10 december 2008

Vreugdevuur der ijdelheden (Vincent De Roeck)

In deze blogpost zal ik even kort stilstaan bij de boeken die ik sinds afgelopen zomer gelezen heb. Moesten jullie mij nog boeken willen aanraden, ga alstublieft uw gang in de reactiethread onderaan deze tekst. Naast kranten, magazines en websites lees ik occasioneel immers ook nog wel een boek, meestal één waarvan ik ofwel de auteur persoonlijk ken, ofwel één dat ik op een conferentie gekregen heb, ofwel één dat ik al jaren als een “must-read” beschouw. De titel van dit stuk heeft niets te maken met het gelijknamige boek van Tom Wolfe maar werd door mij ironisch gekozen omdat vele populisten en demagogen trots zijn géén boeken meer te lezen en zij anderen die dat wel nog doen vaak als “ijdel” en “hautain” afdoen. Velen verwijten mij een populist en een demagoog te zijn, ik ben me daar van bewust, maar dan wel iemand met een uitgesproken mening die bijna nergens gedeeld wordt én iemand die er zijn hand niet voor omdraait om geregeld ook nog eens een boek open te slaan.

Naast “The Road to Prosperity” van Mark Miles, “The Forgotten Man: a New History of the Great Depression” van Amity Shlaes, en “Mises: the Last Knight of Liberalism” van Guido Hülsmann waaraan ik in het verleden op mijn blog al eens uitgebreide artikelen gewijd heb, en naast de boeken “The Anti-Trust Religion” van Edwin Rockefeller en “The Shock Doctrine” van Naomi Klein die ik ook al besproken heb op het internet via andermans recensies, gaat het om de onderstaande boeken. De taal van de titel is tevens de taal waarin ik de boeken gelezen heb. De twee boeken die momenteel op mijn nachtkastje klaarliggen, zijn de recentste editie van “The Bumper Book of Government Waste” van Matthew Elliott en Lee Rotherham over de verspilzucht van Gordon Brown in Engeland, en het boek "Energy: the Master Resource" van Robert Bradley en Richard Fulmer dat mij recentelijk door mede-LVSV'er Jens Moens aangeraden werd.


Het boek “Occidentalisme” van de Indiase sociologen Ian Buruma en Avishai Margalit met als ondertitel “Het Westen in de ogen van zijn vijanden” trok onmiddellijk mijn aandacht, maar achteraf bleek de inhoud maar zwakjes. Het boek analyseert de kernmerken van de Westerse samenlevingen en toetst dat af met de heersende maatschappelijke eigenschappen in de rest van de wereld. De nadruk van de onderzoekers ligt duidelijk op het Midden-Oosten en Centraal-Azië, maar ook landen als Rusland en China komen aan bod. Het Westen is volgens de onderzoekers seculier en kapitalistisch, ook de Verenigde Staten, en de zoektocht van Westerlingen naar consensus en comfort zou haaks staan op de filosofieën en ideologieën van andere volkeren. Geloof, eer en heldendom domineren zowel bij het Hindoeïsme als bij de Islam, en zelfs in China en Rusland maken deze drie elementen de kern van het gedachtegoed uit. De auteurs beperken zich tot de bespreking van de verschillen en verzuimen een politieke conclusie neer te pennen. Ook blijft hun boek vrij oppervlakkig. Ik had geen “Botsende beschavingen” van Samuel Huntington verwacht, maar wel iets meer diepgang en maatschappijzin. Waakzaamheid is in mijn ogen immers geboden willen we onze superieure Westerse levensstijl kunnen vrijwaren van externe teloorgang. Buruma en Margalit doen daar niet aan mee en stellen de verschillende maatschappijbeelden als gelijkwaardig voor.


Professor William Niskanen maakte furore als hoofd van Reagans team van economische raadgevers en is momenteel de voorzitter van het “Cato Institute”. Zijn jongste werk “Reflections of a Political Economist” is deels opgevat als bloemlezing van zijn ideeën, deels als autobiografie, o.a. gestaafd met een lijst van boeken die op Niskanen ooit een belangrijke indruk gemaakt hebben. In tegenstelling tot andere libertariërs laat Niskanen zich niet leiden door theorieën en ideologieën, maar louter door praktische overwegingen. Het resultaat is veelal hetzelfde: bescheiden maatregelen, kleine overheden, zinvolle reguleringen en véél vrije markt. Niskanen haalt staatspensioenen en -gezondheidszorg onderuit, pleit tegen belastingen, maar wel voor een krachtdadige aanpak van terrorisme en defensie, en benadrukt het belang van “corporate governance” en “corporate social responsibility” als conditio’s sine qua non voor een maatschappelijk aanvaardbaar kapitalisme. Verder verdedigt hij de “public choice” theorieën, ijvert hij voor de grondwettelijke beperking van staatsmacht en voor een herziening van het kiessysteem, en veegt hij bureaucratieën en supranationale instellingen de mantel uit. Als dit prachtig boek ons enig extra inzicht verschaft; is dat mijns inziens toch wel dit: het libertarisme is wel degelijk in staat om praktische oplossingen aan te reiken voor concrete maatschappelijke fenomenen. Prof. Niskanen, I salute you!


Stephen Cobb verzamelde in de bundel “The legal foundations of free markets” een hele resem interessante essays van een breed veld aan personen en opvattingen over welke vorm van juridisch systeem optimaal zou zijn voor de begeleiding van een vrijemarkteconomie en of er überhaupt enig wettelijk kader nodig is. Algemeen nemen de auteurs aan dat de vrije markt niet kan floreren in een juridisch vacuüm, maar tegelijkertijd bestaat er ook een soort van stilzwijgende consensus over het feit dat dit juridisch stelsel even goed privaat geregeld kan worden. Contracten zouden immers gewoon één extra clausule moeten hebben, namelijk de verwijzing naar het orgaan dat latere conflicten mag trancheren. Het “recht” is een spontane orde, net als de vrije markt, en de overheid is zeker niet onvervangbaar. De Angelsaksische landen staan met hun arbitragesystemen en “common law” veel dichter bij deze private droom dan de andere staten die codificatie en staatsjustitie centraal geplaatst hebben. Zelfs in strafzaken, milieuconflicten en aansprakelijkheidskwesties zien de auteurs in wezen geen taak voor overheidsinmenging weggelegd. De auteurs zijn recht-door-zee en laten geen enkel heilig huis rechtstaan, maar ze slagen er ook niet in om te overtuigen. De incrowd - waartoe ik ook mezelf reken - zal dit werk waarschijnlijk unisono bejubelen, maar derden op zoek naar down-to-earth argumenten komen, vrees ik, bedrogen thuis.


Chris Edwards en Daniel Mitchell zijn beide verbonden aan het “Cato Institute” en gespecialiseerd in fiscaliteit en overheidsbeleid. Mitchell adviseerde de Slowaakse regering toen die recentelijk een vlaktaks invoerde en Edwards lag mee aan de basis van de Estse variant. Het mag dan ook niemand verbazen dat hun jongste boek “Global Tax Revolution” over takscompetitie en fiscale concurrentie gaat. Beide verdedigen natuurlijk de vlaktaks maar beperken de discussie zeker niet tot die fiscale optie. Edwards en Mitchell verheerlijken de globalisering omdat die regeringen tot een “race to the bottom” dwingt, zowel op het gebied van inkomstenbelastingen als op bedrijfsheffingen en vermogenstaksen. Mooie voorbeelden van deze concurrentie zijn België, dat vermogende buitenlanders aantrekt door de afwezigheid van een vermogensbelasting, Nederland, dat artiesten aantrekt omdat royalties er onbelast zijn, en Ierland, dat hardwerkende mensen aantrekt door de lage inkomstenbelasting. De auteurs trekken ook van leer tegen supranationale organen zoals de Europese Unie die aan de fiscale concurrentie een einde willen stellen en stellen dat takscompetitie de motor is voor economische vooruitgang, de opmars van democratie en de proliferatie van mensenrechten. Het boek overtrof de speeches en lezingen die ik van beide auteurs al bijgewoond heb, en is zeker en vast het lezen waard.


In “Vlaktaks: rechtvaardig en doeltreffend” halen Werner Niemegeers en Erik Pompen alle argumenten van stal om een vlaktaks te bepleiten voor België. Zij schuwen de harde cijfers en internationale vergelijkingen niet en maken zo moeiteloos komaf met alle vooroordelen en misvattingen die over een vlaktaks bestaan, zoals het asociaal karakter en de financiële schade voor de overheidsbudgetten. De auteurs zijn allebei natuurlijk liberalen en staan een kleine overheid voor, maar dat is niet meteen het opzet van dit boek. Ze laten zelfs de ruimte om de huidige overheidsbudgetten te behouden en pleiten voor een vrij te bepalen belastingvrije schijf als buffer tegen armoede onder de lage inkomens. De enige winst voor de burgers zou dan in de gemakkelijkheid van het systeem en het uitsparen van nutteloze administratiekosten zitten. De auteurs schatten deze winst op minstens 5 miljard euro per jaar en vermeerderen die met nog eens 6 miljard euro door de vermindering van de fiscale fraude - die van deze eenvoudige en efficiënte inningswijze het gevolg zal zijn - mee in rekening te brengen. En natuurlijk zullen ook de welstellende burgers meer bijdragen dan vandaag doordat de diverse aftrekposten afgeschaft worden. Voor mij is de belangrijkste pro immers dat laatste. Door de aftrekposten af te schaffen, ontneemt men de Staat de mogelijkheid om via de fiscaliteit aan “social engineering” te doen. En alleen al daarom ben ik de vlaktaksidee zeker genegen.


Kim Holmes is de gewezen Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken en al enige tijd verbonden aan de “Heritage Foundation”. In zijn laatste boek “Liberty’s best hope: American leadership for the 21st century” daagt hij de criticasters uit van George W. Bush en diens beleid in de wereld. Holmes stelt in niet mis te verstane bewoordingen dat de rol van de VS in de wereld nog lang niet uitgespeeld is en dat de Amerikaanse ster nog steeds hoog aan de hemel staat als lichtend voorbeeld voor volkeren en landen overal ter wereld. Holmes is tegen de Verenigde Naties gekant, tegen het terugtrekken uit Irak en tegen elke vorm van “appeasement” tegenover schurkenstaten à la Iran en Noord-Korea. Zoals de titel al suggereert, beschouwt Holmes de VS nog steeds als de beste hoop van de wereld op vrijheid, en gebruikt hij ontzettend veel historische vergelijkingen in dit boek om die mening te staven. Holmes is als oud-lid van de regering-Bush misschien een slechte boodschapper, dat ontken ik zeker niet, maar zijn boodschap verdient wel enig krediet. Het wordt immers hoog tijd dat we de VS opnieuw neutraal gaan bekijken vanuit Europa en het heersende politiek correcte anti-Amerikanisme gaan afzweren. Een wereld zonder machtige Verenigde Staten van Amerika is volgens mij immers een slechtere wereld, en die visie wordt in dit boek ook door Holmes beargumenteerd en opnieuw naar het voorplan gekatapulteerd.


Dit boekje van Murray Rothbard werd dit jaar door onze vrienden van het “Murray Rothbard Institute” naar het Nederlands vertaald. En ondanks de eerder Amerikaanse inslag van dit werk, is de thematiek vandaag actueler dan ooit tevoren. Het spook van de inflatie, crisis en recessie is terug. Beurzen zijn ineengestuikt en de prijzen van basisproducten blijven stijgen. Rothbard stelt in dit boek dat het de overheid is die aan deze neerwaartse businesscyclus schuld heeft. Inflatie en economische instabiliteit worden immers in de hand gewerkt door de overheden en hun monetair beleid. De analyse van wat “geld” eigenlijk is, wordt door Rothbard haarfijn gemaakt en geen enkele vorm van geldmanipulatie wordt door hem buiten beschouwing gelaten. Zijn uiteenzetting is bijzonder helder en doorweven met historische voorbeelden. Hij sluit het boek af met een brok recente monetaire geschiedenis. Hoe de goudstandaard uit de negentiende eeuw geleidelijk afgeschaft werd ten voordele van een louter papieren systeem, en hoe politici sindsdien met allerlei oplapwerk proberen om een inherent onstabiel monetair en financieel systeem in stand te houden. Onweerlegbaar wordt aangetoond dat net overheidsinterventies al deze problemen veroorzaakt hebben.


Het boek “The End of Prosperity” wijst de overheden van de wereld in het algemeen en die van de Verenigde Staten in het bijzonder op de kern van het huidige economische debacle. Meer jobs en meer industriële diversificatie zijn de sleutels voor welvaart en stabiliteit. Zoals het een Amerikaans werk betaamt, blaakt het boek van zelfvertrouwen en geloof in de aanpasbaarheid van de economie. De nadruk op minder belastingen en “supply-side economics” als mirakeloplossingen deel ik als fan van de Oostenrijkse School niet echt voor 100%, maar desondanks is dit boek van Arthur Laffer, Peter Tanous en Stephen Moore een must-read. De auteurs winden er ook zelf geen doekjes om: “We risk losing the exceptional standard of living that has made us the envy of the rest of the world if the pro-growth policies of the last twenty-five years are reversed.” De drie auteurs schetsen de economische geschiedenis van de laatste 25 jaar en tonen via oneindig veel voorbeelden en analyses aan dat we vandaag ontelbare malen beter af zijn dan in de jaren 1970 of daarvoor. Weinig regulering, weinig belastingen, en een degelijk monetair beleid dat de inflatie onder controle kan houden, hebben immers ongeziene rijkdom gegenereerd. Een pot goud, zeg maar. En ondanks mijn eigen Rothbardiaanse opvatting dat monetair beleid géén duurzame groei kan garanderen, was dit boek schitterend om lezen. De achterflap loog ook niet: “an essential reading for all who value our free enterprise system and high standard of living, and want to know how to protect their own investments in the coming storm.”


In de Verenigde Staten hebben de burgers dit jaar voor een nieuwe wind gekozen, en ook elders in de wereld zou men naar vernieuwing en hervorming snakken. De democratie is uitgehold door autonome overheidsagentschappen zonder populaire controle en door een enorme machtstoename op het niveau van de Europese Unie en de Verenigde Naties. De burgers van Groot-Brittannië zijn de politiek moe en walgen van de politieke klasse die meer met zichzelf bezig is dan met de wensen van haar kiezers. De auteurs van “The Plan”, Europarlementslid Daniel Hannan en Lagerhuislid Douglas Carswell, willen het Britse volk opnieuw empoweren en de machtsverhoudingen opnieuw doen overhellen van de almachtige staat naar de burgers. Net als andere Europese landen gaat het met het Verenigd Koninkrijk de verkeerde richting op. Hannan en Carswell lanceren een hele resem voorstellen om deze situatie te kenteren. Minder macht voor Brussel, meer macht voor Westminster. Minder macht voor Westminster, meer macht voor de gemeentebesturen. Minder macht voor de gemeentebesturen, meer macht voor wijkcomité’s en individuen. Referenda moeten de regel in plaats van de uitzondering worden en “lokalisme” moet het nieuwe staatsmodel worden. Belastingen moeten op het lokale niveau geheven worden, politiehoofden en rechters moeten democratisch verkozen worden, partijen moeten minder middelen vanuit de staat krijgen, en de overheid moet zich eens grondig bezinnen over haar kerntaken en haar engagementen. Het boek leest als een trein, daar niet van, en de inhoud spreekt mij als libertariër enorm aan, maar toch moet ik ook voor mijn helden kritisch zijn. Het boek van Hannan en Carswell overstijgt de stijl van een verkiezingspamflet wel niet, maar dat was de bedoeling.


Over “Hoe goed is het goede doel?” van onderzoeksjournalist Thierry Debels is de laatste maanden al veel gezegd en geschreven, en dat is ook terecht. Het boek is meesterlijk opgebouwd, uitermate leesbaar, en kan qua inhoud zeker aanspraak maken op de term “ogenopener”. De ondertitel is tegelijkertijd de belangrijkste conclusie van het boek: “100 euro in de collectebus van 11.11.11 levert slechts 1 euro voor het Zuiden op.” Debels heeft lange tijd onderzoek gedaan naar de grote NGO’s die in Vlaanderen actief zijn zoals Vredeseilanden en maakt in dit boek zijn bevindingen kenbaar. In dit boek hekelt hij het enorme aandeel van personeels- én managementkosten in het totale werkingsbudget van deze NGO’s. En van het relatief kleine aandeel dat effectief voor projecten uitgetrokken wordt, wordt uiteindelijk ook nog eens een overgroot deel verspild; hetzij aan mislukte en niet-afgewerkte projecten, hetzij aan fraude en corruptie. Debels doet een oproep aan de NGO’s om voortaan transparanter te gaan werken en om nauwgezetter om te springen met de besteding van de giften. In Nederland moeten NGO’s bijvoorbeeld op hun website per project bekend maken hoeveel geld er effectief naartoe is gegaan en moet men uitleggen waarom een project mislukt is. In België niet. Het gevolg daarvan is dat bij Nederlandse NGO’s meer dan 80% van het budget naar de projecten zelf gaat. In België slechts 1%. “Waarom kan dat hier niet?” zou dan ook de hamvraag van de Vlaamse filantropen moeten zijn. Debels levert hier een zéér waardevol werk af dat de burgers redenen te over geeft om kritisch te zijn tegenover NGO’s en deze dwingt tot meer eerlijkheid en openheid.


Deze drie boekjes tellen elk tussen de 70 en 150 pagina’s, en lezen zeer vlot. Het gaat stuk om stuk om uit de kluiten gewassen essays die door het Britse “Institute of Economic Affairs” in hun reeks “Occasional Papers” uitgegeven worden. Het gros van deze boekjes zijn zelfs gratis te downloaden via de website van het IEA en doorgaans worden deze boeken op congressen en lezingen allerhande kwistig uitgedeeld. David Smith onderzoekt en bespreekt de evolutie van de Britse overheidsuitgaven in “Living with Leviathan” en hekelt de enorme transfers van Londen naar de minder ontwikkelde gebieden in Schotland en Wales. Eamonn Butler en Craig Smith stellen in “Adam Smith: a Primer” het leven en werk van deze grote Schotse econoom voor. En niet enkel zijn bekende werken zoals “The Wealth of Nations” komen aan bod maar ook minder gerenommeerde werken zoals “The Theory of Moral Sentiments”. Tenslotte behandelen Butler en Smith ook nog de invloed van Adam Smith op andere politieke filosofen zoals Hayek en Popper. In “Free Markets Under Siege” houdt Richard Epstein een bevlogen pleidooi voor méér gezond verstand in het beleid. Samenlevingen gaan ten onder aan wanbeleid en welvaart kan enkel maar gerealiseerd worden binnen een vrije markt. Epstein hekelt de inspanningen van liberalen om moeilijke thema’s aan de mensen uit te leggen en stelt onomwonden voor om ons eerst te concentreren op de eenvoudige vraagstukken. Eens de mensen van deze eenvoudige oplossingen overtuigd zijn, is het moeilijkste deel van onze bekeringsqueeste in zijn ogen immers al achter de rug.

Read more...

9 december 2008

Kwaliteitspers in crisis

De mediasector is in crisis. Vooral de kranten dan. En de Vrt. Maar dat heeft andere oorzaken. De persbonzen zijn maandag nog gaan praten met minister-president Kris Peeters, maar een vraag tot meer subsidies werd daar niet geformuleerd. Zo meldde althans de kwaliteitspers. Het stemt hoopvol. Anderzijds zijn er een aantal journalisten die van mening zijn dat de overheid toch moet tussenkomen om de kwaliteitspers te redden. Want hun kranten zijn niet meer of minder dan onmisbaar in een democratische samenleving.

Wat de huidige crisis in de media betreft, dient een onderscheid te worden gemaakt tussen de negatieve conjunctuur enerzijds en een aantal structurele trends anderzijds. De huidige financiële en economische crisis heeft ook een negatieve impact op de media. Het versterkt de structurele tendenzen, met name dan de dalende inkomsten uit advertenties. Dalende inkomsten die vooral pijn doen voor kranten als De Morgen en De Standaard omdat zij bijna 70% van hun totale inkomsten nu net halen uit advertenties. Populaire kranten als Het Laatste Nieuws putten slechts 30% van hun inkomsten uit de reclamemarkt. De rest komt vooral van abonnementen en los verkochte nummers.

Welke zijn nu die structurele tendensen? Er zijn er een viertal, die complementair zijn aan elkaar. Om te beginnen de opkomst van de nieuwe media. Dat betekent meer concurrentie voor de gevestigde waarden. Ten tweede is er de toenemende “gratis” content. Gratis kranten zijn een voorbeeld. En er is het internet. Consumenten zijn steeds minder bereid om voor content te betalen. Ten derde. Adverteerders kijken meer en meer uit naar alternatieven voor de traditionele printmedia. Kranten verliezen zwaar aan specifieke advertentiecategorieën: inkomsten uit de zogenaamde “classifieds” (zoekertjes voor huizen, auto’s…), personeelsadvertenties en lokale advertenties dalen fors. Cijfers zijn resp. - 80% voor de “classifieds” en - 50% voor de personeelsadvertenties. Niet min. Het internet is hier uiteraard de “boosdoener”, en de economische crisis zal het aanbod van dit soort advertenties verder doen dalen. Ten slotte hebben mediabedrijven te maken met vooral vaste kosten die niet gemakkelijk te verlagen zijn. Hoewel. Dat is nu toch wat De Persgroep doet door de redactie van De Morgen onder te brengen in hetzelfde gebouw als dat van Het Laatste Nieuws. Maar mensen ontslaan, blijft al bij al gemakkelijker om kosten te drukken.

Christian Van Thillo van De Persgroep, de man die de hakbijl heeft boven gehaald, verklaarde dat verlieslatende kranten geen beslag mogen leggen op de kranten die wel nog goed presteren en winst maken. Hij heeft gelijk. “Making good things popular”, blijft ook voor kwaliteitskranten een uitdaging.

Maar ik denk dat we de zaak nog ruimte moeten bekijken. Sommige traditionele media, zoals kranten, staan onder druk, om bovengenoemde redenen. Maar de mediasector in zijn geheel blijft zeer dynamisch, afgezien van de gevolgen van de financiële crisis natuurlijk. Wanneer journalisten de gedrukte media via een open brief aan Kris Peeters zo passioneel verdedigen als de behoeders van de democratie, moeten we dat toch met een korreltje zout nemen. Net als de stelling van Paul Goossens dat een kwaliteitspers een publiek goed is, en dat de overheid pubieke goederen moet ondersteunen.Om met het eerste te beginnen. Stel dat het beheer van het emailverkeer in ons land gebeurt door een onderneming. En stel dat door de daling van het emailverkeer met 6% die onderneming zich genoodzaakt ziet om 25% van zijn personeel te ontslaan. Nu schrijft de CEO van dat bedrijf een open brief (of eerder wellicht een open email) aan de minister-president waarin hij (of zij) verkondigt dat rekening moet worden gehouden met het feit dat email “onlosmakelijk deel uitmaakt van ons sociaal weefsel en de sociale samenhang versterkt”.

Hoe moet de minister-president dan op dergelijke smeekbede reageren? Niet, zou ik zo denken. Het emailverkeer daalt immers omdat gebruikers een beter alternatief hebben gevonden. Het dalend gebruik van email hangt samen met het toenemend gebruik van sociale netwerksites zoals Facebook. En dat is een trend die niet alleen voortvloeit uit de vrije keuze van de consument, maar ook één die wellicht beter is voor ons sociaal weefsel.

Dezelfde laissez-faire houding lijkt verantwoord naar de geschreven pers toe. Hun relatieve teloorgang betekent niet noodzakelijk een aanslag op de democratie. Want er zijn alternatieven opgedoken – zoals blogs – die het democratisch gehalte van onze samenleving kunnen versterken. In de geschreven pers wordt nog vaak meewarig gedaan over de online media maar dat is grotendeels onterecht. Hoe dan ook, als de gebruiker kiest voor de alternatieven, dan moeten we hem in zijn keuze respecteren.

In dit verband nog stelt Paul Goossens in zijn opiniestuk dat de kwaliteitspers een publiek goed is. Deze stelling behoeft enige nuancering. Als hij de pers op zich bedoeld, klopt die stelling immers niet. Kranten op zich zijn geen publieke goederen, maar gewone private economische goederen waarvoor de wetten van vraag en aanbod gelden. Onafhankelijke en kwaliteitsvolle journalistiek daarentegen is wél een publiek goed. Bepaalde trends kunnen daarom aanleiding geven tot enige ongerustheid. In Californië bijvoorbeeld heeft de televisiezender TV50 haar hele redactie ontslagen om het dagelijks nieuws te laten maken door burgers. Bij andere kranten worden bepaalde journalistieke taken verhuist naar andere landen: bij Reuters naar Indië en bij de Financial Times naar de Filippijnen.

Maar dan nog. Het heeft geen zin om, onder het mom van het vrijwaren van een zogenaamde kwaliteitspers, een model dat onder druk staat te ondersteunen. Dat getuigt van een defensieve houding die voorbijgaat aan het dynamisme van de sector in zijn geheel.

Labels: , , ,

Read more...

Tijd voor een Vlaamse grondwet ?

Binnenkort verschijnt de bundel door Johan Sanctorum samengesteld onder de titel "De Vlaamse Republiek: van utopie tot project" (uitg. Van halewyck). Daarin verschijnt een bijdrage van mijn hand, getiteld "Res publica en rechtsstaat: vrijheid in een onvolmaakte samenleving. Pleidooi voor een functionele (niet te bevlogen) grondwet voor Vlaanderen". Hoewel ik destijds mee de campagne heb getrokken voor een Vlaamse grondwet voor 2002 (zie het verzoekschrift dat ik destijds mee opstelde), weten lezers dat ik sceptisch ben over het nut van een Vlaamse grondwet binnen een belgisch kader (zie o.a. mijn interview in Le Soir van 4 maart 2006). Maar een grondwet voor een post-Begisch Vlaanderen kunnen we best beginnen voorbereiden. Op uitnodiging van jong-N-VA gent gaf ik al een voorproefje met debat op 12 november. Gaarne neem ik dit kort verslag (door "Adhemar") over van hun webstek (http://student.ugent.be/jongnva/?q=node/123).

Op woensdag 12 November organiseerde Jong-N-VA UGent een lezing door professor Storme over de Grondwet. Een aantal geïnteresseerden kwam af op dit toch wel technische onderwerp, en werden niet teleurgesteld.

Professor Storme begon met de definitie van een grondwet. Er zijn twee zienswijzen mogelijk: de optimistische: de grondwet als een ethisch charter, en de realistische: de grondwet met checks and balances om machtsmisbruik en -concentratie te voorkomen. Zo moet ze volgens Storme het evenwicht vinden tussen de mogelijkheid van de staat om vrijheden te geven en het overwicht van de Staat die vrijheden kan inperken. Verder moet ze voor een spreiding van de macht in de tijd zorgen. De huidige generatie mag niet zomaar de wet kunnen aanpassen wegens modefenomenen door bijvoorbeeld een 2/3e blokkering in te stellen. Een ander belangrijk element in een goede grondwet is het hebben van meta-regels: regels over hoe de regels kunnen aangepast worden. Als voorbeeld nam hij Griekenland, waar wijzigingen in het kiessysteem pas ingaan na de volgende verkiezingen.

In een tweede deel ging Storme verder in op de Vlaamse grondwet. Hij toonde niet veel enthousiasme voor een deelstatengrondwet, tenzij deze in functie zou staan van een echte grondwet. Hij vindt wel dat het zin heeft om alvast een grondwet voor te bereiden. Het is volgens Storme wel belangrijk dat enkele valstrikken vermeden worden. Zo mag een grondwet niet ideologisch zijn en zijn vooral meta-regels zijn belangrijk. Ook kan men een opdracht voor de overheid omschrijven, maar men zou geen onmogelijk afdwingbare regels zoals “recht” op arbeid mogen invoeren.

Na de lezing van Storme werden heel wat vragen gesteld en beantwoord. Daarna begaven we ons naar ons stamcafé De Kroon om samen met professor Storme nog wat na te praten over de lezing en van een Karmeliet te genieten.
Read more...

Over eentonigheid en afwisseling (vpmc)

Een boek dat pas is verschenen, dus na de Boekenbeurs moeten wij vaststellen, is De Levenskunstenaar .(Il Discreto) van de XVIIde E.'se Spaanse jezuïet Baltasar Gracián.
Uitgeverij Papieren Tijger had vier vertalers aan het werk gezet, en die deden over het boekje van net geen 150 pagina’s toch enkele jaren. Gracián is een barokke auteur vol woordspelingen, de schrik van vertalers.

En al geniet Baltasar Gracián in managerskringen tegenwoordig wel enige bekendheid – tenslotte wil in die kringen ook wel eens een citaat van Machiavelli of Clausewitz vallen, of van Lao Tse, Sun Tsu of een andere Chinese Wijze – toch lijkt het me twijfelachtig of zijn boek in onze kranten op voet van gelijkheid zal worden besproken met bijvoorbeeld een nieuwe Verhulst of Lanoye.

Wat belooft ons De Levenskunstenaar ?
Een levenskunstenaar, zo vertelt de uitgever, slaagt er in alle middelen onder controle te krijgen en kan in overeenstemming met zijn psychische gesteldheid elk beroep uitoefenen, met profijt en voldoening zijn leven leiden en zich voorbereiden op het hiernamaals.

Dit laat weinig te wensen over, en ik laat Gracián dus zelf aan het woord:

Een stakker is het genie dat zweert bij één enkel onderwerp, ook al is dat iets unieks of zelfs het meest sublieme, en al helemaal als het slechts iets gewoons zou zijn. Die slechte gewoonte hebben veel vakmensen gemeen, zoals een soldaat die alleen maar over zijn veldtochten kan praten en een handelsman over zijn winsten.* Niemand wil luisteren naar zoiets eentonigs of zijn aandacht schenken aan een niet ter zake kundige, en als men zich soms al daartoe laat overhalen, dan gebeurt dat om er de draak mee te kunnen steken.
Afwisseling is altijd mooi en dus aangenaam en in dit geval zelfs aanlokkelijk. Bij de meeste mensen kan men maar voor één ding terecht, want zij hebben niet de capaciteit voor twee; bij sommigen moet je steeds hetzelfde punt aanroeren en maar over één onderwerp spreken, waar zij niet los van kunnen komen. Dat zijn de stokpaardberijders die van een conversatie een Sisyphuskwelling maken en je verpletteren onder de steen van hun eeuwige thema. Met reden beeft elke levenskunstenaar voor hen, want hij zal zijn verstand nog uitzweten als een van deze domoren zich op zijn geduld werpt. Uit angst voor zo’n pijnlijk risico geeft de wijze de voorkeur aan de dorre eenzaamheid en beleeft zijn Gouden Eeuw** innerlijk.
Het is een afschuwelijk kenmerk van sommigen, dit vervelen tot misselijkmakens toe wat ieder mens met goede smaak verfoeit onder de bede dat God ons behoede voor de man die altijd maar over één onderwerp kan praten en slechts op zoek is naar één ding. Daar tegen kunnen slechts enkele veelzijdige, talentvolle en verstandige vrienden, kortom mensen voor elk uur die altijd te pas en nooit ongelegen komen, ons genoegdoening schenken. Eén van hen telt al voor velen, terwijl van die anderen er duizend nog niet voor één tellen, en reken dan maar uit hoeveel uren je op ergerlijke wijze van hen afhankelijk moet zijn om op te wegen tegen één uur met een vriend.
_________________________

* Dit is een verwijzing naar Propertius 2,1,43 vg: "Navita de ventis, de tauris narrat arator, enumerat miles vulnera, pastor oves". De zeeman spreekt over de stormen, de ploeger over zijn ossen, de soldaat telt zijn wonden, de herder zijn schapen.
** Volgens Ovidius, in Metamorphoseon I, 89 e.v. brak er na de Schepping een gelukzalige periode aan onder Saturnus, de Gouden Eeuw, gevolgd door een Zilveren, een Bronzen en een IJzeren Tijd. Aansluitend bij Plato's theorie over de cyclische tijd kon de Renaissance er op bogen een terugkeer te zijn naar die Gouden eeuw.


De levenskunstenaar
(Il Discreto, 1646)
Uit het Spaans vertaald door
Jan Bakker, Kees van Dooren, Tineke Groot en Bep van Wees
2008, Papieren Tijger, pp. 52-3
.


Labels:

Read more...

7 december 2008

De eeuwige sirenenzang vanuit Congo (Hoegin)

Congo staat opnieuw in het midden van de belangstelling van de Belgische politiek. Minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht loopt nu al weken door te drammen over de noodzaak om Belgische troepen naar Afrika te sturen, waarbij hij –naar zijn gewoonte– ondertussen al zo ongeveer elke partij heeft kunnen schofferen, met uitzondering van de Secretaris-Generaal van de VN Ban Ki-moon dan (maar dat is misschien maar een kwestie van tijd?). En ook Yves Leterme wil natuurlijk zijn kans niet laten liggen om op Europees niveau de grote jan te kunnen uithangen.

Marc Reynebeau schreef dit week-end in De Standaard een korte lezenswaardige analyse over de vraag waarom België steeds weer wil terugkeren naar Congo: de eerzucht, de nostalgie naar de verloren grandeur, maar, laten we dat ook niet vergeten, de mogelijkheid om eventjes te kunnen ontsnappen uit de Belgische zandbank en al de «pietluttige» problemen die daar opgelost moeten worden te overstijgen. Het is inderdaad ironisch te noemen dat een federale regering, die er niet eens in slaagt een kieskring in het midden van het eigen land aan te passen aan de Grondwet, denkt dat ze duizenden kilometers verderop wél een positieve bijdrage zou kunnen leveren tot een oplossing van een militair conflict dat verweven is met de belangen van zowel enkele grootmachten als industriële acteurs, overgoten met een saus van etnische problemen, persoonlijke ambities van rebellenleiders, diepe armoede en overlevingsdrang, en zeg maar barbarij in de regel in de regimenten van de troepen aan beide zijden. Dat het dan nog uitgerekend de ministers Karel de Gucht, Pieter de Crem en Yves Leterme zouden moeten zijn die daarbij een constructief steentje zouden moeten bijdragen, is eerder een quasi-garantie op een catastrofe te noemen dan een kans op beterschap in de regenwouden van Congo.

Want het valt op, Karel de Gucht vindt duidelijk weer eens van zichzelf dat hij groot gelijk heeft, wat schrijf ik, reuzegroot gelijk, zo groot gelijk zelfs dat als dat nodig moest zijn, pi of de constante van Planck, of desnoods zelfs allebei, zich maar zullen moeten aanpassen aan Karel de Guchts persoonlijke mening. De gevolgen zijn er natuurlijk naar, en je moet het tenslotte toch maar kunnen om als hoofd van de Belgische diplomatie met zowel Joseph Kabila als Laurent Nkunda in een incident verwikkeld te raken, en de Michels Louis en Charles er nog eens bovenop. Een nog duidelijker brevet van absolute incompetentie om Minister van Buitenlandse Zaken te kunnen zijn kan men zich amper voorstellen, maar zoals ik al aanhaalde, het zou me niets verbazen als Karel de Gucht vroeg of laat ook Ban Ki-moon eens zou kielhalen. Of beter: het zou me verbazen moest hij erin te slagen dat te vermijden.

Yves Leterme dan weer geniet er duidelijk van dat hij, na de financiële crisis, opnieuw een dossier in handen gespeeld krijgt dat hij kan gebruiken om in Europa te schitteren als één van de «groten». Waar zou de EU moreel staan als daar niet Yves Leterme was die de eer van de Unie in Afrika wil redden met een Europese troepenmacht. «Wat in Congo aan het gebeuren is, mag niet genegeerd worden,» aldus de Eerste Minister. Je zou warempel gaan denken dat hij het deze keer ook écht meent, dat het geen verkiezingsbelofte is die niets meer waard is van zodra hij er ook persoonlijk iets voor zou moeten opofferen. Ik hoop voor hem dat het hem deze keer toch iets beter zal vergaan dan tijdens de financiële crisis, toen Neelie Kroes hem een leugenaar noemde omdat hij het al te bont maakte. Dat hij echter persoonlijk al een brief heeft mogen ontvangen van de Secretaris-Generaal van de VN, dat kan niemand hem meer afpakken.

De vraag die ik me echter stel is wat een Europese (of Belgische) troepenmacht daar in Congo eigenlijk kan gaan doen. Is er enige garantie, of zelfs nog maar intentie, dat ervoor gezorgd zal worden dat er in Congo ook aan het fundamentele probleem gewerkt zal worden, of gaat het er ook deze keer om enkel en alleen de hoogste nood te lenigen, daar zoveel mogelijk de eer voor te kunnen opstrijken, en dan bij de eerste de beste gelegenheid of tegenslag zich terug te trekken en de bevolking er maar weer aan zijn lot over te laten? Met als gevolg dat binnen enkele jaren de hele Congo-carrousel opnieuw een rondje zal mogen draaien, inclusief pleidooien van een Minister van Buitenlandse Zaken om een troepenmacht te sturen en persoonlijke brieven van de Secretaris-Generaal van de VN aan de Eerste Minister. Ik heb er zo mijn gedacht over, maar dat Yves Leterme het deze keer ook echtig en techtig zou menen kan natuurlijk niet helemaal uitgesloten worden.

Kan er trouwens iemand mij precies vertellen wat nu eigenlijk het verschil is tussen die Joseph Kabila en Laurent Nkunda, anders dan dat Joseph Kabila de zoon is van de vorige rebellenleider die uit het regenwoud opdook en Kinshasa wist in te nemen, en Laurent Nkunda de nieuwste rebellenleider is die uit het regenwoud opdook en de ambitie heeft vroeg of laat Kinshasa in te nemen? Slechts twee vragen staan werkelijk open in Congo: ten eerste of Laurent Nkunda er uiteindelijk ooit in zal slagen Kinshasa in te nemen, en wat de naam is van de volgende rebellenleider uit het regenwoud. Wat absoluut geen open vragen zijn is dat de lokale bevolking hoe dan ook het gelag zal moeten betalen, en dat politici in Europa opnieuw verveeld zullen zitten met de hele situatie, schijnbaar omwille van al de menselijke ellende, maar vooral omdat de ontginningscontracten die afgesloten werden met Kinshasa opnieuw op de helling zullen gezet worden van zodra een nieuwe chef er de dienst zal uitmaken. Het is meteen ook de enige reden waarom het stelletje ongeregeld dat in Oost-Congo voor regeringsleger moet doorgaan in de pers occasioneel wel eens «legitiem» genoemd wordt.

Dat is natuurlijk de essentie van het Congolese probleem, en het is waarschijnlijk daar ook dat een oplossing gevonden zal moeten worden. Zolang echter de Michels aan Franstalige zijde ongestraft mogen blijven optreden als gewillige handpoppen voor enkele Belgische industriegroepen met grote commerciële belangen in Congo, en zelfs een Karel de Gucht die anders toch niet op zijn mondje gevallen is er zelfs voor past daar iets over te zeggen, bestaat er voor de bevolking in Oost-Congo, ja zelfs heel Congo, weinig hoop op verbetering. Of nog: zelfs in Oost-Congo heeft men belang bij een zo spoedig mogelijk einde van België, want het zou alvast één van de schuldigen aan de huidige problemen kunnen doen verkleinen, indien niet verdwijnen. Marc Reynebeau mag het altijd laten weten als hij het daar niet mee eens zou zijn.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

6 december 2008

Bart De Wever op de rooster



In Amerika worden politici door hun politieke vrienden soms gehuldigd met een "roast". Dat is geen barbecue waarop één of ander varken of kalkoen wordt geroosterd, maar een reeks toespraken waarin de te huldigen politicus op de rooster wordt gelegd, waar hij en waar zijn sterktes en zwakheden op humoristische wijze en in scherpe bewoordingen worden beschreven. Dat heeft daar zo'n succes dat een toegangsticket voor een "roast" vaak zeer duur wordt verkocht, waarbij de opbrengst aan een goed doel wordt geschonken. Gisteren leek de voorstelling van het nieuwe boek van Bart De Wever, "Het kostbare weefsel", ook op zo'n roast. Gastsprekers Herman Van Rompuy en Carl Devos lieten op speelse wijze geen spaander heel van Bart De Wever. Enkele citaten. Van Rompuy: "Bart De Wever blijft interessant, maar hij is niet langer relevant, want daarvoor heeft hij het kartel nodig". Devos: "Bart moet zijn intellectueel argumentarium beter soigneren", "waar blijft de totaalvisie, de overkoepelende tekst die alle onderliggende ideeën, visies en waarden geïntegreerd worden". Bekijk de video, drie kwartier lang, voor meer verbaal sadisme. De opname werd soms gehinderd door cameramensen die het zicht versperden of door de jongste spruit van De Wever die de woorden van papa De Wever probeerde te overstemmen, maar het debat is toch goed te volgen.

Over het boek dan. Dat is een bundeling van 65 opiniestukken die Bart De Wever de afgelopen vijf jaar schreef, eerst in De Standaard en daarna in De Morgen. Voor wie die stukken al gelezen heeft, blijft het interessant, want De Wever laat elke column voorafgaan door een inleiding waarin hij het stuk duidt binnen de huidige politieke context of verduidelijkt hoe hij daar nu op terugkijkt. Het woord vooraf is van de hand van Marc Reynebeau die De Wever schetst als een kruising tussen De Sade en Calimero. In het naschrift vat De Wever nog eens de rode draden samen die door al zijn columns lopen. Tijdens zijn toespraak op de boekvoorstelling deed hij dat uitgebreider dan in het 'woord achteraf' van zijn boek. De video hierboven bevat dus wellicht al de kiemen voor een volgende boek van Bart De Wever.

Toeval of niet, maar de allereerste column die Bart De Wever in De Standaard schreef, en die over het conservatisme van Edmund Burke ging, was voor mij toen een reden om in mijn pen te kruipen. Waarop De Wever in een commentaar antwoordde dat zijn stukje "kennelijk niet de juiste indruk had kunnen nalaten". In Amerika wordt al wat rechts van het centrum staat "conservative" genoemd, en ik zou daar zeker als een "fiscal conservative" worden beschouwd, maar na het lezen van De Wevers column vond ik mezelf plots niet meer zo conservatief. Ik ben namelijk niet zo te vinden voor de primauteit van "het maatschappelijk weefsel" dat De Wever steeds benadrukt, en dat door collectivisten wordt gebruikt om de rol van de staat te versterken. Ik vind, in tegenstelling tot De Wever, niet dat er een ontwerpfout in het Verlichtingsdenken zit. Dat neemt niet weg dat ik het vaak met Bart De Wever eens ben, als hij wijst op de eenzijdigheid van het debat in de media, de kloof tussen de links-progressieve opiniemakers en de bevolking, de taboes inzake de multiculturele maatschappij of de excessen van de slachtoffercultuur. De Wever is waarschijnlijk de politicus waarvan er het meeste citaten op mijn citatenblog zijn verschenen. Dat komt onder meer omdat ik politici graag op tegenstrijdigheden betrap. Zo ketste De Wever in mei 2006 het etiket "rechts" van zich af door te stellen dat zijn partij een centrumpartij is en geen rechtse partij. Terzelfdertijd klaagt hij echter steen en been dat de rechtse stem onvoldoende aan bod komt in de media en dat het etiket "conservatief" vervuild is. Doet hij dan zelf niet een klein beetje mee aan de vervuiling van het begrip "rechts"?
Read more...

4 december 2008

Gun control, self-defense and terrorism in India (Abhijeet Singh)

I live in India and I am a proud firearm owner -- but I am the exception not the norm, an odd situation in a country with a proud martial heritage and a long history of firearm innovation. This is not because the people of India are averse to gun ownership, but instead due to Draconian anti-gun legislation going back to colonial times. To trace the roots of India's anti-gun legislation we need to step back to the latter half of the 19th century. The British had recently fought off a major Indian rebellion (the mutiny of 1857) and were busy putting in place measures to ensure that the events of 1857 were never repeated. These measures included a major restructuring of administration and the colonial British Indian Army along with improvements in communications and transportation. Meanwhile the Indian masses were systematically being disarmed and the means of local firearm production destroyed, to ensure that they (the Indian masses) would never again have the means to rise in rebellion against their colonial masters. Towards this end the colonial government, under Lord Lytton as Viceroy, brought into existence the Indian Arms Act (1878); an act which exempted Europeans and ensured that no Indian could possess a weapon unless the British masters considered him a "loyal" subject of the Empire.

An example of traditional British thinking in colonial times is James Burgh in his notorious 1774 book “Political Disquisitions”.
No kingdom can be secured otherwise than by arming the people. The possession of arms is the distinction between a freeman and a slave. He, who has nothing, and who himself belongs to another, must be defended by him, whose property he is, and needs no arms. But he, who thinks he is his own master, and has what he can call his own, ought to have arms to defend himself, and what he possesses; else he lives precariously, and at discretion.
And thoughts of the man who wanted to rule the world, Adolf Hitler.
The most foolish mistake we could possibly make would be to allow the subject races to possess arms. History shows that all conquerors who have allowed the subject races to carry arms have prepared their own downfall by so doing. Indeed, I would go so far as to say that the supply of arms to the underdogs is a sine qua non for the overthrow of any sovereignty.
The leaders of our freedom struggle recognised this, even Gandhi the foremost practitioner of passive resistance and non-violence had this to say about the British policy of gun-control in India.
Among the many misdeeds of the British rule in India, history will look upon the Act depriving a whole nation of arms, as the blackest.
India became independent in 1947, but it still took 12 years before this act was finally repealed. In 1959 the British era Indian Arms Act, 1878 (11 of 1878.) was finally consigned to history and a new act, the Arms Act, 1959 was enacted. This was later supplemented by the Arms Rules, 1962. Unfortunately this new legislation was also formulated based on the Indian Government's innate distrust its own citizens. Though somewhat better than the British act, this legislation gave vast arbitrary powers to the "Licensing Authorities", in effect ensuring that it is often difficult and sometimes impossible for an ordinary law abiding Indian citizen to procure an arms license.

Or as Vladimir Lenin once put it.
A system of licensing and registration is the perfect device to deny gun ownership to the bourgeoisie.
Also the policy of throttling private arms manufacturing was continued even after independence. Limits on the quantity and type of arms that could be produced by private manufacturers were placed -- ensuring that the industry could never hope to be globally competitive and was instead consigned to producing cheap shotguns, of mostly indifferent quality, in small quantities. A citizen wishing to purchase a decent firearm depended solely on imports, which were a bit more expensive but vastly superior in quality. This changed towards the mid to late 1980s, when the Government, citing domestic insurgency as the reason, put a complete stop to all small arms imports. The fact that there is no documented evidence of any terrorists ever having used licensed weapons to commit an act of terror on Indian soil seems to be of no consequence to our Government. The prices of (legal and licensed) imported weapons have been on an upward spiral ever since -- beating the share market and gold in terms of pure return on investment. Even the shoddy domestically produced guns suddenly seem to have found a market. Also since the Government now had a near monopoly on (even half-way decent) arms & ammunition for the civilian market, they started turning the screws by pricing their crude public sector products (ammunition, rifles, shotguns & small quantities of handguns) at ridiculously high rates -- products that frankly, given a choice no one would ever purchase.

Or as George Orwell once stated.
That rifle on the wall of the labourer's cottage or working class flat is the symbol of democracy. It is our job to see that it stays there.
Curtailing gun ownership, to curb violent crime, through denying licenses or making legal arms and ammunition ridiculously expensive is based on flawed reasoning. The fact is that licensed firearms are found to be used in a statistically insignificant number of violent crimes, motorcycles and cars are far more dangerous. The certainty that a potential victim is unarmed is an encouragement to armed criminals. Less guns, more crime. Most violent crimes involving firearms are committed using untraceable illegal guns. Terrorists or the mafia are not going to be deterred by gun-control laws, they will be willing and able to procure arms of their choice and use them to commit crimes irrespective of any laws. Ironically in India it is many times cheaper to buy the same gun on the black market!

Sammy “The Bull” Gravano, a famous Mafia hit man:
Gun control? It's the best thing you can do for crooks and gangsters. I want you to have nothing. If I'm a bad guy, I'm always gonna have a gun. Safety locks? You'll pull the trigger with a lock on, and I'll pull the trigger. We'll see who wins.
Thomas Paine in his 1775 book “Thoughts on Defensive War”:
The supposed quietude of a good man allures the ruffian; while on the other hand, arms, like laws, discourage and keep the invader and the plunderer in awe, and preserve order in the world as well as property. The same balance would be preserved were all the world destitute of arms, for all would be alike; but since some will not, others dare not lay them aside.... Horrid mischief would ensue were one half the world deprived of the use of them.
And from the world's gentlest human being, the Dalai Lama:
If someone has a gun and is trying to kill you, it would be reasonable to shoot back with your own gun.
It is, of course, no coincidence that the right to have guns is one of the earlier freedoms outlined in the Bill of Rights of the United States. Without guns in the hands of the people, all the other freedoms are easily negated by the State. If you disagree with that statement, ask yourself if the Nazis could have gassed millions of Jews, had the Jews been armed with rifles and pistols -- there weren't enough SS troops to do the job. Lest we forget, in the Warsaw Ghetto Uprising of 1944, a couple of hundred Jews armed with rifles and homemade explosive devices held off two fully-equipped German divisions (actually about 8,000 men) for nearly two months. Closer home take the case of the Godhra carnage and the anti-Sikh riots of 1984. Would wanton mobs have slaughtered so many innocent people with such disregard to consequences if their potential victims had been armed and ready to defend themselves? A serious consideration should be given to an armed civilian population as a solution to religious and racial riots as well as other crimes. Since all criminals are instinctively driven by self-preservation allowing legal ownership of firearms by law abiding citizens would act as a serious deterrent. This will make sure that if the Government fails to do its duty to protect the life and liberty of its citizens, citizens will be able to protect themselves. I'll take some potential objections and try to answer them.

Q1. Won't legal owners of arms use firearms to murder others?
Ans. When a man holds a rifle, he becomes almost godlike: suddenly, he has the ability to deal death and injury to another over a considerable distance -- to send, as it were, a thunderbolt of Zeus. For some men, unquestionably, this power is going to be abused, just as some men will always drive a fast car at reckless speeds. For the vast majority of men, however, this power produces precisely the opposite effect: they are humbled by the power they hold, and they become more responsible in its use. That is why, in a nation like the United States with well over seventy million gun owners, only a tiny fraction, less than half a tenth of one percent, use a gun to commit a crime each year. Also since the firearms would be registered with the Govt. along with the owners address, the type of the firearm, its serial number etc. Those (the criminals) who want to commit crimes will not and DO NOT bother to purchase firearms legally and register them. They can and do buy them from the black market (at a fraction of the cost of a legal firearm). Legal ownership will allow law abiding citizens to protect their and others life and property.

Q2. Won't there be a free for all during riots?
Ans. By definition riots ARE free for all. However, very few people will participate in riots knowing that a large number of law abiding citizens own firearms in the area. This will actually prevent riots. Riots are mostly started by miscreants (unscrupulous politicians?) who want to benefit from the chaos of riots. However, the risk (loss of life or limb) for the miscreant in starting and/ or participating in such riots, when a large number of civilians own legal firearms, is significant. Therefore miscreants will not dare to start riots.

Q3.What about domestic violence and firearms?
Ans. Domestic violence has nothing to do with firearm ownership. Firearms are merely a tool -- not the cause of violence, to quote a famous NRA slogan "Guns don't kill people, people kill people". Women in India face domestic violence even today with limited legal gun ownership. If anything, arms in the hands of women even help the odds by removing the physical weakness of women from the equation.

Q4. What about accidents?
Ans. More people in India get killed in automobile accidents than firearm accidents. In countries where gun ownership rates are high like the United States (which has a firearm to population ratio of approx 96:100), Switzerland, New Zealand etc. several times more people die in road accidents than from firearm accidents. Firearm accidents can be further minimised by making a gun-safety course mandatory before a permit is issued -- so long as this is not used as another excuse to delay or deny permits.

Q5. What about firearm assisted suicides?
Ans. A suicidal person has many different available ways to end his life. Firearms are just another means for him. Statistically suicide rates have little correlation with firearm ownership. Many countries with anti-gun legislation have high suicide rates and vice versa.

Q6. Are there any working systems and what are the results?
Ans. Yes, for example in United States of America, Switzerland, New Zealand. One must note here that different states in the U.S. have different degrees of gun ownership and firearm restrictions. Interestingly the states with more restrictions on gun ownerships have a higher crime rate than those that are less restrictive.

I do not condone violence or a violent solution to problems, but there can be no justification for not letting people be prepared to defend their own and their families' lives and property. When one is surrounded by mobs bent on setting you on fire and the like, in a country where policing is non-existent, owning firearms by people will have a great deterrent effect on mobs. Of course, if I could sue the police for not giving me complete protection, then I might feel differently (but don't count on it). But by law the State cannot be at fault for not protecting its citizens -- so if the cops take 25 minutes (or several hours) to respond to your call, and in those 25 minutes a criminal kicks open your door, shoots you and your wife, rapes your 11-year-old daughter, and beats your baby to death, that's just tough luck. What about incidents like 1984 and Godhra, where the local administration and police wilfully neglected their duty to protect the citizens of this country? Wasn't the inability of armed government officials proven last week in the Mumbai hotel attacks where nearly 200 people perished -- all innocent, defenceless and unarmed?

Please also read the entertaining Parable of the Sheep for an explanation so simple that even a child can understand it. As the Indian Law stands today a citizen of this country cannot even own a stick without inviting a penalty of 7 years in prison. We live in a country where we have still not cast off the yoke of antiquated laws made by our colonial masters to keep us oppressed and at the mercy of the government, notwithstanding the lofty vision of the first page of our constitution. Harping on the few who unfortunately misuse firearms unfairly ignores those millions of us spread all over the world who own and use them responsibly. Dreaming romantically about a world where everything has been made perfectly safe "for the children" is just that, dreaming. I've tried visualising world peace until I'm about ready to have an out of body experience, but as soon as I open my eyes, they're bombing civilians in the North East or gunning down innocents in Kashmir. Welcome to the real world. George Mason, the "Father of the Bill of Rights", was clear about this issue: “I ask, sir, what is the militia? It is the whole people. To disarm the people is the best and most effectual way to enslave them.”


Dit artikel van Abhijeet Sing verscheen op GunOwners.org en werd nadien ook elders ter publicatie aangeboden. Hat tip: Pieter Cleppe.

Meer teksten van deze Indiër op www.abhijeetsingh.com.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

3 december 2008

Vijf filmpjes uit de presidentsverkiezingen in de VS die mij zeker zijn bijgebleven (Vincent De Roeck)



Barack Obama maakte van alle mainstream-kandidaten het beste gebruik van de nieuwe communicatiemiddelen zoals het internet. Verder werkte hij doorgaans ook met veel "grassroots" bewegingen en kon hij jongeren achter zijn campagne scharen. Eén van de leukste en meest originele "grassroots" initiatieven rond de campagne van Barack Obama was het typetje "Obama Girl" van de satirische website "Barely Political". Meer dan 25 miljoen surfers bekeken de twintig originele YouTube-filmpjes waarin tienermodel Amber Lee Ettinger in de huid van Obama Girl kroop. En het nummer "I have got a crush on Obama" gaf Ettinger onmiddellijk de status van internetfenomeen.



Joe Biden was op voorhand al bekend voor de onvoorzichtige uitspraken die maar al te vaak in zijn speeches naar boven kwamen en ook in de campagne maakte hij de verwachtingen waar. We kennen allemaal nog zijn verzoek aan staatssenator Graham om tijdens een speech even recht te staan zodat de ganse zaal hem zou kunnen zien, niet wetende dat Graham verlamd was en aan zijn rolstoel gekluisterd zat. Maar los van deze gaffels had Biden bij mij soms toch ook enige positieve impact. In een interview met Shalom-TV wond hij er immers geen doekjes om dat hij een overtuigd Zionist was en Israël steeds zou blijven steunen, ongeacht de situatie. Hiermee verzekerde hij Obama van ongezien veel steun vanuit de joodse gemeenschap. En met de latere benoeming van Emmanuel Rahm als kabinetschef maakte Obama het werk af. De Democraten trokken, ondanks Obama's huidskleur, in deze presidentsverkiezing meer joodse stemmen naar zich toe dan in 2000 of 2004.



John McCain stemde in de senaat in meer dan 90% van de keren mee met George W. Bush, zo blijkt uit zijn "voting record", maar toch bleef hij volhouden een "maverick" te zijn. De voorverkiezingen verliepen moeizaam, maar uiteindelijk kozen de Republikeinen toch voor de persoon die ze in 2000 ook al bijna geselecteerd hadden. Mitt Romney was Mormoons en flipflopte iets te vaak om geloofwaardig te zijn. Rudy Giuliani was te sociaal-liberaal voor een partij die meer op het diepconservatieve zuiden mikt. En Mike Huckabee of Ron Paul waren misschien net iets té grote mavericks voor de GOP in deze tijden. Senator McCain werd overal op handen gedragen, kandidaat McCain overal uitgespuwd. Zelfs traditionele pro-McCain-media als "The Economist" en "The Wall Street Journal" kozen uiteindelijk partij voor Obama. De enige - én laatste - keer dat we de échte John McCain nog eens aan het werk gezien hebben in de campagne was tijdens zijn prachtige nederlaagspeech. John McCain is een groots man. Jammer dat net die status in zijn vuile smeercampagne niet meer naar de voorgrond gebracht werd. Het had anders gekund.



Gouverneur Sarah Palin werd achteraf unisono als "liability" voor McCains ticket afgeschilderd, maar dat lijkt me een iets te vlugge conclusie. Uiteindelijk zijn het de vuile anti-propaganda van McCain en de economische crisis geweest die de verkiezing in het voordeel van Barack Obama hebben doen eindigen. Sarah Palin heeft zeker fouten gemaakt, dat ontken ik ook niet, maar grosso modo genomen, was zij wel degelijk een meerwaarde voor het Republikeins ticket. Haar aanvaardingsspeech op de GOP-conventie was in mijn ogen haar hoogtepunt. Ze enthousiasmeerde de traditionele conservatieven op ethisch en socio-economisch vlak, en haar aanvallen op de linkse elite uit New England en de Ivy League-universiteiten vielen uitermate in de smaak bij grote lagen van de bevolking. De heksenjacht op Palin in de media heeft haar imago zeker schade toegebracht, maar als ze zich beter wapent tegen dit soort aanvallen en zich beter voorbereidt op haar mogelijke volgende run, dan geef ik haar in 2012 zelfs nog alle kansen op het vice-presidentsschap, of zelfs het presidentsschap.



En natuurlijk kan ook congreslid Ron Paul in dit rijtje niet ontbreken. Als overtuigd libertariër en constitutionalist keek hij aan tegen een zéér zware race. In de steek gelaten door zijn partij en tegengewerkt door "big business" dat de ideeën van Ron Paul liever niet teveel in D.C. ziet opduiken, bleef Ron Paul vasthouden aan zijn idealen. En niet zonder succes. Het libertarisme heeft nog nooit zo'n zichtbare verdediger gehad als de laatste maanden. En ook financieel heeft deze race iets bewezen. Als individuen écht in een politicus geloven, heeft die géén "corporate sponsors" nodig om een campagne op poten te zetten. De "Ron Paul Revolution" is strikt genomen dan al wel voorbij, de ideeën leven verder, en méér en méér jongeren lijken daarvoor gewonnen. En gelukkig is er nog het internet om de meesterlijke debatkunsten van Ron Paul te vereeuwigen. Ik lieg niet door een bumpersticker te citeren. "Ron Paul cured my apathy!"

Read more...

2 december 2008

Better Regulation Conference (Vincent De Roeck)

Op 24 en 25 november organiseerde het “Ludwig von Mises Institute Europe” in het Brusselse Amigohotel een conferentie over “better regulation”. Een zeventigtal personen hadden voor de conferentie ingetekend en ondanks de relatief hoge techniciteitsgraad van de verschillende lezingen heb ik deze tweedaagse zeker naar waarde weten schatten. Naast “keynote speeches” van Niko Demeester, kabinetschef van minister Vincent Van Quickenborne, en Herman De Croo, minister van Staat en erevoorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, die allebei een liberaal antwoord trachtten te formuleren op de lokroep naar méér regulering en overheidsbemoeienis, en allebei prat gingen op de formidabele evolutie op vlak van administratieve vereenvoudiging die België de jongste jaren gekend heeft, was het toch vooral de redevoering van Marianne Klingbeil, de directrice van het “Better Regulation Project” van de Europese Commissie, die bij mij is blijven hangen. En niet tenminste omdat zij de eerste Eurocrate van enig formaat is die ik al gehoord heb en die niet enkel haar dossier kende maar het ook nog interessant, én levendig, wist te brengen.

Het project van Klingbeil heeft tot doel de Europese “red tape” tegen 2012 met 25% te verminderen en in dat kader verdedigde zij resoluut de ideeën van e-government (o.a. op vlak van douaneformaliteiten en informatievergaring), “impact assessment” via de oprichting van een permanente commissie die zich over deze taak zal buigen, verdere codificering van regels om zo helderheid, transparantie en toegankelijkheid te genereren, en “administrative review” van het volledige “acquis communautaire” op basis van het vereenvoudigingscriterium. De verschillende paneldiscussies werden op hun beurt dan weer in goede banden geleid door een velerlei aan personen uit de Europese libertarische beweging zoals Annette Godart Van der Kroon, voorzitster van het LVMI-Europe, Barbara Kölm-Lamprechter, secretaris-generaal van het Weense Hayekinstituut, Gawain Towler, woordvoerder van de UKIP en de IND/DEM-groep in het Europees Parlement, hoofdredacteur Kris Barrezeele van het zakenblad “The Director” en redacteur Kyle Wingfield van de “Wall Street Journal Europe”.

Professor Stephan Wyckaert van de ULB schetste het raamwerk waarbinnen de Europese Commissie momenteel werkt aan “betere” regelgeving en koppelde dit terug naar enkele traditionele libertarische kritieken zoals die van Frédéric Bastiat of Portalis die allebei een natuurrechtelijke kijk op de wethouders hadden en vooral het belang van afdwingbare eigendomsrechten hoog in het vaandel droegen. “De Europese Unie wil té veel reguleren en vaardigt daarom té vaak slechte regels uit,” aldus Wyckaert. Professor Hardy Bouillon van de universiteit Duisburg-Essen hekelde de nadruk op utilitaristische argumenten in het debat rond regulering en verdedigde de meerwaarde van competitie, ook in minder traditionele domeinen als éénvormigheids- en kwaliteitsstandaarden. Professor Matthias Storme van de UA en de KUL analyseerde de ideeën en de wensen van de Europese regelgevers en deed deze af als “inherent contradictorisch”. Perfecte regulering bestaat niet. Men moet altijd kiezen tussen rechtszekerheid en voorspelbaarheid aan de ene kant, en actieradius en flexibiliteit aan de andere kant. Wil men iets reguleren, moet men het ideaal van coherentie doorgaans laten varen. En ook de interpretatievrijheid van rechters en uitvoerders geeft problemen. Tenslotte waren de anti-discriminatiewetten volgens hem nog de archetypische voorbeelden van slechte regels.

Mario Fetz, de directeur van het “Private Sector Partnership” binnen het Wereldvoedselagentschap van de Verenigde Naties, kwam in Brussel vertellen over de recente veranderingen in aanpak op vlak van publiek-private samenwerking. Tot 2002 werd privé-hulp uitgesloten van de VN-projecten, maar daar is nu verandering in gekomen. Tegen 2012 moet al 200 miljoen euro van het WVA-budget een private oorsprong hebben en dat bedrag zou nadien geleidelijk aan tot 2 miljard euro moeten oplopen. Transportgoeroe Luke Disney sprong Fetz hierin bij. Disney stond enkele jaren geleden mee aan de wieg van de “North Star Foundation” die geld inzamelt bij transportbedrijven en dat in Afrika onder VN-vlag aan eigen projecten mag besteden. De VN begint ook meer en meer in te zien dat centrale planning haar doelen vaak mist terwijl privaat initiatief meer succes kent, minder verspilling en inefficiëntie met zich meebrengt en op de grond het verschil kan maken. Thomas Deichmann, de hoofdredacteur van NOVO, sprak over het concept van spontane “corporate social responsibility” en woog dit af tegen Milton Friedmans uitspraak, “the business of business is business”. Zelfs al zijn de redenen voor bedrijven om aan charity te doen niet 100% filantropisch, de gevolgen en realisaties daarvan zijn dat natuurlijk wel.

Professor Simon Duindam van de universiteit van Maastricht vergastte de aanwezigen op een lezing over “law and economics” en hield een bevlogen pleidooi voor een nieuwe methodologie in de analyse van regulering en de impact ervan op de economie die het individu centraal zou plaatsen in plaats van bepaalde doelgroepen of targetsectoren. Europees Mandarijn Gert-Jan Koopman temperde het enthousiasme van Duindam en hield vast aan het traditionele overlegmodel waarin alle stakeholders, zowel associaties als individuen, betrokken worden. Consultant John Houston van de “Kreab Group” waarschuwde voor het misbruiken van de bankcrisis. Houston stelde dat een groot aantal nieuwe regels nu verpakt worden als maatregelen tegen de crisis en zo gestemd geraken terwijl hun link met de crisis eigenlijk verwaarloosbaar is. Milieujournalist Edgar Gärtner gaf onverbloemd kritiek op de REACH-richtlijn. Dit zou een coup-de-théâtre zijn die de landbouwprijzen verder zou doen toenemen zonder noemenswaardige impact te hebben op de kwaliteit en veiligheid van de producten of op de bescherming van het milieu.

Gewezen Brits Europarlementslid Tom Spencer drukte dan weer zijn vrees uit voor het verdwijnen van het debat in Europa en de opkomst van een corporatistische consensuscultuur, en Detmar Döring van de “Friedrich Naumann Stiftung” mocht de conferentie besluiten met een ideologisch libertarisch discours. De vrije markt faalt natuurlijk niet. Het klimaat verandert, maar natuurlijk niet door menselijk gedrag. Ecologisme is helemaal niet moreel gerechtvaardigd, net zomin als technologisme of vrijemarktdenken. Democratie is misschien wel beter dan technocratie, maar de huidige EU combineert net het slechtste van twee werelden. Geldcreatie is wel degelijk de oorzaak van de huidige financiële crisis. En het is gewoon onbegrijpelijk dat kapitalisten in de publieke opinie de nieuwe joden geworden zijn...


Meer over deze conferentie op www.lvmi-europe.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

1 december 2008

Geen geklieder met drukinkt ! (vpmc)

Beste lezer,
al sinds enkele dagen is het mij onduidelijk of Arthur Schopenhauer wel gelijk had in §283 van zijn Über Schriftstellerei und Stil: “[…] so lese ich aus einem Autor ein paar Seiten und weiß dann schon ungefähr, wie weit er mich fördern kann.
[laat mij van een auteur een paar bladzijden lezen, en dan weet ik ongeveer wel tot waar die mij vooruithelpen kan]

Mijn twijfel aan de uitspraak van Arthur Schopenhauer kwam, omdat ikzelf al geruime tijd de geschriften van Peter Vandermeersch lees –meer dan eens heb ik u deze lectuur deelachtig gemaakt– maar daarbij toch een valse indruk van de auteur moet hebben opgedaan.
Vandermeersch schreef vrijdag namelijk een stuk –deels als antwoord aan zekere Thomas Siffer, deels ook als wraakoefening op Van Cauwelaert van Knack– en wat mij opviel in zijn stuk was dat het zo duidelijk en goed geschreven was. Vandermeersch sprong
met zijn inkt zuinig om. Schopenhauer zou gezegd hebben: van gewissenlose Tintenklexerei is hier geen sprake. Het was een moedig stuk.
De uitleg voor deze stijlbreuk bij Vandermeersch is eenvoudig: “Daher nun ist die erste, ja, schon für sich allein beinahe ausreichende Regel des guten Stils diese, DASS MAN ETWAS ZU SAGEN HABE: o, damit kommt man weit!
[Vandaar dat de eerste, ja, op zich al bijna voldoende regel van de goede stijl deze is: DAT MEN IETS TE VERTELLEN HEEFT : o, daar kom je een eind mee!]

En Vandermeersch hád iets te vertellen, en zelfs extra nog iets te vertellen dat ook mij wat op de lever had gelegen, al had die kleinigheid mij geen moment belet om de petitie van dr.
Frank Thevissen te ondertekenen.
Vandermeersch merkt in zijn artikel terecht op dat Draulans bijna verwijtend werd toegevoegd dat hij "van origine bioloog" was. Ik ging er onmiddellijk van uit dat die toevoeging niet zo bedoeld was, maar dat neemt niet weg dat zij er beter niet had moeten staan, immers: “Alles Entbehrliche wirkt nachtheilig.
En er zijn ook zóveel biologen die schitterend schrijven, altijd een stuk beter, spannender en zinniger dan sociologen, politicologen, zelfs filosofen en tutti quanti.
Biologie is een precies bèta-vak, misschien niet even precies als fysica, maar wel dichter bij onze wereld op menselijke schaal.
Om een paar biologen-schrijvers te noemen die ik voor geen geld had willen missen, en ik noem expres Leo Vroman niet: Jacques Monod, Stephen J. Gould, Edward O. Wilson, en iets verder terug de grote J.B.S. Haldane.
Deze laatste schreef ooit een prachtig essay: "On the Importance of Being the Right Size", ik meen eind jaren dertig.
Haldane wees erop dat als je in een put valt, het veel verschil maakt hoe groot je bent, en dat (als ik me de voorbeelden goed herinner) een muis een diepe val in zo'n put met gemak zal overleven, een hond ook nog, wel met pijn in zijn botten, terwijl een mens gebroken blijft liggen en een paard zelfs uiteenspat.
Vooral de val van die hond en dat paard zal bij zijn Engelse lezers hard zijn aangekomen, maar het essay zelf werd een stukje Engelse Literatuur – dat helaas aan de nochtans anglofiele graafkikker Lippens voorbij moet zijn gegaan.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

Vlaanderen als palinodie, CD&V als dronken schip (Vincent De Roeck)

Geroyeerd ambtenaar, zelfverklaarde klokkenluider en tricolore hardliner Rudy Aernoudt wil Wallonië veroveren met een LDD-achtig vehikel. Een naam heeft hij al, “Libéraux Démocrates” (of het bekbare “LiDé”). De valse zelfverzekerdheid en misplaatste arrogantie zijn er ook al. Een programma komt er niet, wel een nog volledig te bepalen tienpuntenprogramma. In 2009 wil hij met zijn partij deelnemen aan de regionale verkiezingen in het zuidelijke landsgedeelte. De status quo breken en Wallonië uit zijn staatslethargie opwekken, zouden de speerpunten van de immer bescheiden Rudy Aernoudt zijn. De MR ziet deze concurrentie niet graag komen, en ook bij LDD is niet iedereen laaiend enthousiast over het project. Enerzijds wil de MR geen tegenspeler op haar liberale of Belgicistische flanken in Wallonië, maar anderzijds biedt LiDé misschien wel de ultieme kans om het feitelijk kartel PS-CDH na juni te breken en een coalitie van MR, LiDé en ECOLO aan de macht te brengen. Aernoudt windt er zelf ook verder geen doekjes om. Tegen 2011 wil hij immers een volwaardige nationale partij op poten hebben staan. Dit tot groot ongenoegen van de Lijst Dedecker die zo misschien haar niet-flamingante vleugel dreigt te verliezen.

Het experiment zelf ben ik op zich wel genegen. Los van het communautaire verhaal verdient elk persoon, ongeacht mijn persoonlijke aversies en/of sympathieën, die zich de moeite wil troosten om de PS-staat te bekampen in Wallonië en er liberale principes ingang wil doen laten vinden mijn onvoorwaardelijke steun. En zeker op de korte termijn zie ik een meerwaarde in LiDé. Want het gaat niet goed met Wallonië en dat is eigenlijk een understatement. Wallonië kent momenteel een werkloosheidsgraad van 10,6% tegenover 4,5% in Vlaanderen. Vlaanderen kende het afgelopen jaar een daling van het aantal werklozen met 9,9% tegenover 7,2% daling in Wallonië. De kloof blijft met andere woorden verder groeien. En alle parameters tonen aan dat er zeker nog geen kentering in het verschiet ligt. “De Standaard” meldde deze maand dat Vlaanderen een historisch laag aandeel in het totale aantal Belgische faillissementen voor haar rekening neemt, namelijk 45,8%. Het aantal steeg afgelopen jaar in Vlaanderen met 2,5%. In Wallonië met 7,2%. Vlaanderen benadert met een werkgelegenheidsgraad van 66,1% de vooropgestelde Lissabonagenda die 70% tegen 2010 voorschrijft. Wallonië hinkt met een schamele 57% hopeloos achterop.

Verder kent Wallonië ook veel meer structurele armoede dan Vlaanderen, en dat zelfs ondanks de massale overheidstewerkstelling. In Vlaanderen is één op zeven families een éénoudergezin, in Wallonië loopt dat op tot één op vier. Het valt dan ook niet te verbazen dat cliëntelisme en corruptie hoogtij vieren in Wallonië, net door de alomtegenwoordigheid van deze economisch kwetsbare groep in de Waalse samenleving. De ministeriële kabinetten vormen verder een mooie “case study” om de overheidstewerkstelling aan te kaarten. De kabinetten van de Franse regering stellen 450 mensen te werk voor een bevolking van 60 miljoen zielen. Dat is net evenveel dan zowel de Vlaamse regering (voor 6 miljoen inwoners) als de Brusselse regering (voor 1 miljoen mensen). De Waalse regering heeft amper 3 miljoen burgers onder haar hoede maar heeft in totaal wel bijna 600 cabinettards in dienst. En ook de provincies bieden stof tot nadenken. In Wallonië kost dat niveau volgens “Het Nieuwsblad” elke burger 347 euro, in Vlaanderen slechts 130 euro. Vorige maand publiceerde de Nationale Bank van België dan ook nog eens haar studie over de interregionale transfers. Hun verdict houdt geen rekening met de openbare schuld, maar dat hoeft niet. Het is duidelijk. België zou jaarlijks 5,8 miljard euro van Vlaanderen naar Wallonië versluizen.

Zoals velen onder jullie al weten, ben ik een rechtenalumnus van de “Facultés Universitaires Notre Dame de la Paix” (Namen) en helemaal geen cultuurnationalist. Als liberaal vind ik bloed en grond ondergeschikt aan economische redelijkheid en individuele vrijheid. Ik zal altijd een liberaal België boven een collectivistisch Vlaanderen verkiezen, maar die keuze blijkt vooralsnog puur theoretisch. Men moet immers al ziende blind zijn om te ontkennen dat een onafhankelijk Vlaanderen socio-economisch intelligenter bestuurd zal worden dan België vandaag. En alleen in die eenvoudige vaststelling schuilt mijn Vlaamse reflex. Welk land op mijn paspoort staat, is in mijn ogen immers niet belangrijk voor zolang ik maar gewoon vrij mijn ding mag doen. En ik ben de mening toegedaan dat vele personen op diezelfde golflengte zitten, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Welvarende gebieden houden doorgaans niet krampachtig vast aan abstracte symbolen of voorbijgestreefde structuren als België, een koning of een centrale staat.

Wallonië duurzame welvaart bezorgen, is volgens mij dan ook de snelste weg naar een bespreekbare boedelscheiding. En net het autistische gedrag van Yves Leterme maakt die spontane evolutie naar méér welvaart, méér vrijheid, en uiteindelijk méér Vlaanderen, gewoon onmogelijk. Ik ben het dan ook eens met mijn oud-professor Paul Wynants van de FUNDP die in het jongste nummer van het academisch tijdschrift “Libre Cours” komaf maakt met huidig premier Yves Leterme en diens potsierlijke spierballenpolitiek.
Depuis juin 2007, le CD&V est un bateau ivre qui dérive, entraînant la Belgique dans son errance. (…) Il est temps que les chrétiens démocrates flamands se ressaisissent sous peine d’être sanctionnés, en juin 2009, par un électorat lassé de leurs palinodies.
Alleen is Wynants te optimistisch over het stemgedrag van het Vlaamse platteland. Die zitten stevig in de binnenzak van de katholieken en vinden dat hun koorknaap uit Ieper het al bij al nog niet zo slecht doet als ’s lands premier. Leterme zal in juni geen 800,000 voorkeursstemmen meer halen, dat is zeker, maar met iets van 650,000 preferentiestemmen achter zijn naam verandert er aan de machtsverhoudingen in wezen toch ook niet meteen zoveel.


Meer over de Belgische crisissituatie op www.ovv.be.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>