28 augustus 2013

Pervers categorisch denken en spreken


Dat taal een belangrijk wapen is in politieke en ideologische strijd weten we natuurlijk al sinds de oudheid. Toch wil ik hier kort wat licht laten schijnen over een specifiek mechanisme van misleiding dat vandaag schering en inslag is, en dat we categorisch taalgebruik kunnen noemen: meningen of handelingen die in vele opzichten zeer uiteenlopend zijn maar vanuit een zeer specifiek perspectief een gemeenschappelijk kenmerk hebben, worden steevast in één categorie ondergebracht en wel onder de noemer van het meest verwerpelijke uit die categorie. Vele termen voor verwerpelijke gedachten of of gedragingen worden bewust overgedragen op andere gedachten en gedragingen om die als even erg te kunnen bestempelen en te eisen dat de strijd ertegen even hard wordt gevoerd.

Bij sommige voorbeelden is er nog een redelijk verband, zoals de uitbreiding van het begrip “geweld” naar psychisch geweld”, hoewel dat laatste dan zo ruim wordt gebruikt dat elke proportie wel zoek geraakt. Een evident voorbeeld is de term discriminatie, die het mogelijk maakt elk niet correct gemotiveerd onderscheid maken in dezelfde categorie van verwerpelijkheid te steken. Wanneer men een moord, foltering, geweldpleging, diefstal, enzovoort niet meer op de eerste plaats zo noemt, maar op de eerste plaats bestempelt als racisme, seksisme, homofobie, enzovoort, dan zegt me daarmee eigenlijk dat enerzijds een identieke daad als moord, foltering enz. met een ander oogmerk minder erg is, en anderzijds dat elke racistische, seksistische, enz. gedraging tot dezelfde categorie behoort en dus in wezen even erg is als die moord. 

Meer nog: het etiket wordt gebruikt opdat de toehoorder niet meer zou durven vragen wat er eigenlijk precies gebeurd is: de beschuldigde is veroordeeld nog voor men de feiten kent. Als iemand eenmaal “dader” is (bv. pedofiel) en een andere “slachtoffer’, dan is daarmee blijkbaar alles gezegd en wordt het obsceen geacht om nog nuances te maken en niet alles op een hoop te gooien. Want jawel, er zijn gradaties van geweld, gradaties van pedofilie, gradaties van homofobie, en het is pervers ze telkens onder één noemer te brengen, zoals het pervers is om de zogenaamde besnijdenis van meisjes met dezelfde term te benoemen als die van jongens.  Die gradaties verwerpen als ‘relativering’ is niet minder categoriek dan  de uitroep ‘fraude is fraude’ - of ‘misdrijf is misdrijf” - en de stelling dat elk misdrijf even hard moet vervolgd worden. Zero-tolerantie alom ! Waarom niet ineens de doodstraf in plaats van een GAS-boete ?

Vergelijkbaar misbruik is er ook te vinden met termen als nationalisme of (anti)-verlichting: al wie op minstens één punt een nationalistisch credo deelt wordt op één lijn gesteld met de slechtste vertegenwoordiger van die categorie, en al wie ook maar op één punt afwijkt van een bepaalde definitie van verlichting is  dus ontmaskerd als de anti-verlichting in vlees en bloed.

En tot slot, eerlijk is eerlijk: het is ook misleidend om over ‘de’ monarchie en ‘de’ republiek te spreken, alsof het democratiegehalte van een staatsvorm op de eerste plaats daarvan afhangt.  Laat ons dat categorisch denken bestrijden, zij het toch ook met nuance.
Read more...

27 augustus 2013

BHV: De Vlaming betaalt (Hoegin)

Verleden week bracht de krant De Tijd de resultaten van de werklastmeting in het gerechtelijk arrondissement Halle-Vilvoorde. Niet echt een primeur, want de resultaten waren eind juni ook al eens uitgelekt. Uit het KPMG-rapport blijkt echter wat iedereen eigenlijk al lang wist, namelijk dat de gehanteerde 80F/20N-verdeling voor de benoeming van de rechters langs geen kanten klopt. Iedereen, behalve de institutionele partijen natuurlijk. Die gaven deze keer eerst niet thuis, om vervolgens doodleuk te verklaren dat er eigenlijk geen probleem is. Wel een beetje merkwaardig dat diezelfde institutionele partijen de Franstaligen echter niet met de cijfers van het bewuste rapport willen confronteren, om hen niet te «bruuskeren». Als er echter één ding zeker is, dan wel dat de Vlaming alweer zal mogen betalen. Bij het kabinet van staatssecretaris Servais Verherstraeten was men er in ieder geval als de kippen bij om onmiddellijk al tegemoetkomingen… voor de Franstaligen klaar te stomen.

Bij de «splitsing» (eigenlijk een ontdubbeling zoals de Franstaligen eisten, en geen splitsing zoals de Vlamingen vroegen) van het gerechtelijke arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde werd overeengekomen dat de rechters in Brussel voortaan in een verhouding 80F/20N benoemd zouden worden. Het zou de voormalige minister van Justitie Stefaan de Clerck geweest zijn die verantwoordelijk is voor de foute verdeelsleutel, maar het feit alleen al dat aan Vlaamse zijde niemand openlijk verantwoordelijk wil tekenen voor die verdeelsleutel zegt genoeg. Veel verder dan «dit is nu eenmaal het resultaat» en «meer zat er niet in» geraakt men daar niet, en dus berust men maar in de feiten. Voldongen feiten kan men zelfs stilaan zeggen, want de Nederlandstalige uitloop bij de Brusselse rechtbanken kwam onmiddellijk na het akkoord al meteen op gang.

In het akkoord werd wel een klein veiligheidsventieltje ingebouwd: de cijfers zouden later aangepast worden aan de resultaten van een werklastmeting, en dus was er voor de Vlaamse partijen geen vuiltje aan de lucht. De Franstalige partijen noteerden vooral dat de verdeelsleutel 80F/20N binnen was, en dat het daar dan ook wel zou bij blijven.

Methode van de schuif

Het zal de lezer wel niet verwondering dat de bestelling van de werklastmeting nogal wat voeten in de aarde had. Maar wonder boven wonder, ze kwam er uiteindelijk toch, en wat misschien wel een unicum in de Belgische geschiedenis moet zijn: de Vlamingen hoefden er niet eens extra voor te betalen. Meer zelfs, eens de studie bij KPMG besteld, werd ze nog uitgevoerd ook, en de resultaten samengevat in een rapport. Om vervolgens in de schuif van staatssecretaris Servais Verherstraeten te belanden, en daar ook te blijven liggen.

Waarom bleef dat beruchte KPMG-rapport zo lang in de schuif van Servais Verherstraeten liggen? Volgens de geruchten omdat men de Franstalige partijen dus niet wou «bruuskeren» met de resultaten. En dat is op z'n minst toch een merkwaardige gang van zaken. Als er immers één zijde is die zich door de cijfers in dat rapport gebruuskeerd zou moeten voelen, dan toch wel de Vlaamse. Het is nu immers voor iedereen duidelijk dat de oorspronkelijke 80F/20N-verdeelsleutel niets anders dan een geval van platte oplichterij was. In een normale wereld zouden het dan de Vlamingen moeten zijn die verontwaardigd reageren, en de Franstaligen vervolgens met tegemoetkomingen op de proppen moeten komen. Morele schadevergoeding heet zoiets in juridisch jargon.

Belgische meerwaarde

Niet zo in België anno 2013, dat volgens de institutionele partijen nog steeds een meerwaarde betekent voor Vlaanderen. Daar zijn het immers de Franstaligen die verontwaardigd reageren op de resultaten van het rapport, en de Vlamingen die al onmiddellijk de portefeuille bovenhalen om nog eens te mogen betalen. Vooral straf is dat de Franstaligen niet alleen de resultaten van het rapport van de hand wijzen, maar ook de gebruikte methode, en bovendien uitschreeuwen dat de vertaling van het rapport een belediging voor de Franse taal zou zijn. Nog goed dat de Belgische staat nooit een rapport, wettekst of mededeling heeft afgeleverd die als een belediging aan het adres van de Nederlandse taal opgevat kon worden!

Ik vraag mij trouwens af wat dat precies wil zeggen: een te Vlaamse methode om de werklast te meten. Is het soms zo dat Vlaamse dossiers in Franstalige ogen fundamenteel minder wegen? Of hebben Franstalige rechters voor hetzelfde werk een beetje meer denkwerk nodig, kwestie van hun nobele Franstalige hersenen niet te zeer te pijnigen? Dat geen enkele Vlaamse krant bij die Franstalige politici wilde informeren hoe dat precies in mekaar zat!

«Trotse» Wouter Beke niet thuis

De reactie van de Vlaamse institutionele partijen was bijzonder treffend: men gaf gewoonweg niet thuis. Ik kan de lezer overigens aanraden eens in het archief van DeRedactie.be te duiken en er de zoekterm «BHV» in te tikken. De lijst met hoera-interviews, en dan in het bijzonder van de «trotse» Wouter Beke, zijn om van te smullen. En ook de titel van de 11 juli-boodschap van Wouter Beke in 2012, vlak voor de goedkeuring van het akkoord, kon tellen: «Voortaan moeten de speeches niet meer gaan over BHV».

Mij viel vooral op hoe de media op hun beurt reageerden op de afwezigheid van enige reactie bij de institutionele partijen: niet. Het illustreerde nog maar eens het probleem met de «Vlaamse» media: op cruciale momenten, wanneer blijkt dat een communautair akkoord op een ronduit criminele manier nadelig is voor de Vlamingen en de institutionele partijen met de broek op hun enkels gesnapt worden, pleegt wat de vierde macht zou moeten zijn weer eens schuldig verzuim. Geen enkel medium met een beetje plichtsbesef tegenover de eigen gemeenschap zou toelaten dat één van die vier institutionele partijen de ene dag niet thuis zou kunnen geven, om vervolgens een dag later al doodleuk over een ander thema geïnterviewd te worden zonder ook maar één lastige vraag. Zo láát men die vier institutionele partijen met hun crimineel bedrog wegkomen, en die institutionele partijen weten dat maar al te goed.

Franstalig geheugenverlies

Ook het opmerkelijke feit dat men de eerste dag niet wou te reageren, om zich vervolgens de tweede dag dan toch plots te herinneren dat er helemaal niet opnieuw onderhandeld dient te worden, werd nergens in de media wat meer belicht. Zou de stelling dat de resultaten van de werklastmeting automatisch de 80F/20N-verdeelsleutel teniet doen werkelijk kloppen? Merkwaardig dat de Franstaligen zich zoiets uitdrukkelijk niet kunnen herinneren. De lezer zal wel weten wat dat betekent: de Vlamingen zal betalen. Het is immers best mogelijk dat zowel de letter als de geest van de wet de Vlaamse partijen gelijk geeft, het zal uiteindelijk toch de Franstalige interpretatie zijn die uitgevoerd wordt. Vraag het maar eens na in de faciliteitengemeenten…

Maar ook minister van Justitie Annemie Turtelboom schijnt zich geen automatisch mechanisme in het akkoord te kunnen herinneren. Zoals we ['t Pallieterke] op 10 juli al schreven, stelde Vlaams Belanger Bart Laeremans haar immers op 4 juli al een kritische vraag over de eerste lekken van het KPMG-rapport. Haar antwoord, en let op de voorwaardelijke wijs wat de beslissing betreft, luidde als volgt: «Het monitoringcomité, dat is samengesteld uit de premier, de twee staatssecretarissen bevoegd voor institutionele hervormingen en de acht partijvoorzitters, zal op basis van die definitieve en gevalideerde resultaten beslissen of de kaders moeten worden aangepast.» Eén Franstalige partijvoorzitter die dwars ligt, en de kaders worden dus helemaal niet aangepast.

Zijn Vlamingen mensen?

Maar ten gronde: wat voor onzinnig akkoord was dat eigenlijk? Hoe is het mogelijk dat het aantal benoemingen van rechters afhankelijk is van één of andere onderhandelde verdeelsleutel, en niet van de reële werklast zonder meer? Dat daarvoor een werklastmeting in het akkoord ingeschreven diende te worden is op zich al een straf verhaal, maar het strafst van al is toch wel dat de Franstaligen dit blijkbaar als een punt zagen waarop zij zoveel mogelijk buit moesten binnenhalen. Dat zegt veel over hun fundamenteel gebrek aan respect voor de Vlamingen, die zij nog steeds niet voor volle mensen aanzien.

Want het is toch van twee dingen één: ofwel ziet men België als een soort betalingswerktuig waarmee men Franstaligen aan een goedbetaalde baan als rechter kan helpen, behoefte of geen behoefte. Het enige wat dan telt is dat men in Brussel vier keer meer Franstalige dan Nederlandstalige rechters heeft, desnoods om tijdens de uren maar een potje te kaarten als alle dossiers afgehandeld zijn. Ofwel vindt men gewoon niet dat de Vlamingen in Brussel recht hebben op voldoende rechtsbedeling, en is het enige wat telt dat men in Brussel vier keer minder Nederlandstalige dan Franstalige rechters heeft. De Vlamingen moeten, zo een beetje als koeien en ander huisvee, voldoende opbrengen, en voor de rest niet te veel last verkopen. Een paar rechtertjes kunnen er dus wel af, maar niet zoveel dat ze zouden beginnen denken gelijkwaardig aan de Franstaligen te zijn. En laten we eerlijk zijn: met 20% Nederlandstalige rechters waren de Franstaligen dan al zeer breeddenkend, of moeten we soms ook koeienrechters gaan benoemen, quoi?

Franstalige eisen – Vlaamse beden

Zou er trouwens ook maar ergens één enkele Vlaamse politicus gevonden kunnen worden die in Brussel iets anders zou durven eisen dan dat de rechters er benoemd zouden worden in verhouding tot de reële werklast? Was daar verleden week bijvoorbeeld Karel de Gucht niet die bij de N-VA allerlei vreselijk bloedlijnen wist te ontwaren, die nog net niet rechtstreeks naar Auschwitz leidden? Het moet voor hem toch een koud kunstje zijn om met zijn arendsblik ergens een N-VA'er (of, horresco referens, een Vlaams Belanger!) op te dissen die in Brussel een verdeelsleutel zou willen eisen om er zelfs nog maar een half procentje teveel Vlaamse rechters te benoemen? Ter vergelijking: zelfs de meest welwillende Belgischgezinde Franstalige politicus zou het nog niet invallen de Vlamingen in Brussel toe te staan wat eigenlijk de normaalste zaak van de wereld zou moeten zijn: een eerlijke verdeling. Misschien moet mensenrechtenspecialiste Eva Brems zich daar maar eens op toeleggen, in plaats van zich te gedragen als een moslima- en holebirechtenactiviste.

Dit artikel verscheen op 14 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

15 augustus 2013

Een Texaans cowboyverhaal (Hoegin)

In een openhartig interview met Knack deed topeconoom Ivan van de Cloot van de denktank Itinera er verleden week zijn beklag over dat hij bedreigd zou worden. Hij diste daarbij een nogal plastisch verhaal op van hoe een «topminister» tijdens de recentelijke exportmissie naar Houston zou gezegd hebben dat iedereen die kritiek op het ACW had gegeven aangepakt zou worden. In bepaalde kringen werd onmiddellijk moord en brand geschreeuwd, maar is het in de Belgisch/Vlaamse modelstaat wel zo uitzonderlijk dat iemand bedreigd of zelfs gebroodroofd wordt omwille van zijn mening?

Voor de lezers die het interview niet gelezen hebben citeren we even de passage in het Knack-interview waarin Ivan van de Cloot beschrijft wat er zich in Houston zou hebben afgespeeld:
Onlangs reisde er een belangrijke Vlaamse handelsmissie naar de Verenigde Staten. Ik was er niet bij, maar achteraf kreeg ik volgend bericht van wat er gezegd is. (neemt een papier en schraapt de keel): “Op de exportmissie in Houston vertelde een topminister aan de journalisten dat iedereen die kritiek had gegeven op het ACW, één voor één zouden worden aangepakt. En terwijl hij dat vertelde, maakte hij van zijn hand een revolver en schoot hij.”
De George Clooney uit Puurs

Zoals Knack zelf opmerkt namen Vlaams minister-president Kris Peeters en minister Hilde Crevits deel aan die handelsmissie. Wij zouden verder willen opmerken dat Ivan van de Cloot toch het mannelijk persoonlijk voornaamwoord «hij» gebruikt, en niet het vrouwelijke «zij», al kan «hij» in deze context natuurlijk ook geslachtsneutraal gebruikt zijn. Maar zelfs los daarvan hoeven we in tegenstelling tot Doorbraak.be geen vijf journalisten off the record op te bellen om ons net iets levendigers een Kris Peeters voor te stellen die met zijn wijsvinger pief-poef-paf doet dan een Hilde Crevits. Dat Kris Peeters net iets beter op George Clooney lijkt dan Hilde Crevits speelt daarbij natuurlijk niet in zijn voordeel. Anderzijds weet je natuurlijk nooit waartoe Hilde Crevits in staat is na het nuttigen van een sherry of twee–drie in een lokale saloon…

Eén voor één aanpakken

Maar laten we eerlijk zijn: een politicus die dissidente stemmen het zwijgen wil opleggen, sinds wanneer is dat nieuws in België? Laat staan een «politieke bom»? Was het soms niet precies met dat doel voor ogen dat eind vorige eeuw een bepaald centrum werd opgericht, en zelfs de wetgeving werd aangepast? «Eén voor één aangepakt», het had zelfs in de oprichtingsakte kunnen staan.

Waar was trouwens de verontwaardiging van Ivan van de Cloot toen enkele weken geleden de vakbonden nog eens de kieslijsten van het Vlaams Belang tegen hun ledenbestanden hielden, kwestie van ze te kunnen zuiveren van onreinen?

We kunnen Ivan van de Cloot trouwens aanraden nog eens na te lezen hoe het Roger van Houtte bij Gazet van Antwerpen verging toen de socialisten daar eindelijk de macht volledig in handen hadden. Of eens af te spreken voor een goed gesprek met Frank Thevissen. Die is immers ervaringsdeskundige over hoe «vrij» die Vrije Universiteit van Brussel wel was toen de Open Vld niet langer voldoende hoog scoorde in De Stemmenkampioen.

En sommige lezers zullen zich misschien nog Herman de Bode herinneren, al iets dichter bij het werkveld van Ivan van de Cloot. In 2005 werd Herman de Bode bij McKinsey Benelux zachtjes naar de uitgang begeleid wegens zijn ondertekening van het zogenaamde Warandemanifest Manifest voor een zelfstandig Vlaanderen in Europa. Ja, McKinsey Benelux had ook Franstalige klanten, en dus lag enig Vlaams cijferwerk nogal gevoelig. O ja, Herman de Bode zit vandaag in de Raad van Advies van Itinera. Dat kan dus niet moeilijk zijn om één en ander eens intern door te praten…

Belastinginspecties

Overigens kan een eventuele Kaltstellung op meer dan één manier uitgevoerd worden. Iemand als een Barack Obama, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2009 en als een ware Mandela 2.0 reeds lang vóór zijn nominatie uitgeroepen tot een levendige heilige, weet het subtieler aan te pakken. Een paar gerichte belastinginspecties bijvoorbeeld, zoals een aantal denktanks en andere organisaties gelieerd aan de Republikeinse partij mochten ondervinden, kan ook al wonderen doen. Maar we willen minister van Fraudebestrijding John Crombez niet op gedachten brengen…

«Potentiële politieke bom»

Het Texaanse cowboyverhaal dat Ivan van de Cloot in Knack liet optekenen is dus niet zo heel bijzonder, maar het spreekt natuurlijk wel enigszins tot de verbeelding. Interessanter zijn echter de reacties erop.

Zo verwonderen we ons toch wel een beetje over de verbazing die bij de redactie van Doorbraak.be heerste. Zij vonden het immers merkwaardig dat «deze potentiële politieke bom» om half negen 's ochtends nog steeds niet opgepikt was door de nieuwssites van de VRT, De Standaard of De Morgen. De volgende dag was men er nog eens verbaasd, omdat het verhaal in de «grote media» uiteindelijk niet meer aandacht gekregen had dan hier en daar een klein stukje, en een bijzonder smalend cursiefje in De Standaard. Tja.

Ivan van de Cloot fungeert in het Dexia-dossier zo een beetje als een luis in de pels van het establishment. In het bijzonder het ACW wil dit potje zoveel mogelijk gedekt houden, en is dus niet gediend met een topeconoom die steeds weer de puntjes op de i komt zetten. Daar probeert men hem dan ook weg te zetten als een moderne Cassandra, maar net zoals bij Cassandra hebben de onheilsvoorspellingen van Ivan van de Cloot nogal eens de neiging uiteindelijk toch uit te komen.

Di Rupo II

Zoomen we nu even uit. Met zijn onheilsvoorspellingen doorprikt Ivan van de Cloot de geruststellende praatjes van onder meer minister van Financiën Koen Geens over Dexia. Daarmee ondergraaft hij de geloofwaardigheid van de CD&V, en we hoeven er geen tekening bij te maken welke partij daarvan het meest zal kunnen profiteren: de N-VA. De huidige federale regering zal Ivan van de Cloot wel nooit echt in gevaar kunnen brengen, maar een gedestabiliseerde CD&V is geen goed nieuws voor wie na de verkiezingen van 2014 liefst van al Elio di Rupo en zijn «institutionele» coalitie een bisnummer wil zien opvoeren.

We hebben zo een vermoeden dat het gros van de journalisten bij De Morgen, De Standaard en de VRT vooral in dat laatste kamp te vinden is, en Ivan van de Cloot ook maar een beetje vervelend vindt. En dat dus niet alleen omdat hij telkens weer met allerlei moeilijk begrippen en rode cijfertje komt zwaaien. Niet dat men bij De Morgen, De Standaard of de VRT ooit veel sympathie heeft gekoesterd voor de CD&V, maar toch maar liever die partij om Elio di Rupo ook na 25 mei 2014 in het zadel te houden dan, stel je voor, de N-VA.

B/V-breuklijn

En dus hoeft het ook niet verwonderen dat geen enkele journalist zich de episode uit Houston kan herinneren. De opwinding over de hele zaak–Van de Cloot volgt gewoon netjes de V/B-breuklijn, zowel in de traditionele media (kranten, TV, radio) als op sociale media zoals Twitter en Facebook.

Bij de traditionele B-journalisten is de kwestie vermoedelijk niet eens dat men zich de Texaanse episode niet dúrft te herinneren, uit vrees voor de toorn van Kris Peeters, Hilde Crevits of de rest van de CD&V of ACW. Daar lacht men gewoon in zijn vuistje, ongeacht of het verhaal nu waar is of niet. Dat bleek ook duidelijk uit het venijnige stukje in De Standaard, waar men het maar net goed vindt dat Ivan van de Cloot niet alleen de boodschap heeft ontvangen, maar zich ook op een belachelijk gemakkelijke manier te kijk heeft gezet als een hopeloos paranoïde man. En dus ook erg geloofwaardig als hij nog eens de ondergang van heel België voorspelt omwille van Dexia.

Dit artikel verscheen op 7 augustus 2013 in 't Pallieterke.

Aanvulling: Terzake nodigde deze maandag dan toch Ivan van de Cloot uit voor een gesprek, met als tegenpartij Yves Leterme. Zoals Doorbraak.be terecht opmerkt zorgde die laatste er voor de perfecte bliksemafleider, door er zich te laten ontvallen dat hij «geen goesting» had om mee te doen aan de verkiezingen van 2014. Over de inhoud van het debat werd sindsdien maar bitter weinig meer vernomen in de traditionele media. Wat de «goesting» van Yves Leterme betreft laten we het aan de lezer over om te oordelen of dat iets is waar hij zelf is opgekomen, dan wel dat Wouter Beke of iemand anders uit de CD&V-top hem dat eindelijk dan toch in zijn hoofd heeft kunnen prenten. We merken wel op dat, voor iemand die alleen nog maar internationale «verantwoordelijkheden» nastreeft en liever niets meer te maken heeft met lokale, Belgische politiek, hij amper enkele weken geleden nog toch wel bijzonder snel vanuit Parijs naar diezelfde Terzake-studio's wist te sporen de dag dat koning Albert II zijn abdicatie afkondigde. Maar misschien had Yves Leterme die dag toevallig vrij en was hij daarom eens voor een enkele keer in de buurt van Brussel?

Labels: , , , , , , , , , , , ,

Read more...

14 augustus 2013

De Morgen veroordeeld (met d)



 

 

“Eigen folk eerst”, zo luidde de titel van een stuk van Douglas de Coninck en Jeroen de Preter in de Morgen (22-2-2003) over zangeres Soetkin Collier en het Vlaamse folkmilieu. Het is een ouderwets stuk “antifascistische” fichenbakjournalistiek. Ondanks de mythomane reputatie van dat hele genre, en van Douglas de Coninck als man van de X-dossiers, bevat het artikel wel wat juiste observaties.

Terecht stellen zij dat België en Soetkin zelf heel wat blamage bespaard gebleven is door de waarschuwing van de Staatsveiligheid aan de regering, waarin Soetkin een “militante van extreemrechts” heette. Daardoor werd zij voor het Eurosong-optreden van haar groep Urban Trad gewraakt. Als dat niet gebeurd was, zou de internationale pers er in de dagen vóór het songfestival zeker op uitgekomen zijn en dan was het schandaal niet te overzien geweest. Hier weet iedereen dat “extreemrechts” een holle codeterm is voor flamingantisme (de in het artikel genoemde NSV-acties waarvoor Soetkin in de Rijkswachtcombi terecht gekomen was, betroffen geen “racistische”, maar klassiek Vlaamse thema’s), maar in het buitenland zouden er onverbiddelijk krantenkoppen gevolgd zijn van het type: “Soetkin de SS-wolvin”.

Het artikel illustreert ook de sovjetisering van België. Om aanvaardbaar te worden moeten mensen van “foute” komaf openbaar hun ouders aanvallen. De interviewers hadden Soetkin zover gekregen: ”Ik heb twee fantastische ouders, maar ze hebben een foute ideologie. Ik verafschuw alles wat racistisch en fascistisch is. Ik heb in 1996 gebroken met dat duistere verleden.” Waarmee ze terloops haar ouders van racisme en fascisme beschuldigde, als een roodgardiste tijdens de Culturele Revolutie.

Met die knieval voor haar vervolgers trad zij, zo leren we nog, in de voetsporen van Jorunn Bauweraerts en Annelies Brosens, die haar kort na de doorbraak van hun folkensemble  Laïs op Dranouter 1996 uit de groep gezet hadden. Eens een carrière buiten het kleine Vlaamse milieu wenkte, was een aangebrand groepslid niet langer gewenst. Vooral omdat die anderen, volgens de auteurs, precies hetzelfde soort verleden torsten: ”Gouden stemmen met zwart timbre.”

De Laïs-zangeressen hebben in een uitvoerig recht van antwoord de reeks feitelijke onjuistheden en lage insinuaties in het artikel aan de kaak gesteld, inbegrepen een getuigenis dat valselijk in de mond van pater Luc Versteylen gelegd zou zijn. Hun wederwoord besloot met de hartenkreet: “En wat met geen woorden, ook niet met dit recht van antwoord, recht te zetten valt: er werden met dit artikel mensen op de meest schandelijke manier persoonlijk aangevallen, gekwetst en voor de rest van hun leven gebrandmerkt. Onvergeeflijk.”

Toch hebben de auteurs het gedrag van Laïs tegenover Soetkin terecht gesitueerd binnen een welbekende wetmatigheid: je kunt je als gedoodverfd “fascist” alleen dedouaneren door weer anderen van “fascisme” te beschuldigen.

Dat tragikomische doorspelen van de extreemrechtse zwartepiet teistert nog steeds dat milieu --, zie bv. hoe in de Wallonië als “extreemrechts” gebrandmerkte N-VA (in La Dernière Heure, 4-11, noemt Richard Ruben, amuseur, Bart de Wever een “néo-fasciste” en “revisionniste”) zich des te feller tegen het VB afzet. Daar hebben de auteurs de vinger op een reële wonde gelegd, en zelfs zonder hun leedvermaak te laten blijken.

 

Schuld door associatie

Maar in hun Sippenhaftung-oefening tegen de familie Collier hebben zij wel een fout gemaakt. Soetkins vader Ivo Collier was een tijd uitbater van herberg De Leeuw van Vlaanderen, en daar, zo jagen zij de lezer de daver op het lijf, was “een postorderbedrijfje gevestigd voor wie zich wilde verdiepen in de werken van Grote Denkers die het bestaan van de nazi-concentratiekampen betwistten, zoals Alain de Benoist”. Maar die man, meesterdenker van de Franse Nouvelle Droite, behoort helemaal niet tot het ontkennersmilieu. De echte ontkenners verschaffen daarover graag duidelijkheid, bv. Robert Faurisson op zijn webstek, april 2004: ”Tussen de honderden publicatietitels merkt men één ding op: de Nouvelle Droite negeert het revisionisme volledig, en zegt nooit iets dat de joden zou kunnen ergeren.”

Ik zeg niet dat De Coninck en De Preter liegen, het is immers best mogelijk dat zij hun bewering in blind vertrouwen overgenomen hebben uit “antifa”-bronnen die het net van hun fascismebeschuldigingen zo breed mogelijk uitwerpen. Die zadelen hun gedesinformeerde lezer dan wel op met het risico van schuld aan laster en eerroof bij overname van de beschuldigingen. Een gevolg van de strafbaarstelling van revisionisme is immers dat de valse aantijging van revisionisme op haar beurt óók strafbaar is. In ieder geval, hun bewering was niet de waarheid en dat heeft hun rechtsvervolging vanwege Alain de Benoist opgeleverd. Tijdens hun proces konden zij geen beter “bewijs” aanvoeren dan het feit dat hij in media gepubliceerd heeft waarin ook holocaustontkenners aan het woord kwamen: het bekende lasterprocédé  van ”schuld door associatie”. Het Hof van Beroep te Brussel vonniste op 4 mei 2010 ten voordele van klager de Benoist: ”De journalist begaat een fout wanneer hij zonder over een objectief controleerbare bron te beschikken, iemand beschuldigt van het aankleven van een ideeëngoed dat  door de wet als een misdrijf wordt beschouwd.” Het Hof veroordeelde de lasteraars tot de symbolische één euro schadevergoeding.

 

Zwijgen als vermoord

De rechters putten zich echter uit om de pil voor De Morgen te vergulden. De geëiste publicatie van het arrest in DM werd niet toegekend, omdat de feiten al te lang geleden zouden zijn en het lezerspubliek zich de zaak niet herinnert. Alsof zeven jaar in de Belgische rechtspraak zo’n abnormaal lange duur tussen feiten en vonnis zou zijn. Zij kenden ook geen financiële compensatie toe, omdat de toegebrachte morele schade niet te becijferen zou zijn. Laat die welgedane rechters eens om een job gaan solliciteren met op hun voorhoofd het brandmerk ”negationist”, ze zullen gauw inzien dat de concrete financiële schade die laster toebrengt, alleen onbecijferbaar is in de zin van: onoverzienbaar groot. Alain de Benoist, inmiddels 66, heeft zich een leven lang door laster en uitsluiting heengeslagen, zodat een leugen in De Morgen voor hem nu niet veel verschil meer zal maken, maar dat moet hem het recht op een tastbare schadevergoeding niet ontnemen.  Bovendien verhoogt een voelbare straf voor misdadigers de kans dat ze hun misdaad niet zullen herhalen.

In ieder geval, De Morgen heeft een veroordeling opgelopen voor dat waarin die krant sedert de zaak Notaris X altijd al uitgeblonken heeft. Het vonnis is een half jaar oud, maar bij mijn weten heeft dit belangrijke nieuwsfeit, behalve het vakblad Nieuw Juridisch Weekblad, nergens de media gehaald. Zijn zij te passief geworden om het gerechtelijk nieuws op te volgen, of is dit een geval van solidariteit met collega’s die door de gevolgen van hun beroepsfouten ingehaald worden? Van De Morgen zelf kan die discretie ons niet natuurlijk verbazen. Hoewel, nu de BBC aan Bob Geldof haar verontschuldigingen aangeboden heeft wegens onjuiste berichtgeving over de bestemming van zijn “Live Aid”-fondsen, is het ook voor onze ochtendkrant tijd om openlijk haar spijt te betuigen aan de Benoist en aan de talloze anderen die zij door laster schade toegebracht heeft.

 

('t Pallieterke, 10 november 2010)

 

Labels: , , , , ,

Read more...

9 augustus 2013

Moordwapens en dooddoeners




(Gazet van Antwerpen, 17 aug 1991?)

De moordaanslagen op de Italiaanse en Japanse vertalers van Salman Rushdies De Duivelsverzen zijn gepleegd door het soort terroristen dat om resultaat geeft, niet om publiciteit: er is nog geen opeising. Maar de Japanse moslims hebben de dood van de Japanse vertaler toegejuicht en gezegd dat dit in ieder geval Gods straf is, ongeacht of de eer voor de moord aan een moslim toekomt. De Nederlandse vertaalster is ondergedoken.

Nederlandse intellectuelen hebben geëist dat hun regering de betrekkingen met Iran pas zou herstellen zodra het doodvonnis over Rushdie formeel ingetrokken is. Op een reactie van de Vlaamse intellectuelen heb ik vergeefs gewacht. Na drie jaar heeft niet één van hen het denkwerk gedaan waar de Rushdie-zaak om vraagt.

De schrik zit erin, en vooral: er rust een politiek taboe op islamkritiek. Men mag de vraag of de islam de moord op critici van de Profeet rechtvaardigt, alleen stellen als men ze in dezelfde adem ontkennend beantwoordt. Kritische onbevangenheid tegenover de islam stuit niet alleen op moordwapens van mujahedîn, maar ook maar ook op de dooddoeners van onze weldenkenden: “uit de context gerukt” (noem eens een context waarin moord een daad van verdraagzaamheid wordt), “racisme” (alsof de islam een ras is), “vooroordeel” (alsof Rushdie zelf geen geboren moslim was).

In een gesprek met Lieve Joris (De Morgen, 13 juli) zuchten Arabische intellectuelen dat hun cultuur nog steeds geen Voltaire heeft voortgebracht. Wat mij meer verontrust, is dat ook Europa geen Voltaire meer heeft, geen vrijdenker die de waarheid durft zeggen over “Mahomet ou le fanatisme”.

Gelukkig draaien de Rushdie-vervolgers zelf niet zo rond de pot. Maulana Mohsin Usmani Nadwi betoogt in zijn boekje Ahânat-i rasûl ki sazâ (Oerdoe: ”De straf voor het beledigen van de Profeet”, Delhi 1989) wat elke oprechte islamkenner had kunnen vertellen: het voorbeeld van de Profeet zelf rechtvaardigt de moord op diens critici. Er waren in het toenmalige Arabië dichters die met spot- en hekeldichten hun multiculturele samenleving (sabiërs, nabateeërs, joden e.a.) tegen Mohammeds totalitaire machtsgreep verdedigden. Zij waren geen “bevooroordeelde racisten”, maar tijd- en volksgenoten die Mohammed eerstehands kenden en in hem “bezetenheid” en een gevaarlijke grootheidswaan ontwaarden. Mohammed liet hen één voor één door sluipmoordenaars ombrengen.

De profeet gaf opdracht om met leugen het vertrouwen van de dichter Ka’b b. Asjraf te winnen en hem vervolgens te vermoorden. Toen de stokoude dichter Abû Afak bezong hoe een befaamde clan door Mohammed tot tweedracht en rampspoed gebracht was, vroeg Mohammed zijn mannen: ”Wie rekent af met deze schurk?” Eén van hen ging ‘s nachts naar de dichter toe en stak hem neer. De dichteres Asmâ b. Marwân hekelde deze moord. Mohammed vroeg zijn mannen: ”Wie bevrijdt mij van Marwâns dochter?” Eén van hen vermoordde haar diezelfde nacht. Ook sommige niet-literaire tegenstanders werden omgebracht, onder wie de bejaarde joodse leider Sallâm Abû Râfi (met een precedent voor de moord op Sjapoer Bachtiar). En toen de stad Mekka zich aan Mohammed overgaf, na de toezegging dat wie geen weerstand bood ongemoeid zou blijven, liet hij toch een tiental bekende critici doden.

Wat was er zo erg aan Rushdies boek? Het bevat fiction die slechts onrechtstreeks naar de islamgeschiedenis verwijst, via de namen van enkele karakters, zoals Mahound, Mohammeds scheldnaam in middeleeuwse pamfletten. Rushdie kan moeilijk ontkennen dat hij hiermee naar de non-fiction wereld knipoogt, net als met de bordeelscène waarin de hoeren naar Mohammeds vrouwen genoemd zijn. Hij spot met Mohammed, terwijl toch een Perzisch spreekwoord zegt: ”Je mag grappen maken over God, maar wees voorzichtig met Mohammed.”

Minder opgemerkt dan deze oneerbiedigheden is Rushdies toespeling op Abû Sufyân, de leider van de Mekkaanse heidenen, en diens vrouw Hind, de pasionaria van het verzet tegen Mohammeds subversie van hun pluralistische samenleving. Hiermee heeft Rushdie heel terloops de aandacht getrokken op een nooit gehoorde en veel belasterde betrokkene: de oorspronkelijke Arabische cultuur die er niet meer is om zich te verdedigen .

Toen de Mekkanen tegen Mohammeds overmacht niet meer opkonden, kozen zij de overgave (“islam”) als minste kwaad, want zij waren pragmatici en wensten geen martelaarschap. Abû Sufyân werd het prototype van de mensen die zich onder druk tot de islam lieten bekeren, zoals recent Rushdie zelf en zoals de meeste islambekeerlingen in de geschiedenis.

Het is merkwaardig dat christenen en vrijzinnigen vandaag de laster tegen deze vermoorde cultuur klakkeloos overnemen om de islam in een beter daglicht te stellen, bv. met de onjuiste maar veelgehoorde bewering: ”De positie van de vrouw in de islam is niet ideaal, maar toch een grote vooruitgang tegenover de vóór-islamitische tijd.” Nu men de islam tot begunstigde van de multiculturele samenleving wil maken, moet men een draai geven aan het historisch feit dat de islam in Arabië en Centraal-Azië de bestaande pluralistische beschavingen vernietigd heeft.

De titel De Duivelsverzen verwijst naar de “geopenbaarde”  verzen die Mohammed achteraf aan de duivel toeschreef, wat het onbetrouwbare karakter van de hele Qu’rân-openbaring illustreerde. Bevoorrechte getuigen, zoals Mohammeds secretaris en enkele van zijn vrouwen, vonden zijn “openbaringen” doorgestoken kaart. De Duivelsverzen ondermijnen dus de kern van de islam: het geloof dat Mohammed Gods zegsman was. Zij zijn dan ook erg hinderlijk voor degenen die een sussende oppervlakkigheid jegens de islam propageren en met dooddoeners de fundamentele kritiek willen smoren waar de Rushdie-zaak ons toe verplicht.

Labels: , , ,

Read more...

25 juli 2013

Ramadan op de Noordpool (Hoegin)

Op 10 juli ging voor de moslims de ramadan weer van start. Je zal het in onze kwaliteitsmedia niet gelezen hebben, maar boven de poolcirkel zorgt zo'n zomerse ramadan voor nogal wat hoofdbrekens. En traditioneel ook een potje ruzie tussen enerzijds pragmatisch ingestelde moslims, en anderzijds enkele radicalere imams die geen letter willen afwijken van wat de Profeet enkele eeuwen geleden in de Arabische woestijn decreteerde.

Voor christenen is het een probleem dat amper te vatten valt, maar voor moslims is het ernst: wat als je boven de poolcirkel woont, en de ramadan in de zomermaanden valt? Eten, drinken, roken en seks zijn zoals gekend tijdens de ramadan niet toegestaan tussen zonsopgang en zonsondergang.

Maar wat als de zon een paar maanden lang niet op- of ondergaat? Meer zelfs: eigenlijk begint het vasten al van zodra men in het zonlicht een witte draad van een zwarte kan onderscheiden, dat wil zeggen van zodra de schemering doorbreekt. Je hoeft niet eens in de buurt van de poolcirkel te wonen om dat onderscheid zonder veel problemen heel de «nacht» door te kunnen maken.

Is het dan de wil van Allah dat de moslims in Scandinavië of Canada er dit jaar massaal het bijltje bij zullen neerleggen? Of mag men de zaken een beetje pragmatischer bekijken, en bijvoorbeeld de vastentijden van het thuisland of Mekka overnemen?

Een maand lang geen eten?

Misschien zijn er lezers die nu denken dat we weer spijkers op laag water zoeken, maar de discussie over de ramadan boven de poolcirkel is zeker geen lichtzinnige voor de betrokken partijen. De imams die ervoor pleiten dat moslims boven de poolcirkel dit jaar een hele maand niets mogen eten of drinken bestaan echt. En als het dan toch de bedoeling zou zijn dat die moslims deze maand iets mogen eten, dan zal de Almachtige er wel voor zorgen dat de zon in het noorden van Scandinavië tóch ondergaat. Tegen alle astronomische wetmatigheden in, en dat enkel en alleen ten behoeve van een handvol vastende moslims.

De hele discussie is overigens fundamenteel: kan of mag men de Koran en zijn voorschriften pragmatisch bekijken, of dient men vast te houden aan de letterlijke interpretatie ervan. Voorlopig is het nog altijd de laatste strekking die domineert, en ook in onze eigen contreien kan men daar soms de gevolgen van merken. Zo houden de meeste moslims streng vast aan de visuele observatie van de nieuwe maan. Je weet immers nooit of Allah de maan eigenhandig een dagje tegenhoudt. Astronomische berekeningen om het begin en het einde van de ramadan vast te stellen worden daarom ook verworpen, behalve –voorlopig nog– in Turkije. Bij bewolking of mist kan het trouwens gebeuren dat het Suikerfeest een dagje uitgesteld wordt, want je wil toch niet het risico lopen een dagje te vroeg de ramadan afgesloten te hebben.

Moslims in de ruimte

Maar het kan natuurlijk altijd nog een beetje gekker. Zo was er in 2007 Sheikh Muszaphar Shukor, de eerste Maleisische astronaut, die nog voor hij in het internationale ruimtestation ISS aangekomen was al met twee zware problemen geconfronteerd werd.

Ten eerste: hoe bepaal je in een baan om de aarde in welke richting Mekka ligt? In sommige gevallen kan die richting maar liefst 180° draaien in de loop van één enkel gebed, en je wil als gelovige moslim toch je gebed niet eindigen met je kont richting Mekka. Het Maleisische ruimteagentschap ANGKASA had er een conferentie met maar liefst 150 geleerden voor over om er uitsluitsel over te brengen.

Tweede probleem voor de moslim-astronaut: wanneer moet hij bidden? Moslims worden geacht vijf keer per dag te bidden, maar in een baan om de aarde gaat de zon om de haverklap op en onder. Doe het rekensommetje maar: zestien omwentelingen per dag (voor het ISS) levert dan tachtig gebeden op, en veel tijd om ook nog een beetje werk te verrichten blijft er dan niet meer over.

Ramadan op de maan

En dan hebben we het nog niet over de ramadan in het ruimtestation gehad. Of in de ruimte tout court. Stel je voor: een moslimkolonie op de maan, hoe zal de lokale imam dáár de nieuwe maan met eigen ogen kunnen observeren?

Laat ons nog een stapje verder gaan, met een kolonie op Mars. Zouden die de aardse nieuwe maan moeten observeren om de ramadan af te sluiten, of moeten die zich richten op Phobos en Deimos, de manen van Mars? Om over zonsopgang en -ondergang nog maar te zwijgen. Ik durf zelfs niet te vragen wat moslims op weg tussen de aarde en Mars moeten doen.

Ter vergelijking: ik kan me niet voorstellen dat veel christenen er problemen mee zouden hebben om Kerstmis op de aardse 25ste december te vieren, ook al bevinden ze zich in een ander zonnestelsel. Ook voor de rest van het kerkelijk jaar zou waarschijnlijk snel een praktische regeling gevonden kunnen worden, of een etmaal lokaal nu 22 of 26 uren zou tellen. Of wat dan ook. Maar wat met een godsdienst die zelfs duizend kilometer ten zuiden van de noordpoolcirkel al fundamenteel in de problemen met zichzelf komt als de ramadan toevallig in de zomer valt?

In de knoei met de wetenschap

Zoals de lezer begrijpt: de islam is niet alleen in conflict met de economie (intresten!), enkele fundamentele mensenrechten (gelijkwaardigheid van man en vrouw!), en heeft zelfs al problemen met nog maar een beetje mededogen met de dieren (onverdoofd slachten!), ook met de astronomie heeft ze een nogal moeilijke relatie. Zolang de islam zich voornamelijk in de buurt van het Arabische schiereiland ophoudt is er natuurlijk geen probleem. Maar wil die godsdienst ooit de ruimte veroveren, dan zal ze toch nog een sterke transformatie moeten ondergaan.

Onderschat deze kwestie niet, want ze raakt rechtstreeks aan de fundamenten van de islam. De islam houdt zich immers voor contextloos te zijn, en alles wat in de koran staat moet dan ook letterlijk geïnterpreteerd en nagevolgd worden. Maar wat als je de praktijk rond de dagelijkse gebeden en de ramadan een beetje praktisch en pragmatisch mag begrijpen? Dan ook de positie van de vrouw in de islam? Misschien hoeven ze dan toch niet meer van kop tot teen gesluierd rond te lopen?

Moet ET een boerka aan?

Over sluiers gesproken: wat als er morgen aliens ontdekt worden? Hoe gaat men bepalen wie van de aliens een boerka aanmoet, als zij net zoals de mens twee geslachten kennen? En wat als ze tweeslachtig zijn – allemaal dan maar een boerka aan? Of moeten ze dan allemaal hun baard laten groeien?

Hoe dan ook, zolang moslimlanden als Maleisië meer energie steken in het uitvissen van de correcte richting voor het bidden in plaats van ruimtetechnologie zelf, hoeven we niet te vrezen voor een snelle verovering van de ruimte door de islam. We denken dan ook dat de oprichting van een afdeling Sharia4Moon nog niet voor morgen is, of veel leden zal kunnen aantrekken.

Dit artikel verscheen op 17 juli 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , ,

Read more...

24 juli 2013

De zaak–Snowden (Hoegin)

Op 20 mei nam Edward Snowden vanuit Hawaï een vlucht richting Hong Kong. Daar aangekomen «onthulde» hij voor de Britse krant The Guardian het bestaan van PRISM, een programma van de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA om de sporen van alle elektronische verkeer in de VS te registreren. Gevolg: grote beroering in een aantal Westerse landen, met linkse politici en media op kop. Maar is PRISM dan echt wel nieuws?

De NSA, kort voor National Security Agency, is één van de vele organisaties die de Verenigde Staten rijk is om de veiligheid van het land bewaren. De meest gekende Amerikaanse veiligheidsdiensten zijn natuurlijk de FBI en de CIA. Traditioneel zijn de CIA de slechteriken, omdat zij vooral op het buitenland gericht zijn en in de media graag geportretteerd worden als aanstichters van militaire staatsgrepen (Chili!) en financiers van rechtse milities (Contra's!). Over de duistere samenzweringen om niet alleen het bestaan maar ook de aanwezigheid van aliens over de hele planeet toe te dekken hebben we het dan nog niet eens gehad. Ook de FBI, in de eerste plaats op het binnenland gericht, had lang een slechte naam, maar dankzij enkele populaire TV-series met sympathieke FBI-agenten is hun reputatie er sterk op verbeterd.

De NSA opereert meer in de schaduw van de CIA en FBI. Als ze al opduiken in een film of een TV-serie, dan vaak als de geheime agenten in duistere kamers vol dikke sigarenrook die de zaak een beetje komen saboteren. Maar in de wereld van de cryptologie is de organisatie ook vermaard om haar cryptanalytisch onderzoek – het kraken van geheime codes en boodschappen.

Hoofddoel van de NSA is het beschermen van de nationale veiligheid, zoals de naam ook zegt. Vergaren, afluisteren en analyseren van communicatie behoort dan ook tot haar kerntaak. Als er dus al iets verwonderlijk was rond de hele zaak, dan toch vooral dat er blijkbaar zoveel mensen verwonderd waren dat de NSA aan een programma als PRISM zou werken.

Niets nieuws onthuld

Heeft Edward Snowden iets onthuld dat we nog niet wisten? Dat bijvoorbeeld al het e-mail-, SMS- en telefoonverkeer –eigenlijk alleen maar afzender, ontvanger en tijdstip– gelogd wordt? Hoegenaamd niet. Want ach, waar is de tijd dat we ons druk maakten over ECHELON, dat andere spionageprogramma van de NSA? Dat deed precies hetzelfde deed, maar mét inhoud.

En voor wie het alweer vergeten was: telecomoperatoren bewaren al die gegevens ook, en niet alleen om je achteraf een rekening te kunnen sturen. Ook in Europa. De Europese richtlijn 2006/24/EC (in de wandelgangen Data Retention Directive genoemd) verplicht die telecomoperatoren er immers toe die gegevens bij te houden voor minstens zes maanden en maximaal twee jaar. Politie en veiligheidsdiensten kunnen toegang krijgen tot de gegevens, mits toelating van een rechter. Het enige verschil is dat de NSA die gegevens graag zelf bijhoudt, om er systematisch verdachte patronen in te kunnen opsporen. Men kan erover discussiëren of de NSA dat wettelijk wel mag, of zou mogen doen, maar verwonderlijk is het niet dat die organisatie het tenminste probeert.

In de cloud

Wat dan te denken van onder meer Facebook, Google, Apple en Microsoft die gegevens zouden afstaan aan de NSA? Zijn ook zij nu slechteriken? Of hadden ze eenvoudigweg geen reële keuze?

Ten eerste wil je als Amerikaans bedrijf natuurlijk geen last met de NSA, zeker als je groot en internationaal bent. Maar belangrijker: je wil vooral niet het grote bedrijf zijn dat ervoor zorgt dat terroristen op een veilige manier met mekaar kunnen communiceren om een aanslag op Amerikaanse bodem te plegen.

Hoe naïef moet je trouwens zijn om gevoelige gegevens op Facebook of in Google Docs te steken, en dan te denken dat de Amerikaanse veiligheidsdiensten niet zouden meelezen? Een beetje terrorist gaat daarvan uit, en vertrouwt zelfs zijn eigen harde schijf amper of niet. Word je niet op voorhand actief afgeluisterd, kan het immers nog altijd gebeuren dat men achteraf je harde schijf doorzoekt.

Aandacht zoeken

Waarom deed Edward Snowden dan zijn onthullingen? Volgens hemzelf omdat hij «niet in een maatschappij wilde leven die zulke dingen [het bespioneren van de eigen burgers] doet.» En nog: «Ik wil niet leven in een wereld waar alles wat ik doe of zeg bijgehouden wordt.»

Men kan daar natuurlijk enige appreciatie voor opbrengen, en in een ideale wereld waar iedereen lief is voor mekaar zou spionage gewoon volkomen overbodig zijn. Maar zoiets vertel je niet als je net van de Verenigde Staten naar China bent gevlucht. Dan heb je een andere agenda, of ze niet allemaal helemaal op een rij.

Doorreizen naar Rusland en asiel aanvragen in landen als Cuba maakte de hypocrisie alleen maar groter. Zelfs voor de Russische president Vladimir Poetin werd het op den duur allemaal een beetje dolletjes, en dat wil al iets zeggen. Hij wou Edward Snowden wel asiel geven, als hij tenminste zou ophouden met de Amerikaanse belangen te schaden. Versta: zoveel onzin verkopen enkel en alleen maar om wat persaandacht te krijgen. Rusland wil per slot van rekening zijn betrekkingen met de Verenigde Staten niet op het spel zetten omwille van een mediageile clown, en is hem dan ook liever kwijt dan rijk. Ook in Hong Kong –lees: Beijing– zullen ze er zo over gedacht hebben.

Nationale veiligheid niet in gevaar

Heeft Edward Snowden niets nieuws onthuld, behalve de naam PRISM zelf, dan zouden de Amerikanen hem uiteraard graag terug willen om hem in «verzekerde bewaring» te plaatsen. Maar dat hij de nationale veiligheid in gevaar zou gebracht hebben is natuurlijk al evenzeer een lachertje.

De enige reden waarom de Verenigde Staten Edward Snowden zo snel mogelijk uitgeleverd willen zien, is het afschrikkingseffect tegenover werknemers van de NSA en andere veiligheidsdiensten. Het is niet omdat Edward Snowden eigenlijk niets nieuws te vertellen had, dat dat bij de volgende klokkenluider ook het geval zal zijn.

Primitief anti-amerikanisme

Van de kant van Edward Snowden gaat het dus vooral om de aandacht in de pers. In de media en bij enkele politici gaat het dan weer om primitief antiamerikanisme. Het is absoluut geen toeval dat Edward Snowden en uitgerekend de Britse krant The Guardian mekaar in Hong Kong vonden. In de Vlaamse media staat The Guardian geboekstaafd als een «kwaliteitskrant», maar dat zegt natuurlijk niets over de echte kwaliteit van die krant.

Het etiket «kwaliteitskrant» wordt door kranten als De Standaard en De Morgen immers uitsluitend gebruikt voor linkserig, anti-Westers en dus hip en politiek correct bedrukt papier. Iet of wat neutrale berichtgeving moet je er met een vergrootglas in zoeken, want zelfs het minste artikeltje moet er in dienst staan van de goede zaak.

Als een krant als The Guardian bericht over PRISM, dan is dat dus vooral om nog maar eens aan te tonen dat de Verenigde Staten de grote satan zijn. Dat de Britten zelf ook een gelijkaardig programma hebben werd al iets minder dik in de verf gezet.

Ook het verhaal over de Amerikaanse spionage in de Europese instellingen in Brussel gaat er bij de journalisten van zo'n krant als zoete koek in. De nuance dat de Britten, Fransen, Duitsers, Russen en Chinezen precies hetzelfde doen, of zouden willen doen, verstoort dan alleen maar het verhaal. De hypocrisie van de Franse president François Hollande, die eens goed van leer trok tegen die stoute Amerikaanse spionnen, werd dan ook uitdrukkelijk niet aan de kaak gesteld.

Frankrijk terughoudend over PRISM

Dat het (af en toe) toch ook anders kan, bewees verleden week echter de Franse krant Le Monde. Niet dat het zo'n groot nieuws is dat ook Frankrijk een PRISM-achtig programma heeft lopen. Maar de krant is tenminste wel zo eerlijk te schrijven dat de Amerikanen heus de enigen niet zijn die het reilen en zeilen van hun eigen burgers systematisch in het oog willen houden. De krant merkte overigens in haar inleiding fijntjes op dat Frankrijk niet bepaald hard geprotesteerd had tegen PRISM. Reden? Ten eerste omdat het al lang op de hoogte was, en ten tweede: omdat het zelf dus precies hetzelfde doet.

Dit artikel verscheen op 10 juli 2013 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

23 juli 2013

De blokjes vallen om (Hoegin)

Heibel vorige week in de kleuterschool De Blokkendoos. Eén van de kleuterjuffen zou zich vergrepen hebben aan een jongetje, en meteen was het kot te klein. Uiteraard. Alleen zullen nogal wat Vlamingen de wenkbrauwen gefronst hebben bij de beelden van de krijsende hoofddoekjes aan de schoolpoort. En waarom viel er in de massa niet één moeder van een ongelovig kleutertje te bespeuren?

Wat was nu precies het vergrijp waarvan de kleuterjuf in kwestie beschuldigd werd? Niemand die het eigenlijk kon zeggen, maar volgens de geruchten had ze bij één van de kleutertjes onder het dekentje getast tijdens een rustmoment. Een dag later heette het echter al dat meerdere kinderen zich thuis bizar gedroegen, en het over intieme spelletjes hadden. Of hoe er nog net niet dagelijks roze balletten opgevoerd werden in één van de kleuterklasjes.

De gemiddelde TV-kijkende Vlaming zal er vermoedelijk wel zijn gedacht van gehad hebben toen hij de beelden van krijsende hoofddoekjes aan de schoolpoort zag. Ik zou ze niet graag allemaal de kost hebben gegeven, de stouteriken die toen dachten dat het vergrijp er misschien wel uit bestond dat die kleuterjuf zelf geen hoofddoekje had gedragen in het bijzijn van een moslimjongetje? Of misschien had één van hen wel per ongeluk een ontblote enkel opgemerkt? Als hij later aan het verkrachten gaat, weten we nu al wie er de volledige schuld voor draagt.

Prinsjes

Opmerkelijk was het feit dat onder de protesterende moeders geen enkel ongelovig wicht te vinden was. Raar toch, dat in een land waar pedofilie nu al twintig jaar lang hét hoofdpunt nummer één vormt van minstens één journaal per week, geen enkele autochtone moeder op straat wil komen als één van haar spruiten overduidelijk blootgesteld was aan een pedofiele kleuterjuf.

Het antwoord laat zich natuurlijk raden. Volgens de geruchten –want je zal als autochtone ouder wel gek zijn om in zo'n situatie je mond open te doen op TV of in de krant– volgens die geruchten dus geven die autochtone ouders een heel ander verhaal weer. Een verhaal waarin het gaat over een onhandelbare kleuter, die, toen de kleuterjuf helemaal aan het eind van haar Latijn was, dan maar op een stoeltje vastgebonden werd om toch maar een beetje rust in de klas te kunnen brengen.

De term «prinsje» komt dan al snel om te hoek kijken: moslimjongetjes die thuis rotverwend worden en op school geen andere behandeling verwachten of zelfs maar tolereren. Vraag het maar aan die zwangere leerkracht uit Ieper. In Vlaanderen zijn die prinsjes immers al even zeldzaam als corruptie in een socialistische partij. Hun zusjes worden ondertussen wel flink onder de knoet gehouden. En onder de hoofddoek natuurlijk, maar dat laatste uiteraard volledig uit vrije wil.

Opgeruimd staat netjes

Voor die zwijgende autochtone ouders kunnen we trouwens alleen maar veel begrip opbrengen. Als je ziet hoe zelfs leraars die met de zaak helemaal niets te maken hadden door de hoofddoekjes aangepakt werden, zou ik ook heel hard mijn mond houden. En bovendien: hopen dat die hoofddoekjes hun dreigement hard maken dat ze hun kinderen uit De Blokkendoos zullen weghalen. Opgeruimd staat netjes, hoevelen van hen zouden dat niet gedacht hebben de afgelopen week?

Het is alleen wel weer bijzonder symptomatisch dat geen enkele «kwaliteitskrant» dit aspect zelfs nog maar zijdelings durfde te vermelden. Inconvenient truths zijn in de pers immers alleen maar convenient als de racistische Vlaming ermee aangepakt kan worden. Geen kwaliteitskrant die er bijvoorbeeld ook maar aan dacht eens een autochtone ouder op te snorren, en die desnoods dan maar eens anoniem aan het woord te laten.

Turkije

Even symptomatisch was dat de hoofddoekjes dan wel weer vrij spel kregen in de media. Zo kwam het citaat «Bij ons in Turkije wordt iemand die zoiets doet, opgepakt en in de gevangenis gestoken» zonder ook maar de minste kanttekening in de krant te staan. Ik vermoed dat zo'n prinsje in Turkije toch wel een heel andere behandeling ter verwerking zou gekregen hebben. En vooral: dat geen hoofddoekje er ginder nog maar aan zou denken om daarover luidkeels haar beklag te gaan doen aan de schoolpoort. Ze komen daar tegenwoordig voor heel andere dingen op straat.

A propos, wat voor vreselijk land is België toch, dat het blijkbaar Turken het recht ontzegd om terug te keren naar hun eigen land? En dan bovendien nog hun kinderen overlevert aan meedogenloze pedofiele kleuterjuffen! Zou men niet best enkele blauwhelmen naar Antwerpen sturen, om zo snel mogelijk een verlossende luchtbrug te organiseren? We stellen alleen maar de vraag.

Anderzijds, hoe goed is zo'n hoofddoekje eigenlijk geplaatst om haar gastland te beschuldigen van laksheid tegenover pedofilie? Misschien bij gelegenheid toch nog maar eens bepaalde passages uit de Koran een beetje nauwkeuriger nalezen, zouden we zeggen, en dan in het bijzonder die over Mohammeds lievelings«vrouw» Aïsja. Om het dan nog niet te hebben over het stuitende racisme dat in die uitspraak vervat zit. Ik vrees echter dat het reeds overbelaste CGKR jammer genoeg ook deze keer alweer geen tijd zal hebben om desnoods dan maar een «wetenschappelijke studie» op te stellen.

Vijfde kolonne

In het vervolg van het citaat –«Wij verwachten dat dat hier ook gebeurt»– komt de aap echter uit de boerkamouw. Die hoofddoekjes verwachten dat in Antwerpen de islamitische wetten, zeden en moraal ingevoerd worden, en dat wie aan hun prinsje raakt zonder dralen achter de tralies gezwierd wordt. Zullen we het schooltje maar meteen omdopen tot Blokarı kutusu, of eventueel de Marokkaanse variant? De hoofddoekjes gedragen zich in ieder geval als de vijfde kolonne van Sharia4Belgium. Of hoe men niet naar Syrië hoeft te trekken om een heilige oorlog te voeren.

Boter op het hoofd

Straffer is echter het verhaal dat Het Nieuwsblad –ere wie ere toekomt– op zaterdag uitbracht. Blijkt immers dat het gezin dat als eerste klacht indiende tegen de kleuterjuf, zélf al twee jaar gevolgd wordt door de Bijzondere Jeugdzorg. Met als aanleiding: een vonnis uitgesproken in Nederland tegen de moeder en haar gezin. De moeder zou met haar beschuldigingen van misbruik tegen een kinderdagverblijf trouwens niet aan haar proefstuk toe zijn, en de voogdij over twee andere kinderen reeds verloren hebben.

Gaat het dus over niet meer dan een afleidingsmanœuvre, waarvoor een toevallige kleuterjuf dan maar moest boeten? Het zal je maar overkomen. Het is in ieder geval een verklaring die al stukken beter past bij wat vooral niet in de krant te lezen viel. Of mocht gelezen worden. De vraag is dan alleen nog maar of het aantal Vlamingen dat al van in het begin zo'n donkerbruin vermoeden in die zin had zeventig, dan wel tachtig procent bedroeg.

Dit artikel verscheen op 26 juni 2013 in 't Pallieterke.

Addendum: Sedert de publicatie van dit artikel weten we dat het gerechtelijk onderzoek tot nog toe geen sporen van kindermisbruik vond, dat de school van naam zal veranderen, en dat de kleuterjuf zo vrijwillig als een boerkamoslima haar overplaatsing naar een andere school gevraagd heeft. Maar zoals Freya Piryns zo raak opmerkte: «Niemand is gebaat bij een verdere polarisering tussen gemeenschappen», dus buigen we voor alle zekerheid toch maar tolerant het hoofd. Bij voorkeur naar Mekka, uiteraard, al is dat voorlopig nog niet hélemaal verplicht…

Labels: , , ,

Read more...

20 juli 2013

Gandhi en Mandela


 

Nu Nelson Mandela het toneel verlaat, maken we de balans op van zijn rol in de geschiedenis. Zijn naam zal verbonden blijven met twee belangrijke ommezwaaien: de bekering van het geweldloze African National Congress (ANC) tot de gewapende strijd in 1961, en de geweldloze overgang van Zuid-Afrika van een blank minderheidsbewind naar een niet-raciaal meerderheidsbewind in 1994. De laatste leidt tot de veelgehoorde vergelijking van Mandela met Mahatma Gandhi, de eerste was echter een bewuste breuk met een beleid dat door diezelfde Gandhi geïnspireerd was.

Toen het ANC in 1912 opgericht werd (toen nog als Native National Congress), woonde Gandhi in Zuid-Afrika en leidde er met een zeker succes de geweldloze strijd van de Indiase gemeenschap voor gelijkere rechten met de Europeanen. Let wel: Gandhi werkte niet voor de kleurlingen of zwarten, en vond het een groot onrecht dat de noeste Indiërs op gelijke voet behandeld werden met de “indolente” en “naakte” zwarten. Hij stelde niet de ongelijkheid tussen blank en zwart in vraag, wel de klassering van de Indiërs als zwart in plaats van als blank. Desalniettemin nam het ANC in het begin de geweldloze strategie van Gandhi over.

Later in India zou hij de strijd leiden voor een zeer ambitieus doel, namelijk het zelfbestuur en tenslotte de onafhankelijkheid van Engelands grootste kolonie. Dat was meer dan de Engelsen hem gunden, en in weerwil van de gebruikelijke mythevorming heeft Gandhi’s massabeweging maar weinig bijgedragen aan de uiteindelijke dekolonisering. Zoals Clement Attlee, premier ten tijde van India’s onafhankelijkheid, later getuigde, was Gandhi’s belang in de beslissing om India los te laten, “minimaal”. In Zuid-Afrika daarentegen ging het maar om het statuut van de kleine Indiase minderheid, zonder veel gevolgen voor het Britse bestuur. Bijvoorbeeld, de overijverige beslissing om alleen christelijke huwelijken te erkennen was een grote bron van ergernis voor de Indiërs maar zonder veel belang voor het koloniale bewind: ze kon dus op Gandhi’s aandringen gemakkelijk teruggedraaid worden.   

De strijd voor de rechten van de Indiërs werd geweldloos gevoerd. De Mahatma (“grote ziel”) wilde de strijd voor een nobele zaak niet met het gebruik van zondige middelen bezoedelen. Nochtans was hij niet geheel geweldloos: hij nam als vrijwillig brancardier deel aan de Boerenoorlog (1899-1902) en de Tweede Zoeloe-oorlog (1906) en recruteerde onder Indiërs voor deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Zijn wat naïeve berekening was dat hij in ruil voor zijn loyale medewerking aan de oorlogvoering politieke toegevingen van de Britten zou loskrijgen.

Ook bij Mandela zien we die combinatie van gewapende strijd en geweldloze politieke verwezenlijkingen. In 1961 stelde het ANC vast dat de vreedzame strijd slechts achteruitgang opgeleverd had: de zwarten waren er in het zelfbesturende Zuid-Afrika nog slechter aan toe dan onder Brits koloniaal bewind. Een gandhiaanse analyse zou luiden dat het ANC de methode van het geweldloos protest onvoldoende beheerste, maar het is begrijpelijk dat het ANC deze methode als mislukt beschouwde.

Onder impuls van jongere leiders als Nelson Mandela richtte de organisatie dus een gewapende vleugel op: de Umkhonto we Sizwe, “Speer van de Natie”. Het is niet overdreven om het beleid van het ANC en van Mandela  in de volgende jaren als “terroristisch” te bestempelen. Toen Mandela gevangen gezet werd, was hij in het bezit van een grote hoeveelheid wapens en explosieven. Zopas nog heeft de Vlaamse Hélène Passtoors toegegeven dat zij in 1983 medeplichtig was aan een ANC-aanslag met 19 dodelijke slachtoffers en een 200 gewonden.

Naarmate de herinnering aan dit gezicht van het ANC wegsterft, hebben wij meer aandacht voor de Mandela van 1994 en volgende jaren. Terwijl de gewapende strijd bloedig maar militair gezien vruchteloos was, bereikte het ANC veel meer op een ander front: de mobilisatie van de internationale publieke opinie tegen het Apartheidsbewind. Deze noopte de blanke regering tot onderhandelingen met de vrijgelaten Mandela, die nu een veel verzoeningsgezinder opstelling vertoonde. Het is in grote mate aan hem te danken dat de overdracht van de macht vreedzaam is verlopen. Later zou er toch een golf van geweld tegen de blanken komen, met de frequente plaasmoorde, maar toen had Mandela zich al uit de politiek teruggetrokken.

Net als Gandhi verdient hij een genuanceerde beoordeling. Beiden blijven in de herinnering geassocieerd met een geweldloze machtsoverdracht, maar hebben bij nader toezien ook hun aandeel in de gewapende strijd gehad.


(verder ongepubliceerd, 16 juli 2013)

Labels: , , ,

Read more...

17 juli 2013

Tantra: via seks naar de Verlichting?


 


            Het septembernummer 2003 van Onkruid, tevens jubileumnummer van dit 25 jaar jonge New Age-blad, riep het de lezer toe van op de voorpagina: “Seks als weg tot God”. Het artikel in kwestie bleek gewijd aan het populaire maar nog steeds op fluistertoon uitgesproken toverwoord Tantra. Dit zou een Oosterse doctrine zijn die de spirituele dimensie van seks blootlegt: seks als middel tot Verlichting. Al neukend naar het Nirwâna!

 


 

Kâma Soetra


 

            Vooraleer nader op het onderwerp Tantra in te gaan, moeten we hier eerst een dwaalspoor afsluiten. De Onkruid-redacteur haalt er de Kâma-Soetra bij, en dat had hij beter niet gedaan. Dat veelgeroemde hoewel eigenlijk vrij saaie boek gaat wel over seks maar heeft volstrekt niets met spiritualiteit te maken. De Kâma Soetra (en gelijkaardig, de Koka Sjâstra en Ananga Ranga) wordt niet tot de Tantra-literatuur gerekend. Integendeel, Kâma is gewoon de wereldse erotiek, en het boek beschrijft alle standjes en hulpmiddeltjes die je ook in moderne voorlichtingsboeken behandeld vindt.

Niet alleen de mystieke maar zelfs de ethische dimensie ontbreekt in het Handboek der Erotiek. Een amorele visie op het nut van de erotiek voor het leven vind je bijvoorbeeld in het hoofdstuk over hoe de vrouw van je baas te verleiden. Wegens de risico’s wordt afgeraden om dit te doen omwille van zoiets onnozels als verliefdheid, maar je mag het wel doen als er een flinke kans op persoonlijk voordeel in zit, namelijk als zij via haar invloed op haar man jouw carrière kan vooruithelpen.

Het boek is complexloos seksistisch maar erkent wel de superioriteit van de vrouw in het zuiver seksuele domein, ondermeer omdat zij negen keer zo intens van gemeenschap geniet als de man. Als haar minnaar uitgeput is maar zij heeft zin in nog, dan krijgt ze de raad om de rollen om te draaien en zelf het initiatief te nemen. (Zulke dingen worden niet vermeld in de erg gekuiste versie van de Victoriaanse libertijn Richard Burton, waarop de meeste uitgaven gebaseerd zijn. Voor een volledige versie van de Kâma-Soetra, zie de editie van Alain Daniélou, ook in het Nederlands verkrijgbaar bij uitgeverij Becht.) Moet kunnen, maar met de fameuze spirituele weg heeft het weinig te maken. In contrast met deze werelds-erotische lectuur heeft Tantra wel met spiritualiteit te maken, maar dan weer niet zo veel met seks.

 

 

Tantra zonder nonsens


 

Het woord tantra, meer nog dan de westerse afleiding tantrisme, heeft een waaier aan betekenissen. Laten we vooreerst even de vaak opduikende valse en vergezochte etymologieën van deze term de kop indrukken. De wortel tan betekent “opspannen” (verwant met Latijn tendere, waarvan intens, extensie) en -tra is een instrumenteel achtervoegsel (verwant met Latijn –trum, als in aratrum, “ploeg”), dus: “opspaninstrument”, vandaar specifiek “weefgetouw”. Vandaar dan in figuurlijke zin “meerdimensionaal systeem” (bv. lokatantra, “volkssysteem”, democratie), en vandaar “gestructureerde uitleg van een vak of wetenschap”, “handboek”.

            De term beduidt een type literatuur uit de middeleeuwen, meestal in de vorm van een leergesprek tussen de god Sjiwa en de godin, die kan optreden onder diverse benamingen: Oemâ, Satî, Pârwatî, Doergâ, Kâlî. Een klassieke Tantra heeft vijf vaste bestanddelen: (1) het begin van de wereld, (2) het einde van de wereld, (3) manieren om een godheid te vereren, (4) technieken om occulte krachten te verwerven, (5) technieken om de zelfbevrijding te bereiken.

Daarnaast wordt “tantrisme” vaak gebruikt als synoniem voor “sjaktisme”, zijnde de verering van de godin of Sjakti, “kracht”, die haar goddelijke partner uit een toestand van louter potentialiteit tot leven wekt. In godenparen als Brahma/Saràswatî of Visjnoe/Laksjmî wordt de god opgevat als statisch, de godin als dynamisch, best te vergelijken met de rolverdeling in salondansen, waar de man als stabiele as fungeert die zijn vrouwelijke partner doorheen allerlei draaibewegingen voert.

Het centrale symbool van het sjaktisme, dat men dus ook in alle boeken over Tantra aantreft, is de omgekeerde driehoek met een punt in. In eerste instantie is dit een primitief symbool van het vrouwelijk geslacht en de bevruchting, reeds aangetroffen in voorhistorische rotstekeningen in India. Later heeft men er schema’s uit de hogere wijsbegeerte op geprojecteerd. Als kosmologisch symbool toont het een neutraal (nirgoena) rustpunt temidden van een dynamische driepolige wereld, de mannelijke Sjiwa in de vrouwelijke Sjakti. Drie kwaliteiten (trigoena) vormen de drie polen van dit schema, namelijk (1) sattwa: het witte daglicht, het transparante, lichte, waarheidsgetrouwe, onthechte; (2) radzjas: de rode schemering, het troebele, energieke, hartstochtelijke; en (3) tamas: de zwarte nacht, het zware, donkere, dragende, inerte, onwetende. Als psychologisch schema schetst dit het bewustzijnslandschap, met het drievoud van “geabsorbeerde bewustzijnstoestanden” (waken, dromen, slapen) en de neutrale “vierde toestand” van zelfabsorptie, de meditatieve staat waarbij het bewustzijn in zichzelf rust.

De “vrouwelijke” neerwaartse driehoek wordt vaak gecombineerd met de “mannelijke” opwaartse driehoek, de berg als symbool van Sjiwa, tot een zespuntige ster of Sjrî Tsjakra, “wiel van de welzijnsgodin”. Een andere populaire variant is de verdere uitwerking tot een tekening van vier opwaartse en vijf neerwaartse driehoeken, de Sjrî Jantra, letterlijk “de machine van de welzijnsgodin”, een populair cultusvoorwerp op hindoe-huisaltaartjes.

 

 

Het belang van ritueel


 

Het tantrisme bevat allerlei praktijken die niet alleen door moderne mensen maar ook door de brahmaanse “grote traditie” als kwalijk bijgeloof afgedaan worden, of als een ongezonde manipulatie van duistere krachten. Een “tantrik” is wat wij zouden noemen een “occultist”, bv. iemand die de hand leest of die je een talisman maakt afgestemd op de vermeende invloeden van je geboortegesternte. Binnen het boeddhisme onderscheidt de Tibetaanse variant zich door een grote voorliefde voor occultisme en door een heel repertorium aan rituelen voor allerlei godjes en godinnetjes, inbegrepen voor copulerende goddelijke paartjes. Daarom noemt men hem ook wel het “tantrisch boeddhisme”.

Als spiritueel systeem contrasteert Tantra met systemen van "direct inzicht” als Vedânta of Zen. In plaats van eenvoudige meditatie of stille verinnerlijking als directe weg tot de onpersoonlijke bewustzijnszee (wat in Vedânta het Zelf heet, in Zen de Leegte), gebruikt het tantrisme een veelheid aan vermeende hulpmiddelen, inz. mantra , “mentaal instrument”, in feite een mentaal herhaald geluid, opgevat als vibratielichaam van een godheid; jantra, “machine” of meetkundige vorm ter visualisatie; moedra, “zegel”, een handgebaar of lichaamshouding die energie kanaliseert; en poedzjâ, het devotieritueel voor een afbeelding van de godheid. Tantrisme is altijd theïstisch, gericht op een persoonlijke relatie met een of meer goddelijke personen, daar waar Advaitâ Vedânta en het orthodoxe boeddhisme zich de ultieme werkelijkheid als onpersoonlijk voorstellen.

Quintessentieel tantrisch is de klemtoon op rituelen. Men visualiseert een godheid en voert daarvoor in gedachten of materieel allerlei offerandes uit, men zegt bepaalde mantra’s op en men maakt bijpassende buigingen of handgebaren. Wie dat onzin vindt, of wie zoals de meeste moderne mensen weinig om ritueel geeft, moet dus al zeker niet bij het tantrisme zijn.

 

 

“Tantra en seks”, mythe en werkelijkheid


 

Wat in het tantrisme vooral de aandacht van westerlingen getrokken heeft, is het zogenaamde “linkshandige pad” (wâma-mârga). Zoals in de meeste talen heeft ook hier het woord “links” een negatieve bijklank (vgl. Latijn sinister), zelfs voor de beoefenaars van dit “pad”. Bedoeling is hier namelijk om de neiging tot zwelgen in wereldse genietingen te transcenderen door zich er ritueel aan over te geven. Een vorm van spirituele homeopathie als het ware. Concreet gebruikt men tijdens het ritueel, dus uitdrukkelijk niét als leefgewoonte, de verboden geneugten van vlees, alcohol, en geslachtsgemeenschap. De vermeende spirituele werkzaamheid van deze praktijken ligt er precies in dat zij onrein zijn, niet alleen voor de brave burgerij, maar ook juist voor de beoefenaar zelf. Het tantrische gebruik van seksualiteit behoort dus niet tot een vrolijke tegencultuur die zich afzet tegen de brahmaanse cultuur die in de jongste eeuwen een sterk preuts karakter gekregen had (in tegenstelling met de goede oude tijd van de Kâma-Soetra toen de hindoesamenleving seksueel veel toleranter was); het vooronderstelt juist die preutsheid.

In de vrij schaarse seksueel-gerichte passages van de Tantra’s vinden we als seksuele praktijk iets heel anders dan in de Kâma-Soetra, namelijk de ritualisering van de seksualiteit. Je moet je dan houden aan bepaalde planeetstanden, je voorbereiden met wassingen en vasten en dergelijke, vervolgens je poezeminneke als een godin eer bewijzen zoals men het in tempels voor een beeld van de tijgergodin Doergâ zou doen, en aan het eind van deze lange rit is er dan ook een beetje geslachtsgemeenschap. Kortom, iets waar de westerse New-Ager gewoon het geduld niet voor heeft noch de zin van inziet. Moderne mensen die voor eenvoudige rituelen zoals een gebed vóór het eten al geen tijd meer maken, hebben gewoon niets te zoeken in de uitgebreide ritualistiek van Tantra.

Details over seksuele technieken moet men al helemaal ver gaan zoeken, en ook die kunnen de nieuwsgierige wel eens teleurstellen zelfs als hij ze vindt. Het belangrijkste is immers, de ontlading (dus datgene wat voor de meeste mannen het einddoel van de geslachtsdaad vormt) te manipuleren, uit te stellen of zelfs helemaal te vermijden. Vele hindoes zijn ervan overtuigd dat het opsparen van zaad, door celibaat danwel door ejaculatievrij geslachtsverkeer, een bijzonder charisma verleent. Toen na de dood van de charismatische vrijheidsstrijder Soebhâsj Basoe (Bose) in 1945 uitkwam dat hij ergens een vrouw en kind had zitten, weigerden zijn fans om dit te geloven: het kón gewoon niet dat zo’n superman een ordinaire spermaverspiller geweest was.

Het voordeel van tantrische seksualiteit tegenover gewone onthouding zou erin bestaan dat men de energie die men uiteindelijk opspaart, eerst door de geslachtsdaad nog eens stimuleert en versterkt. De energie die men daardoor opwekt en weigert te verspillen, kan men dan sublimeren tot een energie die allerlei subtiele circuits in en rond het lichaam vitaliseert. Om de verering van de partner compleet te maken, stelt men zich dan een energiecircuit voor dat beide lichamen verbindt en dat men samen mentaal doorloopt, a.h.w. met de opgewekte en gesublimeerde seksuele energie als brandstof. Niet bepaald een lichtzinnig orgietje, dus.

Men kan dit hele gedoe natuurlijk bij voorbaat als onzinnig afwijzen, maar zelfs als men het met veel welwillendheid benadert, stelt men vast dat het toch wel wat minder oplevert dan bepaalde New-Age-goeroes eraan toeschrijven. De gevergde inspanning is groot, de verwachte vruchten onduidelijk. Al neukend naar de Verlichting? Dat wordt moeilijk, en wel om volgende reden.

 

 

De Verlichting


 

De notie van “verlichting” is zelf al problematisch. De term zelf, uiteraard niet te verwarren met de benaming van het 18de-eeuwse enthousiasme voor de postreligieuze rationaliteit, is eigenlijk westers; in India spreekt men van de Bevrijding (moekti, móksja), Ontwaking (bódhi) of Windstilte (nirwâna). Deze term houdt een wijsgerige interpretatie in van de meditatieve ervaring. De meditatiemeester Patàndzjali beschrijft deze ervaring gewoon in technische termen: “Meditatie is het stilleggen van de bewegingen van de geest. Dan rust de waarnemer in zijn eigen vorm.”

Dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de geest is als een aap die zeer moeilijk te disciplineren valt en zich voortdurend weer op wat anders richt. Asceten trokken zich terug in het woud om zich voltijds op deze discipline toe te leggen. Het bekendste voorbeeld is natuurlijk Siddhârtha Gaùtama, die zich op zijn 29ste terugtrok uit de wereldse geneugten om zittend onder een boom de “Ontwaking” (bódhi) te vinden en dan als “de Ontwaakte” (Boeddha) zijn ervaringen te systematiseren en door te geven.

Tegenwoordig kan men elektro-encefalografisch vaststellen dat een diepe meditatietoestand inderdaad “iets” doet met de hersengolven, namelijk een rusttoestand bewerkt vergelijkbaar met de diepe slaap, hoewel waakbewust. Maar wat is er zo waardevol aan die toestand?

Van in de Oepanisjaden is er sprake van het Zelf, d.w.z. het bewustzijn, dat men kan ervaren door alle bewustzijnsinhouden (denkpocessen, zintuigelijke gewaarwordingen, verlangens, herinneringen) tijdelijk uit de aandacht te verwijderen. Bedoeling is dus niet om het bewustzijn uit te schakelen zoals in diepe slaap, maar het bewustzijn op niets anders te richten dan op zichzelf: “het stilleggen van de bewegingen van de geest” zodat “de waarnemer in zichzelf rust”. Hiermee bevrijdt men zich van de toestand van “onwetendheid” (avidjâ), namelijk van het feit dat het bewustzijn doorgaans zichzelf vergeet door zich te vullen met zintuiglijke indrukken, herinneringen, redeneringen en andere bewustzijnsinhouden. Vandaar de notie van “Bevrijding”, namelijk uit de onwetendheid ofte de valse vereenzelviging van het Zelf met de bewustzijnsinhouden.

Het boeddhisme en het post-vedische hindoeïsme gaan nog een stap verder. De meditatieve toestand wordt hier bekleed met een buitengewone betekenis, namelijk als sleutel tot de beëindiging van het wiel van reïncarnaties. Het idee is het volgende: telkens je sterft, zit je nog met een kluwen aan onvervulde verlangens, en die drijven je tot wedergeboorte om in een volgende incarnatie de vervulling van deze verlangens na te streven. Dit noemt men “karma”, eigenlijk een wet van behoud van psychische energie, die maakt dat niet-gebluste verlangens werkzaam blijven. Door in meditatie je aandacht terug te trekken uit alle bewustzijnsinhouden, ook uit je subtielste verlangens, honger je deze als het ware uit totdat zij afsterven. Wanneer je dan doodgaat, is er geen brandstof meer die je reïncarnatiemotor aandrijft, dus je waait uit in de grote Leegte of het kosmische Zelf. Die lage hersengolven die in het labo gemeten worden, zijn in dat geval een signaal van een sinds miljoenen jaren reïncarnerende ziel die het punt nadert waarop zij voorgoed ten hemel vaart.

Niet iedereen die in de waarde van meditatie gelooft, aanvaardt deze verregaande aanspraken. Toen het boeddhisme in China bekend werd, bekritiseerden de inheemse confucianen het “maatschappelijk nihilisme” van de boeddhisten, die als monnik niet werkten en geen gezin stichtten. Maar zij erkenden wel dat meditatie nut kon hebben om je geest te kalmeren en te concentreren, en dus geschikter te maken voor gebruik tijdens de uitoefening van je maatschappelijke plichten. Tegenover de voltijdse meditatiepraktijk van de boeddhistische monniken begonnen zij met dagelijkse meditatiestonden ’s morgens en ’s avonds, “zuiver zitten” (jingzuo), zonder hierover hoogdravende beweringen te doen. Zij geloofden doorgaans niet in reïncarnatie en schreven aan diepe meditatie dus ook niet het vermogen toe om de wedergeboortekringloop te stoppen. Het was voor hen gewoon een verkwikkende oefening om de geest scherp te houden.

Welke betekenis men ook aan de toestand van diepe meditatie geeft, het gaat in ieder geval om een verinnerlijking van de aandacht. Zintuiglijke indrukken en andere mentale inhouden worden buiten de aandacht gehouden. Welnu, de geslachtsdaad is een bij uitstek sensuele, d.w.z. zintuiglijk gerichte bezigheid. Meditatie richt de aandacht naar binnen, seksualiteit richt de aandacht naar buiten. Er is niets verkeerds met het ene noch met het andere, maar de twee zijn nu eenmaal onverenigbaar. Om die zeer eenvoudige reden is het onzin, de geslachtsdaad als een weg naar de Verlichting voor te stellen. Dat is geen reden om hem te laten, natuurlijk, wel om hem te beleven los van “tantrische” mystificaties.

 

 

(oktober 2003, geschreven op verzoek van een inmiddels opgedoekt yogatijdschrift maar vermoedelijk nooit gepubliceerd)

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>