2 november 2011

Het islamboek van Wim en Sam van Rooy gerecenseerd (en niet in De Standaard of De Morgen: vpmc)

.
Oprechtheid, Leugenachtigheid – en de islam
31 oktober 2011

Een boek dat laatst in mijn brievenbus viel, met de titel “Islam: Critical Essays about a Political Religion” riep een aantal gedachten op. De redactie was van Sam en Wim van Rooy en vorig jaar kwam het uit. Een massief compendium, net geen 800 pagina’s dik en in het Nederlands geschreven (De echte titel is: “De Islam: Kritische Essays over een Politieke Religie”). En het is veelomvattend en rijk, met vierendertig essays over zulke onderwerpen als de islamisering van Europa, de islam in Indië, de term “islamofobie”, jihad in Afrika, al-taqiyya, de Islam en het Westen, de sharia-wet, de “fellow travellers” van de islam, joden onder de islam, christenen onder de islam, islam en vrouwen, islam en slavernij, islam en fascisme en islam tegenover de democratie.
De meeste auteurs zijn Nederlandse en Vlaamse schrijvers met een behoorlijke expertise in hun onderwerp, en daarbij komen nog enkele welbekende internationale figuren zoals Ibn Warraq en Bat Ye’or. Niet elk woord in het boek heb ik al gelezen – en met mijn gebrekkig Nederlands kom ik daar misschien niet eens toe – maar één ding staat wel vast: dit is wis en zeker geen propagandaproduct uit de fabriek van de “Islamic Studies”. Het is met andere woorden niet het soort boek waarin je makkelijk het werk van John Esposito zult aantreffen, deze koning van de islamstudies in de VS, die zo’n trouwe islamapologeet is en wiens “Center for Muslim-Christian Understanding” aan de universiteit van Georgetown feitelijk betaald wordt door (en genoemd is naar) zijn goede vriend en weldoener, prins Alwaleed Bin Talal van Saudi-Arabië. Wat het boek ook niet biedt, is dat wollige, fijne materiaal dat succesauteurs zoals Karen Armstrong opdissen, terwijl zij toch waarlijk (dat mag erkend worden) prachtig werk verricht, door de duistere kanten van de islam te temperen en de nadruk te leggen op de warme, meer spirituele aspecten, zodat je als je over die religie nadenkt niet telkens weer dat beeld krijgt van een jihadist die iemand de kop afslaat, maar eerder een mooie vrouw ziet in een suggestieve, losjes omgeslagen sluier die bij zonsondergang onder een olijfboom mediterend aan haar koffie slurpt en heerlijke vijgen opknabbelt.
Nee, propagandisten voor de islam zijn de auteurs van dit boek niet. Wat zij samengevat wel zijn: open geesten, journalisten, onafhankelijke wetenschappers of professoren in niet-islamitische vakken die een expertise hebben ontwikkeld in bepaalde aspecten van de islam. En daar vertellen ze de waarheid over. Neen, vrouwen hebben onder de islam geen gelijke rechten. Ja, op afvalligheid staat in de islam de doodstraf. Neen, joden en christenen leefden in het middeleeuwse Andalusië niet in perfecte harmonie met hun moslimse opperheren, maar werden systematisch als minderwaardigen behandeld, in hun rechten beperkt en aan een specifieke taks onderworpen. Zoals Sam van Rooy schrijft in zijn voorwoord: het omvattende doel van dit boek is om mythes onderuit te halen, om naïviteiten te laten verdwijnen, en om de geschiedkundige absurditeit van de islam als ‘godsdienst van de vrede’ aan te pakken. Kortweg, dit boek is onmisbaar – een solide inwijding in de bewezen feiten wat betreft de islam, geschreven door mensen die niet de institutionele of ideologische verplichtingen hebben die nogal wat erkende “experten” op dat gebied beletten om over de islam de waarheid te vertellen, de hele waarheid en niets dan de waarheid.
De eerste van twee belangrijke vaststellingen hier, is dat dit boek bijlange niet alleen staat. Terwijl professoren in de islamkunde rustig doorgingen met hun vergoelijking van de religie van de vrede, hebben in de jaren na 9/11 mensen met verantwoordelijkheidsbesef, mannen en vrouwen losstaand van de kringen rond de “Islam Studies”, het op zich genomen om de waarheid te zeggen, om een aantal omvangrijke en soms zelfs encyclopedische boeken over de islam te publiceren. Sommigen van deze auteurs komen uit opleidingen of uit beroepen die met de islam niets hebben uit te staan, maar zij voelden na de schok van 9/11 de neiging om spoorslags aan zelfscholing te gaan doen rond de waardenschaal die bin Laden en zijn handlangers zo had bezield. Je denkt dan bijvoorbeeld aan Andrew Bostom, een arts en professor aan de Brown Universiteit die de laatste jaren op de een of andere manier de tijd heeft gevonden om massieve, gezaghebbende boeken te schrijven over de geschiedenis van de jihad en over de traditie van het islamitisch antisemitisme.
De tweede van de twee belangrijke vaststellingen hier is dat, ook al bestaan er inderdaad boeken als die van de van Rooys of van Bostom –niet enkel in het Engels maar in een aantal grote Europese talen– de onwetendheid en volslagen dubbelhartigheid rond de eenvoudige feiten betreffende de islam toch moeiteloos de overhand houden in het Westen. Dat laffe cliché over de islam als een religie van de vrede blijft overeind. Een collectie onnozele beweringen over de koran –bijvoorbeeld dat hij moord zou verbieden, of dwang inzake geloofszaken– die beweringen blijven bestaan.
En waarom blijven zij bestaan? Omdat zij aangemoedigd en bevorderd worden door programma’s als “Islamic Studies”, door angsthazen van politici en door de grote media. Nooit vergeet ik een televisie-interview dat ik een paar jaar geleden in Noorwegen zag. Een moslimpolitica vertelde aan een vrouwelijke reporter dat onder de islam mannen en vrouwen volkomen gelijk waren. De reporter glimlachte en knikte en ging over naar de volgende vraag. Of denk aan die lezing van de aartsbisschop van Canterbury in 2008, waar hij pleitte voor de sharia als een onvermijdelijke en heilzame aanvulling op de Westerse jurisprudentie. En wie kan de fameuze toespraak van president Obama vergeten, in Caïro, juni 2009, waar hij de islamitische geschiedenis en cultuur prees en waarin nagenoeg elke zin of een grove overdrijving was, of een totale leugen?
Dat soort van flagrante onwaarheden over de islam, zoals president Obama die in Caïro opdiste, zijn mantra’s voor de culturele elite. Sommigen die deze leugens herhalen, zijn onwetend genoeg om ze voor waar te houden. Anderen weten beter. Maar als het over het onderwerp islam gaat, moet ideologie zwaarder wegen dan waarheid, zo hebben zij besloten. “Respect voor diversiteit” weegt zwaarder dan waarheid. Dat is het hele multiculturalisme. Niet de waarheid omarmen is de ware deugd voor een goede multiculturalist, maar juist daarvan wegkijken in naam van culturele gevoeligheden. Ontmoet je kwaad in enige niet-Westerse cultuur –speciaal de islam– dan hoor je daar blind voor te blijven. En dag hoor je nacht te noemen, en nacht dag: schaamteloze leugens en vergoelijkende clichés over de islam moet je gelijkstellen aan ernst, verstand en openheid van geest, en onbevangen, onverbloemde uitspraken over de islamitische theologie, geschiedenis of cultuur hoor je toe te schrijven aan onbegrip en onverdraagzaamheid.
Stel je voor hoe anders dit zou kunnen zijn! Stel je voor dat politici, academici en journalisten van grote kranten in een geest van objectiviteit en intellectuele verantwoordelijkheid de discussie over islam zouden aangaan. Stel je voor dat boeken als die van de van Rooy’s en van Bostom prominent en gunstig zouden worden gerecenseerd, dat zij aan de universiteit plichtlectuur zouden worden, en voor ons en onze nakomelingschap bronnen van algemeen aanvaarde kennis betreffende de islam. Helaas, wat er in werkelijkheid gebeurt –ook al zijn dergelijke stevige compendia met objectieve informatie moeiteloos beschikbaar– is dat veel te veel leden van de volgende generatie, voor zover zij al iets over de islam “leren”, zij dit van glibberige propagandisten zoals Esposito en Armstrong “leren”. Intellectueel gesproken is dat, om het zacht uit te drukken een karikatuur, een educatief schandaal en een culturele catastrofe. En hoeft het nog gezegd: dit voorspelt weinig goeds voor de toekomst van datgene wat sommigen onder ons nog altijd graag de Vrije Wereld willen noemen.

.

Labels: , , , , , ,

Read more...

21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC? (vpmc)


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hier op neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in dit boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het dan onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: beter een afkeurende, ongefundeerde recensie, dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikelen en grote foto’s zaten.
Maar om de zaak in een wat breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van een stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:



Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent



Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

29 maart 2010

Een intellectueel debat hoeft niet, noch voor De Standaard noch voor De Morgen (vpmc)

Onderstaande tekst is van Wim van Rooy, niet van mij dus, maar als een auteur geen tribune krijgt in de kwaliteitskranten, dan, en enkel dan wil ik hem hier wel publiceren. Het onderstaande is de tekst op victacausa.

Wat je zelf niet meteen kunt bedenken, dat bedenken de Vlaamse Kwaliteitskranten voor je. Laatst was er de toekenning van de Ark-prijs van het Vrije Woord aan Geert Buelens. Die bekroning werd op vele plekken op ongeloof onthaald, maar je kunt zeggen dat met zo'n naam die prijs ook om controverse vraagt.

"De Arkprijs bekroont een dwarsligger, een eigenzinnig mens, een consequent voorvechter van een open en kritiseerbaar debat." zeggen zij zelf.

Wim van Rooy, auteur van 'De malaise van de multiculturaliteit' –derde druk al bij Acco– en (ex-)lid van het Ark-comité dat de jaarlijkse prijs toekent, hoorde bij diegenen die hun ogen en oren niet geloof-den, en hij stuurde een stuk naar de kranten ...maar daar kreeg hij niet het vrije woord: misschien is het wel aan Geert Buelens om dit feit aan te klagen? Hieronder vindt hij in elk geval de gewraakte tekst:


Er is in Vlaanderen een tijd geweest dat het vrije woord niet vanzelfsprekend was, en dat lieden als Astère Michel Dhondt of Hugo Claus God niet konden schofferen, op straffe van katholieke kanselpreken uit een verzuild universum. De vrijzinnigheid vocht toen nog verbeten terug en trachtte de vrijgeest aan te spreken die in de Vlaamse gemeenschap her en der rondwaarde. Maar vergis u niet: ook vele vrijzinnigen waren toen geen vrijgeesten maar gewoon lieden uit een andere zuil, met zijn eigen conformismen. Maar die eerste vrijzinnigen hadden tenminste de verdienste dat ze weerwerk boden aan een vaak verstikkend katholicisme.
Het was in 1951 dat –na een gevecht met de engel– Herman Teirlinck de idee opvatte een Ark op te richten waarin elk jaar de naam zou worden gegraveerd van een dissenter, van een rebel met een kynische rede, vrij naar Diogenes. De context was er toen een van katholiek versus vrijzinnig. Men kan stellen dat de eerste twintig jaar de Arkprijs reden van bestaan had, en dat hij er mede toe bijdroeg het toenmalige klerikale filisterdom op de knieën te krijgen, en ook later kwam het nog voor dat de prijs diende om een wat suffig achterhoedegevecht in het voordeel van de vrijzinnigheid te beslechten. Toen het gedachtegoed van ’68 Vlaanderen echter voorgoed had veranderd, en nog wat later de postmoderniteit zijn intrede deed, werd de Arkprijs nog wel verleend, maar was de oorspronkelijke impetus verdwenen: men moest immers met een vergrootglas beginnen zoeken naar een vrijgeesterige witte raaf, die van de pastoor niet mocht krassen.
Eigenlijk had men toen de Arkprijs moeten opheffen, maar zoals dat gaat: het opzettelijk laten verdampen van deze prijs zou als een anathema aangekomen zijn, als een zwaktebod en een late overgave aan het perfide christelijke geloof. En dus ging men elk jaar met veel ijver op zoek naar wie het best voor deze prijs in aanmerking kwam. Waren de eerste laureaten nog risicovolle kandidaten, heiligschenners en lieden die de nazaten van Woeste ‘tussen hun boterham legden’, dan werd de prijs later eerder een bekroning van lieden die al lang en breed bekend waren en wie door het establishment –een woorderfenis van mei ’68– geen strobreed in de weg werd gelegd.
Niemand merkte dat blijkbaar op, want onverstoord ging men verder met het bekronen van vested interests, van schrijvers die, behalve door wat overgebleven ultramontanen, door iedereen op handen werden gedragen, en van wetenschappers wier werk door niemand betwist werd. Om het vrije woord moest immers niet meer gevochten worden: iedereen mocht overal zijn mening kwijt, en die werd zo krachtig getekend door de pensée unique en de alom vigerende postmoderne dogma’s, dat al die bijna gelijklopende opinies eerder een verstikkende dan een waarheidslievende of bevrijdende functie hadden.
Men moest ook bekend zijn om de prijs te mogen ontvangen. Een ware kynicus, of iemand die stil maar onverstoorbaar aan de vrijzinnige weg timmerde, kwam nooit in aanmerking. Een authentieke dwarsligger die het vrije woord werkelijk toegedaan was, viel onverbiddelijk uit het vrijzinnige scheepje. Het moest iemand zijn die een aantal progressieve dogma’s verkondigde en zeker nooit een conservatieve rebel of een Chestertoniaaanse pain in the ass. Misschien was Gie van den Berghe nog wel een uitzondering op de regel, maar men kan toch moeilijk de emotionele intelligentie van Ludo Abicht of de artistieke samenleving van Rik Pinxten uitingen noemen van gewaagde of haakse opinies! De dagen van de heilige gramschap waren nu eenmaal voorbij, men kon zich aan de madonna geen buil meer vallen. Het postmodernisme slokte alles op, streek alles glad, maakte alles gelijk – en de pensée unique deed de rest.
Aan Geert Buelens werd pas de Arkprijs gegeven. Hij viel de werking en de functie van het hele persgebeuren terecht aan – maar wel in een geconsacreerde krant, en als samenraapsel van wat elders door Nick Davies werd geschreven.  De oude repressieve marcusiaanse tolerantie was hier voorbeeldig aan het werk, het vrije woord was dus nooit in het geding. In zijn aanval somde Buelens alle kwalen van commercialisering, stroomlijning, disneyficatie enzovoort van de media op. Alleen vergat hij, naast andere, één belangrijk aspect: het feit dat het politiek correcte denken een orwellianisering van de pers op gang heeft gebracht, waarbij –om maar iets te noemen– islamkritiek in navolging van de Organisatie van de Islamitische Conferentie op een perverse en idiote manier islamofobie of islambashing wordt genoemd. Over bepaalde onderwerpen kan men niet meer vrijuit schrijven, de autocensuur ligt geniepig op de loer, de pensée unique is totalitair geworden. Maar daarover hebben we de brave Buelens niet gehoord, en nog minder het Arkcomité, dat met vaste prik even uit zijn winterslaap ontwaakt, een avondje vrolijk (en weinig urgent) vergadert en aan het eind van de avond een ongevaarlijk sujet benoemt, tot meerdere eer en glorie van het voorspelde woord. Een beetje malicieus zou men kunnen volhouden: het lijkt daar de PEN-club wel. Ik denk dat ik geen lid meer wil blijven van deze ingedommelde conformistische kongsi van narcisten die in een luchtbel leven.
O ja, ik had voor dit jaar twee auteurs genomineerd: de politiek hoogst incorrecte Benno Barnard, die het aandurft om de pensée unique van de nieuwe links-islamitische kerk te tarten door Israël te verdedigen, en Koenraad Elst, een schrandere indoloog die al jaren geleden een Berufsverbot kreeg omdat hij o.m. de ware aard van de islam aan de kaak stelde. Hoeft het te verbazen dat ze het niet gehaald hebben?

Wim van Rooy, ex-lid van PEN, en nu ook van het Arkcomité

Labels: , , , , ,

Read more...

17 november 2009

De halve maan schijnt door de bomen (vpmc)

Wie, zoals Yves Desmet, een essay van drieduizend vierhonderd vijfendertig woorden begint met .“Het langzaam de kop opstekende islamdebat in dit landje…”, geeft meteen twee zaken te kennen: ten eerste dat hij pas uit een lange slaap is ontwaakt, en ten tweede dat hij graag verkleinwoordjes gebruikt, misschien in de hoop dat hijzelf dan wat groter lijkt.

Wat Desmet verwijt aan diegenen die al een poos hun warme bedje uit zijn gekomen, is dat ze onder het raam van zijn slaapkamer islamieten staan uit te schelden. Zo kan hij niet verder dutten. Heel begrijpelijk.
Zelf is Desmet in het jaar onzes Heeren 2002 ook even klaarwakker geweest, deelt hij ons fier mee:
Dat punt is zeer lang onbespreekbaar geweest, zoals ik zelf mocht ervaren in april 2002, toen ik het, jaren voor de huidige islamcritici zich outten, al had over de problemen van de rot-Marokkaantjes in de grootstad.
Maar Yves moet zijn 3435 woorden met een wat suffe kop geschreven hebben, want in 2002 had hij het niet over “rot-Marokkaantjes” maar over “kutmarokkaantjes”, een scheldterm die hij uit Nederlandse kranten opgevist zal hebben toen – dat woord hadden ze ginds op overschot, en het was er op zijn retour. Onze zevenslaper meent nu dat hij een pionier is geweest, en zijn lezers jaren geleden al wakker heeft geschud.
Ja, journalisten en correct citeren! Dat zijn aparte werelden. Iets verderop citeert hij niet zichzelf, maar Sami Zemni, een wetenschapper, zoals men politicologen wel eens noemt:
Als mensen van links, zoals Benno Barnard en Wim Van Rooy, beginnen te schrijven dat Philip Dewinter gelijk heeft over de islam, wordt het gevaarlijk.
Volgens slaapdronken Desmet kun je dit aldus samenvatten:
Zoiets hebben Barnard en Vermeersch vooreerst nooit geschreven, en hun islamkritiek meteen gelijkschakelen aan…
Goed, de schuld ligt hier gedeeltelijk bij Barnard, die inderdaad veel schrijft, en dan werk je bij sommigen verwarring in de hand. Laten we daarom een ander citaat bekijken, dat Yves misschien wél goed heeft:
"Het is merkwaardig", liet professor Mark Elchardus onlangs optekenen, "hoe mensen die twintig jaar geleden nog migranten waren, en tien jaar geleden allochtonen, nu uitsluitend als moslims worden aangesproken, zonder dat er eigenlijk iets aan hun leefwereld en overtuiging is veranderd."
Hier zou ik de goede professor er willen op wijzen, dat de meeste waarnemers wel degelijk een verschuiving zien in de overtuigingen en gedragingen van de Maghrebijnen en Turken die zich hier hebben gevestigd. Er is onmiskenbaar sprake van radicalisering, en daar zijn ook redenen voor. Vooreerst is die groep nu veel en veel talrijker dan Desmet ons graag wil laten geloven:
Volgens demografische berekeningen van het Planbureau zal in 2030 ongeveer 5 procent van de Belgische bevolking van Marokkaanse of Turkse oorsprong zijn.
Dit is een manifeste leugen, misschien tot stand gekomen door het trucje met de term “nieuwe Belgen” toe te passen op de kinderen van allochtonen. Die blijven dan netjes buiten de statistieken. In werkelijkheid is het percentage allochtonen vandaag een stuk hoger dan de ridicule 5% van het Planbureau. Als een journalist zulke cijfers al ernstig neemt, wordt een zinnig gesprek moeilijk.
En ten tweede brengt dat mee dat die mensen zich ook als groep gaan opstellen, met groepsrechten, ingaande tegen die van de bestaande maatschappij, en overigens tegen het grondwettelijk gelijkheids-beginsel.
Maar daar blijft het niet bij. Desmet verwijt aan mensen die daadwerkelijk iets hebben gelezen over de islam … dat zij over de islam iets gelezen hebben:
Barnard en Vermeersch argumenteren vaak op basis van een exegese van Koranfragmenten. In dat boek vind je inderdaad nogal gruwelijke voorschriften en fragmenten, dat heeft het met het Oude Testament gemeen
Zoals op Desmet na iedereen weet, bevat het Oude Testament –hij zal dat nog niet vaak ter hand genomen hebben, vermoed ik– …bevat het histories en verhalen over wat vroeger was gebeurd. Die vertellingen kunnen inderdaad wreed zijn. Maar voorschriften zijn het niét, en dat is het verschil met de koran –die Yves evenmin al vaak heeft gezien, vermoed ik.
In de koran zijn zulke wreedheden gedragsregels, geboden, voorschriften. En die worden ook opgevolgd, niet in de eerste plaats door de achterlijke islamieten in hun thuislanden (dar al islam), maar wel door diegenen die in het Westen (dar al harb: het huis van de oorlog) een opleiding genoten hebben.
Misschien kan de brave Elchardus hier ten behoeve van Yves wel een illustratie geven? al zal hij dan noodgedwongen over een gedragsverandering bij de islamieten moeten spreken.

God! Desmet is te repetitief om hem volledig onder handen te nemen, en om hem ernstig te nemen is hij te slordig. Wat moet je als lezer bijvoorbeeld denken, als je hem naïef ziet schrijven:
De moslimcultuur rond het Alhambra was in de vroege middeleeuwen de meest vooruitstrevende en open samenleving die er destijds bestond, en het katholicisme was niet zo lang daarna verantwoordelijk voor de inquisitie.
Dat die mooie en verdraagzame cultuur van Andalusië enkel een vroom XVIIIde E.'s verzinsel is, weet ongeveer iedereen die al eens een boek heeft gelezen dat niet van Lucas Catherine afkomstig is.
Maar dat de Vroege Middeleeuwen zó laat vielen, wist werkelijk nog niemand.
Het is moeilijk praten met iemand die de betekenis van zijn eigen termen niet snapt.
.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten