22 augustus 2018

De Godwin van Goossens. De ergst denkbare laster

(Doorbraak, 29 maart 2018))





Op 28 maart zond VRT-Canvas in De Afspraak een debat uit over mei ’68. We zijn als Vlaamse samenleving zo fortuinlijk dat één van de gezichten van toen, Paul Goossens, er vijftig jaar later nog bij is om duiding te geven. (Dat is niet vanzelfsprekend: in Duitsland is Rudi Dutschke er al lang niet meer bij, en bij ons heeft een ander gezicht, Ludo Martens, recenter de geest gegeven.) Tegenover hem zat Joachim Pohlmann, schrijver en ideologisch spitsbroeder van Bart De Wever, benevens politoloog Dave Sinardet en schrijfster Margot Vanderstraeten.









Walen buiten!



Op het einde van een overigens zeer interessant debat (waaruit we onthouden dat 1968 het laatste pro-Vlaamse massabeweging was, waarna de plant verslenste) wou Goossens toch nog even een leuze van toen aan de orde stellen: “Walen buiten!” Die slagzin was gericht tegen de Franstalige Kerkleiding, de inrichtende macht van de Leuvense universiteit. Hij vormde logisch een deel van de roep om emancipatie, wat ook volgens Goossens de verbindende idee achter het wereldwijde verschijnsel mei ’68 was.Toen had hijzelf aan de Vlaamse beweging gevraagd om die slagzin als zijnde“slecht” en “een fout” terzijde te laten, maar die was daar niet op ingegaan.



Nu stelde hij die Vlaamse eis gelijk met de nazi-leuze:  "Juden 'raus!". Omdat Margot Vanderstraeten een tijd in joodse middens doorgebracht heeft en daar een boek aan gewijd had, haalde Goossens haar voor het dramatische effect erbij om die slagzin uit te spreken en te bevestigen dat de joden niet van die Vlaamse leuze hielden, ook al werd er die keer een andere bevolkingsgroep dan zijzelf mee geviseerd.   



Joachim Pohlmann liet die bij het haar getrokken gelijkstelling niet over zijn kant gaan. Hij tilde er zwaar aan dat Goossens hem met “het odium van het nazisme” opzadelde. Hij erkende meteen en onomwonden dat het een “ongelukkige slogan” geweest was, maar dié retoriek was er “ver over”. Goossens begreep echter oprecht niet wat er verkeerd aan was. De linkerzijde is volmaakt gewend aan het doodslaan van haar tegenstanders middels de vergelijking met de in onze cultuur meest verfoeide misdaad uit de wereldgeschiedenis, de Holocaust. De vergelijking is in 100% van de gevallen schromelijk overdreven, maar in dit geval geldt ze voor niet meer dan 0%: “Walen buiten” was in de verste verte geen oproep tot een volkerenmoord (net zo min als “Brüssel Vlaams” dat geweest was). Goossens was er uiterst verbaasd over dat iemand er bezwaar tegen kon hebben, de ergst mogelijke laster te ondergaan.







Boerzwa buiten!



Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar vol vuile nachtmerries in zijn hoofd kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven al zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".


We zagen op archiefbeelden hoe een volle zaal studenten onder leiding van de jonge Goossens scandeerde: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de destijdse leuze "Boerzwa buiten", die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is). Hoewel, misschien was ook die slagzin niet zo onschuldig, gezien de moord op miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.



Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi’s ten tijde van de Holocaust dreigden, noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Even historisch preciseren: door het telescoopeffect leggen latere generaties het verband tussen “Juden ‘raus” en de Holocaust, maar dat is wat onnauwkeurig. “Juden ‘raus” was een slogan uit de jaren 1930 en vond zijn toepassing in de wetten van Neurenberg uit 1935, die de joden buiten de Duitse samenleving plaatsten. Uiteindelijke bedoeling was, de joden vervolgens aardrijkskundig uit te bannen. Ook dat is verwerpelijk, maar wel helemaal anders dan de Holocaust. Het is in de geschiedenis nog voorgekomen (bv. Engeland van de 14de tot de 17de eeuw) maar heeft terecht nooit een dergelijk odium gekregen. Beter dan wie ook weten de joden dat emigreren verre verkieslijk is boven gedood worden. Het is maar na de Frans-Britse oorlogsverklaring en de eerste tegenslagen aan het front dat de nazi’s hun antisemitisme een versnelling hoger schakelden.



Als we er per se de Tweede Wereldoorlog moeten bijhalen, dan dringt zich een andere vergelijking op. Door de machtsverschuiving in het naoorlogse België werd de Franstalige leidinggevende aanwezigheid in Vlaanderen, die de voorafgaande eeuw vanzelfsprekend geweest was, als een vreemde bezetting aangevoeld. Men wou ze kwijt. Dat gevoel was van hetzelfde type (hoewel natuurlijk niet van hetzelfde gewicht) als de wens bij een groot deel van de bevolking tijdens de Bezetting om de Duitse bezetter kwijt te geraken. Maar Goossens wil dus het emancipatorische, in wezen antikoloniale besluit om “geen vreemden tot meesters in ’t land” te dulden, als misdadig wegzetten.







Mo



Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Het is een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien. (En zelfs bij wie je “dood” wenst, wordt de retorische soep in de praktijk niet zo letterlijk gegeten als ze opgediend wordt. “Weg met...”, in betogingsleuzen, is in het Perzisch en Urdu “...murdabâd”, letterlijk “dood aan”, en in het Chinees “da dao...”, letterlijk “tref...”)  Bijvoorbeeld, wanneer Mohammed de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!"



En bij die duidelijke woorden geldt inderdaad Goossens’ waarschuwing dat woorden tot daden kunnen leiden. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger in naam van de islam een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in wat Bangladesj werd. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt. Zoals de daders in honderden verklaringen en zelfdodingsvideo’s uiteengezet hebben, was dat helemaal in uitvoering van Mohammeds eigen bevelen of voorbeeldgedrag.


Nu wil het zo lukken dat de islam in 1968 een laagtij beleefde (zie de Palestijnse guerrillero’s die zich niet op de islam maar op het marxisme beriepen, terwijl de Egyptische sterke man Gamâl al-Nasser de spot dreef met de hoofddoek) doch juist nu door toedoen van Goossens’ generatie een opdoemende macht in onze samenleving geworden is. Dat heeft tot gevolgen geleid die men niet met 1968 zou associëren, hoewel des te meer met “Juden ‘raus”.



Juist dezelfde avond kwam, met enkele dagen vertraging, de moord in het nieuws op een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, de Parijse jodin Mireille Knoll. Dader was haar jonge moslimbuur. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn eigen daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gesubsidieerde) woord van Mohammed. Die had het nochtans zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'" Als je nu echt met een kwalijke en gevolgrijke leuze wil uitpakken, kameraad 68’er, kan je allicht beter dat zeer actuele profetenwoord gebruiken eerder dan het bloedeloze gezemel van de flaminganten.





Besluit



Proficiat aan Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen." De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.

Labels: , , ,

Read more...

14 augustus 2013

De Morgen veroordeeld (met d)



 

 

“Eigen folk eerst”, zo luidde de titel van een stuk van Douglas de Coninck en Jeroen de Preter in de Morgen (22-2-2003) over zangeres Soetkin Collier en het Vlaamse folkmilieu. Het is een ouderwets stuk “antifascistische” fichenbakjournalistiek. Ondanks de mythomane reputatie van dat hele genre, en van Douglas de Coninck als man van de X-dossiers, bevat het artikel wel wat juiste observaties.

Terecht stellen zij dat België en Soetkin zelf heel wat blamage bespaard gebleven is door de waarschuwing van de Staatsveiligheid aan de regering, waarin Soetkin een “militante van extreemrechts” heette. Daardoor werd zij voor het Eurosong-optreden van haar groep Urban Trad gewraakt. Als dat niet gebeurd was, zou de internationale pers er in de dagen vóór het songfestival zeker op uitgekomen zijn en dan was het schandaal niet te overzien geweest. Hier weet iedereen dat “extreemrechts” een holle codeterm is voor flamingantisme (de in het artikel genoemde NSV-acties waarvoor Soetkin in de Rijkswachtcombi terecht gekomen was, betroffen geen “racistische”, maar klassiek Vlaamse thema’s), maar in het buitenland zouden er onverbiddelijk krantenkoppen gevolgd zijn van het type: “Soetkin de SS-wolvin”.

Het artikel illustreert ook de sovjetisering van België. Om aanvaardbaar te worden moeten mensen van “foute” komaf openbaar hun ouders aanvallen. De interviewers hadden Soetkin zover gekregen: ”Ik heb twee fantastische ouders, maar ze hebben een foute ideologie. Ik verafschuw alles wat racistisch en fascistisch is. Ik heb in 1996 gebroken met dat duistere verleden.” Waarmee ze terloops haar ouders van racisme en fascisme beschuldigde, als een roodgardiste tijdens de Culturele Revolutie.

Met die knieval voor haar vervolgers trad zij, zo leren we nog, in de voetsporen van Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens, die haar kort na de doorbraak van hun folkensemble  Laïs op Dranouter 1996 uit de groep gezet hadden. Eens een carrière buiten het kleine Vlaamse milieu wenkte, was een aangebrand groepslid niet langer gewenst. Vooral omdat die anderen, volgens de auteurs, precies hetzelfde soort verleden torsten: ”Gouden stemmen met zwart timbre.”

De Laïs-zangeressen hebben in een uitvoerig recht van antwoord de reeks feitelijke onjuistheden en lage insinuaties in het artikel aan de kaak gesteld, inbegrepen een getuigenis dat valselijk in de mond van pater Luc Versteylen gelegd zou zijn. Hun wederwoord besloot met de hartenkreet: “En wat met geen woorden, ook niet met dit recht van antwoord, recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt. Onvergeeflijk.”

Toch hebben de auteurs het gedrag van Laïs tegenover Soetkin terecht gesitueerd binnen een welbekende wetmatigheid: je kunt je als gedoodverfd “fascist” alleen dedouaneren door weer anderen van “fascisme” te beschuldigen.

Dat tragikomische doorspelen van de extreemrechtse zwartepiet teistert nog steeds dat milieu --, zie bv. hoe in de Wallonië als “extreemrechts” gebrandmerkte N-VA (in La Dernière Heure, 4-11, noemt Richard Ruben, amuseur, Bart de Wever een “néo-fasciste” en “revisionniste”) zich des te feller tegen het VB afzet. Daar hebben de auteurs de vinger op een reële wonde gelegd, en zelfs zonder hun leedvermaak te laten blijken.

 

Schuld door associatie

Maar in hun Sippenhaftung-oefening tegen de familie Collier hebben zij wel een fout gemaakt. Soetkins vader Ivo Collier was een tijd uitbater van herberg De Leeuw van Vlaanderen, en daar, zo jagen zij de lezer de daver op het lijf, was “een postorderbedrijfje gevestigd voor wie zich wilde verdiepen in de werken van Grote Denkers die het bestaan van de nazi-concentratiekampen betwistten, zoals Alain de Benoist”. Maar die man, meesterdenker van de Franse Nouvelle Droite, behoort helemaal niet tot het ontkennersmilieu. De echte ontkenners verschaffen daarover graag duidelijkheid, bv. Robert Faurisson op zijn webstek, april 2004: ”Tussen de honderden publicatietitels merkt men één ding op: de Nouvelle Droite negeert het revisionisme volledig, en zegt nooit iets dat de joden zou kunnen ergeren.”

Ik zeg niet dat De Coninck en De Preter liegen, het is immers best mogelijk dat zij hun bewering in blind vertrouwen overgenomen hebben uit “antifa”-bronnen die het net van hun fascismebeschuldigingen zo breed mogelijk uitwerpen. Die zadelen hun gedesinformeerde lezer dan wel op met het risico van schuld aan laster en eerroof bij overname van de beschuldigingen. Een gevolg van de strafbaarstelling van revisionisme is immers dat de valse aantijging van revisionisme op haar beurt óók strafbaar is. In ieder geval, hun bewering was niet de waarheid en dat heeft hun rechtsvervolging vanwege Alain de Benoist opgeleverd. Tijdens hun proces konden zij geen beter “bewijs” aanvoeren dan het feit dat hij in media gepubliceerd heeft waarin ook holocaustontkenners aan het woord kwamen: het bekende lasterprocédé  van ”schuld door associatie”. Het Hof van Beroep te Brussel vonniste op 4 mei 2010 ten voordele van klager de Benoist: ”De journalist begaat een fout wanneer hij zonder over een objectief controleerbare bron te beschikken, iemand beschuldigt van het aankleven van een ideeëngoed dat  door de wet als een misdrijf wordt beschouwd.” Het Hof veroordeelde de lasteraars tot de symbolische één euro schadevergoeding.

 

Zwijgen als vermoord

De rechters putten zich echter uit om de pil voor De Morgen te vergulden. De geëiste publicatie van het arrest in DM werd niet toegekend, omdat de feiten al te lang geleden zouden zijn en het lezerspubliek zich de zaak niet herinnert. Alsof zeven jaar in de Belgische rechtspraak zo’n abnormaal lange duur tussen feiten en vonnis zou zijn. Zij kenden ook geen financiële compensatie toe, omdat de toegebrachte morele schade niet te becijferen zou zijn. Laat die welgedane rechters eens om een job gaan solliciteren met op hun voorhoofd het brandmerk ”negationist”, ze zullen gauw inzien dat de concrete financiële schade die laster toebrengt, alleen onbecijferbaar is in de zin van: onoverzienbaar groot. Alain de Benoist, inmiddels 66, heeft zich een leven lang door laster en uitsluiting heengeslagen, zodat een leugen in De Morgen voor hem nu niet veel verschil meer zal maken, maar dat moet hem het recht op een tastbare schadevergoeding niet ontnemen.  Bovendien verhoogt een voelbare straf voor misdadigers de kans dat ze hun misdaad niet zullen herhalen.

In ieder geval, De Morgen heeft een veroordeling opgelopen voor dat waarin die krant sedert de zaak Notaris X altijd al uitgeblonken heeft. Het vonnis is een half jaar oud, maar bij mijn weten heeft dit belangrijke nieuwsfeit, behalve het vakblad Nieuw Juridisch Weekblad, nergens de media gehaald. Zijn zij te passief geworden om het gerechtelijk nieuws op te volgen, of is dit een geval van solidariteit met collega’s die door de gevolgen van hun beroepsfouten ingehaald worden? Van De Morgen zelf kan die discretie ons niet natuurlijk verbazen. Hoewel, nu de BBC aan Bob Geldof haar verontschuldigingen aangeboden heeft wegens onjuiste berichtgeving over de bestemming van zijn “Live Aid”-fondsen, is het ook voor onze ochtendkrant tijd om openlijk haar spijt te betuigen aan de Benoist en aan de talloze anderen die zij door laster schade toegebracht heeft.

 

('t Pallieterke, 10 november 2010)

 

Labels: , , , , ,

Read more...

10 november 2010

De Morgen veroordeeld (met d)

“Eigen folk eerst”, zo luidde de titel van een stuk van Douglas De Coninck en Jeroen De Preter in De Morgen (22-2-2003) over zangeres Soetkin Collier en het Vlaamse folkmilieu. Het is een ouderwets stuk “antifascistische” fichenbakjournalistiek. Ondanks de mythomane reputatie van dat hele genre, en van Douglas De Coninck als man van de X-dossiers, bevat het artikel wel wat juiste observaties.



Terecht stellen zij dat België en Soetkin zelf heel wat blamage bespaard gebleven is door de waarschuwing van de Staatsveiligheid aan de regering, waarin Soetkin een “militante van extreemrechts” heette. Daardoor werd zij voor het Eurosong-optreden van haar groep Urban Trad gewraakt. Bij alle verontwaardiging en hilariteit (“belgenmop”) was dat welbeschouwd het minste kwaad. Als het niet gebeurd was, zou de internationale pers er in de dagen vóór het songfestival zeker op uitgekomen zijn, en dan was het schandaal niet te overzien geweest. Hier weet iedereen dat “extreemrechts” een holle codeterm is voor flamingantisme (de in het artikel genoemde NSV-acties waarvoor Soetkin in de rijkswachtcombi terecht gekomen was, betroffen geen “racistische” maar klassiek Vlaamse thema’s), maar in het buitenland zouden er onverbiddelijk krantenkoppen gevolgd zijn van het type: “Soetkin de SS-wolvin”.

Het artikel illustreert ook de sovjetisering van België. Om aanvaardbaar te worden moeten mensen van “foute” komaf openbaar hun ouders aanvallen. De interviewers hadden Soetkin zover gekregen: “Ik heb twee fantastische ouders, maar ze hebben een foute ideologie. Ik verafschuw alles wat racistisch en fascistisch is. Ik heb in 1996 gebroken met dat duistere verleden." Waarmee ze terloops haar ouders van racisme en fascisme beschuldigde, als een roodgardiste tijdens de Culturele Revolutie.

Met die knieval voor haar vervolgers trad zij, zo leren we nog, in de voetsporen van Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens, die haar kort na de doorbraak van hun folkensemble Laïs op Dranouter 1996 uit de groep gezet hadden. Eens een carrière buiten het kleine Vlaamse milieu wenkte, was een aangebrand groepslid niet langer gewenst. Vooral omdat die anderen, volgens de auteurs, precies hetzelfde soort verleden torsten: “Gouden stemmen met zwart timbre.”

De Laïs-zangeressen hebben in een uitvoerig recht van antwoord de reeks feitelijke onjuistheden en lage insinuaties in het artikel aan de kaak gesteld, inbegrepen een getuigenis dat valselijk in de mond van pater Luc Versteylen gelegd zou zijn. Hun wederwoord besloot met de hartekreet: “En wat met geen woorden, ook niet met dit recht van antwoord, recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt. Onvergeeflijk.”

Toch hebben de auteurs het gedrag van Laïs tegenover Soetkin terecht gesitueerd binnen een welbekende wetmatigheid: je kan je als gedoodverfd “fascist” alleen dedouaneren door weer anderen van “fascisme” te beschuldigen. Dat tragikomische doorspelen van de extreemrechtse zwartepiet teistert nog steeds dat milieu, zie bv. hoe de in Wallonië als “extreemrechts” gebrandmerkte N-VA (in La Dernière Heure, 4-11, noemt Richard Ruben, amuseur, Bart De Wever een “néofasciste” en “révisionniste”) zich des te feller tegen het VB afzet. Daar hebben de auteurs de vinger op een reële wonde gelegd, en zelfs zonder hun leedvermaak te laten blijken.

Maar in hun Sippenhaftung-oefening tegen de familie Collier hebben zij wel een fout gemaakt. Soetkins vader Ivo Collier was een tijd uitbater van herberg De Vlaamse Leeuw, en daar, zo jagen zij de lezer de daver op het lijf, was “een postorderbedrijfje gevestigd voor wie zich wilde verdiepen in de werken van Grote Denkers die het bestaan van de nazi-concentratiekampen betwistten, zoals Alain de Benoist”. Maar die man, meesterdenker van de Franse Nouvelle Droite, behoort helemaal niet tot het ontkennersmilieu. De echte ontkenners verschaffen daarover graag duidelijkheid, bv. Robert Faurisson op zijn webstek, april 2004: “Tussen de honderden publicatietitels merkt men één ding op: de Nouvelle Droite negeert het revisionisme volledig, en zegt nooit iets dat de joden zou kunnen ergeren.”

Ik zeg niet dat De Coninck en De Preter liegen, het is immers best mogelijk dat zij hun bewering in blind vertrouwen overgenomen hebben uit “antifa”-bronnen die het net van hun fascismebeschuldigingen zo breed mogelijk uitwerpen. Die zadelen hun gedesinformeerde lezers dan wel op met het risico van schuld aan laster en eerroof door overname van de beschuldigingen. Een gevolg van de strafbaarstelling van revisionisme is immers dat de valse aantijging van revisionisme op haar beurt óók strafbaar is.

In ieder geval, hun bewering was niet de waarheid, en dat heeft hun rechtsvervolging vanwege Alain de Benoist opgeleverd. Tijdens hun proces konden zij geen beter “bewijs” aanvoeren dan het feit dat hij in media gepubliceerd heeft waarin ook holocaustontkenners aan het woord kwamen: het bekende lasterprocédé van “schuld door associatie”. Het Hof van Beroep te Brussel vonniste op 4 mei 2010 ten voordele van klager de Benoist: "De journalist begaat een fout wanneer hij zonder over een objectief controleerbare bron te beschikken, iemand beschuldigt van het aankleven van een ideeëngoed dat door de wet als een misdrijf wordt beschouwd." Het Hof veroordeelde de lasteraars tot de symbolische één euro schadevergoeding.

De rechters putten zich echter uit om de pil voor De Morgen te vergulden. De geëiste publicatie van het arrest in De Morgen werd niet toegekend, omdat de feiten al te lang geleden zouden zijn en het lezerspubliek zich de zaak niet herinnert. Alsof zeven jaar in de Belgische rechtspraak zo’n abnormaal lange duur tussen feiten en vonnis zou zijn. Zij kenden ook geen financiële compensatie toe, omdat de toegebrachte morele schade niet te becijferen zou zijn. Laat die welgedane rechters eens om een job gaan solliciteren met op hun voorhoofd het brandmerk “negationist”, ze zullen gauw inzien dat de concrete financiële schade die laster toebrengt, alleen onbecijferbaar is in de zin van “onoverzienbaar groot”. Alain de Benoist, inmiddels 66, heeft zich een leven lang door laster en uitsluiting heengeslagen, zodat een leugen in De Morgen voor hem nu niet veel verschil meer zal maken, maar dat moet hem het recht op een tastbare schadevergoeding niet ontnemen. Bovendien verhoogt een voelbare straf voor misdadigers de kans dat ze hun misdaad niet zullen herhalen.

Dat de rechters zulke moeite doen om De Morgen een gepaste straf te besparen, bewijst minstens dat zij niet van partijdigheid ten gunste van de klagende partij kunnen verdacht worden, integendeel. Als zij de krant dan toch in het ongelijk gesteld hebben, was het omdat haar schuld met geen middelen te ontkennen viel. In ieder geval, De Morgen heeft een veroordeling opgelopen voor dat waarin die krant sedert de zaak Notaris X altijd al uitgeblonken heeft.

Het vonnis is een half jaar oud, maar bij mijn weten heeft dit belangrijke nieuwsfeit, behalve het vakblad Nieuw Juridisch Weekblad, nergens de media gehaald. Zijn zij te passief geworden om het gerechtelijk nieuws op te volgen, of is dit een geval van solidariteit met collega’s die door de gevolgen van hun beroepsfouten ingehaald worden? Van De Morgen zelf kan die discretie ons niet natuurlijk verbazen. Hoewel, nu de BBC aan Bob Geldof haar verontschuldigingen aangeboden heeft wegens onjuiste berichtgeving over de bestemming van zijn “Live Aid”-fondsen, is het ook voor onze ochtendkrant tijd om openlijk haar spijt te betuigen aan de Benoist en aan de talloze anderen die zij door laster schade toegebracht heeft.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten