20 juli 2013

Gandhi en Mandela


 

Nu Nelson Mandela het toneel verlaat, maken we de balans op van zijn rol in de geschiedenis. Zijn naam zal verbonden blijven met twee belangrijke ommezwaaien: de bekering van het geweldloze African National Congress (ANC) tot de gewapende strijd in 1961, en de geweldloze overgang van Zuid-Afrika van een blank minderheidsbewind naar een niet-raciaal meerderheidsbewind in 1994. De laatste leidt tot de veelgehoorde vergelijking van Mandela met Mahatma Gandhi, de eerste was echter een bewuste breuk met een beleid dat door diezelfde Gandhi geïnspireerd was.

Toen het ANC in 1912 opgericht werd (toen nog als Native National Congress), woonde Gandhi in Zuid-Afrika en leidde er met een zeker succes de geweldloze strijd van de Indiase gemeenschap voor gelijkere rechten met de Europeanen. Let wel: Gandhi werkte niet voor de kleurlingen of zwarten, en vond het een groot onrecht dat de noeste Indiërs op gelijke voet behandeld werden met de “indolente” en “naakte” zwarten. Hij stelde niet de ongelijkheid tussen blank en zwart in vraag, wel de klassering van de Indiërs als zwart in plaats van als blank. Desalniettemin nam het ANC in het begin de geweldloze strategie van Gandhi over.

Later in India zou hij de strijd leiden voor een zeer ambitieus doel, namelijk het zelfbestuur en tenslotte de onafhankelijkheid van Engelands grootste kolonie. Dat was meer dan de Engelsen hem gunden, en in weerwil van de gebruikelijke mythevorming heeft Gandhi’s massabeweging maar weinig bijgedragen aan de uiteindelijke dekolonisering. Zoals Clement Attlee, premier ten tijde van India’s onafhankelijkheid, later getuigde, was Gandhi’s belang in de beslissing om India los te laten, “minimaal”. In Zuid-Afrika daarentegen ging het maar om het statuut van de kleine Indiase minderheid, zonder veel gevolgen voor het Britse bestuur. Bijvoorbeeld, de overijverige beslissing om alleen christelijke huwelijken te erkennen was een grote bron van ergernis voor de Indiërs maar zonder veel belang voor het koloniale bewind: ze kon dus op Gandhi’s aandringen gemakkelijk teruggedraaid worden.   

De strijd voor de rechten van de Indiërs werd geweldloos gevoerd. De Mahatma (“grote ziel”) wilde de strijd voor een nobele zaak niet met het gebruik van zondige middelen bezoedelen. Nochtans was hij niet geheel geweldloos: hij nam als vrijwillig brancardier deel aan de Boerenoorlog (1899-1902) en de Tweede Zoeloe-oorlog (1906) en recruteerde onder Indiërs voor deelname aan de Eerste Wereldoorlog. Zijn wat naïeve berekening was dat hij in ruil voor zijn loyale medewerking aan de oorlogvoering politieke toegevingen van de Britten zou loskrijgen.

Ook bij Mandela zien we die combinatie van gewapende strijd en geweldloze politieke verwezenlijkingen. In 1961 stelde het ANC vast dat de vreedzame strijd slechts achteruitgang opgeleverd had: de zwarten waren er in het zelfbesturende Zuid-Afrika nog slechter aan toe dan onder Brits koloniaal bewind. Een gandhiaanse analyse zou luiden dat het ANC de methode van het geweldloos protest onvoldoende beheerste, maar het is begrijpelijk dat het ANC deze methode als mislukt beschouwde.

Onder impuls van jongere leiders als Nelson Mandela richtte de organisatie dus een gewapende vleugel op: de Umkhonto we Sizwe, “Speer van de Natie”. Het is niet overdreven om het beleid van het ANC en van Mandela  in de volgende jaren als “terroristisch” te bestempelen. Toen Mandela gevangen gezet werd, was hij in het bezit van een grote hoeveelheid wapens en explosieven. Zopas nog heeft de Vlaamse Hélène Passtoors toegegeven dat zij in 1983 medeplichtig was aan een ANC-aanslag met 19 dodelijke slachtoffers en een 200 gewonden.

Naarmate de herinnering aan dit gezicht van het ANC wegsterft, hebben wij meer aandacht voor de Mandela van 1994 en volgende jaren. Terwijl de gewapende strijd bloedig maar militair gezien vruchteloos was, bereikte het ANC veel meer op een ander front: de mobilisatie van de internationale publieke opinie tegen het Apartheidsbewind. Deze noopte de blanke regering tot onderhandelingen met de vrijgelaten Mandela, die nu een veel verzoeningsgezinder opstelling vertoonde. Het is in grote mate aan hem te danken dat de overdracht van de macht vreedzaam is verlopen. Later zou er toch een golf van geweld tegen de blanken komen, met de frequente plaasmoorde, maar toen had Mandela zich al uit de politiek teruggetrokken.

Net als Gandhi verdient hij een genuanceerde beoordeling. Beiden blijven in de herinnering geassocieerd met een geweldloze machtsoverdracht, maar hebben bij nader toezien ook hun aandeel in de gewapende strijd gehad.


(verder ongepubliceerd, 16 juli 2013)

Labels: , , ,

Read more...

13 juli 2013

Protea

 

In het anderhalf jaar dat ik in de senaat werkte, heb ik nogal wat politici persoonlijk leren kennen. Daaronder een N-VA-senator die ik vaagweg eens ontmoet moet hebben in mijn studententijd in Leuven. Hij was naar eigen zeggen destijds ondermeer bedrijvig in Protea, de “Vlaams-Zuid-Afrikaanse contactclub”. Die telde in de jaren 80 heel wat vooraanstaande politici in haar rangen, niet alleen van de Volksunie maar ook van de CVP en de PVV. Op mijn vraag waarom die club zichzelf opgeheven had, zei hij dat weinige Vlamingen zich nog wilden associëren met de Apartheid na de afschaffing daarvan. Aangezien de eerste belanghebbenden, de blanke Zuid-Afrikanen, zelf  ingestemd hadden met de afschaffing van dat stelsel, ging het niet op dat hier nog langer te verdedigen.

Zo ontstond de vreemde situatie dat Vlamingen wel een solidariteitsfonds konden oprichten met een volk dat zichzelf verwende door een wereldwijd gehaat bewind in stand te houden , maar dat volk in de steek liet toen het een gediscrimineerde en bedreigde minderheid werd. Protea wou de Afrikaners steunen tegen de kritiek op het beleid van gescheiden ontwikkeling, maar is er niet meer om hen te steunen tegen de “plaasmoorde”, de afschaffing van het Afrikaans en het beleid van “regstellende aksie” dat veel werkloosheid onder blanken veroorzaakt. Als je dat onbevangen bekijkt en abstractie maakt van de senatoriële uitleg, stemt het wel goed overeen met de Vlaamse mentaliteit: hoera-solidariteit zolang het om een volgevreten machtsgroep gaat, maar de andere kant opkijken zodra het moeilijk wordt.

Met de wijsheid van de terugblik kan je wel stellen dat het broedervolk aan de Kaap zich met het Apartheidsbeleid (1948-94) ernstig vergist heeft. Veel van de weldaden die Protea als verdiensten van het Apartheidsbewind trachtte te verkopen, waren ook mogelijk geweest onder een ander machtsverdeling, waarbij de zwarten dan minder fel anti-blank zouden geworden zijn (“Kill the Boer”). Het was ook een huichelachtig beleid. In het begin namen enkelen het beginsel van “gescheiden ontwikkeling” ernstig en in al zijn consequenties: de zwarten zouden eigen staten krijgen en de blanken zouden hun vuile werk zelf doen (over die idealisten schreef Guy De Maertelaere in wijlen Topics en in TeKoS). In de praktijk echter werd het ondergeschikte werk wel degelijk door zwarten gedaan, die hun staatsburgerschap verloren maar als burger van het hun toegewezen thuisland voor gastarbeid naar rest-Zuid-Afrika kwamen. Bovendien was de gebiedsverdeling, met slechts 13% voor de zwarten, apert onrechtvaardig. Maar goed, dat is nu voorbij, de blanken zelf hebben in hun laatste exclusieve stembusgang democratisch voor het “nieuwe Zuid-Afrika” gestemd.  

De Engelstalige schrijfster en Nobelprijswinnares Nadine Gordimer heeft kort na de overgang in een vraaggesprek getuigenis van haar anti-Apartheidsstrijd afgelegd. De meeste Engelstaligen waren welgesteld en hadden connecties elders in de Anglosfeer, vaak ook een Brits paspoort. Zij bekeken de verhouding tot de zwarten veel ontspannener dan de Afrikaners. Erop vertrouwend dat zij geen formeel minderheidsbewind nodig hadden om toch de facto de overheersende groep te blijven, uitten zij graag hun minachting voor de veel onzekerder Afrikaners, die achter de muur van wettelijke Apartheidsbepalingen veiligheid tegen de zwarte meerderheid zochten. Het verzet tegen de Apartheid was voor de Engelstalige blanken vooral een manier om hun superioriteit tegenover de Afrikaners te bevestigen. Zoals in Vlaanderen de elite haar superioriteit uit door het proletariaat met de immigranten en alle bijbehorende problemen op te zadelen, en het vervolgens voor “racistisch” uit te schelden.

Het is natuurlijk goed en nodig om een modieuze beweging als het antiracisme en destijds de motieven achter de anti-Apartheidsstrijd te doorprikken, maar Gordimers gemeenschap had het uiteindelijk wel juist bekeken. Ook de Afrikaners hadden hun eigen overlevingskansen aanmerkelijk verbeterd door van meet af aan op een toekomst binnen een democratisch en multiraciaal Zuid-Afrika te mikken. Zij zaten in een comfortabele machtspositie en hadden een geleidelijke overgang naar een meerderheidsbewind kunnen uitstippelen met maximale veiligstelling van hun eigen belangen. In plaats van hen daartoe aan te moedigen, verdedigden de Vlamingen van Protea de heilloze Apartheidskoers. Nou goed, ook dat is voorbij. Maar nu zijn de Afrikaners sterk in de verdediging gedrukt. Nu zouden ze wel wat internationale steun kunnen gebruiken. Je zou dus zinvol een Vlaamse solidariteitsbeweging met de Afrikaners kunnen opzetten. Mocht je om een benaming voor dat steunfront verlegen zitten: de naam Protea is ter beschikking.


(Doorbraak online, 12-7-2013)

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten