26 juli 2012

Joël en de optatief (vpmc)

.
Journalisten gebruiken courant de stellende wijs, de indicatief. Als voorbeeldzin kan dienen: “Dat is er gebeurd.” Ook ingewikkelder zinnen als: “Ik meld dit nu, omdat het zonlicht niet te ontkennen valt, maar liever zwijg ik over zulke zaken”, horen bij de stellende wijs, zelfs al wordt in het tweede zinsdeel niet veel opzienbarends gesteld.
Inhoudelijke aspecten en grammatica kunnen ver van elkaar staan, en dat mag tegen het gevoel ingaan maar er is niets aan te doen. Dus ook een zin als: “Zo horen wij de feiten te interpreteren, liefst nog voor we weten wat die feiten echt zijn”, staat helemaal in de stellende wijs.
Toegegeven, dat laatste voorbeeld, al is het helemaal in de indicatief, komt aardig in de buurt van de zogenaamde imperatief, de gebiedende wijs. Dat zit zo: als een sergeant roept: "Rust!" of als een baasje tegen zijn hond zegt : “Lig!” of “Pak!”, dan zijn dat imperatieven. Die zijn meestal kort. Bij een goede hond hoeft het baasje soms zelfs helemaal niets te zeggen. Het beest reageert al op een eenvoudige blik of een gebaar, een soort impliciete imperatieven.
Maar die wijs gebruiken verstandige journalisten zelf nooit. Niet dat zij geen imperatieven zouden kennen of begrijpen, integendeel, maar zij hebben die wijs wijselijk verinwendigd, geïnterioriseerd. Er komt in hun geschriften niets van aan de oppervlakte. Hun journalistieke geweten gebruikt hem dus wel op de achtergrond, maar de lezer merkt niets.
Er bestaan nog moeilijkere wijzen, en die gebruiken sommige journalisten weer wel. We spreken hier over de conjunctief of subjunctief of aanvoegende wijs, en over bijvoorbeeld ex-Knack, nu Standaardjournalist Joël De Ceulaer.
Hier een voorbeeld van zijn hand:


Voor de vervoeging maakt het geen enkel verschil, maar die conjunctief of subjunctief van hem voelt zelfs aan als een optatief of wensende wijs. Natuurlijk, dit is twitter en bijgevolg kort op de bal en kort door de bocht.
Ik weet trouwens niet of ook Joël deze mooie journalistieke uitdrukkingen met die bal en die bocht gebruikt, want daarvoor zou ik zijn rubriek moeten lezen, over de tv-programma’s die hij de week daarvoor bekeken heeft, en als je die zelf niet hebt gezien, heb je daar weinig aan, net zoals je op de trein of in de kroeg sommige gesprekken niet goed kunt volgen.
En of Joël met zijn optatief ook goed beseft wát hij juist wenst, weet ik al evenmin. Dat zijn bedoelingen edel zijn, betwijfel ik geenszins maar om de een of andere reden vermoed ik dat hij over het onderwerp hoofddoeken nog niet veel achter de kiezen heeft. Weet de man wel waar hij het over heeft?
Om Joël hier een helpende hand te reiken, stuurde ik hem twee verwijzingen op, uittreksels uit twee boekjes van de Parijse antropologe Chahdortt Djavann (Bas les voiles! Gallimard 2003, en Que pense Allah de l’Europe? 2004).
Dat eerste boekje begint zo : «J’ai porté dix ans le voile. C’était le voile ou la mort. Je sais de quoi je parle.»
Ik hoop dat onze twitterende man er iets aan heeft, en het zijn tenslotte heel dunne boekjes zodat hij nog ruim tijd zal overhouden voor zijn tv-programma’s.


.

Labels: , , , , ,

Read more...

24 juli 2012

Mieux vaut un sage ennemi, qu'un ignorant ami (vpmc)

.
Vandaag overleed in Duitsland de Amerikaans-Ierse politiek journalist Alexander Cockburn. Hij werd 71 en was al een tijd ziek. Cockburn schreef jarenlang onder meer voor The New York Review of Books, Esquire, Harper's, The Nation, The Wall Street Journal, de New Statesman.
Dat is indrukwekkend genoeg, maar bij schaakspelers was hij om een nog andere reden bekend. Cockburn schreef namelijk in 1975, drie jaar na de IJslandse match Spassky-Fischer, een geweldig goed boek tégen het schaakspel. Hij was het duidelijk eens met Edgar Allan Poe, die het spel ook vijandig gezind was. Poe vond dat schaakspelers mensen waren die ingewikkeldheid verwarden met diepzinnigheid. Cockburn vond het schaakspel een autoritaire en tegelijk kinderachtige bezigheid, een verkapte vorm van zelfmoord.
.
Dat lezen schaakspelers graag, want velen onder hen zijn aan hun spel wel verslaafd, maar daarom beminnen ze het nog niet. Winnen doen ze wél allemaal graag, en in die beperkte zin houden ze van het spel natuurlijk, maar de heilige Augustinus zou hier wellicht van een verwerpelijk libido dominandi gesproken hebben. Alleszins kwam het spel in het Aards Paradijs nog niet voor, aangezien je er twee mannen voor nodig hebt. Het bleef daar bij tuinieren.
.
Nederland is een echt schaakland, en dus verscheen er bij de Wetenschappelijke Uitgeverij in Amsterdam nog in hetzelfde jaar een vertaling van “Idle Passion” : “Loze Passie. Schaak en de Dans des Doods .”
Ik fotokopieerde toen direct het Woord Vooraf van Jan-Hein Donner. Grootmeester Donner was de grootste schrijver onder de schakers en de grootste schaker onder de schrijvers. Een stilist zonder weerga. Hier een paar paragrafen uit zijn inleiding toen:

Alexander Cockburns interesse voor het schaakspel en deszelfs beoefenaars komt vanuit de blikrichting van de psychoanalytische theorie.
Dat is zeer goed te begrijpen. De schaker bevindt zich in zijn spel in een pre-verbale, een voorwoordelijke wereld. Zijn activiteit is gereduceerd tot het snuffelend-graaiend zien. Voor de psychoanalyticus is dat de wereld van het pasgeboren kind, de zuigeling die om zijn moeder krijt. In die wereld gelden andere deugden en ondeugden, en voor het spelen van een goede partij schaak zijn andere kwaliteiten vereist dan voor het voeren van een oppassend leven. Alles waarover het psychoanalytische jargon beschikt aan negatieve kwalificaties wordt dan ook door Cockburn in stelling gebracht om de diepe verwerpelijkheid van het schaakspel aan te tonen, een bezigheid vol lediggang waarvoor hij geen sympathie zegt te hebben. [...]
Voor een kleinigheid moet de lezer gewaarschuwd worden. Niet alles wat deze schrijver vertelt over de verschillende grootmeesters die hij de revue laat passeren, is strikt genomen geheel in overeenstemming met de werkelijkheid. Aljechin was niet vijf keer getrouwd ‘waarvan minstens drie maal met een vrouw vijfentwintig jaar ouder dan hijzelf’, en Steinitz heeft nooit ‘God uitgedaagd onder voorgave van pion en zet’. In feite zijn dit legenden die sinds jaar en dag de ronde doen in de schaakwereld en daarom doet het er van psychologisch standpunt weinig toe of ze nu letterlijk waar zijn of niet: dát zulke verhalen rondgaan over schakers is op zichzelf al veelzeggend genoeg. Dit is ook het standpunt van Norman Reider in zijn kleine maar zeer interessante studie Chess, Oedipus and the Mater Dolorosa –ook door Cockburn uitvoerig vermeld– waarin de diverse ontstaansmythen van het schaakspel verzameld en vergeleken worden.
Reider vond dat het merendeel van die mythen draait om het archetype van de ‘mater dolorosa’. Een koninklijke moeder wier zoon is gestorven of een prinses wier gemaal in de slag is gevallen, vinden in hun onuitsprekelijke smart troost in een spel dat voor die gelegenheid is uitgevonden door Sissa (die dan als beloning de bekende 264 –1 graankorrels vraagt).
Geen psycholoog kan aan de betekenis van die vondst voorbijgaan. Is het schaakspel een uiteenzetting tussen een man en zijn moeder? Vanwaar haar verdriet? Heeft zij hém verloren? Hoewel Cockburn nog te veel Freudiaans is om het Oedipus-complex te laten vallen, de gedachten moeten wel in die richting gaan.
Ontzet door de grondeloosheid van zijn geworpenheid, geërgerd door de oninzichtelijkheid van de werkelijkheid, verbijsterd door het hoge toeval van de dood zoekt de schaker een wereld waarin hij zelf de grond is van zijn handelen, een spel dat inzichtelijk is en geen toeval kent. Het is de ontzaglijke onwil die hem in een ander universum drijft, terwijl het leven wenend achterblijft. Zo is het schaakspel geworden tot wat het is: een ritueel, waarvan de geschreven geschiedenis meer dan duizend jaren teruggaat, kunst, wetenschap en godsdienst tegelijk.

Idle Passion
Chess and the Dance of Death
The Village Voice/Simon and Schuster
1975, New York, $7.95
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

23 juli 2012

N-VA, de te slagen hond (Hoegin)

Wie verleden week de Vlaamse régimemedia een beetje gevolgd heeft, zou al snel kunnen denken hebben dat met Jurgen Ceder Mister 70-Puntenplan en de reïncarnatie van het Politiek Geweld tot de N-VA is toegetreden, en daar meteen ook een centrale rol toebedeeld kreeg. Of dat Peter de Roover de N-VA daarover eens flink de levieten las.

Het spreekwoord zegt dat wie een hond wil slaan licht een stok vindt. Je zou dan ook denken dat een hond die nog niet zo lang geleden in Brugge al eens ferm slaag heeft gekregen een beetje omzichtig zou omspringen met het zelf aandragen van potentiële stokken. Maar blijkbaar is een gewaarschuwde hond er geen twee waard, en dus plaatste de N-VA-afdeling van Dilbeek voormalig Vlaams Belanger Jurgen Ceder op de zesde plaats van haar kieslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen van deze herfst. Meer hadden de régimemedia natuurlijk niet nodig om in volle komkommertijd het zwaar geschut nog eens van stal te halen tegen de N-VA.

Deze keer waren het vooral Hugo Camps en Walter Pauli van De Morgen die zich lieten opmerken als haantje-de-voorste om de N-VA-hond eens professioneel neer te knuppelen. Hugo Camps deed dit met behulp van enkele typeringen van Jurgen Ceder die kan noch wal raakten, maar hem wel uitgebreid de kans gaven om zijn pen nog eens in zijn gekende mengeling van azijn en vitriool te dopen. Een mens moet zich op z'n oude dag toch met iets bezig houden, en denken dat hij zo nog een beetje zin aan zijn leven kan geven. Walter Pauli blonk dan weer uit met zijn stuitend oneerlijke beschuldigingen van politiek geweld aan het adres van Jurgen Ceder, met een hevigheid die alleen maar verklaard kan worden door de pertinente misplaatstheid van zulke beschuldigingen vanuit precies zíjn pen.

Maar de krant De Morgen was verleden week niet de enige krant die naam niet echt waardig, al was ze wel met voorsprong de meest kwaadaardige. Bij De Standaard hadden ze het bijvoorbeeld knap lastig met de oefening begrijpend lezen die Peter de Roover hen voorschotelde in het weekblad Knack. Het probleem met Peter de Roover is natuurlijk dat hij geen gemakkelijke stukjes schrijft: correct, interessant, intelligent, doorprikkend, tegen de stroom in, en dan bovendien ook nog eens hier en daar een dikke knipoog—dat is men in de redactielokalen in Groot-Bijgaarden natuurlijk niet bepaald gewoon. En dus dacht men blijkbaar na een vluchtige lezing dat Peter de Roover de N-VA eens ferm de oren gewassen had met zijn opiniebijdrage, reden genoeg om vrijwel onmiddellijk een «Peter De Roover: “De N-VA zit met een probleem”» de wereld in te sturen.

Het zou natuurlijk kunnen dat ík er glad naast zit, maar mij komt het toch eerder voor dat Peter de Roover zijn stukje in de eerste plaats als een bezorgde nonkel heeft geschreven dan wel als een strenge meester die zich bij het huilkoor tegenover de N-VA wilde voegen. De kritiek aan het adres van de N-VA is zelfs opvallend mild: twee van de drie diagnoses zijn ronduit menselijke kwaliteiten, de derde een menselijke zwakte. Of nog, er zijn er die al harder over die partij geoordeeld hebben. Maar tussen de lijnen schuilt er wel een veel hardere kritiek richting Vlaamse (nou ja) media, nog harder dan de kritiek die Peter de Roover hen expliciet al geeft. Volgens hem spelen die media het spel niet eerlijk, en dát is de waren reden waarom de N-VA verleden week in de problemen raakte. Een «nuance» die in de samenvatting van De Standaard niet bepaald goed uit de verf komt. Incompetentie, kwade wil, of heeft ondergetekende ze verleden week ferm zien vliegen?

Labels: , , , ,

Read more...

13 juli 2012

IJsland heeft weinig problemen (vpmc)

.
Onze taal heeft mooie uitdrukkingen die geen verdere uitleg vragen. “Een waarheid als een koe” is er zo een. Ook andere talen hebben zulke uitdrukkingen.
Zo heeft de Duitser het over eine Binsenwahrheit. Maar wat zijn in godsnaam Binsen? Wel, onze koe is niet veraf: het is een soort gras, biesgras namelijk dat algemeen voorkomt op vochtige plekken in het bos. Het behoort tot de soort Scirpus zegt van Dale.* En zelfs al verstonden wij geen Duits, “de biezen pakken” kennen wij wel.
De Engelsen hebben ook hun uitdrukkingen, maar meestal zeggen zij nuchter: a truism.

Bij de Fransman ligt het wat moeilijker. Hun waarheid als een koe heet daar une vérité de la Palice, en dat veronderstelt meteen dat je weet dat Jacques de la Palice (1470–1525) een edelman was, die een prachtig kasteel bouwde, dat nog altijd te bezichtigen is en waar zijn afstammelingen ook nog altijd wonen, en dat die man een kwartier voor zijn dood nog in leven was. Un quart d’heure avant sa mort, il était encore en vie.
.
Politicologen hebben ook zulke uitdrukkingen. In De Standaard dinsdag (p.10) had professor doctor Marc Hooghe, nu in zijn hoedanigheid van socioloog, deze variant: “Als we in IJsland leefden, was racisme misschien geen praktisch probleem.”
Avec des si on met Paris en bouteille, had hij nog kunnen toevoegen, maar dat is weer een andere uitdrukking. Maar dat we hier met een zorgvuldige wetenschapsman te maken hebben, zal iedereen opvallen. De omzichtigheid in zijn “misschien” geeft dat al aan. Ook zijn kwalificatie “praktisch” is heel terecht, want in puur theoretische zin zou dat probleem zich ook in IJsland kunnen voordoen, of wij daar nu woonden of niet.

Minder goed vond ik Hooghe als hij het had over die “diverse werkvloer”, waar leerlingbouwvakkertjes later op belanden. Nu zitten die nog in scholen waar zij “met diversiteit in aanraking komen”, en blijkbaar worden ze daar onverdraagzaam door.
Verbazend is dan de conclusie van de professor (of hij wordt slecht geciteerd we hebben hier met journalistiek te maken): "concentratie versterkt negatieve standpunten". Maar diversiteit in scholen blijkbaar ook?
Misschien hebben dit soort wetenschappers, sociologen, politicologen &c. wel een praktisch probleem met moeilijke begrippen als diversiteit, onverdraagzaamheid, concentratie enzovoort, en moeten ze die eerst eens aan zichzelf uitleggen en een paar operationele definities bedenken. En dan statistiek leren natuurlijk, en vervolgens een andere naam voor hun wetenschap bedenken.
___________________

* Mijn Duden weet daar nog meer over te vertellen: binsenglatte Wahrheit; wohl nach lat. nodum in scirpo quaerere = einen Knoten an der (glatten) Binse suchen, d.h., Schwierigkeiten suchen, wo es keine gibt: allgemein bekannte Tatsache: das ist [doch] eine B.!
.

Labels: , ,

Read more...

2 juli 2012

De Belgische blauwe Zevende Dag (Hoegin)

Eén van de klachten die Luc Rademakers, hoofdredacteur van VRT Nieuws, tegen het boek «De keizer van Oostende» naar voor bracht, was dat het te weinig wederwoord bevatte. En dat zou niet stroken met de normen die de nieuwsdienst van de openbare omroep probeert na te leven. Voor wie al ooit gehoord heeft van het cordon médiatique is dit natuurlijk maar een lachertje, en een eenvoudig overzicht over het aantal politieke gasten in het politieke discussieprogramma De Zevende Dag reduceert zijn uitspraak tot haar ware proporties: een platte leugen.

Voor we de cijfers induiken is het misschien goed eerst even stil te staan bij de vraag welke verdeling over de verschillende politieke partijen we eigenlijk zouden mogen verwachten voor De Zevende Dag . Zo mag je enerzijds verwachten dat grotere partijen ondervertegenwoordigd zouden worden, omdat je nu eenmaal niet met jezelf in debat kan treden, en een discussie met bijvoorbeeld alle fractieleiders een behoorlijke scheeftrekking inhoudt. Anderzijds mag je ook verwachten dat regeringspartijen oververtegenwoordigd zijn, omdat het in zo'n discussieprogramma niet onnatuurlijk is dat een minister al eens op z'n eentje door een journalist aan de tand gevoeld wordt. Maar van partijen die in eenzelfde situatie verkeren, bijvoorbeeld wanneer ze ongeveer even groot zijn en allebei binnen of buiten de meerderheid verkeren, daarvan mag je wel verwachten dat ze min of meer in dezelfde mate uitgenodigd worden. We merkten in januari van dit jaar al op dat dit voor het herfstseizoen van 2011 niet bepaald het geval was, en dat vooral Open Vld wel erg vaak uitgenodigd werd. Wat zijn dan de resultaten voor het pas afgelopen lenteseizoen?

Dit seizoen telde ik in totaal 191 politieke gasten in De Zevende Dag, een voldoende groot aantal om te mogen verwachten dat de gasten min of meer evenredig over de politieke partijen verdeeld zouden zijn. De tijdsspanne van zes maanden is naar mijn mening ook groot genoeg om te kunnen stellen dat de invloed van toevallig brandend actuele onderwerpen beperkt zou moeten zijn. Kijken we dan naar de absolute getallen, en vergelijken we ze met de verkiezingsuitslag van 13 juni 2010 voor de Kamer, dan blijkt meteen dat Open Vld oververtegenwoordigd is met maar liefst 14 gasten. Sp.a mocht 10 keer vaker dan verwacht kon worden komen debatteren, Groen 4 keer, en CD&V 2 keer. PVDA was met 2 uitnodigingen min of meer correct vertegenwoordigd, ook al is die partij niet in het parlement vertegenwoordigd, terwijl LDD eigenlijk een keertje meer had mogen komen dan het uitgenodigd werd. Maar opnieuw zijn het N-VA en Vlaams Belang die stiefmoederlijk behandeld werden door De Zevende Dag: Vlaams Belang werd 12 keer uitgenodigd, precies de helft van waar het volgens de verkiezingsuitslag recht op zou hebben, terwijl N-VA 17 keer te weinig uitgenodigd werd. Opmerkelijk: N-VA is in de Kamer afgetekend de grootste Vlaamse partij, maar moest in aantal gasten toch sp.a en Open Vld voorbij laten gaan. Vooral het contrast tussen N-VA en Open Vld valt op: beide partijen zitten in evenveel regeringen (N-VA in de Vlaamse, en Open Vld in de federale), en toch mocht de half zo grote Open Vld vaker naar de studio's komen dan de N-VA. Dit kan je op geen enkele objectieve manier verklaren, tenzij een politieke agenda van de makers van het programma.

Wat die absolute cijfers echter niet vertellen, is welke partij werkelijk slechter behandeld werd dan een andere. Hoeveel slechter is bijvoorbeeld Groen vertegenwoordigd dan sp.a, als je weet dat Groen maar half zo groot is als sp.a? En wat met de verhoudingen tussen Vlaams Belang en N-VA? Een relatieve afweging, zoals de tabel in bijgevoegde figuur, geeft duidelijk aan hoe de steel precies in de vork zit. De getallen in de tabel kunnen gelezen worden als de mate waarin een stem voor de ene partij beter vertegenwoordigd in De Zevende Dag dan een andere. Het resultaat is bijzonder ontluisterend voor de wederwoordnorm van Luc Rademakers.

Zo is het duidelijk dat De Zevende Dag volgens de VRT in de eerste plaats een blauwe dag is, terwijl Vlaams Belang bijzonder sterk ondervertegenwoordigd blijft. Vergelijken we even de twee uitersten, dan blijkt dat Open Vld per stem drie keer vaker naar De Zevende Dag mocht komen dan Vlaams Belang. Die factor is veel te groot om door de federale regeringsdeelname alleen verklaard te kunnen worden. Ook vergeleken met CD&V en N-VA is Open Vld trouwens duidelijk oververtegenwoordigd in De Zevende Dag.

Op de tweede plaats, na Open Vld, volgen sp.a en Groen, die min of meer evenredig vertegenwoordigd zijn. CD&V was in absolute cijfers wel oververtegenwoordigd, maar tegenover Open Vld en sp.a is ze wel duidelijk ondervertegenwoordigd. Over LDD en PVDA is het dan weer moeilijk uitspraken doen omdat ze zo klein zijn, en slechts één enkele uitnodiging meer of minder kan al snel een groot verschil maken.

Aan de kant van de ondervertegenwoordigden is het echter duidelijk dat N-VA sterk ondervertegenwoordigd is tegenover Open Vld, en duidelijk ondervertegenwoordigd tegenover alle andere partijen, met uitzondering van Vlaams Belang. Vlaams Belang is sterk ondervertegenwoordigd tegenover Open Vld, sp.a, Groen en CD&V, maar is ook duidelijk ondervertegenwoordigd tegenover de N-VA. Merk op dat het feit dat de N-VA in de Vlaamse regering zit enerzijds, en dat ze dubbel zo groot is als Vlaams Belang anderzijds, twee aspecten zijn die mekaar gedeeltelijk neutraliseren. Bovendien houdt deze tabel geen rekening met de wijze waarop Barbara Pas in de uitzending van 29 april belandde, d.w.z. pas nadat Sarah Smeyers van N-VA geweigerd had in debat te treden met Dirk Kops over de zaak–Scott Manyo. In tegenstelling tot wat de absolute cijfers suggereren, is het dus wel degelijk Vlaams Belang dat het zwaarst getroffen wordt door het gebrek aan wederwoord in De Zevende Dag.

Wat is dan van dit alles de conclusie? Dat De Zevende Dag in de eerste plaats een Belgische dag is, met dan nog een overwegend blauw tintje. Zowel N-VA als Vlaams Belang worden op schromelijke wijze achteruit gesteld. Wat Vlaams Belang betreft is de scheeftrekking zo stuitend, dat je je afvraagt waar Luc Rademakers eigenlijk het lef vandaan haalt om nog maar het woord «wederwoord» in de mond te nemen. Een politiek of journalistiek fatsoenlijke verklaring voor het feit dat Groen, per slot van rekening nog altijd een kopje kleiner dan Vlaams Belang en even goed zowel Vlaams als federaal een oppositiepartij, zelfs de helft vaker aan tafel mocht aanschuiven dan Vlaams Belang, die bestaat niet.

Labels: , , , , ,

Read more...

1 juli 2012

Verbelging van de Europese Unie zet zich door (Hoegin)

Met het Europese akkoord over de rechtstreekse herkapitalisatie van noodlijdende banken door het ESM zoals dat in de nacht van donderdag op vrijdag gesloten werd, zet de verbelging van de Europese Unie onder leiding van Herman van Rompuy zich alweer een beetje verder door. Stukje bij beetje worden van Noord naar Zuid geldpijplijnen opgebouwd, terwijl je er gif op mag innemen dat morgen al de verplichtingen van de begunstigden heronderhandeld zullen dienen te worden. Dat de constructie duidelijk tegen de wil van het betalende gedeelte van de unie opgezet wordt lijkt bovendien bij de EU-elite vooral extra genoegen op te wekken.

Het bereikte akkoord werd in de pers vooral omschreven als een Duitse toegeving, ja zelfs knieval, onder druk van de Zuid-Europese landen, en natuurlijk de financiële markten. In tegenstelling tot wat de Duitse bondskanselier Angela Merkel enkele dagen geleden nog verkondigde, zal vanaf nu wel rechtstreeks hulp verleend kunnen worden aan de Zuid-Europese noodlijdende banken. In principe is het beeld echter genuanceerder, omdat dit pas zal kunnen nadat een centrale Europese waakhond opgericht is die toezicht zal houden op de banken die van de steun kunnen genieten. Is het echter zonneklaar dat diverse Spaanse en andere Zuid-Europese banken zich binnenkort aan een ferme injectie euro's mogen verwachten, dan is het al een pak minder duidelijk onder welke voorwaarden dat precies zal gebeuren. Of nog: de Noord-Europese verplichtingen zijn nu reeds tot in de puntjes gekend, maar over de Zuid-Europese verplichtingen zal later nog eens onderhandeld en vooral veel gepalaverd dienen te worden. Komt het de lezer allemaal een beetje bekend voor?

Bovendien: als er al strenge voorwaarden komen waaraan de banken zullen moeten voldoen, hoe lang zal het dan duren eer men terug zal willen komen op de bevoegdheden van de waakhond? En ook, zullen eventuele sancties niet door de politieke leiders weggewuifd zullen worden omdat je in tijden van acute crisis nu eenmaal niet te veel discipline mag eisen van de geholpenen? Een Kathleen van Brempt zal trouwens ook dan weer met veel emotie in de stem komen beweren dat het allemaal de schuld van die arme Zuid-Europeanen niet is, en dat enig toezicht vanuit Noord-Europa op wat er met de toegeschoven middelen precies uitgespookt wordt dus ten zeerste ongepast is. Om niet te zeggen dat het eigenlijk feitelijk allemaal vooral de schuld van Noord-Europa is, en dan in het bijzonder het rechtse Duitsland.

Met andere woorden, de verbelging van de Europese Unie heeft zich met dit akkoord weer een stapje verder doorgezet. De Noord-Europese verplichtingen zijn vanaf nu immers niet alleen gekend, maar zullen als een verworven recht worden beschouwd, en op de verplichtingen voor Zuid-Europa zullen we het later nog wel eens hebben, wanneer een nieuw Mediterraan mes op de Germaanse keel gezet kan worden. We zouden zeggen: dit is België in het groot, maar met dit verschil dat Duitsland en de rest van Noord-Europa voorlopig nog mogen weten hoeveel geld ze precies in de bodemloze Middellandse put moeten storten. Misschien is ook dat een punt waar een volgende EU-top nog iets kan aan verhelpen? Ondertussen horen we Herman van Rompuy graag zeggen tijdens een interview met het Journaal van de VRT dat solidariteit gekoppeld dient te zijn aan verantwoordelijkheid. (Hoeft het te verbazen dat Paul Magnette en Elio di Rupo niet bepaald van blijdschap stonden te springen over dit akkoord?) Maar toen diezelfde Herman van Rompuy nog eerste minister was van ons aller geliefde landje België, toen was het zelfs nog teveel gevraagd om in ruil voor de brede Vlaamse solidariteit een klein beetje respect op te brengen voor de territoriale integriteit. Toen ging hij zelfs zélf als een dief in de nacht bij Franstalige en aanverwante parlementen belangenconflicten afsmeken tegen een wetsvoorstel dat hij zelf mee had ingediend!

Over nachten gesproken, konden ook deze keer de onderhandelingen het daglicht niet verdragen, zodat alles bedisseld diende de worden in het holst van de nacht, ja zelfs tegen de dageraad aan? Of met andere woorden: het moment waarop vampieren terug in hun kist kruipen? Heeft het er misschien iets mee te maken dat het volledig indruist tegen de wil van het betalende deel van de bevolking? Voor de politieke «leiders» is dat laatste natuurlijk geen bezwaar, om niet te zeggen een extra dikke kers op de romige taart. Onze «opiniemakers» in onze «kwaliteitsmedia» –voor zover zij natuurlijk werkelijk veel invloed zouden hebben op de Vlaamse bevolking– liggen er alvast ook niet wakker van, en verheugen zich zoals Bart Sturtewagen in de De Standaard zelfs over het bereikte akkoord. Als er al een minpuntje aan het akkoord zit, dan wel dat het er al veel eerder had moeten komen – lees: dat Duitsland al een paar maanden geleden had moeten plooien. Ook dat klinkt allemaal bekend. Maar hoe dicht kan je redactielokaal eigenlijk bij de Wetstraat 16 (en de Brussels-Belgische salons) gelegen zijn om een passage als de volgende uit je toetsenbord te toveren, zonder daar meteen ook de sleutelwoorden «PS» en «index» bij te tikken?
Blijkbaar kan dit Europa nog steeds geen beslissingen nemen op het moment dat zonneklaar is geworden dat ze nodig zijn. Dat kan alleen met het mes op de keel.
Ik laat het dan ook aan de lezer over te antwoorden op Bart Sturtewagens vraag of we nu blij of boos moeten zijn…

Labels: , , , , , ,

Read more...

29 juni 2012

Zou hij nu alweer gelogen hebben? (vpmc)

.
Als iemand verklaart dat het eergisteren geregend heeft, terwijl iedereen weet dat de man van meteorologie helemaal niets kent en wel vaker uit zijn nek kletst, dan nog kan het eergisteren geregend hebben.
In de politiek is dat niet anders. Als een politicus zegt dat een collega van hem ooit, ergens iets heeft verklaard, dan mag hijzelf nog als fabulator bekend staan, of zelfs als notoire feitenontkenner, een soort negationist: hij kan niettemin gelijk hebben.

Van Karel De Gucht bijvoorbeeld is bekend dat hij premier Balkenende in een interview ooit een Harry Potter noemde, en ook is bekend dat Karel dat achteraf probeerde te ontkennen. In eerste instantie wilde hij zelfs ontkennen dat er een interview was geweest. De interviewende journalist was een leugenaar in dat geval, maar helaas had de man zijn geluidsbestandje met daarop die uitspraak van Karel nog niet in de vuilnisbak gegooid.
Goed, dat is allang vergeven en vergeten, en zo manifest heeft Karel daarna nooit meer gelogen – behalve dan misschien in fiscale kwesties of in kwesties van voorkennis, maar dat moet nog blijken.
.
Ander onderwerp: dat er in het politieke debat meer kwaliteit moet komen, daar is iedereen het over eens, ook Karel, en hij benadrukte dat sterk in "De Ochtend", het Radio1-programma waar Lisbeth Imbo eertijds nog gastvrouw van is geweest. Onder haar leiding had Karel daar een tweegesprek met Bart De Wever. Bart mocht wel eens wat meer kwaliteit in het debat brengen vond Karel, en hij gaf meteen zelf het goede voorbeeld:



KDG: En dat is het politieke debat zoals het moet gevoerd worden. Wat is het verhaal van de N-VA? Als we alleen waren, met de Vlamingen allemaal bij mekaar, dan moeten we niet meer betalen voor de Walen, en dan gaan we minder belastingen betalen, gaan we ons veel beter thuis voelen [BDW: dat was dat niveau?] want Vlaanderen [dat is het niveau waar dat u over spreekt?] want Vlaanderen, dat is eigenlijk de ideale omgeving waarin je een ethische gemeenschap kan opbouwen, waarbij je met andere woorden hetzelfde kan denken. Ja, ik heb niet de indruk dat iedereen in Vlaanderen hetzelfde denkt, en maar gelukkig ook. Dat is het verhaal van de N-VA. En wat ik dus doe, in dat artikel en in –euh… ik ben bezig aan een boek, dus er komt nog wel meer– is dat verhaal ontkràchten en zeggen: dat is helemaal niet waar wat die mensen zeggen!
BDW: Als ik een woordvoerder nodig heb, dan zal ik u niet bellen. Als ik een verhaal heb, dan vertel ik dat liever zelf. En dàt vind ik het gebrek aan niveau. Spreek over uw eigen verworvenheden, [KDG: ik heb dat gedaan] over uw eigen verhaal, zeg wat de VLD te bieden heeft, verdedig uw eigen beleid. Wat ik vaststel is dat men alleen nog maar inderdaad over ons kan spreken, en een karikatuur maakt van ons verhaal. Dat verhaal dat u vertelt, dat herken ik zelfs niet hé, over die ethische gemeenschap waar iedereen hetzelfde denkt. Waar hààl je dat? [Dat hebt ge gezegd] Ik investeer nu zoveel [letterlijk gezegd] Dat heb ik helemaal niet gezegd.
.
Ja, hoe zit dat nu? Heeft De Wever dat gezegd, letterlijk nog wel, of niet? Een van de twee liegt, dat staat vast volgens Aristoteles of anders volgens Archimedes.
Maar wie van de twee, Bart of Karel liegt hier? Op statistische gronden denk ik in dit geval Karel, vanwege zijn eerbiedwaardige track record, maar het kan misschien toch Bart zijn, want die heeft ook wel eens rare dingen gezegd. Zo zwoer hij ooit nog bij hoog en bij laag dat hij het cordon sanitaire verwerpelijk vond, maar Bart heeft nadien dat cordon toch voorbeeldig nageleefd.
.
Wij blijven in het ongewisse.
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

27 juni 2012

Vox e sepulcro (vpmc)

.
Rik Van Cauwelaert schrijft deze week in Knack:
Nog voor hij zijn plan ontvouwde liet Herman Van Rompuy zich in de Duitse krant Die Welt ontvallen: ‘Ik word elke dag bozer wanneer ik zie dat wij ons destijds in zulke avonturen hebben gestort zonder gemeenschappelijk beleid.’ Wie dat 12 jaar geleden durfde te zeggen werd als een verkrampte nationalist, in het beste geval als een euroscepticus weggezet, ook door de kopstukken van Van Rompuys eigen CD&V.
.
Dat is bijzonder vriendelijk uitgedrukt, want Van Cauwelaert had ook kunnen schrijven: “...niet enkel door de andere kopstukken van Van Rompuys eigen CD&V, maar ook door de man zelf, en nog jaren later.”
.
Ik lees namelijk op pagina 107 in Red de Vrije Markt, het nieuwe boek van Johan Van Overtveldt, een uitspraak van de Amerikaanse econoom Milton Friedman (1912-2006), uitspraak van een jaar voor zijn dood. Friedman zei toen over de euro: “Het is slechts een kwestie van tijd voordat de monetaire unie zal geconfronteerd worden met een crisis die snel existentiële vormen zal aannemen. Als het zover is, zal het alle hens aan dek zijn om te beletten dat de hele Europese eenheidsgedachte tegen de vlakte gaat.”
.
Van Overtveldt schrijft dat hij die uitspraak nog in 2005 zelf citeerde, pas zeven jaar geleden dus, en dat hier toen overal hoongelach weerklonk: “Hoe kon ik zo dom zijn nog enige relevantie te geven aan de uitlatingen van een drieënnegentigjarige extreemrechtse ideoloog, die trouwens Europa nooit een goed hart had toegedragen, zo wierp Herman Van Rompuy, in die dagen gewoon volksvertegenwoordiger in het Belgische parlement, me meesmuilend voor de voeten.”
.
Toch flink vervelend voor onze President, zo'n stem uit het graf.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

18 juni 2012

Links en de Gravensteengroep

Onlangs presenteerde de Gravensteengroep in het auditorium van het Vlaams parlement de gebundelde editie van een tiental manifesten, onder de titel “Land op de tweesprong”.
Zelf is ondergetekende een van de medeoprichters van de groep. Ik schreef in 2008 het ontwerp voor het eerste manifest, maar verliet het gezelschap vrij snel, omdat de republikeinse versnelling ontbrak: men nam en neemt blijkbaar nog altijd genoegen met een “ontgrendeld” Vlaanderen in een soort confederaal België.
Zoals bekend ijvert de groep voor een links-flamingantisch alternatief, en wil ze aantonen dat de Vlaamse eisen ten onrechte door (extreem-)rechts gemonopoliseerd worden. “Wij zijn verontrust door het feit dat in de recente discussies over de staatshervorming de indruk wordt gewekt dat redelijke en rechtvaardige Vlaamse eisen telkens weer met extreem-rechts gedachtegoed worden geassocieerd”,- zo klinkt het op de webstek.
De Gravensteengroep vecht dus, naar eigen zeggen, vooral tegen een perceptieprobleem. Maar hoe reageert ondertussen de linkerzijde zelf? Precies: met een groot Non. Heel het Vlaamse cultureel establishment en politiek-links zetten zich tegen de groep af, met een hardnekkigheid die het vermoeden voedt dat het niét zomaar om een perceptie gaat, maar om bittere realiteit: alleen rechts trekt zich de Vlaamse zaak aan.
Daarmee wordt alles van op de kop terug op zijn poten gezet: niet rechts “monopoliseert” het flamingantisme,- het is links dat er zich systematisch van distantieert. Dat bleek uit minstens drie commentaren naar aanleiding van de publicatie van de manifestenbundel.

In De Morgen van 13 juni j.l. loste redacteur Karl Van den Broeck het schot voor de boeg: naar zijn aanvoelen zit er te weinig “klassebewustzijn” (sic) in de manifesten, en overheerst het aloude kaakslagflamingantisme. Hij stelt zich grote vragen over de representativiteit van de groep, en eindigt zelfs met de existentiële conclusie dat het eigenlijk meer een bezigheidstherapie betreft (“Zou het kunnen dat de zelfbewuste oude mannen die de Gravensteengroep domineren zelf de hoop hebben opgegeven? Geloven ze écht in de wederopstanding van links?”). Inderdaad oogt de groep als een derdeleeftijdclub, geanimeerd door cabaretier Dirk Denoyelle en één assistente, te weten de jonge en niet onknappe Tinneke Beekman (VUB).
Van den Broeck vertrouwt het links-progressistisch parfum van Vermeersch en C° dus voor geen haar. In dezelfde stijl, maar extremer nog, fulmineert Paul Goossens tegen de “Boerka-flaminganten” van de Gravensteengroep (column in De Standaard van 16 juni). Aan de manifesten maakt hij geen woord vuil, maar de fameuze (en ondertussen door hemzelf herroepen) uitspraak van Etienne Vermeersch dat “de boerka als symbool veel erger is dan de swastika”, is voor Goossens het ultieme bewijs dat links en flamingantisme fundamenteel niét kunnen samengaan. De groep “….die probeerde de N-VA-doctrine over het terminale België en de Vlaamse onafhankelijkheid in de artistieke, intellectuele en progressieve salons te slijten” (sic) kan zoveel peroreren als ze maar wil,- links lust er geen pap van.

Een niet-geconsumeerd huwelijk

En dan is er de “Open brief aan Jan Verheyen van de Gravensteengroep” vanwege acteur en PvdA-militant Dirk Tuypens. Het is een repliek op Verheyens kritiek, geuit in het boek “Land op de tweesprong”, jegens de actie “Niet in onze naam”.
Voor Tuypens staat de homogeen-rechtse toonaard van het Vlaams-nationalisme, in dienst van het neoliberale wereldkapitalisme, buiten kijf: “Onze argumentatie ligt in het politieke programma van het Vlaams-nationalisme. Dat programma ligt helemaal in de lijn van wat Riccardo Petrella de “Universele Kapitalistische Theologie” noemt. In deze rechtse leer staat de concurrentie centraal en wordt de waarde van een mens afgemeten aan zijn of haar concurrentievermogen.”
Dirk Tuypens is voor België, voor de transfers, en voor de multicultuur. Ook hier pakt de Gravensteenmayonaise niet, en wordt de uitval van Jan Verheyen gezien als het bewijs dat de retoriek van de groep pro democratie en pro solidariteit slechts een façade is.
Tuypens heeft overigens een punt, als hij stelt dat de Gravensteengroep de N-VA achternaloopt. Ik heb dat kunnen vaststellen tijdens de verschillende speeches op de boekpresentatie, en in een gesprek achteraf met Karel Gacoms, ABVV-topman en lid van de groep. Men heeft blijkbaar niet de moed om tegen de De Wever-tsunami in te gaan, en versterkt zo het vooroordeel waartegen men te keer gaat. Verheyen heeft zich geout als N-VA-aanhanger, Rondas zetelt zelfs voor die partij in de beheerraad van de KVS. Ook van Karl Drabbe, topman en woordvoerder van Pelckmans die de gebundelde manifesten uitgaf, is de N-VA-signatuur bekend.
De VOKA-doctrine van De Wever en C° is dus de economische onderbouw van een links-progressistisch missionarissenverhaal. Deze fundamentele inconsequentie heeft zware gevolgen voor de intellectuele geloofwaardigheid van de groep. Wie wil ze bereiken? Waar situeert ze zich in het Vlaamse politieke landschap?
Het opmerkelijke is daarbij, dat er momenteel maar één Vlaamse partij de kaart trekt van de republikeinse idee gekoppeld aan een sterk sociaal (en volgens de klassieke logica dus “links”) programma, en dat is het … vermaledijde Vlaams Belang, dé uitverkoren pispaal van Vermeersch en C°.

De drie teksten van Van den Broeck, Goossens en Tuypens lijken anderzijds te wijzen op een solide afwijzingsfront van klassiek-links tegenover de Gravensteengroep. Het lijkt op een niet-geconsumeerd huwelijk. Het verborgen verdriet van de groep is ernstig, en roept meteen de vraag op naar het maatschappelijk en politiek draagvlak ervan. Vertegenwoordigen Vermeersch en C° nog meer, behalve zichzelf? Spreken ze echt in naam van een beduidende links-flamingante stroming? Of is het een leger met enkel een vlag en twintig generaals? Uiteraard zijn er de goeie 14000 handtekeningen op de webstek, maar ik heb zo’n vermoeden welke kiezers van welke Vlaamse partijen die in hoofdzaak leveren. Niet de SP.a of de PvdA alvast.
Ook het links-progressistische Spirit van Bert Anciaux dacht even van zichzelf dat het een “andere” Vlaamse grondstroom had aangeboord, tot bleek dat dit pure gebakken lucht was. Anciaux heeft nu tot aan zijn pensioen onderdak gevonden bij de fundamenteel anti-flamingante sp.a.
Een verdere conclusie zou kunnen zijn dat bijvoorbeeld de stokoude ex-KP-er Jef Turf misschien nog wel zweert bij het links-rechts-antagonisme (“links is OK, rechts des duivels”), maar dat de groep allicht wat meer politieke verbeelding aan de dag zal moeten leggen, en zal moeten inzien dat ook het Vlaams Belang een stuk van het grote verhaal vertegenwoordigt. En dat bijvoorbeeld ook het cordon sanitaire als een francofone grendelstrategie heeft gewerkt.
Tenslotte staat die fameuze Vlaamse grondstroom, waar J.P. Rondas het vooral over heeft, behoorlijk kritisch tegenover de islam, de multiculturele mythe, Europa, en de ongebreidelde migratie. Waardoor ze dus, tja, in de klassieke terminologie tamelijk naar “rechts” neigt.

Meer dan tijd dus voor de Gravensteengroep om van onder de Vermeersch-schaduw uit te kruipen en zich grondig en vrijmoedig over haar missie te bezinnen. Men kan niet in een wolk blijven leven.

Johan Sanctorum

Read more...

14 juni 2012

Vlaanderen zonder grendels


“Verkrampt”, “gehecht aan hun klokkentoren”, “rechts”, die negatief bedoelde bijvoeglijk naamwoorden vereenzelvigt men doorgaans met de Vlaamse beweging. Maar sinds kort gaat er een nieuwe stem op: links flamingantisme. Nou ja, nieuw: de Vlaamse beweging is opgestart door liberalen, die in de 19de eeuw als links golden, communisten hebben voor Vlaanderen gestreden, binnen de socialistische partij waren ooit Rode Leeuwen bedrijvig, en het links-flamingantische maandblad Meervoud met zijn jaarlijkse Sociaal-Flamingantische Trefdag timmert al jaren aan de weg. Maar goed, door de opkomst van het Vlaams Blok is de Vlaamse Zaak in de jaren ’90 exclusief met extreemrechts vereenzelvigd, en enige verrassing is dus onvermijdelijk als de linkerzijde evenzeer haar Vlaams gezicht laat zien.



De Gravensteengroep

De Gravensteengroep is in Gent in 2008 ontstaan uit verontwaardiging met de huichelachtige vakbondsactie van eind 2007: “Red de solidariteit”. Dat kwam vakbondsman Karel Gacoms getuigen op de boekvoorstelling van de gebundelde tien Gravensteenmanifesten: Land op de tweesprong. Manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen. Dat was de oorzaak, maar de aanleiding was de reportage door Chris Michel over hoe Vlaamsgezindheid loopbaankansen fnuikt. Belgicisme daarentegen is een uitstekende carrièrezet.

Maar goed, de Belgische transfers, die al aan gang zijn zolang België bestaat, worden gerechtvaardigd als zijnde “solidariteit”, ook toen Vlaanderen arm was. Tegenover (gedwongen) financiële solidariteit, ruimschoots in aanbod bij de Vlamingen, staat politieke loyauteit, en die ontbreekt bij de Franstaligen. Zie net nog hoe Kamervoorzitter André Flahaut in Frankrijk de waarheid over Vlaanderen meende te moeten vertellen. De Franstaligen verketteren Vlamingen die niet in de Belgische eenheid geloven, maar spreken zelf kwaad over Vlaanderen waar ze maar kunnen. Zou het bij zoveel onmin niet rationeler zijn, uiteen te gaan? Of zoals zelfs de rabiaatste Vlaams-nationalisten zeggen: als vrienden uit mekaar te gaan. Het softe IJzerbedevaartcomité trad hen bij: ”Waalse vrienden, laten we scheiden.” Maar de Franstalige media en elite, zelfs vele zogenaamd gematigden, haten ons, zoals een schuldenaar zijn schuldeiser haat. Er is dus weinig aanleiding voor vriendschappelijkheid en des te meer reden voor zelfbestuur, vrij van de Franstalige schoonmoeder.

Het is ook een mythe dat de flaminganten onverdraagzaam zijn tegen mede-Vlamingen die hun analyse niet delen. Bas Heijne en andere Hollanders hebben zich laten wijsmaken dat belgicistische Vlamingen martelaren zijn die uitgemaakt worden voor “slechte Vlamingen”. Een google-zoektocht leert echter dat geen enkele flamingantische instantie die term gebruikt. Het is een nep-geuzennaam die de belgicisten zichzelf opspelden. Zoals het hele belgicisme nep is; alleen de haat tegen Vlaanderen is echt.



De manifesten

Het gepubliceerde boek omvat de tekst van de tien manifesten en een reeks begeleidende artikels over de politieke achtergronden en over de reacties. Verder zijn er de foto’s van Johan Swinnen, niet altijd duidelijk verband houdend met Vlaanderen maar wel mooi. De lay-out maakt dit boek tot een plezier voor het oog.

Het voorwoord en menig manifest is geschreven door de invloedrijkste denker van Vlaanderen, prof. em. Etienne Vermeersch. Zijn linkse palmares kan veel dedouaneren, zelfs een hoofddoekkritisch standpunt, maar niet zijn Vlaams engagement. Zo verdedigde Stefaan Van Hecke, Groen Kamerlid, in De Morgen het belgicisme tegen een eerdere vrije tribune van Vermeersch in. Hij beschuldigde Vermeersch er van “misleiding”, “demagogie” en een “foute bewering”. (7-9-11)  Vermeersch haalde de krant enkel omwille van de verkoopscijfers, Van Hecke omdat de redactie achter hem stond. Gravensteenlid Jean-Pierre Rondas mocht zijn columns in dat dagblad niet meer publiceren toen hij zich als Vlaamsgezind outte.

Zelden werd een boekvoorstelling opgeluisterd door een Dirk Denoyelle, lid van de Gravensteengroep en in dit boek de auteur van een zeer goede beschouwing over collega’s die voor België kiezen. Hij deed premier Elio di Rupo, zanger Arno en koning Albert 2 na, en bracht de aanwezige flaminganten warempel aan het lachen. Zeg niet dat pleitbezorgers van Vlaams zelfbestuur geen gevoel voor humor hebben.



Tegen de KKK

De Gravensteengroep afficheert zich als links, en de meeste leden hebben (in verscheiden mate) inderdaad hun linkse sporen verdiend. Zij trekken ten strijde tegen Koning, Kerk en Kapitaal, de rechtse steurpilaren onder België. Er kunnen dan ook vragen gesteld worden bij het “linkse belgicisme” van bv. de stalinistische PvdA, die in het Vlaamse dossier tegen deze KKK aanschurkt.

Typisch links, maar niet onjuist, is deze opmerking van prof. Hendrik Vuye tijdens de boekvoorstelling: “Het VB heeft het probleem verergerd.” Hij gaf daarmee de diagnose van het kunstenaarsbelgicisme, het verschijnsel van de Dansaert-Vlamingen. Voorzover zij uit overtuiging handelen, is het de vereenzelviging van Vlaams met Rechts door het VB (of door diens vijanden) die hen in het belgicistische kamp heeft doen belanden. Ook de vrees dat een onafhankelijk Vlaanderen de linkerzijde permanent in de minderheid zou duwen (waarbij CD&V en OVLD gemakshalve als “centrumrechts” geklasseerd worden, tegen hun eigen centrumlinkse zelfomschrijving in), speelt hier een rol, maar volgens de auteurs ten onrechte: ook in het Vlaanderen van Dimitri Verhulst en Humo heeft links een groot potentieel, maar de kiezer stemt eerder rechts omdat de linkse partijen voor België en dus tegen Vlaanderen zijn.

Breder geldt het emotionele argument dat de Vlaamse beweging kleinzerig is en  niet aan het Gelaat van de Ander toekomt. Dat is echter naast de kwestie, want de huidige generatie Vlaamsgezinden wil slechts zelfbestuur uit rationele beweegredenen van efficiëntie en democratie. Maar voorzover emoties belang hebben, is hier het ervaringsfeit van toepassing dat Vlaanderen als thuis aanvoelt, Wallonië als buitenland. Doe de Nathalie-Meskens-test: neem alle dorpen en steden waar meer dan een marginaal percentage van de bevolking deze artieste kent, en je hebt heel nauwkeurig Vlaanderen. Het is gewoon een feit dat Vlamingen en Walen naar verschillende komieken en TV-programma’s kijken, verschillende schrijvers lezen, kortom een verschillend cultureel referentiekader hebben.

Maar zoals gezegd, de artiesten uiten zich hoofdzakelijk als Belgisch omwille van de voordelen, eerder dan uit overtuiging. Niemand gelooft dat de Clouseau-broers uit de frontlijngemeente Sint-Genesius-Rode in hun pro-België-lied uit hun hart en hun eigen ervaring spreken.



Grendel

De Gravensteenmanifesten zijn tien manifesten tegen vergrendeling, want grendels zijn onverenigbaar met de democratie. Naast de formele grendels ingesteld door de opeenvolgende staatshervormingen zijn er ook nog de informele, zoals de voorgestelde paritaire senaat, de samenvallende verkiezingen of de unitaire kieskring. Grendel is, zo merkte Jean-Pierre Rondas op, een monster uit de Beowulf. Zoals de Dondergod (gekerstend tot Sint-Joris of Sint-Michiel) de Draak doodde, zo moet de Vlaming de grondwettelijke grendels verbrijzelen. Wij merken daarbij op: Vlamingen van wijlen Lode Claes tot recent nog Brecht Arnaert hebben hetzelfde betoogd, maar typisch aan onze situatie is nu juist dat wij aan de grendels niets meer kunnen veranderen, tenzij door het Belgisch kader op te blazen.

De  Vlamingen zijn daarover zalig onwetend en kennen hun eigen geschiedenis niet. In De Standaard (1 juni 2012) noemde Kristien Hemmerechts de officiële eentaligheid in de Vlaamse Rand “onverenigbaar met de democratie”. Maar het zijn juist de Franstaligen die de eentaligheid oplegden, namelijk de eentaligheid van Wallonië, tegen de Vlaamse beweging die tot begin 20ste eeuw de tweetaligheid van een unitair België vroeg. Het is dan en daardoor dat de Vlaamse beweging het geweer van schouder veranderde en de eentaligheid van Vlaanderen begon te eisen. Overigens is een Kristien die dure woorden als “democratie” in de pen neemt (en dat dan nog uitgerekend in een pleidooi voor het intrinsiek antidemocratische België) als dat schoolmeisje waarvan je je bezorgd afvraagt: “Waar gaan die grote woorden met dat kleine meisje naartoe?”

Deze onwetendheid wordt door de (naar aardrijkskundige situering) Vlaamse media bevorderd. Verschillende sprekers haalden uit naar het ooit Vlaamsgezinde dagblad De Standaard, waar Marc Reynebeau e.v.a. zich regelmatig vrolijk maken over de Vlaamse “identiteit” en over elke politieke uiting van Vlaamsheid, onlangs bv. over het fameuze Handvest van de Vlaamse “natie”. Van Le Soir en zelfs van De Morgen kan men dit anti-Vlaamse gedrag begrijpen, want zij blijven trouw aan zichzelf, maar De Standaard is nog steeds het bewijs aan het leveren dat zij de Vlaamsgezindheid echt afgezworen heeft.

Tijdens De Zevende Dag, daags na de boekvoorstelling, debatteerde een rustige Jan Verheyen over zijn Gravensteen-engagement met de genoemde Reynebeau. Toen deze de V-partijen op hun “verantwoordelijkheid” wees door hen eraan te herinneren hoe ingewikkeld de politiek wel is, merkte Verheyen op dat juist België voor extra ingewikkeldheid zorgt. Wat de belgicisten onvermijdelijk noemen, wordt met een eenvoudige blik over de grens plots gemakkelijk. Zelfs federalistische staten als Duitsland of Zwitserland hebben een veel eenvoudiger bevoegdheidsverdeling dan het koninkrijk België. Dit land is niet langer leefbaar, en het blijkt dat men niet rechts hoeft te zijn om dit in te zien.



Gravensteengroep: Land op de Tweesprong. Manifesten ter ontgrendeling van Vlaanderen, Pelckmans, Kapellen 2010, 183 pp., ISBN 978 90 289 6734 2.


Labels: , , ,

Read more...

10 juni 2012

Vlaams Belang als hefboom voor N-VA (Hoegin)

Een tijdje geleden liet Jan Jambon, N-VA-fractieleider in de Kamer, in een interview verstaan dat het uitgesloten is dat de N-VA deze herfst in welke gemeente dan ook een coalitie zou aangaan met het Vlaams Belang. De reden zou zijn dat als de N-VA in één gemeente in zo'n coalitie zou stappen, de traditionele partijen in alle andere Vlaamse gemeenten automatisch zouden weigeren om nog met de N-VA te praten. Maar houdt dit dreigement of deze stelling wel steek?

Voor de ongeduldige lezer geven we meteen het antwoord op de vraag: neen, deze stelling houdt geen steek. De hoofdreden daarvoor is dat het dreigement loos is, want ofwel stelt het probleem zich niet, ofwel zullen de traditionele partijen zich na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober niet in een positie bevinden waarin ze hun dreigement hard kunnen maken. (Merk overigens op dat de traditionele partijen dit dreigement niet bevestigd hebben, maar anderzijds toch ook niet ontkend.) Maar als de N-VA deze herfst het Vlaams Belang actief mee in het cordon sanitaire drukt, dan moet er naar een andere reden gezocht worden dan de vrees om in de Vlaamse gemeenten niet aan de bak te kunnen komen. En 2014 duikt dan al snel op.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van deze herfst bestaan er eigenlijk twee hoofdscenario's wat betreft de N-VA en het Vlaams Belang, met telkens twee subscenario's. In het ene hoofdscenario halen N-VA en Vlaams Belang samen vrijwel nergens of slechts in een handvol gemeenten een zogenaamde V-meerderheid in de gemeenteraden, in het andere spreken we over enkele tientallen dorpen en steden, misschien wel tegen de honderd aan. Binnen beide scenario's hangt het er dan nog van af welke politieke situatie er in Antwerpen uit de bus komt. Met partijvoorzitter Bart de Wever als lijsttrekker en uitgesproken burgemeesterskandidaat zet de partij zwaar in op de Scheldestad, en wat daar gebeurt zal ongetwijfeld zijn weerslag hebben op de rest van Vlaanderen.

Om met het gemakkelijkste scenario te beginnen: als de N-VA en het Vlaams Belang samen in vrijwel geen enkele gemeente een meerderheid halen, dan is er eigenlijk geen probleem. Er is dan immers geen enkele reden waarom N-VA zo nodig met het Vlaams Belang scheep zou moeten gaan in die paar gemeenten waar ze net zo goed met de traditionele partijen een coalitie kan vormen – tenzij ze er juist een punt van zou willen maken aan te tonen dat ze wél samen met het Vlaams Belang wil besturen. Let wel, dit scenario zou betekenen dat N-VA het beduidend slechter zou doen dan wat de peilingen momenteel lijken aan te geven. De uitlatingen van Jan Jambon tonen echter aan dat dit geen scenario is waar de partijleiding van de N-VA nog veel rekening mee houdt, en dit is waarschijnlijk ook niet het draaiboek waar ze op dit moment het meeste energie in hoeven te steken. Dat dan bovendien Antwerpen één van de weinige gemeenten zou zijn waar zo'n V-meerderheid uit de bus zou komen is al helemaal onwaarschijnlijk. De grote aanwezigheid van allochtone kiezers in 't Stad doet vermoeden dat een pak andere gemeenten in de provincie Antwerpen eerder aan een V-meerderheid zullen raken dan precies de provinciehoofdstad.

Maar wat als N-VA en Vlaams Belang in een stuk of vijftig gemeenteraden over een meerderheid zouden beschikken? Het lijkt me weinig waarschijnlijk dat de traditionele partijen dan hun dreiging hard zouden durven maken om elke samenwerking met de N-VA uit te sluiten als die partij in één of enkele gemeenten een bestuursakkoord met het Vlaams Belang zou aangaan. Op die manier zouden ze zich immers zelf automatisch uitsluiten van het bestuur in… precies, een stuk of vijftig Vlaamse gemeenten, en dat is een strategische positie waar geen enkele politieke partij in geïnteresseerd. En gaat, ik zeg maar iets, de CD&V bovendien opstandige fracties uit de partij stoten die het cordon sanitaire tegen nota bene voormalig kartelpartner N-VA toch aan hun laars lappen? Met de verliezen die de traditionele partijen te wachten staan kan geen één van hen zich eigenlijk die luxe nog veroorloven. Over bijvoorbeeld Ieper, waar de CD&V ook deze keer in kartel met de N-VA naar de kiezer stapt, hebben we het dan nog niet eens gehad! Maar ook in de andere gemeenten duiken dan voor de traditionele partijen problemen op, want daar veroordelen de traditionele partijen zich dan automatisch tot mekaar. Ook dat is een weinig comfortabele positie, zeker daar waar N-VA het sterk zou doen en de coalitie van traditionele partijen slechts een nipte meerderheid zou halen.

Of Antwerpen dan tot de gemeenten hoort waar het Vlaams Belang en de N-VA samen een meerderheid kunnen vormen of niet maakt dan eigenlijk maar weinig uit. Hebben de twee partijen samen een meerderheid, dan houdt niets de N-VA tegen om toch gewoon een bestuursakkoord te sluiten met de Stadslijst van sp.a en CD&V, als ze dat wil. Anderzijds, moeten we nu echt denken dat sp.a en CD&V in Antwerpen liever op de oppositiebanken gaan zitten omdat N-VA en Vlaams Belang ergens in een verre Limburgse of West-Vlaamse gemeente een bestuursakkoord hebben gesloten? Omgekeerd, als de N-VA en het Vlaams Belang in Antwerpen niet aan een meerderheid geraken, dan is het nog zeer de vraag of de N-VA hoe dan ook tot het stadsbestuur toegelaten zal worden. Een V-bestuur in een andere gemeente is dan misschien gauw gebruikt als excuus om zelfs niet te hoeven praten met de N-VA, maar vermoedelijk niet de echt reden waarom sp.a, CD&V, Open Vld en Groen liever de Antwerpse postjes onder mekaar bedisselen.

Het is dus best mogelijk dat de traditionele partijen binnenskamers gedreigd hebben met een cordon sanitaire tegen de N-VA als de partij ergens een coalitie met het Vlaams Belang zou aangaan, maar voor wie even doordenkt heeft dat dreigement weinig waarde. Een realistischer dreigement is een oppositiekuur voor de N-VA na 2014 als er in het Vlaams Parlement toch geen V-meerderheid gehaald zou worden. Op dat vlak zit de N-VA natuurlijk met een probleem, want als de partij er niet in slaagt om zich in 2014 wiskundig incontournable te maken, dreigt het scenario van de gemiste kans. Zal de partij in 2019 immers nog kunnen rekenen op de brede gunst van de kiezer, of zal ze tegen dan verschrompeld zijn zoals de LDD ook weer snel verschrompelde na een korte glorietijd? De beste strategie is daarom om zich in zoveel mogelijk gemeenten in het bestuur te nestelen, in de hoop zich zo blijvend te kunnen verankeren. Eén van de beste posities is daarbij natuurlijk de burgemeesterszetel in de politiek meest dominante stad van Vlaanderen, Antwerpen. De N-VA gebruikt om dat doel te bereiken het Vlaams Belang graag als hefboom, maar dan wel liefst zonder de handen echt vuil te maken zodat de partij in ieder geval salonfähig blijft. Met als gevolg een aantal onprettige discussies binnen de Vlaamse Beweging, tot misschien zelfs een moord toe. En het is dan maar de vraag of het dat allemaal echt wel waard is, en of het echt geen tijd wordt dat Bart de Wever en Bruno Valkeniers eens ernstig samen gaan zitten. Wie wel bereid was met de PS te regeren en zelfs de 16 aanbood aan Elio di Rupo, of lokaal wel in kartel met een afdeling van Groen naar de kiezer wil stappen, die moet toch ook in staat zijn tot een serieus gesprek met een collega-partijvoorzitter die hem desnoods zelfs wil gedogen als burgemeester van Antwerpen?

Labels: , , ,

Read more...

29 mei 2012

Ofwel zeg je iets, ofwel communiceer je (vpmc)

.
Luc Rademakers –hij kwam hier al eens ter sprake, maar mocht die naam u niets zeggen lezer: dat is de hoofdredacteur van de VRT-nieuwsdienst– welnu, deze Rademakers rest nog één zekerheid. Hij zal niet de geschiedenis ingaan als ‘the great communicator’. Die titel blijft veilig bij Reagan.
Het is zelfs een beetje onrechtvaardig om uit de massa voorbeelden van ‘communicatie’, nu juist dat voorbeeld van Rademakers te nemen, maar de actualiteit heeft haar rechten. Hoe dan ook, zodra het woord communicatie nog maar ergens valt, weet iedereen dat er iets niet pluis is, dat er een reukje hangt of dat er stront aan de knikker is.
Rademakers had een uitvoerig gesprek met Kathleen Cools in Terzake, maar om u niet nodeloos te vervelen met het voorgekauwde gecommuniceer dat de man daar ten beste gaf, heb ik hun gesprek wat ingekort. Cools was goed op dreef, en als u enig medeleven met Luc voelt opkomen, lezer, dan mag dat. In eerste instantie toch.



Vergissingen, verduidelijkingen, aanvullingen, het zijn allemaal zaken die bij ‘communicatie’ horen. Zelfs huichelarij en leugens kunnen eventueel. Bij dat laatste zou men kunnen denken aan de liefdevolle bescherming die hoofdredacteur Luc aan zijn journalisten biedt, want die bescherming maakte pas deel uit van een eerste correctie op de oorspronkelijke communicatie. Dat beoordeelt elk voor zich.


In 1967 of ’68 kocht ik een LP van Tom Lehrer uit 1963. Lehrer was hoogleraar wiskunde aan Harvard, maar in zijn vrije tijd ook entertainer, liedjesschrijver, pianist, en zoals hijzelf zegt: ‘perhaps the most glorious baritone voice to be heard on an American stage since the memorable concert debut in 1835 of Millard Fillmore’. 
Vóór elk van zijn liederen gaf Lehrer een gesproken inleiding, want hij trad vrijwel uitsluitend op voor ‘college audiences’ en als professor wist hij dat studenten hem soms niet begrepen. Hier gaat zijn inleiding over ‘communication’, en over moderne toneelstukken en boeken, waarin mensen zich beklagen dat zij daartoe niet meer in staat zijn, hoe liefdevol en beschermend ook zij alles bedoelen.


.
Speaking of love, one problem that recurs more and more frequently these days, in books and plays and movies, is the inability of people to communicate with the people they love: husbands and wives who can't communicate, children who can't communicate with their parents, and so on. And the characters in these books and plays and so on, and in real life, I might add, spend hours bemoaning the fact that they can't communicate. I feel that if a person can't communicate, the very least he can do is to shut up!
.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

27 mei 2012

De vraag is al pijnlijk genoeg (vpmc)

.
Zaterdag zaten bij Alain Finkielkraut, in zijn uitzending Répliques, Elisabeth Lévy, chef van het magazine Causeur, en Laurent Joffrin van de Nouvel Observateur. Hieronder een uittrekseltje, enkel een vraag van Finkielkraut, met twee kleine tussenwerpseltjes van de nieuwe observator.


Je reprends d’abord le titre d'Elisabeth Lévy: «La Gauche contre le Réel». Alors je vais vous donner un exemple, peut-être ridicule, et vous allez me ramener dans les cordes, mais voilà, j’ai vu quelque chose le soir de l’élection, à la Bastille. J’ai vu beaucoup de drapeaux étrangers, et même, des témoins m’ont dit qu’il n’y avait pratiquement que des drapeaux étrangers, et c’était (Alors voilà, on va parler de ça) l’élection nationale. Moi je ne sais pas ce qu’il faut en penser. J’aurais aimé que les journalistes (Mais vous savez bien que factuellement…), de quelque bord qu’ils soient, le notent, s’interrogent, réfléchissent, demandent. Peut-être que c’est anodin, peut-être que ça ne l’est pas. Je, je dis simplement que précisément on s’est plus ou moins arrangé pour ne pas voir ce qu’on voit, car on ne veut pas faire le jeu du Front National. Il y a des réalités qui ne sont pas nécessairement bonnes à dire. En tout cas, moi je vous pose la question.


.

Ik haal eerst de titel aan van [het boek van] Elisabeth Lévy: “Links tegen de werkelijkheid in”. Ik zal u daar een voorbeeld van geven, belachelijk misschien, en dan slaat u me de touwen in, maar kijk, ik heb iets gezien op de verkiezingsavond, bij de Bastille. Veel vreemde vlaggen heb ik gezien, en zelfs zegden getuigen mij dat er zo goed als alleen vreemde vlaggen waren, en dat was (Ja kijk, daar zullen we het over hebben) de nationale [presidents-]verkiezing. Wat je daarvan moet denken weet ik niet. Wat ik graag had gezien was dat de journalisten (Maar u weet heel goed dat feitelijk…), van welke kant ook, dit hadden opgemerkt, bij zichzelf hadden overlegd, bedenkingen gemaakt, vragen gesteld. Misschien stelt dit niets voor, maar misschien toch wel. Ik, ik zeg eenvoudigweg dat men min of meer overeen is gekomen, om niet datgene te zien wat er te zien was, want men wil het Front National niet in de kaart spelen. Er zijn feiten die niet noodzakelijk geschikt zijn om verteld te worden. In elk geval, ik stel u de vraag.
.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

26 mei 2012

Dáár komt die uitdrukking vandaan ! (vpmc)

.
Een boek beoordelen dat je nog maar voor een derde uit hebt, is gevaarlijk want verderop staan er misschien dingen in die je weer liever niet had gelezen, of er ontbreken zaken die er in hadden gemoeten. Ik zou me aan zoiets niet graag wagen, ook al zou ik in zekere zin mij dan beschermd mogen weten door het voorbeeld van Luc Rademakers. Om deze heer even voor te stellen: hij is het die op een wat mysterieuze manier aan het hoofd van de VRT-redactie werd geplaatst. En inderdaad, misschien hebben toen bij zijn benoeming een paar politieke of andere invloeden gespeeld, al is het evengoed denkbaar dat men enkel ‘s mans bekwaamheid en zijn staat van dienst in aanmerking heeft genomen, wie zal het zeggen.
.
Maar citeren uit een niet eens halfgelezen boek kan natuurlijk wél, en dat zal ik nu doen.
Misschien lezer, hebt u zich wel eens afgevraagd hoe redacties van kranten, radio of tv werken, en hoe zij tot hun eensgezindheid komen, althans voor de buitenwereld.
Van de Franse filosoof Alain de Benoist is in maart een boek verschenen onder de titel Mémoire vive (Éditions de Fallois, €22, 331 pp.). Het is een lang gesprek met François Bousquet, Frans journalist en schrijver. Beiden, de Benoist en Bousquet hebben het etiket nouvelle droite.
Of de Benoist een verklaring geeft voor het fenomeen van die eensgezindheid weet ik nog niet, maar alleszins heeft hij een halve eeuw geleden een nuttige term bedacht voor het verschijnsel:
.
« C’est aussi à cette époque [1963] que j’ai publié plusieurs articles dénonçant les «techniques d’ahurissement», c’est-à-dire les méthodes employées par les médias pour sidérer l’opinion et désarmer l’esprit critique. Ces techniques n’ont cessé de se développer depuis, aboutissant à ce que j’ai été le premier à appeler la «pensée unique», formule reprise ensuite dans Le Monde diplomatique et qui s’est répandue rapidement. » (p.75)
[Het is ook in die periode dat ik meerdere artikelen heb gepubliceerd waarin ik de “verbijsteringstechnieken” aan de kaak stelde, te weten de methodes die de media aanwenden om de publieke opinie met stomheid te slaan, en kritische opmerkingen geen kans te geven. Die technieken hebben zich sindsdien gestaag verder ontwikkeld, tot ze uitmondden in wat ik als eerste “la pensée unique”, het eenheidsdenken heb genoemd, een formule die daarna in Le Monde diplomatique werd overgenomen, en al snel de ronde deed.]
.
Voor zijn formule zijn er vanzelfsprekend alternatieven of benaderingen te bedenken. Politically correct is er zo een, maar ook dat blijft enkel een etiket. Het achterliggende mechanisme wordt er niet duidelijker door.
Hoe men tot een goed eenheidsdenken komt, hoe dat ongeveer in zijn werk gaat, leren we wél bij de genoemde Rademakers:
.
“Het is voor mij duidelijk dat diepgravende onderzoeksjournalistiek van VRT-journalisten het best gedijt binnen de schoot van de VRT-nieuwsdienst. Alleen dan zijn in alle fasen van het onderzoeksproces de juiste checks-and-balances en omkadering beschikbaar


Nu had ik hem zijn checks-and-balances liever in het Nederlands horen omschrijven. Het is een term uit de Amerikaanse politieke theorie, waar hij een precieze betekenis heeft, maar die hier niet veel te zoeken heeft. “Stevige inkapseling” zou ik als vertaling aan Luc willen voorstellen, maar we begrijpen allemaal dat een man die met de angst in zijn ogen allerlei verklaringen moet verzinnen, liever enige vaagheid laat bestaan.
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>