11 februari 2017

Julius Evola, Profeet van het Blok ?

  PDF Print E-mail
       
(Trends, 18-05-1995) 
(editoriaal voorwoord: )
Julius Evola, de Italiaanse radikaal-rechtse denker en voorman, zou de inspirator zijn van het Vlaams Blok met zijn — terecht — gewraakte vreemdelingenprogramma.

(artikel: )
Vooreerst: wie is wie? Julius Evola werd in 1898 geboren uit een adellijke Siciliaanse familie. Tijdens de opgang van Benito Mussolini en diens Nationale Fascistische Partij was hij niet op het politieke maar op het artistieke front bedrijvig, als dadaïstisch dichter en schilder.

Pas in 1927 benaderde hij een fascistisch blad om er enkele artikels te publiceren. Hij viel er dra weer uit de gratie wegens zijn fel antikristelijk essay Heidens imperialisme (we geven de boektitels hier in het Nederlands, hoewel er meestal alleen Franse vertalingen uitgegeven zijn), dat niet paste in de toenaderingspolitiek van het regime met de Kerk. In 1930 startte hij het tijdschrift La Torre, dat te onafhankelijk bleek voor het regime. Het derde nummer werd verboden wegens zijn kritiek op de natalistische regeringspolitiek (Evola verkoos kwaliteit boven kwantiteit), en na tien nummers werd het tijdschrift opgedoekt omdat alle drukkerijen op bevel van hogerhand hun medewerking weigerden.

Evola definieerde zich niet als fascist maar als "integraal traditionalist". Centraal stond de idee van de "primordiale traditie", die alle echte kulturen doordesemde, en die ook op maatschappelijk vlak een welbepaalde, sakrale orde inhield. De heersersplaats kwam niet toe aan de geldmachten maar aan een kaste van krijgers, gemodelleerd naar het middeleeuwse ridderideaal of het Japanse samoerai-type. Dit hoogdravende ideaal zag hij absoluut niet verwezenlijkt in de regimes van Mussolini en Hitler, die hij tot eigen schade bemand zag door zeer middelmatige en conformistische figuren.


RACISME.

Na bemiddeling van enkele sympatizanten binnen het regime kon Evola weer in enkele fascistische bladen publiceren, maar invloed op het beleid zou hij nooit krijgen. Hij liet zich in 1937 wel flink opmerken met zijn boek De mythe van het bloed, een overzicht van de rassenteorieën van Plato tot Alfred Rosenberg. Het fascisme was in oorsprong niet racistisch, maar na het verbond met nazi-Duitsland in 1936 deden de Italianen hun best om de Duitsers bij te benen. Hij verzorgde ook een Italiaanse uitgave van de antisemitische vervalsing Protokollen van de wijzen van Zion. In het voorwoord erkende hij dat de autenticiteit van dit werk problematisch was, maar hij suggereerde dat de destruktieve kontrolestrategieën die het werk aan het wereldjodendom toeschreef, toch wel klopten met de vastgestelde afbrokkeling van de traditionele samenleving sedert de 18de eeuw, ook al ging het dan niet om een in een achterkamertje bekokstoofd komplot. Evola kreeg erkenning vanwege de Duce in 1941 met zijn boek Syntese van de rassenleer: eindelijk een subtieler, spiritueler, echt Italiaans antwoord op het Duitse, louter biologische, kwasi-wetenschappelijke en typisch moderne racisme! Zo poneerde hij naast een lichamelijke ook een geestelijke erfelijkheid, en hij verwierp het volledig genetisch determinisme vanuit zijn geloof in de individuele wilskracht.

Intussen had Evola kontakten gelegd in nazi-Duitsland. Daar werd zijn boek Revolte tegen de moderne wereld (1934), de systematische uiteenzetting van zijn traditionalistische visie, meteen een laaiend sukses. Hoewel hij de nazi's soms scherp bekritizeerde, bleef hij altijd een graag gezien medewerker bij de "wetenschappelijke" afdeling van de SS, in wier opdracht hij, zelfs tijdens de oorlog, onderzoek deed naar allerlei esoterische onderwerpen : alchemie, rituelen, Tempeliers, Graallegende, Vrijmetselarij.

Het was tijdens zo'n onderzoek dat hij in 1945 in Wenen bij een bombardement zwaar gewond werd aan de ruggegraat. Hij zou verlamd blijven aan de onderste ledematen en tot zijn dood in 1974 op een appartement in Rome wonen. Van daar uit zou hij nog merkwaardige filosofische studies schrijven, zoals De tijger berijden en Metafysika van de seksualiteit. De neofascistische partij Movimento Sociale Italiano (MSI) bleef hem tot aan haar opheffing in 1994 als denkmeester beschouwen, ondermeer om zijn boek De mensen temidden van de ruïnes, een herformulering van zijn antimoderne visie na de vernedering van Europa door de dragers bij uitstek van de moderniteit, de VS en de USSR.

Evola 's belangrijkste bijdrage tot een goed begrip van het fascisme is zijn evaluatie post factum, Het fascisme gezien vanuit rechts standpunt. Daarin valt hij de volgende elementen van het fascisme aan als zijnde antitraditioneel : het jakobijns nationalisme dat het standenonderscheid binnen de natie minimalizeert, het totalitarisme, het laïcisme dat een onnodige tegenstelling tussen het sakrale en het politieke kreëert, het socialisme, de persoonlijkheidskultus (men eert niet de koning maar het koningschap), en de natalistische kultus van het aantal. Het fascisme was een typisch moderne antiliberale stroming, terwijl Evola zich bekende tot een premodern antiliberalisme, aansluitend op het ancien régime, toen een transnationale adel Europa beheerste zonder oog voor nationale identiteit noch voor de inbreng van de massa's.

Wie vandaag ietwat respektabel met Evola wil uitpakken, zet graag dik in de verf dat zijn held in konflikt kwam met het officiële fascisme en nazisme. Bekijkt men zijn dissidentie van naderbij, dan moet men toegeven dat ze hem nauwelijks salonfähiger maakt. Spijts nuanceverschillen was Evola evenzeer racist, antisemiet en antidemokraat ; wie toch met Evola wil dwepen, gelieve die duidelijke stellingnamen niet weg te moffelen en er zich ondubbelzinnig over uit te spreken.



EVOLA IS DOOD.

Julius Evola is volgens bepaalde auteurs de inspiratiebron van de geheime agenda van het Vlaams Blok. De VB-mandataris die in dat verband het meest genoemd wordt, Roeland Raes, blijkt echter slechts enkele van de talrijke werken van Evola gelezen te hebben, en niet eens met onverdeelde goedkeuring.

Telefonisch verklaarde hij aan Trends : "Wat mij bij Evola wel aanspreekt, is zijn idee van een oeroude traditie met blijvende waarde, en zijn Europese gedachte. Zijn afwijzing van de demokratie en de partijpolitiek, ja, daar kunnen we hem als demokratische politieke partij natuurlijk niet in volgen. Ook zijn aristokratisch zgn. horizontaal racisme, het idee dat de elites van alle volkeren meer met elkaar gemeen hebben dan met de lagere klassen van hun eigen volk, dat staat haaks op ons volksnationalisme. Ik voel mij meer betrokken bij mijn volksgenoten van eender welke klasse, dan bij vreemdelingen. Voor Evola 's aristokratische doelstellingen heeft partijpolitiek engagement natuurlijk niet veel nut, maar wij ondervinden dat onze partijwerking voor de belangen van het hele Vlaamse volk wel degelijk verschil maakt. "

Er heeft ooit een Belgische Evola -kring bestaan, het Centro Studi Evoliani, met als voornaamste denker aan Vlaamse kant Frank Govaerts (die inmiddels door een migrant vermoord werd). Deze kring publiceerde in 1982 de enige Nederlandse vertaling van een fundamenteel werk van Evola , met voorwoord van Roeland Raes : Oriëntaties, een in 1950 geschreven, weinig konkrete brochure over de opties voor een nieuwe antimoderne beweging. Daarin roept Evola de nieuwe generatie op, radikaal te zijn en zich niet in het web van de burgerlijke politiek te laten vangen, "niet te bezwijken onder de verlokkingen van het valse politiek realisme, eigen aan elke partij".

Onder de overlevenden van de werkgroep blijkt inderdaad een erg Evoliaanse minachting voor partijpolitiek te bestaan, en in het biezonder voor het VB. Een Evola -kenner die om beroepsredenen zijn naam niet in de krant wil, legt ons uit : "Tussen het intellektueel niveau van het VB en de visie en eruditie van een Evola is uiteraard al geen vergelijking mogelijk. Aan het VB een traditionalistische inspiratie toeschrijven is, vrees ik, een schromelijke overschatting van de leeskultuur der VB'ers. Maar het is vooral in politieke oriëntatie dat het VB volledig afwijkt van de Evola -lijn. Wie aan de partijpolitiek meedoet, wie naar de stemmen van de massa dingt, die geeft zich al gewonnen aan het huidige liberaal-demokratische bestel. Evola geloofde in metapolitieke aktie, het scheppen van een geestelijk klimaat, waarna de strukturen vanzelf wel zullen veranderen. "

Als men vandaag Evola leest, vindt men vóór zich niet een VB-programma avant-la-lettre, maar stelt men integendeel vast dat er een wereld van verschil ligt tussen de jaren '30 en de jaren '90. Evola beleed één van de vele rassenteorieën die toen floreerden op de ondergrond van een vaag-racistische consensus, en deze werd vóór de dekolonizatie ook gedeeld door o.m. de demokratische koloniale mogendheden, door Karl Marx, en zelfs in de jaren '50 nog door onze latere anti-apartheidsaktivist Aster Berkhof. Omdat die racistische consensus is weggevallen, kan men (zoals de Nederlandse politoloog van Pools-joodse afkomst Michel Korzec al meermalen betoogd heeft in zijn column in Elseviers), veilig voorspellen dat de terugkeer van een politiek gevaarlijke rassenleer gewoon niet aan de orde is.

Ook tegenover de demokratie is de situatie grondig veranderd. Toen bestond er in sommige landen nog een aristokratie die zich scherp van de burgerij onderscheidde en haar pre-moderne en antidemokratische identiteit kultiveerde, b.v. de Pruisische Junkers, of Evola zelf. Toen was het onder intellektuelen nog gemeengoed, de prille politieke emancipatie van de volksklassen af te doen als een "opstand der horden". De politieke schandalen dienden toen als bevestiging van een bestaand en doordacht misprijzen voor de demokratie zelf, vandaag alleen om binnen het demokratisch bestel bepaalde personen te wraken. Het moeizame begin van jonge demokratieën in b.v. de ex-Sovjet-Unie toont aan dat er voor een veerkrachtige demokratie minstens één generatie praktijkervaring nodig is ; maar het Westen heeft die weg inmiddels afgelegd, en de demokratie heeft hier stevig wortel geschoten. Julius Evola is werkelijk dood.



kader:

KULTURELE SLACHTOFFERS.

In Antwerpen is de swastika terug : zoek hem in het familieschrijn thuis bij Indiase diamantairs die tot de jain-religie behoren. Ook in boeddhatempels van Tibet tot Californië tiert dit rode of gouden zonnesymbool welig, vaak in het gezelschap van een aardesymbool : de sri yantra of zespuntige ster. Terecht negeren Aziaten het feit dat bepaalde westerlingen hun swastika ontleend, verkeerd begrepen, zwart gemaakt en besmeurd hebben. De swastika (Sanskrit : "voorspoed-teken") zal steeds vaker en openlijker in ons multikultureel straatbeeld verschijnen, met hetzelfde recht als het kruis of de wassende maan.

De bijlbundel of fasces (die het Zwitserse kanton Sankt Gallen nog steeds in zijn vlag voert) was een symbool van de vrijheidslievende Romeinse republiek, en heeft niets met het Leidersprincipe te maken, net zo min als de olympische groet, het runenschrift of het Keltisch kruis. Wodan was geen antisemiet. Het woord Arisch heeft in zijn Sanskrit grondvorm niets met ras te maken, doch betekent "beschaafd" of "edel", b.v. in de zachtmoedige "vier edele waarheden" van het boeddhisme. Nazisme en fascisme hebben tal van onschuldige termen en symbolen uit andere tijdperken en kulturen (tot en met de vruchtbaarheid, de viriele kracht, de natuur) belast met hun obsessies, dus met aanslepende en ongerechtvaardigde negatieve associaties.

Julius Evola neemt in dat proces een ambigue positie in. Hij was een criticus van allerlei beunhazerijen die bij teosofen en okkultisten opgeld maakten, maar toch projekteerde ook hij modieuze westerse ideeën op vreemd kultuurgoed. Zo beschrijft hij het taoïsme als een "initiatieke" weg (cfr. de Vrijmetselarij). Van het Indiase kastestelsel beweert hij, met de martiale obsessie die zo typisch is voor het interbellum, dat de krijgerskaste er boven de priesterkaste staat, en dat het hele systeem op een soort raciale apartheid gebaseerd is ; de reïnkarnatieleer is dan een bedenksel van de "vóór-Arische" bevolkingsgroepen. Hij negeert het demokratische element in vele traditionele samenlevingen : de Afrikaanse palaver, de Germaanse landdag. Het is geen goede zaak dat men in bepaalde rechtse kringen vreemde kulturen nog steeds niet eerstehands bestudeert, maar alleen via de verouderde en verre van neutrale Evola-bril.

Labels: , , ,

Read more...

8 februari 2017

Wegkijken leidt tot censuur


Wegkijken leidt tot censuur

(Doorbraak, 30 Jan. 2017)


Vrije meningsuiting

Peter De Roover volhardt in zijn oproep om de vrije meningsuiting ten gunste van de radicale islam aan banden te leggen. Het algemene antwoord daarop luidt: verderfelijke meningen bestrijd je in normale omstandigheden met tegengestelde en beter beargumenteerde meningsuitingen. Op dat punt is er geen onderscheid tussen racistische, negationistische, links-revolutionaire en radicaal-Islamitische meningen. Of wel?

Linkse meningsuiters zijn bij ons nooit verontrust geweest. Zogenaamd racistische en negationistische meningen zijn wel gemuilkorfd, trouwens met goedkeuring van al de partijen die nu de N-VA-er de mantel uitvegen. Om de inderdaad wenselijke gelijkheid tussen al die extremen te herstellen, is er één democratische weg: allemaal gelijkelijk toelaten. Als Joachim Pohlmann het vreemd vindt dat de “haat”-emo van Miss België strafbaar is en islamitische haatoproepen niet, dan is de democratische oplossing, ervoor te zorgen dat ook de meningsuitingen van Miss België toegelaten worden (en dat haar vervolger, het antiracismecentrum UNIA, opgedoekt wordt).

Vrije meningsuiting is inderdaad grondleggend en onmisbaar voor de democratie: vooraleer het volk een beslissing neemt, moet het van alle relevante informatie en standpunten kunnen kennis nemen. Het alternatief is een oligarchie waarin de bovenlaag vrij toegang heeft tot informatie die zij aan de onderlaag ontzegt. Je bent ofwel voor de vrije meningsuiting ofwel tegen de democratie.



Tegen de democratie

Nu, dat laatste is geen doodzonde: sedert Plato heeft er altijd beredeneerde en uitgesproken kritiek op de democratie bestaan. In de late 20ste eeuw gold daar echter een taboe op, met verwijzing naar de gevolgen van de wijdverspreide democratiekritiek in het interbellum. Maar nu worden de teugels gevierd en hoort men de aloude argumenten tegen de democratie opnieuw luidop. Tot en met de paus, hoofd van een theocratische organisatie (zelfs de besluitvorming bij stemming in concilie wordt door de Heilige Geest gestuurd), heeft bij Donald Trumps verkiezing gewaarschuwd dat Adolf Hitler ook democratisch verkozen was. Ja, de democratie is een gevaar voor de democratie…

Anti-democratische standpunten zijn dus in de mode. Een ander symptoom van deze neerwaartse trend is de openlijke demonisering van de democratie als zijnde “populisme”. Het summum van populisme is dan de directe democratie: cut out the middle-man, geef inzake de grote beleidslijnen gevolg aan de mening van het volk in rauwe gedaante zonder dat die door een elite van parlementairen naar het eenheidsdenken toe gestroomlijnd is.

Despotisch gezinden gaan soms specifiëren dat zij tegen “directe” democratie zijn, zoals tegen de vele EU-referenda die een voor de eurocraten negatieve uitslag opgeleverd hebben. Maar het blijven dezelfde aloude argumenten pro despotisme: “Het volk kent er niet genoeg van”, “het volk raadplegen is inefficiënt”, “het volk reageert te gevoelsmatig”. De N-VA is tegen directe democratie en leverde, nog als kleine partij, de beslissende stem om een Vlaams referendum over de EU-grondwet te verhinderen. (De andere Volksuniesplinter, Spirit, zorgde daar op federaal niveau voor. De Vlaamse Beweging moet er niet fier op zijn.)



Islam

Maar moeten we islamitische haatpredikanten dan zomaar vrij laten om hun vergif te spuien, vaak met noodlottige gevolgen? Hun woord kan de kantelfactor zijn die iemand naar Syrië doet vertrekken om er te moorden en te sneuvelen; of die iemand zijn wagen op een mensenmassa doet inrijden. Het is op zich een uiting van verantwoordelijkheidszin als men hun invloed wil beteugelen.

Vooraleer we hier tot een steekvlamwet besluiten om hen de mond te snoeren, moeten we begrijpen waarom zij zulke paniekmaatregel zouden rechtvaardigen. Waarom heeft hun advies zo veel impact?
Het antwoord is helaas maar al te eenvoudig: hun woord heeft gezag omdat zij namens de islam spreken. Slechts zeer weinig onevenwichtigen zullen tot een misdaad overgaan gewoon omdat iemand hun zegt dat die daad wenselijk of zelfs een plicht is. Anders wordt het wanneer een voorganger in de jou door je liefhebbende ouders ingelepelde religie je inprent dat die misdaad God welgevallig is. En dat de haat die hij predikt, niets anders dan een daad van vroomheid is.

In deze tekst wil ik niet meer doen dan het werkelijke probleem aanduiden waarvan de haatpredikingen waarover De Roover zich zorgen maakt, slechts een uiting zijn, namelijk de islam. Wat er dan wel aan dat probleem gedaan moet worden, is inderdaad een delicaat en rechtskundig ingewikkeld vraagstuk, zoals Paul Cliteur tijdens zijn recent debat met Wim Van Rooy in de Amsterdamse Balie toegaf. Maar een muilkorfwet is alvast niet de oplossing. Hij zal trouwens contraproductief blijken en tot allerlei geuzengedrag aanleiding geven, zodat de haatpredikers en hun steunbasis nog eens het slachtoffer kunnen uithangen en sympathie vergaren. Genre Madeleine Albright (met vele duizenden Iraakse moslimdoden op haar geweten) die zich “uit solidariteit” als moslim laat registreren.   



Conclusie
Het is toe te juichen dat Peter De Roover het islamprobleem ernstig genoeg neemt om voor één bepaald aspect ervan een bijzondere wet te willen maken. Stoppen met wegkijken is op zich al een politieke revolutie, ook in de N-VA, en wel een broodnodige.

De specifieke maatregel die hij voorstelt, is echter een minder gelukkige. Hij offert een wezenlijke verworvenheid van onze rechtsstaat, namelijk de onbelemmerd vrije uiting van alle meningen, op om daarmee een beperkt en tijdelijk probleem hopelijk uit de wereld te helpen. Bovendien bestrijdt hij daarmee slechts een symptoom van het hele islamprobleem, dat bij het opduiken van zulke wettelijke hindernis heus wel andere wegen kent om zijn machtsstreven kracht bij te zetten. De islam zelf veroorzaakt op allerlei manieren en in heel uiteenlopende landen al veertien eeuwen ellende, en dat wetje in ons landje tegen een terloops uitinkje ervan zal die ellende niet beëindigen: le ventre est encore fécond, d’où a surgi la bête immonde.

.Als men dat immense islamprobleem recht in de ogen kijkt en ophoudt met smoesjes over een “echte, verdraagzame islam”, een “euro-islam”, of zelfs “méér islam als oplossing voor het radicalisme”, doen hoeft men zijn toevlucht niet te nemen tot schadelijke en vruchteloze maatregelen. Dan heeft men geen censuur nodig op het aanleren van een wettelijk toegestane en gesubsidieerde religie.

Labels: , , ,

Read more...

5 januari 2017

Aanmerkingen bij Trump

De wereld is in shock sinds de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Bij nader toezien gaat dat natuurlijk vooral om een groot deel van wie zich als wereldburger beschouwt. Voortgaande op wat zo al gezegd en geschreven wordt, barst op 21 januari (een nieuwe Amerikaanse president legt de ambtseed altijd af op 20 januari) de hel los, de duivels worden ontbonden, de concentratiekampen ingericht. Of minstens toch worden tienduizenden rechters, leraars, ambtenaren en militairen ontslagen en honderden of duizenden van hen gearresteerd. Zoals vaker in de geschiedenis speelt dat scenario zich echter niet af in het land waartegen zovele poco’s (naar ik lees gebruiken Vlaams-nationalisten dat woord steevast voor politiek correcten, dus zal ik het nu ook maar eens gebruiken) fulmineren, maar in een land waarmee we al jaren vele zoetere broodjes bakken, niet in de VS maar in kandidaat-EU-lidstaat Turkije. En de nucleaire fall-out van die Turkse dictatuur kankert intussen wel degelijk in onze samenleving. Het wordt dus uitkijken naar dat leger spionnen van de Republikeinen die vanaf einde januari allen die aan de kant van de Democraten stonden - dus zowel het hele establishment van politiek, media en middenveld - als terroristen zullen brandmerken en bedreigen. Voor het zover is, misschien toch enkele overwegingen bij de Amerikaanse politiek.

Vooreerst een opmerking over het kiessysteem. Clinton behaalde meer stemmen, vooral door de duidelijke meerderheid die ze haalde in de grootste staat Californië, maar het komt erop aan de meerderheid van de kiesmannen te verzamelen, die aangeduid worden volgens de meerderheid in elke staat (of soms per kiesdistrict binnen die staat). In een land dat zeer gejuridiseerd is, en waar nipte verkiezingsresultaten riskeren bij de rechter te belanden, zou het andere systeem tot enorme problemen leiden: nu kan men bij argumenten van fraude de hertelling beperken tot staten waar er zich een probleem zou hebben voorgedaan (die hertelling heeft in enkele staten plaatsgevonden en niets veranderd), in het andere geval zou de hertelling noodzakelijkerwijze in alle 50  staten (plus DC) moeten gebeuren. Ook zegt het totaal aantal stemmen in dit systeem niets over het totale aantal in een ander systeem: in staten waar men ervan uitgaat dat de meerderheid niet kan verschuiven, gaan zeer vele mensen immers niet stemmen, en dat is ook perfect rationeel. 

Vervolgens kan het nuttig zijn te weten wat een president in de Verenigde Staten kan en wat niet. De meeste mensen weten wellicht dat een president zijn veto kan stellen tegen beslissingen van het Amerikaanse parlement (zij het zeker niet altijd). Mag ik er omgekeerd aan herinneren dat de president omgekeerd geen wetten kan maken, al hebben presidenten wel geprobeerd om het parlement te omzeilen door middel van executive orders (Franklin Roosevelt was daarin de onbetwiste kampioen). Meer dan scheiding der machten kent de Amerikaanse grondwet een systeem van checks and balances, tegengewicht en dus samenwerking tussen van elkaar onafhankelijke instellingen. Parlement en president zijn er veel onafhankelijker van elkaar dan parlement en regering bij ons. Zeer belangrijk is wel dat het de president is die de federale rechters voordraagt, waaronder die van het Hooggerechtshof dat in zovele zaken in Amerika het laatste woord heeft. Over de graad van wereldvreemdheid van die rechters kan men van mening verschillen, maar hun macht is enorm. Toen een journalist bij ons vier jaar geleden na lang zoeken geen interviewpartner vond die ervoor wou komen zijn op de Republikeinen te willen stemmen (Romney was toen de Republikeinse presidentskandidaat) en uiteindelijk bij mij uitkwam, kon de man er maar niet van over dat volgens mij de hoofdreden om voor de ene of de andere kandidaat te stemmen moest liggen in het antwoord op de vraag wat voor soort rechters die zou benoemen. Wel, ook in 2016 was dit zowat de grootste inzet van de verkiezingen. Door het overlijden van de conservatieve opperrechter Antonin Scalia zijn er slechts 3 conservatieve rechters meer en 4 linksliberale, naast de middenmoter Anthony Kennedy. Een democratisch president had daardoor de macht voor decennia in handen van activistische linksliberale rechters kunnen leggen. De overwinning van Trump zal daar wellicht het evenwicht kunnen herstellen. Wat dat kan betekenen, leest U wel eens in een ander stukje van mij !
Read more...

21 december 2016

Abicht over de Bijbel



Ook op zijn tachtigste blijft Ludo Abicht maar schrijven. Het boek De Bijbel. Een vrij zinnige lezing wil geen vlotte samenvatting van de Bijbel zijn voor de hedendaagse lezer die in enkele hapklare brokken het Bijbelvormige gat in zijn cultuur wil vullen. Wel wil het hem via minder bekende feiten terugwerpen op een lezing van de Bijbel zelf.

Met steun van de recentste Bijbelse archeologie verwerpt Abicht de historiciteit van Abrahams tocht uit Oer, Mozes’ uittocht uit Egypte, en het roemrijke koninkrijk van David en Salomo. De Schrift reikt slechts terug tot rond -700, met twee staten in Palestina: het multiculturele Israël versus het fundamentalistische Juda. Er is geen aanwijzing dat zij ooit één staat vormden.

De Bijbel behoort tot de wereldliteratuur omdat hij zo’n grootschalige invloed gehad heeft en zijn beeldspraak tot de dagelijkse cultuur is gaan behoren; en omdat talloze schrijvers er hun schrijfarbeid in gestoken hebben. Maar niet, aldus Abicht, omdat het Gods Woord zou zijn.



Doorgeefluik

De auteur prijst de Bijbel: “Hij is tegelijkertijd een van de bronnen van onze universele ethiek. (…) Hier werd voor de eerste keer in de westerse geschiedenis een grote nadruk gelegd op de rechten van het individu en de sociale rechtvaardigheid”. (p.42)

Precisering: de Verlichtingsdenkers met hun mensenrechten waren, zelfs al hadden ze het geloof verlaten, nu eenmaal in het Bijbelse kader doorkneed.  Maar dat betekent niet dat die mensenrechten uit de Bijbel voortkwamen en er zonder de Bijbel niet zouden geweest zijn. Het monotheïsme is inderdaad op de Bijbel gebaseerd (hoewel, wat was daarin dan weer de rol van farao Achnatons monotheïsme?), de rest niet.

Meteen geeft hij zelf aan dat juist de sympathiekste trekken van het oudste godsbeeld in de Bijbel al eerder betuigd waren in de teksten gevonden te Oegarit (Syrië, tot -1400). De oppergod El Elyon “kan beïnvloed worden door andere goden, maar ook door de gelovigen. Dit portret lijkt heel erg op het beeld van God in de eerste boeken van de Bijbel (…) waarin de patriarchen met God onderhandelen.” (p.48)

In de Tien Geboden zijn alleen de eerste twee origineel: zij formuleren een nieuwe theologie. De rest bevat klassieke zedenleer en werd toegevoegd juist om de eerste twee in een gezaghebbend kader te plaatsen. Waarden als de naastenliefde werden al geformuleerd in oudere teksten, die (mede door toedoen van de Bijbel) in de vergetelheid gedrongen waren: “Zo bevat het Egyptische Dodenboek [rond -1400] onder meer de volgende bepalingen: ‘Ik heb mijn plaatselijke God niet vervloekt… Ik heb een god bij zijn processie niet in de weg gelopen… Ik heb niet gestolen… Ik heb geen mannen gedood… Ik ben niet hebzuchtig geweest…’” (p.106) De waardigheid van het individu spoort Abicht terug tot het hellenisme, met het christendom als doorgeefluik. (p.197)

Abicht ziet het monotheïsme niet explosief ten tonele verschijnen, bv. in psalm 89 zit God net als in Oegarit een raad van goden voor, en “prijst de kring van hemelingen de Heer om zijn trouw”. Een van die oude goden was trouwens Sjalem, aan wie de stad Jeruzalem gewijd was (niet aan de vrede/sjaloom). Zelfs de verrijzenis, namelijk van El’s zoon Ba’al, vinden we in Oegarit terug. (p.51)


Verkrachting

Terecht ziet hij in het Gouden Kalf geen symbool van materialisme: het bestond juist uit geschonken juwelen. (p.109) Hij ontdekt veel goeds in de boeken Job en Prediker, die hij uitvoerig ontleedt, en in het Hooglied, dat hij pas in de -3de eeuw situeert, met Griekse en Perzische invloeden; niks geen Salomo. (p.170)

Op fouten laat hij zich niet betrappen, behalve één loeier: de “verkrachting van Dina”. (p.91) Deze frequente bewering van gelovigen voegt laster toe aan moord. Zoals de tekst zelf zegt, hadden Dina en Sjechem voorhuwelijkse betrekkingen. Hij deed vervolgens het eerbare ding door haar hand te vragen, en haar vader stemde toe. Omwille van haar bekeerde hij zich en lieten alle Sjechemieten zich besnijden,-- waarop Dina’s broers hen kwamen doden. Niet omdat Dina verkracht zou zijn, maar omdat ze met een vreemdeling ging trouwen, is de stam van haar bruidegom uitgemoord. (Om dezelfde reden had Jakob aan Esau, met diens Hethitische vrouwen, de erfopvolging ontfutseld.)

Op deze genocide volgden er nog: op de Kanaänieten en Amalekieten, door God verordend. Dat geweld wordt volgens Abicht wel wat verzoet doordat het onhistorisch is: er was nooit een gewelddadige landname van Kanaän, de Jahweh-getrouwen waren een deel van de inheemse bevolking. Hier bevestigt hij zijn joodslievend maar niet zionistisch palmares.

Over het Nieuwe Testament is Abicht kort, en als vrijzinnige erg voorspelbaar: Grieks qua vorm, joods qua inhoud (“messias”, “verbond”, eindtijdverwachting), met het fictieve verrijzenisverhaal als middel voor de apostelen om de dood van hun Heiland te verwerken. Echte gelovigen zullen dit boek allicht mijden.





Ludo Abicht: De Bijbel. Een vrij zinnige lezing, Vrijdag, Antwerpen 2016, pp., €, ISBN .

Labels: , , , , ,

Read more...

11 augustus 2016

In welke zin de islam wel degelijk het probleem is


 
(Doorbraak, 11 aug. 2016)

 

Het onderstaande artikel is een zeer kort antwoord op het jongste islam-artikel van Sacha Vliegen, mooi opgesomd in zijn titelbewering dat “de islam het probleem niet is”. Maar het had evengoed een reactie kunnen zijn op één van de vele stukken die daarover dag na dag in De Volkskrant en de NRC, of De Standaard en De Morgen, verschijnen. Allemaal gaan zij uit van diezelfde basiszekerheid: de islam is het probleem niet, als het al niet de oplossing is. Terwijl in werkelijkheid de islam al veertien eeuwen een probleem is, zij het dat het nu voor ons acuter is kunnen worden door de verschijning van, inderdaad, een ander probleem.

Besluiten dat iets “het probleem niet is”, zou kunnen nadat je het onderzocht hebt, ook het beweerd problematische ervan, en dan na afweging ingezien hebt dat die verdenking niet vol te houden is. Aangaande de islam wordt het echter gezegd zonder enige kennis van zaken, vooraf, juist om het debat daarover de pas af te snijden, en dan het merendeel van je tekst te vullen met pedanterie over punten en komma’s, of met niets terzake doend sociologenjargon, om tenslotte wonderwel te concluderen dat “daaruit” de onschuld van de islam “blijkt”. Het is alles bijeen een erg hoogmoedige bedoening: islamkritiek wegwuiven als beneden je niveau, terwijl je in werkelijkheid nog nooit zelf tot op dat niveau geraakt bent.

Ik daag al wie het islamprobleem ontkent of wegwuift, uit tot een tegensprekelijk debat daarover. Tot nu toe heeft geen enkele pleitbezorger van noch schouderophaler voor de islam die test doorstaan.

 

Egocentrisme

Stel, je bezoekt in het ziekenhuis je oude vader die daar aan zijn bed gekluisterd ligt en door het venster alleen een streepje blauwe hemel kan zien. Jij daarentegen kan door het venster de hele omgeving overschouwen. Hij vraagt jou om de boom daar aan de overkant van de straat te beschrijven: of hij al in bloei staat? Dat beloof jij te doen. En je begint met het venster te beschrijven waardoorheen de boom te zien is: het is van hout, gevernist, met zilverkleurige klink. Jamaar, zegt hij, beschrijf nu toch eens die boom! En jij kijkt in de aangewezen richting, maar nu begin je je bril te beschrijven waardoorheen jij de boom kan zien: een hip model, zwart montuur, enzovoort.

Irritant, niet? Wel, dat is hoe de verenigde islam-afschermers het islamdebat voeren. Er mag gezegd worden wat er wil, het mag over eender wat gaan, zolang het maar niet de islam betreft. Bij voorkeur gaat het over iets veel nabijers, zoals het kolonialisme, duizend jaar jonger dan de islam; of de discriminatie door die lelijke autochtonen, duizenden kilometers van Mekka; of het Amerikaans imperialisme, of de zionistische entiteit. De Ander, nochtans de heilige van het postmoderne wereldbeeld, mag wel in abstracto bezongen worden, maar mag in concreto niet echt Anders zijn; ons eigen waardenkader moet in het centrum blijven, niet alleen van onze maar zelfs ook (zo maken wij ons wijs) van hun wereld.

Geen boom daar in die oninteressante verte, je eigen lens is het ware middelpunt van het progressieve wereldbeeld.  Bijvoorbeeld: de bewering van de goedmensen dat moslims arm zijn en alleen daarom geweld plegen, is niet alleen fout wat de beweegreden voor het geweld betreft (ze stelt eigenlijk arm gelijk met gewelddadig, foei!), maar het verraadt ook een hopeloos eurocentrisme. In sommige moslimwijken van onze grootsteden zou je een indruk van armoede kunnen opdoen, maar wie wat verder kijkt, tot in de Saoedische paleizen, zal de islam zeker niet met armoede vereenzelvigen. Onze progressieven zijn dorpers, provinciaaltjes die onder hun klokkentoren willen blijven en de wereld in dorperstermen trachten te begrijpen. Zij noemen zich wel kosmopolieten, alsof zij hun dorpje op de bonte wereld willen doen lijken; maar eigenlijk projecteren zij alleen hun eigen kneuterigheid op de wereld.

 

Islam en agency

Wie moslims ernstig neemt, zoals wij islamcritici doen, erkent dat zij zelf agency hebben, dat zij zelf een eigen overtuiging hebben die niet tot westerse of andere uitwendige factoren te herleiden valt, en dat zij van daaruit kunnen handelen. De islam heeft van in het begin zelf aanvalsoorlogen gevoerd die niet de schuld waren van de ongelovigen, de joden of de nog niet bestaande kruisvaarders. Wat je verder aan de islam ook mag miszien, hij heeft zeker wel het vermogen om zelf iets op touw te zetten.

Daartegenover heb je dan de islamvrienden met hun talrijke vormen van verkettering van islamkritiek. Hun argumenten zijn van twee soorten. Enerzijds zijn er de aperte leugens, bijvoorbeeld dat Mohammed de eerste feminist en slavenbevrijder was, of dat alle religies even erg zijn, of dat al-Andaloes een voorbeeldige multiculturele staat was, of (zegt de paus: ) dat de djihaadstrijders “het maar voor het geld doen” en “de islam ook de liefde predikt”. Die leugens gaan we hier niet met een bespreking vereren. Anderzijds zijn er de talrijke verstrooiingstactieken, waarbij leugens over de islam vermeden worden door over andere zaken te beginnen, vaak waarheidsgetrouw, en vervolgens te doen alsof zij iets over de islam impliceren.

Meestal hebben die verstrooiingstactieken de vorm van het bij theologen bekende motto: “Er staat niet wat er staat.” Je ziet wel de islam, de terroristen roepen wel hoorbaar Allahoe Akbar, maar “in werkelijkheid” zit er iets anders achter. Je liegende ogen bedriegen je: het lijkt bijvoorbeeld zo evident dat de islam de beweegreden van de terroristen is, ze zeggen het tenslotte zelf, maar onze sociologen en mediaduiders weten het beter dan zijzelf. Tenslotte maken je ogen je ook wijs dat de zon om de aarde draait, terwijl de gesofistikeerde verklaring luidt dat de aarde om de zon draait. Volgens dat model geldt het dus als heel geleerd om de evidentie van je ogen te ontkennen, en dat doen de islamvrienden dus met goed geweten.

Links zegt dat de “echte” beweegreden frustratie over het ervaren racisme is (alsof bv. de meeste Syriëstrijders niet uit moslimlanden komen waar zij de dominante groep zijn en van discriminatie geen last hebben), of armoede (alsof Osama Bin Laden geen miljardair was), of een hoogst persoonlijke mentale stoornis. Het gaat dan om “gekken” of, zoals David Cameron gezegd heeft, om “monsters”; en op de sociale media beweren velen van zowel links als rechts dat het om “idioten” gaat. Dure woorden om te verbergen dat men intellectueel te vadsig of te onbekwaam is om de meer ideologische beweegreden te ontleden.

Rechts zeggen onder meer de christelijke integristen en de Nouvelle Droite dat het allemaal door de teloorgang van de eigen traditie komt, wat dan een vragende leegte schept die de islam graag komt vullen. De nationalisten beweren dat het om vermomde etnische afrekeningen gaat, en beschouwen desgevraagd de islam als de natuurlijke religie van de woestijnbewoners, waar niets mee mis is zolang ze er maar mee in hun eigen land blijven. Allemaal, zowel links als rechts, willen ze het graag over nabije factoren hebben, grotendeels over de eigen wereld. Degenen die zich antiracist noemen, kunnen hier best eens beseffen dat juist zijzelf, in hun eigen terminologie, de “witte supremacisten” zijn. Volgens hen kan een Arabier of Turk onmogelijk zelf iets doen, er moet altijd een “witte” hand achter zitten. Rechts heeft daarvan zijn eigen variant: samenzweringstheorieën waarin moslimfanatici allemaal handpoppen van de CIA en het zionistisch wereldcomplot zijn.

 

Islamvrienden ten oorlog

De gemeenschappelijke noemer van de hele waaier aan islam-afschermende theorieën is misdirection, het afleiden van de aandacht naar een eigen favoriet thema, eender welk, maar vooral niet de islam. Een gevolg is dat men moedwillig blind blijft betreffende de eigen inhoud van de islam, een thema dat in artikels als die van een Rik Coolsaet, een Els Keytsmans of inderdaad een Sacha Vliegen dan ook volkomen buiten beeld blijft. Een ander gevolg is dat men hedendaagse feiten omtrent de moslimwereld maar heel wazig kan duiden in hun verhouding tot het islamprobleem.

Zo wordt, hier net als in talloze islamartikels, een band gelegd tussen de weerstand tegen de islam (elders “islamofobie” genoemd) en de invallen in of bombardementen op moslimlanden. Onder verstaan: zié je wel wat islamkritiek in de praktijk betekent. Zolang die kwakkel herhaald wordt, blijf ik de moeite doen om hem te weerleggen.

Zonder één uitzondering hebben alle politieke leiders die sinds 11 september 2001 geweld tegen moslimlanden bevolen hebben, de islam de hemel in geprezen. Geen woord islamkritiek is ooit over hun lippen gekomen. Volgens onze binnenlandminister Jan Jambon, wiens manschappen enkele djihaadmoslims hebben doodgeschoten en wiens regering aan de bombardementen tegen het Kalifaat deelneemt, is “islamkritiek het slechtst denkbare antwoord” op islamterreur. Al de betrokken politici hebben uitdrukkelijk verklaard niet tegen de islam te strijden. John Kerry heeft zelfs beweerd ervóór te strijden, tegen de zogenaamde IS-vertekenaars van de “ware, vredelievende islam”. Dat is dus: moslims gaan doden om de islam te verdedigen. Je ziet waar islamofilie toe leidt. 

 

Waar ligt het probleem dan wél?

Anderzijds lezen we wel een positieve boodschap in Vliegens beschouwingen over het islamprobleem. Men moet die kwestie niet uit haar context los denken. Ze kan onze samenleving maar in gevaar brengen door enkele nieuwe ontwikkelingen bij onszelf die in de vorige eeuwen niet aan de orde waren.

De eerste daarvan is toch weer een uitwendige factor, namelijk de lijfelijke aanwezigheid van de islam in ons midden via miljoenen individuen die de islam aanhangen. Het is voor een groot deel via hen dat de islamterroristen hier kunnen toeslaan. Het moderne luchtverkeer is al voldoende voor enkele spectaculaire aanslagen als 9/11, maar aan het huidige permanente klimaat van terreur in West-Europa hebben plaatselijke subculturen van ingeplante moslims meegewerkt, zie Molenbeek. Die factor is niet de oorzaak van het islamprobleem maar wel een belangrijke bijdrager. Angela Merkel loog glashard toen ze beweerde dat “de terroristen de toevloed van vluchtelingen naar Europa willen stoppen”, alsof haar eigen opengrenzenbeleid een moedig gebaar tegen de terreur zou stellen. Integendeel, het Kalifaat kan zijn geluk niet op met zulk een onnozele geit die de sluizen openzet voor allerlei terreuragenten.

Een tweede factor heeft de eerste mogelijk gemaakt: de roes die van de Europese leiders bezit genomen heeft en die het gevolg is van zeventig jaar vrede en welvaart, alsmede van intense bewerking van de openbare mening door het cultuurmarxisme. Zij denken dat de wetmatigheden van de internationale mensenmaatschappij voor hen niet meer gelden, en dat zij zich beleidslijnen kunnen veroveren die doorheen de geschiedenis nochtans bewezen hebben, tot instabiliteit en burgeroorlog te leiden.

Maar zelfs die beide factoren zouden niet zo dramatisch zijn als de Europeanen hun koers zouden aanhouden. Onze voorouders leidden uit hun welkom voor een gegeven vreemdeling niet af dat heel diens familie dan moet meekomen. Zij waren niet xenofoob of anderszins ideologisch gestroomlijnd, maar hadden gewoon gezond verstand. Zij leidden uit gastvrijheid voor een uitheemse religie niet af dat die hier haar normen mag opleggen, van halaal vlees en het saboteren van lessen over de Armeense en de Joodse genocide, tot het verbod voor moslima’s om met ongelovigen te trouwen, tot zelfs de vrouwenbesnijdenis en nu meer en meer ook de veelwijverij. De inwijkelingen zouden de inheemse cultuur eerbiedigen als die zich deed eerbiedigen, en om te beginnen zichzelf eerbiedigde in plaats van zich weg te relativeren.

Van deze orde is ook de ineenstorting van de Europese demografie. De groei van de moslimbevolking zou minder vervaarlijk overkomen als de eigen bevolking nog groeide of minstens stabiel bleef. Omgekeerd: het lage geboortecijfer is verdedigbaar want de wereld raakt overbevolkt, maar dan volgt daaruit dat wij de overbevolkingsproblemen van landen zonder zulk verantwoordelijkheidsgevoel niet moeten gaan oplossen. Zijn staan erg op hun postkoloniale onafhankelijkheid en dienaangaande mogen wij hen op hun woord nemen: zorg zelf maar voor de gevolgen van jullie bevolkingsexplosie. De Lage Landen zijn overvol en dichtgeslibt, er is nergens inwijking voor nodig.

De beslissende en ergste factor tenslotte is de zelfhaat. Die maakt negatieve factoren noodlottiger dan nodig en vergiftigt zelfs factoren die op zich positief hadden moeten zijn. Zo zou de eigen ontkerkelijking ons juist skeptischer en ontoegankelijker voor de islam moeten maken (a contrario: de weinige overgebleven postconciliaire christenen, zoals de paus, zijn juist dhimmi-schaapjes ten top), maar door de ingelepelde zelfhaat doen ook neo-vrijzinnigen onzalige toegevingen aan de islam. Het toenemende bevolkingsaandeel van de moslims, nu een negatieve factor, had door een nog steeds majoritaire, ongelovig geworden maar gezond gebleven inheemse gemeenschap gerust opgevangen en geassimileerd kunnen worden. Omdat die meerderheid zich echter schaamt voor zichzelf en zich allerlei schuldgevoelens heeft laten aanpraten, boezemt die voorlopig nog beperkte moslimminderheid hen bezorgdheid in. 

 

Besluit

Het probleem van de westerlingen is niet dat zij het geloof verloren zijn, zoals Angela Merkel beweert. Dat is een goede en normale ontwikkeling, en in ieder geval het soort evolutie waar een vrije samenleving recht op heeft. Ook vanuit islamstandpunt maakt het weinig uit welke soort ongelovigen wij zijn: christenen of heidenen, of nog iets anders. Wij hebben immers in elk van die gevallen geen recht op het aardrijk noch op de hemel, want beide zijn aan moslims voorbehouden. De islam is uiteindelijk niets anders dan de grootheidswaan (specifieker: uitverkiezingswaan) van Mohammed, met anderhalf miljard figuranten die zijn spel meespelen. De verdiensten of schuld van de ongelovigen staan daar volkomen buiten.

Het probleem van de islam komt uit de islam zelf voort en heeft zich ongevraagd aan ons opgedrongen. De islam maakt daarbij, in zijn autonome agressie, gebruik van de zwakke punten in onze verdediging. Hij ziet dat zowel christenen als ongelovigen zich slecht verdedigen en ook niet gemotiveerd zijn om zich te verdedigen. Christenen zijn sentimenteel en masochistisch, ze denken dat het deugdzaam is, onnozel te zijn en zich te laten overrompelen. De meeste vrijzinnigen van tegenwoordig zijn te weinig gefocust, te hedonistisch, te onwetend omtrent elk religieus wereldbeeld en in het bijzonder het islamitische.

Er zijn dus twee problemen: een uitwendige islamdreiging en een inwendige beschavingscrisis in het Westen. Ter vergelijking: je kan maar Aids krijgen als je zelf “risicogedrag” én er een Aids-virus door de omgeving waart. Libertijnen uit vroegere generaties vertoonden ongetwijfeld volop risicogedrag, en toch kregen zijn geen Aids, want het virus bestond nog niet. (Ze kregen gebeurlijk wel andere ziekten, net zoals onze samenleving vóór het islamprobleem met andere kwalen te maken kreeg.) Omgekeerd zou de uitwendige dreiging van het virus geen gevaar betekenen voor wie zich er niet via risicogedrag aan blootstelt.  

Wie vindt dat “de islam het probleem niet is”, heeft gelijk. Net als de gezworen celibatair die vindt dat “het Aids-virus het probleem niet is”. Voor hem is alle investering in Aids-onderzoek weggegooid geld: de ziekte zal hem toch niet treffen. Maar wij leven niet in een ideale wereld. Wij leven in een wereld waarin onze samenleving haar recht op verval, of zelfhaat, op verwarring door cultuurmarxisme, ten volle uitoefent, en daardoor wel kwetsbaar geworden is voor binnendringing door destructieve krachten. Zelfs zulke onvolmaakte maatschappij als de onze heeft nochtans recht op overleving, en daarom moet ze tegen haar belagers beschermd worden. Zoals elke doeltreffende strategie begint die zelfverdediging door de belagers bij de naam te noemen. Eén ervan heet de islam.

Labels: ,

Read more...

3 augustus 2016

"Dagboeken Himmler onthullen gruwelijke realiteit"?


In tegenstelling met wat de kranten beweren (http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160803_02409933), onthullen de dagboeken van Heinrich Himmler, voor zover de inhoud al bekend is, juist niét de gruwelijke realiteit waar de lezers aan denken, namelijk de Holocaust. Er worden enkele onprettige faits divers uit aangehaald, zoals de terechtstelling van gevangenen, en die zijn allicht gruwelijk wanneer je er zelf bij betrokken bent. Maar dat is iets anders dan de gruweldaad waarmee Himmler vereenzelvigd wordt, namelijk de planmatige uitroeiing van de Joden. Zoals hier gepresenteerd zouden deze dagboeken eerder als bewijsstuk bij uitstek kunnen dienen voor de negationisten. Zij zouden kunnen zeggen: "Als er een Holocaust had plaatsgevonden, dan zou een dagboek van Himmler wel de plaats bij uitstek zijn om hem te vermelden, quod non."
Het antwoord vinden we wellicht in de stukken theorie die David Irving bijwijlen prijsgeeft van zijn Himmlerbiografie in wording. Irving is een self-made historicus, die veel vaker dan gediplomeerde historici dé proeve van historisch werk heeft doorlopen, namelijk ontdekkingen doen in primaire bronnen, ook orale (vooral de honderden interviews met oud-nazi's of anderszins betrokkenen, die voor de schoolsere historici nooit hun voordeur zouden opengedaan hebben), eerder dan van elkaar af te schrijven. In het begin ging hij mee in het gewone verhaal, al schokte hij door voor Brits publiek sommige Duitse gevoeligheden te belichten, bv. de hoge dodentol van het bombardement van Dresden. In een tweede stadium deed hij dat ook nog, behalve dat hij Adolf Hitler onwetend achtte aan de Holocaust, die door Himmler georganiseerd zou zijn zonder er de Füher mee te belasten. In een derde stadium werd hij echt een Holocaust-ontkenner, en vadsige journalisten zullen hem nog steeds zo noemen.
In het vierde en allicht finale stadium erkent hij wel twee en een beetje van de drie luiken van de Holocaust: (1) de jacht op partisanen aan het Oostront, waartoe ook alle Joden gerekend werden, door de Einsatzgruppen; zij werden met een nekschot afgemaakt; (2) de eliminatie van de Poolse Joden in Aktion Reinhardt te Sobibor, Treblinka, Belzec en Majdanek; (3) Auschwitz. is een geval apart: het was oorspronkelijk niet bedoeld als uitroeiingskamp maar als productiecentrum, vandaar "Arbeit macht frei". Toch vond er ook een zekere mate van uitroeiing plaats, maar slechts zijdelings. Het problematische van het gebruikelijke scenario wordt geïllustreerd door het gezin Frank: Anne en haar moeder en zus stierven door ziekte, terwijl de vader het overleefde; geen enkele werd vergast of anderszins terechtgesteld. Maar het was dan ook bijna het einde van de oorlog, toen de genocide afgebouwd werd.
De "bekering" van Irving (niet de enige negationist die uiteindelijk van kamp veranderd is, zie onder meer mijn collega-oriëntalist Christian Lindtner), hoewel onverminderd anti-Joods, houdt de erkenning in dat de afwezigheid van enig document dat zulk plan ontvouwt, met name het ontbrekende Führerbefehl, verklaarbaar is. In Himmlers documenten heeft hij naar eigen  zeggen enkele eedverklaringen van SS'ers gevonden waarin zij geheimhouding zweren. Volgens hem werd de Holocaust in het diepste geheim uitgevoerd, met zo min mogelijk papierspoor, en zag Himmler dat als een zware plicht die hij manmoedig op zich nam om het Duitse volk en de Führer die last te besparen. Toen de oorlog naar zijn einde liep, werden de toch al geringe sporen vernietigd.
 
Himmler zou het idee gekregen hebben in september 1941, toen hij volgens plan Duitse Joden hervestigde in veroverd Sovjet-gebied.  De bevoegde generaals vonden hen maar een sta-in-de-weg en gaven ook hen dus het al gebruikelijke nekschot. Zo kwam Himmler, die in 1940 het idee van een genocide nog als "bolsjevistisch" en "on-Germaans" van de hand had gewezen, vanuit de praktijk tot het inzicht dat de systematisering van dat soort "Endlösung der Judenfrage" het efficiëntst zou zijn.


Er was dus wel degelijk een geplande genocide, alleen zat die met haar onverwachte aspecten wat ingewikkelder in elkaar dan Hollywood en Het Nieuwsblad menen. Het is bijvoorbeeld onzin dat het plan voor een genocide al van in het begin in het nazisme ingebakken zat (de professioneel achterhaalde maar bij leken nog steeds populaire "intentionalistische" these). In de plaats daarvan was er een geleidelijke opbouw in functie van wijzigende oorlogsomstandigheden (de "functionalistische" these). Dat leidt bijvoorbeeld tot het ongemakkelijke inzicht dat vele nazi's niét genocide-gezind waren en zelfs tegen 1945 nog altijd niet van een genocide gehoord hadden. Zoals er bijvoorbeeld in 1950 ook volop Chinese soldaten waren die oprecht geloofden dat zij met hun invasie de Tibetanen kwamen bevrijden en hun leven verbeteren.
 
De ervaring leert dat zulke herschrijving van de geschiedenis van WO2 op veel conformistische weerstand stuit, ook als men niét aan negationisme doet, integendeel. Hier wordt juist met de schijnbare argumenten tegen een Holocaust (gebrek aan Führerbefehl of andere administratieve randvoorwaarden, de onwetendheid van vele betrokkenen, "wir haben es nicht gewusst") afgerekend, maar dat is nog steeds een ondankbare taak, ook al doet men ze met zuiver geweten. Dat is nu eenmaal het harde van geschiedschrijving: een ontnuchtering uit hapklare illusies, een opgroeien uit sprookjes in zwart-wit. Niet iedereen is er volwassen genoeg voor. 

Labels: , , , ,

Read more...

31 juli 2016

Het sterven van Kemalistisch Turkije

15 Juli 2016 werd een spannende dag in Turkije. Een deel van het Turkse leger mobiliseerde zich in Istanboel en Ankara tegen de Turkse regering en president Erdogan, specifiek militaire eenheden uit de Turkse NATO Rapid Deployment Corps. De uitkomst van deze poging tot staatsgreep is ondertussen gekend. 

Een coup d'état die mogelijk Kemalistisch Turijke de 'coup de grace' heeft gegeven. De weg naar een onbekende toekomst met een meer 'neo-Ottomaans' Turkije ligt open. Het hanteren van termen als 'Neo-Ottomaans'  moet men eerder aanzien als een vulgarisatie, een simplisme. Uiteindelijk kan men het beleid van Erdogan evenzeer spiegelen met dat van Poetin doorheen de jaren, maar dan in een ander land met een andere historische en culturele context. Uiteraard is onderstaand artikel enigszins onderhevig aan Eurocentrisme.



Staatsgreep zonder veel greep. 

President Erdogan kon via smartphone en social media zijn aanhangers oproepen om op straat te komen in opstand tegen de militaire staatgreep. De coupplegers maakten een aantal fundamentele fouten die indruisen tegen de fundamentele wetten van de Staatsgreeptheorie, zoals het uitschakelen van de Turkse beleidsvoerders door arrest of doding en het continue domineren van de media. Deze fundamentele blunders gaven aanleiding tot bedenkingen over de ‘echtheid’ van de poging tot staatsgreep. De 'coup' was mijn inziens reëel maar voorbarig en onvoldoende omkaderd. Allicht kwam de ‘operationele veiligheid’ in gevaar en werd de staatgreep halsoverkop uitgevoerd.

Het Turkse leger staat gekend als zijnde de verdediger van de Kemalistische waarden en heeft een verleden van staatsgrepen (en pogingen hiertoe), zo ook tegen Erdogan. Naast de afbraak van de Kemalistische Staat door Islamitische erosie is Erdogan ook een regionale brokkenpiloot: de vrede met de Koerden werd opgeblazen; officieuze 'samenwerking’ met IS; ruzie met omliggende en voorheen bevriende landen; de dubieuze houding tov de Europese Unie. Een Kemalistische 'traditionele' interventie drong zich op, maw een nieuwe militaire staatsgreep gericht op het vrijwaren van de regionale vrede (Vrede thuis, vrede in de wereld). 

Het is éénieder opgevallen hoe snel en uitgebreid de ‘tegencoup’ tot stand kwam en uitgevoerd werd. Logisch, men is hierop voorbereid en maakt gebruik van de situatie om alle mogelijke tegenstand tegen Erdogan en het AKP weg te werken, tot op de rand van een burgeroorlog toe in de richting van een ‘Neo-Ottomaans Turkije’. Dag na dag snijdt men de Kemalistische 'kanker' en de 'ziekte' weg, al dan niet onder Gülenistische of Koerdisch voorwendsel. 

De hervormingen die President Erdogan wil doorvoeren in de richting van een executief presidentschap en het blijven ondermijnen van de Turkse democratie en persvrijheid…zijn voor de meeste Europese observatoren rasse schreden richting dictatuur (zo ook voor Kemalisten), maar moeten vooral gezien worden als stappen in de richting naar een politieke AKP-dominantie binnen Turkije om een welbepaalde politiek project uit te voeren. Het uitschakelen van de ‘politieke democratie’ en onmachtig maken van het parlementaire systeem alsook politieke oppositie past hier mooi in. 

Turkije glijdt steeds meer af naar een Staat gefundeerd op strengere Islamitische waarden en normen. Geostrategisch van belang, industrieel krachtig (productie en handel), een energetisch doorgeefluik (diensten) zonder geheel afhankelijk te zijn van de beslommeringen van energetische productie. Een soort van Saoedi-Arabië 'light' aan de Bosphorus maar dan met een iets meer gediversifieerde machtsbasis (buiten energetische markt, kapitaalmarkt en exportwahabisme). Ik kan het enkel verwoorden als een 'Neo-Ottomaans Turkije'. 

Erdogan en de Europese Unie.

Het is in mijn ogen duidelijk dat Erdogan niet echt bij de Europese Unie wil horen, tenzij enkel op zijn voorwaarden. Alle lusten, zoals vrije markttoegang en vrije migratie voor Turkse Staatsburgers, zonder de lasten, zoals mensenrechten et tutti. De Turkse regering doet er alles aan om zich onmogelijk te maken binnen de Europese Unie, maar weet toch zich ergens een weg naar binnen te dwingen. Een recent voorbeeld hiervan is het temperen van de vluchtelingenstroom naar Europa toe. Meer toetredingsstappen en miljardensubsidiëring, voor beloftes waarvan men vraagtekens bij de uitvoerbaarheid kon stellen. Jaar in, jaar uit zet Turkije stappen verder weg van de Europese waarden en normen...en toch komt het niet tot een definitieve breuk. 

Recent werd de term 'vijfde kolonne' in een andere context van boven het stof gehaald...toepasselijk. Erdogan heeft de afgelopen jaren bewust een ondersteuningspolitiek gevoerd tegenover Turkse inwoners in de Europese Unie, en dat loont. Hoewel de Europese Unie niet tot de Turkse Staat behoort kwamen Erodogansupporters op 15 Juli ll. eveneens op straat; al dan niet om keet te schoppen tegen Gülenisten. Diezelfde Turkse getrouwen hebben een politieke impact binnen de Europese lidstaten en zodus ook binnen de Europese Unie. Ze vormen voor Erdogan een interessante stem binnen Europa om zijn beleid mee te helpen ontplooien  en bestendigen. Een doelbewuste politiek, maar in welke richting wil Erdogan en de AKP gaan? Het is ook allemaal tekenend voor de zwakheid van de Europese Unie. 

De Europese Unie staat wankel door de aanhoudende Eurocrisis, interne dissidentie zoals de brexitcrisis of de asielcrisis waarbij de Oost-West tegenstellingen bloot werden gelegd, de clinch met Rusland en bijhorende gecrispeerde Oost-Europese houding. Binnen de West-Europese lidstaten is er een enorm intern veiligheidsprobleem waarvan Oost-Europa niet echt wakker van ligt zolang het niet hun richting uitkomt. 

In mijn ogen maakt Erdogan en de AKP gebruik van iedere opportuniteit om meerwaarde te creëeren voor haar eigen achterban. De rijkdom van de Europese Unie en haar Europeanen zijn welkom in de vorm van handel en toerisme, niet in de vorm van waarden en normen. Een politiek zwakke Europese Unie komt Turkije goed uit, een verdere zweem van Ottomaanse grandeur is mooi meegenomen. De vraagt stelt zich wat het uiteindelijke einddoel is tov Europa, louter als geldkoe of misschien toch meer?

Erdogan, de NAVO en Rusland. 

Turkije is al het ware een ‘onzinkbaar vliegdekschip’ waarmee men het Midden-Oosten kan bestrijden en tegelijk met de Bosphorus over een slot op de Zwarte Zee beschikt (in beide richtingen). Het is ook een energetisch knooppunt. Turkije bezit met andere woorden een aanzienlijke geostrategische meerwaarde. Traditioneel is dit vooral een interessant gegeven voor de NAVO (onder Amerikaanse vaandel) en Rusland. Ook hier zie ik een dualiteit van Neo-Ottomaans beleid. 

De NAVO vormt voor Turkije een extra beschermingsbuffer, een schild waarachter men schuilt nadat men venijnig uithaalt. Het perfecte voorbeeld hiervan  was de Turkse positionering tov Syrië en het neerhalen van een Russische SU-24. Schoorvoetend moet Erdogan wel toestaan dat vanuit Turkije aanvallen worden uitgevoerd op Islamitische Staat, terwijl Turkije de Koerdische milities aanpakt die net het meest efficiënt zijn tegen IS. Terwijl vanuit Turkije wapens geleverd worden aan IS en illegaal IS-olie wordt ingevoerd, al dan niet oogluikend toegelaten door Erdogan's regering. De NAVO is ook een bron van informatie en technologieoverdracht, dit Turkije is nog niet klaar om als regionale macht volledig op eigen benen te staan manu militari. 

Relaties met Rusland zwalpen ook in een soort van haat-liefde verhouding. Turkije heeft goede relaties met Rusland nodig om meer bereik te hebben in het Zwarte Zee-gebied en de Kaukasus...waar Rusland nog steeds de bovenhand heeft. Anderzijds stoort Erdogan zich duidelijk aan de Russische aanwezigheid in de vroegere Ottomaanse achtertuin; vooral in de Mashreq (Syrië, ea). Eigenlijk de traditionele animositeit tussen Rusland en het Ottomaanse rijk, maar in een nieuw jasje. 

Erdogan schrikt er ook niet van terug om aan te sturen op een (militaire) krachtmeting met Rusland, maar momenteel is Turkije nog niet krachtig genoeg en net iets te afhankelijk van de NAVO als schild, maar voor hoelang nog? 

Een neo-Ottomaans rijk in wording?

Het is duidelijk dat onder Erdogan Turkije zich verder wenst te ontwikkelen tot regionale speler met een zekere mate van autonomie. Men teert op een zweem van grandeur van het Ottomaanse rijk om de Kemalistische Staat teniet te  doen en tegelijk de mensen een identitair referentiekader te geven dat hen vertrouwen kan inboezemen. Op zich is daar niets mis mee. 

Alleen waren de Ottomanen groter dan Turkije alleen. Hoever wil Erdogan en het AKP gaan? Willen ze territoriaal de klok terugkeren naar het Ottomaans tijdperk of niet? Zo ja, in welke richting? Richting Midden-Oosten lijkt meer aangewezen, daar liggen reeds verzwakte gebieden klaar om te 'grijpen'...een verleiding waaraan Erdogan tot op heden wist te weerstaan. Diplomatiek wil men duidelijker een véél grotere invloedsfeer. 

De rollen lijken nu omgekeerd. Waar men vroeger sprak over de Ottomanen als de 'oude zieke man in Europa', is dit nu het geval voor de Europese Unie. Een verzwakte Europese Unie opent opportuniteiten voor Turkije, een meer afhankelijke markt alsook meer 'diplomatieke invloed'.



Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

25 juli 2016

IS vs. al-Qaida


 ('tP, 10-2015)

 

 

 

De Syrische burgeroorlog en de opmars van het Kalifaat zijn de aanleiding geworden voor heel wat publicaties. Vaak zijn die zeer informatief, behalve op één wezenlijk punt: de rol van de islam. Daar draaien zij om de hete brij heen, of beweren zelfs met uitgestreken gezicht dat “de Islamitische Staat niets met de islam te maken heeft”.

 

Een antwoord daarop is The Complete Infidel’s Guide to Isis (Regnery, Washington DC 2015) door Robert Spencer, die ooit in ‘t Pallieterke geïnterviewd is. Het documenteert de islamitische grondslag en de historische precedenten van elke IS-beleidslijn. In het Nederlands is er nu Islamitische Staat van Perry Pierik (Aspekt 2015, 145 pp., ISBN 9789461537614).

 

Een origineel feitenluik betreft de onderlinge strijd tussen verschillende djihaadfracties, hier met name het Noesra-front (met bondgenoten) en de Islamitische Staat, compleet met alle relevante namen en foto’s. Een cynische buitenstaander zou mogen stellen dat ze gelukkig te bezig zijn met elkaar bestrijden om hun energie tegen de ongelovigen te kunnen bundelen. Het is in broedertwisten als deze dat de geschiedenis echter nogal wat voorbeelden geeft van leidersfiguren die er toch in slaagden, een eenheid te smeden en dan verrassend naar de buitenwereld toe te slaan. Inderdaad, de prille islam zelf was hiervan een voorbeeld: de disparate Arabische huurlingenmilities in het Byzantijnse en Sasanidische leger gingen gemene zaak maken en versloegen hun vroegere werkgevers. Dus het nu hopeloos verdeelde Midden-Oosten kan altijd omslaan in een te duchten vijand.

 

Maar voorlopig worden we vooral getroffen door de ruziënde onbekwaamheid en het op de spits drijven van leerstellige details, bv. de wel of niet verering van Mohammeds neef Ali, die het verschil maakt tussen sjiïeten en soennieten. Lang voor de huidige crisis hadden Iran en Saoedi-Arabië al een obscurantistisch bewind: “In het algemeen zou men kunnen zeggen dat er weinig gematigde krachten zijn waarmee men in zee kan. Anderzijds waren die er nimmer.” (p.57)

 

In zijn no-nonsense perspectief als krijgshistoricus slikt Pierik de heersende smoesjes natuurlijk niet, bv. over “westers racisme” als oorzaak van radicalisering. Anderzijds houdt hij wel het hoofd koel in zijn inschatting van waar de huidige krachtsverhouding toe leidt. Het problem is ernstig, maar er is geen reden tot paniek: “IS zal het kalifaat hoogstwaarschijnlijk niet in de huidige omvang kunnen behouden. De tegenkracht die hun radicalisme heeft opgeroepen, zal zich vroeg of laat tegen hen keren.” (p.56)

 

Als Europa zijn verstand gebruikt, wordt de politieke islam slechts een vervelende  huidziekte, die weer overgaat. Maar in het Midden-Oosten zal eerst nog heel wat gevochten worden: “En ook het verdwijnen van IS betekent met zekerheid niet het einde van de conflicten (…) De kaarten zijn te wild geschud om in één keer weer een full house te leggen.” (p.139)

 

 

 

Labels:

Read more...

7 juli 2016

Orde van de Vlaamse Leeuw aan Lieve en Louis Vos-Gevers


Uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw
aan Lieve en Louis Vos-Gevers
te Aalst op 10 juli 2016


Toespraak door prof. Matthias E. Storme
Voorzitter van de Orde van de Vlaamse Leeuw


Hoogedelgestrenge burgemeester en schepenen in wier stad en stadhuis wij te gast zijn (men moet altijd eerste de plaatselijke goden eren),
Hooggeachte collegae Vos-Gevers
en eerdere dragers van de Orde van de Vlaamse Leeuw,
Dames en heren vertegenwoordigers van ons volk op de verscheidene niveaus,
Waarde landgenoten uit Noord- en Zuid-Nederland !

Zoals U weet wordt de Orde van de Vlaamse leeuw sinds 1971 regelmatig toegekend, vandaag voor de 33e maal,  ter erkenning van verdiensten in verband met :
- een consequente en kordate houding in de sociale en culturele ontvoogding van de Vlaamse gemeenschap;
- prestaties die de integratie van de Nederlanden bevorderen;
- acties en initiatieven met het oog op de uitstraling van de Nederlandse taal en cultuur.

Ik weet niet of het veel of weinig zeggend is dat in het lijstje van 33 ordedragers er weliswaar een redelijk aantal historici zijn opgenomen, maar dat het nog maar de tweede keer is dat een historicus omwille van zijn werk als historicus is gelauwerd. En de eerste was in 1981 Arie Willemsen die door professor Wils zopas nog onder uw aandacht werd gebracht.

In Lieve Gevers en Louis Vos eren wij twee historici van de dynamiek van ons volk en vooral zijn jeugd in de 19e en 20e eeuw. In een 35 jaar tijd hebben zij de geschiedenis van de Vlaamse "Bewogen jeugd"[1] in talloze facetten uitgeplozen, geanalyseerd, beschreven, inzichtelijk gemaakt en gesynthetiseerd. Beiden hebben ze enkele jaren geleden afscheid genomen van hun respectievelijke leerstoel met een magnum opus, een groot fresco van de religieuze, politieke en socio-culturele en daarmee ook spirituele geschiedenis van de Vlamingen in de 20e eeuw: "Kerk in de kering"[2] is de ene titel, "Idealisme en Engagement"[3] is de andere.

In een tijdperk waarin een zeker cynisme veel idealisme verdacht heeft gemaakt staat hun werk als een baken van tegelijk kritische en geëngageerde studie die ons niet alleen leert hoe dat idealisme en engagement is ontstaan en zich heeft ontwikkeld, maar ook wat het heeft teweeggebracht, in goede en kwade zin, en wat het verval van die traditie vandaag meebrengt, welk gemis wij daar toch in zekere zin aan hebben.

Dit wetenschappelijk werk was niet mogelijk geweest indien de auteurs niet zelf in dat engagement geworteld waren, en met name uit de jeugdbeweging komen, Lieve Gevers uit de scouts of liever meisjesgidsen, en Louis Vos uit de KSA. Ik ga mij hier niet vermeien om de verhouding tussen beide te bespreken, al hoop ik een beetje op een nieuw gezamenlijk opus van beide laureaten hierover. Van mijn ouders leerde ik dat Wilfried Martens uit de KSA kwam en Leo Tindemans uit de scouts en dat dit veel van de verschillen tussen hen verklaarde. Hoe dat verschil zich bij het echtpaar Vos-Gevers heeft uitgewerkt durf ik hier echter niet te fantaseren, maar ik ben ervan overtuigd dat het mede daardoor thuis een huis van toevlucht is geworden zoals Wies Moens dichtte op Kerstmis 1918, een gedicht waar jullie zoveel waarde aan hechten, en dat ik natuurlijk geleerd heb uit De dubbelfluit van Anton van Wilderode:

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang !  
Tussen geringen staan en hun ogen richten  
naarboven waar blinken Uw eeuwige sterren.  
Ik wil een snoeier zijn in de wijngaard,
een werkman bij het druivepersen.  

Laat mij mijn ziel dragen in het gedrang !  
Mijn woord in de mond van stamelaars, 
mijn hand voor die liggen langs het pad.  
En voor het raam van mijn woning  
een vlam in de nacht:  
dat wie verdolen mocht  
richt zijn schreden  
naar het Huis van Toevlucht.  

Ik zal het wasbekken klaar zetten,
brood en wijn op de tafel –
 en het Boek geopend
aan de parabel van de Goede Herder.

Dit gedicht heeft ook vele jaren opengelegen op een lezenaar in het salon van mijn ouders.

In zijn uitermate boeiende werk "De romantische orde"[4], waarin hij wil aantonen hoezeer onze cultuur vandaag nog steeds beheerst wordt door de dynamiek van de romantiek, bespreekt Maarten Doorman het belang van wat hij noemt "de romantische orde" voor de geschiedschrijving als een geëngageerde, op het leven betrokken verhouding tot dat verleden. Die verhouding bestond volgens Doorman uit pogingen om erdoor geïnspireerd te geraken en er identiteit aan te ontlenen. Tegelijk hield dat een poging in om het wezenlijk andere van het verleden te begrijpen[5], en daar koppelen wij dan natuurlijk onder meer de naam van Ranke aan. De lezing zowel van Karl Drabbe, zeker, heel duidelijk, en toch ook wel, zou ik durven zeggen, die van Lode Wils, misschien willens nillens, getuigen mijns inziens nog altijd van die romantische orde in de geschiedschrijving.

Doorman probeert zoals gezegd aan te tonen dat ook vandaag de meeste vormen van verwerping van de romantiek, wat bon ton is, daar zelf nog ten zeerste door zijn bepaald. Wie de geschiedenis niet kent is gedoemd ze te herhalen[6], en volgens Marx komen alle zaken twee keer terug, eerst als tragedie en dan als komedie[7].

Dat mag ons natuurlijk niet verhinderen erg kritisch te zijn voor sommige hedendaagse uitwerkingen van die romantiek, in een cultuur van consumptie en fragmentatie, waar de doorgeslagen secularisering het zeer moeilijk maakt nog authentiek te zijn. Hét ideaal van de romantiek, de authenticiteit, veronderstelt immers zingevende kaders die het individuele leven overstijgen[8]: gemeenschap, natuur, religie. De idealen van de Vlaamse studerende jeugd in een traditie van zo'n 150 jaar zijn versplinterd geraakt. Louis Vos en Lieve Gevers hebben aangetoond hoezeer ook het nieuwlinkse engagement van de rode jaren 1968 en nadien uit die traditie voortkwam, maar ook hoe die daarmee is uitgedoofd. Was het door het verval van het gevoel van verantwoordelijkheid ? Wellicht niet, maar misschien toch wel door het wegvallen van een gevoel van verantwoordelijkheid voor de eigen gemeenschap geruild voor een zogenaamd kosmopolitisme.  In een tijd van globalisering echter herontdekken mensen het identitaire, zoals Louis Vos in een interview enkele jaren geleden[9] nog benadrukte, er ons aan herinnerend dat er geen democratische staten zijn zonder een nationale identiteit.

Die identiteit moet weliswaar permanent herdacht worden, om opzettelijk een mij geliefd meerzinnig woord te gebruiken: herdenken en hér-denken. En daarvoor hebben we vanzelfsprekend ook historici nodig. Natuurlijk zijn de opdracht van de historicus en die van het engagement buiten de bibliotheek verschillend, maar zij staan niet volledig los van elkaar, zoals ik heb proberen uiteen te zetten in de toespraak die ik gaf toen het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen de Visser-Neerlandia-prijs kreeg in 1998[10]. Ook vandaag blijft dat onze opdracht, namelijk "Dat volk moet herleven"[11]. En wellicht hebben we daar ook  - zoals Newman dichtte - een vriendelijk licht voor nodig om ons te leiden (Lead, kindly light van Newman was het lievelingslied van mijn grootvader August de Schryver dat hij nog heeft gezongen in het laatste interview dat hij voor zijn overlijden op televisie heeft gegeven). Want vergeten wij niet, traditie is niet de as aanbidden, maar het vuur doorgeven[12].

Om alle redenen die hier vandaag zijn genoemd, door professor Wils en Karl Drabbe die ik hierbij wil bedanken voor hun boeiende toespraken met veel à boire et à manger, om die redenen en de enkele die ik daar nog aan heb mogen toevoegen, is het dan ook met groot genoegen dat wij jullie de Orde van de Vlaamse Leeuw uitreiken en dat ik jullie nu het hieraan verbonden zilveren plaket overhandig.







[1] Lieve GeversBewogen jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), Davidsfonds Leuven 1987.
[2] Lieve GeversKerk in de kering. De katholieke gemeenschap in Vlaanderen 1940-1980, Pelckmans 2014.
[3] Louis VosIdealisme en Engagement. De roeping van de katholieke studerendee jeugd in Vlaanderen (1920-1990), Acco Leuven 2011. Zie eerder ook Louis VosBloei en ondergang van het akvs, Davidsfonds Leuven 1982.
[4] M. DoormanDe romantische orde, Bert Bakker Amsterdam 2004.
[5] De romantische orde, 78.
[6] George Santayana Reason in Common Sense (1905), 284"Those who cannot remember the past are condemned to repeat it".
[7] Karl Marx, in Le 18 Brumaire de Louis Bonaparte, 7.
[8] De romantische orde, 46.
[9] "Want er komen andere tijden", interview met Louis Vos door Frans Crols, http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/want-er-komen-andere-tijden.
[10]  Matthias Storme"De verhouding tussen een beweging en haar geschiedenis - een bewogen verhouding ?" Toespraak bij de uitreiking van de Visser-Neerlandiaprijs aan de Vereniging voor Wetenschap en het tijdschrift Wetenschappelijke Tijdingen, Gent 14 november 1998,  http://www.storme.be/WT.pdf.
[11] Louis & Lieve Vos-GeversDat volk moet herleven. Het studententijdschrift de vlaamsche vlagge 1875-1933, Davidsfonds Leuven 1976.
[12] Het auteurschap van deze uitdrukking wordt aan velen toegeschreven: Gustav Mahler, Jean Jaurès, Thomas More, enz....
Read more...

<<Oudere berichten