22 mei 2016

“Islamofobie” tot norm verheven?


 

 

 

In de polemiek rond de institutionele openstelling van het katholieke scholennet voor de islam door nethoofd Lieven Boeve, beweerde DM-hoofdredacteur Bart Eeckhout (4 mei 2016):

"In deze tijden waarin islamkritiek de norm en islamofobie gemeengoed is geworden, is met een open geest een andere godsdienst proberen te begrijpen inderdaad al moedig." Zou het?

 

“Een andere godsdienst begrijpen” vergt in normale omstandigheden geen moed, wel "een open geest". Maar als er nu één godsdienst is die dit nooit gedaan heeft, ook niet in de basistekst waar al zijn gelovigen bij zweren, dan is het wel de islam. "Neem niet de christenen en joden als vrienden", zegt de Koran uitdrukkelijk. En ook nu is er geen teken van dat de islam dat zinnens zou zijn.

 

 

“Hij heeft niet verwekt”

 

Eerst dus een intermezzo over de verhouding van moslims tot christenen. De toenadering van ons katholiek onderwijs tot de islam laat een zekere wederkerige openheid van de islam jegens het christendom vermoeden, een bereidheid om als gelijken samen te leven. Daar zou goed nieuws zijn, maar zich daarop verheugen is voorbarig.

 

De houding van de islam tegenover de christenen blijkt dagelijks in het Midden-Oosten, in slachtingen en slaafnemingen, en is geworteld in een theologisch dispuut. Dat wordt samengevat in het Koranvers dat tijdens de Kruisvaarten als antichristelijke strijdkreet gebruikt werd, en dat een Brussels-Marokkaanse erehaag bij de uitvaart (1996) van Loubna Benaïssa, een slachtoffer van Patrick Derochette (uit de omgeving van Marc Dutroux), scandeerde: “Lam jalid wa lam joelad”, “Hij is niet verwekt en heeft niet verwekt”, d.w.z. God heeft noch vader noch zoon. Het ontkent het definiërende dogma van het christendom, namelijk dat Christus de Eniggeboren Zoon Gods was.

 

In dit geval ben ik het trouwens eens met de Koran: niets wijst erop dat de omstreden prediker Jezus een uitzonderlijke relatie tot het Opperwezen had, en dat hij meer dan andere mensen het statuut van Gods zoon of incarnatie had. Religies zijn verdomd goed in het aan de kaak stellen van irrationele praktijken of geloofspunten, althans die in ándere religies. Echt vreemde religies als taoïsme of hindoeïsme hebben geen notie van Christus, maar de islam heeft die wel, en dan een uitdrukkelijk negatieve.

 

In zijn beginjaren had de zogenaamde profeet een iets positiever beeld van de christenen, en ook van de joden, omdat hij van hen steun verwachtte voor zijn geloof in het monotheïsme en in het profeetschap, een bijbelse instelling. Daardoor zijn sommige geloofspunten in de islam geïntegreerd, vnl. de maagdelijke geboorte en de wederkomst in de eindtijd, maar niet de verrijzenis en het zoonschap. Dat zoonschap, of die incarnatieleer, was zelfs heidens bij uitstek. Hij associeert namelijk een schepsel, Jezus, met de Schepper, en dat beantwoordt helemaal aan de islamitische definitie van Sjirk, “associatie” ofte afgoderij.

 

Maar de erfmonotheïsten waren sceptisch tegenover zijn aanspraken, want zijn kennis van de Bijbel bleek gebrekkig, en het kon niet zijn dat God bij monde van Zijn profeten van gedacht veranderd was. Vervolgens werd hij een felle vijand van joden en christenen, en hij verordende zelfs een expeditie tegen de christelijke Byzantijnen, die voorlopig mislukte. Uiteindelijk kregen de joden en christenen (in tegenstelling met de in Arabië veel talrijker “afgodendienaars”) het voorrecht om hun religie te behouden, mits emigratie uit Arabië, inachtneming van 22 vernederende geboden, en betaling van een gedoogbelasting.

 

Die regeling gold later ook in het Moorse Spanje. Zij wordt als een “model van verdraagzaamheid” voorgesteld. Volgens die logica kan je ook het Apartheidsstelsel als een na te volgen model van verdraagzaamheid voorstellen: de zwarten werden er niet uitgemoord noch zelfs tot slaaf gemaakt. Toch gebruiken schurken aangaande al-Andaloes de omschrijving “model van verdraagzaamheid”, en nemen kerstekinderen die uitdrukking in alle ernst over. Die mythe behoort nu tot de multiculturele consensus.

 

De Spaanse Reyes Católicos dachten er anders over, maar dat waren katholieken van de oude stempel: vol zelfrespect, en die hun land van de islamitische bezetting wilden bevrijden. Dat vinden de kopstukken van het katholiek onderwijs, die hun scholennet voor de islam willen openstellen, een ouderwetse vorm van “islamofobie”.

 

 

Ontluikende islamkritiek

Nu terzake: bestaat er inderdaad een verschuiving (het zou welbeschouwd zelfs een revolutie zijn) naar de aanvaarding en zelfs officialisering van de islamkritiek? De hoofdredacteur van DM, Bart Eeckhout, beweert dat “islamkritiek de norm en islamofobie gemeengoed is geworden”. Hij leeft blijkbaar op een andere planeet dan wij.

Er zijn inderdaad enkele niet-betalende internetmedia die vrij baan geven aan islamkritiek. Die bestonden vroeger niet, en ook nu zou hun stem onhoorbaar zijn ware er niet die nieuwe, democratiserende technologie. Letterknechten van de gevestigde media laten niet na, op die nieuwe media, die hun informatiemonopolie doorbreken, te schimpen.

Er zijn ook enkele linkse tenoren die de witwasconsensus tegenover de islam doorbreken. In Frankrijk en Duitsland hebben vooraanstaande intellectuelen dat gedaan (Finkielkraut, Houellebecq, Zemmour, Debray, Onfray; Sloterdijk, Safranski), maar stuk voor stuk zijn zij door de linkse instituties uitgescholden en hebben zij voor hun vermetelheid enigermate moeten boeten: gedesinviteerd, afspraken voor publicaties, tv-presentaties of interviews afgezegd, e.d. Finkielkraut is tijdens een bezoek aan de bezette Place de la République door “Nuit Debout”-betogers beschimpt en weggejaagd. In ieder geval heeft hun standpunt nieuwswaarde omdat het als tegendraads geldt. Zij zijn wel uit het opgelegde keurslijf gebroken, maar zij hebben het niet vernietigd, integendeel.

Enkele hoofden die boven het maaiveld komen piepen, verhinderen niet dat de grote massa culturo’s en achtenzestigers de islam uit de wind blijft zetten. De kudde conformisten blijft bij elkaar zekerheid vinden en de ontsnappers uitschelden en straffen. Een blok van trouwe bittereinders blijft de ogen sluiten en tegen realisten de karwats hanteren.

Bij ons hebben we een Luckas Van der Taelen, die wat kritische geluiden laat horen omdat hij in Brussel gewoon niet meer naast het islamprobleem kan kijken; maar hij heeft van Groen dan ook geen verkiesbare plaats meer gekregen. De partij is met de SP.a in een wedijver om de allochtone stem verwikkeld, dus een islamcriticus op de lijst zou als een rode lap op een stier inwerken. En afgezien van de electorale berekening zijn de meeste Roden en Groenen ook oprecht overtuigd van de onschuld van de islam. Verder hebben we een Etienne Vermeersch of een Maarten Boudry, wier rationele argumentatie tegen de islam eerder dwingend is; en die wordt dus vooral genegeerd. Idem voor voormalig SP.a-ideoloog Mark Elchardus en zijn Hollandse evenknie Paul Scheffer, die in het integratiebeleid voor realisme pleiten en afstand nemen van de multiculturele droom (als veteranen van het Bestel hebben zij wel meer toegang tot de media dan bv. een Wim Van Rooy). Herman Brusselmans heeft, bij eerbiediging van driekwart van de islamconsensus, toch wat kritiek geuit, en ook hij heeft zijn achterban niet meegekregen.Die zit nog bij zijn hekelaar Tom Lanoye, waakhond van de linkse consensus.

 

 

Meelopers

Als de ene tenor na de andere van de consensus blijft los geraken, zal er een kantelmoment komen waarop ook de kudde het opgeeft om zich voor de islam in mentale acrobatieën te wringen. Maar zo ver is het beslist nog niet. Enkele objectieve criteria geven daarover uitsluitsel.

De waarheid berust in dit geval bij de meelopers. Zij hebben een fijne neus voor welk standpunt overheersend is, en richten zich daarnaar. Wanneer een idee in de mode is, gaan opportunistische en weinig ideologische politici dat idee overnemen. Bijvoorbeeld: Agalev/Groen wees in het begin de tegenstelling tussen links en rechts af als zijnde “door nieuwe tegenstelling voorbijgestreefd”, terwijl het de Vlaams/Belgische tegenstelling wou “dedramatiseren”. Maar juist omdat de groene beweging zo weinig politiek was, werd zij snel aangestoken door eender welke ideeën die er nu eenmaal in de lucht hingen. Doordat het socialisme, in België ook anti-flamingantisch, de meningensfeer domineerde, werd de partij spoedig rabiaat links en belgicistisch.

Sterker, zelfs politici van de tegenpartij zullen enigermate in de heersende ideologie meegezogen worden. Zoals ook conservatieve politici in de jaren ’70 zeiden: “We’re all socialists now.”

Welnu, er zijn geen neutrale of pro-islamitische figuren die zich omwille van de heersende opiniewind islamkritisch opstellen. Weliswaar is de massa door de aanslagen en het niet aflatende slechte nieuws over de islam zeer skeptisch geworden, maar bij de elite van beleidvoerders en opinieherders is het nog steeds de goede toon om de islam wit te wassen. Zelfs politici wier beleid objectief tegen moslimbelangen ingaat (bv. Theo Francken die de mosliminvasie toch wat tempert), voelen zich nog steeds genoopt om de lof van de islam te zingen. Jan Jambon als spreekwoordelijk “rechtse zak” en haatfiguur voor de multiculturele linkerzijde, zegt openlijk dat islamkritiek wel de slechtst denkbare reactie op het islamgeweld is.   

Sterker nog, volstrekt alle politici die het initiatief genomen hebben tot bombardementen op of invasies in moslimlanden, en die het bloed van vele duizenden concrete moslims (“monsters, not Muslims”) aan de handen hebben kleven, hebben de islam de hemel in geprezen en de voor de hand liggende kritiek op de islam weersproken. Geen woord islamkritiek is ooit over hun lippen gekomen.  

Ook de media, die regelmatig weer eens tegen hun zin moeten berichten dat een bekende intellectueel van een beetje islamkritiek bevallen is, blijven zelf de islam verwoed tegen alle kritiek afschermen. Na de aanslagen in Brussel had hun berichtgeving wekenlang één doel: de schade voor de islam beperken. Het bontst maakten zij het bij de aanslagen op Charlie Hebdo: hier was het doelwit onomwonden de islamkritiek, de “belediging van de Profeet” (en niet de cartoonisten als zodanig, of de journalisten als zodanig, zoals Björn Soenens van de VRT-nieuwsdienst het trachtte voor te stellen). De slachtoffergroep, namelijk de islamcritici, werd echter strikt uit alle studio’s geweerd. Daar werd wel een witwasplatform geboden aan de dadergroep, namelijk de islamitische gemeenschap. Die zweert in haar geheel bij de Profeet, die zelf de doodstraf voor islamkritiek verordend en toegepast heeft. Geen enkele interviewer heeft ook maar één van hen horen (of proberen te doen) zeggen, dat “Mohammed ongelijk had”, dat we “in deze de Profeet niét moeten volgen”.

De media zwoeren de facto samen met de terroristen tegen dezelfde vijand, namelijk de islamcritici. De terroristen deden dat met moordwapens, de media met dooddoeners.

De kampioenen van de meeloperij, namelijk de resterende post-conciliaire katholieken, zijn ook in de uitverkoop aan de islam de recordhouders. Terwijl in het Midden-Oosten christenen uitgemoord of tot slaaf gemaakt worden, weet de paus niet beter dan de islam te verheerlijken, op een manier die ontwikkelde mensen “irrationeel” zullen noemen, en rechtzinnige katholieken “ketters”. Hij koos ervoor om moslims de voeten te wassen (hen daardoor met Christus gelijkstellend, inderdaad “ketters”, en op zijn best lachwekkend), en hen als bevoorrechte “vluchteling”-gasten voor het Vaticaan te selecteren, met achterlating van christelijke echte vluchtelingen.

Terwijl de islam grootschalig geweld pleegt tegen jezidi’s en christenen in het Midden-Oosten, en tegen anonieme reizigers en pendelaars hier in Brussel, wordt hij langs alle kanalen beloond. Beeld je in dat de rolverdeling omgekeerd ware geweest.

 

 

Beaat

Wel half juist is de titel boven Eeckhouts hoofdartikel: "In de nieuwe contrareformatie zijn christenen en moslims bondgenoten". Dat geldt voor de lichtzinnige progressieven in de Kerk, die nu even toegewijd zijn aan het schouderklopje van de media als vroeger aan de kerkelijke dogma’s. Wat er in hun wereldbeeld nog aan christendom overblijft, hoopt de secularisering dan toch nog te bedwingen en zelf weer relevant te worden in het zog van de opmarcherende islam. Dat er problematische kanten aan de islam zijn, willen deze beate geesten niet zien.

Dat heeft met hun betrekkelijk bevoorrechte positie te maken, die tot hoogmoed geleid heeft.  Zij menen het zich te kunnen veroorloven, hun verklaarde vijand als belichaming van de multiculturele idealen op een voetstuk te zetten. In hun koloniaal wereldbeeld zijn die moslims als ja-knikkende spaarnegertjes zonder eigen agenda. Zij kunnen dienen als projectiescherm voor de goedheid van onze “christenen voor het multiculturalisme”, zonder dat zij zelf ooit iets betekenisvols zullen doen. Dat de moslims echt wel meer willen dan dankbaar van de katholieke goedheid te profiteren, namelijk zelf de overheersende religie worden, schijnt binnen hun beperkte mentale horizon niet op te komen.

Zoals andere progressieven hebben zij niet echt de moslims in het vizier, maar voeren zij vooral een strijd om de morele hoogten tegen een andere niet-moslimse groep, namelijk de onderklasse die niet in een positie is om zich aan de gevolgen van de multiculturele dwaasheden te onttrekken. Zij vinden het zo heerlijk, zich met hun grenzeloze liefdadigheid ten koste van derden superieur te kunnen voelen aan het “islamofobe” proletariaat, dat zij de eigen plannen van de islam niet zien. In hun quasi-koloniaal eurocentrisme weigeren zij de “agency”, het eigen daderschap en de eigen agenda van de moslimgemeenschap te zien, en doen zij alsof moslims geen vinger kunnen bewegen zonder dat een westerse handeling daarvan de trigger is. Maar bij al hun beaatheid hebben zij voldoende nijd en kwade trouw om de ontnuchterende informatie vanwege hun vervolgde geloofsgenoten in het Midden-Oosten staalhard te negeren.

Verder is er de groep oerconservatieve katholieken of integristen, die de agenda van de islam niet willen zien omdat zij nog verbeten in de strijd met het laïcisme (“zedenverval”, “hedonisme”) en de Verlichting verwikkeld zijn. Zij zien de theocratische aanspraken van de islam als een welkom wapen tegen de moderne terugdringing van de godsdienst naar de privésfeer. Beleidvoerders versterken die interreligieuze solidariteit door christenen en joden dezelfde behandeling op te dringen die zij eigenlijk voor de islam als noodzakelijk hadden beoordeeld. Een verbod op hoofddoekjes wordt een verbod op “religieuze symbolen” voor iedereen, dus voelen zij zich door waakzaamheid tegen de islam zelf geviseerd.

Deze integristen menen zich de luxe van een strijd tegen het secularisme met behulp van de islam te kunnen veroorloven. Aan hen zo te horen, komt dat vooral door de christelijke deugd van de hoop. Anders dan de droefgeestige doemdenkers over de “ondergang van het Avondland” verwachten zij dat de Heilige Geest zelfs een schijnbaar verloren situatie in extremis wel zal rechttrekken. Sympathiek, dat zeker, maar die attitude heeft andere christelijke landen (bv. Marokko) niet van de islamisering kunnen redden.

Anderen binnen deze groep verwachten dat vele ex-gelovigen de redenering van Angela Merkel zullen overnemen, namelijk dat de kracht van de islam niets anders dan de zwakte van het christendom is – en zich dus opnieuw tot het christendom zullen bekennen. Velen die de geschiedenis slecht kennen, denken dat christendom en islam natuurlijke antagonisten zijn. In werkelijkheid richt de islam zich tegen alle niet-moslims, en doet de Europese identiteit er weinig toe: zolang zij niet-islamitisch is (heidens, christelijk, vrijzinnig of iets anders), is zij een legitiem doelwit voor de islam.

Ooit fungeerde de Kerk als strategisch centrum tegen de islamitische agressie: zij motiveerde en coördineerde het verzet. Maar nu de Kerk onder de huidige paus te lichtzinnig geworden is voor de ernst van de situatie, en te onderdanig aan de heersende opiniewind, kunnen we het christendom voorgoed achter ons laten. Laat ons zelfs te midden van een veelkleurig en onbeslist levensbeschouwelijk landschap toch al een nieuw strategisch centrum bedenken, eerst en vooral gericht op overleven. De leerstellige spijkers op laag water waarin de integristen zich vermeien, kunnen we daarna wel onder ons oplossen.

 

Terugschrikken voor islamkritiek

Zelfs gereputeerde islamcritici schrikken nog van hun eigen schaduw. Zij beseffen dat onverkort de waarheid over de islam zeggen, zelfs lauwe moslims kwaad en gevaarlijk kan maken. Zij hebben de neiging om na een tijdje de harde lijn gevolgd te hebben, toch één of ander compromis te zoeken. Maar dat bewijst dan juist dat die bejubelde “gematigdheid” slechts oppervlakkig is en bij ernstige uitdagingen meteen loskomt. Het illustreert juist de nood aan islamkritiek.

Maar ook heelder groepen die vanuit het oogpunt (of zoals blijkt, vooroordeel) van de multiculturalisten islamcritici bij uitstek zouden moeten zijn, zijn het helemaal niet. Naast een linkse is er ook een rechtse islamofilie. Met name bij Nieuw-Rechts bestaat er een “identitaire” stroming die de islam vooral door de eurocentrische lens ziet: “minderheden die hun identiteit zoeken te bevestigen en uit te leven”. Voor hen zijn gemeenschappen Berbers of Arabieren te vergelijken met de Basken of Bretoenen die slechts hun eigenheid willen bewaren. Alain de Benoist treedt de grote meute multiculturalisten bij wanneer hij de islamcritici met de djihaadstrijders gelijkstelt. (Wie te lui is om over de inhoudelijke verschillen na te denken en zo de ongerijmdheid van die gelijkstelling vast te stellen, mag gewoon hun respectieve dodentol vergelijken.)

Het is maar een variant van een veel voorkomende tactiek om de islam uit de wind te zetten: de islam zelf negeren en het probleem tot iets bekenders herleiden. Links doet dat door over achterstelling en discriminatie te beginnen, rechts door de “communautaire identiteit” in de verf te zetten, of alles via nationalisme te verklaren. Zo luidt het dat de wedijver tussen de islamitische Hausa en de goeddeels gekerstende Yoruba in Nigeria niet door religie maar door natiegevoel gemotiveerd is. Of dat de islam, een “woestijngodsdienst”, van nature de religie van de Arabieren is, voor hen goed maar hier niet welkom. In werkelijkheid hebben de Arabieren zich hard tegen hun islamisering verzet maar zijn zij manu militari door de eerste kalief, Abu Bakr, in het gareel gedwongen. Evenmin als de islam intrinsiek Vlaams is, is hij intrinsiek Arabisch.

Hoe nijpender het islamprobleem wordt, hoe hardnekkiger men links en rechts zulke smoezen belijdt. De vraag naar geruststelling over de islam is immers zeer groot. Daarom zal islam nooit populair zijn, want die impliceert dat de olifant in de kamer dan toch echt is en niet vanzelf zal verdwijnen.  

Anderzijds is in elk tijdperk de intellectuele ernst om met niets minder dan de waarheid genoegen te nemen, dun gezaaid. Dat de islam, vooraleer onverdraagzaam en andere lelijks te zijn, eerst en vooral onwaar is, de private waan van een stemmenhoorder, vergt voor de meeste mensen te veel intellectuele discipline. In het algemeen moet je inzake religie inderdaad niet te hard op de “waarheid” aandringen, maar hier wordt dat een kwestie van overleven. Tegen de islam is niet veel te doen, behalve overwinnen op het slagveld, óf hem ideologisch doorprikken.

Voor we moslims gaan lastig vallen (“kwetsen”) met onze kijk op de islam, moeten we er eerst zelf klaar in zien. Uit een juist begrip van het islamprobleem volgt vanzelf een juist beleid. Uit de huidige verwarring en uit het modieuze wegkijken volgt daarentegen alleen het dwaze beleid dat ons de bestaande ellende gebracht heeft. Die verwarring is nog steeds onbedreigd aan de macht; voor de machthebbers valt islamkritiek nog steeds te negeren. Ik zeg niet dat het zo behoort te zijn. Ik stel alleen vast, tegen de letterknechten van het Bestel in, dat het zo is.

Labels: , , , , , ,

Read more...

19 mei 2016

België, Staat zonder Staatsmannen


België is geen failed State. Neen, België is een failing State door langdurig wanbeleid, een grotesk tekort aan visie en financiële middelen. De radertjes in het uurwerk zijn versleten, de opstelling van het raderwerk is verouderd en er is geen geld om alles te vernieuwen.

De Belgische Staat komt decennia niet meer toe aan beleid. Er dient héél veel werk te worden verricht maar de budgettaire middelen zijn onbestaande, in het beste geval een druppel op een hete plaat. De politieke versnippering en het verouderde politiek systeem is alles behalve bevorderend om effectief beleid te voeren. De Staatsstructuren zijn dermate complex dat de verschillende bestuursniveaus een te versnipperde impact hebben of elkaars beleid teniet doen. Er zal echter geen parlementaire onderzoekscommissie komen naar de oorzaken van het financiële en beleidsmatige faillissement van de Belgische Staat. 

Het gebrek aan beleidsvisie is tekenend.



België is een land zonder Staatsmannen, politici die in het kader van het algemeen belang een nieuw concept van een staatsorganisatie kunnen uittekenen en doorvoeren, mensen met een gefundeerde lange termijnvisie.



Terreur, symbool van een staatsfalen.

Het recente veiligheidsprobleem is tekenend voor het nakend failliet van de Belgische Staat.  Het is het resultaat van decennia wanbeleid op vlak van asiel-, migratie- en integratiebeleid waarbij men resoluut koos voor een geldverslindende 'sociale(istische)' aanpak om 'allochtonen kansen te geven'. Alle andere ideeën of opvattingen waren/zijn politiek incorrect en de facto of bij wet ‘verboten’.

Het gevolg van dit beleid is de balkanisering van onze maatschappij. Binnen onze maatschappij leven andere maatschappijen die gedijen in eigen omgevingen met eigen taal, cultuur en religie. Er is geen sprake van integratie noch samenleving in de multiculturele maatschappij, maar van zelfsegregatie. Sommige bevolkingsgroepen binnen onze maatschappij zijn ronduit ‘geradicaliseerd’ maar hierop wijzen is en blijft politiek incorrect en wordt geklasseerd zonder gevolg – zie het verhaal van Hind Fraihi (Undercover in Klein-Marokko, 2005). Abdeslam en co zijn eigenlijk het slachtoffer van het Belgische wanbeleid inzake integratie, het linkiewinkie laissez faire beleid waarbij alles met de mantel der liefde diende te worden bedekt tegen de stoute Blanke Belg (en vooral die stoute racistische Vlamingen) – want ook dit is communautair.

De terroristen van enkele weken geleden waren de boefjes van destijds waarbij Justitie faalde in haar taak om het recht te laten gelden en deze personen ‘op het juiste pad te brengen’. Tot op heden laat men zelfs terroristen vrij rondlopen die onthoofdingen bekend hebben, enkelbandjes voor veroordeelden in terreurprocessen of radicaliseringsprocessen. Reden? De gevangenissen zitten overvol, men moest hoognodig gevangenissen huren in Nederland in afwachting van de bouw van nieuwe gevangenissen…en nog is het probleem niet verholpen. De oplossing in dit land is voorwaardelijke straffen, alternatieve straffen (werkstraffen) en niet-gecontroleerde enkelbanden. Vooral voor mensen met een ‘moeilijke jeugd en van slechte deugd’, mensen die ‘sociaal achtergesteld’ zijn. Hoeveel decennia praat men over de hervorming van Justitie? Ooit al iets van gemerkt?

Een slecht draaiende justitie zorgt voor een nullificatie van al het politiewerk. Het boefje dat voor de zoveelste keer betrokken is bij een klein crimineel feit dat verticaal geklasseerd zal worden door Justitie, zonder gevolg of misschien eens aanleiding zal geven tot een werkstrafje kwestie van zijn ‘toekomst’ niet te nullificeren. De flitsboete die zal men als de kippen komen innen, verkeersveiligheid loont. Criminelen aanpakken kost geld, operationele kosten voor het onderzoek, het proces en bijhorende verdediging, kosten voor huisvesting en rehabilitatie.  Zelfde politiediensten waarin mensen door een slecht draaiende justitie gedemotiveerd worden, waarvan  middelen worden weggenomen of ontbreken om echt baanbrekend werk te kunnen verrichten.

Is het dan niemand opgevallen dat de Politie steeds meer taken niet meer kan uitvoeren? Gasboetes uitgeschreven door ambtenaren om de openbare orde in toom te houden, parkeerboetes uitgeschreven door private bedrijven want de politie heeft er geen tijd voor. Men zou de snelheidsboetes (ea.) ook ‘administratief’ willen vereenvoudigen zodat er ‘meer blauw op straat kan komen’. Wanneer was het de laatste keer dat u de federale wegpolitie op de autosnelweg zag? De vervoersmaatschappijen hebben hun eigen veiligheidsdiensten omdat de politiediensten tekort schoten (gebrek aan motivatie, middelen, visie).

De politie kan niet eens meer instaan voor de openbare veiligheid, hiervoor dient Defensie op te draven om politiekantoren en openbare plaatsen te beschermen in tijden van terreur. Destijds heeft men de gemilitariseerde politie – de Rijkswacht – afgeschaft en samengevoegd met de lokale politie want zo’n paramilitaire organisatie was ‘buiten deze tijd’, maar nu zetten we militairen in. Mensen die de politiewereld kennen zullen u weten te zeggen dat er een breuk is tussen de oude garde en de jonge garde, tussen de dienstplichtigen en ex-vrijwilligers tegenover de post-dienstplicht ‘sociaal gerekruteerde’ lichtingen. De sterke arm der wet moest plaats maken voor de sociale gewauwel der ‘politievriend’.

Het gevolg is dat het blauw op straat zich terugtrekt en eigenlijk onttrekt aan haar primaire taak: handhaving van de openbare veiligheid. Voorbeeld? Luchthaven Zaventem, eis van de luchthavenpolitie dat eenieder eerst gecontroleerd wordt voordat men de luchthavenhal kan betreden. Controle wordt uitgevoerd door private bewakingsdiensten, daar waar mogelijk trekt men zich terug achter commerciële check-ins of private bewaking terwijl de politie net de eerste veiligheidslijn moet vormen. De oorzaken hiervan ligt niet bij de politiemensen zelf, maar is het resultaat van decennia wanbeleid op hoger niveau. Wie staat zoiets toe?

Defensie moet de bressen in de veiligheidsdijk dichten maar zit op haar tandvlees door opeenvolgende beleidsjaren aan besparingen. Defensie was ‘onbelangrijk’ en niet ‘populair’ want daarmee kon je de kiezer niet verleiden met mooie beloftes. Defensie was een nutteloze overheidsdienst, maar nu zijn ze meer dan ooit nodig. Alleen is er een personeelsgebrek bij het terreinpersoneel, er zit nog redelijk wat administratief volk. Op papier bestaat zoiets als de Militaire Reserve, maar er zijn geen oproepingen. De militaire aanwezigheid redt levens, door militaire technieken en tactieken. Maar op vlak van ordehandhaving hebben ze geen wettig beleidskader tenzij ondersteunt door een politiebeambte. Dit land heeft nog steeds geen wettelijke kader voor een noodtoestand waardoor al onze veiligheidsdiensten geketend moeten blijven ageren tegen een tegenstander die zich niet houdt aan de wet tenzij ter zijn verdediging.  

Oorzaken van het staatsfalen?

Het beleidsgebrek in België heeft een financiële oorzaak: geen geld, geen ruimte voor beleid. België kampioen in belastingdruk komt niet rond, hoe komt dit? Onze dames en heren politici streven toch al decennia naar meer ‘efficiëntie en bijhorende besparingen’. Het moet zijn dat er structurele problemen zijn die men verbergt. Nochtans dient men niet ver te zoeken.

De nakende pensioengolf van de babyboomers gaat ons heel veel geld kosten. Uw pensioengeld beste babyboomers is opgesoupeerd door voorgaande regeringen die gemakzuchtig dit geld gebruikt hebben voor uitgaven met als eindrekening ‘latere schulden’. Kortzichtig wanbeleid.

De complexiteit van de Belgische Staat op alle vlakken bemoeilijk coherent en degelijk beleid. Elk jaar produceren we duizenden pagina’s Staatsblad met daarin wetgevende werk waar geen kat haar jong meer kan in terugvinden. Overal achterpoortjes. Mooiste voorbeeld is de blijvende mogelijkheden van belastingontduiking (Panama papers) waarbij de huidige oppositiepartijen het hardste schreeuwen, maar beleidsmatig mee aan de basis liggen.

De Belgische Staatsstructuren zijn een financieel en beleidsmatig rampgebied. Versnippering alomtegenwoordig, tegenstrijdig beleid en vooral een zware financiële last. De realiteit is dat België als Staatsstructuur veel kost-efficiënter kan. In het zog van de Belgische politieke geschiedenis heeft men slechts twee keuzes: het opsplitsen van België of een radicalere hervorming van België. Merk vooral op dat ik het heb over de Belgische Staat, niet louter de federale overheid want alle bestuursniveaus liggen in hetzelfde bedje ziek.

De politieke kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is al gekend, al decennia stemt men anders en wil men elk een ander beleid. De eerste federale coalitie met slechts één Franstalige partij benadrukt dit nogmaals; via Vakbondistan verduidelijkt men vooral ten Zuiden van de taalgrens dat men een andere koers wil varen. Hoe kan je dan nog aan gezond beleid toe komen?

Ons electoraal systeem komt neer op versnippering waarbij de democratische legitimiteit van onze beleidsmakers al decennia onbestaande is, zelfs ongrondwettelijk (BHV). Onze parlementen zijn praatbarakken die papier produceren, met een coalitie voor de regering en een oppositie met beperkte controlemogelijkheden. Parlementsleden vertegenwoordigen het volk niet, controleren de regering niet maar werken voor politieke partijen. Controle op de overheid kan enkel via informanten die op eigen risico hun job riskeren om wantoestanden trachten aan te kaarten.


Johnny Thijs heeft gelijk, dit land werkt niet meer…alleen werkt ze al decennia lang niet meer. 

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

14 mei 2016

Inderdaad: weg met de “racialisering” van de islam


 (Tekst in verkorte versie aan De Volkskrant aangeboden, maar daar zonder uitleg ongepubliceerd gebleven; verschenen in Doorbraak, 14 mei 2016.)


 
De Volkskrant bracht recent een pennenstrijd, op 7 mei 2016 gelanceerd door antropoloog Martijn de Koning, over de "racialisering van de islam". Laten we in dit korte bestek die notie verhelderen.

 
Uitgangspunt is de vaststelling dat de islam geen ras is, maar een ideologie. En nu mogen alle modieuze academici en mediacraten, samen met professor de Koning, schril tieren en op hun kop gaan staan, maar dat is gewoon de evidentie zelf. Net zo min als eender welke andere ideologie heeft de islam een kleur. Je zou anders net zo goed kunnen zeggen dat “1 + 1 = 4” een ras is, en de doorstreping daarvan door het rode potlood van de leraar een daad van racisme.

 

 

Eraf wassen

 

De islamdoctrine heeft bovendien, heel “essentialistisch”, een onbetwistbare harde kern. De islam begint met een dubbele waarheidsaanspraak: dat er geen godheid is behalve “dé god” (= Allah), en dat Mohammed diens gezondene was. Dat wordt per definitie aanvaard door alle moslims voor zover zij moslim zijn. Verder is er daarrond nog een heel corpus van weetjes en geboden waarover de hele moslimgemeenschap het eens is, en dan in de rafelranden ook wel punten van onenigheid, bv. over het legitieme opvolgerschap van de aanvoerder der gelovigen (soennieten vs. sjiïeten), of het wel of niet verplicht zijn van vrouwenbesnijdenis. Maar de kern is één.

 

De idee “islam” kan daarom perfect met de idee “democratie” vergeleken worden, zoals eender welke twee ideeën in een denkoefening tegenover elkaar kunnen geplaatst worden. Frits Bolkestein had gelijk toen hij daarbij tot het besluit kwam dat de twee “onverenigbaar” zijn: vertrouwen op de door God gegeven, onveranderlijke wet (islam) is nu eenmaal onherroepelijk wat anders dan vertrouwen op een door menselijke beraadslaging tot stand gekomen, veranderlijke wet (democratie). Worden de moslims daardoor geracialiseerd? Nee, er is over moslims gewoon niets gezegd.

 

Maar ik vermoed dat Bolkestein ook wel weet dat moslims niet tot de islamstolp veroordeeld zijn. Ten eerste zijn gelovers altijd goed geweest in huichelarij: lippendienst bewijzen aan de dogma’s maar intussen toch ook het spel van de mensenwereld meespelen. Ten tweede is er niets intrinsieks of “raciaals” aan moslim-zijn: je kan daar altijd een eind aan maken. Er is niets aan de islam (tenzij de besnijdenis) dat je er niet kan afwassen. Het is een historisch feit dat een bepaalde conditionering mensen tot moslims, of tot christenen enzovoort, gemaakt heeft. De identiteit van groepen mensen is een dynamisch gegeven: ooit ontstaan, en in staat om te vergaan.

 

Ik ben zelf ex-katholiek, in Vlaanderen de allergrootste levensbeschouwelijke groep, en ik wens voor moslims niets dat ik zelf niet heb doorgemaakt. Maar ik kan hen verzekeren: er is leven na het verzaken van het geloof. Tot daar mijn conclusie; nu het verhaal in meer detail.

 

 

Waarheidsaanspraak

 

De waarheidsaanspraken die de basis van de islam vormen, kunnen rationeel beoordeeld worden. Was Mohammed echt de gezondene van Allah, en zijn Koranwoord dus een goddelijke openbaring? Hijzelf dacht dat wel, maar er is volstrekt niets in de Koran noch in zijn levensloop dat daarop wijst. Echter, wie daarop tegenargumenten heeft, mag ze uiteraard voorleggen. Het is een waarheidsaanspraak, dus we kunnen erover discussiëren.

 

Het verwerpen van die ideologie, eerst en vooral van Mohammeds aanspraak op het profeetschap, dateert van het prille begin van diens loopbaan. Zijn hekelaars waren geen Franse of Deense cartoonisten noch een Hollandse gezonde roker, maar zijn eigen stadgenoten in Mekka. Luidens een tiental verzen in de Koran zelf hekelden zij Mohammed als een “bezetene”, of in het beste geval een fantasierijke “dichter” die het allemaal verzonnen had. De eerste die dat gezegd had, was trouwens Mohammed zelf, die bij zijn eerste “openbaring” dacht hij door een boze geest in bezit genomen werd. Nu, al die sceptici spraken dezelfde taal en hadden dezelfde huidskleur en andere raciale lichaamskenmerken als de profeet. Hun stellingname was islamkritisch, maar op geen enkele wijze racistisch. (Hun lot, rapporteert biograaf Ibn Ishaq, was uiteindelijk overigens hetzelfde als dat van Theo van Gogh, daar zorgde Mohammed wel voor.)

 

Vandaag worden de waarheidsaanspraken van de islam betwist door allerlei mensen die met rede begaafd zijn, ongeacht huidskleur. Dat betreft talloze donkerblanke, bruine of zwarte niet-moslims die van ruime ervaring met de islam kunnen spreken, zoals Afrikaans schrijfster Maryse Condé, Indiaas historicus Sita Ram Goël, Assyrisch priester Père Samuel (werkzaam in Charleroi), of de Syrisch-Amerikaans blogger Robert Spencer. Vooral echter gaat het om als moslim geboren medemensen die in de islam als “afvalligen” gelden, zoals de Brits-Indiase schrijvers Salman Rushdie en Ibn Warraq (auteur van Why I Am Not a Muslim), of de Bangladesji arts-schrijfster Taslima Nasreen (“wat de moslimwereld nodig heeft, zijn geen gematigde moslims maar wel ex-moslims”). Om ons verder tot Nederland te beperken, figuren als de Pakistani Mohamed Rasoel, de Somalische Ayaan Hirsi Magan/Ali, de Marokkaan Hafid Bouazza en de Iraniër Afshin Ellian. Ziedaar bruine en zwarte islamkritiek, niet qua politieke maar qua huidskleur.

 

Islamcritici bestrijken het hele spectrum van wit tot zwart, net als de islamgelovigen. En de zogenaamde “moslims” bestrijken op hun beurt ook het hele spectrum van echte gelovigen in de letter van de islam, over selectief gelovigen die een compromis met de huidige wereld maken, tot louter nominale moslims die zich van de islam niets aantrekken maar vaak om veiligheidsredenen hun feitelijke geloofsafval onder de korenmaat houden.

 

Er zijn niet, zoals een vaak gehoorde frase het wil, “evenveel islams als er moslims zijn”. Er is integendeel slechts één islamdoctrine (die voorwerp van kritiek kan zijn) en een hele waaier gradaties waarin concrete mensen haar ernstig nemen. Dat is het verschil tussen de “islam”, onderdaan van het rijk der ideeën, en het mensenconglomeraat “moslims”. De vermaledijde “racialisering” is een verwarring tussen die twee, die het monolithische en onveranderlijke van een idee overdraagt op een gevarieerde en evoluerende groep mensen. En die uit een vaststelling over de feitelijke koers “moslimgedrag” besluiten over de norm “islam” meent te kunnen trekken.

 

 

 

Neoracisten

 

Europese pleitbezorgers van de islam die andersdenkenden voor “racisten!” uitkrijten, weigeren dat echter te zien. De specifieke reden van een aantal polemisten en beroepsantiracisten daarvoor is de bewuste uitsluiting van de vervelende gevallen die hun mooie zwart-witte wereldbeeld verstoren. Geert Wilders racist noemen is natuurlijk gemakkelijker dan hetzelfde doen met iemand die donkerder is dan de gemiddelde Turk.

 

Bovendien doen zij zelf aan racialisering van de islam. Voor hen is de islam ingeboren en onuitwisbaar, zoals de huidskleur. Bij het raciale paradigma voelen zij zich thuis, het is lekker eenvoudig en het laat hen toe om zich te tooien met het aureool van échte antiracisten als Martin Luther King of Nelson Mandela. Het loutere bestaan van een ex-moslim, die zijn religieuze “huidskleur” ontgroeid is, is strijdig met hun statische ras-centrische mensbeeld. Zij zijn in feite neoracisten die overal (van Sinterklaas tot de islam) hun armzalige passe-partout “ras” bijsleuren.

 

De veel algemenere reden is een bekrompen gezichtsveld. Talloze conformisten die zich beijveren om alle gewenste geluiden tegen “racisme” en “islamofobie” te maken, wanen zich kosmopolieten maar zijn in feite heikneuters. Voor hen is een tegenstelling over de islam dat wat ze in pakweg Venlo zien: een moslimse allochtoon die wat donkerder is dan de gemiddelde Nederlander, versus een blonde islamcriticus. Zie je wel: islamkritiek is een complot van witten tegen bruinen! Val hen niet lastig met hoe anders de verhoudingen liggen in andere delen van de wereld.

 

 

Blanke slavinnen

 

Racisme is vrijwel universeel. Momenteel is het door de niet aflatende “heropvoeding” wel veel geproblematiseerder en zwakker in Europa dan elders, zodat de beroepsantiracisten zichzelf nu al werk moeten verschaffen door een “onbewust racisme” te gaan bestrijden. Voorbeelden van racisme vinden we onder meer in de islamwereld. De auteur van de Koran schreef bijvoorbeeld een vers over het Laatste Oordeel waarin de geredde gelovigen wit van huidskleur worden, ongeacht wat ze bij leven waren; en de verdoemde ongelovigen zwart. (3:106-107) Enerzijds is er het rasneutrale feit dat zowel hemelgangers als hellegebroed op aarde eender welke huidskleur kunnen gehad hebben, anderzijds het “racistische” feit dat in het hiernamaals toch een duidelijk positievere evaluatie van de witte huidskleur geldt. Ziedaar een letterlijke racialisering van de islam: de gelovigen worden allemaal blank, de ongelovigen allemaal zwart.

 

Aan dat Schriftwoord zou ik niet te zwaar tillen, maar in de praktijk bleken moslims heel wat racistischer. Achthonderd jaar vóór de Europeanen beoefenden ze grootschalig de negerslavernij (weliswaar naast een omvangrijke blanke slavernij), en zelfs wanneer negerslaven zich bekeerden, bleven Arabieren blijkens talloze getuigenissen op hen neerkijken. Na de invallen van de Turken en Afghanen in India voelden zij zich ver verheven boven de inheemse “raafkoppen” (= zwarten), ook nadat die zich bekeerden. Niets dramatisch, hoor; alleen wat racistisch. Veelzeggend zijn de prenten die harems vol blank fokvee tonen, bediend door zwarte masseuses en keukenmeiden. Europese slavinnen hebben, na vele generaties, het mongoloïde Turkse volk grotendeels over de drempel van het blanke ras getrokken, terwijl de zwarte slavinnen in het Midden-Oosten (anders dan in de VS) nauwelijks nageslacht nagelaten hebben.

 

Rasneutraal

 

Die al te menselijke raciale ongelijkheden doen niets af aan het feit dat de islam als leer rasneutraal is, net als “1 + 1 = 4”. De leraar die de aangehaalde foute bewering doorstreept, “vreest” haar niet, zoals de leugenterm “islamofobie” suggereert. Hij “haat” haar ook niet. Hij stelt alleen vast dat ze onjuist is, zoals de islamcriticus vaststelt dat de waarheidsaanspraken die aan de islam ten grondslag liggen, onwaar zijn.

 

Zelfs de vaststelling dat de islam intrinsiek een wij/zij-denken beoefent en een djihaad tegen (of minsten een mijden van) de ongelovigen verordent, wekt geen “haat” op. Het is gewoon het soort probleem dat zich vaker voordoet, en dat we inmiddels hebben leren oplossen. Het marxisme met zijn haatzaaiende leer van de klassenstrijd en diens talloze slachtoffers ligt nog vers in het geheugen. Zelfs de weigering door onze intellectuelen om dat probleem onder ogen te zien, of hun goedpraten van een misdadige ideologie, hebben we al een keer meegemaakt. Tot en met hun smoesjes over het “eurocommunisme”, die als twee druppels water geleken op de huidige droombeelden over een “Europese islam”. Ach, in de woestijn van het bestaan heeft de dorstige mensheid al zoveel luchtspiegelingen nagelopen.

 

Jammer van de vele doden, maar als idee was het marxisme, of is de islam, niet erger dan “1 + 1 = 4”. Een rode streep erdoor en we zwijgen erover.

 

 

 

Labels: , , , , , , ,

Read more...

Discriminatie in de paarvorming

  (Doorbraak, 10 mei 2016)

 
 
In de meeste scherp gelaagde maatschappijen geldt dat mannen van de bovenklasse met ondergeschikte vrouwen mogen paren of trouwen, maar niet omgekeerd. In sommige gevallen loopt die klassenlijn samen met een rassenlijn, bv. in de laatste eeuw van de Amerikaanse slavernij, toen de blanke slavernij (vnl. Ieren) verdween, een wet zelfs verbood dat vrije zwarten nog blanken als slaaf hielden (dat kwam dus voor), en slaven alleen nog zwart konden zijn. De talloze "zwart" genoemde halfbloeden stammen doorgaans af van blanke slavenhouders en hun zwarte slavinnen.
 

Als een blanke lobbygroep vandaag een verbod eiste op verkeer tussen blanke vrouwen en zwarte mannen, zou dat "racistisch" genoemd worden, in België een strafbaar feit. Maar er is vandaag wel degelijk een ideologie, door een zeer talrijke gemeenschap beleden, die deze discriminatie oplegt: de islam. Een niet-moslim mag niet met een moslima trouwen, omgekeerd wel. Wil hij haar per se trouwen, dan moet hij zich eerst bekeren. Hieraan wordt ook in de praktijk strikt de hand gehouden via sociale druk. Alleen in zeer verwesterste milieus vindt men uitzonderingen, en dat gedrag wordt door de allermeeste moslims terecht als on-islamitisch bestempeld. Vlamingen, u bent tweederangsburgers in uw eigen land.
 
Let wel, deze sjari'a-regeling die de intrinsieke inferioriteit van niet-moslims tegenover moslims verkondigt, wordt door pleitbezorgers van de islam doorgaans ontkend, gebagatelliseerd of verzwegen. Knack brengt een artikel, "Halal daten op het internet: Sla eens een moslim aan de haak" (4 mei 2016, door Ayfer Erkul), waarin dit cruciale feit om de paarvorming bij moslims te kunnen begrijpen, nergens vermeld wordt. Het geeft alleen toe: "Moslims trouwen doorgaans met moslims." Tja, bij de meeste gemeenschappen zou men daarmee een open deur intrappen. Alleen bij onze autochtonen zou men dat als racistisch gedrag verketteren, maar dat soort soort zoekt, is redelijk universeel. Daarover gaat het hier echter niet.
 
Wat als een moslima met een niet-moslim wil trouwen? Dáár zit het levende bewijs van het islamitisch "racisme", van hun schriftuurlijk vastgelegd, voor alle moslims geldende superioriteitsbesef. Naarmate de trouwplannen concreter worden, neemt de sociale druk toe, en dergelijke plannen worden dus doorgaans afgeblazen. Tenzij de man zich met een air van oprechtheid laat bekeren en besnijden, iets wat ook in mijn vriendenkring al voorgekomen is. Hun eerste zoon heet dan Mohammed, de moslimgemeenschap groeit en de niet-moslimgemeenschap loopt verlies op: doel bereikt.
 
Dat wordt in Knack dus verdoezeld. In de plaats daarvan krijgen we het soort rechtvaardigingen voor endogamie (binnen de eigen groep trouwen) die bij Vlamingen weliswaar "racistisch" zouden heten, maar die iedereen verder heel redelijk vindt. Bv., een zekere Nawal legt uit: "ik heb veel niet-moslimvrienden die dat niet begrijpen en mij vragen waarom dat zo belangrijk is. Ik wil een moslim omdat ik er ook een ben. Ik wil een partner met dezelfde waarden en normen." Dat niet-moslims het niet begrijpen, zal wel: zij worden immers onwetend gehouden (ondermeer juist in dit Knack-artikel zelf) en aangemoedigd in die onwetendheid. Het inroepen van "normen en waarden" zou een Vlaming zwaar aangerekend worden, maar een moslima weet dat ze daarmee vlot wegkomt. Zij geeft zelf aan dat moslims onze "normen en waarden" niét delen, ongeacht wat de koketteerders met een geïntegreerde "euro-islam" ook mogen fantaseren. En dat zij niet-soortgenoten tot de troostprijs "vrienden" beperkt en haar huwelijk met eigen soort wil beleven, dat zal iedereen toch de logica zelf vinden; althans bij volwaardige mensen, niet bij de "bekrompen" en "islamofobe" Vlamingen.
 
Er zijn in marginale, doorgaans welgestelde milieus wel uitzonderingen, maar dat zijn nominale moslims, weinig vertrouwd met de islamwet en sociaal vooral onder de invloed van niet-moslims en niet-islamitische waarden. In een moslimland zouden ze er niet mee weggeraken: als de sociale druk niet werkt, dan wenkt de rechtbank, die bij wijze van minnelijke schikking een echtscheiding zal bevelen. En als dat niet werkt, is er nog de eerwraak. . Hun gedrag betekent niet dat "er ook een verdraagzame islam bestaat", zoals krampachtig naar geruststelling verlangende islamvrienden beweren. Het betekent alleen dat hun gedrag buiten de greep van de islam staat. Er is geen islam die het huwelijk van een moslima met een niet-moslim toestaat.
 
De neo-racisten van Unia, DS enz. beschouwen de islam bovendien als een "ras", vandaar uitdrukkingen als "witten en moslims" (neo-racisten herken je meteen aan hun voorkeur voor "wit" boven "blank") en "anti-moslim racisme". Deze discriminatie in geoorloofde vs. verboden paarvorming is volgens hun eigen definitie dus "racisme", dat op hun eigen aandringen tot strafbaar feit uitgeroepen is. Nochtans, via het godsdienstonderricht, de financiering van de erkende erediensten en de mediaduiding ondersteunt het Bestel deze discriminatoire "racistische" ideologie. Geen enkele overheidsdienaar heeft ooit gezegd: "Goed, wij subsidiëren de islam, maar op voorwaarde dat de discriminatie tegen niet-moslims in de paarvorming afgeschaft wordt."
 

"Meer islam is de oplossing voor het radicalisme", luidt het bij onder meer een aantal ministers. Meer discriminatie, meer "wij/zij"-denken (inherent aan de islam), zou volgens hen dus de oplossing zijn? Bij elke gelegenheid moeten zij deze vraag voor de voeten geworpen krijgen. Hun antwoord zal vermoedelijk zijn dat de "euro-islam" onder zijn hervormingen ook de afschaffing van die discriminatie zal tellen. Dat willen we dan wel eens zien: de Moslim-Executieve (of een ander gezaghebbend islamitisch orgaan) die de wens van wat ongelovige honden zwaarder laat wegen dan de aan God Zelf toegeschreven sjari'a.
 
Een toemaatje: in dit opzicht volgt Dyab Abou Jahjah trouw zijn mascotte Malcolm X. (Het is weliswaar uiterst arrogant van hem om de mantel van een slavenafstammeling op te eisen terwijl hij zelf een gemeenschap van slaafnemers vertegenwoordigt, waarbij zijn Europese gastgemeenschap dan nog een belangrijke bron van slaven was, naast de Afrikanen.) De zwarte leider en islambekeerling Malcolm X was een typische halfbloed, voortgekomen uit de vereniging van rijke blanke mannen met ondergeschikte zwarte vrouwen. Hij had blanke raskenmerken, waaronder hetzelfde rosse haar als zijn Schotse grootvader. In Brazilië zou hij als mulat gegolden hebben, maar in de VS hanteert men de "one-drop rule": zelfs bij één druppel zwart bloed geld je al als zwart. Er is daar geen "diversiteit", je bent ofwel blank ofwel zwart. Welnu, ook Abou Jahjah stamt in vaderlijke lijn van de heersersgroep in zijn land, de moslims, en in moederlijke lijn van de gedoogde maar ondergeschikte groep, de christenen. Zijn moeder was christen, maar hij is niet halfchristen, hij is volledig moslim. Geen diversiteit in de moslimwereld. Maar om Belgische papieren te krijgen, oefende hij wel het voorrecht van moslimmannen uit om met een ongelovige vrouw te trouwen.



Labels: , , , , ,

Read more...

28 april 2016

Conservatieve ideeënstrijd

We hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk is het zover: mei '68!
Paul Goossens, de '68-er bij uitstek, op het Vlaamse publieke forum zowat de laatste overlever van toen, kondigde het zaterdag aan [http://www.standaard.be/cnt/dmf20160422_02253284, betalend artikel, misschien kan een DS-abonnee daar wat aan doen?]: N-VA-werknemer Joachim Pohlmann "is een auteur met een conservatieve missie, een ideoloog die onverkort gelooft in strijd. Niet van klassen... wel van ideeën... Zo ontstaat een publieke opinie... Geen regimewissel of omwenteling zonder hegemonie over de meningen, en bij uitbreiding over de media en de cultuur van de samenleving. Die positie krijg je niet, je verovert ze... Bismarck wist het, de communist Gramsci ook, Pohlmann eveneens:... 'Het is tijd voor een gramsciaanse guerrilla.'"
 
Antonio Gramsci was al een inspiratie voor de Nouvelle Droite-denkers rond 1980. Haat en laster waren hun deel, en die beweging is op korte termijn volkomen mislukt in haar project van verovering van de openbare ruimte. In de VS was Gramsci als persoon niet bekend bij de Paleoconservatieven, maar ook zij beleden zijn project; ook weer zonder succes, en zij eindigden als "beautiful losers". Het feit dat Pohlmann er nu mee weg komt en zelfs een redelijk neutrale commentaar van Goossens oogst, duidt op een kantelmoment. Bij De Standaard hebben ze weliswaar geen idee van wat "conservatisme" is, maar ze vinden wel dat zijn uur gekomen is.
 
Pohlmann wordt zelfs, erg voorbarig, als representatief voor de N-VA behandeld, een partij van wie vele vertegenwoordigers juist een ideologische verwarring vertonen en daar niet eens een probleem in zien. Maar ook in en na '68 zijn de ideeën van een kleine voorhoede pas via een Lange Mars door de Instellingen de opvattingen en gedragingen van de massa gaan bepalen. Goossens besluit: voor de N-VA "is de ideeënoorlog pas begonnen. Voor één keer zijn ze het daar eens met de soixante-huitards: 'Ce n'est qu'un début, continuons le combat'."
 

Labels: , , ,

Read more...

Laat je niet achter de veren zitten

Recent werden de Buffalo-supporters en met hen eigenlijk alle Vlamingen geconfronteerd met een van de jongste rages van politieke correctheid die uit Amerika overwaait: een aanval op de zogenaamde culturele toe-eigening van elementen uit andere culturen. Een amerikaanse dame die afstamt van een Cheyenne-stamhoofd is geschandaliseerd (1) door het racisme dat erin zou bestaan elementen van de cultuur van minderheden (hier de ‘indiaanse’ verentooi) te gebruiken buiten hun “oorspronkelijke” culturele context. In een tijd waarin men kon denken dat het woord racisme intussen zo ruim wordt gebruikt dat het alle betekenis heeft verloren, blijkt het nog gekker te kunnen worden. Gelukkig is het nog niet zo erg als in Noord-Amerika, waar je niet moet proberen je met veren te tooien op een muziekfestival of je wordt er door de zelfverklaarde voorstanders van ‘diversiteit’ met pek en veren uitgegooid. Hetzelfde voor wie zich met een ‘Mexicaanse’ sombrero tooit (2), al komt die hoed uit Spanje en dus Europa. Karlies Kloss was de kop van jut toen ze op de catwalk een verentooi droeg omdat dit in de originele context enkel aan mannen zou zijn voorbehouden (3). Aan de Universiteit van Ottawa werden yogaklassen die gratis voor iedereen ongeacht zijn afkomst werden georganiseerd, afgeschaft omdat dit een identiteitsdiefstal zou zijn jegens Hindoes (4). Vele andere incidenten vonden reeds plaats omwille van de manier waarop mensen zich kleden, zingen of dansen, bidden, koken of proberen te genezen, die zou zijn gepikt van een andere cultuur.

Woorden als toe-eigening of diefstal zijn hier alleen al daarom totaal niet op hun plaats omdat er niemand iets ontnomen wordt: het gaat hier niet om land dat onteigend of bezet wordt of overspoeld (zoals met het land van de Native Americans natuurlijk wél gebeurde) noch om unieke kunstwerken die geroofd worden, maar enkel om het imiteren en hergebruiken met eigen middelen. Het gebruik door eerdere gebruikers van culturele praktijken wordt op geen enkele manier verhinderd doordat anderen dit gaan nadoen. Weliswaar kent ons recht in uitzonderlijke gevallen het auteursrecht voor originele werken van bv. kunst en letterkunde, waardoor enkel de auteur en zijn erfgenamen gedurende een bepaalde tijd het ‘copyright’ hebben. Dit geeft natuurlijk een Cheyenne-nakomelinge niet het recht om aan anderen dan haar etnische verwanten te verbieden zich met veren te tooien. Zou het integendeel niet juist racistisch zijn te zeggen dat enkel wie ‘indiaans’ bloed in zich heeft dat mag? Misschien mogen dan enkel zwarten nog jazzmuziek spelen - maar dan wel niet op een saxofoon natuurlijk, want dat is een Belgische uitvinding. Enkel Italianen mogen nog pizza eten. En misschien kunnen we het gebruik van medische technieken verbieden aan al wie niet tot dezelfde volksstam behoort als de uitvinder ervan? Enkel Vlamingen mogen nog genieten van de door Vesalius ontwikkelde anatomische kennis! En de vele producten van de joods-christelijke cultuur en wetenschap worden vanaf nu voor christenen en joden voorbehouden (5). Moeten we nu misschien plots stoppen met couscous en kebab eten? Als de rest van de wereld dan maar stopt met het spelen van golf, ontwikkeld uit het Vlaamse kolfspel (6).

Proberen sinds enkele decennia zogenaamde kritische denkscholen ons er overigens niet juist van te overtuigen dat nationale identiteit niet bestaat, en het onzin is ons te identificeren met een gemeenschappelijke taal, geschiedenis en cultuur? Alsook dat vele symbolen of rituelen dateren uit een tijd die bv. de gelijkheid van man en vrouw totaal miskende en daarom misplaatst zijn?  En is het ook niet vanuit die hoek dat vaak geroepen wordt dat Vlamingen zich afsluiten voor andere culturen en dat we de culturele verrijking van de diversiteit moeten omarmen? Meer nog, talloze landen ratificeerden de UNESCO-Conventie Diversiteit van cultuuruitingen (7), die uitdrukkelijk aanmoedigt om "de vrije uitwisseling en het vrije verkeer van ideeën en cultuuruitingen, alsook van culturele activiteiten, goederen en diensten te ontwikkelen en te bevorderen, en de creativiteit en de ondernemingsgeest bij hun activiteiten te stimuleren" (art. 6, 2 e) en personen en groepen ertoe worden aangezet om "toegang te hebben tot diverse cultuuruitingen uit hun grondgebied en uit andere landen in de wereld" (art. 7, 1 b).

Jongens en meisjes, laat elke samenleving maar zelf oordelen waar ze wil zingen zoals d’ouden zongen en waar ze elementen van elders wil nabootsen of verwerken. En laat alle buffalo’s zich intussen maar met veren uitdossen!  

(1) Zie de Standaard 12 maart 2016, http://www.standaard.be/cnt/dmf20160311_02178821.
(2) http://www.theguardian.com/world/2015/sep/29/uea-student-union-bans-racist-sombreros
(5) Zie enkele voorbeelden door Josh GELERNTER, "The liberal fantasy of culural appropriation", http://www.nationalreview.com/article/430890/cultural-appropriation-leftists-rewrite-history



(deze bijdrage verscheen zonder de voetnoten in Grondvest, nummer mei 2016.
Read more...

5 maart 2016

Antonin Scalia en de strijd tegen de vergrendeling

Op 13 februari overleed in Amerika de wellicht bekendste rechter uit het hooggerechtshof, Antonin Scalia. Onze media waren er snel bij om hem zwart te maken en een totaal vertekend beeld te geven van zijn methode en rechterlijke opinies. Scalia was immers een conservatief denker, en dus moest natuurlijk in de verf worden gezet hoezeer hij zich zou hebben verzet tegen allerlei progressieve ‘rechten’ zoals abortus, homohuwelijk en tutti quanti. Daarmee wordt verwezen naar de ‘dissenting opinions’ die Scalia uitsprak bij een aantal ‘progressieve’ arresten van het Hof. De vraag die in die arresten aan bod kwam, was echter helemaal niet of dergelijke rechten mochten worden ingevoerd, de vraag was of ze uit de grondwet zelf voortvloeien en dus in alle staten van de VS en op alle niveaus moeten worden ingevoerd. Scalia was van oordeel dat wanneer dergelijke rechten niet in de Grondwet zijn opgesomd, dit niet de bevoegdheid van rechters is, maar van de wetgever. Scalia verzette zich daarmee tegen de doctrine van de “levende Grondwet”, die inhoudt dat rechters niet enkel de rechten moeten doen eerbiedigen die beoogd werden bij het afkondigen van de Grondwet maar dat rechters daaraan een “evolutieve interpretatie” moeten geven in het licht van de opvattingen die vandaag het mooi weer uitmaken. Een opvatting die ook gretig wordt toegepast door het Mensenrechtenhof in Straatsburg dat rechten erkent die manifest niet beoogd werden door de staten toen zij het Mensenrechtenverdrag afsloten.

De precieze opvatting van Scalia wordt overigens zelfs door diegenen die het probleem wel hebben begrepen, nog vaak miskend: men schrijft dat hij altijd de voorkeur gaf aan de historische bedoeling van de wetgever, de original intent. Maar Scalia was van oordeel dat bij wetten - en ook de Grondwet - men niet op zoek moet gaan naar de bedoeling van de auteurs, maar naar de normale betekenis van de tekst zelf. Hij herinnert eraan dat een wet zijn gelding niet haalt uit het gezag van een persoon maar wel doordat er collectief een akkoord is bereikt over een tekst. Wat telt is het akkoord dat bereikt werd en niet de motieven van de leden van de vergadering, die nogal kunnen verschillen. Dat akkoord wijzigen vereist volgens Scalia dat de daartoe bevoegde organen volgens de geëigende procedure beslissen om dat te doen (naargelang het geval kan dat het volk zelf zijn in een volksstemming dan wel een representatief orgaan als het parlement); die bevoegdheid komt niet toe aan de rechter maar aan de wetgever. Scalia heeft dan ook in zijn rechterlijke opinies nooit geschreven dat de wetgevende macht - en in de federale structuur van Amerika meestal die van de deelstaten - die rechten niet kan invoeren, maar enkel dat de rechter ze niet kan opleggen. Dat getuigt vooral van een gehechtheid aan de democratie. Scalia’s originalism was de reactie op de verregaande wijze waarop rechters hun eigen ideologische voorkeuren opleggen onder het mom van interpretatie van de Grondwet. Ook in Straatsburg en in België gebeurt dat.

Scalia meende dat deze doctrine zowel voor gewone wetten geldt als voor de Grondwet. Persoonlijk overtuigen de argumenten me veel minder waar het om gewone wetten gaat, maar bij de interpretatie van de Grondwet lijkt er mij een bijzondere reden te zijn voor die doctrine: als de rechter een gewone wet interpreteert op een wijze die voor de democratische meerderheid fout is, kan die meerderheid de wet wijzigen. Bij de Grondwet kan dat slechts via een heel strikte procedure en met veel zwaardere meerderheid.

Koos Scalia dan altijd voor de meest beperkende interpretatie van de Grondwet? Zeker niet, bij rechten die duidelijk door de Grondwet werden toegekend was hij de grootste verdediger. Hij verdedigde de vrijheid van meningsuiting duidelijk ook voor meningsuitingen waar hij het niet mee eens was en die door conservatieven worden verafschuwd; hij kwam ook zeer sterk op voor de rechten van verdachten in strafzaken.

Maar is het dan niet belachelijk om de interpretatie van de Grondwet te willen laten afhangen van de betekenis die die tekst meer dan 200 jaar geleden had? Worden daarmee de huidige en komende generaties niet overgeleverd aan de opvattingen van een generatie ver voor hen? Thomas Jefferson verdedigde bv. dat alle wetten slechts de geldingsduur van een generatie zouden hebben, omdat geen generatie de volgende zou mogen binden. Wel, Scalia’s opvattingen wilden er precies voor zorgen dat rechters van één generatie aan een volgende generatie geen regels zouden opleggen waaraan ze zichzelf niet gebonden achten. Enkel in de mate waaraan men zichzelf aan overgeleverde wijsheid gebonden acht heeft men de legitimiteit om ook de volgende generatie daaraan gebonden te achten. De Grondwet dient volgens Scalia niet om de waan van de dag op te leggen maar precies om er ons tegen te beschermen.

Voor ons Vlamingen komt daar zoals voor vele Amerikanen ook het federalistische element bij: alles wat men de in de Grondwet leest houdt immers een centralisering in, houdt in dat de deelstaten daarover geen verschillende opvattingen mogen hebben. In een tijd waarin wij ervaren hoezeer een Grondwet ons kan vergrendelen zouden we des te meer begrip moeten hebben voor een rechter die niet bereid was om wat vandaag progressief heet bijkomend in die grondwet te vergrendelen.

Matthias E. Storme

(Deze column verscheen in Grondvest 1 maart 2016)


Read more...

24 februari 2016

Prof. Urbain Vermeulen (1940-2016)


 

 
('t Pallieterke, 18 feb. 2016)




Urbain Vermeulen, emeritus-hoogleraar Islamkunde en klassiek Arabisch aan de KU Leuven en de UGent, is van ons heengegaan. Hij laat de waakzaamheid jegens de islam aan ons over.

Afkomstig uit Oordegem (Lede), studeerde Vermeulen Geschiedenis, Arabistiek en de kandidatuur Rechten. Juist aan het fundamentele rechtskundige aspect van de islam zou hij altijd veel aandacht besteden. Terwijl onwetenden volhouden dat het Kalifaat “niets met islam te maken heeft, maar wel met politiek”, drukte hij erop dat de islam intrinsiek met macht (en met materieel gewin) te maken heeft. Zoals hij er bij studenten, onder wie mijzelf, inhamerde: “Van meet af aan was het Mohammeds bedoeling, een staat te stichten met God als wetgever.”

Hij publiceerde over Arabische literatuur, de middeleeuwse geschiedenis van het Midden-Oosten, de betrekkingen tussen Europa en de islamwereld, en de leerstellige inhoud van de islam. In vakkringen genot hij veel aanzien, en ook het gerecht raadpleegde hem regelmatig als expert. Hij was lange tijd voorzitter van de Europese Unie van Arabisten en Islamologen. Om die positie te vrijwaren, maar ook gewoon uit wetenschappelijke afstandelijkheid, hield hij zich verre van openlijk anti-islamitische initiatieven. Zo weigerde hij zijn medewerking aan Wim en Sam Van Rooys als vijandig geafficheerde “zwartboek van de islam” (zoals de werktitel luidde), hoewel hij het met de inhoud vrijwel volledig eens was.

Bij zijn vele contacten in de islamwereld stelde hij zich echter nooit als islamoloog voor. Daar zou men het maar zeer verdacht vinden dat iemand zich naar expertschap met de islam bezig houdt en toch geen moslim wordt. Dus daar luidde het: “Ik ben historicus.” Wat ook maar de waarheid was: hij had meerdere pijlen op zijn boog.

 

Islamkritiek

Volgens De Standaard was Vermeulen “naast professor ook een bekend islamcriticus”. Nee, juist omdat hij een professioneel islamdeskundige was, kon hij niet anders dan aan islamkritiek doen. De professor demonstreerde juist dat grondige wetenschappelijke kennis van de islam noodwendig voor twijfel aan de zelfomschrijving van de islam als “goddelijke openbaring” zorgt. Geschiedkundig inzicht in de wapenfeiten van de moslims leidt dan weer tot appreciatie van hun culturele prestaties, toch in de eerste eeuwen, maar ook tot verlies van alle begoochelingen over hun beweerde egalitarisme en verdraagzaamheid.

Goed, er zijn ook benoemde academici die veel weetjes over de islamwereld kennen, maar die er over de grond van de zaak een hardnekkig rozige mening op na houden. Zo nodigde Vermeulen ruim 20 jaar geleden de Franse prof. Olivier Roy uit, die in Leuven kwam verklaren waarom het islamradicalisme over zijn hoogtepunt heen was. Na de machtsgreep van de Taliban, na 9/11, na de uitroeping van het Kalifaat, na Parijs en Keulen, is hij steeds weer hetzelfde deuntje blijven herhalen, zonder voor zijn achterban aan gezag in te boeten. Velen zijn nu eenmaal zo gretig naar geruststelling omtrent de islam dat zij eender wat geloven, mits het maar in slaap wiegt.

Anderzijds bracht Vermeulen ook islamkritische deskundigen naar ons land, bv. de Deens-Britse prof. Patricia Crone, die het ontstaan van de islam in het volle zoeklicht van de geschiedwetenschap plaatste. Zij stelde wel vast dat nieuw gelanceerde hypothesen te weinig getest worden, en dus klakkeloos overgenomen: “There simply aren’t enough of us.” Jonge lezers mogen dat beschouwen als een oproep om in Vermeulens voetsporen te treden.

Vermeulen fungeerde bij gelegenheid wel als bron voor politiek geëngageerde islamcritici. Zo was ik zelf aanwezig bij een door Paul Beliën belegde vergadering met Vermeulen en Geert Wilders. Principieel weigerde hij echter, daarin verder te gaan dan de informatieverstrekking die je van een expert mag verwachten. Dit in tegenstelling met zijn vriend Hans Jansen, vorig jaar overleden, die voor Wilders’ partij zelfs zitting nam in het Europees Parlement.

 

Fatwa

Vandaag interviewt de pers lustig moslims met of zonder academische positie, en verkoopt hun partijdige commentaar dan als “deskundig”. Dat is ooit anders geweest: tot aan zijn emeritaat in 2006, en enigermate ook daarna nog, nam Urbain Vermeulen regelmatig deel aan het openbare debat over de islam. Hij was een graag geziene gast in de actualiteitenprogramma’s, mede door zijn zin voor humor en satire.

Daarin kwam een tijdelijke hapering op 19 april 2000, toen Yves Desmet er zich in het hoofdartikel van De Morgen over verontwaardigde dat “een dergelijk individu, getooid met doctorsbul en professorstitel, ongestoord de baarlijkste nonsens kan uitkramen.  Er moet toch iemand zijn die hier iets kan tegen doen?  Meneer de rector van de KUL, mijnheer de minister van justitie?" Dat was een onverbloemde oproep tot spreek- of zelfs beroepsverbod. Aanleiding was dat Vermeulen tijdens een lezing enkele moslims na veelvuldige onderbrekingen toegebeten had om te zwijgen. De moslimfanatici waren dan gaan uithuilen bij een bevriende krant, die hun versie zonder controle overnam.

Desmets fatwa werd bijgetreden door De Standaard en een aantal academici, wat tot een officieel onderzoek binnen de KUL leidde. Vermeulen werd echter in het gelijk gesteld, en daarna wist hij in de media gedeeltelijk terug te komen. We weten dat Yves Desmet en zijn handlangers niet graag fouten erkennen, maar een overlijden lijkt ons het soort gelegenheid om vetes en de daaruit voortkomende laster achter zich te laten. In dit geval: erkennen dat Vermeulen het inzake de islam gewoon juist had.  

Labels: , , , , ,

Read more...

23 december 2015

Het recht op zoek naar zuiverheid: traceren we dingen in plaats van mensen?

(verkort in het Engels verschenen als Editorial van de European review of private law 2015 nr. 6)

1. Het is een gemeenplaats geworden te stellen dat we in een tijd van paradoxen leven; toch zijn er nog paradoxen waaraan m.i. nog weinig aandacht is besteed, en één ervan wil ik hier schetsen. Deze kan gezien worden door de vergelijking van de ontwikkeling van het recht inzake dingen enerzijds en mensen anderzijds. Laat ons kijken naar de rol die de oorsprong en geschiedenis juridisch speelt bij mensen en dingen.

2. In vele opzichten worden dingen minder beoordeeld op wat ze zijn dan op hun oorsprong of geschiedenis. De economische waarde van dingen hangt vaak minder af van hun intrinsieke kwaliteiten dan van die oorsprong of track record. De waarde van een kunstwerk hangt veel meer af van de reputatie die de maker geniet dan van de kwaliteit van het werk zelf. Niet alleen kunstwerken maar ook vele andere zaken gaan een stuk hogere prijzen wanneer ze ooit in het bezit zijn geweest of gebruikt door een beroemd persoon, op een bepaald bekend tijdstip werden gebruikt, e.d.m. Maar waarom zou een echte Vermeer - bij wijze van voorbeeld - zoveel meer waard zijn dan een perfecte imitatie door Van Meegeren? Waarom betalen we meer voor de eerste druk van een boek in slechte staat dan voor een meer recente druk in goede staat ? Waarom is oorsprong of voorgeschiedenis zoveel belangrijker dan kwaliteit?

Ook het hedendaagse recht doet flink mee met deze tendens. Door een een hoge graad van bescherming te geven aan merken, schept het recht de mogelijkheid voor de merkhouder om winst te maken op basis van de oorsprong eerder dan de kwaliteit der producten. Geheel degelijke waren die een fout merk of een foute benaming van oorsprong dragen worden als namaak bestempeld en dienen te worden vernietigd op het altaar van de heilige wet van de oorsprong, zelfs indien het om voedselproducten gaat die verdeeld worden in landen met voedseltekort(1).

Tal van producten in sectoren zo uiteenlopend als vlees, kledij, of mineralen, worden steeds meer onderworpen aan vormen van supply chain control, controle van de leverantieketen. Kwaliteitscontrole kan natuurlijk een geldig motief zijn voor sommige van die regels, maar zeker niet voor alle, en hedendaagse technologie maakt het meestal mogelijk de kwaliteit van goederen te controleren ook zonder hun verleden te kennen.
In een tijdperk waarin kinderen niet meer mogen worden gestigmatiseerd omdat ze 'uit zonde geboren' zijn, infecteren de zonden van producenten en verkopers b:lijkbaar wel in toenemende mate de waren die ze verkopen. En zo verwordt een diamant die nooit enig bloed heeft gezien tot bloeddiamant.

Pecunia non olet, was de wijsheid verkondigd door keizer Vespasianus wanneer hij een belasting hief op de afvoer van urine u van de publieke urinoirs in de Cloaca Maxima. Vandaag is geld echter niet meer gewoon geld, het is wit of zwart, het is geoormerkt als koeien; we zijn zelfs terechtgekomen in een wereldwijde strijd tegen diegenen die het verleden van geld willen witwassen, waarbij we zelfs de ontvangers van geld straffen voor de misdrijven van diegene met wie ze handel drijven. Goederen geïnfecteerd met de zonden van hun producenten, zoals bv. kinderarbeid, infecteren de ondernemingen die ze aankopen en zelfs diegene die die 'vuile kleren' kopen waar bloed aan zou hangen (2).

3. Waar het evenwel over mensen gaat, is het hedendaagse recht er alles aan het doen om hun oorsprong en verleden irrelevant te maken en wordt het gebruik ervan verdacht gemaakt en zelfs gecriminaliseerd. In de Bijbel is de God van het boek Exodus "een jaloerse God, die de schuld van de vader wreekt op hun kinderen tot de derde en de vierde generatie" (Exodus 20:5). Voor onze mensenrechtengeneratie spreekt het vanzelf dat we kinderen niet straffen voor de zonder van hun voorouders. 

Meer nog, het recht beschermt mensen ook steeds meer tegen hun persoonlijk verleden. Het Hof van Justitie heeft een recht om te worden vergeten in zoekmachines uitgevonden (3), en privacyrecht stelt verregaande beperkingen aan de gegevens die we over onze medemensen mogen verzamelen. De Franse wet verbiedt elke vermelding van een strafrechtelijke veroordeling van iemand eens deze uit het strafregister is gewist. Morele opvattingen over de persoonlijke levenswandel van personen zijn flink gewijzigd en in het Westen hebben meisjes met een verleden nu wel nog een toekomst. Bij de aanwerving van personen is het niet meer toegelaten bepaalde vragen te stellen en mogen vele aspecten van het verleden van de sollicitant niet meer in rekening worden gebracht, gezien de wetten die discriminatie verbieden op grond van afkomst (nationale, etnische of sociale), status of geboorte. 

We worden verplicht mensen uitsluitend te beoordelen op wat ze nu zijn (of schijnen), voor zover we er überhaupt nog over mogen oordelen (zie mijn Gij zult wel oordelen (4)). Wetten gegrond op de 'zuiverheid van het bloed' (limpieza de sangre)(5) worden vandaag beschouwd als de meest verwerpelijke van alle wetten.

In tegenstelling tot vroeger wordt vandaag bij mensen vooral het gebrek aan zuiverheid gevierd in al zijn vormen (zie voor zo'n éloge du métissage bv. M. Bourse (5), of B.-H. Lévy zijn La pureté dangereuse (6)).

4. Is dit alles evenwel niet merkwaardig in een tijdperk waarin een koper het recht en soms zelfs de plicht heeft om alles te weten over oorsprong en verleden van de dingen die hij verwerft ?
Chassez le naturel, il revient au galop. Hoe meer we het verleden van mensen proberen uit te wissen, hoe meer het verleden van dingen ons bespookt. Onze dorst naar zuiverheid is niet verdwenen, maar enkel verschoven. 

(1) Zo ook betreurt Pieter VAN OS dat "valse" kunstwerken vernield worden, terwijl eenmaal publiek is dat ze niet van de kunstenaar zijn aan wie ze door de vervalser werden toegeschreven, ze opgehouden zijn vals te zijn: Pieter van Os, "Introduction of Noah Charney", http://www.john-adams.nl/wp-content/uploads/2015/09/Introduction-of-Noah-Charney-by-Pieter-van-Os.pdf, alsook "Bewonder de kunstvervalser", Tertio 30september 2015, p. 3, http://archive.tertio.be/sitepages/archive.php?page=archief&id=4616.
(2) Zie bv. http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/05/28/liefst-zo-weinig-mogelijk-bloed-aan-mijn-kleren-aub
(3) Hof van Justitie 13 mei 2014, http://curia.europa.eu/juris/documents.jsf?num=C-131/12
(4) http://vlaamseconservatieven.blogspot.be/2011/08/gij-zult-wel-oordelen.html of http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/gij-zult-wel-oordelen-sprekershoek
(5)  Zie voor de achtergrond daarvan en de oorsprong in het islamitische Andaloesië mijn cursus rechtsvergelijking, hoofdstuk Spanje, p. 234 en 237 v. en het boek van C. STALLAERT, Etnisch nationalisme in Spanje. De historisch-anthropologische grens tussen christenen en Moren (Leuven: Universitaire pers Leuven 1996).
(6) Eloge du métissagehttp://www.editions-harmattan.fr/index.asp?navig=catalogue&obj=livre&no=24646
(7)"Il n'y a rien de plus sale que la pureté", http://www.lexpress.fr/culture/livre/il-n-y-a-rien-de-plus-sale-que-la-purete_820161.html

Read more...

21 december 2015

Terroristenwil als maatstaf aller dingen ?

Sinds de gruwelijke aanslagen in Parijs op 13 november 2015 worden we bijna dagelijks om de oren geslagen met beweringen over wat de terroristen wilden of wat hen motiveert en het daarop voortbouwende argument dat we vooral dat niet mogen doen.  Over die motivering van de terroristen lopen de stellingen natuurlijk ook ten dele uiteen. Al kan men deze keer de zaak toch niet zomaar wegwuiven als die van een lone wolf bij wie de individuele frustratie of waan een verklaring vormt. Daarvoor zijn de uitgevoerde of geplande terreurdaden in Frankrijk te goed voorbereid en gecoördineerd. De rechtstreekse oogmerken zijn vrij duidelijk. Ten eerste wil men natuurlijk de samenleving in de geviseerde landen (Frankrijk, maar ook België, Duitsland, de VS, Tunesië, Libanon e.a.) bang maken, al zeggen de commentatoren er niet bij waarvoor dan wel. Dat men de burgers bang wil maken voor de terreurorganisatie Islamitische Staat kan het minst ontkend worden. Dat men ze ook bang wil maken voor de kracht van een religie durft nauwelijks iemand schrijven, want die religie noemt zichzelf de islam, althans de ware islam, en bang zijn voor de islam (islamofobie) is voor de politiek correcten een misdrijf. Het tweede oogmerk is ook vrij duidelijk: het is evident geen toeval dat aanslagen gepleegd worden op activiteiten die voor de terroristen haram zijn, verboden, zoals sportwedstrijden, popmuziekconcerten en uitingen van een bourgondische levenswijze, vooral wanneer daarbij mannen en vrouwen ongeremd met elkaar omgaan. Maar ook wie dit wel inzet en schrijft probeert meestal absoluut te vermijden het daarbij over een cultuuroorlog te hebben. Het mag en zal geen cultuuroorlog zijn, en dus moeten wij maar geloven dat het allemaal niets te maken heeft met wat de terroristen verfoeien. Of er dan achter een terreurorganisatie mee mensen zitten die ook andere belangen hebben, kan wel zijn, maar doet geen afbreuk aan het feit dat zo’n organisatie maar vlees en bloed heeft in de mate waarin een groot aantal mensen mee door een bepaalde monocultuur wordt gedreven. Dat sommige van die mensen krijgers van zo’n radicale cultuur worden kan misschien individueel verklaard worden door persoonlijke frustraties, maar ook dan kan de georganiseerde terreur blijkbaar toch maar deze omvang aannemen doordat er een cultureel systeem is dat mensen zo doet handelen. Er is zeker niets op tegen dat men benadrukt dat er een ‘andere islam’ mogelijk is, maar dat het allemaal niets met ‘de’ islam te maken heeft (waarvan men anders steeds zegt dat die niet bestaat) is onzin.


Nog meer af te dingen is er natuurlijk op de redenering dat we ‘vooral niet mogen doen wat de terroristen willen’, waarbij dat laatste dan ingevuld wordt naar eigen ideologie en wereldbeeld. Dat zou betekenen dat we vooral voortdurend moeten doen wat haram is, naar popconcerten gaan, flirten, Allah karikaturiseren .... terwijl een zinnige reactie enkel de vrijheid om dat te doen verdedigt, niet de plicht. En dat we vooral niet mogen polariseren ‘omdat dat is wat de terroristen willen’, is wel de kromste redenering in het dominante discours. Vooral niet doen wat zij willen kan al evenmin een zinnig gebod zijn als vooral doen wat zij wel willen. In beide gevallen laten we onze beslissingen evenzeer door hen dicteren. Laat ons doen wat nodig is om onze vrijheid en veiligheid te beschermen, daarbij bondgenoten zoeken waar dat mogelijk is zonder toe te geven, maar ook scheidslijnen trekken waar dat nodig is. Of dat dan polariseren wordt genoemd of niet, is geblaf in de woestijn.

(deze column verscheen eerder in Grondvest januari 2016 p. 5)
Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>