18 september 2014

“Imperialistische oorlogsstokers” starten WO2


 

 (Nieuw Pierke, 18 sep 2014)



 

Honderd jaar na het uitbreken van de Groote Oorlog is het bon ton om je afschuw uit te spreken over de verschrikkingen van de oorlog. Met het zicht op de loopgraven ligt het voor de hand om te zeggen: “Nooit meer oorlog!” Ja, daar zijn we het over eens: weg met het zinloos geweld. Maar zeg hetzelfde over de Tweede Wereldoorlog, en daar breken de protesten los, en de verontwaardiging. Raak niet aan onze heilige oorlog! De vijftig+ miljoen doden zijn niet voor niets gestorven! Er moest strijd totterdood gevoerd worden tegen het absolute kwaad!

Tja, als zelfs de grootste oorlog uit de wereldgeschiedenis gerechtvaardigd kan worden, dan kan elke oorlog dat, ook bv. de Eerste Wereldoorlog. Als men de vorige oorlog veroordeelt maar meteen de volgende goedpraat, dan kan men voor eender welke oorlog wel iets verzinnen. En inderdaad, met de oorlog van 1939-45 in de hand worden tal van andere oorlogen gerechtvaardigd. Wie niet tot een inval in Vietnam, Irak of Libië bereid is, wordt beschuldigd van “een tweede München”, van vrede te sluiten met “de nieuwe Hitler”. Wie dus de Tweede Wereldoorlog rechtvaardigt, laadt nogal wat latere oorlogen op zijn geweten.

Men moest dus wel de oorlog verklaren aan Adolf Hitler. Dat niet doen zou volstrekt immoreel geweest zijn, zo denkt men nu algemeen. Die houding gaat ervan uit dat het nazisme al van vóór de oorlog uitbrak, het absolute kwaad was. Het was niet sympathiek, maar het absolute kwaad is iets heel anders. Het plande bv. geen uitmoording van de Joden –- zulk “intentionalisme” is weliswaar een wijdverbreide opvatting, maar is onder geschiedkundigen grondig achterhaald, en enig document dat de vooroorlogse nazi-intentie tot de Holocaust bevestigt, is naarstig gezocht doch nooit gevonden. Nee, het tegendeel is waar: het nazisme is veel boosaardiger geworden juist ten gevolge van de oorlog. Met name de Holocaust zou nooit gebeurd zijn zonder die oorlog. Er was een plan om het Duitse Rijk judenrein te maken door emigratie, maar vóór 1941 was er geen plan om dat doel door uitmoording te bereiken; dat alternatief was een gevolg van de oorlog. Geen oorlog, geen Holocaust. Deze stelling roept veel emotionele tegenkanting op, maar zij is zeker juist.

 

 

Grammens

Ook de inval in België zou nooit gebeurd zijn zonder de Brits-Franse oorlogsverklaring aan Duitsland.

De huldezitting voor Mark Grammens, herfst 2013, was voor mij het voorwerp van een artikel, waarin ik even uitweidde over het ontbranden van de tweede wereldoorlog. Grammens had de voorafgaande weken in zijn column in ’t Pallieterke betoogd dat de Vlaamse beweging gelijk had, met Duitsland te collaboreren. Jan Neckers had daar in hetzelfde medium ondermeer tegenin gebracht dat de bevolking veel wrok tegen de Duitsers had, want dat zij concreet veel te lijden had onder de bezetting. Dat is zonder meer het geval, maar de vraag is of Duitsland die bezetting wel gewild had.

Zelf meen ik dat de Vlaamse Beweging, ook met de kennis van toen, een fout maakte door te collaboreren. Ten eerste had de leidersgeneratie die als jongere, soms als frontsoldaat, de Eerste Wereldoorlog had meegemaakt, moeten weten dat de Duitse overwinning geen verworvenheid was en in haar tegendeel kon verkeren. Ten tweede was de toestand in België weliswaar niet rechtvaardig, maar was er zonder enige buitenlandse hulp toch grote vooruitgang geboekt. Er zou zonder collaboratie veel meer bereikt geweest zijn dan met. Het weinige dat er onder de bezetting aan Vlaamse vooruitgang te noteren viel, was vooral het doen naleven van de Belgische taalwetten (wat in het Belgische kader weleens een probleem was), en het is waarschijnlijk dat de wetsgetrouwe Duitsers dat hoe dan ook zouden gedaan hebben. Andere Vlaamse eisen, zoals de splitsing van het land, zouden hun eigen plannen maar doorkruist hebben, waarin de toekomst van België een pasmunt zou worden van een latere beoogde machtsverdeling met het Verenigd Koninkrijk. Kortom, zelfs in het geval van een Duitse zege kregen de Vlamingen slechts weinig doch betaalden ze een hoge prijs: zoalniet medeplichtigheid aan de nazi-misdaden, dan alleszins toch aan de militaire bezetting van een gebied dat ook Vlaanderen omvatte.

Maar in een “wat als?”-benadering van de geschiedenis kunnen wij de denkoefening maken of de Vlaamse Beweging wel voor die keuze hoefde geplaatst te worden. Had de Duitse verovering van de westelijke buurlanden kunnen voorkomen worden?

Ik wees erop dat Duitsland in het noodlottige jaar 1939 Tsjechië bezet had en binnengevallen was in Polen, onmiskenbaar oorlogshandelingen, maar in het kader van een plaatselijk midden-Europees oorlogje. Sorry voor het verkleinwoord, maar de Tweede Wereldoorlog heeft nu eenmaal onze inschatting van het formaat van oorlogen veranderd. Het was de Frans-Britse oorlogsverklaring van 1 september 1939 die van dit oorlogje een wereldoorlog maakte. Men herleze de kommunistische pers van de 22 maanden volgend op deze oorlogsverklaring, toen de Sovjet-Unie een bondgenoot van nazi-Duitsland was: daarin worden de “koloniale bourgeoisdemocratieën” Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als aanstichters van de oorlog aangemerkt. Formeel was dit in ieder geval juist: niet Duitsland heeft de westelijke mogendheden de oorlog verklaard, het omgekeerde is gebeurd. En na acht maanden van “phoney war” of “drôle de guerre” zette het de verklaarde oorlog in een feitelijke oorlog om. Het bezette een deel van Frankrijk, was de Britten één dag voor met het inlijven van Noorwegen, en legde om strategische redenen ook beslag op de neutrale landen Denemarken, Nederland, België en Luxemburg.

   

 

Het Duivelspact

In het lezenswaardige artikel “Duivelspact” (De Tijd, 16 aug. 2014) bevestigt Rik Van Cauwelaert dat de kommunisten in die periode tegen de "echte schuldigen voor de oorlog" fulmineerden. Pas in 1941, met de inval in de Sovjet-Unie, werd dat nazi-Duitsland, maar in 1939-41 waren dat de koloniale bourgeois-democratieën. De implicatie schijnt te zijn dat de kommunisten moedwillig blind waren voor Hitlers ongebreidelde oorlogszucht, maar in feite hadden zij gewoon gelijk. Men stelt het nu zo voor dat Hitler door de inval in Polen WO2 op gang bracht, maar toen gold het als politiek correct om de schuld bij Frankrijk en het VK te leggen, volgens de kommunisten “imperialistische oorlogsstokers”, die immers de oorlog aan Duitsland verklaard hadden, niet omgekeerd.

Het diepere verwijt aan de marxisten is dat zij het nazisme niet moralistisch verabsoluteren, zoals in de Hollywoodversie gebruikelijk is. Zij vatten het op als functie van de strijd tussen socialisme en kapitalisme. Het nazisme is niet het ultieme kwaad, het is gewoon een laat stadium van het in crisis verkerende kapitalisme. De kapitalistische bourgeois-democratieën stellen het zo voor dat er een “goed” (bourgeois-democratisch) tegenover een “slecht” (totalitair, nazi) kapitalisme stond, maar in feite ging het om twee varianten van het kapitalisme, waarvoor alleen het socialisme een modern alternatief is. Dat kapitalisme is dan wel de vijand, maar is ook geen absoluut kwaad. Zo heeft het de verdienste om allerlei religieuze voorstellingen, erfelijke aangehorigheden en irrationele identiteiten uit de voorafgaande feodale fase ongedaan gemaakt te hebben. Anders dan in de moralistische “herinneringseducatie” aangeleerd wordt, denkt het marxisme niet in termen van goed en kwaad, en is verontwaardiging in zijn kijk op de geschiedenis misplaatst. Het kapitalisme is nu eenmaal een noodzakelijke stap in de sociaal-economische ontwikkeling, zoals vroeger de slavernij en nog vroeger het “oercommunisme” dat waren, en zoals later het socialisme dat zal zijn. Het marxisme beroept er zich op, “wetenschappelijk” te zijn, en inzake de Tweede Wereldoorlog is het alvast wetenschappelijker dan het nu gebruikelijke gemoraliseer over het “absolute kwaad”.

In dat raamwerk past de beoordeling van de periode 1939-41 als een oorlog uitgelokt door de “imperialistische oorlogsstokers”. Wat Hitler zocht waren beperkte veroveringen in het Oosten, in Tsjechië en Polen, en op termijn wellicht Europese delen van de Sovjet-Unie, gebieden die als deel van het Pruisische of Habsburgse rijk of via de Wolga-Duitsers en de eertijdse Krim-Goten als “historisch Duits” konden voorgesteld worden. Het verhaal dat Hitler “de wereld wou veroveren” is op niets dan op oorlogspropaganda gebaseerd. Het papiertje met het onzinnige Duitse plan voor een invasie van de VS via Latijns-Amerika, waarmee FD Roosevelt in het Congres zwaaide, was een vervalsing door de Britse geheime dienst. Dat iedereen deze oorlogspropaganda nog steeds gelooft, is de massapsychologische vertaling van het diplomatieke feit dat WO2 nooit met een vredesverdrag beëindigd is. In weerwil van dit wijdverbreide verhaal had Hitler niet vooraf de bedoeling om de hele wereld of zelfs maar West-Europa in te lijven.

In hetzelfde artikel schrijft Rik Van Cauwelaert aan Adolf Hitler als intentie achter het "duivelspact" toe, zijn handen vrij te hebben voor de oorlog in het Westen. Dat draait de zaken om: Hitlers hoofddoel was het Oosten, terwijl de oorlog in het Westen hem opgedrongen werd. Zonder oorlogsverklaring door de westelijke mogendheden was Vlaanderen niet in oorlog gekomen en had het geen bezetting moeten ondergaan. De ontstaansgeschiedenis van WO2 was, evengoed als die van WO1, ingewikkelder dan het kinderlijke zwart/wit-beeld uit de oorlogspropaganda en de Hollywoodversie.

 

 

Midden-Europese oorlog

De tweede wereldoorlog is niet mijn specialiteit als geschiedkundige, maar hij is in onze cultuur nu eenmaal alomtegenwoordig, en ik heb me er ook moeten in verdiepen naar aanleiding van het levensverhaal van onder meer Mahatma Gandhi (die met de Britse zaak sympathiseerde doch met het oog op een schijnbaar nakende overwinning van de As in 1942 de “Quit India”-beweging begon), Subhas Chandra Bose (collaborerend vrijheidsstrijder), Radhabinod Pal (dissident rechter in het naoorlogse Tokio-tribunaal) en Savitri Devi Mukherji (Frans Hitlerfanate en schrijfster die de oorlog in India doorbracht en voor Japan spioneerde). Verder heb ik ruime ervaring met polemieken onder geschiedkundigen, en ik meen wel de mechanismen daarvan te herkennen. Ik ben dan ook redelijk zeker van mijn zaak waar het de oorzaken van die oorlog betreft. Maar ik zou me natuurlijk kunnen vergissen, en blijf benieuwd naar gebeurlijke nazi-beleidsdocumenten van vóór 1939 die de Holocaust of de inval in de westelijke buurstaten plannen. Daarentegen maken lekenargumenten van het genre: “Jamaar, iedereen wéét toch…” op mij geen indruk. Enkele becommentarieerde reacties die ik gekregen heb, volgen hieronder.

Op de blogstek In Flanders’ Fields (http://www.inflandersfields.eu/2013/11/grammens-voor-eens-en-altijd.html), eind november 2013, merkt een zekere Johan op dat ik geschreven heb dat het Hitler alleen maar te doen was om "een plaatselijke oorlog om historisch Duitse gebieden". Hoe verklaar ik dan “dat Duitsland op 15 maart 1939 de rest van Tsjechië bezette en een dag eerder Slowakije tot de status van vazalstaat van Duitsland dwong”? Hij beroept zich daarvoor op Wikipedia, doorgaans een zeer onbetrouwbare bron maar in dit geval spreekbuis van een breed gedragen opvatting: "Met deze stap overschreed Duitsland de grenzen van zijn Groot-Duitse ruimte naar het gebied van de Lebensraum."

Uiteraard waren de ingrepen in Slovakije, Tsjechië en Polen daden van agressie. Merk op dat Hitler Slovakije niet inlijfde maar tot onafhankelijke vazalstaat maakte. Zelfs Tsjechië werd niet strikt ingelijfd maar werd een protectoraat, zoals er toen in de koloniale gebieden wel meer waren. Deze landen behoorden tot de grijze zone rond Duitsland, en bevestigen formeel dat Duitsland wel degelijk niet-Duits gebied erkende en veel minder ambitie had dan de wereldheerschappij. Ook de westelijke buurstaten zouden in de nazi-toekomstvisie wel tot de Duitse invloedssfeer behoren maar onafhankelijk blijven. Het eerste gevolg van de Brits-Franse oorlogsverklaring was echter dat de Duitse leiding haar territoriale plannen herzag.

Maar goed, de inval in Tsjechië en daarna in Polen waren zonder meer oorlogshandelingen. De aanhechting van Oostenrijk en Sudetenland werd door een meerderheid van de betrokken bevolkingen gesteund, en werd in München 1938 door de andere Europese mogendheden goedgekeurd als een verlate toepassing van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, aanvaard na de Eerste Wereldoorlog. De aanhechting van Tsjechië in maart 1939 maakte een einde aan de opluchting van “peace in our time”. Dit keer stond de bevolking de binnentrekkende Duitse troepen niét toe te juichen. Om verdere gebiedshonger van Duitsland in te perken, dreigden de westelijke mogendheden Duitsland met militaire interventie als het nog eens zou gebeuren. Bij de inval in Polen op 1 september, gedekt door het Hitler-Stalin-pact, dacht Hitler er nog net mee weg te geraken. Er heerste in zijn hoofdkwartier een zekere verslagenheid toen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk dan toch de oorlog verklaarden.

Het lijdt geen twijfel dat het in Tsjechië en Polen om oorlogshandelingen ging. Formeel werden zij ook gerechtvaardigd. De Tsjechische verovering heette door historische aanspraken gedragen te worden: Praag was zelfs de hoofdstad van het Heilige Roomse Rijk geweest. Vandaar mijn term "historisch Duitse gebieden", daar waar Oostenrijk en Sudetenland actuele "volks-Duitse gebieden" waren. (Het probleem met nationalisten is altijd dat ze die historische kaart uitrollen waarop hun land het grootste was.) Deze verovering was echter strijdig met het modernere en democratischere zelfbeschikkingsrecht der volkeren, waar Duitsland het jaar tevoren nog een beroep op had gedaan. De Poolse verovering gold als een reactie op Poolse mishandeling van de Duitse minderheid, die inderdaad plaatsvond, en op zeer betwiste beschuldigingen van Poolse agressie tegen Duits grondgebied. Hoe dan ook, dit was duidelijk agressie, dit was een oorlog die eenzijdig door Duitsland begonnen was. Maar het was geen wereldoorlog, en door het Hitler-Stalin-pact en de daarin afgesproken verdeling van Polen stuitte Duitsland nu op een nieuwe en veel moeilijker te nemen oostgrens met de Sovjet-Unie. Voorlopig was de gebiedsuitbreiding dus voltooid.

Als de westelijke mogendheden de oorlog niet verklaard hadden, dan bleef de emigratie van de Joden mogelijk, en dan had bv. het van oorsprong Poolse Madagascarplan kunnen uitgevoerd worden. Niet sympathiek, zo’n gedwongen uitwijking, maar zeker te verkiezen boven de Holocaust. In de politiek kan men al van een succes spreken als het ergste vermeden is omdat een minder kwaad bedongen kon worden. Maar door de oorlog te verklaren, blokkeerden de westelijke mogendheden die uitweg en maakten ze de Midden-Europese Joden tot gevangenen van het Duitse Rijk.  

 

 

Pacifisme  

Johan merkt nog op: “Met uw bewering dat pacifisme het juiste standpunt was in de jaren '30 ben ik het evenmin eens. Ze valt te vergelijken met de bewering dat stoppen met het vergrendelen van ramen en deuren het juiste standpunt is om diefstal te vermijden. Juist een eerder militair ingrijpen had WOII kunnen vermijden, bv. bij herbezetting van het Rijnland in 1936.”

Ik heb nooit gezegd dat “pacifisme” de oplossing was. Er bestaat een zekere “economie van het geweld”, die maakt dat soms een kleiner geweld vandaag een groter geweld morgen kan voorkomen. (Het is wel een gevaarlijk beginsel, want zo kan elke hoeveelheid geweld gerechtvaardigd worden als genoodzaakt door de dreiging van nog meer geweld.) Een hogere vorm van deze economie is de afschrikking: duidelijk maken dat je zo’n groot geweld kan ontplooien dat de ander maar liever van zijn snode plannen afziet, en dat zonder dat er één schot gelost wordt. En daar zijn de westelijke mogendheden mogelijk te kort geschoten. Het pacifisme vierde hoogtij, wat zeer begrijpelijk was voor een generatie die de zinloze loopgravenoorlog meegemaakt had. Zelfs toen nazi-Duitsland herbewapende, vond men dat men “de nazi’s niet bestreed door hen na te doen”.

Het Navo-uitgangspunt van “peace through strength” had zeker verschil gemaakt ten goede. Men had, net als Ronald Reagan in de Koude Oorlog met succes gedaan heeft, zelf een geloofwaardige militaire sterkte kunnen opbouwen om nazi-Duitsland af te schrikken. Maar in de tijd van het "gebroken geweer" deden de westerse democratieën precies het omgekeerde. De betrokken politici hadden, net als de Britse en Franse premiers in 1939, niet alle gevolgen van hun daden kunnen overzien. 

De hier aanbevolen bezetting van het Rijnland zou eens te meer een schending van de Duitse soevereiniteit geweest zijn, een herhaling van de vernedering van Versailles, precies de belangrijkste factor van het nazi-revanchisme. Het was ook geen misdaad dat Duitsland op zijn eigen grondgebied zijn soevereiniteit uitoefende, en moest dus ook niet bestraft worden. Het lijkt maar misdadig vanuit de demonisering van Duitsland die precies het gevolg is van alles wat na de oorlogsverklaring gebeurd is, vooral de Holocaust. Zo was de Kristalnacht weliswaar een misdaad, maar op die schaal gebeuren er in zo veel landen misdaden; hij wordt maar herdacht als een stapsteen naar de Holocaust juist omdat er een Holocaust op gevolgd is – en die was het gevolg van de wereldoorlog. 

 

Het is merkwaardig dat degenen die zo verontwaardigd zijn over mijn pleidooi voor een vreedzaam samenleven met nazi-Duitsland geen enkele moeite hebben met de reëel gebeurde vreedzame coëxistentie met de Sovjet-Unie. Integendeel, terwijl zij uitschruwelen hoe immoreel het wel is om het loutere bestaan van het nazi-bewind te gedogen, dulden zij in hun pleidooi wel het bestaan van de Sovjet-Unie, haar inlijving van Polen en de Baltische staten, en zelfs de samenwerking (“collaboratie”) met datzelfde “totalitaire, vrijheidsberovende” systeem. Van 1945 tot 1989 heeft er tussen het Sovjet- en het westelijk blok (rechtstreeks) een gewapende vrede bestaan, precies zoals de "lafhartige pacifisten" het wilden. Vergeleken met de hypothetische kernoorlog die anders ontbrand zou zijn, was dit waarschijnlijk wel te verkiezen. Zoals in 1939 zelfs de tijdelijke verdrukking van Tsjechië en Polen achteraf bezien misschien wel te verkiezen was boven WO2 en de Holocaust, die sommigen blijkbaar moreel superieur vinden.

Terwijl men de Holocaust had kunnen voorkomen door de vrede met nazi-Duitsland te bewaren, was er wel een oorlog nodig om Polen en Tsjechië weer aan de Duitse heerschappij te ontworstelen. Echter: deze landen zijn door de westelijke mogendheden wetens en willens aan de Sovjet-controle opgeofferd, en zouden hoe dan ook pas in 1989 hun vrijheid terugkrijgen. De oorlog is dus wel formeel om hun vrijheid begonnen, maar is objectief niet daarvoor gevoerd. In een vredesscenario had de Duitse bezetting mogelijk niet eens tot 1989 geduurd – we hebben het niet geprobeerd en weten gewoon niet welke tendens binnen het allerminst monolithische nazi-bewind het zou gehaald hebben. Evenmin weten we wat er met diplomatieke middelen voor hun vrijheid bereikt had kunnen worden. We hebben iets anders geprobeerd, de oorlog, en daarvan weten we dat hij voor Tsjechië en Polen tot een halve eeuw onvrijheid geleid heeft. We weten sedert 1989 wel dat totalitaire regimes niet het eeuwige leven hebben, en ook het nazi-bewind zou ooit wel geïmplodeerd zijn, zonder oorlog.

 

Nog over het vredesalternatief was ene Marc het met die Johan eens: “ Niemand is volkomen zonder blaam, maar dat is geen geldig argument om lafhartig 'pacifisme' te prediken wanneer men komt te staan tegenover manifest kwaad zoals het nazisme (of eender welke vorm van vrijheidsberovend totalitarisme).”

 

“Lafhartig”, “manifest kwaad”, toe maar! Waar lopen die grote woorden met dat ventje naartoe?! Ik pleit voor niets lafhartigs, enkel voor een verantwoordelijke economie van het geweld,-- en het grootste conflict aller tijden is “manifest” géén zuinige omgang met geweld.

 

Deze Marc pleit voor een militaire aanpak van “manifest kwaad zoals het nazisme (of eender welke vorm van vrijheidsberovend totalitarisme)”. Maar in dat geval had men ook de Sovjet-Unie moeten de oorlog verklaren, want die had eveneens de helft van Polen veroverd. Ze had tegen 1939 onder haar eigen bevolking honderden keren meer mensen gedood dan nazi-Duitsland, en was zeker een “vrijheidsberovend totalitarisme”. Misschien kan Marc zijn sabelslepende aanpak verantwoorden, maar dan niét de eenzijdige oorlogsverklaring aan Duitsland waarbij de Sovjet-Unie met rust gelaten werd.


 

Jodenuitroeiing


“De notie dat de Jodenuitroeing een direct gevolg was van de oorlog is pure speculatie. Zij staat direct in contradictie met het feitelijke lot van talloze minderheden die als zondebokken werden gebruikt door totalitaire regimes. Eigentijdse voorbeelden zijn de Falung Gong in communistisch China en de Bahai in theocratisch Iran. De Brits-Franse oorlogsverklaring was een direct gevolg van de Duitse inval in Polen en die verklaring was uitdrukkelijk op voorhand 'getelegrafeerd' aan het nazi-regime met Polen als een 'red line' na een serie van voorafgaande Duitse verdragsovertredingen. Het historisch revisionisme van de heer Elst, en ook van Grammens vermoed ik, is een vorm van kopindegronderij.”

 

Dat de Jodenuitroeiing evengoed plaats zou gevonden hebben zonder oorlog, zoals Marc impliceert, dát is zuiver speculatie. Er is volstrekt niets dat erop wijst, volstrekt niets. Ook niet de “demonische” aard van het Hitlerregime, want Hitler, die eind 1936 op het voorblad van Time stond als “man van het jaar”, is pas na de oorlogsverklaring echt gedemoniseerd. Daarentegen is de oorzakelijke keten van het begin van de oorlog tot, twee jaar later, het besluit van met name de SS-leiding tot lijfelijke eliminatie van de joden vrij goed bekend. Maar om een oorlog te rechtvaardigen die onbeschrijflijk veel ellende aangericht heeft, waaronder de Holocaust, moet men wel beginnen schelden en schreeuwen.

 

Noch de Falungong noch de Bahai’s zijn voorwerp van een dermate omvattend programma tot uitroeiing als de Holocaust. Maar het is een feit dat sommige regimes ook in vredestijd hun minderheden weg willen, en soms ook uitroeien. Met name Stalin, voor Marc niet zo’n “manifest kwaad” als Hitler, had in Oekraïne in 1932-33 de Holodomor georganiseerd, de hongermoord op miljoenen Oekraïners. Wikipedia spreekt van “2,7 tot 10 miljoen” doden (lemma Holodomor, Nederlands, 16 aug. 2014); 10 miljoen was ook de private schatting door Walter Duranty, correspondent van de New York Times, die de moordpartij toen geheim hield om bij Stalin in het gevlij te komen. Het is altijd leuk als quizvraag: “Wat was de grootste moordpartij in 20ste-eeuws Europa? Het begint met Holo…” Maar goed, tegen deze achtergrond, waar men in nazi-Duitsland bij uitstek van op de hoogte was, bleek het nazi-regime in vredestijd verhoudingsgewijs nog vrij humaan: wel repressie tegen opposanten, wel Jodenwetten, maar géén uitmoording. Die begon pas na en als gevolg van de oorlogsverklaring. (Er was wel het euthanasieprogramma op mentaal gehandicapten, dat al vóór de oorlog begonnen was; maar ziet, dat werd onder protest van de Duitsers, nog wel in oorlogstijd, teruggeschroefd. De nazi-dictatuur plooide dus voor de openbare mening. Daarom werd de Holocaust in het grootste geheim uitgevoerd: de SS wist dat de modale Duitser het niet zou smaken.)  

 

Marc en anderen mogen mij eender welk feit betreffende de oorlog onder de neus duwen, ik verwacht niet dat het mijn stelling zal weerleggen. Een weerlegging zou zijn: een document uit het interbellum waarin de nazi’s reeds de uitroeiing van de Joden plannen. Topgeleerden hebben het nooit kunnen vinden, ook Marc zal het niet vinden. “Kopindegronderij” schijnt te betekenen: moedwillig blind blijven voor feiten. Maar Marc heeft nog altijd geen historisch feit kunnen noemen dat met mijn stelling in strijd is. Hij moet wel oppassen met de term “revisionisme”. In België is deze term gaan betekenen: de Holocaust ontkennen –- sedert 1995 een strafbaar feit. En iemand ten onrechte van een strafbaar feit beschuldigen, is zelf óók een strafbaar feit. Verre van de Holocaust te ontkennen, komt mijn stelling juist voort uit de vraag hoe de Holocaust had kunnen voorkomen worden.


In het boek The Myth of Rescue (Routledge 1997) vraagt William Rubinstein zich hetzelfde af. Hij besluit dat de Holocaust op geen enkele manier voorkomen had kunnen worden “once the mass murder of the Jews of Europe had begun”, tenzij door de oorlog te winnen. Nee, dus. De oorlog is immers gewonnen, en de Holocaust heeft “toch” plaatsgehad. De oorlog voeren en winnen was dus niet de methode om de Holocaust te voorkomen. Wat wel gewerkt had, was de oorlog voorkomen. Dan had men alle Joden, ook uit bezet Polen, kunnen laten vertrekken. Hitler zou zich verheugd hebben, van hen verlost te zijn, en de Joden zouden betrekkelijk blij geweest zijn, weer eens het vege lijf gered te hebben. Dan had men wel met Hitler moeten verder leven, maar die had zich dan niet met het bloed van de Joden bevlekt, noch met de tientallen miljoenen oorlogsdoden, en zou dus bijlange niet zo’n spreekwoordelijk demonische figuur geworden zijn.

 

 

Bergen lijken


In mijn artikel over Mark Grammens’ huldezitting had ik Winton Churchill een “liefhebber van bergen lijken” genoemd. Dat is niet mijn gewone spraakgebruik, en in die zin wil ik mij ervoor verontschuldigen. Het wekte deze reactie van Marc: “Tenslotte, Churchill was geen 'heilige' -- wie onder ons zou dat wel zijn -- maar hem afdoen als een ‘liefhebber van bergen lijken’ is een historicus onwaardig. Het is weer een directe vorm van kopindegronderij en een weigering om de complexiteit van zijn reële dilemmas te willen onderkennen.”

 

Nou, deze “kopindegronderij” steunt zich op een aantal historische feiten die men in neutrale geschiedenisboeken terugvindt, maar die bij de Churchill-vereerders minder goed bekend zijn. Er is heus geen bombardement op Dresden voor nodig om Churchill een liefhebber van bergen lijken te noemen. Hij was nu eenmaal zeer slordig met mensenlevens, en dat is op vele andere fronten gebleken. In de Eerste Wereldoorlog joegen vele legerleiders hun mannen in groten getale een zinloze dood in, en dat is ook wat Churchill in Gallipoli deed. Nu maarschalk Ferdinand Foch door de burgemeester van Leuven als een “oorlogsmisdadiger” afgedaan (en zijn plein van naam veranderd) is, is het niet overdreven om ook Churchill aan dat soort verantwoordelijkheid te herinneren. Wie de zinloze dood van zovelen nu veroordeelt, ontkomt er niet aan dat zijn veroordeling ook Churchill treft.

 

Churchill rechtvaardigde ook het gebruik van gifgas tegen de bolsjevieken en andere “niet-beschaafde” groepen. En toen zijn geforceerde oorlogsproductie in Bengalen in 1943 tot een hongersnood leidde die uiteindelijk een drie miljoen mensen het leven zou kosten, kreeg Churchill de keuze voorgelegd om Bengalen wel of niet met graan uit Australië te bevoorraden; hij koos ervoor om deze “niet-beschaafden” te laten creperen. In India staat hij vooral bekend als een verwoed racist en kolonialist, die welbewust van de gevolgen de beslissing nam om geen graantransporten in te leggen die talloze mensenlevens hadden kunnen redden, omdat hij deze Bengali’s de moeite niet waard vond. Het is werkelijk “kopindegronderij” om deze kant van Churchill mordicus niet te willen zien.

 

 

Besluit

 

 Mijn stellingen zijn niet "controversieel" -- wel voor gelovers in de Hollywood-versie, maar niet onder ernstige historici. Dat de Holocaust niet tot het nazi-programma behoorde maar door omstandigheden na 1939 tot stand kwam, is gewoon de “functionalistische” these, intussen gemeengoed onder historici. Dat Churchill "een liefhebber van lijkenbergen was", blijkt uit niet-controversiële en niet op de nazi's betrekking hebbende feiten uit zijn loopbaan, van Gallipoli tot de Bengaalse hongersnood. Dat Duitsland vóór 1939 niet de inlijving van de westelijke buurlanden beraamde, blijkt eveneens uit alle mij bekende bronnen.

 

Maar anders dan na WO1 is na WO2 de oorlogspropaganda nooit rechtgezet en is zij integendeel in de algemene beeldvorming overgegaan. Vandaar dat de meeste mensen vaag menen te weten dat "Hitler de wereld wou veroveren" en van daar uit de daden van de wereldleiders in de jaren 30 beoordelen. Of denken dat de Holocaust van in 1933 onvermijdelijk was en de oorlogsverklaring van 1939 daaruit voortkwam.

 

In september 1939 vond een plaatselijk oorlogje plaats, dat voor Polen een kwestie van leven of dood was maar voor de rest van de wereld van beperkt belang. Tijdens zijn pogingen in 1940 om met de Britten vrede te sluiten, toonde Hitler zich zelfs bereid om de niet-Duitse gebieden te ontruimen, dus zelfs voor (een deel van) Polen was er nog hoop. In ieder geval, van dat plaatselijke oorlogje heeft de Brits-Franse oorlogsverklaring een wereldoorlog gemaakt. Die oorlog heeft tientallen miljoenen doden geëist en de Holocaust mogelijk gemaakt. Ik hoop dat zijn pleitbezorgers de nabestaanden in de ogen kunnen kijken en zeggen dat hun dode niet voor niets gestorven is.

Ze heeft ook Vlaanderen aan een aanvankelijk niet-geplande Duitse bezetting blootgesteld. Deze heeft dan weer het Belgisch koningshuis, belgicisten als Léon Degrelle en een groot deel van de Vlaamse Beweging ertoe gebracht, met de bezetter te collaboreren. Sommigen zijn daar niet voor gestraft, anderen kregen dan weer de volle laag, ook onschuldigen zoals de opgroeiende Mark Grammens. Uit al die ellende kan ik alleen besluiten dat de Tweede Wereldoorlog nog meer dan de Eerste de leuze rechtvaardigt: “Nooit meer oorlog!”   

 


 

 

 

 

 

Aanhangsel: “Aline Sax”, lezersbrief van Iny Driessen in Tertio, 10 april 2013.

“Met pijn in het hart las ik de recensie van Jooris van Hulle over het boek van Aline Sax, Voor Vlaanderen, Volk en Führer (Tertio nr. 680). Ik ben de dochter van een Oostfronter en heb me jarenlang – en nog – verdiept in hun motiveringen. Velen handelden uit winstbejag of om bijvoorbeeld een gevangenisstraf te ontlopen, om macht te krijgen, of omdat ze in de Führer en de Nieuwe Orde geloofden. Maar ik wil het tegen Sax toch opnemen voor de idealisten die er ook waren, onder wie mijn vader. Hij was in 1942 onwetend over het lot van de joden. Het erkennen van de waarheid was nauwelijks te dragen. Hij is ervoor gestraft: vijf jaar gevangenis – smerig behandeld – [en] het verlies van zijn burgerrechten, die hij op zijn knieën terugvroeg omwille van zijn kinderen. Hij zocht naar vergeving en rust, zijn leven lang. In zijn naam ben ik aan opperrabbijn Albert Guigui vergeving gaan vragen. Die heerlijke man heeft me liefdevol omhelsd en gezegd dat de liefde die mijn vader de rest van zijn leven aan zovelen betoonde, voldoende was. Nu hij er niet meer is, heeft papa eindelijk rust en vergeving gevonden, want God is barmhartiger dan Sax.”

 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

16 september 2014

Bepleit Stefan Rummens ook hereniging met Nederland? (Hoegin)

Het referendum over Schotse onafhankelijkheid is de laatste weken een pak spannender geworden dan aanvankelijk gedacht. Dat een Schots Yes dan toch niet meer volkomen onwaarschijnlijk is, volstaat voor enkele volbloed belgicisten om ervoor te waarschuwen de Schotse situatie vooral niet te projecteren op België/Vlaanderen. Stefan Rummens wees er bijvoorbeeld gisteren in De Standaard op dat de situatie in België zoveel complexer is omwille van «Brussel». Maar was de splitsing van 1830 dan zoveel eenvoudiger? Hieronder een herwerkte versie van zijn opiniestuk.

In het referendum over mogelijke Schotse onafhankelijkheid zit een aanleiding om na te denken over een hereniging met Nederland en over het precieze nut van de Belgische onafhankelijkheid. Daarbij dringt zich de vraag op wat ons als Nederlanders eigenlijk gescheiden houdt en of wij zelf, als het ooit zover zou komen, zouden kiezen voor de hereniging van het land.

Om Antwerpen kun je niet heen

In dat debat is er één argument dat onvoldoende aan bod komt. Als de Nederlanden verenigd zouden worden, zou dat een goede zaak zijn voor de democratie. We zouden een oud democratisch tekort elimineren op wat nu het ‘Benelux’ niveau heet en we zouden, als burgers, opnieuw een deel van de controle verwerven op de sociale en economische omstandigheden waarin we leven.

Dat potentiële democratische tekort heeft alles te maken met de ligging van Antwerpen. Anders dan in Schotland of destijds in Tsjecho-Slovakije, konden de landen bij ons niet netjes geografisch van elkaar gescheiden worden. Antwerpen is een economische metropool die onvermijdelijk een zeer nauwe verwevenheid legt tussen de twee landen op economisch, sociaal en cultureel vlak. Daardoor hebben de politieke beslissingen die in één land genomen worden, vaak een grote impact op het andere. Om op een effectieve manier beleid te voeren, is er daarom altijd een nauwe samenwerking nodig geweest tussen die twee landen op veel beleidsdomeinen. Denk aan mobiliteitsdossiers, werkloosheidsbeleid, het belang van fiscale harmonisatie of zelfs maar scheepvaartroutes inplannen.

Volgens tegenstanders van de hereniging is die samenwerking ook mogelijk zonder een herenigde Nederlandse staatsstructuur. Niets belet dat vertegenwoordigers van de regeringen van de twee ‘staten’ geregeld samenkomen en op basis van intergouvernementeel overleg de nodige beslissingen nemen. Maar hier schuilt net dat democratische tekort. In intergouvernementeel overleg wordt elke discussie per definitie in nationale termen gevoerd. Het gaat dan steeds om een afweging van de respectieve ‘Belgische’ en (Noord-)‘Nederlandse’ belangen. Een louter intergouvernementele politieke structuur leidt ertoe dat andere politieke tegenstellingen, die mogelijk veel relevanter zijn, niet in het politieke debat worden meegenomen.

Als een democratisch beleid een weerspiegeling wil zijn van de belangen en voorkeuren van de bevolking, dan is het van groot belang dat, bijvoorbeeld, een debat over de sociaaleconomische hervormingen die nodig zijn binnen de economische ruimte van de Nederlanden ook in sociaaleconomische termen gevoerd kan worden. Het is best mogelijk dat het ‘Belgische’ belang in veel sociale dossiers eigenlijk helemaal niet bestaat. De belangen van de Belgische werklozen zullen in veel gevallen dichter liggen bij de belangen van de Noord-Nederlandse werklozen dan bij, pakweg, die van de Belgische ondernemers. In een gezonde en dynamische democratie moeten daarom ook andere dan louter communautaire tegenstellingen in het politieke debat gethematiseerd kunnen worden en een impact kunnen hebben op het beleid. In een Benelux-model is dat niet of nauwelijks mogelijk. De noodzaak van een herenigde Nederlandse politieke ruimte volgt uit een fundamenteel democratisch principe: burgers die gezamenlijk de gevolgen van politieke beslissingen ondervinden moeten ook zelf in staat zijn om die politieke beslissingen democratisch aan te sturen. Als burgers de beslissingen die elders genomen worden enkel passief kunnen ondergaan, ondergraaft dit het hele ideaal van zelfbestuur.

Als het regent in Europa…

De Europese Unie vormt een goede illustratie van het probleem. We ondervinden meer en meer dat onze Europese economische verbondenheid ertoe leidt dat, bijvoorbeeld, begrotingsbeslissingen in Griekenland grote gevolgen kunnen hebben voor de economische situatie van alle andere Europeanen. Het democratisch principe vereist in die omstandigheden dat de andere Europeanen tot op zekere hoogte inspraak krijgen in het beleid waarvan ze de gevolgen dragen.

De uitbouw van een gezamenlijke economische ruimte moet daarom dringend gevolgd worden door de uitbouw van een gezamenlijke politieke ruimte. Om de Europese Unie democratisch legitiem te houden, moeten de Europese burgers binnen een gedeelde politieke structuur samen afspraken kunnen maken over hoe ze de Europese economie vorm willen geven en welke sociale, ecologische en andere waarden daarbij gerespecteerd moeten worden.

De situatie in de Nederlanden is in veel opzichten vergelijkbaar. Vanwege zijn ligging vormt Antwerpen een gordiaanse knoop die de twee landen via allerlei economische levenslijnen onlosmakelijk met elkaar verbindt. Onze gezamenlijke Nederlandse economische ruimte is een geografische realiteit die zelfs zonder hereniging van het land niet zal verdwijnen. Om die reden was een Tsjecho-Slovaaks of, wie weet, Schots scenario voor ons land bijzonder onwenselijk. Onze feitelijke verbondenheid op niveau van de Nederlanden vereist, analoog aan het Europese geval, het bestaan van een herenigde Nederlandse politieke structuur waarin wij, als betrokken burgers, gezamenlijk afspraken maken over hoe wij die gedeelde economische ruimte willen organiseren en welke waarden en randvoorwaarden daarbij van belang zijn.

Als het niveau van de verenigde Nederlanden niet ooit al bestaan had, zouden we het uit democratische noodzaak moeten uitvinden. Maar dat is dus jammer genoeg nog niet aan de orde.

Labels: , , , , , ,

Read more...

5 september 2014

Failliet van een kaduuk energiebeleid (Hoegin)

Goed nieuws voor onze lezers: ook bij kaarslicht zal 't Pallieterke deze winter perfect leesbaar zijn. En zoals het er nu naar uitziet zullen een behoorlijk aantal lezers dat deze winter ook daadwerkelijk mogen uittesten. Maar alle gekheid op een stokje: wat we vandaag meemaken is niet meer dan het failliet van een energiebeleid dat al enkele decennia volkomen kaduuk is. Waarbij we de term energiebeleid met enige voorzichtigheid hanteren.

Op 26 april 1986 werd in de kernreactor nummer 4 van Tsjernobyl een proef uitgevoerd, die, zoals bekend, faliekant afliep. Er volgde een explosie en een brand, en er zou zich uiteindelijk een radioactieve wolk ontwikkelen die half Europa rondzwierf. Op 2 mei zou de wolk zelfs België en Nederland bereiken. Het verschil in reactie tussen de twee landen spreekt (alweer) boekdelen. In Nederland werd onmiddellijk een graasverbod ingesteld en mochten pas geoogste bladgroenten niet verkocht worden. In België gebeurde er de eerste dag niets, om uiteindelijk op de tweede dag de bevolking aan te raden de groenten extra te wassen, en kregen de boeren het advies de koeien wat op stal te houden.

Tsjernobyl

Tsjernobyl betekende een enorme klap voor het imago van kernenergie, een klap die het trouwens nog steeds niet te boven gekomen is. De ramp is ook de kiem van wat we deze winter in België zullen oogsten: energieschaarste. Doel 4 en Tihange 3 werden beiden in gebruik genomen in 1985, amper enkele maanden vóór de ramp in Tsjernobyl. Het is echt geen toeval dat er sindsdien in België geen nieuwe kerncentrales meer gebouwd werden. Maar, net zoals België er in mei 1986 niet in slaagde op korte termijn op een ernstige manier te reageren op de ramp in Tsjernobyl, zo slaagde het er ook niet in op een gepaste en doordachte wijze te reageren op langere termijn. Gevolg: er is wel een plan om kerncentrales te sluiten, maar niet om de energieproductie die op die manier wegvalt op een andere en betrouwbare wijze te vervangen.

Stemmingmakerij

Dat de kerncentrales absoluut dicht moeten is natuurlijk een gevolg van de rood-groene stemmingmakerij, die overigens al dateert van vóór de ramp in Tsjernobyl. Probleem is echter dat er in België geen goed alternatief voor handen is. Meer gas- of oliecentrales betekent een grotere afhankelijkheid van het buitenland, om over dat andere groene taboe van de CO₂-uitstoot nog maar te zwijgen. Waterkracht hebben we niet, en in tegenstelling tot wat sp.a en Groen ons zouden willen doen geloven is het onrealistisch om België volledig van energie te voorzien via zonne- en windenergie. Ten eerste is de productie daarvan afhankelijk van het wispelturige weer, en heb je dus een enorme reserveopslagcapaciteit nodig. Ten tweede kosten zonne- en windenergie nog steeds handenvol geld vergeleken met andere energiebronnen, vandaar ook de overheidssubsidies en het vooruitzicht dat de elektriciteitsfactuur de komende jaren exponentieel zal stijgen.

Zonne- en windenergie niet zonder gevaar

Bovendien blijkt uit historische cijfers dat zonne- en windenergie een grootteorde meer doden per opgewekte TWh veroorzaken dan kernenergie. Dat heeft natuurlijk veel te maken met de enorme veiligheidsmaatregelen in en rond kerncentrales enerzijds, en het feit anderzijds dat nu eenmaal niet te vermijden valt dat mensen van hun dak vallen wanneer ze zonnepanelen installeren of repareren, en idem dito voor windmolens met hun turbines tientallen meters boven de grond. Bij Groen doen ze echter heel vervelend als ze op deze harde feiten gewezen worden, maar het is al langer geweten dat ze het daar vaak nogal lastig hebben met vervelende zaken zoals fysische wetten en de werkelijkheid in het algemeen.

Genie uit Oostende

Nog iemand die nogal vaak onprettig in aanraking komt met de werkelijkheid is Johan vande Lanotte. Het valt al lang niet meer bij te houden hoeveel tientallen miljoenen euro die man ons gekost heeft aan belastinggeld door zijn persoonlijke bijverdienste en hobby bij Electrawinds. Maar de hele saga is wel typerend voor hoe België in groene energie «investeerde». Niet voluit, doordacht, systematisch en professioneel zoals bijvoorbeeld in Denemarken, maar klungelig, rommelig, geïmproviseerd en gefoefeld zoals alleen socialisten dat kunnen.

Uitgerekend die Johan vande Lanotte komt ons dan op een ochtend via de nationale radio vertellen dat het beleid niet gefaald heeft, maar wel de kernenergie. En dat het hele probleem van de energiebevoorrading deze winter op te lossen valt met een kabeltje van vijftien kilometer naar één of andere gascentrale vlak over de grens in Nederland. Je moet het maar durven.

Dat men niet had kunnen voorzien dat meerdere kerncentrales tegelijk uit zouden vallen? Alsof men niet al jaren praat dat ze zo vlug mogelijk gesloten zouden moeten worden, socialisten voorop!

Dat alles op te lossen valt met een kabeltje van vijftien kilometer? Waarom ligt die er dan niet al lang, zeker omdat het niet de eerste keer is dat er sprake is van brown-outs en black-outs? Of zou Johan vande Lanotte het al die tijd te druk gehad hebben met zijn windmolentjes voor de kust? Het zou ons trouwens niets verwonderen als Johan vande Lanotte ook al een voorstel heeft voor wie dat kabeltje best zou leggen, zonder dat hij daar ook maar het minste persoonlijke belang bij zou hebben. We zouden niets anders durven suggereren.

Vijandig klimaat

In dat verband is het trouwens absoluut niet verwonderlijk dat Essent er enkele jaren geleden voor koos liever een gascentrale in Nederland te gaan bouwen dan in Genk. Zoals Essent het zelf in een persmelding schreef was het investeringsklimaat in België «onvoldoende aantrekkelijk». Lees: met zulke helden als een Johan vande Lanotte aan het roer weet je maar nooit hoe de concurrentie op de elektriciteitsmarkt morgen weer vervalst zal worden ten voordele van Electrawinds en aanverwanten. Als men wel van de ene dag op de andere een nucleaire taks kan heffen, waarom dan ook niet een gastaks, kwestie van de windmolens maar te kunnen laten draaien?

Zoals professor Ronnie Belmans het verleden week op Twitter uitdrukte: «Di Rupo “niets te verbergen in energiedossier” Volkomen correct: zij hebben heel de tijd niets gedaan, dus is er niets te verbergen LOL». Pijnlijk en helemaal raak. De lezer kan er eens over nadenken wanneer hij deze winter een paar uur zonder stroom zit.

Dit artikel verscheen op 27 augustus 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , ,

Read more...

Wat er werkelijk gebeurde in Ferguson (Hoegin)

Op 9 augustus werd de achttienjarige Michael Brown Jr. door de lokale politie van Ferguson, Missouri, neergeschoten in nog altijd onduidelijke omstandigheden. Wie niet verder leest dan de Vlaamse media zit waarschijnlijk met de indruk dat de zwarte tiener zonder bijzondere aanleiding door een brutale blanke politieagent zomaar op straat neergeschoten. Nergens in die Vlaamse media staat immers te lezen dat Michael Brown Jr. een reus van 1,93 m groot was en 132 kilo woog, en dat hij even voor de fatale schoten agent Darren Wilson in zijn eigen politieauto een pak rammeling had gegeven.

Het onderzoek naar wat die avond precies gebeurd is in Ferguson, Missouri, is nog steeds aan de gang. Wat wel vast staat is dat Michael Brown Jr. die avond een winkel overviel en er enkele sigaren stal. Darren Wilson was één van de agenten die op weg was naar de winkel om de overval te onderzoeken, maar zou er nooit geraken. Hij werd onderweg opgehouden door een groepje jongeren dat het verkeer hinderde, en beval hen op de stoep te gaan staan. Wat volgde was een oplaaiende ruzie en uiteindelijk een handgemeen tussen Michael Brown Jr. en Darren Wilson door het autoraam van de politiewagen, tot er in het gevecht plots een schot gelost werd. Daarop stoven de jongeren van de auto weg, terwijl Darren Wilson zijn auto verliet om hen te achtervolgen.

Wat er daarna precies gebeurt is nog steeds niet duidelijk omdat de getuigenissen nogal uiteenlopen. Op een gegeven ogenblik keert Michael Brown Jr. zich om, volgens het meest gangbare verhaal in de media met de handen in de lucht. De lezer wordt daarbij uiteraard verondersteld te denken dat Michael Brown Jr. zich wou overgeven aan de politie. Andere getuigenissen stellen dat Michael Brown Jr. terug op Darren Wilson toeliep, wat dan weer suggereert dat de politieagent uit zelfverdediging schoot. Zes schoten zouden er vallen, en Michael Brown Jr. stierf uiteindelijk zo'n elf meter van de politiewagen, minder dan drie minuten nadat hij door Darren Wilson aan de kant geroepen werd.

Propagandamachine

Meteen na het incident komt de anti-racistische propagandamachine op gang, zowel via de gewone reguliere media als de sociale media. In eerste instantie komt alleen de versie van de onschuldige «zwarte tiener» «met de handen in de lucht neergeschoten» door een «blanke politieagent» aan bod. Het komt meteen ook tot betogingen in Ferguson, die eerst nog rustig en vreedzaam verlopen, alhoewel met een grimmige sfeer, om na enkele dagen over te slaan in gewelddadige plunderingen. Op de sociale media ergert de anti-racistische lobby er zich uitdrukkelijk over dat die dekselse media ook enige aandacht aan die plunderingen schenken, terwijl het toch over de brutale «executie» van een totaal onschuldige zwarte tiener gaat. Dat hier en daar al eens een minder flatterende foto van Michael Brown Jr. gebruikt wordt kan ook op weinig begrip rekenen.

«Verklikking»

Wanneer er beelden opduiken waarop duidelijk te zien is dat Michael Brown Jr. de dader van de overval op de winkel is, is het hek echter volledig van de dam. Een Quick Trip-winkel wordt kort en klein geslagen, terwijl op één van de muren de boodschap «Snitches get stitches» (verklikkers krijgen steken) gesprayd wordt. Alleen, die Quick Trip-winkel had met de zaak niets te maken–de volksmeute had zich van winkel vergist. Maar vooral: wat zegt dit voorval over de mentaliteit bij die protesterende menigte? Blijkbaar mag de door hen geconstrueerde waarheid van een totaal onschuldige zwarte tiener die zonder enige reden door een brutale racistische blanke politieagent neergeschoten werd niet in het gedrang gebracht worden, of er zwaait wat.

A propos onschuld en racisme, Michael Brown Jr. was in zijn vrije tijd ook rapper. Met teksten aan het adres van blanken die er niet om logen. Kenners zullen wel zeggen dat dit soort taal nu eenmaal bij het genre hoort, maar we hebben toch zo'n vermoeden dat als Darren Wilson in zijn vrije tijd gelijkaardige tekstjes over zwarten zou staan rappen, hij er niet zo goedkoop vanaf zou raken. Zelfs zonder een rapcarrière kan Darren Wilson niet op het minste krediet in de media rekenen.

Uitgaansverbod

Want inderdaad, de media keerden zich volledig tegen de politie. Er wordt ingezoomd op het machtsvertoon en de militarisering van de politie, en een journalist probeert zelfs van enkele op straat gevonden oordopjes rubberen kogels te maken. Uiteindelijk wordt ook een uitgaansverbod ingesteld van middernacht tot vijf uur 's morgens, gretig aangegrepen als een poging om de vrije meningsuiting aan banden te leggen. Alleen, is het echt nodig om ook na middernacht nog volop te kunnen demonstreren?

Wij stellen ons ook vragen bij de reactie van Ban Ki-Moon op de rellen in Ferguson, en zijn vraag aan de politie om zich wat terughoudender op te stellen. Het stemt immers tot nadenken dat de secretaris-generaal van de VN zich zo makkelijk laat verleiden tot enkele goedkope en uiterst ongepaste vermaningen aan het adres van de Verenigde Staten, opgejut door de luidruchtige linkse media. Slechts zeven procent van de gearresteerden kwam uit Ferguson zelf, en meer dan een kwart was niet eens van Missouri. Sommigen kwamen zelfs letterlijk van de andere kant van de VS, en staan bij de politie bekend als opruiers. Er was dus duidelijk meer aan de hand dan de lokale, spontane woede om het verlies van een geliefde buurjongen.

Dit artikel verscheen op 27 augustus 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

29 augustus 2014

Wie saboteerde Doel 4? (Hoegin)

Op dinsdag 5 augustus werd Doel 4 in alle haast plots stilgelegd. Iemand liet de smeerolie voor de turbine weglopen naar een ondergronds reservoir, waardoor die turbine zware schade opliep. Hoe groot de schade precies is weten we op dit ogenblik nog niet, maar de VRT beweert alvast dat de schade zo ernstig is dat Doel 4 tot na de winter stil zal moeten liggen. Met als gevolg: allerlei speculaties in de pers over black-outs en brown-outs als het deze winter koud zou worden. Waar de pers echter uitdrukkelijk niet over wil speculeren is wie er achter de sabotage zou kunnen zitten.

De laatste week waren de media in Vlaanderen in ban van twee lekken: de besparingsplannen van de Vlaamse regering, en het lek in Doel 4. Voorlopig weten we voor geen van de twee wie er precies achter het lek zit. Voor het eerste lek is het aantal verdachten echter zeer beperkt: het moet iemand uit de Vlaamse regering geweest zijn. Voor het tweede lek is het aantal verdachten veel groter, aangezien enkele honderden werknemers in aanmerking komen.

Whodunit?

Je zou echter denken, zo'n sappig dossier, een echte whodunit, met de sabotage van een nucleaire centrale waardoor deze winter misschien wel duizenden gezinnen zonder stroom kunnen komen te zitten en de Vlaamse economie voor honderden miljoenen euro schade kan lijden, daar smíjten de nationale media zich toch meteen op om de dader te vinden en te duiden? Zeker als het dan nog in volle komkommertijd gebeurt, ook al is er dit jaar nog Oekraïne, Gaza en de IS in Syrië en Irak?

Zo herinneren we ons nog hoe Björn Soenens verleden jaar, bij wijze van spreken nog vóór de tweede bom ontploft was, al wist dat de daders van de aanslag op de marathon in Boston in de hoek van de Tea Party dienden gezocht te worden. Dat was er natuurlijk zo ver naast als maar mogelijk was. De huidige hoofdredacteur van het VRT Journaal heeft daarmee misschien zijn lesje geleerd zodat hij zich voortaan onthoudt van vroegtijdige en uiterst eenzijdige speculaties. Maar dat deze keer de volledige gilde van journalisten zich afzijdig houdt van elke mogelijke speculatie is toch wel zeer opvallend.

Veel schade, weinig gevaar

Wie kan het gedaan hebben? Allereerst: een ontevreden werknemer natuurlijk. Iemand die net een opslag geweigerd werd, zich voorbijgestoken voelt voor één of andere promotie, of misschien zelfs zijn ontslag gekregen heeft. Vermoedelijk is dit het nog meest waarschijnlijke scenario, want de schade is enorm zonder dat er echter ooit gevaar was voor een nucleair ongeluk. Perfect voor iemand die zich ferm op zijn teen getrapt voelt.

Andere mogelijkheid: een terroristische aanslag. Alleen: de sabotage kan bezwaarlijk spectaculair genoemd worden. Een kraan om smeerolie te laten weglopen openzetten is niet hetzelfde als met een mitrailleur enkele mensen in een Joods museum neermaaien, of een vliegtuig in een wolkenkrabber sturen. Buiten België valt er trouwens amper een kat op te speuren die ook maar de minste interesse toont voor het zaak–Doel 4. Een terroristische aanslag is dus eerder onwaarschijnlijk.

Anti-nucleair lobby

Derde mogelijkheid: een milieuactivist. Nog maar eens een nucleaire centrale kunnen stilleggen na al de scheurtjes en andere problemen van de laatste jaren is natuurlijk wel een grote opsteker, zeker op een ogenblik dat er stemmen opgaan om de sluiting van de kerncentrales een paar jaartjes uit te stellen. Maar anderzijds: wie ook maar enige verbinding heeft met de milieubeweging komt geen kerncentrale binnen, want werknemers worden daarop uitdrukkelijk gescreend. Bovendien toont deze sabotage niet aan dat kernenergie gevaarlijk is. Meer zelfs: als zou blijken dat de dader inderdaad een milieuactivist is, is de conclusie nogal snel gemaakt dat de anti-nucleaire lobby zelf gevaarlijker is dan kernenergie. Daarmee win je geen zieltjes, zeker niet op een koude winterdag wanneer iedereen in de kou en het donker moet zitten.

Is er een nog een vierde mogelijkheid? Tja. Als men de sabotage had kunnen verklaren als een nationalistische of racistische aanslag, dan zouden we het ongetwijfeld al lang in de pers gelezen hebben—als hoofdhypothese. Zolang we niet meer weten kan natuurlijk niets uitgesloten worden, maar dit wordt wel zeer vergezocht.

Verkeerd daderprofiel

Als er op dit ogenblik dus al iets te speculeren valt over wie het gedaan zou kunnen hebben, is er eigenlijk maar één hoofdhypothese: een ontevreden werknemer. En met als enige valabele nevenhypothese een milieuactivist. Het verklaart meteen waarom het in de pers zo oorverdovend stil blijft over mogelijke daderprofielen. De hoofdhypothese ligt teveel voor de hand, en is bovendien oersaai, terwijl de nevenhypothese helemaal «verkeerd» zit. Milieuactivisten zijn per definitie toffe jongens en meisjes, en kunnen in de pers altijd op veel sympathie rekenen. Zelfs over een Volkert van der Graaf wil de pers liever niet te veel onvertogen woorden kwijt.

Handrem op

Het verklaart ook waarom de politici van Groen duidelijk met de handrem op reageren op de problemen van Doel 4. Ja, ze vinden van zichzelf wel dat ze alweer gelijk hebben, want het is volgens hen altijd wat met die kerncentrales. Nu ja, met kolen- en gascentrales, windmolenparken en zonnepanelen eigenlijk ook, maar daar gaat het volgens hen niet over. Maar je voelt aan dat ze deze keer niet te hard van stapel willen lopen, want wie weet worden ze morgen wel geconfronteerd met een dader uit eigen kringen. Daarom ook dat er vanuit groene hoek niet te hard op tafel geklopt wordt om de dader te vinden, en dat ze met een bang hartje afwachten wat het aan de gang zijnde onderzoek nog zal opleveren.

Als paars-groen immers iets geleerd heeft, dan wel dat de Vlaming wel degelijk enige sympathie kan opbrengen voor ecologische partijen. Het agrarische zit trouwens in de Vlaamse volksziel ingebakken. Maar het mag ook niet te gek worden, zoals met het verbod op chocoladesigaretten, en het mag hem zeker geen cent kosten, zoals de ecotaksen. Als morgen dus moest blijken dat het een groene is geweest die de Vlaming deze winter misschien wel in het donker en de kou zet, zullen ze bij Groen blij mogen zijn dat de eerstvolgende verkiezingen er pas in 2018 aankomen. Het laatste woord over de sluiting van de kerncentrales is hoe dan ook nog niet gezegd.

Dit artikel verscheen op 20 augustus 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , ,

Read more...

23 augustus 2014

Blauwdrukken voor een openbare omroep (Hoegin)

De Open Vld wil de hakbijl in de openbare omroep zetten, zo heette het in de pers na het interview van Bart Tommelein in De Standaard van vorige donderdag. Dat uitgerekend de Open Vld de VRT zou willen kortwieken is anders toch wel ironisch. Alhoewel van oudsher een rode burcht kan immers niet ontkend worden dat precies de Open Vld de laatste jaren in één van de bovenste laden lag van de VRT-nieuwsdienst.

Wie enkele jaren geleden nog de aanbidding van Guy Verhofstadt door Ivan de Vadder in De Zevende Dag zag, of de andere op televisie uitgezonden gesprekken onder blauwe vrienden waarvan de kijker geacht werd te denken dat het interviews waren, weet het al langer: de de VRT is geen exclusieve rode of rood-groene burcht meer. Er waait inderdaad al een tijdje af en toe een nadrukkelijk blauwe wind door de gangen van de Reyerslaan. Het is dan ook met enige Schadenfreude dat we vandaag vaststellen dat de Open Vld wil besparen op de openbare omroep, en speeltjes zoals MNM en het derde televisienet zo snel mogelijk van de hand wil doen.

Kerktorenmentaliteit

Alleen stellen we ons vragen bij de manier waarop de Open Vld zich een «visie» heeft gevormd over hoe een openbare omroep eruit zou moeten zien. We kunnen ons namelijk niet van de indruk ontdoen dat het niet meer is dan een bijzonder kortzichtige en puur ideologische kramptrekking waarop het woord visie amper van toepassing is. Om maar één voorbeeld te nemen: de Open Vld gaat er prat op een partij van Europeeërs en kosmopolieten te zijn die over in de wereld thuis zijn. Als het erop aankomt raakt de «media-expert» van de partij Bart Tommelein echter niet verder dan een vergelijking met de zieltogende openbare omroep aan de andere kant van de Belgische taalgrens. Waarbij Bart Tommelein ofwel verzwijgt ofwel niet weet dat één van de grote redenen waarom de RTBf zo'n laag marktaandeel heeft niet is dat de Waalse commerciële zenders er zouden floreren, maar wel dat de Walen gewoon geen behoefte hebben om te kijken naar tweederangse Belgisch-Franstalige programma's of zenders. Zij kijken gewoon in de eerste plaats naar de Franse openbare en commerciële zenders.

Laten we echter niet in de val trappen te vergelijken met Nederland. Het stelsel van Nederlandse omroepen is gewoon te specifiek om over te plaatsen naar Vlaanderen. De situatie is er zelfs zo merkwaardig dat naast de Nederlanders zelf vermoedelijk alleen Vlamingen ouder dan pakweg veertig jaar in staat zijn er ook maar iets van te snappen. Dan is het misschien beter te kijken naar de Scandinavische landen, landen die ongeveer even groot zijn als Vlaanderen en tot op zekere hoogte een gelijkaardige culturele achtergrond hebben.

Drie, vier of zelfs zes TV-kanalen?

Neem nu dat fameuze derde net. De Open Vld maakt er een punt van dat derde net zo snel mogelijk te willen sluiten, al was het maar omdat het een «speeltje» van de vorige minister van Media Ingrid Lieten zou zijn. We gaan er geen gewoonte van maken om Ingrid Lieten te verdedigen, maar hoe uitzonderlijk is eigenlijk zo'n derde net?

De Noorse NRK bijvoorbeeld heeft er ook drie, onderverdeeld op ongeveer dezelfde manier als de VRT: een eerste kanaal dat zeer vergelijkbaar is met één, een tweede kanaal voor sport, cultuur en iets diepergaande actualiteitsprogramma's, en vervolgens een derde kanaal voor kinderprogramma's en 's avonds programma's die wat rustiger zijn of meer op vrouwen gericht. Ter referentie: Noorwegen telt zo'n vijf miljoen inwoners, en niemand stelt dat derde net in vraag.

Ook het Finse Yle heeft drie TV-kanalen, of zelfs vier als men er het Zweedse Yle Fem bijtelt. Toeval of niet: de rolverdeling in Finland is gelijklopend met die in Noorwegen en Vlaanderen. En ook hier, met een kleine vijf en een half miljoen inwoners stelt niemand het derde net in vraag.

Nog maar eens zelfde situatie in Zweden (9,5 miljoen inwoners): naast de twee basiskanalen SVT 1 en SVT 2 hebben de kinderen er in de namiddag en vooravond een eigen TV-kanaal dat in de avond overschakelt naar cultuur en nieuws. Als er al sprake is van verandering, dan eerder of het niet tijd wordt om een vierde kanaal op te richten.

Borgen

Denemarken met een kleine zes miljoen inwoners ziet het echter grootser. Naast de basiskanalen DR 1 en DR 2 hebben jongeren en jongvolwassenen er een eigen DR 3, jonge kinderen DR Ramasjang, 7- tot 12-jarigen DR Ultra, en de cultuurliefhebbers DR K. Dat zijn dus zes TV-kanalen, maar alleen omdat men in 2013 besloot het zevende kanaal, DR Update dat om de tien minuten nieuws herhaalde, te sluiten wegens te weinig interesse.

Dat Denemarken het iets grootser ziet werpt trouwens zijn vruchten af. Er mag kwaliteit geproduceerd worden, en dat doen ze ook. Met als resultaat: exportproducten zoals Forbrydelsen (The Killing in het Nederlands) en Broen/Bron (The Bridge), en het bij politici zeker niet onbekende Borgen (had dat in het Nederlands niet The Capitol moeten heten?).

Anderzijds, ook in Denemarken slagen culturo's erin er af en toe eens ferm naast te zitten. Google maar eens de term «Blachman», maar best niet als er kinderen in de buurt zijn…

Kerntaken

Ook in Scandinavië duikt de discussie over wat de kerntaken van de openbare omroep zouden moeten zijn geregeld op. Als een openbare omroep rommel produceert, geldt dat al snel als het bewijs dat openbare omroepen nu eenmaal niet werken. Produceert ze –buiten dramaseries of actualiteitsprogramma's– iets succesvols, dan komt de vraag of daaraan wel belastinggeld besteed dient te worden. Of hoe het eigenlijk nooit goed kan zijn.

Hét grote verschil is misschien dat in Scandinavië openbare omroepen niet onmiddellijk gezien worden als een strijdmiddel om de bevolking in een links en Belgische gareel te houden. Zeker, de tendens is ook hier, zoals trouwens overal elders, eerder links, maar niet op die chagrijnige doctrinaire wijze die we op de VRT wel eens te zien krijgen. Het zou niet slecht zijn als de nieuwe minister van Media en Cultuur Sven Gatz daar eens wat aan zou sleutelen. Of zou dat uitdrukkelijk niet de bedoeling zijn van Open Vld?

Dit artikel verscheen op 13 augustus 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

17 augustus 2014

Euforie bij Open Vld nog steeds misplaatst (Hoegin)

Op 16 juli schreven we dat de huidige euforie bij de Open Vld misplaatst was. De verkiezingsuitslag was immers slechter dan de Open Vld-top doet voorkomen, en bovendien wenkte het zwarte gat als de één-en-ondeelbaar-strategie van partijvoorzitster Gwendolyn Rutten zou mislukken. Sindsdien is er echter veel veranderd: de Open Vld is in de Vlaamse regering binnengebroken, en federaal werden Kris Peeters en Charles Michel aangesteld om een Zweedse coalitie te vormen. Mét Open Vld. De euforie bij de Open Vld werd er niet minder om. Terecht of onterecht?

Dezelfde dag nog dat bekend raakte dat de Open Vld in de Vlaamse regering was binnengebroken, noemde Vincent van Quickenborne Gwendolyn Rutten een «mirakelvoorzitter». Het nieuws van de inbraak in de Vlaamse regering kwam voor de meesten dan ook als een donderslag bij heldere hemel, en ook wij hadden het niet zien aankomen. Voornaamste reden hiervoor was dat we de plooibaarheid van de CD&V nog maar eens onderschat hadden. Te onzer verdediging: die plooibaarheid valt nu eenmaal niet te overschatten. Blijkbaar staat het ARCO-water al zo hoog aan de ACW-, pardon, beweging.net-lippen, dat eender wat kan als de CD&V maar zo snel mogelijk opnieuw de federale minister van Financiën mag leveren. Hou dat in het achterhoofd voor later, want we komen er nog op terug.

Laag soortelijk gewicht

De vaststelling dat de Open Vld slecht scoorde bij de verkiezingen van 25 mei blijft natuurlijk onveranderd staan. De twee peilingsresultaten die sindsdien gepubliceerd werden veranderen daar trouwens niets aan. We hebben voorlopig nog wel zo onze bedenkingen bij de betrouwbaarheid van de peilingen die Het Laatste Nieuws laat uitvoeren door AQ Rate. Zo sprong de N-VA van 25 mei naar 28 juni zes procentpunten omhoog, om vervolgens op 26 juli opnieuw zes procentpunten te zakken, en dus weer uit te komen op de oorspronkelijke verkiezingsuitslag. De Open Vld deed echter de omgekeerde beweging, zij het minder uitgesproken. Op 28 juni zakte de Open Vld met twee procentpunten naar 13,8% van de Vlaamse stemmen, om op 26 juli terug te stijgen naar 15,4%. Met een foutenmarge van maar liefst 3,3% betekent dit eigenlijk weinig of niets, maar van een miraculeuze sprong vooruit qua aanhang is voorlopig dus nog geen sprake.

Bovendien toont de vaudeville rond de twee postjes in de Vlaamse regering aan dat het niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief niet helemaal snor zit met het soortelijk gewicht van de Open Vld. Voor Annemie Turtelboom werd een mooie exit uit de federale regering gevonden, maar wat een klucht was dat om ook een Brusselse minister te vinden? Dat uiteindelijk iemand uit de politieke dood opgewekt diende te worden is pijnlijk, maar bovendien ook duur voor een partij die eigenlijk te klein is geworden om nog veel postjes te kunnen claimen.

Poppetjes

In een Zweedse coalitie raakt Open Vld naast N-VA en CD&V bij een normale verdeling van de postjes niet verder meer dan een vicepremier en een minister, plus heel eventueel een staatssecretaris of Senaatsvoorzitter. Met drie ministeriabelen (Annemie Turtelboom, Alexander de Croo en Maggie de Block) zat de Open Vld dus met één poppetje te veel voor slechts twee postjes. Door haar populariteit is Maggie de Block vandaag immers te groot geworden om in de volgende regering «maar» staatssecretaris te spelen, en dat werd nu handig opgelost door de overplaatsing van Annemie Turtelboom naar de Vlaamse regering.

Maar aangezien er aan deze federale formatie niets meer normaal is, kan niet uitgesloten worden dat er voor de Open Vld toch wat extra inzit. Zo is er bijvoorbeeld nog die Europese Commissaris die eigenlijk zo snel mogelijk benoemd dient worden. Aan welke partij komt dat postje toe? Iedereen heeft zijn kandidaat klaar: bij CD&V Marianne Thyssen, bij Open Vld Karel de Gucht, bij MR Didier Reynders, en bij N-VA vermoedelijk Johan van Overtveldt. Aangezien de andere postjes nog niet verdeeld zijn, dient hierover een onderhandelde en berekende gok genomen te worden.

Met Kris Peeters in pole position om premier te worden zijn de kansen klein dat de CD&V ook nog een Europees Commissaris zal kunnen binnenhalen. Die partij wordt dan wel heel rijkelijk bedeeld in de federale regering, zeker vergeleken met de bijna twee keer zo grote N-VA die dan met minder tevreden zou moeten zijn, maar ook vergeleken met de bijna even grote Open Vld die dan met de helft tevreden zou moeten zijn. Voeg daarbij de zwakke onderhandelingspositie van de CD&V (Kris Peeters is al uit de Vlaamse regering vertrokken, en het hierboven reeds vermelde ARCO-probleem), en het is duidelijk dat Marianne Thyssen zich best niet teveel illusies meer maakt over haar kansen om in de volgende Europese Commissie te mogen zetelen.

Karel de Gucht dan toch opnieuw Europees Commissaris?

En dus komt Karel de Gucht toch weer in beeld om zichzelf op te volgen als Europees Commissaris. Zeker, de post aan de MR geven is ook een optie en lost het personeelsprobleem rond Didier Reynders op. Maar naast zeven ministers ook nog eens de Europese Commissaris mogen leveren is toch wat veel voor een partij die in de Kamer uiteindelijk toch ook maar amper iets groter is dan de CD&V.

En Johan van Overtveldt als Europees Commissaris? Dat zou zeker een voordeel zijn in het licht van de komende Schotse en Catalaanse referenda, en bovendien de meest logische verdeling qua postjes. Maar wat dan als de Zweedse coalitie dan toch niet doorgaat? Stel je voor, een regering–Di Rupo II (of wat het ook wordt als de tripartite weer in beeld komt) met Johan van Overtveldt als Europees Commissaris, dat risico zullen noch CD&V noch Open Vld noch MR willen lopen.

Gehakketak

Het ziet er op dit moment dus een pak beter uit voor de Open Vld dan enkele weken geleden. Maar is euforie daarover dan gepast? Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten kan haar vel vooral dankzij de zwakke positie van de CD&V redden, maar dan nog vergt dat natuurlijk enig tactisch inzicht en goed getimed gemanœuvreer. (Zelf zou zij dat bij haar tegenstanders met afschuw op het gezicht «gehakketak» noemen.) Mirakels hebben we voorlopig echter nog niet gezien. Zelfs de politieke heropstanding van Sven Gatz kan immers bezwaarlijk een wonder genoemd worden als je weet hoeveel een ministerpostje in de Vlaamse regering trekt.

Dit artikel verscheen op 6 augustus 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

2 augustus 2014

Misplaatste euforie bij Open Vld (Hoegin)

Sedert de verkiezingen van 25 mei heerst er een zekere vorm van euforie bij de Open Vld. Aan de top schijnt men immers te denken de verkiezingen gewonnen te hebben, zelfs in die mate dat men zich incontournable waant voor de vorming van een federale regering. Bovendien wist de partij door een handigheidje het postje van Kamervoorzitter binnen te halen voor ouwe rot Patrick Dewael. Onder de oppervlakte dreigt echter een zwart gat van vijf jaar als de blufpoker van voorzitster Gwendolyn Rutten op niets uitdraait.

Halen we er even de jongste verkiezingsresultaten bij. Voor de Kamer haalde de Open Vld een dikke maand geleden 15,6% van de stemmen, een vooruitgang van 1,6% vergeleken met 13 juni 2010. Voor het Vlaams Parlement strandde de partij echter op een score van 14,1%, een achteruitgang van 0,9% tegenover 7 juni 2009. Voor het Europees Parlement haalde de partij 20,4%, maar ook dat was een achteruitgang vergeleken met 2009. Toen haalde de partij voor het Europees Parlement immers nog 20,7%. Het ego van Guy Verhofstadt is er de laatste vijf jaren ontegensprekelijk een pak groter op geworden, zijn aanhang daarentegen niet.

Deze resultaten dienen meteen al in negatieve zin genuanceerd te worden. In 2010 haalde concurrent LDD nog 3,7% van de stemmen voor de Kamer, en in 2009 zat die zelfs nog aan 7,6%. Op 25 mei diende LDD alleen in West-Vlaanderen nog een lijst in, en dan nog alleen voor de Kamerverkiezingen. De partij schrompelde in mekaar tot amper nog 0,7% van de kiezers, een achteruitgang van 3,0%. Plaatst men dat tegenover de winst van 1,6% van de Open Vld, dan kan de conclusie toch niets anders zijn dan dat de Open Vld op 25 mei een barslecht verkiezingsresultaat behaalde? Tegenover 2009 gaat de partij er zelfs nominaal op achteruit, en dat terwijl LDD er sedertdien ook met een kleine zeven –7!– procent op achteruit ging.

Terug naar de jaren '60

Ook bekeken over een langer perspectief gaat het duidelijk niet goed met de Open Vld. De verkiezingen van 2010 voor de Senaat waren met een score van 13,3% het absolute dieptepunt van de laatste veertig jaar. Maar ook voor een score lager dan 14,1% moeten we terug naar de jaren '60 van de vorige eeuw, met uitzondering van de tegenvallende verkiezingen van 17 april 1977, toen de partij een dip had van 14,5%. En zelfs dat is nog beter dan 14,1%. Bij alle andere verkiezingen sedert 23 mei 1965 haalde de partij steeds 16% of meer, met als absoluut toppunt de 24,4% van 18 mei 2003.

Men kan dus gerust stellen dat de Open Vld de liberale aanhang van de PVV, die over een periode van ongeveer dertig jaar stelselmatig opgebouwd werd, op amper één decennium volledig verkwanselde. Tekenen daarvoor verantwoordelijk: een Europees fractieleider, een Europees commissaris, en een Belgisch Kamervoorzitter die nog steeds de dienst uitmaken op het partijhoofdkwartier. Geef ze nog een decennium de tijd, en misschien verdwijnt dan ook de rest van de Open Vld.

Eén en ondeelbaar

Het triomfalisme dat vandaag heerst bij de Open Vld is dus hoogst ongepast, en staat in schril contrast met de (terechte) crisissfeer bij de socialistische tegenpool sp.a. Meer zelfs, bij de Open Vld waant men zich incontournable voor de vorming van een federale regering. Een andere rationele verklaring voor de eis dat men niet in een federale regering zal stappen als men ook niet in de Vlaamse regering opgenomen wordt valt er niet te verzinnen.

Want wat moeten we nu denken van dat één en ondeelbare partijprogramma van de Open Vld? Zo één en ondeelbaar was dat programma in Brussel blijkbaar niet, want daar stapt de Open Vld gezwind in een regionale regering. Nu ja, de partij bevindt zich daar in goed gezelschap, met naast CD&V ook sp.a, cdH, PS en zelfs FDF, maar dus geen N-VA of MR. Een betere garantie op een liberaal beleid kan men zich amper inbeelden, of het zou moeten zijn met Groen en Ecolo er nog bij. Maar ook: als dat programma van de Open Vld zo één en ondeelbaar is, is er dan wel ruimte voor compromissen? De vermeende onwil van de N-VA om compromissen te sluiten was zowat hét kroonargument van de Open Vld om in 2011 in een tripartite met de PS te stappen. Of kunnen compromissen er voor de Open Vld alleen maar komen als de partij zowel op federaal als regionaal vlak toegevingen kan doen?

Dewael eerste minister?

Intellectueel valt er dus geen touw vast te knopen aan de argumentatie van de Open Vld, maar ook strategisch zit het goed fout. Of zou het er werkelijk alleen maar om te doen zijn de prijs zo hoog mogelijk op te drijven? Op het ogenblik dat we dit schrijven doet bijvoorbeeld het gerucht de ronde dat de N-VA de 16 aan Patrick Dewael aangeboden zou hebben om de Open Vld toch maar over de streep te trekken. Bij Open Vld zou men er echter goed aan doen het oude Vlaamse spreekwoord «de kruik gaat zolang te water tot ze barst» in gedachte te houden. Als Charles Michel één keer teveel met lege handen naar Laken moet trekken is het immers gedaan met de centrum-rechtse coalitie, en is de PS aan zet.

Want inderdaad, als de Open Vld blijft volharden in haar één en ondeelbare boosheid, fungeert ze in de praktijk, samen met de cdH, als een kruiwagen voor de PS. En het is maar de vraag hoeveel Open Vld-kiezers daarop zaten te wachten. Bovendien: als de Open Vld de jarenoude droom van de MR om eindelijk eens zonder de PS te kunnen regeren finaal dwarsboomt, vragen we ons af of Gwendolyn Rutten volgend jaar op 1 mei nog wel welkom zal zijn in Geldenaken. Vroeg of laat zal de Open Vld de rekening gepresenteerd krijgen voor haar onbetrouwbaar gedrag.

Zwart gat wenkt

Postjes zijn voorlopig nog geen probleem voor de Open Vld. Naast de aftredende ministers in de federale regering beschikt de partij met Karel de Gucht nog een tijdje over een Europees commissaris, en wist ze zoals reeds vermeld het postje van Kamervoorzitter uit de brand te slepen. Tijdens de laatste aflevering van De Zevende Dag bleek dat Philippe de Backer zelfs de illusie koestert dat Karel de Gucht enige kans maakt om opnieuw voorgedragen te worden als Europees commissaris. Probleem is echter dat men niet, zoals Patrick Dewael Kamervoorzitter werd, een soort van «voorlopig» Europees commissaris kan worden in afwachting van een definitieve verdeling van al de Belgische federale postjes.

Het lijkt dan ook weinig waarschijnlijk dat zoals de zaken er nu voorstaan, er uitgerekend een Open Vld'er zal voordragen worden terwijl precies de Open Vld halsstarrig dwars blijft liggen om in een federale regering te stappen. En Patrick Dewael zal in de Kamer snel zijn biezen moeten pakken eens een federale regering gevormd is zonder de Open Vld. De stemming binnen de partij zou dan wel eens heel snel kunnen omslaan zodra ook Alexander de Croo, Annemie Turtelboom en Maggie de Block hun respectievelijke portefeuilles hebben ingeleverd. Met als prangende vraag: zou het echt allemaal de schuld van die dekselse N-VA en CD&V zijn, of zou het ook een beetje aan de kaduke strategie van de partijtop kunnen gelegen hebben?

Tripartite zonder Open Vld

Want inderdaad, wat als de cdH de komende weken toch door de knieën gaat, onder druk van de ARCO-zaak? Bij CD&V is men nu al bereid om tot eender welke federale regering toe te treden, als ze maar de minister van Financiën kunnen leveren en zaakjes kunnen regelen voor het ACW, pardon, beweging.net. De blufpoker van Gwendolyn Rutten werkt immers maar zolang ook cdH niet in een federale regering wil.

En wat dan met een tripartite? Vergeet niet dat PS, sp.a, CD&V, cdH en MR samen ook al aan een federale meerderheid komen, zonder de Open Vld. Als de Open Vld vandaag een centrum-rechtse coalitie waarin ze noodzakelijk is dwarsboomt, hoe gaat ze dan uitleggen dat haar programma dan toch niet één en ondeelbaar is als sp.a en PS mee in de federale regering zitten? Of denkt ze op die manier wel in de Vlaamse regering te kunnen binnenbreken? En hoe gaat ze oppositie voeren tegen een te links federaal beleid, maar mét MR in de coalitie, en dat nadat ze zelf een centrum-rechts beleid onmogelijk maakte? De Open Vld is de laatste tien jaar veel kiezers kwijtgespeeld, en lijkt vandaag goed op weg om eindelijk ook haar postjes kwijt te spelen.

Dit artikel verscheen op 16 juli 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

15 juli 2014

Naar een Schots No en een Catalaans Sí? (Hoegin)

Deze herfst is het zover: op 18 september mogen de Schotten naar de stembus om te stemmen over onafhankelijkheid, en op 9 november doen de Catalanen hoogstwaarschijnlijk hetzelfde. Als we de peilingen mogen geloven zal er in Schotland geen meerderheid voor onafhankelijkheid uit de stembus komen, maar in Catalonië wel. Dat verklaart meteen voor een groot deel waarom Londen ervoor gekozen heeft het Schotse referendum te dulden, terwijl Madrid het Catalaanse referendum met alle mogelijke middelen probeert te verhinderen. Maar wat zou een Schots No en een Catalaans Sí voor Vlaanderen kunnen betekenen?

Als we de laatste peilingen mogen geloven, ziet het er niet goed uit voor de voorstanders van Schotse onafhankelijkheid. Voor wie het lijstje met peilingsresultaten op Wikipedia overloopt is het duidelijk dat we het zelfs niet over steekproefgrootte, foutenmarges of representativiteit hoeven te hebben. Dit jaar werd er niet één peiling gehouden die een meerderheid voor het Yes-kamp opleverde. De laatste peiling die een nipte voorsprong voor Yes opleverde dateert ondertussen al van augustus verleden jaar. Die peiling werd dan nog gehouden in opdracht van de SNP zelf, en kwam niet verder dan een 44%/43% verdeling tussen Yes en No. De enige andere peiling met een Yes-voorsprong in het Wikipedia-lijstje is er eentje van augustus 2011, ondertussen al drie jaar geleden. De 71(!) andere peilingen geven No een voorsprong, en op het ogenblik dat we dit schrijven geven de twee meest recente peilingen No zelfs een volstrekte meerderheid van 53% en 54%. Dat is een voorsprong van respectievelijk 17% en 19% op het Yes-kamp. Er zal de komende tien weken dus nog heel wat moeten bewegen in Schotland om uit te komen op een Yes-resultaat.

Dubbele vraag

Dan liggen de zaken in Catalonië anders. Zoals de lezer wellicht weet zullen de kiezers zich daar over een dubbele vraag mogen uitspreken: «Wilt u dat Catalonië een Staat wordt?» en «In geval van een bevestigend antwoord, wilt u dat die Staat onafhankelijk wordt?». Veel peilingen zijn er niet voorhanden die concreet deze twee vragen gebruikt hebben, maar van de vijf peilingen waarvan Wikipedia de resultaten weergeeft geven er vier een voorsprong voor het Sí/Sí-kamp aan. De laatste peiling, uitgevoerd in maart van dit jaar door El Periódico de Catalunya geeft Sí/Sí 46,1%, een voorsprong van bijna vijftien procent op het No-kamp. Andere peilingen en onderzoeken die in het algemeen naar steun voor Catalaanse onafhankelijkheid peilden geven al jaren een kleine absolute meerderheid voor onafhankelijkheid weer, terwijl het aantal tegenstanders beperkt blijft tot ongeveer een kwart van de Catalanen.

Londens flegma

Het lijdt weinig twijfel dat als de resultaten er omgekeerd zouden uitzien, Londen iets minder flegmatisch zou reageren op het Schotse referendum, en Madrid een heel pak welwillender zou staan tegenover het Catalaanse referendum. Dat neemt niet weg dat men in Londen allesbehalve zeker is van zijn stuk. Het is duidelijk dat eerste minister David Cameron liefst van al helemaal geen Schots referendum had gezien, en dat niet alleen omdat zo'n referendum aandacht en energie opslorpt. Niemand wil de geschiedenis ingaan als de Britse eerste minister die Schotland verloor. Anderzijds kan moeilijk beweerd worden dat Londen al alles uit de kast gehaald heeft om de Schotten ervan te overtuigen toch maar No te stemmen. Als het Yes-kamp in de peilingen voorop zou liggen, zou de Britse regering het zich waarschijnlijk niet veroorloven dat Schotse referendum in de eerste plaats als een Schotse aangelegenheid te beschouwen, en zich dus relatief afzijdig te houden. Dan zou David Cameron, en met hem de voltallige Britse regering, al lang geleden de boer opgegaan zijn in Schotland, en het ene horrorscenario na het andere uit zijn hoed getoverd hebben.

Het zou echter geen kwaad kunnen als de Vlaamse Beweging zich een beetje zou verdiepen in het Schotse debat, in plaats van zich te beperken tot enkele vrijblijvende sympathiebetuigingen voor Schotse onafhankelijkheid. Dat Londen Schotland ervoor waarschuwt dat het bij een eventuele onafhankelijkheid zal moeten heronderhandelen over EU-lidmaatschap maakt niet erg veel indruk in Edinburgh, al was het maar omdat Londen zelf ook wil heronderhandelen. Maar dat Schotland ofwel de toegang tot de interne markt van de EU zal verliezen tenzij het er duur voor betaalt, ofwel de euro zal moeten invoeren, dat steekt toch al een pak harder. Het helpt dan weinig dat de SNP van Alex Salmond theoretisch-juridisch gelijk heeft wanneer het stelt dat een onafhankelijk Schotland gewoon EU-lid zou blijven onder precies dezelfde voorwaarden als waaronder Groot-Brittannië op het ogenblik van de afscheiding lid is, als het uiteindelijk zal moeten onderhandelen met een EU-Brussel dat in zulke zaken een patent op intellectuele oneerlijkheid lijkt te willen claimen. Meer zelfs, volkenrechtelijk meent Edinburgh dat Londen verplicht is in Brussel zo gunstig mogelijke voorwaarden te onderhandelen voor Schotland zolang de afscheiding nog niet voltrokken is. Geef hen maar eens ongelijk. En projecteer zoiets maar eens op een Belgische situatie.

Madrileense woede

Lijkt Londen het Schotse referendum (voorlopig) nog goed aan te pakken, in die mate zelfs dat het Yes-kamp maar niet van de grond kan komen, dan kan hetzelfde niet gezegd worden van Madrid. Daar doet men zo ongeveer alles verkeerd om Catalonië binnen Spanje te houden. Want inderdaad, bestaat er een effectievere manier om een afscheidingsbeweging te doen verzamelen en radicaliseren dan een volkomen legitiem en democratische referendum botweg te weigeren? Een charme-offensief kan men dat alvast niet noemen. Was er op voorhand al geen meerderheid voor Catalaanse onafhankelijkheid geweest, dan zou het er nu zeker geweest zijn.

Bovendien snijdt Madrid zichzelf op die manier volledig van het debat in Catalonië af. De lokale afdelingen van de nationale partijen PP en PSOE stonden sowieso al niet bepaald sterk in Catalonië, maar als ze dan nog eens moederziel alleen tegen Catalaanse onafhankelijkheid moeten argumenteren, versmalt hun bandbreedte nog meer. Alles spitst zich toe op de onredelijkheid van Madrid, waardoor een debat ten gronde eigenlijk amper nog mogelijk is.

Vlaamse gelatenheid

De reactie van Vlaanderen op het Schotse en Catalaanse referendum kan niet anders dan bedroevend genoemd worden. Het radicalere gedeelte van de Vlaamse Beweging kijkt hoopvol uit naar beide referenda, terwijl de Noord-Belgische media nadrukkelijk niet present tekenen in Schotland of Catalonië. Of het zou moeten zijn om te onderstrepen dat er in Schotland geen meerderheid inzit, en Catalonië zich Spaans-ongrondwettelijk gedraagt en alleen maar problemen en chaos te wachten staat.

Iedereen vindt ondertussen vooral van zichzelf dat hij gelijk heeft. Voor het radicale gedeelte van de Vlaamse Beweging en kringen rond Vlaams Belang zou een Catalaans Sí bevestigen dat onafhankelijkheid wel degelijk kan, en een Schots No dat men zulke zaken beter niet overlaat aan een referendum waarvan de uitslag op voorhang hoogst onzeker is. Binnen N-VA-kringen en bij andere draagvlaknationalisten klinkt het dan weer dat de potentiële chaos als gevolg van een Catalaans Sí bewijst dat revolutionaire toestanden koste wat het kost vermeden dienen te worden, en een Schots No dat onafhankelijkheid democratische moeilijk te legitimeren valt. Daarmee zitten ze trouwens op één lijn met het Belgische kamp, met dit verschil dat het Belgische kamp haar best zal doen om de chaos in de nasleep van een Catalaans Sí zoveel mogelijk te vergroten. Om er daarna een vette quod erat demonstrandum aan toe te voegen.

Op de vooravond van alweer een 11 juli–viering zonder Vlaamse onafhankelijkheid kan dit alleen maar tot droefenis stemmen. Alleen een Yes–Sí-scenario zou een ferme streep door de rekening van België betekenen, en hopelijk de ogen kunnen (her)openen in N-VA-kringen zodat ze misschien zelfs op redelijk korte termijn die Belgische loyauteit durven af te zweren. Een No–No-scenario zou dan weer een ramp buiten formaat zijn voor alle nationalistische bewegingen in West-Europa. We hebben er echter goede hoop op dat Madrid, ook al is het onbedoeld, ons voor zo'n scenario zal weten te behoeden.

Dit artikel verscheen op 9 juli 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

5 juli 2014

Sp.a op een historisch dieptepunt (Hoegin)

Zondag 25 mei was voor de sp.a zonder meer een zwarte dag. Voor de Europese verkiezingen zakte de partij tot amper nog 13,2%, een absoluut dieptepunt. Voor de Kamer en het Vlaams Parlement deed de socialistische partij het al niet veel beter met 14,1% en 14,0%. Sindsdien rommelt het in de partij, ook al doet partijvoorzitter Bruno Tobback aan de oppervlakte zijn best om dat te verdoezelen.

Om even te schetsen hoe diep de partij eigenlijk gezakt is: tot 1987 behaalde de socialistische partij steevast een score van minstens twintig procent. Pas in 1991, op «Zwarte Zondag», zakte de partij voor het eerst onder die symbolische grens, met een score van «amper» 19,4%. Nog één keer zouden de socialisten in Vlaanderen nog eens boven de drempel van de twintig procent uitkomen, op 18 mei 2003, onder leiding van Steve Stevaert, met 24,3%. Sindsdien is het armoe troef bij de proletariërs, en durft men zelfs een ambitie om nog eens meer dan vijftien procent te halen niet eens meer uit te spreken. Groter blijven dan concurrent op links Groen, en PVDA onder de kiesdrempel houden, dat is zowat het beste waar men op dit ogenblik nog op durft te hopen.

Ideologisch vacuüm

Hét probleem van de sp.a is natuurlijk dat de partij geen ideologie meer heeft. Dat is niet nieuw: de partij kwam na de val van de Muur in Berlijn in ademnood, maar dat is ondertussen toch al vijfentwintig jaar geleden. Hoeveel decennia kan men zich politiek heroriënteren zonder dat de conclusie zich opdringt dat men eigenlijk toch niet veel meer te bieden heeft? Kan men echt een partij opbouwen enkel en alleen rond wat goedkoop anti-racisme (zie «Over de banaliteit van het anti-racisme» van Mark Grammens van verleden week), een extreem conservatisme in de Sociale Zekerheid, koste wat het kost, de algemene stelling dat al wat rechts en Vlaams is gevaarlijk is, en de boodschap dat de PS en Elio di Rupo het beste voorhebben met de Vlamingen? Wie er de verkiezingsuitslag eens bijneemt kan niet anders dan vaststellen dat de Vlamingen op 25 mei vonden van niet. Partijvoorzitter Bruno Tobback ziet dat echter anders.

Toekomstig ex-voorzitter

Wat op 21 mei in dit blad al te lezen stond in een briefje gewijd aan Bruno Tobback («Zo goed als ex-voorzitter»), heeft nog steeds niets aan waarde ingeboet. De partijvoorzitter kon weliswaar vermijden dat hij op de avond van 25 mei zelf al zijn conclusies diende te trekken dankzij zijn opgeklopte euforie over de «goede» uitslag van zijn partij. Stel je voor: de partij had zowel voor de Kamer als voor het Vlaams Parlement stand gehouden. Tot de partij een paar uur later in het Vlaams Parlement dan toch nog een zetel aan Christian van Eyken van de UF verloor natuurlijk.

Ondertussen stelden de twee mindere goden Hans Bonte en Peter Vanvelthoven de positie van Bruno Tobback al openlijk in vraag in een dubbelinterview in Knack. Johan vande Lanotte betreurde dat in het VRT-programma Villa Politica, maar voegde er wel aan toe dat er dringend nood was aan een interne analyse. Een voorbeeld van zo'n interne analyse kregen we verleden week in De Standaard geserveerd, waar de conclusies van de evaluatie van de verkiezingen in West-Vlaanderen te lezen stonden («Vande Lanotte geeft zijn partij campagnelessen»). De lezer leest het goed: die interne analyse was van de hand van diezelfde Johan vande Lanotte, en de conclusies lazen toch vooral als een positionering van Johan vande Lanotte zelf en zijn pion John Crombez om zodra de kans zich voordoet de macht te grijpen in de partij. Of is dat laatste alleen maar ons slecht karakter dat een beetje opspeelt?

West-Vlaamse winst

Zo zou Johan vande Lanotte er in zijn analyse op wijzen dat West-Vlaanderen de enige provincie is waar de sp.a erop vooruitgaat, voor alle verkiezingen, en dat zelfs kanton per kanton. Dat klopt, maar het neemt niet weg dat ook het West-Vlaamse resultaat met 17,6% voor de Kamer en 16,3% voor het Vlaams Parlement niet bepaald als een monsterscore voor de socialisten omschreven kan worden. Voor het Europees Parlement blijft de partij er zelfs steken op een schamele 15,2%. Onze conclusie: Johan vande Lanotte is een meester in het snoeven, ook daar waar er eigenlijk niet veel te snoeven valt.

Meer zelfs: Johan vande Lanotte wijst er in zijn analyse op dat de sp.a in zijn kieskring tegen de nationale trend in een zetel winst maakt voor het Vlaams Parlement, van drie naar vier. In procenten is de vooruitgang minder groot: van 14,1% naar 16,3%. Een correctere lezing van de cijfers is natuurlijk dat de sp.a in 2009 net naast een vierde zetel greep, en dit jaar die vierde zetel net wel binnenhaalde. Men moet daar natuurlijk nog altijd extra stemmen voor halen, maar de pluim die Johan vande Lanotte op zijn hoed probeert te steken is groter dan ze in werkelijkheid zou mogen zijn.

Huisbezoeken

Johan vande Lanotte heeft natuurlijk ook zijn verklaring voor die winst in West-Vlaanderen klaar. En dat is zíjn manier van campagne voeren natuurlijk, of wat dacht je? Essentieel onderdeel daarvan: de huisbezoekjes. Laten we echter eerlijk zijn: we wensen zelfs onze ergste vijanden geen huisbezoek door Johan vande Lanotte toe. Iets doet ons namelijk vermoeden dat die huisbezoeken vooral dienen om nietsvermoedende mensen danig de daver op het lijf te jagen. Dat ze hun pensioen gaan verliezen als ze voor de N-VA stemmen, bijvoorbeeld. Of dat door de afschaffing van de index hun loon op een paar jaar tijd niets meer waard zal zijn.

Johan vande Lanotte is immers niet bepaald het toonbeeld van het gezellige cafésocialisme waarmee Steve Stevaert ooit successen boekte. Successen die er, in de beste cafétraditie, vooral uit bestonden anderen de rekening te laten betalen voor de tournées generales die hij uitdeelde.

Neen, als we al een etiket zouden moeten plakken op het socialisme van Johan vande Lanotte, dan eerder een soort van rancuneus machtssocialisme. Sponsor zijn Oostendse basketbalclub, of je gaat eraan. En die volkomen lege Thalys-treinen vanuit Oostende blijven rijden, enkel en alleen omdat Johan vande Lanotte dat kan. Het is echt geen toeval dat Groen die geld- en milieuverspilling niet aan de kaak durft te stellen, want anders zouden ze het de komende tien jaar kunnen schudden overal waar Johan vande Lanotte ook maar iets te zeggen heeft.

Electrawinds

Wij zouden dan ook een alternatieve theorie voor het West-Vlaamse rode golfje willen voorstellen: Electrawinds. Zouden er in West-Vlaanderen niet genoeg kiezers wonen die puur uit economisch zelfbehoud voor de sp.a hebben gestemd? Geen Johan vande Lanotte die in Brussel zijn economische «zaakjes» kan regelen betekent al snel grote gevolgen voor het persoonlijke fortuin van een aanzienlijk aantal West-Vlamingen. Zou het trouwens datzelfde Electrawinds ook niet zijn dat in de rest van Vlaanderen linkse kiezers richting Groen en PVDA dreef?

In dat opzicht is de positionering van John Crombez interessant en belangrijk om te volgen. Niettegenstaande hij staatssecretaris voor fraudebestrijding is –en of dat geen meesterzet van Johan vande Lanotte was!–, zit hij tot over zijn oren mee in de Oostendse beerputten. De ideale man dus om ervoor te zorgen dat er nergens in West-Vlaanderen dekseltjes gelicht worden. Wees er maar zeker van dat Johan vande Lanotte hem op het juiste ogenblik op de juiste positie zal willen katapulteren.

In combinatie met het reeds hierboven vermelde ideologisch vacuüm is dat uiteraard geen goed nieuws voor de sp.a, maar dat raakt natuurlijk de koude kleren van Johan vande Lanotte niet. De onze eigenlijk ook niet. Maar we hebben wel te doen met de militanten van de partij. Neen, niet het soort hopscheutsocialisten zoals een Yves Desmet, maar wel de klein man die denkt dat het bij de sp.a nog zou gaan om zijn welvaart en welzijn. En voor zover die kleine man natuurlijk niet allang uitgeweken is naar een andere partij. Als daar in 2018 of 2019 maar geen nieuw laagterecord van komt…

Dit artikel verscheen op 25 juni 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>