12 januari 2013

"Paleis zal meewerken aan strengere dotatiewet" (vpmc)


Je leest dat in de krant, maar medewerking van Laken is geheel overbodig.

In zijn “Wintermärchen” vertelt de dichter Heinrich Heine over een ontmoeting die hij had met Kaiser Rotbart (1122-1190).  Barbarossa had natuurlijk geen weet van latere tijden en nieuwe ontwikkelingen. De dichter legt daarom aan de keizer geduldig uit wat de modernste techniek is, die wel eens aangewend wordt als vorsten op het idee zouden komen om niét geheel vrijwillig hun medewerking te verlenen:


Der Kaiser blieb plötzlich stillestehn,
Und sah mich an mit den stieren
Augen und sprach: »Um Gottes will'n,
Was ist das, guillotinieren?«

»Das Guillotinieren« – erklärte ich ihm –
»Ist eine neue Methode,
Womit man die Leute jeglichen Stands
Vom Leben bringt zu Tode.

Bei dieser Methode bedient man sich

Auch einer neuen Maschine,
Die hat erfunden Herr Guillotin,
Drum nennt man sie Guillotine.

Du wirst hier an ein Brett geschnallt;– 

Das senkt sich; – du wirst geschoben
Geschwinde zwischen zwei Pfosten; – es hängt
Ein dreieckig Beil ganz oben; –

Man zieht eine Schnur, dann schießt herab

Das Beil, ganz lustig und munter; –
Bei dieser Gelegenheit fällt dein Kopf
In einen Sack hinunter.« 

Maar eerder, in zijn “Reisimpressies”, had Heine genuanceerd als een dichter kan zijn ook gewezen op het naar zijn smaak soms al te enthousiaste gebruik van deze machine tijdens de Franse Revolutie:

Man hat in den Schulen all die sogenannten Greuel der Revolution von den Kindern auswendig lernen lassen, und auf den Jahrmärkten sah man einige Zeit nichts anderes als grellkolorierte Bilder der Guillotine. Es ist freilich nicht zu leugnen, diese Maschine, die ein französischer Arzt, ein großer Weltorthopäde, Monsieur Guillotin, erfunden hat und womit man die dummen Köpfe von den bösen Herzen sehr leicht trennen kann, diese heilsame Maschine hat man etwas oft angewandt, aber doch nur bei unheilbaren Krankheiten.

Labels: , , , ,

Read more...

2 januari 2013

Pauli en de fabeldichter Aesopus (vpmc)


Ik las net een column van Walter Pauli. Het ging over politiek en voetbal. Hij had namelijk gekozen voor de vorm van de aesopische vergelijking, en bracht in een vrij uitgesponnen verhaal Bart De Wever in het veld, samen met de legendarische spits van Bayern München, Gerd Müller. Deze Müller had in zijn beste tijd als koosnaampje der Bomber, en daarna werd dat der Dicke, maar dat laatste vermeldt Pauli niet.

En net zoals Aesopus soms een vos laat spreken, of een ezel samen met een leeuw op jacht laat gaan, komen er ook bij Pauli onverwachte wendingen en onwaarschijnlijkheden voor.
Zo zegt hij in verband met de kerstvertelling van Albert Coburg:
“Koning en premier waren zich er niet eens van bewust dat ze gevaar voor eigen doel hadden gecreëerd.”
En Pauli betreurt dan dat een goaltjesdief als De Wever toch weer raak schiet.

Nu waren Albert en Elio zich ook niet helemáal onbewust van wat zij vertelden. Walter geeft dat toe:
“Ging de toespraak van Albert over N-VA? Ongetwijfeld. Zij het in minieme mate, een klein tikje tegen de enkel.”
Maar dat was een onvrijwillige fout:
“En weer blijkt het bijzonder moeilijk om zichzelf te verdedigen tegen wat eigenlijk niet is gezegd en nooit was bedoeld. Want De Wever springt in één moeite van populisme naar fascisme en van de jaren dertig naar de jaren veertig. Historicus De Wever weet dat dit niet kan en niet mag, politicus De Wever doet het toch. Uit de schwalbe volgt een weergaloos doelpunt.”

Merkwaardig is dat Pauli het fascisme pas in de jaren dertig of veertig opmerkt. Dat is flink mis.
Een historicus kan en mag hier denken aan de fascistische Mars op Rome van 27 tot 29 oktober 1922, en een filmliefhebber kan en mag hier denken aan Sophia Loren en Marcello Mastroianni.

De wanhoop zit er bij onze journalisten diep in. Velen voelen zich de laatste tijd nogal depri, en dan kunnen er concentratiestoornissen optreden.
.

Labels: , , , , , ,

Read more...

28 december 2012

Marc Hooghe als man van het Ancien Régime (vpmc)


Marc Hooghe is een eminente politicoloog, en als dusdanig valt hij vanzelfsprekend buiten het gebied van de wetenschap. Verder dan deze uitspraak wil ikzelf niet gaan, want ik ben helemaal bereid te erkennen dat ook politicologen, net als iedereen wel eens een verstandig woord kunnen spreken.


Maar Hooghe gaat wél een stap verder. In zijn bespreking van de besprekingen van de koninklijke kersttoespraak zegt hij dit:

"Een verwijzing naar de jaren dertig was daarbij misschien inderdaad niet noodzakelijk. Maar mag ik voorstellen dat we het oordeel daarover overlaten aan de leeftijdsgenoten van Koning Albert? Als prille veertiger voel ik me niet geroepen daarover een oordeel te vellen."

Nu zal die onhandige, onderdanige stijl van de auteur Hooghe niet iedereen bevallen. Een zin met daarin “misschien inderdaad” is misschien inderdaad niet fraai, maar wie onzeker is van zijn boodschap begaat al snel een kleine stilistische fout.
Echter, wat Hooghe hier ruiterlijk erkent is dat zijn vak, de politicologie, niet in staat is om dingen te analyseren die een politicologische auteur niet zelf lijfelijk heeft meegemaakt. Wellicht bedoelt hij dat dergelijke analyses beter aan historici, politiek filosofen of filosofen tout court worden overgelaten, en dan siert het de nederige mens Hooghe dat hijzelf hiervoor past.
Even daarvoor had hij het wel nog over een “eeuwenoude traditie” die hij als politicoloog moeiteloos kon plaatsen, want met onverholen sympathie voor het ancien régime schrijft de jonge Hooghe:

"In 1993 heeft Koning Albert II de eed afgelegd dat hij “het grondgebied van ons land ongeschonden zal bewaren”. Voor een man met een dergelijk gevoel van eer, plichtsbesef en familiale traditie is dat geen loze belofte. Men kan veel kritiek hebben op Koning Albert II, maar het is wel een man van zijn woord. Als sinds de vroege middeleeuwen behoort het tot de kern van de verplichtingen van een monarch dat hij het grondgebied van een land ongeschonden zal bewaren. Koning Albert past dus perfect in deze eeuwenoude traditie." 

Als een man een voorgeschreven formule afleest, dan getuigt dat van eergevoel, plichtsbesef en familiale traditie. Nu behoort deze mening van Hooghe onbetwistbaar tot de politicologie, maar om ook nog wetenschappelijk te zijn, had hij geen aanhalingstekens mogen gebruiken in die zin met “ons land”. 

Aanhalingstekens, dat moet aan onze professor eens uitgelegd worden, dienen om een tekst letterlijk weer te geven. "Citeren" heet dat met een geleerd woord. Wie aan een tekst graag een sentimenteel tintje wil geven of er een kleurwoordje in wil aanbrengen, die mag dat rustig doen, maar dan zonder aanhalingstekens.
Een bezittelijk voornaamwoordje zoals dat “ons” –dat je ook terugvindt in journalistieke wendingen als “onze premier”, maar nu betreden wij een gebied dat iederéen buiten de wetenschap legt–, komt in de eedformule niet voor.

Royalist Marc zal met vrucht luisteren naar wat zijn perfecte Albert Coburg werkelijk vertelde toen:



Labels: , , , ,

Read more...

6 augustus 2008

Zwijgen als het Hof gesproken heeft ! (vpmc)

.
Het mag warm geweest zijn deze zesde augustus, laten wij toch eens kijken wat Walter Pauli vanochtend in De Morgen te vertellen had in een stukje dat wellicht nog in de koelte van de nacht tot stand was gekomen.
Kijk begin augustus maar goed uit met 'groot nieuws'. Ooit heette dit 'de pruimentijd', toen kinderen gedichten leerden als 'Jantje zag eens pruimen hangen'. 'Pruimen' zijn nu de metafoor voor primeurs: unieke, belangrijke en spectaculaire nieuwsberichten die slechts één medium heeft.Vroeger moesten die ook juist zijn. Nu niet meer.
Beste en schaarse zomerse lezer! voor we verder gaan, zult u van mij enkele stilistische opmerkingen bij Pauli zijn laatste geschrift moeten accepteren.
Om te beginnen zijn we amper drie zinnen ver in zijn artikel, en hebben we al zes, nauwelijks gejustifieerde aanhalingstekens gehad. Nu weet ik wel dat soortgelijke opmerkingen mensen kunnen irriteren, en daarom hou ik er na de volgende paragraaf mee op.
Een kind weet dat Walter bij een echte Nederlandse krant geen kans zou krijgen, al was het door zijn kleffe nadrukkelijkheid. Dat overigens pruimen een metafoor zou zijn voor primeurs, op zich een metafoor, was nieuw voor mij. Gentse biljarters hoor je het woord pruim nog wel eens gebruiken voor een gelukstreffer, een carambole die enkel door hoeresjanse lukte. Erg is dat niet – waarom zou Pauli hoeven weten dat primeur een Frans woord is, met een oorspronkelijke betekenis? Het is niet onmogelijk dat de gemeenschappelijke beginletters pr hem in verwarring hebben gebracht. Alliteraties zijn tenslotte een soort stafrijmen, en stafrijmen zijn stapstenen waarop wij steunen met de stemme, leerde ons de Dichter. Hij leerde ons niet om meteen ook de gedachten daarop te laten steunen.
Neem de twee recentste primeurs. Primeur één: koning Albert koopt een Toscaanse villa. Meer nog: een kasteel, een paleis. Kostprijs: 50 miljoen euro. En dat voor een vorst die vorig jaar zijn vermogen bekendmaakte: 12,4 miljoen euro. Oproer, want de koning had zijn land voorgelogen. Of ook: Albert koopt een ballingsoord voor het geval België splitst, want zo bespaart hij zijn familie het lot van de Romanovs.
Helaas, het nieuws klopte niet. Het paleis ontkende formeel. Geen enkele kenner geloofde er iets van. Het bewijs stopte met de verkoper van het vastgoed die zei gecontacteerd te zijn door een Belgische edelman met goede connecties met het hof. Huh huh. Een broodje aap, zij het met een royale portie saus.
Nu weet ik niet of Albert Coburg misschien nog een ongedeclareerd fortuintje bezit, voortbouwend laten we zeggen op dat van Leopold, met zijn baard en zijn bloedrubber? Dat geld zal toch niet allemaal opgesoupeerd zijn?
En verder is het toch woord tegen woord ? . Mogen wij burgers – geen kenners – al niet meer twijfelen bij formele ontkenningen van het Hof ?
Neen! .zegt Pauli, als een vorst spreekt, is het ongepast dat zijn onderdanen twijfels blijven koesteren. Het woord van een roturier weegt niet half zo zwaar als dat van een edelman, volgens de Paulinische Grondwet.
Een dochter ontkennen mag dat Coburgkereltje dan gedaan hebben, maar hier spreken wij over serieuze kwesties: .Geld ! Na het noemen van dit heilige woord, is het verder uitzoeken van de waarheid niet minder dan een impertinentie.
Ce Pauli-là, il n'a pas froid aux yeux, zal Albert met genoegen hebben vastgesteld.

Een royalistische kruiper, die vaag en ver een adeltiteltje beoogt: dat misstaat nergens, ook niet bij De Morgen.
Tenslotte publiceerden ze daar vroeger al
op hun titelpagina, volle breedte, cinq colonnes à la une, interviews die nooit of nimmer hadden plaatsgehad.

Vroeger moesten die ook zo juist niet zijn!
.
.

Labels: , ,

Read more...

15 juli 2008

Een eerbaar man


Ik had mijn twijfels bij hem, maar met het aanbieden van het ontslag van zijn regering (die nooit een regering is geweest, laten we wel wezen), heeft Yves Leterme een daad gesteld die in de Belgische geschiedenis haar voorgaande niet heeft.
Chapeau!
En mijn innig medeleven aan:
citoyen Albert Coburg.
.

Labels: , ,

Read more...

7 maart 2008

Nu een kwiet, vroeger een kwezel (victa placet mihi causa)

.
Het kan geen kwaad, lezer, nu we onze laatste Koning aan het verslijten zijn, om nog eens terug te denken aan de Hark die we daarvoor hadden. Ik moest namelijk onweerstaanbaar aan Baudouin Premier denken bij wat Casanova in zijn tijd te vertellen had over Philippe V Bourbon, koning van Spanje. Die Philippe moet een bijzonder devote jongen zijn geweest, want hij ging nog liever dood, dan dat hij de allerkleinste doodzonde had begaan: ...fidèle à l'excès à la religion, et très déterminé à mourir cent fois plutôt que de souiller son âme avec le plus petit de tous les péchés mortels.

Unzeitgemäß ? .Jazeker, maar wel grappig:

[…] pour le malheur du pauvre genre humain il est décidé qu’un roi dévot ne fera jamais que ce que son confesseur lui laissera faire, et il est évident que son plus grand intérêt ne peut jamais être le bien de l’État, puisque la religion, telle qu’elle est, s’y oppose directement. Si on me dira qu’il se peut qu’un roi sage ne fasse entrer pour rien les affaires d’État dans sa confession, j’en conviendrai; mais je ne parle pas d’un roi sage, car s’il l’est, étant chrétien, il ne doit aller à confesse qu’une fois par an, et n’entendre la voix de son confesseur que dans les paroles qu’il prononce pour l’absoudre; si ce roi a besoin de lui parler pour qu’il lui résoude des doutes, il est sot; doutes et scrupules sont la même chose; celui qui va à la confesse doit savoir sa religion avant d’y aller. Point de doutes, point de colloques avec le confesseur. Louis XIV aurait été le plus grand roi de la Terre, plus grand que Frédéric II, roi de Prusse, comme la France l’est de la Prusse, s’il n’eût pas eu la faiblesse de bavarder avec ses confesseurs.

Jacques Casanova de Seingalt
Histoire de ma vie
suivie de textes inédits
Volume 11 – Chapitre II
Édition présentée et établie par Francis Lacassin
Éditions Robert Laffont, 1993, 2002, pp. 619-20

[…] een devote koning, zo wil het ongeluk van het arme mensdom, zal nooit iets ondernemen zonder de toestemming van zijn biechtvader, en het mag duidelijk zijn dat diens grootste belangen nooit met goed Staatsbestuur zullen samenvallen, want de religie, zoals die ineenzit, staat daar haaks op. Als iemand mij nu zegt dat een wijze koning in zijn biecht met geen woord zal reppen over staatszaken, dan geef ik hem gelijk; maar ik heb het niet over een wijze koning, want als hij dit is, dan hoeft hij, christenmens zijnde, maar één keer per jaar te biecht te gaan, en de stem van zijn biechtvader uitsluitend te horen als die de woorden uitspreekt om hem de absolutie te geven; heeft deze koning behoefte aan een gesprek, om zijn twijfels te laten wegnemen door die man, dan is hij een dwaas; twijfels of gewetensbezwaren, dat is één en hetzelfde; wie gaat biechten dient zijn godsdienst te kennen voor hij ter biecht gaat. Geen kwestie van twijfels, noch van discussies met de biechtvader.
Lodewijk XIV zou de grootste koning op aarde zijn geweest – groter dan Frederik II, koning van Pruisen, zoals Frankrijk ook groter is dan Pruisen – als hij niet die zwakte had gehad met zijn biechtvaders te willen kletsen.
.

Labels: , ,

Read more...

20 juli 2007

De lakeien worden beloond (victa placet mihi causa)

.
Nu het hoofd van de Uitvoerende Macht, in een ware paniektoespraak, expliciet Le Standaard en De Soir heeft gefeliciteerd, hebben vele burgers het koninklijke alarmbelletje horen rinkelen. Maar ik geloof niet dat ze op de genoemde redacties iets gehoord zullen hebben.

Nochtans zou het voor journalisten beneden hun waardigheid moeten zijn om loftuitingen uit die hoek te aanvaarden. Zij moeten die hautain afwijzen. Maar in België is het de hoogste betrachting van vele journalisten om de macht te dienen, en wellicht ooit nog baron te worden.
Wat een verschil met journalisten als ik noem er enkelen die ik waardeer Heine, Poesjkin, Herzen, of zelfs Gezelle in bepaalde opzichten, die nooit goede maatjes werden met de machthebbers van hun tijd, en in tegendeel verbanningen en vernederingen met waardigheid in ontvangst namen.

Een journalist die geprezen wordt door de Macht is geen journalist, Vandermeersch, maar een zolenlikker.

Daar is een Belgische koning
Veel Belgische vertoning
Een Belgische vlag, een Belgisch lied
Maar Belgen, neen Belgen zijn er niet

René De Clercq

.

Labels: , ,

Read more...

15 mei 2007

Niet lastig worden laat op de avond, hé Guy! (victa placet mihi causa)

.
Of er een debat moet komen tussen de kopmannen van de eerste en de vierde partij van Vlaanderen betwijfel ik, maar waarvan ik mij zelfs niet bewust was, is dat wij straks eerste-ministerverkiezingen zullen hebben. Parlementsverkiezingen waren het toch? nog geen formateursverkiezingen.
Guy moet niet te lang op zo’n debat blijven aandringen wil ik hem zeggen, want waar blijft zo het respect voor onze Vorst Albert Coburg en diens koninklijke prerogatieven?
Akkoord, het gaat wat stroef in Guy zijn partij, en net dan is onze Noël de oude niet. Een ongeluk komt nooit alleen. Daarom dat ik mijn nederige diensten aanbied.
Ik zie mijn stadsgenoot Guy al niet graag een blauwtje lopen, maar wat ik nog minder graag zou zien is dat hij straks de indruk geeft van iemand die te lang op café is blijven plakken, lastig wordt omdat hij zijn gelijk niet meer haalt, en dan tegen een andere toogpilaar begint te roepen: Koom ne kier mee buiten, joengene! G'hèt gien herte!
.

Overigens is dat soort debatten futiel: Kennedy won omdat Nixon zich die ochtend slecht geschoren had.
De oervorm van deze TV-format.

.

Labels: , , ,

Read more...

3 april 2007

Over vogels en vissen (victa placet mihi causa)

.
Verschuivingen in de toonaard van kranten- en radioberichten merk je elke dag wel, en bij de meest verschillende gelegenheden. Soms zijn het niet eens verschuivingen, maar regelrechte koerswijzigingen. Gisteren wordt éénzelfde feit overal nog zus verslagen, vandaag zo. Hoe komt dat?
Neem nu weer die Franse non, sœur Marie-Simon-Pierre, die van de ziekte van Parkinson genezen is nadat zij tot de pas gestorven Karol Józef Wojtyła een devotie had gericht. Een grap zult u denken, want een beschaafde West-Europeër zijn die schellen al langer van de ogen gevallen. Ook katholieken zullen vrezen dat die Franse dokter er met zijn eerste diagnose lichtjes naast zat. “D’ailleurs”, mag Albert Coburg aan die dokter terecht opmerken, ”iedereen beeft al eens, en dat is daarom nog geen Parkinson”.
Ik moet nu denken aan die oude prof in de psychiatrie, zijn naam ontschiet mij spijtig genoeg, maar die verklaarde: “Als ik een schizofrenie diagnosticeer, dan is zij ongeneeslijk.” Zulke mannen hebben wij nodig, een dokter naar mijn hart, maar misschien was zijn diagnose eenvoudiger dan een Parkinson.
Ernstige mensen glimlachen als zij horen vertellen over wonderen, vliegende schotels, telepathie of openbaringen. Tot voor kort deden ook kwaliteitsjournalisten dat.
Maar de laatste tijd valt het mij op hoe geweldig serieus deze laatsten worden van zodra het Bovennatuurlijke ter sprake komt. Daarnet konden zij hun collectieve lach nauwelijks bedwingen, en nu kunnen zij niet respectvol genoeg klinken. Die coördinatie, dat synchroonzwemmen intrigeert mij, want journalisten zijn tenslotte geen troep soldaten die, zoals Leni Riefenstahl zo mooi heeft aangetoond, op commando de meest ingewikkelde figuren kunnen uitvoeren. Maar Riefenstahl toonde een eenvoudig geval; er was vooraf geoefend dunkt mij, en alleszins waren de commando’s terplekke duidelijk. Van een triomf van de gezamenlijke wil is onder die omstandigheden geen sprake meen ik.
Ons geval is stukken complexer, want ik geloof niet dat de journalisten eerst geoefend hebben, en evenmin hoorde ik ergens een bevel. Élisabeth Lévy, van onder meer France Culture, lichtte ooit de pensée unique van journalisten toe met : Pas besoin d’aucune censure formelle: il suffit que tout le monde pense la même chose au même moment.
Maar dat is net het probleem! Hoe komt die synchroniciteit tot stand? Bij sociologen of politicologen wil ik niet te rade gaan, u zult daar begrip voor hebben lezer, maar biologen buigen zich al langer over dit vraagstuk.
Een school vissen kan ook plotseling van richting veranderen, of een klad vogels, en hun wonderbaarlijke, tijdloze coördinatie boezemt de grootste verbazing in. Alle mogelijkheden werden door de biologen onder ogen genomen. Misschien zijn er chemische signalen in het spel, zogenaamde gradiënten? Of fysische, bijvoorbeeld drukverschillen? Of misschien is er toch gewoon een Leider die het voorbeeld geeft? want met hoge-snelheidscamera’s zien zij, weliswaar infieme, tijdsverschillen in de bewegingen van de groepsleden. Wiskundige hulpwetenschappers werden ingeschakeld, en computermensen, en wat nog, en die werken samen aan een oplossing van dit heel moeilijke raadsel. Een antwoord dat eenieder kan bevredigen hebben zij geloof ik nog niet.
Even ingewikkeld als een school vissen of een vlucht vogels zijn journalisten gelukkig weer niet. Met eenvoudig analogiedenken komen wij al een heel eind.
Aangezien journalisten tegenwoordig niet meer mogen twijfelen aan ridicule verhaaltjes, toch niet als die afkomstig zijn uit andere godsdiensten dan het katholicisme, en aangezien tegenwoordig niemand het zelfs nog zou wagen te lachen als de een of andere kwiet hem in ernst vertelt dat de engel Gabriël in de zevende eeuw een boek heeft gedicteerd aan een obscure kamelendrijver …enkel daarom profiteert het door journalisten nog altijd verachte katholicisme mee van hun panische non-discriminatiedrift, en daarom ook kan de ziekte van Parkinson nu genezen worden.
.

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten