11 augustus 2016

In welke zin de islam wel degelijk het probleem is


 
(Doorbraak, 11 aug. 2016)

 

Het onderstaande artikel is een zeer kort antwoord op het jongste islam-artikel van Sacha Vliegen, mooi opgesomd in zijn titelbewering dat “de islam het probleem niet is”. Maar het had evengoed een reactie kunnen zijn op één van de vele stukken die daarover dag na dag in De Volkskrant en de NRC, of De Standaard en De Morgen, verschijnen. Allemaal gaan zij uit van diezelfde basiszekerheid: de islam is het probleem niet, als het al niet de oplossing is. Terwijl in werkelijkheid de islam al veertien eeuwen een probleem is, zij het dat het nu voor ons acuter is kunnen worden door de verschijning van, inderdaad, een ander probleem.

Besluiten dat iets “het probleem niet is”, zou kunnen nadat je het onderzocht hebt, ook het beweerd problematische ervan, en dan na afweging ingezien hebt dat die verdenking niet vol te houden is. Aangaande de islam wordt het echter gezegd zonder enige kennis van zaken, vooraf, juist om het debat daarover de pas af te snijden, en dan het merendeel van je tekst te vullen met pedanterie over punten en komma’s, of met niets terzake doend sociologenjargon, om tenslotte wonderwel te concluderen dat “daaruit” de onschuld van de islam “blijkt”. Het is alles bijeen een erg hoogmoedige bedoening: islamkritiek wegwuiven als beneden je niveau, terwijl je in werkelijkheid nog nooit zelf tot op dat niveau geraakt bent.

Ik daag al wie het islamprobleem ontkent of wegwuift, uit tot een tegensprekelijk debat daarover. Tot nu toe heeft geen enkele pleitbezorger van noch schouderophaler voor de islam die test doorstaan.

 

Egocentrisme

Stel, je bezoekt in het ziekenhuis je oude vader die daar aan zijn bed gekluisterd ligt en door het venster alleen een streepje blauwe hemel kan zien. Jij daarentegen kan door het venster de hele omgeving overschouwen. Hij vraagt jou om de boom daar aan de overkant van de straat te beschrijven: of hij al in bloei staat? Dat beloof jij te doen. En je begint met het venster te beschrijven waardoorheen de boom te zien is: het is van hout, gevernist, met zilverkleurige klink. Jamaar, zegt hij, beschrijf nu toch eens die boom! En jij kijkt in de aangewezen richting, maar nu begin je je bril te beschrijven waardoorheen jij de boom kan zien: een hip model, zwart montuur, enzovoort.

Irritant, niet? Wel, dat is hoe de verenigde islam-afschermers het islamdebat voeren. Er mag gezegd worden wat er wil, het mag over eender wat gaan, zolang het maar niet de islam betreft. Bij voorkeur gaat het over iets veel nabijers, zoals het kolonialisme, duizend jaar jonger dan de islam; of de discriminatie door die lelijke autochtonen, duizenden kilometers van Mekka; of het Amerikaans imperialisme, of de zionistische entiteit. De Ander, nochtans de heilige van het postmoderne wereldbeeld, mag wel in abstracto bezongen worden, maar mag in concreto niet echt Anders zijn; ons eigen waardenkader moet in het centrum blijven, niet alleen van onze maar zelfs ook (zo maken wij ons wijs) van hun wereld.

Geen boom daar in die oninteressante verte, je eigen lens is het ware middelpunt van het progressieve wereldbeeld.  Bijvoorbeeld: de bewering van de goedmensen dat moslims arm zijn en alleen daarom geweld plegen, is niet alleen fout wat de beweegreden voor het geweld betreft (ze stelt eigenlijk arm gelijk met gewelddadig, foei!), maar het verraadt ook een hopeloos eurocentrisme. In sommige moslimwijken van onze grootsteden zou je een indruk van armoede kunnen opdoen, maar wie wat verder kijkt, tot in de Saoedische paleizen, zal de islam zeker niet met armoede vereenzelvigen. Onze progressieven zijn dorpers, provinciaaltjes die onder hun klokkentoren willen blijven en de wereld in dorperstermen trachten te begrijpen. Zij noemen zich wel kosmopolieten, alsof zij hun dorpje op de bonte wereld willen doen lijken; maar eigenlijk projecteren zij alleen hun eigen kneuterigheid op de wereld.

 

Islam en agency

Wie moslims ernstig neemt, zoals wij islamcritici doen, erkent dat zij zelf agency hebben, dat zij zelf een eigen overtuiging hebben die niet tot westerse of andere uitwendige factoren te herleiden valt, en dat zij van daaruit kunnen handelen. De islam heeft van in het begin zelf aanvalsoorlogen gevoerd die niet de schuld waren van de ongelovigen, de joden of de nog niet bestaande kruisvaarders. Wat je verder aan de islam ook mag miszien, hij heeft zeker wel het vermogen om zelf iets op touw te zetten.

Daartegenover heb je dan de islamvrienden met hun talrijke vormen van verkettering van islamkritiek. Hun argumenten zijn van twee soorten. Enerzijds zijn er de aperte leugens, bijvoorbeeld dat Mohammed de eerste feminist en slavenbevrijder was, of dat alle religies even erg zijn, of dat al-Andaloes een voorbeeldige multiculturele staat was, of (zegt de paus: ) dat de djihaadstrijders “het maar voor het geld doen” en “de islam ook de liefde predikt”. Die leugens gaan we hier niet met een bespreking vereren. Anderzijds zijn er de talrijke verstrooiingstactieken, waarbij leugens over de islam vermeden worden door over andere zaken te beginnen, vaak waarheidsgetrouw, en vervolgens te doen alsof zij iets over de islam impliceren.

Meestal hebben die verstrooiingstactieken de vorm van het bij theologen bekende motto: “Er staat niet wat er staat.” Je ziet wel de islam, de terroristen roepen wel hoorbaar Allahoe Akbar, maar “in werkelijkheid” zit er iets anders achter. Je liegende ogen bedriegen je: het lijkt bijvoorbeeld zo evident dat de islam de beweegreden van de terroristen is, ze zeggen het tenslotte zelf, maar onze sociologen en mediaduiders weten het beter dan zijzelf. Tenslotte maken je ogen je ook wijs dat de zon om de aarde draait, terwijl de gesofistikeerde verklaring luidt dat de aarde om de zon draait. Volgens dat model geldt het dus als heel geleerd om de evidentie van je ogen te ontkennen, en dat doen de islamvrienden dus met goed geweten.

Links zegt dat de “echte” beweegreden frustratie over het ervaren racisme is (alsof bv. de meeste Syriëstrijders niet uit moslimlanden komen waar zij de dominante groep zijn en van discriminatie geen last hebben), of armoede (alsof Osama Bin Laden geen miljardair was), of een hoogst persoonlijke mentale stoornis. Het gaat dan om “gekken” of, zoals David Cameron gezegd heeft, om “monsters”; en op de sociale media beweren velen van zowel links als rechts dat het om “idioten” gaat. Dure woorden om te verbergen dat men intellectueel te vadsig of te onbekwaam is om de meer ideologische beweegreden te ontleden.

Rechts zeggen onder meer de christelijke integristen en de Nouvelle Droite dat het allemaal door de teloorgang van de eigen traditie komt, wat dan een vragende leegte schept die de islam graag komt vullen. De nationalisten beweren dat het om vermomde etnische afrekeningen gaat, en beschouwen desgevraagd de islam als de natuurlijke religie van de woestijnbewoners, waar niets mee mis is zolang ze er maar mee in hun eigen land blijven. Allemaal, zowel links als rechts, willen ze het graag over nabije factoren hebben, grotendeels over de eigen wereld. Degenen die zich antiracist noemen, kunnen hier best eens beseffen dat juist zijzelf, in hun eigen terminologie, de “witte supremacisten” zijn. Volgens hen kan een Arabier of Turk onmogelijk zelf iets doen, er moet altijd een “witte” hand achter zitten. Rechts heeft daarvan zijn eigen variant: samenzweringstheorieën waarin moslimfanatici allemaal handpoppen van de CIA en het zionistisch wereldcomplot zijn.

 

Islamvrienden ten oorlog

De gemeenschappelijke noemer van de hele waaier aan islam-afschermende theorieën is misdirection, het afleiden van de aandacht naar een eigen favoriet thema, eender welk, maar vooral niet de islam. Een gevolg is dat men moedwillig blind blijft betreffende de eigen inhoud van de islam, een thema dat in artikels als die van een Rik Coolsaet, een Els Keytsmans of inderdaad een Sacha Vliegen dan ook volkomen buiten beeld blijft. Een ander gevolg is dat men hedendaagse feiten omtrent de moslimwereld maar heel wazig kan duiden in hun verhouding tot het islamprobleem.

Zo wordt, hier net als in talloze islamartikels, een band gelegd tussen de weerstand tegen de islam (elders “islamofobie” genoemd) en de invallen in of bombardementen op moslimlanden. Onder verstaan: zié je wel wat islamkritiek in de praktijk betekent. Zolang die kwakkel herhaald wordt, blijf ik de moeite doen om hem te weerleggen.

Zonder één uitzondering hebben alle politieke leiders die sinds 11 september 2001 geweld tegen moslimlanden bevolen hebben, de islam de hemel in geprezen. Geen woord islamkritiek is ooit over hun lippen gekomen. Volgens onze binnenlandminister Jan Jambon, wiens manschappen enkele djihaadmoslims hebben doodgeschoten en wiens regering aan de bombardementen tegen het Kalifaat deelneemt, is “islamkritiek het slechtst denkbare antwoord” op islamterreur. Al de betrokken politici hebben uitdrukkelijk verklaard niet tegen de islam te strijden. John Kerry heeft zelfs beweerd ervóór te strijden, tegen de zogenaamde IS-vertekenaars van de “ware, vredelievende islam”. Dat is dus: moslims gaan doden om de islam te verdedigen. Je ziet waar islamofilie toe leidt. 

 

Waar ligt het probleem dan wél?

Anderzijds lezen we wel een positieve boodschap in Vliegens beschouwingen over het islamprobleem. Men moet die kwestie niet uit haar context los denken. Ze kan onze samenleving maar in gevaar brengen door enkele nieuwe ontwikkelingen bij onszelf die in de vorige eeuwen niet aan de orde waren.

De eerste daarvan is toch weer een uitwendige factor, namelijk de lijfelijke aanwezigheid van de islam in ons midden via miljoenen individuen die de islam aanhangen. Het is voor een groot deel via hen dat de islamterroristen hier kunnen toeslaan. Het moderne luchtverkeer is al voldoende voor enkele spectaculaire aanslagen als 9/11, maar aan het huidige permanente klimaat van terreur in West-Europa hebben plaatselijke subculturen van ingeplante moslims meegewerkt, zie Molenbeek. Die factor is niet de oorzaak van het islamprobleem maar wel een belangrijke bijdrager. Angela Merkel loog glashard toen ze beweerde dat “de terroristen de toevloed van vluchtelingen naar Europa willen stoppen”, alsof haar eigen opengrenzenbeleid een moedig gebaar tegen de terreur zou stellen. Integendeel, het Kalifaat kan zijn geluk niet op met zulk een onnozele geit die de sluizen openzet voor allerlei terreuragenten.

Een tweede factor heeft de eerste mogelijk gemaakt: de roes die van de Europese leiders bezit genomen heeft en die het gevolg is van zeventig jaar vrede en welvaart, alsmede van intense bewerking van de openbare mening door het cultuurmarxisme. Zij denken dat de wetmatigheden van de internationale mensenmaatschappij voor hen niet meer gelden, en dat zij zich beleidslijnen kunnen veroveren die doorheen de geschiedenis nochtans bewezen hebben, tot instabiliteit en burgeroorlog te leiden.

Maar zelfs die beide factoren zouden niet zo dramatisch zijn als de Europeanen hun koers zouden aanhouden. Onze voorouders leidden uit hun welkom voor een gegeven vreemdeling niet af dat heel diens familie dan moet meekomen. Zij waren niet xenofoob of anderszins ideologisch gestroomlijnd, maar hadden gewoon gezond verstand. Zij leidden uit gastvrijheid voor een uitheemse religie niet af dat die hier haar normen mag opleggen, van halaal vlees en het saboteren van lessen over de Armeense en de Joodse genocide, tot het verbod voor moslima’s om met ongelovigen te trouwen, tot zelfs de vrouwenbesnijdenis en nu meer en meer ook de veelwijverij. De inwijkelingen zouden de inheemse cultuur eerbiedigen als die zich deed eerbiedigen, en om te beginnen zichzelf eerbiedigde in plaats van zich weg te relativeren.

Van deze orde is ook de ineenstorting van de Europese demografie. De groei van de moslimbevolking zou minder vervaarlijk overkomen als de eigen bevolking nog groeide of minstens stabiel bleef. Omgekeerd: het lage geboortecijfer is verdedigbaar want de wereld raakt overbevolkt, maar dan volgt daaruit dat wij de overbevolkingsproblemen van landen zonder zulk verantwoordelijkheidsgevoel niet moeten gaan oplossen. Zijn staan erg op hun postkoloniale onafhankelijkheid en dienaangaande mogen wij hen op hun woord nemen: zorg zelf maar voor de gevolgen van jullie bevolkingsexplosie. De Lage Landen zijn overvol en dichtgeslibt, er is nergens inwijking voor nodig.

De beslissende en ergste factor tenslotte is de zelfhaat. Die maakt negatieve factoren noodlottiger dan nodig en vergiftigt zelfs factoren die op zich positief hadden moeten zijn. Zo zou de eigen ontkerkelijking ons juist skeptischer en ontoegankelijker voor de islam moeten maken (a contrario: de weinige overgebleven postconciliaire christenen, zoals de paus, zijn juist dhimmi-schaapjes ten top), maar door de ingelepelde zelfhaat doen ook neo-vrijzinnigen onzalige toegevingen aan de islam. Het toenemende bevolkingsaandeel van de moslims, nu een negatieve factor, had door een nog steeds majoritaire, ongelovig geworden maar gezond gebleven inheemse gemeenschap gerust opgevangen en geassimileerd kunnen worden. Omdat die meerderheid zich echter schaamt voor zichzelf en zich allerlei schuldgevoelens heeft laten aanpraten, boezemt die voorlopig nog beperkte moslimminderheid hen bezorgdheid in. 

 

Besluit

Het probleem van de westerlingen is niet dat zij het geloof verloren zijn, zoals Angela Merkel beweert. Dat is een goede en normale ontwikkeling, en in ieder geval het soort evolutie waar een vrije samenleving recht op heeft. Ook vanuit islamstandpunt maakt het weinig uit welke soort ongelovigen wij zijn: christenen of heidenen, of nog iets anders. Wij hebben immers in elk van die gevallen geen recht op het aardrijk noch op de hemel, want beide zijn aan moslims voorbehouden. De islam is uiteindelijk niets anders dan de grootheidswaan (specifieker: uitverkiezingswaan) van Mohammed, met anderhalf miljard figuranten die zijn spel meespelen. De verdiensten of schuld van de ongelovigen staan daar volkomen buiten.

Het probleem van de islam komt uit de islam zelf voort en heeft zich ongevraagd aan ons opgedrongen. De islam maakt daarbij, in zijn autonome agressie, gebruik van de zwakke punten in onze verdediging. Hij ziet dat zowel christenen als ongelovigen zich slecht verdedigen en ook niet gemotiveerd zijn om zich te verdedigen. Christenen zijn sentimenteel en masochistisch, ze denken dat het deugdzaam is, onnozel te zijn en zich te laten overrompelen. De meeste vrijzinnigen van tegenwoordig zijn te weinig gefocust, te hedonistisch, te onwetend omtrent elk religieus wereldbeeld en in het bijzonder het islamitische.

Er zijn dus twee problemen: een uitwendige islamdreiging en een inwendige beschavingscrisis in het Westen. Ter vergelijking: je kan maar Aids krijgen als je zelf “risicogedrag” én er een Aids-virus door de omgeving waart. Libertijnen uit vroegere generaties vertoonden ongetwijfeld volop risicogedrag, en toch kregen zijn geen Aids, want het virus bestond nog niet. (Ze kregen gebeurlijk wel andere ziekten, net zoals onze samenleving vóór het islamprobleem met andere kwalen te maken kreeg.) Omgekeerd zou de uitwendige dreiging van het virus geen gevaar betekenen voor wie zich er niet via risicogedrag aan blootstelt.  

Wie vindt dat “de islam het probleem niet is”, heeft gelijk. Net als de gezworen celibatair die vindt dat “het Aids-virus het probleem niet is”. Voor hem is alle investering in Aids-onderzoek weggegooid geld: de ziekte zal hem toch niet treffen. Maar wij leven niet in een ideale wereld. Wij leven in een wereld waarin onze samenleving haar recht op verval, of zelfhaat, op verwarring door cultuurmarxisme, ten volle uitoefent, en daardoor wel kwetsbaar geworden is voor binnendringing door destructieve krachten. Zelfs zulke onvolmaakte maatschappij als de onze heeft nochtans recht op overleving, en daarom moet ze tegen haar belagers beschermd worden. Zoals elke doeltreffende strategie begint die zelfverdediging door de belagers bij de naam te noemen. Eén ervan heet de islam.

Labels: ,

Read more...

3 augustus 2016

"Dagboeken Himmler onthullen gruwelijke realiteit"?


In tegenstelling met wat de kranten beweren (http://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20160803_02409933), onthullen de dagboeken van Heinrich Himmler, voor zover de inhoud al bekend is, juist niét de gruwelijke realiteit waar de lezers aan denken, namelijk de Holocaust. Er worden enkele onprettige faits divers uit aangehaald, zoals de terechtstelling van gevangenen, en die zijn allicht gruwelijk wanneer je er zelf bij betrokken bent. Maar dat is iets anders dan de gruweldaad waarmee Himmler vereenzelvigd wordt, namelijk de planmatige uitroeiing van de Joden. Zoals hier gepresenteerd zouden deze dagboeken eerder als bewijsstuk bij uitstek kunnen dienen voor de negationisten. Zij zouden kunnen zeggen: "Als er een Holocaust had plaatsgevonden, dan zou een dagboek van Himmler wel de plaats bij uitstek zijn om hem te vermelden, quod non."
Het antwoord vinden we wellicht in de stukken theorie die David Irving bijwijlen prijsgeeft van zijn Himmlerbiografie in wording. Irving is een self-made historicus, die veel vaker dan gediplomeerde historici dé proeve van historisch werk heeft doorlopen, namelijk ontdekkingen doen in primaire bronnen, ook orale (vooral de honderden interviews met oud-nazi's of anderszins betrokkenen, die voor de schoolsere historici nooit hun voordeur zouden opengedaan hebben), eerder dan van elkaar af te schrijven. In het begin ging hij mee in het gewone verhaal, al schokte hij door voor Brits publiek sommige Duitse gevoeligheden te belichten, bv. de hoge dodentol van het bombardement van Dresden. In een tweede stadium deed hij dat ook nog, behalve dat hij Adolf Hitler onwetend achtte aan de Holocaust, die door Himmler georganiseerd zou zijn zonder er de Füher mee te belasten. In een derde stadium werd hij echt een Holocaust-ontkenner, en vadsige journalisten zullen hem nog steeds zo noemen.
In het vierde en allicht finale stadium erkent hij wel twee en een beetje van de drie luiken van de Holocaust: (1) de jacht op partisanen aan het Oostront, waartoe ook alle Joden gerekend werden, door de Einsatzgruppen; zij werden met een nekschot afgemaakt; (2) de eliminatie van de Poolse Joden in Aktion Reinhardt te Sobibor, Treblinka, Belzec en Majdanek; (3) Auschwitz. is een geval apart: het was oorspronkelijk niet bedoeld als uitroeiingskamp maar als productiecentrum, vandaar "Arbeit macht frei". Toch vond er ook een zekere mate van uitroeiing plaats, maar slechts zijdelings. Het problematische van het gebruikelijke scenario wordt geïllustreerd door het gezin Frank: Anne en haar moeder en zus stierven door ziekte, terwijl de vader het overleefde; geen enkele werd vergast of anderszins terechtgesteld. Maar het was dan ook bijna het einde van de oorlog, toen de genocide afgebouwd werd.
De "bekering" van Irving (niet de enige negationist die uiteindelijk van kamp veranderd is, zie onder meer mijn collega-oriëntalist Christian Lindtner), hoewel onverminderd anti-Joods, houdt de erkenning in dat de afwezigheid van enig document dat zulk plan ontvouwt, met name het ontbrekende Führerbefehl, verklaarbaar is. In Himmlers documenten heeft hij naar eigen  zeggen enkele eedverklaringen van SS'ers gevonden waarin zij geheimhouding zweren. Volgens hem werd de Holocaust in het diepste geheim uitgevoerd, met zo min mogelijk papierspoor, en zag Himmler dat als een zware plicht die hij manmoedig op zich nam om het Duitse volk en de Führer die last te besparen. Toen de oorlog naar zijn einde liep, werden de toch al geringe sporen vernietigd.
 
Himmler zou het idee gekregen hebben in september 1941, toen hij volgens plan Duitse Joden hervestigde in veroverd Sovjet-gebied.  De bevoegde generaals vonden hen maar een sta-in-de-weg en gaven ook hen dus het al gebruikelijke nekschot. Zo kwam Himmler, die in 1940 het idee van een genocide nog als "bolsjevistisch" en "on-Germaans" van de hand had gewezen, vanuit de praktijk tot het inzicht dat de systematisering van dat soort "Endlösung der Judenfrage" het efficiëntst zou zijn.


Er was dus wel degelijk een geplande genocide, alleen zat die met haar onverwachte aspecten wat ingewikkelder in elkaar dan Hollywood en Het Nieuwsblad menen. Het is bijvoorbeeld onzin dat het plan voor een genocide al van in het begin in het nazisme ingebakken zat (de professioneel achterhaalde maar bij leken nog steeds populaire "intentionalistische" these). In de plaats daarvan was er een geleidelijke opbouw in functie van wijzigende oorlogsomstandigheden (de "functionalistische" these). Dat leidt bijvoorbeeld tot het ongemakkelijke inzicht dat vele nazi's niét genocide-gezind waren en zelfs tegen 1945 nog altijd niet van een genocide gehoord hadden. Zoals er bijvoorbeeld in 1950 ook volop Chinese soldaten waren die oprecht geloofden dat zij met hun invasie de Tibetanen kwamen bevrijden en hun leven verbeteren.
 
De ervaring leert dat zulke herschrijving van de geschiedenis van WO2 op veel conformistische weerstand stuit, ook als men niét aan negationisme doet, integendeel. Hier wordt juist met de schijnbare argumenten tegen een Holocaust (gebrek aan Führerbefehl of andere administratieve randvoorwaarden, de onwetendheid van vele betrokkenen, "wir haben es nicht gewusst") afgerekend, maar dat is nog steeds een ondankbare taak, ook al doet men ze met zuiver geweten. Dat is nu eenmaal het harde van geschiedschrijving: een ontnuchtering uit hapklare illusies, een opgroeien uit sprookjes in zwart-wit. Niet iedereen is er volwassen genoeg voor. 

Labels: , , , ,

Read more...

31 juli 2016

Het sterven van Kemalistisch Turkije

15 Juli 2016 werd een spannende dag in Turkije. Een deel van het Turkse leger mobiliseerde zich in Istanboel en Ankara tegen de Turkse regering en president Erdogan, specifiek militaire eenheden uit de Turkse NATO Rapid Deployment Corps. De uitkomst van deze poging tot staatsgreep is ondertussen gekend. 

Een coup d'état die mogelijk Kemalistisch Turijke de 'coup de grace' heeft gegeven. De weg naar een onbekende toekomst met een meer 'neo-Ottomaans' Turkije ligt open. Het hanteren van termen als 'Neo-Ottomaans'  moet men eerder aanzien als een vulgarisatie, een simplisme. Uiteindelijk kan men het beleid van Erdogan evenzeer spiegelen met dat van Poetin doorheen de jaren, maar dan in een ander land met een andere historische en culturele context. Uiteraard is onderstaand artikel enigszins onderhevig aan Eurocentrisme.



Staatsgreep zonder veel greep. 

President Erdogan kon via smartphone en social media zijn aanhangers oproepen om op straat te komen in opstand tegen de militaire staatgreep. De coupplegers maakten een aantal fundamentele fouten die indruisen tegen de fundamentele wetten van de Staatsgreeptheorie, zoals het uitschakelen van de Turkse beleidsvoerders door arrest of doding en het continue domineren van de media. Deze fundamentele blunders gaven aanleiding tot bedenkingen over de ‘echtheid’ van de poging tot staatsgreep. De 'coup' was mijn inziens reëel maar voorbarig en onvoldoende omkaderd. Allicht kwam de ‘operationele veiligheid’ in gevaar en werd de staatgreep halsoverkop uitgevoerd.

Het Turkse leger staat gekend als zijnde de verdediger van de Kemalistische waarden en heeft een verleden van staatsgrepen (en pogingen hiertoe), zo ook tegen Erdogan. Naast de afbraak van de Kemalistische Staat door Islamitische erosie is Erdogan ook een regionale brokkenpiloot: de vrede met de Koerden werd opgeblazen; officieuze 'samenwerking’ met IS; ruzie met omliggende en voorheen bevriende landen; de dubieuze houding tov de Europese Unie. Een Kemalistische 'traditionele' interventie drong zich op, maw een nieuwe militaire staatsgreep gericht op het vrijwaren van de regionale vrede (Vrede thuis, vrede in de wereld). 

Het is éénieder opgevallen hoe snel en uitgebreid de ‘tegencoup’ tot stand kwam en uitgevoerd werd. Logisch, men is hierop voorbereid en maakt gebruik van de situatie om alle mogelijke tegenstand tegen Erdogan en het AKP weg te werken, tot op de rand van een burgeroorlog toe in de richting van een ‘Neo-Ottomaans Turkije’. Dag na dag snijdt men de Kemalistische 'kanker' en de 'ziekte' weg, al dan niet onder Gülenistische of Koerdisch voorwendsel. 

De hervormingen die President Erdogan wil doorvoeren in de richting van een executief presidentschap en het blijven ondermijnen van de Turkse democratie en persvrijheid…zijn voor de meeste Europese observatoren rasse schreden richting dictatuur (zo ook voor Kemalisten), maar moeten vooral gezien worden als stappen in de richting naar een politieke AKP-dominantie binnen Turkije om een welbepaalde politiek project uit te voeren. Het uitschakelen van de ‘politieke democratie’ en onmachtig maken van het parlementaire systeem alsook politieke oppositie past hier mooi in. 

Turkije glijdt steeds meer af naar een Staat gefundeerd op strengere Islamitische waarden en normen. Geostrategisch van belang, industrieel krachtig (productie en handel), een energetisch doorgeefluik (diensten) zonder geheel afhankelijk te zijn van de beslommeringen van energetische productie. Een soort van Saoedi-Arabië 'light' aan de Bosphorus maar dan met een iets meer gediversifieerde machtsbasis (buiten energetische markt, kapitaalmarkt en exportwahabisme). Ik kan het enkel verwoorden als een 'Neo-Ottomaans Turkije'. 

Erdogan en de Europese Unie.

Het is in mijn ogen duidelijk dat Erdogan niet echt bij de Europese Unie wil horen, tenzij enkel op zijn voorwaarden. Alle lusten, zoals vrije markttoegang en vrije migratie voor Turkse Staatsburgers, zonder de lasten, zoals mensenrechten et tutti. De Turkse regering doet er alles aan om zich onmogelijk te maken binnen de Europese Unie, maar weet toch zich ergens een weg naar binnen te dwingen. Een recent voorbeeld hiervan is het temperen van de vluchtelingenstroom naar Europa toe. Meer toetredingsstappen en miljardensubsidiëring, voor beloftes waarvan men vraagtekens bij de uitvoerbaarheid kon stellen. Jaar in, jaar uit zet Turkije stappen verder weg van de Europese waarden en normen...en toch komt het niet tot een definitieve breuk. 

Recent werd de term 'vijfde kolonne' in een andere context van boven het stof gehaald...toepasselijk. Erdogan heeft de afgelopen jaren bewust een ondersteuningspolitiek gevoerd tegenover Turkse inwoners in de Europese Unie, en dat loont. Hoewel de Europese Unie niet tot de Turkse Staat behoort kwamen Erodogansupporters op 15 Juli ll. eveneens op straat; al dan niet om keet te schoppen tegen Gülenisten. Diezelfde Turkse getrouwen hebben een politieke impact binnen de Europese lidstaten en zodus ook binnen de Europese Unie. Ze vormen voor Erdogan een interessante stem binnen Europa om zijn beleid mee te helpen ontplooien  en bestendigen. Een doelbewuste politiek, maar in welke richting wil Erdogan en de AKP gaan? Het is ook allemaal tekenend voor de zwakheid van de Europese Unie. 

De Europese Unie staat wankel door de aanhoudende Eurocrisis, interne dissidentie zoals de brexitcrisis of de asielcrisis waarbij de Oost-West tegenstellingen bloot werden gelegd, de clinch met Rusland en bijhorende gecrispeerde Oost-Europese houding. Binnen de West-Europese lidstaten is er een enorm intern veiligheidsprobleem waarvan Oost-Europa niet echt wakker van ligt zolang het niet hun richting uitkomt. 

In mijn ogen maakt Erdogan en de AKP gebruik van iedere opportuniteit om meerwaarde te creëeren voor haar eigen achterban. De rijkdom van de Europese Unie en haar Europeanen zijn welkom in de vorm van handel en toerisme, niet in de vorm van waarden en normen. Een politiek zwakke Europese Unie komt Turkije goed uit, een verdere zweem van Ottomaanse grandeur is mooi meegenomen. De vraagt stelt zich wat het uiteindelijke einddoel is tov Europa, louter als geldkoe of misschien toch meer?

Erdogan, de NAVO en Rusland. 

Turkije is al het ware een ‘onzinkbaar vliegdekschip’ waarmee men het Midden-Oosten kan bestrijden en tegelijk met de Bosphorus over een slot op de Zwarte Zee beschikt (in beide richtingen). Het is ook een energetisch knooppunt. Turkije bezit met andere woorden een aanzienlijke geostrategische meerwaarde. Traditioneel is dit vooral een interessant gegeven voor de NAVO (onder Amerikaanse vaandel) en Rusland. Ook hier zie ik een dualiteit van Neo-Ottomaans beleid. 

De NAVO vormt voor Turkije een extra beschermingsbuffer, een schild waarachter men schuilt nadat men venijnig uithaalt. Het perfecte voorbeeld hiervan  was de Turkse positionering tov Syrië en het neerhalen van een Russische SU-24. Schoorvoetend moet Erdogan wel toestaan dat vanuit Turkije aanvallen worden uitgevoerd op Islamitische Staat, terwijl Turkije de Koerdische milities aanpakt die net het meest efficiënt zijn tegen IS. Terwijl vanuit Turkije wapens geleverd worden aan IS en illegaal IS-olie wordt ingevoerd, al dan niet oogluikend toegelaten door Erdogan's regering. De NAVO is ook een bron van informatie en technologieoverdracht, dit Turkije is nog niet klaar om als regionale macht volledig op eigen benen te staan manu militari. 

Relaties met Rusland zwalpen ook in een soort van haat-liefde verhouding. Turkije heeft goede relaties met Rusland nodig om meer bereik te hebben in het Zwarte Zee-gebied en de Kaukasus...waar Rusland nog steeds de bovenhand heeft. Anderzijds stoort Erdogan zich duidelijk aan de Russische aanwezigheid in de vroegere Ottomaanse achtertuin; vooral in de Mashreq (Syrië, ea). Eigenlijk de traditionele animositeit tussen Rusland en het Ottomaanse rijk, maar in een nieuw jasje. 

Erdogan schrikt er ook niet van terug om aan te sturen op een (militaire) krachtmeting met Rusland, maar momenteel is Turkije nog niet krachtig genoeg en net iets te afhankelijk van de NAVO als schild, maar voor hoelang nog? 

Een neo-Ottomaans rijk in wording?

Het is duidelijk dat onder Erdogan Turkije zich verder wenst te ontwikkelen tot regionale speler met een zekere mate van autonomie. Men teert op een zweem van grandeur van het Ottomaanse rijk om de Kemalistische Staat teniet te  doen en tegelijk de mensen een identitair referentiekader te geven dat hen vertrouwen kan inboezemen. Op zich is daar niets mis mee. 

Alleen waren de Ottomanen groter dan Turkije alleen. Hoever wil Erdogan en het AKP gaan? Willen ze territoriaal de klok terugkeren naar het Ottomaans tijdperk of niet? Zo ja, in welke richting? Richting Midden-Oosten lijkt meer aangewezen, daar liggen reeds verzwakte gebieden klaar om te 'grijpen'...een verleiding waaraan Erdogan tot op heden wist te weerstaan. Diplomatiek wil men duidelijker een véél grotere invloedsfeer. 

De rollen lijken nu omgekeerd. Waar men vroeger sprak over de Ottomanen als de 'oude zieke man in Europa', is dit nu het geval voor de Europese Unie. Een verzwakte Europese Unie opent opportuniteiten voor Turkije, een meer afhankelijke markt alsook meer 'diplomatieke invloed'.



Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

25 juli 2016

IS vs. al-Qaida


 ('tP, 10-2015)

 

 

 

De Syrische burgeroorlog en de opmars van het Kalifaat zijn de aanleiding geworden voor heel wat publicaties. Vaak zijn die zeer informatief, behalve op één wezenlijk punt: de rol van de islam. Daar draaien zij om de hete brij heen, of beweren zelfs met uitgestreken gezicht dat “de Islamitische Staat niets met de islam te maken heeft”.

 

Een antwoord daarop is The Complete Infidel’s Guide to Isis (Regnery, Washington DC 2015) door Robert Spencer, die ooit in ‘t Pallieterke geïnterviewd is. Het documenteert de islamitische grondslag en de historische precedenten van elke IS-beleidslijn. In het Nederlands is er nu Islamitische Staat van Perry Pierik (Aspekt 2015, 145 pp., ISBN 9789461537614).

 

Een origineel feitenluik betreft de onderlinge strijd tussen verschillende djihaadfracties, hier met name het Noesra-front (met bondgenoten) en de Islamitische Staat, compleet met alle relevante namen en foto’s. Een cynische buitenstaander zou mogen stellen dat ze gelukkig te bezig zijn met elkaar bestrijden om hun energie tegen de ongelovigen te kunnen bundelen. Het is in broedertwisten als deze dat de geschiedenis echter nogal wat voorbeelden geeft van leidersfiguren die er toch in slaagden, een eenheid te smeden en dan verrassend naar de buitenwereld toe te slaan. Inderdaad, de prille islam zelf was hiervan een voorbeeld: de disparate Arabische huurlingenmilities in het Byzantijnse en Sasanidische leger gingen gemene zaak maken en versloegen hun vroegere werkgevers. Dus het nu hopeloos verdeelde Midden-Oosten kan altijd omslaan in een te duchten vijand.

 

Maar voorlopig worden we vooral getroffen door de ruziënde onbekwaamheid en het op de spits drijven van leerstellige details, bv. de wel of niet verering van Mohammeds neef Ali, die het verschil maakt tussen sjiïeten en soennieten. Lang voor de huidige crisis hadden Iran en Saoedi-Arabië al een obscurantistisch bewind: “In het algemeen zou men kunnen zeggen dat er weinig gematigde krachten zijn waarmee men in zee kan. Anderzijds waren die er nimmer.” (p.57)

 

In zijn no-nonsense perspectief als krijgshistoricus slikt Pierik de heersende smoesjes natuurlijk niet, bv. over “westers racisme” als oorzaak van radicalisering. Anderzijds houdt hij wel het hoofd koel in zijn inschatting van waar de huidige krachtsverhouding toe leidt. Het problem is ernstig, maar er is geen reden tot paniek: “IS zal het kalifaat hoogstwaarschijnlijk niet in de huidige omvang kunnen behouden. De tegenkracht die hun radicalisme heeft opgeroepen, zal zich vroeg of laat tegen hen keren.” (p.56)

 

Als Europa zijn verstand gebruikt, wordt de politieke islam slechts een vervelende  huidziekte, die weer overgaat. Maar in het Midden-Oosten zal eerst nog heel wat gevochten worden: “En ook het verdwijnen van IS betekent met zekerheid niet het einde van de conflicten (…) De kaarten zijn te wild geschud om in één keer weer een full house te leggen.” (p.139)

 

 

 

Labels:

Read more...

28 juni 2016

Boekbespreking: Nieuw-Rechts voor de praktijk


(Doorbraak, 24 juni 2016)

Nadat ik in 1992 onverwacht uitgenodigd was om de redactie van het Nieuw-Rechtse tijdschrift TeKoS te vervoegen, vroeg ik me af waar ik nu in terecht gekomen was.  Het was allemaal erg retro, met nieuwheidenen wier Indo-Europese theorievorming in het interbellum was blijven steken, traditionalisten die met de Franse islambekeerling René Guénon uit het interbellum dweepten, historici met hyperfocus op oorlog en repressie, en vooral een algemene fascinatie met de mij tot dan onbekende Conservatieve Revolutie, een gedachtenstroming uit de Weimar-republiek. En die situeerde zich, wat dacht u, in het interbellum. Artikels over dat onderwerp kreeg ik met veel moeite doorgeploegd, of ze bleven ongelezen. (Uit die stal heb ik uiteindelijk alleen het Reisetagebuch eines Philosophen van graaf Hermann Keyserling gelezen, dat hoofdzakelijk over Aziatische beschavingen handelt.)

Wat mij dan toch met dat milieu kon verzoenen, was, behalve de onmiskenbare toewijding van de redactieleden aan de conservatieve zaak, de originele invalshoek op ecologie door de zopas van ons heengegane Guy De Maertelaere, en de lucide commentaren op hedendaagse politieke kwesties vanuit Nieuw-Rechtse hoek. Zo signaleer ik de duidelijke pro-Europese opstelling van de redactie, destijds vanzelfsprekend maar vandaag een strijdpunt.


Nieuw Rechts

De Nouvelle Droite is een in Frankrijk ontstane stroming (°1968) rond Alain de Benoist, die ideologisch dieper wou gaan dan de in de politiek actieve rechtse stromingen. Ze werd beschreven als een “gramscisme van rechts”: zoals de Italiaanse communist Antonio Gramsci rond 1930 het standpunt ontwikkelde dat een politieke revolutie maar kan mits de verwerving van de culturele hegemonie (door naoorlogs links met succes in de praktijk gebracht, zonder in een politieke revolutie uit te monden maar wel in “bizarre en schadelijke sociale experimenten”, p.13), zo stond de Nouvelle Droite een herovering van de cultuursfeer voor. Ze heeft echter politiek nooit enige potten gebroken en is in eigen land ook op het intellectuele forum marginaal gebleven; de beoogde herinname van het culturele domein werd een totale mislukking. Vandaag is de bejaarde duizendpoot de Benoist, door zijn vroegere medestanders verlaten, denkmeester van enkele interessante tijdschriften, maar verder dan lezenswaardige duiding reikt zijn invloed niet.

De eerste generatie van de Nouvelle Droite deed baanbrekend denkwerk, haar tweede ging van debat over in ruzies en splitsingen en loste op in irrelevantie, maar haar kleinkinderen blijken nu een verrassende opmars te doen. In het voormalige Sovjet-blok heeft zij reeds enkele triomfen geoogst. In de heel verschillende omstandigheden van West-Europa, met zijn agressief opdringend multiculturalisme, blijkt zij nu toch door te breken.

Een jaar of wat geleden deed het boek Avondland en Identiteit van Sid Lukkassen (Aspekt, Soesterberg 2015) veel stof opwaaien. Het maakt de diagnose van de overheersende ideologie, het cultuurmarxisme, of wat zichzelf de “kritische theorie” noemt, ontsproten aan de Frankfurter Schule. Verder trok het de aandacht met zijn uitgebreide ontleding van de effecten van deze culturele revolutie op de geslachtsrollen en de relaatsiemarkt. Dat leidde ertoe dat TeKoS twee heel verschillende besprekingen publiceerde, waarbij de vrouwelijke recensente heel wat mannelijke subjectiviteit in Lukkassens verhaal ontwaarde. Maar allen waren het eens over zijn uitstekende diagnose van, en weerstand tegen, het cultuurmarxisme. Hij dacht parallel met de Nouvelle Droite hoewel hij er zich niet uitdrukkelijk op beriep.

Zopas kreeg ik ter bespreking de Nederlandse vertaling aangeboden van het boekje van de Zweedse oppositieleider Daniel Friberg: De Terugkeer van Echt Rechts. Een Handboek voor de Echte Oppositie (Arktos, London 2016). In zijn geval is het Nieuw-Rechtse gedachtengoed ontdekt en relevant geworden vanuit de praktijk, een heel andere setting dan de Parijse salons. Zweden was schijnbaar de slechtste plaats ter wereld voor een tegenbeweging tegen de opdringende multiculturele staatsideologie. Voor de beginnende Zweedse Democraten was het jarenlang een harde strijd. Hun enige kracht was de zekerheid dat zij gelijk hadden, dat zij een terugkeer naar de normaliteit nastreefden tegen de tegennatuurlijke utopieën van de almachtige cultuurmarxisten in.

In 2005 kwam een kleine groep hoogstudenten in Göteborg bijeen om Nieuw-Rechtse denkers te lezen: “Deze artikels openden onze ogen voor dit nieuwe intellectuele arsenaal van rechts”, in het bijzonder voor de “metapolitiek van rechts”. (p.10) Dat leidde tot de oprichting van de Nieuw-Rechtse denktank Motpol op 10 juli 2006. Eerst skeptisch bejegend door links en door “oud, impotent rechts”, groeide het uit tot een gerespecteerd netwerk dat in heel Zweden seminaries organiseert en een degelijk online magazine uitgeeft. Friburg geeft blijk van groot vertrouwen in de toekomst en hij beschrijft de “dalende relevantie” (p.43) van links, waarvan hij de nakende ondergang voorspelt.


Programma

Enkele concrete blikvangers uit Fribergs ideologische zelfprofilering. Tegen de grootmachten “is een verenigd, onafhankelijk Europa noodzakelijk” met “een gemeenschappelijk buitenlands beleid, een verenigd leger en een gemeenschappelijke wil om Europa’s belangen globaal te verdedigen”. (p.14) In beperkte zin, enkel op deze terreinen, wil hij “Imperium Europa, of een Europese federatie”. (p.25) Nationaal-populistische partijen als de PVV of het Front National zijn nogal eens tegen de Europese eenmaking in een overreactie tegen de antidemocratische en totalitaire uitspattingen van de EU.

In de buitenlandse politiek beveelt hij zelfbeheersing en omzichtigheid aan. Europa heeft een militaire poot nodig om geloofwaardig in het machtspolitieke spel te kunnen meespelen, maar niet om zich naar Amerikaans voorbeeld met andermans conflicten te moeien. Hij verzet zich tegen “de fanatieke oorlogsstokers die, terwijl ze clichés uitgalmen over mensenrechten en democratie, miljoenen mensen doden over heel de wereld en tegelijkertijd dezelfde retoriek gebruiken om massa-immigratie vanuit de Derde Wereld naar Europa aan te moedigen.” (p.28)

Gehard door de praktijk, geeft Friberg raad voor de omgang met extreemlinkse haatgroepen zoals Searchlight en het Southern Poverty Law Center, op kleinere schaal vertaalbaar als ons Anti-Fascistisch Front. Die komt erop neer dat je hen niet méér belang moet geven dan ze verdienen, namelijk hoe langer hoe minder. Weiger elke medewerking wanneer ze je belasteren (“geen commentaar”), en maai de grond onder hun voeten weg door alternatieve netwerken en media uit te bouwen. Vóór het internet een democratisch circuit schiep, konden zij beschikken over de officiële media met hun monopolie, wier partijdigheid en leugens je machteloos moest ondergaan. Vandaag leven we in een nieuwe wereld waarin de greep van het cultuurmarxisme op het eerste gezicht machtiger is dan ooit, maar in feite steeds meer terrein moet prijsgeven.  

Maar is er dan geen waakzaamheid (de zich protsering antifa’s noemende fichenbaktijgers heten ook “watchdogs”) nodig tegen het geweldpotentieel van rechts? Niet bij deze stroming: “Politiek geweld, hetzij georganiseerd of door individuen, kan geen enkele positieve rol spelen in de wedergeboorte van Europa. (…) Revolutionaire praatjes brengen enkel de mentaal onstabielen in beroering om gewelddaden te plegen die immoreel zijn en geen enkel tactisch nut hebben. We moeten deze daden overlaten aan extreemlinks en radicale islamisten, voor wie ze een tweede natuur zijn. (…) Onze methode is, nogmaals, de metapolitieke methode – de maatschappij geleidelijk veranderen in een richting die gunstig is voor onszelf, en belangrijker, voor de maatschappij in het algemeen.” (p.30-31)

Metapolitiek is diametraal tegengesteld aan de spontaneïstisch-gewelddadige methode van Anders Breivik, die we met een variatie op Lenin de “de extreemrechtse stroming, de kinderziekte van het antimulticulturalisme” kunnen noemen. In zijn Manifest zegt Breivik zelf dat hij vroeger lid was van de Noorse immigratiekritische Vooruitgangspartij, maar dat hij niet meer in de binnenparlementaire werking gelooft en nu hoopt dat zijn misdaden zoveel mogelijk schade zullen toebrengen aan zijn vroegere vrienden. En inderdaad, de media hebben de Vooruitgangspartij volop in “schuld door associatie” ondergedompeld, wat haar tijdelijk heeft doen achteruitgaan, zoals beoogd. Breivik-Antifa, zelfde strijd! 

Een praktische raad betreft het domein dat Lukkassen al ruim verkend had: de uitdagingen van de betrekking tussen de geslachten en de paarvorming. “Mannen en vrouwen hebben in het moderne Westen niets om trots op te zijn.” (p.45) Wanneer de Nouvelle Droite destijds het gelijkheidsdenken als probleem bij uitstek aanwees, verdacht ik haar ervan een bedekt pleidooi voor uitbuiting en dergelijke ongelijkheid te houden; maar het problematische van het gelijkheidsideaal wordt veel duidelijker wanneer je de schade ziet die het aan de geslachtsrelaties toegebracht heeft. Van quota om vrouwen in mannenberoepen binnen te loodsen beleefden we een crescendo naar “‘genderstudies’, een belachelijke wetenschap met als enige doel, de genderrollen af [te] breken”. Hij raadt de jongeren aan, niet te veel in het zoeken naar en beleven van relaatsies te investeren, tenzij dan om iets duurzaams uit te bouwen en uiteindelijk een gezin te stichten. Dat is minder stoer en opzichtig dan stereotiepe rechtse rakkers wensen, maar des te opbouwender voor het Europa van de toekomst.



Identiteit

Vertaler van het werk is Jens De Rycke. Uitgever John Morgan wijst in zijn voorwoord op het revolutionaire karakter van Echt Rechts, vooral ook in zijn oorspronkelijke betekenis: terugdraaien naar de begintoestand. Hij definieert die stroming als “niet conservatief in de normale betekenis van het woord, aangezien [ze] niet de hedendaagse Europese beschaving tracht te behouden (…) maar de waarden en idealen te hernieuwen die voor de komst van het liberalisme als natuurlijk beschouwd werden.” (p.ix) In een tweede voorwoord prijst Joakim Andersen, redacteur van Motpol, nog eens de verdiensten van de auteur. Het boekje besluit met een verklaring van de relevante politieke termen en een nawoord.

Voor de goede orde herhaal ik even dat voor mijzelf de “identiteit” geen voorwerp van politieke actie kan zijn: identiteit is er gewoon en zorgt wel voor zichzelf. Zij is de toevallige resultante van het samenspel van die krachten waar het werkelijk om gaat. Wanneer de Kerk haar traditionele waarden verdedigde, was dat vanuit een geloof in haar eigen boodschap en in de humani generis unitas (eenheid van de menselijke soort), niet vanuit enige zorg om identiteit. Toen de Action Française de Kerk voor de kar van haar Franse identiteitsproject wilde spannen, deed de Kerk haar in de ban. Op dat ene punt ben ik geneigd, de erfenis van de godsdienst van mijn jeugd trouw te blijven.

Zodus, ik identificeer (c’est le cas de le dire) mij niet met de “identitaire” stroming die in dit boek aan het woord is. Ik neem het de multiculturalisten echter kwalijk dat zij het belang van identiteit enorm opgeblazen hebben juist door hun kruistocht ertegen. En ik herken een bondgenoot wanneer ik er een zie: Friberg is een strijder tegen het cultuurmarxistische kwaad, die in die strijd volop zijn morele en intellectuele kwaliteiten heeft kunnen scherpen en bewijzen.

Labels: , , , , , ,

Read more...

25 juni 2016

Brexit onwards: a vision for a new European project


On 23 June 2016 the British people voted in favor to leave the European Union with a minor majority (51.9% in favor) despite a large voter turnout (72%) [BBC, Results in full 24/06/2016]. There is a clear distinction in voting between Northern Ireland, Scotland and the remainder of the United Kingdom (Wales and England). It would seem the more ‘Protestant’ regions of Northern Ireland voted in favor of leaving the EU, whilst more ‘Catholic’ regions voted in the opposite direction. In Scotland a clear vote in favor of remaining in the EU (62%) is visible and is oddly enough already forming the basis for a renewed call for a referendum for Scottish independence. For a population anxious to regain its own proper sovereignty boasting its capability for independence based on oil revenue and its own smart they are quite willing to turn over their sought sovereignty back over to the Eurocrats in Brussels.

Unbelievably, just before the referendum took place threats were issued about economic loss, loss of access to the European market and such. Whilst a Brexit has repercussions on EU member states as well. Nobody can accurately predict the effect of the Brexit for the United Kingdom, nor for the European Union. Already European politicians are stating that the ‘European Union’ has issues with selling itself to the public, problems with proving its positive effects…this is exactly why the EU has launched several communication campaigns in the past decade. The European Union has a severe legitimacy issue due to its democratic deficit, which clearly Eurocrats and Eurofederalist do not wish to understand.  A renewed European project is necessary as it can bring advantages and improve our lives, however it must have legitimacy.


A prelude to the liberation of Europe, anew?

The British European referendum was clearly a battle on matters of sovereignty and current institutional evolution of the European Union (towards a more federal entity). One could perhaps go as far as say that a new Battle of Britain was won, not in the skies above the United Kingdom but in its voting stations against a European Continental foe, the mainly German dominated French-German European Union axis supported by the Brussels Eurocrats. The question rises wether this ‘victory’ is a prelude for a new course in history as was the Battle of Britain back in 1940.

Will the Brexit lead to a change in the European Union, whereby dissent (resistance) will force the EU’s undemocratic hand towards a more democratic solution? For those that cannot or will not understand, I quote Margaret Tatcher: ‘Our choice is clear. Either we exercise democratic control of Europe through cooperation between national governments and parliaments which have legititmacy, experience and closeness to the people. Or we transfer decisions to a remote multilingual parliament, accountable to no real European public opinion and thus increasingly subordinate to a powerful bureaucracy’ (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*).

The new ‘Blitz’ has already started with the Jean-Claude Junckers (President European Commission/ The Guardian, 24/06/2016) demanding a swift and fast ‘fait accompli’ of the Brexit. As expected European Federalist guru Guy Verhofstadt (ALDE) already admitted that the current European Union doesn’t work, mainly because of the cumbersome decision process involving 28 member states… he doesn’t advocate a ‘superstate’ but his proposition for a 12 member ‘government’ with a European Coast and border guard as well as a defence community does sound much like his beloved United States of Europe (HLN, 19/06/2016).

It is time again for the allies of the United Kingdom to stand up for a new liberation of the Europe, side by side in rank and file, against the Eurocrats and their ‘Blitz’ as Brexit punishment. As historic allies, Flanders should be at the forefront to keep an open trade route between the United Kingdom and the European Union, and seek continued deep relations despite the Brexit. Fear has struck the Eurocrats which leads them to charge forward, yet again. Fear of a ripple effect amongst member states with a growing number of dissent towards the European Union. The momentum has been set, it is time a different European project. A new Winston Churchill is needed to lead the way, whom else than Boris Johnson could this currently be?

The (s)urge for a new European project.

During a recent trip to London I discovered and bought a very interesting book ‘Continental Drift. Britain and Europe from the End of Empire to the Rise of Euroscepticism’ written by Benjamin Grob-Fitzgibbon (2016,*). Most students who receive university courses on the history of the European Union will learn that it all started with the  European Coal and Steel Community (ECSC) established in 1951. Yet, rarely any of them shall have been taught anything about the immediate postwar period and the scramble for a renewed Europe leaving behind the rubbles of the second world war and facing  the communist threat as the Cold War resurfaced. Grob-Fitzgibbon’s book sheds an important light on this period and more importantly on the role of the United Kingdom in relation the France and Germany.

A long story short. A need arose for a new continental system whereby warring Germany and France could be controlled so as to not renew their hostilities and yet face the rising (and imminent) Communist threat emerging from post-war Soviet Union. The United Kingdom as well as Winston Churchill were in favor of a European system of cooperation, including a defence community, whereby the United Kingdom would retain its sovereignty (and empire) without being fully engorged into a federalist or even confederalist European system. The United Kingdom sought to accommodate both France and Germany, despite huge post-war French reticence and revanchism towards Germany. The Benelux was desperate for a British commitment and support. However, the United Kingdom was muscled out (if not betrayed) by France which suddenly raced for the ECSC with Benelux aid with a clear agenda to ‘dominate’ Germany. What started as the ECSC had grown in the European Union, founded and refounded as we know today (Maastricht treaty, Treaty of Lisbon). 

The French-German axis is the dominant European continental political drive within the European Union, with a slightly more dominant position taken by Germany. The clearest and most recent proof thereof is Angela Merkel’s unilateral ‘wir schaffen das’ asylum crisis in the wake of the Syrian Civil War. A crisis which the Eurocrats have failed to control going as far as to sell itself out to the Turkish President Tayyip Erodogan who sees himself as a neo-Ottoman Sultan. Whilst Eastern Europe remains politically too weak in Brussels. Time has proven there is no popular nor democratic support for the open flood gates policy unleashed by Angela Merkel nor the shabby EU policy. 

A new European institute does remain a necessity - preferably with the United Kingdom, but that clearly doesn’t mean it needs to be the European Union.
  •  A common European Defence in the form of a renewed (as initially thought of) European Defence Community integrated in the North Atlantic Treaty Organisation (NATO) remains a necessity due to the resurgence of an ‘neo-Tsarist’ Russia and ‘Neo-Ottoman’ Turkey as well as the ongoing political changes (and conflicts) in the Islamic world [Maghreb, Mashreq] .
  • The common European market holds the value of standardization but can be replaced by a Free Trade Association such as EFTA. The Eurocrats can be replaced by representatives of member states that seek mutual benefits and cooperation amongst sovereign member-states on issues such as innovation & technology; economic development; education; labor…without the diktats from Brussels but with bilateral or multilateral agreements.
At heart the new European project must be a democratic one. 'Real progress comes not from more bureaucracy, but from the values and institutions of government by consent, through ministers seen to be accountable. These things are in tune with the instincts of the people. They are part of the heritage we have built up over the centuries.’ Margaret Tatcher (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*). Modern technology doesnt really need Eurocrats creating diktats in their own world to be unleashed onto the European member-states, this can be done under supervision of accountable ministers duly elected and truely accountable.

Whomever thought the basic principle of democratic Nation-States is dead, guess again. It is alive and has matured, without the burden of imperialism nor racial theory. For me personally, more than ever does John Stuart Mill’s ‘On Liberty’ hold truth and value. The Nation-State is the political entity built on a community that through democracy offers the establishment of true liberty. A European Union defaults on this by definition, an intergovernmental or confederal European project does not.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

22 juni 2016

Ook bij ons: de Culturele Revolutie


 
(Doorbraak, 25 mei 2016)
 

 

Bij de gemuilkorfde herdenking van 50 jaar Culturele Revolutie in China, en de erkenning door de Chinese overheid dat dit een vergissing was, merkte ik op dat ook hier de denkmeesters en uitvoerders van de Culturele Revolutie best hun fout zouden toegeven. Een vriend heeft mij uitgedaagd om de term "culturele revolutie" voor het betrekkelijk vredige Westen te rechtvaardigen: hier is toch geen Laogai (Goelag, kampennetwerk), Pol Pot of ander ergs te melden?

Welnu, het gaat naar mijn eigen zeggen niet om een gewelddadige, wel om een "culturele" revolutie. En op het vlak van "cultuur" in de brede zin heeft zich zeker een revolutie voltrokken. Op sommige terreinen zelfs meer dan één: van versmachtend-katholieke "zedenadel" naar naaktcultuur en omniseksualisering, en weer terug naar hoofddoekjes en gescheiden zwemmen.

In China begon de Culturele Revolutie met de georganiseerde kritiek van leerlingen op hun leerkrachten, en ook hier is het het onderwijs dat een doorslaggevend toneel van de revolutie geweest is. Alleen al qua onderwijsstructuur, lesprogramma  en gezagsverhoudingen mogen we het zo noemen. En dan hebben we het niet eens over nieuwlichterijen als het afgedwongen zwijgen over de holocaust of de evolutieleer. Revolutionair is alleen al de overweging dat we geen feiten mogen behandelen die iemands gevoelens zouden kunnen kwetsen.

Sla De Standaard open en vergelijk met vijftig jaar geleden: ooit flamingantisch en katholiek, verdeelt zij vandaag haar kolommen tussen belgicistische stemmingmakerij, gender-propaganda en islam-witwassing. Dat gender-vertoog illustreert aardig hoe zeer wij met een revolutie te maken hebben. Na het feminisme en de normalisering van de holebi's braken de geopereerde transgenders door (dat thema heeft al de heropvoedingssoap Thuis bereikt), en nu zitten we al een stadium verder: de erkenning van "de man die zich vrouw voelt" als vrouw, ook zonder operatieve “transitie”.

Dan is er de taal: heel wat dat je vijftig jaar geleden zonder gewetensproblemen in een brief of artikel zou gezet hebben, is vandaag controversieel en “fout”. Dat gaat over meer dan begrijpelijke sociolinguistische verschuivingen, zoals het Hollandse gebruik van mannelijke voornaamwoorden voor vrouwelijke woorden (“de koe: hij geeft melk”) door Vlaamse snobs, die het juiste Vlaamse gebruik zelf “fout” durven noemen. Het gaat wel over de veroordeling van examens Nederlands waarbij de vereiste van kennis van het Nederlands als “racistisch” afgewezen wordt.

Vooral het feminisme heeft zijn agenda hier opgedrongen. Bij de uitdrukking “de man die zich vrouw voelt” veronderstelt mijn ouderwetse taalgevoel ook het omgekeerde geval, want zoals de spraakkundigen zeggen: "Het mannelijke omhelst het vrouwelijke". Maar sedert de aanhef van Paulus’ brieven, adelphoi, “broeders”, vertaald wordt als “zusters en broeders”, is de druk toegenomen om hier minstens "en vice-versa" aan toe te voegen, of nog vaker een langdradige herhaling van dezelfde uitdrukking maar dan omgekeerd.

De niet-geopereerde transgender moet nu verplicht toegang krijgen tot de toiletten van het andere geslacht, wat natuurlijk de basis van de bekende man/vrouw-bordjes ondergraaft. Daarom stellen de zogenaamd christendemocratische en een zogenaamd conservatieve partij “gender-neutrale” toiletten voor. Ach, wellicht heeft iemand daarom gevraagd en beantwoordt het wel aan een behoefte, ik ga over deze "revolutie" echt geen slaap laten. Maar wie had het zich vijftig jaar geleden kunnen voorstellen?

En het gaat steeds verder. Vandaag gaat de New-Yorkse overheid reeds de firma’s bestraffen die de taalnieuwlichterijen van transgender-militanten weigeren over te nemen. Of er, als normale mensen, niet eens aan denken. Soon coming to a country near you: gebruik geslachtsneutrale voornaamwoorden, zoals het Amerikaanse “ze” and “hir”. Tevens moet een man die zich vrouw voelt, als “mevrouw” aangesproken worden; en omgekeerd.

Het geslacht wordt dus niet langer bepaald door objectieve feiten van lichaamsbouw of genetica, maar door subjectieve gevoelens. Idem voor “racisme”: bepalend is niet wat de vermeende racist objectief doet, wel wat volgens het zich zo noemende slachtoffer het subjectieve gevoel is dat het daaraan beweert over te houden. Bijvoorbeeld: objectief verwijst Zwarte Piet naar het doden- of geestenheir of naar de “groene man” in Indo-Europese mythologieën, veel ouder dan de eerste waarneming van een neger, en ook gebruikelijk in landen die met kolonisatie of slavenhandel geen ervaring hebben; maar subjectief klagen neo-racisten over een “verheerlijking van de negerslavernij”.

Deze verschuiving van objectief naar subjectief mag echt een revolutie genoemd worden. Zij is ook heel analoog aan de beschuldigingspraktijken uit de Culturele Revolutie in China. Een gezagsfiguur die van “heimelijke bourgeoisgewoonten”, van “samenzwering tegen het proletariaat” of van “voor de CIA werken” beschuldigd werd, had voor zijn verdediging niets aan de harde feiten. Reeds Lenin veroordeelde de “bourgeois-objectiviteit”, maar zelfs hij had zich niet voorgesteld welke vormen die demonisering in een recenter verleden zou aannemen.

Om in China en bij de politiek wenselijke voornaamwoorden te eindigen: het Chinees kent al duizenden jaren een geslachtsneutraal voornaamwoord, ta. Aan het woord kan, en aan het bijbehorende karakter kon, je niet zien welk geslacht er bedoeld werd of wordt. (Het woord voor “mens”/ren is er trouwens ook niet identiek aan, noch afgeleid van, het woord voor “man”/nan.) Juist onder westerse invloed is men het karakter gaan differentiëren door een deel van het karakter bij vrouwelijk gebruik te wijzigen. Ta met een vrouw-radicaal () betekent vandaag “zij”, met een mens-radicaal (ren) “hij”, duidend op hetzij een man, hetzij iemand van onbepaald geslacht. Want ook daar “omhelst het mannelijke het vrouwelijke”. Revolutie is in dit geval: een terugkeer naar hoe het voor de moderne tijd altijd geweest is.

Terugkeer naar hoe het altijd geweest is: dat moet inderdaad het einddoel van alle revoluties zijn.

Labels: , , , , ,

Read more...

8 juni 2016

Het neoracisme


 

 (Doorbraak, 5 juni 2016)

 

In "De bende van Annemie" (1 juni 2016, Radio 1) noemde presentatrice Annemie Peeters het een "probleem" dat de meeste festivalgangers "blank" zijn. Voeg er maar aan toe dat ook in musea, in de bibliotheek, in de opera en op natuurverkenningen de autochtonen, doorgaans blank, "oververtegenwoordigd" zijn. De anderen oefenen hun recht uit om zich niet voor onze cultuur en natuur te interesseren. Herinner u hoe het bestuur van het Lake District de geleide wandelingen afschafte omdat praktisch alleen autochtonen kwamen opdagen, en voor hen troostte het zich die moeite niet.

 

Omdat ik een fan van Annemie ben, zal ik aannemen dat ze het niet besefte, maar dat was een loepzuiver voorbeeld van racisme. Het herleidt individuen tot vertegenwoordigers van hun ras, en het hecht een bepaalde waardering aan de niets ter zake doende raciale samenstelling van een gebeuren met vrije toegang voor iedereen. Er is wel een verschil met de hoogtijdagen van het onverbloemde racisme: vandaag tooit het onderhavige soort racisme zich met de naam "antiracisme". Die nieuwe vorm van racisme zullen we voorlopig onderscheiden middels de term "neoracisme".

 

Maar ze deed meer dan voor een nietsvermoedend publiek het probleemkarakter van een raciaal statistisch gegeven onthullen. Ze wou dat probleem van te veel blanken ook "opgelost" zien. Endlösung der Weissenfrage in Europa!

 

Er zijn zo al genoeg niet-raciale problemen. De islam, bijvoorbeeld, is een kleurloze levensbeschouwing die mensen van elk ras (zeker ook problematische blanken) aansteekt. Hij vormt werkelijk een "probleem" voor wie om levensbeschouwelijke vrijheden en vrouwenrechten geeft. Daarentegen heeft een onevenredigheid in het ras (tiens, was dat niet "vermeend ras"?) van festivalgangers, zowel in de ene als in de andere richting, volstrekt geen belang. Alleen racisten willen er een probleem van maken.

 

Ideeën hebben gevolgen. De kanker van het neoracisme, die de maatschappij in verschillende gemeenschappen met een eigen plaats in de hiërarchie van slachtofferschap en voorrechten verdeelt, zal ons nog veel schade berokkenen. Zoals antiracisten ons altijd voorgehouden hebben, is de loutere overtuiging van een verdeling van mensen in wenselijke en problematische groepen de beginvoorwaarde voor de daadwerkelijke achterstelling tot zelfs genocide van één van die groepen. Zelf zou ik het hoofd koel houden, maar antiracisten voorspellen hierbij altijd de ergst mogelijke afloop, en rechtvaardigen zo hun extreme "waakzaamheid" tegen elk "racistisch" idee. Welaan dan, écrasez le néoracisme!

Sorry, lieve Annemie, dat ik in je schalks bedoelde uitstapje in de muziekwereld een uiting van een sinistere en snel veld winnende ideologie herken. Een volgende keer zal ik mijn pijlen op de meesterdenkers van het neoracisme richten. Maar het neoracisme is nu eenmaal niet onschuldig. Het verziekt de atmosfeer met afgunst en rechtvaardigingen voor rassenstrijd. Het legt de kiemen voor een burgeroorlog. In een variatie op Ronald Reagans stelling over de Sovjet-Unie, mogen we zeggen: neoracism is the focus of evil in the postmodern world.

Labels: ,

Read more...

<<Oudere berichten