31 januari 2013

België bekent schuld

 
 
De senaat heeft besloten dat het koninkrijk België zich moet verontschuldigen wegens medeverantwoordelijkheid aan de Jodendeportatie. Zij heeft een bekentenis goedgekeurd waarin de Belgische staat met zoveel woorden erkent dat hij de joden niet in de mate van het mogelijke beschermd heeft.  De historici van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) hebben vastgesteld dat de Belgische overheden die door Duitse instanties gesommeerd werden om mee te werken aan de registratie en deportatie van Joden, de speelruimte die zij hadden om afzijdig te blijven niet gebruikten, en integendeel meer dan de strikt noodzakelijke gewilligheid toonden. Ook tijdens de repressie schonken zij nauwelijks aandacht aan de begane misdaden tegen het joodse volk, alleen aan echte of vermeende ontrouw jegens België. Zo, het is nu officieel: België heeft gecollaboreerd.
De Antwerpse oudstrijders kunnen voortaan de ceremonieën boycotten waar de Belgische vlag wappert en de Brabançonne gezongen wordt. Die zijn immers door collaboratie besmeurd. De Belgische symbolen werden gebruikt door het Waals Legioen van de Waffen-SS, met Léon Degrelle. Hij was, samen met zijn mede-Franstalige en mede-belgicist Léopold III en in tegenstelling tot de flaminganten, één van de weinige Belgen die de hand van de Führer geschud hebben. Veel belangrijker is dat het officiële België, in navolging van de koning, collaboreerde. Vanaf de wapenstilstand werkte heel de Belgische overheid met de Duitsers samen en ze nam hun orders aan. Dit verhinderde dat de Duitsers de volledige controle overnamen, wat doorgaans beter is (en met name ook de redding van een groter percentage joden toeliet) dan een rechtstreeks bestuur door de bezetter, zoals in Nederland. Maar het geldt wel als collaboratie.
Er is in de belgicistische pers veel te doen geweest om de “Antwerpse” medeplichtigheid aan de deportatie. De Waalse steden die een gelijkaardig beleid voerden, hebben de betreffende dossiers vernietigd, zodat de historici niet kunnen uitpakken met studie over bv. de “Luikse medeplichtigheid”. Maar het stadsbestuur van Antwerpen, overigens geleid door een christendemocraat en niet door een partijflamingant, stond onder toezicht van Duitsland en van België, niet van een onbestaande Vlaamse republiek.
Ook NV-A en VB hebben vol overtuiging vóór de Belgische schuldbekentenis gestemd. Louter academisch is er wel het bezwaar dat de tekst van de bekentenis tegen het voortbestaan van “extreemrechts” waarschuwt, een term waarmee in België doorgaans de verschillende belichamingen van het Vlaamse zelfstandigheidsstreven aangeduid worden. Geschiedenis ten dienste stellen van een hedendaags politiek project, zeker het belgicisme maar ook een ander, is fout. Een tweede bezwaar is dat bij de terechte vermelding van het “antisemitisme” onvermeld blijft dat dit zich nu vooral situeert in de moslimwereld en bij onze eigen moslimbevolking. Doch de Belgische erkenning dat (niet de Vlaamse maar wel degelijk) de Belgische overheden te gewillig met de Duitsers hebben meegewerkt, is veel belangrijker.
Dit is een grote overwinning voor de Vlaamse beweging. Zij heeft weliswaar niets gedaan. Het initiatief kwam van belgicistische anti-Vlaamse krachten, ondermeer de universitaire historici (die blijkbaar op hun anti-Vlaamse gezindheid geselecteerd worden) en de politici van de traditionele partijen. Het was ook een verlangen van de joodse gemeenschap, ondersteund door de geschiedkundige feiten: het is nu eenmaal zo dat de Belgische overheden met de deportatiepolitiek meegewerkt hebben, en dat verdiende gewoon erkenning. Er komt dus een einde aan de periode waarin België de schuld kon afschuiven op de collaboratie door de Vlaamse beweging.



 

De senaat heeft besloten dat het koninkrijk België zich moet verontschuldigen wegens medeverantwoordelijkheid aan de Jodendeportatie. Zij heeft een bekentenis goedgekeurd waarin de Belgische staat met zoveel woorden erkent dat hij de joden niet in de mate van het mogelijke beschermd heeft.  De historici van het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij (SOMA) hebben vastgesteld dat de Belgische overheden die door Duitse instanties gesommeerd werden om mee te werken aan de registratie en deportatie van Joden, de speelruimte die zij hadden om afzijdig te blijven niet gebruikten, en integendeel meer dan de strikt noodzakelijke gewilligheid toonden. Ook tijdens de repressie schonken zij nauwelijks aandacht aan de begane misdaden tegen het joodse volk, alleen aan echte of vermeende ontrouw jegens België. Zo, het is nu officieel: België heeft gecollaboreerd.

De Antwerpse oudstrijders kunnen voortaan de ceremonieën boycotten waar de Belgische vlag wappert en de Brabançonne gezongen wordt. Die zijn immers door collaboratie besmeurd. De Belgische symbolen werden gebruikt door het Waals Legioen van de Waffen-SS, met Léon Degrelle. Hij was, samen met zijn mede-Franstalige en mede-belgicist Léopold III en in tegenstelling tot de flaminganten, één van de weinige Belgen die de hand van de Führer geschud hebben. Veel belangrijker is dat het officiële België, in navolging van de koning, collaboreerde. Vanaf de wapenstilstand werkte heel de Belgische overheid met de Duitsers samen en ze nam hun orders aan. Dit verhinderde dat de Duitsers de volledige controle overnamen, wat doorgaans beter is (en met name ook de redding van een groter percentage joden toeliet) dan een rechtstreeks bestuur door de bezetter, zoals in Nederland. Maar het geldt wel als collaboratie.

Er is in de belgicistische pers veel te doen geweest om de “Antwerpse” medeplichtigheid aan de deportatie. De Waalse steden die een gelijkaardig beleid voerden, hebben de betreffende dossiers vernietigd, zodat de historici niet kunnen uitpakken met studie over bv. de “Luikse medeplichtigheid”. Maar het stadsbestuur van Antwerpen, overigens geleid door een christendemocraat en niet door een partijflamingant, stond onder toezicht van Duitsland en van België, niet van een onbestaande Vlaamse republiek.

Ook NV-A en VB hebben vol overtuiging vóór de Belgische schuldbekentenis gestemd. Louter academisch is er wel het bezwaar dat de tekst van de bekentenis tegen het voortbestaan van “extreemrechts” waarschuwt, een term waarmee in België doorgaans de verschillende belichamingen van het Vlaamse zelfstandigheidsstreven aangeduid worden. Geschiedenis ten dienste stellen van een hedendaags politiek project, zeker het belgicisme maar ook een ander, is fout. Een tweede bezwaar is dat bij de terechte vermelding van het “antisemitisme” onvermeld blijft dat dit zich nu vooral situeert in de moslimwereld en bij onze eigen moslimbevolking. Doch de Belgische erkenning dat (niet de Vlaamse maar wel degelijk) de Belgische overheden te gewillig met de Duitsers hebben meegewerkt, is veel belangrijker.

Dit is een grote overwinning voor de Vlaamse beweging. Zij heeft weliswaar niets gedaan. Het initiatief kwam van belgicistische anti-Vlaamse krachten, ondermeer de universitaire historici (die blijkbaar op hun anti-Vlaamse gezindheid geselecteerd worden) en de politici van de traditionele partijen. Het was ook een verlangen van de joodse gemeenschap, ondersteund door de geschiedkundige feiten: het is nu eenmaal zo dat de Belgische overheden met de deportatiepolitiek meegewerkt hebben, en dat verdiende gewoon erkenning. Er komt dus een einde aan de periode waarin België de schuld kon afschuiven op de collaboratie door de Vlaamse beweging.

Labels: , , , , ,

Read more...

6 september 2010

Sarrazin en het gen

Thilo Sarrazin is de zoveelste oude socialist die inziet dat het multiculbeleid tot onoverzienbare problemen aan het leiden is. Hij heeft er echter nog een schepje bovenop gedaan.



Ergens in de slotjaren van vorige eeuw dacht de voorzitter van een Vlaams-conservatieve vormingsorganisatie, de Delta-Stichting, er luidop aan om Horst Mahler uit te nodigen als spreker op een volgend Delta-congres. Mahler, ooit advocaat van de extreemlinkse Rote Armee Fraktion, was geëvolueerd tot criticus van extreemlinks in zijn nieuwe gedaante, de multikulti staatsideologie. Kortom, net het soort ongebonden vrijdenker wiens observaties de Vlaming nodig eens moest vernemen. Echter, tegen dat het tijd werd om sprekers voor dat congres uit te nodigen, was Mahler alweer van de kandidatenlijst afgevoerd. Het bleek immers dat hij in rechtse richting was blijven doorevolueren en inmiddels een ongezouten neonazisme omhelsd had. Het thema waarop hij nu hamerde, was niet meer de vrijheid of een aanverwante waarde die door het multiculsysteem bedreigd wordt, maar wel das Reich. Als Duitsers daarover beginnen, gaan niet-Duitsers enig wantrouwen koesteren.

Om dezelfde reden was ik niet enthousiast toen ik de titel hoorde van het boek waarmee SPD-politicus en Bundesbank-bestuurder Thilo Sarrazin het nieuws haalde: Deutschland schafft sich ab. Waarom inzoomen op Duitsland wanneer de daarin behandelde migratie-, integratie- en demografische problematiek juist typisch Europees is? Landen die in WO2 tot het winnende, het verliezende of het neutrale kamp behoorden, worden er gelijkelijk mee geconfronteerd. Wanneer onze media dan nog berichtten dat hij tegelijk Joden en moslimmigranten affronteerde, leek het alsof we hier met een nostalgicus naar damals te maken hadden.

Vergelijkt men de beeldvorming naar het grote publiek echter met een nauwkeuriger feitenweergave, dan komt een gevoelig andere toedracht van de Sarrazin-rel naar voren. De multiculpropaganda probeert bij gebrek aan argumenten haar critici met het nazisme te vereenzelvigen, en daartoe is Jodenhaat een toch wel essentieel criterium. Dat wordt echter moeilijk bij uitgesproken jodenvrienden als wijlen Pim Fortuyn of Geert Wilders, en eigenlijk ook bij Sarrazin, maar men blijft proberen. In dit geval moet een flou artistique in de nieuwsformulering ervoor zorgen dat de lezer de indruk krijgt als zou Sarrazin Joden en immigranten over één kam scheren. Het tegendeel is waar.

Sarrazin behandelt uitvoerig de nefaste rol van de islam in de haperende integratie van immigranten, en daarover kan geen zinnig mens hem nog tegenspreken. Maar hij verwekt opschudding met zijn behandeling van de genetische dimensie van de bevolkingsevolutie. Als leek terzake drukt hij zich schromelijk onnauwkeurig uit door te zeggen dat ondermeer de Joden en de Basken zich door “een gen” onderscheiden. Wel baseert hij zich op populair-wetenschappelijke artikels uit gerespecteerde bron, en hij sluit wel degelijk aan bij de huidige stand van de wetenschap wanneer hij de (zeer complexe, niet uniforme doch statistisch onmiskenbare) genetische component van bevolkingsgroepen erkent. Zo verwijst hij naar de recente ontdekking dat de diverse takken van het Joodse volk, spijts hoopvolle speculaties in tegengestelde zin vanuit pro-Palestijnse hoek, genetisch wel degelijk nauwer verwant zijn met elkaar dan met hun respectieve buurvolkeren.

Tegelijk zou uit grootschalige vergelijking van IQ-testresultaten blijken dat sommige etnische groepen gemiddeld significant intelligenter zijn dan andere. Asjkenazische Joden zouden bovenaan de intelligentieladder staan, gevolgd door Oost-Aziaten en niet-Joodse Europeanen. Toevallig spelen Joden vandaag een prominente rol in deze theorievorming, ondermeer Michael Levin (Why Race Matters, 1997) en Michael H. Hart, die in zijn boek Understanding Human History (2007) de totstandkoming en effecten van collectieve intelligentieverschillen schetst. Bijvoorbeeld, de politiek bevoorrechte uitleg voor de technologische achterstand van Afrika luidt dat deze uit omgevingsfactoren voortkomt, maar Hart wijst erop dat de Maya’s in dezelfde klimaatgordel leefden als de Afrikanen doch wél het schrift, hoogbouw, sterrenkunde en andere beschavingselementen ontwikkeld hebben. Hart verklaart dit door de millennia die de voorouders van de Maya’s in Noordoost-Azië doorgebracht hebben, waar het barre klimaat op vernuft (organisatie, vooruitzien) selecteert.

Bovenop dit overlevingsvoordeel hebben sommige volkeren aan hun goochemste leden nog een extra voortplantingsvoordeel gegeven. Het Chinese examensysteem verleende de schranderste deelnemers het alleenrecht op de ambtelijke loopbaan, met daaraan verbonden een hoog en vast inkomen, dus meerdere vrouwen en bescherming tegen hoge kindersterfte. Rijke Joden, die hun kleinkinderen diezelfde materiële zekerheid konden waarborgen, huwelijkten hun dochters uit aan jongemannen die in de economisch overigens nutteloze Talmoedstudie door geleerdheid en spitsvondigheid uitmuntten. Door dat soort selectie kan de gemiddelde intelligentie van een groep langzaam evolueren.

Sarrazin leidt daaruit af dat “Duitsland dommer wordt” door de invoer van mensen met erfelijk een gemiddeld lagere intelligentie. De Turken zouden gemiddeld al wat minder intelligent zijn, en bij Arabieren en Pakistani’s wordt het verschil met het Duitse gemiddelde echt aanzienlijk. Zelfs de bekering uit de scholingvijandige islam zou hun leerachterstand niet helemaal wegwerken.

Dat standpunt wetenschappelijk beoordelen ligt buiten mijn competentie. Politiek is het te karakteriseren als subversief, en als extra gevoelig wanneer een Duitser het formuleert. Voorspelbaar genoeg is Sarrazin bij zijn partij en bank buitengezet. Gelijk krijgen zou hij uiteraard nooit, maar zijn critici blijven zitten met de last om te bewijzen dat hij geen gelijk heeft.

Labels: , , , ,

Read more...

<<Oudere berichten