9 februari 2021

Alle hens aan bakboord

 

Alle hens aan bakboord


(Doorbraak, 10 februari 2021)

 

Op een schip heet de rechterflank stuurboord, de linker bakboord. Uit ontevredenheid met de linkse koers die de christendemocratische partij zich al vele jaren eigen gemaakt heeft, en waartegen zelfs de gedoodverfd rechtse politici Pieter De Crem en Hendrik Bogaert geen daadwerkelijke vuist hebben durven maken, heeft nu een groepje meestal jongere CD&V-politici, onder leiding van Ward Kennes, zich verenigd onder de noemer Stuurboord. We hoorden er voor het eerst van op Doorbraak (Emile Desimpel en Pieter Smits: ‘Laat de kat maar muizen vangen’, 23 december 2021).

Daarin wil de Stuurboord-groep na de Corona-uitgaven niet ‘onze kinderen en kleinkinderen met een zware erfenis belasten’, en wel ‘de transfers van Vlaanderen naar Wallonië ter harte nemen’. Verder een ‘gezinsvriendelijke fiscaliteit’ en een Coronabeleid dat ‘het belang van religieuze vieringen erkent’; een ‘keuze voor voorzichtigheid en duurzaamheid’ die nauw aansluit ‘bij de christendemocratische gedachte van het rentmeesterschap en een terughoudende visie op maakbaarheid’ en ‘afstand nemen van materialistische ideologieën van alle slag’. Kortom, helemaal de aloude Christelijke Volkspartij. Het bestaan van deze tendens werd ook gesignaleerd in De Standaard van 25 januari.

 

Bakboord

In reactie tegen hen heeft een andere groep een vrije tribune in De Standaard gepubliceerd: ‘Stuurboord noch bakboord, wel aan boord’ (29 januari 2021). Ook daar gaat het om een groep backbenchers met een veteraan als boegbeeld, namelijk Reginald Moreels.

De groep is niet eerlijk genoeg om zichzelf Bakboord te noemen (verder dus zonder hoofdletter), hoewel in hun tekst alleen nijdige uithalen naar groepen rechts van hen voorkomen, zowel binnen als buiten de partij, maar geen enkele naar groepen links van hen. (Vreemd dat de Standaard-redactie die nochtans duidelijk bevriende groep niet in zijn eigen belang aangemaand heeft om het puberale en antipathieke toontje wat bij te stellen.) Hun aandacht gaat uit naar ‘de strijd tegen armoede, de wanhoop van vluchtelingen, mensen zonder papieren, transmigranten, de ellende van daklozen, de uitzichtloze verbanning van gevangenen, de boosheid van slachtoffers van racisme en discriminatie, van slachtoffers van politiegeweld’, stuk voor stuk bekende linkse stokpaardjes.

Daarnaast moeten bekommerdheid om ‘het verdriet van ouders van ongeneeslijke kinderen, de eenzaamheid van ouderen’ en dergelijke punten uit de in hun zuil belangrijke zorgsector de indruk van continuïteit vestigen, zonder ook maar enigszins een ideologisch tegenwicht te vormen voor hun keuze voor links. Alleen ‘slachtoffers van rebelse jongeren’ schijnt aan de nood van de volksmens te beantwoorden, lippendienst aan wie de gevolgen van het door henzelf geprefereerde linkse beleid moet dragen. Echter zonder een schijn van beleid dat daar werk van moet maken, noch in hun manifest noch in de praktijk van de CD&V-ministers, zoals tot vorig jaar de justitieminister Koen Geens.  

 

 

De authentieke christendemocratie

Het vertoog van de Stuurboord-groep heet hier ‘haaks op de fundamenten van de christendemocratie’. De bewering dat zijzelf niet de linkervleugel van de partij zijn, wel de authentieke kern van de christendemocratie, volgt helemaal het huidig vertoog van links. Dat stelt zich namelijk voor als vanzelfsprekend, als op de wetenschap gebaseerd, als gezond verstand, en demoniseert al wie niet meeloopt als extremistisch, als haat en nepnieuws. Het blijkt echter klinkklare onzin als je hun programma naar het verleden transponeert: was de partij van Gaston Eyskens groot geworden als de partij van de ‘mensen zonder papieren’?

Lang geleden was de Katholieke Partij dé rechterzijde in de Belgische politiek. Dat bleef zo nadat zij in 1945 de Christelijke Volkspartij geworden was. Zij was weliswaar wat naar links opgeschoven, maar dat deden de liberalen ook; zoals men rond 1970 zei: ‘We’re all socialists now.’ (Dat ook de liberale zuil ooit, als belichaming van het Verlichtingsdenken, tegenover de religieuze partijen als links gold, blijkt nog uit de naam van de Deense rechtsliberale partij Venstre, wat ‘links’ betekent.) Na het ontstaan van de Volksunie, die zich aanvankelijk eveneens christelijk noemde, was er mogelijk een snipperpartij ter rechterzijde, maar ook zij gaf toe aan de tijdsgeest en naarmate zij groter werd, schoof zij mee op naar links.

Door de teloorgang van het christelijk geloof in onze samenleving verloor de christelijke zuil zijn identiteit. Dat is na lang een feitelijke toestand geweest te zijn, tenslotte geformaliseerd in het afstoten van het woord ‘christelijk’ of ‘katholiek’ uit de naam van allerlei geledingen van de ‘Roomse’ zuil, bijvoorbeeld het omdopen van het Algemeen Christelijk Werkersverbond tot het ideologisch wazige De Beweging. Dat verlies van een ideologische ruggengraat vergemakkelijkte de overname van de linksgezinde tijdsgeest. Aangaande alle hete hangijzers van vandaag is hij nauwelijks te onderscheiden van zijn socialistische rivalen.

 

 

Tijdsgeest

Jean-Luc Dehaene had hetzelfde aggiornamento willen opleggen aan de partijnaam CVP, maar de naamsverandering tot CD&V behield zijdelings het woord ‘christen’ en voegde er verrassend, tegen de steeds belgicistischer tijdsgeest in, zelfs het woord ‘Vlaams’ aan toe. En hier ligt het zwaartepunt van de bakboord-opstand tegen de reëel bestaande christendemocratie: de partijleiding, en zeker de Stuurboord-groep, durft warempel om nog trouw trouw te blijven aan het engagement pro Vlaams zelfbestuur van de vorige generaties. Die trouw aan de partijstandpunten op communautair gebied heet hier: ‘Ze stappen moeiteloos mee in het dogmatische duale denken dat “Vlaanderen” systematisch uitspeelt tegen “Wallonië”.’ Zelfs de naam ‘Vlaanderen’ moet tussen aanhalingstekens, alsof het niet echt bestaat.

De Vlaamse beweging houdt deze evolutie best in het oog. Hoewel de bakboordvleugel niet goed ter tale is, heeft hij wel de wind in de zeilen. Onder de Vivaldi-regering en met uniform vijandige media is Vlaanderen volledig in het defensief, ook binnen CD&V.

Nog een stuk tijdsgeest dat de linkervleugel in de kaart speelt, is het aantreden van Joe Biden. In zijn inauguratierede zalfde hij door het woord ‘verbinding’ in de mond te nemen, en verder deed hij (net als in zijn verkiezingsredes of in de mediacommentaren) aldoor het tegendeel: hij zweepte verder de haat tegen de Deplorables op. Dat vonden de bakboord-ondertekenaars ‘heel christendemocratisch klinken’. Het is meteen de opstelling van de hele linkerzijde: fulmineren tegen de ‘polarisatie’ en inmiddels haat spuien tegen alle andersdenkenden.

De CD&V-ers moeten maar onder elkaar uitmaken of de linkervleugel de ziel van de christendemocratie mag kapen. Maar wat daar gebeurt is veelbetekenend voor de politieke machtsverhoudingen in het algemeen.

 

 

 

(Pieter De Crem, Hendrik Bogaert, Ward Kennes, Emile Desimpel, Pieter Smits, Reginald Moreels, Koen Geens, Jean-Luc Dehaene, Gaston Eyskens, Joe Biden)

Labels: , , , ,

Read more...

6 oktober 2013

Wouter Beke legt de lat op 20 procent (Hoegin)

Naar aanleiding van zijn herverkiezing als partijvoorzitter was Wouter Beke zo boud om de lat voor de CD&V in 2014 op 20 procent te leggen. Als je kijkt naar de historische trend van de laatste zestig jaar, de peilingen van de laatste jaren, of de uitslag van de laatste federale verkiezingen, dan is het duidelijk dat dit een bijzonder ambitieus doel is voor de CD&V. Wouter Beke zelf trekt zich echter op aan het resultaat van de provincieraadsverkiezingen in 2012. Of legt hij gewoon de lat zo hoog dat het ongevaarlijk wordt eronderdoor te gaan?

Beginnen we met de historische trend. In 1946 startte de partij met een score van 56,2% in Vlaanderen, en steeg in 1960 met 60,4% zelfs even boven de kaap van de zestig procent uit. Sindsdien gaat het gestaag bergaf met de christen-democratie in Vlaanderen, met als voorlopig dieptepunt de verkiezingen van 2010. De partij haalde toen voor de Kamer 17,6% van de stemmen, en zakte voor de Senaat zelfs verder door tot 16,1%. Al naargelang je op de verkiezingsresultaten van de CVP/CD&V een lineaire of een logaritmische regressie toepast kom je uit op een achteruitgang van gemiddeld 0,63% per jaar of een halvering eens om de veertig jaar.

Wat betekent dit, in mensentaal, voor de verkiezingen van 2014? Dat, tenzij er zich een trendbreuk zou voordoen, de CD&V op 25 mei 2014 ergens tussen de 10 en de 22 procent zal scoren, met als meest waarschijnlijke uitslag 15–16 procent. Een score van 20 procent of meer is dus zeker niet uitgesloten, maar niet erg waarschijnlijk. En een trend die al meer dan zestig jaar stand houdt ombuigen is geen sinecure, zeker niet als men ze in positieve zin wil ombuigen. De laatste jaren hebben slechts twee politici een historische trend weten om te buigen: Guy Verhofstadt in negatieve zin voor het liberalisme, en Bart de Wever in positieve zin voor het Vlaams-nationalisme.

Over naar de peilingen. Daar moeten we al terug naar de peiling van De Standaard en VRT van 2 april 2010 voor een score van 20 procent of meer. Sindsdien kwam de partij zelfs niet meer boven de 19 procent uit, behalve dan in die ene peiling van 7 oktober 2011 bij diezelfde peiler. De laatste maanden zien we echter een lichtjes positieve trend voor de CD&V in de peilingen. In de twee peilingen van verleden maand scoorde de CD&V bij Le Soir 17,2%, en bij La Libre Belgique 17,3%. Zonder rekening te houden met eventuele systematische scheeftrekkingen of andere methodologische problemen levert dat een kans op van ongeveer 0,2% om boven de 20 procent uit te komen. Of nog, op basis van deze twee peilingen is het een veiligere gok om op 25 mei 2014 met drie dobbelstenen in één keer drie zessen te smijten dan erop te wedden dat de CD&V boven de lat van Wouter Beke springt.

Wat dan met die provincieraadsverkiezingen? De CD&V haalde op 14 oktober 2012 inderdaad 21,4% van de stemmen voor de provincieraden. Sommigen menen dat dit in verband staat met de gemeenteraadsverkiezingen: lokaal populaire CD&V-burgemeesters zouden voor CD&V-stemmen in de provincieraden zorgen. Ik betwijfel echter of kiezers die in 2010 nog voor de N-VA stemden in 2012 «per ongeluk» opnieuw voor de CD&V zouden stemmen. Mijn vermoeden is dat enkele N-VA-kiezers uit 2010 teruggevloeid zijn naar de CD&V, omdat zij niet helemaal tevreden waren met de gang van zaken rond de regeringsvorming. Maar meer nog, dat voor een aantal kiezers de provincieraden zo onbekend en zo onbelangrijk zijn, dat zij vinden dat daar geen «kracht van verandering» nodig was. Het is dan maar de vraag of Wouter Beke volgend jaar opnieuw op die groep kiezers zal kunnen rekenen, wanneer het over de federale en de regionale verkiezingen gaat – met bijhorende verkiezingscampagne.

Op dit punt moeten we toch zeggen dat 20 procent al bij al een beetje een merkwaardig doel is. Als Wouter Beke echt de provincieraadsverkiezingen als referentiepunt wil gebruiken, waarom legt hij de lat dan niet op die uitslag – 21,4%? Zo zeker is hij blijkbaar dan toch niet van zijn stuk, want hij stelt zich in 2014 al tevreden als de achteruitgang voor zijn partij niet meer dan 1,4% bedraagt. Ter vergelijking: zoals het er nu naar uitziet zal de N-VA de verkiezingen van 2014 in de media verliezen als ze er niet minstens een procent of drie–vier bij doet.

Zoals altijd, en dan zeker bij de CD&V, geldt ook hier dat er een «voor» en een «na» de verkiezingen is. De 20 procent zijn immers niet meer dan een pose vóór de verkiezingen, die moeten dienen om de partij te onderscheiden van de sp.a en de Open Vld. Van zodra echter op 25 mei 2014 de eerste resultaten zullen binnenkomen, zullen de provincieraadsverkiezingen van 2012 geruisloos uit de CD&V-communicatie verdwijnen. Haalt de partij bijvoorbeeld 19,8% van de stemmen, dan zal er alle nadruk op gelegd worden dat de partij erop vooruitgaat tegenover 2010, niet dat ze erop achteruitgaat tegenover 2012. Of hoe «christen»-democraat Wouter Beke vandaag al de leugen van 25 mei 2014 voorbereidt…

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten