7 september 2010

Hoofdartikel van Le Monde vertaald en geannoteerd (vpmc)

.
5 september 2010
België en Nederland verziekt door populisme

Twee Europese democratieën maken een crisis zonder voorgaande door: drie maanden na de stembusgang verkeren Nederland en België nog altijd in afwachting. Ze wachten op de programmaverklaring en de samenstelling van een regering, waarbij desnoods op onwaarschijnlijke coalities een beroep wordt gedaan.

Zonder voorgaande? Dat ze bij Le Monde geen weet hebben van de formatie van de verschillende kabinetten Drees kan ik begrijpen: ze bestonden toen zelf nog maar pas. Maar op een site van de Nederlandse overheid zouden ze wel dit hebben kunnen lezen (in het Nederlands weliswaar...): De langste kabinetsformatie was in 1977. Nadat het kabinet van minister-president Joop den Uyl (PvdA) was gevallen, duurde het maar liefst van maart tot half december, 208 dagen, voordat er weer een nieuw kabinet was. Niet meer met premier Den Uyl, maar met premier Van Agt (CDA).

In Brussel hebben de kwellingen al in 2007 een aanvang genomen. De Vlaamse christendemocraat Yves Leterme heeft een legitimatie gegeven aan de boodschap van de Vlaamse independentisten, waarmee hij zich geassocieerd had. Maar net zoals zijn partij, is hij verslonden door deze Nieuwe Vlaamse Alliantie die, dankzij hem, de idee kon laten gedijen van een autonoom Vlaanderen, bevrijd van het Waalse blok aan het been, en in staat om beslag te leggen op Brussel. In België is de verwarring vandaag zo groot, dat een splitsingsscenario niet onrealistisch meer is.

Leterme hier aanwijzen als grote oorzaak is licht ondermaats voor een politiek journalist: de maatschappelijke of politieke krachten die de CD&V toen voelde, hadden tot dat kartel geleid en Leterme was de toevallige protagonist, toch? Wat is die Monde-editorialist vals naïef! Eén enkele man zou dan de politiek van een land maken, Stroobants? want bij die naam mag ik u toch noemen?

Nederland mag dan gespaard zijn van taalperikelen, de situatie is er evenmin florissant. Twee traditionele partijen –christendemocraten en liberalen– hebben een poging ondernomen om een duivelspact te maken met het extreemrechts van het Kamerlid Geert Wilders, de islamofobe onruststoker. De twee partijen verbonden zich tot een krachtig beleid jegens de immigranten, in ruil voor steun van de populisten voor hun minderheidscoalitie en hun bezuinigingsprogramma. Dhr. Wilders heeft dit kaartenhuisje laten instorten met zijn kritiek op de geloofwaardigheid van de christendemocraten.

Hij vindt het nergens voor nodig om zijn analytische instrumenten, als daar zijn de termen populisme, duivelspact, extreemrechts, islamofobie of onruststoker, ook maar enigszins te onderbouwen. Iedereen weet wel wat ze betekenen en kent er het nut en de bruikbaarheid van.

Al werden zij lange tijd als voorbeelden van de kunst van het compromis genoemd, en ook al zijn er verschillen, toch lijden de twee noordelijke staten aan gelijkaardige kwalen. Aan de opkomst van een populisme dat egoïstisch en soms anti-Europees is. Aan de afkeuring door de publieke opinie, van politieke systemen die naar adem snakken. En aan de versnippering van het kiespubliek, een gevolg van het systeem van de evenredige vertegenwoordiging, waarbij er in België ook nog opkomstplicht bestaat, wat het gevoel dat men er de buik vol van heeft nog aanwakkert.

De gebruikelijke journalistieke leugen over “Europees” terwijl enkel de EU-machine bedoeld wordt, is hier nog niet het ergste. Over dat “naar adem snakken”, en onder welke omstandigheden die ademnood is ontstaan, zou ik van onze vriend graag hebben vernomen, maar dat zou een politieke terminologie vereisen, geen morele. Journalisten in ademnood hebben enkel nog termen als “egoïstisch” ter beschikking.

Omdat de stemmenverschuivingen altijd plaats hadden tussen de drie klassieke stromingen, christendemocraten, sociaaldemocraten en liberalen, hebben de Belgische en Nederlandse democratieën de protestpartijen laten opbloeien, die hen nu uit hun evenwicht dreigen te brengen.

Een term als “evenwicht” hoort iedereen graag, al is het een puur kleurwoordje.

Na het radicale en xenofobe extreemrechts, heeft Vlaanderen nu een nationalistische rechterzijde zien ontstaan die ontdaan is van complexen, en die het thema van “slecht bestuur” weet te koppelen aan onafhankelijkheidseisen, en de aanklacht tegen de geldtransfers naar de “arme” Francofonen.

Radicaal is blijkbaar een scheldterm zoals xenofoob, en extreemrechts is een etiket dat onze editorialist graag bezigt, maar alle drie samen leveren deze kwalificaties nog geen politieke analyse op.

In Nederland hebben de klassieke partijen de dreiging niet zien aankomen van het antimuzelmaans populisme dat van elke vreemdeling een zondebok maakt.

Wie maakt “van elke vreemdeling” een zondebok beste Le Monde-journalist? En hebben uw 'klassieke' partijen het probleem van de islamimmigratie dan goed aangepakt? Gaven zij aan de bevolking een betrouwbaar beeld, hier of in Nederland, of gelijk waar in Europa, van zelfs de grootteorde ervan? Nog gezwegen over de inhoud van deze importideologie. Geef ons een bruikbare definitie van uw eigen term populisme, en dan zullen zowel uzelf als wij veel wijzer zijn. Maak vooral goed het onderscheid met volkswil, meerderheid en dergelijke termen, die je wel eens ontmoet in geschriften over democratie.

Hoe klein ze aanvankelijk ook waren, door de onmacht van de traditionele partijen, die geen rationele argumenten wisten tegen het populistisch geschreeuw, hebben in beide landen minderheidspartijen naamsbekendheid verkregen. Dankzij de nieuwsgierigheid van media, altijd tuk op nieuwigheden, die hun boodschap versterkten, zijn deze laatste geloofwaardig geworden. Bovenal dankzij een kiessysteem dat de Parlementen heeft getransformeerd tot echokamers voor karikaturale standpunten waar het om belangrijke politieke kwesties gaat. Een onrustbarende vaststelling.

Nee Le Monde, voor een verandering van het kiessysteem pleiten als de kiesuitslagen even tegenvallen is goedkoop, en niet meteen een bewijs van een democratische gezindheid. Overigens, vallen jullie nu zelf de media aan? zodat de bloggers dat niet meer hoeven te doen? Een onrustbarende vaststelling.
.

Labels: , , , , ,

Read more...

2 mei 2008

"Le Monde" over Europa en de islam (victa placet mihi causa)

.
LE MONDE DES LIVRES

Sylvain Gouguenheim: en als Europa zijn kennis

nu eens niét aan de islam te danken had?

Roger-Pol Droit


Dit werk van Sylvain Gouguenheim is een verbluffende correctie op gangbare vooroordelen, en zal debatten en polemieken losmaken. Zijn onderwerp: de culturele schatplichtigheid van de Westerse wereld ten aanzien van de muzelmaanse. Door de politieke en ideologische inzet is dit een zwaarbeladen onderwerp. Welnu, deze uiterst serieuze universitair, professor Middeleeuwse Geschiedenis aan de École normale supérieure van Lyon, voelt een aantal overtuigingen aan de tand, die algemeen aanvaard zijn geraakt. Wij zouden de voorbije decennia, in het spoor van Alain de Libera of Mohammed Arkoun, Edward Saïd of de Raad van Europa, op dwaalwegen zijn geraakt wat betreft de inbreng van de islam in de Europese cultuurgeschiedenis.
Wat zijn onze overtuigingen zoal? Samengevat: de antieke Griekse kennis – filosofie, geneeskunde, wiskunde, astronomie – heeft, nadat zij uit Europa volledig was verdwenen, een schuiloord gevonden in de muzelmaanse wereld, die deze kennis in het Arabisch heeft vertaald, de boodschap in ontvangst nam en voortzette, alvorens haar tenslotte aan het Westen door te geven. Op die manier werd de Renaissance mogelijk gemaakt, gevolgd door de plotse expansie van de Europese cultuur.
Volgens Sylvain Gouguenheim is dit gangbare volksevangelie een web van vergissingen, verdraaide waarheden en partiële of partijdige gegevens. Hij onderneemt het om, punt voor punt, de onjuiste of overdreven aspecten ervan bij te stellen.

“Duistere Tijden”

Was er inderdaad een totale breuk tussen de antieke Griekse erfenis, en het Christelijke Europa van de vroege Middeleeuwen? Vonden de zeldzame manuscripten van Aristoteles en Galenus, die ook na de definitieve instorting van het Romeinse Rijk in kloosterbibliotheken aanwezig bleven, dan echt geen enkele lezer meer die in staat was hen te ontcijferen?
Jawel, antwoordt Sylvain Gouguenheim. De banden met Byzantium, hoe dun en zeldzaam ook, werden nooit helemaal verbroken: er circuleerden Griekse manuscripten, en mét hen mensen die in staat waren ze te lezen. Gedurende deze zogenaamd “duistere tijden” was er in enkele centra, die wij tot onze schade miskennen, nooit een gebrek aan kenners van het Grieks, te weten in Sicilië en in Rome. Wat men nooit onderstreept, is dat er van 685 tot 752 een reeks pausen regeerde …die van Griekse en Siriaakse oorsprong waren! Men lijkt ook niet te weten, of men vergeet, dat in 758-763 Pepijn de Korte zich door paus Paulus de Iste, Griekse teksten laat toesturen, meer bepaald de Retorica van Aristoteles.
Deze middeleeuwse belangstelling voor Griekse bronnen vond haar oorsprong in de christelijke cultuur zelf. De Evangeliën waren in het Grieks gesteld, en ook de Brieven van Paulus. Vele Kerkvaders, filosofisch geschoold, citeren Plato en andere heidense auteurs, waarvan zij hele stukken hebben gered.
Europa is zich dus zonder onderbreking bewust gebleven van zijn verwantschap met het antieke Griekenland, en verlangde voortdurend om de betreffende teksten terug te vinden. Dit verklaart de opeenvolging van “renaissances”, van de Karolingers tot de XIIIde E., die telkens volgden op partiële ontdekkingen.
Werd de antieke Griekse cultuur door de islam ten volle omarmd? Sylvain Gouguenheim onderstreept dat de historische werkelijkheid sterke beperkingen oplegt aan deze overtuiging, die gemeengoed is geworden. Want het waren niet de muzelmannen die het essentiële vertaalwerk leverden van het Grieks naar het Arabisch. Men vergeet het feestelijk: hoe groot hun bewondering voor de Grieken ook was, al-Farabi, Avicenna en Averroës lazen geen woord van de originele teksten, maar enkel de vertalingen ervan in het Arabisch, en die waren gemaakt door Armeense …christenen!
Onder deze christenen, Syriaken genaamd, die het Grieks en Arabisch machtig waren, was het Hunayn ibn Ishaq (809-873), bijgenaamd “prins der vertalers”, die het essentiële wetenschappelijke en medische Arabische vocabularium smeedde, doordat hij meer dan tweehonderd werken vertaalde – in het bijzonder Galenus, Hippocrates en Plato.
Deze Arabischtalige was in de verste verte geen moslim, net zo min als ongeveer alle vroege vertalers uit het Grieks in het Arabisch. Omdat wij al te vaak de termen “Arabier” en “muzelman” door elkaar halen, hebben wij een misvormd beeld van de geschiedenis, waardoor wij de beslissende rol wegvlakken die de Arabische christenen speelden bij het doorgeven van de antieke werken, eerst in het Syriaaks, vervolgens in de taal van de koran.
Eens deze omzetting gemaakt – met veel moeite, want het genie van de Griekse taal is sterk verschillend van het Arabische – zou het een vergissing zijn te geloven dat aan de Grieken een unaniem en enthousiast welkom te beurt viel, van zodanige aard dat het de islamitische cultuur en samenleving zou kunnen dooreenschudden.
Sylvain Gouguenheim laat integendeel zien hoe selectief de receptie van de Griekse ideeën was, hoe beperkt, en zonder grote impact tenslotte op de praktijk van de islam, die onlosmakelijk religieus, juridisch én politiek bleef.
Zelfs al stonden de filosofische geschriften van de Grieken ter beschikking, en zelfs al had men de term “falsafa” gevormd, om een verwante filosofische geestesgesteltenis aan te duiden, toch is de islam nooit waarlijk gehelleniseerd. De rede werd er nooit expliciet boven de openbaring geplaatst, noch werden politiek en openbaring van elkaar onderscheiden, noch werd het wetenschappelijk onderzoek radicaal onafhankelijk.
Het zou zelfs geen kwaad kunnen, volgens dit boek, als wij onze oordelen nog wat verder herzagen. In plaats van te menen dat heel het Europees filosofisch gedachtegoed afhankelijk is van Arabische tussenpersonen, zouden wij ons de kapitale rol van de vertalers van Mont-Saint-Michel moeten herinneren. Zij hebben de bijna volledige Aristoteles vertaald, direct vanuit het Grieks naar het Latijn, vele decennia vóór men in Toledo dezelfde werken vertaalde vanuit de Arabische versie.
In plaats van te dagdromen over een islamitische wereld, die in de Middeleeuwen open en gul de mogelijkheden tot expansie aanreikte aan het smachtende en duistere Europa, zou men zich beter herinneren dat het Westen deze wetenschappelijke geschriften niet zomaar cadeau heeft gekregen. Het is die gaan halen, omdat zij aanvullingen bevatten bij wat men zelf reeds bezat. En enkel het Westen maakte er het wetenschappelijke en politieke gebruik van dat wij kennen.
Samengevat, in tegenstelling met wat er sinds de zestiger jaren in crescendo herhaald wordt, zou de Europese cultuur in haar geschiedenis en ontwikkeling niet zo heel schatplichtig zijn aan de islam. In elk geval niet voor iets essentieels.
Dit boek is nauwgezet en het geeft argumenten, frist de geschiedenis op, en is tegelijk ook erg moedig.
______________

ARISTOTE AU MONT SAINT-MICHEL. LES RACINES GRECQUES DE L'EUROPE CHRÉTIENNE
de Sylvain Gouguenheim. Seuil, "L'Univers historique", 282 p., 21 €.
.



Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten