18 juli 2009

Bijna 130,000 wapens vernietigd in België!

"In het kader van de inzameling en vernietiging van bijna 130.000 wapens zijn de volgende bemerkingen en kanttekeningen zeker op hun plaats," aldus Daniël Beets, de voorzitter van de AVWL, in een e-mail naar ondergetekende. De AVWL is een vzw die zich actief inzet voor de verdediging van de wapenliefhebbers in België. In november 2007 had ik Daniël Beets, toen nog AVWL-ondervoorzitter, reeds als gastspreker naar Leuven gehaald voor een "Blauwe Maandag" van het Liberaal Vlaams Studentenverbond. Beets mocht dan al wel veel gematigder zijn in het verdedigen van wapens dan zijn Amerikaanse evenknie, wijlen Charlton Heston, maar toch hield zijn bevlogen pleidooi toen zeker ook steek. En nu opnieuw is zijn niet malse kritiek over de ganse lijn terecht. Vandaar dat ik zijn reactie op de recente mediaberichten dat er in België onder de nieuwe wapenwet bijna 130,000 vuurwapens vernietigd zijn, hieronder integraal overneem. Ik sta ook zelf voor 100% achter zijn uitgangspunten.

1. In het kader van de onrustwekkende berichten rond het in omloop zijn van 2 miljoen wapens (vooral illegale), die rondgestrooid werden na het drama in Antwerpen mag men, objectief gezien, gerust stellen dat de inzameling een volledige mislukking is.

2. Het overgrote deel van de ingezamelde wapens zijn wapens die vroeger reeds legaal geregistreerd waren, als dusdanig opgespoord en waarvan de eigenaars onder dwang hun wapens afhandig gemaakt werden omdat zij niet voldeden aan de nieuwe opgelegde voorwaarden en met als cynische noot dat men hen dan nog een document liet tekenen waarin zij verklaarden dat zij “vrijwillig afstand” deden van hun wapens.

3. De overheid en vooral de media hebben aan de mensen verzwegen dat zij hun wapens volledig legaal konden overdragen aan erkende of vergunde personen en zo een geldelijk deel van hun bezit konden recupereren. De betrokken mensen, maar ook de politiediensten werden slecht geïnformeerd en werden vooral opgejaagd, terwijl er van in het begin reeds aanwijzingen waren dat de wet zou veranderd moeten worden. Alleen de nadruk werd gelegd op het inleveren.

4. De wapens werden zo vlug mogelijk vernietigd terwijl er een nochtans een bezwaarschrift lopende was bij het Grondwettelijk Hof over de eigenlijke onteigening zonder vergoeding wat deze “inzameling” uiteindelijk was. De uitspraak van het Grondwettelijk Hof gaf de klagers gelijk waardoor het wapenbezit zonder munitie mogelijk werd voor de mensen die onder de “inzamelingsvoorwaarden” vielen. Door het feit dat men de gedupeerden verplicht had een document te tekenen waarin zij “vrijwillig afstand” deden hebben zij hun recht op vergoeding op een oneerlijke manier verloren. Vele mensen hebben op die manier ook onherroepelijk emotioneel verlies geleden door het verplicht inleveren van bijzondere herinneringstukken.

5. De wapens van criminelen werden niet ingezameld en er worden geen bijzondere acties gepland om die wapens te gaan zoeken in het criminele milieu. Criminelen worden zelden vervolgd voor hun illegaal wapenbezit. Eerbare burgers daarentegen, worden constant bedreigd met zware financiële en gevangenisstraffen indien zij vergeten hun wapens aan te geven. Momenteel zijn er daarbij nog duizenden mensen die dachten dat al die heisa niet op hen van toepassing was.

6. Sinds de inzameling is de criminaliteit niet gedaald. Sommige criminaliteitscijfers zijn gedaald, alleen omdat sommige feiten niet meer geregistreerd worden of omdat sommige politiediensten weigeren om nog PV op te stellen van feiten of omdat getroffen burgers de moeite niet meer willen doen om urenlang te wachten voor een aangifte die toch niet opgevolgd wordt en die daarenboven moedeloos geworden zijn bij het vaststellen van de straffeloosheid van de opgepakte criminelen.

7. De zelfgenoegzaamheid van gouverneur Denys over de geboekte “resultaten” en door hem daarbij verklaarde verbetering van de veiligheid, staat in schril kontrast met de verhoging van het aantal zware criminele feiten in zijn provincie. Het is daar, onder andere, op vele plaatsen gemeengoed geworden dat sommige van onze Turkse medeburgers elkaar beschieten met hun illegale wapens om hun conflicten uit te vechten. Wij horen hier ook nooit over vervolgingen en bestraffingen voor illegaal wapenbezit.

8. Bovendien is gouverneur Denys zelf niet vies van illegale praktijken bij zijn tegengaan van de toepassing van de nieuwe wapenwet in zijn provincie. Het is inderdaad zo dat de nieuwe wet ingevoerd werd om een uniforme behandeling van de aanvragen op te leggen, hetgeen in de meeste provincies wel degelijk gebeurt. Gouverneur Denys lapt echter de wet aan zijn laars en legt bijzondere illegale voorwaarden op voor de afgifte van wapenvergunningen en erkenningen aan mensen met een legitieme reden omdat hij, om persoonlijke redenen, tegen legaal wapenbezit is.

Is het dan willekeur van een overheidsdienst tegenover eerbare burgers die gouverneur Denys als persoonlijke doelstelling heeft bij zijn ontwapeningsdrang van diezelfde eerbare burgers? Is het dan die willekeur die gouverneur Denys op het oog heeft wanneer hij spreekt over meer “veiligheid”, dit terwijl zijn provincie gebukt gaat onder een grote criminaliteit en onveiligheid?

Is een eerste vereiste voor meer veiligheid eerder niet dat toch ten minste de gouverneur zich aan de wet houdt?

Wanneer een ambtenaar, wat een gouverneur in feite is, zich straffeloos te buiten gaat aan illegale praktijken, wat is de geloofwaardigheid van die overheid dan nog waard?



Meer info over de zin en onzin van strenge wapenwetten kan gevonden worden op www.gunfacts.be en www.daaa-avwl.org.

Read more...

14 juli 2009

Tien om te zien (Vincent De Roeck)



De laatste weken heb ik YouTube voor de verandering eens gebruikt om wat serieuzer werk te bekijken dan de traditionele nihilistische clipjes van kwispelende honden, rockende katten of "candid camera"-sketches. Tien van de YouTube-films van de laatste weken zal ik in deze blogpost kort aanraden. Het eerste filmpje is een 100 minuten durende documentaire van Alex Jones over de conspiracytheorieën rond een besloten herenclub in San Francisco, de "Bohemian Club", waarvan naar verluidt alle Republikeinse presidenten sinds Dwight D. Eisenhower lid zouden zijn geweest. De documentaire "Dark Secrets inside Bohemian Grove" rakelt alle bestaande conspiracytheorieën omtrent deze exclusieve service-club op en gaat ook undercover op het landgoed van de club waar ze satanische rituelen weten te filmen. Ik vond deze documentaire via Jon Stewart die de kritiek van vele congresleden op Sonia Sotomayors lidmaatschap van de "Belizean Club" (de vrouwelijke tegenhanger) behandelde in "The Daily Show".



Sinds het optreden van Meghan McCain, de niet onknappe bloggende dochter van John McCain, in "The Colbert Report" en haar pleidooi voor méér openheid over seks en holebi's binnen de Republikeinse Partij ben ik een heuse fan van haar geworden. Ik lees haar wekelijkse blogposts op "The Daily Beast" en volg haar talrijke televisieoptredens via YouTube. Het bovenstaande interview met Rachel Maddow is niet per se haar beste optreden, maar geeft wel het soort interviews aan waarvan Meghan McCain haar handelsmerk gemaakt heeft. Het volstaat om haar naam in YouTube in te geven om een hele resem clips van haar te kunnen bekijken. Ook haar blogartikelen zijn steeds interessant, ook omdat zij haar zéér persoonlijke gevoelens beschrijft. Zij houdt bijvoorbeeld van wapens, niet omdat het in de grondwet staat, maar omdat ze het gevoel zalig vindt wanneer ze er één afvuurt. Zij kan ook bijvoorbeeld maar geen vriendje vinden omdat ze als getrainde campagnepolitica steeds door de leugens en de prietpraat van de kandidaten kan kijken. Zij heeft evenmin iets tegen Obama maar vond het bijvoorbeeld wel ongepast van hem, iemand die nooit zelf in het leger gediend had, om haar broer zijn mariniersdiploma te komen overhandigen. Enzovoort.



De NRA vertelt in dit 10 minuten durend clipje het weinig bekende verhaal van de invoering van de strenge wapenwetten in het Verenigd Koninkrijk in de jaren 1990 waarbij eerlijke en betrouwbare mensen plots als potentiële misdadigers beschouwd en ontwapend werden. De film vertelt het relaas van een totalitair geïnspireerd wetgevend kader en waarschuwt de Amerikanen met de woorden: "This could happen to you too!" Verder doorprikt het filmpje ook de illusie van criminaliteitsbestrijding door wapenwetten. De misdaad nam sneller toe na de ontwapening dan daarvoor. Ook andere NRA-gerelateerde video's zijn best interessant om zien. Ik denk bijvoorbeeld aan het interview van Wayne LaPierre, de CEO van de NRA, in "The Glenn Beck Show" waar hij de recente leugens over Amerikaanse wapens in Mexicaanse drugkartelhanden doorprikt. Volgens de Democraten zijn Amerikaanse wapens voor 90% verantwoordelijk voor de doden in de drugsoorlogen. LaPierre bewijst dat dit een leugen is. Ook leuk om in beschouwing te nemen in het wapendebat is het volgende. In Rusland bestaat er momenteel een touroperator die jacht/yacht-tripjes naar Somalië organiseert waarbij de Russische toeristen vrij op piraten mogen schieten... De privé heeft voor alles een oplossing ;-)





De bovenstaande clips dekken niet de volledige lading. Het eerste bevat één van Chris Van den Durpels meesterlijke parodieën. Het ingeven van zijn naam op YouTube zal ook nog een hele resem gelijkaardige sketches opleveren. Van den Durpel blijft in mijn ogen één van de meest geniale komieken van Vlaanderen. Het tweede bevat het introductiefilmpje van Rowan Atkinson's "Live", de verfilming van zijn tournée in het begin van de jaren 1990 in Boston: dertien opeenvolgende "one man" sketches die stuk voor stuk geweldig grappig zijn, en zelfs zonder in de Mr. Bean-humor te hoeven vervallen. Atkinson toont zich als een artistieke duizendpoot die meer kan dan gekke smoelen trekken en onnozel doen.





Deze twee documentaires situeren zich allebei in het hedendaagse Zuid-Afrika, een land waar ik al verscheidene malen geweest ben en dat om een onverklaarbare reden op mij een zéér diepe indruk nagelaten heeft. Het voelde telkens een beetje als thuiskomen aan de andere kant van de wereld. Vandaar dat ik ook nu nog de situatie daar regelmatig opvolg, vooral de desastreuze communistische en anti-blanke evolutie daar. De eerste documentaire duurt 90 minuten en werd door Nick Bloomfield in 2004 gedraaid. "His big white self" is het vervolg van zijn eerdere reportage "The leader, his driver and the driver's wife" over de Afrikaner Weerstandsbeweging en hun kopman Eugène Terreblanche. De AWB ontstond als extreem-rechtse knokploeg, kende tijdens de eindjaren van de Apartheid een enorme boom en wist zich mainstream te maken, maar is vandaag eens te meer een fringe-groep van ultra-rechts. Deze evolutie wordt mooi in beeld gebracht door Bloomfield. Ik heb Terreblanche steeds een intrigerend figuur, ofschoon fout, gevonden. Deze documentaire is dan ook zeker de moeite waard. De tweede werd recenter gemaakt door "Witness" en draagt de alleszeggende titel "No White in the Rainbow". Ze gaat over het gevaarlijke bestaan van de oudere blanke farmers in Zuid-Afrika en is in menig opzicht een echte ogen-opener.



Eén van mijn grootste helden uit de politiek, Congreslid Ron Paul uit Texas, was één van de themasprekers op de CPAC-conventie dit jaar. Zijn andermaal schitterende speech kan je volledig op YouTube zien.



Ook al ben ikzelf geen fan van Telefacts of hun genre van reportages, toch moet ik gerieflijk bekennen dat ik mij met bovenstaande uitzending smakelijk geamuseerd heb, tussen de talrijke momenten van plaatsvervangende schaamte in natuurlijk. Telefacts draaide een reportage onder de Vlaamse sekstoeristen in Pattaya. Na het zien van dit soort marginale toestanden verwondert mij eigenlijk niets meer.



Tenslotte nog even tijd maken voor wat eigen lof. Ik vertaalde deze maand immers de documentaire "The Soviet Story" naar het Nederlands en wacht momenteel op de proefversie om die nogmaals te checken op fouten en de synchronisatie. Normaliter moet de Nederlandse versie vanaf september in de winkels liggen. Ik kan deze documentaire met volle overtuiging aanraden. Ze was mijn tijd en energie zeker waard... Dit gezegd zijnde, hoop ik dat jullie aan deze videotips van mij iets hebben en wens ik jullie veel kijkplezier.

Read more...

11 juli 2009

Kladschrift: "We beseffen maar niet dat we in
pré-fascistische tijden leven" (Vincent De Roeck)

We leven in gevaarlijke authoritaire tijden. In de Verenigde Staten heeft Barack Hussein Obama eizona de ganse automobielindustrie en financiële sector genationaliseerd. In België vinden vakverbonden zoals UNIZO het kennelijk normaal dat de overheid aan doelgroepenbeleid doet en enkel aan hun eigen leden tegemoet komt, maar tegelijkertijd zwijgen ze wel in alle talen over het feit dat die maatregelen elders belastinggeld zullen kosten en België volgens Eurostat met 44% nu al de hoogste fiscale druk van de ganse Eurozone heeft. Iemand als een Michael Daerden vindt het verder de normaalste zaak van de wereld om rustig begrotingstekorten te blijven boeken, Westerse landen trachten elkaar in theorie wel peren te stoven, maar in de praktijk beconcurreren ze elkaar enkel maar in economische zelfmoord, en kraait er in Frankrijk al lang geen haan meer naar een structureel budgetdeficit van 7 à 8%, of lacht men in België eens zuur wanneer de Europese Commissie ook onze begroting volledig afbreekt. Het Amerikaanse "Competitive Enterprise Institute" becijferde de totale kost van regulering in de VS en kwam uit op 79,435 pagina's regels en 1,17 biljoen EUR kosten per jaar. In Europa negeerden we dat maar gewoon, we zouden anders misschien ook wel eens in onze eigen boezem moeten kijken... Want ook Europa kreunt onder superbureaucratie en stevent steevast op de klippen af.

Nochtans zou de politiek dit allemaal ook moeten beseffen. Velen vinden het ook vreemd te moeten vaststellen dat centrumrechts nog nooit zo sterk gestaan heeft in Europa dan vandaag, maar dat onze overheden nog nooit zo'n links economisch beleid gevoerd hebben. Volgens de Italiaanse krant "La Republicca" heeft dat te maken met de ideologische verwatering van de politiek en ik ben bereid hen daarin te volgen. Rechts is vandaag al even protectionistisch als links, beide hebben een ongezonde afkeer van globalisering en concurrentie, en beide aanbidden sociaal-democraten zoals een John Maynard Keynes. "La Republicca" maakt zelfs gewag van een nieuwe term: Keynesiaans rechts. De planeconomie is terug van weggeweest en ook op monetair vlak worden alle teugels gevierd. De reële mogelijkheid van hyperinflatie wordt door onze politici dan weer onterecht weggelachen als een reliek uit het verleden. We'll see.

In het aanschijn van de Verenigde Staten valt het in Europa nogal mee zullen vele analisten beweren, en ergens hebben zij gelijk. Op zich zijn de socialistische maatregelen van Barack Obama stuk voor stuk op Europa gebaseerd, en net dat maakt hun impact in Amerika zo desastreus. Obama wil een BTW invoeren, wil voortaan bureaucraten tussen patiënten en hun dokters plaatsen, wil de vastgoedmarkt nog verder verstoren, wil nog meer mensen in overheidsdienst tewerkstellen en wil Amerika afschermen van de globalisering. De impact van zijn maatregelen kan hij duidelijk niet inschatten. De vlieg die hij doodsloeg wordt de metafoor voor de belastingbetalers, en zijn regulitis zal de volgende generaties met een veel minder competitieve economie opzadelen. Om van de inflatie, zoals voorspeld door Arthur Laffer, nog maar te zwijgen, of de wetenschap dat BTW altijd de voorbode is van stijgende inkomstenbelastingen. Idem dito voor de invoering van universele gezondheidszorg die per definitie minder kwaliteit voor meer geld zal aanbieden dan de privé.

Gelukkig horen we hier en daar ook andere geluiden. Marc Rutte stelde in Nederland bijvoorbeeld het Rijnlandmodel in vraag, ironisch genoeg enkele luttele dagen nadat Yves Leterme dat model verdedigd had als toekomstideaal voor België. Zelfs in Wallonië beweegt er iets. Aan de universiteit van Namen werd het REGARD-project opgericht dat de kwaliteit van regelgeving en de kost daarvan permanent in kaart zal gaan brengen. Ik hoop dat ze er iets van bakken. Wallonië heeft het nodig. En ook in de VS lijkt de strijd al bij al nog niet gestreden te zijn en zou Obama en zijn politburo wel eens in het stof kunnen bijten. Hoe diep zijn we trouwens gevallen als zelfs een krant als de Pravda triomfantelijk de ondergang van het Amerikaanse kapitalisme kan bejubelen? Gaat er dan bij onze leiders niet eens een belletje rinkelen dat ze verkeerd bezig zijn? Iemand zou hen moeten vertellen dat deficit spending niet enkel de toekomst hypothekeert maar ook de middelen van vandaag misalloceert! De EU geeft zelfs doodleuk toe dat zij in het verleden gefaald heeft, waarom vertrouwen we diezelfde mensen dan toch voor het herstel? De staat is Robin Hood geworden, de rijken zijn kop van jut. Zij mogen weer opdraaien voor de fouten van de overheid. John Stossel noemt de aanvaarding van de Staat als redder "de fatale toegeving", en hij heeft gelijk. We graven ons eigen graf als vrije mensen.


Peter Schiff was de enige mainstream-econoom die deze crisis zag aankomen, maar naar hem werd niet geluisterd. Ook vandaag niet. Die andere nuttige idioot, Paul Krugman, krijgt natuurlijk wel het forum dat Schiff ontzegd wordt. Krugman is dé man van Obama, dé man van de herstelanalfabeten. Wat zij niet beseffen, is dat diezelfde Krugman in 2002 de FED adviseerde en die expliciet aanraadde om een vastgoedbubbel te creëren ter compensatie van de opengebarste IT-bubbel! Wat normaliter het "intellectueel Waterloo" van zulk stuk onbenul had moeten zijn, wordt met de hoofddoek van onwetendheid bedekt. De Staat heeft immers slaafse planarchitecten nodig voor haar nieuwe wereldorde, en dat is veel belangrijker dan eventuele credentials... Uiteindelijk vrees ik dat Peter Schiff het wel degelijk bij het rechte eind had toen men hem recent in een interview vroeg hoe men de Obama-maatregelen het best kon kwalificeren. "Kartelisering, nationalisering, reregularisering of alle drie?" luidde de vraag. Zijn antwoord was beangstigend: fascisme.




"Kladschrift" is een vaste column van Vincent De Roeck op In Flanders Fields waarin regelmatig korte commentaren op de actualiteit, verslagen van politiek relevante activiteiten en koppelingen naar interessante artikelen gepost zullen worden. Alle Kladschrift-columns kan u via dit online-archief ook nog eens inkijken en herlezen.




Labels:

Read more...

De Anatomie van de Crisis

-- Licht aangepaste versie van een persoonlijk emailbericht aan vrienden --

Dag allen. Het is nu precies een half jaar sinds mijn laatste bericht over de economie. Hoog tijd voor een update dacht ik zo! Vandaag gaan trekken we onze doktershandschoenen aan. We onderzoeken de vreemde kuren van de economie nu en in het verleden als symptomen van een maatschappelijke ziekte, die van de manisch-depressieve economie — onder economen beter bekend als de "boom-bust cyclus" of de "conjunctuurcyclus".

Read more...

In wat volgt probeer ik een overzichtelijk beeld te geven van het normale verloop van deze ziekte, zowel in het algemeen als toegepast op de situatie nu. Bij elk symptoom verwijs ik naar hoe dit zichtbaar is geweest in de voorbije decennia (die de aanloop vormden naar de huidige depressie). Laat je niet afschrikken door de lengte van de beschrijvingen—die dienen enkel als illustratie. Als je enkel de titeltjes leest krijg je ook al een goed beeld van de ziekte.
Eenmaal de oorzaak geïdentificeerd, de symptomen beschreven en de diagnose gesteld, gaan we over tot het maken van een prognose van het verdere verloop. Omdat we ons niet zomaar neerleggen bij de oude, tot op de draad versleten en ineffectieve behandelingen uit het verleden, stellen we tot slot ook nog een sterk medicijn voor om deze ziekte definitief te overwinnen en de economie terug gezond te maken.

De anatomie van de crisis

Aangezien ik zelf nog maar leerling ben in de economie, maak ik voor mijn onderzoek gebruik van het heldere schema dat opgesteld werd door de eminente Spaanse Professor Jésus Huerta de Soto, dat verscheen in zijn boek Money, Bank Credit, and Economic Cycles uit 1998 (pp. 506-07). In dit boek onderzoekt Professor de Soto de praktijk waarbij bankiers geld uit het niets creëren, en de gevolgen hiervan voor de economie. Hij doet dit bijzonder uitgebreid (het boek telt meer dan 800 bladzijden) en met grote kennis van economische theorie, rechtsleer en geschiedenis. Hiermee wordt hij door velen gezien als een van de grootste experten op het gebied van de dieperliggende oorzaken van crisissen in de economie. Laat ik hier voor de volledigheid nog aan toevoegen bovenvermeld boek ook het boek is dat ik momenteel aan het vertalen ben, en dat tegen het einde van dit jaar in het Nederlands zal verschijnen!

Professor de Soto, in navolging van zijn collega-economen van de Oostenrijkse School**, deelt de "boom-bustcyclus" oftewel conjunctuurcyclus, op in vijf fases: de fase van kredietexpansie, die van de kunstmatige groei, de crisis, de depressie en het herstel. Hieronder vind je ze één voor één terug. Let wel, het gaat hier niet om fenomenen die zich netjes na elkaar in de tijd voordoen. Veel van deze effecten vinden tegelijk plaats, of soms is de ene een tijdlang minder uitgesproken of minder goed zichtbaar dan de ander.

Zoals gezegd vertrekken we bij onze beschrijving van het ontstaan van de manisch-depressieve economie vanuit haar tegenpool, de gezonde economie. Dat is een economie, kort gezegd, waar contracten doorgaans op een correcte manier worden nageleefd, en waar geen bedrog op grote schaal wordt gepleegd. Voor de wereld van het bankieren betekent dat: banken die het in bewaring gebrachte geld van hun klanten ook daadwerkelijk in bewaring houden (d.i., te allen tijde beschikbaar houden voor die klanten), en die geen geld of krediet creëren dat zomaar uit het niets (uit de drukpers, of uit de computer van de bankier) komt. Beide zorgen voor een vergroting van de geldhoeveelheid, oftewel inflatie, en zijn vormen van bedrog (fraude en valsemunterij). Ze verstoren het samenleven en de economische interacties die welvaart mogelijk maken. Het pathogeen, datgene wat de economie ziek maakt, is dan het verschijnen van vals of onbetrouwbaar geld. Maar genoeg inleiding, de beschrijving van de symptomen maakt duidelijk genoeg hoe de vork in de steel zit:

a. Kredietexpansie
1. Consumptie daalt niet

Dit betekent eenvoudigweg dat mensen niet méér gaan sparen dan anders. En laat het nu zo zijn dat het net sparen is dat de duurzame groei van een economie mogelijk maakt. Bijven groeien zonder sparen is even onhoudbaar als... blijven schulden maken zonder die af te betalen. In de economie is het namelijk precies zoals in een gezin: wie wil investeren in dure gereedschappen of verbouwingen moet eerst sparen. Een grote lening werkt misschien op de korte termijn, maar op de lange termijn is leven op schuld niet houdbaar. Toch wordt de economie geforceerd om te groeien boven haar natuurlijke vermogen. De reden hiervoor is deze tweede stap:

2. De banken schrijven nieuwe leningen uit (niet gedekt door gespaard kapitaal, letterlijk 'uit het niets') op een zeer grote schaal en de rentevoet daalt (d.i., het geld wordt letterlijk goedkoper).

Dit is dus de oorzaak van de zeer goedkope leningen die werden aangeboden door vrijwel alle banken de laatste jaren. In feite dateert deze "goedkoop-geld" politiek al vanaf 1913, maar deze praktijk kwam pas echt op stoom na 1971, toen men de dollar (de munt van de wereldhandel!) loskoppelde van het goud. (Dit kan je mooi zien in deze trend, waar je ziet dat de berichtgeving over lagere rentevoeten op gang kwam in de vroege jaren '70. Zie bv. ook deze grafiek) De reden waarom de banken dit konden doen is omdat a) de overheid het legaal heeft gemaakt voor banken om leningen uit het niets te creëren (zo kan ze ook zelf regelmatig grote leningen aangaan zonder de belastingen te moeten verhogen), en omdat b) de centrale bank altijd klaarstaat om de banken te 'redden' (d.i., hen nieuwgecreëerd geld te lenen) als die in moeilijkheden komen.

3. Kapitaalgoederen stijgen in prijs

Het goedkope geld zorgt voor meer ondernemersprojecten (ondernemers denken dat de samenleving heel rijk is en zetten vele nieuwe projecten op), waardoor de vraag naar kapitaalgoederen (baksteen, staal, olie) stijgt, en daarmee ook de prijs ervan. Speculeerders, ondernemers, maar ook vele gewone werkmensen pikken op deze trend in en zien de prijzen van, bijvoorbeeld, vastgoed en olie, gedurende lange periodes alleen maar stijgen. In plaats van hun geld onder hun matras te bewaren, investeren ze het (vaak door grote leningen aan te gaan) in de kunstmatig groeiende kapitaalmarkten.

4. De prijzen op de aandelenmarkten stijgen

Door het goedkope krediet zetten bedrijven grootschaliger en langgerekter projecten op, wat hun omzet doet stijgen en tijdelijk grotere boekhoudkundige winsten oplevert. Hierdoor zullen bedrijven doorgaans ook hoger inzetten op de aandelenmarkten, alsook investeerders, met het oog op stijgende omzetten en winsten. Het gevolg is (kunstmatig) hogere prijzen op de aandelenmarkten.

5. De productiestructuur wordt kunstmatig verlengd.

Economen hebben het over het 'verlengen' van de productiestructuur als er een evolutie is van relatief korte en ongecompliceerde productieprocessen (vb. graan zaaien, de productie van een ploeg, oogsten, en bakken als productieproces van graan naar brood) naar langer durende en ingewikkelder productieprocessen (denk maar aan het gehele proces, vanaf het ontmijnen van de ijzerertsen, over het technische ontwerp, tot de verkoop in de winkel, van een moderne tractor, die dan dienstdoet enkel en alleen om het werk op het land efficiënter te maken).
Een kunstmatige verlenging van dit proces betekent dus dat ondernemers (onder stimulans van het goedkope geld) beginnen te investeren in (onderdelen van) productieprocessen die zo complex zijn dat er eigenlijk onvoldoende kapitaal bestaat om die ook af te werken.


6. Er worden grote winsten gemaakt in de kapitaalgoederensector

Kijk bv. naar de historiek van de steenkoolprijzen. In deze nieuwsberichtenstroom (van google news, een site die een zeer grote database met geschreven pers doorzoekt. De oudere resultaten lijken wel voornamelijk uit Amerikaanse pers te komen) kunnen we duidelijk de kredietcreatie in de V.S. aan het werk zien in het jaar 1890, die de crisis van 1890-1892 veroorzaakte.*** Verder lijkt het dat we in de google news resultaten, met al hun beperkingen, de hoge steenkoolprijzen kunnen zien van de inflatieperiode tussen 1896 en 1807, en ook die van de sterke inflatie van de jaren '20, de oorlogstekorten van de jaren '40, en de lange opbouw naar het jaar 2008 toe kunnen ontwaren. Als we zoeken op "rising prices", "iron" en "coke" gecombineerd, dan springen drie periodes er zo uit: de jaren 1920, de oorlogsjaren, en de voorbije tien jaar.

b. Kunstmatige groei

1. De kapitaalgoederensector vraagt meer werknemers

Op deze zoekresultatenpagina op google news kan je mooi zien hoe er wereldwijd een groei in de bouwsector werd gerapporteerd—die abrubt afnam in het jaar 2008. De grafiek toont het relatieve volume aan nieuwsberichten met "construction sector" en "growth" weer.

2. Lonen stijgen

Opnieuw is dit zeer goed te zien in de zo ekresultaten op google news, waar de lonen telkens stijgen in de zeepbel-fase van de conjunctuurcyclus. Als we zoeken op "rising wages", zijn de inflatoire jaren 20 'duidelijk afgetekend, een trend die abrubt afbreekt in 1930. Minder ver in het verleden zien we het erfgoed van de eens legendarische, en nu meer en meer beruchte, Federal Reserve (Am. Centrale Bank) voorzitter Alan Greenspan. Greenspan kocht zijn weg uit de crisis door een nooit geziene reeks van interestverlagingen, waardoor de banken makkelijker dan ooit aan klanten raakten die bereid waren hun uit het niets gecreëerd geld aan te nemen als lening. Vanaf 1987 zien we een rivier van berichten over loonsstijgingen, een veeg teken van een kunstmatig opgepepte economie. Elke omkering van de trend van kunstmatige loonsstijgingen (zoals de dot-com recessie in 2000 en de recessie na de aanslagen van 11 september) werd abrupt de kop ingedrukt door een nieuwe stroom van valse en spotgoedkope kredieten.

3. De kunstmatige groei in de economie en de aandelenmarkten wordt wijdverbreid. Ongebreidelde speculatie.

De toegenomen activiteit bij de bedrijven zorgt ervoor dat beleggers de foute indruk krijgen dat er in vele sectoren sprake is van duurzame groei, en ze investeren hun centen in aandelen om te investeren in bedrijven waarvan ze geloven dat die producten maken waar er een stabiele vraag naar is, en zodoende een graantje mee te pikken van de stierenmarkt (groeiende markt).
Deze trend zegt genoeg: "bull market" (groeiende markt, stijgende aandelen). Het is hier ook te zien dat de dotcom-zeepbel eigenlijk maar een uitspatting op de rug van een veel grotere kunstmatige zeepbel, die al sedert de jaren '70 aan het groeien is. (Aangezien de dollar, die in 1971 losgekoppeld werd van goud, de munt van de wereldmarkt was, zorgde dit ook bij ons voor kunstmatige groei)

c. Crisis

1. Monetaire vraag naar consumptiegoederen begint te stijgen (steeds meer loon- en ondernemersinkomen wordt uitgegeven aan consumptie)

Mensen sparen met andere woorden minder, en consumeren meer.

2. Op een bepaald moment groeit de kredietexpansie [het bijdrukken van geld] niet meer in een steeds toenemend tempo: de rentevoet stijgt. De aandelenmarkt crasht.

De groei van b.3. was niet duurzaam (want gebaseerd op uit het niets gecreëerde leningen) en dus moeten de aandelen op een goede dag naar beneden moeten gecorrigeerd worden. Afhankelijk van hoe groot de kredietexpansie is (zie 2.) zal die correctie ofwel eerder klein ofwel erg groot zijn.

Hier is een overzicht van de voornaamste beurzencrashes van de 19e en 20ste eeuw. Het valt duidelijk op dat de crashes steeds voorkomen na periodes van stijgende lonen, stijgende consumptie, stijgende beurzen. Hoe langer de opbouw van de zeepbel (door uitgifte van uit het niets gecreëerde krediet), hoe ernstiger de daaropvolgende beurscrash.

3. De prijs van consumptiegoederen begint sneller te stijgen dan de lonen, relatief gezien.

Dit is wat men in de volksmond en in de pers aanduidt met "inflatie". De koopkracht vermindert, zegt men ook wel. Klassiek opgeleide economen zullen zeggen dat de echte inflatie zit in de toename van de hoeveelheid geld, die kunstmatig "opgeblazen" wordt.

4. De consumptiesector maakt boekhoudkundige winsten (de vraag stijgt).

Zo doet bijvoorbeeld Colruyt het erg goed (zeker relatief, vergeleken met de andere sectoren).

5. Reële lonen dalen. Werknemers nemen de plaats in van kapitale uitrusting.

Door de minimumloonregulering kunnen de lonen bij ons nauwelijks dalen. Vrijwillige werktijdvermindering soms een oplossing, maar vaak is de enige uitweg het ontslag. Net nog kopte de VRT nieuwsdienst "Vlaamse werkloosheid stijgt met 23 procent".

6. De kapitaalgoederensector ondergaat zware verliezen. De rentevoet en de lonen stijgen.)

Neem de automobielsector: dit berichtje over RHJ international is er maar eentje in de stroom van artikels over het zware weer in autoland.

7. Men ontslaat werknemers in de kapitaalgoederenindustrieën.

Citaat uit een recent artikel van Transport Online:

"Middelbaar opgeleiden hebben meer last van de economische crisis dan hoogopgeleiden. Zij werken relatief vaak in sectoren die hard geraakt worden door de crisis, zoals de bouw, industrie en overige zakelijke diensten."

8. Ondernemers liquideren per vergissing begonnen investeringsprojecten: faillissementen en opschorting van betaling. Wijdverbreid pessimisme.

Denk maar aan de wolkenkrabbers in Rusland die niet afgewerkt raken, of het onzekere lot van bedrijven in bv. de reclamesector.

9. Meer bankfaillissementen: minder solvabele banken hebben te maken met serieuze moeilijkheden. Kredietcontractie.

In vrijwel alle ernstige economische crisissen in de geschiedenis gingen banken failliet. Een bankfaillissement heeft doorgaans één van twee oorzaken: a) de aandeelhouders, steeds alert voor de solvabiliteit van bedrijven waarin ze beleggen, beginnen in te zien dat het bankpapier (vaak door andere banken uit het niets gecreëerd) waarin "hun" bank haar activa belegd heeft in hoge mate overgewaardeerd is (wat vaak het geval is in een economie die "dronken" is door het goedkope krediet) en dat de bank in feite maar weinig of helemaal niet solvabel is. Hierdoor verwachten ze (met goede reden) een faillissement of een sterke waardedaling van de aandelen, en ze verkopen hun aandelen. De andere mogelijke oorzaak van een bankfaillissement is een initiatief van de spaarders die hun geld bij de bank in bewaring hebben gebracht. Op het moment dat het voor hen duidelijk wordt dat de bank hun geld niet netjes bewaart, waardoor ze maar een klein aandeel van de spaarders daadwerkelijk kan uitbetalen als die daarom vragen, trekken ze massaal hun geld weg uit de bank. Een andere motivatie voor spaarders om hun geld uit hun bank weg te halen is dat ze het willen verkopen omdat het steeds maar meer in waarde daalt.
Nu zijn in België drie banken op een haar na failliet gegaan:

Fortis' aandeel crashte in september 2008 tot 5,18 €, een koers die 71% lager was dan januari van dat jaar. Bijna 100 miljard (!) euro overheidssteun (in de vorm van extra staatsschuld was niet voldoende om haar van de ondergang te redden, en Fortis werd overgenomen door BNP Paribas (zie het goed gedocumenteerde Wikipedia-artikel).

Dexia zat met een liquiditeitstekort van maar liefst 100 miljard euro en werd, ook in september, gered van het faillissement. Reuters rapporteert:
Dexia, the world's largest municipal lender, received a 6.4 billion euro ($9.01 billion) bailout by France, Belgium, Luxembourg and key shareholders in September and later won state guarantees for its new borrowing.

KBC was in januari 2009 ei zo na bankroet. De Standaard schrijft:

"Sinds oktober 2008 moest KBC driemaal om overheidssteun vragen en kreeg het bijna 30 miljard euro in herkapitalisaties en overheidswaarborgen. 'Voor een bank met een balans van 425 miljard dollar (300 miljard euro) is dat een verbijsterend bedrag, dat de overheidsinjecties in Royal Bank of Scotland overstijgt', schrijft de Amerikaanse krant [New York Times]."

Het feit dat overheden banken niet toelaten om failliet te gaan is geen oplossing van het probleem, maar helaas een verergering ervan. De "geredde" banken zijn helemaal niet gered, maar eerder gaan ze door als inherent insolvabele zombie-banken, die nog steeds geld en krediet uit het niets creëren en zo de economie verder ziek maken en de crisis verlengen en verergeren.

10. Er worden opnieuw werknemers aangenomen in de sectoren die zich dicht bij de consumptie bevinden.

De mensen die ontslagen werden in de kapitaalgoederensector worden aangenomen in sectoren die in (opnieuw sterker gewaardeerde) basisbehoeften voorzien zoals voeding, veiligheid, efficiënt transport, enz.

11. Men consumeert kapitaal, en de productiestructuur wordt korter.

De artificiële verlenging van de productiestructuur (door de uit het niets gecreëerde kredieten werd meer geïnvesteerd dan eigenlijk mogelijk was met het beschikbare kapitaal) wordt nu duchtig ingekort tot een niveau die overeen stemt met het werkelijk aanwezige kapitaal in de economie. Kort gezegd: auto's Cardoen (met een kort traject tussen producent en consument) wint het met kop en schouders van de lange keten diensten die bijvoorbeeld een Mercedes-garage aanbiedt. Gedwongen door het algemene gebrek aan kapitaal (zowel bij consumenten als bij de producenten) ontwikkelen ondernemers oplossingen die passen in kortere, minder kapitaalsintensieve, productieketens. Cardoen en Colruyt, maar ook de schoenmaker om de hoek die door schoenen op te lappen een lang en duur productieproces van stof en rubber tot nieuwe schoen overbodig maakt, zijn hier voorbeelden van.


12. De productie van consumptiegoederen en -diensten vertraagt.

Door de veranderde vraag moet de economie zich aanpassen. Dit kost tijd, waardoor de productie van consumptiegoederen en -diensten vertraagt.

13. De relatieve prijzen van consumptiegoederen stijgt nog meer (verminderd aanbod en toegenomen monetaire vraag).

Net zoals de economische crisis is ook dit een wereldwijd fenomeen geworden, zichtbaar vanaf begin dit jaar. Zie dit diagram van de Verenigde Naties.

14. Het nationale inkomen en de lonen dalen in reële termen.

Met "lonen dalen in reële termen" bedoelt prof. de Soto niet dat mensen daarom minder zullen worden uitbetaald, maar wel dat de koopkracht van het loon dat ze verdienen, daalt. Dit is het direkte gevolg van de inflatie van de geldvoorraad; het "bijdrukken" van nieuw geld.

d. Herstel

Eens de heraanpassing heeft plaats gevonden kan een toename in vrijwillig sparen zorgen voor herstel.

Zover zijn we nog niet. Maar om alvast een voorsmaakje te geven wat we kunnen verwachten als men stopt met geld bijdrukken en het herstelproces (met de pijnlijke faillissementen) op zijn beloop laat:

  1. Mensen consumeren minder. Consumptiegoederen dalen in prijs.
  2. Boekhoudkundige Winsten dalen in de consumptiegoederensector.
  3. Reële lonen nemen toe. [stijgende koopkracht van lonen door goedkopere consumptiegoederen]
  4. Kapitale werktuigen nemen de plaats in van werknemers
  5. De marktrentevoet daalt (doordat er meer gespaard geld beschikbaar is). De aandelenmarkt toont gematigde groei
  6. Kapitaalgoederen stijgen in prijs (door een grotere vraag ernaar, de vervanging van werkkracht door machinale productie, en de daling van de rentevoeten)
  7. De productie van kapitaalgoederen stijgt
  8. Werknemers worden ontslagen in de consumentensector en worden aangenomen in kapitaalgoederen industrieën.
  9. De productiestructuur wordt permanent verlengd [de economie produceert producten op een complexere, effectievere manier]
  10. De productie van consumptiegoederen en -diensten neemt sterk toe, terwijl de prijs ervan daalt (toegenomen aanbod en dalende monetaire vraag). De lonen en het nationaal inkomen stijgt permanent in reële termen.

Voorschrift en prognose

We hebben hierboven de oorzaken en symptomen van de ziekte uitgebreid beschreven. Daaruit is duidelijk geworden dat de kern van het probleem het uit-het-niets-creëren van geld en krediet door banken is, wat zorgt voor een langdurige "high" met daarna een onvermijdelijke kater.

Voorschrift

Ons voorschrift is even eenvoudig als dat het pijnlijk is: Cold Turkey! Onze economie moet afkicken van de drugs van het goedkope krediet dat het bloed van de economie, het geld, altijd maar verder verdunt en verziekt. Banken mogen niet langer worden toegelaten geld uit het niets te creëren, en de centrale bank moet ophouden te bestaan. Die laatste maakt het geld op een kunstmatige manier goedkoop door haar macht over de rentevoet (die vroeger gewoon door vraag en aanbod werd bepaald). Dat is interessant voor overheden en banken, die altijd om nieuw geld verlegen zitten en graag goedkoop willen lenen, maar tegelijk brengt het alle ondernemers in de economie helemaal van de wijs, met de bekende schade vandien. Een tweede reden waarom de centrale bank moet ophouden te bestaan is dat ook zij geld en krediet uit het niets creëert (in de vorm van leningen aan banken).

Prognose

Normaalgezien maakt een dokter éérst een prognose en geeft hij dan een voorschrift, maar in ons geval proberen we in onze prognose te zien of de patiënt het broodnodige medicijn wel zal innemen... Zullen ze de schadelijke Centrale Bank afschaffen? Zullen onze overheden de onverantwoordelijke en wankele banken laten failliet gaan? Zullen ze toelaten dat grote bedrijven, die producten maken waar de bevolking momenteel letterlijk geen geld voor over heeft, failliet gaan, met grote tijdelijke werkloosheid tot gevolg? Zullen ze het mogelijk maken dat de lonen een tijdlang serieus dalen om het herstelproces mogelijk te maken? En, last but not least, zullen onze overheden ophouden met banken toe te staan om geld uit het niets te creëren en daarbij ook de zeer schadelijke, en nergens anders in de economie vertoonde, faillissementsbescherming laten varen?

Ik ben geen pessimist, maar ik denk dat het realistische antwoord op al deze vragen, ten minste voor de jaren die nu volgen, nee zal zijn. Je kan een probleem niet oplossen met het middel waardoor het gecreëerd is—en dat is precies wat je doet als je een schuld- en fraudeprobleem oplost door nog méér schuld en fraude. Het lijkt er dan ook sterk op dat deze crisis, die nu al de grootste sinds de Grote Depressie genoemd wordt, nog jaren zal aanslepen.
De enorme stimuluspakketten van de laatste weken en maanden, gecombineerd met het zomerlijke vakantiegevoel, zorgt momenteel voor een tijdelijk toegenomen activiteit in de economie. Maar het huis blijft even wankel. Dit is wat Fernand Huts, de CEO van Katoen Natie, enkele dagen geleden aan De Tijd vertelde:

De grote capaciteitsinkrimping moet nog komen. Er zal iets moeten gebeuren met de overcapaciteit bij textielbedrijven, in de metaalsector of in de auto-industrie. (...)

In juli en augustus gebeurt er niets. De directeurs zijn weg. Het is vakantie. Mensen hebben nog een zeker gelukzalig gevoel. Het zonnetje schijnt. Nu heeft niemand goesting om failliet te gaan. Het koppeke van de bedrijfsleiders staat er niet naar. Ja, dat is zo. "Kom schat", zeggen ze, "we gaan het er nog eens van pakken. We gaan eens nadenken over onze toekomst in Spanje of Italië". Maar in september komt iedereen terug en dan worden de beslissingen genomen. En in oktober is het patat.

Wat te doen?

Ik ben geen econoom en heb ook geen glazen bol. Ik weet het dus niet :-) Maar ik denk wel dat de vraag "wat is er precies aan de hand?" vooraf dient te gaan aan de vraag "wat te doen?". Bij uitdagingen die het ingewikkeldst van al lijken, zoals de situatie vandaag in de economie, is een duidelijke beschrijving van wat er gaande is voldoende om helder te krijgen waar de mogelijkheden zitten om ze te overwinnen. De tekst hierboven is een poging om zo'n beschrijving te geven. Ik hoop dat het je aanzet om zelf verder op onderzoek te gaan.

Tot slot

Als je wat ziet in dit bericht en je denkt dat het andere mensen kan helpen, stuur het dan gerust door naar vrienden of kennissen. Omdat ik het belangrijk vind om op een onafhankelijke aan educatie en onderzoek naar economie en recht te kunnen doen, en omdat ik denk dat de ideeën van briljante wetenschappers als Professor de Soto sterk onderbelicht zijn in het Nederlandse taalgebied, werk ik dagelijks mee aan de uitbouw van het Murray Rothbard Instituut. We organiseren gratis toegankelijke seminaries en meerdaagse bijeenkomsten, publiceren teksten en boeken. Onze website is rothbard.be en hier kan je je inschrijven op de nieuwsbrief. Om echt onafhankelijk te kunnen zijn aanvaarden we geen subsidies van de overheid of bedrijven, maar enkel van personen die onze werking uit eigen naam willen steunen. Sinds kort is het ook mogelijk om ons te investeren door lid te worden van het instituut, waartoe ik je hierbij dan ook van harte wil uitnodigen—uiteraard enkel als je vindt dat we echt een meerwaarde leveren!

Laat ik afsluiten met deze video, van een ondernemer die ontdekte dat al zijn spaargeld in rook was opgegaan, geld dat hij had belegd bij de grootste fraudeur aller tijden, Bernard Maddoff, maar die ervoor koos niet bij de pakken te blijven zitten: "What Bernie Madoff Couldn't Steal From Me".

Hartelijke groet,
Tuur

*Zie hierover de artikels "productie versus consumptie" en "de spaarparadox".

**De Oostenrijkse School in de economie ontwikkelde een omvattende verklaring voor het voorkomen van cyclussen van "boom" en "bust" in de economie. Friedrich von Hayek won er in 1974 de nobelprijs voor. De voorbije decennia werd echter de voorkeur gegeven aan de op korte termijn makkelijkere oplossing van het uitstellen van recessies en depressies door gewoon nieuw geld te uit het niets te creëren. Het voortdurende uitstellen van de broodnodige herstelprocessen heeft onder meer geleid tot de enorme kredietzeepbel waar de wereld vandaag mee te maken heeft.

***Op p. 486 van zijn boek schrijft Prof. de Soto:
"Credit expansion spread throughout the world in the form of loans directed mainly to South America. Shipbuilding and heavy industry developed rapidly. The crisis arose in 1890, and the depression lasted until 1896. The usual bankruptcies of railroad companies, collapse of the stock market, crisis in the iron and steel industries, and unemployment made a violent appearance, as is typical in all depression years following a crisis."

Read more...

10 juli 2009

Alweer een jaar dichter bij Vlaamse onafhankelijkheid? (4) (Hoegin)

Koning Albert IIVandaag sluiten we de reeks over het afgelopen jaar af met enkele beschouwingen over koning Albert II, en maken we de eindbalans op. Is de taak van koning Albert II er gemakkelijker op geworden, of is de koord waarop hij moet dansen dit jaar alweer wat slapper komen hangen?

Koning Albert II hoeft voorlopig zeker nog niet te vrezen voor een spontane volksopstand die hem uit zijn paleizen zal komen verdrijven, maar het is toch duidelijk dat hij het afgelopen jaar een aantal steken heeft laten vallen. In 2007 had hij al de indruk nagelaten zich eigenlijk niet zo erg te bekommeren om zijn feitelijke job: er zijn wanneer de politici hun poppenkast in Laken willen opvoeren. Op vakantie gaan naar Zuid-Frankrijk stond blijkbaar een plaatsje hoger op zijn prioriteitenlijst dan zijn rol te spelen in de formalismen rond de regeringsonderhandelingen. Dit jaar organiseerde hij dan weer een stoet van oude krokodillen naar aanleiding van de Fortis-crisis, met als toppunt een Wilfried Martens die met vrouw en kinderen teruggeroepen werd uit Eurodisney om het land te komen redden. Had men nog beter kunnen illustreren dat de koning en zijn raadgevers op een totaal andere planeet wonen dan de modale Vlaming of Franstalige?

Liet koning Albert II enkele steken vallen, hét zwaard van Damocles boven de kroon (en heel het land) is en blijft natuurlijk prins Filip, de troonopvolger. Koning Albert II mocht zopas zijn 75ste verjaardag vieren en werd daarmee de langst levende Belgische vorst ooit. Dat hij zulke records breekt hoeft eigenlijk niet te verbazen met de stijgende algemene levensverwachting, maar eeuwig jong blijft de koning natuurlijk niet. Ter vergelijking: in Nederland gonsde het op de laatste Koninginnedag van de geruchten dat zijn ambtgenote koningin Beatrix haar aftreden zou afkondigen, en zij is vier jaar jonger dan hem. In België roept echter niemand om een vervroegd aftreden van de koning. De vraag is immers al lang niet meer óf België zal kunnen overleven met een koning Filip aan het roer, maar eerder hoe lang België dat zal kunnen overleven. Niemand van de gevestigde machten wil dat proces vroeger dan strikt noodzakelijk inzetten. Dat prins Filip vrijwillig de kroon aan zich voorbij zou laten gaan, kan trouwens rustig uitgesloten worden.

Wat ook vast staat, is dat de job van koning Albert II er het laatste jaar een pak moeilijker op geworden is. Een derde van de zitjes in het Vlaams Parlement wordt nu reeds bezet door leden van separatistische partijen. De Brusselse haute finance heeft het afgelopen jaar een zware opdoffer moeten incasseren waarvan het nog steeds niet hersteld is, en waarvan het misschien ook nooit meer zal weten te herstellen. Zelf maakte hij geen al te beste beurt, en ondertussen blijft de klok om de BHV-tijdsbom onbarmhartig verdertikken. Echt kwalijk kan je het koning Albert II dus niet nemen wanneer hij liever zijn vakanties doorbrengt in het Zuiden van Frankrijk dan in «eigen» land.

Wat de Vlaamse onafhankelijkheid betreft is er het laatste jaar duidelijk vooruitgang geboekt, maar dat betekent nog niet dat die onafhankelijkheid er op korte termijn al zit aan te komen. Het dossier-Brussel-Halle-Vilvoorde kan natuurlijk altijd nog voor een kettingreactie zorgen die uiteindelijk uit de hand loopt. Ondanks de vooruitgang kan men immers rustig stellen dat de kans dat er vóór de volgende regionale verkiezingen van 2014 nog een zogenaamde «EOV» (eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring) komt bijzonder klein is.

Labels: , , ,

Read more...

8 juli 2009

Alweer een jaar dichter bij Vlaamse onafhankelijkheid? (3) (Hoegin)

stembusNa de Fortis-saga en Brussel-Halle-Vilvoorde is het vandaag tijd om stil te staan bij de resultaten van de regionale verkiezingen van 7 juni. De regeringsvorming is op het moment dat dit geschreven wordt nog volop aan de gang, maar dat het een coalitie van CD&V, sp.a en N-VA zal worden, lijkt ondertussen vrijwel zeker. Maar zal zo'n coalitie ook de Vlaamse onafhankelijkheid dichterbij kunnen brengen?

Op 7 juni werd eens te meer duidelijk dat België niet meer bestaat, voor zover het ooit al bestaan zou hebben. Vlaanderen stemt grotendeels centrum-rechts, Wallonië centrum-links. Partijen die er op los liegen en in allerlei onverkwikkelijke affaires verzeild raakten kregen in Vlaanderen klappen, maar de PS hield in Wallonië stand, ondanks een nieuwe reeks schandalen vlak voor en tijdens de verkiezingscampagne. En ook al beweren sommigen dat het separatisme in Vlaanderen nog steeds een marginaal verschijnsel zou zijn, meer dan een derde van de Vlamingen was er in ieder geval niet te beroerd voor om op een openlijk separatistische partij te stemmen. Wie zegt dat het er volgende keer niet nog meer zullen zijn?

We hadden het gisteren reeds over de mogelijke rol van de N-VA in de komende Vlaamse regering. De partij heeft het laatste jaar een lange weg afgelegd. Een jaar geleden zat de N-VA nog in kartel met de CD&V, zij het dat de relatie niet meer was wat ze ooit geweest was, en maakte deel uit van de Vlaamse Regering. Zij werd later uit die regering gestoten, toen ze haar vertrouwen in de federale regering opzei. Vandaag onderhandelt zij echter mee over een nieuwe regering, niet als aanhangsel van een andere partij, maar als een volwaardige partner. Wie zou een jaar geleden voorspeld hebben dat de N-VA op haar eentje meer dan tien procent van de stemmen zou halen, en afgetekend groter zou worden dan Lijst Dedecker?

Met de N-VA in de Vlaamse Regering riskeert de CD&V op termijn opnieuw gegijzeld te worden door die partij. Bovendien doet met die partij de zogenaamde Maddens-doctrine haar intrede in die regering. Vlaanderen als demandeur de rien, het is eens anders dan met de neergeslagen blik en de klak in de hand te staan bedelen om enkele kruimels terwijl men het brood zelf betaald heeft, om dan nog afgesnauwd te worden en om extra geld gevraagd te worden. En het nog te betalen ook! (En zoals in het geval van de plantentuin van Meise, nog een tweede en straks misschien nog een derde keer ook…) Of die Maddens-doctrine ook zal volgehouden worden en effectief zal werken is nog een andere vraag. Iedereen weet immers dat de ruggengraat niet bepaald het sterkst ontwikkelde lichaamsdeel is van onze «Vlaamse» politici. Inderdaad, het is moeilijker een socialist voorbij een berg geld te krijgen dan een hond voorbij een worst, maar nog moeilijker is het een Vlaams politicus te doen afzien van een Belgisch bord linzensoep.

Wat zijn de gevolgen van de verkiezingen van 7 juni op langere termijn? Beginnen we bij een partij die op dit ogenblik politiek weinig relevant is: Groen!. De partij deed het niet goed, maar had het anderzijds ook nog slechter kunnen doen. Vermoedelijk zal alles binnen de partij verder blijven kabbelen op hetzelfde tempo als dat van de laatste jaren, al valt natuurlijk niet uit te sluiten dat enkele drenkelingen vanuit de SLP voor enig animo zouden kunnen zorgen. Open Vld en sp.a zullen de komende maanden hun wonden likken, de ene in de federale regering en de andere in de Vlaamse, en zich in beide regeringen wat proberen te profileren. Of één van hen het verschil zal kunnen maken, valt echter sterk te betwijfelen. Geen van de twee heeft er waarschijnlijk zin in om op beide niveaus in de oppositie te belanden. Lijst Dedecker en Vlaams Belang hebben dan weer hun eigen problemen. De eerste heeft psychologisch een blauwtje opgelopen, ondanks de winst, en heeft bovendien een probleem rond haar personeel. Een partij die in Vlaanderen een rol van betekenis wil spelen kan het zich eigenlijk niet veroorloven in Antwerpen vooral haar energie te stoppen in een interne ruzie. Vlaams Belang zal zich moeten bezinnen over haar strategie voor 2011, vooral dan in verhouding tot haar directe concurrenten Lijst Dedecker en N-VA. Over de N-VA zelf hadden we het gisteren al: die partij zal de komende maanden en jaren meer dan eens voor moeilijke beslissingen geplaatst worden.

Blijft nog de CD&V over. Van nature uit is die partij in Vlaanderen de beleidspartij bij uitstek. Bovendien heeft zij er op korte termijn absoluut geen belang bij om een in Vlaanderen of België één of andere revolutie te ontketenen, en zal dus in beide regeringen als een sterk stabiliserende factor optreden. De enige joker in het spel is Kris Peeters, en dan vooral diens ambitie. Zal hij er genoegen mee blijven nemen Minister-President van Vlaanderen te blijven tot 2014, of wil hij eerder vroeg dan laat de post van Herman van Rompuy overnemen? Dat Herman van Rompuy niet zou willen doorgaan als federaal Eerste Minister na de verkiezingen van 2011 lijkt onwaarschijnlijk, maar misschien is er wel iets mogelijk voor Kris Peeters in 2015 (tenzij de federale verkiezingen vervroegd worden om samen te vallen met de regionale en Europese verkiezingen van 2014). Dat de ambities (en de durf!) van Kris Peeters zo groot zouden zijn dat hij zich nog liever op korte termijn zou laten uitroepen tot Vlaams president dan een politieke eeuwigheid te zitten wachten tot het hoogste postje van het land eindelijk voor hem zou vrijkomen, durf ik echter sterk te betwijfelen.

Morgen: Naar het einde van het regnum van koning Albert II?

Labels: , ,

Read more...

7 juli 2009

Alweer een jaar dichter bij Vlaamse onafhankelijkheid? (2) (Hoegin)

Brussel-Halle-VilvoordeGisteren blikten we even terug op de Fortis-saga, zoals ze zich de laatste maanden ontwikkelde. Aanvankelijk dachten de Franstaligen dat ze een voordelige zaak zouden kunnen doen, maar kwamen ze lelijk bedrogen uit. Vandaag hebben we het over Brussel-Halle-Vilvoorde, met als belangrijkste gebeurtenis: dat er een heel jaar voorbij is gegaan, zonder dat er veel meer gebeurd is dan dat er een nieuw belangenconflict ingeroepen werd.

Brussel-Halle-Vilvoorde dus. Waarrond het overigens al enkele maanden bijzonder stil is, en dat mag gerust bijzonder merkwaardig genoemd worden. Het laatste belangenconflict dateert ondertussen immers al van midden januari, straks een half jaar geleden dus, en nog steeds is de termijn van 120 dagen niet voorbij. Misschien hoeft het ook niet te verbazen, met aan het hoofd van de federale regering een lid van een partij dat in de loop van de afgelopen vijf jaar al drie keer naar de kiezer is getrokken met de belofte van vijf minuten politieke moed. Als die vijf minuten wel vijf jaar kunnen duren, en de Vlaamse kiezer in het bedrog blijft trappen, waarom zouden die 120 dagen dan niet meer dan een half jaar kunnen duren? Het is ondertussen duidelijk dat zelfs in de meest ruime interpretatie van de termijnen rond de belangenconflicten de wet hoegenaamd niet gerespecteerd wordt. De opeenvolging van belangenconflicten zoals we die nu meemaken is trouwens in ieder geval in strijd met de geest van de wet.

Probleem is dat zelfs al spelen de pers en de leidende politici onder één hoedje –in welk ander land zou de pers immers zulke onzin toedekken in plaats van het bedrog luidkeels aan te klagen?– Brussel-Halle-Vilvoorde niet vanzelf zal verdwijnen. Naar verluidt speelt de CD&V nu zelfs al met het ideetje om terug te keren naar de arrondissementele kieskringen van weleer, dus mét tweetalig Brussel-Halle-Vilvoorde. Een grotere afgang voor die partij kan men zich nauwelijks voorstellen, maar voor een man als een Herman van Rompuy, die duidelijk de Belgische belangen veel hoger stelt dan zijn eigen partijbelangen, vormt dat geen enkel probleem, zolang sire maar niet werkloos dreigt te worden. Je vraagt je uiteindelijk af hoe het toch mogelijk is, en welke geestesgesteldheid er eigenlijk nodig is om die rol te blijven spelen. Een Guy Verhofstadt zou zijn eigen moeder verkocht hebben om aan de macht te blijven, maar een Herman van Rompuy zou ze als kampbewaker zonder verpinken eigenhandig in de gaskamer gestopt hebben om sire te plezieren, om zich nadien op de borst te kloppen omdat hij zijn «verantwoordelijkheid» genomen heeft.

Vroeg of laat zal echter het uur van de waarheid aanbreken, en zal in de Kamer over Brussel-Halle-Vilvoorde gestemd moeten worden. Men kan de belangenconflicten niet eindeloos rekken, laat staan ze ook over de volgende federale verkiezingen tillen. In dat opzicht is de CD&V zich op Vlaams niveau op dit ogenblik waarschijnlijk behoorlijk in de nesten aan het werken, door een coalitie te willen aangaan met de N-VA. Zal die partij het immers willen riskeren in 2011 naar de kiezer te gaan zonder een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde, terwijl ze via de Vlaamse regering geassocieerd wordt met die vermaledijde CD&V die zo haar best heeft gedaan die splitsing tegen te houden, tegen haar eigen verkiezingsbeloftes in? De N-VA heeft reeds eerder bewezen er niet bang voor te zijn een regering te verlaten als dat nodig is. Als die partij dat ook durft wanneer ze in die regering numeriek nodig is, zou ze de CD&V wel eens flink in te rats kunnen zetten. Of rekent men er daar dan weer op dat de Open Vld wel zal willen bijspringen wanneer het zover is?

Een andere vraag is natuurlijk wat de houding van de Franstaligen zal zijn. Zullen zij het zo hard willen spelen dat ze nog liever de federale regering laten vallen met een communautaire verkiezingscampagne als gevolg, dan Halle-Vilvoorde op te geven? En dat misschien wel op een ogenblik dat België voorzitter is van de Europese Unie? Of rekent men er daar op dat de Vlamingen, en in het bijzonder de CD&V, uiteindelijk wel zullen plooien, om het land zo'n «Tsjechische» schande te besparen? Anderzijds houdt een communautaire verkiezingscampagne het gevaar in dat de nationalistische partijen in Vlaanderen extra wind in de zeilen krijgen, niet bepaald een gunstig gegeven voor een vlotte regeringsvorming achteraf. Indien op die manier het federale niveau opnieuw een jaar of meer op apegapen ligt, terwijl de Vlaamse regering zich assertief opstelt onder druk van zowel N-VA als sp.a, zou het wel eens kunnen dat de Franstaligen ook in dit dossier uiteindelijk vooral zichzelf in de voeten zullen geschoten hebben. Een betere manier om in Vlaanderen de separatistische geesten te doen rijpen kan men zich immers amper voorstellen.

Morgen: De regionale verkiezingen van 7 juni

Labels: , ,

Read more...

Mijn vijf favorieten voor de GOP in 2012
(Vincent De Roeck)

Een kleine drie jaar voor de start van de volgende presidentiële voorverkiezingen in de Verenigde Staten is het natuurlijk nog koffiedik kijken naar de potentiële kandidaten, laat staan naar het uiteindelijke genomineerde duo. Bij de Democraten zullen dat zonder twijfel wel Barack Hussein Obama en Joe "Gaffe" Biden, de huidige president en vice-president, zijn, maar bij de Republikeinen ligt er nog niemand echt in poolpositie. In deze blogpost zal ik even kort stilstaan bij mijn vijf favorieten voor 2012, en ook nog even mijn licht laten schijnen over andere mogelijke Republikeinse kandidaten.

Mijn eerste favoriet beantwoordt volledig aan het gezegde van James Carville, “Running for president is like having sex, most men can't do it only once.” Ik heb het natuurlijk over Mitt Romney, de gewezen gouverneur van Massachussetts en een kandidaat in de vorige primaries. Romney heeft de middelen om een nieuwe campagne op poten te zetten, heeft met zijn verleden als ondernemer, manager van sportwedstrijden en politicus wel een CV waarop hij kan bouwen, en straalt in deze Keynesiaanse tijden misschien net de “change” uit die Amerika zo wanhopig nodig heeft. Romney stond bekend om zijn flip-flops, zijn haarstijl en zijn mormoonse overtuiging, maar bovenal leerde Amerika hem kennen als een degelijke fiscale conservatief die ook centrumkiezers en progressieven voor zich won. Ik vertrouw hem en denk dat hij het libertarisme zeker van dienst zal kunnen zijn.

De tweede in mijn rijtje is Bobby Jindal, de gouverneur van Louisiana, en één van de rijzende sterren binnen de GOP. Hij is een Indische Amerikaan en dus per definitie makkelijker aanvaardbaar voor de minderheidsgroepen in de Verenigde Staten. Zijn vrouw, Supriya Jolly, wordt dan weer als de Republikeinse Michelle Obama gefêteerd en Jindal geniet tevens de onvoorwaardelijke steun van Republikeinse middenveldorganisaties zoals de NRA en de ACU. Hij was eerder dit jaar zelfs de “keynote speaker” op de CPAC-conventie. Voor libertariërs zoals mezelf is het “track record” van Bobby Jindal ook voer voor interessante vooruitzichten. Jindal is voor wapens, tegen centralisering, voor belastingverlagingen, tegen regulering en tegen elke vorm van stimulusplan. Bobby Jindal is evenwel ultra-conservatief als het op ethische thema’s aankomt en een al even uitgesproken neoconservatief op vlak van terrorismebestrijding.

Mijn derde, en misschien wel grootste, favoriet is Mark Sanford, de gouverneur van South Carolina, en een nauwe bondgenoot van Ron Paul toen die nog samen in het Congres zitting hadden. Sanford was lange tijd de voorzitter van de gouverneursbond en gold tot enkele dagen geleden als een toonbeeld van ingetogenheid en traditionele deugdelijkheid. Het onlangs opbiechten van een buitenhuwelijkse relatie heeft dat imago wel wat schade berokkent, maar Sanford blijft nog stevig in het zadel. Daarbij is het misschien goed dat dit soort skeletten nu uit de kast vallen en niet tijdens de primaries zelf. Sanford weigerde stimulusgeld voor zijn staat, maar werd door een rechtbank deze maand gedwongen om het toch aan te nemen. Verder verzet hij zich sterk tegen belangengroepen en corporatisme, en maakte hij veelvuldig gebruik van zijn gouverneursveto in budgettaire aangelegenheden. Ooit dreef hij zelfs een bende varkens het deelstaatsparlement in als verzet tegen de “pork barrel spending” van de parlementsleden. Sanford gelooft heilig in lokalisme en een minimale staat, en omschrijft zichzelf vaak als economisch libertair. Dat soort statements klinkt mij alvast als muziek in de oren.

Een andere favoriet van mij is Charlie Crist, de gouverneur van Florida, en misschien wel een atypische Republikein. Net zoals Arnold Schwarzenegger in Californië is Crist begaan met het milieu, fiscaal vrij strikt maar economisch centristisch, ethisch progressief en bereid resoluut te kiezen voor een assertief opengrenzenbeleid. Crist weigert ook steevast om zichzelf als conservatief te outen. Hij houdt vast aan een “non-ideological” profiel, en laat het nu net dat soort “outreach” en bruggen bouwen zijn dat de Republikeinen in 2012 misschien opnieuw in het Witte Huis kan krijgen, zeker in combinatie met een uitgesproken Rush Limbaugh-adept als runningmate.

Tenslotte reken ik ook nog iemand als John Thune onder mijn vijf favorieten. Thune maakte als jongeling carrière in de Reagan-administratie en beschouwt Barry Goldwater als zijn grote voorbeeld. Thune kon ook in diens voetstappen treden door in 2005 de zittende fractieleider van de Democraten in de Senaat, Tom Daschle, te wippen, net zoals Goldwater zelf het hem in 1952 had voorgedaan. Thune is senator voor South Dakota en de enige met een 100-rating van de ACU. Thune is een strikte constitutionalist en een godsvruchtig conservatief. Zeker in combinatie met een iets softere Republikein of grotere centrist aan zijn zijde zou hij wel eens de verrassing van 2012 kunnen worden. Ik gun het hem alvast van harte.

Natuurlijk zijn er naast dit vijftal ook nog andere potentiële kandidaten voor de Republikeinse voorverkiezingen van 2012. Mijn held Ron Paul zal daartegen te oud zijn, maar misschien kan zijn zoon Rand Paul, die in 2010 normaliter kandidaat zal zijn voor de Senaat, de libertarische erfenis van zijn vader voortzetten. Ook gevestigde waarden als een Sarah Palin, een Jeb Bush, een Mike Huckabee, een Condoleezza Rice of een Tim Pawlenty komen opnieuw in beeld, net als de eeuwige maybe’s Newt Gingrich en Dennis Hastert, allebei gewezen Speakers. En ook partijprominenten als een John Boehner of een Mitch McConnell, de huidige GOP-fractieleiders in de twee kamers, of één van hun voorgangers Tom DeLay, Trent Lott of Bill Frist, maken natuurlijk nog altijd een kans om eveneens in deze primaries te schitteren. Tenslotte ook nog even melden dat senator Lindsay Graham misschien wel de enige échte underdog zal zijn in de voorverkiezingen van 2012. Ook deze notoire vrouwenloper, deze centrumconservatief op binnenlands vlak en ultra-havik op buitenlands vlak, en - vooral - deze maar al te graag geziene gast in Amerikaanse talkshows, wil ik nog niet onmiddellijk afschrijven.

Read more...

6 juli 2009

Alweer een jaar dichter bij Vlaamse onafhankelijkheid? (1) (Hoegin)

VlaanderenDra is het weer 11 juli, en daarom past het eens na te denken over het afgelopen jaar. Staan we vandaag een jaar dichter bij de Vlaamse onafhankelijkheid dan een jaar geleden? Louter objectief bekeken is het antwoord natuurlijk ja, maar wat is het antwoord als we de vraag subjectief benaderen? Om dat te weten te komen, overlopen we het afgelopen jaar de komende dagen aan de hand van vier thema's: de Fortis-saga, Brussel-Halle-Vilvoorde, de regionale verkiezingen van 7 juni, en tot slot koning Albert II, die ook alweer een jaartje ouder geworden is.

Ongetwijfeld de belangrijkste gebeurtenis van het afgelopen jaar is het totale debacle dat de Belgische haute finance heeft moeten ondergaan in de affaire-Fortis. Als de zaak al één ding aantoont, dan wel dat leedvermaak niet altijd moreel verwerpelijk hoeft te zijn. Na de hybris van de Brussels salons ten tijde van de overname van ABN Amro –men zou die Bataven eens een poepje laten ruiken en behandelde hen daar ook naar– ontmoetten zij hun nemesis in de figuur van Nederlands Minister van Financiën Wouter Bos. Er bestaat dus blijkbaar toch nog gerechtigheid, en ik zie werkelijk niet in waarom we daar niet verheugd over zouden mogen zijn!

De zoete wraak die Brussel vanuit Nederland mocht ervaren was echter slechts een kleine inleiding tot de kapitale fout die Franstalig België vervolgens maakte: de doorverkoop van de resten van Fortis voor een appel en een ei aan een Parijs. En die doorverkoop werd doorgevoerd in zeven haasten, duidelijk gestuurd vanuit het kabinet van Didier Reynders die samen met de rest van de MR dacht dat hij hiermee een enorme slag kon slaan pour la Belgique une et indivisible. Er was inderdaad haast bij om te vermijden dat één of ander Vlaams politicus een stokje zou steken voor de hele operatie met bijvoorbeeld de onnozele vraag of er misschien nog andere geïnteresseerde kandidaat-overnemers waren, die zelfs bereid waren meer geld op tafel te leggen. Deutsche Bank bijvoorbeeld, om nu maar één voorbeeld te noemen. Stel je het echter eens voor: eerst de broek afgedaan worden door die dekselse kaasvreters uit het Noorden, en dan de rest nog moeten doorverkopen aan die andere wilde volksstam uit het Oosten – het zou er dan alleen nog maar aan ontbreken dat ook nog één of andere Angelsakser ergens een lekkere winst kwam opstrijken. Neen, het moest en het zou dus Parijs worden. Dat men vervolgens vanuit die hoek dubbel gestroopt werd, één keer via Fortis en nog een keer via Dexia, was natuurlijk buiten die Franse waard gerekend.

Sindsdien heeft de ontnuchtering zich in Franstalig België ingezet. Zeker, ook in Vlaanderen heeft menigeen geld verloren aan Fortis, maar daar is men het nu eenmaal gewoon zonder al te veel morren zijn geld af te geven aan Franstaligen. (Of wat dat betreft, door een combinatie van Nederlandse nuchtere zakelijkheid en Franstalige achterbakse kuiperijen eens ferm in 't zak gezet te worden.) Aan Franstalige zijde ligt dat psychologisch anders. Daar denkt men immers dat aan het einde der Belgische tijden de redding wel uit Frankrijk zal komen. Laat het nu echter zo zijn dat men het afgelopen jaar precies vanuit die hoek niet alleen in de steek gelaten werd, maar zelfs genadeloos gepluimd werd. Wanneer men reeds van tevoren opgescheept zit met een verlatingsangst om u tegen te zeggen –Bye, bye, Belgium, nietwaar…– dan is het duidelijk dat zulks nieuws bijzonder hard kan aankomen.

Netto resultaat van dit alles? Eén van de steunberen van de Belgische constructie, de haute finance, ligt zo goed als volledig aan diggelen. Van figuren als een Maurice Lippens of een Etienne Davignon hoort men niets meer, daar waar zij vroeger nog wel eens opgevoerd werden om de bevolking in het driekleurige gareel te doen lopen. En zelfs achter de hand gehouden werden om desnoods maar een zakenkabinet op te starten als de politici geen nieuwe federale regering meer zouden kunnen vormen. Dat enkele Franstalige politici het bovendien nodig vonden om in volle crisis enkele weinig subtiele pogingen te ondernemen om ook het «Vlaamse» KBC dan maar te kelderen als Fortis er toch moest aan geloven, hielp de Belgische zaak niet bepaald verder. En nog minder toen bleek dat de Vlaamse regering, in tegenstelling tot de Belgische, wel tot handelen in staat bleek. Men had Vlaamse twijfelaars die nog altijd dachten dat het zonder België niet zou lukken niet effectiever van het omgekeerde kunnen overtuigen…

Morgen: Brussel-Halle-Vilvoorde

Labels: , , , , ,

Read more...

Geen thuismatch voor Oscar (vpmc)

“Het Westen en het Oosten kunnen elkaar maar moeilijk begrijpen”, zo begint Oscar van den Boogaard zijn columnpje in De Standaard vandaag, en er zit veel waarheid in die woorden.
Kipling had een dergelijke gedachte eerder. Hij formuleerde die misschien zelfs nog krachtiger en mooier met: Oh, East is East, and West is West, and never the twain shall meet, maar wij moeten bedenken dat Kipling een dichter was, en dat tenslotte zelfs in halfbakken vorm een waarheid een waarheid blijft, en dus herhaald mag worden.
Laten we eens kijken wat Oscar verder nog weet over het Oosten en het Westen:

In Europa gaan steeds meer stemmen op voor een verbod van de islamitische sluier die de vrouw van top tot teen omzwachtelt. Het zou een mobiele gevangenis zijn. Een teken van onderdrukking. Een belediging voor de waardigheid van de vrouw. Maar is een verbod niet strijdig met het principe van individuele vrijheid? En zou een gesluierde vrouw niet net zo goed kunnen menen dat het westerse ideaalbeeld van de vrouw een keurslijf is dat zij gedwongen is aan te trekken. Onder de boerka's, niqabs en sluiers beleven vrouwen misschien juist een opvallende vrijheid. Ze hoeven zich onder hun mantel van liefde in ieder geval niet te schamen voor dikke benen, brede heupen en hangtieten en ze kunnen denken wat ze willen.

Ja, “omzwachtelen” klinkt wat mooiig, en zeker ook maniëristischer dan gewoon inpakken of verpakken, maar daar is Oscar eenmaal ook Literator voor.
Ook mooi vind ik, dat hij zijn twijfels zo eerlijk onder woorden brengt: misschien juist een opvallende vrijheid beleven. En dat hij de conditionalis of voorwaardelijke wijs zo vlot weet aan te wenden: de boerka zou een mobiele gevangenis zijn &c., .zelfs al gebruikt hij deze wijs enkel voor “Oosterse” vrouwen, terwijl de Westerse vrouw wel degelijk in de indicatief, de aantonende of stellende wijs “gedwongen is”, volgens hem.

Lezer!. ik zal niet heel de tekst van onze Oscar op deze manier bespreken, want daar is de man te langdradig en dweperig en slap voor, en hij heeft hier op dit blog tenslotte al vaak genoeg de eer gehad.
Toch nog een kleinigheid: Oscar meldt ons dat hij een interessant boek gelezen heeft, over harems, en dat daarin nog maar eens bewezen wordt – hoe onnoemelijk onwetend het Westen wel is.
Kunstenaars als Ingres, Delacroix of Matisse mogen dan met plezier haremvrouwen geschilderd hebben, zij gaven ons toch een verkeerd beeld van dat verschijnsel.
De westerse man projecteert in de haremvrouw inschikkelijkheid en de bereidwilligheid van vrouwen om te gehoorzamen.

Hoeveel interessanter zijn niet moslimmannen!
Mannelijke moslimkunstenaars zien de haremvrouwen geheel anders en hebben hen vanaf de achtste eeuw altijd voorgesteld als ruiters op snelle paarden, gewapend met pijl en boog en gekleed in zware mantels. Vrouwen zijn voor hen zelfbewuste vechtersbazen die heel goed weten wat ze zelf verlangen.

Goed, vrouwen –verpakt of onverpakt– zijn zoals men in Gent zegt, Oscar zijne rayon nie. Al belet deze omstandigheid hem niet om verrassenderwijs ook over het vrouwelijk orgasme zijn licht te werpen.
En zeker, enige afstand van het onderwerp kan bij theoretische beschouwingen geen kwaad, soms zelfs een voordeel opleveren, en over het vrouwelijke orgasme is al te veel verteld, ook als het laatste woord nog niet is gevallen. Moeten wij bijvoorbeeld zonder meer aannemen, enkel omdat die man dichter bij zijn onderwerp stond, wat Georges Brassens daarover zong?

Quatre-vingt-quinze fois pour cent,
la femme s’emmerde en baisant.

Laten wij zeggen dat kwantificeren, zeker bij dit soort van onderwerpen, altijd een hachelijke zaak blijft. Maar Oscars gedachten hieromtrent –al worden zij nergens vulgair, of zelfs maar te precies– kunt u, bezoeker, misschien toch beter bij de auteur zelf nalezen.

Een klein minpuntje, voor mij toch, is bij Oscars betoog – dat hij nogal in mineur besluit:
Aan al deze misverstanden moet ik denken als ik gesluierde vrouwen op straat zie lopen en niet in de ogen kan kijken. Ik weet niet of ze wel zo onderdrukt, ongeëmancipeerd en ongelukkig zijn als westerlingen geneigd zijn te denken.
Zolang ze zwijgen zullen we dat in ieder geval niet weten.

Ik wil het natuurlijk niet hebben over die minuscule grammaticale onachtzaamheid van onze columnist-auteur-dichter-librettist. Op zijn uitstekende gebruik van de werkwoordsvormen wees ik al, en dan plots, aan het eind bijna ...toch nog die foute ellips, waar in één enkel zinsdeel de vrouwen tegelijk lijdend voorwerp zijn, en meewerkend voorwerp.
Te zeggen dat met een kleine toevoeging, zoals “hen niet in de ogen…”, of sierlijker nog, “haar niet in de ogen kan kijken” dit probleempje zó was opgelost...
Spijtig dus, maar zulke kleine smet is onbetekenend als wij de allerlaatste zin van Oscar zien. Die is zodanig grappig, dat er niet meteen iemand zal opstaan om hem te verbeteren.



Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>