7 december 2018

Halfweg naar de uitgang

(Doorbraak, 3 dec. 2018)

Toen uitgever Karl Drabbe mij vroeg om vanaf nu aan Doorbraak wekelijks een artikel te leveren, voegde hij er een beperking aan toe: “Maar natuurlijk niet alleen over de islam.” En ik dan antwoorden: “Wees gerust, er zijn genoeg vrolijker onderwerpen.” Het wil echter zo lukken dat Doorbraak zelf mij een islamgerelateerd onderwerp aanreikt, een islamartikel dat om een respons vraagt. Denkelijk is het goed voor één keer.

Rob Lemeire vertelt in zijn artikel “De zwakheden van het mohammedanisme” (ik schrijf dat laatste woord met kleine letter, niet om een ideologische maar om een spraakkundige reden: vergelijk met “marxisme”) over een debat tussen islamdoorlichter Eddy Daniëls en islampredikant Khalid Benhaddou. Het was naar verluidt een hoffelijk debat, zowel tussen de debaters als vanwege het publiek, dat vooral uit linksen en moslims bestond. Zelfs Daniëls’ bekende kritiek op Mohammed, de “integrale mens” en rolmodel voor elke praktiserende moslim, werd geruisloos aanhoord, zo leren we, en zelfs bijgetreden door Benhaddou.

Wat beduidt dat in theorie en in praktijk? De theoretische ontleding zal de aandacht vestigen op de tegenstrijdigheid in Benhaddou’s stellingname, reeds in zijn bekende pleidooi voor een “rationele islam”, en hier in zijn keuze om een 7de-eeuwse handelsreiziger uit het verre Arabië te eren terwijl hij erkent dat die een onverdraagzame geweldenaar, slavenhandelaar en verkrachter was. Zelfs als de profeet daarnaast soms ook een toffe gast was, zoals in de deels ware en deels verzonnen anekdotes die Benhaddou aan zijn leerlingen vertelt, is er nog altijd geen reden om meer aandacht aan die man te besteden dan aan eender welke andere medemens.

Kritiek op Mohammed, hetzij op de totstandkoming van zijn nieuw wereldbeeld hetzij op de gevolgen daarvan in zijn gedrag, blijft niet zonder gevolgen. Hij was een feilbare mens in zijn inzichten en in zijn gedrag. Volgens critici was hij zelfs fouter dan de meesten in beide opzichten, maar laat dat standpunt voorbijgaan: hij was in ieder geval feilbaar, niet alleen in zijn beschreven gedrag (Hadieth) maar ook in de woordelijke uitingen die hij als openbaring verkocht (Koran). Waarom zou je zo iemand volgen? Het antwoord van gelovigen zal zijn dat, bij al Mohammeds al-te-menselijkheid, de Koranwoorden toch maar van God zelf komen,-- een volstrekt onbewezen stelling.  

De profeet was, volgens wijlen Herman Somers en steeds meer andere zielkundige onderzoekers, een geval van paranoia, met een uitverkiezingswaan (namelijk als Gods unieke en ultieme zegsman) gevoed door sensoriële hallucinaties (stemmen horen, visioen van de aartsengel Gabriël), vaak gepaard met een schuimbekkend toeval. De Koran, de verzameling van zijn “openbaringen”, was slechts een bandopnemer van de mijmeringen en verlangens in zijn eigen geest. Soms manipuleerde hij die, zoals toen hij Gods bijzondere toelating kreeg om, tegen de heersende gebruiken is, met Zainab te trouwen (zijn andere vrouwen beseften best dat dat doorgestoken kaart was), of toen hij als toegeving aan de heidenen de verering van de drie Mekkaanse godinnen toestond en daarna onder druk van puristische volgelingen weer verbood; maar doorgaans geloofde hij zelf dat een bovennatuurlijk wezen via hem sprak. Niet zo heel oneerlijk, alleen fout.

Aan die begoocheling was hij zeer gehecht. Het was zijn grootste bekommernis, en de verklaring van allerlei eigenaardigheden in de islamwet ligt dan ook hier, dat uiteindelijk elke mens op aarde zijn waan zou delen. Ziedaar de moslimgemeenschap: de miljoenen die aan een kunstmatige “folie à deux” lijden, een meespelen (tot en met verinwendigen) met de waan van de getroffene.    

Ook zijn gedrag was niet zo lovenswaardig, zelfs niet in zijn land en zijn tijd. Dacht je dat men toen roof en verkrachting normaal vond, laat staan navolgenswaardig deugdzaam? Na zijn eerste roofovervallen op Mekkaanse karavanen mobiliseerde Mekka een leger om daartegen op te treden (slag bij Oehoed); blijkbaar hadden ze er toch problemen mee. Onze kennis over de oude Arabische beschaving is beperkt, maar als we er het normenstelsel van naburige wetgevers als Hammoerabi, Manoe of Mozes bijhalen, lijkt zelfs het ontmaagden van een 9-jarige bruid niet zo vanzelfsprekend.

Wat in de wetgeving van Mozes, op wie hij zich aanvankelijk richtte (tot hij begreep dat de Joden hemzelf niet als profeet aanvaardden), alleszins wel voorkomt, is de slavernij. Die was allerminst een nieuwlichterij van Mohammed, maar die aanvaardde ze wel, en hij beoefende de slaafneming en slavenhandel op grote schaal. Het was met grote tegenzin dat het Mogol- en het Ottomaanse rijk zich door de westerse mogendheden lieten dwingen om ze af te schaffen, en de taaiste volhouders waren Saoedi-Arabië, Soedan en Mauretanië. De Barbarijse zeerovers in Algerije en de Zanzibari slavenhalers in Kongo hadden zelfs een Franse resp. Belgische militaire tussenkomst nodig om tot betere gedachten te komen.

Het gaat hier dus om een praktijk die gemeenschappelijk was aan de volgelingen (van wie goedmensen altijd zeggen dat ze “de ware boodschap van de grondlegger verkeerd begrepen hadden”) en de grondlegger: door en door islamitisch, onweerlegbaar islamitisch. Vindt Benhaddou dat deze praktijk moet hernomen en voortgezet worden? Zoals islamtheologen zeggen: de islam is geen kwestie van ‘aql (“rede”) maar van naql (“overdracht”, “nabootsing”). Het gaat niet om de rechtvaardiging die jij bij gelegenheid weet te verzinnen, maar om het nadoen van wat modelmens Mohammed heeft voorgedaan. Bij de tsjeven kan je foefelen, en andere delen van de Bijbel aanspreken wanneer je die door Mozes en Paulus gerechtvaardigde slavernij wil buiten beeld houden of afschaffen; maar bij de islam wordt zoiets echt moeilijk. Ben je tegen de slavernij, dan ben je tegen de islam; geen hervorming mogelijk.

Benhaddou lijdt zichtbaar onder die spreidstand. Als hij bijvoorbeeld, ongetwijfeld oprecht, voor goede betrekkingen met de omgevende samenleving van niet-moslims pleit, dan pleit hij eigenlijk tégen het Koranverbod op vriendschap met joden en christenen. Als hij zich hier voor integratie van de islam inzet, in plaats van voor een islamiserende machtsgreep zoals Mohammed die pleegde in zijn asielstad Medina en vervolgens in heel Arabië, dan keert hij zich paradoxaal genoeg tégen de islam. Als hij een multiculturele, pluralistische samenleving nastreeft, in schrille tegenstelling met Mohammeds levenswerk, namelijk de afschaffing van de bestaande multiculturele samenleving in heidens Arabië, dan zegt hij eigenlijk: “Mohammed was fout.” Ik wil wel geloven dat Benhaddou die avond verrassend ver is de moderne zienswijze meeging, maar durft hij dat in een volle moskee herhalen: “Mohammed was fout”?

Op het antwoord zal ik voorlopig niet wachten. Ik heb best begrip voor Benhaddous dilemma: het van kleinsaf meegekregen geloof trouw blijven, of onverkort voor de rede kiezen? Let wel, afvalligheid uit de islam hoeft hier niet eens een breuk met de religie te betekenen. Verlichting hoeft geen atheïsme te zijn, of zo althans hebben generaties christelijke hervormers hun godsdienst met de moderniteit trachten te verzoenen. Maar stemmenhoorderij, sluipmoorden op hekeldichters of een vrouw je harem in dwingen nadat je haar mannelijke gezinsleden hebt terechtgesteld, dat kan werkelijk niet aanvaard worden, laat staan tot voorbeeld gesteld (een voorbeeld dat we pas nog verwerkelijkt gezien hebben in Islamitische Staat). Mohammed was zonder enige twijfel fout; maar wat te doen als je dat begint onder ogen te zien en hem toch trouw wil blijven?

Ik heb sympathie voor de verscheurde Benhaddou omdat ikzelf, net als miljoenen anderen, door dezelfde fase gegaan ben. Ik heb nog aan den lijve ondervonden wat het is, gelovig te zijn; en ik heb de beginnende twijfel meegemaakt, de onhandige pogingen om water en vuur te verzoenen, de worsteling naar de uitgang, het besef van een voltrokken geloofsafval, en later nog de opruiming van reflexen die je aan het geloof hebt overgehouden. Ik herken die halfweg-mechanismen, van “de Bijbel op mijn manier lezen”, van “ja aan Jezus maar nee aan de Kerk”. Een verschil tussen christendom en islam is juist dat het christendom, gericht naar de geest en weg van de letter, zich veel meer tot zoiets leent dan de islam; maar zelfs het christendom is er uiteindelijk niet in geslaagd, zovele miljoenen twijfelaars definitief aan zich te binden.

Je zal in een wegdeemsterende islam dus verschillende formules vinden om het onvermijdelijke inzicht dat Mohammed fout was, te omzeilen of op afstand te houden. Het eindresultaat is wiskundig zeker, namelijk het oplossen van de islam, maar de manier waarop zal een regenboog zijn. Met name zullen velen, en wel die strekking die demografisch het felst groeit, nog een tijd de zuivere islam volhouden (en dat maakt een specifiek beleid tegenover het islamprobleem nog steeds nodig). Aan de andere pool hebben we een Hafid Bouazza of een Taslima Nasreen, die hun besluit al lang genomen hebben: “De moslimwereld heeft niet zozeer ‘gematigde moslims’ nodig, maar ‘ex-moslims’.” En daartussenin krijg je een waaier van halfslachtige oplossingen, hier vertegenwoordigd door Benhaddou.  Het is een overgangsfase op weg naar de uitgang.

Althans als het proces in vrijheid zijn natuurlijke verloop kan kennen. Want de zuiverder islamstrekking zal nog steeds veel doen om stappen naar geloofsafval te beletten. En Europese kerstekinderen die het tot minister gebracht hebben, zullen nog een tijdje doorgaan met de islamisering van “moslimkinderen” (zijnde kinderen van moslims, aan wie echter niets van nature moslim is) via gesubsidieerde islamscholen. In de plaats daarvan moeten we in de voetsporen van de natuur stappen en het normale moderniseringsproces laten spelen, wat voor onze politici ook betekent: het ontgroeien van de islam faciliteren.


Labels: , , , ,

Read more...

6 december 2018

Sint en Piet, de blanke meester en zijn zwarte slaaf?



(Doorbraak, 6 december 2018)



Vandaag over Sint en Piet spreken brengt onvermijdelijk het hele politieke vertoog over slavernij en kolonisatie op gang. Laten we de feitelijke basis van die herrie eens rechttrekken: zowel de oorsprong van die feesttraditie als de waarheid over de koloniale slavernij.



Zwarte slaven?

Wie zijn blik tot het onderwerp “zwarte slaven” laat vernauwen, moet eerst een onderscheid maken tussen de Hollands-Zeeuwse en de Vlaamse situatie. Nederland speelde een vooraanstaande rol in de Transatlantische slavenhandel; de Vlamingen niet. Het enige wat zij met de slavernij te maken hebben, is dat ze ze in Kongo bestreden en na een gewonnen oorlog “tegen den Araabschen slavendryver” afgeschaft hebben (Manyiema 1894, vereeuwigd in het Vinçotte-gedenkteken in het Brusselse Jubelpark). De Belgische koning Leopold II, overigens geen Vlaming, verving de slavernij wel door de brutaalste kapitalistische uitbuiting, vaak met de vroegere slavendrijvers als opzichters (vandaar de afgehakte handen bij het niet opleveren van de productiequota, zijnde de islamstraf voor diefstal). Toen in 1909 de Belgische staat Leopolds privébezit, de Kongo Vrijstaat, officieel tot kolonie maakte, heerste er een neerbuigend paternalisme, dat bij al zijn voorgegeven goedaardigheid nog altijd steil racistisch was.

Tot daar zijn de historische grieven van zwarten wel gerechtvaardigd: slavenhandel of tenminste kolonialisme, wij Nederlandstaligen hebben in dat opzicht ondanks detailverschillen allemaal boter op het hoofd. Of althans onze voorzaten. Want de grieven zijn alleen plaatsvervangend: zelf hebben de klagers daarvan niets meegemaakt. Integendeel, door hier terechtgekomen te zijn, zijn ze zeer bevoorrecht tegenover hun in Afrika achtergebleven kozijns.

De geschiedenis leert dat raciale slavernij de uitzondering was: meestal trof de slavernij rasgenoten van de slavenhalers, bv. bij de oude Romeinen. Het waren de Arabieren, de voorouders van Dyab Abou Jahjah, die in de 7de eeuw de zwarten als natuurlijke slaven brandmerkten, en dat werd uitdrukkelijk zo gescheven door Ibn Chaldoen, de Arabische “vader van de sociologie”. Niet dat Abou Jahjah voor zijn stamboom verantwoordelijk is, maar het is zijn soort andersracisten die Europeanen voor de echte en vermeende daden van hun voorouders verantwoordelijk houden. Ook in Arabië was er weliswaar al eens een zwarte vrijgelatene, net als in de prille VS op het hoogtepunt van de slavenhandel. En vooral werden er daar naast zwarten ook miljoenen donkerblanke rasgenoten en Europese blanken tot slaaf gemaakt, bv. de Poolse Roxelena die de favoriete van Ottomaans kalief Suleiman de Prachtlievende werd, of in de literatuur de Vlaamse Blancefloer.



Zwarte slavenhandel

Omgekeerd werden de zwarte slaven eerst diep in Afrika door hun rasgenoten aan bezoekende Arabische handelspartners en, na ruim 8 eeuwen, ook aan nieuwgekomen Europese slavenhandelaren doorverkocht. Een handvol Arabische of Europese slavendrijvers was in verre Afrikaanse streken niet in een positie om slaven te vangen en in rendabele aantallen veilig naar de havens te brengen, althans niet indien de inheemsen daar vijandig tegenover zouden gestaan hebben. Er waren dus inheemse elites die goed verdienden aan het verkopen van rasgenoten, vaak lastpakken en politieke tegenstanders uit de eigen stam, maar vooral gevangen leden van rivaliserende stammen. Voor ons zijn alle zwarten zwart, maar een Ashanti zag meteen het verschil met een Yoruba, dus in die zin kan je de inter-zwarte slaafneming ook “racistisch” noemen. Alleszins, de stammen aan het winstnemende eind stuurden na de Britse afschaffing van de slavernij delegaties naar Londen (en te onderzoeken: ook naar Amsterdam?) om die winstgevende handel in ere te herstellen.

Het waren blanken die de slavernij afschaften (en er soms hun leven voor overhadden, zoals in de VS-Burgeroorlog) en zwarten die ze verdedigden. De schuldvraag is dus heel wat complexer dan de andersracistische zeurpieten en hun “witte” meelopers willen doen geloven.

Omdat machtsverhoudingen wel eens wisselen, waren de slachtoffers van de slavenhandel met de Nederlanders in West-Afrika vaak zelf weer afstammelingen van slavenhalers die zichzelf op de rug van minder fortuinlijke rasgenoten verrijkt hadden. De zwarte andersracisten die nu via positieve discriminatie van het lijden van hun tot slaaf gemaakte voorouders trachten te profiteren, zijn, als je enkele generaties verder graaft, vaak ook weer slavenhalersgebroed. President Barack Obama deelde niet in de collectieve ervaring van zijn kiezers als afstammelingen van zwarte slaven; hij behoorde langs vaderskant tot de Luo-stam, handlangers van de Arabieren (alleen in de Ierse tak van de stamboom van zijn blanke moeder komen slaven voor). Hij kreeg de stemmen van de zwarten niet vanuit een gemeenschappelijke achtergrond inzake de slavernij, maar alleen omwille van de raciale overeenkomst.

Degenen die Zwarte Piet tot symbool van het slavernijverleden willen herleiden, kennen de geschiedenis van de slavernij niet, of willen ze niet kennen. Heel narcistisch focussen zij in die duizendjarige universele geschiedenis alleen op het deeltje dat hen van pas komt. Wanneer bv. de Kongolese Batetela massa’s even Kongolese Baluba gevangen namen om hen dan aan de Arabieren te verkopen, dan kan je daarop moeilijk eisen jegens de Belgische samenleving baseren. Uiteraard bestond Sinterklaas al lang voor de Belgen Kongo koloniseerden, en zelfs lang voor de Nederlanders aan slavenhandel begonnen te verdienen.





Sint-Nicolaas

De historische Sint-Nicolaas, de bisschop van Mira in Anatolië, was burger van het Byzantijnse rijk, eeuwen eerder dan de koloniale slavernij. De Byzantijnen kenden die instelling ook wel, hoewel niet raciaal opgevat. Zij spanden zich in om de slaafneming tot niet-christenen te beperken, dus gingen zij op slavenjacht bij hun heidense buren, met name bij de  Slaven. Deze volksnaam betekent eigenlijk “roemrijk”, maar werd daar en dan door associatie het gewone woord voor “slaaf”. Daarover gaat de legende van Sint-Nicolaas echter niet. Dat is nog zo’n probleem met onze zeurpieten: heel ééndimensionaal herleiden zij het hele verleden tot hun geliefde slavernij, terwijl zelfs de premoderne niet-egalitaire mens ook nog wel andere dingen aan zijn hoofd had, zoals in het geval van de Sint en zijn volgelingen: vroomheid en menslievendheid.

Die Sint-Nicolaas werd geïntegreerd in een familie van heidense mythen en de bijhorende gebruiken en feesten. Critici van het christendom wijzen vooral op de gevallen van geweld in de kerstening en ontheidensing, van het lynchen van de Neoplatoonse filosofe en wiskundige Hypatia; via het “kop af of kop onder [voor het doopsel]” van Clovis tot zijn soldaten; tot de afslachting van de heidense Saksische adel door Karel de Grote. Maar doorgaans hadden de kerstenaars dergelijke militaire middelen niet, te beginnen bij hun ontstaan als marginale sekte binnen het machtige Romeinse rijk. In de plaats daarvan deden zij het met slechts een klein beetje geweld of de dreiging ermee (de IJslanders bv. bekeerden zich onder dreiging van verovering door de gekerstende koning van Noorwegen), maar vooral met een geslepen strategie van inculturatie.

Zo werden heilige plaatsen niet vernield maar overgenomen, zodat de heidenen naar dezelfde plaats konden blijven komen voor hun devoties, al werden die nu tot Jezus gericht. Oude mythen en legenden werden gekerstend. “Toen de dieren nog spraken” werd “toen Onze Lieve Heer nog op aarde liep”; de Drakendoder (de Griekse Zeus, de Perzische Verethragna, de Germaanse Siegfried of Beowulf) werd Sint-Michiel of Sint-Georges; en Sint-Nicolaas werd in onze streken gepopulariseerd als een variant op Wodan. Het is overmatig simplistisch om te zeggen: “Sinterklaas is eigenlijk Wodan”, zoals je wel eens hoort, maar het is een onhandige samenvatting van een ingewikkelder werkelijkheid.



Roedra en de Maroets

We laten de weetjes over deze heidens-christelijke overgangsperiode verder terzijde om ons te richten op de echte oorsprong van Sinterklaas en zijn Zwarte Pieten, voorzover in dat nog verdere verleden iets ooit echt als “oorsprong” kan gelden.

In de Indiase Veda’s vinden we de figuur van de stormgod Roedra (“de bruller”) en zijn leger van Maroets. Zij werden vaak afgebeeld als stralende viriele jongemannen, met gouden versierselen. Hollandse Zwarte Pieten werden vaak met gouden oorringen afgebeeld, wat vreemd genoeg als een recent slavernij-attribuut gebrandmerkt wordt en gebeurlijk door de slavernij-omstandigheden zou kunnen beïnvloed zijn, maar die glitter hoort al duizenden jaren bij het personage. Zij rijden op een gespikkeld paard door hun natuurlijke habitat, de atmosfeer.

Uit het hooggebergte brengen zij geneeskrachtige planten mee, om je uit uitzichtloze probleemsituaties op te tillen. Tegelijk inspireren zij vrees, want zij behoren tot de andere wereld. Zij doen je verschieten als je hen te zien krijgt, maar vaak omdat je op het goede zelfs niet meer had durven hopen.






Leven en Dood

Roedra is een god van Leven en Dood, iets wat je terugvindt in een populaire Nicolaaslegende, waar de goedheiligman drie gedode kinderen weer tot leven wekt. Omdat verrijzenis ook een christelijk thema bij uitstek is, werd het motief vlot in de christelijke cultuur geïntegreerd, maar het is ouder. Roedra geldt als wit, zeker onder zijn bekendere benaming Sjiva (“de goedgunstige”, een vleinaampje voor een gevreesde heerser), zoals de maan. Onder de Germaanse goden komt hij het meest overeen met Wodan, “de woeder”. Net als Sjiva heeft Wodan een bijzonder oog, het “derde oog”, alleen is dat beeld bij hem verruwd tot een enig oog. Hij wordt met het runenschrift geassocieerd van zodra dat uitgevonden werd. Ook Sinterklaas ziet alles, om het dan op te schrijven in zijn grote boek.

Ook Roedra’s wilde heir van Maroets wordt soms als rood afgebeeld, wegens hun vurigheid; als donker, als donderwolken; maar in India soms evengoed als wit, want evengoed als zwart is dat een symbool van de dood (en dus van de doden die naar de wereld van de levenden terugkeren). Bij een donkere kleur ligt dat voor de hand; bij wit kan je denken aan “lijkbleek”, de kleur van het geraamte, de teint van ziekelijke mensen, de haarkleur van bejaarden die de dood naderen. In India dragen weduwen wit, in Japan is het de begrafeniskleur. Maar we hoeven achter die kleuren geen te diepe theologische betekenis te zoeken, het geheel is vooral een feest om te dóen.

De Veda’s zijn daarover de oudste bron, daarom citeer ik ze hier, maar we vinden de traditie in de hele Indo-Europese wereld. In Iran bijvoorbeeld hebben ze een roodgeklede zwarte figuur, die sinds de Middeleeuwen Hadji Firooz genoemd wordt. Om hem te verbeelden verft men zijn gezicht zwart (blackface), net zoals om bij ons Zwarte Piet te worden, echter zonder enig racismegeschreeuw. Net als Nederland heeft Iran een periode van negerslavernij doorgemaakt (maar anders dan de Europeanen in de Nieuwe Wereld heeft het zijn zwarte bevolking wel doen uitsterven), dus de uitbeelding van de figuur kan daardoor beïnvloed zijn; maar de figuur zelf is veel ouder. Hadji Firooz behoort tot het UNESCO-werelderfgoed.

Elders in Europa is het naast het guitige vooral het opschrikkende en vreeswekkende van dit wilde heir rond Roedra/Wodan dat tot ontwikkeling komt: de Perchten of Krampussen, die dierlijke attributen hebben, zoals hoorns en dierenvellen, of met dieren als gezelschap. Zij kunnen qua uitzicht echt niet met de gemiddelde zwarte verward worden, daarom zoeken sommigen in dat soort boemannen de uitweg voor de Nederlandse commotie rond Zwarte Piet.  






Besluit

Wie van de onschuldige tradities rond Sint en Piet een projectiescherm voor zijn eigen obsessies met ras en het slavernijverleden maakt, bewijst alleen zijn onwetendheid. Deze figuren zijn veel ouder dan de koloniale slavernij en hebben niets met ras te maken. “Jamaar”, zeggen gekleurde woelgeesten en hun witte heir, “ik voél me gekwetst door dit vieren van negerslavernij!” Tja, dat gevoel is dan een gevolg van een begoocheling die een afgrond aan onwetendheid is komen opvullen. Het duizendjarige Sinterklaasfeest (en alle varianten) gáát nu eenmaal niet over de koloniale slavernij, en zoiets blijven herhalen zal het nog niet tot waarheid maken. Wie onwetend is, moet geen toegevingen aangeboden krijgen, maar moet naar de schoolbanken teruggewezen worden. Hij heeft blijkbaar iets gemist in zijn onderwijs, en kan dat goedmaken door te leren: “Saint-Nicolas, patron des écoliers...”

Labels: , , , , , ,

Read more...

4 december 2018

Marrakesj en de toekomst van België

(Doorbraak, 4 dec. 2012)



Het Marrakesj-debat brengt twee grondvraagstukken op de voorgrond, van de politieke besluitvorming in het algemeen en van de Belgisch politiek in het bijzonder.



Volgens Wouter De Vriendt van Groen, tijdens het Kamerdebat over het Verdrag van Marrakesj, is het "goede democratische nieuws" dat er in het parlement een ruim draagvlak pro Marrakesj bestaat. Hij stelt een wisselmeerderheid voor, tegen de akkoorden tussen de regeringspartijen in, maar trouw aan de parlementaire machtsverhoudingen. Peter De Roover van de N-VA stelt daarentegen de eensgezindheid van de regeringspartijen voorop, dus het vetorecht van zijn partij tegen Marrakesj.



Beiden beroepen zich op particratische mechanismen waarin het beslissende democratische element ontbreekt: de wil van het volk. Parlementaire meerderheid al wat je wil, maar bij de bevolking is hiervoor zeker geen draagvlak. Hoewel zij iets anders pretenderen, “vertegenwoordigen” de gekozenen hun kiezers niet. Hier zie je in volle glorie de tegenstelling tussen de elitaire vertegenwoordigende "democratie" en de rechtstreekse democratie via volksraadpleging.


Je kan natuurlijk zeggen dat de bevolking er niets van begrijpt en onbekwaam is tot politieke besluitvorming. Dat argument hoor je ’t allen kant in het hedendaagse debat over rechtstreekse democratie, vooral over het Brexit-referendum. Men schijnt daarbij uit het oog te verliezen dat precies hetzelfde argument al sedert Plato gebruikt wordt tegen de democratie als zodanig. Wie tegen de volksraadpleging pleit, schrijft zich in in een duizendjarige antidemocratische traditie. Een doorgaans fatsoenlijke traditie, en ik wil hier zelfs niet uitsluiten dat ze haar deel van het gelijk heeft, maar noem ze dan eerlijk bij de naam: antidemocratisch. 



In het Belgische kader geldt als bijkomend argument dat het referendum de eenheid van het land bedreigt door de Vlaams-Waalse tegenstellingen op de spits te drijven. Dat is inderdaad gebeurd bij het enige Belgische referendum ooit, over de terugkeer van Leopold III op de troon: Vlaanderen stemde voor, Wallonië (althans Luik en Henegouwen) stemde tegen en aanvaardde de “Vlaamse” keuze pro de koning niet. Die tegenstelling was er toen, maar geldt niet noodzakelijk bij elke Belgische volksraadpleging überhaupt. Na referenda in Frankrijk en Nederland over de EU-grondwet was er even sprake van een Belgisch referendum. Dat was onder Guy Verhofstadt, de enige premier die, ere wie ere toekomt, zich ooit vóór rechtstreekse democratie uitgesproken heeft. Daarin zouden volgens alle aanwijzingen de Vlamingen zoals de Nederlanders en de Walen zoals de Fransen gestemd hebben, namelijk allebei tegen.



(Bij de parlementariërs waren beide kampen, voor en tegen zo’n referendum, ongeveer even sterk. Het was Spirit, de linkse afsplitsing van de Volksunie, die de beslissende tegenstem leverde. Dan wilde men op Vlaams niveau een gelijkaardig referendum, en in dezelfde krachtsverhoudingen was het de N-VA die de kantelstem tegen het referendum leverde. Dat de Vlaamse Beweging via twee van haar geledingen bij zulke gouden gelegenheid de volkssoevereiniteit geblokkeerd heeft, is mijns inziens niets om fier op te zijn.)



In een gebeurlijk Marrakesj-referendum daarentegen is het opnieuw mogelijk dat het de Vlaams-Waalse tegenstelling zal uitvergroten. We stelden zojuist dat er bij de bevolking volstrekt geen draagvlak bestaat, maar dat geldt in Vlaanderen. Ik heb mijn vinger niet op de pols van de Waalse openbare mening. Enerzijds is de migratiekritische stroming er sterker dan uit de parlementaire zetelverdeling blijk, gezien bv. de gemeten populariteit van Theo Francken. Anderzijds zal die stroming toch minder zijn dan in Vlaanderen, en bovendien keren vele Walen zich, ongeacht de grond van de zaak, tegen al wat met de gehate N-VA te maken heeft. Zo blijkt uit peilingen dat de afgetekende daling in de keuze van Waalse leerlingen voor Nederlands als tweede taal te wijten is aan de hernieuwde vereenzelviging van Nederlands met Vlaams-nationalisme, met name door de machtsdeelname van de NVA.



Een referendum zou dus kunnen aantonen dat Vlaanderen en Wallonië inderdaad twee democratieën zijn, twee maatschappijen die qua cultuur weinig raakvlakken hebben, qua politieke cultuur ook uiteengroeien (zie de toenemende Vlaamse “regelneverij” naar het model van de Hollandse keurigheid), en vooral qua politieke oriëntatie een heel verschillende kant op willen: het zelfbeschermende Vlaanderen tegen het opengrenzengezinde Wallonië, “terre d’acceuil”. Vlaanderen en Wallonië die hun eigenheid demonstreren en verder uiteendrijven: dat kan voor een Vlaamse onafhankelijkheidspartij toch geen probleem zijn?

  

Maar zelfs zonder referendum is dat uiteengroeien evident. Behalve mogelijk een minderheid binnen de MR (en die parlementariërs zijn gezien de particratie veel gedisciplineerder en minder onafhankelijk dan bv. in het Verenigd Koninkrijk) is heel politiek Wallonië verenigd pro Marrakesj. De tegenstand onder de mandatarissen zit uitsluitend aan Vlaamse kant. De Waalse fans van Theo Francken vinden geen Waalse tegenhanger. Een alerte Vlaamse Beweging zou haar kans grijpen.



Nogmaals: de wegdeemsterende en weinig strategisch denkende Vlaamse Beweging zal de Vlaamse onafhankelijkheid niet bewerken; maar een ingevangen rugwind vanwege een internationale ontwikkeling zou er wel toe kunnen leiden. Hier heb je zo’n internationale kwestie die de samenstellende delen van dit koninkrijk uit elkaar kan drijven. Maar is er onder de Vlaamse slaapwandelaars een alerte geest die deze open doelkans grijpt? 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

16 oktober 2018

Wanneer de roerganger naar wal vlucht.

De onderstaande tekst is een naar De Standaard doorgestuurd opiniestuk. Op hoop van zegen. De oorspronkelijke titel was echter: Wanneer de stuurman naar wal vlucht. Sta mij toe om de tekst eerst verder toe te lichten. 

Ik val in herhaling; de persoonlijke aanvallen op Minister Steven Vandeput gaan voorbij aan de politieke realiteit dat in België voor géén enkele politicus Defensie prioritair is. België is belastingskampioen, daarin blinken wij uit. Net zoals we uitblinken in het in elkaar moeten puzzelen van federaal regeringsbeleid met een tekort aan middelen.

Defensie is hiervan het slachtoffer en zal het slachtoffer blijven tenzij we politici kunnen wakker schudden. Anderzijds is het moeilijk te smaken dat de Minister 5 maanden voor het einde van het mandaat van de Federale regering zijn departement verlaat. Het is af te wachten wie de opvolger zal worden.

Theo Francken bevorderen tot Minister van Landsverdediging terwijl hij net zo sterk staat bij Asiel & Migratie lijkt een verkeerde politieke zet. Sommige media suggereren Zuhal Demir als Minister; een vrouw met een ‘allochtone’ achtergrond (who cares really). Alleen vergt dit redelijk wat inwerking voor iemand die het departement allicht niet kent. Karolien Grosemans, N-VA voorzitster van de Kamercommissie Landsverdediging, vormt een mogelijk alternatief. Het blijft echter een uitermate spijtige zaak dat Minister Vandeput niet aanblijft en zijn verantwoordelijkheid opneemt. Maar als het te torsen gewicht teveel is.... .

5 maanden is te kort voor een inhoudelijk persoon; zoals een Jonathan Holslag of een Alexander Mattelaer. Een Franstalige zoals Joseph Henrotin lijkt bij voorbaat uitgesloten. Het is evenzeer gemakkelijk om aan de zijlijn te staan roepen en schreeuwen dat het anders moet.

Ik daag jullie uit; ik ben beschikbaar.

 Wanneer de roerganger naar wal vlucht. 

Vier jaar lang heeft Minister van landsverdediging Steven Vandeput (N-VA) getracht de kracht van de verandering toe te passen binnen Defensie. Helaas, na vier jaar kiest hij voor de kracht van de burgemeestersjerp in Hasselt.

Verstaanbaar gezien de Minister langs alle fronten belaagd werd. Veel verandering werd hem niet toegestaan buiten veelvuldige investeringen in nieuw materieel om buitenlandse bondgenoten te kunnen overtuigen dat België pogingen waagt naar de 2%-BBP norm. Wat baat nieuw materieel als je binnenkort onvoldoende personeel en geschikte infrastructuur hebt voor een doeltreffende inzetbaarheid? Het personeel lust de Minister niet langer omwille van de gedwongen pensioen- en statuuthervormingen; los van het volgende hervormingsplan (sluitingsplan van kazernes) die in de schuif ligt.

Defensie is géén hot item. Sinds de val van Die Mauer wordt het stiefmoederlijk behandeld; het departement sleurt zich van hervorming naar hervorming, van inkrimping naar inkrimping onder het adagium 'kleiner en beter'. Het kritieke punt is bereikt; het kan niet meer kleiner en beter zonder nutteloos te worden.  Het probleem is niet louter Vandeput; maar de Belgische politiek en het grotesk belastingsgeldverslindend staatsbestel.

Politici verlenen vooral lippendienst maar durven de realiteit niet in te zien: Defensie heeft dringend nood aan 2% BBP budget om het hoofd te kunnen bieden aan de gevaren die om de hoek schuilen en de nakende stormen. Een assertief Rusland genoodzaakt een terugkeer naar een traditionelere invulling, solidair met alle andere Europese en NAVO-lidstaten. In het Midden-Oosten is het lont van de machtstrijd tussen Saoedi-Arabië; Iraan en Turkije aangestoken. IS diende te worden bestreden; op het thuisfront lonkte terreur om iedere straathoek waarbij de politie om hulp schreeuwde.

Defensie is een onderdeel van ons veiligheidsapparaat maar blijft verwaarloosd. De realiteit is dat politici géén passie noch voeling hebben met het departement, laat staan voldoende expertise om tot een werkelijk vooruitziend beleid te komen. Zelf al was dat mogelijk; de Belgische Staat heeft het geld niet want deze Staat draait failliet moest het werkelijk correct beleid willen uitoefenen. 

De kracht van de verandering leidt naar een burgemeestersjerp en een ad interim Minister van Landsverdediging tot Mei 2019. 

 Beste burger. Gedenk onze terreurslachtoffers, gedenk de inzet tegen IS, gedenk het politieke gepalaver wanneer u in Mei 2019 in dat stemhokje staat.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

14 september 2018

Nieuwe trends in het eenheidsdenken

('t Pallieterke, 9 aug. 2018)




Sid Lukkassen is het debuutstadium voorbij. Zijn debuut, Avondland en identiteit, over het cultuurmarxisme, maakte veel reacties los en verkocht goed. Hij bracht zijn boodschap met intellectueel niveau en plaatste zichzelf op de kaart als één van Nederlands nieuwrechtse denkers. Nu trekt hij opnieuw de aandacht met de boekvorm van zijn doctoraatsverhandeling: De democratie en haar media, en met een vervolgboek over het cultuurmarxisme: Levenslust en Doodsdrift (allebei De Blauwe Tijger, Groningen). Dat laatste heeft de vorm van een bundel aparte stukken over uiteenlopende aspecten van de nog steeds stand houdende cultuurmarxistische dominantie.

Tegen een skeptische Rob Wijnberg van De Correspondent, die “geen enkel voorbeeld” zegt te kennen van de Orwelliaanse onderdrukking door de cultuurmarxisten van afwijkende gedachten, schudt hij bladzijdenlang tientallen voorbeelden uit de mouw. En het hadden er “honderden” kunnen zijn, zegt hij zelf en kan elke waakzame collega bevestigen.

Hij ontwikkelt de stelling dat kapitalisme en cultuurmarxisme aan hetzelfde zeel trekken. Ze werd meteen bevestigd door de Facebook-privatisering van censuur en fichering. Zoals Karl Marx al schreef, breekt het kapitalisme de premoderne gezinsverbanden, erfelijke loyauteiten en hiërarchische gezagsverhoudingen af. Het geatomiseerde individu kan dan optimaal herkneed worden; de ontwapenende onnozelheid waarmee talloze jongeren de nieuwe ordewoorden, hoe absurd ook, napraten, getuigt daarvan. Er is eigenlijk een “langdurig huwelijk tussen cultuurmarxisme en consumptiewaanzin” (p.233) tot stand gekomen.

Zijn uitweiding over het nieuwe seksuele landschap maakt het voor zijn vijanden wel gemakkelijk, hem weg te zetten als woordvoerder van mannelijke frustratie bij de inheemse bèta-mannetjes voor wie de nieuwe situatie met enerzijds geëmancipeerde/verwende vrouwen en anderzijds een toevloed aan exotische mannetjes een bedreiging vormt. Ondermeer De Standaard heeft al de draak gestoken met de nieuwrechtse kritiek op trends als de normalisering van porno of de inhoudelijke feminisering van het onderwijs. Dat “ideologische feministen dikwijls opgewonden worden van vernederende seks” (p.226), zal wel juist opgemerkt zijn, maar is een wat frivool aandachtspunt in verhouding tot de ernst van de situatie. Het laatste woord is voorlopig nog aan de sneeuwvlokjes die het nieuwe waardenpatroon opleggen, gebaseerd op antiwetenschappelijke sprookjes als het “onbeschreven blad”.

Lukkassen doet vanuit zijn eigen leefwereld trouwens opmerkingen die vele rechtse lezers minder zullen smaken. Neem nu: “De natuur heeft vele mensen monogaam gemaakt maar velen ook niet” (p.227), wat overgaat in een soort pleidooi voor polyamorie. En dat temidden van de strijd voor het behoud van het Avondland? Het is waar dat de neergang van Rome niet lineair met losse zeden samenhangt: nadat Augustus daar al vergeefs tegen streed, hield het Rijk nog eeuwen ongeschonden stand, terwijl zijn uiteindelijke ontbinding pas na een eeuw christendom en “gezinswaarden” kwam. Toch zullen velen het een groenlinkse wanklank vinden.

Een constructief, zelfs baanbrekend idee is “de nieuwe zuil”. Naast de aloude evangelische en de onder onze ogen tot stand komende islamitische zuil kent Nederland alleen nog de amorfe massa, maar laat het structureel wel ruimte voor een nieuwrechtse zuil; van die kans moeten we gebruik maken. We blijven wel benieuwd naar zijn succesformule voor “seksualiteit en demografie in de nieuwe zuil” (p.223).

Alleszins, daar aan de broodroof van geafficheerd niet-linkse mensen door extreemlinks annex bourgeois meelopers maar geen einde komt (Lukkassen is ervaringsdeskundig), is het belangrijk om collectief zelfbedruipend te zijn. Niet dat verzuiling de wenselijkste uitkomst is, maar door een islamzuil te patroneren heeft het Bestel een voldongen feit geschapen waarop zij een antwoord vormt.

Qua politieke standpunten zit Lukkassen goed, maar voor wie het slagveld overschouwt, ontbreekt er iets. Vanuit hun comfortabele positie doen de cultuurmarxisten het strategisch nodige: zij strijden tegen de dissidenten, ondermeer met beproefde middelen als straatgeweld, gezagsinstanties tot repressie dwingen, en onverwoestbare scheldwoorden als “fascist” herhalen, die de goedmens meteen in de houding doen springen. (Een recent voorbeeld is een opgemerkt scheldartikel tegen de bezadigde Canadese psycholoog Jordan Peterson door Pankaj Mishra in de invloedrijke New York Review.) Zij onderbouwen dat door hun vijand stelselmatig in kaart te brengen, bv. in het nieuwe EPO-boek van Ico Maly: Nieuw Rechts. Wel partijdig, maar nuttig als wapen, en voorlopig zonder rechtse evenknie. Er is dus een open vacature. Na Lukkassens onderhavige tour d’horizon van de socio-politieke tijdsgeest, is hij goed geplaatst om zulke doorwrochtere ontleding te maken, met opsomming en ontleding van alle ijkpunten in de cultuurmarxistische Werdegang.


Labels: , , ,

Read more...

11 september 2018

Integriteit, minzaamheid, bescheidenheid

Integriteit, minzaamheid, bescheidenheid

Bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Johan Laeremans
Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw
aan Johan Laeremans
te Aalst op 5 juli 2017
Toespraak door prof. Matthias E. Storme

Hoogedelgestrenge heer burgemeester en schepenen, in wier stad en stadhuis wij opnieuw te gast zijn,
Hooggeachte heer en mevrouw Laeremans
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Dames en heren vertegenwoordigers van ons volk op de verscheidene niveaus,
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !

Zoals U weet wordt de Orde van de Vlaamse leeuw sinds 1971 regelmatig toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
– een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
– prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
– acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

U zal onmiddellijk begrijpen waarom Johan Laeremans perfect aan deze criteria beantwoordt. Vandaag wordt de Orde voor de 35e maal uitgereikt. 35 moet zowat het aantal organisaties zijn waarvan Johan Laeremans een steunpilaar en duivel-doe-al is of was, of minstens toch de penningmeester en het uitgaande postkantoor. Er zijn weinig of geen nationale of Vlaams-Brabantse acties of komitees van de Vlaamse beweging sedert eind de jaren vijftig, waar Johan Laeremans niet een trekker of een duwer was. Dat is dus 60 jaar lang. En dat niet als aangestelde of vrijgestelde, maar naast een professioneel leven als leraar dat niet alleen bestaat uit les geven aan het Sint-Jan Berchmanscollege, maar eveneens een heel luik cultuur omvatte: als koordirecteur van het Brussels Knapenkoor, organisatie van Volkskunstgroep Nele, secretaris van Volleybal Tijl en dergelijke meer. Cultuur betekende voor Johan Laeremans en zijn Lieve en kinderen al die jaren niet cultuur consumeren, maar zelf cultuur maken met anderen.

Vorig jaar mochten we hier de honderdjarige Jan Verroken in de bloemetjes zetten en herdachten we de strijd rond de taalgrens en Leuven Vlaams. Het is ook in die strijd rond de taalgrens dat we Johan Laeremans het eerst nationaal naar buiten zien komen. Vanaf 1959 richtte hij mee het Komitee der Randgemeenten en het Vlaams Aktiekomiee Brussel en Taalgrens op, en werd er jawel de penningmeester van. Hij organiseerde mee de Marsen op Brussel en de strijd rond de randgemeenten. Hij werd actief in de Volksunie en werd er, jawel de penningmeester van, van 1964 tot het Egmontpact, evenals enkele jaren ondervoorzitter, waardoor hij de partij voorzat wanneer Frans van der Elst afwezig was. En jawel, ook bij de acties rond Leuven Vlaams vinden we Johan Laeremans terug, onder meer in de rol van de leraar die bij betogingen opgepakte leerlingen met zijn overtuigingskracht ging bevrijden uit de handen van de Brusselse politie. De jezuïeten vreesden dat St-Jan door zijn populariteit bij de leerlingen een Volksunieburcht aan het worden was.

Egmont

Na het Egmontpact verliet hij met vele anderen de Volksunie en was hij niet meer partijpolitiek actief. Maar dat betekende vooral nog meer inzet en werk voor de Beweging. Het begon met de petitie-actie tegen het Egmontpact nadat de socialistische partijvoorzitter Karel Van Miert had verklaard dat zolang er maar 7.000 en geen 70.000 tegenstanders opkwamen, hij er geen rekening mee hield …. het werden er dus meer dan 70.000 groene petitie-kaarten, die werden ingezameld. Huize Laeremans was toen zoals talloze malen nadien eigenlijk het nationaal postsorteercentrum Beatrijslaan. En natuurlijk was Johan Laeremans ook de penningmeester van het Egmontkomitee.
Na de Egmontbetogingen en val van het pact werd veel energie gestoken in het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, met Johan Laeremans als, jawel, penningmeester, het Komitee der Randgemeenten, dat intussen al 30 jaar het kwartaalblad “De Zes” uitgeeft, de acties Waar Vlamingen THUIS zijn, de acties voor de splitsing van de Sociale Zekerheid, vele activiteiten van de Vlaamse Volksbeweging, de Tweedehands Boekenbeurs, die 35 jaar lang in Strombeek-Bever werd georganiseerd ten bate van de kas van Vlaamse verenigingen, met hoofdboekenwurm Johan Laeremans als inzamelaar, taxateur, prijszetter, reclamemaker en verkoper. Naast die boekenslag mocht Eigen Thuis in Grimbergen, een tehuis voor personen met een handicap, al die jaren sinds 1976 genieten van de opbrengst van een jaarlijkse marsepeinslag georganiseerd door Lieve en Johan Laeremans

Strijd

Natuurlijk zijn niet alle aspecten van de genoemde Vlaamse strijd doorheen die jaren vandaag nog even actueel; maar het is precies omdat de strijd voor de taalgrens en Leuven Vlaams in de jaren 60 werd gevoerd, dat die strijd grotendeels gestreden is – zij het nooit volledig, noch aan de taalgrens wat de verfransing of andere ontnederlandsing betreft, noch aan de universiteiten waar het gevaar veeleer de verengelsing is. De Vlaamse ziekteverzekering is er nog steeds niet, de taalfaciliteiten jammer genoeg nog wel. Brusselse megalomanie blijft claims leggen op Vlaams-Brabant, zoals de recente poging tot een Eurostadion, dat vanuit het zenuwcentrum Beatrijslaan Grimbergen vakkundig werd bestreden en onklaar gemaakt.
Over die Vlaamse strijd vandaag zal ik het verder niet hebben omdat schepen Van Overmeire en voorzitster An De Moor daarvoor in hun toespraken zowel de praktische prioriteiten vandaag als de filosofische onderbouw waarvan we moeten uitgaan overtuigend hebben behandeld. Ik zou dan ook willen terugkeren naar de persoon van Johan Laeremans en besluiten met een drietal eigenschappen van de gevierde.
Ten eerste integriteit. Enkel al het feit dat tientallen Vlaamse verenigingen al 50 jaar hun schatten of toch hun bankrekeningen, in handen gaven van Johan Laeremans vormt daarvan een sluitend bewijs.
Ten tweede minzaamheid en humor. Een ietwat droge humor met een tikje ironie, zeker ook met speldenprikken maar zonder gescheld noch louter geklaag. Leest U er maar de teksten van De Zes op na, waarin Johan Laeremans een zeer groot aandeel heeft: daarin wordt met veel de draak gestoken, maar het blijft lichtvoetig en fijnzinnig.
Ten derde bescheidenheid. Johan Laeremans probeerde nooit zelf in de schijnwerpers te staan maar vanuit de schaduw anderen in het licht te laten, stond vrij zelden op het podium maar veel erachter. Maar hier en nu moet ik hem toch verzoeken om op dit podium te komen, zodat we hem om alle redenen die hier vandaag zijn genoemd en vele anderen de Orde van de Vlaamse Leeuw kunnen uitreiken en ik hem het hieraan verbonden zilveren plaket kan overhandigen.
Read more...

9 september 2018

Vlaanderen de vliegenzwam!




('t Pallieterke, 23 aug. 2018)


Zelfbestuur: als het aan de Vlaamse Beweging ligt, zal er niets van komen. Aan Nooit Meer Oorlog heeft ze nooit kunnen bijdragen wegens geen bevoegdheden in het buitenlandbeleid, en van de Godsvrede heeft ze (of toch haar linkervleugel) een tragi-komische mislukking gemaakt. Maar Zelfbestuur ocharme, was dat nu zó moeilijk?



Wegdeemstering

Wellicht hoeven we de vraag niet eens meer te stellen, want de Vlaamse beweging verdwijnt. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, belijdt zij een navenant verdund flamingantisme. Zij blijkt tot veel minder bereid voor de Vlaamse zaak dan al die kleine ijveraars die in veel moeilijker omstandigheden en met veel minder perspectief het beste van zichzelf gegeven hebben.

Eén reden daarvoor is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn. Wij worden ondergedompeld in onnozele verstrooiing, aangemoedigd door een Bestel dat ons wil weghouden van echte problemen en probleempjes zoals de islamisering resp. het Belgische onrecht tegenover Vlaanderen. Elke nationale of andere revendicatiebeweging roept op tot “bewustwording”, namelijk van het belang van de door haar geactiveerde dimensie voor de concrete levensomstandigheden van elk individu. Zij schept een draagvlak voor haar eigen programma. In Vlaanderen hoor je dergelijke stem amper. Vroeger was er in heel Vlaanderen tenminste de dagelijkse werkelijkheid van de communautaire vernederingen, nu is die bewustwording abstracter. Zij vergt een mentale inspanning, en dat gaat in tegen de traagheidswet, een belangrijke bondgenoot van België.

Een andere reden is dat de opeenvolgende naoorlogse generaties van langsom individualistischer en verwender geworden zijn. Mensen zijn bijvoorbeeld nog graag verbruiker van de dienstverlening van de vakbond, maar zij willen er niet meer voor militeren. Zij gaan dus ook in de hangmat van de flamingantische verworvenheden liggen zonder er zelf aan bij te dragen, of ze verkwanselen die, bv. het onderwijs in eigen taal.



België overbodig

Nochtans, ook wanneer men niet aan Kleinstaaterei doet, of juist dan, blijken er nog steeds goede redenen te bestaan om de landkaart van dit gebied te hertekenen. Vlaamse grieven als de minachtende sabotage van de taalwetgeving in Brussel of de blijvende geldelijke overdrachten vanuit Vlaanderen zijn hier echter bijzaak. (En zo voelen de meeste Vlamingen ze desgevraagd ook aan.)  Ja, er is winst te behalen bij onafhankelijkheid, zowel financieel als in zelfrespect; maar dat is niet waar het hier om gaat, niet de eigentijdse redenen om Vlaanderen tot zelfbesturende lidstaat van de Europese Unie te maken.

Hoofdzaak is hier wel: de rationele en democratische politieke ordening van de Europese ruimte. Het conservatieve argument, namelijk dat België zijn voortbestaan verdient omdat het er nu eenmaal is, gaat hier niet op. Om te beginnen stoten we hier op de zwakheid van elk conservatisme, namelijk dat het iets wil behouden dat vaak (en zeker in dit geval) zelf het resultaat van een revolutie is. Verder weegt de waarde van de vertrouwdheid van het Belgische feit niet op tegen de weloverwogen meerwaarde van een Vlaamse deelstaat binnen Europa. Stel bv. dat er aan de EU-tafel in 1990 een vertegenwoordiger van Vlaanderen had gezeten om een georganiseerde referendumdemocratische hertekening van de Joegoslavische binnengrenzen te bepleiten, dan waren enkele bloedige oorlogen voorkomen.   

Vlaanderen is een werkelijk bestaande natie, een culturele en deels een bestuurlijke ruimte die duidelijk van Wallonië onderscheiden is. Tussen het Vlaamse en het EU-niveau is geen Belgisch niveau nodig. Denemarken doet het toch ook zonder zulk tussenniveau? Zoals The Economist in een lucide moment onbevangen schreef: “Als België niet bestond, zou niemand het uitvinden.”

Nochtans, aan dat vanzelfsprekend overbodige België zitten we al decennia te morrelen, met oeverloze compromissen en weinig vooruitgang. Soms is het resultaat zelfs negatief, zoals de oprichting van het aparte gewest Brussel of de toegevingen op de taalwet door het taalhoffelijkheidsakkoord. Door ons op de Kleinstaat België te fixeren, zijn we al enkele generaties tot gepruts in de kantlijn veroordeeld.



Als een vliegenzwam zo groot 

Wanneer onze heidense voorouders ten strijde trokken, dan namen zij vliegenzwam in. Daardoor voelden zij zich reuzengroot worden, iets wat later ook Alice in Wonderland overkwam. Een belangrijke hindernis op het slagveld is inderdaad dat men door het machtsvertoon en tromgeroffel van de vijand geïntimideerd wordt, maar daar is dus letterlijk een kruid tegen gewassen. Denk groot.

Men hoeft daarbij de hallucinatie dat de vijand maar een tinnen soldaatje is, niet ál te ernstig te nemen, maar wel ophouden met diens kunde te groot in te schatten en de eigen vermogens te klein. Men moet zich niet aan hem vergapen maar hem binnen het grotere geheel zien, zodat ook zijn zwakke plekken zichtbaar worden.

Een groter verband waarbinnen de communautaire strijd uiteindelijk beslecht zal worden, is de EU. Velen zijn de jongste jaren fel anti-EU geworden, zeer tegen de gevestigde Vlaamse denkgewoonten in, onder invloed van de tendens in landen met een sterkere identiteit, zoals Nederland. Het oude standpunt was nochtans het juiste: de EU moet, louter door zijn bestaan, een bondgenoot zijn van Vlaams zelfbestuur. Zoals het zeemonster Leviathan de kleine vissen beschermt tegen de grotere.

Een Spanjaard kon zich ten tijde van de Burgeroorlog afzetten tegen het Baskische en Catalaanse onafhankelijkheidsstreven, want zijn wereld, toen het vaderland, dreigde daardoor verscheurd te worden. Vandaag gaat het alleen nog om een hertekening van deelstaatgrenzen binnen een veel grotere wereld, de EU, niet dramatischer dan een hertekening van gemeenten. Ook België mag men vandaag gerust een morzel gronds ontwringen, of het helemaal doen verdwijnen, als daardoor een rationelere en democratischere verdeling in bestuursgebieden binnen de EU ontstaat.

Meer dan ooit geldt dus: vanuit Vlaams kikkerperspectief komt Vlaams zelfbestuur er nooit, vanuit EU-vogelperspectief wordt het een logische stap. Geen die romantiek vol vlaggen en betogingen vergt, en al helemaal geen kaakslagen, maar gewoon een praktische beleidsdaad.



Vriendelijke Dwerg

Jamaar, zeggen Vlamingen die graag zichzelf met onoverkomelijke bezwaren verlammen, de EU is een despotische mastodont, verkocht aan de staatsbelangen van onder meer Spanje en België; daar kan het kleine Vlaanderen niet tegen op, zoals Catalonië het vandaag ook niet blijkt te kunnen. In werkelijkheid is die verknochtheid van de EU aan de belangen van zijn lidstaten niet zo absoluut, en zeker wel veranderbaar voor wie zich daar strategisch op instelt. “Strategie” en “flamingant” gaan slecht samen, maar probeer het eens en die EU blijkt heus niet zo intimiderend. Het is als met de dreiging van de islam: onze excellenties bejegenen hem heel onderdanig, alsof hij een formidabele potentaat is die gevleid moet worden; maar een onbevangen benadering vanuit zelfrespect, bewust van eigen kracht en van zijn zwakheden, zou die situatie al flink gededramatiseerd hebben.

Neem nu een niveau lager, het Belgische. De Vlaamse beweging houdt al decennia eerbiedig halt tegenover de schijnbaar incontournabele grendels die de Franstaligen in 1970 in de grondwet verankerd hebben. Welnu, grondwetspecialist Hendrik Vuye heeft de rechtskundige weg gewezen hoe voorbij dergelijke anti-Vlaamse blokkades te navigeren. Wat zo formidabel lijkt, is best te verschalken.

Het zal wel niet het volledige antwoord zijn, maar een belangrijk deel van het probleem voor de Vlaamse beweging is een verkeerd denken. De weinige nog trouw gebleven flaminganten zien de Vlaamse zaak als groot en belangrijk, zelfs piëteit afdwingend; en Vlaanderen als een Gulliver die beter verdient maar nu nog met talloze kleine draadjes door de Lilliputters aan de grond vastgebonden is. Hij is braaf gefixeerd op al de beperkende voorschriftjes die het door zijn vijanden opgelegd krijgt. Maar de jeugd heeft gelijk, de Vlaamse zaak als iets onbelangrijks te behandelen. Zo zal ze namelijk vlugger opgelost geraken. Net als een vijand moet men een uitdaging als een Kleine Vriendelijke Dwerg tegemoet treden.

Labels: ,

Read more...

Ontkerkelijking versus ontvlaamsing: een gelijkaardige afgodendeemstering?


 (Doorbraak, 22 aug. 2018)



Uitsterven

Er zijn minder en minder Vlaamse bewegers. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, zoals de Vlaamse Toeristenbond, het Davidsfonds en het Verbond voor Vlaamse Katholieke Scouts en Meisjesgidsen, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, wijst zij elke Vlaamsgezinde politiek af: daar waar het communautaire moratorium op Belgisch niveau nog als een onvermijdelijk compromis kan gerechtvaardigd worden, is een gelijklopend niet-beleid op andere niveau’s alleen haar eigen keuze. Lauwheid alom.

Nu, sedert mijn cardioloog me gezegd heeft dat ik extremen van temperatuur moet vermijden, heb ik het wel voor lauwheid. De Vlaamse zaak heeft uiteindelijk weinig gewonnen bij een eeuw geestdriftig Vlaams bewegen.

Eén reden voor die lauwheid is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn van de communautaire dimensie van talloze nationale vraagstukken. Ze doen dat enerzijds door belgicistisch onnozel vertier genre het wereldkampioenschap voetbal te promoten, anderzijds door bij voorkeur andere onderwerpen te verkiezen: niet de duizenden van het Zangfeest komen op tv, wel het handvol woelmakers in de zoveelste opgeklopte racismerel. We moeten daar wel aan toevoegen: en het Vlaamse gebrek aan weerwerk daartegen. De Vlaamse zemelaars zijn sterk in klagen bij de toog, minder in het eigentijds bekend maken van hun boodschap, laat staan van haar hoogdringendheid.

Anderzijds is die ontwikkeling een logisch gevolg van het groter worden van onze wereld. Daardoor ziet men verder dan de grenzen van het eigen land, tot recent nog afgezoomd door grenskantoren, nu slechts stippellijnen op een wereldkaart. Lang voor het flamingantisme het voorwerp van een boycot werd wegens associatie met extreemrechts (vóór de jaren 1990 beperkt tot socialistische kringen), had het al veel van zijn aanhang verloren wegens niet meer als relevant aangevoeld.

Zelf ben in de stad van Leuven Vlaams opgegroeid, waar de leider van een zomerkamp ons, als 7-jarigen in 1966, in plaats van “platte rust” te geven, De Vlaamse Leeuw leerde zingen, “zodat wij later ook kunnen betogen”. Maar zodra ik politiek bewust werd, kon ik geen enkele belangstelling voor de Vlaamse zaak opbrengen. Mocht ik er toen ooit een gedachte aan gewijd hebben, dan zeker dat ze ouderwets was, niet meer van deze tijd. Wat nog het mindere kwaad was, want het Belgische nationalisme, dát was pas komisch, iets voor sabelslepers en Brusselse bontjasmadammen met schoothondje.

Nog een reden is de veel grotere trouw aan het gegeven woord in die tijd. De oorlog geeft wel de sterkste voorbeelden. Zo verklaarden een aantal Oostfrontstrijders achteraf dat ze zich al gauw na hun inlijving in de Waffen-SS teleurgesteld voelden en het sinistere ervan inzagen, maar dat ze nu eenmaal bij hun rekrutering een eed van trouw gezworen hadden. Volgens de belgicistische historici die het nu voor het zeggen hebben, was dat slechts een smoes, maar hun uitleg is een onhistorische projectie achteraf van de huidige achteloosheid tegen zoiets verouderds als een eed. De historische vaststelling is dat men vroeger gemiddeld veel gehechter was aan een eenmaal gemaakte keuze. Vergelijk het met een huwelijksgelofte: als je partner niet degene (meer) is met wie je dacht getrouwd te zijn, zal je tegenwoordig de scheiding inzetten, maar destijds was je veroordeeld tot leven binnen de door je gelofte aanvaarde krijtlijnen.

En men hád doorgaans ook weinig keuze. Men was bv. vooral katholiek omdat dat levensbeschouwelijk de enige ernstige optie was, alomtegenwoordig in het eigen kleine wereldje. Velen kénden niets anders en de gedachte kwam niet bij hen op om een alternatieve optie uit te oefenen.



Ontkerkelijking

Voor sommigen van mijn generatie, en van daarna, ging het verlies van het geloof samen met het verlies van Vlaams engagement. De oorsprong van het flamingantisme was veeleer liberaal, met een Jan-Frans Willems naar wie het Willemsfonds genoemd is. Maar spoedig gingen kleine dorpspastoors als een Guido Gezelle het een hoofdzakelijk katholiek aanschijn geven.

Historisch is de toegenomen skepsis tegenover het flamingantisme dan ook evenwijdig gelopen aan de skepsis tegenover het geloof. De gelijkenis tussen de leegloop van de Kerk en die van de Vlaamse beweging was voor vele ’68- en post-’68 jongeren, genre Piet Piryns (zoon van de katholieke flamingant Remi Piryns, dichter van het Gebed voor het Vaderland), heel concreet. Tijdens Mao’s Culturele Revolutie rebelleerde de Chinese jeugd, weliswaar op commando, tegen de “Vier Ouden” (cultuur, conventies, gebruiken en ideeën). Welnu, in Vlaanderen waren dit twee van die gehate Ouden: Oude Levensbeschouwing en Oude Identiteit.

Met wat vertraging is die evolutie bij de voorhoede gevolgd door een geleidelijker versie van hetzelfde in het brede verenigingsleven. Bij een aantal verenigingen sneuvelden tegelijk het katholieke en het Vlaamse engagement: het woord “katholiek” werd uit de naam van de Vlaamse scoutsvereniging geschrapt, terwijl de term “Vlaams” alleen behouden werd “als plaatsaanduiding”. In “Chiro” werd de verwijzing naar de beginletters van Ch-r-istos (chi en rho) wel behouden, maar alleen omdat nauwelijks iemand zich nog bewust is van die oorsprong van de naam. Naar de mis of naar de Yzerbedevaart gaan, daar zijn de eertijds Vlaams-katholieke jeugdbewegingen al lang mee gestopt.

Met of zonder explicitering in een veranderde naamgeving is hetzelfde proces doorgemaakt door het Davidsfonds, het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (nu: de Beweging), het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond (nu: Zenito), deels ook de CVP/CD&V. “Christendemocratisch” is niet hetzelfde als “christelijk”: een politieke ideologie tegenover een religie. Daar werd tijdens een confederale opflakkering wel het woord “Vlaams” in de nieuwe naam onverwacht nog beklemtoond, maar dat hield in de politieke praktijk de ontvlaamsing niet tegen.

Een goede verpersoonlijking van deze trend is de metamorfose van de conservatieve flamingant (daarom in Humo gesmaad als “CVP-puber”) Eric Van Rompuy tot een verzuurde linksliberale belgicist. Analoog, maar veel radicaler, is De Standaard haar AVV-VVK-wortels “ontgroeid” om spreekbuis van het anti-Vlaamse linksliberalisme en tenslotte van het als extreemlinks geldende identitaire neoracisme te worden.

Volgens Jean-Luc Dehaene had zelfs in “christendemocratisch” het C-woord mogen verdwijnen, kwestie van gelijke tred te houden met de tijdsgeest. Ooit stond de Kerk als een onveranderlijke rots in de branding van de tijdsgeest: Stat crux dum volvitur terra (“Het kruis staat rechtop terwijl de wereld ronddraait”). Maar door in de jaren 1960 met aggiornamento (“bij de dag komen”, “actualisering”) te gaan dwepen, deed zij ongevraagd een knieval voor de tijdsgeest, en het was maar logisch dat haar hoogst onvolmaakte volgelingen nog gretiger met de snel veranderende tijdsgeest gingen meelopen.

In het geval van de Kerk was haar wegdeemstering in wezen heilzaam en onvermijdelijk. De algemene toename in scholingsgraad maakte de mensen skeptisch tegenover de wijsheden van mijnheer pastoor. Ook de vervanging van het mysterieuze Latijn door de volkstaal droeg bij aan de onttovering: o, is het dát maar? Later kwam daar de toenemende bekendheid van exotische religies bij, als zinnige alternatieven voor het blijkbaar toch niet alleenzaligmakende christendom. Dat opgroeien een verlies aan geloof in Sinterklaas meebrengt, werd nu doorgetrokken tot het geloof in Jezus.

Toegegeven, zowel in de kunsten als in het geestesleven heeft het christendom talloze prachtige dingen voortgebracht. Maar haar kernleerstellingen (unieke betrekking van de mens Jezus tot het Opperwezen, zijn verrijzenis, de verlossing uit de erfzonde) zijn nu eenmaal onwaar. De vaststelling dat menige postchristelijke mens om zingeving of om een moreel kompas verlegen zit, is geen reden om sprookjes op de troon te herstellen. Het is een fase waar men doorheen moet, een soort puberteit die men niet oplost door opnieuw kind te worden.



Aggiornamento van de Vlaamse beweging

Maar is (de ondergang van) het christendom bij het Vlaamse volk te vergelijken met (het wegdeemsteren van) de Vlaamse beweging? Zijn van het flamingantisme de “kernleerstellingen nu eenmaal onwaar”? Is het een kinderlijk bijgeloof dat men moet ontgroeien?

De Vlaamse zaak heeft alvast minder cultuur geïnspireerd of “prachtige dingen voortgebracht” dan bijvoorbeeld de contrareformatie via de barok (de twee komen samen in Peter Benoits Rubenscantate). De ambities van de Vlaamse beweging zijn dan ook veel beperkter dan die van de Kerk met haar eeuwige zaligheid. Haar definiërende leerstellingen zijn minder veelomvattend dan “verlossing van de erfzonde door de verrijzenis”. Eigenlijk spreekt zij zich alleen uit over een kleinigheid in het grote geheel: dat dit deel van de wereld in dit tijdsgewricht staatkundig beter wordt door zelfbestuur voor de Vlaamse natie. Daaraan valt weinig te actualiseren, wel aan de redenen die je daarvoor kunt geven.

Destijds maakten sommige ijveraars van hun Vlaamse zaak een soort ersatz-religie. Hun wereld was klein, en hun menselijke behoefte aan zingeving kan bevredigd worden met wat flamingantisme. Om in China of zelfs maar in Engeland flamingant te zijn, dat zou snel wat lachwekkend blijken, maar ooit hadden de meeste Vlamingen zelfs de Noordzee niet gezien. Zij die iets verder keken, tot bij pakweg de Witte Paters in Kongo, hadden Onze Moeder de Heilige Kerk voor die universele (= “katholieke”) dimensie.

Een religie moet iets zijn dat je kleine wereldje overstijgt, en om aan de kleine Vlaamse zaak de zin van je leven te ontlenen, moet je wel echt onder de klokkentoren wonen, op een manier die nu gewoon niet meer bestaat. Naarmate onze horizon breder wordt, zal een zaak die onze toewijding verdient, navenant groter moeten zijn. Men heeft meer opties dan vroeger, zowel levensbeschouwelijk als politiek, dus men hoeft zelfs geen standpunt meer in te nemen tegenover de Kerk noch tegenover Vlaanderen. Ze hoeven zelfs niet meer op je radar te verschijnen: de jeugd van nu weet er niets meer over. In dat opzicht is de verdwijning van het flamingantisme even normaal als dat van de Kerk.

Maar ook vanuit een breder, moderner perspectief blijft de centrale flamingantische eis verdedigbaar en logisch, daar waar de christelijke dogma’s onhoudbaar geworden zijn. Het programma van de Vlaamse beweging blijkt, hoewel veel kleiner, wel veel beter tegen een kritische evaluatie bestand dan het geloof. Ooit vertrouwde uitingsvormen zoals massamobilisatie op een IJzerbedevaart spreken wellicht minder aan, maar de tot haar essentie teruggebrachte diagnose dat voor dit deel van de wereld een etnisch gebaseerde hertekening van de grenzen logischer, democratischer en efficiënter is dan de Belgische constructie, blijft juist.

Binnen het Belgische perspectief ga je met een verstokt belgicisme te maken krijgen: uit eigenbelang van Franstalige kant, uit oikofobie vanwege de culturo’s, uit inerte trouw aan wat nu eenmaal bestaat bij de politiek onbewuste dagjesmensen. Daar heeft de Vlaamse beweging nooit een antwoord op gevonden. In Europees perspectief wordt het echter gemakkelijk, althans theoretisch: wat ooit een halskwestie was, bijvoorbeeld tussen Spanje en Catalonië, zou nu een louter administratieve zaak moeten zijn: een rationele, democratisch gedragen, aan etnische werkelijkheden beantwoordende hertekening van provinciegrenzen.



Besluit

Het laatste carré van Vlamingen met nationaal zelfrespect heeft nu de taak om aan de te lange geschiedenis van de Vlaamse beweging een slothoofdstuk met een onverwachte plotwending te breien. Maak de stap over de tot nu onoverkomelijke Belgische blokkering naar de vorming van een EU-deelstaat gemakkelijk. Vang de wind van internationale ontwikkelingen in je zeilen. Laat ons eens zien welke truken de slechteriken van het verhaal nog uit hun hoed toveren, in hun ongegrond gevoel van zekerheid dat de brave Vlamingen weer eens zullen falen. ’t En zal – toch als er een planbureau opstaat dat weet waar het naartoe wil.

De Kerk was ooit zo’n strategisch centrum. Het stimuleerde de Europese overlevingsstrijd tegen de Moorse en Ottomaanse agressie, met successen in (om maar de bekendste te noemen) Poitiers en Lepanto. De loop van de geschiedenis leek onvermijdelijk, namelijk de voortschrijdende islamisering van Europa, en zonder zulk strategisch centrum zou die er zeker gekomen zijn. Maar iemand besloot om in de weg te gaan staan en “stop!” te roepen.

Je hoeft geen Kerk te hebben noch haar godsdienst te herstellen om van die ervaring het strategische beginsel te onthouden: een politiek doel waard om van te spreken wordt maar bereikt via een leidersgroep die enerzijds het hart van de massa weet te bereiken en anderzijds het einddoel klaar voor ogen houdt en de voortschrijdende omstandigheden telkens in functie van dat doel weet te duiden. Zoals voorzitter Mao zei: geen revolutie zonder voorhoedepartij.     

Maar misschien is dat te veel gevraagd, het zou zo maar eens kunnen. Als alternatief is er het verder inslapen, zachtjes de nacht is. Kerken worden gesloopt of herbestemd, en ook de flamingantische kroegen (in mijn scholierentijd nog twee op de Leuvense Oude Markt en één in de belendende Muntstraat) zijn bijna uitgestorven. Het minder interessante eind van de verhaallijn is dat de Vlaamse beweging maar een droom was, één die bij het ontwaken vergeten wordt. Ze zal dan zelfs geen voetnoot in de geschiedenisboeken waard zijn, aangezien ze geen begunstigde nazaten heeft die willen weten wie of wat hen naar een onbestaande Vlaamse staat gebracht heeft. Ze zal zelfs geen tot musea herbestemde kathedralen in ons straatbeeld nalaten.  

Labels: , , , , ,

Read more...

Raciaal correcte boekverbranding

('t Pallieterke, 5 sep. 2018)



Het boek Fahrenheit 451 van Ray Bradbury, 1953, dat naar de verbrandingstemperatuur van papier genoemd is, beleeft nogmaals een verfilming: na die door François Truffaut uit 1966, nu één door de Perzisch-Amerikaanse regisseur Ramin Bahrani. Het gaat over een regime dat boeken verbrandt en de jeugd ook opvoedt met een haat tegen boeken. Blijkens een getoonde flashback is dat op de bekende boekverbranding door nazi-studenten gebaseerd, maar het zou evengoed, of zelfs beter, naar de Culturele Revolutie of naar Pol Pot kunnen verwijzen. Al geldt Mao’s Rode Boekje in deze nieuwe versie juist als voorbeeldboek dat cultuurmensn van de ondergang willen redden, gezien verheffende frasen als: “Een revolutie is geen etentje met vrienden.”

Op een keer spreken de leider van de anti-boekencampagne (Michael Shannon) en zijn luitenant (Michael B. Jordan) een hal vol tieners toe. Wanneer de luitenant er één laat zien, ook al is het dan educatief materiaal om hen beter tégen boeken te wapenen, barsten ze uit in gejouw. En dan in gejuich bij de demonstratieve verbranding ervan. Hun “twee minuten haat”, zoals George Orwell het noemde. De jongeren krijgen van hun mentor de plechtige verzekering dat het allemaal maar voor hun “veiligheid” is. (Boeken zijn immers een bron van “polarisering”, zoals godsdienstoorlogen.) Of in eigentijdse taal: het is hier één grote “safe space” waar niemand aanstoot hoeft te nemen aan zoiets confronterends als boeken.

Zoals 1984 een aanklacht tegen Stalin was, zo had deze film een parodie op het eenheidsdenken op hedendaagse campussen kunnen zijn. Maar daarvoor was geen nieuwe verfilming nodig: de oude versie had als aanklacht tegen de huidige taal- en gedachtencontrole ruim volstaan. Niets nieuws onder de zon, en de passief-agressieve sneeuwvlokjesgeneratie moet zeker niet denken dat ze origineel is.

Dat er een nieuwe versie kwam, was om een andere reden: destijds was heel de cast blank. Dat nooit meer. De raciale boodschap is niet al te kras verpakt, daardoor zal ze des te beter bij het publiek naar binnen glijden. De boekverbrander tot het bittere einde en zelfverklaarde pervert, dat is natuurlijk een blanke heteroman van middelbare leeftijd, het soort waarvan we best zo snel mogelijk een dead white male maken. Zijn luitenant daarentegen krijgt een gewetenscrisis, wat hem tot de echte held van het verhaal maakt. Hij behoort tot de top van de deughiërarchie, namelijk de zwarte man.

Er is ook een clandestiene oppositiebeweging die de boeken probeert te redden: niet de fysieke exemplaren, want die zijn vogelvrij verklaard, maar de teksten, namelijk door ze van buiten te leren. Het is een bont gezelschap, met zelfs een paar witte mannen in, maar dan alleen als volgzame meelopers. De leidster is gemengdrassig, “mesties” zouden we dat ooit genoemd hebben, eerder Amerindiaans, dus een mild soort van wijs. Nu TV-films van de BBC zwarten als ridder of Romein inhuren, had het nog krasser gekund. En natuurlijk is zulke rasverdeling altijd mogelijk: ze zou van geen belang moeten zijn, maar in deze context is ze niet zo onschuldig.

Er is wel een blanke man die iets heel nuttigs doet, namelijk getuigen van de tijd toen boeken nog normaal waren. Maar ook hij voldoet aan de neoracistische canon: omdat blanken het uitstervende ras zijn, betreft het een ouderling. Blanke vrouwen, dat kan wel, hoewel niet in leidersrollen. Eén oudje steekt bij een boekverbranding zichzelf in brand, om waardig en zonder een krimp te sterven. Al het sterven wordt hier door blanken gedaan. Er is ook een jonge blonde griet die tot de oppositie behoort, en via haar charmes turnt ze de neger om; maar ze eindigt wel in zijn armen, en dat is voor neoracisten waar het hem om gaat.

Nu het blanke ras numeriek en in status bergaf gaat, is er een versnelling van de drang om het  te doen verdwijnen. Blanke koppels krijgen nu openlijk de oproep om geen kinderen te hebben maar kleurlingetjes te adopteren. Racisme heet nu een raskenmerk, jawel, één waar de Vlamingen mee behept zijn (aldus Bert Bultinck in Knack), en daar is een eugenetische oplossing voor. Wie zich aan volwassen taken en onderwerpen wijdt, kijkt vreemd op bij het stijgend belang dat nu aan huidskleur gehecht wordt, namelijk door luidruchtige nulliteiten, wier macht echter toeneemt.

Zodus, ook anti-totalitaire literatuur is in handen van links terecht gekomen. Na Donald Trumps verkiezing zwaaide links Amerika, kampioen van deugvertoon en desinformatie, warempel met George Orwell, alsof zijzelf de niet in vraag te stellen herauten van de waarheidsliefde waren. Hoewel, “alsof”: zij zijn inderdaad agenten van het Ministerie van Waarheid. Logisch dus dat er nu een film is tegen boekverbranding vanwege de voorttrekkers van het taboe op onafhankelijke meningen. Dat heet: de wapens van de vijand overnemen en ze van hun kritische angel ontdoen.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten