14 september 2018

Nieuwe trends in het eenheidsdenken

('t Pallieterke, 9 aug. 2018)




Sid Lukkassen is het debuutstadium voorbij. Zijn debuut, Avondland en identiteit, over het cultuurmarxisme, maakte veel reacties los en verkocht goed. Hij bracht zijn boodschap met intellectueel niveau en plaatste zichzelf op de kaart als één van Nederlands nieuwrechtse denkers. Nu trekt hij opnieuw de aandacht met de boekvorm van zijn doctoraatsverhandeling: De democratie en haar media, en met een vervolgboek over het cultuurmarxisme: Levenslust en Doodsdrift (allebei De Blauwe Tijger, Groningen). Dat laatste heeft de vorm van een bundel aparte stukken over uiteenlopende aspecten van de nog steeds stand houdende cultuurmarxistische dominantie.

Tegen een skeptische Rob Wijnberg van De Correspondent, die “geen enkel voorbeeld” zegt te kennen van de Orwelliaanse onderdrukking door de cultuurmarxisten van afwijkende gedachten, schudt hij bladzijdenlang tientallen voorbeelden uit de mouw. En het hadden er “honderden” kunnen zijn, zegt hij zelf en kan elke waakzame collega bevestigen.

Hij ontwikkelt de stelling dat kapitalisme en cultuurmarxisme aan hetzelfde zeel trekken. Ze werd meteen bevestigd door de Facebook-privatisering van censuur en fichering. Zoals Karl Marx al schreef, breekt het kapitalisme de premoderne gezinsverbanden, erfelijke loyauteiten en hiërarchische gezagsverhoudingen af. Het geatomiseerde individu kan dan optimaal herkneed worden; de ontwapenende onnozelheid waarmee talloze jongeren de nieuwe ordewoorden, hoe absurd ook, napraten, getuigt daarvan. Er is eigenlijk een “langdurig huwelijk tussen cultuurmarxisme en consumptiewaanzin” (p.233) tot stand gekomen.

Zijn uitweiding over het nieuwe seksuele landschap maakt het voor zijn vijanden wel gemakkelijk, hem weg te zetten als woordvoerder van mannelijke frustratie bij de inheemse bèta-mannetjes voor wie de nieuwe situatie met enerzijds geëmancipeerde/verwende vrouwen en anderzijds een toevloed aan exotische mannetjes een bedreiging vormt. Ondermeer De Standaard heeft al de draak gestoken met de nieuwrechtse kritiek op trends als de normalisering van porno of de inhoudelijke feminisering van het onderwijs. Dat “ideologische feministen dikwijls opgewonden worden van vernederende seks” (p.226), zal wel juist opgemerkt zijn, maar is een wat frivool aandachtspunt in verhouding tot de ernst van de situatie. Het laatste woord is voorlopig nog aan de sneeuwvlokjes die het nieuwe waardenpatroon opleggen, gebaseerd op antiwetenschappelijke sprookjes als het “onbeschreven blad”.

Lukkassen doet vanuit zijn eigen leefwereld trouwens opmerkingen die vele rechtse lezers minder zullen smaken. Neem nu: “De natuur heeft vele mensen monogaam gemaakt maar velen ook niet” (p.227), wat overgaat in een soort pleidooi voor polyamorie. En dat temidden van de strijd voor het behoud van het Avondland? Het is waar dat de neergang van Rome niet lineair met losse zeden samenhangt: nadat Augustus daar al vergeefs tegen streed, hield het Rijk nog eeuwen ongeschonden stand, terwijl zijn uiteindelijke ontbinding pas na een eeuw christendom en “gezinswaarden” kwam. Toch zullen velen het een groenlinkse wanklank vinden.

Een constructief, zelfs baanbrekend idee is “de nieuwe zuil”. Naast de aloude evangelische en de onder onze ogen tot stand komende islamitische zuil kent Nederland alleen nog de amorfe massa, maar laat het structureel wel ruimte voor een nieuwrechtse zuil; van die kans moeten we gebruik maken. We blijven wel benieuwd naar zijn succesformule voor “seksualiteit en demografie in de nieuwe zuil” (p.223).

Alleszins, daar aan de broodroof van geafficheerd niet-linkse mensen door extreemlinks annex bourgeois meelopers maar geen einde komt (Lukkassen is ervaringsdeskundig), is het belangrijk om collectief zelfbedruipend te zijn. Niet dat verzuiling de wenselijkste uitkomst is, maar door een islamzuil te patroneren heeft het Bestel een voldongen feit geschapen waarop zij een antwoord vormt.

Qua politieke standpunten zit Lukkassen goed, maar voor wie het slagveld overschouwt, ontbreekt er iets. Vanuit hun comfortabele positie doen de cultuurmarxisten het strategisch nodige: zij strijden tegen de dissidenten, ondermeer met beproefde middelen als straatgeweld, gezagsinstanties tot repressie dwingen, en onverwoestbare scheldwoorden als “fascist” herhalen, die de goedmens meteen in de houding doen springen. (Een recent voorbeeld is een opgemerkt scheldartikel tegen de bezadigde Canadese psycholoog Jordan Peterson door Pankaj Mishra in de invloedrijke New York Review.) Zij onderbouwen dat door hun vijand stelselmatig in kaart te brengen, bv. in het nieuwe EPO-boek van Ico Maly: Nieuw Rechts. Wel partijdig, maar nuttig als wapen, en voorlopig zonder rechtse evenknie. Er is dus een open vacature. Na Lukkassens onderhavige tour d’horizon van de socio-politieke tijdsgeest, is hij goed geplaatst om zulke doorwrochtere ontleding te maken, met opsomming en ontleding van alle ijkpunten in de cultuurmarxistische Werdegang.


Labels: , , ,

Read more...

11 september 2018

Integriteit, minzaamheid, bescheidenheid

Integriteit, minzaamheid, bescheidenheid

Bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Johan Laeremans
Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw
aan Johan Laeremans
te Aalst op 5 juli 2017
Toespraak door prof. Matthias E. Storme

Hoogedelgestrenge heer burgemeester en schepenen, in wier stad en stadhuis wij opnieuw te gast zijn,
Hooggeachte heer en mevrouw Laeremans
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Dames en heren vertegenwoordigers van ons volk op de verscheidene niveaus,
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !

Zoals U weet wordt de Orde van de Vlaamse leeuw sinds 1971 regelmatig toegekend ter erkenning van verdiensten in verband met :
– een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
– prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
– acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

U zal onmiddellijk begrijpen waarom Johan Laeremans perfect aan deze criteria beantwoordt. Vandaag wordt de Orde voor de 35e maal uitgereikt. 35 moet zowat het aantal organisaties zijn waarvan Johan Laeremans een steunpilaar en duivel-doe-al is of was, of minstens toch de penningmeester en het uitgaande postkantoor. Er zijn weinig of geen nationale of Vlaams-Brabantse acties of komitees van de Vlaamse beweging sedert eind de jaren vijftig, waar Johan Laeremans niet een trekker of een duwer was. Dat is dus 60 jaar lang. En dat niet als aangestelde of vrijgestelde, maar naast een professioneel leven als leraar dat niet alleen bestaat uit les geven aan het Sint-Jan Berchmanscollege, maar eveneens een heel luik cultuur omvatte: als koordirecteur van het Brussels Knapenkoor, organisatie van Volkskunstgroep Nele, secretaris van Volleybal Tijl en dergelijke meer. Cultuur betekende voor Johan Laeremans en zijn Lieve en kinderen al die jaren niet cultuur consumeren, maar zelf cultuur maken met anderen.

Vorig jaar mochten we hier de honderdjarige Jan Verroken in de bloemetjes zetten en herdachten we de strijd rond de taalgrens en Leuven Vlaams. Het is ook in die strijd rond de taalgrens dat we Johan Laeremans het eerst nationaal naar buiten zien komen. Vanaf 1959 richtte hij mee het Komitee der Randgemeenten en het Vlaams Aktiekomiee Brussel en Taalgrens op, en werd er jawel de penningmeester van. Hij organiseerde mee de Marsen op Brussel en de strijd rond de randgemeenten. Hij werd actief in de Volksunie en werd er, jawel de penningmeester van, van 1964 tot het Egmontpact, evenals enkele jaren ondervoorzitter, waardoor hij de partij voorzat wanneer Frans van der Elst afwezig was. En jawel, ook bij de acties rond Leuven Vlaams vinden we Johan Laeremans terug, onder meer in de rol van de leraar die bij betogingen opgepakte leerlingen met zijn overtuigingskracht ging bevrijden uit de handen van de Brusselse politie. De jezuïeten vreesden dat St-Jan door zijn populariteit bij de leerlingen een Volksunieburcht aan het worden was.

Egmont

Na het Egmontpact verliet hij met vele anderen de Volksunie en was hij niet meer partijpolitiek actief. Maar dat betekende vooral nog meer inzet en werk voor de Beweging. Het begon met de petitie-actie tegen het Egmontpact nadat de socialistische partijvoorzitter Karel Van Miert had verklaard dat zolang er maar 7.000 en geen 70.000 tegenstanders opkwamen, hij er geen rekening mee hield …. het werden er dus meer dan 70.000 groene petitie-kaarten, die werden ingezameld. Huize Laeremans was toen zoals talloze malen nadien eigenlijk het nationaal postsorteercentrum Beatrijslaan. En natuurlijk was Johan Laeremans ook de penningmeester van het Egmontkomitee.
Na de Egmontbetogingen en val van het pact werd veel energie gestoken in het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen, met Johan Laeremans als, jawel, penningmeester, het Komitee der Randgemeenten, dat intussen al 30 jaar het kwartaalblad “De Zes” uitgeeft, de acties Waar Vlamingen THUIS zijn, de acties voor de splitsing van de Sociale Zekerheid, vele activiteiten van de Vlaamse Volksbeweging, de Tweedehands Boekenbeurs, die 35 jaar lang in Strombeek-Bever werd georganiseerd ten bate van de kas van Vlaamse verenigingen, met hoofdboekenwurm Johan Laeremans als inzamelaar, taxateur, prijszetter, reclamemaker en verkoper. Naast die boekenslag mocht Eigen Thuis in Grimbergen, een tehuis voor personen met een handicap, al die jaren sinds 1976 genieten van de opbrengst van een jaarlijkse marsepeinslag georganiseerd door Lieve en Johan Laeremans

Strijd

Natuurlijk zijn niet alle aspecten van de genoemde Vlaamse strijd doorheen die jaren vandaag nog even actueel; maar het is precies omdat de strijd voor de taalgrens en Leuven Vlaams in de jaren 60 werd gevoerd, dat die strijd grotendeels gestreden is – zij het nooit volledig, noch aan de taalgrens wat de verfransing of andere ontnederlandsing betreft, noch aan de universiteiten waar het gevaar veeleer de verengelsing is. De Vlaamse ziekteverzekering is er nog steeds niet, de taalfaciliteiten jammer genoeg nog wel. Brusselse megalomanie blijft claims leggen op Vlaams-Brabant, zoals de recente poging tot een Eurostadion, dat vanuit het zenuwcentrum Beatrijslaan Grimbergen vakkundig werd bestreden en onklaar gemaakt.
Over die Vlaamse strijd vandaag zal ik het verder niet hebben omdat schepen Van Overmeire en voorzitster An De Moor daarvoor in hun toespraken zowel de praktische prioriteiten vandaag als de filosofische onderbouw waarvan we moeten uitgaan overtuigend hebben behandeld. Ik zou dan ook willen terugkeren naar de persoon van Johan Laeremans en besluiten met een drietal eigenschappen van de gevierde.
Ten eerste integriteit. Enkel al het feit dat tientallen Vlaamse verenigingen al 50 jaar hun schatten of toch hun bankrekeningen, in handen gaven van Johan Laeremans vormt daarvan een sluitend bewijs.
Ten tweede minzaamheid en humor. Een ietwat droge humor met een tikje ironie, zeker ook met speldenprikken maar zonder gescheld noch louter geklaag. Leest U er maar de teksten van De Zes op na, waarin Johan Laeremans een zeer groot aandeel heeft: daarin wordt met veel de draak gestoken, maar het blijft lichtvoetig en fijnzinnig.
Ten derde bescheidenheid. Johan Laeremans probeerde nooit zelf in de schijnwerpers te staan maar vanuit de schaduw anderen in het licht te laten, stond vrij zelden op het podium maar veel erachter. Maar hier en nu moet ik hem toch verzoeken om op dit podium te komen, zodat we hem om alle redenen die hier vandaag zijn genoemd en vele anderen de Orde van de Vlaamse Leeuw kunnen uitreiken en ik hem het hieraan verbonden zilveren plaket kan overhandigen.
Read more...

9 september 2018

Vlaanderen de vliegenzwam!




('t Pallieterke, 23 aug. 2018)


Zelfbestuur: als het aan de Vlaamse Beweging ligt, zal er niets van komen. Aan Nooit Meer Oorlog heeft ze nooit kunnen bijdragen wegens geen bevoegdheden in het buitenlandbeleid, en van de Godsvrede heeft ze (of toch haar linkervleugel) een tragi-komische mislukking gemaakt. Maar Zelfbestuur ocharme, was dat nu zó moeilijk?



Wegdeemstering

Wellicht hoeven we de vraag niet eens meer te stellen, want de Vlaamse beweging verdwijnt. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, belijdt zij een navenant verdund flamingantisme. Zij blijkt tot veel minder bereid voor de Vlaamse zaak dan al die kleine ijveraars die in veel moeilijker omstandigheden en met veel minder perspectief het beste van zichzelf gegeven hebben.

Eén reden daarvoor is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn. Wij worden ondergedompeld in onnozele verstrooiing, aangemoedigd door een Bestel dat ons wil weghouden van echte problemen en probleempjes zoals de islamisering resp. het Belgische onrecht tegenover Vlaanderen. Elke nationale of andere revendicatiebeweging roept op tot “bewustwording”, namelijk van het belang van de door haar geactiveerde dimensie voor de concrete levensomstandigheden van elk individu. Zij schept een draagvlak voor haar eigen programma. In Vlaanderen hoor je dergelijke stem amper. Vroeger was er in heel Vlaanderen tenminste de dagelijkse werkelijkheid van de communautaire vernederingen, nu is die bewustwording abstracter. Zij vergt een mentale inspanning, en dat gaat in tegen de traagheidswet, een belangrijke bondgenoot van België.

Een andere reden is dat de opeenvolgende naoorlogse generaties van langsom individualistischer en verwender geworden zijn. Mensen zijn bijvoorbeeld nog graag verbruiker van de dienstverlening van de vakbond, maar zij willen er niet meer voor militeren. Zij gaan dus ook in de hangmat van de flamingantische verworvenheden liggen zonder er zelf aan bij te dragen, of ze verkwanselen die, bv. het onderwijs in eigen taal.



België overbodig

Nochtans, ook wanneer men niet aan Kleinstaaterei doet, of juist dan, blijken er nog steeds goede redenen te bestaan om de landkaart van dit gebied te hertekenen. Vlaamse grieven als de minachtende sabotage van de taalwetgeving in Brussel of de blijvende geldelijke overdrachten vanuit Vlaanderen zijn hier echter bijzaak. (En zo voelen de meeste Vlamingen ze desgevraagd ook aan.)  Ja, er is winst te behalen bij onafhankelijkheid, zowel financieel als in zelfrespect; maar dat is niet waar het hier om gaat, niet de eigentijdse redenen om Vlaanderen tot zelfbesturende lidstaat van de Europese Unie te maken.

Hoofdzaak is hier wel: de rationele en democratische politieke ordening van de Europese ruimte. Het conservatieve argument, namelijk dat België zijn voortbestaan verdient omdat het er nu eenmaal is, gaat hier niet op. Om te beginnen stoten we hier op de zwakheid van elk conservatisme, namelijk dat het iets wil behouden dat vaak (en zeker in dit geval) zelf het resultaat van een revolutie is. Verder weegt de waarde van de vertrouwdheid van het Belgische feit niet op tegen de weloverwogen meerwaarde van een Vlaamse deelstaat binnen Europa. Stel bv. dat er aan de EU-tafel in 1990 een vertegenwoordiger van Vlaanderen had gezeten om een georganiseerde referendumdemocratische hertekening van de Joegoslavische binnengrenzen te bepleiten, dan waren enkele bloedige oorlogen voorkomen.   

Vlaanderen is een werkelijk bestaande natie, een culturele en deels een bestuurlijke ruimte die duidelijk van Wallonië onderscheiden is. Tussen het Vlaamse en het EU-niveau is geen Belgisch niveau nodig. Denemarken doet het toch ook zonder zulk tussenniveau? Zoals The Economist in een lucide moment onbevangen schreef: “Als België niet bestond, zou niemand het uitvinden.”

Nochtans, aan dat vanzelfsprekend overbodige België zitten we al decennia te morrelen, met oeverloze compromissen en weinig vooruitgang. Soms is het resultaat zelfs negatief, zoals de oprichting van het aparte gewest Brussel of de toegevingen op de taalwet door het taalhoffelijkheidsakkoord. Door ons op de Kleinstaat België te fixeren, zijn we al enkele generaties tot gepruts in de kantlijn veroordeeld.



Als een vliegenzwam zo groot 

Wanneer onze heidense voorouders ten strijde trokken, dan namen zij vliegenzwam in. Daardoor voelden zij zich reuzengroot worden, iets wat later ook Alice in Wonderland overkwam. Een belangrijke hindernis op het slagveld is inderdaad dat men door het machtsvertoon en tromgeroffel van de vijand geïntimideerd wordt, maar daar is dus letterlijk een kruid tegen gewassen. Denk groot.

Men hoeft daarbij de hallucinatie dat de vijand maar een tinnen soldaatje is, niet ál te ernstig te nemen, maar wel ophouden met diens kunde te groot in te schatten en de eigen vermogens te klein. Men moet zich niet aan hem vergapen maar hem binnen het grotere geheel zien, zodat ook zijn zwakke plekken zichtbaar worden.

Een groter verband waarbinnen de communautaire strijd uiteindelijk beslecht zal worden, is de EU. Velen zijn de jongste jaren fel anti-EU geworden, zeer tegen de gevestigde Vlaamse denkgewoonten in, onder invloed van de tendens in landen met een sterkere identiteit, zoals Nederland. Het oude standpunt was nochtans het juiste: de EU moet, louter door zijn bestaan, een bondgenoot zijn van Vlaams zelfbestuur. Zoals het zeemonster Leviathan de kleine vissen beschermt tegen de grotere.

Een Spanjaard kon zich ten tijde van de Burgeroorlog afzetten tegen het Baskische en Catalaanse onafhankelijkheidsstreven, want zijn wereld, toen het vaderland, dreigde daardoor verscheurd te worden. Vandaag gaat het alleen nog om een hertekening van deelstaatgrenzen binnen een veel grotere wereld, de EU, niet dramatischer dan een hertekening van gemeenten. Ook België mag men vandaag gerust een morzel gronds ontwringen, of het helemaal doen verdwijnen, als daardoor een rationelere en democratischere verdeling in bestuursgebieden binnen de EU ontstaat.

Meer dan ooit geldt dus: vanuit Vlaams kikkerperspectief komt Vlaams zelfbestuur er nooit, vanuit EU-vogelperspectief wordt het een logische stap. Geen die romantiek vol vlaggen en betogingen vergt, en al helemaal geen kaakslagen, maar gewoon een praktische beleidsdaad.



Vriendelijke Dwerg

Jamaar, zeggen Vlamingen die graag zichzelf met onoverkomelijke bezwaren verlammen, de EU is een despotische mastodont, verkocht aan de staatsbelangen van onder meer Spanje en België; daar kan het kleine Vlaanderen niet tegen op, zoals Catalonië het vandaag ook niet blijkt te kunnen. In werkelijkheid is die verknochtheid van de EU aan de belangen van zijn lidstaten niet zo absoluut, en zeker wel veranderbaar voor wie zich daar strategisch op instelt. “Strategie” en “flamingant” gaan slecht samen, maar probeer het eens en die EU blijkt heus niet zo intimiderend. Het is als met de dreiging van de islam: onze excellenties bejegenen hem heel onderdanig, alsof hij een formidabele potentaat is die gevleid moet worden; maar een onbevangen benadering vanuit zelfrespect, bewust van eigen kracht en van zijn zwakheden, zou die situatie al flink gededramatiseerd hebben.

Neem nu een niveau lager, het Belgische. De Vlaamse beweging houdt al decennia eerbiedig halt tegenover de schijnbaar incontournabele grendels die de Franstaligen in 1970 in de grondwet verankerd hebben. Welnu, grondwetspecialist Hendrik Vuye heeft de rechtskundige weg gewezen hoe voorbij dergelijke anti-Vlaamse blokkades te navigeren. Wat zo formidabel lijkt, is best te verschalken.

Het zal wel niet het volledige antwoord zijn, maar een belangrijk deel van het probleem voor de Vlaamse beweging is een verkeerd denken. De weinige nog trouw gebleven flaminganten zien de Vlaamse zaak als groot en belangrijk, zelfs piëteit afdwingend; en Vlaanderen als een Gulliver die beter verdient maar nu nog met talloze kleine draadjes door de Lilliputters aan de grond vastgebonden is. Hij is braaf gefixeerd op al de beperkende voorschriftjes die het door zijn vijanden opgelegd krijgt. Maar de jeugd heeft gelijk, de Vlaamse zaak als iets onbelangrijks te behandelen. Zo zal ze namelijk vlugger opgelost geraken. Net als een vijand moet men een uitdaging als een Kleine Vriendelijke Dwerg tegemoet treden.

Labels: ,

Read more...

Ontkerkelijking versus ontvlaamsing: een gelijkaardige afgodendeemstering?


 (Doorbraak, 22 aug. 2018)



Uitsterven

Er zijn minder en minder Vlaamse bewegers. Een hele reeks verenigingen die ooit tot de Vlaamse Beweging behoorden, zoals de Vlaamse Toeristenbond, het Davidsfonds en het Verbond voor Vlaamse Katholieke Scouts en Meisjesgidsen, hebben zich daar uit lauwheid en conformisme uit teruggetrokken. En net nu een Vlaams-nationale partij groot zonder voorgaande en mee aan de macht is, wijst zij elke Vlaamsgezinde politiek af: daar waar het communautaire moratorium op Belgisch niveau nog als een onvermijdelijk compromis kan gerechtvaardigd worden, is een gelijklopend niet-beleid op andere niveau’s alleen haar eigen keuze. Lauwheid alom.

Nu, sedert mijn cardioloog me gezegd heeft dat ik extremen van temperatuur moet vermijden, heb ik het wel voor lauwheid. De Vlaamse zaak heeft uiteindelijk weinig gewonnen bij een eeuw geestdriftig Vlaams bewegen.

Eén reden voor die lauwheid is het door media en overheid gecultiveerde gebrek aan bewustzijn van de communautaire dimensie van talloze nationale vraagstukken. Ze doen dat enerzijds door belgicistisch onnozel vertier genre het wereldkampioenschap voetbal te promoten, anderzijds door bij voorkeur andere onderwerpen te verkiezen: niet de duizenden van het Zangfeest komen op tv, wel het handvol woelmakers in de zoveelste opgeklopte racismerel. We moeten daar wel aan toevoegen: en het Vlaamse gebrek aan weerwerk daartegen. De Vlaamse zemelaars zijn sterk in klagen bij de toog, minder in het eigentijds bekend maken van hun boodschap, laat staan van haar hoogdringendheid.

Anderzijds is die ontwikkeling een logisch gevolg van het groter worden van onze wereld. Daardoor ziet men verder dan de grenzen van het eigen land, tot recent nog afgezoomd door grenskantoren, nu slechts stippellijnen op een wereldkaart. Lang voor het flamingantisme het voorwerp van een boycot werd wegens associatie met extreemrechts (vóór de jaren 1990 beperkt tot socialistische kringen), had het al veel van zijn aanhang verloren wegens niet meer als relevant aangevoeld.

Zelf ben in de stad van Leuven Vlaams opgegroeid, waar de leider van een zomerkamp ons, als 7-jarigen in 1966, in plaats van “platte rust” te geven, De Vlaamse Leeuw leerde zingen, “zodat wij later ook kunnen betogen”. Maar zodra ik politiek bewust werd, kon ik geen enkele belangstelling voor de Vlaamse zaak opbrengen. Mocht ik er toen ooit een gedachte aan gewijd hebben, dan zeker dat ze ouderwets was, niet meer van deze tijd. Wat nog het mindere kwaad was, want het Belgische nationalisme, dát was pas komisch, iets voor sabelslepers en Brusselse bontjasmadammen met schoothondje.

Nog een reden is de veel grotere trouw aan het gegeven woord in die tijd. De oorlog geeft wel de sterkste voorbeelden. Zo verklaarden een aantal Oostfrontstrijders achteraf dat ze zich al gauw na hun inlijving in de Waffen-SS teleurgesteld voelden en het sinistere ervan inzagen, maar dat ze nu eenmaal bij hun rekrutering een eed van trouw gezworen hadden. Volgens de belgicistische historici die het nu voor het zeggen hebben, was dat slechts een smoes, maar hun uitleg is een onhistorische projectie achteraf van de huidige achteloosheid tegen zoiets verouderds als een eed. De historische vaststelling is dat men vroeger gemiddeld veel gehechter was aan een eenmaal gemaakte keuze. Vergelijk het met een huwelijksgelofte: als je partner niet degene (meer) is met wie je dacht getrouwd te zijn, zal je tegenwoordig de scheiding inzetten, maar destijds was je veroordeeld tot leven binnen de door je gelofte aanvaarde krijtlijnen.

En men hád doorgaans ook weinig keuze. Men was bv. vooral katholiek omdat dat levensbeschouwelijk de enige ernstige optie was, alomtegenwoordig in het eigen kleine wereldje. Velen kénden niets anders en de gedachte kwam niet bij hen op om een alternatieve optie uit te oefenen.



Ontkerkelijking

Voor sommigen van mijn generatie, en van daarna, ging het verlies van het geloof samen met het verlies van Vlaams engagement. De oorsprong van het flamingantisme was veeleer liberaal, met een Jan-Frans Willems naar wie het Willemsfonds genoemd is. Maar spoedig gingen kleine dorpspastoors als een Guido Gezelle het een hoofdzakelijk katholiek aanschijn geven.

Historisch is de toegenomen skepsis tegenover het flamingantisme dan ook evenwijdig gelopen aan de skepsis tegenover het geloof. De gelijkenis tussen de leegloop van de Kerk en die van de Vlaamse beweging was voor vele ’68- en post-’68 jongeren, genre Piet Piryns (zoon van de katholieke flamingant Remi Piryns, dichter van het Gebed voor het Vaderland), heel concreet. Tijdens Mao’s Culturele Revolutie rebelleerde de Chinese jeugd, weliswaar op commando, tegen de “Vier Ouden” (cultuur, conventies, gebruiken en ideeën). Welnu, in Vlaanderen waren dit twee van die gehate Ouden: Oude Levensbeschouwing en Oude Identiteit.

Met wat vertraging is die evolutie bij de voorhoede gevolgd door een geleidelijker versie van hetzelfde in het brede verenigingsleven. Bij een aantal verenigingen sneuvelden tegelijk het katholieke en het Vlaamse engagement: het woord “katholiek” werd uit de naam van de Vlaamse scoutsvereniging geschrapt, terwijl de term “Vlaams” alleen behouden werd “als plaatsaanduiding”. In “Chiro” werd de verwijzing naar de beginletters van Ch-r-istos (chi en rho) wel behouden, maar alleen omdat nauwelijks iemand zich nog bewust is van die oorsprong van de naam. Naar de mis of naar de Yzerbedevaart gaan, daar zijn de eertijds Vlaams-katholieke jeugdbewegingen al lang mee gestopt.

Met of zonder explicitering in een veranderde naamgeving is hetzelfde proces doorgemaakt door het Davidsfonds, het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (nu: de Beweging), het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond (nu: Zenito), deels ook de CVP/CD&V. “Christendemocratisch” is niet hetzelfde als “christelijk”: een politieke ideologie tegenover een religie. Daar werd tijdens een confederale opflakkering wel het woord “Vlaams” in de nieuwe naam onverwacht nog beklemtoond, maar dat hield in de politieke praktijk de ontvlaamsing niet tegen.

Een goede verpersoonlijking van deze trend is de metamorfose van de conservatieve flamingant (daarom in Humo gesmaad als “CVP-puber”) Eric Van Rompuy tot een verzuurde linksliberale belgicist. Analoog, maar veel radicaler, is De Standaard haar AVV-VVK-wortels “ontgroeid” om spreekbuis van het anti-Vlaamse linksliberalisme en tenslotte van het als extreemlinks geldende identitaire neoracisme te worden.

Volgens Jean-Luc Dehaene had zelfs in “christendemocratisch” het C-woord mogen verdwijnen, kwestie van gelijke tred te houden met de tijdsgeest. Ooit stond de Kerk als een onveranderlijke rots in de branding van de tijdsgeest: Stat crux dum volvitur terra (“Het kruis staat rechtop terwijl de wereld ronddraait”). Maar door in de jaren 1960 met aggiornamento (“bij de dag komen”, “actualisering”) te gaan dwepen, deed zij ongevraagd een knieval voor de tijdsgeest, en het was maar logisch dat haar hoogst onvolmaakte volgelingen nog gretiger met de snel veranderende tijdsgeest gingen meelopen.

In het geval van de Kerk was haar wegdeemstering in wezen heilzaam en onvermijdelijk. De algemene toename in scholingsgraad maakte de mensen skeptisch tegenover de wijsheden van mijnheer pastoor. Ook de vervanging van het mysterieuze Latijn door de volkstaal droeg bij aan de onttovering: o, is het dát maar? Later kwam daar de toenemende bekendheid van exotische religies bij, als zinnige alternatieven voor het blijkbaar toch niet alleenzaligmakende christendom. Dat opgroeien een verlies aan geloof in Sinterklaas meebrengt, werd nu doorgetrokken tot het geloof in Jezus.

Toegegeven, zowel in de kunsten als in het geestesleven heeft het christendom talloze prachtige dingen voortgebracht. Maar haar kernleerstellingen (unieke betrekking van de mens Jezus tot het Opperwezen, zijn verrijzenis, de verlossing uit de erfzonde) zijn nu eenmaal onwaar. De vaststelling dat menige postchristelijke mens om zingeving of om een moreel kompas verlegen zit, is geen reden om sprookjes op de troon te herstellen. Het is een fase waar men doorheen moet, een soort puberteit die men niet oplost door opnieuw kind te worden.



Aggiornamento van de Vlaamse beweging

Maar is (de ondergang van) het christendom bij het Vlaamse volk te vergelijken met (het wegdeemsteren van) de Vlaamse beweging? Zijn van het flamingantisme de “kernleerstellingen nu eenmaal onwaar”? Is het een kinderlijk bijgeloof dat men moet ontgroeien?

De Vlaamse zaak heeft alvast minder cultuur geïnspireerd of “prachtige dingen voortgebracht” dan bijvoorbeeld de contrareformatie via de barok (de twee komen samen in Peter Benoits Rubenscantate). De ambities van de Vlaamse beweging zijn dan ook veel beperkter dan die van de Kerk met haar eeuwige zaligheid. Haar definiërende leerstellingen zijn minder veelomvattend dan “verlossing van de erfzonde door de verrijzenis”. Eigenlijk spreekt zij zich alleen uit over een kleinigheid in het grote geheel: dat dit deel van de wereld in dit tijdsgewricht staatkundig beter wordt door zelfbestuur voor de Vlaamse natie. Daaraan valt weinig te actualiseren, wel aan de redenen die je daarvoor kunt geven.

Destijds maakten sommige ijveraars van hun Vlaamse zaak een soort ersatz-religie. Hun wereld was klein, en hun menselijke behoefte aan zingeving kan bevredigd worden met wat flamingantisme. Om in China of zelfs maar in Engeland flamingant te zijn, dat zou snel wat lachwekkend blijken, maar ooit hadden de meeste Vlamingen zelfs de Noordzee niet gezien. Zij die iets verder keken, tot bij pakweg de Witte Paters in Kongo, hadden Onze Moeder de Heilige Kerk voor die universele (= “katholieke”) dimensie.

Een religie moet iets zijn dat je kleine wereldje overstijgt, en om aan de kleine Vlaamse zaak de zin van je leven te ontlenen, moet je wel echt onder de klokkentoren wonen, op een manier die nu gewoon niet meer bestaat. Naarmate onze horizon breder wordt, zal een zaak die onze toewijding verdient, navenant groter moeten zijn. Men heeft meer opties dan vroeger, zowel levensbeschouwelijk als politiek, dus men hoeft zelfs geen standpunt meer in te nemen tegenover de Kerk noch tegenover Vlaanderen. Ze hoeven zelfs niet meer op je radar te verschijnen: de jeugd van nu weet er niets meer over. In dat opzicht is de verdwijning van het flamingantisme even normaal als dat van de Kerk.

Maar ook vanuit een breder, moderner perspectief blijft de centrale flamingantische eis verdedigbaar en logisch, daar waar de christelijke dogma’s onhoudbaar geworden zijn. Het programma van de Vlaamse beweging blijkt, hoewel veel kleiner, wel veel beter tegen een kritische evaluatie bestand dan het geloof. Ooit vertrouwde uitingsvormen zoals massamobilisatie op een IJzerbedevaart spreken wellicht minder aan, maar de tot haar essentie teruggebrachte diagnose dat voor dit deel van de wereld een etnisch gebaseerde hertekening van de grenzen logischer, democratischer en efficiënter is dan de Belgische constructie, blijft juist.

Binnen het Belgische perspectief ga je met een verstokt belgicisme te maken krijgen: uit eigenbelang van Franstalige kant, uit oikofobie vanwege de culturo’s, uit inerte trouw aan wat nu eenmaal bestaat bij de politiek onbewuste dagjesmensen. Daar heeft de Vlaamse beweging nooit een antwoord op gevonden. In Europees perspectief wordt het echter gemakkelijk, althans theoretisch: wat ooit een halskwestie was, bijvoorbeeld tussen Spanje en Catalonië, zou nu een louter administratieve zaak moeten zijn: een rationele, democratisch gedragen, aan etnische werkelijkheden beantwoordende hertekening van provinciegrenzen.



Besluit

Het laatste carré van Vlamingen met nationaal zelfrespect heeft nu de taak om aan de te lange geschiedenis van de Vlaamse beweging een slothoofdstuk met een onverwachte plotwending te breien. Maak de stap over de tot nu onoverkomelijke Belgische blokkering naar de vorming van een EU-deelstaat gemakkelijk. Vang de wind van internationale ontwikkelingen in je zeilen. Laat ons eens zien welke truken de slechteriken van het verhaal nog uit hun hoed toveren, in hun ongegrond gevoel van zekerheid dat de brave Vlamingen weer eens zullen falen. ’t En zal – toch als er een planbureau opstaat dat weet waar het naartoe wil.

De Kerk was ooit zo’n strategisch centrum. Het stimuleerde de Europese overlevingsstrijd tegen de Moorse en Ottomaanse agressie, met successen in (om maar de bekendste te noemen) Poitiers en Lepanto. De loop van de geschiedenis leek onvermijdelijk, namelijk de voortschrijdende islamisering van Europa, en zonder zulk strategisch centrum zou die er zeker gekomen zijn. Maar iemand besloot om in de weg te gaan staan en “stop!” te roepen.

Je hoeft geen Kerk te hebben noch haar godsdienst te herstellen om van die ervaring het strategische beginsel te onthouden: een politiek doel waard om van te spreken wordt maar bereikt via een leidersgroep die enerzijds het hart van de massa weet te bereiken en anderzijds het einddoel klaar voor ogen houdt en de voortschrijdende omstandigheden telkens in functie van dat doel weet te duiden. Zoals voorzitter Mao zei: geen revolutie zonder voorhoedepartij.     

Maar misschien is dat te veel gevraagd, het zou zo maar eens kunnen. Als alternatief is er het verder inslapen, zachtjes de nacht is. Kerken worden gesloopt of herbestemd, en ook de flamingantische kroegen (in mijn scholierentijd nog twee op de Leuvense Oude Markt en één in de belendende Muntstraat) zijn bijna uitgestorven. Het minder interessante eind van de verhaallijn is dat de Vlaamse beweging maar een droom was, één die bij het ontwaken vergeten wordt. Ze zal dan zelfs geen voetnoot in de geschiedenisboeken waard zijn, aangezien ze geen begunstigde nazaten heeft die willen weten wie of wat hen naar een onbestaande Vlaamse staat gebracht heeft. Ze zal zelfs geen tot musea herbestemde kathedralen in ons straatbeeld nalaten.  

Labels: , , , , ,

Read more...

Raciaal correcte boekverbranding

('t Pallieterke, 5 sep. 2018)



Het boek Fahrenheit 451 van Ray Bradbury, 1953, dat naar de verbrandingstemperatuur van papier genoemd is, beleeft nogmaals een verfilming: na die door François Truffaut uit 1966, nu één door de Perzisch-Amerikaanse regisseur Ramin Bahrani. Het gaat over een regime dat boeken verbrandt en de jeugd ook opvoedt met een haat tegen boeken. Blijkens een getoonde flashback is dat op de bekende boekverbranding door nazi-studenten gebaseerd, maar het zou evengoed, of zelfs beter, naar de Culturele Revolutie of naar Pol Pot kunnen verwijzen. Al geldt Mao’s Rode Boekje in deze nieuwe versie juist als voorbeeldboek dat cultuurmensn van de ondergang willen redden, gezien verheffende frasen als: “Een revolutie is geen etentje met vrienden.”

Op een keer spreken de leider van de anti-boekencampagne (Michael Shannon) en zijn luitenant (Michael B. Jordan) een hal vol tieners toe. Wanneer de luitenant er één laat zien, ook al is het dan educatief materiaal om hen beter tégen boeken te wapenen, barsten ze uit in gejouw. En dan in gejuich bij de demonstratieve verbranding ervan. Hun “twee minuten haat”, zoals George Orwell het noemde. De jongeren krijgen van hun mentor de plechtige verzekering dat het allemaal maar voor hun “veiligheid” is. (Boeken zijn immers een bron van “polarisering”, zoals godsdienstoorlogen.) Of in eigentijdse taal: het is hier één grote “safe space” waar niemand aanstoot hoeft te nemen aan zoiets confronterends als boeken.

Zoals 1984 een aanklacht tegen Stalin was, zo had deze film een parodie op het eenheidsdenken op hedendaagse campussen kunnen zijn. Maar daarvoor was geen nieuwe verfilming nodig: de oude versie had als aanklacht tegen de huidige taal- en gedachtencontrole ruim volstaan. Niets nieuws onder de zon, en de passief-agressieve sneeuwvlokjesgeneratie moet zeker niet denken dat ze origineel is.

Dat er een nieuwe versie kwam, was om een andere reden: destijds was heel de cast blank. Dat nooit meer. De raciale boodschap is niet al te kras verpakt, daardoor zal ze des te beter bij het publiek naar binnen glijden. De boekverbrander tot het bittere einde en zelfverklaarde pervert, dat is natuurlijk een blanke heteroman van middelbare leeftijd, het soort waarvan we best zo snel mogelijk een dead white male maken. Zijn luitenant daarentegen krijgt een gewetenscrisis, wat hem tot de echte held van het verhaal maakt. Hij behoort tot de top van de deughiërarchie, namelijk de zwarte man.

Er is ook een clandestiene oppositiebeweging die de boeken probeert te redden: niet de fysieke exemplaren, want die zijn vogelvrij verklaard, maar de teksten, namelijk door ze van buiten te leren. Het is een bont gezelschap, met zelfs een paar witte mannen in, maar dan alleen als volgzame meelopers. De leidster is gemengdrassig, “mesties” zouden we dat ooit genoemd hebben, eerder Amerindiaans, dus een mild soort van wijs. Nu TV-films van de BBC zwarten als ridder of Romein inhuren, had het nog krasser gekund. En natuurlijk is zulke rasverdeling altijd mogelijk: ze zou van geen belang moeten zijn, maar in deze context is ze niet zo onschuldig.

Er is wel een blanke man die iets heel nuttigs doet, namelijk getuigen van de tijd toen boeken nog normaal waren. Maar ook hij voldoet aan de neoracistische canon: omdat blanken het uitstervende ras zijn, betreft het een ouderling. Blanke vrouwen, dat kan wel, hoewel niet in leidersrollen. Eén oudje steekt bij een boekverbranding zichzelf in brand, om waardig en zonder een krimp te sterven. Al het sterven wordt hier door blanken gedaan. Er is ook een jonge blonde griet die tot de oppositie behoort, en via haar charmes turnt ze de neger om; maar ze eindigt wel in zijn armen, en dat is voor neoracisten waar het hem om gaat.

Nu het blanke ras numeriek en in status bergaf gaat, is er een versnelling van de drang om het  te doen verdwijnen. Blanke koppels krijgen nu openlijk de oproep om geen kinderen te hebben maar kleurlingetjes te adopteren. Racisme heet nu een raskenmerk, jawel, één waar de Vlamingen mee behept zijn (aldus Bert Bultinck in Knack), en daar is een eugenetische oplossing voor. Wie zich aan volwassen taken en onderwerpen wijdt, kijkt vreemd op bij het stijgend belang dat nu aan huidskleur gehecht wordt, namelijk door luidruchtige nulliteiten, wier macht echter toeneemt.

Zodus, ook anti-totalitaire literatuur is in handen van links terecht gekomen. Na Donald Trumps verkiezing zwaaide links Amerika, kampioen van deugvertoon en desinformatie, warempel met George Orwell, alsof zijzelf de niet in vraag te stellen herauten van de waarheidsliefde waren. Hoewel, “alsof”: zij zijn inderdaad agenten van het Ministerie van Waarheid. Logisch dus dat er nu een film is tegen boekverbranding vanwege de voorttrekkers van het taboe op onafhankelijke meningen. Dat heet: de wapens van de vijand overnemen en ze van hun kritische angel ontdoen.

Labels: , , , ,

Read more...

22 augustus 2018

De Godwin van Goossens. De ergst denkbare laster

(Doorbraak, 29 maart 2018))





Op 28 maart zond VRT-Canvas in De Afspraak een debat uit over mei ’68. We zijn als Vlaamse samenleving zo fortuinlijk dat één van de gezichten van toen, Paul Goossens, er vijftig jaar later nog bij is om duiding te geven. (Dat is niet vanzelfsprekend: in Duitsland is Rudi Dutschke er al lang niet meer bij, en bij ons heeft een ander gezicht, Ludo Martens, recenter de geest gegeven.) Tegenover hem zat Joachim Pohlmann, schrijver en ideologisch spitsbroeder van Bart De Wever, benevens politoloog Dave Sinardet en schrijfster Margot Vanderstraeten.









Walen buiten!



Op het einde van een overigens zeer interessant debat (waaruit we onthouden dat 1968 het laatste pro-Vlaamse massabeweging was, waarna de plant verslenste) wou Goossens toch nog even een leuze van toen aan de orde stellen: “Walen buiten!” Die slagzin was gericht tegen de Franstalige Kerkleiding, de inrichtende macht van de Leuvense universiteit. Hij vormde logisch een deel van de roep om emancipatie, wat ook volgens Goossens de verbindende idee achter het wereldwijde verschijnsel mei ’68 was.Toen had hijzelf aan de Vlaamse beweging gevraagd om die slagzin als zijnde“slecht” en “een fout” terzijde te laten, maar die was daar niet op ingegaan.



Nu stelde hij die Vlaamse eis gelijk met de nazi-leuze:  "Juden 'raus!". Omdat Margot Vanderstraeten een tijd in joodse middens doorgebracht heeft en daar een boek aan gewijd had, haalde Goossens haar voor het dramatische effect erbij om die slagzin uit te spreken en te bevestigen dat de joden niet van die Vlaamse leuze hielden, ook al werd er die keer een andere bevolkingsgroep dan zijzelf mee geviseerd.   



Joachim Pohlmann liet die bij het haar getrokken gelijkstelling niet over zijn kant gaan. Hij tilde er zwaar aan dat Goossens hem met “het odium van het nazisme” opzadelde. Hij erkende meteen en onomwonden dat het een “ongelukkige slogan” geweest was, maar dié retoriek was er “ver over”. Goossens begreep echter oprecht niet wat er verkeerd aan was. De linkerzijde is volmaakt gewend aan het doodslaan van haar tegenstanders middels de vergelijking met de in onze cultuur meest verfoeide misdaad uit de wereldgeschiedenis, de Holocaust. De vergelijking is in 100% van de gevallen schromelijk overdreven, maar in dit geval geldt ze voor niet meer dan 0%: “Walen buiten” was in de verste verte geen oproep tot een volkerenmoord (net zo min als “Brüssel Vlaams” dat geweest was). Goossens was er uiterst verbaasd over dat iemand er bezwaar tegen kon hebben, de ergst mogelijke laster te ondergaan.







Boerzwa buiten!



Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar vol vuile nachtmerries in zijn hoofd kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven al zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".


We zagen op archiefbeelden hoe een volle zaal studenten onder leiding van de jonge Goossens scandeerde: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de destijdse leuze "Boerzwa buiten", die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is). Hoewel, misschien was ook die slagzin niet zo onschuldig, gezien de moord op miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.



Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi’s ten tijde van de Holocaust dreigden, noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Even historisch preciseren: door het telescoopeffect leggen latere generaties het verband tussen “Juden ‘raus” en de Holocaust, maar dat is wat onnauwkeurig. “Juden ‘raus” was een slogan uit de jaren 1930 en vond zijn toepassing in de wetten van Neurenberg uit 1935, die de joden buiten de Duitse samenleving plaatsten. Uiteindelijke bedoeling was, de joden vervolgens aardrijkskundig uit te bannen. Ook dat is verwerpelijk, maar wel helemaal anders dan de Holocaust. Het is in de geschiedenis nog voorgekomen (bv. Engeland van de 14de tot de 17de eeuw) maar heeft terecht nooit een dergelijk odium gekregen. Beter dan wie ook weten de joden dat emigreren verre verkieslijk is boven gedood worden. Het is maar na de Frans-Britse oorlogsverklaring en de eerste tegenslagen aan het front dat de nazi’s hun antisemitisme een versnelling hoger schakelden.



Als we er per se de Tweede Wereldoorlog moeten bijhalen, dan dringt zich een andere vergelijking op. Door de machtsverschuiving in het naoorlogse België werd de Franstalige leidinggevende aanwezigheid in Vlaanderen, die de voorafgaande eeuw vanzelfsprekend geweest was, als een vreemde bezetting aangevoeld. Men wou ze kwijt. Dat gevoel was van hetzelfde type (hoewel natuurlijk niet van hetzelfde gewicht) als de wens bij een groot deel van de bevolking tijdens de Bezetting om de Duitse bezetter kwijt te geraken. Maar Goossens wil dus het emancipatorische, in wezen antikoloniale besluit om “geen vreemden tot meesters in ’t land” te dulden, als misdadig wegzetten.







Mo



Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Het is een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien. (En zelfs bij wie je “dood” wenst, wordt de retorische soep in de praktijk niet zo letterlijk gegeten als ze opgediend wordt. “Weg met...”, in betogingsleuzen, is in het Perzisch en Urdu “...murdabâd”, letterlijk “dood aan”, en in het Chinees “da dao...”, letterlijk “tref...”)  Bijvoorbeeld, wanneer Mohammed de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!"



En bij die duidelijke woorden geldt inderdaad Goossens’ waarschuwing dat woorden tot daden kunnen leiden. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger in naam van de islam een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in wat Bangladesj werd. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt. Zoals de daders in honderden verklaringen en zelfdodingsvideo’s uiteengezet hebben, was dat helemaal in uitvoering van Mohammeds eigen bevelen of voorbeeldgedrag.


Nu wil het zo lukken dat de islam in 1968 een laagtij beleefde (zie de Palestijnse guerrillero’s die zich niet op de islam maar op het marxisme beriepen, terwijl de Egyptische sterke man Gamâl al-Nasser de spot dreef met de hoofddoek) doch juist nu door toedoen van Goossens’ generatie een opdoemende macht in onze samenleving geworden is. Dat heeft tot gevolgen geleid die men niet met 1968 zou associëren, hoewel des te meer met “Juden ‘raus”.



Juist dezelfde avond kwam, met enkele dagen vertraging, de moord in het nieuws op een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, de Parijse jodin Mireille Knoll. Dader was haar jonge moslimbuur. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn eigen daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gesubsidieerde) woord van Mohammed. Die had het nochtans zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'" Als je nu echt met een kwalijke en gevolgrijke leuze wil uitpakken, kameraad 68’er, kan je allicht beter dat zeer actuele profetenwoord gebruiken eerder dan het bloedeloze gezemel van de flaminganten.





Besluit



Proficiat aan Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen." De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten