8 juni 2008

Peiling Het Laatste Nieuws: Winst voor LDD en separatisme (Hoegin)

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006Gisteren publiceerde Het Laatste Nieuws de resulaten van een nieuwe peiling. Voor slechts één partij werd een significante wijziging gemeten: Lijst Dedecker, dat vooruitgaat tegenover de verkiezingen van verleden jaar. Voor de andere partijen zijn de verschuivingen kleiner dan de foutenmarge.

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006 (15-35%)Het Vlaams Kartel en het Vlaams Belang gaan lichtjes achteruit tegenover de verkiezingen van bijna één jaar geleden, maar over significante verschillen hebben we het nog lang niet. Open Vld en sp.a-Vl.Pro gaan dan weer lichtjes vooruit, en voor die partijen zijn de verschillen zelfs nog kleiner. Al bij al zijn dit dus eigenlijk geen resultaten om over naar huis te schrijven, maar zo verkoopt men natuurlijk geen kranten, en dus heeft de krant het over het Vlaams Kartel dat «licht van zijn pluimen zal verliezen» en het Vlaams Belang dat «de neergang niet kan stoppen». Vooral dat laatste is opmerkelijk: de krant publiceert voor het eerst in meer dan een jaar een peiling, maar wil dus wel even aan trendanalyse doen…

Alle Vlaamse peilingen sedert 2006 (0-10%)De enige partij die dus wel een significante sprong maakt is Lijst Dedecker, maar de partij blijft problemen hebben om de kaap van tien procent te overschrijden. De partij laat wel concurrent Groen! duidelijk achter zich, en die laatste lijkt maar niet weg te kunnen komen uit de buurt van de kiesdrempel. Partijvoorzitster Mieke Vogels mag dan in het Vlaams Parlement wel beweren dat de bevolking de communautaire problemen spuugzat zou zijn, voorlopig valt er echter nog geen stormloop richting haar partij waar te nemen…

Tot slot nog een ander opmerkelijk resultaat uit de peiling van Het Laatste Nieuws: 49,7% van de Vlamingen is voor een splitsing van België, terwijl 45,7% België voorlopig nog wil behouden. Volgens de krant is het de allereerste keer dat een peiling een meerderheid voor separatisme aantoont, maar in december 2005 tekende De Stemmenkampioen, dat nota bene ondersteund werd door Het Laatste Nieuws, in een peiling een erg gelijkaardig resultaat op, ook met een meerderheid voor separatisme. Dat belet natuurlijk niet dat iemand als een Dave Sinardet hardnekkig zal blijven beweren dat er in Vlaanderen maar tien procent separatisten rondlopen, ook al probeerde Matthias Storme hem onlangs nog op betere –en correcte– gedachten te brengen. Nu ja, Dave Sinardet raadpleegt voor zijn stelling het degelijke onderzoek –schrijft hij toch– en peilingen die meer dan tien procent separatisten aantonen zijn misschien gewoonweg per definitie al ondegelijk voor het lid van de Pavia-groep?

Bijlage: Alle Vlaamse peilingen sedert 2006 (PDF)

Labels: , , , ,

Read more...

Hij herkent zijn land niet meer (victa placet mihi causa)

.
Voor de Belgische Staat is het beroerd, dat zijn laatste verdedigers al te vaak schertsfiguren zijn. De Kwaliteitskrant anderzijds mag het zich als een verdienste rekenen dat hij deze figuren toch nog een tribune geeft. Vrije meningsuiting is bij hen geen ijdel woord, en Tony Mary was voorlopig de laatste in hun rijtje.
U herinnert zich hem nog wel, de kleine wonderboy die Dirk Van Mechelen met een gouden greep, en in geen tijd uit zijn rijk gevulde buidel grabbelde en aan het hoofd van de Publieke Omroep plaatste.

Niemand die tot kort daarvoor van het bestaan van dit gedegen goudklompje op de hoogte was, maar al bij zijn eerste personeelsspeech werd dat anders. Tony sprak daar een waar woord.
Dees is maan laatste job” vertelde hij ter geruststelling aan de personeelsleden – want velen onder hen hadden ondertussen gelezen dat de man die voor hen stond een zogenaamde job hopper was, die het in de grote managementswereld maar voor het uitkiezen had, en die zij bijgevolg snel weer kwijt konden raken.
Natuurlijk, zijn taalgebruik was – ik zal niet zeggen vulgair, maar toch eerder volks, of licht substandard, ondermaats te noemen, en dat deed enkelen de wenkbrauwen fronsen.
Maar kort daarop viel Tony uit een boom – of van een muurtje, dat weet ik niet meer – tijdens een soort bedrijfs-bosspel voor een goed doel, waarin hij zijn jovialiteit en fysieke fitheid wilde demonstreren. Tony brak daarbij iets, of scheurde iets, en was voor enige tijd out, zoals dat heet.
Zijn brein was bij die val gelukkig intact gebleven, en zijn affairistisch instinct ook, en zo kon Tony aan zijn kleermaker – Bishop Tailors van Molenbeeknog een dienst bewijzen door in een Brusselse reclamefolder diens kostuums aan te prijzen. In zijn nieuwe hoedanigheid van CEO van de VRT, kon hij zich geen betere kleermaker voorstellen, lazen wij. Zijn tijd was geweldig kostbaar, want hij werkte zeven dagen op zeven, en 24 u per dag, maar ze hadden daar bij Bishop zijn lichaamsmaten opgeschreven, en als Tony nog maar een stofje uitkoos, leverden zij hem op de tijd van twee-drie dagen zijn gerief.
Nu was er geen mens die dacht dat Tony in ruil voor deze dienst eventueel een klein kostuumpje had gekregen, maar toch hadden velen het gevoel dat onze nieuwe man hier bakens poogde te verzetten, of misschien al een brug te ver was gegaan. Hijzelf vond dat bij nader inzien ook – flexibiliteit! – en per mail verontschuldigde Tony zich bij het voltallige personeel voor zijn onbeschaamdheid, tegelijk de belofte doend dat hij voortaan nóg beter zou inschatten wat de vereisten waren van zijn functie.
Al doende leert men, en fatsoensnormen zullen bij het headhuntersbureau dat hem aan de Omroep had weten te verkopen wellicht niet de eerste vereiste zijn geweest. Vervelend gevolg, zowel van die speech als van die reclamestunt, was ondertussen dat er een bepaald parfum, zelfs een luchtje rond Tony was gaan zweven, en in een culturele instelling moesten vele personeelsleden daar nog even aan wennen.
Om nu te bewijzen dat hij niet van de straat kwam, maar wel degelijk een golden nugget was, een blinkende pepita, gezeefd uit de droesem van de managementswereld, begon Tony een bescheiden cultureel offensiefje. Hij moet al snel tot het besef zijn gekomen dat het veelvuldig gebruik van woorden als “uitdaging”, “opportuniteit”, “crossmediaal” en dergelijke, weinig indruk maakte in zijn nieuw environment, en alleszins niet volstond om zijn blazoen op te poetsen.
Hij gaf zijn mails nu graag een culturele toets mee, en het is allemaal menselijk en begrijpelijk maar Tony beging hierbij meteen een onvoorzichtigheid, door één van die mails te besluiten met een verdacht citaat – hij dacht, afkomstig van Aristoteles.
Ik voelde mij direct geroepen om een antwoordje te schrijven, en dat werd toen nog lacherig besproken in de hoogste organen van het bedrijf. Het is maar een fait-divers, en ik geef het in bijlage.
Goed, onze man verdween al met al nog snel, weliswaar met zijn zakken goed gevuld en met achterlating van enige schade maar, op zijn Brussels gezegd, bon débarras.
Blijven wij, eenvoudige zielen, met de vraag hoe het zover was kunnen komen dat Van Mechelen die nobele onbekende heeft willen aanstellen?
Voor een antwoord hierop, moeten wij een breder tijdskader schilderen, namelijk dat van het toentertijd zo dynamische paarsgroene ploegje.
Bert De Graeve had plots aangekondigd dat hij naar Bekaert wilde, en de man moest snel en kordaat vervangen worden, want bij het brede publiek lag nog vers in het geheugen hoe, ter vervanging van Schouppe, de regering Verhofstadt zich belachelijk had gemaakt met de benoeming bij de NMBS van Christian Heinzmann, van Luxair. Die Heinzmann was na een kleine week alweer naar Luxemburg vertrokken, en Isabelle Durant moest daarop in het Parlement nog hard liegen, over een brief die wel of niet in haar saccoche had gezeten.
De kwestie raakte uiteindelijk, na uitgebreid passen en meten nog gelukkig opgelost, want tot ieders tevredenheid werd Haek stevig vastgemetseld bij het Spoor. Toch beseften de excellenties dat het met de vervanging van De Graeve wat vlotter mocht verlopen, en zij vervielen prompt in het andere uiterste. En zo werd het oude spreekwoord nogmaals bewaarheid: Haast en spoed, zelden goed!

Maar we mogen Tony niet zomaar achterlaten. Deze man herkent zijn land niet meer, op zich dramatisch, maar als hij daar belangstelling voor heeft, dan wil ik hem – in een consult waarvan de prijs best zal meevallen – nog wel enkele zaken opnoemen die hij nooit heeft gekend, laat staan herkend.

.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

7 juni 2008

Pakistaanse ambassadeur: «Mohammed-cartoon is terrorisme» (Hoegin)

Terrorisme?De Pakistaanse ambassadeur Rab Nawaz Khan heeft formeel een klacht ingediend bij het Noorse Ministerie van Buitenlandse Zaken naar aanleidin van de publicatie van een Mohammed-cartoon in de krant Adresseavisen eerder deze week. «Terrorisme is het uitvoeren van een handeling die sterke reacties oproept. Moslims over de hele wereld voelen zich gekrenkt door deze cartoon, en daarom is dit een daad van een terrorisme,» aldus de ambassadeur in een interview met de Noorse commerciële zender TV2.

Sommige moslims schijnen maar niet te willen begrijpen dat een beledigende cartoon niet meer kan zijn dan dat wat het is: een beledigende cartoon. Gelijkheidstekens zetten tussen een cartoon in een Noorse krant en het opblazen van de Deense ambassade in de Pakistaanse hoofdstad kan alleen maar getuigen van een zwaar verwrongen wereldbeeld.

In het interview met TV2 toont de Pakistaanse ambassadeur zich «bezorgd», omdat de publicatie van een cartoon in Adresseavisen het leven van Noorse burgers over de hele wereld in gevaar kan brengen. Verder wijst hij erop dat een aantal Noorse bedrijven vestigingen en commerciële belangen in Pakistan hebben. De verklaring van de redactie van Adresseavisen dat de cartoon niet Mohammed maar een terrorist die zich voordoet als Mohammed afbeeldt wijst hij echter van de hand. Volgens Arne Blix, hoofdredacteur van de krant, wou de cartoonist aantonen dat iemand die terreur pleegt in religieuze kleren in de naam van een godsdienst totaal ongeloofwaardig is, maar deze stelling gaat blijkbaar het petje van de Pakistaanse ambassadeur ver te boven.

Erna Solberg, partijvoorzitter van de oppositionele Conservatieve Partij (Høyre), meent alvast dat de ambassadeur sterk overreageert. Volgens haar moeten diplomaten in Noorwegen zich inwerken in de Noorse situatie en de Noorse vrijheid van meningsuiting, en moet de Noorse overheid zich niet verontschuldigen voor de publicatie van de cartoon. In de plaats daarvan zou de Noorse overheid beter verklaren dat in Noorwegen nu eenmaal de vrijheid van pers geldt, en dat het geen terreurdaad is daar ook gebruik van te maken. De ambassadeur mag natuurlijk misnoegd zijn over de cartoon, maar ze gelijkstellen met een terreurdaad is volgens haar totaal fout.

Labels: , , , , ,

Read more...

6 juni 2008

On June 12th, we are all Irish! (Vincent De Roeck)

De voorbije week vonden er meer dan veertig manifestaties plaats aan Ierse ambassades in de Europese hoofdsteden om de “no-side” te steunen in de Ierse referendumcampagne. Volgende week vindt in Ierland immers het referendum over het Verdrag van Lissabon plaats en vele Europeanen benijden de Ieren dat zij zich wel over dat verdrag mogen uitspreken. Bij vele Europeanen overheerst het gevoel dat de Ieren juist “neen” moeten stemmen in naam van alle Europeanen die daarvoor niet eens het recht gekregen hebben. En de “no-side” kan best wat hulp gebruiken, daar alle media en alle politieke partijen op Sinn Fein na, campagne voeren voor de “yes-side” en daar ook massa’s belastinggeld aangewend wordt om de propagandamachine van de ja-kant te financieren. De “no-side” blijft met andere woorden de absolute underdog, maar de laatste weken lijkt de ja-kant toch niet meer zo zegezeker als in het begin, zeker niet nadat de Europese Unie haar plannen onthulde om de fiscaliteit tussen de lidstaten te harmoniseren (wat nefast zou zijn voor het fiscaal vriendelijke Ierland) en nadat de twee grootste vakbonden campagne zijn beginnen voeren tegen het Verdrag van Lissabon.

Maar in de ogen van Eurofiel Brussel hangt er teveel van af om dit referendum zomaar te laten plaatsvinden. Nu heeft Europa nog nooit enige schroom aan de dag gelegd om volksraadplegingen compleet te negeren, toch hebben ze liever van de eerste keer het gewenste resultaat. En dat mag van de Europese Unie ook iets kosten. Europees gemeenschapsgeld wordt in de ja-campagne geïnjecteerd, staatsbezoeken van José Manuel Barroso en Angela Merkel aan Ierland worden met Europees geld gefinancierd, dreigementen over de uitzetting van Ierland uit de Europese Unie worden systematisch afgevuurd door Europese politici, fascisten zoals Jean-Marie Le Pen worden overtuigd om in Ierland openlijk de “no-side” te gaan ondersteunen en zo in diskrediet te brengen, Bertie Ahern werd tot ontslag gedwongen omdat de corruptiesfeer rondom hem de proteststemmen zou kunnen aanwakkeren, en de meest walgelijk populistische affiches over de link tussen het Verdrag van Lissabon en grotere tieten of een grotere penis worden met Eurogeld aangemaakt.

Maar hoe langer hoe meer beseft de “no-side” dat de strijd nog helemaal niet gestreden is. De meest positieve opiniepeilingen gaven tot vorige week 45% voorstanders, 38% tegenstanders en 17% twijfelaars aan. De meest negatieve spraken van 50%, 30% en 20%, kortom een onoverbrugbare kloof, maar gisteren pakte de kwaliteitskrant “The Irish Times” uit met een nieuwe peiling: 35% van de Ieren zou tegen het Verdrag van Lissabon stemmen tegen 30% voor en 35% twijfelaars. En volgens een UKIP-medewerker in het Europees Parlement brak er daar bij het horen van deze uitslag letterlijk paniek uit. Maar de “no-side” maakt zich evenwel maar weinig illusies, want ook als ze het zouden halen volgende week op 12 juni, dan nog is er niets wezenlijk veranderd, al is het maar omdat het Europees Parlement in februari laatstleden een amendement verwierp met 499 stemmen tegen 129, en 33 onthoudingen dat de EU opriep om rekening te houden met de uitslag van het Iers referendum.

Maar ook de recente EU-geschiedenis heeft voldoende fraaie voorbeelden om de EU-houding tegenover volksraadplegingen te duiden. Toen Denemarken tegen het Verdrag van Maastricht stemde, werd hun beslissing genegeerd. Toen Ierland tegen het Verdrag van Nice stemde, moest een tweede referendum de beslissing annuleren, en toen Frankrijk en Nederland tegen de Europese Grondwet stemden, werden ook zij staalhard genegeerd. De Europese Unie heeft wel zijn mond vol van democratie in het buitenland, maar respecteert haar eigen democratische normen niet eens zelf. En ook dat zint de duizenden neen-betogers voor de Ierse ambassades kennelijk niet. Van Amsterdam tot Sofia, en van Kopenhagen tot Madrid, kamperen Europese burgers voor de ambassades met de pankaarten “Vote for the People, not the Elites!”, “On 12 June we are all Irish!” en “Ireland is voting for 500 million unconsulted Europeans!”.

Deze acties zijn het werk van de “European Referendum Campaign” en vinden naar aloude gewoonte hun oorsprong in de Britse Eurosceptische beweging. Het mag dan ook niemand verbazen dat tal van Tory-prominenten al weken in Ierland rondtouren om het de Ieren duidelijk te maken dat zij in naam van de Britten en andere Eurosceptici “no” moeten stemmen. Ook trachten zij de Ieren ervan te vergewissen dat zij niet alleen staan, want zowel in het Verenigd Koninkrijk als in Duitsland moet het Verdrag van Lissabon nog langs de hoogste gerechtshoven passeren om te zien of de parlementen het verdrag überhaupt wel zomaar kunnen ratificeren, en ook de Tory-adepten van Mirek Topolanek (Democratisch Burgerplatform) in Tsjechië houden nog een referendum in de koelkast voor als de Ieren “neen” moesten zeggen. Fingers crossed. Afspraak dus op 12 juni.


Meer over de European Referendum Campaign op www.erc.org.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

Kristallnacht in Brussel, met dank aan de vissers...

Ook al maakt Europa zelden een goede beurt in de media, aan het laatste debacle met de betogende vissers konden ze nu eens niets doen. De ordediensten waren paraat en grepen in wanneer de vissers over de schreef gingen, volledig in overeenkomst met hun instructies. Maar het mocht evenwel niet baten: de Schumanplaza en de Wetstraat hadden gisterenavond na de doortocht van de primaire sector de allures van een Parijse banlieue, of erger nog van de Reichskristallnacht. Europa kon niets doen aan de betoging, noch aan de aangerichte schade want de opgetrommelde ordediensten deden inderdaad hun best, maar lag wel aan de basis van de onvrede. De vissers eisten meer subsidies of meer visrechten, maar de Europese Commissie weigerde daarop in te gaan, waarna de vissers hun frustraties botvierden op alles wat breekbaar was.

Nu ben ik wel de allerlaatste om de Europese Commissie te verwijten dat ze niet toegegeven heeft aan de vissers en hun dreigementen, toch is zij ergens wel degelijk verantwoordelijk. Had zij immers nooit een gemeenschappelijk landbouw- en visserijbeleid in het leven geroepen, dan hadden de vissers vandaag geen reden gehad om de Europese instellingen te belegeren, want dan had hun inkomen aan het einde van de maand volledig afgehangen van hun eigen visvangsten, en niet van de bureaucratische subsidiemolen van de Europese Unie. Volgens de Common Fishery Policies (CFP) krijgen alle vissers van de EU toegang tot alle wateren van de EU-lidstaten en garandeert het riante EU-budget een min of meer vast "loon" voor alle Europese vissers. Als minieme compensatie worden de vissers wel quota opgelegd om te vermijden dat overbevissing de toekomst van de sector zou hypothekeren.

Aan goede voornemens nooit een gebrek natuurlijk, maar steeds schort er iets in de uitvoering. Steeds laat de Europese centrale planzucht zich zo gelden dat ganse regio's en sectoren kapotgereguleerd worden, zo ook de visserij. De slachtoffers van de CFP zijn andermaal de traditionele welvarende vislanden zoals Groot-Brittanië wiens lokale visserijen één voor één de deuren moesten sluiten omdat de visrechten in hun rijke wateren (waar de sector zelf spontane quota hanteerde alvorens de regelneverij van de EU de kop opstak) door de EU plots verdeeld werden onder Spaanse en Franse vissers, die hun eigen zeeën tegen het in voege treden van de CFP al lang leeggevist hadden, en nu met hetzelfde bezig zijn in de Britse wateren, ten koste van de lokale vissers. En omdat de vangsten drastisch aan het afnemen zijn, en dus ook de daaraan gebonden subsidies, willen de vissers meer mogen vissen of meer geld krijgen voor hun visvangsten.

De Europese politiek ligt met andere woorden aan de grondslag van deze situatie. Door een mislukt quotabeleid kon de EU haar visbestand niet handhaven en door het verwennen van de vissers met riante subsidies heeft de EU hun kapitalistische honger aangewakkerd. Is het dan vreemd dat deze aan subsidies verslaafde vissers opnieuw bij Europa komen aankloppen wanneer de verwennerijen in omvang verminderen? In de perverse EU-logica natuurlijk niet, maar volgens ons gezond verstand wel. Had de EU zich niet bemoeit met de visserij, dan hadden de Britten nog steeds rendabele visbedrijven gehad én hadden ze het visbestand wel kunnen handhaven. Nu komt de ganse sector in het gedrang, en dat hebben ook landen als IJsland en Noorwegen geweten: één van de redenen waarom zij niet happig zijn om EU-lidstaten te worden, is net hun angst voor de herverkaveling van hun visrijke wateren onder alle EU-vissers na de toetreding. In tegenstelling tot het Verenigd Koninkrijk, gaan zij geen kat in een zak kopen.

Europa heeft tal van goede voornemens, maar een functionele marktwerking biedt steeds betere resultaten. Misschien is het daarom dat het pad naar de planeconomische hel geplaveid is met Europese voornemens. Maar eigenlijk is deze ganse toestand nog wel grappig, tenminste tot men de aangerichte schade bekijkt.

Read more...

5 juni 2008

Mevrouw Badinter wil in uw plaats beslissen welke eigenschappen van uw bruid relevant zijn

Veel poeha vorige week over een vonnis van de burgerlijke rechtbank in Rijsel van 1 april 2008 (1): die had op verzoek van een echtgenoot zijn huwelijk nietig verklaarde wegens dwaling of bedrog "omtrent een wezenlijke eigenschap" omdat zijn vrouw bij het huwelijk verzwegen had dat ze geen maagd meer was. Een islamaitische echtgenoot, ja, maar dit is juridisch irrelevant. Nadat dit vonnis publiek werd door publicatie in de Recueil Dalloz van 22 mei 2008 (2) verontwaardigde reacties alom ...

Bij wijze van voorbeeld de reactie van Elisabeth Badinter:

"Je suis ulcérée par la décision du tribunal d’accepter de juger ça parce que la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France, absolument libre (…)".

Vandaag verscheen er in Le Monde een artikel dat de zaken toch een beetje in het juiste perspectief zet en duidelijk maakt dat de uitroep van Badinter nonsens is: Anne Chemin, "Les paradoxes du jugement de Lille" (3).

Anne Chemin wijst er zeer terecht op dat dit vonnis volledig past in de liberale logica die het huwelijk uitsluitend in termen van (volgehouden) vrije keuze van de partners ziet. De nietigverklaring was gebaseerd op art. 180 burgerlijk wetboek: ""S'il y a eu erreur dans la personne ou sur les qualités essentielles de la personne, l'autre époux peut demander la nullité du mariage". Dit artikel werd in 1975 ingevoerd samen met het recht op echtscheiding door ondelringe toestemming. Beide bepalingen zijn duidelijk geïnspireerd door de tendens tot liberalisering van huwelijk en echtscheiding, die het huwelijk meer en meer als een gewoon contract ziet. Wel, als het een contract is, dan is dat contract nietig in geval van bedrog of verschoonbare dwaling van één der partijen betreffende elk element dat door die partij bij weten van de tegenpartij subjectief als wezenlijk werd beschouwd.

In de negentiende eeuw werd het huwelijk nog niet als een gewoon contract beschouwd maar als een essentiële instelling van de samenleving; dan gold de regel "en mariage, trompe qui peut", wat wil zeggen (ja, dames en heren, enkel wil zeggen) dat verzwijging bij het aangaan van het huwelijk geen grond tot nietigheid was.

In casu heeft de rechtbank vastgesteld dat beide partijen het erover eens waren dat dit element voor één der contractspartijen subjectief wezenlijk was en dat het verzwegen was; in de "moderne" opvatting van het huwelijk past dit vonnis dus perfect.

Wanneer de socialistische mw. Badinter dan uitroept dat dit in strijd is met de idee dat "la sexualité des femmes est une affaire privée et libre en France" (ook van les hommes, neem ik aan), dan Boer pas op uw Ganzen. Want eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat de staat moet beslissen dat bepaalde motieven bij het sluiten van een huwelijk géén rol meer zouden mogen spelen. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat een bruidegom de bruiloft niet zou mogen weigeren omwille van het sexuele verleden van de bruid, want dat is een zogezegde privézaak. Door de staat te laten beslissen dat dit een privézaak is, wordt het private karakter echter juist geperverteerd. Eigenlijk zegt mevrouw Badinter dat het hoger belang van de linkse ideologie inzake sexualiteit meebrengt dat partners het recht hebben elkaar te bedriegen (en bedriegen betekent natuurlijk zonder het akkoord van de andere partij, anders is het geen bedrog).

Ook anderen roepen vandaag in naam van de strijd tegen 'archaïsche opvattingen" dat de wet zou moeten verbieden dat het sexuele verleden van de partner nog door de andere partner als een wezenlijke eigenschap zou mogen worden beschouwd. Kortom, de staat zal voor U wel beslissen met welke kenmerken U bij de keuze van uw partner nog rekening mag houden en met welke niet.

Wanneer ik enkele jaren gelden al schreef dat de hele ideologie van de antidiscriminatie er op een dag toe zal leiden dat men niet meer mag discrimineren bij de keuze van een levenspartner (http://www.doorbraak.org/doorbraak/pdf/0202.pdf), werd ik uitgescholden voor een fantast. Wel, aan de reacties op het Rijselse vonnis te lezen, zijn we er wel akelig dichtbij aan het komen.

(1) te lezen op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/files/Lille.pdf)
(2) (D. 2008. Jur. 1389, note P. Labbée; en "edito" van F. Rome, La mariée avait un vice caché..., ibid. 1465; zelfs een blogitem bij Dalloz op http://blog.dalloz.fr/blogdalloz/2008/06/le-mariage-et-l.html)
(3)(http://www.lemonde.fr/opinions/article/2008/06/05/les-paradoxes-du-jugement-de-lille-par-anne-chemin_1054114_3232.html)

Read more...

4 juni 2008

Eindelijk een Milton Friedman Institute in Chicago!

Vandaag kreeg ik via de Atlas Foundation heugelijk nieuws te horen. Twee jaar na zijn overlijden krijgt Nobelprijswinnaar Milton Friedman eindelijk een economisch onderzoekscentrum naar zich genoemd. Gezien zijn onnavolgbare staat van dienst voor de naoorlogse wereldeconomie werd het trouwens hoog tijd.

Zijn "Chicago School" (monetarisme en laissez-faire) was dan wel minder radicaal dan de "Austrian School" van Ludwig von Mises, zijn kijk op de overheid was minder anarchistisch dan de filosofische tractaten van zijn zoon David en zijn kleinzoon Patri Friedman, en de rol die hij de Centrale Bank toekende, stond haaks op de Rothbardiaanse leer en het primaat van de goudstandaard, toch bestaat er onder liberalen een ruime consensus over de realisaties van Milton Friedman. Zijn economische theorieën brachten meer welvaart in het Westen dan welk ander model ook.

De Amerikanen onder Ronald Reagan, de Britten onder Margaret Thatcher en de Chilenen onder Augusto Pinochet kunnen van Milton Friedmans economische nalatenschap meespreken.
The new Milton Friedman Institute is designed to reinforce the University of Chicago as the world's leading intellectual destination for economics and its connections to business, law, and policy. The Milton Friedman Institute will provide a set of resources that will make it possible to continue recruiting top scholars, in both the junior and senior ranks. It will provide a location for faculty at Chicago to do research in economics and related areas, and to be joined by scholars - senior, junior, postdoctoral, and advanced graduate students - visiting the Institute for varying lengths of time. It is anticipated that many of these scholars will work in subfields in which members of the Chicago faculty do not currently concentrate, and that they will play leading roles in workshops during extended visits. It is also anticipated that this will be a natural locus to further the long-standing connections between those areas in which economic analysis plays a significant role, collaborations that have been a distinctive component of the intellectual fabric of the University: the Department of Economics, Graduate School of Business, Law School, and Harris School.
Het Milton Friedman Institute zal een jaarlijks budget van 100 miljoen USD krijgen, en een éénmalig opstartbudget van nog eens 100 miljoen euro. Het jaarlijkse werkingsbudget wordt via de Milton Friedman Society onder bedrijven en kapitaalkrachtige burgers verzameld, terwijl de universiteit van Chicago ook zelf bereid is gevonden om fors in dit onderzoekscentrum te investeren en de volledige opstartkosten te dragen. Robert J. Zimmer neemt de dagelijkse leiding van het MFI op zich en Lars Hanssen staat in voor de academische leiding. Het MFI moet tegen de herfst operationeel zijn. Ik kijk alvast uit naar hun bevindingen en projecten.

In memoriam Milton Friedman: http://mfi.uchicago.edu/

Read more...

Hebben consumenten recht op goedkope stroom? (Vincent De Roeck)

Hebben consumenten überhaupt wel recht op goedkope stroom? De overheid en de vakbonden vinden alvast van niet. De afgelopen maanden worden we langs alle kanten bestookt met onheilstijdingen over onze koopkracht, de inflatie en de duurder wordende energieprijzen. Maar is daar überhaupt iets van aan? Ik betwijfel het ten stelligste. De inflatie ligt in een tijd van economische hoogconjunctuur in de lijn der verwachtingen en met onze koopkracht is er evenzeer niets wezenlijk mis, zoals onafhankelijke onderzoeken systematisch blijven aantonen. En ook de energiekoorts blijkt vooral op een buikgevoel te berusten want de VREG (Vlaamse Regulator voor de Electriciteits- en Gasmarkt) becijferde in haar meirapport nog dat de goedkoopste stroomleverancier goedkoper is dan vijf jaar geleden. Zelfbewuste consumenten die actief op zoek gaan naar nieuwe leveranciers worden beloond. De anderen betalen iets meer. Dit bewijst dat de vrijmaking van de energiemarkt in België wel degelijk tot lagere prijzen geleid heeft, maar dat het beoogde globale effect niet bereikt werd door de inerte luiheid van de consument, en niet door enig marktfalen.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat de mondiale energieprijzen blijven stijgen en dat de recente liberalisering van de Belgische energiemarkt ook haar gebreken heeft, om van de toenemende afhankelijkheid van buitenlandse energiebronnen, veelal uit instabiele regio’s zonder garantie op continue aanvoer, nog maar te zwijgen. Om dit alles het hoofd te kunnen bieden, kijk ik naar de Europese Unie, want enkel een consistent transnationaal beleid kan hier soelaas bieden: een interne Europese zelfredzaamheid van energie moet ons streefdoel zijn. Om dit echter mogelijk te maken, hebben we nood aan een échte vrijgemaakte en concurrentiële markt.

Ik denk in de eerste plaats dan ook aan de ontdubbeling van energiebedrijven in productie- en distributiecellen, aan de regulering van een emissiemarkt op EU-niveau, aan een strikt anti-kartelbeleid, en aan het terugdringen van nationalistische en protectionistische tendensen zoals in Frankrijk of Duitsland. Het spreekt natuurlijk voor zich dat dit beleid geen tweede CAP mag worden, dat de Europese burgers nog decennia blijft opzadelen met overdreven en contraproductieve subsidiemechanismen, en uiteindelijk enkel de tijdelijke belangen van enkele individuele lidstaten dient.

Ook moeten we het debat over kernenergie heropenen. Nucleaire energie is herbruikbaar, CO2-neutraal en bovenal, merkelijk goedkoper dan traditionele fossiele brandstoffen. Het rendement en de veiligheid van zulke centrales is ongeëvenaard, en ze kunnen overal geïmplementeerd worden, om nog maar te zwijgen van de enorme opportuniteiten voor oude mijnbekkens in de stokkering van nucleair afval. Voor mij is nucleaire energie dan ook meer dan een tussenoplossing, het is één van de oplossingen. Verder moet ook de volgende bedenking gemaakt worden: het kan toch niet de bedoeling zijn om de kerncentrales in eigen land te sluiten, terwijl overal in de wereld nieuwe centrales gebouwd worden, en wij net buitenlandse stroom willen importeren die door kerncentrales opgewekt wordt.

In dit kader moeten we tevens zorgdragen voor de rechtsbescherming van de bedrijven. Het kan niet dat de overheden de geprivatiseerde energiebedrijven extra belasten op hun verworven kerncentrales. Tenzij wanneer de initiële verkoopsvoorwaarden veranderen door bijvoorbeeld op een eerder besliste kernuitstap terug te komen en er zo voor te zorgen dat de bedrijven in kwestie dus te weinig betaald hebben voor de kerncentrales. Dat deze centrales in veel gevallen te goedkoop van de hand gedaan werden door de overheid mag op zich evenwel geen reden zijn om ze extra te gaan belasten. Privé-bedrijven moeten in een rechtsstaat nu éénmaal niet opdraven voor de flaters van overheden, of voor hun gebrekkige begrotingen.

Naast concurrentiebevorderende maatregelen op vlak van de interne markt en het behoud van kernenergieproductie binnen de eigen grenzen, moet ook verder geïnvesteerd worden in nieuwe technologieën, niet met subsidies maar met private marktincentives, waarbij enkel die projecten ondersteund zullen worden die economisch interessant zijn en een grotere return-on-investment kunnen garanderen voor de financiers. En wat goed is voor de financiers, zal ook goed zijn voor de consumenten, want ofwel kiezen zij voor de goedkoopste energie, ongeacht de manier van opwekking, ofwel kiezen zij voor de klimaatsvriendelijkste energie, ook al is die duurder. De markt zal zich aan dit consumentenpatroon aanpassen en in beide gevallen zullen de juiste onderzoeksprojecten steeds voldoende private investeringsmiddelen krijgen.

Overheden en belangenorganisaties hebben elk zeker hun nut, maar inzake energie trekken ze aan hetzelfde foute laken. De overheid heeft geen gecoördineerde energiepolitiek en laat zich in het energie- en koopkrachtverhaal meezuigen door de vakbonden en hun 19de eeuwse stereotiepen. De industrie in een vrije markt wint nooit met te hoge prijzen omdat ze daarvoor dan afgestraft worden door hun concurrenten. Als de overheid en de vakbonden dus écht vinden dat de consumenten recht hebben op lagere prijzen, dan moeten ze net het tegenovergestelde verdedigen dan vandaag: zorgdragen voor een échte vrije energiemarkt, de fiscaliteit rond energie drastisch hervormen en zich verder zo weinig mogelijk druk maken over de energieprijzen, want die markt reguleert zichzelf wel, en elke bemoeienis van de overheid laat zich zonder uitzondering onmiddellijk gevoelen in de portefeuille van de consument. Beter besturen is meestal minder besturen, en dat geldt ook voor de energiesector.

En wat met het klimaat? Ook daar zal de sector zelf wel zorg voor dragen, net zoals in het verleden. Ooit stonden alle kranten vol van het gat in de ozonlaag. Vandaag is dat gat gedicht.


Meer over de vrijgemaakte energiemarkt op www.vreg.be.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

3 juni 2008

Over het Zwitserse referendum (Vincent De Roeck)

Europa is de bakermat van de beschaving en het multiculturalisme is de kers op de taart van een eeuwenlange evolutie. Dit gevoel overheerst bij egalitair links en in de staatsvriendelijke media, en alles moet van stal gehaald worden om dat ideaalbeeld te conserveren, want ondanks de ijdele arrogantie van onze “intellectuele” kaste zijn de burgers het doorgaans niet eens met deze idyllische voorstelling van de werkelijkheid. Dit wordt bewezen door de opkomst van anti-establishmentpartijen die wel degelijk hun plaats in het politieke debat weten op te eisen en nadien ook effectief hun stempel weten te drukken op het politieke bedrijf in Europa, zowel op lokaal, nationaal als Europees niveau. De enige kans op redding voor de linksmensen in deze confrontatie is dan ook het grove geschut bovenhalen en alles wat niet afdoende progressief is, af te doen als extreemrechts, racistisch of fascistisch.

Ik denk zo bijvoorbeeld aan de PRO van Ronald Schil in Hamburg (van 0 naar 19,7% van de stemmen in 2001), aan de PVV van Geert Wilders in Nederland (van 0 naar 5,9% van de stemmen in 2006) en aan de LDD van Jean-Marie Dedecker in België (van 0 naar 4,3% van de stemmen in 2007). Ook het Vlaams Blok/Belang dankt zijn enorme opmars in de jaren 1990 aan een sterk anti-establishmentdiscours, net zoals de British National Party (Richard Barnbrook won vorige maand een zetel in het parlement van Londen), de United Kingdom Independence Party (verviervoudigde haar aantal EP-zetels in 2004 tot 12), de Lijst Hans-Peter Martin in Oostenrijk en Europa Transparant in Nederland. Die laatste twee wisten in 2004 allebei out of the blue twee EP-zetels binnen te rijven. Allemaal werden deze partijen geconfronteerd met het etiket “reactionnair” of “extreemrechts”, maar het mocht in menig geval niet baten, want steeds won het diepgewortelde misnoegen en wantrouwen van de burger het op de gekleurde berichtgeving in de media.



De laatste maanden zie ik echter een verandering in tactiek bij onze media. Men spreekt niet langer over extreemrechts of fascistisch omdat men tot de vaststelling gekomen is dat ontevreden burgers hen niet langer vertrouwen met deze predikaten. Vandaar dat de media het tegenwoordig over een andere boeg gooien. Extreemrechts wordt “populisme” en fascisme wordt “nationaal-conservatisme”. Geert Wilders is niet langer extreemrechts maar rechts-populistisch. De Eurosceptici zijn niet langer intolerant maar populistisch. De Poolse partij van de Kaczynski’s is niet langer fascistisch maar nationaal-conservatief. En ook de gevestigde politieke kaste heeft zich deze woordverbloemingen al eigen gemaakt. Niemand lijkt echter stil te staan bij een andere achterliggende reden van deze tactiek. Het nazisme wordt zo meer en meer een uiting van “nationaal-conservatisme”, terwijl iedereen maar al te goed weet dat het om “nationaal-socialisme” ging. Egalitair links verbastert niet enkel de begrippen om hun vijanden af te breken, maar ook om de walgelijke uitspattingen van het eigen verleden toe te dekken.

Terwijl men op binnenlands vlak dus de neiging heeft om over populisten te spreken in plaats van over rechts-extremisten, blijven de politieke partijen in het buitenland wel nog onderhevig aan het extreemrechtse brandmerk. De Zwitserse Volkspartij (SVP), in de audiovisuele media steevast vervormd tot het venijniger klinkende staccato-woord Folkspartei, verloor een cruciaal referendum voor haar programma en werd prompt afgeschilderd als “extreemrechts” en hier en daar als “nationaal-conservatief”. Nu geraken onze media hiermee doorgaans weg omdat maar weinigen in België weet hebben van de politieke gevoeligheden in Zwitserland. Zo zou men evengoed kunnen spreken over het zeemzoete Union Démocratique du Centre, de naam die de SVP in de Franstalige en Retro-Romaanse kantons hanteert, maar dat zou in de ogen van onze media té positief klinken, en het gebruik daarvan is onwenselijk en ongehoord.

De SVP is met 62 zetels (op 200) en 2 ministers (op 6) de grootste politieke partij van het land en op enkele individuele uitzonderingen na is ze helemaal niet extreemrechts. De SVP ontstond uit de fusie van de Boerenpartij met tientallen kleinere regionalistische en rechtse lokale partijtjes in de jaren 1960 en 1970. De SVP draagt de lokale autonomie hoog in het vaandel, net zoals de strijd tegen de criminaliteit, het verminderen van de overheidsbureaucratie, het drastisch verlagen van de belastingen en het vrijwaren van de volledige neutraliteit/onafhankelijkheid van Zwitserland ten overstaande de EU. Op internationaal economisch vlak is de SVP gematigd protectionistisch, maar op binnenlands vlak regeert het economisch-liberalisme alom. Ook de Verenigde Staten hanteren het economische model van de SVP-UDC, maar zij liggen inzake vrijhandel veel minder vaak onder vuur dan Zwitserland.


Onze media gaan vooral af op de standpunten van de SVP inzake immigratie en integratie. De SVP drukte het door dat het nu nog 12 volle jaren duurt vooraleer een buitenlander de Zwitserse nationaliteit kan krijgen en ook het nationaliteitsrecht op grond van geboorteplaats werd afgeschaft. Verder wou de SVP de gemeenten terug beslissingsrecht geven inzake de naturalisatie van de vreemdelingen op hun grondgebied en wou de SVP een quotasysteem invoeren voor vreemdelingen. Nochtans twee standpunten waar mainstream-partijen elders probleemloos met wegkomen.

Wat de SVP de laatste jaren in de ogen van de linkse West-Europese goegemeente de das heeft omgedaan, zijn ongetwijfeld hun weinig verhullende verkiezingscampagnes. De linkse kerk in West-Europa kon waarschijnlijk niet lachen met de affiche “Veiligheid Verzekeren!”, waarop drie witte schapen een zwart schaap van de Zwitserse vlag schopten, of met de affiche “Stop het Weggeven van Zwitserse Paspoorten!”, waarop gele en bruine handen in een zak met Zwitserse paspoorten grabbelen. Nu getuigen beide affiches misschien van weinig inhoud en/of een slechte smaak, maar als we buitenlandse partijen nu al moeten gaan beoordelen op basis van hun campagnemateriaal is het in mijn ogen al ver gekomen.



Moeten we Ron Paul plots als extreemrechts gaan beschouwen omdat hij een spot uitbracht tegen social benefits voor illegalen, of Tom Tancredo voor zijn filmpje tegen de jihadisten? Ik denk het niet. Andere landen hebben doorgaans andere gebruiken en andere politieke achtergronden, ook Zwitserland. Buitenlandse journalisten moeten de binnenlandse gevoelens vertalen, niet hun eigen politiek-correcte kruisvaart regisseren.

In de Alpenstaat is er niemand zonder eigen partijpolitieke belangen die de SVP als extreemrechts afdoet. Waarom doen onze media dat dan wel? En wat is hun verborgen agenda?


Meer over deze Zwitserse politieke partij op www.svp-udc.ch.
Meer teksten van Vincent De Roeck op www.libertarian.be.


Read more...

2 juni 2008

Alle Franstalige hens aan dek! (Hoegin)

OctopusoverlegGroen! en Ecolo treden toe tot het overleg over het tweede deel van de staatshervorming, terwijl sp.a aan de kant blijft staan. Daarmee nemen met uitzondering van het marginale Front National àlle Franstalige partijen deel aan het overleg, terwijl aan Vlaamse zijde amper de helft van de zetels gehaald wordt. En hoe lang zal het duren eer de CD&V in deze constellatie gechanteerd zal worden om zware toegevingen te doen?

Eerste vaststelling: door het toetreden van Groen! tot het overleg is de N-VA niet meer nodig voor een bijzondere meerderheid. Tweede vaststelling, zonder die N-VA, die misschien niet eens rechtstreeks zal deelnemen aan het overleg, ziet het er eigenlijk bijzonder belabberd uit voor de strategische positie van de CD&V binnen dat overleg. Immers, de CD&V zal geen enkele Vlaamse medestander hebben bij dat overleg en geconfronteerd worden met vier Franstalige partijen (MR, PS, cdH en Ecolo) die de rangen gesloten lijken te hebben, in het beste geval aangevuld met twee Belgische partijen (Open Vld en Groen! dus), in het ergste geval met twee meelopers met de Franstalige partijen.

Groen! zal er bijvoorbeeld geen probleem van maken om desnoods heel Vlaams-Brabant bij het Waalse Gewest te voegen en in de rest van Vlaanderen faciliteiten in te voeren, als in ruil daarvoor wat meer Fair Trade-koffie geschonken zal worden in één of ander ministerie. En van Open Vld mag je alleen maar Vlaamse standpunten verwachten als hen dat toevallig eens goed uitkomt om Yves Leterme en/of de CD&V wat in het nauw te drijven, maar verder eisen zij wel een federale kieskring en compensaties voor de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde (en kom me maar eens vertellen dat dat laatste niet waar zou zijn).

Hoe lang zal het dan duren eer de CD&V in dat Octopusoverleg geconfronteerd zal worden met platte chantage van zes tegen één om haar tot zware toegevingen te brengen? Open Vld deed die oefening al eens eerder, toen vier tegen één, en zal er absoluut geen probleem van maken om dat nog een keertje over te doen. De CD&V zal dan een moeilijke keuze moeten maken: ofwel vasthouden aan het Kartel, Yves Leterme opofferen en de zwarte piet toegeschoven krijgen voor nieuwe (ongrondwettelijke!) federale verkiezingen in een bijzonder chaotische atmosfeer, ofwel toch maar voor de macht en de postjes kiezen, N-VA opofferen en hopen op een mirakel in juni volgend jaar.

Zou het dan allemaal zoveel beter geweest zijn met ook de sp.a aan boord? Uiteraard niet, want ook die partij blinkt niet echt uit door haar Vlaamsgezindheid. Als de partij vandaag bij momenten al eens een lichte neiging tot Vlaamse reflex zou durven vertonen heeft dat meer de maken met oppositioneel opportunisme dan enig historisch besef of echt sociaal inzicht. Maar door de PS in de federale regering toe te laten, het Franstalige front zich te laten verenigen met de toetreding van Ecolo tot het Octopusoverleg met als neveneffect de aanwezigheid van Groen! die een eventueel afhaken van de N-VA kan neutraliseren, heeft de CD&V zich vandaag in een bijzonder lastig parket geplaatst. En toppunt van strategische miskleun: ze hebben er nog zelf aan meegewerkt ook!

Aan de vooravond van de onderhandelingen –of zijn we voorlopig nog maar aan de vooravond van de onderhandelingen over de onderhandelingen?– ziet het er dus niet zo goed uit gezien vanuit een Vlaams standpunt. Aan Franstalige zijde heeft men alle hens aan dek geroepen en zet men zich schrap om werkelijk het onderste uit de Belgische kan te kunnen halen. Men houdt er in het Zuiden van het land duidelijk rekening mee dat dit misschien wel eens het eindspel van België zou kunnen zijn, en men denkt en argumenteert er tegenwoordig in geo-strategische termen. De Vlaamse politici lijkt het echter zowat het laatste van hun zorgen te zijn:

Aan de top van de Open Vld wordt er immers gesparteld en gespind door het trio Somers-De Gucht-Dewael dat het een lieve lust is, in de hoop op die manier de CD&V harder te beschadigen dan henzelf. De ene dag wordt de Vlaamse kaart getrokken, de andere de Belgische, en op sommige dagen allebei tegelijk. De enige echte reden waarom sp.a dan weer niet toetreedt tot het Octopusoverleg is –une fois n'est pas coutume– warempel ook diegene die ze zelf opgeven: ze gunnen Yves Leterme en de CD&V een eventueel succes niet, of dat nu ook in hun eigen en/of het Vlaams belang is of niet. De partij heeft het moeilijk om haar communautaire draai te vinden, omdat ze van nature uit Belgisch-behoudend is, maar tegelijkertijd aanvoelt dat daar vandaag zelfs bij haar eigen achterban geen electorale punten meer mee te scoren vallen. Dat ligt anders bij de partij Groen!, die bij haar (eerder marginale) achterban wél kan scoren met haar uitgesproken Belgische profilering, en er dan ook voluit voor gaat. Terwijl de Franstalige partijen dus de rangen sluiten om samen de Franstalige belangen zo goed mogelijk te verdedigen, zijn de Vlaamse partijen druk in de weer mekaar zoveel mogelijk stokken in de wielen te steken.

Wat had de CD&V dan moeten doen? Het probleem van de CD&V is dat de partij, en met haar Yves Leterme, nog steeds gevangen zit in het Belgische referentiekader, en daardoor de laatste maanden al enkele malen haar afspraak met de geschiedenis gemist heeft. Mag ik even dagdromen? De partij had al enkele malen zonder problemen in het Vlaams Parlement kunnen laten vaststellen dat er met de Franstaligen werkelijk geen land meer te bezeilen valt, en daarna Yves Leterme laten uitroepen tot eerste Vlaamse president, tot de splitsing van België volledig uitgeklaard was geweest. Electoraal zou het hen in ieder geval geen windeieren hebben gelegd: enerzijds zou de N-VA dan volledig kunnen samensmelten met de CD&V, anderzijds zou het misschien wel een vierde tot een derde van de achterban van het Vlaams Belang kunnen recupereren, zeker in de eerstvolgende verkiezing. Voor de verkiezingen van juni 2007 zou de vraag dan niet geweest zijn of de CD&V boven de 30% zou uitkomen, maar wel hoe dicht ze de 40% zou benaderen.

Zover zijn we echter voorlopig dus nog niet, en de gretigheid waarmee Yves Leterme nu in het buitenland rondreist als Belgisch Eerste Minister spreekt boekdelen. De partij zal dan ook de komende zes weken moeten doorbrengen aan de onderhandelingstafel met vier ronduit vijandige partners en twee totaal onbetrouwbare. Of daar uiteindelijk veel eer mee te rapen zal vallen is een bijzonder twijfelachtige zaak, maar de manier waarop ze nu zichzelf al in een lastig parket heeft gebracht voorspelt niet veel goeds.

Labels: , , , ,

Read more...

De maskers vallen af: het gaat (ook) om ordinaire gebiedsroof.

De retoriek van le droit des gens

Jarenlang hebben we het moeten horen: de (valse) tegenstelling die franstalige media, academici en politici maakten tussen een Vlaanderen dat alleen maar kan denken vanuit “le droit du sol” en de morele superioriteit van de franstaligen voor wie “le droit des gens” geldt, voor wie de mensen voorrang zouden hebben op de grond. Daarbij misbruikte men doelbewust de dubbelzinnigheid van de uitdrukking “droit des gens”. Die betekent namelijk ook “volkenrecht” in de zin van volkenrecht, d.i. het internationaal recht dat franstaligen in België al enkele decennia proberen voor de kar te spannen van hun revanchisme, van hun reactie tegen het feit dat “on nous a pris la Flandre” (1)

Dat volkenrecht wordt bewust op één lijn gesteld met een andere invulling van de uitdrukking, die zou inhouden dat waar mensen zich ook vestigen, de overheid aldaar en de omgeving zich maar moet aanpassen – althans wanneer die mensen tot de “hogere” franse beschaving natuurlijk. Want, zoals wij ook al lang weten, bestaat die invulling van le droit des gens in geen enkel land of gewest waar de franstaligen het alleen voor het zeggen hebben, niet in Frankrijk, niet in de franstalige kantons in Zwitserland, niet in Wallonië en al helemaal niet in Québec. En bij de uitdrukking “droit du sol” (ius soli) vergat men ook uit te leggen dat die de tegenpool vormt van “le droit du sang” (ius sanguinis) en rechtshistorisch op de eerste plaats te maken heeft met de regels inzake verwerving van nationaliteit. Men vergat ook dat het “territorialiteitsbeginsel” het tegendeel is van het “personaliteitsbeginsel”: de tegenstelling tussen het beginsel dat iedereen op een bepaald grondgebied onder dezelfde wet leeft en gelijk is voor die wet tegenover het beginsel dat de wet niet dezelfde is voor iedereen maar afhankelijk is van de etnische (of religieuze) groep waartoe men behoort. Ik breng het maar even kort in herinnering voor wie niet meer weet dat hier natuurlijk veel meer achter zit.

De maskers vallen af

In het zog van de discussie over de aanpassing van de kieskringen (ja, die zijn inderdaad per definitie territoriaal) aan de grondwettelijke indeling van België als federale staat (2), laten steeds meer franstalige politici en academici echter het masker vallen. Hun verzet tegen de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde (die wel degelijk de enige mogelijkheid is om zonder grondwetswijziging de wet aan te passen aan de grondwet) (3) heeft namelijk alles te maken met ….. grondhonger, met ordinaire gebiedsroof. Hun verzet tegen de splitsing heeft alles te maken met het in vraag stellen van de bestaande deelstaatgrenzen bij het nakende einde van België. Dat blijkt (opnieuw) uit een aantal recente uitspraken.

Op de eerste plaats is er het voorstel van Prof. Jacques Autenne in La Libre Belgique van 21 mei 2008 (4). Die is nog “gematigd” in zijn gebiedsaanspraken: hij eist behalve overgangsmaatregelen voor franstaligen in Vlaanderen alleen maar de overdracht aan Wallonië van alle verbindingswegen tussen Brussel en Wallonië: snelwegen, wegen en spoorwegen, rivieren en kanalen. Door Sint-Genesius-Rode, maar ook door Overijse en zelfs Halle. Maar geen bewoonde gebieden (wellicht is het feit dat hij in Tervuren woont en het daar blijkbaar toch zo slechts niet stelt in Vlaanderen daar de oorzaak van).

Bij anderen daarentegen gaat het er heel duidelijk om, om de regels van het volkenrecht meer dan een beetje te forceren en naar franstalige handen te zetten en door middel van een aberrante interpretatie van de “uti-possidetis”-regel bij het uiteenvallen van België een groot stuk van Vlaams-Brabant in te palmen in de nieuwe staat Wallobruxia. Wanneer Karel de Gucht in le Soir van 26 januari duidelijk stelt dat de taalgrens een staatsgrens is (5) Op 28 januari roept de Brusselse voorzitter van de rassemblement Wallonie-France BHV uit tot “Un enjeu d’état” (6). Enkele dagen na een interview met de Luikse hoogleraar grondwettelijk recht, prof. Christian Behrendt in Le Soir (zie verder) legt Paul Piret in La Libre Belgique van 8 mei 2008 (7) de reden uit voor het verzet tegen de splitsing van de kieskring : “ Le pays viendrait-il à éclater, à quelque terme, le droit international reconnaît généralement à une nouvelle entité le territoire qu'elle possédait auparavant - sans quelque maintien de BHV, les frontières étatiques n'en coïncideraient que mieux avec la frontière linguistique, Bruxelles davantage "enclavé" en Flandre”.

En op enkele dagen tijd laten de franstalige kopstukken – Maingain, di Rupo, Onkelinx - het masker vallen. Maingain in Le Soir van 17 mei (8) over de reden van het verzet tegen de splitsing: “De Franstaligen moeten aan de toekomst denken, nadenken in termen van territorium, van toekomstige grenzen, anders zullen ze gestrikt worden." Di Rupo spreekt zelfs uitdrukkelijk van “geostrategische redenen” in Le Soir van 26 mei 2008 (9) : het behoud van de kieskring BHV, het gerechtelijk arrondissement BHV, en de faciliteiten maken dat de taalgrens géén staatsgrens is. In antwoord op de Vlaamse “strategie” om door de afschaffing daarvan de taalgrens te bevestigen als een potentiële staatsgrens, wil di Rupo Brussel en Wallonië verenigen. En het is duidelijk dat hij ook een fysieke, geografische vereniging bedoelt, dus de inpalming van een stuk Vlaams-Brabant. (Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas”. En Onkelinx stelde op 31 mei in de Standaard(10): “Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook de verdediging van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de discussie”, en op de opwerping “Met een formule als inschrijvingsrecht zouden de Franstaligen uit de Rand nog kunnen stemmen voor iemand in Brussel” volgt het antwoord: “Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het daarover gaat, begrijpt niets van de gevoeligheid van de francofonen. BHV is echt veel fundamenteler dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk”. Het gaat dus niet om minderheidsrechten voor franstaligen, maar om het veel “fundamentelere”: franstalige gebiedsuitbreiding. En het Wallobruxia-verhaal doet ook een ander masker afvallen: dat een uitbreiding van Brussel toch niet zo erg zou zijn aangezien het Vlaams-Brabant alleen maar tweetalig zou maken; het gaat niet meer om de uitbrieding van tweetalig gebied, maar om de inrichting van een ééntalig Franse ruimte, zoals België eertijds werd geconcipieerd, waar de nederlandstaligen zoals in 1831 nog wel lokaal hun patois mogen gebruiken.

Het was enkele wakkere Vlaamse academici en bloggers ntauurlijk ook al opgevallen: op de eerste plaats Bart Maddens in de Standaard van 24 mei 2008 (11) (nog voor de uitspraken van di Rupo), verder Filip van Laenen op Brussels Journal (B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo (12)) en In Flanders Fields van 26 mei (13) en Philippe van den Abeele op Nieuw Pierke (14) op 28 mei 2008.

Een beetje voorgeschiedenis van speuren in de juridische gereedschapskist


Natuurlijk is die expansionistische mentaliteit niets nieuws. Ook de analyse van de instrumenten uit het volkenrecht die men daarvoor kan inzetten, is al decennia aan de gang in de franstalige universiteiten en politieke middens. Even ter herinnering: een toen nog grotendeels franstalig Hof van cassatie decreteerde in 1971 de voorrang van het volkenrecht op de Belgische wetgeving (15). Op dat ogenblik ging het alleen over de voorrang van geratificeerde verdragen op de gewone wet en was de beslissing in casu ook correct, maar ze werd wel in veel ruimere bewoordingen gesteld (16). Vandaahttp://www.blogger.com/img/gl.link.gifg beweren franstalige academici dat het volkenrecht ook voorrang zou hebben op de grondwet en dat ook niet geratificeerde verdragen zoals het Minderhedenverdrag voorrang zouden hebben op het Belgische recht omdat het om “mensenrechten” zou gaan).
De eerste inhoudelijke piste die men uitgeprobeerd heeft en blijft uitproberen is die van de zogenaamde taalvrijheid. Hiermee hebben de franstalige internationale grotendeels bot gevangen (met name het arrest van het EHRM over enkele aspecten van de taalwetgeving, , waar men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam… (17); verder ook het arrest-Mathieu-Mohin / België van 2 maart 1987 (18)). Sommige franstalige academici hebben daaruit afgeleid dat ze wellicht beter “bediend” zouden kunnen zijn door het toch nog steeds erg franstalige en staasbehoudende Hof van cassatie en begonnen te pleiten voor grondwettigheidstoetsing door de gewone rechter (en niet door de Raad van State die toen al als te flamingant werd bestempeld) (19). Procureur-generaal bij het Hof van cassatie Walter Ganshof van der Meersch pleitte vanaf toen voor grondwettigheidstoetsing door het Hof van cassatie (20).

Het tweede spoor dat men vandaag zeer sterk bewandelt is dat van de zogenaamde minderhedenbescherming, gewapend met de formidabele doublespeak van dat intussen beruchte minderhedenverdrag (zie daarover mijn toespraak bij de uitreiking van de orde van de Vlaamse leeuw) (21)). Door de oprichting van een paritair Grondwettelijk Hof kon men de Vlamingen alvast niet meer sociologisch minoriseren bij de grondwettigheidstoetsing van wetten en werd het spoor van de voorrang van het volkenrecht weer belangrijker (22). Zou het toeval zijn dat het Hof van cassatie het volkenrecht nu ook boven de Grondwet ging stellen (onder meer in het juridisch schandelijke Vlaams-Blok-arrest van 9 november 2004 (23)). Nu, wat die piste van de minderheidsrechten betreft, heeft het feit dat Frankrijk en Québec in deze aan de Vlaamse kant staan, de geloofwaardigheid van het franstalig verhaal niet echt geholpen, en de pietluttigheden waarover men telkens komt zaniken hebben ook in het buitenland toch enige ogen doen opengaan. Dat men al 40 jaat bot vangt bij internationale rechtscolleges en enkel via gemakkelijker te manipuleren internationale politieke organen enige aandacht krijgt geeft misschien toch te denken. Maar goed, met de twee genoemde sporen kon men zijn strategie vervolgen zolang men nog kon volhouden dat er in België geen interne grens was: de basisidee was altijd dat de zogenaamde rechten van de franstaligen in heel België moesten gelden.
Nu men niet meer in het voortbestaan van België gelooft en de taalgrens op korte termijn een staatgsrens dreigt te worden, wordt het derde spoor echter een stuk dringender: de territoriale expansie.

Het derde spoor botst tegen het volkenrecht

Daarbij botst men echter tegen een van de grondbeginselen van het anders zo geprezen volkenrecht: het beginsel dat bij het ontstaan van nieuwe staten de oude interne grenzen de grenzen van de nieuwe staat vormen, traditioneel verwoord als “uti possidetis”. Hoe sterk de internationale gemeenschap vasthoudt aan bestaande grenzen hebben we ook in recente tijden gezien, onder meer bij het uiteenvallen van Joegoslavië (standpunt dat onderbouwd werd in het advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 (24), onder voorzitterschap van de vroegere Franse Minister van justitie Robert Badinter, zeker ook een voorstander van het territorialiteitsbeginsel).

De uiteindelijke erkenning van Kroatië binnen zijn “intern-joegoslavische” grenzen heeft franstalige academici bij ons gealarmeerd. Dat de franstalige academici van Québec het beginsel uti possidetis zeer sterk verdedigen (zie met name het rapport-Pellet (25)) weerhoudt de Belgische franstalige academici er alvast niet van om eraan te gaan morrelen. Vanaf de jaren ’90 zijn ze dus argumenten gaan zoeken om dit beginsel niet te laten gelden bij een splitsing van België. In januari 1998 werd daartoe een congres georganiseerd aan de ULB te Brussel, waarvan de rapporten verschenen zijn in het boek Demembrements d'Etats et delimitations territoriales: l'uti possidetis en question(s), Actes du colloque de Bruxelles - 23 et 24 janvier 1998 (26).

Op 18 maart 2005 organiseerde het FDF-studiecentrum Jacques Georgin (ja inderdaad genoemd naar de FDF-plakker die op 12 september na een schermutseling met vlaamse plakkers overleed aan een hartaanval die met die schermutseling weinig van doen had, maar die nog altijd als een vermoorde held wordt geprezen) een colloquium waar het de beurt was aan de professoren Hugues Dumont en Sébastien van Drooghenbroeck om de splitsing van BHV aan te grijpen als grond om de gewestgrens tussen Brussel en Vlaanderen aan te passen door middel van referenda. Hun tekst (“Le statut de Bruxelles dans l’hypothèse du confédéralisme”) werd in oktober 2007 in 3 talen gepubliceerd in Brussels Studies (27).

En einde 2007 werd aan de Universiteit van Luik een colloquium georganiseerd over “Fédéralisme et frontières internes: les enjeux de l'arrondissement de BHV (Bruxelles-Hal-Vilvorde/Brussel-Halle-Vilvoorde)” met bijdragen die eerstdaags verschijnen in het elektronisch tijdschrift Fédéralisme Régionalisme (28). De lezing van prof. Christian Behrendt, hoogleraar grondwettelijk recht in Luik en een duitstalge met dubbele nationaliteit, getiteld “BHV et le principe de l’uti possidetis”, bood de franstaligen weinig argumenten. Wanneer Behrendt door Dominique Berns wordt geïnterviewd in Le Soir van 30 april (29) worden hem dan ook enkele suggestieve vragen gesteld; ik was er natuurlijk niet bij toen het interview werd opgenomen, maar ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de journalist het gepubliceerde interview wat naar zijn hand heeft gezet. Hij is blijven doorvragen tot hij een geschikt antwoord kon vinden dat de duidelijke uitgangspunten, die Behrendt verdedigde, toch nog even kon scheeftrekken. Want Behrendt herinnert eraan dat noch het argument “enclave” (Brussel binnen Vlaams grondgebied), noch het argument minderheden noch de eis van een volksraadpleging veel indruk maken op de internationale gemeenschap als argumenten tegen het beginsel uti possidetis.

Drijfhout of bruggen voor expansie ?


Het belang van het beginsel heeft de franstaligen nu toe aangezet om allerlei motieven te zoeken die moeten aantonen dat er helemaal geen eenduidige interne grenzen zijn in België, dat grote delen van Vlaanderen eigenlijk nog altijd gemengd gebied zouden zijn. Maingain en de anderen zijn onmiddellijk gesprongen op de uitlating van Behrendt dat de kieskring en het gerechtelijk arrondissement “bruggen” zijn over de taalgrens heen waarmee men het definitief karakter daarvan misschien toch in vraag zou kunnen stellen. Mij lijkt het eerder te gaan om stukken drijfhout uit het wrak van het schip van de belgische unitaire staat (30). De argumenten om te stellen dat de bestaande grondwettelijke taalgrenzen wel degelijk de interne grenzen zijn voor de toepassing van uti possidetis zijn overweldigend – men moet maar de eerste 5 artikelen van de Belgische grondwet lezen. Maar de franstalige reactie toont wel aan dat elke brug die nog opengelaten wordt of gebouwd wordt, door de overzijde misbruikt wordt als toegangsweg voor territoriale expansie. Bruggen bouwen is zeer nuttig, maar vraagt op de eerste plaats stevige oevers en op de tweede plaats dat de franstalige politici nu eens eindelijk zeer uitdrukkelijk afstand nemen van de eis naar territoriale expansie van de Franse gemeenschap (31). De weigering dat te doen verplicht de Vlamingen om zolang er geen onafhankelijk Vlaanderen is, geen erkenning te verlenen aan welke instellingen of regels ook die door franstaligen misbruikt kunnen worden om territoriale expansie te rechtvaardigen. Ook zo zijn de anderstalgen in Vlaanderen nog altijd stukken beter af dan in Wallonië of andere franstalige landen.
Deze stelling zal me wel weer een partijtje schelden over geborneerdheid en geslotenheid opleveren, maar met een buurman die voortdurend een stuk van je tuin probeert in te palmen zijn “afpaling en afsluiting” (om de termen van het Burgerlijk wetboek te gebruiken) nu eenmaal nodig.

(1) zie mijn “Nog steeds “Ils nous ont pris la Flandre””, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/nog-steeds-ils-nous-ont-pris-la-flandre.html
(2) Zie mijn “Dewael’s bedrieglijke vergelijking”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/dewaels-bedrieglijke-rechtsvergelijking.html
(3) Zie mijn “Interpretatie zonder te zinzen: waarom de splitsing van BHV grondwettelijk moet”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/09/interpretatie-zonder-te-zinzen-waarom.html. Daar wordt het advies van de afdeling wetgeving van de Raad van State, dat ook een terugkeer naar arrondissementele kieskringen in heel België grondwettelijk kan, weerlegd. Zie ook het vervolgstuk “De kern van de zaak: BHV discrimineert in strijd met het belgisch evenwicht”, http://vlaamseconservatieven.blogspot.com/2007/10/de-kern-van-de-zaak-bhv-discrimineert.html
(4) Berlin-Ouest comme solution à BHV”,
http://www.lalibre.be/index.php?view=article&art_id=422488, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211316810=
(5) «La frontière linguistique est une frontière d’Etat», http://www.lesoirenligne.be/actualite/belgique/la-frontiere-linguistique-est-2008-01-26-573631.shtml
(6) http://www.rwf.be/pages/Archives/Annee_2008/semaine05/la_une/bhv_goosse.html
(7) "Scinder BHV a sa logique. S'y opposer, aussi... "
(8) “Le prix de la scission selon Maingain”, Le Soir van 17 mei , http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-le-president-fdf-2008-05-17-598971.shtml
(9) Di Rupo in Le Soir van 26 mei 2008, http://www.lesoir.be/actualite/belgique/politique-la-condition-il-2008-05-26-600871.shtml: “de toute façon, la scission ne pourra pas être pure et simple. Les francophones ont des raisons de géostratégie.”- «Géostratégie», carrément… - “Oui. Voici mon raisonnement… Les francophones autour de Bruxelles ont trois types de droits liés aux personnes : un droit électoral, leur permettant de voter pour des personnalités bruxelloises; ils peuvent être jugés en français en justice; enfin, il y a les facilités dans six communes. Ces trois types de droits constituent comme des ponts, qui enjambent la frontière linguistique, signifiant qu'elle n'est pas une frontière d'État. Toute la stratégie des responsables politiques flamands est de faire sauter ces ponts l'un après l'autre, afin d'isoler Bruxelles en Flandre, et d'affirmer la frontière linguistique comme une frontière d'État potentiellement. Ce schéma, nous n'en voulons pas. Il ne passera pas.”
(10) “Wallonië heeft er stilaan genoeg van” de Standaard 31 mei 2008, http://www.standaard.be/Krant/Tekst/Artikel.aspx?artikelId=PH1SJB00&date=20080531.
(11) Bart MADDENS, “Waar BHV echt over gaat“, de Standaard van 24 mei 2008, http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=9C1SBJAV, ook op http://haviko.org/cgi-bin/actualiteit.cgi?artikel=1211593597
(12) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo“, Brussels Journal 26 mei 2008, http://www.brusselsjournal.com/node/3289.
(13) “B-H-V en de Geo-Strategie van Elio di Rupo “, In Flanders Fields 26 mei 2008, http://inflandersfields.eu/2008/05/b-h-v-en-de-geo-strategie-van-elio-di.html
(14) Philippe van den ABEELE, “ Franstalige 'geostrategie”, op Nieuw Pierke , http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/234
(15) Het zgn. Smeltkaasarrest, Cass. 27 mei 1971, Fromagerie Franco-Suisse Le Ski (smeltkaasarrest) Arr Cass 1971, p. 959, concl. Procureur-Generaal W. Ganshof Van Der Meersch.
(16) Volgens Prof. Paul Vermeulen (hoogleraar staatsrecht VUB en later Eerste Voorzitter van de Raad van State) was het arrest ingegeven door de wens van het Franstalige establishment om de Belgische taalwetten te kunnen toetsen aan volkenrechtelijke regels en op die manier mogelijks terzijde te schuiven (zie o.m. zijn tussenkomst in Actualité du contrôle juridictionnel des lois, journées juridiques Jean Dabin, Faculté de droit UCL, Larcier Brussel 1973, p. (554 v.) 555 en 557 v. Zou het werkelijk toeval zijn dat het arrest van 1971 er kwam kort nadat de grondwetswijziging van 1970 de taalgrens had ingeschreven in de Grondwet, zodat alvast de taalwetten niet meer op basis van een grondwettigheidstoetsing konden worden terzijde geschoven ?
(17) EHRM 23 juli 1968 , waarmee men enkel de zeer beperkte “liberté du père de famille” bekwam. Zie http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699959&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(18) EHRM 2 maart 1987, Mathieu-Mohin en Clerfayt/ België, http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/view.asp?action=html&documentId=699970&portal=hbkm&source=externalbydocnumber&table=F69A27FD8FB86142BF01C1166DEA398649
(19) Het congres aan de UCL ”Actualité du contrôle juridictionnel des lois” vond plaats in 1973, kort na de Grondwetsherziening van 1970, de wet op de bevoegdheidsconflicten bij de Raad van State van 1971 (nooit effectief uitgevoerd), en het smeltkaasarrest van 27 mei 1971. De interventie van Vermueln op dat conres doorprikte de franstalige agenda: De franstaligen: waren sterker in de magistratuur dan in de politiek wen wilden dus het parlement onder voogdij stellen van een instelling waarin zij dominanter waren. Professoren en De Visscher en Lienard wilden gewoon af van de Vlaamse meerderheid in het (Belgische) Parlement.
(20) Concl. Ganshof van der Meersch voor het arrest van het Hof van Cassatie van 3 mei 1974 (Cass. 3 mei 1974, R.W. 1974-75, 77).
(21) Bij de uitreiking van de Orde van de Vlaamse Leeuw aan Leo Peeters en de andere burgemeesters van Halle-Vilvoorde, http://www.ordevandevlaamseleeuw.org/peeters-leeuw.html
(22) Aldus verklaarde de Waalse socialiste Anne-Marie Lizin in 1991, toen ze Staatsecretaris voor Europese Zaken was, dat dankzij Europa de Vlamingen opnieuw de rechtsposities zouden verliezen die ze in en op België hadden weten te veroveren.
(23) Cass. 9 november 2004, http://www.droit.fundp.ac.be/cours/pen/cassvzw.pdf of http://www.diversiteit.be/index.php?action=rechtspraak_detail&id=45&select_page=38.
(24) Advies nr. 3 van de commissie-Badinter, 11 januari 1992 Opinion No 3 of the Arbitration Commission of the Peace Conference on Yugoslavia, 11 January 1992, 31 ILM 1499, onder meer op http://www.ejil.org/journal/Vol3/No1/art13.html. Zie over het beginsel verder onder meer Dieter BLUMENWITZ, “Uti possedetis iuris, uti possedetis de facto: die Grenze im modernen Völkerrecht” In: Raum und Recht : Festschrift 600 Jahre Würzburger Juristenfakultät, red. Horst Dreier, Hans Forkel, Klaus Laubenthal, Duncker & Humblot 2002 ; Suzanne LALONDE, Determining boundaries in a conflicted world : the role of uti possidetis, McGill-Queen's University Press 2002.
(25) D.i. Thomas M. Franck, Rosalyn Higgins, Alain Pellet, Malcolm N. Shaw, Christian Tomuschat, «L’intégrité territoriale du Québec dans l’hypothèse de l’accession à la souveraineté», Commission d’étude des questions afférentes à l’accession du Québec à la souveraineté, Exposés et études, Volume 1, Les attributs d’un Québec souverain, Québec, 1992. Zie ook Michel Roche, “L’éclatement des fédérations soviétique,
yougoslave et tchécoslovaque
dans le débat sur la question nationale au Québec: 
de l’échec de Meech au référendum de 1995”, Bulletin d’histoire politique,
vol. 4, no 2, printemps 2007, pp. 151; ook op http://classiques.uqac.ca/contemporains/roche_michel/eclatement_des_federations/eclatement_des_federations_texte.html.
(26) Démembrements d’Etats et délimitations territoriales: l’Uti possidetis en question(s), onder redactie van O. Corten, B. Delcourt, P. Klein en N. Levrat, Editions de l’Université de Bruxelles / Bruylant, Brussel 1999. Sommige bijdragen verschenen ook in de Revue belge de droit international, o.a. N. ANGELET, “Quelques observations sur le principe de l’uti possidetis à l’aune du cas hypothétique de la Belgique”, in Revue belge de droit international, 1998, p. 51-69.
(27) Te vinden op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/fr_46_brus10fr.pdf in het Nederlands op http://www.briobrussel.be/assets/andere%20publicaties/nl_46_brus10nl.pdf en in het Engels op http://www.briobrussel.be/assets/andere publicaties/en_46_brus10en.pdf.
(28) http://popups.ulg.ac.be/federalisme/sommaire.php?id=518. Het bevat met name de teksten van volgende lezingen: Michel Pâque, “
Introduction: le contexte institutionnel des difficultés actuelles”; Gonzales d’Alcantara, “Demande flamande de scission de BHV : une justification économique ?”, Christian Behrendt, “BHV et le principe de l’uti possidetis”, Boudewijn Bouckaert, “«Leo Belgicus» op zoek naar zichzelf. Territorialiteit, regionalisme en confederale bestuurscultuur in de Lage Landen”, Carl Devos, “BHV : Voeren van de 21ste eeuw” en Jean-Claude Scholsem, 
”La problématique de Bruxelles-Hal-Vilvorde et la jurisprudence de la Cour constitutionnelle”.
(29) “BHV est un diamant pur ; qui demande sa scission doit mettre le prix”, op http://www.lesoir.be/forum/a_bout_portant/article_595322.shtml.
(20) Over het schip als metafoor voor de staat, zie ook H. QUARITSCH "Das Schiff als Gleichnis" in Recht über See, Festschrift Rolf Stödter zum 70. Geburtstag am 22. April 1979 (red. H.P. IPSEN & K-H Necker), Decker Schenck 1979, 251 v.
(21) En wie denkt dat dit een knipoog is naar de column “bruggen bouwen” van D. Sinardet in de Standaard, heeft nog gelijk ook.
Read more...

Waar de Walen liever niet aan herinnerd worden...

Met de magische datum van 15 juli in het achterhoofd en het latente gebrek aan goodwill bij de Franstaligen om tot een onderhandelde oplossing voor de kieskring BHV te komen, lijkt België in een nieuwe politieke impasse te belanden. De kans dat het in oktober opnieuw federale verkiezingen zijn, wordt met de dag waarschijnlijker. En om nog extra Waalse olie op het communautaire vreugdevuur te gooien, schakelen de Franstaligen de internationale gemeenschap in. Zonder kennis van zaken of enige interesse in het onderliggende wettelijke stelsel veroordelen instellingen van de Verenigde Naties of de Raad van Europa de gang van zaken in Vlaanderen, en dat op vraag van onze Waalse zuiderburen. De rapporten zijn extreem-kritisch in hun opzet en extreem-belachelijk in hun eenvoud.

Ook van enige historische relativering hebben de internationale rapporteurs geen kaas gegeten. Zij gaan immers voorbij aan de lange en moeizame evolutie binnen België van een Francofone unitaire staat naar een drietalige pluralistische federatie. En dan heb ik het niet eens over de lange periode vanaf 1830/1831, maar gewoon over de recente politieke geschiedenis van de jaren 1980.

Toen was Brabant nog niet gesplitst in een Vlaams en Waals gedeelte en toen konden de Vlamingen ook in het Franssprekende landsgedeelte stemmen halen, en met succes trouwens. Aanvankelijk was ook toen alles koek en ei tussen de Vlamingen en de Franstaligen. FDF'er Armand Tournis werd in 1981 zonder noemenswaardige problemen in de kieskring Leuven tot senator verkozen. PVV'ster Aline Bernaerts deed het hem in 1978 trouwens voor in de kieskring Nijvel. De provinciale apparentering lag aan de basis van hun overwinningen.

Toen was er geen vuiltje aan de lucht: de Vlamingen legden zich er bij neer dat een FDF'er een Leuvense senaatszetel inpalmde en de Franstaligen dat een Vlaamse liberale een Nijvelse senaatszetel won. De communautaire problemen op vlak van kieskringen kwamen pas aan de oppervlakte in 1985 toen de Franstaligen plots op hun strepen gingen staan en een democratische verkiezing volledig negeerden.

In 1985 werd VU'er Toon Van Overstraeten, een oudgediende in het Vlaams Legioen van de Nazi's tijdens WO-II, dankzij de provinciale apparentering in de senaat verkozen voor de kieskring Nijvel. De VU haalde in Nijvel met 0,3% van de stemmen het allerlaagste resultaat van alle partijen. De PSC haalde er 19,2%, maar kon dat niet verzilveren met een senaatszetel. Idem voor ECOLO met 7,4%.

De Volksunie wou aanvankelijk met de kandidatuur van Toon Van Overtraeten de absurditeit van de apparenteringsregels aantonen, en dat lukte hen ook. Na de verkiezing van Van Overstraeten werden de apparenteringsregels volledig hervormd en werd een eerste aanzet gegeven naar grotere kieskringen (want de provinciale apparentering had vooral bizarre uitkomsten in kleine kieskringen zoals Leuven en Nijvel). Toon Van Overstraeten bleef voor Nijvel in de senaat zetelen tot in 1987 wanneer de regering Martens VII viel en hij zijn stunt in Nijvel niet meer kon overdoen.

Als kers op de taart bestond in 1985 ook nog het principe van de dubbelmandaten, waarbij senatoren automatisch zitting hadden in de Gewest- en Gemeenschapsraden. Toon Van Overstraeten wou dan ook gaan zetelen in de Waalse Gewestraad en de Franstalige Gemeenschapsraad, maar dat was buiten de waard gerekend. Zonder oog voor de gangbare procedures of grondwettelijke principes deden de Walen er alles aan om Van Overstraeten uit die raden te weren. Uiteindelijk werd hij in beide raden "gewraakt" en manu militari uit de raadszalen verwijderd door de militaire politie.

Om het geheel even te duiden: toen een democratisch verkozene zijn recht om te zetelen ontzegd werd, louter op basis van zijn taal, was er van een buitenlandse enquêtecommissie geen sprake. Wij Vlamingen lossen dat zelf op. De Walen gaan janken bij de VN. Dat is het verschil: Vlaanderen blaakt van zelfvertrouwen en is volwassen.

Read more...

1 juni 2008

De Gucht, Congo en Chevalier (Johan Sanctorum)

Natuurlijk is Kabila een onbekwame potentaat en leider van een corrupt regime. Natuurlijk is de situatie van de gemiddelde Congolees allerbelabberdst. En, nog het ergste, jawel, er wordt op grote schaal in Oost-Congo geplunderd, verkracht, gemarteld, zowel door opstandelingen als door regeringssoldaten.
Tot zover zou ik zeggen: fijne vent, die Karel De Gucht, dat hij dat ook zo onder de volle internationale schijnwerpers durft te verkondigen. Maar men mag anderzijds het typisch neoliberale gevoel voor tactische timing en perceptiesturing niet onderschatten. Want onze BuZa-minister kwam, heel toevallig, net in dezelfde periode onder vuur te leggen n.a.v. de zaak Pierre Chevalier, sjoemelaar-eerste-klas, speciaal VN-gezant voor België (naar verluidt een volstrekt nutteloze functie, ideaal om aangebrande mandatarissen te parkeren), en ook nog bestuurder bij Forrest, actief in de hoogst obscurante Congolese mijnbouwsector.

Pierre Chevalier, wiens broer Miguel woordvoerder was van Guy Verhofstadt (het is de VLD die de slogan hanteert ‘De toekomst telt, niet de afkomst…’) heeft altijd rijkelijk mogen genieten van de hoogste partijbescherming, speciaal juist van de ex-premier/advocaat en van Karel De Gucht. In 1999 werd hij dankzij de paarse nieuwlichters Commandeur in de Leopoldsorde. Nu in de pers uitlekte dat de man geruisloos dat VN-gezantschap toch bleek te combineren met een bestuurdersfunctie van George Forrest International, én hij bovendien wordt verdacht van valsheid in geschriften, heling en witwassen, was het voor de VLD een topprioriteit om zich hier uit de wind te zetten.
De Gucht houdt dus vol dat hij van dat Forrest-mandaat niet op de hoogte was. Toch wel, en mijn benoeming stond bovendien in het Staatsblad, replikeerde Chevalier. Daar heeft hij een punt, want als De Gucht zelf past voor deze aangename lectuur, dan hebben de VLD-studiediensten toch een hele batterij slaafjes die niets anders om handen hebben dan publicaties uit te pluizen, tot en met het onnozelste reklameblad. Er was dus wel degelijk stront aan de knikker in deze advocatensoap. Misschien wist partijstrateeg Noël Slangen, toevallig een intimus van De Gucht (en ook van de Chevalier-clan trouwens), wel raad. Wat te doen als men in een schandaalsfeer dreigt terecht te komen?
Wel, in het boekje ‘Modellen van C’, geschreven door strategisch directeur Noël Slangen, staat nauwkeurig aangegeven hoe je aan miststrategie doet: als teveel ongewenste publieke belangstelling Uw deel dreigt te worden, maak dan snel veel lawaai rond iets totaal anders, dat alle media-aandacht naar zich toezuigt. Beledig bijvoorbeeld eens een corrupte dictator, lok een diplomatiek incident uit, en neem het applaus in ontvangst. Heeft De Gucht deze truc-van-de-foor gebruikt om dat vervelend Chevalier-verhaal wat naar de achtergrond te duwen? Alle kranten gingen in elk geval klakkeloos mee met de Congo-hype. Terzake ging zowaar in de Brusselse Matongé-wijk de temperatuur opmeten en constateerde unanieme instemming. De grote princiepsverklaringen, het diplomatiek geruzie, de banvloeken van Kabila, het applaus van heel het Belgische politiek universum, van extreem-links tot VB… Onder al dat kabaal samen kan je ongezien je moeder vermoorden. Bij manier van spreken natuurlijk.
Want zoals gezegd: Karel De Gucht is an honourable man met grote ethische principes, en hij was not amused toen hij hoorde dat Chevalier weer buiten de lijntjes had gekleurd. ‘Ik wist van niets’, - zowat de domste uitspraak die een politicus uit zijn mouw kan schudden. Daar moest dus wat extra consultancy aan te pas komen.
Ach, die truc om hard naar iemand te gaan roepen als men de aandacht van zich wil afleiden, hij is zo versleten dat het me telkens verbaast als iemand hem nog eens bovenhaalt. En het verwondert me nog meer dat geen enkele ‘kritische journalist’ erover struikelt. In 2006 werden de Deense Mohammed-cartoons pas wereldnieuws, maanden na de publicatie, omdat het koningshuis in Saudi-Arabië de hete adem van de islamitische oppositie in zijn nek voelde, en naar een bliksemafleider zocht. Heeft iemand toen gewezen op het geënsceneerd karakter van die hysterie? Het systeem gaat terug tot de bijbelse zondebok, het zwart schaap (scapegoat, bouc émissaire: je zult maar tot de evenhoevigen behoren),- kortom: overal waar machthebbers iets te verbergen hebben, het uitverkoren clientèle van de communicatiespecialisten.
Het uitgangspunt is simpel voor de betere journalistiek: doe niét aan close-reading van een politieke uitspraak, maar ga na waarom iemand iets zegt, en waarom nu, en niet gisteren of morgen. Communicatiestrategie à la Slangen werkt nu eenmaal zo.
De synchronie tussen de heldhaftige Congo-rethoriek van De Gucht en de voor hem hoogst genante Chevalier-affaire bewijst op zich natuurlijk geen oorzakelijk verband. Wel zou het een vertrekpunt kunnen zijn voor een onderzoeksjournalist die écht speurt naar achtergronden en machinaties onder de waterlijn. En die de processen wegens smaad erbij wil nemen. Want als de miststrategie niet helpt, vallen de krokodillen snel terug in hun oude gewoonten om critici voor de rechter te slepen. Dat heeft althans het voordeel van de duidelijkheid.

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>