29 maart 2019

Bourgeois buiten! (Paul Goossens)

(Facebook, 29 maart 2018)

Proficiat voor Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen", wanneer deze de Vlaamse eis: "Walen buiten", met "Juden 'raus" vergeleek. De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.
Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".
We zagen een zaal onder leiding van Goossens zelf scanderen: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de leuze "Boerzwa buiten" die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is), hoewel er in uitvoering van die gedachte wel degelijk miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen vermoord zijn, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.
Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi's dreigden (of dat ze er in de praktijk na de Frans-Britse oorlogsverklaring van maakten), noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien.
Bijvoorbeeld, wanneer Mo de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!" En aan die duidelijke woorden beantwoordt inderdaad een praktijk. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in Bangladesj. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt, helemaal in uitvoering van Mo's eigen bevelen of voorbeeldgedrag.
Met zijn timing heeft Goossens ook al geen geluk. Juist nu heeft een moslim een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, Mireille Knoll, vermoord. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gefaciliteerde en gesubsidieerde) woord van Mo. Die had het nog zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'"

Labels: , , , ,

Read more...

22 augustus 2018

De Godwin van Goossens. De ergst denkbare laster

(Doorbraak, 29 maart 2018))





Op 28 maart zond VRT-Canvas in De Afspraak een debat uit over mei ’68. We zijn als Vlaamse samenleving zo fortuinlijk dat één van de gezichten van toen, Paul Goossens, er vijftig jaar later nog bij is om duiding te geven. (Dat is niet vanzelfsprekend: in Duitsland is Rudi Dutschke er al lang niet meer bij, en bij ons heeft een ander gezicht, Ludo Martens, recenter de geest gegeven.) Tegenover hem zat Joachim Pohlmann, schrijver en ideologisch spitsbroeder van Bart De Wever, benevens politoloog Dave Sinardet en schrijfster Margot Vanderstraeten.









Walen buiten!



Op het einde van een overigens zeer interessant debat (waaruit we onthouden dat 1968 het laatste pro-Vlaamse massabeweging was, waarna de plant verslenste) wou Goossens toch nog even een leuze van toen aan de orde stellen: “Walen buiten!” Die slagzin was gericht tegen de Franstalige Kerkleiding, de inrichtende macht van de Leuvense universiteit. Hij vormde logisch een deel van de roep om emancipatie, wat ook volgens Goossens de verbindende idee achter het wereldwijde verschijnsel mei ’68 was.Toen had hijzelf aan de Vlaamse beweging gevraagd om die slagzin als zijnde“slecht” en “een fout” terzijde te laten, maar die was daar niet op ingegaan.



Nu stelde hij die Vlaamse eis gelijk met de nazi-leuze:  "Juden 'raus!". Omdat Margot Vanderstraeten een tijd in joodse middens doorgebracht heeft en daar een boek aan gewijd had, haalde Goossens haar voor het dramatische effect erbij om die slagzin uit te spreken en te bevestigen dat de joden niet van die Vlaamse leuze hielden, ook al werd er die keer een andere bevolkingsgroep dan zijzelf mee geviseerd.   



Joachim Pohlmann liet die bij het haar getrokken gelijkstelling niet over zijn kant gaan. Hij tilde er zwaar aan dat Goossens hem met “het odium van het nazisme” opzadelde. Hij erkende meteen en onomwonden dat het een “ongelukkige slogan” geweest was, maar dié retoriek was er “ver over”. Goossens begreep echter oprecht niet wat er verkeerd aan was. De linkerzijde is volmaakt gewend aan het doodslaan van haar tegenstanders middels de vergelijking met de in onze cultuur meest verfoeide misdaad uit de wereldgeschiedenis, de Holocaust. De vergelijking is in 100% van de gevallen schromelijk overdreven, maar in dit geval geldt ze voor niet meer dan 0%: “Walen buiten” was in de verste verte geen oproep tot een volkerenmoord (net zo min als “Brüssel Vlaams” dat geweest was). Goossens was er uiterst verbaasd over dat iemand er bezwaar tegen kon hebben, de ergst mogelijke laster te ondergaan.







Boerzwa buiten!



Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar vol vuile nachtmerries in zijn hoofd kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven al zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".


We zagen op archiefbeelden hoe een volle zaal studenten onder leiding van de jonge Goossens scandeerde: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de destijdse leuze "Boerzwa buiten", die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is). Hoewel, misschien was ook die slagzin niet zo onschuldig, gezien de moord op miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.



Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi’s ten tijde van de Holocaust dreigden, noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Even historisch preciseren: door het telescoopeffect leggen latere generaties het verband tussen “Juden ‘raus” en de Holocaust, maar dat is wat onnauwkeurig. “Juden ‘raus” was een slogan uit de jaren 1930 en vond zijn toepassing in de wetten van Neurenberg uit 1935, die de joden buiten de Duitse samenleving plaatsten. Uiteindelijke bedoeling was, de joden vervolgens aardrijkskundig uit te bannen. Ook dat is verwerpelijk, maar wel helemaal anders dan de Holocaust. Het is in de geschiedenis nog voorgekomen (bv. Engeland van de 14de tot de 17de eeuw) maar heeft terecht nooit een dergelijk odium gekregen. Beter dan wie ook weten de joden dat emigreren verre verkieslijk is boven gedood worden. Het is maar na de Frans-Britse oorlogsverklaring en de eerste tegenslagen aan het front dat de nazi’s hun antisemitisme een versnelling hoger schakelden.



Als we er per se de Tweede Wereldoorlog moeten bijhalen, dan dringt zich een andere vergelijking op. Door de machtsverschuiving in het naoorlogse België werd de Franstalige leidinggevende aanwezigheid in Vlaanderen, die de voorafgaande eeuw vanzelfsprekend geweest was, als een vreemde bezetting aangevoeld. Men wou ze kwijt. Dat gevoel was van hetzelfde type (hoewel natuurlijk niet van hetzelfde gewicht) als de wens bij een groot deel van de bevolking tijdens de Bezetting om de Duitse bezetter kwijt te geraken. Maar Goossens wil dus het emancipatorische, in wezen antikoloniale besluit om “geen vreemden tot meesters in ’t land” te dulden, als misdadig wegzetten.







Mo



Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Het is een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien. (En zelfs bij wie je “dood” wenst, wordt de retorische soep in de praktijk niet zo letterlijk gegeten als ze opgediend wordt. “Weg met...”, in betogingsleuzen, is in het Perzisch en Urdu “...murdabâd”, letterlijk “dood aan”, en in het Chinees “da dao...”, letterlijk “tref...”)  Bijvoorbeeld, wanneer Mohammed de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!"



En bij die duidelijke woorden geldt inderdaad Goossens’ waarschuwing dat woorden tot daden kunnen leiden. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger in naam van de islam een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in wat Bangladesj werd. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt. Zoals de daders in honderden verklaringen en zelfdodingsvideo’s uiteengezet hebben, was dat helemaal in uitvoering van Mohammeds eigen bevelen of voorbeeldgedrag.


Nu wil het zo lukken dat de islam in 1968 een laagtij beleefde (zie de Palestijnse guerrillero’s die zich niet op de islam maar op het marxisme beriepen, terwijl de Egyptische sterke man Gamâl al-Nasser de spot dreef met de hoofddoek) doch juist nu door toedoen van Goossens’ generatie een opdoemende macht in onze samenleving geworden is. Dat heeft tot gevolgen geleid die men niet met 1968 zou associëren, hoewel des te meer met “Juden ‘raus”.



Juist dezelfde avond kwam, met enkele dagen vertraging, de moord in het nieuws op een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, de Parijse jodin Mireille Knoll. Dader was haar jonge moslimbuur. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn eigen daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gesubsidieerde) woord van Mohammed. Die had het nochtans zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'" Als je nu echt met een kwalijke en gevolgrijke leuze wil uitpakken, kameraad 68’er, kan je allicht beter dat zeer actuele profetenwoord gebruiken eerder dan het bloedeloze gezemel van de flaminganten.





Besluit



Proficiat aan Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen." De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.

Labels: , , ,

Read more...

21 april 2018

De ergst denkbare laster


De ergst denkbare laster, of: De Godwin van Goossens


(Doorbraak, 30 maart 2018)



Op 28 maart zond VRT-Canvas in De Afspraak een debat uit over mei ’68. We zijn als Vlaamse samenleving zo fortuinlijk dat één van de gezichten van toen, Paul Goossens, er vijftig jaar later nog bij is om duiding te geven. (Dat is niet vanzelfsprekend: in Duitsland is Rudi Dutschke er al lang niet meer bij, en bij ons heeft een ander gezicht, Ludo Martens, recenter de geest gegeven.) Tegenover hem zat Joachim Pohlmann, schrijver en ideologisch spitsbroeder van Bart De Wever, benevens politoloog Dave Sinardet en schrijfster Margot Vanderstraeten.









Walen buiten!



Op het einde van een overigens zeer interessant debat (waaruit we onthouden dat 1968 het laatste pro-Vlaamse massabeweging was, waarna de plant verslenste) wou Goossens toch nog even een leuze van toen aan de orde stellen: “Walen buiten!” Die slagzin was gericht tegen de Franstalige Kerkleiding, de inrichtende macht van de Leuvense universiteit. Hij vormde logisch een deel van de roep om emancipatie, wat ook volgens Goossens de verbindende idee achter het wereldwijde verschijnsel mei ’68 was.Toen had hijzelf aan de Vlaamse beweging gevraagd om die slagzin als zijnde“slecht” en “een fout” terzijde te laten, maar die was daar niet op ingegaan.



Nu stelde hij die Vlaamse eis gelijk met de nazi-leuze:  "Juden 'raus!". Omdat Margot Vanderstraeten een tijd in joodse middens doorgebracht heeft en daar een boek aan gewijd had, haalde Goossens haar voor het dramatische effect erbij om die slagzin uit te spreken en te bevestigen dat de joden niet van die Vlaamse leuze hielden, ook al werd er die keer een andere bevolkingsgroep dan zijzelf mee geviseerd.   



Joachim Pohlmann liet die bij het haar getrokken gelijkstelling niet over zijn kant gaan. Hij tilde er zwaar aan dat Goossens hem met “het odium van het nazisme” opzadelde. Hij erkende meteen en onomwonden dat het een “ongelukkige slogan” geweest was, maar dié retoriek was er “ver over”. Goossens begreep echter oprecht niet wat er verkeerd aan was. De linkerzijde is volmaakt gewend aan het doodslaan van haar tegenstanders middels de vergelijking met de in onze cultuur meest verfoeide misdaad uit de wereldgeschiedenis, de Holocaust. De vergelijking is in 100% van de gevallen schromelijk overdreven, maar in dit geval geldt ze voor niet meer dan 0%: “Walen buiten” was in de verste verte geen oproep tot een volkerenmoord (net zo min als “Brüssel Vlaams” dat geweest was). Goossens was er uiterst verbaasd over dat iemand er bezwaar tegen kon hebben, de ergst mogelijke laster te ondergaan.







Boerzwa buiten!



Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar vol vuile nachtmerries in zijn hoofd kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven al zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".


We zagen op archiefbeelden hoe een volle zaal studenten onder leiding van de jonge Goossens scandeerde: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de destijdse leuze "Boerzwa buiten", die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is). Hoewel, misschien was ook die slagzin niet zo onschuldig, gezien de moord op miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.



Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi’s ten tijde van de Holocaust dreigden, noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Even historisch preciseren: door het telescoopeffect leggen latere generaties het verband tussen “Juden ‘raus” en de Holocaust, maar dat is wat onnauwkeurig. “Juden ‘raus” was een slogan uit de jaren 1930 en vond zijn toepassing in de wetten van Neurenberg uit 1935, die de joden buiten de Duitse samenleving plaatsten. Uiteindelijke bedoeling was, de joden vervolgens aardrijkskundig uit te bannen. Ook dat is verwerpelijk, maar wel helemaal anders dan de Holocaust. Het is in de geschiedenis nog voorgekomen (bv. Engeland van de 14de tot de 17de eeuw) maar heeft terecht nooit een dergelijk odium gekregen. Beter dan wie ook weten de joden dat emigreren verre verkieslijk is boven gedood worden. Het is maar na de Frans-Britse oorlogsverklaring en de eerste tegenslagen aan het front dat de nazi’s hun antisemitisme een versnelling hoger schakelden.



Als we er per se de Tweede Wereldoorlog moeten bijhalen, dan dringt zich een andere vergelijking op. Door de machtsverschuiving in het naoorlogse België werd de Franstalige leidinggevende aanwezigheid in Vlaanderen, die de voorafgaande eeuw vanzelfsprekend geweest was, als een vreemde bezetting aangevoeld. Men wou ze kwijt. Dat gevoel was van hetzelfde type (hoewel natuurlijk niet van hetzelfde gewicht) als de wens bij een groot deel van de bevolking tijdens de Bezetting om de Duitse bezetter kwijt te geraken. Maar Goossens wil dus het emancipatorische, in wezen antikoloniale besluit om “geen vreemden tot meesters in ’t land” te dulden, als misdadig wegzetten.







Mo



Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Het is een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien. (En zelfs bij wie je “dood” wenst, wordt de retorische soep in de praktijk niet zo letterlijk gegeten als ze opgediend wordt. “Weg met...”, in betogingsleuzen, is in het Perzisch en Urdu “...murdabâd”, letterlijk “dood aan”, en in het Chinees “da dao...”, letterlijk “tref...”)  Bijvoorbeeld, wanneer Mohammed de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!"



En bij die duidelijke woorden geldt inderdaad Goossens’ waarschuwing dat woorden tot daden kunnen leiden. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger in naam van de islam een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in wat Bangladesj werd. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt. Zoals de daders in honderden verklaringen en zelfdodingsvideo’s uiteengezet hebben, was dat helemaal in uitvoering van Mohammeds eigen bevelen of voorbeeldgedrag.


Nu wil het zo lukken dat de islam in 1968 een laagtij beleefde (zie de Palestijnse guerrillero’s die zich niet op de islam maar op het marxisme beriepen, terwijl de Egyptische sterke man Gamâl al-Nasser de spot dreef met de hoofddoek) doch juist nu door toedoen van Goossens’ generatie een opdoemende macht in onze samenleving geworden is. Dat heeft tot gevolgen geleid die men niet met 1968 zou associëren, hoewel des te meer met “Juden ‘raus”.



Juist dezelfde avond kwam, met enkele dagen vertraging, de moord in het nieuws op een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, de Parijse jodin Mireille Knoll. Dader was haar jonge moslimbuur. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn eigen daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gesubsidieerde) woord van Mohammed. Die had het nochtans zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'" Als je nu echt met een kwalijke en gevolgrijke leuze wil uitpakken, kameraad 68’er, kan je allicht beter dat zeer actuele profetenwoord gebruiken eerder dan het bloedeloze gezemel van de flaminganten.





Besluit



Proficiat aan Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen." De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.

Labels: , ,

Read more...

28 april 2016

Conservatieve ideeënstrijd

We hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk is het zover: mei '68!
Paul Goossens, de '68-er bij uitstek, op het Vlaamse publieke forum zowat de laatste overlever van toen, kondigde het zaterdag aan [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160422_02253284, betalend artikel, misschien kan een DS-abonnee daar wat aan doen?]: N-VA-werknemer Joachim Pohlmann "is een auteur met een conservatieve missie, een ideoloog die onverkort gelooft in strijd. Niet van klassen... wel van ideeën... Zo ontstaat een publieke opinie... Geen regimewissel of omwenteling zonder hegemonie over de meningen, en bij uitbreiding over de media en de cultuur van de samenleving. Die positie krijg je niet, je verovert ze... Bismarck wist het, de communist Gramsci ook, Pohlmann eveneens:... 'Het is tijd voor een gramsciaanse guerrilla.'"
 
Antonio Gramsci was al een inspiratie voor de Nouvelle Droite-denkers rond 1980. Haat en laster waren hun deel, en die beweging is op korte termijn volkomen mislukt in haar project van verovering van de openbare ruimte. In de VS was Gramsci als persoon niet bekend bij de Paleoconservatieven, maar ook zij beleden zijn project; ook weer zonder succes, en zij eindigden als "beautiful losers". Het feit dat Pohlmann er nu mee weg komt en zelfs een redelijk neutrale commentaar van Goossens oogst, duidt op een kantelmoment. Bij De Standaard hebben ze weliswaar geen idee van wat "conservatisme" is, maar ze vinden wel dat zijn uur gekomen is.
 
Pohlmann wordt zelfs, erg voorbarig, als representatief voor de N-VA behandeld, een partij van wie vele vertegenwoordigers juist een ideologische verwarring vertonen en daar niet eens een probleem in zien. Maar ook in en na '68 zijn de ideeën van een kleine voorhoede pas via een Lange Mars door de Instellingen de opvattingen en gedragingen van de massa gaan bepalen. Goossens besluit: voor de N-VA "is de ideeënoorlog pas begonnen. Voor één keer zijn ze het daar eens met de soixante-huitards: 'Ce n'est qu'un début, continuons le combat'."
 

Labels: , , ,

Read more...

9 maart 2011

Gbagbo, Ben Ali, Moebarak, Qadhafi en de Castro's

Wat hebben Laurent Gbagbo, Zine El Abidine Ben Ali, Hosni Moebarak, Moammar al-Qadhafi en de broers Fidel en Raúl Castro met mekaar gemeen? Alle zes zijn ze dictators, alle zes zijn ze aanhangers van het socialisme, en alle zes konden ze tot voor kort in het Westen op een milde behandeling rekenen.

Laurent Gbagbo vertegenwoordigt een nogal klassieke categorie van Afrikaanse dictators. Begonnen als opposant tegen president Félix Houphouët-Boigny, moest hij zelf enkele maanden in de gevangenis doorbrengen. Een garantie op enige democratische ingesteldheid blijkt zoiets echter niet te zijn, want eens zelf de macht verworven deed hij er alles aan om die te kunnen vasthouden. Verkiezingsfraude, uitstel van nieuwe presidentsverkiezingen tot in het oneindige, intimidatie van politieke tegenstanders, alles was goed. Eind verleden jaar liep het echter behoorlijk fout, nadat er uiteindelijk dan toch presidentsverkiezingen gehouden waren. Alleen de aanhangers van Laurent Gbagbo – en waarschijnlijk zelfs zij allemaal nog niet – zullen nog willen beweren dat hij die verkiezingen gewonnen heeft, maar het geloven doet niemand meer. Resultaat van dit alles: demonstraties, chaos, en een (nog meer) verscheurd land.

Wat echter opvalt, is dat Laurent Gbagbo in het buitenland steeds op een milde behandeling kon rekenen, ook al was het al lang duidelijk dat hij het in zijn eigen land niet altijd even nauw nam met de democratische spelregels. Men deed wel wat lastig omdat hij de presidentsverkiezingen telkens weer uitstelde, maar dat was het dan. Ja, zelfs nadat het duidelijk werd dat hij de verkiezingen van verleden jaar wel degelijk verloren had, kon hij nog steeds op stilzwijgende steun rekenen. In het bijzonder binnen de Franse PS hadden sommigen het er erg lastig mee om afscheid te nemen van Laurent Gbagbo als president. Ik vermoed dat mijn lezers dan ook geen tekening nodig zullen hebben om te begrijpen waarom de problemen in Ivoorkust in de pers niet echt op de spits gedreven werden of worden. En waarom dat wel eens helemaal anders had kunnen zijn, als Laurent Gbagbo in het Westen andere geallieerden had gekozen.

Over naar Tunesië, waar Zine El Abidine Ben Ali enkele weken geleden het veld moest ruimen na de zogenaamde Jasmijnrevolutie. Blijkt immers nu dat Ben Ali dan toch niet het soort verlicht dictator was, zoals hij jarenlang werd voorgesteld. Blijkt ook dat hij lang een factor van stabiliteit in Noord-Afrika vormde, maar ondertussen in zijn val minstens één andere dictator heeft meegesleurd. En er kunnen er nog volgen. En opnieuw ook die vraag: hoe komt het toch dat wij in de pers nooit te weten kwamen wat er écht in Tunesië gebeurde? Alles was er immers zo rustig en stabiel, en de zon scheen er toch zo nadrukkelijk in de vakantiehotels…

Het antwoord op de vraag kon al in de inleiding gelezen worden: ook Ben Ali en zijn partij waren lid van de Socialistische Internationale, de koepelorganisatie waartoe ook de Belgische sp.a en de Waalse PS behoren. Pas toen duidelijk werd dat de positie van Ben Ali als Tunesisch president onhoudbaar was, werden hij en zijn partij uit die Socialistische Internationale gezet. Rijkelijk laat, en toch is er niemand in de «serieuze» pers die de vraag stelt hoe het komt dat hij al die tijd lid mocht zijn van een clubje dat anders zo graag moraalridder speelt. Dat ook de Franse conservatieve politica Michèle Alliot-Marie zich serieus wist te verbranden aan Ben Ali en zich uiteindelijk gedwongen zag ontslag te nemen als minister, pleit de Socialistische Internationale niet vrij.

Ook de volgende dictator in het rijtje was jarenlang een voornaam lid van de Socialistische Internationale: Hosni Moebarak. Het moet echter gezegd: de socialisten waren lang de enigen niet om de beste maatjes met Moebarak te willen zijn, en dat heeft zo zijn redenen. Egypte is nu eenmaal een land dat men, uit geo-politieke overwegingen, liefst te vriend houdt. Het is één van de grootste en invloedrijkste landen in het Midden-Oosten, en beschikt bovendien over een troeven zoals het Suez-kanaal en de adembenemende toeristische attracties. En dan zijn er nog de Koptische christenen en de Moslimbroederschap, die ertoe bijdragen dat een militaire dictator die het op binnenlands vlak niet al te bont maakt, de Koptische christenen het leven niet te lastig maakt en tegelijkertijd de Moslimbroederschap onder controle, op heel wat krediet mag rekenen.

Daar stond en staat echter tegenover dat het leven van de Koptische christenen ook onder Hosni Moebarak niet bepaald een dans op rozen was, en dat hij de Moslimbroederschap mee groot hielp maken door elke andere oppositie in de kiem te smoren. Als er binnenkort verkiezingen gehouden zullen worden, is de kans groot dat de Moslimbroederschap een verpletterende overwinning zullen halen gewoon al door het feit dat zij de enige partij zullen zijn die beschikt over een organisatie die naam waardig. Het is dan ook nog iets te vroeg om Samuel Huntington voor een tweede maal dood te verklaren, zoals Paul Goossens dit week-end in De Standaard deed. Terloops: de meeste mensen schrijven zinnigere dingen over internationale politiek op hun dagelijkse boodschappenlijstje dan Paul Goossens over een heel jaar in zijn tweewekelijkse column. Het volstaat al de krant van vandaag te lezen – «Rellen tussen christenen en moslims in Caïro» (met dertien doden tot gevolg) – om te snappen dat deze «Europa-journalist» er absoluut niets van bakt, en je vraagt je dan ook af waarom die zelfverklaarde kwaliteitskrant die man blijft engageren.

Iemand die veel zinnigere dingen wist te vertellen, was John Major verleden week in een interview op BBC Radio 4. Hij liet optekenen dat als je eerste minister of minister van Buitenlandse Zaken bent, je af en toe al eens de hand moet schudden van mensen die je diep veracht, in het belang van het land. (Maar daar weegt dan weer tegen op dat men ook af en toe de hand mag schudden van personen die men enorm bewondert.) Maar er is nog een verschil tussen handjes schudden in functie, en handjes blijven schudden, ook als men niet in functie is. Of nog: Hosni Moebarak is het soort kennis dat je misschien wel uitnodigt voor je trouwfeest, maar liever niet ziet opduiken in je lokale biljartclub. Laat staan dat je hem zelf meeneemt naar je biljartclub. En het is op dat punt dat de Socialistische Internationale lelijk in de fout is gegaan, en chronisch in de fout blijft gaan.

Nu moet gezegd worden dat Michèle Alliot-Marie lang de enige niet was om te bewijzen dat de Socialistische Internationale, ondanks de absolute meerderheidspositie, lang geen monopolie had op relaties met een geurtje aan in Noord-Afrika. Jörg Haider bijvoorbeeld bestond het zoetje broodjes te gaan bakken met de socialistische moslim Moammar al-Qadhafi in Tripoli. Was Jörg Haider in 2008 niet omgekomen in een auto-ongeluk, zou hij vandaag in een bijzonder lastig parket gezeten hebben. Een stuk lastiger zelfs dan waar minister van Buitenlandse Zaken Steven Vanackere plots terecht in kwam omdat hij namens België vóór het lidmaatschap van Libië in de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties had gestemd. Berouw na de zonde? Zelfs dat niet, want de zonde moest eerst zwart op wit in alle kranten staan voor er enig berouw getoond werd, en Steven Vanackere wist als minister van Buitenlandse Zaken bijzonder goed wat voor vlees hij in de kuip had met Libië.

Laat er vooral geen misverstand over bestaan: ter linkerzijde werd er nogal wat afgegniffeld over dat lidmaatschap. Het lag er vingerdik op dat de ergernis die het in de Verenigde Staten opwekte eerder als een bonus gezien werd, en zeker niet als een malus. Het Libië van Moammar al-Qadhafi was al lang aan een remonte bezig, en niet alleen omwille van het vele geld dat er te verdienen valt met olie en gas. Zijn hartelijke relaties met Hugo Chávez bijvoorbeeld konden op ruime instemming rekenen. Over de aanwezigheid van ettelijke duizenden Chinezen in Libië doet men in de pers opvallend sereen. En het verhaaltje dat schuilgaat achter de huurlingen die zo lelijk huishielden valt ook al nergens te vernemen (behalve bij STRATFOR e.d. natuurlijk). Het gaat hier nochtans over meer dan alleen maar huurlingen uit omliggende landen of Zuidelijk Afrika, maar ook over… Cubanen. En geen Cubaanse vluchtelingen of dissidenten dus.

En daarmee zijn we aanbeland bij de laatste twee dictators in het socialistische rijtje. De manier waarop links Europa flirt met twee bloedige dictators als een Fidel en Raúl Castro, is eigenlijk te gek voor woorden. In het bijzonder de sp.a, met Steve Stevaert als voortrekker, lijkt er al enkele jaren een punt van te willen maken het Cubaanse regime te ondersteunen op alle mogelijke manieren. Dat de persoonlijke levenswijze van Steve Stevaert, die graag in allerlei raden van bestuur zetelt en daar ongetwijfeld één en ander aan vergoedingen opstrijkt, in sterk contrast staat met de rampzalige theorie die hij de gewone Cubaan mee helpt op te leggen, is voor hem absoluut geen hinder. Misschien moet het ene wel als aflaat voor het andere dienen?

Iemand die de linkse waanzin graag nog een beetje verder doordrijft, is sp.a-politicus Kurt de Loor, die zich geroepen voelt met de regelmaat van de klok actie te voeren voor de zogenaamde Cuban Five. Deze vijf Cubaanse spionnen – en niemand ontkent dat zij alle vijf lid waren van de Cubaanse inlichtingendienst en infiltreerden in het Cubaanse vluchtelingenmilieu in Florida – ondergaan in hun Amerikaanse gevangenissen immers een bijna ondraaglijke behandeling, vermoedelijk omdat ze niet elke dag champagne en kaviaar krijgen voorgeschoteld, of regelmatig een dikke Cubaanse sigaar. Maar van de Zwarte Lente van 2003 heeft Kurt de Loor man natuurlijk nog nooit gehoord. En het relaas van bijvoorbeeld Normando Hernández González zal hij ook wel niet gelezen hebben. Wie het verhaal kent, kan de actie op de laatste Gentse Feesten dan ook alleen maar grotesk noemen.

Europees links staat altijd graag op de eerste rij klaar om met het vingertje in de lucht conservatieve politici de levieten te lezen als iets niet helemaal zuiver op de graat is. Ondertussen houden ze zelf graag en veel contact met bloedige dictators over de hele wereld, als ze zich maar tot het socialisme bekennen. Persoonlijke verrijking, ten koste van de eigen bevolking, is daarbij absoluut geen bezwaar, want zo doet Europees links het graag zelf ook. Maar aan elk bloedig regime komt een eind, en dan vallen de lijken natuurlijk uit de kast. Letterlijk zelfs. Dat de Socialistische Internationale mee bloed aan de handen heeft, wil men dan niet geweten hebben. En houden de bevriende journalisten ook angstvallig uit de pers. Zouden zij echt denken dat hun lezers niet al lang door hebben dat er enkele breed uitgesmeerde achtergrondverhalen ontbreken?

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

2 november 2010

Goossens, Hooghe en grof taalgebruik (vpmc)

.
Om te beginnen zal ik iets moois vertellen, want daarna word ik noodgedwongen vervelend. In het leven is er nooit een vrije dag, zei Gerard Kornelis van het Reve, en hij had gelijk. Ik weet niet of Harry Mulisch ook zulke diepe gedachten heeft neergeschreven.

De naam Angela de Franceschi, bijgenaamd la Mariuccia (1734-1805), zal niet iedereen bekend voorkomen neem ik aan, maar zij was een van de geliefden van Casanova, en hij gaf een wondermooie beschrijving van haar:
“Ses yeux noirs, très fendus et à fleur de tête, et toujours remuants avaient sur leur superficie une rosée qui paraissait un vernis du plus fin émail. Cette rosée imperceptible que l’air dissipait très facilement reparaissait toujours plus fraîche au rapide clignotement de ses cils.”*
Haar zwarte ogen, heel langwerpig en prominent, en voortdurend in beweging, hadden op hun oppervlak een laagje dauw, dat een vernisje van het fijnste émail leek. Deze onmerkbare dauw, die aan de lucht heel makkelijk vervluchtigde, kwam telkens weer helemaal fris tevoorschijn bij het snelle knipperen van haar oogleden.

Geef toe lezer, zelfs in mijn gebrekkige vertaling kunnen deze twee zinnen neerbuigend kijken naar de gedrochten die bij ons voor “de mooiste zin van het jaar” elke keer moeten doorgaan.

Een andere Angela is Angela Merkel, en Paul Goossens bedacht haar met een artikeltje, getiteld:  “Een vluggertje, voor Angela”.
Niet het register dat Casanova hanteert, zult u zeggen. Inderdaad, en wat hierbij niet als excuus mag gelden, is dat Paul als oud-seminarist zich misschien geen houding weet te geven als er vrouwen ter sprake komen, want Casanova was ook bijna pastoor. Neen, hier speelt de eeuwige drang die columnisten voelen om vooral levendig te schrijven, gedurfd, stout. Dat brengt hen helaas tot vulgariteiten.

“Wat een grof volkje” zou Marc Hooghe zeggen, die andere Standaardman, want die maakt zulk verwijt zelfs als het totaal ongepast is, bv. enkel als Luc Huyse onheus wordt aangevallen volgens hem, en hij bij deze emeritus –om redenen waar wij het raden naar hebben– een wit voetje wil halen. Natuurlijk laten ze bij de Kwaliteitstabloid niet toe dat hun jonge medewerker op zijn plaats wordt gezet in een gedegen antwoord, ook al schreef Peter de Roover dat meteen.

Maar wat Paul Goossens, “Europajournalist” ons wilde vertellen, kwam simpelweg hierop neer dat de EU (zoals bekend zijn gagne-pain) vooral moest blijven wat zij is, namelijk een democratisch niet gelegitimeerde instelling.
"Na de mislukte ratificatie van de Europese grondwet en de traumatische goedkeuring van het verdrag van Lissabon, was het idee van een nieuwe wijziging, met alles wat dat aan referenda, chagrijn, koehandeltjes en verlammende navelstaarderij meebrengt, een perverse, zelfs destructieve gedachte."
Op een discussie met deze anti-democraat zal geen ernstige mens ingaan. Daarvoor is deze jongen ook te wollig en te zweverig, zij het dat hij ongewild soms een geestigheid heeft. Maar Paul beseft duidelijk niet wat hij allemaal verkondigt met zijn wild gezwaai. Zo zegt hij dat zijn geliefde EU steunt op een Verdrag waarvan de artikelen –die nochtans niet mogen veranderen!– getuigen van “een extreme saaiheid en trivialiteit, want gestolde macht”. In zijn ijver gebruikt Paul ook woorden waarvan hij de draagwijdte niet snapt. Zo noemt hij de artikelen van het Verdrag van Lissabon zelfs obsceen: “Met een obscene zin voor het detail bepaalt artikel 48 hoe een verdragswijziging moet worden uitgevoerd.”

Nu heeft volgens de Oxford Latin Dictionary het woord obscenus vele betekenissen, maar geen lijkt te verwijzen naar verdragsteksten die wij niettemin als onveranderlijk dienen te beschouwen:
OBSCENUS: [samengevat] sinister, walging opwekkend, op slechte voortekens duidend, smerig, vuil, onzedelijk, betrekking hebbend op perversieën of excrementen, of op de organen of handelingen die daarmee in verband kunnen staan.
___________________


* Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
Suivie de textes inédits
Volume 7 – Chapitre IX
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Robert Laffont, 1993, 2002, p.613
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten