16 augustus 2009

Hussein Obama's jihad tegen de burgerrechten

Via Hub Jongen, de gewezen voorzitter van de Libertarische Internationale, kreeg ik vandaag de volgende e-mail doorgestuurd. Judy Nagy uit Ecuador wijdt een interessant bericht aan de anti-wapenpolitiek van Barack Obama. Zij die zich niet in wapenrechten interesseren, kunnen deze post overslaan, maar de anderen kunnen zich misschien ook deze libertarische kijk op het thema eigen maken.

For many years, I have thought that when the government starts interfering with private Gun Ownership, that would mark the final blow to Freedom in the U.S. The U.S. Constitution - no longer respected for sometime and especially now - guarantees the indivual THE RIGHT TO BEAR ARMS. which means carry them on your person.

It is important to be free to have a well-armed populace - it helps tremendously to keep the government creeps in their place. Dictatorial governments always strive to get guns out of the hands of private citizens to be able to abuse them more easily. In many parts of the country, children learn to use a rifle and go hunting and most homes have arms as a general custom.

Governments like the Nazis and the new U.S. Menace start by having everyone REGISTER their arms and then go around taking them away. Of course, many people do not declare them, but then that becomes a CRIMINAL offense if one has to use them - no longer recognized as a natural right. Occasionally, some nut shoots several people - perhaps if more citizens wore arms as was previously the custom, they could take them out and shoot the criminal - same on an airplane. At least the pilots should have guns. If citizens are desarmed, only private criminals and government ones have arms. An individual must defend himself with a stick of wood or a ball bat if one is around.

I recently received this from a young friend who lives in Atlanta so the plan to take guns away from individuals is already to take off.
Well, Here It Comes

YOU THOUGHT IT WOULD NEVER HAPPEN HERE!
WELL, HERE IT COMES!!!!

HR 45 Blair Holt Firearm Licensing & Record of Sales Act of 2009
Please send this to everybody on your list... this is Obama guncontrol by secrecy.
Very Important for you to be aware of a new bill HR 45 introduced into the House.
This is the Blair Holt Firearm Licensing & Record of Sale Act of 2009.
We just learned yesterday about this on the Peter Boyles radio program.
Even gun shop owners didn't know about this because it is flying under the radar..
To find out about this - go to any government website and type in HR 45 or Google HR 45 Blair Holt Firearm Licensing & Record of Sales Act of 2009. You will get all the information.
Basically this "little" piece of legislation would make it illegal to own a firearm - any rifle with a clip or ANY pistol unless:
.It is registered
.You are fingerprinted
.You supply a current Driver's License
.You supply your Social Security #
.You will submit to a physical & mental evaluation at any time of their choosing
.Each update - change or ownership through private or public sale must be reported and costs $25
- Failure to do so you automatically lose the right to own a firearm and are subject up to a year in jail.
There is a child provision clause on page 16 section 305 stating a child-access provision. Guns must be locked and inaccessible to any child under 18.
The Government would have the right to come and inspect that you are storing your gun safely away from accessibility to children and fine is punishable for up to 5 yrs. in prison.
If you think this is a joke - go to the website and take your pick of many options to read this..
http://www.opencongress.org/bill/111-h45/text
It is long and lengthy. But, more and more people are becoming aware of this. Pass the word along.
FAILURE TO DO SO AT YOUR PERIL!
Any hunters in your family - pass this along.
Peter Boyles is on this and having guests. Listen to him on KHOW 630 a.m. in the morning.
He suggests the best way to fight this is to tell all your friends about it and "spring into action".
Also he suggests we all join a pro-gun group like the Colorado Rifle Association, hunting associations, gun clubs JPFO (JEWS FOR THE PRESERVATION OF FIREARMS OWNERSHIP) and especially the GOA and NRA.
This is just a "termite" approach to complete confiscation of guns and disarming of our society to the point we have no defense - chip away a little here and there until the goal is accomplished before anyone realizes it.
YOU MAY NOT OWN OR EVEN LIKE GUNS, but if you LOVE FREEDOM, YOU better get involved NOW!!!
TOMORROW YOU MAY NOT HAVE AN OPTION..
This is one to act on whether you own a gun or not.
The Second Amendment... . America's original homeland security

Read more...

Liberty and Current Issues 2009 (Vincent De Roeck)

Van 18 tot 24 juli 2009 was ik andermaal te gast op één van de zomerseminaries van het “Institute for Humane Studies”, ditmaal op de mooie campus van “Trinity University” in Washington, D.C. Het IHS zelf is onderdeel van de libertarisch-conservatieve “George Mason University” uit Noord-Virginia, maar om de één of andere reden organiseert het IHS haar seminaries steeds buitenshuis. Trinity zelf is gelegen in een zwarte buitenwijk van de Amerikaanse hoofdstad en is dus sterk Democratisch. Trinity is ook niet voor niets de Alma Mater van Katleen Sebelius, Obama's volksgezondheidsminister, maar ook van huidig parlementsvoorzitster Nancy Pelosi. Wat een libertarisch-conservatieve instelling daar kwam zoeken, is en blijft mij een raadsel, maar de faciliteiten waren dik in orde. Een tachtigtal studenten, het gros Amerikanen, werd er een weeklang onderwezen in “liberty and current issues”, wat ook de naam van het seminarie was. Ik heb mij er zeer goed geamuseerd en ook al bleef het algemene “niveau” onder mijn verwachtingen, toch heb ik er weer een aantal nieuwe inzichten kunnen verwerven.

Eén van de gastdocenten was Clark Neily, die als advocaat gespecialiseerd in grondwettelijk recht verbonden is aan het “Institute for Justice”. Dit instituut biedt rechtsbijstand aan alle Amerikaanse burgers die hun rechten geschonden zien door de overheid. In die optiek is het IFJ een beetje de libertarische tegenhanger van de links-progressieve ACLU. Neily analyseerde voor ons de Amerikaanse Grondwet en stond stil bij de perverse evolutie van de laatste eeuw waarbij politici en activistische rechters de interpretatie van de Grondwet zodanig verkracht hebben dat ze vandaag al lang niet meer hetzelfde morele gezag heeft als in den beginne. De Grondwet moest de macht van de overheid beperken en de burgers de mogelijkheid geven die overheid te controleren, maar door (mis)interpretates van de “commerce clause” en de “necessary and proper clause” is dat al lang niet meer het geval. Ook de vrijheid van meningsuiting (hij verdedigde ooit de Black Panthers én de Ku Klux Klan voor de rechtbank) en wapenrechten (hij was één van de pleiters in de zaak van D.C. versus Heller) kwamen uitgebreid aan bod in zijn lezingen, net als zijn rotsvast geloof dat ook het “recht op arbeid” grondwettelijk gegarandeerd zou zijn. In dat kader zet hij zich tegenwoordig vooral in om reguleringen en vergunningen via de rechtbank af te schaffen. Zijn volgende doelwit is de verplichte vergunning voor bloemisten (sic!) in de staat Louisiana.

Mark LeBar is professor filosofie aan de “University of Ohio” en een oude bekende van ondergetekende. Onze paden hadden elkaar ook vroeger al eens gekruist. LeBar sprak aan Trinity over het verschil tussen “political society” en “civil society”, tussen positieve en negatieve rechten, en tussen “gelijkheid” en “gelijkwaardigheid”. Zijn lezingen waren basis, maar de gesprekken met hem tijdens de maaltijden waren dat zeker niet. LeBar verwerpt de democratie, kant zich tegen elke idee van “sociaal contract”, en definieert de overheid als een louter op dwang gestoelde autoriteit. LeBar vindt verder dat de katholieke traditie meer openingen laat voor het libertarisme dan het protestantisme, hoewel dat laatste algemeen als meer kapitalistisch en liberaler gepercipieerd wordt. Aan Trinity kregen we ook nog de video “Stupid in America” van John Stossel op ons bord waaruit blijkt dat het “public school”-systeem in de VS onaanvaardbaar slechte resultaten blijft opleveren. Ook Lynn Scarlett, de gewezen hoofdredactrice van “Reason Magazine” en oud-minister van binnenlandse zaken onder George W. Bush, kwam ons met een gastlezing over natuurbehoud, milieu en klimaat verblijden. Zij erkende de “tragedy of the commons”, verdedigde de “property rights approach”, bracht tal van vrijemarktoplossingen voor natuurvraagstukken aan en was bereid “cap-and-trade” te dogen. Enkel met dit laatste was uw dienaar het oneens.

Dan D’Amico heeft een verleden bij het “Mercatus Center” en de “Foundation for Economic Education”, waar ik hem vorig jaar al ontmoet had, en is momenteel professor economie aan de “Loyola University” in New Orleans. D’Amico is een jonge radicale Austrian en dat bleek andermaal uit zijn lezingen. Hij noemde de overheid totaal overbodig, vond de nochtans algemeen als liberaal beschouwde “public choice school” van James Buchanan té etatistisch, en kloeg de “capture” en “rent-seeking” processen aan, en de inherente verspilling en verstaatsing die daarmee gepaard gaan. D’Amico verwierp de noodzaak van publieke goederen, herleidde elk economisch vraagstuk tot incentivestructuren, maakte komaf met de linkse idee-fixe van “market failures”, besprak de “business cycle theory” van de Oostenrijkse School en toetste deze aan de huidige financiële crisis. Verder verdedigde hij “spontaneous orders”, nam hij afstand van elke vorm van strafrecht (het is in zijn ogen immers niet aan de staat om mensen “in naam van de gemeenschap” te straffen) en adresseerde het vraagstuk van instellingen en het “knowledge problem”. Wat het hoogtepunt van de week had moeten worden, een gastlezing van de gevierde economieprofessor Tyler Cowen van GMU, eindigde een beetje in mineur. Cowen staat bekend als liberaal econoom maar in zijn lezing kwam dat niet tot uiting. Hij koos de kant van Greenspan en Bernanke, verdedigde de bail-outs en pleitte zelfs voor nieuwe regels voor de financiële markten.

Omar Wasow is een “self made” internetmiljonair en professor Afro-Amerikaanse studies aan Harvard, het departement van ster van het moment Henry Louis Gates. Wasow zelf werd nationaal bekend toen hij vier jaar geleden een vast segment had in de talkshow van Oprah Winfrey en hij eveneens verkozen werd tot de knapste internetondernemer door één van de Amerikaanse vrouwenbladen. Wasow is zelf van gemengde afkomst, maar heeft geen enkel respect voor de victimisatiecultuur van zijn rasgenoten. Wasow kwam aan Trinity spreken over drugprohibitie, de “War on Drugs” en de toestand van het Amerikaanse onderwijs. Als heftige voorstander van druglegalisering maakte hij komaf met het repressieve Amerikaanse beleid en becijferde hij voor ons de totale kost van die prohibitie. 10% van de Amerikaanse bevolking zit ooit lange tijd in de gevangenis, meestal voor pietluttige drugdelicten, en dat heeft volgens Wasow niet enkel een impact op die personen en hun families, maar ook op de ganse samenleving. De rapcultuur van vandaag vindt haar oorsprong in die overbestraffing van druggebruikers, net als bepaalde modetrends zoals het dragen van broeken onder het achterwerk of schoenen zonder veters. Beide gebruiken hebben immers een rechtstreekse link met het gevangenisleven waar gordels en veters in beslag genomen worden om zelfmoorden te voorkomen. Ook wijt Wasow de slechte naam van de VS in Latijns-Amerika aan hun anti-druginterventies in die landen. Idem trouwens voor Afghanistan. Volgens Wasow financiert de drugprohibitie in de Verenigde Staten net haar aartsvijanden die het in de opiumbergen van Afghanistan tracht te bestrijden.

Een seminarie in Washington D.C. is natuurlijk niet volledig zonder een bezoek aan één van de vele denktanks. Dit jaar stond het “Cato Institute” op het programma waar we een ganse voormiddag rondgeleid werden en drie korte uiteenzettingen in het statige “Friedrich Hayek Auditorium” voorgeschoteld kregen. Mark Calabria, gewezen hoofdadviseur van de bankencommissie van de Amerikaanse Senaat en oud-professor economie aan “George Mason University”, gaf ons een gedetailleerde uitleg over de wetsvoorstellen die momenteel door Obama’s administratie aan het Congres voorgelegd worden. Michael Cannon, eveneens oud-professor aan GMU en in een vorig leven ook nog de hoofdadviseur van GOP-senaatsfractieleider Larry Craig, gaf duiding bij de socialistische “health care”-plannen van Obama en liet van diens voorstellen geen spaander heel. Justin Logan, een oud-professor internationale betrekkingen van de “University of Chicago”, die binnen Cato verantwoordelijk is voor buitenlands beleid, besprak zijn kijk op de “U.S. Grand Strategy”. Logan is zeker geen vredesduif, hij staat een sterke defensie en een assertieve buitenlandse politiek voor, maar kant zich scherp tegen preventieve interventies, natieopbouw en kanoneerbootdiplomatie. Hij werkt momenteel aan een stappenplan om de Amerikaanse troepen zo snel als mogelijk terug naar huis te brengen.

Samengevat was het dit jaar opnieuw een zeer leuke en interessante ervaring in Washington D.C., waar ik ook opnieuw tijd vond om oude bekenden op te zoeken. Marc Huybrechts nam mij een dag op excursie naar het historische stadje Harper’s Ferry aan de samenvloeiing van de Potomac en de Shenandoah, waar tijdens de Burgeroorlog ene John Brown een legerarsenaal bestormde om slaven in het Zuiden te kunnen bewapenen. Hij faalde in zijn opzet en werd nadien ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Massamoordenaar Abraham Lincoln had kennelijk dus zelfs geen genade voor mede-abolitionisten... Misschien omdat de oorlog uiteindelijk toch vooral om belastingen en secessie ging en niet zozeer om het alom geromantiseerde slavernijgedoe? Ook maakte ik van de gelegenheid gebruik om rondgeleid te worden op de campus van GMU en om een “Duck Tour” te nemen die mij nog eens langs alle grote bezienswaardigheden geleid heeft. Een baseballwedstrijd tussen de “Washington Nationals” en de “New York Mets” in het nieuwe reuzenstadion van Anacostia kon ook niet in de planning doorbreken, net als een gezellig avondje uit met oude vrienden in Adam’s Morgan, zonder twijfel de meest trendy horecabuurt van dit moment in Washington. Een nieuwe president, een nieuwe wind, maar D.C. ziet er nog steeds even vlekkeloos uit. Hopelijk blijft dat ook zo.


Bovenaan zien jullie uw dienaar in het auditorium "F.A. Hayek" van het Cato Institute; onderaan in de tuin van Trinity University.

Meer over dit soort zomerseminaries op www.theihs.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

13 augustus 2009

Een terugblik op D.C./Heller (Vincent De Roeck)

In de VS kwam één van mijn dromen vorige maand in vervulling. Eén van de sprekers op één van de conferenties was niemand minder dan Clark Neily, een advocaat gespecialiseerd in grondwettelijk recht en één van de pleiters in de zaak “D.C. vs. Heller” van vorige zomer. Toen oordeelde het Amerikaanse Hooggerechtshof voor de allereerste maal dat het Tweede Amendement wel degelijk een individueel recht op vrij wapenbezit omvatte. Het verbod op vuurwapens in het “District of Columbia” werd daarmee ongrondwettelijk verklaard.

Neily is verbonden aan het "Institute for Justice" en vertelde ons het pakkende verhaal van de klagers in die zaak. Eén van hen, Tom Palmer, ken ik persoonlijk. Hij beleeft zijn homoseksuele geaardheid in het openbaar en wist ooit zijn leven te redden door een pistool te trekken tegenover een met honkbalknuppels bewapende bende skinheads die potenrammen tot sport verheven hadden. Toen hij nadien naar D.C. verhuisde, was een wapen dragen verboden.

Een andere was Dick Heller, een veiligheidsagent verantwoordelijk voor de beveiliging van overheidsgebouwen, die buiten zijn uren een inbraak wist te verijdelen met zijn dienstwapen maar zijn wapen moest inleveren omdat zijn wapenvergunning enkel geldig was tijdens zijn diensturen. Heller werd geacht een wapen te kunnen bedienen als hij daarmee bureaucraten kon beschermen, maar als hij nadien gewone burgers kon helpen, werd dat plots een misdrijf.

Ik kan alle zeven "plaintiffs" afgaan, maar dat zou ons te ver leiden. Wel ga ik hier nog de historie van Sheila Parker vertellen. Zij was een alleenstaande moeder wiens dochter naast haarzelf het slachtoffer werd van een “gang rape” en de politie tevergeefs gebeld had toen hetzelfde tafereel zich bij haar onderbuurvrouw voltrok. Een rechter gaf de politie nadien zelfs gelijk en stelde onomwonden dat de politie enkele een collectieve beschermingsverantwoordelijkheid heeft en geen individuele. De politie moet m.a.w. niet op elke melding ingaan. Toen zij nadien een wapen wou kopen, werd haar dat verboden.

Tom Palmer, die zijn leven had weten redden door een wapen, mocht van de overheid zichzelf niet verdedigen. Dick Heller, die een inbraak verijdelde met zijn wapen, mocht van de overheid geen wapen hebben. Sheila Parker, die een meervoudige “gang rape” had kunnen afwentelen, kon niet op de politie rekenen, maar mocht ook zelf geen wapen hebben. Deze schrijnende voorbeelden toonden het failliet van de verbodscultuur aan. Het Amerikaanse Hooggerechtshof stelde dan ook terecht dat wapenbezit een individueel burgerrecht was en blijft, en dat elke persoon op Amerikaanse bodem een wapen mag dragen en bezitten. Het gezond verstand heeft eindelijk gezegevierd.

Want ook al bestaan er nog duizenden regeltjes en reguleringen die het Tweede Amendement aan banden leggen, toch heeft het Hooggerechtshof in "D.C. vs. Heller" duidelijk de richting van het debat aangegeven. De richting van vrijheid en individuele verantwoordelijkheid. Hopelijk verandert de gretigheid van Barack Obama met zijn ultra-linkse benoemingen daar niets aan... Het Tweede Amendement gaat immers om een dubbele bescherming: enerzijds als "check" tegenover een tirannieke overheid, en anderzijds als een middel om zichzelf tegen derden te beschermen. De draagwijdte van het Tweede Amendement is een andere discussie. Volgens mij omvat die het recht om alle soorten wapens tot en met het standaardwapen van het Amerikaanse leger te bezitten én te dragen. In de 18de eeuw was dat een Musket, vandaag dus een M-4.


Meer over deze cruciale rechtszaak op http://dcguncase.com/blog/
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

12 augustus 2009

Liga voor Allochtonenrechten? (Hoegin)

Liga voor MensenrechtenWie de berichtgeving van de laatste weken over de nieuwe regularisatieronde een beetje gevolgd heeft, kan niet anders dan versteld staan door de tendentieuze leugenachtigheid en achterbaksheid die het establishment daarbij aan de dag gelegd heeft. Inderdaad, de samenwerking tussen pers, elite en politici om deze nieuwe ronde door de strot van de bevolking te duwen is stuitend voor wie zich nog herinnert wat een «illegale vreemdeling» eigenlijk is.

Vandaag kwam het bericht binnen dat de Liga voor Mensenrechten naar de Raad van State trekt om een recente rondzendbrief over de identificatie van illegale vreemdelingen te laten intrekken. Stel je voor, die rondzendbrief vroeg expliciet dat onder meer buren illegalen zouden gaan aangeven bij de politie, en volgens de Liga zou dat een «gevaar voor de democratie» betekenen. Maar wat zou die Liga ervan denken als diezelfde buren de overburen bij de politie zouden aangeven wegens een racistische opmerking over diezelfde illegalen, hun armen niet breed genoeg openhouden om de illegalen te verwelkomen of niet hoog genoeg in de lucht springen om hun vreugde uit te drukken over zoveel multi-culturele rijkdom in hun straat? Hun verdomde burgerplicht?

Voor wie het alweer vergeten was: de Liga voor Mensenrechten was één van de initiatiefnemers voor het proces tegen het Vlaams Blok, en het de facto verbod dat die partij toen opgelegd kreeg was uitdrukkelijk geen gevaar voor de democratie, integendeel. Meer zelfs, als het over de verklikking van racisten gaat, gaande van bedrijven die hun quota allochtonen niet snel genoeg opvullen –het woord «competentie» in dat verband nog maar aanhalen getuigt al van een ingebakken racisme bij de bedrijfsleiding– tot cafés en dancings waar de buitenwippers niet breed genoeg glimlachen wanneer een groepje Noord-Afrikanen zich aandient, ook al zorgde een gelijkaardig indien niet hetzelfde groepje de avond voordien alleen maar voor problemen, dan kunnen er niet genoeg call centers en gratis telefoonlijnen ingericht worden. Dan mag er zelfs uitgelokt worden, wat zeg ik, móet de overheid zelfs nietsvermoedende bedrijven, cafés en dancings teisteren met fictieve werkzoekenden en klanten om na te gaan of er misschien toch geen racismeproces uitgewrongen kan worden. Misschien kan de Liga voor Mensenrechten nu al een task force oprichten, om na te gaan of ze in bepaalde buurten geen fictieve illegalen kunnen laten neerstrijken om een pand te kraken, om dan te wachten tot één van de buren het in zijn hoofd haalt de politie op te bellen. Om de democratie te redden, dat spreekt voor zich.

Mogen we ondertussen eens even terugspoelen, en een beetje stilstaan bij wat een «illegale vreemdeling» ook al weer was? Laten we er geen doekjes om winden: wie een beetje kan aantonen dat hij in zijn thuisland vervolgd wordt, of vervolgd zou kunnen worden, krijgt wel degelijk en zelfs zonder veel problemen asiel in België. Wie dat niet krijgt, heeft vaak al van in het begin de vertragingsmanœuvres ingezet, met alle bekende en onbekende truken van de foor, om de zaak zo lang mogelijk te kunnen rekken en zich ondertussen zo veel mogelijk te «verankeren» in het nieuwe vaderland. Sommigen doen zelfs de moeite niet om asiel aan te vragen, en duiken onmiddellijk onder in de illegaliteit omdat ze weten dat ze geen schijn van kans maken asiel te verkrijgen – niet omdat de Belgische staat zo onbarmhartig zou zijn, maar omdat ze gewoonweg helemaal niet vervolgd werden in hun thuisland. Ik zou ze trouwens niet te eten willen geven, de asielzoekers die pas politiek actief werden nadat hun asieldossier afgewezen werd, en dan nog alleen maar ageerden tegen… de Belgische staat, of wat dacht u? Ondertussen trachten de media echter een sfeer te scheppen waardoor het lijkt alsof zelfs de dalai lama in België nog geen asiel zou kunnen verkrijgen – al moet ik wat dat concrete geval betreft misschien toch mijn woorden wat wikken en wegen omwille van de zo belangrijke handelsrelaties met Rood-China…

Liegen de media er op los, dan zorgt de «elite» voor een stemmingmakerij waar diezelfde media dan gretig over kunnen berichten. Zo een kardinaal Godfried Danneels bijvoorbeeld, die de nieuwe regularisatieronde begroet omdat ze «een einde maakt aan de onzekerheid en kwetsbaarheid van heel wat mensen». Onzekerheid? Kwetsbaarheid? Als ik morgen op de autosnelweg geflitst word omdat ik bewust de gaspedaal stevig heb ingedrukt, zit ik ook met een enorme onzekerheid. Zou de flitspaal mijn nummerplaat hebben kunnen lezen? Welke snelheid werd er geregistreerd? Hoe hoog zal de boete zijn, of verlies ik mijn rijbewijs? Niet dat ik veel sympathie heb voor laagvliegers, maar de ene bewust gezochte onzekerheid is blijkbaar de andere niet. Misschien heb ik als blanke katholiek wel de verkeerde huidskleur of het verkeerde geloof om op de sympathie van de kardinaal te mogen rekenen?

En tot slot zijn er dan nog de politici van de meerderheidspartijen. Sommigen, in het bijzonder cdH en PS, kunnen hun euforie over het bereikte akkoord amper onderdrukken. Bij CD&V denkt men dan weer blijk gegeven te hebben van het toppunt van moed en verantwoordelijkheidszin tegelijk door de Franstaligen partijen volledig op hun wenken te bediend te hebben, een voorafspiegeling trouwens van wat men daar van plan is te doen in de dossiers staatshervorming en Brussel-Halle-Vilvoorde. Open Vld is plat op de buik gaan liggen, en de kleine schare kiezers die de partij nog rest heeft opnieuw kunnen constateren dat de partij werkelijk tot alles bereid is om er toch maar bij te mogen blijven. Guy Verhofstadt hoopt dan weer dat PS en cdH zijn persoonlijke bijdrage tot de «doorbraak» in het dossier ten gepaste tijde zullen herinneren, dat wil zeggen, wanneer er één of ander goed betaald prestigieus Europees postje bezet moet worden van waarop hij de wereld kan afreizen op kosten van de belastingbetaler om met zijn gek brilletje overal zijn wereldvreemde onzin te kunnen rondspuien, en waarop België misschien wel aanspraak zou kunnen maken. Bij de MR trekt men zich van het hele dossier weinig aan: niet dat men er zo dol is op illegale vreemdelingen, maar men heeft er aan de rechterzijde toch geen concurrentie van beduidende omvang, en bovendien helpen alle beetjes om Brussel verder en blijvend te ontvlaamsen. Alle vragen van de oppositie over hoeveel illegalen geregulariseerd zullen worden, of nog, hoeveel dit allemaal gaat kosten, worden ondertussen afgewimpeld. Vragen over hoe het na de vorige –wie herinnert het zich nog, «eenmalige»– regularisatieronde worden zelfs koudweg onontvankelijk verklaard. Opmerkelijk, en waarschijnlijk daarom ook dat de media er met geen woord over repten.

Dat PS en cdH opperbest tevreden zijn met hun Vlaamse regeringspartner CD&V, bleek trouwens vandaag op een wel heel subtiele wijze: Laurette Onkelinx die in La Libre Belgique haar opvolger Stefaan de Clerck in verband met de vele recente ontsnappingen wat uit de wind probeerde te zetten, en iedereen opriep tot «kalmte». Iedereen weet natuurlijk dat de verantwoordelijkheid van Laurette Onkelinx voor het falen van justitie op alle mogelijke vlakken oneindig veel groter is dan die van Stefaan de Clerck, maar zij had natuurlijk even goed de kiezen stevig op elkaar kunnen houden en van de vakantie gebruik kunnen maken om een complete radiostilte in te lassen. Niets daarvan dus: en de PS roept zelfs op tot kalmte. De partij zit immers op rozen: op één maand tijd tienduizenden nieuwe kiezers bijgeproduceerd en het vooruitzicht dat ze de komende twee jaren zonder veel moeite alles gedaan zal kunnen krijgen van de Vlaamse regeringspartners, dan kan er wel een kleine vriendendienst van af voor een veelgeplaagde sukkelaar als een Stefaan de Clerck.

Labels: , , , , ,

Read more...

11 augustus 2009

Property and Freedom Society 2009
(Vincent De Roeck)

Op het laatste meiweekend vond in de Turkse badstad Bodrum de 4de bijeenkomst van de “Property and Freedom Society” plaats. Voor de allereerste maal was ook uw dienaar op deze vijfdaagse “ode aan de politieke incorrectheid” te gast. In volle EU-verkiezingsstrijd ruilde ik het Libertas-kantoor in Brussel van 21 tot 25 mei 2009 in voor een kamer in het luxueuze vijfsterrenhotel “Karia Princess”. De “Property and Freedom Society” (PFS) werd in de lente van 2006 opgericht door de notoire anarcho-kapitalistische economieprofessor Hans-Hermann Hoppe als liberaal-puriteinse tegenhanger van de prestigieuze “Mont Pelerin Society” (MPS). Die laatste werd nog door F.A. Hayek zelf in de jaren 1950 opgericht, maar zou met de jaren afgegleden zijn naar de politiek-economische mainstream. Ik spreek van “zou zijn” omdat ikzelf nog geen ervaring heb met de MPS. Daar zal volgende week verandering in komen wanneer ik in Stockholm ook op hun jaarlijkse bijeenkomst mijn opwachting mag maken. Voorlopig kan ik vanuit mijn eigen ervaring dus enkel nog maar de slogan van de PFS beamen: de vijf dagen in Bodrum gaven inderdaad blijk van “uncompromising intellectual radicalism”.

Hans-Hermann Hoppe is professor emeritus van de University of Nevada in Las Vegas en zonder twijfel de persoon die met zijn boek “Democracy, the God that Failed” mijn eigen ideologische opvatting het meest veranderd heeft. Het was voor mij dan ook een eer en een genoegen om in Bodrum niet enkel persoonlijk kennis te kunnen maken met deze academicus (ik had hem voorheen al wel enkele malen op tal van andere conferenties kunnen spreken) maar ook met zijn vrouw en kinderen. Idem trouwens voor alle andere gastsprekers van dien, die stuk voor stuk tot de top van de libertarische beweging behoren, zoals een Jörg Guido Hülsmann, professor aan de universiteit van Angers, een Sean Gabb, voorzitter van de Libertarian Alliance, een Doug French, voorzitter van het Ludwig von Mises Institute, een Thomas DiLorenzo, professor aan Loyola College in Baltimore, of een Bob Higgs, redacteur van de “Independent Review”. Vooral de talrijke koffiebreaks boden schitterende kansen om met hen persoonlijk kennis te maken, zeker omdat door de strenge selectie van deelnemers - de PFS is strikt “invitation-only” en de bijeenkomst wordt elk jaar beperkt tot 100 deelnemers - de meeste aanwezigen elkaar al kenden en iedereen dus vooral geïnteresseerd was om ook met de nieuwelingen kennis te maken.

Hans-Hermann Hoppe leidde de vijfdaagse in goede banen en verblijdde ons met een lezing over de scherpe tegenstelling tussen libertariërs en alle anderen in de huidige samenleving. “The PFS against the world,” was dan ook de treffende titel van die speech. Hoppe pleitte voor intellectueel radicalisme als tegengif voor de heersende sociaal-democratische consensus en toonde met tal van voorbeelden aan dat ook “conservatieven” en “liberalen” in hetzelfde bedje ziek zijn. Hoppe weigert zich te conformeren naar de etatistische éénheidsworst die vandaag het debat domineert, en daarin heeft hij volgens mij groot gelijk. Ook zijn tweede lezing was best te smaken. Daarin analyseerde hij de sociale evolutie van het mensdom in het licht van de Malthusval. Hoppe becommentarieerde zijn stelling dat de vrije markt, gestoeld op elementaire eigendomsrechten (land en arbeid), pas na de Amerikaanse en Franse revoluties min of meer een feit was geworden, en dat enkel die markt in staat bleek om door innovatie alle mensen te voeden. Pas zodra alle mensen gevoed konden worden, is de industriële revolutie waarheid geworden met alle positieve welvaartsgevolgen die dat tot op vandaag met zich meegebracht heeft.

Sean Gabb gaf een intrigerende speech rond de libertarische hamvraag “Who constitutes the ruling class?” Gabb verwierp de oude definitie van Frédéric Bastiat die de "belastingeters" van de “belastingbetalers” onderscheidde. Volgens Gabb is het vandaag onmogelijk om beide van elkaar te onderscheiden. De overheid is gewoon te groot geworden en te ingrijpend in ons alledaagse bestaan. Ook blijken vandaag niet alle vormen van “overheidsgenot” financieel omrekenbaar te zijn. Doug French studeerde onder de grote Murray Rothbard alvorens een eigen bank in Nevada op te richten en met een aanzienlijk deel van zijn vermogen later het Ludwig von Mises Institute mee uitbouwde tot de vrijemarkttempel die het vandaag geworden is. Hij gaf in Bodrum een lezing over het fundamentele verschil tussen spaar- en investeringsbanken. French staat net zoals zijn oude leermeester afkerig tegenover “fractional reserve banking” en verwerpt leningen die enkel maar met lucht (de illusie van alsmaar toenemende subjectieve marktwaarden door o.a. een centrale bank die ongestoord geld blijft bijdrukken en zo een vastgoedbubbel initieert en even perpetueert) gedekt worden.

Ook de professoren Thomas DiLorenzo en Jörg Guido Hülsmann maakten van hun spreektijd in Bodrum gebruik om het principe van centraal bankieren onderuit te halen. DiLorenzo gaf een historische schets van de overheidsgroei en toonde aan dat de macht van de staat het sterkste toeneemt nadat ze een centrale bank opgericht heeft, en het meeste afneemt als ze die terug afschaft. Hülsmann duidde in zijn speech vooral op de nefaste gevolgen van monetaire expansie en de misallocaties die zoiets in de economie teweegbrengt. Het casusvoorbeeld van Hülsmann was (hoe kon het ook anders?) de huidige financiële crisis. Bob Higgs trok op zijn beurt van leer tegen het Amerikaanse buitenlandse beleid van de laatste decennia en kwam in zijn berekening van de totale “Costs of the American Empire” met duizelingwekkende bedragen aandraven. De details daarvan kan iedereen terugvinden in zijn boek “Depression, War and Cold War”. Ook het door hem voor het eerst geformuleerde “ratchet effect” kwam andermaal ter sprake. Volgens Higgs wordt elke periode van “bigger government” altijd wel opgevolgd door “smaller government”, maar nooit meer zo “small” als ze daarvoor was.

Andere interessante lezingen waren die van Andre Lichtschlag en Carlos Gebauer, respectievelijk de hoofdredacteur en -columnist van het Duitse libertarische vakblad “Eigentümlich Frei”, over de politiek correctie inquisitie in Duitsland en over het trieste feit dat sinds 1990 in totaal al meer dan 100,000 Duitsers omwille van hun mening of opvatting vervolgd zijn. Ook de wantoestanden binnen de Duitse gesocialiseerde gezondheids- en ouderenzorg kwamen uitgebreid aan bod. Klimatoloog Carlo Stagnaro van het Istituto Bruno Leoni trok in zijn lezing de menselijke oorzaak van de klimaatsverandering in twijfel en verwierp elk overheidsvoorstel in deze materie. Professor Steve Farron van de University of California verschafte ons enkele inzichten in de positieve discriminatiemaatregelen in zijn thuisstaat waarbij zelfs bepaalde overheidsdiensten hun vacatures niet langer openbaar durven uitschrijven uit angst om nadien gedwongen te worden een incompetente zwarte of latino te moeten aannemen.

Professor Paul Gottfried van de University of Pennsylvania gaf in het “Karia Princess” eveneens nog een geanimeerde lezing over “human inequality” en essayist Anthony Daniels (waarschijnlijk beter bekend onder zijn pseudoniem Theodore Dalrymple) over de nefaste gevolgen van overheidsingrijpen tegen bepaalde heersende vooroordelen in de samenleving in. Volgens Dalrymple bereikt de Staat met het verbieden van racisme of veralgemeningen net het tegenovergestelde effect. VDare-columnist Steve Sailer schreef vorig jaar het boek “Obama, America’s Half-Blood Prince” over het racistische “black power”-verleden van de Amerikaanse president (toen nog primary-kandidaat) en kwam in Bodrum vertellen dat de latino’s schuld hadden aan de financiële crisis omdat zij bij George Bush in 2002 waren komen lobbyen om nog meer staatsinterventie in de vastgoedmarkt te verkrijgen. Hierdoor werden banken nog meer aangezet om risicovolle leningen aan minderheidsgroepen toe te kennen. En wat de val van dat kaartenhuis uiteindelijk met zich meegebracht heeft, weten we vandaag allemaal wel.

Redacteur Mustafa Akyol van de “Turkish Daily News” besprak de link tussen het Kemalisme en het etatisme van de Franse Revolutie. Zijn kritiek op de heersende politieke moraal in Turkije mocht dan al wel strafbaar zijn, dat weerhield Akyol er zeker niet van om in Bodrum zijn gedacht eens te komen zeggen. Peter Meltzer, als psycholoog verbonden aan de Vanderbilt University en het “Liberty Fund”, verdedigde de idee van concurrerende justitiesystemen. Volgens hem bestonden deze reeds in de hoogdagen van het Ottomaanse Rijk en was de toestand véél stabieler dan toen men het justitiesysteem territoriaal verankerde. Professor Peter Düsberg van Berkeley was met politieke incorrectheid als maatstaf ongetwijfeld de topper van de conferentie. Düsberg is viroloog en verwerpt elk verband tussen HIV en AIDS. Volgens hem is dat verband niets meer dan een “hypothese” die - nu men daar een heuse industrie rond gebouwd heeft - niet meer in twijfel getrokken mag en kan worden. Zijn argumenten waren overtuigend, maar ik raad elke viroloog die dit leest wel aan om eens zelf zijn PowerPoint te bekijken en mij eventueel hun kritieken en/of tegenargumenten te bezorgen. Moest Düsberg gelijk hebben, en ik neig hem te geloven, hebben we hier te maken met één van de grootste fraudes uit de mensengeschiedenis.

Natuurlijk waren het in Bodrum niet enkel de lezingen en het selecte gezelschap die het verschil maakten, maar ook het kader waarin de ganse conferentie baadde. Exquise maaltijden en overvloedige dranken waren de regel. Recepties en feestjes aan het zwembad, een gala onder één van de typische windmolens van Bodrum en een barbecue op een verlaten strand behoorden tot de gevulde agenda, net als buikdanseressen, vuurspuwers, een zeilboottrip naar het eiland van Cleopatra, een bezoek aan Lidia en Sardes, waar geld zijn oorsprong zou hebben, een tour door de stad en een dagexcursie naar Efeze en de Geboortegrot van de Maagd Maria. Verder bood de conferentie ook de kans om persoonlijk kennis te maken met andere mensen achter de schermen van de beweging: mensenschuwe denkers als David Gordon, verguisde wetenschappers als Tom Bouchard of de schare welstellende donateurs rond ondernemers als Curt Doolittle, Jeremy Davies of Mike McKay. Kortom, het was een fenomenale ervaring en ik hoop dat ik er in juni 2010, op de vijfde editie van de “Property and Freedom Society”, opnieuw mag én kan bij zijn.


Videoclips van alle PFS-lezingen op www.vimeo.com.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

8 augustus 2009

Kantiek voor de Krant (vpmc)

Alles en iedereen leest. De huurkoetsier op zijn bok haalt een boek uit zijn tas van zodra zijn klant is uitgestapt; de fruitverkoopster laat zich de Constitutionnel voorlezen door haar buurvrouw, en de portier leest alle bladen die voor de vreemde gasten in het hotel worden afgegeven. De echte abonnee mag elke ochtend weer bellen dat zijn armen lam worden, de portier brengt hem zijn blad niet eerder dan dat hij het zelf heeft gelezen.


Voor een genreschilder is er geen rijker aanblik voorhanden dan de tuin van het Palais Royal in de voormiddag. Duizend mensen houden daar een krant in de hand en vertonen daarbij de meest verscheidene posities en bewegingen. De een zit, de andere staat, een derde stapt, nu eens langzaam, dan weer met versnelde pas. Plots trekt een bericht sterker zijn aandacht, hij vergeet zijn tweede voet neer te zetten, en voor de tijd van enkele seconden staat hij als een pilaarheilige op één been. Sommigen staan tegen een boom geleund, anderen tegen de balustrades die de bloemperken afzomen, nog anderen tegen de pijlers van de arcaden. De slagersknecht wist zijn bebloede handen schoon, om geen rode vlekken op de krant te laten, en de pasteiventer laat de koeken koud worden bij zijn lectuur.
Als op een dag Parijs op dezelfde manier ten onder zou gaan als Herculanum en Pompeii zijn ondergegaan, en men groef het Palais Royal en de mensen daar weer op, en men vond ze in dezelfde houding waarin zij door de dood waren verrast – de papieren in hun handen waren tot stof vergaan – dan zouden archeologen zich de kop breken over wát al die mensen daar precies aan het uitrichten waren toen de lava hen overdekte. Een markt was er niet, een theater evenmin, dat blijkt uit de plek. Geen bijzonder schouwspel had hun aandacht getrokken, want de koppen stonden in verschillende richtingen, en de blikken waren naar de aarde gebogen.
Wat mogen zij dan wel gedaan hebben? zullen ze vragen, en geen van hen zal het antwoord geven: zij waren de krant aan het lezen.

Ludwig Börne

Schilderungen aus Paris (1822 und 1823)
X. Die Lesekabinette


Gesammelte Schriften
Vollständige Ausgabe in sechs Bänden
nebst Anhang in zwei Bänden

Leipzig, Max Hesse Verlag, um 1900-1905

Zweiter Band, SS. 40-41


Labels: , ,

Read more...

4 augustus 2009

Het hoofddoekenverbod en het failliet van de staatsgedachte

Het is ondertussen al enkele weken geleden dat de directie van het Koninklijk Atheneum van Antwerpen het besluit nam om vanaf volgend schooljaar het dragen van de hoofddoek door moslimmeisjes te verbieden. Hoewel in de media het stof van het debat al wat is gaan liggen, is het stof van de hoofddoek nog steeds strak gespannen om menig islamitisch vrouwenhoofd. De discussie hieromtrent reikt echter veel verder dan de vraag of de bepaling van het schoolreglement dat het dragen van hoofddeksels tijdens de lessen niet is toegelaten, ook van toepassing is op hijaabs en ander religieus textiel. In wezen oogsten we vandaag echter de zure vruchten van een faliekant proces dat zeer diepe historische wortels heeft. Hoezeer het op het eerste zicht misschien wat abstract moge lijken, kunnen de bronnen van de malaise der multiculturaliteit getraceerd worden tot een uiterst belangwekkende gebeurtenis in de Europese geschiedenis, namelijk de bekrachtiging van de Vrede van Westfalen in 1648. Samen met de gevolgen van de Franse Revolutie een goede eeuw later vormen deze gebeurtenissen de rotte voedingsbodem waarop het fenomeen van culturele en religieuze segregatie van vandaag de dag verder is kunnen groeien.

In wezen gaat het om een tweedelig proces, namelijk de (laïcistische) tendens tot individualisering en privatisering van de religieuze belevingssfeer enerzijds, en anderzijds de gigantische uitbreiding van de staatsmacht vanaf de 17de eeuw. Veel gedetailleerde uitweidingen over de bloedige godsdienstoorlogen en kettervervolgingen van de 16de en 17de eeuw is voor de lezer hier wellicht nogal overbodig, maar vast staat dat het rechtsprincipe van cuius regio, eius religio dat uit de Vrede van Augsburg (1555) is ontstaan en tijdens de congressen van Münster en Osnabrück werd bevestigd, allerminst heeft bijgedragen tot een duurzame pacificatie op het Europese vasteland. Veeleer dient de Vrede van Münster-Osnabrück gezien te worden als een ultieme consolidatie van de tendens van vorsten om hun macht verder uit te breiden, een proces dat werd ingezet tegen het einde van de middeleeuwen met ondermeer de Honderdjarige Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Vooral Frankrijk bleek, dankzij de performante onderhandelingstactiek van kardinaal Mazarin die toen in naam van de toen nog minderjarige koning Lodewijk XIV de vredesbesprekingen bijwoonde, versterkt uit de Dertigjarige Oorlog te komen, daar het ondermeer enkele Duitse gebieden wist in te lijven. Voor de Habsburgse keizer ging het echter minder voor de wind, daar deze zijn macht grotendeels verloor aan de verscheidene Duitse vorsten binnen het Heilig-Roomse Rijk, welk eveneens dient toegedicht te worden aan het principe van cuius religio, eius religio: dit principe stelt dat de wereldlijke heerser, als soeverein, kan beslissen welke godsdienst de officiële staatsreligie werd. Op die manier zijn de Zuid-Duitse gebieden (o.a. Beieren) katholiek gebleven, en mutadis mutandis, de Noord-Duitse protestants. In Engeland bijvoorbeeld heeft bovengenoemd rechtsprincipe na de Vrede van Augsburg geleid door een heftige protestantenvervolging onder het bewind van de katholieke koningin Maria I (Huis Tudor), bijgenaamd 'Bloody Mary'; waarna enkele jaren later de geweerloop van richting werd verwisseld, en het net de katholieken waren die het ergste dienden te vrezen toen Elizabeth I de Engelse troon besteeg. Een geschienis die voor de Engelsen vlak na Westfalen herhaald werd met de onthoofding van de anglicaanse koning Charles I, en de daaropvolgende dictatuur van Lord Oliver Cromwell.

Politiek gezien valt dus op dat na de vredes van Augsburg/Münster/Osnabrück het vooral wereldlijke leiders waren die de touwtjes stevig in handen kregen. Paradoxaal genoeg was het ook de hogere clerus die dit proces mee in gang heeft gestoken, wat bijvoorbeeld het duidelijkst naar voren komt in een land als Frankrijk waar kardinalen als Richelieu en Mazarin zich stevig genesteld hadden in de Franse hofhouding. In tegenstelling tot wat traditioneel in de geschiedenishandboeken wordt beweerd, is vanaf de Moderne Tijd de schieding tussen Kerk en Staat niet verder bewerkstelligd, maar net teruggedraaid. Daar waar er in de middeleeuwen in navolging van de Tweezwaardenleer van paus Gelasius I (492-296) nog een – toegegeven, op sommige momenten broos – evenwicht bestond tussen de wereldlijke en geestelijke macht, heeft de vorst vanaf de 16de en vooral 17de eeuw het bestuurslaken volledig naar zich toe weten te trekken. De geestelijkheid werd op die manier volledig bestuurlijk impotent gemaakt. Een indicatie die gruwelijk weergeeft hoe de macht van de staat zich almaar verder verbreidde in de Moderne Tijd, is het niveau van belasting. Zo haalde de Franse schatkist in 1560-69 nog het 'bescheiden' bedrag van 10,22 miljoen livres (1) op, wat echter tegen het midden van de zeventiende eeuw vertienvoudigd was tot 126,86 miljoen livres. Aan het einde van het Ancien Régime stak er in de schatkist van de Franse Kroon niet minder dan 421,5 miljoen livres; men zou voor minder zin krijgen het hoofd van de vorst op de guillotine te leggen!(2)

Maar het kan natuurlijk niet ontkend worden dat er nog een tweede belangrijke factor meespeelt in de taning van de macht van de geestelijkheid. Niet alleen de wereldlijke macht, die snakte naar de ultieme hegemonie, zorgde ervoor dat de machtsbalans uit evenwicht geraakte, maar ook de Reformatie zorgde er vanzelfsprekend voor dat de Rooms-Katholieke Kerk niet langer over een geloofsmonopolie binnen Europa beschikte. De meest dominante stromingen van de vele (semi-)protestantse bewegingen neigden overigens naar een sterke 'spiritualisering' van het christendom, wat zich reeds aan het einde der middeleeuwen reeds manifesteerde onder de toenemende populariteit van de kloosteroordes, zoals de franciscanen. Maar ook reformisten als Luther, Zwigli, Wycliff en Calvijn stelden (terug) het primaat van de Bijbel als énige inspiratiebron van het geloof terug naar voren; op het filosofische en theologische gebied werd de klemtoon dan weer gelegd op Gods Almacht in plaats van diens Voorzienigheid en Wijsheid, zoals scholastici als Thomas van Aquino nog pleegden te doen. Na de nominalistische theologie van Willem van Ockham zou alleszins het teleologische wereldbeeld van een mooi geordende kosmos waarin elk zijnde deel uitmaakt van één en dezelfde finale oorzaak, voorgoed aan diggelen liggen.

Het breken van de hegemonie van de Rooms-Katholieke Kerk heeft de invloedrijke 19de eeuwse socioloog Max Weber verleid tot de beroemde stelling over de onttovering van de wereld. Hiermee duidt Weber ondermeer, maar zeker niet uitsluitend, op de tendens die vanaf de late middeleeuwen tot stand komt, om te breken met de 'grote verhalen'. Nu is het zeker niet onze bedoeling denkers als Marsilius van Padua en Willem van Ockham af te schilderen als wegbereiders van het hedendaagse postmodernisme, maar Webers stelling is in die zin juist, dat hij hierin onder andere doelt op de autonomisering en rationalisering van de verschillende maatschappelijke en sociologische domeinen binnen de samenleving. In de vroege en hoge middeleeuwen heerste immers het beeld van één finale oorzaak, God, waaraan alle zijnden deel uitmaakten, en hier ook ontologisch aan deelnamen. Dit bekende dan ook dat allle maatschappelijke domeinen, gaande van wetenschap over politiek tot kunst, in teken stonden van die éne oorzaak. Zo was binnen de positieve wetenschap ondermeer de kosmologie van Aristoteles en de vier-humorenleer van Galenus uitermate populair, omdat zij duidelijk pastten binnen één en hetzelfde referentiekader, zoals dat theoretisch door Aristoteles en Thomas van Aquino was uitgetekend. Ook de kunst stond bijna steeds in dienst van het éne geloof, daar waar de thema's van miniatuurkunstenaars en kathedralenbouwers christelijke vroomheid represtenteerden.(3) Ondermeer door de sterke verstedelijking van de Europese economie, en de groeiende kapitaalkracht van de adel en de (voorzichtig opkomende) burgerij zouden vanaf de 15de eeuw ook meer wereldlijke thema's aan bod komen in de kunst, zoals in de schilderijen van de Vlaamse Primitieven zoals Hans Memling, die buiten de traditionele religieuze thema's ook portretten vervaardigden van Italiaanse kooplieden die in Brugge verbleven.

Vanaf de Renaissance zou dit eenheidscheppend referentiekader echter steeds meer en meer aan betekenis inboeten, temeer omdat de nominalistische filosofie paal en perk wist te stellen aan de pretentie van de rede om sporen van God te vinden in de aan ons verschijnende werkelijkheid. In navolging van de laatmiddeleeuwse boedelscheiding tussen filosofie/wetenschap en religie, volgt dan ook in diverse maatschappelijke, sociale en culturele deelgebieden en tendens tot verwereldlijking. In de literatuur werd het startschot tot deze tendens reeds gegeven in de 14de eeuw door Giovanni Boccaccio, die met zijn Decamerone niet zoals zijn beroemde landgenoot Dante Aleghieri een goddelijke, maar wel degelijk een menselijke komedie wilde neerpennen. Nog meer nadruk op het menselijke en wereldlijke kan gevonden worden in de geschriften van Erasmus, die met zijn Lof der Zotheid een prachtige satire op de mensheid heeft geschreven. De voorbeelden van auteurs als Thomas More, Montaigne, Valerius, Shakespeare, Cervantes en Rabelais zijn legio. Wat zij allen gemeen hebben, is dat zij in hun romans, toneelstukken of gedichten niet meer (expliciet) verwijzen naar één Almachtige God, maar zich veeleer inlaten met subjectieve menselijke gevoelens. Ook binnen de positieve wetenschappen kan een parallel verhaal opgetekend worden, waar reeds vroeg in de 14de eeuw de Franse geleerde Jean Buridan min of meer brandhout wist te maken van de Aristotelische fysica. Vesalius en later William Harvey vallen dan weer de verdienste te beurt het nogal zonderlinge gebruik van het aderlaten, gebaseerd op Galenus' medische systeem, radicaal te verwerpen.

Maar laten we terugkeren naar de kern van ons verhaal: tot nu toe hebben we dus twee oorzaken kunnen opsommen die aan de basis liggen van de hedendaagse worsteling met de multiculturaliteit. Enerzijds dus laatmiddeleeuwse/moderne tendens van wereldlijke heersers om meer macht te verwerven, anderzijds de taning van de rooms-katholieke suprematie binnen Europa, en de neiging van de (christelijke) religie om zich uit de openbaarheid terug te trekken, en vooral een persoonlijke religie te worden, waarbij vooral het individu – en niet de Kerk als instituut – het voornaamste, zo niet het enige, medium wordt in zijn persoonlijke relatie tot God. Voor het geval hieromtrent voor de lezer onduidelijkheid mocht ontstaan: die verinnerlijking, spiritualisering en privatisering van de religieuze sfeer is zeker geen slechte zaak, maar in combinatie met een groeiende staatsmacht – zoals we zo dadelijk nog verder zullen zien – wel zeer gevaarlijk.

Want met onze beschouwingen over de Westfaalse Vrede loopt ons verhaal nog allerminst ten einde. De Moderne Tijd is immers ook die periode die op het gebied van de politieke filosofie de idee van het sociaal contract heeft opgeleverd. Het stond namelijk haast in de sterren geschreven dat een almaar groeiende macht van de vorst op een bepaald moment op zijn grenzen zou stuiten: de kruik gaat maar zo lang te water totdat ze barst. Het lukraak heffen van belastingen, het willekeurig uitzuigen van de plattelandsbevolking en het naar believen sluiten van kloosteroordes: het zijn zaken die op den duur hun prijs hebben. Hoe kun je als vorst in een 'onttoverende wereld' – om Webers terminologie te herhalen – waar God allang niet meer past in een harmonieus, kosmisch wereldbeeld; nog langer volhouden dat net die God jou heeft uitverkoren om met harde, militaristische hand over een bepaald grondgebied te regeren? Dat is onmogelijk, en het is dan ook niet verwonderlijk dat eerst binnen gegoede, intellectuele kringen verzet rees tegen het vorstelijk absolutisme. Het is echter tragisch te moeten vaststellen dat verlichte intellectuelen uit de 17de en 18de eeuw niet de moed hadden te erkennen dat het staatsgezag in zijn geheel niet te legitimeren viel, maar veeleer een andere staatsvorm vooropstelden. John Locke, die ook wel eens de stamvader van het moderne liberalisme wordt genoemd, stelde dat de staat de rechten op leven, vrijheid en eigendom diende te waarborgen; hoewel dit ook volgens Locke door een monarch kon gebeuren. Belangrijk om weten is dat hij in zijn Two Treatises of Government (1689) expliciet een antwoord poogt te bieden op de theorie van Sir Robert Filmer, die een eeuw voor Locke nog het goddelijke heerschappijrecht van koningen op filosofische gronden poogde te verdedigen. Immanuel Kant radicaliseerde Lockes concept een eeuw later nog, door de monarchie voorgoed naar de geschiedenisboeken te verwijzen, en een republiek voor te stellen als ideale staatsvorm, zoals hij in zijn essay Zum Ewigen Frieden.

Hoezeer Kant ook de idee van democratie bestreed (welke hij gelijkstelde aan tirannie, omdat het op termijn individuele rechten op leven en eigendom zou schenden), het was verre van voldoende om het noodlot te keren. Vijftien jaar voor Kants overlijden luidden doodsklokken over het Ancien Régime in Frankrijk, waar paal en perk werd gesteld aan de monarchie. Toen in 1793 het radicaal terreurbewind van de Montagnards onder leiding van Robespierre het roer in handen nam, bleken de ideeën van de Engelsman Locke en de Pruis Kant verre van populair, maar bleken de Franse revolutionairen vooral het idee van de volonté générale, uitgewerkt door le bon Jean-Jacques erg in trek te zijn. De hele filosofie van Rousseau mag van A tot Z dan ook ronduit desastreus genoemd worden voor de verdere ontwikkelingen van de Franse, en indirect bij uitbreiding Europese, poltieke filosofie en praktijk. Een opzwepend egalitarisme vermengd met een vehement republikanisme heeft er immers voor gezorgd dat het vanaf de 19de eeuw nog steiler bergafwaarts ging met de individuele rechten en vrijheden van Europese burgers. Want daar waar 17de en 18de eeuwse vorsten hun gewesten nog leegzogen voor eigen gewin, werd vanaf de 19de eeuw stelselmatig een plundertocht gehouden op het economisch actieve deel van de bevolking ten behoeve van een abstract iets als 'het algemeen belang', een begrip dat vanaf de geleidelijke democratisering van de staatsinstellingen meer en meer in zwang geraakte, maar in feite niets meer of minder was en is dan de optelsom van diverse particuliere belangen die hun kosten proberen te externaliseren op de staat.

De Franse Revolutie is echter ook die periode waarin de zogenaamde 'burgerlijke religie' tot stand kwam, waar kalenders werden hernoemd en katholieke kerken werden omgebouwd tot tempels der rede. En hoewel het concordaat met de Kerk van Napoleon Bonaparte de maar al te groteske en potsierlijke cultus formeel dan toch een halt heeft toegeroepen; toch is met de Franse Revolutie een nieuwe weg bereden die zelfs onder het 17de eeuwse vorstelijk absolutisme nog niet gekend was, namelijk dat van de staat als grote heilbrenger der mensheid. Want daar waar in de Moderne Tijd (die volgens de meeste geschiedkundigen eindigt in 1789) het christendom steeds meer en meer 'geprivatiseerd' werd, daar werd ze in de loop van de 19de eeuw overbodig geacht (zoals o.m. door Claude Henri de Saint-Simon, die de christelijke eschatologie verving door de verheerlijking van de technologische vooruitgang), of zelfs ronduit schadelijk (de Jong-Hegelianen, Marx, Nietzsche), en vervangen door een staatsreligie en/of een cultus rond de Grote Leider, wat stromingen als het communisme, fascisme en het nationaal-socialisme sterk op elkaar deed gelijken.

De tragedie is dus dat het christendom door haar tendens tot verinnerlijking en spiritualisering haar eigen doodsvonnis heeft getekend, doordat aan de andere kant de macht van de staat almaar verder oprukte, en vandaag de dag jammer maar helaas nog steeds in verdere opmars is. Niemand die weet waar dat zal eindigen. Op die manier tekent zich dus vandaag de dag de volgende paradoxale situatie af: gezien de door de eeuwen gegroeide traditie is het voor ons Westerlingen niet meer dan de doodnormaalste zaak dat religie een zaak van private beleving is, maar anderzijds zijn er nog maar ontzettend weinig plaatsen waar die private beleving nog effectief kan 'beleefd' worden. Tenslotte is het staatswezen omnipresent, dus is bijna iedere plaats wel direct (bv. een overheidsloket) of indirect (bv. een gesubsidieerde kerk of moskee) een “publieke” ruimte, waar religie ten stelligste geweerd dient te worden. Dit leidt echter tot enorme frustraties, zoals onlangs dus is gebleken uit het hoofddoekenverbod. De oplossing terzake is dus niet de heropening van het (zoveelste) debat over de scheiding tussen Kerk en Staat, maar wel een volledige restauratie van het principe van private eigendom. Want private godsdienstbeleving, kan alleen maar waarachtig plaatsvinden binnen private, zelf onderhouden (gebeds)ruimten, zonder het alziend oog van de staat, dat thans machtiger is dan dat van God de Vader.

Bij dit alles moet vanzelfsprekend nog, wegens tijdgebrek en enig gebrek aan expertise terzake korte, opmerking gemaakt worden dat de islam – die binnen de hedendaagse Westerse samenleving nogal eens een steen des aanstoots vormt – een ietwat speciaal geval vormt binnen deze hele context: historisch gezien heeft de islam immers niet dezelfde mate van 'verinnerlijking' en 'privatisering' gekend als het christendom, daar de islam net expliciet een wereldlijke godsdienst is, waardoor de scheiding tussen Kerk en Staat – zoals deze van oudsher in het christendom bestond – er slechts een fictie is. Dit botst natuurlijk met de subjectieve waardebeleving die het christendom voorstaat, maar dat is echter een totaal ander verhaal apart, dat buiten het bestek van deze korte analyse valt.

Eindnoten:

(1) Officiële Franse munteenheid tot en met 1795

(2) Bron: Hoffman, Philip en Norberg, Kathryn; Fiscal Crises, Liberty and Representative Government 1450-1789, Stanford: Stanford University Press, 1994, p. 238

(3) Een belangrijke uitzondering binnen de middeleeuwse kunst vormt bijvoorbeeld het tapijt van Bayeux, dat rond 1070 werd vervaardigd, en de slag bij Hastings – of de overwinning van Willem de Veroveraar op de meineed plegende prins Harold – verbeeldt.
Read more...

Commemoratie van drie oudstrijders voor de vrijheid en het gezond verstand in Amerika

Enkele dagen geleden hoorde ik van Gary Galles, die als professor economie verbonden is aan de libertarisch-conservatieve "Pepperdine University" uit Malibu in Californië, dat Jack Kemp eerder dit jaar is komen te overlijden. Ik was verbaasd dat zo te moeten ontdekken. Kennelijk was dat nieuwsitem mij totaal ontgaan, of misschien kon het onze media ook niet schelen en werd Kemp zonder meer vergeten. Het overlijden van Kemp kwam ter sprake toen Galles mij vertelde dat Pepperdine een "Jack Kemp Institute for Political Economy" opgericht had ter nagedachtenis van de gewezen Congresman. Voor Amerikanen is Jack Kemp zeker geen onbekende, maar tot in het hedendaagse Europa is zijn faam nog niet neergedaald. Helemaal onterecht natuurlijk. Ik leerde Jack Kemp zelf in 2005 kennen toen ik via de website van "USA Weekend" een oude Amerikaanse stemtest invulde en bij hem uitkwam. In deze blogpost zal ik even kort bij de carrière van Kemp stilstaan en ook twee andere recent overleden helden van mij herdenken, Ronald Reagan en Charlton Heston. Drie mensen uit hetzelfde tijdperk met dezelfde waarden en ideeën. En in het Obama-era van socialisering worden zij meer dan ooit gemist.



Jack Kemp was een gevierde quarterback uit het "American Football" toen hij in 1971 na zeven keer te hebben mogen aantreden in het prestigieuze "all-star game" de topsport achter zich liet en naar de politiek trok. Kemp zat negen legislaturen in het Amerikaanse Congres voor de stad New York en was minister voor huisvesting onder de administratie van president George Bush Sr. In 1981 schreef hij samen met mede-Congreslid William Roth uit Delaware de "Economic Recovery Act" die de kern van Ronald Reagans econmisch beleid zou gaan uitmaken. De "Kemp-Roth Tax Cuts" van de Reagan-jaren hebben meer bijgedragen tot economische groei in de VS dan welk ander stuk naoorlogse wetgeving ook. Kemp was geen econoom, maar zijn gezond verstand zette Amerika wel op het goede spoor na jaren van Democratisch wanbeleid. Kemp was een aanhanger van Arthur Laffer en Milton Friedman en propageerde systematisch de theorie van "supply-side economics" zoals toen beleden aan de universiteit van Chicago. In 1996 was Jack Kemp presidentskandidaat voor de GOP maar hij moest het onderspit delven tegen Bob Dole. Pundits redetwisten nog tot vandaag over de beslissing van de GOP om Kemp als vice-presidentskandidaat naar voren te schuiven en niet als president. Dole verloor in 1996 immers kansloos van Bill Clinton.





Over de prestaties en de nalatenschap van Ronald Reagan en Charlton Heston is al genoeg inkt gevloeid, zijn er al genoeg bomen gesneuveld en hebben er al genoeg bloggers een muisvinger gekweekt. Beide kozen resoluut voor individuele vrijheid én verantwoordelijkheid, duidelijk afgelijnde burgerrechten door een strikte naleving van de Amerikaanse Grondwet, en een socio-economisch model dat de staat klein hield en de burgers de nodige zuurstof gaf om zelf aan hun toekomst te timmeren en zelf hun dromen na te jagen. Na drie ongelukkige Bush-termijnen die door buitenlandse conflicten gedomineerd werden en twee-en-een-beetje termijnen van cryptocommunistisch beleid onder Hillary Clinton en Michelle Obama blijft er van de nalatenschap van Reagan en Heston nog maar weinig concreets over. Tenzij dan de wrange herinnering aan betere tijden toen vrijheid nog iets meer betekende dan de onbetaalbare bail-outs voor de campagnedonateurs van de president of de al even onbetaalbare welvaartsmechanismen voor de niet-productieve minderheden die liever hun slachtoffercultuur blijven cultiveren op de kap van anderen in plaats van een job te zoeken.

Read more...

Het Amerikaanse volk versus Barack Obama

Na zes maanden in het Witte Huis lijken de wittebroodsweken van president Obama voorbij te zijn. Uit opiniepeilingen blijkt dat de Amerikaanse president niet langer een blanco cheque zal krijgen voor zijn hervormingen. Zijn “job approval rating”, de graadmeter voor het aantal Amerikanen dat tevreden is over het werk dat de president levert, is deze maand gezakt tot een schamele 52%. Ter vergelijking, George W. Bush had op hetzelfde ogenblik in zijn presidentschap nog een rating van 56%, dit na één van de meest gecontesteerde verkiezingen in de Amerikaanse geschiedenis. Wat zijn de oorzaken van een dergelijke daling voor Obama? Daarvoor moet er vooreerst gekeken worden naar de economie, zoals Bill Clinton al in 1992 wist.

De eerste "verwezenlijking" van Obama was het economische stimulusprogramma, dat de belastingbetalers 787 miljard dollar kostte. Deze stimulus moest allereerst jobs creëren, om zo een nog diepere depressie van de economie te voorkomen. Ondanks de voorspelling van de Obama-administratie dat het werkloosheidscijfer door deze stimulus niet boven de 8% zou stijgen, was dit in juni laatstleden toch al gestegen tot 9,5%, een stijging met 2% in vergelijking met het begin van het jaar. Maar toch vormt dit volgens mij niet het grootste probleem van de stimulus. Terwijl het programma moest dienen om de economie een snelle injectie te geven, blijkt dat het grootste deel van het programma nog moet uitgevoerd worden. Tot nu toe is er amper 7% van de stimulus uitgegeven. De laatste 30% zal zelfs maar uitgegeven worden in 2011! Van stimulus is vandaag dan ook maar weinig sprake.

Naast het tijdsbestek van de stimulus, wordt ook de inhoud ervan steeds meer op de korrel genomen. Onlangs schreef Mort Zuckerman in dat opzicht een opmerkelijke opinie in de "Wall Street Journal". Hoewel Obama erop wees dat de stimulus diende om nieuwe jobs te creëren, wordt dit door Zuckerman tegengesproken. Van de 787 miljard dollar is immers nog geen 10% gereserveerd voor nieuwe projecten, terwijl net dit nieuwe jobs zou kunnen creëren. Het grootste deel van de stimulus dient om bestaande socialistische programma’s zoals Medicare en Medicaid recht te houden. Jobs levert dit echter niet op, wat toch de bedoeling was. Bovendien verhoogt de stimulus de nationale schuld van de Verenigde Staten. Onlangs werd trouwens weer de kaap van 10 triljoen dollar gerond. Het is dan ook geen wonder dat een steeds groter deel van de Amerikaanse bevolking dit programma in twijfel trekt. Uit een recente peiling blijkt dat 36% van mening is dat de stimulus geen impact heeft op de economie, en 31% is zelfs van mening dat de stimulus negatieve gevolgen heeft voor de economie.

Terwijl het stof van dit overheidsprogramma nog niet gaan liggen is, staat de volgende grote hervorming al klaar. Het gaat om de hervorming van de gezondheidszorg, iets wat Hillary Clinton ook al probeerde in het begin van de ambtstermijn van haar man, maar daarin schromelijk faalde. Ook hierin beloofde Obama de hemel op aarde. De hervorming moest zowel iedereen aan een ziekteverzekering helpen, als de kosten van de ziekenzorg doen dalen. Hiervoor wenste hij een publieke verzekering op te richten, die naast de bestaande private verzekeringen zou bestaan. Op deze manier zou iedereen die over geen ziekteverzekering beschikt, nu ook gedekt worden. Kortweg gezegd komt dit natuurlijk neer op een verdere uitbreiding van de socialistische programma's Medicare en Medicaid, die nu al zorgen voor een ziekteverzekering voor de ouderen en de armsten in de samenleving.

Een recent rapport van het CBO, de onafhankelijke accountant van de overheid, waarschuwde echter voor de stijgende kosten en de stijgende overheidsschuld die een dergelijke publieke verzekering met zich zou meebrengen. De kost voor de overheid zou, met de hervorming voorgesteld door het Congres, zo’n 1,6 triljoen dollar bedragen gedurende het eerste decennium. Met een nationale schuld die nu al boven de 10 triljoen dollar piekt, is een dergelijke extra schuld natuurlijk niet meteen bijster populair. Obama probeerde hierop nog te reageren door te hameren op de fallacy dat de schuld misschien wel toenam op de korte termijn, maar dat op de lange termijn zowel de kosten als de schuld zullen dalen. De pijn op korte termijn zou met andere woorden de moeite waard zijn, in het licht van zijn voorspeld succes op lange termijn bekijken. Een nieuw rapport van de CBO maakt echter brandhout van deze redenering. In het tweede decennium zou de overheidsschuld als gevolg van de hervorming zelfs nog meer stijgen dan tijdens het eerste decennium.

Ook op het vlak van de gezondheidszorg ziet het er dus niet meteen rooskleurig uit voor president Obama. Wil dit zeggen dat er helemaal geen hervorming komt van de gezondheidszorg? Met een volledig Democratisch Congres, zelfs met een filibustervrije Senaat, lijkt dit weinig waarschijnlijk. Toch zal het niet de grote overwinning worden waar Obama op hoopte. Een strengere wetgeving voor de bestaande private verzekeringen is waarschijnlijk het hoogste wat Obama kan bereiken. Maar wedden dat dit toch in de pers zal voorgesteld worden als een historische hervorming? De grootste vraag blijft welke les Obama hieruit zal trekken. Het falen van zijn grote gezondheidszorghervorming zorgde ervoor dat Bill Clinton zich meer in het politieke centrum plaatste, waar hij intens samenwerkte met het in 1994 Republikeins geworden Congres. Trekt Obama ook deze les, dan geef ik hem kans om in 2012 zijn termijn te verlengen. Blijft hij echter regeren vanaf de linkerzijde, dan zou het me niet verwonderen dat Amerikanen zich binnen vijftig jaar afvragen waarom hun ouders toch zo positief waren over een president die zo hard leek op die andere één-termijnpresident, Jimmy Carter.


Dit opiniestuk werd door Stijn De Ruytter bij IFF ingestuurd.

Read more...

3 augustus 2009

Heel de Oosterse wijsheid gaat op één Westerse boekenplank, zei geloof ik Carlyle (vpmc)

.

Eén keer verlichting staat op 49 euro, menselijkheid inbegrepen:
De Dalai Lama schenkt zijn vrolijkheid vier dagen aan Frankfort.

Jan Grossarth

Waar anders het doel staat, heeft nu Zijne Heiligheid plaatsgenomen. Op de bühne in het voetbalstadion van Frankfort zit, in kleermakerszit gehurkt in een fauteuil, de veertiende incarnatie van de Dalai Lama. Rondom hem op het podium, zitten drie professoren in tenue. Met de benen gekruist spreken zij over hun geliefkoosde thema’s: de klimaatvorser Mojib Latif over de klimaatmaatregelen, over de interest spreekt de ethicus-economist Karl-Heinz Brodbeck en over het gegarandeerde basisinkomen de ondernemer Götz Werner. De Dalai Lama geeuwt. Hij wiebelt met zijn bovenlijf heen en weer. Götz Werner onderbreekt de meditatie: “Het was misschien het moment, om eens aan Zijne Heiligheid te vragen, wat hij vond van de idee van een basisinkomen.”

Tot en met zondag heeft de Dalai Lama vier dagen zijn optreden gedaan in de Commerzbank-Arena van Frankfort. Per dag kwamen er zo’n tienduizend mensen – niet meer dus dan kortgeleden nog voor de wedstrijden van de tweedeklasserploeg FSV Frankfurt. “Uitweg en Hoop” staat de zaterdag op het program. Dat past mooi in deze tijd, maar ook al is het crisis, en bijgevolg hoogconjunctuur voor de zoekers naar zingeving, toch zijn er wat minder bezoekers opgekomen dan twee jaar terug voor de masterclasses van de Dalai Lama in Hamburg. Nu waren de kaartjes ook niet echt goedkoop: negenenveertig euro voor één dag, honderd vijfentwintig voor de vier dagen samen.

Ja, en wat vindt Zijne Heiligheid van een onvoorwaardelijk basisinkomen, een idee waar de mensen in India en Tibet misschien minder vertrouwd mee zijn dan hier te lande? De Lama zegt: “Ik weet het niet. Ik ben nu meer in de war dan daarnet. Niets in het leven kan enkel positief zijn, want er zijn ook altijd negatieve bijwerkingen.” Plots schiet hij in een luide lach, en de mensen lachen met hem mee. Een toehoorster, die zojuist nog applaudisseerde voor het basisinkomen, slaakt een kort gilletje van vervoering bij deze heilige eerlijkheid. Zij perst haar handpalmen op elkaar, ten teken van boeddhistische zegening.

Overal in en rond het stadion ruikt het naar wierookstokjes, al is er nergens een te zien. Nadat in het eerste podiumgesprek de ontbossing, de interest en de overmatige vleesproductie gehekeld waren, werden er in de persruimte gehaktballetjes aangeboden op wegwerpbordjes, en cola in kartonnen bekertjes, waarbij te hopen valt dat de drie inrichtende boeddhistische verenigingen zich niet op de kapitaalmarkt in de schulden hebben gewerkt: zaterdag nog was de 1,6 miljoen euro kostende organisatie deficitair. Het hoge bezoek is nu eenmaal geen commerciële aangelegenheid en ook geen wereldjongerendag. De gemiddelde leeftijd ligt wellicht tien jaar onder die van een katholieke Zondagsmis. De deelnemers doen denken aan andere hoogmissen van de menselijkheid, zoals biologische kankercongressen of antroposofenbijeenkomsten, waar onzekere mensen naar voorbeelden op zoek gaan, die hen kunnen sterken in hun vermoeden dat er een spirituele werkelijkheid moet bestaan naast de materiële.

Elke morgen weer houdt de Dalai Lama een begroetingsrede. Zaterdag wil een presentator daarop nog de bezoekers welkom heten, maar als hij het leidmotto wil noemen overvalt hem een blackout. Hij kijkt op zijn spiekbriefje: “Ach ja: één wereld, één idee, één hart.” Kort daarop vergeet ook de Dalai Lama het thema, en laat hij zich door een monnik die schuin achter hem zit dit in het oor fluisteren. “One world? Yes. One heart, one mind - hm, I don't know.” Hij lacht om zijn eigen bescheidenheid: “Er zijn er die mij God-koning noemen, anderen noemen mij een demon. Maar ik ben tenslotte ook gewoon een mens.” Zijn stem schiet piepend de hoogte in en galmt lang na in de Arena. De toehoorders applaudisseren.

De Dalai Lama zegt dat het “fundamentele niveau” van de mens, voor hem dat van de menselijkheid is, en van de naastenliefde; dat niveau was het belangrijkste, belangrijker dan secundaire, of nog verdere niveaus waar bijvoorbeeld de religie haar plaats had. Op dit fundamentele niveau heerst er in de Arena de grootste harmonie, en de gnuivende Heilige is een prima projectiescherm voor humanisten, socialisten, sympathisanten van onderdrukte volkeren en christenen voor wie de Paus te intolerant en te veeleisend is. Over het secundaire niveau wordt niet gediscussieerd. Wellicht is dat allemaal één groot misverstand.

“Ik wil eindelijk daden zien”, roept de klimaatvorser – applaus. Zijne Heiligheid zegt over de klimaatpolitiek: “Misschien sterft straks de wereld, misschien brandt de zon binnenkort niet meer, en dan is dat gewoon de realiteit. Maar tot zolang moeten wij zo gelukkig zijn als mogelijk.” Applaus. De Lama wuift de menigte toe, wat de harmonie hernieuwd de hoogte injaagt. Hij zegt: “Geestelijk welzijn zal nooit met een machine geproduceerd kunnen worden.”

Aan het eind van de discussie legt de Dalai Lama de professoren witte sjaals om de hals, een paar honderd bezoekers lopen voor het podium en maken foto’s, een vrouw in een geel T-shirt prevelt: “Dit is de beste mens van heel de wereld.” De Dalai Lama neemt zich (op het fundamentele niveau) niet zo ernstig, neemt de politiek en de intellectuelen niet ernstig, hij lacht en predikt menselijkheid en weet de harten te raken.
De professoren kletsen, in hun midden geeuwt de lachende infantiele Godmens. Ja, God is misschien wel een clown?
.
F.A.Z., 03.08.2009, Nr. 177 / Seite 27

Labels: , ,

Read more...

1 augustus 2009

Stupid in America, Smart in Belgium?



Twee jaar geleden pakte de Amerikaanse televisiezender "ABC" uit met bovenstaande documentaire over de wantoestanden binnen het "public school"-systeem in de VS. In "Stupid in America" worden parallellen getrokken tussen het onderwijs in België en dat aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Deze docu kadert in de show "20/20" van de libertarische TV-host John Stossel en heeft "How Lack of Choice Cheats Our Kids Out of a Good Education" als subtitel.

Deze reportage moet normaliter zeker ogen openen, en dat was ook de bedoeling van John Stossel en zijn team. Overheidsonderwijs zal altijd blijven falen omwille van de bestaande incentives. Privaat onderwijs zal steeds efficiënter werken en meer onderhevig zijn aan de broodnodige concurrentie. Eventueel kan een privatisering gepaard gaan met een enveloppesysteem zoals in België, een voucher-systeem zoals in Zweden of zelfs een hand-out in cash (ik sta dit laatste voor).

Het is vooral vreemd om te moeten vaststellen dat de achterstand van de Amerikaanse leerlingen toeneemt naarmate ze ouder worden, maar dat ze hun achterstand wel tot een voorsprong kunnen ombuigen eens ze in het hoger onderwijs komen. Op universiteitsvlak hebben de Amerikanen de incentives wel juist gekregen, dit in tegenstelling tot continentaal Europa, met pareltjes van opleidingscentra tot gevolg. Amerika kan van Europa iets leren, maar andersom zeker ook.

Meer informatie over deze documentaire:
http://abcnews.go.com/2020/Stossel/story?id=1500338

Read more...

Naar een tsjevenoplossing voor Brussel-Halle-Vilvoorde? (Hoegin)

Recent is in federale en belgicistische kringen de hoop ontstaan dat er alsnog iets mogelijk zou zijn rond de staatshervorming en het beruchte dossier Brussel-Halle-Vilvoorde vóór de verkiezingen van 2011. Eerste Minister Herman van Rompuy liet zich in ieder geval in die zin uit in een interview met De Morgen, snel opgevolgd door Senaatsvoorzitter Armand De Decker in diezelfde krant. Waar is die hoop op gebaseerd, en is ze gewettigd?

In het interview legt Herman van Rompuy uit dat er voor de zomer van 2010 een oplossing moet komen voor het probleem Brussel-Halle-Vilvoorde, want anders zouden de communautaire problemen het Belgische voorzitterschap van de Europese Unie wel eens kunnen doorkruisen. Bovendien ziet hij ook mogelijkheden voor een staatshervorming, maar die zou dan wel in stappen uitgevoerd moeten worden. Dat een eerste stap reeds meer dan een jaar geleden uitgevoerd had moeten zijn –de zogenaamde «borrelnootjes» voor de N-VA– schijnt de Eerste Minister ondertussen wel al vergeten te zijn. Senaatsvoorzitter Armand De Decker, die blijkbaar graag ook nog eens in de pers kwam, volgde de Eerste Minister onmiddellijk op door te stellen dat hij verwacht dat reeds voor het einde van het jaar een akkoord over Brussel-Halle-Vilvoorde bereikt zou kunnen worden. Bovendien zouden de Franstaligen bereid zijn met de Vlamingen over een staatshervorming te praten, in het bijzonder justitie en kinderbijslag.

Kinderbijslag? Het is merkwaardig dat de Vlaamse pers dit bericht zomaar plaatste zonder enige kanttekening, want precies het dossier van de kinderbijslag is toch wel bijzonder. Een bijkomende Vlaamse kinderbijslag was immers een eis van de N-VA om in een Vlaamse regering te stappen, maar… hoewel die bijkomende kinderbijslag volledig binnen de bevoegdheden van de Vlaamse Regering lag, verzetten de Franstaligen er zich tegen, met Joëlle Milquet en Elio di Rupo op kop. Je zou je afvragen of men in Franstalig België soms niets beters te doen heeft dan zich te bemoeien met interne Vlaamse aangelegenheden, maar het ironische is dat die Vlaamse aanvullende kinderbijslag wel degelijk iets is waar de Franstaligen zich zorgen over dienen te maken. Maar het is dus jammer dat de Vlaamse pers die analyse niet maakte, en verder naliet te preciseren of de geciteerde opmerking van hierboven nu betekende dat de Franstaligen dan toch zullen toelaten dat de Vlaamse Regering haar bevoegdheden volledig uitoefent, zonder haar beleidsmaatregelen eerst te moeten voorleggen aan een of andere Franstalige jury. Als dit het soort van staatshervorming is waar Herman van Rompuy en Armand de Decker denken de Vlamingen mee te kunnen paaien, zegt dit vooral veel over de kwaliteit van onderhandelaars die ze aan Vlaamse kant verwachten aan te treffen.

En het is natuurlijk precies daar dat het probleem zit. Wie zal de Vlamingen nog willen vertegenwoordigen aan de communautaire onderhandelingstafel? Kris Peeters gelooft nog steeds in de gemeenschapsdialoog, ook al werd en wordt die nadrukkelijk afgewezen door de Franstaligen. Het valt af te wachten of hij zelfs nog maar binnen zijn eigen regering zoveel steun zal kunnen vinden voor die gemeenschapsdialoog, met een N-VA die onder leiding van Bart de Wever de zogenaamde Maddens-doctrine belijdt. Verder is er nog de sp.a, die er geen enkel belang bij heeft dat welke staatshervorming dan ook zou slagen, laat staan dat ze er überhaupt al enige interesse voor zou hebben. Integendeel zelfs, nu Frank Vandenbroucke ingeruild werd voor een Pascal Smet. Blijven nog de federale regeringspartners over, met name de CD&V en de Open Vld, en het is duidelijk dat onderhandelingen over Brussel-Halle-Vilvoorde en de staatshervorming voor Vlaanderen niet veel goeds zullen kunnen brengen. De opmerking van Steven Vanackere in Knack dat het dossier alleen maar opgelost zou raken door er zoveel mogelijk over te zwijgen was ook al niet van die aard om veel vertrouwen op te wekken.

Wat de Open Vld betreft kunnen we trouwens kort zijn. De recentelijke affaire rond asiel en migratie illustreerde goed wat de agenda is van de top van de partij: er op federaal niveau bij zijn, koste wat het kost. Wat voor vlees we in de kuip hebben met Annemie Turtelboom werd pijnlijk duidelijk, toen ze voor de keuze gesteld werd ofwel de Franstalige oekazes volledig te slikken, ofwel ontslag genomen te worden, ofwel een bord linzensoep te gaan verorberen op het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Verder is een Guy Vanhengel er de man niet naar om de Vlaamse zaak, of welke zaak dan ook te verdedigen, als hij maar ergens minister mag spelen. Wat dat betreft zit de partij dus volledig in de binnenzak van de Franstaligen, meer zelfs, de partij bestaat het zelf toegevingen van de Vlamingen te eisen voor een nieuwe staatshervorming.

Bij de CD&V daarentegen zal men alle truken van de foor gebruiken om het verraad van de partij tegenover haar kiezers en de Vlaamse bevolking te verpakken als een stap vooruit, een teken van moed , het opnemen van de verantwoordelijkheid, afijn, de lezer kent het tsjevenvocabularium ongetwijfeld zelf ook goed genoeg. Waarschijnlijk is men nu al bezig één of ander te bekokstoven, waarna men een ledencongres in het begin van 2010 voor het blok zal plaatsen, met de keuze enerzijds tussen de val van de federale regering (en al het gezichtsverlies dat dat meebrengt in verband met het EU-voorzitterschap) waardoor Brussel-Halle-Vilvoorde trouwens hoe dan ook niet meer gesplitst kan worden, het avontuur om naar nieuwe verkiezingen te gaan met de huidige kieskringen, of anderzijds een oplossing die met de dood in het hart goedgekeurd zal worden. Met de dood in het hart? Er zal op dat ledencongres geapplaudisseerd worden, tot de handen er pijn van doen, voor zoveel moed en doortastendheid van de partijleiding, want zo gaat dat nu eenmaal wanneer men verraad pleegt.

Hoe de oplossing er precies zal uitzien valt moeilijk in te schatten. Eén mogelijkheid is een terugkeer naar de oude arrondissementen, al lijkt de hinderpaal daar eerder een persoonlijk gezichtsverlies van Guy Verhofstadt te zijn dan tegenstand onder de bevolking of wat dan ook. Waarschijnlijker lijkt het me daarom dat er een splitsing-die-geen-splitsing-is doorgevoerd zal worden, met bijvoorbeeld een inschrijvingsrecht en een uitbreiding van de faciliteiten op zo'n manier dat de Franstaligen bij een eventuele Belgische boedelscheiding nog steeds aanspraak zullen kunnen maken op minstens een deel van Halle-Vilvoorde. Dat zo'n inschrijvingsrecht opnieuw niet bepaald zou stroken met de Grondwet hoeft trouwens geen probleem te zijn: een nieuwe uitspraak van het Grondwettelijk Hof kan ongetwijfeld lang genoeg uitgesteld worden tot het te laat is om er nog iets aan te doen vóór de volgende federale verkiezingen, en daarna kunnen de Franstaligen desnoods opnieuw vijf belangenconflicten inroepen –met niet alleen de medewerking van de CD&V en Herman van Rompuy, maar zelfs smeekbedes als het moet!– om alles minstens tot in 2014 uit te stellen. En dat dan enkel nog onder de voorwaarde dat de Vlamingen het in hun hoofd zouden halen in een of andere commissie opnieuw een wetsvoorstel eenzijdig goed te keuren, een scenario dat in 2007 alleen maar mogelijk was omdat er toen nog geen federale regering gevormd was.

Deze analyse mag dan al pessimistisch zijn, maar het gekuip dat de CD&V de komende maanden aan de dag zal leggen om de Franstaligen op alle mogelijk manier op hun wenken te bedienen zonder dat de Vlaamse kiezer te weten komt hoe hij in het ootje genomen wordt zou niet mogelijk zijn zonder de volledige afwezigheid van een Vlaamse pers die haar plicht doet. De in Noord-België verschijnende Nederlandstalige pers draagt inderdaad een verpletterende verantwoordelijkheid voor het feit dat het zover is kunnen komen, en dat het scenario van hierboven realistisch is. Hoe is het bijvoorbeeld mogelijk dat een Steven Vanackere kan opmerken dat Brussel-Halle-Vilvoorde opgelost zal worden voor er vooral veel over te zwijgen, zonder dat de pers daarover op haar achterste hielen gaat staan? Waar zijn trouwens de ramingen over hoeveel sans-papiers de komende maanden geregulariseerd zullen worden om Brussel nog meer de verfransen? Hoe is het ook mogelijk dat de reacties van de Franstalige partijen op de domme Guy Vanhengel die voor budgettaire matiging pleitte amper weerklank vonden in Vlaanderen? Voor een echte en correcte analyse moest men, zoals zo vaak, bij La Première van de RTBf zijn, die de kreten van PS en cdH kort en goed omschreef als «touche pas à ma sécu» (en voor wie een kort geheugen heeft: het waren dus ook de PS en cdH die tegen die Vlaamse aanvullende kinderbijslag waren). De groeinorm van 4,5% bovenop de index voor de Sociale Zekerheid is –bijna letterlijk– van levensbelang van de Franstaligen om België en Vlaanderen zo lang en zo efficiënt mogelijk te kunnen uitmelken, maar kwaliteitsmedia als De Standaard en De Morgen, om over de VRT nog maar te zwijgen, onderhouden liever hun publiek met Belgolese sprookjes. Prins Laurent die Jean-Marie Dedecker als Eerste Minister wel zou zien zitten bijvoorbeeld – je vraagt je af hoe ze het durven!

En wie het bovenstaande niet gelooft, kan altijd nog de VRT-column van Carl Devos van vandaag eens nalezen. Hij verwacht dat de regering-Van Rompuy I na de zomer uit de startblokken zal schieten, om de enige reden dat er geen excuses meer zouden zijn om dat niet te doen. Betekent de term «politicoloog» soms dat je nog minder dan gemiddeld afweet van politiek? Herman van Rompuy roept nu al het Belgische EU-voorzitterschap als excuus in om vrijwel heel 2010 niets te hoeven doen, maar Carl Devos heeft daar in het interview van de Eerste Minister waarschijnlijk overgelezen. Of wil het daar misschien niet over hebben, om de bevolking rustig te houden. Van een régimepop van de Paviagroep mag men misschien nu eenmaal niets anders verwachten dan dat hij de bevolking wat zand in de ogen strooit in plaats van de waarheid te zeggen over Brussel-Halle-Vilvoorde of de toestand van de Sociale Zekerheid.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

Paniek bij de Moffen... De Belgen vallen aan!

Een Belgische F16 dropt per abuis een bom op Duitsland...

The Belgian Air Force accidently dropped a bomb during a practice flight over Germany on Monday.

A bomb from an F-16 fighter jet fell into woodland close to the small town of Lastrup in Lower Saxony.

Nobody was injured as a result of the incident.

The bomb measured 40 centimetres and weighed eight kilogrammes.

Belgian Air force officials immediately informed their German colleagues about the incident and a team from the German Military Police was sent to the area from the Wilhelmshaven Naval Base.

However, they were unable to locate the bomb.

The German Air force demanded and got an official explanation about the incident from their Belgian counterparts.

http://www.expatica.com

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>