven, stelde Vlaams Belanger Bart Laeremans haar immers op 4 juli al een kritische vraag over de eerste lekken van het KPMG-rapport. Haar antwoord, en let op de voorwaardelijke wijs wat de beslissing betreft, luidde als volgt: «Het monitoringcomité, dat is samengesteld uit de premier, de twee staatssecretarissen bevoegd voor institutionele hervormingen en de acht partijvoorzitters, zal op basis van die definitieve en gevalideerde resultaten beslissen of de kaders moeten worden aangepast.» Eén Franstalige partijvoorzitter die dwars ligt, en de kaders worden dus helemaal niet aangepast.

Zijn Vlamingen mensen?

Maar ten gronde: wat voor onzinnig akkoord was dat eigenlijk? Hoe is het mogelijk dat het aantal benoemingen van rechters afhankelijk is van één of andere onderhandelde verdeelsleutel, en niet van de reële werklast zonder meer? Dat daarvoor een werklastmeting in het akkoord ingeschreven diende te worden is op zich al een straf verhaal, maar het strafst van al is toch wel dat de Franstaligen dit blijkbaar als een punt zagen waarop zij zoveel mogelijk buit moesten binnenhalen. Dat zegt veel over hun fundamenteel gebrek aan respect voor de Vlamingen, die zij nog steeds niet voor volle mensen aanzien.

Want het is toch van twee dingen één: ofwel ziet men België als een soort betalingswerktuig waarmee men Franstaligen aan een goedbetaalde baan als rechter kan helpen, behoefte of geen behoefte. Het enige wat dan telt is dat men in Brussel vier keer meer Franstalige dan Nederlandstalige rechters heeft, desnoods om tijdens de uren maar een potje te kaarten als alle dossiers afgehandeld zijn. Ofwel vindt men gewoon niet dat de Vlamingen in Brussel recht hebben op voldoende rechtsbedeling, en is het enige wat telt dat men in Brussel vier keer minder Nederlandstalige dan Franstalige rechters heeft. De Vlamingen moeten, zo een beetje als koeien en ander huisvee, voldoende opbrengen, en voor de rest niet te veel last verkopen. Een paar rechtertjes kunnen er dus wel af, maar niet zoveel dat ze zouden beginnen denken gelijkwaardig aan de Franstaligen te zijn. En laten we eerlijk zijn: met 20% Nederlandstalige rechters waren de Franstaligen dan al zeer breeddenkend, of moeten we soms ook koeienrechters gaan benoemen, quoi?

Franstalige eisen – Vlaamse beden

Zou er trouwens ook maar ergens één enkele Vlaamse politicus gevonden kunnen worden die in Brussel iets anders zou durven eisen dan dat de rechters er benoemd zouden worden in verhouding tot de reële werklast? Was daar verleden week bijvoorbeeld Karel de Gucht niet die bij de N-VA allerlei vreselijk bloedlijnen wist te ontwaren, die nog net niet rechtstreeks naar Auschwitz leidden? Het moet voor hem toch een koud kunstje zijn om met zijn arendsblik ergens een N-VA'er (of, horresco referens, een Vlaams Belanger!) op te dissen die in Brussel een verdeelsleutel zou willen eisen om er zelfs nog maar een half procentje teveel Vlaamse rechters te benoemen? Ter vergelijking: zelfs de meest welwillende Belgischgezinde Franstalige politicus zou het nog niet invallen de Vlamingen in Brussel toe te staan wat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn: een eerlijke verdeling. Misschien moet mensenrechtenspecialiste Eva Brems zich daar maar eens op toeleggen, in plaats van zich te gedragen als een moslima- en holebirechtenactiviste.

Dit artikel verscheen op 14 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

15 augustus 2013

Een Texaans cowboyverhaal (Hoegin)

In een openhartig interview met Knack deed topeconoom Ivan van de Cloot van de denktank Itinera er verleden week zijn beklag over dat hij bedreigd zou worden. Hij diste daarbij een nogal plastisch verhaal op van hoe een «topminister» tijdens de recentelijke exportmissie naar Houston zou gezegd hebben dat iedereen die kritiek op het ACW had gegeven aangepakt zou worden. In bepaalde kringen werd onmiddellijk moord en brand geschreeuwd, maar is het in de Belgisch/Vlaamse modelstaat wel zo uitzonderlijk dat iemand bedreigd of zelfs gebroodroofd wordt omwille van zijn mening?

Voor de lezers die het interview niet gelezen hebben citeren we even de passage in het Knack-interview waarin Ivan van de Cloot beschrijft wat er zich in Houston zou hebben afgespeeld:
Onlangs reisde er een belangrijke Vlaamse handelsmissie naar de Verenigde Staten. Ik was er niet bij, maar achteraf kreeg ik volgend bericht van wat er gezegd is. (neemt een papier en schraapt de keel): “Op de exportmissie in Houston vertelde een topminister aan de journalisten dat iedereen die kritiek had gegeven op het ACW, één voor één zouden worden aangepakt. En terwijl hij dat vertelde, maakte hij van zijn hand een revolver en schoot hij.”
De George Clooney uit Puurs

Zoals Knack zelf opmerkt namen Vlaams minister-president Kris Peeters en minister Hilde Crevits deel aan die handelsmissie. Wij zouden verder willen opmerken dat Ivan van de Cloot toch het mannelijk persoonlijk voornaamwoord «hij» gebruikt, en niet het vrouwelijke «zij», al kan «hij» in deze context natuurlijk ook geslachtsneutraal gebruikt zijn. Maar zelfs los daarvan hoeven we in tegenstelling tot Doorbraak.be geen vijf journalisten off the record op te bellen om ons net iets levendigers een Kris Peeters voor te stellen die met zijn wijsvinger pief-poef-paf doet dan een Hilde Crevits. Dat Kris Peeters net iets beter op George Clooney lijkt dan Hilde Crevits speelt daarbij natuurlijk niet in zijn voordeel. Anderzijds weet je natuurlijk nooit waartoe Hilde Crevits in staat is na het nuttigen van een sherry of twee–drie in een lokale saloon…

Eén voor één aanpakken

Maar laten we eerlijk zijn: een politicus die dissidente stemmen het zwijgen wil opleggen, sinds wanneer is dat nieuws in België? Laat staan een «politieke bom»? Was het soms niet precies met dat doel voor ogen dat eind vorige eeuw een bepaald centrum werd opgericht, en zelfs de wetgeving werd aangepast? «Eén voor één aangepakt», het had zelfs in de oprichtingsakte kunnen staan.

Waar was trouwens de verontwaardiging van Ivan van de Cloot toen enkele weken geleden de vakbonden nog eens de kieslijsten van het Vlaams Belang tegen hun ledenbestanden hielden, kwestie van ze te kunnen zuiveren van onreinen?

We kunnen Ivan van de Cloot trouwens aanraden nog eens na te lezen hoe het Roger van Houtte bij Gazet van Antwerpen verging toen de socialisten daar eindelijk de macht volledig in handen hadden. Of eens af te spreken voor een goed gesprek met Frank Thevissen. Die is immers ervaringsdeskundige over hoe «vrij» die Vrije Universiteit van Brussel wel was toen de Open Vld niet langer voldoende hoog scoorde in De Stemmenkampioen.

En sommige lezers zullen zich misschien nog Herman de Bode herinneren, al iets dichter bij het werkveld van Ivan van de Cloot. In 2005 werd Herman de Bode bij McKinsey Benelux zachtjes naar de uitgang begeleid wegens zijn ondertekening van het zogenaamde Warandemanifest Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa. Ja, McKinsey Benelux had ook Franstalige klanten, en dus lag enig Vlaams cijferwerk nogal gevoelig. O ja, Herman de Bode zit vandaag in de Raad van Advies van Itinera. Dat kan dus niet moeilijk zijn om één en ander eens intern door te praten…

Belastinginspecties

Overigens kan een eventuele Kaltstellung op meer dan één manier uitgevoerd worden. Iemand als een Barack Obama, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2009 en als een ware Mandela 2.0 reeds lang vóór zijn nominatie uitgeroepen tot een levendige heilige, weet het subtieler aan te pakken. Een paar gerichte belastinginspecties bijvoorbeeld, zoals een aantal denktanks en andere organisaties gelieerd aan de Republikeinse partij mochten ondervinden, kan ook al wonderen doen. Maar we willen minister van Fraudebestrijding John Crombez niet op gedachten brengen…

«Potentiële politieke bom»

Het Texaanse cowboyverhaal dat Ivan van de Cloot in Knack liet optekenen is dus niet zo heel bijzonder, maar het spreekt natuurlijk wel enigszins tot de verbeelding. Interessanter zijn echter de reacties erop.

Zo verwonderen we ons toch wel een beetje over de verbazing die bij de redactie van Doorbraak.be heerste. Zij vonden het immers merkwaardig dat «deze potentiële politieke bom» om half negen 's ochtends nog steeds niet opgepikt was door de nieuwssites van de VRT, De Standaard of De Morgen. De volgende dag was men er nog eens verbaasd, omdat het verhaal in de «grote media» uiteindelijk niet meer aandacht gekregen had dan hier en daar een klein stukje, en een bijzonder smalend cursiefje in De Standaard. Tja.

Ivan van de Cloot fungeert in het Dexia-dossier zo een beetje als een luis in de pels van het establishment. In het bijzonder het ACW wil dit potje zoveel mogelijk gedekt houden, en is dus niet gediend met een topeconoom die steeds weer de puntjes op de i komt zetten. Daar probeert men hem dan ook weg te zetten als een moderne Cassandra, maar net zoals bij Cassandra hebben de onheilsvoorspellingen van Ivan van de Cloot nogal eens de neiging uiteindelijk toch uit te komen.

Di Rupo II

Zoomen we nu even uit. Met zijn onheilsvoorspellingen doorprikt Ivan van de Cloot de geruststellende praatjes van onder meer minister van Financiën Koen Geens over Dexia. Daarmee ondergraaft hij de geloofwaardigheid van de CD&V, en we hoeven er geen tekening bij te maken welke partij daarvan het meest zal kunnen profiteren: de N-VA. De huidige federale regering zal Ivan van de Cloot wel nooit echt in gevaar kunnen brengen, maar een gedestabiliseerde CD&V is geen goed nieuws voor wie na de verkiezingen van 2014 liefst van al Elio di Rupo en zijn «institutionele» coalitie een bisnummer wil zien opvoeren.

We hebben zo een vermoeden dat het gros van de journalisten bij De Morgen, De Standaard en de VRT vooral in dat laatste kamp te vinden is, en Ivan van de Cloot ook maar een beetje vervelend vindt. En dat dus niet alleen omdat hij telkens weer met allerlei moeilijk begrippen en rode cijfertje komt zwaaien. Niet dat men bij De Morgen, De Standaard of de VRT ooit veel sympathie heeft gekoesterd voor de CD&V, maar toch maar liever die partij om Elio di Rupo ook na 25 mei 2014 in het zadel te houden dan, stel je voor, de N-VA.

B/V-breuklijn

En dus hoeft het ook niet verwonderen dat geen enkele journalist zich de episode uit Houston kan herinneren. De opwinding over de hele zaak–Van de Cloot volgt gewoon netjes de V/B-breuklijn, zowel in de traditionele media (kranten, TV, radio) als op sociale media zoals Twitter en Facebook.

Bij de traditionele B-journalisten is de kwestie vermoedelijk niet eens dat men zich de Texaanse episode niet dúrft te herinneren, uit vrees voor de toorn van Kris Peeters, Hilde Crevits of de rest van de CD&V of ACW. Daar lacht men gewoon in zijn vuistje, ongeacht of het verhaal nu waar is of niet. Dat bleek ook duidelijk uit het venijnige stukje in De Standaard, waar men het maar net goed vindt dat Ivan van de Cloot niet alleen de boodschap heeft ontvangen, maar zich ook op een belachelijk gemakkelijke manier te kijk heeft gezet als een hopeloos paranoïde man. En dus ook erg geloofwaardig als hij nog eens de ondergang van heel België voorspelt omwille van Dexia.

Dit artikel verscheen op 7 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Aanvulling: Terzake nodigde deze maandag dan toch Ivan van de Cloot uit voor een gesprek, met als tegenpartij Yves Leterme. Zoals Doorbraak.be terecht opmerkt zorgde die laatste er voor de perfecte bliksemafleider, door er zich te laten ontvallen dat hij «geen goesting» had om mee te doen aan de verkiezingen van 2014. Over de inhoud van het debat werd sindsdien maar bitter weinig meer vernomen in de traditionele media. Wat de «goesting» van Yves Leterme betreft laten we het aan de lezer over om te oordelen of dat iets is waar hij zelf is opgekomen, dan wel dat Wouter Beke of iemand anders uit de CD&V-top hem dat eindelijk dan toch in zijn hoofd heeft kunnen prenten. We merken wel op dat, voor iemand die alleen nog maar internationale «verantwoordelijkheden» nastreeft en liever niets meer te maken heeft met lokale, Belgische politiek, hij amper enkele weken geleden nog toch wel bijzonder snel vanuit Parijs naar diezelfde Terzake-studio's wist te sporen de dag dat koning Albert II zijn abdicatie afkondigde. Maar misschien had Yves Leterme die dag toevallig vrij en was hij daarom eens voor een enkele keer in de buurt van Brussel?

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Read more...

14 augustus 2013

De Morgen veroordeeld (met d)



 

 

“Eigen folk eerst”, zo luidde de titel van een stuk van Douglas de Coninck en Jeroen de Preter in de Morgen (22-2-2003) over zangeres Soetkin Collier en het Vlaamse folkmilieu. Het is een ouderwets stuk “antifascistische” fichenbakjournalistiek. Ondanks de mythomane reputatie van dat hele genre, en van Douglas de Coninck als man van de X-dossiers, bevat het artikel wel wat juiste observaties.

Terecht stellen zij dat België en Soetkin zelf heel wat blamage bespaard gebleven is door de waarschuwing van de Staatsveiligheid aan de regering, waarin Soetkin een “militante van extreemrechts” heette. Daardoor werd zij voor het Eurosong-optreden van haar groep Urban Trad gewraakt. Als dat niet gebeurd was, zou de internationale pers er in de dagen vóór het songfestival zeker op uitgekomen zijn en dan was het schandaal niet te overzien geweest. Hier weet iedereen dat “extreemrechts” een holle codeterm is voor flamingantisme (de in het artikel genoemde NSV-acties waarvoor Soetkin in de Rijkswachtcombi terecht gekomen was, betroffen geen “racistische”, maar klassiek Vlaamse thema’s), maar in het buitenland zouden er onverbiddelijk krantenkoppen gevolgd zijn van het type: “Soetkin de SS-wolvin”.

Het artikel illustreert ook de sovjetisering van België. Om aanvaardbaar te worden moeten mensen van “foute” komaf openbaar hun ouders aanvallen. De interviewers hadden Soetkin zover gekregen: ”Ik heb twee fantastische ouders, maar ze hebben een foute ideologie. Ik verafschuw alles wat racistisch en fascistisch is. Ik heb in 1996 gebroken met dat duistere verleden.” Waarmee ze terloops haar ouders van racisme en fascisme beschuldigde, als een roodgardiste tijdens de Culturele Revolutie.

Met die knieval voor haar vervolgers trad zij, zo leren we nog, in de voetsporen van Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens, die haar kort na de doorbraak van hun folkensemble  Laïs op Dranouter 1996 uit de groep gezet hadden. Eens een carrière buiten het kleine Vlaamse milieu wenkte, was een aangebrand groepslid niet langer gewenst. Vooral omdat die anderen, volgens de auteurs, precies hetzelfde soort verleden torsten: ”Gouden stemmen met zwart timbre.”

De Laïs-zangeressen hebben in een uitvoerig recht van antwoord de reeks feitelijke onjuistheden en lage insinuaties in het artikel aan de kaak gesteld, inbegrepen een getuigenis dat valselijk in de mond van pater Luc Versteylen gelegd zou zijn. Hun wederwoord besloot met de hartenkreet: “En wat met geen woorden, ook niet met dit recht van antwoord, recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt. Onvergeeflijk.”

Toch hebben de auteurs het gedrag van Laïs tegenover Soetkin terecht gesitueerd binnen een welbekende wetmatigheid: je kunt je als gedoodverfd “fascist” alleen dedouaneren door weer anderen van “fascisme” te beschuldigen.

Dat tragikomische doorspelen van de extreemrechtse zwartepiet teistert nog steeds dat milieu --, zie bv. hoe in de Wallonië als “extreemrechts” gebrandmerkte N-VA (in La Dernière Heure, 4-11, noemt Richard Ruben, amuseur, Bart de Wever een “néo-fasciste” en “revisionniste”) zich des te feller tegen het VB afzet. Daar hebben de auteurs de vinger op een reële wonde gelegd, en zelfs zonder hun leedvermaak te laten blijken.

 

Schuld door associatie

Maar in hun Sippenhaftung-oefening tegen de familie Collier hebben zij wel een fout gemaakt. Soetkins vader Ivo Collier was een tijd uitbater van herberg De Leeuw van Vlaanderen, en daar, zo jagen zij de lezer de daver op het lijf, was “een postorderbedrijfje gevestigd voor wie zich wilde verdiepen in de werken van Grote Denkers die het bestaan van de nazi-concentratiekampen betwistten, zoals Alain de Benoist”. Maar die man, meesterdenker van de Franse Nouvelle Droite, behoort helemaal niet tot het ontkennersmilieu. De echte ontkenners verschaffen daarover graag duidelijkheid, bv. Robert Faurisson op zijn webstek, april 2004: ”Tussen de honderden publicatietitels merkt men één ding op: de Nouvelle Droite negeert het revisionisme volledig, en zegt nooit iets dat de joden zou kunnen ergeren.”

Ik zeg niet dat De Coninck en De Preter liegen, het is immers best mogelijk dat zij hun bewering in blind vertrouwen overgenomen hebben uit “antifa”-bronnen die het net van hun fascismebeschuldigingen zo breed mogelijk uitwerpen. Die zadelen hun gedesinformeerde lezer dan wel op met het risico van schuld aan laster en eerroof bij overname van de beschuldigingen. Een gevolg van de strafbaarstelling van revisionisme is immers dat de valse aantijging van revisionisme op haar beurt óók strafbaar is. In ieder geval, hun bewering was niet de waarheid en dat heeft hun rechtsvervolging vanwege Alain de Benoist opgeleverd. Tijdens hun proces konden zij geen beter “bewijs” aanvoeren dan het feit dat hij in media gepubliceerd heeft waarin ook holocaustontkenners aan het woord kwamen: het bekende lasterprocédé  van ”schuld door associatie”. Het Hof van Beroep te Brussel vonniste op 4 mei 2010 ten voordele van klager de Benoist: ”De journalist begaat een fout wanneer hij zonder over een objectief controleerbare bron te beschikken, iemand beschuldigt van het aankleven van een ideeëngoed dat  door de wet als een misdrijf wordt beschouwd.” Het Hof veroordeelde de lasteraars tot de symbolische één euro schadevergoeding.

 

Zwijgen als vermoord

De rechters putten zich echter uit om de pil voor De Morgen te vergulden. De geëiste publicatie van het arrest in DM werd niet toegekend, omdat de feiten al te lang geleden zouden zijn en het lezerspubliek zich de zaak niet herinnert. Alsof zeven jaar in de Belgische rechtspraak zo’n abnormaal lange duur tussen feiten en vonnis zou zijn. Zij kenden ook geen financiële compensatie toe, omdat de toegebrachte morele schade niet te becijferen zou zijn. Laat die welgedane rechters eens om een job gaan solliciteren met op hun voorhoofd het brandmerk ”negationist”, ze zullen gauw inzien dat de concrete financiële schade die laster toebrengt, alleen onbecijferbaar is in de zin van: onoverzienbaar groot. Alain de Benoist, inmiddels 66, heeft zich een leven lang door laster en uitsluiting heengeslagen, zodat een leugen in De Morgen voor hem nu niet veel verschil meer zal maken, maar dat moet hem het recht op een tastbare schadevergoeding niet ontnemen.  Bovendien verhoogt een voelbare straf voor misdadigers de kans dat ze hun misdaad niet zullen herhalen.

In ieder geval, De Morgen heeft een veroordeling opgelopen voor dat waarin die krant sedert de zaak Notaris X altijd al uitgeblonken heeft. Het vonnis is een half jaar oud, maar bij mijn weten heeft dit belangrijke nieuwsfeit, behalve het vakblad Nieuw Juridisch Weekblad, nergens de media gehaald. Zijn zij te passief geworden om het gerechtelijk nieuws op te volgen, of is dit een geval van solidariteit met collega’s die door de gevolgen van hun beroepsfouten ingehaald worden? Van De Morgen zelf kan die discretie ons niet natuurlijk verbazen. Hoewel, nu de BBC aan Bob Geldof haar verontschuldigingen aangeboden heeft wegens onjuiste berichtgeving over de bestemming van zijn “Live Aid”-fondsen, is het ook voor onze ochtendkrant tijd om openlijk haar spijt te betuigen aan de Benoist en aan de talloze anderen die zij door laster schade toegebracht heeft.

 

('t Pallieterke, 10 november 2010)

 

Labels: , , , , ,

Read more...

9 augustus 2013

Moordwapens en dooddoeners




(Gazet van Antwerpen, 17 aug 1991?)

De moordaanslagen op de Italiaanse en Japanse vertalers van Salman Rushdies De Duivelsverzen zijn gepleegd door het soort terroristen dat om resultaat geeft, niet om publiciteit: er is nog geen opeising. Maar de Japanse moslims hebben de dood van de Japanse vertaler toegejuicht en gezegd dat dit in ieder geval Gods straf is, ongeacht of de eer voor de moord aan een moslim toekomt. De Nederlandse vertaalster is ondergedoken.

Nederlandse intellectuelen hebben geëist dat hun regering de betrekkingen met Iran pas zou herstellen zodra het doodvonnis over Rushdie formeel ingetrokken is. Op een reactie van de Vlaamse intellectuelen heb ik vergeefs gewacht. Na drie jaar heeft niet één van hen het denkwerk gedaan waar de Rushdie-zaak om vraagt.

De schrik zit erin, en vooral: er rust een politiek taboe op islamkritiek. Men mag de vraag of de islam de moord op critici van de Profeet rechtvaardigt, alleen stellen als men ze in dezelfde adem ontkennend beantwoordt. Kritische onbevangenheid tegenover de islam stuit niet alleen op moordwapens van mujahedîn, maar ook maar ook op de dooddoeners van onze weldenkenden: “uit de context gerukt” (noem eens een context waarin moord een daad van verdraagzaamheid wordt), “racisme” (alsof de islam een ras is), “vooroordeel” (alsof Rushdie zelf geen geboren moslim was).

In een gesprek met Lieve Joris (De Morgen, 13 juli) zuchten Arabische intellectuelen dat hun cultuur nog steeds geen Voltaire heeft voortgebracht. Wat mij meer verontrust, is dat ook Europa geen Voltaire meer heeft, geen vrijdenker die de waarheid durft zeggen over “Mahomet ou le fanatisme”.

Gelukkig draaien de Rushdie-vervolgers zelf niet zo rond de pot. Maulana Mohsin Usmani Nadwi betoogt in zijn boekje Ahânat-i rasûl ki sazâ (Oerdoe: ”De straf voor het beledigen van de Profeet”, Delhi 1989) wat elke oprechte islamkenner had kunnen vertellen: het voorbeeld van de Profeet zelf rechtvaardigt de moord op diens critici. Er waren in het toenmalige Arabië dichters die met spot- en hekeldichten hun multiculturele samenleving (sabiërs, nabateeërs, joden e.a.) tegen Mohammeds totalitaire machtsgreep verdedigden. Zij waren geen “bevooroordeelde racisten”, maar tijd- en volksgenoten die Mohammed eerstehands kenden en in hem “bezetenheid” en een gevaarlijke grootheidswaan ontwaarden. Mohammed liet hen één voor één door sluipmoordenaars ombrengen.

De profeet gaf opdracht om met leugen het vertrouwen van de dichter Ka’b b. Asjraf te winnen en hem vervolgens te vermoorden. Toen de stokoude dichter Abû Afak bezong hoe een befaamde clan door Mohammed tot tweedracht en rampspoed gebracht was, vroeg Mohammed zijn mannen: ”Wie rekent af met deze schurk?” Eén van hen ging ‘s nachts naar de dichter toe en stak hem neer. De dichteres Asmâ b. Marwân hekelde deze moord. Mohammed vroeg zijn mannen: ”Wie bevrijdt mij van Marwâns dochter?” Eén van hen vermoordde haar diezelfde nacht. Ook sommige niet-literaire tegenstanders werden omgebracht, onder wie de bejaarde joodse leider Sallâm Abû Râfi (met een precedent voor de moord op Sjapoer Bachtiar). En toen de stad Mekka zich aan Mohammed overgaf, na de toezegging dat wie geen weerstand bood ongemoeid zou blijven, liet hij toch een tiental bekende critici doden.

Wat was er zo erg aan Rushdies boek? Het bevat fiction die slechts onrechtstreeks naar de islamgeschiedenis verwijst, via de namen van enkele karakters, zoals Mahound, Mohammeds scheldnaam in middeleeuwse pamfletten. Rushdie kan moeilijk ontkennen dat hij hiermee naar de non-fiction wereld knipoogt, net als met de bordeelscène waarin de hoeren naar Mohammeds vrouwen genoemd zijn. Hij spot met Mohammed, terwijl toch een Perzisch spreekwoord zegt: ”Je mag grappen maken over God, maar wees voorzichtig met Mohammed.”

Minder opgemerkt dan deze oneerbiedigheden is Rushdies toespeling op Abû Sufyân, de leider van de Mekkaanse heidenen, en diens vrouw Hind, de pasionaria van het verzet tegen Mohammeds subversie van hun pluralistische samenleving. Hiermee heeft Rushdie heel terloops de aandacht getrokken op een nooit gehoorde en veel belasterde betrokkene: de oorspronkelijke Arabische cultuur die er niet meer is om zich te verdedigen .

Toen de Mekkanen tegen Mohammeds overmacht niet meer opkonden, kozen zij de overgave (“islam”) als minste kwaad, want zij waren pragmatici en wensten geen martelaarschap. Abû Sufyân werd het prototype van de mensen die zich onder druk tot de islam lieten bekeren, zoals recent Rushdie zelf en zoals de meeste islambekeerlingen in de geschiedenis.

Het is merkwaardig dat christenen en vrijzinnigen vandaag de laster tegen deze vermoorde cultuur klakkeloos overnemen om de islam in een beter daglicht te stellen, bv. met de onjuiste maar veelgehoorde bewering: ”De positie van de vrouw in de islam is niet ideaal, maar toch een grote vooruitgang tegenover de vóór-islamitische tijd.” Nu men de islam tot begunstigde van de multiculturele samenleving wil maken, moet men een draai geven aan het historisch feit dat de islam in Arabië en Centraal-Azië de bestaande pluralistische beschavingen vernietigd heeft.

De titel De Duivelsverzen verwijst naar de “geopenbaarde”  verzen die Mohammed achteraf aan de duivel toeschreef, wat het onbetrouwbare karakter van de hele Qu’rân-openbaring illustreerde. Bevoorrechte getuigen, zoals Mohammeds secretaris en enkele van zijn vrouwen, vonden zijn “openbaringen” doorgestoken kaart. De Duivelsverzen ondermijnen dus de kern van de islam: het geloof dat Mohammed Gods zegsman was. Zij zijn dan ook erg hinderlijk voor degenen die een sussende oppervlakkigheid jegens de islam propageren en met dooddoeners de fundamentele kritiek willen smoren waar de Rushdie-zaak ons toe verplicht.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>