3 februari 2010

Vakbonden moeten werken aan de toekomst, niet aan het verleden (Willy De Wit en Eric Verhulst)

Drama’s zoals bij OPEL Antwerpen kan men enkel vermijden mits een toekomstgericht beleid, niet met stakingen om de oude structuren in stand te houden. Waarom gaat Opel Antwerpen dicht? Waarom ging General Motors tenonder? Waarom wil AB Inbev in ons land afslanken? Waarom verhuizen zoveel bedrijven naar het buitenland?

Het antwoord op die vragen is vrij eenvoudig : de economie is een dynamisch gegeven. De omstandigheden waarin bedrijven functioneren veranderen razendsnel. De technologie evolueert in hels tempo. Bestaande producten verouderen en worden vervangen door nieuwere en betere. De marktomstandigheden wijzigen voortdurend. Nieuwe markten ontstaan en bestaande markten gaan er op achteruit. Heel wat landen, die vroeger tot de ontwikkelingslanden behoorden, staan nu te trappelen om de fakkel over te nemen van de oude industrielanden. Vele van deze opkomende landen kunnen produceren in een ondernemersvriendelijk klimaat, met lage belastingdruk en niet bezwaard door een tsunami aan reglementen, wetten en verordeningen, die bij ons het ondernemersschap maakt tot een Calvarieberg. Hun productie is dan ook heel wat goedkoper. Het is een volkomen logische beslissing van vele bedrijven om hun werkgebied te verplaatsen naar die landen.

Wonder genoeg klampen onze vakbonden en politici zich halsstarrig vast aan de oude, maar ondertussen vermolmde structuren, die echter geen toekomst meer bieden. In de VS hebben de vakbonden zich jarenlang verzet tegen de vele pogingen van het management van General Motors, om dit bedrijf “grondig” te herstructureren, opdat het zich bestendig zou kunnen aanpassen aan de zich wijzigende omstandigheden. Het resultaat van dit verzet kennen wij: het eertijds fiere, winstgevende en grootste bedrijf van de wereld ging ten onder. De sociale schade die hierdoor wordt aangericht is thans een veelvoud van wat destijds de grondige herstructureringen zouden gekost hebben. Het drama van die verkeerde visie beperkt zich niet tot de VS, maar is nu ook te voelen in Europa. Met de sluiting van Opel Antwerpen kunnen wij ervan meespreken.

VERSPILLING

De vakbonden en ook onze politici wensen geld te blijven steken in een verouderde structuur die geen toekomst meer biedt. Wereldwijd bedraagt de overcapaciteit in de autosector méér dan 30 %. Hier verder geld blijven in pompen is een verspilling van belastinggeld. Beter ware het in te zetten in onderzoek en ontwikkeling naar nieuwe en hoogkwalitatieve producten in toekomstgerichte sectoren. Maar ook de belastingdruk zal aanzienlijk moeten dalen. Volgens Geert Noels zijn de hoge lonen (die het gevolg zijn van de hoge belastingdruk) de oorzaak van de sluiting van Opel Antwerpen. De uurloonkosten in onze industrie zijn aanzienlijk hoger dan in Duitsland. Het zijn dus niet enkel de opkomende landen, maar ook onze naaste buur die goedkoper kunnen produceren. België is het duurste land voor industriële productie. Waarom maken de vakbonden daar geen strijdpunt van. Volgens insiders is er buiten de belastingdruk echter nog een andere reden, waarom Opel Antwerpen uit de boot valt. In 2007 werd aan de Opel-vestigingen gevraagd om veertig uur per week te werken, zonder loonopslag. In Duitsland ging men daar mee akkoord, maar in Antwerpen hebben de bonden dat geweigerd. Nick Reilly, topman van GM, is die weigering uit 2007 zeker nog niet vergeten.

AB INBEV

Niet alleen bedrijven in moeilijkheden, maar ook bedrijven die winst maken, moeten zich bestendig aanpassen aan de wijzigende omstandigheden, zoniet kunnen zij op termijn niet overleven (zoals bij General Motors is gebleken). AB Inbev stelt 120.000 mensen tewerk verspreid over 30 verschillende landen. Dat is een prestatie om “U” tegen te zeggen en die onze bewondering en waardering verdient. Maar tegelijk betekent dit een zware verantwoordelijkheid, die weegt op de schouders van het management, nl. om de toekomst van dit personeelsbestand zo goed mogelijk veilig te stellen. Om dit te kunnen moet het bedrijf winst maken, ja veel winst, om bestendig te kunnen investeren, niet alleen in vervanging van verouderde productiemiddelen, maar tevens in aanpassingen aan de zich snel wijzigende technologie en productiemethoden. Tevens is die winst een noodzaak om aan het geïnvesteerd kapitaal een behoorlijke vergoeding toe te kennen. Bij gebrek hieraan zal men geen beroep meer kunnen doen op nieuwe kapitaalinbreng.

AB Inbev heeft heel wat schulden aangegaan om Anheuser-Busch over te nemen. Dit maakt het bedrijf kwetsbaar. Het kan zich niet de luxe veroorloven overtollig personeel te behouden in een structureel dalende biermarkt. In België is de biermarkt verzadigd en het bierverbruik gaat achteruit. De groeimarkten liggen nu elders, bv. In Brazilië en in de VS. Een bedrijf dat zich niet mag aanpassen aan structurele wijzigingen kan op termijn niet overleven, ongeacht hoeveel winst het nu ook maakt. De populistische slogan van de vakbonden, dat de besparingen moeten dienen om hoge bonussen uit te keren, slaat nergens op. Om een bedrijf van die omvang aan de wereldtop te handhaven, heeft men de allerbeste managers nodig, aan wie best hoge bonussen worden uitbetaald. Topkwaliteit tegenover middelmatigheid kan het verschil maken tussen zich handhaven of tenonder gaan. Professor emeritus arbeidsrecht Roger Blanpain (Universiteit Leuven) wijst er tenslotte nog op dat de blokkades door de vakbonden bij AB Inbev onwettelijk waren en ons land grote imagoschade berokkenen. Buitenlandse bedrijven die zinnens zijn om in ons land te investeren, zullen nu wel eerst drie keer nadenken vooraleer zulke beslissing te nemen. De werknemers die nu bij Opel en bij AB Inbev hun baan verliezen, zien zo hun kansen aanzienlijk slinken om in de toekomst een nieuwe job te vinden. De vakbonden zouden moeten beseffen, dat het de winstgevende bedrijven zijn (en niet de bonden), die onze welvaart en werkgelegenheid creëren. Zulke bedrijven moet men koesteren, inplaats van te bekampen.


Willy De Wit is gewezen financieel analist en medewerker bij de onafhankelijke economische denktank WorkForAll. Eric Verhulst is Ingenieur-Bedrijfsleider en voorzitter van WorkForAll.

Read more...

2 februari 2010

In België rijdt de politie kennelijk ongegeneerd met luxewagens rond (Vincent De Roeck)



Niet zo lang geleden kon ik bovenstaande foto nemen op het Schuman-rondpunt in Brussel waar ik het genoegen had om naast een peperdure luxe-SUV van de Dilbeekse politie te mogen rijden. Volgens de website van de constructeur begint de prijs voor een Audi Q7 rond 68,000 EUR. Rekening houdende met de talrijke extra opties die de politieversie ongetwijfeld heeft, durf ik toch zeggen dat de stukprijs tussen 80,000 en 100,000 EUR zal schommelen. Een wel héél mooi bedrag voor een ordinaîr politievoertuig als u het mij vraagt. Ook het doel van die wagens ontgaat mij volledig. Moesten er in Dilbeek nu moerassen zijn en ontoegankelijke veldwegen, tot daar nog aan toe, maar nu zie ik het nut hiervan helemaal niet in. U misschien wel?

Terwijl gewone burgers overbelast worden om het klimaat te redden, pompt de politie van Dilbeek tonnen onnodige CO2 de lucht in door SUV's in plaats van zuinigere traditionele wagens te gebruiken. Terwijl de politie klaagt over té trage voertuigen in de strijd tegen snelle georganiseerde bendes, koopt zij - voor de prijs van twee snelle interventievoertuigen! - logge trage luxe-terreinwagens aan. Terwijl burgers moeten beknibbelen op hun huishoudbudgetten door de crisis, verwent de politie zichzelf met de aankoop van luxewagens. En wat vinden de betrokkenen hiervan? Zij blinken in hun reacties allemaal uit in wereldvreemdheid en beconcurreren elkaar in nonsens.

Patrick De Bruyn, korpschef politie Dilbeek:
"Wie bureauwerk doet, krijgt van zijn werkgever toch ook een deftige stoel? Ik zie niet in waarom onze agenten dan niet comfortabel mogen zitten in hun dienstvoertuig. (...) Eerlijk, de vroegere Audi A6 breaks waren te klein. Op patrouille zeulen agenten heel wat mee; het was ook moeilijk instappen in onze vroegere politieauto’s. De instap in de Q7 is hoger. (...) We opteerden voor een 4×4 omdat agenten altijd en overal ter plaatse moeten kunnen geraken, ook op minder bereikbare wegen. En pas op: we hebben die niet gekocht. We leasen deze wagens voor drie jaar. (...) Sommige burgers vinden dat we met geld smijten, maar ik hoor diezelfde mensen wel niet klagen als we snel ter plaatse zijn na een oproep."
Stefaan Platteau, burgemeester Dilbeek van Open Vld:
"Oké, dat zijn geen goedkope wagens. Maar als ze helpen de criminaliteit aan te pakken: waarom niet? (...) Of het dan geen crisis is in Dilbeek? Toch wel. Toch wel! Maar wij willen niet besparen op de veiligheid van onze inwoners."

Read more...

The case against international jurisdiction

Telkens men tegen internationale jurisdicties durft pleiten, lijkt het meteen alsof de criticus in kwestie wel een aanhanger moet zijn van onfrisse figuren zoals een Omar Al-Bashir of een Radovan Karadzic. Toch waagt Daniel Hannan zich vandaag op zijn blog aan zo'n pleidooi.

Vorige week gaf hij over dit thema, in de nasleep van de gênante internationale aanklacht in Groot-Brittannië tegen Tzipi Livni, oud-premier van Israël, trouwens ook een lezing voor het "Jerusalem Institute for Market Studies". De ideeën die hij in die lezing trachtte te verwoorden, vonden vandaag ook hun weg naar zijn zéér leesbare blog op de website van "The Daily Telegraph". Hannan valt daarin de internationalistische idee aan dat monsters die in hun eigen land niet vervolgd worden, toch elders - en bij voorkeur door internationale bureaucratieën - berecht zouden moeten kunnen worden. Over de affaire-Livni zei Hannan het volgende: "We zien hier exact wat er mis is met het alsmaar groeiende corpus van internationale globaal afdwingbare mensenrechtenwetten: dictators en terroristen negeren die en worden met rust gelaten, democratisch verkozen politici trachten ze wel in ere te houden maar worden desondanks gestraft."

Daniel Hannan haalde in zijn lezing de volgende zeven ideeën aan.
1. Territorial jurisdiction has been a remarkably successful concept. Ever since the Treaty of Westphalia in 1648, it has been broadly understood that crimes are the responsibility of the state where they are committed. Untune that string and hark what discord follows! Western liberals might say: “Since Karadzic won’t get justice in Serbia, he should get it at The Hague.” But an Iranian judge might apply precisely the same logic and say: “Adulterers in Western countries are going unpunished: we must kidnap them and bring them to a place where they will face consequences”.

2. International jurisdiction breaks the link between legislators and law. Instead of legislation being passed by representatives who are, in some way, accountable to their populations, laws are generated by international jurists. We are, in other words, reverting to the pre-modern notion that law-givers should be accountable to their own consciences rather than to those who must live under their rulings.

3. In consequence, as Robert Bork has argued in Coercing Virtue: The Worldwide Rule of Judges, an agenda is being advanced which has been rejected at the ballot box. Courts make tendentious and expansive interpretations of human rights codes which go well beyond what any reasonable person would take the text to mean.

4. With no meaningful scrutiny, international lawyers are able to suit themselves, meandering their way through gargantuan budgets, changing their own rules when they become inconvenient. As John Laughland showed in his study of the Milosevic trial, the International Criminal Tribunal on Yugoslavia admitted hearsay evidence, repeatedly amended its rules of procedure and, when the old brute proved surprisingly eloquent in his own defence, took the extraordinary step of imposing counsel on him. Eight years and $200 million later, with the court no closer to a verdict, both judge and defendant were dead.

5. Indicting a head of state – as the ICC did last year when it served a writ against the Sudanese President – amounts to declaring a war which one has no intention of fighting. The only way to bring President Bashir to trial would be to conquer his country and transfer sovereignty from him to the occupying powers: the basis of the Allies’ jurisdiction at the Nuremberg trials. Without such a determination, international arraignments are declamatory: a way for those who serve them to feel good about themselves, even though their practical effect is to make tyrants dig in more deeply.

6. Which brings us back to the main objection. While tyrants ignore international rulings, democracies – or, more precisely, judges within democracies – don’t. Courts in Western countries increasingly use international conventions to challenge the decisions of their elected governments. Four successive Labour Home Secretaries have tried unsuccessfully to repatriate the Afghan hijackers who diverted a flight at gunpoint to Stansted. Despite the nature of their crime, and despite the removal of the Taliban regime from which they claimed to be fleeing, they have been granted leave to remain in the United Kingdom through, in effect, judicial activism.

7. The politicisation of international jurisprudence seems always to come from the same direction: a writ was served against Ariel Sharon, but not against Yasser Arafat. Augusto Pinochet was arrested, but Fidel Castro could attend international summits. Donald Rumsfeld was indicted, but not Saddam Hussein.
En ook in de conclusie op zijn blog kan ik best inkomen.
The answer is not to politicise these wretched rules, but to return to the well-tried and understood concept of state sovereignty, which operated effectively enough between 1648 and the 1990s. When was the internationalisation of jurisdiction agreed? When was it even discussed? To quote Judge Bork again: “What we have wrought is a coup d’état: slow-moving and genteel, but a coup d’état none the less.”

Read more...

1 februari 2010

De kudde olifanten in de Anderlechtse kamer (Hoegin)

Eerste minister Yves Leterme verklaarde deze morgen in het VRT-programma De Ochtend dat men «zonder taboes» de veiligheidsproblematiek in de Brussel moet durven aanpakken. De lezer vergisse zich echter niet: dit is niet meer dan een oproep aan politici en media om de rangen rond die taboes te blijven sluiten. Had Yves Leterme ook maar een greintje eerlijkheid of oprechtheid in zich gehad, had hij immers meteen ook alle taboes op tafel gelegd.

Olifant 1: Yves Leterme, de huidige bewoner van de 16 maar in de eerste plaats nog altijd de gegijzelde van de PS, wil dus dat de «hele keten van de beveiliging doorgelicht» wordt. Ik heb het radioprogramma niet gehoord, maar als ik de berichtgeving over het interview lees, kan ik me inderdaad niet van de indruk ontdoen dat de man – voor zover dat woord op hem nog van toepassing is – al druk bezig is om een nieuwe toegeving aan de Franstaligen in het algemeen en de PS in het bijzonder voor te bereiden: meer geld voor Brussel. Wie deze middag Philippe Moureaux, meer dan wie ook verantwoordelijk voor de huidige problemen, in het journaal bezig zag, weet dat het voor de PS enkel daarom draait. (Leestip: het interview van oktober verleden jaar in De Standaard met Philippe Moureaux naar aanleiding van… jawel, enkele rellen.) Maar indien de Vlamingen bezorgd zijn om de veiligheid in Brussel, dan zijn ze natuurlijk altijd welkom om via het federale niveau nog eens wat extra geld in Brussel te stoppen. Zij maken zich echter beter niet de illusie dat dat geld vervolgens ook gebruikt zou worden om ook maar iets aan de toestand op straat te veranderen. Men kan immers toch niet verwachten dat de PS in Brussel electoraal harakiri zou plegen twee jaar vóór de gemeenteraadsverkiezingen.

Olifant 2: Sommige media doen het voorkomen of de veiligheidsproblemen in Brussel van recente datum zijn. Meer zelfs, wie gisteren naar De Zevende Dag keek zou gedacht hebben dat het probleem voor enkele politici en journalisten werkelijk als een donderslag bij heldere hemel kwam. Nochtans is er één bepaalde partij die het probleem ondertussen al meer dan twintig jaar aanklaagt, en al die tijd voor een escalatie gewaarschuwd heeft. Tot nog toe werd die partij niet eens vermeld in de berichtgeving, laat staan uitgenodigd in de debatten. Het heet nochtans dat die partij een one-issue-partij is, en dat precies dit onderwerp dus dat ene issue is. Zou het misschien daarom zijn dat de berichtgeving over het colloquium over de «Ordelijke Opdeling» van België verhoudingsgewijs zo uitgebreid was, en het non-issue over dat «extraatje» van Bruno Valkeniers zo in de verf gezet werd?

Olifant 3: Nu we het toch over die onvermeldbare partij hebben: zou ik echt de enige zijn die zich afvraagt of de open brieven die Luckas vander Taelen recentelijk afgescheiden heeft en in De Standaard mocht publiceren, ooit de kolommen van die krant (of welk ander medium dan ook) gehaald zouden hebben indien ze door één van de mandatarissen van die partij geschreven waren? Zelfs commentaren op de huidige berichtgeving die eigenlijk niet meer zijn dan een herkauwen van wat Luckas vander Taelen eerder schreef komen er dankzij de recente censuurmaatregel van marketeer van het jaar 2007 en nu al mediacriticus van het jaar 2010 Peter Vandermeersch niet meer in. Officieel omdat de spelregels van het forum niet gerespecteerd werden. Wie echter al iets te nadrukkelijk durft vast te stellen dat de zon ook deze ochtend weer in het Oosten is opgekomen kan zich al aan een overtreding van die spelregels schuldig gemaakt hebben. De uitval van journaliste Annemie Struyf in De Zevende Dag naar de redactie van De Standaard1 plaatste de afwijzing van enkele lezersreacties die mij toegespeeld werden in een wel heel merkwaardig perspectief. Ik zal er voor de lezer wel geen tekeningetje hoeven bijmaken…

Olifant 4: Om nog even wat door te bomen over die brieven van Luckas vander Taelen: wat zou de reactie van zijn eigen partij geweest zijn moest inderdaad een mandataris van die andere partij achter die twee brieven gezeten hebben? Ik heb namelijk zo een vermoeden dat Groen! in dat geval vooral zou wedijveren met de sp.a om haar gruwel over zoveel onfatsoenlijke praat zo hard mogelijk uit te schruwelen. En zich het vuur vanonder de sloffen zou lopen om de twee brieven nog te kunnen toevoegen aan het dossier tegen de partij in verband met de procedure die voor de Raad van State loopt om de overheidsfinanciering van de partij te stoppen. Luckas vander Taelen mag het me altijd komen vertellen als hij zich van die procedure zou willen distantiëren, maar tot nader order zou ik toch durven stellen dat enige hypocrisie hem niet vreemd lijkt te zijn bij de slachtofferrol die hij zich vandaag aanmeet.

Olifant 5: Ik had het eerder al over de verpletterende verantwoordelijkheid van Philippe Moureaux voor de huidige problemen. Wie het hierboven vermelde interview eens herleest, zal misschien volgende passage in de inleidende tekst opmerken: «En spreken van een verloren generatie van jongeren vindt [Philippe Moureaux] al helemaal overdreven.» Vergelijk dat maar eens met het interview met Jan Schonkeren vandaag in diezelfde krant, onder de titel «‘Haal het uitschot van straat’» en met uitspraken als «het is “uitschot”, een verloren generatie met wie niets meer aan te vangen is» en «ze moeten dringend van de straat geveegd worden.» Ja, toch niet met een Kärcher zoals een Frans politicus ooit eens voorstelde? Nog goed dat de man voorzitter van de liberale politievakbond VSOA is (en bijvoorbeeld geen ex-lid van het Front de la Jeunesse zoals een bepaald gewezen politiecommissaris in Schaarbeek), want anders had hij waarschijnlijk al lang een klacht wegens racisme aan zijn broek gehad!

Olifant 6: Als Yves Leterme dan toch wil dat de «hele keten van de beveiliging» doorgelicht wordt, kunnen we dan werkelijk nog langer rond de pot blijven draaien in plaats van vast te stellen dat het fundamentele probleem in Brussel zich toch vooral situeert rond het ingebakken racisme van de Vlamingen? Of niet soms? Als men bijvoorbeeld in Beringen eens zou ophouden zo flauw te doen over enkele luidsprekers aan een minaret, zou men in Brussel al meteen een reden minder hebben om agenten neer te schieten. Zouden dat trouwens die moslima's zijn die in Antwerpen de toegang tot hun school ontzegd worden omdat ze ocharme een hoofddoek – een stuk stof! – zouden willen dragen, die de straten rond de industriële hogeschool ISIB in Anderlecht onveilig maakten en nog steeds maken? Of heeft dat allemaal niets, maar dan ook werkelijk niets, rien, nichts, nothing, nada met mekaar te maken?

Om af te sluiten: wat die kalasjnikovs betreft, als die bomspotters in Kleine Brogel eens een wat spannender alternatief willen, weten ze waar ze terecht kunnen. Het zou namelijk zeer interessant zijn te weten te komen of hun «andere visie» om conflicten op te lossen met trainingen in geweldloos handelen en burgerlijke ongehoorzaamheid in Brussel veel verf zou pakken. Verder stel ik voor dat cdH en PS een eenmalig regularisatievoorstel voor die kalasjnikovs uitwerken om ook dat probleem eens ten gronde te kunnen aanpakken.

1 Letterlijke transcriptie van de uitval van journaliste Annemie Struyf naar de redactie van De Standaard:
Er was een heel lelijke mail gekomen. (…) En dan verscheen die mail als lezersbrief in De Standaard. (…) Dat was een mail die vol stond met scheldtirades. En ik herkende die mail in De Standaard en al die scheldtirades die waren daar uitgehaald.

Daar was eindredactie op gebeurd. De briefschrijver was anoniem gemaakt. Dat betekent eigenlijk dat een dorpsgek de meeste foute dingen over je kan zeggen, in de meest vreselijke taal. Een redactie pikt dat op. Die haalt al die scheldtirades daaruit. Die laat die argumenten staan, maar die formuleert die nog een beetje beter.

Ik bedoel, dan wordt je wel heel kwetsbaar.

Ik had veel liever gehad dat die brief verschenen was met al die scheldtirades. Omdat dat aangeeft van welk niveau de tegenreactie is. En, ik had vooral heel graag gehad dat de briefschrijver met naam en toenaam was vermeld. Zij had aan de redactie van de krant laten weten dat haar werkgever nog niet wist dat zij tot de islam was bekeerd, dat haar ouders dat niet wisten. Ik wist zeer goed om wie het ging. Haar werkgever en haar ouders weten dat zeer goed.

Annemie Struyf in De Zevende Dag, 31 januari 2010

Labels: , , , , , ,

Read more...

Zeven verhalen die Obama liever niet wil horen (Vincent De Roeck)

Barack Obama won de jongste presidentsverkiezingen omdat hij een betere verhaaltjesverteller was dan zijn Republikeinse tegenstanders. Dat is tenminste het oordeel van het befaamde Washington-weekblad "The Politico". Inhoud en principes hadden nog nooit zo'n kleine rol gespeeld in of zo weinig impact gehad op de uitkomst van de race dan in november 2008. Obama's programma, als hij dat al had natuurlijk, hing met haken en ogen aan elkaar, en ook in dat van John McCain waren visie of consistentie ver te zoeken. "The Politico" stelt dat het imago van Obama's presidentsschap even snel bezoedeld zou kunnen worden dan zijn ster in de campagne gerezen is. De waarheid kwam er in de campagne niet aan te pas en dat vertaalt zich vandaag ook in een hele resem dubieuze en minder dubieuze aanvallen naar het adres van de president. Ook in de anti-Obamabeweging is de waarheid dus maar van secundair belang. "The Politico" stelde een lijst op van zeven "verhalen" die Obama's tanende ster helemaal zouden kunnen uitdoven, moesten ze nog verder momentum winnen. Een overzicht.

1. "Obama denkt dat hij met Monopoly-geld speelt"
Economists and business leaders from across the ideological spectrum were urging the new president on last winter when he signed onto more than a trillion in stimulus spending and bank and auto bailouts during his first weeks in office. Many, though far from all, of these same people now agree that these actions helped avert an even worse financial catastrophe. (...) Polls show alarm among these voters about undisciplined big government and runaway spending. The likely passage of a health care reform package criticized as weak on cost-control will compound the problem.
2. "Obama is te veel Leonard Nimoy uit Star Trek"
People used to make fun of Bill Clinton’s misty-eyed, raspy-voiced claims that, “I feel your pain.” (...) The reality, however, is that Clinton’s dozen years as governor before becoming president really did leave him with a vivid sense of the concrete human dimensions of policy. (...) Obama, a legislator and law professor, is fluent in describing the nuances of problems. But his intellectuality has contributed to a growing critique that decisions are detached from rock-bottom principles.
3. "Obama past te vaak de Chicago-manier van werken toe"
This is a storyline that’s likely taken root more firmly in Washington than around the country. The rap is that his West Wing is dominated by brass-knuckled pols. (...) The problem is that many voters took Obama seriously in 2008 when he talked about wanting to create a more reasoned, non-partisan style of governance in Washington. (...) The examples of Chicago-style politics include their delight in public battles with Rush Limbaugh and Fox News and the U.S. Chamber of Commerce. (...) He also gave favorable terms to the pharmaceutical lobby in exchange for their backing his health care plans. (...) The lesson that many Washington insiders have drawn is that Obama wants to buy off the people he can and bowl over those he can’t. If that perception spreads beyond Washington this will scuff Obama’s brand as a new style of political leader.
4. "Obama is zwak en dwingt nergens respect af"
If you are going to be known as a fighter, you might as well reap the benefits. But some of the same insider circles that are starting to view Obama as a bully are also starting to whisper that he’s a patsy. (...) It began when Obama several times laid down lines and then let people cross them with seeming impunity. Last summer he told Democrats they better not go home for recess until a critical health care vote but they blew him off. He told the Israeli government he wanted a freeze in settlements but no one took him seriously.
5. "Obama beschouwt de Verenigde Staten van Amerika als een gelijkwaardig land op de VN-ledenlijst tussen Albanië en Zimbabwe"
Both parties have embraced the idea that the U.S. should be a singular force in the world. It would hence be hugely unwelcome for Obama if the perception took root that he is comfortable with a relative decline in U.S. influence or position in the world. (...) The reviews of Obama’s recent Asia trip were harsh. His peculiar bow to the emperor of Japan was symbolic. But his lots-of-velvet, not-much-iron approach to China had substantive implications. (...) He seems more interested in being President of the World than President of the United States, a critique that was heard more after his Nobel Prize and when he was in Copenhagen for a U.N. summit on curbing greenhouse gases.
6. "Nancy Pelosi is de échte president van de VS"
No figure in Barack Obama’s Washington, including Obama, has had more success in advancing his will than the speaker of the House, despite public approval ratings that hover in the range of Dick Cheney’s. With a mix of tough party discipline and shrewd vote-counting, she passed a version of the stimulus bill largely written by congressional Democrats, passed climate legislation, and passed her chamber’s version of health care reform. She and anti-war liberals in her caucus are clearly affecting the White House’s Afghanistan calculations. (...) It is clear that Obama has allowed the speaker to become more nearly an equal, and far from a subordinate, than many of his predecessors of both parties would have thought wise.
7. "Obama is verliefd op de man in zijn eigen spiegel"
No one becomes president without a fair share of what the French call amour propre, but Obama has more than his share of self-regard. It is a common theme of Washington buzz that Obama is over-exposed. (...) White House aides say making Obama widely available is the right strategy for communicating with Americans in an era of highly fragmented media. But, as the novelty of a new president wears off, the Obama cult of personality risks coming off as mere vanity unless it is harnessed to tangible achievements.

Read more...

Warm onthaal voor President Rumpy in Praag



Dat Herman Van Rompuy enkel in België als Europees President gevierd wordt, is al langer bekend bij de lezers van deze blog. Buiten het legioen Eurocraten en enkele raszuivere federatiefundi's gelooft niemand dat Rumpy de goede keuze was. Het was vrijdag dan ook genieten toen ik deze foto's uit Praag toegestuurd kreeg. De nieuwe klassiek-liberale Tsjechische partij OSS van econoom Petr Mach profileert zich meer en meer als de Tsjechische versie van de Zwitserse FDP. Zij zijn economisch libertarisch en Eurosceptisch, en de partij wil een nieuw thuis worden voor de Klaus-vleugel binnen de conservatieve ODS-partij. Vrijdag bracht Rumpy een staatsbezoek aan Praag en deze foto's tonen mooi aan wat (een bepaald deel van) de Tsjechische bevolking van dat bezoek vond. (Meer foto's hier!)









Read more...

30 januari 2010

Help Haïti, maar hoe? (LVB.net)

Op 12 januari werd Haïti getroffen door een krachtige aardbeving die minstens 100.000 dodelijke slachtoffers maakte. Hoe kunt u de hulpverlening aan Haïti het best financieel steunen?

De overheid en de media sporen ons aan om geld te storten op rekeningnummer 12-12 van de actie "Haïti Lavi" ('Lavi' is creools voor "het leven"). Daarachter zit een consortium van Caritas International, Dokters van de Wereld, Handicap International, Oxfam Solidariteit en Unicef België.

Oxfam-Solidariteit is een organisatie met een duidelijke politiek-ideologische boodschap, die echter niet overeenstemt met mijn analyse. Hun boodschap is dat de armoede in de Derde Wereld de schuld is van het kapitalisme, het neoliberalisme, de vrijhandel, het IMF en de Wereldbank. Voor ramppreventie ziet Oxfam heil in het Cubaanse model.

Mijn analyse gaat daar lijnrecht tegen in: die landen die zich in de voorbije 55 jaar konden transformeren van ontwikkelingslanden naar industrieland, zijn daarin geslaagd dankzij het kapitalisme, de vrijhandel, het IMF en de Wereldbank. Organisaties als Oxfam, Broederlijk Delen en 11.11.11 vinden verder dat één van de manieren om armoede te bestrijden, het oprichten van vakbonden is. Verder vinden ze de Verenigde Staten en Israël de grote boosdoeners van de wereld. Als u al deze standpunten deelt, dan kunt u hier stoppen met lezen en uw bezittingen geheel of gedeeltelijk wegschenken aan Oxfam, Broederlijk Delen en 11.11.11.

Gelooft u daarentegen in de positieve kracht van vrijhandel, kapitalistische investeringen, de constructieve rol van multinationals in de economische ontwikkeling, en de positieve invloed van IMF en Wereldbank op vrijhandel, en staat u positief tegenover de geostrategische rol van de Verenigde Staten en van Israël, dan moet u op zoek gaan naar alternatieven. Want Haïti verdient noodhulp, niet alleen van regeringen maar ook van burgers. Hier alvast enkele tips.

Het Rode Kruis Vlaanderen, rekeningnummer 000-0006566-67 met vermelding "aardbeving Haïti". In België fiscaal aftrekbaar vanaf 30 euro. Het Rode Kruis stelt zich politiek neutraal op en neemt geen ideologische standpunten in.

Pater-scheutist Jan Hoet is actief in Haïti met jeugdopvangtehuis Mamosa, dat door de aardbeving helemaal werd vernield (video). Je gift kan je overmaken op rekeningnummer 000-0901974-68 van SOS-Scheut met vermelding "voor project 02.509.008 / F.J.-P.S. / Hoet Jan / Delmas-Ha". In België fiscaal aftrekbaar vanaf 30 euro.

Adra Belgium, een protestantse organisatie voor ontwikkelingshulp, opgericht door de Kerk van de Zevende-dags Adventisten. Rekeningnummer 310-1048000-01 met vermelding "Rampenfonds Haiti". In België fiscaal aftrekbaar vanaf 30 euro.

De Israëlische hulporganisatie IsraAID is sterk actief in Haïti. Vanuit België kunt u giften overmaken aan B'nai B'rith Brussel (210-0267175-89) of B'nai B'rith Europa (732-0074891-58). Giften met vermelding "Haiti" worden doorgestort aan IsraAID. Niet fiscaal aftrekbaar.

De Amerikaanse humanitaire organisatie Ears To Our World verspreidt zelf-aangedreven radiotoestellen in Haïti. Eén gift van 30 dollar volstaat om twee radiotoestellen te financieren. Omdat informatieverspreiding uiterst belangrijk is bij rampen, is radio momenteel een zeer belangrijk medium in Haïti . Betaling kan online met Paypal of kredietkaart. Niet fiscaal aftrekbaar.

Het Clinton Bush Haiti Fund, dat de Amerikaanse fondsenwerving voor Haïti coördineert. Online giften mogelijk met kredietkaart vanaf 25 dollar. In de VS fiscaal aftrekbaar.
Read more...

29 januari 2010

Leugens over het voedseltekort in Gaza doorprikt (Vincent De Roeck)

De internationale gemeenschap blijft maar volhouden dat het Israëlische optreden in en rond de Gazastrook de voedselbevoorrading van de Palestijnse gebieden in het gedrang gebracht heeft en dat de arme brave Palestijnen in de Gazastrook honger lijden door toedoen van satanbuur Israël, de enige echte schurkenstaat in het Midden-Oosten. De Verenigde Naties zwijgen wel graag over waarom haar "scholen" als wapenopslagplaatsen gebruikt worden, waarom haar ambulances maar al te vaak als transportmiddelen voor terroristen van Hamas dienen, waarom haar beelden geregeld met Photoshop bewerkt worden om de duivel Israël er nog slechter te doen uitkomen en waarom haar materieel en hulpgoederen steevast aangewend worden om raketten te fabriceren om Zuid-Israël te bestoken.

De internationale gemeenschap wordt er ook niet graag aan herinnerd dat het net de Egyptische grensblokkade aan de Sinaï is die de handel tussen de Gazastrook en de buitenwereld bemoeilijkt of dat de vele ziekenhuizen van Ashkelon en Sderot vol liggen met gewonde joodse kinderen. Dit gezegd zijnde, laat ons hier wel duidelijk zijn. Niemand verdient het natuurlijk om honger te moeten lijden in deze tijd van ongeziene welvaart en massale voedseloverschotten. Maar net daar blijkt nu net het schoentje te wringen. De Verenigde Naties liegen immers voortdurend over de situatie en in het hongersnoodverhaal is dat natuurlijk niet anders. Het was de lokale Engelstalige moslimkrant "Palestine Today" die het nieuws voor ons brak en onlangs uitpakte met een serie foto's waarop overvolle Palestijnse markten in Gaza te zien zijn. Beelden zeggen nog altijd meer dan 1,000 woorden.











Deze vijf foto's schetsen mooi de échte situatie in de Gazastrook en aangezien het hier om een Palestijnse bron gaat, zullen toch ook de meest uitgesproken Palestijnenknuffelaars en de grootste Israëlhaters hun ongelijk moeten toegeven. Jullie kunnen trouwens nog tientallen andere foto's op de website van "Palestine Today" terugvinden.

Read more...

EU-funded think tanks defend their credibility (Andrew Rettman)

The European Commission will in 2010 pay €6.7 million in subsidies to a group of think tanks and NGOs. The grants cover 58 organisations, ranging from some of Brussels' best known talking shops, such as Cafe Babel and the European Policy Centre (EPC), to niche bodies such as the European Paralympic Committee. The top recipients are: the Platform of European Social NGOs; Notre Europe; the European Council on Refugees and Exiles; the European Movement; Association Jean Monnet; the Council of European Municipalities and Regions; the Association of Local Democracy Agencies; the Lisbon Council; the Fundacion Academia Europea de Yuste, and Friends of Europe.

The money is part of a larger €30 million a year pot in the commission's education and culture department, which pays for a scheme to promote "common values" and to get ordinary people interested in politics. "I think it's fair that an EU citizen should learn about the European Union of which he or she is a part. We make no apologies for explaining what the EU is about," commission spokesman John Macdonald told EUobserver. But for some, Brussels' generosity is not so innocent.

"They are setting up their own committees claiming that these are independent think tanks when, in fact, they are cheerleaders for the EU," Pieter Cleppe, from the British eurosceptic think tank, Open Europe, said. "They do not question the EU to the extent they would if they were not being funded by it. That's the whole point of the grants." Several of the beneficiaries, such as the European Movement International, Friends of Europe and the Union of European Federalists, have an openly pro-integration position. Just one, Statewatch, which gets 39 percent of its budget from the commission, is a devoted critic of the EU institutions.

Mr Cleppe's allegations are potentially the most damaging for policy analysts, such as the EPC, the Centre for European Policy Studies (Ceps) or Notre Europe, whose reputation for objectivity is central to their work. EPC chief Hans Martens pointed out that its grant of €146,000 makes up just over five percent of its budget. "You can't buy us for that price," he said. "There are no strings attached. We've never felt any pressure because of it. If we were to say something which offends the commission, tant pis."

Tant pis? Ceps spokesman Marco Incerti took a similar line. "Our grant [€140,000] amounts to 2 percent of our budget. So if there was ever an attempt by the commission to influence us, we could afford to lose it," he said. Mr Incerti noted that if you count all the EU projects in which Ceps takes part, EU institutions sign off on about a third of its income, however. For others, EU dependency is still more acute.

Pour la Solidarite gets 65 percent of its funds from the commission's education department grant. The Trans European Policy Studies Association is in for 58 percent. Notre Europe gets 54 percent. "We get a big grant but we don't work for the commission per se. We are true to what we think," Notre Europe's funding officer, Jennifer Hoff, told this website. "We are really trying to diversify our funding because we do get criticised for this."


Andrew Rettman schreef bovenstaand artikel voor de EU Observer naar aanleiding van een interview met IFF-scribent Pieter Cleppe.

Read more...

27 januari 2010

De tirannie van het intellectuele verraad
(Vincent De Roeck)

Paul De Grauwe, de "econoom" die er onlangs in slaagde om vrijdags op een internationaal congres Hayek boven Keynes te verkiezen en de maandag daarop in een Vlaamse krant Keynes boven Hayek, kreeg gisteren weerom een forum in "De Standaard" om zijn clowneske kijk op de economie ten toon te spreiden. In "De tirannie van de aandeelhouders" trekt hij van leer tegen de CEO's van multinationals. "De grootste vijanden van het kapitalisme zijn vandaag niet de vakbonden, maar ceo's als Carlos Brito van AB InBev", aldus de Paul Krugman van Vlaanderen. Zijn oplossing is ook zonneklaar. "Het wordt tijd dat de overheden de almacht van aandeelhouders beperken." Met dit weinig subtiel voorstel om nog meer overheidsinmenging in de economie toe te laten, bewijst Paul De Grauwe maar één zaak: hij is zijn pedalen helemaal verloren en snapt er echt niets meer van.

Een economisch systeem kan maar overleven als er een brede maatschappelijke consensus bestaat dat dit systeem goed is voor het overgrote deel van de bevolking. Het marktsysteem zoals dat in de naoorlogse periode werd ontwikkeld, putte zijn kracht uit het feit dat het gesteund werd door een consensus die het zelf had gecreëerd. De materiële vooruitgang die dat systeem mogelijk maakte, werd gespreid over een groot deel van de bevolking. Werknemers and werkgevers profiteerden samen van deze vooruitgang.

Zolang politici begaan zouden zijn met de welvaart van de samenleving en duurzame economische vooruitgang is er geen vuiltje aan de lucht. Pas wanneer politici, zoals vandaag, helemaal geen principes of verstand meer hebben, of wanneer diezelfde politici door de particratie hun principes en hun verstand moeten verdringen, is dit een probleem. Iedereen weet dat de vrije markt meer mensen welvarend gemaakt heeft dan welk ander systeem ook. Zelfs nu moeten we toegeven dat we na de crisis nog steeds rijker zijn dan voor de economische supergroei van de jaren '90. Letland en Ierland worden wel als "failliet" afgedaan, maar zij zijn vandaag nog steeds rijker dan in 2004. Misschien iets om over na te denken, "professor" De Grauwe, vooraleer u zich weer aan populistische nonsens waagt?

Deze consensus is aan het afbrokkelen, vooral omdat de perceptie is gegroeid dat werknemers en werkgevers niet op dezelfde wijze profiteren van materiële vooruitgang. Een systeem dat het mogelijk maakt dat de top van de onderneming (...) fantastische bonussen opstrijkt precies omdat het werknemers afdankt, kan niet op de sympathie van de mensen rekenen en graaft zijn eigen graf.

En wie is het hier juist die deze "perceptie" tot waarheid verheft? Onze Paul natuurlijk. De mensen moeten begrijpen dat enkel de personen die achter een bedrijf staan écht begaan zijn met de toekomst ervan. Dit zijn niet altijd de CEO's maar wel de aandeelhouders. Zij zijn het die hun eigen geld in de schaal geworpen hebben om een risicovolle onderneming op te zetten, over te nemen, of zich daarin in te kopen. Zij willen rendement, en zij hebben daar als enige het recht op. Werknemers verhuren hun arbeid, maar zij hangen af van de markt voor arbeid. Ondernemers verplichten om werknemers in dienst te houden, is net zoals consumenten verplichten om bij een welbepaalde winkel een welbepaald product te blijven kopen, ook als de consumenten dat niet meer denken nodig te hebben. Ooit maakte Po-Paul soortgelijke vergelijkingen, vandaag huilt hij mee met de linkse wolven in het bos.

Hoe zijn we zo ver geraakt? Het is nuttig om daarvoor even terug te kijken naar de jaren zeventig. Toen kende het systeem ook een crisis. (...) De eerste reactie van de overheid bestond erin bedrijven in moeilijkheden te subsidiëren en massale programma's van overheidstewerkstelling uit de grond te stampen. Deze programma's werkten echter niet en botsten snel tegen de grenzen van de budgettaire realiteit. Het falen van de overheid om de economie in nieuwe banen te leiden bracht een ommekeer in het denken. Meer en meer groeide de idee dat het marktsysteem beter geplaatst was dan de overheid om duurzame jobs te creëren en tegelijk materiële vooruitgang voor iedereen mogelijk te maken. Overal in de wereld werd aan deregulering en privatisering gedaan.

Paul De Grauwe geeft hier een zéér mooie analyse van de geschiedenis. Tot de jaren '70 was Keynes het officiële staatsbeleid, maar toen bleek dat stagflatie wel degelijk bestond, werd Keynes ingeruild voor Friedman en diens monetarisme. Vandaag zien we dat ook dat systeem niet perfect werkt, maar dat betekent niet dat de voorganger opnieuw van stal gehaald moet worden. Zoals ik vorig jaar al in een lezersbrief in "The Economist" schreef, betekent deze crisis niet zozeer het failliet van het kapitalisme, maar wel van Friedmans monetarisme. Centraal bankieren heeft deze bubbel op haar geweten. Het zou dan ook niet meer dan normaal zijn, moest men vandaag als nieuwe doctrine de Oostenrijkse School uitproberen. Paul De Grauwe kent deze school, hij stond lange tijd zelfs openlijk sympathiek tegenover de ideeën van Mises en consorten, maar hij is die nu klaarblijkelijk alweer vergeten. Een onvergeeflijk verraad.

Deze tendens creëerde inderdaad een nieuwe dynamiek van groei en vooruitgang niet alleen bij ons, maar vooral in de armste landen van de wereld. (...) Maar zoals zo dikwijls sloeg de slinger te ver door. Te veel mensen begonnen te geloven dat alle maatschappelijke problemen door de vrije markt kunnen opgelost worden, en dat de rol van de overheid overal moest worden teruggedrongen. Zo werd onder invloed van dit marktfundamentalisme de bankregulering ontmanteld en werd de banken toegelaten te gokken in de aandelenmarkten en in andere financiële markten. (...)

Marktfundamentalisme in de bankensector?? Echt waar?? We spreken hier over één van de meest gereguleerde en gereglementeerde sectoren van de hele economie. De crisis bewijst net dat de overheid helemaal niet in staat was om, ondanks massale regulering, het systeem foutloos te laten werken. En hoe reageren De Grauwe en andere etatisten daar dan op? Zij willen, begrijpen wie begrijpen kan, diezelfde falende overheid (nog) meer macht en een (nog) groter aandeel in de economie geven. Regulering lag aan de basis van de vastgoedbubbel en regulering zette banken aan om zich veel breder te gaan leveragen dan in de vrije markt het geval zou zijn. Een stad staat onder water en De Grauwe komt met extra emmers water af.

Een nog meer fundamentele ontsporing ontstond toen de idee ingang vond dat de controle op de onderneming moest gebeuren door de aandelenmarkten. Een goed bedrijf was een bedrijf waarvan de aandelenkoers stijgt; een slecht bedrijf waarvan de aandelenkoers daalt. De aandelenmarkten moesten het ultieme oordeel vellen over de kwaliteit van een onderneming en haar management. In theorie een schitterende idee. De realiteit evolueerde anders. In de aandelenmarkten spelen psychologische factoren als euforie en depressie, optimisme en pessimisme een even grote rol als fundamentele economische factoren. (...)

Ik deel de mening van Paul De Grauwe dat de aandeelhouders hier schromelijk tekortgeschoten zijn. Zij hadden alles voor handen om in te grijpen, maar zij deden er niets aan. Ik was dan ook tégen de bail-outs van de banken gekant die de aandeelhouders ten goede zijn gekomen. Paul De Grauwe is echter een grote hypocriet. Hier veegt hij de pan uit met de aandeelhouders, maar ten tijde van de bail-outs was hij wel voor tegemoetkomingen aan de aandeelhouders "die er niets aan konden doen"... Wat is het nu, Paul, eieren of jong?

De lange termijn werd opgeofferd aan de korte termijn. De winst die gerealiseerd kan worden door werknemers af te danken leidt onmiddellijk tot meer bonussen, maar ondermijnt de lange termijn voordelen van een vertrouwensrelatie tussen de werkgever en de werknemer. Conflict, in plaats van samenwerking wordt opnieuw de basis van de relaties tussen werkgevers en werknemers. Dit zijn gevaarlijke tendenzen die de maatschappelijke aanvaarding van een vrij marktsysteem aantasten. (...) Hoe kunnen we ervoor zorgen dat het kapitalisme gered wordt uit de greep van de kapitalisten? Dat is de systeemvraag die zich vandaag stelt. De verantwoordelijkheid ligt hier in eerste instantie bij het bedrijfsleven zelf. (...) De overheid moet hier ook optreden, onder andere door, zoals vroeger, vergoedingen gebaseerd op optiecontracten te belasten als loon. (...) De bankiers zijn meer en meer geëvolueerd van kredietverleners tot speculanten. Ze hebben eveneens bijgedragen tot een evolutie naar een casinokapitalisme. (...)

Casinokapitalisme?? Ik begin meer en meer te denken dat "Paul De Grauwe" gewoon het pseudoniem van Dirk Van der Maelen is... Aandeelhouders bepalen het beleid en de bonussen. Het is dan ook aan hen om daar onafhankelijk van overheid of samenleving beslissingen over te nemen. Hoge leverage kan hoge winst opleveren, maar houdt ook risico's in. Het is de overheid die de afweging verknoeid heeft. Moral hazard heet dat dan. De winsten zijn immers voor de aandeelhouders, de verliezen voor de gemeenschap.

Tot nu toe is het marktsysteem er altijd in geslaagd om voor een verloren job een nieuwe, meestal interessantere job te vinden. Niet onmiddellijk natuurlijk, maar na verloop van tijd wel. Dit mechanisme vormt de basis van het vertrouwen dat de mensen hebben in het systeem en in de bedrijfsleiders. Maar als deze laatste meer en meer gepercipieerd worden als korte termijn speculanten dan is er een probleem. We kunnen alleen maar hopen dat de bedrijfsleiders de ernst van dit probleem op tijd onderkennen.

Kan iemand zijn eigen betoog nog meer ondergraven dan Paul De Grauwe hier?? Eerst kant hij zich tegen de markt om uiteindelijk dan te beweren dat de markt het wel zal oplossen... Als De Grauwe dit gelooft, en ik hoop dat hij dit allemaal gewoon schrijft omwille van mediageile beweegredenen, dan moet hij dat ook openlijk durven zeggen. Anders pleegt hij schuldig verzuim, en verwordt hij tot de doodgraver van onze economie en, erger nog, van onze welvaart.

Read more...

26 januari 2010

Na Dendermonde heeft ook Liedekerke er zijn buik van vol (Johan Sanctorum)

Soms leidt een gebrek aan redactionele coördinatie binnen een krant tot verrassende inzichten. In De Standaard van 26/1/10 wordt op de pagina “Cultuur en media” uitvoerig de lof gezongen van het woestijnvisproduct Man bijt hond. Niet echt verwonderlijk, als men de ziet hoe Corelio (uitgever van DS), VRT, Woestijnvis, en nu ook Humo-uitgever Sanoma, elkaar om de hals vallen binnen één groot mediakluwen. TV-kritiek in de geschreven pers? Het wordt meer en meer crossmediale promotie pro domo. In het bewuste artikel is nochtans een kritisch geluidje te horen van Tom Naegels, die stelt dat het programma eigenlijk een karikatuur voorstelt van de Vlaming, als kleinsteedse, dialect pratende randdebiel of gewoonweg dorpsgek. Maar als columnist-des-huizes relativeert Naegels deze kritiek onmiddellijk zelf, en zegt dat het programma “nooit over de grens van het kwetsende gaat”.

O nee? Dat is dan genoteerd. Maar op blz 24 van diezelfde krant, in de regionale editie “Vlaams-Brabant”, lezen we een heel ander verhaal, namelijk dat van de inwoners van Liedekerke, dat de eer te beurt viel om een ploeg van man-bijt-hond op bezoek te krijgen. Ze voelen zich gemanipuleerd, en beschrijven hoe de programmamakers via bewuste uitlokking vooral het hilarische en karikaturale zochten. Het resultaat was uitlachtelevisie van het zuiverste soort: er werd gefocust op alles wat de stadsintellectueel als vreemd, idiomatisch, provincialistisch en achterlijk voorkomt. Zoals de bejaarde die zijn klein autootje met maniakale precisie in een kleine garage parkeert. Het filmpje circuleert ondertussen op U-tube, de man is tot zijn eigen wanhoop wereldberoemd.
Enige politiek-correcte vooringenomenheid was de makers ook niet vreemd: “Ze waren op zoek naar specifieke beelden en verhalen van een arm Liedekerke dat worstelt met de migratie van Brussel. Ik moest hard discussiëren om hen op andere gedachten te brengen”, aldus een van de meer weerbare dorpsbewoners, Steven Van Linthout.
Want voor de rest ging het uiteraard om kwetsbare, onmondige mensen die niet weten waar ze aan begonnen, tot ze hun kop op het scherp zagen en het lachen was geblazen. Via de regiekamer en het welbekende montagewerk ontstaat een beeldverhaal dat geen enkele plaats meer laat voor privacy of respect voor de intieme levenssfeer. Vooral het item van de oude man die via een pendel met zijn overleden vrouw communiceert, is ver over de schreef.
De overvloeiing tussen naieve welwillendheid van de figuranten (“Ik kom op TV!”), het onscrupuleuze effectbejag van de programmamakers, en het (veronderstelde) voyeurisme van de kijker, trekt op het eerste zicht aan en levert “goeie televisie” op, maar stoot op het tweede gezicht af. Omdat het programma zich dagelijks ververst en andere slachtoffers zoekt, is er echter ook geen tijd om afstand te nemen en het format in vraag te stellen: het cirkus staat elke dag ergens anders, er is geen tijd om de trukken van de foor te ontmaskeren.
De Woestijnvisparodie van de cynische Vliegende Reporter (“In de Gloria”) die bij niets-vermoedende Vlamingen aan huis belt en een “spontaan interview” ensceneert, tot verbijstering achteraf van de figuranten, blijkt dus onrustwekkend echt. Het ziet ernaar uit dat Woestijnvis zijn eigen parodie-format tot standaard is gaan nemen voor reality-tv, zoals Prof. Katia Segers terecht stelde in Terzake van 26/1. Maar er is nog meer stront aan de knikker.

Dat Vlamingen in zo’n programma systematisch voorgesteld worden als achterlijke boertjes die moeten ondertiteld worden, is politiek niet onschuldig. De intellectuele elites, die zich in Woestijnvis schuilhouden, maken hier namelijk het portret van een volksstam die er wel pittoreske gewoonten op nahoudt en leuke plaatjes oplevert, maar die absoluut niet in de mogelijkheid verkeert om zijn eigen boontjes staatkundig te doppen. We missen het esprit dat de verlichte democratische minderheid van dit land legitimeert,- de francofonie. Het is dus een soort neokolonialisme van de evolués, parvenus die zich over hun eigen afkomst schamen. Het fenomeen, dat ik eerder al beschreef, zit zeer diep in het Vlaamse cultuurcircuit. Het verklaart o.m. waarom een oer-Vlaamse auteur als Dimitri Verhulst uit schaamte in Huccorgne gaat wonen, en waarom varkenshandelaar/kasteelheer Wim Delvoye het jammer vindt dat er in Vlaanderen nog Nederlands wordt gesproken. De grappige randdebielen van Liedekerke zijn dezelfde stereotypes (Katia Segers gewaagt zelfs van “archetypes”) die door het franco-Belgisch establishment worden gehanteerd. De openbare omroep is er zich wellicht niet eens bewust van dat ze stigmatiserend optreedt t.o.v. haar eigen publiek. De kijker kijkt in de spiegel, en ziet een Neanderthaler.
Maar Liedekerke heeft er dus zijn buik van vol en jaagt de camera’s weg. De conclusie is deze die ik al neerschreef in “Media en Journalistiek in Vlaanderen”, n.a.v. het “Dendermonde-drama”: de kijker én de man/vrouw, geconfronteerd met het oog van de camera, moeten zich samen tegen de hybris van het medium keren, door simpelweg neen te zeggen. Grenzen stellen, zelf de regels bepalen. Met deze bescheidenheid zal het massamedium nooit kunnen leven. Dus is het, in zijn huidige vorm, tot sterven gedoemd. Er is nog hoop.
Read more...

Zoals altijd bij regimes die naar een dictatuur hunkeren, gaat de strijd eerst over de woordenschat (vpmc)

23 januari 2010 Essay
Thierry Chervel
Zijn de critici van het islamisme zelf fundamentalistisch? Allerminst, want in tegenstelling tot de militante islam kent de Westerse Verlichting geen uiterste waarheden.  In de Duitse media is een debat ontbrand over de grenzen van de islamkritiek. Daarbij wordt er een “islamofobie” geconstateerd, die voor velen neerkomt op een nieuw antisemitisme. Hierover schreven op deze plek Henryk Broder (12 januari) en Hamed Abdel-Samad (18 januari). Wij zetten de reeks verder met een bijdrage van Thierry Chervel, beheerder van het online cultuurportaal “Perlentaucher”.

Henryk Broder is een reus! Helemaal op zijn eentje blijft deze publicist de meerdere van al de kleine feuilletonisten. De dappere meerderheid van “Freitag”, “Tagesanzeiger”, “Zeit”, “Süddeutsche Zeitung”, “Frankfurter Allgemeine Zeitung” en “Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung” heeft de laatste weken haar moed bijeengeschraapt om het schemerig-duistere “Verlichtingsfundamentalisme”bloot te leggen, dat achter de anarchistische knepen van Broder schuilgaat. In een vloed van artikelen sjorren zij hem vast en prikken hem, zoals het dwergenvolkje in de roman “Gullivers Reizen” van Jonathan Swift. Broder, zo schreef Thomas Assheuer in de “Zeit”, “doet altijd zijn best om geestig te schrijven, maar het is hem bittere ernst”. Dat is inderdaad het verschil: zijn tegenstanders zijn ook nooit eens grappig. Het begon al met de klimaattop in Kopenhagen, waarbij de “Tagesanzeiger” gesteun liet klinken over climagate en over de “as van de idiotie”. Het culmineerde na het Zwitserse minarettenverbod (voor Freitag is Broder sedertdien een rechtspopulist). En het ging verder na de moordaanslag op de Deense karikaturist Kurt Westergaard. Held onder de helden is de laatste tijd Claudius Seidl: hij beloofde plechtig in de F.A. Sonntagszeitung dat hij zijn leven zou opofferen, in het geval Broder en zijn fundamentalistische kompanen met succes de moslimvrouwen het recht op de hoofddoek zouden betwisten. Toegegeven: dit is onwaarschijnlijk, maar wie weet – tenslotte kunnen ook de “Verlichtingsfundamentalisten” tot zelfmoordaanslagen overgaan! Voor het recht om géén hoofddoek te dragen wilde Seidl zijn leven vooreerst nog niet in de weegschaal werpen. Daarmee versloeg de chef cultuur van de FAS de chef cultuur van de SZ Andrian Kreye, die op het gevaar af zich impopulair te maken de moed opbracht om de mohammedkarikatuur van Westergaard eens en voorgoed te laten vallen omdat ze geen verdediging waard is. “Wie beledigt, moet aan de beledigde ook de toestemming gunnen om beledigd te zijn”, gaf hij ter intentie van Westergaard mee. Na een interventie met een dergelijke overtuigingskracht laat zich de persoonlijke beveiliging van Westergaard nauwelijks nog verrechtvaardigen! Daarmee bekrachtigde Kreye de houding van de FAZ, van de Süddeutsche en van alle andere kranten die hun eigen lezers enkel en alleen van horen zeggen informeerden over de karikaturen. Het zijn ook altijd diegenen die het islamitische gevaar graag minimaliseren, die tegelijk te laf zijn om de karikaturen af te drukken (Die Welt behoorde tot de zeldzame Duitse kranten die ze lieten zien; opmerking van de redactie). Dit historische verzaken van een openbaar forum dat niet langer in zijn eigen fundamenten gelooft, zal een der redenen zijn waarom de aanvallen op Broder en alle andere “ Verlichtingsfundamentalisten” zo ongezien massief waren. Schuldbewustzijn zweet men graag in groep uit. [Welt-online laat hier een paragraaf uit de oorspronkelijke tekst wegvallen, die ik hierbij weer inlas]
De karikaturenstrijd was een cesuur in de geschiedenis van de media. Weliswaar was hij nog door een krant aangestoken, maar de allermeeste kranten van deze wereld namen –zoals ook de allermeeste televisiezenders– die eerste stoot niet over. Op weinige uitzonderingen na censureerden zij de tekeningen. Ze noemden ze grof (of  “onnozel”, zoals Thomas Steinfeld, meer hier), om zo te kunnen beweren dat publicatie niet de moeite loonde. Een capitulatie. De krantenlezers zochten hun informatie elders. Een eenvoudige google-zoektocht volstond.
Sedert de karikaturenstrijd is het Internet het eigenlijke openbare forum, in weerwil van het weemoedige zuchten van Habermas. In de kranten liet de affaire een blinde vlek achter. En die breidt zich uit, en bonst en woekert, zoals dat gaat met een slecht geweten. 
[hier pikt Welt weer in] In de vloed van artikelen de laatste weken, hebben de columnisten gepoogd om in Duitsland twee begrippen definitief ingang te doen vinden, al geven zij geen informatie over de herkomst ervan: “verlichtingsfundamentalisme” en  “islamofobie”. … De term “islamofobie” is in eerste instantie een strijdkreet van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), die sedert de karikaturenstrijd maand- en jaarverslagen uitbrengt over islamofobe voorvallen in de westelijke wereld – let wel, uitsluitend in de westelijke wereld. Over de vervolging van de Tsjetsjenen of de Oeigoeren wordt er in het jongste bericht met geen woord gerept, want Rusland en China zijn strategische bondgenoten van de islamitische staten als er gestemd wordt in de VN, waar de islamitische staten hun botsing der culturen bij voorkeur uitvechten. China en Rusland brachten, in eendracht met andere respectabele lidstaten van de Verenigde Naties zoals Oeganda of Zimbabwe, hun stem uit ten gunste van een VN-resolutie tegen het “belasteren van religies”. Een resolutie die als enige religie expliciet de islam vernoemt. Het begrip islamofobie komt de 57 landen van de organisatie –met daaronder loepzuivere democratieën als Iran, Saoedi-Arabië, Soedan– vooral te pas om een tegenbegrip te ontwikkelen tegenover het begrip Mensenrechten, dat met zijn aanspraak op universaliteit en met tegelijk zijn nadruk op het individu hen mateloos irriteert. Het mensenrechtenbegrip van de OIC daarentegen is religieus gecodeerd: de “Verklaring van Cairo over de Mensenrechten in de Islam” van 1990 verklaart uitdrukkelijk dat de sharia het fundament blijft waar men niet aan voorbijgaat. Van de westerse landen wordt hiervoor respect geëist – de VN, de Conferentie van Durban met de vervolgconferentie in Genève, en de resolutie tegen het belasteren van religies behoren alle tot de hefbomen in dit machtsspel rond begrippen. Het respect van het Westen moet tot uiting komen, zo heet het in de islamofobieberichtgeving, door een “verantwoordelijke omgang met de vrije meningsuiting”. De democratieën hebben het hunne allang gedaan: zo verheugt zich bijvoorbeeld Gunnar Herrmann erover, in een SZ-artikel over de huidige stand in het karikaturendebat in Denemarken, dat vele Denen hun respect voor religieuze gevoelens belijden: “Zulke houding wordt vandaag wel als zelfcensuur omschreven, maar vroeger heette zoiets tactvol.” Dat men in een boek over de karikaturenstrijd afziet van het drukken van de karikaturen, dat men in het Hamburger Bahnhof [nu museum] in Berlijn afstand doet van de zwarte kubus van de kunstenaar Gregor Schneider: allemaal uitingen van een “verantwoordelijke omgang met de vrije meningsuiting”. En onze kwaliteitsmedia zijn vandaag vaak de meest prominente steunpilaren der voorafgaande religieuze censuur. Omdat zij die voorcensuur zelf hebben toegepast in het geval van de karikaturen, kunnen de kranten deze nu niet meer op een geloofwaardige manier bekritiseren bij andere instanties. … Hoe murw zijn de hersenen eigenlijk wel, van intellectuelen die de consequenties uit een politiek opzet zoals het gebruik van de term “islamofobie” overhaast zelf al trekken: uitgerekend een onderzoeker van het antisemitisme, Wolfgang Benz ziet in de SZ, die zich tot het centrale orgaan van de criticofobie heeft ontpopt, een parallel tussen “islamofobie” en antisemitisme. In een antwoord aan zijn collega Benz schrijft Julius Schoeps op de Oostenrijkse portaalsite juedische.at : “Waar, vraag ik mij af, als we willen vergelijken, blijven hier ‘de parallelle waandenkbeelden’ volgens welke moslims ‘op rituele grond’ kinderen doden, bronnen vergiftigen, culturen en volkeren verwoesten, de armsten  van de wereld nog hun hemd afnemen of, naar keuze bloedige revoluties aanstoken? Waar is de mohammedaanse Alfred Dreyfus, wiens epauletten in het openbaar werden afgerukt in Europa? Wie dicht in dit land aan (gematigde) moslims het plan toe van een grote wereldsamenzwering?”* De wedijver rond slachtofferschap kon wel eens de drijvende kracht zijn achter deze constructie. Zij mikt op het slechte geweten van de enige maatschappijvorm die de twijfel aan zichzelf heeft geïnstitutionaliseerd: de democratieën. Men benijdt de joden om de holocaust, en timmert er een voor zichzelf: ziet immers de Gazastrook er niet uit als het getto van Warschau? In dezelfde richting gaat ook het postkoloniale discours, dat het Arabische en Afrikaanse aandeel in de geschiedenis van de slavernij uitvlakt, om de democratieën alweer een exclusieve schuld op de hals te schuiven. Wat maakt het ook uit als er in Darfur nakomelingen van slavenhandelaren (die trots zijn op hun voorvaderen) de nakomelingen van slavenvolkeren aan mootjes hakken en verbranden? Soedan is immers lid van de OIC. … Naast “islamofobie”, is het andere begrip dat zich als een zwam in de hersenen van de welmenenden heeft geboord, dat van het “Verlichtingsfundamentalisme”. Het mag nu wel officieel heten: in de SZ noemt Gustav Seibt de logica van de tegenstanders van de door hem geprezen religieuze vrede “fundamentalistisch”. Thomas Assheuer vindt in de Zeit dat de argumenten van de secularisten “fundamentalistisch slagzij” maken, voor Thomas Steinfeld in de SZ was het toch al zonneklaar: auteurs als Necla Kelek, Hirsi Ali of Broder zijn onze eigen “haatpredikers”. Zodoende heeft hij deze drie dan voorgoed naast Osama Bin Laden en Mullah Omar geplaatst. Wie zo luchtigjes met die kwalificatie omspringt, die mag zich ook herinneren wie haar in de eerste plaats ter harte nam: Mohammed Bouyeri ramde ze Theo van Gogh, nadat hij hem meerdere kogels in het lijf gejaagd had en hem de keel had overgesneden, met een mes in de borst: “Ik weet, oh fundamentalisten van het ongeloof, dat jullie ten onder zullen gaan.” Dat was het culminatiepunt van de brief waarmee op die manier Bouyeri zijn daad opeiste. Een flinke fractie van de westerse intellectuelen beschouwt dit schrijven sindsdien als een uitnodiging tot de dialoog der culturen. Spreken van een “fundamentalisme van de Verlichting” (of naar keuze van het ongeloof, of de mensenrechten) zal misschien hier of daar al gangbaar zijn geweest, maar nu werd de uitdrukking bestempeld als een geldige figuur in een discussie. De lezer ontmoet haar in het boek van Ian Buruma over de moord op van Gogh. Timothy Garton Ash nam haar voor zich in een essay over dat boek, en over de islam in Europa in het algemeen, en maakte er een vaste zinswending van: Ayaan Hirsi Ali was een “ietwat simpel argumenterende Verlichtingsfundamentaliste”, luidde zijn diagnose, waarmee hij haast onbewust de Infamie voor zijn rekening nam, en hij sloeg de spijker nog eens goed vast: Bouyeri zat er “niet helemaal naast” toen hij het “fundamentalisme van het ongeloof” tot zijn hoofdvijand verklaarde. Garton Ash heeft zich na een discussie met Hirsi Ali van zijn term gedistantieerd: “Ik wil graag beklemtonen dat ik sedert die tijd de term ‘Verlichtingsfundamentalist’ allang heb opgegeven, want hij leidt tot het misverstand dat er een symmetrie met ‘islamitische fundamentalisten’ bedoeld zou kunnen zijn”, schrijft hij in een voetnoot bij zijn nieuwste boek. … Precies die intellectuelen die aan het begrip blijven vasthouden, schijnen ervan overtuigd te zijn dat wij een “botsing der culturen” meemaken – anders zou die constructie met symmetrische begrippen helemaal geen zin hebben. Minstens raken onze kortzichtige columnisten hier verward in contradicties, want anderzijds weten zij van geen ophouden, om het gevaar dat uitgaat van het islamisme te minimaliseren.  Of zouden zij geloven dat “onze haatpredikers” Kelek en Broder verantwoordelijk zijn voor 11 september? Fundamentalisme is irrationeel per se, en een begrip als “fundamentalisme van de Verlichting” is goed en wel onbestaanbaar. Wat hun critici aan Verlichters als Hirsi Ali of Broder verwijten, is eigenlijk dat zij iets als een “fundamentalisme van het ongeloof” predikten – helemaal wat ook Bouyeri bedoelde. Zij beweren dat Hirsi Ali van de moslims zou eisen dat dezen hun geloof zouden afzweren, als zij in het Westen wensen te leven. Thomas Assheuer weet de zaken in de “Zeit” zo te wringen, tot ze passen: in de argumentatie van de “zwaar beproefde Hirsi Ali” diende “de religie, die er geen is, een Verlichting door te maken en, zo mag je wel aanvullen, tot verdwijning gebracht te worden” ofwel “omdat de islam voor Hirsi Ali ‘das ganz Andere’ is ten overstaan van de seculiere Rede, kan slechts één van deze twee gelden: de moslims horen ‘een keuze te maken tussen de waarden van de landen waar zij zijn aanbeland, en anderzijds de waarden van de landen die zij hebben verlaten’. Dit houdt in dat moslims hun religie zouden dienen af te zweren.” Dat is een insinuatie. Hirsi Ali wil van de moslims enkel, zoals van alle gelovigen, dezelfde verdraagzaamheid die ook hen betoond wordt. Iets als “afzweren” eist zij nergens. Verlichting überhaupt levert pas het kader waarbinnen een co-existentie van religies mogelijk wordt. De door Gustav Seibt bezongen vrede onder de religies was eerst nog een vrede tegen de religies –tegen hun ontketende totalitaire aanspraken– vooraleer zij een vrede met de religies kon worden. Ook bij een vrede onder de religies wordt een religie nog niet echt of waar, want ook dan blijft de individuele gelovige onder curatele van zijn priesters staan. Waarachtig wordt zij pas in een persoonlijke belijdenis, op het moment dus dat een gelovige ook de vrijheid heeft om zich van zijn religie te ontdoen, zonder dat hij rekening hoeft te houden met sancties. In een geseculariseerde, verlichte samenleving bijgevolg, die de totalitaire aanspraken van de religies in toom houdt. Deze precaire relativiteit van de religies is wat de Verlichting bewerkstelligt, omdat zijzelf ervan afziet om laatste waarheden uit te spreken – en dat is de ware reden waarom zij niet fundamentalistisch zijn kan.
__________________
* In de Berliner Zeitung antwoordt Benz.


Labels: , , , , ,

Read more...

Obama krijgt eindelijk de rekening gepresenteerd voor zijn falend links beleid (Vincent De Roeck)

Barack Obama is één jaar aan de macht in de Verenigde Staten en de desillusie onder zijn aanhangers (en tegenstanders) kon eigenlijk gewoon niet groter zijn. De man die boven de partijen uit zou stijgen, opnieuw hoop zou injecteren in de samenleving en een breuk met het verleden van zijn Republikeinse voorganger zou bewerkstelligen, blonk vooral uit in inertie, incompetentie, partijdigheid en legde bovenal een latent gebrek aan realiteitszin en visie aan de dag. Hij zou Guantanamo sluiten, maar heeft nog steeds geen datum vastgelegd. Hij zou de twee oorlogen beëindigen, maar stuurt extra troepen naar Afghanistan. Hij zou de werkloosheid aanpakken met massale staatssteun en overheidsprogramma's, maar vandaag kampen de VS nog steeds met een reële werkloosheidsgraad van 17%. Hij zou iedereen gratis gezondheidszorg geven, maar faalde ook daar schromelijk in. Hij wou de Verenigde Staten op het groene spoor zetten, maar ziet vandaag zijn "cap-and-trade" plannen sneuvelen.

Hij profileerde zich als de man van het volk, maar zijn vrouw laat zich elke dag in een andere peperdure garderobe zien. Hij zou onkreukbaar zijn, maar zijn campagnefinanciën en hulporganisaties zoals ACORN liggen constant onder vuur. Hij zou eerlijk en open zijn, maar zijn Recovery.org website pocht met jobs die niet bestaan in kiesdistricten die niet bestaan. Om over zijn dubieus geboortebewijs en zijn gebrekkige spreekvaardigheid als de telepromptor het begeeft nog maar te zwijgen... Eén jaar na diens machtsgreep is het aureool van Barack Obama al bijna volledig verdwenen. Vorige week pakte Gallup uit met een peiling waaruit blijkt dat Obama nog maar net over 50% steun onder de bevolking kan rekenen. Maar liefst 20 procentpunten lager dan enkele maanden geleden. En als klap op de vuurpijl verloor hij vorige week de senaatszetel van rode leeuw Ted Kennedy voor het eerst sinds de jaren '50 aan een Republikein.

Kennedy's zetel in Massachusetts was één van de meest veilige Democratische zetels van allemaal, tot Obama de macht greep. Door de overwinning van Scott Brown in Massachusetts verliest Obama nu ook zijn super-meerderheid in de Senaat. Voortaan zal hij dus deals moeten maken met de Republikeinen om zijn (nu al afgezwakte) wetsvoorstellen rond o.a. klimaatverandering en gezondheidszorg alsnog door het parlement te krijgen. Obama voerde uitgebreid campagne in Massachusetts voor de Democratische kandidate maar dat bleek vruchteloos. Au contraire. Zij stond net aan de leiding in de peilingen tot hij zich ermee kwam moeien... Met Scott Brown komt trouwens een integere vrijemarktliefhebber, een degelijke fiscaal en sociaal conservatief, een overtuigd klimaatscepticus en een onvermurwbare voorstander van wapenrechten in de Senaat. Browns overwinning bewees trouwens ook de alsmaar groeiende macht van de "Tea Party"-beweging - de losse koepelvereniging van honderden grassroots burgerlijke verzetorganisaties tegen belastingen en tegen een te grote overheid - op het politieke debat in Amerika.

De Amerikaanse pers laat er geen twijfel over bestaan. Barack Obama is in Massachusetts genadeloos afgestraft en zijn presidentsschap is op sterven na dood. Zelfs de linkse regimezender MSNBC was ongezien hard voor haar zwart Godenkind. Enkel Hubert Van Humbeeck volgt kennelijk geen Amerikaanse kranten of talkshows want die durfde het deze week nog aan om Obama's presidentsschap in Knack te bejubelen. "Ondanks de gênante haatcampagne tegen zijn persoon van de Republikeinse rechterzijde herstelde hij het vertrouwen van de VS in de wereld," klinkt het bij hem. "Het feest van vorig jaar zorgt nog niet voor een kater. Barack Obama tekende de contouren van wat een goed presidentsschap zal zijn." Een heel ander geluid vinden we echter terug in "The Economist" deze week. In het editoriaal "Big Government: Stop!" veegt dat weekblad de vloer met de idee van méér overheid. Enkele fragmenten daaruit:
(...)

In the aftermath of the Senate election in Massachusetts, the focus of attention is inevitably on what it means for Barack Obama. The impact on the Democratic president of the loss of the late Ted Kennedy’s seat to the Republicans will, no doubt, be significant. Yet the result could be remembered as a message more profound than the disparate mutterings of a grumpy electorate that has lost faith in its leader—as a growl of hostility to the rising power of the state. America’s most vibrant political force at the moment is the anti-tax tea-party movement.

Even in leftish Massachusetts people are worried that Mr Obama’s spending splurge, notably his still-unpassed health-care bill, will send the deficit soaring. In Britain, where elections are usually spending competitions, the contest this year will be fought about where to cut. Even in regions as historically statist as Scandinavia and southern Europe debates are beginning to emerge about the size and effectiveness of government.

There are good reasons, as well as bad ones, why the state is growing; but the trend must be reversed. Doing so will prove exceedingly hard—not least because the bigger and more powerful the state gets, the more it tends to grow. But electorates, as in Massachusetts, eventually revolt; and such expressions of voters’ fury are likely to shape politics in the years to come.

The immediate reason for the rise of the state is the financial crisis. Governments have spent trillions propping up banks and staving off depression. In some countries they now play a large role in the financial sector; and thanks to bail-outs, stimulus and recession, the proportion of GDP made up by state spending and public deficits has rocketed.

But the rise of Leviathan is a much longer and broader story. Long before AIG and Northern Rock ended up in state custody, government had been growing rapidly. That was especially true in Britain and America, the two countries in which “the end of big government” had been declared in the 1990s. George Bush pushed up spending more than any president since Lyndon Johnson. Britain’s initially frugal Labour government went on a splurge: the state’s share of GDP has risen from 37% in 2000 to 48% in 2008 to 52% now. In swathes of northern Britain the state now accounts for a bigger share of the economy than it did in communist countries in the old eastern bloc.

The change has been less dramatic in continental Europe, but in most of those countries the state already made up around half of the economy. Demography is set to push state spending up further. Ageing populations will consume ever more public health care and ever bigger pensions. Unless somebody takes an axe to them, entitlements will consume a fifth of America’s GDP in 15 years, compared with 9% now.

Rising government spending is not the only manifestation of growing state power. The spread of regulation is another. Conservatives tend to blame the growing thicket of rules on unwanted supranational bodies, such as the European Union, and on the ever growing industry of public-sector busybodies who supervise matters like diversity and health and safety. They have a point.

But voters, including right-wing ones, often demand more state intrusion: witness the “wars” on terror and drugs, or the spread of CCTV cameras. Mr Bush added an average of 1,000 pages of federal regulations each year he was in office. America now has 250 million people devising and implementing federal rules.

Globalisation, far from whittling away the state, has often ended up boosting it. Greater job insecurity among the voting middle classes has increased demand for safety nets. Confronted by global market failures, such as climate change, voters have demanded a public response. And the emergence of new economic powers, especially China, has given fresh respectability to the old notion of state capitalism: more and more of the world’s biggest companies are state-owned, and more and more of its biggest investors are now sovereign-wealth funds.

Many difficulties present themselves to those who would reform the state. One is the danger posed by the fragility of the world economy. Government stimulus may still be needed to ward off a new slump. But even in the most vulnerable countries, governments need to be planning for withdrawal.

(...)

Read more...

Gebruiksaanwijzing voor islamverstaanders (vpmc)

ESSAY
Hamed Abdel-Samad
Is islamofobie het nieuwe antisemitisme? Daarover is een debat ontbrand. Maar wie moslims werkelijk ernstig neemt, moet islamkritiek beoefenen.

Hoe doe je precies een islamcriticus een muilkorf om? Mocht u in het geval zijn dat u allergisch bent voor islamkritiek, en om beroepsredenen, of op ideologische gronden, of eenvoudig omwille van intellectuele traagheid geneigd bent tot het verdedigen van de islam, dan zal volgende gebruiksaanwijzing uiterst nuttig voor u zijn.

Is de criticus een niet-moslim, dan hebt u makkelijk spel. Aangewezen hier, is een afmattingstactiek: u verwijt hem zijn gebrekkige kennis van de islam, u praat over de heterogeniteit en de veelzijdigheid van de jongste abrahamitische religie, en vraagt hem over welke islam hij het heeft. Al snel verliest hij het overzicht in het labyrint van islamitische rechtsscholen en stromingen, en het debat loopt vast in zand.
Het verwijt van islamofobie hoeft niet lang uit te blijven. Maar wat u weer niet moet doen, is het woord “racisme” in de mond nemen. Beter kunt u de islamcriticus laten aanvoelen dat dit wel degelijk is wat u bij hem vermoedt. Spreekt u hem over stemmingmakerij, over applaus dat van de verkeerde kant komt, en over het koren op de molen van de xenofobie. En nog voor hij u tegenspreekt herinnert u hem aan de verschrikkelijke gebeurtenissen van 70 jaar terug in Duitsland. In die dagen waarschuwden de antisemieten voor de judaïsering van Europa, net zoals de islamofoben vandaag waarschuwen voor de islamisering van het Avondland. Echter, het woord “holocaust” zult u liever niet gebruiken.
Een vermelding van de Koude Oorlog hoort wel op het programma te staan. Want tenslotte is na het “rode” en het “gele” gevaar nu het vijandbeeld van de islam aan de beurt, zodat de nood aan een schrik-beeld bij de Europeanen gelenigd kan worden, en de contouren van de Europese identiteit scherper getekend. Nauwelijks iemand die zal merken dat uw argumentatie wat roestig is omdat u valse vergelijkingen maakt en de tegenstander heel de tijd met zijn eigen trauma’s hebt beziggehouden zonder maar iets te zeggen over wat er echt op het spel staat.

Deze tactiek werkt zo goed als altijd, of het moest zijn dat de islamcriticus zelf een moslim is, en weet waarover hij het heeft. In dat geval haalt het verwijt van racisme of van gebrek aan kennis van de islam natuurlijk niets uit. Dan moet er stevig toegetast worden. Val hem aan op zijn integriteit. Hij moet wel een pathologische zelfhater zijn die met zijn kritiek op de islam een afrekening met zijn cultuur beoogt. Snuffel wat rond in zijn biografie, een schandvlek is altijd wel te vinden. En als hij een vrouw is, dan is die natuurlijk emotioneel, wispelturig, en naast de kwestie.

Na het minarettenverbod van de Zwitsers, en de verijdelde moordaanslag op Kurt Westergaard, had ik de hoop dat er eindelijk een onverkrampte strijdcultuur zou ontstaan, waarbij diepgravende debatten mogelijk werden over thema’s als islam en migratie. Mijn hoop kreeg vleugels door enkele mediaberichten in de islamitische wereld, die deze keer niet poogden om de woede-industrie aan te zwengelen, maar tot bezinning en terughoudendheid aanspoorden.  Het Egyptische weekblad “al-Youm al-Sabea” stelde in een kritisch artikel zelfs de vraag welke zonden van de moslims, ergens ter wereld, deze afwijzende houding tegenover de islam in Europa konden veroorzaakt hebben. Zelfs de bijdragen van een “ketter” zoals ik werden gepubliceerd. Ginds heeft de islamkritiek schijnbaar vruchten afgeworpen en onder moslims een denkproces op gang gebracht over de eigen tekorten.

En in Europa? Er waren wel een paar uiterst zeldzame islamkritische bijdragen in de de mainstream media, maar mijn vrees werd al gauw bewaarheid: in Europa staat men sneller klaar met een muilkorf dan met gelijk welk tegenargument. Enkel de 14de januari al, publiceerden de “Süddeutsche Zeitung” (SZ) en de Berlijnse “Tagesspiegel” twee bijdragen, die net zo goed van eenzelfde persoon hadden kunnen zijn. In het SZ-artikel met als titel “Onze haatpredikers” vergelijkt Thomas Steinfeld islamcritici als Henryk Broder en Necla Kelek, met de door hen bekritiseerde islamfundamentalisten. De tekst lijkt helemaal –minstens wat de teneur betreft– een kopie te zijn van de bijdrage van Claudius Seidl in de  "Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung" (FAS) van 10 januari. Daar waren de haatpredikers zelfs “heilige krijgers”. Vooral Seidl zijn slotwoord vond ik amusant.  Aansluitend op een citaat van Voltaire schreef hij: “Ik ben op hun hoofddoek niet gesteld, maar ik zou mijn leven ervoor inzetten, dat zij zich kleden kunnen zoals ze dat zelf willen.” Zo vat hij zijn beperkt begrip van vrijheid samen. Binnen zijn eigen logica mag je Seidl eigenlijk als “hoofddoek-martelaar” betitelen.

Dit gezegd, zou hij zijn leven heel zeker niet opofferen om een moslimvrouw in Duitsland in staat te stellen een zelfgekozen leven te leiden, ver weg van de strenge morele denkbeelden van de moslimgemeenschappen. Over haar zou hij in de FAS nooit een artikel schrijven, al werd zij door haar eigen broer in naam van de eer vermoord, want zulke “oriëntaalse toestanden” zijn zijn columnisten-jihad niet waardig. In de “Tagesspiegel” van 14 januari verwondert Andreas Pflitsch zich over de scherpe islamkritiek voortkomend uit moslimrangen, en noemt hij deze  “de koude oorlog van de Verlichten”.  De geschriften van een aantal islamcritici, zoals de in de VS levende islamwetenschapper Ibn Warraq, voorzitter van de Centrale Raad van Ex-moslims, van Mina Ahadi, en van de schrijver van dit stuk, beschouwt Pflitsch als het “plompe oprakelen van oude ressentimenten”, dat met het programma van de Verlichting niet verward dient te worden. Wat mijnheer Pflitsch tussen de regels door wilde zeggen, is volgens mij: “Bepalen wat kritiek is, en wat Verlichting, dat komt nog altijd aan ons toe. Moslims die weten hoe ze zich moeten uitdrukken, en die het heft in handen nemen, die zijn er niet en horen er niet te zijn, en daarom moeten wij Duitsers dit voor onze rekening nemen, om de moslims tegen zichzelf te beschermen.” Nee, bedankt mijnheer Pflitsch, ik genees mijzelf!

Zulke stukken zullen wel goedbedoeld zijn, want zij komen vanuit de nobele toren van de cultuur van het slechte geweten, en niet vanuit de praktijk. Maar zij helpen ons noch om tot een eerlijk debat te komen, noch helpen zij de moslims om uit hun eigen lethargie te ontsnappen.  Integendeel, zulke verwijten bevestigen de hardnekkige samenzweringstheorieën, en cementeren vele moslims in hun slachtofferrol. En je kunt ook veel islamkritiek overtrokken vinden of provocerend. Ik persoonlijk ga niet akkoord met alles wat mevrouw Kelek of de heer Broder zeggen. Maar hun islamkritiek houd ik niet voor het hoofdprobleem van de islam, maar voor een spiegel van dat probleem. De islam heeft een probleem met zichzelf, met zijn ambities, en met zijn voorstelling van de wereld. En de tijd snelt hem voorbij. Relativisme en wonden likken, zijn daar slechte recepten tegen.

Een oud Egyptisch spreekwoord zegt: “De ware vriend doet mij wenen, en weent samen met mij. Geen vriend is het, die mij aan het lachen brengt, maar in zijn binnenste mij uitlacht.” Wie moslims werkelijk ernstig neemt, moet aan islamkritiek doen. Wie met hen een gesprek onder gelijken wil voeren moet eerlijk met hen zijn, in plaats van hen als kreupelen te behandelen. Het is al erg genoeg als iemand mensen voor kreupel houdt die dat niet zijn.  Maar erger nog is het, als hij aanstalten maakt om voor hen uit te gaan hinken, en een gebrek te veinzen, in de illusie dat hij op die manier solidair met hen is.

.


Labels: , , ,

Read more...

<<Oudere berichten     Nieuwere berichten>>