Achtergrond bij het Kalifaat
(Doorbraak, 30 mei 2015)
Pieter Van Ostaeyen: Van Kruistochten tot Kalifaat. Arabische Lente, Jihad, Islamitische
Staat, Pelckmans, Kapellen 2015, 152 blz.
Het beknopte boek Van Kruistocht tot Kalifaat van geschiedkundige en arabist Pieter
Van Ostaeyen is zeer rijk aan feiten
over de dramatische gebeurtenissen van de jongste jaren in het Midden-Oosten,
van Tunesië tot Irak. Het geeft bij wijze van nieuwe informatie heel wat
nationale eigenaardigheden van de democratiseringsbewegingen die samen de
Arabische Lente uitmaakten, en somt de specifieke kenmerken van de
verschillende islamgroeperingen op.
Zo is de Jabhat an-Nusra (ik volg hier de
gegeven transcriptie, eigenlijk Engels en gebaseerd op de feitelijke Arabische
uitspraak) in Syrië, inmiddels bij al-Qaida aangesloten, zeer geheimhoudend,
anders dan de rivaliserende Islamitische Staat met zijn gesofistikeerd gebruikt
van klassieke en digitale communicatiekanalen. De Nusra-“verzetsbeweging” onderwerpt
nieuwe recruten aan een strengere selectie. Nochtans, al heeft de Islamitische
Staat veel meer buitenlanders in zijn rangen, ook an-Nusra stelt Vlaamse en
Nederlandse vrijwilligers te werk. De Tsjetsjenen en Tunesiërs hebben er zelfs
eigen brigades.
Strategisch zijn deze gewapende groepen
helemaal mee met hun tijd. Zij inspireren zich op de maoïstische beginselen van
de guerrilla en de “asymmetrische oorlog”: terugtrekken wanneer de vijand sterk
is, aanvallen wanneer hij zwak is. Een aantal jaren geleden was Norman
Finkelstein te gast op Het Andere Boek en beschreef hij hoe de Hezbollah het
onoverwinnelijk lijkende Israël qua organisatie en effectiviteit aan het
inhalen was. Deze evolutie wordt nu doorgetrokken door an-Nusra en het
Kalifaat, wat de spectaculaire militaire successen (hun vrij geringe aantal
manschappen en niveau van bewapening in acht genomen) verklaart.
Voor verdere bijzonderheden verwijzen wij
naar het boek. De rijkdom aan minder bekende feiten maakt het alvast tot een
goede investering. Dat gezegd zijnde, toch enkele kritische bedenkingen.
De VS volgde in Syrië een beleid van
halfhartige steun aan de oppositie van “gematigden” tegen de regering-Assad,
maar: “In april 13 werd evenwel duidelijk dat het State Department er alleszins
gedeeltelijk naast zat.” (p.85) Op zich een feit, maar wel één dat om
commentaar vraagt. Sedert de opbouw naar de inval in Irak in 2003 is het
Amerikaanse engagement in het Midden-Oosten één opeenstapeling van dwaasheden,
een bevestiging van het Europese stereotype van de “stupid Americans” die zich
zonder enig gevoel voor werkelijkheden op het terrein overal mee moeien als een
olifant in een porseleinwinkel. Dat gaat van de inval in Irak zelf tot het in
de rug schieten van hun bondgenoot Hosni Mubarak (vraag maar aan de “vrienden”
van de VS hoe een dolk in de rug aanvoelt: Tsjiang Kai-sjek, Fulgencio Batista,
Van Thieu, de Sjah, Mobutu Sese Seko, allemaal zodra het erop aankwam aan de
genade van hun vijanden overgeleverd) en het steunen van de Syrische
“oppositie”, zelfs op gevaar van een confrontatie met Syriës bondgenoot
Rusland.
En dwaasheid is soms nog een te milde
beoordeling; het kan ook over glasharde perfiditeit gaan. Het verhaal van de
Iraakse “massavernietigingswapens” is welbekend, en we moeten toegeven dat het
als bewijs van westerse interventiezucht in moslimlanden heel wat
moslimjongeren over de drempel geholpen heeft. Van theoretisch overtuigd door
het voorbeeld van Mohammeds strijd kantelden zij naar daadwerkelijke
terroristen of Oostfrontvrijwilligers (“Syriëgangers”). Op p.63 vermeldt Van
Ostaeyen terloops Nakoula Nakoula, de koptische immigrant in de VS die de
internetfilm The Innocence of Muslims
gemaakt had. Inmiddels weten wij dat de Amerikaanse regering hem onder valse
voorwendselen heeft doen opsluiten (“de eerste Amerikaan opgesloten wegens
overtreding van de islamitische wet tegen godslastering”) en dat de film ten
onrechte de oorzaak genoemd werd van de aanval op het VS-consulaat in Benghazi
waar ambassadeur en islamofiel Christopher Stevens doodgemarteld werd. Het
State Department wist al dagen eerder dat deze aanval gepland was, en dat hij
niets met moslimverontwaardiging over de film te maken had.
Niet dat Europa het zoveel beter doet: de
moralistische, door schertswijsgeer Bernard-Henri Lévy geînspireerde
tussenkomst in Libië heeft talloze doden, de ontwrichting van het land en de vloed
van “bootvluchtelingen” veroorzaakt. Beter te laat dan nooit moet men inzien
dat in die regio een verlichte sterke man het beste was waar men geredelijk op
kon hopen. Democratie is goed, maar vooronderstelt een beschavingsniveau dat
daar nog niet vervuld blijkt te zijn. In ieder geval kan men ze niet van
buitenaf opleggen.
Ook de hoera-sfeer in de media omtrent de
Arabische Lente heeft hem op het verkeerde been gezet: “Toen de Arabische Lente
door Noord-Afrika een spoor van hoop trok, hadden weinigen verwacht dat de
situatie er uiteindelijk ging verslechteren.” (p.141)
De als “islamofoob” weggezette islamcritici
hadden het nochtans al voorzien: de enige georganiseerde kracht die een
alternatief voor de bestaande dictaturen kon bieden, was niet enige liberaal-democratische
partij, wel de Moslimbroeders of gelijkaardige islamscherpslijpers. Om er
nogmaals de strategische inzichten van Mao bij te halen: een revolutie is onmogelijk zonder revolutionaire voorhoedepartij.
De overgang van dictatuur naar democratie vergde een groep die vooruit dacht,
die een recept had en dat in wijzigende omstandigheden consequent nastreefde,
die leiding kon geven aan de massa, en die haar gevoelens over waar zij van weg
wou, kon omzetten in een positieve formule over waar men naartoe moest. Zulk een demokratisch gezinde voorhoede die
als aantrekkingspool voor de onbestemde volkswoede had kunnen dienen, was er
niet.
In een titel op p.30 heten de kruistochten
“de eerste tekenen van kolonialisme”. O, en wat was de vier eeuwen oudere
Arabische bezetting van Spanje dan? En de Turkse bezetting van de Balkan, en
eerder al die van Anatolië (“Turkije”)? Als we per se over kolonialisme moeten
spreken, dan waren de kruistochten een anti-koloniale bevrijding van een door
de islam bezet christelijk gebied. Uiteraard hadden de christenen het eerder
dan weer van joden en heidenen afgesnoept, maar dat geldt voor de islam buiten
christelijk gebied ook, te beginnen met Medina en Mekka.
Maar het ergst van al is deze bewering, na
de opsomming van de “vijf zuilen” van de islam: “Deze richtlijnen zijn louter
religieus van aard, politeke aspiraties heeft de islam in se niet.” (p.42) Ik
weet niet wat de U-Gentse prof. Gino Schallenbergh, die hier de inleiding
schreef, in zijn lessen islamkunde zoal vertelt, maar het inzicht dat de islam
een intrinsiek politieke religie is, lijkt me nogal fundamenteel. Toen Mohammed
zijn leer startte, was het van meet af aan zijn bedoeling, een staat te
stichten. Hij zelf werd de eerste islamitische dictator van Medina en
uiteindelijk van heel Arabië. Zijn levenswerk bestond erin, Arabië om te vormen
van een bestaande en geslaagde multiculturele samenleving in een
monolithisch-islamitische staat.
Zonder dat basisinzicht is men gedoemd, de
politieke strijd in het Midden-Oosten, ondanks magistrale feitenkennis die ik
geenszins betwijfel, verkeerd te begrijpen. Dan zegt men bv. met veel aplomb:
“Het gaat het Kalifaat (of eender welke andere betrokken partij) niet om
religie maar om macht.” Ja, wiens
macht? Het gaat in de islam altijd om de macht. Misschien wordt dat beginsel
voor mijn “gematigde” lezers wat verteerbaarder als ik erbij zeg dat dat zijn
goede kanten heeft. Dat de moslims in het Midden-Oosten christelijke
gemeenschappen hebben laten bestaan, komt doordat zij niet puristisch een
volledig islamitisch-bevolkt rijk wilden, maar wel de macht binnen dat rijk. In
ieder geval: met moet niet de christelijke scheiding van staat en religie
(“Mijn rijk is niet van deze wereld”, “geeft den keizer wat des keizers, en
Gode wat Godes is”) op de islam projecteren. Mohammed overviel karavanen, nam
gijzelaars voor losgeld, nam en verkocht slaven enz., en voor hem was dat
allemaal “inspanning (jihad) op de weg van Allah”.
Ziedaar wat er met het hele islamvertoog in
westerse middens scheelt, ook in onze arabistiekdepartementen: men bekijkt de
situatie niet door moslimogen. Onze islampleitbezorgers en multiculturalisten
zijn heikneuters die niet wezenlijk verder zien dan hun klokkentoren. Ze komen wel in moslimlanden, maar blijven de
van huis uit meegekregen westerse denkcategorieën hanteren. Global village, travelling peasants.
Labels: al-Qaida, Arabische lente, Kalifaat, Kruistocht, Van Ostaeyen | Pieter
Read more...
