1 maart 2022

De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

  


De islamgeschiedenis, antiek maar actueel

(Doorbraak, 23 februari 2022)

 

In zijn jonge leven (34) is de Gentse imam Khalid Benhaddou al vaak een gegeerde partner gebleken voor uitgevers, Antwerpse burgemeesters en interviewers. Zopas mocht hij in een vraaggesprek voor De Morgen (21/2) zijn diepste onbehagen onthullen: "De islam komt altijd in het nieuws als er problemen zijn. Ik denk dat veel moslims daar genoeg van hebben." Hij zegt het warempel nog beschaafder dan destijds ons Mieke Vogels, die verklaarde dat ze "het beu" was.

 

Dat moslims de eeuwige associatie met harde en zachtere, dichtbije en verderafgelegen vormen van terreur, vrouwenmishandeling en ongelovigenvervolging zouden willen afschudden, zal wel. Maar kan dat eigenlijk?

 

De hier vaak opduikende smoes dat "er in elke gemeenschap wel rotte appelen zitten" zonder iets over die gemeenschap zelf te impliceren, snijdt geen hout. De islamgemeenschap heeft een hechtere band met haar problematische gezichten dan andere gemeenschappen met hun rotte appelen. Als rabauwen roofovervallen plegen hoewel ze gedoopt zijn, fronst hun gemeenschap de wenkbrauwen, want dat is niet heel katholiek. Maar moslims kunnen zich op de hoofdbron van de islamwet beroepen: het voorbeeldgedrag van Mo zelf, die 26 overvallen op karavanen persoonlijk leidde. 

 

Het christendom komt al dichter bij de islam waar het de slavernij betreft, die 18 eeuwen in de christelijke wereld gebloeid heeft. Maar toen Verlichte vrijzinnigen in de 18de eeuw haar afschaffing gingen eisen (doorgevoerd door Franse Revolutionairen, 1794), sprongen talloze christenen mee op die kar. Zij gingen in tegen Paulus' oproep aan de slaven om hun meesters te gehoorzamen, maar de Bijbel bevat allerlei contradicties, en Jezus, die de slavernij stilzwijgend aanvaard had, beoefende tenminste zelf nooit de slavernij. Je kon verdedigbaar je geloof zo duiden dat het met een wereld zonder slavernij verzoenbaar was. Wereldhistorisch was de invloedrijkste figuur in de afschaffing van de slavernij de Britse politicus William Wilberforce (van wie bekendere *emancipators of the slaves* als Abraham Lincoln en Leopold II slechts epigonen waren), en hij was tevens een groot pleitbezorger van de christelijke missie. De islamwereld heeft daarentegen nooit een abolitionisme gekend en is door het Britse Rijk en later door de Verenigde Naties tot afschaffing moeten gedwongen geworden. Zeer tegen de zin, zoals bleek bij de prompte herleving ervan toen de Islamitische Staat in 2014 de Jezidi heidenen onderwierp. Waarom? Omdat het slechts de naleving was van slaafnemer Mohammeds voorbeeldgedrag.

 

De associatie van ook de gewone brave moslims met "hun" terroristen is dus niet helemaal ongefundeerd. Dezen zijn geen "rotte appelen", uitgespuwd door hun eigen gemeenschap, zij voegen slechts de daad bij een woord dat door alle moslims beleden wordt. Dat de meeste moslims geen terroristen zijn, betekent niet dat er "ook een andere, niet-militante islam bestaat", en nog minder dat "de islam niets met terrorisme te maken heeft", wel dat de meeste nominale moslims slechts oppervlakkig zijn in hun geloofsbeleving. Maar zolang zij verbaal bij de islam blijven zweren, zijn zij wel degelijk met een navelstreng aan de scherpe kantjes van die godsdienst verbonden.

 

Die hele argumentatielijn heb ik in eerdere publicaties ontwikkeld (bijvoorbeeld in mijn boek *Moordwapens en Dooddoeners*), ik hoef ze hier niet te hernemen. Op basis daarvan kan ik imam Benhaddou echter wel een oplossing voorstellen: bevrijd de moslims uit de geestelijke gevangenis die Mohammed rond hen gebouwd heeft. 

 

Absurd? Onmogelijk? De praktijk bewijst het tegendeel. Nadat West-Europa en stilaan ook delen van de VS een verregaande ontkerkelijking kennen, stellen we de jongste decennia vast dat steeds meer moslims de islam verlaten, naargelang hun situatie openlijk of in stilte. In veel gevallen is kennismaking met de kwalijke elementen in de islamleer de aanleiding.

 

Er is de jongste decennia, vooral sedert het doodvonnis over Salman Rushdie in 1989, veel geschreven over de ontluisterende ontstaansgeschiedenis van de islam als verklaringsgrond voor de islamwet van vandaag. De profeet Mohammed heet bijvoorbeeld een pedofiel (die het met Aisja deed op haar negende), beul van zijn critici, en slavenhandelaar. Dat zulke dingen ook in tal van andere antieke culturen bestonden, is niet terzake: niemand kan aanvoeren dat hij het recht op pedofilie of slaafneming heeft *omdat* de Romeinen dat ook kenden, terwijl Mohammeds zogenaamd modelgedrag via de islam wél tot vandaag gevolgen heeft, bijvoorbeeld dat de wettelijke leeftijdsgrens voor meisjes om te huwen in Iran negen jaar is. Ajatollah Chomeini kon op zijn 29 een tienjarig meisje huwen *omdat* Mohammed daartoe het voorbeeld gegeven had.

 

Het betreft hier de polemische bekendmaking van de versie die islamieten zelf onderling aanleren, of die alvast in de grondteksten van de islam vastligt. Meer dan het hedendaagse christendom neemt de islam zijn grondteksten ernstig door er zijn wetgeving ofte sjari'a op te baseren, dus de daarin verhaalde 7de-eeuwse geschiedenis is geen antiquiteit zonder belang. Veruit de beste Nederlandse inleiding, ook volgens wijlen Etienne Vermeersch, tot de werken & dagen van de profeet is het boek *De Gekaapte Religie* van Eddy Daniels. 

 

Maar er is nog een andere ontstaansgeschiedenis van de islam. geschiedenis, één die geen beschuldigingen bevat doch bij verdere bekendwording nog drastischer aan de boom van de islamitische zelfzekerheid zal schudden. Want hoe subjectief belangrijk de islamitische zelfgeschiedenis ook is, aan haar objectieve geldigheid wordt de jongste decennia getwijfeld, althans onder vaklui. Daarover volgende week meer.

 

 

 

 

De islamgenese en de moslims

 (Doorbraak, 2 maart 2022)


Er zijn talloze bijzonderheden over de woorden en daden van de profeet Mohammed bekend, van de sleuteldata van zijn loopbaan tot zijn dagelijkse lichaamsverzorging, met zijn alom nagebootste “baard van de Profeet”. Dat omvat ook enkele gênante toegevingen tegen het eigenbelang in. We bedoelen niet de slavernij of andere zaken die vandaag onverkoopbaar zijn en door apologeten weggemoffeld worden, maar destijds aanvaard werden; wel daden die ook toen al vreemd of laakbaar moeten gevonden zijn, van Mohammeds zelfmoordpoging nadat hij zijn eerste “openbaring” gekregen heeft en denkt dat hij door een duivel bezeten wordt, tot zijn poging om een verwachte moordpoging op hemzelf laffelijk af te wenden naar zijn neef Ali. Die verlegenheid is een belangrijk criterium voor historiciteit, want een hagiograaf zou zoiets niet verzinnen, hij geeft het alleen toe omdat het nu eenmaal al te bekend is. Dat alles schijnt de indruk van Ernest Renan te bevestigen dat de islam "in het volle licht van de geschiedenis" ontstaan is.

 

Maar bestaan er ook niet-islamitische bronnen die dat ontstaansverhaal bevestigen? Zulke uitwendige getuigenissen zijn bijvoorbeeld wél aanwezig voor het verhaal van Jezus: dat Hij de verrezen Zoon Gods is, wordt wel nergens geschreven, maar figuren als Herodes, Pontius Pilatus en Kajafas blijken volgens Romeinse en Joodse bronnen wel degelijk op de juiste plaats en tijd bestaan te hebben. Ook Jezus zelf duikt in de teksten al na enkele decennia op. Nog enkele millennia eerder wordt een andere godsdienststichter, Zarathoestra, onrechtstreeks (en zijn werkgever koning Vistaspa zelfs uitdrukkelijk) genoemd in een andere, vijandige bron, namelijk de Rig-Veda. Maar Mohammed?

 

De eerste Arabische bron die het woord muḫammad bevat, is de inscriptie op de Rotskoepel-moskee uit 691, dus 59 jaar na Mohammeds traditionele sterfdatum. Als men de betrokken zin eruitlicht, is het gewoon de tweede helft van de islamitische geloofsbelijdenis: “(Er is geen god behalve Dé God [= Allah], en) muḫammad is de gezondene van God.” Daarin zien moslims de bevestiging van hun geloof. Wie echter de volgende zin erbij leest, ziet de man die als Gods gezondene beschreven wordt, Jezus is. Als gezondene Gods heet Jezus dus muḫammad, “geprezen”, de basisbetekenis van het woord vóór het ook een eigennaam werd. Ook de munten die in die periode in de Levant geslagen worden en de eerste Byzantijnse vermeldingen van de nieuwe Arabische heersers aldaar wijzen niet op een nieuwe godsdienst ter vervanging van het christendom; hoogstens op een christelijke “ketterij” ter vervanging van het Byzantijnse, dan nog katholieke christendom. Met name was deze Aramees-sprekende gemeenschap in Syrië (en als minderheid ook in het Perzische rijk) anti-trinitair: zij verwierpen dat er naast God de Schepper nog een andere goddelijke persoon bestond. “Zoon Gods” kon als eretitel geduld worden, maar Jezus was niet goddelijk, en ook zijn verrijzenis was niet nodig, al was hij wel een na te volgen modelmens.

 

De 7de eeuw weet ook niet van een stad Mekka, zelfs niet op landkaarten. De stad wordt pas in 741 vermeld, hoewel ze in de islam als oeroud geldt, waar Adam en Eva terechtkwamen en ook Abraham woonde. De oudste moskeeën hebben als gebedsrichting niet Mekka maar de stad Petra in Jordanië, een duizend kilometer noordelijker. De islamitische traditie dateert de definitieve redactie van de Koran rond 650 maar erkent zelf dat de levensbeschrijving van de Profeet, basis van de islamwet tot vandaag, pas uit de 9de eeuw stamt. Er gaapt dus een grote inhoudelijke leegte in de beginperiode van de islam.

 

Wat dan wel gebeurd is, is de jongste dertig jaar in kaart gebracht door een groep Britse, Franse en vooral Duitse geleerden. We gaan het in de nabije toekomst vaker en in grotere bijzonderheid over hun werk moeten hebben, en ook een keertje over de voorspelbare tegenstand die zij vanwege het steeds pro-islamitischere academische bestel hebben moeten ondervinden. Maar dat laatste is sub specie aeternitatis een onbeduidende kanttekening bij een echte revolutie in ons begrip van de islamgeschiedenis. Hier slechts een samenvatting.

 

Arabieren dienden als huurlingen of hulptroepen voor zowel het Byzantijnse als het Perzische rijk in hun oorlog begin 7de eeuw. Na een lange reeks overwinningen werden de Perzen in 622 verassend verslagen en in 628 van de kaart geveegd. In 622 kwam de Levant in handen van de Arabische troepen omdat de Byzantijnen nog niet sterk genoeg waren om hun overwinning te verzilveren; samen met een groot deel van het verslagen Perzische rijk. Spoedig duiken vermeldingen op van een Arabische kalender beginnend in hun annus mirabilis 622; later omgeduid tot de islamkalender.

 

Plots in bezit van een rijk, herinneren de Arabieren zich dat het Byzantijnse en Perzische rijk een ideologische ruggengraat hadden, een staatsgodsdienst gebaseerd op een boek waarin een profeet centraal stond (de niet-Zoon Jezus respectievelijk Zarathoestra). Op basis van het anti-trinitaire christendom, dat dominant blijft onder het Oemmajadenkalifaat van Damascus, smeden zij zich een eigen religieuze identiteit die tot wasdom komt onder de Abbasidenclan, die vanaf 750 in Bagdad het kalifaat waarneemt.

 

Nog onvoldoende in kaart gebracht is de onmiskenbare invloed van de (dan al verdwenen geachte) Ebionieten: joden die in Jezus als niet-goddelijke messias geloven maar wel de joodse wet blijven volgen, waarvan we belangrijke trekken in de islamwet vinden, vooral de spijstaboes. Dat hielp alvast een identiteit te smeden die van het christendom verschilde. Een ander onchristelijk element zijn de seksuele zeden, te beginnen met de veelwijverij, die de Arabieren dierbaar was en een tegenstelling vormde met het Romeinse rijk, waar het christendom onder invloed van de bestaande heidense wet de monogamie gekozen had.

 

Een heilige steen wordt in 687 uit Petra naar het woestijndorpje Mekka overgebracht, en gaat vanaf het kalifaat van Bagdad de gebedsrichting bepalen. Het woord muḫammad wordt omgeduid tot een eigennaam, en na 750 duikt een geschiedenis van leven en werken van die Mohammed op, zelf de basis voor een wetstelsel. In de 9de eeuw vindt de islam zijn definitieve vorm.

 

Geschiedkundigen krijgen er een probleempje bij: als er geen profeet Mohammed bestaan heeft, wat is er dan waar van de verrassend realistische verhaallijn in zijn orthodoxe levensbeschrijving? Is dat overdracht van iemand (of meerderen) die wel bestaan heeft, of echt gewoon uitgevonden? Maar dat de nieuwe school van historici een veelbelovend spoor aangeboord heeft, is niet meer te negeren. Uiteraard blijven er bijzonderheden aan te vullen, maar dat de ontstaansgeschiedenis van de islam grondig verschilt van de officiële versie, is steeds zekerder.

 

Gevolgen voor de moslims? Argumenteren dat “Mo een schurk was”, kan de ogen van gelovigen en goedgelovige ongelovigen openen, maar wekt vooral weerstand op. Zeggen dat “Mo nooit bestaan heeft”, dus dat moslims vooral voor de gek gehouden zijn, zou hen de weg naar de uitgang kunnen wijzen.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

7 december 2018

Halfweg naar de uitgang

(Doorbraak, 3 dec. 2018)

Toen uitgever Karl Drabbe mij vroeg om vanaf nu aan Doorbraak wekelijks een artikel te leveren, voegde hij er een beperking aan toe: “Maar natuurlijk niet alleen over de islam.” En ik dan antwoorden: “Wees gerust, er zijn genoeg vrolijker onderwerpen.” Het wil echter zo lukken dat Doorbraak zelf mij een islamgerelateerd onderwerp aanreikt, een islamartikel dat om een respons vraagt. Denkelijk is het goed voor één keer.

Rob Lemeire vertelt in zijn artikel “De zwakheden van het mohammedanisme” (ik schrijf dat laatste woord met kleine letter, niet om een ideologische maar om een spraakkundige reden: vergelijk met “marxisme”) over een debat tussen islamdoorlichter Eddy Daniëls en islampredikant Khalid Benhaddou. Het was naar verluidt een hoffelijk debat, zowel tussen de debaters als vanwege het publiek, dat vooral uit linksen en moslims bestond. Zelfs Daniëls’ bekende kritiek op Mohammed, de “integrale mens” en rolmodel voor elke praktiserende moslim, werd geruisloos aanhoord, zo leren we, en zelfs bijgetreden door Benhaddou.

Wat beduidt dat in theorie en in praktijk? De theoretische ontleding zal de aandacht vestigen op de tegenstrijdigheid in Benhaddou’s stellingname, reeds in zijn bekende pleidooi voor een “rationele islam”, en hier in zijn keuze om een 7de-eeuwse handelsreiziger uit het verre Arabië te eren terwijl hij erkent dat die een onverdraagzame geweldenaar, slavenhandelaar en verkrachter was. Zelfs als de profeet daarnaast soms ook een toffe gast was, zoals in de deels ware en deels verzonnen anekdotes die Benhaddou aan zijn leerlingen vertelt, is er nog altijd geen reden om meer aandacht aan die man te besteden dan aan eender welke andere medemens.

Kritiek op Mohammed, hetzij op de totstandkoming van zijn nieuw wereldbeeld hetzij op de gevolgen daarvan in zijn gedrag, blijft niet zonder gevolgen. Hij was een feilbare mens in zijn inzichten en in zijn gedrag. Volgens critici was hij zelfs fouter dan de meesten in beide opzichten, maar laat dat standpunt voorbijgaan: hij was in ieder geval feilbaar, niet alleen in zijn beschreven gedrag (Hadieth) maar ook in de woordelijke uitingen die hij als openbaring verkocht (Koran). Waarom zou je zo iemand volgen? Het antwoord van gelovigen zal zijn dat, bij al Mohammeds al-te-menselijkheid, de Koranwoorden toch maar van God zelf komen,-- een volstrekt onbewezen stelling.  

De profeet was, volgens wijlen Herman Somers en steeds meer andere zielkundige onderzoekers, een geval van paranoia, met een uitverkiezingswaan (namelijk als Gods unieke en ultieme zegsman) gevoed door sensoriële hallucinaties (stemmen horen, visioen van de aartsengel Gabriël), vaak gepaard met een schuimbekkend toeval. De Koran, de verzameling van zijn “openbaringen”, was slechts een bandopnemer van de mijmeringen en verlangens in zijn eigen geest. Soms manipuleerde hij die, zoals toen hij Gods bijzondere toelating kreeg om, tegen de heersende gebruiken is, met Zainab te trouwen (zijn andere vrouwen beseften best dat dat doorgestoken kaart was), of toen hij als toegeving aan de heidenen de verering van de drie Mekkaanse godinnen toestond en daarna onder druk van puristische volgelingen weer verbood; maar doorgaans geloofde hij zelf dat een bovennatuurlijk wezen via hem sprak. Niet zo heel oneerlijk, alleen fout.

Aan die begoocheling was hij zeer gehecht. Het was zijn grootste bekommernis, en de verklaring van allerlei eigenaardigheden in de islamwet ligt dan ook hier, dat uiteindelijk elke mens op aarde zijn waan zou delen. Ziedaar de moslimgemeenschap: de miljoenen die aan een kunstmatige “folie à deux” lijden, een meespelen (tot en met verinwendigen) met de waan van de getroffene.    

Ook zijn gedrag was niet zo lovenswaardig, zelfs niet in zijn land en zijn tijd. Dacht je dat men toen roof en verkrachting normaal vond, laat staan navolgenswaardig deugdzaam? Na zijn eerste roofovervallen op Mekkaanse karavanen mobiliseerde Mekka een leger om daartegen op te treden (slag bij Oehoed); blijkbaar hadden ze er toch problemen mee. Onze kennis over de oude Arabische beschaving is beperkt, maar als we er het normenstelsel van naburige wetgevers als Hammoerabi, Manoe of Mozes bijhalen, lijkt zelfs het ontmaagden van een 9-jarige bruid niet zo vanzelfsprekend.

Wat in de wetgeving van Mozes, op wie hij zich aanvankelijk richtte (tot hij begreep dat de Joden hemzelf niet als profeet aanvaardden), alleszins wel voorkomt, is de slavernij. Die was allerminst een nieuwlichterij van Mohammed, maar die aanvaardde ze wel, en hij beoefende de slaafneming en slavenhandel op grote schaal. Het was met grote tegenzin dat het Mogol- en het Ottomaanse rijk zich door de westerse mogendheden lieten dwingen om ze af te schaffen, en de taaiste volhouders waren Saoedi-Arabië, Soedan en Mauretanië. De Barbarijse zeerovers in Algerije en de Zanzibari slavenhalers in Kongo hadden zelfs een Franse resp. Belgische militaire tussenkomst nodig om tot betere gedachten te komen.

Het gaat hier dus om een praktijk die gemeenschappelijk was aan de volgelingen (van wie goedmensen altijd zeggen dat ze “de ware boodschap van de grondlegger verkeerd begrepen hadden”) en de grondlegger: door en door islamitisch, onweerlegbaar islamitisch. Vindt Benhaddou dat deze praktijk moet hernomen en voortgezet worden? Zoals islamtheologen zeggen: de islam is geen kwestie van ‘aql (“rede”) maar van naql (“overdracht”, “nabootsing”). Het gaat niet om de rechtvaardiging die jij bij gelegenheid weet te verzinnen, maar om het nadoen van wat modelmens Mohammed heeft voorgedaan. Bij de tsjeven kan je foefelen, en andere delen van de Bijbel aanspreken wanneer je die door Mozes en Paulus gerechtvaardigde slavernij wil buiten beeld houden of afschaffen; maar bij de islam wordt zoiets echt moeilijk. Ben je tegen de slavernij, dan ben je tegen de islam; geen hervorming mogelijk.

Benhaddou lijdt zichtbaar onder die spreidstand. Als hij bijvoorbeeld, ongetwijfeld oprecht, voor goede betrekkingen met de omgevende samenleving van niet-moslims pleit, dan pleit hij eigenlijk tégen het Koranverbod op vriendschap met joden en christenen. Als hij zich hier voor integratie van de islam inzet, in plaats van voor een islamiserende machtsgreep zoals Mohammed die pleegde in zijn asielstad Medina en vervolgens in heel Arabië, dan keert hij zich paradoxaal genoeg tégen de islam. Als hij een multiculturele, pluralistische samenleving nastreeft, in schrille tegenstelling met Mohammeds levenswerk, namelijk de afschaffing van de bestaande multiculturele samenleving in heidens Arabië, dan zegt hij eigenlijk: “Mohammed was fout.” Ik wil wel geloven dat Benhaddou die avond verrassend ver is de moderne zienswijze meeging, maar durft hij dat in een volle moskee herhalen: “Mohammed was fout”?

Op het antwoord zal ik voorlopig niet wachten. Ik heb best begrip voor Benhaddous dilemma: het van kleinsaf meegekregen geloof trouw blijven, of onverkort voor de rede kiezen? Let wel, afvalligheid uit de islam hoeft hier niet eens een breuk met de religie te betekenen. Verlichting hoeft geen atheïsme te zijn, of zo althans hebben generaties christelijke hervormers hun godsdienst met de moderniteit trachten te verzoenen. Maar stemmenhoorderij, sluipmoorden op hekeldichters of een vrouw je harem in dwingen nadat je haar mannelijke gezinsleden hebt terechtgesteld, dat kan werkelijk niet aanvaard worden, laat staan tot voorbeeld gesteld (een voorbeeld dat we pas nog verwerkelijkt gezien hebben in Islamitische Staat). Mohammed was zonder enige twijfel fout; maar wat te doen als je dat begint onder ogen te zien en hem toch trouw wil blijven?

Ik heb sympathie voor de verscheurde Benhaddou omdat ikzelf, net als miljoenen anderen, door dezelfde fase gegaan ben. Ik heb nog aan den lijve ondervonden wat het is, gelovig te zijn; en ik heb de beginnende twijfel meegemaakt, de onhandige pogingen om water en vuur te verzoenen, de worsteling naar de uitgang, het besef van een voltrokken geloofsafval, en later nog de opruiming van reflexen die je aan het geloof hebt overgehouden. Ik herken die halfweg-mechanismen, van “de Bijbel op mijn manier lezen”, van “ja aan Jezus maar nee aan de Kerk”. Een verschil tussen christendom en islam is juist dat het christendom, gericht naar de geest en weg van de letter, zich veel meer tot zoiets leent dan de islam; maar zelfs het christendom is er uiteindelijk niet in geslaagd, zovele miljoenen twijfelaars definitief aan zich te binden.

Je zal in een wegdeemsterende islam dus verschillende formules vinden om het onvermijdelijke inzicht dat Mohammed fout was, te omzeilen of op afstand te houden. Het eindresultaat is wiskundig zeker, namelijk het oplossen van de islam, maar de manier waarop zal een regenboog zijn. Met name zullen velen, en wel die strekking die demografisch het felst groeit, nog een tijd de zuivere islam volhouden (en dat maakt een specifiek beleid tegenover het islamprobleem nog steeds nodig). Aan de andere pool hebben we een Hafid Bouazza of een Taslima Nasreen, die hun besluit al lang genomen hebben: “De moslimwereld heeft niet zozeer ‘gematigde moslims’ nodig, maar ‘ex-moslims’.” En daartussenin krijg je een waaier van halfslachtige oplossingen, hier vertegenwoordigd door Benhaddou.  Het is een overgangsfase op weg naar de uitgang.

Althans als het proces in vrijheid zijn natuurlijke verloop kan kennen. Want de zuiverder islamstrekking zal nog steeds veel doen om stappen naar geloofsafval te beletten. En Europese kerstekinderen die het tot minister gebracht hebben, zullen nog een tijdje doorgaan met de islamisering van “moslimkinderen” (zijnde kinderen van moslims, aan wie echter niets van nature moslim is) via gesubsidieerde islamscholen. In de plaats daarvan moeten we in de voetsporen van de natuur stappen en het normale moderniseringsproces laten spelen, wat voor onze politici ook betekent: het ontgroeien van de islam faciliteren.


Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten