19 mei 2016

België, Staat zonder Staatsmannen


België is geen failed State. Neen, België is een failing State door langdurig wanbeleid, een grotesk tekort aan visie en financiële middelen. De radertjes in het uurwerk zijn versleten, de opstelling van het raderwerk is verouderd en er is geen geld om alles te vernieuwen.

De Belgische Staat komt decennia niet meer toe aan beleid. Er dient héél veel werk te worden verricht maar de budgettaire middelen zijn onbestaande, in het beste geval een druppel op een hete plaat. De politieke versnippering en het verouderde politiek systeem is alles behalve bevorderend om effectief beleid te voeren. De Staatsstructuren zijn dermate complex dat de verschillende bestuursniveaus een te versnipperde impact hebben of elkaars beleid teniet doen. Er zal echter geen parlementaire onderzoekscommissie komen naar de oorzaken van het financiële en beleidsmatige faillissement van de Belgische Staat. 

Het gebrek aan beleidsvisie is tekenend.



België is een land zonder Staatsmannen, politici die in het kader van het algemeen belang een nieuw concept van een staatsorganisatie kunnen uittekenen en doorvoeren, mensen met een gefundeerde lange termijnvisie.



Terreur, symbool van een staatsfalen.

Het recente veiligheidsprobleem is tekenend voor het nakend failliet van de Belgische Staat.  Het is het resultaat van decennia wanbeleid op vlak van asiel-, migratie- en integratiebeleid waarbij men resoluut koos voor een geldverslindende 'sociale(istische)' aanpak om 'allochtonen kansen te geven'. Alle andere ideeën of opvattingen waren/zijn politiek incorrect en de facto of bij wet ‘verboten’.

Het gevolg van dit beleid is de balkanisering van onze maatschappij. Binnen onze maatschappij leven andere maatschappijen die gedijen in eigen omgevingen met eigen taal, cultuur en religie. Er is geen sprake van integratie noch samenleving in de multiculturele maatschappij, maar van zelfsegregatie. Sommige bevolkingsgroepen binnen onze maatschappij zijn ronduit ‘geradicaliseerd’ maar hierop wijzen is en blijft politiek incorrect en wordt geklasseerd zonder gevolg – zie het verhaal van Hind Fraihi (Undercover in Klein-Marokko, 2005). Abdeslam en co zijn eigenlijk het slachtoffer van het Belgische wanbeleid inzake integratie, het linkiewinkie laissez faire beleid waarbij alles met de mantel der liefde diende te worden bedekt tegen de stoute Blanke Belg (en vooral die stoute racistische Vlamingen) – want ook dit is communautair.

De terroristen van enkele weken geleden waren de boefjes van destijds waarbij Justitie faalde in haar taak om het recht te laten gelden en deze personen ‘op het juiste pad te brengen’. Tot op heden laat men zelfs terroristen vrij rondlopen die onthoofdingen bekend hebben, enkelbandjes voor veroordeelden in terreurprocessen of radicaliseringsprocessen. Reden? De gevangenissen zitten overvol, men moest hoognodig gevangenissen huren in Nederland in afwachting van de bouw van nieuwe gevangenissen…en nog is het probleem niet verholpen. De oplossing in dit land is voorwaardelijke straffen, alternatieve straffen (werkstraffen) en niet-gecontroleerde enkelbanden. Vooral voor mensen met een ‘moeilijke jeugd en van slechte deugd’, mensen die ‘sociaal achtergesteld’ zijn. Hoeveel decennia praat men over de hervorming van Justitie? Ooit al iets van gemerkt?

Een slecht draaiende justitie zorgt voor een nullificatie van al het politiewerk. Het boefje dat voor de zoveelste keer betrokken is bij een klein crimineel feit dat verticaal geklasseerd zal worden door Justitie, zonder gevolg of misschien eens aanleiding zal geven tot een werkstrafje kwestie van zijn ‘toekomst’ niet te nullificeren. De flitsboete die zal men als de kippen komen innen, verkeersveiligheid loont. Criminelen aanpakken kost geld, operationele kosten voor het onderzoek, het proces en bijhorende verdediging, kosten voor huisvesting en rehabilitatie.  Zelfde politiediensten waarin mensen door een slecht draaiende justitie gedemotiveerd worden, waarvan  middelen worden weggenomen of ontbreken om echt baanbrekend werk te kunnen verrichten.

Is het dan niemand opgevallen dat de Politie steeds meer taken niet meer kan uitvoeren? Gasboetes uitgeschreven door ambtenaren om de openbare orde in toom te houden, parkeerboetes uitgeschreven door private bedrijven want de politie heeft er geen tijd voor. Men zou de snelheidsboetes (ea.) ook ‘administratief’ willen vereenvoudigen zodat er ‘meer blauw op straat kan komen’. Wanneer was het de laatste keer dat u de federale wegpolitie op de autosnelweg zag? De vervoersmaatschappijen hebben hun eigen veiligheidsdiensten omdat de politiediensten tekort schoten (gebrek aan motivatie, middelen, visie).

De politie kan niet eens meer instaan voor de openbare veiligheid, hiervoor dient Defensie op te draven om politiekantoren en openbare plaatsen te beschermen in tijden van terreur. Destijds heeft men de gemilitariseerde politie – de Rijkswacht – afgeschaft en samengevoegd met de lokale politie want zo’n paramilitaire organisatie was ‘buiten deze tijd’, maar nu zetten we militairen in. Mensen die de politiewereld kennen zullen u weten te zeggen dat er een breuk is tussen de oude garde en de jonge garde, tussen de dienstplichtigen en ex-vrijwilligers tegenover de post-dienstplicht ‘sociaal gerekruteerde’ lichtingen. De sterke arm der wet moest plaats maken voor de sociale gewauwel der ‘politievriend’.

Het gevolg is dat het blauw op straat zich terugtrekt en eigenlijk onttrekt aan haar primaire taak: handhaving van de openbare veiligheid. Voorbeeld? Luchthaven Zaventem, eis van de luchthavenpolitie dat eenieder eerst gecontroleerd wordt voordat men de luchthavenhal kan betreden. Controle wordt uitgevoerd door private bewakingsdiensten, daar waar mogelijk trekt men zich terug achter commerciële check-ins of private bewaking terwijl de politie net de eerste veiligheidslijn moet vormen. De oorzaken hiervan ligt niet bij de politiemensen zelf, maar is het resultaat van decennia wanbeleid op hoger niveau. Wie staat zoiets toe?

Defensie moet de bressen in de veiligheidsdijk dichten maar zit op haar tandvlees door opeenvolgende beleidsjaren aan besparingen. Defensie was ‘onbelangrijk’ en niet ‘populair’ want daarmee kon je de kiezer niet verleiden met mooie beloftes. Defensie was een nutteloze overheidsdienst, maar nu zijn ze meer dan ooit nodig. Alleen is er een personeelsgebrek bij het terreinpersoneel, er zit nog redelijk wat administratief volk. Op papier bestaat zoiets als de Militaire Reserve, maar er zijn geen oproepingen. De militaire aanwezigheid redt levens, door militaire technieken en tactieken. Maar op vlak van ordehandhaving hebben ze geen wettig beleidskader tenzij ondersteunt door een politiebeambte. Dit land heeft nog steeds geen wettelijke kader voor een noodtoestand waardoor al onze veiligheidsdiensten geketend moeten blijven ageren tegen een tegenstander die zich niet houdt aan de wet tenzij ter zijn verdediging.  

Oorzaken van het staatsfalen?

Het beleidsgebrek in België heeft een financiële oorzaak: geen geld, geen ruimte voor beleid. België kampioen in belastingdruk komt niet rond, hoe komt dit? Onze dames en heren politici streven toch al decennia naar meer ‘efficiëntie en bijhorende besparingen’. Het moet zijn dat er structurele problemen zijn die men verbergt. Nochtans dient men niet ver te zoeken.

De nakende pensioengolf van de babyboomers gaat ons heel veel geld kosten. Uw pensioengeld beste babyboomers is opgesoupeerd door voorgaande regeringen die gemakzuchtig dit geld gebruikt hebben voor uitgaven met als eindrekening ‘latere schulden’. Kortzichtig wanbeleid.

De complexiteit van de Belgische Staat op alle vlakken bemoeilijk coherent en degelijk beleid. Elk jaar produceren we duizenden pagina’s Staatsblad met daarin wetgevende werk waar geen kat haar jong meer kan in terugvinden. Overal achterpoortjes. Mooiste voorbeeld is de blijvende mogelijkheden van belastingontduiking (Panama papers) waarbij de huidige oppositiepartijen het hardste schreeuwen, maar beleidsmatig mee aan de basis liggen.

De Belgische Staatsstructuren zijn een financieel en beleidsmatig rampgebied. Versnippering alomtegenwoordig, tegenstrijdig beleid en vooral een zware financiële last. De realiteit is dat België als Staatsstructuur veel kost-efficiënter kan. In het zog van de Belgische politieke geschiedenis heeft men slechts twee keuzes: het opsplitsen van België of een radicalere hervorming van België. Merk vooral op dat ik het heb over de Belgische Staat, niet louter de federale overheid want alle bestuursniveaus liggen in hetzelfde bedje ziek.

De politieke kloof tussen Vlaanderen en Wallonië is al gekend, al decennia stemt men anders en wil men elk een ander beleid. De eerste federale coalitie met slechts één Franstalige partij benadrukt dit nogmaals; via Vakbondistan verduidelijkt men vooral ten Zuiden van de taalgrens dat men een andere koers wil varen. Hoe kan je dan nog aan gezond beleid toe komen?

Ons electoraal systeem komt neer op versnippering waarbij de democratische legitimiteit van onze beleidsmakers al decennia onbestaande is, zelfs ongrondwettelijk (BHV). Onze parlementen zijn praatbarakken die papier produceren, met een coalitie voor de regering en een oppositie met beperkte controlemogelijkheden. Parlementsleden vertegenwoordigen het volk niet, controleren de regering niet maar werken voor politieke partijen. Controle op de overheid kan enkel via informanten die op eigen risico hun job riskeren om wantoestanden trachten aan te kaarten.


Johnny Thijs heeft gelijk, dit land werkt niet meer…alleen werkt ze al decennia lang niet meer. 

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

16 oktober 2011

Het Vlinderakkoord, een gemiste kans op communautaire pacificatie in BHV

Na meer dan 400 dagen onderhandelen hebben de 8 partijen een akkoord afgesloten over de 6e Belgische Staatshervorming, het vlinderakkoord. De onderhandelaars hebben getracht om tot een eerbaar compromis te komen om het communautaire conflict in BHV te pacificeren alsook de Belgische Federale Staat voorts te hervormen.

De nadruk in dit artikel ligt bij de pacificatie van het communautaire conflict in BHV. Om tot een pacificatie te komen moet men duidelijkheid scheppen rond de territoriale indeling en duidelijke duurzame spelregels vastleggen die de territoriale indeling bevestigen, niet ondermijnen. Uitzonderingsmodaliteiten kunnen blijven bestaan, maar worden best weggewerkt. Hoe men ook tot een oplossing komt moet er sprake zijn van gelijkheid onder burgers.

Het communautaire conflict BHV.

In het geval van het communautaire conflict in BHV gaat het om het verduidelijken van de indeling in taalgebieden, specifiek het toebehoren van Halle Vilvoorde tot het ééntalig Nederlandstalig taalgebied terwijl 'Brussel' - zijnde de 19 gemeenten van het Hoofdstedelijk Gewest - behoren tot het tweetalig taalgebied. Het communautaire probleem van BHV draait namelijk rond de gevolgen van de overloop van het tweetaligheidsstelsel in het ééntalig Nederlandstalig taalgebied, voornamelijk door de stadsvlucht uit de Brusselse gemeenten naar Vlaams grondgebied. Deze stadsvlucht versterkt de druk op het ééntalig taalgebied door het toenemend aantal Franstalige inwoners die verhuizen naar de regio Halle-Vilvoorde. Een pacificerende oplossing moet trachten de integriteit van het ééntalig Nederlandstalig taalgebied te vrijwaren, rekening houdend met de Gelijkheid der Belgen.

Via het vlinderakkoord voert men als 'compensatie' een hele resem uitzonderingsbepalingen in, die net die territoriale indeling in taalgebieden niet verduidelijken maar verder ondermijnen. De uitzonderingsmodaliteiten kan men indelen in drie types naargelang het territoriaal gebied waarop ze betrekking hebben, in casu type 'Halle Vilvoorde'; type 'de zes' Vlaamse taalfaciliteitengemeenten (voortaan de Zes) gelegen rondom het tweetalig taalgebied en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel, Wezembeek-Oppem) en als derde type 'le très grand Bruxelles' dat heel het grondgebied van BHV (en meer) beslaat.

Uitzonderingsbepalingen 'Halle Vilvoorde'.

Dit type aan uitzonderingsbepalingen kan men terugvinden bij de keuze voor gecoöpteerde Senatoren en de 'splitsing' van het Gerechtelijk Arrondissement BHV. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze de ééntaligheid van het Nederlandstalig taalgebied in HV ondergraven.

  • Een Franstalige gecoöpteerde Senator zal onrechtstreeks tot de Senaat verkozen worden via de gemeenschapsverkiezing aangevuld door reststemmen uit de Kamerverkiezing. Dit druist in tegen de indeling in taalgebieden (4GW) in relatie met de verdeling van de gemeenschapsbevoegdheden (127GW), alsook in relatie met de territorialiteit van het Vlaams Gewest (5GW).


Het is een uitzonderingsbepaling uitsluitend ten bate van de Franstalige gecoöpteerde Senatoren zonder enige wederkerigheid voor de Nederlandstalige gecoöpteerde Senatoren. Geen enkele Nederlandstalige gecoöpteerde Senator kan genieten van reststemmen afkomstig uit het Waals Gewest, terwijl een Franstalige gecoöpteerde Senator wel kan genieten van reststemmen uit het Vlaams Gewest dankzij de kieskantons Halle Vilvoorde, die toebehoren tot de provincie Vlaams Brabant op zich onderdeel van het Vlaams Gewest (5GW). (NL: Vlaams Gewest + Brussels Hoofdstedelijk Gewest. FR: Waals Gewest + Brussels Hoofdstedelijk Gewest +HV uit Vlaams Gewest). Het hanteren van de reststemmen uit de Kamerverkiezing staat haaks op de bedoeling van een gemeenschapsvertegenwoordiging via de Senaat.

Het hanteren van de reststemmen (Kamer) uit Halle Vilvoorde voor Franstalige gecoöpteerde Senatoren ondermijnt de ééntaligheid van Halle Vilvoorde. Halle Vilvoorde behoort exclusief toe tot het ééntalig Nederlandstalig taalgebied gezien de indeling in taalgebieden (4GW) en de verdeling van gemeenschapsbevoegdheden (127GW). Kortom, een gemeenschapssenator kan niet gecoöpteerd worden door reststemmen uit kieskantons die exclusief toebehoren tot het grondgebied van een andere gemeenschap. Hiermee ondermijnt men de ééntaligheid van HV.

  • De splitsing van het Gerechtelijk Arrondissement is eigenlijk een ontdubbeling waarbij Franstalige rechtbanken nog steeds bevoegd blijven voor heel het arrondissement Brussel Halle Vilvoorde. De 8 onderhandelaars splitsen het parket in een Brussels en een parket HV, maar detacheren automatisch ook Franstalige tweetalige magistraten tot het parket van Halle Vilvoorde.


Een Franstalige rechtbank die bevoegd blijft voor een taalgebied-overschrijdend gerechtsgebied is en blijft strijdig met de indeling in taalgebieden (4GW), zelf al stipuleert men in 30GW dat een wet het taalgebruik in gerechtszaken regelt. Een wet kan niet ingaan tegen een grondwetsartikel, aldus moet zij rekening houden met 4GW.

Een anderstalige of tweetalige rechter in hoofdzaak van Franstalige taalrol kan niet bevoegd zijn voor zaken uit ééntalig Nederlandstalig taalgebied zoals Halle Vilvoorde, tenzij er sprake is van een overheveling van de gerechtszaak zoals dit mogelijk is binnen het kader van de wet inzake taalgebruik in gerechtszaken van 15 Juni 1935. Hetzelfde geldt voor de Franstalige tweetalige magistraten gedetacheerd bij het Parket van Halle Vilvoorde. Zij moeten hun werk uitsluitend in het Nederlands verrichten. Kortom, men maakt gebruik van het tweetalig taalgebied om het ééntalig Nederlandstalig taalgebied te ondermijnen.

Uitzonderingsbepalingen 'de Zes'.

In het vlinderakkoord komen uitzonderingsbepalingen ter sprake die uitsluitend betrekken op de Zes. Het gaat om compromissen rond de splitsing van het kiesarrondissement BHV, de benoeming van de niet-benoemde burgemeesters uit de Zes en het taalgebruik bij de beroepsprocedure bij Raad van State door inwoners uit de Zes.

  • Als compensatie voor de zuivere splitsing van de kieskring BHV zijn de 8 onderhandelaars overeengekomen een uitzonderingsmodaliteit in te voeren zich beroepend op het arrest v/h Grondwettelijk Hof. Er komt een apart kieskanton bestaande uit de Zes waarin kiezers zullen kunnen kiezen tussen stemmen voor de kieslijst uit Brussel-Hoofdstad of de Vlaams-Brabantse kieslijst.


Een uitzonderingsmodaliteit is mogelijk, dat hebben we al gezien bij de taalfaciliteitengemeenten als uitzondering op 4GW (indeling taalgebieden), maar moet wederkerig zijn. De Gelijkheid der Belgen mag niet geschonden worden, daarom dat het GW hof stipuleerde dat men rekening dient te houden met de gewettigde belangen van de Franstaligen EN Nederlandstaligen uit die vroegere provincie.

Het is duidelijk dat de uitzonderingsmodaliteit in dit geval enkel de belangen van de Franstaligen behartigd. Het zijn de kiezers van Franstalige taalrol die willen blijven stemmen voor Brusselse kieslijsten onder de noemer 'vrijwaring van rechten'. Het zou enigszins evenwichtiger zijn mochten de Vlamingen in het tweetalig taalgebied een gelijkaardige keuze mogen hebben, zodat zij kunnen kiezen voor de Vlaams-Brabantse kieslijsten. Het probleem is dat dit systeem één van de Grondwettelijke bezwaren van het GW Hof niet verhelpt, met name de bezwaren rond de verdeling van de Kamerzetels in verband gebracht met 63GW. De vooropgestelde uitzondering is niet wederkerig en lijkt mij ook niet evenredig.

De vraag stelt zich wat het Grondwettelijke Hof eigenlijk bedoelde met 'gewettigde belangen van Franstaligen & Nederlandstaligen uit die vroegere provincie'. Ik vermoed dat het GW Hof alludeerde op de vroegere lijstverbintenis, de apparentering tussen de 'oude kieskringen' destijds onder de provincie Brabant (Leuven, BHV, Nijvel). Hiermee werden de reststemmen uit andere kieskringen gerecupereerd om alsnog een Kamerzetel toe te kennen aan politici die net onvoldoende voorkeurstemmen hadden. Het Vlinderakkoord sluit apparentering net uit. De manier waarop de 8 onderhandelaars dit geïnterpreteerd hebben dient enkel het belang van de Franstaligen territoriaal beperkt tot de Zes, de belangen van de overige mensen binnen BHV worden niet behartigd. Logisch gevolg zou zijn dat de gewettigde belangen van Franstaligen & Nederlandstaligen niet werden behartigd, aldus is er geen sprake van Gelijkheid der Belgen.

  • Tegelijk voert men een wijziging door inzake administratieve geschillen vanwege inwoners uit de Zes. Voortaan zal hun zaak voorgeleid/behandeld worden bij/door de Algemene Vergadering (bestuursrechtspraak) van Raad van State indien het geschil gebiedsgebonden is tot de Zes, ipv/e ééntalige Nederlandstalige Kamer van RvS. Hetzelfde geldt voor de procedure tegen de niet-benoeming van een kandidaat-burgemeester uit de Zes door de Vlaamse overheid.


Hiermee onttrekt men de bevoegdheid van een ééntalig Nederlandstalige Kamer om ze over te hevelen naar een paritair samengesteld tweetalige vergadering, waarbij de taalrol roterende Voorzitter een beslissende stem heeft bij staking van stemmen. Opnieuw tracht men het tweetaligheidsstelsel te implementeren in ééntalig taalgebied. Dit komt neer op een inbreuk op de indeling in taalgebieden (4GW), gezien de Zes nog steeds behoren tot het ééntalig taalgebied rekening houdend met de status van taalfaciliteitengemeente.

De Zes maken nog steeds deel uit van de Provincie Vlaams-Brabant, dat territoriaal toebehoort tot het Vlaams Gewest (5GW), gewest dat een ééntalige Nederlandstalige bestuursentiteit is. De uitzonderingsmodaliteit richt zich uitsluitend op administratieve geschillen uit het Vlaams Gewest, hiermee voert men een juridische ongelijkheid in tegenover administratieve geschillen uit het Waals Gewest. Een verdere schending van de Gelijkheid der Belgen schuilt eveneens in het feit dat deze uitzonderingsmodaliteit uitsluitend van toepassing is in de Zes ipv alle taalfaciliteitengemeenten in het Rijk.

Men stelt - in mijn ogen - de Nederlandstalige administratieve rechtcolleges wel degelijk in vraag gezien hun bevoegdheid in de Zes quasi automatisch overgeheveld zal worden naar de Algemene Vergadering (waarborgen, rechtstelsels en taalrechten verbonden aan 'randgemeenten') zonder voorafgaande appreciatie.

Het valt op dat dit type van uitzonderingsmodaliteiten slechts betrekking hebben op 6 van de 7 taalfaciliteitengemeenten in Halle Vilvoorde, terwijl de Franstaligen uitzonderingen eisten ter bescherming van 'de rechten van alle Franstaligen' in heel Halle Vilvoorde. De taalfaciliteitengemeente Bever ligt in de periferie van Halle Vilvoorde, veilig ver weg van het 'Brusselse' tweetalig taalgebied.

Niettemin ondergraven deze uitzonderingsmodaliteiten de ééntaligheid van het Nederlandstalige taalgebied en schenden ze de Gelijkheid der Belgen. Meer nog, ze richten zich op gemeenten nabij/aangrenzend het tweetalig taalgebied met een specifiek statuut dat reeds een uitzondering vormt op de Nederlandstalige ééntaligheid.

Uitzonderingsbepaling 'le très grand Bruxelles'.

  • Nieuw in het Belgische institutionele labyrint is de oprichting van een Hoofdstedelijke Gemeenschap. Het zou een nieuw overlegorgaan moeten vormen om 'Brussel' beter te verbinden met haar 'hinterland'. Uit het Vlinderakkoord kan men opmaken dat het de doelstelling is om samenwerkingsverbanden tussen het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest samen te brengen in één officieel overlegorgaan. Een overlegorgaan dat minstens een adviserende rol krijgt in Gewestelijke bevoegdheden die zich afspelen buiten de territoriale beleidsbevoegdheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.


Het voornaamste probleem is dat de term Gemeenschap reeds een betekenis heeft binnen het Belgische Staatsbestel. Een gemeenschap oefent de persoonsgebonden bevoegdheden uit overgeheveld door de Federale overheid (BE GW). De benaming gemeenschap is indicatief dat men meer beoogt dan louter een overlegorgaan.

De gehanteerde verwoordingen in het vlinderakkoord verduidelijken dat het hoofdzakelijk gaat om een relatie tussen 'Brussel en haar hinterland'. Impliceert dat het grondgebied van het Vlaams en Waals Gewest rondom het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (2talig taalgebied) 'natuurlijk' zou moeten vertoeven in de invloedssferen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dit kan niet bevorderlijk zijn voor de verduidelijking van de bestaande territoriale indeling en is indicatief voor een bedreiging voor de territoriale integriteit van het Vlaams en het Waals Gewest.

Het is duidelijk dat de Hoofdstedelijke Gemeenschap een institutioneel vehikel dient te zijn waarmee het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zich kan bemoeien met beleidsbeslissingen van het Vlaams Gewest en van het Waals Gewest. Het vlinderakkoord stipuleert niet welke 35 gemeenten het beoogde 'Brusselse hinterland' vormen, buiten dat het zou gaan om gemeenten van het Vlaams e/h Waals Gewest.

Eindconclusie.

Het lijkt mij duidelijk dat het vlinderakkoord de bestaande interne territoriale afbakening, zijnde de indeling in taalgebieden (gewesten & gemeenschappen), niet herbevestigen noch verduidelijken. Het tegendeel is waar, door de invoering van allerhande uitzonderingsmodaliteiten dewelke quasi uitsluitend een impact hebben op het ééntalig Nederlandstalig taalgebied (Halle Vilvoorde of de Zes). Quasi uitsluitend omdat de Hoofdstedelijke Gemeenschap zich ook richt op Waalse gemeenten. Aldus concludeer ik dat het vlinderakkoord geen aanleiding zal geven tot een pacificatie van het communautair (territoriaal) conflict in BHV.

De hierboven vermelde uitzonderingsmodaliteiten stellen systematisch het ééntalig Nederlandstalig taalgebied in Halle Vilvoorde in vraag, met uitzondering van de Hoofdstedelijk Gemeenschap. Het valt te vrezen dat de focus op 6 specifieke Vlaamse taalfaciliteitengemeenten aanleiding zal geven tot een volkomen apart statuut, waardoor ze steeds meer een overgangsgebied vormen tussen het ééntalig Nederlandstalig en het tweetalig taalgebied.

Het Vlinderakkoord zal hoegenaamd de verfransing van de Vlaamse Rand rond Brussel niet stoppen, ook hiermee dient men rekening te houden. Het valt te verwachten dat de politieke druk op het ééntaligheidsstatuut van de HV-gemeenten de komende jaren zal toenemen door de toenemende verfransing, hetgeen zich vertolkt in een bedreiging voor de territoriale integriteit van het Vlaamse Gewest. Mijn vrees is dat de Zes door de toenemende verfransing en bijhorende politiek-communautaire druk uiteindelijk zullen overgaan tot het tweetalig taalgebied als onderdeel van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Ik verwacht dat diverse betrokken partijen een grondwettelijke toetsing zullen eisen voor de hierboven vermelde uitzonderingsmodaliteiten. Het is mijn verwachting dat geen van deze een grondwettelijke toetsing zullen doorstaan. Gezien de gevoeligheid van het communautaire conflict in BHV en de traagheid van de politieke wereld om wetgevend te reageren op de Arresten van het Grondwettelijk Hof zal het wellicht 10 jaar duren voordat we opnieuw in een gelijkaardige patstelling terecht komen. Weliswaar in een andere geopolitieke context door de verfransing en het institutionele kaderwerk van het vlinderakkoord.

Labels: , , , , , ,

Read more...

5 oktober 2011

Gerechtelijk Arrondissement BHV gesplitst op eigen wijze.

Er is een akkoord rond de 'splitsing' van het Gerechtelijke Arrondissement BHV. Samengevat zitten er - zover geweten - drie elementen in dit akkoord: een splitsing van het BHV-parket in een Brussels en een HV-parket. Een nieuwe taalverdeling en definitieve opsplitsing van de Brusselse rechtbanken per taalrol. Als laatste (gekend) toemaatje: een verdere aanpassing van de taalregeling inzake overheveling naar andere rechtbank voor burgerlijke zaken.

Splitsing der Parketten.

Er komt een apart parket voor Halle Vilvoorde los van het Brusselse tweetalige parket. 5 à 6 tweetalige (Franstalige) magistraten zullen gedetacheerd worden naar het Nederlandstalige parket van Halle Vilvoorde, "die ingezet worden wanneer twee Franstaligen juridisch tegenover mekaar staan." (DS ,5 okt 2011). In de volksmond zou men zeggen 'de truc met de duif'.

Dat is een uitzonderingsregel uitsluitend voor Halle Vilvoorde, uitsluitend ten behoeve van Franstalige Belgen dat in mijn ogen indruist tegen 10GW (Belgen zijn gelijk voor de Wet) alsook de indeling in taalgebieden (4GW) rekening houdend met 30GW.

Die tweetalige (Franstalige) Magistraten gaan toch niet hun taken i/h Nederlands verrichten ten behoeve van Franstaligen...Ik heb het sterke vermoeden dat zij dit in het Frans zullen doen terwijl ze toebehoren tot en werken voor het Parket van het ééntalig Nederlandstalig taalgebied.

Van BHV-rechtbanken naar B-HV-rechtbanken.

Er komen geen rechtbanken in Halle Vilvoorde, men zal naar Brussel moeten blijven trekken waar de rechtbanken reeds per taalrol zijn ingedeeld en nu per taalrol worden opgesplitst (ontdubbeld). Ja, dat komt meer neer op haarkloverij dan op een splitsing.

Aanvullend komt er een aanpassing van de taalverdeling: Taalverdeling in het Brusselse parket zal 80FR/20NL zijn, met slechts 1/3e v/d Magistraten tweetalig ipv. 2/3. In DS stipuleert men dat ook 1/3e van de Magistraten uit Halle Vilvoorde tweetalig zullen moeten zijn, verplichte tweetaligheid in een ééntalig taalgebied? Lijkt mij niet kosjer, 4GW indeling in taalgebieden en 10GW 'Gelijkheid der Belgen'.

Voor mij betekent dit een verdere aantasting van het principe van tweetaligheid in het tweetalig taalgebied, men rukt verder op in de richting van tweetaligheid van de 'dienstverlening' ipv personeel - principe dat al afgezwakt werd i/d wet van 15 Juni 1935 voor rechtszaken. Het tweetalig taalgebied is met dit akkoord nog een stukje minder tweetalig geworden maar meer Franstalig taalgebied met een gedoogbeleid ten aanzien van Nederlandstaligen.

De taalherverdeling en opsplitsing per taalrol zou de efficiëntie van het gerechtelijk apparaat ten goede moeten komen om zodoende de rechtsachterstand in te halen, specifiek de rechtsachterstand a/d zijde v/d Franstalige taalrol mits benoeming van meer ééntalig Franstalige magistraten. Dat zou inderdaad een positief effect moeten zijn ten gevolge van dit akkoord, maar tegen welke institutionele en communautaire kost?

Het akkoord impliceert een wijziging van de Wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Om de taalherverdeling mogelijk te maken moet men minstens artikel 43§5 wijzigen. Zou interessant zijn mocht men heel de Wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken kunnen onderwerpen aan het toetsingsrecht van het Grondwettelijke Hof.

Addendum: Een Gerechtelijk arrondissement dient te beschikken over een eigen Rechtbank van Eerste Aanleg dat bevoegd is voor een bepaald arrondissement (hattip LVB).. Het is nu al duidelijk dat er geen aparte Rechtbank van Eerste Aanleg komt gevestigd in HV, dus is er geen sprake van een splitsing van BHV (G.A.). Het is nog steeds een Brusselse Rechtbank van Eerste Aanleg - van NL taalrol - dat bevoegd zal zijn voor HV, eveneens voor Brussel. Hoe zit het dan met de Franstalige Brusselse Rechtbanken blijven zij eveneens bevoegd voor HV?

Addendum bis: Het voorstel impliceert ook een nieuwe taalverhouding in de Brusselse rechtbanken. We gaan van 60Fr/40NL naar 80FR/20NL in combinatie met een daling van het vereiste aantal tweetaligen. Een nadeligere verhouding naar 'Brusselse proporties' toe, dus ook daar een verbrusseling. Ik vermoed dat vooral langs Franstalige taalrol er een aanzienlijke aangroei Brusselse Magistraten zal gebeuren. Hiermee stuurt men eigenlijk het signaal dat Brussel het centrum is met HV als periferie want er is geen splitsing. Het lijkt ook te bevestigen dat de Nederlandstaligen in Brussel slechts een minderheid zijn van 20% en dat de regio eigenlijk absoluut Franstalig is, ipv echt tweetalig. Kan altijd gebruikt worden in een internationale utis posseditis-argumentering:"Brussel is Franstalig en in haar 'hinterland' HV zitten ook erkende Franstaligen (met rechten verbonden aan Brussel)".

Aangepaste taalregeling overheveling van burgerlijke zaken naar andere Rechtbanken.


Derde deel van het akkoord is een versoepeling van de taalregeling mbt de burgerlijke rechtbanken. "Als beide partijen in een rechtszaak het eens zijn dat ze een verzending willen naar een rechtbank van de andere taalrol, kunnen ze dat voortaan per brief doen. Ze hoeven niet meer te verschijnen voor de rechter. Als er toch onenigheid is, kan de rechter beslissen." staat in DS (5 Okt 2011) te lezen. Dat is inderdaad een versoepeling van een reeds bestaand systeem.

Ik stel mij de vraag in hoeverre dit systeem eigenlijk conform zou zijn met 4GW (indeling in taalgebieden). Er is sprake van wederkerigheid tussen Franstaligen en Nederlandstaligen maar de Wet van 15 Juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken zwijgt in alle landstalen over een gelijkaardig systeem voor de Duitstaligen, terwijl het Duits een officiële landstaal is. Zolang dit niet gewijzigd is kan men dit systeem niet beschouwen als 'gelijk voor alle Belgen' (10GW), hoewel de GW geen officiële landstalen stipuleert (impliciet via 189GW, 2 & 4 GW). Artikel 7§1 over het hoofd gezien (sorry!)

Desondanks de wederkerigheid tussen Nederlandstaligen en Franstaligen heb ik, binnen het huidige Staatsbestel, een bezwaar tegen dit systeem. Het geeft het signaal dat een Rechter van taalrol X ongeschikt zou zijn om te oordelen over burgers van taalrol Y, dat doet denken aan taalsegregatie op aanvraag. In strafzaken draait dit rond 'rechten van de verdediging', maar Nt-Franstalige anderstaligen moeten het doen met een tolk.

De Franstaligen eisten een verdere versoepeling van deze procedure ter 'compensatie' voor de splitsing i/h kader van de 'Rechten van de Franstaligen'. Eigenlijk pleiten zij voor een vorm van taalsegregatie, net zoals ze voor de benoeming van burgemeesters i/d Zes taalfaciliteitengemeenten in de Rand eisten dat voortaan de (tweetalige) Algemene Kamer van Raad v State bevoegd zou zijn voor de beroepsprocedure ipv de (enkel) Nederlandstalige Kamer van Raad v State. Dit komt over als een algemene Franstalige uitspraak van wantrouwen ten aanzien van de on(taal)partijdigheid van Nederlandstalige Rechters...een Rechtstaat onwaardig.

Een eerste eindconclusie.

Afgaande op wat de media meedeelde over de Splitsing van het Gerechtelijk Arrondissement BHV kan ik niet enkel dan tot de (tijdelijke) conclusie komen dat hier niet echt sprake is van een 'zuivere splitsing' maar van een schijnsplitsing gecompenseerd door uitzonderingsbepalingen. Uitzonderingsbepalingen die in mijn ogen tegenstrijdig zijn met de Grondwet en discriminerend zijn.

Een zuivere splitsing van het Gerechtelijk Arrondissement BHV betekent de oprichting van een ééntalig Nederlandstalig parket en van ééntalige Nederlandstalige rechtbanken in Halle Vilvoorde. In realiteit krijgen we een Nederlandstalig parket met Nederlandstalige tweetalige Magistraten en 'gedetacheerde' tweetalige Franstalige Magistraten voor Halle Vilvoorde.

De Nederlandstalige Rechtbanken zullen in principe ééntalig Nederlandstalig zijn, werkend met 1/3 NL tweetalige Magistraten, gevestigd in Brussel. De fysieke vestiging in Brussel is eveneens problematisch omdat er nog steeds geen Rechtbank van Eerste Aanleg zal zijn dat uitsluitend bevoegd is voor HV. De verdere opsplitsing (ontdubbeling) van de rechtbanken in Brussel draagt bij tot de verdere ondergraving van het principe van tweetaligheid v/h personeel (ipv/d Dienst) i/h tweetalig taalgebied. Het blijft onduidelijk in hoeverre de Franstalige Brusselse rechtbanken bevoegd blijven voor HV.

De aanpassing van de taalregeling inzake overheveling van burgerlijke zaken is een wederkerige (NL-FR) aanpassing maar vooral een toegeving aan de Franstaligen. Zo sturen de Franstaligen hiermee opnieuw het signaal dat zij (en hun burgers) geen vertrouwen (moeten) hebben in de Nederlandstalige (lees 'Vlaamse') Rechters, dat zou in een normale Rechtstaat onaanvaardbaar moeten zijn.

Labels: , , ,

Read more...

18 september 2011

Voorakkoord BHV nader bekeken

De regeringsonderhandelingen gaan door na het eerste voorakkoord rond BHV. Er blijft heel wat onduidelijkheid over de exacte inhoud van het voorakkoord en men is niet van plan het voorakkoord te openbaren. Dat schept het beeld dat men iets te verbergen heeft.

Ondertussen heb ik een document van OpenVLD grondig doorgenomen over het voorakkoord (en de externe communicatie van VLD), opgesteld door Tom Ongena, met wat meer details die ik niet had gelezen in de media (DS, 15 sep 2011) inzake BHV en de Senaat. Tijd om nog eens een aantal elementen van het voorakkoord nader te bekijken en mogelijke implicaties te identificeren rekeninghoudend met de informatie uit het VLD-document.

Kiesarrondissement BHV.

In het VLD-document verduidelijkt men dat het kiesarrondissement BHV gesplitst wordt in een kieskring Brussel-Hoofdstad en een Kieskring Vlaams-Brabant, dat komt neer op een zuivere splitsing maar er is een compensatie die de zuiverheid zwaar aantast.

In de plaats komt een dubbele kiesbrief zodat inwoners van de 6 taalfaciliteitengemeenten in de Vlaams Rand rond Brussel ('de Zes') kunnen kiezen tussen de kieslijsten van Vlaams-Brabant of die van Brussel-Hoofdstad. Men zou deze oplossing betonneren in Artikel 63 van de Belgische Grondwet (63GW) en via een Bijzondere wet. Hoe men deze betonnering gaat verwoorden blijft onduidelijk en dat knaagt.

Ik lees niet onmiddellijk een duurzame oplossing voor BHV in de weinige vrijgegeven elementen uit het voorakkoord. Er waren 2 GW-problemen met BHV volgens het GW-hof:

(1) Kandidaten van HV die het moeten opnemen tegen Kandidaten uit Brussel. Dit blijft feitelijk nog voortbestaan met de dubbele kiesbrief in de Zes maar met gescheiden kieslijsten.

(2) Er was een probleem bij de berekening van de zetelverdeling (Kamer) in Vlaams-Brabant waarbij men rekening hield met het bevolkingsaantal. Met de dubbele kiesbrief zullen inwoners uit de kieskring/Prov Vlaams-Brabant kunnen stemmen op kieslijsten uit de andere kieskring Brussel-Hoofdstad, dat kan quasi niet anders dan gelijkaardige GW-problemen veroorzaken voor de zetelverdeling.

Het systeem van dubbele kiesbrief is anders dan het inschrijvingsrecht waarbij Franstaligen uit de Vlaamse Rand tijdelijk als in het Brusselse ingeschrevenen werden beschouwd en daar konden stemmen. Alle kiezers in de Zes zullen kunnen kiezen tussen kieslijsten uit één van de 2 kieskringen, daarmee krijgen ze in het kiesstelsel een uniek en specifiek statuut/stelsel. Ik zie een GW-probleem met dat uniek statuut/stelsel.

Het is een uitzonderingsbepaling uitsluitend voor de inwoners uit die Zes gemeenten, dat is discriminerend ten aanzien van alle andere Belgische ingezetene van het land (10GW) en specifiek voor de Vlamingen. Het doel van de dubbele kiesbrief is Franstaligen het mogelijk te maken om te stemmen op Franstalige kieslijsten uit het Brusselse, er is nergens sprake van wederkerigheid voor de Vlamingen in Brussel die willen stemmen op de Vlaams Brabantse kieslijst.

Het unieke stelsel in de Zes geeft bijkomstig het signaal van een soort van condominium tussen Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest over de Zes, kan een rol spelen bij een secessie. Het stuurt ook het signaal dat Franstaligen in de Vlaamse Rand rond Brussel wel degelijk bijzondere rechten hebben, op lange termijn heeft dat mogelijk gevolgen. Het zou niet de eerste keer zijn dat men akkoorden herinterpreteert of anders interpreteert zoals nu nog over het tijdelijk karakter van de taalfaciliteitengemeenten, de volwaardigheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of de taalwetgeving in het tweetalig taalgebied. Het signaal kan ook geïnterpreteerd worden als de opgave van de Zes tav/d Franstaligen.

Franstaligen woonachtig in de Vlaamse Rand rond Brussel en vooral Franstalige Brusselaars krijgen hiermee een extra incentive om te verhuizen naar de Zes indien zij heel veel belang hechten aan het kiezen voor Franstalige politici op Brusselse kieslijsten. Kortom, men stuurt de Verfransing - dat eigenlijk een verbrusseling is - naar de Zes taalfaciliteitengemeenten. Past perfect in een Plan B waarbij de Federatie Wallo-Bruxelles de Zes meeneemt gezien de hoge graad van Verfransing en de (onbestaande) 'Vlaamse onderdrukking van Franstaligen'...Maingain's Carcan de Bruxelles is hiermee doorbroken en Milquet heeft haar corridor op Lange Termijn. Olivier Maingain is vooral kwaad omdat hij geen absolute zekerheid heeft op korte termijn, geen expliciete betonnering in regelgeving. De splitsing van BHV stopt de verfransing van Halle Vilvoorde niet, daarom dat ik voorstander was van een ander kiessysteem.

Hervorming Senaat.

De Senaat wordt een niet-permanent orgaan met beperkte bevoegdheden: herziening GW, Bijzondere Wetten, goedkeuren van gemengde verdragen, belangenconflicten en voordragen leden Grondwettelijk Hof. 50 Senatoren (29N, 1D, 20 FR) zullen afgevaardigd worden uit de deelparlementen en zouden hierdoor 'echte gemeenschapssenatoren' worden, impliceert regionale verkiezingen...samenvallend met Federale verkiezingen of niet?

Er zijn dan nog eens 10 gecoöpteerde Senatoren waarbij rekening gehouden zal worden met de reststemmen van de Kamerverkiezing o.a. uit Halle Vilvoorde via de kieskantons, dus voert men een soort BHV in voor de gecoöpteerden. Het VLD-document benadrukt dat voor de 4 gecoöpteerden Franstalige Senatoren de reststemmen in Wallonië, Brussel en Halle-Vilvoorde gelden, men rept met geen woord over de Vlaamse gecoöpteerde Senatoren.

Het systeem dient als extra compensatie voor de splitsing van BHV voor de Kamerverkiezing waarbij men tracht Franstalige stemmen uit Halle-Vilvoorde maar ook Vlaamse stemmen uit de kieskring Brussel te recupereren, Vlaanderen verliest 2 Kamerzetels met de zuivere splitsing van BHV en het éénrichtingsverkeer van de Dubbele Kiesbrief. Merk op dat er i/d Senaat wel sprake is van wederkerigheid tussen Vlamingen en Franstaligen in BHV.

Maar opgelet, voor de Franstalige gecoöpteerde Senatoren aan te duiden mag men gebruik maken van reststemmen in Wallonië-Brussel EN Halle-Vilvoorde terwijl voor de Vlaamse gecoöpteerde Senatoren (wellicht) enkel gebruik mag worden gemaakt van de reststemmen uit Vlaanderen en Brussel (het VLD-document blijft daarin vaag). Inzake de reststemmen is er dus geen werderkerigheid.

Uiteindelijk doet men de Vlamingen tekort als men hiermee 2 verloren Vlaamse Kamerzetels wenst te recupereren, gezien een Kamerzetel belangrijker is dan een Senaatszetel en het gebrek aan wederkerigheid i/d Kamerverkiezing. Met daar bovenop geen wederkerigheid mbt de reststemmen. De 10 gecoöpteerde Senatoren zijn eigenlijk ook geen gemeenschapssenatoren maar niet-verkozen Kamerleden.

In het VLD-document benadrukt men dat 43 parlementsleden verdwijnen en dat de 'politiek' op zichzelf bespaard, alleen verduidelijkt men niet waar het 'vrijgemaakte budget' naartoe vloeit. Als men dat indeelt naar het werkingsbudget van andere instellingen gevuld met politieke mandatarissen dan is er niet echt sprake van een besparing maar herschikking.

Niet-Benoemde Burgemeesters

De 3 Niet-benoemde burgemeesters zullen niet benoemd worden. Voortaan zal de gemeenteraad in de taalfaciliteitengemeenten een burgemeester naar voor schuiven - de aangewezen burgemeester - die over de volle beleidsbevoegdheid beschikt. Het Vlaams Gewest kan de benoeming weigeren waarna een beroepsprocedure gestart kan worden bij de Algemene Kamer (tweetalig) van Raad van State. Zolang er geen uitspraak is vanwege de Algemene Kamer RvS beschikt de niet-benoemde doch aangewezen burgemeester over volheid van bevoegdheden.

Het is onduidelijk of deze procedure voor alle burgemeesters van taalfaciliteitengemeenten geldt of niet. Het is een toegeving dat eigenlijk het gezag van de Vlaamse rechters en de Vlaamse Kamer van RvS ondermijnt. Zou de volgende stap zijn dat Franstaligen in Vlaanderen enkel berecht mogen worden door Franstalige rechters of dat er minstens een taalevenwicht zou moeten zijn?

Goed nieuws is het bericht dat men de omzendbrief Peeters ging betonneren, blijkbaar is een wijziging van de beroepsprocedure bij RvS nog steeds noodzakelijk. Men blijft verder vaag over welke 'Franstalige rechten' men eveneens zal betonneren.

Gerechtelijk Arrondissement BHV

Het voorakkoord heeft het over het doorschuiven van een splitsing van het Gerechtelijk Arrondissement BHV naar een latere fase i/d onderhandeling samen met meer geld voor Brussel, zonder verdere details. Als men het Wetsvoorstel Vandenberghe hanteert dan splitst men het gerechtelijk arrondissement BHV niet territoriaal maar deelt men het in per gemeenschap met een apart parket HV en Brussel. Is bij mijn weten geen echte splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV maar opnieuw een compromis. Vraag is in hoeverre we dit voorstel moeten toetsen aan 4GW, de indeling in taalgebieden.

Metropolitane gemeenschap.

Er was sprake van een Metropolitane gemeenschap dat een adviesorgaan moet worden waarbij alle bestuursactoren gelegen in de oude provincie Brabant betrokken zouden worden.

Bedenking hierbij is dat de term gemeenschap reeds een invulling heeft binnen de Belgische Staatsstructuren, men schept hiermee toch wel het beeld dat het gaat om een vierde gemeenschap. Via dit adviesorgaan krijgt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest meer inspraak op aangelegenheden in heel Brabant, sluit net iets teveel aan bij 'le très grand Bruxelles'. Het orgaan kan evengoed een praatbarak worden maar het is een ongewenste evolutie dat op termijn aangewend kan worden om het gezag van het Vlaams Gewest rondom het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te ondermijnen.


Labels: , , , , , , , , , ,

Read more...

2 juli 2010

4 essentiële elementen in de nieuwe Belgische (con)federatie.

Dit artikel werd al enige tijd geleden geschreven. Naar aanleiding van het persbericht over het 'voorstel Eyskens' publiceer ik het nu op IFF met enkele aanpassingen (ingekorte inleiding).

Al jaren bekijk ik het Belgische stelsel met het oog op een Staatshervorming gericht op een pacificatie van het communautaire conflict (in zekere mate) die eveneens een omschakeling vereist naar een bottom-up (con)Federale Staat. Deze visie is gebaseerd op het concept van de Natiestaat als fundamentele hoeksteen van een Staat, waarbij de Natie gedefinieerd werd als een politiek-culturele gemeenschap gesitueerd op een duidelijk afgebakend grondgebied.

België omvat 3 naties in verschillende stadia van ontwikkeling: een Vlaamse, een Franstalige (Belgisch-nationalistische) en een ontluikende Duitse 'Belgische' invulling...concreet: de drie gemeenschappen met als gebiedsafbakening de taalgebieden. Het concept is ook opgebouwd vanuit een Vlaamsgezind perspectief met een indringende invloed die men kan omschrijven als een 'internationaal veiligheidsbeleid' gericht op de overleving van een Vlaanderen in een internationale wereld.

Wat volgt is mijn persoonlijke mening over de nakende Staatshervorming waarbij ik 4 essentiële elementen opsom die mij noodzakelijk lijken. Het is en blijft een theoretisch concept over een nieuwe Belgische (Con)Federatie...beter iets dan niets.

Op basis van Artikel 35 van de Grondwet (1) kan men beslissen welke bevoegdheden nog Federaal uitgeoefend zullen worden en welke bevoegdheden geregionaliseerd zullen worden. Hiervan lig ik veel minder wakker, eigenlijk laat ik aan anderen om hierin hun keuze te maken.

1. Het probleem 'Brussel' en BHV.

De communautaire pacificatie - één van de drijfveren voor de Staatshervormingen in het verleden - heeft één conflictzone niet weten te pacificeren: 'BHV'. In essentie draait Brussel-Halle-Vilvoorde niet louter om een juridische techniciteit, een schending van de grondwet, maar om een oud communautair pijnpunt.

De taalwetgeving is nooit één dag naar behoren gerespecteerd geweest in de 19 Brusselse gemeenten, het huidige Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De 'stadsvlucht uit Brussel' die men beter zou kunnen omschrijven als 'gewestvlucht' naar Vlaanderen houdt een sluipende Verfransing van de Vlaamse Rand levend, terwijl het net de bedoeling was om die Verfransing 'te stoppen'. Conclusie: het systeem werkt niet, geen communautaire pacificatie in BHV. Nog steeds dringt het niet door dat men respect moet hebben voor de indeling in taalgebieden.

BHV is een defensieve Vlaamse reactie (scheiding Brussel van Vlaanderen) die een Franstalige offensieve tegenreactie teweeg bracht ('uitbreiding Brussel'). Een simpele splitsing van BHV ontneemt de Franstalige inwoner in Halle Vilvoorde geen enkel recht en zou een discriminatie beëindigen. In België heerst er stemplicht, geen stemrecht...m.a.w. een plicht, geen recht.

Het probleem voor de Franstalige partijen is dat - bij een scheiding van BHV - zij aparte kieslijsten zullen moeten indienen in de kieskring Vlaams Brabant, dat zal heel wat administratief werk opleveren en zetels kosten. Bovendien komt er dan een scheiding tussen Franstaligen woonachtig in Vlaanderen & woonachtig in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest tot stand...opmerkelijke Franstalige tegenkanting, zij die steeds weer spreken over een Volwaardig Brussels Gewest los van Vlaanderen en klagen over de 'Vlaamse omsingeling'.

Het gevolg van de ingenomen stellingen is een botsing tussen twee beginselen: het ('Vlaamse') Territorialiteitsbeginsel tegen het ('Franstalige') Persoonlijkheidsbeginsel. In essentie stellen de Franstaligen dat grenzen van geen belang zijn, de taalrechten voor een Franstalige volgt hem of haar ongeacht waar men zich vestigt in België. Terwijl het territorialiteitsbeginsel verduidelijkt dat dit land opgedeeld is in diverse gebieden waaraan bepaalde rechten & gevolgen verbonden zijn, in Vlaanderen zwaait het Vlaams Gewest & Gemeenschap de plak voor haar bevoegdheden en is Nederlands de enige officiële bestuurstaal in het Nederlandstalige taalgebied.

Mijn persoonlijke mening is dat een communautaire pacificatie in BHV deels mogelijk is, in samenspraak met een oplossing voor het probleem BHV. Om hiertoe te komen moet men wel bereid zijn om ingrijpende veranderingen door te voeren, hervormen om te behouden voor sommigen...hervormen om een stap voorwaarts te zetten voor anderen. Wat volgt is een theoretische oplossing waarbij vooral de indeling in taalgebieden behouden blijft maar de gewest en gemeenschapstructuren aangepast worden.

2. Fouten in de Staatsstructuur weggommen en hertekenen.

Het eerste probleem binnen de Belgische Staatsstructuur is de asymmetrie tussen Gewesten en Gemeenschap (2). Deze moet weggewerkt worden om te komen tot 3 volwaardige deelstaten: Vlaanderen, Wallonië, Eupen-Malmedy/Duitstalige.

Ik ga volkomen akkoord met Bart De Wever toen hij stelde dat Brussel niet de bevoegdheden moet beschikken om een land te regeren maar om een stad te besturen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdwijnt best, het tweetalig taalgebied zal blijven bestaan en omwille van de federale hoofdstedelijke functie stel ik voor deze onder toezicht te brengen onder de bevoegdheid van de Eerste Minister. De gewestelijke bevoegdheden van het huidige BHG moeten overgaan naar het Vlaams Gewest, de Gemeenschapsbevoegdheden blijven behouden binnen de huidige verdeling.

Op het Duitstalige taalgebied komt een Duitstalige deelstaat tot stand met een federale parlementaire vertegenwoordiging. Het Nederlandstalige taalgebied blijft exclusief beleidsgebied van het Vlaams Gewest en Gemeenschap dat gezamenlijk een 'Vlaamse deelstaat' zullen vormen. Het Franstalige taalgebied blijft exclusief beleidsgebied van het Waals Gewest en Gemeenschap dat samen een 'Franstalige deelstaat' zal vormen.

De invoering van een Duitstalig taalgebied komt eigenlijk tegemoet aan een Franstalige opmerking/visie...een België bestaande uit twee gemeenschappen zal uitmonden in een vechtfederalisme tussen twee kemphanen zonder een neutrale derde partij. De Franstaligen zien echter Brussel als 'neutrale derde' zonder rekening te houden met de verdeling tussen NL & FR binnen die gewestelijke structuren. De Duitstaligen vormen de enige derde volwaardige gemeenschap in België die een neutraler standpunt zouden kunnen innemen, indien ze minder afhankelijk werden van het Waals Gewest.

De 19 Brusselse gemeentebesturen zullen samengevoegd worden tot één paritair samengesteld Stadsbestuur Brussel(3) - in ruil voor behoud van de pariteit i/d Federale regering. Er komt één Politie- en Brandweerzone Brussel, met volledig tweetalig personeel bij de hulpdiensten. De Federale overheid zal ertoe moeten zien dat het Brusselse Stadsbestuur geen beslissingen nemen die zouden indruisen tegen de hoofdstedelijke functie, daarbij zal zij ook voorzien in verdere financiële hulp aan het Brusselse Stadsbestuur omwille van die hoofdstedelijke functie. Desnoods kan men goochelen met 'DC' statuten.

Blijft het probleem van de gemeenschapsdeling in het tweetalige taalgebied, de oplossing ligt bij de invoering van de 'subnationaliteit'(4). Het concept is simpel doch praktisch. Allen hebben we een Belgische nationale identiteitskaart maar we zijn tevens Vlaming/Nederlandstalige, Waal/Franstalige en Duitstalige. Laat ons die drievuldigheid invoeren in de Belgische nationaliteit en daaraan de persoonsgebonden materies koppelen. De Belgische burger zal zelf moeten aangeven tot welke taalgemeenschap hij of zij wenst te behoren, hij of zij zal eveneens moeten voldoen aan 'toetredingscriteria'. Die keuze brengt gevolgen met zich mee indien de sociale zekerheid gesplitst zou worden, enz.

De invoering van subnationaliteit zou het theoretisch mogelijk maken om over te schakelen naar een niet-gebiedsgebonden kiessysteem, naar een persoonsgebonden kiessysteem. Ongeacht waar u woont ter wereld, u beschikt over de Belgische nationaliteit en over een bepaalde subnationaliteit...u kan stemmen op politici en lijsten die toebehoren tot uw taalgemeenschap. Gedaan met de inschrijving van buitenlandse ingezetenen in BHV-gemeenten. Het impliceert wel een 'nationale kieskring' doch met een duidelijke en strikte invulling van een taalwetgeving, hetgeen de dreiging voor grenswijzigingen moet wegnemen.

Andere mogelijkheid is een aanpassing van de taalwetgeving, indien u gaat wonen in een ander ééntalig taalgebied kan u ervoor zorgen om uw oorspronkelijke bestuurstaal te behouden...mits het betalen van een vertaalvergoeding uit uw eigen persoonlijke geldbeugel...dan kan men eveneens de taalfaciliteiten afschaffen. Een verstrenging van de taalwetgeving in de ééntalige taalgebieden gericht op commercieel taalgebruik, naar analogie met Quebecq, zou eveneens een mogelijkheid vormen net als het invoeren van het Engels als vierde officiële bestuurstaal (voor internationale verrichtingen).

De invoering van subnationaliteit impliceert de regionalisering van het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid naar de drie deelstaten. Dit zou net één van de pijnpunten in de Belgische politiek kunnen oplossen: Franstaligen zijn voorstander van een zeer soepel asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid, Nederlandstaligen hebben een totaal tegenovergestelde visie. Mensen die beschikken over voldoende potentieel om een gezonde toekomst op te bouwen zijn welkom, politieke vluchtelingen kunnen tijdelijk asiel bekomen tot het onheil voorbij is, economische vluchtelingen kunnen mits tewerkstelling wellicht tijdelijk toegang verkrijgen. Subnationaliteit kalibreert ook de taalverhoudingen opnieuw en stelt het mogelijk om een proportionele taalverhouding in te voeren bij het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid.

3. Conclusie

Het gevolg van deze wijzigingen is een (con)federaal België met een bottom-up structuur die gestroomlijnd werd met drie symmetrische Deelstaten en met een nieuwe kans tot communautaire pacificatie.

Lukt het dan nog niet...dan loopt 'België' op zijn laatste benen.

Het vereist wel serieuze opofferingen die wellicht nooit zullen plaatsvinden, de voornaamste zwakte van dit plan. De Franstaligen moeten wel gek zijn om het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op te doeken en tegelijk een Duitstalige Deelstaat in hun achtertuin toe te laten. Uitbreidingseisen voor het 'tweetalige taalgebied Brussel' zullen wellicht op tafel komen. Het minderhedenverdrag komt er niet, is niet nodig mits de geopperde aanpassingen aan de taalwetgeving. Langs Vlaamse zijde zal men moeilijk doen over bepaalde geopperde facetten bij de invoering van subnationaliteit zoals een 'nationale kieskring', versoepeling taalwetgeving waarbij Franstaligen - op eigen kosten - het Frans kunnen hanteren als administratieve taal. Franstaligen zullen dan weer klagen over de regionalisering van het asiel-, migratie- en naturalisatiebeleid.

Labels: , , , , , , , , , , ,

Read more...

24 juni 2007

De uitgestelde staatshervorming (Hoegin)

Qua communicatie en perceptie was het in ieder geval een flater om u tegen te zeggen: de staatshervorming werd uitgesteld tot 2009 met een nogal twijfelachtige argumentatie, en bij de tegenstanders waren de verwijzingen naar de beruchte «derde fase» en het «onverwijld» van 2004 dan ook amper te tellen. Maar wat is er verleden week werkelijk gebeurd?

Het nieuws sloeg in als een bom toen het bekend raakte: CD&V en N-VA waren bereid de staatshervorming uit te stellen tot 2009 om de vraag van de MR tegemoet te komen geen bevoegdheden over te dragen naar de regionale regeringen vóór de verkiezingen van 2009. Achtergrond hiervoor is dat de PS in de Waalse regering zit, en de MR niet, en dat de liberale partij het geen goed idee vindt bevoegdheden waarover het via de federale regering controle zou hebben over te dragen naar een regering waar de PS de lakens uitdeelt. Aan Vlaamse zijde leek de N-VA, die voor de verkiezingen nog met een anti-verst(r)ikkingscampagne had uitgepakt, daar wel oren naar te hebben, wat haar meteen ook bakken kritiek opleverde. Zelfs Geert Lambert, die deze keer geen strategische plaspauze nodig had, zag zijn kans schoon om zich een Vlaamser en democratischer profiel aan te meten dan Bart de Wever.

Uiteindelijk bleek het beeld natuurlijk veel genuanceerder te zijn: CD&V en N-VA eisen nog steeds de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde voor er over iets anders gesproken kan worden, en verder ijzersterke garanties voor de uitvoering van de staatshervorming, ongeacht of die nu pas na 2009 in werking zal treden of ervoor. Op dit ogenblik kunnen we beide partijen alleen maar geloven op hun woord, en hopen dat ze de komende weken op deze punten het been stijf zullen blijven houden, maar de indruk dat CD&V en N-VA in hun confrontatie met de Franstalige partijen deze week even met de ogen geknipperd hebben valt toch maar moeilijk te verdrijven. Daar staat dan weer tegenover dat de MR aan Franstalige zijde in een gelijkaardige situatie zit omdat het, op voorwaarde dat de staatshervorming pas effect zal hebben na de volgende regionale verkiezingen, in feite principieel gebroken heeft met het Franstalige front du non.

Over het argument dat de MR gebruikt, en waarin CD&V en N-VA lijken mee te stappen, namelijk dat een staatshervorming nu doorvoeren een slecht idee is omdat anders bevoegdheden in slechte handen terecht zouden komen, kunnen we kort zijn: dat is fundamenteel ondemocratisch. Bovendien is het voor CD&V en N-VA bijzonder risicovol het lot van de staatshervorming te verbinden aan de uitslag van de volgende verkiezingen voor het Waals Parlement: wat immers als de MR die verkiezingen verliest? Ook het argument van N-VA-voorzitter Bart de Wever dat een staatshervorming hoe dan ook tijd in beslag neemt is onzin: als Tsjechië en Slovakije in de loop van een paar maanden volledig gesplitst konden worden, moet het in België toch mogelijk zijn op minder dan twee jaar tijd een beperkte bevoegdheidsoverdracht uit te voeren.

Dat neemt echter niet weg dat er wel degelijk goede argumenten bestaan om de inwerkingtreding van de staatshervorming uit te stellen tot 2009, ook al kunnen de onderhandelingen en de stemming zonder probleem nu al uitgevoerd worden. De regionale regeringen hebben vandaag immers al meer dan de helft van hun termijn achter zich, en hen nieuwe bevoegdheden toeschuiven pakweg een jaar vóór de volgende verkiezingscampagne van start zal gaan is inderdaad niet verstandig. Bovendien zijn er de regeringsprogramma's en interne evenwichten die door die nieuwe bevoegdheden uit balans kunnen gebracht worden. Stel je immers in een extreem geval voor dat men zou beslissen Defensie of Justitie te splitsen: wie zal dan in de regionale regeringen een nieuwe minister mogen leveren, en hoe past die bevoegdheid in in een regeringsprogramma dat ondertussen al drie jaar oud is? Natuurlijk zal het allemaal zo'n vaart niet lopen, maar het is duidelijk dat het helemaal niet zo onzinnig is de inwerkingtreding van een nieuwe staatshervorming uit te stellen tot na de volgende regionale verkiezingen.

Het is jammer dat CD&V en N-VA zich laten vangen hebben aan het argument van de MR, in plaats van zelf even na te denken en de inwerkingtreding van de staatshervorming te scheiden van de onderhandelingen en de stemming, en dat zelfs in te passen in hun discours van goed beleid en geloofwaardigheid. De indruk die zij nu nalaten is dat zij een moment van zwakte hebben gehad, en net iets te happig zijn op een federale regeringsdeelname om het hoofd koel en het been stijf te houden. Ik hoop echter dat ik me op dat laatste punt schromelijk vergis.

Labels: , ,

Read more...

<<Oudere berichten