5 maart 2012

Over merkwaardige tekenen (vpmc)

.
Ooit –jaren geleden, toen de CD&V nog CVP heette– zat ik toevallig tegenover Geert van Istendael op de trein naar Gent, en er ontspon zich toen een gesprek.
Na deze aanhef bestaat het gevaar dat vele lezers zullen denken aan de Uitzendingen door Derden op de radio, want als daar de protestanten aan de beurt zijn, hebben die ook vaak een gesprek op de trein, ofwel op de tram of de bus, en hun gesprek geeft dan aanleiding tot enkele godvruchtige overwegingen. Bij Bart Stouten op Klara komt deze stijlfiguur ook geregeld voor.
Maar hier gaat het over een waargebeurd gesprek, alleen weet ik niet meer waar dat gesprek allemaal over ging. Wat ik wel nog weet, is dat ik in de loop ervan het woord “ampersand” gebruikte, want het was natuurlijk toch een highbrow-gesprek. 
Geert onderbrak mij onmiddellijk en zei: “Jij bent, behalve ikzelf, de enige mens die dat woord gebruikt.” 
Het woord kwam in die dagen inderdaad enkel in het Engels voor, en ik herinner me nu dat we het daarna nog hadden over de etymologie ervan. En al konden wij geen van beiden er een betere verzinnen: de tentatieve verklaring die de Oxford Dictionary gaf, namelijk “and per se and”, verwierpen wij met stelligheid.
Ik meen niet dat wij in die rit vervolgens nog een ander onderwerp hebben behandeld, en het was enkel omdat we in eerste klasse zaten dat wij de neiging hebben onderdrukt om elkaar een accolade te geven.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

De ‘Kwantumsprong’ en andere voorstellen om de grendels af te schaffen (deel 3 – rechtzetting en aanvulling)

Dat de grondwet volledig een grendelgrondwet is, klopt niet. Maar evenmin klopt mijn eerdere reactie dat de grendels in de grondwet op één na onbestaande zijn. De met grendels voorziene bepalingen staan wel in andere wetten, maar er wordt in de grondwet zelf bepaald dat die wetten alleen kunnen goedgekeurd worden, niet alleen met een twee derden meerderheid, maar bovenop met een meerderheid van de stemmen in elke taalgroep. Dat is dus zoveel als dat de grendels in de grondwet zelf staat. Dat geldt voor bijna dertig grondwetsartikelen op 198. Hierna een rechtzetting en een aanvulling.

In het artikel De ‘Kwantumsprong’ en andere voorstellen om de grendels af te schaffen (deel 1) ging het er ondermeer over dat Jean-Pierre Rondas de herziene grondwet in 1970 een grendelgrondwet noemde: “Deze herziening van de grondwet, van de hand van vader Gaston Eyskens, voorzag in speciale meerderheden om diezelfde grondwet te kunnen wijzigen…. er zouden twee taalrollen zijn, en de grondwet zou alleen kunnen gewijzigd worden door een meerderheid in elke taalgroep apart en een twee derde meerderheid in het gehele parlement, en dit in Kamer en Senaat.”

Ik schreef toen dat dit niet helemaal juist is, omdat er geen ‘grendelgrondwet’ bestaat waarvan alle artikels alleen zouden “kunnen gewijzigd worden door een meerderheid in elke taalgroep apart en een twee derde meerderheid in het gehele parlement, en dit in Kamer en Senaat.” Verder was het echter niet helemaal exact, wanneer ik schreef: “De grendels in de grondwet zijn, op één na onbestaande. Ze staan allemaal in andere wetten, wat hun macht als grendel natuurlijk niet vermindert.” ….. en verder schreef ik:
“Artikel 4 bepaalt dat België vier taalgebieden omvat: het Nederlandse taalgebied, het Franse taalgebied, het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en het Duitse taalgebied, en elke gemeente van het Rijk deel uitmaakt van een van deze taalgebieden. Dit is het enige artikel in de grondwet waar er sprake is van een meerderheid in elke taalgroep, en wel om de grenzen van de vier taalgebieden te wijzigen. Dat moet gebeuren ‘bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen samen twee derden van de uitgebrachte stemmen bereikt.’
Verder staat er nog in artikel 43 dat voor de bij de Grondwet bepaalde gevallen de gekozen leden van elke Kamer in een Nederlandse en een Franse taalgroep worden ingedeeld op de bij de wet vastgestelde wijze. Maar verder is er geen grendel in de grondwet zelf. Alle grondwetsartikelen, behalve dus art. 4, kunnen gewijzigd worden wanneer ten minste twee derden van de leden aanwezig zijn in de verenigde Kamers, en een verandering ten minste twee derden van de stemmen heeft verkregen (art. 195 lid 5). De eigenlijke grendels staan dus niet in de grondwet.”

Zover wat ik toen schreef. De waarheid is echter iets ingewikkelder.

Via de website van Democratie.Nu, de actiegroep voor directe democratie met bindende referenda, kwam ik uit op een voetnoot onder een artikel over artikel 195 van Hendrik Vuye, professor staatsrecht aan de universiteit van Namen, eerder verschenen in De Morgen van 16-02-2012 (‘GRONDWETSFRAUDE OMTRENT ARTIKEL 195’). Die voetnoot verwijst naar een ‘Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 195, tweede tot vijfde lid, van de Grondwet (Ingediend door Vincent Van Quickenborne)’, 20 maart 2003. Van Quickenborne was van 1999 tot 2003 senator voor VU-ID (eerder lid van Amada, dan van ID21 van Bert Anciaux, daarna kort bij Spirit om in 2003 over te stappen naar de VLD en meteen staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging in de Federale Regering Verhofstadt II te worden). – Zijn Wetgevingsstuk 2-1546/1 werd niet aangenomen. Hij wou artikel 195 wijzigen, in die zin dat een grondwetswijziging binnen dezelfde legislatuur zou kunnen doorgevoerd worden, terwijl nu de beide Kamers van rechtswege ontbonden zijn nadat ze aanwijzen welke bepalingen van de grondwet kunnen herzien worden. Pas na verkiezingen kunnen de leden van de nieuw samengestelde Kamer en Senaat al of niet de aangeduide grondwetsartikelen wijzigen. Met zijn voorstel zou men binnen één legislatuur de grondwet kunnen wijzigen. Hij wijzigt niets aan de bepaling dat ten minste twee derden van de leden waaruit elke Kamer bestaat, aanwezig moet zijn en een verandering alleen dan aangenomen is, indien zij ten minste twee derden van de stemmen heeft verkregen. Hij voegt er een voorwaarde aan toe dat de Grondwet slechts definitief gewijzigd is, niet reeds nadat de tekst door beide Kamers werd aangenomen, maar slechts na een geheime stemming in een referendum, voor zover minstens 10% van de kiesgerechtigden het initiatief tot een referendum neemt. Indien dus geen 10% van de kiesgerechtigden het initiatief tot een referendum neemt, is de grondwetswijziging definitief na de goedkeuring in Kamer en Senaat. Hoe die 10% zich moet organiseren, en eender welke verdere precisering, staat er niet in zijn voorstel. Dat zou later bij wet moeten uitgewerkt worden.

In de toelichting bij zijn voorstel kan men ondermeer lezen:

‘Wij verwijzen in dit verband naar de bijzondere meerderheid die in artikel 4 van de Grondwet is opgenomen en oorspronkelijk slechts tot doel had om de wijzigingen van de provincies (oud artikel 1), de taalgebieden (oud artikel 3bis), de uitvoering van de gewestvorming (oud 107quater) en de bevoegdheid van de cultuurraden (oud 59bis) op een beperkende wijze te regelen. Het werd door dezelfde constituante ingeschreven in de Grondwet bij de herziening van 1968-1971. Deze bijzondere meerderheid wordt thans gehanteerd in 27 artikels van de huidige Grondwet. Waar de bijzondere meerderheid vroeger alleen ter sprake kwam in aangelegenheden inzake de staatshervorming, werd de techniek de jongste jaren uitgebreid. “Steeds meer wordt echter op de techniek een beroep gedaan voor aangelegenheden die niet rechtstreeks samenhangen met de verhouding tussen de twee taalgemeenschappen (zie bijvoorbeeld artikel 41, 77, 142, 151 van de Grondwet). Volgens Alen (Handboek, 78; Compendium, 202) gebeurt dit om te ontsnappen aan de strakke procedure van de Grondwetsherziening met haar automatische parlementsontbinding (deconstitutionalisering). Men kan deze evolutie ook zien als de bevestiging van het paritaire, bipolaire en eigenlijk confederale karakter van de federale overheid.” (uit Grondwet Die Keure, 2002 onder redactie van Wouter Pas, Bruno Seutin, Jan Theunis, Geert van Haegendoren, Jeroen Van Nieuwenhove en Luc Vermeire, blz. 6).’

De truc met ‘Artikel 4, laatste lid’

Best veel eigenlijk, als in 27 op de 198 artikels die de grondwet omvat een bijzondere meerderheid wordt vereist om wetten goed te keuren en te wijzigen. Ik kwam maar op één. Maar bij lectuur van de opgegeven artikels in de toelichting van Van Quickenborne, stootte ik herhaaldelijk op de afsluitende zin van een grondwetsartikel die bepaalde dat details in een wet zouden worden opgenomen en nader gepreciseerd, en deze wet moest worden aangenomen ‘met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, …’.

En wat staat er in artikel 4, laatste lid?
‘De grenzen van de vier taalgebieden kunnen niet worden gewijzigd of gecorrigeerd dan bij een wet, aangenomen met de meerderheid van de stemmen in elke taalgroep van elke Kamer, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van elke taalgroep aanwezig is en voor zover het totaal van de ja-stemmen in beide taalgroepen twee derden van de uitgebrachte stemmen bereikt.’
Dus een bijzondere meerderheid, zonder ze bij naam te noemen, en dus een grendel, een veto voor de Franstalige minderheid.

Als ik de zoekwoorden ‘artikel 4, laatste lid’ ingeef, kom ik op een hele reeks grondwetsartikelen die bepalen dat wetten in uitvoering van de algemene principes van die grondwetsartikelen slechts met een bijzondere meerderheid kunnen aangenomen worden, en dus ook maar met een meerderheid in elke taalgroep kunnen gewijzigd worden. En het gaat om meer dan de zaken die rechtstreeks samenhangen met de verhouding tussen de twee taalgemeenschappen.

Enkele voorbeelden:
Vandaag zijn de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat gelijkelijk bevoegd voor een aantal wetten, maar weer kan alleen met een meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, die lijst aangevuld worden. Verder kunnen de deelgebieden zich niet vrij organiseren, maar hebben de Franstaligen een vetorecht op de organisatie van het Vlaams gewest, en omgekeerd. Want:
- de samenstelling en de werking van het Parlement van de Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Parlement genoemd, en een Parlement van de Franse Gemeenschap;
- de verkiezingen en de samenstelling en de werking van de Gemeenschaps- en Gewestparlementen;
- e samenstelling en de werking van de Regering van de Vlaamse Gemeenschap en een Regering van de Franse Gemeenschap;
worden allemaal bepaald door de wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.
Alleen voor het Parlement en de regering van de Duitstalige Gemeenschap geldt een ‘gewone’ drievierdemeerderheid, en geen meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.
De samenstelling, de bevoegdheid en de werking van het Grondwettelijk Hof wordt door de wet bepaald, met een meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, alsook de overige bevoegdheden van de Hoge Raad voor de Justitie die niet in de grondwet zelf zijn opgenomen.

Toen ik eerder schreef: “De grendels in de grondwet zijn, op één na onbestaande. Ze staan allemaal in andere wetten, wat hun macht als grendel natuurlijk niet vermindert,” was dat dus niet helemaal juist. Behalve één expliciete vermelding van een grendel (een ‘bijzondere meerderheid’) in de grondwet zelf (art. 4), staan de met grendels voorziene bepalingen in andere wetten, maar wordt in de grondwet zelf bepaald dat die wetten moeten goedgekeurd worden ‘met een meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid’. Dat is dus zoveel als dat het in de grondwet zelf staat.

‘Confederale karakter van de federale overheid’

Van Quickenborne haalt een citaat aan uit het boek ‘Grondwet’ (Die Keure) in verband met grendels: “men kan deze evolutie ook zien als de bevestiging van het paritaire, bipolaire en eigenlijk confederale karakter van de federale overheid.”

En zoals eerder geschreven, zouden, voor meer democratie, de grendels best beperkt worden tot die zaken waarover twee autonome naties afspraken maken. Tot regels die gelden in internatiionaal recht, niet in een democratische gemeenschap. De grendels volgen al de logica van een confederatie van onafhankelijke staten, helemaal niet deze van een unitaire of federale staat. We leven al tientallen jaren in een confederatie die haar naam niet durft uitspreken, maar zich nog steeds een federale staat blijft noemen. En met het Vlinderakkoord komen er nog een hele reeks grendels bij, te veel. Hoe meer grendels, hoe minder democratie. Een democratie kan in wezen geen grendels verdragen. Een democratische staatsinrichting zou dus veel meer in overeenstemming moeten zijn met de reeds vanaf 1970 toegepaste principes van een confederatie: alleen dat wordt nog samen beslist waarvoor grendels door beiden aanvaard worden, al de rest behoort tot de bevoegdheid van twee - zeer autonome - regio’s, waarin telkens een eenvoudige meerderheid volstaat om te besturen. Hierbij zal uiteraard een akkoord over het samen besturen van de gemeenschappelijke hoofdstad geen eenvoudige klus zijn.

Is er een alternatief? Zouden de Franstaligen aanvaarden dat elke Belg opnieuw een gelijke stem heeft voor alle zaken op Belgisch niveau? Duidelijk gezegd: dat alle grendels sneuvelen? Wanneer ze daar neen op zeggen, is een terugkeer naar een unitaire staat uitgesloten, en blijft alleen nog een of andere vorm van confederatie, om het democratisch principe van ‘één man één stem’ te herstellen. Het huidig hybride systeem was een door de Franstaligen gewenste vorm om zoveel mogelijk toch overal te kunnen over (mee)beslissen, maar op lange termijn doorstaat het niet de toets van een democratische samenleving.

Tekst van de Belgische grondwet
Read more...

4 maart 2012

De parasieten onder de Europese vorstenhuizen (Hoegin)

Deze week doken er opnieuw geruchten op over de troonopvolging van koning Albert II. Misschien nog dit jaar, volgens de ene. In 2013, denkt de andere. Pas na de verkiezingen van 2014, speculeert (en hoopt) een derde. Zou het kunnen dat geen van hen er ook maar een flauw idee van heeft?

België is een merkwaardig land – voor zover het natuurlijk al een land genoemd kan worden. Vrijwel overal elders worden de koningshuizen door de conservatieve partijen gesteund, terwijl de socialisten hen gedogen zolang ze zich maar niet te veel met politieke zaken inlaten. Niet zo in België, waar een socialist oude stijl op een zondagmiddag laat optekenen dat hij «een republikein met het hart, maar monarchist met het hoofd» is. In andere landen zouden socialisten en al wat progressief is nog liever onder de kiesdrempel zakken dan betrapt te worden op monarchistische sympathieën.

O ja, ik hoop voor al die Franstalige coryfeeën die zo openlijk een kaarsje lieten branden voor koning Albert II dat prins Filip door de viering van Mercator dit week-end geen tijd had om de media te volgen. De Saxen-Coburgers staan er immers niet bepaald voor bekend een slecht of kort geheugen te hebben, en het zal maar gebeuren dat onze dierbare koning morgenvroeg in zijn badkamer uitschuift op een stuk zeep dat koningin Paola achteloos liet rondslingeren. Ik denk dan ook dat Philippe Moureaux niet meer hoeft te rekenen op een tweede carrière als kabinetschef van koning Filip I.

Doen er geruchten de ronde over een eventuele troonsopvolging, dan moeten de usual suspects natuurlijk ook hun zegje kunnen doen. Neem nu Herman de Croo, die overduidelijk ook van toeten of blazen weet, maar toch heel gewichtig doet. Je hoeft echter echt geen doctor in de statistiek te zijn om in een land met een 79-jarige koning met stelligheid te komen beweren dat de kans op een wissel op de troon dit of volgend jaar niet meer verwaarloosbaar klein is. Dan kan je net zo goed begin maart voorspellen dat de temperatuur de komende weken voelbaar de hoogte in zal gaan. A propos, was ik koning Albert II, en liep ik rond met plannen om af te treden, ik zou het ook niet aan de neus van ijdeltuit Herman de Croo hangen.

Is er iets merkwaardigs aan de hand met de partijpolitieke steun voor het Belgische koningshuis, dan moet ook gezegd worden dat België met voorsprong het meest bespottelijke en verachtenswaardige koningshuis van heel Europa heeft. Het was slechts een bijzinnetje in de berichtgeving over het ongeluk dat prins Friso trof, maar die prins verdiende dus wel gewoon zijn eigen kostje. We hebben zo onze twijfels over zijn zitje in de Raad van Bestuur van Telenet, maar in Londen zouden niet al zijn collega's helemaal op de hoogte geweest zijn van de prinselijke achtergrond van Friso. Of nog: er waren tekenen van enige competentie. Voor zover ik weet is dat iets waarvan alleen enkele uitzonderlijke aangetrouwde leden van de Saxen-Coburgers verdacht kunnen worden, of het zou over snelle moto's moeten gaan.

Wie de Europese koningshuizen overloopt, zit echter al snel met de indruk dat ieder koninkrijk met een vorstenhuis zit dat de kleine kantjes van het land onderstreept. Neem nu de Oranjes: wel politiek-correcte linkse sympathieën, maar steenrijk want er altijd op de eerste rij bij als er ergens een centje te verdienen valt. Duistere zaakjes zelfs geen bezwaar. Zelfs prinses Máxima past in het plaatje: zeker geen verlegen ding, en binnen de paar maanden de lokale taal zo goed als volledig onder de knie en er graag bij als er ergens iets te vieren valt. Wie zoals Walter Pauli haar vergelijkt met prinses Mathilde is echter niet goed snik, of hengelt als voormalige links-radicaal naar een driekleurig lintje.

Het Britse koningshuis dan. Aan het hoofd een oma die wel recht uit een aflevering van Schone Schijn geplukt lijkt te zijn. Wie beter dan prins Charles als zinnebeeld van de Britse stijve hark met een fantasieloos kantoorjobje op één of ander ministerie? Getrouwd met prinses Diana dan nog wel, naar buiten uit de vermoorde onschuld, maar achter de schermen zeker niet vies van een zijsprongetje links of rechts. En prins Harry wist als twintigjarige blijkbaar niet dat het not done is je te verkleden als nazi-officier, prins of geen prins. Het hele zootje van de jongere generaties is overigens uitermate posh: omhooggevallen, bekakt, vol glitter, en dat gecombineerd met een niet al te beste smaak. Hebben we de TV-serie Schone Schijn al eens vermeld? Krijg je van de ene dag op de andere zo'n familie als buur, zakt je huis meteen een smak in waarde.

Op de Noorse troon zit dan weer een brave sul, door niemand ervan verdacht ooit ook maar één vlieg kwaad gedaan te hebben. Hoe passend om de Nobelprijs van de Vrede te mogen uitreiken. Zijn zoon prins Haakon lijkt trouwens uit hetzelfde hout gesneden te zijn: de kans dat hij ooit één van de andere Nobelprijzen zou mogen ontvangen is uiterst miniem. Zijn vrouw prinses Mette-Marit bracht een koekoeksjong mee in het huwelijk, had in een vorig leven betrekkingen met een drugshandelaar en een veroordeeld crimineel, en had zelf een bepaalde reputatie in haar thuisstad Kristiansand waar we niet verder op in zullen gaan. Aan streken echter geen gebrek, ook al heeft ze in haar leven nooit een deftige job gehad. Ziedaar de Noorse onderklasse in een notendop. Prinses Märtha Louise, weliswaar de oudere zus van prins Haakon maar toch na hem in de rangorde voor de troonopvolging, ging een tijdje door het leven als voorleester van kindersprookjes, maar heeft de laatste jaren zichzelf gevonden als hoofd van een engelenschool (ik verzin dit niet). Haar man Ari Behn is schrijver, enfin, heeft ooit een boekje geschreven waarvan er dertien postmoderne in een nihilistisch dozijn gaan, maar zijn carrière zit de laatste tien jaar een beetje in het slop. Zijn tweede boekje had zo mogelijk nog minder om het lijf, al zouden er ettelijke tientallen van verkocht zijn. Zijn verschijning doet echter vooral denken aan die van een pornoster die het een beetje hoog in zijn bol heeft, maar gelukkig wel niet te veel aan de drugs heeft gezeten. Ik zou ze echter de kost niet willen geven, de Noorse middenklassekinderen die het net als hen dankzij het geld dat uit de Noordzee gepompt wordt een pak gemakkelijker hebben dan goed is voor hen.

Maar het kan allemaal een graadje erger. De Saxen-Coburgers dus. Generaties lang van de openbare onderstand leven, tegenwoordig zelfs met de hele familie samen. De dotatie zelfs nog laten optrekken in tijden van crisis, en dan beloven dat het extra geld gebruikt zal worden om het hek te verven. Om het hek te verven! Verder te lomp om te helpen donderen, maar wel betrokken bij allerlei louche zaakjes. En ook al krijgen ze al hun geld van de staat, dan nog belastingen ontduiken, en mogen ontduiken zonder dat er ook maar één socialist piept, ook die staatssecretaris van Fraudebestrijding niet. Zou de lezer kunnen raden welke taal in deze familie de voertaal is, en welke taal ze zelfs na vele jaren ontvangen solidariteit niet door hun strot gebraakt krijgen, tenzij om de onderdanen eens goed uit te kafferen?

Labels: , , , , ,

Read more...

26 februari 2012

Di Rupo voert de PS-staat in over heel België, met de hulp van Verhofstadt en De Wever

De politieke benoemingen zijn weer helemaal terug, en niemand die de PS en Di Rupo tegenhoudt. Di Rupo herhaalt nu op Belgisch niveau het Waalse PS-cliëntelisme. Met de PS aan het stuur van de Belgische cockpit, riskeert heel België, en dus ook Vlaanderen, meegesleurd te worden in een zelfde spiraal van verarming als Wallonië.

De Waalse PS-staat en het PS-cliëntelisme

Le Soir publiceert op 4 februari ’12 een dossier van vier bladzijden over de politieke benoemingen in Wallonië onder de titel ‘Le PS verrouille la Wallonie’ (De PS vergrendelt Wallonië). Daarbij gaat ze dieper in op de inventaris die de krant op 23 januari ‘12 publiceerde over ‘Galaxie Wallonie’: naast een gewestelijke administratie met 10.000 ambtenaren en kabinetten met 700 tot 800 personen zijn er ook nog eens 150 para-regionale structuren opgezet (intercommunales, organisaties van openbaar nut, vzw’s, naamloze vennootschappen van publiek recht) met 15.000 medewerkers, waarvan de recrutering niet transparant is. In haar dossier op 4 februari gaat Le Soir in op de dominantie van de PS bij benoemingen, waar ze heel ver boven haar electoraal gewicht doorweegt. Bij de jongste regionale verkiezingen behaalde de PS 32,77% van de stemmen, maar in de Waalse administratie bezet de PS 35 van de 65 posten van hogere ambtenaren, of 53,85%. Als men rekening houdt met het gewicht van de functies, komt men op 62,21%. In de administratie van de Franse gemeenschap zijn 33 op de 48 hoge ambtenaren van PS-signatuur, of 68,75%. Rekening houdend met het gewicht van de functies komt men op 70,32% (bron van de cijfers: Gerfa, Groupe d’étude et de réforme de la fonction administrative).

In een interview die dag met Michel Legrand, voorzitter van de Gerfa, gaat deze meer in detail in op de politieke benoemingen in Wallonië. Enkele uittreksels: “Na dertig jaar werking van het Waals gewest hebben de politieke partijen de slechte federale gewoonten versterkt, door alle mechanismen van het nationaal systeem toe te passen, maar daar bovenop nog een hele reeks para-regionale instellingen aan toe te voegen met een massieve recrutering van contractuelen, zonder rekening te houden met objectieve criteria en competentie. Dat is de tweede politiseringsgolf in de jaren ’90. Die contractuelen begint men dan in de jaren 2000 te regulariseren. Na de politisering aan de top, komt dan het massa-cliëntelisme. De gewone burger, zonder politieke steun, is daar het kind van de rekening van. In de Franse gemeenschap is er nog meer op slot voor de burger, want drievierden van de hogere ambtenaren zijn socialisten. En als men naar het onderwijs kijkt: in het gemeentelijk, provinciaal en gemeenschapsonderwijs is de recrutering dominant socialist. Men heeft er de juiste vakbonds- of partijkaart nodig. In de Waalse administratie zijn de directieposten voor 62% bezet door socialisten, 24% door CDH-ers, en MR en Ecolo verdelen onder hen de resterende 14%. In alle para-regionale organisaties ziet men ongeveer dezelfde verdeelsleutel. Daar komen nog de raden van bestuur bij, met zitpenningen. De politiek heeft een systeem opgezet dat aan de democratische controle van het Waals parlement en van de burgers ontsnapt, en bovendien zeer veel geld kost. De PS is wel niet alleen verantwoordelijk voor dit systeem, maar het is wel de PS die er de regels van heeft bepaald en de anderen heeft gedwongen aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Bij een weigering, speelt de PS niet meer mee, en gezien het de dominante partij is, wordt het systeem geblokkeerd. Zolang er geen revolutie komt binnen de PS, zal het systeem blijven bestaan.”

Le Soir geeft ook een concreet voorbeeld van de dominatie van de PS: het Forem (de Waalse tegenhanger van de VDAB). Titel: ‘Le Forem, socialiste à jamais’. Het gaat als volgt: ‘Midden-februari 2011, na interne palavers (men probeerde eerst tevergeefs een politieke benoeming te doen), zet de Waalse regering de procedure in gang voor de aanwerving van de administrateur-generaal van Forem via Selor (de federale recruteringsdienst voor de openbare sector). Een procedure die een objectieve aanwerving garandeert (*). Drie kandidaten melden zich, alle drie met een socialistisch etiket. Intrige van de PS? Helemaal niet. De idee lijkt doorgedrongen te zijn dat dergelijke verantwoordelijke openbare functies niet toegenkelijk zijn zonder de politieke steun van de PS. Dus solliciteert men zelfs niet, omdat men ervan overtuigd is toch geen enkele kans te hebben. Op 20 oktober benoemt de regering Marie-Kristine Van Bockestal (die als eerste uit de selectieproeven kwam), de kabinetschef van minister Marcourt (PS).’

Di Rupo voert nu het PS-cliëntelisme in heel België in

In Journaal van 9 februari ’12 wijst Mark Grammens op de geplande massale politieke benoemingen van Di Rupo, nu als eerste minister:

‘Het vraagstuk waarmee de regering-Di Rupo het meeste worstelt, is niet de ekonomische recessie of bijvoorbeeld het in wetteksten omzetten van het vage akkoord over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (dat zal nog wel enige tijd op zich laten wachten), maar de te verrichten partijpolitieke benoemingen aan het hoofd van de Belgische adminis¬tratie en in enkele zaken waar overheids-bestuurders moeten worden geïnstalleerd, zoals aan het hoofd van de genationali¬seerde bank Dexia.
Er zijn al drie informele bijeenkom¬sten geweest van de leden van het kern¬kabinet, waarin de zes regeringspartijen vertegenwoordigd zijn, maar men staat nog nergens….
We zitten weer volop in het wereldje van de Bel¬gische regeringen die zich bezighouden met weinig anders dan partijpolitieke be¬noemingen. De Vlaamse partijen die deze regering gewild hebben, wisten dat van tevoren. De PS hangt aaneen van de partijpolitieke benoemingen, en dat zul¬len haar partners geweten hebben. Met de officiële selektieprocedures van de overheid wordt sinds het aantreden van Di Rupo geen rekening meer gehouden. Als men een zelfstandig kantoor voor tewerkstellingsadvies inschakelt, dan is het om bij voorbaat te zeggen welk poli¬tiek resultaat men wil bereiken, en dan is het vaak nog niet goed omdat de partij¬leiding een welbepaalde persoon op het oog heeft, en niet zomaar een PS'er.’ (Zover Mark Grammens).

En de volgende weken bleef men er niet uitkomen, en dus vroeg Di Rupo aan de zes partijvoorzitters van zijn coalitie op te lijsten welke topjobs en bestuursfuncties zij in 46 overheidsbedrijven en -diensten hebben. Op basis van dit benoemingskadaster zou na de krokusvakantie beslist worden wie welke post krijgt. Di Rupo wil binnenkort op het kernkabinet knopen doorhakken over een hele resem politieke benoemingen. Het gaat om topmanagers, bestuurders en regeringscommissarissen van overheidsbedrijven en -diensten. In een tabel, voorbereid door het kabinet van de eerste minister die De Morgen kon inkijken, worden niet minder dan 46 instellingen opgelijst. Niet alle functies in deze publieke bedrijven en diensten zijn nu vacant. Maar het opstellen van het kadaster is nodig om een "evenwicht" te kunnen vinden tussen de vertegenwoordigers van de verschillende politieke partijen. Daarbij wordt rekening gehouden met drie criteria: het politieke gewicht van elke partij, een balans tussen Vlamingen en Franstaligen en het evenwicht tussen vrouwen en mannen. Aan de meeste functies hangt een - al dan niet royale - vergoeding vast… De partijen moeten onder meer oplijsten wie in de raad van bestuur als bestuurder of regeringscommissaris zetelt. Voor elke vertegenwoordiger moeten ze de datum van het begin en het einde van het mandaat invullen. Alle gegevens moeten na de krokusvakantie binnen zijn op de Wetstraat 16 om het beslissende kernkabinet voor te bereiden. (Gemeld in De Morgen, 18 februari ’12, overgenomen door andere bladen)

Guy Tegenbos hierover in De Standaard: ‘Over het 'taalevenwicht' in de federale topbenoemingen waken ze angstvallig. Dat hebben ze zelf in een wet gezet. En nog strikter waken ze over iets wat niet in een wet staat en zelfs onwettig is: het 'politiek evenwicht' bij de ambtelijke topbenoemingen en meer nog bij de benoemingen in de raden van bestuur van de federale overheidsbedrijven… Die neiging om politieke benoemingen te doen, is een ware verslaving. Ze raken er niet van af. Onder druk van de Vlaamse publieke opinie hierover, is men daarover een aantal jaren wat beschroomd geweest. De Franstalige politieke cultuur had echter geen last van dat soort beschroomdheid. Zij verbazen zich over de Vlaamse schroom. En sinds het aantreden van de regering Di Rupo, domineert die cultuur voluit. Bij de Vlaamse politici die hun verslaving wat onderdrukt hadden, komt de verslaving ook weer volop naar boven… Het probleem waarop de regering Di Rupo nu stuit, is dat er afgelopen jaren, onder druk van de Vlaamse schroom en door het kortstondig initiatief van Bruno Tuybens (SP.A) om 'onafhankelijke bestuurders' te benoemen, mensen benoemd zijn geraakt die geen politieke kleur hebben of waarvan die kleur niet bekend is. Zo kan je niet werken, stelt Elio Di Rupo vast. Hij vraagt dat de partijen oplijsten 'wie van hen' is. Zonder 'kadaster' van de politiek benoemden, raken ze niet uit hun benoemingsruzies.’(DS 20.02.12)

Met de PS aan het stuur van de Belgische cockpit: wordt Vlaanderen even arm als Wallonië?

De politieke benoemingen zijn dus weer helemaal terug, en niemand die de PS en Di Rupo tegenhoudt. Honderden belangrijke functies in tientallen overheidsinstellingen en –bedrijven zullen dus volledig uitgevoerd worden door mensen die gekoppelt worden aan een politieke partij, en hun goed betaalde job dankzij een partij zullen gekregen hebben. Di Rupo herhaalt nu op Belgisch niveau het Waalse SP-cliëntelisme. Met de PS aan het stuur van de Belgische cockpit, riskeert heel België, en dus ook Vlaanderen, meegesleurd te worden in een zelfde spiraal van verarming als Wallonië.

Nog eens Mark Grammens, in Journaal van 12 januari 2012, die refereert naar een studie over de Waalse economie door drie Luikse economie-professoren. Dit keer een uitgebreider citaat:

Drie Luikse ekonomie-professoren onder leiding van Pierre Pestieau, die al langer bekendheid heeft verwor¬ven als analyst van de Waalse werkelijkheid, komen in een recent rapport (Le Soir, 29.12.11) tot de konklusie dat de Walen zelf schuld hebben aan hun lage welvaart, en dat transfers uit Vlaanderen daar geen verbetering kun¬nen in brengen. De professoren deden het werk over dat in 2009 al eens verricht werd door de Conseil Economique et Social de la Région Wallonne (in Regards sur la Wallonië, 70 blz.). Toen werd vastgesteld dat het Waalse gewest het opmerkelijk slechter deed dan 15 andere en vergelijkbare Europese regio's met, zoals Wallonië, een verouderde industriële infrastruktuur…
Vooral het povere onderwijs in Wallonië werd aange¬wezen als schuldige voor de erbarmelijke sociaal-ekonomische toestand in het zuiden des lands, en dat is een onderwerp waar men in Wallonië niet kan over spreken zonder tot vijand van de vakbond en van de staat te worden bestempeld, want het onderwijs in de Franse Gemeenschap is zo goed als volledig in handen van de vakbeweging. In tegenstelling tot Vlaanderen, waar scholen binnen zekere perken vrij zijn in hun personeelskeuze, worden alle benoe¬mingen in het Franstalig onderwijs verricht op voorstel van kommissies waarin de vakbonden de baas spelen. Dat is een erfenis uit de tijd toen Onkelinx minister van Onderwijs in de Franse Gemeenschap was, en het benoemingsrecht feitelijk uit handen gaf om stakingen in het onderwijs af te kopen. Sindsdien is de kwaliteit van het onderwijs in Wallonië gezakt tot het niveau van Griekenland, Roemenië en Bulgarije…. In sommige Waalse streken zijn er genoeg werkaanbiedingen maar te weinig schoolverlaters die aan de verwachtingen beantwoorden.’

‘Nu dus hebben Pestieau en Co dit werk uit 2009 overgedaan maar het vergelijkingsmateriaal uitgebreid tot de hele Europese Unie, met een speciale referentie naar Vlaanderen... De konklusies zijn nog har¬der dan die van 2009...
De Waal¬se professoren stellen vast dat Vlaanderen de meest performante welvaartstaat van Europa bezit, en Wallonië zowat de minst performante, en ook dat de kloof tussen beide groter wordt. Weer komen, zoals in 2009, de Waalse onderzoekers tot de slotsom dat het onderwijs veel schuld heeft aan de Waalse armoede, en dat daar in de huidige politieke konstellatie geen verbetering in te verwachten valt. Pestieau zegt (in Le Soir, 29.12.11) dat de Walen hun ellende aan zichzelf te wijten hebben: op alle gebieden waar de achterstand groot is en groeit, zijn ze autonoom. Maar de Waalse samenleving is volledig gepolitiseerd, lees: in handen van de socialistische partij en vakbond.’

‘Nu blijkt dat overal waar een socialistische partij een machtspositie inneemt, de korruptie hoogtij viert. Wij maken dat in Vlaanderen mee in Limburg. Recentelijk is in Charleroi het zoveelste schandaal in socialistische ran¬gen uitgebroken. De socialistische schepen van Onderwijs en Speelpleinen, een zekere Latifa Gahouchi, van Alge¬rijnse afkomst en volgens insinuaties in de Waalse pers onafzetbaar omdat zij de stemmen van de tamelijk aan¬zienlijke Algerijnse gemeenschap naar de Parti Socialiste doet vloeien, werd door het parket in staat van beschul¬diging gesteld wegens korruptie, in werkelijkheid wegens maffia-achtige praktijken….
Op Wallonië is van toepassing wat de schrijver Umberto Eco (in Le Monde, 19.3.11) zei over het zuiden van Italië: dat het probleem al sinds eeuwen hetzelfde is, namelijk dat het zuiden van Italië niet in staat is om zichzelf te besturen, en dat dit struktureel nadeel gepaard gaat met een onuit¬roeibare korruptie van de instellingen.’ (Zover Mark Grammens).

De uitgebreidere informatie in Le soir is online te lezen. Een interview met Pestieau: ‘La Wallonie à la traîne, la Flandre en tête’. In dat zelfde nummer ook nog verdere artikels over dit thema: ‘L’Etat providence sombre en Wallonie’, ‘Le fossé se creuse entre le bien-être en Wallonie et en Flandre’, ‘Les Flamands bien mieux lotis que les Wallons’ en ‘Pourquoi la Flandre va-t-elle mieux ?’

Laurette Onkelinx: “ik ben de PS”

De kop boven een uitgebreid interview van Onkelinx in de weekeindeditie van De Standaard (18-19 febr ’12): “Elio is de premier, ik ben de PS." En het interview eindigt met: ‘Ik vertegenwoordig in de regering de PS, met al haar electorale kracht en waarden. Men moet ons respecteren. Ik heb me trouwens al eens laten opmerken in de kern door een compromis af te wijzen dat was voorgesteld door de eerste minister.'
Toen Onkelinx het benoemingsrecht in het Franstalig onderwijs uit handen gaf aan de vakbonden, was ze slechts minister van Onderwijs in de Franse Gemeenschap, maar nu is ze vice-premier en minister van sociale zaken en volksgezondheid in de federale regering. De ravage die ze kan aanrichten is dus veel groter, en treft direct ook alle Vlamingen. In eerdere paragrafen van dit artikel werd al duidelijk welke nefaste gevolgen een PS-dominantie heeft op de welvaart van de regio waar ze al een eeuwigheid de lakens uitdeelt.

Onkelinx lanceerde vrijdag 17 febr. ‘12 in de pers het idee om een ‘minimumtaks' in te voeren voor grote bedrijven. ‘Op een moment dat je van de bevolking grote inspanningen vraagt, valt het niet uit te leggen dat sommige grote bedrijven geen euro belastingen betalen. Ze gebruiken daarvoor perfect legale systemen en mogelijkheden, dat zal ik niet betwisten. Maar ik vind dat niettemin onrechtvaardig en zelfs ethisch niet te verantwoorden. Voor die bedrijven moet er een minimumbelasting komen.'
‘Perfect legale systemen’ zijn volgens haar ethisch niet te verantwoorden, sommige Belgische wetten zijn dus volgens haar immoreel. Alle argumenten zijn goed om meer belastingen te innen, in plaats van de veel te dure en veel te grote administratie af te slanken, tot dus zelfs een dubbele belasting invoeren op de buitenlands reeds belaste winsten van de paar hoofdzetels van internationale bedrijven die we hier nog hebben. Dat zou pas niet te verantwoorden zijn. En dat er nog minder – tot geen - hier hun hoofdzetel zouden behouden interesseert haar blijkbaar niet. De politieke kortzichtigheid van een corrupte graaicultuur.

Aan de index wordt met de PS ook al op geen enkele manier geraakt. Interview in De Standaard (18.02.12): ‘Het staat zwart op wit in het regeerakkoord en ik zal het u hier bevestigen (plechtig): er wordt niet geraakt aan de index. Ze mogen me proberen te chanteren zoveel ze willen, ik zal dat niet toestaan.' Een indexsprong is al even onbespreekbaar. ‘Non, on n'y touchera pas’ zegt Laurette Onkelinx. Ik zal niet toestaan dat de mensen verarmen.' Citaat uit het interview: ‘Een indexsprong, dat zal zonder ons zijn. Dat is stupide, ethisch niet te verantwoorden en slecht voor de groei.’

Een PS-staat volgens Paul Magnette

Bart Brinckman: 'Wat al maanden broeit, komt steeds meer naar buiten. Eerder sublimeerde Magnette de ergernis over het democratische deficit van Europa met zijn retorische vraag: 'Wie is die Olli Rehn?' Begin deze week ging premier Di Rupo nog het verst door heel subtiel en zonder rugdekking van het kernkabinet te suggereren dat hij de Europese Raad van Ministers prefereert boven de Europese Commissie. Voor de leek mag dat laatste als Chinees in de oren klinken, voor de Belgische diplomatie betekent dit een donderslag bij heldere hemel. Traditioneel verkiest België de Commissie als bondgenoot omdat deze instelling de integratie bevordert en bovendien kleinere landen boven hun gewicht laat boksen…. Magnette communiceert een stuk directer: 'Principieel zijn we niet tegen Europa, er moet meer integratie komen. Het communautaire model blijft onze doctrine. Maar op dit moment is Europa te liberaal en te conservatief. Bijgevolg veranderen we het geweer van schouder. De koerswijziging zal vanuit de Raad moeten komen. Daar vertegenwoordigt Di Rupo als premier België. En als straks François Hollande in Frankrijk tot president wordt verkozen, zal de sfeer veranderen.' Di Rupo en Hollande zijn buddy's, ze kennen elkaar al jaren…. Magnette overloopt de jongste verkiezingsoverwinning van zijn partij. 'We wonnen in Brussel en Wallonië. Toch zouden we van Europa een conservatieve politiek moeten voeren. Dat lijkt me echt een democratisch probleem…. Los van de begrotingsdiscipline, noodzakelijk om de euro een solide en geloofwaardige basis te geven, dreigt later dit jaar opnieuw een confrontatie via het Europese Semester, een bundel van sociaal-economische parameters die de diverse lidstaten op straffe van sancties moeten halen. Daarbij gaat het voortdurend over de competitiviteit, en dus de loonvorming. Meteen komt de index in het vizier. 'Dat gaat echt voor grote problemen zorgen', waarschuwt Vande Lanotte. Volgens het regeerakkoord mag er niet aan de index worden geraakt. Het aan de Nationale Bank gevraagde rapport werd ondertussen geleverd, maar Di Rupo waakt als een kloek over haar ei. (DS, za 28.01.12)

Bart Sturtewagen: ‘Dat politici, als het hen uitkomt, de Europese boeman opvoeren om de bevolking te motiveren voor een beleid dat hoe dan ook moet worden gevoerd, dat is nog tot daar aan toe. Het is fair noch moedig, maar als het werkt, zoals tijdens de aanloop naar de invoering van de euro, knijpen we er graag een oogje voor dicht.
Maar sinds de PS aan het federale roer is gekomen, lijkt het verder te gaan. Minister van Overheidsbedrijven Paul Magnette was het meest uitgesproken: 'Wie kent die Olli Rehn eigenlijk?', vroeg hij over de Finse EU-commissaris die op het begrotingsbeleid van de lidstaten toekijkt. Premier Elio Di Rupo steunde hem daarin niet, maar viel hem ook niet echt af. ….
De vraag rijst hoelang CD&V en Open VLD de PS kunnen laten doen alvorens ze deze principekwestie op tafel moeten leggen. Di Rupo test hoever hij te ver kan gaan. Getoeter over het 'te liberale Europa' komt van pas als afleidingsmanoeuvre tegenover de eigen syndicale achterban. Maar het verandert bitter weinig aan de opdracht die voorligt. Met of zonder Europa moet België zijn staatsschuld omlaag krijgen. Daar is geen weg langs.’ (DS 28.01.12)

Ook bij Magnette is het dus van ‘la Belgique nous appartient’, want dat België van ‘Europa’ een conservatieve politiek moet voeren lijkt hem een democratisch probleem, omdat de PS de verkiezingen won in … Brussel en Wallonië. Dat een vlaamse meerderheid wel voor die zogenaamd ‘conservatieve politiek’ gewonnen is, dat is blijkbaar geen democratisch probleem. Waar de PS regeert, regeert de PS, en niemand anders, zoals blijkt bij de massale herinvoering van de politieke benoemingen. Wat zecht Michel Legrand (Gerfa): het is de PS die de regels van de politieke benoemingen heeft bepaald en de anderen heeft gedwongen aan de onderhandelingstafel te gaan zitten. Bij een weigering, speelt de PS niet meer mee, en gezien het de dominante partij is, wordt het systeem geblokkeerd. Zolang er geen revolutie komt binnen de PS, zal het systeem blijven bestaan.

Een sluwe formateur, met de hulp van de koning

De feiten over het ontslag van formateur Di Rupo en het aansluitend akkoord over de begroting, zoals ze ons in november vorig jaar dag per dag gebracht werden door de kranten:

Maandagnamiddag 21 november ’11: PS-voorzitter Elio Di Rupo biedt koning Albert in Ciergnon, het kasteel waar de koning toen herstelde van zijn neusoperatie, zijn ontslag als formateur aan. De vorst houdt vooreerst zijn beslissing in beraad en roept 'elke onderhandelaar' op tot 'bezinning'. De PS vindt dat ze de liberalen al heel sterk is tegemoetgekomen door meer besparingen en minder belastingen voor te stellen; verder dan dat kan ze niet gaan, vindt ze. Maar de liberalen blijven meer besparingen én structurele ingrepen - in de pensioenen en de werkloosheid - vragen, verwijzend naar 'Europa en de financiële markten'. Beide groepen hielden het been stijf, en bleef er Di Rupo niets anders over dan zijn ontslag aan te bieden.

Woensdag 23 november ’11 gaat ontslagnemend formateur Elio Di Rupo in de namiddag terug naar Ciergnon voor een nieuwe audiëntie bij de koning. Onmiddellijk nadat Di Rupo het kasteel heeft verlaten, stuurt het Paleis een communiqué: 'De Koning, nadat hij de zes onderhandelaars heeft ontvangen, heeft de Formateur gevraagd zijn opdracht verder te zetten. Alvorens een antwoord te geven, heeft de Formateur een korte bedenktijd gevraagd om de mogelijkheid na te gaan een akkoord te bereiken dat aanvaardbaar is voor de zes partijen.'

Zaterdag 26 november 2011 kort na de middag wordt bekend gemaakt dat er een akkoord is tussen de zes partijen over de begroting 2012 en ook de jaren erna. Het paleis verspreidt meteen een bericht dat de koning aan Di Rupo de opdracht geeft een regering te vormen.

Een PS-staat, dankzij Verhofstadt

Uit de reeks 'België in blessuretijd', een fragmentaire reconstructie van enkele fases in de regeringsvorming, gepubliceerd van zaterdag 24 dec t/m za 31 dec ’11 in De Standaard en Le Soir, samen door de politieke redacties van De Standaard en Le Soir geschreven, vernemen we dat Verhofstadt een cruciale rol heeft gespeeld rond die dagen van het hangend ontslag van Di Rupo, om de ‘16’ voor hem te openen. De reeks begint in De Standaard met een artikel op de frontpagina, met de titel ‘Verhofstadt hielp Di Rupo in het zadel’. De boventitel van het artikel op blz. 10 is die van een triller: ‘Hoe Guy Verhofstadt in 48 uur het land redde’.

Het land redden? Of eerder de ondergang mee in het zadel helpen?

Een uittreksel:
‘Vooraleer hij naar de koning in Ciergnon rijdt, belt Elio Di Rupo met Guy Verhofstadt, een van de weinige liberalen die hij nog vertrouwt. Liberale bronnen zeggen dat Di Rupo naar Verhofstadt belt, volgens de PS is het omgekeerd. Maar vast staat dat het een van de belangrijkste gesprekken van de formatie wordt...
Verhofstadt belt een paar liberale kopstukken. Wat willen ze absoluut uit de brand slepen? Waar kan Di Rupo landen? Na 45 dagen Byzantijnse discussies is dat voor niemand nog duidelijk. Voor de onderhandelaars - vreemd genoeg - nog het minst van al… Amper 48 uren kost het de oud-premier om klaarheid te scheppen. De tijd dringt, beseft hij. Als Europarlementslid ziet hij dagelijks vanop de eerste rij welke ravage de eurocrisis aanricht. 'Verhofstadt belde me in zijn typische no-nonsensestijl', zegt een liberaal: 'Zeg, dat moet hier een beetje vooruitgaan, hé. Vertel ne keer. Wat moet er gebeuren om dat spel hier op te lossen?' Verhofstadt maakt een lijstje met het minimum minimorum voor Open VLD. Een betere verhouding tussen inkomsten en uitgaven, structurele maatregelen voor de pensioenen. Hij giet het in vier puntjes. De basis voor het akkoord.

'Verhofstadt heeft heel concreet de hete hangijzers van zijn partij voor ons opgelijst', zegt een PS-bron. 'De Croo kwam altijd met grote verklaringen aanzetten, maar daar waren wij niets mee. Via Verhofstadt werd bijvoorbeeld voor het eerst duidelijk dat de meerwaardebelasting voor particulieren compleet onbespreekbaar was voor Open VLD. Over al de rest konden we praten, maar daarover niet.' Woensdagmiddag nodigen de liberalen Di Rupo uit op het kabinet van Van Quickenborne om één en ander te bespreken. Ze laten een uitstekende kok een copieus verzoeningsmaal bereiden - hazenrug. Bij een volgende bespreking zijn er lichtere hapjes, Di Rupo heeft schrik voor zijn lijn. Er is ook wijn, maar daarvoor bedankt de formateur. Hij wil het hoofd helder houden. Guy Verhofstadt wordt al die tijd telefonisch op de hoogte gehouden. Woensdagavond is duidelijk: het komt goed. (DS, zaterdag 24 december 2011).

Een PS-staat, ook dankzij De Wever

Reeds bij het begin van de onderhandelingen in 2010 bood Bart De Wever Elio Di Rupo het premierschap aan. (Volgens Mark Grammens ‘een historische dwaasheid’, waarvan hij nooit begrepen heeft wat De Wever daarmee beoogde’). Een onwaarschijnlijke blunder, die er voor zorgde dat Di Rupo als kandidaat-premier de onderhandelingen in zijn richting kon sturen, zelfs als er anderen als ‘Verkenner’ of onder andere namen defileerden. Dat mondde ten slotte uit in het uitstoten van de N-VA uit de onderhandelingen, naar haar eigen zeggen met behulp van Caroline Gennez, en dankzij de taktiek van Di Rupo van langzaam onderhandelen, dagen niet-onderhandelen, de koning inzetten voor zijn taktiek, biechtstoelgesprekken over deelaspecten waarbij niemand behalve Di Rupo nog een overzicht had, enz…, die hij lang genoeg volhield tot iedereen uitgeput was en hij zijn slag thuis kon halen en premier kon worden. De Wever had dat kunnen afblokken, door zelf het premierschap op te eisen, in de Belgische traditie dat de grootste partij de premier levert. Daarnaast moet De Wever ook zeer zwaar aangerekend worden dat hij zelf voorstelde de onderhandelingen in het Frans te voeren.

De PS heeft alle touwtjes in handen

Een opinie van een journalist die zijn professionele tent in de Wetstraat opslaat: ‘Tot overmaat van ramp doen al die toegevingen over de pensioenshervorming de voor 2013 begrote opbrengsten smelten als sneeuw voor de zon. Op geen enkel moment lijkt Van Quickenborne tegenwoordig het door de N-VA geboetseerde beeld te kunnen tegenspreken dat de PS in deze regering niet alleen de premier maar ook alle touwtjes in handen heeft. Voorlopig moet hij het afleggen tegen zijn PS-collega Laurette Onkelinx… De Croo slaagde er niet in om het dispuut over de hervorming van de index tijdens de formatie te beslechten. De PS maakte bovendien een deal met de vakbond. Die kon de ingrepen in de werkloosheid en de pensioenen ternauwernood slikken. Als tegenprestatie moest de regering van de index afblijven. Zeker in Vlaanderen betwist niemand de noodzaak om dat unieke systeem om de lonen gelijke tred te laten houden met de levensduurte enigszins te verhelpen.’ (Bart Brinckman, ‘Senior writer Wetstraat’, DS, 18 febr ’12)

Zoals Grammens schrijft ‘blijkt dat overal waar een socialistische partij een machtspositie inneemt, de korruptie hoogtij viert.’ De schandalen waarin Waalse PS-kopstukken al jaren betrokken zijn houden maar niet op. Enkele voorbeelden van die schandalen, allen in de éne maand november van vorig jaar:
- Philippe Van Cauwenberghe, zoon van de oud-minister-president van het Waals Gewest, ex-schepen en thans gemeenteraadslid in Charleroi, werd eind november ’11 verwezen naar de correctionele rechtbank. Het betreft een zaak van valse facturen van de aannemer Michel Vandezande. Het parket verwijt hen dat Vandezande tegen ‘een vriendenprijsje’ werken uitvoerde in de woning van Van Cauwenberghe in Montignies-sur-Sambre in 2003. Ter compensatie zou Vandezande het verschil tussen een normale pirjs en dat ‘vriendenprijsje’ doorgerekend hebben aan verschillende overheidsbedrijven in de streek.
- Alain Mathot, burgemeester van Seraing en parlementslid werd aangeklaagd voor corruptie. Hij zou smeergeld gekregen hebben bij het toekennen van een overheidspodracht voor de bouw van een afvalverbrandingsoven in Chertal. De klacht komt raar genoeg van de directeur van de Franse firma die de opdracht kreeg. Mathot zegt dat het om al te gekke beschuldigingen betreft, en wil zich burgerlijke partij stellen wegens smaad.
- Huiszoekingen in verband met een klacht tegen Stéphane Moreau, burgemeester van Ans en algemeen directeur van de intercommunale Tecteo (elektriciteits- en gasdistributeur in de provincie Luik en TV-distributeur in Wallonië en Brussel, met het merk VOO). De huiszoekingen gingen door in het gemeentehuis van Ans, bij Tecteo en in de privé woning van Moreau. Deze volgde Michel Daerden op als burgemeester in maart 2011. De klacht startte met een anonieme brief aan het parket van Luik een jaar geleden, die hem betichtte van verduistering.

Is de Waalse mafia aan het bewind via een PS-premier?

Rik Van Cauwelaert in Knack, 25 januari ’12: ‘Een regeerakkoord met de Parti Socialiste betaal je drie keer: bij het sluiten van het akkoord, bij het uitschrijven van de bereikte overeenkomst en bij de uitvoering ervan.’ Het is een vaak aangehaalde bedenking, in een vorig leven gemaakt door Europees voorzitter Herman Van Rompuy toen die nog voor zijn partij CD&V over de vorming van federale regeringen onderhandelde.

Bart Sturtewagen werpt op dat de vraag rijst hoelang CD&V en Open VLD de PS kunnen laten doen, terwijl Di Rupo test hoever hij te ver kan gaan. In de praktijk blijkt hij en zijn twee PS ministers en een PS staatsecretaris, aangevuld met een CDH vicepremier en een CDH staatssecretaris, zeer ver te kunnen gaan. We moeten dus ons hart vasthouden wat de PS ons nog zal opdienen tot aan de volgende verkiezingen. Gelukkig komen ze er al binnen goed twee jaar aan, zodat de PS niet zoals in het Waals Gewest, waar ze al eeuwig dominant is, ook federaal dominant hoeft te blijven. (Bijna) alle Vlaamse partijen zijn daar ondertussen echter wel mee schuldig aan dat de PS alles naar haar hand kan zetten. Een behoorlijk rijtje in enkele maanden: volledige herpolitisering van de top van de administratie (het cliëntelisme voor de hele administratie kan later volgen, zoals uit de ervaring in Wallonië blijkt), geen indexherziening, geen indexsprong, extra geld voor Brussel, ondanks de dwingende noodzaak om te besparen, uitzonderingen op het optrekken van de pensioensleeftijd, langer behoud van het brugpensioen, en de volledige lijst is nog veel langer.

‘Ik zal niet toestaan dat de mensen verarmen,’ zegt Laurette Onkelinx. De PS is juist daarmee grondig bezig.

----------------------------------------------
(*) Met Selor ‘een procedure die een objectieve aanwerving garandeert’.. ???
Onlangs zegde Rik Van Cauwelaert, strategisch directeur van Knack, over de ‘objectieve selectie’ in Terzake (Canvas): “volgens De Gucht heeft men gewoon Selor gepolitiseerd om de gewenste uitslag te bekomen.” In Knack schreef hij: “Selor moet de garantie kunnen bieden dat het in alle objectiviteit kan/mag opereren. De zogenaamde assessments die nu met benoemingen gepaard gaan, zijn al te vaak een middel om kandidaten met de verkeerde partijkaart uit te schakelen.” (website Knack, 19 febr ’12)
Read more...

Paradigm shift (door uitsterving dus) (vpmc)


Een ogenblik van onoplettendheid kan volstaan, en het fascisme steekt de kop weer op. Dat weet iedereen, maar op dit moment lijkt er geen onmiddellijk gevaar te loeren want de discussie over de twintig Belangers die naar de N-VA zijn overgestapt, bewijst dat onze waakzaamheid op peil is gebleven.
Wat soms wel wordt vergeten, is dat die waakzaamheid ook niet mag ontaarden in een soort kramp, waarbij termen als fascisme, racisme, nazisme en dergelijke om de haverklap vallen. De fabeldichter Aisopos toonde in de zevende-zesde eeuw voor Christus al aan dat men niet te snel of te vaak alarm moet slaan, en dat een herder daar beter mee wacht tot er een echte wolf op zijn kudde afkomt.
Roger Scruton werd ooit door de BBC nog voor een wolf gehouden, maar toen hij naderbij kwam, bleek het om een filosoof te gaan:

Things change. People might abuse you for... as a fascist or whatever, for ten years, but you know, when the results of their world view are being felt all around, around them, they might come back and think: well perhaps he was right all along you know, and that’s …I mean to a very small extent I’ve had this experience. I was … when I started coming out [laughter], ah ...as a conservative, and round about 1980, it was to the immense shock of the academic establishment, and there were lots of …I had to sue people to, you know, for libel, for things that I’d said and there was a BBC-program with the sound of marching jackboots behind, you know, somebody commenting on my …on something I had written [laughter]. Everything was done to make it look as though this was the big …the thin end of the fascist wedge. And for a long time I was very disheartened by it, you know, and you can feel very, very distressed. But, things have changed now, and you know, a great many people think that possibly I wasn’t totally wrong about everything, and a certain rehabilitation comes about. You know, I, there is …I was sort of kept out of the British Academy for instance, by all the old left establishment, Wollheim and Williams and Isaiah Berlin and all that crowd*, and then, you know, they all died [laughter], I ah, have to say I was out of the country at the time. I had nothing to do with it. They just died, and the next week I was made a Fellow of the British Academy you know, so that was a sure sign that perhaps things do change.



Dingen evolueren. Mensen kunnen jou misschien beschimpen als …als fascist of zo, een jaar of tien lang, maar kijk, zodra de resultaten van hun eigen opvattingen zich overal rondom hen laten gevoelen, kunnen ze zich toch nog bedenken en vinden dat je misschien heel de tijd al gelijk had, en dat is …laat me zeggen, dat heb ik in enige, zeer geringe mate zo ondervonden.
Ik was …toen ik voor het eerst uit de kast kwam [gelach], euh, als conservatief, om en rond 1980 was dat, toen ging er een immense schok door het academische bestel, en er waren heel wat …weet u, ik zag mij verplicht om mensen voor het gerecht te dagen, voor smaad naar aanleiding van zaken die ik had gezegd, en er was een BBC-programma met op de achtergrond het geluid van marcherende kaplaarzen, waarin, weet u, iemand commentaar gaf op mijn …op iets dat ik had geschreven [gelach]. Men had er alles aan gedaan om het zo te laten voorkomen dat dit het grote …het geniepige begin was van het pad naar het fascisme.
En een hele tijd was ik sterk ontmoedigd daardoor, weet u, want je kunt heel, heel wat pijn voelen. Maar nu hebben de zaken een wending genomen en laat me zeggen, er zijn nogal wat mensen die het voor mogelijk houden dat ik niet totaal ongelijk had in alles, en er is een bepaalde rehabilitatie aan de gang. Weet u, er is …ik werd bijvoorbeeld buiten de British Academy gehouden, door heel het oude linkse establishment, Wollheim en Williams en Isaiah Berlin en heel die club, en toen ...stierven die allemaal [gelach], euh, ik was niet in het land in die tijd, ik zat er voor niets tussen, ze gingen gewoon dood en de week daarop maakte men mij Fellow of the British Academy weet u, en dat was een zeker teken dat dingen misschien toch kunnen veranderen.
____________________

* Richard Arthur Wollheim (1923–2003)
. Sir Bernard Arthur Owen Williams (1929–2003)
. Sir Isaiah Berlin (1909–1997)

Bijeenkomst op 25 januari 2012, in het Gerbeaud Cafe in Boedapest,
van de "Common Sense Society", en hier te zien (na 46'55").

.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

25 februari 2012

Implosiegevaar? (Hoegin)

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Aldus Elio di Rupo tijdens de eerste ministerraad als eerste minister van de regering–Di Rupo I. Maar is implosie van twee van de drie Vlaamse partijen al reeds een tijdje aan de gang?

Zelden zat een oppositiepartij zo nadrukkelijk mee aan tafel tijdens een ministerraad als de N-VA op 6 december van verleden jaar. Na 540 dagen federaal onderhandelen was er eindelijk weer een regering, maar helemaal lekker zat (en zit) die regering toch niet. Voor het eerst sinds lang is de eerste minister weer een Franstalige. Een echt probleem zou dat niet vormen, ware het niet dat hij tegelijkertijd ook zo overduidelijk Nederlandsonkundig was. Bovendien onderstreept zijn gebrek aan kennis van het Nederlands de dominantie van de Franstaligen in de regering, die binnen de Nederlandse taalgroep van de Kamer niet eens over een meerderheid beschikt. Eigenlijk not done, en ooit verklaarde Yves Leterme dat hij (en zijn partij) zo'n regering van Opgrimbie tot De Panne zou bestrijden. Maar dat waren andere tijden.

Ondertussen zit de schrik er dik in dat de N-VA bij de volgende federale verkiezingen een nieuwe, kletterende overwinning zou halen. Niet helemaal ten onrechte natuurlijk, als we er de resultaten van de laatste opiniepeilingen even bijhalen. Die resultaten vertellen dat alvast onder de gepeilden weinigen geloof hechten aan het verhaal van CD&V-voorzitter Wouter Beke dat zijn partij wel degelijk woord gehouden heeft, en met de staatshervorming een ongeziene Vlaamse overwinning geboekt heeft. En Alexander de Croo zag tijdens de onderhandelingen misschien wel de vruchten in de bomen hangen, voorlopig zijn dat voor zijn partij nog niet veel meer geweest dan enkele zure druiven of zelfs rotte peren.

Er wordt daarom gevreesd voor de nakende implosie van één van de Vlaamse regeringspartijen, waardoor de vorming van de volgende federale regering een nog hachelijkere opgave zou worden dan de vorming van de huidige. Zoals de electorale kaarten op dit ogenblik liggen, is het beste scenario waarop men kan hopen een regering–Di Rupo II, met aan Vlaamse zijde dezelfde quisling-partijen in de federale regering als vandaag. Een implosie van één van die drie partijen –of moeten we schrijven: een verdere implosie– zou echter wel eens ferm roet in het eten kunnen gooien, en N-VA incontournable maken. Het volstaat immers dat de zogenaamde V-partijen N-VA en Vlaams Belang in het Vlaams Parlement samen een meerderheid van de zitjes halen, en dat de N-VA op Vlaams niveau dwars zou gaan liggen als ze opnieuw op federaal niveau uitgesloten wordt, om van de zomer van 2014 politiek een heel interessante periode te maken.

De vraag is ook: een implosie, wat is dat? Of heel concreet: hoeveel meer dan in 2010 moeten CD&V en Open Vld de volgende keer nog achteruit gaan eer men ook zal willen toegeven dat er wel degelijk een implosie plaatsgevonden heeft, en het zo werkelijk niet meer verder kan? Wanneer wordt de minderheid aan Vlaamse zijde te klein om toch maar weer in een Franstalige federale regering te stappen? Het praatje dat als een meerderheid in de Nederlandse taalgroep dan werkelijk toch zo belangrijk is, de N-VA dan maar moet toetreden tot de federale regering (maar wel zonder ook maar één enkele eis te stellen) kan ook niet eeuwig als schaamlapje blijven dienen voor de flamands de service.

Vooral voor de CD&V voor de situatie alsmaar nijpender. Concreet: als die partij het tempo van de laatste 65 jaar aanhoudt, dan komt ze in 2014 rond de vijftien procent uit, en zal ze nooit meer een resultaat boven de twintig procent halen. Een verdere lineaire extrapolatie leert zelfs dat in 2025 de kiesdrempel stilaan in zicht begint te komen. De voorspellende waarde van zo'n lineaire extrapolatie is uiteraard nul, maar het plaatst wel de optimistische geluiden van Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy eerder deze week in hun juiste perspectief. Zij begrepen immers de uitval van Rik Torfs niet, omdat het «volgens de laatste peiling net weer een beetje beter ging met de CD&V». En inderdaad, in de laatste peiling is de partij met anderhalve procent gestegen tegenover de vorige peiling, maar dat was dan ook een absoluut dieptepunt 12,6%. Na die voor die heren uiterst hoopgevende stijging kijkt de partij trouwens nog steeds tegen een verlies van meer dan drie procent aan vergeleken met de laatste verkiezingen, en haalt ze zelfs de vijftien procent nog niet.

Even recapituleren: CD&V zit al 65 jaar in een dalende trend, haalde bij de laatste verkiezingen een historisch lage score, en staat in de peilingen op een verlies dat zelfs nog eens onder de reeds dalende trend onderduikt. Maar aangezien er drie maanden geleden een peiling is geweest die een nóg slechter resultaat weergaf, zien Mark Eyskens, Pieter Marechal en Eric van Rompuy de toekomst van de partij weer uiterst optimistisch tegemoet.

Meer zelfs, Eric van Rompuy verklaarde in Terzake zich nog «1981» te herinneren, de vorige keer dat de partij last had van een «dipje». Voor wie niet zo'n goed geheugen heeft als Eric van Rompuy: de toenmalige CVP verloor dat jaar in de verkiezingen meer dan tien procent, en tuimelde van 43,5% (in 1978) naar amper nog 32,0%. In 1985 kwam echter het herstel, met opnieuw een score van 34,6%. Wat Eric van Rompuy zich echter iets minder goed schijnt te herinneren, is dat de winst van 1985 er in 1987 alweer af moest met de dan weer historisch lage score 31,4%. En daarna is de partij eigenlijk nooit meer in de buurt van de dertig procent gekomen, tenzij in kartel met de N-VA. Vandaag is diezelfde Eric van Rompuy al best tevreden als de partij in de peilingen bijna –bijna!– de helft van «1981» haalt.

De CD&V is echter niet de enige partij waar de implosie niet gevreesd dient te worden, maar gewoonweg vastgesteld kan worden. Niettegenstaande het liberalisme in Vlaanderen de afgelopen 65 in een duidelijk stijgende lijn zat, zit de Open Vld vandaag aan een dieptepunt. Bij de laatste verkiezingen haalde de partij een uitslag waarvoor we al terug moeten naar de jaren zeventig van de vorige eeuw, en in de peilingen gaat het zelfs nog dieper. Zou het kunnen dat die partij zich in de opeenvolgende federale regeringen van de laatste jaren letterlijk kapot aan het regeren is geweest? Ze is er ondertussen al aan haar dertiende jaar toe, en meer en meer kiezers beginnen door te hebben dat de partij er uiteindelijk alleen maar bij zit voor de postjes. Wanneer het er werkelijk toe doet, volstaat het immers dat de PS Laurette Onkelinx even laat blaffen, en de Open Vld gaat alweer braaf in haar mand liggen. En minister van Pensioenen Vincent van Quickenborne mag nog zo zijn best doen de pensioenen te hervormen, wat waarschijnlijk niet meer is dan een seksuele fantasie van Joëlle Milquet over stoere bonken met rode helmen is al ruimschoots voldoende om al zijn plannen grondig om zeep te helpen.

«We moeten alles doen om de Vlaamse partijen in deze regering te steunen, om hen de volgende verkiezingen te laten winnen.» Het was een merkwaardige uitspraak, waaruit duidelijk blijkt dat het Belgisch establishment nog steeds in de negatiefase zit. Drie maanden later blijkt ook dat van die goede intenties nog niet veel in huis is gekomen, want echt veel prijzen hebben die Vlaamse partijen voorlopig nog niet in de wacht kunnen slepen. Het ziet er daarom eerder beroerd uit voor de Belgische constructie in 2014, maar daarvoor zullen we onze slaap uiteraard niet laten. De grootste hoop voor België is misschien nog wel de bijtende vijandschap tussen N-VA en Vlaams Belang, zoals ook deze week weer bleek. Misschien zouden sommigen er goed aan doen in het licht van de komende verkiezingen het Gebed voor het Vaderland nog eens te herlezen.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

20 februari 2012

Incivieke arrogantie van de staatshervormers

'Incivieke arrogantie' komt van politoloog Carl Devos. Die heeft het nog over 'de truc met art. 195 die wraakroepend is en getuigt van een gebrek aan respect voor de spelregels, door diegenen die ons om respect voor hen en voor hun regels vragen.' Marc Platel heeft het over 'de politieke meerderheid die de grondwet wil verkrachten om zo ongestoord mogelijk haar politieke grillen en grollen te realiseren.' Hendrik Vuye spreekt van 'De grondwetsfraude van de regering-Di Rupo'. Wat willen de staatshervormers dan wel wijzigen aan artikel 195 van de grondwet dat het zulke harde kritiek oproept?

Volgens een artikel van Guy Tegenbos in De Standaard van 15 februari '12 hebben de acht staatshervormende partijen zelf beperkingen opgelegd aan de aanpassing van artikel 195 van de grondwet.
(Artikel: ‘Truc met grondwet' aan de ketting)

Tegenbos verklaart eerst nog nader waar het in deze om gaat:
Op de Belgische grondwet zit een dubbele grendel: er kan maar iets aan de grondwet veranderd worden als er een tweederdemeerderheid is in het huidige parlement (de eerste grendel), en die mag maar wijzigingen aanbrengen aan artikelen die het vorige parlement daartoe heeft aangemerkt (de tweede grendel). De acht partijen sloten over de staatshervorming een compromis dat véél verder gaat dan wat het vorige parlement aan wijzigingen aan de grondwet had toegelaten. En dat creëerde een zwaar probleem. Het vorige parlement maakte wel het artikel 195, waarin deze dubbele grendel beschreven staat, voor wijziging vatbaar. De slimme truc is dat men nu artikel 195 wijzigt door het schrappen van de tweede grendel, voor deze regeerperiode, en ze dan nu alles kunnen veranderen wat ze nodig achten. Op het einde van de regeerperiode stellen ze de tweede grendel opnieuw in zodat hun opvolgers die truc niet meer kunnen toepassen.

Die dag dienden leden van de acht partijen een voorstel in tot herziening van artikel 195 van de grondwet. Volgens Tegenbos blijkt uit de tekst 'dat de acht de actieradius van de truc beperkt hebben. De lijst van de artikelen waarop de truc mag worden toegepast, is vastgelegd in de tekst, evenals de doelen die ermee nagestreefd mogen worden. Het tijdelijke artikel 195 kan dus voor niets anders gebruikt worden. Ze hebben hun truc als het ware zelf aan een ketting gelegd door de actieradius te beperken.'

Tegenbos besluit zijn artikel met: 'De oppositiepartijen en een deel van de grondwetspecialisten hebben zware kritiek daarop; die variëert van ‘tegen de geest van de grondwet', over ‘een verkrachting van de grondwet' tot ‘het herleiden van de grondwet tot een vodje papier'. De acht partijen geven toe dat ze daarmee ‘geen schoonheidswedstrijd zullen winnen' maar beweren dat dit volledig wettelijk is. Niemand kan dat tegenspreken. De Raad van State mag niet adviseren over grondwetteksten.'

Vier keer zware kritiek

De laatste dagen hebben zich politoloog Carl Devos, gewezen VRT-verslaggever in de Wetstraat Marc Platel en professor staatsrecht Hendrik Vuye gemeld met zeer ware kritiek op de manier van werken. Aan Franstalige kant had ook UCL-professor grondwettelijk recht Marc Verdussen ernstige bedenkingen bij de voorziene procedure.

Carl Devos heeft het over 'De schande van artikel 195.':

'De truc met art. 195 is wraakroepend. Getuigt van arrogantie. Van een gebrek aan respect voor de spelregels, door diegenen die ons om respect voor hen en voor hun regels vragen. Als de politiek de fundamentele spelregels van de staat niet wil respecteren, mist ze elk gezag om anderen te vragen wel regels te volgen. Het is dus een kwestie van constitutioneel fatsoen én van geloofwaardigheid.'...
'Één keer de grondwet via de grondwet forceren, om daarna terug de oude regel in te voeren: het lijkt slapstick met een vodje papier. Wat denken die leiders wel? Dat ze de principes van de grondwet eventjes, voor zichzelf, opzij kunnen schuiven om hun partijpolitieke deal in alle nuance uit te voeren, omdat daar nu eenmaal de nodige meerderheid voor is?
Wie de redenering van de staatshervormers volgt kan ultiem, in een ver doorgeslagen redenering, zelfs de afschaffing van de democratie legitimeren, als die maar middels een democratische beslissing verdwijnt. Ofwel verandert art. 195 blijvend, ook voor de toekomst, en daar valt iets voor te zeggen, ofwel niet en respecteert Di Rupo I de spelregels (en dus de lijst voor herziening vatbaar verklaarde artikels). Al de rest is: incivieke arrogantie onder het mom van democratisch gedekt pragmatisme. Ze hadden bij de staatshervorming maar rekening moeten houden met de mogelijkheid tot grondwetsherziening die ze nu hebben. Het constitutionalisme is hier al beperkt, er blijven grenzen aan de mate waarin met de oertekst kan spelen. Waarschuwen politici niet om de haverklap voor het hellend vlak: als we deze uitzondering toestaan komt er snel een nieuwe. Wel dan: veeg voor eigen deur. (Opiniestuk van Carl Devos op de blog van De Redactie, de website van de nieuwsdienst van de VRT, 18.02.12. Volledige tekst 'Politiek mét moraal' hier ... )

Mark Platel heeft het over een verkrachting van de grondwet:

'Daarom maken we ons als inwoner van dit land inderdaad behoorlijk boos: de politieke meerderheid van dit ogenblik maakt zich klaar om die grondwet als een vodje papier te misbruiken, de voorbijgaande politieke meerderheid van dit ogenblik wil die grondwet verkrachten om zo ongestoord mogelijk haar politieke grillen en grollen te realiseren. Beleefder uitgedrukt: zonder die ingreep is de wettelijke invulling van de zesde staatshervorming vandaag en zelfs morgen zo goed als uitgesloten. Tenminste voor enkele van de meest essentiële punten uit het politieke koopje dat de zesde staatshervorming zou moeten waar maken...
In afwachting van andere tijden, zo werd overeengekomen, stoppen we artikel 195 van de grondwet gewoon ongewijzigd in een niet bestaande schuif van een niet bestaande kast. We bevriezen bij manier van spreken het artikel, doen alsof het nu niet bestaat en dat tot het einde van deze legislatuur, tot Di Rupo 1 zijn formele laatste adem uitblaast. Dan pas mag 195 weer het Belgisch grondwettelijl levenslicht zien. Anders gezegd, de grondwet wordt letterlijk en figuurlijk “gebruikt” – we zullen ons woordgebruik zij het met enige moeite zo zakelijk mogelijk houden - om alleen maar tijdelijke politieke oogmerken te kunnen realiseren.... Zoals decennia terug maken ook vandaag alleen maar enkele zonderlingen zich luidop zorgen. Omdat zij nog altijd vinden dat de grondwet “geen vodje papier” is. Een historische uitspraak van de toenmalige premier Leo Tindemans in oktober 1977, het begin van het einde van het Egmontpact. Omdat de voorzitters van zijn meerderheid hem toen wilden verplichten tot een publieke belofte dat hij de grondwet naar hun hand zou zetten, stuurde de regeringsleider zijn kabinet naar huis. Wat vandaag naar het schijnt geen keuze is, is de partijleiders toen “gelukkig” niet gelukt. Wij laten diezelfde partijvoorzitters vandaag hun speeltje, we laten hen zonder morren de grondwet verkrachten.
Dat kan toch geen probleem zijn, zo zegt de regering ons, want er is een politieke en dus democratische meerderheid in het parlement die dat zo wil, die het zo moeizaam afgesloten regeerakkoord in wetgevende daden wil omzetten. Liefst vandaag nog. Een zonder twijfel eerbaar verlangen, maar zelfs geen begin van een argument om te doen wat men nu wil doen, de grondwet even opzij zetten. Een grondwet is er niet om een toevallige politieke overeenkomst een extra kleurtje te geven, een grondwet moet die koopjes binnen de krijtlijnen van het voorlopig nog altijd Belgische grondwettelijk samenwerkingsakkoord houden....
(Marc Platel, gewezen VRT-verslaggever in de Wetstraat, in een opiniestuk op de blog van De Redactie, de website van de nieuwsdienst van de VRT, 17.02.12. Volledige tekst “Artikel 195 en wat dan nog?” hier ... )

Hendrik Vuye heeft het over 'De grondwetsfraude van de regering-Di Rupo':

'De reden hiervoor is overduidelijk, maar de paars-groen-oranje coalitie tracht ze angstvallig te verzwijgen. Het is onjuist te stellen dat men artikel 195 moet buitenspel zetten om de bevoegdheidsoverdrachten te realiseren. Al evenmin moet dit gebeuren om B-H-V te splitsen. Artikel 195 dient buitenspel gezet om een al bij al beperkte hervorming van de Senaat te realiseren, maar vooral om alle compensaties die de Franstaligen hebben onderhandeld in de grondwet te verankeren, zo bijvoorbeeld de mogelijkheid om in de zes randgemeenten te stemmen voor Brusselse lijsten en het uitzonderingsregime inzake de burgemeesters van die gemeenten…. Dit tijdelijk buitenspel zetten van artikel 195 is kennelijk in strijd met artikel 187. Dit laatste bepaalt immers dat de grondwet noch geheel, noch ten dele kan worden geschorst. Het Vlindercompromis van de regering-Di Rupo is niets anders dan een schorsing van artikel 195. Helaas is geen enkele instantie, ook niet het Grondwettelijk Hof, bevoegd om deze schending ongedaan te maken. Dit brengt ons bij een wel heel fundamentele vraag: is een staat waar politici ongestraft de grondwet aan hun laars kunnen lappen eigenlijk wel nog een rechtsstaat? Fraude en fraudeconstructies worden nog steeds zwaar onderschat, stelde John Crombez (sp.a) recent. Inderdaad, grondwetsfraude door politici wordt in België niet gesanctioneerd.
(Prof. Hendrik Vuye, professor staatsrecht aan de universiteit van Namen, in De Morgen, 14 febr ’12. Volledig artikel hier ….)

Ook nog een Franstalige stem

Ook UCL professor grondwettelijk recht Marc Verdussen heeft ernstige bedenkingen bij de voorziene procedure, in een opiniestuk in La Libre, zaterdag 11 februari ’12. De procedure riskeert de grondwet zelf te devalueren. 'Wellicht is het zo dat strikt juridisch gezien niets een overgangsbepaling in artikel 195 tegenhoudt, maar deze manier van werken kan alleen maar een diepe verwarring veroorzaken bij de burgers. Hoe kunnen zij zich hierna van de idee ontdoen dat het met kunstgrepen altijd mogelijk is de grondwettelijke hindernissen te omzeilen? Wat aan de horizon daagt, is een gevaar van ontwaarding van de notie grondwet zelf.'
Hij is wel voorstander van een wijziging van de manier van herziening van de grondwet, maar na een grondig inhoudelijk debat. Bij die herziening zouden de Franstaligen ook ‘en passant’ kunnen eisen dat een wijziging van eender welk grondwetartikel niet alleen een tweederdemeerderheid zou moet behalen in de twee assemblees, maar eveneens een meerderheid in elke taalgroep. Want voor hem is het ‘onlogisch een dergelijke taalmeerderheid te eisen voor de bijzondere wetten, en niet voor wijzigingen van de grondwet.’ Hij wil dus noch min noch meer een grondwet die volledig een grendelgrondwet wordt... (Artikel ‘Réviser la Constitution à n’importe quel prix ?’ )

Alles gewijzigd wat men wil wijzigen

Volgens Tegenbos blijkt uit de tekst ‘dat de acht de actieradius van de truc beperkt hebben. De lijst van de artikelen waarop de truc mag worden toegepast, is vastgelegd in de tekst, evenals de doelen die ermee nagestreefd mogen worden. Het tijdelijke artikel 195 kan voor niets anders gebruikt worden. Ze hebben hun truc als het ware zelf aan een ketting gelegd door de actieradius te beperken.’

Veel 'aan de ketting leggen' kan men echter niet terugvinden in de neergelegde tekst. Alles wat men wil veranderen in de grondwet en niet kon, zit in het voorstel. Want hun doel is niet zomaar de dubbele grendel 'eenmalig' uit te schakelen. Wat ze doen is artikel 195 ‘aanvullen’ met een ‘overgangsbepaling’ die preciseert welke andere grondwetsartikelen, die niet voor wijziging werden aangeduid door het vorig parlement, wel nog tijdens deze legislatuur kunnen gewijzigd worden. Dus moet wel aangeduid worden wat ze in welke andere artikels willen veranderen. Kort enkele van die punten:

- Het recht op kinderbijslag wordt in de grondwet opgenomen. Zoals al eerder geschreven wordt daarmee elk eigen beleid van de Gemeenschappen gewoon de nek omgedraaid. Het Grondwettelijk Hof krijgt hiermee de mogelijkheid en de opdracht te waken op de toetsing van wetten en decreten aan b.v. art. 10 (gelijkheidsbeginsel) en art 11 (discriminatieverbod) van de Grondwet. Elke wijziging, een ander bedrag zal dus meteen vernietigd kunnen worden als discriminerend en tegen het gelijkheidsbeginsel. Meer autonomie voor de Gemeenschappen?...

- de Kamer wordt om de vijf jaar verkozen, op dezelfde dag als voor de verkiezingen van het Europees Parlement, met het vastleggen in een bijzondere wet van de nieuwe verkiezingsregels. Een bijzondere wet betonneert een afspraak zo vast dat er slechts aan kan gewijzigd worden met zowel een drievierden meerderheid als met een meerderheid van Franstaligen en Nederlandstaligen.

- de belangenconflictprocedure wordt uitgesloten 'voor beslissingen van de federale overheid die wijzigingen aanbrengt aan de belastbare grondslag, het belastingstarief of de vrlijstellingen of aan elk ander element dat tussenkomt in de berekening van de personenbelasting.' De federale overheid mag op dat vlak dus doen wat ze wil, geen gewest kan haar tegenspreken. Meer autonomie voor de Gewesten?..

- de essentiële elementen van de 'hervorming' met betrekking tot het gebruik der talen in rechtszaken in het gerechtelijk arrondissement van Brussel en Halle-Vilvoorde, alsook de ermee overeenstemmende aspecten inzake parket, zetel en rechtsgebied, worden vastgelegd in een bijzondere wet. De toegevingen op dat vlak worden alweer vergrendeld met een Franstalig veto.

- alles wat verband houdt met de vrijwaring van de ‘rechtmatige belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in de vroegere provincie Brabant’, zowel voor de verkiezingen van de Kamer als van het Europees Parlement, worden bepaald in een wet, die grondwettelijk slechts met een bijzondere meerderheid kan gewijzigd worden. In klaartekst, zoals Hendrik Vuye het omschrijft “om alle compensaties die de Franstaligen hebben onderhandeld in de grondwet te verankeren”.

Incivieke arrogantie

In de toelichting bij het voorstel wordt duidelijk aangegeven dat het voorstel dient
"om de herziening mogelijk te maken van het geheel van bepalingen die thans geheel of gedeeltelijk niet voor herziening vatbaar zijn,"
en de herziening van de bepalingen die zijn opgesomd
"enkel tot doel heeft om het Institutioneel Akkoord voor de zesde staatshervorming uit te voeren, en zijn volledige uitvoering moet toelaten."

Om het Vlinderakkoord te kunnen uitvoeren moeten dus grondwetsartikelen worden herzien "die niet voor herziening vatbaar zijn". Hiermee geven de indieners dus zelf aan dat de grondwet moet worden verkracht om het Vlinderakkoord uit te voeren. Dat is dus, zoals Carl Devos het noemt "een grote incivieke arrogantie", voornamelijk om de Franstaligen nog meer veto’s in handen te geven en Vlaanderen steeds meer in een cocon van afhankelijkheid te plaatsten van een Franstalige minderheid, met steeds gedetailleerdere speciale wetten en speciale meerderheden, waarbij haar democratische meerderheid in dit land steeds minder geldt. Van Vlaamse kant is het voorstel getekend door Raf Terwingen (CD&V), Karin Temmerman (sp.a), Stefaan Van Hecke (Ecolo-Groen) en Patrick Dewael (Vld). Die ‘Vlaamse’ partijen kiezen dus voor een vorm van ‘automutilatie’ van hun eigen volk.

Men kan alleen vermoeden dat de 'Vlaamse' partijen hiervoor compensaties gekregen hebben die niet in het Vlinderakkoord staan. Maar welke? Als men ziet hoe driest de PS nu bezig is de hele benoemingscarrousel naar zijn hand te zetten, moet men vrezen dat die 'Vlaamse' partijen blijvend bevangen zijn door het 'Stockholm-syndroom'.

Hoe geraakt men hier uit?

De kazakkendraaiers

Bepaalde constitutionalisten vinden dat de regeringspiste juridisch wel degelijk kan. Christian Behrendt, Universiteit Luik, behoort daartoe (de man van de uitspraak "BHV is een pure diamant: wie zijn splitsing vraagt moet er een zeer hoge prijs voor betalen"). In een interview met La Libre (5 november 2011) geeft hij zelfs grif toe dat hij vroeger een volledig tegengestelde mening verdedigde, maar dat hij van mening veranderd is, door het groeiend aantal 'democratische vlaamse nationalisten' van nu al meer dan 30%... Hij geeft zelfs toe dat BHV kan gesplitst worden bij gewone wet, maar sommige zaken in het voordeel van de Franstaligen slechts mogelijk zijn na een grondwetsherziening. Om dus een 'evenwichtig akkoord' te verkrijgen, moeten grondwetsartikels die niet voor herziening aangestipt waren, nu via artikel 195 herzien worden. Als de ingreep gunstig is voor de Franstaligen, wijzigt hij dus zijn mening volledig.

(Letterlijk: 'Plus généralement, la nécessité de toucher à des articles non ouverts à révision est une condition pour rendre l’accord équilibré. Ainsi, la scission de BHV peut être organisée par une loi ordinaire; le fait d’inscrire dans la Constitution les modalités d’élection dans les communes à facilités va dans l’intérêt des francophones.' Interview: "Il faudra réviser la Constitution selon une procédure dérogatoire")

CD&V was eerder een tegenstander van eender welke wijziging van art. 195, laat staan dat ze er konden mee akkoord gaan dat art. 195 zou misbruikt worden om andere artikelen te wijzigen die niet voor herziening vatbaar werden verklaard, terwijl de huidige staatssecretaris voor staatshervorming Servais Verherstraeten de huidige aanpak van de ‘grondwetsfraude’ (Vuye) verdedigt tot in de TV-studio van De Zevende Dag. Senator Hugo Vandenberghe haalde er in 2003 zelfs Adolf Hitler bij om te pleiten tegen een wijziging van art 195 en tegen de mogelijkheid om tijdens één legislatuur de grondwet te kunnen wijzigen ... (Senaat, 2-1549/3, sessie 2002-2003, 2 april 2003). Uit het verslag van die sessie: 'De heer Luc Van den Brande verstrekt een ruime toelichting bij het voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet (stuk Senaat, nr. 2-1547/1), dat hij met de heren Vandenberghe en Caluwé heeft ingediend... Vanuit de bekommernis om stabiliteit is het huidige artikel 195 van de Grondwet doelbewust niet in het voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet opgenomen. De heer Van den Brande c.s. is niet van mening dat van de principiële gestrengheid van de grondwetgever ten aanzien van de Grondwet moet worden afgeweken... Het blijft voor de politieke fractie waarvan de heer Van den Brande deel uitmaakt, een absolute voorwaarde dat de wijziging van de Grondwet niet wordt losgekoppeld van een raadpleging van het kiezerskorps… Volgens Vandenberghe is het een democratisch minimum dat de herziening van de Grondwet haar beslag krijgt over twee legislaturen. De voorstanders van een herziening binnen een en dezelfde legislatuur getuigen volgens spreker van een autoritaire afwijking. Dat is geen loze bewering. Opnieuw levert de geschiedenis twee frappante voorbeelden van de catastrofes die een democratie kunnen treffen als zij kiest voor de herziening van de Grondwet in één enkele fase... Adolf Hitler heeft de macht gegrepen omdat de Grondwet kon worden herzien zonder dat het Duitse Parlement hoefde te worden ontbonden.

Als men dat leest, moet men vaststellen dat de politieke zeden nogal verwilderd is in tien jaar tijd, en een autoritaire afwijking de norm is geworden…

Tekst van het voorstel tot wijziging van artikel 195, op de website van De Kamer, in PDF, Doc 53 2064/001
Read more...

<<Oudere berichten