15 augustus 2010

Links en de islam

“Tussen links en het multiculturalisme botert het al een tijdje niet. Niet alleen biedt links geen analyse en visie op het multiculturele dossier, het formuleert ook geen antwoorden op de vragen en aanvallen die de rechterzijde opwerpt. Het hele dossier is een deel van de opleving van alle vormen van rechts denken.” Aldus het uitgangspunt van Eric Goeman, die op de Genste Feesten elk jaar een reeks inter-linkse debatten organiseert, voor een debat over “De uitdaging van de islam en de multiculturaliteit voor het progressisme”. Namen deel: antropoloog Rix Pinxten, historicus Jan Dumolyn, socioloog Ludo De Witte, politoloog Sami Zemni, sociologe Saddie Choua, en KifKif-culturoloog Ico Maly. We gaan ervan uit dat het verslag in De Wereld Morgen hun standpunten correct weergeeft.



“Goeman ziet in zijn eigen omgeving de laatste jaren een verandering optreden. Veel mensen, vrijzinnigen, sociaaldemocraten, die vroeger op de barricade stonden tegen het VB, hebben blijkbaar een grens bereikt. Vooral het hoofddoekendebat ziet hij als een duidelijk keerpunt.” De dubbeldunk van tegelijk feminisme en islam te verdedigen wordt ook de linkse medemens te veel.

Zemni en Pinxten zien het begin van het probleem in de ontrouw van links tegenover zijn sociaal-economische basisstandpunten, met name zijn aanvaarding van het vrijemarktmodel. Het wijst zijn volkse achterban niet meer op de schuld van het kapitalisme, terwijl de spreekwoordelijke handtassendiefstal door een hangjongere in zijn netto-effect toch maar een kleinigheid is naast de uitbuiting door het grootkapitaal, aldus Dumolyn: “Een saccoche die gestolen wordt, dat vindt zo'n vrouwtje veel erger dan de diefstel door de banken.” De strijd tegen het kapitalisme werd vervangen door “het ‘beheren’ en hier en daar wat marktcorrecties”. De sociaal-economische analyse van maatschappelijke problemen werd vervangen door “culturalisering”: “Volgens die visie zijn die problemen enkel te wijten aan culturele factoren en de cultuur van de ander, in dit geval dus de islam.”

DWM legt die woorden in de mond van Zemni, mogelijks onnauwkeurig, maar ze vertegenwoordigen getrouw een wijdverspreide retorische truuk (of denkfout) bij links: dat de “islamofoben” de problemen “enkel” bij de islam leggen. Zo wordt ook gezegd dat de N-VA “alle” problemen aan de Walen wijt, een retorische stropop die het gebrek aan argumentatie tegen de werkelijke analyse van de Vlaams-nationalisten moet verdoezelen. Er heeft ooit een antisemitisme bestaan dat de oorzaak van echt álle kwaad bij de joden zocht, maar er bestaat vandaag geen enkele politieke partij die “alle” problemen aan Walen, moslims of enige andere buitengroep wijt.

Nog zo’n onjuiste voorstelling van het standpunt van de tegenpartij is deze: “Gebaseerd op een simplistisch nieuw realisme zou links verantwoordelijk zijn voor allerlei samenlevingsproblemen door verregaande vormen van culturele permissiviteit en cultureel relativisme. De ‘malaise van de multiculturaliteit’ zou ingegeven zijn door een naïef links geloof in de maakbaarheid van mens en maatschappij.”

Daar haalt Zemni enkele zaken door elkaar. Het echte marxisme was niet relativistisch. Het erkende dat sommige waarden niet haalbaar zijn als aan bepaalde sociaal-economische voorwaarden niet voldaan is, maar het zag een doelgerichtheid in de geschiedenis die een onverbiddelijk onderscheid maakte tussen progressief en reactionair. Progressieven van vóór het multicultijdperk poneerden onverkort de gelijkheid als norm en markeerden niet- of anti-egalitaire ideologieën als de vijand, desgevraagd ook de islam. Pas het “cultureel marxisme” van de jongste decennia ging in naam van ondermeer het antikolonialisme allerlei achterlijke cultuurvormen als evenwaardig met Verlichting en egalitarisme beschouwen. Als links trouw gebleven was aan het geloof in de “maakbaarheid”, dan zou het geen compromis maken met de antimoderne islam. Dan zou het tegen de imams evenzeer als destijds tegen de pastoors zeggen: ruim baan voor ons bevrijdende project, wij komen jullie kudde gelovigen roven om hen naar onze Verlichte inzichten te hermaken.

Het hele panel pleitte voor wat Zemni “een consequent verzet van links tegen de oprukkende islamofobie” noemde. De Tunesische Vlaming lijdt dus aan dezelfde horizonvernauwing als de stam-Vlamingen in het panel: hij vernauwt de situatie van de islam tot die onder de Vlaamse klokketoren. Hiér bestaat misschien een associatie tussen rechts en islamkritiek (“islamofobie”), maar in de islamwereld is dat een bij uitstek links project.

Dat eurocentrisme van Vlaams links beantwoordt onwillekeurig aan een opmerking van Pinxten: “Sinds de val van de muur is er een verschuiving van de macht, ook van de economische. We zien op het vlak van mentaliteit en welvaart een verlies van superioriteit van het Westen. En wij kunnen daar niet mee om. Links kan daar niet mee om.”

Nog zo’n eurocentrische stellingname was De Witte’s rechtvaardiging van een gunstiger bejegening van de islam dan van het katholicisme: “De Kerk was en is een deel van de heersende klasse, de islam is hier de religie van de onderdrukte klasse.” Van bij de vestiging van Mohammeds regime in Medina heeft de islam zichzelf altijd gezien als de heersersreligie, en juist dat verklaart specifieke problemen met de islam, zoals de vastberaden onwil tot aanvaarding van een niet-islamitisch staatsbestel, dat moslims als een onrecht en als “onderdrukkend” aanvoelen. Echte onderdrukking is wat niet-moslims in moslimstaten overkomt, maar zover reikt de Witte’s blik niet.

In het vier uur durende debat is eigenlijk met geen woord over de inhoudelijke eigenheid van de islam gerept, behalve Jan Dumolyns terloopse opmerking dat “de islam hier en in het Midden-Oosten een positieve rol speelt als coherent cement". Het DWM-verslag heeft het bv. over “die stupide fatwa’s die soms opduiken”, alsof die fatwa’s een niet-essentieel nevenverschijnsel zijn. Fatwa’s behoren tot de institutionele ruggengraat van de islam, zonder dewelke er gewoon geen moslimgemeenschap zou bestaan. Zonder fatwa’s was dit debat zonder voorwerp geweest.

Maar al lijdt links aan enkele blinde vlekken tegenover de islam, het onderkent dat het een probleem heeft. Ter rechterzijde heb ik geen weet van dergelijke gefocuste debatten, noch in de catacombentijd noch nu het op het multiculfront de wind in de zeilen heet te hebben. Rechts belegt nooit een beraad over de vraag: “Wat doen wij verkeerd?”


http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2010/07/26/de-uitdaging-van-de-islam-en-de-multiculturaliteit-voor-het-progressisme

Labels: , , ,

Read more...

9 augustus 2010

«Elio» (Hoegin)

Het vooruitzicht op een slecht Nederlands sprekende Franstalige immigrant als Belgisch eerste minister, die op de koop toe ook nog homoseksueel én socialist is, doet de politiek-correcte elite in Noord-België ondertussen al enkele weken watertanden. De peiling van Het Nieuwsblad/De Gentenaar kon het niet beter illustreren. Maar wat me echt zorgen baarde, was dat ene woordje in de reactie van Bart de Wever, daar waar er minstens twee hadden moeten staan…

Hoe doe je dat eigenlijk: in volle vakantieperiode een peiling afnemen die betrouwbaarder is dan een snelle rondvraag onder gelijkgestemde geesten in het redactielokaal? Ik neem dus mijn hoed af voor de krant Het Nieuwsblad/De Gentenaar, die het voor mekaar speelde zelfs voor de kiespublieken van iedere Vlaamse partij, inclusief het kleine broertje Lijst Dedecker, een resultaat samen te stellen waarvan niemand het in zijn hoofd zou halen er vraagtekens bij te zetten. Zeker ik niet, vooral dan omdat het geleverde resultaat – ik schreef bijna «bestelde» – toevallig heel erg meevalt. Je vraagt je inderdaad af waarop die Vlaamse onderhandelaars eigenlijk nog zitten te wachten om zich volledig te onderwerpen aan het premierschap van Elio di Rupo. Het is toch meer dan duidelijk dat heel Vlaanderen al enkele weken iedere morgen hoopvol de krant openslaat of smachtend het radionieuws aanzet in de hoop te mogen vernemen dat Elio di Rupo eindelijk formateur geworden is. Of liefst nog meteen eerste minister. Dat is toch wat ik afleid uit de resultaten van die peiling, maar het kan ook zijn dat ik het allemaal niet zo goed begrepen heb.

Wat ik wel begrepen heb, en wat me een pak meer verontrust, was de reactie van Bart de Wever op de resultaten van die peiling. Want alles wel overwogen, de invloed van de Noord-Belgische media op de Vlaamse bevolking dient ook weer niet overschat te worden. Maar in de reactie van Bart de Wever zat dus wel een klein woordje verborgen, dat meer vertelde dan alle resultaten van alle peilingen samen: «Elio». Niet «Di Rupo» of «Elio di Rupo» dus, maar gewoon «Elio». Als kameraden onder mekaar. Blijkt dat straks twee maanden onderhandelen dan toch al een eerste resultaat opgeleverd heeft. Oef!

Want het is maar een klein woordje, misschien zelfs een verspreking, maar het is wel veelbetekenend. Het legt immers het resultaat van een lang psychologisch proces bloot. Waar is de tijd dat Bart nog waarschuwde voor een «verstrikking» van Vlaanderen? En kan wie vandaag nog «Elio» zegt, morgen de voorstellen van «Di Rupo» afwijzen als onaanvaardbaar, ja zelfs onredelijk? Nog los van het feit dat ik me hoe dan ook mateloos erger aan dit soort van familiariteiten, zou ik me toch een pak geruster voelen als de Vlaamse onderhandelaars iets meer afstand zouden bewaren tegenover hun Franstaligen collega's zo lang er geen werkelijk akkoord – en geen akkoord om te onderhandelen over een akkoord – op tafel ligt.

Labels: ,

Read more...

8 augustus 2010

Nog meer federale poppetjes: CD&V en N-VA (Hoegin)

Deze week verschenen er in de media berichten over de CD&V-poppetjes: menig CD&V-mandataris zou Yves Leterme liever niet zien weerkeren naar de federale regering, ook niet als zogenaamd vakminister. Meteen werd er ook bericht over de andere ministeriabelen van de CD&V, waaruit blijkt dat de meesten verwachten dat alvast Inge Vervotte wél federaal minister zal blijven. Maar wat met de N-VA-poppetjes?

Deze week deed het gerucht de ronde dat de top van de CD&V op zoek zou zijn naar een oplossing voor het «probleem-Leterme». Eén van de geschetste oplossingen was het gouverneurschap van West-Vlaanderen; een andere geciteerde oplossing bestond eruit hem op één of andere manier naar «Europa» te versassen. Hoe dan ook was het duidelijk dat als Yves Leterme wil terugkeren naar de federale regering, hij daar nog stevig zal moeten voor vechten. De vraag is echter misschien eerder of dat niet een op voorhand verloren strijd is – we merkten enkele dagen geleden al op dat het erop lijkt dat Vlaams minister-president Kris Peeters op dit ogenblik de controle over de CD&V heeft – maar anderzijds kan Yves Leterme natuurlijk wel proberen zijn huid zo duur mogelijk te verkopen.

Het fundamentele probleem van de CD&V is dat zij veel te veel kandidaten heeft voor veel te weinig postjes. En dat is nu eenmaal het lot van partijen die een verkiezingen verliezen, ja zelfs zwaar verliezen. Wanneer (en als?) er een federale regering gevormd zal kunnen worden, zal de CD&V waarschijnlijk recht hebben op maar twee ministerportefeuilles, daar waar zij er vandaag over maar liefst vijf beschikt. Dat betekent dat minstens drie van de huidige CD&V-ministers niet zullen kunnen terugkeren als federaal minister, en dat dan nog in de veronderstelling dat er geen nieuw gezicht opduikt. We overlopen even het rijtje met mogelijke kandidaten.

De duidelijk zwakste kandidaat is Stefaan de Clerck. Als hij zou terugkeren, zou dat te danken moeten zijn aan één of ander regionaal evenwicht dat gerespecteerd moest worden, of moeten gebeuren als compromisfiguur nadat de sterkere kandidaten mekaar geëlimineerd hebben. Ook Pieter de Crem geef ik weinig kansen om terug te komen, al staat hij vermoedelijk iets sterker dan Stefaan de Clerck. Inge Vervotte maakt niet bepaald een goede indruk als federaal minister – ook als Vlaams minister deed zij het eigenlijk helemaal niet zo best – maar als enige vrouw in het gezelschap lijkt het me onwaarschijnlijk dat zij niet zou terugkeren. Het ontslag van Marianne Thyssen als voorzitter van de CD&V verhoogde ongetwijfeld sterk de kansen van Inge Vervotte op een nieuwe federale ministerportefeuille. Blijven nog over: de reeds hierboven vermelde Yves Leterme, en huidig vice-premier Steven Vanackere. Dat Steven Vanackere een ACW-stempel heeft net zoals Inge Vervotte speelt ongetwijfeld tegen hem, net zoals zijn belgicistische achtergrond in het geval Kris Peeters werkelijk op dit ogenblik de lakens uitdeelt binnen de CD&V. Maar hem niet opnieuw opnemen in de federale ploeg wanneer ook Yves Leterme al moet verdwijnen, lijkt me eerder onwaarschijnlijk. Bovendien is een combinatie van Inge Vervotte en Wouter Beke voor de CD&V veel te licht in een regering waarin ook Elio di Rupo, Laurette Onkelinx en Joëlle Milquet zullen zitten.

Waar men het in de media nog niet over gehad heeft, zijn de poppetjes die de N-VA zal afvaardigen. Of toch: Bart de Wever zou er de voorkeur aan geven partijvoorzitter te blijven, al was het maar omdat het op die manier voor hem gemakkelijker zou zijn om de N-VA voortijdig uit de federale regering terug te trekken, als dat nodig moest blijken. Het valt echter af te wachten of die positie houdbaar zal blijven, zeker als vrijwel elke andere partij haar voorzitter wél naar de federale regering stuurt. Eigenlijk heeft alleen de CD&V op dit ogenblik een goed excuus om dat niet te doen: ze heeft immers geen voorzitter, alleen maar een interim-voorzitter.

Wie zijn de andere mogelijke kandidaten voor de vier ministerportefeuilles die de N-VA zullen toekomen? Danny Pieters is al benoemd tot voorzitter van de Senaat, en het zou me sterk verbazen als hij daar niet zou blijven zitten. Enig aanvaardbaar excuus om hem toch naar de federale regering te verhuizen zou moeten zijn dat de N-VA één of andere portefeuille toegespeeld zou krijgen die werkelijk het neusje van de zalm zou zijn voor Danny Pieters, maar anders slaat de partij wel een behoorlijk mal figuur. Wie ik wel vrijwel zeker als federaal N-VA-minister zie opduiken, is Frieda Brepoels. Zij werd verleden jaar reeds genoemd als mogelijk Vlaams minister, en haar nogmaals overslaan zou Bart de Wever een personeelsprobleem opleveren. Bovendien is zij één van de weinige vrouwen aan de top van de N-VA, en ook qua competentie zou het een flater zijn haar niet in de federale regering op te nemen.

Een figuur die zeker niet onvermeld kan blijven, is de lijsttrekker uit Oost-Vlaanderen, Siegfried Bracke. Een half jaar geleden dacht hij waarschijnlijk zelf nog dat hij eigenlijk bij de sp.a thuishoorde, maar sindsdien heeft hij zich dus zoals bekend een N-VA-lidkaart aangeschaft. Probleem is daarom echter dat zijn carrière binnen de N-VA misschien wel net iets te snel in stijgende lijn gaat, en dat kan voor problemen zorgen binnen de rest van de partij. Anderzijds kan je een figuur als Siegfried Bracke moeilijk op de bank laten zitten. Vermoedelijk wordt hij toch federaal minister, maar zal hij niet de zwaarste post toegespeeld krijgen.

Welke andere figuren ministeriabel zijn binnen de N-VA is echter een beetje koffiedik kijken. Over zoveel topfiguren beschikt de partij, die nog niet zoveel jaren geleden nog worstelde met de kiesdrempel, per slot van rekening toch ook niet. Ik wil echter toch zeker Ben Weyts vermelden, bij het grote publiek misschien niet zo bekend, maar toch al jarenlang een trouwe kracht binnen de partij. Bij de verkiezingen was hij lijsttrekker in Brussel-Halle-Vilvoorde, en ondertussen nam hij ook al deel aan de regeringsonderhandelingen. Verder ook Jan Jambon, die de Antwerpse lijst trok en misschien gebruikt kan worden als compensatie voor Vlaamse toegevingen in het regeringsprogramma. Jan Jambon beschikt immers over wat ik een bibliotheek Vlaamse geloofsbrieven zou durven noemen, die de radicalere achterban van de N-VA misschien wel zou kunnen verzoenen met – ik zeg maar wat – het uitstel van de splitsing van delen van de Sociale Zekerheid. Het risico bestaat echter dat hij onaanvaardbaar is voor sommige Franstaligen, en daarom misschien wel beter zou passen in de Vlaamse regering.

Vlaamse regering? Inderdaad, een mogelijkheid die ik niet onvermeld wil laten, is een overplaatsing van Geert Bourgeois naar het federale niveau. Ideaal zou het niet zijn na de eedafleggingscarrousel van een paar weken geleden, maar hij is wel nu eenmaal de man met de meeste ministerervaring van de N-VA. Zo iemand wil je dan ook zetten op de plaats waar het risico op storm de komende maanden en jaren het grootst is, en niet op een relatief rustige post in de Vlaamse regering.

Ziedaar de mogelijkheden waarover Bart de Wever beschikt. Veel meer ernstige kandidaten dan er posten zijn heeft hij uiteindelijk niet, tenzij hij opnieuw een wit konijn uit zijn hoed zou willen toveren, zoals hij met Philippe Muyters deed. En zelfs als Bart de Wever zelf mee zou stappen in een nieuwe federale regering, moet er nog altijd iemand het partijvoorzitterschap van de partij overnemen. Het is echter duidelijk dat zijn probleem een grootteorde minder moeilijk is dan het probleem van de CD&V. Daar wordt het uitkijken óf Yves Leterme zal kunnen terugkeren naar de federale regering, en indien niet, wie in zijn plaats zal komen, en welke troostprijs hij zelf uit de brand zal weten te slepen.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

6 augustus 2010

Britse beursgoeroe schrijft vernietigend artikel over België

John Mauldin is de Britse financieel expert met een nieuwsbrief met meer dan anderhalf miljoen lezers.

Hij raadt zijn lezers aan: "koop geen Belgische aandelen".

Over de Belgische staatsschuld schrijft Mauldin:

"Samen met verschillende Midderane landen had België veel voordeel bij het lidmaatschap van de eurozone (het was het eerste land dat het deed) omdat de impliciete Duitse garantie toeliet dat het land kon lenen aan veel lagere rentevoeten. Voordat het bij de Eurozone kwam, kostten de betaling van de rente in 1992 maar liefst 10,3% van het BBP. In 2009, zelfs na het ineenklappen en het redden van haar banken, met name de grote twee Fortis en Dexia, waren de rentevoeten nog steeds slechts 3,6%"
(noot: Het is ons insziens geen toeval dat de grootste goudvoorraden in België verkocht werden aan de vooravond van de toetreding tot de EMU - tegen € 8637 /kg -, het is goed mogelijk dat dat politieke pasmunt was om toe te treden.)

Mauldin schrijft verder:

"Er is een toenemend risico dat België sneller dan verwacht uit elkaar valt, wat zal uitdraaien op een overheidsfaillissement."
en

"... er is [in Vlaanderen en Wallonië] geen overeenkomst over hoe de regio's verder moeten, noch wie verantwoordelijk is voor de schulden, wat maakt dat alles verder uitgesteld wordt."


Hier is het volledige artikel: "The Sovereign Debt Shocker Of 2012: Belgium"

Labels: , ,

Read more...

5 augustus 2010

Niet generaliseren over appelen en peren ! (vpmc)

.
Misschien ligt dat voor u anders lezer, maar ik weet zo goed als zeker dat er mij geen bijzonder interessante gedachte voor de geest zou komen als ik, gezeten onder een appelboom, één of meerdere appels zou zien vallen.
Nochtans weten wij dat de bekende geleerde Isaac Newton (1643–1727) naar aanleiding van zulke gebeurtenis de zeer algemene formule van de zwaartekracht ontwikkelde (F=k.m.m’/r2). Die formule heeft ons later toegelaten om naar de maan te vliegen.

Dertien eeuwen vóór Newton vertelde Augustinus van Hippo (354–430) het volgende:
Daer stond by onzen wyngaert eenen peerenboom geladen met peeren, de welke nogte zeer aengenaem aen het gezigt, nogte zeer goed van smaek waeren. Als wy ons eens met eenen hoop van booze jongelingen tot diep in den nagt, volgens een vervloekelyke gewoonte, op de straeten verlust hadden met te spelen, liepen wy t'zamen derwaerds, om alle de peeren, die op den boom stonden, af-te-schudden en weg te nemen. Wy keerden terug gansch geladen met peeren, niet om de zelve te eten, maer enkelyk om ze te stelen, al hadden wy - ze aen de verkens moeten werpen, schoon wy 'er nogtans enige van aten: ons aldus vergenoegende met het vermaek dat wy vonden in te doen het gene ons ongeoorloft was. (Confessiones II,IV,9)
Ook Augustinus trok uit deze gebeurtenis een zeer algemene conclusie, over het Kwaad, als zijnde een bijna zelfstandige kracht in de mens:
En nogtans heb ik willen stelen, ó mynen God, en heb het metter daed bedreven, niet uyt nood of gebrek, maer uyt een afkeer van de rechtveerdigheyd en uyt een overtollige boosheyd.

In het jaar 387 nu, zal zoals wij weten diezelfde Augustinus (hij was toen onder een vijgenboom gezeten) enkele kinderen een liedje horen zingen waarin hij meende te verstaan “tolle, lege”: neem op en lees. Terstond nam hij de Bijbel ter hand, las, en liet zich dopen.
Alweer een sterke veralgemening want die arme kinderen, die aren lazen op het veld, zongen volgens zekere interpretaties een work song, met als terugkerend vers:  zoek en raap (de aren) op.

Veralgemeningen kunnen nuttig zijn, en zelfs noodzakelijk als wij enig begrip van de omringende wereld willen krijgen. Tenslotte komt datgene wat wij westerlingen wetenschap noemen altijd neer op vereenvoudiging en veralgemening. Toch zijn er ook denkers die ons waarschuwen.
Eén dezer is Tom Naegels (1975-).
Naegels wenst niet dat de gewone burger, zelfs niet als die bij dozijnen appels, peren en vijgen rond zich heeft zien vallen, tot enige veralgemening zou overgaan. Heel zeker mag die burger geen algemene Wet van de Zwaartekracht formuleren.
Bijgevolg, zo meent onze jonge wetenschapstheoreticus:  ook als de meeste gemeenschapsproblemen in de wereld zichtbaar door islamieten worden veroorzaakt, door islamitische migranten in het bijzonder, toch mag er over de islam zelf niéts gezegd worden. Feiten blijven voor hem altijd afzonderlijke fenomenen. Zij vertonen nooit patronen (producten van onze perverse verbeelding) en elke theorievorming is uit den boze.

Hoe het zindelijke denken wél dient te verlopen, weet Tom in vier puntjes samen te vatten:
1.Debatteer niet meer over de islam, maar over concrete misstanden.
2.Beperk het debat tot één probleem per keer.
3.Beperk het debat tot één context per keer.
4.Wees toch niet zo apocalyptisch!

Het wereldbeeld van een animist, die achter elke vallende steen een afzonderlijke duivel of engel aan het werk ziet.
Verder heeft Tom in zijn artikeltje het nog over scheten laten, over flatulentie dus, een onderwerp dat ook Augustinus niet uit de weg zou zijn gegaan, maar dat leest u misschien liever zelf.
.

Labels: , , , ,

Read more...

2 augustus 2010

Zouden de Vlaamse partijen het dan wél al begrepen hebben? (Hoegin)

Het relaas van de onderhandelingen van de afgelopen week, zoals zaterdagochtend geschetst in De Standaard, was natuurlijk leuke en lichte ontbijtlectuur om het week-end te starten. Maar achteraf blijven toch wel enkele elementen en passages uit dat relaas hangen, om te kristalliseren tot de volgende vraag: de Vlaamse partijen klagen dat de Franstalige partijen nog altijd niet begrepen hebben wat er op 13 juni in Vlaanderen gebeurd is, maar zouden ze het eigenlijk zélf wel begrepen hebben?

We schrijven ondertussen al vijftig – 50 – dagen na de federale verkiezingen, en voor zover we weten staan de federale regeringsonderhandelingen inhoudelijk nog nergens. En er zijn goede redenen om aan te nemen dat ze inhoudelijk wel degelijk nog nergens staan. Ten eerste bevat het relaas nergens ook maar de minste details over voorstellen waarover gediscussieerd werd. Het gaat immers vrijwel uitsluitend over de atmosfeer, persoonlijke relaties, donderpreken en uitbranders. Alleen De Morgen berichtte over een gerucht dat er een voorstel zou zijn over de splitsing van de kinderbijslagen, maar of die splitsing naar de gewesten of de gemeenschappen zou worden doorgevoerd, daar was nog discussie over. Over de financiering van Brussel of de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde vernamen we tot nu toe nog helemaal niets. Behalve dan dat de Franstaligen misschien wel «veel verder dan in 2007» zouden staan, wat dat ook moge betekenen.

Bovendien zijn er de N-VA-leden en -mandatarissen, die, ongevraagd maar desalniettemin met veel ijver, bevestigen dat de onderhandelaars nog mijlenver van een akkoord staan. Of dat nu werkelijk iets is om trots over te zijn, vijftig dagen na de verkiezingen, is nog de vraag, zeker als een partij die het eens allemaal anders ging doen daarvoor mede verantwoordelijk is. Welke N-VA-kiezer zat hier immers op te wachten? Bovendien vraag ik me af of het werkelijk zo zou zijn dat Bart de Wever regelmatig in het partijblaadje van de N-VA verslag uitbrengt over welke puntjes al een akkoord zou bereikt zou zijn, en welke niet. Of nog: wat weten die N-VA-leden en -mandatarissen over wat er werkelijk tijdens die vergadering gebeurt of niet gebeurt?

Meer zelfs: wat weten zij, dat al die Wetstraatjournalisten niet weten, waardoor zij gedwongen zijn verhaaltjes neer te pennen die beter zouden staan in de boekskes dan in een «kwaliteitskrant»? Misschien is het wel een journalistieke samenzwering, over alle concurrerende media heen, om de indruk te wekken dat er wel vooruitgang geboekt zou worden? Morgen kunnen ze dan Bart de Wever en heel zijn N-VA afslachten als koppigaards die een kant-en-klaar communautair akkoord, met niet alleen veel vette vissen maar ook heelder varkens gebraden aan het spit, om over alle overdadige dessertjes en toetjes nog maar te zwijgen, afschoten, omdat ze, als Vlaams-nationalisten, nu eenmaal niet in staat zijn tot het sluiten van compromissen? Ik heb er zo mijn bedenkingen bij…

Maar er zijn tekens die meer zorgen baren. Zo was er bijvoorbeeld de reactie van de Franstaligen op de donderpreek van Bart de Wever – voor zover we de pers dus op haar woord mogen geloven. We citeren uit De Standaard: «‘Je speelt met vuur, dreigt het land te vernietigen. Besef je wel wat je doet?’, repliceren de Franstaligen.» Dat is al bij al een hoogst merkwaardige reactie. Blijkbaar hebben de Vlaamse partijen, en dan de N-VA als Vlaams-nationalistische partij in het bijzonder, na vijftig dagen onderhandelen de Franstaligen nog steeds niet aan het verstand kunnen brengen dat dreigen met het einde van België geen indruk meer maakt in Vlaanderen. Of zou mogen maken. En dat zij ook helemaal niet in een positie zitten om die dreiging te kunnen maken.

Bovendien volgde even daarna een uitval van Joëlle Milquet naar Wouter Beke, de interim-voorzitter van de CD&V. Heeft iemand ergens gelezen dat zij achteraf haar excuses heeft aangeboden? Of heeft moeten aanbieden? Waarom heeft Bart de Wever trouwens niet al lang Elio di Rupo laten verstaan dat Joëlle Milquet best een toontje lager zou schreeuwen als ze er bij wil blijven, want dat er anders wel alternatieven te vinden zijn? Het heet dat men bij de N-VA geïrriteerd is over het gedrag van Joëlle Milquet, maar ondertussen laat men wel maar betijen.

Meer zelfs, het lijkt erop dat Joëlle Milquet meer te zeggen heeft over het tempo van de onderhandelingen dan Bart de Wever en Elio di Rupo samen. Kwamen de geruchten over haar vakantie in Turkije niet enkele dagen vóór er een «semaine familiale» ingelast werd door de preformateur? Ik mag daar toch opnieuw een déjà vu-gevoel naar 2007 bij hebben? En wat met haar gezaag over groene regeringsdeelname, net zoals haar gezaag over de PS-deelname in 2007? In de regering-Leterme II – in werkelijkheid de regering-Milquet III, net zoals deze preformatie meer over een regering-Milquet IV dan een regering-Di Rupo I lijkt te gaan – slaagt er zij zelfs in eigenhandig de nummerplaten wit-rood, pardon, wit-robijn te houden. Tegen alle veiligheidsoverwegingen in dus, en ondanks het feit dat dat niet eens haar bevoegdheid is. Meer zelfs, zij verantwoordt haar beslissing met een eng-nationalistisch discours (of niet soms, kwaliteitsjournalisten?), en mijmert over het knipperen met de lichten in het buitenland, bij mijn weten nog steeds een ernstige verkeersovertreding (opnieuw: of niet soms, kwaliteitsjournalisten?). A propos, had ze het wat slimmer gespeeld, dan had ze de nummerplaten gewoon laten splitsen, en de Vlamingen hun zwart-geel gegeven. Dan riskeert ze immers aan de ene kant niet meer in het buitenland met haar lichten naar flamins te knipperen, terwijl aan de andere kant de verhoogde leesbaarheid van de Vlaamse nummerplaten de flitsgeldstroom naar het Zuiden alleen maar ten goede kon komen. Ze kan het misschien als Franstalige eis op de onderhandelingstafel leggen?

Maar terug naar de Vlaamse partijen. Na vijftig dagen onderhandelingen zit ik dus absoluut niet met de indruk dat de N-VA zélf wel begrepen heeft wat voor signaal de Vlaamse kiezer op 13 juni uitgezonden heeft. Wie wel de indruk geeft dat begrepen te hebben, is Kris Peeters. Voorlopig lijkt hij de overhand te hebben binnen de CD&V, zoals we dat kunnen afleiden uit het feit dat híj Wouter Beke bijstaat in de regeringsonderhandelingen, en niet bijvoorbeeld een Steven Vanackere of een Yves Leterme. Ik heb zo'n vermoeden dat het Kris Peeters is die ervoor zorgt dat de CD&V zich voorlopig niet laat betrappen op toegevingen aan de Franstaligen die niet eerst volledig gedekt zijn door de N-VA. De Belgische ACW-kiezers zal hij in 2014 hoe dan ook in zijn zak hebben, maar de N-VA speelt op dit ogenblik met geleend kapitaal van zowel CD&V als Vlaams Belang. De enige juiste strategie voor hem om ook na 2014 nog iets te betekenen, is daarom te proberen het CD&V-gedeelte van het N-VA-kapitaal terug te winnen. Bart de Wever zal aan hem nog een lastige klant hebben de komende weken.

Tot slot zou ik me even willen richten tot de N-VA-leden en -sympathisanten die op het Internet actief zijn, en elke uiting uit Vlaamse hoek die geen huldebetuiging aan het genie van Bart de Wever bevat aan een kritische lezing onderwerpen en eventueel van commentaar voorzien. Ten eerste, en voor alle duidelijkheid: ook ik beschouw me als een N-VA-sympathisant, om de eenvoudige reden dat ik het niet kan helpen dat ik veel sympathie heb voor Vlaams-nationalistische partijen die het goed menen met Vlaanderen. Ten tweede ben ik nogal pessimistisch aangelegd als het op Belgische communautaire onderhandelingen aankomt, maar hoop ik toch dat ik me nu al vijftig dagen lang op schandelijke wijze grondig vergis. Ik zie het echter als mijn taak te waarschuwen voor een mogelijke historische vergissing, te meer daar men voor zulke waarschuwingen niet bepaald op de Vlaamse pers hoeft te rekenen – integendeel zelfs. Maar belangrijker: ik hoop ten zeerste dat wanneer er een federaal regeerakkoord zal voorliggen, zij dat aan een even kritische lezing zullen onderwerpen, en ook dán hun stem zullen laten horen wanneer zij iets opmerken dat hen niet helemaal aanstaat. Misschien kan dan meteen ook verhinderd worden dat sommigen onder hen strootjes zullen moeten trekken, met dichtgeknepen neus zullen moeten stemmen, of met de dood in het hart.

Labels: , , , , , ,

Read more...

31 juli 2010

De Wever spiegelt zich beter niet te veel aan Schiltz (Hoegin)

Het is bekend dat N-VA-voorzitter Bart de Wever graag opkijkt naar Hugo Schiltz, en in hem een groot voorbeeld ziet. Daarbij hoort ook zijn uitspraak «Van ‘verraad’ naar ‘verraad’ gaan we naar de Vlaamse staat», waarmee hij wil aangeven dat Vlaamse toegevingen en Belgische compromissen op zich niet oneerbaar hoeven te zijn. Het probleem is echter dat het oordeel van de geschiedenis over Bart de Wever in een totaal andere context dan die over Hugo Schiltz gevormd en geschreven zal worden.

Wat is het oordeel van de geschiedenis over Hugo Schiltz? Eigenlijk is het nog veel te vroeg om daar een eensluidend antwoord op te geven. Enerzijds waren er de Vlaamse toegevingen in de jaren zeventig en tachtig, die volgens sommigen ronduit rampzalig waren, volgens anderen dan weer met de ondergang van het Egmontpact een gemiste kans voor Vlaanderen. De keldering van het onzalige compromis over Brussel-Halle-Vilvoorde uit 2005 zal voor de eersten dan weer het oordeel over Hugo Schiltz wat milderen. Het is hoe dan ook duidelijk dat Hugo Schiltz een belangrijk figuur en een referentiepunt voor de Vlaamse Beweging is geweest – en nog steeds is: verrader voor de ene, visionair figuur voor de anderen.

Bart de Wever behoort uiteraard tot de laatste groep. Met zijn hierboven geciteerde uitspraak «Van ‘verraad’ naar ‘verraad’ gaan we naar de Vlaamse staat» zette hij zich in 2004 in de Kamer trouwens uitdrukkelijk af tegenover die andere «erfenis» van Hugo Schiltz: het Vlaams Blok/Belang. Het is meteen ook de bestaansreden van de N-VA: een Vlaams-nationalistische partij die wel bereid is deel te nemen aan de macht, in een Belgische context, en die het niet oneerbaar vindt om compromissen te sluiten en desnoods enkele Vlaamse toegevingen te doen, als het ons maar dichter bij een Vlaamse staat brengt. De zogenaamde Baert-doctrine moet daarbij een leidraad zijn voor de aanvaardbaarheid van eventuele toegevingen en compromissen.

Historisch gezien is het echter duidelijk dat het op dat laatste puntje wel eens ferm fout durft te gaan aan Vlaamse zijde, zeker wanneer er op het einde van de onderhandelingen met ministerportefeuilles – de borden linzensoep – gezwaaid wordt. Dat Vlaanderen op dit ogenblik geplaagd zit met een pers die voluit de Belgische kaart trekt, maakt het daarbij niet gemakkelijker om tussen de vele aangedragen Belgische bomen het Vlaamse bos nog te kunnen zien. Het heet dat men de Grieken maar beter wantrouwt, ook als ze geschenken brengen. Voor de Franstaligen geldt dit echter in het bijzonder wanneer ze met geschenkjes komen, en a fortiori wanneer daar nog eens lofprijzingen om zoveel staatsmanschap bijkomen. Hopelijk zal Bart de Wever op het einde van de onderhandelingen zich de gevleugelde uitspraak uit de Æneis nog herinneren, vóór hij eventueel zijn handtekening onder een federaal regeerakkoord zet.

De raad die ik Bart de Wever echter zou willen meegeven – voor zover hij dit stukje zou lezen en mijn raad nodig heeft – is dat hij die Baert-doctrine toch maar beter uiterst streng en strikt zou toepassen op mogelijke Vlaamse toegevingen en Belgische compromissen. Hugo Schiltz beschikte in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw namelijk over één «luxe», als je het een luxe kan noemen, waar Bart de Wever niet meer over beschikt: de luxe dat, alles wel overwogen, de Vlaamse onafhankelijkheid nog niet voor meteen was. En met die «luxe» volgde meteen ook het behoud van de Belgische context tijdens heel zijn politieke carrière (en leven, zo besliste het lot), waardoor hij er niet voor hoefde te vrezen vroeg of laat afgerekend te zullen worden voor toegevingen die de belangen van de Vlaamse natie duidelijk geschaad hebben.

Ondertussen is tóch al zwart op wit gebleken, nota bene vóór het einde van de België, dat de oprichting van het Brusselse Gewest een kapitale vergissing is geweest. Voor alle duidelijkheid: het verrassende aan die vaststelling is dus niet de vaststelling op zich – dat de oprichting van het Brusselse Gewest een kapitale vergissing is geweest – maar wel dat ze nu reeds, binnen de Belgische politieke context, zwart op wit aangetoond werd. Het behoud van de Belgische politieke context is dus geen garantie om inbreuken op de Baert-doctrine blijvend te kunnen verdoezelen. Anderzijds zal het verdwijnen van de Belgische politieke context, een proces dat zich ongetwijfeld in de loop van enkele luttele jaren na een Vlaamse onafhankelijkheid zal voltrekken, zulke inbreuken snel en onverbiddelijk aan het licht brengen. En je zal dan maar aangewezen worden als de hoofdverantwoordelijke ervan, zeker als die aanwijzing dan nog uit onverdachte bron afkomstig en ontegensprekelijk is. Een benoeming tot Minister van Staat is een prijs die Laken graag betaalt om het enkele jaren langer te kunnen rekken…

Hoe is dat trouwens in het verleden in andere landen gegaan? Want inderdaad, begin 1989, laat staan midden de jaren tachtig, dacht niemand dat de Berlijnse Muur ooit zou kunnen vallen. Maar niemand beoordeelt vandaag de daden van Duitse politici van begin 1989, dus vóór de val, nog in een context van twee Duitslanden. Met de Baltische of Tsjechische en Slovaakse actualiteit ben ik veel minder vertrouwd, maar het zou me sterk verbazen als de situatie er erg anders zou zijn. Het verschil tussen het Centraal-Europa van 1989 en het België van 2010 is dat niemand gelooft dat koning Albert II eeuwig zal blijven leven, of dat België de troonsbestijging van koning Filip I lang zal kunnen overleven. En dat het verdwijnen van België daarmee dan ook in de sterren geschreven staat. En zelfs de meest fervente aanhanger van de evolutieleer van de N-VA zal moeten erkennen dat het achteraf toch bijzonder pijnlijk zou zijn nog net voor de revolutie een speldje voor groot staatsmanschap opgeprikt gekregen te hebben door één of andere sire.

Labels: , , ,

Read more...

26 juli 2010

Independencia, – van Catalonië tot Kosovo

Indrukken en strategische bedenkingen bij het succes van twee Europese onafhankelijkheidsbewegingen

Recent deden zich in de internationale context twee feiten voor die Vlaamse republikeinen tot enige bezinning zouden moeten nopen.
Enerzijds was er die massabetoging (men spreekt van een miljoen mensen) voor de onafhankelijkheid van Catalonië, tegen een beslissing van het Spaanse grondwettelijk hof om die onafhankelijkheid terug te schroeven. Slogans als “Catalonia, the new state in Europe” logen er niet om. Dat was dan nog aan de vooravond van 11 juli 2010, net toen ik een speech voor het Mechelse Guldensporenkomitee aan het geven was: symbolischer kan niet.



De eeuwenlange strijd van het autonomistische Catalonië tegen het Spaanse unitarisme, streng en centraalgeleid vanuit Madrid, moet bij ons, Vlamingen, toch een gevoel van verwantschap opwekken. Inderdaad, ook Vlaanderen werd in de 16de eeuw vanuit het strenge Madrid bestuurd, en volgens sommige cultuurhistorici is ons dat blijven parten spelen. De geuzen en protestanten zijn naar het Noorden vertrokken. Wij, achterblijvers, zijn katholiek, onderdanig en monarchistisch gebleven, misschien te “Spaans”, terwijl de Catalanen ook in moeilijke tijden hun identiteit veel sterker wisten te handhaven, in het teken van een verlichte, mediterrane levenskunst die “vanonder uit” komt en niet van bovenaf is opgelegd. Alleen al taalkundig speelt dat populisme sterk: het Catalaans stamt af van het volkslatijn, terwijl het Spaans (het “Castilliaans”) eerder schatplichtig is aan het burgerlijk-aristocratische Latijn van de clerus, de ambtenarij, de adel. Het Catalaanse separatisme s ook lokaal verankerd: in Arenys de Munt ten noorden van Barcelona stemde vorig jaar 96 procent van de kiezers voor een onafhankelijk Catalonië. De opkomst was 41 procent. In de recente wereldkampioenschappen voetbal supporterde het gros van de Catalanen voor… Nederland, uit afkeer van de Spaanse vlag (ook al bestond die nationale ploeg voor het merendeel uit spelers van FC Barcelona).

Voor de rest is er qua mentaliteit geen groter contrast denkbaar tussen Catalonië en Spanje. En ik vermoed zelfs dat de Catalaanse identiteit zich ook bewust afzet tegen Madrid en zijn waarden, en zich definieert als anti-Spaans, on-Madrileens. Alle zuidreizigers zullen de hiernavolgende clichés beamen. Spanje is zuur, dor, totalitair, gesloten, dwangmatig, oerkatholiek, sadistisch, macho, denkt vertikaal, en ruikt hardnekkig naar knoflook. In de herbergen gooit men zijn afval gewoon op de grond, het volksplezier bestaat uit het ritueel afmaken van mannelijke runderen in een arena. Berucht zijn ook de verhalen van de Spaanse windhonden die, eens afgeschreven, een ellendige dood door uitputting en mishandeling tegemoet gaan.
Catalonië anderzijds smaakt zout-zoet, is libertair-anarchistisch, mercantiel, speels, open, profaan, empathisch, humoristisch, vrouwelijk, republikeins, denkt horizontaal en ruikt naar zeelucht. Geen wonder dat de dictator Franco de Catalanen als gevaarlijk tuig beschouwde. De cultuur is zeer gericht op de Middellandse zee (ooit was het een Griekse kolonie), en daardoor des te minder op het Iberische binnenland. Vis, zeevruchten en rijst vormen culinaire hoofdingrediënten. De maan en de getijden spelen een sleutelrol in de collectieve psyche (Cata-lunya: “Kat op de maan”, Barce-lona: “Bark naar de maan”). Stierengevechten? Een Madrileense barbarij!

Terwijl de Baskische afscheidingsbeweging in het slop zit, piekt de Catalaanse als nooit te voren, omdat ze zich echt identitair opstelt en vanuit de maatschappelijke onderstroom groeit. Ik ga op deze cultuurclash tussen Barcelona en Madrid niet verder in, al steek ik niet onder stoelen of banken dat ik veel liever een Vlaamse beweging met een stevige scheut Catalaans esprit zou hebben, meer gevoel voor ironie en humor, dan dat zuur-katholieke, “rechtse” gemierenneuker van half-seniele opa’s. Maar het moment dat een miljoen Vlamingen op straat komt om onafhankelijkheid te eisen, is dan ook nog lang niet in zicht, er is nog werk aan de winkel.

Over dan maar naar het tweede heuglijk feit van deze zomer: de beslissing op 22 juli 2010 van het Internationaal Gerechtshof van Den Haag, dat de Kosovaarse onafhankelijkheidsverklaring wel degelijk legitiem was, en dus wereldwijde erkenning verdient. Kosovo?! Men hoorde toen, daags na de Belgische feestdag, in Vlaanderen zachtjes vloeken en tandenknarsen. Waarom staan zij waar wij nog lang niet staan? En hoe heeft de geschiedenis hier ingewerkt op het identiteitsgevoel? Even een korte historische glijvlucht.
Kosovo bestaat voor het grootste deel uit etnische Albanezen. Het zit van oudsher geprangd tussen het Ottomaanse imperialisme (het islamitische Turkije was van de 14de tot de 19de eeuw een wereldrijk dat op een bepaald ogenblik grote delen van Europa heeft bezet), en de aanspraken van het groot-Servisch nationalisme (traditioneel door Rusland gesteund). Anno 1389 komen die twee tegenover elkaar te staan in de “Slag op het Merelveld”, waar de Turken de Serviërs in de pan hakken. De “heilige grond”, waarop de slag plaats greep, zou voor het Servisch nationalisme een obsessie blijven, en een van de redenen om Kosovo als Servisch oer-territorium te blijven claimen.
In de 20ste eeuw zou het gebied pas zijn reputatie van mondiaal kruitvat waarmaken. Na twee balkanoorlogen was het tijd voor het serieuze werk, en schoot een Servische ultra-nationalist te Sarajevo de eerste wereldoorlog in gang, via een aanslag op prins Frans-Ferdinand van Oostenrijk, nota bene op de herdenkingsdag van de Slag op het Merelveld. En met een Belgisch FN-pistool. Twee keer zouden de Kosovaren vervolgens het “foute” Duitse kamp kiezen, in een poging om autonomie af te dwingen,-waar hebben we dat nog gehoord. Waarna ze definitief als zwarte schapen werden gecatalogeerd, eerst door het Joegoslavië van Tito, nadien door het Servië van Slobodan Milošević. In 1996 begon, met de oprichting van het Kosovaarse Bevrijdingsleger (UÇK), een gewapende onafhankelijkheidsoorlog, die uitliep op een internationale conferentie, een gewapende NAVO-interventie, en een bestuur onder UN-voogdij. Op 17 februari 2008 riep Kosovo tenslotte eenzijdig de onafhankelijkheid uit, na een verkiezingsoverwinning van de autonomist en gewezen rebellenleider Hashim Thaçi.

Meer radicalisme… én meer diplomatie?

Geef toe: de geschiedenis van de Vlaamse beweging is daarbij vergeleken maar een stationsromannetje. Maar is Kosovo voor ons een voorbeeld? Ja en neen. België en West-Europa zijn de Balkan niet, bij ons ontbreekt het explosieve kader,- gelukkig maar, zullen de meesten zeggen. Vlaanderen is nog altijd een van de sterkste economische regio’s met een wereldhaven, terwijl in het verpauperde Kosovo de mensenhandel nog altijd welig tiert. Wij hebben veel te verliezen, zij niet. Toch strekken enkele aspecten van hun verhaal tot lering.
Ten eerste is er het algemene identiteitsvraagstuk: waarom hechten de Kosovaren zo hardnekkig aan hun eigenheid en onafhankelijkheid? Bovenstaande korte historische survey geeft aan dat de etnische of religieuze homogeniteit niet de dominerende kracht is (de republiek Kosovo proclameert zich trouwens uitdrukkelijk als multi-etnisch). Wel is er het gedeelde gevoel van mismeesterd te zijn door de geschiedenis, waarin men de status heeft gekregen van slagveld, buffer, of restgebied. Dat geldt eveneens voor Vlaanderen. Men ontwikkelt zo een collectieve identiteit, niet zozeer door grote overwinningen, maar vooral door een revanchisme tegenover de geostrategische logica’s van de grootmachten met hun parallelle culturele en taalkundige dominantie. Dat is een belangrijke republikeinse constituante: zich verzetten tegen de kaarten die de geschiedenis heeft uitgedeeld, en een “new deal” afdwingen. Daar moet ook Vlaanderen kracht uit putten: een kritisch standpunt tegenover het bureaucratische Europa van de grootmachten is een onvermijdelijke consequentie. Wij kunnen niet zomaar het Europa accepteren dat sinds het Congres van Wenen de positie van de grootmachten (Frankrijk, Duitsland, Engeland, Spanje) heeft geconsolideerd. Het republikeins autonomisme heeft historische trauma’s te helen, en moet in staat zijn om met het verleden in het reine te komen. Het verdriet van Kosovo is niet helemaal dat van Vlaanderen, er is zeker meer bloed gevloeid, maar de idee om de mentale én geografische kaart te hertekenen en vanuit een eigen territorium aan een soort collectieve psychoanalyse te doen, die terapeutisch werkt, moet ook ons, Vlamingen, kunnen aanspreken. Wij moeten leren de geschiedenis aanvaarden én opheffen. Binnen het Belgische kader is dat onmogelijk.

Tweede opmerking is dat men onafhankelijkheid afdwingt, men krijgt ze niet kado: de fluwelen evolutie-logica leidt meestal nergens toe, behalve tot een diplomatiek omkaderde verlenging van het status-quo. Ook Kosovo had zijn Bart De Wever, namelijk Ibrahim Rugova, een briljante intellectueel en spreker, die echter een afkeer had van radicaliteit, en tijdens de onafhankelijkheidsoorlog in Italië zat te wachten tot het voorbij was. Het zijn uiteindelijk de radicalen van Hashim Thaçi die de kastanjes uit het vuur hebben gehaald en de onafhankelijkheid hebben afgedwongen. Idem dito voor andere jonge Balkanrepublieken zoals Bosnië-Herzegovina (denk aan het driejarig beleg van Sarajevo!) en Kroatië: op een zeker moment moest er iets “geforceerd” worden, al was het maar met een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring (die bij ons verkeerdelijk en kwaadwillig als “utopisch” wordt afgeschilderd).

Derde vaststelling: de separatisten legden het, in al hun radicaliteit, diplomatiek aan boord wat betreft de internationale goodwill. In het Kosovo-verhaal valt de welwillendheid op van de internationale gemeenschap, via o.m. de NAVO-interventie en het UN-bestuur als overgangsfase, en uiteraard de recente beslissing van het Internationaal Gerechtshof. Ook Bosnië genoot de sympathie van de internationale gemeenschap, zie de solidariteit met de belegerde stad Sarajevo en de heropbouw ervan met Europees geld tot culturele toplocatie. Grappig en absurd is dan uiteraard het feit dat het merendeel van de EU-landen (waaronder België) de onafhankelijkheid van Kosovo erkent, terwijl men binnen de Europese Unie als de dood is voor regio-autonomistische tendenzen. De vraag dringt zich dan ook steeds meer op, hoe wij een Vlaamse republiek aan Europa en de wereld kunnen verkopen. Uiteraard hebben wij geen tiran Milosevic die als een soort schaduw van Rusland en een naschok van de koude oorlog wordt gepercipieerd,- dat heeft in de balkan zeker de zaak bespoedigd. Toch denk ik dat we meer op het rechtvaardigheids- en billijkheidsgevoel van de internationale gemeenschap een beroep moeten doen, terwijl we nu zelf worden afgeschilderd als verdrukkers,- mede dankzij de francofone propagandamachine.

Dit wordt een primordiale opgave, parallel aan de binnenlandse politieke radicalisering: diplomatieke kanalen openen die de internationale erkenning van Vlaanderen op korte termijn mogelijk maken. We moeten de internationale politieke context bestuderen en daar strategische krijtlijnen op uitzetten. Nederland zou de allereerste focus in dat offensief moeten zijn, maar wellicht zijn er nog landen die met de Belgische staat een appeltje te schillen hebben, en uit opportunisme of rancune voor de Vlaamse republiek zouden kiezen. Ik denk dat dit soort diplomatieke, semi-ondergrondse lobby-activiteit nuttiger is dan geldverslindende culturele centra in Amsterdam of New-York open houden, “Vlaamse huizen” waar vooral apparatsjiks van deze of gene partij de dienst uit maken en de budgetten opsouperen, zie bijvoorbeeld de geurtjes van fraude en corruptie rond de figuur van Philip Fontaine, ex-directeur van het Vlaams huis in New-York.
Beslist moet de Vlaamse beweging ook meer aansluiting zoeken bij andere Europese onafhankelijkheidsbewegingen. Dat doen we veel te weinig. Rechts-nationalistisch Vlaanderen gaat nog altijd liever J.M. Le Pen opvrijen dan Joan Puigcercós, voorzitter van de Esquerra Republicana de Catalunya. We delen nochtans één strijd tegen het oude bureaucratische Europa en de oude wereldorde, één zoektocht naar meer democratie. We kunnen samen een belangrijk diplomatiek netwerk uitbouwen, dat niet noodzakelijk via de instituties van de EU verloopt.
Benieuwd welke V-partij daar ernstig werk van maakt…

Johan Sanctorum
Read more...

23 juli 2010

De poppetjes, of waarom Gennez Groen! een ministerportefeuille gunt (Hoegin)

Na cdH-voorzitster Joëlle Milquet vraagt nu ook sp.a-voorzitster Caroline Gennez dat de groenen deel zouden uitmaken van de volgende federale regering. Op die manier zou de federale regering inderdaad over de noodzakelijke tweederdemeerderheid voor een eventuele staatshervorming beschikken, bovendien zou de sp.a op die manier zowel op haar linkse als haar belgicistische flank veilig zitten. Maar als Groen! inderdaad tot de federale regering zou toetreden, zou dat de sp.a meteen ook één van haar twee ministerportefeuilles kosten. De nadrukkelijke vraag van Caroline Gennez roept dus toch wel enkele vraagtekens op.

Laten we beginnen met enkele cijfers. Verdelen we de zeven federale ministerportefeuilles waar de Vlaamse partijen recht op zullen hebben over N-VA, CD&V en sp.a op basis van de verkiezingsuitslag voor de Kamer, dan krijgt N-VA drie portefeuilles, terwijl CD&V en sp.a elk recht hebben op twee. In principe heeft Groen! geen recht op een ministerportefeuille indien het zou toetreden tot de federale regering – sp.a haalde immers meer dan dubbel zoveel stemmen als Groen! – maar als één van de drie andere partijen een portefeuille zou moeten afstaan, komt de sp.a wel degelijk als eerste in aanmerking. Het is immers de sp.a die de laatste portefeuille in de wacht sleepte. Als daar nog bijkomt dat vooral sp.a aandringt op een groene regeringsdeelname, kan ze ook moeilijk eisen dat de N-VA haar derde portefeuille zou afstaan, zeker als men weet N-VA net niet een vierde portefeuille zou kunnen opeisen vóór Groen! er eentje krijgt. Alle logica zegt dus dat de sp.a, en niet N-VA of CD&V, een ministerportefeuille zou moeten afstaan aan Groen!.

Merkwaardig genoeg schijnt Caroline Gennez daar niet al te veel problemen rond te maken. Het is nochtans niet niks voor een partij om de helft van haar aandeel op te geven om een politiek concurrent aan boord te hijsen van een coalitie. Het is misschien overdreven te stellen dat Caroline Gennez die tweede ministerportefeuille liever kwijt dan rijk is, maar ze klampt er zich ook niet bepaald aan vast. Ligt de verklaring misschien in de poppetjes waar Caroline Gennez vroeg of laat mee zal moeten spelen?

Ik heb natuurlijk geen inzicht in Caroline Gennez' Hotmail-account, maar laat we even speculeren over wie er bij de sp.a in aanmerking komt om binnenkort federaal minister te worden. Allereerst is er uiteraard Caroline Gennez zelf, die zo daarmee ook op een eerbare wijze de hondenstiel van partijvoorzitter vaarwel kan zeggen. Andere voor de hand liggende kandidaten zijn Johan vande Lanotte, Renaat Landuyt en… Frank Vandenbroucke. Om met de eerste te beginnen: politici zijn uiteraard zo ijdel als wat, maar Johan vande Lanotte geeft niet echt de indruk dat hij op dit ogenblik aast op een ministerportefeuille. Daarmee zal Caroline Gennez dus een keuze moeten maken tussen Renaat Landuyt en Frank Vandenbroucke, tenzij ze zelf aan een ministerportefeuille zou verzaken, of opnieuw een wit konijn uit haar hoed kan toveren. De vraag is dan: kan ze het zich veroorloven voor Renaat Landuyt te kiezen, en niet voor Frank Vandenbroucke?

Frank Vandenbroucke is misschien wel één van de intelligentste en meest competente figuren waarover de sp.a op dit ogenblik beschikt – zolang men hem tenminste niet vraagt wat te doen met zwart geld – maar hij gedraagt zich wel als een ongeleid projectiel. Vóór de verkiezingen trok hij opvallend de belgicistische kaart, maar ik kan me voorstellen dat er bij de PS nog altijd enige scepsis tegenover hem bestaat. En verder weet je dus maar nooit of hij niet op één of andere mooie dag plots weer bevalt van een open brief, of een beleidsdaad stelt die PS en cdH in de gordijnen jaagt. Het zou snel het prille herwonnen vertrouwen en de samenwerking tussen sp.a en PS op de helling kunnen zetten.

Natuurlijk wil ik Caroline Gennez niet van zoveel vooruitziendheid beschuldigen, maar het is duidelijk dat zij met een probleem zit. Eén van de gemakkelijkste uitwegen voor haar is precies een deelname van Groen! aan de komende federale regering: een ministerportefeuille waarover zij niet beschikt, hoeft zij immers ook niet toe te wijzen. Meteen hoeft ze dan ook aan haar achterban niet uit te leggen waarom de nog steeds populaire Frank Vandenbroucke alweer naast de prijzen zal moeten grijpen.

Labels: , , , ,

Read more...

21 juli 2010

Optimisme in Laken (Hoegin)

Er is gisteren ongetwijfeld een enorme zucht van verlichting door de salons van Brussel gegaan: de N-VA is dan toch bereid compromissen te sluiten. En wat voor compromissen! De Nederlandsonkundige en door en door corrupte Nijvelse PS-chef André Flahaut werd aangesteld tot Kamervoorzitter, de dag nadat Joëlle Milquet nog snel brugpensioen voor de werknemers van Opel vanaf vijftig jaar goedkeurde. Een kaakslag voor de N-VA-kiezers die kan tellen. Van de Vlaams-nationalistische maagdelijkheid van Bart de Wever blijft in ieder geval niets meer over.

Veel andere PS-creaturen komen me eigenlijk niet voor de geest die nog grotesker zouden zijn dan André Flahaut als Kamervoorzitter, of er moet al teruggegrepen worden naar Michel Daerden. De vraag stelt zich dan ook of de N-VA de PS volledig carte blanche gegeven had voor de post van kamervoorzitter, als zij maar de Senaatsvoorzitter mochten leveren? Want ook al klinkt het nu dat de aanstelling van André Flahaut als Kamervoorzitter maar «voorlopig» zou zijn, het lijkt bijzonder onwaarschijnlijk dat deze PS-chef uit Nijvel over enkele weken weer gedefenestreerd zou worden. Tenzij hij in de volgende federale regering zou opduiken minister (van Defensie?) blijft André Flahaut immers mooi zitten in die zetel van de kamervoorzitter. Of gaan ze hem binnenkort misschien Europees Commissaris maken?

Terloops: is deze benoeming misschien al een kleine vereffening van de rekening die Jan Jambon een paar weken geleden nog opende, toen hij heel stout vanop het spreekgestoelte van diezelfde Kamer verklaarde dat een federale regering met de N-VA een regering zou zijn die Brussel-Halle-Vilvoorde zal splitsen? We moeten het nog zien gebeuren, dat zulk splitsingsvoorstel in de Kamer goedgekeurd zal worden, zonder dat de Franstaligen daarvoor dubbel en dik gecompenseerd zouden worden. Dan lijkt het me al pak meer waarschijnlijk dat André Flahaut persoonlijk en met de blote hand alle 90 mm-kanonnen van de Belgische pantsers gaat vijzen!

Ik wacht trouwens al in spanning op een analyse van Guido Fonteyn, waarin hij uitlegt dat ook André Flahaut diep vanbinnen een fervente bestrijder van elke vorm van corruptie is. Of dat zijn benoeming tot Kamervoorzitter een bijzonder scherp uitgekiend plan van Elio di Rupo is om voor eens en voor altijd de PS van dit kwaad te zuiveren. Of iets anders. Maar een bewijs dat de PS nog altijd is wat het altijd al geweest is, een door en door corrupte partij waar fatsoenlijke mensen zich eigenlijk niet mee zouden mogen of willen associëren, dat zal het uiteraard niet zijn. Nadrukkelijk niet zelfs.

Ik kan me in ieder geval levendig voorstellen dat een aantal N-VA-kiezers zich de laatste weken hebben afgevraagd hebben hoe ze zich op 13 juni toch zo rond de tuin hebben laten leiden door Bart de Wever. Eerst was er al de goedkeuring van de verkiezingen van 13 juni, pardon, de «onthouding», en nu dus André Flahaut. Bovendien is er het rijtje fiats en veto's dat Bart de Wever in de loop van de laatste weken heeft laten optekenen in verband met de informatie- en preformatiegesprekken. Vlaams Belang, Lijst Dedecker en de Parti Populaire kregen een zeer uitdrukkelijk veto toegespeeld van Bart de Wever, terwijl Groen! achter de schermen met een veto geconfronteerd werd. Geen veto echter voor André Flahaut dus, en nog minder voor Elio di Rupo of Joëlle Milquet. Zelfs tegenover de MR of het FDF werd geen veto uitgesproken door de N-VA, want wat er aan Franstalige kant gebeurde was louter een zaak voor de PS. Verder waren de fiats voor CD&V en spa, naast PS en cdH dus, terwijl Open Vld vooral met veel onverschilligheid af te rekenen had. (Dat laatste is voor politici en een politieke partij misschien zelfs erger dan een veto, doch dit terzijde.)

Hoe dan ook, ik heb er zo mijn twijfels over dat het zulk lijstje van veto's en fiats is, waar het gros van de N-VA-kiezers een paar weken geleden in het stemhokje aan gedacht heeft. In het bijzonder de kiezers die overliepen van CD&V naar N-VA, omdat ze het eeuwige geschipper beu waren, het blijven onderhandelen ook na de zoveelste Franstalige woordbreuk en vernedering, om het nog te hebben over de tsjevenuitleg achteraf dat het eigenlijk allemaal nog een Vlaamse overwinning zou geweest zijn. Zij vragen zich vandaag ongetwijfeld af of ze op 13 juni misschien wel voor «le nouveau CVP» hebben gestemd.

Welke vernedering trouwens ook voor Danny Pieters, die de Senaat zal mogen voorzitten. De man is zonder twijfel meer dan competent genoeg om die taak te vervullen. Bovendien is goed dat als er dan toch voorlopig nog zoiets als een Senaat blijft bestaan, er tenminste geen operettefiguur de plak zwaait zoals een Armand de Decker. Maar je zal maar aan die taak moeten beginnen als tegenhanger van een figuur als André Flahaut…

Met dit alles in het achterhoofd hoeft het echter niet te verbazen dat koning Albert II zich optimistisch toonde in zijn toespraak naar aanleiding van 21 juli. Het valt natuurlijk niet uit te sluiten dat Bart de Wever zowel de koning als Elio di Rupo al enkele weken op grandioze wijze voor het lapje houdt, maar nu een Vlaams-nationalistische partij de grootste fractie in de Kamer is geworden, zou je eigenlijk verwachten dat de Lakense troon zou beven. En dat de koning de laatste resten van het familiekapitaal in België met enige spoed naar veiliger oorden zou overbrengen. Er zijn echter weinig tekens in die zin, en dat belooft niet veel goeds voor Vlaanderen.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

20 juli 2010

Defensie verkoopt AIV DF90…

Het is niet de eerste keer dat ik het hoor, maar het blijft wachten op de eigenlijke verkoop van de AIV DF90 (deredactie). Het is een oud en lang verhaal, waarvoor ik verwijs naar eerdere blogposts op IFF (Het AIV contract herzien?, Het beleid van Flahaut: DS-Kritisch & AIV).

Kort geschetst heeft Defensie onder leiding van André Flahaut haar voertuigenpark gemoderniseerd (2003-2007). De Armored Infantry Vehicle werd het mediane basis-gevechtsvoertuig dat de rupsvoertuigen dient te vervangen. Hiervoor werd ultiem gekozen voor de MOWAG – GDLS Europe – Piranha IIIC in diverse uitvoeringen. Eén uitvoering is een direct vuurondersteuningsvoertuig uitgerust met een CMI Mk.8 90mm geschut dat ‘onrechtstreeks’ de Leopard 1BE – uitgerust met een 105mm geschut – diende te vervangen.

Er was al heel wat politieke heisa geweest rond de DF90, Minister De Crem verklaarde in het verleden al dat men de DF90s ging verkopen…nu opnieuw, maar waarom?

4 problemen met de keuze voor de DF90.

De CMI Mk.8 LCTS90 is een capabel geschut alleen is het kaliber (90mm) niet langer de NAVO-standaard (1) en betekent dit eigenlijk een regressie. De evolutie op moderne mediane voertuigen op vlak van medium/zwaar geschut gaat van 90mm naar 105mm naar 120mm (allernieuwste Centauro). Op de slagtanks (Main Battle Tanks) heeft men dezelfde evolutie kunnen waarnemen, alleen vond dit vroeger plaats en ligt de standaard nu op 120mm. Gevolg van de keuze voor de DF90 is dat men in geval van nood geen munitie bij de buren kan lenen, buiten Frankrijk dat nog over oudere voertuigen bezit uitgerust met 90mm – uitsluitend voor gebruik in Afrika, zodus een probleem van interoperabiliteit.

Overschakelen van 105 naar 90mm betekent ook een aanpassing van de infrastructuur en aanwerving van nieuwe munitie ipv hergebruik (2), onnodige meerkost. De CMI Mk8 presteert het beste met de munitie van MECAR, de enige andere Europese 90mm producent is het Franse Nexter (vroeger GIAT) en niet Hirtenberger zoals eens in een persbericht werd geopperd. De productie van 90mm tank munitie is een nichemarkt in Europa (3), gebrek aan concurrentie heeft een effect op de prijs van de munitie.

Enige rekenwerk leerde ons destijds dat een AIV DF90 gemiddeld tussen de 3.8 en de 4 miljoen € kostte terwijl in dezelfde periode Leopard 2A6 tweedehands ‘Nearly New’ Tanks verkocht werden voor 1.5 miljoen € (4), er bestond een veel goedkoper en effectief alternatief. Alleen paste dit niet in het plaatje van de medianisering van Defensie waarbij alle rupsvoertuigen werden afgestoten.

De recente gewapende conflicten (Irak, Afghanistan) hebben echter verduidelijkt dat rupsvoertuigen nog steeds een nut hebben – ook in vredeshandhavende taken – desondanks hun ‘agressiever uiterlijk’. De realiteit is dat het zwaardere rupsvoertuig zijn gewicht beter kan verdelen dan een mediaan voertuig (ground pressure) waardoor het in sommige gebieden mobieler (en geschikter) blijft dan mediane voertuigen. Canada ging haar Leopard 1 tanks vervangen – net als België – door een Piranha III uitgerust met een 105mm systeem, de LAV/Stryker MGS, maar besliste uiteindelijk om Leopard 2 tanks aan te schaffen gezien geleerde lessen uit hun gevechtsinzet in Afghanistan.

Parlementair werk onder Kamerlid Vijnck.

Destijds – onder het bewind van Flahaut - heb ik al enkele vragen laten stellen in het parlement met betrekking tot de AIV. Vanaf Juli 2009 kon ik dat zelf doen, aangezien dit net mijn taak was in het parlement, voor LDD-parlementslid Dirk Vijnck.

Ik heb hierover een tweetal schriftelijke vragen gesteld. Uit een eerste schriftelijke vraag (a) bleek dat Defensie blijkbaar geen weet had over de LAV-H – High Capacity – van GDLS Canada, dat was namelijk een modernisering van het Piranha III-platform waardoor die een totaal gewicht van 25t aan kan (tegen 20/22t). Hierdoor zou het misschien technisch mogelijk kunnen zijn om de DF90 heruit te rusten met een 105mm wapensysteem. Alleen, Defensie kent de LAV-H van GDLS Canada niet…dus wellicht werd die optie niet bekeken.

Spijtig genoeg heb ik tot op heden geen antwoord verkregen op de hierover laatst ingediende Schriftelijke Vraag (b). De vraag werd vervallen verklaard wellicht omwille van de ontbinding van de Kamer, opmerkelijk gezien andere vragen wel beantwoord werden. Na het antwoord op deze vraag diende een verdere mondelinge vraag over de mogelijke verkoop van de AIV DF90 te komen voor het zomerreces, alleen besliste de val van de regering daar anders over.

Een andere vraag dringt zich op als Defensie werkelijk de AIV DF90 gaat verkopen, waarmee gaat men de Leopard 1 en de AIV DF90 vervangen? Er zijn maar drie mogelijke antwoorden, de AIV DF90/Leopard 1BE wordt: door niets vervangen (de Leopard blijft in dienst/niet), vervangen door een ander mediaan voertuig met 105/120mm systeem, vervangen door een rupsvoertuig met 120mm geschut.

Time will tell…

Labels: , , , , , ,

Read more...

17 juli 2010

U wordt heropgevoed

Het reportageprogramma Panorama, zondag 14 februari 2010 op VRT Eén, bracht een verslag over heropvoeding van de blanke medemens. Of om de CGKR-term te gebruiken, de “witte” medemens. Oud-schooljuf Jane Elliott, afkomstig uit de zuidelijke VS, geeft al meer dan veertig jaar “les” in hoe het voelt, gediscrimineerd te worden.



Jane Elliott noemt zichzelf “a bitch”. Aangezien in haar wereldbeeld ras de alfa en de omega van alles is, moet dat in zijn volledigheid luiden: “a white bitch”. Ze is een sprekend typevoorbeeld van de “autoritaire persoonlijkheid”. Weliswaar is dat een term uit de heropvoedingsindustrie om juist de gewone mensen aan te duiden en te criminaliseren, maar in zijn letterlijke betekenis beduidt hij diegenen die er lust in vinden, anderen te bevelen en te straffen. Het antiracisme geeft haar de gelegenheid, die neiging ten volle uit te leven. Dat zij zo geaard is, heeft geen belang, net zoals de persoonlijke wreedheid en seksuele exploitatiedrang van voorzitter Mao Zedong zonder politieke betekenis waren. Wel van belang is het systeem dat zulke mensen toelaat om zich op anderen uit te leven, het communisme resp. het zogenaamde antiracisme.

Zij bracht op een plaats in het VK een veertigtal Britse mensen van diverse achtergrond samen voor een niet nader toegelicht experiment. Bij het binnenkomen werden de vrijwilligers gescheiden in twee groepen: blanken met blauwe ogen aan de ene kant, bruinogige blanken en niet-blanken aan de andere. De volgende tien uren was het de bedoeling, de blauwogigen te vernederen en te kleineren en de andere groep zover te krijgen, daaraan mee te doen.

Volgens de voice-over was het de bedoeling om aan te tonen dat “iedereen racist is”. Mogelijk, maar die bedoeling is in de getoonde montage op geen enkel ogenblik gebleken. De meeste niet-blauwogigen toonden geen begin van haat tegen de blauwogigen, noch de neiging om hen hatelijk te bejegenen. De hatelijkheid zat vooral in het opzet van de meesteres. Enkele zwarten steunden haar wel in het commentaar dat blanken allemaal racist zijn en niet-blanken een vreselijk leven hebben in het VK. Op geen enkel ogenblik zagen we haar echter zo manoeuvreren dat het racisme van niet-blanken, toch ook een deel van “iedereen”, aan het licht kwam. De blauwogigen toonden evenmin enige haat tegen de anderen, wel protesteerden enkelen tegen de manipulaties van de domina.

Ooit had ik vaag ergens gelezen over dit soort proeven, maar daar werd het zo voorgesteld dat eender welke indeling, bv. in een groep met een rode sjaal aan versus een groep met een blauwe hoed op, tot “racistisch” groepsgedrag leidt. Daarover ging het hier niet. Er werd eigenlijk geen seconde ernstig volgehouden dat het om iets anders dan de oude tegenstelling blank/zwart ging. De blauwe ogen waren slechts een code voor “blank”, het is trouwens een raskenmerk dat alleen bij blanken voorkomt (en Australische oerbewoners, maar die waren hier niet in beeld). Verder was het ook nauwelijks een oefening in “inleving”, zoals in proeven waarbij ziende mensen een blinddoek voorgebonden krijgen om meer empathie met de blinden te ontwikkelen.

De blauwogigen mochten eerst twee uur in de kouwelijke wachtkamer wachten, kregen geen fatsoenlijke zitplaats, moesten het met alleen boterhammen doen ter wijl de anderen warm eten kregen, en werden voortdurend uitgescholden en onderbroken. Maar mw. Elliott kreeg meer tegenstand dan ze blijkbaar gewend was. Meerdere blauwogigen en (blanke) bruinogigen protesteerden en beargumenteerden waarom ze dit opzet hetzij onzinnig hetzij wansmakelijk vonden. Zij hadden het ondermeer over “vrijheid”, stel je voor. Dat eindigde ermee dat ze opstapten of buitengezet werden. Antiracisten houden niet van tegenspraak, zeker niet van blanken die al decennia op gelijke voet tussen kleurlingen wonen en zich de lasterlijke beschuldiging van het misdrijf “racisme” niet laten welgevallen.

Kroon op de leerervaring zou een IQ-test worden, één waarin de gediscrimineerde groep “gewoon niet kán winnen”. De juf had de test vervalst, namelijk door aan de bruinogigen tevoren de helft van de antwoorden te geven. Volgens haar weerspiegelde dat het gebruik van “culturally biased intelligence tests” die zwarten met een slechter resultaat opzadelen dan wat ze eigenlijk verdienen, aangezien een zwarte daarin “gewoon niet kán winnen”. In werkelijkheid hebben psychologen al heel lang gewerkt om hun tests cultureel neutraal te maken; en doen Chinese immigranten zonder Amerikaanse cultuurreferenties het bovengemiddeld goed op die tests. Het is gewoon een leugen dat blanke Amerikaanse psychologen een samenzwering beraamd hebben om via gemanipuleerde IQ-tests de zwarten met een laag zelfbeeld op te zadelen.

Maar goed, Jane Elliott liet haar proefkonijnen de test doen, waarbij de blauwogigen niet te horen kregen dat de test vervalst was. Daarna mocht iedereen zijn eigen antwoorden vergelijken met de juiste antwoorden, om met eigen ogen te zien hoe slim resp. dom ze wel waren. Helaas, een bruinogige blanke vrouw speelde het spel niet helemaal mee. Ze vond het niet de moeite om die doorgestoken-kaart-antwoorden te verifiëren, dus blafte de juf haar af. De vrouw antwoordde dat er niets te verifiëren viel aangezien de test toch vervalst was. Oei, dat hadden de blauwogigen niet mogen vernemen. Streng beripte de juf haar: “You can prevent white people from learning as long as you get away with it”,-- maar eens zal je toch tegen de lamp lopen, met alle gevolgen van dien. Een negerin die zich blijkbaar comfortabel geïnstalleerd had in de rol van “racismeslachtoffer”, was het geestdriftig eens met de juf dat de blanke bruinogige vrouw, door het bedrog te “verklappen”, de test “gesaboteerd” had, zodat de blanken niet hadden kunnen “leren” hoe het voelt om in IQ-tests gediscrimineerd te worden. Ze nam dat hele opgezette spel warempel ernstig.

Linkse maatschappijhervormers gebruiken wel vaker bedrog om te “bewijzen” hoe slecht wij wel zijn. Het roemruchte Milgram-experiment is het typevoorbeeld. Proefpersonen moesten de stroom opdrijven waaraan andere proefpersonen blootgesteld werden totdat dezen zichtbaar helse pijn leden; en warempel, velen bleven het bevel van de proefleider om de stroom verder op te voeren, gehoorzamen. Zie je wel: de fascist in elk van ons! In werkelijkheid waren die gefolterde proefpersonen medewerkende acteurs die hun pijnkreten maar speelden. De echte proefpersonen hebben dus helemaal niemand gefolterd, en de conclusie dat zij onder bevel tot folteren bereid waren, is vals. Hoewel het foltertoneeltje hen wat in verwarring moet gebracht hebben, hielden zij in hun gedrag vast aan de fundamentele zekerheid dat in de huidige samenleving een onderzoeksinstituut het gewoon niet kan máken om mensen te folteren, en dat het dus op één of andere manier wel in orde zou zijn. En daarin hadden zij gewoon gelijk: zij hébben immers niemand gefolterd. Er wás daar niemand van pijn aan het gillen. Net als het Milgram-experiment en de flutnotie van de “autoritaire persoonlijkheid” dient ook het opzet van Jane Elliott om normale mensen te culpabiliseren als zijnde, diep in hun hart, eigenlijk fascisten en racisten.

Een ander aspect van haar wansmakelijke show was het impliciete Amerikaanse imperialisme, of de bekrompen projectie van typisch Amerikaanse toestanden op de rest van de wereld. Er bestond inderdaad een zuiver door huidskleur afgelijnde rassenscheiding in de zuidelijke VS ten tijde van Martin Luther King. Daarvan is in het Europa van 2010 volstrekt geen sprake. De integratieproblemen zijn hier van een heel andere aard, met als hoofdprobleem de islam van de blanke Turken bekeerlingen en donkerblanke Maghrebijnen en Pakistani’s. Dat neemt niet weg dat de professionele racismegeobsedeerden van het CGKR wel heel dat dossier tot een rassenkwestie proberen te reduceren, met onzintermen als “anti-islamitisch racisme”. Zij baden graag in het geleende morele aureool van een Martin Luther King of een Nelson Mandela.

Niet alleen liggen de integratieproblemen in Europa anders dan in de VS, bovendien is er in die veertig jaar aan beide zijden van de oceaan een enorme weg afgelegd. De Britse columnist van Afro-Caraïbische herkomst Darcus Howe getuigt ( “We no longer believe old men's myths”, New Statesman, 11 September 2008), naar aanleiding van een opmerking van de hoogbejaarde joods-Britse prof. George Steiner over het ongemak voor volksmensen met Jamaicaanse buren: “De oudjes zijn weer bezig, alleen kunnen ze nu geen steun meer vinden bij de algemene bevolking. Een nieuwe generatie van blanke binnensteedse arbeidersjeugd lijkt vrij van de imperiale ziekte die het racisme is.” In plaatse van het afgezaagde liedje over “toenemend racisme” leert de werkelijkheid dat het racisme onder de inheemse Europese bevolking een historisch laag peil bereikt heeft.

Tijdens een panelgesprek met Jef Lambrecht naar aanleiding van haar optreden in Antwerpen begin 2002 verklaarde stand-up comedian Shazia Mirza dat ze tijdens haar jeugd in Birmingham nooit racisme ondervonden had. En in Vlaanderen gaat het ook die richting uit: dezelfde dag waarop VRT-Canvas de reportage over Jane Elliott uitzond, bracht Jean-Pierre Rondas op VRT-Klara een interview met een U-Gentse antropoloog van Kongolese herkomst. Die getuigde dat het nogal wat beter meevalt om neger te zijn in Vlaanderen dan in China of India. Zelfs als we mw. Elliott de beste bedoelingen toeschrijven, moeten we haar werk wegwuiven als hopeloos anachronistisch.

Wat drijft mensen ertoe om hun eigen racismeobsessie ten eeuwigen dage op onze (“blanke”) samenleving te blijven projecteren, ook nadat het antiracisme tot staatsgodsdienst verheven is, en nadat met name in haar eigen VS allerlei discriminaties tegen blanken geïnstitutionaliseerd zijn? In haar persoonlijke geval moeten we het allicht zoeken in traagheid, sommige mensen blijven het favoriete deuntje uit hun jeugd levenslang verder opdreunen. En in egobevrediging: zich de morele hoogte toeëigenen en anderen vernederen en als misdadigers aan de kaak stellen, daar vindt een bepaald menstype veel genoegen in, zoveel zelfs dat ze er veertig jaar lang niet mee kunnen ophouden.

Een andere factor is gewoon mentale traagheid. Er is een mate van vinnigheid en verstand nodig om nieuwe feiten te verrekenen die in strijd zijn met je ingeroeste opvattingen. Daarom zien we de ene linkse intellectueel na de andere de mislukking van het multiculturele waagstuk erkennen, terwijl minder begaafden beaat het multiculturele dogma blijven napapegaaien. Zij blijken immuun voor twijfel door feiten van djihaad, asielbedrog of afbraak van burgerrechten zoals de vrijheid van meningsuiting. Ze begrijpen weinig van de haatcampagne waarin zij als voetvolk figureren, behalve dat ze goedkeurende schouderklopjes krijgen zolang ze in de pas blijven lopen en elkaar op het gebaande pad houden. Je hebt hier ook wel fanatici van het type Jane Elliott, maar het multiculturele dogma dat zich nog steeds als “antiracisme” afficheert, wordt in ons land toch vooral gedragen door een massa schaapjes die tegenover andersdenkenden op commando eventjes een wolventronie mogen opzetten.

Labels: , , , ,

Read more...

15 juli 2010

Een plek die Vlaanderen heet

De Vlaamse beweging heeft de afspraak met de jongere generaties gemist. De artistieke omkleding van het flamingantisme versterkt die indruk: alle flamingantische liederen en kunstuitingen zijn stokoud. Betogingen van de Lega Nord zijn naar verluidt vol ambiance, met naast Verdi’s Slavenkoor ook eigentijdse liederen. Vlaamse betogingen daarentegen hebben voor buitenstaanders weinig charme. "Ik ben Vlaming en daar ben ik fier op" is een volstrekt holle leuze, want van enige trots op en vreugde in de Vlaamse eigenheid is daar niet veel te bespeuren.



In onze cultuursector weet of zoekt niemand het Vlaamse natiegevoel met eigentijdse thema’s te verweven. In de jaren ’60 konden de Elegasten, de Vaganten of zelfs de latere belgicist Wannes Vandevelde (in Pieter Breughel) al eens naar de Vlaamse verzuchtingen verwijzen. Vandaag echter staat er een levensgrote vacature open voor de eerste artiest die stem geeft aan het Vlaanderen van na 13 juni 2010.

Soms nemen tegenstanders van het nationalisme de nationalisten zelfs het thema van de nationale identiteit uit handen. In 1999 won Maggie Holland een Britse prijs voor de beste folksong met A Place Called England. Het lied opent met de groenlinkse klacht over een verkommerd land vol bebouwing en ongelijkheid, “gerund door mannen voor wie Engeland alleen een plek is om te parkeren”. Maar hoop daagt wanneer ze vrouwen tussen het beton van de sociale woningen rozen ziet kweken.

Dan eigent ze zich enkele nationale symbolen toe: “Dus sta op, Sint-Joris, en ontwaak, koning Arthur…” Want: “Hier twee heilwensen voor een plek die Engeland heet, wreed mishandeld maar nog niet dood.” Wordt dit een nationalistisch strijdlied, een Engelse variant op: “Nog is Polen niet verloren”? Nee, integendeel. In het vervolg van de tekst legt de zangeres er zich op toe, de beperking van de Engelse identiteit tot geboren Engelsen te hekelen: “Kom, allen die zich thuisvoelen bij de vrijheid, wat ook het land is dat u voortbracht. Er is plaats voor u, met wortel en tak, zolang gij de Engelse aarde liefhebt.”

Niets wijst er echter op dat nieuwkomers “de Engelse aarde liefhebben”. Integendeel, de boerenstand (zeker ook de bio-alternatieve soort die Maggie’s sympathie geniet) en de in Engeland zeer florissante kringen voor natuurexploratie bestaan praktisch uitsluitend uit inheemsen. Daarom dat het bestuur van het natuurgebied Lake District enkele jaren geleden de gratis gidsbegeleiding afschafte, "want die dient toch alleen voor blanken". In ons land is het niet anders.

Engeland heet hier geen natie maar een keuzegemeenschap verenigd rond “waarden”, in dit geval de vrijheid. Dat er naast nieuwkomers die in Engeland de vrijheid zoeken ook anderen zijn die er hun eigen onvrijheid willen verspreiden, zullen we even buiten beschouwing laten. Ander probleem is dat er niets strikt Engels is aan vrijheid. Ook Griekenland, Nederland, Frankrijk, en de Verenigde Staten werpen zich op als heimat van de vrijheid, en voorts gun ik vrijheid evenzeer aan Arabieren en andere volkeren die niet zo'n associatie met vrijheid hebben, liefst zonder dat ze daarvoor hun thuisland moeten ontvluchten.

In die keuzegemeenschap is “plaats voor allen om te groeien en bloeien, alleen minder plaats voor de dikke landheer op zijn achterste in zijn SUV”. Ziedaar weer zo’n tragikomisch voorbeeld van een oud-linkse die het opengrenzendiscours van de bovenklasse overneemt tegen de belangen van de onderklasse in. Ruimtegebrek of andere maatschappelijke schade door ongebreidelde migratie treft de armen natuurlijk meer dan de rijken. Daarom trekken nationalisme en vreemdenvrees juist de achtergestelden aan.

In een antipolitiek crescendo ontwijkt Maggie de voor mensen onvermijdelijke politieke keuzes door zich op een lager niveau te verschuilen: “Engeland is niet vlag of Imperium, het is niet geld, noch is het bloed… Het is de merel die in de meiboom zingt… en Engelse grond onder je nagels.” Als je menselijke instellingen zoals de staat, de economie of het natiegevoel buiten beschouwing duwt, dan neem je ook de door specifieke mensengroepen bedachte identiteit “Engeland” weg. Een vaderland is meer dan een naakt landschap. Rotsen en stromen alleen zijn nog niet de door mensen gevormde “plek die Engeland heet”.

De boodschap van het lied luidt: een echte Engelsman is tegen nationalisme, de nationalist houdt niet echt van Engeland. Op Europees niveau is die redenering welbekend. Men invoceert vaak de “Europese waarden” als knuppel tegen Europese eigenwaarde en zelfverdediging: “Europees” zou immers tolerantie impliceren, “dus” de hele multiculturele agenda. Ongeloofwaardig, maar in een sterk lied als dat van Maggie gaat zulk verhaal overtuigend klinken.

(“Vlaams” heeft die links-liberale connotaties overigens niet. Anti-Vlaamse krachten buiten en binnen Vlaanderen hebben die naam zozeer als middeleeuws en bekrompen verduiveld, dat hij ongeschikt geworden is om modieuze waarden zoals multicultuur of belgicisme aan op te hangen.)

Inmiddels beschikt het belgicistische kamp niet over een Maggie Holland die de Vlaamse fierheid tot een wapen tegen de Vlaamse eisen omsmeedt. Het “Leve België!”-lied van Clouseau en de hele Belgavox-pathos zijn al net zo lachwekkend onecht als de BUB onder de politieke partijen. Maar de onbenulligheid van de belgicistische cultuur rechtvaardigt nog niet de armoede aan verbeelding en scheppingskracht in het Vlaamse kamp. Ontwaak, Vlaamse muze!

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>