20 december 2014

Kanttekeningen bij de Europese migratie (Hoegin)

Verleden vrijdag zei de Britse premier David Cameron tijdens een toespraak in een fabriek in Straffordshire de Europese interne migratie de wacht aan. Wie naar Groot-Brittannië komt, zal eerst vier jaar moeten werken voor hij gebruik kan maken van de Britse sociale voorzieningen. Bovendien zal wie niet binnen een half jaar na aankomst werk vindt, terug naar zijn land van herkomst moeten keren. Ook aan de kinderbijslagenstroom naar het thuisland voor kinderen die nooit een voet in Groot-Brittannië hebben gezet zal een einde komen.

In de rest van Europa werden de uitspraken van David Cameron meteen weggezet als verkiezingsbeloften. Niet helemaal onterecht overigens, want het is duidelijk dat de Britse Conservatieven bij de komende verkiezingen flink wat stemmen aan het UKIP van Nigel Farage zullen verliezen. David Cameron lijkt echter te denken dat hij zijn stunt van vlak voor het Schotse referendum nog eens zal kunnen herhalen. Toen slaagde hij erin op het laatste ogenblik nog snel zijn hachje te redden door enkele fikse beloften aan de Schotse kiezers te doen. Benieuwd of datzelfde recept ook zal werken op de Engelse kiezers.

Anderzijds moet toch ook opgemerkt worden dat Groot-Brittannië al lang sceptisch staat tegenover de interne Europese migratie. Meer dan tien jaar geleden, toen de EU een allereerste keer uitbreidde naar het oosten, bekwamen de Britten reeds speciale voorwaarden waardoor zij een eerste migratiegolf vanuit Polen en het Balticum met enkele jaren konden uitstellen. En ook bij de uitbreiding van de EU met Bulgarije en Roemenië werden de Britse grenzen niet meteen opengesteld voor een nieuwe toevloed van nieuwe EU-burgers.

Voor wat hoort wat

De uitspraken van David Cameron komen dus niet als een donderslag bij heldere hemel, maar stroken met wat al jarenlang de positie van Groot-Brittannië is in verband met de interne EU-migratie. Wel nieuw is dat Groot-Brittannië in de Europese Unie niet langer alleen staat met deze houding. De mening dat voor wat ook wat hoort, en dat ongebreidelde migratie niet de oplossing voor alles is, maakt ook in de rest van de EU opgang. Bijvoorbeeld in Duitsland, of binnen de Vlaamse regering.

Zo was er onlangs al een uitspraak van het Europese Hof van Justitie naar aanleiding van een zaak in Duitsland, waarbij een Roemeense vrouw bij haar zus in Leipzig was komen inwonen. Zij verwachtte prompt dat ze niet alleen kinderbijslag voor haar zoon en een onderhoudsvoorschot moest kunnen opstrijken, maar bovendien ook nog eens een basisvoorzieningsuitkering. En dat ondanks het feit dat de Roemeense niet over één diploma beschikte, en hoe dan ook duidelijk niet van plan was ooit ook maar één poot uit te steken om zichzelf te kunnen onderhouden.

De sociale diensten van de stad Leipzig weigerden de vrouw te betalen, en het Europese Hof van Justitie gaf hen daarin gelijk. Door de uitspraak is het trouwens meteen ook gedaan met het uitkeringstoerisme dat de Kathleen van Brempten van deze wereld blijven afschilderen als het toppunt van beschaving. Landen mogen voorwaarden stellen aan nieuwkomers, en de voorwaarde dat men toch bereid moet zijn om zijn steentje te willen bijdragen, is volgens het Europese Hof van Justitie dus niet onredelijk.

Te dom om Nederlands te leren?

In eigen land was er dan weer Liesbeth Homans, die vindt dat het echt niet te veel gevraagd is van bewoners van een sociale woning om tussendoor toch ook nog een paar woordjes Nederlands te willen leren. Waarna ze prompt voor zoveel hardvochtigheid de volledige linkse goegemeente over zich heen kreeg. Marino Keulen, die blijkbaar even vergeten was dat ook zijn partij deel uitmaakt van de regering waarin Liesbeth Homans zit, bestond het zelfs in het Vlaams Parlement te verklaren dat «niet iedereen intellectueel in staat is om een taal te leren». Ga er maar eens aan zitten! (En hoorden wij daar enthousiast applaus vanop de UDF-bank?)

Want, beste lezer, let wel, het gaat hier toch nog altijd om de migranten die later onze pensioenen zullen betalen. En die hier nu al voor een onontbeerlijke culturele verrijking zorgen. Hoe ze dat allemaal precies gaan doen als ze intellectueel nog niet in staat zijn vijf woorden Nederlands te leren, is ons alvast een raadsel. Ondertussen moeten we het blijkbaar normaal vinden dat iemand jarenlang in Vlaanderen in een sociale woning kan blijven wonen, zonder ook maar één woord Nederlands op te pikken. Een bekrompen en racistische fermette-Vlaming waarop links zo graag neerkijkt en die ergens veertien dagen op vakantie gaat doet al oneindig beter.

A propos, wat zou er in de federale Kamer gebeurd zijn moest niet Marino Keulen maar Theo Francken diezelfde uitspraak op Facebook gezet hebben? We durven er nog niet aan te denken!

Meer EU en meer migratie niet langer oplossing voor alles

Maar er is dus duidelijk meer aan de hand dan alleen maar Britten en zogenaamde rechts-populisten die kanttekeningen durven te plaatsen bij de ongebreidelde interne EU-migratie. Meer EU en meer migratie is niet langer de oplossing voor elk probleem, en leidt niet meer automatisch tot een soort multicultureel Europees nirwana waarin «alle Menschen Brüder werden». Zelfs bij het Europese Hof van Justitie, wat toch wel tot het groene hout zou moeten horen, begint het stilaan te dagen dat het oude principe van «voor wat hoort wat» zo gek nog niet is.

We mogen dus wel degelijk aan nieuwkomers vragen dat ze enkele woordjes Nederlands leren wanneer ze hier van de sociale voorzieningen willen komen genieten. We mogen dus ook verwachten dat ze de handen uit de mouwen willen steken, en zelfs iets bijdragen tot de economie en de maatschappij. En wie weet mogen we binnenkort zelfs verwachten dat nieuwkomers hier ook een beetje respect opbrengen voor onze godsdienst en onze cultuur. Dan kunnen we volgend jaar onze kinderen weer naar een sinterklaasfeest sturen zonder te hoeven vrezen voor rellen zoals in Gouda. Zou het kunnen?

Dit artikel verscheen op 3 december 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , ,

Read more...

7 december 2014

Sp.a nog steeds haar eigen ergste vijand (Hoegin)

Het gaat niet goed met de Vlaamse socialisten. De partij zit nog steeds geplaagd met een voorzitter waarover iedereen, behalve de persoon in kwestie zelf, het eens is dat hij de verkeerde man op de verkeerde plaats is. Vandaag is dat echter zowat het minste van de vele problemen van de partij. De tsunami aan socialistische mistoestanden en andere foute linkse regeringsbeslissingen uit het verleden blijft aanhouden. Zelfs de N-VA komt een half jaar na de verkiezingen nog steeds geloofwaardiger als oppositiepartij over dan de sp.a, die alleen in Brussel nog in een regering zit.

Exit Zilverfonds

Eerste akte. We schrijven dinsdag 18 november. Minister van Financiën Johan van Overtveldt kondigt in de Kamer aan dat hij laat onderzoeken of het niet beter zou zijn dat beruchte Zilverfonds gewoon op te doeken. Het Zilverfonds, dat was een uitvinding van Johan vande Lanotte om onze pensioenen eens en voor altijd veilig te stellen. De formule was kinderlijk eenvoudig, en daarom ook geniaal: gewoon op het einde van de maand de overschotjes in dat fonds oppotten, en voilà, het pensioenprobleem was opgelost. Om niet te zeggen dat we op onze oude dag nog zouden zwemmen in het geld.

Alleen, het duurde niet lang of de regering soupeerde die overschotjes gewoon op in plaats van ze op te sparen voor latere dagen. En zelfs dat duurde niet lang, want de overschotjes zelf verdwenen al snel als sneeuw voor de zon.

Maar bovendien, en in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Noorse Petroleumfonds dat de overschotten van Noorse olieproductie (1) actief (2) investeert in (3) buitenlandse (4) beleggingen, beperkte het Zilverfonds zich simpelweg tot het aankopen van Belgische schuldpapieren. Vier keer fout dus, en daarmee degradeerde de «redding van onze pensioenen» zich tot niets meer dan een virtuele koekjestrommel met daarin veel papiertjes dat we nog een heleboel geld aan onszelf moeten. Geen fluit waard dus.

Lege doos of zwart gat?

Sommigen hebben dat Zilverfonds van in het begin een lege doos genoemd. Was het maar waar! Want was het Zilverfonds inderdaad een lege doos geweest, dan had Johan van Overtveldt ook geen reden gehad om het te willen opdoeken. Zijn N-VA-collega's Veerle Wouters, Siegfried Bracke en Daphné Dumery hebben echter één en ander eens nagerekend, en kwamen tot de conclusie dat het Zilverfonds ons jaarlijkse 120.000 euro kost aan personeelsleden, kantoorbenodigdheden, een bedrijfsrevisor en zitpenningen voor een raad van bestuur. Met andere woorden: dat Zilverfonds heeft prima gewerkt om het pensioen van vermoedelijk enkele kameraden van Johan vande Lanotte veilig te stellen, ten koste van dat van ons. En dat was het dan.

Wij noteerden vooral dat de anders alomtegenwoordige Johan vande Lanotte nergens in de media te bespeuren was om zijn Zilverfonds te komen verdedigen. Ook tal van andere socialistische coryfeeën hielden zich opvallend gedeisd, waaronder bijvoorbeeld John Crombez, poulain van Johan vande Lanotte, en fysisch popelend van ongeduld om eindelijk de voorzittersstoel van Bruno Tobback te kunnen overnemen. In afwachting daarvan vult hij zijn dagen als docent aan de UHasselt, met als vak… publieke financiën. Kan je eigenlijk nóg beter geplaatst zijn om het Zilverfonds vol vuur voor de TV-camera's te komen verdedigen?

Dingen van socialisten

Tweede akte. Woensdag 19 november, opnieuw in de Kamer. Het is Bruno Tobback die uiteindelijk toch een klein beetje wil tegensputteren tegen de afschaffing van het Zilverfonds. Voor de camera's van het VRT-programma Villa Politica klinkt het als volgt: «De enige ambitie van deze regering –in het bijzonder N-VA– is het afschaffen van dingen van de socialisten». En daarmee heeft hij het niet alleen over dat Zilverfonds, maar bijvoorbeeld ook over de subsidies voor de zonnepanelen en het gratis openbaar vervoer voor senioren. Om over indexsprongen en pensioenleeftijden nog maar te zwijgen.

We willen niet flauw doen: in kringen van zowel de Vlaamse als de federale regering zal men zeker enige voldoening scheppen in het afschaffen van «dingen van socialisten». Maar als de tegenargumentatie van Bruno Tobback echt niet verder reikt dan dat, is ze volgens ons toch maar aan de zwakke kant. Moeten we nu echt lege-doos-met-fors-prijskaartje Zilverfonds behouden omdat het «een ding van de socialisten» is? En valt als verdediging voor het gratis openbaar vervoer voor senioren echt niets beters te verzinnen dan dat het een langgerekte verkiezingsstunt van de sp.a was? Men kan zich amper een betere verdediging van de regeringsmaatregelen voorstellen dan het optreden van sp.a-voorzitter Bruno Tobback in hoogsteigen persoon voor de camera's van de VRT.

Medewerkers voor socialisten

Derde akte. Donderdag 20 november, deze keer in het Vlaams Parlement. Op een schriftelijke vraag van Vlaams Belang-voorzitter Tom van Grieken antwoordt Vlaams minister-president Geert Bourgeois dat de ex-ministers Ingrid Lieten en Freya van den Bossche nog tot in 2019 zullen mogen genieten van elk twee medewerkers. Allemaal geregeld in een besluit van de Vlaams Regering uit 2009, met als totale kostprijs: 2,5 miljoen euro. Over dingen van socialisten gesproken!

We geven toe, voor 2,5 miljoen euro met de vingers in de pot zitten is maar een habbekrats vergeleken met de zonnepanelenput die Freya van den Bossche eerder al achterliet, of, zoals verleden week bekend raakte, het monsterverlies van 153 miljoen euro dat verleden jaar voor Electrawinds de fatale klap betekende. Maar zuinig omspringen met overheidsmiddelen en dus belastinggeld is anders.

Conclusie: zolang er bloedrode lijken uit de socialistische kast blijven vallen, hoeven ze zich bij N-VA, CD&V en Open Vld niet veel zorgen te maken over de geloofwaardigheid van de oppositie. Want oproepen tot een mobilisatie tegen het harteloos harde beleid van de rechtse regering, maar ondertussen wel zelf blijven grabbelen in de ton, hoe geloofwaardig is dat? Niet moeilijk dat er amper nog arbeiders voor de sp.a stemmen.

Dit artikel verscheen op 26 november 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

5 november 2014

Wat te doen met de nieuwe Oostfronters?


 


 

De overheid organiseert en subsidieert de islamisering. Zij voorziet moskeeën en onderricht in de islam, en faciliteert opleidingen voor imams en islamitische rechtsgeleerden, met als rechtvaardiging dat zij aldus een “Europese islam” wil promoten. Maar wanneer jongeren dan de aangeboden islamleer ernstig gaan nemen, dan panikeert zij over “radicalisering”.

Met name vervolgt en bestraft zij de recrutering van Syriëgangers, en het naar Syrië trekken zelf. Onder meer de burgemeesters van Vilvoorde, Mechelen en Antwerpen zijn voor een strenge bestraffing van de Syriëstrijders. In het geval van de oud-Volksuniërs Bart Somers en Bart Dewever is dat wel merkwaardig, want zij zijn grootgebracht met de lotgevallen van de Oostfronters. Na onbeschrijfelijke ellende doorstaan te hebben, na de meesten van hun kameraden aan flarden te hebben zien schieten, na de bittere nederlaag, kwamen zij terug in hun thuisland waar hun geen welkom wachtte, geen troost, geen dankbaarheid, maar mishandeling en opsluiting. En dat willen zij nu in verdunde vorm de Syriëgangers aandoen.

Wat doen die Syriëstrijders dan dat zo erg is? Zij verlaten hun veilige comfortabele bestaan in onze welvaartmaatschappij om ginds aan het front in de woestijn hun leven te wagen. Voorzover hun persoonlijke situatie een rol speelt, zijn het meestal jongeren die hun school niet hebben afgemaakt of die werkloos zijn, en die doen wat jonge mannen in hun situatie al duizenden jaren gedaan hebben: de veilige maar saaie uitzichtloosheid vaarwel zeggen en zich opwerken door soldaat te worden. Voorzover zij of hun familie voor de camera’s het “racisme” van de genereuze gastmaatschappij de schuld geven, praten zij alleen maar ambtenaar Jozef De Witte of de van hogerhand gesubsidieerde werkgroep KifKif na. Voorzover de islam de motivatie voor hun engagement vormt (dus voor zeker 90%), passen zij slechts de lessen toe die zij in erkende en gesubsidieerde islamopleidingen geleerd hebben. Voorzover zij zich tegen de regering-Assad keren, doen zij slechts het vuile werk van de strijd tegen een bewind dat in onze media en door onze politici grondig zwart gemaakt is. Hun indoctrinatie in de leer die tot deze strijd motiveert, is te bekritiseren, dus bestrijd gerust de islam, en de westerse partijdigheid tegen Bashar Assad is ongenuanceerd en ongeïnformeerd, dus ontwikkel gerust een preciezer en evenwichtiger standpunt over de kwestie-Syrië. Maar de moed en het engagement van die jongeren zijn onbetwistbaar.     

Ook de zeldzamere djihaadmeisjes verdienen een betere pers. Dat zijn voorname meisjes die via hun sluier duidelijk maken dat zij de mannen op afstand houden, geen lichtekooien zoals zij hun ongesluierde westerse zusters zien. Toch gaan zij aan het front in Syrië hun seksuele diensten aanbieden, en wel aan echte mannen: degenen die zonder enige druk van buitenaf vrijwillig voor het leven aan het front kiezen, en die bereid zijn om morgen te sneuvelen voor de zaak waarin zij geloven. Syriëstrijders die naar huis terugkeren, kunnen volop rekenen op steun uit de moslimgemeenschap, en krijgen veel applaus. Maar applaus is goedkoop, dat kan iedereen geven. Deze meisjes zetten zichzelf in, hun lichaam en hun toekomst. Zij geven geen triestige troostprijzen, wel de hoofdprijs: zichzelf.

Stel je voor dat je zo’n strijder aan het woestijnfront bent. In de gevechten van vandaag heb je je beste kameraad zien sterven, en je weet dat het morgen jouw beurt kan zijn. Zou je die nacht geen troostende gezellin willen? Zou je op diep biologisch niveau niet de gelegenheid willen om je genen voort te planten daar jijzelf morgen kan sneuvelen? Goed, aan die nood kan verholpen worden: je kan een Assyrische vrouw verkrachten, of twee of drie. Je kan op de slavenmarkt voor een vriendenprijsje een Jezidi seksslavin kopen. Maar nu is er een eerbaar alternatief: je kan met een buitenlandse djihaadvrijwilligster trouwen. Wat een dienstverlening. De dienst die zij verlenen, is uiterst genereus en onbaatzuchtig, en uiterst realistisch, want hij beantwoordt op een onsentimentele manier aan een acute nood.

Zulke jongeren zou je bij terugkeer willen straffen? Zij hebben geen vijandelijk leger vervoegd, want België is niet in oorlog met hen, dus zij hadden alle recht om bij die milities hun leven te gaan wagen. Zelfs met het Kalifaat is België nog maar sedert enkele weken in oorlog; toen die jongeren vertrokken, was er nog geen oorlogsverklaring. Overigens zijn regeringen die zo om de tedere gevoelens van de moslimmassa’s bekommerd zijn, wel bijzonder dwaas om zich tegen een macht te keren die door steeds meer moslims als het Kalifaat erkend, en door alle moslims alleszins als moslim herkend wordt. De kalifaatstrijders hol en valselijk als “monsters, geen moslims” beschrijven, zal niemand bedriegen behalve jezelf.

Nee, de djihaadstrijders die met vervolging en repressie bestookt worden, zijn slechts het slachtoffer van het pro-islambeleid van onze overheden. Omdat men de islam zelf uit de wind wil zetten, en omdat men de eigen facilitering van de islamisering tegen kritiek wil afschermen, maakt men maar een zondebok van de jongeren die door de islam en door ons islambeleid gekneed zijn.

Men moet niet de gevolgen bestrijden, namelijk het engagement in de djihaad, maar wel de islam zelf. Omdat ik wel eens de vraag krijg hoe ik mij een anti-islambeleid voorstel, zal ik eerlijk zeggen dat ik ondanks wat ideeën ook niet het sluitende antwoord heb. Maar als al onze beleidmakers de laatste decennia nu eens niet besteed hadden aan het verzinnen van smoezen om hun pro-islambeleid te rechtvaardigen, dan hadden we zeker al verder gestaan. Om echter geen forfait te geven, en omdat dit probleem inderdaad dringend om een oplossing vraagt, zal ik toch een paar suggesties doen.

  • Stel jongeren in hun opleiding en via de algemene cultuur bloot aan de onverbloemde gegevens over de islam. Islamleergangen hoeven niet eens in hun vrijheid beknot te worden, maar zorg dat seculiere en ontmythologiserende informatie over de islam voorradig is en de jongeren daadwerkelijk bereikt. Doe daarvoor niet zozeer beroep op bronnen waaraan Westerlingen zich laven, zoals Daniel Pipes’ Middle East Forum of Robert Spencer’s Jihadwatch, maar de forums van ex-moslims zoals faithfreedom.org van Ali Sina (schuilnaam van een Canadese Iraniër) of islam-watch.org van Ibn Warraq (schuilnaam van een Britse Pakistani), of het werk van Anwar Sheikh, Afshin Ellian of Ayaan Hirsi Ali. Geef ook toe aan de eis van moslimjongeren om in het onderwijs meer aandacht te besteden aan moslimdenkers, maar vertel dan het hele verhaal, bv. het “racistische” oordeel van Ibn Chaldun over negers, of het verslag van de Marokkaanse wereldreiziger Ibn Battuta over de slavernij in het Delhi-sultanaat. Stel onze Berber-jongeren in kennis van het motto van de in 1998 door djihaadstrijders vermoorde Algerijnse zanger Lounès Matoub: “Ni Arabe ni Musulman.” Er is niets intrinsiek islamitisch aan onze moslimjongeren, niets dat ze er niet kunnen afwassen.       
  • Herinner je hoe Vlaanderen ontkerkelijkt is: de conformistische massa verliet de Kerk zodra een kritische massa de stap gezet had en kerkgang als ouderwets was gaan gelden. Het geloof werd iets aftands en zelfs wat belachelijk, iets waar men niet meer mee geassocieerd wou worden. Nochtans heeft het christendom een veel bredere basis en staat tegenover elk verwerpelijk Bijbelzinnetje één dat aanbevelenswaardig of zelfs zeer inspirerend is. Vergewist men zich echter onbevangen van Mohammeds woorden en daden, dan blijft er echt zeer weinig over om na te volgen. Moslims zelf zullen verrast vragen: “Oh, is het dát maar?”
  • Moslims moeten het uiteindelijk zelf doen, hun islam ontgroeien. Leg dit natuurlijk proces echter niets in de weg, blijf niet kunstmatig de islam ondersteunen en voordelen geven.

Sommige teruggekeerde Syriëgangers zullen ontgoocheld zijn, anderen echter des te meer bezield met het djihaadvuur. Voor die laatsten gelden de bestaande veiligheidsmaatregelen, welbekend aan onze geheime dienst. Het concrete gevaar dat zij betekenen, moet in eerste instantie zeker in het oog gehouden worden. Maar het is niet hun ideologische radicalisering die het voorwerp van repressie moet zijn. De gedachten zijn vrij, en sommige jongeren in elke generatie zullen met minder dan de radicale versie van hun ideologie toch geen genoegen nemen. Het is die ideologie zelf, de islam, die verdient gedeconstrueerd te worden.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

3 november 2014

Komt ebola met het vliegtuig of de asielboot? (Hoegin)

Op het ogenblik dat we dit schrijven is ebola nog steeds een ver-van-mijn-bedshow in Vlaanderen. Er was al eens een vals alarm in Oostende, en verleden week nog twee keer in Parijs, maar voor het dichtstbijzijnde geval van een echte besmetting op Europese bodem moeten we al naar Spanje. De zaken kunnen echter snel veranderen als er straks een ebolapatiënt uit één van de vliegtuigen van SN Brussels Airlines stapt, of als ebola in de asielstroom terecht komt.

Eigenlijk had het de eerste beleidsdaad van kersvers minister van Volksgezondheid Maggie de Block moeten zijn: meteen alle vluchten op de West-Afrikaanse ebolalanden verbieden. Of op z'n minst passagiers en boordpersoneel bij landing aan een strenge controle onderwerpen. Maar ja, Filip Dewinter stelde die maatregel begin augustus reeds als eerste voor, en dus zullen de vluchten blijven doorgaan. Zo gaat dat nu eenmaal in een apenland (aldus Mark Eyskens) waar maatregelen niet op hun mérites beoordeeld worden, maar wel op de salonfähigkeit van diegene die ze voorstelt. Er zal zelfs nog niet overwogen worden of er nu echt geen einde zou moeten komen aan de dagelijkse Russische roulette die men op Zaventem speelt vóór er een vliegtuig landt waarvan de helft van de passagiers nog tijdens de vlucht naar hier overleden is aan ebola.

Brusselse salons

En zeggen dat België één van de dichtst bevolkte landen ter wereld is en bovendien een internationaal knooppunt, en dus absoluut geen rechtstreekse vluchten op ebolabrandhaarden nodig heeft om een hoog risico te lopen vroeg of laat geconfronteerd te worden met ebola. Zou het kunnen dat het geld, en misschien meer nog het prestige van enkele Brusselse salons om toch maar de Belgische kleuren over het Afrikaanse content te kunnen laten vliegen alweer zwaarder doorweegt dan de belangen van de bevolking? We stellen alleen maar de vraag.

Asielebola

Maar ebola hoeft niet met het vliegtuig te komen, het kan ook met de boot. En dan in het bijzonder de asielboot. Eigenlijk kan het al een klein wonder genoemd worden dat ebola niet al lang in de asielstroom geslopen is, en zo via één van de vele krakkemikkige wrakken over de Middellandse Zee Europa is komen binnendrijven. Of beter nog: door de Italiaanse kustwacht opgepikt werd en meteen afgevoerd naar een overbevolkt asielcentrum op het Italiaanse vasteland.

Het is een interessante denkoefening even te overwegen wat er dan zou gebeuren. Nu ja, behalve dan dat Italië vrijwel zeker binnen de kortste keren weer met het handje open in Brussel zou staan om nog maar eens een pak extra EU-middelen toegestopt te krijgen. Alsof het dan wel onze schuld zou zijn dat Italië aan de Middellandse Zee ligt.

Asielcentrum in quarantaine?

Maar verder – en die vraag stelt zich evenzeer als het eerste geval van asielebola zich in België zou voordoen – gaat men dan werkelijk zo'n asielcentrum volledig in quarantaine plaatsen? En dat voor pakweg drie–vier weken? De incubatietijd van ebola loopt van twee dagen tot drie weken. De meeste patiënten krijgen de eerste symptomen al na een zevental dagen, maar om volledig zeker te zijn moet men potentiële patiënten minstens drie weken onder observatie houden. In het geval van die Spaanse verpleegster lagen de zaken nog redelijk eenvoudig: enkel haar echtgenoot en een collega dienden in quarantaine geplaatst te worden. Maar als er in een asielcentrum ebola vastgesteld wordt, kan men moeilijk anders dan meteen het hele asielcentrum in quarantaine te plaatsen.

Men kan zich dan al voorstellen wat voor soort taferelen dit aan de poorten van dat asielcentrum zal opleveren. Enerzijds omwonenden die garanties willen dat het asielcentrum effectief potdicht gaat, omdat ze morgenvroeg geen asielzoeker brakend of bloedend in hun tuin willen aantreffen. Anderzijds een resem linkse organisaties die het vreselijk vinden dat een heel asielcentrum in quarantaine geplaatst wordt omwille van één enkel geval van ebola. Hierdoor lopen immers alle andere asielzoekers in het centrum het gevaar besmet te raken in de volgende besmettingsronde. Ze zullen er ongetwijfeld het zoveelste bewijs van de absolute onmenselijkheid van het Westerse asielbeleid in zien.

Explosieve cocktail

Voeg aan die twee kampen bovendien nog eens de familieleden van de asielzoekers in quarantaine aan toe, inclusief van die asielzoekers die een dag eerder nog bij hoog en bij laag beweerden nergens nog familie te hebben of volkomen uitgestoten waren, en precies daarom meenden recht te hebben op asiel. Ziedaar de ingrediënten voor wat snel een explosieve cocktail zou kunnen zijn in pakweg Arendonk, Poelkapelle of Neder-over-Heembeek.

Over het personeel in dat asielcentrum hebben we het dan nog niet eens gehad. Verleden week nog ontstond er in het asielcentrum van Sint-Truiden onrust onder het personeel precies omdat er asielzoekers uit West-Afrika aangekomen waren. Geef hen maar eens ongelijk. Hopelijk denkt het ministerie van Volksgezondheid, wanneer het eindelijk een rampenplan voor een ebola-uitbraak zal opstellen, ook aan het PR-luik van het probleem.

Dit artikel verscheen op 15 oktober 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

31 oktober 2014

Het kwade verbieden als groter kwaad


Een verantwoord onderscheid

De voorbije week kwam ik in het oog van een kleine storm terecht naar aanleiding van mijn aanstelling door het Vlaams Parlement als lid van de Raad van Bestuur van het interfederaal gelijkekansencentrum. Ik voel geenszins de nood om op alles wat er gezegd is (en vaak beter niet gezegd was) te reageren. Wanneer men mij beschuldigt van een drogredenering en het ontbreken van elke morele basiskennis (1) moet dat wel.

Een deel van de commotie gaat terug op een rede die ik intussen bijna 10 jaar geleden hield onder de, toegegeven, provocerende titel „de fundamenteelste vrijheid: devrijheid om te discrimineren” (2), en die slechts door enkele van de critici daadwerkelijk werd gelezen. Deze rede is in zijn concrete uitwerking ten dele gedateerd en dient op meerdere punten te worden genuanceerd, wat ik overigens in latere teksten ook deed. Maar de kerngedachte blijf ik verdedigen, en die werd de voorbije week door geen enkele kritiek geraakt, ook niet door de vuurpijl waarmee Erwin Mortier mij toch zo graag in het zenit zou afschieten (3).

recht is geen moraal 

Die bestaat erin dat inzake discriminatie zoals in vele andere zaken men moet onderscheiden tussen recht en moraal, en dat goede wetten in een democratische rechtsstaat wel een morele basiskennis vereisen maar zeker niet zomaar mogen worden gecalqueerd op ethische en fatsoensnormen. Het gaat om twee visies op wetgeving. De visie die ik verwerp gaat uit ervan uit dat wet en staat wat moreel goed wordt geacht moet opleggen en wat onethisch wordt geacht verbieden. Een verschil maken tussen personen op basis van criteria die volgens het morele aanvoelen (althans van diegenen die van zichzelf beweren een morele basiskennis te hebben) fout zijn en niet redelijk verantwoord, moet in die visie door de wet worden verboden. Zero tolerance. Dit is een typisch kenmerk van totalitarisme. Met een soortgelijke redenering kan men ook de rechten van verdediging afschaffen. 

Daartegenover verdedig ik de visie die zich met vallen en opstaan gedurende 2000 jaar in het Westen heeft ontwikkeld, van de Griekse polis over het romeinse recht, het christendom, de reformatie en de verlichting, en die de grondslag vormt voor de democratische rechtsstaat: het goede opleggen en het onfatsoenlijke verbieden is in vele gevallen een groter kwaad dan het te tolereren, tolereren dat in het bijzonder gebeurt in de vorm van fundamentele vrijheden zoals de vrijheden van meningsuiting, religie, vereniging of onderwijs.

Niet dat er een tegenstrijdigheid is tussen recht en moraal; het is een tegenstelling tussen enerzijds een simplistische moraal en anderzijds een moraal die wel degelijk het onderscheid kent tussen het voorwerp van een moreel debat en het voorwerp van een goede wetgeving. Er zijn vele redenen waarom we een ethiek nodig hebt die dit onderscheidt begrijpt en waardeert; in dit kort bestek kan ik slechts enkele elementen aanbrengen voor wie bereid is na te denken.

Een open samenleving respecteert een verscheidenheid aan opvattingen, ook morele opvattingen over wat in een concreet geval een fatsoenlijke dan wel onethische keuze is. Ze erkent dat moreel handelen vrijheid vereist, dat de mens eerst in vrijheid moreel kan handelen(4). Ze beseft dat er ruimte moet zijn voor twijfel in plaats van de morele zekerheid die de waarheid in pacht heeft. Ze ziet in dat het beter is om door een verscheidenheid aan preferenties toe te laten méér kansen te scheppen voor mensen dan door het opleggen van gelijke preferenties aan iedereen een collectieve verarming te organiseren.

vage rechtsnorm

In een rechtsstaat beseft men dat er een hemelsbreed verschil is tussen de morele aansprakelijkheid waarbij burgers elkaar aanspreken op hun al dan niet fatsoenlijk handelen, en de verantwoording die een burger verplicht kan worden in een juridische procedure af te leggen. Dat laatste is uitermate problematisch wanneer de rechtsnorm (verbod van onverantwoord onderscheid) uitermate vaag is en zeer subjectief kan worden ingevuld naargelang wie erover moet oordelen. 

In een op fundamentele vrijheden gegronde rechtsstaat ziet men in dat wanneer een burger gebruik maakt van zo’n fundamentele vrijheid, hij voor een onderscheid dat hij maakt tussen personen in rechte géén andere verantwoording hoeft af te leggen dan dat hij van zijn vrijheid gebruik maakt, ook al kan – en moet – hij als persoon door medeburgers moreel ter verantwoording worden geroepen. De vrijheid als dusdanig is een voldoende rechtvaardiging voor die keuze, ook al houdt die een ongelijke behandeling in. In die zin is de vrijheid om te discrimineren, d.w.z. zich niet in rechte te moeten verantwoorden voor een ongelijke behandeling, de kern van elk van die fundamentele vrijheden. 

Dat is een politieke keuze, zeker, maar het alternatief is dat die vrijheden enkel nog in naam bestaan en volledig uitgehold worden. Dat sluit niet uit dat er, anders dan in de bv. de vrijheid van meningsuiting, gradaties zijn in de economische vrijheid: de weigering iemand te bedienen in het geval van een massaproduct is, zoals de Duitse wetgever terecht heeft ingezien, van een heel andere aard (men kan dat een een negatieve keuze noemen) dan de vrijheid om te beslissen aan wie men iets geeft waarvan er maar 1 exemplaar is (een positieve keuze).

Meer kansen geven aan meer mensen vereist juist de versterking van die vrijheden, maatregelen om nieuwkomers toegang te verschaffen tot de markten, om minderheidsgroepen de mogelijkheid te geven zich op discriminerende wijze zelf te organiseren, een billijk belastingsysteem dat compenseert wie sociale risico’s draagt en wie extra verantwoordelijkheid opneemt beloont. Quota zijn daarbij in sommige gevallen een kleiner kwaad dan een discriminatieverbod dat eleutherofobie (angst voor de vrijheid) blootlegt.

En o ja, de lezer zal zelf wel de drogredenering ontdekt hebben bij Farid Zhanoun ("Een brood is geen taxichauffeur", dS 28 oktober 2014), die waar ik het heb over discriminatie tussen bakkers wegens hun politieke overtuiging, mij verwijt het over het onderscheid tussen bruin en wit brood te hebben.

(1) F. ZHANOUN, "Een boord is geen taxichauffeur", de Standaard 28 oktober 2014, http://www.standaard.be/cnt/dmf20141027_01345076.
(3) Erwin MORTIER, "Ik ga Laurette Onkelinx gelijk geven", De Morgen 27 oktober 2014, http://www.demorgen.be/binnenland/ik-ga-laurette-onkelinx-gelijk-geven-a2102600/
(4) Vgl. F.C. von SAVINY: "Das Recht dient der Sittlichkeit, aber nicht indem es ihr Gebot vollzieht, sondern indem es die freye Entfaltung ihrer, jedem einzelnen Willen innewohnenden Kraft sichert" (Das System des heutigen Römischen Rechts, I, p. 331).

Deze bijdrage verscheen licht ingekort in De Standaard 30 oktober 2014 (http://www.standaard.be/cnt/dmf20141030_01351575)
Read more...

De ene eerbetuiging is de andere niet


Matthias Storme kijkt met gemengde gevoelens terug naar de investituur van de federale regering, dat door francobelgische oprispingen een andere wending heeft gekregen dan had gemoeten. 
Investituurdebat in de Kamer. Zo heet met een geleerd woord het debat over de regeringsverklaring voor de vertrouwensstemming over een nieuwe regering. De eerste Belgische regering met de N-VA. De eerste Belgische regering waarin een Vlaams-nationale partij de sterkste partner is (al uit zich dat door de grendelgrondwet natuurlijk niet in het aantal ambten). Op dezelfde dag twee relletjes rond een persoon die in zijn jonge jaren betrokken was bij een misdadige organisatie en op latere leeftijd een respectabel politicus was. Beiden hebben zich bekeerd tot de parlementaire democratie en hun eerdere politieke methode in hun handelen afgezworen. Geen van beiden zou echt publiekelijk zijn jeugdzonden veroordeeld hebben. Je zou denken aan het woord van Mitterrand 'men verloochent zijn verleden niet, maar men verandert, en daarmee is alles gezegd'.

Het loutere trekken van de parallel zal voor de goegemeente allicht schandalig zijn, als U weet over wie het gaat: Nelson Mandela en Bob Maes. In Kortrijk vond een N-VA gemeenteraadslid het geen goed idee een plein naar Mandela te vernomen, omdat hij betrokken was bij een terroristische organisatie. In de federale vond vindt de franco-belgische oppositie het een hysterisch huilconcert waard dat Bob Maes op zijn verjaardag het privébezoek kreeg van een N-VA-minister en staatssecretaris omdat hij betrokken was bij het collaborerende VNV. Publieke verering in steen gehouwen enerzijds, een private verjaardagswens anderzijds. Je zou denken dat het eerste toch eerder betwistbaar zou moeten zijn dan het tweede, het eerste eerder te veel van het goede is dan het tweede. Bovendien lijkt het er toch wel op dat Mandela veel verregaander persoonlijk bij terreurdaden betrokken was dan Maes. Natuurlijk zijn de verdiensten voor een zekere pacificatie na zijn bekering van Mandela ook een stuk belangrijker.
Maar de echte redenen voor de wel zeer uiteenlopende maten en gewichten zijn natuurlijk andere. Gewelddaden uit een 'linkse' periode blijven je niet achtervolgen eens je het geweld verlaten hebt, zolang je ideologisch maar correct bent en blijft. 'Rechtse' ideologische opvattingen, zelfs zonder dat er geweld is gebruikt, blijven je achtervolgen, zolang je je niet tot de andere zijde hebt bekeerd. De  pseudowetenschappelijke basis wordt gelegd door auteurs die natuurlijk niet kijken naar wat een persoon werkelijk gedaan heeft maar die zich wel in allerlei bochten wringen om vreselijke opvattingen te detecteren die achter een braaf masker zouden schuilgaan.

Dat is de eerste wijze waarop twee maten en gewichten worden gehanteerd. In België komt daarbovenop nog een tweede methode, waarbij een vergelijkbaar schema wordt gebruikt om Belgische c.q. Vlaamse daden en opvattingen te beoordelen of te laten meespelen. De maat die men hanteert hangt af van de graad van nuttigheid die iemand vertoont om de franco-belgische privilegies te helpen bestendigen, of toch minstens de linkse meerderheid in franco-belgië. Wie braaf meedoet, moet zich zolang over jeudgzonden niet teveel zorgen maken. Zolang men de 'jaren dertig' (is dat niet de periode van de genocide in onder meer Oekraïene?) ziet als een onuitputtelijke bron van schuld die omgezet wordt in transferten naar een francobelgisch Danaïdenvat is er geen probleem. Maar o wee als men dat spelletje niet meespeelt. Dan vallen de echte maskers af. Onder het mom van de bestrijding van de haat wordt de haat ten volle geëtaleerd. De haat jegens de Vlamingen heeft vele gezichten, maar er is er een dat ons allen de komende jaren toch wel het meest zal bijblijven. U mag raden wie.

(Deze bijdrage verscheen in Grondvest november 2013)
Read more...

30 oktober 2014

De Franstaligen hebben het nog steeds niet begrepen (Hoegin)

Het was Benoît Lutgen die in verband met de affaire–Jambon nog eens de puntjes op de Franstalige i kwam zetten: «Er is geen enkele, maar dan ook geen enkele reden om te collaboreren». En dus moet Jan Jambon zijn klep houden, zoals dat heet, want de collaboratie «ligt gevoelig in Wallonië». Nochtans had Jan Jambon niets meer gezegd dan dat sommigen toch hun redenen (en niet: «goede» redenen) hadden om te collaboreren. De repliek «Een walgelijke vertoning» van Jaak Peeters bij de BRON kunnen we daarom alleen maar onderschrijven, maar mogen we toch even verder graven naar die Waalse gevoeligheden?

Na de schabouwelijk vertoning door PS-harpij Laurette Onkelinx in de Kamer is de conclusie duidelijk: niet alleen geldt le ridicule ne tue pas, we kunnen er nu ook aan toevoegen dat le ridicule se tue soi-même. Zou er immers in Vlaanderen nog iemand rondlopen die het mens serieus wil nemen of ermee geassocieerd zou willen worden? Misschien nog ergens bij één of andere dernier carré van de sp.a, die slechts om de veertien dagen eens uit de formaldehyde wordt gehaald, maar dat zal het dan zowat zijn.

Laten we echter niet vergeten dat het stukje theater dat Laurette Onkelinx ten beste gaf, ook niet meer dan dat was: theater. Het zijn de uitspraken van Benoît Lutgen die van groter belang zijn, omdat ze in rustig en in koele bloede gedaan werden.

Raak niet aan Franstalige gevoeligheden

Eerste luik van zijn reactie: de collaboratie ligt gevoelig in Wallonië, en dus dienen de Vlamingen in het algemeen, en Vlaamse politici in het bijzonder, zich te onthouden van uitspraken die de Franstalige dogma's over de collaboratie in vraag zouden kunnen stellen. En ze al zeker niet tegenspreken of zelfs weerleggen. Dat de collaboratie al evenzeer gevoelig ligt in Vlaanderen? Dat raakt zijn kouwe kleren natuurlijk niet. Alsof een Franstalige zich ooit ook maar iets zou moeten aantrekken van niet-Franstalige gevoeligheden, of er zich zelfs aan zou moeten storen. De suggestie alleen al!

Middenoostfronters

Tweede luik: in België bestonden er geen redenen om te collaboreren met de Duitse bezetter, en al zeker geen «goede» redenen. Dit is een opmerkelijke stelling in het licht van de tapijtbombardementen van de laatste maanden met redenen waarom IS-strijders wél naar Syrië en Irak mogen vertrekken, zonder dat we hen bij hun terugkeer zouden mogen vervolgen of zelfs nog maar met de vinger wijzen. Meer zelfs: het luttele feit alleen al dat we hen bij terugkeer wel eens zouden kunnen straffen in plaats van hen met open armen weer te ontvangen schijnt volgens sommigen al een gewettigde reden te zijn om naar Syrië te mogen vertrekken en daar wat christenen en jezidi's gratuit te gaan verkrachten en/of onthoofden. Waarom zou Benoît Lutgen het nog niet in zijn hoofd halen met dezelfde stelligheid van hierboven een gelijkaardige uitspraak te lanceren over de vele IS-strijders die vanuit België vertrekken? Daarvoor dienen we eens diep in de psyche van de Franstaligen te kijken.

Franse Beschaving en Verlichting

Een Franstalige verfranst immers niet omdat hij een doortrapte imperialist is die geen andere talen kan verdragen. Neen, hij doet dat omdat hij er nu eenmaal van overtuigd is dat Franstaligheid enerzijds en Beschaving en Verlichting anderzijds twee zijden van dezelfde –gouden– medaille zijn. Let wel: dit is niet eens een mening, maar voor hem een vaststaand feit waaraan niet getwijfeld kan worden. Er zit immers geen racisme in de stelling dat Frans superieur is aan Nederlands of ander Germaans gebrul, net zoals er ook geen racisme zit in de vaststelling dat een intelligente dolfijn een meer geavanceerde en dus hogere levensvorm is dan een simpele amoebe.

De voortdurende pogingen van de Franstaligen om het Frans in Vlaanderen ingang te doen vinden, in de hoop ooit Vlaanderen in zijn geheel te kunnen verfransen, heeft dus niets van doen met enige vorm van minachting voor het Menapisch dat in onze streken gebrald wordt, maar is een oprechte daad van liefdadigheid zodat ook wij eindelijk opgenomen zouden kunnen worden in de Franse Beschaving en Verlichting. Niet meer of niet minder. Onze afwijzing van hun goedbedoelde beschavingsopdracht houdt dan ook geen klein beetje een vernedering aan hun adres in. Wie, min of meer bij zijn verstand, wijst nu toch telkens opnieuw de Beschaving af? Zoiets zorgt uiteraard voor veel frustratie, en, inderdaad, «gevoeligheden».

Verzwarende omstandigheid?

En dus is de vraag niet of Vlaams-nationalisme een reden, laat staan een goede reden was om te collaboreren met de Duitse nazi's. Voor de Franstaligen is de vraag eerder: was Vlaams-nationalisme een verzwarende omstandigheid bij de collaboratie-misdaad, of was de collaboratie een verzwarende omstandigheid bij het Vlaams-nationalisme? Want voor hen valt het eigenlijk moeilijk uit te maken wat nu echt de ergste misdaad is: dat Vlaams-nationalisme dat de verfransing nog steeds blijft afwijzen, of collaboratie met nazi's.

En wat met het vernederende «Et pour les flamands la même chose» dan? Dat heeft natuurlijk nooit plaatsgevonden. Hoogstens was het alweer een uitnodiging om deel te nemen aan de Beschaving, en was het al behoorlijk vernederend voor de Franstalige officieren dat ze tijdens WO I überhaupt rekening dienden te houden met enkele Fransonkundige Vlamingen.

Collaboratie en… collaboratie

Het is daarbij typerend dat als men maar lang genoeg zoekt, perfect kan aantonen dat er nooit enige sprake was van een «Et pour les flamands la même chose» tijdens WO I. Vraag het maar aan Sophie de Schaepdrijver. De Standaard herinnerde er ons in dat verband op zaterdag 18 oktober aan dat gemakkelijk een gelijkaardige oefening gemaakt kan worden om aan te aantonen dat tijdens WO II geen enkele Vlaming collaboreerde omwille van enig Vlaams-nationalisme. Het waren ofwel idioten en arme sukkelaars (een kleine minderheid), ofwel doortrapte nazi's die volop dweepten met Adolf Hitler (de grote meerderheid). Maar als de citaten vermeld in het artikel “Hitler was hun held” de meest bezwarende citaten uit het boek Voor Vlaanderen, Volk en Führer waren, dan kunnen we niet zeggen dat we erg onder de indruk zijn van de bewijsvoering à charge.

Het is echter een pak veelzeggender dat een zogenaamde kwaliteitskrant die ooit nog het bekende AVV-VVK-logo op de voorpagina had prijken, zich zo gemakkelijk laat meeslepen en inschakelen in de Franse propagandamachine. Want het is gemakkelijk om achteraf vast te stellen wie de verzetshelden waren, en wie de collaborateurs, eens de uitslag van de oorlog bekend. Vraag het maar eens na in Charkiv, waar amper een paar maanden geleden nog de pro-Russische rebellen dappere verzetshelden waren, en pro-Oekraïeners vuile collaborateurs. Vandaag zijn de rollen er omgedraaid, en wil niemand er zich nog laten betrappen op enige sympathie voor Vladimir Poetin.

Wie zegt dat binnen enkele jaren ook in Vlaanderen de rollen niet omgekeerd kunnen zijn? Misschien zijn Belgische verzetshelden van vandaag, zoals bijvoorbeeld de auteur van het artikel Lieven Sioen of de auteur van het boek Aline Sax, dan wel de vuile collaborateurs met de Franstaligen? Hopelijk zullen de rechters tijdens hun proces niet al te veel in slaap vallen, en mild over hen oordelen.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

27 oktober 2014

Matthias Storme krijgt zitje in Gelijkekansencentrum

Interview door peter de Lobel verschenen in De Standaard van 27 oktober 2014, (http://www.standaard.be/cnt/dmf20141026_01343482).

Matthias Storme wordt bestuurder in het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Dezelfde Storme die ooit vóór discriminatie pleitte? Jawel. ‘Ik pleitte nooit voor het recht op discriminatie, maar wel voor de vrijheid om te discrimineren.’ Als die vrijheid er niet is, dan kunnen we ons hele rechtssysteem overboord gooien, waarschuwt hij.
Uitgerekend professor Matthias Storme (KU Leuven), de man die discrimineren als een fundamentele vrijheid ziet – uitgerekend hem – stuurt de N-VA naar de raad van bestuur van het Interfederaal Gelijkekansencentrum. Sabotage! zeggen zijn tegenstanders onomwonden. ‘Ik zie het probleem niet, hoor’, zegt Storme. ‘Het is tijd om daar de pensée unique wat te doorbreken. Du choc des idées jaillit la lumière.’
Leg eens uit hoe u het daar gaat laten botsen?
‘De wettelijke definitie van discriminatie is een ongelijke behandeling waarvoor men zich niet rechtvaardigt. Terwijl het net een fundamentele vrijheid is om niet elk gebruik van je fundamentele vrijheden te moeten rechtvaardigen. Dat neemt niet weg dat er beperkingen kunnen zijn aan die fundamentele vrijheden. Maar die beperking mag niet zijn dat je elk gebruik van die vrijheden moet rechtvaardigen. Dan kom je op zeer gespannen voet met het grondwettelijke concept van vrijheden. Dat bepaalde dingen niet gezegd mogen worden, kan dan weer wel zo’n beperking zijn. Helaas zijn veel mensen blijkbaar niet in staat om een aantal basisbegrippen te begrijpen.’
En daar lijkt u wel schik in te hebben, in wat polemiek over misbegrepen uitspraken.
‘Als ik me over elke dommigheid die er gezegd wordt, zou moeten opwinden, ik zou binnen de zes maanden overlijden aan een hartinfarct. Veel reacties zijn van een idioot simplisme, bewust of onbewust. Blijkbaar vinden veel mensen het te moeilijk om wat langer te luisteren. Terwijl ik veel van die dingen eerder al gezegd heb, onder meer in een lezing in 2005, die blijkbaar niemand de moeite vindt om...’
Toch wel. U wijst daarin op het onderscheid in discriminatie door de overheid en burgers. Die eerste groep mag dat niet, de tweede wel.
‘Dat is inderdaad een fundamenteel verschil. De overheid mag niet discrimineren en moet voor elke ongelijke behandeling een verantwoording geven, omdat de wet ook geldt voor wie er niet mee instemt. Maar met een uitbreiding naar privépersonen omdat ze in een machtspositie zouden staan, heb ik wel een probleem. Want wat is een machtspositie? Volgens het Grondwettelijk Hof gaat het om zowat elke dienstverlener of verkoper. In Duitsland bekijkt men dat anders. Daar deelt men op in Massengeschäfte(grote handelszaken, red.) die een publiek aanbod doen en persoonlijke transacties. Een onderneming of een eigenaar die honderd woningen verhuurt, valt onder die discriminatiewetgeving. Maar bij een louter persoonlijke transactie geldt dat niet. Dat is een voorbeeld dat het overwegen waard is.’
Zonder discriminatie is er ook geen zingeving, zorg en solidariteit mogelijk, zegt u. Het zijn dat soort dingen die u bedoelt als u pleit voor discriminatie.
‘Pas op, ik pleitte nooit voor het recht op discriminatie, maar voor de vrijheid om te discrimineren. Als je liefde en vriendschap moet verantwoorden, worden ze waardeloos.’
En daar is de discriminatie zelf dus gerechtvaardigd.
‘Wanneer discriminatie gerechtvaardigd is en wanneer niet, daarover kan men van mening verschillen. Maar men kan niet zeggen dat je alleen mag discrimineren als je je kan rechtvaardigen. Dat botst op de fundamentele vrijheden. Dan kan je het hele rechtssysteem overboord gooien en vervangen door die ene zin: je wordt gestraft als je iets doet wat je niet kan rechtvaardigen.’
‘Discriminatie door klanten is bijvoorbeeld door geen enkele wet verboden, zo stelt ook het Grondwettelijk Hof. En dat is zinvol. Nu is er discussie over mensen die alleen een blanke taxichauffeur zouden willen. Maar als de klant niet mag kiezen, dan mag je binnen de kortste keren ook niet meer kiezen of je je brood bij een rode of een blauwe bakker koopt.’
‘Men bekijkt discriminatie altijd onmiddellijk als iets negatiefs, terwijl, als je lang genoeg doorvraagt, je bij iedereen op dit soort discriminatie stoot. Het is de slang die in haar eigen staart bijt.’
Welke discriminatieproblemen ziet u zelf nog?
‘Er zit een contradictie in groepsdenken. Dat men discriminatie van een individu te vaak doortrekt naar een bepaalde groep waartoe dat individu behoort, is geen goede zaak. Want omgekeerd gaat zo’n individu dan uit van extra rechten omdat het tot die groep behoort.’
‘In Frankrijk heeft men bijvoorbeeld quota opgelegd over het aantal gehandicapte werknemers dat een bedrijf in dienst moet hebben. Maar, voldoe je daar als bedrijf niet aan, dan moet je een bepaald bedrag storten in een apart fonds dat ten goede komt aan de bedrijven die het wel goed doen. Dat is een zinvolle maatregel om gelijke kansen te geven op basis van een individueel nadeel.’
Read more...

18 oktober 2014

Help, meer walrussen en minder tornado's! (Hoegin)

Hebt u het ook gelezen? Sinds een paar dagen zitten er zo'n 35.000 walrussen bijeengepakt op één of ander strand in Alaska, en dat zou nog nooit voorgekomen zijn. Wie nu denkt: mooi dat er zoveel walrussen zijn, die zit er natuurlijk helemaal naast. Dit is immers een enorme ramp! Want eigenlijk hadden die walrussen op een stuk ijs moeten zitten in plaats van op een strand. En bovendien: dat er plots zoveel walrussen zijn is op zich ook al een gevolg van de globale opwarming, want zij hebben het nu te gemakkelijk om te overleven. Of hoe elk milieunieuws slecht nieuws kan zijn, als je maar wil dat het slecht nieuws is.

Alleen: in 2010 zaten er ook al eens een enorme groep walrussen samengepakt op precies hetzelfde strand. Met natuurlijk zo ongeveer dezelfde krantenkoppen en alarmerende artikels als gevolg. Het is interessant om die artikels vandaag eens opnieuw te lezen. Vooral de foto's komen zeer bekend voor.

WNF-campagne

O ja, dit bericht valt «toevallig» samen met de start van een campagne van het WNF om nog eens wat geld in te zamelen voor het verdwijnende poolijs. Let op: noordpoolijs, want de laatste jaren lijkt het ijs aan de zuidpool eerder toe te nemen dan te verdwijnen. Maar misschien is dat laatste op één of andere bizarre manier ook het gevolg van de globale opwarming.

Bovendien stond in sommige kranten het rekeningnummer van WNF plompweg onderaan het artikel vermeld. Ver hoef je dus niet te zoeken naar de «bron» van die bericht, en wie er belang heeft bij een zo groot mogelijk opgeklopt «dit is de ondergang van de wereld»-sfeertje.

Help, minder tornado's!

Wat al iets minder media-aandacht krijgt, is het feit dat het aantal tornado's in de Verenigde Staten voor de derde keer op rij afklokt op recordlaag niveau. Tornado's met uitsterven bedreigd, waarom lezen we dat nooit als pakkende krantenkop aan de ontbijttafel? Ook het aantal zware orkanen zit in een dalende lijn. Dat globale opwarming leidt tot meer extreem weer is dus blijkbaar niet van toepassing op de Verenigde Staten. Als er meer schade wordt opgemeten door extreem weer, heeft dat meer te maken met het feit dat er vandaag meer mensen zijn en er een pak meer gesofisticeerde infrastructuur te vernietigen valt dan pakweg een eeuw geleden. Of zelfs nog maar maar tien jaar geleden.

Globale opwarming foetsie

Maar bovendien, wie af en toe al eens buiten de Kwaliteitspagina's van de Grote Media (KGM) durft rond te surfen op het Internet, ontdekt al snel dat het eigenlijk niet zo goed gesteld is met de globale opwarming. Sedert 1997 is de temperatuur globaal niet gestegen. Daarom ook dat er nu in alle haast gewerkt wordt aan klimaatmodellen die een globale opwarming zouden kunnen verklaren zonder dat er ergens stijgende temperaturen gemeten worden. Met andere woorden: zelfs als de globale opwarming niet gemeten kan worden, moet en zal ze er toch zijn. Dat zulke modellen net zo goed een globale afkoeling zonder dalende temperaturen zouden verklaren, daar heeft voorlopig nog geen enkele klimatoloog bij stilgestaan.

Nieuwe ijstijd?

Dramatische oproepen dat we wel eens de laatste generatie zouden kunnen zijn die nog iets kan doen aan de globale opwarming, zouden dus wel eens op een merkwaardige manier correct kunnen zijn. Wij zijn misschien inderdaad de laatste generatie die nog wil geloven in de opgeklopte nachtmerrie van de door de mens veroorzaakte globale opwarming. De volgende generatie zou zich net zo goed opnieuw zorgen kunnen maken over een nieuwe ijstijd. Benieuwd of die nieuwe ijstijd volgens de klimatologen en de hen nakwakende media een even grote ramp zal zijn als de globale opwarming, of misschien zelfs een nog grotere. Wie zich uit de lessen geschiedenis nog iets herinnert over hoe het eraan toeging tijdens de Kleine IJstijd (vijftiende tot negentiende eeuw), overigens overvloedig gedocumenteerd in de schilderijen van Pieter Breughel de Jongere, kent alvast het correcte antwoord.

Dit artikel verscheen op 8 oktober 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

13 oktober 2014

Hoe gevaarlijk is IS? (Hoegin)

Stel je voor, je zit 's avonds rustig in je luie zetel naar TV te kijken, en er wordt plots aangebeld. Je verwacht geen bezoek meer, maar je slentert toch maar naar de voordeur om open te doen. Vijf minuten later zit je terug in de living, waar je samen met de rest van je gezin door enkele brutale kerels als een varken afgeslacht wordt terwijl ze Allahoe akbar roepen. Alles wordt netjes op video opgenomen, en een halfuurtje later staat de hele slachtpartij op YouTube. Slecht begin van nog maar eens een Die Hard-film? Mogelijk, maar ook één van de scenario's waar de Noorse veiligheidsdiensten deze zomer rekening mee hielden tijdens het terreuralarm.

Verleden week werden door de Australische politie vijftien mensen gearresteerd tijdens een anti-terreuroperatie. Het zou gaan om sympathisanten van de Islamitische Staat (IS) die concrete plannen hadden om op straat een executie –een onthoofding– uit te voeren. Opvallend is de gelijkenis met het hierboven geschetste scenario dat verleden week uitlekte in de Noorse pers: een willekeurige en zo brutaal mogelijke executie die de bevolking zoveel mogelijk schrik zou moeten aanjagen, en die op video opgenomen diende te worden om vervolgens op internet te kunnen zetten.

Rachid al-Colzadi

Ook toevallig: de politierazzia in Australië en het uitlekken van de terreurscenario's in de Noorse pers gebeurden enkele dagen nadat prof. Rik Coolsaet in DeWereldMorgen.be nog eens sussend verklaarde dat er van de IS amper gevaar zou uitgaan. In het interview met als titel «‘Westen overdrijft dreiging IS» legt de professor nog maar eens uit dat terugkerende strijders misschien wel een probleem zouden kunnen vormen, maar slechts in zeer uitzonderlijke gevallen. Een heel andere klok dus dan die Antwerps burgemeester Bart de Wever nog enkele dagen later liet horen nadat er in Den Haag twee teruggekeerde Syrië-strijders opgepakt werden met concrete plannen voor een aanslag op de Europese Commissie in Brussel.

Waarom jongeren volgens Rik Coolsaet dan naar Syrië en Irak trekken? Omdat ze «het gevoel hebben geen perspectieven meer te hebben. Anderen hebben het gevoel dat ze gediscrimineerd worden, zijn op zoek naar avontuur, voelen zich slecht in hun vel, of willen hun criminele verleden achter zich laten.» Lees: het is toch weer vooral onze schuld, en met islam heeft het allemaal weinig of niets te maken, al wil hij wel erkennen dat dat voor een minderheid toch een rol zou spelen. Waarbij hij hardnekkig blijft vasthouden aan zijn stelling van nog niet zolang geleden dat het politieke jihadisme zo goed als dood is.

Meer straathoekwerkers!

Met die stelling ligt Rik Coolsaets oplossing voor het probleem van de Syrië-strijders meteen ook voor de hand: nog maar eens een batterij straathoekwerkers en soortgenoten laten aanrukken, en vooral niet repressief optreden, want dat werkt toch maar averechts. We noteren dat de Australische eerste minister Tony Abbott, die verklaarde dat de terroristen ons haten «niet omwille van wat we doen, maar omwille van wat we zijn», er dus mijlenver naast zal zat.

Volgens Rik Coolsaet zal het dus puur toeval zijn dat in twee landen, die geografisch gezien amper verder van mekaar zouden kunnen afliggen, terroristen opduiken met opvallend gelijklopende plannen. Plannen die trouwens nog een tikkeltje brutaler en barbaarser zijn dan wat oud-IS-strijder Mehdi Nemmouche al eens in het Joods Museum in Brussel voordeed, en wat die twee Haagse jihadi's dus van plan waren. Want laten we het maar zeggen zoals het is: de Europese Commissie mag dan wel in Brussel gevestigd zijn, voor de modale Vlaming ligt dat mentaal even ver van zijn bed als een enkele dolgedraaide terroristen in Australië.

Hou de bevolking dom

Volgens de krant De Tijd werden de laatste maanden trouwens meerdere aanslagen op Belgische bodem verhinderd, maar werd die informatie achtergehouden «om de bevolking niet bang te maken». Opvallend: ook in Noorwegen werden de concrete scenario's achtergehouden om precies dezelfde reden. Ziedaar de tweespan die de bevolking dom en dus rustig probeert te houden: enerzijds interviews met sussende professoren als een Rik Coolsaet in de «serieuze» media die de droom van de multikul en de vreedzame islam levende willen houden, en anderzijds politie- en veiligheidsdiensten die de staalharde bewijzen van het tegendeel stilhouden «om de bevolking niet bang te maken». Over doctorerende senatoren die «islamofobie» bij wet strafbaar zouden willen maken hebben we het dan nog niet eens gehad.

Islamitische Staat ≠ Al Qaida

Laten we misschien beter eens ons oor te luisteren leggen bij Stratfor, dat anderhalve maand geleden een interessante bespreking van de verschillen en de gelijkenissen tussen IS en Al Qaida publiceerde. Zij stellen dat de bedreiging van IS voor de Westerse wereld in de media inderdaad overdreven wordt, maar wel om een heel andere reden dan de propaganda van Rik Coolsaet. Naar Syrië reizen, en er dan in groep de grote jan uithangen met een wapen dat je daar in de handen gestopt werd om er weerloze dorpelingen te terroriseren vergt inderdaad niet veel intelligentie. We zouden durven stellen: integendeel zelfs. De beelden met de beruchte «Aboe Dinges» die maar wat in het wilde weg rondschoot tonen dat trouwens aan. Vandaar is het een grote stap om op je eentje of in een kleine groep een aanslag te plannen in het Westen, inclusief het verwerven van de juiste wapens en springstoffen en de nodige discrete verkenningen van het doel, en dan tegelijk onder de radar van politie en justitie te blijven.

Uit internationaal onderzoek zou blijken dat ongeveer één op negen ex-jihadisten eens terug in het Westen op termijn een aanslag plant, en dus gevaarlijk is. Dat zijn er meer dan genoeg om alle ex-IS-strijders bijzonder goed in het oog te houden. Voor zover we ze überhaupt nog op ons grondgebied willen toelaten. Maar de vraag is ook: hoeveel van hen waren al gevaarlijk vóór ze naar Syrië of Afghanistan vertrokken? Het gevaar van IS gaat immers niet uit van het domme kanonnenvlees dat het massaal rekruteert, wel de kans tot netwerking die het biedt aan elementen die reeds vóór hun vertrek gevaarlijk waren. Het is twijfelachtig of een dozijn extra straathoekwerkers in de straten van Antwerpen en Vilvoorde ons tegen hen zal kunnen beschermen.

Dit artikel verscheen op 24 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

11 oktober 2014

Wanneer geeft Bruno Hollande er de brui aan? (Hoegin)

Bruno Tobback en François Hollande, twee socialisten die zich hardnekkig vastklampen aan hun postje. Beiden zetten het ene laagterecord na het andere neer in de opiniepeilingen, en zelfs binnen hun eigen partij willen steeds minder mensen met hen geassocieerd worden. Wat bezielt hen om te blijven zitten, in plaats van liever vandaag nog dan morgen de handdoek in de ring te smijten?

Men vergeet het nogal gemakkelijk, maar eigenlijk maakte François Hollande geen kans om zelfs nog maar kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2012 te worden. Zijn ex-vrouw Ségolène Royal likte nog haar wonden na haar nederlaag tegen Nicolas Sarkozy in 2007. Dé gedoodverfde kandidaat van de PS was echter Dominique Strauss-Kahn, toen nog voorzitter van het IMF. De man was zo populair, zowel in de pers, in de partij als bij de Franse kiezers, dat zijn verkiezing eigenlijk amper nog een formaliteit was. En toen barstte het schandaal los…

Un président normal

Het zwakke punt van François Hollande was dat hij nogal saai was. Maar in de beste judotraditie gebruikte hij zijn zwakke punt als een sterkte. De Franse kiezers waren de sterallures van Nicolas Sarkozy moe, en dus zou er eindelijk «een normale president» («un président normal») komen met François Hollande. Stel je voor: geen geflirt meer met rijkelui, of gedoe met filmsterren in het holst van de nacht. Alleen nog nuchtere politiek en een degelijk socialistisch beleid. Voor de mensen, je weet wel. Bij links kon het geluk niet op, en de hoerastemming was in de «kwaliteits»-media duidelijk voelbaar.

Maar dat was toen. Vandaag wil niemand nog geassocieerd worden met François Hollande. Zelfs de voortrekkers van de TSS-campagne (Tous Sauf Sarkozy) drukken vandaag hun spijt uit dat ze toen voor François Hollande gestemd hebben. In de peilingen zit de Franse president op een absoluut dieptepunt. Met als ultieme vernedering voor een socialist: een peiling in Le Figaro, uitgevoerd door TNS Sofres, die aangaf dat hij in 2017 niet eens de tweede ronde zou halen. En haalt hij die tóch, dan verliest hij gegarandeerd van Marine Le Pen. Zelfs al zou hij tegen een hond met een hoed op verliezen, dan nog zou dat een minder affront zijn dan in de tweede ronde te sneuvelen tegenover iemand van het FN.

Prins Charles-syndroom van de sp.a

Over naar Bruno Tobback. Zijn positie als sp.a-voorzitter was al lang vóór 25 mei behoorlijk omstreden, maar na nog maar eens een nieuwe verkiezingsnederlaag werd de roep om zijn ontslag steeds luider. Bruno Tobback doet echter of zijn neus bloedt. In 2011 werd hij nog verkozen met een monsterscore van 96,6% tijdens een partijcongres in Nieuwpoort. Zou hij zich vandaag kandidaat stellen om zichzelf op te volgen, dan valt een uitslag van 96,6% tegen niet uit te sluiten.

Waarom Bruno Tobback niet aftreedt? Volgens hemzelf omdat nieuwe voorzittersverkiezingen uitschrijven geen sinecure is bij de sp.a, maar een logge procedure waarbij vele stationnetjes doorlopen dienen te worden. Bij Groen en Vlaams Belang gaat dat blijkbaar een heel pak vlotter, waardoor de sp.a met een soort prins Charles-syndroom achterblijft. Want ja, als het bij die twee partijen wel kan, waarom dan niet bij de sp.a?

2011: Sp.a-voorzitter neemt ontslag na verkiezingsnederlaag

Geen journalist ook die Bruno Tobback durft tegen te spreken. Of weten ze niet beter? Wat in 2014 blijkbaar niet kan, kon in 2011, toen Bruno Tobback zélf verkozen werd, immers wel. Inderdaad: Caroline Gennez bood op 28 juni 2011 haar ontslag aan, na, alweer een verkiezingsnederlaag voor de partij. Minder dan drie maanden later, op 18 september, was Bruno Tobback reeds verkozen als de nieuwe voorzitter van de partij. Dat er ondertussen parallel ook federale regeringsonderhandelingen gevoerd dienden te worden was toen trouwens geen beletsel. Met dit verschil: de sp.a zat toen wél mee aan de onderhandelingstafel, deze keer niet. Het blijft verbazen dat tot nog toe niemand Bruno Tobback heeft willen confronteren met de snelle manier waarop hijzelf in 2011 sp.a-voorzitter werd.

Hopen op beterschap

Waarom blijven de twee heren vasthouden aan hun postje? Het antwoord is eenvoudig: zij hopen beiden op beterschap, zodat zij hun gezicht toch nog enigszins zouden kunnen redden. Dat zij zelf voor die beterschap zouden kunnen zorgen, is waarschijnlijk een hoop die zij allang niet meer koesteren. François Hollande heeft van de Franse economie een potje gemaakt, en de weinige maatregelen die hij genomen heeft, zoals de fetisj van de rijkeluistaks, hebben de zaken alleen maar erger gemaakt. Bruno Tobback wijt de recente verkiezingsnederlaag aan de slechte «conjunctuur» die socialistische partijen in Europa overal treft, maar dat is nog geen verklaring waarom uitgerekend de sp.a het slechtst van allemaal scoort.

Bruno Tobback heeft eigenlijk maar één externe factor die hem kan redden: een federale centrum-rechtse regering. Als die er snel komt, en erin slaagt om snel één of andere maatregel te nemen waartegen de (socialistische) vakbonden massaal kunnen mobiliseren, dan zou hij zich op de valreep alsnog kunnen opwerpen als sterke oppositieleider. Ook een snelle desintegratie van die centrum-rechtse regering, of als de onderhandelingen toch nog strop zouden lopen op een regeling voor ARCO of de verdeling van de postjes, kunnen hem helpen zijn vel te redden. Maar verder zit er voor Bruno Tobback eigenlijk niet veel meer in dan zijn voorzitterschap verder uit te spartelen, en hopen dat hij niet al te smadelijk het toneel zal moeten verlaten.

Gevangen in een gouden kooi

François Hollande zit echter gevangen in een gouden kooi in het Élysée. Dat de economie snel weer zou aantrekken is onwaarschijnlijk. Er moet al een nationale ramp gebeuren of een oorlog uitbreken opdat hij zich zou kunnen opwerpen als een vader des vaderlands die Frankrijk in moeilijke tijden bijeen kan houden. Maar in tegenstelling tot Bruno Tobback is aftreden voor hem geen optie: het zou alleen maar een rechtse president aan de macht brengen. En dat dan zelfs nog maar in het beste geval. Zijn regering naar huis sturen? Dat heeft hij al eens gedaan, met als voornaamste gevolg dat de tot voor kort enigszins populaire Manuel Valls nu ook in de problemen zit. Het Franse parlement naar huis sturen? Dan zit hij straks misschien wel met een rechtse regering geplaagd, ook al geen prettig vooruitzicht.

François Hollande zal zijn presidentschap dus gewoon moeten uitzweten. Misschien kan hij zich troosten met de gedachte dat het niet veel slechter meer kan gaan—voor zover hij dat gisteren ook al niet deed. En anders kan hij Bruno Tobback altijd nog op het Élysée uitnodigen voor een therapeutisch gesprek.

Dit artikel verscheen op 17 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , ,

Read more...

20 september 2014

De nuttige idioot in een marginaal partijtje (Hoegin)

Drie verkiezingsoverwinningen op rij, de nu ex-Groen-voorzitter in spe Wouter van Besien is geen klein beetje fier op de puike resultaten die hij in de voorbije vijf jaar behaalde. Alleen, zijn die scores van 8,5% (Kamer) en 8,7% (Vlaams Parlement) in tijden van globale opwarming, scheurtjes in kerncentrales en financiële crisissen dan werkelijk zo'n fenomenale resultaten voor een links-ecologische partij als Groen? En heeft Groen vandaag eigenlijk nog wel iets te betekenen in de Vlaamse of Belgische politiek?

Wouter van Besien werd voorzitter van Groen op 25 oktober 2009. Een half jaar eerder, op 7 juni 2009, haalde de partij 6,8% van de stemmen voor het Vlaams Parlement, en 7,9% voor het Europees Parlement. Een half jaar later, op 13 juni 2010, zit de partij aan 7,1% van de stemmen voor de federale Kamer. Katsjing, eerste verkiezingsoverwinning binnen, rekent Wouter van Besien. Want ja, vergeleken met de verkiezingen van 2007 gaat de partij bijna een hele procent vooruit: van 6,3% naar 7,1%.

Verkiezingsoverwinningen van een halve procent

Diezelfde dag haalde Groen 6,3% voor de Senaat. Niet echt denderend vergeleken met de 6,8% van een jaar eerder, maar opnieuw: in de rekenkunde van Wouter van Besien is ook dit een verkiezingsoverwinning. Inderdaad, op 10 juni 2007 zat de partij voor de Senaat slechts aan 5,9% van de stemmen, en is ze dus bijna een halve procent vooruitgegaan. Of hoe hoogspringen voor Wouter van Besien vooral de kunst is om de vorige lat zo laag mogelijk gelegd te krijgen.

De tweede verkiezingsoverwinning volgt in 2012, bij de provincieraadsverkiezingen. Groen haalt 8,1% van de stemmen, één procentje vooruit vergeleken met 2010 dus. Of als we alleen verkiezingen op dezelfde niveaus mogen vergelijken, slechts een half procentje vooruit, want op 8 oktober 2006 zat Groen al aan 7,6% van de stemmen.

Tien procent

Derde verkiezingsoverwinning: 25 mei 2014. Groen haalt 8,5% van de stemmen voor de Kamer, bijna anderhalve procent vooruit vergeleken met 2010. Voor het Vlaams Parlement haalt de partij 8,7%, bijna twee procent vooruit. Voor het Europees Parlement stijgt de partij zelfs boven de magische grens van de tien procent uit: 10,6%, zelfs bijna drie procent vooruit vergeleken met 2009. Maar niet genoeg voor een tweede Europese zetel, en dus maakt die drie procent al bij al niet veel uit, behalve voor het zelfvertrouwen.

Strikt genomen klopt het dus dat Groen onder Wouter van Besien drie verkiezingsoverwinningen op rij heeft geboekt. Maar zoomen we even uit, dan valt de vooruitgang toch maar magertjes uit: van 7 juni 2009 naar 25 mei 2014 ging de partij uiteindelijk niet meer dan anderhalve procent vooruit. Let wel: dit is een gouden anderhalve procent, want daarmee raakt de partij veilig uit de buurt van de kiesdrempel, en met een verdubbeling van het aantal mandatarissen als resultaat.

Ongerealiseerd potentieel

Maar is een resultaat van acht tot negen procent zo'n schitterend resultaat voor een links-ecologische partij? Met de globale opwarming die zich meer en meer laat voelen (nou ja, als het eens niet regent), Fukushima en scheurtjes in Doel en Tihange, en daar bovenop de gevolgen van een globale financiële crisis, zou je toch denken dat er voor een partij als Groen veel meer zou kunnen inzitten. De enige verkiezingsoverwinning die naam waardig –die van 25 mei 2014 dus– viel trouwens samen met een historisch lage score voor directe concurrent sp.a. Sta ons toe dat zelfs van die ene verkiezingsoverwinning onze mond niet helemaal tot op de grond openvalt.

Uit Brusselse Regering verdreven

Blijft nog dat Wouter van Besien dankzij de vooruitgang het aantal mandatarissen sterk wist uit te breiden. Alleen, wat koop je daarmee? Regeringsmacht? Sommige commentatoren wijzen erop dat Groen in een behoorlijk aantal gemeenten mee in het bestuur zit. Maar op regionaal en federaal vlak staat daar toch een zeer negatieve balans tegenover.

In Brussel zat Groen in de vorige bestuursperiode nog in de Hoofdstedelijk Regering. Niet onmiddellijk met de zwaarste portefeuille, want Bruno de Lille was niet eens minister, maar slechts staatssecretaris. Deze keer werd voor zover we weten zelfs nog niet ernstig overwogen Groen bij de regeringsvorming te betrekken.

Marginaliteit

Ook op Vlaams of federaal niveau kwam Groen er deze keer niet bij te pas, behalve dan voor enkele obligate beleefdheidsgesprekjes. Vóór de verkiezingen droomde Wouter van Besien nog luidop van een regenboogcoalitie van CD&V, sp.a en Groen. Vandaag heeft niemand het daar nog over, zelfs niet als niet alleen een centrum-rechts maar ook een tripartite niet mogelijk zou blijken.

Het heet dat Wouter van Besien Groen omgevormd heeft van een wereldvreemde betweterige geitenwollensokkenfietsbakpartij naar een professionele partij waarmee te regeren valt, maar veel uiterlijke tekenen zien wij daar toch niet van. De kans dat Groen morgen toch in een Vlaamse of federale regering terecht komt is kleiner dan dat Elio di Rupo spontaan de Vlaamse Leeuw zou beginnen zingen in vlekkeloos Nederlands.

Het zal voor Groen trouwens boksen worden om de komende vijf jaar nog in beeld te komen naast de sp.a. Groen heeft altijd op veel sympathie kunnen rekenen in de bevriende pers (buiten 't Pallieterke heeft ze geen andere), maar met een sp.a in zware nood zou het wel eens kunnen dat die sympathie even op een lager pitje gezet zal worden.

En dat Groen geen partij van milieudogma's en linkse fetisjen meer zou zijn? Spreek gewoon nog maar het woordje «kernenergie» uit in de buurt van een Kristof Calvo, en elke vorm van rationele discussie wordt ogenblikkelijk volkomen onmogelijk.

Nuttige idioot

Heeft Wouter van Besien dan niets verwezenlijkt? Toch wel. Als nuttige idioot in dienst van la Belgique zorgde hij ervoor dat er aan Vlaamse zijde toch een meerderheid gevonden kon worden om de zesde staatshervorming goed te keuren. Daarmee redde hij het hachje van Elio di Rupo, want zo konden de CD&V-snoeshanen Eric van Rompuy, Servais Verherstraeten en Wouter Beke snoeven dat ze hun verkiezingsbeloften gehouden hadden en Brussel-Halle-Vilvoorde «eindelijk» «gesplitst» hadden. In ruil bekwam Groen echter… niets. Zelfs geen ecotaksje. Behalve dan dat Wouter van Besien straks –uiterst terecht– wellicht tot Belgisch Minister van Staat zal benoemd worden. We gunnen het hem van harte.

Dit artikel verscheen op 3 september 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten