23 februari 2015

Tussen opgehemeld verleden en teveelbeloofde toekomst: een verloren heden ?

(deze bijdrage verscheen in Grondvest maart 2015)

De voorbije weken konden we genieten van enkele debatten rond zogenaamde radicalisering van jongeren, zowat de stempel gebruikt voor het gewelddadig jihadisme van eigen bodem. Er was terecht de vraag of radicaal wel het gepaste woord is: met radicaliteit als dusdanig is niets mis, het hangt ervan af waarin men radicaal is. Er wordt gedebatteerd over de vraag welke veiligheidsmaatregelen in een rechtsstaat aanvaardbaar zijn en welke prijs aan privacy wij bereid zijn in te leveren voor beveiligingsmaatregelen. 

En er was natuurlijk het debat rond de ‘integratieparadox’ met als belangrijkste stem Marion van San. Haar onderzoeksconclusies werden wat te snel vereenvoudigd tot de stelling dat ‘jongeren’ des te meer radicaliseren naarmate ze beter maatschappelijk geïntegreerd zijn (school, werk, gemengde vriendenkring). Van San heeft dat ook geschreven, maar het blijft toch vooral interessant om de verklaringen die zij geeft te bespreken, alsook wat ze niet zegt. 

Beginnen we met het laatste: die zogenaamde radicalisering is in de meeste gevallen natuurlijk wel te vinden bij gebrek aan culturele integratie. Opleiding en werk garanderen blijkbaar nog helemaal geen culturele integratie, en dat zal natuurlijk niet beteren naarmate er luider wordt geclaimd dat eenieder zijn eigen taal en cultuur moet kunnen bewaren en daarvoor desnoods maar redelijke aanpassingen moeten worden gedaan in onze regels en gebruiken. Verder hoedt Van San zich ervoor de radicale opvattingen te benomen, die nu eenmaal in overgrote mate islamistische opvattingen zijn (al klopt het natuurlijk wel zo dat bij die ‘radicalen’ er ook ‘jongeren’ zijn die van thuis geen moslim zijn dan wel weinig religieus).

Van San zelf verklaart de radicalisering ondanks maatschappelijke integratie in de hierboven genoemde zin vanuit gevoelens van teleurstelling wanneer men ondanks opleiding en werk niet hogerop geraakt en vanuit stijgende verwachtingen die gekoesterd worden door jongeren en leiden tot een gevoel van discriminatie dat een stuk verder gaat dan de werkelijke discriminatie. Kortom, overspannen verwachtingen. En dan moeten we ook vragen welke factoren maken dat er overspannen verwachtingen zijn. Hoe worden die gekweekt of aangeleerd of minstens bevorderd ? Die overspanning is m.i. ten dele bepaald door de Westerse welvaartsstaat en gelijkheidsideologie en ten dele door de invloed van culturen die een claim op absolute waarheid formuleren. Als men opgevoed wordt met de idee dat men de heren van de schepping is, aan wie de enige echte ware tekst is bekendgemaakt, en alle andere volkeren in onwetendheid leven of de waarheid half vervalst hebben, en dan blijkt dat die andere volkeren wetenschappelijk en technologisch vaak een enorme voorsprong hebben, dan kan dat inderdaad tot zo’n overspanning leiden.

In 1977 verscheen van de hand van de Nederlandse psychiater en wijsgeer Jan Hendrik van den Berg, bekend voor zijn leer van de metabletica, die een groot deel van de moderne geschiedenis poogt te vatten als een geschiedenis van veranderingen in het collectief bewustzijn, het boek Gedane zaken; twee omwentelingen in de Westerse geestesgeschiedenis. Daarin voorspelde de auteur voor 2015 een wereldbrand die begint met een rassenstrijd, met name een strijd waardoor landen intern verdeeld zouden zijn. Hij is natuurlijk niet de enige die dat voorspeld heeft. Maar zijn verklaring wil ik in herinnering brengen: “Elk land heeft zijn teveelbeloofden”. En wat vooral teveel beloofd werd volgens Van den Berg was gelijkheid “zeg de mensen van Europa dat ze gelijk zijn en ze gaan elkaar allerbloedigst te lijf”.


In 2005 publiceerde Joods-Duitse historicus prof. Dan Diner een boek dat te weinig aandacht kreeg, over het politiek radicalisme in religieus gewaad in de islamitische wereld, namelijk ‘Verzegelde tijd. Over de stilstand in de islamitische wereld’ (Versiegelte Zeit, ook in Engelse vertaling: Lost in the sacred) waarin hij het onder meer heeft over de ‘onheilige alliantie’ tussen voormoderne opvattingen uit het Midden-Oosten (kort samengevat een opgeslotenheid in het sacrale) en een postmodern discours dat daartegenover veel te weinig kritisch is. Tussen een opgehemeld verleden en een teveelbeloofde toekomst ligt er dan veel te vaak een verloren heden. 
Read more...

8 januari 2015

Interview gegeven aan Nationalistische Agenda (2002)


Punt: kroniek van een aangekondigde dood
 
Het nationalistische Werkerskollektief slaagde erin Koenraad Elst te strikken voor een vraaggesprek over het ter ziel gegane weekblad Punt. Een (na-)bespreking van Punt lijkt ons zinloos, vanwege de redactie van dit tijdschrift willen we enkel stellen dat, wat ons betreft, Punt een gemiste kans is voor al wie graag een tegenstem wenst te horen in de huidige berichtgeving.
Doctor Elst kan u even kort schetsen wie Koenraad Elst is en waar hij voor staat?
Ik ben in 1959 in Leuven geboren en ben in die toen nog tweetalige stad opgegroeid. Ik kom uit een katholiek gezin zonder banden met de Vlaamse beweging, laat staan het repressiemilieu. Het universele ware geloof stond centraal, niet de identitaire bekommernissen van uw beweging, die mij trouwens nog steeds vreemd zijn. In mijn puberteit kwam ik onder invloed van de linkse tijdsgeest en heb ik in heel wat betogingen meegelopen, de laatste was de anti-rakettenbetoging van 1983. Rond mijn twintigste zat ik vooral in het hippiemilieu, met alles wat erbij hoorde: cannabis, astrologie, Oosterse religies. Ik liet mijn studies vallen en deed klusjes allerhande, net genoeg om te leven en om cursussen te volgen van taijiquan, aikido en dergelijke. Om die dingen dan op wat serieuzere grondslag te zetten ben ik dan op mijn 26ste oriëntalistiek gaan studeren, Chinees, Sanskrit, Perzisch. En dan ben ik over dat soort onderwerpen beginnen schrijven, zeventien gepubliceerde boeken inmiddels, en enkele honderden artikels. In India geniet ik een zekere bekendheid als zijnde de enige oriëntalist die met enige sympathie over het politieke hindoeïsme schrijft.
Sommigen puren uit kennismaking met exotische culturen het wow-gevoel van hoe vreselijk anders die wel zijn. Zelf ben ik meer dan ooit overtuigd van de eenheid van het mensenras en van de menselijke ontwikkeling, waarin nu het ene en dan het andere volk het voortouw neemt. Ik bedoel daarmee geen oppervlakkig New-Age-gedweep over hoe “alle religie eigenlijk hetzelfde zeggen”, want ze verschillen wel degelijk, maar het is juist in hun afwijking van de universele ontwikkelingslijn dat ze verschillen. Vandaag zie ik  overal de geleidelijke eenwording van de wereldcultuur, en ik vind dat uitstekend. In plaats van energie te verspillen aan het bestrijden van het onafwendbare moeten we ons concentreren op de inhoud van de opkomende wereldbeschaving. Mijn bezwaar tegen de islam is dus allerminst van identitaire aard, het gaat er niet om dat de islam hier een Fremdkörper is, wel dat hij een verstikkende en vooral onware dwaalleer is.
In nummer 1 van het weekblad Punt stelde hoofdredacteur Peter De Roover dat het begrip weekblad bij ons in 2001 een heel eigen betekenis kreeg. Het aantal nieuwe bladen dat verscheen en ook weer verdween, is haast niet op twee handen te tellen.
Ja, “weekblad” betekent stilaan: een blad dat een week lang bestaat.
Het jaar 2002 was nog maar pas begonnen en opnieuw bood er zich een nieuw weekblad aan. Blijkbaar was er dan toch een markt voor nieuwe initiatieven. Wat liep er fout? Of anders gezegd, waarom slaagde Punt er niet in zich te onderscheiden van wat de potentiële lezer reeds in de krantenkiosken vonden? Was Punt dan geen meerwaarde voor de abonnee van Trends, Knack, Journaal, ’t Pallieterke of Doorbraak, om maar die te noemen? De algemene teneur over Punt was achteraf dat, enkele artikels niet te na gesproken, het saaie en opgewarmde kost was.
De kwaliteit en het nieuwsgehalte gingen in stijgende lijn, maar tegen dat het op iets trok, was het al te laat. Het eerste nummer heeft het project de das omgedaan. Dat was, in de woorden van Mark Grammens, “van een wezenloze banaliteit”. Toevallig het nummer met het laagste Elst-gehalte, haha, twee bladzijden ocharme. Wij hebben ons achteraf met enig afgrijzen afgevraagd waarom wij het futloze van dat eerste nummer niet tijdig ingezien hebben. En het antwoord is, vrees ik, dit: wij waren zo gefixeerd op de zorg om er vooral geen Blokblad van te maken dat we opgelucht waren toen we vaststelden dat dat ons alvast gelukt was. De bekommernis om niet meteen als extremistisch afgeschoten te worden, deed ons de zorg om nieuwswaarde uit het oog verliezen. De politieke correctheid had weer een veldslag gewonnen.
Waarom de keuze voor een weekblad en niet voor een krat? Vanuit de invalshoek die geschetst werd, was dit project eveneens perfect toepasselijk op de krantenwereld. Ook wat kranten betreft blijven heel wat mensen op hun honger. Zou een krant geen grotere overlevingskans gekend hebben aangezien er sneller op nieuws ingespeeld zou kunnen worden?
Beste vriend, u ziet het groot. Een krant, daar is veel personeel bij nodig, en ook de materiële eisen van dat medium vergen een enorme investering. Het grootkapitaal wil dat geld wel bovenhalen voor een linkse ochtendkrant, zeker niet voor een rechts blad. Zelf zou ik het tempo van dagbladjournalistiek trouwens niet aankunnen, daarvoor is mijn gezondheid te slecht. Ja, in India heeft een of andere microbe mijn hartspier aangevreten. I lost my heart in Indraprastha… hoe dan ook, voor een dagblad was het geld er niet. Zelfs een vierkleurenmagazine was blijkbaar al te hoog gegrepen. Maar er is sprake van een vervolg, in een Tertio-achtige formule op krantenpapier, tweewekelijks, we zullen zien.
Punt eindigde in zeer verwarrende omstandigheden. Kan u over de precieze reden van de stopzetting meer duidelijkheid scheppen?
De verkoopscijfers vielen tegen, vooral door de slechte indruk die dat eerste nummer gegeven had. Ik ken tal van sympathisanten die geen tweede nummer meer gekocht hebben. En ik ken er nog meer die gewoon nooit van Punt gehoord hebben, want de publiciteit was ook ondermaats. Er was dus vers kapitaal nodig, meer dan de initiatiefnemers konden ophoesten. Nieuwe kandidaat)geldschieters vonden het project wel goed maar meenden dat Punt als zodanig reed onherroepelijk verbrand was. En wanneer het slecht gaat, komt er ruzie, in dit geval tussen de hoofdredacteur en de uitgever. Dat hoeft op zich niet erg te zijn, maar het schrok mogelijke kapitaalverschaffers definitief af.
Knack titelde: “Vlaanderen moet opnieuw denken en strijden.” Was dat werkelijk het uitgangspunt van Punt, want is die strijd niet eerder iets waar de zogenaamde strijdorganisaties in de Vlaamse Beweging moeten voor zorgen?
Het moest geen strijdblad zijn. De belangrijkste fout van de gevestigde bladen is niet dat zij geen strijdbladen zijn (ze zijn dat overigens wel), maar dat zij hun lezers essentiële informatie over feiten en relevante standpunten onthouden. Wanneer je tegenwoordig jonge en minder jonge Vlamingen hoort zeggen dat België als federatie toch goed en billijk functioneert, dan is dat niet uit kwade trouw maar uit pure onwetendheid. Gewoon door de lezer feiten onder de neus te duwen, geen partijdige propaganda maar de nuchtere feiten, motiveer je hem tot een kritische bevraging van het Belgische model.
Overigens hoefde Punt voor mij geen nationalistisch blad te zijn, wel een dat zowel nationalistische als andere rechtse standpunten aan bod zou laten komen. Ik hoef u wel niet uit te leggen dat er een rechterzijde bestaat die door nationalisten als de vijand beschouwd wordt, de nostalgici van het Habsburgse rijk en andere Multi-etnische constructies? Zo had ik eens een flink dossier willen wijden aan Kang Youwei, een cconservatieve confuciaan die begin 20ste eeuw het strikt genomen vreemde bewind van de Qing-dynastie over China wou behouden, weliswaar omgevormd tot constitutionele monarchie, en die de revolutie wou vermijden zoiets als de Glorious Bloodless Revolution die zeer gunstig afstak tegen de Franse Revolutie. Maar de republikeinse nationalisten wonnen het pleit en stortten China boot decennia in de burgeroorlog, gevolgd door het communisme. Op een eeuw afstand zal ook de Chinese nationalist moeten toegeven dat zijn land beter gevaren zou zijn met de niet-nationalistische conservatieve benadering van Kang.
Ik kom nogmaals terug op het Beginpunt, het redactioneel artikel van Peter De Roover in het nummer 1 van Punt. Het was verheugend te lezen dat Punt een “kwaliteitsproduct” wenste te maken. Het afwijzen van persvoyeurisme, kwetsende spot, goedkoop amusement en het marginale was/is in het huidige medialandschap quasi een unicum. Dat onderscheidde Punt zeker van Menzo of Ché. Een complexloos Vlaams identiteitsbesef was/is zelfs gedurfd in Politiek Correct België. Maar dat complexloos identiteitsbesef vertaalde zich slecht in de inhoud van Punt.
Op communautair vlak valt Punt mijns inziens niets te verwijten. Dat was niet mijn domein, maar ik had toch de indruk dat over dat onderwerp veel en vrank en origineel bericht werd. Punt was complexloos Vlaams, zij het niet complexloos conservatief. Ook de genoemde kwalen, persvoyeurisme en zo, hebben Punt niet aangetast.
Het debat over vreemdelingenstemrecht, over het cordon sanitaire of over de anti-Palestijnse agressie door Israël, betekenden deze onderwerpen niet dansen op een slappe koord om toch maar niet teveel lezers zich tegen Punt te laten keren, waardoor de boodschap van Punt eerder zwak, onduidelijk en zonder meerwaarde overkwam? Een cover met Leman lijkt me trouwens ook niet een aantrekpool voor de eerder conservatieve lezers.
De Leman-cover was om een heel andere reden fout: die had moeten samengaan met een echt uitgediept dossier over het officiëel antiracisme als gevaar  voor de vrijheden, liefst ook met een vrank interview. Wat Leman niet geweigerd zou hebben, dit in tegenstelling met verschillende ministers en renegaten van de Vlaamse Beweging, zoals Bert Anciaux en Jozef Deleu. Kijk, ik hoop dat u niet bedoelt dat de conservatieve lezer alleen conservatieve gezichten op de cover wil. Dat soort inteelt is juist de ziekte ter linkerzijde. Ooit kocht ik in de kiosk De Morgen en ’t Pallieterke, en de krantenjongen zei me dat hij nog nooit iemand die twee bladen tesamen had weten kopen. Vandaar trouwens dat de duiding van allerlei experten over “extreem-rechts” er altijd zo ver naast zit: die mensen lezen alleen elkaar, niet de rechtse monsters. Zij zijn vies van oog- of zelfs leescontact met al wat naar rechts ruikt, maar toch willen ze er boeken over volschrijven, en dan eindigen ze met louter projectie van clichés uit een vroeger tijdperk.
U noemt ook het Palestina-dossier. Ik heb er nooit een geheim van gemaakt dat mijn sympathie daar veeleer bij de joden ligt. Dat is minder een kwestie van gemeenschappelijke strijd tegen de islam, alswel van persoonlijke levensgeschiedenis. Ik heb goede vrienden in joodse kringen, ik voel me trouwens redelijk verwant met die bleke boekenwurmen. Al ooit een jood ladderzat voor een onnozele voetbalwedstrijd zien roepen en lallen? Die zijn daar gewoon te serieus voor, en zo mag ik het graag zien. Als jullie flaminganten daar nou eens een voorbeeld aan zouden nemen, dan was Vlaanderen allang vrij. Nog zo’n vormende ervaring was de Zesdaagse Oorlog. Het nieuws was bij ons thuis het enige radioprogramma dat wij beluisterden, dus ook als zevenjarige volgde ik dat.  Wel, wij hadden heel sterk het gevoel dat “onze” kant gewonnen had, en hoe! In onze school was er een onderwijzer die zijn klas binnenkwam en naar de wereldkaart stapte, met zijn armen wijd open van Mauritanië tot Indonesië:”Kijk eens jongens, zooooveel landen samen kunnen het niet winnen” – en dan kwamen duim en wijsvinger bijeen tot de breedte van Israël – “van zooo’n klein landje.” Dat ben ik nooit helemaal ontgroeid.
Maar het heeft me niet belet om in Punt recht te doen aan het Palestijnse standpunt. Dat was juist het fijne aan journalistiek: zonder zelf een standpunt in te nemen, kan je beide zijden aan het woord laten, gewoon om de lezer te informeren en het debat te voeden. Ik heb trouwens eerst rondgebeld om zeker een Palestijn te vinden die zijn zaak overtuigend zou verdedigen. Want anders zat je natuurlijk helemaal in het scenario van de gevestigde media: je voorkeurstandpunt door een goedgebekte woordvoerder laten brengen, en het andere door een kluns. Dat nooit in Punt, dus.
Uit de artikels in Punt begreep ik dat Punt het blijkbaar niet op bruin begrepen heeft, bruin (blauw+rood+groen) in politieke zin dan:”VLD loopt blauwe plekken op”, “Groene politici onder zwaar geschut”, “Paarse coalitie torpedeert taalwetgeving” enz. Schaarde Punt zich welbewust achter de oppositie of was dit eerder een toeval en zouden de oppositiepartijen in latere nummers ook een veeg uit de pan krijgen?
Het is natuurlijk omgekeerd: de schrijvende klasse schaart zich niet achter politici, zij zet zelf de krijtlijnen uit die morgen het beleid van de politici zullen bepalen. De rol van intellectuelen tegenover de politiek is als die van het magnetisch veld tegenover ijzervijlsel. Wie  het opinieklimaat kan bespelen, kan de politieke leiders de gewenste bril opzetten waardoorheen zij de wereld bekijken, wat dan weer hun beleid bepaalt. Kijk maar hoe links zijn ordewoorden en vooroordelen algemeen ingang heeft doen vinden. In mijn bespreking van pater Versteylens jongste boek heb ik erop gewezen dat het afdrijven van Agalev naar links het gevolg is, niet zozeer van de linkse infiltratie in de partij, als wel van juist het apolitieke uitgangspunt van de meeste basisgroenen. Juist omdat die brave groenen geen ideologische ruggengraat hebben, zijn zij het vatbaarst voor de opiniewind, voor het linkse magnetisch veld dat hen vanzelf in de gewenste links veldlijnen kon leggen. In deze tijd van oppermachtige media kan je de massa veel diepgaander beïnvloeden dan ooit tevoren.  De vijand doet dat volop, het was tijd om enig weerwerk te bieden. Linkse intellectuelen scharen zich niet achter de linkse politici, zij creëren een klimaat waarin zelfs rechtse politici het linkse programma uitvoeren. Wat Punt te doen stond was niet, laat ons zeggen, de vervanging van Dewael door Vandenbrande te bewerkstelligen, wel Dewael ertoe te brengen een beleid à la Vandenbrande te voeren.
Uit eigen ervaring weten we dat er een zekere sympathie bestond voor Punt, omdat er door velen een intellectuele leegte wordt ervaren in het medialandschap. Nochtans lieten sommigen zich eerder smalend uit over Punt in de termen van “de nieuwe Wij”, “het N-VA partijblad”, enz. Deze mening werd dan gestoffeerd met een opsomming van ex-VU-ers die verbonden waren aan Punt: Peter de Roover, David Vits (die een Blok-persprimeur naar de N-VA doorgespeeld zou hebben), initiatiefnemer Paul Doevenspeck en de talrijke (oud-) VU-gastauteurs. Met andere woorden: in hoever was de vrees van deze kwade tongen bewaarheid?
Als buitenlandredacteur had ik met die dingen weinig te maken maar ik zal u niet tegenspreken. Wel moet ik ontkennen dat het lekken van die primeur over het rapport Nabholz-Haidegger naar de N-VA het werk van David Vits was. Het lag aan iemand die u niet genoemd hebt, en die ook ik niet zal noemen.
Wat is, na 9 nummers, uw algemene indruk over het weekblad Punt? Zou u zich, met de kennis en de ervaring die u nu rijker bent, opnieuw laten meeslepen in een gelijkaardig avontuur of is het na negen weken Punt welletjes geweest?
We waren goed bezig het aanvankelijke amateurisme te ontgroeien. Er was meer interne en externe feedback nodig, of liever de bereidheid om daarnaar te luisteren. Maar het lijdt geen twijfel dat het blad met goede publiciteit en financiële ademruimte na enkele maanden zeker zijn plaats veroverd zou hebben. In mijn geval is van “meeslepen” geen sprake, ik had niets te verliezen en heb eigenlijk nooit zoveel financiële zekerheid gekend als in die vijf maanden bij Punt. Anderen hebben er een baan elders voor laten staan omdat ze in het project geloofden, en voor hen is de mislukking een stuk pijnlijker. Want wie zich aan een zogenaamd rechts blad verbrand heeft, krijgt het natuurlijk moeilijk om elders weer aan de slag te kunnen. Dat is althans wat de journalisten zeiden die bij voorbaat voor de eer bedankt hebben. De broodroof door het linksliberale establishment is een reëel probleem, maar we zullen zien of het eigenlijk erg softe blad Punt al als een ideologische diskwalificatie geldt.
 

Labels: , ,

Read more...

Aanslag is wél de ware islam

(Trouw, Nederlands dagblad, 10 januari 2015)
 

De blijken alom van heilige verontwaardiging na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo namen uit alle macht het taboe in acht dat het blad had doorprikt: de islam benoemen en beschamen. Praktisch alle steunbetuigingen vermijden dat wat de cartoonisten het leven gekost heeft: de islam in het vizier nemen. Zij beweren: “Je suis Charlie”, maar demoniseren al jaren degenen die net als Charlie wél aan parler vrai over de islam doen.

Dit was het ogenblik bij uitstek om de schuld van de islamdoctrine aan te kaarten: Mohammed zelf verordende de moord op elk van zijn hekelaars, en volgens de islamwet is het gedrag van Mohammed een rechtsgeldig precedent.  Moslims die hun zaak kennen, weten natuurlijk dat dat het palmares van Mohammed jegens zijn critici was én dat de navolging van de Profeet het kernbeginsel van de islamwet is. Niet mee eens? Wel, vind mij dan eens een moskee of islamschool waar onderwezen wordt: “Mohammed was fout.”

De Vlaamse cartoonist Marec stelt zich voor dat Mohammed met het schaamrood op de wangen zegt: “Ik durf mij nergens meer vertonen.” Ik doe geen uitspraak over wat hij ermee bedoeld heeft, het leent zich tot twee tegengestelde duidingen: een juiste voor de deskundigen, en een verkeerde die zeer gretig geslikt en herhaald wordt. De meeste lezers vatten het op als een islamvariant op de oude gauchistische kreet: “Lénine, reviens! Ils sont fous!” Zij scharen zich rond de flut-uitleg dat de Meester het juist gezien had, maar dat zijn volgelingen het verkeerd begrepen hebben. Zij halen eruit dat Mohammed de aanslag op zijn hekelaars bij Charlie Hebdo nooit zou gewild hebben, en zich schaamt voor de associatie met die “ontsporing”. Nee, dus. Mohammed verdient zich te schamen juist omdat de aanslag nauwkeurig het voorbeeldgedrag van de Profeet nabootste, precies zoals de islamwet voorschrijft.  

Uitingen van verontwaardiging kregen we bijvoorbeeld van David Cameron en John Kerry. Zij hebben zich in deze reeds eerder geprofileerd door hun woorden over en daden tegen de Islamitische Staat. Terwijl zij met hun bommenwerpers en drones op het terrein duizenden moslims (en hun gevangenen) aan het doden zijn, nemen zij het op vóór de islam. Cameron rechtvaardigt het doden van moslims met het smoesje dat de IS-strijders “geen moslims maar monsters” zijn. Dat is letterlijk het uit de wind zetten van de islam om met een goed geweten moslims te doden. Kerry heeft zelfs uitdrukkelijk gezegd dat één van de oorlogsdoelen tegen IS “de remediëring van de vertekening van de islam” is. Dat wil zeggen: moslims doden om het rozige schuldeloze beeld van de als “echt” bestempelde islam te verdedigen. Deze mannen, die letterlijk over lijken gaan om de islam te verdedigen, betuigen nu hun solidariteit met mensen die het commando van de Profeet aan den lijve ondervonden hebben.

Nog iemand die zich met Charlie vereenzelvigde, was Angela Merkel. Slechts enkele dagen geleden oogstte zij op de voorpagina’s geestdriftige bijval voor een rede waarin zij de vreedzame anti-islamitische Pegida-betogers belasterde en, om het jargon te gebruiken, onmiskenbaar tot “haat” tegen hen opriep.  Wat Charlie Hebdo gedaan heeft, is, overeenkomstig Mohammeds precedent, met de dood bestraft. Wat zou mevrouw Merkel gedaan hebben dat haar in datzelfde kamp plaatst? Zij heeft zich integendeel aan de kant van de islam geschaard.

Zij en andere pleitbezorgers van de islam rechtvaardigen hun standpunt met de mantra “diversiteit”. Wel, leve de diversiteit! Probleem is alleen dat juist de islam fel tégen de diversiteit gekant is. Het levenswerk van Mohammed is één zin samen te vatten: hij verving een geslaagde multiculturele samenleving in Arabië door een monolithisch islamitische dictatuur. Dat is het getuigenis van de bronteksten van de islam, geldig voor álle moslims.

Wat staat de moslims dan te doen? Ik wil best geloven dat talloze moslims afschuw voelen bij dit soort aanslagen. Hun bewering dat dit “niet de échte islam is”, is wel onwaar, maar is te begrijpen als verwerking van de tegenstelling tussen het hun thuis ingelepelde zoetwatergeloof en de orthodoxe islam van Boko Haram, het Kalifaat of de moordenaars in Parijs. Deze tegenstelling is niet te overbruggen, en crisissen als deze zijn, om er dan toch iets positiefs uit te halen, een goede gelegenheid om de ware aard van de islam onder ogen te zien.

Ik roep de moslims, ongeacht huidskleur of herkomst, op om de islam te ontgroeien. Kinderen leren op zeker ogenblik dat leven ook zonder het geloof in Sinterklaas kan. Wij Vlamingen zijn met miljoenen het geloof van onze kinderjaren ontgroeid. Zelf ooit een vrome katholiek, ben ik afvallig geworden, en ik heb daar geen schade door ondervonden. Ik vraag de moslims dus niets dat ik niet zelf doorgemaakt heb. Een ervaringsdeskundige stelt jullie gerust: er is leven na de geloofsafval. La vérité est bonne.

 

 

Dr. Koenraad Elst, oriëntalist

Labels: , , , ,

Read more...

29 december 2014

Kalifaat beoefent ware islam


Op 20 december sprak ik op het India Ideas Conclave in Goa, India, in het kader van een debat over “religieuze verdraagzaamheid en terrorisme”. Wat ik er zei, werd voorwerp van een fikse rel na klacht van de twee aanwezige moslims. Op verzoek van Doorbraak, een persoonlijk verslag.

 

Belediging van de Profeet

Dr. Ekmeleddin Ihsanoglu, Turks oud-secretaris-generaal van de Organisatie voor Islamitische Samenwerking (OIC), en Jordaans oud-premier Abdelsalam al-Majali protesteerden tijdens het debat zelf alsook achteraf bij de organisatoren. Daar verwezen zij naar een Indiase (van oorsprong Brits-koloniale) wet tegen “haat verwekken tegen gemeenschappen”, die effectief als anti-godslasteringswet gebruikt wordt. De eerste noemde mij “islamofoob”, de tweede beschuldigde mij van “belediging van de Profeet”. De eerste term is onnozel wanneer gebruikt door de goedmensen die hem ernstig nemen, maar arglistig in hoofde van haar OIC-bedenkers, die zo de critici van de islam criminaliseren. De tweede term is zonder meer onheilspellend.

Mijn allereerste artikels in de serieuze pers gingen over de Duivelsverzen-affaire, het doodvonnis door Ajatollah Chomeini over Salman Rushdie (1989, een half jaar na het verbod op zijn boek in het seculiere India). Daarin vermeldde ik het boek Ahânat-i-Rasûl kî Sazâ, (Urdu: “De straf voor het beledigen van de Profeet”, 1989)  van Maulana Mohassan Usmani Nadwi. Hij toont aan dat Chomeini’s doodvonnis helemaal conform de islamitische wetgeving is, gebaseerd op een reeks sluipmoorden op of terechtstellingen van critici op last van de Profeet zelf. Dat maakt brandhout van de bewering van allerlei welweters in politiek en media dat dat vonnis “strijdig is met de échte islam”.

Nochtans wordt die bewezen leugen een kwarteeuw later, na talloze moorden en aanslagen, nog steeds volgehouden. Nu ben ik dus in de positie gekomen van proefpersoon voor de vastbeslotenheid van moslims in de uitvoering van dat “rechtsbeginsel”. Anderzijds, geen paniek, want er is geen formeel rechtskundig advies (fatwa). Ook de protestvorm gekozen door de eminente oud-politici is er een uit het moderne recht, niet uit het islamrecht, en gehoopt mag worden dat de ingeslagen weg verder gevolgd zal worden. Ik heb mij nooit bedreigd gevoeld want ik weet dat terroristen niet lezen, maar krantenkoppen zouden wel iemand op verkeerde gedachten kunnen brengen.

 

Mijn bijdrage

Wat heb ik dan wel zo wreed gezegd? Mijn bekende standpunten, niets nieuws voor wie al eens mijn recentere artikels en blogs gelezen heeft.

Ten eerste, de Kalifaatleiders spreken aantoonbaar de waarheid wanneer zij hun wreedheden rechtvaardigen met verwijzing naar de islamwet en naar het voorbeeldgedrag van de Profeet. Bijvoorbeeld, het verhandelen van heidense vrouwen als slavinnen is een praktijk die ook door de Profeet toegepast werd. Hun verkrachtingen worden verantwoord door de herhaalde goedkeuring van de verkrachting van gegijzelde vrouwen door de Profeet. Geen enkele islamitische rechtsgeleerde zal ontkennen dat het voorbeeldgedrag van de Proofeet de grondslag van de islamwet is. Of kent u een islamschool die leert: “Mohammed was fout”? Dat het Kalifaat heel levendig de ware islam beoefent (die via zelfgemaakte video’s tot in de huiskamers komt), is gewoon de verifieerbare waarheid. Of omgekeerd, de frenetieke be(z)wering dat zijn daden een vertekening van de islam zouden zijn, is een begoocheling indien al geen leugen. 

Ten tweede, de tijd is voorbij voor oppervlakkige oplossingen. Er is veel kwaad in de wereld, en ooit moeten we dat allemaal aanpakken, maar de tijd om het islamprobleem op te lossen, is klaarblijkelijk nu. Zoals onze generatie in West-Europa bijna collectief de katholieke Kerk verlaten heeft, zo is ook bij de islam geloofsafval goed mogelijk. De islam is niet aangeboren, de moslims zijn niet van nature in de islamleer gekneed, er is aan de islam niets (behalve de besnijdenis), dat niet kan weggewassen worden.

Uiteraard kunnen alleen moslims zelf die stap zetten. Islamofielen zullen hun bekende stromannen en afleidingstactieken bovenhalen en het over “gedwongen bekeringen” of “een aanslag op de godsdienstvrijheid” hebben, maar dat bedoelen wij uitdrukkelijk niet. Het levensbeschouwelijk uitzicht van de Vlaamse samenleving is onder onze eigen ogen radicaal veranderd zonder dat daar enige dwang bij te pas kwam. Dat kan evengoed in de islamitische samenlevingen. Een aantal moslims hebben de stap naar de vrijheid al gezet, lees bv. het werk van Ibn Warraq, onder meer het boek Why I Am Not a Muslim. Sommigen hebben webstekken die alle relevante vragen beantwoorden en de juiste taal spreken om moslims te bereiken. Er is dus al een natuurlijk proces van de-islamisering bezig, alleen nog veel te beperkt.

Wat zeker contraproductief gebleken is, is de weg van het geweld. Ik ga het belang van zekere noodmaatregelen niet ontkennen, bv. de militaire verdediging van Kasjmir of de zelforganisatie van de hindoes tegen de toenemende moslimagressie in West-Bengalen, maar zij zullen op termijn onwerkzaam blijken als zij niet in een bredere strategie van de-islamisering ingeschakeld worden. De jongste twintig jaar hebben een reeks politieke leiders uit de VS, het VK en Frankrijk invallen in moslimlanden bevolen. Behalve die in Mali, die daar door regering én bevolking gevraagd was en gesteund werd, hebben zij allemaal in verschillende mate tot burgeroorlog en een wildgroei aan sectaire milities geleid. Merk op dat deze leiders zonder uitzondering pro-islamitische uitspraken gedaan hebben, dat geen enkele enige islamkritiek geformuleerd heeft, maar dat zij samen wel honderdduizenden moslims gedood hebben. Islamcritici daarentegen hebben geen enkele moslim op hun geweten. Wat de moslimwereld nodig heeft, is een dooi. Al deze militaire confrontaties leiden juist tot een verharding van de vijandschappen en van het onderliggende geloof. Om de moslims te helpen evolueren en te groeien zal er vrede en welvaart nodig zijn.

Wat ook contraproductief zal blijken, is oppervlakkig gepruts zoals (om even een actueel voorbeeld uit Vlaanderen te nemen) de huidige maatregelen tegen “radicalisering”. Dit optreden tegen symptomen terwijl de oorzaak ervan, de indoctrinatie in de islam, door ons eigen belastinggeld gefinancierd wordt, is dweilen met de kraan open. De moslims zullen hun evolutie zelf ter hand moeten nemen, maar wij kunnen dat proces mee sturen door niet langer kunstmatig de islam te ondersteunen en hem onnodige voordelen te geven.

Ook de schepping van een cultureel en intellectueel klimaat maakt een groot verschil. Nu weten djihaadpredikers zich een heel eindweegs gesteund door onze heersende en meningvormende klasse, die steeds weer de verdediging van de islam opnemen. Zij zullen al heel wat bedachtzamer worden als zij merken dat de niet-moslims doorhebben. Als de niet-moslims juist geïnformeerd zijn, wordt de islam uncool en defensief. Zoals ik mij uit mijn ontkerstening herinner, is dat een stadium op weg naar het volledig ontgroeien van je geloofssysteem. Daarom is het belangrijk, bij elke islamitische misdaad of wreedheid de islamleer duidelijk te benoemen en te beschamen, in plaats van hem met smoesjes tegen kritiek af te schermen.

 

Verder verloop van de rel

“Voor mijn veiligheid” vonden de organisatoren, de met de hindoe-nationalistische regeringspartij BJP verbonden India Foundation, het beter als ik de conferentie en het land zo snel mogelijk verliet. Omdat ik door hen was uitgenodigd, kwam het niet in mij op om anders te beslissen, hoewel ik graag nog enkele dagen met de talloze vrienden en bekenden aldaar had doorgebracht. Zowel het land als de deelstaat Goa worden door de BJP geregeerd, maar blijkbaar volstond dat niet om mijn veiligheid te waarborgen. Hier speelde niet de vrees voor de recent weer zeer talrijk geworden islamitische aanslagen, wel de vrees van de organisatoren dat ik de volgende dagen in interviews nog meer dingen zou zeggen die hun diplomatieke berekeningen zouden doorkruisen.

Dit heeft te maken met het minderwaardigheidscomplex van de hindoe-activisten, die zelfs aan de macht nog functioneren volgens de door hun tegenstanders opgelegde spelregels. Een vergelijking met de psychologie van de Vlaamse Beweging dringt zich op. Ook die tussen de N-VA en de BJP ligt voor de hand, van hun ingehouden-identitaire vertrekpunt tot hun “neoliberaal” economisch standpunt. Merkwaardig genoeg maakten zij ongeveer tegelijk de electorale doorbraak die hen aan de macht bracht.

Nu, ik had al van vóór het begin begrepen dat dit geen “Ideas Conclave” zou worden, maar een diplomatieke evenwichtsoefening. Daarom had ik zelf voorgesteld om een alternatieve lezing te geven, maar dat werd door de moderator van het debat afgeslagen. Hij vond dat islamkritiek beter zou passen in een panel met een bisschop-islamverdediger en met een bekende (en door mij gewaardeerde) “gematigde” moslim. Je moet weten wat je wil, natuurlijk, maar pas ermee op, want je zou het kunnen krijgen.

Ik had het tevoren al vreemd gevonden dat ik überhaupt voor een panel over “religieuze verdraagzaamheid en terrorisme” gevraagd was. Ik heb meer dan tien jaar geleden mijn onderzoek terzake afgesloten, gewoon omdat alles eigenlijk al gezegd is. De islam is in wezen een eenvoudig onderwerp en heeft voor mij geen uitdaging meer.  Anderzijds, ik heb over de islam wel wat te zeggen dat niemand anders daar zou doen, dus ik heb maar aanvaard. Uiteindelijk is het dus die lezing geworden, als voorbereiding op een tegensprekelijk debat.

Het was vooral tijdens de discussie dat ik een paar dingen gezegd heb die, hoewel zij door het publiek geestdriftig onthaald werden, bij de twee bezoekende moslims slecht vielen. De aanwezige medialui namen vooral aanstoot aan enkele politiek-rechtskundige uitspraken die hun aloude smoesjes doorprikten, de moslims zelf het meeste aan wat ik over Mohammed zei, ondermeer over zijn (onmiskenbare) rol in slavernij en verkrachtingen, en de samenvatting van zijn levenswerk: “De omvorming van een bestaande en geslaagde multiculturele samenleving in een monolithische islamitische dictatuur.” De goedmensen verdedigen de islam in naam van de “diversiteit”, maar juist de islam is vanaf het prille begin de verklaarde vijand van de diversiteit.



(Doorbraak, 28 dec. 2014)

 

Labels: , ,

Read more...

27 december 2014

Maar de Vlaming, hij werkte voort… (Hoegin)

Vrijdag raakten, tussen twee regionale stakingsdagen door, de resultaten van een nieuwe opiniepeiling van La Libre Belgique en de RTBf bekend. In se bracht die opiniepeiling weinig nieuws: vergeleken met de uitslagen van de verkiezingen van 25 mei viel er zowel in Vlaanderen als in Franstalig België amper een verandering waar te nemen. Maar net daarom zijn de resultaten ook spectaculair te noemen. Blijkbaar maakt de open oorlog van de PS en de vakbonden tegen deze «harde», «kille», ja zelfs «extreem-rechtse» regering weinig of geen indruk op de kiezers.

Publicitair is het natuurlijk een complete ramp: een opiniepeiling waar eigenlijk niets over te vertellen valt. Zowel in Vlaanderen als in Wallonië vielen alle verschuivingen binnen de foutenmarges, en de enige beweging met een beetje significantie is de ineenstorting van de cdH in Brussel: van 12,2% bij de laatste verkiezingen naar 8,1% in deze peiling. En daarmee moeten we het dan ook doen. De achteruitgang van de Open Vld in Vlaanderen en de MR in Wallonië, en de vooruitgang van Groen in Vlaanderen en de PTB in Wallonië stellen immers niet veel voor. De enige zinnige conclusie die bij deze opiniepeiling past is dan ook de volgende: zes maanden na de verkiezingen zijn nog maar bitter weinig kiezers van mening veranderd.

Open oorlog

Dat betekent dat de open oorlog die de PS in de Kamer tegen de regering–Michel I voert vooralsnog geen vruchten afwerpt. Verleden week was het overigens weer van dattum, met nog maar eens een potsierlijk stukje theater. Stel je voor, Jan Jambon zat in 1996 –achttien jaar geleden!– in het bestuur van de Vlaams-Nationale Debatclub toen die Jean-Marie Le Pen uitnodigde voor een toespraak. Moet er nog zand zijn? Als hij morgen naar de begrafenis van Fabiola gaat, zal hij dan volgende week in de Kamer ook aangesproken worden op sympathieën voor een aanhangster van Franco? Het zou ons niet eens verbazen.

Ook de reeks regionale stakingen, met als hoogtepunt de nationale staking van 15 december, maakt weinig of geen indruk op de Vlaming. Populair bij de eigen socialistische achterban, dat wel, maar ook niet meer dan dat. Zou het er iets mee te maken kunnen hebben dat vijfentwintig jaar socialisten in de regering hun geloofwaardigheid tot onder het nulpunt heeft geduwd? En dat iedereen die al eens een huishoudbudget heeft moeten opstellen snapt dat het zo echt niet meer verder kan?

Geweld van de straat

We begrijpen dan ook Rudy de Leeuw wanneer die in het zondagse praatprogramma De Zevende Dag komt verkondigen dat hij nieuwe acties in januari niet wil uitsluiten. In het stemhokje krijgt hij al lang geen gelijk meer, en dus beperkt de linkse oppositie in Vlaanderen zich tot amper een kwart van de volksvertegenwoordigers. Door haar nogal onorthodoxe samenstelling weerspiegelt de federale regering voor het eerst in decennia de politieke grondstroom van Vlaanderen, en dus komen de socialisten de eerstkomende vijf jaar niet meer aan de bak.

En dus schiet er voor Rudy de Leeuw en zijn ABVV maar één mogelijkheid meer over: het geweld van de straat. Het zegt daarbij genoeg dat de FGTB ter gelegenheid van de regionale staking in Brussel en beide Brabanten Antwerpse havenarbeiders (lees: het schorriemorrie dat zich enkele weken geleden op de nationale betoging uitgaf voor Antwerpse havenarbeiders) wil uitnodigen. Een tekening hoeft daar verder echt niet bij.

5,4 indexsprongen per jaar

Ondertussen krijgen we tranen in de ogen telkens we weer een topman van de socialisten horen verkondigen hoe rampzalig die indexsprong wel niet is. Zo ook de onvermijdelijke Johan vande Lanotte. Volgens het Economisch Genie uit Oostende zou zo'n indexsprong immers volkomen zinloos zijn, want de bedrijven die de indexsprong nodig hebben om te kunnen overleven zijn er hoe dan ook zo slecht aan toe dat ze binnen de tien jaar toch failliet zullen gaan. Als meesterbrein achter het ondertussen failliet gegane Electrawinds zal hij wel weten waarover hij heeft.

Wij willen echter de vraag niet stellen wat zo'n indexsprong persoonlijk zou betekenen voor het budget van proletariërs als een Johan vande Lanotte of een Rudy de Leeuw. Wel wat zij vinden van de berekening die zegt dat Vlaanderen maar liefst 5,4 indexsprongen per jaar «solidair» is met Wallonië. Inderdaad, als de berekening van de PVDA klopt dat de indexsprong Vlaanderen per gezin 800 euro zal kosten, en verder ook de Vives-berekening dat Vlaanderen elk jaar 6 miljard euro naar Wallonië ziet verdwijnen via allerlei Belgische «solidariteits»-mechanismen, dan is de som snel gemaakt. En zeggen dat de grootste Vlaamse partij van dit ogenblik het communautaire voor minstens vijf jaar in de koelkast heeft gestopt.

Maar vooral, waar zijn ze dan, de socialistische vakbonden, om dit onrecht aan de Vlaamse gezinnen aan te klagen? Waar zijn de regionale stakingen, of de nationale betogingen? Het geweld van de straat, om deze harde en kille maatregel, die ondertussen al enkele decennia aanhoudt, aan te klagen? Of zou ook voor de socialistische vakbond soms gelden dat het hemd van de Waalse machtsbasis nader is dan Vlaamse rok?

Centenindex

Dan zit er al een pak meer rechtlijnigheid achter het voorstel van het Vlaams Belang. Afschaffen, die criminele Belgische «solidariteit», en bovendien een zogenaamde centenindex invoeren die ervoor zorgt dat de laagste inkomens buiten schot gehouden worden. Geen socialistisch voorstel dus, maar wel een pak socialer. En misschien daarom ook netjes uit de media gehouden?

Telewerken

Op zondag hoorden we op de radio de aanbeveling om op maandag niet naar Brussel te willen komen via de grote invalswegen. Iets zegt ons dat dat geen groot probleem zal vormen, en dat het gros van de Vlaamse pendelaars wel zijn voorzorgen zal genomen hebben om op maandag gewoon te kunnen telewerken. En dat ook deze keer de staking vooral een Waals en Belgisch overheidsfenomeen zal blijken te zijn. Want inderdaad, de Vlaming, hij werkt gewoon voor. Hij moet ook wel, om elk jaar die 5,4 indexsprongen te kunnen betalen.

Dit artikel verscheen op 10 december 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

23 december 2014

Gelijkheid is vrijheid, leugen is waarheid

(Deze column verscheen in Grondvest januari 2015)

Van 4 tot 6 december hield de Académie Royale de Belgique (die zichzelf nog steeds als de enige erfgenaam beschouwt van de aloude Academie van Maria Theresia en de Vlaamse Academie als enkel maar een jonge zus) een boeiend colloquium onder de titel “La liberté d’expression. Menacée ou menaçante ? Jusqu’ou penser,parler, écrire librement ?” (1) De belangstelling van uit Vlaanderen was jammer genoeg zeer beperkt, al moet er aan toegevoegd worden dat men omgekeerd ook geen moeite heeft gedaan en op 3 Arabische en 1 Hongaarse spreker na alle sprekers Franstaligen waren. Desalniettemin was het een erg boeiend colloquium waarvan ik hier overigens maar enkele elementen kan bespreken. Persoonlijk werd ik overigens hartelijk ontvangen door de organisator, prof. Hervé Hasquin, oud minister-president van de regering van de Communauté française de Belgique, van liberale signatuur.

Desondanks zal de lezer het me niet kwalijk nemen dat ik,  om redenen die hem wel snel duidelijk zullen zijn, zoals de titel reeds aankondig, mijn pijlen richt op één van de lezingen, namelijk die van Edouard Delruelle uit Luik, jaren onderdirecteur geweest van het bekende Centrum voor gelijke kansen en racismebestrijding, en hoogleraar filosofie in Luik. Onder de titel “Discours, violence, civilité” (2) hield hij een goed uitgekiend pleidooi voor de bestaande breidelwetten die de vrijheid van meningsuiting inperken, zoals de antiracismewet en de antidiscrimatiewet. Daarbij gebruikte hij drie ‘trucs’ om de vrijheid van meningsuiting in te perken, die een zeer goed voorbeeld geven van het soort redeneringen die een bepaalde linkerzijde hanteert.  

Op de eerste plaats rechtvaardigt hij de inperking van de vrijheid van meningsuiting door te stellen dat een hele categorie van uitingen gewoon geen meningssuitingen zijn, maar handelingen. Dat wordt verpakt met een saus uit de algemene taalwetenschap, die bepaalde vormen van taalgebruik “performatief” noemt (een bekende boek daarover is van J.L. Austin, How to do things withwords).(3) Een goed voorbeeld is “ik beloof”: daarmee “doet” men iets, namelijk zich verbinden – wat nog niet wil zeggen dat het niet tegelijk een mening kan uitdrukken. De taalkunde wordt hier echter misbruikt om te stellen dat haat en discriminatie geen meningen zijn omdat men er iets mee ‘doet’, namelijk aanzetten.

De tweede truc bestaat is stellen dat de vrijheid van meningsuiting in feite maar kan gebruikt worden als men daartoe de middelen heeft, dat  niet iedereen dezelfde middelen heeft, en dat er dus maar sprake kan zijn van vrijheid van meningsuiting voor zover iedereen in feite gelijke kansen heeft zijn mening te uiten. De vrijheid wordt gereduceerd tot een eis van gelijke kansen en daarmee eigenlijk afgeschaft onder het mom van het waarborgen van die vrijheid zelf. Het Ministerie van Waarheid uit Orwell’s 1984 zou het niet beter gekund hebben !

Als derde truc stelt Delruelle terecht dat er geen vrijheid van meningsuiting is wanneer mensen elkaar met geweld in plaats van woorden bejegenen. Vervolgens definieert hij geweld echter zo ruim dat elk taalgebruik dat hem niet zint een vorm van geweld wordt genoemd en dus buiten de vrijheid van meningsuiting valt. Ook hier kan het Ministerie van Waarheid nog wat van leren.


Gelukkig waren er op hetzelfde Colloquium ook sprekers die de politieke correctheid en aantasting van de vrijheid van meningsuiting fileerden, zoals onder meer de Franse specialiste grondwettelijk recht Anne-Marie le Pourhiet en de Hongaarse rechter in Straatsburg Andras Sajo, die de vinger op de ‘wonde’ legden door aan te tonen hoe de vrijheid afgeschaft wordt door ze afhankelijk te stellen van de gevoeligheden van de diverse toehoorders. Philippe Nemo tenslotte (de auteur van het mooie essay “Qu’est-ce que l’occident”, nog niet in het Nederlands te vinden), herinnerde eraan dat de wetenschap maar is kunnen opbloeien vanaf de twaalfde eeuw door de doctrine van Abelardus dat het recht, en zeker het strafrecht, zich enkel met daden van mensen mocht bezighouden en het oordeel over gedachten en intenties, hoe zondig ook, aan God diende te worden overgelaten (4). Waaruit nogmaals blijkt dat onze ‘Verlichte’ tijd weleens meer aan obscurantisme zou kunnen lijden dan die duistere Middeleeuwen.

(2) Vgl. eerder van deze auteur zijn "Eloge du politiquement correct", http://edouard-delruelle.be/eloge-du-politiquement-correct/http://edouard-delruelle.be/eloge-du-politiquement-correct/
(3) J.L. AUSTIN, How to do Things with Words: The William James Lectures delivered at Harvard University in 1955, 1962 (eds. J. O. Urmson and Marina Sbisà), Oxford: Clarendon Press, http://www.hup.harvard.edu/catalog.php?isbn=9780674411524


(4) uitgewerkt in Ph. NEMO, La régression intellectuelle de la France, http://texquis.com/texquis-essais/20-la-regression-intellectuelle-de-la-france-.html. Zie ook Ch. GAVE,  "Au secours Abélard, ils sont devenus fous !"http://www.contrepoints.org/2012/03/05/71868-au-secours-abelard-ils-sont-devenus-fous.
Read more...

20 december 2014

Kanttekeningen bij de Europese migratie (Hoegin)

Verleden vrijdag zei de Britse premier David Cameron tijdens een toespraak in een fabriek in Straffordshire de Europese interne migratie de wacht aan. Wie naar Groot-Brittannië komt, zal eerst vier jaar moeten werken voor hij gebruik kan maken van de Britse sociale voorzieningen. Bovendien zal wie niet binnen een half jaar na aankomst werk vindt, terug naar zijn land van herkomst moeten keren. Ook aan de kinderbijslagenstroom naar het thuisland voor kinderen die nooit een voet in Groot-Brittannië hebben gezet zal een einde komen.

In de rest van Europa werden de uitspraken van David Cameron meteen weggezet als verkiezingsbeloften. Niet helemaal onterecht overigens, want het is duidelijk dat de Britse Conservatieven bij de komende verkiezingen flink wat stemmen aan het UKIP van Nigel Farage zullen verliezen. David Cameron lijkt echter te denken dat hij zijn stunt van vlak voor het Schotse referendum nog eens zal kunnen herhalen. Toen slaagde hij erin op het laatste ogenblik nog snel zijn hachje te redden door enkele fikse beloften aan de Schotse kiezers te doen. Benieuwd of datzelfde recept ook zal werken op de Engelse kiezers.

Anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat Groot-Brittannië al lang sceptisch staat tegenover de interne Europese migratie. Meer dan tien jaar geleden, toen de EU een allereerste keer uitbreidde naar het oosten, bekwamen de Britten reeds speciale voorwaarden waardoor zij een eerste migratiegolf vanuit Polen en het Balticum met enkele jaren konden uitstellen. En ook bij de uitbreiding van de EU met Bulgarije en Roemenië werden de Britse grenzen niet meteen opengesteld voor een nieuwe toevloed van nieuwe EU-burgers.

Voor wat hoort wat

De uitspraken van David Cameron komen dus niet als een donderslag bij heldere hemel, maar stroken met wat al jarenlang de positie van Groot-Brittannië is in verband met de interne EU-migratie. Wel nieuw is dat Groot-Brittannië in de Europese Unie niet langer alleen staat met deze houding. De mening dat voor wat ook wat hoort, en dat ongebreidelde migratie niet de oplossing voor alles is, maakt ook in de rest van de EU opgang. Bijvoorbeeld in Duitsland, of binnen de Vlaamse regering.

Zo was er onlangs al een uitspraak van het Europese Hof van Justitie naar aanleiding van een zaak in Duitsland, waarbij een Roemeense vrouw bij haar zus in Leipzig was komen inwonen. Zij verwachtte prompt dat ze niet alleen kinderbijslag voor haar zoon en een onderhoudsvoorschot moest kunnen opstrijken, maar bovendien ook nog eens een basisvoorzieningsuitkering. En dat ondanks het feit dat de Roemeense niet over één diploma beschikte, en hoe dan ook duidelijk niet van plan was ooit ook maar één poot uit te steken om zichzelf te kunnen onderhouden.

De sociale diensten van de stad Leipzig weigerden de vrouw te betalen, en het Europese Hof van Justitie gaf hen daarin gelijk. Door de uitspraak is het trouwens meteen ook gedaan met het uitkeringstoerisme dat de Kathleen van Brempten van deze wereld blijven afschilderen als het toppunt van beschaving. Landen mogen voorwaarden stellen aan nieuwkomers, en de voorwaarde dat men toch bereid moet zijn om zijn steentje te willen bijdragen, is volgens het Europese Hof van Justitie dus niet onredelijk.

Te dom om Nederlands te leren?

In eigen land was er dan weer Liesbeth Homans, die vindt dat het echt niet te veel gevraagd is van bewoners van een sociale woning om tussendoor toch ook nog een paar woordjes Nederlands te willen leren. Waarna ze prompt voor zoveel hardvochtigheid de volledige linkse goegemeente over zich heen kreeg. Marino Keulen, die blijkbaar even vergeten was dat ook zijn partij deel uitmaakt van de regering waarin Liesbeth Homans zit, bestond het zelfs in het Vlaams Parlement te verklaren dat «niet iedereen intellectueel in staat is om een taal te leren». Ga er maar eens aan zitten! (En hoorden wij daar enthousiast applaus vanop de UDF-bank?)

Want, beste lezer, let wel, het gaat hier toch nog altijd om de migranten die later onze pensioenen zullen betalen. En die hier nu al voor een onontbeerlijke culturele verrijking zorgen. Hoe ze dat allemaal precies gaan doen als ze intellectueel nog niet in staat zijn vijf woorden Nederlands te leren, is ons alvast een raadsel. Ondertussen moeten we het blijkbaar normaal vinden dat iemand jarenlang in Vlaanderen in een sociale woning kan blijven wonen, zonder ook maar één woord Nederlands op te pikken. Een bekrompen en racistische fermette-Vlaming waarop links zo graag neerkijkt en die ergens veertien dagen op vakantie gaat doet al oneindig beter.

A propos, wat zou er in de federale Kamer gebeurd zijn moest niet Marino Keulen maar Theo Francken diezelfde uitspraak op Facebook gezet hebben? We durven er nog niet aan te denken!

Meer EU en meer migratie niet langer oplossing voor alles

Maar er is dus duidelijk meer aan de hand dan alleen maar Britten en zogenaamde rechts-populisten die kanttekeningen durven te plaatsen bij de ongebreidelde interne EU-migratie. Meer EU en meer migratie is niet langer de oplossing voor elk probleem, en leidt niet meer automatisch tot een soort multicultureel Europees nirwana waarin «alle Menschen Brüder werden». Zelfs bij het Europese Hof van Justitie, wat toch wel tot het groene hout zou moeten horen, begint het stilaan te dagen dat het oude principe van «voor wat hoort wat» zo gek nog niet is.

We mogen dus wel degelijk aan nieuwkomers vragen dat ze enkele woordjes Nederlands leren wanneer ze hier van de sociale voorzieningen willen komen genieten. We mogen dus ook verwachten dat ze de handen uit de mouwen willen steken, en zelfs iets bijdragen tot de economie en de maatschappij. En wie weet mogen we binnenkort zelfs verwachten dat nieuwkomers hier ook een beetje respect opbrengen voor onze godsdienst en onze cultuur. Dan kunnen we volgend jaar onze kinderen weer naar een sinterklaasfeest sturen zonder te hoeven vrezen voor rellen zoals in Gouda. Zou het kunnen?

Dit artikel verscheen op 3 december 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , ,

Read more...

7 december 2014

Sp.a nog steeds haar eigen ergste vijand (Hoegin)

Het gaat niet goed met de Vlaamse socialisten. De partij zit nog steeds geplaagd met een voorzitter waarover iedereen, behalve de persoon in kwestie zelf, het eens is dat hij de verkeerde man op de verkeerde plaats is. Vandaag is dat echter zowat het minste van de vele problemen van de partij. De tsunami aan socialistische mistoestanden en andere foute linkse regeringsbeslissingen uit het verleden blijft aanhouden. Zelfs de N-VA komt een half jaar na de verkiezingen nog steeds geloofwaardiger als oppositiepartij over dan de sp.a, die alleen in Brussel nog in een regering zit.

Exit Zilverfonds

Eerste akte. We schrijven dinsdag 18 november. Minister van Financiën Johan van Overtveldt kondigt in de Kamer aan dat hij laat onderzoeken of het niet beter zou zijn dat beruchte Zilverfonds gewoon op te doeken. Het Zilverfonds, dat was een uitvinding van Johan vande Lanotte om onze pensioenen eens en voor altijd veilig te stellen. De formule was kinderlijk eenvoudig, en daarom ook geniaal: gewoon op het einde van de maand de overschotjes in dat fonds oppotten, en voilà, het pensioenprobleem was opgelost. Om niet te zeggen dat we op onze oude dag nog zouden zwemmen in het geld.

Alleen, het duurde niet lang of de regering soupeerde die overschotjes gewoon op in plaats van ze op te sparen voor latere dagen. En zelfs dat duurde niet lang, want de overschotjes zelf verdwenen al snel als sneeuw voor de zon.

Maar bovendien, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Noorse Petroleumfonds dat de overschotten van Noorse olieproductie (1) actief (2) investeert in (3) buitenlandse (4) beleggingen, beperkte het Zilverfonds zich simpelweg tot het aankopen van Belgische schuldpapieren. Vier keer fout dus, en daarmee degradeerde de «redding van onze pensioenen» zich tot niets meer dan een virtuele koekjestrommel met daarin veel papiertjes dat we nog een heleboel geld aan onszelf moeten. Geen fluit waard dus.

Lege doos of zwart gat?

Sommigen hebben dat Zilverfonds van in het begin een lege doos genoemd. Was het maar waar! Want was het Zilverfonds inderdaad een lege doos geweest, dan had Johan van Overtveldt ook geen reden gehad om het te willen opdoeken. Zijn N-VA-collega's Veerle Wouters, Siegfried Bracke en Daphné Dumery hebben echter één en ander eens nagerekend, en kwamen tot de conclusie dat het Zilverfonds ons jaarlijkse 120.000 euro kost aan personeelsleden, kantoorbenodigdheden, een bedrijfsrevisor en zitpenningen voor een raad van bestuur. Met andere woorden: dat Zilverfonds heeft prima gewerkt om het pensioen van vermoedelijk enkele kameraden van Johan vande Lanotte veilig te stellen, ten koste van dat van ons. En dat was het dan.

Wij noteerden vooral dat de anders alomtegenwoordige Johan vande Lanotte nergens in de media te bespeuren was om zijn Zilverfonds te komen verdedigen. Ook tal van andere socialistische coryfeeën hielden zich opvallend gedeisd, waaronder bijvoorbeeld John Crombez, poulain van Johan vande Lanotte, en fysisch popelend van ongeduld om eindelijk de voorzittersstoel van Bruno Tobback te kunnen overnemen. In afwachting daarvan vult hij zijn dagen als docent aan de UHasselt, met als vak… publieke financiën. Kan je eigenlijk nóg beter geplaatst zijn om het Zilverfonds vol vuur voor de TV-camera's te komen verdedigen?

Dingen van socialisten

Tweede akte. Woensdag 19 november, opnieuw in de Kamer. Het is Bruno Tobback die uiteindelijk toch een klein beetje wil tegensputteren tegen de afschaffing van het Zilverfonds. Voor de camera's van het VRT-programma Villa Politica klinkt het als volgt: «De enige ambitie van deze regering –in het bijzonder N-VA– is het afschaffen van dingen van de socialisten». En daarmee heeft hij het niet alleen over dat Zilverfonds, maar bijvoorbeeld ook over de subsidies voor de zonnepanelen en het gratis openbaar vervoer voor senioren. Om over indexsprongen en pensioenleeftijden nog maar te zwijgen.

We willen niet flauw doen: in kringen van zowel de Vlaamse als de federale regering zal men zeker enige voldoening scheppen in het afschaffen van «dingen van socialisten». Maar als de tegenargumentatie van Bruno Tobback echt niet verder reikt dan dat, is ze volgens ons toch maar aan de zwakke kant. Moeten we nu echt lege-doos-met-fors-prijskaartje Zilverfonds behouden omdat het «een ding van de socialisten» is? En valt als verdediging voor het gratis openbaar vervoer voor senioren echt niets beters te verzinnen dan dat het een langgerekte verkiezingsstunt van de sp.a was? Men kan zich amper een betere verdediging van de regeringsmaatregelen voorstellen dan het optreden van sp.a-voorzitter Bruno Tobback in hoogsteigen persoon voor de camera's van de VRT.

Medewerkers voor socialisten

Derde akte. Donderdag 20 november, deze keer in het Vlaams Parlement. Op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken antwoordt Vlaams minister-president Geert Bourgeois dat de ex-ministers Ingrid Lieten en Freya van den Bossche nog tot in 2019 zullen mogen genieten van elk twee medewerkers. Allemaal geregeld in een besluit van de Vlaams Regering uit 2009, met als totale kostprijs: 2,5 miljoen euro. Over dingen van socialisten gesproken!

We geven toe, voor 2,5 miljoen euro met de vingers in de pot zitten is maar een habbekrats vergeleken met de zonnepanelenput die Freya van den Bossche eerder al achterliet, of, zoals verleden week bekend raakte, het monsterverlies van 153 miljoen euro dat verleden jaar voor Electrawinds de fatale klap betekende. Maar zuinig omspringen met overheidsmiddelen en dus belastinggeld is anders.

Conclusie: zolang er bloedrode lijken uit de socialistische kast blijven vallen, hoeven ze zich bij N-VA, CD&V en Open Vld niet veel zorgen te maken over de geloofwaardigheid van de oppositie. Want oproepen tot een mobilisatie tegen het harteloos harde beleid van de rechtse regering, maar ondertussen wel zelf blijven grabbelen in de ton, hoe geloofwaardig is dat? Niet moeilijk dat er amper nog arbeiders voor de sp.a stemmen.

Dit artikel verscheen op 26 november 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

5 november 2014

Wat te doen met de nieuwe Oostfronters?


 


 

De overheid organiseert en subsidieert de islamisering. Zij voorziet moskeeën en onderricht in de islam, en faciliteert opleidingen voor imams en islamitische rechtsgeleerden, met als rechtvaardiging dat zij aldus een “Europese islam” wil promoten. Maar wanneer jongeren dan de aangeboden islamleer ernstig gaan nemen, dan panikeert zij over “radicalisering”.

Met name vervolgt en bestraft zij de recrutering van Syriëgangers, en het naar Syrië trekken zelf. Onder meer de burgemeesters van Vilvoorde, Mechelen en Antwerpen zijn voor een strenge bestraffing van de Syriëstrijders. In het geval van de oud-Volksuniërs Bart Somers en Bart Dewever is dat wel merkwaardig, want zij zijn grootgebracht met de lotgevallen van de Oostfronters. Na onbeschrijfelijke ellende doorstaan te hebben, na de meesten van hun kameraden aan flarden te hebben zien schieten, na de bittere nederlaag, kwamen zij terug in hun thuisland waar hun geen welkom wachtte, geen troost, geen dankbaarheid, maar mishandeling en opsluiting. En dat willen zij nu in verdunde vorm de Syriëgangers aandoen.

Wat doen die Syriëstrijders dan dat zo erg is? Zij verlaten hun veilige comfortabele bestaan in onze welvaartmaatschappij om ginds aan het front in de woestijn hun leven te wagen. Voorzover hun persoonlijke situatie een rol speelt, zijn het meestal jongeren die hun school niet hebben afgemaakt of die werkloos zijn, en die doen wat jonge mannen in hun situatie al duizenden jaren gedaan hebben: de veilige maar saaie uitzichtloosheid vaarwel zeggen en zich opwerken door soldaat te worden. Voorzover zij of hun familie voor de camera’s het “racisme” van de genereuze gastmaatschappij de schuld geven, praten zij alleen maar ambtenaar Jozef De Witte of de van hogerhand gesubsidieerde werkgroep KifKif na. Voorzover de islam de motivatie voor hun engagement vormt (dus voor zeker 90%), passen zij slechts de lessen toe die zij in erkende en gesubsidieerde islamopleidingen geleerd hebben. Voorzover zij zich tegen de regering-Assad keren, doen zij slechts het vuile werk van de strijd tegen een bewind dat in onze media en door onze politici grondig zwart gemaakt is. Hun indoctrinatie in de leer die tot deze strijd motiveert, is te bekritiseren, dus bestrijd gerust de islam, en de westerse partijdigheid tegen Bashar Assad is ongenuanceerd en ongeïnformeerd, dus ontwikkel gerust een preciezer en evenwichtiger standpunt over de kwestie-Syrië. Maar de moed en het engagement van die jongeren zijn onbetwistbaar.     

Ook de zeldzamere djihaadmeisjes verdienen een betere pers. Dat zijn voorname meisjes die via hun sluier duidelijk maken dat zij de mannen op afstand houden, geen lichtekooien zoals zij hun ongesluierde westerse zusters zien. Toch gaan zij aan het front in Syrië hun seksuele diensten aanbieden, en wel aan echte mannen: degenen die zonder enige druk van buitenaf vrijwillig voor het leven aan het front kiezen, en die bereid zijn om morgen te sneuvelen voor de zaak waarin zij geloven. Syriëstrijders die naar huis terugkeren, kunnen volop rekenen op steun uit de moslimgemeenschap, en krijgen veel applaus. Maar applaus is goedkoop, dat kan iedereen geven. Deze meisjes zetten zichzelf in, hun lichaam en hun toekomst. Zij geven geen triestige troostprijzen, wel de hoofdprijs: zichzelf.

Stel je voor dat je zo’n strijder aan het woestijnfront bent. In de gevechten van vandaag heb je je beste kameraad zien sterven, en je weet dat het morgen jouw beurt kan zijn. Zou je die nacht geen troostende gezellin willen? Zou je op diep biologisch niveau niet de gelegenheid willen om je genen voort te planten daar jijzelf morgen kan sneuvelen? Goed, aan die nood kan verholpen worden: je kan een Assyrische vrouw verkrachten, of twee of drie. Je kan op de slavenmarkt voor een vriendenprijsje een Jezidi seksslavin kopen. Maar nu is er een eerbaar alternatief: je kan met een buitenlandse djihaadvrijwilligster trouwen. Wat een dienstverlening. De dienst die zij verlenen, is uiterst genereus en onbaatzuchtig, en uiterst realistisch, want hij beantwoordt op een onsentimentele manier aan een acute nood.

Zulke jongeren zou je bij terugkeer willen straffen? Zij hebben geen vijandelijk leger vervoegd, want België is niet in oorlog met hen, dus zij hadden alle recht om bij die milities hun leven te gaan wagen. Zelfs met het Kalifaat is België nog maar sedert enkele weken in oorlog; toen die jongeren vertrokken, was er nog geen oorlogsverklaring. Overigens zijn regeringen die zo om de tedere gevoelens van de moslimmassa’s bekommerd zijn, wel bijzonder dwaas om zich tegen een macht te keren die door steeds meer moslims als het Kalifaat erkend, en door alle moslims alleszins als moslim herkend wordt. De kalifaatstrijders hol en valselijk als “monsters, geen moslims” beschrijven, zal niemand bedriegen behalve jezelf.

Nee, de djihaadstrijders die met vervolging en repressie bestookt worden, zijn slechts het slachtoffer van het pro-islambeleid van onze overheden. Omdat men de islam zelf uit de wind wil zetten, en omdat men de eigen facilitering van de islamisering tegen kritiek wil afschermen, maakt men maar een zondebok van de jongeren die door de islam en door ons islambeleid gekneed zijn.

Men moet niet de gevolgen bestrijden, namelijk het engagement in de djihaad, maar wel de islam zelf. Omdat ik wel eens de vraag krijg hoe ik mij een anti-islambeleid voorstel, zal ik eerlijk zeggen dat ik ondanks wat ideeën ook niet het sluitende antwoord heb. Maar als al onze beleidmakers de laatste decennia nu eens niet besteed hadden aan het verzinnen van smoezen om hun pro-islambeleid te rechtvaardigen, dan hadden we zeker al verder gestaan. Om echter geen forfait te geven, en omdat dit probleem inderdaad dringend om een oplossing vraagt, zal ik toch een paar suggesties doen.

  • Stel jongeren in hun opleiding en via de algemene cultuur bloot aan de onverbloemde gegevens over de islam. Islamleergangen hoeven niet eens in hun vrijheid beknot te worden, maar zorg dat seculiere en ontmythologiserende informatie over de islam voorradig is en de jongeren daadwerkelijk bereikt. Doe daarvoor niet zozeer beroep op bronnen waaraan Westerlingen zich laven, zoals Daniel Pipes’ Middle East Forum of Robert Spencer’s Jihadwatch, maar de forums van ex-moslims zoals faithfreedom.org van Ali Sina (schuilnaam van een Canadese Iraniër) of islam-watch.org van Ibn Warraq (schuilnaam van een Britse Pakistani), of het werk van Anwar Sheikh, Afshin Ellian of Ayaan Hirsi Ali. Geef ook toe aan de eis van moslimjongeren om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan moslimdenkers, maar vertel dan het hele verhaal, bv. het “racistische” oordeel van Ibn Chaldun over negers, of het verslag van de Marokkaanse wereldreiziger Ibn Battuta over de slavernij in het Delhi-sultanaat. Stel onze Berber-jongeren in kennis van het motto van de in 1998 door djihaadstrijders vermoorde Algerijnse zanger Lounès Matoub: “Ni Arabe ni Musulman.” Er is niets intrinsiek islamitisch aan onze moslimjongeren, niets dat ze er niet kunnen afwassen.       
  • Herinner je hoe Vlaanderen ontkerkelijkt is: de conformistische massa verliet de Kerk zodra een kritische massa de stap gezet had en kerkgang als ouderwets was gaan gelden. Het geloof werd iets aftands en zelfs wat belachelijk, iets waar men niet meer mee geassocieerd wou worden. Nochtans heeft het christendom een veel bredere basis en staat tegenover elk verwerpelijk Bijbelzinnetje één dat aanbevelenswaardig of zelfs zeer inspirerend is. Vergewist men zich echter onbevangen van Mohammeds woorden en daden, dan blijft er echt zeer weinig over om na te volgen. Moslims zelf zullen verrast vragen: “Oh, is het dát maar?”
  • Moslims moeten het uiteindelijk zelf doen, hun islam ontgroeien. Leg dit natuurlijk proces echter niets in de weg, blijf niet kunstmatig de islam ondersteunen en voordelen geven.

Sommige teruggekeerde Syriëgangers zullen ontgoocheld zijn, anderen echter des te meer bezield met het djihaadvuur. Voor die laatsten gelden de bestaande veiligheidsmaatregelen, welbekend aan onze geheime dienst. Het concrete gevaar dat zij betekenen, moet in eerste instantie zeker in het oog gehouden worden. Maar het is niet hun ideologische radicalisering die het voorwerp van repressie moet zijn. De gedachten zijn vrij, en sommige jongeren in elke generatie zullen met minder dan de radicale versie van hun ideologie toch geen genoegen nemen. Het is die ideologie zelf, de islam, die verdient gedeconstrueerd te worden.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

3 november 2014

Komt ebola met het vliegtuig of de asielboot? (Hoegin)

Op het ogenblik dat we dit schrijven is ebola nog steeds een ver-van-mijn-bedshow in Vlaanderen. Er was al eens een vals alarm in Oostende, en verleden week nog twee keer in Parijs, maar voor het dichtstbijzijnde geval van een echte besmetting op Europese bodem moeten we al naar Spanje. De zaken kunnen echter snel veranderen als er straks een ebolapatiënt uit één van de vliegtuigen van SN Brussels Airlines stapt, of als ebola in de asielstroom terecht komt.

Eigenlijk had het de eerste beleidsdaad van kersvers minister van Volksgezondheid Maggie de Block moeten zijn: meteen alle vluchten op de West-Afrikaanse ebolalanden verbieden. Of op z'n minst passagiers en boordpersoneel bij landing aan een strenge controle onderwerpen. Maar ja, Filip Dewinter stelde die maatregel begin augustus reeds als eerste voor, en dus zullen de vluchten blijven doorgaan. Zo gaat dat nu eenmaal in een apenland (aldus Mark Eyskens) waar maatregelen niet op hun mérites beoordeeld worden, maar wel op de salonfähigkeit van diegene die ze voorstelt. Er zal zelfs nog niet overwogen worden of er nu echt geen einde zou moeten komen aan de dagelijkse Russische roulette die men op Zaventem speelt vóór er een vliegtuig landt waarvan de helft van de passagiers nog tijdens de vlucht naar hier overleden is aan ebola.

Brusselse salons

En zeggen dat België één van de dichtst bevolkte landen ter wereld is en bovendien een internationaal knooppunt, en dus absoluut geen rechtstreekse vluchten op ebolabrandhaarden nodig heeft om een hoog risico te lopen vroeg of laat geconfronteerd te worden met ebola. Zou het kunnen dat het geld, en misschien meer nog het prestige van enkele Brusselse salons om toch maar de Belgische kleuren over het Afrikaanse content te kunnen laten vliegen alweer zwaarder doorweegt dan de belangen van de bevolking? We stellen alleen maar de vraag.

Asielebola

Maar ebola hoeft niet met het vliegtuig te komen, het kan ook met de boot. En dan in het bijzonder de asielboot. Eigenlijk kan het al een klein wonder genoemd worden dat ebola niet al lang in de asielstroom geslopen is, en zo via één van de vele krakkemikkige wrakken over de Middellandse Zee Europa is komen binnendrijven. Of beter nog: door de Italiaanse kustwacht opgepikt werd en meteen afgevoerd naar een overbevolkt asielcentrum op het Italiaanse vasteland.

Het is een interessante denkoefening even te overwegen wat er dan zou gebeuren. Nu ja, behalve dan dat Italië vrijwel zeker binnen de kortste keren weer met het handje open in Brussel zou staan om nog maar eens een pak extra EU-middelen toegestopt te krijgen. Alsof het dan wel onze schuld zou zijn dat Italië aan de Middellandse Zee ligt.

Asielcentrum in quarantaine?

Maar verder – en die vraag stelt zich evenzeer als het eerste geval van asielebola zich in België zou voordoen – gaat men dan werkelijk zo'n asielcentrum volledig in quarantaine plaatsen? En dat voor pakweg drie–vier weken? De incubatietijd van ebola loopt van twee dagen tot drie weken. De meeste patiënten krijgen de eerste symptomen al na een zevental dagen, maar om volledig zeker te zijn moet men potentiële patiënten minstens drie weken onder observatie houden. In het geval van die Spaanse verpleegster lagen de zaken nog redelijk eenvoudig: enkel haar echtgenoot en een collega dienden in quarantaine geplaatst te worden. Maar als er in een asielcentrum ebola vastgesteld wordt, kan men moeilijk anders dan meteen het hele asielcentrum in quarantaine te plaatsen.

Men kan zich dan al voorstellen wat voor soort taferelen dit aan de poorten van dat asielcentrum zal opleveren. Enerzijds omwonenden die garanties willen dat het asielcentrum effectief potdicht gaat, omdat ze morgenvroeg geen asielzoeker brakend of bloedend in hun tuin willen aantreffen. Anderzijds een resem linkse organisaties die het vreselijk vinden dat een heel asielcentrum in quarantaine geplaatst wordt omwille van één enkel geval van ebola. Hierdoor lopen immers alle andere asielzoekers in het centrum het gevaar besmet te raken in de volgende besmettingsronde. Ze zullen er ongetwijfeld het zoveelste bewijs van de absolute onmenselijkheid van het Westerse asielbeleid in zien.

Explosieve cocktail

Voeg aan die twee kampen bovendien nog eens de familieleden van de asielzoekers in quarantaine aan toe, inclusief van die asielzoekers die een dag eerder nog bij hoog en bij laag beweerden nergens nog familie te hebben of volkomen uitgestoten waren, en precies daarom meenden recht te hebben op asiel. Ziedaar de ingrediënten voor wat snel een explosieve cocktail zou kunnen zijn in pakweg Arendonk, Poelkapelle of Neder-over-Heembeek.

Over het personeel in dat asielcentrum hebben we het dan nog niet eens gehad. Verleden week nog ontstond er in het asielcentrum van Sint-Truiden onrust onder het personeel precies omdat er asielzoekers uit West-Afrika aangekomen waren. Geef hen maar eens ongelijk. Hopelijk denkt het ministerie van Volksgezondheid, wanneer het eindelijk een rampenplan voor een ebola-uitbraak zal opstellen, ook aan het PR-luik van het probleem.

Dit artikel verscheen op 15 oktober 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten