27 december 2020

Goedbedoeld racisme

 

Goedbedoeld racisme

 

(Doorbraak, 23 december 2020)

 

Nee, het communisme met zijn honderd miljoen doden was niet het ergste, want dat is het ‘racisme’. Het is bij Vlamingen bovendien een probleem van ras, want het zit hun in de genen, aldus de Knack-hoofdredacteur.

Welnu, racisme is niet zo zwart-wit. Op de klassering van menselijke gemeenschappen baseerde men zowel positieve als negatieve beleidslijnen, zowel binnen als buiten Europa. Wij halen hier het geval boven van  de confuciaanse doch utopische denker Kang Youwei (康有為1858-1927). Ik gebruik hier onderzoekswerk van mijn vroegere medestudente en nu hoogleraar Sinologie, Carine Defoort, die, naar ik op een congres in Beijing heb kunnen vaststellen, onder Chinese geleerden als de wereldtop geldt. Vlaanderen zendt haar dochters uit!

In 1898 gaf de zittende Guangxu-keizer aan Kang de vrije hand om bestuur en samenleving te moderniseren. Met name trachtte hij de Qing-dynastie om te vormen tot een grondwettige monarchie naar Brits model. Was dat gelukt, dan had hij China een eeuw van revolutionaire ellende bespaard. Helaas, de reactionaire partij onder keizerin-weduwe Cixi wist na honderd dagen de hervorming terug te draaien (tot eigen schade, zo zou bij de republikeinse revolutie van 1911 blijken), en de leiders van de Hervorming van 100 Dagen moesten vluchten. Veel van Kangs hervormingen, bijvoorbeeld de voeteninbinding afschaffen, werden pas door de Republiek of de Volksrepubliek uitgevoerd.

Tijdens zijn verblijven bij de Chinese diaspora werkte hij twintig jaar aan Het Boek van de Grote Gelijkheid (大同書 Datongshu), pas postuum gepubliceerd in 1935 en nog altijd niet in zijn geheel vertaald. Zelf zou ik tong 同eerder als ‘gemeenschappelijkheid’, ‘gelijkgerichtheid’ of ‘in dezelfde boot zitten’ vertalen, bv. een tongxue 同學is een ‘medestudent’, 同情tongqing beduidt ‘medeleven’, wat je met ook een meerdere of mindere kan doen. Gelijkheid is een typisch moderne waarde, niet waar Confucius aan dacht wanneer hij een geïdealiseerde voortijd als datong voorstelde. Wel kan Kang bij zijn eigen invulling van die antieke waarde beïnvloed zijn door het opkomende westerse gelijkheidsdenken, en hij pleit dan ook voor verregaande gelijkheid.

Zijn voorstellen zijn volgens prof. Defoort ‘enerzijds verbazend profetisch, anderzijds griezelig gestoord’. Hij wilde in alle opzichten grenzen slopen, want goed bedoelde instellingen zoals de staat en de familie waren juist oorzaak van lijden geworden, dus moest men ze ontbinden. Hij pleitte voor gelijkheid van man en vrouw, voor een wereldregering en een eenheidstaal. De aarde zou een bestuurlijke indeling in willekeurige rechthoekige districten krijgen, zonder patriottisme. We focussen hier op zijn wens om met name de grenzen tussen rassen uit te schakelen.

Racisme was in China niet onbekend (Koenraad Elst (Nederlands): Rasdenken in China (koenraadelstnl.blogspot.com)), maar het was nooit een uitgewerkte levensbeschouwelijke stroming zoals het juist toen in het Westen werd. Kangs richtinggevende ervaring was een radicaal antiracistische invulling van de confuciaanse medemenselijkheid, 仁ren. Op zijn twintigste had hij een visioen van resonantie tussen alle voelende wezens: ze leefden met elkaar mee, en voor het welzijn van elkeen was het welzijn van allen nodig. Alle hindernissen voor dat gemeenschappelijk welzijn wou hij voortaan slopen, ook de rasgrenzen.

Prof. Defoort vat samen: ‘Met een enorm eugenetisch programma wil hij ongewenste rassen met verloop van tijd wegwerken zodat er in de wereld van de Grote Gelijkheid nog één overblijft en iedereen de kans krijgt om even blank, mooi, groot, welriekend, gezond en verstandig te zijn.’

Ziedaar het kleurenblinde doel waar Kang naartoe wil. Maar de hedendaagse rassensituatie beoordeelt hij minder gunstig. In zijn eigen woorden: ‘De zwarten, met hun ijzeren gezichten, zilveren tanden, flitsende blik, opgeheven bovenkaak, hangende onderkaak, [zijn] uiterst suf en extreem dom, hatelijk en angstaanjagend om te zien. Hun waarde verschilt enorm van blanke en gele mensen, zoals helse duivels verschillen van hemelse goden.’

Klinkt dit als een aanhef voor volkerenmoord? Bij hem niet, hij heeft een subtielere ‘oplossing’, maar wel één die een eeuwen volgehouden inspanning op wereldschaal vergt. Aan de VN-definitie van volkerenmoord beantwoordt alleen een uitzonderingsmaatregel voor ‘bruine en zwarte mensen met een té slechte inborst’, namelijk de sterilisatie. Dan zal ‘dit lelijke ras van onbenullige zwarten er niet voor kunnen zorgen dat onze mooie rassen in chaos degenereren’. Maar behalve voor deze uitzondering biedt hij andere beleidsideeën.

Gelijkberechtigende wetgeving is niet voldoende, want ook tussen formeel gelijke burgers blijft ras een bron van wrijving, zo meende Kang. Dus moet de overheid hopen geld uitgeven aan een rassenbeleid.

Ten eerste moeten de donkere rassen uit hun ongezonde evenaarslanden weggehaald worden: zet ze in de grote lege ruimte van Canada of Siberië, en ze zullen veel hygiënischer en hardwerkender worden. De VB-kiezer mag dan over inwijkelingen zeggen: ‘Dat ze ginder blijven!’, maar zo zag Kang het niet. Klimaat is de oorzaak van rasverschillen, dus doe wat aan het klimaatverschil.

Ten tweede, en doortastender: vermeng ze. Tussen blank en geel zal het wel gaan gezien hun betrekkelijke gelijkwaardigheid: ‘De blanken zijn sterker, de gelen wijzer.’ Maar wat met hetgeen onze racisten de ‘modderrassen’ noemen? Van ‘mooie blanke vrouwen’ kunnen we moeilijk verwachten dat zij leven en bed delen met ‘monsterlijk lelijke zwarten’, dus moeten we hen omkopen. Wel, we geven de offerbereide blanke en gele vrouwen een medaille van rashervormer met het inschrift ‘goed mens’.

Dus ook in China floreerde het racisme, maar evengoed wekte het daar verontwaardiging. Wat betreft het samenbestaan van racisme en antiracisme is er weinig verschil tussen de rassen.

Deze vreemde combinatie van het ideaal om de rassen te vermengen met een racistische inschatting van de huidige mensengemeenschappen vinden we in het westen terug bij onder meer Rudolf Steiner (1861-1925), stichter van de antroposofie en de biodynamische landbouw, en Richard graaf Coudenhove-Kalergi (1894-1972), de Oostenrijks-Japanse pionier van de Europese eenmaking die nog een sterk koloniale verbinding met Afrika nastreefde. Steiner is recent in opspraak gekomen wegens de beweerd racistische elementen in de in zijn scholennet gebruikte handboeken. Coudenhove-Kalergi wordt daarentegen als de grote samenzweerder achter open grenzen, migratie en rasvermenging gezien. Wat bij de racist Kang ook werkelijk het geval was.

 

(genoemde personen: Carine Defoort, Kang Youwei, Confucius, Cixi, Rudolf Steiner, Richard Coudenberg-Kalergi)

Labels: , , , , ,

Read more...

19 december 2020

Erkenning zelfbeschikkingsrecht meer dan ooit nodig

 2020 was voor vele zaken een slecht jaar, maar jammer genoeg ook voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, ook al hernam het Verenigd Koninkrijk - in feite de Engelse meerderheid erin - zijn soevereiniteit op 31 januari 2020 door middel van de 'Brexit'. Het was een slecht jaar in België, waar de twee grootste partijen van het land, namelijk de Vlaams-nationale, aan de kant werden geschoven bij de federale regeringsvorming. Het was een slecht jaar in Catalonië waar geweldloze strijd voor zelfbeschikking meedogenloos wordt vervolgd en gestraft met lange gevangenisstraffen. Het was een slecht jaar voor de Armeniërs met een Blitzkrieg door Azerbeidjan en Turkije, met gebruik van Syrische islamistische huurlingen, tegen de Armeense republiek van Artsakh en etnische zuiveringen als gevolg ervan. Het was een slecht jaar voor Tigre, waar de autonomie binnen de federale staat Ethiopië bloedig werd gesmoord. En al is het minder evident om van een natie te spreken bij Hong Kong, het was in ieder geval een slecht jaar voor de zelfbeschikking van het volk van HongKong met de Gleichschaltung door de volksrepubliek China. En ik vergeet wellicht andere even relevante gevallen. Nochtans is er nergens duurzame vrede mogelijk zonder erkenning van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. 

 

In het Europees parlement wordt door de meerderheidspartijen (de drie traditionele families) een maskerade opgevoerd waarbij in het theater van verdediging van mensenrechten en rechtsstaat vooral geen enkel respect voor dit zelfbeschikkingsrecht te vinden is. Elke passage die kritisch is voor de repressie in Catalonië door de Spaanse staat wordt gecensureerd. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om kritiek te uiten op landen als Polen of Hongarije waar er nochtans geen politieke gevangenen zijn. Het Ierse lid van het EP Clare Daly was aangesteld voor de redactie van het rapport over de staat van de mensenrechten in Europa in 2018-2019 en stemde uiteindelijk tegen haar eigen rapport omdat het door de meerderheidspartijen geamputeerd was geworden (24 november 2020). Een amendement van Diana Riba (ERC) dat opriep tot respect voor het zelfbeschikkingsrecht werd weggestemd. Nochtans toont de geschiedenis aan dat een gebrek aan erkenning daarvan omzeggens altijd ook leidt tot ernstige schendingen van individuele fundamentele vrijheden van burgers, zoals duidelijk blijkt in Catalonië. Een tekst van het Europees parlement die de verwijzing naar die manifeste schendingen censureert, kan dan ook geen enkele geloofwaardigheid hebben. 

 

De uitdrukking gevangenis der volkeren werd in het verleden vooral gebruikt voor het tsaristische Rusland, waaruit alvast enkele volkeren bevrijd werden bij het einde van de Eerste Wereldoorlog (Polen, Litouwers, Letten, Esten en Finnen). Vandaag geldt de uitdrukking in Europa vooral Spanje, en het toedekken ervan door de Europese Unie maakt deze laatste jammer genoeg ook voor sommige volkeren tot gevangenis. Natuurlijk wil dit niet zeggen dat het een bevoegdheid van de Europese Unie is om te beslissen op welke wijze de Catalanen hun zelfbeschikkingsrecht al dan niet willen uitoefenen. En natuurlijk kunnen andere staten beslissen om een land na secessie al dan niet te erkennen, al mogen we daarbij opmerken dat er vele andere staten erkend worden die veel minder beantwoorden aan de volkswil en veel minder democratisch zijn. Wat men van de EU echter wel gerechtigd is te eisen, is dat men geen teksten stemt over mensenrechten waarin men op allerlei manieren de beleidskeuzes van landen die niet in pas lopen van de politieke correctheid aanklaagt, maar niet de schendingen van de vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vereniging, recht op een eerlijk proces en recht op volksbevraging door de Spaanse staat.

 

Matthias Storme

 

(uit Grondvest januari 2021 p. 5)

 

 

Read more...

8 december 2020

Hemelse tekens voor een messias en een profeet



Hemelse tekens voor een messias en een profeet

 

(Doorbraak, 16 december 2020) 

In het zicht van de kerstdagen kunnen we ons weer aan bespiegelingen over de Ster van Betlehem verwachten. Het zou om een Jupiter-Saturnus-samenstand in Vissen in het jaar -7 gaan, om een Jupiter-Venus-Regulus-samenstand in juni van het jaar -2, of andere configuraties waaraan sterrenwichelaars veel betekenis hechten. Onder de vele auteurs die er hun licht over hebben laten schijnen noemen we de Vlaamse wetenschappers (en in dit opzicht tegenpolen) Ronnie Martens, skeppticus, en Jos Verhulst, antroposoof. Aan die bespiegelingen gaan we hier niets toevoegen. We hebben het wel over wat die sterrenstand, welke hij ook mag geweest zijn, in de godsdienstgeschiedenis kan betekend hebben.  

 

 

Driekoningen

De zogenaamde Ster van Betlehem duidt er voor de meeste sterrenduiders op dat de geboorte van Jezus iets heel bijzonders was. Het is redelijk aan te nemen dat die samenstand binnen het astrologisch wereldbeeld, dat in de Babylonische en Hellenistische cultuur toonaangevend was, als uitzonderlijk betekenisvol gold (daarom wordt er onder de hedendaagse erfgenamen van dat wereldbeeld nu volop gespeculeerd over de komende winterzonnewende, wanneer Jupiter en Saturnus zullen lijken te versmelten). De Romeinen wijdden zelfs munten aan sensationele planeetstanden, op de keerzijde van ‘s keizers beeltenis, zonder overigens ooit naar ene Jezus te verwijzen.

Want wat heeft Jezus ermee te maken? Na een lezing van Verhulst over het beweerde gastoptreden van de door hem uitverkoren sterrenstand in enkele schilderijen van Pieter-Pauwel Rubens, hoorde ik een paar ex-katholieken in het publiek mompelen dat er precies toch iets bijzonders aan die Jezus moet geweest zijn, aangezien zijn geboorte met zulke gunstige constellatie samenviel.

Het zwakke punt is dat men daar de sprong maakt van een beweerdelijk unieke planetenstand naar de persoon Jezus. Dat neemt men van generaties christelijke auteurs over, te beginnen met de evangelist Mattheüs en zijn Driekoningenverhaal (merk op dat de andere evangelisten dat onvermeld laten, wat ook niet voor zijn historiciteit pleit). Tientallen jaren na de sterrenstand in kwestie, en een gelijkaardig aantal jaren na Jezus’ geboorte, legde hij een verband tussen die twee gebeurtenissen, voor zover bekend als eerste.

 

 

Christelijke sterrenduiding

         Vele hedendaagse christenen beschouwen sterrenduiding als afgoderij en staan weigerachtig tegenover de gedachte dat christenen belang kunnen gehecht hebben aan planeetstanden. Dat was echter wel het geval, vooral in de eerste eeuwen en ook tijdens de Renaissance. Of het klopt wat mijn nonkel pater zaliger uit zijn studiejaren in Rome getuigde, namelijk dat men bij bisschopsbenoemingen horoscopen raadpleegde, durf ik niet bevestigen. Maar in de opstelling van de Kerkelijke kalender is duidelijk met de Dierenriem rekening gehouden: ofwel omdat men er echt in geloofde, ofwel omdat men op de Grieks-Romeinse gevoeligheden wou inspelen.

De band van Kerstmis en Pasen met de winterzonnewende resp. de lente-evennacht is het bekendste voorbeeld: deze data waren in omzeggens alle antieke culturen van belang, en de jonge Kerk wou daar niet voor onderdoen. De plaatsing van het dodenfeest Allerheiligen / Allerzielen in de periode van het doodsteken Schorpioen is er een ander. Pinksteren als feest van communicatie en veeltaligheid beantwoordt aan de astrologische betekenis van zijn teken Tweelingen. Op 8 december vieren katholieken de Onbevlekte Ontvangenis van Maria, en ook dat is om astrologische redenen. Negen maanden na een ontvangenis volgt een geboorte, dus op 8 september viert men de geboorte van Maria, doelbewust in het sterrenteken Maagd. Ook het Mariafeest van OLV-Tenhemelopneming viel bij zijn instelling rond het jaar 600 in de Juliaanse kalender ongeveer samen met het beginmoment van de Maagd-periode. De katholieke feestkalender is doordrenkt van heidense sterrenduiding.

Het kan evengoed dat de evangelist, gretig om ook de astrologie voor de kar van zijn nieuwe leer te spannen, van de opwinding onder hellenistische sterrenduiders over deze uitzonderlijke samenstand gehoord had en deze willekeurig op Jezus betrokken heeft. Van de meeste mensen van niet-koninklijke komaf was het geboortemoment niet of niet meer bekend, zeker niet tegen de tijd waarin ze het op eigen kracht tot beroemdheid geschopt hadden. Men kon dus later een geboorteverhaal verzinnen dat bij hun uiteindelijke status paste.

 

 

Mohammeds geboorte

Er is een gelijkaardig geval bekend: de geboorte van Mohammed. Zoals christenen Kerstmis vieren, en wel op een uitgekozen datum die waarschijnlijk meer inspeelde op de bestaande feestkalender dan dat hij een historisch geboortemoment weergaf; zo vieren moslims elk jaar de geboortedag (miladoe’n-nabi) van de Profeet. Alleen, ze pretenderen niet de datum te kennen, dus ze vieren zijn geboorte op zijn sterfdag, die wél bekend is. Dat wat de precieze dag betreft, maar belangwekkender in dit verband is het jaar.

Moslimbronnen plaatsen Mohammeds geboortejaar onder een gelijkaardig prestigieuze hemelse vingerwijzing: het Jaar van de Olifant. Een glorierijk ogenblik in de Arabische geschiedenis was de mislukking van de belegering van Mekka door een met olifanten uitgerust Ethiopisch invasieleger. Dat werd genoopt om zich terug te trekken, niet door Arabische wapenfeiten maar door een zogenaamde hemelse tussenkomst. De teksten gewagen van een soort stenenbombardement door vogels, maar in het echt betrof het waarschijnlijk een epidemie.

Toen men Mohammeds leven na diens dood in 632 ging beschrijven, was de Olifant-generatie praktisch uitgestorven, maar het prestige van de gebeurtenis galmde nog na. Mohammed was geboren in 570, maar de belegering moet rond 555 plaatsgevonden hebben. Het was echter allemaal lang geleden en vaag geworden, dus ging men de inmiddels prestigieus geworden geboorte van de profeet aan het prestigieuze Jaar van de Olifant koppelen. Als hij in 555 geboren zou zijn, was hij al een oude man toen hij Arabië veroverde, dus 570 was realistischer, en het was het Olifantjaar dat opgeschoven werd. Het jaar waarin Allah zich met de lotsbestemming van Mekka had ingelaten, had hij de stad niet alleen van een belegering ontzet, maar haar ook een profeet geschonken, zo werd geïmpliceerd.

Alleszins, de twee gebeurtenissen werden pas post factum verbonden, en daartoe nam men vrijheden met de kalender. Ziedaar wat met de koppeling van Jezus’ onbekende geboortedatum aan een opvallende sterrenstand moet gebeurd zijn.

 

(Genoemde personen: Ronnie Martens, Jos Verhulst, Jezus, Pieter-Pauwel Rubens, Mattheüs, Maria, Mohammed, Allah) 

Labels: , , , , ,

Read more...

5 november 2020

De N-VA is het noorden kwijt over de islamterreur

N-VA noorden kwijt over islamterreur

Op de sociale media betuigen een aantal politici van het Bestel, onder meer premier Alexander De Croo, minister Bart Somers, en partijvoorzitters Egbert Lachaert en Meyrem Almacı, hun spijt over het ‘terrorisme’ dat Frankrijk en Oostenrijk getroffen heeft. Ook internationaal hebben de meeste rouwbetuigingen het over ‘terrorisme’ zonder de specifiëren wat de achtergronden zijn. ‘Islamistisch’ hoort men hier en daar nog net, alsof er daarnaast ook een gematigde en ‘Europese’ islam zou bestaan (wat deskundige Recep Tayyip Erdoğan ontkent: er is alleen ‘de’ islam), maar het woord ‘islam’ is in het hele politieke vertoog over het terrorisme taboe, behalve dan om de moslims tot slachtoffers van een nieuwe golf ‘islamofobie’ uit te roepen.

 

Partijstandpunten

 Nochtans waren de daders van de terreur in Parijs, Nice en Wenen heel duidelijk over wat hun beweegreden was: de islam en het voorbeeldgedrag van de profeet, die zijn hekelaars liet sluipmoorden of formeel terechtstellen, en die oorlog voerde tegen de joden. Zoals zelfs de braafste moslim riepen zij: ‘Allahu akbar!’

‘Er zijn nu eenmaal ook andere vormen van terreur, en daar zijn we evenzeer tegen’, zegt men dan desgevraagd. En dan verlegt men liefst de aandacht naar extreemrechtse activisme,  Dat islamterreur niet de enige vorm van terreur is (de succesvolste terreurcampagne was wellicht die van de anarchisten eind 19de eeuw, die staatsleiders van grootmachten wisten te vermoorden, onder meer een tsaar, een Amerikaans president en een Habsburgse keizerin), heeft ook niemand ontkend; zoals de Corona-kruisvaarders die de hele samenleving tegen Covid-19 mobiliseren, evenmin ontkennen dat er daarnaast ook andere dodelijke ziekten bestaan. Maar nú is vooral Covid aan de orde, zoals nú ook de islamterreur de agenda beheerst.

Het probleem stelt zich niet voor Ecolo, dat zonder aarzelen zijn kamp gekozen heeft: het bekritiseerde niet de islamitische moordenaars, wel Emmanuel Macron, die voor een beleidvoerder ongewoon moedig en rechtuit was in het benoemen van de schuldige ideologie, en dus als ‘islamofoob’ gebrandmerkt werd. Ook de andere partijen kunnen het mits wat platitudes weer laten overwaaien, terwijl het VB voorspelbaar stelling kan nemen tegen de islam en tegen het feitelijke opengrenzenbeleid (al durven weinig verantwoordelijken het nog zo noemen) dat de daders tot in Europa gebracht heeft. Het probleem stelt zich vooral voor de N-VA.

 

N-VA

Openheid van zaken: ik heb in 2011-13 voor een N-VA-senator gewerkt, mijn toenmalige vriendin kandideerde op een N-VA-lijst in de gemeenteraadsverkiezingen van 2012, en ik was één van de honderdduizenden Vlamingen die vonden dat het de beurt was aan een fatsoenlijk-flamingantische partij om eindelijk iets voor Vlaanderen te verwezenlijken: voornamelijk vereenvoudiging en verzelfstandiging in de betrekkingen tussen de gemeenschappen, en een normalisering van het uit de hand gelopen migratie- en integratiebeleid. Ik ben nog steeds lid van de N-VA, maar samen met zovele leden en ex-leden (veel meer dan de partijleiding blijkbaar beseft) ben ik erg teleurgesteld in wat de partij ervan terecht gebracht heeft.

Zoals Marie-Rose Morel ook nadat ze in het VB in ongenade gevallen was, toch nog lang lid bleef van de partij uit solidariteit met ‘onze militanten’, zo wil ik de N-VA niet meteen opgeven omwille van een groot aantal partijleden die het hart wel op de rechte plaats hebben, en eigenlijk de kern zouden moeten vormen van een partij die wél de juiste koers aanhoudt. Ik denk met name aan een aantal mandatarissen van allochtone herkomst die voorbeelden zijn van goed geïntegreerde nieuwe Vlamingen met Vlaams zelfrespect, met name minister Zuhal Demir, europarlementslid Assita Kanko en kamerlid Darya Safai. Voor hen was de N-VA een voor de hand liggende keuze.

Bij officiële gelegenheden evenals via de sociale media nemen zij regelmatig standpunten in tegen gebruiken als besnijdenis van vrouwen en de (feitelijk door mannen rondom hen opgelegde) sluierdracht. Men zou denken dat de partij dit standpunt van ervaringsdeskundigen, dat bij uitstek bij de moderne Europese waarden aansluit, zou steunen. Dat de partij een beleid zou ontwikkelen dat weliswaar de godsdienstvrijheid hooghoudt, maar dat de macht van de herkomstlanden en clerici over hun kudde inperkt en dat bij de jeugd het wetenschappelijk temperament en de daadwerkelijke integratie in de Vlaamse samenleving aanmoedigt. Helaas, regelmatig laten N-VA-fracties in bestuursraden zich laatdunkend uit over met name VB-kritiek op die achterlijke gebruiken. Als naïeve inboorlingen tijdens de koloniale oorlogen laten zij zich door kleine stammenruzies van het verzet tegen de hoofdvijand afleiden, een trefzekere formule voor de nederlaag.

 

Tsjevenpolitiek

Toen het de N-VA nog voor de wind ging, ben ik uitgenodigd op onder meer het kabinet van minister Liesbeth Homans en bij europarlementslid Sander Loones om mijn licht over het thema ‘islam’ te laten schijnen. Bij enkele van mijn openbare lezingen over de islam waren toenmalige minister Jan Jambon en staaatssecretaris Theo Francken aanwezig. Voorzover ik het uit hun latere standpunten en beleidsdaden kan afleiden, heeft dat alleen voor Francken wat verschil gemaakt. Hij is het ook die, net als de genoemde dames, vandaag op sociale media (zijn enige forum nu hij minister af is) duidelijke taal spreekt: “Stop de moslimterreur.” Ook Kanko en kamerlid Anneleen Van Bossuyt treffen op de N-VA-webstek de juiste toon.

Goed gezegd, maar ik zou het liever uit de mond van tenoren als Jambon, Homans, Bart De Wever (die het ooit op ‘de Berbers’ stak om toch maar de werkelijke probleemfactor niet te moeten noemen) en Geert Bourgeois horen. Zij vonden, na de aanslagen in Zaventem en Brussel, dat de oplossing in ‘meer islam’ zou liggen, zij het dan een ‘Europese islam’. Die bestendigt het probleem alleen maar, want het is dezelfde islam die ook onze recentste terroristen ingelepeld is; er is er geen andere.

Dat soort tsjevenstandpunten zorgen voor stinkende wonden, en hoe langer hoe stinkender. Maar wellicht kijken politici niet verder dan de volgende verkiezingen? Goed dan, om hun electoraal taaltje te spreken: tsjevenstandpunten leiden niet alleen de volgende generaties naar de afgrond, zij leiden kortelings ook naar de electorale dieperik, zoals de evolutie van de tsjevenpartij illustreert. De uitdagingen zijn nu te ernstig voor halfslachtigheid, en die zal door de kiezer afgestraft worden. 

Labels: , , , ,

Read more...

1 november 2020

Trump zonder einde


Trump zonder einde

 

(Dit artikel, laatst ingediend bij Doorbraak op 30 oktober 2020, is in drie opeenvolgende versies door de hoofdredactie verworpen, twee keer zonder opgave van reden. Wel kreeg ik te horen dat de samenzweringstheorie van de Russische inmenging in de presidentsverkiezingen van 2016, niet als een samenzweringstheorie mag aangemerkt worden. In de geest waarin Doorbraak ooit opgericht werd, zou ik zeggen: de lezer oordele zelf.)

 

Telkens de rechtse pool in een land de verkiezingen wint, komt nieuwsanker Martine Tanghe met een grafstem de kijkbuiskinderen meedelen dat het nu om een ‘verdeeld land’ gaat. En dat is welbeschouwd ook juist: links bestaat uit slechte verliezers, die geen vrede nemen met minder dan de macht. Dit omdat links veel harder op politieke macht steunt in zijn kruistocht tegen de ‘foute kant van de geschiedenis’.

Zo ook in de VS. Donald Trumps verkiezing luidde vier jaar scherpe verdeeldheid in. De Democraten konden hun verkiezingsnederlaag niet verkroppen, en haalden in hun Impeachment-politiek de wildste samenzweringstheorieën boven. In 2020 kwam daarbij nog een even wilde geweldcampagne via hun extreemlinkse tentakels, en wel op basis van raciale propaganda. De dood in voorarrest van George Floyd werd, zonder enige aanwijzing, in het ideologisch verhaal van ‘systemisch racisme’ ingeweven, met de bekende gevolgen. Niet alleen werden tientallen moorden gepleegd tijdens door Democratische gouverneurs en burgemeesters gefaciliteerde ‘Black Lives Matter’-betogingen, maar blijkens officiële cijfers is ook daarbuiten het moordcijfer gevoelig gestegen.

 

Charlottesville

Joe Biden maakt zoveel mogelijk van de drie jaar oude gebeurtenissen in Charlottesville, waar wat nog overblijft van de neo-nazi’s en de Ku Klux Klan een betoging organiseerde. Ze hielden zich aan de opgelegde regels, waarbij de politie hen dwong om spitsroeden te lopen voor de tegenbetogers; die vielen hen dan ook aan. (Spike Lee’s film BlacKkKlansman doet verslag van die dag, maar verbloemt deze episode achter snel bewegende beelden om de schuld van het Antifa-kamp te verbergen.) Toch eindigde de dag redelijk geweldloos, tot een teleurgestelde rechtse betoger zijn auto in de linkse massa reed en een dodelijk slachtoffer maakte. De ‘Unite the Right’-actiedag werd een nachtmerrie, vooral voor de organisatoren, die zoiets niet gepland hadden en totaal hun gezicht verloren. Extreemrechts is nu eenmaal minder falanx dan extreemlinks, met een individualistische tegenzin om ordewoorden op te volgen en een noodlottige innerlijke dwang om aan de eigen opwellingen uiting te geven. Veel medelijden met deze anachronistische blockheads kunnen wij niet opbrengen, maar de manier waarop men er Trump in trachtte te betrekken, is veelzeggend. 

Hem neemt men kwalijk dat hij achteraf verklaarde: ‘There were good people on both sides.’ Hij gedroeg zich nu eens wél presidentieel en weigerde te polariseren. De meeste zogenaamd rechtse politici zouden zich gehaast hebben om braaf de linkerzijde na te zeggen dat alleen de rechterzijde schuldig was. Hij preciseerde wel dat die ‘good people’ niet de ‘white supremacists’ waren, maar degenen die gewoon  de geplande neerhaling van de standbeelden voor Robert E. Lee verwierpen. Het eren van de Confederatiegeneraals na hun nederlaag was deel van het verzoeningsbeleid na de Burgeroorlog, wat niet in het polarisatiebeleid van de Woke beweging past.

In het eerste verkiezingsdebat vroeg de moderator aan Trump om zich van extreemrechts te distantiëren, hoewel niet aan Biden om afstand te nemen van het pas nog door Democraten gepatroneerde extreemlinks. Dat deed Trump prompt, maar die zin is uit de meeste TV-besprekingen weggelaten. Daaropvolgend stelde Trump nog eens uitdrukkelijk dat hij in het heden vooral geweld van extreemlinks zag, wat gewoon juist is.

De nochtans partijdig-linkse bron Wikipedia, alleen betrouwbaar voor niet-betwiste onderwerpen, zegt hierover in zijn Engelstalige versie: ‘Terwijl Trump zowel neonazi's als blanke nationalisten veroordeelde, werden zijn eerste verklaring en de daaropvolgende verdediging ervan, waarin hij ook verwees naar 'zeer fijne mensen aan beide kanten', door critici gezien als een suggestie van morele gelijkwaardigheid tussen de blanke suprematiebetogers en degenen die tegen hen protesteerden, [en als] sympathiserend met de blanke supremacisten. Aanhangers hebben deze duiding als een "hoax" gekenmerkt, omdat de "fijne mensen"-verklaring van Trump uitdrukkelijk de blanke nationalisten aan de kaak stelt.’

 

Beleidsresultaten

Toekomstige generaties zullen zich verwonderen over de obsessie met de persoon van Trump, al het geëmmer over zijn lompheid en narcisme. Wij gaan een eind mee in de kritiek op Trumps persoonlijkheid, maar daarmee is het dan ook gezegd: het heeft geen politieke consequenties. Onder volwassenen focussen we liever op zijn beleidsresultaten, en op de vergelijking met de verfoeilijke implicaties van het voorradige alternatief. Ongeveer elke commentaar zou tegenwoordig het ten onrechte aan Eleonore Roosevelt toegeschreven maxime kunnen citeren: ‘Grote geesten bespreken ideeën, middelmatige richten zich op gebeurtenissen, en kleine roddelen over personen.’

In zijn jongste State of the Union, in januari jongstleden, ratelde Trump zijn vele economische successen af: indrukwekkende groeicijfers, laagste werklozencijfer voor Afro-Amerikanen en andere groepen, enzovoort. Democratisch Kamervoorzitster Nancy Pelosi beleefde vóór de camera’s een crescendo van woede en viel volledig uit haar rol door de tekst van zijn rede ostentatief te verscheuren. Laten we het echter niet over haar pubergedrag hebben, wel over die beleidsresultaten. Hij heeft blijkbaar toch iets goeds gedaan, en kiezers zouden, ongeacht hoe narcistisch hij is, de komende vier jaar nog eens dergelijke groeicijfers kunnen verkiezen.

 

Cultuurstrijd

Door tegen het links-vergoelijkende maar rechts-dramatiserende mediaverhaal in te gaan, toont Trump dat hij de cultuurstrijd af en toe ernstig neemt. Daarom ook dat hij snel een nieuwe kandidaat-opperrechter lanceerde en daarmee de linkse controle op het Hooggerechtshof doorbrak. Dat is precies wat bij de meeste rechtse ‘macht’-hebbers ontbreekt. In Vlaanderen heeft de N-VA nog niets gedaan om de drooglegging van talloze niet-multiculturele Vlaamse verenigingen zoals het Zangfeest ongedaan te maken. Trump maakt een einde aan de neoracistische indoctrinatiecursussen die het overheidspersoneel gedwongen ingelepeld krijgt, terwijl men hier het per definitie anti-meerderheid Minderhedenforum blijft subsidiëren. Trump treedt tenminste op tegen die haatzaaierij.     

Dat Trump warempel van ‘antisemitisme’ beschuldigd wordt terwijl zijn schoonzoon en rechterhand zelf Jood is, en terwijl hij diplomatiek veel gedaan heeft voor de verplaatsing van ambassades naar Jeruzalem en de aanvaarding van een Joodse staat door Arabische landen, zet maar in de verf hoe onder zijn vijanden alle rede zoek is. Ook met de zwarten is hij destijds als zakenman altijd normaal omgegaan; mocht er daarop in zijn altijd zeer openbare leven iets aan te merken geweest zijn, hadden we dat allang op de voorpagina’s gelezen. Hij behoort gewoon tot een samenleving die het racisme grotendeels ontgroeid is, tot chagrijn van de neoracisten.

Op het wereldtoneel heeft Trump een einde gemaakt aan de sabelslepende VS-bemoeizucht. Barack Obama kreeg al bij zijn aantreden de Nobelprijs voor de Vrede, om dan in Libië en Syrië oorlog te gaan stoken. Trump zal wel niet die prijs krijgen, maar hij is geen landen binnengevallen, heeft een geplande militaire actie tegen Iran afgeblazen, en heeft een vredesproces met Noord-Korea op gang gebracht. Hij verdient beter dan de universele schietschijf te zijn.


 


Labels: , , , ,

Read more...

22 oktober 2020

Pauwgedrag

 

 

Pauwgedrag

 

De elite onderscheidt zich

 

 

Aanleiding voor dit stukje is een onverwachte observatatie in de VS: een van oudsher cultureel conservatieve en sterk door het linkse beleid van affirmative action benadeelde groep schuift gestadig op in de richting van het favoriseren van precies dat nadelige beleid. (Rob Henderson: “Why young Asians are now woke”, UnHerd, 12 Okt. 2020) Indien juist, past dit in een breder toepasselijke wetmatigheid.

 

 

Aziaten van rechts naar links

 

Aziatische inwijkelingen vertonen een veelzeggend patroon tegenover de woke dogma's: ze zijn er doorgaans tegen. Zij die inwijken en onderaan de ladder beginnen, zijn veeleer rechts: ze geloven in hechte families, tradities, hard werk, hard studeren en presteren; en niet zeuren. Velen van hen zijn vanuit ervaringen in hun thuisland ook militant anti-communist en daarom trouw Republikein. Men zal zich de rassenrellen in Los Angeles 1992 herinneren, na de gerechtelijke vrijspraak voor politiemannen die de zwarte taxichauffeur Rodney King hadden mishandeld: de relschoppers vielen toen de winkels aan die Koreanen middenin Afro-Amerikaanse wijken gevestigd hadden. Dat soort Aziaten die naarstig de Amerikaanse droom najoegen, en die slachtoffer werden van een politieke twist waar zij geen enkele schuld aan hadden, werden op slag de lievelingen van rechts.

 

Deze Aziaten zijn tegen de "positieve" rassendiscriminatie: uit beginsel, maar vooral omdat dat beleid henzelf als best-presterende groep het meest benadeelt. Inderdaad, ter compensatie voor de slavernij bevoordeelt de positieve discriminatie niet alleen de afstammelingen van slaven, maar ook Latino's en recente Afrikaanse inwijkelingen; en benadeelt zij niet alleen afstammelingen van de destijdse blanken (onder wie vele niet-slavenhouders en afschaffingsactivisten) maar ook recente blanke inwijkelingen, zelfs uit landen die nooit slaven hebben gehad, en in de universiteitsrecrutering vooral de schrandere en schoolse Aziaten. Zij zouden op grond van eigen prestaties zeer oververtegenwoordigd kunnen zijn in de topuniversiteiten, maar worden in hun numerieke groei beperkt door de regstellende rassendiscriminatie. (In Silicon Valley zijn er scholen met feitelijk alleen blanken en Aziaten, waar die affirmative action nu eens in het voordeel van de blanken werkt, want in academisch opzicht zijn zij gemiddeld minder goed dan de Aziaten.)

 

Maar naarmate de Aziaten hoger klimmen, en het restaurant of de wasserij van hun ouders achter zich laten, worden zij linkser, meer woke, maar Democraat. (Uitzondering hier zijn de hindoes, die momenteel juist van de Democraten naar de Republikeinen aan het overlopen zijn, net als in het VK, waar zij rond 2015 massaal Labour voor de Tories geruild hebben, wat hen overigens drie prominente ministerposten in BoJo's regering opgeleverd heeft.) Dat soort Aziaten is nu desgevraagd ook pro-rassendiscriminatie, ook al benadeelt die hun jongere broers die nog aan hun toegangsexamen moeten beginnen en daarin voor dezelfde toelating veel beter moeten presteren dan hun zwarte leeftijdsgenoten.

 

Blijkens onderzoek verkiezen zij desondanks links omdat zij ervaren dat dat bij het waardenpatroon van de elite behoort. Daar waar de zwarten en latino’s via rassendiscriminatie gewoon hun eigenbelang najagen, zoals mensengroepen al sinds het Stenen Tijdperk gedaan hebben, doet de blanke elite de eigen groep bewust kwaad door haar te steunen. Opklimmende Aziaten verinwendigen dat waardenpatroon, hoewel het bij hen nog dieper in het vlees van de eigen groep snijdt.

 

 

Pauw

 

Dat lijkt onredelijk, maar evolutionair-psychologisch is er daarvoor toch een verklaring. De blanke en in hun zog de opkomende Aziatische elites doen aan pauwengedrag. Met zijn kleurige staart maakt de pauw op wijfjes meer indruk en verwerft hij dus in de strijd met zijn soortgenoten een voortplantingsvoordeel, hoewel die door zijn zwaarte in de strijd voor de overleving tegen roofdieren een nadeel is. Als een pauwhaan het met dezelfde kleinere en doffe staart van de pauwhen zou doen, zou hij zich sneller in veiligheid kunnen brengen maar voor voortplantingspartners minder aantrekkelijk zijn. Daarom vertonen elites soms gedrag dat voor de eigen soort nadelig is: de zwakkere exemplaren zullen daaraan bezwijken, alleen de alfa’s kunnen zich deze zelfbenadeling veroorloven.

 

Aldus zoekt in een mensengroep de elite zich van het gemeen te onderscheiden door een beleid dat op het eerste gezicht in haar eigen nadeel is -- maar nog meer in het nadeel van het gewone volk. De minder gesofistikeerde groepen jagen hun eigenbelang na door andere groepen te benadelen, ook met oneigenlijke middelen zoals rassendiscriminatie, maar deze gesofistikeerdere elites dienen evenzeer hun eigenbelang, niet ten nadele van andere groepen maar ten nadele van de minder bevoorrechte groepsgenoten. Overigens is het geen blijk van respect jegens de andere groepen als men hen instrumentaliseert tot hulptroepen in de échte strijd, namelijk die tegen de eigen groepsgenoten. 

 

Een suïcidaal beleid is elitair, want de elite kan zich dat veroorloven. Zo kan een veruit superieure tweekamper met zijn ongenaakbaarheid pochen door onnodige risico's te nemen, zoals toen bokser Mohammed Ali tegen de Vlaming Jean-Pierre Coopman ostentatief zijn tandbeugel (die bij een gelijkere strijd voor boksers levensnoodzakelijk is) uit zijn mond nam.

 

Als de uitgedaagde nadelen zich voordoen, is het toch vooral de lagere klasse die de prijs betaalt. Voorbeeld bij uitstek is het immigratiebeleid. Dat is veel nadeliger voor de volksklasse, die de gevolgen ondergaat, dan voor de elite, die het oplegt, propageert, en ermee pronkt. De Europese kapitaalbezitters verhoogden hun eigen winsten door via gastarbeid de lonen te drukken, ten nadele van de inheemse arbeidersklasse, zowel door stagnatie van de lonen als door de verloedering van hun woonwijken. Dat pauwengedrag blijkt een algemene regel voor elites te zijn, toch als zij hun spontaan egoïsme laten voorgaan op hun verantwoordelijkheidszin tegenover het geheel.

 

 

Labels: , , ,

Read more...

5 oktober 2020

Onze meervoudige identiteit

  Weinig begrippen zijn vandaag moeilijker te vatten en meer omstreden dan het begrip identiteit. Enerzijds vereist een natie om werkzaam te zijn dat de leden ervan zich er tot op zekere hoogte mee identificeren, met name door middel van klassieke ingrediënten zoals taal, gemeenschappelijke geschiedenis, religie, gemeenschappelijke overtuigingen over eerbaarheid en fatsoen. Tegelijk wordt daartegen opgeworpen dat mensen zich op vele wijzen identificeren met andere personen en andere kenmerken, dat ze zich identificeren aan de hand van een beroep, een familie, een geslacht, een hobby, een afkomst, een woonplaats, een familiale status, een leeftijd, een politieke overtuiging e.d.m. Hoe verhoudt zich dat ? Is daar geen contradictie ? In een normale moderne samenleving spelen wij juist allemaal meerdere rollen spelen. Een familiale rol, een rol in het verenigingsleven, een professionele rol, een politieke rol als kiezer, een rol als buurman. In die verschillende rollen, waar wij uiteenlopende ervaringen hebben, herkennen wij onze ervaringen in die van anderen, gaan wij ons dus identificeren met mensen met wie we een zekere lotsverbondenheid hebben. En dat is maar goed ook, zo werkt een gezonde samenleving. Het gaat hier om vormen van diversiteit die noodzakelijk zijn voor een moderne samenleving; leeftijd, geslacht, familiale status, beroep, politieke diversiteit, enzovoort.

 

Ten onrechte leidt men daaruit wel af dat elke vorm van diversiteit een meerwaarde is. Weliswaar wordt een veelheid van identificaties maar problematisch op het ogenblik dat zij leidt tot conflicterende loyaliteiten op die vlakken waar loyaliteit belangrijk is. Maar de identificatie die nodig is om een politieke gemeenschap te vormen betreft niet alle facetten van het leven. Je kan perfect met mensen een politieke gemeenschap vormen, en bereid zijn om belastingen te betalen, terwijl je op heel veel zaken die niet relevant zijn voor die politieke gemeenschap, heel verschillend en heel divers kan zijn en met verschillende categorieën van mensen kan identificeren. Het feit dat ik intellectueel mij misschien het meest verbonden voel met collega's die ergens anders in de wereld leven, meer dan met mijn collega's hier, doet geen enkele afbreuk aan mijn loyaliteit ten aanzien van mijn universiteit en mijn burgerschap in deze samenleving. Zo zijn er vele voorbeelden. 

 

Maar het is daarom nog geen goede zaak wanneer men die rollen en die verbondenheden gaat thematiseren als identiteiten. Vandaag is het claimen van een identiteit in de samenleving vaak een strategie is om zichzelf en dat wil dus zeggen, zijn eigen gedragingen, aan regels en normeringen en debat te onttrekken. Het is een manier om te zeggen: "Het is mijn identiteit; je mag daar niet over discussiëren. Je mag mij daar niet op aanspreken. Ik ben zo, dus je moet mij de les niet spellen en die regels zijn op mij niet van toepassing. Ik moet mij daar niet naar gedragen". Dat is de negatie van de identiteit als verbondenheid: "dit is wat wij samen doen en zo doen wij dat".

 

Onder het mom van liberalisme leidt dat soort identiteitsopbod tot een zeer illiberale samenleving, een samenleving waarin de norm voor de vrijheid van meningsuiting ligt in de mate waarin de toehoorder zich zou kunnen beledigd of gediscrimineerd of op zijn tenen getrapt voelen. De vrijheid van meningsuiting wordt dan bepaald door de graad van gevoeligheid van de toehoorder. Dat heeft natuurlijk ook te maken met, naar een woord van Sloterijk, de pathologie van het toebehoren: omdat veel mensen niet meer weten tot welke culturele gemeenschap ze behoren, of daar niet toe willen behoren, gaan ze een burcht opbouwen, zeggen "mijn identiteit is onaantastbaar en u mag dat niet in vraag stellen, want niet alleen beledigt u mij, maar bovendien en veel erger, u discrimineert mij wanneer u mijn identiteit niet even belangrijk vindt als alle andere en u begaat zelfs een misdrijf".

 

Kortom, er is echt wel een middenweg te bewandelen waarbij diversiteit wordt geëerd waar ze verrijkt, en  we tegelijk onze collectieve autonomie en identiteit opeisen op het niveau waar een natie wel nog mogelijk is waarin iedereen de hogergenoemde rollen kan spelen.


(Deze bijdrage verscheen in Grondvest oktober 2020)


Matthias E. Storme

Read more...

27 september 2020

Wit en zwart: taalkundige achtergrond

 

Wit en zwart: taalkundige achtergrond

 

(’t Pallieterke, 22 september 2020)

 

De woorden ‘wit’ en ‘zwart’ (hier genoemd in alfabetische volgorde) en hun synoniemen hebben een lange voorgeschiedenis vooraleer zij inzet van ideologische betwisting geworden zijn. Als kind van het dekoloniserende België leerde ik in de post-Kongo-tijd meteen dat blanke meerderwaardigheidsgevoelens een kwalijke rol gespeeld hadden, maar dat dat nu allemaal voorbij was. Ik heb nooit anders geweten dan dat de juiste weg kleurenblind was, en daar ben ik nog meer van overtuigd geraakt nu ik de waanzin van Black Lives Matter en haar blanke zoollikkers moet horen. Als filoloog wil ik degenen die tot deelname aan dit achterhaalde huidskleurdebat gedwongen zijn, eenmalig een taalkundige ontleding van onze kleurwoorden ‘wit’ en ‘zwart’ verschaffen.

 

Wit

De Indo-Europese taalfamilie, die op een voormoedertaal van zo’n 6000 jaar geleden teruggaat, kent de volgende relevante woorden. Uitleg vooraf: de H is een verzamelsymbool voor enkele verdwenen keelklanken, die in het Arabisch bewaard zijn maar in het Indo-Europees ofwel weggevallen ofwel tot een klinker geëvolueerd zijn; de asterisk* beduidt dat een letter of woord gereconstrueerd is vanuit bestaande dochterwoorden maar in geen enkele bestaande of schriftelijk betuigde taal in die vorm vermeld is.

*Hṛg-, Sanskrit arjuna, ‘bleek’, Latijn argentum, ‘wit metaal, zilver’.  

*Helb- geeft Latijn albus, waarvan het naar de witte krijtrotsen genoemde Albion, en ons leenwoord albino; in verwante talen betekent het onder meer ‘zwaan’ en ‘wolk’; een echt Germaans evoluut uit deze stam maar met verbijzonderde betekenis is alp, ‘besneeuwde berg’.

*bhelH- geeft Latijn flavus, ‘wit’, Slavisch bel- als in Belarus, ‘Wit-Rusland’.  Een afgeleide stam is *bhleg-, ‘stralen, branden’, wat in het Germaans *blankaz geeft, waarvan bleek, blank, blinken. Het Latijn ontleende hieraan blancus, waarvan Frans blanc. De betekenis ‘branden’ leidt tot Latijn flamma, en tot Nederlands blakeren en Engels black, ‘zwartgeblakerd’. Jawel, blank en black hebben dezelfde oorsprong. Ook in het Chinees toont het karakter voor ‘zwart’, 黑 hei, ‘op het vuur gezet, zwartgeblakerd’ (en ‘wit’, 白 bai, toont een zon met een streepje bovenop, dus de opgaande zon).

*kweit- geeft  Sankrit śveta, ‘wit’, Slavisch svet- (als in de meisjesnaam Svetlana), Germaans *hwit-, waaruit Engels white, Nederlands wit; benevens wheat, (boek-)weit, ‘het bleke (graan)’.

*bherHg, ‘stralen’, geeft Engels bright, Nederlands brecht (als in Albrecht, Gijsbrecht) en uiteindelijk ook berk, ‘de witte boom’.

*kand-, ‘schijnen’, geeft Latijn candidatus ‘de witgeklede (kandidaat)’; Sanskrit candra, ‘maan’.

*leuk-, geeft Latijn Lucia, Grieks Leukippos, ‘(bezitter van een) wit paard’.

*gwen-, *vind-, in het Keltisch ‘helder’, ‘wit’; genasaliseerd uit *weid-, ‘zien’ (als in Latijn video, Nederlands weten), vanwaar Gwenved, ‘witte wereld, paradijs’ (toen wijlen de Vlaamse diep-ecoloog Guy De Maertelaere een blad met die naam begon, werd hij door dom-links heel vernieuwend van ‘racisme’ beschuldigd) en de meisjesnamen Guinevere/Jennifer en Gwendolyn.

*bhrodhn-, ‘bleek’, geeft Slavisch bronu-, ‘wit’, waarvan de meisjesnaam Bronislava. Meisjesnamen gaan typisch over rijkdom (bv. Kimberley, naar de diamantmijn, of Arabisch Hind, naar het toen gereputeerd rijke India), en de talrijke verwijzingen naar ‘wit’ passen in dezelfde positieve beeldentaal.

 

Zwart

De Grieken noemden een neger een aithi-ops, ‘verbrand gezicht’, vanwaar Ethiopië. Mogelijk is dat een volksetymologie voor een woord van onbekende oorsprong.

neger, van Latijn niger, ‘zwart’: geen Indo-Europese etymologie bekend, tenzij mogelijk verwant met *nekw-t, ‘nacht’. De riviernaam Niger is een onder invloed van dit Latijnse woord vervormde weergave van een plaatselijk woord voor ‘rivier’.

*dhwenH, Sanskrit dhvānta, ‘bedekt, donker, nacht’, Grieks thnèsko, ‘sterven’, thanatos, ‘(de) dood’.

*mel-n, ‘zwart’: Grieks melas, ‘zwart’, waarvan het zwartmakende huidpigment melanine;  Sanskrit malina ‘zwart, vuil’, Hindi maila, ‘vuil’; ik kan het ook niet helpen dat kleren bij vervuiling eerder donkere dan witte plekken krijgen. Dezelfde wortel geeft in het Litouws ‘donkerblauw’; Wels ‘geel’; Latijn ‘roodachtig’, een diversiteit die op een basisbetekenis ‘gekleurd, niet-wit’ wijst.

*swer-: Engels swarthy, Nederlands zwart, Latijn sordes, ‘vuil’ (> Engels leenwoord sordid, ‘smerig’).

*merhgw: ‘donker’, Engels murky, ‘duister’, ‘wat het daglicht schuwt’, hetzelfde soort negatieve bijbetekenis als in sinister uit het onschuldige Latijnse woord voor ‘links’. Deze negatieve bijbetekenissen van zeker al drie wortels voor ‘zwart’ maken duidelijk dat het niet aan de woordkeuze ligt. Elk woord met die basisbetekenis kan connotaties van aardsheid, onzuiverheid of vijandschap krijgen, of van nacht en bewusteloosheid; en dat in de meeste, zelfs in Afrikaanse talen. In een Skepp-artikel over ‘Bijgeloof in Zuid-Afrika’ lezen we: Wanneer een traditionele genezer zijn geneeskracht ‘voor goede doeleinden gebruikt, spreekt men van witte muthi of muthi omhlope’, maar ‘bij minder legitieme doeleinden’ wordt het ‘zwarte muthi of muthi omnyama’. Precies zoals onze ‘witte’ en ‘zwarte magie’.

*maur-: ‘zwart’, Latijn maurus, waarvan Moor, maar ook de naam Maurits (onder jongensnamen is ‘zwart’ beter vertegenwoordigd).

*kṛsno-, Sanskrit ‘zwart’, als in de naam Kṛṣṇa, Slavisch črn-, als in Černobyl  (Tsjernobyl), Črnagora, ‘zwarte berg, Monte Negro’.

donk-, nog in het Nederlands ‘donker water’, waarvan vele plaatsnamen, en vanwaar donker: volgens sommigen een Germaans leenwoord uit het Oeralisch, onbekend in andere Indo-Europese taalgroepen; maar het lijkt ons een normaal Germaans evoluut uit Indo-Europees *teng-, ‘onderdompelen’ (waarvan uit het Latijn: tinctuur). In de Asdonk (met daarin ase, ‘godheid’) bij Diest bracht men aan de goden mensenoffers door onderdompeling in een poel.

tamas-, ‘donker, zwart’, tevens ‘inert, zwaar’; aldus in het Sanskrit, maar ook in het Engels Thames en in het Nederlands Demer, allebei ‘de donkere rivier’.

kāla, Sanskrit ‘zwart’, waarschijnlijk ontleend aan het Dravidisch. Door een gelukkig toeval homoniem met kāla, ‘opeenvolging, tijd’ (van een werkwoordstam kal-, ‘ritmisch voortbewegen’), vanwaar ‘tijdstip’ en specifiek ‘doodsuur’, verpersoonlijkt als de inktzwarte godin Kālī, ‘mevrouw doodsuur’, echter ook te lezen als ‘de zwarte’.

*Libu, waarvan Libya, Griekse verklanking van de naam van een Berbervolk dat in een hiëroglyfische inscriptie rbw genoemd wordt. Veel eerder dan ‘Afrika’ gebruikten de Romeinen deze naam voor Libië ook voor heel het Afrikaanse werelddeel.

*Afer, ‘inwoner van de streek rond Carthago’, mogelijk van Fenicisch ‘afar, ‘stof’, met de connotatie van ‘landelijk, primitief’, verwijzend niet naar de Carthaagse kolonisten maar naar de inheemse Berberbevolking; het kan echter ook gewoon de eigen naam van een Berberstam zijn, later door de Arabieren de Banu Ifran genoemd, van het Berberse woord ifri, ‘grot’. Het afgeleide Latijnse woord Africa beduidt die streek, of bij uitbreiding ‘Noord-Afrika ten westen van de Nijl’, net als later het Arabische Magreb (dat nog later verbijzonderd is tot de landsnaam ‘Marokko’). Deze naam verwijst dus strikt genomen niet naar de negers, net zo min als Libya; de Berbers namen integendeel aan de handel in zwarte slaven deel.

asikn-, ‘zwart’, bekend uit de Slag van de Tien Koningen, een militaire episode van de Ṛg-Veda, met name van de uitdrukking asiknī viśa (RV 7:5:3) die de vijand beschrijft, en vertaald wordt als ‘het zwarte volk’; aldus zelfs nog tot in de jongste vertaling uit 2014 (al zou de toevoeging van een vrouwelijk bijvoeglijk bij een mannelijk zelfstandig naamwoord ons al moeten alarmeren); bovendien wordt van enkele Vedische protagonisten gemeld dat ze śvitnya, ‘witgekleed’ zijn, wat ook weer als ‘wit van huidskleur’ vertaald wordt. De 19de-eeuwse vertaling van deze passus was dé hoeksteen van het hele racistische wereldbeeld: het beschreef hoe de blanke Arische invallers van India de donkere inboorlingen versloegen en onderwierpen, en hoe dat de natuurlijke orde is, die juist toen herhaald werd in de Europese kolonisatie. In werkelijkheid is Asiknī de naam van een rivier, ‘de zwarte rivier’, zijnde de huidige Cenāb in Pakistan; de uitdrukking betekent dus ‘het volk van de Cenāb’. De tegenstanders waren blijkens de context Iraniërs, die, als ze al in huidskleur verschilden, eerder lichter dan donkerder waren in vergelijking met de Vedische Bhārata-stam die zijn relaas nagelaten heeft. Zelden heeft een vertaalfout zulke invloed op de wereldgeschiedenis gehad.

Wel wordt in de Veda’s soms ‘zwart’ voor ‘vijandig’ gebruikt. Dat heeft echter niets met huidskleur te maken, wel met een universele symboliek. Je moet het niet ver gaan zoeken: in WO2 golden collaborateurs met de bezetter in ons land als ‘zwarten’, weerstanders als ‘witten’. En dat was geen Belgische eigenaardigheid: Britse militaire rapporten over de Indiase vrijheidsstrijder Subhas Chandra Bose, die met de Japanners collaboreerde, noemen hem stelselmatig ‘a black’. Zwart heeft nu eenmaal een negatieve connotatie: 陽 yang/zonbeschenen/positief, 陰 yin/verduisterd/negatief. Ook voor zwarthuidige medemensen connoteert zwart de nacht en al wat het daglicht schuwt. Zij zijn namelijk niet, zoals de rotverwende Amerikaanse neoracisten, voortdurend met zichzelf en hun huidskleur bezig.

 

Besluit

Nuchtere mensen kunnen  het onderscheid maken tussen de zwarte nacht en iets zo onschuldigs, ingeboren, levenslang en door het klimaat bepaald als huidskleur. Maar de BLM-fanatici zullen er alleen een wereldomspannende samenzwering in zien, zo vernuftig dat ze in zoiets intiems als de moedertaal geïnfiltreerd is. Als we de taal moeten hervormen om er alle seksisme uit te wieden (‘mevrouw is directeur’), dan ook weg met alle uitdrukkingen waarin ‘zwart’ een metafoor voor iets negatiefs is. Wij stellen voor om die waan van de dag te laten overwaaien. Zij die eraan meegedaan hebben, zullen zich er achteraf voor schamen, maar wij zullen hem snel vergeten.

Labels: ,

Read more...

18 september 2020

De Europese identiteit en Nieuw-Rechts


De Europese identiteit en Nieuw-Rechts

 

(Doorbraak, 17 september 2020)

 

Zoals ook in deze kolommen al vastgesteld, heerst er in de algemene media een volledig scheefgetrokken beeld van Rechts. Dat proces gaan we vandaag niet maken, maar we pikken er één gemeenzaan als “Rechts” geklasseerd verschijnsel uit: de Nouvelle Droite, een mediaterm voor de denkrichting rond meesterbrein Alain de Benoist, belichaamd in de Groupement de Recherche et d’Etudes pour la Civilisation Européenne, of GRECE.  

We laten de term Nouvelle Droite hier onvertaald. De vernederlandste vorm moest in de jaren 1980 de Angelsaksische term New Right weergeven, die op het neoliberalisme van Margaret Thatcher en Ronald Reagan doelde. Daarover gaat het hier niet: de Nouvelle Droite is juist, net als de vroegste conservatieven, uitgesproken anti-liberaal. (Zopas verscheen de Nederlandse vertaling van een hoofdwerk van de Benoist met de overduidelijke titel: Tegen het Liberalisme: de Samenleving is Geen Markt.) De eerste keer dat ik de term op de radio gehoord heb, was tijdens de afscheiding van Donetsk uit Oekraïne, toen een deskundoloog kwam uitleggen dat enkele neo-nazi’s aan Oekraïense zijde waren gaan vechten, terwijl enkele aanhangers van Alain de Benoist (hij sprak de voor hem gloednieuwe naam klunzig op zijn Nederlands uit) zich bij de pro-Russische strijders gevoegd hadden. “Aanhanger” is wel een betrekkelijk begrip: er zijn geen lidkaarten, iedereen kan zich op de Nouvelle Droite beroepen. Het relevante verband is hier het anti-amerikanisme van de Nouvelle Droite, dat net als Vladimir Poetin een westerse hand achter de anti-Russische machinaties van Oekraïne ziet.      

In de vorige eeuw zette men deze in 1968 in Parijs ontstane beweging voor het gemak weg als “extreem-rechts”. Heel kort: zij is integendeel pro directe democratie, heeft niets met het leidersprincipe, en is niet nationalistisch, toch niet op het niveau van de natiestaat. Wel is zij voor een verenigd Europa: toen Jean-Marie Le Pen de EU-voorstanders voor fédérastes uitschold, eiste de Benoist dat scheldwoord op als geuzennaam. Wel heeft hij als weldenkende Europeeër zijn kritieken op déze Europese Unie, die van Merkel en Macron, van Verhofstadt en Charles Michel. Over één daarvan willen we het hier nader hebben: het gebrek aan begrip van een Europese identiteit.

 

De religie van Europa

                Begin deze eeuw bereidde de EU een Europese grondwet voor, en ze wilde in de preambule geen erkenning van de centrale rol van het christendom. Dat was deels uit antiklerikalisme, maar deels ook uit afkeer van eender welke identiteit, de christelijke of eender welke andere. Voor de Verhofstadtkliek is Europa alleen een grondgebied, een markt zonder ziel. De Nouvelle Droite staat weliswaar vijandig tegenover het christendom kan wel erkennen dat het christendom ooit mede een pan-Europese identiteit gevormd heeft. Maar het is van buitenaf opgedrongen, en heeft de “echte” Europese religie met listige propaganda of overmacht komen vervangen.

                De Europese identiteit ligt volgens de Nouvelle Droite in het Indo-Europese erfgoed. Die term verwijst naar een taalfamilie met de meeste talen van India, Iran en Europa, onder meer Grieks, Slavisch, Romaans, Germaans en Keltisch. Zij is gefragmenteerd vanuit wat één taal moet geweest zijn, het Proto-Indo-Europees, een 6000 jaar geleden gesproken in de zogenaamde Oerheimat. Waar deze lag, is al twee eeuwen het voorwerp van debat. Het eerste vermoeden, sinds de 18de eeuw, was India, en die hypothese is sinds omtrent 1990 helemaal terug. In 1834 lanceerde August Wilhelm von Schlegel de Kaukasus als hypothetische Oerheimat, en ook vandaag nog hebben de steppen aan de noordkant van de Kaususus de voorkeur als stamland. Tussendoor zijn ook Bactrië, de Balkan, Anatolië en de Duits-Poolse laagvlakte overwogen.

Atlantis hoeven we hier niet te noemen, maar dat was het Oerheimat-ideetje van de Ahnenerbe, het onderzoeksdepartement van de SS. In de hoogtijdagen van het racisme vereenzelvigde men deze taalfamilie met een vermeend ras, de Ariërs, en de nazi’s dreven dat het verste. Andere nazi-gezinde geleerden volgden echter braaf de toen toonaangevende keuze voor de Pripjet-moerassen in Wit-Rusland. Slechts enkelen trachtten de eer voor Duitsland zelf op te eisen. Na de oorlog beklemtoonden de meeste vakgeleerden dat alleen op een langdurig geïsoleerd eiland een taalfamilie met een rasgroep had kunnen samenvallen. De Duits-Poolse vlakte bleef echter een belangrijke kanshebber, en ook de  Nouvelle Droite koos daar lang voor.

                Blijkens de jongste nummers van haar jaarboek Nouvelle Ecole en haar tweemaandelijks tijdschrift Eléments is zij nu echter verzoend met de inmiddels onder Europese (ter onderscheid met Indiase) vakgeleerden dominante hypothese: het steppegebied tussen de Krim en de Wolga, waar een 5000 jaar geleden de Jamna- of Putgraf-cultuur bloeide. Ook dat was nog maar een secundaire Oerheimat, zelf een kolonie van de nog altijd betwiste échte Oerheimat, die in Anatolië, Noord-Iran, Centraal-Azië of (ook volgens schrijver dezes) Noordwest-India lag; of zelfs in de Zwarte Zee, die tijdens en enkele millennia na de IJstijd grotendeels droog lag.

               

Allemaal immigrant

Vanuit Europa bekeken was die Putgraf-cultuur wel zeker het stamland van waaruit bereden horden in het -3de millennium heel Europa inpalmden. Recent genetisch onderzoek, dat de aanleiding vormde voor de recente publicaties, toont aan dat dit geen vredig proces moet geweest zijn: van de mannelijke oerbevolking blijkt weinig overgebleven, wij stammen voor de helft af van die “Arische” veroveraars. Het is aardig om onze afstamming wat preciezer in kaart te kunnen brengen, maar bewijst niet echt wat Euro-nationalisten zich graag als hun eigen herkomst voorgesteld hadden.

Een kritische bedenking daarbij is dat wat uiteindelijk als Europese cultuur is gaan gelden, bijna allemaal van buiten Europa komt: (1) de Oeralische talen (Fins, Ests, Hongaars) komen van over de Oeral, deels vredig, als nomadische herders van rendierkudden; (2) zelfs het Baskisch komt volgens recente inzichten uit de noordwestelijke Kaukasus en zou van ver verwant zijn met het Tsjerkessisch, en als we terugklimmen tot de IJstijd, zou dat een verre satelliet zijn van het Sino-Tibetaans, net als de Jenisej-talen in Siberië, het Boeroesjaski in Kasjmir, en zelfs enkele talen in Noord-Amerika; en (3) de Indo-Europese talen zijn op zijn minst van de zuidoostelijke uithoek van Europa afkomstig.

Nog eerder was er een inwijking vanuit Anatolië door de eerste landbouwbevolking, vaagweg 8000 jaar geleden. Zij moet achter de oudste Europese beschaving zitten, de Donau- of Vinča-cultuur van een 7000 jaar geleden, die waarschijnlijk Hatti sprak, ver met het Soemerisch verwant; tot zij door de Indo-Europese invallers overweldigd werd. De echte inheemse oerbevolking waren jagers-verzamelaars, die als vroege franskiljons de taal van het succes overnamen: eerst die van de Anatolische boeren en daarna van die van de Indo-Europese ruiters.  Ik geef de multiculturalisten niet graag gelijk, maar het is gewoon een feit: “Wij zijn allemaal inwijkelingen”, minstens taalkundig.

 

(Vele lezers zagen in de zin: “Wij zijn allemaal immigranten”, een bekende propagandafrase van de multiculturalisten. Daarom dit naschrift:)

Wees gerust, mensen: dit artikel is geen pleidooi voor open grenzen. Het gaat helemaal niet over welk beleid we vandaag moeten voeren. Ik ga gewoon even het gesprek aan met (benevens de integristen die Europa's christelijke identiteit nieuw leven willen inblazen) de enige stroming die zich ernstig op de Europese identiteit bezint. Mijn eigen mening daarover: Europa, dat zijn niet de masochistische "Europese waarden" waar de Verhofstadtkliek bij zweert, wél de Europeanen. Gaat men echter naar hun historische verworteling op zoek, zoals de Nouvelle Droite doet, dan stoot men op een ingewikkelde historische werkelijkheid die zich moeilijk leent tot de functie van stichtingsmythe. Zoals zovelen in de geschiedenis was de Europese bevolking in de cruciale fase van de Indo-Europese verovering het kind van een verkrachting, drager van de genen van zowel de overweldiger als zijn iets vrediger inheems slachtoffer.


Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>