16 november 2015

Handleiding voor het islamdebat (10): Wat te doen


 






 

 

 


 
(’t Pallieterke, 11 november 2015)


“Ken de waarheid, en de waarheid zal u vrij maken.” Op het eerste gezicht is dat vanzelfsprekend, in de praktijk zijn er echter wat bezwaren. In waarheid leven, dat brengt je in botsing met gevestigde machten. Daarom hoort men beweren dat de waarheid soms onnodig kwetsend is, en dat een passend leugentje meer welslagen oplevert.

 

Spotliedjes

De meeste mensen bepalen hun standpunt niet naar zijn waarheidsgehalte maar naar het resulterende gezelschap. Wie over de islam de ware toedracht verkondigt, wordt met de verwerpelijke islamofobie geassocieerd, terwijl wie daarover liegt, nog steeds welkom is in de betere kringen. Niets brengt mensen zozeer samen als een gemeenschappelijke vijand, dus gezamenlijk spotten met en schimpen op de islamofoben, dat geeft een lekker warm gevoel van erbij te horen.

Maar politici zeggen dat “we nu eenmaal met de moslims moeten leven” (in plaats van te eisen dat zij met ons leren leven). Om diplomatieke redenen zou dat leugentjes om bestwil vergen.

Zelf geloof ik daar niets van. De katholieken hebben leren leven met spotliedjes en kritieken doordat die een onontkoombaar deel van onze leefomgeving werden. Laat de moslimse kruidjes-roer-mij-niet ook maar tegen een stootje leren kunnen. In het begin zal dat veel tegenstand wekken, maar de aanhouder wint. Hadden de verenigde media na de Deense Mohammed-cartoons pal front gevormd en hun Deense collega’s door dik en dus gesteund, dan zou de islam in Europa al een stuk minder arrogant geworden zijn dan vandaag het geval is. Dan zou men nu al de grote voordelen op lange termijn van onverschrokken waarheidsliefde beginnen plukken, ondanks de kleine nadelen op korte termijn.

Anderzijds, ik wil politici niet voorschrijven hoe ze hun métier moeten beoefenen. Geleerden die smoesjes uitkramen, verdienen om veracht te worden. Maar mogelijk gelden voor politici, wier beleidsdaden allerlei concrete gevolgen hebben, wel andere normen. Goed, als zij dan toch vinden dat zij moeten liegen, dan wil ik hun wel gratis raad geven over welke soort leugens de voorkeur verdient.

   

Leren van Verhofstadt

Toen de collectivisering de Chinese landbouw ontwrichtte, ging de maoïstische propaganda in een hogere versnelling. Hoe groter de concrete mislukking, hoe nijpender de nood aan een compensatie op politiek en propagandistisch niveau. Dus lanceerde men een campagne onder het motto: “Inzake landbouw: leer van Dazhai”, een voorbeeldige landbouwcommune (1963-76). Nu we steeds meer in revolutionaire omstandigheden komen te verkeren, kunnen we best ons licht opsteken bij de Grote Roerganger. We focusen dus op een alleszeggend inspirerend voorbeeld.   

Voor de meningvorming over de islam nemen politici best de leuze in acht: “Inzake liegen: leer van Guy Verhofstadt.” Die man heeft zich een ferme reputatie van opperleugenaar verworven, maar hij liegt wel op een gezonde manier.

De meeste leugenaars schamen zich wanneer ze een leugen over hun eigen lippen horen rollen. Ze gaan zichzelf datgene inprenten wat ze ook zouden bezweren aan een gesprekspartner die hun leugentje betwist. Ze gaan argumenten verzinnen waarom hun leugenversie wél waar is, en op de duur gaan ze hun eigen leugen geloven.

Niets daarvan bij Verhofstadt: hij lacht je uit waar je bij staat terwijl hij je met een leugen afscheept. Hij spuit geen mist over de tegenstelling tussen zijn eigen woorden en de waarheid. Terwijl hij liegt, houdt hij van binnen helder de ware toedracht voor ogen. In hem is er ruimte genoeg voor de tegenstelling tussen de geuite leugen en de besefte waarheid.

Wel, als je echt meent te moeten liegen over de islam, doe het dan op die manier. Neem gerust alle protocol in acht terwijl je het staatsbezoek van de Turkse premier regisseert, maar besef op elk ogenblik dat hij het boegbeeld is van een kwaadaardige en in de kern onzinnige levensbeschouwing. Je beleid wordt immers niet bepaald door wat je bij gelegenheid zegt, maar door wat je denkt.

Het probleem met de islamvriendelijke uitspraken van bv. ministers Geert Bourgeois en Liesbeth Homans (die in “meer islam” de oplossing van de radicalisering zien) is minder de uitspraak zelf, want die zou in bv. een interreligieus dialoogforum “nodig” kunnen zijn, dan hun eigen oprecht geloof in die uitspraak. Ik heb er begrip voor dat politici een bepaalde onderhandeling tot een goed einde willen brengen en daarom hun uitspraken stroomlijnen in functie van die doelstelling. Maar ook dan moeten zij ten volle beseffen wat de échte situatie is, en afstand bewaren tegenover de diplomatieke fictie.

Wie het doel klaar voor ogen heeft, namelijk het terugdringen en uiteindelijk doen oplossen van de islam, kan naargelang de situatie al eens de wortel danwel de stok gebruiken. Voorbeeld bij uitstek zijn de westerse invallen in Midden-Oosterse landen: politici die de islam prijzen en zich verre houden van islamkritiek, en die blijkbaar hun eigen smoesjes geloven, hebben honderdduizenden moslims gedood en de samenleving van tientallen miljoenen ontwricht. Hun verwarring omtrent de islam brengt hen ertoe, onnodig naar de stok te grijpen. (Tony Blair heeft zopas zijn fout toegegeven.) Islamcritici daarentegen wassen hun handen in onschuld. Islamkritiek is erop gericht dat moslims de islam ontgroeien, en dat kan beter in een situatie van détente en welvaart. Het is een veel vreedzamer en moslimvriendelijker optie dan islamvleierij.

 

Medina

 

Wie de islam bekritiseert, zal zeker de vraag krijgen welke oplossing hij voorstelt. Goed dan, de uiteindelijke oplossing is dat kinderen het geloof in Sinterklaas ontgroeien en dat moslims hun Mohammed met zijn islam overboord gooien. Als je ontdekt dat een collega nog echt gelooft in de ooievaar als oorsprong van de kleine kinderen, zou je je dan niet verplicht voelen, hem van de ware toedracht op de hoogte te brengen – juist uit vriendschap? Je kan niet wensen dat mensen in zulke flutverhaaltjes als de koranische openbaring verstrikt blijven. Wij “islamofoben” doen dus wat menselijk normaal is, terwijl de dominante islamvrienden een bij het haar getrokken obscurantisme in leven houden.

 

Ooit zal dat allemaal vanzelf gebeuren. What goes up, must come down. De islam is spectaculair ontstaan en over een groot gebied verspreid, en hij zal zeker imploderen, waarschijnlijk even spectaculair. Maar voor het zover is, zal hij nog wat problemen veroorzaken die onze aandacht vergen.

 

Daarom willen velen hun doel wat lager stellen: laat die moslims in hun onzin blijven geloven, zolang ze maar niet zo onverdraagzaam zijn. Zoals Ayaan Hirsi Ali het pas nog geformuleerd heeft, als pragmatische tussenoplossing: weg met de Medina-moslims, leve de Mekka-moslims. In Mekka was Mohammed nog een machteloze sekteleider en moest hij zich wel wat aanpassen, pas na zijn migratie naar Medina werd hij veldheer en dictator. Volgens Ayaan moeten moslims vooral het Medinese fanatisme afgooien, terwijl het Mekkaanse geloof gewoon één van de rare opvattingen is die we nu eenmaal laten bestaan, kwestie van godsdienstvrijheid.

 

Nou, ik wens haar daarmee veel geluk, maar ik geloof er niet in: een echte moslim zal nooit de Medinese fase van Mohammeds loopbaan willen afstoten, terwijl wie dat wél wil doen, de islam in zijn geheel aan het ontgroeien is. Maar ik geef toe dat er soms pragmatische compromissen nodig zijn. Zij zijn aanvaardbaar als ongemakkelijke voorlopige regelingen, die men met veel wantrouwen in het oog moet houden. Maar als men ze echt als een “oplossing” gaat behandelen, zullen zij spoedig opnieuw dezelfde aloude problemen doen ontstaan. Men kan dus beter steeds weer aan het einddoel herinneren: de islam tegen het licht van de psychologische en de geschiedkundige kennis houden, zodat hij voorgoed oplost.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Labels: , , , , ,

Read more...

26 januari 2010

Zoals altijd bij regimes die naar een dictatuur hunkeren, gaat de strijd eerst over de woordenschat (vpmc)

23 januari 2010 Essay
Thierry Chervel
Zijn de critici van het islamisme zelf fundamentalistisch? Allerminst, want in tegenstelling tot de militante islam kent de Westerse Verlichting geen uiterste waarheden.  In de Duitse media is een debat ontbrand over de grenzen van de islamkritiek. Daarbij wordt er een “islamofobie” geconstateerd, die voor velen neerkomt op een nieuw antisemitisme. Hierover schreven op deze plek Henryk Broder (12 januari) en Hamed Abdel-Samad (18 januari). Wij zetten de reeks verder met een bijdrage van Thierry Chervel, beheerder van het online cultuurportaal “Perlentaucher”.

Henryk Broder is een reus! Helemaal op zijn eentje blijft deze publicist de meerdere van al de kleine feuilletonisten. De dappere meerderheid van “Freitag”, “Tagesanzeiger”, “Zeit”, “Süddeutsche Zeitung”, “Frankfurter Allgemeine Zeitung” en “Frankfurter Allgemeine Sonntagszeitung” heeft de laatste weken haar moed bijeengeschraapt om het schemerig-duistere “Verlichtingsfundamentalisme”bloot te leggen, dat achter de anarchistische knepen van Broder schuilgaat. In een vloed van artikelen sjorren zij hem vast en prikken hem, zoals het dwergenvolkje in de roman “Gullivers Reizen” van Jonathan Swift. Broder, zo schreef Thomas Assheuer in de “Zeit”, “doet altijd zijn best om geestig te schrijven, maar het is hem bittere ernst”. Dat is inderdaad het verschil: zijn tegenstanders zijn ook nooit eens grappig. Het begon al met de klimaattop in Kopenhagen, waarbij de “Tagesanzeiger” gesteun liet klinken over climagate en over de “as van de idiotie”. Het culmineerde na het Zwitserse minarettenverbod (voor Freitag is Broder sedertdien een rechtspopulist). En het ging verder na de moordaanslag op de Deense karikaturist Kurt Westergaard. Held onder de helden is de laatste tijd Claudius Seidl: hij beloofde plechtig in de F.A. Sonntagszeitung dat hij zijn leven zou opofferen, in het geval Broder en zijn fundamentalistische kompanen met succes de moslimvrouwen het recht op de hoofddoek zouden betwisten. Toegegeven: dit is onwaarschijnlijk, maar wie weet – tenslotte kunnen ook de “Verlichtingsfundamentalisten” tot zelfmoordaanslagen overgaan! Voor het recht om géén hoofddoek te dragen wilde Seidl zijn leven vooreerst nog niet in de weegschaal werpen. Daarmee versloeg de chef cultuur van de FAS de chef cultuur van de SZ Andrian Kreye, die op het gevaar af zich impopulair te maken de moed opbracht om de mohammedkarikatuur van Westergaard eens en voorgoed te laten vallen omdat ze geen verdediging waard is. “Wie beledigt, moet aan de beledigde ook de toestemming gunnen om beledigd te zijn”, gaf hij ter intentie van Westergaard mee. Na een interventie met een dergelijke overtuigingskracht laat zich de persoonlijke beveiliging van Westergaard nauwelijks nog verrechtvaardigen! Daarmee bekrachtigde Kreye de houding van de FAZ, van de Süddeutsche en van alle andere kranten die hun eigen lezers enkel en alleen van horen zeggen informeerden over de karikaturen. Het zijn ook altijd diegenen die het islamitische gevaar graag minimaliseren, die tegelijk te laf zijn om de karikaturen af te drukken (Die Welt behoorde tot de zeldzame Duitse kranten die ze lieten zien; opmerking van de redactie). Dit historische verzaken van een openbaar forum dat niet langer in zijn eigen fundamenten gelooft, zal een der redenen zijn waarom de aanvallen op Broder en alle andere “ Verlichtingsfundamentalisten” zo ongezien massief waren. Schuldbewustzijn zweet men graag in groep uit. [Welt-online laat hier een paragraaf uit de oorspronkelijke tekst wegvallen, die ik hierbij weer inlas]
De karikaturenstrijd was een cesuur in de geschiedenis van de media. Weliswaar was hij nog door een krant aangestoken, maar de allermeeste kranten van deze wereld namen –zoals ook de allermeeste televisiezenders– die eerste stoot niet over. Op weinige uitzonderingen na censureerden zij de tekeningen. Ze noemden ze grof (of  “onnozel”, zoals Thomas Steinfeld, meer hier), om zo te kunnen beweren dat publicatie niet de moeite loonde. Een capitulatie. De krantenlezers zochten hun informatie elders. Een eenvoudige google-zoektocht volstond.
Sedert de karikaturenstrijd is het Internet het eigenlijke openbare forum, in weerwil van het weemoedige zuchten van Habermas. In de kranten liet de affaire een blinde vlek achter. En die breidt zich uit, en bonst en woekert, zoals dat gaat met een slecht geweten. 
[hier pikt Welt weer in] In de vloed van artikelen de laatste weken, hebben de columnisten gepoogd om in Duitsland twee begrippen definitief ingang te doen vinden, al geven zij geen informatie over de herkomst ervan: “verlichtingsfundamentalisme” en  “islamofobie”. … De term “islamofobie” is in eerste instantie een strijdkreet van de Organisatie van de Islamitische Conferentie (OIC), die sedert de karikaturenstrijd maand- en jaarverslagen uitbrengt over islamofobe voorvallen in de westelijke wereld – let wel, uitsluitend in de westelijke wereld. Over de vervolging van de Tsjetsjenen of de Oeigoeren wordt er in het jongste bericht met geen woord gerept, want Rusland en China zijn strategische bondgenoten van de islamitische staten als er gestemd wordt in de VN, waar de islamitische staten hun botsing der culturen bij voorkeur uitvechten. China en Rusland brachten, in eendracht met andere respectabele lidstaten van de Verenigde Naties zoals Oeganda of Zimbabwe, hun stem uit ten gunste van een VN-resolutie tegen het “belasteren van religies”. Een resolutie die als enige religie expliciet de islam vernoemt. Het begrip islamofobie komt de 57 landen van de organisatie –met daaronder loepzuivere democratieën als Iran, Saoedi-Arabië, Soedan– vooral te pas om een tegenbegrip te ontwikkelen tegenover het begrip Mensenrechten, dat met zijn aanspraak op universaliteit en met tegelijk zijn nadruk op het individu hen mateloos irriteert. Het mensenrechtenbegrip van de OIC daarentegen is religieus gecodeerd: de “Verklaring van Cairo over de Mensenrechten in de Islam” van 1990 verklaart uitdrukkelijk dat de sharia het fundament blijft waar men niet aan voorbijgaat. Van de westerse landen wordt hiervoor respect geëist – de VN, de Conferentie van Durban met de vervolgconferentie in Genève, en de resolutie tegen het belasteren van religies behoren alle tot de hefbomen in dit machtsspel rond begrippen. Het respect van het Westen moet tot uiting komen, zo heet het in de islamofobieberichtgeving, door een “verantwoordelijke omgang met de vrije meningsuiting”. De democratieën hebben het hunne allang gedaan: zo verheugt zich bijvoorbeeld Gunnar Herrmann erover, in een SZ-artikel over de huidige stand in het karikaturendebat in Denemarken, dat vele Denen hun respect voor religieuze gevoelens belijden: “Zulke houding wordt vandaag wel als zelfcensuur omschreven, maar vroeger heette zoiets tactvol.” Dat men in een boek over de karikaturenstrijd afziet van het drukken van de karikaturen, dat men in het Hamburger Bahnhof [nu museum] in Berlijn afstand doet van de zwarte kubus van de kunstenaar Gregor Schneider: allemaal uitingen van een “verantwoordelijke omgang met de vrije meningsuiting”. En onze kwaliteitsmedia zijn vandaag vaak de meest prominente steunpilaren der voorafgaande religieuze censuur. Omdat zij die voorcensuur zelf hebben toegepast in het geval van de karikaturen, kunnen de kranten deze nu niet meer op een geloofwaardige manier bekritiseren bij andere instanties. … Hoe murw zijn de hersenen eigenlijk wel, van intellectuelen die de consequenties uit een politiek opzet zoals het gebruik van de term “islamofobie” overhaast zelf al trekken: uitgerekend een onderzoeker van het antisemitisme, Wolfgang Benz ziet in de SZ, die zich tot het centrale orgaan van de criticofobie heeft ontpopt, een parallel tussen “islamofobie” en antisemitisme. In een antwoord aan zijn collega Benz schrijft Julius Schoeps op de Oostenrijkse portaalsite juedische.at : “Waar, vraag ik mij af, als we willen vergelijken, blijven hier ‘de parallelle waandenkbeelden’ volgens welke moslims ‘op rituele grond’ kinderen doden, bronnen vergiftigen, culturen en volkeren verwoesten, de armsten  van de wereld nog hun hemd afnemen of, naar keuze bloedige revoluties aanstoken? Waar is de mohammedaanse Alfred Dreyfus, wiens epauletten in het openbaar werden afgerukt in Europa? Wie dicht in dit land aan (gematigde) moslims het plan toe van een grote wereldsamenzwering?”* De wedijver rond slachtofferschap kon wel eens de drijvende kracht zijn achter deze constructie. Zij mikt op het slechte geweten van de enige maatschappijvorm die de twijfel aan zichzelf heeft geïnstitutionaliseerd: de democratieën. Men benijdt de joden om de holocaust, en timmert er een voor zichzelf: ziet immers de Gazastrook er niet uit als het getto van Warschau? In dezelfde richting gaat ook het postkoloniale discours, dat het Arabische en Afrikaanse aandeel in de geschiedenis van de slavernij uitvlakt, om de democratieën alweer een exclusieve schuld op de hals te schuiven. Wat maakt het ook uit als er in Darfur nakomelingen van slavenhandelaren (die trots zijn op hun voorvaderen) de nakomelingen van slavenvolkeren aan mootjes hakken en verbranden? Soedan is immers lid van de OIC. … Naast “islamofobie”, is het andere begrip dat zich als een zwam in de hersenen van de welmenenden heeft geboord, dat van het “Verlichtingsfundamentalisme”. Het mag nu wel officieel heten: in de SZ noemt Gustav Seibt de logica van de tegenstanders van de door hem geprezen religieuze vrede “fundamentalistisch”. Thomas Assheuer vindt in de Zeit dat de argumenten van de secularisten “fundamentalistisch slagzij” maken, voor Thomas Steinfeld in de SZ was het toch al zonneklaar: auteurs als Necla Kelek, Hirsi Ali of Broder zijn onze eigen “haatpredikers”. Zodoende heeft hij deze drie dan voorgoed naast Osama Bin Laden en Mullah Omar geplaatst. Wie zo luchtigjes met die kwalificatie omspringt, die mag zich ook herinneren wie haar in de eerste plaats ter harte nam: Mohammed Bouyeri ramde ze Theo van Gogh, nadat hij hem meerdere kogels in het lijf gejaagd had en hem de keel had overgesneden, met een mes in de borst: “Ik weet, oh fundamentalisten van het ongeloof, dat jullie ten onder zullen gaan.” Dat was het culminatiepunt van de brief waarmee op die manier Bouyeri zijn daad opeiste. Een flinke fractie van de westerse intellectuelen beschouwt dit schrijven sindsdien als een uitnodiging tot de dialoog der culturen. Spreken van een “fundamentalisme van de Verlichting” (of naar keuze van het ongeloof, of de mensenrechten) zal misschien hier of daar al gangbaar zijn geweest, maar nu werd de uitdrukking bestempeld als een geldige figuur in een discussie. De lezer ontmoet haar in het boek van Ian Buruma over de moord op van Gogh. Timothy Garton Ash nam haar voor zich in een essay over dat boek, en over de islam in Europa in het algemeen, en maakte er een vaste zinswending van: Ayaan Hirsi Ali was een “ietwat simpel argumenterende Verlichtingsfundamentaliste”, luidde zijn diagnose, waarmee hij haast onbewust de Infamie voor zijn rekening nam, en hij sloeg de spijker nog eens goed vast: Bouyeri zat er “niet helemaal naast” toen hij het “fundamentalisme van het ongeloof” tot zijn hoofdvijand verklaarde. Garton Ash heeft zich na een discussie met Hirsi Ali van zijn term gedistantieerd: “Ik wil graag beklemtonen dat ik sedert die tijd de term ‘Verlichtingsfundamentalist’ allang heb opgegeven, want hij leidt tot het misverstand dat er een symmetrie met ‘islamitische fundamentalisten’ bedoeld zou kunnen zijn”, schrijft hij in een voetnoot bij zijn nieuwste boek. … Precies die intellectuelen die aan het begrip blijven vasthouden, schijnen ervan overtuigd te zijn dat wij een “botsing der culturen” meemaken – anders zou die constructie met symmetrische begrippen helemaal geen zin hebben. Minstens raken onze kortzichtige columnisten hier verward in contradicties, want anderzijds weten zij van geen ophouden, om het gevaar dat uitgaat van het islamisme te minimaliseren.  Of zouden zij geloven dat “onze haatpredikers” Kelek en Broder verantwoordelijk zijn voor 11 september? Fundamentalisme is irrationeel per se, en een begrip als “fundamentalisme van de Verlichting” is goed en wel onbestaanbaar. Wat hun critici aan Verlichters als Hirsi Ali of Broder verwijten, is eigenlijk dat zij iets als een “fundamentalisme van het ongeloof” predikten – helemaal wat ook Bouyeri bedoelde. Zij beweren dat Hirsi Ali van de moslims zou eisen dat dezen hun geloof zouden afzweren, als zij in het Westen wensen te leven. Thomas Assheuer weet de zaken in de “Zeit” zo te wringen, tot ze passen: in de argumentatie van de “zwaar beproefde Hirsi Ali” diende “de religie, die er geen is, een Verlichting door te maken en, zo mag je wel aanvullen, tot verdwijning gebracht te worden” ofwel “omdat de islam voor Hirsi Ali ‘das ganz Andere’ is ten overstaan van de seculiere Rede, kan slechts één van deze twee gelden: de moslims horen ‘een keuze te maken tussen de waarden van de landen waar zij zijn aanbeland, en anderzijds de waarden van de landen die zij hebben verlaten’. Dit houdt in dat moslims hun religie zouden dienen af te zweren.” Dat is een insinuatie. Hirsi Ali wil van de moslims enkel, zoals van alle gelovigen, dezelfde verdraagzaamheid die ook hen betoond wordt. Iets als “afzweren” eist zij nergens. Verlichting überhaupt levert pas het kader waarbinnen een co-existentie van religies mogelijk wordt. De door Gustav Seibt bezongen vrede onder de religies was eerst nog een vrede tegen de religies –tegen hun ontketende totalitaire aanspraken– vooraleer zij een vrede met de religies kon worden. Ook bij een vrede onder de religies wordt een religie nog niet echt of waar, want ook dan blijft de individuele gelovige onder curatele van zijn priesters staan. Waarachtig wordt zij pas in een persoonlijke belijdenis, op het moment dus dat een gelovige ook de vrijheid heeft om zich van zijn religie te ontdoen, zonder dat hij rekening hoeft te houden met sancties. In een geseculariseerde, verlichte samenleving bijgevolg, die de totalitaire aanspraken van de religies in toom houdt. Deze precaire relativiteit van de religies is wat de Verlichting bewerkstelligt, omdat zijzelf ervan afziet om laatste waarheden uit te spreken – en dat is de ware reden waarom zij niet fundamentalistisch zijn kan.
__________________
* In de Berliner Zeitung antwoordt Benz.


Labels: , , , , ,

Read more...

22 juni 2008

Censuur, inderdaad een veelkoppig monster (Hoegin)

Humanistisch-Vrijzinnige VerenigingAf en toe valt het nog eens voor dat ik bijna letterlijk uit de sofa rol van de stomme verbazing bij het lezen van een opiniestuk omdat het bol staat van de leugens en de interne tegenstellingen. Rik Pinxten en Björn Siffer zijn daar vandaag echter met glans in geslaagd met hun stukje «Censuur, een veelkoppig monster» in De Standaard, waarin ze alle mogelijke vormen van censuur en zelfcensuur hebben opgesomd zonder met ook maar één woord te reppen over hét censuurproject van de afgelopen decennia: het cordon sanitaire en alles wat daar bijhoort. Il faut le faire

De twee heren, respectievelijk voorzitter en woordvoerder van de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging, schreven hun stukje naar aanleiding van de Nacht van de Censuur op 21 juni. Voor een goed begrip: Rik Pinxten houdt niet van multiculturalisme omdat het volgens hem niet ver genoeg gaat, en Björn Siffer is politiek secretaris voor de sp.a in Mechelen. Zou het er iets mee te maken hebben dat één van de grootste censuurschandalen in de Lage Landen in hun stukje volledig doodgezwegen werd?

De theoretische uitleg over censuur en zelfcensuur die de twee afleveren is op zich nochtans zo slecht nog niet, maar van zodra ze er voorbeelden bijhalen, steekt het lelijke censuurmonster alvast twee van zijn koppen op: het linkse en het Belgische. En van een leugentje hier en daar in de vorm van een verzwegen detail dat een heel ander licht op de zaken werpt zijn de auteurs ook niet vies. De grootste leugen van al is natuurlijk het ontbreken van een vermelding van het cordon sanitaire, maar het is lang de enige niet.

Zo is het toch merkwaardig dat Rik Pinxten en Björn Siffer in naam van de strijd tegen de censuur problemen schijnen te hebben met Theo van Gogh en Geert Wilders. Niet omdat de twee laatsten de censuur zouden willen invoeren, maar omdat zij de vrijheid van meningsuiting in de ogen van de eerste twee «misbruiken» om «ordinaire scheldtirades» af te leveren en «hun bekrompen wereldbeeld op te dringen aan de samenleving». Hun grootste zonde lijkt daarbij nog wel te zijn dat ze hiermee het progressieve wereldbeeld dat de samenleving opgedrongen werd door de mei '68-ers volledig aan diggelen slaan, wat dan als bewijs aangevoerd wordt om aan te tonen dat de Nederlandse samenleving vandaag de pedalen aan het verliezen is. Sommigen zouden eerder opperen dat de Nederlandse samenleving vandaag eindelijk de pedalen weer aan het terugvinden is na de progressieve ravage die aangericht werd, maar nu ben ik natuurlijk bekrompen. Maar je moet het toch maar kunnen en durven: iemand die met zijn leven heeft moeten boeten voor zijn mening nog eens door de mangel halen precies omwille van zijn mening naar aanleiding van een Nacht van de Censuur.

Spoelen we verder in het opiniestuk naar de volgende paragraaf, waar de twee het hebben over de Washington Consensus, uiteraard in de tweede betekenis. Dat iedereen die van ver of dichtbij kritiek levert op die Washington Consensus in de Europese media op handen gedragen wordt ontgaat hen blijkbaar volledig – alleen de splinter in de Amerikaanse media hebben zij opgemerkt. Alleen is er dat kleine detail: critici van de Washington Consensus komen in de Amerikaanse media natuurlijk wél aan de bak, maar wanneer was ook al weer de laatste keer dat een voorstander van de Washington Consensus in de Europese media op een serieuze en eerlijke wijze zijn zeg mocht komen doen?

En dan is er natuurlijk de onvermijdelijke Noam Chomsky, zonder wiens vermelding geen enkel artikel over censuur bij de linkse kerk volledig kan zijn. De man heeft natuurlijk knap werk afgeleverd in de taalkunde, maar politiek wordt de man helemaal niet gemarginaliseerd, zoals Rik Pinxten en Björn Siffer beweren: als libertarische socialist en anarchist ís hij gewoonweg uiterst marginaal. En puur objectief bekeken zou de man er trouwens alleen maar zijn voordeel bij doen mocht hij eens een paar weken in een psychiatrische instelling mogen verblijven om misschien een beetje van zijn paranoia genezen te raken. Dat betekent niet dat ik ervoor pleit dat de man de mond gesnoerd zou worden, integendeel zelfs, maar men moet ook niet proberen marginale figuren voor te stellen als de onderdrukten van een nationale, god betere het, kapitalistische samenzwering. Het is trouwens de ultieme frustratie van links dat Noam Chomsky voorlopig nog niet tot zwijgen gedwongen werd, en meer zelfs, door de baarlijke duivel George W. Bush en zijn neo-conservatieve akolieten nog geen strobreed in de weg is gelegd om zijn ding te doen. Stel je voor wat voor een collectief intellectueel orgasme het bij links zou uitlokken moest de man morgen één enkele dag ondergaan wat een Geert Wilders of Ayaan Hirsi Ali élke dag moeten uitstaan!

Helemaal kolderiek wordt het in de laatste paragraaf, waar het gaat over de euthanasie van Hugo Claus. Ik citeer: «De kardinaal mag spreken, Hugo Claus mag euthanasie plegen, maar mag het niet zeggen. Tegen dergelijke “new born kneuterigheid” verzetten wij ons.» Voor zover mij bekend wil de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging niet weten van een leven na de dood, maar op één of andere manier zouden Rik Pinxten en Björn Siffer blijkbaar wel willen dat Hugo Claus zelfs nà zijn euthanasie nog zou kunnen spreken? Alle gekheid op een stokje: mocht de kardinaal dan werkelijk spreken? Voor één keer zei hij eens iets in zijn preek dat niet de indruk wekte dat hij in zijn eigen kerk op zijn eigen preekstoel het katholieke standpunt niet zou durven verdedigen, want zijn gewone stijl is die van katholiek-ma non troppo om in de media toch maar niet in een slecht daglicht gesteld te worden. Met als voorspelbaar gevolg dat hij de dag erop al bakken kritiek over zich heen kreeg.

Want ja, stel je dat even voor zeg, een katholieke kardinaal die in een katholieke kerk een katholiek standpunt verdedigt – niet moeilijk dat heel links Vlaanderen storm liep om de kardinaal collectief te veroordelen. En nog steeds storm blijft lopen. In een ander land zou een katholieke bisschop die naam waardig het katholieke standpunt echter ook buiten de kerk durven uitdragen, maar als katholiek in Noorwegen word ik op dat vlak misschien wat iets te veel verwend. Zolang Godfried Danneels in het bisschoppelijke paleis in Mechelen blijft resideren is de kans echter eerder klein te noemen dat we vanuit die hoek een klaar en duidelijke katholieke stem zouden te horen krijgen in Vlaanderen. Wat daarna zal volgen weten we natuurlijk nog niet, maar als er al een krachtiger figuur zijn intrede zou doen in Mechelen, is het nog maar de vraag of hij ook in de Vlaamse media aan bod zou mogen komen zonder het daarop volgende obligate nummertje over… inderdaad… kneuterigheid. Wie was het ook al weer die volgens de Humanistisch-Vrijzinnige Vereniging niet mocht spreken?

Labels: , , , , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten