7 december 2021

Satire, niet voor doetjes

(kortere versie op Doorbraak, 15 november 2021)

 

Satire, niet voor doetjes

 

 

Nu Johan Sanctorum over de pensioenleeftijd heen is, vat hij de opgedane kennis van een hele loopbaan samen in enkele boeken die wel een tijd een vaste referentie over hun onderwerp zullen blijven: de lange mars door de instellingen van de achtenzestigers (een ontwikkeling die zich precies over zijn volwassen leven uitstrekt), de manipulatie van de media, en het cultuurmarxisme. Zijn nieuwste uitgave Terug naar Malpertus behandelt het spanningsveld tussen stoute humor en de opdringende meningdictatuur bekend als woke. Het rolmodel dat hij hanteert is de rebelse vos Reynaert, die vanuit zijn “burcht” Malpertus de draak stak met koning Nobel en diens gevolg.

 

"Satire is niet voor doetjes" (p.84), bezweert hij ons. In dat opzicht was het een goede leerschool dat hem aan het begin van zijn loopbaan een doctoraatstitel ontzegd is, namelijk toen uitkwam dat zijn vader heel erg fout geweest was in de oorlog. Ook toen al speelden twee elementen van de vandaag helemaal ontketende woke-golf: cancel culture ofte uitsluiting van ongewensten uit fatsoenlijke platformen, en de onmogelijkheid van verlossing eens je uit een fout nest blijkt voort te komen. De nazi’s noemden dat laatste Sippenhaftung, en een hedendaagse toepassing is de aansprakelijkverklaring van alle blanken aan de misdaden (hoewel niet de verdiensten) van sommige blanken uit het verleden. Alleszins, Sanctorum heeft ervan geproefd lang voor de huidige orgie van woke (zelf)beschuldigingen.

 

Woke is dan ook een karikaturale uitvergroting, bijna een zelfsatire, van handelwijzen en attitudes die al veel langer bestaan. Vandaag afficheert het zich vooral als links, maar het is bijvoorbeeld niet eens zo lang geleden dat de katholieke onderwijskoepel als grootste werkgever van Vlaanderen zijn werknemers al voor kleine afwijkingen van de rechte leer broodroofde en op de zwarte lijst zette. 

 

Vandaag is het echter onmiskenbaar dat links, na meedogenloze hoogtepunten van spot in de nasleep van 1968 (toen het satirische blad Hara Kiri door Charles de Gaulle verboden werd en, in toespeling daarop maar onder een onheilspellend gesternte, hersticht werd als Charlie Hebdo), een zure vijand van alle politieke humor geworden is, “humorloos” (p.91). Satire geldt nu als rechts, iets voor ’t Pallieterke en ’t Scheldt (waarvan hij het humorgehalte bij alle verdienstelijke onthullingsjournalistiek toch maar pover vindt). Spot via de nieuwe taal van de memes geldt meteen als “far-right humour” (p.80). Komieken die links begonnen zijn, gaan nu de hete onderwerpen uit de weg (bv. Kamagurka, naar eigen zeggen), óf zijn, parallel met vele ernstigere denkers, zelf een eind naar rechts opgeschoven. Aldus bv. Urbanus, volgens zijn huidige critici een “rechtse zak”.

 

Een eindeloze bron van vermaak is het “ultrafeminisme” (p.50) uitgedragen door een heir van gesubsidieerde vrouwen en af en toe een “excuusguus” (p.52). Wie daar tegenin gaat met uitspraken die vroeger aan de toog gemeengoed waren, zoals Jeff Hoeyberghs, wordt nu met zijn “spontaneïstische satire” (p.80) het middelpunt van controverse. Het illustreert de wetmatigheid dat satire onverwacht opduikt, niet langs formele kanalen waar het Bestel via de uitlaatklep van brave humor door beroepscomedians (Geert Hoste) de controle probeert te behouden: “Grappen met het opschrift 'dit is humor' zijn waardeloos als kritisch genre.” (p.66)

 

Dit boek is elitair: weliswaar heeft iedereen het recht om humor af te scheiden, zelfs kritische humor ofte satire, maar in de feiten zijn de satiristen in ons land op enkele handen te tellen. Huichelen past niet voor een hekelschrijver, en Sanctorum laat onbeschroomd verstaan dat hij tot die keurploeg behoort, maar de meeste lezers niet. Inderdaad, voor velen zal dit een eerste kennismaking zijn met het gezichtspunt van een vakman, die alleen de collega’s die er hun leven voor gelaten hebben, moet laten voorgaan.

 

Er is bij de massa wel een democratisering van het gecensureerd worden en van het geklaag daarover: mensen die knus achter hun scherm en vaak zelfs onder schuilnaam meninkjes ten beste geven. Deze “gratispolitiek op de meningenmarkt” (p.85) doet hen dan een onschadelijk klein beetje proeven van wat voor anderen een doodvonnis, een daadwerkelijke terechtstelling of op zijn minst broodroof zou betekenen: ze worden door Facebook geband. Want inderdaad, wat in de beginjaren een rijk van de vrijheid leek, een vrijplaats waar je rond de gevestigde media heen stoute standpunten kon verkondigen, staat vandaag zelf bekend om zijn ingrepen tegen fout geachte meningvorming, zowel subtiele (shadow-banning) die dagjesmensen niet eens door hebben, als brutale. Daar kunnen ze dan erg over doen: “Ik ben in de Facebook-gevangenis gezet!” Sanctorum is niet onder de indruk.

 

Over de carnaval in “Ojlst” (p.87) is hij uitgesproken pro het recht op ongebreidelde spot, inbegrepen de praalwagen die internationaal als antisemitisch weggezet werd. Inderdaad, evenmin als andere meningsuitingen moet satire gebreideld worden, maar de vraag die hier niet gesteld wordt, is: was dit wel satire? Werd er een wantoestand gehekeld? Hadden de joden iets gedaan waarmee nu maar eens ongezouten de draak moest gestoken worden? Bij mijn weten was het alleen een uitvergrote toespeling op het “sabbatjaar” waartoe de groep besloten had. Het was geen opstap tot volkerenmoord, wel een grap zonder pointe.

 

Sanctorum acht de satire zelfs in staat om de islam te doen “afbrokkelen” (p.100). Wie weet, maar tot nu toe heeft de islam een grote voorsprong is het toebrengen van slagen en verwondingen aan zijn hekelaars: regelrechte moorden, halfgeslaagde of mislukte pogingen daartoe, uitsluiting of broodroof via zijn woke handlangers, en de verspreiding door overheden van islamvriendelijke smoezen. Ik vrees dat de gewenste ontmanteling van de islam er maar zal komen door het verspreiden van harde kennis over de problematische theologie en geschiedenis van de islam. Anderzijds kunnen we het ook lezen als een oproep tot steeds betere satire, zodat moslims zich belachelijk gaan voelen zolang ze Mo achterna blijven lopen.

 

Alleszins gaat de islam ons paradoxaal genoeg voor in het darwinisme (p.117), in zijn moderne vorm gewraakt door moslims die het uit de biologielessen geweerd willen zien. Door ongelovigen “apen en varkens” te noemen, poneert de profeet alvast de dierlijke basis van veel menselijk handelen. Zoals auteur “Willem die Madocke maeckte” in zijn Van de vos Reynaerde doet.

 

Over de taal heb ik wel een paar opmerkingen. Op p.83 staat: "Voor elke verboden spotprent is er een cartoonist die hem toch tekent, al doen er 99 collega's het in hun broek: het gaat om die ene." Inhoudelijk geen probleem: er is inderdaad een soort adel van de satiristen, namelijk de weinigen die de grenzen aftasten, onderscheiden van het talrijkere plebs dat binnen zijn comfortzone blijft. Maar heeft “de spotprent”, vrouwelijk, als voornaamwoord “hem”? (Niet alleen voor de wokes zijn voornaamwoorden belangrijk.) Dat zou als hollandisme kunnen begrepen worden, een akte van onderdanigheid vanwege de Vlaamse uitgever, want in het noorden is het vrouwelijk nagenoeg verdwenen (al komt het langs de achterdeur terug binnen als het geslacht van collectiviteiten: “het land en haar inwoners”). Een zelfde verschoningsgrond geldt dan voor “rede”, hem. (p.91). Maar niet meer voor de inpalming van onzijdige woorden door het mannelijk: “het verleden”, hem. Drukfout?

 

Bij dat woord “verleden” vergist de auteur zich ook van woordafleiding: het betekent niet “van leed ontdaan” (p.111). Laten we het zo eenvoudig mogelijk uitleggen, zonder er Oud-Germaans of Gotisch bij te halen. Je kan de grondbetekenis van lijden deduceren uit zijn causatief “leiden”: doen gaan. “Lijden” betekent dus “gaan”, vandaar de Duitse vertaling van verleden als Vergangenheit. De daaruit gegroeide betekenis ondervinden kunnen we begrijpen door analogie met het tweede lid van ondergaan, of door het synoniem ervaren, uit varen. Het verschil met het woord leed, waarvan Frans laid, “lelijk”, zelf trouwens uit ledelijk, zien we in het Engels, waar *lide niet meer bestaat maar zijn causatief lead wel. Nu moeten we het verschil beseffen tussen de tandklanken in Engels, Nederlands en Duits: th-d-d, bv. thief-dief-Dieb, en d-d-t, bv. dance-dans-Tanz; dus wat in zowel Engels als Duits twee verschillende klanken zijn, th/d resp. d/t, vallen in het Nederlands samen als d. De eindstamklank van de tegenhanger van leed, namelijk loath, verschilt van die van lead. We krijgen daar de tripletten loath-leed-leider (“spijtig”) versus lead-leiden-leiten. Om het extra verwarrend te maken, is lijden later toch beïnvloed geworden door de betekenis van leed, dus “leed ondervinden”, echter zonder dat die betekenisverschuiving overgegaan is op het afgeleide woord verleden.  

 

Zo, daarmee heb ik de recensentenplicht vervuld van ook wat kritiek te geven. Voor de rest wil ik het boek en zijn boodschap zeer aanbevelen, ook al omdat ik me kan aansluiten bij Sanctorums besluit: “Ik ben heel optimistisch. We zullen deze woke-tijden overleven, net vanuit de wildernis. Vanaf dan is er geen weg terug en kunnen zelfs fatwa's de dijkbreuk niet stoppen" (p.125) De internettechnologie is immers zodanig dat men tegen alle censuurpogingen in toch altijd sluipwegen kan vinden om het Bestel uit te dagen, een nieuw soort guerrilla. "Alle wegen van de vrijheid leiden naar het internet" (p.92), waar moderne versies van straatfilosofen als Socrates en Diogenes hun pret niet opkunnen.

 

Ten afscheid klopt hij zich op de borst dat hij de lezer “het credo geleerd heeft”, zoals Reynaert bij koningsgezant Cuwaert de haas deed. Maar wat die onschuldig ogende uitdrukking hier betekent, daarvoor zult u het boek zelf moeten lezen.

 

 

Johan Sanctorum: Terug naar Malpertus. Over humor in woketijden, Doorbraak, Antwerpen 2021, ISBN 978 949 3242425, 126 pp.

 

Labels: , , , , ,

Read more...

14 januari 2010

Marie-Rose Morel straks ook in De Slimste Mens? (Hoegin)

Mijn artikel van gisteren over de nieuwjaarsbrief van Marie-Rose Morel bij de VRT was nog niet goed gepubliceerd, of het bleek al dat zij morgen al haar opwachting zal mogen maken bij het nieuwe praatprogramma van Siegfried Bracke. Zullen de twee daar een boompje opzetten over het orangisme, of het vakbondswerk van Marie-Rose Morel eens onder loupe nemen? Aangezien ik de Tom Cochezs van deze wereld het monopolie over de Vlaams Belang-ologie niet wil gunnen – Quizvraag: hoeveel fracties kent het Vlaams Belang? Antwoord: hangt van het artikel af –, waag ik me aan een korte beschouwing over de opties voor de nabije toekomst van de drie nauwst betrokken partijen: de VRT, Marie-Rose Morel en de partij Vlaams Belang.

Johan Sanctorum vatte in een commentaar op mijn artikel eigenlijk goed samen wat er hier precies aan de hand is: twee verborgen agenda's ontmoeten elkaar, namelijk die van Marie-Rose Morel en de VRT. Nu ja, zo verborgen is die agenda van de VRT nu ook weer niet. Dat kan trouwens voor zowat alle media in Vlaanderen gezegd worden. Het adagium is er altijd geweest dat kopstukken van het Vlaams Belang in het beste geval nietsnutten en klaplopers zijn, in het slechtste geval geborneerde racisten en fascisten. Tenzij ze natuurlijk, zoals het geval was met Geert van Cleemput of Luc Sevenhans, op een bepaald ogenblik de eerste tekenen van dissidentie beginnen te vertonen. Dan blijkt plots dat het Vlaams Belang dan toch eerlijke, goedmenende en hardwerkende mandatarissen telt, en hoe kunnen zij dat beter illustreren dan door met een luide knal uit de partij te stappen? Of de media op die nogal doorzichtige manier ook echt veel zieltjes weten te winnen voor hun zaak is nog wat anders.

Voor Marie-Rose Morel betekent dit dat als ze besluit in 2010 het ingeslagen pad verder te blijven bewandelen, zij in de nabije toekomst best nog aan haar trekken zal kunnen komen in de media. Jurgen Verstrepen en Jean-Marie Dedecker hebben al een tijdje afgedaan, en op Bart de Wever begint men stilaan ook uitgekeken te raken. Als bovendien het gerucht van de dag waar is dat we binnenkort misschien wel iemand uit de N-VA-stal aan het hoofd van de VRT mogen verwachten, zal het trouwens niet meer passen Bart de Wever nog vaak de kans te geven de toffe peer uit te hangen terwijl men in de nieuwsredacties een guerrilla aan het uitvechten is. Zoiets doet men niet. Nog eens, als ze het wil, ligt er voor Marie-Rose Morel in de nabije toekomst een mooie mediacarrière weggelegd bij de VRT. Als het nog snel kan, waarom haar niet eens uitnodigen voor De Slimste Mens? Kan men aan de Reyerslaan meteen ook zeggen dat het niet meer waar is dat Vlaams Belangers nooit uitgenodigd worden voor shows en spelprogramma's.

Maar quid Morel? Politiek kan zij eigenlijk geen kant meer op. Bij het Vlaams Belang lijkt haar rol voorlopig uitgespeeld te zijn. Terugkeren naar de N-VA is geen optie. Om het lelijk te zeggen: ze is niet aan haar eerste vechtscheiding toe. Een overstap naar Lijst Dedecker lijkt zo mogelijk nog minder waarschijnlijk, want daar zit dan weer boezemvijand Jurgen Verstrepen. En wat voor zin heeft het om zelf uit de partij te stappen? Tenzij ze de politiek voor een tijdje vaarwel zou willen zeggen, rest haar alleen nog de hoop dat de partij bij een volgende verkiezing niet helemaal om haar heen zal kunnen, en dat zij op die manier ergens een mandaat in de wacht kan slepen. Verder kan zij zich bezighouden met haar vakbondswerk – overigens helemaal niet onverdienstelijk – maar riskeert ze uiteindelijk wel te verworden tot een soort Frank Vandenbroucke uit Schoten. Ik neem aan dat de lezer daar geen tekeningetje bij hoeft.

Waarom grijpt Bruno Valkeniers niet in, vroeg iemand zich af. De vraag kan met een nieuwe vraag beantwoord worden: hoe, en zou het veel zin hebben? Of er nog veel communicatielijnen open zijn tussen Bruno Valkeniers en de leiding van het Vlaams Belang enerzijds, en Marie-Rose Morel anderzijds, kan op dit ogenblik eigenlijk alleen maar sterk betwijfeld worden. Haar tot de orde roepen of zelfs uit de partij zetten zou trouwens alleen maar een averechts effect hebben, en nog meer media-aandacht uitlokken. Veel meer keus dan haar laten betijen, en hopen dat het snel over gaat, heeft Bruno Valkeniers dus niet. Probleem daarbij is dat Marie-Rose Morel, in tegenstelling tot de reeds genoemde Geert van Cleemput en Luc Sevenhans, wel mediageniek is. De leiding van het Vlaams Belang zal dus rekening moeten houden met een stoorzender in Schoten die op regelmatige tijdstippen van zich laat horen, en in de media ook gehoor zal vinden.

Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

29 juni 2009

Drie dhimmi's over de hoofddoeken (Hoegin)

HoofddoekDe twee opiniestukken die vandaag in De Standaard stonden tonen weer eens mooi aan hoe het debat over de hoofddoeken in de Antwerpse scholen vakkundig in één richting gestuurd worden. De ene stond bol van de kromme redeneringen, voor zover ze al de naam redenering waard waren, terwijl de andere van zo'n anekdotisch/naïvistisch niveau was dat je je afvraagt of de redactie van de krant soms denkt dat haar lezers allemaal complete idioten zijn.

Beginnen we met het stuk van Hugo van Assche, elders reeds vakkundig aangepakt door collega Marc Vanfraechem. Volgens hem hebben de hoofddoeken ook voordelen, want ze maken relaties en gezinnen stabieler. Wie het stuk niet al te oplettend doorleest zou zelfs beginnen vermoeden dat de opgedrongen hoofddoek al ettelijke meisjes uit de prostitutie heeft gered. Wie het stuk vervolgens wat aandachtiger doorneemt, kan die indruk trouwens niet van zich afschudden. (En sinds wanneer is prostitutie trouwens een oneerbaar beroep geworden in het progressieve wereldje? Ik dacht immers dat prostituees mondige vrouwen waren, die zich door niemand de les lieten spellen – een kenmerk dat ze blijkbaar gemeen hebben met die mondige moslimmeisjes met de hoofddoek.)

Ik vrees dat de man een beetje last heeft van het beruchte Stockholmsyndroom. In zijn stuk bewijst hij dat hij ervaring genoeg heeft om te weten dat de groepsdruk waar niemand het over wil hebben wel degelijk bestaat. En dat die groepsdruk zelfs zo sterk is, dat ze ook buiten de eigen religieus-etnische groep voelbaar is, zoals hij met een voorbeeld aantoont. Maar vervolgens schrijft hij dan weer klinkklare onzin, zoals bijvoorbeeld dat onze wetten zouden garanderen dat die meisjes later sowieso hun eigen keuzes zouden kunnen maken. Die Nederlands-Congolese vrouw uit zijn restaurant kan er van meespreken! Een kwart van de Marokkaanse vrouwen in België is daarover trouwens ook een heel andere mening toegedaan, klonk het, nota bene, helemaal vanuit Rabat. Over die Algerijnse in Marseille gaan we het dan niet hebben, want die valt natuurlijk onder de Franse wetgeving, en dat maakt de zaak voor haar natuurlijk helemaal anders.

Maar wat mij, alweer, het meest verbaast, is dat die brief door de redactie van de «kwaliteits»-krant De Standaard aanvaard en ongecensureerd gepubliceerd werd. Van dat voorrecht konden bijvoorbeeld Johan Sanctorum e.a. nochtans niet genieten toen het over de affaire-Gounod/Dillen ging, om over de systematische behandeling van de opiniestukken van de hand van Vlaams Belang-mandatarissen nog maar te zwijgen. Merkwaardig toch: aantoonbare, ja zelfs stuitende ongerijmdheden gaan zonder problemen de krant in, maar een open brief ondertekend door een stuk of dertig intellectuelen, daar gaat men met de rode pen doorheen, zonder voorafgaande afspraken of verwittigingen zelfs!

Over naar het andere opiniestuk over de hoofddoekenkwestie, geschreven door de twee helden Filip Buntinx en Kris Gysels. Ik schrijf helden, want de twee bestuursleden van de Open Vld Groot-Antwerpen schreven het politiek correcte stuk, stel je voor, in eigen naam. Als koning Albert II nog niet weet wie hij volgende maand moet belonen met een baronnen- of graventitel voor getoonde heldenmoed, ziehier twee uitstekende kandidaten. Maar of ze ook iets zinnigs te vertellen hebben, dat is natuurlijk een andere zaak.

Het naïvisme van de twee druipt er in ieder geval langs de vier kanten van het stukje van af. Alleen hun bewondering voor de moslimmeisjes die de laatste dagen voor de camera's opgevoerd werden overtreft dat naïvisme nog. Zij kunnen het allemaal «haarfijn» uitleggen en zouden in hun «discours» zelfs «staalharde» argumenten hanteren, alstublieft. Dat er op het thuisfront voor sommigen van die moslimmeisjes af en toe wel eens even «staalharde» vuistslagen te rapen vallen als ze hun hoofddoek niet opzetten, en dat ze riskeren op straat «haarfijn» verkracht te worden als ze niet goed opletten, zijn natuurlijk twee bijkomstigheden waar deze twee helden geen weet van hebben, of willen hebben. Alsof het ook de slachtoffers van nachtelijke laagvliegers zijn die telkens weer het hardst op straat staan te roepen dat die flitspalen compleet overbodig zijn, en het verkeersreglement alleen maar gemaakt is voor de voorzichtige weggebruikers die zelf al blij zijn als ze weer eens zonder kleerscheuren thuisgeraakt zijn. Het hoofddoekenverbod is er niet voor de sterke, mondige meisjes, maar net voor hen die in een zwakke positie staan. En trouwens met een bang hartje de zomervakantie afwachten, want ze weten nooit of ze wel ongehuwd terug uit vakantie zullen komen, maar ook dat is waarschijnlijk een fenomeen waar dit koppel nog nooit van gehoord heeft…

Tot slot dan nog het argument dat het precies het hoofddoekenverbod is dat de moslimmeisjes er zou toe aanzetten met zoveel hardnekkigheid vast te willen houden aan dat stukje stof. Een puberale revolte noemen ze het. Ziedaar misschien de oplossing voor de verfransing van de Vlaamse Rand rond Brussel: verplicht alle Franstalige leerlingen in de lokale basisscholen op de speelplaats Frans te spreken. Misschien kunnen de faciliteiten dan in de loop van één generatie afgeschaft worden via zo'n puberale revolte, en Brussel-Halle-Vilvoorde alsnog zonder compensaties gesplitst worden? N-VA en Vlaams Belang kunnen er een puntje aan zuigen!

Ik moet eerlijk bekennen dat ik nog nooit een politiek debat, aangericht door het bestuur van de Open Vld Groot-Antwerpen, heb mogen meemaken, maar veel heb ik daar vermoedelijk niet aan gemist. De twee heerschappen erkennen immers dat ze zelden zo'n hoogstaand publiekelijk debat hebben mogen meemaken als wat zich de jongste dagen heeft afgespeeld in de Vlaamse media. Ja, een dolgedraaide imam die de moslimmeisjes oproept thuis te blijven als ze op school hun hoofddoek niet mogen aanhouden, dat valt inderdaad niet alle dagen voor. Maar hoogstaand? Of zelfs nog maar «debat» tout court? Die twee hebben een wel heel subtiele vorm van humor die mij volledig ontgaat, of geen flauw benul van hoe een politiek debat in een normaal, democratisch land gevoerd wordt. Om maar iets te zeggen: tegenstanders, ja zelfs uitgesproken tegenstanders worden daar gewoonlijk ook al eens aan het woord gelaten, in plaats van die ene enkele eenzame zwaluw van een Bart de Wever. En die laatste wordt dan nog alleen maar –gewillig– opgevoerd om toch maar een beetje de wind uit de zeilen van het Vlaams Belang te houden, en laten we daar maar niet onnozel over doen.

Alvast twee zaken hebben deze twee opiniestukken met mekaar gemeen. Vooreerst is er de dhimmitude, die beide stukken zwaar uitademen. Het is duidelijk dat alle drie de auteurs afbuigen voor het recht van de sterkste, en de sterkste in Antwerpen, dat is op dit ogenblik de islam. Maar bovendien is het duidelijk dat het debat op dit ogenblik gestuurd wordt door de krantenredacties. Wie zich uitspreekt tegen het hoofddoekenverbod, krijgt alle plaats toegemeten, zelfs al kraamt men alleen maar onzin uit, terwijl tegenstanders slechts met mondjesmaat tot het debat toegelaten worden. Een diepere analyse dan hoe mondig en moedig die moslimmeisjes toch wel zijn wordt absoluut niet toegelaten, vermoedelijk uit vrees hierdoor op een hellend vlak terecht te komen waarbij het vroeg of laat over de multi-culturele maatschappij zelf dreigt te gaan. Over de rol van de moslimjongens wordt daarom zedig –en misdadig– gezwegen.

Bovendien wordt op deze manier de druk op de Karin Heremans, de directrice van het Koninklijk Atheneum Antwerpen, opgevoerd om haar beslissing terug te draaien. Het is duidelijk dat het hoofddoekenverbod in bijzonder slechte aarde is gevallen bij links Vlaanderen, en dat alle zeilen, ook de zotste, nu bijgezet worden. Dit eenrichtingsdebat is dus nog lang niet over. Hopelijk is zij zelf niet zo naïef te denken dat ze ooit nog promotie zal kunnen maken, tenzij om op een zijspoor gezet te worden. Hoewel… er is natuurlijk hoop. Nu Patrick Janssens in het geheim getrouwd is –let trouwens op de platte leugen in het artikel, namelijk dat de vonk pas nà haar promotie overgesprongen zou zijn– heeft hij misschien wel tijd voor een nieuwe maîtresse?

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten