13 september 2015

Handleiding voor het islamdebat (1) Actualiteit en islamdebat



('tP, 9 sep. 2015)

Door de actualiteit ben ik terug in polemieken over de islam verzeild geraakt. Nochtans had ik jaren geleden al afscheid genomen van het onderwerp. Het heeft voor mij geen enkele uitdaging meer. Het islamprobleem is namelijk heel eenvoudig en volkomen duidelijk. Het enige waarover nog zinnig gedebatteerd kan worden is een juist beleid ertegenover.

Maar ik heb niet veel te kiezen: de polemiek over de islam vliegt ons om de oren, en mijn mening wordt regelmatig gevraagd. Belangrijker nog is dat er van de uitkomst van deze polemiek veel afhangt. De veralgemening van een juiste kennis van de islam neemt de belangrijkste hindernis voor een juist beleid tegenover de islam weg, namelijk de onwetendheid. Deze is soms een kwestie van onschuldige naïviteit, maar vaker het gevolg van zelfbedrog.

 

Aylan

Goed, we betreden het onderwerp via de actualiteit. Afgelopen week zijn we voortdurend aan de foto van de aangespoelde dreumes Aylan Kurdi herinnerd, het Koerdische jongetje uit Kobani dat nabij de Turkse stad Bodrum verdronk. Vooruit dan maar, we zullen met zijn lotgevallen beginnen. Wie is schuldig aan zijn dood?

Niet Europa, natuurlijk. Hij vluchtte met zijn ouders uit Syrië (in hun geval zou ik wel de aanspraak op vluchtelingschap erkennen), verbleef dan in Turkije, dat de familie geen uitreisvisum gaf, en daardoor zag zij een aanvraag voor inwijking in Canada afgewezen. Dan besloot zijn vader om de bestaande EU-asielprocedure links te laten liggen (al gaf die hem als Koerd en Syriër juist de grootst mogelijke kans) en een mensensmokkelaar voor de overtocht naar Kos te betalen. Zo rijk was hij wel dat hij die 4000 euro kon ophoesten. De mensensmokkelaar kwam kennelijk uit Syrië, alleszins uit het Midden-Oosten, niet uit Europa. Het gezin werd in een niet zeewaardig schuitje met te veel mensen gedropt, met een Egyptische kapitein. Toen het scheepje niet tegen de hoge golven op kon, verliet deze als een rat het zinkende schip. Ondanks een hevige strijd tegen de elementen zag de vader zijn vrouw en twee zoontjes in zijn aanwezigheid sterven. Europa komt in het hele verhaal niet voor, tenzij als verre droom.

Verder afgelegen schuldigen zijn onder meer de Arabische oliemonarchieën, die geen Syriërs opnemen hoewel zij de opstand gewild, veroorzaakt en bewapend hadden. De Kurdi’s zouden op het Schiereiland weinig integratieproblemen gekend hebben: zelfde godsdienst, reeds bekende taal (hoewel niet hun moedertaal), grote welvaart en behoefte aan werkkrachten. En ze hadden er naartoe gekund zonder bootje.

Ook Turkije, dat de Syrische Koerden in de rug aanvalt, heeft boter op zijn hoofd. Over de VS onder Barack Obama kunnen we alleen vaststellen dat zijn Syriëbeleid ondoeltreffend is en zo chaotisch als de situatie in Syrië zelf. Maar de rechtstreekse schuldige voor de vlucht van de Kurdi’s is zonder twijfel de islamitische machtsgreep, vandaag vooral in de vorm van het Kalifaat. Als dat geen grote delen van Syrië was gaan bezetten, had het volledige gezin nog steeds in zijn thuisland gewoond.

 

Islamdebat

Laten we Aylan waardig gedenken. En de jezidi slavinnen, de verdreven Assyrische christenen, de doodgefolterde archeoloog die verborgen godenbeelden gevrijwaard had, de onthoofde regeringssoldaten en journalisten, en alle andere slachtoffers van het Kalifaat. Waardig, dat wil onder meer zeggen: niet oppervlakkig. Niet dus het zoveelste steekvlamgeroep om een westerse interventie, alsof de rampzalige westerse actie in Libië ons niet genoeg geleerd heeft. Een coördinatie tussen een westerse (of Russische) luchtmacht en inheemse grondtroepen, met een duidelijke overeenkomst over de vorm van de toekomstige machtsstructuren, heeft meer kans. Dat dus als een praktische oplossing voor de korte termijn. Maar alleszins moet ook en vooral de beweegreden achter de IS-wreedheden nu echt aangepakt worden: de islam.

De uitschakeling van de Islamitische Staat, waarvan onze politici zeggen dat hij “niets met de islam te maken heeft”, is slechts symptoombestrijding. De symptomen zijn inmiddels zo ernstig dat zij inderdaad maar beter bestreden kunnen worden. Echter, ook als het huidige Kalifaat vernietigd is, schuilt daarachter “le ventre toujours fécond de la bête immonde” (de immer vruchtbare schoot van het smerige monster). Het is de islam die doorheen de geschiedenis al vele Islamitische Staten en vele djihaads heeft voortgebracht. Alleen al vandaag hebben we een aantal onafhankelijk ontstane, maar allemaal  op de islam gebaseerde djihaad-initiatieven, zoals Boko Haraam, al-Sjabaab, al-Qaida, de Taliban, en het Kalifaat.  

Zowat alles waarmee de Islamitische staat en zijn evenknieën elders in het nieuws komen, van moorden op islamcritici in Bangladesj en aanslagen in Afghano-Pakistan via iconoclasme in Mesopotamië tot vrouwenroof in Nigeria, is door de Profeet zelf voorgedaan, en dus per definitie islamitisch. Maar onze politici en media willen dat gewoon niet geweten hebben. Daarom is er een islamdebat. In de volgende afleveringen zullen we er nader op ingaan.

Labels: , , ,

Read more...

1 juni 2015

Achtergrond bij het Kalifaat

(Doorbraak, 30 mei 2015)



 

 
Pieter Van Ostaeyen: Van Kruistochten tot Kalifaat. Arabische Lente, Jihad, Islamitische Staat, Pelckmans, Kapellen 2015, 152 blz.

Het beknopte boek Van Kruistocht tot Kalifaat van geschiedkundige en arabist Pieter Van Ostaeyen  is zeer rijk aan feiten over de dramatische gebeurtenissen van de jongste jaren in het Midden-Oosten, van Tunesië tot Irak. Het geeft bij wijze van nieuwe informatie heel wat nationale eigenaardigheden van de democratiseringsbewegingen die samen de Arabische Lente uitmaakten, en somt de specifieke kenmerken van de verschillende islamgroeperingen op.

Zo is de Jabhat an-Nusra (ik volg hier de gegeven transcriptie, eigenlijk Engels en gebaseerd op de feitelijke Arabische uitspraak) in Syrië, inmiddels bij al-Qaida aangesloten, zeer geheimhoudend, anders dan de rivaliserende Islamitische Staat met zijn gesofistikeerd gebruikt van klassieke en digitale communicatiekanalen. De Nusra-“verzetsbeweging” onderwerpt nieuwe recruten aan een strengere selectie. Nochtans, al heeft de Islamitische Staat veel meer buitenlanders in zijn rangen, ook an-Nusra stelt Vlaamse en Nederlandse vrijwilligers te werk. De Tsjetsjenen en Tunesiërs hebben er zelfs eigen brigades.

Strategisch zijn deze gewapende groepen helemaal mee met hun tijd. Zij inspireren zich op de maoïstische beginselen van de guerrilla en de “asymmetrische oorlog”: terugtrekken wanneer de vijand sterk is, aanvallen wanneer hij zwak is. Een aantal jaren geleden was Norman Finkelstein te gast op Het Andere Boek en beschreef hij hoe de Hezbollah het onoverwinnelijk lijkende Israël qua organisatie en effectiviteit aan het inhalen was. Deze evolutie wordt nu doorgetrokken door an-Nusra en het Kalifaat, wat de spectaculaire militaire successen (hun vrij geringe aantal manschappen en niveau van bewapening in acht genomen) verklaart.

Voor verdere bijzonderheden verwijzen wij naar het boek. De rijkdom aan minder bekende feiten maakt het alvast tot een goede investering. Dat gezegd zijnde, toch enkele kritische bedenkingen.

De VS volgde in Syrië een beleid van halfhartige steun aan de oppositie van “gematigden” tegen de regering-Assad, maar: “In april 13 werd evenwel duidelijk dat het State Department er alleszins gedeeltelijk naast zat.” (p.85) Op zich een feit, maar wel één dat om commentaar vraagt. Sedert de opbouw naar de inval in Irak in 2003 is het Amerikaanse engagement in het Midden-Oosten één opeenstapeling van dwaasheden, een bevestiging van het Europese stereotype van de “stupid Americans” die zich zonder enig gevoel voor werkelijkheden op het terrein overal mee moeien als een olifant in een porseleinwinkel. Dat gaat van de inval in Irak zelf tot het in de rug schieten van hun bondgenoot Hosni Mubarak (vraag maar aan de “vrienden” van de VS hoe een dolk in de rug aanvoelt: Tsjiang Kai-sjek, Fulgencio Batista, Van Thieu, de Sjah, Mobutu Sese Seko, allemaal zodra het erop aankwam aan de genade van hun vijanden overgeleverd) en het steunen van de Syrische “oppositie”, zelfs op gevaar van een confrontatie met Syriës bondgenoot Rusland.

En dwaasheid is soms nog een te milde beoordeling; het kan ook over glasharde perfiditeit gaan. Het verhaal van de Iraakse “massavernietigingswapens” is welbekend, en we moeten toegeven dat het als bewijs van westerse interventiezucht in moslimlanden heel wat moslimjongeren over de drempel geholpen heeft. Van theoretisch overtuigd door het voorbeeld van Mohammeds strijd kantelden zij naar daadwerkelijke terroristen of Oostfrontvrijwilligers (“Syriëgangers”). Op p.63 vermeldt Van Ostaeyen terloops Nakoula Nakoula, de koptische immigrant in de VS die de internetfilm The Innocence of Muslims gemaakt had. Inmiddels weten wij dat de Amerikaanse regering hem onder valse voorwendselen heeft doen opsluiten (“de eerste Amerikaan opgesloten wegens overtreding van de islamitische wet tegen godslastering”) en dat de film ten onrechte de oorzaak genoemd werd van de aanval op het VS-consulaat in Benghazi waar ambassadeur en islamofiel Christopher Stevens doodgemarteld werd. Het State Department wist al dagen eerder dat deze aanval gepland was, en dat hij niets met moslimverontwaardiging over de film te maken had. 

Niet dat Europa het zoveel beter doet: de moralistische, door schertswijsgeer Bernard-Henri Lévy geînspireerde tussenkomst in Libië heeft talloze doden, de ontwrichting van het land en de vloed van “bootvluchtelingen” veroorzaakt. Beter te laat dan nooit moet men inzien dat in die regio een verlichte sterke man het beste was waar men geredelijk op kon hopen. Democratie is goed, maar vooronderstelt een beschavingsniveau dat daar nog niet vervuld blijkt te zijn. In ieder geval kan men ze niet van buitenaf opleggen.

Ook de hoera-sfeer in de media omtrent de Arabische Lente heeft hem op het verkeerde been gezet: “Toen de Arabische Lente door Noord-Afrika een spoor van hoop trok, hadden weinigen verwacht dat de situatie er uiteindelijk ging verslechteren.” (p.141)

De als “islamofoob” weggezette islamcritici hadden het nochtans al voorzien: de enige georganiseerde kracht die een alternatief voor de bestaande dictaturen kon bieden, was niet enige liberaal-democratische partij, wel de Moslimbroeders of gelijkaardige islamscherpslijpers. Om er nogmaals de strategische inzichten van Mao bij te halen: een revolutie is onmogelijk zonder revolutionaire voorhoedepartij. De overgang van dictatuur naar democratie vergde een groep die vooruit dacht, die een recept had en dat in wijzigende omstandigheden consequent nastreefde, die leiding kon geven aan de massa, en die haar gevoelens over waar zij van weg wou, kon omzetten in een positieve formule over waar men naartoe moest.  Zulk een demokratisch gezinde voorhoede die als aantrekkingspool voor de onbestemde volkswoede had kunnen dienen, was er niet.

In een titel op p.30 heten de kruistochten “de eerste tekenen van kolonialisme”. O, en wat was de vier eeuwen oudere Arabische bezetting van Spanje dan? En de Turkse bezetting van de Balkan, en eerder al die van Anatolië (“Turkije”)? Als we per se over kolonialisme moeten spreken, dan waren de kruistochten een anti-koloniale bevrijding van een door de islam bezet christelijk gebied. Uiteraard hadden de christenen het eerder dan weer van joden en heidenen afgesnoept, maar dat geldt voor de islam buiten christelijk gebied ook, te beginnen met Medina en Mekka.

Maar het ergst van al is deze bewering, na de opsomming van de “vijf zuilen” van de islam: “Deze richtlijnen zijn louter religieus van aard, politeke aspiraties heeft de islam in se niet.” (p.42) Ik weet niet wat de U-Gentse prof. Gino Schallenbergh, die hier de inleiding schreef, in zijn lessen islamkunde zoal vertelt, maar het inzicht dat de islam een intrinsiek politieke religie is, lijkt me nogal fundamenteel. Toen Mohammed zijn leer startte, was het van meet af aan zijn bedoeling, een staat te stichten. Hij zelf werd de eerste islamitische dictator van Medina en uiteindelijk van heel Arabië. Zijn levenswerk bestond erin, Arabië om te vormen van een bestaande en geslaagde multiculturele samenleving in een monolithisch-islamitische staat. 

Zonder dat basisinzicht is men gedoemd, de politieke strijd in het Midden-Oosten, ondanks magistrale feitenkennis die ik geenszins betwijfel, verkeerd te begrijpen. Dan zegt men bv. met veel aplomb: “Het gaat het Kalifaat (of eender welke andere betrokken partij) niet om religie maar om macht.” Ja, wiens macht? Het gaat in de islam altijd om de macht. Misschien wordt dat beginsel voor mijn “gematigde” lezers wat verteerbaarder als ik erbij zeg dat dat zijn goede kanten heeft. Dat de moslims in het Midden-Oosten christelijke gemeenschappen hebben laten bestaan, komt doordat zij niet puristisch een volledig islamitisch-bevolkt rijk wilden, maar wel de macht binnen dat rijk. In ieder geval: met moet niet de christelijke scheiding van staat en religie (“Mijn rijk is niet van deze wereld”, “geeft den keizer wat des keizers, en Gode wat Godes is”) op de islam projecteren. Mohammed overviel karavanen, nam gijzelaars voor losgeld, nam en verkocht slaven enz., en voor hem was dat allemaal “inspanning (jihad) op de weg van Allah”.

Ziedaar wat er met het hele islamvertoog in westerse middens scheelt, ook in onze arabistiekdepartementen: men bekijkt de situatie niet door moslimogen. Onze islampleitbezorgers en multiculturalisten zijn heikneuters die niet wezenlijk verder zien dan hun klokkentoren.  Ze komen wel in moslimlanden, maar blijven de van huis uit meegekregen westerse denkcategorieën hanteren. Global village, travelling peasants.

Labels: , , , ,

Read more...

29 december 2014

Kalifaat beoefent ware islam


Op 20 december sprak ik op het India Ideas Conclave in Goa, India, in het kader van een debat over “religieuze verdraagzaamheid en terrorisme”. Wat ik er zei, werd voorwerp van een fikse rel na klacht van de twee aanwezige moslims. Op verzoek van Doorbraak, een persoonlijk verslag.

 

Belediging van de Profeet

Dr. Ekmeleddin Ihsanoglu, Turks oud-secretaris-generaal van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC), en Jordaans oud-premier Abdelsalam al-Majali protesteerden tijdens het debat zelf alsook achteraf bij de organisatoren. Daar verwezen zij naar een Indiase (van oorsprong Brits-koloniale) wet tegen “haat verwekken tegen gemeenschappen”, die effectief als anti-godslasteringswet gebruikt wordt. De eerste noemde mij “islamofoob”, de tweede beschuldigde mij van “belediging van de Profeet”. De eerste term is onnozel wanneer gebruikt door de goedmensen die hem ernstig nemen, maar arglistig in hoofde van haar OIC-bedenkers, die zo de critici van de islam criminaliseren. De tweede term is zonder meer onheilspellend.

Mijn allereerste artikels in de serieuze pers gingen over de Duivelsverzen-affaire, het doodvonnis door Ajatollah Chomeini over Salman Rushdie (1989, een half jaar na het verbod op zijn boek in het seculiere India). Daarin vermeldde ik het boek Ahânat-i-Rasûl kî Sazâ, (Urdu: “De straf voor het beledigen van de Profeet”, 1989)  van Maulana Mohassan Usmani Nadwi. Hij toont aan dat Chomeini’s doodvonnis helemaal conform de islamitische wetgeving is, gebaseerd op een reeks sluipmoorden op of terechtstellingen van critici op last van de Profeet zelf. Dat maakt brandhout van de bewering van allerlei welweters in politiek en media dat dat vonnis “strijdig is met de échte islam”.

Nochtans wordt die bewezen leugen een kwarteeuw later, na talloze moorden en aanslagen, nog steeds volgehouden. Nu ben ik dus in de positie gekomen van proefpersoon voor de vastbeslotenheid van moslims in de uitvoering van dat “rechtsbeginsel”. Anderzijds, geen paniek, want er is geen formeel rechtskundig advies (fatwa). Ook de protestvorm gekozen door de eminente oud-politici is er een uit het moderne recht, niet uit het islamrecht, en gehoopt mag worden dat de ingeslagen weg verder gevolgd zal worden. Ik heb mij nooit bedreigd gevoeld want ik weet dat terroristen niet lezen, maar krantenkoppen zouden wel iemand op verkeerde gedachten kunnen brengen.

 

Mijn bijdrage

Wat heb ik dan wel zo wreed gezegd? Mijn bekende standpunten, niets nieuws voor wie al eens mijn recentere artikels en blogs gelezen heeft.

Ten eerste, de Kalifaatleiders spreken aantoonbaar de waarheid wanneer zij hun wreedheden rechtvaardigen met verwijzing naar de islamwet en naar het voorbeeldgedrag van de Profeet. Bijvoorbeeld, het verhandelen van heidense vrouwen als slavinnen is een praktijk die ook door de Profeet toegepast werd. Hun verkrachtingen worden verantwoord door de herhaalde goedkeuring van de verkrachting van gegijzelde vrouwen door de Profeet. Geen enkele islamitische rechtsgeleerde zal ontkennen dat het voorbeeldgedrag van de Proofeet de grondslag van de islamwet is. Of kent u een islamschool die leert: “Mohammed was fout”? Dat het Kalifaat heel levendig de ware islam beoefent (die via zelfgemaakte video’s tot in de huiskamers komt), is gewoon de verifieerbare waarheid. Of omgekeerd, de frenetieke be(z)wering dat zijn daden een vertekening van de islam zouden zijn, is een begoocheling indien al geen leugen. 

Ten tweede, de tijd is voorbij voor oppervlakkige oplossingen. Er is veel kwaad in de wereld, en ooit moeten we dat allemaal aanpakken, maar de tijd om het islamprobleem op te lossen, is klaarblijkelijk nu. Zoals onze generatie in West-Europa bijna collectief de katholieke Kerk verlaten heeft, zo is ook bij de islam geloofsafval goed mogelijk. De islam is niet aangeboren, de moslims zijn niet van nature in de islamleer gekneed, er is aan de islam niets (behalve de besnijdenis), dat niet kan weggewassen worden.

Uiteraard kunnen alleen moslims zelf die stap zetten. Islamofielen zullen hun bekende stromannen en afleidingstactieken bovenhalen en het over “gedwongen bekeringen” of “een aanslag op de godsdienstvrijheid” hebben, maar dat bedoelen wij uitdrukkelijk niet. Het levensbeschouwelijk uitzicht van de Vlaamse samenleving is onder onze eigen ogen radicaal veranderd zonder dat daar enige dwang bij te pas kwam. Dat kan evengoed in de islamitische samenlevingen. Een aantal moslims hebben de stap naar de vrijheid al gezet, lees bv. het werk van Ibn Warraq, onder meer het boek Why I Am Not a Muslim. Sommigen hebben webstekken die alle relevante vragen beantwoorden en de juiste taal spreken om moslims te bereiken. Er is dus al een natuurlijk proces van de-islamisering bezig, alleen nog veel te beperkt.

Wat zeker contraproductief gebleken is, is de weg van het geweld. Ik ga het belang van zekere noodmaatregelen niet ontkennen, bv. de militaire verdediging van Kasjmir of de zelforganisatie van de hindoes tegen de toenemende moslimagressie in West-Bengalen, maar zij zullen op termijn onwerkzaam blijken als zij niet in een bredere strategie van de-islamisering ingeschakeld worden. De jongste twintig jaar hebben een reeks politieke leiders uit de VS, het VK en Frankrijk invallen in moslimlanden bevolen. Behalve die in Mali, die daar door regering én bevolking gevraagd was en gesteund werd, hebben zij allemaal in verschillende mate tot burgeroorlog en een wildgroei aan sectaire milities geleid. Merk op dat deze leiders zonder uitzondering pro-islamitische uitspraken gedaan hebben, dat geen enkele enige islamkritiek geformuleerd heeft, maar dat zij samen wel honderdduizenden moslims gedood hebben. Islamcritici daarentegen hebben geen enkele moslim op hun geweten. Wat de moslimwereld nodig heeft, is een dooi. Al deze militaire confrontaties leiden juist tot een verharding van de vijandschappen en van het onderliggende geloof. Om de moslims te helpen evolueren en te groeien zal er vrede en welvaart nodig zijn.

Wat ook contraproductief zal blijken, is oppervlakkig gepruts zoals (om even een actueel voorbeeld uit Vlaanderen te nemen) de huidige maatregelen tegen “radicalisering”. Dit optreden tegen symptomen terwijl de oorzaak ervan, de indoctrinatie in de islam, door ons eigen belastinggeld gefinancierd wordt, is dweilen met de kraan open. De moslims zullen hun evolutie zelf ter hand moeten nemen, maar wij kunnen dat proces mee sturen door niet langer kunstmatig de islam te ondersteunen en hem onnodige voordelen te geven.

Ook de schepping van een cultureel en intellectueel klimaat maakt een groot verschil. Nu weten djihaadpredikers zich een heel eindweegs gesteund door onze heersende en meningvormende klasse, die steeds weer de verdediging van de islam opnemen. Zij zullen al heel wat bedachtzamer worden als zij merken dat de niet-moslims doorhebben. Als de niet-moslims juist geïnformeerd zijn, wordt de islam uncool en defensief. Zoals ik mij uit mijn ontkerstening herinner, is dat een stadium op weg naar het volledig ontgroeien van je geloofssysteem. Daarom is het belangrijk, bij elke islamitische misdaad of wreedheid de islamleer duidelijk te benoemen en te beschamen, in plaats van hem met smoesjes tegen kritiek af te schermen.

 

Verder verloop van de rel

“Voor mijn veiligheid” vonden de organisatoren, de met de hindoe-nationalistische regeringspartij BJP verbonden India Foundation, het beter als ik de conferentie en het land zo snel mogelijk verliet. Omdat ik door hen was uitgenodigd, kwam het niet in mij op om anders te beslissen, hoewel ik graag nog enkele dagen met de talloze vrienden en bekenden aldaar had doorgebracht. Zowel het land als de deelstaat Goa worden door de BJP geregeerd, maar blijkbaar volstond dat niet om mijn veiligheid te waarborgen. Hier speelde niet de vrees voor de recent weer zeer talrijk geworden islamitische aanslagen, wel de vrees van de organisatoren dat ik de volgende dagen in interviews nog meer dingen zou zeggen die hun diplomatieke berekeningen zouden doorkruisen.

Dit heeft te maken met het minderwaardigheidscomplex van de hindoe-activisten, die zelfs aan de macht nog functioneren volgens de door hun tegenstanders opgelegde spelregels. Een vergelijking met de psychologie van de Vlaamse Beweging dringt zich op. Ook die tussen de N-VA en de BJP ligt voor de hand, van hun ingehouden-identitaire vertrekpunt tot hun “neoliberaal” economisch standpunt. Merkwaardig genoeg maakten zij ongeveer tegelijk de electorale doorbraak die hen aan de macht bracht.

Nu, ik had al van vóór het begin begrepen dat dit geen “Ideas Conclave” zou worden, maar een diplomatieke evenwichtsoefening. Daarom had ik zelf voorgesteld om een alternatieve lezing te geven, maar dat werd door de moderator van het debat afgeslagen. Hij vond dat islamkritiek beter zou passen in een panel met een bisschop-islamverdediger en met een bekende (en door mij gewaardeerde) “gematigde” moslim. Je moet weten wat je wil, natuurlijk, maar pas ermee op, want je zou het kunnen krijgen.

Ik had het tevoren al vreemd gevonden dat ik überhaupt voor een panel over “religieuze verdraagzaamheid en terrorisme” gevraagd was. Ik heb meer dan tien jaar geleden mijn onderzoek terzake afgesloten, gewoon omdat alles eigenlijk al gezegd is. De islam is in wezen een eenvoudig onderwerp en heeft voor mij geen uitdaging meer.  Anderzijds, ik heb over de islam wel wat te zeggen dat niemand anders daar zou doen, dus ik heb maar aanvaard. Uiteindelijk is het dus die lezing geworden, als voorbereiding op een tegensprekelijk debat.

Het was vooral tijdens de discussie dat ik een paar dingen gezegd heb die, hoewel zij door het publiek geestdriftig onthaald werden, bij de twee bezoekende moslims slecht vielen. De aanwezige medialui namen vooral aanstoot aan enkele politiek-rechtskundige uitspraken die hun aloude smoesjes doorprikten, de moslims zelf het meeste aan wat ik over Mohammed zei, ondermeer over zijn (onmiskenbare) rol in slavernij en verkrachtingen, en de samenvatting van zijn levenswerk: “De omvorming van een bestaande en geslaagde multiculturele samenleving in een monolithische islamitische dictatuur.” De goedmensen verdedigen de islam in naam van de “diversiteit”, maar juist de islam is vanaf het prille begin de verklaarde vijand van de diversiteit.



(Doorbraak, 28 dec. 2014)

 

Labels: , ,

Read more...

5 november 2014

Wat te doen met de nieuwe Oostfronters?


 


 

De overheid organiseert en subsidieert de islamisering. Zij voorziet moskeeën en onderricht in de islam, en faciliteert opleidingen voor imams en islamitische rechtsgeleerden, met als rechtvaardiging dat zij aldus een “Europese islam” wil promoten. Maar wanneer jongeren dan de aangeboden islamleer ernstig gaan nemen, dan panikeert zij over “radicalisering”.

Met name vervolgt en bestraft zij de recrutering van Syriëgangers, en het naar Syrië trekken zelf. Onder meer de burgemeesters van Vilvoorde, Mechelen en Antwerpen zijn voor een strenge bestraffing van de Syriëstrijders. In het geval van de oud-Volksuniërs Bart Somers en Bart Dewever is dat wel merkwaardig, want zij zijn grootgebracht met de lotgevallen van de Oostfronters. Na onbeschrijfelijke ellende doorstaan te hebben, na de meesten van hun kameraden aan flarden te hebben zien schieten, na de bittere nederlaag, kwamen zij terug in hun thuisland waar hun geen welkom wachtte, geen troost, geen dankbaarheid, maar mishandeling en opsluiting. En dat willen zij nu in verdunde vorm de Syriëgangers aandoen.

Wat doen die Syriëstrijders dan dat zo erg is? Zij verlaten hun veilige comfortabele bestaan in onze welvaartmaatschappij om ginds aan het front in de woestijn hun leven te wagen. Voorzover hun persoonlijke situatie een rol speelt, zijn het meestal jongeren die hun school niet hebben afgemaakt of die werkloos zijn, en die doen wat jonge mannen in hun situatie al duizenden jaren gedaan hebben: de veilige maar saaie uitzichtloosheid vaarwel zeggen en zich opwerken door soldaat te worden. Voorzover zij of hun familie voor de camera’s het “racisme” van de genereuze gastmaatschappij de schuld geven, praten zij alleen maar ambtenaar Jozef De Witte of de van hogerhand gesubsidieerde werkgroep KifKif na. Voorzover de islam de motivatie voor hun engagement vormt (dus voor zeker 90%), passen zij slechts de lessen toe die zij in erkende en gesubsidieerde islamopleidingen geleerd hebben. Voorzover zij zich tegen de regering-Assad keren, doen zij slechts het vuile werk van de strijd tegen een bewind dat in onze media en door onze politici grondig zwart gemaakt is. Hun indoctrinatie in de leer die tot deze strijd motiveert, is te bekritiseren, dus bestrijd gerust de islam, en de westerse partijdigheid tegen Bashar Assad is ongenuanceerd en ongeïnformeerd, dus ontwikkel gerust een preciezer en evenwichtiger standpunt over de kwestie-Syrië. Maar de moed en het engagement van die jongeren zijn onbetwistbaar.     

Ook de zeldzamere djihaadmeisjes verdienen een betere pers. Dat zijn voorname meisjes die via hun sluier duidelijk maken dat zij de mannen op afstand houden, geen lichtekooien zoals zij hun ongesluierde westerse zusters zien. Toch gaan zij aan het front in Syrië hun seksuele diensten aanbieden, en wel aan echte mannen: degenen die zonder enige druk van buitenaf vrijwillig voor het leven aan het front kiezen, en die bereid zijn om morgen te sneuvelen voor de zaak waarin zij geloven. Syriëstrijders die naar huis terugkeren, kunnen volop rekenen op steun uit de moslimgemeenschap, en krijgen veel applaus. Maar applaus is goedkoop, dat kan iedereen geven. Deze meisjes zetten zichzelf in, hun lichaam en hun toekomst. Zij geven geen triestige troostprijzen, wel de hoofdprijs: zichzelf.

Stel je voor dat je zo’n strijder aan het woestijnfront bent. In de gevechten van vandaag heb je je beste kameraad zien sterven, en je weet dat het morgen jouw beurt kan zijn. Zou je die nacht geen troostende gezellin willen? Zou je op diep biologisch niveau niet de gelegenheid willen om je genen voort te planten daar jijzelf morgen kan sneuvelen? Goed, aan die nood kan verholpen worden: je kan een Assyrische vrouw verkrachten, of twee of drie. Je kan op de slavenmarkt voor een vriendenprijsje een Jezidi seksslavin kopen. Maar nu is er een eerbaar alternatief: je kan met een buitenlandse djihaadvrijwilligster trouwen. Wat een dienstverlening. De dienst die zij verlenen, is uiterst genereus en onbaatzuchtig, en uiterst realistisch, want hij beantwoordt op een onsentimentele manier aan een acute nood.

Zulke jongeren zou je bij terugkeer willen straffen? Zij hebben geen vijandelijk leger vervoegd, want België is niet in oorlog met hen, dus zij hadden alle recht om bij die milities hun leven te gaan wagen. Zelfs met het Kalifaat is België nog maar sedert enkele weken in oorlog; toen die jongeren vertrokken, was er nog geen oorlogsverklaring. Overigens zijn regeringen die zo om de tedere gevoelens van de moslimmassa’s bekommerd zijn, wel bijzonder dwaas om zich tegen een macht te keren die door steeds meer moslims als het Kalifaat erkend, en door alle moslims alleszins als moslim herkend wordt. De kalifaatstrijders hol en valselijk als “monsters, geen moslims” beschrijven, zal niemand bedriegen behalve jezelf.

Nee, de djihaadstrijders die met vervolging en repressie bestookt worden, zijn slechts het slachtoffer van het pro-islambeleid van onze overheden. Omdat men de islam zelf uit de wind wil zetten, en omdat men de eigen facilitering van de islamisering tegen kritiek wil afschermen, maakt men maar een zondebok van de jongeren die door de islam en door ons islambeleid gekneed zijn.

Men moet niet de gevolgen bestrijden, namelijk het engagement in de djihaad, maar wel de islam zelf. Omdat ik wel eens de vraag krijg hoe ik mij een anti-islambeleid voorstel, zal ik eerlijk zeggen dat ik ondanks wat ideeën ook niet het sluitende antwoord heb. Maar als al onze beleidmakers de laatste decennia nu eens niet besteed hadden aan het verzinnen van smoezen om hun pro-islambeleid te rechtvaardigen, dan hadden we zeker al verder gestaan. Om echter geen forfait te geven, en omdat dit probleem inderdaad dringend om een oplossing vraagt, zal ik toch een paar suggesties doen.

  • Stel jongeren in hun opleiding en via de algemene cultuur bloot aan de onverbloemde gegevens over de islam. Islamleergangen hoeven niet eens in hun vrijheid beknot te worden, maar zorg dat seculiere en ontmythologiserende informatie over de islam voorradig is en de jongeren daadwerkelijk bereikt. Doe daarvoor niet zozeer beroep op bronnen waaraan Westerlingen zich laven, zoals Daniel Pipes’ Middle East Forum of Robert Spencer’s Jihadwatch, maar de forums van ex-moslims zoals faithfreedom.org van Ali Sina (schuilnaam van een Canadese Iraniër) of islam-watch.org van Ibn Warraq (schuilnaam van een Britse Pakistani), of het werk van Anwar Sheikh, Afshin Ellian of Ayaan Hirsi Ali. Geef ook toe aan de eis van moslimjongeren om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan moslimdenkers, maar vertel dan het hele verhaal, bv. het “racistische” oordeel van Ibn Chaldun over negers, of het verslag van de Marokkaanse wereldreiziger Ibn Battuta over de slavernij in het Delhi-sultanaat. Stel onze Berber-jongeren in kennis van het motto van de in 1998 door djihaadstrijders vermoorde Algerijnse zanger Lounès Matoub: “Ni Arabe ni Musulman.” Er is niets intrinsiek islamitisch aan onze moslimjongeren, niets dat ze er niet kunnen afwassen.       
  • Herinner je hoe Vlaanderen ontkerkelijkt is: de conformistische massa verliet de Kerk zodra een kritische massa de stap gezet had en kerkgang als ouderwets was gaan gelden. Het geloof werd iets aftands en zelfs wat belachelijk, iets waar men niet meer mee geassocieerd wou worden. Nochtans heeft het christendom een veel bredere basis en staat tegenover elk verwerpelijk Bijbelzinnetje één dat aanbevelenswaardig of zelfs zeer inspirerend is. Vergewist men zich echter onbevangen van Mohammeds woorden en daden, dan blijft er echt zeer weinig over om na te volgen. Moslims zelf zullen verrast vragen: “Oh, is het dát maar?”
  • Moslims moeten het uiteindelijk zelf doen, hun islam ontgroeien. Leg dit natuurlijk proces echter niets in de weg, blijf niet kunstmatig de islam ondersteunen en voordelen geven.

Sommige teruggekeerde Syriëgangers zullen ontgoocheld zijn, anderen echter des te meer bezield met het djihaadvuur. Voor die laatsten gelden de bestaande veiligheidsmaatregelen, welbekend aan onze geheime dienst. Het concrete gevaar dat zij betekenen, moet in eerste instantie zeker in het oog gehouden worden. Maar het is niet hun ideologische radicalisering die het voorwerp van repressie moet zijn. De gedachten zijn vrij, en sommige jongeren in elke generatie zullen met minder dan de radicale versie van hun ideologie toch geen genoegen nemen. Het is die ideologie zelf, de islam, die verdient gedeconstrueerd te worden.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten