31 oktober 2014

Het kwade verbieden als groter kwaad


Een verantwoord onderscheid

De voorbije week kwam ik in het oog van een kleine storm terecht naar aanleiding van mijn aanstelling door het Vlaams Parlement als lid van de Raad van Bestuur van het interfederaal gelijkekansencentrum. Ik voel geenszins de nood om op alles wat er gezegd is (en vaak beter niet gezegd was) te reageren. Wanneer men mij beschuldigt van een drogredenering en het ontbreken van elke morelebasiskennis (1) moet dat wel.

Een deel van de commotie gaat terug op een rede die ik intussen bijna 10 jaar geleden hield onder de, toegegeven, provocerende titel „de fundamenteelste vrijheid: devrijheid om te discrimineren” (2), en die slechts door enkele van de critici daadwerkelijk werd gelezen. Deze rede is in zijn concrete uitwerking ten dele gedateerd en dient op meerdere punten te worden genuanceerd, wat ik overigens in latere teksten ook deed. Maar de kerngedachte blijf ik verdedigen, en die werd de voorbije week door geen enkele kritiek geraakt, ook niet door de vuurpijl waarmee Erwin Mortier mij toch zo graag in het zenit zou afschieten (3).

recht is geen moraal 

Die bestaat erin dat inzake discriminatie zoals in vele andere zaken men moet onderscheiden tussen recht en moraal, en dat goede wetten in een democratische rechtsstaat wel een morele basiskennis vereisen maar zeker niet zomaar mogen worden gecalqueerd op ethische en fatsoensnormen. Het gaat om twee visies op wetgeving. De visie die ik verwerp gaat uit ervan uit dat wet en staat wat moreel goed wordt geacht moet opleggen en wat onethisch wordt geacht verbieden. Een verschil maken tussen personen op basis van criteria die volgens het morele aanvoelen (althans van diegenen die van zichzelf beweren een morele basiskennis te hebben) fout zijn en niet redelijk verantwoord, moet in die visie door de wet worden verboden. Zero tolerance. Dit is een typisch kenmerk van totalitarisme. Met een soortgelijke redenering kan men ook de rechten van verdediging afschaffen. 

Daartegenover verdedig ik de visie die zich met vallen en opstaan gedurende 2000 jaar in het Westen heeft ontwikkeld, van de Griekse polis over het romeinse recht, het christendom, de reformatie en de verlichting, en die de grondslag vormt voor de democratische rechtsstaat: het goede opleggen en het onfatsoenlijke verbieden is in vele gevallen een groter kwaad dan het te tolereren, tolereren dat in het bijzonder gebeurt in de vorm van fundamentele vrijheden zoals de vrijheden van meningsuiting, religie, vereniging of onderwijs.

Niet dat er een tegenstrijdigheid is tussen recht en moraal; het is een tegenstelling tussen enerzijds een simplistische moraal en anderzijds een moraal die wel degelijk het onderscheid kent tussen het voorwerp van een moreel debat en het voorwerp van een goede wetgeving. Er zijn vele redenen waarom we een ethiek nodig hebt die dit onderscheidt begrijpt en waardeert; in dit kort bestek kan ik slechts enkele elementen aanbrengen voor wie bereid is na te denken.

Een open samenleving respecteert een verscheidenheid aan opvattingen, ook morele opvattingen over wat in een concreet geval een fatsoenlijke dan wel onethische keuze is. Ze erkent dat moreel handelen vrijheid vereist, dat de mens eerst in vrijheid moreel kan handelen(4). Ze beseft dat er ruimte moet zijn voor twijfel in plaats van de morele zekerheid die de waarheid in pacht heeft. Ze ziet in dat het beter is om door een verscheidenheid aan preferenties toe te laten méér kansen te scheppen voor mensen dan door het opleggen van gelijke preferenties aan iedereen een collectieve verarming te organiseren.

vage rechtsnorm

In een rechtsstaat beseft men dat er een hemelsbreed verschil is tussen de morele aansprakelijkheid waarbij burgers elkaar aanspreken op hun al dan niet fatsoenlijk handelen, en de verantwoording die een burger verplicht kan worden in een juridische procedure af te leggen. Dat laatste is uitermate problematisch wanneer de rechtsnorm (verbod van onverantwoord onderscheid) uitermate vaag is en zeer subjectief kan worden ingevuld naargelang wie erover moet oordelen. 

In een op fundamentele vrijheden gegronde rechtsstaat ziet men in dat wanneer een burger gebruik maakt van zo’n fundamentele vrijheid, hij voor een onderscheid dat hij maakt tussen personen in rechte géén andere verantwoording hoeft af te leggen dan dat hij van zijn vrijheid gebruik maakt, ook al kan – en moet – hij als persoon door medeburgers moreel ter verantwoording worden geroepen. De vrijheid als dusdanig is een voldoende rechtvaardiging voor die keuze, ook al houdt die een ongelijke behandeling in. In die zin is de vrijheid om te discrimineren, d.w.z. zich niet in rechte te moeten verantwoorden voor een ongelijke behandeling, de kern van elk van die fundamentele vrijheden. 

Dat is een politieke keuze, zeker, maar het alternatief is dat die vrijheden enkel nog in naam bestaan en volledig uitgehold worden. Dat sluit niet uit dat er, anders dan in de bv. de vrijheid van meningsuiting, gradaties zijn in de economische vrijheid: de weigering iemand te bedienen in het geval van een massaproduct is, zoals de Duitse wetgever terecht heeft ingezien, van een heel andere aard (men kan dat een een negatieve keuze noemen) dan de vrijheid om te beslissen aan wie men iets geeft waarvan er maar 1 exemplaar is (een positieve keuze).

Meer kansen geven aan meer mensen vereist juist de versterking van die vrijheden, maatregelen om nieuwkomers toegang te verschaffen tot de markten, om minderheidsgroepen de mogelijkheid te geven zich op discriminerende wijze zelf te organiseren, een billijk belastingsysteem dat compenseert wie sociale risico’s draagt en wie extra verantwoordelijkheid opneemt beloont. Quota zijn daarbij in sommige gevallen een kleiner kwaad dan een discriminatieverbod dat eleutherofobie (angst voor de vrijheid) blootlegt.

En o ja, de lezer zal zelf wel de drogredenering ontdekt hebben bij Farid Zhanoun ("Een brood is geen taxichauffeur", dS 28 oktober 2014), die waar ik het heb over discriminatie tussen bakkers wegens hun politieke overtuiging, mij verwijt het over het onderscheid tussen bruin en wit brood te hebben.

(1) F. ZHANOUN, "Een boord is geen taxichauffeur", de Standaard 28 oktober 2014, http://www.standaard.be/cnt/dmf20141027_01345076.
(3) Erwin MORTIER, "Ik ga Laurette Onkelinx gelijk geven", De Morgen 27 oktober 2014, http://www.demorgen.be/binnenland/ik-ga-laurette-onkelinx-gelijk-geven-a2102600/
(4) Vgl. F.C. von SAVINY: "Das Recht dient der Sittlichkeit, aber nicht indem es ihr Gebot vollzieht, sondern indem es die freye Entfaltung ihrer, jedem einzelnen Willen innewohnenden Kraft sichert" (Das System des heutigen Römischen Rechts, I, p. 331).

Deze bijdrage verscheen licht ingekort in De Standaard 30 oktober 2014 (http://www.standaard.be/cnt/dmf20141030_01351575)
Read more...

De ene eerbetuiging is de andere niet


Matthias Storme kijkt met gemengde gevoelens terug naar de investituur van de federale regering, dat door francobelgische oprispingen een andere wending heeft gekregen dan had gemoeten. 
Investituurdebat in de Kamer. Zo heet met een geleerd woord het debat over de regeringsverklaring voor de vertrouwensstemming over een nieuwe regering. De eerste Belgische regering met de N-VA. De eerste Belgische regering waarin een Vlaams-nationale partij de sterkste partner is (al uit zich dat door de grendelgrondwet natuurlijk niet in het aantal ambten). Op dezelfde dag twee relletjes rond een persoon die in zijn jonge jaren betrokken was bij een misdadige organisatie en op latere leeftijd een respectabel politicus was. Beiden hebben zich bekeerd tot de parlementaire democratie en hun eerdere politieke methode in hun handelen afgezworen. Geen van beiden zou echt publiekelijk zijn jeugdzonden veroordeeld hebben. Je zou denken aan het woord van Mitterrand 'men verloochent zijn verleden niet, maar men verandert, en daarmee is alles gezegd'.

Het loutere trekken van de parallel zal voor de goegemeente allicht schandalig zijn, als U weet over wie het gaat: Nelson Mandela en Bob Maes. In Kortrijk vond een N-VA gemeenteraadslid het geen goed idee een plein naar Mandela te vernomen, omdat hij betrokken was bij een terroristische organisatie. In de federale vond vindt de franco-belgische oppositie het een hysterisch huilconcert waard dat Bob Maes op zijn verjaardag het privébezoek kreeg van een N-VA-minister en staatssecretaris omdat hij betrokken was bij het collaborerende VNV. Publieke verering in steen gehouwen enerzijds, een private verjaardagswens anderzijds. Je zou denken dat het eerste toch eerder betwistbaar zou moeten zijn dan het tweede, het eerste eerder te veel van het goede is dan het tweede. Bovendien lijkt het er toch wel op dat Mandela veel verregaander persoonlijk bij terreurdaden betrokken was dan Maes. Natuurlijk zijn de verdiensten voor een zekere pacificatie na zijn bekering van Mandela ook een stuk belangrijker.
Maar de echte redenen voor de wel zeer uiteenlopende maten en gewichten zijn natuurlijk andere. Gewelddaden uit een 'linkse' periode blijven je niet achtervolgen eens je het geweld verlaten hebt, zolang je ideologisch maar correct bent en blijft. 'Rechtse' ideologische opvattingen, zelfs zonder dat er geweld is gebruikt, blijven je achtervolgen, zolang je je niet tot de andere zijde hebt bekeerd. De  pseudowetenschappelijke basis wordt gelegd door auteurs die natuurlijk niet kijken naar wat een persoon werkelijk gedaan heeft maar die zich wel in allerlei bochten wringen om vreselijke opvattingen te detecteren die achter een braaf masker zouden schuilgaan.

Dat is de eerste wijze waarop twee maten en gewichten worden gehanteerd. In België komt daarbovenop nog een tweede methode, waarbij een vergelijkbaar schema wordt gebruikt om Belgische c.q. Vlaamse daden en opvattingen te beoordelen of te laten meespelen. De maat die men hanteert hangt af van de graad van nuttigheid die iemand vertoont om de franco-belgische privilegies te helpen bestendigen, of toch minstens de linkse meerderheid in franco-belgië. Wie braaf meedoet, moet zich zolang over jeudgzonden niet teveel zorgen maken. Zolang men de 'jaren dertig' (is dat niet de periode van de genocide in onder meer Oekraïene?) ziet als een onuitputtelijke bron van schuld die omgezet wordt in transferten naar een francobelgisch Danaïdenvat is er geen probleem. Maar o wee als men dat spelletje niet meespeelt. Dan vallen de echte maskers af. Onder het mom van de bestrijding van de haat wordt de haat ten volle geëtaleerd. De haat jegens de Vlamingen heeft vele gezichten, maar er is er een dat ons allen de komende jaren toch wel het meest zal bijblijven. U mag raden wie.

(Deze bijdrage verscheen in Grondvest november 2013)
Read more...

30 oktober 2014

De Franstaligen hebben het nog steeds niet begrepen (Hoegin)

Het was Benoît Lutgen die in verband met de affaire–Jambon nog eens de puntjes op de Franstalige i kwam zetten: «Er is geen enkele, maar dan ook geen enkele reden om te collaboreren». En dus moet Jan Jambon zijn klep houden, zoals dat heet, want de collaboratie «ligt gevoelig in Wallonië». Nochtans had Jan Jambon niets meer gezegd dan dat sommigen toch hun redenen (en niet: «goede» redenen) hadden om te collaboreren. De repliek «Een walgelijke vertoning» van Jaak Peeters bij de BRON kunnen we daarom alleen maar onderschrijven, maar mogen we toch even verder graven naar die Waalse gevoeligheden?

Na de schabouwelijk vertoning door PS-harpij Laurette Onkelinx in de Kamer is de conclusie duidelijk: niet alleen geldt le ridicule ne tue pas, we kunnen er nu ook aan toevoegen dat le ridicule se tue soi-même. Zou er immers in Vlaanderen nog iemand rondlopen die het mens serieus wil nemen of ermee geassocieerd zou willen worden? Misschien nog ergens bij één of andere dernier carré van de sp.a, die slechts om de veertien dagen eens uit de formaldehyde wordt gehaald, maar dat zal het dan zowat zijn.

Laten we echter niet vergeten dat het stukje theater dat Laurette Onkelinx ten beste gaf, ook niet meer dan dat was: theater. Het zijn de uitspraken van Benoît Lutgen die van groter belang zijn, omdat ze in rustig en in koele bloede gedaan werden.

Raak niet aan Franstalige gevoeligheden

Eerste luik van zijn reactie: de collaboratie ligt gevoelig in Wallonië, en dus dienen de Vlamingen in het algemeen, en Vlaamse politici in het bijzonder, zich te onthouden van uitspraken die de Franstalige dogma's over de collaboratie in vraag zouden kunnen stellen. En ze al zeker niet tegenspreken of zelfs weerleggen. Dat de collaboratie al evenzeer gevoelig ligt in Vlaanderen? Dat raakt zijn kouwe kleren natuurlijk niet. Alsof een Franstalige zich ooit ook maar iets zou moeten aantrekken van niet-Franstalige gevoeligheden, of er zich zelfs aan zou moeten storen. De suggestie alleen al!

Middenoostfronters

Tweede luik: in België bestonden er geen redenen om te collaboreren met de Duitse bezetter, en al zeker geen «goede» redenen. Dit is een opmerkelijke stelling in het licht van de tapijtbombardementen van de laatste maanden met redenen waarom IS-strijders wél naar Syrië en Irak mogen vertrekken, zonder dat we hen bij hun terugkeer zouden mogen vervolgen of zelfs nog maar met de vinger wijzen. Meer zelfs: het luttele feit alleen al dat we hen bij terugkeer wel eens zouden kunnen straffen in plaats van hen met open armen weer te ontvangen schijnt volgens sommigen al een gewettigde reden te zijn om naar Syrië te mogen vertrekken en daar wat christenen en jezidi's gratuit te gaan verkrachten en/of onthoofden. Waarom zou Benoît Lutgen het nog niet in zijn hoofd halen met dezelfde stelligheid van hierboven een gelijkaardige uitspraak te lanceren over de vele IS-strijders die vanuit België vertrekken? Daarvoor dienen we eens diep in de psyche van de Franstaligen te kijken.

Franse Beschaving en Verlichting

Een Franstalige verfranst immers niet omdat hij een doortrapte imperialist is die geen andere talen kan verdragen. Neen, hij doet dat omdat hij er nu eenmaal van overtuigd is dat Franstaligheid enerzijds en Beschaving en Verlichting anderzijds twee zijden van dezelfde –gouden– medaille zijn. Let wel: dit is niet eens een mening, maar voor hem een vaststaand feit waaraan niet getwijfeld kan worden. Er zit immers geen racisme in de stelling dat Frans superieur is aan Nederlands of ander Germaans gebrul, net zoals er ook geen racisme zit in de vaststelling dat een intelligente dolfijn een meer geavanceerde en dus hogere levensvorm is dan een simpele amoebe.

De voortdurende pogingen van de Franstaligen om het Frans in Vlaanderen ingang te doen vinden, in de hoop ooit Vlaanderen in zijn geheel te kunnen verfransen, heeft dus niets van doen met enige vorm van minachting voor het Menapisch dat in onze streken gebrald wordt, maar is een oprechte daad van liefdadigheid zodat ook wij eindelijk opgenomen zouden kunnen worden in de Franse Beschaving en Verlichting. Niet meer of niet minder. Onze afwijzing van hun goedbedoelde beschavingsopdracht houdt dan ook geen klein beetje een vernedering aan hun adres in. Wie, min of meer bij zijn verstand, wijst nu toch telkens opnieuw de Beschaving af? Zoiets zorgt uiteraard voor veel frustratie, en, inderdaad, «gevoeligheden».

Verzwarende omstandigheid?

En dus is de vraag niet of Vlaams-nationalisme een reden, laat staan een goede reden was om te collaboreren met de Duitse nazi's. Voor de Franstaligen is de vraag eerder: was Vlaams-nationalisme een verzwarende omstandigheid bij de collaboratie-misdaad, of was de collaboratie een verzwarende omstandigheid bij het Vlaams-nationalisme? Want voor hen valt het eigenlijk moeilijk uit te maken wat nu echt de ergste misdaad is: dat Vlaams-nationalisme dat de verfransing nog steeds blijft afwijzen, of collaboratie met nazi's.

En wat met het vernederende «Et pour les flamands la même chose» dan? Dat heeft natuurlijk nooit plaatsgevonden. Hoogstens was het alweer een uitnodiging om deel te nemen aan de Beschaving, en was het al behoorlijk vernederend voor de Franstalige officieren dat ze tijdens WO I überhaupt rekening dienden te houden met enkele Fransonkundige Vlamingen.

Collaboratie en… collaboratie

Het is daarbij typerend dat als men maar lang genoeg zoekt, perfect kan aantonen dat er nooit enige sprake was van een «Et pour les flamands la même chose» tijdens WO I. Vraag het maar aan Sophie de Schaepdrijver. De Standaard herinnerde er ons in dat verband op zaterdag 18 oktober aan dat gemakkelijk een gelijkaardige oefening gemaakt kan worden om aan te aantonen dat tijdens WO II geen enkele Vlaming collaboreerde omwille van enig Vlaams-nationalisme. Het waren ofwel idioten en arme sukkelaars (een kleine minderheid), ofwel doortrapte nazi's die volop dweepten met Adolf Hitler (de grote meerderheid). Maar als de citaten vermeld in het artikel “Hitler was hun held” de meest bezwarende citaten uit het boek Voor Vlaanderen, Volk en Führer waren, dan kunnen we niet zeggen dat we erg onder de indruk zijn van de bewijsvoering à charge.

Het is echter een pak veelzeggender dat een zogenaamde kwaliteitskrant die ooit nog het bekende AVV-VVK-logo op de voorpagina had prijken, zich zo gemakkelijk laat meeslepen en inschakelen in de Franse propagandamachine. Want het is gemakkelijk om achteraf vast te stellen wie de verzetshelden waren, en wie de collaborateurs, eens de uitslag van de oorlog bekend. Vraag het maar eens na in Charkiv, waar amper een paar maanden geleden nog de pro-Russische rebellen dappere verzetshelden waren, en pro-Oekraïeners vuile collaborateurs. Vandaag zijn de rollen er omgedraaid, en wil niemand er zich nog laten betrappen op enige sympathie voor Vladimir Poetin.

Wie zegt dat binnen enkele jaren ook in Vlaanderen de rollen niet omgekeerd kunnen zijn? Misschien zijn Belgische verzetshelden van vandaag, zoals bijvoorbeeld de auteur van het artikel Lieven Sioen of de auteur van het boek Aline Sax, dan wel de vuile collaborateurs met de Franstaligen? Hopelijk zullen de rechters tijdens hun proces niet al te veel in slaap vallen, en mild over hen oordelen.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

27 oktober 2014

Matthias Storme krijgt zitje in Gelijkekansencentrum

Interview door peter de Lobel verschenen in De Standaard van 27 oktober 2014, (http://www.standaard.be/cnt/dmf20141026_01343482).

Matthias Storme wordt bestuurder in het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Dezelfde Storme die ooit vóór discriminatie pleitte? Jawel. ‘Ik pleitte nooit voor het recht op discriminatie, maar wel voor de vrijheid om te discrimineren.’ Als die vrijheid er niet is, dan kunnen we ons hele rechtssysteem overboord gooien, waarschuwt hij.
Uitgerekend professor Matthias Storme (KU Leuven), de man die discrimineren als een fundamentele vrijheid ziet – uitgerekend hem – stuurt de N-VA naar de raad van bestuur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Sabotage! zeggen zijn tegenstanders onomwonden. ‘Ik zie het probleem niet, hoor’, zegt Storme. ‘Het is tijd om daar de pensée unique wat te doorbreken. Du choc des idées jaillit la lumière.’
Leg eens uit hoe u het daar gaat laten botsen?
‘De wettelijke definitie van discriminatie is een ongelijke behandeling waarvoor men zich niet rechtvaardigt. Terwijl het net een fundamentele vrijheid is om niet elk gebruik van je fundamentele vrijheden te moeten rechtvaardigen. Dat neemt niet weg dat er beperkingen kunnen zijn aan die fundamentele vrijheden. Maar die beperking mag niet zijn dat je elk gebruik van die vrijheden moet rechtvaardigen. Dan kom je op zeer gespannen voet met het grondwettelijke concept van vrijheden. Dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden, kan dan weer wel zo’n beperking zijn. Helaas zijn veel mensen blijkbaar niet in staat om een aantal basisbegrippen te begrijpen.’
En daar lijkt u wel schik in te hebben, in wat polemiek over misbegrepen uitspraken.
‘Als ik me over elke dommigheid die er gezegd wordt, zou moeten opwinden, ik zou binnen de zes maanden overlijden aan een hartinfarct. Veel reacties zijn van een idioot simplisme, bewust of onbewust. Blijkbaar vinden veel mensen het te moeilijk om wat langer te luisteren. Terwijl ik veel van die dingen eerder al gezegd heb, onder meer in een lezing in 2005, die blijkbaar niemand de moeite vindt om...’
Toch wel. U wijst daarin op het onderscheid in discriminatie door de overheid en burgers. Die eerste groep mag dat niet, de tweede wel.
‘Dat is inderdaad een fundamenteel verschil. De overheid mag niet discrimineren en moet voor elke ongelijke behandeling een verantwoording geven, omdat de wet ook geldt voor wie er niet mee instemt. Maar met een uitbreiding naar privépersonen omdat ze in een machtspositie zouden staan, heb ik wel een probleem. Want wat is een machtspositie? Volgens het Grondwettelijk Hof gaat het om zowat elke dienstverlener of verkoper. In Duitsland bekijkt men dat anders. Daar deelt men op in Massengeschäfte(grote handelszaken, red.) die een publiek aanbod doen en persoonlijke transacties. Een onderneming of een eigenaar die honderd woningen verhuurt, valt onder die discriminatiewetgeving. Maar bij een louter persoonlijke transactie geldt dat niet. Dat is een voorbeeld dat het overwegen waard is.’
Zonder discriminatie is er ook geen zingeving, zorg en solidariteit mogelijk, zegt u. Het zijn dat soort dingen die u bedoelt als u pleit voor discriminatie.
‘Pas op, ik pleitte nooit voor het recht op discriminatie, maar voor de vrijheid om te discrimineren. Als je liefde en vriendschap moet verantwoorden, worden ze waardeloos.’
En daar is de discriminatie zelf dus gerechtvaardigd.
‘Wanneer discriminatie gerechtvaardigd is en wanneer niet, daarover kan men van mening verschillen. Maar men kan niet zeggen dat je alleen mag discrimineren als je je kan rechtvaardigen. Dat botst op de fundamentele vrijheden. Dan kan je het hele rechtssysteem overboord gooien en vervangen door die ene zin: je wordt gestraft als je iets doet wat je niet kan rechtvaardigen.’
‘Discriminatie door klanten is bijvoorbeeld door geen enkele wet verboden, zo stelt ook het Grondwettelijk Hof. En dat is zinvol. Nu is er discussie over mensen die alleen een blanke taxichauffeur zouden willen. Maar als de klant niet mag kiezen, dan mag je binnen de kortste keren ook niet meer kiezen of je je brood bij een rode of een blauwe bakker koopt.’
‘Men bekijkt discriminatie altijd onmiddellijk als iets negatiefs, terwijl, als je lang genoeg doorvraagt, je bij iedereen op dit soort discriminatie stoot. Het is de slang die in haar eigen staart bijt.’
Welke discriminatieproblemen ziet u zelf nog?
‘Er zit een contradictie in groepsdenken. Dat men discriminatie van een individu te vaak doortrekt naar een bepaalde groep waartoe dat individu behoort, is geen goede zaak. Want omgekeerd gaat zo’n individu dan uit van extra rechten omdat het tot die groep behoort.’
‘In Frankrijk heeft men bijvoorbeeld quota opgelegd over het aantal gehandicapte werknemers dat een bedrijf in dienst moet hebben. Maar, voldoe je daar als bedrijf niet aan, dan moet je een bepaald bedrag storten in een apart fonds dat ten goede komt aan de bedrijven die het wel goed doen. Dat is een zinvolle maatregel om gelijke kansen te geven op basis van een individueel nadeel.’
Read more...

18 oktober 2014

Help, meer walrussen en minder tornado's! (Hoegin)

Hebt u het ook gelezen? Sinds een paar dagen zitten er zo'n 35.000 walrussen bijeengepakt op één of ander strand in Alaska, en dat zou nog nooit voorgekomen zijn. Wie nu denkt: mooi dat er zoveel walrussen zijn, die zit er natuurlijk helemaal naast. Dit is immers een enorme ramp! Want eigenlijk hadden die walrussen op een stuk ijs moeten zitten in plaats van op een strand. En bovendien: dat er plots zoveel walrussen zijn is op zich ook al een gevolg van de globale opwarming, want zij hebben het nu te gemakkelijk om te overleven. Of hoe elk milieunieuws slecht nieuws kan zijn, als je maar wil dat het slecht nieuws is.

Alleen: in 2010 zaten er ook al eens een enorme groep walrussen samengepakt op precies hetzelfde strand. Met natuurlijk zo ongeveer dezelfde krantenkoppen en alarmerende artikels als gevolg. Het is interessant om die artikels vandaag eens opnieuw te lezen. Vooral de foto's komen zeer bekend voor.

WNF-campagne

O ja, dit bericht valt «toevallig» samen met de start van een campagne van het WNF om nog eens wat geld in te zamelen voor het verdwijnende poolijs. Let op: noordpoolijs, want de laatste jaren lijkt het ijs aan de zuidpool eerder toe te nemen dan te verdwijnen. Maar misschien is dat laatste op één of andere bizarre manier ook het gevolg van de globale opwarming.

Bovendien stond in sommige kranten het rekeningnummer van WNF plompweg onderaan het artikel vermeld. Ver hoef je dus niet te zoeken naar de «bron» van die bericht, en wie er belang heeft bij een zo groot mogelijk opgeklopt «dit is de ondergang van de wereld»-sfeertje.

Help, minder tornado's!

Wat al iets minder media-aandacht krijgt, is het feit dat het aantal tornado's in de Verenigde Staten voor de derde keer op rij afklokt op recordlaag niveau. Tornado's met uitsterven bedreigd, waarom lezen we dat nooit als pakkende krantenkop aan de ontbijttafel? Ook het aantal zware orkanen zit in een dalende lijn. Dat globale opwarming leidt tot meer extreem weer is dus blijkbaar niet van toepassing op de Verenigde Staten. Als er meer schade wordt opgemeten door extreem weer, heeft dat meer te maken met het feit dat er vandaag meer mensen zijn en er een pak meer gesofisticeerde infrastructuur te vernietigen valt dan pakweg een eeuw geleden. Of zelfs nog maar maar tien jaar geleden.

Globale opwarming foetsie

Maar bovendien, wie af en toe al eens buiten de Kwaliteitspagina's van de Grote Media (KGM) durft rond te surfen op het Internet, ontdekt al snel dat het eigenlijk niet zo goed gesteld is met de globale opwarming. Sedert 1997 is de temperatuur globaal niet gestegen. Daarom ook dat er nu in alle haast gewerkt wordt aan klimaatmodellen die een globale opwarming zouden kunnen verklaren zonder dat er ergens stijgende temperaturen gemeten worden. Met andere woorden: zelfs als de globale opwarming niet gemeten kan worden, moet en zal ze er toch zijn. Dat zulke modellen net zo goed een globale afkoeling zonder dalende temperaturen zouden verklaren, daar heeft voorlopig nog geen enkele klimatoloog bij stilgestaan.

Nieuwe ijstijd?

Dramatische oproepen dat we wel eens de laatste generatie zouden kunnen zijn die nog iets kan doen aan de globale opwarming, zouden dus wel eens op een merkwaardige manier correct kunnen zijn. Wij zijn misschien inderdaad de laatste generatie die nog wil geloven in de opgeklopte nachtmerrie van de door de mens veroorzaakte globale opwarming. De volgende generatie zou zich net zo goed opnieuw zorgen kunnen maken over een nieuwe ijstijd. Benieuwd of die nieuwe ijstijd volgens de klimatologen en de hen nakwakende media een even grote ramp zal zijn als de globale opwarming, of misschien zelfs een nog grotere. Wie zich uit de lessen geschiedenis nog iets herinnert over hoe het eraan toeging tijdens de Kleine IJstijd (vijftiende tot negentiende eeuw), overigens overvloedig gedocumenteerd in de schilderijen van Pieter Breughel de Jongere, kent alvast het correcte antwoord.

Dit artikel verscheen op 8 oktober 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

13 oktober 2014

Hoe gevaarlijk is IS? (Hoegin)

Stel je voor, je zit 's avonds rustig in je luie zetel naar TV te kijken, en er wordt plots aangebeld. Je verwacht geen bezoek meer, maar je slentert toch maar naar de voordeur om open te doen. Vijf minuten later zit je terug in de living, waar je samen met de rest van je gezin door enkele brutale kerels als een varken afgeslacht wordt terwijl ze Allahoe akbar roepen. Alles wordt netjes op video opgenomen, en een halfuurtje later staat de hele slachtpartij op YouTube. Slecht begin van nog maar eens een Die Hard-film? Mogelijk, maar ook één van de scenario's waar de Noorse veiligheidsdiensten deze zomer rekening mee hielden tijdens het terreuralarm.

Verleden week werden door de Australische politie vijftien mensen gearresteerd tijdens een anti-terreuroperatie. Het zou gaan om sympathisanten van de Islamitische Staat (IS) die concrete plannen hadden om op straat een executie –een onthoofding– uit te voeren. Opvallend is de gelijkenis met het hierboven geschetste scenario dat verleden week uitlekte in de Noorse pers: een willekeurige en zo brutaal mogelijke executie die de bevolking zoveel mogelijk schrik zou moeten aanjagen, en die op video opgenomen diende te worden om vervolgens op internet te kunnen zetten.

Rachid al-Colzadi

Ook toevallig: de politierazzia in Australië en het uitlekken van de terreurscenario's in de Noorse pers gebeurden enkele dagen nadat prof. Rik Coolsaet in DeWereldMorgen.be nog eens sussend verklaarde dat er van de IS amper gevaar zou uitgaan. In het interview met als titel «‘Westen overdrijft dreiging IS» legt de professor nog maar eens uit dat terugkerende strijders misschien wel een probleem zouden kunnen vormen, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. Een heel andere klok dus dan die Antwerps burgemeester Bart de Wever nog enkele dagen later liet horen nadat er in Den Haag twee teruggekeerde Syrië-strijders opgepakt werden met concrete plannen voor een aanslag op de Europese Commissie in Brussel.

Waarom jongeren volgens Rik Coolsaet dan naar Syrië en Irak trekken? Omdat ze «het gevoel hebben geen perspectieven meer te hebben. Anderen hebben het gevoel dat ze gediscrimineerd worden, zijn op zoek naar avontuur, voelen zich slecht in hun vel, of willen hun criminele verleden achter zich laten.» Lees: het is toch weer vooral onze schuld, en met islam heeft het allemaal weinig of niets te maken, al wil hij wel erkennen dat dat voor een minderheid toch een rol zou spelen. Waarbij hij hardnekkig blijft vasthouden aan zijn stelling van nog niet zolang geleden dat het politieke jihadisme zo goed als dood is.

Meer straathoekwerkers!

Met die stelling ligt Rik Coolsaets oplossing voor het probleem van de Syrië-strijders meteen ook voor de hand: nog maar eens een batterij straathoekwerkers en soortgenoten laten aanrukken, en vooral niet repressief optreden, want dat werkt toch maar averechts. We noteren dat de Australische eerste minister Tony Abbott, die verklaarde dat de terroristen ons haten «niet omwille van wat we doen, maar omwille van wat we zijn», er dus mijlenver naast zal zat.

Volgens Rik Coolsaet zal het dus puur toeval zijn dat in twee landen, die geografisch gezien amper verder van mekaar zouden kunnen afliggen, terroristen opduiken met opvallend gelijklopende plannen. Plannen die trouwens nog een tikkeltje brutaler en barbaarser zijn dan wat oud-IS-strijder Mehdi Nemmouche al eens in het Joods Museum in Brussel voordeed, en wat die twee Haagse jihadi's dus van plan waren. Want laten we het maar zeggen zoals het is: de Europese Commissie mag dan wel in Brussel gevestigd zijn, voor de modale Vlaming ligt dat mentaal even ver van zijn bed als een enkele dolgedraaide terroristen in Australië.

Hou de bevolking dom

Volgens de krant De Tijd werden de laatste maanden trouwens meerdere aanslagen op Belgische bodem verhinderd, maar werd die informatie achtergehouden «om de bevolking niet bang te maken». Opvallend: ook in Noorwegen werden de concrete scenario's achtergehouden om precies dezelfde reden. Ziedaar de tweespan die de bevolking dom en dus rustig probeert te houden: enerzijds interviews met sussende professoren als een Rik Coolsaet in de «serieuze» media die de droom van de multikul en de vreedzame islam levende willen houden, en anderzijds politie- en veiligheidsdiensten die de staalharde bewijzen van het tegendeel stilhouden «om de bevolking niet bang te maken». Over doctorerende senatoren die «islamofobie» bij wet strafbaar zouden willen maken hebben we het dan nog niet eens gehad.

Islamitische Staat ≠ Al Qaida

Laten we misschien beter eens ons oor te luisteren leggen bij Stratfor, dat anderhalve maand geleden een interessante bespreking van de verschillen en de gelijkenissen tussen IS en Al Qaida publiceerde. Zij stellen dat de bedreiging van IS voor de Westerse wereld in de media inderdaad overdreven wordt, maar wel om een heel andere reden dan de propaganda van Rik Coolsaet. Naar Syrië reizen, en er dan in groep de grote jan uithangen met een wapen dat je daar in de handen gestopt werd om er weerloze dorpelingen te terroriseren vergt inderdaad niet veel intelligentie. We zouden durven stellen: integendeel zelfs. De beelden met de beruchte «Aboe Dinges» die maar wat in het wilde weg rondschoot tonen dat trouwens aan. Vandaar is het een grote stap om op je eentje of in een kleine groep een aanslag te plannen in het Westen, inclusief het verwerven van de juiste wapens en springstoffen en de nodige discrete verkenningen van het doel, en dan tegelijk onder de radar van politie en justitie te blijven.

Uit internationaal onderzoek zou blijken dat ongeveer één op negen ex-jihadisten eens terug in het Westen op termijn een aanslag plant, en dus gevaarlijk is. Dat zijn er meer dan genoeg om alle ex-IS-strijders bijzonder goed in het oog te houden. Voor zover we ze überhaupt nog op ons grondgebied willen toelaten. Maar de vraag is ook: hoeveel van hen waren al gevaarlijk vóór ze naar Syrië of Afghanistan vertrokken? Het gevaar van IS gaat immers niet uit van het domme kanonnenvlees dat het massaal rekruteert, wel de kans tot netwerking die het biedt aan elementen die reeds vóór hun vertrek gevaarlijk waren. Het is twijfelachtig of een dozijn extra straathoekwerkers in de straten van Antwerpen en Vilvoorde ons tegen hen zal kunnen beschermen.

Dit artikel verscheen op 24 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

11 oktober 2014

Wanneer geeft Bruno Hollande er de brui aan? (Hoegin)

Bruno Tobback en François Hollande, twee socialisten die zich hardnekkig vastklampen aan hun postje. Beiden zetten het ene laagterecord na het andere neer in de opiniepeilingen, en zelfs binnen hun eigen partij willen steeds minder mensen met hen geassocieerd worden. Wat bezielt hen om te blijven zitten, in plaats van liever vandaag nog dan morgen de handdoek in de ring te smijten?

Men vergeet het nogal gemakkelijk, maar eigenlijk maakte François Hollande geen kans om zelfs nog maar kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2012 te worden. Zijn ex-vrouw Ségolène Royal likte nog haar wonden na haar nederlaag tegen Nicolas Sarkozy in 2007. Dé gedoodverfde kandidaat van de PS was echter Dominique Strauss-Kahn, toen nog voorzitter van het IMF. De man was zo populair, zowel in de pers, in de partij als bij de Franse kiezers, dat zijn verkiezing eigenlijk amper nog een formaliteit was. En toen barstte het schandaal los…

Un président normal

Het zwakke punt van François Hollande was dat hij nogal saai was. Maar in de beste judotraditie gebruikte hij zijn zwakke punt als een sterkte. De Franse kiezers waren de sterallures van Nicolas Sarkozy moe, en dus zou er eindelijk «een normale president» («un président normal») komen met François Hollande. Stel je voor: geen geflirt meer met rijkelui, of gedoe met filmsterren in het holst van de nacht. Alleen nog nuchtere politiek en een degelijk socialistisch beleid. Voor de mensen, je weet wel. Bij links kon het geluk niet op, en de hoerastemming was in de «kwaliteits»-media duidelijk voelbaar.

Maar dat was toen. Vandaag wil niemand nog geassocieerd worden met François Hollande. Zelfs de voortrekkers van de TSS-campagne (Tous Sauf Sarkozy) drukken vandaag hun spijt uit dat ze toen voor François Hollande gestemd hebben. In de peilingen zit de Franse president op een absoluut dieptepunt. Met als ultieme vernedering voor een socialist: een peiling in Le Figaro, uitgevoerd door TNS Sofres, die aangaf dat hij in 2017 niet eens de tweede ronde zou halen. En haalt hij die tóch, dan verliest hij gegarandeerd van Marine Le Pen. Zelfs al zou hij tegen een hond met een hoed op verliezen, dan nog zou dat een minder affront zijn dan in de tweede ronde te sneuvelen tegenover iemand van het FN.

Prins Charles-syndroom van de sp.a

Over naar Bruno Tobback. Zijn positie als sp.a-voorzitter was al lang vóór 25 mei behoorlijk omstreden, maar na nog maar eens een nieuwe verkiezingsnederlaag werd de roep om zijn ontslag steeds luider. Bruno Tobback doet echter of zijn neus bloedt. In 2011 werd hij nog verkozen met een monsterscore van 96,6% tijdens een partijcongres in Nieuwpoort. Zou hij zich vandaag kandidaat stellen om zichzelf op te volgen, dan valt een uitslag van 96,6% tegen niet uit te sluiten.

Waarom Bruno Tobback niet aftreedt? Volgens hemzelf omdat nieuwe voorzittersverkiezingen uitschrijven geen sinecure is bij de sp.a, maar een logge procedure waarbij vele stationnetjes doorlopen dienen te worden. Bij Groen en Vlaams Belang gaat dat blijkbaar een heel pak vlotter, waardoor de sp.a met een soort prins Charles-syndroom achterblijft. Want ja, als het bij die twee partijen wel kan, waarom dan niet bij de sp.a?

2011: Sp.a-voorzitter neemt ontslag na verkiezingsnederlaag

Geen journalist ook die Bruno Tobback durft tegen te spreken. Of weten ze niet beter? Wat in 2014 blijkbaar niet kan, kon in 2011, toen Bruno Tobback zélf verkozen werd, immers wel. Inderdaad: Caroline Gennez bood op 28 juni 2011 haar ontslag aan, na, alweer een verkiezingsnederlaag voor de partij. Minder dan drie maanden later, op 18 september, was Bruno Tobback reeds verkozen als de nieuwe voorzitter van de partij. Dat er ondertussen parallel ook federale regeringsonderhandelingen gevoerd dienden te worden was toen trouwens geen beletsel. Met dit verschil: de sp.a zat toen wél mee aan de onderhandelingstafel, deze keer niet. Het blijft verbazen dat tot nog toe niemand Bruno Tobback heeft willen confronteren met de snelle manier waarop hijzelf in 2011 sp.a-voorzitter werd.

Hopen op beterschap

Waarom blijven de twee heren vasthouden aan hun postje? Het antwoord is eenvoudig: zij hopen beiden op beterschap, zodat zij hun gezicht toch nog enigszins zouden kunnen redden. Dat zij zelf voor die beterschap zouden kunnen zorgen, is waarschijnlijk een hoop die zij allang niet meer koesteren. François Hollande heeft van de Franse economie een potje gemaakt, en de weinige maatregelen die hij genomen heeft, zoals de fetisj van de rijkeluistaks, hebben de zaken alleen maar erger gemaakt. Bruno Tobback wijt de recente verkiezingsnederlaag aan de slechte «conjunctuur» die socialistische partijen in Europa overal treft, maar dat is nog geen verklaring waarom uitgerekend de sp.a het slechtst van allemaal scoort.

Bruno Tobback heeft eigenlijk maar één externe factor die hem kan redden: een federale centrum-rechtse regering. Als die er snel komt, en erin slaagt om snel één of andere maatregel te nemen waartegen de (socialistische) vakbonden massaal kunnen mobiliseren, dan zou hij zich op de valreep alsnog kunnen opwerpen als sterke oppositieleider. Ook een snelle desintegratie van die centrum-rechtse regering, of als de onderhandelingen toch nog strop zouden lopen op een regeling voor ARCO of de verdeling van de postjes, kunnen hem helpen zijn vel te redden. Maar verder zit er voor Bruno Tobback eigenlijk niet veel meer in dan zijn voorzitterschap verder uit te spartelen, en hopen dat hij niet al te smadelijk het toneel zal moeten verlaten.

Gevangen in een gouden kooi

François Hollande zit echter gevangen in een gouden kooi in het Élysée. Dat de economie snel weer zou aantrekken is onwaarschijnlijk. Er moet al een nationale ramp gebeuren of een oorlog uitbreken opdat hij zich zou kunnen opwerpen als een vader des vaderlands die Frankrijk in moeilijke tijden bijeen kan houden. Maar in tegenstelling tot Bruno Tobback is aftreden voor hem geen optie: het zou alleen maar een rechtse president aan de macht brengen. En dat dan zelfs nog maar in het beste geval. Zijn regering naar huis sturen? Dat heeft hij al eens gedaan, met als voornaamste gevolg dat de tot voor kort enigszins populaire Manuel Valls nu ook in de problemen zit. Het Franse parlement naar huis sturen? Dan zit hij straks misschien wel met een rechtse regering geplaagd, ook al geen prettig vooruitzicht.

François Hollande zal zijn presidentschap dus gewoon moeten uitzweten. Misschien kan hij zich troosten met de gedachte dat het niet veel slechter meer kan gaan—voor zover hij dat gisteren ook al niet deed. En anders kan hij Bruno Tobback altijd nog op het Élysée uitnodigen voor een therapeutisch gesprek.

Dit artikel verscheen op 17 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 september 2014

De nuttige idioot in een marginaal partijtje (Hoegin)

Drie verkiezingsoverwinningen op rij, de nu ex-Groen-voorzitter in spe Wouter van Besien is geen klein beetje fier op de puike resultaten die hij in de voorbije vijf jaar behaalde. Alleen, zijn die scores van 8,5% (Kamer) en 8,7% (Vlaams Parlement) in tijden van globale opwarming, scheurtjes in kerncentrales en financiële crisissen dan werkelijk zo'n fenomenale resultaten voor een links-ecologische partij als Groen? En heeft Groen vandaag eigenlijk nog wel iets te betekenen in de Vlaamse of Belgische politiek?

Wouter van Besien werd voorzitter van Groen op 25 oktober 2009. Een half jaar eerder, op 7 juni 2009, haalde de partij 6,8% van de stemmen voor het Vlaams Parlement, en 7,9% voor het Europees Parlement. Een half jaar later, op 13 juni 2010, zit de partij aan 7,1% van de stemmen voor de federale Kamer. Katsjing, eerste verkiezingsoverwinning binnen, rekent Wouter van Besien. Want ja, vergeleken met de verkiezingen van 2007 gaat de partij bijna een hele procent vooruit: van 6,3% naar 7,1%.

Verkiezingsoverwinningen van een halve procent

Diezelfde dag haalde Groen 6,3% voor de Senaat. Niet echt denderend vergeleken met de 6,8% van een jaar eerder, maar opnieuw: in de rekenkunde van Wouter van Besien is ook dit een verkiezingsoverwinning. Inderdaad, op 10 juni 2007 zat de partij voor de Senaat slechts aan 5,9% van de stemmen, en is ze dus bijna een halve procent vooruitgegaan. Of hoe hoogspringen voor Wouter van Besien vooral de kunst is om de vorige lat zo laag mogelijk gelegd te krijgen.

De tweede verkiezingsoverwinning volgt in 2012, bij de provincieraadsverkiezingen. Groen haalt 8,1% van de stemmen, één procentje vooruit vergeleken met 2010 dus. Of als we alleen verkiezingen op dezelfde niveaus mogen vergelijken, slechts een half procentje vooruit, want op 8 oktober 2006 zat Groen al aan 7,6% van de stemmen.

Tien procent

Derde verkiezingsoverwinning: 25 mei 2014. Groen haalt 8,5% van de stemmen voor de Kamer, bijna anderhalve procent vooruit vergeleken met 2010. Voor het Vlaams Parlement haalt de partij 8,7%, bijna twee procent vooruit. Voor het Europees Parlement stijgt de partij zelfs boven de magische grens van de tien procent uit: 10,6%, zelfs bijna drie procent vooruit vergeleken met 2009. Maar niet genoeg voor een tweede Europese zetel, en dus maakt die drie procent al bij al niet veel uit, behalve voor het zelfvertrouwen.

Strikt genomen klopt het dus dat Groen onder Wouter van Besien drie verkiezingsoverwinningen op rij heeft geboekt. Maar zoomen we even uit, dan valt de vooruitgang toch maar magertjes uit: van 7 juni 2009 naar 25 mei 2014 ging de partij uiteindelijk niet meer dan anderhalve procent vooruit. Let wel: dit is een gouden anderhalve procent, want daarmee raakt de partij veilig uit de buurt van de kiesdrempel, en met een verdubbeling van het aantal mandatarissen als resultaat.

Ongerealiseerd potentieel

Maar is een resultaat van acht tot negen procent zo'n schitterend resultaat voor een links-ecologische partij? Met de globale opwarming die zich meer en meer laat voelen (nou ja, als het eens niet regent), Fukushima en scheurtjes in Doel en Tihange, en daar bovenop de gevolgen van een globale financiële crisis, zou je toch denken dat er voor een partij als Groen veel meer zou kunnen inzitten. De enige verkiezingsoverwinning die naam waardig –die van 25 mei 2014 dus– viel trouwens samen met een historisch lage score voor directe concurrent sp.a. Sta ons toe dat zelfs van die ene verkiezingsoverwinning onze mond niet helemaal tot op de grond openvalt.

Uit Brusselse Regering verdreven

Blijft nog dat Wouter van Besien dankzij de vooruitgang het aantal mandatarissen sterk wist uit te breiden. Alleen, wat koop je daarmee? Regeringsmacht? Sommige commentatoren wijzen erop dat Groen in een behoorlijk aantal gemeenten mee in het bestuur zit. Maar op regionaal en federaal vlak staat daar toch een zeer negatieve balans tegenover.

In Brussel zat Groen in de vorige bestuursperiode nog in de Hoofdstedelijk Regering. Niet onmiddellijk met de zwaarste portefeuille, want Bruno de Lille was niet eens minister, maar slechts staatssecretaris. Deze keer werd voor zover we weten zelfs nog niet ernstig overwogen Groen bij de regeringsvorming te betrekken.

Marginaliteit

Ook op Vlaams of federaal niveau kwam Groen er deze keer niet bij te pas, behalve dan voor enkele obligate beleefdheidsgesprekjes. Vóór de verkiezingen droomde Wouter van Besien nog luidop van een regenboogcoalitie van CD&V, sp.a en Groen. Vandaag heeft niemand het daar nog over, zelfs niet als niet alleen een centrum-rechts maar ook een tripartite niet mogelijk zou blijken.

Het heet dat Wouter van Besien Groen omgevormd heeft van een wereldvreemde betweterige geitenwollensokkenfietsbakpartij naar een professionele partij waarmee te regeren valt, maar veel uiterlijke tekenen zien wij daar toch niet van. De kans dat Groen morgen toch in een Vlaamse of federale regering terecht komt is kleiner dan dat Elio di Rupo spontaan de Vlaamse Leeuw zou beginnen zingen in vlekkeloos Nederlands.

Het zal voor Groen trouwens boksen worden om de komende vijf jaar nog in beeld te komen naast de sp.a. Groen heeft altijd op veel sympathie kunnen rekenen in de bevriende pers (buiten 't Pallieterke heeft ze geen andere), maar met een sp.a in zware nood zou het wel eens kunnen dat die sympathie even op een lager pitje gezet zal worden.

En dat Groen geen partij van milieudogma's en linkse fetisjen meer zou zijn? Spreek gewoon nog maar het woordje «kernenergie» uit in de buurt van een Kristof Calvo, en elke vorm van rationele discussie wordt ogenblikkelijk volkomen onmogelijk.

Nuttige idioot

Heeft Wouter van Besien dan niets verwezenlijkt? Toch wel. Als nuttige idioot in dienst van la Belgique zorgde hij ervoor dat er aan Vlaamse zijde toch een meerderheid gevonden kon worden om de zesde staatshervorming goed te keuren. Daarmee redde hij het hachje van Elio di Rupo, want zo konden de CD&V-snoeshanen Eric van Rompuy, Servais Verherstraeten en Wouter Beke snoeven dat ze hun verkiezingsbeloften gehouden hadden en Brussel-Halle-Vilvoorde «eindelijk» «gesplitst» hadden. In ruil bekwam Groen echter… niets. Zelfs geen ecotaksje. Behalve dan dat Wouter van Besien straks –uiterst terecht– wellicht tot Belgisch Minister van Staat zal benoemd worden. We gunnen het hem van harte.

Dit artikel verscheen op 3 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

19 september 2014

Mijmering over wetgever en regeerakkoord

Deze zomer is weer een tijd van regeerakkoorden en regeringsonderhandelingen. De Vlaamse regering is er, de federale zal allicht veel minder lang op zich laten wachten dan na de verkiezingen van 2010. Over de vraag of dat laatste vanuit Vlaams-nationaal oog- punt een goede zaak is of niet, kan men van mening verschillen. Politiek is niet zoals men soms zegt de kunst van het haalbare, maar wel de kunst om het wenselijke haalbaar te maken; over de strategie om het wenselijke waar alle Vlaams-nationalisten het ongeveer over eens zijn haalbaar te maken, kan men evenzeer van mening verschillen. 

Wel is het goed eraan te herinneren dat het regeringsloze tijdperk van vier jaar geleden vanuit democratisch oogpunt een zeer goede zaak is geweest.Voor het eerst in decennia kon een parlement grotendeels het werk doen waarvoor het verkozen is zonder te worden gedicteerd door een regering: de wetgeving verbeteren. Over de partijgrenzen heen is daar goed gebruik van gemaakt (bv. een nieuwe nationaliteitswet). Eens er een regering is, verliest het parlement vaak zijn tanden. Regeerakkoorden beperken vaak de marge voor wisselmeerderheden. Hoe dikker de regeringsbijbel, des te min- der kan het parlement zijn grondwettelijke taak vervullen. Artikel 34 van de Belgische Grondwet bepaalt dat alle machten uitgaan van de natie en worden uitgeoefend op de wijze door de Grondwet bepaald. In het stelsel van de Grondwet is het het parle- ment dat de wetten maakt en de regering die die uitvoert. Een regeerakkoord leidt er vaak toe dat het net omgekeerd is; de grondwettigheid van regeerakkoorden is dan ook zeer twijfelachtig. Niet dat we in dit land op een ongrondwettigheidje meer of minder kijken natuurlijk. Maar misschien mag er wel eens aan worden 
herinnerd.

Waar ook aan mag worden herinnerd is de grondgedachte achter de werkverdeling tussen parlement en regering, tussen een wetgevende en een uitvoerende macht. Die grondgedachte is dat de regel niet mag worden gemaakt door diegene die de regel moet toepassen in individuele gevallen. Dat is een belangrijke waarborg voor de burger: de regel mag niet eerst worden gemaakt in functie van een individueel geval; anders zou men in theorie wel gelijkheid voor de wet kennen, maar is die gelijkheid veeleer fictie. Daarom hoort het niet dat het parlement wetten maakt voor individuele gevallen. De burger heeft het recht een individuele beslissing steeds te laten toetsen aan een algemene norm, om te zien of de gelijkheid voor de wet is gerespecteerd. Dat wetten vaak worden gemaakt naar aanleiding van bestaande misstanden, is natuurlijk wel nor- maal. Een verantwoordelijke wetgever komt dan wel tussen, maar liefst toch met enige bezinning; de bedoeling moet daarbij steeds zijn om voor de toekomst een betere regel te hebben.

Ook de voorbije jaren werd er te vaak aan ‘overshooting’ gedaan, en ministers als Milquet waren gespecialiseerd in zo’n steekvlampolitiek (denk recent aan de ‘(anti)seksismewet’. Men zou denken dat dit minder in onze Vlaamse aard ligt, maar helaas zijn er ook aan Vlaamse zijde voorbeelden genoeg. Kunnen wij als burgers in onze acties en reacties daar misschien ook even bij stilstaan?

Deze column verscheen in Grondvest, september 2014, p. 5 (http://vvb.org/file?fle=4425).
Read more...

18 september 2014

“Imperialistische oorlogsstokers” starten WO2


 

 (Nieuw Pierke, 18 sep 2014)



 

Honderd jaar na het uitbreken van de Groote Oorlog is het bon ton om je afschuw uit te spreken over de verschrikkingen van de oorlog. Met het zicht op de loopgraven ligt het voor de hand om te zeggen: “Nooit meer oorlog!” Ja, daar zijn we het over eens: weg met het zinloos geweld. Maar zeg hetzelfde over de Tweede Wereldoorlog, en daar breken de protesten los, en de verontwaardiging. Raak niet aan onze heilige oorlog! De vijftig+ miljoen doden zijn niet voor niets gestorven! Er moest strijd totterdood gevoerd worden tegen het absolute kwaad!

Tja, als zelfs de grootste oorlog uit de wereldgeschiedenis gerechtvaardigd kan worden, dan kan elke oorlog dat, ook bv. de Eerste Wereldoorlog. Als men de vorige oorlog veroordeelt maar meteen de volgende goedpraat, dan kan men voor eender welke oorlog wel iets verzinnen. En inderdaad, met de oorlog van 1939-45 in de hand worden tal van andere oorlogen gerechtvaardigd. Wie niet tot een inval in Vietnam, Irak of Libië bereid is, wordt beschuldigd van “een tweede München”, van vrede te sluiten met “de nieuwe Hitler”. Wie dus de Tweede Wereldoorlog rechtvaardigt, laadt nogal wat latere oorlogen op zijn geweten.

Men moest dus wel de oorlog verklaren aan Adolf Hitler. Dat niet doen zou volstrekt immoreel geweest zijn, zo denkt men nu algemeen. Die houding gaat ervan uit dat het nazisme al van vóór de oorlog uitbrak, het absolute kwaad was. Het was niet sympathiek, maar het absolute kwaad is iets heel anders. Het plande bv. geen uitmoording van de Joden –- zulk “intentionalisme” is weliswaar een wijdverbreide opvatting, maar is onder geschiedkundigen grondig achterhaald, en enig document dat de vooroorlogse nazi-intentie tot de Holocaust bevestigt, is naarstig gezocht doch nooit gevonden. Nee, het tegendeel is waar: het nazisme is veel boosaardiger geworden juist ten gevolge van de oorlog. Met name de Holocaust zou nooit gebeurd zijn zonder die oorlog. Er was een plan om het Duitse Rijk judenrein te maken door emigratie, maar vóór 1941 was er geen plan om dat doel door uitmoording te bereiken; dat alternatief was een gevolg van de oorlog. Geen oorlog, geen Holocaust. Deze stelling roept veel emotionele tegenkanting op, maar zij is zeker juist.

 

 

Grammens

Ook de inval in België zou nooit gebeurd zijn zonder de Brits-Franse oorlogsverklaring aan Duitsland.

De huldezitting voor Mark Grammens, herfst 2013, was voor mij het voorwerp van een artikel, waarin ik even uitweidde over het ontbranden van de tweede wereldoorlog. Grammens had de voorafgaande weken in zijn column in ’t Pallieterke betoogd dat de Vlaamse beweging gelijk had, met Duitsland te collaboreren. Jan Neckers had daar in hetzelfde medium ondermeer tegenin gebracht dat de bevolking veel wrok tegen de Duitsers had, want dat zij concreet veel te lijden had onder de bezetting. Dat is zonder meer het geval, maar de vraag is of Duitsland die bezetting wel gewild had.

Zelf meen ik dat de Vlaamse Beweging, ook met de kennis van toen, een fout maakte door te collaboreren. Ten eerste had de leidersgeneratie die als jongere, soms als frontsoldaat, de Eerste Wereldoorlog had meegemaakt, moeten weten dat de Duitse overwinning geen verworvenheid was en in haar tegendeel kon verkeren. Ten tweede was de toestand in België weliswaar niet rechtvaardig, maar was er zonder enige buitenlandse hulp toch grote vooruitgang geboekt. Er zou zonder collaboratie veel meer bereikt geweest zijn dan met. Het weinige dat er onder de bezetting aan Vlaamse vooruitgang te noteren viel, was vooral het doen naleven van de Belgische taalwetten (wat in het Belgische kader weleens een probleem was), en het is waarschijnlijk dat de wetsgetrouwe Duitsers dat hoe dan ook zouden gedaan hebben. Andere Vlaamse eisen, zoals de splitsing van het land, zouden hun eigen plannen maar doorkruist hebben, waarin de toekomst van België een pasmunt zou worden van een latere beoogde machtsverdeling met het Verenigd Koninkrijk. Kortom, zelfs in het geval van een Duitse zege kregen de Vlamingen slechts weinig doch betaalden ze een hoge prijs: zoalniet medeplichtigheid aan de nazi-misdaden, dan alleszins toch aan de militaire bezetting van een gebied dat ook Vlaanderen omvatte.

Maar in een “wat als?”-benadering van de geschiedenis kunnen wij de denkoefening maken of de Vlaamse Beweging wel voor die keuze hoefde geplaatst te worden. Had de Duitse verovering van de westelijke buurlanden kunnen voorkomen worden?

Ik wees erop dat Duitsland in het noodlottige jaar 1939 Tsjechië bezet had en binnengevallen was in Polen, onmiskenbaar oorlogshandelingen, maar in het kader van een plaatselijk midden-Europees oorlogje. Sorry voor het verkleinwoord, maar de Tweede Wereldoorlog heeft nu eenmaal onze inschatting van het formaat van oorlogen veranderd. Het was de Frans-Britse oorlogsverklaring van 1 september 1939 die van dit oorlogje een wereldoorlog maakte. Men herleze de kommunistische pers van de 22 maanden volgend op deze oorlogsverklaring, toen de Sovjet-Unie een bondgenoot van nazi-Duitsland was: daarin worden de “koloniale bourgeoisdemocratieën” Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk als aanstichters van de oorlog aangemerkt. Formeel was dit in ieder geval juist: niet Duitsland heeft de westelijke mogendheden de oorlog verklaard, het omgekeerde is gebeurd. En na acht maanden van “phoney war” of “drôle de guerre” zette het de verklaarde oorlog in een feitelijke oorlog om. Het bezette een deel van Frankrijk, was de Britten één dag voor met het inlijven van Noorwegen, en legde om strategische redenen ook beslag op de neutrale landen Denemarken, Nederland, België en Luxemburg.

   

 

Het Duivelspact

In het lezenswaardige artikel “Duivelspact” (De Tijd, 16 aug. 2014) bevestigt Rik Van Cauwelaert dat de kommunisten in die periode tegen de "echte schuldigen voor de oorlog" fulmineerden. Pas in 1941, met de inval in de Sovjet-Unie, werd dat nazi-Duitsland, maar in 1939-41 waren dat de koloniale bourgeois-democratieën. De implicatie schijnt te zijn dat de kommunisten moedwillig blind waren voor Hitlers ongebreidelde oorlogszucht, maar in feite hadden zij gewoon gelijk. Men stelt het nu zo voor dat Hitler door de inval in Polen WO2 op gang bracht, maar toen gold het als politiek correct om de schuld bij Frankrijk en het VK te leggen, volgens de kommunisten “imperialistische oorlogsstokers”, die immers de oorlog aan Duitsland verklaard hadden, niet omgekeerd.

Het diepere verwijt aan de marxisten is dat zij het nazisme niet moralistisch verabsoluteren, zoals in de Hollywoodversie gebruikelijk is. Zij vatten het op als functie van de strijd tussen socialisme en kapitalisme. Het nazisme is niet het ultieme kwaad, het is gewoon een laat stadium van het in crisis verkerende kapitalisme. De kapitalistische bourgeois-democratieën stellen het zo voor dat er een “goed” (bourgeois-democratisch) tegenover een “slecht” (totalitair, nazi) kapitalisme stond, maar in feite ging het om twee varianten van het kapitalisme, waarvoor alleen het socialisme een modern alternatief is. Dat kapitalisme is dan wel de vijand, maar is ook geen absoluut kwaad. Zo heeft het de verdienste om allerlei religieuze voorstellingen, erfelijke aangehorigheden en irrationele identiteiten uit de voorafgaande feodale fase ongedaan gemaakt te hebben. Anders dan in de moralistische “herinneringseducatie” aangeleerd wordt, denkt het marxisme niet in termen van goed en kwaad, en is verontwaardiging in zijn kijk op de geschiedenis misplaatst. Het kapitalisme is nu eenmaal een noodzakelijke stap in de sociaal-economische ontwikkeling, zoals vroeger de slavernij en nog vroeger het “oercommunisme” dat waren, en zoals later het socialisme dat zal zijn. Het marxisme beroept er zich op, “wetenschappelijk” te zijn, en inzake de Tweede Wereldoorlog is het alvast wetenschappelijker dan het nu gebruikelijke gemoraliseer over het “absolute kwaad”.

In dat raamwerk past de beoordeling van de periode 1939-41 als een oorlog uitgelokt door de “imperialistische oorlogsstokers”. Wat Hitler zocht waren beperkte veroveringen in het Oosten, in Tsjechië en Polen, en op termijn wellicht Europese delen van de Sovjet-Unie, gebieden die als deel van het Pruisische of Habsburgse rijk of via de Wolga-Duitsers en de eertijdse Krim-Goten als “historisch Duits” konden voorgesteld worden. Het verhaal dat Hitler “de wereld wou veroveren” is op niets dan op oorlogspropaganda gebaseerd. Het papiertje met het onzinnige Duitse plan voor een invasie van de VS via Latijns-Amerika, waarmee FD Roosevelt in het Congres zwaaide, was een vervalsing door de Britse geheime dienst. Dat iedereen deze oorlogspropaganda nog steeds gelooft, is de massapsychologische vertaling van het diplomatieke feit dat WO2 nooit met een vredesverdrag beëindigd is. In weerwil van dit wijdverbreide verhaal had Hitler niet vooraf de bedoeling om de hele wereld of zelfs maar West-Europa in te lijven.

In hetzelfde artikel schrijft Rik Van Cauwelaert aan Adolf Hitler als intentie achter het "duivelspact" toe, zijn handen vrij te hebben voor de oorlog in het Westen. Dat draait de zaken om: Hitlers hoofddoel was het Oosten, terwijl de oorlog in het Westen hem opgedrongen werd. Zonder oorlogsverklaring door de westelijke mogendheden was Vlaanderen niet in oorlog gekomen en had het geen bezetting moeten ondergaan. De ontstaansgeschiedenis van WO2 was, evengoed als die van WO1, ingewikkelder dan het kinderlijke zwart/wit-beeld uit de oorlogspropaganda en de Hollywoodversie.

 

 

Midden-Europese oorlog

De tweede wereldoorlog is niet mijn specialiteit als geschiedkundige, maar hij is in onze cultuur nu eenmaal alomtegenwoordig, en ik heb me er ook moeten in verdiepen naar aanleiding van het levensverhaal van onder meer Mahatma Gandhi (die met de Britse zaak sympathiseerde doch met het oog op een schijnbaar nakende overwinning van de As in 1942 de “Quit India”-beweging begon), Subhas Chandra Bose (collaborerend vrijheidsstrijder), Radhabinod Pal (dissident rechter in het naoorlogse Tokio-tribunaal) en Savitri Devi Mukherji (Frans Hitlerfanate en schrijfster die de oorlog in India doorbracht en voor Japan spioneerde). Verder heb ik ruime ervaring met polemieken onder geschiedkundigen, en ik meen wel de mechanismen daarvan te herkennen. Ik ben dan ook redelijk zeker van mijn zaak waar het de oorzaken van die oorlog betreft. Maar ik zou me natuurlijk kunnen vergissen, en blijf benieuwd naar gebeurlijke nazi-beleidsdocumenten van vóór 1939 die de Holocaust of de inval in de westelijke buurstaten plannen. Daarentegen maken lekenargumenten van het genre: “Jamaar, iedereen wéét toch…” op mij geen indruk. Enkele becommentarieerde reacties die ik gekregen heb, volgen hieronder.

Op de blogstek In Flanders’ Fields (http://www.inflandersfields.eu/2013/11/grammens-voor-eens-en-altijd.html), eind november 2013, merkt een zekere Johan op dat ik geschreven heb dat het Hitler alleen maar te doen was om "een plaatselijke oorlog om historisch Duitse gebieden". Hoe verklaar ik dan “dat Duitsland op 15 maart 1939 de rest van Tsjechië bezette en een dag eerder Slowakije tot de status van vazalstaat van Duitsland dwong”? Hij beroept zich daarvoor op Wikipedia, doorgaans een zeer onbetrouwbare bron maar in dit geval spreekbuis van een breed gedragen opvatting: "Met deze stap overschreed Duitsland de grenzen van zijn Groot-Duitse ruimte naar het gebied van de Lebensraum."

Uiteraard waren de ingrepen in Slovakije, Tsjechië en Polen daden van agressie. Merk op dat Hitler Slovakije niet inlijfde maar tot onafhankelijke vazalstaat maakte. Zelfs Tsjechië werd niet strikt ingelijfd maar werd een protectoraat, zoals er toen in de koloniale gebieden wel meer waren. Deze landen behoorden tot de grijze zone rond Duitsland, en bevestigen formeel dat Duitsland wel degelijk niet-Duits gebied erkende en veel minder ambitie had dan de wereldheerschappij. Ook de westelijke buurstaten zouden in de nazi-toekomstvisie wel tot de Duitse invloedssfeer behoren maar onafhankelijk blijven. Het eerste gevolg van de Brits-Franse oorlogsverklaring was echter dat de Duitse leiding haar territoriale plannen herzag.

Maar goed, de inval in Tsjechië en daarna in Polen waren zonder meer oorlogshandelingen. De aanhechting van Oostenrijk en Sudetenland werd door een meerderheid van de betrokken bevolkingen gesteund, en werd in München 1938 door de andere Europese mogendheden goedgekeurd als een verlate toepassing van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, aanvaard na de Eerste Wereldoorlog. De aanhechting van Tsjechië in maart 1939 maakte een einde aan de opluchting van “peace in our time”. Dit keer stond de bevolking de binnentrekkende Duitse troepen niét toe te juichen. Om verdere gebiedshonger van Duitsland in te perken, dreigden de westelijke mogendheden Duitsland met militaire interventie als het nog eens zou gebeuren. Bij de inval in Polen op 1 september, gedekt door het Hitler-Stalin-pact, dacht Hitler er nog net mee weg te geraken. Er heerste in zijn hoofdkwartier een zekere verslagenheid toen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk dan toch de oorlog verklaarden.

Het lijdt geen twijfel dat het in Tsjechië en Polen om oorlogshandelingen ging. Formeel werden zij ook gerechtvaardigd. De Tsjechische verovering heette door historische aanspraken gedragen te worden: Praag was zelfs de hoofdstad van het Heilige Roomse Rijk geweest. Vandaar mijn term "historisch Duitse gebieden", daar waar Oostenrijk en Sudetenland actuele "volks-Duitse gebieden" waren. (Het probleem met nationalisten is altijd dat ze die historische kaart uitrollen waarop hun land het grootste was.) Deze verovering was echter strijdig met het modernere en democratischere zelfbeschikkingsrecht der volkeren, waar Duitsland het jaar tevoren nog een beroep op had gedaan. De Poolse verovering gold als een reactie op Poolse mishandeling van de Duitse minderheid, die inderdaad plaatsvond, en op zeer betwiste beschuldigingen van Poolse agressie tegen Duits grondgebied. Hoe dan ook, dit was duidelijk agressie, dit was een oorlog die eenzijdig door Duitsland begonnen was. Maar het was geen wereldoorlog, en door het Hitler-Stalin-pact en de daarin afgesproken verdeling van Polen stuitte Duitsland nu op een nieuwe en veel moeilijker te nemen oostgrens met de Sovjet-Unie. Voorlopig was de gebiedsuitbreiding dus voltooid.

Als de westelijke mogendheden de oorlog niet verklaard hadden, dan bleef de emigratie van de Joden mogelijk, en dan had bv. het van oorsprong Poolse Madagascarplan kunnen uitgevoerd worden. Niet sympathiek, zo’n gedwongen uitwijking, maar zeker te verkiezen boven de Holocaust. In de politiek kan men al van een succes spreken als het ergste vermeden is omdat een minder kwaad bedongen kon worden. Maar door de oorlog te verklaren, blokkeerden de westelijke mogendheden die uitweg en maakten ze de Midden-Europese Joden tot gevangenen van het Duitse Rijk.  

 

 

Pacifisme  

Johan merkt nog op: “Met uw bewering dat pacifisme het juiste standpunt was in de jaren '30 ben ik het evenmin eens. Ze valt te vergelijken met de bewering dat stoppen met het vergrendelen van ramen en deuren het juiste standpunt is om diefstal te vermijden. Juist een eerder militair ingrijpen had WOII kunnen vermijden, bv. bij herbezetting van het Rijnland in 1936.”

Ik heb nooit gezegd dat “pacifisme” de oplossing was. Er bestaat een zekere “economie van het geweld”, die maakt dat soms een kleiner geweld vandaag een groter geweld morgen kan voorkomen. (Het is wel een gevaarlijk beginsel, want zo kan elke hoeveelheid geweld gerechtvaardigd worden als genoodzaakt door de dreiging van nog meer geweld.) Een hogere vorm van deze economie is de afschrikking: duidelijk maken dat je zo’n groot geweld kan ontplooien dat de ander maar liever van zijn snode plannen afziet, en dat zonder dat er één schot gelost wordt. En daar zijn de westelijke mogendheden mogelijk te kort geschoten. Het pacifisme vierde hoogtij, wat zeer begrijpelijk was voor een generatie die de zinloze loopgravenoorlog meegemaakt had. Zelfs toen nazi-Duitsland herbewapende, vond men dat men “de nazi’s niet bestreed door hen na te doen”.

Het Navo-uitgangspunt van “peace through strength” had zeker verschil gemaakt ten goede. Men had, net als Ronald Reagan in de Koude Oorlog met succes gedaan heeft, zelf een geloofwaardige militaire sterkte kunnen opbouwen om nazi-Duitsland af te schrikken. Maar in de tijd van het "gebroken geweer" deden de westerse democratieën precies het omgekeerde. De betrokken politici hadden, net als de Britse en Franse premiers in 1939, niet alle gevolgen van hun daden kunnen overzien. 

De hier aanbevolen bezetting van het Rijnland zou eens te meer een schending van de Duitse soevereiniteit geweest zijn, een herhaling van de vernedering van Versailles, precies de belangrijkste factor van het nazi-revanchisme. Het was ook geen misdaad dat Duitsland op zijn eigen grondgebied zijn soevereiniteit uitoefende, en moest dus ook niet bestraft worden. Het lijkt maar misdadig vanuit de demonisering van Duitsland die precies het gevolg is van alles wat na de oorlogsverklaring gebeurd is, vooral de Holocaust. Zo was de Kristalnacht weliswaar een misdaad, maar op die schaal gebeuren er in zo veel landen misdaden; hij wordt maar herdacht als een stapsteen naar de Holocaust juist omdat er een Holocaust op gevolgd is – en die was het gevolg van de wereldoorlog. 

 

Het is merkwaardig dat degenen die zo verontwaardigd zijn over mijn pleidooi voor een vreedzaam samenleven met nazi-Duitsland geen enkele moeite hebben met de reëel gebeurde vreedzame coëxistentie met de Sovjet-Unie. Integendeel, terwijl zij uitschruwelen hoe immoreel het wel is om het loutere bestaan van het nazi-bewind te gedogen, dulden zij in hun pleidooi wel het bestaan van de Sovjet-Unie, haar inlijving van Polen en de Baltische staten, en zelfs de samenwerking (“collaboratie”) met datzelfde “totalitaire, vrijheidsberovende” systeem. Van 1945 tot 1989 heeft er tussen het Sovjet- en het westelijk blok (rechtstreeks) een gewapende vrede bestaan, precies zoals de "lafhartige pacifisten" het wilden. Vergeleken met de hypothetische kernoorlog die anders ontbrand zou zijn, was dit waarschijnlijk wel te verkiezen. Zoals in 1939 zelfs de tijdelijke verdrukking van Tsjechië en Polen achteraf bezien misschien wel te verkiezen was boven WO2 en de Holocaust, die sommigen blijkbaar moreel superieur vinden.

Terwijl men de Holocaust had kunnen voorkomen door de vrede met nazi-Duitsland te bewaren, was er wel een oorlog nodig om Polen en Tsjechië weer aan de Duitse heerschappij te ontworstelen. Echter: deze landen zijn door de westelijke mogendheden wetens en willens aan de Sovjet-controle opgeofferd, en zouden hoe dan ook pas in 1989 hun vrijheid terugkrijgen. De oorlog is dus wel formeel om hun vrijheid begonnen, maar is objectief niet daarvoor gevoerd. In een vredesscenario had de Duitse bezetting mogelijk niet eens tot 1989 geduurd – we hebben het niet geprobeerd en weten gewoon niet welke tendens binnen het allerminst monolithische nazi-bewind het zou gehaald hebben. Evenmin weten we wat er met diplomatieke middelen voor hun vrijheid bereikt had kunnen worden. We hebben iets anders geprobeerd, de oorlog, en daarvan weten we dat hij voor Tsjechië en Polen tot een halve eeuw onvrijheid geleid heeft. We weten sedert 1989 wel dat totalitaire regimes niet het eeuwige leven hebben, en ook het nazi-bewind zou ooit wel geïmplodeerd zijn, zonder oorlog.

 

Nog over het vredesalternatief was ene Marc het met die Johan eens: “ Niemand is volkomen zonder blaam, maar dat is geen geldig argument om lafhartig 'pacifisme' te prediken wanneer men komt te staan tegenover manifest kwaad zoals het nazisme (of eender welke vorm van vrijheidsberovend totalitarisme).”

 

“Lafhartig”, “manifest kwaad”, toe maar! Waar lopen die grote woorden met dat ventje naartoe?! Ik pleit voor niets lafhartigs, enkel voor een verantwoordelijke economie van het geweld,-- en het grootste conflict aller tijden is “manifest” géén zuinige omgang met geweld.

 

Deze Marc pleit voor een militaire aanpak van “manifest kwaad zoals het nazisme (of eender welke vorm van vrijheidsberovend totalitarisme)”. Maar in dat geval had men ook de Sovjet-Unie moeten de oorlog verklaren, want die had eveneens de helft van Polen veroverd. Ze had tegen 1939 onder haar eigen bevolking honderden keren meer mensen gedood dan nazi-Duitsland, en was zeker een “vrijheidsberovend totalitarisme”. Misschien kan Marc zijn sabelslepende aanpak verantwoorden, maar dan niét de eenzijdige oorlogsverklaring aan Duitsland waarbij de Sovjet-Unie met rust gelaten werd.


 

Jodenuitroeiing


“De notie dat de Jodenuitroeing een direct gevolg was van de oorlog is pure speculatie. Zij staat direct in contradictie met het feitelijke lot van talloze minderheden die als zondebokken werden gebruikt door totalitaire regimes. Eigentijdse voorbeelden zijn de Falung Gong in communistisch China en de Bahai in theocratisch Iran. De Brits-Franse oorlogsverklaring was een direct gevolg van de Duitse inval in Polen en die verklaring was uitdrukkelijk op voorhand 'getelegrafeerd' aan het nazi-regime met Polen als een 'red line' na een serie van voorafgaande Duitse verdragsovertredingen. Het historisch revisionisme van de heer Elst, en ook van Grammens vermoed ik, is een vorm van kopindegronderij.”

 

Dat de Jodenuitroeiing evengoed plaats zou gevonden hebben zonder oorlog, zoals Marc impliceert, dát is zuiver speculatie. Er is volstrekt niets dat erop wijst, volstrekt niets. Ook niet de “demonische” aard van het Hitlerregime, want Hitler, die eind 1936 op het voorblad van Time stond als “man van het jaar”, is pas na de oorlogsverklaring echt gedemoniseerd. Daarentegen is de oorzakelijke keten van het begin van de oorlog tot, twee jaar later, het besluit van met name de SS-leiding tot lijfelijke eliminatie van de joden vrij goed bekend. Maar om een oorlog te rechtvaardigen die onbeschrijflijk veel ellende aangericht heeft, waaronder de Holocaust, moet men wel beginnen schelden en schreeuwen.

 

Noch de Falungong noch de Bahai’s zijn voorwerp van een dermate omvattend programma tot uitroeiing als de Holocaust. Maar het is een feit dat sommige regimes ook in vredestijd hun minderheden weg willen, en soms ook uitroeien. Met name Stalin, voor Marc niet zo’n “manifest kwaad” als Hitler, had in Oekraïne in 1932-33 de Holodomor georganiseerd, de hongermoord op miljoenen Oekraïners. Wikipedia spreekt van “2,7 tot 10 miljoen” doden (lemma Holodomor, Nederlands, 16 aug. 2014); 10 miljoen was ook de private schatting door Walter Duranty, correspondent van de New York Times, die de moordpartij toen geheim hield om bij Stalin in het gevlij te komen. Het is altijd leuk als quizvraag: “Wat was de grootste moordpartij in 20ste-eeuws Europa? Het begint met Holo…” Maar goed, tegen deze achtergrond, waar men in nazi-Duitsland bij uitstek van op de hoogte was, bleek het nazi-regime in vredestijd verhoudingsgewijs nog vrij humaan: wel repressie tegen opposanten, wel Jodenwetten, maar géén uitmoording. Die begon pas na en als gevolg van de oorlogsverklaring. (Er was wel het euthanasieprogramma op mentaal gehandicapten, dat al vóór de oorlog begonnen was; maar ziet, dat werd onder protest van de Duitsers, nog wel in oorlogstijd, teruggeschroefd. De nazi-dictatuur plooide dus voor de openbare mening. Daarom werd de Holocaust in het grootste geheim uitgevoerd: de SS wist dat de modale Duitser het niet zou smaken.)  

 

Marc en anderen mogen mij eender welk feit betreffende de oorlog onder de neus duwen, ik verwacht niet dat het mijn stelling zal weerleggen. Een weerlegging zou zijn: een document uit het interbellum waarin de nazi’s reeds de uitroeiing van de Joden plannen. Topgeleerden hebben het nooit kunnen vinden, ook Marc zal het niet vinden. “Kopindegronderij” schijnt te betekenen: moedwillig blind blijven voor feiten. Maar Marc heeft nog altijd geen historisch feit kunnen noemen dat met mijn stelling in strijd is. Hij moet wel oppassen met de term “revisionisme”. In België is deze term gaan betekenen: de Holocaust ontkennen –- sedert 1995 een strafbaar feit. En iemand ten onrechte van een strafbaar feit beschuldigen, is zelf óók een strafbaar feit. Verre van de Holocaust te ontkennen, komt mijn stelling juist voort uit de vraag hoe de Holocaust had kunnen voorkomen worden.


In het boek The Myth of Rescue (Routledge 1997) vraagt William Rubinstein zich hetzelfde af. Hij besluit dat de Holocaust op geen enkele manier voorkomen had kunnen worden “once the mass murder of the Jews of Europe had begun”, tenzij door de oorlog te winnen. Nee, dus. De oorlog is immers gewonnen, en de Holocaust heeft “toch” plaatsgehad. De oorlog voeren en winnen was dus niet de methode om de Holocaust te voorkomen. Wat wel gewerkt had, was de oorlog voorkomen. Dan had men alle Joden, ook uit bezet Polen, kunnen laten vertrekken. Hitler zou zich verheugd hebben, van hen verlost te zijn, en de Joden zouden betrekkelijk blij geweest zijn, weer eens het vege lijf gered te hebben. Dan had men wel met Hitler moeten verder leven, maar die had zich dan niet met het bloed van de Joden bevlekt, noch met de tientallen miljoenen oorlogsdoden, en zou dus bijlange niet zo’n spreekwoordelijk demonische figuur geworden zijn.

 

 

Bergen lijken


In mijn artikel over Mark Grammens’ huldezitting had ik Winton Churchill een “liefhebber van bergen lijken” genoemd. Dat is niet mijn gewone spraakgebruik, en in die zin wil ik mij ervoor verontschuldigen. Het wekte deze reactie van Marc: “Tenslotte, Churchill was geen 'heilige' -- wie onder ons zou dat wel zijn -- maar hem afdoen als een ‘liefhebber van bergen lijken’ is een historicus onwaardig. Het is weer een directe vorm van kopindegronderij en een weigering om de complexiteit van zijn reële dilemmas te willen onderkennen.”

 

Nou, deze “kopindegronderij” steunt zich op een aantal historische feiten die men in neutrale geschiedenisboeken terugvindt, maar die bij de Churchill-vereerders minder goed bekend zijn. Er is heus geen bombardement op Dresden voor nodig om Churchill een liefhebber van bergen lijken te noemen. Hij was nu eenmaal zeer slordig met mensenlevens, en dat is op vele andere fronten gebleken. In de Eerste Wereldoorlog joegen vele legerleiders hun mannen in groten getale een zinloze dood in, en dat is ook wat Churchill in Gallipoli deed. Nu maarschalk Ferdinand Foch door de burgemeester van Leuven als een “oorlogsmisdadiger” afgedaan (en zijn plein van naam veranderd) is, is het niet overdreven om ook Churchill aan dat soort verantwoordelijkheid te herinneren. Wie de zinloze dood van zovelen nu veroordeelt, ontkomt er niet aan dat zijn veroordeling ook Churchill treft.

 

Churchill rechtvaardigde ook het gebruik van gifgas tegen de bolsjevieken en andere “niet-beschaafde” groepen. En toen zijn geforceerde oorlogsproductie in Bengalen in 1943 tot een hongersnood leidde die uiteindelijk een drie miljoen mensen het leven zou kosten, kreeg Churchill de keuze voorgelegd om Bengalen wel of niet met graan uit Australië te bevoorraden; hij koos ervoor om deze “niet-beschaafden” te laten creperen. In India staat hij vooral bekend als een verwoed racist en kolonialist, die welbewust van de gevolgen de beslissing nam om geen graantransporten in te leggen die talloze mensenlevens hadden kunnen redden, omdat hij deze Bengali’s de moeite niet waard vond. Het is werkelijk “kopindegronderij” om deze kant van Churchill mordicus niet te willen zien.

 

 

Besluit

 

 Mijn stellingen zijn niet "controversieel" -- wel voor gelovers in de Hollywood-versie, maar niet onder ernstige historici. Dat de Holocaust niet tot het nazi-programma behoorde maar door omstandigheden na 1939 tot stand kwam, is gewoon de “functionalistische” these, intussen gemeengoed onder historici. Dat Churchill "een liefhebber van lijkenbergen was", blijkt uit niet-controversiële en niet op de nazi's betrekking hebbende feiten uit zijn loopbaan, van Gallipoli tot de Bengaalse hongersnood. Dat Duitsland vóór 1939 niet de inlijving van de westelijke buurlanden beraamde, blijkt eveneens uit alle mij bekende bronnen.

 

Maar anders dan na WO1 is na WO2 de oorlogspropaganda nooit rechtgezet en is zij integendeel in de algemene beeldvorming overgegaan. Vandaar dat de meeste mensen vaag menen te weten dat "Hitler de wereld wou veroveren" en van daar uit de daden van de wereldleiders in de jaren 30 beoordelen. Of denken dat de Holocaust van in 1933 onvermijdelijk was en de oorlogsverklaring van 1939 daaruit voortkwam.

 

In september 1939 vond een plaatselijk oorlogje plaats, dat voor Polen een kwestie van leven of dood was maar voor de rest van de wereld van beperkt belang. Tijdens zijn pogingen in 1940 om met de Britten vrede te sluiten, toonde Hitler zich zelfs bereid om de niet-Duitse gebieden te ontruimen, dus zelfs voor (een deel van) Polen was er nog hoop. In ieder geval, van dat plaatselijke oorlogje heeft de Brits-Franse oorlogsverklaring een wereldoorlog gemaakt. Die oorlog heeft tientallen miljoenen doden geëist en de Holocaust mogelijk gemaakt. Ik hoop dat zijn pleitbezorgers de nabestaanden in de ogen kunnen kijken en zeggen dat hun dode niet voor niets gestorven is.

Ze heeft ook Vlaanderen aan een aanvankelijk niet-geplande Duitse bezetting blootgesteld. Deze heeft dan weer het Belgisch koningshuis, belgicisten als Léon Degrelle en een groot deel van de Vlaamse Beweging ertoe gebracht, met de bezetter te collaboreren. Sommigen zijn daar niet voor gestraft, anderen kregen dan weer de volle laag, ook onschuldigen zoals de opgroeiende Mark Grammens. Uit al die ellende kan ik alleen besluiten dat de Tweede Wereldoorlog nog meer dan de Eerste de leuze rechtvaardigt: “Nooit meer oorlog!”   

 


 

 

 

 

 

Aanhangsel: “Aline Sax”, lezersbrief van Iny Driessen in Tertio, 10 april 2013.

“Met pijn in het hart las ik de recensie van Jooris van Hulle over het boek van Aline Sax, Voor Vlaanderen, Volk en Führer (Tertio nr. 680). Ik ben de dochter van een Oostfronter en heb me jarenlang – en nog – verdiept in hun motiveringen. Velen handelden uit winstbejag of om bijvoorbeeld een gevangenisstraf te ontlopen, om macht te krijgen, of omdat ze in de Führer en de Nieuwe Orde geloofden. Maar ik wil het tegen Sax toch opnemen voor de idealisten die er ook waren, onder wie mijn vader. Hij was in 1942 onwetend over het lot van de joden. Het erkennen van de waarheid was nauwelijks te dragen. Hij is ervoor gestraft: vijf jaar gevangenis – smerig behandeld – [en] het verlies van zijn burgerrechten, die hij op zijn knieën terugvroeg omwille van zijn kinderen. Hij zocht naar vergeving en rust, zijn leven lang. In zijn naam ben ik aan opperrabbijn Albert Guigui vergeving gaan vragen. Die heerlijke man heeft me liefdevol omhelsd en gezegd dat de liefde die mijn vader de rest van zijn leven aan zovelen betoonde, voldoende was. Nu hij er niet meer is, heeft papa eindelijk rust en vergeving gevonden, want God is barmhartiger dan Sax.”

 

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten