19 oktober 2017

Vrije Meningsuiting onder druk






Het had op 10 oktober 2017 eigenlijk een primeur voor de Debatclub moeten worden: Jean-Marie Dedecker tegen Peter Mertens. Tussen diens welbespraakte voorganger, de rechtlijnige maoïst Ludo Martens zaliger, en de eveneens goed van de tongriem gesneden libertariër JMDD was het zeker vuurwerk geworden. Maar het huidige halfslachtige socialisme van Mertens, dat zijn eigen partij ooit als “reformisme”, “revisionisme” en “met de bourgeoisie getrouwd zijn” verketterd zou hebben, is moeilijker te verdedigen. Hij is er tussenuit gekropen en dus moest de Debatclub naar een ander duo pratende hoofden op zoek.

Het werd dan Joël De Ceulaer, sterjournalist bekend van De Standaard, De Morgen en Knack, tegen Sam Van Rooy, ingenieur, islamkenner in het zog van zijn vader Wim, en nu VB-medewerker. Moderator was Doorbraak-hoofdredacteur Pieter Bauwens.



Cordon médiatique

De Ceulaer is een zelfverklaaard “spijtoptant van het cultuurmarxistische politiek-correcte complex”. Hij heeft het de jongste tijd regelmatig voor een onverkort vrije meningsuiting opgenomen, zonder valse doorzichtige uitvluchten van het type: “Jamaar, haatspraak is geen mening, het is een misdaad en mag gerust verboden en bestraft worden.”  Hij is daarin naar eigen zeggen “Amerikaanser” geworden: de overheid moet zich minimaal met meningen bemoeien. Maar krijgt hij als opener de vraag of de vrije meningsuiting nog bestaat, dan begint hij over het cordon médiatique dat niet meer zou bestaan. Zo blijkt Tom Van Grieken vlot toegang tot knack.be te hebben.

Van Rooy zet vanuit zijn eigen ervaring de puntjes op de i. De meeste van zijn opiniestukken in Doorbraak zijn eerder naar De Standaard en andere mainstreammedia gestuurd en daar geweigerd, en zijn partijgenoten maken nog onverminderd iets gelijkaardigs mee. Wat meer is: tientallen van zijn contactpersonen getuigen dat ze zelfs op de sociale media gecensureerd zijn, enkele jaren geleden nog bejubeld als een vrijplaats voor onorthodoxe standpunten. De vrije meningsuiting staat meer dan ooit onder druk vanwege het heersende cultuurmarxisme, en wordt toenemend bedreigd door de islam.

Daarmee is het grote woord eruit, de olifant in de kamer. Het cultuurmarisme was al aan onze vrijheden aan het knabbelen, en de islam was nog niet in het spel toen beginselloze politici ons de negationismewet opdrongen. Maar daarover, bij voorbeeld over de effectieve gevangenisstraf voor Siegfriend Verbeke (die onder het publiek nog steeds wat aanhang heeft), ging het hier niet. De islam eiste alle aandacht op.



Haatimams

Of Van Rooy dan haatimams de mond wil snoeren? Of hij, anders dan de media, wél de vrijheidsliefde aan de dag legt om ook zijn vijanden aan het woord te laten? Hij aarzelt en geeft toe dat hij het daar moeilijk mee heeft: de klassieke partijen hebben de islam geïmporteerd en ons daar met een probleem opgezadeld. In Japan of Hongarije stelt zich de vraag gewoon niet. De Ceulaer erkent het probleem van de “pleidooien voor de sjari’a en islamrechtbanken” onomwonden, en vindt sinds zijn bekering tot de onverkorte uitingsvrijheid dat ook dat moet kunnen. Immers, wat elders geldt, is ook hier van toepassing: die vrijheid is ondeelbaar, en een mening verbieden jaagt ze maar ondergronds waar ze des te gevaarlijker voortwoekert. Hoewel hij nooit de hoofddoek zegt verdedigd te hebben, is hij dus consequent tegen een verbod.

Van Rooy krijgt van De Ceulaer het verwijt dat hij niet de vrije intellectueel is die hij lijkt, maar een partijman die de partijlijn moet verdedigen; en die bovendien de geschiedenis van de partij slecht kent. En inderdaad, vroeger hing zij sommige conservatieve strijdpunten aan die zij nu aan de islam kwalijk neemt. Hij gaat niet op dat verleden in want de dreiging is nu zo groot geworden dat het een  frivole luxe is om nog over vroeger te emmeren. Dat vindt De Ceulaer dan weer onnodig apocalyptisch.

Van Rooy schiet terug: “Ik moet niets meer voorspellen, we zijn er al. Cartoonisten worden gecensureerd”, zoalniet door de overheid, dan door hun oversten of door zichzelf. Of zie de schandalige vervolging van de vals beschuldigde kleuterjuffrouw Magalie, en natuurlijk de fysieke uiting van pro-islamitische meningen via aanslagen.



Reductio ad Hitlerum

Wanneer hij daaraan een pleidooi voor een immigratiestop voor moslims verbindt, komt De Ceulaers oude reflex echter boven: “Vervang ‘moslims’ door ‘joden’.” Van Rooy zet deze hyperfocus op het nazi-verleden meteen op zijn plaats: wie om de joden geeft, heeft juist alle reden om de islamisering krachtig tegen te gaan.
De Ceulaer, nu in de verdediging gedrongen, begint echter niet met nu de censuur op zulke anti-moslimstandpunten te rechtvaardigen, maar wijst integendeel op het voortschrijdend inzicht en de onmiskenbaar toegenomen openheid van De Morgen: “Wij laten ook ex-moslims aan het woord.”  De vrije meningsuiting wordt door beide sprekerss als norm erkend. Ziedaar dan ook de echte winnares van dit debat.

Labels: , , , , ,

Read more...

24 februari 2016

Prof. Urbain Vermeulen (1940-2016)


 

 
('t Pallieterke, 18 feb. 2016)




Urbain Vermeulen, emeritus-hoogleraar Islamkunde en klassiek Arabisch aan de KU Leuven en de UGent, is van ons heengegaan. Hij laat de waakzaamheid jegens de islam aan ons over.

Afkomstig uit Oordegem (Lede), studeerde Vermeulen Geschiedenis, Arabistiek en de kandidatuur Rechten. Juist aan het fundamentele rechtskundige aspect van de islam zou hij altijd veel aandacht besteden. Terwijl onwetenden volhouden dat het Kalifaat “niets met islam te maken heeft, maar wel met politiek”, drukte hij erop dat de islam intrinsiek met macht (en met materieel gewin) te maken heeft. Zoals hij er bij studenten, onder wie mijzelf, inhamerde: “Van meet af aan was het Mohammeds bedoeling, een staat te stichten met God als wetgever.”

Hij publiceerde over Arabische literatuur, de middeleeuwse geschiedenis van het Midden-Oosten, de betrekkingen tussen Europa en de islamwereld, en de leerstellige inhoud van de islam. In vakkringen genot hij veel aanzien, en ook het gerecht raadpleegde hem regelmatig als expert. Hij was lange tijd voorzitter van de Europese Unie van Arabisten en Islamologen. Om die positie te vrijwaren, maar ook gewoon uit wetenschappelijke afstandelijkheid, hield hij zich verre van openlijk anti-islamitische initiatieven. Zo weigerde hij zijn medewerking aan Wim en Sam Van Rooys als vijandig geafficheerde “zwartboek van de islam” (zoals de werktitel luidde), hoewel hij het met de inhoud vrijwel volledig eens was.

Bij zijn vele contacten in de islamwereld stelde hij zich echter nooit als islamoloog voor. Daar zou men het maar zeer verdacht vinden dat iemand zich naar expertschap met de islam bezig houdt en toch geen moslim wordt. Dus daar luidde het: “Ik ben historicus.” Wat ook maar de waarheid was: hij had meerdere pijlen op zijn boog.

 

Islamkritiek

Volgens De Standaard was Vermeulen “naast professor ook een bekend islamcriticus”. Nee, juist omdat hij een professioneel islamdeskundige was, kon hij niet anders dan aan islamkritiek doen. De professor demonstreerde juist dat grondige wetenschappelijke kennis van de islam noodwendig voor twijfel aan de zelfomschrijving van de islam als “goddelijke openbaring” zorgt. Geschiedkundig inzicht in de wapenfeiten van de moslims leidt dan weer tot appreciatie van hun culturele prestaties, toch in de eerste eeuwen, maar ook tot verlies van alle begoochelingen over hun beweerde egalitarisme en verdraagzaamheid.

Goed, er zijn ook benoemde academici die veel weetjes over de islamwereld kennen, maar die er over de grond van de zaak een hardnekkig rozige mening op na houden. Zo nodigde Vermeulen ruim 20 jaar geleden de Franse prof. Olivier Roy uit, die in Leuven kwam verklaren waarom het islamradicalisme over zijn hoogtepunt heen was. Na de machtsgreep van de Taliban, na 9/11, na de uitroeping van het Kalifaat, na Parijs en Keulen, is hij steeds weer hetzelfde deuntje blijven herhalen, zonder voor zijn achterban aan gezag in te boeten. Velen zijn nu eenmaal zo gretig naar geruststelling omtrent de islam dat zij eender wat geloven, mits het maar in slaap wiegt.

Anderzijds bracht Vermeulen ook islamkritische deskundigen naar ons land, bv. de Deens-Britse prof. Patricia Crone, die het ontstaan van de islam in het volle zoeklicht van de geschiedwetenschap plaatste. Zij stelde wel vast dat nieuw gelanceerde hypothesen te weinig getest worden, en dus klakkeloos overgenomen: “There simply aren’t enough of us.” Jonge lezers mogen dat beschouwen als een oproep om in Vermeulens voetsporen te treden.

Vermeulen fungeerde bij gelegenheid wel als bron voor politiek geëngageerde islamcritici. Zo was ik zelf aanwezig bij een door Paul Beliën belegde vergadering met Vermeulen en Geert Wilders. Principieel weigerde hij echter, daarin verder te gaan dan de informatieverstrekking die je van een expert mag verwachten. Dit in tegenstelling met zijn vriend Hans Jansen, vorig jaar overleden, die voor Wilders’ partij zelfs zitting nam in het Europees Parlement.

 

Fatwa

Vandaag interviewt de pers lustig moslims met of zonder academische positie, en verkoopt hun partijdige commentaar dan als “deskundig”. Dat is ooit anders geweest: tot aan zijn emeritaat in 2006, en enigermate ook daarna nog, nam Urbain Vermeulen regelmatig deel aan het openbare debat over de islam. Hij was een graag geziene gast in de actualiteitenprogramma’s, mede door zijn zin voor humor en satire.

Daarin kwam een tijdelijke hapering op 19 april 2000, toen Yves Desmet er zich in het hoofdartikel van De Morgen over verontwaardigde dat “een dergelijk individu, getooid met doctorsbul en professorstitel, ongestoord de baarlijkste nonsens kan uitkramen.  Er moet toch iemand zijn die hier iets kan tegen doen?  Meneer de rector van de KUL, mijnheer de minister van justitie?" Dat was een onverbloemde oproep tot spreek- of zelfs beroepsverbod. Aanleiding was dat Vermeulen tijdens een lezing enkele moslims na veelvuldige onderbrekingen toegebeten had om te zwijgen. De moslimfanatici waren dan gaan uithuilen bij een bevriende krant, die hun versie zonder controle overnam.

Desmets fatwa werd bijgetreden door De Standaard en een aantal academici, wat tot een officieel onderzoek binnen de KUL leidde. Vermeulen werd echter in het gelijk gesteld, en daarna wist hij in de media gedeeltelijk terug te komen. We weten dat Yves Desmet en zijn handlangers niet graag fouten erkennen, maar een overlijden lijkt ons het soort gelegenheid om vetes en de daaruit voortkomende laster achter zich te laten. In dit geval: erkennen dat Vermeulen het inzake de islam gewoon juist had.  

Labels: , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten