28 december 2012

Marc Hooghe als man van het Ancien Régime (vpmc)


Marc Hooghe is een eminente politicoloog, en als dusdanig valt hij vanzelfsprekend buiten het gebied van de wetenschap. Verder dan deze uitspraak wil ikzelf niet gaan, want ik ben helemaal bereid te erkennen dat ook politicologen, net als iedereen wel eens een verstandig woord kunnen spreken.


Maar Hooghe gaat wél een stap verder. In zijn bespreking van de besprekingen van de koninklijke kersttoespraak zegt hij dit:

"Een verwijzing naar de jaren dertig was daarbij misschien inderdaad niet noodzakelijk. Maar mag ik voorstellen dat we het oordeel daarover overlaten aan de leeftijdsgenoten van Koning Albert? Als prille veertiger voel ik me niet geroepen daarover een oordeel te vellen."

Nu zal die onhandige, onderdanige stijl van de auteur Hooghe niet iedereen bevallen. Een zin met daarin “misschien inderdaad” is misschien inderdaad niet fraai, maar wie onzeker is van zijn boodschap begaat al snel een kleine stilistische fout.
Echter, wat Hooghe hier ruiterlijk erkent is dat zijn vak, de politicologie, niet in staat is om dingen te analyseren die een politicologische auteur niet zelf lijfelijk heeft meegemaakt. Wellicht bedoelt hij dat dergelijke analyses beter aan historici, politiek filosofen of filosofen tout court worden overgelaten, en dan siert het de nederige mens Hooghe dat hijzelf hiervoor past.
Even daarvoor had hij het wel nog over een “eeuwenoude traditie” die hij als politicoloog moeiteloos kon plaatsen, want met onverholen sympathie voor het ancien régime schrijft de jonge Hooghe:

"In 1993 heeft Koning Albert II de eed afgelegd dat hij “het grondgebied van ons land ongeschonden zal bewaren”. Voor een man met een dergelijk gevoel van eer, plichtsbesef en familiale traditie is dat geen loze belofte. Men kan veel kritiek hebben op Koning Albert II, maar het is wel een man van zijn woord. Als sinds de vroege middeleeuwen behoort het tot de kern van de verplichtingen van een monarch dat hij het grondgebied van een land ongeschonden zal bewaren. Koning Albert past dus perfect in deze eeuwenoude traditie." 

Als een man een voorgeschreven formule afleest, dan getuigt dat van eergevoel, plichtsbesef en familiale traditie. Nu behoort deze mening van Hooghe onbetwistbaar tot de politicologie, maar om ook nog wetenschappelijk te zijn, had hij geen aanhalingstekens mogen gebruiken in die zin met “ons land”. 

Aanhalingstekens, dat moet aan onze professor eens uitgelegd worden, dienen om een tekst letterlijk weer te geven. "Citeren" heet dat met een geleerd woord. Wie aan een tekst graag een sentimenteel tintje wil geven of er een kleurwoordje in wil aanbrengen, die mag dat rustig doen, maar dan zonder aanhalingstekens.
Een bezittelijk voornaamwoordje zoals dat “ons” –dat je ook terugvindt in journalistieke wendingen als “onze premier”, maar nu betreden wij een gebied dat iederéen buiten de wetenschap legt–, komt in de eedformule niet voor.

Royalist Marc zal met vrucht luisteren naar wat zijn perfecte Albert Coburg werkelijk vertelde toen:



Labels: , , , ,

4 Comments:

At 29/12/12 11:55, Anonymous Anoniem said...

Dus ik, prille zeventiger, zou volgens de heer Dhooge wel een oordeel mogen vellen over Albert II maar niet over de tweehonderd jarige Napoleon en zeker niet over tweeduizend jarige Julius Caesar. Wat is dat nu voor zever ?

 
At 29/12/12 12:22, Blogger Marc Vanfraechem said...

doet mij denken aan die Chinese diplomaat die men om een oordeel over de Franse Revolutie vroeg, en die antwoordde: het is nog te vroeg om daar een oordeel over te vellen.

 
At 29/12/12 12:46, Anonymous Joris Vanbever said...

De steller weet blijkbaar niet wat de vader van albert in die periode en tijdens WOII heeft uitgericht en evenmin welke houding zijn grootvader en naamgenoor tijdens WOI tegenover der Kaiser aannam. De man zou beter enkele lessen geschiedenis nemen en beseffen dat de Coburgs de laatsten zijn die een negatief oordeel mogen uitspreken over de jaren '30 e.v.

 
At 29/12/12 17:11, Anonymous Marc Huybrechts said...

@ Marc Vf

Voor zover ik weet kwam die uitspraak van Chou En Lai, die voor lange tijd Mao's Eerste Minister was. De man had wel sterke diplomatische kwaliteiten, maar was geen "Chinese diplomaat".

 

Een reactie plaatsen

<< Home

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>