21 november 2010

Gaat het nú al bergaf met het NRC? (vpmc)


Om samen te vatten wat hieronder staat: dat Islamboek van Wim en Sam van Rooy mag dan bijzonder goed verkopen –het is al in herdruk– maar veel recensies heeft niemand gezien.
In Vlaamse kranten stond helemaal niets. Soit.
In Holland had het NRC een soort bespreking, van de hand van adjunct-hoofdredacteur Sjoerd de Jong, maar die leek nergens naar en Afshin Ellian gaf in Elsevier een antwoord aan de man. Dat antwoord kwam hier op neer, dat de recensent het boek aantoonbaar niet had gelezen, en stellingen aanviel die hijzelf eerst had bedacht, maar die in het boek niet voorkwamen.
Sjoerd was –heel begrijpelijk– van de veronderstelling uitgegaan dat zulke zaken in dit boek wel moésten voorkomen. Na het antwoord van Ellian is het nu wachten tot Sjoerd – misschien niet het hele boek, maar alleszins het stuk van Ellian uit heeft, en die man dan aanpakt met citaten, argumenten enzovoorts.
Ook is er de mogelijkheid dat Sjoerd zijn eerste oordeel alsnog bijstelt: laat het dan onwaarschijnlijk zijn dat zoiets gebeurt, in een volwassen democratie als Nederland is het niet onvoorstelbaar.

Hoe dan ook: beter een afkeurende, ongefundeerde recensie, dan helemaal geen, zoals in de Vlaamse kranten. Al kunnen deze laatste verzachtende omstandigheden laten gelden, want net nog hadden zij een parachutemoord, en dan kwam plots die watervloed, waardoor ze met een overvloed van pakkende artikelen en grote foto’s zaten.
Maar om de zaak in een wat breder perspectief te plaatsen: ik weet niet of zijn kritiek op Sjoerd wel helemaal terecht is, want zoals gezegd heeft Ellian zelf een stuk geschreven in dat Islamboek, wat toch een schijn van deskundigheid of zelfs partijdigheid kan wekken. Bovendien, wat is er zo kwaad aan een recensent die een boek niet gelezen heeft? Iemand kan dingen toch aanvoelen, zonder eerst een dik werk te hoeven doorwaden?
In zijn ‘Florentijnse Nachten’ geeft Heinrich Heine het voorbeeld van een stokdove tekenaar-muziekcriticus, zijn vriend Johann Peter Lyser:

…ik bedoel de dove schilder, Lyser is zijn naam, en grappig en gek als die is, wist hij in een paar schaarse krijtstrepen de kop van Paganini zo raak te treffen dat je in de lach schiet en tegelijk schrikt door het veridieke van zijn tekening. ‘De duivel heeft mijn hand vastgehouden’ vertelde de dove schilder me, en hij giechelde geheimzinnig en schudde goedmoedig ironisch met zijn kop, zoals hij doet bij zijn geniale Uilenspiegelstreken. Deze artiest is altijd een rare vogel geweest; en al was hij dan doof, toch hield hij hartstochtelijk van muziek en als hij een plaatsje had dicht genoeg bij het orkest, dan zou hij in staat zijn geweest om de muziek af te lezen van de gezichten der muzikanten, en kon hij zich door hun vingerbewegingen een oordeel vormen of de uitvoering min of meer geslaagd was; hij schreef dan ook de operakritieken voor een zeer gezien blad in Hamburg.
Wat moet daar ook zo verwonderlijk aan zijn? In de zichtbare tekenen van het instrumentenspel kon de dove schilder de klanken zien. Er bestaan toch ook mensen voor wie klanken onzichtbare signaturen zijn, waar zij kleuren en vormen in horen.

Zeer juist, maar Sjoerd had tegen het Islamboek ook een volkomen onredelijk bezwaar. Bij het snelle doorbladeren ervan, had hij opgemerkt dat het alleen maar sombere diagnoses bevatte, en geen remedies. Nu is dat niet waar, maar zelfs als het waar was, moet de diagnose aan de remedie voorafgaan.
Dat er iets niét in staat, kun je aan elk boek verwijten – behalve aan de koran zelf natuurlijk. Zo’n verwijt is gratuit, en het geeft aan Sjoerd zijn bespreking iets willekeurigs en zeurderigs. Goethe zei daar iets over:



Die Supp’ hätt’ können gewürzter sein,
Der Braten brauner, Firner der Wein. —
Der Tausendsackerment!
Schlagt ihn tot, den Hund! Es ist ein Rezensent



Een pittiger soep was hij gewend,
De wijn vroeg kelder, ‘t gebraad wat jus. –
Verdomme nondedju!
Sla hem dood, die hond! Het is een recensent.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

6 januari 2010

Noch bij De Standaard, noch blijkbaar bij de NRC kennen ze het begrip al-Taqiyya (vpmc)

Zoals wij weten loopt het vaak mis met de rechtspraak in dit land. Er worden te veel blunders gemaakt, er wordt te traag gewerkt, terwijl justitie toch handenvol geld kost. Zulke dingen lees je vaak in De Standaard. Terecht misschien, maar omdat zij een kwaliteitskrant zijn, laten ze het gelukkig niet bij weeklachten maar stellen ze ook oplossingen voor.

Waarom bijvoorbeeld niet eens, zoals in het Verenigd Koninkrijk, de sharia ingevoerd? Lekker goedkoop en snel. De rechters zijn vrien-delijk bovendien. Er is ook niet de minste druk op de rechtsonder-horigen om zich aan zulke rechtbank te onderwerpen – want je hoort dat nog te vaak, van die sociale druk bij moslims, bijvoorbeeld met die hoofddoeken, maar net zoals een meisje volkomen vrij is om hem te dragen of niet te dragen, kan ook hier bij een shariarechtbank de vrouw te allen tijde beslissen om zich voor haar echtscheiding toch maar tot een saaie inheemse pruikenrechter te wenden.
Bij ons klinkt dit idee van De Standaard voorlopig nog krankzinnig, en sommigen van hun redacteurs zullen dat ook beseffen, want zelfs in de UK blijven er bij het publiek nog vooroordelen constateerbaar.
Niet zo echter bij Floris van Straaten, de NRC-journalist van wie De Standaard het artikel overnam (al schrijven zij zijn naam verkeerd met Van):

De Sharia Raad bestaat al sinds 1982, maar nog altijd schrikken veel Britten als ze met de term sharia - het islamitisch recht in al zijn facetten - worden geconfronteerd.
Mooi toch van Floris:  facetten! .zoals van een edelsteen.
Ook de rest van zijn artikel baadt in een gelukzalig glimmende kerstsfeer. Al is kerst een term die ik beter tactvol achterwege had kunnen laten.
Ik laat u lezer, het volledige artikel van Floris lezen, en het staat vol van eerbiedige termen zoals bv. “de heilige stad Medina” – waar onze Floris zelf geen toegang toe heeft, tenzij hij zich in het geheim bekeerd heeft. Dit laatste lijkt mij waarschijnlijk als ik hem lees.
Misschien kunnen de oenen van De Standaard het volgende artikel uit een echte kwaliteitskrant eens lezen, voor ze weer ergens een schunnigheid overnemen, om hun tabloid te vullen:


Beelden van een oproer 
Haideh Daragahi


Uit de massa’s filmbeelden, foto’s en verhalen die mij per email de laatste tijd bereiken in Stockholm, vanuit Iran, heb ik drie taferelen uitgekozen die op een bijzonder aangrijpende manier hun licht werpen op de oorzaken en de inzet van de huidige revolte. Alle drie zijn het voorbeelden van een nieuw fenomeen: “Burgerjournalistiek”. Deze ontstond, toen na de protesten tegen het kiesbedrog in juni 2009 in Iran de professionele journalistiek aan banden werd gelegd, en buitenlandse reporters werden uitgewezen.

De eerste foto komt van een openbare terechtstelling in het zuidoosten van de stad Sirjan, waar een boze menigte de veiligheidspolitie aanviel, en de beide veroordeelden, die al bewusteloos aan de strop hingen, van de galg lossneedt. Rechts in het beeld zie je nog de strop, in het midden van het beeld  herkent men, bedekt met een doek, een lichaam dat door helpende handen wordt opgevangen en in zekerheid gebracht.
Openbare terechtstellingen door verhanging of steniging maken deel uit van het voornemen van de Islamitische Republiek, om geweld tot iets normaals te maken, en om de betrekkingen tussen de mensen te brutaliseren. Het invoeren van de sharia in 1979 heeft de (straf-)rechtspraak herleid tot weerwraak voor een daad, tot oog om oog dus. Kleine dieven worden de handen afgehakt, en als iemand door toedoen van een ander een oog heeft verloren, wordt de dader het licht in zijn ogen ontnomen. Moord wordt minder als een maatschappelijk, maar eerder als een familiaal vergrijp bestraft, en als de “gemeenschap van hetzelfde bloed”, dit wil zeggen de familie van het slachtoffer, weigert om de zaak bij te leggen door middel van betaling van bloedgeld (de hoogte van de som wordt door de Staat bepaald), dan worden zij door de shariarechter gevorderd om bij de terechtstelling de stoel omver te stoten waarop de veroordeelde staat.
Het beeld van de daadwerkelijke redding van twee ter dood veroordeelden is de zichtbare uitdrukking van een eigenrichting, de mensen wensen zich niet langer aan te passen aan de gruwel van het vergeldingsrecht, zij eisen opnieuw hun waardigheid op, en stellen daarbij een fier voorbeeld aan de geciviliseerde mensheid in de VS, in China en in alle landen van de wereld waar de doodstraf nog legaal wordt toegepast.

De tweede foto is van 27 december, en komt uit Teheran. Ze toont een vrouw die om zich tegen het traangas te beschermen een wit masker draagt en fier voor de camera met haar vingers het V-teken maakt. Bloedsporen op haar gezicht en het doek. Haar houding is typisch voor miljoenen Iranese vrouwen,  die de laatste zes maanden in de grootsteden de straat opkwamen. Bij de demonstraties zag men hen in de voorste rijen, bij confrontaties met de oproerpolitie slaagden zij er met hun acties vaak in, om de aanhouding van de mannen te verijdelen.
Deze acties vandaag zijn enkel te begrijpen tegen de achtergrond van dertig jaren van vernedering en rechteloosheid. Dag na dag heerste  er voor hen de vernederende dwang van de sluier. Deze vrouwen moesten er mee instemmen om met nog drie andere vrouwen samen te leven, die het een man is toegestaan te huwen. Daarbij komt nog dat naar sjiitisch recht elke man een “tijdelijk huwelijk” kan afsluiten. Vooropgesteld dat hij het geld heeft om een imam te betalen, die het tijdelijke huwelijk legitimeert. Als echter een vrouw kiest voor een buitenechtelijke liefde wordt zij door steniging gedood. Vrouwen gelden als huwbaar vanaf de leeftijd van negen. Als zij haar man ver-laat heeft zij geen recht op een onderhoudsgeld, en evenmin krijgt zij de voogdij over haar kinderen. Voor elke reis en voor elke beroeps-arbeid heeft de vrouw een schriftelijke goedkeuring nodig van haar mannelijke voogd of haar echtgenoot. Het bloedgeld dat voldaan moet worden als er een vrouw is omgebracht, is de helft zo hoog als in het geval dat een man is omgebracht; haar erfdeel bedraagt de helft van dat der mannelijke erfgenamen; haar getuigenis telt maar voor de helft van dat van een mannelijke getuige. In een seculiere staat heb-ben de Iranese vrouwen bijgevolg alles in het leven te winnen – en niets te verliezen.

De derde foto, ook van 27 december, toont een jongeman, die zich aan een lantaarnpaal vasthoudt om een des te hardere schop te kunnen geven aan een politieman op de vlucht voor de oproerige menigte. In zijn woede zijn de dertig jaren van politieverdrukking te herkennen, de economische ontbering en de sociale en persoonlijke vernedering. Veel te lang al, worden de burgers van Iran behandeld als leefden zij in een bezet land. Een kleine klerikale elite houdt de macht, de rijkdom en ook de media in eigen handen, en ontzegt de rest van de bevolking het recht niet enkel op vrije politieke en artistieke  meningsuiting: zij beheerst ook nog eens volkomen het dagelijkse leven, inbegrepen de keuze tussen muziekgenres, dranken of het design van T-shirts; zij verbiedt jonge verliefden om hand in hand op straat te lopen. Op homoseksualiteit staat de doodstraf, ook voor minderjarigen.
Alle burgers hebben hun inkomen zien verschrompelen, wat er toe heeft geleid dat er in het land nu tienduizenden straatkinderen zijn, honderdduizenden prostituees, en miljoenen heroïne- of opium-verslaafden. Niemand hoeft bijgevolg verbaasd te zijn als de burger-journalistiek vandaag met zulke doodsverachting bedreven wordt. Dertig jaar lang hebben de Westerse media oppervlakkig bericht over Iran, en hebben zij geen acht geslagen op de ontwikkelingen die tot de huidige situatie hebben geleid. Wie de toestand van vandaag tot het kiesbedrog herleidt, in plaats van te erkennen dat hier frustraties naar buiten komen die in de laatste dertig jaar zijn opgestapeld, die ver-sterkt enkel de zichtbare radeloosheid. Met het kiesbedrog, dat ten-slotte ook in westerse democratieën voorkomt, kun je de hevigheid van het huidige oproer niet verklaren.

Westerse politici, die maar al te goed weten dat een radicale politieke ommezwaai in Iran het politieke bestel in het Nabije Oosten, en de aangegane verbintenissen met de bestaande regeringen zou veran-deren, gedogen die oppervlakkige berichtgeving, en weigeren om meer te doen dan enkel de mensenrechtenschendingen van de laatste zes maanden te berde te brengen. Deze houding hebben zij gemeen met de zogenaamd hervormingsgezinde fractie, die op haar beurt tot de elite behoort en die zoals bekend de verkiezingen in juni verloren heeft.
In werkelijkheid doet de in zijn soort nieuwe en verrassende toestand in Iran vragen rijzen bij de westerse media, en toont hij hun hele zwakte aan, hun neiging tot fixatie op de macht. Op welke manier de huidige gebeurtenissen een antwoord vormen op de controle die het regime in het verleden heeft uitgeoefend, is binnen dit artikel moeilijk in woorden te vatten. In de specifieke, gedecentraliseerde vorm van de weerstand vandaag komen de recente ervaringen van de vrouwen-beweging naar voren: haar uitbouw van een netwerkachtige organisa-tie, net zoals haar communicatie via internet, hebben school gemaakt en hebben de verstrooide actievormen van vandaag voorbereid.

Niemand kan de afloop van de volksbeweging voorspellen. Wat er ook van zij, ieder compromis waarbij met de zegen van het westen ten-slotte de een of andere fractie aan de macht komt, zal in overeenstem-ming moeten worden gebracht met de minimale eisen van de schei-ding van religie en staat, met de eis van vrije meningsuiting en artis-tieke vrijheid, met de gelijkberechtiging van de vrouw, en met het volwaardige staatsburgerschap voor homoseksuelen en voor etni-sche, respectievelijk religieuze minderheden. Een regering gestoeld op het shariarecht, zal aan die eisen niet kunnen voldoen.

Haideh Daragahi is een Zweeds-Iranese auteur, journaliste en wetenschapster.





Labels: , , , , , , ,

Read more...

15 april 2009

Censuur is ook maar een mening (vpmc)

.
Wat volgt is geen lezersbrief, maar een ontwerp voor een lezersbrief, aan De Standaard. Ik stuur hem niet in, omdat ik toch niet geloof dat ze hem publiceren, ook al is de brievenrubriek daar meestal beschamend zwak gestoffeerd. Hun journalisten schrijven inderdaad vaak nog beter, en hoe dan ook prefereren ze bij De Staatkundige brieven over Tom Boonen in Roubaix.
Onderwerp is de Mitterrandbiografie van een literaire debutant, zekere Vincent Gounod, die overal schitterend werd onthaald. Fenomenaal heette het bij Klara, en de NRC sprak van een "handboek politiek".
Dat zijn sterke uitdrukkingen, maar de redactie van De Morgen vandaag in het stuk van Geert Buelens maakt er van: "over het algemeen positief besproken...".
"Over het algemeen" betekent dat er minstens ook één afwijkende mening is, en misschien begrijpt de redactie slecht het zinsdeel "over het", want zonder tegenvoorbeeld hadden ze dat beter weggelaten. Nu ís het ook een wat abstracte uitdrukking, terwijl bijvoorbeeld in "over het paard getild" het genoemde zinsdeel veel letterlijker te nemen is. Ik neem aan dat Buelens hen dat aanschouwelijker zou kunnen uitleggen, maar op het stuk zelf van deze man kom ik later terug want het heeft een hoge amusementswaarde.
En al had ik het Mitterrandboek niet gelezen, ik voelde mij toch geroepen om een collectieve lezersbrief te ondertekenen, want er leek met dat boek iets aan de hand te zijn dat naar censuur rook. Meer bepaald naar geïnterioriseerde censuur, een censuur die men aan zichzelf oplegt, zonder zich daar verder nog bewust van te zijn – in dit geval de boekhandelaren en hun organisaties, en journalisten.
Natuurlijk kun je dan in de formele zin van geen censuur spreken: er zijn geen ambtenaren belast met die taak –al komen de Jozeffen Geysels en De Witte wel aardig in de buurt.
Dat de Grondwet preventieve censuur verbiedt, speelt bij dit ontbreken misschien een rol? .Maar eerder zal de overweging spelen, dat wat we vandaag hebben veel beter is: een onzichtbare censuur, iets waar Metternich zo van droomde. Die vond van zijn eigen censuurapparaat dat sogar seine Existenz sollte aus Effektivitätsgründen völlig verborgen bleiben.*

Mijn standpunt hieronder is persoonlijk,
en de mede-ondertekenaars van de genoemde brief
hebben er niets mee te maken.

.
Het is ongemakkelijk om het te moeten zeggen dat wij, onder-tekenaars van de brief “Het ritselt weer onder de toonbanken...” ons klaarblijkelijk te goedgelovig hebben getoond, bij wat wij hadden gelezen in onze krant of ons weekblad.
Wij namen voor waar aan, wat daar in tenslotte duidelijk Nederlands gedrukt stond. Het was niet in het Latijn (immers, dan kan het niet gelogen zijn, zei een dichter), maar toch dachten wij zonder uitzondering dat de berichtgeving omtrent “De Groene Waterman”, zoals die in Knack en De Standaard te lezen stond, betrouwbaar was. Er was een boek uit de rekken genomen. Dat was gebeurd nadat de naam achter het pseudoniem van de auteur bekend was geworden.

In achterdochtige geesten ontstaan dan vlug gedachten als post hoc ergo propter hoc en dergelijke.
Helaas bevonden wij ons, wat die rekken van de Waterman betreft, op het domein van de feiten en niet op dat van de duiding, iets waar de Vlaamse kwaliteitsjournalistiek traditioneel sterker in is.
De ondertekenaars hadden dus beter moeten weten – en ook al blijft het woord tegen woord: hier was misschien niet eens een hic. Natuurlijk is het wel ironisch dat uitgerekend wij ons verkeken op een verkeerd feitenrelaas dat, nogmaals als wij het goed hebben, enkel hierop terugging: dat een Knackredacteur een mail slecht gelezen had, of hem niet goed had weten te verwoorden.

Wat nu de eigenlijke ongerustheid van de ondertekenaars betreft: die berust wel degelijk op vaste grond.
Laten we –wat onder verstandige mensen is toegestaan– een hypothese maken: .een boek, geschreven door zekere Dillen, zoon van Dillen, wordt ter bespreking aangeboden bij Knack, De Standaard, De Morgen, Klara &c.
Onze bewering is nu, dat dat boek in geen van die media besproken zal worden – ook niet als het goed is, en zelfs niet als bijvoorbeeld de NRC eerder al zou hebben geschreven dat het goed was.
Deze bewering van ons kan makkelijk weerlegd worden: het volstaat dat een enkele verantwoordelijke redacteur verklaart dat wat zijn krant, tijdschrift of programma betreft, iets dergelijks ondenkbaar is.

Na zulke verklaring zouden wij het beneden onze waardigheid achten om eventuele, vermeende tegenvoorbeelden uit het verleden op te diepen, en zouden wij ook woorden als preventieve censuur voor geen geld nog in de mond nemen.
___________

* Die Macht der Zensur -
Heinrich Heine auf dem Index

Hubert Wolf und Wolfgang Schopf

Patmos, Düsseldorf 1998, S.44.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

20 februari 2008

Zu fragmentarisch ist Welt und Leben! (victa placet mihi causa)

.
Het ontbreekt mij vanavond aan de tijd om een doorwrochte blog te schrijven. Weliswaar heb ik goede redenen om dit te zeggen, maar die zullen de lezer matig interesseren, en minder nog als hij verneemt dat ik morgenochtend vroeg de veren uit moet voor een colloque singulier. Dat onderwerp is door onze kwaliteitskranten al zó uitputtend behandeld, dat het geen interesse meer kan wekken. Laten wij dus snel ter zake komen.
Gisteren zag ik minister Vandenbroucke, in een van die haastige interviews die de televisie biedt, en waarin alles wordt aangeraakt maar niets wordt gezegd.
De minister had het over de recente steekpartij nabij een Antwerpse modelschool. Ik citeer hem uit het hoofd, en heb niet de tijd voor exactheid:
Dat soort 'ontploffen' is iets dat meer en meer voorkomt. Er gebeurt een hele tijd niets, en dan opeens wordt er met een mes gestoken.
In Gent gebeurde onlangs ook zoiets herinnerde ik mij, ook in een modelschool, en ook met een allochtone dader, maar waar ik vooral aan dacht was dat Vandenbroucke hier een uitstekend voorbeeld gaf van de zogenaamde catastrofentheorie, waar de Franse wiskundige René Thom meer dan dertig jaar geleden wereldfaam mee verwierf.
Die theorie is te moeilijk voor gewone mensen, zelfs voor ministers, maar Thom schreef daarna ook een boekje bestemd voor leken, en dat las ik van zodra het als pocket verscheen.
Kort gezegd komt zijn theorie hierop neer: als je een elastiekje neemt, en je rekt het uit, en je blijft maar uitrekken, dan komt er gegarandeerd een moment dat het breekt. En al weet René Thom hierover meer te vertellen: voorspellen wanneer precies, zal nooit iemand lukken. Dat is al even gegarandeerd. En ook, maar dat komt op hetzelfde neer: als er op verschillende plaatsen tegelijk volkomen identieke experimenten plaatshebben, dan zullen de elastiekjes toch niet precies synchroon breken.
De kleinste jongen wist dat allemaal natuurlijk al lang vóór Thom, maar dat neemt niet weg dat echte wiskundigen aan zijn formules een hele kluif hebben.
Ook kunnen leken, na Thom, niet langer in goed fatsoen aankomen met: “er gebeurt de hele tijd niets”. Er moet altijd stevig aan de elastiekjes getrokken worden.
Aanbevolen lectuur dus, die Paraboles et Catastrophes, voor Frank Vandenbroucke.

En René Thom, die ongetwijfeld kan rekenen, schreef daarna nog enkele boekjes voor leken. Ik las in één beweging ook zijn Prédire n'est pas expliquer.
Dat boekje weer, zou ik aan Rik Coolsaet willen aanbevelen, tenzij hij het al gelezen heeft, want uitleggen doet die man inderdaad niet, en zijn voorspellingen betreffen vooral het verleden.

Ik zie hem vertellen, op p.3 van de NRC. van dinsdag, aan hun redacteur Ahmet Olgun, dat België al decennia lang een vrijhaven is voor islamterroristen. Dat gaf ons ervaring met dat soort dingen, en Nederland steekt hier slecht bij ons af. Ze reageren daar nu minder gematigd dan wij, goeie Belgen.
In de jaren voorafgaand aan de aanslagen op 11 september 2001 was Nederland extreem tolerant, zegt Coolsaet. Maar daarna verviel het land in het andere uiterste. België reageerde relatief rustig omdat het “een langere ervaring met jihadisten” heeft. Zij gebruiken België al sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw als een “logistieke thuishaven in Europa”.
In de jaren tachtig heb ik Coolsaet nooit dergelijke dingen horen beweren. Ik vraag mij af zelfs, of hij het woord “jihadisten” toen al kende. Ik niet, meteen bijgezegd, maar ik zou de vaststelllingen en voorspellingen van Coolsaet vast wél met rode oortjes gelezen hebben toen.
Als Coolsaet voorspellingen doet, dan gaat hij natuurlijk niet over één nacht ijs [¿ of is de uitdrukking toch één nacht eieren, zoals Renaat Landuyt meent ?].
Laten wij de academische wijsheid van Rik Coolsaet nog even horen:
Europa heeft “dubbel pech”, stelt Coolsaet. Terwijl moslims overal ter wereld radicaliseren, heeft Europa ook nog eens te maken met problemen die voortvloeien uit migratie. Migranten uit de tweede en derde generatie zijn door hun hogere opleiding gevoeliger voor racisme en uitsluiting dan hun ouders. Als dat gecombineerd wordt met discriminatie, werkloosheid, schooluitval en slechte huisvesting vormt het een ideale basis voor radicalisering. Zeker als deze jongeren ook nog eens worstelen met hun identiteit.
Dat is veel ineens, en ja, wanneer je een elastiekje niet enkel uitrekt, maar eerst half doorknaagt, even tegen een sigaret houdt, en tegelijk over een scheermes laat gaan ...dan wordt voorspellen al een stuk eenvoudiger, en kunnen we gerust zonder Thom met zijn catastrofentheorie.
.


Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten