2 juni 2018

De socialistische kruistocht tegen Vandeput en de F-35


De lopende aanbesteding om de F-16's te vervangen blijft voor politieke heibel zorgen. Deze keer beschuldigde SP.a-voorzitter John Combrez Defensieminister Vandeput (N-VA) ervan het parlement te hebben belogen. Aan de hand van doorgezonden e-mails claimt Crombez dat Vandeput wel degelijk op de hoogte was van studies omtrent de mogelijkheid van levensduurverlenging van de F-16's.

SP.a beschuldigt Minister Vandeput en Defensie ervan de F-35 voor te trekken om de F-16 te vervangen. Een aanbesteding van miljarden die beter voor 'sociale zaken' gebruikt zouden worden. Ondertussen is gebleken dat het technisch mogelijk is de F-16's een levensduurverlenging te geven van 10 jaar, doch dat dit niet kost-efficiënt is. Er is inderdaad een End Life Update (ELU) voorzien voor de meeste modellen F-16.

De realiteit is dat de F-35 eigenlijk de meest waarschijnlijke maar enige echte keuze is. De alternatieven hinken technologisch achter; gelijkwaardige alternatieven zijn er nu niet noch binnen 10 jaar. Het is het enige toestel dat klaar is voor de nucleaire afschrikking. En ja, allicht zal er wel sprake zijn van interne voorkeuren vanuit Defensie. Et alors?

Gaan we vertrouwen op de expertise van John Crombez om te beslissen welke gevechtsvliegtuigen goed zijn en welke niet? Of is het eerder de taak van een John Crombez om erop toe te zien dat een procedure correct verloopt en het aangekochte materiaal voldoet aan de vereisten?

Het valt ook op dat SP.a niet teert op het verhaal rond de kabinetsmedewerker van Vandeput die tegenwoordig als 'lobbyist' voor de F-35 zou werken.

ELU beter dan vervanging? 
Het argument van SP.a omtrent de levensduurverlenging van de F-16's maakt eigenlijk weinig indruk. Het is allicht technisch mogelijk de F-16's nog een upgrade te geven, maar over 10 jaar moeten deze toestellen toch vervangen worden, over 5 jaar zou dan de aanbesteding moeten aanvangen. Budget uitgegeven voor de levensduurverlenging kan niet gebruikt worden voor de hernieuwde aanbesteding. De markt in nieuwbouw gevechtsvliegtuigen zoals deze nu evolueert heeft over 5 jaar allicht géén extra alternatieve kandidaten.

De Eurofighter EF-2000, de Dassault Rafale en de SAAB Gripen NG zullen tegen dan verouderd zijn en de kinderziekten zullen uit de F-35 weggewerkt zijn. Er is sprake van twee Europese projecten voor een 5e Gen gevechtsvliegtuig; een Frans-Duits project en een Zweeds-Turks project. In Azië heeft Korea een project lopende samen met Indonesië maar dit toestel zal niet even capabel zijn. Japan en Turkije werken ook aan 5e generatie toestellen. Het is sterk betwijfelbaar dat Rusland en China met voorstellen zullen komen.

We moeten ook rekening houden met de verspreiding van bewapening in de wereld. De afweersystemen worden steeds beter en meer beschikbaar voor diverse 'armere' landen, waardoor het gevaar voor onze 'dure piloten' in hun verouderde toestellen groter wordt. Als er één ding is waarvoor de politiek angst heeft is het inzetten van militairen waarbij er een risico is dat men militairen verliest. Als we ze dan inzetten, hebben we er belang bij dat hun overlevingskansen maximaal zijn.

Kortom, de vervanging uitstellen door een F-16 ELU is geldverspilling...net datgene wat SP.a aanklaagt. Welke meerwaarde heeft dan het SP.a alternatief, buiten de teloorgang van de hoofdbrok van de luchtcomponent?

F-35 in de sterren geschreven? 
De aanbesteding gebeurt door Defensie. De procedure is bij wet bepaald maar de invulling gebeurt door materiaalexperten van Defensie om het gewenste materiaal aan te kopen. De kans is zeer groot dat de voorkeur uitgaat voor een technologisch meer geavanceerd toestel. De F-35 staat al decennia lang op de wenslijst van mensen uit luchtmachtkringen.

We moeten ook verwachten van materiaalexperten en de beleidvoerders binnen Defensie om apolitiek te kiezen voor het beste materiaal. Niet voor MPPV-voertuigen (Dingo 2) die in plaats van standaard uitgerust te zijn met Duitse dieselmotoren ineens met Franse motoren moesten worden uitgerust. Noch voor de aankoop van de Piranha IIIC - die overigens onder het aankoopbeleid van Vandeput al vervangen zal worden zonder verdere kritische noot - zodanig dat een specifiek 90mm geschut de enige optie is voor de zwaarste variant.

De F-35 is technologisch het meest geavanceerd en de enige optie in zijn categorie. De Europese alternatieven zoals de Eurofighter EF-2000 en de Dassault Rafale (buiten de normale procedure) zijn allen uitlopers van projecten uit de jaren 1980. Het zijn capabele toestellen maar eigenlijk een beetje achterhaald. De nood aan industriële meerwaarde en politieke noodzaak na de aanzienlijke investeringen zijn de hoofdredenen van hun bestaan.

De enige mogelijke alternatieven is het leasen van EF-2000's of F-35's met een eventuele aankoopmogelijkheid; wachtende op mogelijke verdere ontwikkelingen op vlak van gevechtsvliegtuigen. Op vlak van projecten zijn er drie opties: samenwerking met Japan-Verenigde Staten, samenwerking in de beide Europese projecten.

It's all about the nuclear deterrent. 
Het is opvallend dat SP.a weinig ingaat op - allicht de hoofdreden - de reden waarom de F-35 allicht toch het pleit zal winnen. De F-35 is momenteel het enige toestel in de running dat de nucleaire afschrikking binnen onze NAVO-taak kan uitvoeren. De EF-2000 moet hiervoor enkele modificaties ondergaan, met Amerikaanse samenwerking. De reden waarom Duitsland overweegt om F-35's te kopen ipv EF-2000's aan te passen.

Het nucleaire debat gaat SP.a uit de weg want ook dit debat zal ze verliezen. Kernwapens zijn de hoofdreden waarom een grootschalig conflict tussen Europa en Rusland onwaarschijnlijk is, dit neemt niet weg dat er asymmetrische opties zijn. Het sluit evenmin kleinschaligere conflicten uit (Oekraïne). Ook richting Midden-Oosten zal een nucleaire afschrikking noodzakelijk zijn. Tactische kernwapens, zoals de B-61, spelen hierin hun rol. Een kernwapenvrije wereld is een wereld vol oorlog, het is een 'efficiënt' afschrikkingsmiddel. Overigens B-61 ingezet door Belgische gevechtsvliegtuigen zijn zowat de beste garanties dat ze niet nodeloos zullen worden ingezet.

De risico's rond de keuze voor de F-35?
Er zijn uiteraard mogelijke risico's voor de keuze van de F-35.

We moeten opletten dat men niet een toestel kiest dat wegens zijn operationele kost niet inzetbaar is rekening houdend met onze defensiemiddelen. Wat is de gemiddelde operationele kost per vlieguur van een F-35 vs een EF-2000/Rafale vs F-16 en hoe vangt men de verschillen op?

Technologisch en op vlak van onderhoud is men inderdaad 'opnieuw' afhankelijk van de Verenigde Staten van Amerika. Allicht iets meer dan zijn Amerikaanse voorganger, de F-16, omwille van veiligheidsoverwegingen die zich in commerciële voordelen zullen uiten. Anderzijds zijn er ook de Europese investeringspartners die economische baat zullen hebben bij de keuze voor de F-35.

Het grootste gevaar voor de F-35 vanuit de partnerlanden is Turkije. Turkije glijdt steeds verder weg van Europa en de NAVO. De notie van regionale grootmacht in het Midden-Oosten - als power broker - heeft een ijlend effect op Turkije met een toenemend Neo-Ottomaanse identiteit. Rusland, traditionele vijand, zou wel eens een nuttige bondgenoot worden voor de Turken...en informatie zou uitgewisseld kunnen worden. De Verenigde Staten hebben overigens de eerste stappen gezet om alle militaire technologische export naar Turkije een halt toe te roepen, specifiek de verkoop en overdracht van F-35's. Welke zijn de alternatieve scenario's indien Turkije zorgt voor een veiligheidslek richting Rusland?

Een volgend risico is niet zozeer verbonden met de keuze voor de F-35 want indien men voor een alternatief toestel kiest dan zal men nog steeds slechts 34 toestellen aankopen. In de jaren 1970 toen de F-16 door Minister Vanden Boeynants werd aangekocht bestelde Defensie destijds 160 F-16's. 105 kregen de MLU update, daarna werd hun aantal gereduceerd naar 72 in 2005; tegenwoordig hebben we er een 45-tal in dienst?

In totaal 58 Belgische F-16's waren betrokken bij ongevallen - 17 keerden terug in actieve dienst; dat is 36.25% van de vloot betrokken in incidenten en 25.63% van de vloot ging verloren. Indien we hetzelfde voorhebben met de  vervangende vloot dan zal deze reduceren van 34 naar 23 toestellen tijdens de levenscyclus. Defensie is ook een getallenspel. Het is niet omdat de F-35 een vliegend 'Zwitsers zakmes' is dat hiermee men het aantal aangekochte vliegtuigen kan reduceren. 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen is een laag aantal. Ieder nieuw gevechtsvliegtuig vervangt de facto 4.7 toestellen uit de vorige vloot (op basis van aankoopcijfers).

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

30 mei 2018

Belgische Justitie is terminaal ziek




Rechtvaardigheid werd door de gemeenschap aan de Staat toevertrouwd om te voorkomen dat mensen zelf gerechtigheid (wraak) zouden laten geschieden; opdat ruzies beslecht zouden worden door een neutrale partij in plaats van gevechten die kunnen ontaarden in bloedvetes.  Justitie dient de wet te laten gelden, misdaden aan te klagen (openbaar ministerie), de strafmaat bepalen (rechters) en daarna de strafmaat laten uitvoeren (gevangeniswezen).

In dit land hebben we een fundamenteel probleem dat al langer dan een decennium aansleept. Een Minister van Binnenlandse Zaken mag zoveel miljarden werpen in de strijd tegen criminaliteit (veiligheidsbeleid), zolang Justitie (onder de Minister van Justitie) niet kan volgen is dit dweilen met een afgebroken kraan.

Wat is het nut dat Justitie gerechtigdheid laat geschieden door het uitspreken van een strafmaat, al dan niet meteen overwegend tot een alternatieve strafmaat (ipv reguliere). Of nadien de strafmaat te ondermijnen via de voorlopige of vervroegde vrijlating? Kan Justitie eigenlijk nog wel gerechtigdheid laten geschieden?

Binnen de blauwe wereld stelt men zich deze vraag al decennialang. Alleen heerst er eerder een cultuur van geitenwollensokkenbehandeling van gevangenen die meer aanzien worden als slachtoffer die onttrokken worden aan de maatschappij dan gestrafte dader. Met als toemaatje een verouderde en verwaarloosde infrastructuur door Statelijke geldtekorten (en politieke onwil).

Het kan nog erger. Het recente terreurincident verduidelijkt dat het justitiebeleid niet echt in lijn ligt met het antiterreurbeleid. Ook daar faalt Justitie.

Decennialang miserie.
Al decennia bijten Ministers hun tanden stuk op de hervorming van Justitie, van het rechtswezen, en vooral de digitalisering en archiefbeheer (bewijslast) van heel het rechtswezen om de logheid en achterstand van Justitie weg te werken. Jarenlang hebben we mogen aanhoren hoe de gerechtshuizen verouderd of afbrokkelend waren, opslagruimtes volgestouwd en slachtoffer van schimmels. Dossiers verloren…

Af en toe horen we de vrijspraak van verdachten omwille van procedurefouten, waartoe de Procureur des Konings op moet toezien….men zou verwachten dat middels digitalisering de kans op procedurefouten zou kunnen annihileren.

Het gevangeniswezen kreunt al decennia onder stress, personeelstekort, overbevolking en sterk verouderde infrastructuur. Hoeveel stakingen hebben we niet gehad het afgelopen decennium? Ja, er komen nieuwen gevangenissen bij en men tracht de gevangenissen te legen door ‘alternatieve straffen’ en het uitstellen van strafuitvoering.

Een mens zou durven stellen dat in België Justitie kampioen zou zijn in het innen van geldboetes, maar ook daar scheelt er iets. In het verhogen van de geldboetes en het uitvinden van geldboetes zijn we zeker kampioen,  gezien Justitie talmt hebben we daarom GAS-boetes.

 Justitie is terminaal.


Vrijheid aan de gevangenen!

Al meer dan een decennium pleiten politici en allerhande voor alternatieve straffen en verzwakte strafuitvoering. Thuis zitten met een enkelband dat nauwelijks te controleren valt, uitvoeren van gemeenschapstaken voor een aantal uren…in plaats van gevangenisstraffen. Minder dan 6 maanden celstraf wordt niet uitgevoerd. Herinner u de diverse politiereportages in het zog van de terreuraanslagen van 2016. Hoe vaak kwamen daar geen mensen voor die al in aanraking waren gekomen met het gerecht, zonder strafuitvoering of die ‘ondanks’ een alternatieve straf toch terug op het slechte pad waren.

In het begin van uw criminele carrière ontspringt een crimineel de dans om hij/zij nog een kans te geven in onze maatschappij. Toegegeven, iedereen kan wel eens een fout maken. Maar ondertussen spreken we niet echt meer over koorknapen die alternatieve straffen krijgen. Bovenop is er een systeem van voorlopige en vervroegde vrijlating (wet Lejeune).

Ter verduidelijking, het recente voorval te Luik waarbij een tijdelijk vrijgelaten geradicaliseerde gevangene een mededader vermoordde, gevolgd door een terreurdaad waarbij 2 hulpagentes en één burger het leven lieten – naast nog een aantal gewonde politieagenten, is niet het gevolg van de wet Lejeune. De Wet Lejeune regelt de vervroegde vrijlating van gevangenen.

De Wet Lejeune ten tijde van Dutroux is lang niet dezelfde ‘wet Lejeune’ als vandaag, maar toch hervallen we blijkbaar in een gelijkaardige fout – namelijk het niet uitvoeren van strafmaten.  Destijds was de vervroegde vrijlating een gunst verleend door de Minister van Justitie. Een zekere Marc Dutroux kreeg deze gunst destijds, waarna hij recidiveerde. Na een wetswijziging in 2006 werd dit een verworven recht te beslissen door een strafuitvoeringsrechtbank. Toen kwam een zekere Michelle Martin vrij, en ondertussen ook een andere kompaan van Marc Dutroux. Ten tijde van Dutroux geloofde de goede gemeenschap dat ze zouden wegrotten in een cel; rara ze lopen vrij rond. In 2011 werd de wet verstrengd.

Er bestaat echter nog een achterpoortje. Gevangenen moeten – zo gaat dit in onze geitenwollensokken strafuitvoeringsbeleid – zich kunnen ‘herintegreren’ in de maatschappij. Hiervoor bestaat oa het penitentiair verlof en de uitgaansvergunning, verleent door de Minister via de Dienst Individuele Gevallen, zoals geregeld door de Wet Lejeune. Het is een instrument bij uitstek – naast de alternatieve strafuitvoering – om de gevangenissen te ontvolken. Daarnaast is er nog de voorlopige in vrijheidheidstelling, geregeld via een Ministeriële omzendbrief - maar dit is voor het verwijderen van ongewenste personen naar het buitenland of uitlevering van personen.

Het is des te wraakroepend dat de dader van deze terreurdaad ondanks recidive en het al eens niet naleven van de voorlopige invrijheidstelling opnieuw tijdelijk werd vrijgelaten…terwijl de persoon gekend staat wegens Islamistische radicalisering. Als je de vader van de dader hoort verklaren dat hij zijn zoon in een psychiatrische instelling wou na zijn voorlopige vrijlating. Hoe komt een labiele persoon, GERADICALISEERD in tijden van terreur – nog voorlopig vrij?

Het is misschien tijd dat men grondig nadenkt over een nieuw geboren Justitie, waarin strafmaten die wettelijk bepaald zijn en door een rechter opgelegd ook effectief ten volle worden uitgevoerd. Waarbij de maatschappelijke herintegratie in onze maatschappij van nabij wordt opgevolgd; na volle uitvoering van straf of een eventuele uitzonderlijke vervroegde vrijlating na gunst (door een expertenpanel) – maw. als uitzonderingsmaatregel. In het kader van de vervroegde vrijlating kan men eventueel trapsgewijs en met nabije opvolging een traject opstellen naar een definitieve of vervroegde invrijheidstelling.

Justitie niet in lijn met antiterreurbeleid.

Het meest onverklaarbare is hoe iemand binnen het Justitiële apparaat het in zijn hoofd krijgt om een Islamitisch geradicaliseerde recidivist voorlopig vrij te laten. Het is al langer geweten dat onze gevangenissen kweekvijvers zijn voor ‘religieuze radicalisering’. Al een decennium is er zogezegd een deradicaliseringsproject.

Advocaat van Syriëstrijders Abderrahim Lahlali (CD&V) stelt in De Afspraak (30/05/2018) dat er op 10.000 gevangenen in België ongeveer 4.000 een Islamitische achtergrond hebben, daarvan stelt OCAD dat er 450-tal ‘vatbaar zijn voor radicalisering’ (later werden de cijfers ineen 2000 gevangen en 200-tal vatbaar voor radicalisering). Het cijfer van het aantal ‘Moslims’ in onze gevangenissen is een taboe. Statistieken op basis van religie bijhouden is bij wet verboden. Anderzijds heb je een VZW zoals Dar el Ward die in het kader van het suikerfeest (Iftar) voor gevangenen 7.000 maaltijden tracht aan te bieden. Hoeveel Moslims zitten er nu eigenlijk in onze gevangenispopulatie (10.000 totaal); 2.000; 4.000 of 7.000?

27 ‘religieuze?’ medewerkers worden door Justitie tewerkgesteld ter begeleiding. Op een populatie van 4.000/2.000/7.000 moslims (40/20/70%) heb je 27 medewerkers die hen religieus moet bijstaan en niet bezig houden met deradicalisering (450 potentiële daders). Wat scheelt aan dit plaatje?Onafhankelijk of dit een gemeenschapsmaterie geworden is na de 6e Staatshervorming.

Al onze terroristen zijn personen die op zoek zijn naar een identiteit. Dat behoort tot hun profielomschrijving. Er zijn idealisten – de zuiveren van geest – en er zijn diegene die radicaliseren als identitaire evolutie. Ze zetten zich af tegen onze maatschappij, waarden en normen. Hun criminele achtergrond is indicatief voor een andere ethische visie inzake geweld en indicatief voor een wereldbeeld waarbij ze zich afzetten tegen onze maatschappij. We moeten ook rekening houden dat niet iedere terrorist een ‘allochtoon’ is of een inwijkeling… er zijn ook nog de baptisés. De gedoopten, meelopers die met hen opgroeide of die willen behoren tot hetzelfde wereldje. Destijds zag je ze, de ‘autochtoon met allochtone allures’. Benjamin Herman is allicht in de gevangenis een Baptisé geworden. Hier werd al meer dan een decennium geleden door politieagenten op het terrein op gewezen, maar toen werden deze afgedaan als racisten of onheilspellers.

Het is gemakkelijk te stellen dat ze zich afgewezen voelen of géén uitweg meer vinden om zichzelf dan te ontpoppen tot zelfmoordterrorist. Ze hebben altijd gekozen voor de uitzichtloze en gemakkelijke weg, wentelend in een slachtofferrol. Anderen zijn succesvoller of radicaliseren niet.µ

Waar Justitie en de politieke goegemeente wel vlot in was is het hervormen van de Wapenwet op vraag van een Procureur Des Konings omdat men tijdens terreurhuiszoekingen wapenladers vond maar géén vuurwapens. Zodus is het bezit van een lader voortaan vergunningsplichtig en kan men gestraft worden voor illegaal wapenbezit (6 mdn tot 5 jaar). In een land waar de strafuitvoering vierkant draait. Gevolg? De provinciale wapendiensten worden overspoelt door verzamelaars en wapenbezitters die zich in orde willen stellen.

Tegelijk gaat België aan Irak vragen om de doodstraf tegen Syriëstrijder Tarik Jadaoun om te zetten in levenslang want in België is men grondwettelijk tegen de uitvoering van de doodstraf. Misschien moeten we ons toch eerst bezighouden met ons eigen rotzooi?

Labels: , , , , , ,

Read more...

27 mei 2018

Het EP, Zuckerberg en de vrijheid van gedachten.



Mark Zuckerberg had enige dagen geleden de beleefdheid om het Europese Parlement te bezoeken om zichzelf te onderwerpen aan een kruisverhoor vanwege Europarlementariërs. Een panel Europese parlementsleden stelden een uur lang vragen waarop Zuckerberg 25 minuten de tijd nam om, gezien zijn drukke tijdsschema, te antwoorden. Het werd snel duidelijk dat het Europese Parlement weinig indruk maakte op Zuckerberg en de rest van de wereld.

Aanleiding voor het gehele verhaal was het ‘Cambridge Analytica’-schandaal waarbij een extern bedrijf data van social media-gebruikers hanteerde in het kader van een politieke marketing opdracht. Data vergaart via applicaties waarbij gebruikers zich akkoord stelde met de uitwisseling van data (standaard praktijk). Het is inherent aan quasi ieder internet business model dat men data vergaart en verhandelt. De gebruikers stemmen hiertoe toe zonder echt de disclaimers en andere privacy policies te lezen. Waarom? Omdat we gebruik willen maken van die diensten. We willen online data met elkaar uitwisselen, online aankopen doen en dit zo gratis mogelijk.


Het probleem? De verspreiding van sociale data vormt volgens de politici een schending van onze privacy (waartoe we zelf toestemming gaven) en een 'gevaar voor de democratie door influencing'.


Het social media business model.


Facebook is een virtuele sociale gemeenschap; its a virtual 'nation'. Mensen met overeenkomsten of onderlinge belangen binden zich aan elkaar gebaseerd op het vriendschapsbeginsel. Facebook Messenger en Whatsapp zijn communicatiemiddelen, hiermee praten we. Instagram is een apart fenomeen dat nog meer dan facebook commercieel gericht is op influencing. Het zijn aanvullende applicaties, communicerende vaten maar geenzins vormt men hiermee een monopolie.


Via deze applicaties vergaart men data over de gebruikers die men verhandelt, voor commerciële doeleinden. Het is de gebruiker die zelf instemt en de data zelf gaat voeden door dagelijks gebruik. Het transparant maken van de datavergaring die plaatsvindt is interessant (GDPR), maar uitermate complex omdat alle social mediaplatformen- niet louter Facebook - het doet.


Het is via die data dat je oa. als gebruiker blootgesteld wordt aan specifieke reclame. Haal dat onderuit en sociale media sterft als een 'gratis' dienst en moet men overschakelen naar een abonnementsdienst. Willen wij betalen voor sociale media in de vorm van een abonnement? Neen. Zijn we bereidwillig om data af te staan? Ja.


Heeft Facebook een monopolie op data? Neen. Er zijn nog andere spelers zoals Google. Facebook hiervoor hekelen zoals het Europese panel heeft gedaan is misplaatst en verdacht. Is het een miskennen van het internetgebeuren of is het een verdoken vurige wens?


De gebruiker ligt niet zozeer wakker van zijn 'commerciële datawaarde'. Overigens, de commerciële waarde van data kan alleen maar afnemen naarmate ieder internetfenomeen dezelfde data van dezelfde gebruikers vergaart. Toegegeven, ergens is er nood dat de gebruiker meester blijft van zijn of haar data.


Een oplossing hiervoor ligt bij een technologische ontwikkeling (Blockchain) zodat eenieder zelf meester kan zijn op een overzichtelijke manier van welke data hij of zij deelt en wat ermee gebeurt. Hierin kan de overheid een rol spelen, maar het is sterk betwijfelbaar dat de overheid hiertoe de nodige kennis en capaciteiten heeft.


Its not about the data but about the influencing.


Het is duidelijk dat diverse politici de ogenschijnlijke 'datamonopolie' van Facebook willen breken. Niet uit vrees voor een schending van de privacy van de gebruiker noch omwille van een commercieel monopolie, maar omwille van 'manipulatie'. Het gaat eigenlijk niet zozeer over een monopolie van datavergaring en daaruit voortvloeiende dividenden door middel van spin offs, maar een 'monopolie' op beïnvloeding en de vrije loop van gedachten op sociale media zoals Facebook.


De commerciële grootheid van Facebook is bijzaak - belastingen kunnen heffen op haar winstgevend activiteiten kwam eveneens ter sprake. Het gaat om het controleren van de vrije gedachten op sociale mediaplatformen zoals Facebook; en het controleren van mogelijke beïnvloedingscampagnes van belangengroepen.


1. Sociale media als vrijhaven voor de vrije gedachte

Tijdens het 'panelgesprek' viel mij vooral de woorden van Guy Verhofstadt op. Op een gegeven moment vraagt hij aan Zuckerberg hoe hij herinnerd zou willen worden. Als één van de groten 3 'internet giants' zoals Steve Jobs of Bill Gates....of gaat hij toestaan dat Facebook een 'digitaal monster' zou worden die 'onze democratie en maatschappij zou vernielen'?

Het grote probleem voor onze politici met sociale media zoals Facebook, waarvoor Zuckerberg eigenlijk gehekelt werd, is niet het privacyprobleem maar de vrije loop aan gedachten bij de diverse sociale interacties alsook de mogelijkheid tot politieke marketing door belangengroepen. Bovenal, het feit dat er géén enkele actor hier echt vat op heeft.


Het probleem is eigenlijk dat sociale media de politiek gecorrigeerde berichtgeving en duiding doorheen de diverse bestaande communicatiekanalen vanuit Statelijke instellingen, Mainstream Media ea. Organisaties, ondermijnt. Hierdoor vormt een sociale mediaplatform als Facebook een vrijhaven voor de vrije gedachten maar ook een 'piratenhaven' voor belangengroepen.


Facebook is eigenlijk een megagroot forum waarop de Staat en in zekere mate Facebook zelf geen vat op heeft waardoor bepaalde wetgeving zoals de antiracismewetgeving ea. moeilijk toepasbaar zijn omwille van privancyschendingen. Onze politici en wereld worden hierdoor geconfronteerd met het 'HLN-commentatorfenomeen'...de 'gore onderbuik van onze samenleving' in plaats van de politiek correct opgesmukte commentaren. De gedachtengangen van éénieder die men in de privésfeer verkondigt maar niet in de openbare sfeer. Alsook met belangengroepen die gebruik maken van de platformen om de 'democratische proces te beïnvloeden'. De hoeveelheid aan data dat hierdoor moet worden doorgenomen is gewoon 'ondoenbaar'.


Zuckerberg verklaarde dat Facebook al zijn uiterste best deed om fake news en valse profielen te weren van Facebook, alsook de verspreiding van extreme gedachtengoeden en propaganda tegen te gaan. Zuckerberg verwees bijvoorbeeld naar de strijd tegen IS en beïnvloeding in diverse verkiezingen. Uiteraard zal Facebook handelen tegen valse profielen want dit vormt een verliespost in haar business model. Facebook is community-driven en probeert dit te gebruiken om misbruiken onder controle te houden op Facebook, maar het is niet haar hoofdtaak. Het begint overigens een probleem te worden omdat activisten dit syteem misbruiken voor politieke doeleinden om anderen toegang te ontzeggen.


Guy Verhofstadt vond het blijkbaar niet kunnen dat Facebook hierin zelf initiatief nam en een eigen legertje en bijhorende technische hulpmiddelen heeft om bepaalde gedachtengangen en influencing tegen te gaan. De oplossing volgens een politicus als Guy Verhofstadt bestaat er blijkbaar in om een nieuw GEDAPO-leger in het leven te roepen. Een gedachtenpolitie die Facebook afschuimt op zoek naar foute gedachten en eventuele 'negatieve influencing' door belangengroepen.


De tussenkomst van Nigel Farage was uitermate bondig doch héél interessant. Een totaal andere insteek dan die van de andere Europarlementariërs. Het is een héél eenvoudige vraag: Wie beslist welke gedachten aanvaardbaar zijn of niet op Facebook? Nigel Farage stelt voor om eventueel een 'Bill of Rights' op te stellen om binnen de sociale media de pluraliteit van de gedachten (de vrijheid van gedachten) te vrijwaren. Europarlementslid Nicolas Bay ging hierop verder in.


2. Andere onbesproken gevaren van Social Media Hominid Data

Er schuilt inderdaad een gevaar bij datavergaring en de manier waarop deze gebruikt wordt. Sociale Media Hominid Data kan heel wat vertellen over een persoon, maar vertelt nooit alles. Het gevaar schuilt erin dat deze vorm van data gebruikt zal worden voor allerhande beslissingen in ons leven, zoals aanwervingen, zonder de nodige volwassenheid om de data correct te hanteren. Sociale Media zoals Facebook is géén platform voor professionele doeleinden (LinkedIn wel), maar het kan iets vertellen over de sociale skills van een persoon. Ik vrees dat de wereld onvoldoende volwassen is om deze data correct te gebruiken voor doeleinden zoals aanwervingen. Dus ja, er is enig toezicht nodig op wat er allemaal gedaan wordt met de vergaarde data. Er is dus wel een mogelijkheid tot privacy issues.

Een ander mogelijk gevaar - maar ook voordeel van - sociale media zoals Facebook is commerciële sturing. Door ons online gedrag, zoekgebruik en commerciële online handelingen bekomt men héél sterke marketing data die aanleiding geven tot héél gerichte reclame. Maar zoals alle vormen van reclame is het een kwestie van zelfvolwassenheid om hieraan te weerstaan indien nodig. Het alternatieve probleem hiermee is een vernauwing van het productgamma, net zoals een vernauwing van blootstelling aan ideeën.


Labels: , , , ,

Read more...

22 mei 2018

Geen volwaardig wetgevend burgerinitiatief


Begin Mei 2018 kon men iets opmerkelijks lezen in de media (HLN). De burger zou door een politiek initiatief van Kamerlid Calvo (Groen) zelf een wetsvoorstel kunnen indienen en voorstellen bij de Kamer van Volksvertegenwoordigers mits het behalen van voldoende handtekeningen.  De persartikels verwijzen naar een vereiste van 25.000 handtekeningen, waarvan 14.500 woonachtig moeten zijn in het Vlaams Gewest; 2.500 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 8.000 in het Waals gewest. De fiche van het parlementaire voorstel kan u hier terugvinden

Het basisvoorstel voorziet een nieuw systeem om een verzoekschrift gericht aan het Parlement in te dienen zodoende een onderwerp op de ‘politieke agenda’ te kunnen plaatsen op een ‘rechtstreeksere’ manier. Uit mijn lezing van het basisvoorstel valt niet echt af te leiden dat een burger een wetsvoorstel zou kunnen indienen. Opvallender is dat de mogelijkheid tot eventuele wetswijziging toegevoegd wordt door middel van een amendement van het voorstel, als nagedachte, en louter een ‘voorstel tot’. In géén geval kan de burger het initiatief nemen tot wetgevende actie zoals men liet uitschijnen in de pers. 

Het voorstel is Belgisch politiek surrealisme ten voeten uit gezien eenieder Staatsburger momenteel al een verzoekschrift kan indienen met suggesties, maar blijkbaar zonder al teveel succes omwille van de werking van de Commissie voor de verzoekschriften – bemand door Volksvertegenwoordigers. Artikel 57 van de Belgische Grondwet maakte het al mogelijk om een verzoekschrift in te dienen, Hoofdstuk V van het Reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers (hierna het reglement) vormt het aanvullende wettelijke kader. Een Commissie voor de verzoekschriften bekijkt de ontvankelijkheid en eventueel verdere beloop van het verzoekschrift. Nopens artikel 143 van het reglement kan het verzoekschrift worden doorgezonden naar de betrokken Minister; het college van federale ombudsmannen of de bevoegde Kamercommissie. De commissie kan het verzoekschrift ook seponeren.


Rare kronkels in het basisvoorstel. 

Volgens het basisvoorstel dient een verzoekschrift een duidelijke concrete vraagstelling te omvatten dat conform is met het EVRM. De Commissie voor de verzoekschriften kan men 'ontlopen' indien men voldoende steun heeft van 'burgers die hun woonplaats in België hebben en die de volle leeftijd van 16 jaar hebben bereikt'. Voldoende steun wordt omschreven als 25.000 ondertekeningen door burgers, waarvan 14.500 woonachtig moeten zijn in het Vlaams Gewest; 2.500 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 8.000 in het Waals gewest.

De omschrijving 'burgers die hun woonplaats in België' hebben opent de deur op een kier voor iedere burger woonachting in België, die eventueel geen Belgisch Staatsburger is. Enkel in de toelichting maakt men verwijzing naar het gebruik van de E-ID om eventueel digitaal te kunnen ondertekenen, maar dit is niet sluitend. Bovendien zijn Belgische Staatsburgers niet woonachtig in België bij voorbaat uitgesloten. De volle leeftijd van 16 jaar is een poging om jongeren dichter te betrekken bij het politieke proces, maar deze personen zijn niet eens kiesgerechtigd om Volksvertegenwoordigers te kiezen! 

Gaat men ineens personen die niet eens kiesgemachtigd zijn de mogelijkheid geven om in ons politiek proces te moeien door middel van verzoekschriften - al dan niet met voorstellen tot wetswijziging? Het lijkt logisch dat de burgers die mogen stemmen bij de Federale verkiezingen voor onze wetgevende kamers dezelfde zijn die een verzoekschrift mogen indienen, derhalve dient men zich te baseren op artikel 1 tem 9 van het Kieswetboek.

De meest opmerkelijke kronkel is die van de gewestelijke verdeelsleutel inzake ondertekenaars, met name  25.000 ondertekeningen, waarvan 14.500 woonachtig moeten zijn in het Vlaams Gewest; 2.500 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en 8.000 in het Waals gewest. Het voorstel geeft geen bijzondere uitleg voor deze verdeelsleutel. De verdeelsleutel lijkt duidelijk communautair geïnspireerd om voldoende ‘brede’ volkssteun te genieten en tegelijk vormt het een grendel. Dit is de enigste mogelijke conclusie. Het is aanvaardbaar dat men een minimaal quotum invoegt om een zondvloed aan onzinnige wetsvoorstellen door burgerinitiatief te voorkomen. Echter, de invoering van een verdeelsleutel vormt een aanvullende fnuikende beperking waardoor de initiatiefnemers zichzelf tegenspreken.

Het concept van de verdeelsleutel staat haaks op de manier van verkiezing van Volksvertegenwoordigers – per provinciale kieskring -  en het staat ook haaks op andere wetgevende communautaire grendels die eventueel van toepassing kunnen zijn die gebaseerd zijn op taalgroepen. Het moet mogelijk zijn vanuit één taalgroep een burgerinitiatief te nemen. Het is inherent aan België dat er communautaire verschillen zijn waardoor er een andere insteek komt, dit wil niet zeggen dat het slechte burgerinitiatieven zijn. Een wetsvoorstel via burgerinitiatief zal het verdere wetgevende proces in de Kamer van Volksvertegenwoordigers moeten doorlopen, derhalve is een aanvullende communautaire grendel overbodig. Het lijkt erop dat sommige politici hiermee willen streven naar een Belgisch federaal model met 3 deelstaten gebaseerd op de gewesten...met steun van N-VA.

Dit is géén wetgevend burgerinitiatief

Slechts in een voorstel van amendement– nota bene ingediend door Kamerleden Calvo; Vanden Burre en Nollet - tot wijziging van het voorstel is er enige verwijzing naar een mogelijkheid tot wetgevend initiatief in één van de artikelen. Dit impliceert dat het idee van een wetgevende burgerinitiatief een ‘nagedachte’ was of eerder ongewenst.  

Zowel in het Nederlands als in het Frans is een wetswijziging de wijziging van een wet, de aanpassing van een bestaande wet – niet het indienen van een wetsvoorstel tot nieuwe wet. De gebruikte verwoording om via verzoekschrift een voorstel tot wetswijziging toe te voegen is overigens opvallend. De verzoeker zal gehoord worden indien de bevoegde Kamercommissie in dezelfde zittingsperiode als indiening over hetzelfde onderwerp een wetsontwerp, wetsvoorstel of voorstel van resolutie bespreekt.

Allicht is deze verwoording ingegeven door artikel 75 van de Belgische Grondwet dewelke het initiatief (tot wetgevende handelingen) vastlegt bij de federale wetgevende macht, zonder opening voor een burgerinitiatief. Dit impliceert dat het initiatief eigenlijk nog steeds bij het Parlement ligt en men via een verzoekschrift eigenlijk een suggestie doet. Indien de Kamerleden over het onderwerp van het verzoekschrift – met hierin een voorstel tot wetgevend initiatief - géén wetgevend initiatief hebben genomen is dan kan het onderwerp van het verzoekschrift niet besproken worden tijdens de zittingsperiode van het Parlement. Er is dus politiek initiatief nodig vanuit de Kamer of de regering om over te gaan tot verdere behandeling van het verzoekschrift indien het een wetswijziging voorstelt.


Om tot een volwaardig wetgevend burgerinitiatief te komen dient artikel 75 van de Belgische Grondwet te worden hierzien.

Naar een volwaardig Wetgevend Burgerinitiatief.

Het voorstel tot hervorming van het petitierecht kan men enkel als zwak beschouwen. Positief gegeven is dat de burger meer rechtstreekse toegang kan bekomen mits het behalen van voldoende handtekeningen, en zo de Commissie voor verzoekschriften buiten spel kan zetten. Waarbij de Kamerleden die zetelen in de Commissie eigenlijk zichzelf buiten spel zetten… . Ceci n’est pas une pipe.

Het voorstel omvat echter geen jota van enige direct democratische insteek dat inherent gekoppeld zou moeten zijn aan een parlementair burgerinitiatief.  De politici wensen duidelijk niet dat de burger het zou aandurven om een volwaardig wetsvoorstel te kunnen indienen, dat alleenrecht en initiatiefrecht wensen ze te behouden. Hiervoor is een grondwetswijziging (art.75) noodzakelijk.

Als het voorstel goedgekeurd en toegepast wordt dan zou meteen een verzoekschrift moeten worden ingediend tot wijziging van het reglement van de Kamer van Volksvertegenwoordigers wat het petitierecht betreft om tot een werkelijk Wetgevend Burgerinitiatief te kunnen komen. 

Labels: , , , , ,

Read more...

24 april 2018

Matthias Storme over discriminatie op de private huurmarkt

Op  1 maart 2018 werd ik gehoord in een hoorzitting van het Vlaams Parlement over - discriminatie bij - de toegang tot de private huurmarkt

De beeldopname van de zitting kan gevonden worden op https://www.youtube.com/watch?time_continue=4&v=YFkZaJojeno.

Hieronder volgt een samenvatting van mijn uiteenzetting, zoals opgenomen in het officieel verslag (docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1389044).


Matthias Storme, hoogleraar KU Leuven en UA, komt net van een evaluatiecommissie over de federale Antidiscriminatiewet. Dat oplossingen voor macroziektes gereduceerd worden tot microsymptoombestrijding vindt hij een risico. Op de huurmarkt zijn er inderdaad grote problemen, mensen vinden soms moeilijk een woning en bepaalde soorten huurders hebben daar meer problemen mee dan andere. De vraag is of een meer repressieve toepassing van de Antidiscrimina- tiewet daar iets kan aan verhelpen. Volgens de spreker kan dat slechts deels, vooral omdat een groot deel van de private huurmarkt closed shop is. Dat betekent dat een verhuurder, anders dan een bakker, per definitie iedereen afwijst behalve één persoon. Als er een overaanbod is, wat vooralsnog niet zo is, zeker niet aan betaalbare woningen, verandert de situatie. Bij grootschalige commerciële verhuurders ligt de zaak ook helemaal anders. Precies om die grote verschillen, zijn er landen waar de wetgever een onderscheid maakt. In het Duitse recht is er een fundamenteel verschil tussen grote en kleine spelers. Voor verhuurders van meer dan 50 woningen gelden strengere antidiscriminatieregels. In principe is de antidiscriminatiewetgeving niet van toepassing op de andere verhuurders.
Een onderscheid maken tussen preselectie en selectie verschuift het probleem. Er worden dan wel meer mensen uitgenodigd voor een bezoek, maar uiteindelijk wordt er slechts één aanvaard. Eigenlijk is het dus symptoombestrijding om strenger toe te zien op de eerste fase.

Het Gelijkekansendecreet en de antidiscriminatiewetgeving buigen zich over de vraag wat geoorloofde selectie, een legitiem onderscheid is en wat discriminatie. De spreker ziet een viertal selectiecriteria om een huurder te kiezen. 

Huurders worden vooreerst geweigerd wegens een reëel of vermeend gebrek aan solvabiliteit. Aan het eerste kan de Antidiscriminatiewet niets doen, aan het tweede misschien. Aan een gebrek aan solvabiliteit kan de overheid op andere, allicht betere manieren wel iets doen, zoals er ook in de conceptnota staan. Solvabiliteit is meer dan enkel het huidige inkomen, het omvat ook het toekomstige inkomen, de waarborg enzovoort. De spreker wijst op een tweespalt: het lijkt een goede zaak om de waarborg zo klein mogelijk te houden, maar een kleinere waarborg beperkt de kansen van net die mensen waarvan de verhuurder twijfels heeft bij de solvabiliteit. Wegens de privacywetgeving en economische wetmatigheden is het moeilijk voor individuele verhuurders om aan informatie te komen. Dat zorgt voor information shortcuts: bij gebrek aan echte informatie, gaan verhuurders voort op vooroordelen.

Het tweede criterium van verhuurders is zorgvuldigheid. De verhuurder wil overlast voor zichzelf of eventuele andere huurders vermijden en tracht in te schatten hoe zorgvuldig de huurder met zijn eigendom zal omgaan. Dat is een vager criterium waar vooroordelen nog een grotere rol kunnen spelen en het nog moeilijker is om informationshortcuts te vermijden. China heeft het plan opgevat om voor elke inwoner een socialekredietscore bij te houden, een beetje vergelijkbaar met wat in de Verenigde Staten bestaat over de solvabiliteit. De FICO credit score, de kredietwaardigheidsscore, informatie over de leningen en achterstallen van elke burger, kan gewoon online worden geraadpleegd. Kortom, hoe meer een huurder beschermd is, hoe groter het risico voor de verhuurder. Bij kortetermijncontracten speelt dat minder en er is ook een groot verschil tussen een individuele verhuurder en een massaspeler. Van massaspelers mag terecht verwacht worden dat zij de bluts met de buil nemen: de goede en de slechte risico’s houden elkaar in evenwicht, net als in de ruimtelijke ordening sociale lasten gelegd worden op grote projecten waar dat op kleine niet kan. Hoewel dat een normale reflex is, hanteert de wetgever dat onderscheid niet op het vlak van antidiscriminatie.

Het derde selectiecriterium is taal. 

Het vierde criterium hangt samen met het tweede, namelijk het woonklimaat, de wooncontext. Op basis van vooroordelen, gezinssamenstelling enzovoort. maken de verhuurders een inschatting van het woonklimaat, de leefstijl van de kandidaat. Cru zegt de spreker dat het misschien niet altijd zinloos is een wat hij apartheidspolitiek noemt, te voeren. Hij verwijst naar de hoorzitting van februari 2005 over het doctoraal proefschrift van Bob Cools, oud-burgemeester van Antwerpen, dat ging over leefstijlwonen in de sociale huisvesting. Bob Cools pleit daarin voor woonblokken voor bejaarden, voor gezinnen met kinderen enzovoort. Zo zouden verhuurders bepaalde selectiecriteria kunnen hanteren in functie van de wooncontext. Als dat in de sociale huisvesting legitiem is, is het dat a fortiori in de private huurmarkt. Voor studentenhuisvesting hanteren grote steden al dergelijke apartheidspolitiek. Het Gentse stadsbestuur doet er alles aan om de sociale mix tussen studenten en gezinnen onmogelijk te maken. De spreker vindt dat overdreven en is er in de gemeenteraad hard tegen tekeer gegaan. Daar het ook hier deels over reële, deels over vermeende problemen gaat, is het zinvol na te gaan hoe aan de verhuurder reële informatie ter beschikking te stellen.

Discriminatie vaststellen, verloopt heel anders bij grote dan bij individuele verhuurders. Bij grote verhuurders kan worden nagegaan of het huurderspubliek representatief is. Bij individuele verhuurders kan dat niet worden vastgesteld. Het willen vaststellen op zich is merkwaardig genoeg zelf ook al op vooroordelen gebaseerd. Hij twijfelt aan de mogelijkheid daarover een effectieve wetgeving op te stellen.

In de nondiscriminatiewetgeving staat de mogelijkheid om statistieken te gebruiken als bewijs van discriminatie. Dat zegt echter niets over een individueel geval, omgekeerd moet de wetgever niet verbaasd zijn dat verhuurders zich dan ook op statistisch materiaal beroepen om foute criteria te hanteren, als informationshortcuts, bijvoorbeeld dat mensen met een laag inkomen statistisch grotere wanbetalers zijn dan mensen met een hoog inkomen. In zekere zin is dat een toepassing van het voorzorgsbeginsel dat in de Grondwet staat: als je niet weet of het schadelijk is of niet, neem dan geen risico. Dat gebeurt in milieuzaken, maar ligt blijkbaar moeilijker in andere domeinen.
De spreker concludeert dat het om ethische en morele redenen zaak is de preselectie discriminatievrij te krijgen, hoewel hij bij private verhuurders twijfelt aan de effectiviteit van dat ingrijpen. Dat zorgt ervoor dat meer mensen de kans krijgen om niet geselecteerd te worden. Of dergelijk toezicht ook best praktijktesten omvat, daarover zal hij zich niet uitspreken. Streng zijn op de preselectie is maar zinvol als individuele verhuurders nadien het recht op selectie wordt gegarandeerd. In het andere geval, zullen zij er alles aan doen om de preselectie te vervalsen, bijvoorbeeld door geen publiciteit te maken. Dat is de zogenaamde‘psythocratie’, de macht van het oorgefluister. Om een open markt te garanderen en de eerste fase zo discriminatievrij mogelijk te houden, moet de selectie nadien dus vrij zijn.

De antidiscriminatiewetgeving is voor de spreker totaal ongeschikt voor individuele closedshopgevallen. Voor individuele verhuurders werkt zelfregulering niet, om redenen die al genoemd zijn. De kwestie is of het vertrekpunt correct is:moet het wel werken, heeft het wel zin. Voor wie de wetgeving wel zinvol is, de grote spelers, is de kans dat zelfregulering werkt ook vrij groot. Hij zegt iets anders dan CIB Vlaanderen maar het gelijkheidsbeginsel vereist dat ongelijke gevallen ongelijk behandeld worden.


Yasmine Kherbache beaamt dat praktijktesten in particuliere gevallen discrimina- tie niet bewijzen. Haars inziens is dat echter niet het doel van praktijktesten. Praktijktesten kunnen ervoor zorgen dat de burger, bijvoorbeeld de verhuurder, niet automatisch zijn keuzepalet verengt, bewust of onbewust, door hem een spiegel voor te houden. Eens bijvoorbeeld vastgesteld wordt dat leefloners systematisch uitgesloten worden, kan er met de sector of de particuliere verhuurders in gesprek gegaan worden, waarbij ze gewezen worden op mogelijke waarborgen om het risico op insolvabiliteit te beperken. Praktijktesten halen feiten naar boven die nuttig zijn voor betrokkenen en beleidsmakers. Een a priori of normatief onderscheid tussen grote en kleine verhuurders vindt het parlementslid niet correct, maar het speelt wel in de beoordeling van een situatie.

Matthias Storme is het in essentie eens met de eerste opmerking. Als academicus is hij nooit tegen iets wat nuttige informatie verschaft. Hij heeft zich niet uitgelaten over praktijktesten, net omdat het dubbelzinnig is wat er allemaal onder die noemer zit. In heel wat antidiscriminatiemaatregelen is het beste de vijand van het goede. Naargelang waar iets voor gebruikt wordt en welke sancties er zijn, wordt het gedrag van de mensen in een vorige fase gestuurd. Een van de grote nadelen van de antidiscriminatiewetgeving voor kleine spelers is precies dat mensen vinden dat ze geen rechtszekerheid hebben, dat ze voor de rechter kunnen worden gebracht voor acties die ze zelf legitiem vinden. Ze moeten zich verdedigen tegen aantijgingen die terecht of onterecht zijn. Hoe meer garanties dat ze in een tweede fase hun vrijheid behouden, hoe meer er in de eerste fase een open society gecreëerd wordt. Hoe meer iets als repressie gezien wordt, hoe meer er een Vieraugengesellschaft gecreëerd wordt, dus ze de diensten niet meer publiek aanbieden. Hoe groter de rechtszekerheid op een bepaalde vrijheid, hoe opener de opstelling in de eerste fase. Als die vrijheid er is, heeft hij geen problemen met informatiegaring, voor bemiddeling, voor het ontkrachten van vooroordelen, onder meer over solvabiliteit. Zo kan de verhuurder erop gewezen worden dat er voor bepaalde groepen systemen zijn waarbij een derde garanties biedt dat de huur betaald wordt.
Het onderscheid tussen grote en kleine spelers acht hij om verschillende redenen wel relevant, onder meer voor de rechtszekerheid. Grote spelers kunnen verplichtingen incalculeren, risico’s spreiden enzovoort. De wijze van inrichting is anders. Hij is ervan overtuigd dat het onderscheid tussen grote en kleine spelers in meerdere sectoren belangrijk is, maar vooral in deze sector.


Yasmine Kherbache beaamt dat praktijktesten in particuliere gevallen discrimina- tie niet bewijzen. Haars inziens is dat echter niet het doel van praktijktesten. Praktijktesten kunnen ervoor zorgen dat de burger, bijvoorbeeld de verhuurder, niet automatisch zijn keuzepalet verengt, bewust of onbewust, door hem een spiegel voor te houden. Eens bijvoorbeeld vastgesteld wordt dat leefloners systematisch uitgesloten worden, kan er met de sector of de particuliere verhuurders in gesprek gegaan worden, waarbij ze gewezen worden op mogelijke waarborgen om het risico op insolvabiliteit te beperken. Praktijktesten halen feiten naar boven die nuttig zijn voor betrokkenen en beleidsmakers. Een a priori of normatief onderscheid tussen grote en kleine verhuurders vindt het parlementslid niet correct, maar het speelt wel in de beoordeling van een situatie.

Matthias Storme is het in essentie eens met de eerste opmerking. Als academicus is hij nooit tegen iets wat nuttige informatie verschaft. Hij heeft zich niet uitgelaten over praktijktesten, net omdat het dubbelzinnig is wat er allemaal onder die noemer zit. In heel wat antidiscriminatiemaatregelen is het beste de vijand van het goede. Naargelang waar iets voor gebruikt wordt en welke sancties er zijn, wordt het gedrag van de mensen in een vorige fase gestuurd. Een van de grote nadelen van de antidiscriminatiewetgeving voor kleine spelers is precies dat mensen vinden dat ze geen rechtszekerheid hebben, dat ze voor de rechter kunnen worden gebracht voor acties die ze zelf legitiem vinden. Ze moeten zich verdedigen tegen aantijgingen die terecht of onterecht zijn. Hoe meer garanties dat ze in een tweede fase hun vrijheid behouden, hoe meer er in de eerste fase een open society gecreëerd wordt. Hoe meer iets als repressie gezien wordt, hoe meer er een Vieraugengesellschaft gecreëerd wordt, dus ze de diensten niet meer publiek aanbieden. Hoe groter de rechtszekerheid op een bepaalde vrijheid, hoe opener de opstelling in de eerste fase. Als die vrijheid er is, heeft hij geen problemen met informatiegaring, voor bemiddeling, voor het ontkrachten van vooroordelen, onder meer over solvabiliteit. Zo kan de verhuurder erop gewezen worden dat er voor bepaalde groepen systemen zijn waarbij een derde garanties biedt dat de huur betaald wordt.

Het onderscheid tussen grote en kleine spelers acht hij om verschillende redenen wel relevant, onder meer voor de rechtszekerheid. Grote spelers kunnen verplichtingen incalculeren, risico’s spreiden enzovoort. De wijze van inrichting is anders. Hij is ervan overtuigd dat het onderscheid tussen grote en kleine spelers in meerdere sectoren belangrijk is, maar vooral in deze sector.
Read more...

22 april 2018

De toekomst van het rechtsonderwijs en het advocatenberoep

In februari kreeg minister Geens het rapport over de toekomst van het advocatenberoep uit handen van 2 advocaten die hij daartoe de opdracht had gegeven. Het is te vinden op https://justitie.belgium.be/sites/default/files/rapporttoekomstadvocatuurrapportavenirprofessiond_avocatfinal.pdf. Het bevat fundamenteel verkeerde opvattingen over het rechtsonderwijs en over de opleiding die advocaten dienen te krijgen. Ik geef hier dan ook de reactie die ik inzond bij de Minister en de balies. De rechtsfaculteit van leuven heeft in overleg met de andere rechtsfaculteiten eveneens een repliek geschreven die spoedig ook online komt.

a. Hervormde beroepsopleiding. Voorstel is : na universiteit 4 maanden voor men de stage mag beginnen.

Twee fundamentele kritieken:

1. Het vraagstuk van het sociaal statuut van de kandidaat is een ernstig probleem, dat de auteurs van het rapport alleen maar vrijblijvend doorschuiven. Het is echt niet ernstig om dit voorstel voor beroepsopleiding te doen en wat het sociaal statuut betreft te zeggen dat het “niet onmogelijk is” om een oplossing te vinden. 

2. Fundamenteler denk ik dat het voorstel een ernstige stap achteruit is ten aanzien van het huidige systeem van de stage. Het huidige systeem is “duaal leren”, dat wil zeggen terwijl men het beroep uitoefent krijgt men ook theoretisch/praktische bijscholing door lessen met examen. In onze samenleving wordt er in vele sectoren voor gepleit om dit duale leren in te voeren (dat een van dé succesfactoren is van de Duitse economie). en de balie zou dit succesrijke model nu afschaffen ? Een 4 maanden beroepsopleiding met lessen vooraleer men enige praktijk heeft, is écht geen verbetering.  Wat men aan deontologie zou kunnen leren zonde praktijkervaring, leert men nu reeds aan de universiteit, en hetzelfde geldt voor procesrecht. Daar nog eens een tweede theoretische cursus procesrecht en deontologie aan toevoegen is nutteloos. Die cursussen tijdens de stage laten lopen, zodat er wisselwerking is met de praktijk, zoals nu kan natuurlijk wel een meerwaarde betekenen. Het voorstel miskent bovendien de grote verscheidenheid in de taken en activiteiten van de advocaat vandaag: het behoudt een verouderd beeld van het advocatenberoep alsof dat in wezen uit procesrecht zou bestaan, nog los van de vraag of men in die cursus wel alle takken van procesrecht aan bod laat komen. 


b. Beroepsvoorbereidend tweede masterjaar

Dit voorstel is nog een heel stuk onzinniger dan het eerste.

Ten eerste is het onverantwoord om de tweejarige masteropleiding te concentreren in 1 jaar. Dit is een zeer ernstige verschraling van de rechtenopleiding en getuigt van een zeer provincialistische reflex. Het ontneemt de toekomstige juristen een hele reeks mogelijkheden om de geest te verruimen, diversere kennis en vaardigheden op te doen, buitenlandse ervaring op te doen. 
Ten tweede getuigt dit van een gevaarlijk hokjesdenken, dat ervan uitgaat dat er een reeks juridische beroepen zijn en dat voor elk van die beroepen er een bepaalde beroepsgeschiktheid kan en moet worden aangeleerd (in één enkel tweede masterjaar).  Het miskent zowel de eenheid als de verscheidenheid van het beroep van jurist. Op de eerste plaats is de verscheidenheid binnen de activiteiten en taken van de advocaat zo groot dat een opleiding die het mogelijk maakt daaraan recht te doen tegelijk een opleiding is die ook aan andere juridische beroepen of professionele uitwegen recht te doen. Sommige advocaten hebben bijna precies dezelfde kennis als vaardigheden nodig als bedrijfsjuristen andere als notarissen, en het rapport geeft zelf toe dat de kennis en vaardigheden voor advocaten en magistraten in wezen dezelfde zijn. Ook hebben juristen in onze samenleving veel meer taken te vervullen en veel meer beroepsuitwegen dan enkel maar de geconsulteerde “corporaties” (balie, gerechstdeurwaarders, notariaat, bedrijfsjuristen, magistratuur). Juristen spelen ook een grote rol in de ambtenarij, internationale organisaties, non-profitsector, politiek, universiteiten en andere wetenschappelijke onderzoeksinstellingen, enz….. Het is compleet verouderd hokjesdenken om het tweede masterjaar te zien als een “beroepsvoorbereidend jaar” in de vakjes van enkele klassieke juridische beroepen. De huidige afstudeerrichtingen aan onze rechtsfaculteiten met een major en een minor in bepaalde disciplines zijn dan ook véél zinvoller dan een omvorming ervan tot een reeks parallelle richtingen rechtspraktijk zonder enige wetenschappelijke onderbouwing. Een jurist die zich als advocaat in strafrecht wil specialiseren heeft meer aan een vak criminologie dan aan vakken advocatuur die niets met strafrecht te maken hebben, een advocaat die graag een commerciële praktijk wil uitbouwen heeft meer aan vakken waarin ook juristen die het bedrijfsleven willen ingaan geïnteresseerd zijn, en een advocaat die vooral administratief recht wil doen heeft meer aan een aantal niet-baliegerelateerde vakken publiekrecht dan aan privaat procesrecht. In de logica van het rapport zou men overigens geen 
Maar er is meer. De auteurs zien niet in of willen niet inzien wat de decanen van de rechtsfaculteiten allicht beter hebben begrepen, namelijk dat de rechtenopleiding wel degelijk een beroepsopleiding is maar wel voor het beroep van jurist, en dat er een fundamentele gemeenschappelijkheid is aan het beroep van jurist, dat de specificiteiten van beroepen als magistraat, advocaat of bedrijfsjurist overstijgt. Het ethos en de beroepseer van de jurist, zoals in de advocateneed mede verwoord, moet in wezen gelden voor alle juridische beroepen : "geen zaak zal aanraden of verdedigen die ik naar eer en geweten niet geloof rechtvaardig te zijn”. 

De tegengestelde corporatistische opvatting van de juridische beroepen die de rapporteurs aanhangen, bedreigt ook de mobiliteit van de juristen tussen de verschillende subberoepen. Het is geen goede zaak voor de samenleving wanneer juristen geen carrièreswitch kunnen maken omdat hun diploma slechts tot één van die subberoepen toegang geeft. Advocaten moeten magistraat kunnen worden, en omgekeerd, maar niet enkel dat.

Matthias Storme

Read more...

21 april 2018

De ergst denkbare laster


De ergst denkbare laster


(Doorbraak, 30 maart 2018)



Op 28 maart zond VRT-Canvas in De Afspraak een debat uit over mei ’68. We zijn als Vlaamse samenleving zo fortuinlijk dat één van de gezichten van toen, Paul Goossens, er vijftig jaar later nog bij is om duiding te geven. (Dat is niet vanzelfsprekend: in Duitsland is Rudi Dutschke er al lang niet meer bij, en bij ons heeft een ander gezicht, Ludo Martens, recenter de geest gegeven.) Tegenover hem zat Joachim Pohlmann, schrijver en ideologisch spitsbroeder van Bart De Wever, benevens politoloog Dave Sinardet en schrijfster Margot Vanderstraeten.









Walen buiten!



Op het einde van een overigens zeer interessant debat (waaruit we onthouden dat 1968 het laatste pro-Vlaamse massabeweging was, waarna de plant verslenste) wou Goossens toch nog even een leuze van toen aan de orde stellen: “Walen buiten!” Die slagzin was gericht tegen de Franstalige Kerkleiding, de inrichtende macht van de Leuvense universiteit. Hij vormde logisch een deel van de roep om emancipatie, wat ook volgens Goossens de verbindende idee achter het wereldwijde verschijnsel mei ’68 was.Toen had hijzelf aan de Vlaamse beweging gevraagd om die slagzin als zijnde“slecht” en “een fout” terzijde te laten, maar die was daar niet op ingegaan.



Nu stelde hij die Vlaamse eis gelijk met de nazi-leuze:  "Juden 'raus!". Omdat Margot Vanderstraeten een tijd in joodse middens doorgebracht heeft en daar een boek aan gewijd had, haalde Goossens haar voor het dramatische effect erbij om die slagzin uit te spreken en te bevestigen dat de joden niet van die Vlaamse leuze hielden, ook al werd er die keer een andere bevolkingsgroep dan zijzelf mee geviseerd.   



Joachim Pohlmann liet die bij het haar getrokken gelijkstelling niet over zijn kant gaan. Hij tilde er zwaar aan dat Goossens hem met “het odium van het nazisme” opzadelde. Hij erkende meteen en onomwonden dat het een “ongelukkige slogan” geweest was, maar dié retoriek was er “ver over”. Goossens begreep echter oprecht niet wat er verkeerd aan was. De linkerzijde is volmaakt gewend aan het doodslaan van haar tegenstanders middels de vergelijking met de in onze cultuur meest verfoeide misdaad uit de wereldgeschiedenis, de Holocaust. De vergelijking is in 100% van de gevallen schromelijk overdreven, maar in dit geval geldt ze voor niet meer dan 0%: “Walen buiten” was in de verste verte geen oproep tot een volkerenmoord (net zo min als “Brüssel Vlaams” dat geweest was). Goossens was er uiterst verbaasd over dat iemand er bezwaar tegen kon hebben, de ergst mogelijke laster te ondergaan.







Boerzwa buiten!



Terzake: wanneer men de werkelijkheid rond de woorden bekijkt, is de ongerijmdheid van die vergelijking volstrekt duidelijk. Aan de ene kant een volkerenmoord, aan de andere kant helemaal niets, noch zelfs maar de flauwste zweem ervan. Ach, het was niet de sympathiekste leuze, maar alleen een verstokt lasteraar vol vuile nachtmerries in zijn hoofd kan er een oproep tot volkerenmoord in zien. Maar om er genereus toch het goede van te erkennen: we weten nu ook op gezag van Paul Goossens wat de conservatieven al zo lang gezegd hadden, namelijk dat "woorden gevolgen hebben".


We zagen op archiefbeelden hoe een volle zaal studenten onder leiding van de jonge Goossens scandeerde: "Bourgeois buiten!" Omdat ik zelf het hoofd koel houd, heb ik daar geen erg in (ik heb het zelf jammer genoemd dat de destijdse leuze "Boerzwa buiten", die tot recent op een muur in het Leuvense stadspark gekalkt stond, er verwijderd is). Hoewel, misschien was ook die slagzin niet zo onschuldig, gezien de moord op miljoenen "klassevijanden" in de communistische landen, meer dan in de Holocaust. Goossens genocidair? Niet volgens mij, maar volgens Goossens wel.



Die volkerenmoord was overigens geen toepassing van de geciteerde woorden. Het was geen louter "buiten" zetten van de geviseerde bevolkingsgroep waarmee de nazi’s ten tijde van de Holocaust dreigden, noch een louter "buiten" zetten van de klassevijanden door de communisten. Even historisch preciseren: door het telescoopeffect leggen latere generaties het verband tussen “Juden ‘raus” en de Holocaust, maar dat is wat onnauwkeurig. “Juden ‘raus” was een slogan uit de jaren 1930 en vond zijn toepassing in de wetten van Neurenberg uit 1935, die de joden buiten de Duitse samenleving plaatsten. Uiteindelijke bedoeling was, de joden vervolgens aardrijkskundig uit te bannen. Ook dat is verwerpelijk, maar wel helemaal anders dan de Holocaust. Het is in de geschiedenis nog voorgekomen (bv. Engeland van de 14de tot de 17de eeuw) maar heeft terecht nooit een dergelijk odium gekregen. Beter dan wie ook weten de joden dat emigreren verre verkieslijk is boven gedood worden. Het is maar na de Frans-Britse oorlogsverklaring en de eerste tegenslagen aan het front dat de nazi’s hun antisemitisme een versnelling hoger schakelden.



Als we er per se de Tweede Wereldoorlog moeten bijhalen, dan dringt zich een andere vergelijking op. Door de machtsverschuiving in het naoorlogse België werd de Franstalige leidinggevende aanwezigheid in Vlaanderen, die de voorafgaande eeuw vanzelfsprekend geweest was, als een vreemde bezetting aangevoeld. Men wou ze kwijt. Dat gevoel was van hetzelfde type (hoewel natuurlijk niet van hetzelfde gewicht) als de wens bij een groot deel van de bevolking tijdens de Bezetting om de Duitse bezetter kwijt te geraken. Maar Goossens wil dus het emancipatorische, in wezen antikoloniale besluit om “geen vreemden tot meesters in ’t land” te dulden, als misdadig wegzetten.







Mo



Wanneer iemand met moord wil dreigen, dan zegt hij niet dat je "buiten" moet, maar dat je "dood" moet. Het is een klein onderscheid dat mensen verblind door haat blijkbaar over het hoofd zien. (En zelfs bij wie je “dood” wenst, wordt de retorische soep in de praktijk niet zo letterlijk gegeten als ze opgediend wordt. “Weg met...”, in betogingsleuzen, is in het Perzisch en Urdu “...murdabâd”, letterlijk “dood aan”, en in het Chinees “da dao...”, letterlijk “tref...”)  Bijvoorbeeld, wanneer Mohammed de heidenen tot overgave en bekering intimideert, dan bedreigt hij hen niet met: "Buiten!", maar met de dood: "Hun plaats is het hellevuur", "Houw in op hun nek!"



En bij die duidelijke woorden geldt inderdaad Goossens’ waarschuwing dat woorden tot daden kunnen leiden. We hoeven het zelfs niet over de middeleeuwen te hebben: tijdens mijn leven, in 1971, pleegde het Pakistaanse leger in naam van de islam een meer dan miljoenvoudige massamoord op de hindoes in wat Bangladesj werd. En zelfs de jongsten onder ons hebben de recente islamitische aanslagen tegen een aantal heidense doelwitten meegemaakt. Zoals de daders in honderden verklaringen en zelfdodingsvideo’s uiteengezet hebben, was dat helemaal in uitvoering van Mohammeds eigen bevelen of voorbeeldgedrag.


Nu wil het zo lukken dat de islam in 1968 een laagtij beleefde (zie de Palestijnse guerrillero’s die zich niet op de islam maar op het marxisme beriepen, terwijl de Egyptische sterke man Gamâl al-Nasser de spot dreef met de hoofddoek) doch juist nu door toedoen van Goossens’ generatie een opdoemende macht in onze samenleving geworden is. Dat heeft tot gevolgen geleid die men niet met 1968 zou associëren, hoewel des te meer met “Juden ‘raus”.



Juist dezelfde avond kwam, met enkele dagen vertraging, de moord in het nieuws op een hoogbejaarde overlevende van de door Goossens geïnstrumentaliseerde Holocaust, de Parijse jodin Mireille Knoll. Dader was haar jonge moslimbuur. Wat die moslim deed, was de daad bij het woord voegen: zijn eigen daad bij het bij alle moslims ingedrilde (en door onze overheden gesubsidieerde) woord van Mohammed. Die had het nochtans zo ondubbelzinnig gezegd: "Strijd tegen de joden tot zelfs de rots waarachter een jood zich verbergt, u toeroept: 'Hee, strijder van Allah, hier schuilt een jood achter mij! Kom en dood hem!'" Als je nu echt met een kwalijke en gevolgrijke leuze wil uitpakken, kameraad 68’er, kan je allicht beter dat zeer actuele profetenwoord gebruiken eerder dan het bloedeloze gezemel van de flaminganten.





Besluit



Proficiat aan Joachim Pohlmann wegens zijn kalme doch besliste wederwoord aan Paul Goossens: "Ik zou verontschuldigingen van u kunnen eisen." De neiging van Hitlercentrische vunzige geesten om overal het nazisme bij te sleuren en via die criminalisering hun tegenstander te overtroeven, is een vergif. Zich door deze gewapende woorden niet laten intimideren, en ze integendeel zelf problematiseren, is een aanzienlijke verdienste.

Labels: , ,

Read more...

15 maart 2018

Ondergang van het referendum in Europa?








 (Doorbraak, 29 november 2017)




Op donderdag 16 November organiseerde de Universiteit Antwerpen een “Current Affairs Debate” met als titel: The Rise and Fall of Referendums in Europe (and Beyond): The Law and Politics of Secession and Self-determination (“De opkomst en ondergang van referenda in Europa [en daarbuiten]: de wet en het beleid omtrent afscheiding en zelfbeschikking”). Aanleiding was de Catalaanse afscheidingscrisis en, meer algemeen, de recente afscheidingsreferenda op de Krim (2014, “ja”), in Schotland (2014, “nee”), in het Verenigd Koninkrijk (uit de EU, de zogenaamde Brexit, “ja”), in Iraaks Koerdistan (“ja”) en, inderdaad, in Catalonië (“ja”). Tel er, in dezelfde sfeer, tevens de referenda voor meer zelfbestuur in de Noord-Italiaanse regio’s Lombardije (“ja”) en Venetië (“ja”) bij.



Concreet zou het gaan over “hoe natiestaten en het internationale systeem omgaan met oproepen tot zelfbeschikking en afscheiding in de 21ste eeuw” en over “wat het internationaal recht hierover te zeggen heeft”. Inleider en moderator werd prof. Koen De Feyter, die aan de UA internationaal recht doceert. 





Partijdig



Op de officiële uitnodiging werd echter al meteen partij getrokken. De genoemde referenda heetten daar “de opeenvolging van gebeurtenissen die een bredere tendens belichamen van een populistisch schema dat zowel een symptoom is van [de nood aan], als een formidabele uitnodiging tot het beheer van de diversiteit en de inwendige economische ongelijkheid”. Doorslaggevend is hier immers de term “populisme”, die ver van neutraal is. Het is een “gewapende” naam voor democratie, gebruikt wanneer men die wil zwart maken maar aarzelt om zich frontaal als “anti-democraat” te afficheren.



Er is in de titel bovendien sprake van de “neergang van referenda”. Daar is nochtans geen enkel teken van, bv. bij het Catalaanse was er een meerderheidsopkomst, anders dan bij de meeste EU-verkiezingen, en een grote meerderheid pro onafhankelijkheid. Het Spaanse repressie-apparaat heeft het willen dwarsbomen en diens belgicistische bondgenoten bij De Standaard en Knack hebben het met alle middelen willen ontkennen, maar de cijfers liegen niet. Die “neergang” is een poging tot negatieve sfeerschepping vanwege het verzuurde belgicistische en eurocratische bestel dat niet met zoiets onbestuurbaars als de uiting van de volkswil wenst lastig gevallen te worden.



Er is alleen een “neergang” in deze zin dat de partijgangers van de status quo niet langer pretenderen, “wel pro democratie te zijn, máár...”.  Vandaag maken zij het beginsel van de rechtstreekse volkssoevereiniteit openlijk zwart met het aloude argument tegen elke democratie: “...de massa is te dom om ernstige beslissingsmacht aan toe te vertrouwen.” Sommigen proberen wel nog de leugen dat de Catalaanse meerderheid niét voor onafhankelijkheid gewonnen is, maar dat alleen bij wijze van voorspel. Eens jehen de cijfers onder de neus duwt, gaan zij tegenwordig moeiteloos over naar het verketteren van de volkssoevereiniteit zelf. Op eerdere bijeenkomsten over politiek denken heb ik al vaker kunnen vaststellen dat de heersende mening in die kringen zeer de neus ophaalt voor de referendumdemocratie, wellicht omdat zij zich deel voelen van de heersende klasse die meer heeft aan despotisme.    

 

 Daarom was ik blij verrast met het panelgesprek zelf. Daar nam iedereen de instelling van het referendum als een legitieme vanzelfsprekendheid aan. Dat prof. Vincent Scheltiens (Politieke Geschiedenis, UA) over het Catalaanse geval informatief doch neutraal bleef, bewijst misschien alleen dat hij een lauwe Vlaming is. Maar van de etnische-Turkse doctoranda Gamze Erdem Türkelli (UA Rechten) en de etnisch-Albanese prof. Qerim Qerimi (UA/Harvard Rechten, maar met basis in Pristina, Kosovo) had ik meer onverholen partijdigheid verwacht. Maar nee, hadden we hun etniciteit niet gekend, we hadden hun privé-overtuiging uit hun uitleg niet kunnen afleiden. Qerimi had eerder al wat pleidooien pro Kosovo gepiubliceerd, maar hier schetste hij gewoon de rechtskundige feiten. Ook de moderator liet zich niet op een als wetenschappelijk verpakte meningsuiting betrappen.





Referendum onontbeerlijk



Te onthouden valt dat in het internationaal recht een gewonnen referendum als noodzakelijk maar niet voldoende geldt voor een onafhankelijkheidsverklaring. In de praktijk zijn er maar weinig landen in staat om zich aan die regel te houden, zie de pogingen tot militaire sabotage van het referendum en de repressie tegen de “schuldigen” eraan in Catalonië. Het Verenigd Koninkrijk is een zeldzaam voorbeeld van de democratische aanvaarding van de stembusresultaten, en is daar in het Schotse referendum trouwens voor beloond met een uitslag pro Unie.  Oekraïne en Irak nemen het minder sportief op, maar er is nog een voorbeeld van hoe het hoort, iets minder bekend en verder van huis: Zuid-Soedan, dat na een lange bloedige oorlog de onderhandelde vrijheid kreeg om zich, na referendum, af te scheiden uit Soedan.



Er waren  trouwens een aantal Afrikanen opgedaagd om juist het geval Zuid-Soedan aan de orde te stellen. In 2011 vond daar een referendum plaats, dat in uitvoering van een vredesakkoord met de Soedanese regering uit 2005. Er kwam ruimschoots meer dan de vereiste 60% opdagen, met ruim 98% van de stemmen vóór de onafhankelijkheid,. Enkele maanden later werd Zuid-Soedan de jongste soevereine staat, zonder bezwaar vanwege de vroegere moederstaat Soedan.



Kosovo heeft het zonder referendum moeten stellen omdat de EU en de VS sowieso besloten hadden om Servië te vernederen en de overwegend islamitische Albanezen een staat cadeau te doen. Het bezwaar dat Kosovo geen referendum gekregen heeft, is echter louter formalistisch: als er één had plaatsgevonden, zou er zeker een grote meerderheid vóór de onafhankelijkheid gestemd hebben.



Zijn onafhankelijkheidsverklaring wordt in termen van mensenrechten gerechtvaardigd, zoals Qerimi hier uiteenzette, en is beslissend geholpen door de mega-smoes van een Servische “genocide”. Alleen kerstekinderen genre Marc Eyskens geloven daar nog in, de naaste betrokkenen hebben de smoes allang over de haag gegooid, maar ze heeft haar werk doeltreffend gedaan. Na de casus belli door het gefingeerde Spaanse “tot zinken brengen van de Maine” door de Spanjaarden (1898), door het Viëtnamese “incident in de Golf van Tonkin” (1964), en voor de “Iraakse massavernietigingswapens” (2003), was de niet-bestaande “Servische genocide op Albanezen” een smoes op maat om de de juiste sfeer te scheppen voor een tussenkomst van de NAVO-luchtmacht. Het enige zwakke punt aan de rechtskundige uitleg op de UA was dat hij zich tot het rechtskundige aspect van deze conflicten beperkte, terwijl dat altijd toch gedeeltelijk een speelbal van de machtsrelaties is.





Dekolonisering



Een belangrijk verwijzingspunt voor de voorstanders van onafhankelijkheid is de dekolonisering. Als we vandaag de vrijheidsstrijd van Ierland bekijken, vallen meteen gelijkenissen op met de onafhankelijkheidscampagnes in India, Algerije of Kenia. De Vlaamse slaapwandelaarsbeweging heeft maar zelden dat verband gelegd, en heeft daardoor bijvoorbeeld niet ingespeeld op de 50ste onafhankelijkheidsverjaardag van Kongo, wat nochtans een voortreffelijk voorbeeld was bij de leuze: “Los van België!”



Een zeldzame vogel die dat verband wél legde, was Mark Grammens. Hij wees er bijvoorbeeld op dat men voor Vlaams zelfbestuur niet hoefde te wachten op een wegsmelten van de verdeeldheid: alle bevrijdingsbewegingen zijn door verdeeldheid geteisterd, en toch zijn vele ervan geslaagd in hun opzet. Meer nog, hun onderlinge wedijver heeft vaak voor extra dynamiek richting onafhankelijkheid gezorgd.



Veel van de vandaag gehoorde anti-Catalaanse argumenten blijken in de dekolonisering weerlegd te zijn. De Catalanen moeten zich aan de Spaanse grondwet houden (zoals Wouter Beke en andere tsjeven beweren)? Nee, Indochina heeft zeker de Franse wettelijkheid geschonden toen het zich uit de koloniale greep losmaakte. De beslissing om zich nu eens niets meer van de koloniale wettelijkheid aan te trekken, is juist een kantelmoment in vrijheidsbewegingen, van het bedelen om kruimels naar het opeisen van de eigen soevereiniteit. Tenslotte trekt de kolonisator zich evenmin iets van de wetten van de opstandelingen aan.



Dat dekoloniseringsparadigma heet nu ten einde te zijn. De ruwe maar duidelijke regels van toen schijnen opgeborgen te zijn. Zich losmaken uit een moederland gold toen als gerechtvaardigd, nu als op zijn best betwistbaar. Dat is tenminste de eensgezinde mening van de moederlanden, terwijl de verweesde staatloze volkeren die een eigen staat willen, bijna geen vrienden hebben. Kunnen de Catalanen op de Vlamingen rekenen?

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten