28 juni 2016

Boekbespreking: Nieuw-Rechts voor de praktijk


(Doorbraak, 24 juni 2016)

Nadat ik in 1992 onverwacht uitgenodigd was om de redactie van het Nieuw-Rechtse tijdschrift TeKoS te vervoegen, vroeg ik me af waar ik nu in terecht gekomen was.  Het was allemaal erg retro, met nieuwheidenen wier Indo-Europese theorievorming in het interbellum was blijven steken, traditionalisten die met de Franse islambekeerling René Guénon uit het interbellum dweepten, historici met hyperfocus op oorlog en repressie, en vooral een algemene fascinatie met de mij tot dan onbekende Conservatieve Revolutie, een gedachtenstroming uit de Weimar-republiek. En die situeerde zich, wat dacht u, in het interbellum. Artikels over dat onderwerp kreeg ik met veel moeite doorgeploegd, of ze bleven ongelezen. (Uit die stal heb ik uiteindelijk alleen het Reisetagebuch eines Philosophen van graaf Hermann Keyserling gelezen, dat hoofdzakelijk over Aziatische beschavingen handelt.)

Wat mij dan toch met dat milieu kon verzoenen, was, behalve de onmiskenbare toewijding van de redactieleden aan de conservatieve zaak, de originele invalshoek op ecologie door de zopas van ons heengegane Guy De Maertelaere, en de lucide commentaren op hedendaagse politieke kwesties vanuit Nieuw-Rechtse hoek. Zo signaleer ik de duidelijke pro-Europese opstelling van de redactie, destijds vanzelfsprekend maar vandaag een strijdpunt.


Nieuw Rechts

De Nouvelle Droite is een in Frankrijk ontstane stroming (°1968) rond Alain de Benoist, die ideologisch dieper wou gaan dan de in de politiek actieve rechtse stromingen. Ze werd beschreven als een “gramscisme van rechts”: zoals de Italiaanse communist Antonio Gramsci rond 1930 het standpunt ontwikkelde dat een politieke revolutie maar kan mits de verwerving van de culturele hegemonie (door naoorlogs links met succes in de praktijk gebracht, zonder in een politieke revolutie uit te monden maar wel in “bizarre en schadelijke sociale experimenten”, p.13), zo stond de Nouvelle Droite een herovering van de cultuursfeer voor. Ze heeft echter politiek nooit enige potten gebroken en is in eigen land ook op het intellectuele forum marginaal gebleven; de beoogde herinname van het culturele domein werd een totale mislukking. Vandaag is de bejaarde duizendpoot de Benoist, door zijn vroegere medestanders verlaten, denkmeester van enkele interessante tijdschriften, maar verder dan lezenswaardige duiding reikt zijn invloed niet.

De eerste generatie van de Nouvelle Droite deed baanbrekend denkwerk, haar tweede ging van debat over in ruzies en splitsingen en loste op in irrelevantie, maar haar kleinkinderen blijken nu een verrassende opmars te doen. In het voormalige Sovjet-blok heeft zij reeds enkele triomfen geoogst. In de heel verschillende omstandigheden van West-Europa, met zijn agressief opdringend multiculturalisme, blijkt zij nu toch door te breken.

Een jaar of wat geleden deed het boek Avondland en Identiteit van Sid Lukkassen (Aspekt, Soesterberg 2015) veel stof opwaaien. Het maakt de diagnose van de overheersende ideologie, het cultuurmarxisme, of wat zichzelf de “kritische theorie” noemt, ontsproten aan de Frankfurter Schule. Verder trok het de aandacht met zijn uitgebreide ontleding van de effecten van deze culturele revolutie op de geslachtsrollen en de relaatsiemarkt. Dat leidde ertoe dat TeKoS twee heel verschillende besprekingen publiceerde, waarbij de vrouwelijke recensente heel wat mannelijke subjectiviteit in Lukkassens verhaal ontwaarde. Maar allen waren het eens over zijn uitstekende diagnose van, en weerstand tegen, het cultuurmarxisme. Hij dacht parallel met de Nouvelle Droite hoewel hij er zich niet uitdrukkelijk op beriep.

Zopas kreeg ik ter bespreking de Nederlandse vertaling aangeboden van het boekje van de Zweedse oppositieleider Daniel Friberg: De Terugkeer van Echt Rechts. Een Handboek voor de Echte Oppositie (Arktos, London 2016). In zijn geval is het Nieuw-Rechtse gedachtengoed ontdekt en relevant geworden vanuit de praktijk, een heel andere setting dan de Parijse salons. Zweden was schijnbaar de slechtste plaats ter wereld voor een tegenbeweging tegen de opdringende multiculturele staatsideologie. Voor de beginnende Zweedse Democraten was het jarenlang een harde strijd. Hun enige kracht was de zekerheid dat zij gelijk hadden, dat zij een terugkeer naar de normaliteit nastreefden tegen de tegennatuurlijke utopieën van de almachtige cultuurmarxisten in.

In 2005 kwam een kleine groep hoogstudenten in Göteborg bijeen om Nieuw-Rechtse denkers te lezen: “Deze artikels openden onze ogen voor dit nieuwe intellectuele arsenaal van rechts”, in het bijzonder voor de “metapolitiek van rechts”. (p.10) Dat leidde tot de oprichting van de Nieuw-Rechtse denktank Motpol op 10 juli 2006. Eerst skeptisch bejegend door links en door “oud, impotent rechts”, groeide het uit tot een gerespecteerd netwerk dat in heel Zweden seminaries organiseert en een degelijk online magazine uitgeeft. Friburg geeft blijk van groot vertrouwen in de toekomst en hij beschrijft de “dalende relevantie” (p.43) van links, waarvan hij de nakende ondergang voorspelt.


Programma

Enkele concrete blikvangers uit Fribergs ideologische zelfprofilering. Tegen de grootmachten “is een verenigd, onafhankelijk Europa noodzakelijk” met “een gemeenschappelijk buitenlands beleid, een verenigd leger en een gemeenschappelijke wil om Europa’s belangen globaal te verdedigen”. (p.14) In beperkte zin, enkel op deze terreinen, wil hij “Imperium Europa, of een Europese federatie”. (p.25) Nationaal-populistische partijen als de PVV of het Front National zijn nogal eens tegen de Europese eenmaking in een overreactie tegen de antidemocratische en totalitaire uitspattingen van de EU.

In de buitenlandse politiek beveelt hij zelfbeheersing en omzichtigheid aan. Europa heeft een militaire poot nodig om geloofwaardig in het machtspolitieke spel te kunnen meespelen, maar niet om zich naar Amerikaans voorbeeld met andermans conflicten te moeien. Hij verzet zich tegen “de fanatieke oorlogsstokers die, terwijl ze clichés uitgalmen over mensenrechten en democratie, miljoenen mensen doden over heel de wereld en tegelijkertijd dezelfde retoriek gebruiken om massa-immigratie vanuit de Derde Wereld naar Europa aan te moedigen.” (p.28)

Gehard door de praktijk, geeft Friberg raad voor de omgang met extreemlinkse haatgroepen zoals Searchlight en het Southern Poverty Law Center, op kleinere schaal vertaalbaar als ons Anti-Fascistisch Front. Die komt erop neer dat je hen niet méér belang moet geven dan ze verdienen, namelijk hoe langer hoe minder. Weiger elke medewerking wanneer ze je belasteren (“geen commentaar”), en maai de grond onder hun voeten weg door alternatieve netwerken en media uit te bouwen. Vóór het internet een democratisch circuit schiep, konden zij beschikken over de officiële media met hun monopolie, wier partijdigheid en leugens je machteloos moest ondergaan. Vandaag leven we in een nieuwe wereld waarin de greep van het cultuurmarxisme op het eerste gezicht machtiger is dan ooit, maar in feite steeds meer terrein moet prijsgeven.  

Maar is er dan geen waakzaamheid (de zich protsering antifa’s noemende fichenbaktijgers heten ook “watchdogs”) nodig tegen het geweldpotentieel van rechts? Niet bij deze stroming: “Politiek geweld, hetzij georganiseerd of door individuen, kan geen enkele positieve rol spelen in de wedergeboorte van Europa. (…) Revolutionaire praatjes brengen enkel de mentaal onstabielen in beroering om gewelddaden te plegen die immoreel zijn en geen enkel tactisch nut hebben. We moeten deze daden overlaten aan extreemlinks en radicale islamisten, voor wie ze een tweede natuur zijn. (…) Onze methode is, nogmaals, de metapolitieke methode – de maatschappij geleidelijk veranderen in een richting die gunstig is voor onszelf, en belangrijker, voor de maatschappij in het algemeen.” (p.30-31)

Metapolitiek is diametraal tegengesteld aan de spontaneïstisch-gewelddadige methode van Anders Breivik, die we met een variatie op Lenin de “de extreemrechtse stroming, de kinderziekte van het antimulticulturalisme” kunnen noemen. In zijn Manifest zegt Breivik zelf dat hij vroeger lid was van de Noorse immigratiekritische Vooruitgangspartij, maar dat hij niet meer in de binnenparlementaire werking gelooft en nu hoopt dat zijn misdaden zoveel mogelijk schade zullen toebrengen aan zijn vroegere vrienden. En inderdaad, de media hebben de Vooruitgangspartij volop in “schuld door associatie” ondergedompeld, wat haar tijdelijk heeft doen achteruitgaan, zoals beoogd. Breivik-Antifa, zelfde strijd! 

Een praktische raad betreft het domein dat Lukkassen al ruim verkend had: de uitdagingen van de betrekking tussen de geslachten en de paarvorming. “Mannen en vrouwen hebben in het moderne Westen niets om trots op te zijn.” (p.45) Wanneer de Nouvelle Droite destijds het gelijkheidsdenken als probleem bij uitstek aanwees, verdacht ik haar ervan een bedekt pleidooi voor uitbuiting en dergelijke ongelijkheid te houden; maar het problematische van het gelijkheidsideaal wordt veel duidelijker wanneer je de schade ziet die het aan de geslachtsrelaties toegebracht heeft. Van quota om vrouwen in mannenberoepen binnen te loodsen beleefden we een crescendo naar “‘genderstudies’, een belachelijke wetenschap met als enige doel, de genderrollen af [te] breken”. Hij raadt de jongeren aan, niet te veel in het zoeken naar en beleven van relaatsies te investeren, tenzij dan om iets duurzaams uit te bouwen en uiteindelijk een gezin te stichten. Dat is minder stoer en opzichtig dan stereotiepe rechtse rakkers wensen, maar des te opbouwender voor het Europa van de toekomst.



Identiteit

Vertaler van het werk is Jens De Rycke. Uitgever John Morgan wijst in zijn voorwoord op het revolutionaire karakter van Echt Rechts, vooral ook in zijn oorspronkelijke betekenis: terugdraaien naar de begintoestand. Hij definieert die stroming als “niet conservatief in de normale betekenis van het woord, aangezien [ze] niet de hedendaagse Europese beschaving tracht te behouden (…) maar de waarden en idealen te hernieuwen die voor de komst van het liberalisme als natuurlijk beschouwd werden.” (p.ix) In een tweede voorwoord prijst Joakim Andersen, redacteur van Motpol, nog eens de verdiensten van de auteur. Het boekje besluit met een verklaring van de relevante politieke termen en een nawoord.

Voor de goede orde herhaal ik even dat voor mijzelf de “identiteit” geen voorwerp van politieke actie kan zijn: identiteit is er gewoon en zorgt wel voor zichzelf. Zij is de toevallige resultante van het samenspel van die krachten waar het werkelijk om gaat. Wanneer de Kerk haar traditionele waarden verdedigde, was dat vanuit een geloof in haar eigen boodschap en in de humani generis unitas (eenheid van de menselijke soort), niet vanuit enige zorg om identiteit. Toen de Action Française de Kerk voor de kar van haar Franse identiteitsproject wilde spannen, deed de Kerk haar in de ban. Op dat ene punt ben ik geneigd, de erfenis van de godsdienst van mijn jeugd trouw te blijven.

Zodus, ik identificeer (c’est le cas de le dire) mij niet met de “identitaire” stroming die in dit boek aan het woord is. Ik neem het de multiculturalisten echter kwalijk dat zij het belang van identiteit enorm opgeblazen hebben juist door hun kruistocht ertegen. En ik herken een bondgenoot wanneer ik er een zie: Friberg is een strijder tegen het cultuurmarxistische kwaad, die in die strijd volop zijn morele en intellectuele kwaliteiten heeft kunnen scherpen en bewijzen.

Labels: , , , , , ,

Read more...

25 juni 2016

Brexit onwards: a vision for a new European project


On 23 June 2016 the British people voted in favor to leave the European Union with a minor majority (51.9% in favor) despite a large voter turnout (72%) [BBC, Results in full 24/06/2016]. There is a clear distinction in voting between Northern Ireland, Scotland and the remainder of the United Kingdom (Wales and England). It would seem the more ‘Protestant’ regions of Northern Ireland voted in favor of leaving the EU, whilst more ‘Catholic’ regions voted in the opposite direction. In Scotland a clear vote in favor of remaining in the EU (62%) is visible and is oddly enough already forming the basis for a renewed call for a referendum for Scottish independence. For a population anxious to regain its own proper sovereignty boasting its capability for independence based on oil revenue and its own smart they are quite willing to turn over their sought sovereignty back over to the Eurocrats in Brussels.

Unbelievably, just before the referendum took place threats were issued about economic loss, loss of access to the European market and such. Whilst a Brexit has repercussions on EU member states as well. Nobody can accurately predict the effect of the Brexit for the United Kingdom, nor for the European Union. Already European politicians are stating that the ‘European Union’ has issues with selling itself to the public, problems with proving its positive effects…this is exactly why the EU has launched several communication campaigns in the past decade. The European Union has a severe legitimacy issue due to its democratic deficit, which clearly Eurocrats and Eurofederalist do not wish to understand.  A renewed European project is necessary as it can bring advantages and improve our lives, however it must have legitimacy.


A prelude to the liberation of Europe, anew?

The British European referendum was clearly a battle on matters of sovereignty and current institutional evolution of the European Union (towards a more federal entity). One could perhaps go as far as say that a new Battle of Britain was won, not in the skies above the United Kingdom but in its voting stations against a European Continental foe, the mainly German dominated French-German European Union axis supported by the Brussels Eurocrats. The question rises wether this ‘victory’ is a prelude for a new course in history as was the Battle of Britain back in 1940.

Will the Brexit lead to a change in the European Union, whereby dissent (resistance) will force the EU’s undemocratic hand towards a more democratic solution? For those that cannot or will not understand, I quote Margaret Tatcher: ‘Our choice is clear. Either we exercise democratic control of Europe through cooperation between national governments and parliaments which have legititmacy, experience and closeness to the people. Or we transfer decisions to a remote multilingual parliament, accountable to no real European public opinion and thus increasingly subordinate to a powerful bureaucracy’ (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*).

The new ‘Blitz’ has already started with the Jean-Claude Junckers (President European Commission/ The Guardian, 24/06/2016) demanding a swift and fast ‘fait accompli’ of the Brexit. As expected European Federalist guru Guy Verhofstadt (ALDE) already admitted that the current European Union doesn’t work, mainly because of the cumbersome decision process involving 28 member states… he doesn’t advocate a ‘superstate’ but his proposition for a 12 member ‘government’ with a European Coast and border guard as well as a defence community does sound much like his beloved United States of Europe (HLN, 19/06/2016).

It is time again for the allies of the United Kingdom to stand up for a new liberation of the Europe, side by side in rank and file, against the Eurocrats and their ‘Blitz’ as Brexit punishment. As historic allies, Flanders should be at the forefront to keep an open trade route between the United Kingdom and the European Union, and seek continued deep relations despite the Brexit. Fear has struck the Eurocrats which leads them to charge forward, yet again. Fear of a ripple effect amongst member states with a growing number of dissent towards the European Union. The momentum has been set, it is time a different European project. A new Winston Churchill is needed to lead the way, whom else than Boris Johnson could this currently be?

The (s)urge for a new European project.

During a recent trip to London I discovered and bought a very interesting book ‘Continental Drift. Britain and Europe from the End of Empire to the Rise of Euroscepticism’ written by Benjamin Grob-Fitzgibbon (2016,*). Most students who receive university courses on the history of the European Union will learn that it all started with the  European Coal and Steel Community (ECSC) established in 1951. Yet, rarely any of them shall have been taught anything about the immediate postwar period and the scramble for a renewed Europe leaving behind the rubbles of the second world war and facing  the communist threat as the Cold War resurfaced. Grob-Fitzgibbon’s book sheds an important light on this period and more importantly on the role of the United Kingdom in relation the France and Germany.

A long story short. A need arose for a new continental system whereby warring Germany and France could be controlled so as to not renew their hostilities and yet face the rising (and imminent) Communist threat emerging from post-war Soviet Union. The United Kingdom as well as Winston Churchill were in favor of a European system of cooperation, including a defence community, whereby the United Kingdom would retain its sovereignty (and empire) without being fully engorged into a federalist or even confederalist European system. The United Kingdom sought to accommodate both France and Germany, despite huge post-war French reticence and revanchism towards Germany. The Benelux was desperate for a British commitment and support. However, the United Kingdom was muscled out (if not betrayed) by France which suddenly raced for the ECSC with Benelux aid with a clear agenda to ‘dominate’ Germany. What started as the ECSC had grown in the European Union, founded and refounded as we know today (Maastricht treaty, Treaty of Lisbon). 

The French-German axis is the dominant European continental political drive within the European Union, with a slightly more dominant position taken by Germany. The clearest and most recent proof thereof is Angela Merkel’s unilateral ‘wir schaffen das’ asylum crisis in the wake of the Syrian Civil War. A crisis which the Eurocrats have failed to control going as far as to sell itself out to the Turkish President Tayyip Erodogan who sees himself as a neo-Ottoman Sultan. Whilst Eastern Europe remains politically too weak in Brussels. Time has proven there is no popular nor democratic support for the open flood gates policy unleashed by Angela Merkel nor the shabby EU policy. 

A new European institute does remain a necessity - preferably with the United Kingdom, but that clearly doesn’t mean it needs to be the European Union.
  •  A common European Defence in the form of a renewed (as initially thought of) European Defence Community integrated in the North Atlantic Treaty Organisation (NATO) remains a necessity due to the resurgence of an ‘neo-Tsarist’ Russia and ‘Neo-Ottoman’ Turkey as well as the ongoing political changes (and conflicts) in the Islamic world [Maghreb, Mashreq] .
  • The common European market holds the value of standardization but can be replaced by a Free Trade Association such as EFTA. The Eurocrats can be replaced by representatives of member states that seek mutual benefits and cooperation amongst sovereign member-states on issues such as innovation & technology; economic development; education; labor…without the diktats from Brussels but with bilateral or multilateral agreements.
At heart the new European project must be a democratic one. 'Real progress comes not from more bureaucracy, but from the values and institutions of government by consent, through ministers seen to be accountable. These things are in tune with the instincts of the people. They are part of the heritage we have built up over the centuries.’ Margaret Tatcher (Benjamin Grob-Fitzgibbon, 2016: 462pp.*). Modern technology doesnt really need Eurocrats creating diktats in their own world to be unleashed onto the European member-states, this can be done under supervision of accountable ministers duly elected and truely accountable.

Whomever thought the basic principle of democratic Nation-States is dead, guess again. It is alive and has matured, without the burden of imperialism nor racial theory. For me personally, more than ever does John Stuart Mill’s ‘On Liberty’ hold truth and value. The Nation-State is the political entity built on a community that through democracy offers the establishment of true liberty. A European Union defaults on this by definition, an intergovernmental or confederal European project does not.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

22 juni 2016

Ook bij ons: de Culturele Revolutie


 
(Doorbraak, 25 mei 2016)
 

 

Bij de gemuilkorfde herdenking van 50 jaar Culturele Revolutie in China, en de erkenning door de Chinese overheid dat dit een vergissing was, merkte ik op dat ook hier de denkmeesters en uitvoerders van de Culturele Revolutie best hun fout zouden toegeven. Een vriend heeft mij uitgedaagd om de term "culturele revolutie" voor het betrekkelijk vredige Westen te rechtvaardigen: hier is toch geen Laogai (Goelag, kampennetwerk), Pol Pot of ander ergs te melden?

Welnu, het gaat naar mijn eigen zeggen niet om een gewelddadige, wel om een "culturele" revolutie. En op het vlak van "cultuur" in de brede zin heeft zich zeker een revolutie voltrokken. Op sommige terreinen zelfs meer dan één: van versmachtend-katholieke "zedenadel" naar naaktcultuur en omniseksualisering, en weer terug naar hoofddoekjes en gescheiden zwemmen.

In China begon de Culturele Revolutie met de georganiseerde kritiek van leerlingen op hun leerkrachten, en ook hier is het het onderwijs dat een doorslaggevend toneel van de revolutie geweest is. Alleen al qua onderwijsstructuur, lesprogramma  en gezagsverhoudingen mogen we het zo noemen. En dan hebben we het niet eens over nieuwlichterijen als het afgedwongen zwijgen over de holocaust of de evolutieleer. Revolutionair is alleen al de overweging dat we geen feiten mogen behandelen die iemands gevoelens zouden kunnen kwetsen.

Sla De Standaard open en vergelijk met vijftig jaar geleden: ooit flamingantisch en katholiek, verdeelt zij vandaag haar kolommen tussen belgicistische stemmingmakerij, gender-propaganda en islam-witwassing. Dat gender-vertoog illustreert aardig hoe zeer wij met een revolutie te maken hebben. Na het feminisme en de normalisering van de holebi's braken de geopereerde transgenders door (dat thema heeft al de heropvoedingssoap Thuis bereikt), en nu zitten we al een stadium verder: de erkenning van "de man die zich vrouw voelt" als vrouw, ook zonder operatieve “transitie”.

Dan is er de taal: heel wat dat je vijftig jaar geleden zonder gewetensproblemen in een brief of artikel zou gezet hebben, is vandaag controversieel en “fout”. Dat gaat over meer dan begrijpelijke sociolinguistische verschuivingen, zoals het Hollandse gebruik van mannelijke voornaamwoorden voor vrouwelijke woorden (“de koe: hij geeft melk”) door Vlaamse snobs, die het juiste Vlaamse gebruik zelf “fout” durven noemen. Het gaat wel over de veroordeling van examens Nederlands waarbij de vereiste van kennis van het Nederlands als “racistisch” afgewezen wordt.

Vooral het feminisme heeft zijn agenda hier opgedrongen. Bij de uitdrukking “de man die zich vrouw voelt” veronderstelt mijn ouderwetse taalgevoel ook het omgekeerde geval, want zoals de spraakkundigen zeggen: "Het mannelijke omhelst het vrouwelijke". Maar sedert de aanhef van Paulus’ brieven, adelphoi, “broeders”, vertaald wordt als “zusters en broeders”, is de druk toegenomen om hier minstens "en vice-versa" aan toe te voegen, of nog vaker een langdradige herhaling van dezelfde uitdrukking maar dan omgekeerd.

De niet-geopereerde transgender moet nu verplicht toegang krijgen tot de toiletten van het andere geslacht, wat natuurlijk de basis van de bekende man/vrouw-bordjes ondergraaft. Daarom stellen de zogenaamd christendemocratische en een zogenaamd conservatieve partij “gender-neutrale” toiletten voor. Ach, wellicht heeft iemand daarom gevraagd en beantwoordt het wel aan een behoefte, ik ga over deze "revolutie" echt geen slaap laten. Maar wie had het zich vijftig jaar geleden kunnen voorstellen?

En het gaat steeds verder. Vandaag gaat de New-Yorkse overheid reeds de firma’s bestraffen die de taalnieuwlichterijen van transgender-militanten weigeren over te nemen. Of er, als normale mensen, niet eens aan denken. Soon coming to a country near you: gebruik geslachtsneutrale voornaamwoorden, zoals het Amerikaanse “ze” and “hir”. Tevens moet een man die zich vrouw voelt, als “mevrouw” aangesproken worden; en omgekeerd.

Het geslacht wordt dus niet langer bepaald door objectieve feiten van lichaamsbouw of genetica, maar door subjectieve gevoelens. Idem voor “racisme”: bepalend is niet wat de vermeende racist objectief doet, wel wat volgens het zich zo noemende slachtoffer het subjectieve gevoel is dat het daaraan beweert over te houden. Bijvoorbeeld: objectief verwijst Zwarte Piet naar het doden- of geestenheir of naar de “groene man” in Indo-Europese mythologieën, veel ouder dan de eerste waarneming van een neger, en ook gebruikelijk in landen die met kolonisatie of slavenhandel geen ervaring hebben; maar subjectief klagen neo-racisten over een “verheerlijking van de negerslavernij”.

Deze verschuiving van objectief naar subjectief mag echt een revolutie genoemd worden. Zij is ook heel analoog aan de beschuldigingspraktijken uit de Culturele Revolutie in China. Een gezagsfiguur die van “heimelijke bourgeoisgewoonten”, van “samenzwering tegen het proletariaat” of van “voor de CIA werken” beschuldigd werd, had voor zijn verdediging niets aan de harde feiten. Reeds Lenin veroordeelde de “bourgeois-objectiviteit”, maar zelfs hij had zich niet voorgesteld welke vormen die demonisering in een recenter verleden zou aannemen.

Om in China en bij de politiek wenselijke voornaamwoorden te eindigen: het Chinees kent al duizenden jaren een geslachtsneutraal voornaamwoord, ta. Aan het woord kan, en aan het bijbehorende karakter kon, je niet zien welk geslacht er bedoeld werd of wordt. (Het woord voor “mens”/ren is er trouwens ook niet identiek aan, noch afgeleid van, het woord voor “man”/nan.) Juist onder westerse invloed is men het karakter gaan differentiëren door een deel van het karakter bij vrouwelijk gebruik te wijzigen. Ta met een vrouw-radicaal () betekent vandaag “zij”, met een mens-radicaal (ren) “hij”, duidend op hetzij een man, hetzij iemand van onbepaald geslacht. Want ook daar “omhelst het mannelijke het vrouwelijke”. Revolutie is in dit geval: een terugkeer naar hoe het voor de moderne tijd altijd geweest is.

Terugkeer naar hoe het altijd geweest is: dat moet inderdaad het einddoel van alle revoluties zijn.

Labels: , , , , ,

Read more...

8 juni 2016

Het neoracisme


 

 (Doorbraak, 5 juni 2016)

 

In "De bende van Annemie" (1 juni 2016, Radio 1) noemde presentatrice Annemie Peeters het een "probleem" dat de meeste festivalgangers "blank" zijn. Voeg er maar aan toe dat ook in musea, in de bibliotheek, in de opera en op natuurverkenningen de autochtonen, doorgaans blank, "oververtegenwoordigd" zijn. De anderen oefenen hun recht uit om zich niet voor onze cultuur en natuur te interesseren. Herinner u hoe het bestuur van het Lake District de geleide wandelingen afschafte omdat praktisch alleen autochtonen kwamen opdagen, en voor hen troostte het zich die moeite niet.

 

Omdat ik een fan van Annemie ben, zal ik aannemen dat ze het niet besefte, maar dat was een loepzuiver voorbeeld van racisme. Het herleidt individuen tot vertegenwoordigers van hun ras, en het hecht een bepaalde waardering aan de niets ter zake doende raciale samenstelling van een gebeuren met vrije toegang voor iedereen. Er is wel een verschil met de hoogtijdagen van het onverbloemde racisme: vandaag tooit het onderhavige soort racisme zich met de naam "antiracisme". Die nieuwe vorm van racisme zullen we voorlopig onderscheiden middels de term "neoracisme".

 

Maar ze deed meer dan voor een nietsvermoedend publiek het probleemkarakter van een raciaal statistisch gegeven onthullen. Ze wou dat probleem van te veel blanken ook "opgelost" zien. Endlösung der Weissenfrage in Europa!

 

Er zijn zo al genoeg niet-raciale problemen. De islam, bijvoorbeeld, is een kleurloze levensbeschouwing die mensen van elk ras (zeker ook problematische blanken) aansteekt. Hij vormt werkelijk een "probleem" voor wie om levensbeschouwelijke vrijheden en vrouwenrechten geeft. Daarentegen heeft een onevenredigheid in het ras (tiens, was dat niet "vermeend ras"?) van festivalgangers, zowel in de ene als in de andere richting, volstrekt geen belang. Alleen racisten willen er een probleem van maken.

 

Ideeën hebben gevolgen. De kanker van het neoracisme, die de maatschappij in verschillende gemeenschappen met een eigen plaats in de hiërarchie van slachtofferschap en voorrechten verdeelt, zal ons nog veel schade berokkenen. Zoals antiracisten ons altijd voorgehouden hebben, is de loutere overtuiging van een verdeling van mensen in wenselijke en problematische groepen de beginvoorwaarde voor de daadwerkelijke achterstelling tot zelfs genocide van één van die groepen. Zelf zou ik het hoofd koel houden, maar antiracisten voorspellen hierbij altijd de ergst mogelijke afloop, en rechtvaardigen zo hun extreme "waakzaamheid" tegen elk "racistisch" idee. Welaan dan, écrasez le néoracisme!

Sorry, lieve Annemie, dat ik in je schalks bedoelde uitstapje in de muziekwereld een uiting van een sinistere en snel veld winnende ideologie herken. Een volgende keer zal ik mijn pijlen op de meesterdenkers van het neoracisme richten. Maar het neoracisme is nu eenmaal niet onschuldig. Het verziekt de atmosfeer met afgunst en rechtvaardigingen voor rassenstrijd. Het legt de kiemen voor een burgeroorlog. In een variatie op Ronald Reagans stelling over de Sovjet-Unie, mogen we zeggen: neoracism is the focus of evil in the postmodern world.

Labels: ,

Read more...

22 mei 2016

Rechtzetting over de bevrijding van de slaven


 
 

De Tweede Wereldoorlog en de poging om die te voorkomen met het verdrag van München worden regelmatig gebruikt als rechtvaardiging om oorlogen te beginnen. Madeleine Albright, zelf afkomstig uit Tsjechië, dat na München als eerste gebied door nazi-Duitsland ingelijfd werd, haalde deze geschiedenis er voortdurend bij om de Amerikaanse interventies in Joegoslavië en Irak te verantwoorden. Je hoeft een Saddam Hoessein of een Slobodan Milosevic maar “de nieuwe Adolf Hitler” te noemen om een oorlog tegen hen te mogen beginnen. Tegenstanders van die oorlog beschuldig je gewoon van “de geest van München”. Eindigde de Eerste Wereldoorlog met een opflakkering van pacifisme (“Nooit meer oorlog”), uit de Tweede Wereldoorlog trok men de omgekeerde les: “Nooit meer vrede ten koste van ernstige vrijheidsschendingen.” Althans wanneer een gewapend ingrijpen haalbaar en winstgevend leek, want Jozef Stalin of Pol Pot zijn er nooit door verontrust.

 

 

Nationalisme

 

Er is nog een historisch conflict dat als een goede en noodzakelijke oorlog bejubeld wordt: de Amerikaanse Burgeroorlog van 1861-65. Daarin dwongen de Noordelijke Staten de afgescheurde Zuidelijke Staten terug in de Unie, en schafte president Abraham Lincoln de negerslavernij af. De "emancipator of the slaves" is daarom tegenwoordig erg geliefd, zie bijvoorbeeld het lied “Abie baby” uit de rock-opera Hair. Hij is inmiddels één van de iconen van het Bestel geworden, en dat wettigt een skeptische nadere blik.

 

Het doel van Lincoln’s Burgeroorlog was alvast niet de door velen gewenste afschaffing van de slavernij, wel het herstellen van de politieke eenheid van de Verenigde Staten. Het was immers het hoogtij van het nationalisme. In 1776 waren die VS onafhankelijk geworden (overigens elke staat op zich), maar niet als belichaming van een lang onderdrukte aparte natie, wel als Engelsen die zich tegenover de mede-Engelsen in het moederland gediscrimineerd voelden. Toch bezong hij die onafhankelijkheid in nationalistische termen. Tegen de grondwet in, ontzegde hij de Zuidelijke Staten het recht om uit de Unie te treden, het recht dat de oorspronkelijke 13 staten in 1776 tegenover het moederland hadden uitgeoefend.

 

De nationalistische uitbouw van een nieuwe grootmacht was Lincoln wel een oorlogje waard, naar het model van de eerdere veroveringsoorlog tegen Mexico. Bovendien slaagde hij erin, het eerste schot door de Zuidelijken te laten lossen, namelijk nadat hij weigerde om de legerbasis Fort Sumter, die niet langer binnen zijn Unie lag, te ontruimen. Nochtans hebben verdedigers van Lincoln ongelijk als zij beweren dat “de anderen begonnen zijn” en Lincoln tot de oorlog gedwongen was. Ten eerste schiep hij de casus belli door de soevereiniteit van de Zuidelijke Staten te miskennen, en ten tweede was hij al voor Fort Sumter vastbesloten om hen binnen de Unie te houden, goedschiks of kwaadschiks. Over de slavernij wilde hij het desnoods op een akkoordje gooien met de afscheurende slavenstaten, mits die maar in de Unie bleven of er opnieuw toe zouden toetreden. De afschaffing van de slavernij werd door hem wel gewenst, maar was binnen de oorlog slechts een strategische zet, en betrof aanvankelijk alleen de afgescheurde staten.

 

 

Abolitionisme

 

Een oorlog was voor die afschaffing niet nodig. In de koloniale rijken was de slavernij al afgeschaft, te beginnen bij het Deense, nog in de 18de eeuw. Het Franse maakte een valse start door onder de Revolutionairen de slavernij af te schaffen, maar ze onder Napoleon tijdelijk weer in te voeren. Het abolitionistische getij werd echter onstuitbaar wanneer het Britse rijk, onder impuls van William Wilberforce, eerst de slavenhandel en vervolgens de slavernij zelf verbood.

 

Wilberforce is de échte “emancipator of the slaves”, en riep daarvoor een eigentijdse lezing van een vaag-christelijk mensbeeld in. Tegenstanders daarbij waren de meeste slaveneigenaars, die zich op de overduidelijke letter van de Bijbel (zowel Oud als Nieuw Testament) beriepen; en minder bekend, ook een aantal gezantschappen van West-Afrikaanse stammen die zich van hun belangrijkste inkomstenbron beroofd zagen. Want slavenhalen was niet: vrije mensen vangen (zoals het in Alex Haley’s roman Roots voorgesteld wordt), wat voor kleine groepen Arabieren en later ook Europeanen in onbekend terrein te midden van een enorme inheemse meerderheid ondoenbaar geweest zou zijn; wel slaven kopen van inheemse stamhoofden die het vuile karwei van slaafneming al opgeknapt hadden. Slavernij maakte de Europeanen allerminst tot uitzondering; haar vrijwillige afschaffing wel.

 

Ook buiten de kolonies deemsterde de slavernij snel weg. Zelfs het Mogol- en Ottomaanse rijk zouden ze onder Britse druk afschaffen. Rusland maakte onder invloed van het abolitionisme een einde aan de lijfeigenschap. Slavernij bestond in 1861 praktisch alleen nog in Brazilië en de Afrikaans-Arabische zone. Daar zou onder meer Léopold II ze weldra afschaffen, en er net als Lincoln een oorlog voor over hebben (que vive l'émancipateur des esclaves!). Ook in de Zuidelijke Staten was ze, net als in Brazilië, gedoemd om op korte termijn te verdwijnen.

 

 

Verheerlijking

 

Maar, zeggen de verheerlijkers van Lincoln dan, je zou de slaven niet in de ogen durven kijken als je hen tot nog eens tien of twintig jaar slavernij zou veroordelen, in plaats van hen via een oorlog onmiddellijk te bevrijden. Echt? Leven naast en met totalitaire staten werd toch ook een hele Koude Oorlog lang volgehouden. En zouden die verheerlijkers dan de nabestaanden van de talloze dodelijke slachtoffers van de burgeroorlog (een 750.000 mensen, 2% van de Amerikaanse bevolking) in de ogen durven kijken, wetend dat hun dood eigenlijk onnodig was?    

 

Een ander argument pro Lincoln is al evenzeer een projectie van latere bekommernissen op de tijd van de Burgeroorlog: als de VS geen supermacht geworden waren, wie had dan de Kaiser moeten verslaan, en Hitler? Met zulke “wat als?”-scenario’s kom je niet ver, maar goed. In dat geval hadden de Europese grootmachten, zodra zij oorlogsmoe werden, wel een vredesverdrag gesloten. Bovendien zou dat evenwichtiger geweest zijn dan de “Vrede” van Versailles, die zelf de hoofdoorzaak van het nationaal-socialistisch revanchisme werd. Dus ach, ook dan zou het leven verder gegaan zijn. Met een gefragmenteerde ruimte in Noord-Amerika valt evengoed te leven als met een grootmacht die zichzelf als “the necessary nation” bewierookt. Voor nationalisten is dat jammer, maar zelf vind ik het best kunnen.

 

De toejuichingen voor Lincoln zijn dan ook misplaatst. Men kan evengoed Lyndon Johnson toejuichen, die in Viëtnam voor een als nobel opgevatte zaak ging vechten, namelijk het redden van miljoenen Viëtnamezen uit de klauwen van de totalitair-communistische “slavernij”. Of George Bush, die de dictator en massamoordenaar Saddam Hoessein ging onttronen, de vermeende "liberator of the oppressed Iraqi's". Of Nicolas Sarkozy en Barack Obama, die de Libiërs zogezegd gingen beschermen tegen de dictator Moammar al-Qadhafi. In elk van deze gevallen, inbegrepen de Burgeroorlog, was oorlog niet de beste oplossing. Give peace a chance!

 

 

Manyiema

Een toemaatje. Belgen zullen wellicht geïntrigeerd zijn door de vermelding, in deze context, van Léopold II. Als Vlaamsvoelend republikein heb ik vooral leedvermaak om de wereldwijd zeer slechte reputatie van de grootste der Belgische vorsten. Maar omdat ik ooit ook getraind ben in de historische methode, frons ik wel de wenkbrauwen bij de “genocide” waarvan hij beticht wordt, met “meer dan 10 miljoen doden”. Deze algemeen aanvaarde doch verregaand fantaisistische cijfers zijn tienvoudig overdreven en komen uit de Britse propaganda, die zelf voortkwam uit de Britse begeerte naar de enorme grondstofvoorraden die in Kongo gevonden waren. Bovendien was Léopold niet zo gek, de arbeidskrachten die hij nodig had om die grondstoffen te ontginnen, te gaan uitroeien. Dus, genocidair? Nee, maar feitelijk wel massadoder als “zijdelingse schade” van zijn geforceerde exploitatie, te vergelijken met Mao Zedong’s veel grotere dodentol bij de Grote Sprong Voorwaarts.

 

Bij Lincoln was het doden een stuk moedwilliger. Maar goed, wat ook zijn beweegredenen waren, het resultaat was dat hij terloops ook de slaven in de Zuidelijke Staten bevrijdde. Iets analoogs gold echter ook voor Léopold II. Hij was van meet af verplicht, door de afspraken met abolitionisten bij de toekenning van de Vrijstaat aan hem, om de slavernij af te schaffen. En zo geschiedde: behalve een verklaring op papier liet hij zijn legertje een veldtocht tegen de Arabische slavendrijvers beginnen, die met de overwinning bekroond werd (Manyiema 1894). Kortom: net als Lincoln heeft hij een bloedig palmares gecombineerd met de afschaffing van de slavernij. Beiden zijn echt geen figuren voor de zwart/wit-moraalsprookjes die tegenwoordig rond hen geweven worden.

 

Labels: , , , ,

Read more...

“Islamofobie” tot norm verheven?


 

 

 

In de polemiek rond de institutionele openstelling van het katholieke scholennet voor de islam door nethoofd Lieven Boeve, beweerde DM-hoofdredacteur Bart Eeckhout (4 mei 2016):

"In deze tijden waarin islamkritiek de norm en islamofobie gemeengoed is geworden, is met een open geest een andere godsdienst proberen te begrijpen inderdaad al moedig." Zou het?

 

“Een andere godsdienst begrijpen” vergt in normale omstandigheden geen moed, wel "een open geest". Maar als er nu één godsdienst is die dit nooit gedaan heeft, ook niet in de basistekst waar al zijn gelovigen bij zweren, dan is het wel de islam. "Neem niet de christenen en joden als vrienden", zegt de Koran uitdrukkelijk. En ook nu is er geen teken van dat de islam dat zinnens zou zijn.

 

 

“Hij heeft niet verwekt”

 

Eerst dus een intermezzo over de verhouding van moslims tot christenen. De toenadering van ons katholiek onderwijs tot de islam laat een zekere wederkerige openheid van de islam jegens het christendom vermoeden, een bereidheid om als gelijken samen te leven. Daar zou goed nieuws zijn, maar zich daarop verheugen is voorbarig.

 

De houding van de islam tegenover de christenen blijkt dagelijks in het Midden-Oosten, in slachtingen en slaafnemingen, en is geworteld in een theologisch dispuut. Dat wordt samengevat in het Koranvers dat tijdens de Kruisvaarten als antichristelijke strijdkreet gebruikt werd, en dat een Brussels-Marokkaanse erehaag bij de uitvaart (1996) van Loubna Benaïssa, een slachtoffer van Patrick Derochette (uit de omgeving van Marc Dutroux), scandeerde: “Lam jalid wa lam joelad”, “Hij is niet verwekt en heeft niet verwekt”, d.w.z. God heeft noch vader noch zoon. Het ontkent het definiërende dogma van het christendom, namelijk dat Christus de Eniggeboren Zoon Gods was.

 

In dit geval ben ik het trouwens eens met de Koran: niets wijst erop dat de omstreden prediker Jezus een uitzonderlijke relatie tot het Opperwezen had, en dat hij meer dan andere mensen het statuut van Gods zoon of incarnatie had. Religies zijn verdomd goed in het aan de kaak stellen van irrationele praktijken of geloofspunten, althans die in ándere religies. Echt vreemde religies als taoïsme of hindoeïsme hebben geen notie van Christus, maar de islam heeft die wel, en dan een uitdrukkelijk negatieve.

 

In zijn beginjaren had de zogenaamde profeet een iets positiever beeld van de christenen, en ook van de joden, omdat hij van hen steun verwachtte voor zijn geloof in het monotheïsme en in het profeetschap, een bijbelse instelling. Daardoor zijn sommige geloofspunten in de islam geïntegreerd, vnl. de maagdelijke geboorte en de wederkomst in de eindtijd, maar niet de verrijzenis en het zoonschap. Dat zoonschap, of die incarnatieleer, was zelfs heidens bij uitstek. Hij associeert namelijk een schepsel, Jezus, met de Schepper, en dat beantwoordt helemaal aan de islamitische definitie van Sjirk, “associatie” ofte afgoderij.

 

Maar de erfmonotheïsten waren sceptisch tegenover zijn aanspraken, want zijn kennis van de Bijbel bleek gebrekkig, en het kon niet zijn dat God bij monde van Zijn profeten van gedacht veranderd was. Vervolgens werd hij een felle vijand van joden en christenen, en hij verordende zelfs een expeditie tegen de christelijke Byzantijnen, die voorlopig mislukte. Uiteindelijk kregen de joden en christenen (in tegenstelling met de in Arabië veel talrijker “afgodendienaars”) het voorrecht om hun religie te behouden, mits emigratie uit Arabië, inachtneming van 22 vernederende geboden, en betaling van een gedoogbelasting.

 

Die regeling gold later ook in het Moorse Spanje. Zij wordt als een “model van verdraagzaamheid” voorgesteld. Volgens die logica kan je ook het Apartheidsstelsel als een na te volgen model van verdraagzaamheid voorstellen: de zwarten werden er niet uitgemoord noch zelfs tot slaaf gemaakt. Toch gebruiken schurken aangaande al-Andaloes de omschrijving “model van verdraagzaamheid”, en nemen kerstekinderen die uitdrukking in alle ernst over. Die mythe behoort nu tot de multiculturele consensus.

 

De Spaanse Reyes Católicos dachten er anders over, maar dat waren katholieken van de oude stempel: vol zelfrespect, en die hun land van de islamitische bezetting wilden bevrijden. Dat vinden de kopstukken van het katholiek onderwijs, die hun scholennet voor de islam willen openstellen, een ouderwetse vorm van “islamofobie”.

 

 

Ontluikende islamkritiek

Nu terzake: bestaat er inderdaad een verschuiving (het zou welbeschouwd zelfs een revolutie zijn) naar de aanvaarding en zelfs officialisering van de islamkritiek? De hoofdredacteur van DM, Bart Eeckhout, beweert dat “islamkritiek de norm en islamofobie gemeengoed is geworden”. Hij leeft blijkbaar op een andere planeet dan wij.

Er zijn inderdaad enkele niet-betalende internetmedia die vrij baan geven aan islamkritiek. Die bestonden vroeger niet, en ook nu zou hun stem onhoorbaar zijn ware er niet die nieuwe, democratiserende technologie. Letterknechten van de gevestigde media laten niet na, op die nieuwe media, die hun informatiemonopolie doorbreken, te schimpen.

Er zijn ook enkele linkse tenoren die de witwasconsensus tegenover de islam doorbreken. In Frankrijk en Duitsland hebben vooraanstaande intellectuelen dat gedaan (Finkielkraut, Houellebecq, Zemmour, Debray, Onfray; Sloterdijk, Safranski), maar stuk voor stuk zijn zij door de linkse instituties uitgescholden en hebben zij voor hun vermetelheid enigermate moeten boeten: gedesinviteerd, afspraken voor publicaties, tv-presentaties of interviews afgezegd, e.d. Finkielkraut is tijdens een bezoek aan de bezette Place de la République door “Nuit Debout”-betogers beschimpt en weggejaagd. In ieder geval heeft hun standpunt nieuwswaarde omdat het als tegendraads geldt. Zij zijn wel uit het opgelegde keurslijf gebroken, maar zij hebben het niet vernietigd, integendeel.

Enkele hoofden die boven het maaiveld komen piepen, verhinderen niet dat de grote massa culturo’s en achtenzestigers de islam uit de wind blijft zetten. De kudde conformisten blijft bij elkaar zekerheid vinden en de ontsnappers uitschelden en straffen. Een blok van trouwe bittereinders blijft de ogen sluiten en tegen realisten de karwats hanteren.

Bij ons hebben we een Luckas Van der Taelen, die wat kritische geluiden laat horen omdat hij in Brussel gewoon niet meer naast het islamprobleem kan kijken; maar hij heeft van Groen dan ook geen verkiesbare plaats meer gekregen. De partij is met de SP.a in een wedijver om de allochtone stem verwikkeld, dus een islamcriticus op de lijst zou als een rode lap op een stier inwerken. En afgezien van de electorale berekening zijn de meeste Roden en Groenen ook oprecht overtuigd van de onschuld van de islam. Verder hebben we een Etienne Vermeersch of een Maarten Boudry, wier rationele argumentatie tegen de islam eerder dwingend is; en die wordt dus vooral genegeerd. Idem voor voormalig SP.a-ideoloog Mark Elchardus en zijn Hollandse evenknie Paul Scheffer, die in het integratiebeleid voor realisme pleiten en afstand nemen van de multiculturele droom (als veteranen van het Bestel hebben zij wel meer toegang tot de media dan bv. een Wim Van Rooy). Herman Brusselmans heeft, bij eerbiediging van driekwart van de islamconsensus, toch wat kritiek geuit, en ook hij heeft zijn achterban niet meegekregen.Die zit nog bij zijn hekelaar Tom Lanoye, waakhond van de linkse consensus.

 

 

Meelopers

Als de ene tenor na de andere van de consensus blijft los geraken, zal er een kantelmoment komen waarop ook de kudde het opgeeft om zich voor de islam in mentale acrobatieën te wringen. Maar zo ver is het beslist nog niet. Enkele objectieve criteria geven daarover uitsluitsel.

De waarheid berust in dit geval bij de meelopers. Zij hebben een fijne neus voor welk standpunt overheersend is, en richten zich daarnaar. Wanneer een idee in de mode is, gaan opportunistische en weinig ideologische politici dat idee overnemen. Bijvoorbeeld: Agalev/Groen wees in het begin de tegenstelling tussen links en rechts af als zijnde “door nieuwe tegenstelling voorbijgestreefd”, terwijl het de Vlaams/Belgische tegenstelling wou “dedramatiseren”. Maar juist omdat de groene beweging zo weinig politiek was, werd zij snel aangestoken door eender welke ideeën die er nu eenmaal in de lucht hingen. Doordat het socialisme, in België ook anti-flamingantisch, de meningensfeer domineerde, werd de partij spoedig rabiaat links en belgicistisch.

Sterker, zelfs politici van de tegenpartij zullen enigermate in de heersende ideologie meegezogen worden. Zoals ook conservatieve politici in de jaren ’70 zeiden: “We’re all socialists now.”

Welnu, er zijn geen neutrale of pro-islamitische figuren die zich omwille van de heersende opiniewind islamkritisch opstellen. Weliswaar is de massa door de aanslagen en het niet aflatende slechte nieuws over de islam zeer skeptisch geworden, maar bij de elite van beleidvoerders en opinieherders is het nog steeds de goede toon om de islam wit te wassen. Zelfs politici wier beleid objectief tegen moslimbelangen ingaat (bv. Theo Francken die de mosliminvasie toch wat tempert), voelen zich nog steeds genoopt om de lof van de islam te zingen. Jan Jambon als spreekwoordelijk “rechtse zak” en haatfiguur voor de multiculturele linkerzijde, zegt openlijk dat islamkritiek wel de slechtst denkbare reactie op het islamgeweld is.   

Sterker nog, volstrekt alle politici die het initiatief genomen hebben tot bombardementen op of invasies in moslimlanden, en die het bloed van vele duizenden concrete moslims (“monsters, not Muslims”) aan de handen hebben kleven, hebben de islam de hemel in geprezen en de voor de hand liggende kritiek op de islam weersproken. Geen woord islamkritiek is ooit over hun lippen gekomen.  

Ook de media, die regelmatig weer eens tegen hun zin moeten berichten dat een bekende intellectueel van een beetje islamkritiek bevallen is, blijven zelf de islam verwoed tegen alle kritiek afschermen. Na de aanslagen in Brussel had hun berichtgeving wekenlang één doel: de schade voor de islam beperken. Het bontst maakten zij het bij de aanslagen op Charlie Hebdo: hier was het doelwit onomwonden de islamkritiek, de “belediging van de Profeet” (en niet de cartoonisten als zodanig, of de journalisten als zodanig, zoals Björn Soenens van de VRT-nieuwsdienst het trachtte voor te stellen). De slachtoffergroep, namelijk de islamcritici, werd echter strikt uit alle studio’s geweerd. Daar werd wel een witwasplatform geboden aan de dadergroep, namelijk de islamitische gemeenschap. Die zweert in haar geheel bij de Profeet, die zelf de doodstraf voor islamkritiek verordend en toegepast heeft. Geen enkele interviewer heeft ook maar één van hen horen (of proberen te doen) zeggen, dat “Mohammed ongelijk had”, dat we “in deze de Profeet niét moeten volgen”.

De media zwoeren de facto samen met de terroristen tegen dezelfde vijand, namelijk de islamcritici. De terroristen deden dat met moordwapens, de media met dooddoeners.

De kampioenen van de meeloperij, namelijk de resterende post-conciliaire katholieken, zijn ook in de uitverkoop aan de islam de recordhouders. Terwijl in het Midden-Oosten christenen uitgemoord of tot slaaf gemaakt worden, weet de paus niet beter dan de islam te verheerlijken, op een manier die ontwikkelde mensen “irrationeel” zullen noemen, en rechtzinnige katholieken “ketters”. Hij koos ervoor om moslims de voeten te wassen (hen daardoor met Christus gelijkstellend, inderdaad “ketters”, en op zijn best lachwekkend), en hen als bevoorrechte “vluchteling”-gasten voor het Vaticaan te selecteren, met achterlating van christelijke echte vluchtelingen.

Terwijl de islam grootschalig geweld pleegt tegen jezidi’s en christenen in het Midden-Oosten, en tegen anonieme reizigers en pendelaars hier in Brussel, wordt hij langs alle kanalen beloond. Beeld je in dat de rolverdeling omgekeerd ware geweest.

 

 

Beaat

Wel half juist is de titel boven Eeckhouts hoofdartikel: "In de nieuwe contrareformatie zijn christenen en moslims bondgenoten". Dat geldt voor de lichtzinnige progressieven in de Kerk, die nu even toegewijd zijn aan het schouderklopje van de media als vroeger aan de kerkelijke dogma’s. Wat er in hun wereldbeeld nog aan christendom overblijft, hoopt de secularisering dan toch nog te bedwingen en zelf weer relevant te worden in het zog van de opmarcherende islam. Dat er problematische kanten aan de islam zijn, willen deze beate geesten niet zien.

Dat heeft met hun betrekkelijk bevoorrechte positie te maken, die tot hoogmoed geleid heeft.  Zij menen het zich te kunnen veroorloven, hun verklaarde vijand als belichaming van de multiculturele idealen op een voetstuk te zetten. In hun koloniaal wereldbeeld zijn die moslims als ja-knikkende spaarnegertjes zonder eigen agenda. Zij kunnen dienen als projectiescherm voor de goedheid van onze “christenen voor het multiculturalisme”, zonder dat zij zelf ooit iets betekenisvols zullen doen. Dat de moslims echt wel meer willen dan dankbaar van de katholieke goedheid te profiteren, namelijk zelf de overheersende religie worden, schijnt binnen hun beperkte mentale horizon niet op te komen.

Zoals andere progressieven hebben zij niet echt de moslims in het vizier, maar voeren zij vooral een strijd om de morele hoogten tegen een andere niet-moslimse groep, namelijk de onderklasse die niet in een positie is om zich aan de gevolgen van de multiculturele dwaasheden te onttrekken. Zij vinden het zo heerlijk, zich met hun grenzeloze liefdadigheid ten koste van derden superieur te kunnen voelen aan het “islamofobe” proletariaat, dat zij de eigen plannen van de islam niet zien. In hun quasi-koloniaal eurocentrisme weigeren zij de “agency”, het eigen daderschap en de eigen agenda van de moslimgemeenschap te zien, en doen zij alsof moslims geen vinger kunnen bewegen zonder dat een westerse handeling daarvan de trigger is. Maar bij al hun beaatheid hebben zij voldoende nijd en kwade trouw om de ontnuchterende informatie vanwege hun vervolgde geloofsgenoten in het Midden-Oosten staalhard te negeren.

Verder is er de groep oerconservatieve katholieken of integristen, die de agenda van de islam niet willen zien omdat zij nog verbeten in de strijd met het laïcisme (“zedenverval”, “hedonisme”) en de Verlichting verwikkeld zijn. Zij zien de theocratische aanspraken van de islam als een welkom wapen tegen de moderne terugdringing van de godsdienst naar de privésfeer. Beleidvoerders versterken die interreligieuze solidariteit door christenen en joden dezelfde behandeling op te dringen die zij eigenlijk voor de islam als noodzakelijk hadden beoordeeld. Een verbod op hoofddoekjes wordt een verbod op “religieuze symbolen” voor iedereen, dus voelen zij zich door waakzaamheid tegen de islam zelf geviseerd.

Deze integristen menen zich de luxe van een strijd tegen het secularisme met behulp van de islam te kunnen veroorloven. Aan hen zo te horen, komt dat vooral door de christelijke deugd van de hoop. Anders dan de droefgeestige doemdenkers over de “ondergang van het Avondland” verwachten zij dat de Heilige Geest zelfs een schijnbaar verloren situatie in extremis wel zal rechttrekken. Sympathiek, dat zeker, maar die attitude heeft andere christelijke landen (bv. Marokko) niet van de islamisering kunnen redden.

Anderen binnen deze groep verwachten dat vele ex-gelovigen de redenering van Angela Merkel zullen overnemen, namelijk dat de kracht van de islam niets anders dan de zwakte van het christendom is – en zich dus opnieuw tot het christendom zullen bekennen. Velen die de geschiedenis slecht kennen, denken dat christendom en islam natuurlijke antagonisten zijn. In werkelijkheid richt de islam zich tegen alle niet-moslims, en doet de Europese identiteit er weinig toe: zolang zij niet-islamitisch is (heidens, christelijk, vrijzinnig of iets anders), is zij een legitiem doelwit voor de islam.

Ooit fungeerde de Kerk als strategisch centrum tegen de islamitische agressie: zij motiveerde en coördineerde het verzet. Maar nu de Kerk onder de huidige paus te lichtzinnig geworden is voor de ernst van de situatie, en te onderdanig aan de heersende opiniewind, kunnen we het christendom voorgoed achter ons laten. Laat ons zelfs te midden van een veelkleurig en onbeslist levensbeschouwelijk landschap toch al een nieuw strategisch centrum bedenken, eerst en vooral gericht op overleven. De leerstellige spijkers op laag water waarin de integristen zich vermeien, kunnen we daarna wel onder ons oplossen.

 

Terugschrikken voor islamkritiek

Zelfs gereputeerde islamcritici schrikken nog van hun eigen schaduw. Zij beseffen dat onverkort de waarheid over de islam zeggen, zelfs lauwe moslims kwaad en gevaarlijk kan maken. Zij hebben de neiging om na een tijdje de harde lijn gevolgd te hebben, toch één of ander compromis te zoeken. Maar dat bewijst dan juist dat die bejubelde “gematigdheid” slechts oppervlakkig is en bij ernstige uitdagingen meteen loskomt. Het illustreert juist de nood aan islamkritiek.

Maar ook heelder groepen die vanuit het oogpunt (of zoals blijkt, vooroordeel) van de multiculturalisten islamcritici bij uitstek zouden moeten zijn, zijn het helemaal niet. Naast een linkse is er ook een rechtse islamofilie. Met name bij Nieuw-Rechts bestaat er een “identitaire” stroming die de islam vooral door de eurocentrische lens ziet: “minderheden die hun identiteit zoeken te bevestigen en uit te leven”. Voor hen zijn gemeenschappen Berbers of Arabieren te vergelijken met de Basken of Bretoenen die slechts hun eigenheid willen bewaren. Alain de Benoist treedt de grote meute multiculturalisten bij wanneer hij de islamcritici met de djihaadstrijders gelijkstelt. (Wie te lui is om over de inhoudelijke verschillen na te denken en zo de ongerijmdheid van die gelijkstelling vast te stellen, mag gewoon hun respectieve dodentol vergelijken.)

Het is maar een variant van een veel voorkomende tactiek om de islam uit de wind te zetten: de islam zelf negeren en het probleem tot iets bekenders herleiden. Links doet dat door over achterstelling en discriminatie te beginnen, rechts door de “communautaire identiteit” in de verf te zetten, of alles via nationalisme te verklaren. Zo luidt het dat de wedijver tussen de islamitische Hausa en de goeddeels gekerstende Yoruba in Nigeria niet door religie maar door natiegevoel gemotiveerd is. Of dat de islam, een “woestijngodsdienst”, van nature de religie van de Arabieren is, voor hen goed maar hier niet welkom. In werkelijkheid hebben de Arabieren zich hard tegen hun islamisering verzet maar zijn zij manu militari door de eerste kalief, Abu Bakr, in het gareel gedwongen. Evenmin als de islam intrinsiek Vlaams is, is hij intrinsiek Arabisch.

Hoe nijpender het islamprobleem wordt, hoe hardnekkiger men links en rechts zulke smoezen belijdt. De vraag naar geruststelling over de islam is immers zeer groot. Daarom zal islam nooit populair zijn, want die impliceert dat de olifant in de kamer dan toch echt is en niet vanzelf zal verdwijnen.  

Anderzijds is in elk tijdperk de intellectuele ernst om met niets minder dan de waarheid genoegen te nemen, dun gezaaid. Dat de islam, vooraleer onverdraagzaam en andere lelijks te zijn, eerst en vooral onwaar is, de private waan van een stemmenhoorder, vergt voor de meeste mensen te veel intellectuele discipline. In het algemeen moet je inzake religie inderdaad niet te hard op de “waarheid” aandringen, maar hier wordt dat een kwestie van overleven. Tegen de islam is niet veel te doen, behalve overwinnen op het slagveld, óf hem ideologisch doorprikken.

Voor we moslims gaan lastig vallen (“kwetsen”) met onze kijk op de islam, moeten we er eerst zelf klaar in zien. Uit een juist begrip van het islamprobleem volgt vanzelf een juist beleid. Uit de huidige verwarring en uit het modieuze wegkijken volgt daarentegen alleen het dwaze beleid dat ons de bestaande ellende gebracht heeft. Die verwarring is nog steeds onbedreigd aan de macht; voor de machthebbers valt islamkritiek nog steeds te negeren. Ik zeg niet dat het zo behoort te zijn. Ik stel alleen vast, tegen de letterknechten van het Bestel in, dat het zo is.

Labels: , , , , , ,

Read more...

19 mei 2016

België, Staat zonder Staatsmannen


België is geen failed State. Neen, België is een failing State door langdurig wanbeleid, een grotesk tekort aan visie en financiële middelen. De radertjes in het uurwerk zijn versleten, de opstelling van het raderwerk is verouderd en er is geen geld om alles te vernieuwen.

De Belgische Staat komt decennia niet meer toe aan beleid. Er dient héél veel werk te worden verricht maar de budgettaire middelen zijn onbestaande, in het beste geval een druppel op een hete plaat. De politieke versnippering en het verouderde politiek systeem is alles behalve bevorderend om effectief beleid te voeren. De Staatsstructuren zijn dermate complex dat de verschillende bestuursniveaus een te versnipperde impact hebben of elkaars beleid teniet doen. Er zal echter geen parlementaire onderzoekscommissie komen naar de oorzaken van het financiële en beleidsmatige faillissement van de Belgische Staat. 

Het gebrek aan beleidsvisie is tekenend.



België is een land zonder Staatsmannen, politici die in het kader van het algemeen belang een nieuw concept van een staatsorganisatie kunnen uittekenen en doorvoeren, mensen met een gefundeerde lange termijnvisie.



Terreur, symbool van een staatsfalen.

Het recente veiligheidsprobleem is tekenend voor het nakend failliet van de Belgische Staat.  Het is het resultaat van decennia wanbeleid op vlak van asiel-, migratie- en integratiebeleid waarbij men resoluut koos voor een geldverslindende 'sociale(istische)' aanpak om 'allochtonen kansen te geven'. Alle andere ideeën of opvattingen waren/zijn politiek incorrect en de facto of bij wet ‘verboten’.

Het gevolg van dit beleid is de balkanisering van onze maatschappij. Binnen onze maatschappij leven andere maatschappijen die gedijen in eigen omgevingen met eigen taal, cultuur en religie. Er is geen sprake van integratie noch samenleving in de multiculturele maatschappij, maar van zelfsegregatie. Sommige bevolkingsgroepen binnen onze maatschappij zijn ronduit ‘geradicaliseerd’ maar hierop wijzen is en blijft politiek incorrect en wordt geklasseerd zonder gevolg – zie het verhaal van Hind Fraihi (Undercover in Klein-Marokko, 2005). Abdeslam en co zijn eigenlijk het slachtoffer van het Belgische wanbeleid inzake integratie, het linkiewinkie laissez faire beleid waarbij alles met de mantel der liefde diende te worden bedekt tegen de stoute Blanke Belg (en vooral die stoute racistische Vlamingen) – want ook dit is communautair.

De terroristen van enkele weken geleden waren de boefjes van destijds waarbij Justitie faalde in haar taak om het recht te laten gelden en deze personen ‘op het juiste pad te brengen’. Tot op heden laat men zelfs terroristen vrij rondlopen die onthoofdingen bekend hebben, enkelbandjes voor veroordeelden in terreurprocessen of radicaliseringsprocessen. Reden? De gevangenissen zitten overvol, men moest hoognodig gevangenissen huren in Nederland in afwachting van de bouw van nieuwe gevangenissen…en nog is het probleem niet verholpen. De oplossing in dit land is voorwaardelijke straffen, alternatieve straffen (werkstraffen) en niet-gecontroleerde enkelbanden. Vooral voor mensen met een ‘moeilijke jeugd en van slechte deugd’, mensen die ‘sociaal achtergesteld’ zijn. Hoeveel decennia praat men over de hervorming van Justitie? Ooit al iets van gemerkt?

Een slecht draaiende justitie zorgt voor een nullificatie van al het politiewerk. Het boefje dat voor de zoveelste keer betrokken is bij een klein crimineel feit dat verticaal geklasseerd zal worden door Justitie, zonder gevolg of misschien eens aanleiding zal geven tot een werkstrafje kwestie van zijn ‘toekomst’ niet te nullificeren. De flitsboete die zal men als de kippen komen innen, verkeersveiligheid loont. Criminelen aanpakken kost geld, operationele kosten voor het onderzoek, het proces en bijhorende verdediging, kosten voor huisvesting en rehabilitatie.  Zelfde politiediensten waarin mensen door een slecht draaiende justitie gedemotiveerd worden, waarvan  middelen worden weggenomen of ontbreken om echt baanbrekend werk te kunnen verrichten.

Is het dan niemand opgevallen dat de Politie steeds meer taken niet meer kan uitvoeren? Gasboetes uitgeschreven door ambtenaren om de openbare orde in toom te houden, parkeerboetes uitgeschreven door private bedrijven want de politie heeft er geen tijd voor. Men zou de snelheidsboetes (ea.) ook ‘administratief’ willen vereenvoudigen zodat er ‘meer blauw op straat kan komen’. Wanneer was het de laatste keer dat u de federale wegpolitie op de autosnelweg zag? De vervoersmaatschappijen hebben hun eigen veiligheidsdiensten omdat de politiediensten tekort schoten (gebrek aan motivatie, middelen, visie).

De politie kan niet eens meer instaan voor de openbare veiligheid, hiervoor dient Defensie op te draven om politiekantoren en openbare plaatsen te beschermen in tijden van terreur. Destijds heeft men de gemilitariseerde politie – de Rijkswacht – afgeschaft en samengevoegd met de lokale politie want zo’n paramilitaire organisatie was ‘buiten deze tijd’, maar nu zetten we militairen in. Mensen die de politiewereld kennen zullen u weten te zeggen dat er een breuk is tussen de oude garde en de jonge garde, tussen de dienstplichtigen en ex-vrijwilligers tegenover de post-dienstplicht ‘sociaal gerekruteerde’ lichtingen. De sterke arm der wet moest plaats maken voor de sociale gewauwel der ‘politievriend’.

Het gevolg is dat het blauw op straat zich terugtrekt en eigenlijk onttrekt aan haar primaire taak: handhaving van de openbare veiligheid. Voorbeeld? Luchthaven Zaventem, eis van de luchthavenpolitie dat eenieder eerst gecontroleerd wordt voordat men de luchthavenhal kan betreden. Controle wordt uitgevoerd door private bewakingsdiensten, daar waar mogelijk trekt men zich terug achter commerciële check-ins of private bewaking terwijl de politie net de eerste veiligheidslijn moet vormen. De oorzaken hiervan ligt niet bij de politiemensen zelf, maar is het resultaat van decennia wanbeleid op hoger niveau. Wie staat zoiets toe?

Defensie moet de bressen in de veiligheidsdijk dichten maar zit op haar tandvlees door opeenvolgende beleidsjaren aan besparingen. Defensie was ‘onbelangrijk’ en niet ‘populair’ want daarmee kon je de kiezer niet verleiden met mooie beloftes. Defensie was een nutteloze overheidsdienst, maar nu zijn ze meer dan ooit nodig. Alleen is er een personeelsgebrek bij het terreinpersoneel, er zit nog redelijk wat administratief volk. Op papier bestaat zoiets als de Militaire Reserve, maar er zijn geen oproepingen. De militaire aanwezigheid redt levens, door militaire technieken en tactieken. Maar op vlak van ordehandhaving hebben ze geen wettig beleidskader tenzij ondersteunt door een politiebeambte. Dit land heeft nog steeds geen wettelijke kader voor een noodtoestand waardoor al onze veiligheidsdiensten geketend moeten blijven ageren tegen een tegenstander die zich niet houdt aan de wet tenzij ter zijn verdediging.  

Oorzaken van het staatsfalen?

Het beleidsgebrek in België heeft een financiële oorzaak: geen geld, geen ruimte voor beleid. België kampioen in belastingdruk komt niet rond, hoe komt dit? Onze dames en heren politici streven toch al decennia naar meer ‘efficiëntie en bijhorende besparingen’. Het moet zijn dat er structurele problemen zijn die men verbergt. Nochtans dient men niet ver te zoeken.

De nakende pensioengolf van de babyboomers gaat ons heel veel geld kosten. Uw pensioengeld beste babyboomers is opgesoupeerd door voorgaande regeringen die gemakzuchtig dit geld gebruikt hebben voor uitgaven met als eindrekening ‘latere schulden’. Kortzichtig wanbeleid.

De complexiteit van de Belgische Staat op alle vlakken bemoeilijk coherent en degelijk beleid. Elk jaar produceren we duizenden pagina’s Staatsblad met daarin wetgevende werk waar geen kat haar jong meer kan in terugvinden. Overal achterpoortjes. Mooiste voorbeeld is de blijvende mogelijkheden van belastingontduiking (Panama papers) waarbij de huidige oppositiepartijen het hardste schreeuwen, maar beleidsmatig mee aan de basis liggen.

De Belgische Staatsstructuren zijn een financieel en beleidsmatig rampgebied. Versnippering alomtegenwoordig, tegenstrijdig beleid en vooral een zware financiële last. De realiteit is dat België als Staatsstructuur veel kost-efficiënter kan. In het zog van de Belgische politieke geschiedenis heeft men slechts twee keuzes: het opsplitsen van België of een radicalere hervorming van België. Merk vooral op dat ik het heb over de Belgische Staat, niet louter de federale overheid want alle bestuursniveaus liggen in hetzelfde bedje ziek.

De politieke kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is al gekend, al decennia stemt men anders en wil men elk een ander beleid. De eerste federale coalitie met slechts één Franstalige partij benadrukt dit nogmaals; via Vakbondistan verduidelijkt men vooral ten Zuiden van de taalgrens dat men een andere koers wil varen. Hoe kan je dan nog aan gezond beleid toe komen?

Ons electoraal systeem komt neer op versnippering waarbij de democratische legitimiteit van onze beleidsmakers al decennia onbestaande is, zelfs ongrondwettelijk (BHV). Onze parlementen zijn praatbarakken die papier produceren, met een coalitie voor de regering en een oppositie met beperkte controlemogelijkheden. Parlementsleden vertegenwoordigen het volk niet, controleren de regering niet maar werken voor politieke partijen. Controle op de overheid kan enkel via informanten die op eigen risico hun job riskeren om wantoestanden trachten aan te kaarten.


Johnny Thijs heeft gelijk, dit land werkt niet meer…alleen werkt ze al decennia lang niet meer. 

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten