15 juli 2014

Naar een Schots No en een Catalaans Sí? (Hoegin)

Deze herfst is het zover: op 18 september mogen de Schotten naar de stembus om te stemmen over onafhankelijkheid, en op 9 november doen de Catalanen hoogstwaarschijnlijk hetzelfde. Als we de peilingen mogen geloven zal er in Schotland geen meerderheid voor onafhankelijkheid uit de stembus komen, maar in Catalonië wel. Dat verklaart meteen voor een groot deel waarom Londen ervoor gekozen heeft het Schotse referendum te dulden, terwijl Madrid het Catalaanse referendum met alle mogelijke middelen probeert te verhinderen. Maar wat zou een Schots No en een Catalaans Sí voor Vlaanderen kunnen betekenen?

Als we de laatste peilingen mogen geloven, ziet het er niet goed uit voor de voorstanders van Schotse onafhankelijkheid. Voor wie het lijstje met peilingsresultaten op Wikipedia overloopt is het duidelijk dat we het zelfs niet over steekproefgrootte, foutenmarges of representativiteit hoeven te hebben. Dit jaar werd er niet één peiling gehouden die een meerderheid voor het Yes-kamp opleverde. De laatste peiling die een nipte voorsprong voor Yes opleverde dateert ondertussen al van augustus verleden jaar. Die peiling werd dan nog gehouden in opdracht van de SNP zelf, en kwam niet verder dan een 44%/43% verdeling tussen Yes en No. De enige andere peiling met een Yes-voorsprong in het Wikipedia-lijstje is er eentje van augustus 2011, ondertussen al drie jaar geleden. De 71(!) andere peilingen geven No een voorsprong, en op het ogenblik dat we dit schrijven geven de twee meest recente peilingen No zelfs een volstrekte meerderheid van 53% en 54%. Dat is een voorsprong van respectievelijk 17% en 19% op het Yes-kamp. Er zal de komende tien weken dus nog heel wat moeten bewegen in Schotland om uit te komen op een Yes-resultaat.

Dubbele vraag

Dan liggen de zaken in Catalonië anders. Zoals de lezer wellicht weet zullen de kiezers zich daar over een dubbele vraag mogen uitspreken: «Wilt u dat Catalonië een Staat wordt?» en «In geval van een bevestigend antwoord, wilt u dat die Staat onafhankelijk wordt?». Veel peilingen zijn er niet voorhanden die concreet deze twee vragen gebruikt hebben, maar van de vijf peilingen waarvan Wikipedia de resultaten weergeeft geven er vier een voorsprong voor het Sí/Sí-kamp aan. De laatste peiling, uitgevoerd in maart van dit jaar door El Periódico de Catalunya geeft Sí/Sí 46,1%, een voorsprong van bijna vijftien procent op het No-kamp. Andere peilingen en onderzoeken die in het algemeen naar steun voor Catalaanse onafhankelijkheid peilden geven al jaren een kleine absolute meerderheid voor onafhankelijkheid weer, terwijl het aantal tegenstanders beperkt blijft tot ongeveer een kwart van de Catalanen.

Londens flegma

Het lijdt weinig twijfel dat als de resultaten er omgekeerd zouden uitzien, Londen iets minder flegmatisch zou reageren op het Schotse referendum, en Madrid een heel pak welwillender zou staan tegenover het Catalaanse referendum. Dat neemt niet weg dat men in Londen allesbehalve zeker is van zijn stuk. Het is duidelijk dat eerste minister David Cameron liefst van al helemaal geen Schots referendum had gezien, en dat niet alleen omdat zo'n referendum aandacht en energie opslorpt. Niemand wil de geschiedenis ingaan als de Britse eerste minister die Schotland verloor. Anderzijds kan moeilijk beweerd worden dat Londen al alles uit de kast gehaald heeft om de Schotten ervan te overtuigen toch maar No te stemmen. Als het Yes-kamp in de peilingen voorop zou liggen, zou de Britse regering het zich waarschijnlijk niet veroorloven dat Schotse referendum in de eerste plaats als een Schotse aangelegenheid te beschouwen, en zich dus relatief afzijdig te houden. Dan zou David Cameron, en met hem de voltallige Britse regering, al lang geleden de boer opgegaan zijn in Schotland, en het ene horrorscenario na het andere uit zijn hoed getoverd hebben.

Het zou echter geen kwaad kunnen als de Vlaamse Beweging zich een beetje zou verdiepen in het Schotse debat, in plaats van zich te beperken tot enkele vrijblijvende sympathiebetuigingen voor Schotse onafhankelijkheid. Dat Londen Schotland ervoor waarschuwt dat het bij een eventuele onafhankelijkheid zal moeten heronderhandelen over EU-lidmaatschap maakt niet erg veel indruk in Edinburgh, al was het maar omdat Londen zelf ook wil heronderhandelen. Maar dat Schotland ofwel de toegang tot de interne markt van de EU zal verliezen tenzij het er duur voor betaalt, ofwel de euro zal moeten invoeren, dat steekt toch al een pak harder. Het helpt dan weinig dat de SNP van Alex Salmond theoretisch-juridisch gelijk heeft wanneer het stelt dat een onafhankelijk Schotland gewoon EU-lid zou blijven onder precies dezelfde voorwaarden als waaronder Groot-Brittannië op het ogenblik van de afscheiding lid is, als het uiteindelijk zal moeten onderhandelen met een EU-Brussel dat in zulke zaken een patent op intellectuele oneerlijkheid lijkt te willen claimen. Meer zelfs, volkenrechtelijk meent Edinburgh dat Londen verplicht is in Brussel zo gunstig mogelijke voorwaarden te onderhandelen voor Schotland zolang de afscheiding nog niet voltrokken is. Geef hen maar eens ongelijk. En projecteer zoiets maar eens op een Belgische situatie.

Madrileense woede

Lijkt Londen het Schotse referendum (voorlopig) nog goed aan te pakken, in die mate zelfs dat het Yes-kamp maar niet van de grond kan komen, dan kan hetzelfde niet gezegd worden van Madrid. Daar doet men zo ongeveer alles verkeerd om Catalonië binnen Spanje te houden. Want inderdaad, bestaat er een effectievere manier om een afscheidingsbeweging te doen verzamelen en radicaliseren dan een volkomen legitiem en democratische referendum botweg te weigeren? Een charme-offensief kan men dat alvast niet noemen. Was er op voorhand al geen meerderheid voor Catalaanse onafhankelijkheid geweest, dan zou het er nu zeker geweest zijn.

Bovendien snijdt Madrid zichzelf op die manier volledig van het debat in Catalonië af. De lokale afdelingen van de nationale partijen PP en PSOE stonden sowieso al niet bepaald sterk in Catalonië, maar als ze dan nog eens moederziel alleen tegen Catalaanse onafhankelijkheid moeten argumenteren, versmalt hun bandbreedte nog meer. Alles spitst zich toe op de onredelijkheid van Madrid, waardoor een debat ten gronde eigenlijk amper nog mogelijk is.

Vlaamse gelatenheid

De reactie van Vlaanderen op het Schotse en Catalaanse referendum kan niet anders dan bedroevend genoemd worden. Het radicalere gedeelte van de Vlaamse Beweging kijkt hoopvol uit naar beide referenda, terwijl de Noord-Belgische media nadrukkelijk niet present tekenen in Schotland of Catalonië. Of het zou moeten zijn om te onderstrepen dat er in Schotland geen meerderheid inzit, en Catalonië zich Spaans-ongrondwettelijk gedraagt en alleen maar problemen en chaos te wachten staat.

Iedereen vindt ondertussen vooral van zichzelf dat hij gelijk heeft. Voor het radicale gedeelte van de Vlaamse Beweging en kringen rond Vlaams Belang zou een Catalaans Sí bevestigen dat onafhankelijkheid wel degelijk kan, en een Schots No dat men zulke zaken beter niet overlaat aan een referendum waarvan de uitslag op voorhang hoogst onzeker is. Binnen N-VA-kringen en bij andere draagvlaknationalisten klinkt het dan weer dat de potentiële chaos als gevolg van een Catalaans Sí bewijst dat revolutionaire toestanden koste wat het kost vermeden dienen te worden, en een Schots No dat onafhankelijkheid democratische moeilijk te legitimeren valt. Daarmee zitten ze trouwens op één lijn met het Belgische kamp, met dit verschil dat het Belgische kamp haar best zal doen om de chaos in de nasleep van een Catalaans Sí zoveel mogelijk te vergroten. Om er daarna een vette quod erat demonstrandum aan toe te voegen.

Op de vooravond van alweer een 11 juli–viering zonder Vlaamse onafhankelijkheid kan dit alleen maar tot droefenis stemmen. Alleen een Yes–Sí-scenario zou een ferme streep door de rekening van België betekenen, en hopelijk de ogen kunnen (her)openen in N-VA-kringen zodat ze misschien zelfs op redelijk korte termijn die Belgische loyauteit durven af te zweren. Een No–No-scenario zou dan weer een ramp buiten formaat zijn voor alle nationalistische bewegingen in West-Europa. We hebben er echter goede hoop op dat Madrid, ook al is het onbedoeld, ons voor zo'n scenario zal weten te behoeden.

Dit artikel verscheen op 9 juli 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , ,

Read more...

8 juli 2014

Petitie: Geen belastingsgeld voor Arco-coöperanten

De Europese Commissie oordeelt dat de overheidsgarantie van 1,5 miljard euro ten voordele van de Arco-coöperanten geen doorgang kan vinden. Het gaat om onverenigbare staatssteun aan aandeelhouders, en niet om spaarrekeningen waarvoor een staatswaarborg tot 100.000 euro geldt. Nu wil minister Koen Geens zich niet bij die uitspraak neerleggen, en gaat hij op zoek naar achterpoortjes om alsnog tot 1,2 miljard euro uit de staatskas te kunnen uitbetalen aan de coöperanten.

Met het ondertekenen van een petitie kan u daar tegen protesteren.

ZEG HET VOORT.

De petitie staat HIER



De Arco-waarborg kwam er onder zware druk van het ACW, en is zeer discutabel om verschillende redenen:

- (coöperatieve) aandelen werden ermee herkwalificeerd als spaarrekeningen
- hierdoor ontstond er een flagrante voorkeurbehandeling voor de Arco-coöperanten tegenover de andere Dexia-aandeelhouders
- Arco kreeg de mogelijkheid in een verzekeringssysteem te stappen nadat de schade was opgelopen en zonder ooit enige premie te hebben betaald.

Als minister van financiën zou Koen Geens er zich moeten over verheugen dat de overheid verlost is van een zware last. Maar integendeel, hij zet alles op alles om alsnog 1,2 miljard euro te kunnen uitbetalen, voor een op zijn minst dubieuze, om niet zeggen onwettige transactie.

Het plan van Geens mag geen doorgang vinden als we nog enig vertrouwen willen behouden in de democratie en een correct rechtssysteem. Belastingsgeld gebruiken voor de vergoeding van aandeelhouders van één zuil maakt van ons land een bananenrepubliek, waarin drukkingsgroepen in de staatskas mogen graaien om hun eigen fouten te laten vergoeden met ieders geld.
Read more...

6 juli 2014

Koen Geens: gevaarlijk Arco-militant

Een normale minister zou moeten blij zijn dat de overheid bevrijd wordt van de betaling van 1,2 miljard euro. Maar deze minister gaat op zoek naar een achterpoortje om de Arco coöperanten alsnog te vergoeden. Schandalig. Erger dan in een ‘bananenrepubliek’.

De Europese Commissie laat geen spaander heel van de staatswaarborg voor de coöperanten van Arco, de financiële arm van het voormalige ACW (ondertussen beweging.net). De regering gaf de circa 800.000 beleggers, eerst in 2008, dankzij Yves Leterme (van ACW-strekking), en hernieuwd in 2011, een overheidsgarantie ter waarde van ongeveer 1,5 miljard euro. Arco had bijna alle middelen in Dexia-aandelen geïnvesteerd, er ook zelf mee gespeculeerd, en door de ondergang van die bank kon Arco niet meer aan zijn betalingsverplichtingen voldoen. Die garantie is echter volgens de Europese Commissie een vorm van 'onverenigbare staatssteun'. De coöperanten van Arco zijn geen spaarders, zoals de Belgische overheid altijd heeft geargumenteerd, maar aandeelhouders. De Commissie merkt op dat Arco een vennootschap is, en dat wie in het kapitaal ervan investeert dan ook het risico hiervoor draagt.

De Arco-waarborg kwam er onder zware druk van het ACW, en is zeer discutabel om verschillende redenen:
- (coöperatieve) aandelen werden ermee herkwalificeerd als spaarrekeningen
- hierdoor ontstond er een flagrante voorkeurbehandeling voor de Arco-coöperanten tegenover de andere Dexia-aandeelhouders
- Arco kreeg de mogelijkheid in een verzekeringssysteem te stappen nadat de schade was opgelopen en zonder ooit enige premie te hebben betaald (daarom vraagt de Europese Commissie nu dat Arco 150 miljoen betaalt aan de Belgische staat, voor de verzekeringsperiode van 2008 t/m 2011).

Geens, Arco-militant in de tegenaanval

Denk nu niet dat de minister van Financiën zich verheugd neerlegt bij deze beslissing. “Dat hij een creatieve regeling zal uitwerken voor de vernietigende uitspraak van de Europese commissie behoort tot de christelijke plichtenleer”, aldus Jean-Marie Dedecker in een opiniestuk in De Morgen en De Tijd van vrijdag 4 juni ’14. Het is volgens Dedecker “zelfs een van de redenen voor zijn benoeming als minister van Financiën, in opvolging van ACW'er Steven Vanackere”. Met zijn advocatenkantoor Eubelius hield hij jarenlang de juridische pen vast van … de Arco-groep. Nu zit hij dus op de stoel van minister, de stroper werd jager, om zijn klant nog beter te kunnen bedienen. Koen Geens is ook een voormalig kabinetschef van Peeters en een persoonlijke vriend.

Volgens Geens moet dit dossier zelfs hoog op de agenda staan van de regeringsonderhandelingen, zodat het genomen engagement ten aanzien van de coöperanten gehandhaafd kan worden. Daarvoor legde deze CD&V-minister het Arco-dossier meteen op vrijdag 4 juli nadrukkelijk op de tafel van de federale regeringsonderhandelingen. De Europese Commissie heeft dan wel beslist dat de Arco-waarborgregeling neerkomt op ongeoorloofde staatssteun, voor Geens en zijn partij wil dit nog niet zeggen dat België het moet opgeven, en dat het integendeel een achterpoortje moet vinden om de particuliere coöperanten te vergoeden. Het idee in zijn plan B is de Arco-coöperanten toch nog ‘schadeloos te stellen’. ‘Dat is geen staatssteun, want het gaat om een beslissing van een individuele lidstaat die niet aangemeld moet worden bij Europa’, klinkt het in regeringskringen. Geens heeft een constructie in gedachten die de begroting niet zou raken, maar mogelijk wel de overheidsschuld zou doen stijgen. De schadeloosstelling zou 1,3 miljard euro kunnen kosten aan de belastingsbetaler.

Kommentaar van Stefaan Michielsen in De Tijd van vrijdag 4 juli:
“De regering is niet van plan zich bij het Europese oordeel neer te leggen. ‘De beslissing vernietigt niet automatisch de staatswaarborg’, stelde Arco, de investeringsmaatschappij van het ACW, in een korte reactie, waarbij ze ook onmiddellijk doorverwees naar een mededeling van minister van Financiën Koen Geens (CD&V). Want er is niemand die haar belangen beter behartigt. Geens zelf kondigde aan de beslissing te zullen aanvechten bij het Europese Hof van Justitie - daarmee zit de zaak op de lange baan - en een alternatieve oplossing voor de Arco-spaarders te zullen uitwerken. Die hardnekkigheid verbaast. Is dit een dossier van het hoogste staatsbelang? …
Er ligt ook een voorstel op tafel waarbij de overheid de Arco-coöperanten rechtstreeks schadeloos stelt, zonder veel poespas. Met welk argument? Met het argument dat de regering het vertrouwen van de Arco-coöperanten heeft beschaamd door een kaduke waarborgregeling op poten te zetten, en dat ze daarom recht hebben op een schadevergoeding. Dat de regering op basis van deze redenering uit eigen beweging een schadevergoeding van 1,3 miljard euro zou uitkeren aan een groep beleggers is toch wel heel bizar. Surrealistisch zelfs. Zijn er in België geen noden die dringender gelenigd moeten worden?
‘De middenstand regeert het land’, luidt een vaak gebezigd gezegde. De Arco-historie bewijst dat dat niet klopt. Het is een andere belangengroep die de wetten dicteert.”

Arco was een hefboomfonds

Jean-Marie Dedecker (LDD) is niet mals voor Geens, in een opiniestuk in De Morgen en De Tijd van vrijdag 4 juli ’14 onder de titel ‘Arco was een hefboomfonds, geen bankier' stelt hij dat “het ACW zelf zijn coöperanten moet vergoeden en zijn dochters tot betaling moet 'bewegen'. De christelijke zuil is een huis met vele kamers, kelders en kluizen. De CM, de christelijke mutualiteit, bezit bijvoorbeeld een onroerend patrimonium van ettelijke miljarden euro's en de spaarboeken van de vakbonden zijn een Vaticaans geheim.”

Ook voor Luc Coene, gouverneur van de Nationale bank, is volgens De Tijd het verzet van Koen Geens tegen het oordeel van de Europese Commissie hem ‘in het verkeerde keelgat geschoten’. Coene waarschuwt voor de gevolgen van een schadevergoeding aan de Arco-coöperanten: “Men moet opletten voor een precedent. Aandeelhouders van een privébedrijf compenseren is verregaand. Als men gaat compenseren, weten we niet waar dat eindigt.. en wat met de Fortis-aandeelhouders? Ook die dreigen compensatie te eisen voor hun geleden verlies.” ‘De Tijd, zaterdag 5 juli ’14).

Alle hens aan het ACW-dek

Medestanders van het ACW roepen op Geens te ondersteunen. Zo komt Etienne Schouppe (CD&V, ook dicht bij het ACW aanleunend) beweren “dat de belastingbetaler zal op het einde van de rit goed verdiend hebben aan de bankencrisis. Er is dus geen financiële reden om de circa 800.000 Arco-coöperanten in de kou te laten staan.” (De Tijd, 5 juli ’14). Dan vergeet Schouppe even dat er ons nog tientallen miljarden risico boven het hoofd hangen bij Dexia. Maar zelfs als de belastingsbetaler er goed zou aan verdienen, is er nog geen enkel reden dat te koppelen aan een uitbetaling van de Arco-coöperanten. (Enkele van de meer dan 200, meestal zeer boze en verbolgen lezersreacties op het artikel: “De schaamte voorbij. Eerst mensen voorliegen of al dan niet bewust slecht informeren of ze al dan niet bewust misleiden en dan verwachten dat de belastingbetaler opdraait voor de geleden schade”. “Beweging.net is geen nette beweging. Na de leugens, halve waarheden en onzin van Geens, de vroegere advocaat van het ACW, in Terzake bewijst Schouppe het nogmaals. Terwijl en ik citeer Carl Devos in zijn wekelijkse column op de redactie.be "een opdringerige bende problemen en uitdagingen hard op de poorten van de beleidskamers staan te kloppen" vindt Schouppe het doodnormaal dat de weinige beschikbare centen worden gebruikt om ACW/ARCO een handje toe te steken. Immoreel en schaamteloos”. “Ik raad alle TIJD-lezers aan het artikel van Stefaan Michielsen van 15.11.2013 te herlezen. De Belgische staat pompte tot nu toe 28,2 miljard euro in de bankenreddingen (FORTIS, KBC, DEXIA, Ethias) en recupereerde daarvan via verkopen, dividenden, vergoedingen voor waarborg, etc... 16,8 miljard euro. NEGATIEF SALDO voor de staat = 11,4 miljard euro ! Waar ACW-oppertsjeef Schouppe het dus haalt dat de belastingbetaler winst zou boeken op de financiele crisis blijft mij een raadsel ! Die andere CD&V farceur, Yves Leterme, beweerde vroeger net hetzelfde en kon daarna niet snel genoeg wegvluchten naar de OESO in Parijs, waarna hij halsstarrig weigerde om in de DEXIA-commissie te komen getuigen.” “Deze discussie wordt artificieel in leven gehouden door de CD&V. De 800.000 cooperanten, waarvan er een aantal in mijn eigen kring zitten, hebben al lang het verlies verteerd (1,2 miljard delen door 800.000 is 1500 euro per hoofd). Er zijn enkelen, in de kleine kring van politici, die veel meer verloren hebben. Dus wat doen politici? Onder de leugen van 799.000 zeer kleine coöperanten te redden willen ze 1.000 zeer rijke coöperanten geld van de belastingbetaler schenken. DEGOUTANT”.)

Volksmisleiding door Arco

Een vroegere klas- en scoutskameraad van Koen Geens schrijft hem een open brief, gepubliceerd in De Tijd van zaterdag 5 juli. Het betreft Bruno Segers, ondememer in de technologiesector en ex-CEO van RealDolmen. Een uittreksel:

“Deze week, beste Koen, maakten wij het appartement van onze tante leeg. Ze verhuist naar een serviceflat. Een appartement dat dertig jaar bewoond werd door iemand die actief was in de christelijke zuil geeft een schat aan informatie vrij over het verenigingsleven in het Vlaamse middenveld. Tante beseft niet hoeveel herinneringen nu in het containerpark in Schoten liggen, maar drie brochures liggen hier naast me: 'Gids voor de ARCOPAR-aandeelhouder', 'Het Arcopar-aandeel, ontdek het aandeel met het meeste pit' en 'Het Arcopar-aandeel, meer pit dan ooit', de editie van zomer 2001.
Aandelen dus. Over sparen lees ik niet veel…
Beste Koen, ik ben niet kwaad, ik ben woest. Gisteren op televisie, vandaag in de kranten. Ik lees alles na en het kookt. Het kookt echt. Deze vorm van volksmisleiding zonder enige verantwoordelijk-heidszin voor het welzijn van alle burgers - en niet alleen van de 800.000 gedupeerden - tart alle verbeeiding. Er is dus het besluit van Europa dat de staatswaarborg niet geldig is, maar plots klinkt het dat 'belofte schuld maakt. En ook: als de waarborg ongeldig is, dan moet er op een andere manier vergoed worden.”
Hij noemt zich tegen het einde van zijn brief wel ‘realist’, en gaat hij ervan uit dat de Belgische belastingsbetaler zal opdraaien voor het gegeven woord.

Enkele reacties op de website van De Tijd

Ze geven blijk van een zeer grote afkeuring voor deze zelfbediening door de katholieke zuil (enkele reacties bij het artikel van vrijdag 4 juli over het Europees besluit en de reactie van Geens hierop) :

- Geens is totaal onbekwaam om nog langer op te treden als minister van financiën en de belangen van alle belgen te verdedigen. Dat is nu wel bewezen. De uitspraak van Europa had hij als goed nieuws moeten ontvangen omdat er 1,5 miljard van ons aller belasting niet aan een illegale belofte moet worden verkwanselt, want Arco-aandeelhouders zijn inderdaad... verrassing... aandeelhouders. Het Arco-dossier is hiermee voor de Staat afgesloten. Niets houdt de coöperanten echter tegen een proces aan te spannen tegen Swiggers, Develtere en co als ze zich ooit misleid hebben gevoeld. De clown Geens wil echter 1,5 miljard van ons belastinggeld koste wat kost aan een klein groepje cd&v'ers uitdelen die daar totaal geen enkel recht op hebben.

- De hardnekkigheid waarmee Geens een regeling wil uitwerken voor de arco-coöperanten is zéér opmerkelijk. En het feit dat niemand van de andere partijen dit op de korrel neemt, nog opmerkelijker. Alsof het om één grote samenzwering gaat om de gemeenschap voor 1,3 miljard op te lichten. Geens zou toch, als ex ACW advocaat, afstand moeten nemen en dit dossier overlaten aan neutrale personen. Dit ruikt naar schaamteloze belangenvermenging van het ergste soort. Gelukkig dat Europa er is om dit aan te tonen.

- Geens ontpopt zich hier als belangenverdediger van de ARCO-aandeelhouders, nog steeds blijkt hij dus advocaat van ARCO en hun aandeelhouders te zijn terwijl hij net de belangen van de staat (die contradictorisch zijn aan deze van ARCO-aandeelhouders) zou moeten verdedigen. Geens maakt zich zo dus onmogelijk en dient ontslag te nemen.

- Het meest irriterende in heel het verhaal is de minister van financiën, die zich openlijk louter als advocaat van Arco opstelt en die nog meent extreem te moeten wegen op onderhandelingen met zijn stellingen.

- Krijg het meer en meer op de heupen met die Minister Geens: rijdt die nu voor rekening van alle Belgen (als federaal minister) of eerder voor rekening van de ACV koepel? Minister Geens denkt niet :"hoe kan ik de richtlijnen van Europa opvolgen ,maar wel hoe kan ik ze omzeilen. Een plan B ? Beter ware het een plan D te benoemen, want dat staat voor diefstal.

- De Arco aandeelhouders die ik ken zijn weldenkende sociaal bewogen mensen. Zij hebben al lang hun verlies (meestal 2000€) ingecalculeerd en vinden het eveneens onrechtvaardig dit op de belastingbetaler (zwakkeren vooral) te verhalen. Als iemand toch een boterham moet laten door dit verlies is er nog altijd het sociale vangnet dat terecht gebouwd werd met hulp van de beweging.

Plan B mag niet uitgevoerd worden

Om het tot slot nog eens plastisch uit te drukken, de woorden van Jean-Marie Dedecker: “Arco was een hefboomfonds, geen bankier. Op zijn blinde tocht naar maximale winsten en dividenden werden alle truken van de beursvloer toegepast. Het speculeerde met shortselling tegen het eigen aandeel van Dexia. Het gaf zijn aandelen als onderpand (stocklending) voor put- en callopties. Het financierde een kapitaalsverhoging bij Dexia in 2008 met een lening bij dezelfde bank. Een dubieuze carrousel die voor een normaal bedrijf bij wet verboden is. Het gaf les in het vak casinokapitalisme dat door zijn vakbondsleden op straat fel bestreden wordt. Hun topmensen zetten zelfs offshore-constructies op tot in Barbados en Delaware.”

En nu zitten we in de onvoorstelbare situatie, waarbij de ene na de andere minister (Leterme, Vanackere, Geens) ingaat tegen het belang van de schatkist en van alle Belgische belastingsbetalers, om hun eigen achterban een onrechtmatig voordeel te kunnen verschaffen, terwijl de verantwoordelijken van dit groots opgezette en jarenlang volgehouden volksbedrog nog op vrije voeten rondlopen. Meer nog, enkele daarvan mogen rustig Arco vereffenen, nadat ze het eigenhandig de dieperik inreden.
Er moet een grote opstand komen tegen het plan B van Geens, als we nog enig respect willen behouden in de democratie en een correct rechtssysteem. Dit plan aanvaarden is aanvaarden dat we in een bananenrepubliek leven, waar drukkingsgroepen in de staatskas mogen graaien om hun eigen fouten te laten vergoeden met ieders geld.
Read more...

5 juli 2014

Sp.a op een historisch dieptepunt (Hoegin)

Zondag 25 mei was voor de sp.a zonder meer een zwarte dag. Voor de Europese verkiezingen zakte de partij tot amper nog 13,2%, een absoluut dieptepunt. Voor de Kamer en het Vlaams Parlement deed de socialistische partij het al niet veel beter met 14,1% en 14,0%. Sindsdien rommelt het in de partij, ook al doet partijvoorzitter Bruno Tobback aan de oppervlakte zijn best om dat te verdoezelen.

Om even te schetsen hoe diep de partij eigenlijk gezakt is: tot 1987 behaalde de socialistische partij steevast een score van minstens twintig procent. Pas in 1991, op «Zwarte Zondag», zakte de partij voor het eerst onder die symbolische grens, met een score van «amper» 19,4%. Nog één keer zouden de socialisten in Vlaanderen nog eens boven de drempel van de twintig procent uitkomen, op 18 mei 2003, onder leiding van Steve Stevaert, met 24,3%. Sindsdien is het armoe troef bij de proletariërs, en durft men zelfs een ambitie om nog eens meer dan vijftien procent te halen niet eens meer uit te spreken. Groter blijven dan concurrent op links Groen, en PVDA onder de kiesdrempel houden, dat is zowat het beste waar men op dit ogenblik nog op durft te hopen.

Ideologisch vacuüm

Hét probleem van de sp.a is natuurlijk dat de partij geen ideologie meer heeft. Dat is niet nieuw: de partij kwam na de val van de Muur in Berlijn in ademnood, maar dat is ondertussen toch al vijfentwintig jaar geleden. Hoeveel decennia kan men zich politiek heroriënteren zonder dat de conclusie zich opdringt dat men eigenlijk toch niet veel meer te bieden heeft? Kan men echt een partij opbouwen enkel en alleen rond wat goedkoop anti-racisme (zie «Over de banaliteit van het anti-racisme» van Mark Grammens van verleden week), een extreem conservatisme in de Sociale Zekerheid, koste wat het kost, de algemene stelling dat al wat rechts en Vlaams is gevaarlijk is, en de boodschap dat de PS en Elio di Rupo het beste voorhebben met de Vlamingen? Wie er de verkiezingsuitslag eens bijneemt kan niet anders dan vaststellen dat de Vlamingen op 25 mei vonden van niet. Partijvoorzitter Bruno Tobback ziet dat echter anders.

Toekomstig ex-voorzitter

Wat op 21 mei in dit blad al te lezen stond in een briefje gewijd aan Bruno Tobback («Zo goed als ex-voorzitter»), heeft nog steeds niets aan waarde ingeboet. De partijvoorzitter kon weliswaar vermijden dat hij op de avond van 25 mei zelf al zijn conclusies diende te trekken dankzij zijn opgeklopte euforie over de «goede» uitslag van zijn partij. Stel je voor: de partij had zowel voor de Kamer als voor het Vlaams Parlement stand gehouden. Tot de partij een paar uur later in het Vlaams Parlement dan toch nog een zetel aan Christian van Eyken van de UF verloor natuurlijk.

Ondertussen stelden de twee mindere goden Hans Bonte en Peter Vanvelthoven de positie van Bruno Tobback al openlijk in vraag in een dubbelinterview in Knack. Johan vande Lanotte betreurde dat in het VRT-programma Villa Politica, maar voegde er wel aan toe dat er dringend nood was aan een interne analyse. Een voorbeeld van zo'n interne analyse kregen we verleden week in De Standaard geserveerd, waar de conclusies van de evaluatie van de verkiezingen in West-Vlaanderen te lezen stonden («Vande Lanotte geeft zijn partij campagnelessen»). De lezer leest het goed: die interne analyse was van de hand van diezelfde Johan vande Lanotte, en de conclusies lazen toch vooral als een positionering van Johan vande Lanotte zelf en zijn pion John Crombez om zodra de kans zich voordoet de macht te grijpen in de partij. Of is dat laatste alleen maar ons slecht karakter dat een beetje opspeelt?

West-Vlaamse winst

Zo zou Johan vande Lanotte er in zijn analyse op wijzen dat West-Vlaanderen de enige provincie is waar de sp.a erop vooruitgaat, voor alle verkiezingen, en dat zelfs kanton per kanton. Dat klopt, maar het neemt niet weg dat ook het West-Vlaamse resultaat met 17,6% voor de Kamer en 16,3% voor het Vlaams Parlement niet bepaald als een monsterscore voor de socialisten omschreven kan worden. Voor het Europees Parlement blijft de partij er zelfs steken op een schamele 15,2%. Onze conclusie: Johan vande Lanotte is een meester in het snoeven, ook daar waar er eigenlijk niet veel te snoeven valt.

Meer zelfs: Johan vande Lanotte wijst er in zijn analyse op dat de sp.a in zijn kieskring tegen de nationale trend in een zetel winst maakt voor het Vlaams Parlement, van drie naar vier. In procenten is de vooruitgang minder groot: van 14,1% naar 16,3%. Een correctere lezing van de cijfers is natuurlijk dat de sp.a in 2009 net naast een vierde zetel greep, en dit jaar die vierde zetel net wel binnenhaalde. Men moet daar natuurlijk nog altijd extra stemmen voor halen, maar de pluim die Johan vande Lanotte op zijn hoed probeert te steken is groter dan ze in werkelijkheid zou mogen zijn.

Huisbezoeken

Johan vande Lanotte heeft natuurlijk ook zijn verklaring voor die winst in West-Vlaanderen klaar. En dat is zíjn manier van campagne voeren natuurlijk, of wat dacht je? Essentieel onderdeel daarvan: de huisbezoekjes. Laten we echter eerlijk zijn: we wensen zelfs onze ergste vijanden geen huisbezoek door Johan vande Lanotte toe. Iets doet ons namelijk vermoeden dat die huisbezoeken vooral dienen om nietsvermoedende mensen danig de daver op het lijf te jagen. Dat ze hun pensioen gaan verliezen als ze voor de N-VA stemmen, bijvoorbeeld. Of dat door de afschaffing van de index hun loon op een paar jaar tijd niets meer waard zal zijn.

Johan vande Lanotte is immers niet bepaald het toonbeeld van het gezellige cafésocialisme waarmee Steve Stevaert ooit successen boekte. Successen die er, in de beste cafétraditie, vooral uit bestonden anderen de rekening te laten betalen voor de tournées generales die hij uitdeelde.

Neen, als we al een etiket zouden moeten plakken op het socialisme van Johan vande Lanotte, dan eerder een soort van rancuneus machtssocialisme. Sponsor zijn Oostendse basketbalclub, of je gaat eraan. En die volkomen lege Thalys-treinen vanuit Oostende blijven rijden, enkel en alleen omdat Johan vande Lanotte dat kan. Het is echt geen toeval dat Groen die geld- en milieuverspilling niet aan de kaak durft te stellen, want anders zouden ze het de komende tien jaar kunnen schudden overal waar Johan vande Lanotte ook maar iets te zeggen heeft.

Electrawinds

Wij zouden dan ook een alternatieve theorie voor het West-Vlaamse rode golfje willen voorstellen: Electrawinds. Zouden er in West-Vlaanderen niet genoeg kiezers wonen die puur uit economisch zelfbehoud voor de sp.a hebben gestemd? Geen Johan vande Lanotte die in Brussel zijn economische «zaakjes» kan regelen betekent al snel grote gevolgen voor het persoonlijke fortuin van een aanzienlijk aantal West-Vlamingen. Zou het trouwens datzelfde Electrawinds ook niet zijn dat in de rest van Vlaanderen linkse kiezers richting Groen en PVDA dreef?

In dat opzicht is de positionering van John Crombez interessant en belangrijk om te volgen. Niettegenstaande hij staatssecretaris voor fraudebestrijding is –en of dat geen meesterzet van Johan vande Lanotte was!–, zit hij tot over zijn oren mee in de Oostendse beerputten. De ideale man dus om ervoor te zorgen dat er nergens in West-Vlaanderen dekseltjes gelicht worden. Wees er maar zeker van dat Johan vande Lanotte hem op het juiste ogenblik op de juiste positie zal willen katapulteren.

In combinatie met het reeds hierboven vermelde ideologisch vacuüm is dat uiteraard geen goed nieuws voor de sp.a, maar dat raakt natuurlijk de koude kleren van Johan vande Lanotte niet. De onze eigenlijk ook niet. Maar we hebben wel te doen met de militanten van de partij. Neen, niet het soort hopscheutsocialisten zoals een Yves Desmet, maar wel de klein man die denkt dat het bij de sp.a nog zou gaan om zijn welvaart en welzijn. En voor zover die kleine man natuurlijk niet allang uitgeweken is naar een andere partij. Als daar in 2018 of 2019 maar geen nieuw laagterecord van komt…

Dit artikel verscheen op 25 juni 2014 in 't Pallieterke.

Labels: , , , , , , , , ,

Read more...

1 juli 2014

Overlijdensbelasting

Politiek kameleon Bert Anciaux (op dit moment gecoöpteerd senator voor sp.a) meent dat men beter alle erfenissen afschaft en de hele successie rechtstreeks naar de overheid laat gaat. Prompt distantieerde sp.a voorzitter Bruno Tobback zich hiervan.
In de rubriek '10 geldvragen aan...’ in De Tijd van zaterdag 28 juni vindt Bert Anciaux dat “de wereld rechtvaardiger zou zijn als we erfenissen zouden afschaffen zodat vermogens rechtstreeks naar de overheid gaan.” Hij voegt er wel aan toe: “Maar dat is een persoonlijke overtuiging waarvan mijn kinderen niet het slachtoffer moeten worden.” Een uitspraak van een volleerde apparatsjik, die meent dat iedereen maar moet betalen, behalve zijn kinderen? Anciaux had met zijn uitspraak meteen een lawine van negatieve reacties over zich heen gekregen en er volgde ook snel een duidelijke afkeuring van zijn partijvoorzitter. In een reactie aan De Morgen verduidelijkt sp.a-voorzitter Bruno Tobback dat het standpunt van Bert Anciaux niet aansluit bij dat van de partij: "Van vermogens afpakken kan absoluut geen sprake zijn." Anciaux reageert ook nog dezelfde dag, dat hij helemaal geen commotie wilde. Zo noteerde De Morgen volgende reactie van Anciaux: "Men vroeg me in het kader van een interview voor De Tijd of ik mijn kinderen ook financieel wil ondersteunen. Natuurlijk wil ik dat. Ik wil alles doen voor mijn kinderen. Maar ik zei erbij dat ik het wel wat hypocriet vind van mezelf omdat ik het systeem van erfenissen niet echt eerlijk vind ten opzichte van kinderen die uit een arm gezin komen.” Alsof men dat oplost door iedereen armer te maken. Wat een kromme redenering!

Een zekere Koen Smets, burgerlijk ingenieur, deskundige op het gebied van organisatie-ontwikkelingen, die woont en werkt in het Verenigd Koninkrijk,verdedigde in De Morgen (8.05.14) reeds het confisceren van de successierechten als de meest faire belasting! Anciaux staat dus niet alleen... Argument van Smets:
“Successierechten zijn echter een belasting op het overlijden en men kan ervan uitgaan dat er niet minder zal worden gestorven wanneer de belasting op erfenissen wordt opgetrokken. Bovendien zijn successierechten niet alleen een van de economisch meest efficiënte belastingen, ze behoren ook tot de meest faire: de ontvanger van een erfenis heeft geen enkele verdienste aan de plotse rijkdom en de belasting is dus puur een belasting op toevallig verkregen rijkdom. Zelfs een tarief van 100 procent zou nauwelijks een negatief economisch effect teweeg brengen.
Men kan zich de vraag stellen: als het zo'n faire en economisch efficiënte vermogensbelasting is, waarom wordt ze dan niet onmiddellijk ingevoerd? Het antwoord mag niet verrassen. Geen enkele politieke partij durft het risico te lopen van de electorale afstraffing die een dergelijk voorstel dreigt te veroorzaken. Ondanks alle pleidooien voor een eerlijkere belasting, die toeval harder aanpakt dan hard werk, lijkt een dergelijke fiscale ingreep onwaarschijnlijk.”

In De Morgen van maandag 30 juni ’14 krijgt dezelfde Koen Smets nogmaals een opiniestuk om Anciaux bij te vallen, en opnieuw te pleiten voor het volledig confisceren van erfenissen ten gunste van de staat. (Artikel ‘Bert Anciaux had gelijk: erfbelasting ís rechtvaardig’ http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1931825/2014/06/30/Bert-Anciaux-had-gelijk-erfbelasting-is-rechtvaardig.dhtml). Citaat: “Bovendien kan erfbelasting ook een rol spelen in het aanpakken van het ongelijkheidsprobleem. Wie vermogen verwerft via een erfenis heeft daar niet de minste verdienste aan - en dat geldt net zo goed voor Liliane Bettencourt, erfgename van het L'Oréal fortuin, als voor Jan met de pet die enkele kasbons, of een deel van een huis erft. Erfenissen zorgen ervoor dat vermogen 'in de familie' blijft, en houden grote en kleine dynastieën in stand. Een confiscatoire erfbelasting zou hiermee snel komaf kunnen maken, en de leden van elke nieuwe generatie op een veel gelijkere voet kunnen plaatsen.”

Erfenisrechten verlagen

Koen Schoors, professor economie aan de UGent, bespreekt het ruimere probleem van ongelijkheid in De tijd van 10 mei ’14:
“De jongste veertig jaar is het grootste gedeelte van de stijging van het inkomen van een gegeven land ten goede gekomen aan de topverdieners van dat land. Het effect is erg sterk aanwezig in de Verenigde Staten, maar speelt zeker ook een rol in Europese landen. Dat komt deels omdat ook het kapitaal erg scheef is verdeeld en omdat inkomsten uit kapitaal minder zwaar worden belast dan inkomsten uit arbeid. Daardoor is een nieuwe toplaag ontstaan die het leeuwendeel van het inkomen en kapitaal naar zich toe zuigt, en een ruime onderlaag die gedurende de jongste dertig jaar erg weinig verbetering heeft gezien in haar materiële welvaart….
Een van de oorzaken is het ontstaan van een wereldwijde juridische adviesindustrie. Die is erop gericht grote kapitalen zo weinig mogelijk te laten bijdragen aan het publieke goed. Als je echt veel kapitaal hebt, dan hoef je nauwelijks belasting te betalen op de inkomsten van dat kapitaal en al helemaal geen erfenisrechten. Specifiek voor grote kapitalen bestaat er immers een hele jungle aan arrangementen, die u tegen een adequate vergoeding vrijstelling verlenen. Dat was vroeger de couponnetjestrein naar Luxemburg, en dat is nu nog steeds de burgerlijke maatschap, het fonds of de stichting.
Hier moeten we zo snel mogelijk mee ophouden. Het is veel beter de erfenisrechten te verlagen maar die dan ook door iedereen te laten betalen zodat de effectieve inkomsten stijgen, iets wat ons eerder lukte naar aanleiding van de registratierechten.”

Dus geen algemene confiscatie zoals Anciaux en Smets voorstellen, maar in tegendeel een verlaging van de erfenisrechten.

De erfenisrechten in Vlaanderen kunnen nog steeds hoog oplopen. Ze bedragen in rechte lijn slechts 3%, maar slechts voor het geërfde deel tot 50.000 euro, 9% voor elk erfenisdeel tussen 50.000 en 250.000 euro, en 27% voor het deel boven de 250.000 euro. Bij erfenissen tussen broers en zussen begint het bij 30% vanaf de eerste euro, oplopend tot 65% vanaf 125.000 euro (waarbij geen opsplitsing meer geberut tussen roerende en onroerende goederen, zoals dat wel gebeurt in rechte lijn), en bij erfenissen tussen andere personen gaat het tarief van minimum 45% naar eveneens 65% vanaf 125.000 euro (waarbij ook hier geen opsplitsing meer gebeurt tussen roerende en onroerende goederen). Een redelijke grond voor die afdracht is niet te geven: omdat men sterft graait de fiscus in het spaargeld van de overledene. Dat heet dan ‘successierechten’, maar is nog min nog meer een belasting op het overlijden.

Er wordt dus bij een overlijden al behoorlijk wat afgeroomd van het spaargeld van de middenklasse, waarbij dus, dixit Koen Schoors, de grote kapitalen buiten schot blijven door allerhande juridische constructies.

Confisceren van alle erfenissen roept de communistische tijd op. Hoe kan men vandaag nog voor zoiets pleiten? Elke nieuwe generatie zou dan wel op ‘een veel gelijkere voet’ worden geplaatst, namelijk allemaal met niets als startgeld. Is dat de oplossing voor armoede, iedereen alle spaargeld van de vorige generatie afnemen? Een nationalisatie zonder enige vergoeding? Om de begrotingsputten te vullen? Of waarvoor zou dat geconfisceerde geld en vastgoed anders dienen? Of mag iedereen dan gaan aankloppen bij het OCMW om een voor elke inwoner gelijk stukje van het jaarlijks geconfisceerd bedrag te ontvangen? Begin er maar aan. Men moet zich dat even concreet voorstellen: bij het overlijden van de ouders moeten de kinderen de sleutels van het ouderlijk huis afgeven aan de hen opgelegde nieuwe eigenaar, de fiscus. Wil men het terugkrijgen moet men het dan van de fiscus terugkopen, en er eventueel een hypothecaire lening voor aangaan. Een zeer slechte en onmenselijke utopie.

Het probleem van de ongelijke verdeling van vermogens is reëel, maar het confisceren van alle erfenissen het verkeerde antwoord.


Read more...

29 juni 2014

Brussels ED


 

 

Toen Remi Vermeire, hoofd van de voormalige Warandegroep, in mei voor de Debatclub zijn nieuwe pleidooi voor Vlamse zelfstandigheid voorstelde, ging hij in wisselwerking met moderator Frans Crols op twee belangrijke punten in: de democratie-eisen die aan een Vlaamse onafhankelijkheidsverklaring moeten gesteld worden, en het toekomstige statuut van Brussel. Van de directe democratie wilde Vermeire geen fetisj maken: ze is wel wenselijk en een zelfstandig Vlaanderen kan op termijn dat stelsel invoeren, maar een diepgaande beslissing als de Belgische boedelscheiding moet niet het proefkonijn zijn voor een procedure waar de kiezer nog geen ervaring mee heeft. Er zijn nu wel Vlaamse politieke instellingen, en voor de nabije toekomst moeten we dus op het Vlaamse parlement rekenen om de onafhankelijkheid uit te roepen

Aangaande Brussel was hij het ruwweg eens met de stelling die Crols twintig jaar geleden al verdedigde in zijn boek Brussels DC:: onderhandel met de EU over de overdracht van Brussel als confederaal hoofdstedelijk district bestuurd door de Brusselaars zelf onder voogdij van de EU. Een Europees Distict Brussel, Brussels ED. Bekijken we de voor- en nadelen van deze optie.

Vooreerst beseffen wij dat het hier om een plan B gaat. De eerste optie zou zijn, de historisch Vlaamse stad Brussel terug te vervlaamsen, d.w.z. bij een onafhankelijke republiek Vlaanderen te voegen. Gerolf Annemans en Steven Utsi hebben zich in die zin uitgesproken in hun boek De Ordelijke Opdeling. Het is goed dat er voor de aanhechting van Brussel een draaiboek klaarligt, maar zelfs als de partij van deze auteurs 50% van de stemmen in Vlaanderen haalt, zal de niet-Vlaamse meerderheid in Brussel ze verwerpen. Ze heeft ook de instellingen om  op een internationaal erkende wijze haar wil kenbaar te maken. Het zou anders geweest zijn mochten de Vlaamse politici de waarschuwing van Frans Vander Elst tegen Brussel als derde gewest ter harte hebben genomen, maar dat hebben zij nu eenmaal niet. Integendeel, tijdens opeenvolgende staatshervormingen hebben deze pantoffelvlamingen de aparte status van Brussel steeds verder gebetonneerd. Dus behoudens een volstrekt revolutionaire toestand, is Brussel staatkundig voor Vlaanderen verloren. Laten wij dus het onvermijdelijke omarmen en het beste maken van een echtscheiding tussen Brussel en Vlaanderen.

De huidige verwevenheid van Brussel met Vlaanderen vormt de belangrijkste hinderpaal voor een boedelscheiding tussen Vlaanderen en Wallonië. Een eerste belangrijk winstpunt van een Vlaanderen zonder Brussel is dat het eindelijk een zelfstandig Vlaanderen op voet van gelijkheid met Wallonië kan opleveren. De taalgrens kan eindelijk een staatsgrens worden, waarbinnen de Nederlandstaligheid zonder uitzonderingen geldt en we de talrijke niet-Vlamingen in de Rand echt kunnen integreren.  

De Brusselaars willen niet liever dan verlost te zijn van hun Vlaamse schoonmoeder. Dat geldt intussen ook voor de meeste Brusselse Vlamingen, en niet alleen de Dansaert-culturo’s. Zelfs de doorwinterde flamingant Julien Borremans beviel in Brussel Deze Week zopas van een opiniestuk dat de wens tot vervlaamsing van Brussel achterhaald verklaarde. Men kan dat betreuren, maar een goede politicus weet dat feit in het voordeel van Vlaanderen aan te wenden. Vlaanderen kan afstand doen van Brussel in ruil voor politieke winst.

Tegelijk kan het nochtans de wezenlijke Vlaamse belangen in Brussel veilig stellen. Ziehier het verschil tussen staats- en volksnationalisme: het staatsnationalisme klampt zich vast aan de staatkundige eenheid van Vlaanderen en Brussel, hetzij via België hetzij utopisch binnen een onafhankelijk Vlaanderen; het volksnationalisme daarentegen behartigt de belangen van het reëel bestaande Vlaamse volk in een van Vlaanderen gescheiden Brussel. Vervul de wens van de Brusselaars om zelfstandig te zijn, met een door de EU-overheid gewaarborgde grondwet die de plaats van het Nederlands in Brussel veilig stelt.

Aldus kan ook de anomalie van een Vlaams gewest met bestuurlijke instellingen buiten dit gewest zonder gedoe bestendigd worden. De Franstaligen hebben al laten verstaan dat de Vlaamse instellingen bij een boedelscheiding uit Brussel moeten ophoepelen, maar de EU zal dat anders zien.Met eurocraten is het iets beter onderhandelen dan met Belgische tegenspelers, zeker wanneer de dobbelstenen door de Belgische grendels vervalst zijn. De EU is een zeer eigensoortige constructie en kan met deze van België geërfde anomalie best leven.

Veel hangt natuurlijk af van de onderhandelingen met de EU, en daar kunnen de Vlaamse politici nu eens bewijzen wat ze waard zijn. Gezien hun gebruikelijke mobilisatie tegen elkaar in plaats van tegen de gemeenschappelijke tegenstander, zijn we niet optimistisch. Men moet met name opletten voor de Vlaamse neiging om niet in teksten vastgelegde goede wil bij de tegenstander te veronderstellen.Anderzijds kan de nieuwe post-Belgische situatie waarin met een ernstige partner écht aan politiek gedaan wordt, een spoorslag betekenen voor een nieuwe generatie beleidsmensen.

Dit is een realistisch plan, of kan het worden. Ooit trok de Vlaamse Volksbeweging naar Straatsburg om die stad het statuut van EU-hoofdstad aan te bieden. De eurocraten weg uit Brussel en de Rand zou het voor Vlaanderen gemakkelijker maken. Maar dat is niet gebeurd en geen Vlaming denkt er zelfs nog aan. Goed, Brussel als hoofdstad bezorgt de Vlamingen dan weer andere mogelijkheden om er hun institutioneel voordeel mee te doen, maar het zet een druk op de heel ruim gedefinieerde Rand die alleen een onafhankelijke republiek Vlaanderen kan hopen te beheersen. Bij elke beleidsbepaling moet men vooral rekening houden met het in Vlaanderen zeer groot percentage goedmensen, die zich moreel beter voelen wanneer ze de taalwetten laten schenden en het land van hun kinderen verkwanselen. Daarom zijn, vrees ik, plannen om Brussel bij een zelfstandig Vlaanderen aan te hechten, onrealistische wensdromen geworden. Maar de weg via de EU biedt een tweede beste optie.

Labels: , , ,

Read more...

7 juni 2014

De impact van de PS–cdH-bom (Hoegin)

Nadat de PS samen met de cdH voor de Waalse en de Brusselse regeringen het zekere voor het onzekere nam, gaat het plots heel snel in de verscheidene regeringsonderhandelingen. Door deze zet van de PS moest de CD&V haar eis om samenvallende regeringsonderhandelingen noodgedwongen laten vallen, maar anderzijds kan de partij hierdoor haar onderhandelingspositie tegenover de N-VA versterken. Een overzicht.

Nogal wat commentatoren lijken er op dit ogenblik vanuit te gaan dat de kansen op een centrum-rechtse federale regering de jongste dagen sterk gestegen zijn. Zij denken dat de PS een Pyrrusoverwinning heeft geboekt door zowel in Wallonië als Brussel onderhandelingen met de cdH (en het FDF) op te starten. Zeker, dat heeft veel kwaad bloed gezet bij de MR, die zich opnieuw uitgesloten ziet van regeringsdeelname op regionaal vlak. Bovendien beweren zowel PS als cdH dat de cdH nog steeds de handen vrij heeft om zonder de PS in een federale regering te stappen. Tot slot wordt erop gewezen dat de PS de hete adem van de PTB in de nek voelt, en dus wel eens liever niet in een federale regering zou willen stappen die moeilijke en pijnlijke besparingsmaatregelen zal moeten opleggen. Uitlatingen in PS-kringen dat het voor hen niet echt hoeft zouden dat bevestigen. Los nog van het feit dat het hier toch nog altijd over een brutale machtspartij gaat die er niet voor terugdeinst desnoods de land aan de afgrond te brengen als haar belangen in het gedrang komen, wil ik daar toch nog enkele andere kanttekeningen bij plaatsen.

Wil MR electorale harakiri plegen?

Zo kan het best zijn dat men op dit ogenblik bij de MR buiten zijn zinnen is omwille van het «verraad» van de PS en de cdH, en daarom desnoods zelfs bereid zou zijn om als enige Franstalige partij in een federale regering te stappen. Alleen, de onderhandelingen voor zo'n regering zijn niet op één-twee-drie afgerond. Dat betekent dat wanneer de woede binnen enkele dagen weer wat gekoeld is, niet uitgesloten is dat bij de MR het besef zal intreden dat zoiets electoraal toch wel een enorm grote gok is. Er moet voor de MR immers ook na 2019 nog leven zijn, en toetreden tot un gouvernement belgo-flamand die aan Franstalige zijde zelfs niet bij benadering een meerderheid kan voorleggen lijkt meer op harakiri dan iets anders.

Hete herfst

Zal de cdH in een federale regering willen stappen zonder de PS? Dankzij de regering–Di Rupo I is een meerderheid in elke taalgroep geen strikte voorwaarde meer, en MR en cdH hebben samen voldoende zetels in de federale Kamer om de ergste kritiek op dit gebied te kunnen smoren. Maar een groter probleem is natuurlijk de aanwezigheid van de N-VA in zo'n regering. Wat waarschijnlijk volkomen onverteerbaar voor de cdH zou zijn, is een N-VA-premier. Gelukkig bestaat daar een eenvoudige oplossing voor: een CD&V-premier (wat overigens als voordeel heeft dat hier een gemakkelijke uitweg voor Kris Peeters geschapen kan worden).

Maar het grootste obstakel is en blijft dat er voor de cdH in een centrum-rechtse regering weinig eer te rapen zal vallen. Als er op federaal vlak nog cadeaus en snoepjes uit te delen vielen voor Brussel en Wallonië zouden de zaken er helemaal anders voorgestaan hebben. Voor het –tot het tegendeel bewezen is– centrum-linkse cdH is het echter weinig aanlokkelijk enkele minder belangrijke ministerposten te leveren in een centrum-rechtse regering waartegen de PS misschien deze herfst al al haar syndicale duivels zal willen ontbinden om het PTB-gevaar enigszins te kunnen bezweren. Dan kan men net zo goed nu al de CSC, de Waalse vleugel van het ACV, opdoeken, en hoeft de cdH in 2018 en 2019 buiten Luxemburg zelfs geen kieslijsten meer in te dienen.

Praatjes

Bovendien, zou om diezelfde reden het Paleis eigenlijk wel zin hebben in een federale regering zonder de PS? Koning Filip zal het spel ongetwijfeld wat subtieler willen spelen dan zijn vader in 2010, al was het maar om dat contrast na de recente strubbelingen binnen het koningshuis in de verf te kunnen zetten. Het is bekend dat het Paleis traditioneel goede relaties met de cdH heeft, al waren die in de tijd toen die partij nog PSC heette stukken intenser. Het is dus best mogelijk dat informateur Bart de Wever komende dinsdag een formatieopdracht krijgt, maar die hoeft daarom nog niet te lukken.

Het is trouwens merkwaardig dat er vandaag in de kranten allerlei verhaaltjes opduiken waaruit zou moeten blijken dat reeds begin deze week een regering met N-VA, CD&V, Open Vld, MR en cdH zo goed als in de steigers stond, en dat de PS daarom op donderdag een forcing doorvoerde. Nochtans beweerden die kranten woensdag nog met evenveel stelligheid dat informateur Bart de Wever geen schijn van kans maakte om een centrum-rechtse regering te vormen, en dat het komende dinsdag dus finaal over and out zou zijn voor zijn informatieopdracht. Of moeten we soms geloven dat die Wetstraatjournalisten een centrum-rechtse regering zozeer genegen zijn, dat zij drie dagen lang collectief de kiezen stevig op elkaar hielden om Bart de Wever toch maar alle kansen te geven?

Naar een N-VAACW-regering?

Wat betekent dit voor de Vlaamse partijen? In eerste instantie leek de N-VA de grote verliezer te zijn van het brute manœuvre van de PS van donderdag, maar in tweede instantie zat er voor de N-VA toch ook winst in. De Vlaamse regeringsonderhandelingen konden nu immers toch van start gaan, zonder nog verder te hoeven wachten op de federale regeringsonderhandelingen. Het probleem van de N-VA is echter dat een federale centrum-rechtse regering zeer onwaarschijnlijk blijft, terwijl een tripartite op Vlaams niveau nog altijd als alternatief blijft bestaan. Het volstaat te tellen hoeveel ACW'ers er aanwezig zijn in de CD&V-delegatie die gaat onderhandelen met de N-VA om te weten hoe laat het is. Een garantie op succes is er dus zeker nog niet. En zelfs als het tot een Vlaamse N-VAACW-, pardon, N-VACD&V-regering komt, bestaat nog altijd het gevaar op een constructieve motie van wantrouwen in het Vlaams Parlement als de federale regeringsonderhandelingen eindelijk in hun plooi zijn gevallen. Je weet maar nooit of de CD&V nog maar eens van mening verandert over de noodzaak van afspiegelingsregeringen tussen de verschillende niveaus.

CD&V in het midden van het bed

De CD&V blijft comfortabel in het midden van het bed liggen, ook al was er dat kortstondige gezichtsverlies van donderdag. De partij heeft echter snel gekozen voor de enig mogelijk optie die nog overbleef: alsnog de Vlaamse regeringsonderhandelingen in gang zetten, zonder te wachten op de federale. Op die manier kan ze niet meer verweten worden de Vlaamse regeringsvorming te blokkeren in afwachting van de federale. Anderzijds staat de partij in een zeer sterke onderhandelingspositie tegenover de N-VA. Zoals reeds gezegd blijft de tripartite bestaan als alternatief, en daardoor kan de CD&V hoge eisen stellen. De post van minister-president voor Kris Peeters bijvoorbeeld, als die federaal niet aan de bak zou kunnen komen met een nog betere portefeuille.

Het is trouwens op het Vlaamse vlak dat de N-VA volstrekt ongevaarlijk is. Dat heeft die partij tijdens de vorige regeerperiode ook afdoende bewezen: federaal liep ze dan wel storm tegen de zesde staatshervorming, op Vlaams niveau voerde ze die loyaal uit. Bovendien, en zoals de Waalse werkgevers deze ochtend ook terecht opmerkten, worden de echt belangrijke beslissingen in België nog steeds op het federale niveau genomen. Het is dan ook daar dat de CD&V de pottenkijkers van de N-VA liever niet mee aan tafel ziet zitten (sleutelwoord: ARCO). Eerder deze week nog was partijvoorzitter Wouter Beke er trouwens niet te beroerd voor om nog gelijkheidstekens te plaatsen tussen de aanslag op het Joods museum in Brussel en de N-VA-plannen om de werkloosheid aan te pakken.

Rutten praat haar mond voorbij

Voor de Open Vld was dit een slechte week. De partij verliest (voorlopig) een Vlaamse regeringsdeelname, maar federaal zal ze ongetwijfeld nog wel bijdraaien. Partijvoorzitter Gwendolyn Rutten heeft immers de geloofwaardigheid van een vos in een hoenderhok die uitroept dat hij ofwel àlle kippen, ofwel helemaal geen wil. Meer dan een wanhopige poging om die andere helft kippen opnieuw in het hoenderhok te jagen is dat uiteindelijk niet. De Open Vld zal immers de postjes pakken die ze kan krijgen. De partij kan het bovendien niet maken federaal een centrum-linkse regering in het zadel te helpen enkel en alleen omdat ze regionaal niet mee aan de bak kon komen.

A propos, zou die alles-of-niets-tactiek van Gwendolyn Rutten wel op voorhand doorgepraat geweest zijn met Europees Commissaris Karel de Gucht?

Overigens, wat Gwendolyn Rutten beweert is een hoogst interessante stelling, namelijk dat het niet meer mogelijk is om een goed economisch beleid uit te zetten zonder zowel in de Vlaamse als de federale regering aanwezig te zijn. En vooral dan dat dat een gevolg zou zijn van de zesde staatshervorming. Kan dat eigenlijk iets anders betekenen dan dat de critici van die zesde staatshervorming over de volle lijn gelijk hadden, namelijk dat ze een miskleun van formaat is, en dat ze Vlaanderen helemaal geen grotere economische autonomie schonk? Jammer dat tot nog toe geen enkele journalist daar eens over doorgevraagd heeft.

Een linkser Vlaanderen is daarom nog niet links

Links is voorlopig niet aan zet in Vlaanderen. Conform de verkiezingsuitslagen overigens. Partijvoorzitter Wouter van Besien van Groen heeft gelijk wanneer hij stelt dat Vlaanderen op 25 mei linkser gestemd heeft, want er is inderdaad een verschuiving van ongeveer twee–drie procent naar links tegenover 13 juni 2010. Maar dat betekent nog lang niet dat Vlaanderen vandaag links zou stemmen.

De ontkoppeling van de Vlaamse en de federale regeringsonderhandelingen betekent concreet dat de sp.a voorlopig weinig kans meer maakt om in de Vlaamse regering te raken. De lezer mag drie keer raden wat dat betekent voor Oosterweel of de onderwijshervorming van Pascal Smet. De signalen uit het kamp van de sp.a tonen trouwens duidelijk aan dat zure druiven daar nog steeds het hoofdbestanddeel van het dagelijkse menu uitmaken. Federaal blijven de kansen van sp.a echter fundamenteel ongewijzigd zolang een tripartite de meeste kans maakt.

Groen heeft nooit veel kans gemaakt om in de Vlaamse of federale regering binnen te breken. Aan Franstalige zijde heeft Ecolo een veel te grote pandoering gekregen om nog veel zin te hebben in welke regeringsdeelname dan ook, en in Vlaanderen staat Groen veel te zwak om zichzelf op eigen kracht in een Vlaamse regering te hijsen. Daar raakt ze immers alleen maar in als aanhangwagen van ofwel de sp.a ofwel via een federaal ommetje Ecolo.

Rampscenario voor Vlaams Belang

Voor het Vlaams Belang lijkt zich het slechts mogelijke scenario te zullen voltrekken. Als de N-VA in de Vlaamse regering raakt maar tegelijkertijd federaal in de oppositie blijft, zit het Vlaams Belang opnieuw met hetzelfde probleem als tijdens de afgelopen regeerperiode. Op het niveau dat er werkelijk toe doet zal de N-VA het oppositielaken naar zich toe kunnen trekken, en daardoor opnieuw het Vlaams Belang in de schaduw stellen. Ondertussen kan de N-VA via de Vlaamse regering wel haar stempel drukken op het beleid en zich verder consolideren. Het Vlaams Belang zal dan de komende vijf jaar veel creatiever uit de hoek moeten komen om het verschil te kunnen maken tegenover de oppositie/regeringspartij N-VA wil het er weer opnieuw staan na de verkiezingen van 2019.

Labels: , , , , , ,

Read more...

22 mei 2014

Neem Europa zijn open debat niet af

Minder macht voor de lidstaten, meer macht voor het Europees Parlement: dat is het heersend discours in het aanschijn van de Europese verkiezingen. Matthias Storme is het daar niet mee eens. ‘Meer Europa’ over precies die thema’s waarover grote onenigheid bestaat, dreigt tot een polarisering op zijn Amerikaans te leiden.
-------
De voorbije weken werd er uitvoerig voor gepleit om de voorzitter van de Europese Commissie door de fracties van het Europees Parlement te laten bepalen. Die fracties hebben elk hun kandidaat naar voor geschoven en het zou, zo zegt men, een kaakslag voor de democratie zijn als niet een van de Spitzenkandidaten de opvolger van José Manuel Barroso wordt.
Ook wordt ervoor gepleit om de Europese besluitvorming meer te politiseren. Die besluitvorming wordt nu door velen als te technocratisch beschouwd en/of te veel bepaald door de nationale politieke opinies. Die politisering zou dan moeten leiden naar een meer Europees politiek debat, een Europese publieke opinie. En zo zou het argument worden gecounterd dat het zwaartepunt van de democratie best bij de naties blijft liggen, omdat daar ook het democratisch debat plaatsvindt.
Om meerdere redenen vind ik dat niet zulke goede ideeën. Tot vandaag is er in het Europees Parlement niet echt een meerderheid en een oppositie zoals we die in Vlaanderen, België en vele andere parlementaire democratieën kennen. In dat parlement wordt er daardoor veel meer met een open geest gedebatteerd en zien we bij de stemmingen steeds wisselende meerderheden.
En zo hoort het eigenlijk in een democratie. In landen waar er duidelijk een meerderheid en een oppositie zijn, verliest het parlement een groot deel van zijn macht, zoals de nationale politiek duidelijk bewijst. Merkwaardig genoeg is de enige periode in de laatste vijftig jaar waarin het Belgische parlement ‘normaal’ functioneerde, die van de grote regeringscrisis van 2010-12. Zolang er nog geen meerderheid en oppositie waren, kon het parlement echt zijn rol spelen, en toen zijn er belangrijke wetten door het parlement zelf gemaakt (zoals een nieuwe nationaliteitswet). Sinds er een ‘normale’ regering is, is het parlement weer grotendeels gedegradeerd tot stemmachine van kabinetsontwerpen.
Maar weinig democratieën hebben geen last van dat fenomeen: Zwitserland, waar de regering wel door het parlement wordt verkozen maar uit omzeggens alle partijen bestaat (de zogenaamdeKonkordanzdemokratie) en de VS, waar de regering geen meerderheid in het parlement (Congress) moet hebben (omdat zij door een rechtstreeks verkozen president wordt samengesteld) en gedurende vele decennia over de partijgrenzen van Democraten en Republikeinen heen wetten werden gemaakt. En ook het huidige Europese Parlement dus. Het zou dan ook zeer jammer zijn om dat te zien verloren gaan.
Technische regeltjes
De politisering waarvoor men pleit, houdt vaak ook in dat men de rol van de lidstaten wil terugdringen. ‘Zuiver’ Europese instellingen als Commissie en vooral Parlement zouden meer te zeggen moeten hebben over de grote politieke en sociale vragen, klinkt het. Europa zou zich daarop moeten profileren, in plaats van als economische regulator massa’s technische regeltjes over ons uit te storten (waarvan Hendrik Vos haarfijn het nut al verdedigde, DS 14 mei ).
Maar dan zouden Commissie en Parlement meer macht krijgen over net die vragen waarover onze samenlevingen verdeeld zijn en waarover vooral de Europese samenleving als geheel sterk verdeeld is.
Hier dreigt een tweede gevaar, een waarvan de jongste jaren in de VS al duidelijk werd wat de gevolgen kunnen zijn. Als we de rol van de lidstaten terugschroeven in die zaken waarover de Europese samenleving verdeeld is, riskeren we een Europa te scheppen dat zoals de VS diep politiek verdeeld is. Precies door de grote maatschappelijke en politieke thema’s naar Washington te verschuiven, is dat land meer verdeeld dan ooit tevoren: er zijn ‘rode staten’ (Republikeinen) en ‘blauwe staten’ (Democraten) en die praten niet meer met elkaar. In het Congres wordt er ook niet meer over de partijgrenzen heen gepraat, want omzeggens elk thema wordt een federaal campagnethema.
Europeanisering
Dit is geen pleidooi voor Europese ‘achterkamertjespolitiek’, integendeel. We moeten juist het open debat in het Europees Parlement veiligstellen. Waar anderzijds wél nood aan is, is een ‘europeanisering’ van de nationale parlementen, zoals onder meer Mark Elchardus (DS 17 mei) bepleit: de nationale parlementen (en bij ons zijn dat ook de deelstaatparlementen) moeten meer betrokken worden bij de besluitvorming van de lidstaten over en in de Europese Unie en moeten er meer tijd en middelen voor inzetten. Dat is veel en veel belangrijker dan een overtrokken aandacht voor Spitzenkandidaten voor de Europese Commissie.

Matthias Storme. Gewoon hoogleraar (KU Leuven) en medestichter van het European Law Institute. Doceerde jarenlang Europees recht. Kandidaat voor het Europees Parlement voor N-VA.

Deze bijdrage verscheen in De Standaard van 21 mei 2014: http://www.standaard.be/cnt/dmf20140520_01112849
Read more...

18 mei 2014

Een religie als oplossing voor de multiculturaliteit




 

Selina O’Grady: En de mens schiep God.De wereld in de dagen van Jezus, Davidsfonds, Leuven 2013, oorspronkelijk And Man Created God: Kings, Cults and Conquests at the Time of Jesus, Atlantic Books, 2012.

 

Een schets van de concrete wereldsituatie waarin het christendom ontstond, en die een aantal aspecten van het christendom  verklaart, is natuurlijk geen nieuw project, maar in steeds weer geactualiseerde vorm levert het regelmatig een nuttig boek op. Aldus bijvoorbeeld de Davidsfondsvertaling van het werk van geschiedkundige en journaliste Selina O’Grady: En de mens schiep God. De wereld in de dagen van Jezus.

 

Sociologische aanpak

Voorspelbaar genoeg belichaamt dit boek de intellectuele mode die de sociologische boven de doctrinale benadering verkiest. Een beroepsmisvorming van maatschappijwetenschappers is dat zij, met hun horizontale gerichtheid, de verticale oriëntatie van religies als doctrine niet echt ernstig nemen. Zij gaan ervan uit dat deze slechts het product van maatschappelijke verhoudingen en het werktuig van elites zijn. Het tweede hoofdstuk van dit boek begint dan ook met Edward Gibbons geslaagde opmerking dat de vele religies in het Romeinse rijk “voor het volk allemaal even waar, voor de wijsgeren allemaal even vals en voor de bestuurders allemaal even nuttig waren”. Nou ja, niet allemaal precies in dezelfde mate, er waren wel degelijk verschillen die soms tot een bijzondere behandeling noopten. Maar in het algemeen was het waarheidsgehalte van een religie voor de bestuursklasse ondergeschikt aan haar bruikbaarheid, namelijk de bevolking in eender welke maatschappij verzoenen met het gezag; en de vele onderworpen volkeren integreren in de cultuur van het wereldrijk.

Dat geldt dus ook voor de auteur: zij gaat niet in op de waarheidsaanspraken van het christendom, noch op de beargumenteerde afwijzing daarvan door een Celsus of een Juliaan de Afvallige. Zij schetst alleen de wens tot gemeenschapsvorming bij de gemengde bevolking van het Romeinse wereldrijk, en hoe de diverse religies daar met meer of minder succes op inspeelden. Zo vernemen we dat ook andere sekten, iets ouder dan het christendom, de gewoonte hadden om samen de maaltijd te gebruiken of voedsel te bedélen aan behoeftigen.

Allerlei thema’s en motieven die wij via het christendom kennen, hadden destijds ook bij andere sekten burgerrecht, bv. de “madonna met kind” was een bekend gegeven uit de cultus van Isis, die met de zuigeling Horus afgebeeld werd. Het Mozaïsche verbod op afbeeldingen bestond blijkbaar ook bij andere Semieten: “De Joden, Feniciërs, Nabateeërs en veel Arabische woestijnstammen hadden abstracte voorstellingen van hun goden en weigerden antropomorfe afbeeldingen van hen te vereren. De moedergodin Cybele werd als een zwarte steen vereerd, de Nabatese zonnegod Dushara als een lange, kegelvormige steen.(…) Maar anders dan de Joodse God ondergingen deze en andere semitische goden de invloed van de Grieken en Romeinen en namen ze menselijke vorm aan.” (p.162-163) Wellicht had Mozes de beeldenloze religie, net als de naam Jahweh (Arabisch: “de Blazer”, een stormgod), meegebracht van zijn verblijf bij de Midjanitische bedoeïenen, en is zij dan theologisch verabsoluteerd geworden.

De schrijfster geeft duidelijk toe aan de tijdsgeest waar zij uitvoerig de klemtoon legt op het multiculturele karakter van het Romeinse rijk. Met voelbaar genoegen geeft zij zich over aan de veelheid, bv. hoe de verschillende inwijkelingengemeenschappen in Rome hun eigen cultus meegebracht hadden en deze door het Romeinse pluralisme konden blijven belijden. Dus veronachtzaamt zij de factoren van eenheid, de ruggengraat van dit veelvolkerenrijk. Uiteraard heerste bij alle veelkleurigheid de suprematie van de Romeinse wet, religieus vertaald in de keizercultus. Lokale overgeleverde wetten werden wel gedoogd, maar waren onverenigbaar met het Romeinse staatsburgerschap. Vandaar bijvoorbeeld dat Paulus zich aan de Joodse rechtspraak kon onttrekken door op zijn Romeinse staatsburgerschap beroep te doen.

Ook de Kerk aanvaardde de wet van het land, vanuit het beginsel: “Wanneer in Rome, doe als de Romeinen.” In tegenstelling met de latere islam (die ongeacht nationale tradities altijd de Profeet wou nabootsen) hield zij niet vast aan ondermeer een eigen kleder- of baarddracht, noch dus aan  een eigen rechtsstelsel. Vivit ecclesia lege Romana, “de Kerk leeft volgens de Romeinse wet”. Elites van veroverde gebieden werden goedschiks of kwaadschiks geromaniseerd; het is in dit licht dat we de landvoogd Herodes en zijn moeilijke positie tussen Rome en de Joodse orthodoxie moeten begrijpen. Een ander voorbeeld was de Magrebijnse prins Juba, die als kind geketend in een triomftocht door Rome gevoerd was: “Daarna werd hij echter aan het keizerlijk hof opgevoed om tenslotte op Herodes na de trouwste en geleerdste vazal van Augustus te worden.” (p.122) 

 

Kosmopolitisme

Prijzenswaardig is dat de schrijfster meerdere hoofdstukken aan de naburige beschavingen wijdt. De nochtans beschaafde Maya’s komen hier niet aan bod omdat zij in het ontstaan van het christendom geen enkele rol gespeeld hebben. Wel het Chinese rijk, dat de Romeinen door handel enigermate bekend was, vooral door de invoer van zijde. De beroering die het Chinese rijk tijdens Jezus’ leven doormaakte, de zogenaamde “usurpatie van Wang Mang” (die een onderbreking vormde van de ruim vier eeuwen durende Han-periode), levert een goed verhaal en een mooie illustratie van de Chinese hofzeden, maar heeft eigenlijk evenmin enige invloed gehad op de hoofdlijn van dit boek.

Heel anders ligt dit voor India, dat vele raakpunten heeft met de geschiedenis van de Romeinse religies en het ontstaan van het christendom. Zo zijn er de reizen naar het Oosten van enkele Griekse wijsgeren zoals Pythagoras en Apollonius van Tyana, en de reis westwaarts van een aantal Indiase ideeën, ondermeer door boeddhistische missionarissen verspreid. Alexander de Grote had er een Griekse aanwezigheid nagelaten, die ondermeer zorgde voor de uitvinding van het populairste beeldhouwwerk ter wereld: het Boeddhabeeld, dat geïnspireerd was op de uitbeelding van Apollo. Handel met India was er al sedert de tijd van Salomo, ondermeer via de lange tijd geheime zeeweg tussen India en Arabië, waarbij het in de Bijbel genoemde handelscentrum Ofir geïdentificeerd is als de Indiase kuststad Supara. De Babylonische bezetting van Judea (6de eeuw v.C.) bracht niet alleen de wegvoering van de elite naar Babylon, maar viel ook ongeveer samen met de vestiging van een Joodse kolonie op de Indiase zuidwestkust; een oorzakelijk verband is niet zeker.

In de eeuwen rond Christus werd het noordwesten van India beheerst door Centraal-Aziatische volkeren die er het Mahayana-boeddhisme (dat zich naar China en Japan zou verspreiden) promootten. Opmerkelijk is de gelijkenis met het christendom op gebied van de ethiek. Het Mahayana-kernbegrip maitri, “vriendschap, medevoelen”, is ongeveer gelijkwaardig met de christelijke agapè (caritas, naastenliefde), dat niet in het Oude Testament geworteld is. De christelijke verheerlijking van het celibaat is noch Joods noch Grieks, maar loopt gelijk met wat we in het boeddhisme aantreffen. Anderzijds onthoudt de schrijfster zich volledig van de gretige New Age-verhaaltjes die de ronde doen, bv. dat Jezus in India zou geleefd hebben, of dat de eerste christenen in reïncarnatie zouden geloofd hebben.

In het zuiden grensde het Romeinse rijk aan het minder bekende Meroë, nochtans ook een geduchte tegenstander. Naarmate de Romeinse soldaten zich verder van huis waagden, waren zij ook kwetsbaarder, zoals bijvoorbeeld bleek bij hun mislukte poging tot verovering van Arabia Felix, het land van wierook en mirre. Meroë, het huidige Soedan, waagde het dan ook  om onder de moddervette doch oorlogszuchtige koningin Amanirenas rond 21 n.C. het Romeinse rijk binnen te vallen. Zij gold voor haar onderdanen werkelijk als godheid, en vergeleken bij deze heersersverering was de Romeinse keizercultus slechts opportunistische lippendienst. De reden waarom zij in dit boek behandeld wordt, is dat zij een uiterste vormde op de schaal van vervaging van de grens tussen mensen en goden, die van Bijbels oogpunt uit zo zondig was.

Toch verloor deze schrandere godin uiteindelijk haar oorlog tegen Rome. Ze nam wel de bevolking van enkele Egyptische grenssteden tot slaaf (weer een geval waar de meesters een donkerder huidskleur hadden dan hun slaven), maar dan kwamen haar slecht getrainde troepen oog in oog met een Romeins leger, en toen gebeurde de slaafneming van de overlevenden in omgekeerde richting. Bij het resulterende vredesverdrag kreeg ze echter al wat ze vroeg van Rome, en de zuidgrens van het rijk bleef de volgende eeuwen stabiel en welvarend. Het is wel een verademing dat haar rijk nu eens niet een fel bejubelde “smeltkroes” was, anders dan Alexandrië, Klein-Azië, Rome en in meer of mindere mate heel het Romeinse Rijk. 

 

Foutjes

Nog wat taalkundige bemerkingen. Dit boek is al te duidelijk uit het Engels vertaald. Over de Arabische godin Allat zegt de schrijfster in vertaling dat dat een “gezel” was (p.161). Het Engels heeft hier het unisekswoord companion, maar het Nederlands maakt onderscheid tussen de mannelijke gezel en de vrouwelijke gezellin. De Galli (gesneden priesters van de Syrische godin Atargatis) “nam deel”, in plaats van “namen deel”, wegens het Engelse “took part”, zowel enkel- als meervoud. Heel wat keren hebben mensen hier geen “nek”, maar “nekken” (p.158); evenals “koppen” en “nappen” (p.228), “snorren” en “gezichten” (p.233), en “namen”(p.313). Het Engels beschouwt hier het absolute getal, honderd mensen hebben honderd nekken, het Nederlands het relatieve getal: elke mens één nek. Een paviljoen in het meervoud geeft hier “paviljoens” (p.248). Een “wonderwerker” (p.167) noemen wij een “wonderdoener”, het “zoroastrianisme” (p.184, 185) heet in het Nederlands het “zoroastrisme”, beter nog het “mazdeïsme”. In het citaat van hierboven “namen ze menselijke vorm aan”, they took on human form; maar wij zouden “een menselijke vorm” zeggen.  

Het deel over China bevat een eigen soort moeilijkheden. Zo wordt meestal de pinyin-transcriptie gevolgd, maar soms niet: hsiao (eerbied tegenover de ouders, p.241) waar xiao had moeten staan.

 

Thomas

Maar na deze spijkers op laag water moeten we nu een ernstige fout behandelen, één die het wetenschappelijke gehalte van heel dit boek in vraag stelt.  Het deel over India bevat heel terloops een feitelijke onwaarheid waar de meesten zullen overheen lezen, of die ze zelfs voor zoete koek zullen slikken, maar die in wezen een zwaarbeladen leugen is. Eerst geeft de schrijfster een beschrijving van de Iraanse koning Gondophares met zijn diensters in Grieks-Iraanse kleding, die het bezoek kreeg van de beweerde wonderdoener Apollonius van Tyana, en die een woestijnachtig gebied bestuurde, kennelijk in Afghanistan. Dan haalt ze de 3de-eeuwse Handelingen van Thomas aan: volgens deze werd hij “bekeerd door de apostel die bekend staat als de ‘ongelovige Thomas’.(…) Onderzoekers hebben echter aanwijzingen gevonden die de beschreven missionaire activiteit van Thomas in het zuiden van India bevestigen. Hij werd er uiteindelijk omgebracht door brahmanen, maar het is zeker niet onmogelijk dat hij voordien ook het hof van Gondophares in het noordwesten heeft bezocht.” (p.213) Verderop wordt nog eens herhaald dat Thomas “door woedende brahmanen vermoord werd”. (p.345)

In het paradijselijke, allerminst woestijnachtige Zuid-Indiase kustgebied Kerala woont een gemeenschap van zogenaamde Thomas-christenen, volgens geleerden sedert de 4de eeuw toen zij als vluchtelingen onder ene Thomas van Kana asiel kregen, maar volgens hun huidige overleveringen al sedert de landing van Thomas de apostel in 52 n.C. Zij promoten het verhaal van Thomas, en krijgen tegenwoordig heel moderne steun. Op de Wikipedia-lemma’s over Thomas zou je bijvoorbeeld de indruk kunnen krijgen dat er heel wat bronnen bestaan die allerlei details over het leven van Thomas en het ontstaan van het Zuid-Indiaas christendom geven. Daar is echter niets van aan: er is geen enkele eigentijdse bron, en de oudste, de Handelingen van Thomas, staat vol natuurkundige onmogelijkheden, theologische ketterijen (de Roomse Kerk heeft het werk niet voor niets als apocrief verworpen) en immorele gegevens over de apostel. Bovendien is het niet de tekst zelf, maar een zeer bij het haar getrokken interpretatie ervan, die er Kerala en een moord door brahmanen bijhaalt.

De Handelingen van Thomas beschrijven hoe Thomas, de tweelingbroer (!) van Jezus, door Jezus als slaaf verkocht wordt (!) en in het woestijnachtig land van koning Mizdai (= Mazda, één van de Iraanse namen in het boek) terechtkomt. Hij verricht er allerlei schadelijke toverij en, hoewel de koning hem de hand boven het hoofd houdt en het bij een verbanning wil laten, blijft hij de anti-maatschappelijke daden opstapelen totdat de koning niet meer aan de druk om hem ter dood te brengen kan weerstaan. Hij laat hem dan buiten de stad door soldaten “met een speer” (be ruhme) terechtstellen. In het verhaal is van het vochtig-tropische Zuid-India en zijn taal en naamgeving geen spoor. Wat beschreven wordt is het “noordwesten” van de vaag gedefinieerde regio India, namelijk het huidige Afghanistan. Op de KUL heb ik van professor Frank De Graeve s.j. nog geleerd dat Thomas nooit in Zuid-India geweest is. Zelfs kardinaal Joseph Ratzinger, de latere paus Benedictus XVI, stelde dat Thomas in het westen van India geweest is, en dat “het christendom” zich van daar naar Zuid-India verspreid heeft. Onder druk van de christenen van Kerala heeft de webstek van het Vaticaan deze passus uit de pauselijke toespraak verwijderd, maar de paus heeft zijn woorden nooit verloochend.

De genoemde moordzuchtige “brahmanen” zijn een foute lezing van “be ruhme”, in een Semitisch alfabet dat alleen de medeklinkers weergeeft. Welbeschouwd is het een ernstig geval van bloedlaster, hen zulke moord in de schoenen te schuiven. Zij hebben de christenen asiel gegeven en helemaal in hun samenleving opgenomen zonder enige vragen over hun religie te stellen. Dit voorrecht gold niet in omgekeerde richting: reeds kerkvader Gregorius liet twee tempels van Indiase handelaarskolonies aan de Eufraat slopen, en alle eigen Midden-Oosterse en Europese heidenen werden onder dwang bekeerd – zelfs getto’s werden hun niet toegestaan. Als dank voor de betoonde gastvrijheid en religieus pluralisme worden de brahmanen valselijk van de moord op Thomas beschuldigd.

De schrijfster is hier kennelijk buiten haar vakgebied getreden en heeft ten onrechte een partijdige bron vertrouwd. Als ex-katholiek had ik nooit begrepen waarom afvalligen van de generatie van Etienne Vermeersch het zo op christenen gemunt hadden (“papenvreters”); maar nu ik het voortdurende fanatisme van de Indiase christenen heb leren kennen, ben ik hier meer begrip voor gaan opbrengen.

 

Besluit

De misstap betreffende Thomas doet weinig af van haar veel deskundiger verslag over de religieuze ontwikkelingen in en rond het Romeinse rijk, maar trekt er des te meer onze aandacht op hoe mythen zich zelfs in deze tijd gemakkelijk kunnen verspreiden, ook bij een historica die beter zou kunnen weten. Intussen heeft zij wel een aardige sfeerschepping neergezet, met vele onverwachte bijzonderheden uit het levensbeschouwelijke landschap rondom het beginnende christendom.

Wat ons echter nog ontgaat, is het grote geheim van het christelijke succes: op eigen kracht van marginale sekte met talloze minderheidstendenzen (“ketterijen”) tot grote minderheid uitgroeien, en vervolgens tot staatsgodsdienst van een wereldrijk met nog eens filialen buiten dat rijk, zoals Armenië en Ethiopië. Een gedeeltelijke verklaring krijgen we hier wel, zoals de gemeenschapszin die gunstig afstak tegen de ineen stortende tribale structuren, en de leerstellige ruggengraat die zich vormde. Andere factoren, zoals de demografische (de christelijke gemeenschap kende stabiele gezinnen en geen abortus, dus beduidend meer kinderen), blijven hier onderbelicht. Een derde categorie blijft echter ook na dit boek nog onbekend. Wellicht heeft het toeval een grote rol gespeeld. Zo werd Eunus, leider van een slavenopstand in de 2de eeuw v.C., welbewust tot levenslang en niet tot de doodstraf veroordeeld omdat Rome van hem geen martelaar wou maken (p.168); met Jezus’ kruisdood betoonde Rome nu eens niet dezelfde wijsheid. Kleine oorzaken kunnen in de geschiedenis tot grote gevolgen leiden.    

Kortom, een goede bijdrage maar nog steeds niet het definitieve boek over de ingewikkelde ontstaansgeschiedenis van het christendom. Gelukkig is dit stellig niet het laatste werk over dit onuitputtelijke onderwerp.


Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten