3 maart 2010

Opflakkering zaak-Daerden: cui interest? (Hoegin)

Michel DaerdenJe maakt het niet iedere dag mee: Yves Leterme die voor de camera's verklaart dat hij vertrouwen heeft in het gerecht, en het onderzoek dus zijn gang wil laten gaan. Dat een deontologische commissie van de PS de zaak zou bekijken is al helemaal een giller. Maar misschien is het aan Vlaamse zijde wel vooral de CD&V die er belang bij heeft dat Michel Daerden voorlopig op post blijft?

Eerste Minister Yves Leterme heeft dus op wonderbaarlijke wijze zijn vertrouwen in het gerecht herwonnen. De tijd dat hij helemaal geen vertrouwen in het gerecht had ligt immers nog niet zo ver achter ons. En van onderzoeken die gewoon hun gang moesten gaan en niet verstoord mochten worden was al helemaal geen sprake. De tijden veranderen dus snel, zeker in de Belgische politiek, en van Yves Leterme beginnen we het stilaan gewoon te worden dat de man de ene maand wit zegt, om de volgende maand voor de camera's doodleuk zwart te beweren.

De beste mop van de afgelopen dagen is echter ongetwijfeld die deontologische commissie van de PS die de zaak zou onderzoeken. Een deontologische commissie bij de PS? Men kan net zo goed Michel Daerden voorzitter maken van de bond van geheelonthouders. Het stemmenkanon uit Luik draait al zo lang mee in de partij dat hij waarschijnlijk van elke mandataris, tot de gemeenteraadsleden in de meest verafgelegen dorpen toe, precies weet wat ze op hun kerfstok hebben. Over de vraag hoeveel leden van die deontologische commissie hem zullen willen veroordelen hoeft dus niet bepaald lang nagedacht te worden.

Maar terug naar Yves Leterme en de CD&V. De zaak-Daerden stelt de federale regering niet bepaald in een positief licht, maar toch moet misschien ook de vraag gesteld worden of de laatste opflakkering de CD&V op dit ogenblik niet bijzonder goed uitkomt. Van goed bestuur is er geen sprake, maar ze gaf Yves Leterme toch nog maar eens de gelegenheid om de CD&V-show van «rustige vastheid» op te voeren voor de camera's. En na de ramp van Buizingen was het bijzonder nuttig even de aandacht te kunnen afleiden van zowel Inge Vervotte als Etienne Schouppe en Jean-Luc Dehaene. Je zou je warempel gaan afvragen of het misschien niet de partijraad van de CD&V was die de map met alle details naar de voltallige pers gestuurd zou hebben.

Is dat laatste misschien wat ver gezocht, kan alleen maar vastgesteld worden dat geen enkele van de andere Vlaamse partijen uit dit dossier zo goed weg weet te komen als de CD&V. Bij de Open Vld heerst in ieder geval een oorverdovende stilte omdat de partij goed weet dat er als federale regeringspartner toch geen punten mee te scoren vallen. Verder dan de hele zaak een «medianummertje» te noemen raakte de partij in ieder geval niet. Elke kritiek van de sp.a is dan weer totaal ongeloofwaardig omdat geen mens zou willen geloven dat die partij van Michel Daerden wel een probleem zou maken als ze federaal mee in de regering zou zitten. En Groen! maakt hoe dan ook geen schijn van kans om in de federale regering te raken als ze er geen PS-creaturen zou dulden. Blijft nog over van de Vlaamse partijen die niet in een cordon sanitaire opgesloten zitten of op imploderen staan: de N-VA, die ooit nog campagne voerde tegen de «verstrikking» van Vlaanderen, maar participationistisch als ze is zich wel liet misbruiken als nuttige idioten om de huidige federale regering tot stand te brengen. Benieuwd of die partij in 2011 campagne zal willen voeren voor de «ontdaerding» van België…

Al bij al doen slechts drie partijen hun relatieve voordeel met deze opflakkering van de zaak-Daerden. Ten eerste is er Ecolo, dat Michel Daerden uit de Waalse regering wist te weren. Ten tweede de PS zelf, die aan haar achterban weer eens laat zien dat haar wil wet is in België. En ten derde de CD&V dus, die zich kan profileren met haar rustige vastheid en de aandacht afgeleid ziet van drie van haar politici die recent in nauwe schoentjes terecht waren gekomen. Trouwens, de kiezer die vandaag nog steeds bereid is op de CD&V te stemmen maakt overduidelijk al geen problemen rond de flagrante woordbreuk van die partij rond Brussel-Halle-Vilvoorde en de staatshervorming. Die kiezer is doodsbang voor elke vorm van verandering, zowel in de ene als de andere richting, en wat dat met zich mee zou kunnen brengen, en gelóóft dus ook in de boodschap van rustige vastheid. Pappen en nathouden, een minder eerbiedig synoniem van die rustige vastheid, is immers ook een beleid. De kans dat die kiezer zich dan plots wél zou opwinden over de aanwezigheid van een schertsfiguur als een Michel Daerden in de federale regering kan dan ook minimaal genoemd worden.

Labels: , , , ,

Read more...

8 juni 2008

Hij herkent zijn land niet meer (victa placet mihi causa)

.
Voor de Belgische Staat is het beroerd, dat zijn laatste verdedigers al te vaak schertsfiguren zijn. De Kwaliteitskrant anderzijds mag het zich als een verdienste rekenen dat hij deze figuren toch nog een tribune geeft. Vrije meningsuiting is bij hen geen ijdel woord, en Tony Mary was voorlopig de laatste in hun rijtje.
U herinnert zich hem nog wel, de kleine wonderboy die Dirk Van Mechelen met een gouden greep, en in geen tijd uit zijn rijk gevulde buidel grabbelde en aan het hoofd van de Publieke Omroep plaatste.

Niemand die tot kort daarvoor van het bestaan van dit gedegen goudklompje op de hoogte was, maar al bij zijn eerste personeelsspeech werd dat anders. Tony sprak daar een waar woord.
Dees is maan laatste job” vertelde hij ter geruststelling aan de personeelsleden – want velen onder hen hadden ondertussen gelezen dat de man die voor hen stond een zogenaamde job hopper was, die het in de grote managementswereld maar voor het uitkiezen had, en die zij bijgevolg snel weer kwijt konden raken.
Natuurlijk, zijn taalgebruik was – ik zal niet zeggen vulgair, maar toch eerder volks, of licht substandard, ondermaats te noemen, en dat deed enkelen de wenkbrauwen fronsen.
Maar kort daarop viel Tony uit een boom – of van een muurtje, dat weet ik niet meer – tijdens een soort bedrijfs-bosspel voor een goed doel, waarin hij zijn jovialiteit en fysieke fitheid wilde demonstreren. Tony brak daarbij iets, of scheurde iets, en was voor enige tijd out, zoals dat heet.
Zijn brein was bij die val gelukkig intact gebleven, en zijn affairistisch instinct ook, en zo kon Tony aan zijn kleermaker – Bishop Tailors van Molenbeeknog een dienst bewijzen door in een Brusselse reclamefolder diens kostuums aan te prijzen. In zijn nieuwe hoedanigheid van CEO van de VRT, kon hij zich geen betere kleermaker voorstellen, lazen wij. Zijn tijd was geweldig kostbaar, want hij werkte zeven dagen op zeven, en 24 u per dag, maar ze hadden daar bij Bishop zijn lichaamsmaten opgeschreven, en als Tony nog maar een stofje uitkoos, leverden zij hem op de tijd van twee-drie dagen zijn gerief.
Nu was er geen mens die dacht dat Tony in ruil voor deze dienst eventueel een klein kostuumpje had gekregen, maar toch hadden velen het gevoel dat onze nieuwe man hier bakens poogde te verzetten, of misschien al een brug te ver was gegaan. Hijzelf vond dat bij nader inzien ook – flexibiliteit! – en per mail verontschuldigde Tony zich bij het voltallige personeel voor zijn onbeschaamdheid, tegelijk de belofte doend dat hij voortaan nóg beter zou inschatten wat de vereisten waren van zijn functie.
Al doende leert men, en fatsoensnormen zullen bij het headhuntersbureau dat hem aan de Omroep had weten te verkopen wellicht niet de eerste vereiste zijn geweest. Vervelend gevolg, zowel van die speech als van die reclamestunt, was ondertussen dat er een bepaald parfum, zelfs een luchtje rond Tony was gaan zweven, en in een culturele instelling moesten vele personeelsleden daar nog even aan wennen.
Om nu te bewijzen dat hij niet van de straat kwam, maar wel degelijk een golden nugget was, een blinkende pepita, gezeefd uit de droesem van de managementswereld, begon Tony een bescheiden cultureel offensiefje. Hij moet al snel tot het besef zijn gekomen dat het veelvuldig gebruik van woorden als “uitdaging”, “opportuniteit”, “crossmediaal” en dergelijke, weinig indruk maakte in zijn nieuw environment, en alleszins niet volstond om zijn blazoen op te poetsen.
Hij gaf zijn mails nu graag een culturele toets mee, en het is allemaal menselijk en begrijpelijk maar Tony beging hierbij meteen een onvoorzichtigheid, door één van die mails te besluiten met een verdacht citaat – hij dacht, afkomstig van Aristoteles.
Ik voelde mij direct geroepen om een antwoordje te schrijven, en dat werd toen nog lacherig besproken in de hoogste organen van het bedrijf. Het is maar een fait-divers, en ik geef het in bijlage.
Goed, onze man verdween al met al nog snel, weliswaar met zijn zakken goed gevuld en met achterlating van enige schade maar, op zijn Brussels gezegd, bon débarras.
Blijven wij, eenvoudige zielen, met de vraag hoe het zover was kunnen komen dat Van Mechelen die nobele onbekende heeft willen aanstellen?
Voor een antwoord hierop, moeten wij een breder tijdskader schilderen, namelijk dat van het toentertijd zo dynamische paarsgroene ploegje.
Bert De Graeve had plots aangekondigd dat hij naar Bekaert wilde, en de man moest snel en kordaat vervangen worden, want bij het brede publiek lag nog vers in het geheugen hoe, ter vervanging van Schouppe, de regering Verhofstadt zich belachelijk had gemaakt met de benoeming bij de NMBS van Christian Heinzmann, van Luxair. Die Heinzmann was na een kleine week alweer naar Luxemburg vertrokken, en Isabelle Durant moest daarop in het Parlement nog hard liegen, over een brief die wel of niet in haar saccoche had gezeten.
De kwestie raakte uiteindelijk, na uitgebreid passen en meten nog gelukkig opgelost, want tot ieders tevredenheid werd Haek stevig vastgemetseld bij het Spoor. Toch beseften de excellenties dat het met de vervanging van De Graeve wat vlotter mocht verlopen, en zij vervielen prompt in het andere uiterste. En zo werd het oude spreekwoord nogmaals bewaarheid: Haast en spoed, zelden goed!

Maar we mogen Tony niet zomaar achterlaten. Deze man herkent zijn land niet meer, op zich dramatisch, maar als hij daar belangstelling voor heeft, dan wil ik hem – in een consult waarvan de prijs best zal meevallen – nog wel enkele zaken opnoemen die hij nooit heeft gekend, laat staan herkend.

.

Labels: , , , , , , ,

Read more...

26 februari 2008

Geloofwaardigheid van het Vlaams Kartel (Hoegin)

Bart de WeverDe Berg der Wijzen heeft een luis gebaard. Geen muis, want zelfs zo groot is het bereikte communautaire akkoord nog niet. Het is in ieder geval te klein voor de N-VA om in de federale regering te stappen, terwijl kartelpartner CD&V niet te beroerd is zelfs de Eerste Minister te willen leveren. Maar hoe zit het met de geloofwaardigheid van dat kartel, en dus ook CD&V en N-VA?

Over het bereikte communautaire akkoord zelf kunnen we kort zijn: dit voldoet niet. De eerste fase kan niet anders dan ronduit schandalig voor de Vlaamse onderhandelaars genoemd worden, terwijl de tweede fase zelfs belooft enkele fikse stappen achteruit te bevatten. In een reactie op het akkoord had partijvoorzitter van de N-VA Bart de Wever het over de processie van Echternach, maar de echte processie van Echternach heeft wel twee stappen vooruit en dan een achteruit. Deze Letermse processie bevat echter één surplace en vervolgens twee passen achteruit: een federale kieskring en samenvallende verkiezingen. En als we niet opletten misschien zelfs een ferme sprong achteruit in Brussel-Halle-Vilvoorde.

De vraag die daarom gesteld moet worden, is wat de rol van de CD&V in de totstandkoming van dit akkoord is geweest. Partijvoorzitter Etienne Schouppe schijnt tevreden te zijn, maar wat hebben de «wijzen» Jean-Luc Dehaene en vooral Herman van Rompuy eigenlijk in die raad allemaal uitgestoken? Was de CD&V een partijprogramma geweest, dat wil zeggen een partij waar het programma een grotere rol speelt dan het lokken van kiezers vóór de verkiezingen, dan waren die twee heerschappen ongetwijfeld al een tijdje geleden aan de deur gezet. De CD&V daarentegen vaardigt hen zelfs af als haar ultieme vertegenwoordigers.

Wat deze week echter duidelijk is geworden, is dat de CD&V er de laatste twee maanden mooi ingeluisd is door de Belgische kringen – waartoe ik trouwens de Open Vld reken, ook al proberen zij iets anders te laten uitschijnen. Het recept was eenvoudig: laat de CD&V een tijdje proeven van de macht door middel van een «interim»-regering, of wat het ding ook maar hoeft te heten, en die partij zit weer in de zak van België. Bart de Wever drukte het vandaag bijzonder subtiel en tegelijk heel raak uit: «Elke partij heeft haar eigen verantwoordelijkheden.» Ja, welke verantwoordelijkheden zou de CD&V eigenlijk hebben?

Dat alles neemt echter niet weg dat de N-VA met een groot probleem zit. Wat is eigenlijk de geloofwaardigheid van het Vlaams Kartel nog, als de N-VA zich buiten de federale regering wil houden, terwijl CD&V zelfs de Eerste Minister wil leveren? En het wordt nog gekker wanneer we de rekenkunde van Bart de Wever nalezen: de parlementsleden van de N-VA zullen zich bij de vertrouwensstemming onthouden, waardoor het quorum in het Vlaamse gedeelte van de Kamer verandert, en de regering-Leterme I toch nog een Vlaamse meerderheid behaalt van 42 op 82 zetels, en dus niet een minderheid op de volle 88 zetels. In hoeveel Vlaams-nationale huishoudens zou er vanavond een bulderlach/donderde vloek (schrappen wat niet past) opgestegen zijn bij het aanhoren of lezen van die onzin? En dan verwijt Bart de Wever uitgerekend Didier Reynders aan politieke «spelletjes» te doen! Il faut le faire, zeggen ze in de taal van de laatste.

Denkt de N-VA met dit alles zomaar te kunnen wegkomen? Eén zaak is het soort boerenbedrog waarmee Bart de Wever moet uitpakken om het kartel nog min of meer in leven te houden, maar indien CD&V en N-VA erin slagen om in 2009 of later opnieuw federaal samen naar de kiezer te treden, dan zal elke potentiële kiezer zich op de dag van de verkiezingen toch wel een paar moeilijke vragen moeten stellen. Betekent steun aan het kartel steun aan de federale regering, of tegenstand, of een onthouding op z'n De Wevers? Is een stem voor Yves Leterme er één voor een grote staatshervorming, of alleen maar hulp om hem in de Wetstraat 16 te houden? Of is een stem voor het kartel een stem voor, ik zeg maar wat, Jan Jambon of Frieda Brepoels enerzijds, of het gekonkelfoes van Jean-Luc Dehaene en Herman van Rompuy in dienst van koning Albert II anderzijds? En vooral, de ultieme vraag, wie gelooft eigenlijk die kartelmensen nog?

Zou Bart de Wever trouwens vanavond zichzelf nog wel geloven?

Labels: , , , , , , , ,

Read more...

21 januari 2008

Het Octopusoverleg, een doodgeboren kind? (Hoegin)

Nog zo'n twee maanden scheiden ons van Pasen, de vervaldatum voor de regering-Verhofstadt III en het Octopusoverleg. De gebeurtenissen van de laatste week doen echter vermoeden dat een communautair akkoord niet zomaar uit de hemel zal komen gevallen, en dat de kans dat tegen Pasen alles in kannen en kruiken zou zijn uiterst gering is. En wat te denken van de verklaringen van Yves Leterme zelf over Brussel en zijn hinterland?

Beginnen we bij de Open Vld: eerst was er Guy Verhofstadt die een «persoonlijke nota» ging afleveren bij de koning (kan dat überhaupt wel?), met daarin onder meer de beruchte convergentiecriteria,en vervolgens liet Roland Duchâtelet weten dat wat hem betreft Brussel uitgebreid mocht worden met heel Vlaams- en Waals-Brabant. Dat laatste voorstel was natuurlijk te gek om los te lopen, want alleen een goudvis herinnert zich niet meer waarom de unitaire provincie Brabant amper enkele jaren geleden nog gesplitst werd.Maar was wel duidelijk een proefballonnetje van de «Vlaamse» liberalen om te zien hoe ver zij in hun verraad zouden kunnen gaan tegenover de Vlaamse opinie. Die convergentiecriteria zijn een ander paar mouwen: in naam worden er dan wel bevoegdheden overgedragen naar de Gewesten of de Gemeenschappen, in feite worden de marges op federaal niveau bepaald en worden dus daar de werkelijke beslissingen genomen. Elke bevoegdheid die dus op deze wijze gedefederaliseerd wordt, kan als niets anders beschouwd worden dan een dode mus voor de Vlamingen.

Het merkwaardige aan die convergentiecriteria is immers dat zij anders wel nuttig zouden kunnen zijn… voor allerlei federale bevoegdheden, of bevoegdheden die rechtstreekse federale gevolgen hebben. Waarom bijvoorbeeld geen convergentiecriteria invoeren in de Sociale Zekerheid, in het bijzonder wat betreft het medisch verbruik en de onkosten? Wat te denken van een convergentiecriterium voor het aantal flitspalen per kilometer openbare weg, want de opbrengsten van die flitspalen worden toch in een federale kas gestort en daarna «netjes» verdeeld volgens een magische verdeelsleutel. En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, van een convergentiecriterium voor geschorste werklozen tot het aantal ambtenaren in openbare dienst. Dat Guy Verhofstadt daar dus allemaal niet aan gedacht heeft!

Na Guy Verhofstadt en zijn nar Roland Duchâtelet was het de beurt aan Elio di Rupo met een voorstel om talentellingen te organiseren in de Vlaamse Rand rond Brussel. Van talentellingen in de Waals-Brabantse gemeenten waar de laatste tijd nogal wat Vlamingen neergestreken zijn heb ik alvast niets gehoord, maar fundamenteel is het wel ergerlijk dat Elio di Rupo nog steeds niet de huidige gemeenschaps- en gewestgrenzen wil respecteren. Vragen de Vlamingen immers meer bevoegdheden, een fundamenteel symmetrische eis als men uitgaat van een gelijke bekwaamheid onder het politieke personeel aan beide zijden van de taalgrens, dan vraagt Elio di Rupo meer grond, een fundamenteel asymmetrische eis. Dit heerschap zit vandaag in de federale regering, heeft geen last van een cordon sanitaire, en kreeg zelfs de rode loper uitgerold om toch maar mee te doen aan het Octopusoverleg. Yves Leterme denkt met hem tot een voor de Vlamingen eervol communautair akkoord te kunnen komen, of probeert ons dat toch wijs te maken.

Vervolgens moest ook Didier Reynders nog eens van zich laten horen, met een eis tot «stevige herfederalisatie». Over welke bevoegdheden hij het precies had, doet eigenlijk weinig ter zake – hoofdzaak is dat hij de balans van het komende communautaire akkoord duidelijk in het voordeel van België wil zien overslaan. En opnieuw stelt zich de vraag: waarom denkt Yves Leterme dat met hem een voor de Vlamingen eervol communautair akkoord zou kunnen gesloten worden? Voeg daarenboven bij de eisen en het gedrag van Didier Reynders en Elio di Rupo de derde Franstalige partijvoorzitter, Joëlle Milquet, die nog steeds zichzelf is, en het wordt duidelijk dat het Octopusoverleg, door een Vlaamse bril bekeken, niet veel meer kan zijn dan een show in slow motion om Yves Leterme tegen Pasen aan de portefeuille van Eerste Minister te helpen zónder een communautair akkoord.

Want de nieuwjaarstoespraak van Etienne Schouppe, en dan in het bijzonder wat er in die nieuwjaarstoespraak ontbrak, sprak boekdelen. Na de vlammende Franstalige eisen werd er in die toespraak over de communautaire eisen van de CD&V met geen woord gerept. Wou Etienne Schouppe niet, durfde hij niet, of mocht hij misschien zelfs niet? Of alledrie tegelijkertijd? Wat er ook van zij, ik kan me voorstellen dat ze er bij de N-VA niet bepaald vrolijk van werden

En om de reeks af te sluiten, de twee interviews van Yves Leterme van vandaag, het ene in De Standaard en het andere in Le Soir dus. Wie de interviews naleest, merkt op dat hij duidelijk voor twee verschillende publieken spreekt: bij De Standaard is er redelijk ferme taal te horen, terwijl hij er bij Le Soir bijvoorbeeld helemaal geen probleem van maakt om de bevoegdheden van het Brusselse Gewest uit te breiden over heel het Brusselse «hinterland». Dat zullen ze bij kartelpartner N-VA ongetwijfeld graag lezen. De titel boven het interview, «Leterme retrouve l'accent belge», laat er in ieder geval weinig twijfel over bestaan wat men er op de redactie van Le Soir van denkt. En honderd procent compatibel met de titel van De Standaard, «Vlamingen zetten druk», kan men dat bezwaarlijk noemen. De grote vraag is dan ook: welke van de twee kranten heeft Yves Leterme dit week-end eigenlijk blaasjes zitten wijsmaken? Dat ze er bij N-VA eens goed over nadenken.

Labels: , , , , , ,

Read more...

16 januari 2008

Als de CVP'er de moed aanprijst... (Hoegin)

OctopusHoef ik deze variant van een oud Vlaams spreekwoord aan te vullen? Yves Leterme prees in zijn toespraak op de openingszitting van het ondertussen al beruchte Octopusoverleg de moed om te slagen in de komende communautaire onderhandelingen. Maar vergt het dan werkelijk zoveel moed om de eigen kiezers een oor aan te naaien?

Afgaande op de toespraak van Yves Leterme is het moeilijk te bepalen welke politieke partij in Vlaanderen historisch gezien mag pronken met de titel van moedigste. Zou het de CVP zijn, die vaak genoeg de eigen achterban bij de bok heeft gezet omdat het staatsbelang voorging? Of de Volksunie misschien, als we terugdenken aan Egmont? De Noord-Belgisch socialisten, die altijd een manifeste desinteresse voor communautaire vraagstukken aan de dag hebben gelegd, hoeven niet te vrezen dat zij deze titel opgeplakt zouden krijgen, maar Guy Verhofstadt en zijn Open Vld zijn anders wel goede kandidaten. Waren zij het niet die zowat heel Vlaams-Brabant wouden uitverkopen, of toch op z'n minst de faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand, in ruil voor een schijnsplitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde en vooral een voortzetting van de paarse regering?

Over Brussel-Halle-Vilvoorde gesproken: impliciet geeft Yves Leterme met zijn lofrede over de moed wel een ferme sneer naar Hugo Schiltz, die volgens de geruchten er persoonlijk via SPIRIT voor zou gezorgd hebben dat het plannetje van Guy Verhofstadt compleet gekelderd werd. Vandaag worden we dus verondersteld te denken dat zoiets een daad van absoluut verwerpelijke lafheid was, want één enkel iemand wist een communautair akkoord waar vijf politieke partijen bij betrokken waren naar de haaien te sturen. Jammer dat Yves Leterme daar niet even bij stilstond in zijn toespraak, maar Bert Anciaux is dus alvast gewaarschuwd dat hij er niet moet aan denken de held uit te hangen door Vlaamse reflexen aan de dag te leggen.

Bovendien zit ik met een prangende vraag geplaagd. Lang geleden, toen Yves Leterme nog in de oppositie zat en zijn 800.000 stemmen nog moest verdienen, had hij het immers ook al over moed. Over… inderdaad, «vijf minuten politieke moed». Op 7 november werden er dat, na een toch wel heel lastige bevalling, meer dan dertig minuten, maar de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde werd dan toch gestemd, met een Vlaamse meerderheid tegen een Franstalige minderheid. Mag ik erop rekenen dat op die stemming niet terug zal gekomen worden, of moet ik toch vrezen dat Yves Leterme en zijn CD&V het in de loop van de komende 67 dagen wel eens in hun hoofd zouden kunnen halen nog wat extra «moed» aan de dag te leggen door een prijs te willen betalen voor iets waar we eigenlijk veertig jaar geleden al klaar hadden moeten mee zijn?

Neen, wanneer ik een CVP'er –en Yves Leterme heeft door toe te treden tot de regering-Verhofstadt III zónder een staatshervorming aangetoond dat hij wel degelijk een rasechte CVP'er is– bezig hoor over politieke moed aan de vooravond van een communautaire onderhandelingsronde, dan hou ik mijn hart vast. Dit is niet het soort van verklaringen dat ik verwacht van iemand die de Vlaamse belangen zal willen verdedigen, maar wel van iemand die nu al van plan is zware toegevingen te doen om de begeerde post van Eerste Minister te kunnen krijgen. De straffe verklaringen van partijvoorzitter Etienne Schouppe dat de CD&V er desnoods al vóór 23 maart uit zou trekken maken daarbij weinig indruk, want om er een ander oud Vlaams spreekwoord bij te halen: omwille van de smeer likt de kat de kandeleer. En bij de CVPhebben ze altijd graag gelikt, en veel. Échte moed was daarbij wel zo ongeveer het laatste waar een echte CVP'er van verdacht kon worden. Het enige wat deze keer anders is, is het kartel met de N-VA, met het risico dat de smeer wel eens een bittere nasmaak zou kunnen opleveren als de N-VA niet mee zou willen likken met haar kartelpartner, met alle gevolgen van dien. En die vraag, namelijk of de N-VA zal willen meelikken met de CD&V, is aan Vlaamse zijde meteen ook de enige echt interessante vraag voor de komende twee maanden.

Labels: , , , ,

Read more...

14 oktober 2007

N-VA maakt bocht - België weer eens gered (Hoegin)

Bart de WeverHet zat er al een tijdje aan te komen, maar sinds deze middag is het dus officieel: de N-VA maakt de bocht: een splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde zonder Vlaamse toegevingen wordt opgeborgen, en de staatshervorming wordt op de lange baan geschoven.

Het zal voor niemand die de actualiteit de laatste dagen gevolgd heeft als een verrassing komen dat de N-VA uiteindelijk dan toch de bocht maakt. De CD&V heeft die weken geleden al gemaakt, tijdens de «verkenningsopdracht» van Herman van Rompuy, in de praktijk echter vooral een plooiingsopdracht met de CD&V als lijdend voorwerp. Het slechte theater dat sedertdien door de CD&V-leden van de commissie Binnenlandse Zaken opgevoerd wordt, met Pieter de Crem in de hoofdrol, is daar misschien wel het meest frappante uiterlijke teken van, maar wat hier en daar in interviews door CD&V'ers verkondigd werd was ook al niet van de poes. Neem Etienne Schouppe bijvoorbeeld, gisteren in De Standaard nog, die het blijkbaar belangrijker vindt de Franstaligen nog in de ogen te kunnen kijken na de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde dan de eigen verkiezingsbeloften na te komen. Daar kunnen de 800.000 kiezers van Yves Leterme het dus mee doen, en wie zich de CVP nog herinnert heeft daar verder geen tekeningetje meer bij nodig. De enige vraag die daarmee nog restte was inderdaad, zoals in de Dehaene-nota, «Quid N-VA

En het antwoord werd deze middag door partijvoorzitter Bart de Wever zelf gegeven in De Zevende Dag: ook de N-VA maakt de bocht. Wat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde betreft, in 2004 al eens aan de Vlaamse kiezer beloofd als onverwijld en gratis uit te voeren, en dit jaar nog eens, niet als conditio sine qua non voor een federale regeringsdeelname maar als een conditio ante qua non, is de N-VA bereid tot toegevingen, ja zelfs grote toegevingen («een grote lepel suiker»). Grote lepels suiker voor de Franstaligen betekenen ook dikke flesse azijn voor de Vlamingen, maar waarschijnlijk rekent Bart de Wever erop dat de partijraad van de N-VA die dikke flesse azijn wel zal willen leegdrinken in ruil voor het traditionele bord linzensoep – lees: een ministerpost voor raad-eens-wie. Dat de N-VA op dit ogenblik niet bereid zou zijn te betalen wat de Franstaligen willen maakt daarbij slechts weinig indruk: het betekent meer dat het Vlaams Kartel er nog niet uit is hoe het de noodzakelijke toegevingen precies zal formuleren aan de respectievelijke achterbannen, eerder dan dat de prijs werkelijk te hoog zou zijn.

Tweede punt is de staatshervorming. Er is ooit een tijd geweest dat ook die doorgevoerd moest worden vóór de regeringsvorming, vandaag is een gefaseerde staatshervorming erna blijkbaar al genoeg. Dat wordt dus wel degelijk één of andere Commissie van Wijzen die eerst ruim de tijd zal nemen om vooral de Vlaamse eisen kritisch tegen het licht te houden, om uiteindelijk te zullen aflopen in één grote sisser naar het voorbeeld van de beruchte Derde Fase. Wees er maar zeker van dat van bij het begin de Franstaligen Wijzen in die Commissie dat als uitdrukkelijk doel zullen nastreven, en dat de Noord-Belgen (Jean-Luc Dehaene? Willy Claes? Herman de Croo?) die deel zullen uitmaken van die Commissie weinig weerwerk zullen willen leveren.

Zal de N-VA zich echter uit de federale regering terugtrekken als er bijvoorbeeld binnen een jaar geen vooruitgang geboekt wordt in die Commissie van Wijzen? Natuurlijk niet. Meer zelfs: Bart de Wever wil een vis in de pan tegen de regionale verkiezingen van 2009, en geeft al aan hoe die vis er zal uitzien: de loutere afwezigheid van de socialisten in de federale regering. Niet dat ik absoluut socialisten in de federale regering zou willen zien, maar ik vraag de N-VA met aandrang hier toch eens goed over na te denken: zijn de Vlaamse toegevingen die gedaan zullen worden om Brussel-Halle-Vilvoorde te splitsen en een uitstel/afstel van de staatshervorming –over de vijf resoluties van het Vlaams Parlement hoor ik al maanden niets meer– echt de prijs die men bereid is te betalen enkel en alleen om België bij mekaar te houden zonder socialisten in de federale regering? Bart de Wever zegt wel dat hij geen schrik heeft van Franstalige alarmbellen en belangenconflicten, maar geeft toch een heel andere indruk tijdens dat interview. Als je van iets geen schrik hebt, is er ook geen reden om het proberen te ontlopen.

En ironisch genoeg vond het interview met Bart de Wever plaats rond vijf voor twaalf…

Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten